Categorie archief: vrijeschool didactiek

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over pedagogie(k) GA 300B – inhoudsopgave

.

RUDOLF STEINER

.

Konferenzen mit den Lehrern der Freien Waldorfschule in Stuttgart

1919 bis 1924

Zweiter Band

Das dritte und vierte Schuljahr

Vergaderingen met de leerkrachten van de vrije Waldorfschool in Stuttgart

Band 2

Het derde en vierde schooljaar

INHOUD

Rudolf Steiner: Die pädagogische Grundlage der Waldorfschule                       9
Dit artikel werd voor het eerst geplaatst in Sociale Toekomst 5-7 1920.
Het werd in GA 24 opgenomen.  
Het werd in het Nederlands vertaald inIn het midden de mensblz. 58

Vergaderingen van:
16 juni 1921 

Volgt:                                                                                                                  17
17. Juni 1921 22
11. September 1921 37
16. November 1921 45
14. Januar 1922 59
15. März 1922 65
28. April 1922 79
10. Mai 1922 90
20. Juni 1922 93
21. Juni 1922 102
22. Juni 1922 111
4. Oktober 1922 120
6. Oktober 1922 129
15. Oktober 1922 137
28. Oktober 1922 158
24. November 1922 182
5. Dezember 1922 195
9. Dezember 1922 203
17. Januar 1923 218
23. Januar 1923 228
31. Januar 1923 240
6. Februar 1923 257
14. Februar 1923 276
l.März 1923 292
8. März 1923 302

Voetnoten
Deze zijn door mij direct bij het betreffende
woord weergegeven

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3613-4005

.

.

.

.

 

WAT VIND JE OP DEZE BLOG?

.

.

Via onderstaande rubrieken vind je de weg naar meer dan 3300 artikelen

Kleinere en grotere, makkelijk toegankelijke en die meer studie vragen; direct met de vrijeschool te maken hebbend of zijdelings: de meest uitgebreide vrijeschoolsite die er te vinden is.

Ondanks regelmatige controle komt het voor dat bepaalde links niet werken. Waarschuw me s.v.p.     vspedagogie voeg toe apenstaartje gmail punt com
.

RUDOLF STEINER
alle artikelen
wat zegt hij over——
waar vind je Steiner over pedagogie(k) en vrijeschool–
een verkenning van zijn ‘Algemene menskunde’


AARDRIJKSKUNDE
alle artikelen

BESPREKING VAN KINDERBOEKEN
alle auteurs
alle boeken
leeftijden
over illustraties

BEWEGEN in de klas
alle artikelen

BORDTEKENEN zie TEKENEN

DIERKUNDE
alle artikelen

EURITMIE
alle artikelen

GESCHIEDENIS
alle artikelen

GETUIGSCHRIFT
alle artikelen

GEZONDHEID – die van de leerkracht
alle artikelen

GODSDIENST zie RELIGIE

GYMNASTIEK
alle artikelen

HANDVAARDIGHEIDSONDERWIJS
a
lle artikelen

HEEMKUNDE
alle artikelen

JAARFEESTEN
alle artikelen

KERSTSPELEN
alle artikelen

KINDERBESPREKING
alle artikelen

KLASSEN alle artikelen:
peuters/kleutersklas 1; klas 2; klas 3; klas 4; klas 5; klas 6; klas 7; klas 8; klas 9: klas 10; klas 11; klas 12

LEERPLAN
alle artikelen

LEERPROBLEMEN
alle artikelen

LEZEN-SCHRIJVEN
alle artikelen

LINKS
Naar andere websites en blogs met vrijeschoolachtergronden; vakken; lesvoorbeelden enz

MEETKUNDE
alle artikelen

MENSKUNDE EN PEDAGOGIE
alle artikelen

MINERALOGIE
alle artikelen

MUZIEK
alle artikelen

NATUURKUNDE
alle artikelen

NEDERLANDSE TAAL
alle artikelen

NIET-NEDERLANDSE TALEN
alle artikelen

ONTWIKKELINGSFASEN
alle artikelen

OPSPATTEND GRIND
alle artikelen

OPVOEDINGSVRAGEN
alle artikelen

PLANTKUNDE
alle artikelen

REKENEN
alle artikelen

RELIGIE
alle artikelen

REMEDIAL TEACHING
[1]  [2]

SCHEIKUNDE
Alle artikelen

SCHILDEREN
Alle artikelen

SCHRIJVEN – LEZEN
alle artikelen

SOCIALE DRIEGELEDING
alle artikelen
hierbij ook: vrijeschool en vrijheid van onderwijs

SPEL
alle artikelen

SPRAAK
spraakoefeningen
spraak/spreektherapie [1]    [2

STERRENKUNDE
alle artikelen

TEKENEN
zwart/wit [2-1]
over arceren
[2-2]
over arceren met kleur; verschil met zwart/wit
voorbeelden
In klas 6
In klas 7
Bordtekenen [1]
Bordtekenen [2]

VERTELSTOF
alle artikelen

VOEDINGSLEER
7e klas: alle artikelen

VORMTEKENEN
alle artikelen

VRIJESCHOOL
Niet elders gerubriceerd: alle artikelen

Alle onderwijs moet inzicht in het leven geven
Auschwitz en Gaza 2025
Ahriman en/in het onderwijs;
Grafische vormgeving bij Steiner
Interviews met oud-leerlingen
Is het alles goud wat er blinkt….?
Kritiek op de vrijeschool
Kunstzinnige vormgeving van een klaslokaal
Naamgeving en schrijfwijze vrijeschool;
Ochtendspreuk;
Organische architectuur;
Steiner lezen?
Uitgangspunten vrijeschool;
Vrijeschool en antroposofie;
Vrijheid van onderwijs;  
Worden wie je bent

.
EN VERDER:

geschiedenis van het Nederlandse onderwijs, een kleine schets

karakteriseren i.p.v. definiëren

(school)gebouw
organische bouw [1]     [2-1]    [2-2]

In de trein
onderwijzer Wilkeshuis over een paar ‘vrijeschoolkinderen’ in de trein
.

VRIJESCHOOL in beeld: bordtekeningen; schilderingen, tekeningen, transparanten enz.
voor klas 1 t/m 7; jaarfeesten; jaartafels

Deze blog wordt/werd bekeken in:

Afghanistan; Albanië; Algerije; Amerikaans-Samoa; Andorra; Angola; Argentinië; Armenië; Aruba; Australië; Azerbeidzjan; Bahama’s; Bahrein; Bangladesh; Belarus; België; Benin; Bolivia; Bosnië en Herzegovina; Brazilië; Brunei; Bulgarije; Burkina Faso; Burundi; Cambodja; Canada; Caribisch Nederland; Chili; China, Congo Kinshasa; Costa Rica; Cuba; Curaçao; Cyprus; Denemarken; Dominicaanse Republiek; Duitsland; Ecuador; Egypte; Estland; Ethiopië; Europese Unie; Finland; Filipijnen; Frankrijk; Frans-Guyana; Gambia; Georgië; Gibraltar; Griekenland; Ghana; Guadeloupe; Guatemala; Guyana; Haïti; Honduras; Hongarije; Hongkong; Ierland; IJsland; India: Indonesië; Isle of Man; Israël; Italië; Ivoorkust; Jamaica; Japan; Jemen; Jordanië; Kaapverdië; Kameroen; Kazachstan; Kenia; Kirgizië; Koeweit; Kroatië; Laos; Letland; Libanon; Liberia;  Libië; Liechtenstein; Litouwen; Luxemburg; Macedonië; Madagaskar; Maldiven; Maleisië; Mali; Malta; Marokko; Martinique; Mauritius; Mexico; Moldavië; Monaco; Mongolië; Montenegro; Myanmar; Namibië; Nederland; Nepal; Nicaragua; Nieuw-Zeeland; Nigeria; Noorwegen; Oeganda; Oekraïne; Oman; Oostenrijk; Pakistan; Panama; Paraguay; Peru; Polen; Portugal; Puerto Rico; Qatar; Réunion; Roemenië; Rusland; Saoedi-Arabië; Senegal; Servië; Sierra Leone; Singapore; Sint-Maarten; Slovenië; Slowakije; Soedan; Somalië; Spanje; Sri Lanka; Suriname; Syrië; Taiwan; Tanzania; Thailand; Togo; Tsjechië; Trinidad en Tobago; Tunesië; Turkije; Uruguay; Vanuatu; Venezuela; Verenigde Arabische Emiraten; Verenigde Staten; Verenigd Koninkrijk; Vietnam; Zambia; Zuid-Afrika; Zuid-Korea; Zweden; Zwitserland’ (156)

..

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over pedagogie(k) GA 300B – Vergadering 16 juni 1921

.

Zie ‘het woord vooraf

Bij de gegeven antwoorden is in het Duits telkens de naam van Steiner gegeven.
Ik heb dat niet gedaan, zolang er geen verwarring kan ontstaan.
De voetnoten die in de uitgave op aparte bladzijden staan, v.a. blz. 300, heb ik direct bij het verwijzende woord toegevoegd.

In deze vergadering gaat het over:

Er wordt gezocht naar een vaste vorm om het schooljaar te openen. Iedere klassenleerkracht spreekt zijn/haar klas toe <1>
Een eerste aanzet om in de 10e klas EHBO te geven <2>
Over de werkdruk bij leerkrachten. Steiner vindt 22 uur al erg zwaar. <3>
Het onderwijs mist nog vitaliteit; het moet kunstzinniger; er is wat lusteloosheid: durf eens van je lesstof af te wijken, een kwinkslag e.d. <4>

 

RUDOLF STEINER

.

Konferenzen mit den Lehrern der Freien Waldorfschule in Stuttgart

1919 bis 1924

Zweiter Band

Das dritte und vierte Schuljahr

Vergaderingen met de leerkrachten van de vrije Waldorfschool in Stuttgart

Band 2

Het derde en vierde schooljaar

Van de vergaderingen die de leerkrachten van de eerste vrijeschool in Stuttgart hielden, zijn verslagen bewaard gebleven van díe vergaderingen waarbij Rudolf Steiner aanwezig was.

Toevoegingen in blauw zijn van mij.

GA 300B

 

Konferenz vom Donnerstag 16. Juni 1921, 16 Uhr

Vergadering van donderdag 16 juni 1921, 16u

Blz. 17

Dr. Steiner: Nun wäre es gut, wenn heute damit begonnen würde, daß Sie alles vortrügen, was Sie auf der Seele haben. Morgen wird die Schulvereinskonferenz nicht so lange dauern, dann kann vielleicht nachher noch gesagt werden, was gesagt werden muß. Ich möchte herausbekommen, was aus dem Lehrerkollegium selbst hervorgeht.

Het zou goed zijn om vandaag te beginnen met het bespreken van alles wat jullie bezighoudt. De vergadering van de schoolvereniging* morgen duurt niet zo lang, dus wellicht kunnen de resterende punten daarna aan de orde komen. Ik wil graag horen welke ideeën er vanuit het lerarenteam zelf naar voren komen.

*Schulvereinskonferenz: Eerste ledenvergadering van de Vereniging „Freie Waldorfschule”.
Vgl. „Rudolf Steiner in der Waldorfschule”, GA 298/93 Op deze blog vertaald/93
Inleiding 1/20-22.

X.: Wir haben Samstag Schuleröffnungsfeier. Darüber ist noch nicht gesprochen worden.

X.: Zaterdag vindt de openingsceremonie van de school plaats. Dat is nog niet besproken.

Dr. Steiner: Die Sache ist schwierig, daß diese zwei Dinge rasch aufeinander folgen, Schluß und Eröffnung. Haben Sie irgend etwas gedacht, wie Sie es beginnen möchten?

Het feit dat deze twee gebeurtenissen – de afsluiting en de opening – zo kort op elkaar volgen, maakt de situatie lastig. Hebben jullie al nagedacht over hoe jullie willen beginnen?

X.: Wenn wir Herrn Doktor bitten dürften zu sprechen.

X.: Als we u zouden mogen vragen om te spreken, dokter.

Dr. Steiner: Ich werde das ganz gerne tun, daß ich etwas sage. Aber
ich halte es für unbedingt notwendig, wenn wie in der Antwort zur
Frage auch wieder die Klassenlehrer die Kinder ganz kurz empfangen
würden. Und ich weiß nicht, ob man nicht überhaupt das sichtbare
Symbolum des Schulanfangs entwickeln soll.

<1> Ik zeg graag een paar woorden. Ik acht het echter absoluut noodzakelijk – net als bij de beantwoording van de vraag – dat de klassenleerkrachten de kinderen kort verwelkomen. En ik vraag me af of we niet eigenlijk een zichtbaar symbool voor de start van het schooljaar zouden moeten ontwikkelen.

Es macht doch einen gewissen Eindruck auf die Kinder, wenn die Klassenlehrer ihre Kinder empfangen, und auch Repräsentanten für nicht klassenmäßige
Unterrichtsgegenstände, ein Sprachlehrer, ein Eurythmielehrer, ein
Handfertigkeitslehrer, eine Handarbeitslehrerin. Es ist eine etwas lange Galerie. Es macht einen gewissen Eindruck, wenn man ihnen ein beherztes Wort am Anfang sagt. Sie werden sehen, es macht einen Eindruck. Ich will die Ansprache zuerst machen, dann könnte sich das daranschließen, und dann — wäre es ganz unmöglich, daß doch irgend etwas den Kindern auch musikalisch entgegenklingt? Daß man etwas spielt als Schluß der Feier? Es wäre schön, wenn die Feier musikalisch ausklingen würde.

Het maakt zeker indruk op de kinderen wanneer de klassenleerkrachten hen verwelkomen, samen met de leraren voor vakken buiten het vaste klassenprogramma: een taaldocent, een euritmiedocent, een docent handvaardigheid en een docent handwerken. Het is een hele rij. Het maakt indruk wanneer ze bij de opening met een bezield woord worden toegesproken. U zult zien, het maakt indruk. Ik ben van plan eerst het woord te richten tot de aanwezigen; daarna zouden de voorstellingen kunnen volgen, en vervolgens… zou het mogelijk zijn om ook wat muziek voor de kinderen te hebben? Om iets te spelen aan het slot van de plechtigheid? Het zou mooi zijn als de plechtigheid met muziek zou eindigen.

X..’ Wir können etwas singen.

X…: We zouden iets kunnen zingen.

Dr. Steiner: So würde ich es schon meinen.

Dat is precies wat ik in gedachten had. <1>

Es wird nach der Klassenverteilung gefragt.

Er wordt een vraag gesteld over de toewijzing van de klassen.

Dr. Steiner: Das ist keine leichte Frage. Einige der neuen Klassenlehrer haben wir schon ganz fest, andere werden erst später eintreten können. Fräulein Düberg wird die Klasse la übernehmen, Fräulein v. Grunelius die 3b und Herr Ruhtenberg die 5b. Dann käme die 8., 9. und 10. Klasse.

Dat is geen eenvoudige vraag. We hebben voor sommige nieuwe klassen al definitief leerkrachten vastgelegd, terwijl anderen pas later kunnen beginnen. Juffrouw Düberg neemt klas 1a voor haar rekening, juffrouw v. Grunelius klas 3b en de heer Ruhtenberg klas 5b. Dan zijn er nog de klassen 8, 9 en 10.

Blz. 18

Es wird sich nicht leicht machen lassen, auch da, wie es sonst wünschenswert wäre, das bisherige System beizubehalten.
(Zu Herrn X.): Würde es Ihnen möglich sein, da auch Mechanik und Feldmessen mit Situationszeichnen zu machen? Es wäre doch wohl wünschenswert, wenn wir es so einrichten könnten, daß wir in der 10. Klasse drei Lehrer hätten; das würde nach sich ziehen, daß wir auch in der 9. Klasse drei Lehrer hätten. Es wäre gut, wenn wir die letzten drei Klassen so fuhren, daß drei Lehrer sie versorgen.
Bei Dr. Schwebsch ist es so, daß wir ihn noch ersetzen müssen bis Anfang Juli. Wir haben sehr wenig Lehrkräfte. Es fehlt der Englert. Dr. Kolisko wird erst im Herbst eintreten.
Wie wir den Stoff verteilen, das würde so sein, daß — ich hätte eigentlich am liebsten vier Lehrer für diese drei Klassen. Es wird vorläufig nicht gehen. Was möchten Sie am liebsten unterrichten, Dr. Stein?

Het zal niet eenvoudig zijn om het bestaande systeem te handhaven – ook al zou dat op zich wenselijk zijn.
(Tot de heer X): Zou het voor u mogelijk zijn om ook mechanica en landmeten inclusief topografisch tekenen te verzorgen? Het zou zeker wenselijk zijn als we het zo konden regelen dat we drie leraren voor de tiende klas hadden; dat zou betekenen dat we ook drie leraren voor de negende klas zouden hebben. Het zou goed zijn om de laatste drie klassen zo in te richten dat ze door drie leraren worden verzorgd.
Wat dr. Schwebsch betreft: we moeten nog een vervanger voor hem vinden tot
begin juli. We hebben maar weinig onderwijzend personeel. Englert ontbreekt.
Dr. Kolisko komt pas in de herfst bij ons.
Wat de verdeling van de lesstof betreft – tja, eigenlijk zou ik de voorkeur geven aan vier leraren voor deze drie klassen.
Dat zal voorlopig niet mogelijk zijn. Wat zou u het liefst willen geven, dr. Stein?

X.: Mir wäre am liebsten, wenn Herr Doktor mir eine Aufgabe stellen würde.

X.: Ik zou het prettig vinden als u, dokter, mij een taak zou toewijzen.

Dr. Steiner: Ich meine, Sie sollten bei diesen Dingen bleiben, bei denen Sie gewesen sind: die Literaturgeschichte übernehmen und dazu noch die Geschichte in der 10. Klasse. Also Literatur und die deutsche Sprache in allen dreien, Geschichte in der 10. Klasse. Dann würde ich meinen, die Geschichte für die 8. und 9. Klasse übernimmt der Dr. X., und Sie, Herr Y., die Fächer, die da sind Mathematik, Physik und Naturwissenschaften für die drei Klassen, und dann für die 10. Klasse Mechanik und Feldmessen, Situationszeichnen. —
Nur ist da eine Schwierigkeit, das ist nur der dritte Teil der Zeit. Wir machen keinen Stundenplan, bestimmen nur die Zeit für jedes Fach. — Ich habe vier Lehrer gewollt, es läßt sich jetzt noch nicht einrichten. Für Turnen den jungen Englert ausprobieren.

Ik denk dat u zich moet beperken tot de vakken die u al deed: literatuurgeschiedenis en geschiedenis voor de tiende klas. Dus literatuur en Duitse taal voor alle drie de klassen, en geschiedenis voor de tiende klas. Verder stel ik voor dat Dr. X. geschiedenis voor de achtste en negende klas op zich neemt, en dat u, meneer Y., wiskunde, natuurkunde en natuurwetenschappen voor alle drie de klassen verzorgt, evenals mechanica, landmeten en topografisch tekenen* voor de tiende klas. — Het enige probleem is dat dit slechts een derde van de beschikbare tijd in beslag neemt. We stellen nog geen volledig lesrooster+ op; we verdelen alleen de tijd per vak. — Ik had graag vier leraren gehad, maar dat is op dit moment niet haalbaar. We zouden de jonge Englert kunnen proberen voor gymnastiek.

*Mechanica, landmeten en topografisch tekenen; verder beneden: spinnen en weven**; gezondheidsleer en verbandleer***: Vgl. wat er op blz. 29 wordt gezegd.

+Geen lesrooster wil hier zeggen : nog geen vastgelegd rooster in welke tijd van het jaar de aparte lesonderdelen in de bovenbouw zouden plaatsvinden, alleen de hoeveelheid tijd.

X.; Ich hatte damit gerechnet, daß ich die Lebenskunde in einer der höheren
Klassen übernehmen sollte oder beim Unterricht für bereits Entlassene.

X.: Ik had verwacht dat ik ‘levenskunde’ zou gaan geven in een van de hogere klassen of aan de leerlingen die de school al hebben verlaten.

18 Levenskunde: Technologie. Zie 1/286. <10>

Dr. Steiner: Die Lebenskunde kommt erst in der 11. Klasse. Sie sind Elektriker. Es müßte jemand Spinnerei und Weberei unterrichten, das ist ein besonderer Lehrgegenstand in der technischen Hochschule. Das können auch unsere Leute vom Forschungsinstitut machen.

‘Levenskunde’ komt pas in de elfde klas aan bod. U bent elektricien. Iemand moet spinnen en weven** onderwijzen; dat is een gespecialiseerd vak aan de technische school. Mensen van ons onderzoeksinstituut zouden dat ook kunnen doen.

X..- Ich kann das lernen.

X.: Ik kan het leren.

Dr. Steiner (zu Dr. Kolisko): Wenn Sie im Oktober eintreten, so könnten Sie doch Gesundheitslehre und Verbandslehre in der 10. Klasse übernehmen; das müssen wir haben.

<2> (tegen Dr. Kolisko): Wanneer u in oktober bij ons komt, zou u gezondheidsleer en verbandleer*** voor de tiende klas op u kunnen nemen; dat moet echt worden ingevuld. <2>

Jetzt bliebe nur noch die Vertretung für die 1b . (Zu Frau Stein, die einige Monate beurlaubt gewesen war:) Sie wollen wieder in die Eurythmie. Könnten Sie nicht einmal für sechs Wochen die 1. Klasse b übernehmen? Ihr Dialekt ist das einzige Bedenken, das nehmen die Kinder an.* Vielleicht ist es die beste Lösung, wenn wir Dr. Schubert bitten, diese Vertretung in der lb zu übernehmen.
* FrauSteinwar Ungarin.
Für den Religionsunterricht habe ich viel gesucht, ich finde niemanden. Es ist notwendig, daß die Kinder nach den Klassen verteilt werden. Ich möchte vermeiden, daß der Religionsunterricht als irgend etwas in die Schule Eingereihtes erscheint.
Es wird die Verteilung des Sprachunterrichts besprochen. Dabei wird erwähnt, daß in einigen Gruppen des altsprachlichen Unterrichts nur wenige Kinder sind.

Nu hoeft alleen de vervangende leerkracht voor klas 1b nog te worden gevonden. (Tegen mevrouw Stein, die enkele maanden met verlof was geweest:) U wilt weer euritmie gaan geven. Zou u klas 1b niet voor zes weken kunnen overnemen? Het enige punt van zorg is uw dialect – dat nemen de kinderen over.* Misschien is de beste oplossing om dr. Schubert te vragen deze vervanging in klas 1b op zich te nemen.
* Mevrouw Stein was Hongaarse.
Ik heb uitgebreid gezocht naar een leerkracht godsdienstonderwijs, maar ik kan niemand vinden. Het is noodzakelijk om de kinderen in hun respectievelijke klassen in te delen. Ik wil voorkomen dat godsdienstonderwijs slechts overkomt als iets dat aan het schoolleerplan is bijgeplakt.
De verdeling van de taallessen wordt besproken. Er wordt op gewezen dat er in sommige groepen voor klassieke talen maar heel weinig kinderen zitten.

Dr. Steiner: Wenn Sie auch nur einen haben, wenn nur einer da ist, muß er unterrichtet werden. Das nutzt nichts, das muß eben sein. Im Herbst kommt Fräulein Dr. Röschl, da werden wir die Sache kräftig in Angriff nehmen können. Über den Lehrplan sprechen wir noch.
Wir werden erst in der 5. Klasse anfangen.
Im Handarbeitsunterricht, da können wir nur die 10. Klasse dazunehmen und müssen es immer künstlerischer und künstlerischer machen.

Zelfs als er maar één is – als er slechts één leerling aanwezig is – moet er les worden gegeven. Daar is geen ontkomen aan; het moet gewoon gebeuren. Dr. Röschl komt in de herfst; dan kunnen we deze zaak voortvarend aanpakken. Het leerplan bespreken we later.
We beginnen pas in de vijfde klas met dit vak.
Wat betreft de lessen handvaardigheid: we kunnen de tiende klas erbij betrekken, maar we moeten het onderwijs steeds meer een artistiek karakter geven.

Es wird über die Belastung der einzelnen Lehrer gesprochen.

<3> De werkbelasting van individuele leraren wordt besproken.

Dr. Steiner: Herr X. hat 22 Stunden, das ist zuviel; ebenso Herr Y.
mit 24 Stunden. Herr Z. könnte noch mehr übernehmen, er hat
16 Stunden. Herr V. hat mit 22 Stunden auch reichlich viel.

Es wird nun gefragt nach dem Zusammenhang der verschiedenen inneren
Organe des Menschen mit anderen Epochen der Geschichte.*
* Vier Tage zuvor hatte Dr. Steiner am Schluß des ersten Vortrages des Kurses über „Menschenerkenntnis und Unterrichtsgestaltung” gesagt, bei der
Funktion der Leber könne der Lehrer lernen, wie die Geschichte des späteren Ägypten zu behandeln sei.

De heer X. heeft 22 uur – dat is te veel; hetzelfde geldt voor de heer Y.
met 24 uur. De heer Z. zou meer op zich kunnen nemen; hij heeft 16 uur. Ook de heer V. heeft met 22 uur een zeer zware belasting. <3>

Vervolgens komt de vraag aan de orde naar het verband tussen de verschillende
menselijke inwendige organen en andere tijdperken uit de geschiedenis.*
* Vier dagen eerder, aan het einde van de eerste voordracht van de cursus “Menskunde en opvoeding ” [GA 302/23] Vertaald/22, had Dr. Steiner gezegd dat de leraar kon leren hoe de geschiedenis van het latere Egypte te benaderen door de functie van de lever te bestuderen.

Dr. Steiner: Man sollte das nicht furchtbar bewußt machen. Wenn man es zu bewußt macht, dann würde man etwas Erzwungenes tun.
Ich würde das lieber dem überlassen, daß der Geschichtslehrer sich eine Kenntnis des menschlichen Organismus anschaffen soll. Dann wird er schon auf das Organ kommen, das die Stimmung gibt.
Es ist noch nicht überall genug Lebendigkeit im Unterricht darin.

Men moet er geen groot, bewust punt van maken. Als je het te bewust aanpakt, wordt het resultaat geforceerd.
Ik laat het liever aan de geschiedenisleraar over om kennis van het menselijk organisme op te doen. Hij zal dan vanzelf uitkomen bij het orgaan dat de stemming bepaalt.
<4> Er zit in nog niet genoeg vitaliteit in het onderwijs.

Blz. 20

Sie haben in den meisten Klassen Schwierigkeiten in bezug auf die Mitarbeit der Kinder. Sie sind nicht alle aufmerksam, es arbeiten nicht alle mit. Das ist etwas, was noch überwunden werden muß.
Es ist mir zum Beispiel aufgefallen, wie bei dieser Jean-Paul-Besprechung die Kinder etwas lethargisch gewesen sind.

U ervaart moeilijkheden bij de deelname van de kinderen aan de meeste lessen. Niet allemaal zijn ze aandachtig; niet iedereen doet mee. Dat is iets wat nog overwonnen moet worden.
Ik merkte bijvoorbeeld hoe lusteloos de kinderen waren tijdens die bespreking over Jean Paul.

X.: Es war immer nur dann, wenn ich zu abstrakt war, wenn ich versucht
habe, zu stark Begriffliches zu bringen. Wenn ich selbst Beispiele gebildet
habe und Ähnliches, dann waren sie ganz dabei.

X.: Dat gebeurde alleen wanneer ik te abstract was – toen ik probeerde concepten te introduceren die te zwaar waren. Telkens als ik zelf met voorbeelden kwam, of iets dergelijks, waren ze volledig betrokken.

Dr. Steiner: Es ist nötig, daß Sie nicht die Teilnahme überspannen, sondern wirklich manchmal etwas wie „Rührt euch!” eintreten lassen, ohne daß dadurch die Kinder ausarten. Und das erreicht man dadurch, daß man an bestimmten Stellen die gespannte Aufmerksamkeit so etwas entschlüpfen läßt und irgend etwas einfügt, indem man eine Kleinigkeit bespricht oder einen Spaß macht oder dergleichen. Das ist für die Kinder ungeheuer gut, wenn Sie etwas einfließen lassen, was nicht zur Stunde gehört, so daß man ein menschliches Verhältnis hineinbringt. Nicht Spaßvogel für die Klasse werden, aber ein menschliches Verhältnis entstehen lassen, das ist sehr wichtig; daß man das menschliche Verhältnis der Kinder untereinander einbezieht.

Je moet vermijden dat je hun betrokkenheid te zwaar belast; in plaats daarvan moet je ruimte bieden voor momenten van ontspanning – een soort fase van ‘even op adem komen’ – zonder dat de kinderen uit de bocht vliegen. Dit bereik je door die gespannen aandacht op bepaalde momenten wat te laten verslappen en er iets anders tussendoor te gooien: een klein detail bespreken, een grapje maken, of iets dergelijks. Het is enorm waardevol voor de kinderen als je iets in de les verweeft dat er niet direct mee te maken heeft, en zo een menselijke verbinding tot stand brengt. Je moet niet de clown van de klas worden, maar het toelaten van een menselijke verbinding is erg belangrijk – ook wat betreft de menselijke onderlinge relaties tussen de kinderen. <4>

Dr. Steiner liest einen Brief des Stadtarztes vor, worin er unter anderem
schrieb, daß die Schüler der Waldorfschule schlechte Zähne hätten.

leest een brief voor van de gemeentarts, waarin deze onder meer schreef dat de leerlingen van de Waldorf-school een slecht gebit hebben.

Dr. Steiner: Das ist ein Bluff! Das ist etwas, was nur festgestellt werden könnte, wenn man der Sache nachginge. Das ist Blech! Da müßte man feststellen, welche Kinder schlechte Zähne haben. Das müßte gemacht werden. Man hat festzustellen, wieviele Kinder schlechte Zähne haben; die gute Zähne haben, scheidet man aus. Bei denen, die schlechte Zähne haben, genau nachforschen, woher sie kommen, ob es Proletarierkinder sind; man müßte auf die Kinder das
Augenmerk lenken. Die schlechten Zähne sind wirklich auch noch davon herrührend, daß wir viele Proletarierkinder haben, weil die
 roletarier-Stadtkinder ungepflegte, schlechte Zähne haben. Haben
Sie irgendwelche Apercus nach dieser Richtung hin?

Dat is bluf! Dat is iets wat alleen vastgesteld kan worden door de zaak daadwerkelijk te onderzoeken. Het is onzin! Men zou precies moeten vaststellen welke kinderen een slecht gebit hebben. Dat is wat er moet gebeuren. Men moet nagaan hoeveel kinderen een slecht gebit hebben; degenen met een goed gebit worden buiten beschouwing gelaten. Wat betreft degenen die wel een slecht gebit hebben, moet jr precies onderzoeken waar ze vandaan komen – of het kinderen van het proletariaat zijn; op die kinderen zou de aandacht gericht moeten worden. Het slechte gebit komt werkelijk voort uit het feit dat we veel kinderen uit het proletariaat hebben, omdat kinderen van arbeiders uit de stad vaak een verwaarloosd, slecht gebit hebben. Heeft u waarnemingen in die richting?

X.: Ich habe meine Klasse untersucht. Die Zähne sind nicht besonders
schlecht. Am schlechtesten bei K., der aus Amerika kam.

X.: Ik heb mijn klas onderzocht. Het gebit is niet bijzonder slecht. Het ergste geval is K., die uit Amerika kwam.

Dr. Steiner: Daß diejenigen Kinder, die von sehr weit kommen, einen schadhaften Zahn oder mehrere haben, das ist etwas sehr Gewöhnliches. Man müßte das untersuchen auf den Sachgehalt hin dorfschule schlechte Zähne haben.

Het komt vaak voor dat kinderen die van heel ver komen, een of meer gebrekkige tanden hebben. Men zou de feiten moeten onderzoeken. Het is in ieder geval onzin om te beweren dat de kinderen van de Waldorf-school een slecht gebit hebben.

Blz. 21

Die Waldorfschule bestand nicht ganz zwei Jahre, als der Stadtphysikus sie untersuchte. Unter allen Umständen, wenn dämonische Gewalten diese Kinder zusammengetragen haben, so könnte, selbst wenn die Waldorfschule verschlechternd wirken könnte, so könnte das nicht sich zeigen. Selbst wenn man so weit gehen würde, es gäbe etwas in der Waldorfschule, was die Zähne kaputt macht — man könnte beim Eurythmiesaal, bei dem könnte man das denken —, das kann nicht in eindreiviertel Jahren sich zeigen.
Dieser Turnsaal, der ist doch etwas recht Schlimmes, das ist er schon.
Es ist offenbar der Grund, die Grundbeschaffenheit doch nicht gut; es muß etwas Modriges sein. Der Keller, der dünstet aus. Es ist vor allen Dingen ein modriger Geschmack darin. Die Eurythmie wird in andere Räume verlegt. Wie weit stehen wir mit dem Fertigwerden der neuen Räume?

De Waldorf-school bestond nog geen twee jaar toen de gemeentelijke geneesheer haar inspecteerde. Zelfs als men — onder welke omstandigheden dan ook — zou aannemen dat demonische krachten deze kinderen hadden samengebracht, zou een eventueel schadelijk effect van de school zich op dat moment nog onmogelijk kunnen manifesteren. Zelfs als men zo ver zou gaan te beweren dat er iets in de Waldorf-school was dat het gebit van de kinderen aantastte — men zou daarbij bijvoorbeeld aan de eurythmiezaal kunnen denken — dan nog zou een dergelijk effect niet binnen anderhalf tot twee jaar zichtbaar kunnen worden.
Die gymzaal is inderdaad een bijzonder slechte plek; daarover bestaat geen twijfel. De bouwkundige staat is klaarblijkelijk slecht; er moet een muffe sfeer hangen. Er stijgen dampen op uit de kelder. Bovenal hangt er een muffe geur in de lucht. De euritmielessen worden naar andere ruimtes verplaatst. Hoe ver zijn we gevorderd met de nieuwe ruimtes?

Bl. 21

Es wird berichtet.

Er wordt verslag uitgebracht.

Dr. Steiner: Im nächsten Frühjahr kommt die 11. Klasse, da brauchen wir eine Menge neuer Räume. Vor allen Dingen brauchen wir Räume, die noch mehr ausreichen für den musikalischen Unterricht; das brauchen wir wirklich. Im Grunde genommen ist das immer noch ein Surrogat, ein klägliches. Das ist eine furchtbare Sorge. Es fehlt noch etwas zu diesem Fertigwerden, was sehr wichtig ist, das Geld: zwei bis zweieinhalb Millionen. Aus dem Vermögen des Waldorfschulvereins können wir nichts dazugeben.

Komend voorjaar komt de elfde klas erbij; daarvoor hebben we een groot aantal nieuwe lokalen nodig. We hebben vooral behoefte aan lokalen die beter geschikt zijn voor muziekonderwijs; dat hebben we echt nodig. Wat we nu hebben, is in feite nog steeds een noodoplossing – en wel een erbarmelijke. Het baart grote zorgen.
Eén ding dat nog ontbreekt voor de voltooiing van het project is cruciaal: het geld – twee tot tweeënhalf miljoen. We kunnen niets bijdragen vanuit het vermogen van de Waldorfscholenvereniging.

Molt schlägt vor, die Firma solle es machen und dazu eine Hypothek beschaffen.

Molt stelt voor dat de onderneming de zaak op zich neemt en een hypotheek afsluit

Dr. Steiner: Ist das nicht, wie man in Wien sagt, gehupft wie gesprungen?

Is dat geen– zoals ze in Wenen zeggen – lood om oud ijzer?

Molt: Auch bei uns sagt man so.

Molt: Dat zeggen we hier ook.

Es wird noch über die Möglichkeit gesprochen, Geld zu beschaffen.

Er volgt een verdere bespreking over de mogelijkheden om fondsen te werven.
GA 300B/17-21
Niet vertaald

.

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3608-4001

.

.

.

.

 

 

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over pedagogie(k) GA 300A – Vergadering 26 mei 1921

.

Zie ‘het woord vooraf

Bij de gegeven antwoorden is in het Duits telkens de naam van Steiner gegeven.
Ik heb dat niet gedaan, zolang er geen verwarring kan ontstaan.
De voetnoten die in de uitgave op aparte bladzijden staan, v.a. blz. 300, heb ik direct bij het verwijzende woord toegevoegd.

In deze vergadering gaat het over:

Gezichtspunten bij de vraag of een kind mee kan naar een hogere klas <1>
Heeft de klas een slecht geheugen of pak je de dingen verkeerd aan
; levendig, tastbaar en sluitend beeld geven; generatieketting; humor <2>
Over een zeer druk, slordig kind, zittenblijven of hulpklas <3>
Kind met zwakke ogen; kinderen met problemen: o.a. dwangmatig, astma, <4>
Taal, niet-Nederlandse taal, daarin schrijven in klas 3? <5>
Getuigschrift: voor de ouders; voor het kind <6>
Vrij godsdienstonderwijs – de leraar die het geeft, los van het college; Christus het middelpunt; <7>
Oprichten euritmiegroep voor bekendmaken school? Oprichten schoolkoor? <8>
Mogen leerlingen werk van Steiner lezen? <9>

Levenskunde-techniek <10>

 

RUDOLF STEINER

.

Konferenzen mit den Lehrern der Freien Waldorfschule in Stuttgart

1919 bis 1924

Erster Band

Das erste und zweite Schuljahr

Vergaderingen met de leerkrachten van de vrije Waldorfschool in Stuttgart

Band 1

Het eerste en tweede schooljaar

Van de vergaderingen die de leerkrachten van de eerste vrijeschool in Stuttgart hielden, zijn verslagen bewaard gebleven van díe vergaderingen waarbij Rudolf Steiner aanwezig was.

Toevoegingen in blauw zijn van mij.

GA 300A

Blz. 278

Konferenz vom Donnerstag 26. Mai 1921, 20—2 Uhr

Vergadering van donderdag 26 mei 1921, 20 – 2 uur 

Dr. Steiner: Wir werden uns wohl über den Schulschluß zu unterhalten haben. Sie haben eine Anzahl von Fragen?

We moeten het hebben over het einde van het schooljaar. U heeft een aantal vragen?

X.: Die Frage, wie die Versetzung in diesem Jahr gehandhabt werden soll.
Allgemeines wegen der 10. Klasse und der folgenden. Eine Bitte um einen
Kursus über Erziehung der über Vierzehnjährigen, auch betreffend den Religionsunterricht. Weiter, was bei uns eine „bourgeoise Methode” ist, und wie
es ausgemerzt werden könnte. Eine Frage wegen des Instrumentalunterrichts.
Ob man in der 3. Klasse in den Fremdsprachen schon schreiben oder nur sprechen soll. Eine Frage betreffend Lebenskunde und soziale Erkenntnis. Eine
Frage nach dem Eurythmie-Sonderkurs. Auch wegen einer Versammlung mit
Lehrern, wegen pädagogischer Wochen und wegen eines Mitteilungsblattes.

X.: De vraag hoe de overgang naar de volgende klas dit jaar moet worden aangepakt.
Algemene zaken betreffende de tiende klas en de daaropvolgende klassen.
Een verzoek om een cursus over het onderwijs aan leerlingen ouder dan veertien, inclusief het vak godsdienstonderwijs.
Voorts de kwestie wat bij ons als een “burgerlijke methode” wordt beschouwd en hoe die zou kunnen worden weggenomen.
Een vraag over lessen in instrumentale muziek.
Of bij vreemde talen in de derde klas de nadruk moet liggen op schrijven of uitsluitend op spreken.
Een vraag over levenskunde en maatschappelijk inzicht.
Een vraag over de speciale cursus euritmie.
Ook wat betreft een bijeenkomst met
leerkrachten, pedagogische weken en een nieuwsbrief.

Dr. Steiner: Ich denke, wir werden die einzelnen Punkte absolvieren, indem wir zuerst versuchen, die Dinge zu sagen, welche die einzelnen Lehrkräfte über das vorzubringen haben, was mit der Fortsetzung und mit dem Ende des Schuljahres zusammenhängt. Dann werden wir leichter die Frage nach der Versetzung der Kinder besprechen können. Ich denke, wir beginnen bei der 9, Klasse. Ich werde die verehrten Lehrkräfte bitten, die Erfahrungen vorzubringen, die sie auf den Schluß des Schuljahres vorzubringen haben.
Es wird über jede einzelne Klasse gesprochen, zuerst über die 9.

Ik stel voor dat we de afzonderlijke punten behandelen door eerst te horen wat de verschillende leerkrachten te zeggen hebben over het verloop en de afronding
van het schooljaar. Daarna zullen we beter in staat zijn de kwestie van de overgang van de kinderen naar de volgende klas te bespreken.
Ik stel voor dat we beginnen met de negende klas. Ik wil de gewaardeerde leerkrachten vragen hun ervaringen en waarnemingen te delen met betrekking tot het einde van het schooljaar.
Elke klas wordt afzonderlijk besproken, te beginnen met de negende.

Dr. Steiner: Ich war darin bei der Jean Paul-Besprechung. Sind Sie zufrieden mit der Art, wie die Kinder teilnehmen?
Was ist in der Eurythmie zu sagen? Der eine Lethargische, der U. A., ist nicht wirklich lethargisch; der macht nur einen lethargischen Eindruck.
Falls eine 10. Klasse zu errichten sein würde, so würden alle Schüler
aufzusteigen haben.
Nun kommen wir zur 8. Klasse. Sind da Schüler, die in Betracht kommen als so schwach, daß man sie zurücklassen soll?

Dat heb ik waargenomen tijdens de bespreking over Jean Paul. Bent u
tevreden over de manier waarop de kinderen deelnemen?
<1> Wat valt er te zeggen over de euritmie? Eén lusteloze leerling – U.A. –
is niet echt lusteloos; hij wekt slechts die indruk.
Als er een tiende klas zou worden opgericht, zouden alle leerlingen
moeten overgaan.
Laten we nu naar de achtste klas kijken. Zijn er leerlingen die
misschien als zo zwak worden beschouwd dat ze zouden moeten blijven zitten?

X.: Es wäre bei H. K. zu überlegen, ob er nicht in einer tieferen Klasse besser
vorwärtskommt.

X.: Wat H.K. betreft, zou het de moeite waard kunnen zijn om te overwegen of hij in een lagere klas betere vorderingen zou maken.

Dr. Steiner: Meinem Eindruck nach müßte er nicht zurückbleiben.
Ist es einer von denen, die in bestimmten Fächern mehr zurück sind?

Ik heb de indruk dat hij niet hoeft te blijven zitten.
Behoort hij tot de leerlingen die bij bepaalde vakken achterblijven?

X.: Er schläft förmlich ein.

X.: Hij valt bijna in slaap.

Dr. Steiner: Er ist physisch schwach. Er war bei der Quäkerspeisung.

Hij is fysiek zwak. Hij heeft deelgenomen aan het voedselprogramma van de Quakers.

X.: Es sind so schlimme häusliche Verhältnisse.

X.: Zijn thuissituatie is erg slecht.

Blz. 279

Dr. Steiner: Es fragt sich in einem solchen Fall, ob Sie glauben, daß er im nächsten Jahre in der 9. Klasse stören wird, oder ob man ihn unter Umständen doch wird mitbringen können. Wenn solche Verhältnisse vorliegen, ist solch ein Schock nicht gerade das Wünschenswerte.

In een geval als dit is de vraag of u verwacht dat hij volgend jaar in de negende klas voor onrust zal zorgen, of dat het wellicht toch mogelijk is hem mee te laten gaan. Onder dergelijke omstandigheden is een dergelijke schok nauwelijks wenselijk.

X.: Ich glaube nicht, daß er stören wird.

X.: Ik geloof niet dat hij voor onrust zal zorgen.

Dr. Steiner: Ist in der Eurythmie etwas zu gewinnen aus ihm?

Is er bij euritmie iets met hem te bereiken?

Eine Eurythmielehrerin: Er strengt sich an. — Der P. R. ist verwachsen, soll
man ihn einzeln vornehmen?

Een euritmiedocent: Hij doet zijn best. — P. R. heeft een ontwikkelingsachterstand; moeten we individueel met hem werken?

Dr. Steiner: Haben wir eine gewisse Anzahl solcher Kinder durch die
verschiedenen Klassen durch? Man muß, so gut man kann, mit den
Kindern innerhalb derselben Gruppe fertig werden. Es geht nicht an,
daß man den P. R. absondert. Ist sprachlich etwas zu sagen?
Der H. K. bliebe zu bedenken. Ich glaube doch, daß es kaum zweifelhaft sein kann, daß wir diesen in die 9. Klasse hinaufnehmen. Ich werde vielleicht morgen oder übermorgen in die Klasse kommen. Wir müssen den Hilfsunterricht haben. Daran müssen wir denken. In einer niedrigeren Klasse würden solche Schüler ebenso stören.

Hebben we vaker met dit soort kinderen in de verschillende klassen te maken? Men moet zien rond te komen met de kinderen die in dezelfde groep zitten, zo goed en zo kwaad als dat gaat. Het is niet haalbaar om P. R. te isoleren. Is er iets te zeggen over de spraak?
We moeten ook nog naar H. K. kijken. Ik denk dat er weinig twijfel over kan bestaan ​​dat we hem naar de negende klas moeten laten overgaan. Misschien bezoek ik de klas morgen of overmorgen. We moeten zorgen voor remedial teaching; dat moeten we in gedachten houden. Dergelijke leerlingen zouden in een lagere klas net zo goed voor onrust zorgen. <1

X.: Die Kinder in meiner 6. Klasse haben ein schlechtes Gedächtnis. Es muß
ein Fehler im Unterricht sein.

<2> X.: De kinderen in mijn zesde klas hebben een slecht geheugen. Er moet iets mis zijn met het onderwijs.

Dr. Steiner: Man kann nicht sagen, das Gedächtnis aller Kinder sei
schwach.

Je kunt niet zeggen dat het geheugen van alle kinderen zwak is.

X.: Die Kinder haben die Dinge nicht behalten. Sie haben keine klaren Bildei,
zum Beispiel von Ägypten.

X.: De kinderen hebben de leerstof niet onthouden. Ze hebben geen helder voorstellingsvermogen – van Egypte bijvoorbeeld.

Dr. Steiner: Auf welche Weise versuchen Sie die bildliche Vorstellung beizubringen ?

Hoe pak je het overbrengen van die voorstellingen aan?

Es wird vom Geographieunterricht berichtet.

Er wordt verslag uitgebracht over de aardrijkskundeles.

Dr. Steiner: An die Pyramiden und Obelisken erinnern die Kinder sich. Sie müssen sich dabei fragen, ob Sie wirklich alles im einzelnen gemacht haben, um allen Kindern ein Bild beizubringen von der wirklichen Lage Ägyptens, so daß das Kind nicht Lücken hat im Vorstellen, wenn es auf Ägypten kommen soll. Wenn man Ägypten bloß heraushebt, und es keine Vorstellungen hat, wie es von hier aus nach Ägypten käme, wenn es kein plastisches Bild hat, dann ist es
sehr leicht möglich, daß das Gedächtnis aussetzt. Vielleicht muß man darauf achten, daß alle Einzelheiten getan sind, damit die Kinder eine völlig plastische Vorstellung und eine lückenlose Vorstellung haben von der Lage Ägyptens in bezug auf den eigenen Ort.

De kinderen herinneren zich de piramides en obelisken wel. Je moet je afvragen of je er werkelijk alles aan hebt gedaan om alle kinderen een beeld te geven van de daadwerkelijke ligging van Egypte – zodat een kind geen hiaten in zijn voorstelling heeft wanneer het onderwerp Egypte ter sprake komt. Als je Egypte eruit licht zonder dat de kinderen enig idee hebben hoe ze er vanuit hier kunnen komen – zonder een levendig, tastbaar beeld – dan kan hun geheugen ze heel gemakkelijk in de steek laten. Misschien moet je ervoor zorgen dat elk detail aan bod komt, zodat de kinderen een volkomen levendig, tastbaar en sluitend beeld hebben van de ligging van Egypte ten opzichte van hun eigen woonplaats.

Blz. 280

Das Kind wird etwas wissen von Pyramiden und Obelisken, aber nicht weiß es, daß sie in Ägypten sind. Es ist sehr zu überlegen, ob wirklich alle diese Dinge, die zu geschlossenen Vorstellungen führen, gemacht werden. Lassen Sie die Kinder nur Afrika zeichnen? Vielleicht sollte man immer zur Spezialkarte noch etwa eine europäische oder sonst eine zeichnen lassen, die einen Überblick und den Zusammenhang verschafft.

Het kind weet misschien wel iets over piramides en obelisken, maar beseft niet dat ze zich in Egypte bevinden. Het is zeker de moeite waard om te overwegen of alle activiteiten die leiden tot het vormen van volledige, samenhangende voorstellingsbeelden, ook daadwerkelijk worden uitgevoerd. Laat u de kinderen enkel Afrika tekenen? Misschien zou men hen, naast een gespecialiseerde kaart, ook een kaart van Europa – of een andere regio – moeten laten tekenen die een overzicht biedt en de bredere context zichtbaar maakt.

X..- Ich habe gefragt, in welcher Himmelsrichtung sie Ägypten suchen würden.

X…: Ik vroeg in welke richting ze Egypte zouden zoeken.

Dr. Steiner: Vielleicht muß man die Städte suchen, über die man kommt, wenn man von hier nach Ägypten geht. Diese Art von Gedächtnisfehlern rührt her von irgendwelchen Lücken im übrigen Vorstellungserwerb. Wenn die Kinder geschlossene Vorstellungen kriegen, dann ist es ganz zweifellos, daß das Gedächtnis besser wird.
Das war bei Herrn Ö. nicht der Fall. Die Kinder waren interessiert.
Sie haben alles verstanden, waren enthusiasmiert. Sie haben sich aber nichts gemerkt, weil er die Dinge heraushob und nicht größere Zusammenhänge gab. Größere Zusammenhänge herstellen, das ist eine gute Art von Gedächtnispflege.
Das gilt in der verschiedensten Weise für verschiedene Unterrichtszweige. Es gilt vor allem für solche Dinge wie Geographie, es gilt auch für gewisse naturgeschichtliche Dinge. Für Geschichte, natürlich, da gilt es ganz besonders. Bei der Geschichte ist es wichtig, daß auf jede mögliche Weise gesucht werden muß, den Kindern konkrete Vorstellungen zu geben.

Misschien moet men kijken naar de steden die men passeert tijdens de reis van hier naar Egypte. Dit soort geheugenhiaat komt voort uit leemten in het totale proces van beeldvorming. Wanneer kinderen samenhangende voorstellingsbeelden opbouwen, verbetert hun geheugen ongetwijfeld. Dat was bij de heer Ö niet het geval. De kinderen waren geïnteresseerd; ze begrepen alles en waren enthousiast. Toch bleef er niets van hangen, omdat hij specifieke details isoleerde zonder de bredere context te schetsen. Het leggen van bredere verbanden is een uitstekende manier om het geheugen te ontwikkelen.
Dit geldt op verschillende manieren voor uiteenlopende vakken. Het geldt vooral voor aardrijkskunde, en ook voor bepaalde aspecten van de natuurkunde. En natuurlijk is het in het bijzonder van belang bij geschiedenis. Bij geschiedenis is het cruciaal om naar elke mogelijke manier te zoeken om kinderen concrete voorstellingsbeelden te bieden.

Wenn man so etwas bespricht wie die Perserkriege, würde ich niemals versäumen, wenigstens wo wichtige Knotenpunkte sind, irgend jemand herauszuheben. Heute haben Sie den athenischen Läufer gehabt: ich würde niemals versäumen, den Kindern eine recht anschauliche Vorstellung zu verschaffen, wie lange es her ist, daß ein solcher Mensch gelebt hat, zum Beispiel die Generationen nachrechnen zu lassen: Großvater und Sohn und so weiter. Ich würde die Reihe konstruieren bis herauf zum athenischen Läufer. Es würden sich ergeben 55 bis 56 hintereinanderstehende Menschen. Die Kinder bekommen dadurch eine Vorstellung, wie lange die Zeitlinie hinaufgeht. Ich würde fragen, welcher ist Zeitgenosse des Mysteriums von Golgatha? Solche Vorstellungen zu Hilfe nehmen, und darauf ruhen lassen die Kinder. Man redet von Ägypten und will ihnen beibringen, wie sie von Stuttgart nach Ägypten kommen. Man hält in Venedig, dann versucht man ein bißchen abzurücken vom
 Thema und einen Witz zu machen, was auf Venedig Bezug hat.

Wanneer ik iets als de Perzische Oorlogen besprak, liet ik nooit na – althans op cruciale keerpunten – een specifiek persoon eruit te lichten. Vandaag was dat bijvoorbeeld de Atheense hardloper; ik zorgde er altijd voor dat de kinderen een levendig beeld kregen van hoe lang geleden zo iemand leefde – bijvoorbeeld door ze de generaties te laten uitrekenen: grootvader, zoon, enzovoort. Ik zette dan de reeks uit die helemaal terugleidde tot die Atheense hardloper. Dat leverde een rij op van 55 of 56 mensen die achter elkaar stonden. Zo kregen de kinderen een besef van de tijdsspanne. Ik vroeg dan: “Wie was een tijdgenoot van het Mysterie van Golgotha?” Men moet dergelijke begrippen gebruiken en de kinderen erbij laten stilstaan. Stel dat men over Egypte spreekt en wil uitleggen hoe men daar vanuit Stuttgart komt: men zou halt kunnen houden in Venetië en vervolgens even van het onderwerp afwijken om een ​​grapje te vertellen dat met Venetië te maken heeft.

Blz. 281 

Es muß Humor in den Unterricht hinein, sonst leidet auch das Gedächtnis.

Humor moet in de lessen worden gebracht; anders lijdt ook het geheugen daaronder. <2>

X. spricht über einige schwach befähigte Kinder in der 6a, besonders über
W. G. Er ist übersanguinisch, daß er beinah närrisch ist. Er schreibt die Buchstaben nicht zusammen, ein Wort nicht zu Ende. Er sagt, was ihm einfällt.

<3> X. spreekt over enkele kinderen met beperkte vaardigheden in klas 6a, met name W. G. Hij is zo buitensporig sanguinisch dat het aan het dwaze grenst. Hij verbindt zijn letters niet met elkaar en maakt woorden niet af. Hij flapt eruit wat er in hem opkomt.

Dr. Steiner: Das ist ein seelisch nicht so altes Kind. Er ist seelisch auf der Stufe von acht oder sieben Jahren. Nun ist es bei ihm so, daß er sich nicht sehr viel daraus machen würde, wenn man ihn zurückläßt.
Es würde sich darum handeln, wie wir uns prinzipiell zur Versetzungsfrage verhalten. Dieser W. G. wäre einer, der dafür in Betracht kommen würde. Es würde ihm gut tun, den Stoff zweimal hintereinander durchzunehmen. Wir werden die Frage prinzipiell erörtern.

Dat is een kind dat qua ziel nog niet zo rijp is. Op zielsniveau bevindt hij zich op het niveau van een zeven- of achtjarige. Het punt is: hij zou het niet erg vinden om te blijven zitten.
Het is een kwestie van onze algemene houding ten aanzien van overgang naar een volgende klas. Deze W. G. is iemand die daarvoor in aanmerking zou komen. Het zou hem goed doen om de lesstof twee keer achter elkaar te doorlopen. We zullen deze kwestie principieel bespreken.

X.: Ich würde ihn sehr ungern abgeben.

X.: Ik zou hem met grote tegenzin afstaan.

Dr. Steiner: Er wäre der einzige von denen, die Sie genannt haben.
Den E. W. könnte man in die Hilfsklasse geben.

Hij zou de enige zijn van degenen die u noemde.
E. W. zou in de klas voor speciaal onderwijs geplaatst kunnen worden.

X.: Mehrere können noch nicht richtig schreiben.

X.: Verscheidene anderen kunnen nog steeds niet goed schrijven.

Dr. Steiner: Alle diese würden nur in die Hilfsklasse kommen. W. E. ist ein ausgesprochener Kandidat der Hilfsklasse. Er kann seine Gedanken nicht orientieren. Wie ist er musikalisch? Die Mehrzahl wird musikalisch sein. Er wird auch im Handfertigkeitsunterricht nicht besonders tüchtig sein. W. E. wird durch lebhafte Farben hypnotisiert sein.
Wir müssen die Einrichtung eines Hilfsunterrichts in Betracht ziehen.
Über einige Kinder in der 5. Klasse, besonders über E. E.

Die zouden alleen geschikt zijn voor de klas voor buitengewoon onderwijs. W. E. is absoluut een kandidaat voor de klas voor buitengewoon onderwijs. Hij kan
zijn gedachten niet ordenen. Hoe is hij muzikaal gezien? De meerderheid zal muzikaal zijn. Hij zal ook niet bijzonder vaardig zijn in handarbeid. W. E. zal gefascineerd zijn door felle kleuren.
We moeten overwegen om speciaal remediërend onderwijs op te zetten.
Wat betreft enkele kinderen in de vijfde klas, met name E. E.

X.: Er kommt nicht mit. In den Sprachen ist er begabt. Er ist schlau, gerissen.

X.: Hij kan niet meekomen. Hij is begaafd in talen. Hij is scherpzinnig, sluw.

Dr. Steiner: Man müßte mit möglichster Berücksichtigung seiner Individualität ihn ab und zu beschäftigen, ihn anreden. Dann muß man das variieren, sich immer wieder speziell mit ihm beschäftigen.

Men zou hem bezig moeten houden en af ​​en toe moeten aanspreken, waarbij men de grootst mogelijke aandacht heeft voor zijn individualiteit. Vervolgens
moet men deze aanpak variëren en specifiek met hem in contact blijven.

X.: Sollte er nicht in die Hilfsklasse kommen?

X.: Zou hij niet in de hulpklas geplaatst moeten worden?

Dr. Steiner: Was soll er in der Hilfsklasse machen? Er ist ein leidenschaftlicher Zwickel. Es würde auf ihn einen tieferen Eindruck machen, wenn man ihn ein Paar Schuhe machen läßt. Man müßte so etwas schaffen, daß er Nägel einschlägt und Schuhe machen kann. Richtige Stiefel für jemand anderen. Man müßte den E. im Handarbeitsunterricht Schuhe machen lassen: das wäre schon etwas.

Wat zou hij in de hulpklas moeten doen? Hij is een enthousiaste
schoenmaker. Het zou een diepere indruk op hem maken als hij een paar schoenen zou mogen maken. Men zou het zo moeten regelen dat hij spijkers kan inslaan en schoenen kan maken. Echte laarzen voor iemand anders. Men zou E. schoenen moeten laten maken tijdens de handarbeidles: dat zou pas iets zijn.

Bzl. 282

Das wird ihm Spaß machen, besohlen, Doppelsohlen machen.

Hij zal daarvan genieten – zolen aanbrengen, dubbele zolen maken. <3>

Über die 4. Klasse.

Wat betreft de vierde klas.

Dr. Steiner: Ich war in der Klasse, und ich muß sagen, die ist recht, mit Ausnahme von drei oder vier, die werden aber dann das, was sie nicht können, schnell nachholen. Im Rechnen sind einige schwächer, andere sehr gut. Ich meine, es ist eine Klasse, die ein wenig unter dem gelitten hat, daß sie drei aufeinanderfolgende Lehrkräfte hatte.
Die Klasse nimmt man glatt in die 5. hinauf. Die vorige Lehrerin konnte außerordentlich gut Disziplin halten, sie war, was man in bourgeoisen Schulen ,,streng” nennt. Die Kinder hatten sie sehr gern. Dann kamen Sie. Heute war eine musterhafte Disziplin.

Ik ben in de klas geweest en ik moet zeggen dat het een goede klas is – op drie of vier leerlingen na, al zullen zij snel inhalen wat ze missen. Wat rekenen betreft zijn sommigen zwakker, anderen erg goed. Ik zou zeggen dat het een klas is die er wat onder heeft geleden dat ze drie opeenvolgende leerkrachten heeft gehad.
De klas kan zonder problemen overgaan naar de vijfde klas. De vorige leerkracht
was uitzonderlijk goed in het handhaven van discipline; ze was wat mensen op burgerlijke scholen ‘streng’ noemen. De kinderen waren erg op haar gesteld. Toen nam u het over. Vandaag was de discipline voorbeeldig.

X.: Ich habe mich in den Ruf der Strenge gesetzt.

X.: Ik heb de reputatie streng te zijn.

Dr. Steiner: Den Erfolg werden Sie erst sehen, wenn Sie sie längere
Zeit haben.
L. H. hat wohl schwache Augen: die Augenachsen paralleler machen! Sie konvergieren zu stark. Versuchen Sie, ihn zu gewöhnen, ein klein wenig, so viel wie ein halber Zeigefinger, das Buch weiter weg halten zu lassen, als er es gewohnt ist. Die Sehachsenkreuzung etwas vom Gesicht wegschieben.
Der B. E. ist mir aufgefallen, der ist an einem Tage aufgewacht.
Die Kinder waren ganz erstaunt darüber, daß B. etwas sagt.

De resultaten zul je pas zien als je ze gedurende langere tijd onder je hoede hebt gehad.
<4> L. H. lijkt zwakke ogen te hebben – zijn oogassen moeten meer evenwijdig lopen! Ze convergeren te sterk. Probeer hem eraan te wennen het boek iets verder weg te houden dan hij gewend is –ongeveer de breedte van een halve wijsvinger. Verleg het punt waar de gezichtslijnen elkaar kruisen iets verder van zijn gezicht af.
B. E. viel me op; hij leek op een dag plotseling wakker te worden.

De kinderen waren behoorlijk verbaasd om B. iets te horen zeggen.

X.: Die Mutter ist besorgt, der M. I. habe etwas vom Vater übernommen.

X.: De moeder maakt zich zorgen dat M.I. iets van zijn vader heeft geërfd.

Dr. Steiner: Er hat einen Anflug von kindischem Wesen. Er ist offenbar ein Preuße, ein kleiner. Er ist nicht eigentlich pathologisch. Wenn Sie wollen, können Sie es schwach pathologisch nennen. Er ist in Berlin geboren; er hat durch die Sprache etwas Süßliches bekommen. Wenn er eine gute Führung hat, so kann er ganz normal werden.

Hij heeft iets kinderlijks over zich. Hij is duidelijk een Pruis – een kleintje. Hij is niet echt pathologisch. Zo u wilt, zou men het licht pathologisch kunnen noemen. Hij is in Berlijn geboren; zijn manier van spreken heeft iets zoetsappigs. Met goede begeleiding kan hij volkomen normaal worden.

X.: Er legt sich eine Statistik der elektrischen Bahnen an; er hält sich abseits.

X.: Hij stelt statistieken op over elektrische spoorwegen; hij houdt zich afzijdig.

Dr. Steiner: Man muß ihn liebevoll führen. Das einzig Bedenkliche ist die Statistik der Tramways. Man muß versuchen, ihm ein anderes Interesse beizubringen, ihm dies abzugewöhnen. Er soll deutsch schreiben lernen.
Sie haben in der 2. Klasse einzelne Schüler, die sehr gut sind. Bei Ihnen ist die Schwierigkeit, daß die Klasse eine solche Größe hat.
Die pathologischen Kinder G., H. N. und M. H. müssen auch in die
Hilfsklasse.

Hij moet met liefde worden begeleid. Het enige zorgwekkende punt is die tramstatistiek. U moet proberen zijn interesse op iets anders te richten en hem deze gewoonte af te leren. Hij moet Duits leren schrijven.

U heeft enkele zeer goede leerlingen in de tweede klas. De moeilijkheid voor u is de grootte van de klas.

De pathologische kinderen G., H.N. en M.H. moeten ook in de klas voor speciaal onderwijs worden geplaatst.

Blz. 283

Der B. R. ist nicht ganz normal. Er müßte nachmittags eine besondere Unterstützung kriegen. Das ist schwierig bei einzelnen Ihrer Kinder. Er hat ein zu kleines Gehirn, der B. R. Man braucht ihn nur anzuschauen. Es ist kleiner geblieben, als es sein sollte. Man muß versuchen, doch diese Eigenschaft bei ihm zu bekämpfen. Er hat die Unmöglichkeit, ganz mit vollem Anteil aufzupassen. Man muß ihn öfter aufrufen und öfter auf dem Korridor und auf der Straße mit ihm allerhand reden, wobei er beim Zuhören etwas denken muß. Es ist die Mutter ebenso wie er.

B. R. is niet helemaal normaal. Hij zou ’s middags extra begeleiding moeten krijgen. Dit is bij sommige van uw kinderen een uitdaging. B. R. heeft een te kleine hersenomvang; dat zie je zo aan hem. Het is kleiner gebleven dan het zou moeten zijn. We moeten proberen deze eigenschap bij hem tegen te gaan. Hij is niet in staat om met volle aandacht ergens bij te blijven. Hij moet vaak worden aangesproken, en men moet regelmatig met hem praten – in de gang of op straat – over allerlei zaken die van hem vragen dat hij tijdens het luisteren ook nadenkt. Zijn moeder is net zo. <4>

X.: Manche haben in der 1. Klasse schon neue Zähne, manche noch nicht.

X.: Sommige kinderen in de eerste klas hebben hun nieuwe tanden al, andere nog niet.

Dr. Steiner: Fertig gezahnt kann kein Kind in der 1. Klasse haben, das geschieht erst im achten Jahr. Es handelt sich in bezug auf das Schulalter nur darum, ob sie schon angefangen haben zu zahnen.
Der O. Nr. käme auch für die Hilfsklasse in Betracht. Er kehrt die Worte um. Man kann ihn eine Zeitlang in der Hilfsklasse haben, wo man jedes Kind individuell behandelt.

Geen enkel kind in de eerste klas heeft al een volledig blijvend gebit; dat gebeurt pas in het achtste levensjaar. Wat de schoolleeftijd betreft, gaat het er alleen om of het wisselen van de tanden al is begonnen.
Ook O. Nr. zou in aanmerking komen voor de klas voor kinderen met speciale behoeften. Hij haalt woorden door elkaar. Hij zou enige tijd in die klas kunnen doorbrengen, waar elk kind individuele aandacht krijgt.

X. über T. M.

X. over T. M.

Dr. Steiner: Das Pathologische ist bei T. M. weniger stark, er ist
schon gesünder.

Bij T. M. is het pathologische aspect minder uitgesproken; hij is gezonder.

X.: Er hat asthmatische Anfälle in der Nacht.

X.: Hij heeft ’s nachts last van astma-aanvallen.

Dr. Steiner: Mit mäßiger Menge von Arsen behandeln in Form von
Levicowasser. Eine Unregelmäßigkeit des astralischen Leibes ist bei
diesem Jungen, den könnte man physisch kurieren. In der Woche
zweimal, verdünnen, ein Viertel Trinkglas mit Wasser gemischt.
Dann würden Sie alle Schüler hinaufnehmen in die 2. Klasse.

Behandel hem met een matige hoeveelheid arseen in de vorm van
Levico-water. Er is sprake van een onregelmatigheid in het astrale lichaam van
deze jongen; hij zou fysiek genezen kunnen worden. Twee keer per week – verdund, gemengd met water in een kwart drinkglas.
Vervolgens zou u alle leerlingen naar de tweede klas laten overgaan.

X. fragt nach F. O. in der bisherigen Klasse la.

X. vraagt ​​naar F. O., die momenteel in klas 1a zit.

Dr. Steiner: Er sollte durch die Hilfsklasse gefördert werden, daß er in die bisherige 2. Klasse, künftige 3. Klasse kommen könnte.
Jetzt wären wir wohl mit den einzelnen Klassen zu Ende.
Es wird über den Sprachunterricht berichtet.

Hij moet via de remedial teaching worden ondersteund, zodat hij kan doorstromen naar wat nu de tweede klas is – de toekomstige derde klas.
We zijn nu waarschijnlijk klaar met de individuele klassen. <4>
Er wordt verslag uitgebracht over het taalonderwijs.

Dr. Steiner: Man kann versuchen, durch die Gruppenabteilung etwas zu erreichen. Wir können sie in Gruppen zusammenbringen, so daß
wir diejenigen mit gleichen Kenntnissen und Fähigkeiten beisammen
haben.

Men kan proberen iets te bereiken door middel van groepering. We kunnen hen in groepen samenbrengen, zodat leerlingen met vergelijkbare kennis en vaardigheden bij elkaar zitten.

X.: Ich glaube, es wäre gut, in der 6. Klasse etwas Gedrucktes zu lesen.

<5> X.: Het lijkt me goed om in de zesde klas teksten in drukletter te lezen.

Blz. 284

Dr. Steiner: Wie alt sind die Schüler? Man müßte eine mäßig große Erzählung heraussuchen. Man müßte eine Erzählung finden, eine Novelle, etwas, was Substanz hat, nichts Oberflächliches. Es wäre möglich, so etwas wie ein historisches Stück zu lesen aus Mignet. Da lernen sie auch sehr viel daran.
Den Sprachunterricht werden wir neu gliedern müssen. Da ist es auch so, daß man die Schüler so schwer befriedigen kann. Beim Sprachunterricht muß man die Schüler viel fragen, da herrscht die Ansicht, daß die Schüler unzufrieden sind. Lernen tun sie am meisten ander Lektüre. Viel Hilfe ist das Sich-Hineinfinden in eine zusammenhängende Lektüre. Das Auswendiglernen ist nur ein Hilfsmittel. Man geht Satz für Satz vor. Bei den Kleinen immer sprechen.

Hoe oud zijn de leerlingen? We zouden een verhaal van behoorlijke omvang moeten kiezen – een verhaal of een novelle, iets met inhoud, niets oppervlakkigs. Het zou mogelijk zijn om bijvoorbeeld een historisch verslag van Mignet te lezen; daar leren ze ook veel van.
We zullen de taallessen moeten herstructureren. Het is vaak lastig om de leerlingen op dit vlak tevreden te stellen. Taalonderwijs vereist dat je de leerlingen veel vragen stelt, en de heersende opvatting is dat leerlingen ontevreden zijn. Ze leren het meeste door te lezen. Zich verdiepen in een doorlopende tekst helpt enorm. Uit het hoofd leren is slechts een hulpmiddel. Je gaat zin voor zin te werk. Bij de jongere leerlingen moet de nadruk altijd op het spreken liggen.

X.: Soll man in der 3. Klasse in den Fremdsprachen auch schreiben?

X.: Moeten leerlingen in de derde klas ook schrijfoefeningen in vreemde talen doen?

Dr. Steiner: Man kann anfangen, kurze und leichte Sätze zu schreiben, die einen einfachen Gedanken ausdrücken.

Je kunt beginnen met het schrijven van korte, eenvoudige zinnen die een heldere gedachte uitdrukken. <5>

X. fragt, ob man drei Lieder von Dr. Steiner als Chor drucken lassen darf.

X. vraagt ​​of drie liederen van Dr. Steiner gedrukt mogen worden voor koorgebruik.

Dr. Steiner: Diese Chorlieder können Sie ruhig dem Dornacher Verlag übergeben, die werden viel gekauft werden.

Je kunt die koorliederen gerust aan de uitgeverij in Dornach overhandigen; ze zullen heel goed verkopen.

X.: Können wir daraufrechnen, Texte zu bekommen für Kinder?

X.: Kunnen we rekenen op teksten voor kinderen?

Dr. Steiner: Es ist jetzt eine Sache da, die ist aber für jüngste Kinder.
Das Frühlingslied.
Der Instrumentalunterricht würde nur ein Surrogat sein können. Das
müssen wir vorläufig lassen.

Er is nu echter één ding dat voor de jongste kinderen bestemd is.
Het lentelied.
Instrumentaal muziekonderwijs zou slechts een surrogaat kunnen zijn. Dat
moeten we voorlopig terzijde laten.

X.: Ich habe einiges aus der Heileurythmie verwendet. Soll ich so fortfahren?

X.: Ik heb gebruikgemaakt van enkele elementen van de euritmie-therapie. Moet ik op deze manier doorgaan?

Dr. Steiner: Was ich heute gesehen habe, hat mich ganz gut befriedigt.
In der 5. Klasse sind viele Buben, die könnten Turnunterricht bekommen. Das wäre unser Schulprogramm, daß es eine Stunde schon wäre. Wir werden es auch vergeistigen, sobald wir es machen können.

Wat ik vandaag zag, stemde mij zeer tevreden.
Er zitten veel jongens in de vijfde klas; zij zouden gymnastiekles kunnen krijgen. Ons schoolprogramma voorziet daarin in een lesuur. We zullen dit ook gaan vergeestelijken zodra we daartoe in staat zijn.

X.: In der 9. Klasse ist angefangen worden zu modellieren.

X.: In de negende klas is men begonnen met boetseren.

Dr. Steiner: Was ich gesehen habe, hat mich befriedigt.
Nun möchte ich Sie fragen, ob wir die Zeugnisse wieder so ausstellen wie im vorigen Jahr. Es ist eine gute Art, die Zeugnisse so auszustellen. Genau so, wie im vorigen Jahr.

Wat ik zag, was bevredigend.
<6> Nu wil ik graag vragen of we de rapporten op dezelfde wijze moeten uitreiken als vorig jaar. Het is een goede manier van rapportuitreiking — precies zoals vorig jaar.

X.: Wir haben sie optimistisch gehalten.

X.: We hebben de toon ervan optimistisch gehouden.

Dr. Steiner: Es handelt sich darum, daß man die Sätze richtig faßt. Wenn man nicht gut individualisiert, was schwierig ist, dann wird man, wenn man die Sätze zu streng formuliert, sehr viele zurückstoßen. Es würde sich schon darum handeln, wenn jemand ein großer Nichtsnutz ist, daß man schreibt, es wäre dringend zu wünschen, daß er im nächsten Jahr sich zusammennähme. In der Formulierung würde manches liegen. Auch Mängel positiv ausdrücken, aber in
bezug auf die Formulierung streng sein.
Da sind wir einig, daß wir die Zeugnisse ausstellen wie im vorigen Jahr. Ein möglichst treues Bild. Unten wiederum für jedes Kind einen Spruch ins Zeugnis, der für die Individualität des Kindes richtunggebend sein kann, als Leitmotiv für die Zukunft. Nun würde ich doch gerne haben, da das Kind dieses Zeugnis behält, daß auf jedem Zeugnis alle Lehrer unterschreiben, die tätig waren an dem Kinde.
Gerne würde ich haben wollen, daß jedes Kind alle Unterschriften hat. Es ist nicht unbedeutend, daß die Kinder alle Unterschriften haben von den Lehrern, die an dem Kinde gearbeitet haben. Es soll der Name des Klassenlehrers daraufstehen und dabei auch stehen „Klassenlehrer”, so daß das Kind weiß: zu dem gehört es; und die anderen stehen darunter. Es wäre gut, wenn der Lehrer selbst den Text schreibt, der Klassenlehrer den längsten, und jeder andere Lehrer eine kurze Bemerkung.

Het komt erop aan de uitspraken juist te formuleren. Als men niet goed individualiseert – wat lastig is – en als men de uitspraken te streng formuleert, vervreemdt men zich van heel veel mensen. Het doel zou bijvoorbeeld moeten zijn dat, wanneer iemand een notoire nietsnut is, men schrijft dat het dringend te hopen valt dat hij zich in het komende jaar zal herpakken. Veel hangt af van de formulering. Zelfs tekortkomingen moeten positief worden verwoord, al moet men wel streng zijn wat de formulering betreft.
We zijn het erover eens dat we de getuigschriften op dezelfde manier zullen uitreiken als vorig jaar: door een zo waarheidsgetrouw mogelijk beeld te schetsen. Onderaan het getuigschrift van elk kind moet opnieuw een spreuk staan ​​die als leidraad voor de individualiteit van het kind kan dienen – een leidend thema voor de toekomst. Aangezien het kind dit getuigschrift behoudt,
wil ik graag dat elke leerkracht die met het kind heeft gewerkt, het ondertekent. Ik wil dat elk kind over alle handtekeningen beschikt. Het is van betekenis voor de kinderen om de handtekeningen te hebben van alle leerkrachten die met hen
hebben gewerkt. De naam van de klassenleerkracht moet erbij staan, aangeduid als “Klassenleerkracht”, zodat het kind weet: “Bij diegene hoor ik”; de anderen moeten daaronder worden vermeld. Het zou goed zijn als de leerkrachten de tekst zelf schrijven – waarbij de klassenleerkracht het langste gedeelte
schrijft en elke andere leerkracht een korte opmerking toevoegt. <6>

Zur Frage der Versetzung.

Wat betreft de overplaatsing:

Dr. Steiner: Es blieben eigentlich diese beiden Geschwister P., und
dann wäre sonst fast niemand, nur der F. Die H. M. kann auch in die
Hilfsklasse kommen. Die anderen würden wir mitnehmen.
Jetzt kommt die Frage der Hilfsklasse. Es wird sich darum handeln, ob wir eine Lehrkraft brauchen. Dr. Schubert sollte sie übernehmen.
Es wird die Liste der Lehrer aufgestellt, die den Hauptunterricht erteilen.

In feite zijn alleen de twee P.-kinderen nog over, en
verder nauwelijks iemand anders – alleen F. H. M. zou ook in de
bijzondere klas geplaatst kunnen worden. De anderen zouden we erbij nemen.
Nu rijst de vraag over de bijzondere klas. Het zal ervan afhangen of we daarvoor een leerkracht nodig hebben. Dr. Schubert zou die taak op zich nemen.
Er wordt een lijst opgesteld van de leerkrachten die de hoofdlessen zullen verzorgen.

Dr. Steiner: Wie wäre es, wenn man den Dr. Schwebsch aus Berlin
herbeorderte? Er soll am 11. Juni herkommen.
Wir bekommen im Herbst Fräulein Dr. Röschl für Latein und Griechisch, das wird natürlich eine sehr gute Zuwachskraft sein. — Nun brauchen wir noch eine Verbesserung, eine neue Kraft für die neueren Sprachen, und wenn es der junge Englert wäre. Er ist noch sehr jung. Er soll auch am 11. Juni hierher oder vorher nach Dornachkommen.

Wat dacht u ervan om Dr. Schwebsch uit Berlijn te halen? Hij komt op 11 juni aan.
In de herfst komt Dr. Röschl erbij voor Latijn en Grieks; zij zal uiteraard een zeer waardevolle aanwinst voor het lerarenkorps zijn. — Nu hebben we nog een verbetering nodig – een nieuwe leerkracht voor moderne talen – misschien de jonge Englert. Hij is nog erg jong. Ook hij zou hierheen moeten komen – of eerst naar Dornach – op 11 juni.

Es wird über den freien Religionsunterricht berichtet. 

<7> Er wordt verslag uitgebracht over de vrije godsdienstles.

Blz. 286

Ein Klassenlehrer sagt, er sei bei den Religionsstunden seiner Klasse dabei
gewesen, um auf Ordnung zu sehen; er sei sich wie ein Wauwau vorgekommen.

Een klassenleerkracht vertelt dat hij bij de godsdienstlessen van zijn klas aanwezig was om de orde te handhaven; hij voelde zich daarbij slechts een opzichter.

Dr. Steiner: Es ist schon so, diese eine Ausnahme ist doch in einem
gewissen Sinne möglich. Das ist dies, daß man festhält, was wir zu unserer Pädagogik rechnen. Wir müssen annehmen, daß die Klassen und der Lehrer zusammengehören. Weil die Religionsstunden verschiedene Klassen zusammen haben, so halte ich es für durchaus möglich, wenn der betreffende Klassenlehrer in der Klasse ist, während ein anderer Lehrer Unterricht erteilt. Wir kommen auch kaum anders über die Sache hinaus, als daß wir versuchen, kleinere Klassen zu machen.

Dat is inderdaad het geval; deze ene uitzondering is in zekere zin mogelijk. Het gaat erom vast te houden aan wat wij als onderdeel van onze pedagogie beschouwen. We moeten ervan uitgaan dat de klassen en de leerkracht bij elkaar horen. Aangezien bij godsdienstlessen verschillende klassen worden samengevoegd, vind ik het volkomen terecht dat de betreffende klassenleerkracht aanwezig is terwijl een andere leerkracht de les geeft. Er is nauwelijks een andere manier om dit probleem op te lossen dan door te proberen kleinere klassen te vormen.

X.: Es ist nicht immer innere Teilnahme dabei; es sind zu viele.

X.: Er is niet altijd sprake van innerlijke betrokkenheid; er zijn te veel leerlingen.

Dr. Steiner: Diese Gruppen sind zu groß. Das sollten sie nicht sein, damit der Unterricht innig sein kann.
Wir müssen ein Gefühl für die Jahreszeiten bei den Kindern erwecken. Und wir müssen mehr ins Auge fassen, daß die Kinder ein möglichst plastisches Bild des Christus bekommen; daß das in dem Mittelpunkt Ihrer Betrachtung steht, und zwar auf allen Stufen, so daß wir darauf zurückkommen, und das ganze Erdenleben des Christus im Mittelpunkt steht. Das persönliche Verhältnis zum Christus muß gehütet werden, auch auf der unteren Stufe, daß es wie eine Art
innerer Kultus hineinkommt. Das persönliche Verhältnis der Kinder zum Christus hüten! Es muß ein idealer Kultus in der Stunde sein.
Symbolik und Bild müssen eine Rolle spielen, so daß das Gefühl sehr stark mitgenommen wird.

Deze groepen zijn te groot. Dat zouden ze niet moeten zijn als het onderwijs diepgaand betrokken moet maken.
We moeten bij de kinderen een gevoel voor de seizoenen wekken. En we moeten er meer op toezien dat de kinderen een zo levendig en tastbaar mogelijk beeld van Christus krijgen – dat dit centraal staat in uw aanpak, in alle leerjaren, zodat we er steeds naar terugkeren en het aardse leven van Christus het middelpunt blijft. De persoonlijke relatie met Christus moet worden gevoed – ook in de lagere klassen – zodat deze een soort innerlijke daad van verering wordt. Voed de persoonlijke relatie van de kinderen met Christus! De les zelf moet een ideale daad van verering zijn. Symboliek en beeldspraak moeten een rol spelen, zodat de gevoelens diep worden aangesproken.

Als Religionslehrer gehören Sie nicht der Schule an. Den erteilen Sie, wie wenn Sie Pastor in einer anthroposophischen Kirche draußen wären und hereinkommen.
Was die Schulung vom vierzehnten Jahr an betrifft, die Pädagogik der über Vierzehnjährigen, so werden wir sehen, daß einige Stunden veranstaltet werden können, wenn ich am 10. zurückkomme. Das hängt zusammen mit dem, was Sie bourgeoise Methoden genannt haben.

Als godsdienstleraar maakt u geen deel uit van het schoolteam. U geeft het vak op vergelijkbare wijze als een voorganger van een antroposofische gemeente van buitenaf dat zou kunnen doen. <7>
Wat het onderwijs vanaf veertienjarige leeftijd betreft – de pedagogie voor leerlingen ouder dan veertien – zullen we bekijken hoe we enkele lessen kunnen inplannen wanneer ik op de 10e terugkom. Dit hangt samen met wat u “burgerlijke methoden” noemde.

X.: Im vorigen Jahr war soziale Erkenntnis als Lebenskunde fakultativ eingeführt worden.

<10> X.: Vorig jaar werd “sociaal inzicht” – gegeven als een cursus praktische levensvaardigheden – als keuzevak ingevoerd.

Dr. Steiner: Das hängt zusammen mit der Didaktik der höheren Klassen. Die Lebenskunde würde am besten von uns erteilt werden.
Es müssen dann die sprachlichen Fächer dafür wegbleiben. Die alten

Dat heeft betrekking op de onderwijsmethoden voor de hogere
klassen. Idealiter zouden wijzelf deze cursus levensvaardigheden moeten geven.
Er zouden dan taalvakken moeten vervallen om er ruimte voor te maken.

Blz. 287

Praktiker, die zweijährige Schulpraxis durchgemacht haben, müßten
solche Gegenstände geben.

Ervaren leraren – zij die twee jaar praktijkervaring in het onderwijs hebben opgedaan – zouden dergelijke vakken moeten geven.<10>

Über eine n Sonderkurs für Eurythmie.

<8>Met betrekking tot een speciale euritmiecursus.

Eine Eurythmielehrerin: Die Aufführung war außerordentlich fruchtbar; sie
tat sehr viel, um die Waldorfschule bekanntzumachen. Es wird sich so herausstellen, daß eine Extragruppe gebildet wird.

Een euritmiedocent: De voorstelling was buitengewoon vruchtbaar; ze heeft veel bijgedragen aan de bekendheid van de vrijeschool. Het heeft er alle schijn van dat er een speciale groep gevormd zal worden.

Dr. Steiner: Man kann zweierlei machen: entweder wir machen Aufführungen mit den Kindern der Waldorfschule, dann müssen wir dabei stehenbleiben, aus der gewöhnlichen Kinderschar auszuwählen, oder wir verzichten darauf und machen es mit einer Gruppe. Das wären nicht Kinder der Waldorfschule. Wir würden das nicht mehr als Leistungen der Waldorfschule als solche in die Öffentlichkeit hineinführen können. Man kann diese zwei Dinge machen: entweder wir machen Aufführungen mit den Kindern der Waldorfschule, dann
dürfen wir keine Sondergruppe bilden, oder wir bilden — das kann eingerichtet werden — eine Sonderabteilung für Eurythmie an der Waldorfschule, die nebenherläuft. Das kann hier ganz offiziell dabei sein. Dann können wir sagen: ,, Aufführungen mit Schülern der Sonderklasse der Waldorfschule.”

Er zijn twee mogelijke benaderingen: ofwel we brengen voorstellingen met de leerlingen van de vrijeschool – waarbij we ons moeten beperken tot een selectie uit de algemene leerlingenpopulatie – ofwel we zien daarvan af en werken met een aparte groep. Dat zouden dan geen leerlingen van de vrijeschool zijn. We zouden dergelijke voorstellingen dan niet meer aan het publiek kunnen presenteren als werk van de vrijeschool zelf. We hebben twee opties: ofwel we brengen voorstellingen met de leerlingen van de vrijeschool – wat betekent dat we geen speciale groep kunnen vormen – ofwel we richten (wat haalbaar is) een speciale euritmieafdeling op binnen de vrijeschool, die naast het reguliere programma loopt. Dit zou officieel geïntegreerd kunnen worden. Dan zouden we kunnen zeggen: “Voorstellingen door leerlingen van de speciale klas van de vrijeschool.”

X.: Wenn die Kinder singen würden in einem Chor, dann müßten sie auch
ausgesucht werden.

X.: Als de kinderen in een koor zouden zingen, zouden ze ook geselecteerd moeten worden.

Dr. Steiner: Wenn es so wäre, daß man einen Chor bildet aus den einzelnen Schülern, das ist eine Sache, die kaum gut vorkommen kann. — Entweder die Leistungen nehmen, wie sie gerade treffen, oder wir errichten eine besondere Eurythmieabteilung. Beides kann gemacht werden, vielleicht sogar bloß nach Sympathie, nach Antipathie. Es wird eine große Menge begabter Eurythmisten geben, die auf diese Weise verwendet werden können. Wir dürfen es dann aber
nicht als Aufführung der Waldorfschule deklarieren.

Als men uit de individuele leerlingen een koor zou willen samenstellen, is dat iets dat nauwelijks goed kan werken. — Ofwel men neemt de talenten zoals ze nu eenmaal zijn, ofwel we richten een speciale euritmie-afdeling op. Beide is mogelijk, misschien zelfs simpelweg op basis van persoonlijke voorkeur. Er zullen heel wat begaafde euritmisten zijn die op die manier kunnen worden ingezet. Maar dan moeten we het niet bestempelen als een voorstelling van de Waldorfschool.

X.: Man könnte aus den größeren Mädchen eine Gruppe bilden.

X.: Men zou een groep kunnen vormen uit de oudere meisjes.

Dr. Steiner: Man könnte es ganz gut machen, wenn man Aufführungen von der Waldorfschule macht. Sie sehen, die kleinen Sputzen, die haben den größten Erfolg. Es kann eine Sonderabteilung von vorgerückten Eurythmisten sein. Das einzige ist, daß man diejenigen, die also Eurythmie als Beruf treiben, dispensiert von der gewöhnlichen Eurythmieübung. Solche Dinge können vorkommen. Das müßten Sie einrichten ganz als eine von der Schule getrennte Sache.
Ich glaube, es sind solche da, die brennend gerne Eurythmie treiben würden, nur wäre es schön, wenn auf diesem Wege wenigstens, wenn auch nur als Surrogat,

Het zou heel goed kunnen werken als men voorstellingen vanuit de Waldorfschool brengt. Kijk, de kleine meisjes, die boeken het meeste succes. Het zou een speciale afdeling van gevorderde euritmisten kunnen zijn. Het enige punt is dat degenen die euritmie beroepsmatig beoefenen, vrijgesteld zijn van de reguliere euritmielessen. Zulke dingen kunnen voorkomen. Je zou dat moeten opzetten als iets dat volledig losstaat van de school.
Ik geloof dat er enkelen zijn die heel graag aan euritmie zouden willen doen,
maar het zou mooi zijn als er op zijn minst op deze manier – al is het maar als vervanging –

Blz. 288

einige junge Buben hineinkommen würden. In Dornach haben wir nur den einzigen S., der braucht ein halbes Jahr, um eine Vorstellung vorzubereiten, so daß wir niemals männliche Eurythmisten auf der Bühne sehen. Wie die Eurythmie eingerichtet worden ist, das war in München, da sind die Herren aufgetreten; mit vier Männern haben wir debütiert. Dann ist immer mehr und mehr die Männlichkeit in den Hintergrund getreten. Die Damen sind
begabter gewesen. Hier sind die Studenten sehr begabt. Es ist ganz merkwürdig, wie viel bessere Doktoren die Damen sind als die Männer.

 enkele jonge jongens bij zouden kunnen komen. In Dornach hebben we er maar één – S. – en hij doet er een half jaar over om een ​​voorstelling voor te bereiden, waardoor we nooit mannelijke euritmisten op het toneel zien. Toen de euritmie net ontstond – in München was dat – traden er wel degelijk mannen op; we debuteerden met vier mannen. Daarna raakte het mannelijke element steeds meer op de achtergrond. De vrouwen waren begaafder. Hier zijn de leerlingen zeer begaafd. Het is heel opmerkelijk hoeveel beter de vrouwen als arts zijn dan de mannen.

X.: Die Kinder der oberen Klassen, die sich musikalisch ausbilden wollen, müssen anfangen, sich zu üben. Könnten die nicht von den Stunden dispensiert werden, die durch schwere Körperarbeit die Geschicklichkeit der Finger
behindern?

X.: Leerlingen in de hogere klassen die een muzikale opleiding willen volgen,
moeten beginnen met oefenen. Zouden ze niet vrijgesteld kunnen worden van lessen die de vingerbehendigheid belemmeren door zware lichamelijke arbeid?

Dr. Steiner: Nach dieser Richtung könnte man den Lehrplan individualisieren. Das könnte man schon machen. Wir sollten auch daran denken, besondere Übungsräume zu haben. Es müssen die Dinge bleiben, die Menschenbildung geben; sonst kann man spezialisieren.

Het lesprogramma zou in dat opzicht kunnen worden geïndividualiseerd.
Dat is zeker iets wat gedaan zou kunnen worden. We zouden ook kunnen overwegen om speciale oefenruimtes in te richten. We moeten de elementen
behouden die de menselijke ontwikkeling bevorderen; daarnaast kan men zich specialiseren. <8>

X.: Die Schüler haben in der Schülerbibliothek gefragt, ob sie Werke von Dr.
Steiner lesen dürfen. Sollen die älteren Kinder etwas sozial Gerichtetes
bekommen?

<9> X.: Leerlingen hebben in de schoolbibliotheek gevraagd of ze werken van dr.
Steiner mogen lezen. Zouden de oudere kinderen iets met een maatschappelijke insteek moeten krijgen?

Dr. Steiner: Wenn wir die 10. Klasse einrichten, so werden wir auch durch die Lektüre erzieherisch wirken müssen. Es ist im allgemeinen noch etwas früh, diese Dinge zu geben. Dagegen würde es vielleicht möglich sein, einzelne Zyklen zu geben, wenn sie entsprechend gedruckt würden. ,»Christentum als mystische Tatsache”, vielleicht auch die „Theosophie”. Da müssen Präliminarien ausgearbeitet werden.

Wanneer we de tiende klas opzetten, zullen we ook via de leesstof een pedagogische invloed moeten uitoefenen. Over het algemeen is het nog wat vroeg om dit soort materiaal aan te bieden. Aan de andere kant zou het wellicht mogelijk zijn om afzonderlijke voordrachtenreeksen aan te bieden – mits ze in een geschikte vorm zijn uitgegeven. *Het christendom als mystiek feit*, en misschien ook *Theosofie*. Daarvoor zouden dan wel de nodige voorbereidingen getroffen moeten worden.

Es wird gefragt, ob die Schüler Vorträge von Dr. Steiner besuchen dürfen.

Er wordt gevraagd of de leerlingen lezingen van Dr. Steiner mogen bijwonen.

Dr. Steiner: Meinen Sie, daß es eine große Erbauung gibt, ein solcher Vortrag? Vielleicht können wir doch nicht herumkommen, diese Sache den Eltern zu überlassen. Wir können keine Verfügung treffen.
Die Eltern müssen das tun und auch selber verantworten.

Denkt u dat zo’n lezing grote geestelijke verdieping biedt? Misschien ontkomen we er uiteindelijk niet aan om deze kwestie aan de ouders over te laten. Wij kunnen daar geen beslissing over nemen. De ouders moeten zelf beslissen en de verantwoordelijkheid dragen. <9>

Es wird gefragt, ob man ein Mitteilungsblatt herausgeben und „Pädagogische
Wochen” für Lehrer veranstalten soll. Die Diskussionen mit den Lehrern
waren doch recht erfreulich.

Er wordt gesproken over het uitbrengen van een nieuwsbrief en het organiseren van ‘pedagogische weken’ voor leraren. De gesprekken met de leraren zijn veelbelovend verlopen.

Dr. Steiner: Über was diskutieren Sie denn?

Dr. Steiner: Wat voor onderwerpen bespreekt U?

X.: Über das Verhältnis von Schule und Staat; auch mancherlei Pädagogisches.

X.: De verhouding tussen school en staat; daarnaast diverse pedagogische kwesties.

Blz. 289

Dr. Steiner: Ich halte es für einen Luxus. Die wesentlichen Punkte mißversteht man am meisten. Wenn Sie mit der Bewegung weiterkommen wollen, müssen Sie an die Konsumenten gehen, nicht an die Fabrikanten. Man kann das machen als nettes Plauderstündchen, heraus kommt dabei nichts. Ich habe mich nie widersetzt; wenn Sie finden, daß man es tun soll, so tun Sie es nur ruhig. Es ist schon soviel Kraft verpufft worden, indem man immer wieder neue Sachen unternimmt, die eigentlich aussichtslos sind. In der Schweiz kann man sich den Luxus gönnen, auch unter der Lehrerschaft zu agitieren. Wir haben es erlebt beim Osterkurs, daß die Schweizer gesagt haben: Bei uns sind die Schulen frei. — Die Schweizer Schulen sind ganz versklavt. Ich glaube nicht, daß wir uns dafür zu ereifern brauchen.
Wir können das Waldorfschul-Prinzip nur zum Modell machen. Eine zweite Schule werden wir nicht mehr errichten können. Sie wird ein Modell bleiben, so daß wir also auch nicht etwas anderes brauchen, als diese Schule als Modell zu erhalten, bis daß man sie aus Wut aufhebt. Einen Sinn hat es jetzt nur, gegen dieses Schulgesetz mit einer Weltbewegung sich aufzulehnen. Es ist die höchste Zeit, fiir den Weltschulverein etwas zu tun.

Ik beschouw het als een luxe. Juist de essentiële punten worden vaak verkeerd begrepen. Als u met de beweging vooruitgang wilt boeken, moet u zich tot de consumenten richten, niet tot de fabrikanten. U kunt het wel als een aangenaam gesprek voeren, maar dat zal tot niets leiden. Ik heb nooit in de weg gestaan; als u vindt dat het moet gebeuren, doe het dan vooral. Er is al zoveel energie verspild aan het steeds weer opzetten van nieuwe initiatieven die in wezen zinloos zijn. In Zwitserland kan men zich de luxe veroorloven om onder het onderwijzend personeel campagne te voeren. Dat zagen we tijdens de paascursus, waar de Zwitsers zeiden: “Onze scholen zijn vrij.” — Zwitserse scholen zijn volledig geknecht. Ik geloof niet dat we ons daarover druk moeten maken. We kunnen van het vrijeschoolprincipe slechts een model maken. Het zal ons niet lukken een tweede school op te richten. Het zal bij dat ene model blijven; we hoeven dus niets anders te doen dan deze school als model in stand te houden, totdat ze uit rancune wordt gesloten. Het enige dat nu zinvol is, is om als onderdeel van een wereldwijde beweging in verzet te komen tegen deze onderwijswet. Het is de hoogste tijd om iets te doen voor de Wereldschoolvereniging.

Es handelt sich darum, den Weltschulverein ins Leben zu rufen, so daß eine Riesenbewegung für die Verselbständigung des Unterrichtswesens, für die Befreiung des Schulwesens international durch die Welt ginge. Deshalb glaube ich, wir sollten jetzt diese Schule mit ihrer Schülerzahl so innerlich gediegen
wie möglich machen, und nach oben ausbauen. Jedes Jahr eine neue Klasse, und nach oben ausbauen.
Das Mitteilungsblatt wird aus Mangel an Mitarbeiterschaft nicht gehen. Pädagogische Woche ist ein Luxus. Ist noch etwas?

Het doel is om een ​​wereldwijde schoolvereniging op te richten, zodat een enorme beweging voor de autonomie van het onderwijs – voor de bevrijding van het schoolsysteem – zich over de wereld kan verspreiden. Daarom ben ik van mening dat we deze school – met de huidige leerlingenpopulatie – nu zo
intern solide mogelijk moeten maken en naar boven toe moeten uitbreiden.
Elk jaar een nieuwe klas toevoegen en naar boven toe uitbreiden.
Een nieuwsbrief is niet haalbaar bij gebrek aan personeel. Een “pedagogische week” is een luxe. Is er nog iets anders?

Frage nach der Schlußfeier.

Vraag over de afsluitende bijeenkomst.

Dr. Steiner: Die Schlußfeier könnte man im Kuppelsaal des Kunstgebäudes machen. Wenn sie so gemacht wird, daß die Kinder einen Schlußpunkt haben, ein paar Gedanken aufnehmen, so ist es doch gut. Es gehört zum ganzen im seelischen Erleben, sonst gehen die Kinder bloß fort und beginnen ein neues Schuljahr: sie werden zuletzt zu gleichgültig. Die Schlußfeier ist der Abschluß eines ganzen Schuljahres. Daß nur acht Tage Ferien dazwischenliegen, ist eine
Ausnahme. Es ist eine neue Klasse, die jede Schülerklasse dann beginnt. Es muß nicht prosaisch werden.
Warum sind denn die Monatsfeiern nicht mehr gewesen? Es ist sehr schade. Ich glaube schon, daß wir sie machen sollten.

De afsluitende bijeenkomst zou in de Koepelzaal van het Kunstgebouw kunnen plaatsvinden. Als deze zo wordt vormgegeven dat de kinderen een gevoel van afronding ervaren en enkele gedachten meenemen, dan is dat een goede zaak. Het maakt deel uit van de totale ervaring voor het zielenleven; anders vertrekken de kinderen simpelweg en beginnen ze aan een nieuw schooljaar – ze worden uiteindelijk te onverschillig. De afsluitende bijeenkomst markeert het einde van een volledig schooljaar. Dat er tussendoor slechts een pauze van acht dagen is, vormt een uitzondering. Elke klas begint in feite aan een nieuw leerjaar. Het hoeft geen alledaagse aangelegenheid te worden.
Waarom zijn de maandelijkse bijeenkomsten stopgezet? Dat is erg jammer. Ik ben van mening dat we ze wel zouden moeten houden.

GA 300A/278-289

GA 300A  inhoudsopgave

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3603-3396

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner – Algemene menskunde – voordracht 12 (12-3/1)

.

een onderwerp in de plantkundeperiode 

waarvan je je af kan vragen:

is het antroposofie in het onderwijs

kan ik er iets mee; moet ik er iets mee?

In voordracht 12 [12-3] spreekt Steiner over de relatie borst/romp en de plantenwereld.
In GA 295 – de werkbesprekingen met de leerkrachten van de 1e Waldorfschool – werkt hij dit verder uit:

Ik heb gisteren geprobeerd om de romp van de mens te tekenen als een soort onvolledige bol. [Algemene menskunde]  Wat daar nog bij hoort, wat men zou krijgen als men die bolvorm volledig zou maken, dat nu heeft een zekere gelijkenis met de plant in haar verhouding tot de mens. Ja, men zou nog een stap verder kunnen gaan en zeggen: als u de mens zou ‘opvullen’ met name wat zijn middelste zintuigen betreft, de warmtezin, het gezicht, de smaak en de reuk, dan zou u allerlei plantenvormen krijgen. Neem me de vergelijking niet kwalijk! U zult hem nog in een voor kinderen begrijpelijke vorm moeten omzetten. Eenvoudig doordat u een of ander zacht materiaal in de mens stopt, zou dat vanzelf vormen van planten aannemen. De plantenwereld is in zekere zin een soort negatief van de mens.
Met andere woorden: als u inslaapt gaat uw eigenlijke ziel uit uw lichaam. Als u wakker wordt gaat uw ziel, uw ik en uw eigenlijke ziel, weer het lichaam binnen. Met dat lichaam, dat in bed blijft liggen, kunt u de plantenwereld niet goed vergelijken. Maar u kunt de plantenwereld wel vergelijken met de ziel zelf die in en uit het lichaam gaat. En als u door velden en weilanden loopt en de glanzende bloemen van de planten ziet, dan kunt u zich heel goed afvragen: wat is dat voor een temperament dat daar verschijnt? Dat is vurig! U kunt die overweldigende groeikrachten die in de bloemen aan u verschijnen vergelijken met eigenschappen van de ziel. Of u loopt door een bos en u ziet zwammen, paddenstoelen, en u denkt: wat is dat voor een temperament dat daar verschijnt? Waarom staat dat niet in de zon? Dat zijn de flegmatici, die paddenstoelen.
Dus als u de stap maakt naar de zielenwereld, dan vindt u overal vergelijkingsmogelijkheden met de plantenwereld. Probeert u die maar eens te ontwikkelen!

Terwijl u de dierenwereld meer met het lichaam van de mens moet vergelijken, moet u de plantenwereld meer vergelijken met de ziel van de mens, met datgene wat de mens ‘opvult’ wanneer hij ’s morgens wakker wordt, de ziel namelijk. De plantenwereld is een aanvulling van de mens, zoals zijn ziel hem aanvult. Zouden we de vormen opvullen, dan zouden we vormen van planten krijgen. U zou ook zien, als het u zou lukken om de mens als een mummie te conserveren en dan alle bloedvaten en zenuwbanen leeg te laten en er een heel zachte stof in te gieten, dan zou u allerlei soorten vormen krijgen in de holten van de mens.
Zo is de relatie van de plantenwereld met de mens, en u moet proberen om de kinderen uit te leggen dat de wortels vooral verwant zijn aan de gedachten van de mens en de bloemen vooral aan de gevoelens van de mens, zelfs aan zijn affecten, zijn emoties. Daardoor komt het ook dat de meest volmaakte planten, de hogere bloeiende planten, het minst dierlijk lijken. Het meest dierlijk zijn de paddenstoelen. en de lagere planten, die men ook het minst kan vergelijken met de ziel van de mens. Werkt u er dus aan dat u deze gedachte – uitgaan van de ziel en naar het karakter van planten zoeken – uitbreidt tot de meest verschillende planten.
( ) De plantenwereld is overal het omgekeerde van de mens.
( ) Ieder mens die in zijn jeugd planten leert kennen volgens wetenschappelijke principes, moet ze eigenlijk eerst leren kennen zoals wij ze beschrijven, in vergelijking met zieleneigenschappen van de mens.

De plantenwereld is de zichtbaar geworden zielenwereld van de aarde. 

( ) De plantenwereld is de zichtbaar geworden zielenwereld van de aarde en kan daarom vergeleken worden met de ziel van de mens.

En als voorbeeld volgt dan:

De anjer is koket. De zonnebloem is zo’n echte boerenbloem. Zonnebloemen houden ervan zo boers te glimmen. Bijzonder grote bladeren van planten zouden in de zielenwereld betekenen: niets kunnen afmaken, veel tijd voor alles nodig hebben, onhandig zijn, vooral dingen niet af kunnen maken. Je denkt: nu is hij klaar, maar nee hoor, hij is nog steeds bezig.

Zoek de zielenwereld in de vormen van de planten! 

De mens neemt zijn gevoelens, hartstochten en affecten en dergelijke mee in de slaap, maar in de slaap zouden ze er uitzien als planten. Wat wij onzichtbaar in onze ziel hebben, de verborgen eigenschappen van de mens, koketterie bijvoorbeeld, dat wordt zichtbaar in de planten. Bij iemand die wakker is zien we dat niet, maar bij iemand die slaapt zou het helderziend waargenomen kunnen worden. Koketterie, ja, die ziet eruit als een anjer. Een kokette dame zou uit haar neus voortdurend anjers laten groeien. Bij een saai iemand zouden uit zijn hele lichaam reusachtige bladeren groeien, als u hem zou kunnen zien.

Ik heb me zelf wel serieus beziggehouden met dit onderwerp, maar ik mis ten enenmale het vermogen om bv. in de anjer ‘behaagzucht, koketterie’ te zien en al helemaal niet dat ik die vorm uit de neus van een behaagzieke kan zien komen, wanneer deze slaapt.
Aan dit deel, ondanks Steiners oproep, heb ik me niet gewaagd.

Het gaat hier ook om een vormenwereld en daar kun je met de kinderen heel goed naar kijken, m.n. als je duidelijk in het oog lopende tegenstellingen neemt, zoals bv. de eik en de berk, of het fijne blad van paardenbloem of boterbloem t.o.v. het blad van het groot hoefblad.
En op de vraag ‘als dit nu een mens was, hoe zou die dan in het dagelijks leven zijn?’ kwamen antwoorden vanuit een bepaalde vorm van fantasievolle, vaak beeldende inleving en dat vonden ‘mijn’ kinderen leuk om te doen. Ik heb zelf nooit een bevestiging gegeven van ‘juist of onjuist’ simpelweg omdat ik het niet weet. Op de een of andere manier werd de band tussen kind en plant er wel wat door verdiept en voor mij daarom toch waardevol.

Ik heb maar heel weinig aan beschrijvingen van dit deel van de plantkundeperiode gevonden.

Op zijn site ‘Vrijeschoolcoaching’ besteedt Ruud Gersons er wel aandacht aan:

Hoe dit te doen?
We blijven nu dus in ons eigen land en verzamelen in een onderling klassengesprek alles wat de leerlingen van “onze” planten weten. Karakteristieke planten nemen we er uit: de eik tegenover de berk; de lelie tegenover de roos; de rijst tegenover de mais enz. Men voelt de tegenstellingen!
Al gauw geven de leerlingen zelf de eigenaardige karaktertrekken aan. We zien in de eik moed en kracht uitgedrukt: moed en kracht in de wortels, de stam, de takken en bladeren; in de berk kunnen we bescheidenheid en eenvoud en een zekere “elegantie” herkennen.  ( )
Deze ontdekking, dat het is alsof de planten uitdrukking geven aan verschillende zieleneigenschappen, wordt een vreugde voor de leerlingen en het stroomt van voorbeelden:
• de vrolijke, frisse brutaliteit van de paardenbloem,
• de vrome reinheid van de lelie,
• de behaagzucht van anjeliertjes,
• de haast van de tulp om snel tot bloei te komen;
• de eenvoud en trouw van de den,
• de ijdele, luie zelfgenoegzaamheid van de waterlelie, enz. enz.
Bron klik HIER

De tegenstellingen bekijken onthullen zeer zeker iets van het wezen van de plant, zoals hier genoemd eik en berk. Of lelie en roos.
Maar daarmee zijn we nog niet bij wat Steiner beoogde: dat die en die plant corresponderen met dit of dat specifieke gevoel.
Het behaagzieke, het kokette van de anjelier is rechtstreeks op Steiner terug te voeren. Het kan zijn dat bij Gersons een kind dit heeft gezegd – en dan is het juist? – maar wat, als het wat anders zegt.
Ga je dan Steiners antwoorden geven, of wat je wellicht nog bij anderen hebt gevonden, bv. bij Kranich ‘Pflanzen als Bilder der Seele‘?*

*Aan de hand van fijnzinnige waarnemingen van bloemen en een verkenning van zielstemmingen laat Ernst-Michael Kranich zien dat de kleuren, vormen, groeipatronen en bloesemstructuren van individuele planten corresponderen met specifieke menselijke emoties. Houdingen en gebaren van de ziel manifesteren zich niet alleen bij de mens, maar ook in de plantenwereld. Dit leidt tot het besef van een wereld waarin mens en natuur op innerlijk niveau bij elkaar horen.
De kleurenfoto’s bij deze nieuwe uitgave – die een aanvulling vormen op de beschrijvingen – brengen de lezer nog dichter bij de afgebeelde planten.
In vijfentwintig studies van bekende bloeiende planten onderzoekt Ernst-Michael Kranich hun unieke kenmerken en bevordert hij het inzicht in hoe de plantenwereld – die zich door de seizoenen heen ontwikkelt – aansluit bij menselijke gemoedstoestanden; individuele planten vertonen een verwantschap met gevoelens die we in onszelf kunnen ontdekken en waarnemen. De plant fungeert als beeld dat op indirecte wijze de innerlijke staat van de mens weerspiegelt – variërend van het verlangen in de vroege lente, via hoop en enthousiasme, tot de weemoed van de herfst. Met methodische helderheid ontwikkelt Kranich een benadering die kan helpen de kloof tussen mens en natuur te overbruggen.
.

Plantkunde: alle artikelen

5e klas: alle artikelen

Vrijeschool in beeld: 5e klas plantkunde        bloemvormen uit de natuur

.

 

 

 

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over pedagogie(k) GA 300A – Vergadering 23 maart 1921

.

Zie ‘het woord vooraf

Bij de gegeven antwoorden is in het Duits telkens de naam van Steiner gegeven.
Ik heb dat niet gedaan, zolang er geen verwarring kan ontstaan.
De voetnoten die in de uitgave op aparte bladzijden staan, v.a. blz. 300, heb ik direct bij het verwijzende woord toegevoegd.

In deze vergadering gaat het over:

Onrustige klas – hoe werkt het imponderabele <1>
8e klas geschiedenis: lezen Schiller ‘De dertigjarige oorlog’ <2>
Leerlingen lezen elkaar voor in Engelse les klas 7 Christmas Carol <3>

RUDOLF STEINER

.

Konferenzen mit den Lehrern der Freien Waldorfschule in Stuttgart

1919 bis 1924

Erster Band

Das erste und zweite Schuljahr

Vergaderingen met de leerkrachten van de vrije Waldorfschool in Stuttgart

Band 1

Het eerste en tweede schooljaar

Van de vergaderingen die de leerkrachten van de eerste vrijeschool in Stuttgart hielden, zijn verslagen bewaard gebleven van díe vergaderingen waarbij Rudolf Steiner aanwezig was.

Toevoegingen in blauw zijn van mij.

GA 300A

Blz. 273

Konferenz vom Mittwoch 23. März 1921, wohl abends

Vergadering van woensdag 23 maart 1921 – waarschijnlijk ’s avonds

Dr. Steiner (zu Ruhtenberg, der vertretungsweise die 5b übernommen hatte): Wie haben Sie sich hineingefunden in die 5. Klasse?

<1> (tot Ruhtenberg, die tijdelijk de leiding over klas 5b op zich had genomen): Hoe is het in de vijfde klas gegaan?

X.: Die Kinder sind schwatzhaft und unruhig.

X.: De kinderen zijn kletserig en onrustig.


Dr. Steiner: Auf was ist die Schwatzhaftigkeit zurückzuführen? Die frühere Lehrerin, Fräulein Lang, ist immer zurechtgekommen.

Wat is de oorzaak van dat kletsen? De vorige leerkracht, juffrouw Lang, had de zaak altijd goed onder controle.

X.: Ich habe bei ihr zugehört, bei ihr waren die Kinder durchaus ruhig.

X.: Ik heb haar lessen bijgewoond; bij haar waren de kinderen volkomen stil.

X.: Diese Klasse war immer besonders schwierig.

X.: Deze klas is altijd al bijzonder lastig geweest.

Dr. Steiner: Das ist eine eigentümliche Erscheinung. Fräulein Lang hat sie ruhig gehalten, da liegt immerhin ein Rätsel verborgen.

Dat is een merkwaardig verschijnsel. Juffrouw Lang hield ze rustig; daar schuilt een raadsel in.

X.; Sie war sehr streng.

X.: Ze was erg streng.

Dr. Steiner: Ich mache Sie darauf aufmerksam, daß da etwas vorliegt, was für uns wichtig ist. Fräulein Lang ist eine in Württemberg geprüfte Lehrerin. Wenn wir beurteilt werden, dann wird man die Neigung haben, die stramme Disziplin auf die seminaristische Ausbildung in Württemberg zurückzuführen. Als dazumal die drei inspizierenden Weisen in der Schule waren, da hat einer ganz besonders bei der Frau K. gesagt: Man hätte gesehen, daß es mit der Disziplin nicht ginge bei den nicht Geprüften. Sie hätten es in der Klasse gemerkt, wenn eine richtig geprüfte Lehrerin da war.

Ik wil u erop wijzen dat hier iets aan de hand is dat voor ons van belang is. Juffrouw Lang is een in Württemberg gediplomeerd leerkracht. Bij inspecties zal men geneigd zijn die strenge discipline toe te schrijven aan de lerarenopleiding die zij in Württemberg heeft gevolgd. Toen de drie inspecterende wijzen de school bezochten, merkte een van hen op – specifiek met betrekking tot
mevrouw K. – dat het duidelijk was dat de discipline niet gehandhaafd kon worden door ongediplomeerde leerkrachten; ze konden in de klas het verschil merken wanneer er een gediplomeerd leerkracht aanwezig was.

X.: Ich habe den Eindruck, es liege daran, daß es mir nicht genügend möglich war, mich zu präparieren.

X.: Ik heb de indruk dat het voortkomt uit het feit dat ik me niet voldoende heb kunnen voorbereiden.

Dr. Steiner: Da kommen wir zu den Imponderabilien. Es ist nicht bloß wichtig, was der Lehrer tut, sondern was der Lehrer ist, wie er in der Seelenverfassung ist. Das ist einmal durchaus so. Das muß in Betracht gezogen werden. Solche Dinge treten einem besonders stark entgegen an den Gymnasien, wo sehr häufig die Lehrer des Morgens mit starkem Kater in die Schule kommen, weil sie abends in der Kneipe sind. Da ist der Teufel los, nur durch die Tatsache, daß der Lehrer einen Brummschädel hat. Das gehört zu den Imponderabilien. Das ist der radikalste Fall. Sobald das Eigentümliche eintritt, daß man nicht genügend präpariert ist, da vibriert die Seele anders als sonst. Das spiegelt sich sehr leicht in der Disziplinlosigkeit. Daß man wirklich präpariert ist, das ist die Schwierigkeit bei unseren Lehrern in der Waldorfschule. Es ist bei der anstrengenden Tätigkeit furchtbar schwer, zu präparieren. Warum lachen Sie?

Dat brengt ons bij de niet-meetbare factoren. Het gaat niet alleen om wat de leraar doet, maar om wat de leraar *is* – de toestand van zijn ziel. Dat is zeker het geval; daarmee moet rekening worden gehouden. Dergelijke zaken komen vooral aan het licht op gymnasiums, waar leraren ’s ochtends vaak met een enorme kater op school verschijnen omdat ze de avond ervoor in de kroeg hebben doorgebracht. Er ontstaat chaos, simpelweg omdat de leraar bonzende hoofdpijn heeft. Dat valt onder de categorie van het imponderabele. Dat is het meest extreme voorbeeld. Zodra zich de situatie voordoet dat men niet voldoende voorbereid is, trilt de ziel anders dan gewoonlijk. Dit vertaalt zich maar al te gemakkelijk in een gebrek aan discipline. Werkelijk voorbereid zijn – dat is de moeilijkheid voor onze leraren op de vrijeschool. Gezien de zwaarte van het werk is het ontzettend moeilijk om zich voor te bereiden. Waarom lacht u? <1>

Blz. 274

X.; Weil es so ist!

X. Omdat het zo is!

Dr. Steiner: Wollen wir uns noch einmal zum Bewußtsein bringen, welche Lehrkräfte wir brauchen. — Ja, da wäre die 6. Die braucht nicht geteilt zu werden. 54 Kinder, das kann man noch ertragen.
Aber dann müssen wir an die 9. denken. Dann müssen wir eine 10. anschließen. Da werden wir eine Einteilung treffen.

Es werden die Klassen mit ihren Klassenfachlehrern durchgegangen und verteilt.

Laten we ons nog eens voor de geest halen welke leraren we nodig hebben. — Wel, er is de zesde klas. Die hoeft niet gesplitst te worden. 54 kinderen – dat is nog wel te doen.
Maar dan moeten we kijken naar de negende klas. En dan moeten we een tiende klas toevoegen. Daar zullen we regelingen voor treffen.

De klassen worden samen met de vakleerkrachten doorgenomen en de taken worden verdeeld.

Dr. Steiner: Ich möchte, daß Fräulein Dr. Röschl herkommt. Ich finde sie sehr geeignet. Ich möchte sie sehr gerne hier haben für Lateinisch und Griechisch. Sie kann erst vom Herbst an.
Ist Ruhtenberg frei? Mit Rücksicht darauf, daß ich Fräulein Dr. Röschl durchaus dahaben möchte, würde ich meinen, daß es gut wäre, wenn diese 5b für die Dauer von Herrn Ruhtenberg besorgt würde.
Es würde sich dann nur um zwei neue Lehrkräfte handeln.
Ist nicht Fräulein Klara Michels Fachlehrerin? Sie würde dann wohl nur für eine höhere Klasse in Betracht kommen.
Dr. Kolisko sagt, daß er vom Herbst an an die Schule kommen könnte.

Ik zou graag willen dat Fräulein Dr. Röschl hierheen komt. Ik acht haar zeer geschikt. Ik zou haar hier heel graag hebben voor Latijn en Grieks. Ze kan echter pas in de herfst beginnen.
Is Ruhtenberg beschikbaar? Aangezien ik absoluut wil dat Fräulein Dr. Röschl hier komt, lijkt het me goed als de heer Ruhtenberg voorlopig deze klas 5b op zich neemt.
Dat zou betekenen dat we nog maar twee nieuwe leraren nodig hebben.
Is Fräulein Klara Michels geen vakleerkracht? Zij zou waarschijnlijk alleen voor een hogere klas in aanmerking komen.
Dr. Kolisko zegt dat hij vanaf de herfst naar de school zou kunnen komen.

Dr. Steiner: Wenn dann Dr. Kolisko eintritt, könnte es sich etwas verschieben. — Es ist nicht leicht, Lehrkräfte zu finden. Beworben haben sich riesig viele, aber keine brauchbaren.

Als Dr. Kolisko er dan bij komt, kan de situatie misschien wat verschuiven. — Het is niet eenvoudig om leraren te vinden. Er hebben zich enorm veel mensen aangemeld, maar niemand was geschikt.

X.: Ich bin im Geschichtsunterricht in der 9. Klasse bei der Gegenwart angekommen.

X.: In mijn geschiedenislessen aan de negende klas ben ik bij het heden aangekomen.

Dr. Steiner: Sie dachten zu Jean Paul überzugehen. Ich würde meinen, das, was wir festgelegt haben, müßte fest eingehalten werden. Mit der 8. sind Sie auch bis zur Gegenwart gekommen? Ich würde Ihnen empfehlen, mit der 8. Klasse zu lesen die ersten Kapitel von Schillers „Dreißigjährigem Krieg”. Darin ist sehr viel Bildendes; darin sind sehr viele Dinge, die bis zur Gegenwart gehen.

U was van plan over te gaan op Jean Paul. Ik ben van mening dat we ons strikt <2> aan de gemaakte afspraken moeten houden. Bent u met de achtste klas ook al bij het heden aanbeland? Ik zou u aanraden om met de achtste klas de eerste hoofdstukken van Schillers *Dertigjarige Oorlog* te lezen. Dat bevat veel vormend materiaal; het behandelt tal van zaken die tot in het heden doorwerken. <2>

X.: Sollte es nicht möglich sein, im englischen Unterricht in der 7. Klasse irgend etwas aus einem Buch zu lesen?

<3> X.: Zou het niet mogelijk zijn om tijdens de Engelse les in de zevende klas iets uit een boek te lezen?

Dr. Steiner: Vielleicht ist es doch möglich. Wieviel Zeit werden Sie haben, um zu lesen? Wie könnte man das bewirken, daß „Christmas Carol” gelesen würde? Es ist außerordentlich instruktiv, wenn jedes Kind das Buch hat und man sie einzeln herausruft und vor den anderen in zwangloser Weise vorlesen läßt, damit sie zusammenlesend denkend arbeiten. 6a, 6b: Poetisches; Prosa nach der Poesie.

Misschien is dat toch mogelijk. Hoeveel tijd heeft u voor het lezen? Hoe zouden we het kunnen aanpakken om *A Christmas Carol* te lezen? Het is buitengewoon leerzaam als elk kind het boek heeft en u ze individueel vraagt ​​om op een ontspannen manier voor de klas voor te lezen, zodat ze samenwerken – waarbij ze gezamenlijk lezen en nadenken. 6a, 6b: Poëtisch materiaal; proza ​​volgend op poëzie. <3>

Blz. 275

Im Lateinkurs kann man Ovid oder Vergil lesen. Plutarch, kleine Geschichten.

Bij Latijn kan men Ovidius of Vergilius lezen. Plutarchus – korte verhalen.

X. sagt, er habe Ovid gelesen.

X. zegt dat hij Ovidius heeft gelezen.

Dr. Steiner: Bleiben Sie dabei, bis sie arg viel können.

Blijf ermee doorgaan totdat ze de stof goed beheersen.

Es wird nach Plinius gefragt.

Er wordt een vraag gesteld over Plinius.


Dr. Steiner: Plinius ist eine gute Lektüre. Livius für die ältesten Schüler: da muß man auf die Intimitäten eingehen. Livius hat eine sehr schlechte Überlieferung; er ist der berühmte Schriftsteller, bei dem man immer Konjekturen macht.
Im Griechischen würde ich solche Sprüche mit ihnen durchnehmen
(Dr. Steiner gibt ein Beispiel); es gibt sehr viel solche Zweizeiler im Griechischen.

Plinius is goede lectuur. Livius voor de oudste leerlingen – daar moet men dieper ingaan op de fijnere punten. De tekstoverlevering van Livius is zeer gebrekkig; hij is de beroemde auteur wiens werk voortdurend om tekstcorrecties vraagt.
Bij Grieks zou ik dergelijke spreuken met hen doornemen (Dr. Steiner geeft een voorbeeld); er zijn heel veel van zulke disticha in het Grieks.

Es wird gefragt wegen des Religionsunterrichts.

Er wordt een vraag gesteld over godsdienstonderwijs.

Ein Klassenlehrer: Ich war mit darin in der Klasse 6b. Das ging ganz gut.

Een klassenleerkracht: Ik heb de les in klas 6b ook bijgewoond. Het verliep heel goed.

Dr. Steiner: Man kann jemandem viel helfen, wenn man mit in der Klasse ist.

Je kunt iemand enorm helpen door in de klas aanwezig te zijn.

Wie steht die Sache mit der Eurythmie? Da wollte ich, daß es Frau Doktor hört.

Hoe staat het met de euritmie? Ik wilde dat Mevrouw Steiner daarvan op de hoogte is.

Es wird berichtet. Es war eine Extraklasse gemacht worden.

Er wordt verslag uitgebracht. Er was een extra klas opgezet.

Frau Dr. Steiner: Für einige junge Herren und Damen ist es nicht schlecht, wenn sie bloß zuschauen.

Mevrouw Steiner: Voor sommige jongemannen en jonge vrouwen is het niet erg als ze alleen maar toekijken.

Dr. Steiner: Es ist das Prinzip, die Eurythmie der Schule zu zeigen, dadurch durchbrochen, daß man einen Extrakurs macht. Wenn es richtiges Schulprinzip ist, wird man das nicht machen; man wird nicht eine Extragruppe zubereiten. Aus dem gewöhnlich verlaufenden Schulunterricht würde man es dadurch herausnehmen. Daß man eine Schüleraristokratie macht, das ist etwas, was das Pädagogische in der Schule stört.

Het principe van het presenteren van de euritmie van de school wordt geschonden door een aparte cursus te geven. Als men het ware schoolprincipe volgt, zou men dat niet doen; men zou geen speciale groep voorbereiden. Dat zou de activiteit losmaken uit de reguliere stroom van schoollessen. Het creëren van een aristocratie van leerlingen verstoort het pedagogische werk van de school.

X: Es ist deshalb gemacht worden, weil einige Kinder für Aufführungen gebraucht wurden.

X: Het gebeurde omdat er enkele kinderen nodig waren voor optredens.

Dr. Stemer: Es müssen unter den gewöhnlichen Schülern einige sein, die man brauchen kann. Daß man extra welche präpariert, in einer besonderen Gruppe, das ist unpädagogisch.

Er moeten onder de reguliere leerlingen wel enkelen zijn die ingezet kunnen worden. Er een paar uitpikken om ze in een speciale groep voor te bereiden, is onpedagogisch.

X.: Ich habe mit Herrn N. gesprochen, und er meinte, ob es nicht besser wäre,einen Kurs außerhalb der Schule zu machen.

X: Ik heb met de heer N. gesproken en hij vroeg zich af of het misschien beter zou zijn om een cursus buiten de school om te houden.

Blz. 276

Dr. Steiner: Dann können wir niemals sagen, daß wir die Waldorfschulkinder vorführen. Das ist ein Gesichtspunkt, der für die Öffentlichkeit in Betracht kommt. Es ist niemals in einer Konferenz von einem solchen Extrakurs die Rede gewesen.

Dan kunnen we nooit zeggen dat we de vrijeschoolleerlingen tentoonstellen. Dat is een gezichtspunt dat voor het publiek van belang is. Er is in een lerarenvergadering nooit sprake geweest van zo’n speciale cursus.

X.: Das hat sich bei der ersten Aufführung ergeben.

X.: Dat idee ontstond tijdens de eerste uitvoering.

Dr. Steiner: Es müßten solche einschneidenden Sachen innerhalb der Konferenz zur Sprache kommen. Sonst könnte eines Tages von irgendjemand beschlossen werden, eine Anzahl Kinder auszuwählen und einen Schachkurs zu machen. Prinzipiell ist es dasselbe. Es geht eigentlich nicht. Es ist eine Aristokratie, die man bildet.

Zulke belangrijke zaken moeten in de lerarenvergadering worden besproken. Anders zou iemand op een dag kunnen besluiten een aantal kinderen te selecteren en een schaakcursus te geven. In principe komt het op hetzelfde neer. Dat kan echt niet. Het creëert een soort aristocratie.

Frau Dr. Steiner: Ich begreife das.

Mevrouw Steiner): Dat begrijp ik.

X.: Ich wollte fragen, ob der Gedanke an den Kindergarten aufgegeben ist.

X.: Ik wilde vragen of het idee van de kleuterschool is opgegeven.

Dr. Steiner: Aufgegeben ist er nicht. Wir müssen nur warten, bis wir ihn einrichten können.

Die is niet opgegeven. We moeten alleen wachten tot we het kunnen opzetten.

X.; Wir wollten die Frage der Fortbildungsschule vorbringen.

X.: We wilden de kwestie van de vervolgschool aan de orde stellen.

Dr. Steiner: Gibt es da konkrete Möglichkeiten? Wir müssen einmal den Lehrplan der 10. Klasse festsetzen. Da muß etwas hinein, was wirkliche Lebenspraxis ist. Aber Fortbildungsschule? Liegen denn konkrete Möglichkeiten dafür vor?

Zijn daar concrete mogelijkheden voor? We moeten op enig moment het leerplan voor de tiende klas vaststellen. Dat moet iets bevatten dat verband houdt met de praktijk van alledag. Maar een vervolgschool? Zijn daar concrete mogelijkheden voor?

X.: Es handelt sich um die Kinder, die ausgetreten sind, daß man die gefaßt hätte. Es war jetzt nicht möglich, aus Platzmangel und Geldmangel. Man müßte es vorbereiten für das nächste Jahr.

X.: Het gaat om de kinderen die de school hebben verlaten; het idee was om hen samen te brengen. Dat was op dit moment niet mogelijk vanwege een gebrek aan ruimte en middelen. We zouden ons daarop moeten voorbereiden voor volgend jaar.

Dr. Steiner: Die Vorbereitung würde darin bestehen, zu sorgen, daß die Behörden uns nicht in die Suppe spucken.

De voorbereiding zou eruit moeten bestaan ​​dat we ervoor zorgen dat de autoriteiten geen roet in het eten gooien.

X.: Es ist so, daß nichtstaatliche Fortbildungsschulen vorgesehen sind. Sie müssen nachweisen, daß der Lehrplan nicht unter dem der andern ist.

X.: De situatie is zo dat er voorzieningen zijn voor niet-overheidsgebonden scholen voor vervolgonderwijs. Men moet aantonen dat het leerplan niet onderdoet voor dat van de andere scholen.

Dr. Steiner: Wir hätten den Wahnsinn machen sollen, die Kinder in spezielle Sachen hineinzustecken. Wir können das nicht mitmachen, wenn wir bei unserer Pädagogik bleiben wollen. Wir können doch nur dasjenige einrichten, was den Menschen vorwärtsbringt. Wenn wir Fortbildungsschulen errichten wollen, müssen wir es so einrichten, daß die Kinder etwas davon haben für ihre menschliche Fortbildung. Von uns wird entschieden, was für eine Schule wir errichten wollen. Es hat kein Mensch bezweifelt, daß Strakosch berufen war zu einer

We zouden hebben moeten meegaan in de waanzin om de kinderen in gespecialiseerde programma’s onder te brengen. Daar kunnen we niet aan meedoen als we trouw willen blijven aan onze onderwijsaanpak. We kunnen immers alleen iets opzetten dat de menselijke ontwikkeling bevordert. Als we scholen voor vervolgonderwijs willen oprichten, moeten we ze zo inrichten dat de kinderen er daadwerkelijk baat bij hebben voor hun menselijke ontwikkeling. Het is aan ons om te beslissen wat voor soort school we willen oprichten. Niemand twijfelde eraan dat Strakosch de juiste persoon was voor een

Blz. 277

allgemeinen Fortbildungsschule. Es sollte eine Art praktisch-gymnasiale Fortbildung sein, eine menschliche Fortbildungsschule. Eine andere Sache zu errichten, haben wir nicht die geringste Veranlassung. Es ist doch nicht nötig, daß man dasselbe macht, was die anderen auch machen.

algemene school voor vervolgonderwijs. Het was de bedoeling dat het een soort praktisch en tegelijk gymnasiumvervolgonderwijs zou worden – een school voor menselijke ontwikkeling. We hebben niet de minste reden om iets anders op te zetten. Het is niet nodig dat wij precies doen wat anderen doen.

X.: Die Sache ist so: die Kinder, die in einen Beruf hineinkommen, müssen eine von den staatlichen Schulen besuchen.

X.: De situatie is als volgt: kinderen die een vakopleiding volgen, moeten naar een van de staatsscholen.

Dr. Steiner: Die, die schon in solche Fachschulen gehen, kommen doch nicht zu uns hinein. Wir werden niemand darinnen haben in unseren Klassen. Was uns fehlt, ist die Möglichkeit, die Kinder vom fünfzehnten Jahr an nach unserem Lehrplan zu unterrichten. Das ist dazumal konstatiert worden. Die Frage ist vorläufig erledigt. Das haben wir schon einmal verhandelt; wir können es hier nicht weiter erörtern. Die ganze Frage ist die akuteste: wie ist die Zeit auszufüllen zwischen Volksschule und Hochschule? Wenn wir die Möglichkeit dadurch schaffen könnten, daß wir die Behörden dazu kriegen, uns anzuerkennen, dann würden wir furchtbar Zulauf haben. Ist denn eine Möglichkeit vorhanden, wenn nicht eine solche Lehrlingszeit vorliegt, daß jemand solche Leute in einen Betrieb aufnimmt?

Degenen die al dergelijke beroepsscholen bezoeken, zullen niet naar ons toe komen. Wij zullen hen niet in onze klassen hebben. Wat ons ontbreekt, is de mogelijkheid om kinderen vanaf hun vijftiende levensjaar volgens ons eigen leerplan les te geven. Dat is destijds zo vastgelegd. De zaak is voorlopig afgehandeld. We hebben dit al besproken; we kunnen er hier niet verder op ingaan.
De allerbelangrijkste vraag is: hoe moet de tijd tussen de lagere school en het hoger onderwijs worden ingevuld? Als we de mogelijkheid zouden kunnen creëren — door erkenning van de autoriteiten te verkrijgen — dan zouden we een enorme toestroom van leerlingen zien.
Bestaat er, bij gebrek aan een dergelijke leerlingopleiding, een mogelijkheid voor iemand om zulke jongeren in een bedrijf op te nemen?

X.: Wer nicht bei einem anerkannten Meister gelernt hat, kann nicht angestellt werden.

X.: Iemand die niet is opgeleid door een erkende meester, kan niet worden aangenomen.

Dr. Steiner: Man kann nichts machen! Es ist alles so abgezirkelt, daß es bloß noch kein Gesetz gibt, wie man die Gabel halten muß. Die Frage müßte studiert werden, auf welche Weise man Fortbildungsschulen einrichten kann, daß sie im Sinne der volkspädagogischen Aufsätze Fortbildungsschulen sein können. Die Waldorfschule müßte versuchen, das bei den Behörden durchzudrücken. Man müßte der Schule mehr Ansehen verschaffen.

Er is niets aan te doen! Alles is zo streng gereguleerd dat alleen een wet die voorschrijft hoe men een vork moet vasthouden, nog ontbreekt. We moeten onderzoeken hoe we scholen voor vervolgonderwijs kunnen opzetten zodat ze ook werkelijk als zodanig functioneren, in de geest van de essays over openbaar onderwijs. De Waldorfschool zou moeten proberen dit bij de autoriteiten gedaan te krijgen.
We moeten meer aanzien voor de school verwerven.
.

GA 300A/273-277

GA 300A  inhoudsopgave

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

 

 

 

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over pedagogie(k) GA 300A – Vergadering 15 november 1920

.

Zie ‘het woord vooraf

Bij de gegeven antwoorden is in het Duits telkens de naam van Steiner gegeven. Ik heb dat niet gedaan, zolang er geen verwarring kan ontstaan. De voetnoten die in de uitgave op aparte bladzijden staan, v.a. blz. 300, heb ik direct bij het verwijzende woord toegevoegd.

In deze vergadering gaat het over:

M.n. de 9e klas
Geschiedenis, Hermann Grimm  <1>
Wiskunde, natuurkunde <2>
Buitenlandse taal <3>
Vrij godsdienstonderwijs <4>
Muziek, euritmie <5>
(Geen specifiek 9e klas) Handwerken, handvaardigheid, kunstzinnig! <6>
Idem. Schilderen, kleurbeleving <7>
Het maken van euritmieschoen met negatieve gevolgen <8>
Kind wil niet meedoen met euritmie <9>
Iets over een specifieke leerling <10>

 

RUDOLF STEINER

Konferenzen mit den Lehrern der Freien Waldorfschule in Stuttgart 1919 bis 1924

Erster Band Das erste und zweite Schuljahr

Vergaderingen met de leerkrachten van de vrije Waldorfschool in Stuttgart

Band 1 Het eerste en tweede schooljaar

Van de vergaderingen die de leerkrachten van de eerste vrijeschool in Stuttgart hielden, zijn verslagen bewaard gebleven van díe vergaderingen waarbij Rudolf Steiner aanwezig was.

GA 300A

Blz. 235

Vergadering van maandag 15 november 1920, 20u

Dr. Steiner: Wir werden heute zuerst wohl die Wünsche und Mitteilungen der verehrten Mitglieder des Lehrerkollegiums entgegennehmen, nicht wahr?

Ich möchte bitten, da wir den ersten Teil der Konferenz haben, ob Wünsche von den einzelnen Mitgliedern vorliegen oder Fragen, die aus dem Kollegium hervorgehen, und die innerhalb der Lehrerschaft ohne das erweiterte Kollegium, also ohne die später erscheinenden jüngeren Lehrer zu besprechen wären?

Ich würde zunächst fragen wollen, wie sich der Unterricht in der 9. Klasse nach den Erfahrungen der daran beteiligten Lehrer gestaltet hat. 

We beginnen vandaag eerst met het in ontvangst nemen van de wensen en opmerkingen van de gewaardeerde leden van het docententeam, nietwaar?Aangezien dit het eerste deel van de vergadering is, wil ik graag vragen of er wensen zijn van individuele leden of vragen die vanuit het team zijn ontstaan ​​en die besproken moeten worden met de docenten, zonder de uitgebreide staf, dus zonder de jongere docenten die later zullen aansluiten?

Ik wil allereerst vragen hoe de lessen in de negende klas zijn gestructureerd, gebaseerd op de ervaringen van de betrokken docenten.

Im Deutschen wird Herman Grimm gelesen, in der 8. und 9. Klasse.



Hermann Grimm wordt in het Duits gelezen in de achtste en negende klas.

Dr. Steiner: Hat sich Ihnen die Möglichkeit ergeben, verschiedenes

hineinzubeziehen in die Lektüre von Grimm? Wie weit sind Sie gekommen mit den Schülern in der Geschichte? Was haben Sie gemacht bei der Stelle, wo er im ersten Vortrag des zweiten Teiles die Charakteristik der letzten Jahrhunderte gibt, wo er über Rom spricht?

<1> Heeft u de mogelijkheid gehad om verschillende aspecten in het lezen van Grimm te verwerken? Hoe ver bent u gevorderd met de leerlingen in geschiedenis? Wat heeft u gedaan op het punt waar hij, in de eerste lezing van het tweede deel, de karakterisering van de laatste eeuwen geeft, waar hij het over Rome heeft?

X.: Da haben die Kinder die Geschichte nicht gekannt.

X.: De kinderen kenden de geschiedenis niet.

Dr. Steiner: Es würde sich darum handeln, daß Sie die Geschichte des 16., 17., 18., 19. Jahrhunderts behandelten, mindestens in der 9.

Vielleicht daß Sie es doch so machten. In der 9. fehlt es. Nicht wahr, bei diesen Jahrhunderten würde es sich darum handeln, daß man auf das Ziel losgeht, daß die Schüler ein Verständnis für die Gegenwart bekommen. Sie sind schon fünfzehn Jahre alt. Die Themen könnten Sie so nehmen, wie sie in dem Kapitel bei Herman Grimm für jedes Jahrhundert angegeben sind, das 19. Jahrhundert als Zusammenfluß der Völkergeschichte. Ich meine, die Themen für die letzten vier Jahrhunderte, als Leitmotive. Eigentlich würde es sich darum handeln, das in beiden Klassen zu machen. Nur wird es sich darum handeln, daß Sie die Dinge in verschiedener Weise vornehmen können: in der 8. mehr erzählend, in der 9. mehr auf die leitenden Ideen der letzten Jahrhunderte eingehend.

Sie müßten schon dahin arbeiten, daß Sie die leitenden Ideen den Kindern vortragen könnten. Es ist viel Material in den Zyklen da, was einfach erweitert werden kann dadurch, daß man die Literatur da und dort überall hernimmt.

Het gaat erom dat je de geschiedenis van de 16e, 17e, 18e en 19e eeuw behandelt, in ieder geval in de negende klas.

Misschien zou je het zo kunnen aanpakken. Het ontbreekt in de negende klas. Is het niet zo dat het doel met deze eeuwen is om de leerlingen te helpen een begrip van het heden te ontwikkelen? Ze zijn al vijftien jaar oud. Je zou de onderwerpen kunnen gebruiken zoals ze in het hoofdstuk van Herman Grimm voor elke eeuw worden genoemd, de 19e eeuw als het keerpunt van de nationale geschiedenis. Ik bedoel, de thema’s van de afgelopen vier eeuwen, als leidraad. Eigenlijk zou dat betekenen dat je dit in beide klassen doet. Je zou het echter op verschillende manieren moeten aanpakken: meer verhalend in de achtste klas en meer diepgaand ingaand op de leidende ideeën van de afgelopen eeuwen in de negende klas. Je zou zo moeten werken je de leidende ideeën aan de kinderen kan meegeven. De cycli [het tot dan verschenen werk van Steiner] bevatten veel materiaal dat gemakkelijk kan worden uitgebreid door literatuur van diverse bronnen te gebruiken. <1>

Blz. 236

(Zu einem anderen Lehrer): Dann hatten Sie die mathematischen Fächer. Haben Sie mit den Kindern schon geometrisches Zeichnen durchgenommen ?

Finden Sie notwendig — ich habe durch die viele Inanspruchnahme von anderer Seite zu wenig gesehen —, finden Sie, daß es notwendig ist, soviel Verstandesmäßig-Theoretisches in der Physik durchzunehmen? Hält das nicht auf, so viel rein Begriffliches?

<2> (Tegen een andere docent): Dus u had de wiskundevakken. Heeft u al geometrisch tekenen met de kinderen behandeld?

Vindt u het nodig – ik heb er door mijn vele andere verplichtingen niet genoeg van gezien – vindt u het nodig om zoveel intellectueel en theoretisch materiaal in de natuurkunde te behandelen? Vertraagt ​​al die puur conceptuele stof hen niet?

X.: Ich möchte nur so viel bringen, als unbedingt notwendig ist.

X: Ik wil alleen datgene behandelen wat absoluut noodzakelijk is.

Dr. Steiner: Wieviel beherrschen denn die Schüler vom reinen Tatsachenmaterial? Es wäre natürlich bei der Elektrizität darauf zu

sehen, daß man möglichst in rationeller Weise die Erscheinungen

selbst in den Vordergrund stellt. Möglichst wenig theoretische Spekulationen. Das ist etwas, was vielleicht eben doch nicht sehr intensiv haftet; vom rein didaktischen Gesichtspunkt aus dürfte es nicht sehr haften. Ich würde meinen, daß man bei diesem Gegenstand als Ideal betrachten soll, möglichst nur am Experiment als solchem die nötigen Begriffe zu entwickeln, und zunächst möglichst wenig an der Tafel zu zeichnen, sondern die ganze Sache an dem Experiment entwickeln. Dann kann man auch die Sokratische Methode, die Sie

anwenden, versuchen.

Hoeveel van de puur feitelijke stof begrijpen de leerlingen eigenlijk? Bij elektriciteit is het natuurlijk belangrijk om de verschijnselen zelf op een rationele manier te benadrukken. Zo min mogelijk theoretische speculatie. Dat is iets wat misschien niet zo goed blijft hangen; vanuit een puur didactisch oogpunt zal het waarschijnlijk niet goed blijven hangen. Ik zou willen voorstellen dat men bij dit vak idealiter de noodzakelijke concepten uitsluitend via het experiment zelf ontwikkelt, en in eerste instantie zo min mogelijk op het bord tekent, maar het geheel via het experiment uitwerkt. Dan kan men ook de socratische methode proberen die u gebruikt.

Wenn man so theoretisch die Sache entwickelt, dann hilft einem die Sokratische Methode nichts. Woher sollen die Kinder etwas wissen? Man kann sie kaum so fragen. Da Sie schon die Möglichkeit zum Experimentieren haben, das habe ich

gesehen, da würde ich die Experimentier-Möglichkeit ausnützen.

Dann erspart man sehr viel Zeit. Wenn Sie so die Elektrizität durchnehmen wollen, dann werden Sie durchkommen. Die Kinder lernen dabei viel mehr, als wenn man ihnen die Begriffe der Spannung auseinandersetzt. Das wäre didaktisch nicht schlau. Sie müssen dann zwei Wochen geometrisches Zeichnen betreiben. Nur zwei Wochen die Deskriptive.

Als je het zo theoretisch aanpakt, heeft de socratische methode geen zin. Hoe moeten de kinderen er dan iets van afweten? Je kunt ze dat toch moeilijk vragen? Aangezien je al de mogelijkheid hebt om te experimenteren, zoals ik heb gezien, zou ik daar gebruik van maken. Dat scheelt een hoop tijd. Als je elektriciteit op deze manier wilt behandelen, kom je er wel mee weg. De kinderen leren veel meer dan wanneer je ze alleen de concepten van spanning uitlegt. Dat zou pedagogisch gezien niet goed zijn.

Dan zou je twee weken moeten besteden aan geometrisch tekenen. Slechts twee weken aan beschrijvend tekenen. <2>

X.: Im Fremdsprachenunterricht ist die Forumszene aus dem „Julius Cäsar”

gelesen worden.

<3> X.: In de les vreemde talen werd de forumscène uit “Julius Caesar” gelezen.

Dr. Steiner: Können Sie es nicht auch schriftlich machen lassen, als

eine Art Aufsatz? Es wäre notwendig, daß so etwas eingefügt würde.

Auch im Deutschen, daß man doch zu einer Darstellung käme. Daß

sie wirklich das auch formulieren.

Zou je ze het niet kunnen laten opschrijven, als een soort essay? Zoiets zou nodig ingevoerd moeten worden. Zelfs in het Duits, zodat ze het kunnen presenteren. Zodat ze het daadwerkelijk kunnen formuleren.

(Zum Deutschlehrer): Irgendwelche Themen stellen Sie gar nicht?

Es würde nicht schaden, wenn vorher der Stoff im Vortrag wiederholt ist. Wenn sie nur eigene Formulierungen bringen.

(Tegen de docent Duits): Zijn er nog onderwerpen die u helemaal niet aan de orde stelt?

Het zou geen kwaad kunnen als het materiaal voorafgaand aan de presentatie nog eens doorgenomen werd. Als je maar je eigen formulering gebruikt.

Blz. 237

Es wird über das Französische berichtet.

Er wordt verslag gedaan over het Frans.

Dr. Steiner: Jedenfalls können wir das, was wir für die 9. Klasse

projektiert haben, durchführen.

In elk geval kunnen we uitvoeren wat we voor de negende klas gepland hadden.

Der Deutschlehrer: Ich muß jetzt Jean Paul nehmen.

De docent Duits: Ik moet nu Jean Paul behandelen.



Dr. Steiner: Ich habe das nicht so gemeint, daß es der Reihe nach

gehen muß. Wir haben ja doch Mitte November; etwas Geschichte

müssen wir bewältigen. Zunächst eigentlich die vier Jahrhunderte im

Zusammenhang. Sie können damit wirklich brauchen bis Mitte

Januar in beiden Klassen. — Für alle anderen Klassen ist der Lehrplan

gegeben.

Ik bedoelde niet dat het in chronologische volgorde moest gebeuren. Het is immers half november; we moeten nog wat geschiedenis behandelen. Om te beginnen de vier eeuwen in context. Je kunt dit echt tot half januari in beide klassen gebruiken — Het leerplan is voor alle andere klassen vastgesteld.

X.: Wird dieser Lehrplan nicht allgemein als Norm gültig sein?

X: Wordt ​​dit curriculum niet in zijn algemeenheid de norm?

Dr. Steiner: Zunächst ist es notwendig, daß wir in diesem Jahre

wissen, was wir zu tun haben.

Ten eerste is het nodig dat we weten wat we dit jaar moeten doen.

X..- Ist im Sprachunterricht schon so etwas wie Literaturgeschichte zu treiben?

X: Is het mogelijk om zoiets als literatuurgeschiedenis in de taallessen te behandelen?

Dr. Steiner: Mehr Literaturgeschichte als an dem Objekt einiges nebenher zu sagen über Shakespeare, und wenn Sie gerade das eine oder andere behandeln, die Kinder damit bekanntmachen, mehr Literaturgeschichte ist doch bei solchen Kindern nicht nötig.

Die Methoden in der Staatsschule für Latein und Griechisch, die sind die gräßlichsten, die äußerste Dekadenz. Wir müssen unsere Kinder so weit bringen, daß sie den Anschluß finden. Wenn wir einigermaßen unsere Methoden ausgebildet haben, müssen wir die Kinder ganz genau so weit bringen. Unsere Methode wird noch nicht so gehandhabt. Ich glaube, wenn einmal dieses Problem gelöst ist, daß Sie durch die Disziplin nicht mehr gestört werden, dann erreichen Sie das schon. Das ist die Crux, weil die Kinder Ihnen doch alle vier bis fünf Minuten einmal über den Kopf wachsen.

Die österreichischen Gymnasien waren Musteranstalten. Dieser Lehrplan war schon das allerbeste, was man denkt, wenn man die Sache als solche zugibt. Leo Thun, 1854; Gautsch hat es verdorben.

Es war die Geschichte gut verteilt. In Weimar fand ich gleich die Auffassung der Weltgeschichte: Von der Erschaffung der Welt bis zu den Hohenzollern fünfzig Seiten, und drei Bände Hohenzollern-Geschichte.

Meer literatuurgeschiedenis dan alleen een paar dingen over Shakespeare terloops zeggen, en als je momenteel één of twee onderwerpen behandelt en de kinderen daarmee laat kennismaken, is meer literatuurgeschiedenis voor die kinderen niet nodig.

De methoden op de staatsschool voor Latijn en Grieks zijn verschrikkelijk, het toppunt van decadentie. We moeten onze kinderen zover krijgen dat ze kunnen aansluiten. Zodra we onze methoden enigszins hebben ontwikkeld, moeten we de kinderen precies op hetzelfde niveau krijgen. Onze methode wordt nog niet op die manier toegepast. Ik geloof dat zodra dit probleem is opgelost, zodra je je niet meer druk hoeft te maken om discipline, lukt het wel. Dat is de kern van de zaak, want met de kinderen loopt het om de vier à vijf minuten uit de hand.

De Oostenrijkse gymnasia waren modelinstellingen. Dit leerplan was al het allerbeste wat je je kon voorstellen, als je de zaak maar accepteert zoals die is. Leo Thun, 1854; Gautsch heeft het verpest.

De geschiedenis was goed verdeeld. In Weimar vond ik meteen het

concept wereldgeschiedenis: van de schepping van de wereld tot de Hohenzollerns, vijftig pagina’s, en drie delen Hohenzollern-geschiedenis. <3>

Nicht wahr, dann haben wir ja für diese Klasse auch diesen freien

Religionsunterricht. Wie ist der eingeteilt?

<4> Oké, dan hebben we voor deze klas ook nog dit vrije godsdienstonderwijs . Hoe is dat ingedeeld?

X.: Wir haben neun Klassen in drei Gruppen.

X: We hebben negen klassen in drie groepen.

Blz. 238

Dr. Steiner: Wodurch sind die Klassen so riesig geworden? Wenn die Verteilung ordentlich ist, so schaden große Klassen nichts, aber bei Ihnen sitzt schon wirklich der eine auf dem Kopf des anderen. Die Klasse des Herrn U. ist zu groß. Die Klasse müßte geteilt werden. 73 Kinder! Sie gehen in die Bänke nicht hinein, und dann puffen sie sich wieder hinaus. Das ist eine Kalamität. Heute waren die schlimmsten Schüler nicht da. Also nicht wahr, bei dieser Klasse ist wohl eine Trennung notwendig. Ich würde doch meinen, es müßte die Klassegeteilt werden. Und da gerade bei diesem Unterricht doch wirklich sehr viel davon abhängt, daß man Kontakt hält mit den einzelnen — man müßte die Möglichkeit haben, den einen und den anderen möglichst oft zu fragen —, müßte die Möglichkeit bestehen, noch zwei Stunden einzurichten und die Hälfte der Schüler abzugliedern.

Es kann höchstens eine Raumfrage sein. Gelöst wird es werden müssen, sonst werden wir gerade mit diesem Unterricht scheitern. Wer könnte diesen Unterricht noch erteilen?

Wat heeft ertoe geleid dat de klassen zo enorm groot zijn geworden? Als de zitopstelling ordelijk is, richten grote klassen geen schade aan; maar in uw geval zitten de leerlingen werkelijk bovenop elkaar. De klas van de heer U. is te groot. De klas moet worden gesplitst. 73 kinderen! Ze passen niet eens in de banken, en dus dringen ze elkaar er uiteindelijk weer uit. Het is een ramp. Vandaag waren de meest onrustige leerlingen niet eens aanwezig. Dus — bent u het niet met mij eens? — is een splitsing voor juist deze klas toch zeker noodzakelijk? Ik zou er beslist op willen staan ​​dat de klas gesplitst wordt. En aangezien er bij dit specifieke vak zoveel afhangt van het onderhouden van contact met de individuele leerlingen — men moet immers de gelegenheid hebben om deze of gene leerling zo vaak mogelijk vragen te stellen — moet er een mogelijkheid worden gevonden om twee extra lessen in te roosteren en de helft van de leerlingen af ​​te splitsen.

Hoogstens zou het een kwestie van beschikbare ruimte kunnen zijn. Maar dat zal moeten worden opgelost; anders zijn we gedoemd te mislukken — specifiek bij dit vak.

Wie zou deze klas anders kunnen geven?

X.: Ich würde es gerne tun.

X.: Ik zou het heel graag willen doen.



Dr. Steiner: Es müßte jemand sein, der früher nicht in der Religion darinnen gestanden hat. Es kann ja sein, daß Sie nach vielen Jahren heraus sind. In den Gedankenformen sicher nicht. Es ist im Lehrerkollegium niemand da. Es ist natürlich eine schwer zu lösende Sache. Man muß auch, nicht wahr, die Klippe überwinden, Wärme hineinzukriegen in den Unterricht, Wärme, Wärme! Ich würde zum Beispiel ja schon A. vorschlagen, weiß aber nicht, ob er sich den nötigen pädagogischen Duktus aneignen würde. Wenn man es mit A. probiert? Denn wer ist sonst in der hiesigen Krisenzeit aus der anthroposophischen Bewegung heraus vorzuschlagen? Es gibt niemand.

Hier friert man furchtbar viel!

Het zou iemand moeten zijn die zich niet eerder in de religieuze sfeer heeft ondergedompeld. Het is natuurlijk mogelijk dat u daar na vele jaren inmiddels bovenuit bent gegroeid. Maar zeker niet wat uw denkwijze betreft. Binnen het lerarencorps is er niemand anders beschikbaar. Het is, vanzelfsprekend, een lastige kwestie om op te lossen.

Men moet toch ook – nietwaar? – de hindernis nemen om het onderwijs met warmte te doordringen – warmte, louter warmte! Ik zou bijvoorbeeld inderdaad A. willen voorstellen, al weet ik niet of hij de noodzakelijke pedagogische houding zou kunnen verwerven. Wat als we het eens met A. zouden proberen? Want wie anders zou er, in deze tijden van crisis hier, vanuit de antroposofische beweging kunnen worden voorgedragen? Er is niemand.

Het is hier verschrikkelijk koud! (= om koude rillingen van te krijgen?) <4>

Ich wüßte niemand anders zu finden. Den Lehrern von hier kann man nicht noch etwas aufhalsen. — Die 9. Klasse ist so klein, daß man sehr viel an die einzelnen Schüler herankommen kann.

(Zu einer Lehrerin): Ich habe die Meinung, daß Sie eigentlich eine Hilfe in Ihrer Klasse brauchen, Fräulein H. Auf die Weise würde es zu machen sein, daß Fräulein S. Ihnen hilft. Darüber müßte man reden.

Das namentlich dann, wenn es sich darum handelt, die Kinder zu beschäftigen. Die Klasse ist für Chorunterricht so, daß sie sich weitet.

Sie hat eine Peripherie, Sie dringen nicht ganz durch bis zu den letzten. Am liebsten wäre es mir auch, wenn es zwei Klassen werden könnten. Daß es schon möglich wäre, daß Fräulein S. am Unterrichtteilnimmt und Ihnen mithilft, wenn Sie die Kinder beschäftigen, wenn sie malen oder zeichnen. 

Ik zou niemand anders kunnen vinden. De leraren hier kun je niet nog meer werk opdringen. — De 9e klas is zo klein dat je heel goed contact kunt maken met de individuele leerlingen.

(Tegen een lerares): Ik ben van mening dat u eigenlijk een hulp in uw klas nodig hebt, juffrouw H. Het zou zo kunnen dat juffrouw S. u helpt. Daar zou men over moeten praten. Dat geldt met name als het erom gaat de kinderen bezig te houden. De lesruimte voor koorlessen is zo ingericht dat deze zich kan uitbreiden.

De klas heeft een periferie, u dringt niet helemaal door tot de laatste. Het zou mij ook het liefst zijn als het twee klassen zouden kunnen worden. Dat het voor juffrouw S. mogelijk zou zijn om deel te nemen aan de lessen en u te helpen bij het bezighouden van de kinderen, wanneer ze schilderen of tekenen.

Blz. 239

Die Klasse fällt auseinander. Die einzelnen Kinder sind zu wenig aktiv dabei beim Unterricht. Die bleiben untätig eine Zeit. Ich habe mir auch schon gedacht, ob es nicht möglich wäre, daß Sie eine Stunde geben und darin bleiben, und die andere Stunde Fräulein S. den Unterricht gibt. Dadurch wäre auch für die Disziplin gesorgt. Man könnte noch nachdenken über den Modus. An sich kann man auch 150 Schüler haben. Wir werden solche großen Klassen nicht haben. Sie haben 50 Schüler, und Ihre Klasse, Fräulein H., ist im konkreten Fall zu groß.

De klas valt uit elkaar. De individuele kinderen doen niet actief genoeg mee aan de les. Ze blijven een tijdje passief. Ik vroeg me ook af of het niet mogelijk zou zijn dat u één uur lesgeeft en bij de klas blijft, en dat juffrouw S. het andere uur lesgeeft. Dat zou ook de discipline bevorderen. We zouden ook de opzet kunnen overwegen. In principe kan een klas 150 leerlingen hebben. Zulke grote klassen zullen we niet hebben. U heeft 50 leerlingen en uw klas, juffrouw H., is in dit specifieke geval te groot.

X.: Darf ich fragen, soll die C-Dur-Tonleiter festgehalten werden, und soll in der Toneurythmie Wert gelegt werden auf den absoluten Ton? Ich hätte mir gedacht, ob man nicht die Toneurythmie als relative Toneurythmie hinnähme.

<5>X: Mag ik vragen of de C-majeurtoonladder behouden moet blijven en of de nadruk moet liggen op de absolute toonhoogte bij toon-euritmie? Ik vroeg me af of toon-euritmie ook als relatieve toon-euritmie kan worden beschouwd.

Dr. Steiner: Das kann man gut machen.

Dat is een goede benadering.

Eine Eurythmielehrerin: Ich ging immer auf den absoluten Ton.

Een euritmiedocent: Ik heb me altijd gericht op de absolute toonhoogte.

Dr. Steiner: Man kann das Befestigen der eurythmischen Bewegung

schon machen dadurch, daß man im Absoluten bleibt. Man braucht

das nicht pedantisch festzuhalten.

Je kan de euritmische beweging ontwikkelen door in de absolute toonhoogte te blijven. Je hoeft er niet pedant aan vast te houden. <5>

Was machen die Kinder bei Ihnen im Werkstattunterricht?

<6> Wat doen de kinderen bij u in de handvaardigheidslessen?

Ein Werklehrer: Wir haben an den Arbeiten weitergemacht vom vorigen Jahr.

Een docent handvaardigheid: We zijn verdergegaan met het werk van vorig jaar.

Dr. Steiner: Geht es dieses Jahr mit der Disziplin im Handarbeitsunterricht? Im vorigen Jahr die letzte Stunde war in der Sache und Disziplin ganz schön.

Haben Sie viel zu tun? Ich frage deshalb, weil ich meine, daß zu einer

gewissen Anregung gut wäre, wenn gerade dieser Stoff der Pädagogik und Didaktik im vorjährigen Kurse verarbeitet würde. Ob es nicht möglich wäre, alle vierzehn Tage eine sachliche Konferenz zu machen? Abgesehen von der Schule als solcher. Bringen Sie es dazu, daß Sie Fragen formulieren, die ein positives Erträgnis haben. Es wäre doch gut, wenn man bei diesen Dingen in einem gewissen Kontakt bleiben könnte, indem Sie Zweifelsfragen ausarbeiten, und ich Themen stellen könnte, die dann zur Besprechung kämen, wenn ich hierherkomme. Aber ich hoffe, daß es in der Zukunft Zeit gibt, wo ich mich der Waldorfschule widmen kann. Notwendig wäre es doch, daß Sie Zweifelsfragen ausarbeiteten und diese Fragen mir schickten, und daß diese Fragen beantwortet würden, wenn ich komme.

Gaat het goed met de discipline in de handvaardigheidsles dit jaar? Vorig jaar was de laatste les, zowel inhoudelijk als qua discipline, erg goed. Heeft u het erg druk? Ik vraag dit omdat ik denk dat het goed zou zijn voor wat inspiratie als dit onderwerp van pedagogie en didactiek, in de cursus van vorig jaar verwerkt zou worden. Zou het niet mogelijk zijn om elke twee weken een inhoudelijk overleg te houden? Los van de school zelf. Probeer vragen te formuleren die een positief resultaat opleveren. Het zou goed zijn als we hierover enig contact zouden kunnen houden als u vragen formuleert waarover u twijfelt, en ik dan onderwerpen zou kunnen aandragen die we kunnen bespreken als ik hier ben. Maar ik hoop dat er in de toekomst tijd zal zijn om me aan de Waldorfschool te wijden. Het is nodig dat u vragen van twijfel uitwerkt en die naar mij stuurt, en dat deze vragen worden beantwoord wanneer ik kom. <6>

Über den Malunterricht.

Dr. Steiner (zu einer Klassenlehrerin): Sie haben den Unterricht veranlagt ?

<7> Over de schilderlessen.

Dr. Steiner (tegen een klassenleerkracht): Heeft u de lessen ontworpen?

Blz.  240

X.: Herr Doktor haben heute einige Versuche gesehen.



X.: Dokter, u heeft vandaag een paar experimenten gezien.



Dr. Steiner: Die sind als solche ganz gut. Es müßte noch mehr dazu kommen, daß das Herausarbeiten des Konventionellen, daß die Schrift aus dem Malen und Zeichnen herausgearbeitet wird; dazu müßte es überhaupt mehr kommen. Für die 1. Klasse sind Richtlinien gegeben. Allmählich weiter ausbilden, daß die Farbe weiter entwickelt wird.

Ze zijn best goed zoals ze zijn. Er moet meer gebeuren, met name de conventionele aanpak verder ontwikkelen, het schrijven vanuit schilderen en tekenen ontwikkelen; er moet in het algemeen meer gebeuren. Er zijn richtlijnen voor de eerste klas. Geleidelijk aan het kleurgebruik verder ontwikkelen.

X.: Ich finde es im Augenblick nicht, ich tappe herum.

X.: Ik heb het nu even niet; ik ben aan het zoeken.

Dr. Steiner: Einige von diesen Kindern haben ganz Gutes gemacht.

Es müßte etwas herauskommen aus der Farbe. Bei der T. F. ist etwas

darinnen.

Sommige van deze kinderen hebben het heel goed gedaan.

Er moet iets uit de kleur komen. Bij T.F. is er wel iets in.

X.: Ich habe gefunden, daß die Kinder bei den Wasserfarben sehr schwer zu

Formen kommen.

X.: Ik heb gemerkt dat de kinderen erg moeilijk vormen kunnen maken met waterverf.

Dr. Steiner: Die Kreidestifte sollte man nicht kultivieren. Worauf es

ankäme, das wäre — nur sind wir nicht so weit —, daß wir abgrenzen

könnten. Es würde erst ein ordentlicher, reinlicher Lehrplan sein in

den unteren Klassen. Die anderen müssen natürlich fast dasselbe

durchführen. Nur daß man auf das Alter des Schülers Rücksicht

nimmt. Die Hauptsache liegt jetzt schon darin, daß ein innerliches

Gefühl vom Farbaufbau in den Kindern erweckt wird, ein Erleben

der Farbenwelt, daß die Kinder ein Gefühl bekommen vom Leben

der Farbenwelt im Erleben der Märchen.

Krijtstiften moeten niet gestimuleerd worden. Wat belangrijk zou zijn – maar zover zijn we nog niet – is dat we grenzen kunnen stellen. Het zou beginnen met een degelijk, goed gestructureerd leerplan in de lagere klassen. De andere klassen moeten natuurlijk vrijwel hetzelfde leerplan volgen. Wel belangrijk om rekening te houden met de leeftijd van de leerling. Het gaat erom dat er bij de kinderen een innerlijk begrip van de kleurenopbouw wordt gewekt, dat ze de wereld van kleur ervaren en dat ze door middel van sprookjes een gevoel krijgen voor de levendigheid van die kleurenwereld.

X.: Man muß doch den Kindern Formen geben, bestimmte Motive.

X.: Je moet de kinderen toch vormen geven, specifieke motieven.

Dr. Steiner: Die Kinder kriegen schon Formen, wenn Sie die Phantasie wirken lassen. Sie müssen die Formen aus der Farbe herauswachsen lassen. Sie können in der Farbenwelt mit den Kindern reden. Denken Sie nur, wie anregend es ist, wenn Sie mit den Kindern bis zum Verständnis dessen es brächten: Da ist dieses kokette Lila, und im Nacken sitzt ihm ein freches Rötchen. Das ganze steht auf einem demütigen Blau.

Sie müssen es gegenständlich kriegen — das wirkt seelenbildend —, so daß die Farben auch etwas tun. Das, was aus der Farbe heraus gedacht ist, das kann man auf fünfzigerlei Weise machen. Man muß das Kind zum Darinnenleben in der Farbe bringen, indem man sagt: „Wenn das Rot durch das Blau hindurchguckt”, und das wirklich schaffen läßt vom Kinde. Ich würde versuchen, viel Leben gerade in dies hineinzubringen. Sie müssen sie etwas aus dem Klotzigen (Klätzigen?), aus dem Lässigen herausbringen.

Kinderen ontwikkelen vormen als je hun verbeelding de vrije loop laat. Je moet de vormen laten ontstaan ​​vanuit de kleur. Je kunt met kinderen praten over de wereld van kleuren. Stel je eens voor hoe stimulerend het is als je kinderen begeleidt naar het punt van begrip: Daar is een koket lila, en op zijn nek zit een brutaal rood. Het geheel rust op een bescheiden blauw.

Je moet het concreet maken – dat heeft een zielvormend effect – zodat de kleuren daadwerkelijk iets doen. Wat vanuit de kleur wordt bedacht, kan op vijftig verschillende manieren worden gedaan. Je moet het kind tot innerlijk leven brengen binnen de kleur door te zeggen: “Wanneer het rood door het blauw heen kijkt,” en het kind dat echt laten creëren. Ik zou juist hier veel leven in proberen te krijgen. Je moet ze weghalen uit het onbeholpene en het nonchalante.

Blz. 241

Es muß Feuer hinein! Es ist im allgemeinen notwendig, daß in der jetzigen Zeit dieses Farbengefühl, das nicht so korrumpiert ist wie das Musikalische, entwickelt wird. Es wird auf das Musikalische günstig zurückwirken, wenn das Farbenleben entwickelt wird.

Er moet enthousiasme bij! Het is over het algemeen noodzakelijk dat in deze tijd dit kleurgevoel, dat niet zo aangetast is als het muzikale gevoel, wordt ontwikkeld. Het zal een gunstig effect hebben op het muzikale gevoel wanneer de levendigheid van kleur wordt ontwikkeld.



X.: Wären Sie dafür, daß man außer dem Malen das Zeichnen übt?

X.: Zou u voorstander zijn van het oefenen met tekenen naast schilderen?

Dr. Steiner: Das lineare Zeichnen nicht. Das lineare Zeichnen nur, wenn es sich darum handelt, Geometrisches zu verstehen. Jedenfalls wichtig ist das andere: aus dem Hell-Dunkel heraus arbeiten! In dieser Beziehung hat sich die 9. Klasse noch nicht lebendig erwiesen. Man muß alles zu Hilfe nehmen.

Geen lijntekenen. Lijntekenen alleen als het gaat om het begrijpen van geometrie. In elk geval is het andere belangrijk: werken met licht en donker! Wat dat betreft heeft de negende klas zich nog niet erg levendig getoond. Je moet alles gebruiken wat beschikbaar is.

X.; Könnte die 9. und 8. Klasse Malstunden nehmen?

X.: Zouden de negende en achtste klas schilderlessen kunnen volgen?



Dr. Steiner: Man müßte das in den Stunden, die jetzt schon da sind,

hereinbringen. Daß mehr Künstlerisches getrieben werden sollte, das

ist ganz evident. Deshalb war mir zu tun, daß Fräulein Hauck hereinkommt in den Handfertigkeitsunterricht, daß die Handarbeit künstlerisch gestaltet wird. Zumeist ist das Handarbeitliche philiströs. Ich möchte, daß es wirklich künstlerisch gestaltet wird. Da in der Handarbeit kann man das Lineare anwenden. Auf dem Papier ist das Lineare etwas unwesenhaft.

Dat zou je moeten integreren in de lessen die er al zijn. Dat er meer artistieke activiteiten moeten worden ondernomen, is overduidelijk. Daarom wilde ik graag dat juffrouw Hauck naar de handvaardigheidsles kwam, zodat het handwerk kunstzinnig vormgegeven zou worden. Meestal is handwerk onbeholpen. Ik wil dat het echt kunstzinnig is. Want bij handwerk kun je lineaire principes toepassen. Op papier zijn lineaire principes minder belangrijk.

Es kann die Brücke geschlagen werden vom Handarbeitsunterricht zum Handfertigkeitsunterricht. Es gibt doch eine ganze Menge Gegenstände, die man bemalen kann. Es gibt im Haushalt Dinge, die von den Menschen selbst bemalt werden sollten. Wenn die Kinder Puppensachen machen, da könnte viel

Kunst entwickelt werden. Da könnte Stil, Farbensinn entwickelt werden; alles könnte entwickelt werden. Wenn man da durchdringt damit, daß der Naturalismus der Puppenbereitung überwunden wird, daß etwas Lebendiges da wäre, lachende Puppen, künstlerisch gestaltet, da könnte man segensreich wirken.

Geradeso wie man die Kinder daran gewöhnt, daß sie Wechsel schreiben lernen, weiß ich nicht, warum man die Kinder nicht daran gewöhnen soll, wie man ein Plakat macht, wie man ein Plakat schön findet und bei einem schönen Plakat auch dessen Schönheit wirklich erkennt. Das häßliche, unmögliche Plakat sollte ebenfalls erkannt werden. Aber die Menschen schauen sich die Sachen an, ohne rasend zu werden. Der Geschmack müßte gebildet werden; Stilgefühl müßte entwickelt werden. Was Stilgefühl betrifft, ist der Unterricht, selbst in künstlerischen Anstalten, etwas Scheußliches.

Die scheußlichsten Proben haben wir hier vor kurzem erlebt. Sie kennen das graphische Zeichen der Dreigliederung von den Kernpunkten.

Er kan een brug geslagen worden tussen handwerken en lessen in handvaardigheid. Er zijn talloze voorwerpen die beschilderd kunnen worden. Er zijn dingen in huis die mensen zelf zouden moeten beschilderen. Wanneer kinderen poppenkleertjes maken, kan er veel artistiek talent ontwikkeld worden. Stijl, gevoel voor kleur, alles kan ontwikkeld worden. Als je erin slaagt het naturalisme van het poppenmaken te doorbreken, en er levende, lachende poppen ontstaan, artistiek vormgegeven, dan kan dat een positief effect hebben. Net zoals je kinderen leert cheques uit te schrijven, zie ik geen reden waarom je ze niet zou leren hoe ze een poster moeten maken, hoe ze een poster mooi kunnen vinden en hoe ze de schoonheid van een mooie poster echt kunnen herkennen. Ook de lelijke, onmogelijke poster moet herkend worden. Maar mensen kijken naar dingen zonder er gek van te worden. Smaak moet gecultiveerd worden; een gevoel voor stijl moet ontwikkeld worden. Wat stijl betreft, is instructie, zelfs in kunstinstituten, verschrikkelijk.

We hebben hier onlangs de meest verschrikkelijke probeersels gezien. Je kent het grafische symbool van het drieledig sociale organisme.

Blz. 242

Es ist abgeändert worden. Es hat sich darum gehandelt, etwas Aktuelles zu machen. Was tut der Künstler? Er setzt das Motiv, das er macht, so zusammen, daß er das, was links ist, wieder rechts macht. Er macht ein gotisches Fenster daraus. Diese Dinge kommen vor.

Es wäre wirklich möglich, daß etwas Schönes erreicht wird in der 10., 11. Klasse. Jetzt will einer unserer Fabrikanten eine Vignette haben für Kindermehl. Daß von innen heraus etwas geschaffen werden kann. Es gibt innere Notwendigkeiten. Heute kennt ja der Mensch bloß ein Kunstobjekt. Das muß so sein, wenn es etwas nachahmt. In Basel gibt es einen Lehrer des Kunstgewerbes, der sagt, er sehe gar nicht ein, wozu es notwendig ist, wenn ich das eine Auge

hier male, warum ich das andere nicht hier malen kann. Das hat etwas für sich, solange man nicht mit den Sachen mitgeht. Was ich meine, ist das innerliche Erlebenkönnen. Das meine ich mit dem Stilgefühl. Man muß ein Dreieck erleben können, ein Viereck erleben können. Nicht sich halten an die Imitation, an die Nachahmung. Es macht doch heute jeder nur eine Puppe, indem er nachahmt und nicht innerlich erlebt. Man muß es von innen heraus erleben können, wie eine Puppe weint oder lacht. Dies müßte alles sinnvoll bis auf die Kleidung hin gemacht werden. — Die Mädchen können eine Puppe, die Knaben einen Kasperl machen. Das innerliche Erlebenkönnen, das müßte berücksichtigt werden beim Farbenmalen.

Dat is veranderd. Het ging erom, iets actueels te maken. Wat doet de kunstenaar? Hij heeft een motief en dat zet hij zo neer dat wat links staat, rechts ook weer komt. Hij maakt er een Gotisch raam van. Dit soort dingen gebeurt. Het is echt wel mogelijk dat er in de 10e of 11e klas iets moois wordt bereikt. Nu wil een van onze fabrikanten een vignet voor kindermeel. Nu moet er iets van binnenuit gecreëerd worden. Vanuit het innerlijk moet dat op een bepaalde noodzakelijke manier.  Tegenwoordig kennen mensen alleen een kunstobject. Dat moet wel het geval zijn als het iets imiteert. Er is een kunst- en ambachtsleraar in Bazel die zegt dat hij niet begrijpt waarom het nodig is dat als ik het ene oog hier schilder, waarom ik het andere dan niet hier kan schilderen. Op zich heeft het iets, zolang je maar niet in die dingen meegaat. Wat ik bedoel is het innerlijke vermogen om te ervaren. Dit bedoel ik met gevoel voor stijl. Je moet een driehoek kunnen ervaren, een vierkant kunnen ervaren. Je niet aan het uiterlijke nadoen houden. Tegenwoordig maakt iedereen gewoon een pop door deze te imiteren en niet door innerlijk te ervaren. Je moet het van binnenuit kunnen ervaren, zoals een pop huilt of lacht. Dit zou allemaal zinvol gemaakt moeten worden, tot aan de kleding toe. — De meisjes kunnen een pop maken, de jongens een Jan Klaassen. Bij het schilderen met kleuren gaat het om het om het innerlijke beleven. <7>

X.: Läßt sich auch bei den Tönen etwas anwenden?

X.: Kan er ook zoiets met de tonen gebeuren?

Dr. Steiner: Ich glaube doch, daß es sich auch innerlich erleben läßt.

Ik geloof dat het ook innerlijk ervaren kan worden.

Musiklehrer: Soll man mit Worten den Kindern etwas näherzubringen

suchen? Die Melodie als solche oder die einzelnen Töne?

Muziekdocent: Moet je de kinderen iets met woorden proberen over te brengen? De melodie als zodanig of de afzonderlijke noten?

Dr. Steiner: Es wird sich nur im Thema oder in der Melodie ergeben. Wenn man so die Töne behandelt, kommt ein Künstlerisches heraus.

Ich glaube, daß Goethe so etwas meint, wie er Klavier gelernt hat.

Het komt alleen tot uiting in het thema of in de melodie. Als je de tonen op deze manier behandelt, ontstaat er iets artistieks.

Ik denk dat Goethe zoiets bedoelde als hoe hij piano leerde spelen.

Es wird gefragt, ob die Kinder Eurythmieschuhe herstellen sollen.

<8> De vraag wordt gesteld of de kinderen euritmieschoenen moeten maken.

Dr. Steiner: Dadurch würden die Kinder schwächlich und kränklich.

Ich glaube, daß es zu Unzukömmlichkeiten kommen könnte. Auf der anderen Seite, ist so furchtbar viel an Eurythmieschuhen zu erzeugen?

Dat zou de kinderen zwak en ziek maken.

Ik geloof dat het zou kunnen leiden tot ongemak. Aan de andere kant, is er nou zo vreselijk veel te ontwikkelen aan euritmieschoenen?

X.: Jetzt ist es so, daß viele Kinder es für die anderen machen.

X.: Op dit moment maken veel kinderen ze voor elkaar.

Dr. Steiner: Wie lange braucht ein Kind, um ein Paar Eurythmieschuhe zu machen?

Hoe lang doet een kind erover om een ​​paar eurythmieschoenen te maken?

Blz. 243

Ich denke, daß unter den Mitgliedern sehr viele wären; ich kann mir denken, daß unter den Mitgliedern manche Frau ist, die kann mindestens im Tag ein Dutzend solche Schuhe machen, oder neun oder zehn.

Ik denk dat er veel van zulke mensen onder de leden zijn; ik kan me voorstellen dat er onder de leden vrouwen zijn die minstens een dozijn van zulke schoenen per dag kunnen maken, of negen of tien. <8>

X.: In der 5. Klasse ist ein Schüler, der nicht Eurythmie machen will. Er hat

für Künstlerisches kein Interesse, sondern nur für Physik, Elektrizität.

<9> X.: In de vijfde klas zit een leerling die geen zin heeft in euritmie. Hij heeft geen interesse in kunst, alleen in natuurkunde en elektriciteit.

Dr. Steiner: Wie es unmusikalische Menschen gibt, kann es auch uneurythmische Menschen geben. Ich würde ihn nicht dispensieren.

Man sollte nur dispensieren, wenn partielle Idiotie vorhanden ist.

Net zoals er mensen zijn die niet muzikaal zijn, zijn er ook mensen die niet euritmisch zijn. Ik zou hem geen vrijstelling geven. Dat kan alleen als er sprake is van een zekere mate van geestelijk onvermogen. <9

Wegen eines Schülers S.

<10> Over leerling S.



Dr. Steiner: Der unter den Bänken hervorgekrochen ist?

Man muß immer denken, zum Beispiel: werde ich die Zeichnung in

die Ecke machen, werde ich es klein oder groß machen. Der muß

veranlaßt werden, innere Aktivität zu entwickeln. Der muß angehalten werden, nicht so hinzuschlafen. Innerlich tätig sein. Es ist besser, wenn der Junge etwas machen muß, wozu er sich erst entschließen muß. Das meiste erreicht man mit dem Jungen, wenn man ihn berücksichtigt und freundlich ist. Er kann auch artig sein. Ich habe es merkwürdig gefunden, ich habe immer nur bemerkt, wenn er bestraft worden ist. Was er getan hat, habe ich nicht bemerkt.

Die onder de bank vandaan kroop?

Je moet altijd nadenken, bijvoorbeeld: ga ik de tekening in de hoek maken, maak ik hem klein of groot? Hij moet worden aangemoedigd om zijn innerlijke activiteit te ontwikkelen. Hij moet worden tegengehouden om alleen maar in slaap te vallen. Hij moet innerlijk actief zijn. Het is beter als de jongen iets moet doen waar hij eerst zelf voor moet kiezen. Je bereikt het meeste met de jongen als je attent en aardig voor hem bent. Hij kan zich ook goed gedragen. Ik vond het vreemd; ik merkte alleen dat hij straf kreeg, niet wat hij gedaan had. <10>

 .

GA 300A  inhoudsopgave

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3547-3332

.

.

.

.

 

 

 

 

 

 

 

 

VRIJESCHOOL – Is het alles goud wat er blinkt? – Alle artikelen

.

Bij mijn artikelen zoek ik weleens illustraties. Die kom je te kust en te keur tegen op Pinterest.

De bezitter van deze illustraties heeft ze wetend of onwetend in de openbaarheid gebracht.
Daar worden ze gezien als ‘des vrijeschools’.

Maar zijn ze dat ook. 

Voor sommige meen ik van niet.

Wat ik bedenkelijk vind is, dat ze ook als inspiratie kunnen dienen voor iemand die nog niet zo thuis is in het vrijeschoolonderwijs.
Die ze in de praktijk kopieert en dus het niveau van hoe iets zijn kan/moet, naar beneden haalt. Zonder dat te beseffen en met de beste bedoelingen.

Van tijd tot tijd stel ik een aantal van die illustraties ter discussie.

[1] Over getuigschriften
Het handschrift van de leerkracht; of met de pc; gekopieerde spreuken;
tekst voor de ouders.

[2] Over bordtekeningen
Welke achtergrond; hoe betrek je die erbij; de functie van zwart; bij plantkunde de realiteit van de elementen.

[3-1] Over vormtekenen, vlechtvormen
Een filmpje met instructie hoe een vlechtvorm te maken. Helaas wordt er voorbijgegaan aan essentiële gezichtspunten m.b.t. ‘vormen maken’.

[3-2] Over het gebruik van wasblokjes
Wasblokjes zijn er om kleurvlakken te maken, niet om lijnen te tekenen.

.
Rudolf Steiner:
Algemene menskunde alle artikelen

Opvoedingsvragen: alle artikelen

Vrijeschool in beeld: alle artikelen

.

3497-3285

.

.

.

 

 

 

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over pedagogie(k) GA 300A – Vergadering 24 juli 1920

.

Zie ‘het woord vooraf

Bij de gegeven antwoorden is in het Duits telkens de naam van Steiner gegeven. Ik heb dat niet gedaan, zolang er geen verwarring kan ontstaan. De voetnoten die in de uitgave op aparte bladzijden staan, v.a. blz. 300, heb ik direct bij het verwijzende woord toegevoegd.  

In deze vergadering gaat het over:

Steiner houdt hier a.h.w. een korte pedagogische voordracht. <1>
Daarin: bij vernieuwende pedagogen goede ideeën, maar daar blijft het bij. <2>
Materialisme en geest; het gevaar voor de mens wat ziel en geest betreft. <3>
De cultuur gaat achteruit. Wat kan de vrijeschool doen. Het gaat om de geest van de school, niet om het kopiëren van het model. <4>
Geen compromissen. <5>
Leraar moet in hart antroposoof zijn; wij zijn eerder uit de geestelijke wereld gekomen; kind brengt boodschap mee <6>
Praktisch-pedagogische psychologie moet verder worden uitgewerkt <7>
Vanaf <8> gaat het om zaken die direct te maken hebben met de omstandigheden toen: zitten er geen kinderen in te hoge/lage klassen; te veel leerlingen in een klas; splitsen; ruimtetekort.
Verschil in koor spreken en individueel. <9>
Bij taal [ik neem aan vreemde talen] onderwijs kinderen van verschillende leeftijd bij elkaar, zodat ze van elkaar kunnen leren. <10>
Vanaf <11> allerlei op te lossen problemen: hoeveel uur beschikbaar; verhouding euritmie-gymnastiek; kunnen jongens en meisjes samen in gymn.; huisvesting; geldgebrek

RUDOLF STEINER

Konferenzen mit den Lehrern der Freien Waldorfschule in Stuttgart 1919 bis 1924

Erster Band Das erste und zweite Schuljahr

Vergaderingen met de leerkrachten van de vrije Waldorfschool in Stuttgart

Band 1 Het eerste en tweede schooljaar

.

Van de vergaderingen die de leerkrachten van de eerste vrijeschool in Stuttgart hielden, zijn verslagen bewaard gebleven van díe vergaderingen waarbij Rudolf Steiner aanwezig was.

GA 300A    blz. 162

Vergadering van woensdag 24 juli 1920, 18  uur

Dr. Steiner: Ich darf Herrn Molt das Wort erteilen.

Ik geef het woord aan de heer Molt.

Molt dankt den Lehrern für ihre Arbeit im verflossenen ersten Schuljahr und
spricht insbesondere den Dank aus an Herrn Dr. Steiner. Er erinnert an dessen
Worte über Kraft, Mut, Licht beim Kursbeginn 1919.

Molt bedankt de leraren voor hun werk in het afgelopen eerste schooljaar en
spreekt in het bijzonder zijn dank uit aan Dr. Steiner. Hij herinnert aan diens
woorden over kracht, moed en licht bij de start van de cursus in 1919.

Dr. Steiner: Meine lieben Freunde, auch ich muß gedenken der
Stunde, in der wir unsere Kursbemühungen begonnen haben im
Herbst des vorigen Jahres, und es wird wohl so sein, daß in unseren
Seelen die dazumal angeregten Impulse, die versucht worden sind
aus dem geistigen Leben herab in unsere eigenen Geister zu leiten,
nachgewirkt haben. Ich möchte gerade an diesen Augenblick erinnern und von allen über unserer Sache waltenden guten Geistern erflehen: Möge in unsere Herzen hinein der Segen und die Kraft für unsere Arbeit herabfließen.
Ich möchte an dasjenige noch einmal anknüpfen, das ich schon am
Morgen mit einigen Worten berührt habe. Ich sagte zu Ihnen, meine
lieben Freunde, daß es besonders zu schätzen ist, daß Sie in einem
bedeutungsvollen Augenblicke der europäischen Menschheitsentwickelung den Glauben gehabt haben, Sie müßten Ihre Tätigkeit und Ihre ganze Persönlichkeit einsetzen für dasjenige, was mit der Waldorfschule gewollt werden soll. Bedenken wir doch das Folgende:
ich habe auf das, worauf jetzt hingedeutet worden ist, in einem Kurs,
den ich in Basel über Pädagogik hielt, gleich in der Einleitung hingewiesen.

<1> Beste vrienden, ook ik moet terugdenken aan het het moment waarop we onze cursusinspanningen zijn begonnen in de herfst van vorig jaar, en het zal wel zo zijn dat in onze zielen de toen opgewekte impulsen, die zijn geprobeerd om vanuit het spirituele leven naar onze eigen geest te leiden, een nawerking hebben gehad. Ik wil juist aan dit moment herinneren en alle goede geesten die over onze zaak heersen smeken: moge de zegen en de kracht voor ons werk in onze harten neerdalen.
Ik wil nog eens terugkomen op wat ik vanochtend al in enkele woorden heb aangestipt.
Ik zei tegen u, mijn beste vrienden, dat het bijzonder te waarderen is dat u op een belangrijk moment in de ontwikkeling van de Europese mensheid het geloof had uw activiteiten en uw hele persoonlijkheid in te zetten voor datgene wat met de Waldorfschool beoogd wordt. Laten we het volgende eens overwegen:
ik heb in een cursus die ik in Bazel over pedagogiek gaf, in de inleiding al gewezen op datgene waar nu op is gewezen.

Ich habe gesagt: Pädagogen, die Erziehungs- und Unterrichtsgrundsätze hervorragender Art aufgestellt haben, gibt es sehr viele, und es kann nicht die Aufgabe derjenigen pädagogischen Kunst sein, an die wir uns wenden als Anthroposophen, etwa gegenüber demjenigen, was durch das Erarbeiten von Pestalozzi, Fröbel und durch alles dasjenige, was durch Diesterweg und Dittes heraufgekommen ist, zu ersetzen. Im Prinzip ausgesprochen: die abstrakten Grundsätze, die von großen Pädagogen des 19. Jahrhunderts herüberkamen, werden sich vor einer didaktisch-pädagogischen Beurteilung im Grunde recht gut ausnehmen, und man setzt sich einer gerechten Kritik aus, wenn man von einer Erneuerung der pädagogischen Wissenschaft sprechen will.
Aber in Wirklichkeit handelt es sich um etwas ganz anderes. Wer heute Pestalozzi liest, wer Fröbels Schriften liest, wer Herbart liest und außerdem bis zu Dittes herauf, der wird finden, daß viel Schönes

<2>Ik heb gezegd: er zijn heel veel pedagogen die uitstekende opvoedings- en onderwijsprincipes hebben opgesteld, en het kan niet de taak zijn van de pedagogische kunst om ons als antroposofen te richten op bijvoorbeeld wat Pestalozzi, Fröbel en Diesterweg en Dittes hebben ontwikkeld. In principe gezegd: de abstracte principes die door grote pedagogen uit de 19e eeuw zijn overgeleverd, zullen in principe vrij goed uit de bus komen bij een didactisch-pedagogische beoordeling, en men stelt zich bloot aan terechte kritiek als men wil spreken van een vernieuwing van de pedagogische wetenschap.
Maar in werkelijkheid gaat het om iets heel anders. Wie vandaag Pestalozzi leest, wie de geschriften van Fröbel leest, wie Herbart leest en bovendien tot aan Dittes, zal ontdekken dat er veel moois

Blz. 163

in pädagogischer Beziehung ausgesprochen worden ist. Aber wer da ins innere Getriebe des Unterrichts-unddesErziehungswesenshineinschaut, selbst wenn man in das innere Getriebe der Pestalozzischen Schule selbst hineinschaut, dann zeigt sich, daß ein Geist darin nicht waltet, der diesen ausgesprochenen Grundsätzen, zu denen man sich durchaus in abstrakter Beziehung bekennen kann, entspricht. Man braucht nur zu verfolgen, was Fröbel an herber Kritik gegenüber Pestalozzischen Anstalten geschrieben hat. Und gerade wenn man
die Entwickelung des Erziehungs- und Unterrichtswesens im 19. Jahrhundert verfolgt, wird man sehen, daß, trotzdem die Leute vielfach richtig denken, das Richtige nicht bewirkt, nicht getan wird.
Woher kommt das? Darauf gibt es nur eine Antwort. Es ist die, daß das 19. Jahrhundert — gleichgültig aufweichen Kulturzweig man die Aufmerksamkeit richtet, es ist überall dasselbe —, daß das ganze Jahrhundert stand unter dem Einfluß der materialistischen Zeitströmung. Und wenn wir heute aus unserer anthroposophischen Grundüberzeugung heraus irgendeinen Erziehungsgrundsatz formulieren, so kann er wörtlich gleichklingen dem, was Pädagogen des 19. Jahrhunderts gesagt haben — wir müssen es anders meinen. Wir sprechen aus dem Geiste heraus, diese haben aus dem sie überwältigenden Impuls der materialistischen Weltanschauung gesprochen.

in pedagogisch opzicht is uitgesproken. Maar wie in de interne werking van het onderwijs- en opvoedingswezen kijkt, zelfs als men in de interne werking van de Pestalozziaanse school zelf kijkt, dan blijkt dat daar geen geest heerst die overeenkomt met deze uitgesproken principes, waartoe men zich in abstracte zin weliswaar kan bekennen. Men hoeft alleen maar te kijken naar wat Fröbel aan scherpe kritiek op de Pestalozziaanse instellingen heeft geschreven. En juist als men de ontwikkeling van het onderwijs en de opvoeding in de 19e eeuw volgt, zal men zien dat, hoewel de mensen vaak juist denken, het juiste niet wordt bewerkstelligd, niet wordt gedaan. <2>
<3> Waar komt dat vandaan? Daar is maar één antwoord op. Dat is dat de 19e eeuw – ongeacht op welke tak van cultuur men zijn aandacht richt, het is overal hetzelfde – dat de hele eeuw onder invloed stond van de materialistische tijdsstroom. En als we vandaag vanuit onze antroposofische basisovertuiging een opvoedingsprincipe formuleren, kan dat letterlijk hetzelfde klinken als wat pedagogen uit de 19e eeuw hebben gezegd – wij moeten het anders bedoelen. Wij spreken vanuit de geest, zij spraken vanuit de overweldigende impuls van het materialistische wereldbeeld.

Wenn die Dinge noch so idealistisch klingen, so sind sie dennoch aus dem Geiste des Materialismus gedacht. Es handelt sich nicht darum, in abstrakter Beziehung etwas Neues zu finden, sondern darum, einen neuen Geist zu finden.
Sehen Sie, auch Ihnen möchte ich heute etwas vorbringen, was ich in der letzten Zeit an einzelnen Orten schon wiederholt gesagt habe, was gerade in unserer Zeit berücksichtigt werden muß. Man hat heute die Meinung, wenn man von Materialismus spricht, daß der Materialismus eine falsche Weltanschauung ist, daß er abzulehnen ist, weil er nicht richtig ist. So einfach verhält sich die Sache nicht.
Der Mensch ist ein seelisch-geistiges Wesen, er ist ein leiblich-physisches Wesen. Aber das Leiblich-Physische ist ein getreues Abbild des Seelisch-Geistigen, insofern wir leben zwischen Geburt und Tod.
Und wenn die Menschen so verphilistert sind in den materialistischen Gedanken, wie das geworden ist im Laufe des 19. Jahrhundertsund bis in die Gegenwart hinein, dann wird immer mehr das LeiblichPhysische ein Abdruck dieses Seelisch-Geistigen, das selbst in den materialistischen Impulsen lebt. Dann ist es nicht etwas Falsches, wenn man sagt, das Gehirn denkt, dann wird es richtig. Es werden durch das Fest-darin-Stecken im Materialismus nicht bloß Menschen

Hoe idealistisch dit ook klinkt, het is toch vanuit de geest van het materialisme bedacht. Het gaat er niet om iets nieuws te vinden in een abstracte relatie, maar om een nieuwe geest te vinden.
Ziet u, ook aan u wil ik vandaag iets voorleggen wat ik de laatste tijd op verschillende plaatsen al herhaaldelijk heb gezegd, en wat juist in onze tijd in aanmerking moet worden genomen. Tegenwoordig is men van mening dat, als men het over materialisme heeft, het materialisme een verkeerde wereldbeschouwing is, die moet worden afgewezen omdat ze niet juist is. Zo eenvoudig ligt de zaak echter niet.
De mens is een ziels-geestelijk wezen, hij is een lijfelijk-fysiek wezen. Maar het lijfelijk-fysieke is een getrouwe afspiegeling van het het ziels-geestelijke, voor zover we leven tussen geboorte en dood.
En als de mensen zo bekrompen zijn in het materialistische denken, zoals dat in de loop van de 19e eeuw en tot op de dag van vandaag is gebeurd, dan wordt het lijfelijk-fysieke steeds meer een afdruk van dit ziels-geestelijke, dat zelf leeft in de materialistische impulsen. Dan is het niet verkeerd om te zeggen dat de hersenen denken, dan wordt het juist. Door het vastzitten in het materialisme worden niet alleen mensen

Blz. 164

erzeugt, die schlecht denken über das Leibliche, Seelische und Geistige, sondern es werden materiell denkende und materiell fühlende Menschen erzeugt. Das heißt, der Materialismus bewirkt, daß der Mensch ein Denkautomat wird, daß der Mensch ein Wesen wird, das als physisches Wesen denkt, fühlt und will. Und es ist nicht bloß die Aufgabe der Anthroposophie, an die Stelle einer falschen Weltanschauung eine richtige zu setzen — das ist eine theoretische Forderung —, das Wesen der Anthroposophie heute besteht darin, daß angestrebt wird nicht nur eine andere Idee, sondern eine Tat: das Geistig-Seelische wieder herauszureißen aus dem Leiblich-Physischen, den Menschen heraufzuheben in die Sphäre des Geistig-Seelischen, damit er nicht ein Denk-, Fühl- und Empfindungsautomat sei.
Die Menschheit steht heute in der Gefahr — einiges soll auch morgen im Zweigvortrag angedeutet werden —, das Seelisch-Geistige zu verlieren. Denn das, was leiblich-physisch ein Abdruck des Geistig-Seelischen ist, das steht heute, weil viele Menschen so denken, weil das Geistig-Seelische schläft, vor der Gefahr, in die ahrimanische Welt überzugehen, und das Geistig-Seelische wird sich verflüchtigen im Weltall. Wir leben in einer Zeit, in der die Menschen die Gefahr vor sich haben, durch den materialistischen Impuls die Seele zu verlieren. Dies ist eine ernste Sache. Dieser Tatsache steht man gegenüber.
Diese Tatsache soll eigentlich heute das Geheimnis, das immer mehr und mehr offenbar werdende Geheimnis werden, aus dem heraus wir überhaupt fruchtbar wirken wollen.

die slecht denken over het lichamelijke, het zielsmatige en het geestelijke, maar er worden materieel denkende en materieel voelende mensen voortgebracht. Dat wil zeggen dat het materialisme ervoor zorgt dat de mens een denkende automaat wordt, dat de mens een wezen wordt dat als fysiek wezen denkt, voelt en wil. En het is niet alleen de taak van de antroposofie om een verkeerde wereldbeschouwing te vervangen door een juiste – dat is een theoretische eis –, de essentie van de antroposofie bestaat er vandaag de dag in dat niet alleen naar een ander idee wordt gestreefd, maar naar een daad: het het geestelijk-zielsmatige weer uit het lijfelijk-fysieke te rukken, de mens op te heffen naar de sfeer van het geestelijk-zielsmatige, zodat hij geen denk-, voel- en waarnemingsautomaat is.
De mensheid loopt vandaag het gevaar – een en ander zal morgen ook in de voordracht worden aangegeven – het zielsmatige-geestelijke te verliezen. Want wat lijfelijk-fysiek een afdruk is van het geestelijk-zielsmatige, staat vandaag, omdat veel mensen zo denken, omdat het geestelijk-zielsmatige slaapt, voor het gevaar om over te gaan in de ahrimanische wereld, en het geestelijk-zielsmatige zal verdampen in het heelal. We leven in een tijd waarin mensen het gevaar lopen door de materialistische impuls hun ziel te verliezen. Dit is een ernstige zaak. Men wordt met dit feit geconfronteerd.
Dit feit zou vandaag eigenlijk het geheim moeten zijn, het steeds meer en meer openbaar wordende geheim worden, van waaruit we überhaupt vruchtbaar willen werken.

Sehen Sie, aus einer Erkenntnis dieser Notwendigkeit eines Hinwendens der Menschheit zu einer spirituellen Betätigung — nicht bloß zu einer Umänderung einer Theorie —, aus dieser Erkenntnis heraus sind solche Dinge entstanden wie die Didaktik und Pädagogik der Waldorfschule. Und aus einem solchen Geiste heraus sollte hier gewirkt werden.
Da ist vor allem zu schätzen, daß sich in Ihnen hier ein Kreis gefunden hat, der aus einem mehr oder weniger deutlichen Gefühl heraus sich sagt: es muß so gewirkt werden. Sie brauchen nur die Keime, die hier gelegt werden in der Waldorfschule, mit all dem wüsten Zeug, das als feindlicher Sturm heraufzieht, zu vergleichen.
Wir haben die Schule begründet unter den letzten Nachwirkungen dessen, was wir von Stuttgart vom April 1919 an versuchten. Seit der Zeit hat sich ja so herrlich viel vollzogen. Vollständig versagt, meine lieben Freunde, das dürfen wir nicht vergessen, vollständig ins Wasser gefallen ist dasjenige, was da unternommen werden sollte mit dem gutgemeinten Aufruf zum Kulturrat im vorigen Jahre. Warum er versagen mußte, das zeigt der wüste Skandal am Goetheanum, das

Ziet u, vanuit het besef dat de mensheid zich moet richten op spirituele activiteiten – en niet alleen op een verandering van theorie – zijn zaken als de didactiek en pedagogiek van de Waldorfschool ontstaan. En vanuit een dergelijke geest moet hier worden gewerkt. <3>
Het is vooral te waarderen dat er hier een kring is gevonden die vanuit een min of meer duidelijk gevoel zegt: zo moet er gewerkt worden. U hoeft alleen maar de kiemen die hier in de Waldorfschool worden gelegd te vergelijken met al het woeste gedoe dat als een vijandige storm opkomt.
<4> We hebben de school opgericht onder de laatste nawerkingen van wat we vanaf april 1919 in Stuttgart hebben geprobeerd. Sinds die tijd is er zoveel moois gebeurd. Volledig mislukt, mijn beste vrienden, dat mogen we niet vergeten, volledig in het water gevallen is wat er vorig jaar met de goedbedoelde oproep tot een cultuurraad moest worden ondernomen. Waarom het moest mislukken, blijkt uit het woeste schandaal rond het Goetheanum, dat

Blz. 165

zeigt dieser krasse Niedergang des deutschen Geisteslebens, das sich doch nur als in einem Symptom in den Dingen am Goetheanum ausdrückt. Wir werden natürlich jetzt nötig haben in einer noch ganz anderen Weise, als wir es getan haben, unsere Kräfte darauf zu verwenden, um diesem Niedergang entgegenzuarbeiten. Das kann ja natürlich nicht von der Waldorfschule allein ausgehen, aber durch jene Erkenntnis, die unsere Waldorflehrer gezeigt haben, indem sie sich dieser Aufgabe gewidmet haben, sind sie die Berufenen, um nach dieser Richtung hin allgemein anthroposophisch-kulturell zu wirken.
Das ist dasjenige, was ich heute am Schlüsse des ersten Schuljahres so lebhaft empfinden mußte, was ich mit den ernsten Worten gemeint habe, die ich in Gegenwart der Kinder heute morgen ausgesprochen habe. Die Kinder werden die Worte nicht verstanden haben, aber das macht nichts. Wir wissen, daß es sich nicht darum handelt, daß nur das herangebracht wird, was die Kinder verstehen, sondern manches, was später in den Seelen der Kinder lichtvoll aufgeht. Der Dank, den Herr Molt ausgesprochen hat, der wird auch von mir selbst warm empfunden im Namen desjenigen Geistes, der die Waldorfschule
durchdringen soll, der immer mehr und mehr der Geist der mitteleuropäischen Kultur werden soll. Diejenigen, die sich selbst materialistisch machen, die ihre Seele verlieren, so daß die Zivilisation eine materialistische Zivilisation würde, diejenigen Menschen wären heute noch zu retten, wenn das, was wir hier an Waldorfschulgeist haben, weiter in der Welt verbreitet werden könnte.

deze flagrante achteruitgang van het Duitse geestesleven toont, dat zich toch alleen maar als een symptoom in de zaken rond het Goetheanum uitdrukt. We zullen nu natuurlijk op een heel andere manier dan we tot nu toe hebben gedaan onze krachten moeten aanwenden om deze achteruitgang tegen te gaan.
Dat kan natuurlijk niet alleen vanuit de Waldorfschool gebeuren, maar door het inzicht dat onze Waldorfleraren hebben getoond door zich aan deze taak te wijden, zijn zij de aangewezenen om in deze richting algemeen antroposofisch-cultureel te werken.
Dat is wat ik vandaag, aan het einde van het eerste schooljaar, zo levendig heb gevoeld, wat ik bedoelde met de ernstige woorden die ik vanmorgen in aanwezigheid van de kinderen heb uitgesproken.
[Rudolf Steiner in der Waldorfschule GA 298/57 Vertaald/49]
De kinderen zullen de woorden niet hebben begrepen, maar dat maakt niet uit. We weten dat het er niet om gaat alleen datgene aan te bieden wat de kinderen begrijpen, maar ook veel wat later in de zielen van de kinderen lichtrijk tot bloei komt. De dank die de heer Molt heeft uitgesproken, wordt ook door mijzelf warm gevoeld in naam van de geest die de Waldorfschool moet doordringen, die steeds meer en meer de geest van de Midden-Europese cultuur moet worden. Degenen die zichzelf materialistisch maken, die hun ziel verliezen, zodat de beschaving een materialistische beschaving zou worden, die mensen zouden vandaag nog te redden zijn, als datgene wat we hier aan Waldorfschoolgeest hebben, verder in de wereld verspreid zou kunnen worden.

Wir müssen selbstverständlich die Waldorfschule behüten vor jedem Scheinwesen. Wir müssen uns klar sein darüber, daß wir gewissermaßen immer zurückhaltender und zurückhaltender sein müssen gegenüber all denjenigen Leuten, die, nachdem sie gehört haben, die Waldorfschule ist begründet worden, es nun als nächste Aufgabe betrachten, ihr Welt-Herumlungern darauf auszudehnen, daß sie auch in die Waldorfschule hineinriechen, um hier zu hospitieren, um hier einiges mitzunehmen, um etwas Ähnliches da oder dort einfließen zu lassen. Wir müssen uns klar sein darüber, daß es sich nicht darum handelt, das zu fördern, daß möglichst viel Welt-Herumlungerer hier hospitieren, sondern daß es darauf ankommt, daß der anthroposophische Geist klar da sein muß, aus dem heraus die Nachfolgeschaft der Waldorfschule entstehen soll.
Zu mir kam vor einigen Monaten eine Persönlichkeit, die auch in Frankreich etwas Ähnliches begründen will wie eine Waldorfschule, und fragte, ob ich nicht Ratschläge dazu geben könne, ob sie nicht

We moeten natuurlijk de Waldorfschool beschermen tegen elke schijnwereld. We moeten ons ervan bewust zijn dat we in zekere zin steeds terughoudender moeten zijn ten opzichte van al die mensen die, nadat ze hebben gehoord dat de Waldorfschool is opgericht, het nu als hun volgende taak beschouwen om verder in de wereld rond te kijken, zodat ze ook in de Waldorfschool kunnen rondneuzen, om hier te komen kijken, om hier het een en ander mee te nemen, om hier en daar iets soortgelijks te laten instromen. We moeten ons ervan bewust zijn dat het er niet om gaat om zoveel mogelijk mensen die in de wereld rondneuzen hier te laten meelopen, maar dat het erom gaat dat de antroposofische geest duidelijk aanwezig moet zijn, waaruit moet voortkomen hoe het met de Waldorfschool verder gaat.
Enkele maanden geleden kwam er iemand bij mij die ook in Frankrijk iets soortgelijks als een Waldorfschool wil oprichten en vroeg of ik advies kon geven over de vraag of zij niet

Blz. 166

hier in der Waldorfschule hospitieren könne. Ich habe ihr gesagt, anerkannt, als im Geiste der Waldorfschule gehalten, würde dasjenige, was sie in Frankreich, in Paris, begründen will, von mir nur dann, wenn es ganz genau ebenso eingerichtet würde, wie die Waldorfschule eingerichtet ist. Es müßten sich sodann die französischen Freunde zunächst bereit erklären, mich dorthin zu rufen, um einen Kurs abzuhalten, nicht wahr, und ausdrücklich erklären, daß die Schule aus demselben Geist hervorgegangen ist. Sonst würde ich es strikt ablehnen, daß so etwas wie eine Nachfolgerschaft vorliegt.
Glauben Sie nicht, daß solche Antworten nur eigensinnige Dinge sind. Sie müssen sich klar sein darüber, wir kommen nicht weiter, wenn wir uns nicht auf den Standpunkt des bestimmt Anthroposophischen stellen, wenn wir uns nicht freihalten von jeder irgendwie gearteten Kompromißlerei. Stellen wir uns auf einen scharfbegrenzten Standpunkt, dann ist es nicht ausgeschlossen, daß wir selbst in Paris eine Waldorfschule begründen können. Es kommt nur darauf an, daß wir uns nicht bewegen lassen, irgendwie Kompromisse zu schließen. Heute ist es so, daß man am weitesten kommt, wenn man sich fest auf einen bestimmten Standpunkt stellt. Nach außen mag man konziliant sein, aber innerlich, wenn es sich um Prinzipielles handelt, da kommt es darauf an, daß man ganz fest auf seinen Standpunkt sich stellt. Dazu ist es notwendig, die Kraft zu haben, die Dinge wirklich radikal zu durchschauen und keine Neigung zu irgendwelchem Kompromiß zu haben. Sie wissen ja, wenigstens im Sinne und Geist der Führung nach haben wir uns bemüht, während des ersten Jahres solche feste Standpunkte anzustreben.

hier in de Waldorfschool stage konden lopen. Ik heb haar gezegd, dat wat zij in Frankrijk, in Parijs, wil oprichten, door mij alleen dan erkend wordt als de geest van de Waldorfschool, als het precies zo zou worden ingericht als de Waldorfschool is opgezet. De Franse vrienden zouden dan eerst bereid moeten zijn mij daarheen te roepen om een cursus te geven, nietwaar, en uitdrukkelijk verklaren dat de school uit dezelfde geest is voortgekomen. Anders zou ik het strikt afwijzen dat er sprake is van een soort opvolging.
Denk niet dat zulke antwoorden alleen maar eigenzinnige dingen zijn. <4>
<5> U moet zich realiseren dat we niet verder komen als we niet het standpunt van het uitgesproken antroposofische innemen, als we ons niet vrijhouden van elke vorm van compromis. Als we een scherp afgebakend standpunt innemen, is het niet uitgesloten dat we zelfs in Parijs een Waldorfschool kunnen oprichten. Het komt er alleen op aan dat we ons niet laten verleiden tot het sluiten van compromissen
Vandaag de dag is het zo dat je het verst komt als je vastberaden een bepaald standpunt inneemt. Naar buiten toe mag je verzoenend zijn, maar innerlijk, als het om principes gaat, is het belangrijk dat je heel vastberaden je standpunt inneemt. Daarvoor is het nodig om de kracht te hebben om  de dingen echt radicaal te doorzien en geen neiging te hebben tot enig compromis. U weet immers dat we, althans in de zin en geest van het besturen, ons tijdens het eerste jaar hebben ingespannen om zulke vaste standpunten na te streven. 

Ich hoffe, daß sie immer mehr zum Ausdruck kommen werden. Sie selbst als
Lehrer der Waldorfschule werden sich immer mehr in die Durchschlagskraft des Geistes hineinfinden und die Möglichkeit finden, alle Kompromisse beiseite zu lassen. Wir können nicht darum herum kommen, daß allerlei Leute von außen in die Angelegenheiten der Schule hineinreden. Wenn wir nur selbst in unserem Gemüte nichts von der notwendigen Anschauung, die wir haben müssen, aufgeben, daß im Grunde genommen jede Zustimmung, die von irgendwelcher pädagogischen Seite von heute kommt, zu dem, was in der Waldorfschule geschieht, uns eher traurig stimmen könnte als heiter. Wenn solche Leute, die im heutigen pädagogischen Leben drinnenstehen, uns loben, da müssen wir denken, da muß etwas bei uns nicht stimmen. Wir brauchen nicht jeden gleich hinauszuwerfen, der uns lobt, aber wir müssen uns klar sein, daß wir sorgfältig untersuchen, was wir nicht richtig machen, wenn wir gelobt werden

Ik hoop dat ze steeds meer tot uiting zullen komen. Uzelf als leraar aan de Waldorfschool zult steeds meer de slagkracht van de geest ontdekken en de mogelijkheid vinden om alle compromissen terzijde te schuiven. We kunnen er niet omheen dat allerlei mensen van buitenaf zich mengen in de zaken van de
school. Als we zelf maar niets opgeven van de noodzakelijke visie die we moeten hebben, dat in feite elke instemming die van welke pedagogische kant dan ook komt met wat er in de Waldorfschool gebeurt, ons eerder verdrietig dan vrolijk zou kunnen stemmen. Als zulke mensen, die deel uitmaken van het huidige pedagogische leven, ons prijzen, moeten we denken dat er iets niet klopt bij ons.
We hoeven niet iedereen die ons prijst meteen weg te sturen, maar we moeten ons wel realiseren dat we zorgvuldig moeten onderzoeken wat we niet goed doen als we geprezen worden

Blz. 167

von denjenigen, die im heutigen Erziehungswesen drinnenstehen.
Das muß unsere gründliche Überzeugung werden.
Indem ich ganz lebhaft empfinde, was es eigentlich von Ihnen bedeutet, daß Sie sich mit Ihrer ganzen Persönlichkeit der Angelegenheit der Waldorfschule gewidmet haben, möchte ich an das Gesagte dieses eine noch hinzufügen: Wir müssen auch innerlich, dem Gemüte nach, tatsächlich Anthroposophen sein im tiefsten Sinne des Wortes als Waldorflehrer und müssen Ernst machen können mit einer Idee, die auf anthroposophischem Boden wiederholt ausgesprochen worden ist, die für uns wichtig ist: Wir sind zu einer bestimmten Zeit heruntergestiegen aus den geistigen Welten in die physische Welt.
Diejenigen, die uns als Kinder entgegentreten, sind später heruntergekommen, sie haben die geistige Welt noch eine Zeitlang durchlebt, in der wir schon hier in der physischen Welt waren. Es ist etwas ungeheuer innerlich Erwärmendes, etwas ganz in der Seele Wirkendes, wenn man in einem Kinde sieht ein Wesen, das einem etwas herunterträgt aus der geistigen Welt, das man nicht selbst mitgemacht hat, in der geistigen Welt, weil man älter ist. Dieses Ältersein bedeutet für uns noch etwas ganz anderes. Wir empfangen mit jedem Kinde eine Botschaft aus der geistigen Welt über Dinge, die wir nicht mehr miterlebt haben.

door degenen die vandaag de dag in het onderwijs werkzaam zijn.
Dat moet onze diepe overtuiging worden. <5>
<6> Omdat ik heel levendig voel wat het eigenlijk voor u betekent dat u zich met uw hele persoonlijkheid aan de zaak van de Waldorfschool hebt gewijd, wil ik aan het gezegde nog dit toevoegen: We moeten ook innerlijk, in ons hart, werkelijk antroposofen zijn in de diepste zin van het woord als Waldorfleerkrachten en we moeten serieus kunnen omgaan met een idee dat herhaaldelijk op antroposofische grond is uitgedrukt en dat voor ons belangrijk is: we zijn op een bepaald moment uit de geestelijke werelden naar de fysieke wereld afgedaald.
Degenen die we als kinderen ontmoeten, zijn later neergedaald, zij hebben de geestelijke wereld nog een tijdje doorleefd, terwijl wij al hier in de fysieke wereld waren. Het is iets ongelooflijk hartverwarmends, iets dat diep in de ziel werkt, wanneer je in een kind een wezen ziet dat voor jou iets meebrengt uit de geestelijke wereld, iets wat je zelf niet hebt meegemaakt in de geestelijke wereld, omdat je ouder bent. Dit ouder zijn betekent voor ons nog iets heel anders. Met elk kind ontvangen we een boodschap uit de geestelijke wereld over dingen die we niet meer hebben meegemaakt.

Dieses Bewußtsein gegenüber der Botschaft, die das Kind herunterträgt, das ist ein positives Gefühl, das in vollem Ernst Platz greifen kann in der Waldorflehrerschaft, das der abwärtsgehende Kulturverlauf bekämpft, sogar getreten hat. Das tun auch die traditionellen Religionsbekenntnisse, die von allen Kanzeln die Ewigkeit predigen, die Post-mortem-Ewigkeit, jene Ewigkeit, auf die die Leute hinschauen aus dem raffinierten Egoismus ihrer Seele heraus, weil sie nicht zugrunde gehen wollen. Der Mensch geht nicht zugrunde, aber
es handelt sich darum, wie man zur Überzeugung kommt von der Ewigkeit der Seele, ob aus Egoismus heraus, oder ob man lebendig, aus der Anschauung, drinnensteht in der Erfassung der ewigen Menschenseele. Hier in dieses lebendige Darinnenstehen führt das Hinschauen auf die Präexistenz der Seele, das Hinschauen auf das, was der Mensch vor der Geburt erlebt, das Hinschauen auf den Menschen hier in der physischen Welt, wie sein Leben eine Fortsetzung desjenigen ist, was er vorher erlebt hat. Die traditionellen Bekenntnisse, die versumpft sind, diese Bekenntnisse bekämpfen am schärfsten die Präexistenz, dasjenige, was den Menschen selbstlos machen kann, dasjenige, was niemals zielt auf dieses dumpfe, versumpfte erkenntnislose Glauben, das zielen muß auf Wissen, auf das klare Licht der Erkenntnis.

Dit bewustzijn van de boodschap die het kind uitdraagt, is een positief gevoel dat in alle ernst zijn intrede kan doen bij Waldorfleerkrachten, die de neergaande culturele ontwikkeling bestrijden, zelfs hebben bestreden.
Dat doen ook de traditionele religieuze geloofsbelijdenissen, die vanaf alle preekstoelen de eeuwigheid prediken, de postmortale eeuwigheid, die eeuwigheid waarnaar de mensen kijken vanuit het geraffineerde egoïsme van hun ziel, omdat ze niet ten onder willen gaan. De mens gaat niet ten onder, maar het gaat erom hoe men tot de overtuiging komt van de eeuwigheid van de ziel, of dat nu uit egoïsme is, of dat men levendig, vanuit de aanschouwing, staat in het begrip van de eeuwige mensenziel. Hier, in dit levendige binnenstaan, leidt het kijken naar het voorbestaan van de ziel, het kijken naar wat de mens vóór de geboorte ervaart, het kijken naar de mens hier in de fysieke wereld, hoe zijn leven een voortzetting is van wat hij eerder heeft meegemaakt. De traditionele geloofsbelijdenissen, die zijn verzand, bestrijden het scherpst het voorbestaan, datgene wat de mens onbaatzuchtig kan maken, datgene wat nooit gericht is op dit doffe, verzande, onwetende geloof, dat gericht moet zijn op kennis, op het heldere licht van het inzicht.

Blz. 168

Solche Dinge werden praktisch, wenn wir sagen: Dieses Kind ist später heruntergekommen aus der geistigen Welt als ich selbst. Ich kann erraten aus dem, was es mir entgegenlebt, was geschehen ist in der geistigen Welt, nachdem ich selbst die geistige Welt verlassen habe. Daß wir das als lebendiges Gefühl in uns tragen, das ist eine rechte Lehrermeditation, von einer ungeheuer großen und starken Bedeutung. Und durch ein solches bestimmtes Ausleben des anthroposophischen Wesens werden wir in Wahrheit dasjenige, was Lehrer
sind, die aus anthroposophischem Geist heraus wirken. Das Beste, was hier in Anthroposophie entwickelt wird, ist nicht dasjenige, was die Welt-Herumlungerer bei uns heraushospitieren wollen, das Beste ist dasjenige, was sich in Ihren Gemütern,in Ihren Seelen, als der Geist der Waldorfschule entwickelt. Es ist wirklich im ersten Jahre dieser Geist in Ihren Seelen schon lebendig. Und es soll unser Bemühen sein — das wollte ich mit diesen Worten zu Ihnen sprechen —, gerade diesen Geist in der Folgezeit weiter zu pflegen.
Aus diesem Geiste heraus wollen wir auch versuchen, alle Einzelmaßnahmen vorzunehmen. Es hat mir leid getan, daß ich erst am 24. kommen konnte, denn bei der Ausgestaltung der Zeugnisse wäre ich gerne dabei gewesen. Das was ich sage, praktisch-pädagogische Psychologie zu treiben, das muß ausgebaut werden. Ich sehe, wie sehr Sie sich haben angelegen sein lassen, diese Psychologie sich zur Kraft werden zu lassen. Wir wollen weiter streben, denn wenn wir uns entschlossen haben, Waldorflehrer zu sein aus einem welthistorischen Impuls heraus: wir wollen es im ernstesten Sinne bleiben,
wiederum aus einem großen welthistorischen Impuls heraus.

Zulke dingen worden praktisch als we zeggen: dit kind is later uit de geestelijke wereld neergedaald dan ikzelf. Ik kan uit wat het mij tegemoet leeft raden wat er in de geestelijke wereld is gebeurd nadat ik zelf de geestelijke wereld heb verlaten.
Dat we dat als een levend gevoel in ons dragen, dat is een echte lerarenmeditatie, van een enorm grote en sterke betekenis. En door een dergelijke bepaalde beleving van het antroposofische wezen worden we in werkelijkheid datgene wat leraren zijn, die vanuit de antroposofische geest werken. Het beste wat hier in de antroposofie wordt ontwikkeld, is niet datgene wat de wereld-rondhangers bij ons willen ontfutselen, het beste is datgene wat zich in uw gemoed, in uw ziel ontwikkelt als de geest van de Waldorfschool. Deze geest leeft werkelijk al in het eerste jaar in uw ziel. En het moet ons streven zijn – dat wilde ik u met deze woorden zeggen – om juist deze geest in de komende tijd verder te koesteren.
Vanuit deze geest willen we ook proberen alle afzonderlijke maatregelen te nemen. <6> Ik vond het jammer dat ik pas op de 24e kon komen, want ik had graag bij de opstelling van de getuigschriften aanwezig willen zijn.
<7> Wat ik bedoel met praktisch-pedagogische psychologie, moet verder worden uitgewerkt. Ik zie hoe zeer u zich heeft ingezet om deze psychologie tot kracht te laten komen. We willen verder streven, want als we hebben besloten om Waldorfleerkracht te worden vanuit een wereldhistorische impuls, dan willen we dat ook in de meest serieuze zin blijven, opnieuw vanuit een grote wereldhistorische impuls. <7>

(Dr. Steiner, der bis dahin stehend gesprochen hatte, setzt sich nieder.)

(Dr. Steiner, die tot dan toe staand had gesproken, gaat zitten.)

Dr. Steiner: Wir wollen jetzt weitergehen in unseren Verhandlungen. Namentlich werden wir einiges zu besprechen haben, was sich uns in der letzten Zeit ergeben hat, und dann werden wir zu sorgen haben
für die Art und Weise, wie unser Unterricht und die Führung weitergehen sollen.

<8> Laten we nu verdergaan met onze besprekingen.
We zullen met name een aantal zaken bespreken die zich de laatste tijd hebben voorgedaan, en daarna zullen we ons moeten buigen over de manier waarop ons onderwijs en ons leiderschap verder moeten worden vormgegeven.

X. berichtet über die Zeugniskonferenzen. Es sei bei einzelnen Kindern die Frage entstanden, ob sie nach Alter und Kenntnissen auch wohl in der richtigen Klasse wären.

X. brengt verslag uit over de getuigschriftvergaderingen. Bij sommige kinderen is de
vraag gerezen of zij, gezien hun leeftijd en kennis, wel in de juiste klas zitten.

Dr. Steiner: Eine sehr wichtige Frage, und es wird ja natürlich berücksichtigt werden müssen, daß die Lösung der Frage praktisch nicht ganz leicht sein wird. Aber wenn Sie jetzt, namentlich beim
Durchsprechen der Dinge, die zum Verfassen der Zeugnisse geführt

Een zeer belangrijke vraag, en er zal natuurlijk rekening mee moeten worden gehouden dat het antwoord op deze vraag in de praktijk niet zo eenvoudig zal zijn. Maar als u nu, met name bij het bespreken van de zaken die hebben geleid tot het opstellen van de getuigschriften

Blz. 169

haben, nach dieser Richtung bestimmte Eindrücke bekommen haben, so wird es notwendig sein, diese vielleicht im einzelnen zu besprechen. Die ganze Frage nimmt sich anders aus, wenn es sich nur um einzelne Fälle handelt, oder wenn in einem erheblichen Maße Schüler nicht in der richtigen Klasse gesessen haben. Wir müssen eine Vorstellung bekommen darüber, wie groß die Anzahl der Schüler sein könnte, die wir das nächste Mal nicht in eine nächsthöhere Klasse setzen, sondern in eine niederere Klasse zu setzen haben; wir müssen das im einzelnen durchgehen, namentlich die Zahl. Natürlich, eine neue Verteilung der Schüler im größeren Maße wirkt zurück auf unsere unzulänglichen Maßnahmen bei diesem Schulanfang, bei dem wir uns haben leiten lassen, einfach die Kinder hereinzunehmen nach Maßgabe der Klassen, in denen sie draußen waren. Wir werden vielleicht nicht davor zurückschrecken dürfen, uns in dieser Beziehung zu desavouieren. Das müssen wir im einzelnen durchprüfen. Ich würde die Lehrer, die solche Kinder in den Klassen haben, von denen sie glauben, daß sie nicht richtig in der.Klasse waren, bitten, sich auszusprechen. Kann man etwas über solche sagen?

indrukken in die richting hebt gekregen, dan zal het nodig zijn om deze misschien in detail te bespreken.
De hele kwestie ziet er anders uit als het alleen om individuele gevallen gaat, of als een aanzienlijk aantal leerlingen niet in de juiste klas heeft gezeten. We moeten een idee krijgen van het aantal leerlingen dat we de volgende keer niet in een hogere klas, maar in een lagere klas moeten plaatsen; we moeten dat in detail doornemen, met name het aantal. Natuurlijk heeft een nieuwe verdeling van de leerlingen in grotere mate een terugwerkende kracht op onze ontoereikende maatregelen bij deze schoolstart, waarbij we ons hebben laten leiden door de kinderen gewoon op te nemen op basis van de klassen waarin ze op een andere school zaten. We zullen misschien niet mogen terugdeinzen om er in deze relatie afstand van te nemen. We moeten dat in detail onderzoeken. Ik zou de leraren die zulke kinderen in de klassen hebben waarvan zij denken dat ze niet in de juiste klas zaten, willen vragen zich uit te spreken. Kan men iets over zulke kinderen zeggen?

X. erwähnt den G. T. in der 4. Klasse, der zu alt ist.

X. noemt G. T. in de 4e klas, die te oud is.

Dr. Steiner: Bei G. T. würde es sich darum handeln, ob wir ihn in eine andere Klasse setzen. Es fragt sich, ob wir das nächstes Jahr noch nachholen können. Er ist beinahe zwölf Jahre alt. Ich glaube doch, daß wir es versuchen sollten. Die Sache mit dem Französischen und Englischen, die kann nebenbei geregelt werden. Er lernt sehr gut. Das Zeugnis ist so, daß er mit Unrecht in der 4. sitzt. Man ist verpflichtet, diesen Unterschied wieder gut zu machen.
(Zu Fräulein Dr. v. Heydebrand:) Haben Sie mit dem F. R. schon
irgendwelche Erfahrungen gemacht?

Bij G. T. zou het erom gaan of we hem in een andere klas plaatsen. De vraag is of we dat volgend jaar nog kunnen inhalen. Hij is bijna twaalf jaar oud. Ik denk
toch dat we het moeten proberen. De kwestie met het Frans en Engels kan terloops worden geregeld. Hij leert heel goed. Het rapport laat zien dat hij ten onrechte in de 4e zit. Men is verplicht om dit verschil weer goed te maken.
(Tegen juffrouw Dr. v. Heydebrand:) Heeft u al ervaring met F. R.?

X.: Sein Betragen ist ausgezeichnet. Er hat nicht die Kenntnisse der Kinder meiner Klasse.

X.: Zijn gedrag is uitstekend. Hij heeft niet de kennis van de kinderen in mijn klas.

Dr. Steiner: Aber die Reife hat er. Mitkommen wird er sicher. Dann ist dies kein Fehlschluß gewesen.
Im Zusammenhang damit können wir auf die Frage eingehen, von  der ich gehört habe, daß sie Ihnen sehr viel Kopfzerbrechen machte.
Nicht wahr, ich kann mir denken, wie ungeheuer schwierig es werden soll, aber es muß sachlich erwogen werden, ob wir nicht eben eine Klasse zusammenstellen als 6., die psychologisch alle die Eigentümlichkeiten hätte, die die jetzige 5. hat; ob wir nicht doch eine Nebenklasse einrichten. Es ist nicht notwendig, daß wir sie in der

Maar hij heeft de rijpheid. Hij zal zeker meekomen. Dan is dit geen verkeerde beslissing geweest.
In verband hiermee kunnen we ingaan op de vraag waarvan ik heb gehoord dat u zich daar veel zorgen over maakte.
Ik kan me voorstellen hoe ontzettend moeilijk het zal worden, maar we moeten objectief overwegen of we niet gewoon een klas samenstellen als 6e klas, die psychologisch gezien alle eigenaardigheden heeft die de huidige 5e klas heeft; of we toch niet een nevenklas moeten instellen. Het is niet nodig dat we ze 

Blz. 170

Mitte auseinander schneiden, es kann so sein, daß Sie als bisherige Klassenlehrerin absolut das freie Vorschlagsrecht hätten. Es sind einundfünfzig Kinder; also ich meine, es würde so sein müssen, daß Sie das Vorschlagsrecht hätten, daß Sie eventuell Ihre 6. Klasse aus dreißig zusammenstellen und zwanzig abspalten würden. Und da würde ich absolut das Vorschlagsrecht für jeden einzelnen nehmen. Wählen Sie fünfzehn Buben und fünfzehn Mädchen aus.

zonder meer halveren, het kan zijn dat u als huidige klaslerares absoluut het vrije recht van keuze zou hebben. Het zijn eenenvijftig kinderen; dus ik bedoel, het zou zo moeten zijn dat u het recht van keuze zou hebben, dat u eventueel uw 6e klas uit dertig zou samenstellen en twintig zou afsplitsen. En dan zou ik absoluut het recht nemen bij de keuze voor elk individu een voorstel te doen.
Kies vijftien jongens en vijftien meisjes uit.

X.; Ich hatte eine Liste, sechsundzwanzig für mich.

X.; Ik voor mij had een lijst, zesentwintig.

Dr. Steiner: Wie Sie es wollen. Dieser Vorschlag steht ganz bei Ihnen.
Aber es scheint doch, daß dies gemacht werden müßte, denn die Klasse war etwas zu groß.
Was haben Sie gegen die Teilung der Klasse? Sie haben sie alle so gern, daß Sie keinen weggeben wollen. Es ist doch besser. Sie werden mit dem Pensum der 6. Klasse leichter zurechtkommen, wenn Sie nicht mehr als dreißig haben. Wenn Sie also selbst die zurückbehalten, die Sie für richtig halten, und eine Klasse von zwanzig abspalten, werden Sie auch einverstanden sein können. Das ist richtig. Dann wird ja auch das leichter sich machen lassen mit solchen Leuten wie G. T. Ist noch jemand, der in Betracht käme?

Zoals u wilt. Dit voorstel is geheel aan u.
Maar het lijkt erop dat dit moet gebeuren, want de klas was iets te groot.
Wat heeft u tegen het splitsen van de klas? U vindt ze allemaal zo aardig dat u niemand wil laten gaan. Toch is het beter. U zult gemakkelijker met de lesstof van de 6e klas kunnen omgaan als u niet meer dan dertig leerlingen heeft. Als u dus zelf degenen behoudt die u geschikt acht, en een klas van twintig afsplitst, zult u het daar ook mee eens kunnen zijn. Dat klopt. Dan wordt het ook makkelijker met mensen als G. T. Is er nog iemand anders die in aanmerking komt?

X.: Ich hätte den A. S. K. in der 6. Klasse. Er ist Epileptiker und mußte monatelang wegbleiben.

X.: Ik zou A. S. K. in de zesde klas hebben. Hij is epileptisch en moest maandenlang wegblijven.

Dr. Steiner: Der müßte wieder in der 6. bleiben. Den würde man in die neue 6. setzen. Wir wollen im allgemeinen mit dem Sitzenbleiben vorsichtig sein. Bei ihm müßte mit den Eltern gesprochen werden.

Hij zou weer in de zesde klas moeten blijven. Hij moet in de nieuwe zesde klas worden geplaatst. Over het algemeen willen we voorzichtig zijn met doubleren.
In zijn geval zou er met de ouders moeten worden gesproken.

X.: Heikel ist es. Die Eltern werden es nicht verstehen. Sie sind nicht sehr
günstig eingestellt; es gibt mit dem Buben immer Schwierigkeiten.

X.: Dat is een delicate kwestie. De ouders zullen het niet begrijpen. Ze staan er niet erg positief tegenover; er zijn altijd problemen met die jongen.

Dr. Steiner: Das darf kein Grund sein. Nun gewiß nicht! Der Vater ist ja ein vernünftiger Mensch; er ist kein wahrer Mensch, vernünftig ist er doch. Man wird am besten mit ihm reden, nicht mit seiner Frau.
Der Bub, der erweist sich als verwahrlost. Nicht wahr, es würde ja an sich nichts machen, wenn er in der 6. Klasse bleibt; es ist nur die Frage, ob er nicht hinausgenommen wird, und ob wir es dazu kommen lassen sollen. Es liegt auch der Grund vor: bei dem Buben ist es so, wenn er wirklich herauskommt, dann ist es Schluß. Wenn er hier bleibt, wird er nicht weiter herunterkommen. Nach dem Zeugnis ist es nicht gut anders möglich, als daß man ihn in der 6. zurückläßt. Zunächst würde ich vorschlagen, man redet einmal mit dem Vater. Es braucht erst zu geschehen, wenn das neue Schuljahr beginnt. Es hat Vorteile, wenn der Junge die 6. noch einmal

Dat mag geen reden zijn. Zeker niet! De vader is een redelijk mens; hij is geen reëel mens, maar hij is wel redelijk. Je kunt het beste met hem praten, niet met zijn vrouw.
De jongen blijkt verwaarloosd te zijn. Het zou op zich niets uitmaken als hij in de zesde klas blijft; het is alleen de vraag of hij niet van school wordt gestuurd en of we dat moeten laten gebeuren. Er is ook een reden: bij deze jongen is het zo dat als hij echt van school wordt gestuurd, het voorbij is. Als hij hier blijft, zal hij niet verder achteruitgaan.
Na het rapport is er geen andere mogelijkheid dan hem in de zesde klas te laten zitten. Ik zou voorstellen om eerst eens met de vader te praten.
Dat hoeft pas te gebeuren als het nieuwe schooljaar begint. Het heeft voordelen als de jongen de zesde klas nog een keer doet.

Blz. 171

macht. Ich würde dem Vater das einfach objektiv auseinanderlegen; so wie Sie ihn beurteilen müßten, muß man sagen, wenn er manches von dem, was er lückenhaft gehört hat, noch einmal hören würde, wäre es gut. Wenn Sie dann bemerken, daß der Vater ihn herausnehmen würde, so nehmen wir ihn herauf in die 7. Klasse. Aber es ist eine schwierige Sache. Es sind nur diese paar Fälle?

Ja. Ik zou het gewoon objectief aan de vader uitleggen; aangezien je hem moet beoordelen, moet je zeggen dat het goed zou zijn als hij sommige dingen die hij nu maar gedeeltelijk heeft gehoord, nog eens zou horen. Als je dan merkt dat de vader hem van school wil halen, zullen we hem tot en met de zevende klas laten meedoen. Maar het is een lastige kwestie. Gaat het hier alleen om deze paar gevallen?

X. fragt wegen des F. M. in der 4. Klasse.

X. vraagt ​​naar F.M. in de vierde klas.

Dr. Steiner: Da liegt kein richtiger Grund vor, den müßten wir schon
mitnehmen. Das ist ein schwer zu behandelnder, schwacher Schüler.
Den müssen wir vorläufig mitnehmen. Man kann etwas tun, daß er das eine oder das andere lernt, daß er nachkommt. Da würde man sich zu stark desavouieren.

Er is geen echte reden waarom we hem mee zouden moeten nemen. Hij is een lastige, zwakke leerling. We moeten hem voorlopig wel meenemen. Er kan iets gedaan worden zodat hij dit of dat leert, zodat hij zijn achterstand inhaalt. Je zou te veel afstand kunnen nemen.

X. fragt wegen K. A. in der 5. Klasse und schlägt vor, daß er ein Vierteljahr in
die Hilfsklasse kommt.

X. vraagt ​​naar K.A. in de vijfde klas en stelt voor dat hij een kwart jaar naar de ondersteuningsklas gaat.

Dr. Steiner (zu Dr. Schubert): Vielleicht können Sie sich für ein Vierteljahr die Aufgabe setzen, ihn nachzubringen. Offenbar liegt eine gewisse Gehirnweiche in der Familie. Da würde ich doch raten,
ihn mitzunehmen.
Die H. bleibt weiter bei Ihnen in der Hilfsklasse, und man kann es dann entscheiden, wenn Sie finden, daß sie soweit nachgeholt hat, daß sie in eine Klasse kommen kann. Die Hilfsklasse bleibt wie bisher
zusammen.

Dr. Steiner (tegen Dr. Schubert): Misschien kunt u zich voornemen hem een ​​kwart jaar mee te nemen. Blijkbaar is er een bepaalde hersenzwakte in de familie. Ik zou u aanraden hem mee te nemen.
H. blijft in jullie hulpklas en er kan dan een besluit worden genomen wanneer jullie vinden dat ze voldoende heeft ingehaald om deel te kunnen nemen aan een reguliere klas. De ondersteuningsklas blijft zoals voorheen bij elkaar.

Ich dachte, die M. G. wird in der nächsten 2. Klasse nicht mitkommen können. Sie wird ziemlich lange in der Hilfsklasse bleiben müssen, das ist so ein Kind, bei dem doch eines schönen Tages der Knopf aufspringen könnte. Es könnte sein, daß der Knopf kommt.
Wir behalten sie doch in der Hilfsklasse und entscheiden später. Wenn Sie sie in der untersten Klasse mitmachen lassen wollen, das schadet nichts, wenn sie da mitmacht. Da kann sie auch sein. Lassen Sie sie da in der untersten Klasse mitmachen. Im allgemeinen ist es ja nicht so, daß wir eine Revision vornehmen müssen. Die Fälle, die wir vorgehabt haben, lassen sich ohne weiteres lösen. Eine richtige Revision brauchen wir nicht vorzunehmen.
Beim Fremdsprachenunterricht ist es so, daß man leichter zurechtkommt, weil es immerhin da nicht so streng klassenweise eingeteilt ist. Wir sollten nicht so streng klassenweise gehen im Sprachunterricht. Es hat sich so herausgebildet, aber im ganzen braucht der Sprachunterricht nicht klassenmäßig eingerichtet zu werden.

Ik dacht dat M.G. het in de volgende tweede klas niet zou redden. Ze zal nog een tijdje in de ondersteuningsklas moeten blijven; ze is het type kind dat misschien ooit een doorbraak zal hebben. Het is mogelijk dat die doorbraak er komt. We laten haar in de hulpklas en beslissen later. Als je wilt dat ze meedoet in de laagste klas, kan dat geen kwaad. Ze kan daar ook bij zijn. Laat haar meedoen in de laagste klas. Over het algemeen hoeven we niets te herzien. De gevallen die we in gedachten hadden, kunnen gemakkelijk worden opgelost. We hoeven geen echte herziening door te voeren.
Met vreemdetalenonderwijs is het makkelijker te organiseren omdat het niet zo strikt in klassen is ingedeeld. We zouden niet zo strikt moeten zijn met de klassenindeling in taalonderwijs. Het is nu eenmaal zo ontwikkeld, maar over het algemeen hoeft taalonderwijs niet per klas te worden georganiseerd. <8>

Blz. 172

Beim Sprachunterricht, da ist dieser tatsächlich grandiose Unterschied zwischen Chorsprechen und Einzelsprechen. Die Kinder reden im Chor alle glattweg mit und können es einzeln nicht. Es würde sich darum handeln, daß man es ausnützt. Das werden wir bei den pädagogisch-methodischen Fragen im nächsten Jahre behandeln, daß man versucht, bei den Kindern, nachdem sie es im Chor gesprochen haben, rasch es einzeln zu machen. Man soll es machen als Grundlage des Lernens. Das ist zweifellos so.

<9> In het taalonderwijs is er een opmerkelijk verschil tussen spreken in koor en individueel spreken. De kinderen spreken allemaal vloeiend in koor, maar kunnen dat niet individueel. Het is belangrijk om hier optimaal gebruik van te maken. We zullen dit volgend jaar bespreken in de pedagogisch-methodologische vragen, namelijk hoe we de kinderen snel individueel kunnen laten spreken nadat ze in koor hebben gesproken. Dit zou de basis van het leerproces moeten vormen. Dat is ongetwijfeld het geval. <9>

X.: Der Stundenplan ist schwer durchführbar, wenn Kinder aus einer Klasse
mit anderen Klassen Sprachunterricht haben sollen.

X.: Het rooster is moeilijk te implementeren als kinderen uit de ene klas taalonderwijs moeten volgen met kinderen uit andere klassen.

Dr. Steiner: Beim Sprachunterricht wäre es wirklich ganz gut — aber das ist nicht durchführbar —, wenn man systematisch zwei Altersklassen beieinander haben könnte, daß das eine Kind vom anderen lernte. In der Sprache ist es gut, wenn die Jüngeren von Älteren lernen. Das ist ein Surrogat, wenn Schwächere und Bessere da sind.
Es ist in der Zeit nicht durchführbar, aber wenn wir können, sollten wir in der Sprache Schwächere und Bessere durcheinander haben.

<10> In het taalonderwijs zou het heel goed zijn – maar het is niet haalbaar – als je systematisch twee leeftijdsgroepen bij elkaar zou kunnen zetten, zodat het ene kind van het andere kan leren. In het taalonderwijs is het goed als de jongere kinderen van de oudere kinderen leren. Dat is een alternatief voor het hebben van zwakkere en sterkere leerlingen.
Het is niet haalbaar binnen de huidige tijd, maar als het mogelijk is, zouden we de zwakkere en sterkere leerlingen in het taalonderwijs moeten mengen.

X.: Was ist im Sprachunterricht zu machen mit den neu dazu kommenden
Kindern? Soll man denen Nachhilfestunden geben?

X: Wat moet er gebeuren in de taallessen met de nieuw erbij gekomen kinderen? Moeten ze bijles krijgen?

Dr. Steiner: Da müßte man den Eltern sogleich sagen, daß es an einer Nachmittagsstunde gemacht werden müßte. Das läßt sich nicht anders machen, als daß wir einfach die etwas nachpumpen. Kommen tatsächlich so viele Neue nach?

We zouden de ouders meteen moeten laten weten dat het ’s middags moet gebeuren. Er is geen andere manier dan de leerlingen wat meer bij te spijkeren. Komen er echt zoveel nieuwe leerlingen?

X : Ich habe seit Weihnachten vierzehn neue Schüler gehabt.

X: Ik heb sinds Kerstmis veertien nieuwe leerlingen gekregen.

Dr. Steiner: Ein Prinzip wollen wir in dieser Frage doch nicht aufstellen, sondern immerhin jeden einzelnen Fall prüfen. Im großen und ganzen, wenn nicht besondere Gründe vorliegen, rät man den Leuten, sie sollen bis zum Ende des Jahres in ihrer Schule bleiben.
Aber wir wollen nicht uns ganz abweisend verhalten.
Der Separatkurs in den Sprachen muß für solche Kinder eingerichtet werden. Das ist unbedingt nötig. Sonst könnten wir nicht Schüler in die höheren Klassen aufnehmen. Wenn es geht! Man muß das machen, was notwendig ist. Im großen und ganzen kann man sagen, in den Sprachen lassen sich vielleicht durcheinander haben Alte und Junge, weil die Jüngeren von den Älteren lernen, und die Älteren dadurch vorwärtskommen, daß sie die Jüngeren mitnehmen müssen. Da kann man Altersklassen durcheinander haben.

We willen hier geen algemeen principe voor vaststellen, maar elk geval afzonderlijk bekijken. Over het algemeen adviseren we leerlingen, tenzij er bijzondere redenen zijn, om tot het einde van het schooljaar op hun huidige school te blijven. Maar we willen ze niet zomaar afwijzen. Er moet een aparte taalcursus voor deze kinderen worden opgezet. Dat is absoluut noodzakelijk. Anders zouden we geen leerlingen in de hogere klassen kunnen toelaten. Als het mogelijk is! Je moet doen wat nodig is. Over het algemeen kun je misschien oudere en jongere leerlingen in taallessen mengen, omdat de jongeren van de ouderen leren en de ouderen vooruitgang boeken doordat ze de jongeren moeten begeleiden. Daar kun je gemengde leeftijdsgroepen hebben.

X. fragt wegen Vermehrung der Sprachstunden.

X vraagt ​​of het aantal taallessen verhoogd kan worden.

Blz.173

Dr. Steiner: Sie haben die Sehnsucht, mehr Stunden zu haben. Aber auf der anderen Seite ist es wirklich so, daß wir eigentlich die Kinder genügend viel in der Schule haben. Wir können nicht gut die Stundenzahl vermehren. Ich glaube nicht, daß wir da etwas machen dürfen. Wir könnten ja in den höheren Klassen später einmal daran denken. In der 9., 10. Klasse, da können wir vielleicht etwas mehr Sprachunterricht einführen. Viel mehr dürfen wir nicht vom Klassenunterricht wegnehmen; keine halbe Stunde kann entbehrt werden.
Wir können nicht gut die Kinder noch einmal mehr in der Schule drin haben, sie sind eigentlich doch nachmittags meist da.

U zou meer uren willen hebben. Maar aan de andere kant is het echt waar dat we de kinderen al lang genoeg op school hebben. We kunnen het aantal uren niet zomaar verhogen. Ik denk niet dat we daar iets aan mogen doen. We zouden het later in de hogere klassen kunnen overwegen. In de negende en tiende klas zouden we misschien wat meer taalonderwijs kunnen aanbieden. We kunnen niet veel meer van de reguliere lessen afhalen; zelfs geen half uur is mogelijk.
We kunnen de kinderen ook niet nog meer op school laten zitten; ze zijn er meestal toch al ’s middags. <10>

X.; Wie hoch ist das Maximum der Stunden, die wir in den Volksschuljahren
den Kindern in der Woche geben können? Wir geben in der 1. Klasse sechsundzwanzig, weiter herauf sehr viel mehr durch fakultative Stunden in Latein.

<11> X.: Wat is het maximale aantal uren dat we de kinderen per week op de basisschool kunnen geven? We geven 26 uur in de eerste klas, en later nog veel meer via keuzevakken Latijn.

Dr. Steiner: Wir können die Stundenzahl nicht vermehren.
Wie kommt es, daß in den Zeugnissen Eurythmie nicht als besonderer Gegenstand auftritt, sondern mit Musik zusammen? Das ist etwas, was ich als Mangel empfinde.

We kunnen het aantal uren niet verhogen.

Hoe komt het dat euritmie niet als apart vak in het getuigschrift staat, maar samen met muziek? Dat zie ik als een tekortkoming.

X..’ Weil ich alle Kinder zu unterrichten hatte, kannte ich die einzelnen zuwenig. — Auch in der Musik möchte ich vorschlagen, daß wir eine Stunde
mehr anfügen.

X.: ‘Omdat ik alle kinderen les moest geven, kende ik ze niet allemaal even goed. — Ik wil ook voorstellen om een ​​extra uur aan de muzieklessen toe te voegen.’

Dr. Steiner: Beim Musikunterricht ist es möglich, daß wir etwas tun. Es sind wenige Stunden, das ist richtig. Wollen Sie nicht ganz bestimmte Vorschläge machen, wieviel Stunden Sie in den einzelnen Klassen haben möchten?

Met muzieklessen kunnen we wel iets doen. Het zijn maar een paar uur, dat klopt. Zou u misschien wat concrete suggesties willen doen over het aantal uren per les?

X.: Wir können es verschieden machen. Wir können es so einrichten, daß wir
getrennt Chorgesang und Gehörsübungen haben, oder daß wir Chorunterricht
zu bestimmten Zeiten, zu den Festzeiten geben; das würde ich vorziehen. —
Ich nehme an, daß ich die Klassen so bekomme, wie sie jetzt sind. Bei zu
großen Klassen kann ich die Kinder nicht genügend kennenlernen.

X.: We kunnen het op verschillende manieren aanpakken. We kunnen bijvoorbeeld aparte lessen koorzang en gehoortraining geven, of koorlessen op specifieke momenten, bijvoorbeeld tijdens feesten; dat zou mijn voorkeur hebben. —
Ik ga ervan uit dat de lessen zo blijven zoals ze nu zijn. Met te grote klassen kan ik de kinderen niet goed genoeg leren kennen.

Dr. Steiner: Wieviel würden Sie brauchen in der Musik für die
1. Klasse? Wir haben da 26 ½ Stunden.

Hoeveel muziekles zou u nodig hebben voor klas 1? We hebben daar 26,5 uur.

X.: Eine Stunde.

X.: Een uur.

Dr. Steiner: Dann würde sich das erreichen lassen, daß Sie die einzelnen Kinder auch kennenlernen. Über den Stundenplan als solchen
würde manches noch zu gestalten sein. Diese eine Stunde kann ja
wohl sein. Auch in der 2. Klasse eine Stunde, und in der 3. Klasse. —
Es fragt sich nur für die oberen Klassen, ob wir nicht ständig den
Chorunterricht beibehalten. Das kann gemacht werden von Fall zu

Dan kunt u elk kind individueel leren kennen. Er is nog ruimte voor aanpassingen aan het lesrooster. Dat ene uur is zeker haalbaar. Ook een uur in klas 2 en een uur in klas 3. —
De enige vraag voor de hogere klassen is of we de koorlessen niet permanent moeten behouden. Dit kan per geval bekeken worden.

Blz.174

Fall. Ich glaube, die Zeit, die Sie haben für den Musikunterricht, die können Sie einteilen für Einzelunterricht oder Chorunterricht.
Es kommt auch der Anstandsunterricht dazu. Der belastet ja nicht.
Den können wir ruhig ansetzen. Ich meine, der kann zu den anderen Stunden dazukommen. Der darf nichts wegnehmen vom Musikalischen. Das was Sie wünschen, wenn Sie die neue Lehrkraft bekommen, daß Sie die einzelnen Schüler klassenweise haben und nicht zusammengelegt, das muß gemacht werden. Außerdem liegt das vor, daß wir, sobald wir eine Möglichkeit haben,
auch etwas Turnen anfügen. Turnen können wir ohne weiteres dazubringen, so daß wir sagen können: ,,Turnen und Eurythmie.”
Das wäre schon ganz gut. Es braucht nur so mit zu unterlaufen, daß wir das physiologische Turnen neben der psychologischen Eurythmie auch pflegen. Sobald gefragt wird, wird man sagen, wir haben es nicht ausgeschaltet, es wird einbezogen. Die Eurythmie, die könnte nicht vermindert werden, da müßte eine besondere Stunde dazukommen. Es genügt wahrscheinlich, wenn wir eine halbe Stunde Turnen in der Woche anfügen an die Eurythmie, oder wenn wir die
Übungen daruntermischen. Gerade das müßte darin sein, Geräteübungen.

Ik denk dat je de tijd die je voor muzieklessen hebt, kunt besteden aan individuele lessen of koorrepetities.
We hebben ook de etiquettecursus nog. Dat is geen extra belasting. Die kunnen we zeker inplannen. Ik bedoel, die kan gewoon aan de andere lessen worden toegevoegd. Het mag niets ten koste gaan van het muziekonderwijs. Wat je wilt, is dat de leerlingen individuele lessen krijgen en niet in groepen, en dat moet geregeld worden.
Verder is afgesproken dat we, zodra de gelegenheid zich voordoet, ook lichamelijke opvoeding zullen toevoegen. We kunnen gemakkelijk gymnastiek integreren, zodat we kunnen zeggen: “Gymnastiek en euritmie.”
Dat zou prima zijn. Het moet alleen subtiel gebeuren, zodat we naast psychologische euritmie ook lichamelijke gymnastiek beoefenen. Zodra iemand ernaar vraagt, zullen ze zeggen dat we het niet hebben afgeschaft; het is onderdeel van het programma. Euritmie kan niet worden ingekort; daarvoor moet een apart uur worden toegevoegd. Het is waarschijnlijk voldoende als we elke week een half uur gymnastiek aan de euritmie toevoegen, of als we de oefeningen afwisselen. Dat is precies wat het zou moeten omvatten: oefeningen met de apparaten.

Eine Schwierigkeit ist da bei dem Turnen. Da können wir die Mädchen und Buben nicht zusammennehmen. Die Teilung ist eine Raumschwierigkeit. Man kann nicht Mädchen und Buben miteinander nehmen; beim Geräteturnen ist es nicht möglich. Ja, bei Freiübungen könnte man sie ohne weiteres zusammennehmen. Wenn die Kinder Turnanzüge haben, dann ginge es; es ist doch nur ein Vorurteil.

Er is een probleem met gymnastiek. We kunnen de meisjes en jongens niet bij elkaar zetten. De scheiding is een kwestie van ruimte. Je kunt meisjes en jongens niet samen laten oefenen; dat is niet mogelijk bij toestelgymnastiek. Ja, je zou ze makkelijk samen kunnen zetten voor vrije oefeningen. Als de kinderen turnpakjes droegen, dan zou het wel werken; het is gewoon een vooroordeel.

Es wird ein Einwand gemacht.

Er wordt bezwaar gemaakt.

Dr. Steiner: Warum meinen Sie? Es ist so, daß die Mädchen vieles nicht machen, was die Buben machen können. Da würde man Riegen zusammenstellen und würde sie abwechselnd behandeln. Der eine ist mit den Mädchen am Reck, der andere macht mit den Knaben Stabübungen. Die Mädchen müßten Turnhosen haben; dezente Hosen müßten fabriziert werden drunten in der Fabrik.
Ja, es ist nur dann die Frage, wer den Turnunterricht gibt, daß Sie nicht überlastet werden. Nun liegt die ganze Schule, was Gesang und Eurythmie und Musik betrifft, an Ihnen; im Ganzen liegt viel an Ihnen.

Waarom vraagt ​​u dat? Het klopt dat de meisjes veel dingen niet kunnen die de jongens wel kunnen. Je zou de groepen kunnen samenstellen en ze om de beurt laten werken. De ene docent is met de meisjes aan de rekstok, de andere doet de staafoefeningen met de jongens. De meisjes zouden turnbroeken moeten dragen; onopvallende broeken zouden in de fabriek gemaakt moeten worden.
Ja, de enige vraag is wie de gymnastieklessen geeft, zodat u niet overbelast raakt. Wat betreft de zang, euritmie en muziek op de hele school, dat is uw verantwoordelijkheid; uiteindelijk hangt er veel van u af.

X., der bisher auch etwas Turnen gegeben hatte: Wenn wir elf Klassen haben,
dann ist sehr stark die Frage, ob das möglich ist. Könnten nicht auch die Klassenlehrer Turnunterricht geben? Nicht immer, aber hier und da?

X., die ook gymnastiekles had gegeven: Als we elf klassen hebben, dan is de vraag of dat wel mogelijk is. Zouden de klassenleerkrachten niet ook gymnastiekles kunnen geven? Niet de hele tijd, maar af en toe?

Blz. 175

Dr. Steiner: Die Klassenlehrer sind angestrengt. — Turnstunden brauchen in den drei untersten Klassen nicht gegeben zu werden. Die 1. und 2. Klasse könnten wir mit der Eurythmie schon befriedigen.
Aber nachher müßten wir, um es nicht nicht zu haben, schon das Turnen haben. Es ist auch ganz gut, wenn es gemacht würde. Es wäre ganz schön, wenn es möglichst sich anschließen würde an die Eurythmie, daß die Kinder zuerst Eurythmie treiben und dann etwas turnen würden.
Das Turnen würde für Sie etwas viel werden. Daran hatte ich nicht gedacht. Es müßte die Möglichkeit gegeben werden, daß jemand anderer den Turnunterricht gibt, insbesondere da zwei da sein müssen. Die Eurythmielehrerin müßte dabei sein, das ist nicht schwer.
Nun ja, das muß ins Auge gefaßt werden. Wir können entweder das Turnen weiter weglassen, oder wir müßten die Möglichkeit haben, eventuell noch eine Turnkraft zu haben. Das würde genügen, die eine Stunde für Eurythmie, und dann im Anschluß daran eine halbe Stunde das Turnen. Aber dann kriegen wir zuviel Stunden.
(Zu Frau Baumann): Jetzt hatten wir zwei Stunden Eurythmie. So wie Sie es jetzt gehabt haben in der letzten Zeit, hatten Sie nicht zuviel?

De leerkrachten hebben het erg druk. — Gymlessen hoeven niet gegeven te worden in de drie laagste klassen. We zouden  de eerste en tweede klas tevreden kunnen stellen met euritmie.
Maar om het daarna helemaal te vermijden, zouden we gymlessen moeten aanbieden. Het zou ook heel goed zijn als dat gedaan werd. Het zou mooi zijn als het na de euritmie kwam, zodat de kinderen eerst euritmie en daarna gymlessen zouden krijgen. De gymlessen zouden misschien wat te veel voor ze zijn. Daar had ik nog niet aan gedacht. Er zou een mogelijkheid moeten komen om iemand anders de gymlessen te laten geven, vooral omdat er twee docenten nodig zijn. De euritmiedocent zou er wel bij moeten zijn; dat is niet moeilijk. Nou, dat moet overwogen worden. We kunnen ofwel doorgaan met het weglaten van gymlessen, of we moeten de mogelijkheid hebben om eventueel een andere gymdocent aan te stellen. Dat zou voldoende zijn: een uur euritmie en daarna een half uur gymnastiek. Maar dan zouden we te veel uren hebben.

(Tegen mevrouw Baumann): We hebben net twee uur euritmie gehad. Zoals u het de laatste tijd doet, heeft u er niet te veel van?

X.: Ich hatte oft einundfünfzig auf einmal. In der 3. Klasse hatte ich achtundvierzig. Ich habe es so gemacht, daß ich die eine Hälfte zusehen ließ,
während die anderen Eurythmie machten.

X.: Ik had er vaak eenenvijftig tegelijk. In de derde klas had ik er achtenveertig. Ik regelde het zo dat de helft toekeek terwijl de andere helft euritmie deed.

Dr. Steiner ist damit einverstanden.

Dr. Steiner is het daarmee eens.

X. möchte die Klassen teilen.

X. wil de klassen opsplitsen.

Dr. Steiner: Das werden wir machen müssen, wenn wir das für die
anderen Klassen erst sehen. Das muß man am Beginn des nächsten
Schuljahres festlegen. Die Größe der Klasse ist nicht festliegend, es
kommt ein Zuwachs hinzu. Wie viele Schüler meinten Sie, werden
wir in der nächsten 1. Klasse haben?

Dat moeten we doen als we zien hoe het met de andere klassen gaat. Dat moet aan het begin van het volgende schooljaar besloten worden. De klassengrootte is niet vast; er komen nieuwe leerlingen bij. Hoeveel leerlingen denkt u dat we in de volgende eerste klas zullen hebben?

X.: Fünfundsechzig.

X.: Vijfenzestig.

Dr. Steiner: Das müßten natürlich zwei werden. Für die 2. Klasse kommt das nicht in Betracht. Die künftige 4. Klasse ist auch so groß, daß es über fünfzig Kinder werden. Da sind soviel Neue. Ich dachte auch, die Kleinsten im Singen an Fräulein Lämmert zu geben. Sonst wird es für Herrn Baumann zuviel mit dem Singen. Auch mit dem Turnen wird es viel zuviel. Da muß man sehen, wie man mit der Lehrerschaft zurechtkommt.
Die Frage der Lehrerschaft muß also besprochen werden. Wir ver-

Dat zouden er dan twee moeten zijn, natuurlijk. Dat is uitgesloten voor de tweede klas. De toekomstige vierde klas is ook zo groot dat er meer dan vijftig kinderen zullen zijn. Er komen zoveel nieuwe bij. Ik dacht er ook aan om de jongste kinderen zangles van juffrouw Lämmert te geven. Anders krijgt meneer Baumann te veel zangles. De gymnastiek zal ook veel te veel zijn. We moeten kijken hoe we het met de leraren kunnen vinden.
De kwestie van het onderwijzend personeel moet daarom besproken worden. We ver-

Blz. 176

mehren die Klassen, wir brauchen neue Lehrer. Es sind jetzt die zwei Baracken im Bau, die zu Anfang des nächsten Schuljahres fertig werden, hoffentlich. Und wenn die fertig sind, dann können wir gerade auskommen. Es geht vielleicht sogar auch, daß wir auskommen, wenn wir die künftige 4. und 2. teilen, weil die beiden weit über fünfzig hinauskommen. Dann geht es knapp mit den Räumen. Es geht nur so, daß wiederum die Nebenräume notleiden. Es bleibt unerledigt. Es würde so eben gehen mit den Bauten, die wir jetzt haben. Aber es fehlt dann ein Raum für Gesang vorläufig, es fehlt ein Raum für den Kindergarten, und es fehlen weiterhin Klassenräume für weitere Klassen, die in den folgenden Jahren kommen. Es fehlt eine Bibliothek, es fehlt die Turnhalle, es fehlen Räume für die Fortbildungsschule — vielleicht kann man die Fortbildungsschule schließlich beiseite lassen —, es fehlt das Arztzimmer, von dem wir gesprochen hatten, eine ganze Anzahl Dinge. Das sind Dinge, die wir neulich besprochen haben. Es sollte versucht werden, diese Dinge zu lösen dadurch, daß man einen Stock aufsetzt.

De klassen worden groter, we hebben nieuwe leraren nodig. De twee barakken zijn momenteel in aanbouw en zullen hopelijk aan het begin van het volgende schooljaar klaar zijn. En als die klaar zijn, redden we het net. Het zou zelfs mogelijk kunnen zijn om de toekomstige vierde en tweede klas te splitsen, want beide groepen zullen ruim 50 leerlingen tellen. Dan wordt het wel krap met de lokalen. Het werkt alleen als de bijgebouwen er weer onder lijden. Dat is nog niet opgelost. Met de gebouwen die we nu hebben, zou het net lukken. Maar dan is er voorlopig geen ruimte voor zang, geen ruimte voor de kleuterschool en een aanhoudend tekort aan klaslokalen voor de extra klassen die in de komende jaren zullen komen. Er is een tekort aan een bibliotheek, een tekort aan een gymzaal, een tekort aan lokalen voor de voortgezette school – misschien kunnen we die voortgezette school uiteindelijk wel opheffen – een tekort aan de dokterspraktijk waar we het over hadden, en nog veel meer. Dit zijn zaken die we onlangs hebben besproken. Men zou deze problemen moeten proberen op te lossen door etages te gaan gebruiken.

X.: Das stellt sich als unmöglich heraus.

X: Dat blijkt onmogelijk te zijn.

Dr. Steiner: Warum ist das unmöglich? Woran liegt es, daß man einen Stock aufbauen wollte und jetzt nicht kann?

Waarom is dat onmogelijk? Wat is de reden dat ze een verdieping wilden bouwen en dat nu niet kunnen?

X.: Die Standfestigkeit des Unterbaues ist dann zu stark in Anspruch genommen.

X.: De stabiliteit van de ondergebouw zou dan te veel onder druk komen te staan.

Dr. Steiner: Ich verstehe nichts. Was sagt der Architekt? Hatte er das nicht vorher gewußt? Es ist schrecklich, daß immer Ideen entstehen, die nachher nicht durchführbar sind. Natürlich kann man —, heißt es, nachher muß alles umgeändert werden. Der baupolizeiliche Gesichtspunkt hätte vorher durchdacht werden müssen. Ich würde mich in Dornach zum Beispiel nie einlassen darauf, daß mir ein Plan vorgelegt würde von etwas, was nicht absolut ausgeführt werden kann. Man verliert die Zeit damit. Man soll sich herumtragen mit
einer Idee und nachher ist wieder nichts. Man hat doch gerechnet damit, daß der Eurythmiesaal hinaufgelegt wird. Ich meine, wir haben damit gerechnet. In Dornach erzählten Sie es mir noch.

Ik snap er niets van. Wat zegt de architect? Wist hij dat niet van tevoren? Het is vreselijk dat er steeds ideeën ontstaan ​​die achteraf niet haalbaar blijken. “Natuurlijk kan het,” zeggen ze, “maar dan moet alles veranderd worden.
De bouwvoorschriften hadden van tevoren bekeken moeten worden. In Dornach bijvoorbeeld zou ik nooit instemmen met een plan voor iets dat niet absoluut uitvoerbaar is. Zo verspil je tijd. Je moet met een idee spelen, en uiteindelijk komt er niets van terecht. Ze hebben er toch rekening mee gehouden dat de euritmiezaal erbovenop gebouwd zou worden. Ik bedoel, wij verwachtten het. Je hebt het me er zelfs over verteld in Dornach.”

X.: Nicht als feste Tatsache, sondern als eine Möglichkeit.

X.: Niet als een vaststaand feit, maar als een mogelijkheid.

Dr. Steiner: Möglichkeiten kenne ich nicht. Wenn mir das jemand
erzählt, so halte ich es für eine Wirklichkeit, oder es ist nichts. Die
Baupolizei muß doch erst definitiv gefragt werden, und der Architekt muß wissen, ob er daraufbauen kann.

Ik ken geen mogelijkheden. Als iemand me iets vertelt, neem ik het ofwel voor waar aan, ofwel niet. Eerst moet de bouwinspectie definitief geraadpleegd worden, en de architect moet weten of hij erop mag bouwen.

Blz. 177

Nun ist der einzig mögliche Plan, eine Turnhalle und neben der Turnhalle anzugliedern die Nebenräume, die ich hier nannte, der gewissermaßen den ersten Teil eines rationell gebauten Schulgebäudes darstellen müßte. Es würde sich darum handeln, wohin das gebaut werden soll.
Das müßte in aller Sorgfalt überlegt werden. Ist dazu Geld da? Es handelt sich darum vor allen Dingen, ob das Geld dazu da ist. Man muß das Geld ausgeben, auch wenn es nicht gerechtfertigt ist. Es ist da. Es sind zehn Millionen eingezahlt worden. Nur wollen die Herren nur unriskante Geschäfte machen. Die ganze Frage ist eine Mutfrage.
Wir müssen darauf aufbauen. Die geistigen Werte werden ohnehin aus der Schule hervorgehen und nicht aus dem übrigen. Infolgedessen müssen wir den Mut haben, unsolide Geschäfte zu machen. Wir dürfen aber nicht mehr unsolide machen als solche, die wir durch die soliden ausgleichen können.
Man muß in den sechs Wochen herumreisen und das Geld aufbringen. Es ist nur die Frage, wie es gemacht wird. Dann muß man sehen, daß man durch Erfindungen etwas herausholt. Es müßte Geld geschafft werden. Und da ist es notwendig, daß wir den Plan mit dem Schulverein doch vergrößern.

Het enige mogelijke plan is nu om een ​​gymzaal te bouwen en daarnaast de eerdergenoemde bijgebouwen, wat in feite het eerste deel van een rationeel ontworpen schoolgebouw zou vormen. De vraag is dan: waar moet het gebouwd worden?
Dit moet zeer zorgvuldig overwogen worden. Is er geld voor? De belangrijkste vraag is of het geld beschikbaar is. Je moet het geld uitgeven, zelfs als het niet gerechtvaardigd is. Het is er. Tien miljoen is al betaald. Maar deze heren willen alleen maar risicovrije deals sluiten. Het draait allemaal om moed.
Daar moeten we op voortbouwen. De spirituele waarden zullen sowieso uit de school voortkomen, en niet uit iets anders. Daarom moeten we de moed hebben om onverstandige deals te sluiten. Maar we mogen niet meer onverstandige deals sluiten dan we kunnen compenseren met verstandige. We moeten in die zes weken rondreizen en het geld bijeenbrengen. De enige vraag is hoe dat gaat gebeuren. Dan moeten we kijken of we iets kunnen bedenken. Er moet geld gegenereerd worden. En daarvoor is het nodig dat we het plan uitbreiden met de schoolvereniging.

Es ist sehr leicht möglich, daß wir vielleicht, wenn wir einen Weltschulverein gründen, überhaupt für solche Schulen, international, daß wir Geld kriegen, während es jetzt einem überall begegnet, daß die Leute sagen, wir haben in Berlin kein Interesse daran, just für die Waldorfschule zu bezahlen. Wenn wir
einen Weltschulverein gründen, dann ist es vielleicht möglich, daß man für Stuttgart etwas verwenden kann. Es ist wahrscheinlich gar nicht möglich, wenn die Leute von vornherein bezahlen sollen für die Stuttgarter Waldorfschule, daß wir viel hereinkriegen. Dann müßte man sehen, daß wir durch Erfindungen etwas bekommen. Es ist allerhand in Arbeit, aber das geht nicht so geschwind. Wir haben etwas sehr Aussichtsreiches in Dornach, eine Rasierseife und das
Haarmittel ,,Verlockung”, aber es geht nicht so schnell mit dem Inaugurieren. So geschwind kann man die Sachen nicht erfinden, daß wir schon für den Herbst einen Turnsaal und einen Eurythmie und Gesangssaal haben. Dann müßten zuerst allen Kahlköpfen Locken wachsen.

Het is heel goed mogelijk dat we, als we een internationale schoolvereniging zouden oprichten, we geld zouden kunnen krijgen voor dergelijke scholen internationaal, terwijl je nu overal hoort dat mensen in Berlijn geen interesse hebben om specifiek voor de Waldorfschool te betalen. Als we een internationale schoolvereniging zouden stichten, zou er misschien iets voor Stuttgart gebruikt kunnen worden. Het is waarschijnlijk helemaal niet mogelijk dat we veel voor elkaar krijgen als mensen vanaf het begin voor de Waldorfschool in Stuttgart moeten betalen. Dan zouden we moeten zien of we iets voor elkaar krijgen door middel van innovaties. Er is veel in de maak, maar het gaat niet zo snel. We hebben iets heel veelbelovends in Dornach, een scheerzeep en het haarproduct “Verlokking”, maar het bekend maken gaat niet zo snel. Je kunt niet zo snel dingen uitvinden dat we tegen de herfst al een gymnasium, een euritmiezaal en een zangzaal hebben. Dan zouden alle kale hoofden eerst krullen moeten laten groeien.

X.: Ich wollte es ausprobieren, auf die Gefahr, daß meine Frau mich nicht
mehr kennt.

X.: Ik wilde het uitproberen, met het risico dat mijn vrouw me niet meer zou herkennen.

Dr. Steiner: Unsere Eurythmiedamen haben es schon auf sich genommen, das Haarmittel hier zu verwenden, damit ihnen Schnurrbart-

Onze dames die euritmie beoefenen, hebben het haarproduct hier al zelf gebruikt om snorren te laten groeien.

Blz. 178

haare wachsen. Dann werden sie es mit der Rasierseife wieder wegnehmen. Dann wachsen einem die Tausendmarkscheine auf dem Kopf. Es ist noch Geld da. Die Mitglieder der Anthroposophischen Gesellschaft wissen nicht, wie wichtig die Waldorfschule ist. Ich habe neulich mit einigen Damen gesprochen, die haben keine Ahnung gehabt, daß es so drängt. Es wird überall, an vielen Stellen gesagt, daß Schulen gegründet werden sollten. Das einzige ist das, daß man die Leute bittet. Diese Idee dürfen wir nicht aufkommen lassen, daß wir
hier alles absorbieren wollen. Deshalb habe ich es besprochen, daß man nicht hier in Stuttgart alles zentralisiert, sondern herumreist in den einzelnen Städten, daß sich die Sache verbreitet, daß man nicht Sachen herumschickt und den Leuten diktiert. So entstand in Berlin der Gedanke, eine Schule zu begründen. Das dürfen wir nicht probieren, daß die Leute ihre Schulpläne zurückstellen sollen. Da handelt es sich darum, daß wir die Leute nicht vor den Kopfstoßen. Da müssen wir eben reisen. Für die Turnhalle wird man den ,,Kommenden Tag” um Kapital angehen und sich verpflichten, das Kapital zu verzinsen. 400 000 Mark, dafür kann man die Zinsen aufbringen, so daß das, was jetzt sein muß im Interesse des Fortganges, sofort geschehen kann. Ein anderes ist der weitere Ausbau der Schule selbst. Denn wenn wir die Schule weiterführen wollen, auch über das nächste Jahr hinaus und die von selbst sich ergebende Vergrößerung machen wollen, dann brauchen wir noch viel mehr Raum.

Dan halen ze het er weer af met scheerzeep. Dan groeien er briefjes van duizend mark op je hoofd. Er is nog steeds geld over. De leden van de Antroposofische Vereniging weten niet hoe belangrijk de Waldorfschool is. Ik sprak onlangs met een paar dames die geen idee hadden hoe urgent het is. Overal, op veel plaatsen, wordt gezegd dat er scholen moeten worden opgericht. Het enige wat je moet doen, is mensen ernaar vragen. We mogen niet toestaan ​​dat dit idee wortel schiet, dat we alles hier willen absorberen. Daarom heb ik het idee geopperd dat we niet alles hier in Stuttgart moeten centraliseren, maar naar de verschillende steden moeten reizen zodat het idee zich verspreidt, zodat we niet alles rondsturen en mensen de wet voorschrijven. Zo is het idee ontstaan ​​om een ​​school in Berlijn op te richten. We moeten mensen niet proberen te overtuigen hun schoolplannen uit te stellen. Het gaat erom mensen niet te vervreemden. Daarom moeten we reizen. Voor de gymzaal zullen ze ‘der kommenden Tag’ aankloppen en de verplichting aangaan het kapitaal met rente terug te betalen.
Voor 400.000 mark – kan men de rente opbrengen, zodat wat nu nodig is voor de vooruitgang van de school direct uitgevoerd kan worden Een ander punt is de verdere uitbreiding van de school zelf. Want als we de school na volgend jaar willen blijven runnen en de onvermijdelijke groei willen opvangen, hebben we aanzienlijk meer ruimte nodig.

X.: Man wird sich vielleicht helfen können, daß man eine von den großen
Klassen nachmittags als Gesangssaal verwendet.

X.: Misschien kunnen we een van de grote klaslokalen ’s middags als zangzaal gebruiken.

Dr. Steiner: So kann man sich vielleicht helfen, bevor der Turnhallenbau hergestellt ist.
Jetzt kommen wir zu der Frage, die doch in irgendeiner Weise gelöst werden muß. Es geht die Schule nicht weiter. Die Raumfrage und die künftige Lehrerfrage müßten gelöst werden.
Es wird über die Notwendigkeit gesprochen, auch Lehrerwohnungen zu bauen.

Misschien kunnen we dat wel doen totdat de gymzaal gebouwd is. Nu komen we bij de vraag die hoe dan ook opgelost moet worden. De school boekt geen vooruitgang. Het ruimteprobleem en de toekomstige lerarenvraag moeten worden opgelost.
Er wordt ook gesproken over de noodzaak om lerarenwoningen te bouwen.

Dr. Steiner: Eigentlich ist im Grunde genommen die ganze Raumfrage ungelöst. Die Raumfrage ist nur soweit gelöst, daß die Klassen untergebracht werden können. Die notwendigen Nebenräume sind zum großen Teil unvollkommen oder nicht da.
Wieviel neue Klassen werden wir haben? Eine 1., eine 6., eine 9. Es fehlt die Turnhalle, der Zeichensaal. Turnhalle würde der Eurythmiesaal sein. Da müssen wir uns nach der Decke strecken. Nur, für die Eurythmie muß er groß sein. Da müßte man sehen, wie man fertig

Eigenlijk is het hele ruimteprobleem nog steeds niet opgelost. Het ruimteprobleem is alleen opgelost in die zin dat er klassen in ondergebracht kunnen worden. De noodzakelijke bijruimtes zijn grotendeels ontoereikend of ontbreken zelfs helemaal.
Hoeveel nieuwe klassen krijgen we? Een eerste, een zesde en een negende klas. We missen een gymzaal en een tekenlokaal. De euritmiezaal zou als gymzaal kunnen dienen. We zullen daar tot het uiterste moeten gaan. Maar voor euritmie moet de zaal groot genoeg zijn. We zullen moeten zien hoe we voor elkaar krijgen

Blz. 179

bringt, daß man die Turnhalle mit den entsprechenden Nebenräumen noch bauen kann.
Es scheint mir, daß wir heute nur zur Aufzählung kommen dessen, was unbedingt gemacht werden muß. Es zeigt sich an dem Falle, daß man nicht weiterkommt, wenn man es nur auf kleine Dimensionen anlegt. Wenn jetzt mit der Turnhalle angefangen würde, dann werden sich gegen Weihnachten hin die Verhältnisse so verbessern können, daß wir wirklich annehmbare Verhältnisse haben. Es schwebt alles in der Luft, es weiß niemand, ob es nicht in vierzehn Tagen anders ist. Man müßte eine bestimmte Angabe darüber haben, was die Dinge kosten. So kann man nicht die Verhandlungen treiben.
Für den folgenden Tag war eine Besprechung mit denArchitekten vorgesehen.

Het lijkt me dat we vandaag pas beginnen met het opsommen van wat absoluut moet gebeuren. Het is duidelijk dat je in dit geval nergens komt door je alleen op kleinschalige projecten te richten. Als de bouw van de sporthal nu zou beginnen, zou de situatie tegen Kerstmis zo verbeterd kunnen zijn dat we werkelijk acceptabele voorwaarden zouden hebben. Alles is nog onzeker; niemand weet of de situatie over twee weken anders zal zijn. We hebben een concrete kostenraming nodig. Onderhandelingen kunnen zo niet verdergaan. Er stond een afspraak met de architecten gepland voor de volgende dag.

X.: Wir sind selbst daran schuld, weil wir nur für Augenblicke gesorgt haben. Die Anmeldungen haben sich überstürzt. So kam es, daß innerhalb drei Wochen die Verhältnisse veraltet waren.

X: We moeten het onszelf verwijten, omdat we alleen rekening hebben gehouden met de nabije toekomst. De aanmeldingen stapelden zich op. Daardoor waren de voorwaarden binnen drie weken alweer achterhaald.

X.; Wir müssen die Dinge so anschauen, daß das, was für die Bedürfnisse dasein muß, das muß gemacht werden. Dazu muß das Geld aufgebracht werden. Die Geldfrage hat sich unterzuordnen. Wir haben noch keine persönliche Propaganda getrieben unter den Eltern, die ein wirkliches Interesse am Bestehen der Waldorfschule haben. Da gibt der eine und andere ein Darlehen. Die persönliche Bearbeitung muß vorgenommen werden. Was nicht auf diese Weise zusammenzubringen ist, das muß durch ein Darlehen vom Kommenden Tag aus bewirkt werden. Wir werden in diesen Tagen zu einem umfassenden Plane der Geldbeschaffung kommen müssen. Ich bin der Ansicht, daß an den pekuniären Sachen der Fortschritt der Waldorfschule nicht scheitern sollte.

X: We moeten de zaken zo bekijken dat wat nodig is om aan de behoeften te voldoen, ook gedaan moet worden. Daarvoor moet het geld bijeengebracht worden. De geldkwestie moet even op de achtergrond treden. We hebben nog geen persoonlijke fondsenwerving georganiseerd onder de ouders die oprecht geïnteresseerd zijn in het voortbestaan ​​van de Waldorfschool. Sommigen bieden al leningen aan. Persoonlijk contact is noodzakelijk. Wat niet op deze manier kan worden ingezameld, moet vanaf morgen via een lening worden geregeld. We moeten de komende dagen een uitgebreid fondsenwervingsplan opstellen. Ik ben ervan overtuigd dat de vooruitgang van de Waldorfschool niet mag worden belemmerd door financiële problemen.

Dr. Steiner: Ja, es muß irgend etwas Bestimmtes vorliegen. Man kann auf all das hin nicht verhandeln, wenn man die Erfahrung macht, daß der Architekt erklärt, er kann den Saal machen, und dann, er kann es nicht machen. Auf solche Dinge hin verhandeln, das ist eine furchtbare Wirtschaft. Daß wir einen Eurythmiesaal brauchen, wissen wir schon lange, das haben wir in der letzten Konferenz
besprochen. Es ist unter dem Eindruck des dazumal Beschlossenen der Plan aufgetaucht, und Sie hatten mir gesagt, daß der Architekt gesagt hat, man kann das draufbauen. Jedenfalls haben wir drei Wochen verloren dadurch, daß der Architekt behauptet hat, er kann einen Stock aufbauen, was heute nicht wahr ist.
Wir wollen jetzt nicht mehr interimistisch bauen; man muß doch jetzt, was wir neu hinstellen, ein bißchen mehr auf längere Zeit bauen. Die Konferenz morgen muß man unter allen Umständen haben.
Informatorisch können Sie sich bei der Baupolizei immerhin schon

Ja, er moet iets specifieks klaar liggen. Je kunt niet over al die zaken onderhandelen als je de ervaring hebt dat de architect beweert dat hij de zaal kan bouwen, terwijl dat vervolgens niet het geval blijkt te zijn. Onderhandelen op zulke gronden is een vreselijke verspilling van tijd. We weten al lang dat we een euritmiezaal nodig hebben; we hebben het erover gehad tijdens de laatste vergadering. Het plan kwam naar voren in de veronderstelling dat er toen een besluit was genomen, en u vertelde me dat de architect zei dat er bovenop gebouwd kon worden. Hoe dan ook, we hebben drie weken verloren omdat de architect beweerde dat hij een verdieping kon toevoegen, wat nu niet meer het geval is. We willen niet langer op een tijdelijke basis bouwen; wat we nu bouwen, moet met een meer langetermijnvisie worden gebouwd. De vergadering van morgen is absoluut essentieel. U kunt in ieder geval wat informatie krijgen van de bouwinspectie,

Blz. 180

erkundigen, bevor Sie offiziell eine Sache vorlegen, ob die Sache Aussicht hat auf Genehmigung. Jedenfalls können wir nichts weiter darüber reden, da kein Plan vorliegt. Das wollte ich nur prinzipiell vorbringen.

voordat u officieel iets indient, moet u nagaan of er kans op goedkeuring is. Hoe dan ook, we kunnen er niet verder over praten, aangezien er geen plan is. Ik wilde dit punt alleen even in principe aankaarten.

Es wird gebeten um eine Äußerung Dr. Steiners zur Frage der Lehrerwohnungen.

Er wordt een reactie van Dr. Steiner gevraagd over de huisvesting van de docenten.

Dr. Steiner: Nicht wahr, es ist schwer für mich, mich zu äußern, da ich nicht in der Lage bin, das Geld auf den Tisch zu legen. Das ist das erste, wovon man ausgehen muß. Solange man das Geld nicht hat zu den Lehrerwohnungen, ist es eine rein akademische Frage. Wenn man von den Lehrerwohnungen absieht, so ist es so: es sind gewisse Sachen, die beschafft werden müssen. Entweder werden die Sachen nicht durchgeführt, oder die Dinge müssen gemacht werden. Es wäre wichtig, diese Fehler, daß die Dinge auf kleinem Maßstab angelegt werden, zu vermeiden; daß man die Sachen unbeschadet der finanziellen Verhältnisse so anlegt, wie es sein muß.
Ich bin sicher, daß, nachdem die Sache so angehoben hat mit der
Selbstaufopferung der Lehrer, daß die Sache geistig gehen wird, geistig nicht Fiasko macht. Das zeigt der Stoß des ersten Jahres, daß wir durchhalten können. Ob die Welt uns Geld gibt? — Ich glaube schon kaum mehr, daß die Welt zu solchen Sachen Geld gibt. Die Leute zeigen nicht Verständnis dafür.

Voor mij is het lastig om hier commentaar op te geven, aangezien ik niet in de positie ben om het geld beschikbaar te stellen. Dat is het eerste wat we moeten aannemen. Zolang we geen geld hebben voor de huisvesting van de leraren, is het een puur academische kwestie. Los van de huisvesting van de leraren, is het zo: er zijn bepaalde zaken die moeten worden gerealiseerd. Ofwel zullen deze zaken niet worden gedaan, ofwel moeten ze worden gedaan. Het is belangrijk om de fout te vermijden om dingen op kleine schaal aan te pakken; om ze goed uit te voeren, ongeacht de financiële situatie.
Ik ben ervan overtuigd dat het project, na de initiële zelfopoffering van de leerkrachten, in de geest zal slagen en geestelijk niet zal mislukken. Dat bewijst de impuls van het eerste jaar, dat we kunnen volhouden. Of de wereld ons geld zal geven? — Ik geloof er nauwelijks meer in dat de wereld geld geeft voor zulke dingen. Mensen tonen er geen enkel begrip voor.

Das ist dasjenige, was mir wirklich eine furchtbare Sorge ist. Das was wir heute auch am Anfang dieser Stunde gesagt haben, das ist durchaus richtig auf geistigem Gebiet. Die ganzen materiellen Fragen müßten auf einen vernünftigen Boden gestellt werden.
Was können wir dazu tun? Da ist die wichtige Frage, inwieweit wir die Ausdehnung der Schule vornehmen können. Irgendwie müssen wir dann eine gewisse Begrenzung haben, oder wir müssen so Leute hinter uns haben, die Millionen stiften. Die Unzuträglichkeit hängt zusammen mit der Tatsache, daß wir jede Anmeldung angenommen haben. Deshalb möchte ich vorschlagen, im Sinne der Einführungsrede, daß wir jetzt erklären, daß wir die Schule in dem Ausmaße fortführen, als es war; daß wir ablehnen, neue Kinder aufzunehmen, wenn wir nicht in der Lage sind, einen Turnsaal zu bauen. Wir teilen es der Welt mit, daß wir von keiner Seite unterstützt werden. Dies müßte in möglichst wirksamer Weise der Welt mitgeteilt werden. Wir führen die Schule im Rahmen des vorigen Jahres fort, wir müssen aber die schon aufgenommenen Schüler leider zurückweisen. Die Welt sollte wissen, wie es sich verhält. Dies müßte der Welt bekannt-

Dat baart me echt zorgen!. Wat we aan het begin van dit uur zeiden, is volkomen juist in spirituele sfeer. Alle materiële kwesties moeten op een solide basis staan. Wat kunnen we daaraan doen? De belangrijke vraag is in hoeverre we de school kunnen uitbreiden. Op de een of andere manier moeten we een bepaalde grens stellen, of we moeten mensen achter ons hebben die miljoenen doneren. De onhaalbaarheid zit hem in het feit dat we elke aanvraag hebben geaccepteerd. Daarom wil ik, in de geest van de openingsrede, voorstellen dat we nu verklaren dat we de school in de huidige vorm zullen voortzetten; dat we geen nieuwe kinderen meer zullen toelaten als we geen gymzaal kunnen bouwen. We laten de wereld weten dat we geen enkele steun ontvangen. Dit moet op de meest effectieve manier mogelijk aan de wereld worden gecommuniceerd. We zetten de school voort zoals vorig jaar, maar helaas moeten we de reeds ingeschreven leerlingen afwijzen. De wereld moet van deze situatie op de hoogte zijn. Dit moet openbaar gemaakt worden.

Blz. 181

gegeben werden. Wir werden hypothetisch sagen, wenn wir nicht in der Lage sind, die Mittel zu bekommen, daß wir bis Herbst einen Eurythmie- und Turnsaal aufführen können, müssen wir die Schule beschränkt lassen auf die Größe, die sie schon hat. Wenn wir nicht solche radikale Maßregeln treffen, kommen wir nicht vorwärts. Wir können auch die Lehrer nicht bezahlen.

Laten we hypothetisch stellen dat als we er niet in slagen om tegen de herfst de fondsen te verkrijgen voor de bouw van een euritmiezaal en een gymzaal, we de school moeten beperken tot de huidige omvang. Als we zulke radicale maatregelen niet nemen, zullen we geen vooruitgang boeken. We kunnen de leraren ook niet betalen.

X.: Können wir durch Vorträge Geld zusammenbringen, wenn wir herumreisen?

X: Kunnen we geld inzamelen door lezingen te geven tijdens onze reizen?

Dr. Steiner: Gewiß, das kann gemacht werden. Ich glaube nicht, daß Ihre Arbeit eine fruchtbare sein wird, wenn wir die Welt nicht darauf aufmerksam machen, daß wir nicht arbeiten können, wenn es so bleibt, wie es jetzt ist. Ich glaube schon, daß es einen Eindruck machen würde, wenn wir die früheren Schüler behalten, aber keine Neuen aufnehmen, und daß wir denen wieder absagen müssen. Wenn wir dies der Welt bekanntgeben, so glaube ich, würde es nützen.
Wenn wir in dieser schrecklichen Weise wirtschaften, so daß man nie weiß, wohin es kommen soll, da kommen wir nicht weiter. Es müßte eine geharnischte Erklärung sein, dahingehend, daß hier etwas aufgehen kann durch die Tätigkeit einer dazu geeigneten Lehrerschaft, und daß die Welt dazu versagt mit ihren finanziellen Mitteln, die dahinterstehen sollten.

Zeker, dat kan. Ik geloof niet dat uw werk vruchtbaar zal zijn als we de wereld er niet van bewust maken dat we niet kunnen werken als de situatie blijft zoals die is. Ik denk dat het indruk zou maken als we de huidige leerlingen behouden, maar geen nieuwe aannemen en ze opnieuw moeten afwijzen. Als we dit aan de wereld bekendmaken, denk ik dat het nuttig zou zijn. Als we onze economie op deze verschrikkelijke manier blijven beheren, waardoor we nooit weten waar het naartoe leidt, komen we nergens. Het zou een krachtige verklaring moeten zijn, waarin wordt aangegeven dat er hier wel degelijk iets bereikt kan worden door de inzet van een geschikt docententeam, en dat de wereld er niet in slaagt de benodigde financiële middelen te verschaffen.

X.: Die Leute sagen, warum soll man alles nach Stuttgart geben. Es haben doch
die Leute in Hamburg und Berlin kein Interesse an Stuttgart.

X.: Mensen zeggen: waarom moet alles naar Stuttgart? Mensen in Hamburg en Berlijn hebben geen interesse in Stuttgart.

Dr. Steiner: Das Wichtige ist, daß überhaupt die geistige Bewegung gefördert wird. Das können wir nicht sagen, daß es wichtig ist, daß es hier entsteht, wenn wir etwas gründen wollen, was für alle ist. Das geht ganz entschieden nicht, daß wir sagen, sie sollen für Stuttgart geben und von anderem absehen. Es muß mindestens der Gesichtspunkt angeschlagen werden, man kann ein Zentralinstitut in Stuttgart bauen und verlangen, daß die Welt dazu Beiträge gibt.

Het belangrijkste is dat de spirituele beweging in het algemeen wordt bevorderd. We kunnen niet zeggen dat het belangrijk is dat het hier ontstaat als we iets willen opzetten dat voor iedereen toegankelijk is. Het is absoluut onacceptabel om te zeggen dat ze naar Stuttgart moeten gaan en andere dingen moeten negeren. Op zijn minst moet duidelijk worden gemaakt dat je een centraal instituut in Stuttgart kunt oprichten en van de wereld een bijdrage kunt eisen.

X. . Soll man eine Erklärung bringen in den Zeitungen, die zum Ausdruck bringt,
daß die Schülerzahl in einer bisher nicht gedachten Weise angewachsen ist, daß
wir dadurch in eine Lage versetzt sind, Lehrer anzustellen, um die Schule im
gleichen Geist fortzuführen? Und daß wir angewiesen sind auf die Unterstützung?

X. Moet er een verklaring in de kranten verschijnen waarin staat dat het aantal studenten ongekend is gegroeid, dat we daardoor in staat zijn docenten aan te nemen om de school in dezelfde geest voort te zetten? En dat we afhankelijk zijn van steun?

Dr. Steiner: Wir müssen positiv sagen, daß wir bereit sind, die Schule in der bisherigen Weise fortzuführen, daß wir aber nicht in der Lage sind, die Anmeldungen zu berücksichtigen, wenn uns die Welt nicht unterstützt. Wir müßten irgendein radikal ernstes Wort sagen, — Wir werden die Errichtung der neuen Klasse nicht mehr unter dem Gesichtspunkt betrachten, wieviel Anmeldungen wir haben.

We moeten positief stellen dat we bereid zijn de school op de huidige manier voort te zetten, maar dat we de aanmeldingen niet kunnen accepteren als de wereld ons niet steunt. We zouden iets radicaal serieus moeten zeggen: we zullen de oprichting van de nieuwe klasse niet langer beoordelen op basis van het aantal aanvragen dat we ontvangen.

GA 300A  inhoudsopgave

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3481-3278

.

.

.

.

 

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over pedagogie(k) GA 300A – Vergadering 23 juni 1920

.

Zie ‘het woord vooraf

Bij de gegeven antwoorden is in het Duits telkens de naam van Steiner gegeven. Ik heb dat niet gedaan, zolang er geen verwarring kan ontstaan. De voetnoten die in de uitgave op aparte bladzijden staan, v.a. blz. 300, heb ik direct bij het verwijzende woord toegevoegd.  

In deze vergadering gaat het over:

De wenselijkheid van een kamertje te hebben waar kinderen na kleine ongelukjes kunnen worden behandeld. <1>
De noodzaak om met psychologisch inzicht met de leerlingen om te gaan.<2>
Hoe kan antroposofie in het onderwijs de levenskrachten van de kinderen sterker maken, o.a. over ritme<3>
Eindejaarsafsluiting <4>
Wat te doen bij heel warm weer.<5>
(Summier) over opvang kleinere kinderen. <6>
Te laat komen, disciplinaire maatregelen, over straf, wel of niet en hoe. <7>
Over een kind waarmee men geen raad weet (concreet voorbeeld) <8>
Aan het eind: losse opmerkingen zonder verdere uitleg:

Slechte tanden, oorzaak in de ziel en geest. Verbinding tussen euritmie en tandvorming.
Handenarbeid: breien ontwikkelt goede tanden. De kinderen worden
vaardig door te breien.

 

RUDOLF STEINER

.

Konferenzen mit den Lehrern der Freien Waldorfschule in Stuttgart 1919 bis 1924

Erster Band Das erste und zweite Schuljahr

 

Vergaderingen met de leerkrachten van de vrije Waldorfschool in Stuttgart

Band 1 Het eerste en tweede schooljaar

.

Van de vergaderingen die de leerkrachten van de eerste vrijeschool in Stuttgart hielden, zijn verslagen bewaard gebleven van díe vergaderingen waarbij Rudolf Steiner aanwezig was.

GA 300A    blz. 155

Vergadering van woensdag 23 juni 1920, 14.45 – 17  uur

Es wird gefragt, ob man eine öffentliche Unfallstation in der Schule einrichten soll, weil man dann die Verbandstoffe und so weiter billiger bekomme.

<1>De vraag is of er een openbare spoedeisende hulp* op school moet komen, omdat verbandmiddelen en dergelijke dan goedkoper zouden zijn.
*Later werd door dokter Kolisko een schoolartsenkamer ingericht.

Dn Steiner: Ich glaube, daß wir die Sachen selbst en gros kaufen
müssen. Dies wäre zweifellos wünschenswert, daß ein Raum da wäre,
wo man ein Kind hinbringen kann. Dagegen ist es nicht sehr
wünschenswert, daß diese ganze Sache mit Einmischung von außen
besorgt wird. Es sollte darauf ein besonderer Wert gelegt werden.
Deshalb ist es gut, daß Dr. Kolisko da ist; es sollte schon vom Lehrerkollegium besorgt werden. Es kann doch nicht jeden Tag ein paarmal
vorkommen. Gewiß, kleine Sachen werden vorkommen, wenn dreihundert Kinder da sind; Fälle, wo man einen Verbandsraum braucht,
in dem man sterilisieren und desinfizieren kann. Es ist doch so, daß
vielleicht jede Woche etwas vorkommt. Es würde genügen, wenn ein
Raum da wäre. Mir lag viel daran, daß ein Arzt da ist unter dem
Lehrerkollegium. Je mehr wir uns abschließen von der Außenwelt,
desto besser ist es. Angestrebt muß werden, daß man billige Verbandstoffe bekommt.

Ik denk dat we de benodigdheden zelf in het groot moeten inkopen. Het is ongetwijfeld wenselijk om een ​​kamer te hebben waar een kind naartoe gebracht kan worden. Aan de andere kant is het niet erg wenselijk dat deze hele kwestie met inmenging van buitenaf wordt afgehandeld. Hier moet speciale aandacht aan worden besteed.
Daarom is het goed dat Dr. Kolisko hier is; het moet door het onderwijzend personeel worden afgehandeld. Het kan niet een paar keer per dag gebeuren. Natuurlijk zullen er kleine incidenten plaatsvinden met 300 kinderen; gevallen waarin een EHBO-ruimte nodig is om te steriliseren en te desinfecteren. Feit is dat er misschien elke week wel iets gebeurt. Het zou voldoende zijn als er één kamer beschikbaar was. Het was voor mij erg belangrijk om een ​​arts onder het onderwijzend personeel te hebben. Hoe meer we ons voor de buitenwereld afsluiten, hoe beter.* Het doel moet zijn om goedkope verbandmiddelen te verkrijgen.<1>

*Deze zin is wel door critici gebruikt om aan te geven dat de vrijeschool niet openstaat voor de buitenwereld. Dat er toch iets sektarisch plaatsvindt. Als dat ooit zo geweest zou zijn – het tegendeel blijkt uit bv. de leerplanaanwijzingen e.d. dan geldt dat voor de vrijeschool van nu zeker niet.
Het woord ‘abschliessen’ heeft tevens nog de de kleur van ‘het zelf tot een einde brengen’, hier dus ‘het zelf oplossen.’

Nicht wahr, ich habe mir gedacht, daß manche Fragen gestellt werden könnten. Ich habe schon erwähnt, im ganzen sind wirkliche Fortschritte gemacht worden. Im ersten Jahr war offenbar nach meinen Apercus ein Kampf mit dem Lehrstoff vorhanden. Fortschritte sind gemacht worden auf allen Gebieten. Es handelt sich nur immer darum, was fortschreitet, das wird in den nächsten Jahren mehr den Ideen entsprechen, die mit der Waldorfschule verbunden sind. Nun, Fortschritte liegen, glaube ich, sowohl darin, daß immerhin die Schülerschaft etwas aufgenommen hat, als darin, daß die Lehrer sich nach und nach hineingefunden haben in die Behandlung der Schüler. Alles ist fortgeschritten, auch die Lausbübereien. Die Lausbuben sind schon starke Lausbuben, das schadet aber nichts.
Das ist eine Nebenwirkung. Manche sind sogar gesitteter, kultivierter, intellektueller geworden. Das ist ganz gut, das schadet nichts.
Was ich meine, das ist das: wir müssen in der Zukunft immer noch
mehr Wert legen auf Psychologie. In Psychologie wirken! Das ist nicht so abstrakt, theoretisch aufzufassen, wie es scheinen könnte.
Sehen Sie, es schaut so aus, als ob man die Kinder analysieren wollte.
Wenn man sich gewöhnt, sich recht zu bestreben, die Kinder kennenzulernen psychologisch, dann bekommt man allmählich ein anderes

<2>Er zouden nu wat vragen gesteld kunnen worden. Ik heb al gezegd dat er over het algemeen echt vooruitgang is geboekt. In het eerste jaar, naar mijn inzicht, was er duidelijk sprake van een worsteling met de leerstof. Er is op alle vlakken vooruitgang geboekt. Het gaat er nu om dat de vooruitgang die in de komende jaren wordt geboekt, meer aansluit bij de ideeën die bij de vrijeschool horen. Nou, vooruitgang, geloof ik, zit hem zowel in het feit dat de leerlingen in ieder geval iets hebben opgenomen, als in het feit dat de leraren zich geleidelijk meer op hun gemak voelen bij de manier waarop ze met de leerlingen omgaan. Alles is vooruitgegaan, inclusief het kattenkwaad. De kwajongens zijn al behoorlijke kwajongens, maar dat kan geen kwaad. Dat is een bijwerking. Sommigen zijn zelfs welgemanierd, beschaafder, intellectueler geworden. Dat is best goed, dat kan geen kwaad. Wat ik bedoel is dit: we moeten in de toekomst nog meer nadruk leggen op psychologie. Werk aan de psychologie! Dit is niet zo abstract en theoretisch als het misschien lijkt. Zie je, het lijkt wel alsof men de kinderen wil analyseren. Als je eraan went om echt moeite te doen om kinderen psychologisch te leren kennen, krijg je geleidelijk een andere

Blz. 156

Verhältnis zu ihnen, ganz rein durch das Ergebnis der Sache selbst.
Dieses Kennenlernen bleibt nicht bloß ein Erkennen der Kinder; es wird zu einem anderen Verhältnis zu den Kindern, wenn man sich bemüht, sie kennenzulernen. Da ist natürlich noch manches nachzuholen im Herstellen eines richtigen Erkenntnisverhältnisses zu den Kindern. Man müßte sich klar sein darüber, daß, wo so vieles so sehr auf Persönlichem beruht wie hier, daß da in intensivster Weise ein analysierendes Erkennenlernen der Kinder notwendig ist. Dann werden gewisse Dinge, die vorgekommen sind, in der Zukunft nicht vorkommen.
Es ist schwer, den einzelnen Fall zu charakterisieren, das ist auch nicht nötig. In Psychologie wirken! Wenn Sie nachdenken darüber, werden Sie finden, was ich darunter verstehe. Nicht so sehr die Idee haben, die Kinder müssen dies oder jenes erreichen, sondern sich fragen, was können die Kinder nach ihrer psychologischen Beschaffenheit erreichen? Ganz aus den Kindern heraus arbeiten! Das kann man im einzelnen sich nur angewöhnen, wenn man ein richtig reales Bestreben hat, das Kind in seinen verschiedenen Varianten kennenzulernen. Jedes Kind ist interessant.

verhouding met hen, volledig door  het resultaat van de zaak zelf.
Dit leren kennen blijft niet alleen een kennen van de kinderen; het leidt tot
een andere relatie met de kinderen wanneer men zich inspant om hen te leren kennen. Natuurlijk valt er nog veel te winnen in het opbouwen van een goede relatie waarin je de kinderen goed kent. Het moet duidelijk zijn dat waar zoveel op het persoonlijke gebaseerd is zoals hier, een intensief, analytisch leren kennen van de kinderen noodzakelijk is. Dan zullen bepaalde dingen die in het verleden zijn gebeurd, zich in de toekomst niet meer voordoen.
Het is moeilijk om het individuele geval te karakteriseren, en dat is ook niet nodig. Werken met de psychologie! Als je erover nadenkt, begrijp je wat ik daarmee bedoel. Niet zozeer het idee dat de kinderen dit of dat moeten bereiken, maar eerder de vraag: wat kunnen de kinderen bereiken gezien hun psychologische gesteldheid? Werk volledig vanuit de kinderen zelf! Je kunt hier alleen individueel aan wennen als je een oprechte wens hebt om het kind in al zijn of haar verschillende vormen te leren kennen. Elk kind is interessant.

Fräulein Lang hat mir einen weiblichen Lausbuben B. N. vorgeführt. Sie hat furchtbar geflennt. Heute hat sie wieder geschwänzt gehabt. Aber es ist interessant, man muß sie studieren. Ich kann nicht versprechen, daß sie ihr Wort hält: es wird vielleicht Jahre dauern. Das kann ich mir denken, daß sie bei den Seiltänzern war, aber das erhöht das Interesse an dem Kinde, nicht wahr?
Wenn man Forderungen aufstellt, wie ein Kind sein soll, kann man das leicht definieren. Wie die Kinder wirklich sind, das psychologisch zu erkennen, muß man sich mit schwerem Studium erringen. Dies ist eines, wovon ich meine, daß wir es nach dem ersten Jahre als eine Hauptsache betrachten: Verstehenlernen der Kinder. Sich gar nichts vornehmen, sie müssen so oder so sein. Dann ist da etwas, was mir fast in allen Klassen stark vor die Seele
getreten ist. Wir sollten recht sehr uns bestreben — was sehr belebend auf alle Kräfte des Kindes wirkt —, Anthroposophie organisch in den Unterricht hineinzubringen. So auf die Art, wie Sie es gemacht haben, Fräulein Dr. von Heydebrand, in der Anthropologie, und Sie, Dr. Stein, in der Geschichte. Bei manchem ist es von selbst vorhanden. Die Eurythmie kann man nicht ohne Anthroposophie machen. Man muß sich bemühen, möglichst ohne daß man theoretisch Anthroposophie lehrt, sie so hineinzubringen, daß sie eben
darinnensteckt.

Mevrouw Lang stelde me voor aan een vrouwelijke deugniet, B.N*.
Ze huilde vreselijk. Vandaag spijbelde ze weer. Maar ze is interessant; je moet haar bestuderen. Ik kan niet beloven dat ze haar woord houdt: het kan misschien wel jaren duren. Ik kan me voorstellen dat ze bij de koorddansers [het Duits heeft hier Seiltänzer – letterlijk dus koorddanser, maar betekent dit hier dat ze wel of niet kan blijven, op het vinkentouw zit o.i.d.?] zat, maar dat vergroot de interesse in het kind, toch? Als je eisen stelt aan hoe een kind zou moeten zijn, kun je dat gemakkelijk definiëren. Om te weten hoe kinderen psychologisch gezien echt zijn, is grondige studie nodig. Dit is iets wat we volgens mij na het eerste jaar als een belangrijk punt beschouwen: kinderen leren begrijpen. Niet met het voornemen: ze moeten zus of zo zijn.<2>
*In oktober 1920 kon het kind niet langer op school worden toegelaten

<3> Dan is er nog iets dat me in bijna alle klassen sterk is opgevallen. We moeten er heel hard naar streven – wat een zeer stimulerend effect heeft op de levenskracht van alle kinderen – om antroposofie op een organische manier in de lessen te integreren. Net zoals u, mevrouw dr. von Heydebrand, deed in de antropologie, en u, dr. Stein, de geschiedenis. Voor sommigen is het van nature aanwezig. Euritmie kan niet zonder antroposofie worden beoefend. Men moet ernaar streven, indien mogelijk zonder antroposofie theoretisch te onderwijzen, het zo te integreren dat het inherent is aan de lessen.*

*Ook dit wordt door critici gebruikt om aan te tonen dat de vrijeschool een verborgen agenda heeft: de kinderen indoctrineren met antroposofie. Wie echter met open vizier meer bestudeert ziet in velerlei uitspraken wat Steiner bedoelt met antroposofie in het onderwijs. De opmerking hier verwijs al naar ‘niet-theoretisch’ – als leer – maar als middel om de levenskrachten te versterken, dus geheel in dienst van de gezondheid van het kind!]

Blz. 157

Ja, ich denke mir, viel Anthroposophie ist darinnen, wenn Sie versuchen — das ist ein Ideal —, dasjenige, was man Rhythmus nennt, in die Arbeit hineinzubringen; wenn Sie versuchen, den musikalischgesanglich-eurythmischen Unterricht mit dem Handfertigkeitsunterricht in Zusammenhang zu bringen. Es wirkt auf die Kinder außerordentlich gut. Ich empfehle Ihnen dazu ,,Arbeit und Rhythmus” von Karl Bücher. Dies Buch sollte da sein. Alles Arbeiten ging aus vom musikalischen Arbeiten, nicht wahr, beim Dreschen, Schmieden, Pflastern, Heute hören Sie es fast nicht mehr. Gingen Sie aber früher auf das Land hinaus und hörten dreschen, der Dreschflegel wurde im Rhythmus geführt. Ich meine, das können wir wiederum hineinkriegen. Ich meine das, wenn ich sage, daß wiederum Geist in die Sache hineinkomme. Das Prinzip finden Sie, wenn auch recht gelehrt und pedantisch, in ,,Arbeit und Rhythmus”.
Dann natürlich habe ich ein bißchen den Gedanken, wie wird es werden mit dem Schulende, mit der Schulschlußfeier? Nicht wahr, das müßte doch mit einer gewissen Festlichkeit begangen werden. Es ist heute der 23., ich werde nicht kommen können; es wird nicht gehen, obwohl ich gerne anwesend wäre. Die Ferien müssen zur rechten Zeit beginnen.

Ja, ik denk dat er veel antroposofie in zit – dit is een ideaal – om wat ritme heet in het werk te brengen; wanneer je muziek-zang-euritmie-instructie probeert te verbinden met handvaardigheden. Het heeft een buitengewoon goed effect op de kinderen. Ik raad “Werk en Ritme” van Karl Bücher* aan. Dit boek zou er moeten zijn. Al het werk is toch voortgekomen uit muzikaal werk? Bij het dorsen, smeden, bestraten. Tegenwoordig hoor je het bijna niet meer. Maar als je vroeger naar het land ging en dorsen hoorde, werd de dorsvlegel ritmisch bewogen. Ik denk dat we dat weer terug kunnen brengen. Dat is wat ik bedoel als ik zeg dat de geest weer terugkomt in de zaak. Je vindt het principe, zij het nogal wetenschappelijk en pedant, terug in “Werk en Ritme”.<3>
<4> En dan maak ik me natuurlijk ook een beetje zorgen over wat er met het einde van het schooljaar zal gebeuren, met de eindeschoolviering? Dat zou toch met een feest gevierd moeten worden? Het is vandaag de 23e en ik kan er niet bij zijn; het is onmogelijk, ook al zou ik er graag bij zijn. De vakantie moet op het juiste moment beginnen.

*Karl Bücher, econoom, 1847-1930.

Ich finde, daß die Lehrer jetzt gerade genug haben, sonst brechen sie zusammen. Ich wäre natürlich furchtbar gerne bei diesem Schulschluß da. Sonst müßte es in der Form sein, daß jeder Lehrer eine Ansprache hält. Vielleicht ist Herr Baumann so gut und besorgt etwas Musikalisches. Dichten Sie doch etwas, was den Schulschluß eurythmisch darstellt. Nicht eine gewöhnliche Eurythmievorführung, sondern etwas, was den Schulschluß eurythmisch darstellt. Es wäre doch wunderschön, wenn so etwas gemacht würde. Es beginnt eurythmisch; etwas, das musikalisch begleitet ist. Dann geht es über ins bloß Musikalische, und dann schließt es eurythmisch. Das meine ich nur par exemple, daß es mehr eine Art zum Schulschluß komponierte Sache wäre. Es kann ja Fräulein Röhrle mit zwei von den größten Mädchen — es können auch drei sein — etwas machen. Dann müßte irgend etwas — das ist etwas, was mir furchtbar aufliegen würde —, es müßte natürlich eine Art von Rede sein, die wie eine Lebensrede ist, zum Entlassen und Wiederkommen. So irgend etwas, was auf den Tag und das Entlassen und Wiederkommen Bezug hat.

Ik denk dat het voor de leraren nu wel genoeg is, anders storten ze in. Natuurlijk zou ik dolgraag bij deze eindviering aanwezig zijn. Bovendien moet het in de vorm dat elke leraar een toespraakje houdt. Misschien zou meneer Baumann zo vriendelijk willen zijn om iets muzikaals te doen. Waarom dicht u niet iets dat het einde van het schooljaar euritmisch weergeeft? Geen gewone euritmievoorstelling, maar iets dat het einde van de school euritmisch weergeeft. Het zou geweldig zijn als zoiets zou gebeuren. Het begint euritmisch; iets met muzikale begeleiding. Dan gaat het over in alleen muziek en dan eindigt het euritmisch. Ik bedoel dat alleen maar als voorbeeld, dat het meer een stuk zou zijn dat gecomponeerd is voor het einde van het schooljaar. Mevrouw Röhrle zou iets kunnen doen met twee van de oudere meisjes – het zouden er ook drie kunnen zijn. Dan moet er iets gezegd worden – dit zou iets zijn wat ik vreselijk moeilijk zou vinden – het zou natuurlijk een soort toespraak moeten zijn, een levenstoespraak, over weggaan en terugkomen. Iets dat te maken heeft met de dag en het weggaan en terugkomen.<4>

Auf einer Wandtafel hatte gestanden: „Der Himmel ist blau, das Wetter ist
schön, Herr Lehrer, wir wollen spazieren gehn.” — Dr. Steiner war sehr ärgerlich darüber.

<5> Op een schoolbord stond geschreven: “De lucht is blauw, het is mooi weer, mijnheer [de leerkracht] laten we gaan wandelen.” Dr. Steiner was hier erg geïrriteerd over.

Blz. 158

Dr. Steiner: Nun ja, haben Sie es noch nicht gesehen? Nicht wahr, Sie könnten ja im allgemeinen manchmal, wenn es allzu heiß ist, die Kinder weggehen lassen; früher schließen meine ich nicht, daß es richtig wäre. Ich bin nicht dafür, daß man die Kinder aus der Hand gibt, solange man sie in der Hand haben kann. Man gibt die Kinder früher aus der Hand, als man es eigentlich sollte. Man kann es natürlich den Kindern erleichtern. Höchstens, wenn es allzuwarm ist. Fast ist es besser, man behält sie und führt sie irgendwohin und ist dabei.
Nicht wahr, es ist doch besser, wenn Sie die Kinder im Kindergarten haben. Je länger man sie hat, desto besser. Sie können so doch immer die Kinder aufnehmen, die noch nicht in die Schule kommen. Wir nehmen die Kinder bis jetzt im wesentlichen so auf, wie man sie in die Volksschule hineinkriegt. Wenn das Nachahmungszeitalter beendet ist, können wir anfangen. Es wäre sehr schön, wenn man einiges in die ersten sieben Jahre der kindlichen Erziehung hineinbringen könnte. Schließlich müßten wir schon nach unten hin etwas haben; oben ist es weit weniger wichtig.
Sie wollen ja auch sonst Schulbaracken aufführen. Ich möchte sagen, die genauen Besprechungen können am Schulende gemacht werden.

Hebt u het nog niet gezien? Je zou, over het algemeen, soms, als het te warm is, de kinderen weg kunnen laten gaan; ik denk niet dat het juist is om de school eerder te sluiten. Ik ben er geen voorstander van om kinderen weg te laten gaan zolang ze kunnen blijven. Je laat ze eerder weggaan dan nodig is. Natuurlijk kun je het de kinderen wel makkelijker maken. Hooguit als het te warm is. Het is bijna beter om ze te houden en ergens heen te brengen en erbij te zijn.<5>

<6> Is het niet beter als je de kinderen in de kleuterschool hebt? Hoe langer je ze hebt, hoe beter. Zo kun je altijd de kinderen opnemen die nog niet naar school gaan. Tot nu toe hebben we kinderen in principe op dezelfde manier opgevangen als we in  de basisschool doen. Als de tijd van imitatie voorbij is, kunnen we beginnen. Het zou heel mooi zijn als we dit in de eerste zeven jaar van de opvoeding van een kind zouden kunnen doen. We moeten tenslotte iets aan de onderkant hebben; Aan de bovenkant is het veel minder belangrijk.<6>

U wilt toch ook schoolbarakken neerzetten. Ik zou zeggen: de gedetailleerde gesprekken kunnen aan het einde van het schooljaar plaatsvinden.

Im wesentlichen ist es gegeben. Aber es wird eine Besprechung notwendig sein. Es werden Dinge notwendig sein, die nicht geordnet werden können, wenn man sie erst am Schulanfang besprechen würde. Die Gesangsklasse muß eine Erweiterung erfahren, es muß ein Gesangslehrer kommen. Das ist notwendig. In manch anderer Hinsicht wird es notwendig sein, daß zu verhandeln sein wird, falls wir eine nächste Klasse darauf setzen können. Dann ist ja auch das zu überlegen, schwer zu überlegen, wer die 1. Klasse bekommt. Daß Ihre Tätigkeit, Stockmeyer und Stein, aufhört, ist nicht anzunehmen. Das muß zeitig genug besprochen werden. Aus diesen Gründen wäre es notwendig, daß ich am Schulschluß da wäre, äußeres wären dringende Verhinderungen. Ich brauche ja vielleicht nur vier oder sechs Tage da zu sein. Heute ist es verfrüht.
Wie behandeln wir diese Kinder, die zu spät kommen? Ich wurde heute aufgehalten, als ich in die Schule ging. Da gingen drei Schülerinnen. Sie gingen einfach, sie waren nicht betrübt, daß sie zu spät gingen, sie gingen sehr gelassen. Die Persönlichkeit, die-mit mir ging, sagte: „Denen wird es recht sein, wenn sie zu spät kommen. ” Nun, wie verhalten wir uns zu den Kindern, die zu spät kommen?

In principe is er overeenstemming over. Maar er zal overleg nodig zijn. Er zullen dingen nodig zijn die niet geregeld kunnen worden als ze alleen aan het begin van het schooljaar besproken worden. De zangklas moet worden uitgebreid; er moet een zangdocent worden aangenomen. Dat is noodzakelijk. In sommige andere opzichten zal er onderhandeld moeten worden of we een volgende klas kunnen toevoegen. Dan zal ook daarover nagedacht moeten worden, en het is moeilijk te bedenken wie er in de 1e klas komt. Het is niet aannemelijk dat uw werk, Stockmeyer en Stein, stopt. Dat moet vroeg genoeg besproken worden. Om deze redenen zou het nodig zijn dat ik er aan het einde van het schooljaar bij ben; anders zou ik dringend verhinderd zijn. Ik hoef er misschien maar vier of zes dagen te zijn. Vandaag is te vroeg.
<7> Hoe gaan we om met de kinderen die te laat komen? Ik werd vandaag opgehouden toen ik naar school liep. Er liepen drie leerlingen. Ze liepen gewoon; ze zaten er niet over in dat ze te laat kwamen; ze gingen heel bedaagd. Degene die met me meeliep, zei: “Ze vinden het prima om te laat te komen.” Hoe gaan we om met kinderen die te laat komen?

X.: Sie eine Viertelstunde früher kommen lassen!

Een leraar: Laat ze een kwartier eerder komen!

Dr. Steiner: Da setzt man sich der Gefahr aus, daß sie nicht kommen.

Dan loop je het risico dat ze niet komen.

Blz. 159

Es muß unter allen Umständen vermieden werden, irgendeine Strafe
zu geben, wobei man nachgeben muß. Man darf in einer disziplinarischen Maßregel absolut nicht nachzugeben brauchen. Wenn man sagt, ein Kind muß früher kommen, so muß es eingehalten werden, daß man ihm befiehlt, früher zu kommen. Es waren die in der 8. oder 7. Klasse. Da ist man unten durch, sobald man durch die Finger schauen muß. Dann ist das eine schiefe Ebene, auf der man immer weiter hinunterrollt. Man darf bei einer Strafe nicht nachgeben, lieber unterlasse man sie. Das kann unter Umständen auch zum Gegenteil führen. Dann entsteht ein Verein unter den Kindern, sie machen ab, heute bin ich zu spät gekommen, morgen kommst du. Ich weiß nicht, ob das geht. Es würde uns ein bißchen ins Lächerliche ziehen. Es ist natürlich Bummelei. Früher kommen lassen ist nicht so gut, lieber eine Viertelstunde länger da lassen. Das ist etwas, was den Kindern unsympathisch ist.

Het moet koste wat kost vermeden worden om straffen te geven waarbij je zelf moet zwichten. Je mag absoluut niet toegeven in een disciplinaire maatregel. Als je zegt dat een kind vroeg moet komen, dan moet je je ook aan de regel houden om vroeg te komen. Dat was in groep 8 of 7. Je bent de mindere zodra je een oogje dichtknijpt. Dan is het een hellend vlak waar je steeds verder vanaf glijdt. Bij straf moet je niet toegeven; dan is het beter om geen straf te geven. Onder bepaalde omstandigheden kan dit zelfs tot het tegenovergestelde leiden. Dan ontstaat er een clubje onder de kinderen en ze spreken af: “Ik was vandaag te laat, morgen jij.” Ik weet niet of dat kan. Het zou ons een beetje belachelijk maken. Het is duidelijk laksheid. Ze vroeg laten komen is niet zo goed; het is beter om ze een kwartier langer na te laten blijven. Dat vinden de kinderen niet leuk.

Haben Sie ausprobiert, ob dies wirkt? Ein Kind kommt zehn Minuten zu spät; man läßt es dreißig Minuten stehen. Wenn sie dreimal so lange stehen müssen, dann überlegen sie sich doch jede Minute. Sie recht unbequem stehen lassen! Ihr Junge, der reibt sich den Hinterkopf an der Wand, er amüsiert sich mit allerlei Zeug. Ich glaube, man kann mit solchen Dingen, wenn irgend die Strafe mit dem Verbrechen zusammenhängt, gut wirken, wenn man sie stehen läßt an
irgendeiner besonders unbequemen Stelle. Die Großen werden sich dann hüten, daß sie zu spät kommen. Man könnte eine Anzahl von kleinen Stockerln kaufen, dann werden sie auch nicht zu sechst zu spät kommen. Unter Umständen bekommen sie einen kleinen Krampf in den Beinen. Die Stockerln, die kann man auch im Handfertigkeitsunterricht machen.

Uit ‘dat ze wat zouden afspreken’ blijkt dat ze bewust te laat komen. Gewoon te lang onderweg? Langzaam lopen, spelen o.i.d.? 
De meeste kinderen die te laat komen, doen dat eigenlijk buiten hun schuld. De ouders zijn dan meestal te laat. Dan moet je volgens mij helemaal niet straffen, maar met de ouders praten!

Heb je al eens geprobeerd of dit werkt? Een kind komt tien minuten te laat; je laat het dertig minuten staan. Als het drie keer zo lang moet staan, denkt het daar elke minuut aan. Het staan moet ongemakkelijk zijn! De jongen bij u wrijft met zijn achterhoofd tegen de muur; hij vermaakt zich met van alles en nog wat. Ik denk dat je met zulke dingen een goed effect kunt hebben, als de straf op de een of andere manier verband houdt met wat misdaan is, door het op een bijzonder ongemakkelijke plek te laten staan. De ouderen zullen er dan op letten dat ze niet te laat komen. Je zou een paar kleine krukjes kunnen kopen, dan komen er geen zes te laat. Onder bepaalde omstandigheden kunnen ze een lichte kramp in hun benen krijgen. De krukjes kunnen ook gemaakt worden tijdens handvaardigheidslessen.

X.: Was soll geschehen, wenn Lehrer zu spät kommen?

X: Wat moet er gebeuren als leraren te laat komen?

Dr. Steiner: Dann wird man die Schüler veranlassen, daß sie die Lehrer auf die Stockerln stellen. — Wichtig ist es auch, daß man in solchen Dingen differenziert. Ich würde es im Winter weniger streng
ahnden als im Sommer. Im Augenblick, wo die Kinder merken, daß
in den disziplinaren Maßregeln Vernunft ist, sehen sie es ein. Im
Winter könnte man es weniger intensiv bestrafen und sie nur zweimal so lange stehen lassen. Sie stören; es sind solche, die auch selbst
unaufmerksam sind. Die Fleißigen werden kaum zu spät kommen.

Dan laat je de leerlingen de leraren op de kruk zetten. — Het is ook belangrijk om in zulke zaken te differentiëren. Ik zou in de winter minder streng straffen dan in de zomer. Zodra de kinderen beseffen dat er een reden achter de disciplinaire maatregelen zit, zullen ze het begrijpen. In de winter zou je minder streng kunnen straffen en ze slechts twee keer zo lang laten staan. Ze storen; zij zijn het die zelf ook onoplettend zijn. De hardwerkende kinderen komen waarschijnlijk niet te laat.<7>

Es wird eine Frage gestellt wegen der Fenster.

Er wordt een vraag gesteld over de ramen.

Dr. Steiner: Man bekommt selbst Lust, wenn man da vorbeigeht,

Dr. Steiner: Je krijgt zelfs de neiging als je er langs loopt,

Blz. 160

hineinzusteigen. Man müßte etwas wie Gitter anbringen, daß sie
nicht hineinkommen.

om erin te klimmen. Er zouden spijlen aangebracht moeten worden om te voorkomen dat ze naar binnen kunnen.

Über F. R. in der 4. Klasse.

<8> Over F.R. klas 4.

Dr. Steiner: Es ist ein sehr schwieriger Fall: wenn er aus der Schule weg geht, ist es ein Kasus der Schule. Nicht gerade wünschenswert.
Auf der anderen Seite darf das Kind nicht darunter leiden. Die Schule sollte auch nicht das gefundene Fressen werden derjenigen, zu denen er kommen wird. Da werden solche Gymnasiallehrer sein, die werden es mit großer Befriedigung empfinden, wenn jemand kommt, der sagt, er hat es hier nicht ausgehalten. Ich muß morgen noch etwas sehen, was man da tut. Sehr schwer lösbar.
Es ist die Frage diese, man könnte es sonst mit einer Parallelklasse probieren. Hier kommt aber kaum etwas anderes in Betracht, als daß er in die vorhergehende oder nachfolgende Klasse kommt. In die vorhergehende Klasse möchte ich ihn auf keinen Fall tun. Dann würde er in Ihre Klasse kommen, in die höhere Klasse. Ich glaube nicht, daß es eine andere Lösung gibt. Das macht viel Aufsehen unter den Kindern. Man wird es tun müssen, so daß es als eine Ausnahme erscheint. Da wird man erst nachdenken müssen, wie man es tut. Es
ist eine zuwidere Geschichte, wenn man bekanntgeben soll, daß es aus persönlichen Gründen ist.

Het is een heel lastig geval: als hij van school gaat, is dat een schoolgerelateerde aangelegenheid. Niet bepaald wenselijk.
Aan de andere kant mag het kind er niet onder lijden. De school mag geen geschenk uit de hemel worden voor degenen die hem krijgen. Er zullen leraren van het gymnasium zijn die heel blij zullen zijn als er iemand langskomt die zegt dat hij het hier niet uithoudt. Ik moet morgen nog eens kijken wat eraan te doen is. Heel moeilijk op te lossen.
De vraag is deze: anders zou je het met een parallelklas kunnen proberen.
Maar hier komt er nauwelijks iets anders in aanmerking dan dat hij in de vorige of volgende klas wordt geplaatst. Ik wil hem absoluut niet in de vorige klas. Dan zou hij in uw klas worden geplaatst, de hogere klas. Ik denk niet dat er een andere oplossing is. Het zal veel commotie onder de kinderen veroorzaken. Je zult het zo moeten doen dat het een uitzondering lijkt. Je zult moeten nadenken over hoe je het doet. Het is onwelgevallige zaak om aan te kondigen dat het om persoonlijke redenen is.

Natürlich ist die Gefahr diese, daß sie sagen: Na, jetzt hat er es erreicht; das können wir auch anstreben. —
Aber was soll man machen mit solch einem Jungen, wenn man ihn nicht wegschicken will? Vielleicht komme ich morgen zu der Klasse.
Das, was schlimm ist, ist nicht er selbst. Es ist eine vererbte Sache, und das wirkt fortwährend auf ihn. Es liegt in der Familie. Es wäre schon wünschenswert, daß man den Jungen über eine Klippe hinwegführt. Vielleicht wird es gerade ein tüchtiger Mensch. Er ist ganz begeistert für Eurythmie und Gesang, er will den Klassenunterricht nicht haben. Er findet ihn ganz abscheulich. Das sind andere Dinge, die man zu wichtig nimmt; er hat fünf Mark genommen. Das ist ein Spaß. Er ist sehr zugänglich, sehr zugänglich. Der Junge braucht eine gewisse objektive Behandlung, weil er zu Hause recht subjektiv behandelt wird. Das haben wir alle auch getan. Der Vater ist von der Art jenes Lehrers, der, wenn der Schüler sich aufgeregt benimmt, sagt: „Ich werde dich lehren, was Gelassenheit ist; ich werde dir beibringen, was Gelassenheit ist”, so ist der Vater. Ihn in der 4. Klasse zu lassen, das geht nicht. Wir setzen uns der Gefahr aus, daß er ins Wasser springt. Das wäre natürlich nicht angenehm. Ich erinnere mich noch mit rechtem Entsetzen — ich war auf

Het gevaar is natuurlijk dat ze zullen zeggen: Nou, nu heeft hij het bereikt; daar kunnen we ook naar streven. Maar wat moet je met zo’n jongen als je hem niet weg wilt sturen? Misschien kom ik morgen wel naar de les. Wat er mis is, is niet hijzelf. Het is een erfelijke eigenschap en het heeft een constante invloed op hem. Het zit in de familie. Het zou wenselijk zijn om met de jongen de klippen te omzeilen. Misschien wordt hij wel een capabel mens. Hij is nogal enthousiast over euritmie en zingen; hij wil geen les. Hij vindt het ronduit afschuwelijk. Dat zijn andere dingen die mensen te serieus nemen; hij heeft vijf mark weggepakt. Dat is een kwajongensstreek. Hij is heel benaderbaar, heel benaderbaar. De jongen heeft een zekere objectieve behandeling nodig, omdat hij thuis nogal subjectief wordt behandeld. Dat hebben we ook allemaal gedaan. De vader is het type leraar dat, wanneer een leerling zich geagiteerd gedraagt, zegt: “Ik zal je leren wat bedaren is; ik zal je leren wat bedaren is.” Zo is de vader. Hem in klas 4 laten zitten, is geen optie. We stellen onszelf bloot aan het gevaar dat hij in het water springt. Dat zou natuurlijk niet prettig zijn. Ik herinner me nog met grote afschuw – ik was op

Blz. 161

einer Schule mit einer Maschinenbauschule. Dort war der Sohn des
Schuldieners, der war ehrgeizig. Ein Lehrer, Professor, der jähzornig war, der nahm den Laffen und haute ihm eine herunter. Der verließ die Klasse; er hat nämlich gewußt durch seinen Vater, wo Zyankali ist, hat es genommen und sich vergiftet. Seit der Zeit wurden die Lehrer immer rot, wenn jemand herausging während der Stunden,
(Zu Fräulein Dr. von Heydebrand:) Ich wollte es nur jetzt besprechen, weil er zu Ihnen in die 5. Klasse hinkommt. Er gehört nicht in die 4. Das ist ein Fehler, der gemacht worden ist.
In Psychologie wirken! Die Kindergemüter müssen studiert werden!

een school met een opleiding werktuigbouwkunde. De zoon van de conciërge was daar, en hij was ambitieus. Een leraar, een professor, die opvliegend was, pakte de ??  en sloeg hem. [Het Duits heeft Laffen, daar wordt geen vertaling voor gegeven: waarschijnlijk heeft de jongen de professor op de zenuwen gewerkt en die sloeg hem] Hij verliet de klas; hij wist van zijn vader waar cyanide was, nam het en vergiftigde zichzelf. Sindsdien bloosden de leraren altijd als iemand tijdens de les wegliep.
(Aan mevrouw Dr. von Heydebrand:) Ik wilde het er nu even over hebben,
omdat hij naar uw vijfde klas gaat. Hij hoort niet in de vierde.
Dat is een fout die gemaakt is.
Werk met psychologie! De ziel van het kind moet bestudeerd worden!<8>

X. fragt wegen Spitzenklöppeln und Nadelarbeit.

X. vraagt ​​naar kantklossen en handwerken.

Dr. Steiner: Das ist eine furchtbar zeitraubende Arbeit. Immer unter den entsetzlichsten äußeren Verhältnissen wurden diese Dinge gemacht. Es ist so, daß die Leute alle krank geworden sind. Es sind Parias dazu verwendet worden. Brüsseler Spitzenarbeit ist eine schreckliche Sache. Ich würde das nicht einführen.
Die Arbeiten, die Sie jetzt machen, sind sehr schön. Beim Handarbeiten müssen wir ein bißchen recht exakt sein. Ich habe heute ein Mädchen bemerkt, das ohne Fingerhut nähte.

Dr. Steiner: Het is een vreselijk tijdrovend werk Deze dingen werden altijd gedaan onder de meest verschrikkelijke externe omstandigheden. Mensen zijn allemaal ziek geworden. Ze gebruikten hiervoor paria’s. Brussels kantklossen is een verschrikkelijk iets. Ik zou het niet willen invoeren.
Het werk dat u nu doet is heel mooi. We moeten een beetje precies zijn met ons naaiwerk. Ik zag vandaag een meisje dat naaide zonder vingerhoed.

X.: Soll am Peter- und Paulstag schulfrei sein?

X.: Is Petrus en Paulusdag een vrije dag?

Dr. Steiner: Man kann freigeben. „Peter und Paul ist immer sehr
faul.”

Je kan vrijgeven: “Petrus en Paulus is altijd erg lui.”

Zu dieser Konferenz finden sich noch folgende kurze Notizen:
Schlechte Zähne, Ursache im Seelisch-Geistigen. Zusammenhang
zwischen Eurythmie und Zahnbildung.
Handarbeit: Stricken entwickelt gute Zähne. Die Kinder werden
geschickt durch Stricken.

Bij deze vergadering horen nog korte aantekeningen:
Slechte tanden, oorzaak in de ziel en geest. Verbinding tussen euritmie en tandvorming.
Handenarbeid: breien ontwikkelt goede tanden. De kinderen worden
vaardig door te breien.

.

GA 300A  inhoudsopgave

GA 300A  inhoudsopgave

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

 3460-3257

.

.

.

.

 

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over pedagogie(k) GA 300A – De 6 schooljaren (3)

.

In de uitgave is een hoofdstuk opgenomen met een soort geschiedenis van de 6 schooljaren in het begin van de Waldorfschool in Stuttgart.
De tijd waarin Steiner de school van tijd t0t tijd bezocht en dan de lerarenvergadering voorzat en allerlei onderwerpen besprak, vaak n.a.v. vragen.

3. Schuljahr: 18. Juni 1921 bis 30. Mai 1922
3e Schooljaar 18 juni 1921 tot 30 mei 1922

Blz. 51

Die Zahlen ließen sich für dieses Jahr nicht genau feststellen. Es waren ungefähr:

15 Klassen
30 Lehrer
540 Schüler

 

De cijfers konden voor dit jaar niet precies vastgesteld worden. Er waren ongeveer:
                                                            15 klassen
                                                            30 leraren
                                                          540 leerlingen

Überwiegend klingt die Stimmung des freudigen Schaffens durch dies dritte Schuljahr weiter fort; ebenso beim fortgesetzten Aus- und Aufbau wie bei den ohne Unterbrechung durch die Konferenzen aller Jahre durchlaufenden Themen der Besprechung einzelner schwieriger Kinder und der Beantwortung spezieller sachlicher oder methodischer Fragen.

De sfeer van vreugdevolle creativiteit blijft in dit derde schooljaar voortduren; zowel in de verdere ontwikkeling als in de onderwerpen die aan bod komen bij de bespreking van individuele, lastige kinderen en de beantwoording van concrete feitelijke of methodische vragen, die een vast onderdeel vormen van de bijeenkomsten van elk jaar.

Blz. 52

Auch in der Stellungnahme gegenüber der behördlichen Schulrevision wird noch eine ungebrochene Einheitlichkeit erlebt. Daß die Revision von seiten der Lehrer unrichtig, weil einseitig gesehen wird, offenbart sich erst nach Monaten. Schrittweise aber werden kritische Worte Rudolf Steiners vernehmlicher. Die Wolken senken sich zuweilen drohend tief herunter.
Wieder werden zwei neue 1. Klassen (2/17, 22) und neue Parallelklassen (2/17) eingerichtet. Auch Fachlehrer werden neu berufen (2/19,53).
Vor allem wird aber die zweite Oberklasse, die 10. Klasse begründet und bekommt ihren Lehrplan (2/18, 22—31). Dabei wird der bisherige Brauch verlassen, daß die obersten Klassen wechselweise von nur zwei Klassenlehrern betreut werden. Es sollen deren jetzt drei, womöglich sogar vier werden (2/18, 27, 38). Für diese Klasse werden volle fünf praktische Fächer neu eingerichtet: Spinnen und Weben; Gesundheitslehre und Erste Hilfe; Feldmessen; technische Mechanik (2/18, 29, 30) und Stenographie (2/31). Sehr eingehend kümmert sich Rudolf Steiner darum, daß für den ,,Ästhetikunterricht”, den Unterricht für das Verständnis des Künstlerischen, ein guter Fachmann zugezogen wird (2/23, 38). Von nun an werden für diesen Unterricht wiederholentlich eingehende Direktiven erbeten und gegeben (2/41, 64 und Sachwortverzeichnis).

Zelfs in de reactie op het inspectietoezicht is er nog steeds sprake van een ongebroken uniformiteit. Dat het toezicht voor de leraren onjuist is, omdat er eenzijdig wordt gekeken, wordt pas na maanden duidelijk. Geleidelijk aan worden de kritische woorden van Rudolf Steiner echter hoorbaarder. De wolken zakken soms dreigend neer.
Er worden twee nieuwe 1e klassen (17/2, 22) en nieuwe parallelklassen (17/2) ingericht. Er worden ook nieuwe vakdocenten aangesteld (19/2, 53).
Het belangrijkste is dat de tweede bovenbouwklas, de 10e, wordt ingericht
en een leerplan krijgt (18/2, 22-31). Hiermee wordt de vroegere praktijk van afwisselend lesgeven door slechts twee mentoren in de bovenbouw verlaten. Er komen er nu drie, mogelijk zelfs vier (18/2, 27, 38). Voor deze klas komen er maar liefst vijf nieuwe praktijkvakken: spinnen en weven; gezondheidsleer en eerste hulp; landmeten; technische mechanica (2/18, 29, 30) en steno (2/31).
Rudolf Steiner besteedt er veel aandacht aan dat een gekwalificeerde expert betrokken is bij de “esthetiekles”, onderwijs in het begrijpen van de kunst. (2/23, 38). Vanaf nu worden  voor deze les herhaaldelijk gedetailleerde richtlijnen gevraagd en gegeven (2/41, 64 en de trefwoordenindex).

Eine große Rolle spielt die Revision durch den zuständigen Schulrat im Frühjahr 1922 (2/68-72 ; Einleitung S. 22, 25). Rudolf Steiner läßt sich von den Klassenlehrern sehr genau berichten, was sie dabei erlebt haben. Er muß daraus zu der Ansicht kommen, die Prüfung und Beurteilung sei engstirnig, nicht auf das Wesen der Waldorfschule eingehend, und keineswegs wohlwollend gewesen.
Es werden deswegen eingehende Beschlüsse gefaßt, wie man durch
Artikel in den Zeitschriften ,,Die Drei” und „Anthroposophie” solchen unsachgemäßen Einwendungen entgegentreten könne (2/68, Liste Nrn. 136, 138).
Desto härter ist der Schlag, als Rudolf Steiner im folgenden Schuljahr den Bericht des Schulrates an das Ministerium gelesen hat. Er sagt es dann den Lehrern mit scharfen Worten. „Wohlwollend ist der Bericht!” — „Die Dinge sind wahr, die darin stehen; das ist das Bittere” (2/141).
Aber auch schon in diesem 3. Schuljahr kommt gelegentlich derber Tadel zu Wort, noch schwach, aber unüberhörbar. Rudolf Steiner

Het toezicht door de verantwoordelijke inspecteur in het voorjaar van 1922 speelde een belangrijke rol (2/68-72; Inleiding pp. 22, 25). Rudolf Steiner liet de leerkrachten uitgebreid verslag doen van hun ervaringen. Hij moest concluderen dat het onderzoek en de beoordeling bekrompen waren, niet inging op de essentie van de vrijeschool en zeker niet welwillend.
Er werden daarom gedetailleerde beslissingen genomen over hoe dergelijke onterechte bezwaren konden worden gepareerd via artikelen in de tijdschriften “Die Drei” en “Anthroposophie” (2/68, Lijst nr. 136, 138).
De klap was des te groter toen Rudolf Steiner het rapport van de inspecteur het volgende schooljaar aan het ministerie voorlas. Hij zei vervolgens in scherpe bewoordingen tegen de leerkrachten: “Het rapport is welwillend!” — “Wat erin staat, is waar; dat is het bittere” (2/141).
Maar zelfs in dit derde jaar verschijnen er af en toe harde berispingen, nog steeds zwakjes, maar onmiskenbaar. Rudolf Steiner

Blz. 53

klagt über mangelnde Mitarbeit, über mangelnde Lebendigkeit der Schüler (2/20) und über zu geringen Zusammenhang unter den Lehrern. ,»Willig zusammenarbeiten! Gegenseitig sich verstehen im Kollegium” (2/80).
Es findet auch die erste, dieses Mal nur kurze, aber sehr eingreifende
Besprechung statt über zwei besonders schwierige Schüler der beiden
obersten Klassen. ,,Man muß mit den Jungen fertig werden” (2/71,72).
Rudolf Steiner tadelt aber nicht nur; er hebt auch wie immer gerne das Gute heraus. Er ist erfreut, „weil die Waldorfschule diesen guten Geist ausgebildet hat”, und ,,weil sie im wesentlichen doch alles gehalten hat, was sie versprochen hat” (2/77). Er gibt auch an, was zu tun sei für ein gutes Zusammenarbeiten. Er lobt die Dissertation von Dr. von Baravalle. „Das ist tatsächlich so, daß spirituelle Kräfte, die im Lehrerkollegium sind, das Lehrerkollegium tragen durch die Gegenseitigkeit des inneren wissenschaftlichen Erlebens” (2/44).
Ganz am Ende des Schuljahres geschieht aber etwas, was einen bösen
Schatten vorauswirft. Schüler der obersten (10.) Klasse hatten gebeten um ein Gespräch mit Rudolf Steiner (2/93). Da brachten sie alles vor, was sie an Kümmernissen über einige ihrer Lehrer auf dem Herzen hatten. Rudolf Steiner hörte sie an, ließ sie ruhig alles aussprechen, fragte nicht nach und entließ sie, ohne weiter darauf einzugehen. Dies Gespräch hatte eine starke Nachwirkung, aber erst im folgenden Jahr.

klaagt over een gebrek aan samenwerking, een gebrek aan levensvreugde onder de leerlingen (2/20) en een gebrek aan cohesie onder de leerkrachten. “Bereidheid om samen te werken! Wederzijds begrip onder het onderwijzend personeel” (2/80).
Er vindt voor de eerste keer een korte maar zeer indringende bespreking plaats  over twee bijzonder moeilijke leerlingen in de twee hoogste klassen. “Je moet er met die jongens uit zien te komen” (2/71, 72).
Rudolf Steiner bekritiseert niet alleen; hij benadrukt, zoals altijd, graag het goede. Hij is blij “omdat de vrijeschool deze goede geest heeft ontwikkeld” en “omdat ze in wezen alles is nagekomen wat ze beloofde” (2/77). Hij doet ook suggesties voor wat er moet gebeuren om een ​​goede samenwerking te garanderen. Hij prijst het proefschrift van Dr. von Baravalle. “Het is inderdaad zo dat spirituele krachten binnen het lerarencollege dit ondersteunen door de wederkerigheid van innerlijke wetenschappelijke ervaring” (2/44).
Aan het einde van het schooljaar gebeurt er echter iets dat een donkere schaduw werpt. Leerlingen uit de hoogste klas (10e klas) hadden een gesprek aangevraagd met Rudolf Steiner (2/93). Daar brachten ze al hun zorgen over enkele van hun leraren ter sprake. Rudolf Steiner luisterde naar hen, liet ze rustig alles uiten, stelde geen verdere vragen en liet ze weggaan zonder verder overleg. Dit gesprek had een diepe impact, maar pas het jaar daarop.
GA 300A/51-53

.

GA 300A  inhoudsopgave

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3457-3254

.

.

.

 

 

 

 

VRIJESCHOOL – Vrijeschool versus overheid

.

Andreas Driessen, Antroposofisch Magazine, dec. 2017  nr. 8
.

Vrijeschoolleraren houden ervan hun lessen zelf vorm te geven. Het periodeonderwijs is hiervan een goed voorbeeld. Daarin werkt een klas wekenlang ’s ochtends aan een vast thema, bijvoorbeeld op het gebied van taal, rekenen, aardrijkskunde of geschiedenis. Als leraar zoek je binnen een thema naar een ingang die jezelf en daarmee de leerlingen raakt Als de interesse gewekt is, gaat het leerproces vanuit het ervaren naar het eigen maken van de kennis.

Binnen gegeven kaders hebben leerlingen vrijheid om dit op hun eigen manier te verwerken in hun periodeschriften, via teksten, gedichten en tekeningen. Hierin schuilt een grote waarde die niemand mooier kan verwoorden dan Henry Ford [1863-1947] deed: ~lf you chop your own wood, it will warm you twice”. Vanuit een actieve betrokkenheid krijgen de leerlingen de kans intrinsiek betrokken te zijn bij hun eigen leerproces.

Met mijn zesde klas stond ik in september een maand lang stil bij de Romeinse geschiedenis. We begonnen met leren marcheren en elke dag kwamen er nieuwe bevelen bij. Na verloop van tijd namen leerlingen de rol van generaal van het legioen over. Op een ochtend marcheerde de gehele klas strak in de maat door de wijk van de school, toen er plotseling een vuilniswagen voorbijreed. Ineens klonk er het bevel ‘aanvallen’, waarna de hele klas prepubers er in volle vaart achteraan rende. Een tevreden meester bleef achter; de Romeinen werden beleefd. Naast ‘de slag rond de vuilniswagen’ haalde ik veel voldoening uit het bekijken van de prachtige periodeschriften van mijn Romeinen.

Heb ik nu gedaan wat de overheid van mij als leraar verlangt? Ik ken veel leraren die de overheid zien als iets abstracts dat de vrijheid van de leraar beperkt en dingen oplegt die óók nog moeten gebeuren. Wat de overheid doet, is het stellen van algemene doelen per vakgebied. Veel scholen kiezen leermethodes en boeken als middel om aan deze vakgebieden te werken. Vervolgens wil de inspectie dat een school kan laten zien dat deze de leerlingen volgt. Dit betekent dat je als leraar inzichtelijk maakt dat de ene leerling baat heeft bij meer oefening en een bovengemiddelde leerling extra uitgedaagd moet worden. Alle vrijescholen hebben hier professionele leerlingvolgsystemen voor.

Steeds vaker komen er leermethodes voor taal en rekenen de vrijeschool binnen. Ik hoop dat deze als hulpmiddel blijven dienen en dat de leerkracht, vanuit zijn eigen creativiteit, de dirigent zal blijven van zijn koor. Ver weg ziet de overheid licht, dat een knetterend vuurtje zou kunnen zijn. Ze vinden dit goed, al zullen ze er weinig weet van hebben dat de leerlingen hun eigen hout gesprokkeld hebben. 

.

Periodeonderwijs: alle artikelen

100 jaar vrijeschool: alle artikelen

Vrijheid van onderwijs: alle artikelen

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3455-3252

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over pedagogie(k) GA 300A – Vergadering 14 juni 1920

.

Zie ‘het woord vooraf

Bij de gegeven antwoorden is in het Duits telkens de naam van Steiner gegeven. Ik heb dat niet gedaan, zolang er geen verwarring kan ontstaan. De voetnoten die in de uitgave op aparte bladzijden staan, v.a. blz. 300, heb ik direct bij het verwijzende woord toegevoegd.  

In deze vergadering gaat het over:

De inrichting van het godsdienstonderwijs op antroposofische basis; over de zondagshandeling; wie mogen er bij zijn. [1]
Gedrag van de kinderen, ontstaan door roddels vanuit het ouderlijk huis. <2>
Het gedrag van kinderen in een groep; houding naar leerkracht. <3>
Spreken in koor; wat is het gevaar voor het individuele leren. <4>
Verhouding aantal jongens en meisjes in een klas; het imponderabele. <5>
Temperamenten; stem; de cholericus en het ritme; temperamenten en zintuigen. <6>
Euritmie; begeleiding bij tooneuritmie; verschil jongere oudere bij euritmie doen. <7>
Gymnastiek, een kind wil niet meedoen <8>
Kinderen die lui zijn en niet graag helpen; hun werk niet afmaken <9>
Boekbinden op school; hoe te regelen, wat belangrijk; aansluitend handenarbeid, jongens en meisjes niet apart. <10>
De kleuterklas: geen leerdoelen, geen leren, maar spelen, vertellen, euritmie, aan de manier van spelen is iets af te lezen voor later. <11>
Getuigschriften: wat schrijf je aan de ouders; ondertekenen door de ouders? tussenrapport; geperforeerd boekje; kind karakteriseren. <12>
Zittenblijven of hulpklas (de school worstelt nog hoe daarmee om te gaan) Steiner gaat over op hoe kinderen die iets niet kunnen geholpen kunnen worden. <13>
Lichaamsgeografie, oefeningen met voeten/tenen. <14>
Linkshandigheid: materialistische en spirituele kinderen; tweehandigheid; verstandsactiviteit t.o. tekenen. <15>
Sprookjes en bloed.<16>
Stotteren, nerveus: oefeningen met K en P. <17>
Kind met criminele aanleg <18>
Jaarafsluiting <19>
Moet er een film worden gemaakt over de vrijeschool en/of de driegeleding. <20>
Fotograferen van schilderingen en glasvenster in het Goetheanum. <21>

 

RUDOLF STEINER

.

Konferenzen mit den Lehrern der Freien Waldorfschule in Stuttgart 1919 bis 1924

Erster Band Das erste und zweite Schuljahr

 

Vergaderingen met de leerkrachten van de vrije Waldorfschool in Stuttgart

Band 1 Het eerste en tweede schooljaar

.

Van de vergaderingen die de leerkrachten van de eerste vrijeschool in Stuttgart hielden, zijn verslagen bewaard gebleven van díe vergaderingen waarbij Rudolf Steiner aanwezig was.

GA 300A    blz. 136

Vergadering van zaterdag 14 juni 1920, 15-17.30 en 21.30-0.45 uur

X. berichtet über den freien Religionsunterricht auf der untersten und der
zweiten Stufe. Verse aus den Mysteriendramen und aus dem „Cherubinischen
Wandersmann” sind besprochen worden.

X doet verslag over het vrije religieuze onderwijs op de laagste en de
tweede fase. Verzen uit de mysteriedrama’s en uit de ‘Cherubinischer Wandersmann” zijn besproken.

Dr. Steiner: Es kommt darauf an, daß man nicht die Empfindungsreife der Kinder außer acht läßt. Können Sie ein konkretes Beispiel sagen?

Het is belangrijk dat je het gevoelsniveau van de kinderen niet negeert. Kunt u een specifiek voorbeeld geven?

X.: Auf der Oberstufe habe ich sprechen lassen: „Laß mich ruhend in dir wirken … “

X.: In de bovenbouw heb ik laten spreken: “„Laß mich ruhend in dir
wirken … “

Dr. Steiner: Haben Sie gefunden, daß die Kinder etwas daraus machen können?

 Vond u dat de kinderen er iets uit haalden? Ja, dan kan u het blijven proberen.

X.: Man könnte die Kurse vielleicht gliedern.

X.: We zouden de groepen nog kunnen herindelen.

Dr. Steiner: Ja, das ist gewiß so. Ich meine, wenn die untere Stufe geteilt wird in zwei und die obere Stufe beibehalten wird, dann geht es in drei Gruppen.

Ja, dat is zeker het geval. Ik bedoel, als de lagere groep in tweeën gedeeld wordt en de hogere groep blijft, dan gaat het in drie groepen.

Also 1.—3., 4.-6. , 7.-9. Klassen.

Dus 1e-3e, 4e-6e. , 7e-9e klassen.

X. berichtet über den Vorbereitungsunterricht zur Jugendfeier, für den er drei Stunden verwendete.

X. doet verslag van de voorbereidende lessen voor de jeugdviering, waarvoor hij drie uur nodig had.

Dr. Steiner: Ist das nicht eine Überlastung der Schüler? Wie viele sind da?

Is dat niet te veel voor de leerlingen? Hoeveel zijn er?

X.: Sechsundzwanzig.

X. Zesentwintig.

Dr. Steiner: Man wird schwer darüber etwas sagen können, bis man einen richtigen Erfolg hat. Es ist durchaus gut, das einmal zu versuchen. Sollte es nicht gelingen, so wollen wir sehen, wie es anders zu machen ist.

Het is moeilijk er iets over te zeggen, tot er een goed resultaat is. Het is zeker goed om het een keer te proberen. Als het niet werkt, kijken we hoe het anders kan.

X. berichtet über den Unterricht in sozialer Erkenntnis; zwei Wochenstunden mit der 6. bis 8. Klasse und einigen von der 5. Klasse.

X. doet verslag over lessen in sociale kennis; twee uur per week met de 6e tot en met de 8e-klassers en enkele van de 5e-klassers.

Dr. Steiner: Es ist natürlich eine Schwierigkeit, das elfte bis fünfzehnte Jahr, aber das ist ein Unterricht abseits vom übrigen.

Natuurlijk is het lastig, het elfde tot het vijftiende jaar, maar dat is een les los van de rest.

X.: Wir besichtigen auch Fabriken.

X.: We bezoeken ook fabrieken.

Dr. Steiner: Wenn man es richtig lebendig, lebensvoll macht, an alle

Als je het vooral heel levendig en vol leven maakt en

Blz. 137

lei Lebensfragen gerade in diesem Alter anknüpft, dann wird es gehen. Ich würde versuchen, zu sehen, ob die Kinder nicht zuviel haben, und dann versuchen, möglichst ans konkrete Leben anzuknüpfen.
Ich glaube, daß die Zeit der Kinder zu stark beansprucht ist. Natürlich kommt in einer Ecke die Überlastung heraus. Es wäre gut, nicht acht Stunden zu haben an einem Tage.
Ich kann nicht einsehen, warum man drei Stunden braucht, um die Jugendfeier vorzubereiten. Warum sollte nicht eine Stunde genügen? Es kommt gerade bei einer solchen Sache nicht auf die Menge an, sondern auf den ganzen Zeitraum, in dem das Ganze gehalten ist.
Es wäre vielleicht besser, wenn man diese Dinge, die ganz entschieden eingeschränkt werden können, wenn man die einschränken würde. Man könnte das tun, daß man für diejenigen, die vor der Jugendfeier stehen, ausfallen läßt den Religionsunterricht und ihn verbindet mit der Vorbereitung für die Jugendfeier.

aansluit bij allerlei levensvragen van deze leeftijd, zal het wel lukken. Ik zou proberen in te zien of de kinderen niet te veel hebben en dan proberen zoveel mogelijk aan te sluiten bij het echte leven.
Ik denk dat er te veel beslag wordt gelegd op de tijd van de kinderen. Natuurlijk komt de overbelasting ergens naar buiten. Het zou goed zijn om geen acht uur op één dag te hebben.
Ik begrijp niet waarom er drie uur nodig is om de jeugdhandeling voor te bereiden. Waarom zou een uur niet genoeg zijn? Bij zoiets komt het niet op het vele aan, maar op de hele periode waarin die wordt gehouden.
Het zou misschien beter zijn als u deze zaken, die zeer beslist beperkt kunnen worden, ook beperkt. Dat zou u kunnen doen voor degenen die aan de
jeugdhandeling gaan deelnemen: het godsdienstonderwijs weglaten en ze  bij de voorbereiding van de jeugdhandeling betrekken.

<1>Er wordt een vraag gesteld over de toegang tot de zondagshandeling.

Dr. Steiner: Es ist tatsächlich eine Schwierigkeit. Das war nicht gedacht, daß jemand anderer kommen sollte als die Eltern. Natürlich, wenn man einmal anfängt, dann ist es schwer, eine Grenze zu ziehen. Wie soll man das machen? Was war der Grund, daß man Nichteltern zugelassen hat? Es liegt kein Grund vor, wenn man den K. hereinläßt, warum man andere Mitglieder zurückweist. Wo fängt das an, wo hört das auf? Die Tanten kommen ja überhaupt. Es sind schon andere Störungen vorgekommen durch Fremde im Gange des
Schulwesens. Ich war am meisten betroffen, als sich die Leute, die die Schule nichts angeht, in die Disziplin hineinmischten. — Ich habe nichts dagegen, wenn die Zulassung zur Handlung streng auf die Eltern beschränkt wird. Geschwister und Tanten auch nicht. Dazu haben wir diese Feier nicht eingerichtet. Es hat keine Grenze. Nur die Eltern oder die, die anerkannt werden können durch die Lehrerschaft als moralische Vormünder.

Het is echt wel een probleem. De gedachte was niet dat er iemand anders dan de ouders zou komen. Als je eenmaal begint, is het natuurlijk moeilijk om een grens te trekken. Hoe moet je dat doen? Wat was de reden om niet-ouders toe te laten? Er is geen reden voor en als je K. toelaat, waarom dan andere leden afwijzen. Waar begint het, waar houdt het op? De tantes komen toch. Er hebben zich in de loop van het schoolwezen al andere verstoringen voorgedaan door vreemden.
Ik was het meest perplex toen mensen die niets met de school hebben te maken, zich met de orde gingen bemoeien. Ik heb er niets op tegen wanneer de toelating bij de handeling streng tot de ouders wordt beperkt. Broers, zussen en tantes ook niet. Daarvoor hebben we de handeling niet ontworpen. Er is (nu) geen grens. Alleen de ouders of degenen die door het onderwijzend personeel als staand voor het morele kunnen worden erkend.

X. fragt noch einmal wegen der Sonntagshandlung betreffend ein altes Mitglied.

X. vraagt ​​nogmaals naar de zondagshandeling betreffende een oud lid.
[is dat een oud-collega of een lid van de antroposofische vereniging?]

Dr. Steiner: Die wird gern wegbleiben; ihr braucht man das nur in entsprechender Weise klarzumachen. Das ist die Schwierigkeit: in dem Augenblick, wo wir jemanden hineingelassen haben, der kein Kind hat, ist die Grenze schwer zu ziehen. In der Anthroposophischen Gesellschaft, da ist die Stätte, wo Ausnahmen sein müssen.
Oder man läßt es so, wie es ist.

Die zal wel makkelijk wegblijven; je moet het haar gewoon adequaat duidelijk maken. Het probleem is: op het moment dat we iemand binnenlieten die geen kind had, is het moeilijk een grens te trekken. De Antroposofische Vereniging is de plaats waar er uitzonderingen moeten zijn.
Of je laat het zoals het is.

Blz. 138

X.: Das hat sich eben als unzuträglich ausgestaltet.

X.: Dat bleek dus niet zo goed uit te pakken.

Dr. Steiner: Diese Ausnahmen sind vielleicht für ein- bis zweimal durchzuführen, aber sie wachsen.

Deze uitzonderingen kunnen misschien een of twee keer gemaakt worden, maar dan neemt het aantal toe.
.
X.: Eine reine Schulangelegenheit soll es ja nicht sein; es ist ja losgelöst von der Schule.

X.: Het is niet de bedoeling dat het puur een schoolaangelegenheid is; het staat los van de school.

Dr. Steiner: Die Sonntagshandlung ist etwas im Rahmen der Schule Liegendes. Eine Einzelheit innerhalb der Schule, geradeso als wenn wir sagen würden, wir richten meinetwegen einen Unterricht für ein bestimmtes kunstgewerbliches Fach ein. Das wäre auch eine Spezialsache, die im Rahmen der Schule darin sein könnte, die nicht eine allgemeine Schulangelegenheit ist. Wir können es nur so halten, sonst kommen eben diese Dinge. Ich wurde gefragt in den letzten Tagen, wie man das machen kann, daß in H. eine solche Sonntagsfeier für die anthroposophische Jugend eingerichtet wird. Also das ist in der gegenwärtigen Zeit, wo die Angriffe aus allen Ecken herauspfeifen, so unsinnig wie möglich gehandelt. Das sind ja Angriffsmomente, wenn sich Herr L. hinstellt und für die anthroposophischen Kinder eine Kultushandlung vollzieht. Er hat sich schon die Erlaubnis geholt, um es sich anschauen zu können. Das würde ich ganz entschieden verleugnen als etwas, womit ich etwas zu tun haben sollte, was außerhalb des Rahmens der Schule als eine Sonntagsfeier eingerichtet würde. Es hat nur einen Sinn dadurch, daß in unserer Schule eine Anzahl Kinder einen Religionsunterricht auf anthroposophischer Grundlage hat, und für diese Kinder ist diese Sonntagsfeier. So daß niemals zugelassen werden könnte — es könnten andere Kinder zugelassen werden —, es kann aber niemals jemand zugelassen werden, der nicht in der Schule ist.

De zondagshandeling is iets binnen het kader van de school. Een eigenheid binnen de school, net alsof we bijvoorbeeld zouden zeggen dat we lessen organiseren voor een bepaald kunstzinnig-ambachtelijk vak. Dat zou ook een gespecialiseerde aangelegenheid zijn die binnen het kader van de school zou kunnen vallen, wat geen algemene schoolaangelegenheid is.
Dat kunnen we alleen maar zo houden, anders zullen deze dingen gebeuren.
Er is mij de afgelopen dagen gevraagd, hoe het mogelijk zou kunnen zijn om zo’n zondagsviering te organiseren in H. voor de antroposofische jeugd. Dus dat is in de huidige tijd, waarin de aanvallen uit alle hoeken komen, zo onzinnig mogelijk. Wanneer de heer L. zich opwerpt en voor de antroposofische kinderen de cultushandeling voltrekt, is dat een punt om ons aan te vallen. Hij heeft al toestemming gekregen om te mogen komen kijken. Ik zou absoluut afwijzen dat ik iets te maken zou moeten hebben met iets wat buiten het kader van de school als zondagshandeling opgezet moet worden.
Het heeft alleen maar zin omdat in onze school een aantal kinderen godsdienstonderwijs krijgen op antroposofische grondslag en deze voor deze kinderen is de zondagshandeling. Dus er kan nooit iemand toegelaten worden – andere kinderen zouden toegelaten kunnen worden – maar er kan nooit iemand toegelaten worden die niet op school zit.

X.: Dann muß es dabei bleiben.

X.: Dan moet het zo blijven.

Dr. Steiner: Man kann es so lassen, wie es ist; dann sind Ausnahmen da, aber es ist im Grunde genommen nicht einzusehen, wie man jemand anderes abweisen soll, wenn man Frau G. sagt, sie darf kommen. Dann müßte auch Herr Leinhas abgewiesen werden, er ist aber im Waldorfschulverein. Das würde ja eventuell eine Art von Rechtstitel sein. Alles das, was zur Schule gehört.

Je kunt het laten zoals het is; dan zijn er uitzonderingen, maar het is in principe onmogelijk om te zien hoe je iemand anders zou afwijzen als je tegen mevrouw G. zegt dat ze mag komen. Dan zou meneer Leinhas ook geweigerd moeten worden, maar hij zit in de vrijeschoolvereniging. Dat zou mogelijk een soort rechtsgeldigheid hebben. Alles wat bij de school hoort.

X.: Können die Frauen der Lehrer zur Schule gerechnet werden?

X.: Kunnen de vrouwen van de leraren tot de school gerekend worden?

Dr. Steiner: Die können natürlich nicht zugelassen werden. Wenn sie keine Kinder haben, so haben sie auch keinen Rechtstitel.

Natuurlijk kunnen ze niet toegelaten worden. Als ze geen kinderen hebben, is er geen rechtsgeldigheid. <1>

Blz. 139

X. berichtet über den Anstandsunterricht. Ich habe da versucht, den Kindern eine Diätetik der Seele beizubringen.
Es war alles mögliche Geschwätz durch Schüler in die Schule hineingetragen worden.

<2> X. doet verslag van de lessen in goed gedrag. Ik heb geprobeerd de kinderen
een voedingsleer voor de ziel te geven.
Door de leerlingen zijn er op school veel roddels gekomen.

Dr. Steiner: Es ist nicht zu umgehen, daß die Anthroposophenkinder zu Hause etwas aufschnappen. Das ist ungefährlich, wenn die Eltern selbst vernünftig sind. Selbst wenn es tief hineingeht, so ist durch die gesunde Gesinnung der Eltern schon ein Mittel gegen das Überschnappen der Kinder da. Solche Dinge, die wir oft genötigt waren zu bekämpfen, wie die, welche Sie angeführt haben von O. R., die rühren auch davon her, daß die Eltern unsinniges Zeug reden.
Sie werden bemerkt haben, daß der Unterricht seine Früchte trägt.
Ich würde nur bemerken, daß namentlich in kritischen Fällen man sehr guten Erfolg mit Erzählungen hat, die einen ganz bestimmten Gang nehmen. Wenn man sicher konstatiert hat, daß ein Kind eine Unart hat, denkt man eine Erzählung aus, in der sich diese Unart durch das, was geschieht, schicksalsmäßig ad absurdum fuhrt. Sogar bei ganz kleinen Kindern ist es schon gelungen, Genäschigkeit und solche Sachen einfach dadurch, daß die Mutter solche Erzählungen gebildet hat, sich selbst ad absurdum führen zu lassen. Etwas Ausgedachtes — nach dem Muster des Hundes, der mit dem Fleisch im Maul über die Brücke geht — das ist etwas, was stark wirkt auf das Kind, das so etwas verübt hat, und anhaltend wirkt, namentlich wenn man im konkreten Falle ein bißchen Zeit verfließen läßt zwischen dem Begehen der Handlung und dem Heranbringen der Erzählung. In der Regel erreicht man mehr, wenn das Kind geschlafen hat, und man am nächsten Tage frühestens darauf zurückkommt, und dann verhandelt. Das Beschäftigen unmittelbar nach dem Ertappen, das ist das Schlechteste. Das ist etwas, was sehr theosophisch ist, aber was einfach wahr ist.
Dann wäre es sehr gut, wenn durchgeführt werden könnte, daß auch die einzelnen Kinder als solche, sei es gruppenweise oder ganz individuell, gewissermaßen ein Gegenstand der Sorge des ganzen Kollegiums werden könnten, daß man sich über sie ausspricht. Das scheint mir etwas, was ganz wünschenswert wäre. Das erfordert nur, daß man der Sache etwas Interesse zuwendet.
Ich fragte heute morgen um den P. I., er ist mir entschwunden. Also nicht wahr, da hat mir der Vater gewisse Klagen vorgebracht. Nun wäre es gut, wenn man das, was bei dem Jungen ist, vergleichen könnte mit dem, was der Vater klagt. Denn der Vater scheint in diesem Falle ein ziemlich unnützer Kläger zu sein, schultheißenhaft 

Het is onvermijdelijk dat de antroposofische kinderen thuis iets oppikken. Dat is niet gevaarlijk als de ouders zelf verstandig zijn. Zelfs als het diep tot hen doordringt, is de gezonde houding van de ouders al een middel tegen het opgefokt zijn van de kinderen. Zulke dingen, waar we vaak tegen moesten strijden, zoals die u noemde over O. R., komen ook door de ouders die onzin uitkramen.
U zult gemerkt hebben dat de lessen hun vruchten afwerpen.
Ik zou alleen willen opmerken dat, vooral in bedenkelijke gevallen, je heel veel succes hebt met verhalen die heel specifiek verlopen. Wanneer je zeker weet dat een kind een slechte gewoonte heeft, bedenk je een verhaal waarin deze slechte gewoonte door wat er gebeurt heel absurd wordt. Zelfs bij heel kleine kinderen is het al mogelijk om zulke dingen, bv. snoepzucht e.d., simpelweg omdat de moeder verhalen heeft bedacht, absurd te laten worden. Iets denkbeeldigs – in de trant van de hond die de brug oversteekt met het vlees in zijn bek – is iets dat een sterk effect heeft op het kind dat zoiets doet, en dat werkt door, vooral als je wat tijd laat verstrijken tussen het voorval en het vertellen van het verhaal. In de regel bereik je meer als het kind heeft geslapen en je er op zijn vroegst de volgende dag op terugkomt en het dan vertelt. Direct erop ingaan als je het kind betrapt, is het slechtst. Dat is wel iets heel theosofisch, maar wel gewoon waar.
Dan zou het heel goed zijn als ingevoerd zou kunnen worden dat ook de individuele kinderen als zodanig, in groepen of individueel, een onderwerp van zorg kunnen worden voor het hele college, zodat ze besproken kunnen worden. Dat lijkt mij heel wenselijk. Het vereist alleen dat je er enigszins in geïnteresseerd bent.
Ik heb vanmorgen naar P.I.  gevraagd, maar hij was verdwenen. U weet, zijn vader is met bepaalde klachten bij me gekomenen; het zou goed zijn als u vergelijkt wat er met de jongen aan de hand is, met waar de vader over klaagt. Want de vader lijkt een nogal onnodige klager in deze zaak te zijn, zich een beetje

Blz. 140

Ja, ich werde mit dem Jungen reden. Mir scheint, daß der Vater ein unnützer Kläger ist, der allerlei Dinge, Kleinigkeiten, die der Junge ausfrißt, phantastisch ausgestaltet, so daß der Junge die Sachen macht, die der Vater suggeriert. Das weiß er sicher nicht, was er will.
Das bildet in jeder Schule ein Hauptkapitel, weil das so schwer zu regeln und zu beherrschen ist. Gerade über solche Dinge müßte vollständige Klarheit herrschen in dem größten Teil der Lehrerschaft, über die einzelnen Schüler.
Gewisse Dinge sind interessant, wenn man die Statistik etwas gründlich betrachtet. Ich habe alle Klassen gesehen. Mir tritt das stark hervor, daß nur wenige ganz unbegabt sind, genialisch auch nicht, aber viele mittlere, nicht schlecht veranlagte. Ein Beweis dafür ist das, daß die Fortschritte gut sind. Ich will immer unterscheiden zwischen Fortschritten als solchen, und dem Inhalt des Fortschritts. Es kann ja sein, daß man manches nicht so vorwärts gebracht hat; das Tempo ist ein gutes.
In der 4. sind eigentlich im Grunde genommen nur die zwei wenig begabt, dann drei so halb, die nicht zurechtkommen, während die anderen nach ihrem Schreiben wünschenswert begabte Kinder sind.
Es mag sein, daß viele Lausbuben sind, aber zum Beispiel diejenigen, die als Lausbuben bezeichnet worden sind, sind so, daß sie begabte Lausbuben sind; das ist etwas, was den Nagel auf den Kopf trifft.

als een burgemeester te gedragen.
Ja, ik zal met de jongen praten. Het lijkt mij dat de vader een waardeloze klager is die fantaseert over allerlei dingen, kleine dingen, die de jongen uitvreet, zodat de jongen de dingen doet die de vader suggereert. Hij weet zeker niet wat hij wil.
Dit vormt een belangrijk hoofdstuk in elke school omdat het zo moeilijk te reguleren en te controleren is. Juist over zulke dingen moet er volledige duidelijkheid zijn bij de meerderheid van de leraren, over de individuele leerlingen. <2>
<3>Bepaalde dingen zijn interessant als je de statistieken nader bekijkt. Ik heb alle klassen gezien. Het is mij duidelijk dat slechts enkelen heel onbegaafd zijn, ook niet die niet briljant zijn, maar velen zijn gemiddeld, niet slecht begaafd. Een bewijs hiervan is dat de vooruitgang goed is. Ik wil altijd onderscheid maken tussen vooruitgang als zodanig en de inhoud van vooruitgang. Het kan zijn dat sommige dingen niet zo goed vooruit zijn gegaan; het tempo is goed.
In de 4e klas zijn eigenlijk alleen die twee niet zo begaafd, dan zijn er drie halfbegaafd, die het niet aankunnen, terwijl de anderen naar wat ze schrijven, begaafde kinderen zijn zoals je zou wensen.
Het kan zijn dat velen deugnieten zijn, maar degenen die bijvoorbeeld als deugnieten zijn bestempeld, zijn begaafde deugnieten; dat is iets wat de spijker op de kop slaat.

Das hängt mit einer anderen Erscheinung zusammen. Das wirkt, wenn so sich im allgemeinen die Moral hebt, werden die Dinge sich ausgleichen. Es ist ein Charakteristikum der Waldorfschüler, daß sie furchtbar eifersüchtig sind auf ihre Lehrer, daß sie nur an den eigenen Lehrern ein gutes Haar lassen, daß gerade die das Richtige machen. Das ist ein tatsächlicher Fall. Nun, nicht wahr, das hat seine guten Seiten und auch seine Schattenseiten. Die Hauptsache dabei ist, daß man nicht allzuviel daraufgibt. Man soll sich nicht geschmeichelt fühlen, wenn das zurückstrahlt. Es macht sich auch im Gehaben des Unterrichtes klar. Herr A. ist schon kein Mensch mehr, sie betrachten Sie fast als einen Heiligen.
Warum sollen die Kinder nicht lachen? Sie sind mehr im Rahmen der Schule. Wer viel kennt, der weiß, daß die bedeutendsten Menschen Lausbuben waren. Wenn man es im Zusammenhang des Lebens nimmt, hat es einen anderen Aspekt.
Wenn sie ein bißchen weniger schreien könnten, das wäre gut. Die 4. Klasse schreit fürchterlich. Das sind Dinge, die ja auch nicht furchtbar tragisch zu nehmen sind. Wenn man dann eine solche

Dit is gerelateerd aan een ander fenomeen. Dit heeft een effect, als het moreel in het algemeen stijgt, zullen dingen tegen elkaar wegvallen.
Het is een kenmerk van vrijeschoolleerlingen dat ze vreselijk jaloers zijn op hun leraren, dat alleen hun eigen leraar het goed doet Dat is een feit. Nou, niet waar, dat heeft een goede kant, maar ook een schaduwzijde. Het belangrijkste is om er niet te veel waarde aan te hechten. Je moet je niet gevleid voelen als het op je afstraalt. Het wordt ook duidelijk hoe je in de les bent. Meneer A. is geen mens meer, ze beschouwen u bijna als een heilige.
Waarom zouden de kinderen niet lachen? Ze zijn meer binnen de school. Iedereen die veel weet, weet dat de belangrijkste mensen deugnieten waren. Als je het in de context van het leven plaatst, heeft het een ander aspect.
Als ze wat minder zouden schreeuwen, zou dat goed zijn.
De 4e klas schreeuwt vreselijk. Dit zijn dingen die ook niet vreselijk tragisch zijn. Als je dan zo’n

Blz. 141

Eigenschaft, die hervorragend ist, den Kindern abgewöhnt hat, bedeutet es moralisch sehr viel; wenn man es dahin bringt, daß die 4. Klasse nicht so schreit, oder wenn man dem B. Ch. abgewöhnt, daß er den Tornister vor sich hinauswirft. Ganz abgesehen davon, ob man das mehr oder weniger artig oder unartig ansieht, wenn man eine solche hervorragende Eigenschaft abgewöhnt hat, das bedeutet für die moralische Haltung außerordentlich viel, wenn sich manche Buben in der 4. Klasse das furchtbare Schreien abgewöhnen würden.
Im allgemeinen möchte ich sagen, es wird doch eine Frage einer allgemeinen didaktischen Ökonomie sein, wie weit das Chorsprechen gehen soll. Würde man es zuwenig ausbilden, dann leidet die soziale Gesinnung; die bildet sich aus durch das Chorsprechen.
Wenn man es zuviel macht, dann leidet die Auffassungskraft, weil es eine starke suggestive Kraft hat. Die Kinder können Dinge, für die sie sonst keinen Tau haben, wenn sie in der Masse mitsprechen.
Geradeso wie eine Volksmenge auf der Straße mittut. Je jünger sie sind, desto mehr kann das täuschen. Es ist schon gut, daß man sie ganz durcheinander auffordert, dasselbe noch einmal zumachen im einzelnen, so daß jeder aufzupassen hat, wenn der andere seinen Satz bildet. 

eigenschap die opvalt, de kinderen hebt afgeleerd, betekent dat moreel gezien heel veel; als je de 4e klas niet zo laat schreeuwen, of als je B. Ch, afleert dat hij zijn rugzak voor zich uit gooit. Los van de vraag of het als meer of minder goed of stout wordt beschouwd, wanneer je zo’n opmerkelijke eigenschap afleert, als sommige jongens in de 4e klas zouden afkomen van de vreselijke gewoonte om te schreeuwen, betekent dat buitengewoon veel voor het morele gedrag. <3>
<4>In het algemeen zou ik willen zeggen dat het toch een kwestie van algemene didactische economie is, hoe ver we met het koorspreken moeten gaan. Als het te weinig geoefend wordt, dan lijdt de sociale geest daaronder; die wordt gevormd door het spreken in koor.
Als het te veel wordt gedaan, dan lijdt het begripsvermogen eronder, omdat het een sterke suggestieve kracht heeft. Kinderen kunnen dingen wat ze anders niet kunnen, als ze meedoen met de groep.
Net zoals een menigte op straat. Hoe jonger ze zijn, des te bedrieglijker dit kan zijn. Het is goed om hen te vragen hetzelfde individueel nog eens te doen, zodat ieder moet opletten wanneer de ander zijn zin vormt.

Wenn Sie eine Erzählung sagen, so behandelt man Sätze, man läßt den einen fortsetzen. Solche Sachen haben eine gewisse Bedeutung, daß ich sagte: „Derjenige, der in der mittleren Bankreihe an der linken Ecke sitzt, der soll fortfahren!” Solche Sachen haben eine gewisse Bedeutung, daß ich sagte: „Derjenige, der in der mittleren Bankreihe an der linken Ecke sitzt, der soll fortfahren!” „Der einzige, der in der Ecke sitzt, soll fortfahren!” Solche Dinge sollte man machen, wo sie aufpassen müssen, wo man die Kinder dazu bringt, immer mitzutun. Das zu viele Chorsprechen würde die Lässigkeit fördern. In der Musik bestätigt sich das in bezug auf das Brüllen.
Bei der 4. Klasse möchte ich Sie aufmerksam machen auf die Imponderabilien. Ich rede ganz real, die Imponderabilien, die bestehen in gewissen Spannungszuständen der ganzen Klasse. Da ist einfach zum Beispiel das Zahlenverhältnis der Mädchen zu den Knaben. Ich meine nicht, daß man es als solches einrichten müßte. Man muß das Leben nehmen, wie es ist, aber man muß versuchen, auf solche Dinge doch zu achten. Wenn ich nicht irre, ist in der 4. Klasse die größte Bubenzahl im Verhältnis zu den Mädchen. Nun tritt es mir zutage, daß eine gewisse Physiognomie der Klasse ganz wesentlich davon abhängt, wie das Verhältnis der Buben zu den Mädchen ist. Bei Fräulein Lang ist das Verhältnis anders. Auf solche Dinge muß die Aufmerksamkeit gerichtet werden. Bei Fräulein Lang sind wesentlich weniger Buben als Mädchen. Heute waren es ganz sicher mehr als zweimal so viel Buben, heute waren 25 Buben und 11 Mädchen da.

Als je een verhaal vertelt, behandel je zinnen zo, dat je de ander verder laat gaan. Zulke dingen hebben een bepaalde betekenis, toen ik zei: “Degene die in de middelste rij in de linkerhoek zit, moet doorgaan.’ “De enige die in de hoek zit moet doorgaan!” Je moet dit soort dingen doen waarbij ze moeten opletten, waarbij je de kinderen zover krijgt dat ze altijd meedoen. Te veel koorgespreken zou laksheid in de hand werken. Bij muziek wordt dit bevestigd met betrekking tot schreeuwen. <4>
<5>Wat klas 4 betreft wil ik de aandacht vestigen op het imponderabele. Ik spreek in heel reële termen, in bepaalde spanningstoestanden in de hele klas bestaan er onweegbare dingen. Er is gewoon, bijvoorbeeld de verhouding van het aantal meisjes/jongens. Ik bedoel niet dat je het zo moet inrichten. Je moet het leven nemen zoals het is, maar je moet proberen toch op zulke dingen te letten.
Als ik me niet vergis, heeft de 4e klas het grootste aantal jongens ten opzichte van de meisjes. Nu lijkt het mij dat een bepaalde fysionomie van de klas heel wezenlijk afhankelijk is van de verhouding jongens/meisjes. Bij juffrouw Lang is de verhouding anders. De aandacht moet op zulke dingen worden gericht. Er zijn veel minder jongens dan meisjes bij juffrouw Lang. Vandaag waren er zeker meer dan twee keer zoveel jongens, vandaag waren er 25 jongens en 11 meisjes.

Blz. 142

Das stimmt, was ich sage, von der 4. Klasse. In der 6. Klasse sind 12 Buben und 19 Mädchen. Nicht wahr, das ist etwas, worauf man sehr wohl die Aufmerksamkeit richten muß. Interessant war das in der 5. Klasse, wo es gleich ist, wo heute 25 : 25 waren. (Zu Frl. Dr. von Heydebrand:) Es war außerdem die beste Gelegenheit, weil Sie heute einen interessanten Lehrstoff in die Schule gebracht haben. Das ist die richtige Art, so bringt man Anthroposophie hinein. Diese Sachen sind solche, auf die man die Aufmerksamkeit wenden muß.

Wat ik over de 4e klas zeg, klopt. In de 6e klas zijn er 12 jongens en 19 meisjes. Dat is, niet waar, iets waar je erg op moet letten. Interessant was het in de 5e klas, daar is het gelijk, nu zijn er 25:25. (Aan mevrouw Dr. von Heydebrand:) Het was ook de beste gelegenheid omdat u vandaag interessant lesmateriaal mee naar school bracht. Dat is de juiste manier, zo breng je antroposofie mee. [Hier zou je kunnen denken dat er – door het woordje ‘hinein’ antroposofie de school wordt binnengebracht. Daar was Steiner nu juist zo op tegen. Jammer dat we niet te weten komen, wat von Heydebrand hier meebracht.] Dit zijn dingen we aandacht aan moeten besteden. <5>

X.; Ich glaube, bei den Kindern eine Verwandtschaft zu bemerken zwischen Tiefstimme und phlegmatischem Temperament, Mittelstimme und sanguinischem, Oberstimme und cholerischem. Ist das richtig?

<6> X; Ik denk dat ik een relatie merk tussen een lage stem en een flegmatisch temperament, middenstem een sanguinisch, hoge stem een cholerisch temperament. Klopt dat?


Dr.Steiner: Die beiden anderen stimmen vollständig; das mit der oberen Stimme ist recht merkwürdig. Im ganzen ist es so, daß die unteren Stimmen bei den Phlegmatikern, die mittleren bei den Melancholikern und Sanguinikern sind. Die Sanguiniker sind bei der höchsten Stimme. Das Cholerische verteilt sich über alle drei. Es muß noch irgendein besonderer Grund vorliegen. Würden Sie meinen, daß Tenöre besonders Choleriker sind? Auf der Bühne schon. Das Cholerische verteilt sich überall.

Die andere twee kloppen helemaal; dat met de bovenstem is nogal vreemd. Over het geheel genomen is het zo dat de lagere stemmen bij de flegmatici, de middenstemmen bij de melancholici en sanguinische mensen horen. De sanguinische mensen zitten bij de hoogste stem. De cholerische kant is bij alle drie aanwezig. Er moet nog iets speciaals aan ten grondslag liggen. Zou je  denken dat tenoren bijzonder cholerisch zijn? Op het podium, ja. Het cholerische is overal verdeeld.

X.: Wie kommt es, daß man über das Temperament eines Kindes so verschiedener Meinung sein kann?

X: Hoe kan het dat mensen zulke verschillende meningen kunnen hebben over het temperament van een kind?

Dr. Steiner: Diese Frage wird man nicht mathematisch lösen können. Davon ist keine Rede. Das ist bei der Beurteilung von gewissen Grenzfällen möglich, daß der eine diese, der andere jene Ansicht hat.
Sie brauchen auch nicht mathematisch gelöst zu werden. Da wird es so liegen, daß derjenige, der das Kind sieht, der es so oder so auffaßt, selbst von sich aus die Absicht hat, es so zu behandeln. Schließlich ist die Behandlungsweise etwas, was vom Wechselverhältnis herrührt.
Denken Sie ja nicht, daß man darüber diskutieren soll.

Deze vraag kan niet wiskundig worden opgelost. Dat is geen sprake van. Bij grensgevallen kan het voorkomen dat de ene persoon deze mening heeft en de ander een andere mening.
Ze hoeven ook niet wiskundig opgelost te worden. Het zal zo zijn dat de persoon die het kind ziet, die het op de een of andere manier waarneemt, van zich uit een bedoeling heeft om het zo te behandelen. Eigenlijk is de behandelmethode iets dat voortkomt uit de wederzijdse relatie.
Denkt u niet dat dit iets is waar we over moeten spreken?

Eine weitere Anfrage wegen der Temperamente.

Nog een vraag over temperamenten.

Dr. Steiner: Das cholerische Temperament ist gleich verdrossen und entrüstet sich über alles, was eben seiner Aktivität in die Quere kommt. Wenn es in einem rhythmischen Erleben drinnen ist, ist es entrüstet und ärgerlich, aber auch sonst, wenn es ein anderes Erlebnis ist und es wird gestört, so ist es entrüstet. Das ist, nicht wahr, weil der Rhythmus eben innig verbunden ist mit der ganzen menschlichen Wesenheit. Das ist schon der Fall, daß der Rhythmus mehr als alles andere verbunden ist mit der menschlichen Wesenheit, und daß bei dem Choleriker eine starke Rhythmik zugrunde liegt, die gewöhn-

Het cholerische temperament is onmiddellijk somber en verontwaardigd over alles wat zijn activiteit in de weg staat van. Als het het ritmische ervaart en het wordt daarin verstoord, is het verontwaardigd en boos, maar ook als het om een andere ervaring gaat, is het verontwaardigd. Het is toch zo, dat het ritme nauw verbonden is met de hele mens. Het geval is dat het ritme meer dan al het andere, verbonden is met het menselijk wezen en aan het cholerische ligt een sterke ritmiek ten grondslag waar

Blz. 143

lich an sich etwas defekt ist. Napoleon wird man als Choleriker ansehen können. Bei ihm lag es so, daß sein innerer Rhythmus in sich gedrungen war. Bei Napoleon liegt das vor, daß er von einer Seite her veranlagt war, größer zu wachsen, als er gewachsen ist. Er ist zusammengeschoppt geblieben. Sein Ätherleib war größer als sein physischer Leib. Dadurch wurden seine Organe zusammengeschoppt, alles Rhythmische wurde in sich zusammengeschobener und störte sich fortwährend. Weil ein solches cholerisches Temperament auf dem fortwährenden Verkürzen des Rhythmus beruht, so lebt es in sich darinnen.

gewoonlijk iets mis mee is. Napoleon kan worden beschouwd als een cholerisch persoon. Bij hem zat het zo dat zijn innerlijke ritmisch systeem ineen gedrukt was. Napoleon had enerzijds de aanleg groter te worden dan hij in werkelijkheid is geworden. Hij bleef gedrongen. Zijn etherlijf was groter dan zijn fysieke lichaam. Het gevolg was dat zijn organen over elkaar heen werden gedrukt, dat alles wat ritmisch was, naar elkaar toe werd geschoven en voortdurend werd verstoord. Omdat zo’n cholerisch temperament gebaseerd is op het voortdurend verkorten van het ritme, leeft het daarin.

X.: Kann man davon sprechen, daß in einem solchen Temperament einer von den Sinnen vorherrscht?

X: Kan je zeggen dat bij zo’n temperament één van de zintuigen overheerst ?

Dr. Steiner: Sie werden wahrscheinlich bei einem Choleriker in der Regel finden einen abnorm ausgebildeten Gleichgewichtssinn (Waage) und ihn äußerlich nachweisen können in den Kanälen im Ohr bei der Autopsie. Das Erleben des Rhythmus, Gleichgewichtssinn und Bewegungssinn, Wechselwirkung zwischen beiden, rhythmisches Erleben. Mit dem Gleichgewichtssinn und Bewegungssinn wäre bei einem Sanguiniker (Jungfrau) der Bewegungssinn in der Art vorherrschend. So wie beim Melancholiker (Löwe) der Lebenssinn vorherrscht, beim Phlegmatiker (Krebs) der Tastsinn, physiologisch, weil die Tastkörper in kleinen Fettpolstern eingebettet sind. Das ist physiologisch nachweisbar. Es ist nicht so, als ob die Tastkörperchen den Reiz vermittelten. Dasjenige, was geschieht, ist eine Reflexwirkung, wie wenn man Gummibälle eindrückt und sie wieder zurückgehen. Die Wärzchen sind dazu da, um es dem Ich zu vermitteln, um den Reiz im Ätherleib
auf das Ich zu übertragen. Das ist bei jedem der Sinne der Fall.

Je zal waarschijnlijk in het geval van een cholerisch persoon in de regel vinden, dat er sprake is van een abnormaal ontwikkeld evenwichtsgevoel (weegschaal) en dat extern kunnen aanwijzen in de kanalen in het oor bij autopsie. De ervaring van ritme, evenwichtsgevoel en bewegingsgevoel, de interactie tussen beide, ritmische ervaring. Bij de evenwichtszin en bewegingszin zou dan het gevoel voor beweging bij een sanguinicus (Maagd) overheersend zijn. Net als bij de melancholicus (Leeuw) bij wie de levenszin overheerst, bij de flegmaticus (Kreeft) de tastzin, fysiologisch, omdat de tastlichamen in kleine vetkussentjes zijn ingebed. Dit is fysiologisch verifieerbaar.
Het is niet zo dat de tastlichaampjes de prikkel overbrengen. Wat er gebeurt is een reflexeffect, zoals wanneer je rubberen ballen indrukt en de deuk er weer uitgaat. De wratten zijn er om het over te brengen aan het Ik, om de prikkel in het etherlijf over te brengen naar het Ik. Dit geldt voor elk zintuig.<6>
[Wat nog meer bedoeld zou kunnen zijn met Warze (wrat) weet ik niet]

Es wird berichtet über den Eurythmieunterricht.

<7> Er wordt iets gezegd over de euritmieles

Dr. Steiner: Nun, mit der Eurythmie ist es so, daß die Begeisterung etwas theoretisch wird. Das Eurythmeum steht immer vor Augen.
Aber wir haben immer zu wenig Räume. Wenn wir mehr Toneurythmie machen, dann wäre es erwünscht, jemanden zu haben, der etwas Klavier spielt. So etwas kann sich als eine Notwendigkeit ergeben.
Wir haben jetzt verhältnismäßig wenig Toneurythmie gemacht. In Dornach hat Fräulein X. eine Kindergruppe für Toneurythmie eingerichtet und außerordentlich gute Erfolge erzielt. Etwas kann
bemerkt werden, daß mit Ausnahme der ganz begabten älteren Leute die Kinder leichter Eurythmie lernen und namentlich leichter

Nou, bij euritmie is het zo dat het enthousiasme iets theoretisch wordt. Het Eurythmeum is altijd in zicht. Maar we hebben altijd te weinig ruimte. Als we meer tooneuritmie doen, dan zou het wenselijk zijn om iemand te hebben die piano speelt. Zoiets kan zich voordoen als iets noodzakelijks.
Tot nu toe hebben we relatief weinig tooneuritmie gedaan. In Dornach richtte mejuffrouw X. een kindergroep voor tooneuritmie op en behaalde bijzonder goede resultaten. Opgemerkt kan worden dat, met uitzondering van de zeer begaafde ouderen, de kinderen makkelijker euritmie leren en zich juist makkelijker

Blz. 144

sich zur Grazie ausbilden, so daß tatsächlich die Eurythmie im Unterricht sich als fruchtbar erweist. Während es bei Großen wirklich schwer geht, weil sie sich nicht daran gewöhnen wollen, richtig aufzuspringen, lernen es die Kinder ganz graziös. Die Kinder, die da auftreten, denen gegenüber würde es niemand einfallen, daß er das Spreizen der Beine häßlich findet. Es ist ganz und gar nicht häßlich, aber ich bin überzeugt, daß es auch den Leuten gar nicht auffallen würde.

ontwikkelen tot gratie, zodat euritmie in feite in het onderwijs vruchtbaar blijkt te zijn. Hoewel het voor volwassenen erg moeilijk is omdat ze er niet aan willen wennen,  goed op te springen, leren de kinderen heel sierlijk te springen. Bij de kinderen die dat doen, zou niemand denken dat ze het spreiden van de benen vervelend vinden. Dat is het helemaal niet, maar ik ben ervan overtuigd dat de mensen het niet eens zouden opmerken. <7>

X. berichtet über das Turnen. Einige drücken sich auch.

<8> X. doet verslag van gymnastiek. Sommigen ontwijken het ook.

Dr. Steiner: Nun müßte man konstatieren, ob die Betreffenden sich drücken vom Turnen, oder ob sie sich wegschleichen, um Allotria zu treiben.

Dr. Steiner: Nu zou je moeten vaststellen of de betrokkenen bij de gymnastiek wegblijven, of dat ze wegsluipen om wat kattenkwaad uit te halen.

X.: Der M. T. ist in der Eurythmie geschickt, draußen ungeschickt.

X.: M. T. is goed in euritmie, maar daarbuiten onhandig.

Dr. Steiner: Gerade bei ihm könnte ich mir denken, daß er sich drückt, um etwas anderes zu handhaben.

Vooral bij hem kan ik me voorstellen dat hij zich drukt om iets anders te gaan doen.

X.: Er ist faul.

X: Hij is lui.

Dr. Steiner: Wenn er solchen Schabernack aufführt, da ist er doch sehr fleißig. Er ist ein sehr artiger Knabe.

Als hij zulke grappen uithaalt, is hij toch heel ijverig. Hij is een heel brave jongen.<8>

X.: . . .

Dr. Steiner (über den O. N.): Ich finde das eine gute Eigenschaft, daß er die Schrift nachmacht. Es ist eine Erfahrung, daß bei der Ehe der Mann die Schrift bekommt wie die Frau oder umgekehrt.

(over O. N.): Ik denk dat dat een goede kwaliteit is, dat hij de Schrift navolgt. Het is een ervaring dat bij het huwelijk de man de Schrift ontvangt op dezelfde manier als de vrouw en andersom.
[Uit de context is niet op te maken wat hier met s(S)chrift bedoeld wordt de Bijbel?]

Es wird berichtet über Gartenarbeit und Handwerk. Über Schwierigkeiten mit einzelnen Kindern; sie sind unsozial und träge und mögen einander nicht helfen.

<9> Er wordt verslag gedaan over tuinieren en handenarbeid. Over moeilijkheden met individuele kinderen; ze zijn antisociaal en lui en helpen elkaar niet graag.

Dr. Steiner: Sind es viele? Nicht wahr, etwas anderes kann man kaum machen, als diejenigen, die so sind, zusammenspannen, daß man ihnen ein bestimmtes Gebiet anweist, daß man sie veranlaßt, sich zu schämen, wenn sie nichts fertig kriegen. Etwas, wo die Fertigstellung sichtbar wird, wo sie sich schämen, wenn nur ein Viertel gemacht ist. Nicht das Moment des Ehrgeizes! Was ich sagte, rechnet nicht mit dem Ehrgeiz, sondern mit dem Schämen. Dann könnte man noch eine Kommission ernennen, die im Beisein der Kinder das anschaut und das Mißfallen ausdrückt. Ich glaube doch, wenn Frau Molt ernannt wird, die Sache anzuschauen, und Herr Hahn, dann wird sich auch M. T. entschließen zu arbeiten, um nicht das Mißfallen zu erregen. Ein Ausweg wäre, daß man diese Kinder zusam-

Zijn er veel? Je kan toch niet veel anders doen dan degenen die zo zijn, die zo samenspannen, iets specifieks toewijst, dat je ze redenen geeft om zich te schamen als ze niets voor elkaar krijgen. Iets waar de voltooiing zichtbaar wordt, waar ze zich schamen als er maar een kwart is gemaakt. Niet het moment van ambitie! Wat ik zei gaat niet over ambitie, maar over schaamte. Dan zou je nog een [er staat commissie, ik denk aan een groepje] kunnen benoemen die in het bijzijn van de kinderen ernaar kijkt en hun ongenoegen erover uitspreekt. Ik geloof dat als  mevrouw Molt wordt aangesteld om de zaak te onderzoeken, en de heer Hahn, M. T.  er ook wel voor zal kiezen om te werken, om geen ongenoegen op te wekken. Een oplossing zou zijn om deze kinderen bij elkaar te brengen

Blz. 145

menspannt und beim Unterricht in seine Nähe nimmt. Aber das ist schwer durchführbar. Sie müssen dazu getrieben werden, sich zu schämen, wenn sie es nicht fertig kriegen. Ehrgeiz würde ich nicht aufstacheln, aber das Schamgefühl.

en dicht bij hen tijdens de lessen in de buurt te blijven. Maar dat is moeilijk uitvoerbaar. Ze moeten ertoe gebracht worden zich te schamen als ze het niet afmaken. Niet de ambitie zou ik oproepen, maar het gevoel van schaamte. <9>

X. fragt, ob nicht eine Buchbinderei eingerichtet werden könnte?

<10> X. vraagt ​​of er een boekbindwerkplaats zou kunnen worden ingericht?

Ob es sich mit der Schule vereinigen läßt? Buchbinderei wäre etwas, was in den Fortbildungsschulplan hineinfallen könnte. Probeweise könnte es im Einbinden der Bücher bestehen. Ist jemand unter Ihnen, der einen solchen Fortbildungsschulkurs übernehmen könnte? Einer oder zwei, denn die Buchbinderei ist etwas, was wirklich kunstgewerblich ausgebildet werden kann. Wir haben keinen rechten Übergang von den alten schönen Bänden, die nach und nach weggefallen sind, zu den ganz philiströsen Bänden. Und das, was nun neuerdings versucht wird, das sind zumeist kunstgewerbliche Koketterien. Da irgend etwas Kunstgewerbliches zu leisten, das ist immerhin reizvoll. Was wird heute gemacht an Büchern, die keine Bücher sind! Man müßte wieder die Bücher als Bücher machen. Das würde eben in den Rahmen der Fortbildungsschule, des Kunstgewerblichen hineinfallen. An sich ist es eine einfache Arbeit, aber gerade in dieser Beziehung wird man ja etwas machen. Das Technische muß man natürlich gut können. Da würde es etwas zu verbessern geben. Ich meine, wenn es bis zur Goldpressung geht, da gibt es manches zu verbessern. Was gelernt werden muß, das ist verhältnismäßig einfach. Das ist Übung.

Is het te combineren met school? Boekbinden zou iets kunnen zijn dat in het leerplan voor de vervolgopleiding zou kunnen worden opgenomen.
Op proefbasis kan het bestaan ​​uit het inbinden van de boeken. Is er iemand onder u die zo’n vervolgcursus op zich zou kunnen nemen? Een of twee, want boekbinden is iets wat je echt kunt aanleren als een kunst- en ambachtelijke activiteit. Wij hebben geen echte overgang van de oude prachtige banden die geleidelijk zijn verdwenen, naar de meest filisterachtige banden. En wat nu de laatste tijd wordt geprobeerd is vooral een vorm van koketterie in de stijl van kunstnijverheid. Het is zeker aantrekkelijk om daar iets artistieks te doen. Wat wordt er tegenwoordig aan boeken gemaakt die geen boeken zijn? Men zou weer boeken als boeken moeten maken. Dat zou binnen het kader van de voortgezette opleidingsschool, van de kunstnijverheid vallen. Op zich is het een eenvoudig werk, maar vooral in dit opzicht wordt er dan iets gedaan. Natuurlijk moet je het technische goed beheersen. Daar zou nog wel iets te verbeteren zijn. Ik bedoel, als het tot aan gouddruk gaat, valt er nog veel te verbeteren. Wat er geleerd moet worden, is relatief eenvoudig. Dit is oefenen.

X.: Ich weiß nicht, ob ich es noch übernehmen kann.

X: Ik weet niet of ik het nog aankan.

Dr. Steiner: Es ist eine Frage, die im Zusammenhang mit dem Fortbildungsschulwesen behandelt werden müßte.

Het is een vraag die samenhangend met de voortgezette opleiding behandeld moet worden.

X.: Soll ich deshalb einige Stunden abgeben in meiner Klasse?

X: Moet ik dan een aantal lessen uit mijn klas opgeven?

Dr. Steiner: Dann kommen wir ins Fachlehrersystem hinein. Das muß umgangen werden, solange wir nur irgend können, wenn irgendein Mann da ist, und wenn es richtig angefaßt wird, daß es geht.

Dan komen we in het systeem van gespecialiseerde leraren. Dat moet zo lang mogelijk vermeden worden; als er maar iemand is en als het op de juiste manier wordt aangepakt, zodat het gaat.

X.; Zwei Stunden in der Woche sind im Handarbeiten zu wenig. Könnten die
Stunden nicht vermehrt werden?

X; Voor handenarbeid zijn twee uur per week niet genoeg. Zouden er niet meer uren bij kunnen?

Dr. Steiner: Ich habe gesehen beim Handarbeitsunterricht, daß viel Geschicklichkeit da ist. Sobald der Waldorfschulverein viele Millionen bringt, können wir viele Zimmer haben und viele Lehrer anstellen. Ja, aber mehr Zeit können wir kaum dazu verwenden. Das

Ik zag in de werklessen dat er veel vaardigheid aanwezig is. Zodra de Waldorf Schoolvereniging vele miljoenen binnenhaalt, kunnen we over veel lokalen beschikken en veel leerkrachten in dienst nemen. Maar we kunnen er moeilijk meer tijd aan besteden. Het

Blz. 146

andere muß erreicht werden durch Teilung der Klassen. Es ist wohl genügend, zwei Stunden in der Woche. Wir müssen die Klasse teilen, und das ist dann bloß eine Stunde.

andere moet worden bereikt door de klassen te splitsen. Twee uur in de week is wel genoeg. We moeten de klas splitsen en dat is dan slechts een uur.

X.; Soll man Mädchen und Knaben getrennt nehmen?

X; Moeten meisjes en jongens apart genomen worden?

Dr. Steiner: Das würde ich nicht tun, lieber nicht mit dem Auseinanderschälen anfangen. Aber Sie lassen doch die Knaben auch andere Handarbeit verrichten als Stricken? Das gilt auch für die Mädchen. Ja, aber trotzdem würde ich es nicht tun; Knaben und Mädchen trennen, das sollten wir nicht anfangen. Da muß man aus einem anderen Prinzip abhelfen.

Dat zou ik niet doen, ik ga ze liever niet uit elkaar halen. Maar u laat de jongens toch ook andere dingen doen dan breien? Dit geldt ook voor de meisjes. Ja, maar toch zou ik jongens en meisjes niet gaan scheiden, daar moeten we niet aan beginnen. Het moet door iets anders worden verholpen.<10>

X.: Soll die Vorklasse den Charakter eines Kindergartens haben?

<11> X: Moet de voorbereidende klas het karakter van een kleuterklas hebben?

Dr. Steiner: Dort sind die Kinder, die noch nicht die Schule begonnen haben. Wir können nicht irgendwelche Lernfächer bringen. Man soll sie so beschäftigen, daß sie spielen; nicht wahr, gewisse Spiele müssen da sein. Man kann auch etwas in der Form, in der es nicht zum Lernen gehört, erzählen. Aber auch da nicht die Schulanforderungen stellen, nicht darauf sehen, daß unbedingt alles nacherzählt werden muß. Ein eigentliches Lehrziel scheint mir gar nicht nötig zu sein, sondern man versucht herauszukriegen, womit man die Kinder am besten beschäftigen kann. Man braucht kein Lehrziel. Es wird sich darum handeln, daß man Spiele treibt, etwas erzählt, kleine Rätsel löst.

Er zijn daar kinderen die nog niet naar school gaan. We kunnen niet zomaar elk vak onderwijzen. Man moet ze laten spelen; er moeten bepaalde spelmogelijkheden zijn. Je kunt ook iets in een vorm vertellen waarin het niet gaat om te leren. Maar stel ook daar geen schooleisen aan, het hoeft beslist niet zo dat alles naverteld moet worden. Een concrete leerdoelstelling lijkt mij helemaal niet nodig, maar probeer uit te vinden wat je de kinderen het beste kan laten doen. Je hebt geen leerdoel nodig. Het gaat erom dat je speelt, iets vertelt, kleine raadsels [probleempjes, vraagstukjes? ] oplost.

Auch das würde ich nicht pedantisch begrenzen. Ich würde sie behalten, solange die Eltern sie abgenommen haben wollen. Ja, wenn wir könnten, könnten wir sie auch den ganzen Tag haben. Wenn es geht, warum nicht? Eurythmie können Sie auch versuchen, sie dürfen nur nicht verdorben werden. Sie dürfen auch durch sonst nichts verdorben werden. Ich sagte ja, dabei handelt es sich im wesentlichen darum, daß man die Kinder bemuttert, nicht Fröbelei treibt. Sie wollen ganz gewiß nichts schulmäßig Bestimmtes tun, da kann man das mit ihnen tun, was sie wollen.
Dies ist die Konfiguration beim Spielen: Ein Kind, das gewisse Formen des Spielens zeigt, zeigt dieselbe Form dann in der Art und Weise, wie sich der Mensch ins Leben findet. Ein Kind, das langsam spielt, wird in den Zwanzigerjahren langsam sein und langsam denken in all dem, was im Leben zusammengefaßt wird als Lebenserfahrung. Ein Kind, das oberflächlich ist im Spielen, wird auch später oberflächlich werden. Ein Kind, das sagt, ich will mein Spielzeug zer-

Ik zou dat ook niet belerend beperken. Ik zou ze houden zolang de ouders dat willen. Ja, als we konden, zouden we ze de hele dag kunnen houden. Als dat zou kunnen, waarom niet? Je kan ook euritmie proberen, ze moeten alleen
niet verwend worden. Ze mogen ook door niets anders verwend [verpest?] worden. Ik zei het al, het gaat er in wezen om dat de kinderen bemoederd moeten worden, geen gefröbel. Ze willen zeker niets schoolachtigs doen, dus je kunt met ze doen wat zij willen.
Dit is de configuratie van spel: Een kind dat bepaalde vormen van spel laat zien, laat vervolgens dezelfde vorm zien in de manier waarop de persoon zijn weg in het leven vindt. Een kind dat langzaam speelt, zal traag zijn in de twintiger jaren en traag denken in alles wat samengevat wordt in het leven als levenservaring.
Een kind dat oppervlakkig speelt, zal later ook oppervlakkig worden. Een kind dat zegt: Ik wil mijn speelgoed kapotmaken,

Blz. 147

schmeißen, weil ich sehen will, wie es innen ausschaut, das wird ein Philosoph werden. Das ist die Art des Denkens in der Beherrschung des Lebens.
Ja, gewiß, man kann im Spiel sehr vieles tun. Man kann ein Kind, das Neigung hat zum langsamen Spielen, veranlassen, schneller zu spielen. Man gibt ihm eben solche Spiele, wo einige Schnelligkeit notwendig ist.

omdat ik wil zien hoe het er van binnen uitziet, die zal filosoof worden. Dat is de manier van denken bij het beheersen van het leven.
Ja, natuurlijk kun je veel doen met spel. Je kan een kind dat de neiging heeft om traag te zijn bij ’t spelen, sneller laten spelen. Je geeft hem spelletjes waarbij enige snelheid nodig is. 

Es wird nach Chorsprechen gefragt.

Er wordt gevraagd naar spreken in koor.

Dr. Steiner: Man kann es schon machen. — Märchen können auch erzählt werden. Es gibt sehr viele Märchen, die man den Sechsjährigen nicht vorsetzen kann. Damit meine ich nicht das, was der Verein für Ethische Kultur ausmerzt, sondern weil es kompliziert ist. Die Kleinen würde ich noch nicht nacherzählen lassen. Wenn sie aber selbst etwas erzählen wollen, dann anhören. Das ist etwas, was man abwarten muß.

Dat kan. – Sprookjes kunnen ook verteld worden. Er zijn veel sprookjes die je niet aan zesjarigen kan vertellen. Ik heb het niet over wat de Vereniging voor Ethische Cultuur wil uitroeien, maar omdat het ingewikkeld is. De kleintjes nog niet laten navertellen. Maar als ze zelf iets willen vertellen, luister er dan naar. Dat is iets wat je moet afwachten. <11>

Es wird nach den Zeugnissen gefragt.

<12> Er wordt naar de getuigschriften gevraagd.

Dr. Steiner: Wir sprachen schon einmal darüber. Man müßte schon einzelnes hervorzuheben versuchen, aber nicht in pedantischer Weise. Man müßte versuchen, vielleicht doch am Anfang nur die Personalien zu haben, und dann für jedes Kind zu individualisieren. Daß man zum Beispiel schreibt: ,,E. liest gut, erzählt anregend”, und so, daß man sich selbst den Text bildet. Einen Satz, der frei gegeben ist und in dem man das unterstreicht, was sonst als einzelne Fächer gegeben ist. Vielleicht ist es notwendig, alle Fächer anzuführen, vielleicht nicht. Ich würde das Zeugnis so drucken, daß es nur einen Kopf hat: ,,Freie Waldorfschule, Jahreszeugnis des Schülers . . .” und in der Mitte Platz, daß man schreiben kann. Jeder wird nach seinem Genius den Schüler charakterisieren. Wenn mehr Lehrer in Betracht kommen, muß jeder einschreiben. Aber es wäre wünschenswert, daß sich die einzelnen Aussagen nicht allzu stark widersprechen; wenn der eine sagt: ,,Er liest ausgezeichnet”, der andere auch etwas sagt, was dem entspricht. Nicht wahr, es fängt einer an, den Schüler zu charakterisieren, derjenige, der sein Klassenlehrer ist. Die anderen schließen sich an. Es kann nicht gut der Klassenlehrer schreiben: ,,Es ist ein ausgezeichneter Junge”, und dann schreibt jemand anderes: „Das ist ein kleines Scheusal.” Das muß man schon verschmelzen.

We hebben het hier al eerder over gehad. Je zou individuele punten moeten benadrukken, maar niet op een belerende manier. Misschien moeten we proberen te beginnen met alleen wat we kunnen weten over de persoon en dat dan individualiseren voor elk kind. Bijvoorbeeld door te schrijven: “E. leest goed, vertelt animerend”, zodat je zelf de tekst vormt. Een zin die vrij wordt geformuleerd en waarin je duidelijk aangeeft wat zoal aan vakken wordt gegeven.
Misschien is het nodig om alle vakken op te sommen, misschien ook niet. Ik zou het getuigschrift zo drukken dat het slechts één kop heeft: “Vrijeschool, getuigschrift van de leerling . . .” en in het midden ruimte om te schrijven.
Iedereen moet de leerling karakteriseren naar zijn bijzondere aard. Als meer leraren in aanmerking komen, moet iedereen schrijven. Maar het
zou wenselijk zijn dat de individuele uitspraken elkaar niet te sterk tegenspreken; als de een zegt “Hij leest uitstekend”, de ander ook iets dat daarmee in overeenstemming. Iemand begint met de leerling te karakteriseren, zijn klassenleraar. De anderen sluiten aan. Het kan niet zo zijn dat de klassenleraar schrijft: “Hij is een uitstekende jongen”, en dan iemand anders: “Hij is een ondeugd”. Je moet wel samengaan.

Es wird gefragt nach dem Zeugnis der Religionslehrer der Konfessionen.

Er wordt gevraagd naar het getuigschrift van de godsdienstleraren van de verschillende godsdiensten.

Blz. 148

Dr. Steiner: Der muß auch seinen Senf dazu schreiben, der Religionslehrer, das muß schon auch ebenso sein. Hier werden sich die Herren disziplinieren müssen. Sie müssen sich darauf einlassen, sonst können sie nichts schreiben.

Hij moet ook zijn steentje bijdragen, de godsdienstleraar, dat moet ook. Hier zullen de heren zichzelf wat discipline op moeten leggen. Ze moeten zich er wel op instellen, anders kunnen ze niets schrijven.

X.: Ist eine Kontrolle nötig, daß die Zeugnisse vorgezeigt werden?

X.: Is het nodig om te controleren of ze de getuigschriften laten zien?

Dr. Steiner: Ich würde einfach die Einführung machen, daß die Eltern, welche wünschen, daß ihre Kinder wieder aufgenommen werden sollen, ihren Namen unter das Zeugnis des vorigen Jahres setzen mögen. Wenn sie nicht mehr kommen, brauchen wir darüber keine Vorschrift zu machen. Wenn sie wiederkommen wollen, sollen die Eltern den Namen daruntersetzen.
Es ist ja gegangen ohne Zwischenzeugnis. Ist das verlangt worden von den Eltern, ein Zwischenzeugnis?
Ja, das Kind meldet sich und bringt das Zeugnis, bekommt es am Ende des Jahres wieder, wenn es schon ein Heft ist. Gewiß kann es ein Heft sein, perforiert. Nehmen Sie an, ein Kind ist anfangs schlecht, man muß ihm Tadel hineinschreiben, und es wird dann später besser, dann hat es vielleicht ein Interesse daran, die vorhergehenden Zeugnisse wegzunehmen: also perforiert.

Ik zou gewoon de regel willen invoeren dat ouders die willen dat hun kinderen opnieuw worden toegelaten, hun naam onder het getuigschrift van het vorige jaar moeten zetten. Als ze niet terugkomen, hoeven we daar geen regel voor te maken. Als ze terug willen komen, moeten de ouders hun naam eronder zetten. Het is zonder tussentijdsrapport gegaan. Hebben de ouders om een tussenrapport gevraagd?
Dan moet het kind zich melden en het getuigschrift brengen;  het krijgt het terug aan het einde van het jaar, als het al een schrift is. Het kan zeker een geperforeerd boekje zijn. Stel dat een kind slecht is aan het begin, dan moet je er berispingen in schrijven, en dan wordt het later beter, dan kan het er belang bij hebben om de vorige rapportering eruit te halen: met andere woorden, geperforeerd.

Da kann man ja etwas, was nicht ganz lobend ist, schreiben. Sie können nicht diesen beiden Kindern das Zeugnis ausstellen, daß sie ausgezeichnet schreiben, aber man kann es schon so fassen, indem man, ohne zu zensieren, charakterisiert, wie weit das Kind im Schreiben ist. Bei dieser kleinen M , da würde ich schreiben: „Hat es noch nicht weiter gebracht, als zum mühsamen Nachschreiben einfacher Worte, wobei das Kind sehr häufig unnötige Striche an die Buchstaben anfügt.” Die Kinder charakterisieren!

Je kan iets schrijven dat niet helemaal complimenteus is. Je kan deze twee kinderen geen getuigschrift geven met daarin dat ze uitstekend schrijven, maar je kan wel beschrijven, zonder de prestatie te beoordelen, hoe ver het kind is gekomen met schrijven. Voor deze kleine M zou ik schrijven: “Is niet verder gekomen dan het moeizaam naschrijven van simpele woorden, waarbij hij vaak onnodige streepjes aan de letters toevoegt.” Karakteriseer de kinderen!

Auf eine weitere Frage:

Op een andere vraag:

Dr. Steiner: Dann ist eben das Kind sitzengeblieben. Ich würde nur unterscheiden solche, die mitkommen, und solche, bei denen man bestimmt: wenn das Kind wiederkommt, kommt es in die Hilfsklasse. Dieses Sitzenbleibenlassen, das würde ich gar nicht einführen wollen. Es handelt sich bei beiden um Kinder, die bald nach Weihnachten gekommen sind. Nicht wahr, jetzt, nachdem wir die Hilfsklasse eingeführt haben, jetzt haben wir die Möglichkeit, Kinder, die ganz und gar nicht versprechen, mit dem Lehrziel zurechtzukommen, in die Hilfsklasse zu geben, zum Beispiel Schwachsinnige. Für die anderen ist es nicht gut, dieses Sitzenbleiben einzuführen. Das hätte gemacht werden müssen, als das Kind eintrat. Es wäre doch

<13> Dan is het kind gewoon blijven zitten. Ik zou alleen onderscheid maken tussen degenen die het volhouden en degenen voor wie is besloten dat het kind, als het terugkomt, in de speciale klas wordt geplaatst. Ik zou deze praktijk van een jaar blijven zitten helemaal niet willen invoeren. Beide kinderen zijn kort na Kerstmis gekomen. Nu we de speciale klas hebben ingevoerd, hebben we de mogelijkheid om kinderen die absoluut geen belofte tonen om de leerdoelen te halen, bijvoorbeeld verstandelijk gehandicapte kinderen, in de speciale klas te plaatsen. Voor de anderen is het niet goed om deze praktijk van een jaar te blijven zitten in te voeren. Dat had al moeten gebeuren toen het kind op school kwam. Het zou

Blz. 149

schön, wenn wir das Prinzip des Sitzenbleibens nicht kultivieren würden. Ich sehe nicht ein, nach welchem Gesichtspunkt es geschehen soll. In Ihrer Klasse sind Kandidaten des Sitzenbleibens außer diesen zweien, die in die Hilfsklasse kommen können, höchstens drei, und die müßte man im Grunde genommen mitschleppen können, indem man sie nicht mordsmäßig lobt, auch nicht tadelt, aber sagt, es ist das Lehrziel nicht gänzlich erreicht. Wir wären verpflichtet gewesen, das Kind in die richtige Klasse zu versetzen bei der Aufnahme. Jetzt ist es nicht schlau, wenn wir das Kind sitzen lassen.
Es wäre wichtig, sich über die H. auszusprechen, wie man das später behandeln will. Man müßte sie in die 3. Klasse stecken; wenn es so ausgesprochen ist, dann müßte sie in die Klasse kommen, in die sie kommen kann. Aber im ganzen sollten wir nicht Kinder das ganze Jahr behalten, namentlich solche, die aus fremden Schulen kommen, und dann sitzenbleiben lassen. Nun sind sie aber schon darinnen. Es sind ja nicht so ausgesprochen schlechte Kinder da, die muß man in diesen einzelnen Fällen mitnehmen und später niemals wieder ein Kind hineinnehmen in eine Klasse, die zu hoch ist.

toch mooi zijn als we het principe van het blijven zitten niet zouden cultiveren. Ik zie niet in waarom dat zou moeten. In uw klas zitten, afgezien van deze twee die in de bijlesklas geplaatst kunnen worden, maximaal drie kandidaten voor het blijven zitten, en je zou ze in principe mee moeten kunnen nemen door ze niet overdreven te prijzen of te berispen, maar door te zeggen dat het leerdoel niet volledig is bereikt. We zouden verplicht zijn geweest om het kind bij toelating in de juiste klas te plaatsen. Het is niet verstandig om het kind nu in de steek te laten.
Het zou belangrijk zijn om te bespreken hoe we later met H. willen omgaan. Ze zou in klas 3 geplaatst moeten worden; als dat zo besloten wordt, dan zou ze in de klas moeten worden geplaatst waar ze in kan. Maar over het algemeen zouden we kinderen niet het hele jaar moeten houden, vooral niet degenen die van andere scholen komen, en ze dan een klas laten overdoen. Maar nu zitten ze al in die klas. Het zijn geen bijzonder slechte leerlingen; we moeten ze in deze individuele gevallen meenemen en nooit meer een kind in een te hoge klas plaatsen.

X.: In welche Klasse soll man Kinder von anderen Schulen einreihen? Soll man sich an das Lebensalter halten oder ausgleichen?

X. In welke klas moeten kinderen van andere scholen worden geplaatst? Moeten we onze beslissingen baseren op leeftijd of de tegenstellingen wegwerken?

Dr. Steiner: Nicht wahr, in der Zukunft, wenn wir die Kinder vom sechsten Jahr bekommen und alle Klassen durch haben, dann kann ja das nicht vorkommen. Die müssen wir versuchen, in die Klasse zu setzen, für die sie taugen, sowohl dem Lebensalter nach, als nach dem, was sie können.

In de toekomst, wanneer we de kinderen vanaf 6 jaar krijgen en alle klassen hebben, kan dat niet meer. We moeten proberen ze in de klas te plaatsen waar ze geschikt voor zijn, zowel qua leeftijd als qua vaardigheden.

Es wird gefragt, ob ein Kind in die Hilfsklasse abgegeben werden sollte.

De vraag is of een kind in een speciale klas moet worden geplaatst.

Dr. Steiner: Ich glaube nicht, daß es möglich ist. Gerade in der 1. Klasse sollten Sie nicht zu weit gehen im Absondern zur Hilfsklasse. Ich habe es ja gesehen, das ist richtig, aber auf der anderen Seite ist ja noch nicht so furchtbar viel verloren, wenn ein Kind in der 1. Klasse noch schlecht schreibt..Nicht wahr, alle Kinder dieser Art werden, wenn man es durchführen könnte, natürlich unendlich viel gewinnen, wenn man solche Übungen mit ihnen macht, wie ich sie dazumal inauguriert habe.
Wenn man sie so etwas machen läßt (Dr. Steiner zeigt eine Übung): Reich die rechte Hand über den Kopf und ergreife dein linkes Ohr. —
Oder wenn man solche Sachen zeichnen läßt, eine Spirale, die nach innen verläuft, eine Spirale, die rechts verläuft, und eine Spirale, die links verläuft, so gewinnen sie sehr viel. Solche Übungen, durch die sich die Kinder ins Denken hineinstellen müssen.

Ik denk niet dat het mogelijk is. Vooral in klas 1 moet je niet te ver gaan met het scheiden van kinderen in een speciale klas. Ik heb het gezien, en het is goed, maar aan de andere kant is er nog niet zoveel verloren als een kind in klas 1 nog steeds slecht schrijft. Is het niet zo dat alle kinderen van dit type, als het zou kunnen natuurlijk, oneindig veel zouden winnen als je oefeningen met ze doet zoals ik die destijds heb geïntroduceerd? <13>
<14> Als je ze zoiets laat doen (Dr. Steiner demonstreert een oefening): Strek je rechterhand boven je hoofd en pak je linkeroor vast. –
Of als je ze dingen laat tekenen zoals deze: een spiraal die naar binnen loopt, een spiraal die naar rechts loopt en een spiraal die naar links loopt, dan leren ze er enorm veel van. Van die oefeningen, waarbij de kinderen moeten nadenken.

Blz. 150

Dann das Schreiben: es sind einige, die sehr schlecht schreiben, und es gibt eine ganze Menge, die erstklassig sind. Die Kinder werden nicht viel davon haben, wenn Sie sie anhalten, daß sie durch die Verbesserung der Schrift besser schreiben lernen. Finger geschickt machen! Dann lernen sie besser schreiben.
Ich glaube nicht, daß Sie es zuwege bringen, eine schlechte Schrift durch die Bemühungen nach dem besseren Schreiben besser zu machen. Sie müssen Bemühungen machen, daß die Kinder geschickter werden im Zeichnen von Formen. Wenn sie Klavier spielen würden, würden sie besser schreiben lernen. Es ist durchaus ein richtiges Apercu, daß dieses eigentliche schlechte Schreiben auftritt erst in der Zeit, wo die Spielsachen der Kinder so außerordentlich materialistisch geworden sind. Es ist geradezu empörend, daß ein großer Teil der Spielsachen in Baukästen besteht. Der dürfte überhaupt kein Spielzeug sein, weil er atomistisch ist. Wenn das Kind eine einfache Schmiede hat, so muß das darauf ausgehen, daß das Kind sie handhaben muß. Ich möchte für ein Kind ein Spielzeug haben, das sich bewegt. Das steht in der „Erziehung des Kindes”. Die Spielzeuge heute sind furchtbar schlecht, und daher lernen die Kinder nicht mehr Fingergeschicklichkeit und können schlecht schreiben.

Dan nog het schrijven: er zijn er een paar die heel slecht schrijven, en er zijn er een heleboel die het uitstekend doen. Kinderen hebben er weinig baat bij als je ze aanmoedigt om beter te leren schrijven door hun handschrift te verbeteren. Maak hun vingers behendig! Dan leren ze beter schrijven. Ik geloof niet dat je een slecht handschrift kunt verbeteren door ernaar te streven beter te schrijven. Je moet ernaar streven om kinderen bekwamer te maken in het tekenen van vormen. Als ze piano zouden spelen, zouden ze beter leren schrijven. Het is een waar inzicht dat dit daadwerkelijke slechte schrijven alleen voorkomt in een tijdperk waarin kinderspeelgoed zo buitengewoon materialistisch is geworden. Het is ronduit om uit je vel te springen dat een groot deel van het speelgoed uit blokkendozen bestaat. Dit zou helemaal geen speelgoed moeten zijn, omdat het atomistisch is. Als een kind een simpele smidse heeft, moet dat zijn omdat het kind ermee moet omgaan. Ik zou willen dat een kind een stuk speelgoed heeft dat beweegt. Dit staat in “De opvoeding van het kind”. Het speelgoed van tegenwoordig is ronduit slecht, waardoor kinderen vaardige vingers meer krijgen en dan schrijven ze slecht.

Es würde ja genügen, wenn man solche Kinder — man kann es in der Schule nicht machen —, die schlecht mit der Hand schreiben, anhalten würde, ganz einfache Formen mit den Füßen zu machen. Das wirkt auf die Hand zurück. Mit den Füßen kleine Kreise zeichnen. Halbkreise, Dreiecke. Daß sie zwischen eine Zehe und die nächste einen Bleistift kriegen und Kreise machen müssen. Man kann es nicht leicht machen. Das ist sehr interessant. Es eignet sich schwierig an, aber es ist sehr interessant zu machen. Im Sande draußen würde ich es als ganz gut betrachten, mit den Zehen mit einem Stock Figuren in den Sand hinein machen zu lassen, das wirkt auf die Hand ungeheuer stark zurück. Oder ein Kind etwas aufheben lassen mit dem Fuße; ein Taschentuch mit dem Fuß aufheben statt mit der Hand, das wirkt sehr stark. Ich will nicht sagen, daß sie essen müssen mit den Füßen.
Aber, nicht wahr, man darf es nicht systematisch machen. Man muß versuchen, nicht direkt auf die Schriftverbesserung zu sehen, sondern sie geschickt zu machen im Zeichnen von Kunstformen. Symmetrie herauskriegen in einer komplizierten Form. (Zu Herrn Baumann:) Taktschlagen, das ist eine gute Sache für die Ausbildung der Verstandesformen und logischen Formen.

Het zou voldoende zijn als je kinderen die slecht met de hand schrijven zou aanmoedigen om heel simpele vormen met hun voeten te maken – je kan dat op school niet doen. [het is niet duidelijk waarom niet – het levert geen enkel probleem opDat heeft een werkend effect op de hand. Kleine cirkels tekenen met de voeten. Halve cirkels, driehoeken. Een potlood tussen de ene en de andere teen zetten en dan cirkels moeten tekenen. Dat is niet makkelijk te doen. Het is heel interessant. Het is moeilijk om te leren, maar het is heel interessant om te doen. Buiten in het zand zou ik het heel goed vinden om ze met hun tenen en een stokje vormen in het zand te laten maken; dat heeft een enorm sterk effect op de hand. Of een kind iets met zijn voet laten oppakken; een zakdoek met zijn voet in plaats van met zijn hand oppakken; dat heeft een heel sterk effect. Ik wil niet zeggen dat ze met hun voeten moeten eten.
Maar weet je, je kunt het niet systematisch doen. Je moet
proberen je niet direct te richten op het verbeteren van het handschrift, maar eerder op het ontwikkelen van vaardigheid in het tekenen van artistieke vormen. Symmetrie bepalen in een complexe vorm. (Tegen meneer Baumann:) Maat slaan is goed voor de ontwikkeling van het verstand en de logica. <14>

X. fragt wegen linkshändigen Schreibens.

<15> X vraagt ​​naar linkshandig schrijven.

Blz. 151

Dr. Steiner: Ja, im ganzen wird man finden, daß diejenigen Kinder, die spirituelle Anlagen haben, unbehindert schreiben können, wie sie wollen, links und rechts. Aber Kinder, die materialistisch sind, die werden vom Schreiben mit beiden Händen idiotisch. Einen gewissen Grund hat es schon, daß die Rechtshändigkeit auftritt. Es ist so, daß Kinder in diesem materialistischen Zeitalter durch die Linkshändigkeit idiotisch werden, wenn beide Hände abwechselnd gebraucht werden. Das ist unter Umständen eine nicht unbedenkliche Sache bei all den Dingen, die Verstand in sich haben; beim Zeichnen gar nicht. Zeichnen kann man sie ganz gut lassen mit beiden Händen.

Ja, over het algemeen zul je zien dat kinderen die spirituele gaven hebben, vrij kunnen schrijven, zoals ze willen, links of rechts. Maar materialistische kinderen raken van slag door met beide handen te schrijven. Er is een bepaalde reden waarom rechtshandigheid voorkomt. Het is waar dat kinderen in deze materialistische tijd van slag raken door linkshandigheid wanneer beide handen afwisselend worden gebruikt. Dit is onder bepaalde omstandigheden niet zonder problemen, bij alle dingen die met de rede te maken hebben; helemaal niet bij tekenen. Je kunt ze prima met beide handen laten tekenen. <15>

Es wird gefragt, ob man auch Märchen erzählen kann, in denen blutige Dinge
vorkommen.

<16> De vraag is of je ook sprookjes kunt vertellen waarin bloedige dingen voorkomen.

Dr. Steiner: Wenn das Märchen so wäre, daß die Absicht vorliegt, daß das Blut als Blut wirkt, dann wäre es unkünstlerisch. Bei Märchen kann nur entscheiden, daß es ein geschmackvolles Märchen ist. Da kann es nicht schaden, wenn auch Blut darin ist. Ich habe einer Mutter gesagt, wenn man es absolut vermeiden will, den Kindern von Blut zu reden im Märchen, so verzärtelt man sie so, daß sie später bei einem Blutstropfen in Ohnmacht fallen. Das ist eine Schädlichkeit fürs Leben. Man soll die Kinder nicht untüchtig machen fürs Leben dadurch, daß man einen solchen Grundsatz aufstellt.

Als het sprookje zo zou zijn dat het de bedoeling was dat het bloed als bloed zou verschijnen, dan zou het onartistiek zijn. Bij sprookjes kan alleen de vraag doorslaggevend zijn of het een smaakvol sprookje is. Het kan geen kwaad als er bloed in zit. Ik zei ooit tegen een moeder: als je absoluut wil vermijden in het sprookje bloed te noemen, verwen je de kinderen zo erg dat ze later flauwvallen bij het zien van zelfs maar een druppel bloed. Dat is schadelijk voor het leven. Je moet kinderen niet ongeschikt maken voor het leven door zo’n principe te hanteren. <16>

Es wird gefragt wegen der L. G. in der 3. Klasse, die nervös ist und stottert.

De vraag gaat over L.G. in groep 3, die nerveus is en stottert.

Dr. Steiner: Abhelfen würde es nur, wenn Sie versuchen würden, Übungen zu machen, ich weiß nicht, ob unter unseren Übungssätzen solche sind, mit K und P; die müßte man sie machen und dabei gehen
lassen, und dann könnte sie auch diese Sätze sprechen. Wenn sie in der Eurythmie auch K und P machen würde, wäre es auch gut. Aber solche Dinge sind nicht seriös zu nehmen, gewöhnlich verlieren sie
sich später.

<17> Het zou alleen helpen als u oefeningen zou proberen te doen – ik weet niet of er bij onze oefeningszinnen ook iets is voor K en P; u zou haar die moeten laten doen en daarbij laten lopen dan kan ze die zinnen ook spreken. Als ze ook K en P in de euritmie zou willen, zou dat ook goed zijn. Maar zulke dingen worden niet serieus genomen en verdwijnen ze gewoonlijk later weer. 

Wegen der Schülerin E. M. in der 5. Klasse, die stottert.

Wat betreft leerlinge E.M. in klas 5, die stottert.

Dr. Steiner: Ja, haben Sie sie mir damals vorgeführt? Die müßte ich doch sehen. Man muß doch wissen, woran es liegt, ob es ein organischer Fehler ist oder seelisch. Es kann beides sein. Wenn es ein seelischer Fehler ist, kann man bestimmt formulierte Sätze machen, wodurch sie sich trainieren müßte. Wenn es ein organischer Fehler ist, dann müßte man etwas anderes machen. Die müßte ich morgen anschauen.

Ja, u heeft haar mij toen aangewezen?? Ik moet haar toch zien. We moeten weten wat de oorzaak is, of het nu een organische afwijking is of een psychische. Het kan allebei. Als het een psychische afwijking is, kan je zeker geformuleerde zinnen maken, die ze moet oefenen. Als het een organische fout is,
dan zou er iets anders moeten gebeuren. Daar moet ik morgen naar kijken. <17>

Eine Frage wegen A. W. in der 5. Klasse. Er schreibt Titel zu seinem Namen und
unterstreicht das ich.

<18> Een vraag over A.W. in klas 5. Hij schrijft titels naast zijn naam en onderstreept ‘Ik’.

Blz. 152

Dr. Steiner: Das ist ein Verbrechertypus, der kann ein Schriftfälscher werden. Ausgesprochene Anlage zum Verbrechertypus. Er kann viel besser schreiben. Ein ausgesprochener Verbrechertypus. Bei ihm
müßte man eine Art seelischen Korrektionsunterricht einrichten.
Den müßte man zwingen, drei solche — (?) — hintereinander stramm zu machen. Ich will ihn morgen anschauen. Der Vater ist infantil.

Dat is het type crimineel, hij zou een vervalser kunnen worden. Een duidelijke aanleg om crimineel te zijn. Hij kan veel beter schrijven. Een specifiek type crimineel. Hij zou een soort psychologische correctieles moeten krijgen. Hij zou gedwongen moeten worden om er drie achter elkaar te doen –(?) – Ik wil hem morgen zien. De vader is een infantiel. <18>

Es wird gefragt nach einer Schlußfeier.

<19> Er wordt naar een slotceremonie gevraagd.

Dr. Steiner: Ich würde die Jahresschlußfeier so gestalten, wenn ich eventuell da wäre, daß ich reden würde, daß dann Herr Molt redet, daß die Lehrer reden, daß das ganze eine Symphonie gibt von dem, was man den Schülern gerne sagen würde. Nicht Schülerproduktionen machen, das kann in der letzten Monatsfeier gemacht werden.
Da würde man eine Wegleitung haben, die rückblickt auf das Schuljahr und vorblickt auf die Ferien, die Hoffnung erweckt und vorblickt auf das nächste Schuljahr und so weiter. Das meine ich.

Ik zou de eindejaarsceremonie zo organiseren, dat als ik erbij was, ik zou spreken, dat daarna meneer Molt zou spreken, dat de leraren zouden spreken, zodat het geheel een symfonie zou zijn van wat we tegen de leerlingen graag zouden willen zeggen. De leerlingen hoeven niets te laten zien, dat kan tijdens het laatste maandfeest.
Een terugblik op de gang door het schooljaar en een vooruitblik naar de vakantie, die hoop geeft en vooruitkijkt naar het volgende schooljaar, enzovoort. Dat bedoel ik. <19>

Eine Dame hatte die Absicht, einen Film über die Waldorfschule und über die
Dreigliederung herzustellen.

<20> Een dame zou een film willen maken over de vrijeschool en de driegeleding.

Dr. Steiner: Ich habe keine rechte Vorstellung von dem, was gemacht werden soll in dieser Richtung. Wenn jemand zum Beispiel das Haus verfilmen will, das kann nichts schaden; das ist nichts Schlimmes. Wenn sie durch einen internationalen Film auch beiträgt zum Bekanntwerden der Waldorfschule, so hat man in der Zeit des öffentlichen Auftretens nichts dagegen, da sind wir ja nicht verantwortlich. Wir sind verantwortlich, daß die Waldorfschule ordentlich ist. Wir sind nicht verantwortlich für das, was sie photographiert, geradesowenig als wie Sie verantwortlich sind, wenn Sie auf der Straße gehen und jemand nimmt Sie auf. Wir können ruhig sagen, wir werden tun, was wir können. Wir können nichts tun. Schließlich, wenn man Eurythmiestunden photographieren kann, ich habe sogar photographieren lassen in Dornach, um es zu reproduzieren; ich habe einzelne Momente gewählt, es ist nicht gelungen. Das ist eine technische Frage. Ich glaube nicht, daß viel herauskommt. Sie will die Dreigliederung im Film bringen — ich dachte mir, warum sollte nicht auch eine gute Sache gegenüber den schlechten Sachen verfilmt werden. Darauf haben wir keinen Einfluß, wenn sie ein Stück erfindet, wo zwei Leute sprechen über die Waldorfschule. In die Klassen braucht man sie ja nicht hineinzulassen. Sie kann nicht mehr beanspruchen, als, wenn einmal eine öffentliche Kinder Eurythmievor-

Ik heb eigenlijk geen duidelijk idee wat er in die richting gedaan zou moeten worden. Als iemand bijvoorbeeld het gebouw wil filmen, kan dat geen kwaad. Als het ook bijdraagt aan de publiciteit van de vrijeschool door middel van een internationale film, dan is daar niets mis mee in de tijd van het publieke optreden, daar zijn wij niet verantwoordelijk voor. Wij zijn er wel verantwoordelijk voor dat de vrijeschool goed is. Wij zijn niet verantwoordelijk voor wat ze fotografeert, net zo min als u verantwoordelijk bent als u over straat loopt en iemand een foto van u maakt. We kunnen rustig zeggen dat we doen wat we kunnen. We kunnen niets doen. Tot slot, als je euritmielessen kan fotograferen – ik heb zelfs in Dornach laten fotograferen om ze te reproduceren – toen heb ik een paar losse momenten gekozen, maar het werkte niet. Dat is een technische kwestie. Ik denk niet dat er veel van terechtkomt. Ze wil de driegeleding in een film presenteren – ik dacht: waarom zou iets goeds niet tegenover het slechte gefilmd kunnen worden? We hebben er geen invloed op als ze een stuk produceert waarin twee mensen over de vrijeschool praten. In de klassen hoef je haar niet toe te laten. Ze kan niet meer claimen dan wanneer ze een keer een openbare euritmievoorstelling voor kinderen

Blz. 153

Stellung ist, dann kann sie es photographieren lassen. Da sie für Eurythmie Reklame macht, so ist das ihr Beitrag zu den Arbeiten, die die Mitglieder machen. Es ist ziemlich sinnlos, wenn sie die Klassen verfilmen will; sie kann jede beliebige Schule verfilmen, es wird nicht besonders anders ausschauen. Sie könnte zum Beispiel das furchtbare Geschrei in der 4. Klasse grammophonisch aufnehmen, das erscheint dann auf der Orgel.
Ich habe kein Recht, wenn irgendwo etwas getan werden kann zum Bekanntwerden der Dreigliederung und der Schule, von vorneherein aus irgendeiner falschen Bescheidenheit dieses zu unterbinden. Es wäre schön, wenn man alles, was geschmacklos ist, unterbinden könnte. Aus einer falschen Vornehmheit heraus würde ich mir nicht getrauen, einen Weg zu verhindern. Wir haben alles Interesse daran, die Schule so vollkommen als möglich zu machen, aber wenn sie jemand verfilmt, haben wir kein Interesse daran, so etwas zu inkriminieren. — Ich kann sagen, wenn sie sich hingestellt hätte und den Vortrag verfilmt hätte, was könnte ich dagegen machen?

fotografeert. Omdat ze euritmie promoot, is dat haar bijdrage aan het werk van de leden. Het heeft nauwelijks zin als ze de lessen wil filmen; ze kan elke school filmen die ze wil; het zal er niet veel anders uitzien. Ze zou bijvoorbeeld het vreselijke geschreeuw in klas 4 op een grammofoon kunnen opnemen, en dat wordt dan aan de grote klok gehangen.
Ik heb geen recht, als er ergens iets gedaan kan worden om de driegeleding en de school bekend te maken, om het van meet af aan te voorkomen uit valse bescheidenheid. Het zou mooi zijn als alles wat van slechte smaak getuigt, voorkomen kon worden. Uit een vals gevoel van nobelheid zou ik het niet aandurven om het te voorkomen. We hebben er alle belang bij om de school zo perfect mogelijk te maken, maar als iemand het filmt, hebben we er geen belang bij om te beschuldigen. — Ik kan zeggen: als ze was opgestaan ​​en de voordracht had gefilmd, wat had ik er dan aan kunnen doen? <20>

Eine Frage wegen der Reisen nach Dornach zum Ersten anthroposophischen Hochschulkurs am Goetheanum (26. September bis 16. Oktober).

Een vraag over de reizen naar Dornach voor de eerste antroposofische hogeschoolcursus in het Goetheanum (26 september tot 16 oktober).

Dr. Steiner: Sehen Sie, die Dinge sind nicht so leicht. Wir wollen doch im Herbst diesen Kurs machen, wo die Verschiedenen vortragen sollen. Es sind auch Stein und Stockmeyer eingeladen. Da wäre es natürlich wünschenswert, wenn viele hinkommen könnten. Nun ist ja das Unterkommen in Dornach ebenso schwer als in Stuttgart. Man wird nicht leicht eingeladen. Die Valutageschichte. Nun ist es möglich, daß wir, wenn die Währungsfrage gelöst werden kann, immerhin eine Anzahl von Leuten unterbringen können. Das strebe ich an, daß jeder, der von der Entente kommt, zwei andere mit zu unterhalten hat, die aus den Mittelländern kommen. Aber nun, es wird nicht familiär (?) zu sein brauchen. Man könnte es so machen, wie man es beim Ärztekurs gemacht hat, das läßt sich schon machen. Aber man darf nicht vergessen, reiche Leute haben wir auch nicht in Dornach und in Basel.

Ziet u, het is niet zo makkelijk. We willen deze cursus in het najaar houden, waar de verschillende mensen lezingen zouden moeten geven. Stein en Stockmeyer zijn ook uitgenodigd. Het zou natuurlijk wenselijk zijn als er veel mensen zouden komen. Nu is het vinden van accommodatie in Dornach net zo moeilijk als in Stuttgart.
Het is niet makkelijk om uitgenodigd te worden. De valutakwestie. Nu, het is mogelijk dat we, als de valutakwestie kan worden opgelost, in ieder geval een aantal mensen kunnen huisvesten. Mijn doel is dat iedereen die uit de Entente-landen komt, twee anderen heeft om te onderhouden, die uit de Midden-Europese landen komen. Maar goed, het hoeft geen familie?regeling te zijn. We zouden het kunnen doen zoals we met de artsencursus hebben gedaan; dat is zeker haalbaar. Maar we mogen niet vergeten dat er in Dornach en Bazel ook geen rijke mensen zijn.

X.: Es gibt auch Paßschwierigkeiten.

X: Er zijn ook paspoortproblemen.

Dr. Steiner: Im allgemeinen, wenn die Leute zu ihrer Erholung nach der Schweiz kommen wollen, dann geht es. Sie müssen nur nicht zu einem anderen Zweck nach der Schweiz gehen wollen; man muß nicht in die Schweiz gehen wollen, um etwas dort zu verdienen. Wie wir behandelt werden, das ist ganz horribel. Sie geben jetzt Aufent-

Over het algemeen geldt: als mensen naar Zwitserland willen komen voor ontspanning, dan is dat mogelijk. Ze moeten alleen niet voor andere doeleinden naar Zwitserland willen; je moet niet naar Zwitserland willen gaan om daar iets te verdienen. De manier waarop we behandeld worden is ronduit afschuwelijk. Ze geven nu verblijfsvergunningen af,

Blz. 154

haltsbewilligungen, daß man Steuersätze bezahlt. Unter dem geben sie es nicht. Wir kriegen es jetzt schon schlimm. Das sind die schweren Sorgen, die man hat mit dem Dornacher Bau. Wenn nicht eine andere Stimmung eintritt durch den Bau, wird es so, daß er gar nicht von Auswärtigen besucht werden kann.

waarvoor je belasting betaalt. Daaronder geven ze die niet. We komen nu al in de problemen. Dit zijn de ernstige zorgen die we hebben over het Dornachgebouw. ​​Als er door de bouw geen andere sfeer wordt opgeroepen, wordt het voor buitenstaanders helemaal onmogelijk om het te bezoeken.

Über das Reproduzieren der Malereien in der Kuppel des Goetheanums.

<21>Over de reproductie van de schilderijen in de koepel van het Goetheanum.

Dr. Steiner: Was da in der Kuppel aus den Farben heraus gemalt ist, das muß aus den Farben heraus gemalt verstanden werden. Versucht man, das durch Photographie zu reproduzieren, so könnte höchstens etwas dabei herauskommen, wenn man es ebenso groß macht, als es da auf der Kuppel ist. Es handelt sich nicht darum, irgend etwas bloß zu reproduzieren. Je weniger entsprechend die Bilder sind denen von der Kuppel, desto besser ist es. Das Schwarz-Weiß weist dann nur daraufhin; das schreit nach der Farbe. Dieses unkünstlerische Reproduzieren, da würde ich mich nie damit einverstanden erklären. Das ist alles Surrogat. Ich möchte keine Farbenphotographie aus der Kuppelmalerei haben. Die Reproduktion soll nicht für sich etwas sein. Ich möchte dies so haben, daß dasjenige, worauf es nicht ankommt, gegeben wird.

Wat in de koepel vanuit de kleuren geschilderd is, moet begrepen worden als geschilderd vanuit de kleuren. Als je het via fotografie probeert te reproduceren, kan er hoogstens wat uitkomen als je het zo groot maakt als het op de koepel staat. Het gaat er niet om iets simpelweg te reproduceren. Hoe minder de afbeeldingen overeenkomen met die van de koepel, hoe beter het is. Het zwart-wit verwijst er alleen maar naar; het schreeuwt om kleur. Ik zou nooit instemmen met deze onartistieke reproductie. Dit is allemaal een surrogaat. Ik wil geen kleurenfoto van de koepelschildering. De reproductie mag geen op zichzelf staand iets zijn. Ik wil dat het zo gepresenteerd wordt dat ook datgene getoond wordt wat niet belangrijk is.

Es ist geradeso mit den Glasfenstern. Wenn Sie versuchen würden, durch Reproduktion etwas zu erreichen, würde ich mich dagegen auflehnen. Diese Dinge muß man nicht versuchen, möglichst treu wiederzugeben. Es ist doch auch nicht wünschenswert, daß man ein musikalisches Stück durch irgendeine täuschend nachahmende phonographische Platte wiedergibt. Ich will, ich möchte das nicht.
Einen modernen technischen Menschen möchte ich nicht haben. So wie diese Bilder in der Reproduktion erscheinen, so geben sie nie das wieder; es ist nur das Novellistische daran, gerade das, worauf es nicht ankommt. Man hat das Gefühl, da muß diese oder jene Farbe sein. Mir kommt das gerade so vor — Sie finden das in dem Büchelchen „Die Erziehung des Kindes” —, man soll nicht dem Kinde schön gemachte Puppen geben, sondern solche aus einem Taschentuch.

Het is precies hetzelfde met de glasramen. Als je zou proberen door reproductie iets te bereiken, zou ik daartegen in opstand komen. Je zou niet moeten proberen deze dingen zo getrouw mogelijk te reproduceren. Het is ook onwenselijk om een ​​muziekstuk te reproduceren via een bedrieglijk imiterende fonografische plaat. Dat wil ik niet, daar houd ik niet van. Ik zou geen modern, technologisch mens willen. Zoals deze beelden er in reproductie uitzien, weerspiegelen ze dat nooit; het is alleen de romantisering ervan, juist datgene wat niet belangrijk is. Je hebt het gevoel dat deze of gene kleur er moet zijn. Het lijkt me precies hetzelfde – je kunt het vinden in het boekje “De opvoeding van het kind” – dat je kinderen geen prachtig gemaakte poppen moet geven, maar poppen van een zakdoek.<21>
GA 300A/136-154

.  

GA 300A  inhoudsopgave

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3454-3251

.

.

.

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over pedagogie(k) GA 95 – voordracht 6

.

Hier volgt een eigen vertaling. Bij het vertalen heb ik ernaar gestreefd Steiners woorden zo veel mogelijk in gangbaar Nederlands weer te geven. Met wat moeilijkere passages heb ik geprobeerd de bedoeling over te brengen, soms met behulp van wat er in andere voordrachten werd gezegd. Ik ben geen tolk en heb geen akten Duits. Er kunnen dus fouten zijn gemaakt, waarvoor excuses. De Duitse tekst gaat steeds vooraf aan de vertaling. Verbeteringen of andere vertaalsuggesties e.d. zijn meer dan welkom: vspedagogie voeg toe apenstaartje gmail punt com
.

In deze voordracht gaat het over:

Drie ‘geboorten’: 7e, 14e, 21e levensjaar <1>
0 – 7 jaar: nabootsing, voorbeeld <2>
7 -14 jaar: etherlijf, symbolieke verhalen, autoriteit <3>
14-21 jaar: astraallijf, oordelen, kritiek <4>

 

RUDOLF STEINER:

GA 95

Vor dem Tore der Theosophie

Aan de poort van de theosofie

Steiner noemde later wat hij als ‘theosofie’ had gebracht: antroposofie.
Waar in deze voordracht ‘theosofie’ staat, heb ik dat vertaald als ‘antroposofie’.
De kopjes zijn door mij aangebracht.

Blz. 54    niet vertaald

Voordracht 6, Stuttgart 27 augustus 1922

Bei der Theosophie handelt es sich um eine im eminentesten Sinne
praktische Auffassung des Lebens. Das Licht, das sie auf die Erziehungsfrage wirft, wird der Menschheit tiefen Nutzen bringen, lange bevor es sich um Hellsehen handelt; man kann sich schon überzeugen, daß in der Theosophie Wahrheit ist für das Leben, lange bevor man herantritt an das unmittelbare Schauen.
Nach der Geburt tritt der Mensch hinein in ein neues Leben, und seine verschiedenen Leiber entwickeln sich in ganz verschiedener Art und Zeit. Der Erzieher sollte darauf Rücksicht nehmen. Ganz anders ist es vom ersten bis zum siebenten Jahre, ganz anders in den zweiten sieben Jahren, vom siebenten bis zum fünfzehnten oder sechzehnten Jahre, bei den Knaben später, bei den Mädchen früher.
Wieder anders ist die Entwickelung nach dem fünfzehnten Jahre oder, sagen wir, nach der Geschlechtsreife. Man lernt die Entwickelung des Menschen erst dann richtig verstehen, wenn man die verschiedenartige Entwickelung seiner Wesensglieder betrachtet.

Bij antroposofie gaat het in de allerhoogste mate om een praktisch begrip van het leven. Het licht dat ze op de opvoedingsvraag werpt, zal de mensheid heel goed kunnen gebruiken, lang voordat helderziendheid een rol speelt; je kan jezelf er al van overtuigen dat er in antroposofie waarheid voor het leven schuilt, lang voordat je tot direct helderziend waarnemen komt.

DRIE ‘GEBOORTEN’

het fysieke lichaam

<1> Na de geboorte begint een mens aan een nieuw leven, en zijn verschillende lichamen ontwikkelen zich op zeer verschillende manieren en in zeer verschillende perioden. De opvoeder dient hier rekening mee te houden.
Het is heel verschillend van het eerste tot het zevende jaar, heel verschillend in de tweede zeven jaar, van het zevende tot het vijftiende of zestiende jaar, later voor jongens, eerder voor meisjes. De ontwikkeling is weer anders na het vijftiende jaar, of, laten we zeggen, na de puberteit. Je begrijpt de menselijke ontwikkeling pas echt als je op de verschillende ontwikkelingen van de wezensdelen let. <1>

[wie niet vertrouwd is met de begrippen ‘wezensdelen’ vindt hier artikelen over de vierledige mens]

Von der Geburt bis zum siebenten Jahre kommt für Eltern und Erzieher eigentlich nur der physische Leib des Kindes in Betracht.
Durch die Geburt ist der physische Leib für seine Umgebung frei geworden. Vor der Geburt bildet derselbe einen Bestandteil des Organismus der Mutter. Die ganze Zeit während der Keimung geht das Leben der Mutter und dasjenige des menschlichen Keimes ineinander. Der physische Leib der Mutter umhüllt den physischen Leib des Kindes; das bedeutet, daß er noch unzugänglich ist für die physische Außenwelt. Erst nach der Geburt ändert sich dies. Er kann erst
Eindrücke von anderen Wesen der physischen Welt bekommen, wenn er geboren ist. Damit ist aber noch nicht der Äther- und Astralleib für die Außenwelt zugänglich. Auf den Äther- und Astralleib kann man zwischen dem ersten und siebenten Jahre von der Außenwelt her deshalb noch nicht einwirken, weil beide noch mit der Ausbildung des eigenen physischen Leibes zu tun haben.

<2> Van de geboorte tot het zevende jaar is voor ouders en opvoeders alleen het fysieke lichaam van het kind van belang.
Door de geboorte is het fysieke lichaam vrij gekomen van zijn omgeving. Vóór de geboorte is het een deel van het organisme van de moeder. Gedurende de hele vruchtvorming is het leven van de moeder verstrengeld met dat van het menselijk embryo. Het fysieke lichaam van de moeder omhult het fysieke lichaam van het kind; dit betekent dat het nog ontoegankelijk is voor de fysieke buitenwereld. [1] Dit verandert pas na de geboorte. Het kind kan pas na de geboorte indrukken ontvangen van andere wezens uit de fysieke wereld. Dit maakt het etherische en astrale lichaam echter nog niet toegankelijk voor de buitenwereld. Tussen het eerste en zevende jaar kunnen het etherische en astrale lichaam nog niet vanuit de buitenwereld worden beïnvloed, omdat beide nog betrokken zijn bij de ontwikkeling van het eigen fysieke lichaam van het kind.

Blz. 55

Alle ihre Tätigkeit richtet sich nach dem Innern des physischen Leibes; sie
arbeiten an dessen Ausbau. Ungefähr gegen das siebente Lebensjahr fängt der Ätherleib an, frei zu werden für äußere Eindrücke. Dann erst kann man auf den Ätherleib einwirken. Zwischen dem siebenten und dem vierzehnten Jahre sollte man dagegen noch nicht auf den Astralleib wirken, denn man schädigt ihn dadurch, daß man ihm die Möglichkeit entzieht, nach innen zu wirken. Es ist am besten, wenn man in den ersten sieben Jahren den Äther- und Astralleib ganz unbehelligt läßt, wenn man damit rechnet, daß sich in diesen Jahren alles von selbst ergibt.
Wie wirkt man in den ersten sieben Jahren am besten auf den Menschen ein? Indem man die Sinnesorgane ausbildet. Alles, was von außen auf sie einwirkt, ist bedeutsam. Alles, was der Mensch in den ersten sieben Jahren sieht und hört, wirkt auf ihn ein durch die Sinnesorgane. Aber nicht durch einen Lehrstoff oder mündliche Belehrung wirkt man auf die Sinnesorgane ein, sondern durch das Beispiel, das Vorbild. Man muß dem Kinde etwas für seine Sinne bieten; das ist wichtiger als alles andere in den ersten sieben Jahren.

Al hun activiteit is gericht op het innerlijk van het fysieke lichaam; ze werken aan de ontwikkeling ervan. Rond het zevende levensjaar begint het etherlijf vrij te worden voor indrukken van buitenaf. Pas dan kan je het etherlijf beïnvloeden. Tussen het zevende en veertiende jaar mag je het astraallijf echter niet beïnvloeden, want je beschadigt het door het de mogelijkheid te ontnemen om naar binnen te werken. Het is het beste om het etherlichaam en het astrale lichaam gedurende de eerste zeven jaar volledig ongestoord te laten, ervan uitgaande dat alles zich in deze jaren op natuurlijke wijze zal ontwikkelen.

Hoe kan je een mens het beste beïnvloeden gedurende de eerste zeven jaar? Door de zintuigen te ontwikkelen. Alles wat hen van buitenaf beïnvloedt, is van belang. Alles wat een mens in de eerste zeven jaar ziet en hoort, beïnvloedt hem via de zintuigen. Maar je beïnvloedt de zintuigen niet door leerstof of verbale instructie, maar door voorbeeld en rolmodel. Je moet het kind iets bieden voor zijn zintuigen; dat is in de eerste zeven jaar belangrijker dan wat dan ook. 

Das Kind sieht, wie sich die Menschen benehmen in seiner Umgebung, es sieht es mit seinen Augen. Aristoteles sagt mit Recht: Der Mensch ist das nachahmendste der lebenden Wesen. – Vorzugsweise ist das in den ersten sieben Jahren der Fall. Nie wieder ist der Mensch so sehr der Nachahmung zugänglich wie in diesen ersten sieben Jahren.
Darum eben muß man in dieser Zeit auf die Sinnestätigkeit einwirken, muß sie herauszulocken suchen und zur eigenen Tätigkeit anregen. Daher ist es auch so verfehlt, wenn man in der frühen Jugend dem Kinde eine sogenannte «schöne» Puppe gibt; dabei können die inneren Kräfte nicht zur Arbeit kommen. Ein natürlich entwickeltes Kind weist sie ohnehin zurück und hält sich lieber an ein Stück Holz und dergleichen, das die Phantasie und Imagination zu eigener
innerer Tätigkeit anregt.
Auf den Äther- und Astralkörper braucht man keine besondere Lehrmethode anzuwenden, aber ungeheuer wichtig ist es, daß die höheren Einflüsse, die von der physischen Umgebung ohne bewußte Einwirkung auf sie übergehen, günstig sind. Sehr wichtig ist es,

Het kind ziet hoe mensen om hem heen zich gedragen; het ziet het met eigen ogen. Aristoteles zegt terecht: Mensen zijn de meest imiterende levende wezens. Dit geldt vooral gedurende de eerste zeven jaar. Nooit is een mens zo vatbaar voor imitatie als gedurende deze eerste zeven jaar.
Daarom moet je in deze periode op de zintuigen werken, proberen ze te prikkelen en stimuleren tot hun eigen activiteit. Daarom is het zo verkeerd om een ​​kind in de vroege kindertijd een zogenaamd “mooie” pop te geven; dit verhindert de werking van de innerlijke krachten. Een natuurlijk ontwikkeld kind wijst ze sowieso af en houdt zich liever aan een stuk hout of iets dergelijks, wat de fantasie en verbeelding stimuleert tot in zijn eigen innerlijke activiteit.
Er is geen speciale leermethode nodig voor het etherische en astrale lichaam, maar het is uiterst belangrijk dat de hogere invloeden die zonder bewuste tussenkomst vanuit de fysieke omgeving op hen overgaan, gunstig zijn. Het is zeer belangrijk

Blz. 56

daß der Mensch in diesem Lebensalter gerade von edlen, hochherzigen und gemütvollen Menschen mit guten Gedankenformen umgeben ist. Diese prägen sich den im Innern arbeitenden Wesensgliedern ein. Das Vorbild also, auch in Gefühlen und Gedanken, ist das wichtigste Erziehungsmittel. Nicht was man sagt, sondern wie man ist, wirkt in den ersten sieben Jahren auf das Kind ein. Wegen der ungemeinen Subtilität dieser Wesensglieder muß sich die Umgebung des Kindes aller unreinen, unmoralischen Gedanken und Gefühle enthalten.
In der Zeit vom siebenten bis vierzehnten, fünfzehnten und sechzehnten Jahre, also bis zur Geschlechtsreife, wird der Ätherleib geradeso herausgeboren, wie bei der Geburt der physische Leib für die Umgebung zugänglich wird. Da muß man also auf den Ätherleib wirken. Der Ätherleib ist der Träger des Gedächtnisses, der bleibenden Gewohnheiten, des Temperamentes, der Neigungen und der bleibenden Begierden. Daher muß man, wenn dieser frei wird, vor allem seine Sorgfalt darauf wenden, diese Eigenschaften zu entwickeln; man muß auf Gewohnheiten wirken, auf das Gedächtnis, überhaupt auf alles das, was dem Menschen einen dauernden Grundstock des Charakters geben soll.

dat een mens op deze leeftijd omringd is door nobele, genereuze en meelevende mensen met goede denkpatronen. Deze worden ingeprent in de wezensdelen die innerlijk actief zijn. Daarom is het voorbeeld, ook in gevoelens en gedachten, het belangrijkste opvoedingsmiddel. Niet wat je zégt, maar hoe je bént, beïnvloedt het kind in de eerste zeven jaar  Vanwege de buitengewone subtiliteit van deze wezensdelen, moet de omgeving van het kind zich onthouden van alle onzuivere, immorele gedachten en gevoelens. <2>

het etherlijf

<3> In de periode van het zevende tot en met het veertiende, vijftiende en zestiende jaar, d.w.z. tot aan de puberteit, wordt het etherisch lichaam zo geboren als het fysieke lichaam dat bij de geboorte toegankelijk wordt voor de omgeving. Dan moet je op het etherlijf werken. Dit is de drager van herinneringen, blijvende gewoonten, temperament, neigingen en blijvende verlangens. Daarom moet je, wanneer dit vrij geworden is, allereerst zorgvuldige aandacht besteden aan de ontwikkeling van deze kwaliteiten; je moet werken aan gewoonten, aan het geheugen, in het algemeen aan alles wat een mens een blijvende karakterbasis moet geven.

Er wird wie ein Irrlicht, wenn nicht in dieser Zeit dafür gesorgt wird, daß gewisse Gewohnheiten wie ein roter Faden seinen Charakter durchziehen, damit er feststehen kann gegen die Stürme des Lebens. Und jetzt muß man auf das Gedächtnis wirken; später, nach dieser Zeit, wird das, was als Gedächtnisstoff aufgenommen werden soll, schwer eingehen. Insbesondere wird auch der Sinn für Kunst in dieser Zeit erwachen, namentlich für eine solche Kunst, die sehr viel zu tun hat mit den Schwingungen des Ätherleibes, nämlich für Musik. Sind hierfür Talente vorhanden, so muß man in diesen Jahren dafür Sorge tragen, sie zur Entfaltung zu bringen. In dieser Zeit wirkt das Gleichnis; wenn man versucht, jetzt auch schon das Urteil auszubilden, so tut man unrecht. Unsere Zeit sündigt darin außerordentlich viel. Man soll dafür Sorge tragen, daß das Kind möglichst viel durch Gleichnisse lernt; das Gedächtnis muß Inhalt bekommen, die Vergleichungskraft muß an sinnlichen Vorstellungen geübt werden. Es müssen ihm Beispiele

Hij zal als een dwaallicht worden als bepaalde gewoonten in deze tijd niet als een rode draad door zijn karakter lopen, zodat hij stand kan houden tegen de stormen van het leven. En nu moet je aan het geheugen werken; later, na deze tijd, zal wat als geheugenmateriaal moet worden opgenomen, moeilijk op te nemen zijn. Vooral het gevoel voor kunst zal in deze tijd ontwaken, vooral voor een kunstvorm die veel te maken heeft met de bewegingen van het etherlijf, namelijk muziek. Als hiervoor talent aanwezig is, moet je ervoor zorgen dat dit in deze jaren wordt ontwikkeld. In deze tijd zijn parabels effectief; als je nu al probeert oordeelsvermogen te ontwikkelen, doe je daar geen goed aan. Onze tijd zondigt buitengewoon veel op dit gebied. Je moet ervoor zorgen dat het kind zoveel mogelijk leert door middel van gelijkenissen; het geheugen moet inhoud krijgen, het vergelijkingsvermogen moet worden geoefend met zintuiglijke beelden. Het moet voorbeelden krijgen

Blz. 57

großer Menschen aus der Weltgeschichte vorgeführt werden; aber man darf nicht sagen, das ist gut oder das ist schlecht, denn das würde auf die Urteilskraft wirken. Man kann gar nicht genug solche Bilder, die auf den Ätherleib wirken, oder Vergleiche mit dem Großen auf der Welt dem Kinde vorhalten. Dabei ist es von großem Nutzen, wenn man viel mit Sinnbildern arbeitet. Das ist die Zeit, wo die sinnigen Märchen und Erzählungen, die das Menschenleben in Bildern darstellen, mächtig wirken. Dadurch macht man den Ätherleib beweglich, schmiegsam und gibt ihm dauernde Eindrücke. Wie mußte Goethe seiner Mutter dankbar sein, daß sie ihm in dieser Zeit so viele Märchen erzählte!
Also, je später man dazu kommt, das Urteil im Kinde hervorzurufen, desto besser ist es. Das Kind aber fragt «Warum?». Diese Fragen nach dem Wie und Warum sollen nicht mit abstrakten Erklärungen, sondern mit Beispielen, mit Sinnbildern beantwortet werden. Und wie unendlich wichtig ist es, die richtigen Sinnbilder zu finden! Wenn das Kind fragt nach Leben und Tod, nach den Verwandlungen des Menschen, so kann man ihm das Beispiel von der Raupe und Puppe vorführen; man macht ihm klar, wie gleichsam aus der Puppe heraus der Schmetterling aufersteht zu einem neuen Leben. 

van grote mensen uit de wereldgeschiedenis; maar je moet niet gaan zeggen dat dit of dat goed of slecht is, want dat zou het oordeelsvermogen van het kind aantasten. Je kan niet genoeg beelden presenteren die het etherlijf beïnvloeden, of vergelijkingen maken met de groten der aarde. Het is zeer nuttig om uitgebreid met symbolen te werken. Dit is de tijd waarin betekenisvolle sprookjes en verhalen die het menselijk leven in beelden laten zien, een krachtige uitwerking hebben. Zo maak je het etherlijf beweeglijk, levendig en laat het blijvende indrukken achter. Hoe dankbaar moet Goethe zijn moeder zijn geweest dat ze hem in die tijd zoveel sprookjes vertelde!

Dus hoe later je ertoe komt in het kind het oordeel op te roepen, hoe beter het is. Maar het kind vraagt: “Waarom?” Deze vragen over hoe en waarom moeten niet met abstracte verklaringen worden beantwoord, maar met voorbeelden, met symbolen. En hoe oneindig belangrijk is het om de juiste symbolen te vinden! Wanneer een kind vraagt ​​naar leven en dood, naar menselijke metamorfoses, kan je het voorbeeld van de rups en de pop nemen; je kan uitleggen hoe de vlinder als het ware uit de pop tevoorschijn komt en wakker wordt voor een nieuw leven.

Überall in der Natur findet man solche Gleichnisse für die höchsten Fragen. Ganz besonders aber wichtig ist in dieser Zeit für das Kind die Autorität. Nur darf es keine erzwungene Autorität sein, sondern in ganz natürlicher Weise muß der Lehrer Autorität erlangen, damit das Kind glaubt, bevor sich ein Wissen entwickeln darf. Daher fordert die theosophische Pädagogik nicht bloß intellektuelles Wissen, pädagogische Grundsätze und Einsichten bei dem
Erzieher, sondern sie fordert, daß man solche Menschen dazu wählt, die durch ihre natürlichen Anlagen versprechen, eine Autorität zu werden. Scheint dies eine Härte ? Aber wie sollte man sie nicht hineinbringen, da die Zukunft der Menschheit davon abhängt! Gerade das ist eine Perspektive für eine große Kulturaufgabe der Theosophie.
Wenn dann der Mensch die dritten sieben Jahre antritt, die Zeit
der Geschlechtsreife, wird der Astralleib frei, und an ihm hängt das

Dergelijke zinnebeelden over de meest diepgaande vragen zijn overal in de natuur te vinden. Maar in deze periode is autoriteit bijzonder belangrijk voor het kind. Het mag echter geen afgedwongen autoriteit zijn; de leraar moet op een volledig natuurlijke manier autoriteit verwerven, zodat het kind vertrouwen heeft voordat de kennis zich kan ontwikkelen. Daarom vereist de antroposofische pedagogie niet alleen intellectuele kennis, pedagogische principes en inzicht bij de opvoeder, maar ook dat er mensen worden gekozen die door hun natuurlijke talenten de belofte in zich dragen, autoriteit te worden. Lijkt dit hard? Maar waarom zou je dat niet in kunnen brengen als de toekomst van de mensheid ervan afhangt! Dit is precies het perspectief voor een grote culturele taak van de antroposofie. <3>

van het astraallijf

<4> Wanneer de mens dan de derde zeven jaar ingaat, de tijd van de puberteit, wordt het astraallijf vrij en daarmee is verbonden 

Blz. 58

Urteil, die Kritik, hangen die unmittelbaren Beziehungen zu den übrigen Menschen. So wie die Gefühle von Mensch zu Mensch erwachen, so erwachen auch die Gefühle für die übrige Umwelt; da ist der Mensch reif, anzufangen zu begreifen. Die Persönlichkeit wird mit dem Astralleib freigelegt; da muß man das eigene Urteil aus dem Menschen herauslocken. Heutzutage wird er viel zu früh zur Kritik herausgefordert. Siebzehnjährige Kritiker sind häufig, und wie viele  schreiben und urteilen ganz und gar Unreifes für die Menschheit!
Man muß zweiundzwanzig bis vierundzwanzig Jahre alt sein, ehe man selbst urteilen kann; das andere ist absolut unmöglich. Vom vierzehnten bis zum vierundzwanzigsten Jahre ist die Zeit, wo der Mensch am besten von der Welt lernen wird, wo alles für ihn Lehre wird, was ihn umgibt. So wächst er heran zur völligen Lebensreife.

oordeel en kritiek, daarmee hangen de directe relaties met anderen samen. Net zoals gevoelens van mens tot mens ontstaan, zo ontstaan ook de gevoelens voor de rest van de omgeving; op dit punt is de mens rijp om te beginnen te  begrijpen. De persoonlijkheid komt vrij met het vrij worden van het astraallijf; op dit punt  moet je zijn eigen oordeel bij de persoon oproepen. Tegenwoordig worden mensen veel te vroeg uitgedaagd om kritiek te uiten. Zeventienjarige critici zijn gebruikelijk, en hoeveel schrijven en oordelen er over dingen die volkomen onvolwassen zijn voor de mensheid!
Je moet tussen de tweeëntwintig en vierentwintig jaar oud zijn voordat je zelf kan oordelen; het andere is absoluut onmogelijk. Van het veertiende tot het vierentwintigste jaar is de periode waarin een mens het beste de wereld leert kennen, wanneer alles om hem heen een les voor hem wordt. Zo groei je tot volledige volwassenheid. <4>
GA 95/54
Niet vertaald

[1] Steiner gaat hier niet in op een bepaalde invloed die er wél is. Hij noemt voor de niet waarneembare dingen dat de moeder er goed aan doet, bv. zich te verdiepen, te verbinden met een afbeelding van Maria met het kind. 

Zie ook: opspattend grind

Het is meer dan 120 jaar geleden dat Steiner deze woorden sprak.
In grote lijnen gaat de door hem geschetste ontwikkeling nog zo.
Wat het oordeel van de twintigers betreft, zie je dat we daarover genuanceerder zouden moeten oordelen! dan Steiner hier in grote trekken doet.
Van mezelf weet ik nog dat ik pas rond mijn 22e oordelen had die meer afgewogen waren dan de jaren daarvoor. 
In die jaren – en ook dat zie je nog steeds – werden er allerlei idealen geboren en de oordelen hingen daarmee nauw samen.
Hoe verder je terug gaat in de tijd, zie je de oordelen van de kinderen steeds meer gebonden aan hun belevingen, niet aan een wikken en wegen van allerlei argumenten.
Dan is iets ‘stom’ of ‘leuk’ en vaak volgt op de vraag ‘hoe vond je het’ het antwoord ‘gewoon’ – niet in de zin van alledaags, maar ja, gewoon, zoals het is.

We leven nu in een tijd waarin jongere kinderen veel meer situaties moeten beoordelen dan vroeger. Door de moderne media en m.n. de negatieve kant ervan, moeten kinderen veel eerder dan vanuit bovenstaande visie wenselijk is, voor hun eigen welzijn leren reageren.
Dat is een dilemma waar je als opvoeder voor staat. 
.

Voor de begrippenfysiek lichaametherlijfastraallijf en Ik
Deze begrippen komen ook in ‘Algemene menskunde’ ter sprake vanaf
[1-7-2]

Algemene menskunde: alle artikelen

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Rudolf Steiner over pedagogie: alle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen

Vrijeschool in beeld: alle beelden

.

3451-3248

.

.

.

VRIJESCHOOL – De spirituele dimensie van de vrijeschoolpedagogie

.
In Duitsland verscheen onderstaand artikel vooral als een antwoord op kritiek van verschillende kanten op de achtergronden van het vrijeschoolonderwijs, m.n. de esoterische kant van de antroposofie.

In Nederland is de kritiek voor een groot deel verstomd, al zal deze bij tijd en wijle ook wel weer de kop opsteken.
Voor het geval dat gebeurt, is dit artikel alvast een antwoord.
Persoonlijk vind ik het een moeilijk artikel – de auteur maakt m.i. dankbaar gebruik van zijn ‘hoogleraarkennis’ om op dit niveau de opponenten te benaderen.
Ook geeft hij het vrijeschoolonderwijs een bepaalde filosofische diepgang die, omdat het over het denken en de Ik-ontwikkeling gaat, nauwelijks gezichtspunten voor de onderbouw oplevert. En tegelijkertijd stelt het hoge eisen aan het onderwijs in de bovenbouw. 
Ik betwijfel of er veel bovenbouwleerkrachten zijn, die zich dit allemaal bewust zijn.

Er worden veel verwijzingen naar literatuur gegeven die wij in Nederland niet zullen lezen. Waar het mij zinvol leek, heb ik die vermeld. De cijfers naar de verwijzing heb ik laten staan. Links in het artikel zijn door mij geplaatst.
Wie alles wil zien, kan het artikel hier vinden.

Jost Schieren, schriftelijk verslag van een voordracht, gehouden voor de leden van de Bond van Waldorfscholen op 16-11-2012 te Stuttgart.

de spirituele dimensie van de vrijeschoolpedagogie
.

Het begrip spiritualiteit is in hoge mate problematisch. Het wordt in verband gebracht met aspecten van “religie” en “vroomheid” [2] en daardoor kan het geen aanspraak maken op wetenschappelijkheid.
En dit in een tijd waarin in toenemende mate spiritualiteit eerder een seculier thema wordt.[3]
Vooral in de context van pedagogie en onderwijskunde wordt het begrip spiritualiteit gezien als ideologisch belast.
Van onderwijsinstellingen, als ze geen uitgesproken confessioneel karakter hebben, zoals bv. katholieke of protestantse scholen, wordt verwacht dat zij – voor zover dit mogelijk is– wereldbeschouwelijk neutraal zijn.
Dat is dan ook het belangrijkste verwijt dat de waldorfschool gemaakt wordt, dat ze gebaseerd is op het antroposofische wereld- en mensbeeld waarmee leerlingen geïndoctrineerd zouden worden [4].
De praktijk van het vrijeschoolonderwijs bevestigt die beoordeling niet.

Het praktische succes van vrijeschoolonderwijs
.
In de loop van de bijna 100-jarige geschiedenis is het vrijeschoolonderwijs uitgegroeid tot een van de meest wijdverspreide vernieuwende- en alternatieve schoolvormen (naast montessori-onderwijs, dat nog wijdverspreider is).
De praktijk van het vrijeschoolonderwijs is intussen een wereldwijd erkend
onderwijs- en opvoedingsmodel dat, zoals de laatste publicatie
van Heiner Barz en Dirk Randoll [5] aantoont- ook buitengewoon positieve resultaten laat zien volgens de meetcriteria van empirisch
onderwijsonderzoek.
In de geest van het onderzoek kan in het kort worden gezegd:  vrijeschoolleerlingen leren vrij van de druk van cijfers en prestaties
zelfstandiger, met meer plezier en wat betreft de examenresultaten beter dan leerlingen van reguliere scholen. Ze ontwikkelen daarbij een hoge mate van sociale verantwoordelijkheid en waarderen hun school als een plaats van levendige gemeenschapsvorming.
Het vrijeschoolonderwijs heeft dus wat betreft de schoolpraktijk, in de maatschappij een plaats gekregen.

Dit is één kant van de vrijeschoolpedagogie, haar praktijk, die steeds meer haar eigen overtuigingskracht ontwikkelt.
Het interne perspectief is echter iets anders: in de bestuderen en vergaderingen van de vereniging van vrijescholen [dit betreft in dit artikel de Duitse Bond van vrijescholen] wordt opgemerkt hoeveel er nog te doen is om het zelfopgelegde ideaal van goede (vrije)scholen ook daadwerkelijk te realiseren.
We kennen maar al te goed onze eigen kwaliteitsproblemen, de moeilijkheden om goede jonge leerkrachten te vinden, en de problemen van sommige
vastgelopen collega’s die in de traditionele praktijk van het zogenaamd zelfbestuur zijn blijven steken.
En wat betreft de toekomst, groeit ook het bewustzijn dat de genoemde problemen eerder zullen toenemen dan afnemen met het oog op een radicale generatiewisseling.
Toch kunnen we ondanks deze zorgen, vasthouden aan het feit dat vrijeschoolonderwijs als alternatief schoolonderwijs gericht op het zich ontwikkelende kind en de jongere mens, in de huidige tijd internationaal succesvol en overtuigend is.

Kritiek op de theorie

Dit betreft echter alleen de praktijk. De aandacht van de critici gaat vooral uit naar de theoretische, ideologische achtergrond van de vrijescholen, de antroposofie.
Deze kon en kan bij lange na niet zo overtuigen zoals de praktische kant van het vrijeschoolonderwijs acceptatie en goedkeuring gekregen heeft. Integendeel, door zogenaamd goedbedoelende critici wordt aangeraden om voor “vrijescholen zonder Steiner” te kiezen [7] . En de realiteit van de vrijescholen vandaag de dag lijkt veel duidelijker aan dit advies te voldoen dan sommige critici zouden verwachten.
Het meest recente onderwijsonderzoek van Dirk Randoll toont aan dat ongeveer 50% van de leraren die op vrijescholen werken geen vrijeschoolopleiding hebben [8] en dat slechts ongeveer 30% van de vrijeschoolleraren zich actief met antroposofie bezighoudt. [9]
Hoe je het ook bekijkt, of je vrijescholen nu ziet als ontdaan van antroposofie of met een teveel daaraan: antroposofie wordt momenteel gezien als het grootste probleem van het vrijeschoolonderwijs.

Kritiek op spiritualiteit

Hoe komt het dat het spiritueel georiënteerde wereldbeeld van de antroposofie op zo’n grote weerstand stuit?
De vraag kan benaderd worden door te beseffen dat de huidige cultuur van de veelgeroemde westerse waardengemeenschap wordt gekenmerkt door een
uitgesproken anti-spiritualisme. Een spirituele kijk op de wereld en de mens is sinds het tijdperk van de Verlichting al achterhaald. Terwijl de voorstanders van de Verlichting nog tegen de overvloed aan macht en de mechanismen van het niet-mondig-zijn in een absolutistische heerschappij streden en dat van de kerken, zo zijn het tegenwoordig vooral de vertegenwoordigers van de wetenschap die, ongeacht hun specialisme, het natuurwetenschappelijk ideaal van empirisch gebaseerd onderzoek tegen elke spiritueel georiënteerde benadering, ventileren.
Interessant genoeg sluiten de kerken kritiekloos in dit koor aan, misschien in de hoop dat ze zo het overgebleven reservoir van spiritualiteit met niemand hoeven te delen.
We moeten echter niet vergeten dat het juist de christelijke kerken zijn geweest die van oudsher de macht hebben gehad over interpretatie, opinie en, helaas, procedurele soevereiniteit over elke vorm van spiritualiteit die ze met machtspolitiek bestreden dan wel toestonden.
Maar hoewel de consensuele houding tegen elke vorm van spiritualiteit rationeel wordt gerechtvaardigd met het argument van wetenschappelijke onverenigbaarheid, is er ook een soort basale culturele houding ten opzichte van spiritualiteit die geenszins wetenschappelijk, maar eerder habitueel of sociaal-historisch gebaseerd is. Vanuit de huidige waardenconsensus zijn de volgende argumenten ten gunste van spiritualiteit veel belangrijker dan het wetenschappelijke ethos van objectiviteit. Ze worden hieronder opgesomd:

=Exclusiviteit:
Spirituele kennis is de kennis van ingewijden en dus van autoriteiten, die slechts voorbehouden is aan enkelen.
In de geschiedenis van de mysteriën zijn er veel voorbeelden van machtsmisbruik en onderdrukking in verband met deze exclusieve soevereiniteit van de spiritualiteit.
In dit opzicht wordt spiritualiteit er altijd van verdacht antidemocratisch te zijn. Het ideaal van iedereen die kan deelnemen aan het gemeenschappelijke kennisproces wordt hier ondermijnd.
Antroposofie als historisch feitelijke ‘eenmanswetenschap’ bewijst, ongeacht de door Rudolf Steiners zelfgewilde en waarschijnlijk ook gerealiseerde aanspraak op openbaarheid, het ondoorzichtige en ondemocratische grondprobleem van de spiritualiteit.

=Verering/devotie:
De in veel spirituele stromingen voorkomende vorm van verering van de leerling voor de leraar en meester, die soms ook de vorm kan aannemen van vormen van onderwerping, is in tegenspraak met de behoefte aan autonomie van de moderne mens. Met name de ervaringen van de blinde en fanatieke aanbidding van leiders tijdens het Derde Rijk, hebben de houding van verering in zijn totaliteit als dubieus bestempeld.

= Dogmatisme:
Spirituele leringen nemen vaak de vorm aan van ultieme wijsheden die – zoals soms wordt beweerd – niet door mensen zijn gemaakt, maar in het beste geval door mensen zijn doorgegeven en die geen twijfel laten bestaan over hun waarheidsgehalte. In dit opzicht kan er geen wetenschappelijk-kritisch onderzoek naar spirituele inhoud bestaan.

=Sektarisch:
De sektarische beschuldiging vat de bovengenoemde punten samen. Hoe moeilijk het ook is om sektarisch gedrag te benoemen en aan te wijzen, het wordt niettemin grotendeels gezien als een soort conglomeraat van de bovengenoemde punten. Eén essentieel kenmerk van sektarisch gedrag is de beperking of beroving van vrijheid van het individu in relatie tot de spiritueel  gerechtvaardigde groepsdoelen. In het bijzonder financiële uitbuiting, die louter en alleen spiritueel verklaard, plaatsvindt, wordt verondersteld de belangrijkste agenda te zijn van de groep die geconfronteerd wordt met de sektebeschuldiging.

De hier genoemde kernargumenten tegen spiritualiteit, die meer gebaseerd zijn op een maatschappelijke houding in plaats van een wetenschappelijk plausibele argumentatie, zijn in wezen gebaseerd op negatieve historische ervaringen en hebben tot nog toe zeker veel twijfelachtige vrijeschool- en antroposofische
gedragspatronen en uitingen tot object van de kritiek gemaakt.
Het moet echter gezegd worden dat antroposofen en vrijeschoolpedagogen inmiddels los willen komen van een pretentieus onmodieuze spiritualiteit [10] door in toenemende mate meer open te staan voor wetenschappelijk georiënteerde en zelfkritische vormen van reflectie en debat.

De vraag blijft echter hoe een moderne spiritualiteit die nog vóór het niveau van ‘verlichting‘ staat, en die ook als basis voor een pedagogie kan dienen, gezien moet worden.

De pedagogiewetenschapper Heiner Ullrich, is naast heel zijn waardering voor de praktische kant van de antroposofie niet opgehouden de problematische aard van de antroposofie te diagnosticeren. Hij stelt: “In tegenstelling tot de bewuste methodologische zelfbeperking, de pluraliteit en onbeslisbaarheid van de moderne wetenschap, willen Steiner en zijn volgelingen het goed geordende geheel van de wereld dogmatisch erkennen als een eeuwig onveranderlijke waarheid […] Hun vorm van denken is gedegenereerde filosofie, is wereldbeschouwing […] Steiner heeft de gevaren van dit denken […] met de ontwikkeling van de antroposofische ‘geheime wetenschap’ volledig onder ogen gezien.
Hier gaat de premoderne dogmatisch-metafysische speculatie van het Neoplatonisme over in de bewust remythiserende interpretatie van de wereld van de theosofie.”[11]

Het kan nauwelijks scherper worden geformuleerd. Men mag niet vergeten dat het dergelijke oordeelshoudingen waren die – niet langer alleen wetenschappelijk-reflectief, maar ook politiek-operatief – leidde tot de afwijzing door de Wetenschapsraad van de waldorf-georiënteerde Mannheim University of Applied Sciences.
In het rapport van de Wetenschapsraad staat dan ook dat een vrijeschoollerarenopleiding wordt gezien als een gevaar voor “een specifieke, ideologisch gekarakteriseerde pedagogie in de zin van een niet-wetenschappelijke pedagogische theorie als de basis van een instelling voor hoger onderwijs.”[12]
Men kan stellen dat de vraag naar spiritualiteit een kernprobleem is van de vrijeschoolpedagogie – als men gedifferentieerd kijkt – zowel met betrekking tot de culturele grondhouding als in relatie tot de wetenschappelijke eisen van de huidige tijd, waarbij deze twee natuurlijk nauw met elkaar zijn verbonden.
Dit roept de vraag op of een spiritueel georiënteerde pedagogie in principe onhoudbaar is?
Of is het mogelijk om een nieuw en modern begrip van spiritualiteit te ontwikkelen dat niet van te voren alles weet, maar dat gebaseerd is op vormen van reflectie en idealen van autonomie en tegelijkertijd het niet onmogelijk maakt de wereld spiritueel te benaderen.
Laten we om hier vooruitgang te boeken, eens kijken naar het specifieke concept van spiritualiteit van Rudolf Steiner.

Steiners concept van spiritualiteit

Veel vertegenwoordigers van de antroposofie en de vrijeschoolpedagogie benadrukken vaak de bijzondere spirituele benadering van Rudolf Steiner niet exact onderscheidend genoeg.

Daardoor kan gemakkelijk de indruk ontstaan dat de antroposofie de leer van een intrinsiek bestaande geestelijke wereld bevat, met de daarbij behorende engelachtige en tegengestelde wezens die de afhankelijke menselijke zielen beïnvloeden. [13]
Het begrip van de lotsbestemming wordt dan bijna opgevat als voorbeschikking en uiteindelijk kan het alleen maar een kwestie zijn dat de onvolgroeide menselijke zielen zich zo goed mogelijk gedragen volgens het advies van een wijze ingewijde, nl. Rudolf Steiner, en hun beschavingsinspanningen (op het gebied van landbouw, onderwijs, geneeskunde, enz.) af te stemmen op zijn instructies en daardoor een receptmatige realisatie van zijn ingewijde kennis te bereiken.
Zulke en soortgelijke verwijten worden antroposofen vaak gemaakt, en dat gebeurt ook als je relevante publicaties en internetfora raadpleegt; dit is niet geheel onterecht.
Daarbij wordt echter over het hoofd gezien dat in het onwrikbare centrum van de
antroposofie de vrijheid van de mens, zijn vermogen tot vrijheid en zijn ontwikkeling van vrijheid, staat. De magneetnaald van het antroposofische denken is gericht op de pool van de vrijheid van de mens.
Het bijzondere van Steiners antroposofie is niet het feit dat zij een spirituele leer bevat, want zulke leringen zijn er altijd al geweest.
Spiritualiteit is historisch niets nieuws. Integendeel, alle vormen van cultuur tot aan de Verlichting waren min of meer spiritueel georiënteerd.
Als men dit in de antroposofie zou willen benadrukken, zou het, zoals haar verweten wordt, niets anders zijn dan slecht verhuld eclecticisme. [14]
Het bijzondere van de antroposofie is daarentegen dat zij als eerste een spiritueel begrip van de wereld en de mens combineert met de idee van vrijheid. Tot de Verlichting waren er cultuurhistorisch beschouwd, in wezen spiritueel georiënteerde wereldbeelden. De Verlichting benadrukte de autonomie van de mens in zijn onafhankelijke gebruik van de rede (“sapere aude!) Het kocht deze autonomie en vrijheid echter tegen de prijs van het verlies van zijn spirituele oriëntatie. Sindsdien is er alleen nog de keuze tussen vrijheid of spiritualiteit. Steiner combineerde beide gebieden in zijn antroposofie.
Hoe heeft hij dit bereikt?

Steiners concept van kennis

De centrale benadering van Steiners filosofie, op basis waarvan hij later de antroposofie ontwikkelde, bestaat uit zijn kennisleer. Steiner creëerde een creatief, dynamisch concept van kennis. Hij keerde zich tegen een – in zijn ogen naïef realistisch – begrip van de werkelijkheid, dat de werkelijkheid een betekenis toekent buiten het menselijk bewustzijn en onafhankelijk daarvan, in die zin dat het de dingen en verschijnselen van de wereld ziet als op zichzelf bestaand en er vervolgens van uitgaat dat menselijke cognitie slechts deze wereld afbeeldt. Die bewustzijnsbeelden hebben dan natuurlijk een ander karakter dan de op zichzelf bestaande wereldverschijnselen, ze staan daarmee hoogstens in een benaderingsrelatie.
In deze dualistische visie zijn de wereld en het bewustzijn fundamenteel
verschillende entiteiten.
Steiner wijst daarentegen op de betrokkenheid van het bewustzijn bij het ontstaan van de werkelijkheid.
Dit is zeker een benadering van de Verlichting. Want Immanuel Kants filosofie van het bewustzijn kenmerkt zich juist door het feit dat het niet alleen kennisinhoud is, maar ook de voorwaarden waaronder kennis tot stand kan komen.
Dit vormt een gemeenschappelijk uitgangspunt van de epistemologie van Rudolf Steiner en die van de transcendentale filosofie van Immanuel Kant. In de verdere uitwerking van het begrip kennis is er echter een doorslaggevend verschil.

Terwijl Kant een scherp onderscheid maakt tussen ontologie, d.w.z. de leer van het zijn, en epistemologie, de leer van de kennis, en tot de conclusie komt dat de menselijke kennis principieel gescheiden is van het wezen van de wereld – hij noemt het “de dingen op zichzelf”, (Ding an sich) –  beschouwt Steiner de menselijke cognitie als fundamenteel in staat tot ontwikkeling en dus ook in staat tot te zijn. Hij ziet de mogelijkheid dat het menselijk bewustzijn zijn aanvankelijk duale aard ten opzichte van het zijn kan overwinnen en zich creatief verbinden met de wereld en haar fenomenen. De werkelijkheid die in het menselijk bewustzijn ontstaat is dan niet louter een beeld van een onafhankelijk wezen, maar het wezen van de wereld bereikt een nieuwe vorm van bestaan in het menselijk bewustzijn van zichzelf, namelijk die van vrijheid.
Er vindt dus een soort verbinding plaats tussen epistemologie en ontologie, in die zin dat de menselijke kennis betrokken is bij de redenen voor het bestaan van de wereld. Dit is het perspectief van Steiners monistisch concept van kennis, dat vervolgens ook verstrekkende gevolgen heeft voor zijn begrip van spiritualiteit en pedagogie.
Maar hoe komt Steiner tot dit concept van kennis.

Denken

In het voorwoord van de nieuwe uitgave van zijn filosofische basiswerk ‘Filosofie van de vrijheid‘ in 1918, formuleerde Rudolf Steiner twee zogenaamde grondvragen, waarop hij naar eigen zeggen zijn denken richtte.
De eerste vraag richt zich op de cognitieve situatie van de moderne mens
die zich in een wereld van onzekerheid en twijfel bevindt. De
wereldverschijnselen benaderen het menselijk bewustzijn op een onsamenhangende manier en kennis is niet in staat om een zekere basis te vinden. Steiner vraagt zich nu af of er zo’n reden is in de de mens zelf, “of je zo in het menselijk wezen kunt doordringen dat je een vast
punt vindt waarop je al je verdere ervaring en kennis kunt baseren.” [15]
[15] Filosofie v.d. vrijheid GA 4/3  Vertaald/11

Met deze vraag bewijst Steiners benadering post-Verlichting te zijn, omdat hij ervan uitgaat dat in de ervaringen van ons bewustzijn geen ultieme grond van waarheid gevonden kan worden. Dit zou de hoop zijn van een geloof in openbaring of een conventionele spiritualiteit.
Een modern bewustzijn wordt juist gekenmerkt door het feit dat het kennis niet ziet als een quasi-objectief proces, maar als door de mens gemaakt. In dit verband spreekt Karl R. Propper van ‘falsificatie” als criterium voor kennis en verwerpt daarmee de bewering van ultieme kennis door de fundamentele voorlopige aard van alle cognitieve prestaties te benadrukken.

Maar om welke blik op de mens die daarbij een steun kan zijn, gaat het bij Steiner?
Steiner zet in de loop van de “Filosofie van de Vrijheid” de bijzondere kwaliteit van het denken centraal in zijn overwegingen. Het blijkt dat het centrale element van Steiners begrip van spiritualiteit het denken is. Het denken brengt de mens boven zichzelf en stelt hem in staat de dingen, vormen en processen in de wereld te begrijpen. Steiner geeft naast vele andere, de volgende twee centrale kenmerken van het denken:

Individuele implementatie: het denken is volledig individueel, een activiteit die alleen door de individuele mens uitgevoerd kan worden. Het ligt volledig binnen  de beschikkingsmacht van het individu en is geen activiteit van buitenaf (bijvoorbeeld van de hersenen), maar als een pure wilsdaad die alleen door het Ik zelf wordt uitgevoerd.
Universele wet: hoewel het denken door het individu moet worden voltrokken, is het toch niet alleen subjectief, maar ontwikkelt in de individuele voltrekking
een op zichzelf gebaseerde wetmatigheid die t.o.v. de voltrekkende subjecten algemeen is.
Hierop berust de mogelijkheid van menselijk inzicht en begrip.

Dit zijn de twee centrale eigenschappen van het denken: het moet individueel geproduceerd worden en tegelijkertijd bevestigt het zich wetmatig in zichzelf. In dit opzicht is er sprake van een dynamiek in het denken, er vindt transitie en uitwisseling plaats tussen het individuele en het universele. Er is een constante
wederkerige relatie tussen het individuele en het universele. Deze uitwisseling wordt door Rudolf Steiner intuïtie genoemd. In het negende hoofdstuk van de “Filosofie van de Vrijheid” staat: “Intuïtie is de bewuste ervaring van een puur spirituele inhoud die plaatsvindt in het puur spirituele.”17
[17] Filosofie v.d. vrijheid GA 4/3  Vertaald/120

Het hier gebruikte spirituele begrip kan in de context van Steiners uitleg, wezenlijk worden begrepen onder het aspect van zelfrechtvaardiging, wat betekent dat beide, zowel het denken als activiteit als ook de inhoud van het denken berusten op zichzelf. Dit is een essentieel spirituele ervaring van de antroposofische epistemologie: De mens ervaart een universele
geldigheid en rechtmatigheid van het eigen denken. Hij wordt dus buiten zichzelf gebracht. Bij Steiner: onze kennistheorie leidt tot het positieve resultaat dat het denken de essentie van de wereld is en dat het individuele menselijke denken de enige manifestatie van deze essentie is.”18
[18]   GA 2/78 : Grundlinien einer Erkenntnistheorie der goetheschen Weltanschauung. Niet vertaald.

Bezwaar

Nu kan worden tegengeworpen dat deze opvatting en de opvatting over het denken nu juist dat mystieke en van vóór de Verlichting-zijnde in de antroposofie uitmaken. Want om over een grond van waarheid of
dergelijke dingen te spreken, is vanuit wetenschappelijk oogpunt achterhaald. Bij dit bezwaar moet wel in ogenschouw worden genomen, dat met de eigenschap van correctheid, coherentie en het vermogen om de waarheid te spreken, bij Rudolf Steiner niet meteen de individuele gedachte als geldig en waar bestempeld kan worden. Steiners denkopvatting richt zich in zijn  totaliteit op dit principiële onderscheid. Want zelfs de sterkste argumenten tegen de geldigheid en juistheid van het denken is gebaseerd op uitspraken die door het denken tot stand zijn gekomen en kunnen als zodanig niet in twijfel worden getrokken.
Karl R. Popper gaat in principe ook uit van de mogelijkheid van het juiste denken  als hij zegt: “Wij zijn feilbaar en vatbaar voor fouten; maar wij kunnen leren van onze fouten.”19
Voor Steiner gaat het er niet om elke individuele intellectuele prestatie die claimt waar te zijn een bepaalde lading te geven, maar eerder om een gezond en in principe gerechtvaardigd denkvertrouwen, dat uiteraard met een verlicht inzicht, de eigen denkactiviteit kritisch onder de loep neemt en niet nalaat een voorbehoud te blijven maken van eigen fouten.
Zonder dit gezonde vertrouwen in het denken zouden de mensen nauwelijks in staat zijn om met hun dagelijks leven om te gaan. Je zou niet in een auto of  vliegtuig stappen, geen telefoon of mobieltje gebruiken als er niet het vertrouwen was dat het denken tot dergelijke technische producten heeft geleid, weliswaar altijd voor verbetering vatbaar, maar in principe juist.
Aan de andere kant wordt wat betreft de nadruk op een autonome en individueel gerechtvaardigde denkactiviteit, terecht tegengeworpen dat de denkprestaties van het individu geenszins individueel zijn, maar in wezen cultureel gevormd als gevolg van socialisatie-ervaringen. Daar komen vaak vaste psychologische determinanten bij, die ook biografisch bepaald zijn, dus dat de individuele persoon eerder in gevormde denkpatronen en mentale sjablonen verkeert dan in bewust gesitueerde individuele mentale prestaties. Deze opvatting is zeker juist als deze gerelateerd is aan het alledaagse gedrag van het menselijk bewustzijn, vooral in uitdagende cognitieve processen van wetenschappelijke aard, en vooral in wiskundige bewerkingen is het niet voldoende om reeds gevestigde bewustzijnsinhouden te reproduceren, maar dat is wel mogelijk en noodzakelijk, alleen door middel van een individueel verhoogde denkactiviteit die in staat is om gebruikelijke en cultuurgerelateerde denkpatronen af ​​te werpen en nieuwe vormen van inzicht te genereren.

Gevolgen voor de vrijeschoolpedagogiek

Vervolgens zullen we nu kijken naar de invloed van een dergelijk denkconcept op het vrijeschoolonderwijs.
Rudolf Steiner begint in 1919 zijn voordrachtenAlgemene menskunde als basis van de pedagogie”, met te wijzen op de bijzondere uitdagingen die de hedendaagse geschiedenis stelt aan de moderne pedagogie. Hij onderscheidt een zogenaamd “vierde post-Atlantisch tijdperk” van het ‘vijfde post-Atlantische’ dat in zijn visie op de geschiedenis sinds de 15e eeuw bestaat.20
Met de Renaissance, volgens Steiner en ook volgens het huidige geschiedbegrip, is er een nieuwe vorm van bewustzijn in de Europese menselijke cultuur gekomen die het individuele en autonome menselijke denken een veel hogere waarde gaf.
In essentie is dit de kern van het zogenaamde “vijfde na-Atlantische ontwikkelingstijdperk”.
Voor de pedagogie betekent dit bijvoorbeeld dat de inhoud van het onderwijs niet langer in een puur top-down cultuur aan leerlingen moet worden overgebracht.
Rond 1919, toen het vrijeschoolonderwijs werd opgericht, werd de schoolcultuur van die tijd nog sterk gekenmerkt door pure opleidingsscholen.
Naast het vrijeschoolonderwijs keerde de hele reformpedagogische beweging zich hiertegen. Rudolf Steiner bekritiseerde het feit dat de bewustzijnsverandering die in de 15e eeuw in de moderne tijd plaatsvond,
nog niet zijn weg had gevonden in het schoolsysteem in die zin dat het individuele denkvermogen van leerlingen veel te weinig werd aangesproken. Dit zou moeten veranderen door het vrijeschoolonderwijs. De eigen denkactiviteit van de leerlingen, het individuele proces van begrijpen, zouden sterk moeten worden aangemoedigd.
Vandaag de dag lijken dergelijke eisen misschien allang gerealiseerd en daarom achterhaald, omdat in feite met benaderingen zoals ontdekkend leren en activiteiten-georiënteerd onderwijs en vooral op basis van de resultaten van hersenonderzoek, onderwijsmethoden zijn ingezet die uitgesproken gericht zijn op de eigen activiteiten van de leerlingen. Maar deze methodevernieuwingen hebben helaas alleen betrekking op het toegankelijk maken van de min of meer vaststaande kennisvaardigheden, deze makkelijker over te brengen en om die dan vervolgens in de vorm van examens op te kunnen roepen.
Ook de zogenaamde competentiegerichtheid die van de laatste tijd is,

verhult niet dat het uiteindelijk, ook vandaag de dag, uitsluitend
gaat om examenresultaten in cijfers uitgedrukt (leerstatuutonderzoeken en centrale eindexamens) die bedoeld zijn om gedefinieerde kennis effectief op te roepen.
De eigen activiteiten van de leerlingen die in de lesmethoden worden voorgestaan, zijn dus slechts een middel om een doel te bereiken, namelijk het sneller en efficiënter genereren van vooraf bepaalde onderwijsinhouden.

In het Waldorfonderwijs is het andersom: de steeds autonoom beschikbare zelfwerkzaamheid van menselijk denken en begrip bij de ontwikkeling van kinderen en adolescenten vormt de antropologische basisoriëntatie, waar zowel de onderwijsmethodologie als ook de lesinhoud op afgestemd wordt. Concreet leidt deze op denken gerichte antropologische benadering tot de volgende voorbeelden van speciale onderwijsbenaderingen:

Zintuiglijk of ervaringsgericht onderwijs:
een essentieel kenmerk van de benadering van het Waldorfonderwijs voor jonge kinderen en ook voor de eerste schooljaren bestaat uit het ontwikkelen en gebruikmaken van zintuigervaringen in het onderwijs. In de elkaar volgende schooljaren zijn het dan niet alleen de basale zintuiglijke ervaringen, maar gaat het over het algemeen om een ​​ervaringsgericht fenomenologisch georiënteerd onderwijs. Deze aanpak is gebaseerd op de overtuiging die globaal resulteert in een fenomenologisch georiënteerde filosofie, dat bij elke zintuiglijke ervaring, bij elk object in de uiterlijk wereld iets van die eigen kwaliteit en eigenaardigheid ervaren kan worden die niet rechtstreeks in taalkundige vormen of begrippen kan worden overgedragen.
We hebben hier te maken met de onbeschikbaarheid van de dingen. Käte Meyer-Drawe spreekt in haar fenomenologisch georiënteerde pedagogiek van het “bezwaar van de dingen”.21 Een dergelijke benadering is ook uitgesproken te vinden bij Martin Wagenschein.22
In navolging van Goethes oriëntatie op de ervaring 23 gaat het er in de vrijeschoolpedagogie om dat de leerlingen in iedere waarachtige zintuiglijke ervaring iets van het zijn van de dingen gewaarworden. In de zintuiglijke ervaringen raakt en voelt het menselijk bewustzijn de waarheidsgrond van de wereld, die in het cognitieve streven meer en meer ontsloten kan worden, maar dan wel door altijd van deze basisintuïtie uit te gaan en de wetenschappelijke intentie van kennis niet zomaar te negeren in zelfingenomen conceptuele abstractie en theoretische bevlieging.

Vormtekenen:
De voor de vrijeschoolpedagogie authentieke en wezenlijke pedagogische aanpak van het vormtekenen, laat heel duidelijk zien hoe individuele activiteit, die geproduceerd en bereikt moet worden, en de ervaring van een inherent geldige wetmatigheid die daaruit ontstaat, samengaan.

Plant- en dierkunde:
Op de vrijeschool worden de plantkunde– en vooral dierkundelessen zo georganiseerd dat de relatie tussen het individu en de omgeving (in een ecologisch begrip) altijd holistisch wordt bekeken. Het dier kan zelfs niet als individueel wezen los van zijn ecologische niche gezien worden. Vooral met dierkunde kunnen leerlingen voelen hoe een individueel wezen in een holistische context staat.

Beeldend onderwijs:
Rudolf Steiner wijst er op veel plaatsen in zijn pedagogische voordrachten op dat vrijeschoollessen, vooral in de lagere klassen, met beelden en zogenaamde levende begrippen moeten worden gegeven. Hij waarschuwt voor een te hoge mate van abstractie. Zijn punt is dat enerzijds de warmte van persoonlijke betrokkenheid, de emotionele en persoonlijke verbondenheid met de lesinhoud op deze manier beter aangesproken kan worden. Aan de andere kant maken beeldende en beweeglijke begrippen een meer open en onbevangen benadering van kennis mogelijk, die overeenkomt met het moderne begrip van wetenschap, 24 dat niet gefixeerd is op de engheid van vaste definities.

Vaardigheidsontwikkeling:
Een belangrijk aspect van de vrijeschoolpedagogie is de hoge waarde die aan de ontwikkeling van vaardigheden [handvaardigheid is slechts een deel van de vaardigheden] wordt gehecht. Dat heeft ermee te maken dat vaardigheden op handelingsniveau zichtbaar en voelbaar maken hoe individuele uitvoering en intrinsiek geldige wetten samengaan.
Dit komt omdat elke aangeleerde vaardigheid wordt gekenmerkt door het feit dat deze individueel wordt uitgevoerd in volledige overeenstemming met de wetten van de wereld op het gebied van de respectieve vaardigheid. Als iemand bijvoorbeeld viool wil leren spelen, helpt het niet als hij of zij in een jaar tijd verschillende boeken over vioolspelen leest en dan precies kan zeggen hoe het moet.
Een vaardigheid ontwikkel je alleen door oefening. Iedereen die iets oefent, merkt dat zijn eigen activiteit geleidelijk aan steeds soepeler en vertrouwder wordt met de kenmerken van het object (bijvoorbeeld de viool, maar ook een niet-Nederlandse taal enz.) en dat hij in staat is om de wetten die aan het betreffende gebied ten grondslag liggen steeds beter toe te passen. In dit opzicht vallen individuele realisatie en inherente regelmaat samen in elke vaardigheid.

Ik-begrip

Naast het belang van het denken en zijn kenmerken voor een begrip van de spirituele dimensie van de vrijeschoolpedagogie, is er nog een spiritueel element te noemen, dat nu aan de orde komt.
Het gaat om Steiners begrip van het Ik, dat ook voor het
vrijeschoolonderwijs relevant is. In Steiners ‘Filosofie van de vrijheid’ is de zogenaamde tweede basisvraag op dit gebied gericht. Deze luidt: “mag de willende mens zichzelf vrijheid toeschrijven?’ 25
[25] Filosofie v.d. vrijheid GA 4/3  Vertaald/11

Met andere woorden: Is er in de mens iets aanwezig dat volledig autonoom op zichzelf berust en nergens door bepaald wordt? In de opvatting van Steiners (maar bijvoorbeeld ook in die van de Ik-filosoof Johann Gottlieb Fichte) kan dat het Ik genoemd worden.
In huidige academische verhandelingen heeft men een dergelijk concept van het Ik losgelaten.
De menselijke persoonlijkheid wordt over het algemeen gezien als samengesteld.
Ze kan erfelijke trekken dragen en is min of meer volledig samengesteld uit de ervaringen die ze biografisch heeft opgedaan door de opvoeding en de invloeden van de omgeving, in het bijzonder de peer group. In die zin is een persoon meer of minder een conglomeraat van de meest uiteenlopende socialisatie-ervaringen. Of, vanuit het perspectief van het hersenonderzoek, is deze onderhevig aan neurologische invloeden.26
Een bijzonder kenmerk van de vrijeschoolpedagogie is dat ze gebaseerd en georiënteerd is op een uitgesproken Ik-gebaseerd concept.
In die zin kan ze ook gezien worden als Ik-pedagogie, omdat ze een bijzonder belang hecht aan de vrije ontwikkeling van het menselijke Ik.
Rudolf Steiner : “Het grootste dat in de wordende mens, in het kind kan voorbereiden, is dat het op het juiste tijdstip in het leven door het begrijpen van zichzelf tot het beleven van de vrijheid komt. Ware vrijheid is innerlijk beleven.
( ) “27

[27]  GA 308/73  Vertaald/109

Een belangrijk aspect van deze uitspraak is dat ze geen ruimte geeft aan de veronderstelling dat de vrijeschoolpedagogie zelf Ik-vormend is of dat ze tot een zeker examenresultaat leidt. De pedagogie heeft slechts een voorbereidend karakter. Ze bereidt iets voor op wat misschien pas veel later, namelijk op het juiste moment, werkelijkheid wordt. Het enige doel van de vrijeschoolpedagogie is kinderen en jongeren het pedagogische kader te bieden om dichter bij zichzelf te kunnen komen. Dat betekent dat ze in het opvoedingsproces werkelijk als persoon, als Ik-wezen worden aangesproken. Bij dit aspect horen ook deze twee pedagogisch relevante voorbeelden:

Klassengemeenschap:
Op vrijescholen leren leerlingen samen van de eerste tot de twaalfde of dertiende klas. Dit is een centrale systematische component van het vrijeschoolonderwijs. Waar hangt dit mee samen? Als je ervan uitgaat dat vrijeschoolonderwijs een Ik-opvoeding is, dan rijst de vraag hoe een Ik gevormd wordt. Enigszins vereenvoudigd en ingekort, maar desalniettemin niet minder correct, kan men dit zo formuleren: Een Ik wordt gevormd door een Ik. Of in de zin van Martin Buber: Een Ik wordt gevormd door een jij. 28
Een pedagogie die zich richt op de vorming van het menselijke Ik als Ik-pedagogie, zal zich daarom bezighouden met het scheppen van passende
randvoorwaarden voor de leerlingen.

Het drieledige schoolsysteem in Duitsland staat hiermee in contrast omdat
het prestatiegerichte selectieprincipe dat het nastreeft het menselijke zelf niet erkent. Dit is al bekritiseerd door andere landen en er is op gewezen dat het Duitse schoolsysteem in dit opzicht buitengewoon achterloopt is. Het tripartiete schoolsysteem streeft een intellectuele hiërarchie na die werkt met starre selectiemechanismen. Hierbij wordt alleen rekening gehouden met de intellectuele capaciteiten van de leerlingen.
Daarentegen schept het idee van een klassengemeenschap van minstens twaalf jaar in het vrijeschoolonderwijs een kader waarin iedereen – ook een leerling die intellectueel misschien zwakker is – zich gerespecteerd en gewaardeerd kan voelen. Individuele prestaties – niet alleen op intellectueel gebied – worden gelijkelijk erkend en individuele ontwikkelingstempi worden getolereerd.

Het spreekt voor zich dat bepaalde andere problemen en uitdagingen
voortvloeien uit deze beslissing, bijvoorbeeld dat zelfs zeer getalenteerde leerlingen op passende wijze moeten worden ondersteund en dat de normen van de school niet mogen worden genivelleerd tot slechts middelmatigheid. Het is cruciaal dat de leerlingen zichzelf ervaren en begrijpen als een leergemeenschap waarin iedereen zijn plaats heeft, omdat iedereen een individueel, uniek zelf heeft.

Klassenleerkrachtprincipe:
Het principe van het meerjarenklassenleerkrachtsysteem is ook gericht op
dit doel. Leerlingen moeten hun eigen persoonlijke krachten ontwikkelen
in een vertrouwensvolle ontmoeting met een leerkracht die als een autoriteit wordt beschouwd. In zekere zin kan gezegd worden dat elk Ik een autoriteit is voor zichelf.

Twee aspecten van een spirituele dimensie

Twee aspecten van de spirituele dimensie van de vrijeschoolopvoeding zijn hierboven beschreven. De ene dimensie is die van het denken. Het kan
als stabiel en stabiliserend worden beschreven, omdat het naar de wetten van de wereld leidt en de leerlingen zekerheid geeft door een gezond en zelfstandig vertrouwen in het denken. Steiners verbinding met Goethes wereld- en mensbeeld vormt een basis voor het vrijeschoolonderwijs.
De andere dimensie, die van het menselijke Ik, is daarentegen veel opener en
ongedefinieerder en in sommige opzichten ook irritanter. Het leidt naar het innerlijke rijk van de mens, zoals het wordt beschreven door de romantische dichter Novalis wanneer hij zegt: “De mysterieuze weg leidt naar binnen…”29 Omdat het menselijke Ik nu eenmaal niet vooraf bepaald of gedetermineerd is (zoals een verkeerd begrepen antroposofie soms suggereert), maar in plaats daarvan uitsluitend voorbestemd is tot een eigen vrije ontwikkeling, is een van
de uitdagingen van het menselijk bestaan, die pedagogisch begeleid wordt, om
het eigen innerlijk als maatstaf voor de eigen levensweg te ervaren.
Deze twee aspecten van een spirituele dimensie vormen twee basispijlers van
de vrijeschoolpedagogie, die de leerlingen vertrouwen geven in een zinvolle
en wetmatige wereldcontext, die door hun eigen denkactiviteit, en in de vrije zelforganisatie van hun eigen Ik ontwikkeld wordt.
Men kan zich nu afvragen waar een pedagogie die zo’n spirituele dimensie niet erkent op gebaseerd is. Uiteindelijk moeten de sleutelwoorden voor een pedagogie die anti-spiritueel is in deze zin materialistische toevalsevolutie en determinisme zijn. Want als men aanneemt dat het menselijk denken niet in staat is om in te gaan op de wetmatigheid van de omringende wereld en deze wetmatigheid vervolgens ook wordt ontkend, dan lijkt de wereld het product te zijn van een blinde en toevallige evolutie die een bewustzijnswezen heeft voortgebracht dat in de kern materialistisch bepaald is. De vrijeschoolpedagogie schept een alternatief voor dit wereldbeeld en het zou tegen deze achtergrond fataal zijn als zij van haar eigen spirituele zaak niet zeker zou zijn.

Deze laatste uitspraak kan natuurlijk geïnterpreteerd worden als een ideologische voorbeschikking, maar het is in eerste instantie niet minder dan een wereldbeschouwing die de evolutie van het toeval en
materialistisch determinisme tot basis van haar onderwijsinstellingen verheft. En daar moet  relativerend aan worden toegevoegd dat noch de wetmatigheid van de wereld, die in denkende cognitie moet worden onderzocht, noch de vrijheid van de mens in de vrijeschoolpedagogie worden bevooroordeeld, maar slechts als mogelijke ontwikkelingsdimensies in perspectief open blijven.

Procesbewustzijn

Tot slot moet nog een kenmerk worden benadrukt dat van belang is voor het spirituele bewustzijn: Rudolf Steiner en Johann Gottlieb Fichte wijzen er in hun filosofische geschriften op dat het menselijke Ik niet in reflectie, maar alleen als handeling kan worden ervaren. Dit aspect speelt een grote rol in de
kunstvakken die op vrijescholen worden onderwezen, vooral in de euritmie.
Laten we dit eens nader bekijken: Een ontwikkelingsdoel dat in al het onderwijs in de begeleiding van kinderen en jongeren nagestreefd wordt, is dat de jongeren na hun schooldiploma met zelfvertrouwen, daadkracht en vertrouwen in het leven de wereld ingaan. Nu rijst echter de vraag wat voor soort zelfbewustzijn momenteel voornamelijk wordt bevorderd. Het is dat van een reflecterende cultuur van bevestigen. Wat het individu doet, telt maar weinig mee, maar wat die ervaart in termen van evaluatie, wat beschikbaar is via verschillende media als een verslag van wat er gedaan is, dat alleen lijkt te tellen.

Ouders, grootouders, tantes en ooms stoppen nooit met op een slechte manier te praten over het kind in het bijzijn van het kind en benadrukken wat het wel of niet kan, wat het heeft gezegd, enz. Op deze manier ervaart het vroege kinderbewustzijn een soort hypertrofisch reflectiekader. Op school gaat het proces verder: opnieuw is het niet wat het kind zegt en doet dat telt, maar eerder hoe het uiteindelijk door de leerkracht wordt beoordeeld. Pas in de externe beoordeling krijgt wat het kind misschien met plezier en passie heeft gedaan, gewicht en, in het geval van een slecht cijfer, mogelijk zodanig dat het kind geen zin meer heeft om moeite te doen.
Foto- en filmmedia versterken deze ervaring van een soort geëxternaliseerde waarde nog, die alleen toegankelijk is omdat ze gedocumenteerd is.
De huidige populaire mediacultuur overdrijft dit door te suggereren dat
de enscenering in en door het medium alleen maar waardevol is. Zoals bekend leidt dit tot een angstaanjagend verlies van normen.
Vanuit het oogpunt van vrijeschoolonderwijs daarentegen is het in de opvoeding van groot belang dat kinderen en jongeren niet voortdurend een beoordelingsspiegel wordt voorgehouden, waardoor de waarde van wat gezegd of gedaan is alleen van buitenaf achteraf wordt bepaald. Voor een gezond zelfbewustzijn is het belangrijk dat je in het proces van iets doen zelf ervaart en leert of het goed of slecht, juist en gepast is, net zoals je in het proces van muziek maken meteen een verkeerde noot hoort, deze in het proces corrigeert en er later niet op gewezen hoeft te worden.
De veel bekritiseerde euritmielessen op vrijescholen hebben hier een speciale functie. Het werkt niet – zoals bij ballet – met spiegels of, zoals in de sport, met
vooraf bepaalde prestatiefactoren (doelpunten, gewonnen duels, snelheids- of
afstandsmetingen etc.), maar euritmie is erop gericht om een continu bewustzijn van het proces te behouden (in tegenstelling tot een discontinu bewustzijn van reflectie) door middel van een verdiepte waarneming en aandacht.

Dit doet denken aan de bekende mythe van Orpheus en Eurydice. Er wordt gezegd dat Orpheus, na de dood van zijn geliefde Eurydice, zo vervuld was van verdriet dat hij de moed verzamelde om af te dalen naar de onderwereld om zijn geliefde te verlossen van de dood en haar mee terug te nemen naar de wereld van de levenden. De god van de onderwereld, Hades, willigde dit verzoek in op voorwaarde dat Orpheus als eerste ging en dat hij niet achterom keek om er zeker van te zijn dat Eurydice hem echt volgde.
Zoals bekend voldeed Orpheus niet aan deze voorwaarde en daardoor verloor hij Eurydice voor de tweede keer.

Het is hetzelfde met het menselijke Ik. Om het te benaderen moet de mens bereid zijn af te dalen tot in de diepten van zijn innerlijke zelf. Het kan echter alleen in bewustzijn worden gebracht, wanneer het denken vordert in actieve realisatie. Het menselijk Ik kan niet ervaren worden in reflexieve, retrospectieve
visualisatie. Het onttrekt zich aan reflectie. Integendeel, de huidige mediacultuur
laat op beangstigende wijze zien dat er zelfs een gevaar bestaat dat mensen steeds meer van zichzelf vervreemden.
Het menselijke ego verschijnt als het delicate bewustzijn van onszelf in elk van onze handelingen en we leren het al doende steeds zekerder en zelfverzekerder vast te pakken. Het bevorderen hiervan is een kernmotief van de vrijeschoolpedagogie.

Prof. dr. Jost Schieren is hoogleraar schoolonderwijs met focus op vrijeschoolonderwijs en hoofd van de afdeling onderwijskunde aan de Alanus Hogeschool in Alfter bij Bonn.

.

Algemene menskunde: alle artikelen

Menskunde en pedagogie: alle artikelen

Opvoedingsvragen: alle artikelen

Vrijeschool in beeld: alle beelden

.

3420-3218

.

.

.