Categorie archief: kerstspelen

WAT VIND JE OP DEZE BLOG?

.
Ondanks regelmatige controle komt het voor dat bepaalde links niet werken. Waarschuw me s.v.p.     pieterhawitvliet voeg toe apenstaartje gmail punt com

.
VRIJESCHOOL in beeld: bordtekeningen; schilderingen, tekeningen, transparanten enz.
voor klas 1 t/m 7; jaarfeesten; jaartafels

U vindt via onderstaande rubrieken de weg naar meer dan 1775 artikelen

RUDOLF STEINER
alle artikelen
wat zegt hij over——
waar vind je Steiner over pedagogie(k) en vrijeschool–
een verkenning van zijn ‘Algemene menskunde’


AARDRIJKSKUNDE
alle artikelen

BESPREKING VAN KINDERBOEKEN
alle auteurs
alle boeken

DIERKUNDE
alle artikelen

GESCHIEDENIS
alle artikelen

GETUIGSCHRIFT
alle artikelen

GODSDIENST zie RELIGIE

GYMNASTIEK
vijfkamp(1)
vijfkamp (2)

bewegen in de klas
L.L.. Oosterom over: beweging tussen persoon en wereld; kind leert bewegend de wereld kennen;

HANDENARBEID
alle artikelen

HEEMKUNDE
alle artikelen

JAARFEESTEN
alle artikelen

KINDERBESPREKING
alle artikelen

KLASSEN alle artikelen:
peuters/kleutersklas 1;  klas 2; klas 3; klas 4; klas 5; klas 6; klas 7;  klas 8         (rest volgt – via zoekbalk vind je ook de andere klassen: 9 t/m 11)   klas 11

KERSTSPELEN
Alle artikelen

LEERPROBLEMEN
alle artikelen

LEZEN-SCHRIJVEN
alle artikelen

LINKS
Naar andere websites en blogs met vrijeschoolachtergronden; vakken; lesvoorbeelden enz

MEETKUNDE
alle artikelen

MENSKUNDE EN PEDAGOGIE
Alle artikelen

MINERALOGIE
alle artikelen

MUZIEK
mens en muziek
blokfluit spelen
over het aanleren van het notenschrift

NATUURKUNDE
alle artikelen

NEDERLANDSE TAAL
alle artikelen

NIET-NEDERLANDSE TALEN
alle artikelen

ONTWIKKELINGSFASEN
alle artikelen

OPSPATTEND GRIND
alle artikelen

OPVOEDINGSVRAGEN
alle artikelen

PLANTKUNDE
alle artikelen

REKENEN
alle artikelen

RELIGIE
Religieus onderwijs
vensteruur

REMEDIAL TEACHING
[1]  [2]

SCHEIKUNDE
klas 7

SCHRIJVEN – LEZEN
alle artikelen

SOCIALE DRIEGELEDING
alle artikelen
hierbij ook: vrijeschool en vrijheid van onderwijs

SPEL
alle artikelen

SPRAAK
spraakoefeningen
spraak/spreektherapie [1]    [2

STERRENKUNDE
klas 7

TEKENEN
zwart/wit [2-1]
over arceren
[2-2]
over arceren met kleur; verschil met zwart/wit
voorbeelden
In klas 6
In klas 7

VERTELSTOF
alle artikelen

VOEDINGSLEER
7e klas: alle artikelen

VORMTEKENEN
via de blog van Madelief Weideveld

VRIJESCHOOL
uitgangspunten

de ochtendspreuk [1]      [2]     [3]

bewegen in de klas
In de vrijeschool Den Haag wordt op een bijzondere manier bewogen.

bewegen in de klas
L.L.. Oosterom over: beweging tussen persoon en wereld; kind leert bewegend de wereld kennen; sport

Vrijeschool en vrijheid van onderwijsalle artikelen
zie ook: sociale driegeleding

vrijeschool en antroposofie – is de vrijeschool een antroposofische school?
alle artikelen

 

EN VERDER:
burnt out
Aart van der Stel over: waarom raakt iemand ‘burnt out’; je eigen rol en hoe gaan de anderen met je om; binnen-buiten; gezond-ziek

met vreugde in het nu aanwezig zijn
‘anti’- burn-out

geschiedenis van het Nederlandse onderwijs, een kleine schets


karakteriseren i.p.v. definiëren

lichaamsoriëntatie

(school)gebouw
organische bouw [1]     [2-1]    [2-2]

 

In de trein
onderwijzer Wilkeshuis over een paar ‘vrijeschoolkinderen’ in de trein

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

..

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner – toespraak bij de kerstspelen (7)

.

In de voordrachtenreeks (GA=Gesamt Ausgabe) zijn de toespraken die Steiner hield naar aanleiding van opvoeringen van de kerstspelen, gebundeld in nr. 274 [1]:

TOESPRAKEN BIJ DE OUDE VOLKSE KERSTSPELEN

 

ANSPRACHEN ZU DEN WEIHNACHTSPIELEN AUS ALTEM VOLKSTUM

ANSPRACHE DORNACH 22-12-1920

blz. 57

Die beiden Weihnachtspiele, die heute vorgeführt werden, sind in derselben Weise, wie sie durch die Jahrhunderte gespielt worden sind, noch gespielt worden in der Mitte des 19. Jahrhunderts in den deutschen Sprachkolonien, die sich in Ungarn finden, etwas ostwärts von Preßburg, nördlich von der Donau, in der sogenannten Oberuferer Gegend. Ungarn war damals durchaus in diesen Gegenden, sowohl nördlich von der Donau, an den Karpaten vorüber und südwärts davon bis hinein nach Siebenbürgen, also über die Zipser Gegend  hinweg, dann wiederum nach dem Banat hin, der Gegend seines Westens, überall von deutschen Kolonisten durchsetzt, welche seit einigen Jahrhunderten von Westen her nach Ungarn einwanderten, ihre Kulturschätze mitnehmend. Und wertvollste dieser Kulturschätze sind wohl gerade diese Spiele. Wir werden zurückgeführt durch diese Spiele – gerade diese hier, die mein verehrter Lehrer, Karl Julius Schröer, in den fünfziger Jahren so gesammelt hat, wie ich es gleich mitteilen möchte, auf die Entwickelung der mitteleuropäischen Weihnacht- und christlichen Spiele überhaupt. Diese Spiele führen uns zurück bis ins 11. Jahrhundert. Sie sind ausgegangen von dem Impuls desjenigen, was sich in den Kirchen abspielt, in das Volkstum hineinwirkt, den Inhalt der heiligen Legende, den Inhalt der Bibel in einer dramatischen Weise ausgestaltet.

De twee kerstspelen die nu opgevoerd gaan worden, zijn op dezelfde manier waarop ze door de eeuwen heen gespeeld werden, nog gespeeld in het midden van de 19e eeuw in de Duitse taalenclaves die zich in Hongarije bevinden, iets ten oosten van Pressburg, ten noorden van de Donau, in de zgn. omgeving van Oberufer. Hongarije lag toen vooral in deze streken, zowel ten noorden van de Donau, voorbij de Karpaten en ten zuiden ervan naar Siebenbürgen, dus verder dan de streek van de Zipsen, dan nog tot aan de Banat, de westelijke omgeving; overal bewoond door Duitse kolonisten die sinds enige eeuwen vanuit het westen naar Hongarije trokken, hun cultuurrijkdom meenemend.
En het meest waardevol van deze cultuurrijkdom zijn wellicht deze spelen. We worden door deze spelen teruggevoerd – met name deze hier, die mijn geachte leraar, Karl Julius Schröer, in de jaren vijftig zo verzameld heeft als ik dadelijk ga zeggen – op de ontwikkeling van de Middeneuropese kerst- en christelijke spelen met name. Deze spelen brengen ons terug tot in de 11e eeuw. Ze gingen uit van de impuls van wat zich in de kerken afspeelt, wat doorwerkt in de bevolking, de inhoud van de heilige legende, de inhoud van de Bijbel als drama vormgegeven.

Ursprünglich war das wirklich so, wie es auch noch war in Griechenland, wo die ganze Dramatik aus den Dionysos-Spielen hervorgegangen ist. So ähnlich war es auch im Mittelalter vom 10., 11. Jahrhundert an vor sich gegangen. Man dekorierte den Altar, man dekorierte die übrige Kirche. Geistliche waren es zunächst, welche diese Spiele aufführten. Wir werden bis zurück ins 11.Jahrhundert finden, wie drei Geistliche in Frauenkleidern in der Kirche selbst die Szene an Christi Grab aufführen, nachdem der Tod eingetreten war. Zwei der Priester stellten die Frauen dar, die ans Grab gekommen waren, der dritte den Engel. Das ist im Grunde genommen eines der ältesten

Oorspronkelijk was het daadwerkelijk zoals het nog in Griekenland was, waar heel de dramatiek voortgekomen is uit de dionysische spelen. Net zo ging het ook in de Middeleeuwen vanaf de 10e, 11e eeuw. Het altaar werd opgesierd, de rest van de kerk. Aanvankelijk voerden de geestelijken die deze spelen op. Tot wel in de 11e eeuw vinden we terug hoe drie geestelijken in vrouwenkleren in de kerk zelf de scène aan het graf van Christus opvoeren nadat de dood was ingetreden. Twee priesters speelden de vrouwen die naar het graf gekomen waren, de derde de engel. Eigenlijk is dat een van de oudste 

blz. 58

Motive, und von solchen biblischen Motiven sind diese Dinge ausgegangen. Wir finden dann, daß zum Beispiel ein sehr häufig gespieltes Spiel das war, welches drei aufeinanderfolgende Szenen vorstellte: den Gang der Frauen zum Grabe Christi, das Gespräch des Heilandes mit Magdalena, und dann einen Chor der Frauen und der Jünger als dritten Teil.
Diese Dinge wurden immer mehr und mehr ausgebildet. Wir finden zum Beispiel im Beginn des 14. Jahrhunderts, daß über die meisten Gegenden Mitteleuropas zu den christlichen Festen manchmal ganz große, bedeutende Spiele schon aufgeführt wurden. So wird uns berichtet, wie am 24. April 1322 in Thüringen, am Fuße der Wartburg, im Hause «die Rolle», aufgeführt wurde ein Stück von den zehn Jungfrauen, den klugen und den törichten Jungfrauen, und die ganze Folgezeit haben wir Berichte zu verzeichnen, die übriggeblieben sind, welche das außerordentlich Eindrucksvolle gerade dieser Aufführung vom Sonntag Misericordiae, am 24. April des Jahres 1322 schildern. Allerdings, das Eindrucksvolle wird in einer sehr realen Weise geschildert. Einer der Teilnehmer an diesem Stücke war der Landgraf Friedrich, der den sonderbaren Beinamen trug: «mit der gebissenen Wange»; dieser Friedrich, der schon etwas schwach offenbar war, als er an diesem Spiel von den klugen und törichten Jungfrauen teilnahm, wurde so gerührt, daß ihn der Schlag traf und er kaum noch zwei Jahre lebte, im Jahre 1323 gestorben ist.

motieven en van dergelijke Bijbelse motieven zijn deze dingen uitgegaan. We vinden dan, dat bv. zeer vaak het spel werd gespeeld met drie elkaar opvolgende scènes: de gang van de vrouwen naar het graf van Christus, het gesprek van de Heiland met Magdalena en dan een koor van vrouwen en discipelen.
Deze dingen ontwikkelden zich steeds verder. In het begin van de 14e eeuw vinden we bv. dat verspreid over de meeste gebieden van Midden-Europa naast de christelijke feesten vaak al heel grote, belangrijke spelen opgevoerd werden. Zo wordt ons verteld dat op 24 april 1322 in Thüringen, aan de voet van de Wartburg, in het huis ‘die Rolle’, een stuk opgevoerd werd van de tien maagden, de wijze en de dwaze maagden en een hele tijd daarna kun je berichten optekenen die nagelaten zijn, die melding maken van wat met name een buitengewone indruk maakte: deze opvoering op de tweede zondag na Pasen, op 24 april 1322. En juist dit imponerende werd op een zeer realistische manier ten tonele gevoerd. Een van de deelnemers aan het stuk was landgraaf Friedrich, die de zonderlinge bijnaam ‘die in zijn wang gebeten is'[2] had; deze Friedrich die kennelijk niet zo sterk was toen hij meedeed in het stuk van de wijze en dwaze maagden, werd er zo door geraakt dat hij een beroerte kreeg en daarna nog maar een paar jaar leefde, hij stierf in 1323.

Dieses Spiel ist dann in Mülhausen aufgefunden worden, ist jetzt auch gedruckt und gehört zu den interessantesten Denkmälern dramatischer Kunst, welche aus der Kirche, also aus der heiligen Handlung, die sich allmählich in Wahrnehmung gestaltet hat, heraus entstanden sind.
Wir haben dann ein sehr interessantes Spiel aus einer etwas späteren Zeit, das sogar etwa 1340 Verse hat, und welches erhalten ist in einer St. Galler Handschrift. Sie enthält die ganze Heilige Geschichte von der Hochzeit zu Kana in Galiläa bis zur Auferstehung, und zwar in einer außerordentlichen eindrucksvollen Weise, indem gerade überall die Szenen herausgestellt sind, wo Christus als Lehrer wirkt. Und die Art und Weise, wie die Sachen inszeniert wurden, scheint tatsächlich eine außerordentliche geschickte dramatische Handlung zu

Dit spel is in Mülhausen opgedoken, is nu in druk verschenen en behoort tot de meest interessante mijlpalen van de dramatische kunst die vanuit de kerk, dus uit de heilige cultus, door die steeds maar te zien, ontstaan zijn.
Dan hebben we een zeer interessant spel uit een iets latere tijd, dat zelfs zo’n 1340 verzen heeft en dat bewaard gebleven is in een handschrift uit St.Gallen.
Het omvat heel de heilige geschiedenis van de bruiloft in Kana in Galilea tot aan de Opstanding en dat op een buitengewoon indrukwekkende manier, omdat m.n. overal de scènes benadrukt worden waarin Christus als leraar werkzaam is. En de manier waarop deze zaken in scène zijn gezet, lijkt inderdaad een buitengewoon knappe dramatische handeling

blz. 59

verraten. Der Vorgang war in der Darstellung so getroffen, daß zuerst nur einiges Wenige ganz dramatisch dargestellt wurde, dazwischen wurde immer etwas erzählt und auch noch etwas pantomimisch dargestellt. Wenn wir also ins 12., 13 Jahrhundert zurückgehen, ist die Darstellung so, daß etwas besonders Packendes dargestellt wird, dann folgt Pantomimisches und dann wiederum wurde erzählt. Aber allmählich ging diese Handlungsweise ganz ins Dramatische über. Man sieht auch, wie die Sachen aus der Kirche allmählich ins Profane herausgewachsen sind. Die ältesten Stücke, die erhalten sind, sind
in lateinischer Sprache erschienen, dann waren nur noch die Überschriften und einzelne Sätze lateinisch, der Text in der Volkssprache, und dann werden allmählich, indem es ins 15., 16. Jahrhundert geht, die Stücke ganz in der Volkssprache abgefaßt, und sie dringen auch von der Kirche nach auswärts.
Die Stücke, die Ihnen heute vorgeführt werden, wurden in der Nähe von Preßburg, namentlich in der Nähe der Oberuferer Gegend, in den Gasthäusern aufgeführt, also von der Kirche ist die Sache durchaus allmählich in das Volk hineingedrungen. Wir sehen, wie mit einem ungeheuren Ernst dasjenige, was aus dem Christus-Impuls heraus gerade im Volke gefühlt und empfunden werden konnte, in diesen Stücken lebt.

te onthullen. Met de gang van de voorstelling was het zo geregeld dat eerst alleen iets kleins heel dramatisch werd neergezet, er tussenin werd steeds iets verteld en een pantomime vertoond. Wanneer we dus naar de 12e, 13e eeuw teruggaan, is de opvoering zo dat er eerst iets heel pakkends vertoond wordt, dan pantomime en dan werd er weer  verteld. Maar geleidelijk ging deze manier van doen over in iets dramatisch. Je kan ook zien hoe de dingen vanuit de kerk geleidelijk aan naar iets werelds toegegroeid zijn. De oudste stukken die bewaard zijn gebleven, zijn in het Latijn verschenen, daarna waren alleen de titel en een paar zinnen nog in het Latijn, de tekst in de volkstaal en daarna worden de stukken geleidelijk aan alleen maar in de volkstaal geschreven en vanuit de kerk gaan ze ook de wereld in. 
De stukken die vandaag voor u opgevoerd worden, werden in de buurt van Pressburg, m.n. in de buurt van Oberufer in de herbergen opgevoerd, dus vanuit de kerk is het langzamerhand tot het volk doorgedrongen. We zien dat met een buitengewone ernst dat wat vanuit de christusimpuls in het volk gevoeld en beleefd kon worden, in deze stukken leeft.

Später sieht man, wie immer mehr und mehr in der weltlichen Legende Traditionen, die nicht in der Bibel stehen, die aber doch in der Überlieferung vorhanden sind, in diese Stücke einlaufen. Die Stücke wurden nicht bloß zu Weihnachten, sondern auch zu Ostern, zu Pfingsten, zu Fronleichnam, in manchen Gegenden zum Feste der heiligen Rosalie und so weiter aufgeführt, schlossen sich aber immer an dasjenige an, was der Kirchenkalender bot. Man sieht überall, wie geradezu die Empfindungen aus der Heiligen Geschichte heraus, die dem Jahreslauf gemäß verlaufen, auch in diesen Stücken enthalten sind, so daß wir ein wunderschönes Stück echten Volkstums erhalten haben, durch das wir in die Jahrhunderte des Geisteslebens zurücksehen, wie es in Mitteleuropa war, dann nach dem Osten herübergenommen wurde. Ein solches wunderbares Stück von Volkstum haben wir noch darin.
Bei den späteren Stücken müssen wir besonders bewundern, daß

Later zie je, hoe er steeds meer tradities in de wereldse legende komen te zitten die niet in de Bijbel staan, maar wel in hoe het werd doorgegeven. De stukken werden niet alleen met Kerstmis, maar ook met Pasen, Pinksteren, Sacramentsdag, in sommige streken op het feest van de heilige Rosalie enz. opgevoerd, maar altijd was er iets wat bij de kerkkalender aansloot. 
Je aiet overal hoe juist het beleven van de heilige geschiedenis die parallel loopt met het jaarverloop, vooral in deze stukken aanwezig is, zodat voor ons een wonderschoon element van echte volkskunst bewaard gebleven is, waardoor we naar de eeuwen van het geestesleven terug kunnen kijken hoe het in Midden-Europa was en wat naar het oosten meegenomen werd. Daar vinden we nog een wonderbaarlijk stuk echt volksleven in. 
In de latere stukken moeten we in het bijzonder bewonderen dat 

blz. 60

einerseits ein wirklicher Ernst, ein großer Ernst und eine wahrhaft christliche Gesinnung in den Stücken leben, daß sie aber gar nicht sentimental sind. Solche Stücke sentimental aufzufassen in der Darstellung, wäre eine vollständig irrtümliche Note, denn es spielte im Volk auch in das Heiligste immer ein gesunder Humor hinein. Und man kann sagen: Gerade darinnen drückt sich eigentlich erst der rechte Ernst aus, daß das Volk durchaus nicht in unwahrer Weise sentimental wurde, sondern seinen Humor hineintrug, und dennoch das ganze Ernste der Heiligen Geschichte auch zum Ausdruck brachte.
Aus dieser ganzen Tradition heraus sind auch diese beiden Stücke. Sie müssen aus ganz anderen Gegenden stammen als aus der, in welcher sie zuletzt gefunden worden sind, denn wir werden im zweiten Stück in der Einführung hören, wie hingewiesen wird auf das Meer und den Rhein; das Meer, das also etwa der Bodensee sein kann, der Rhein, der jedenfalls nicht in der Preßburger Gegend fließt. Also es haben von westwärts her diese Stücke ursprünglich gelebt und sind mit den nach Osten hin wandernden deutschen Kolonisten nach Ungarn gebracht worden, wo sie dann weitergelebt haben. Und wie sie gelebt haben, das hat noch Karl Julius Schröer, der die Stücke hat selber aufführen sehen und sie niedergeschrieben hat in seinem Buche «Deutsche Weihnachtspiele aus Ungarn»,

aan de ene kant een diepe ernst, een grote ernst en een waarachtige, christelijke stemming in de stukken heerst, dat ze daarbij echter niet sentimenteel zijn. Dergelijke stukken bij het uitvoeren sentimenteel op te vatten, zou volledig misplaatst zijn, want bij het volk was er ook bij het meest heilige altijd een gezonde humor bij. En je kan zeggen: juist daarin komt pas echt de grote ernst tot uitdrukking wanneer het volk juist niet op een onechte manier sentimenteel zou worden, maar er humor in stopte en toch de heel grote ernst van de heilige geschiedenis ook nog tot uitdrukking bracht. Vanuit deze hele traditie stammen ook deze beide stukken. Ze moeten uit heel andere oorden vandaan komen dan uit die waar ze dan gevonden zijn, want we zullen in het tweede stuk bij de inleiding horen dat er gewezen wordt op de zee en de Rijn; de zee kan dus het Bodenmeer (Bodensee) zijn, de Rijn die in ieder geval niet in de omgeving van Pressbrug stroomt.
Dus oorspronkelijk leefde men met deze stukken vanuit het westen vandaan, meegebracht door de naar het oosten naar Hongarije wegtrekkende Duitse kolonisten, waar ze dan verder levend gehouden werden. En hoe levend ze nog waren, heeft Karl Julius Schröer, die de stukken zelf nog opgevoerd heeft zien worden, beluisterd en opgeschreven in zijn boek ‘Duitse kerstspelen uit ‘Hongarije’,

nach dem Anhören derjenigen, die sie selber aufgeführt haben, die sie gedächtnismäßig innehatten für die Aufführung, abgehört und niedergeschrieben, nicht irgendwo abgeschrieben, sondern niedergeschrieben nach dem Wortlaute, denn die Leute haben diese Stücke außerordentlich stark in Ehren und in Verwahrung gehalten. Es hat immer einzelne wenige angesehene Familien innerhalb des Dorfes gegeben, in den meisten Dörffern sogar nur eine einzige, welche die Handschrift verwahrten. Es ging stets vom Vater auf den Sohn über. Und wenn nun die Weihnachtszeit heranrückte, wenn die Weinlese vorüber war im Herbste, dann sammelte derjenige, der das-Stück hatte, im Verein mit der Geistlichkeit, dem Pfarrer des Ortes, diejenigen Burschen, welche er für geeignet hielt, in diesem Jahre die Vorstellung zu machen. Die weiblichen Rollen wurden durchaus auch von Burschen dargestellt, etwas, was wir hier – obwohl wir uns sehr bemühen, im Stile der Darstellung

door naar de mensen te luisteren die ze zelf nog opgevoerd hadden, die ze uit hun hoofd kenden bij de opvoering; door te luisteren en op te schrijven, niet zomaar overgeschreven, maar opgeschreven in de woordklanken, want de mensen hebben deze stukken buitengeoon sterk in ere gehouden en veilig bewaard. Er waren altijd een paar families van aanzien binnen het dorp, in de meeste dorpen zelfs maar één die het handschrift bewaarde. Het ging steeds van vader op zoon. En wanneer dan de kersttijd naderde, wanneer in de herfst de druivenpluk voorbij was, riep degene die het stuk had, samen met de geestelijkheid, de priester van het dorp, die jongens bij elkaar die ze voor geschiklt hielden, dat jaar de voorstelling te geven. De vrouwenrollen werden ook allemaal door jongens gespeeld, iets wat wij hier – hoewel we er erg ons best voor doen de stijl van de voorstelling

blz. 61

zu bleiben – nicht nachahmen können, weil unsere Frauen gar zu sehr remonstrieren würden, wenn wir die Stücke nur von Männern darstellen würden. Es würde nicht gehen, so etwas bei uns durchzuführen. Aber im übrigen bleiben wir tatsächlich in dem Stile, wie er sich erhalten hat ins 19. Jahrhundert herein.
Ich habe in meiner Jugend mit meinem verehrten Lehrer, Karl Julius Schröer, der in diesen Sachen ganz darinnen lebte, viel über diese Dinge gesprochen. Wir haben viel geredet über die Art und Weise, wie diese Spiele gespielt wurden, und es ist durchaus möglich, trotzdem wir unter ganz anderen Verhältnissen arbeiten, nicht wie dort in einem ländlichen Wirtshause und dergleichen und nicht unter der unmittelbaren Teilnahme der ganzen Bevölkerung, so wie es dort war, es ist doch möglich, annähernd in dem Stil zu bleiben. Der Ernst, mit dem die Sache angegriffen worden ist von diesen Leuten, konnte einem daraus hervorgehen, daß strenge Vorschriften da waren, wie die Leute, die an der Aufführung als Schauspieler teilnehmeil sollten, leben mußten. In dem Augenblicke, wo sie nach der Weinlese anfingen, die Proben zu machen, wurde die ganze Woche geübt.

ook zo aan te houden, niet kunnen doen, omdat onze dames met alle macht zouden protesteren wanneer wij de stukken alleen door mannen zouden laten spelen. En om dat bij ons door te voeren, gaat niet. Maar voor het overige houden wij de manier aan zoals die bewaard is gebleven tot in de 19e eeuw.
Ik heb er in mijn jeugd met mijn geachte leraar Karl Julius Schröer die hier helemaal voor leefde, veel over gesproken. We hebben veel gepraat over de manier waarop deze spelen gespeeld werden en het is heel goed mogelijk, hoewel wij onder heel andere omstandigheden bezig zijn, niet zoals daar in een plaatelandsherberg enzo en niet met de directe betrokkenheid van de hele bevolking zoals dat daar was, bij benadering die stijl aan te houden. De ernst waarmee de zaak opgepakt werd door deze mensen, kun je aflezen aan het feit dat er strenge voorschriften waren hoe de mensen die als toneelspeler aan de opvoeringen zouden deelnemen, moesten leven. Op het ogenblik waarop ze na de druivenpluk aan de repetities begonnen, oefenden ze de hele week.

Von der Weinlese bis zum Weihnachtsfest, wo die Aufführung war, wurden strenge Vorschriften von ihrem Lehrmeister, Pfarrer, Lehrer und von dem Meister, der das Stück hatte, gegeben. Solche Vorschriften, die sich auf das ganze Leben dieser Burschen erstreckten, zeigen, mit welchem Ernst die Sache unternommen worden ist. Wir hören da, daß zum Beispiel die Menschen, welche teilnehmen sollten, eine Bedingung erfüllen mußten – das brauchen wir nicht vorzuschreiben, weil das natürlich ganz selbstverständlich ist, daß Anthroposophen ein ehrsames Leben führen, aber das scheint bei den Burschen des Ortes nicht immer der Fall gewesen zu sein. So wurde die strenge Vorschrift gegeben: die Burschen müssen die ganze Zeit, während die Proben stattfinden, ein ehrsames Leben führen.
Die zweite Bedingung, die einzuhalten war, war diese: sie dürfen die ganze Zeit über keine Schelmenlieder singen. Nun, ich habe nie gehört, daß Anthroposophen Schelmenlieder singen, also kommt diese Bedingung für unsere Mitspielenden nicht in Betracht! Die dritte Bedingung können wir allerdings nicht erfüllen, die von den Lehrmeistern

Vanaf de druivenpluk tot aan de kerst, wanneer er opgevoerd werd, werden er door de leermeester, de priester, leraar en door de meester die het stuk in zijn bezit had, strenge voorwaarden gesteld. Dergelijke voorschriften die betrekking hadden op het hele leven van die jongens, laten zien met wat voor ernst de zaak ondernomen werd. We horen dat bv. de mensen die zouden meedoen, een afspraak moesten maken – dat hoeven wij hier niet voor te stellen, omdat het natuurlijk heel vanzelfsprekend is dat antroposofen een fatsoenlijk leven leiden, maar dat schijnt bij de jongens van het dorp niet altijd het geval te zijn geweest. Zo werd de strenge regel gegeven: de jongens moeten de hele tijd waarin de repetities plaatsvinden, een zeer fatnsoenlijk leven leiden.
De tweede voorwaarde waaraan voldaan moest worden was deze – ze mogen de hele tijd geen ondeugende liedjes zingen. Wel, ik heb nog nooit gehoord dat antroposofen ondeugende liedjes zingen, dus voor onze leden geldt deze voorwaarde niet! De derde voorwaarde die door de leermeesters van de dorpsjongens werd gesteld, kunnen wij zeker niet stellen.

blz. 62

den Burschen des Ortes gestellt worden ist. Das ist diese, daß sie in der strengsten Weise, während die Proben stattfinden, Gehorsam leisten müssen den Lehrmeistern. Nun, meine sehr verehrten Anwesenden, das ist bei uns nicht durchzuführen! Also das würde uns gar nichts helfen, solch eine Vorschrift etwa zu geben. Ebensowenig ließe sich durchführen diejenige Vorschrift, die da bestimmt, daß Strafen zugelegt werden müßten für jeden Gedächtnisfehler, denn erstens behaupten unsere Leute, sie machen gar keine Gedächtnisfehler, und zweitens würden sie nie eine Strafe bezahlen! Aber Sie sehen aus diesen strengen Bedingungen, die da gestellt worden sind, daß man die Sache mit außerordentlichem Ernst auffaßte. Es ist wirklich ein Stück wunderbaren christlichen Lebens, das sich da erhalten hat. Unter den modernen Verhältnissen gehen auch diese Dinge ganz verloren. Wir betrachten es seit Jahren mit als eine unserer Aufgaben, solche Dinge, die mehr als irgendeine theoretische Geschichtsbetrachtung in das Leben der Vergangenheit hineinführen, auch wiederum lebendig vor die Gemüter der Gegenwart hinzustellen, und wir glauben, daß es wirklich auf diese Art möglich ist, zu zeigen, wie das Christentum vom 11. bis ins 19. Jahrhundert in zahlreichen Gemütern Mitteleuropas, bis weit nach dem Süden vor, gelebt hat. Wir glauben, daß man zeigen kann, wie cliristliche Gesinnung in den Herzen vorhanden war aus dem heraus, was diese Leute als Ausfluß ihrer christlichen Gesinnung in solchen Spielen zu allen Festeszeiten des Jahres geleistet und gezeigt haben.

Ze moesten, tijdens de repetities, strict naar de leermeesters luisteren. 
Nu, zeer geachte aanwezigen, dat kunnen we hier bij ons niet doorvoeren! Dat zou ons dus helemaal niets helpen, zo’n voorschrift geven. En evenmin zouden we de regel kunnen invoeren die voorschrijft dat er een straf opgelegd moet worden bij iedere geheugenfout, want ten eerste beweren onze mensen dat ze die helemaal niet maken en ten tweede zouden ze die straf nooit betalen! Maar aan deze strenge eisen die toen werden gesteld, kun je toch zien dat men alles buitengewoon serieus nam. Het is werkelijk een stukje wonderbaarlijk christelijk leven dat daar bewaard is gebleven. Onder de moderne verhoudingen gaan ook deze dingen totaal verloren. Wij beschouwen het al jaren als een van onze opdrachten deze dingen die meer dan wat voor theoretische geschiedsopvatting ook, tot op het leven van het verleden teruggaan, ook weer levendig voor de harten van deze tijd te vertonen en we geloven dat het werkelijk op deze manier mogelijk is te laten zien hoe het christendom van de 11e tot in de 19e eeuw in talrijke harten in Midden-Europa, tot ver naar het zuiden, leefde.
Wij geloven dat je kan laten zien hoe een christelijke stemming in de harten aanwezig was uit wat deze mensen als uitvloeisel van hun christelijke stemming in dergelijke spelen bij ieder feest van het jaar gepresteerd en getoond hebben..

[1] GA 274
[2] anekdote: hij had een litteken op zijn wang, veroorzaakt door het bijten van zijn moeder.
.

Rudolf Steinertoespraken bij de kerstspelen

Kerstspelenalle artikelen

Kerstmisalle artikelen

.

1955

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Paradijsspel

.
Pieter HA Witvliet
.

paradijsspel in jip-en-janneketaal
.

Nee, dit is ABSOLUUT GEEN PLEIDOOI om voortaan een andere taal in het Paradijsspel uit Oberufer te gaan gebruiken.

Iedere vorm van aanpassing – hoe mooi verder van taal – haalt het niet bij wat Sanne Bruinier destijds maakte van het Oberuferer dialect. 
Zij was onnavolgbaar – onnavolgbaar! in staat het klankrijke, sappige, boerse, van het dialect over te brengen in een bepaalde vorm Nederlands waarin ze allerlei elementen uit de taal van vervlogen jaren gebruikte.
Het is dus geen bestaand (oud) dialect, noch Middeleeuws, noch Middelnederlands.

Het Paradijsspel – maar dat geldt ook voor het Kerstspel en het Driekoningenspel – is qua taal niet te verbeteren zonder dat de diepe gemoedsbeleving van de dialectklanken verloren gaat.
Altijd zal – ook al is de taal nog zo bloemrijk vervangen – er meer intellect, dus minder leven, het spel binnendringen.
(Een interessante ervaring van een groep spelers)

Ook onze bestaande dialecten willen ‘vertalen’ naar het Nederlands zou aan de zeggingskracht van die dialecten veel afbreuk doen. Uitdrukkingswijze, intonatie, beleving gaan bij de dialectsprekende mens dieper dan de mens die de grootste gemene deler van de taal: het ABN spreekt.
Als spreker van beide kom ik uit ervaring tot die conclusie.

Mijn jip-en-janneketaal verhoudt zich tot de taal van de Kerstspelen als een grijsgrauwe regenboog tot de werkelijke pracht van de regenboogkleuren.

Waarom ‘vertaal’ ik de woorden dan naar begrijpelijk Nederlands?
Omdat er telkens maar weer opmerkingen zijn over ‘hoe moeilijk die teksten te begrijpen zijn’.
Dat tekent onze huidige situatie: we willen weten, kennen; we leven tenslotte in een intellectualistische tijd. En natuurlijk: als de woorden je niets zeggen, moet je het hebben van het beeld. Ook dat heeft het vermogen om tot je te spreken: beeldentaal!
Dat geldt vooral bij kinderen; zij hebben een veel mindere behoefte bij deze spelen ‘alles’ te begrijpen, omdat ze ook een groot deel langs een andere weg verstaan.

Maar goed, voor de mensen dus die de tekst moeilijk vinden, hier een huis-tuin-en keukenversie.
Maak er een folder van, zet die tekst in de schoolkrant, kortom verspreid die onder de mensen die er behoefte aan hebben, zodat ze van tevoren – thuis! – zich kunnen voorbereiden op de inhoud. 

Daarmee zouden de klachten over de verstaanbaarheid tot het verleden moeten gaan behoren.

PARADIJSSPEL

Lied bij binnenkomst

1. Singhen wilc uyter herten myn
Ik wil met heel mijn hart zingen
alst leyt in myn gemoet,
zoals ik het voel
heer, laet ‘t myn mond gegeven syn
heer, geef dat mijn mond 

dat het u preysen doet!
u kan prijzen
want ghy syt onsen god
want u bent onze God
– laet af van alle spot –
spot niet
die alle dinc geschaepen heit
die alles geschapen heeft
ent al bestiert nae syn beleyt,
en alles met beleid bestuurt
geloofd, geloofd sy god!
geloofd, geloofd zij God

2. En in het midden daer stond een boom,
En in het midden stond een boom 
met kostlycke vrugt belaen,
met daaraan de kostelijkste vruchten
die haer van god verboden wierd:
die werden door God verboden
die soudense laeten staen.
die moesten ze laten staan
Sy en mochten die niet smaeken,
daarvan mochten ze niet proeven
sy en mochten daer aen niet raeken.
die mochten ze niet aanraken
Den boom sou syn het leven:
de boom zou het leven betekenen
daer omme wil god niet en gheven
daarom wil God niet de vruchten geven
de vrught die hong daer aen.
de vruchten die eraan hingen

De boompjesdrager

Goê sanghersluyden myn, coomt naederby
Mijn beste zangers, kom eens dichterbij
en siet wat grote vreught en eer u deusen dach geschiedt:
en kijk eens wat u aan vreugde en eer op deze dag overkomt
veul vollecks sit bijeene alhier in deusen sael, groot ende kleyn,
er zitten heel wat mensen in deze zaal, groot en klein
die syn gecomen al te mael u spel te hooren.
die zijn allemaal gekomen om u spel te horen
So wilt rontsomme staen
dus kom eens rondom me staan
en neerstellic een wyl voor haerluy singhen gaen.
dan gaan we aanstonds even voor hen zingen
Toont een betaamelyc en vroom gesicht,
toon een fatsoenlijk en ernstig gezicht
soodat ghyse allen oock van herten sticht;
zodat ze er ook van harte beter van worden
merckt dat u stemme suver word’ gehoordt
let erop dat uw stem zuiver wordt gehoord
en hertelyck klinck’ u gesanck ende woord.
en dat uw woord en gezang hartelijk klinkt
Alevel groeten me te voren
Maar van te voren groeten we
de goê gemeynt, so u wel vlytigh aen wilt hooren.
de mensen hier die aandachtig naar u gaan luisteren
Maer laet ons teersten groeten god vader in synen troon,
Maar laten we allereerst Godvader op zijn troon groeten
en groeten me desgelyc synen eenighen soon,
en groeten we net zo zijn enige zoon
mitgaeder den heylighen geest hooch vereert,
en daarbij ook de heilige geest, hoog vereerd
die aen ons menschen den wegh ter waerheyt leert.
die aan ons mensen de weg van de waarheid leert
Groeten me tesamen heel de heilighe triniteit:
Laten we samen heel de heilige drievuldigheid groeten,
vader, soon ende geest gedrieën in eenicheit.
vader, zoon en de heilige geest, met z’n drieën een eenheid
Groeten me Adam en Eva in den hove,
Groeten we Adam en Eva in de hof
daer me allen wel geern souden binnen moghen.
daar zouden we allemaal wel graag naar binnen mogen
Groeten me oock alt geboomt ende gediert,
Groeten we ook alle bomen en de dieren,
soo veul als in het paradys gevonden wierd.
zoveel als er in het paradijs worden gevonden
En groeten me fyn neffens de andere dieren
En daarnaast groeten we ook de andere dieren
de veughelkens die soo schone slaen ende tierelieren.
de vogeltjes die zo mooi slaan en tierelieren
Groeten me oock het gantsche firmament,
Groeten we ook het hele uitspansel
alsoo god heere heyt gheset aen swaerelts end.
dat God zo aan het einde van de wereld heeft gezet
Groeten me seer de edele overheydt;
Groeten we de edele overheid
Groeten me meester, nu als tallentyd.
Groeten we zoals altijd de meester
Groeten me de eerwaerde geestlycken soo goet me connen,
Groeten we de eerwaardige geestelijken zo goed als we kunnen
Noyt en moghen me iet speulen, als sy ’t niet en gonnen.
nooit mogen we iets spelen als zij het ons niet gunnen

Groeten me tsaem de schepenen en den schout,
Groeten we allemaal de schepenen en de schout
De vroe raetheeren nae vermoghen, jong ende oud.
en jong en oud naar vermogen de wijze raadsheren
Want we sullense al gaeder gevoeghelyck eeren
want die moeten we fatsoenlijk eren
Naerdien sy over ons ghestelt syn van god ons heere.
want God heeft die toch boven ons gesteld
En nu, goê sanghersluyden myn, fanght vlytigh aen,
En nu, mijn beste zangers, begin eens ijverig
den boom, dwelc in het midden van den hof doet staen,
de boom, die daar in het midden van de hof staat
daer van en mach niemant de vrught niet en aenroeren,
daarvan mag niemand de vruchten aanraken
soo hy nae gods ghebieden tleven wilt voeren;
als hij naar Gods gebod wil leven
die boom willen me oock groeten op syn best
die boom willen we ook groeten op ons best 

met al syne vrughten, van de eerste tot de lest.
met al zijn vruchten, van de eerste tot de laatste
Die quaie Eva isser eenmael van gaen eten,
die slechte Eva is er een keer van gaan eten
toen heyt Adam – die hals – er oock van gegeten.
toen heeft Adam, de sukkel, er ook van gegeten
Daervuur wirdense van god verstooten meteenen;
daardoor werden ze door God meteen uit het paradijs verdreven
aen deuse saack willen me allen exempel nemen.
aan deze zaak willen we allemaal een voorbeeld nemen.
Allenich den duvel, die en willen me niet groeten,
Alleen de duivel, die willen we niet groeten
veur dien de lieve heer ons mach behoeden,
voor hem mag de lieve God ons behoeden
we willen den booserick in syne steerte knypen
we willen de booswicht in zijn staart knijpen
en in syne leul’ eken haeren grypen.
en bij zijn lelijke haren grijpen
Alsoo, goê sanghersluyden myn, hebt ghe allen wel geheurt
Dus, mijn beste zangers, nu hebben jullie allemaal wel gehoord
van dat tonser schaede int paradys is gebeurt.
over wat er tot ons nadeel, in het paradijs is gebeurd
Laet ons tende groeten ons leermeester goet
Laten we op het einde onze goede leermeester groeten
en groeten me oock syne const en synen moet,
en groeten we zijn kunde en zijn moed
met dwelck hy onse rauwe stemmen 
sonder als te veul slaegh 
waarmee hij onze ruwe stemmen zonder al te veel slaag
heyt tomen kennen.
in het gareel heeft gekregen
Nu weet ghy wat van u begheert u oud compaan,
Nu weten jullie wel wat je oude vriend van je wil
goê sanghersluyden myn. Soo fanghet aen.
dus, mijn beste zangers, laten we beginnen.

De engel

k Treet voor uluyden sonder spot!
Zonder te spotten treed ik voor u op!
goên avond saamen gheve u god,
God geve u hier samen een goede avond
een goên avond ende geseeghende tyt
een goede avond en een gezegende tijd
mooch ons van daerboven syn toegeseit.
mag ons van daarboven toegezegd zijn
Achtbaare, seer vroede, goetgunstige heeren,
Geachte, wijze, goedgunstige heren
oock deugtsaame vrouwen
ook deugdzame vrouwen
ende jonckvrouwen in alle eere,
en juffrouwen met alle eer
wilt altegaer niet euvel duyden
neem ons alles bij elkaar niet kwalijk
dat wy ons spel gaen toonen voor uluyden,
dat wij ons spel voor jullie gaan opvoeren
en wel van Adam en Eva, ent verhael
en wel over Adam en Eva en het verhaal
hoese uytet paradys verdreeven syn eenmael.
hoe ze eens uit het paradijs zijn verdreven
Soo ghy bereyt syt om ons aen te hooren,
Als u bereid bent om naar ons te luisteren
swycht stil en opent wyt u ooren.
wees dan stil en zet uw oren wijd open

Lied

1. Hoe koel schynt ons den morgen,
Wat lijkt de morgen nog fris
de sonne leyt verborgen,
de zon is nog niet opgekomen
en alles wat leeft god eere gheeft.
en alles wat leeft, geeft god de eer

2. Wy coomen van alsoo veer gegaen
Wij komen nog al van ver
uytet land van Babilon vandaen.
uit het land van Babylon.
Ja, alles wat leeft god eere gheeft.
Ja, alles…

3. Eens schiep de heer die boven troont
Eens schiep de heer die boven zijn troon heeft
het wereldryck en wat daar woont.
het wereldrijk en wat erop woont
Ja, alles wat leeft god eere gheeft.
Ja alles…

4. God schiep de gansche wyde aerdt,
God schiep heel de wijde wereld
met alle schepselen nae haer aerdt,
met alle schepselen zoals ze zijn
Ja, alles wat leeft god eere gheeft.
Ja alles…

5. Als oock de hooghe hemelstent
Als ook de hoge hemel
met zon ende maan aent firmament.
met zon en maan aan ’t firmament
Ja, alles wat leeft god eere gheeft.
Ja alles…

6. En maeckt, als ’t al geschaepen is,
En maakt, als alles geschapen is
de mensch nae syn gelyckenisd
de mens naar zijn evenbeeld.
.
Ja, alles wat leeft god eere gheeft.
Ja alles…

7. Wel heeft god alle werck volbraght:
God heeft al het werk mooi gemaakt
den lighten dach en oock de nacht.
de lichte dag en ook de nacht
Ja, alles wat leeft god eere gheeft.
Ja alles…

8. Adam formeert hy uytet stof
Adam formeert hij uit stof
en set hem in syn groenen hof.
en plaatst hem in de groene hof
Ja, alles wat leeft god eere gheeft.
Ja, alles…

God spreekt

Adam, nu neemt den adem des levens,
Adam, neem de levensadem
dien ghy ontfaet mit deuzen dach
die je vandaag krijgt
neemt oock verstant waerdoor ghy leert
neem ook verstand waardoor je leert
dattic u uyt stof heb geformeerd.
dat ik je uit stof heb gemaakt
Soo leef dan. En van stonde af aen
Zo leef dan. Van begin af aan
gaet steevast op uw voeten staen!
ga stevig op je voeten staan
Spreeckt op, Adam, en segt my nu,
Spreek Adam en zeg me nu

myn schepping, hoe behaegt sy u?
mijn schepping, hoe bevalt je die?

Verwondert u niet de aarde wyt?
Verwonder je je niet over de wijde aarde?
der zonne glans en heerlyckheyt?
de glans van de zon, de pracht
en myn gewelfden hemelsboogh?
en mijn gewelfde hemelboog
‘k Mocht weten, Adam, oft u oogh
‘k zou willen weten Adam of je 
mit lust op al dit schoone blickt.
met plezier naar al dit moois kijkt.

Adam

O heer, hoe wys heeft ‘t al besc:hickt
O heer, hoe wijs is dit allemaal gedaan

u goddelycke majesteyt
door uw goddelijke majesteit
Oock myn heeft u almogentheyt geschaepen
ook ik ben door u, almachtige, geschapen
soo dat ick erken hoeck nae u beelt geschaepen ben.
zodat ik erken hoe ik hoe ik naar uw beeld geschapen ben
U wil mach volghen t’ allen tyt,
Dat ik te allen tijde uw wil mag volgen
soals ghy myn int herten lyt.
zoals u dat in mijn hart hebt gelegd

God:

Siet, Adam, veulderhand gediert
Kijk eens Adam, allerlei dieren
dwelc u van myn geschonken wierd.
die ik u heb geschonken
lck gheef het u in heerschappy,
ik geef u er de zeggenschap over
en bergh’ en daelen noch daer by oock
en berg en dal hoort daar ook bij
het gevogelt van den hemel,
de vogels in de lucht
der visschen spartelend geweemel.
en het spartelend gewemel van de vissen
‘k Wil met u deelen het bestuur
met jou wil ik het bestuur
over de gansche creatuur.
over de hele schepping delen
U woonstee hebt ghy voor altyt
Je zal altijd in mijn groene hof die zo groot is,
in myn geplanten hof so weydt.
kunnen wonen
Proef vryelyck van allen boomen
Proef vrij van alle bomen,
daer van de vrught u wel becoome.
de vruchten ervan zullen goed voor je zijn
Al wat daer groeyt int paradys
Alles wat er in het paradijs groeit
sy u tot kostelycke spys.
is kostelijk voedsel voor je
Doch wil ick, almachtich god
Maar ik, rechtvaardige God,
u gheven één gestrangh gebodt:
 geef je een ernstig gebod
Aensiet den boom van goet en quaat,
Kijk eens naar de boom van goed en kwaad
die ginder in het midden staet.
die daar in het midden staat
(de allerbeste, moet ge weten),
je moet wel weten dat dat de allerbeste is
daervan en sult ghy nimmer eten.
daarvan mag je nooit eten
Ten daghe dat ghy u vermeet
Op de dag dat je dat toch doet
en de verboden boomvrught eet,
en de verboden boomvrucht eet
de doot voor eeuwich sult ghy smaeken,
dan zal je voor eeuwig de dood ondergaan
ja int verderven plots geraeken.
en meteen in verderfelijke omstandigheden raken
Merckt uyt hetgeen ick u geboot
Let wel dat aan het gebod dat ik je gaf
dat hy, die ‘t leven en de doot u gaf,
dat hij die je het leven en de dood gaf,
het alsoo nemen can.
dat ook weer af kan nemen

Lied

1. Adam erkent die alles schiep
Adam erkent, hij die alles schiep
hem selfs en elck dingh int aensyn riep.
hem en elk ding te voorschijn riep
Ja, alles wat leeft god eere gheeft.
Ja, alles…

2. Hy schonk hem alde vrughten soet,
Hij schonk hem alle zoete vruchten
begeerlyck voor ‘t oogh,
begeerlijk om naar te kijken
tot spyze goet.
tot goed voedsel
Ja, alles wat leeft god eere gheeft.
Ja, alles…

3. Eén boom des hofs sou hy vermyden
Eén boom in de hof moest hij vermijden
opdat hy niet mogt schaade leyden.
zodat hij er geen nadeel van zou ondervinden
Ja, alles wat leeft god eere gheeft.
Ja, alles…

4. Die boom sou kennen quaat en goet,
de boom van de kennis van kwaad en goed
God spreeckt: Dit prent in u gemoet.
God spreekt: denk daar goed aan
Ja, alles wat leeft god eere gheeft.
Ja, alles...

5. God nu deet een slaep soo diep
God liet Adam nu
op Adam vallen en hy sliep.
diep in slaap vallen
Ja, alles wat leeft god eere gheeft.
Ja,alles…

6. Hy neemt, als Adam de ooghen sluyt,
Hij neemr als Adam de ogen sluit
syn ribbe en schept een vrouw daeruyt.
een rib en maakt daar een vrouw uit
Ja, alles wat leeft
god eere gheeft.
Ja, alles…

God:

Een ribbe uyt Adams lichaam bouw ick,
Een rib uit Adams lichaam vorm ik
hem ter hulpe, tot een vrouw,
voor hem als hulp, tot een vrouw
Adam wordt wacker, wilt opstaen,
Adam wordt wakker, sta op
Hier neemt u ghesellinne aen.
Hier neem je levenspartner tot je
Sy is geschaepen uyt u lyf,
Ze is uit je lichaam gemaakt
mit u te deelen dit verblyf;
om het leven hier met je te delen
Sy is temet uyt u gebeent,
Ze is zojuist uit je gebeente ontstaan
dies – hebt haer lief,
dus heb haar lief
weest trou vereend
blijf trouw bij elkaar
Myn enghel behoede u allerweeghen.
Overal waar je gaat behoedt mijn engel jullie
U volghe staeg myn milde seeghen.
Mijn milde zegen volgt jullie
Weest vrugtbaer, u naecomelinghen
Wees vruchtbaar, jullie nakomelingen
vervullen ‘t aerdtryck.
bevolken de hele aarde
Alle dingen syn u,
Alles is van jullie
soo ghy gehoorsaem syt.
als je gehoorzaam bent

Adam 

Van herten ben ick hiertoe bereydt o heer,
Daar ben ik van ganser harte toe bereid, o heer
want ghy hebt my gegheven
want van u heb ik al het geschapene gekregen
al creatuur en oock myn leven.
en ook mijn leven

 

Hoe lieffelyck, Eva, op deuse wys
Wat fijn, Eva om op deze manier
met u te wonen int paradys,
met je in het paradijs te wonen
dwelc god de heer ons wilde gheven
dat God de heer ons wilde geven
om soo vernoegd daerin te leven van lasten vry.
om daar zo fijn in te kunnen leven zonder problemen
Slechts één gebodttgaf ons de goedertieren god.
De goede God gaf ons maar één gebod
Ei, hoort de blye vogels quelen,
Ah, hoor de vogels eens zingen
siet alom het gedierte spelen;
kijk de dieren eens spelen
tsyn boomen overal, veulderhand vrughten sonder tal.
en wat veel bomen en heel veel vruchten
daervan te eten met syn beyden,
daar kunnen we met z’n tweeën van eten
en hoeven maer één boom te meyden.
en we hoeven maar van één boom af te blijven
de beste, die int midden staet.
de beste, die in het midden staat
Daer van god niet en eten laet.
Daar mogen we van God niet van eten
Ten daghe dat wy ons vermeten
De dag waarop we ons daaraan schuldig maken
van de verboden boom te eten,
en van de verboden boom eten
de doot voor eeuwich sulle’me smaeken,
dan zullen we voor eeuwig de dood ondergaan
ja, int verderven plots geraeken.
ja meteen in verderfelijke omstandigheden raken
Merckt uyt hetgeen ons god geboot
Weet dus wel dat God
dat hy, die ’t leven en de doot ons gaf,
die ons het leven en de dood gaf
het alsoo nemen can.
het ook weer af kan nemen

Lied

1. Nu leefdense vol heerlyckheit;
Nu leidden ze een heerlijk leven
elck dingh was tot haar dienst bereydt.
alles stond hun ten dienste
Ja, alles wat leeft god eere gheeft.
Ja, alles...

2. Soo dra de duyvel sulcks vernam
zodra de duivel dit hoorde
hy heimelyck geslopen quam.
kwam hij heimelijk aangeslopen
Ja, alles wat leeft god eere gheeft.
Ja, alles…

3. Al nae der slanghe wyze al in den paradyze.
Als een slang sloop hij het paradijs in
Ja, alles wat leeft god eere gheeft.
Ja, alles…

Duivel:

lek come in het paradys geslopen
Ik kom als een slang
al nae der slanghe wys.
het paradijs binnen geslopen
God schiep temet een menschenpaer,
God schiep zojuist een mensenpaar
hy cierde het soo wonderbaer
hij maakte dat zo wonderbaarlijk mooi
en settet in syn schoon plantsoen:
en gaf het een plaats in zijn mooie tuin
maar ick sal sien
maar ik zal eens kijken
of ‘k se daer uyt can doen
of ik ze eruit kan krijgen
Dies coom ick in het paradys
Dus kom ik in het paradijs
en maek datse eten van de spys.
en zal er voor zorgen dat ze eten van dat voedsel
Hoe, sullense alle vrughten smaeken,
Wat! van alle vruchten mogen eten
en aen die ééne boom niet raeken?
en die ene boom niet mogen aanraken?
Adam, proeft van het sap soo ryck,
Adam, proef eens van het heerlijke sap
soo wort ghy aen u god gelyck.
dan word je net als God
Ghy, rozige Eva, neemt gerust dees appel
Jij, prachtige Eva, neem gerust deze appel
eet nae hartelust en
eet er maar lekker van
gheeft ervan aen Adam oock.
en geef Adam er ook wat van

Lied

Toen pluckte sy den appel af
Toen plukte de duivel de appel af
en Eva dien te eten gaf.
en gaf die aan Eva te eten
Ja, alles wat leeft god eere gheeft.
Ja, alles

Eva

Siet hier Adam, ick ben u vrouw en ghy myn man.
Luister eens, Adam, ik ben je vrouw en jij mijn man
lek bid, beschouw die schoonste daer van alle boomen
ik vraag je, kijk eens naar de mooiste van alle bomen
daervan ick gheen vrught noyt heb genoomen
ik heb er nooit een vrucht van genomen.
Het lust my, voort er van te eten.
Nu heb ik wel zin om er van te eten
Adam, wilt ghy de waarheidt weten,
Adam, wil je de waarheid weten
dit is de allerbeste spys.
dit is het allerbeste eten
Hier, neemt hem aen
Hier, pak aan
en proeft ereis als ghy my mint.
en proef er eens van, als je van me houdt
Het is een lust dit sap te smaeken.
Het is heerlijk dit sap te proeven
Eet gerust!
Eet gerust!

Adam:

Soo het aen my lag, syde ick neen,
Als het aan mij lag, zei ik nee
soo ick eet, isset om u alleen.
als ik het doe, is het alleen voor jou

Ach, hoe dat ‘t myn gemoet verwandelt….
Ach, nu voel ik me totaal anders

Lied:

1. Sy gaf oock haeren man met haer,
nu gaf ze er ook haar man van
geopend wird hem ‘t ooghenpaer.
nu zagen ze alles heel anders
Ja, alles wat leeft god eere gheeft.
Ja, alles...

2. Sy aten en in de eigen stond
Zij aten en op hetzelfde tijdstip
wierd heel de waerelt met verwond.
leed de hele wereld daar ook onder
Ja, alles wat leeft god eere gheeft.
Ja, alles

Duivel

lek ben de duyvel van de echtelie’n
Ik ben de duivel van de echtparen
aldaer wort ick soo menichmael gesien.
daar word ik nogal eens gezien
‘k Blaas haerluy int oor: waerom al’daghen
dan fluister ik in hun oor: waarom elke dag
sichselven en malkander plaaghen?
jezelf en elkaar pesten
De man can sich opknoopen,
De man kan zich ophangen
de vrouw int water loopen
de vrouw in’t water lopen
dan synse van al haer plaaghen af,
dan zijn ze van al hun kwellingen af
by myn hebbense in de hell’haer graf.
bij mij in de hel hebben ze dan hun graf
Adam en Eva heb ick oock bedroghen,
Adam en Eva heb ik ook bedrogen
hebse listichlyck iet voorgelooghen,
die heb ik listig wat voorgelogen
datse overtraden gods gebodt
zodat ze Gods verbod overtraden
en aten dat god verboden hat.
en aten wat God verboden had
‘t Is regt, ‘t is regt, sulcke fruyt
’t Is goed, ’t is goed, 
en gheef ick niet om een duyt;
ik geef geen cent voor dat soort fruit
hadden Adam en Eva pruymedanten genoomen,
als Adam en Eva pruimedanten hadden genomen
‘t waerse duysent mael beter becomen!
dan was dat ze duizend keer beter bekomen

Adam:

Ach, myn gemoet is gansch verwandelt!
Ach, mijn ziel is helemaal veranderd
O vrouw, seer qualyck heb ik gehandeld
O, vrouw, ik heb er zeer slecht aan gedaan
deur dien ick volleghde u raet.
je raad op te volgen
Het bloote swaert nu voor my staet;

alleen het zwaard staat nu voor me
ick sien my naekend en oock bloot,
ik zie dat ik naakt en bloot ben
o Eva, onse sonde is also groot.
o Eva, onze zonde is heel groot

God:

Waer syt ghy Adam, coomt tot my.
Waar ben je, Adam, kom bij me

Adam:

Hier ben ick heer,
Hier ben ik, heer

lek schaem my voor u ooghen seer.
in uw ogen schaam ik me zeer

God:

Wat schaemt ghy u?
Waarom schaam je je

Adam:

Omdat ik at
Omdat ik at

Wat ghy, o heer, verboden hadt.
van wat u, heer, verboden had

God:

En waent ghy Adam, durft ghy hopen
En leef je nu in de waan, Adam, durf je te hopen
dat ghy u straffe sult ontloopen.
dat je je straf zal ontlopen
of dat ghy u vergryp niet boet?
of dat je voor dit vergrijp niet moet boeten
wie gaf u, Adam, d’euvelen moet?
wie gaf jou, Adam, de brutale moed

Adam:

Och heer, ick sweer u by myn trou,
Och, heer, ik zweer het bij mijn trouw
Eva, die ghy my gaeft tot vrouw,
Eva, die u mij tot vrouw gaf
die gaf my van den boom te eten:
die gaf mij van de boom te eten
ick en hadde my waerlyck niet vermeten.
ik zou het echt nooit gedurfd hebben
Een schoonen appel pluckte sy
zij plukte een mooie appel
en beet er in, – ick stond er by –
en beet erin – ik stond erbij
soo overtradt sy u gebodt
zo overtrad zij uw gebod
en met coomt ghy daer aen, heer god.

en nu komt u er net aan, heer God

God:

Waer is de vrouw die sulckx misdeed?
Waar is de vrouw die zich misdragen heeft

Adam:

Ginds by dien boom, heer, dattic weet.
Ik weet het, daar bij die boom, heer.

God:
Wat is dit dat ghy hebt gedaen?
Wat is dit, wat heb je gedaan

Eva:

De boose slangh, heer, dreef my aen
de boze slang, heer, zette mij ertoe aan

met haer bedrogh, soolang
met haar bedrog, net zolang
tot dat ‘k van de verboden vrughten at.
tot ik van de verboden vruchten at
Heer, voortaan doenme wat ghy seght.
Heer, voortaan doen we wat u zegt

God:

Waer syt ghy Gabriël myn knegt?
Waar ben, Gabriël, mijn knecht
Coomt haestelyck hier
kom snel hier
opdat ghy hoort myn goddelycken wil en woordt:
om mijn goddelijke wil en woord te horen
Adam en Eva sult ghy heden
Adam en Eva moet je heden
verjaghen uyt den hof van Eden.
verjagen uit de hof van Eden
Dryft met myn blinkend swaert hen uyt, de poort,
Verdrijf hen met mijn blinkend zwaard uit de poort
die ick voor eeuwich sluyt.
die ik voor altijd sluit

Lied:

Toen joegh de engel Gabriël
Toen joeg de engel Gabriël
hen uyten hof nae gods bevel.
hen op Gods bevel uit de hof
Ja, alles wat leeft god eere gheeft.
Ja, alles…

Engel:

lek heb ontfangen een gebodt
Ik heb een gebod ontvangen
al van den allerhoochsten god
van de allerhoogste God
dat ick Adam en Eva heden
dat ik Adam en Eva nu 
verjaghe uyten hof van Eden.
verjaag uit de hof van Eden

Soo gaet dan henen voor altyt,
Ga weg voor altijd
bebouwt het veldt met noeste vlyt!
bebouw het veld met noeste vlijt
int zweet uws aanschyns eet u broot Adam
in het zweet uws aanschijns, eet je brood, Adam,
– en Eva ghy met noot draegt uwe kinders ondert harte,
en jij Eva, draag met zorgen je kinderen onder je hart
vermenichvuldigt sy u smarte.
veelvuldig is je smart

Eva:

Wee ons, die arme vrouwen
Ach, wij arme vrouwen
moetent om my berouwen!
krijgen nu door mij de schuld
alsnu tmoet syn,
maar als het niet anders is,
soo sullenme ‘t waaghen
dan moeten we het er maar op wagen
ons immer nae gods leer gedraaghen
we zullen ons steeds naar Gods leer gedragen
en bidden dat hy ons behoed.
en vragen of hij ons wil behoeden

Adam:

Coomt maer by my, myn Eva soet!
Kom maar bij me, lieve Eva
Myn god, wanneer roept ghy ons wéér?
Mijn God, wanneer roept u ons weer?
och, laet ons niet lang wachten, heer!
och, laat ons niet lang wachten, heer

Engelt:

Soo gaet en uyt den hove treet;
Ga nu weg uit de hof
tot ick u langsaem wederkeeren heet.
tot ik je geleidelijk weer terug laat komen

Eva::

lek bid, heer god, verlaet my niet nae desen.
Ik vraag, heer God, om me hierna niet te verlaten

Engel:

Eva, wilt sonder twyfel wesen! u man volght nae,
Eva, twijfel niet, je man gaat mee
sorght voor u kind daerneven,
zorg daarnaast voor je kind
Soo sal god u de sonden al vergheven.
Dan zal God je de zonde allemaal vergeven

Lied:

Soo joegh de engel Gabriël
Zo joeg de engel Gabrfiël
hen uyten hof nae gods bevel.
hen uit de hof op Gods bevel
Ja, alles wat leeft god eere gheeft.
Ja, alles…

Duivel:

lck heb die beyden sluw bedroghen.
Ik heb die twee sluw bedrogen
se uyt het paradys geloghen:
ze uit het paradijs gelogen
maer nu wilc sien waer ickse oan vinden
maar nu zal ik eens zien waar ik ze kan vinden
omse met myn kettingh tsaem te binden.
om ze met mijn ketting samen vast te binden
Heer rechter, heer rechter,
Mijnheer de rechter, mijnheer de rechter
eeuwiche schand over Adam en Eva
eeuwige schande over Adam en Eva
in kettingh en band.
met de ketiing vastgebonden
Ick weet ghy en scheltse de schuld niet kwyt.
Ik weet wel dat jij ze de schuld niet kwijtscheldt
sy sullen syn vermaeledyt.
ze zullen verdoemd zijn
In sondighe wereldt gestooten voor goet,
voor goed verstoten in een zondige wereld
so my treffelyck gevallen doet.
dat bevalt mij natuurlijk voortreffelijk
Te daghe en te nacht sallic mit haer syn,
ik zal dag en nacht bij ze zijn
daer jammer is ende groote pyn.
waar gejammer is en grote pijn
Daer blaes ick van agter en veuren int vuur;
nu blaas ik eens van achteren en van voren in het vuur
In myn helle hebbense rust noch duur.
in mijn hel hebben ze rust noch duur
Ick poock er de vlammen vlytigh aen
Ik pook de vlammen eens lekker op
datse mit my sweeten tsaem 
dat ze samen met mij zullen zweten
en sullen eeuwelyc daer branden.
en ze zullen daar voor eeuwig branden
Niemand en rukte z’ uyt mynen handen!
niemand rukt ze uit mijn handen

God:

Pack u wegh satan, ghy helle hond!
Pak je weg, satan, hellehond
welck schandelyck woordt quam uyt u mondt.
wat voor schandalig woord kwam daar uit je mond
Stof ende aerde sy voortaen u spys,
stof en aarde is voortaan je voedsel
en tegen der creaturen wys,
en tegen de manier hoe het in de schepping gaat
wyl ghy dit quaade hebt gedaen,
omdat je dit kwaad heb gedaan
sult ghe op u buyck al’ daghen gaen.
moet je elke dag op je buik verder
Siet hoe is Adam thans soo ryck,
Kijk eens hoe rijk Adam nu is
geworden eenen god geiyck,
geworden als een god
daer hy het goed en quaadt beseft,
omdat hij goed en kwaad kent
wanneer hy syne handen heft
wanneer hij zijn handen heft
en leeve in alle eeuwicheidt.
en leeft tot in eeuwigheid

Lied:

O heilighe drievuldicheydt,
O heilige drievuldigheid
o goddelyck regiment,
o, goddelijk bestuur
aen doot, duyvel en oock de hel
aan dood, duivel en ook de hel
quam nu voor goet een end.
kwam nu voorgoed een eind
Ghy hebt het eeuwich leven
u hebt het eeuwig leven
ons allen weergegheven.
ons allemaal gegeven
Nu syt gepresen alsoo seer!
Nu zij dus zeer geprezen!
die ons’ gedachten kent,de heer,
die onze gedachten kent, de heer
syn rijck wil hy ons gheven.
hij wil ons zijn rijk geven

Engel:

Geachte, wijze, goedgunstige heren
oock deugtsaame vrouwen
ook deugdzame vrouwen
ende jonckvrouwen in alle eere,
en juffrouwen met alle eer
wilt altegaer niet euvel duyden
neem ons alles bij elkaar niet kwalijk
dat wy ons spel vertoonden voor uluyden,
dat wij ons spel voor u opvoerden
van hoe god al dingen heyt gemaeckt
over hoe God alle dingen heeft gemaakt
mitgaeder de menschen bloot ende naekt;
ook de mensen, bloot en naakt
die schiep hy deur ’t goddelyck raetsbesluyt
die schiep hij door het goddelijke besluit
nae syn gelyckenis, uyt eene aerdenkluyt
naar zijn beeld, uit een aardekluit
en gafse ‘t paradys tot woon,
en gaf ze het paradijs om in te wonen,
den hof van Eeden alsoo schoon.
in de mooie hof van Eden
Maor de slangh mit haore listigheyt
Maar de slang met haar list en bedrog
heeft Adam ende Eva verleyd
heeft Adam en Eva verleid
datse overtraden gods gebod
zodat ze Gods verbod overtraden
en aten dat god verboden hadt.
en aten van wat God had verboden
So synse gecomen in angst ende noot,
En zo zijn ze in angst en nood terecht gekomen
ten leste geslaeghen mit eeuwiche doot,
uiteindelijk getroffen door de eeuwige dood
tot den barmhert’ gen god
tot de barmhartige God
syn Soon liet nederdaelen
zijn Zoon uit de hemel liet komen
die veur ons menschen deed losgeld betaelen.
die voor ons mensen het losgeld betaalde
‘k Bid soo wy quamen veuls te cort
Ik vraag, als we veel tekort schoten
’t ons niet en aengerekend wordt.
dat ons niet aan te rekenen
Maar alles dat wy schuldich bleven
maar alles wat we schuldig bleven
onze onkunde mach syn toegeschreven:
aan ons onvermogen toe te schrijven
hiermee elckeen het alder best betracht’
dat hiermee iedereen het beste doet
soo wenschen me van god almachtich ‘n goede nacht.
dan wensen we u uit de naam van de almachtige God een goede nacht
.
.

Paradijsspel: alle artikelen

Kerstspel: alle artikelen

Vrijeschool in beeld: alle beelden

.

1953

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 


.

 

N

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner – toespraak bij de kerstspelen (6)

.

In de voordrachtenreeks (GA=Gesamt Ausgabe) zijn de toespraken die Steiner hield naar aanleiding van opvoeringen van de kerstspelen, gebundeld in nr. 274 [1]:

TOESPRAKEN BIJ DE OUDE VOLKSE KERSTSPELEN

 

ANSPRACHEN ZU DEN WEIHNACHTSPIELEN AUS ALTEM VOLKSTUM

ANSPRACHE DORNACH 19-12-1920

blz. 51

Wir werden uns erlauben, Ihnen heute Weihnachtspiele aus altem
Volkstum vorzuführen. Die beiden Spiele, die wir hier zur Darstellung bringen, sind aufgefunden von Karl Julius Schröer in den fünfziger Jahren des vorigen Jahrhunderts innerhalb der deutschen Sprachinseln in Ungarn, in der Gegend, die nordwärts von der Donau liegt, von Preßburg westwärts liegt. In diesen Gegenden sind zu Ende des Mittelalters und noch etwas später Deutsche eingewandert. Sie haben sich unter anderen Kulturgütern, welche sie in ihrer Einfachheit besessen

TOESPRAAK DORNACH 19-12-1920

We zijn zo vrij om voor u vandaag oude volkse kerstspelen op te voeren. De beide spelen die we hier ten tonele zullen brengen, zijn ontdekt door Karl Julius Schröer in de jaren vijftig van de 19e eeuw in Duitse taalkolonies in Hongarije, in de streek die ten noorden van de Donau ligt, ten westen van Pressburg. In deze streken zijn tegen het einde van de Middeleeuwen en nog later ook Duitsers geïmmigreerd. Ze hebben naast andere dingen uit hun cultuur die ze in hun eenvoud bezaten, 

blz.52

haben, nach ihrem neuen Aufenthaltsorte auch diese Weihnachtspiele mitgebracht.
Karl Julius Schröer, mit dem ich viel in meiner Jugend über diese Dinge gesprochen habe, der mir aus seinen persönlichen Erfahrungen erzählen konnte, wie wiederum in seiner Jugend – in den vierziger und fünfziger Jahren des vorigen Jahrhunderts – unter diesen, ich möchte sagen slawischen und magyarischen Bevölkerungen von den dort lebenden verschlagenen Deutschen diese Weihnachtspiele immer aufgeführt worden sind, und wirklich in außerordentlichem Ernst und mit einem regen Eifer um die Weihnachtszeit auf die Gemüter dieser Menschen gewirkt haben.
Wir haben in diesen Weihnachtspielen deshalb Keime, die sich nach und nach aus einer längeren Kulturstraße herausentwickelt haben, die wir bis ins 13. Jahrhundert zurückverfolgen können. So daß bis in die letzten Jahrzehnte des 12. Jahrhunderts damals das Bedürfnis entstand, über die weitesten Gegenden Mitteleuropas hin – durch Thüringen bis an den Rhein hin und über den Rhein hinüber bis ins Elsaß, dann durch ganz Süddeutschland, durch die Nordschweiz -, was sich bezieht auf die biblische Geschichte, was sich bezieht auf die christlichen Traditionen, namentlich auch auf die christliche Legende, vor dem Volke dramatisch darzustellen.

ook deze kerstspelen naar hun nieuwe leefgebied meegenomen.
Karl Julius Schröer met wie ik in mijn jeugd veel over deze dingen heb gesproken, die mij zijn persoonlijke ervaringen kon vertellen hoe ook in zijn jeugd – in de jaren veertig en vijftig van de 19e eeuw – onder deze, ik zou willen zeggen, Slavische en Hongaarse bevolking van de daar wonende verslagen Duitsers, deze kerstspelen steeds zijn opgevoerd en dat werkelijk met een grote ernst en met een levendige ijver rond de kerststijd deze kerstspelen op het gemoed van deze mensen inwerkte. Vandaar dat in deze kerstspelen kiemen zitten die langzamerhand vanuit een lange weg die de cultuur gegaan is, tot ontwikkeling zijn gekomen die wij tot in de 13e eeuw terug kunnen volgen. We zien dat tot in de laatste tientallen jaren van de 12e eeuw er toen behoefte bestond verspreid over de meest verre gebieden van Midden-Europa, van Thüringen tot aan de Rijn en over de Rijn tot in de Elzas, dan in heel Zuid-Duitsland, Noord-Zwitserland – m.b.t. tot de Bijbelse gschiedenis, m.b.t. tot de christlelijke tradities, vooral ook tot de christelijke legende, dat voor het volk op te voeren.

Man kann geradezu sagen, daß vieles in der neueren Dramatik auf diesen Mysterienspielen – so nennt man sie ja wohl auch – beruht. Zunächst schlossen sich diese Spiele an die kirchlichen Handlungen an. Wenn die Weihnachtszeit, die Osterzeit, die Pfingstzeit, das Fronleichnamfest, manche anderen heiligen Feste herannahten, dann versammelten sich die Leute in der Kirche. Die Kirche selbst wurde dekoriert in der mannigfaltigsten Weise. Und zunächst im 12., 13. Jahrhundert wurde von den Geistlichen selbst, sogar zuerst in lateinischer Sprache dasjenige aufgeführt, was innerhalb der christlichen Tradition, innerhalb der Evangeliengeschichte enthalten ist.
So können wir gut zurückverfolgen, wie zum Beispiel dramatisch dargestellt wurde die Szene an dem Grabe Christi. Es kleideten sich ein drei Priester in Frauenkleider: die drei Frauen, die zu dem Grabe kamen; ein Engel, der auf dem eben verlassenen Grabe saß. Dasjenige,

Je kan wel zeggen dat veel van de nieuwe dramakunst op deze mysteriespelen – zo worden ze ook wel genoemd – gebaseerd is. Aanvankelijk sloten deze spelen aan bij de kerkelijke rituelen. Wanneer Kerstmis, Pasen, Pinksteren, Sacramentsdag dichterbij kwamen, dan kwamen de kerkmensen bij elkaar. De kerk zelf werd uitbundig versierd. En al in de 12e, 13e eeuw werd door de geestelijkheid zelf, maar eerst nog wel in het Latijn, ten tonele gevoerd wat binnen de christelijke traditie, binnen de geschiedenis van de Evangeliën bewaard is. We kunnen dus goed teruggaan naar hoe bv. dramatisch uitgebeeld werd de scène aan het graf van Christus. Drie priesters droegen vrouwenkleren: de drie vrouwen die naar het graf kwamen; een engel, die op het zojuist verlaten graf zat. 

was die Evangelien erzählen, was die Tradition erhalten hat, wurde dramatisch dargestellt.
Man ging aber auch allmählich dazu über, die Dinge, welche man lateinisch zunächst dargestellt hat> dann in der Volkssprache darzustellen. Und im 14. Jahrhundert treffen wir bereits sehr weit ausgebildete dramatische Darstellungen, zum Beispiel der Geschichte von den weisen und törichten Jungfrauen.
Wir wissen, daß im Jahre 1322 in Thüringen, am Fuße der Wartburg, in Eisenach, in dem Hause «die Rolle», ein Spiel von den weisen und von den törichten Jungfrauen aufgeführt wurde, das so bedeutsam in ein Menschenschicksal eingreifen konnte, daß der Landgraf Friedrich, welcher dabei war, der den merkwürdigen Beinamen hat, «mit der gebissenen Wange», daß der Landgraf Friedrich mit der gebissenen Wange davon einen Schlaganfall bekam und im Jahre 1323 an den Folgen dieses Eindruckes sogar gestorben ist.
Aber es ging ja nicht jedem so, sondern es war schon durchaus gerade das, was durch solche Darstellungen dargeboten war, etwas in diesen Zeiten außerordentlich feierliches. Es war lange Zeit gerade die dramatische Darstellung verloren, welche dazumal in Eisenach gegeben worden ist und einen so großen Eindruck gemacht hat.

Als een toneelstuk werd opgevoerd wat in de Evangeliën overgeleverd was, of wat de traditie had bewaard.
Maar er werd ook geleidelijk toe overgegaan om de dingen die men eerst in het Latijn opgevoerd had, nu ook in de volkstaal te brengen. En in de 14e eeuw treffen we al zeer uitgebreide dramatische stukken aan, bv. het verhaal van de wijze en de dwaze maagden.
We weten dat in het jaar 1322 in Thüringen, aan de voet van de Wartburg in Eisenach, in het huis [Duits heeft nu]’die Rolle’, een spel van de wijze en dwaze maagden opgevoerd werd, – wat zo sterk in een mensenlot kon ingrijpen, dat landgraaf Friedrich [2] die erbij was, hij had de merkwaardige bijnaam ‘die in zijn wang gebeten is’, er een beroerte van kreeg en in 1323 aan de gevolgden van deze indruk zelfs gestorven is.
Dat overkwam natuurlijk niet iedereen, juist dergelijke opvoeringen waren in die tijd iets buitengewoon feestelijks. Het toneelstuk dat destijds in Eisenach werd opgevoerd en zo’n diepe indruk had gemaakt, was lange tijd kwijt.

Das Spiel wurde dann später wieder aufgefunden, merkwürdigerweise in Mülhausen im Elsaß, am Tegernsee und in einem Kloster Benediktbeuern, so daß man sehen kann, gerade aus diesem Auftreten am Tegernsee, daß diese Dinge eigentlich aus dem Süden in den Norden gezogen sind.
Wir finden dann sehr bald, wie nicht mehr etwa bloß Geistliche diese Dinge darstellten, sondern wie diese Dinge durchaus vom Volke übernommen wurden, dem Volke sehr ans Herz gewachsen waren.
Das Volk hatte sie außerordentlich lieb. Wir sehen, was ausgeführt wurde. Wir können das noch von einem Stück ablesen, dessen Handschrift erhalten ist. Wir entnehmen dieser Schrift, daß im 15. Jahrhundert die ganze Geschichte des Christus Jesus auf Erden aufgeführt worden ist: von der Hochzeit zu Kana in Galiläa bis zur Auferstehung. Und überall sehen wir, daß man außerordentlich dramatisch, geistig, gerade die wirksamsten Momente, die äußerlich für die Anschauung

Het spel werd later wel gevonden, merkwaardigerwijs in Mülhausen in de Elzas, aan de Tegernsee en in een klooster in Bediktbeuern, zodat je kan zien dat juist door het optrreden aan de Tegernsee deze dingen eigenlijk vanuit het zuiden naar het noorden gegaan zijn.
We vinden dan al zeer snel dat deze dingen niet maar alleen door geestelijken werden opgevoerd, maar dat ze met name door het volk overgenomen werden, ze betekenden voor het volk zeer veel. Het volk had ze in het hart gesloten. We kunnen zien wat er opgevoerd werd. We kunnen dat nog uit een stuk opmaken waarvan het handschrift bewaard gebleven is. We halen uit dit geschrift waarin in de 15e eeuw het hele verhaal van Jezus Christus op aarde opgetekend is:  van de bruiloft in Kana in Galilea tot de Opstanding.
En overal zien we dat men de meest werkzame ogenblikken er buitengewoon dramatisch, 

blz. 54

wirksamsten Momente herausgehoben hat, immer die Dinge, welche das Volk selber in diesen Darstellungen erlebte. Und wir dürfen annehmen, daß im 15. Jahrhundert, Ende des 16. Jahrhunderts und weiter über einen großen Teil der deutsch sprechenden Gegenden diese Volksspiele zur Weihnachtszeit, zur Osterzeit, zur Pfingstzeit, zum Fronleichnamstag, zu anderen Festen aufgeführt wurden.
Das eine der Weihnachtspiele ist ein Paradeis-Spiel, welches sich mehr an die Adventszeit hielt, das andere ist ein direktes christliches Hirten-Spiel, welches wir vor Ihnen hier aufführen. Sie werden aus dem zweiten Spiel, aus der Einleitung sehen, daß vom Rhein gesprochen worden ist, daß diese Stücke gewandert sind. Trotzdem kamen sie, wie Schröer sie aufgefunden hat, wie gesagt in den Oberuferer, in den Preßburger Gegenden – wie man sie ja auch nennt Oberuferer Weihnachtspiele – ostwärts von Preßburg zur Aufführung. Dort sind sie also in der Weihnachtszeit gespielt worden, trotzdem sie ganz anderswo entstanden sind. Ursprünglich sind sie gespielt worden da, wo der Rhein durchfließt. Sie sind also von einer Volksgemeinschaft mitgenommen worden, welche ostwärts gezogen ist, und die sich östlich von der Donau im Banat und so weiter angesiedelt hat. 

geestelijk uit liet springen, steeds die dingen die het volk in deze opvoeringen zelf beleefde. En we mogen wel aannemen dat in de 15e, eind 16e eeuw en later over een groot deel van de Duits sprekende streken deze volksspelen met de kerst, met Pasen, met Pinksteren, met Sacramentsdag, met andere feesten opgevoerd werden.
Een van de kerstspelen is een paradijsspel, dat meer bij de adventstijd hoorde, het andere is een uitgesproken christelijk herdersspel dat wij voor u opvoeren. U zal in dit tweede spel, bij de inleiding zien, dat er over de Rijn wordt gesproken, dat deze stukken zich verplaatst hebben. Afgezien daarvan werden ze, zoals Schröer ontdekte, zoals gezegd in de streken van Oberufer, van Pressburg – en zoals ze worden genoemd Oberuferer kerstspelen – ten oosten van Pressburg, opgevoerd.

Da wurden dann diese Spiele weitergespielt bis eben ins 19. Jahrhundert hinein. In der letzten Zeit gingen viele solche Schätze des Volkes unter den Zeitereignissen, die ganz andere geworden sind, verloren Aber diejenigen, die sich die Spiele noch angesehen haben, waren tief ergriffen, nicht nur von dem Spiel selbst, sondern namentlich von der Art und Weise, wie diese Spiele eingeleitet wurden.
Wenn die Weinlese vorüber war, im Herbste, dann versammelte der Geistliche und einige andere, der Lehrer des Ortes, diejenigen Burschen, die sie für fähig hielten, ein solches Weihnachtspiel aufzuführen. Durch viele Wochen hindurch wurden die Übungen, die Vorübungen gepflogen. Und aus der Art und Weise, wie die Leute sich vorbereiten mußten für das Feierliche dieser Stücke, ersieht man, aus welchem Geiste heraus solche Dinge unternommen worden sind. Es lebte, ich möchte sagen, ein innerlich gemütvolles Christentum, eine innerlichste gemütvolle Christlichkeit noch. Man sieht es in der ganzen Art und Weise der Einleitung solcher Spiele. Es gab bestimmte Vorschrif-

Daar zijn ze in de kersttijd gespeeld hoewel ze heel ergens anders zijn ontstaan. Oorspronkelijk werden ze gespeeld waar de Rijn stroomt. Ze zijn dus door een bevolkingsgroep meegenomen die naar het oosten trok en die zich ten oosten van de Donau in het Banaat en verder vestigden. Daar werden deze spelen dan verder gespeeld, tot wel in de 19e eeuw.
De laatste tijd zijn veel van dergelijke volksschatten door de gebeurtenissen in de tijd, verloren gegaan. Maar wie het spel nog hebben gezien, waren er diep van onder de indruk, niet alleen van het spel zelf, maar vooral door de manier waarop met deze spelen werd begonnen.
Wanneer de druivenpluk voorbij was, in de herfst, zochten de geestelijke en nog wat anderen, de dorpsleraar jongens bij elkaar die ze geschikt achtten zo’n kerstspel op te voeren. Vele weken lang werden de oefeningen, de vooroefeningen gehouden. En op de manier hoe de mensen zich moesten voorbereiden voor het feestelijke van deze stukken, kun je zien vanuit welke geestesstemming dergelijke dingen gedaan werden. Er was, zou ik willen zeggen, nog een innerlijk gemoedvol christendom, iets heel innerlijk zeer christelijks in het gevoelsleven. Dat zie je aan de hele manier van voorbereiding bij deze spelen. Er bestonden bepaalde voorschriften, 

blz. 55

ten, nach denen wochenlang, viele Wochen lang diese Spiele vorbereitet wurden. Der Geistliche, der Lehrer hat die Burschen gesammelt. Es wurden auch die weiblichen Rollen in der Regel von Burschen gegeben; das können wir hier nicht nachahmen. Da würden gar zu sehr unsere weiblichen Mitglieder dagegen protestieren, aber in der Oberuferer Gegend, da wo Karl Julius Schröer diese Dinge entdeckte, waren es durchaus Burschen, welche auch die weiblichen Rollen gaben. Diesen Burschen wurden strenge Vorschriften gegeben. Vorschriften wurden gemacht, die in derselben Weise jetzt, wo wir hier schon seit Jahren den Versuch machen, diese Spiele innerhalb unserer Kreise wiederum zu beleben, für diejenigen der verehrten Zuhörer, die dabei erscheinen wollen, -Vorschriften also wurden denSpielenden gemacht, die für unsere Spielenden nicht mehr jene Bedeutung haben, aber die uns zeigen, mit welchem Ernst die Dinge da aufgefaßt worden sind. So zum Beispiel war einer der Paragraphen, daß diejenigen, die da mitspielen sollten, an den vielen Wochen, vor allem Abend für Abend all die Wochen durch, wo sie diese Proben durchmachten, ein ehrsames Leben zu führen haben. Nun, das ist selbstverständlich ganz natürlich, daß unsere Leute immer ein ehrsames Leben führen! Also dieser Paragraph hat für uns weiter keine Bedeutung. Ferner durften keine Schelmereien verübt werden. 

volgens welke men weken lang, vele weken lang deze spelen voorbereidde. De jongens waren bij elkaar gezocht door de geestelijke, de leraar. Ook de vrouwenrollen werden in de regel door jongens gespeeld; dat kunnen we hier niet navolgen. Dan zouden onze vrouwelijke leden daar al te zeer tegen protesteren, maar in de streken van Oberufer waar Karl Julious Schröer deze dingen ontdekte, waren er alleen maar jongesn die ook de vrouwelijke rollen speelden.
Deze jongens kregen strenge voorschriften. Er werden voorschriften gegeven die op dezelfde manier nu, nu wij hier al sinds jaren proberen deze spelen bij ons weer nieuw leven in te blazen, voor diegenen van de geachte toeschouwers die willen komen kijken – voor onze spelers niet meer die betekenis hebben, maar voor die spelers waren er voorschriften en die laten ons zien met wat voor ernst de dingen beschouwd werden.
Een van de regels was dat degene die wilde meespelen gedurende de vele weken, alle avonden, al die weken, waarin gerepeteerd werd, een eerzaam leven zou leiden. Welnu, voor onze mensen is het vanzelfsprekend heel natuurlijk dat zij steeds een eerzaam leven leiden. Die regel heeft voor ons verder geen betekenis. Verder mochten er geen onzinnige dingen uitgehaald worden.

Das dürfte ja unter Anthroposophen nicht die Regel sein. – Allerdings gab es ‘auch noch eine Vorschrift, eine Art Strafe, die wir hier einfach aus dem Grunde nicht einführen, weil auch dagegen zu stark protestiert würde, und wenn es doch nötig wäre, sie zu verlangen, würde das nicht eingehalten werden. Es war nämlich eine strenge Vorschrift, daß für jeden Gedächtnisfehler, der begangen wurde noch bei der Generalprobe und insbesondere bei den Aufführungen selbst, strenge Strafen bezahlt werden mußten durch den Mitspielenden! Wie gesagt, das können wir nicht einführen. Denn es würden nie diese Strafen bei uns bezahlt.
Nun war aber eine ganz strenge Vorschrift, meine sehr verehrten Anwesenden, die wir gar nicht einführen können, vorhanden. Diese strenge Vorschrift war diese, daß in der Zeit, während welcher die Proben stattfanden, die Probenden also dem Geistlichen oder Lehrer, also allen, die Lehrmeister sein müssen, streng gehorsam sein mußten.

Dat zou onder antroposofen niet de regel mogen zijn –
Bovendien was er nog een voorschrift, een soort straf, die we hier niet invoeren simpelweg omdat ook daartegen te sterke protesten zouden komen en als het toch nodig zou zijn het te eisen, zou het niet ingewilligd wordenj. Het was namelijk het strenge voorschrift dat er bij elke vergeetfout die nog gemaakt werd bij de eindrepetitie en vooral tijdens de opvoeringen, door de spelers een flinke boete betaald moest worden. Zoals gezegd: dat kunnen we hier niet invoeren. Deze boetes zouden bij ons nooit betaald worden
En nu was er, zeer geachte aanwezigen, nog een streng voorschrift, dat we al helemaal niet kunnen invoeren. Dit strenge voorschrift was dat in de tijd waarin de repetities plaatsvonden de uitvoerenden alsook de geestelijke of leraar, dus allen die leermeester moesten zijn, streng gehoorzaam moesten zijn.

blz. 56

Nun, Sie werden begreifen, das können wir unter uns natürlich niemals einführen. Sie sehen aber aus diesen strengen Paragraphen, mit welch außerordentlichem Ernst man an diese Sache ging. Und dieser Ernst ist es, der einem auffällt, wenn man sich in die ganze Art und Weise wiederum vertieft, wie diese Spiele gespielt wurden. Nicht sentimental, oftmals mit einem köstlichen Humor durchsetzt, durchaus aus dem Volksgefühl heraus waren ursprünglich von der Geistlichkeit diese Dinge gegeben, aber das Volk hat sich ihrer bemächtigt, ganz in seinem Geiste aufgenommen. So daß, wie sie hier vorliegen, sie durch und durch volkstümlich sind und uns zurückweisen in das Fühlen, in das Empfinden, in das Denken eines Teiles des christlichen Volkes im 16. Jahrhundert, vielleicht im 15. Jahrhundert noch. Das alles steht vor unserer Seele, wenn wir diese Spiele ansehen.
Wir dürfen uns vorstellen, daß über einem großen Teil von Mitteleuropa, über die Gegenden, die ich früher schon erwähnt habe, vom 14. Jahrhundert bis in die folgenden Jahrhunderte hinein – in einzelnen Gegenden, wie Sie sehen, ist das erst nach und nach verschwunden im 19. Jahrhundert -, zu allen sogenannten heiligen Zeiten diese Spiele, also das Weihnachtspiel, das Osterspiel, das Pfingstspiel vorgeführt wurden.

Nu, u zal begrijpen dat we dat onder elkaar natuurlijk nooit uitvoeren. Maar aan die strenge regels ziet u met wat voor buitengewone ernst men hiermee bezig was. En het is die ernst die opvalt wanneer je je in alles verdiept hoe deze spelen gespeeld werden. Niet sentimenteel, dikwijls met kostelijke humor doorspekt, zeer zeker was dat oorspronkelijk vanuit het volksgevoel door de geestelijkheid aangegeven, maar het volk maakte het zich eigen, nam het helemaal in de geestesgesteldheid op. En wel zo dat zoals we ze nu hier hebben, ze door en door volks zijn en ons verwijzen naar dat gevoel, dat beleven, dat denken van een deel van het christelijke volk in de 16e eeuw, misschine nog in de 15e. Dat staat voor ons, wanneer we naar deze spelen kijken.
We mogen ons wel voorstellen dat verspreid over een groot deel van Midden-Europa, over de streken die ik al eerder noemde, vanaf de 14e eeuw tot in de volgende eeuwen – in een paar gebieden is dat, zoals u ziet, pas in de 19e eeuw, ze langzaam verdwenen, op alle zogenaamde heilige dagen deze spelen, dus het kerstspel, het paasspel, het pinksterspel opgevoerd werden.

Und an der Art und Weise, wie diese Leute das Christentum in sich belebt haben, wie sie in einer außerordentlich volkstümlichen Art und Weise, ich möchte sagen, anschaulich die Evangelien vor uns hinstellen, sieht man, daß sie tief eingegriffen haben in das Volk. Und wir betrachten es als unsere Aufgabe auch, darauf aufmerksam zu machen, wie das geistige Leben durch die Jahrhunderte durch, wie ein Stück des geistigen Lebens Mitteleuropas dadurch erhalten blieb. Derjenige, der noch gesehen hat, wie auch sonst dieses geistige Leben Mitteleuropas, insoferne es Volksleben war, in der zweiten Hälfte des 19. Jahrhunderts allmählich unter den neueren Zeiten dahingestorben ist, wird viel empfinden können durch diese Auferweckung alter volkstümlicher Zeiten. Aus diesem Geiste heraus, meine sehr verehrten Anwesenden, möchten wir Ihnen zunächst das Paradeis-Spiel und dann auch das Christ-Geburt-Spiel heute vorführen.

En aan de manier waarop deze mensen het christendom beleefden, hoe ze op een buitengewone volkse manier, ik zou willen zeggen, de Evangeliën voor ons aanschouwelijk neerzetten, zie je dat zij op het volk een diepe indruk maakten. En wij vatten het ook als onze taak op erop te wijzen, hoe het geestelijk leven door de eeuwen heen, daardoor als een stuk geestesleven van Midden-Europa bewaard bleef. Degene die nog heeft gezien hoe toch ook dit geestelijke leven van Midden-Europa in zoverre het volksleven was, in de tweede helft van de 19e eeuw langzamerhand in de nieuwere tijd ten onder gegaan is, zal veel kunnen ervaren door het nieuw ingeblazen leven van oude volkse tijden. Vanuit deze stemming, geachte aanwezigen, zouden wij u nu het paradijsspel en dan ook het herdersspel willen laten zien. 

.

[1] GA 274
[2] anekdote: hij had een litteken op zijn wang, veroorzaakt door het bijten van zijn moeder.

.

Rudolf Steiner: toespraken bij de kerstspelen

Kerstspelenalle artikelen

Kerstmisalle artikelen

.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Het Kerstspel

.
De kop boven dit artikel had ook ‘Het Kerstspel en de puber‘ kunnen heten. Marcel Seelen, leraar te midden van pubers, kijkt naar het ‘trage’ Kerstspel en de snel levende puber. Past dit bij elkaar?

Marcel Seelen BC Broekhin, Roermond in . Lerarenbrieven 26-1

HET KERSTSPEL

Het is nog vroeg in de ochtend als we voor het lesbegin samen zingen in het klaslokaal. Het is nog november, het moet nog eerste Advent worden. Er zijn vier leraren en vier leerlingen, waarvan Elisa uit de zevende klas achter de piano zit om ons opvallend professioneel te begeleiden. We maken deel uit van de spelersgroep die het Kerstspel gaan opvoeren, op de dag voor dat de Kerstvakantie begint. Samen klinken onze stemmen, die vertellen over het de geboorte van het kind. Krachtig klinkt het:

Juicht nu juicht, zo arm als rijk!
ons is op deze dag
een kind geboren heugelijk…

Mijn hart stroomt vol van warmte. Wat een heerlijk begin van de dag, zo samen te zingen met de stralende kinderen erbij. In het voorgaande schooljaar was er hier in Roermond niets dan een zevende klas met kinderen in een uithoek van het gebouw, en hoe eenzaam was dat bij momenten. Nu zijn er dierbare collega’s en vormen we een heus vrijeschoolteam! Na een kwartier gaan we uit elkaar; gesterkt gaan we de lesdag tegemoet.

Rudolf Steiner

In Wenen studeerde Rudolf Steiner, 19 jaar oud, aan de Technische Hogeschool, waar hij in de winter van 1878 colleges volgde over de Duitse literatuur. De germanist Karl Julius Schröer vertelde er meeslepend over Goethe en Schiller. Steiner bracht vaak een bezoek bij hem aan huis, waar hij lange gesprekken voerde en boeken meekreeg die hij beslist lezen moest.

Op een van die avonden vertelde Schröer over een ontdekking die hij had gedaan. Hij was als man van zijn tijd – de 19e eeuw met haar interesse voor de Middeleeuwen – op het spoor gekomen van een oude traditie. Ooit waren er Duitse boeren geëmigreerd naar Pressburg in Hongarije, waar ze sinds eeuwen de Middeleeuwse spelen opvoerden, in een oud Duits dialect. Schröer vertaalde ze en ze gaf ze uit onder de titel: ‘Duitse Kerstspelen uit Hongarije’. Deze zogenaamde Oberuferse spelen gaf Schröer aan Steiner te lezen.

Tientallen jaren later, toen Steiner in Dornach (Zwitserland) een gebouw neerzette, het Goetheanum, om de antroposofie een dak boven het hoofd te bieden, werden deze spelen daar regelmatig opgevoerd. Vanaf het moment dat er overal ter wereld antroposofische instituten opbloeiden, zijn deze Kerstspelen een vast ritueel geworden en vinden er jaarlijks opvoeringen plaats. Ook op alle vrijescholen en nu voor het eerst bij ons, onder de bezielende regie van Julian.

Advent

De weken voor het Kerstfeest staan in het teken van Advent. We kennen het symbool, de groene krans met de vier rode kaarsen en de geur van dennenhout. De donkere winter, de brandende kaarsen, waarvan het aantal met elke zondag groeit, en zo naar vervulling verwijst. Voor wie er gevoelig voor is, verwijst het naar iets waar verwachtingsvol naar wordt uitgekeken. Het wordt omgeven met een zweem van mysterie.

Het woord Advent komt van adventus Domini, hetgeen betekent: ‘de komst van de Heer’ en het is een aansporing ons daarop voor te bereiden. Zodat Kerstmis meer is dan het vooruitzicht op het klassieke kerstdiner (‘Wat doen we met oma dit jaar?’) en de jaarlijkse skivakantie.

Deze groene krans met de vier rode kaarsen staat in elk vrijeschoollokaal. Elke maandag van de Adventstijd vieren we in de ochtend samen met de drie klassen Advent, door een half uur met alle leerlingen samen te luisteren naar musicerende kinderen uit de zevende klas. Op de laatste dag voor de kerstvakantie vindt dan de opvoering plaats van het Kerstspel, waarvoor we elke donderdagmiddag – vanaf de herfstvakantie – hebben gerepeteerd. Het oude Duits is ooit rond 1920 door Sanne Bruinier vertaald in een taal die nog het meest doet denken aan het Middelnederlands. Advent vindt dan zijn vervulling.

Een beeld

Wie het Kerstspel voor de eerste keer ziet, zal zich verbazen. De spelers op het toneel zijn wel vertrouwd: Jozef en Maria om de kribbe met een os, een ezel en een engel. Ook de vertrouwde herders verschijnen in al hun boersheid. Maar die rare taal, die mengelmoes van allerlei dialecten die je meent te herkennen, maar niet plaatsen kunt. Die eindeloze traagheid ook. Er zit geen enkele vaart in het spel. Alles goed en wel: hoezo voer je dit op voor pubers?

We willen als startende vrijeschool in Roermond de opgroeiende kinderen met de jaarlijkse opvoering van het Kerstspel vooral ook een beeld meegeven van de wortels van 2000 jaar beschaving: het Christendom. Daarbij gaat het dus niet om het voortzetten van een traditie in de geest van de Kerk als instituut.

Het gaat erom de kinderen te doordringen van het geboorteverhaal dat onze beschaving voorgoed heeft veranderd.

Voor een zappend kind op de bank dat van het ene programma naar het andere flitst, is het zien van een tergend traag Kerstspel beslist een beproeving. Klopt. Je’kunt zelfs de vraag opwerpen, zoals in menig vrijeschoolcollege ook gebeurt, of het nog wel van deze tijd is.

Op de vrijeschool in Amsterdam, het Geert Groote College, maakte ik vaak mee hoe tegenstribbelende leerlingen na jaren uiteindelijk in de eindexamenklas vrijwillig naar het Kerstspel kwamen kijken, zo dierbaar was het ze geworden.

Het roept dus weerstand op, maar opvoeding vindt niet plaats door kinderen met pleziertjes te paaien. Maar vanwaar toch die drive om ondanks alles die Kerstspelen jaarlijks op te voeren?

Een antwoord schuilt in het begrippenpaar Icefwereld/belevingswereld.

Leefwereld versus belevingswereld

De leefwereld van een puber steekt nogal af bij de grijze Jozef die voortsjokt en een maagdelijke Maria die hemels zingt. Met de uiterlijke wereld van dit Kerstpel heeft de puber inderdaad niets gemeen.

Maar de leefwereld heeft betrekking op de buitenkant, op de omringende wereld van de puber. Het lederen jack, de peuk, het glas bier, de i’pad, het vloeken en tieren – hoe valt dat alles te rijmen met wat je aan heiligheid op de planken zet in dat buitenissige taaltje?

De belevingswereld van een puber gaat over diens binnenkant. Dat is de wereld van zijn ziel, die hongert naar zingeving. Dat zijn hooggestemde woorden die iedere volwassene direct zal onderschrijven, die naar zijn puber kijkt, die zich diep van binnen afvraagt: waartoe dit alles, dit leven, deze pijn en eenzaamheid van het volwassen worden?

Het Kerstspel wil in statische beelden die binnenwereld voeden. Het is voedsel voor de ziel. Inderdaad, het is absoluut niet snel verteerbaar als een BigMac, maar het vraagt juist om gestaag herkauwen. Maar dan voedt het ook echt.

.

De Kerstspelen: alle artikelen

Rudolf Steiner over de Kerstspelen

.

1944

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Paradijsspel- regie-aanwijzingen (3-5)

.

In 1991 verscheen bij Rudolf Steiner Verlag in Dornach, Zwitserland,

WEIHNACHTSPIELE AUS ALTEM VOLKSTUM
DIE OBERUFERER SPIELE

KERSTSPELEN UIT DE OUDE VOLKSCULTUUR

DE SPELEN UIT OBERUFER

Meegedeeld door Karl Julius Schröer
Toneelscènes van Rudolf Steiner

Uitgave met daarbij regie-aanwijzingen volgens de enscenering in D0rnach.

Toen ik met dit spel in de jaren 1970 op de Haagse vrijeschool meespeelde, heb ik gedurende een aantal jaren allerlei aantekeningen gemaakt.
Vaak werd het spel geregisseerd door Noor Gerretsen. Haar ouders hadden het spel in het prille begin ook in Dornach gezien en vanuit een zekere herinnering volgde Noor allerlei  ‘oorspronkelijke’ regie-aanwijzingen. Een menigsverschil over het een of ander werd vaak beslecht met: ‘Ja, maar het is Angabe.’ Deze Angabe=aanwijzing=zou dan van Steiner zelf afkomstig zijn.

Nu de spelen ook al weer zo’n 100 jaar opgevoerd worden (vanaf 1915) – over de hele wereld – kan het niet anders of er doen zich veranderingen voor. Meestal geen grote, maar toch, die afwijken van wat hier gezegd wordt. Zolang deze het beeld niet verstoren of het juist ten goede komen, lijkt me dat geen probleem. 

Het kan bijna niet anders dan dat in zo’n lange tijd ‘toevallige vondsten’ een eigen leven zijn gaan leiden en ook in de ‘Angabesfeer’ terecht zijn gekomen.

De verklarende tekst in groen is die van het boek, in blauw van mij. De spreektekst is de gangbare tekst zoals die in Den Haag werd gebruikt. Wanneer nodig, afgekort met GT. De afkoring DH betekent: zo zag ik dat in Den Haag in de jaren 1970. Wanneer er sprake is van ‘rechts of links’ is dat steeds vanuit de zaal gezien.

HET PARADIJSSPEL UIT OBERUFER

Deel 1: vanaf het begin: lied nr. 1; boompjesdrager; engel; t/m lied 2
Deel 2:: na couplet 8 van lied nr.2 (Adam formeert hij): godvader schept Adam; lied nr.3 Adam erkent; schepping Eva; in het paradijs; lied 4: ‘Nu leefden se’.
Deel 3: Na lied nr 4: Al nae der slanghe wijze: duivel; lied nr. 5; Eva verleidt Adam; lied nr. 6: ‘Sy gaf oock’
Deel 4: de spot van de duivel over de verleiding; Adam en Eva worden door Godvader ter verantwoording geroepen; lied 7 ‘Toen joegh’; de engel Gabriël krijgt de opdracht ze uit het Paradijs te verdrijven. Lied 8 ‘Soo joech’, tot de duivel opkomt.
Dit deel (5) duivel met ketting, bestraffing door Godvader; nawoord engel en beëindiging van het spel.

Na de verdrijving uit het Paradijs is de toneelsituatie zo:

Adam en Eva wandelen langzaam links op het toneel; Godvader zit op zijn troon; duivel achter de boom. Engel zit. Boompjesdrager staat rechts vooraan.

Duivel komt op:
In DH rammelend met een ketting. Volgens wijlen Willem Bruning, destijds muziekleraar in Den Haag, komt de duivel springend, a.h.w. ‘golvend op.
In Dornach was hij al een keer met de ketting opgekomen (3-4) en die lag voor op het toneel. Er staat nergens dat hij die weer meeneemt en er opnieuw mee opkomt; ook is er geen melding van dat hij de ketting opraapt. Er staat alleen: de duivel (Schwarzengel! = zwarte engel) komt op en spreekt, dicht aan de rand van het toneel, fixeert het publiek:

Duyvel spreeckt:

GT:  lck heb die beyden sluw bedroghen.
se uyt het paradys geloghen:
maer nu wilc sien waer ickse oan vinden
omse met myn kettingh tsaem te binden.

Hij gaat op Adam en Eva af en legt de ketting op hun schouders, trekt hem samen en trekt ze beiden, terwijl ze zich hevig verzetten, voor de troon van God

DH: Hij gaat op Adam en Eva af en draait de ketting rond hun middel, waarbij Adam ongezien het begin van de ketting vasthoudt. Duivel komt met beide uiteinden van de ketting schuin rechts achter Adam en Eva te staan en begint te trekken, richting troon. 

Bij ‘Heer rechter’ steekt duivel zijn arm rechts omhoog (dus zijn eigen linker arm) en schreeuwt, terwijl hij aan de ketting rukt, maar ook Adem en Eva soms wat naar voren duwt. Adam en Eva reageren op deze bewegingen.
Dornach: hij trekt aan de ketting. Adam en Eva laten zich als zakken schudden, zakken door de knieën en beven als espenblad.

Heer rechter, heer rechter, eeuwiche schand
over Adam en Eva in kettingh en band.
lek weet ghy en scheltse de schuld niet kwyt.
sy sullen syn vermaeledyt.
In sondighe wereldt gestooten voor goet,
so my treffelyck gevallen doet.
Te daghe en te nacht sallic mit haer syn,
daer jammer is ende groote pyn.

Hij blaast heftig, voor en achter/idem

Daer blaes ick van agter en veuren int vuur;
In myn helle hebbense rust noch duur.
Ick poock er de vlammen vlytigh aen
datse mit my sweeten tsaem
en sullen eeuwelyc daer branden.

Zijn stem is gaandeweg schreeuweriger geworden met als hoogtepunt:

Niemand en rukte z’ uyt mynen handen!
D: trekt de kettingeinden weer bij elkaar en wil Adam en Eva meenemen

Godvader gaat energiek staan en wijst gebiedend naar de duivel/idem, met strenge (lage) stem:

God de Heer spreeckt:

GT: Pack u wegh satan, ghy helle hond!
D: duivel laat de ketting vallen, Adam en Eva luisteren nieuwsgierig met grote belangstelling. De duivel sluipt naar de boom en naast de troon van Godvader bij de woorden

welck schandelyck woordt quam uyt u mondt.
Stof ende aerde sy voortaen u spys,

In Den Haag heeft de duivel de ketting nog steeds vast, al trekt hij daar niet meer aan. Bij ‘op uw buyck’ laat de duivel de ketting los en valt plat voorover.

en tegen der creaturen wys,
wyl ghy dit quaade hebt gedaen,
sult ghe op u buyck al’ daghen gaen.

Siet hoe is Adam thans soo ryck,
geworden eenen god geiyck,
D: Adam en Eva kijken elkaar aan, ook bij de volgende woorden

daer hy het goed en quaadt beseft,
wanneer hy syne handen heft
D: hij houdt de ketting omhoog
DH: hij houdt zijn armen en handen omhoog. Dit zou een soort Grieks gebaar zijn, i.t.t. het christelijke gebaar waarbij de handen gevouwen zouden worden. Geen verdere info.

en leeve in alle eeuwicheidt.

Een kleine pauze. De duivel gaat weer staan. De kompany formeert zich met de boompjesdrager voorop, als ze het toneel verlaten; op het toneel is de volgorde: engel, Godvader, de duivel, Adam met de ketting en Eva achteraan.

DH: op het toneel: engel, Godvader, Eva, Adam, met ketting, en de duivel.
De plaats van Eva verschilt aanzienlijk. De uitleg is dat Eva na de zondeval als vrouwelijk element dichter bij God blijft. De man wordt dieper in de zondeval gestoten. Ook bij de appel gebeurt er pas wat als Adam erin bijt.

Kompany singht afgaende:

Lied 10:

O heilighe drievuldicheydt,
o goddelyck regiment,
aen doot, duyvel en oock de hel
quam nu voor goet een end.
Ghy hebt het eeuwich leven
ons allen weergegheven.
Nu syt gepresen alsoo seer!
die ons’ gedachten kent, de heer,
syn rijck wil hy ons gheven.

Dornach: de kompany is weer voor het toneel aangekomen en gaat zitten. De engel geeft het zwaard aan Godvader *, daarna gaat hij het toneel op. De boompjesdrager staat weer midden voor het toneel.
DH: kompany komt weer op toneel (links) en vormt een boog van links naar rechts, de engel komt naar voren:

Engel spreeckt:

Achtbaere, seer vroede goetgunstige heeren,
Hier is weer het groeten 3x: midden, rechts, links/DH groet 1x

oock deugtsame vrouwen ende jonckvrouwen in alle eere, idem/idem

wilt altegaer niet euvel duyden
dat wy ons spel vertoonden voor uluyden,

vriendelijk
van hoe god al dingen heyt gemaeckt
mitgaeder de menschen bloot ende naekt;
die schiep hy deur ’t goddelyck raetsbesluyt
nae syn gelyckenis, uyt eene aerdenkluyt
en gafse ‘t paradys tot woon,
den hof van Eeden alsoo schoon.
Maor de slangh mit haore listigheyt
heeft Adam ende Eva verleyd
datse overtraden gods gebod
en aten dat god verboden hadt.
So synse gecomen in angst ende noot,
ten leste geslaeghen mit eeuwiche doot,

dit zeer benadrukken
tot den barmhert’ gen god syn Soon liet nederdaelen
die veur ons menschen deed losgeld betaelen.
‘k Bid soo wy quamen veuls te cort
’t ons niet en aengerekend wordt.
Maar alles dat wy schuldich bleven
onze onkunde mach syn toegeschreven:
hiermee elckeen het alder best betracht’
soo wenschen me van god almachtich ‘n goede nacht.

Engel maakt nog 3x een diepe buiging. De boompjesdrager, met het boompje voor zich, doet deze mee. Ze gaan nu allen op het toneel, volgorde: engel (is daar al) Godvader, boompjesdrager, Adam, Eva, duivel; staand in rij maken zij nog een diepee buiging en gaan achter op het toneel weg.
Na ’n goede nacht’ zeggend ‘ buigt de kompany en loopt op het laatste lied, dit herhalend, door de zaaldeur van de hoofdingang de zaal uit.

*dit suggereert dat de engel tot nu toe het zwaard steeds heeft gedragen. Iik heb geen concrete aanwijzing waar het zwaard in DH bleef; ik dacht dat de engel het na gebruik aan Godvader teruggeeft die het op zijn beurt aan de duivel geeft die het weer achter de boom plaatst. 

einde

Deel 1: vanaf het begin: lied nr. 1; boompjesdrager; engel; t/m lied 2
Deel 2:: na couplet 8 van lied nr.2 (Adam formeert hij): godvader schept Adam; lied nr.3 Adam erkent; schepping Eva; in het paradijs; lied 4: ‘Nu leefden se’.
Deel 3: Na lied nr 4: Al nae der slanghe wijze: duivel; lied nr. 5; Eva verleidt Adam; lied nr. 6: ‘Sy gaf oock’
Deel 4: de spot van de duivel over de verleiding; Adam en Eva worden door Godvader ter verantwoording geroepen; lied 7 ‘Toen joegh’; de engel Gabriël krijgt de opdracht ze uit het Paradijs te verdrijven. Lied 8 ‘Soo joech’, tot de duivel opkomt.
Dit deel (5) duivel met ketting, bestraffing door Godvader; nawoord engel en beëindging van het spel.

.

Verdere aanwijzingen voor het paradijsspel bij:

Kerstspelenalle artikelen

.

1943

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Paradijsspel- regie-aanwijzingen (3-4)

.

In 1991 verscheen bij Rudolf Steiner Verlag in Dornach, Zwitserland,

WEIHNACHTSPIELE AUS ALTEM VOLKSTUM
DIE OBERUFERER SPIELE

KERSTSPELEN UIT DE OUDE VOLKSCULTUUR

DE SPELEN UIT OBERUFER

Meegedeeld door Karl Julius Schröer
Toneelscènes van Rudolf Steiner

Uitgave met daarbij regie-aanwijzingen volgens de enscenering in D0rnach.

Toen ik met dit spel in de jaren 1970 op de Haagse vrijeschool meespeelde, heb ik gedurende een aantal jaren allerlei aantekeningen gemaakt.
Vaak werd het spel geregisseerd door Noor Gerretsen. Haar ouders hadden het spel in het prille begin ook in Dornach gezien en vanuit een zekere herinnering volgde Noor allerlei  ‘oorspronkelijke’ regie-aanwijzingen. Een menigsverschil over het een of ander werd vaak beslecht met: ‘Ja, maar het is Angabe.’ Deze Angabe=aanwijzing=zou dan van Steiner zelf afkomstig zijn.

Nu de spelen ook al weer zo’n 100 jaar opgevoerd worden (vanaf 1915) – over de hele wereld – kan het niet anders of er doen zich veranderingen voor. Meestal geen grote, maar toch, die afwijken van wat hier gezegd wordt. Zolang deze het beeld niet verstoren of het juist ten goede komen, lijkt me dat geen probleem. 

Het kan bijna niet anders dan dat in zo’n lange tijd ‘toevallige vondsten’ een eigen leven zijn gaan leiden en ook in de ‘Angabesfeer’ terecht zijn gekomen.

De verklarende tekst in groen is die van het boek, in blauw van mij. De spreektekst is de gangbare tekst zoals die in Den Haag werd gebruikt. Wanneer nodig, afgekort met GT. De afkoring DH betekent: zo zag ik dat in Den Haag in de jaren 1970. Wanneer er sprake is van ‘rechts of links’ is dat steeds vanuit de zaal gezien.

HET PARADIJSSPEL UIT OBERUFER

Deel 1: vanaf het begin: lied nr. 1; boompjesdrager; engel; t/m lied 2
Deel 2:: na couplet 8 van lied nr.2 (Adam formeert hij): godvader schept Adam; lied nr.3 Adam erkent; schepping Eva; in het paradijs; lied 4: ‘Nu leefden se’.
Deel 3: Na lied nr 4: Al nae der slanghe wijze: duivel; lied nr. 5; Eva verleidt Adam; lied nr. 6: ‘Sy gaf oock’
Dit deel (4): de spot van de duivel over de verleiding; Adam en Eva worden door Godvader ter verantwoording geroepen; lied 7 ‘Toen joegh’; de engel Gabriël krijgt de opdracht ze uit het Paradijs te verdrijven. Lied 8 ‘Soo joech’, tot de duivel opkomt.

De situatie na lied 6, 2e couplet ‘Sy gaf oock’:

DH: De Haagse muziekleraar Willem Bruning was van mening dat de duivel – die 3x verschijnt, de 2e keer, dus hier – opkomt in een soort hoekige vorm (zigzag)

Dornach: hier werd een ommegang gemaakt over het toneel, Adam en Eva blijven bij de boom. De duivel komt op met een ketting. Dat gebeurde in DH niet, daar kwam de duivel pas in zijn laatste optreden met de ketting.

Duyvel spreeckt:

Dornach: hij komt door het midden naar voren, werpt de ketting terzijde en op de rand van het toneel kijkt hij strak naar het publiek, wijzend op zichzelf

lck ben de duyvel van de echtelie’n
aldaer wort ick soo menichmael gesien.
Zet zijn handen in zijn zij en kijkt overtuigd

k Blaas haerluy int oor: waerom al’daghen
sichselven en malkander plaaghen?

De man can sich opknoopen,
maakt gebaar van een touw om de nek

de vrouw int water loopen
hij geeft een verstikking aan; e.e.a. komt overeen met DH. hier loopt de duivel al kleiner wordend vooruit alsof hij steeds dieper in het water loopt en rilt e.d.

dan synse van al haer plaaghen af,
by myn hebbense in de hell’ haer graf.
Adam en Eva heb ick oock bedroghen,
hebse listichlyck iet voorgelooghen,
datse overtraden gods gebodt
en aten dat god verboden hat.
‘t Is regt, ‘t is regt, sulcke fruyt
en gheef ick niet om een duyt;

D en DH: vals listig, en al naar achter lopend en omkijkend naar het publiek

hadden Adam en Eva pruymedanten genoomen,
‘t waerse duysent mael beter becomen!

Duivel weer achter boom/idem.
Alleen Dornach: hij pakt het zwaard en geeft dit aan God. Die staat opzij van de troon.
DH: God neemt plaats op de troon.

Adam komt met Eva hand in hand in gedrukte stemming van achter de boom naar voren. Adam en Eva komen langzaam wandelend links van de boom wat naar voren.

Adam spreeckt:

Ach, myn gemoet is gansch verwandelt!
O vrouw, seer qualyck heb ik gehandeld
Eva schrikt

deur dien ick volleghde u raet.
Het bloote swaert nu voor my staet;
DH: duivel staat met zwaard omhoog achter Adam, ook al staat er in de tekst ‘voor’ – het zou om een visioen gaan.

D: heft de handen en kijkt naar zichzelf; Eva kijkt verbaasd naar hem
ick sien my naekend en oock bloot,
o Eva, onse sonde is also groot.

Hij pakt Eva bij de schouder en wil met haar naar de boom – (die in Dornach veel meer naar links op het toneel staat.) DH: weer naar links van de boom terug. Ze moeten de indruk wekken te willen vluchten; dan roept God 

God de Heer spreeckt:

God staat opzij van de troon/DH: hij zit

Waer syt ghy Adam, coomt tot my.

Adam spreeckt:

D: Adam heeft zich angstig achter de boom verstopt en antwoordt aarzelend, bedeesd. Hij komt schoorvoetend aangelopen

Hier ben ick heer,
lek schaem my voor u ooghen seer.

God de Heer spreeckt:

Wat schaemt ghy u?

Adam spreeckt:

Omdat ik at
Wat ghy, o heer, verboden hadt.

God de Heer spreeckt:

En waent ghy Adam, durft ghy hopen
dat ghy u straffe sult ontloopen.
of dat ghy u vergryp niet boet?
wie gaf u, Adam, d’euvelen moet?

D: Adam komt tevoorschijn, bevend.

Adam spreeckt:

Adam wel schuldbewust, maar ook wel enigszins opgelucht:

Och heer, ick sweer u by myn trou,
Eva, die ghy my gaeft tot vrouw,
die gaf my van den boom te eten:
ick en hadde my waerlyck niet vermeten.
Een schoonen appel pluckte sy
en beet er in, – ick stond er by –
soo overtradt sy u gebodt
en met coomt ghy daer aen, heer god.

God de Heer spreeckt:

Waer is de vrouw die sulckx misdeed?

Adam wijst naar Eva die bij de boom staat/idem

Adam spreeckt:

Ginds by dien boom, heer, dattic weet.

Eva die zich nog meer verstoppen wil, wordt nu door Adam gehaald, haar naar voren ‘duwend’, terwijl zij hevig tegenstribbelt en begint te huilen.

God de Heer spreeckt:

GT (tot Eva) Wat is dit dat ghy hebt gedaen?

Eva spreeckt:

Snikkend

De boose slangh, heer, dreef my aen
met haer bedrogh, soolang tot dat
‘k van de verboden vrughten at.
Heer, voortaan doenme wat ghy seght.
Dornach heedt hier een ontkennende zin, waarbij Eva ‘nee’ schudt.

Ze loopt links naar voren, vóór Adam langs en komt links van hem te staan

Godt de Heer spreeckt:

Waer syt ghy Gabriël myn knegt?
Dornach: Eva huilt en Adam kijkt dom, verbaasd. De engel staat op. Engel loopt naar troon

Coomt haestelyck hier opdat ghy hoort
myn goddelycken wil en woordt:
Engel loopt naar troon en gaat links staan 

Adam en Eva sult ghy heden
verjaghen uyt den hof van Eden.
Op ‘Eden’ geeft de duivel het zwaard aan God

Dryft met myn blinkend swaert hen uyt,
de poort, die ick voor eeuwich sluyt.
Hij geeft het zwaard aan Gabriël.

Dornach: lied nr. 7 wordt 2x achter elkaar gezongen. Engel, God en duivel maken een ommegang over het toneel, Adam en Eva blijven staan en zingen niet mee. De engel houdt het zwaard schuin omhoog.

DH: de spelers blijven tijdens het zingen van lied 7 (1x) op hun plaats; de engel heeft het zwaard niet omhoog, maar voor zich staand, punt even boven de vloer.

Kompany singht:

Toen joegh de engel Gabriël
hen uyten hof nae gods bevel.
Ja, alles wat leeft god eere gheeft.

Engel spreeckt:

Dornach: de engel spreekt tot het publiek met opgeheven zwaard:

DH: zwaard nog naar beneden

lck heb ontfangen een gebodt
al van den allerhoochsten god
dat ick Adam en Eva heden
verjaghe uyten hof van Eden.

GT De engel buigt met het swaert tot Adam en Eva

DH: het zwaard is nog iets schuin omhoog

Soo gaet dan henen voor altyt,
Adem en Eva buigen hoofd

bebouwt het veldt met noeste vlyt!
int zweet uws aanschyns eet u broot kleine pauze

De engel draait het zwaard van links schuin omhoog een kwartslag naar voren en loopt krachtig op Adam en Eva af, het zwaard vanuit het polsgewricht bewegend:
A.h.w. vanuiit de draai een prikkende beweging.

Adam
Hij kijkt op/hij hoort het geschrokken aan en wist het zweet van ziojn voorhoofd

– en kleine paueze Eva  idem, zwaard met zwaai boven het hoofd [ik denk A/B] zij kijkt op

ghy met noot

draegt uwe kinders ondert harte,
slag in de richting van Eva

vermenichvuldigt sy u smarte.
Engel neemt het zwaard terug:

 

Eva spreeckt:

Snikkend/stap naar voren, met armen omhoog in wanhoop, maar niet pathetisch

Wee ons, die arme vrouwen
moetent om my berouwen!

Wendt zich tot Adam

alsnu tmoet syn, soo sullenme ‘t waaghen
ons immer nae gods leer gedraaghen
en bidden dat hy ons behoed.

Adam spreeckt:

Coomt maer by my, myn Eva soet!
Adam legt een arm om Eva’s schouder/idem en leidt haar wat opzij/idem

Heel innig:
Myn god, wanneer roept ghy ons wéér?
och, laet ons niet lang wachten, heer!

Engel spreeckt:

Soo gaet en uyt den hove treet;
De  engel zet weer een ferme pas naar voren en brengt het zwaard horizontaal (E)

in de aanwijzing staat dat het zwaard tot die tijd zo schuin naar de grond wees en nu omhoog komt,

DH: met het naar voren gerichte zwaard loopt de engel rimisch schrijdend op de woorden naar links en drijft Adam en Eva weg die eveneens ritmisch schuin naar voren lopen, maar niet te ver, want de duivel moet er nog omheen kunnen.

tot ick u langsaem wederkeeren heet.

De engel neemt het zwaard terug en zet dit voor zich met de punt naar beneden:

Eva spreeckt:

lek bid, heer god, verlaet my niet nae desen.

Engel spreeckt:

Eva, wilt sonder twyfel wesen!
u man volght nae, sorght voor u kind daerneven,
Soo sal god u de sonden àl vergheven.

Nu schreidt de engel met afwerend gestrekt zwaard langzaam naar voren, God en de duivel sluiten aan en lopen over het toneel, zingen het couplet  van lied 82x , Adam en Eva blijven staan, zingend. DH: allen blijven op dezelfde plaats, Godvader is gaan staan, engel: zwaard naar beneden. Couplet 1x.

Kompany singht:

lied 8

Soo joegh de engel Gabriël
hen uyten hof nae gods bevel.
Ja, alles wat leeft god eere gheeft.

DH:Daarna engel terug naar bank; Adam en Eva wandelen wat naar links.Godvader gaat weer zitten; Na de ommegang gaat Godvader weer op de troon zitten. De duivel komt naar voren.

Duyvel spreeckt:

zie 3-5 nog niet oproepbaar.

Deel 1: vanaf het begin: lied nr. 1; boompjesdrager; engel; t/m lied 2
Deel 2:: na couplet 8 van lied nr.2 (Adam formeert hij): godvader schept Adam; lied nr.3 Adam erkent; schepping Eva; in het paradijs; lied 4: ‘Nu leefden se’.
Deel 3: Na lied nr 4: Al nae der slanghe wijze: duivel; lied nr. 5; Eva verleidt Adam; lied nr. 6: ‘Sy gaf oock’
Dit deel (4): de spot van de duivel over de verleiding; Adam en Eva worden door Godvader ter verantwoording geroepen; lied 7 ‘Toen joegh’; de engel Gabriël krijgt de opdracht ze uit het Paradijs te verdrijven. Lied 8 ‘Soo joech’, tot de duivel opkomt.

.

Verdere aanwijzingen voor het paradijsspel bij:

Kerstspelenalle artikelen

.

1942

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.