Categorie archief: Rudolf Steiner

WAT VIND JE OP DEZE BLOG?

.

.

Via onderstaande rubrieken vind je de weg naar meer dan 3300 artikelen

Kleinere en grotere, makkelijk toegankelijke en die meer studie vragen; direct met de vrijeschool te maken hebbend of zijdelings: de meest uitgebreide vrijeschoolsite die er te vinden is.

Ondanks regelmatige controle komt het voor dat bepaalde links niet werken. Waarschuw me s.v.p.     vspedagogie voeg toe apenstaartje gmail punt com
.

RUDOLF STEINER
alle artikelen
wat zegt hij over——
waar vind je Steiner over pedagogie(k) en vrijeschool–
een verkenning van zijn ‘Algemene menskunde’


AARDRIJKSKUNDE
alle artikelen

BESPREKING VAN KINDERBOEKEN
alle auteurs
alle boeken
leeftijden
over illustraties

BEWEGEN in de klas
alle artikelen

BORDTEKENEN zie TEKENEN

DIERKUNDE
alle artikelen

EURITMIE
alle artikelen

GESCHIEDENIS
alle artikelen

GETUIGSCHRIFT
alle artikelen

GEZONDHEID – die van de leerkracht
alle artikelen

GODSDIENST zie RELIGIE

GYMNASTIEK
alle artikelen

HANDVAARDIGHEIDSONDERWIJS
a
lle artikelen

HEEMKUNDE
alle artikelen

JAARFEESTEN
alle artikelen

KERSTSPELEN
alle artikelen

KINDERBESPREKING
alle artikelen

KLASSEN alle artikelen:
peuters/kleutersklas 1; klas 2; klas 3; klas 4; klas 5; klas 6; klas 7; klas 8; klas 9: klas 10; klas 11; klas 12

LEERPLAN
alle artikelen

LEERPROBLEMEN
alle artikelen

LEZEN-SCHRIJVEN
alle artikelen

LINKS
Naar andere websites en blogs met vrijeschoolachtergronden; vakken; lesvoorbeelden enz

MEETKUNDE
alle artikelen

MENSKUNDE EN PEDAGOGIE
alle artikelen

MINERALOGIE
alle artikelen

MUZIEK
alle artikelen

NATUURKUNDE
alle artikelen

NEDERLANDSE TAAL
alle artikelen

NIET-NEDERLANDSE TALEN
alle artikelen

ONTWIKKELINGSFASEN
alle artikelen

OPSPATTEND GRIND
alle artikelen

OPVOEDINGSVRAGEN
alle artikelen

PLANTKUNDE
alle artikelen

REKENEN
alle artikelen

RELIGIE
alle artikelen

REMEDIAL TEACHING
[1]  [2]

SCHEIKUNDE
Alle artikelen

SCHILDEREN
Alle artikelen

SCHRIJVEN – LEZEN
alle artikelen

SOCIALE DRIEGELEDING
alle artikelen
hierbij ook: vrijeschool en vrijheid van onderwijs

SPEL
alle artikelen

SPRAAK
spraakoefeningen
spraak/spreektherapie [1]    [2

STERRENKUNDE
alle artikelen

TEKENEN
zwart/wit [2-1]
over arceren
[2-2]
over arceren met kleur; verschil met zwart/wit
voorbeelden
In klas 6
In klas 7
Bordtekenen [1]
Bordtekenen [2]

VERTELSTOF
alle artikelen

VOEDINGSLEER
7e klas: alle artikelen

VORMTEKENEN
alle artikelen

VRIJESCHOOL
Niet elders gerubriceerd: alle artikelen

Auschwitz en Gaza 2025
Ahriman en/in het onderwijs;
Grafische vormgeving bij Steiner
Interviews met oud-leerlingen
Is het alles goud wat er blinkt….?
Kritiek op de vrijeschool
Kunstzinnige vormgeving van een klaslokaal
Naamgeving en schrijfwijze vrijeschool;
Ochtendspreuk;
Organische architectuur;
Steiner lezen?
Uitgangspunten vrijeschool;
Vrijeschool en antroposofie;
Vrijheid van onderwijs;  
Worden wie je bent

.
EN VERDER:

geschiedenis van het Nederlandse onderwijs, een kleine schets

karakteriseren i.p.v. definiëren

(school)gebouw
organische bouw [1]     [2-1]    [2-2]

In de trein
onderwijzer Wilkeshuis over een paar ‘vrijeschoolkinderen’ in de trein
.

VRIJESCHOOL in beeld: bordtekeningen; schilderingen, tekeningen, transparanten enz.
voor klas 1 t/m 7; jaarfeesten; jaartafels

Deze blog wordt/werd bekeken in:

Afghanistan; Albanië; Algerije; Amerikaans-Samoa; Andorra; Angola; Argentinië; Armenië; Aruba; Australië; Azerbeidzjan; Bahama’s; Bahrein; Bangladesh; Belarus; België; Benin; Bolivia; Bosnië en Herzegovina; Brazilië; Brunei; Bulgarije; Burkina Faso; Burundi; Cambodja; Canada; Caribisch Nederland; Chili; China, Congo Kinshasa; Costa Rica; Cuba; Curaçao; Cyprus; Denemarken; Dominicaanse Republiek; Duitsland; Ecuador; Egypte; Estland; Ethiopië; Europese Unie; Finland; Filipijnen; Frankrijk; Frans-Guyana; Gambia; Georgië; Gibraltar; Griekenland; Ghana; Guadeloupe; Guatemala; Guyana; Haïti; Honduras; Hongarije; Hongkong; Ierland; IJsland; India: Indonesië; Isle of Man; Israël; Italië; Ivoorkust; Jamaica; Japan; Jemen; Jordanië; Kaapverdië; Kameroen; Kazachstan; Kenia; Kirgizië; Koeweit; Kroatië; Laos; Letland; Libanon; Liberia;  Libië; Liechtenstein; Litouwen; Luxemburg; Macedonië; Madagaskar; Maldiven; Maleisië; Mali; Malta; Marokko; Martinique; Mauritius; Mexico; Moldavië; Monaco; Mongolië; Montenegro; Myanmar; Namibië; Nederland; Nepal; Nicaragua; Nieuw-Zeeland; Nigeria; Noorwegen; Oeganda; Oekraïne; Oman; Oostenrijk; Pakistan; Panama; Paraguay; Peru; Polen; Portugal; Puerto Rico; Qatar; Réunion; Roemenië; Rusland; Saoedi-Arabië; Senegal; Servië; Sierra Leone; Singapore; Sint-Maarten; Slovenië; Slowakije; Soedan; Somalië; Spanje; Sri Lanka; Suriname; Syrië; Taiwan; Tanzania; Thailand; Togo; Tsjechië; Trinidad en Tobago; Tunesië; Turkije; Uruguay; Vanuatu; Venezuela; Verenigde Arabische Emiraten; Verenigde Staten; Verenigd Koninkrijk; Vietnam; Zambia; Zuid-Afrika; Zuid-Korea; Zweden; Zwitserland’ (156)

..

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner – Algemene menskunde (10-7)

.

*GA 293         Vertaling

De voordrachten die Steiner hield hadden tot doel uiteen te zetten wat vrijeschoolpedagogie omvat.
Van 21 augustus tot en met 6 september 1919 volgden de leerkrachten voor de te beginnen school deze cursus die, naast de in de morgen gehouden voordrachten GA 293, ook nog bestond uit de over de rest van de dag verdeelde cursussen  (GA 294) [2] en (GA 295) [3]

MENS EN DIER

Nadat Steiner het motief van hoofd – borst – ledematen met de cirkels, het ronde en het stralende, nog een keer herhaalt, sluit hij dat a.h.w. af met het wijzen op lichaam, ziel en geest.  [10-2]  [10-3]  [10-4]

En via ‘geest’ komt hij nu ook nog eens terug op het concilie van Constantinopel in 869, wat hij al deed in voordracht 3 [3-2]

Hij noemt daar een aantal gevolgen.

Blz. 156    vert. 151

Geist gibt es seit dem Jahre 869 für die vom Katholizismus ausgehende Kultur des Abendlandes nicht mehr. – Aber mit der Beziehung zum Geiste ist abgeschafft worden die Beziehung des Menschen
zur Welt. Der Mensch ist mehr und mehr in seine Egoität hineingetrieben worden. Daher wurde die Religion selbst immer egoistischer und
egoistischer, und heute leben wir in einer Zeit, wo man, ich möchte
sagen, wiederum aus der geistigen Beobachtung heraus die Beziehung
des Menschen zum Geiste und damit zur Welt kennenlernen muß.
Wer hat denn eigentlich die Schuld, daß wir einen naturwissenschaftlichen Materialismus bekommen haben? Daß wir einen naturwissenschaftlichen Materialismus bekommen haben, daran hat die Hauptschuld die katholische Kirche, denn sie hat im Jahre 869 auf dem Konzil von Konstantinopel den Geist abgeschafft. Was ist damals eigentlich geschehen?

Geest bestaat niet meer – sinds 869 – voor de van het katholicisme uitgaande cultuur van het Avondland. –
Maar met de afschaffing van de verbinding met de geestelijke wereld is ook de verbinding van de mens met de wereld afgeschaft. De mens is meer en meer op zijn ego teruggeworpen. Daardoor werd de religie zelf steeds egoïstischer, en tegenwoordig leven we in een tijd waarin we – laten we het zo uitdrukken – weer vanuit de geestelijke waarneming de verbinding van de mens met de geestelijke
wereld en daardoor met de wereld moeten leren kennen.
Wie is er eigenlijk schuldig aan, dat we een natuurwetenschappelijk materialisme hebben gekregen? Dat we een natuurwetenschappelijk materialisme hebben gekregen, is voornamelijk te wijten aan de katholieke kerk, want die heeft in 869 op het Concilie van Constantinopel de geest afgeschaft.

Omdat – zoals we zagen – de ledematen het meest ‘geest’ zijn – viel een begrip daarvoor weg en dat opende de weg naar ‘de mens als (hoger)* dier’.

Blz. 157   vert. blz. 152

Gerade indem die katholische Kirche dem Menschen verborgen hat die Natur
seiner Gliedmaßen, seinen Zusammenhang mit der Welt, hat sie verursacht, daß die spätere materialistische Zeit verfallen ist in die Idee, die nur für den Kopf eine Bedeutung hat, die sie aber für den ganzen Menschen anwendet.

Juist doordat de katholieke kerk voor de mens de ware aard van zijn ledematen, zijn verbinding met de wereld, heeft verborgen, is ze er de oorzaak van dat de latere materialistische tijd een gedachte koestert die alleen voor het hoofd geldt, maar door het materialisme voor de hele mens gehanteerd wordt. In wezen heeft de katholieke kerk het materialisme op het gebied van de evolutieleer gecreëerd

En dan: 

Die katholische Kirche ist in Wahrheit die Schöpferin des Materialismus auf dem Gebiet der Evolutionslehre. 

In wezen heeft de katholieke kerk het materialisme op het gebied van de evolutieleer gecreëerd.
GA 293/156
Vertaald/152

*In mijn jeugd was het zo: of je geloofde de Bijbel – de mens is door God geschapen, of je nam aan wat wetenschappelijk gemeengoed was: de mens stamt af van de dieren.
Toen ik naar de middelbare school ging, gebruikten we bij biologie een methode: ‘Leerboek der dierkunde – deel 1: de mens’.
Dat ‘afstammen van de dieren’ werd op zeker ogenblik meer specifiek ‘van de apen’.
Met het boek van Desmond Morris ‘De naakte aap – een zoölogische studie van het menselijke dier’ – werd in 1967 concreet wat al lang werd gedacht en uitgesproken.
(In 1931 duidde de Belgische dichter Raymond Herreman in het gedicht Euridice (1931) de mens al aan als ‘naakte aap’).

Ik was laatst in een restaurant waar ik op een kast dit beeldje aantrof:

 

 

 

 

 

 

 


En er zijn allerlei afbeeldingen te vinden in deze trant:

Maar in verschillende wetenschapsdisciplines is deze idee los gelaten en wordt nu aangenomen dat de afstamming van de mens veel eerder dan ‘na de chimpansee’ zich als een aparte tak afsplitste van een gemeenschappelijke voorouder.

Veel mensen denken dat de mens afstamt van de mensapen, zoals de chimpansee. Dat is echter niet waar. We delen weliswaar een voorouder, maar beide soorten hebben miljoenen jaren evolutie doorgemaakt. “Onze gemeenschappelijke voorouder was noch mens, noch chimpansee.”
Kennislink, maart 2023


Voor veel mensen is dit nog ‘de wetenschap’ over de afstamming van de mens, een soort gemeengoed dus.

Tegelijkertijd heeft de mening dat de mens een dier is, zich sterker en met meer overtuigingskracht verspreid.
Telkens kom je wel ergens tegen ‘de mens en de andere dieren’.
Soms twijfelend uitgesproken, soms met een een onwetenschappelijke zekerheid, zoals bij Trouw-columnist Jelle Reumer: ‘De mens is een dier. PUNT UIT!
Dan is het niet vreemd dat de grote verschillen die er tussen mens en dier bestaan, niet meer worden gezien. Deze zelfde Reumer zegt vervolgens: ‘‘Niets menselijks is de dieren vreemd. (…)’.

Wie zich verdiept in het mensbeeld dat in de Algemene menskunde verschijnt, of ruimer, in de antroposofie, ziet meteen dat mensen die de kreet ‘de mens en de andere dieren’ bezigen, alleen naar al datgene kijken wat hier ‘astraallijf wordt genoemd.
Het Ik – de geestelijke kern van de mens die bij de dieren ontbreekt – wordt niet gezien: de geest is immers al in 869 afgeschaft!

Nu kan ik me goed voorstellen dat als je – nog weinig wetend van de vrijeschoolpedagogie – laat staan de menskundige achtergronden – als nieuwe vrijeschoolleerkracht biologie, net afgestudeerd aan de universiteit, wel even moet slikken als je met die andere visie geconfronteerd wordt.
Stel je je ervoor open of kijk je meewarig naar een stelsel van gedachten dat door jouw studie al lang achterhaald lijkt te zijn…..

Voordracht 10 laat geen ruimte om je aan de de inhoud ervan te onttrekken:

Blz. 158  vert. blz. 152

Es geziemt insbesondere dem heutigen Lehrer der Jugend, solche Dinge zu
wissen. Denn er soll sein Interesse verknüpfen mit dem, was in der
Welt geschehen ist. Und er soll die Dinge, die in der Welt geschehen,
aus den Fundamenten heraus wissen.

Vooral de leraren in deze tijd zouden zulke dingen moeten weten, want zij dienen interesse te hebben voor wat er in de wereld gebeurd is. En zij dienen de ware
achtergronden van de gebeurtenissen in de wereld te doorzien.

Das ist aber notwendig, daß insbesondere der Lehrer, der sonst mit dem werdenden Menschen gar nichts machen kann, die Kulturtatsachen aus den Fundamenten heraus zu erfassen in der Lage ist. Dann wird er etwas in sich aufnehmen, was notwendig ist, wenn er aus seinem Inneren heraus durch die
un- und unterbewußten Beziehungen zum Kinde in der richtigen Weise
erziehen will.

Maar het is noodzakelijk dat vooral de leraren in staat zijn de ware achtergronden van culturele gebeurtenissen te doorgronden, anders kunnen ze met opgroeiende mensen niets beginnen. Wanneer de leraar zich in de achtergronden verdiept, dan zal hij iets in zich opnemen wat noodzakelijk is, wil
hij vanuit zijn innerlijk, via on- en onderbewuste verbindingen met het kind, op de juiste wijze opvoedend werken.

Over dit ‘vanuit zijn innerlijk, via on- en onderbewuste verbindingen’ heeft Steiner vaker gesproken. 
Hij gebruikt dan dikwijls ook het woord ‘imponderabel’.

Zie Steiner over het imponderabele.

Hier vind je de meeste van die opmerkingen die er allemaal op neerkomen dat het van wezenlijk belang is voor de verhouding met je leerlingen hoe je over de opgroeiende mens denkt.
Dat is de mens als geestelijk wezen.
Dus niet een mens bij wie de geest ontbreekt.
Zoals het zo kernachtig in de morgenspreuk wordt verwoord:

‘(de wereld) waarin de mens, bezield, de geest een woning geeft.

De drieledige mens dus!

Denn dann wird er vor dem Menschengebilde die richtige Achtung haben.

Want dan zal hij werkelijk eerbied hebben voor de mens als schepping.

Er wird anders an dieses menschliche Gebilde herantreten, als wenn er nur so etwas wie ein besser ausgebildetes Viehchelchen, einen besser ausgebildeten Tierleib im Menschen sieht. Heute tritt der Lehrer im Grunde genommen, wenn er sich auch manchmal in seinem Oberstübchen Illusionen darüber hingibt,
er tritt mit dem deutlichen Bewußtsein vor den anderen Menschen hin, daß der aufwachsende Mensch ein kleines Viehchelchen, ein Tierlein ist und daß er dieses Tierlein zu entwickeln hat – etwas weiter, als es die Natur schon entwickelt hat.

Hij zal zich anders opstellen tegenover het bouwwerk van de mens dan wanneer hij in de mens alleen maar een soort beter ontwikkeld beestje ziet, een beter ontwikkelde diergestalte. De leraar van tegenwoordig stelt zich – hoewel hij wel eens in zijn bovenkamer de illusie heeft dat dat anders is – toch zo op, dat volgens hem de opgroeiende mens een klein beestje, een klein diertje is, en dat hij dit diertje moet ontwikkelen – iets verder dan de natuur al gedaan heeft.

Door Steiners mededelingen kunnen vrijeschoolleerkrachten tot die stemming geraken die hier wordt bedoeld.
Dat wil voor mij niet per definitie zeggen dat leerkrachten die deze gezichtspunten niet kennen, geen goede opvoeders en lesgevers zouden kunnen zijn. [Opspattend grind]
Evenals dat mensen die het standpunt huldigen dat ‘de mens ook een dier is’. per definitie hun medemens anders behandelen dan iemand die over ‘de kroon van de schepping’ spreekt. 

Toch – en dat is een eigen ervaring – kunnen deze gezichtspunten je dieper doordringen van het gegeven hoe uniek ieder mens, dus ook iedere leerling is. Je kan nog meer recht doen aan het feit dat deze een individuele geest is/heeft, een volkomen uniek Ik waarvoor je als opvoeder moet zorgen.

Anders wird er fühlen, wenn er sagt:
Da ist ein Mensch, von dem gehen Beziehungen aus zur ganzen Welt, und in jedem einzelnen aufwachsenden Kind habe ich etwas, wenn ich daran etwas arbeite, tue ich etwas, was in der ganzen Welt eine Bedeutung hat. Wir sind da im Schulzimmer: in jedem Kinde liegt ein Zentrum von der Welt aus, vom Makrokosmos aus. Dieses Schulzimmer ist der Mittelpunkt, ja viele Mittelpunkte für den Makrokosmos. –

Hij (de opvoeder) zal heel andere gevoelens hebben, wanneer hij zegt: daar is een mens; van hem uit bestaan er verbindingen met de hele wereld; in ieder afzonderlijk kind dat opgroeit leeft iets – wanneer ik daaraan werk, dan doe ik iets wat betekenis heeft voor de hele wereld. We zijn in de klas. In ieder kind ligt een centrum van de wereld, van de macrokosmos uit gezien. Deze klas is het middelpunt, ja, er zijn hier vele middelpunten voor de macrokosmos

Er wird in dem Menschengebilde überall die Beziehungen zur großen Welt sehen.

Hij zal in de vorm van de mens overal verbindingen met de grote wereld
zien.

Denken Sie sich, lebendig das gefühlt, was das bedeutet! Wie da die Idee vom Weltenall und seinem Zusammenhang mit dem Menschen übergeht in ein Gefühl, welches durchheiligt alle einzelnen Vornahmen des Unterrichtes. Ohne daß wir solche Gefühle vom Menschen und vom Weltenall haben, kommen wir nicht dazu, ernsthaftig und richtig zu unterrichten. In dem Augenblick, wo wir solche Gefühle haben, übertragen sich diese durch unterirdische Verbindungen auf die Kinder.

Denkt u zich eens in, voelt u dat eens mee, wat dat betekent! Dat betekent dat daar de idee van het heelal en zijn verbinding met de mens overgaat in een gevoel dat alle afzonderlijke handelingen in het onderwijs tot heilige daden maakt. Zonder zulke gevoelens over de mens en de kosmos zullen we niet in volle ernst en op de juiste wijze kunnen onderwijzen. Zodra we zulke gevoelens hebben, worden ze via onderaardse verbindingen op de kinderen overgedragen.

Blz. 159  vert. 153

Gehen Sie in die Schule hinein nur mit egoistischen Menschengefühlen, dann brauchen Sie alle möglichen Drähte – die Worte -, um sich mit den Kindern zu verständigen. Haben Sie die großen kosmischen Gefühle, wie sie entwickeln solche Ideen, wie wir sie eben entwickelt haben, dann geht eine unterirdische Leitung zu dem Kinde. Dann sind Sie mit den Kindern eins. Darin liegt etwas von geheimnisvollen Beziehungen von Ihnen zum Schulkinderganzen. Aus solchen Gefühlen heraus muß auch das aufgebaut sein, was wir Pädagogik nennen. Die Pädagogik darf nicht eine Wissenschaft sein, sie muß eine Kunst sein.

Stapt u de school in met enkel egoïstische mensengevoelens, dan heeft u allerlei draden – woorden namelijk – nodig, om met de kinderen te communiceren.
Heeft u grote kosmische gevoelens, die opgeroepen worden door ideeën als die welke wij net ontwikkeld hebben, dan gaat er een onderaardse leiding naar het kind. Dan bent u één met de kinderen. Dat is een facet van de geheimzinnige verbindingen die er bestaan tussen u en de schoolklas. Wat wij pedagogie noemen, moet uit zulke gevoelens opgebouwd zijn. De pedagogie mag geenszins
een wetenschap zijn, ze moet een kunst zijn.

Andere plaatsen waar Steiner iets soortgelijks opmerkt:

Als Frage der übersinnlichen Welt an die sinnliche, so sollte eigentlich vor dem Gemüte des Lehrenden  oder Erziehenden jedes Kind stehen.

In het gemoed van de leraar of de opvoeder zou eigenlijk ieder kind gezien moeten worden als een vraag van de boven­zinnelijke wereld aan de zintuiglijke wereld.
GA 296/70
Vertaald/81

( ) für ihn ist der einzelne Zögling ein Rätsel. Für ihn ist dasjenige, was im einzelnen Zögling sich auslebt, etwas, das mit jedem Tag, mit jeder Stunde lebendig gelöst werden muß.

Voor de vrijeschoolpedagoog is iedere leerling een raadsel; iets wat in iedere individuele leerling tot uiting komt en wat op een levendige manier elke dag, elk uur opgelost moet worden.
GA 297/136  
Op deze blog vertaald/136

Denn durch die Geburt bringen wir aus der geistigen Welt unsere Anlagen mit. Jedesmal, wenn ein Mensch geboren wird, kommt eine Botschaft aus der geistigen Welt in die physisch-sinnliche Welt herunter.

Met de geboorte brengen wij uit de geestelijke wereld onze aanleg mee. Iedere keer, wanneer er een mens wordt geboren, komt er een boodschap uit de geestelijke wereld in de fysiek-zintuigelijke.
GA 297a/34
Op deze blog vertaald/34

Man soll sich nicht sagen: du sollst dies oder jenes in die Kinderseele hineingießen, sondern du sollst Ehrfurcht vor seinem Geiste haben. Diesen Geist kannst du nicht entwickeln, er entwickelt sich selber. Dir obliegt es, ihm die Hindernisse seiner Entwicklung hinwegzuräumen, und das an ihn heranzubringen, das ihn veranlaßt, sich zu entwickeln.

Je moet niet tegen jezelf zeggen: dit of dat moet je in de kinderziel naar binnen gieten, maar je moet eerbied hebben voor zijn geest. De geest kun je niet ontwikkelen, die ontwikkelt zichzelf. Het is je taak alles wat hem kan hinderen bij zijn ontwikkeling uit de weg te ruimen en hem bij te brengen wat hem in staat stelt zich te ontwikkelen.
GA 305/74
Vertaald/80

Wenn uns der Mensch in diesem Erdendasein das wertvollste Geschöpf der Götter ist, dann müssen wir vor allen Dingen fragen: Was haben die Götter in dem Menschen vor uns hingestellt? Wie haben wir dasjenige, was sie uns überlassen haben, hier auf Erden an dem Menschen zu entwickeln?

Als de mens in dit aardebestaan voor ons het waardevolste schepsel van de goden is, dan moeten we voor­al vragen: wat hebben de goden in de mens voor ons neerge­zet? Hoe moeten we dat wat zij aan ons hebben toevertrouwd, hier op aarde aan de mens ontwikkelen?
GA 307/132    
Vertaald/169

Er (der Lehrer) soll mit einer ungeheuren Ehrfurcht vor dem Kinde stehen und wissen: da ist ein Göttlich-Gei­stiges auf die Erde heruntergestiegen. Daß wir dieses wissen, mit diesem unser Herz durchdringen und von da aus Erzieher werden, darauf kommt es an.

De leerkracht moet een ongekende eerbied voor het kind hebben en weten: iets uit de goddelijk-geestelijke wereld is naar de aarde gekomen. Dat wij dit weten, tot ons hart laten doordringen en van daaruit opvoeder worden, daar komt het op aan.
GA 311/19
Op deze blog vertaald/19

Voordracht 10 sluit af met:

Die Pädagogik darf nicht eine Wissenschaft sein, sie muß eine Kunst sein. Und wo gibt es eine Kunst, die man lernen kann, ohne daß man fortwährend in Gefühlen lebt? Die Gefühle aber, in denen man leben muß, um jene große Lebenskunst auszuüben, die Pädagogik ist, diese Gefühle, die man haben muß zur Pädagogik, die feuern sich nur an an der Betrachtung des großen Weltalls und seines Zusammenhanges mit dem Menschen.

En waar bestaat er een kunst die men kan leren zonder voortdurend in gevoelens te leven? Maar de gevoelens waarin men moet leven, om die grote levenskunst die pedagogie heet uit te kunnen oefenen, deze gevoelens die men moet hebben ten behoeve van de pedagogie, die ontvlammen alleen wanneer men het grote heelal beschouwt en zijn verbinding met de mens
GA 293/156-158
Vertaald/151-153

Zie ook
H.Poppelbaum: Mens en dier
Leen Mees: Dieren zijn wat mensen hebben
Leen Mees: De aangeklede engel

 

*GA= Gesamt Ausgabe, de boeken en voordrachten van Steiner

[1] GA 293
Algemene menskunde als basis voor de pedagogie
[2] GA 294
Opvoedkunst. Methodisch-didactische aanwijzingen
[3] GA 295
Praktijk van het lesgeven
(Slechts een klein deel is daar nu oproepbaar. Voor het verkrijgen van een gratis scan: mail vspedagogie (voeg toe eraan vast) apenstaartje gmail.com)

Algemene menskunde: voordracht 10 – alle artikelen

Algemene menskundealle artikelen

Rudolf Seineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

.

3551-3336

.

.

.

.

 

 

 

 

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over pedagogie(k) GA 300A – Vergadering 15 november 1920

.

Zie ‘het woord vooraf

Bij de gegeven antwoorden is in het Duits telkens de naam van Steiner gegeven. Ik heb dat niet gedaan, zolang er geen verwarring kan ontstaan. De voetnoten die in de uitgave op aparte bladzijden staan, v.a. blz. 300, heb ik direct bij het verwijzende woord toegevoegd.

In deze vergadering gaat het over:

M.n. de 9e klas
Geschiedenis, Hermann Grimm  <1>
Wiskunde, natuurkunde <2>
Buitenlandse taal <3>
Vrij godsdienstonderwijs <4>
Muziek, euritmie <5>
(Geen specifiek 9e klas) Handwerken, handvaardigheid, kunstzinnig! <6>
Idem. Schilderen, kleurbeleving <7>
Het maken van euritmieschoen met negatieve gevolgen <8>
Kind wil niet meedoen met euritmie <9>
Iets over een specifieke leerling <10>

 

RUDOLF STEINER

Konferenzen mit den Lehrern der Freien Waldorfschule in Stuttgart 1919 bis 1924

Erster Band Das erste und zweite Schuljahr

Vergaderingen met de leerkrachten van de vrije Waldorfschool in Stuttgart

Band 1 Het eerste en tweede schooljaar

Van de vergaderingen die de leerkrachten van de eerste vrijeschool in Stuttgart hielden, zijn verslagen bewaard gebleven van díe vergaderingen waarbij Rudolf Steiner aanwezig was.

GA 300A

Blz. 235

Vergadering van maandag 15 november 1920, 20u

Dr. Steiner: Wir werden heute zuerst wohl die Wünsche und Mitteilungen der verehrten Mitglieder des Lehrerkollegiums entgegennehmen, nicht wahr?

Ich möchte bitten, da wir den ersten Teil der Konferenz haben, ob Wünsche von den einzelnen Mitgliedern vorliegen oder Fragen, die aus dem Kollegium hervorgehen, und die innerhalb der Lehrerschaft ohne das erweiterte Kollegium, also ohne die später erscheinenden jüngeren Lehrer zu besprechen wären?

Ich würde zunächst fragen wollen, wie sich der Unterricht in der 9. Klasse nach den Erfahrungen der daran beteiligten Lehrer gestaltet hat. 

We beginnen vandaag eerst met het in ontvangst nemen van de wensen en opmerkingen van de gewaardeerde leden van het docententeam, nietwaar?Aangezien dit het eerste deel van de vergadering is, wil ik graag vragen of er wensen zijn van individuele leden of vragen die vanuit het team zijn ontstaan ​​en die besproken moeten worden met de docenten, zonder de uitgebreide staf, dus zonder de jongere docenten die later zullen aansluiten?

Ik wil allereerst vragen hoe de lessen in de negende klas zijn gestructureerd, gebaseerd op de ervaringen van de betrokken docenten.

Im Deutschen wird Herman Grimm gelesen, in der 8. und 9. Klasse.



Hermann Grimm wordt in het Duits gelezen in de achtste en negende klas.

Dr. Steiner: Hat sich Ihnen die Möglichkeit ergeben, verschiedenes

hineinzubeziehen in die Lektüre von Grimm? Wie weit sind Sie gekommen mit den Schülern in der Geschichte? Was haben Sie gemacht bei der Stelle, wo er im ersten Vortrag des zweiten Teiles die Charakteristik der letzten Jahrhunderte gibt, wo er über Rom spricht?

<1> Heeft u de mogelijkheid gehad om verschillende aspecten in het lezen van Grimm te verwerken? Hoe ver bent u gevorderd met de leerlingen in geschiedenis? Wat heeft u gedaan op het punt waar hij, in de eerste lezing van het tweede deel, de karakterisering van de laatste eeuwen geeft, waar hij het over Rome heeft?

X.: Da haben die Kinder die Geschichte nicht gekannt.

X.: De kinderen kenden de geschiedenis niet.

Dr. Steiner: Es würde sich darum handeln, daß Sie die Geschichte des 16., 17., 18., 19. Jahrhunderts behandelten, mindestens in der 9.

Vielleicht daß Sie es doch so machten. In der 9. fehlt es. Nicht wahr, bei diesen Jahrhunderten würde es sich darum handeln, daß man auf das Ziel losgeht, daß die Schüler ein Verständnis für die Gegenwart bekommen. Sie sind schon fünfzehn Jahre alt. Die Themen könnten Sie so nehmen, wie sie in dem Kapitel bei Herman Grimm für jedes Jahrhundert angegeben sind, das 19. Jahrhundert als Zusammenfluß der Völkergeschichte. Ich meine, die Themen für die letzten vier Jahrhunderte, als Leitmotive. Eigentlich würde es sich darum handeln, das in beiden Klassen zu machen. Nur wird es sich darum handeln, daß Sie die Dinge in verschiedener Weise vornehmen können: in der 8. mehr erzählend, in der 9. mehr auf die leitenden Ideen der letzten Jahrhunderte eingehend.

Sie müßten schon dahin arbeiten, daß Sie die leitenden Ideen den Kindern vortragen könnten. Es ist viel Material in den Zyklen da, was einfach erweitert werden kann dadurch, daß man die Literatur da und dort überall hernimmt.

Het gaat erom dat je de geschiedenis van de 16e, 17e, 18e en 19e eeuw behandelt, in ieder geval in de negende klas.

Misschien zou je het zo kunnen aanpakken. Het ontbreekt in de negende klas. Is het niet zo dat het doel met deze eeuwen is om de leerlingen te helpen een begrip van het heden te ontwikkelen? Ze zijn al vijftien jaar oud. Je zou de onderwerpen kunnen gebruiken zoals ze in het hoofdstuk van Herman Grimm voor elke eeuw worden genoemd, de 19e eeuw als het keerpunt van de nationale geschiedenis. Ik bedoel, de thema’s van de afgelopen vier eeuwen, als leidraad. Eigenlijk zou dat betekenen dat je dit in beide klassen doet. Je zou het echter op verschillende manieren moeten aanpakken: meer verhalend in de achtste klas en meer diepgaand ingaand op de leidende ideeën van de afgelopen eeuwen in de negende klas. Je zou zo moeten werken je de leidende ideeën aan de kinderen kan meegeven. De cycli [het tot dan verschenen werk van Steiner] bevatten veel materiaal dat gemakkelijk kan worden uitgebreid door literatuur van diverse bronnen te gebruiken. <1>

Blz. 236

(Zu einem anderen Lehrer): Dann hatten Sie die mathematischen Fächer. Haben Sie mit den Kindern schon geometrisches Zeichnen durchgenommen ?

Finden Sie notwendig — ich habe durch die viele Inanspruchnahme von anderer Seite zu wenig gesehen —, finden Sie, daß es notwendig ist, soviel Verstandesmäßig-Theoretisches in der Physik durchzunehmen? Hält das nicht auf, so viel rein Begriffliches?

<2> (Tegen een andere docent): Dus u had de wiskundevakken. Heeft u al geometrisch tekenen met de kinderen behandeld?

Vindt u het nodig – ik heb er door mijn vele andere verplichtingen niet genoeg van gezien – vindt u het nodig om zoveel intellectueel en theoretisch materiaal in de natuurkunde te behandelen? Vertraagt ​​al die puur conceptuele stof hen niet?

X.: Ich möchte nur so viel bringen, als unbedingt notwendig ist.

X: Ik wil alleen datgene behandelen wat absoluut noodzakelijk is.

Dr. Steiner: Wieviel beherrschen denn die Schüler vom reinen Tatsachenmaterial? Es wäre natürlich bei der Elektrizität darauf zu

sehen, daß man möglichst in rationeller Weise die Erscheinungen

selbst in den Vordergrund stellt. Möglichst wenig theoretische Spekulationen. Das ist etwas, was vielleicht eben doch nicht sehr intensiv haftet; vom rein didaktischen Gesichtspunkt aus dürfte es nicht sehr haften. Ich würde meinen, daß man bei diesem Gegenstand als Ideal betrachten soll, möglichst nur am Experiment als solchem die nötigen Begriffe zu entwickeln, und zunächst möglichst wenig an der Tafel zu zeichnen, sondern die ganze Sache an dem Experiment entwickeln. Dann kann man auch die Sokratische Methode, die Sie

anwenden, versuchen.

Hoeveel van de puur feitelijke stof begrijpen de leerlingen eigenlijk? Bij elektriciteit is het natuurlijk belangrijk om de verschijnselen zelf op een rationele manier te benadrukken. Zo min mogelijk theoretische speculatie. Dat is iets wat misschien niet zo goed blijft hangen; vanuit een puur didactisch oogpunt zal het waarschijnlijk niet goed blijven hangen. Ik zou willen voorstellen dat men bij dit vak idealiter de noodzakelijke concepten uitsluitend via het experiment zelf ontwikkelt, en in eerste instantie zo min mogelijk op het bord tekent, maar het geheel via het experiment uitwerkt. Dan kan men ook de socratische methode proberen die u gebruikt.

Wenn man so theoretisch die Sache entwickelt, dann hilft einem die Sokratische Methode nichts. Woher sollen die Kinder etwas wissen? Man kann sie kaum so fragen. Da Sie schon die Möglichkeit zum Experimentieren haben, das habe ich

gesehen, da würde ich die Experimentier-Möglichkeit ausnützen.

Dann erspart man sehr viel Zeit. Wenn Sie so die Elektrizität durchnehmen wollen, dann werden Sie durchkommen. Die Kinder lernen dabei viel mehr, als wenn man ihnen die Begriffe der Spannung auseinandersetzt. Das wäre didaktisch nicht schlau. Sie müssen dann zwei Wochen geometrisches Zeichnen betreiben. Nur zwei Wochen die Deskriptive.

Als je het zo theoretisch aanpakt, heeft de socratische methode geen zin. Hoe moeten de kinderen er dan iets van afweten? Je kunt ze dat toch moeilijk vragen? Aangezien je al de mogelijkheid hebt om te experimenteren, zoals ik heb gezien, zou ik daar gebruik van maken. Dat scheelt een hoop tijd. Als je elektriciteit op deze manier wilt behandelen, kom je er wel mee weg. De kinderen leren veel meer dan wanneer je ze alleen de concepten van spanning uitlegt. Dat zou pedagogisch gezien niet goed zijn.

Dan zou je twee weken moeten besteden aan geometrisch tekenen. Slechts twee weken aan beschrijvend tekenen. <2>

X.: Im Fremdsprachenunterricht ist die Forumszene aus dem „Julius Cäsar”

gelesen worden.

<3> X.: In de les vreemde talen werd de forumscène uit “Julius Caesar” gelezen.

Dr. Steiner: Können Sie es nicht auch schriftlich machen lassen, als

eine Art Aufsatz? Es wäre notwendig, daß so etwas eingefügt würde.

Auch im Deutschen, daß man doch zu einer Darstellung käme. Daß

sie wirklich das auch formulieren.

Zou je ze het niet kunnen laten opschrijven, als een soort essay? Zoiets zou nodig ingevoerd moeten worden. Zelfs in het Duits, zodat ze het kunnen presenteren. Zodat ze het daadwerkelijk kunnen formuleren.

(Zum Deutschlehrer): Irgendwelche Themen stellen Sie gar nicht?

Es würde nicht schaden, wenn vorher der Stoff im Vortrag wiederholt ist. Wenn sie nur eigene Formulierungen bringen.

(Tegen de docent Duits): Zijn er nog onderwerpen die u helemaal niet aan de orde stelt?

Het zou geen kwaad kunnen als het materiaal voorafgaand aan de presentatie nog eens doorgenomen werd. Als je maar je eigen formulering gebruikt.

Blz. 237

Es wird über das Französische berichtet.

Er wordt verslag gedaan over het Frans.

Dr. Steiner: Jedenfalls können wir das, was wir für die 9. Klasse

projektiert haben, durchführen.

In elk geval kunnen we uitvoeren wat we voor de negende klas gepland hadden.

Der Deutschlehrer: Ich muß jetzt Jean Paul nehmen.

De docent Duits: Ik moet nu Jean Paul behandelen.



Dr. Steiner: Ich habe das nicht so gemeint, daß es der Reihe nach

gehen muß. Wir haben ja doch Mitte November; etwas Geschichte

müssen wir bewältigen. Zunächst eigentlich die vier Jahrhunderte im

Zusammenhang. Sie können damit wirklich brauchen bis Mitte

Januar in beiden Klassen. — Für alle anderen Klassen ist der Lehrplan

gegeben.

Ik bedoelde niet dat het in chronologische volgorde moest gebeuren. Het is immers half november; we moeten nog wat geschiedenis behandelen. Om te beginnen de vier eeuwen in context. Je kunt dit echt tot half januari in beide klassen gebruiken — Het leerplan is voor alle andere klassen vastgesteld.

X.: Wird dieser Lehrplan nicht allgemein als Norm gültig sein?

X: Wordt ​​dit curriculum niet in zijn algemeenheid de norm?

Dr. Steiner: Zunächst ist es notwendig, daß wir in diesem Jahre

wissen, was wir zu tun haben.

Ten eerste is het nodig dat we weten wat we dit jaar moeten doen.

X..- Ist im Sprachunterricht schon so etwas wie Literaturgeschichte zu treiben?

X: Is het mogelijk om zoiets als literatuurgeschiedenis in de taallessen te behandelen?

Dr. Steiner: Mehr Literaturgeschichte als an dem Objekt einiges nebenher zu sagen über Shakespeare, und wenn Sie gerade das eine oder andere behandeln, die Kinder damit bekanntmachen, mehr Literaturgeschichte ist doch bei solchen Kindern nicht nötig.

Die Methoden in der Staatsschule für Latein und Griechisch, die sind die gräßlichsten, die äußerste Dekadenz. Wir müssen unsere Kinder so weit bringen, daß sie den Anschluß finden. Wenn wir einigermaßen unsere Methoden ausgebildet haben, müssen wir die Kinder ganz genau so weit bringen. Unsere Methode wird noch nicht so gehandhabt. Ich glaube, wenn einmal dieses Problem gelöst ist, daß Sie durch die Disziplin nicht mehr gestört werden, dann erreichen Sie das schon. Das ist die Crux, weil die Kinder Ihnen doch alle vier bis fünf Minuten einmal über den Kopf wachsen.

Die österreichischen Gymnasien waren Musteranstalten. Dieser Lehrplan war schon das allerbeste, was man denkt, wenn man die Sache als solche zugibt. Leo Thun, 1854; Gautsch hat es verdorben.

Es war die Geschichte gut verteilt. In Weimar fand ich gleich die Auffassung der Weltgeschichte: Von der Erschaffung der Welt bis zu den Hohenzollern fünfzig Seiten, und drei Bände Hohenzollern-Geschichte.

Meer literatuurgeschiedenis dan alleen een paar dingen over Shakespeare terloops zeggen, en als je momenteel één of twee onderwerpen behandelt en de kinderen daarmee laat kennismaken, is meer literatuurgeschiedenis voor die kinderen niet nodig.

De methoden op de staatsschool voor Latijn en Grieks zijn verschrikkelijk, het toppunt van decadentie. We moeten onze kinderen zover krijgen dat ze kunnen aansluiten. Zodra we onze methoden enigszins hebben ontwikkeld, moeten we de kinderen precies op hetzelfde niveau krijgen. Onze methode wordt nog niet op die manier toegepast. Ik geloof dat zodra dit probleem is opgelost, zodra je je niet meer druk hoeft te maken om discipline, lukt het wel. Dat is de kern van de zaak, want met de kinderen loopt het om de vier à vijf minuten uit de hand.

De Oostenrijkse gymnasia waren modelinstellingen. Dit leerplan was al het allerbeste wat je je kon voorstellen, als je de zaak maar accepteert zoals die is. Leo Thun, 1854; Gautsch heeft het verpest.

De geschiedenis was goed verdeeld. In Weimar vond ik meteen het

concept wereldgeschiedenis: van de schepping van de wereld tot de Hohenzollerns, vijftig pagina’s, en drie delen Hohenzollern-geschiedenis. <3>

Nicht wahr, dann haben wir ja für diese Klasse auch diesen freien

Religionsunterricht. Wie ist der eingeteilt?

<4> Oké, dan hebben we voor deze klas ook nog dit vrije godsdienstonderwijs . Hoe is dat ingedeeld?

X.: Wir haben neun Klassen in drei Gruppen.

X: We hebben negen klassen in drie groepen.

Blz. 238

Dr. Steiner: Wodurch sind die Klassen so riesig geworden? Wenn die Verteilung ordentlich ist, so schaden große Klassen nichts, aber bei Ihnen sitzt schon wirklich der eine auf dem Kopf des anderen. Die Klasse des Herrn U. ist zu groß. Die Klasse müßte geteilt werden. 73 Kinder! Sie gehen in die Bänke nicht hinein, und dann puffen sie sich wieder hinaus. Das ist eine Kalamität. Heute waren die schlimmsten Schüler nicht da. Also nicht wahr, bei dieser Klasse ist wohl eine Trennung notwendig. Ich würde doch meinen, es müßte die Klassegeteilt werden. Und da gerade bei diesem Unterricht doch wirklich sehr viel davon abhängt, daß man Kontakt hält mit den einzelnen — man müßte die Möglichkeit haben, den einen und den anderen möglichst oft zu fragen —, müßte die Möglichkeit bestehen, noch zwei Stunden einzurichten und die Hälfte der Schüler abzugliedern.

Es kann höchstens eine Raumfrage sein. Gelöst wird es werden müssen, sonst werden wir gerade mit diesem Unterricht scheitern. Wer könnte diesen Unterricht noch erteilen?

Wat heeft ertoe geleid dat de klassen zo enorm groot zijn geworden? Als de zitopstelling ordelijk is, richten grote klassen geen schade aan; maar in uw geval zitten de leerlingen werkelijk bovenop elkaar. De klas van de heer U. is te groot. De klas moet worden gesplitst. 73 kinderen! Ze passen niet eens in de banken, en dus dringen ze elkaar er uiteindelijk weer uit. Het is een ramp. Vandaag waren de meest onrustige leerlingen niet eens aanwezig. Dus — bent u het niet met mij eens? — is een splitsing voor juist deze klas toch zeker noodzakelijk? Ik zou er beslist op willen staan ​​dat de klas gesplitst wordt. En aangezien er bij dit specifieke vak zoveel afhangt van het onderhouden van contact met de individuele leerlingen — men moet immers de gelegenheid hebben om deze of gene leerling zo vaak mogelijk vragen te stellen — moet er een mogelijkheid worden gevonden om twee extra lessen in te roosteren en de helft van de leerlingen af ​​te splitsen.

Hoogstens zou het een kwestie van beschikbare ruimte kunnen zijn. Maar dat zal moeten worden opgelost; anders zijn we gedoemd te mislukken — specifiek bij dit vak.

Wie zou deze klas anders kunnen geven?

X.: Ich würde es gerne tun.

X.: Ik zou het heel graag willen doen.



Dr. Steiner: Es müßte jemand sein, der früher nicht in der Religion darinnen gestanden hat. Es kann ja sein, daß Sie nach vielen Jahren heraus sind. In den Gedankenformen sicher nicht. Es ist im Lehrerkollegium niemand da. Es ist natürlich eine schwer zu lösende Sache. Man muß auch, nicht wahr, die Klippe überwinden, Wärme hineinzukriegen in den Unterricht, Wärme, Wärme! Ich würde zum Beispiel ja schon A. vorschlagen, weiß aber nicht, ob er sich den nötigen pädagogischen Duktus aneignen würde. Wenn man es mit A. probiert? Denn wer ist sonst in der hiesigen Krisenzeit aus der anthroposophischen Bewegung heraus vorzuschlagen? Es gibt niemand.

Hier friert man furchtbar viel!

Het zou iemand moeten zijn die zich niet eerder in de religieuze sfeer heeft ondergedompeld. Het is natuurlijk mogelijk dat u daar na vele jaren inmiddels bovenuit bent gegroeid. Maar zeker niet wat uw denkwijze betreft. Binnen het lerarencorps is er niemand anders beschikbaar. Het is, vanzelfsprekend, een lastige kwestie om op te lossen.

Men moet toch ook – nietwaar? – de hindernis nemen om het onderwijs met warmte te doordringen – warmte, louter warmte! Ik zou bijvoorbeeld inderdaad A. willen voorstellen, al weet ik niet of hij de noodzakelijke pedagogische houding zou kunnen verwerven. Wat als we het eens met A. zouden proberen? Want wie anders zou er, in deze tijden van crisis hier, vanuit de antroposofische beweging kunnen worden voorgedragen? Er is niemand.

Het is hier verschrikkelijk koud! (= om koude rillingen van te krijgen?) <4>

Ich wüßte niemand anders zu finden. Den Lehrern von hier kann man nicht noch etwas aufhalsen. — Die 9. Klasse ist so klein, daß man sehr viel an die einzelnen Schüler herankommen kann.

(Zu einer Lehrerin): Ich habe die Meinung, daß Sie eigentlich eine Hilfe in Ihrer Klasse brauchen, Fräulein H. Auf die Weise würde es zu machen sein, daß Fräulein S. Ihnen hilft. Darüber müßte man reden.

Das namentlich dann, wenn es sich darum handelt, die Kinder zu beschäftigen. Die Klasse ist für Chorunterricht so, daß sie sich weitet.

Sie hat eine Peripherie, Sie dringen nicht ganz durch bis zu den letzten. Am liebsten wäre es mir auch, wenn es zwei Klassen werden könnten. Daß es schon möglich wäre, daß Fräulein S. am Unterrichtteilnimmt und Ihnen mithilft, wenn Sie die Kinder beschäftigen, wenn sie malen oder zeichnen. 

Ik zou niemand anders kunnen vinden. De leraren hier kun je niet nog meer werk opdringen. — De 9e klas is zo klein dat je heel goed contact kunt maken met de individuele leerlingen.

(Tegen een lerares): Ik ben van mening dat u eigenlijk een hulp in uw klas nodig hebt, juffrouw H. Het zou zo kunnen dat juffrouw S. u helpt. Daar zou men over moeten praten. Dat geldt met name als het erom gaat de kinderen bezig te houden. De lesruimte voor koorlessen is zo ingericht dat deze zich kan uitbreiden.

De klas heeft een periferie, u dringt niet helemaal door tot de laatste. Het zou mij ook het liefst zijn als het twee klassen zouden kunnen worden. Dat het voor juffrouw S. mogelijk zou zijn om deel te nemen aan de lessen en u te helpen bij het bezighouden van de kinderen, wanneer ze schilderen of tekenen.

Blz. 239

Die Klasse fällt auseinander. Die einzelnen Kinder sind zu wenig aktiv dabei beim Unterricht. Die bleiben untätig eine Zeit. Ich habe mir auch schon gedacht, ob es nicht möglich wäre, daß Sie eine Stunde geben und darin bleiben, und die andere Stunde Fräulein S. den Unterricht gibt. Dadurch wäre auch für die Disziplin gesorgt. Man könnte noch nachdenken über den Modus. An sich kann man auch 150 Schüler haben. Wir werden solche großen Klassen nicht haben. Sie haben 50 Schüler, und Ihre Klasse, Fräulein H., ist im konkreten Fall zu groß.

De klas valt uit elkaar. De individuele kinderen doen niet actief genoeg mee aan de les. Ze blijven een tijdje passief. Ik vroeg me ook af of het niet mogelijk zou zijn dat u één uur lesgeeft en bij de klas blijft, en dat juffrouw S. het andere uur lesgeeft. Dat zou ook de discipline bevorderen. We zouden ook de opzet kunnen overwegen. In principe kan een klas 150 leerlingen hebben. Zulke grote klassen zullen we niet hebben. U heeft 50 leerlingen en uw klas, juffrouw H., is in dit specifieke geval te groot.

X.: Darf ich fragen, soll die C-Dur-Tonleiter festgehalten werden, und soll in der Toneurythmie Wert gelegt werden auf den absoluten Ton? Ich hätte mir gedacht, ob man nicht die Toneurythmie als relative Toneurythmie hinnähme.

<5>X: Mag ik vragen of de C-majeurtoonladder behouden moet blijven en of de nadruk moet liggen op de absolute toonhoogte bij toon-euritmie? Ik vroeg me af of toon-euritmie ook als relatieve toon-euritmie kan worden beschouwd.

Dr. Steiner: Das kann man gut machen.

Dat is een goede benadering.

Eine Eurythmielehrerin: Ich ging immer auf den absoluten Ton.

Een euritmiedocent: Ik heb me altijd gericht op de absolute toonhoogte.

Dr. Steiner: Man kann das Befestigen der eurythmischen Bewegung

schon machen dadurch, daß man im Absoluten bleibt. Man braucht

das nicht pedantisch festzuhalten.

Je kan de euritmische beweging ontwikkelen door in de absolute toonhoogte te blijven. Je hoeft er niet pedant aan vast te houden. <5>

Was machen die Kinder bei Ihnen im Werkstattunterricht?

<6> Wat doen de kinderen bij u in de handvaardigheidslessen?

Ein Werklehrer: Wir haben an den Arbeiten weitergemacht vom vorigen Jahr.

Een docent handvaardigheid: We zijn verdergegaan met het werk van vorig jaar.

Dr. Steiner: Geht es dieses Jahr mit der Disziplin im Handarbeitsunterricht? Im vorigen Jahr die letzte Stunde war in der Sache und Disziplin ganz schön.

Haben Sie viel zu tun? Ich frage deshalb, weil ich meine, daß zu einer

gewissen Anregung gut wäre, wenn gerade dieser Stoff der Pädagogik und Didaktik im vorjährigen Kurse verarbeitet würde. Ob es nicht möglich wäre, alle vierzehn Tage eine sachliche Konferenz zu machen? Abgesehen von der Schule als solcher. Bringen Sie es dazu, daß Sie Fragen formulieren, die ein positives Erträgnis haben. Es wäre doch gut, wenn man bei diesen Dingen in einem gewissen Kontakt bleiben könnte, indem Sie Zweifelsfragen ausarbeiten, und ich Themen stellen könnte, die dann zur Besprechung kämen, wenn ich hierherkomme. Aber ich hoffe, daß es in der Zukunft Zeit gibt, wo ich mich der Waldorfschule widmen kann. Notwendig wäre es doch, daß Sie Zweifelsfragen ausarbeiteten und diese Fragen mir schickten, und daß diese Fragen beantwortet würden, wenn ich komme.

Gaat het goed met de discipline in de handvaardigheidsles dit jaar? Vorig jaar was de laatste les, zowel inhoudelijk als qua discipline, erg goed. Heeft u het erg druk? Ik vraag dit omdat ik denk dat het goed zou zijn voor wat inspiratie als dit onderwerp van pedagogie en didactiek, in de cursus van vorig jaar verwerkt zou worden. Zou het niet mogelijk zijn om elke twee weken een inhoudelijk overleg te houden? Los van de school zelf. Probeer vragen te formuleren die een positief resultaat opleveren. Het zou goed zijn als we hierover enig contact zouden kunnen houden als u vragen formuleert waarover u twijfelt, en ik dan onderwerpen zou kunnen aandragen die we kunnen bespreken als ik hier ben. Maar ik hoop dat er in de toekomst tijd zal zijn om me aan de Waldorfschool te wijden. Het is nodig dat u vragen van twijfel uitwerkt en die naar mij stuurt, en dat deze vragen worden beantwoord wanneer ik kom. <6>

Über den Malunterricht.

Dr. Steiner (zu einer Klassenlehrerin): Sie haben den Unterricht veranlagt ?

<7> Over de schilderlessen.

Dr. Steiner (tegen een klassenleerkracht): Heeft u de lessen ontworpen?

Blz.  240

X.: Herr Doktor haben heute einige Versuche gesehen.



X.: Dokter, u heeft vandaag een paar experimenten gezien.



Dr. Steiner: Die sind als solche ganz gut. Es müßte noch mehr dazu kommen, daß das Herausarbeiten des Konventionellen, daß die Schrift aus dem Malen und Zeichnen herausgearbeitet wird; dazu müßte es überhaupt mehr kommen. Für die 1. Klasse sind Richtlinien gegeben. Allmählich weiter ausbilden, daß die Farbe weiter entwickelt wird.

Ze zijn best goed zoals ze zijn. Er moet meer gebeuren, met name de conventionele aanpak verder ontwikkelen, het schrijven vanuit schilderen en tekenen ontwikkelen; er moet in het algemeen meer gebeuren. Er zijn richtlijnen voor de eerste klas. Geleidelijk aan het kleurgebruik verder ontwikkelen.

X.: Ich finde es im Augenblick nicht, ich tappe herum.

X.: Ik heb het nu even niet; ik ben aan het zoeken.

Dr. Steiner: Einige von diesen Kindern haben ganz Gutes gemacht.

Es müßte etwas herauskommen aus der Farbe. Bei der T. F. ist etwas

darinnen.

Sommige van deze kinderen hebben het heel goed gedaan.

Er moet iets uit de kleur komen. Bij T.F. is er wel iets in.

X.: Ich habe gefunden, daß die Kinder bei den Wasserfarben sehr schwer zu

Formen kommen.

X.: Ik heb gemerkt dat de kinderen erg moeilijk vormen kunnen maken met waterverf.

Dr. Steiner: Die Kreidestifte sollte man nicht kultivieren. Worauf es

ankäme, das wäre — nur sind wir nicht so weit —, daß wir abgrenzen

könnten. Es würde erst ein ordentlicher, reinlicher Lehrplan sein in

den unteren Klassen. Die anderen müssen natürlich fast dasselbe

durchführen. Nur daß man auf das Alter des Schülers Rücksicht

nimmt. Die Hauptsache liegt jetzt schon darin, daß ein innerliches

Gefühl vom Farbaufbau in den Kindern erweckt wird, ein Erleben

der Farbenwelt, daß die Kinder ein Gefühl bekommen vom Leben

der Farbenwelt im Erleben der Märchen.

Krijtstiften moeten niet gestimuleerd worden. Wat belangrijk zou zijn – maar zover zijn we nog niet – is dat we grenzen kunnen stellen. Het zou beginnen met een degelijk, goed gestructureerd leerplan in de lagere klassen. De andere klassen moeten natuurlijk vrijwel hetzelfde leerplan volgen. Wel belangrijk om rekening te houden met de leeftijd van de leerling. Het gaat erom dat er bij de kinderen een innerlijk begrip van de kleurenopbouw wordt gewekt, dat ze de wereld van kleur ervaren en dat ze door middel van sprookjes een gevoel krijgen voor de levendigheid van die kleurenwereld.

X.: Man muß doch den Kindern Formen geben, bestimmte Motive.

X.: Je moet de kinderen toch vormen geven, specifieke motieven.

Dr. Steiner: Die Kinder kriegen schon Formen, wenn Sie die Phantasie wirken lassen. Sie müssen die Formen aus der Farbe herauswachsen lassen. Sie können in der Farbenwelt mit den Kindern reden. Denken Sie nur, wie anregend es ist, wenn Sie mit den Kindern bis zum Verständnis dessen es brächten: Da ist dieses kokette Lila, und im Nacken sitzt ihm ein freches Rötchen. Das ganze steht auf einem demütigen Blau.

Sie müssen es gegenständlich kriegen — das wirkt seelenbildend —, so daß die Farben auch etwas tun. Das, was aus der Farbe heraus gedacht ist, das kann man auf fünfzigerlei Weise machen. Man muß das Kind zum Darinnenleben in der Farbe bringen, indem man sagt: „Wenn das Rot durch das Blau hindurchguckt”, und das wirklich schaffen läßt vom Kinde. Ich würde versuchen, viel Leben gerade in dies hineinzubringen. Sie müssen sie etwas aus dem Klotzigen (Klätzigen?), aus dem Lässigen herausbringen.

Kinderen ontwikkelen vormen als je hun verbeelding de vrije loop laat. Je moet de vormen laten ontstaan ​​vanuit de kleur. Je kunt met kinderen praten over de wereld van kleuren. Stel je eens voor hoe stimulerend het is als je kinderen begeleidt naar het punt van begrip: Daar is een koket lila, en op zijn nek zit een brutaal rood. Het geheel rust op een bescheiden blauw.

Je moet het concreet maken – dat heeft een zielvormend effect – zodat de kleuren daadwerkelijk iets doen. Wat vanuit de kleur wordt bedacht, kan op vijftig verschillende manieren worden gedaan. Je moet het kind tot innerlijk leven brengen binnen de kleur door te zeggen: “Wanneer het rood door het blauw heen kijkt,” en het kind dat echt laten creëren. Ik zou juist hier veel leven in proberen te krijgen. Je moet ze weghalen uit het onbeholpene en het nonchalante.

Blz. 241

Es muß Feuer hinein! Es ist im allgemeinen notwendig, daß in der jetzigen Zeit dieses Farbengefühl, das nicht so korrumpiert ist wie das Musikalische, entwickelt wird. Es wird auf das Musikalische günstig zurückwirken, wenn das Farbenleben entwickelt wird.

Er moet enthousiasme bij! Het is over het algemeen noodzakelijk dat in deze tijd dit kleurgevoel, dat niet zo aangetast is als het muzikale gevoel, wordt ontwikkeld. Het zal een gunstig effect hebben op het muzikale gevoel wanneer de levendigheid van kleur wordt ontwikkeld.



X.: Wären Sie dafür, daß man außer dem Malen das Zeichnen übt?

X.: Zou u voorstander zijn van het oefenen met tekenen naast schilderen?

Dr. Steiner: Das lineare Zeichnen nicht. Das lineare Zeichnen nur, wenn es sich darum handelt, Geometrisches zu verstehen. Jedenfalls wichtig ist das andere: aus dem Hell-Dunkel heraus arbeiten! In dieser Beziehung hat sich die 9. Klasse noch nicht lebendig erwiesen. Man muß alles zu Hilfe nehmen.

Geen lijntekenen. Lijntekenen alleen als het gaat om het begrijpen van geometrie. In elk geval is het andere belangrijk: werken met licht en donker! Wat dat betreft heeft de negende klas zich nog niet erg levendig getoond. Je moet alles gebruiken wat beschikbaar is.

X.; Könnte die 9. und 8. Klasse Malstunden nehmen?

X.: Zouden de negende en achtste klas schilderlessen kunnen volgen?



Dr. Steiner: Man müßte das in den Stunden, die jetzt schon da sind,

hereinbringen. Daß mehr Künstlerisches getrieben werden sollte, das

ist ganz evident. Deshalb war mir zu tun, daß Fräulein Hauck hereinkommt in den Handfertigkeitsunterricht, daß die Handarbeit künstlerisch gestaltet wird. Zumeist ist das Handarbeitliche philiströs. Ich möchte, daß es wirklich künstlerisch gestaltet wird. Da in der Handarbeit kann man das Lineare anwenden. Auf dem Papier ist das Lineare etwas unwesenhaft.

Dat zou je moeten integreren in de lessen die er al zijn. Dat er meer artistieke activiteiten moeten worden ondernomen, is overduidelijk. Daarom wilde ik graag dat juffrouw Hauck naar de handvaardigheidsles kwam, zodat het handwerk kunstzinnig vormgegeven zou worden. Meestal is handwerk onbeholpen. Ik wil dat het echt kunstzinnig is. Want bij handwerk kun je lineaire principes toepassen. Op papier zijn lineaire principes minder belangrijk.

Es kann die Brücke geschlagen werden vom Handarbeitsunterricht zum Handfertigkeitsunterricht. Es gibt doch eine ganze Menge Gegenstände, die man bemalen kann. Es gibt im Haushalt Dinge, die von den Menschen selbst bemalt werden sollten. Wenn die Kinder Puppensachen machen, da könnte viel

Kunst entwickelt werden. Da könnte Stil, Farbensinn entwickelt werden; alles könnte entwickelt werden. Wenn man da durchdringt damit, daß der Naturalismus der Puppenbereitung überwunden wird, daß etwas Lebendiges da wäre, lachende Puppen, künstlerisch gestaltet, da könnte man segensreich wirken.

Geradeso wie man die Kinder daran gewöhnt, daß sie Wechsel schreiben lernen, weiß ich nicht, warum man die Kinder nicht daran gewöhnen soll, wie man ein Plakat macht, wie man ein Plakat schön findet und bei einem schönen Plakat auch dessen Schönheit wirklich erkennt. Das häßliche, unmögliche Plakat sollte ebenfalls erkannt werden. Aber die Menschen schauen sich die Sachen an, ohne rasend zu werden. Der Geschmack müßte gebildet werden; Stilgefühl müßte entwickelt werden. Was Stilgefühl betrifft, ist der Unterricht, selbst in künstlerischen Anstalten, etwas Scheußliches.

Die scheußlichsten Proben haben wir hier vor kurzem erlebt. Sie kennen das graphische Zeichen der Dreigliederung von den Kernpunkten.

Er kan een brug geslagen worden tussen handwerken en lessen in handvaardigheid. Er zijn talloze voorwerpen die beschilderd kunnen worden. Er zijn dingen in huis die mensen zelf zouden moeten beschilderen. Wanneer kinderen poppenkleertjes maken, kan er veel artistiek talent ontwikkeld worden. Stijl, gevoel voor kleur, alles kan ontwikkeld worden. Als je erin slaagt het naturalisme van het poppenmaken te doorbreken, en er levende, lachende poppen ontstaan, artistiek vormgegeven, dan kan dat een positief effect hebben. Net zoals je kinderen leert cheques uit te schrijven, zie ik geen reden waarom je ze niet zou leren hoe ze een poster moeten maken, hoe ze een poster mooi kunnen vinden en hoe ze de schoonheid van een mooie poster echt kunnen herkennen. Ook de lelijke, onmogelijke poster moet herkend worden. Maar mensen kijken naar dingen zonder er gek van te worden. Smaak moet gecultiveerd worden; een gevoel voor stijl moet ontwikkeld worden. Wat stijl betreft, is instructie, zelfs in kunstinstituten, verschrikkelijk.

We hebben hier onlangs de meest verschrikkelijke probeersels gezien. Je kent het grafische symbool van het drieledig sociale organisme.

Blz. 242

Es ist abgeändert worden. Es hat sich darum gehandelt, etwas Aktuelles zu machen. Was tut der Künstler? Er setzt das Motiv, das er macht, so zusammen, daß er das, was links ist, wieder rechts macht. Er macht ein gotisches Fenster daraus. Diese Dinge kommen vor.

Es wäre wirklich möglich, daß etwas Schönes erreicht wird in der 10., 11. Klasse. Jetzt will einer unserer Fabrikanten eine Vignette haben für Kindermehl. Daß von innen heraus etwas geschaffen werden kann. Es gibt innere Notwendigkeiten. Heute kennt ja der Mensch bloß ein Kunstobjekt. Das muß so sein, wenn es etwas nachahmt. In Basel gibt es einen Lehrer des Kunstgewerbes, der sagt, er sehe gar nicht ein, wozu es notwendig ist, wenn ich das eine Auge

hier male, warum ich das andere nicht hier malen kann. Das hat etwas für sich, solange man nicht mit den Sachen mitgeht. Was ich meine, ist das innerliche Erlebenkönnen. Das meine ich mit dem Stilgefühl. Man muß ein Dreieck erleben können, ein Viereck erleben können. Nicht sich halten an die Imitation, an die Nachahmung. Es macht doch heute jeder nur eine Puppe, indem er nachahmt und nicht innerlich erlebt. Man muß es von innen heraus erleben können, wie eine Puppe weint oder lacht. Dies müßte alles sinnvoll bis auf die Kleidung hin gemacht werden. — Die Mädchen können eine Puppe, die Knaben einen Kasperl machen. Das innerliche Erlebenkönnen, das müßte berücksichtigt werden beim Farbenmalen.

Dat is veranderd. Het ging erom, iets actueels te maken. Wat doet de kunstenaar? Hij heeft een motief en dat zet hij zo neer dat wat links staat, rechts ook weer komt. Hij maakt er een Gotisch raam van. Dit soort dingen gebeurt. Het is echt wel mogelijk dat er in de 10e of 11e klas iets moois wordt bereikt. Nu wil een van onze fabrikanten een vignet voor kindermeel. Nu moet er iets van binnenuit gecreëerd worden. Vanuit het innerlijk moet dat op een bepaalde noodzakelijke manier.  Tegenwoordig kennen mensen alleen een kunstobject. Dat moet wel het geval zijn als het iets imiteert. Er is een kunst- en ambachtsleraar in Bazel die zegt dat hij niet begrijpt waarom het nodig is dat als ik het ene oog hier schilder, waarom ik het andere dan niet hier kan schilderen. Op zich heeft het iets, zolang je maar niet in die dingen meegaat. Wat ik bedoel is het innerlijke vermogen om te ervaren. Dit bedoel ik met gevoel voor stijl. Je moet een driehoek kunnen ervaren, een vierkant kunnen ervaren. Je niet aan het uiterlijke nadoen houden. Tegenwoordig maakt iedereen gewoon een pop door deze te imiteren en niet door innerlijk te ervaren. Je moet het van binnenuit kunnen ervaren, zoals een pop huilt of lacht. Dit zou allemaal zinvol gemaakt moeten worden, tot aan de kleding toe. — De meisjes kunnen een pop maken, de jongens een Jan Klaassen. Bij het schilderen met kleuren gaat het om het om het innerlijke beleven. <7>

X.: Läßt sich auch bei den Tönen etwas anwenden?

X.: Kan er ook zoiets met de tonen gebeuren?

Dr. Steiner: Ich glaube doch, daß es sich auch innerlich erleben läßt.

Ik geloof dat het ook innerlijk ervaren kan worden.

Musiklehrer: Soll man mit Worten den Kindern etwas näherzubringen

suchen? Die Melodie als solche oder die einzelnen Töne?

Muziekdocent: Moet je de kinderen iets met woorden proberen over te brengen? De melodie als zodanig of de afzonderlijke noten?

Dr. Steiner: Es wird sich nur im Thema oder in der Melodie ergeben. Wenn man so die Töne behandelt, kommt ein Künstlerisches heraus.

Ich glaube, daß Goethe so etwas meint, wie er Klavier gelernt hat.

Het komt alleen tot uiting in het thema of in de melodie. Als je de tonen op deze manier behandelt, ontstaat er iets artistieks.

Ik denk dat Goethe zoiets bedoelde als hoe hij piano leerde spelen.

Es wird gefragt, ob die Kinder Eurythmieschuhe herstellen sollen.

<8> De vraag wordt gesteld of de kinderen euritmieschoenen moeten maken.

Dr. Steiner: Dadurch würden die Kinder schwächlich und kränklich.

Ich glaube, daß es zu Unzukömmlichkeiten kommen könnte. Auf der anderen Seite, ist so furchtbar viel an Eurythmieschuhen zu erzeugen?

Dat zou de kinderen zwak en ziek maken.

Ik geloof dat het zou kunnen leiden tot ongemak. Aan de andere kant, is er nou zo vreselijk veel te ontwikkelen aan euritmieschoenen?

X.: Jetzt ist es so, daß viele Kinder es für die anderen machen.

X.: Op dit moment maken veel kinderen ze voor elkaar.

Dr. Steiner: Wie lange braucht ein Kind, um ein Paar Eurythmieschuhe zu machen?

Hoe lang doet een kind erover om een ​​paar eurythmieschoenen te maken?

Blz. 243

Ich denke, daß unter den Mitgliedern sehr viele wären; ich kann mir denken, daß unter den Mitgliedern manche Frau ist, die kann mindestens im Tag ein Dutzend solche Schuhe machen, oder neun oder zehn.

Ik denk dat er veel van zulke mensen onder de leden zijn; ik kan me voorstellen dat er onder de leden vrouwen zijn die minstens een dozijn van zulke schoenen per dag kunnen maken, of negen of tien. <8>

X.: In der 5. Klasse ist ein Schüler, der nicht Eurythmie machen will. Er hat

für Künstlerisches kein Interesse, sondern nur für Physik, Elektrizität.

<9> X.: In de vijfde klas zit een leerling die geen zin heeft in euritmie. Hij heeft geen interesse in kunst, alleen in natuurkunde en elektriciteit.

Dr. Steiner: Wie es unmusikalische Menschen gibt, kann es auch uneurythmische Menschen geben. Ich würde ihn nicht dispensieren.

Man sollte nur dispensieren, wenn partielle Idiotie vorhanden ist.

Net zoals er mensen zijn die niet muzikaal zijn, zijn er ook mensen die niet euritmisch zijn. Ik zou hem geen vrijstelling geven. Dat kan alleen als er sprake is van een zekere mate van geestelijk onvermogen. <9

Wegen eines Schülers S.

<10> Over leerling S.



Dr. Steiner: Der unter den Bänken hervorgekrochen ist?

Man muß immer denken, zum Beispiel: werde ich die Zeichnung in

die Ecke machen, werde ich es klein oder groß machen. Der muß

veranlaßt werden, innere Aktivität zu entwickeln. Der muß angehalten werden, nicht so hinzuschlafen. Innerlich tätig sein. Es ist besser, wenn der Junge etwas machen muß, wozu er sich erst entschließen muß. Das meiste erreicht man mit dem Jungen, wenn man ihn berücksichtigt und freundlich ist. Er kann auch artig sein. Ich habe es merkwürdig gefunden, ich habe immer nur bemerkt, wenn er bestraft worden ist. Was er getan hat, habe ich nicht bemerkt.

Die onder de bank vandaan kroop?

Je moet altijd nadenken, bijvoorbeeld: ga ik de tekening in de hoek maken, maak ik hem klein of groot? Hij moet worden aangemoedigd om zijn innerlijke activiteit te ontwikkelen. Hij moet worden tegengehouden om alleen maar in slaap te vallen. Hij moet innerlijk actief zijn. Het is beter als de jongen iets moet doen waar hij eerst zelf voor moet kiezen. Je bereikt het meeste met de jongen als je attent en aardig voor hem bent. Hij kan zich ook goed gedragen. Ik vond het vreemd; ik merkte alleen dat hij straf kreeg, niet wat hij gedaan had. <10>

 .

GA 300A  inhoudsopgave

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3547-3332

.

.

.

.

 

 

 

 

 

 

 

 

VRIJESCHOOL Rudolf Steiner – Algemene menskunde – voordracht 1 (1-7-3)

.

In v.a [1-7] is sprake van ‘mensbeelden’.
Zie ook bv. [3-7-1]

Steiner wilde zijn onderwerpen breed uitleggen, zo min mogelijk definiëren en zo ruim mogelijk karakteriseren.
Dat betekent ook: verschillende standpunten, vertrekpunten van beschouwing innemen.
Zo kan er sprake zijn van o.a. een 2-ledig, 3-ledig, 4-ledig mensbeeld.

De ene keer gaat hij er diep op in, de andere keer in grote lijnen.

In GA 97, de voordracht van 4 december 1906 in Keulen, behandelt kort en bijna schetsmatig het drieledig mensbeeld, zonder dat Steiner dit hier zo benoemt.

Tussen de regels door – wanneer er bv. over ‘ontwikkeling’ gesproken wordt, doelt Steiner waarschijnlijk op de oefeningen die hij voor een geestelijke scholing heeft gegeven. Zoals in GA 10, vertaald.
De ‘drie aspecten’ worden uitgebreid behandeld in  GA 9, vertaald. 
(De ‘kopjes’ zijn door mij aangebracht)

GA 97

Das christliche Mysterium
Het christelijke mysterie

Blz. 275

Die drei Aspekte der Welt
De wereld vanuit drie gezichtspunten

Voordracht 26, Keulen 4 december 1906

Wir können in der Welt, die an uns herantritt, in der wir leben, drei Aspekte unterscheiden: erstens, wie sie sich uns von außen zeigt, zweitens, wie wir sie in uns empfinden, und drittens, wie sie selbst im Inneren ist.
Unsere Sinnesorgane vermitteln uns den Aspekt der Welt, wie sie sich uns von außen zeigt, die Welt der Formen und Gestalten in der unorganischen Natur, der Mineralwelt; in der belebten Natur, der Pflanzenwelt; in der empfindenden Natur, der Tierwelt, und in der denkenden Natur, der Menschenwelt.

Von außen tritt sie uns entgegen als die Welt der Wahrnehmungen, und wir nehmen diese Welt der Erscheinung, der Wahrnehmung durch unsere Sinnesorgane auf. Unsere Sinnesorgane sind die Pforten, durch welche die
äußere Welt der Gestalten zu uns Zutritt hat. Hätten wir unsere Sinnesorgane nicht, so bliebe die Gestaltenwelt für uns ewig ein Unbekanntes, ein Geheimes, ein Okkultes; sie wäre für uns nicht da.
Man könnte uns nur davon erzählen und uns lediglich eine annähernd für uns verständliche Beschreibung derselben geben. Aber solange uns die Sinnesorgane fehlten, könnten wir uns niemals eine ganz zutreffende Vorstellung von der äußeren Welt der Formen und Gestalten machen.

We kunnen drie aspecten onderscheiden van de wereld waarmee we geconfronteerd worden, de wereld waarin we leven: ten eerste, hoe die zich van buitenaf aan ons voordoet; ten tweede, hoe we die in onszelf waarnemen; en ten derde, hoe die op zichzelf ís.

Eerste aspect

Onze zintuigen brengen ons het aspect van de wereld over zoals die zich van buitenaf aan ons voordoet, de wereld van vormen en verschijnselen in de anorganische natuur, de minerale wereld; in de levende natuur, de plantenwereld; in de voelende natuur, de dierenwereld; en in de denkende natuur, de mensenwereld.

Van buitenaf gezien doet de wereld zich aan ons voor als de wereld van waarnemingen, en we nemen deze wereld van verschijning, van waarneming, in ons op via onze zintuigen. Onze zintuigen zijn de poorten waardoor de uiterlijke wereld van vormen toegang tot ons krijgt. Zonder onze zintuigen zou de wereld van vormen voor altijd onbekend voor ons blijven, geheimzinnig, verborgen; ze zou voor ons niet bestaan. Men zou ons er alleen over kunnen vertellen en ons een beschrijving kunnen geven die voor ons bij benadering begrijpelijk is. Maar zolang we geen zintuigen hadden, konden we nooit een volledig accuraat beeld vormen van de externe wereld, van vormen en figuren.

Was wir jetzt sehend, hörend, fühlend und tastend, durch Geruch und Geschmack aufnehmen, wäre dann für uns nicht da. Die äußere Welt bliebe dann für uns im Dunkel verborgen, und nur ahnen könnten wir sie und nach den Beschreibungen derer, die sie kennen, uns ein annäherndes, aber niemals ein genaues Bild derselben machen. Immer wäre diese Gestaltenwelt eine okkulte Welt für den Menschen geblieben, hätten sich seine Sinne nicht geöffnet, um sie aufzunehmen. Seine Sinne mußten sich erschließen, damit ihm der Zugang zu dieser äußeren Welt möglich wurde.

Das Wahrnehmen der Sinneswelt ist eine Stufe in der Menschheitsentwickelung, die sie früher nicht erreicht hatte. Es gab eine
Zeit, wo die Sinnesorgane des Menschen sich noch nicht nach au-
ßen aufgetan hatten. 

Wat we nu waarnemen door te zien, te horen, te voelen, te ruiken en te proeven, zou dan voor ons niet bestaan. De buitenwereld zou in duisternis gehuld blijven en we zouden haar bestaan ​​slechts kunnen aanvoelen en, op basis van de beschrijvingen van degenen die haar kennen, een benaderend, maar nooit een exact, beeld ervan kunnen vormen. Deze wereld van vormen zou voor de mensheid altijd een verborgen wereld zijn gebleven als onze zintuigen zich niet hadden geopend om haar waar te nemen. Onze zintuigen moesten zich ontwikkelen zodat toegang tot deze buitenwereld mogelijk werd.

Het kunnen waarnemen van de zintuiglijke wereld is een stadium in de menselijke ontwikkeling die er voorheen nog niet was. Er was een tijd dat de menselijke zintuigen zich nog niet openden voor de buitenwereld.

Blz. 276

Da konnte der Mensch die Gestaltenwelt nicht wahrnehmen; da konnte er nichts draußen wahrnehmen; da lebte er noch ganz in seinem nach der Welt zu abgeschlossenen Inneren. Er lebte ganz ein Innenleben, wie es uns jetzt noch in unseren Empfindungen bekannt ist.
In diesem Innenleben finden wir jetzt noch den zweiten Aspekt der Welt. Durch das Wahrnehmen der äußeren Gestaltenwelt mit unseren Sinnesorganen entstehen in unserem Inneren Empfindungen. Wie wir mit unseren Sinnesorganen die Außenwelt wahrnehmen, so empfinden wir mit unserer Seele die Eindrücke, die uns diese Außenwelt macht. Dadurch wird diese Außenwelt in unserer Seele zu unserer eigenen Innenwelt. In dem Maße, wie unsere Seele und ihre Organe entwickelt sind, wird uns diese eigene Innenwelt zum Bewußtsein kommen. Je höher der Mensch in der Entwickelung steht, desto stärker empfindet er diese Außenwelt auch als Innenwelt in der Seele; je mehr er seine Seelenorgane ausgebildet hat, desto mannigfaltiger gestaltet sich seine Innenwelt, desto reicher sind die Bilder derselben, die in seinem Inneren aufsteigen, desto geordneter und harmonischer durchziehen sie sein Inneres.

In die tijd kon de mens de wereld van vormen niet waarnemen; hij kon niets buiten zichzelf waarnemen; hij leefde volledig in zijn innerlijke zelf, afgesloten van de wereld. Hij leefde een volledig innerlijk leven, zoals wij dat vandaag de dag nog steeds kennen in onze gewaarwordingen.

Tweede aspect

In dit innerlijke leven vinden we nu het tweede aspect van de wereld. Door de waarneming van de externe wereld van vormen met onze zintuigen ontstaan ​​er gewaarwordingen in ons. Net zoals we de externe wereld met onze zintuigen waarnemen, zo ervaren we met onze ziel de indrukken die deze externe wereld op ons maakt. Op deze manier wordt deze externe wereld onze eigen innerlijke wereld in onze ziel. Naarmate onze ziel en haar organen zich ontwikkelen, zal deze eigen innerlijke wereld tot ons bewustzijn doordringen. Hoe hoger iemands ontwikkelingsniveau, hoe sterker hij deze externe wereld als een innerlijke wereld in zijn ziel ervaart. Hoe meer hij zijn zielsorganen heeft ontwikkeld,
hoe diverser zijn innerlijke wereld wordt, hoe rijker de beelden ervan zijn die in hem opkomen, hoe ordelijker en harmonieuzer ze zijn innerlijke wezen doordringen.

Um die Außenwelt ganz zu seiner eigenen zu machen, muß der Mensch eine starke, harmonisch ausgestaltete und gegliederte Seele haben, einen ausgebildeten Seelenorganismus. Je vielseitiger der Mensch sein Seelenleben ausgebildet hat, desto mannigfaltiger wird dort die Außenwelt in abwechslungsvollen Bildern auftauchen. Je harmonischer seine Seele ist, desto schöner wird sich die Außenwelt in seiner Seele abspiegeln. In unserer Seele taucht dann die Außenwelt unter und ersteht dort zu einem schönen, harmonischen, lebensvollen, abwechslungsreichen Ganzen.
Während der Mensch im Wachbewußtsein sein Hauptaugenmerk auf die Außenwelt richtet und sie zunächst nur chaotisch als Empfindungen in sich auftauchen spürt, muß er lernen, diese chaotischen Empfindungsvorgänge zu ordnen und zu regeln, sie in bewußte Beziehung zur Außenwelt zu bringen und daraus ein harmonisches Ganzes zu gestalten. Er muß die Innenwelt seiner Seele unter seine Herrschaft bringen lernen.

Om de buitenwereld volledig eigen te maken, moet een persoon een sterke, harmonieus ontwikkelde en gestructureerde ziel hebben, een volledig gevormd zielorganisme. Hoe veelzijdiger iemands zielsleven is, hoe diverser de
buitenwereld zich daarin zal manifesteren in uiteenlopende beelden. Hoe harmonieuzer hun ziel, hoe mooier de buitenwereld erin weerspiegeld zal worden. Binnen onze ziel dompelt de buitenwereld zich dan onder en rijst daar op als een prachtig, harmonieus, levendig en gevarieerd geheel.

Terwijl een persoon in wakende toestand zijn aandacht richt op de buitenwereld en deze aanvankelijk slechts chaotisch ervaart als gewaarwordingen, moet hij leren deze chaotische zintuiglijke processen te ordenen en te reguleren, ze in een bewuste relatie met de buitenwereld te brengen en er een harmonieus geheel van te maken. Hij moet leren de innerlijke wereld van zijn ziel onder controle te krijgen.

Blz. 277

Erst dann wird sie wirklich seine eigene und eigenste Welt, in der er bewußt und nach eigenem Willen leben kann.
Im Traumleben taucht der Mensch in seine Innenwelt unter. Da ist er der Sinnenwelt entrückt und ist preisgegeben dem chaotischen Wirbel seiner Empfindungswelt, die in Bildern in ihm auftaucht.
In dem Maße, wie sich seine Empfindungen ordnen, werden auch seine Traumbilder geregelt und bedeutungsvoll.
Was nun in ihm zur Innenwelt geworden ist in seiner Seele, das ist der Aspekt der Umwelt, wie er sie empfindet. Dieser steht gegenüber dem Aspekt der Wahrnehmungen, unter dem sich die Umwelt seinen Sinnen zeigt.
Nun besteht die Welt aber noch unter einem andern Aspekt, unter dem Aspekt, wie sie wirklich ist. Es ist der eigentliche Aspekt des wahren Seins der Welt, wie sie in ihrem Inneren ist. Zu diesem Aspekt gelangt der Mensch, wenn er den eingeschlagenen Weg weiter verfolgt.

Pas dan wordt het werkelijk zijn eigen en meest persoonlijke wereld, waarin hij bewust en naar eigen wil kan leven.

In zijn dromen dompelt een mens zich onder in zijn innerlijke wereld. Daar wordt hij losgekoppeld van de wereld van de zintuigen en blootgesteld aan de chaotische werveling van zijn wereld van gewaarwordingen, die zich in hem manifesteert in beelden. Naarmate zijn gewaarwordingen geordend raken, worden ook zijn droombeelden gereguleerd en betekenisvol.

Wat nu zijn innerlijke wereld in zijn ziel is geworden, is het aspect van de omgeving zoals hij die waarneemt. Dit staat in contrast met het aspect van waarnemingen, waaronder de omgeving zich aan zijn zintuigen openbaart.

Maar de wereld bestaat ook onder een ander aspect, het aspect van hoe zij werkelijk is. Het is het werkelijke aspect van het ware wezen van de wereld, zoals het in de kern is. Een mens bereikt dit aspect wanneer hij die ingeslagen weg verder blijft volgen.

Derde aspect

Wenn aus klaren Sinneswahrnehmungen in ihm Empfindungen entstanden sind in seinem Inneren, wenn er diese Empfindungen in harmonische Ordnung und in schönen Rhythmus gebracht hat, dann tragen ihn diese Empfindungen wieder hinaus in die Welt. Sie schlagen eine Brücke von seiner Seele zur Welt, und während die Welt sich in ihn hineinergießt durch seine Sinne, so ergießt sich nun seine Seele in die Welt hinein durch das Denken über die Welt. Seine Empfindungen gießt er hinein in den Gedanken, und sein Gedanke dringt ein in die Umwelt. So ist die Kette geschlossen zwischen Welt und Mensch und zwischen Mensch und Welt.
Die Welt ist draußen, die Empfindung im Inneren des Menschen; der Gedanke ist in beiden. Im Denken vereinigt sich der Mensch ganz mit der Welt. Denn das Weltendenken und sein Denken sind ein Ganzes. So wurzelt die Menschheit mit ihren Wahrnehmungen im sinnlichen Dasein. So wächst sie, indem sie aus der
Sinnenwelt Eindrücke empfängt und diese sich in der Seele zu Empfindungen, zu Bildern ordnen, sich rhythmisieren und im seelischen Leben sich umwandeln. So erblüht sie, indem sie aus diesen Bildern und den Wahrnehmungen herausliest, herausempfindet, heraushört den Weltgedanken, der in jedem denkenden Menschen neue Blüten treibt.

Wanneer heldere zintuiglijke waarnemingen innerlijke gewaarwordingen hebben voortgebracht, wanneer deze gewaarwordingen in harmonieuze orde en een prachtig ritme zijn gebracht, dan voeren deze gewaarwordingen hem terug de wereld in. Ze vormen een brug van zijn ziel naar de wereld, en terwijl de wereld via zijn zintuigen in hem doordringt, zo stroomt zijn ziel nu de wereld in door over de wereld na te denken. Hij giet zijn gewaarwordingen in zijn gedachten, en zijn gedachten doordringen de omgeving. Zo wordt de keten gesloten tussen wereld en mens en tussen mens en wereld.

De wereld is buiten, de gewaarwording binnenin de mens; het denken is in beide. In het denken verenigt de mens zich volledig met de wereld. Want werelddenken en denken zijn één.
Zo is de mensheid, met haar waarnemingen, geworteld in het zintuiglijke bestaan.
Zo groeit de mensheid door indrukken uit de zintuiglijke wereld te ontvangen, die in de ziel worden geordend tot gewaarwordingen, tot beelden, die ritmisch worden en transformeren in het leven van de ziel. Zo bloeit ze op als ze uit die beelden en waarnemingen de wereldgedachte leest, voelt en hoort die nieuwe bloesems voortbrengt in ieder denkend mens.

Blz. 278

Die Menschen wurzeln alle in dem einen Boden der physischen Sinnen- und Gestaltenwelt. Es ist dieselbe Welt für alle, derselbe Boden, aus dem alle herauswachsen. Und jede einzelne Menschenindividualität saugt heraus aus dem gemeinsamen Boden Kräfte zu ihrer besonderen Entfaltung. Viele und verschieden geartete Stamme sind die einzelnen Menschenindividualitäten, die aus dem einen Boden hervorwachsen und, jede in ihrem Seelenleben, die aus
dem einen Boden aufgenommenen Kräfte in ihrer besonderen Eigenart verarbeiten. Aber droben zur Blüte gelangend, in der Welt des Gedankens, bilden alle ein großes Ganzes, ein wunderbares wogendes Blütenmeer, jede Blüte eine Widerspiegelung des großen einen Weltendenkens, und eine die andere ergänzend, sich einfügend als Glied in die ganze Kette, als Juwel in eine Krone von Juwelen, als Welle in ein Gedankenweltenmeer.

Alle mensen zijn geworteld in dezelfde bodem van de fysieke wereld van zintuigen en vormen. Het is dezelfde wereld voor iedereen, dezelfde bodem waaruit alles groeit. En ieder mens put kracht uit deze gemeenschappelijke bodem voor zijn of haar specifieke ontwikkeling. Vele en diverse (boom)stammen zijn de individuele mensen die uit deze ene bodem groeien en, ieder in zijn of haar innerlijke leven, de krachten die uit deze ene bodem zijn opgenomen op hun eigen unieke manier verwerken. Maar wanneer ze hun volle bloei bereiken in de wereld van het denken, vormen ze samen een groot geheel, een wonderbaarlijke, golvende zee van bloesems, waarbij elke bloesem een ​​weerspiegeling is van het grote, ene werelddenken, en elke bloesem de andere aanvult, als een schakel in de hele keten, als een juweel in een kroon der juwelen, als een golf in een zee van gedachtewerelden.

Unten ein Ganzes: die physische Welt. Oben ein Ganzes: die Geisteswelt. Dazwischen Umwandlung des Unteren in das Obere in vielen Individualitäten: die Seelenwelt.
Ein Spiegelbild der Geisteswelt ist die physische Welt draußen in ihrer Einheitlichkeit.
Ein Spiegelbild der Geisteswelt ist die Seelenwelt des Menschen in ihrer Mannigfaltigkeit. Die ganze große Welt draußen wird in jeder Menschenseele eine besondere kleine Welt, und wird, aus allen Menschenseelen im Gedanken heraustretend, wieder ein großes Ganzes. So geht der Weg vom Kosmos durch den Mikrokosmos hindurch, um als neuer, vervollkommneter Kosmos aus den gesamten Mikrokosmen hervorzugehen.

Beneden, een geheel: de fysieke wereld.
Boven, een geheel: de spirituele wereld.
Daartussenin, de transformatie van het lagere naar het hogere in vele individualiteiten: de zielenwereld.

Een weerspiegeling van de spirituele wereld is de fysieke wereld daarbuiten in
haar eenheid.
Een weerspiegeling van de spirituele wereld is de zielenwereld van de mensheid in haar diversiteit.
De hele grote wereld daarbuiten wordt in elke menselijke ziel een bijzondere kleine wereld, en, voortkomend uit alle menselijke zielen in gedachten, wordt deze weer een groot geheel.

Zo leidt het pad van de kosmos door de microkosmos, om als een nieuwe, meer volkomen kosmos uit de gezamenlijke microkosmos tevoorschijn te komen .
GA 97/275-278
Niet vertaald

.
Meer over 3- en 4-ledig mensbeeld

Algemene menskundealle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.
3541-3327

.

.

 

 

.

 

 

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over pedagogie(k) GA 300A – Vergadering 22 september 1920

.

Zie ‘het woord vooraf

Bij de gegeven antwoorden is in het Duits telkens de naam van Steiner gegeven. Ik heb dat niet gedaan, zolang er geen verwarring kan ontstaan. De voetnoten die in de uitgave op aparte bladzijden staan, v.a. blz. 300, heb ik direct bij het verwijzende woord toegevoegd.

In deze vergadering gaat het over:

Positie van Steiner als esotericus binnen het lerarencollege  <1> <1A>
Hoe om te gaan met de overheid <2>
Over het leerplan van klas 9 <3>
Over reciteren; beweegbaar speelgoed <4>
Aanstellen nieuwe collega’s; criteria <5>
Vrij godsdienstonderwijs klas 7 – 9  <6>
Over verschillende kinderen met problemen  <7>
Wereldschoolvereniging; hoe en door wie op te richten; allerlei problemen <8>

.

RUDOLF STEINER

Konferenzen mit den Lehrern der Freien Waldorfschule in Stuttgart 1919 bis 1924

Erster Band Das erste und zweite Schuljahr

Vergaderingen met de leerkrachten van de vrije Waldorfschool in Stuttgart

Band 1 Het eerste en tweede schooljaar

Van de vergaderingen die de leerkrachten van de eerste vrijeschool in Stuttgart hielden, zijn verslagen bewaard gebleven van díe vergaderingen waarbij Rudolf Steiner aanwezig was.

GA 300A

Blz. 214

Vergadering van woensdag 22 september 1920, 20-0.15u

Dr. Steiner: Meine lieben Freunde! Ich muß einige Worte voranschicken, bevor wir in die Einzelheiten der Verhandlung eintreten, da wir am Beginne eines Schuljahres stehen und einige Dinge kurz geklärt sein müssen.
Es ist gesprochen worden auch von meiner
eigenen Stellung im Lehrerkollegium. Ich will heute zunächst nicht vom Äußeren dieser Stellung sprechen, nur vom Inneren. Das scheint mir doch angemessen zu sein am heutigen Abend, weil auch diese innerliche Stellung wenigstens zwischen den Zeilen berührt worden ist.
Ich möchte in den Dingen, die sich auf unsere geistige Bewegung

beziehen — und die Ordnung der Waldorfschule, insofern sie geistige
Angelegenheiten sind, insofern sie pädagogisch-didaktisch von der
Lehrerkonferenz zu behandelnde Fragen sind, gehören in unsere
anthroposophische Bewegung hinein —, in allen solchen Fragen
fühle ich mich, meine lieben Freunde, und werde mich nie anders
fühlen können denn als Esoteriker den Freunden gegenüber. Und da
ist es heute nötig, einiges zu sagen, das Sie nur zu spezialisieren
brauchen auf die besondere Lage der Waldorfschule, über die Auffassung der Stellung des Esoterikers, die dieser selbst von sich hat.

<1> Beste vrienden! Ik moet eerst een paar woorden vooraf zeggen, voordat we naar de details van de bespreking gaan, omdat we aan het begin van een nieuw schooljaar staan ​​en bepaalde zaken kort verduidelijkt moeten worden.
Mijn eigen positie binnen het docententeam is ook ter sprake gekomen. Vandaag wil ik het niet hebben over de externe aspecten van deze positie, maar alleen over de interne. Dit lijkt me vanavond op zijn plaats, omdat ook deze interne positie, ondersteund tussen de regels door, is aangestipt. In zaken die betrekking hebben op onze spirituele beweging – en de organisatie van de Waldorfschool, voor zover het een spirituele kwestie is, voor zover het pedagogische en didactische kwesties betreft die door de lerarenconferentie moeten worden besproken, behoren tot onze antroposofische beweging – in al deze zaken, beste vrienden, voel ik me, en zal ik me nooit anders kunnen voelen dan als een esotericus ten opzichte van mijn vrienden. En daarom is het vandaag nodig om een ​​paar dingen te zeggen, die alleen relevant zijn voor de specifieke situatie van de Waldorfschool, over de eigen perceptie van de esotericus van zijn positie.

Natürlich rechnet man als jemand, der aus den geistigen Welten heraus Dinge an seine Mitmenschen bringen will, darauf, daß diese Dinge in einer gewissen Weise, vielleicht zwar nicht auf Autorität hin, aber auf das Gefühl hin angenommen werden: daß Forschungsresultate vorliegen, die nach bestimmten Richtungen hin vielleicht nur von demjenigen, der sie in einer solchen Weise vertritt, zunächst bekanntgegeben werden können; die selbstverständlich verstanden werden können, wenn sie einmal ausgesprochen sind, die aber eben von einem oder einigen erst als ihre Forschungsresultate ausgesprochen werden müssen. Das ganze Verhältnis, in dem man solche Wahrheiten aufnimmt, ist nicht dasjenige auf Autorität hin, aber es ist ein
solches, das in einer gewissen Weise anerkennt, daß aus einer solchen
Quelle solche Dinge geschöpft werden können.
Meine lieben Freunde, es sieht manches einfach aus, was man in einer
solchen Weise zu seinen Mitmenschen spricht, wie es zu Ihnen in
diesen Tagen geschehen ist, aber es erforscht sich nicht in einfacher
Weise. Es erforscht sich gerade dasjenige, was sich auf so spezielle
Zweige der Pädagogik bezieht, eigentlich doch nur dadurch, daß man
vieles erst durchmacht, vieles durchlebt, daß man erst langjährige
Forschungswege einschlägt. Das Verstehen ist einfach und kann in

Natuurlijk verwacht iemand die spirituele inzichten wil overbrengen aan zijn medemens dat deze inzichten op een bepaalde manier worden ontvangen, misschien niet gebaseerd op autoriteit, maar op gevoel: dat er onderzoeksresultaten bestaan ​​die, in bepaalde richtingen, wellicht alleen in eerste instantie openbaar gemaakt kunnen worden door degene die ze op die manier presenteert; die natuurlijk begrepen kunnen worden zodra ze geformuleerd zijn, maar die eerst door een of meer mensen als hun onderzoeksresultaten moeten worden verwoord. De hele relatie waarin men dergelijke waarheden ontvangt, is niet gebaseerd op autoriteit, maar erkent op een bepaalde manier dat dergelijke inzichten uit een dergelijke bron kunnen voortkomen. Beste vrienden, sommige dingen lijken eenvoudig wanneer je met je medemens spreekt zoals jullie de afgelopen dagen hebben ervaren, maar ze zijn niet gemakkelijk te onderzoeken. Datgene wat betrekking heeft op dergelijke specifieke takken van de pedagogiek kan alleen echt worden onderzocht door veel dingen te doorlopen, veel dingen te ervaren en langdurige onderzoekstrajecten te volgen. Begrip is eenvoudig en kan worden bereikt in

Blz. 215

kurzer Zeit geschehen, das Erforschen ist keineswegs so einfach und
erfordert durchaus Initiationswege. Aber wenn derjenige, der solche
Forschungen mitteilt, sich an seine Mitmenschen wendet, so tut er
das auch von sich aus niemals in der Form, daß er als Autorität
sprechen möchte in dem gewöhnlichen Sinn des Wortes, wie man in
der äußeren exoterischen Welt die Autorität auffaßt.
Ich bitte, dasjenige, was ich in diesem Zusammenhang sage, durchaus
sehr ernst und exakt zu nehmen: es spricht also derjenige, der so
spricht, nicht in dem Sinne, daß das, was er sagt, auf Autorität in
dem gewöhnlichen Sinne angenommen wird. Denn, meine lieben
Freunde, dann würde es nicht wirken, nicht durch jene imponderablen Kräfte an die Mitmenschen übergehen, durch die es übergehen soll. Es muß das ganze Verhältnis ein anderes sein. Das Verhältnis muß ein solches sein, daß alles dasjenige, was gesagt wird, angenommen wird von den Hörenden auf völlig freien Willen hin, daß beim Aufnehmen gar nichts ankommen darf auf den Willen desjenigen, der spricht, sondern alles einzig und allein ankommen muß auf den Willen derjenigen, die zuhören. Das ist, so genau man es kann in der
menschlichen Sprache, ausgedrückt das Verhältnis, das bestehen muß. Man spricht sich nicht aus dem Grunde aus, weil man irgend etwas ins rechte Licht stellen will, sondern aus dem Grunde, weil darauf die ganze Wirksamkeit der Arbeit, die auf Esoterik aufgebautist, in unserer Zeit beruhen kann.

korte tijd, maar het onderzoek is geenszins zo eenvoudig en vereist zeker een inwijdingstraject. Maar wanneer iemand die dergelijk onderzoek deelt zich tot zijn medemens richt, doet hij dat nooit op een manier die suggereert dat hij spreekt als een autoriteit in de gebruikelijke zin van het woord, zoals autoriteit wordt begrepen in de externe, exoterische wereld.
Ik vraag u om wat ik in deze context zeg zeer serieus en nauwkeurig te nemen: de persoon die op deze manier spreekt, spreekt niet in de zin dat wat hij zegt wordt aanvaard als autoriteit in de gebruikelijke zin. Want, beste vrienden, dan zou het niet effectief zijn, het zou niet worden overgedragen aan medemensen via die onmeetbare krachten waardoor het bedoeld is om te worden overgedragen. De hele relatie moet anders zijn. De relatie moet zodanig zijn dat alles wat gezegd wordt, door de luisteraars volledig vrijwillig wordt ontvangen, dat bij het ontvangen ervan niets afhangt van de wil van de spreker, maar alles uitsluitend van de wil van de luisteraars. Dit, zo nauwkeurig als men het in menselijke taal kan uitdrukken, is de relatie die moet bestaan. Men spreekt zich niet uit omdat men iets in een positief daglicht wil stellen, maar omdat de volledige effectiviteit van werk dat op esoterie is gebaseerd, in onze tijd hierop kan berusten.

Wollte man in unserer Zeit etwas auf autoritativen Wegen, sei es auf
autoritativen Wegen des suggestiven Wirkens oder zahlreicher anderer seelischer Machtwege, in die Welt bringen, so würde das das größte
Unheil nach und nach bedeuten. Wir sind eben in jenem Entwickelungsstadium der Menschheit, in dem es notwendig ist, daß immer mehr und mehr Freiheitsimpulse aus den dazu reifen Menschen in die Welt gesetzt werden. Wir dürfen gerade dasjenige, was die Welt aus dem Geiste heraus vorwärtsbringen will, wenn wir so arbeiten, wie Lehrer arbeiten müssen, wir dürfen das unter keinen Umständen auf ein seelisch aufgezwungenes Autoritatives aufnehmen. Alles muß aufgenommen werden ideal auf den guten Willen, auf die Einsicht des Zuhörers, daß derjenige, der spricht über die Dinge, nach dem Gefühl des Zuhörers etwas zu sagen hat. Ein anderes Verhältnis darf nicht bestehen. Jedes andere Verhältnis beeinträchtigt die Wirkung, wenn es sich darum handelt, daß auf Grundlage solcher Mitteilungen und solcher Zuhörer äußere Arbeit geleistet wird, äußere Arbeit, die dann im Zusammenwirken der Menschen geleistet werden kann. Wenn da der Geistesforscher mitwirkt, dann muß das

Als men in onze tijd zou proberen iets in de wereld te brengen door middel van autoritaire middelen, of het nu gaat om suggestie of talloze andere vormen van psychologische macht, zou dat geleidelijk aan tot de grootste ramp leiden. We bevinden ons precies in een stadium van menselijke ontwikkeling waarin het noodzakelijk is dat steeds meer impulsen van vrijheid in de wereld worden gebracht door mensen die daar rijp genoeg voor zijn. We mogen in geen geval accepteren datgene wat de wereld vanuit de geest verder wil brengen, als we zo werken als leraren moeten werken, we mogen dat niet als een psychologisch opgelegde autoritaire kracht in ons opnemen. Alles moet idealiter worden ontvangen met de goede wil, met het inzicht van de luisteraar, dat degene die over dingen spreekt iets te zeggen heeft dat aansluit bij de gevoelens van de luisteraar. Geen andere relatie is toegestaan. Elke andere relatie ondermijnt het effect wanneer het gaat om extern werk dat wordt uitgevoerd op basis van dergelijke communicatie en dergelijke luisteraars – extern werk dat vervolgens kan worden uitgevoerd door de samenwerking van mensen. Als de spirituele onderzoeker erbij betrokken is, dan moet de

Blz. 216

ganze Verhältnis auf dieses autoritativ-freie Aussprechen und freiheitliche Zuhören aufgebaut sein.
Anders dürfen auch die äußeren Verhältnisse nicht aufgebaut sein.
Daher muß es bis zum letzten i-Tüpfel so sein, daß meine Stellung zum Lehrerkollegium diejenige ist, die nicht von mir oder von irgend jemand gewollt wird gegen den Willen irgendeines Mitglieds des Lehrerkollegiums, sondern die akzeptiert wird im innersten Herzen und gewollt wird vom Lehrerkollegium in seiner Gänze. Ob so etwas durch eine äußere Wahl dokumentiert wird oder nicht, darauf kommt es nicht an. Das innere Verhältnis muß ein solches sein. Im Augenblick, wenn es nicht ein solches wäre, in diesem Augenblick würde die rechte Stellung nicht vorhanden sein. Wir müssen geradezu ein wenig wachen über dieses Verhältnis.
Es geschehen ja Gruppierungen auf diesem Felde so, daß man nicht Vereine bildet, sondern daß die Gruppierungen eben um diejenige Persönlichkeit geschehen, welche in dem angedeuteten Sinne etwas zu sagen hat, und daß gewissermaßen diejenigen, die das aufnehmen wollen, sich dann aus ihrem freien Willen heraus gruppieren. Mag nun die Außenwelt dieses oder jenes verlangen für eine solche Gruppierung, innerlich ist allein das berechtigt, was ich gesagt habe.

hele relatie gebaseerd zijn op dit vrij van autoriteit gesprokene en het luisteren in vrijheid.
De externe omstandigheden moeten op dezelfde manier gestructureerd zijn. Daarom moet het tot in de kleinste details zo zijn dat mijn standpunt ten opzichte van het docentenkorps er een is die niet door mij of door wie dan ook tegen de wil van een lid van het docentenkorps wordt gewenst, maar een die in het hart wordt aanvaard en door het docentenkorps als geheel wordt gewenst. Of dit al dan niet door een externe verkiezing wordt bevestigd, is irrelevant. De interne relatie moet zo zijn. Op het moment dat dit niet zo is, op dat moment bestaat de juiste positie niet. We moeten waakzaam zijn over deze relatie.
Op dit gebied komen er groeperingen voor, zodanig dat die geen hechte samenhang vertonen ​​rond het individu dat iets te zeggen heeft in de aangegeven zin, en dat degenen die dit willen oppakken zich vervolgens uit vrije wil groeperen. Hoewel de buitenwereld dit of dat van zo’n groep kan eisen, is intern alleen wat ik heb gezegd gerechtvaardigd.

Sie werden fühlen und empfinden, meine lieben Freunde, daß ich dadurch meine innerliche Stellung zum Lehrerkollegium charakterisieren will, daß ich Sie bitte, sie als solche aufzufassen. Darauf wird die heilwirkende Kraft in aller Zukunft beruhen müssen. In dieser Richtung müssen auch die einzelnen Dinge liegen. Sie müssen spüren, wie ich durchaus immer bestrebt bin und bestrebt sein werde, im Einklänge mit jedem einzelnen dasjenige zur Entscheidung zu bringen, was durch mich zur Entscheidung zu bringen ist, aus dem Grunde, weil der Betreffende mich um die Sache fragt, weil er aus seiner Einsicht heraus mich um die Sache fragt. Wenn Sie dies ganz durchdenken, dann werden Sie zu einer reinlichen Scheidung desjenigen kommen, was das esoterische Verhältnis zwischen uns sein muß, und was allein aus diesem esoterischen Verhältnis heraus segensreich sein kann.
Das, meine lieben Freunde, wollen wir heute zum Ausgangspunkt machen, und Sie werden vielleicht aus mancher Lebensbeobachtung heraus schon gefunden haben, daß die Dinge, die aus dem Geiste heraus geschaffen werden, doch nur dann richtig gehen, wenn ihnen eine solche Auffassung des geistigen Verhältnisses zugrunde liegt.
Trennen Sie also manches, was nun schon einmal bei einer exoterischen Einrichtung, die gegenüber der Außenwelt notwendig ist, da

Jullie zullen voelen en aanvoelen, mijn beste vrienden, dat ik mijn innerlijke houding ten opzichte van de leraren wil karakteriseren door jullie te vragen deze als zodanig te begrijpen. De helende kracht moet hier in de toekomst op gebaseerd zijn. Individuele zaken moeten ook in lijn zijn met deze richting. Jullie moeten aanvoelen hoe ik ernaar streef en altijd zal streven om, in harmonie met ieder individu, tot een besluit te komen dat via mij besloten kan worden, omdat de betreffende persoon mij ernaar vraagt, omdat hij of zij mij ernaar vraagt ​​op basis van eigen inzicht. Als jullie dit volledig overwegen, zullen jullie een duidelijk onderscheid zien tussen wat de esoterische relatie tussen ons moet zijn en wat er puur uit deze esoterische relatie nuttig kan zijn.
Dit, mijn beste vrienden, is wat we vandaag als uitgangspunt willen nemen, en jullie hebben wellicht al uit diverse levenservaringen ontdekt dat dingen die vanuit de geest ontstaan, alleen goed werken als ze gebaseerd zijn op een dergelijke opvatting van de spirituele relatie.
Scheid daarom bepaalde zaken die noodzakelijk zijn in een exoterische ordening, die inherent is aan de relatie met de buitenwereld, 

Blz. 217

sein muß, trennen Sie mancherlei, was einfach die Welt notwendig
macht, von dem, was innerlich zwischen uns sein muß: dann werden
wir am günstigsten nicht nur rationalistisch vorwärtsarbeiten, sondern spirituell arbeiten; wir werden vorwärtskommen.
Und dieses, was ich zu Ihnen sagen wollte, ist auch eine Art Inaugurierung unserer diesjährigen Arbeit; eine Inaugurierung, durch die ich ganz besonders möchte, daß auch dieses Jahr wiederum spirituelle Kräfte durch unsere Arbeit gegossen werden. Sie können davon überzeugt sein, daß ich über die ganze Arbeit und die Einzelheiten der Arbeit, die auch dieses Jahr geleistet wird, den Segen derjenigen geistigen Mächte stets herflehen werde, die unsere ganze
Bewegung tragen. Und wenn Sie auch sich bewußt sind, daß das der Fall ist, wenn Sie gewissermaßen nicht nur zusammen handeln, wenn Sie zusammen denken und empfinden und dadurch die guten geistigen Kräfte in dieses Zusammen-Denken, Zusammen-Empfinden, Zusammen-Klingen des ganzen Seelenlebens aufnehmen, dann wird unsere Arbeit auch in diesem Jahre gelingen.

en scheid bepaalde zaken die de wereld simpelweg noodzakelijk maakt van wat innerlijk tussen ons moet bestaan: dan zullen we in het gunstigste geval niet alleen rationeel, maar ook spiritueel het meest effectief vooruitgang boeken; we zullen verder komen.
En wat ik u wilde zeggen is tevens een soort inauguratie van ons werk dit jaar; een inauguratie waarbij ik in het bijzonder hoop dat dit jaar opnieuw spirituele krachten in ons werk zullen stromen. U kan er zeker van zijn dat ik altijd de zegen zal afsmeken van die spirituele krachten die onze hele beweging ondersteunen, over al het werk en de details van het werk dat dit jaar wordt gedaan. En als u zich daar ook van bewust bent, als u niet alleen samen handelt, maar ook samen denkt en voelt, en zo de goede spirituele krachten opneemt in dit krachtige denken, voelen en resoneren van ons hele zielenleven, dan zal ons werk ook dit jaar slagen. <1>

Nun können wir zu den einzelnen konkreten Punkten übergehen.

Nu kunnen we overgaan tot de concrete punten.

Wünscht jemand zur Tagesordnung etwas zu sprechen?

Wil iemand iets zeggen over de agenda?

Es wird gefragt wegen der Angelegenheit der Anerkennung der Waldorfschule
als Grundschule seitens der Behörden.

<2> Er wordt een vraag gesteld over de erkenning van de Waldorfschool als basisschool door de overheid.

Dr. Steiner: Diese Frage ist eine solche, die je nach dem Wohlwollen
dieser oder jener Schulbehörde nach der einen oder anderen Richtung gedreht werden kann. Zurecht kommen wird man nur — so daß man darin eine gewisse Sicherheit hat für den wirklichen Bestand der Schule —, wenn man irgendwie durch persönlich-gewichtige Rücksprachen verhandelt, wobei ich ausdrücklich bemerken möchte — wir müssen ganz dezidiert reden —, daß das nicht durchs
Telephon geschehen sollte; wenn man durch persönliches Auseinandersetzen mit allen jenen Betonungsmöglichkeiten der Sätze und Wörter und der Unterredung überhaupt, die vorhanden sind in einer persönlichen Aussprache, eine solche Stimmung schafft, daß dann eine gewisse Sicherheit vorhanden ist. Wir können gar nicht vermeiden, wenn wir die Sache bloß so anstreben, daß sie bürokratisch behandelt wird, daß wir nicht in der Zukunft mit derselben Sache
angerempelt werden.
Deshalb meine ich, daß es das beste wäre, wenn Herr Molt in der Sache persönlich etwas tun könnte, wenn Sie persönlich vorsprechen würden. Die Frage ist eine solche, daß man nur ruhig sein kann über

Dit is een van die vragen die op verschillende manieren geïnterpreteerd kunnen worden, afhankelijk van de welwillendheid van de betreffende overheid. Een oplossing – zodat er een zekere mate van zekerheid is voor het voortbestaan ​​van de school – kan alleen gevonden worden als er onderhandeld wordt door middel van persoonlijke en zinvolle gesprekken. Ik wil benadrukken – laten we hier heel duidelijk over zijn – dat dit niet telefonisch moet gebeuren. Een persoonlijk gesprek, met alle nuances van nadruk in zinnen en woorden, en in het gesprek zelf, schept een sfeer die een zekere mate van zekerheid bevordert. Als we de zaak simpelweg op een bureaucratische manier benaderen, kunnen we niet voorkomen dat we in de toekomst opnieuw met hetzelfde probleem worden geconfronteerd. Daarom denk ik dat het het beste zou zijn als de heer Molt persoonlijk actie zou ondernemen in deze zaak, als u persoonlijk iets zou kunnen doen, als u persoonlijk langs zou kunnen gaan.

Blz. 218

die Waldorfschule, wenn Sie selbst vorstellig würden bei irgendeiner der Persönlichkeiten, die Einfluß haben auf die Sache.
Ich bin überzeugt davon, wenn in dieser Weise irgendwelche Worte gewechselt
worden sind und man nun eine solche Spitze der Behörde dazu getrieben hat, irgend etwas, wozu sie sich bekennen muß, zu sagen, dann ist man am besten geschützt; nicht durch Akte hin und herschreiben, sondern durch so etwas. Insbesondere hier in Württemberg, wo es wirklich vielleicht möglich ist, daß man in einer solchen Sache mehr erreicht als in Preußen. In Preußen würde, nachdem der Erlaß geschickt worden ist, diese Schule in kurzer Zeit abgebaut
werden müssen.
Die Sache müßte zunächst so getrieben werden. Denn das darf nicht verkannt werden — ich hatte leider in Berlin viel zuwenig Zeit, um, wenn solche Fragen aufgerührt worden sind, die nötige Antwort zu geben —, es kommt immer wiederum vor, daß irgendwelche Schulvorsteher oder Lehrer der gewöhnlichen Schulen kommen und die Pädagogik der Waldorfschule haben wollen und fragen, wie können sie etwas tun, um ihrer Schule aufzuhelfen. Das ist der reinste Unsinn. Das erste würde darin bestehen, daß sie sich vom Staate lossagen würden, und es bezeugt solch eine Zumutung nur, wie wenig
konsequent die Leute zu denken in der Lage sind.

De kwestie is zodanig dat men alleen rustig kan blijven over de Waldorfschool, als u zelf een van de personen benadert die invloed hebben op de zaak.
Ik ben ervan overtuigd dat als er op deze manier woorden zijn gewisseld en als zo’n hooggeplaatste ambtenaar gedwongen is iets te zeggen waar hij zich aan moet binden, men zich het beste kan beschermen; niet door heen en weer te schrijven, maar door zoiets. Vooral hier in Württemberg, waar men in zo’n zaak werkelijk meer kan bereiken dan in Pruisen. In Pruisen zou deze school, na het uitvaardigen van het decreet, binnen korte tijd gesloten moeten worden. De zaak moet in eerste instantie op deze manier worden verminderd. Want dit mag niet over het hoofd worden gezien – ik had helaas veel te weinig tijd in Berlijn om het noodzakelijke antwoord te geven toen soortgelijke vragen werden gesteld – het komt steeds weer voor dat schooldirecteuren of leraren van gewone scholen komen en de pedagogiek van de Waldorfschool willen en vragen hoe ze hun school kunnen helpen. Dat is volkomen onzin. De eerste stap zou zijn dat ze de staat afzweren, en zo’n dwang toont alleen maar aan hoe weinig

rationeel de mensen in staat zijn te denken.

Es handelt sich darum, daß dasjenige, was man unsere Schulbewegung nennen könnte: die Bewegung nach einer freien Schule hin in immer mehr Köpfe hineinkommt, so daß eine wirkliche große Bewegung nach der Freiheit der Schule entsteht, als ein Teil der Dreigliederungsbewegung. Die Ausrede mit der Einheitsschule, die mögen wir als Opportunität gebrauchen; allein ich muß meinerseits gestehen, mir war immer die ausdrücklich dezidierte Definition der Einheitsschule etwas Unangenehmes — obwohl man sie aus Opportunität wählen mußte —, weil sie nicht genau betont, daß man nicht das will, was vom Staate als Einheitsschule definiert wird, daß es uns nicht so sehr ankommt auf die Einheitsschule als auf die freie Schule.
Dann wird sich das von selbst ergeben. Dasjenige, was als Einheitsschule von der jetzigen deutschen Regierung erstrebt wird, das ist das Gegenteil. Wir machen erst einen Kratzfuß vor dem, was uns ein Greuel ist, wenn wir solchen Dingen nachgeben. Man muß sich durchschlängeln; man muß sich bewußt sein, daß dies doch im Leben — nicht von innen veranlaßt, dann wäre es jesuitisch —, aber daß es von außen mit einer gewissen Reservatio mentalis gemacht wird. Man muß sich bewußt sein, nicht von innen her, von außen her, daß man nötig hat, um wenigstens das zu machen, was wir

Het punt is dat wat je onze schoolbeweging zou kunnen noemen – de beweging naar een vrije school – steeds meer terrein wint, waardoor er een werkelijk grote beweging voor schoolvrijheid ontstaat, als onderdeel van de driegeledingsbeweging. We kunnen het argument van de uniforme school als een handige maatregel gebruiken; ik moet echter bekennen dat de expliciet geformuleerde definitie van de uniforme school mij altijd enigszins tegenstond – ook al moest die om praktische redenen gekozen worden – omdat er niet duidelijk in staat dat we niet willen wat de staat definieert als een uniforme school, dat we ons niet zozeer bezighouden met de uniforme school als wel met de vrije school.
Dan valt alles op zijn plaats. Wat de huidige Duitse regering nastreeft met een uniforme school is het tegenovergestelde. We beginnen ons pas net af te keren van wat ons verwerpelijk is als we aan dergelijke zaken toegeven. Je moet je een weg erdoorheen banen; je moet je ervan bewust zijn dat dit in het leven – niet van binnenuit, want dan zou het jezuïtisch zijn – maar van buitenaf met een zekere mentale terughoudendheid gebeurt. Je moet je ervan bewust zijn, niet van binnenuit, maar van buitenaf, dat om tenminste te bereiken wat we

Blz. 219

durchbringen wollen, mit den Leuten zu reden, und ihnen innerlich eine Nase zu drehen.

willen bereiken, we met mensen moeten praten en innerlijk onze neus voor hen moeten ophalen.

Molt: Ich werde versuchen, die Sache in Ordnung zu bringen.

Molt: Ik zal proberen dit op te lossen. <2>

X. fragt nach dem Lehrplan für die 9. Klasse.

<3> X. vraagt ​​naar het leerplan voor de negende klas.

Dr. Steiner: Wir werden am besten zunächst mit diesem Lehrplan
zustande kommen — ich will ihn dann noch für morgen niederschreiben —, wenn wir ihn so feststellen, daß wir ihn aus der Kontinuität heraus definieren. Ich würde Sie also bitten, daß Sie mir angeben, was Sie mit Bezug auf all das, was man deutsche Sprache und Literatur nennen könnte, getrieben und vollendet haben.

We kunnen het beste eerst met dit leerplan aan de slag gaan – ik zal het dan voor morgen opschrijven – als we het vaststellen door het vanuit de continuïteit te definiëren. Dus ik zou u willen vragen wat u hebt bereikt en afgerond met betrekking tot alles wat onder Duitse taal en literatuur valt.

X.: Ich habe Goethe, Schiller, Herder durchgenommen, sonst weiter nichts.
Nur daß ich in die Geschichte einzelne Besprechungen wie Dantes „Göttliche
Komödie” hineingefügt habe; das Wesentliche waren Goethe, Schiller, Herder.
Im Sprachlichen Aufsätze und Versuch, orthographische Fehler von der Ausspracheseite zu behandeln. Auf das Grammatische bin ich gar nicht eingegangen.

X.: Ik heb Goethe, Schiller en Herder behandeld, verder niets. Alleen heb ik individuele besprekingen zoals Dante’s “Goddelijke Komedie” in de geschiedenis opgenomen; in essentie waren het Goethe, Schiller en Herder. Wat betreft taal, essays en een poging om spelfouten vanuit de uitspraakhoek aan te pakken. Ik ben helemaal niet op grammatica ingegaan.

Dr. Steiner: Nun würde es sich darum handeln, daß Sie in bezug auf die Literatur versuchen würden, Jean Paul zu behandeln, und zwar so, daß Sie mit den Schülern der 9. Klasse einzelne Partien der „Ästhetik oder Vorschule des Schönen” von Jean Paul durchnehmen, namentlich auch solche Partien, die dort über Humor handeln, und ohne dabei viel auf die Historie zu sehen.

De opdracht is nu om Jean Paul te behandelen in relatie tot de literatuur, met name door afzonderlijke delen van Jean Pauls “Esthetiek of voorbereidende school voor schoonheid” door te nemen met de leerlingen van de negende klas, vooral de delen die over humor gaan, en zonder daarbij veel aandacht te besteden aan de historische context.

Dann — das kann schon ein halbjähriges Pensum sein —, ohne viel auf die anderen Zusammenhänge zu sehen, dazu übergehen, mit den Schülern, es sind
immerhin schon Vierzehn-, Fünfzehnjährige, einzelne Kapitel zu lesen und zu besprechen, die in Herman Grimms Goethe-Vorlesungen stehen. Das würde in bezug auf Literatur sein.
In bezug auf das Sprachliche würde ich Ihnen empfehlen, für das erste Halbjahr weniger auf die pedantische Sprachlehre zu sehen, sondern das Gesetz der Lautverschiebung in der verschiedensten Weise mit den Schülern zu besprechen, das Grimmsche Gesetz der Lautverschiebung. Und im Aufsatz — wobei Sie alles Grammatikalische, alles Syntaktische an die Korrektur anschließend gelegentlich besprechen —, im Aufsatz würde ich empfehlen, namentlich solche Aufsätze zu versuchen, welche Themen behandeln, die geschichtlich sind, wobei die Schüler im wesentlichen das Material verarbeiten, welches Sie selbst im vorigen Jahre in der Geschichte vorgetragen haben. Da müssen Sie, bevor Sie den Aufsatz machen lassen, für die Neuen durch die Alten ein Thema mündlich behandeln lassen.

Vervolgens – dit kan een periode van zes maanden in beslag nemen – kunt u, zonder al te veel aandacht te besteden aan de andere verbanden, met de leerlingen, die immers veertien of vijftien jaar oud zijn, afzonderlijke hoofdstukken uit Hermann Grimms Goethe-colleges te lezen en te bespreken. Dat betreft dan de literatuur.
Wat betreft taal, zou ik aanraden om in de eerste helft van het jaar minder de nadruk te leggen op pedante grammatica en in plaats daarvan de wet van Grimm voor de klankverschuiving op verschillende manieren met de leerlingen te bespreken. En bij het schrijven van essays – waarbij u na de correcties alle grammaticale en syntactische aspecten bespreekt – zou ik met name aanraden om essays te schrijven over historische onderwerpen, waarbij de leerlingen in feite de stof verwerken die u vorig jaar bij geschiedenis hebt behandeld. Voordat u het essay schrijft, moet u de oudere leerlingen een onderwerp mondeling laten bespreken met de nieuwe leerlingen.

Blz. 220

Nun, die Geschichte. Was hatten Sie da durchgenommen?

Welnu, geschiedenis. Wat hebt u daar behandeld?

X.: Bis zur Reformation, die Luther-Biographie sehr genau. Dann habe ich
angeschlossen Buckles „Geschichte der Zivilisation in England” und habe versucht, Lichtblicke auf die Gegenwart zu werfen.

X.: Tot aan de Reformatie, de biografie van Luther in detail. Daarna heb ik het gecombineerd aan Buckles “Geschiedenis van de beschaving in Engeland” en schijnbaar licht te werpen op het heden.

Dr. Steiner: Jetzt würde ich empfehlen, zunächst nicht weiterzugehen, sondern die ganze Sache noch einmal durchzuarbeiten in geisteswissenschaftlicher Umarbeit, anschließend an Lecky „Geschichte der neueren Zivilisation”.

Dr. Steiner: Ik zou nu aanraden om voorlopig niet verder te gaan, maar het geheel opnieuw te nemen in een geesteswetenschappelijke benadering, aan de hand van Lecky’s “Geschiedenis van de moderne beschaving”.

X.: Ich habe jetzt im Deutschen 8. und 9. Klasse vereinigt.

X.: Ik heb nu de 8e en 9e klas Duits gecombineerd.

Dr. Steiner: Es wird dann vielleicht gut sein, wenn Sie den Herman
Grimm mit Goethe vorausschicken. Da können Sie manches von dem nachholen, was Sie mit Bezug auf Goethe, Schiller und Herder gesagt haben, so daß Sie den beiden Klassen gerecht werden, und Jean Paul für später lassen. Geschichtliches können Sie mit beiden Klassen zusammen machen. Dann würde es sich um die Geographie handeln.

Het zou dan goed zijn als je begint met Hermann Grimm en Goethe. waarin je een deel van wat u zei over Goethe, Schiller en Herder ophalen, zodat je beide klassen recht doet, en Jean Paul voor later bewaren. Je kunt de historische stof met beide klassen samen behandelen.
Dan is het tijd voor aardrijkskunde.

X.: Vorzugsweise durchgenommen ist die Eiszeit; Umlagerung von Land und
Wasser. Überhaupt viel Geologisches von dieser Zeit.

X.: De ijstijd werd voornamelijk behandeld; De herverdeling van land en water. Er is meer dan algemeen veel geologische informatie over deze periode.

Ich würde empfehlen, mit Anschluß an alles dasjenige, was man in eine solche Sache hineinbringen kann, eine vollständige Gliederung der Alpen durchzunehmen. Nördliche Kalkalpen, südliche Kalkalpen, mit allen Flußtälern, die die Grenzen bilden, die Gebirgszüge, die Gliederung, dann Landschaftliches, einiges über die geologische Beschaffenheit, angefangen von den Seealpen bis hinüber zu den österreichischen Alpen durch die ganze Schweiz hindurch. Dabei können Sie in dieser Besprechung der Alpen immer einfließen lassen, daß ja eigentlich in der Erdstruktur eine Art Kreuz vorhanden ist, auf das die äußeren Gebirgsformationen deuten. Setzen Sie die Alpen fort durch die Pyrenäen, dann durch die Karpaten, gehen Sie über durch die waldigen Gebirge, gehen Sie bis
zum Altai, so haben Sie einen ausgedehnten Ost-West-Gebirgszug, der, sich unterirdisch fortsetzend, wie ein Ring sich um die Erde schließt, der senkrecht durchkreuzt wird von der Anden-Cordilleren Richtung, die einen anderen Kreuzring bildet. Sie können zwei kreuzförmig aufeinander stehende Ringe als Struktur der Erde sehr schön den Kindern klarmachen. Sie bekommen dadurch eine Vorstellung, daß die Erde ein innerlich organisierter Körper ist. Das können Sie alles so tun, daß Sie nicht allzu kurze Zeit verwenden. Sie brauchen nicht alles, das ganze geographische Thema auf einmal zu machen.

Ik zou, in combinatie met alles wat in zo’n onderwerp aan bod kan komen, een complete classificatie van de Alpen aanbevelen. Noordelijke Kalkalpen, Zuidelijke Kalkalpen, met alle rivierdalen die de grenzen vormen, de bergketens, hun structuur, vervolgens landschapskenmerken, wat informatie over de geologische samenstelling, beginnend bij de Maritieme Alpen en doorlopend via de Oostenrijkse Alpen naar heel Zwitserland. In deze bespreking van de Alpen kun je altijd vermelden dat er eigenlijk een soort kruis in de structuur van de aarde zit, waarnaar de buitenste bergformaties wijzen. Ga verder langs de Alpen via de Pyreneeën, dan door de Karpaten, steek over door de beboste bergen en ga verder naar het Altaigebergte. Dit vormt een uitgestrekte oost-westelijke bergketen die, ondergronds doorlopend, een ring rond de aarde vormt, verticaal doorsneden door het Andesgebergte, dat een andere ring vormt. Je kunt de structuur van de aarde heel effectief aan kinderen illustreren door ze twee ringen in een kruisvorm te laten zien. Dit geeft ze het idee dat de aarde een intern georganiseerd lichaam is. Je kunt dit allemaal doen zonder al te veel tijd kwijt te zijn. Je hoeft het hele geografische onderwerp niet in één keer te behandelen.

Blz. 221

Dann Mathematik. Nicht wahr, Sie haben Gleichungen durchgenommen. Wie weit sind Sie im Potenzieren gekommen, Quadrieren, Kubieren, allgemeines Potenzieren? Haben Sie Binome und Trinome kubiert?

Dan wiskunde. U hebt vergelijkingen behandeld, toch? Hoe ver bent u al met machtsverheffing, kwadrateren, derdemachten en algemene machtsverheffing? Hebt u binomen en trinomen tot de derde macht verheven?

X.: Es wäre keine Schwierigkeit. Es lag kein Grund vor, den Binomischen
Lehrsatz durchzunehmen,  (a + b)2  , (a + b)3 ,  (a + b)4

X: Dat zou niet moeilijk zijn. Er was geen reden om de binomiaalstelling te behandelen, (a+b)² , (a+b)³, (a+b)⁴.

Dr. Steiner: In welcher Form können das die Schüler?

In welke vorm kunnen de leerlingen dit doen?

X..- Ich habe das nacheinander ausmultiplizieren lassen.

X: Ik heb ze het één voor één laten uitrekenen.

Dr. Steiner: Ich meine, wissen Ihre Schüler, daß (a+b)³
gleich ist a3 und so weiter als Formel? Können sie das? Wenn Sie es nicht als
Formel verlangt haben, dann sind Sie noch nicht übergegangen zum
Potenzieren von Zahlen, dann haben Sie nicht ausführen lassen nach
der Formel 355³ of 355². So würde ich diesen Zweig fortsetzen, indem ich das Potenzieren und Kubieren treibe für Zahlen, von der
Formel ausgehend; das Radizieren, auch das Ziehen der dritten Wurzel.

Ik bedoel, weten uw leerlingen dat (a+b)³ gelijk is aan a³ enzovoort als een formule? Kunnen ze dat? Als u ze niet hebt gevraagd het als een formule uit te schrijven, dan bent u nog niet verdergegaan met machtsverheffing, en dan hebt u ze nog niet 355³ of 355² volgens de formule laten uitrekenen. Dus ik zou deze tak voortzetten, door machtsverheffing en derdemachtsverheffing te oefenen met getallen, beginnend bij de formule; wortels trekken, inclusief derdemachtswortels.

X..: Ich habe es nicht für wichtig gehalten.

X..: Ik vond het niet belangrijk.

Dr. Steiner: Bei diesen Dingen kommt es nicht darauf an, daß man die Dinge so macht, wie man es später braucht, sondern daß man gewisse Formen des Denkens übt. Die Formen des Denkens, die man beim Kubieren, Quadrieren, beim Ziehen der Wurzeln übt, dieses eigentümliche, daß man gewissermaßen abstrahiert von der Konkretheit der Zahlen und die Zahlen zusammenfügt, in anderer Weise gruppiert, das führt so tief hinein in das ganze Gefüge der Zahlen, ist denkerisch so bildend, daß man es tun müßte.
Dann würden praktische Rechnungen notwendig sein. Ich würde es doch sehr richtig finden, wenn man mit den Schülern solche Dinge rechnen würde wie zum Beispiel praktische Inhaltsberechnungen, was ja durchaus auf Ihre Voraussetzungen ginge. Ich will sagen: wenn eine Wasserkanne zylindrisch-kegelförmig* ist, enthält sie ein gewisses Quantum Wasser. Wie groß ist das Quantum Wasser, wenn der Boden einen Durchmesser hat, der die Hälfte ist des Durchmessers der anderen? **
* *
zylindrisch oder kegelförmig.
Ergänzungsvorschlag der Herausgeber: . . . wenn in einer anderen Kanne
von gleicher Höhe oder gleicher Gestalt der Boden einen Durchmesser hat,
der die Hälfte ist des Durchmessers der ersten Kanne?

Bij dit soort dingen is het niet zo belangrijk dat je dingen doet zoals je ze later nodig hebt, maar veeleer dat je bepaalde denkpatronen oefent. De denkpatronen die je oefent bij het kuberen, kwadrateren en trekken van wortels – deze bijzondere manier om, als het ware, te abstraheren van de concreetheid van getallen en ze te combineren, ze op een andere manier te groeperen – leiden zo diep in de hele structuur van getallen, zijn zo intellectueel vormend dat je het gewoon móét doen.
Dan zouden praktische berekeningen nodig zijn. Ik zou het heel geschikt vinden om met studenten te werken aan zaken als praktische volumeberekeningen, wat zeker zou aansluiten bij uw uitgangspunten. Ik bedoel, als een waterkan cilindrisch-conisch* is, bevat deze een bepaalde hoeveelheid water. Hoe groot is de hoeveelheid water als de bodem een ​​diameter heeft die de helft is van de diameter van de rest?**

* * Cilindrisch of conisch.
Suggestie van de redactie: …als een andere kan van dezelfde hoogte of vorm een ​​basisdiameter heeft die de helft is van de diameter van de eerste kan?

Blz. 222

Dann würde ich daranschließen Näherungsrechnungen, daß die Kinder diese Begriffe bekommen. Ich würde ausgehen — das kann durchaus hier geschehen — von der Behandlung des Nivellierdiopters und dem Herausfinden des mittleren Wertes bei irgendwelchen solchen praktischen Behandlungen, zum Beispiel beim Wiegen mit einer Apothekerwaage. — Dann auch dasjenige, was sich noch an weiteren Rechnungen in der Wechselkunde anschließt. Dann, nicht wahr, kommt die Geometrie in Betracht. Körper-Inhaltsberechnungen müssen Sie vorangehen lassen, und dann würde ich raten, die ersten Elemente der Deskriptive zu nehmen.

Vervolgens zou ik bij benadering berekeningen uitvoeren, zodat de kinderen deze concepten begrijpen. Ik zou beginnen – dit kan hier zeker – met het gebruik van de nivelleerdiopter en het bepalen van de gemiddelde waarde bij dergelijke
praktische procedures, bijvoorbeeld bij het wegen met een
apothekersweegschaal. — En wat volgt er verder nog aan berekeningen bij de studie van wissels? Dan, zult u het ermee eens zijn, komt meetkunde in beeld. Je moet beginnen met volumeberekeningen, en dan zou ik adviseren om de eerste
elementen van de beschrijvende wiskunde te behandelen.

X. sagt, was er in der Physik gemacht hat.

X. vertelt wat hij in de natuurkunde heeft gedaan.

Dr. Steiner: In der Physik müßten Sie versuchen, zweierlei zu treiben: Erstens Akustik und Elektrizitätslehre, dazu gehörig Magnetismus, daß die Schüler ganz genau das Telephon verstehen können.
Zweitens Thermik und Mechanisches, alles, was dazu notwendig ist, daß die Schüler ganz genau die Lokomotive verstehen können. Das wäre das Pensum der 9. Klasse.

In de natuurkunde moet je proberen twee dingen te doen: Ten eerste, akoestiek en elektriciteit, inclusief magnetisme, zodat de leerlingen de telefoon perfect begrijpen.
Ten tweede, thermiek en mechanica, alles wat nodig is zodat de leerlingen de locomotief perfect begrijpen. Dat zou het curriculum voor de negende klas zijn.

X.: Im letzten Jahr war eine Teilung der Geographie, indem ich den astronomischen Teil durchgenommen hatte.

X: Vorig jaar was aardrijkskunde opgesplitst in twee vakken, en ik gaf les in astronomie.

Dr. Steiner: Da käme natürlich im Anschluß daran das Dopplersche
Prinzip, die Bewegung der Sterne in der Sehrichtung. Sie haben die
Bewegung der Sterne an der Sehrichtung vorbei behandelt. Nehmen
Sie alles dasjenige, was dazu führt, die Bewegung der Sterne in der
Sehrichtung zu erfahren. Sie müssen dahin arbeiten.

Daarop volgt natuurlijk het Doppler-principe, de beweging van de sterren in de kijkrichting. U hebt de beweging van de sterren los van de kijkrichting behandeld. Neem alles wat ertoe leidt dat men de beweging van de sterren in de
kijkrichting waarneemt. Daar moet u naartoe werken.

X. : In der Physik also keine Optik, nur Thermik, Mechanik, Elektrizität?

X.: Dus in de natuurkunde geen optica, alleen thermica, mechanica, elektriciteit?

Dr. Steiner: Da können Sie das Optische einfügen, was Sie brauchen, um das Dopplersche Prinzip zu erklären. Exkurse aus der Akustik auch mitbesprechen.

Daar kunt u de optica invoegen die u nodig hebt om het Doppler-principe uit te leggen. Ook de akoestiek daarin meenemen.

X.: Ist es berechtigt, aus der Verschiebung der Spektrallinien die Bewegung
nach vorne zu schließen?

X.: Is het gerechtvaardigd om uit de verschuiving van de spectraallijnen de beweging naar voren af te leiden?

Dr. Steiner: Warum nicht? Nicht wahr, wenn Sie zwei Spektren
haben, und Sie haben einmal die Linie an einer Stelle, das andere Mal
an anderer Stelle, so ist mit vollkommener Richtigkeit der Schluß der, daß man es mit verschiedenen Entfernungen zu tun hat. Das ist ein richtiger Schluß.

Waarom niet? Als u twee spectra hebt en de lijn de ene keer op de ene plaats zit en de andere keer op een andere plaats, dan is de conclusie volkomen juist
dat er sprake is van verschillende afstanden. Dat is een juiste conclusie.

X.: Man würde ihn an der Sonne ziehen können.

X.: Men zou die conclusie kunnen trekken bij de zon.

Dr. Steiner: Ich würde das Dopplersche Prinzip nur bei

Blz. 223

Doppelsternen anwenden. Ich würde es nicht weiter verallgemeinern. Nicht
wahr, es ist ja eigentlich nur anzuwenden, zu unterscheiden, daß sich Sterne um sich herumdrehen, denn man konstatiert, daß die Sterne in der Sehrichtung sich zyklisch bewegen. Nur auf das hinarbeiten.
Chemie: Das, was wir für die 8. Klasse bestimmt haben, die ersten Elemente der organischen Chemie, was ein Alkohol ist, was ein Äther ist, das wäre jetzt in der 9. Klasse fortzusetzen.
Anthropologie: Menschenkunde fortsetzen, daß eine richtige Anthropologie den Kindern übermittelt wird. Das müßte in konzentrischen Kreisen von Klasse zu Klasse aufsteigen und das übrige Naturwissenschaftliche angereiht werden.
Herr Baumann, was denken Sie im Musikalisch-Gesanglichen mit den
Schülern der 9. Klasse zu machen?

Ik zou het Dopplerprincipe alleen toepassen op dubbelsterren. Ik zou het niet verder generaliseren. Niet waar, het is eigenlijk alleen maar van toepassing om te onderscheiden dat sterren om hun eigen as draaien, want men constateert dat de sterren in de kijkrichting cyclisch bewegen. Alleen daarop toewerken.
Scheikunde: Wat we voor de 8e klas hebben vastgesteld, de eerste elementen van de organische scheikunde, wat een alcohol is, wat een ether is, dat zou nu in de 9e klas moeten worden voortgezet.
Antropologie: doorgaan met menskunde, zodat een echte antropologie aan de kinderen wordt overgebracht. Dat zou in concentrische cirkels van klas tot klas moeten stijgen en de overige natuurwetenschappen moeten worden toegevoegd.
Meneer Baumann, wat denkt u op muzikaal-vocaal gebied met de leerlingen van de 9e klas te doen?

X.: Ich habe das nicht machen können, was ich wollte, weil die Schüler ganz
unvorgebildet waren für Musik.

X.: Ik heb niet kunnen doen wat ik wilde, omdat de leerlingen helemaal
onvoorbereid waren op muziek.

Dr. Steiner: Ist es nicht durchführbar, daß der Musikunterricht
erteilt würde im Eurythmiesaal, wenn es nicht kollidiert mit der
Eurythmie ?

 Is het niet haalbaar dat de muzieklessen in de euritmiezaal worden gegeven, als dat niet botst met de euritmie?

X.: Er reicht kaum für die Eurythmie aus.

X.: Die is nauwelijks groot genoeg voor de euritmie. 

Dr. Steiner: Dann werden wir, bis der große Saal gebaut wird, mit dem Musikunterricht gar nicht in Ordnung kommen können. Es geht der Musikunterricht nicht, wie er gehen sollte, bis wir den großen Raum haben.
Zwei Dinge gelten. Man muß den Musikunterricht so vollkommen als es geht gestalten. Man kann gerade, wenn man Kinder Vorschulen will, nicht genug tun mit der Güte des Instrumentes. Es wird ihr ganzes Tongehör verdorben, wenn sie schlechte Instrumente hören.
Das sind große Gesichtspunkte.
Mit dem alten Kirchengesang könnte man sehr gut weitergehen.

Dan zullen we, totdat de grote zaal gebouwd is, de muzieklessen helemaal niet goed kunnen organiseren. De muzieklessen lopen niet zoals ze zouden moeten lopen, totdat we de grote ruimte hebben.
Er zijn twee dingen van belang. Men moet de muzieklessen zo perfect mogelijk
inrichten. Juist als men kinderen wil voorbereiden op de school, kan men niet genoeg aandacht besteden aan de kwaliteit van het instrument. Hun hele gehoor wordt aangetast als ze slechte instrumenten horen.
Dat zijn belangrijke aspecten.
Met de oude kerkmuziek zou men heel goed verder kunnen gaan.

X.: Ich wollte hinweisen auf Dur und Moll, auf die Klangfarbe im rein Tonlichen.

X.: Ik wilde wijzen op majeur en mineur, op de klankkleur in de zuivere toon.

Dr. Steiner: Das sollte gerade der Lehrstoff der 9. Klasse sein. Das müßte man doch unter allen Umständen anstreben. Gerade dieses etwas theoretisch pflegen und auch etwas in der Empfindung pflegen, Dur und Moll als Empfindungsinhalt.

Dat zou juist de lesstof van de 9e klas moeten zijn. Dat zou men toch onder alle omstandigheden moeten nastreven. Juist dit iets theoretisch beoefenen en ook iets in het gevoel beoefenen, majeur en mineur als inhoud van het gevoel.

X.: Ich habe im Anstandsunterricht diesen Gegensatz in bezug auf Männliches
und Weibliches behandelt. Da schienen die Kinder darauf einzugehen.

X.: Ik heb in de lessen over omgangsvormen dit contrast met betrekking tot mannelijk en vrouwelijk behandeld. Daar leken de kinderen op in te gaan.

Dr. Steiner: Da würde ich finden, daß es nett wäre, das gerade mit

Daar zou ik het fijn vinden om juist dat met

Blz. 224

dem Gesanglichen zu verbinden, auf männliche und weibliche Stimmen diese Sache zu behandeln. Es ist wenig nach dieser Richtung ausprobiert worden, und es ist ganz sicher feststehend, daß ein solcher Unterricht, der in diesem Alter gerade einsetzen würde mit Bezug auf die Beobachtung der männlichen und weiblichen Gesangsstimmlage, außerordentlich entgegenwirken würde dem heute stark auftretenden, falschen Sexualempfinden. Das würde wohltätig wirken.
Das ist mir ein Schmerz, daß man nicht vorschreiten kann zur Behandlung des Instrumentes. Die Instrumente behandeln, ist etwas, was unersetzlich ist. Nicht wahr, was Privatstunden sind, Privatstunden sind Privatstunden. Hier würde daraufgesehen werden, daß, so wie wir es auffassen, es in die ganze Erziehung eingreift. Dazu trägt eine Privatstunde nichts bei. Schade ist es schon, daß wir es nicht können. Ich fürchte, wir werden sehr lange überhaupt zu diesem nicht kommen.

dit te combineren met zang, en dit onderwerp te behandelen voor zowel mannen- als vrouwenstemmen. Er is nog maar weinig in deze richting
uitgeprobeerd, en het staat vast dat dergelijke lessen, die juist op deze leeftijd zouden beginnen met aandacht voor de mannelijke en vrouwelijke zangstem, een buitengewoon gunstige invloed zou hebben op het tegenwoordig sterk
voorkomende, verkeerde seksuele bewustzijn. Dat zou een heilzaam effect hebben.
Het doet me pijn dat we niet verder kunnen gaan met de behandeling van het instrument. Het behandelen van de instrumenten is iets wat onvervangbaar is. Nietwaar, wat privélessen betreft, privélessen zijn privélessen. Hier zou erop worden gelet dat, zoals wij het toepassen, het in de gehele opvoeding van invloed is. Daar draagt een privéles niets toe bij. Het is wel jammer dat we het
niet kunnen. Ik vrees dat we hier nog heel lang niet aan toe zullen komen.

X.: Wir haben einige Instrumente, aber wir brauchen Räume, und man müßte
einen Lehrer haben.

X.: We hebben enkele instrumenten, maar we hebben ruimtes nodig, en er zou
een leraar moeten zijn.

Dr. Steiner: Das war in Aussicht genommen. Handelt es sich nur um
Räume?

Dr. Steiner: Dat was in het vooruitzicht gesteld. Gaat het alleen om
ruimtes?

X.: Es sind gegen fünfzehn Instrumente da. Wenn wir den Gesangsraum hätten, dann könnte man solche Sachen schon machen wie die Kindersinfonie
von Haydn.

X.: Er zijn zo’n vijftien instrumenten. Als we de zangzaal zouden hebben, dan zouden we al dingen kunnen doen zoals de Kindersymfonie van Haydn.

Dr. Steiner: Das wäre richtig.

Dat klopt. <3>

Es wird eine Frage gestellt wegen des Sprachunterrichts.

<4> Er wordt een vraag gesteld over taalonderwijs.

Dr. Steiner: Ich würde versuchen, viel Wert zu legen in diesem Alter
auf das rezitatorische Element. Im Rezitieren noch einiges lernen in der Beherrschung der Sprache. Sinn von Wendungen, die sie im Rezitieren aufnehmen, und das anwenden auf anderes.
In der Eurythmie setzt man fort. Grammatikalisches.
Im Handfertigkeitsunterricht hätte ich gemeint, daß man ganz so unter der Hand, im Nebenbei, überall Künstlerisches, Kunstempfinden und so etwas kultivieren sollte. Bei ihm kommt es darauf hinaus, daß man die Kinder abwechselnd das und jenes machen läßt, immer Dinge, die bis zum Fertigwerden kommen. Ich würde nicht bloß nützliche Gegenstände machen lassen, sondern auch Spielsachen, vernünftige Spielsachen. Ganz nett würde ich finden, wenn man im Handfertigkeitsunterricht die Kinder solche Schmiede, die sich gegeneinander bewegen, machen ließe. Die Kinder werden geschickt.

Ik zou op deze leeftijd veel nadruk leggen op het reciteren. Meer leren over taalbeheersing door te reciteren. De betekenis van zinsdelen begrijpen die ze tijdens het reciteren oppikken en dat toepassen op andere dingen. Dit wordt voortgezet in de euritmie. Grammaticale aspecten.
Bij het ontwikkelen van de fijne motoriek zou ik aanbevelen om artistieke expressie, waardering voor kunst en soortgelijke te stimuleren, heel subtiel, bijna terloops. Hierbij komt het erop neer dat de kinderen om de beurt iets maken, altijd dingen die afgemaakt worden. Ik zou ze niet alleen nuttige voorwerpen laten maken, maar ook speelgoed, zinvol speelgoed. Ik denk dat het heel leuk zou zijn als de kinderen bij het ontwikkelen van de fijne motoriek smeden zouden maken die tegen elkaar bewegen. De kinderen worden er vaardiger van.

Blz. 225

Man kann auch die Kinder Geschenke machen lassen. Ich würde auf das auch hinausarbeiten.
Und wenn man es dahin bringt — das ist etwas, was Feierliches ins Leben des Kindes bringt —, wenn man es dahin bringt, daß man Moos sammeln läßt und sie zu Weihnachten sich Krippchen machen läßt, so daß sie sie selbst formen, daß sie die Schäfchen und so weiter bemalen, da kommt sehr viel dabei heraus. Nützlichkeitsgegenstände natürlich nicht versäumen. Besonders Freude haben sie, wenn so etwas gemacht wird wie Ratschen, die sind auch so wie ein Schabernack:
Wir ratschen, wir ratschen die zwölfe z’samm,
Die Glocken kommen von Rom.

Je kunt de kinderen ook cadeautjes laten maken. Daar zou ik ook naartoe werken.
En als je ze zover krijgt dat ze iets doen wat een gevoel van feestelijkheid in hun leven brengt, als je ze zover krijgt dat ze mos verzamelen en kerststallen maken, die ze zelf vormgeven, de schapen schilderen, enzovoort, dan levert dat veel op. Vergeet natuurlijk ook de praktische dingen niet. Ze vinden het vooral leuk om dingen te maken zoals rammelaars; ze vinden het ook leuk om te doen:

“We ratelen, we ratelen de twaalf samen, de klokken komen uit Rome.”

Zie hier    hier <4>

X.: Dann ist da noch die Frage nach dem Handarbeitsunterricht. Ich habe mit
Fräulein S. gesprochen. Sie ist Zeichenlehrerin, hat aber auch die Lehrbefähigung für Handarbeit.

<5> X.: Dan is er nog de kwestie van de handwerklessen. Ik heb met juffrouw S. gesproken. Ze is kunstlerares, maar ze is ook gekwalificeerd om handwerkles te geven.

Dr. Steiner: Das wäre das Richtige, wenn also eine zugleich künstlerisch gebildete Kraft den Handarbeitsunterricht besorgen würde.
Man müßte sich klar werden, daß die Befähigung dadurch erwiesen
ist. Sie wird sich gut einfügen.
Aber nun kommt unter Umständen noch etwas anderes in Betracht.
Eine Eigenschaft hat sie nicht, die eine andere Dame hätte, das ist
Fräulein Hauck. Die hat die Eigenschaft, daß sie von hier ist und die
Tochter vom ehemaligen Professor Guido Hauck, der einen Aufsatz
über ,,Arnold Böcklins Gefilde der Seeligen und Goethes Faust”
geschrieben hat. Und über ,,Technikers Faust-Erklärung”.

Dat zou ideaal zijn, als iemand met een artistieke opleiding handwerkles zou geven.
Je moet je er wel van bewust zijn dat haar vaardigheid daarmee bewezen is. Ze zal er goed bij passen.
Maar nu komt er misschien nog iets anders in beeld.
Er is één eigenschap die zij mist en die een andere dame wel heeft, namelijk
mejuffrouw Hauck. Zij heeft de eigenschap dat ze hier vandaan komt en de
dochter is van de voormalige professor Guido Hauck, die een essay schreef
over “Arnold Böcklins Velden der Gezegenden en Goethes Faust.” En over “De technische uitleg van Faust.”

Hauck war einer der letzten. Wenn die sich entschließen könnte, Handarbeitslehrerin zu werden, so hätte man den Vorzug, daß sie eine
Schwäbin wäre, was ganz gut wäre. Sie hat bis jetzt gelehrt an einer
Arbeiterschule; das würde ich aber als einen Grund betrachten, sie
nicht hierher zu rufen, weil es sehr gut wäre, wenn solche Leute da
unterrichten würden. Die Arbeiterschulen sagen, es sei nicht notwendig, daß die Leute solchen Firlefanz lernen wie darstellende Geometrie. Es muß der ganze Unterricht ausgefüllt werden mit Klassenkampf und Vorbereitung in der Revolution. Das ist das eine, und das andere ist aus der Zeitgeschichte erklärlich. Das andere ist, daß man in der Technischen Hochschule ihr den Stuhl vor die Tür gesetzt hat. Ich bitte Herrn Strakosch, darüber ein Urteil zu fällen: Die Leute sollen beim Maschinenbau in der Fabrik die darstellende Geometrie lernen, solches Zeug sei nicht mehr nötig. Ich glaube — ich bitte Sie, dann auch Ihre Meinung zu sagen —, daß Architektur und

Hauck was een van de laatsten. Als ze zou besluiten om handwerklerares te worden, zou het een voordeel zijn dat ze een Zwabische is, wat heel goed is. Ze heeft tot nu toe lesgegeven op een arbeidersschool; ik zou dat echter als reden beschouwen om haar hier niet uit te nodigen, omdat het heel goed zou zijn als zulke mensen daar lesgaven. De arbeidersscholen zeggen dat het niet nodig is dat mensen zulke onzin als beschrijvende meetkunde leren. Het hele leerplan moet gevuld zijn met klassenstrijd en voorbereiding op de revolutie. Dat is één ding, en het andere is te verklaren door de hedendaagse geschiedenis. Het andere is dat ze de deur werd gewezen bij de Technische Universiteit. Ik vraag meneer Strakosch om zijn mening hierover te geven: Mensen horen beschrijvende meetkunde te leren in de fabriek tijdens de machinebouw; dat soort dingen is niet meer nodig. Ik geloof – ik vraag u ook om uw mening te geven – dat architectuur en

Blz. 226

Maschinenbau aufhören muß, wenn man nicht darstellende Geometrie auf der Hochschule lernt; das wäre das Versinken zur Barbarei.
Man kann im Maschinenbau nicht einen Zapfen durch ein Loch dirigieren, die Leute können keine Durchdringung konstruieren. Es ist der reine Wahnsinn.
Die Dame wäre mir auch geeignet. Aber ich fürchte, daß da unter Umständen die Ansprüche unsere gegenwärtigen Verhältnisse übersteigen könnten. Sie war langjähriger Assistent an der Technischen Hochschule. Diese zwei Damen würden in Betracht kommen. Fräulein S. ist es aus persönlichen Gründen lieber, wenn sie nicht gerufen wird. Vielleicht kann man morgen an Fräulein Hauck telegraphieren, ob sie kann.
Im Freien Religionsunterricht könnten wir für diese Gruppe der 7., 8., 9. Klasse dazu übergehen, nun in einer freien Form mit ihnen solche Dinge wie Präexistenz und Post-Mortem-Leben, die ganze Konsequenz des Präexistenzlebens, theoretisch zu erklären. Beispiele dafür geben. Die großen Kulturzusammenhänge den Kindern beibringen, wie man das sieht. Die Mission des Menschen auf der Erde. Man braucht nur Goethe auf das anzuschauen oder Jean Paul; man sieht schon, man kann nachweisen überall, daß ihre Fähigkeiten vom vorgeburtlichen Leben kommen.

werktuigbouwkunde moet stoppen als je op de universiteit geen beschrijvende meetkunde leert; dat zou een terugval in barbarij zijn.
In de machinebouw kun je niet zomaar een pen door een gat steken; je kunt geen doorgaand gat ontwerpen. Het is pure waanzin.

De dame zou ook geschikt voor me zijn. Maar ik vrees dat de eisen onder bepaalde omstandigheden onze huidige middelen te boven gaan. Ze was lange tijd assistente aan de Technische Universiteit. Deze twee dames zouden in aanmerking komen. Juffrouw S. geeft er om persoonlijke redenen de voorkeur aan om niet gebeld te worden. Misschien kan ik juffrouw Hauck morgen een telegram sturen om te vragen of ze beschikbaar is. <5>

<6> In het kader van vrij godsdienstonderwijs zouden we met deze groep leerlingen uit de 7e, 8e en 9e klas op een vrije manier dingen kunnen uitleggen als voortbestaan ​​en leven na de dood, de volledige theoretische consequentie van voorbestaan. We zouden voorbeelden kunnen geven. Kinderen leren over de bredere culturele context, hoe ze dingen moeten zien. De missie van de mensheid op aarde. Je hoeft alleen maar naar Goethe of Jean Paul te kijken; Je kunt zien, het is overal aantoonbaar, dat hun vaardigheden voortkomen uit de voorgeboortelijke periode.

Dann, nicht wahr, ist es ein sehr gutes Bild, das wirklich bis ins Religiöse hinaufgetrieben werden kann, wenn man den Leib des Laokoon erklärt. In Wirklichkeit ist es so beim Laokoon, daß der Ätherleib sich trennt und dadurch der physische Leib diese Verrenkungen macht. Dieses Zerbrechen des physischen Leibes beim Laokoon, das ist etwas, wo man viel daran demonstrieren kann. Man müßte eine Gruppe haben. Aber es ins Religiöse heraufheben, diese Scheu vor dem sich auflösenden Menschenkörper.
Die Sonntagsfeier ist festgelegt. Anstelle von Frau Koegel wäre jemand zu designieren, der die Kinder einführt. Da würde ich um Vorschläge bitten. Es ist das etwas, wozu man sich besonders bestimmt fühlen muß. Schlägt sich jemand selbst vor? Möchten Sie es mit Fräulein Rohrle zusammen machen?

Is dat dan niet een heel goed beeld, een beeld dat echt tot een religieus niveau kan worden verheven bij de uitleg van het lichaam van Laocoön? In werkelijkheid scheidt het etherische lichaam zich bij Laocoön af, waardoor het fysieke lichaam deze kronkelingen aanneemt. Deze afbraak van het fysieke lichaam bij Laocoön is iets waarmee veel getoond kan worden. Daar zou je een groep voor nodig hebben. Maar om het naar een religieus niveau te tillen, is er die ontzagwekkende ervaring voor het uiteenvallende menselijke lichaam.

De zondagsdienst staat gepland. In plaats van mevrouw Koegel moet er iemand aangewezen worden om de kinderen voor te stellen. Ik zou graag suggesties ontvangen. Het is iets waar je je bijzonder toe geroepen moet voelen. Is er iemand die zich hiervoor aanmeldt? Zou u het samen met juffrouw Rohrle willen
doen? <6>

X.: Es ist ein Mädchen angemeldet, das taubstumm ist.

<7> X.: Er heeft zich een doofstom meisje aangemeld.

Dr. Steiner: Sie kann doch nicht zu uns in die Waldorfschule kommen.

Zij kan niet naar onze Waldorfschool komen.

Ein Klassenlehrer fragt wegen eines anderen Kindes, das angemeldet wurde.

Een leerkracht vraagt ​​naar een ander kind dat zich heeft aangemeld.

Dr. Steiner: Wie ist es mit dem? Der Junge erbarmt einen.

Hoe zit het met hem? Het is hartverscheurend met die jongen.

Blz. 227

X.: Er ist im Klassenunterricht unmöglich.

X.: Hij is onhandelbaar in de klas.

Dr. Steiner: Das wird vielleicht nur vorübergehend sein. Wie er bei mir war, hat er durchaus so ausgesehen, als ob er gebessert werden könnte. Ich bin auch überzeugt, wenn man das mit ihm macht, was ich vorgeschrieben habe, daß es in einem halben Jahre besser ist. Auf der anderen Seite kann man nicht hoffen, daß es, wenn er ganz isoliert ist, besser wird. Das kann man nicht machen.

Dat is misschien maar tijdelijk. Toen hij bij mij was, leek het er zeker op dat hij vooruitgang kon boeken. Ik ben er ook van overtuigd dat als we met hem doen wat ik heb voorgeschreven, het over zes maanden beter zal zijn. Aan de andere kant kunnen we er niet op hopen dat het beter wordt als hij volledig geïsoleerd is. Dat kunnen we niet doen.

X.; Dann kommen meine Kinder zu kurz.

X.: Dan zullen mijn kinderen eronder lijden.

Dr. Steiner: Ich glaube, daß es vorübergehend sein wird. Es wird
wahrscheinlich doch mit dem zusammenhängen, daß er gerade in die
Schule gekommen ist, was durchaus vorauswirken kann.

Ik denk dat het tijdelijk zal zijn. Het zal waarschijnlijk te maken hebben met het feit dat hij net naar school is gegaan, wat zeker een voorbode kan zijn.

X.: Er war furchtbar aufgeregt.

X.: Hij was vreselijk onrustig.

Dr. Steiner: In diesem Kinde ist eine ziemliche Unregelmäßigkeit in der ganzen Konstitution. Das ist ein Junge, der hat so etwas wie — man kann sich mit dem physischen Leib einen Arm brechen oder ein Bein brechen, man kann sich nicht den Kopf brechen —, dieser hat einen gebrochenen Ätherkopf, und so ist er natürlich alle Augenblicke aufgeregt. Bei ihm äußert es sich mehr als bei einem anderen Kinde. Aber ich glaube, es wird vorübergehend sein. Jedenfalls muß
man den Eltern sagen, sie müssen sich gedulden, bis wir diese Hilfsklasse haben. Kennen Sie ihn schon lange? War er immer so? Durch jede Erschütterung wird die ganze Geschichte in Unordnung gebracht. Wird ihm die Arznei beigebracht? Hat er Krankheiten gehabt? Wir haben etwas konstatiert. Sie sagten Gehirnrachitis. Das stimmt auch. Man bekämpft Gehirnrachitis durch Beibringen von Hypophysis Cerebri. Hat er Geschwister? Es ist eine Wachstumsstörung da, die durch irgend etwas bewirkt worden ist, was der Mutter passierte vor der Geburt.

Dit kind heeft een aanzienlijke afwijking in zijn hele constitutie. Dit is een jongen die zoiets heeft als – je kunt met je fysieke lichaam een ​​arm of een been breken, maar je kunt je hoofd niet breken – deze heeft een gebroken etherisch hoofd, en daarom is hij van nature de hele tijd onrustig. Het komt bij hem meer tot uiting dan bij andere kinderen. Maar ik denk dat het tijdelijk zal zijn. We moeten de ouders in ieder geval vertellen dat ze geduld moeten hebben totdat we deze speciale klas voor kinderen met speciale behoeften hebben. Kent u hem al lang?
Is hij altijd al zo geweest? Elke schok brengt wanorde mee. Was er een dokter?Heeft hij ooit ziektes gehad? We hebben iets vastgesteld. U zei cerebrale rachitis. Dat klopt. Cerebrale rachitis wordt behandeld met hypofyse-cerebri. Heeft hij broers of zussen? Er is sprake van een groeistoornis, veroorzaakt door iets wat de moeder vóór de geboorte is overkomen.

X.: Sie hat mir nachher erzählt, daß sie die ganze Zeit halb irrsinnig gewesen
ist.

X.: Ze vertelde me achteraf dat ze zich de hele tijd in de war voelde.

Dr. Steiner: Der Junge ist in diesen Zustand versetzt worden durch
die Schwangerschaft. Dann werden wir das machen mit ihm und ihn
in die Schule hineinnehmen, wenn die Hilfsklasse von Dr. Schubert
eröffnet wird.

De jongen is door de zwangerschap in deze toestand geraakt. Dan gaan we dat met hem doen en hem naar school brengen zodra de speciale klas van Dr. Schubert opent. <7>

Dann haben Sie wohl andere Fragen.

Dan heeft u waarschijnlijk nog andere vragen.

Es wird noch einmal gefragt nach der Feststellung der Stellung Dr. Steiners im
Äußeren der Schule.

<1A> Er wordt nog gevraagd over de positie van Dr. Steiner binnen de school.

Blz. 228

Dr. Steiner: Diese Feststellung meiner Stellung hat nur einen Opportunitätswert. Das wäre gut gewesen, wenn dazumal, als das Lehrerkollegium eingereicht war, ich mit eingereicht worden wäre. Nur da, wenn es einmal geschehen könnte, daß man nötig hätte der Behörde gegenüber die Sache exakt zu haben, das ist natürlich das, worauf es ankommt.

Deze opmerking over mijn positie is puur opportunistisch. Het zou beter zijn geweest als ik was opgenomen in de lijst met docenten die werd ingediend. Het is natuurlijk alleen belangrijk als de autoriteiten de exacte gegevens ooit nodig zouden hebben.

X.: Wenn ich vorschlagen darf, wenn man jetzt eine Gesamtliste einreicht und
an der Spitze Sie selbst nennt.

X.: Mag ik voorstellen om nu een complete lijst in te dienen, met u bovenaan?

Dr. Steiner: Es sieht immer jetzt komisch aus, weil sie es mit den
alten Listen vergleichen.

Het ziet er dan wel weer vreemd uit nu, omdat ze het vergelijken met de oude lijsten.

X.: Repariert werden muß es doch.

X.: Het moet toch worden rechtgezet.

Dr. Steiner: Man kann kaum etwas anderes machen, als daß man
schreibt, es sei vergessen worden, und man trägt es nach. „Wir haben
leider das vorige Mal vergessen und tragen es nach.” Ich wüßte sonst
keine Möglichkeit, darüber wegzukommen. Sonst sieht es immer
komisch aus, wenn man es stillschweigend macht. Auch wenn man
eine neue Liste macht.

Er is weinig anders aan te doen dan te schrijven dat het vergeten was en het alsnog toevoegt. “We zijn het helaas de vorige keer vergeten en voegen het nu toe.” Ik weet geen andere manier om dit op te lossen. Anders ziet het er wel vreemd uit als het stiekem gebeurt. Zelfs als er een nieuwe lijst wordt gemaakt. <1A>

Es wird eine Frage gestellt wegen der Gegnerschaft gegen die Anthroposophie.

Er wordt een vraag gesteld over de tegenstand tegen de antroposofie.

Dr. Steiner: Diese Gerüchte tauchen immer auf. Das steht überall in der Schweiz. Jetzt ist man auf der Spur nach anderen Verzweigungen dieser verleumderischen Dinge, die daraufhinzielen, durch Machinationen die Spur zu verwischen, daß ich etwas mit der Anthroposophie getan hätte, aber die Lehre zu nehmen und von anderer Seite zu verbreiten. Man geht darauf aus, die Lehre von sich aus zu verbreiten, aber die Spur zu verwischen, daß es von mir kommt.

Deze geruchten blijven opduiken. Het is overal in Zwitserland zo. Nu wordt er onderzoek gedaan naar andere takken van deze lasterlijke activiteiten, die erop gericht zijn om door middel van machinaties te verhullen dat ik iets met antroposofie te maken heb, maar om de leerstellingen van een andere bron over te nemen en te verspreiden. De bedoeling is om de leerstellingen onafhankelijk te verspreiden, maar te verhullen dat ze van mij afkomstig zijn.

Wäre außerdem noch etwas?

Is er nog iets anders?

X. fragt wegen des Weltschulvereins, der seinen Sitz in Dornach haben, aber in
Deutschland arbeiten solle. Wenn man jetzt die deutsche Sektion gründen
würde, dann könnte man bei den Hochschulkursen in Dornach das ganze ordnen.

<8> X. vraagt ​​naar de World School Association, die gevestigd zou moeten zijn in Dornach maar actief is in Duitsland. Als de Duitse afdeling nu zou worden opgericht, zou alles georganiseerd kunnen worden tijdens de hogeschoolcursussen in Dornach.

Dr. Steiner: Müssen wir nicht zuerst den Weltschulverein haben,
bevor wir eine deutsche Sektion begründen könnten? Der Weg zum
Weltschulverein könnte jetzt nur der sein, daß man nun wirklich
sichtbarlich von einem bestimmten internationalen Zentrum aus die
Sache macht.
Es könnte das Zentrum des Weltschulvereins Dornach sein, aber es
muß nicht das Zentrum sein, von dem aus es gemacht wird.

Moeten we niet eerst de World School Association hebben voordat we een Duitse afdeling kunnen oprichten? De enige manier om nu een World School Association op te richten, is door het project zichtbaar te leiden vanuit een specifiek internationaal centrum. Het centrum van de Wereldschoolvereniging  zou in Dornach kunnen zijn, maar het hoeft niet het centrum te zijn van waaruit de organisatie wordt aangestuurd.

Blz. 229

Damals hätten wir eine ganz bestimmte Form der Agitation gehabt, daß wir
mit aller Schärfe betont hätten, wir haben noch eine kleine Schule und können nicht weiter, müssen so viele Kinder abweisen. Dieser Agitationsstoff ist uns jetzt entzogen. Nun müssen wir den Weltschulverein anders anfangen. Da kann man natürlich, wenn wir in Dornach einen guten Besuch haben, zunächst anfangen, Stimmung zu machen. Ich glaube nicht, daß es von hier aus gemacht werden soll, weil wir nicht die negative Anlehnung haben, daß wir sagen können, da warten hundert Kinder vor den Toren der Schule.
Nun müssen wir es anders anfangen. Da können wir in Dornach dafür agitieren, und dann habe ich gedacht, daß es jetzt von einem internationalen Orte aus geschehen müßte, etwa vom Haag aus. Wir haben eine begründete Hoffnung, daß man für unsere Bewegung noch etwas tun könnte. Aber natürlich würden wir uns das Ganze verpfuschen, wenn wir hier den Weltschulverein begründen würden. Wir können alles mögliche für die Waldorfschule tun, dafür ist soviel Stimmung da; gründen dürfen wir ihn von hier aus nicht. Damals habe ich mir
gedacht, wir leiten hier eine energische Agitation ein. Von London aus würde ich die Begründung viel eher begrüßen. Das ist noch nicht zu erreichen. Und außerdem ist die Hoffnung, daß die andere Sache viel schneller geht

Destijds zouden we een heel specifieke vorm van actie hebben gevoerd, waarbij we met alle macht benadrukten dat we maar één kleine school hebben en niet verder kunnen uitbreiden, dat we zoveel kinderen moeten afwijzen. Dit middel is ons nu niet meer ter beschikking. Nu moeten we de Wereldschoolvereniging op een andere manier opzetten. Natuurlijk, als we een goede opkomst in Dornach hebben, kunnen we beginnen met het creëren van een positieve sfeer. Ik denk niet dat we dat hier moeten doen, omdat we hier niet de negatieve context hebben om te zeggen dat er honderd kinderen voor de schoolpoort staan ​​te wachten. Nu moeten we anders beginnen. We kunnen er campagne voor voeren in Dornach, en ik dacht dat het nu vanuit een internationale locatie zou moeten gebeuren, misschien vanuit Den Haag. We hebben goede hoop dat er nog iets voor onze beweging gedaan kan worden. Maar natuurlijk zouden we de hele zaak verpesten als we de Wereldschoolvereniging hier zouden oprichten. We kunnen alles doen wat mogelijk is voor de Waldorfschool; er is zoveel steun voor. We mogen hem hier niet oprichten. Destijds dacht ik dat we hier een krachtige campagne zouden starten. Vanuit Londen zou ik de oprichting veel eerder verwelkomen. Dat is nu nog niet haalbaar. En bovendien is er de hoop dat de andere kwestie veel sneller zal verlopen.

Die Textüberlieferung wird an dieser Stelle sprunghaft und unsicher, sowohl
was die Interpunktion anbelangt als auch, wer was gesagt hat. Mögliche
Lücken sind hier durch Punkte angedeutet. Im Manuskript steht:

De tekstoverdracht wordt op dit punt sprongsgewijs en onzeker, zowel
wat betreft interpunctie als wie wat zei. Mogelijke hiaten worden aangegeven met punten. Het manuscript luidt:

. . . das ist hoffnungslos, vom Haag aus .. . da sitzt niemand . . ., im Haag; vielleicht um so besser . . .

… dat is hopeloos, vanuit Den Haag … er is niemand daar …, in Den Haag; misschien maar beter …

Dr. Steiner: Das hatte ich auch früher beim Weltschulverein gemeint,
daß ich es machen müßte. Wir haben im Haag eine Anzahl von Anthroposophen.

Ik had dat eerder ook al gedacht bij de Wereldschoolvereniging, dat ik het zou moeten doen. We hebben een aantal antroposofen in Den Haag.

X.; Ich glaube, sie sind alle durcheinander.

X.: Ik denk dat ze allemaal in de war zijn.

(X.): Sie können mit H. nicht rechnen. Er bekennt niemals, daß er zur Anthroposophie gehört.

(X.): Je kunt niet op H. rekenen. Hij geeft nooit toe dat hij tot de antroposofie behoort.

Wenn ich nach dem Haag ginge, würde ich in H. einen Helfer haben.

Als ik naar Den Haag zou gaan, zou ik een helper hebben in H.

X.: Solange Sie da sind!

X.: Zolang u er  bent!

Dr. Steiner: Mehr braucht es nicht .. . Es genügt, wenn er das eine
auf die Beine bringt, wenn er die Wege ebnet.

Dat is alles wat nodig is … Het is al genoeg als hij dat ene ding voor elkaar krijgt, als hij de weg vrijmaakt.

X.: Er versperrt die Wege .. .Er hat verheimlicht, daß es ein Goetheanum

X: Hij blokkeert de weg…Hij hield het bestaan ​​van een Goetheanum geheim.

Blz. 230

gibt. Die Studenten waren überrascht, als sie hörten, daß es das gibt, obgleich
sie unter H.s Leitung in die Schweiz geführt wurden.

De studenten waren verrast toen ze van het bestaan ​​ervan hoorden, ondanks dat ze onder leiding van H. naar Zwitserland waren gebracht.

Dr. Steiner: So sind die Menschen! Aber auf eine andere Weise, als
daß man die Menschen nimmt, wie sie sind, kommt man nicht weiter . . .
In der weiteren Debatte werden außer Haag auch noch Zürich und Genf genannt.

Zo zijn mensen nu eenmaal! Maar je komt nergens zonder mensen te accepteren zoals ze zijn…
In de daaropvolgende discussie worden, naast Den Haag, ook Zürich en Genève genoemd.

X.: Müssen wir von hier aus nicht noch einige Voraussetzungen machen? Wir
sollten über den Namen der einzelnen Schule nachdenken. Wir finden nicht
das, worauf Sie abzielten.

X: Moeten we vanuit hier niet een aantal voorwaarden stellen? We moeten de naam van elke afzonderlijke school bekijken. We kunnen niet vinden waar u naar verwees.

Dr. Steiner: Ich glaube nicht, daß es besonders aktuell ist, den
Namen der einzelnen Schule zu finden. Was wollen Sie von hier aus
für Bedingungen schaffen?

Ik denk niet dat het relevant is om de naam van elke afzonderlijke school te vinden. Welke voorwaarden wilt u hieruit scheppen?

X.: Ich bin mir nicht sicher, ob von uns aus alles bedacht ist.

X: Ik weet niet zeker of we alles hebben overwogen.

Dr. Steiner: Schließlich handelt es sich darum, daß man sich auf dieHöhe der Situation stellt im gegebenen Augenblick, das ist heute. Ich habe es mitgeteilt. Wenn man mit solchen elementaren Sätzen unserer Bewegung dienen würde, dann wäre gedient. Man muß die Weltsituation begreifen.
Wir müssen die Dinge ausnutzen. Sehen Sie, wir haben zum Beispiel hier den Verlag gegründet, dieser Verlag hat bis jetzt wenig getan.
Aber zwei Bücher sind erschienen, Dr. Steins Buch und Polzers Buch. Also fast wenigstens Erstlingswerke in großer Auflage. In wenig Wochen sind die beiden Bücher abgesetzt. Uns ist heute gesagt worden, daß auch das Buch gegen Traub ausverkauft ist. Die Leute da verschlafen. Die Bewegung trägt heute schon, wenn man die Strömung aufnehmen wird. Die Strömung als solche ist da.

Uiteindelijk gaat het erom ons aan te passen aan de huidige situatie, die van vandaag. Dat heb ik al duidelijk gemaakt. Als we onze beweging met zulke fundamentele principes zouden kunnen dienen, dan zouden we er baat bij hebben. We moeten de wereldwijde situatie begrijpen.
We moeten het beste maken van wat we hebben. Kijk, we hebben hier bijvoorbeeld de uitgeverij opgericht, en deze uitgeverij heeft tot nu toe nog niet veel gedaan. Maar er zijn twee boeken verschenen: het boek van Dr. Stein en het boek van Polzer. Dus in ieder geval bijna debuutwerken in grote oplage. Over een paar weken zullen beide boeken uitverkocht zijn. We hoorden vandaag dat het boek tegen Traub ook uitverkocht is. Mensen zitten te slapen.

Die Bewegung trägt heute schon, wenn man die Strömung aufnehmen wird. Die Strömung als solche ist da. Es schwimmt niemand darinnen. Man muß wirklich sagen, die Strömung ist da, es schwimmt niemand darin. Man sieht es an den öffentlichen Vorträgen, die immer stark besucht werden. Es ist wirklich wahr, Bewegung ist schon da, man denkt gar nicht daran, daß eine solche Bewegung da ist.
In Wirklichkeit — nicht wahr, die Dinge, die hier gesagt werden, werden auch vertraulich gesagt — ist es notwendig, eine Bemerkung zu machen. Es kommt vor, daß die Leitung des Kommenden Tages keinen richtigen Begriff hat, daß es eine Dreigliederungsbewegung gibt. Das ist nicht etwas, was man zur Agitation unter uns brauchen darf, man soll sich bewußt werden, daß Schlafzustand vorhanden ist.
Es wird viel begonnen und hört dann auf. Wenn ich sollte alle einzel-

De beweging heeft vandaag de dag al gewicht in de schaal, als je de stroom maar wilt volgen. De stroom ís er. Niemand zwemt erin mee. Je moet echt zeggen: de stroom ís er, niemand zwemt erin mee. Je kunt het zien aan de openbare lezingen, die altijd goed bezocht worden. Het is echt waar, de beweging is er al, je denkt er niet eens aan dat zo’n beweging bestaat.
In werkelijkheid – is het niet zo dat de dingen die hier gezegd worden ook vertrouwelijk gezegd worden – is het nodig om een ​​opmerking te maken. Het blijkt dat de leiders van de Komende Dag geen echt begrip hebben voor het bestaan ​​van een drieledige maatschappijbeweging. Dit is niet iets om onder ons opgewonden over te raken; we moeten ons ervan bewust worden dat er sprake is van inactiviteit.
Veel dingen worden begonnen en vervolgens weer gestopt. Als ik alle individuele

Blz. 232

nen Aufträge geben, dann kann ich nur sagen, das kann alles geschehen; dann dürfen nicht die Sitzungen bis drei Uhr nachts dauern.
In Berlin werden Sie die wenigste Unterstützung finden. In Berlin ist
keine Neigung vorhanden. Aber in Berlin könnte man nur eben etwas
machen, wenn wir einmal acht Tage dort sein könnten. In drei Tagen
könnten wir es nicht machen. Berlin sieht nicht über die Mauern von
Berlin hinaus.

Als ik alle individuele opdrachten zou moeten geven, dan kan ik alleen maar zeggen dat alles mogelijk is; dan mogen de vergaderingen niet tot drie uur ’s ochtends duren.
In Berlijn zul je de minste steun vinden. Daar is geen enkele bereidheid. Maar in Berlijn zou er alleen iets mogelijk zijn als we er acht dagen konden zijn. In drie dagen lukte het niet. Berlijn kijkt niet verder dan zijn eigen muren.

X.: Wann würde es möglich sein, das im Haag zu machen?

X: Wanneer zou zoiets in Den Haag mogelijk zijn?

Dr. Steiner: Wenn man sehen würde, daß man Stimmung machen
kann, dann wird man in Dornach daran denken, ziemlich nahezu im
Anschluß daran.

Als men zou zien dat er een goede sfeer gecreëerd kon worden, dan zouden ze het in Dornach overwegen, vrijwel direct daarna.

X.: Dann müßte man schlüssig werden, wie man die Stimmung am besten
erzeugt.

X: Dan zou men moeten uitzoeken hoe die sfeer het beste gecreëerd kon worden.

Dr. Steiner: Ja, sehen Sie, da müßte man manchmal in edlerem Sinne agitieren lernen. Nicht wahr, wenn Sie zum Beispiel die Gruppe Haaß-Berkow bei ihrer Jause anhören würden, so würden Sie sehen, sie haben eine Hand dafür, Stimmung zu machen. Es müßte zum Beispiel einmal, wo die Leute aus der Fremde kommen, gelingen, andere Gesprächstitel anzuführen. Es kommt auf Stimmungmachen an. Das muß nicht in unedlem Sinne gemeint sein. Es kommt darauf an, daß man Stimmung macht, statt daß man sich darüber unterhält, wie man — ich will nicht sagen, von was man sich unterhält! Wenn so viel Menschen auf einem Platz beisammen sind, da geht so viel von Mensch zu Mensch zu machen.

Ja, kijk, soms moet je leren om op een meer geraffineerde manier campagne. te voeren. Wanneer je bijvoorbeeld naar de Haass-Berkow-groep zou luisteren tijdens het eten, zou je zien dat ze een talent hebben voor het creëren van een goede sfeer. Als er bijvoorbeeld mensen van ver komen, is het belangrijk om andere gespreksonderwerpen aan te snijden. Het gaat erom een ​​goede sfeer te creëren. Dit moet niet op een onoprechte manier bedoeld te zijn. Het gaat erom een ​​goede sfeer te creëren, in plaats van te praten over hoe – ik wil niet zeggen waar – je het over hebt! Wanneer zoveel mensen op één plek samenkomen, kan er zoveel tussen hen gebeuren.

Es handelt sich darum, für Zwecke der Gründung des Weltschulvereins die rechte Stimmung zu machen. Nehmen Sie an, Sie bringen es zustande, daß also fünfzig Menschen die Meinung kriegen, es muß ein Weltschulverein gegründet werden. Wenn die Leute von Dornach abreisen, und es in der richtigen Weise erregt wird, das bedeutet, daß drei Wochen darauf fünfhundert, sechs Wochen darauf fünftausend die Meinung haben, es muß ein Weltschulverein gegründet werden.
Man muß das Zeug haben, in einer Anzahl von Menschen eine solche
Meinung zu erregen.

Het gaat erom de juiste sfeer te creëren voor de oprichting van de Wereldschoolvereniging. Stel dat je vijftig mensen ervan kunt overtuigen dat er een Wereldschoolvereniging moet worden opgericht. Als die mensen Dornach verlaten en de zaak op de juiste manier wordt aangezwengeld, betekent dat dat drie weken later vijfhonderd, zes weken later vijfduizend mensen van mening zullen zijn dat er een Wereldschoolvereniging moet worden opgericht. Je moet in staat zijn om zo’n mening bij een aantal mensen op te wekken.

X.: Wäre es nicht möglich, daß die Waldorflehrer Propaganda machen im
Anschluß an Vorträge?

X: Zou het voor Waldorf-leraren niet mogelijk zijn om na lezingen reclame te maken?

Dr. Steiner: Das können Sie selbstverständlich. Dem müßte die Stimmungsmache parallel gehen. Wie kommt es denn eigentlich, daß so
etwas in der Anthroposophischen Gesellschaft nie aufkommen kann, wie im besten Sinne des Wortes ein Korpsgeist?

Natuurlijk kan dat. De campagne zou hand in hand moeten gaan met het creëren van de sfeer. Hoe kan het dan dat zoiets als een ware esprit de corps, nooit kan ontstaan ​​in de Antroposofische Vereniging?

Blz. 232

Mehrere Lehrer versuchen, diese Frage zu beantworten.

Verschillende docenten proberen deze vraag te beantwoorden.

Dr. Steiner: So lange wir eine Anthroposophische Gesellschaft bloß waren, kam es auf all das nicht an, da brauchten wir kein Geld. Es ist das Unglück da, daß wir es jetzt brauchen. Und jetzt handelt es sich nicht darum, daß man geldgierig ist, es handelt sich darum, daß die Bewegung getragen werden muß. Das kriegt man nicht anders, als wenn Stimmung gemacht wird. Nun möchte man durchaus — das ist dasjenige, was ich schmerzlich empfinde: es besteht eine gewisse innere Opposition bei sehr vielen, die etwas tun sollten. Sie möchten das nicht tun, was ich für das Rechte halte, sondern irgendwie etwas anderes. Sie sträuben sich furchtbar. Das ist die Sitte unserer Zeit, als wenn wir bloß aus dem Geiste zu wirken brauchten, als wenn wir kein Geld brauchten. Wenn man Geld braucht, da muß man eben etwas tun dazu. Es braucht nicht unidealistisch zu sein, aber es muß etwas getan werden. Ich glaube nämlich, daß viel mehr Opposition ist, als Sie annehmen, innere Opposition. So ein Sich-Stemmen, Sträuben ist da; Schlaf, absolute Cliquenbildung. Es wäre gut, wenn man Korpsgeist entwickelt.
Wir können noch nicht eine Sektion begründen von etwas, was noch nicht besteht.

Zolang we slechts een Antroposofische Vereniging waren, deed dit er allemaal niet toe; we hadden geen geld nodig. Het ongelukkige is dat we het nu wél nodig hebben. En nu gaat het niet om hebzucht; het gaat erom dat de beweging gedragen wordt. Dat kan alleen worden bereikt door een positieve sfeer te creëren. Nu zou je natuurlijk graag willen – en dit is wat ik pijnlijk voel: er is een zekere innerlijke tegenstand onder velen die iets zouden moeten doen. Ze willen niet doen wat ik als juist beschouw, maar iets heel anders. Ze verzetten zich hevig. Dat is de teneur van onze tijd, dan dat wij alleen maar vanuit de geest hoeven te handelen, wij ook geen geld nodig hebben. Als je geld nodig hebt, moet je er iets voor doen. Het hoeft niet onidealistisch te zijn, maar er moet wel iets gebeuren. Ik geloof dat er veel meer tegenstand is dan je denkt, innerlijke tegenstand. Er is een soort weerstand, een terughoudendheid; lethargie, absolute kliekvorming. Het zou goed zijn als er een gevoel van saamhorigheid zou ontstaan.
We kunnen geen afdeling oprichten voor iets dat nog niet bestaat.

X.: Von irgendwo dürfte doch der Anstoß ausgehen.

X: De impuls moet toch ergens vandaan komen?

Dr. Steiner: Das müßte von einem weiteren Kreis ausgehen.

Die moet uit een bredere kring komen.

X.: Vielleicht könnte man herantreten an Vertreter der lokalen Schulbestrebungen und sie erwärmen für den Weltschulverein, zum Beispiel Rektor B. in Br.

X.: Misschien kunnen we vertegenwoordigers van de lokale schoolbewegingen benaderen en hen enthousiast maken voor de Wereldschoolvereniging, bijvoorbeeld rector B. in Br.

Dr. Steiner: Es handelt sich nicht darum, daß man den Namen Weltschulverein in die Welt bringt, sondern daß man eine Organisation in die Welt setzt. B. ist warm genug. In dem Augenblick, wo man den Weltschulverein hat, ist er auch dabei und wird wirken. Nicht wahr, bei B. in Br. bedeutet es nichts anderes, als daß man ein Loch mehr aufmacht für das Geldschnorren. Ob Sie als Waldorflehrerschaft oder als Weltschulverein herumgehen und Geld sammeln, auf das kommt es nicht an. Das ist nur ein neuer Name für dieselbe Sache. Man muß eine wirkliche Organisation schaffen, die eine Organisation für sich
ist.

Het gaat er niet om de naam Wereldschoolvereniging wereldwijd bekend te maken, maar om een ​​organisatie op te richten. B. is enthousiast genoeg. Zodra de Wereldschoolvereniging er is, zal die betrokken en effectief zijn. Is het niet zo dat B. in Br. gewoon weer een manier vindt om geld in te zamelen? Of je nu geld inzamelt als Waldorfleraren of als de Wereldschoolvereniging, dat maakt niet uit. Het is gewoon een nieuwe naam voor hetzelfde. Je moet een echte organisatie oprichten, een organisatie met een eigen identiteit.

X.: Wir müssen den Zeitpunkt des Dornacher Hochschulkurses ausnützen.

X.: We moeten gebruikmaken van de cursus aan de universiteit van Dornach.

Dr. Steiner: Es ist nötig, daß wir diese Leute zu Trägern des Agitationsgedankens machen. Von den Menschen werden wir direkt nicht 

Het is noodzakelijk dat we deze mensen de dragers maken van het idee van actievoering.

Blz. 233

viel haben können, das werden arme Schlucker sein, die lieber etwas beziehen möchten. Solche haben wir auch. Es kommt darauf an, daß diese Leute die Träger des Gedankens sind und diesen Gedanken hinaustragen. Dann kommt es darauf an, daß diese Agitation warm erhalten bleibt. Wenn wir im Haag etwas inaugurieren — es braucht kein Verein zu sein, eine Agitation braucht nur entfaltet zu werden —, wenn wir das vom Haag aus machen können, so darf man
nicht vergessen, es besteht eine starke Stimmung dafür, man muß Mitteleuropa aufhelfen. Sie möchten das schon. Wenn man da den rechten Ton trifft, so geschieht etwas. Man muß versuchen, die Gefühle, die da sind, so zu formulieren, daß es in die rechte Richtung kommt. Der Gesichtspunkt ist schon da. Das wäre schon zu erreichen. Das könnte bald geschehen, wenn die Seelen aufwachen würden. — Sie sind wach genug. Wenn Sie etwas recht Gescheites mit derselben Kraft in Dornach hinausschmettern, so ist das schon ganz gut.
Es ist doch besser, wenn nicht die Bettler und Landstreicher den
Verein gegen Verarmung gründen, sondern die, die etwas in der
Tasche haben.

We zullen niet veel rechtstreeks van de mensen krijgen. Het zullen arme stakkers zijn die liever iets ontvangen. We hebben er ook zulke. Waar het om gaat, is dat deze mensen de dragers van het idee zijn en het uitvoeren. Dan is het belangrijk dat dit stemming maken warm blijft. Als we iets in Den Haag initiëren – het hoeft geen vereniging te zijn, een warme stemming hoeft alleen maar op gang te komen – als we dat vanuit Den Haag kunnen doen, dan mogen we niet vergeten dat er een sterk sentiment voor is; we moeten Centraal-Europa helpen. Ze willen het. Als je de juiste toon aanslaat, gebeurt er iets. Je moet proberen de gevoelens die er zijn zo te formuleren dat het de goede kant op gaat. Het perspectief is er al. Dat zou kunnen gebeuren. Dat zou snel kunnen gebeuren als de zielen zouden ontwaken. – Ze zijn voldoende wakker. Als je erin slaagt om met dezelfde kracht iets echt slims tot uiting te brengen in Dornach, is dat heel goed.
Het is ongetwijfeld beter als de vereniging tegen armoede niet wordt opgericht door bedelaars en zwervers, maar door mensen die wel iets te besteden hebben.

Es wird über Stuttgarter Hochschulkurse im kommenden Winter gesprochen
und berichtet, über welche Gebiete einzelne Lehrer vorzutragen gedenken.

Er wordt gesproken over hogeschoolcursussen in Stuttgart volgend winterseizoen en er zijn berichten over welke onderwerpen individuele leraren willen behandelen.

Dr. Steiner: Es ist viel geredet worden, es müßte etwas geschehen.
Ich würde nur nicht wünschen, daß es von hier aus in die Hand
genommen wird, eine Art hochschulmäßige Vorträge, und daß das
ins Wasser fällt. Das wäre das allerschlimmste. Ich würde über
Anthroposophie, Philosophie und so etwas reden.

Er is veel over gesproken; er moet iets gebeuren.
Ik zou het gewoon niet willen dat het hier wordt opgepakt, een soort hogeschoolachtige voordrachten, en dat het dan niet doorgaat. Dat zou het ergste zijn wat ik me kan voorstellen. Ik zou het hebben over antroposofie, filosofie en dat soort dingen.

X.; Wir hatten in Aussicht genommen, eine Art Semestralvorlesungen.

X.: We hadden een soort collegereeks van een semester voor ogen.

Dr. Steiner: Man kann die Lehrfächer anders gruppieren. Ich würde nicht so nach diesen alten Schablonen gruppieren. Ich würde mehr nach den sachlichen Gesichtspunkten gruppieren. – Sie können doch, Herr von Baravalle, Einsteins Theorie und Quantentheorie behandeln.

De onderwerpen kunnen anders worden ingedeeld. Ik zou ze niet indelen volgens die oude sjablonen. Ik zou ze meer indelen op basis van het onderwerp. – U kunt, meneer von Baravalle, toch Einsteins theorie en de kwantumtheorie behandelen.

X.: Ich glaube, daß wir es den Studenten leichter darstellen. Die Leute werden es hier verstehen.

X.: Ik denk dat we het op die manier makkelijker aan de studenten kunnen presenteren. De mensen hier zullen het begrijpen.

Dr. Steiner: Synthetische Geometrie, davon verspreche ich mir ungeheuer viel für eine Gesundung. Ich bin einverstanden mit dem, was Sie sich als Programm vorsetzen. Diese vielleicht wirklich ganz andersartigen Vorstellungen, die die Leute bekommen, wenn außer dem, eine Ellipse aus der Gleichung bestimmen zu können, wenn sie

Synthetische meetkunde, ik verwacht er enorm veel van voor een hernieuwde kennismaking. Ik ben het eens met wat u voor ogen hebt als programma. Dit zijn wellicht heel verschillende ideeën die mensen krijgen wanneer ze,  naast het kunnen bepalen van een ellips aan de hand van een vergelijking, ook begrijpen hoe een ellips ontstaat uit een bundel stralen. Dat is een hele opgave.   

Blz. 234

aus einem Strahlenbüschel die Genesis einer Ellipse begreifen, das ist viel. Ich weiß nicht, ob das nicht zum Beispiel ganz interessant wäre, die Grundbegriffe der analytischen Geometrie, dann die der synthetischen Geometrie, dann parallele Kegelschnittlinien, analytisch und synthetisch. Jetzt wird es meistens so gelehrt, daß man einen Kurs hat für analytische Geometrie und einen für synthetische. Dieses reizvolle, was da wäre, wenn man die ganze Kegelschnittlehre analytisch und synthetisch lernt!
Ich glaube, wir müssen es heute beschließen. Die Hochschulkursc würde ich Ihnen sehr ans Herz legen. Bringen Sie den Plan nach Dornach mit. In Dornach haben wir mehr auf Personen uns gerichtet. Die Studenten wollen es mehr nach Fächern. Man könnte doch spezialisieren. — Dr. Schubert, über die Seele der Sprache ist nicht viel erforscht worden!
Im Sinne meiner heutigen Anfangsworte möge sich unser Zusammenwirken entfalten. 

Ik weet niet of het niet heel interessant zou zijn om bijvoorbeeld de basisbegrippen van de analytische meetkunde te behandelen, vervolgens die van de synthetische meetkunde, en daarna parallelle kegelsneden, zowel analytisch als synthetisch. Momenteel wordt het meestal gegeven met één cursus analytische meetkunde en één cursus synthetische meetkunde. Stel je voor hoe aantrekkelijk het zou zijn om de volledige theorie van kegelsneden zowel analytisch als synthetisch te leren!
Ik denk dat we hier vandaag een besluit over moeten nemen. De hogeschoolcursussen zou ik u zeer aanraden. Neem het plan mee naar Dornach. In Dornach hebben we ons meer gericht op individuen. De studenten geven de voorkeur aan een meer vakgerichte aanpak. Je zou je kunnen specialiseren. — Dr. Schubert, er is nog niet veel onderzoek gedaan naar de ziel van de taal!
In de geest van mijn openingswoorden van vandaag, moge onze samenwerking bloeien. <8>
GA 300A/214-234

GA 300A  inhoudsopgave

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3537-3323

.

.

.

.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over het etherlijf (GA 66)

 

.

In  de serie ‘Rudolf Steiner over het etherlijf’ vind je zijn uitspraken daarover vanuit verschillende voordrachten.
Het is opvallend dat Steiner ditzelfde onderwerp telkens als het ter sprake komt, van de meest verschillende kanten belicht en hij voegt daar telkens weer nieuwe gezichtspunten bij.

Dat geldt bv. ook voor GA 66.
Wat hij daar over het etherlijf zegt, is voor leerkrachten belangrijk.
Immers, zij worden geacht in de jaren tussen tandenwisseling en puberteit ‘het etherlijf te verzorgen.’
Omdat het een direct verband heeft met het geheugen [v.a. blz. 244], het kunnen onthouden, is het ook van belang dat je als leerkracht een gevoel krijgt voor ‘hoe sterk is het etherlijf van dit kind in aanleg’.
Dat is niet eenvoudig.
Maar de aanwijzingen uit de diverse voordrachten kunnen een voedingsbodem zijn  voor een dieper begrip.

Hier wordt bijna concreet beschreven wat er gebeurt als we ons iets kunnen herinneren.
Tevens behandelt Steiner hier het hoofd als iets ‘voorgeboortelijks’ en de ledematen als iets ‘na-dodelijks’, wat weer als een uitbreiding gezien kan worden over het hoofd als verleden en de ledematen als toekomst, zoals o.a. beschreven in voordracht 2 van de Algemene menskunde’, vanaf [2-2] t/m [2-4] 

GA 66   niet vertaald

Geist und Stoff, Leben und Tod

Geest, stof, leven en dood

Voordracht 1, Berlijn, 15. februari 1917 

Geest, stof, leven en dood

Blz. 34

Man sieht, was man den Tod nennt, das ist nicht bloß der einmalige Vorgang, den der Mensch am Ende seines Lebens durchmacht, sondern der Tod ist dasjenige, was fortwährend wirksam ist im Menschen, so wirksam, daß fortwährend das Lebendige bekämpft wird, daß der Tod immer sich vollzieht, in kleinen Teilwirkungen sich vollzieht. Und gerade indem der Tod von der Geburt oder sagen wir der Empfängnis des Menschen an arbeitet, so aber, daß seine Wirkung immer wieder ausgeglichen werden kann, arbeitet Leben und Tod in dem Menschen fortwährend ineinander. Und indem das Physische in seinem Wachstum in dieser Weise bekämpft wird von dem Seelischen, entwickelt sich das Geistige.
Das Physische entwickelt sich, indem es sprießt und sproßt; aber alles Sprießende und Sprossende ist auch unterworfen einer rückläufigen Entwicklung, einem Verfall. Dieser Verfall zeigt sich immer – nur im beschleunigten Prozeß im Tode -, wenn Bewußtsein, Selbstbewußtsein, kurz, wenn Geistigkeit sich entwickeln soll, was sich immer durchsetzend zeigen muß das Stoffliche.

We zien dat wat we dood noemen niet slechts de eenmalige gebeurtenis is die een persoon aan het einde van zijn leven ondergaat, maar veeleer iets dat voortdurend in een persoon actief is, zo actief dat het leven constant wordt tegengewerkt, dat de dood altijd plaatsvindt, in kleine, geleidelijke effecten. En juist omdat de dood vanaf de geboorte, of laten we zeggen de conceptie, werkzaam is, maar op zo’n manier dat de effecten ervan altijd in evenwicht kunnen worden gehouden, spelen in een persoon ​​leven en dood voortdurend op elkaar in. En omdat het fysieke, in zijn groei, op deze manier wordt tegengewerkt door de ziel, ontwikkelt het geestelijke zich.
Het fysieke ontwikkelt zich door te ontkiemen en te groeien; maar alles wat ontkiemt en groeit, is ook onderhevig aan een regressieve ontwikkeling, een verval. Dit verval manifesteert zich altijd – alleen in een versneld proces bij de dood – wanneer bewustzijn, zelfbewustzijn, kortom, wanneer spiritualiteit zich moet ontwikkelen, wat zich altijd moet doen gelden boven het materiële.
GA 66/34
Niet vertaald 

Voordracht 2, Berlijn 17 februari 1917

Lot en ziel

Blz. 48/49

Dieser Bildekräfteleib ist im Menschen ebenso wie der physische Menschenleib. Wie dieser physische Menschenleib mit seinem Leben verläuft in physischen und chemischen Prozessen, so trägt der Mensch in sich, diesen physischen Menschenleib durchdringend, in dem Leben zwischen Geburt und Tod diesen Bildekräfteleib. Ich nenne ihn so aus dem Grunde, weil wir, wenn wir ihn schauen, wenn wir wirklich hinausdringen über die bloß stofflichen Vorgänge, dann gewahr werden, daß ebenso, wie in dem physischen Leib die physischen und chemischen Kräfte die Vorgänge dieses physischen Leibes bewirken, der Mensch getrieben wird zwischen Geburt und Tod durch die Kräfte dieses Bildekräfteleibes, welche da sein müssen, damit das Wachstum verläuft, damit eine Entwickelung verläuft, damit der Mensch hinübergetragen wird von Tag zu Tag, von Jahr zu Jahr, wie sie verfließen zwischen Geburt und Tod.

Dit vormkrachtenlijf is in de mens net zo aanwezig als het fysieke menselijke lichaam. Net zoals dit fysieke menselijke lichaam met zijn leven verloopt in fysische en chemische processen, zo draagt de mens in zich, doordringend in dit fysieke menselijke lichaam, in het leven tussen geboorte en dood dit vormkrachtenlijf. Ik noem het zo omdat we, als we ernaar kijken, als we echt verder kijken dan de louter materiële processen, ons realiseren dat, net zoals in het fysieke lichaam de fysieke en chemische krachten de processen van dit fysieke lichaam bewerkstelligen, de mens tussen geboorte en dood wordt gedreven door de krachten van dit vormkrachtenlijf, die er moeten zijn om de groei te laten verlopen, om een ontwikkeling te laten verlopen, om de mens van dag tot dag, van jaar tot jaar te laten gaan, zoals die verstrijken tussen geboorte en dood.
GA 66/48-49
Niet vertaald

Voordracht 5, Berlijn 17 maart 1917

Raadsels van ziel en wereld: onderzoek en gezichtspunten in het Duitse geestesleven

Blz. 159

Das Charakteristische ist, daß die Naturforschung nicht heraufkommt mit ihren Methoden zu dem, was eigentlich Äther ist. Denn die Naturforschung braucht zu ihrer wirklichen Betätigung doch immer materielle Grundlagen. Der Äther selber aber entzieht sich gewissermaßen doch immer den materiellen Grundlagen. Er erscheint in Verbindung mit materiellen Vorgängen, er ruft materielle Vorgänge hervor; aber er ist sozusagen mit den Mitteln, die an die materiellen Grundlagen gebunden sind, nicht zu fassen.

Het kenmerkende is dat de natuurwetenschap met haar methoden niet tot de kern komt van wat ether eigenlijk is. Want de natuurwetenschap heeft voor haar werkelijke betrokkenheid altijd materiële grondslagen nodig. De ether zelf onttrekt zich echter in zekere zin altijd aan de materiële grondslagen. Die verschijnt wel in verband met materiële processen, roept materiële processen op, maar is als het ware niet te vatten met de middelen die aan de materiële grondslagen gebonden zijn.
GA 66/159
Niet vertaald

Voordracht 7, Berlijn 31 maart 1917

Das Jenseits der Sinne und das Jenseits der Seele

Voorbij de zintuigen en voorbij de ziel

Blz. 244

Es soll nur das eine herausgehoben werden, daß in der allerersten Kindheit das leiblich Entwickeltste am Menschen das Haupt ist. Das Haupt wächst im ganzen Leben so, daß es sich viermal vergrößert, während der ganze übrige Organismus so wächst, daß er sich zwanzigmal vergrößert gegenüber dem, was er in der Kindheit ist. Denken Sie also, wie verschieden das Tempo ist im Wachsen des Hauptes und im Wachsen des übrigen Organismus. Das rührt davon her, daß Haupt und übriger Organismus zwei verschiedene Metamorphosen ein und desselben sind, aber auf eine ganz eigentümliche Art. Das Haupt tritt beim Menschen, indem er seinen physischen Lebenslauf beginnt, sogleich in einer gewissen Vollkommenheit auf; der übrige Organismus dagegen tritt mit der denkbar größten Unvollkommenheit auf, muß sich erst langsam entwickeln zu dem Grad von Vollkommenheit, den er im physischen Leben erreichen soll. Also ganz verschiedene Entwickelungszeitläufe machen Haupt und übriger Organismus durch.

In de vroege kindertijd is het hoofd het meest fysiek ontwikkelde deel van een mens. Gedurende het leven groeit het hoofd vier keer zo groot als in de kindertijd, terwijl de rest van het lichaam twintig keer zo groot wordt. Bedenk dan eens hoe verschillend het groeitempo is tussen het hoofd en de rest van het lichaam. Dit komt voort uit het feit dat het hoofd en de rest van het lichaam twee verschillende metamorfoses van een en hetzelfde zijn, maar op een zeer bijzondere manier. Wanneer een persoon aan zijn fysieke leven begint, verschijnt het hoofd onmiddellijk in een zekere mate van perfectie; de ​​rest van het lichaam daarentegen verschijnt in de grootst mogelijke imperfectie en moet zich eerst langzaam ontwikkelen tot het niveau van perfectie dat het in het fysieke leven zal bereiken. Het hoofd en de rest van het lichaam ondergaan dus volledig verschillende ontwikkelingsprocessen.

Das Haupt des Menschen weist zurück auf eine lange vorhergehende geistige Entwicklung. Wir gehen, indem wir in unser physisches Dasein durch Empfängnis und Geburt eintreten, als seelisch-geistiges Wesen aus einer geistigen Welt heraus. Was wir während einer geistigen Entwicklung in der geistigen Welt durchmachen, das enthält eine Summe von Kräften, die zunächst sich vorzugsweise im Haupt ausprägen; daher weist das, was als so vollkommen und sich nur mehr wenig vervollkommnend sich im Haupte darstellt, auf eine Entwicklung hin, die der Mensch hinter sich hat. Der übrige Organismus ist gleichsam dasselbe auf einer anfänglichen Stufe. Er ist im Anfange daran, die Kräfte

Het menselijk hoofd wijst terug op een lang voorafgaande spirituele ontwikkeling. Bij de conceptie en geboorte betreden we ons fysieke bestaan ​​en komen we als een geest-zielenwezen uit een geestelijke wereld. Wat we tijdens de spirituele ontwikkeling in die spirituele wereld ervaren, omvat een optelsom van krachten die zich aanvankelijk vooral in het hoofd manifesteren; daarom wijst wat in het hoofd zo perfect en slechts een klein beetje perfecter lijkt, op een ontwikkeling die de mens al heeft doorgemaakt. De rest van het organisme is als het ware hetzelfde in een beginstadium. Het bevindt zich in het beginstadium van de ontwikkeling van deze krachten.

Blz. 245

 zu entwickeln, welche, wenn sie zur vollkommenen Entwicklung kommen könnten, bestrebt wären, aus dem ganzen übrigen Organismus dasselbe zu machen, was physisch im Haupte ist. So paradox das klingt, es ist doch so. Das Haupt zeigt, daß es ein umgewandelter übriger Organismus ist; der übrige Organismus, daß er ein noch nicht gewordenes Haupt ist. Gewissermaßen so wie das grüne Blatt ein noch nicht gewordenes Blumenblatt ist, und das gefärbte Blumenblatt ein umgewandeltes Laubblatt. Und dasjenige, was der Mensch durch seinen übrigen Organismus ausbildet, das verleibt sich der Seele ein. Und wenn der Mensch durch die Pforte des Todes geht, tritt das in eine geistige Welt ein, macht eine Entwicklung zwischen dem Tod und einer neuen Geburt durch, und wird in einem späteren Leben zu den Kräften, die dann im Haupte sich ausbilden, so wie das Haupt der Gegenwart sich aus dem Organismus eines früheren Erdenlebens herausgebildet hat.

om zich te ontwikkelen, wat, als het een perfecte ontwikkeling zou bereiken, ernaar zou streven om de rest van het organisme gelijk te maken aan wat fysiek in het hoofd aanwezig is. Hoe paradoxaal dat ook klinkt, het is zo. Het hoofd laat zien dat het een getransformeerde rest van het organisme is; de rest van het organisme, dat het een hoofd is dat nog niet volledig gevormd is. In zekere zin, net zoals het groene blad een nog niet gevormd bloemblaadje is, en het gekleurde bloemblaadje een getransformeerd blad. En datgene wat een persoon ontwikkelt door de rest van zijn organisme wordt opgenomen in de ziel. En wanneer een mens door de poort van de dood gaat, betreedt deze een geestelijke wereld, ondergaat een ontwikkeling tussen dood en wedergeboorte, en wordt in een later leven tot de krachten die zich dan in het hoofd ontwikkelen, net zoals het huidige hoofd zich ontwikkelde uit het organisme van een vorig aards leven.

Und das Haupt ist gewissermaßen ein Werkzeug der ätherischen Welt, wie ich sie eben beschrieben habe, und der übrige Organismus ist auch ein Werkzeug dieser ätherischen Welt. Der Mensch hat seinen physischen Organismus nicht bloß gewissermaßen wie einen Ausschnitt aus der ganzen physischen Welt an sich, sondern er hat, durch den physischen Organismus zusammengehalten, einen Ätherorganismus in sich, der nur wahrgenommen werden kann, wenn man, wie ich es beschrieben habe, zur imaginativen Erkenntnis aufsteigt. Dann aber, wenn einem wirklich das, was ätherisch

En het hoofd is, in zekere zin, een instrument van de etherische wereld, zoals ik zojuist heb beschreven, en de rest van het organisme is eveneens een instrument van deze etherische wereld. Mensen bezitten hun fysieke organisme niet slechts als een soort segment van de gehele fysieke wereld, maar, bijeengehouden door het fysieke organisme, dragen ze in zich een etherisch organisme dat alleen waargenomen kan worden wanneer men opstijgt naar imaginatieve kennis, zoals ik heb beschreven. Dan, wanneer wat etherisch is werkelijk 

Blz. 246

ist, anschaulich wird, dann tritt einem der große Unterschied entgegen zwischen dem, was als Ätherleib des Menschen zugrunde liegt dem Haupte, und als Ätherleib zugrunde liegt dem übrigen Organismus. Und gerade so, wie das Haupt und der übrige Organismus ganz verschiedenes Tempo haben mit Bezug auf ihr Wachstum, so hat dasjenige, was kraftet und lebt im Ätherleib des Hauptes, und was lebt im Ätherleib des übrigen Organismus, ganz verschiedene innere Kraftentwicklungen, die verschiedene innere Imaginationen hervorrufen. Und kommt man überhaupt zur imaginativen Welt, dann tritt einem die Imagination des Ätherleibes des Kopfes in Wechselwirkung mit der Imagination des Ätherleibes des übrigen Organismus entgegen. Und dieses lebendige Zusammenwirken im menschlichen Ätherorganismus ist dasjenige, was der Inhalt einer höheren Selbsterkenntnis ist.

voor iemand waarneembaar wordt, komt het grote verschil aan het licht tussen wat ten grondslag ligt aan het hoofd als het etherische lichaam van de mens en wat ten grondslag ligt aan de rest van het organisme. Net zoals het hoofd en de rest van het organisme een totaal verschillende groeisnelheid hebben, zo hebben ook de krachten die kracht en leven geven in het etherische lichaam van het hoofd en de krachten die leven in het etherische lichaam van de rest van het organisme een totaal verschillende innerlijke ontwikkeling, die aanleiding geeft tot verschillende innerlijke imaginaties. En wanneer men de imaginatieve wereld in het algemeen bereikt, stuit men op de interactie tussen de imaginatie van het etherische lichaam van het hoofd en de imaginatie van het etherische lichaam van de rest van het organisme. En deze levende wisselwerking binnen het menselijke etherische organisme vormt de inhoud van hogere zelfkennis.

Dadurch, daß der Mensch auf diese Weise dazu kommt, sich nun wirklich zu erkennen, gelangt er auch dazu, gewisse Seelenerlebnisse in der richtigen Weise bewerten zu können. Wäre das, was ich angeführt habe, nicht so, wie ich es geschildert habe, so würde der Mensch niemals das haben können, was man eine Erinnerung nennt. Der Mensch würde sich nach den Sinneseindrücken Vorstellungen bilden können, die würden aber immer vorübergehen. Daß der Mensch sich an das einmal Erlebte erinnern kann, das beruht darauf, daß, indem der Ätherleib des Hauptes in Wechselwirkung tritt mit dem Ätherleib des übrigen Organismus, dasjenige, was im Ätherleib des Hauptes wirkt, in dem Ätherleib des übrigen Organismus Veränderungen hervorruft, die bleibend sind, und die heraufwirken bis in den physischen Organismus. Jedesmal, wenn etwas im Menschen Platz greift in seinem seelisch-leiblichen Leben, was dem Gedächtnis angehört, tritt zunächst in dem durch die imaginative Erkenntnis vorstellbaren

Door zichzelf op deze manier werkelijk te leren kennen, krijgt een mens ook het vermogen om bepaalde zielservaringen correct te beoordelen. Als wat ik heb beschreven niet zo zou zijn als ik het heb uitgelegd, zou een mens nooit kunnen bezitten wat we een geheugen noemen. Een mens zou weliswaar ideeën kunnen vormen op basis van zintuiglijke indrukken, maar deze zouden altijd vluchtig zijn. Dat de mens zich kan herinneren wat hij ooit heeft meegemaakt, komt doordat het etherlichaam van het hoofd in wisselwerking treedt met het etherlichaam van de rest van het organisme, waardoor datgene wat in het etherlichaam van het hoofd werkt, in het etherlichaam van de rest van het organisme blijvende veranderingen teweegbrengt die doorwerken tot in het fysieke organisme. Telkens wanneer iets dat tot het geheugen behoort, zich nestelt in iemands mentale en fysieke leven, vindt er eerst een verandering plaats in het etherische organisme 

Blz. 247

Ätherorganismus eine Veränderung auf; die aber setzt sich fort in den physischen Organismus. Und dadurch allein haben wir die Möglichkeit, wiederum heraufzuholen gewisse Gedanken, daß sich das, was vom Ätherorganismus des Hauptes in den übrigen Ätherorganismus hineingesendet wird, ausprägt in der physischen Leiblichkeit. Nur dadurch, daß irgend etwas bis in unsere physische Leiblichkeit Eindrücke gemacht hat, sind wir imstande, es gedächtnismäßig zu behalten.

dat door middel van verbeeldingskracht waarneembaar is; maar dit zet zich voort in het fysieke organisme. En alleen door dit proces hebben we de mogelijkheid om bepaalde gedachten te herinneren, namelijk dat wat vanuit het etherische organisme van het hoofd naar de rest van het etherische organisme wordt gestuurd, zich manifesteert in het fysieke lichaam. Alleen omdat iets een indruk heeft achtergelaten op ons fysieke lichaam, kunnen we het in ons geheugen bewaren.
GA 66/244-247
Niet vertaald

Steiner gebruikt hier de woorden ‘physisch’ -dat ‘lichamelijk’ betekent, maar ook ‘Leiblichkeit’ dat meer in de richting van het ‘levende’ wijst, dus ergens op de grens van fysiek lichaam en etherlijf. 

.

Algemene menskunde: voordracht 1 –over het etherlijf

Algemene menskunde: voordracht 1 – alle artikelen

Algemene menskundealle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Vrijeschool in beeld: alle beelden

.

3507-3295

.

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over godsdienstonderwijs (GA 305)

.

Als Rudolf Steiner in 1919 de cursussen geeft voor de op- en inrichting van de eerste vrijeschool in Stuttgart, worden uiteraard ook de vakken genoemd die onderwezen gaan worden.

Het was in die tijd gebruikelijk dat in het ‘openbare’ onderwijs – laat ik voor het gemak maar zeggen: dominee of pastoor – onderwijs gaven over de geloofsrichting die zij vertegenwoordigden: die dienst die ze aan hun god wilden bewijzen, dus godsdienstonderwijs.

De kinderen die naar de vrijeschool komen, krijgen geen antroposofische godsdienst. Steiner wil van de vrijeschool geen wereldbeschouwelijke school maken, ‘slechts’ een methodeschool.
Dat heeft hij vele keren benadrukt!

Maar wanneer niet-confessionele ouders – aanvankelijk de antroposofisch zich oriënterende ouders – ook voor hun kinderen godsdienstonderwijs ‘vanuit de antroposofie’ willen, geeft Steiner daar richtlijnen voor. Dat noemt hij bewust ‘wereldbeschouwing’, antroposofisch georiënteerde wereldbeschouwing’.

In deze voordracht gaat het over:

Dankbaarheid, liefde, plicht <1>
Geen wereldbeschouwelijke school <2>
Ontstaan antroposofisch godsdienstonderwijs <3> <4>
Het christelijke karakter van de vrijeschool <5>
Wat wil de vrijeschool <6>

GA 305    vertaald

Die geistig-seelischen Grundkräfte der Erziehungskunst

Opvoeding en onderwijs

Voordracht 8, Oxford 24 augustus 1922 (In de vert. abusievelijk: 25 aug.)

 

Über physische und moralische Erziehung

Over lichamelijke en morele opvoeding

Blz. 155/157   vert. 145/147

Sie sehen, es beruht alles bei uns auf der Ausbildung der Methodik,
weil wir realistisch und nicht nebulose Mystiker sind. Wenn wir auch mit
dem anderen Leben eben Kompromisse schließen müssen, so bringen wir
es doch durch die Methodik dazu, dasjenige, was in den Kindern individuell veranlagt ist, wirklich aus ihnen herauszuholen; wenigstens für die paar Jahre, die wir wirken konnten, hat sich ja manches Gute gezeigt.
Uns ist allerdings, weil wir die Kompromisse schließen müssen, zum
Beispiel für viele Kinder der Religionsunterricht nicht ermöglicht. Wir
können das Kind durch das Moralische führen. Das Moralische bringen
wir dem Kinde dadurch nahe, daß wir es vor allen Dingen aus der
Dankbarkeit heraus erwachsen lassen. Die Dankbarkeit ist das konkrete Erleben dem Menschen gegenüber im Moralischen. Was im Menschengemüte nicht von der Dankbarkeit ausgehen kann, bringt es in der Moralität auch höchstens zu abstrakten Grundsätzen. Aber aus der Dankbarkeit entwickelt sich alles heraus. Und wir entwickeln dann die Liebefähigkeit der Menschen und die Pflichtfähigkeit aus der Dankbarkeit heraus. Dadurch führt man das Moralische zum religiösen Leben.

U ziet, bij ons berust alles op de ontwikkeling van de methodiek, omdat wij realisten zijn en geen vage mystici. Ook al moeten wij compromissen sluiten met het leven buiten de school, via de methodiek brengen wij het zover de individuele aanleg van de kinderen werkelijk te voorschijn te halen. Althans, in de paar jaar
dat wij zo hebben kunnen werken, is er al veel goeds te zien geweest.
Wel is het zo dat wij vanwege de compromissen die we hebben moeten sluiten een groot aantal kinderen geen godsdienstonderwijs kunnen geven.<1> Wij kunnen het kind de weg wijzen op het gebied van het morele. Het morele brengen wij het kind in de eerste plaats bij door dat uit de dankbaarheid te laten ontstaan.
Dankbaarheid is voor de mens een concrete morele belevenis.
Wat in het menselijke gemoed niet op dankbaarheid is gebaseerd, brengt het in het morele ook niet verder dan abstracte principes.
Maar uit de dankbaarheid ontwikkelt zich alles. Wij ontwikkelen onze menselijke vermogens op het gebied van liefde en plicht uit de dankbaarheid. En langs die weg voert men het morele tot het gebied van het religieuze leven. <1>

Aber es machten die äußeren Verhältnisse notwendig, daß wir nicht als Himmelstürmer auftraten, daß wir also den katholischen Unterricht in die Hände der katholischen Religionsgemeinde gaben. Die schickt uns in die Schule ihren Vertrauensmann. Und wir lassen die katholischen Kinder von dem katholischen Pfarrer, die evangelischen Kinder von dem evangelischen Pfarrer unterrichten. Es ist die Waldorfschule keine Weltanschauungsschule, sondern eine Methodenschule.
Es hat sich nur herausgestellt, daß eine Anzahl von Kindern Dissidentenkinder waren, die gar keinen Religionsunterricht auf diese Weise bekommen würden. Aber durch den ganzen Geist, der in die Waldorfschule hereinzog, entstand gerade bei denjenigen Eltern, die sonst ihre Kinder in keinen Religionsunterricht geschickt hätten, das Bedürfnis, daß das Moralische ins Religiöse übergeführt wurde. So waren wir genötigt, einen besonderen Religionsunterricht zu geben vom anthro-

<2> De uiterlijke omstandigheden noodzaakten ons echter niet als hemelbestormers op te treden, maar het katholieke godsdienstonderwijs over te laten aan de katholieke geloofsgemeenschap. Die stuurt een vertegenwoordiger naar onze school. En wij laten de katholieke kinderen dus les geven door een pastoor en de protestantse kinderen door een dominee. De Waldorfschool is niet een school met een bepaalde wereldbeschouwing, maar een school met een bepaalde methodiek. <2>
<3> Een aantal kinderen bleek echter uit buitenkerkelijke gezinnen afkomstig te zijn en zou op die manier dus helemaal geen godsdienstonderwijs krijgen. Maar door de hele geest die de Waldorfschool is gaan doortrekken, ontstond nu juist bij de ouders die anders hun kinderen niet naar een godsdienstles hadden gestuurd, de behoefte om het morele door te trekken naar het religieuze. Zo zagen wij ons genoodzaakt een speciaal godsdienstonderwijs te gaan geven vanuit antroposofische

°De Waldorfschool … school met een bepaalde methodiek: Ook deze uitspraak
keert telkens terug in Steiners pedagogische voordrachten, en vooral ook
op de avonden waarop Steiner de ouders van de Waldorfschool in Stuttgart toespreekt. De herhaling maakt wel duidelijk dat er misverstanden
leefden. Men had vaak het idee – of men leefde met het vooroordeel – dat
op een vrijeschool kleine antroposofen werden gekweekt. Maar Steiner
benadrukte het met kracht: er wordt geen antroposofie onderwezen! Dat
is duidelijke taal, voor de aanwezige toehoorders, en dus ook gericht tot de
vrijeschoolleraren in het gezelschap. In hun enthousiasme zouden zij
misschien in de verleiding kunnen komen om antroposofische inzichten
als lesstof naar voren te brengen.

.

posophischen Gesichtspunkte aus. Das ist nicht, um Anthroposophie in
die Schule hineinzutragen. Selbst im anthroposophischen Religionsunterricht lehren wir den kleinen Kindern nicht Anthroposophie, sondern wir versuchen in der Natur diejenigen Symbole und Gleichnisse zu finden, die nach dem Religiösen hinleiten. Wir versuchen das Evangelium in der Weise, wie man es verstehen muß aus einer spirituellen Erfassung der Religion, dem Kinde beizubringen und so weiter. Wer meint, daß es uns mit der Waldorfschule um eine Anthroposophenschule zu tun ist, der versteht weder die Waldorfschul-Pädagogik, noch versteht er die Anthroposophie.

gezichtspunten.
Dat is niet om antroposofie in de school te brengen. Zelfs in het
antroposofische godsdienstonderwijs geven wij de kinderen geen les in antroposofie, maar wij proberen in de natuur beelden en symbolen te vinden, die naar het religieuze leiden. Wij proberen het kind het evangelie bij te brengen zoals daar naar gekeken kan worden vanuit een spirituele opvatting van religie, enzovoort. <3>
<4> Wie denkt dat het ons met de Waldorfschool om een school voor
antroposofen te doen is, die begrijpt niets van de Waldorfpedagogie, noch van de antroposofie.

Blz. 156/157   vert. 147/148

So ist es, indem wir hineintragen in die Schule anthroposophischen Religionsunterricht, daß wir uns ebenso hinstellen neben die anderen Religionsunterrichte als etwas, was sich hineinfügt, wie das bei den anderen Religionsunterrichten der Fall ist.
Nun, wirklich, ich meine es nicht böse, aber andere haben es uns
zum Bösen ausgelegt. Der anthroposophische Religionsunterricht, der
vergrößert sich; immer mehr Kinder kommen dazu. Und es sind sogar
schon Kinder von den anderen fortgelaufen, sind zu dem anthroposophischen Religionsunterricht herübergekommen. Es ist doch dann ganz verständlich, daß die Leute sagen: Was sind die Anthroposophen für schlechte Menschen! Sogar die Kinder verführen sie, daß sie aus dem evangelischen oder katholischen Religionsunterricht fortlaufen und dort Religionsunterricht haben wollen. – Wir tun alles, um die Kinder womöglich davon abzuhalten, denn es ist außerordentlich schwierig, gerade auf unserem Gebiete Religionslehrer zu finden. Aber trotzdem wir niemals versucht haben, diese Sache auf etwas anderes hin als auf die Anforderungen der Eltern und der unbewußten Anforderungen der Kinder selbst einzurichten, breitet sich, ich möchte sagen,
zu meinem Jammer das Bedürfnis nach diesem anthroposophischen Religionsunterricht immer mehr und mehr aus. Und da handelt es sich
wirklich darum, daß durch diesen anthroposophischen Religionsunterricht die Waldorfschule einen durch und durch christlichen Charakter bekommen hat.

Daarom heeft het antroposofische godsdienstonderwijs dat wij in onze
school hebben georganiseerd ook gewoon een plaats naast de andere vormen van godsdienstonderwijs als iets dat erbij hoort, precies zoals die andere vormen van godsdienstonderwijs. <4>
Ja, en nu bedoel ik daar echt niets lelijks mee, al hebben anderen het ons wel ten kwade geduid: ‘Het antroposofische godsdienstonderwijs groeit, steeds meer kinderen gaan ernaartoe.’ Er zijn zelfs kinderen bij de anderen weggelopen en overgestapt naar het antroposofische godsdienstonderwijs. Dan is het toch heel
begrijpelijk dat de mensen zeggen: ‘Wat zijn die antroposofen toch een slechte mensen! Die verleiden zelfs de kinderen ertoe om uit het protestantse of katholieke godsdienstonderwijs weg te lopen en bij hen godsdienstonderwijs te gaan volgen.’ Wij doen er al het mogelijke aan om de kinderen daarvan te weerhouden, want het is ontzettend moeilijk om juist op ons gebied godsdienstleraren te vinden. Hoewel wij nooit anders dan op verzoek van de ouders, en op het onbewuste verzoek van de kinderen zelf, aan het opzetten van dit antroposofische godsdienstonderwijs zijn begonnen, wordt de behoefte eraan, tot mijn verdriet, zou ik willen zeggen, steeds groter. En het gaat er daarbij in feite om, dat de Waldorfschool door dit antroposofische godsdienstonderwijs een door en door christelijk karakter heeft gekregen.

Sie werden das fühlen aus dem ganzen Auswirken des Milieus in der Waldorfschule, daß über allem Unterricht ein christlicher Charakter liegt, daß also tatsächlich religiöses Leben in der Waldorfschule waltet, trotzdem wir vom Anfange an es nicht darauf angelegt haben, aus der Waldorfschule irgend etwas zu machen, was mit Konfessionellem etwas zu tun hat. Ich muß es wiederholt und wiederholt sagen:
das Waldorfschul-Prinzip ist nicht ein Prinzip, das eine Weltanschauungsschule machen will, sondern eine Methodenschule. Was erreicht werden soll durch eine Methode, die auf Menschenerkenntnis beruht, ist dasjenige, daß man aus Kindern physisch gesunde und kräftige, seelisch freie und geistig klare Menschen macht.

<5> U zult aan het klimaat dat op de Waldorfschool heerst kunnen voelen hoe heel het onderwijs er een christelijk karakter draagt, hoe er een werkelijk religieus leven heerst in de school, hoewel wij van het begin af aan voor de Waldorfschool iedere relatie met het confessionele hebben willen vermijden. Ik kan het niet genoeg herhalen: het principe van de Waldorfschool is niet dat een school wordt opgezet met een bepaalde wereldbeschouwing, maar met een bepaalde onderwijsmethodiek. <5>
<6> Wat wij willen bereiken met onze methode, die op de menskunde is gebaseerd, is dat kinderen opgroeien tot mensen die fysiek gezond en krachtig zijn, met een vrije ziel en een heldere geest. <6>
GA 305/155-157
Vertaald/145-147

.

Rudolf Steiner: godsdienstonderwijs alle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3506-3294

.

.

.

 

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over godsdienstonderwijs (GA 304A)

.

Als Rudolf Steiner in 1919 de cursussen geeft voor de op- en inrichting van de eerste vrijeschool in Stuttgart, worden uiteraard ook de vakken genoemd die onderwezen gaan worden.

Het was in die tijd gebruikelijk dat in het ‘openbare’ onderwijs – laat ik voor het gemak maar zeggen: dominee of pastoor – onderwijs gaven over de geloofsrichting die zij vertegenwoordigden: die dienst die ze aan hun god wilden bewijzen, dus godsdienstonderwijs.

De kinderen die naar de vrijeschool komen, krijgen geen antroposofische godsdienst. Steiner wil van de vrijeschool geen wereldbeschouwelijke school maken, ‘slechts’ een methodeschool.
Dat heeft hij vele keren benadrukt!

Maar wanneer niet-confessionele ouders – aanvankelijk de antroposofisch zich oriënterende ouders – ook voor hun kinderen godsdienstonderwijs ‘vanuit de antroposofie’ willen, geeft Steiner daar richtlijnen voor. Dat noemt hij bewust ‘wereldbeschouwing’, antroposofisch georiënteerde wereldbeschouwing’.

In deze voordracht gaat het over:

Het oproepen van een religieuze stemming <1>
Vrijeschool geen wereldbeschouwelijke school, maar een methodeschool; de plaats van dominee en/of pastoor <2> <3>
Ontstaan van antroposofisch godsdienstonderwijs  – dat christelijk is. <3>
Al het onderwijs moet eigenlijk religieus zijn, d.w.z. van het materiële naar het geestelijke leiden – dat kan in elk vak <4>
Wekken van moraliteit door dankbaarheid; ontplooiing van liefde; gevolgen voor het sociale leven <5>

GA 304A      op deze blog vertaald, behalve vdr. 1 en 2

Anthroposophische Menschenkunde und Pädagogik

Antroposofische menskunde en pedagogiek

Voordracht 7, Den Haag 19 november 1923

Die Kunst der moralischen und physischen Erziehung

De kunst van de morele en fysieke opvoeding

Blz. 141

Von ganz besonderer Bedeutung ist aber, daß wir in diesem Sinne auch wissen, die religiöse Entwicklung des Kindes zu leiten. Diese religiöse Entwicklung des Kindes, sie kann nicht eigentlich, wenn sie innerlich wahr sein soll – und eine religiöse Erziehung führt eigentlich nur wirklich zu etwas Religiösem, wenn diese religiöse Empfindung ganz tief innerlich aus der menschlichen Seele selbst hervorgeht -, sie kann überhaupt nicht dadurch erzielt werden, daß man den Inhalt irgendeiner religiösen Geschichte oder den Inhalt eines Bekenntnisses dem Kinde vermittelt. Sondern alle religiöse Erziehung muß eigentlich dadurch an die menschliche Seele herangebracht werden, daß der Leh­rende und Erziehende imstande ist, die religiöse Stimmung im Kinde zu erregen. Ist sie nicht in ihm selbst, so kann er sie auch nicht im Kinde entwickeln. Ist die religiöse Stimmung aber in ihm, dann hat er nur nötig, das zu tun, was wir in der Waldorfschule für den sogenannten «Freien Religionsunterricht» ausüben. Es ist eine Verleumdung, wenn gesagt wird: in der Waldorfschule solle Anthroposophie gelehrt werden. Gerade um dieses Urteil nicht aufkom­men zu lassen, weil es durchaus unrichtig ist, habe ich von Anfang an bestimmt für die Waldorfschule, daß der Religionsunterricht gegeben wird von den entsprechenden Religionsgemeinschaften. So daß die katholischen Kinder katholischen Religionsunterricht von katholischen

<1> Heel belangrijk is echter, dat we wat dit betreft, ook weten hoe we de religieuze ontwikkeling van het kind moeten leiden. Die kan eigenlijk niet, wanneer ze innerlijk waar moet zijn – een religieuze opvoeding leidt eigenlijk alleen werkelijk tot iets religieus, wanneer dit religieuze gevoel heel diep vanuit het innerlijk van de menselijke ziel komt – zeer zeker niet bereikt worden doordat men de inhoud van een of ander religieus verhaal of de inhoud van een geloofsrichting aan het kind doorgeeft. Eigenlijk zou elke religieuze opvoeding aan de menselijke ziel gegeven moeten worden doordat de leerkracht en opvoeder in staat is de religieuze stemming in het kind op te roepen. Als hij die niet heeft, kan hij die ook niet in het kind ontwikkelen. Heeft hij echter dat religieuze gevoel, dan hoeft hij alleen maar te doen wat wij op de vrijeschool voor het zogenaamde ‘vrije godsdienstonderwijs’ doen. <1>
<2> De vrijeschool is, dat zou ik hier ook nadrukkelijk willen onderstrepen, geen wereldbeschouwelijke school. Wij willen in de vrijeschool geen jonge antroposofen opvoeden, maar wij willen de antroposofie gebruiken opdat de vrijeschool in de juiste betekenis van het woord een methodeschool kan zijn. Dat is ze. Alleen de juiste opvoedmethode op elk gebied willen wij door antroposofie bereiken. Het is laster wanneer er gezegd wordt: in de vrijeschool moet antroposofie aangeleerd worden. Juist om dit oordeel niet te laten ontstaan, omdat het volstrekt onjuist is, heb ik vanaf het begin voor de vrijeschool bepaald dat het godsdienstonderwijs wordt gegeven door de desbetreffende geloofsgemeenschappen. Zodat de katholieke kinderen katholiek godsdienstonderwijs kunnen krijgen van katholieke

Blz. 142

Geistlichen erhalten können, daß die evangelischen Kinder evangelischen Religionsunterricht vom evangelischen Religionslehrer erhalten können.
Nun waren durch die besonderen Verhältnisse, in denen die Waldorfschule gegründet worden ist, viele Dissidentenkinder in der Schule. Für diese wurde zunächst probeweise ein freier christlicher Religionsunter­richt eingerichtet von
uns. Und wir haben dabei die Befriedigung erlebt, daß Kinder von ganz atheistischen Eltern in diesen freien Religionsun­terricht mit Zustimmung ihrer Eltern kamen. Man kann schon sagen, dieser freie Religionsunterricht ist außerordentlich gut besucht. Aber wir sind streng darauf bedacht, daß wir es nicht mit einer Weltanschauungs­schule, sondern mit einer Methodenschule zu tun haben. Einer Metho­denschule in weitestem Sinne, so daß das Richtige an das Kind in der richtigen Weise und im richtigen Zeitpunkte herangebracht wird. Also nur für die Kinder, die freiwillig dazukommen, ist der freie Religionsun­terricht da. Allerdings sind das weitaus viel mehr Kinder als die, die vom katholischen oder evangelischen Religionslehrer Unterricht erhalten. Das ist etwas, wofür wir nichts können. Sie fühlen sich im freien Religionsunterricht außerordentlich angemutet, und er ist ein durch und durch christlicher; während sie sonst davonlaufen. Aber das erzähle ich nur als eine Tatsache, nicht um ein Urteil auszusprechen.

geestelijken; dat de evangelische kinderen evangelisch godsdienstonderwijs kunnen krijgen van evangelische godsdienstonderwijzers. <2>
<3> Door de bijzondere omstandigheden waardoor de vrijeschool werd opgericht, waren er veel ‘dissidenten’kinderen op school. Voor hen wordt bij wijze van proef door ons een vrij, christelijk godsdienstonderwijs ingericht. En daarbij ervoeren wij de vreugde dat kinderen van volkomen atheïstische ouders met hun toestemming naar dit vrije godsdienstonderwijs toekwamen. Je mag wel zeggen dat dit vrije godsdienstonderwijs buitengewoon goed bezocht wordt. Maar we letten er streng op dat we niet met een wereldbeschouwelijke school van doen hebben, maar met een methodeschool. Een methodeschool in de ruimste zin van het woord, zodat het kind het juiste op de juiste manier en op het juiste tijdstip bijgebracht kan worden. Dus het godsdienstonderwijs is er alleen voor de kinderen die er vrijwillig heen gaan. 
En inderdaad zijn dat verreweg veel meer kinderen dan die, die van katholieke of evangelische godsdienstleerkrachten les krijgen.
Daar hebben wij niets mee van doen. Zij voelen zich bij het godsdienstonderwijs buitengewoon aangesproken en het is door en door christelijk; terwijl ze er anders voor weglopen. Maar dat zeg ik alleen als feit, niet om een oordeel uit te spreken. <3>

Ja, nun ist es aber so, daß dieser freie Religionsunterricht von folgen­dem Gesichtspunkte aus eingerichtet ist: Eigentlich kann religiös gewirkt werden in jeder Stunde, bei jedem Gegenstand. Und das geschieht auch bei uns. Wenn der Lehrer selbst dasjenige, was im sinnlich-physischen Leben da ist, durch die eigene Stimmung seiner Seele überall anknüpft an das Übersinnlich-Göttliche, so geht eigentlich alles, aber nicht in einer sentimentalen, mystisch-verschwommenen Weise, sondern in selbstverständlicher Weise aus dem Physischen ins Geistige über. Man muß dabei nur das nötige Taktgefühl haben. Dann aber kann das, was da durch die verschiedenen Unterrichtsgegenstände an das Kind herangebracht wird, in religiöser Stimmung zusammenge­faßt werden. Dazu haben wir dann diese paar besonderen Religionsstun­den, die wir extra in der Woche den Kindern geben lassen im freien Religionsunterricht. Da wird also einfach das was sonst lebt im Unterricht

<4> Maar nu is het echter zo dat dit vrije godsdienstonderwijs vanuit de volgende gezichtspunten ingericht is: eigenlijk kan er ieder uur religieus gewerkt worden, in ieder vak. En bij ons gebeurt dat ook. Wanneer de leerkracht zelf, wat er in het zintuiglijk-materiële leven is, door zijn eigen zielenstemming overal aansluit bij het bovenzintuiglijk-goddelijke, dan gaat eigenlijk alles, maar niet op een sentimentele, mystiek-vage manier, maar op een vanzelfsprekende manier vanuit het materiële naar het geestelijke over. Daarbij moet je wel het nodige gevoel voor tact hebben. Daardoor echter kan wat door de verschillende vakken het kind wordt bijgebracht, in religieuze stemming samengevat worden. En daarbij hebben we dan nog deze paar bijzondere godsdiensturen die we extra in de week aan de kinderen laten geven in het vrije godsdienstonderwijs. Daar wordt dus simpelweg dat wat anders in het onderwijs leeft

Blz. 143

und hinführt zum Göttlich-Geistigen, zusammengefaßt durch das, was sich erhebt als eine Hinlenkung zum Göttlich-Geistigen aus der Naturbetrachtung, aus der Beobachtung des geschichtlichen Erlebens des Menschen. So daß nach und nach bei richtiger Entwicklung der religiösen Stimmung ja in der Tat im Kinde die sittlichen Impulse als dasjenige gefühlt werden, wo der Gott in der Menschennatur, in der menschlichen Wesenheit selber spricht. Dazu muß allerdings eines entwickelt werden, das für die moralische Erziehung und auch für die richtige Entwickelung der religiösen Stim­mung von Bedeutung ist, und was heute oftmals viel zuwenig berück­sichtigt wird: Man muß früh anfangen, im Kinde zu entwickeln ein ehrliches, aber auch ganz offenes Gefühl von Dankbarkeit. Gewiß, in dem naturgemäßen Verhältnis, in dem selbstverständlichen Verhältnis, das sein muß zwischen Unterrichtendem und Erziehendem und dem Kinde zwischen dem Zahnwechsel und der Geschlechtsreife, muß die Liebe heranwachsen, und auf diese Entfaltung der Liebe muß viel Sorgfalt verwandt werden.

en naar het goddelijk-geestelijke leidt, samengenomen door wat zich verheft vanuit de natuurbeschouwing, vanuit het bezien van de historische beleving van de mens, als een zich richten op het goddelijk-geestelijke. Zodat stap voor stap bij de juiste ontwikkeling van de religieuze stemming daadwerkelijk in het kind de morele impulsen beleefd worden als iets waarbij de god in de natuur van de mens, in het mensenwezen zelf, spreekt. <4>  <5>  Daarvoor moet echter één ding ontwikkeld worden dat voor de morele opvoeding en ook voor een goede ontwikkeling van de religieuze stemming belangrijk is en wat tegenwoordig veel te weinig gezien wordt: we moeten er vroeg mee beginnen in het kind een eerlijk, maar ook heel open gevoel te ontwikkelen voor dankbaarheid. En zeer zeker moet in de natuurlijke relatie, in de vanzelfsprekende relatie die er tussen de leerkracht, de opvoeder en het kind tussen de tandenwisseling en de puberteit moet bestaan, liefde groeien en aan de ontplooiing van de liefde moet veel toewijding worden besteed.

Aber die Dankbarkeit muß so entwickelt werden, daß das Kind das Empfangene spürt. Was es auch sei, das von dem anderen Empfangene fordert das Fühlen der Empfindung der Dankbarkeit heraus. In dem Aufleben der Dankbarkeit wird eine unge­heure Bereicherung der Seele entwickelt. Man sollte schon beim ganz kleinen Kinde darauf sehen, daß es in das Gefühl der Dankbarkeit hineinwächst. Sieht man beim kleinen Kinde schon darauf, dann modifi­ziert sich, metamorphosiert sich dieses Dankbarkeitsgefühl dann, wenn das Kind in die zweite Lebensepoche kommt, in Liebe. Die Liebe bekommt diese besondere Färbung in allen Lebensverhältnissen, daß sie durchsetzt ist von Dankbarkeit. Und wer ein wenig das soziale Leben der Menschen beobachten kann, der weiß, was für ein wichtiger Impuls gerade bei der Behandlung der großen sozialen Fragen das wäre, wenn wir die Menschen wiederum so erziehen könnten, daß Dankbarkeit in ihnen lebt. Denn diese Dankbarkeit ist eine Brücke, die sonst nicht geschlagen werden kann zwischen Menschengemüt und Menschenge­müt, zwischen Menschenherz und Menschenherz.
Wenn die Menschen verstehen würden, einander in Dankbarkeit 1gegenüberzustehen, dann würde vieles von dem nicht da sein, was heute

Maar de dankbaarheid moet zo ontwikkeld worden, dat het kind merkt wat het ontvangt. Wat het ook is, wat het van de ander ontvangt, het roept het gevoel op dat dankbaarheid ervaren wordt. Met het ontstaan van dankbaarheid wordt de ziel buitengewoon rijker. Bij het heel kleine kind moet je er al op letten dat het naar het voelen van dankbaarheid toegroeit. Als je daar bij een klein kind al op let, dan verandert, metamorfoseert zich dit gevoel van dankbaarheid, wanneer het kind de tweede levensfase binnengaat, in liefde. In elke levensrelatie krijgt de liefde deze bijzondere kleur omdat ze doortrokken is van dankbaarheid. En wie een beetje het sociale leven van de mens kan waarnemen, weet wat voor een belangrijke impuls m.n. voor de aanpak van de grote sociale problemen het zou geven, wanneer wij de mensen weer zo zouden kunnen opvoeden dat er in hem dankbaarheid leeft.
Want deze dankbaarheid is een brug die anders niet gebouwd kan worden tussen de gevoelens van de mensen, tussen de harten van de mensen.
Als de mensen zouden begrijpen, met dankbaarheid tegenover elkaar zouden staan, dan zou er veel van wat er tegenwoordig

Blz. 144

in einer grotesken Weise oftmals als sogenannte soziale Forderungen, sozialer Radikalismus und dergleichen auftritt, wobei ich mich nicht engagiere für diese oder jene Lösung des sozialen Problems. Was ich darüber zu sagen habe, können Sie in meinem Buche «Die Kernpunkte der sozialen Frage» nachlesen. Aber dann, wenn diese Dankbarkeit früh im Kinde als Keim gelegt wird, wenn sie sich hineinlebt in jene Liebe beim Kinde zwischen dem Zahnwechsel und der Geschlechtsreife, wenn sie dem Kinde anerzogen wird auch seelisch, so daß mit der Geschlechtsreife auch die Seele sich entfaltet in rechter Liebe zu den Menschen, zu der ganzen Natur, zu den göttlich-geistigen Wesenhaftigkeiten, wenn da überall die Dankbarkeit mitgeht, dann entfaltet sich hieraus in dem Menschen die religiöse Stimmung so, daß er etwas in sich haben kann, das ein ungeheurer Schutz der Seele sein kann: die Dankbarkeit gegen­über den göttlich-geistigen Mächten für das Leben überhaupt. Es ist wichtig für die innere Erwärmung des Lebens, für die innere Gestützt­heit des Lebens, daß wir dieses Gefühl haben können: Wir sind dankbar für dieses Erdenleben den göttlich-geistigen Mächten. Das ist eine starke Lebenskraft, dieses Gefühl der Dankbarkeit für das Leben. Ich möchte sagen: was intensiviert im Blute die organischen Kräfte für den Leib, das liegt in ähnlicher Weise in dem, was geistig vitalisiert die Seele, wenn diese Seele dem ganzen Weltenall gegenüber in bezug auf das eigene Leben dankbare Liebe entwickeln kann.

op een groteske manier dikwijls als zogenaamde sociale eisen, sociaal radicalisme e.d. zich voordoet, waarbij ik mij niet geroepen voel tot deze of gene oplossing van het sociale probleem. Wat ik daarover heb te zeggen, kan u nalezen in mijn boek ‘De kernpunten van het sociale vraagstuk‘.
Maar dan, als deze dankbaarheid vroeg in het kind als kiem aangelegd wordt, wanneer die een deel wordt van die liefde bij het kind tussen de tandenwisseling en de puberteit, wanneer het kind daarmee opgevoed wordt, ook met zijn gevoel, zodat met de puberteit ook de ziel opengaat voor de echte liefde voor de mens, voor de hele natuur, voor de goddelijk-geestelijke wezens, wanneer er overal dankbaarheid bij is, dan ontwikkelt zich hieruit in de mens de religieuze stemming zo, dat hij iets met zich mee kan dragen dat een buitengewoon beschermend gevoel geven kan: dankbaarheid voor de goddelijk-geestelijke machten, voor het leven in het algemeen. Om het leven innerlijk warmte te geven, om in het leven innerlijke steun te ervaren, is het belangrijk dat we dit gevoel hebben: wij zijn de goddelijk-geestelijke machten dankbaar voor dit aardeleven. Dit gevoel van dankbaarheid is een sterke kracht voor het leven. ik zou willen zeggen: wat in het bloed de organische krachten voor het lichaam intensiveert, ligt op een gelijksoortige manier in wat geestelijk de ziel vitaliseert, wanneer deze voor het hele universum in relatie tot zijn eigen leven dankbare liefde kan ontwikkelen. <5>
GA 304A/141-144
Op deze blog vertaald/141-144

.

Rudolf Steiner: godsdienstonderwijs alle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3506-3293

.

.

.

.

 

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over de levensgeest (GA 58 en 59)

.

In de ‘Algemene menskunde’ staat Steiner niet lang stil bij de begrippen ‘geest(es)zelf – levensgeest – geest(es)mens. Ze worden summier benoemd in de 1e voordracht – in de vertaling op blz. 23 – wanneer hij over de wezensdelen spreekt. Zie het artikel daarover en in voordracht 4.
Hier worden de drie begrippen in verband gebracht met de drie vormen van (hoogste) wil.
De ‘wens’ met het geestzelf; ‘het voornemen’ met de levensgeest en ‘het besluit’ met de geestmens.

Wanneer hij in zijn boeken GA 9 en GA 13 over de wezensdelen spreekt, komen ze uiteraard aan bod.
Opmerkingen daaruit heb ik weergegeven in dit artikel.

Wanneer je mijn inleidingen op deze stof op je laat inwerken, zal, wat Steiner in de voordrachten zegt, makkelijker te vatten zijn.

Zoals ik voor het geestzelf heb gezocht naar omschrijvingen in andere voordrachten, wetend dat Steiner het telkens weer anders zegt of met nieuwe gezichtspunten komt, doe ik dit nu ook voor de levensgeest.

GA 58

Blz. 55

Dann kann das Ich stärker und stärker werden, und es wandelt dann auch
den Äther- oder Lebensleib um. Dasjenige, was das Ich umgewandelt hat am Äther- oder Lebensleib, das bezeichnen wir als Lebensgeist.

Dan [wanneer het Ik aan het astraallijf heeft gewerkt] kan het Ik steeds sterker worden en dan wordt ook het ether- of levenslijf veranderd. Wat het Ik daaraan veranderd noemen we levensgeest.
GA 58/55
Niet vertaald

Blz. 225

Wie der Mensch heute lebt, hat er einen Teil seines astralischen Leibes umgewandelt in Manas.
Weiter wird es dem Menschen in der Zukunft möglich sein, seinen Ätherleib umzugestalten; und den so umgestalteten Teil des Ätherleibes nennt man den «Lebensgeist», oder die «Buddhi» mit einem Ausdruck der orientalischen Philosophie.

Zoals de mens tegenwoordig is, heeft hij een deel van zijn astrale lichaam omgewerkt tot manas. Verder zal de mens in de toekomst in staat zijn zijn etherlichaam om te werken. En dat omgewerkte deel van het etherlichaam wordt ‘levensgeest’ genoemd of ‘boeddhi’, met een uitdrukking uit de oosterse filosofie.
GA 58/225
Vertaald/125

GA 59

Blz. 15

Wenn das Ich in einer anderen, intensiveren Weise nicht nur in den astralischen Leib, sondern auch in den Ätherleib hineinarbeitet, nennen wir den vom Ich aus umgearbeiteten Teil des Ätherleibes den Lebensgeist oder mit einem Ausdruck der orientalischen Philosophie die Buddhi.

Wanneer het Ik op een andere, intensievere manier niet alleen aan het astraallijf werkt, maar ook aan het etherlijf, noemen we dat door het Ik omgewerkte deel van het etherlijf de levensgeest of met een term uit de oosterse filosofie boeddhi.
GA 59/15
Niet vertaald

.

Algemene menskunde: voordracht 1 – alle artikelen

Algemene menskundealle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3502-3290

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over godsdienstonderwijs (GA 303)

.

Als Rudolf Steiner in 1919 de cursussen geeft voor de op- en inrichting van de eerste vrijeschool in Stuttgart, worden uiteraard ook de vakken genoemd die onderwezen gaan worden.

Het was in die tijd gebruikelijk dat in het ‘openbare’ onderwijs – laat ik voor het gemak maar zeggen: dominee of pastoor – onderwijs gaven over de geloofsrichting die zij vertegenwoordigden: die dienst die ze aan hun god wilden bewijzen, dus godsdienstonderwijs.

De kinderen die naar de vrijeschool komen, krijgen geen antroposofische godsdienst. Steiner wil van de vrijeschool geen wereldbeschouwelijke school maken, ‘slechts’ een methodeschool.
Dat heeft hij vele keren benadrukt!

Maar wanneer niet-confessionele ouders – aanvankelijk de antroposofisch zich oriënterende ouders – ook voor hun kinderen godsdienstonderwijs ‘vanuit de antroposofie’ willen, geeft Steiner daar richtlijnen voor. Dat noemt hij bewust ‘wereldbeschouwing’, antroposofisch georiënteerde wereldbeschouwing’.
Nu wordt ook ‘de handeling’ genoemd.

Voordracht 16 gaat diep in op wat ‘religieuze gevoelens’ zijn en hoe belangrijk die zijn voor het opgroeiende kind. M.n. dankbaarheid en liefde.
.

GA 303         vertaald

 Die gesunde Entwickelung des Menschenwesens

Gezondmakend onderwijs

Voordracht 8, Dornach 30 december 1921

Die Einrichtung der Waldorfschule

Blz. 146     vertaald/159-160

Also eine Weltanschauungsschule wollten wir ganz gewiß nicht
schaffen, wie man leicht denken könnte, wenn man äußerlich hört: da
haben die Anthroposophen eine Schule begründet; sondern es handelt
sich darum, Anthroposophie in die pädagogische Praxis hineinzutragen.
Daher war es mir auch verhältnismäßig gleichgültig, den Gipfelpunkt des Weltanschauungslebens, die religiöse Weltanschauung, einfach den entsprechenden Vertretern der traditionellen Religionsbekenntnisse zu überlassen. Und so wurde denn der katholische Religionsunterricht ruhig dem katholischen Pfarrer, der evangelische dem evangelischen Pfarrer zur Verfügung gestellt. Wir hatten keine Angst, daß
nicht dasjenige, was sie verderben, wieder gutgemacht werden kann
durch ein anderes. Aber es stellte sich dabei die Sache so heraus, daß,
als unser Freund Emil Molt die Waldorfschule in Stuttgart begründete,
zunächst das Hauptkontingent der Kinder die Proletarierkinder seiner
Fabrik waren.

We wilden zeer zeker geen school op basis van een wereldbeschouwing oprichten. Dat zou men gemakkelijk kunnen denken als men hoort zeggen: de antroposofen hebben een school opgericht. — Nee, het gaat erom antroposofie pedagogisch in praktijk te brengen.
Daarom was het mij ook betrekkelijk om het even om het toppunt van het wereldbeschouwingsleven, de religieuze wereldbeschouwing gewoon aan de overeenkomstige vertegenwoordigers van de traditionele geloofsbekentenissen over te laten. En zo konden we dan het katholieke godsdienstonderwijs rustig aan de katholieke priester, het protestantse aan de protestantse dominee overlaten. We waren bang dat we niet dat wat zij aan uiterlijke invloeden fout zouden kunnen doen, niet weer zouden kunnen goedmaken. Maar de zaak verliep zo dat toen onze vriend Emil Molt de vrijeschool, de ‘Waldorfschule’ in Stuttgart oprichtte, het grootste deel van de kinderen uit de arbeidersgezinnen van zijn fabriek kwam.

Es waren zum großen Teil Dissidentenkinder, Kinder die, wenn sie in eine andere Schule gegangen wären, eben an gar keinem Religionsunterricht teilgenommen hätten, die religionslos aufgewachsen wären. Für die stellte sich sowohl bei den Kindern selbst in der Art, wie das eben bei Kindern in Erscheinung treten kann, wie bei den Eltern der Kinder das Bedürfnis ein, nun doch so etwas zu haben, und da mußten wir doch unseren freien Religionsunterricht für die Kinder einrichten. Er wird dann, geradeso wie der evangelische Unterricht vom evangelischen Pfarrer, der katholische Unterricht von einem katholischen Priester erteilt wird, von unseren Lehrern erteilt, die sich dann auch als gegenüber dem übrigen Lehrplan zugelassene Religionslehrer betrachten. So wird dann anthroposophischer Religionsunterricht erteilt. Und wir haben es dazu gebracht, daß dieser freie, anthroposophische Religionsunterricht, heute schon für viele andere Kinder auch, aber gerade sehr Vielversprechendes für Proletarierkinder bedeutet.
Da tritt nun eine besondere Schwierigkeit auf; denn wir haben eine

Dat waren voor het grootste deel ‘dissidente’ kinderen, kinderen die als zij naar een andere school waren gegaan, helemaal niet aan het godsdienstonderwijs hadden deelgenomen. Ze zouden zonder religie zijn opgegroeid. Zowel bij de kinderen zelf, op de wijze zoals dat bij kinderen kan gebeuren, als bij hun ouders ontstond de behoefte nu toch ook iets dergelijks te hebben. Toen moesten wij aan de kinderen vrij godsdienstonderwijs gaan geven. Die lessen worden dan, net als de evangelische lessen door een evangelische dominee, de katholieke lessen door een katholieke priester gegeven worden, door onze leraren gegeven, die zichzelf dan ook beschouwen als volgens het leerplan toegelaten godsdienstleraren. Zo wordt dan antroposofisch godsdienstonderwijs gegeven. En nu is het dan zover dat dit vrije, antroposofische godsdienstonderwijs tegenwoordig ook al voor vele andere kinderen, maar vooral voor arbeiderskinderen, heel veel betekent.
Nu doet zich een bijzondere moeilijkheid voor, want de

Blz. 147    vertaald/160

Anthroposophie für Erwachsene, und der Lehrer hat heute, wenn er
seinen anthroposophischen Religionsunterricht erteilt, nun damit zu
ringen, für dasjenige, was er da mit den Kindern durchzunehmen hat,
Inhalte zu schaffen. Es ist dasjenige, was anthroposophische Weltanschauung ist, erst in die Form zu gießen, in der es an das Kind herangebracht werden kann. Und an dieser Bearbeitung, nun einer modernen, dem Menschengeiste entsprechenden Weltanschauung für das Kind, arbeiten wir vielfach. Da ist es in der Tat notwendig, tief einzugehen, wie weit zum Beispiel Symbole, die man gebrauchen muß, auf das Kind wirken, und wie da Imponderabilien in Betracht kommen.

antroposofie is voor volwassenen bedoeld, en voor de leraar is het nu, wanneer hij zijn antroposofische godsdienstonderwijs geeft, een hele worsteling om inhouden te creëren voor wat hij met de kinderen wil behandelen. De antroposofische wereldbeschouwing moet eerst in een vorm gegoten worden die aan het kind kan worden aangeboden. En aan een derge
lijke bewerking van een moderne, bij de menselijke geest passende wereldbeschouwing voor het kind werken wij veelvuldig. Daarbij is het inderdaad nodig diep in te gaan op hoe sterk bijvoorbeeld symbolen die je moet gebruiken, op het kind inwerken en hoe daar imponderabilia bij in aanmerking komen.
GA 303/146-147
Vertaald/259-160

Blz. 154    vertaald/168

Ich habe gesagt, wie wir selber genötigt waren, auch eine Art an­throposophischen Religionsunterrichtes für die Kinder zu geben. Aber sehr bald stellte sich gerade zu diesem anthroposophischen Religions­unterricht hinzu ein anderes Bedürfnis ein, und wir mußten dazu über­gehen, eine Sonntagshandlung einzuführen, die etwas Kultartiges hat und an der die Kinder mit einer großen religiösen Inbrunst teilnehmen. Das Kultmäßige, das im Bilde an den Menschen herantritt, ist ja wirk­lich etwas, was von der Seite der Anschauung her in das Gemüt, in die religiöse Empfindung sich hineinzieht. Und so übt diese kleine Kultus­handlung, die an jedem Sonntagvormittag mit den Kindern vorgenom­men wird, auch einen außerordentlich vertiefenden Einfluß auf das Kindergemüt aus.

Ik heb verteld hoe wij zelf genoodzaakt waren ook een soort antroposofische godsdienstles voor de kinderen te geven. Maar al spoedig ontstond naast dit antroposofische godsdienstonderwijs een andere behoefte. We moesten ertoe overgaan een zondagshandeling in te voeren, die iets van een cultus heeft en waaraan de kinderen met grote religieuze innigheid deelnemen. Het cultusachtige, dat in beelden tot de mensen komt, is echt iets wat via het waarnemen in het gemoed, in het religieuze gevoel naar binnen trekt. En zo oefent deze kleine cultische handeling, die we iedere zondagochtend met de kinderen houden, ook een buitengewoon verdiepende invloed uit op het gemoed van het kind.
GA 303/154
Vertaald/168

Voordracht 16, Dornach 7 januari 1922

Die ethische und religiöse Erziehung im besonderen

Blz. 294     vertaald/328

Man fühlt sich gedrängt, wenn es heute auch nur aphoristisch ge­schehen kann, von der ethischen, von der moralisch-religiösen Erzie­hungskunst zu reden, man fühlt sich ja gerade dann auf der einen Seite gedrängt, an das Allgemein-Menschliche, das als solches Allge­mein-Menschliches über die ganze Erde hin ausgebreitet ist und den Unterschied von Völkern und Rassen nicht kennt, an dieses Allgemein-Menschliche zu appellieren. Man weiß aber auch auf der anderen Seite, daß es schier unmöglich ist, gerade auf diesen Gebieten, die so sehr mit dem Inneren des Menschen zu tun haben, heute schon von einem allge­mein menschlichen Gesichtspunkte aus so zu sprechen, daß man von den Angehörigen aller Nationen restlos verstanden werden könnte. Denn man braucht sich es nur an einem Beispiel einmal zu veranschaulichen

Je voelt dringend de behoefte, ook al kun je dat nu slechts kernachtig doen, over de ethische, over de moreel-religieuze opvoedkunst te spreken. Enerzijds voel je je juist dan gedrongen te appelleren aan het algemeen menselijke, het algemeen menselijke dat als zodanig over de hele aarde is verspreid en het onderscheid tussen volkeren en rassen niet kent. Anderzijds weet je echter ook dat het welhaast onmogelijk is juist op deze gebieden, die zo sterk met het innerlijk van de mens te maken hebben, tegenwoordig al vanuit een algemeen menselijk gezichtspunt zo te spreken dat je door de inwoners van alle naties volkomen begrepen kunt worden. Want je hoeft maar door een voorbeeld aan te tonen hoe

Blz. 295

wie differenziert die Menschen über die Erde hin in bezug auf ihre mora­lischen Empfindungen und in bezug auf ihre religiösen Lebensauffas­sungen sind, und man wird schon sehen, wie beengt man sich fühlt, wenn man an irgendeinem Punkte der Erde über das ethisch-religiöse Gebiet sprechen will, weil einfach gerade dieses mit dem Innersten des Menschen so eng zusammenhängende Gebiet nur richtig verstanden werden kann, wenn es aus Volkstum und aus Religionsbekenntnis her­aus verstanden wird.
In bezug auf alles, was ich bisher schon vorgebracht habe, konnte
ich etwas viel mehr Allgemein-Menschliches sagen, als ich Ihnen heute
werde sagen können. Anthroposophische Weltanschauung ist einmal
dazu da, um die verschiedensten Brücken zu schlagen über dasjenige
hin, was die Menschen in Nationen, in Rassen und so weiter trennt.
Sie fühlt sich ihrer tiefsten Anlage nach gedrungen, durchaus international zu sprechen. Und sie fühlt es daher auch ganz besonders, wie schwierig es ist, über die intimsten Gebiete des menschlichen Lebens gerade im Sinne der heutigen Zivilisation der Erde – und das ist ja nun schließlich die Wirklichkeit, mit der wir es in der Gegenwart zu tun haben -, gerade im Sinne der heutigen Zivilisation über die Erde hin zu sprechen. Daher werde ich Sie bitten müssen, dasjenige, was ich heute vorbringe, durchaus von dem eben angedeuteten Gesichtspunkte aus zu fassen. Denn, wie gesagt, man braucht sich nur an einem Beispiel klarzumachen, wie differenziert die Menschen in bezug auf das
Charakterisierte sind.

verschillend de mensen over heel de aarde met betrekking tot hun religieuze levensopvattingen zijn. En je ziet al hoe beperkt je je voelt als je waar dan ook op een of ander punt op aarde over het ethisch-religieuze gebied wilt spreken, omdat juist dit met het meest innerlijke van de mens gewoonweg zo nauw samenhangende gebied alleen goed begrepen kan worden als het vanuit de volksaard en de religieuze opvatting begrepen wordt. Met betrekking tot alles wat ik tot nu toe al ter sprake heb gebracht, kan ik iets veel meer algemeen-menselijks vertellen dan ik u vandaag zal kunnen zeggen. De antroposofische wereldbeschouwing is er nu eenmaal om de meest uiteenlopende bruggen te slaan tussen alles wat de mensen in naties, in rassen enzovoort scheidt. Zij voelt zich in haar diepste aanleg gedrongen absoluut internationaal te spreken. En ze voelt dan ook heel sterk hoe moeilijk het is om te spreken over de intiemste gebieden van het menselijk leven juist in de zin van de huidige beschaving van de aarde — en dat is toch uiteindelijk de werkelijkheid waarmee we tegenwoordig te maken hebben -, juist in de zin van de huidige beschaving overal op aarde. Vandaar dat ik u zal moeten verzoeken dat wat ik vandaag ter sprake breng, beslist vanuit het zojuist aangegeven gezichtspunt op te vatten. Want, zoals gezegd, je hoeft maar aan de hand van een voorbeeld duidelijk te maken hoe verschillend de mensen zijn met betrekking tot wat hier genoemd wordt.
GA 303/294-295    
Vertaald/328

Blz. 297   vertaald 331

Und man muß, wenn man für die Menschheit auf der Erde überhaupt Verständnis gewinnen will in bezug auf ihre ethisch-reli­giösen Ziele, sich auf der einen Seite die Vorurteilslosigkeit aneignen, nicht irgendein Ideal an sich für wertvoller zu halten als das andere, sondern ein jedes nur verstehen zu wollen. Man muß auf der anderen Seite aber auch versuchen, ein jedes zu verstehen.

Aber gerade das will anthroposophische Weltan­schauung, daß die Menschen die Möglichkeit gewinnen, sich über die Erde hin zu verständigen. Sie will daher eine, zwar nicht im physischen Sinne gemeinte, aber doch eine Sprache sprechen, welche auch gegen­über der heutigen, unmittelbar gegenwärtigen Zivilisation überall ver­standen werden kann. Das wird heute natürlich nur in eingeschränk­tem Maße der Fall sein können. Aber gerade dann, wenn wir dieses eingeschränkte Maß beobachten wollen, werden wir zu dem hingeführt werden können, was uns dann die Sache von einem etwas weiteren Gesichtspunkte empfinden läßt.

En je moet, als je voor de mensheid op de aarde überhaupt begrip wilt krijgen met betrekking tot hun ethisch-religieuze doelstellingen, je enerzijds de onbevangenheid eigen maken om niet het ene ideaal op zich als waardevoller te beschouwen dan het andere, maar beide te willen begrijpen. Je moet anderzijds ook proberen beide idealen te begrijpen.
Maar dit is precies wat de antroposofische wereldbeschouwing wil, dat de mensen de mogelijkheid ontwikkelen elkaar overal op aarde te verstaan. Ze wil daarom een, weliswaar niet in de fysieke betekenis bedoelde, maar toch een taal spreken die ook tegenover de huidige, direct aanwezige beschaving overal verstaan kan worden. Dat zal tegenwoordig natuurlijk slechts in beperkte mate het geval kunnen zijn. Maar juist als wij deze beperkte mate willen beschouwen, kunnen we daar heen geleid worden, wat ons dan de zaak vanuit een wijder perspectief laat ervaren. Want zodra je eenmaal wat hier gezegd is helder inziet, wordt het je direct duidelijk hoe weinig wij eigenlijk op ethisch-religieuze manier kunnen bereiken als wij bepaalde religieuze inhouden of zelfs al ethische inhouden aan de kinderen leren. We zouden de kinderen dan hoogstens tot christenen of tot joden, tot katholieken of tot protestanten kunnen opvoeden, in de zin zoals wij dat zelf zijn. Maar uit iedere opvoedkunst moet buitengesloten worden dat we ernaar streven de mensen zo op te voeden dat zij zoals wijzelf worden.
GA 303/297
Vertaald/331

Blz. 299  vertaald  334

An das Inhaltliche von Weltauffassungen, Religionsbekenntnissen, ethischen Impulsen, werden wir uns also, wenn wir ein ethisch-reli­giöses Leben wirklich heranerziehen wollen, nicht halten können. Wir werden vielmehr das Innere des Menschen so ergreifen müssen, daß er sich in der Weise, wie es ihm nach seiner Lebenssituation, man möchte sagen, vom Schicksal aufgegeben ist, in einer freien Weise in dasjenige hineinfindet, was er auf diesem Gebiete mit seinen Mitmenschen Ge­meinsames haben muß, damit er mit ihnen sozial zusammenwirken kann. Also werden wir, wenn wir eine ethisch-religiöse Erziehung geben wollen, zunächst nicht an die Erkenntnis appellieren müssen; denn die

Aan het inhoudelijke van wereldbeschouwingen, geloofsbelijdenissen, ethische impulsen zullen we ons dus, als we de kinderen werkelijk een ethisch-religieus leven door opvoeding willen bijbrengen, niet kunnen houden. Veeleer zullen we het innerlijk van de mens zo moeten aangrijpen dat hij op de manier zoals die hem al naargelang zijn levenssituatie, laat ik zeggen, door het noodlot gegeven is, op een vrije manier vertrouwd raakt met wat hij op dit gebied met zijn medemensen gemeenschappelijk moet hebben om met hen sociaal te kunnen samenwerken. Dus zullen we, als we een ethisch-religieuze opvoeding willen verzorgen, in eerste instantie niet aan de kennis moeten appelleren. Want kennis

Blz. 300      vertaald 334-335

Erkenntnis ist ja gerade dasjenige, was uns zwar die Inhalte abgibt, was uns aber keine Möglichkeit gibt, uns in ein intim Seelisches hineinzuleben. Dennoch aber, indem wir die Erkenntnis, indem wir das Den­ken von den drei Seelenkräften Denken, Fühlen und Wollen in der Schule werden pflegen müssen, werden wir auch dem Denken gegenüber uns klar sein müssen, daß dieses Denken wird einmünden müs­sen in ein religiöses, in ein ethisch-sittliches Ziel. Dasjenige, an das wir uns werden halten müssen bei der sittlichen, bei der moralisch-religiösen Erziehung, das wird das menschliche Fühlen sein. Auch das Wollen kann es nicht unmittelbar sein; denn in bezug auf sein Wollen wird der Mensch in die Sozietät hineingestellt, und dasjenige, was er im Wollen vollbringen muß, wird vielfach durch diese Sozietät und ihre Forderungen bestimmt.
Weder an das Denken, das die eindeutige Richtung geben will, noch an das Wollen, welches seine Impulse aus der Sozietät aufnehmen muß, können wir uns wenden, wohl aber besonders an das Fühlen, das in einer gewissen Beziehung jeder Mensch für sich hat.

is nou juist dat wat ons weliswaar van inhoud voorziet, maar wat ons geen mogelijkheid biedt ons op een intiem psychisch element in te leven. Maar toch, doordat we de kennis, doordat we het denken van de drie zielenkrachten denken, voelen en willen in de school zullen moeten verzorgen, zal het voor ons ook wat betreft het denken helder moeten zijn dat dit denken zal moeten uitmonden in een religieus, in en ethisch-moreel doel. Waar we ons aan zullen moeten houden bij de morele, bij de moreel-religieuze opvoeding, dat zal het menselijk voelen zijn. Ook het willen kan het niet rechtstreeks zijn; want met betrekking tot zijn willen wordt de mens in de maatschappij gezet, en dat wat hij in het willen tot stand moet brengen, wordt veelal door deze maatschappij en haar eisen bepaald.

Noch tot het denken, dat de eenduidige richting wil aangeven, noch tot het willen, dat zijn impulsen uit de maatschappij moet oppakken, kunnen we ons wenden; wel echter tot het voelen, dat ieder mens in zekere zin voor zichzelf heeft.

Und wenn wir an das im Unterricht und in der Erziehung appellieren, dann werden wir diejenigen Kräfte in der Menschenseele treffen, die moralisch und religiös zu fassen sind. Aber wir müssen doch den Unterricht über Denken, Fühlen und Wollen ausdehnen. Wir müssen gleichmäßig alle Seelenkräfte ausbilden. Wir können selbstverständlich nicht das Den­ken nur so ausbilden, daß es eine Sache für sich ist, und auch das Wol­len können wir nicht so ausbilden, daß es eine Sache für sich ist, son­dern wir werden das Gefühlsleben in das Denken und in das Wollen gerade zum Ziele der Erziehung und des Unterrichts hineintragen müssen.
Und da kann uns in bezug auf das Denken nur eine auf anthropo­sophische Grundlage gestellte Welt- und Menschenerkenntnis entge­genkommen; denn diese, auf solche Grundlage gestellte Welt- und Menschenerkenntnis, darf durchaus auf einer physischen Grundlage auf­bauen. Sie darf in unbefangener Weise Physik, Chemie und so weiter pflegen, ohne daß der Mensch diese Dinge so pflegt, daß er von ihnen nicht aufsteigen könnte, indem er sich in den Gedankeninhalt vertieft, der ihm von der Welt gegeben wird, zu einer geistigen, zu einer übersinnlichen

En als we daaraan in onderwijs en opvoeding appelleren, dan zullen we die krachten in de ziel van de mens oproepen die moreel en religieus te vatten zijn. Maar we moeten het onderwijs toch uitbreiden over denken, voelen en willen. We moeten gelijkmatig alle zielenkrachten ontwikkelen. Vanzelfsprekend kunnen we niet het denken slechts zo ontwikkelen dat het op zichzelf staat, en ook het willen kunnen we niet zo ontwikkelen dat het op zichzelf staat; nee, we zullen het gevoelsleven in het denken en in het willen moeten brengen, juist als doel van onze opvoeding en ons onderwijs.
En daarbij kan ons wat betreft het denken alleen een op antroposofische grondslag geplaatst inzicht in mens en wereld tegemoetkomen. Want deze op zo’n basis geplaatst inzicht in mens en wereld mag beslist op een fysieke basis zijn gebaseerd. Ze mag op onbevangen wijze natuurkunde, scheikunde enzovoort beoefenen zonder dat de mens deze dingen zo beoefent dat hij daarvan, doordat hij zich verdiept in de gedachte-inhoud die hem door de wereld gegeven wordt, niet zou kunnen opstijgen naar een geestelijke, naar een bovenzinnelijke

Blz. 301   vertaald  335-336

Welt. Und indem er von der Erkenntnis aus zu der geistig-übersinnlichen Welt kommt, wird eben nicht bloß sein Denken in An­spruch genommen, sondern auch sein Gefühl; denn in demselben Mo­mente, wo wir die Erkenntnis in dieser Art bis zum Übersinnlichen weit genug treiben, beginnen wir ein moralisches Verhältnis zu den Weltengründen, zu den übersinnlichen Wesenheiten zu bekommen.
Und dieses Gefühl, das ist das erste Element unter den drei Seelenelementen, an das wir für die moralisch-religiöse Erziehung appellie­ren müssen. Es ist dieses Gefühl das Gefühl der Dankbarkeit. Dieses Gefühl der Dankbarkeit, das in einer gewissen Beziehung in unserem heutigen Erziehungswesen eine ziemlich unbewußte Rolle spielt, ist dasjenige, was wir ganz systematisch in allen seinen Formen vom Be­ginne der Schulerziehung heranentwickeln müssen in den einzelnen Stücken des konkreten Lebens, wo wir versuchen sollen, schon in dem Kinde allem gegenüber, das ihm gegeben wird, das Dankbarkeitsge­fühl zu entwickeln.

wereld. En doordat hij vanuit het inzicht tot de geestelijk-bovenzinnelijke wereld komt, wordt niet alleen op zijn denken een beroep gedaan, maar ook op zijn gevoel. Want op hetzelfde moment waarop we het inzicht op deze wijze ver genoeg voeren tot in het bovenzinnelijke, beginnen we een morele verhouding te krijgen tot de wereldgronden, tot de bovenzinnelijke wezens.
En dit gevoel is het eerste element onder de drie zielselementen waaraan we voor de moreel-religieuze opvoeding moeten appelleren. Dit gevoel is het gevoel van dankbaarheid. Dit gevoel van dankbaarheid, dat in zeker opzicht in onze huidige opvoeding een tamelijk onbewuste rol speelt, is dat wat we heel systematisch in al zijn vormen vanaf het begin van de schoolopvoeding moeten aanleren in de verschillende delen van het concrete leven, waar we moeten proberen al in het kind het dankbaarheidsgevoel te ontwikkelen jegens alles wat hem gegeven wordt.

Und wenn dieses Dankbarkeitsgefühl in der richtigen Weise ent­wickelt wird, dann steht es so da im Seelenleben, daß es bis in die höchsten Gebiete der Weltgesetzmäßigkeit’ die wir durch die Erkennt­nis gewinnen, hinaufgehen kann. Dann fühlt der Mensch die Natur um sich herum, lernt deren Gesetze kennen, sieht sich dann als Mensch in diese Natur hineingestellt, lernt wissen, daß dasjenige, was er mit sei­nen Sinnen von dieser Natur erkennen lernt, ihn niemals zum Men­schen machen würde, sondern er lernt eine solche Menschenwissenschaft erkennen, die ihn auf dasjenige hinweist, was über die Natur hinaus­geht und doch durch Erkenntnis sich erreichen läßt. Er fühlt als Mensch in sich nicht nur eine alles überschreitende, universelle Gesetzmäßig­keit der Welt, er fühlt ein Wesenhaftes der Welt im Geiste, und seine Erkenntnis beginnt da von selbst in das Dankbarkeitsgefühl überzu­gehen gegenüber denjenigen Wesen, die ihn in die Welt hereingestellt haben, gegenüber den übersinnlichen Wesen; zu dem Dank gegenüber dem göttlichen Wesen erweitert sich die Erkenntnis. Und keine Er­kenntnis ist dem jungen Menschen richtig beigebracht, die nicht zu­letzt in Dankbarkeitsgefühle gegenüber der übersinnlichen Welt aus­quillt.

En als dit dankbaarheidsgevoel op de juiste manier wordt ontwikkeld, dan is het zo in het zielenleven aanwezig dat het tot in de hoogste gebieden van de wereldwetmatigheid, die we door kennis verkrijgen, kan opgaan. Dan voelt de mens de natuur om zich heen, leert de wetten ervan kennen, ziet zich dan als mens in de natuur geplaatst, leert weten dat wat hij met zijn zintuigen over deze natuur leert kennen hem nooit tot mens zal maken. Maar hij leert een menswetenschap kennen die hem erop wijst wat boven de natuur uitgaat en toch door inzicht te bereiken is. Hij voelt als mens in zich niet alleen een alles overschrijdende, universele wetmatigheid van de wereld, hij voelt iets wezenlijks van de wereld in de geest, en zijn inzicht begint daar vanzelf over te gaan in het dankbaarheidsgevoel jegens de wezens die hem in de wereld hebben gezet, jegens de bovenzinnelijke wezens. Het inzicht breidt zich uit tot de dank jegens de goddelijke wezens. En geen enkele kennis wordt de jonge mensen goed bijgebracht die niet uiteindelijk in dankbaarheidsgevoelens jegens de bovenzinnelijke wereld uitstroomt.

Blz. 302      vertaald 336-337

Das erste also, was uns innerhalb der drei Elemente des menschlichen Seelenlebens in das ethisch-religiöse Gebiet hinleitet, das wir
heranerziehen müssen, ist das Dankbarkeitsgefühl; das schließt auch
sonst im Leben schon die Erkenntnis ein; denn wir müssen eine erkenntnismäßige Anschauung von dem haben, wofür wir dankbar sein
sollen. In Dankesgefühlen umschlingt das Gefühlsleben schon im äußerlich praktischen Leben das Erkenntnisleben. Und so appellieren wir
nicht an irgendwelches Übermitteln eines traditionellen Religionsbekenntnisses – das überlassen wir eben dem besonderen Religionsunterricht, der dann aber auch in der richtigen Weise sich in das Leben hineinstellen kann, wenn ihm in dieser Weise vorgearbeitet wird -, wir appellieren zunächst mit Bezug auf das Denken an das Dankbarkeitsgefühl.
Und wenn wir dann an das eigentliche Gefühlsleben herantreten,
dann entdecken wir im Gefühlsleben erst in der rechten Weise dasjenige, was nun das menschliche Innenleben aus sich selbst herausführt,
das menschliche Innenleben in die äußere Welt hineinführt. Im Dankbarkeitsgefühl stehen wir den anderen Wesen gegenüber. Wenn wir
aber mit unserem eigenen Leben uns in das andere Wesen so hineinfinden, daß wir es in einem gewissen Sinne miterleben, dann entwickelt
sich für das Gefühlsleben dasjenige, was wir die Liebe nennen in Wirklichkeit.

Dus het eerste wat ons binnen de drie elementen van het menselijke zieleleven het ethisch-religieuze gebied binnenvoert, wat we door opvoeding moeten bij brengen, is het dankbaarheidsgevoel. Dat sluit dat inzicht ook in de andere facetten van het leven in. Want we moeten een op inzicht gebaseerde opvatting hebben van dat waarvoor we dankbaar moeten zijn. In dankgevoelens omhelst het gevoelsleven in het uiterlijke praktische leven al het kennisleven, het inzicht. En zo appelleren we niet aan het overbrengen van een traditionele religieuze belijdenis — dat laten we gewoon aan het speciale religieuze onderwijs over, dat zich echter ook op de juiste manier in het leven kan plaatsen wanneer op deze manier het voorwerk ervoor wordt gedaan —; we appelleren in eerste instantie met betrekking tot het denken aan het gevoel van dankbaarheid.
En als we dan het eigenlijke gevoelsleven betreden, dan ontdekken we in het gevoelsleven pas op de juiste wijze wat nu het menselijk innerlijk leven uit zichzelf wegvoert, het menselijk innerlijk leven in de uiterlijke wereld binnenvoert. In het dankbaarheidsgevoel staan we tegenover de andere wezens. Maar als we met ons eigen leven zo met het andere wezen vertrouwd raken dat we het in zekere zin meebeleven, dan ontwikkelt zich voor het gevoelsleven datgene wat we liefde in de ware zin van het woord noemen.

Die Liebe ist das zweite Element, das gepflegt sein will im
Hinblicke auf das moralisch-religiöse Leben. Die Liebe, die wir in der
Schule pflegen können, praktisch dadurch, daß wir alles tun, damit die
einzelnen Schulkinder untereinander sich lieben; die Liebe, der wir
eine feste Grundlage geben, wenn wir dasjenige, was aus dem Nachahmungsprinzip zum Autoritätsprinzip geworden ist zwischen dem
neunten und zehnten Lebensjahre, so übergehen lassen können durch
unser ganzes Gebaren in der Schule, daß die Autoritätsempfindung sich
ganz allmählich in die Liebe-Empfindung, in die wahre Liebe-Empfindung, die mit Hochachtung verknüpft ist, gegenüber dem Lehrer und
Erzieher verwandeln.
Dann begründen wir ein Zweifaches für das Leben. Wir begründen
dasjenige, was in einem uralten Wahrspruch enthalten ist: «Liebe deinen Nächsten als dich selbst.» Da wir aber zu gleicher Zeit die Dank-

De liefde is het tweede element dat verzorgd wil worden met het oog op het moreel-religieuze leven. De liefde die we op school kunnen verzorgen, praktisch kunnen verzorgen door alles te doen om ervoor te zorgen dat de schoolkinderen elkaar liefhebben; die liefde die we een vaste basis geven als we datgene wat uit het nabootsingsprincipe tot autoriteitsprincipe geworden is, tussen het negende en tiende jaar zo kunnen laten overgaan door onze hele manier van doen op school, dat we het autoriteitsgevoel heel geleidelijk omvormen tot het liefdegevoel, tot het ware liefdegevoel, dat met eerbied verbonden is, jegens de leraar en de opvoeder.

Dan leggen we voor het leven de basis voor twee dingen. We leggen de basis voor wat in een oeroude kernspreuk is overgeleverd: ‘Heb je naasten lief als jezelf. Maar omdat we gelijktijdig de dankbaarheid ontwikkelen en deze dankbaarheid

Blz. 303  vertaald  blz.  337

barkeit entwickeln, und diese Dankbarkeit uns hinüberweist zur Erkenntnis der Welt, so fügt sich zu diesem: «Liebe deinen Nächsten als dich selbst» hinzu das: «Liebe das göttliche Wesen über alles.»
Solche Wahrsprüche sind heute natürlich jedem geläufig, denn sie
klingen aus uralten Jahrhunderten zu uns herüber; aber darauf kommt
es nicht an, daß wir sie in theoretischem Denken wiederholen, sondern
daß wir aus unserer unmittelbaren Gegenwart heraus – und in jedem
Zeitalter wird ja das Leben der Menschheit ein neues – die Mittel finden, sie wiederum praktisch in das Leben hineinzustellen. Das heutige Leben betont immer: «Liebe deinen Nächsten als dich selbst und Gott über alles.» Man kann nicht viel davon sehen! – Gerade das Schulleben wird dazu beitragen müssen, daß diese Dinge nicht bloß besprochen werden, daß sie wiederum belebt werden.

ons doorverwijst naar het inzicht in de wereld, dan voegt zich bij dit ‘Heb je naasten lief als jezelf het ‘Heb het goddelijk wezen lief boven alles’.

Dergelijke kernspreuken zijn tegenwoordig natuurlijk voor iedereen heel bekend, want ze klinken ons uit oude tijden tegemoet. Het gaat er echter niet om dat we ze in een theoretisch denken herhalen, maar dat we vanuit onze directe aanwezigheid – en in ieder tijdperk wordt het leven van de mensheid nieuw – de middelen vinden hen weer praktisch in het leven te plaatsen. Het leven van tegenwoordig benadrukt steeds: ‘Heb je naasten lief als jezelf en God boven alles”. Daar is nu niet veel van te zien! Juist het schoolleven zal er een bijdrage aan moeten leveren dat deze dingen niet alleen besproken worden, maar dat ze weer tot leven gewekt worden.
GA 303/299
Vertaald/337

Fragenbeantwortung

Beantwoorden van vragen

Dornacht, 1 januari 1922

Het gaat om ‘slecht gedrag van de leerlingen’. Steiner gaat dan in op ‘de schuld geven’, een vorm van ‘zonde’. 
‘Zonde’ is ook iets wat een onderwerp in het godsdienstonderwijs zou kunnen zijn. Daarover zegt Steiner:

Blz. 318   vertaald/353

( )  dieses Beibringen eines solchen Verständnisses für die Sünde würde etwas in die Seele des Kindes gießen, was das ganze Leben hindurch bliebe als eine ge­wisse Unsicherheit im Leben. Ich möchte sagen, wenn ich mich psycho­analytisch ausdrücken will, eine verborgene Seelenprovinz würde man schaffen, die im wirklichen Leben dann eine Art Vakuum schaffen würde, eine Art Seelenprovinz, die gewissermaßen immer eine Leere in sich hat und eine Schwäche bedeutete gegenüber einem mehr tat­kräftigen Zugreifen im Leben.

Maar juist dit we willen dit nu echt zonder religieus vooroordeel bezien —, juist dit aanleren van een dergelijk begrip van zonde zou iets in de ziel van het kind gieten wat het hele leven lang als een bepaalde onzekerheid aanwezig zou blijven. Ik zou willen zeggen, als ik mij psychoanalytisch wil uitdrukken, je zou een verborgen zielsgebied creëren dat in het werkelijke leven dan een soort vacuüm zou scheppen, een soort zielsgebied dat in zekere zin altijd leegte in zich zou hebben en een zwakte zou betekenen in plaats van een meer daadkrachtige aanpak van het leven.
GA 303/318
Vertaald/353 

.

Rudolf Steiner: godsdienstonderwijs alle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3500-3288

.

.

.

.

 

 

 

 

 

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over godsdienstonderwijs (GA 301)

.

Als Rudolf Steiner in 1919 de cursussen geeft voor de op- en inrichting van de eerste vrijeschool in Stuttgart, worden uiteraard ook de vakken genoemd die onderwezen gaan worden.

Het was in die tijd gebruikelijk dat in het ‘openbare’ onderwijs – laat ik voor het gemak maar zeggen: dominee of pastoor – onderwijs gaven over de geloofsrichting die zij vertegenwoordigden: die dienst die ze aan hun god wilden bewijzen, dus godsdienstonderwijs.

De kinderen die naar de vrijeschool komen, krijgen geen antroposofische godsdienst. Steiner wil van de vrijeschool geen wereldbeschouwelijke school maken, ‘slechts’ een methodeschool.
Dat heeft hij vele keren benadrukt!

.

GA 301      Op deze blog vertaald

Die Erneuerung der pädagogisch-didaktischen Kunst durch Geisteswissenschaft

De vernieuwing van de pedagogisch-didactische kunst door geesteswetenschap

11e voordracht, Bazel 6 mei 1920

Das rhythmische Element in der Erziehung

Het ritmische element in de opvoeding

Blz. 181

Nun werden Sie ja, indem Sie nun hinblicken auf das, was so an das Kind herangetragen werden soll, natürlich die Empfindung haben: wie gliedert sich in all das das religiöse Element hinein? Gerade indem man die Geschichte, indem man die Geographie herankommen sieht, indem man das Physikalische, das Mineralogische also herankommen sieht – das alles soll ja an das Kind gegen das 12. Jahr herankommen -, ent­steht die Frage, wie das religiöse Element sich hineingliedert, das auf­nehmen soll plastisch ein Bild der Welt überhaupt, und das Empfinden geben soll zu einem Übersinnlichen. Sehen Sie, in dieser Beziehung ist man heute in einer recht schwierigen Lage. Und da darf ich ja aufmerk­sam darauf machen, daß wir in der Waldorfschule rein durch die äuße­ren Verhältnisse gezwungen, gerade auf diesem Gebiete durchaus nicht bloß pädagogisch-didaktischen Gesichtspunkten folgen konnten. Wir können heute noch nicht dasjenige, was Geisteswissenschaft geben kann für Pädagogik und Didaktik, anders verwenden im Unterrichten denn in seiner Konsequenz für die Unterrichtskunst. Das ist nämlich das Wesentliche der Geisteswissenschaft, daß sie zu gleicher Zeit künst­lerische Impulse enthält, daß sie so in den Menschen übergeht, daß er etwas kann durch sie, nicht bloß etwas weiß, daß er geschickter – wenn ich mich im Extrem ausdrücken darf -, besser das Leben angreifen kann, daher im eminenten Sinne auch besser die pädagogische Kunst handhaben kann. Das ist das Eigentümliche der Geisteswissenschaft. Heute muß man noch absehen davon, etwas mehr von der Geistes­wissenschaft in die pädagogische Kunst hineinzutragen als dieses Kön­nen. Wir haben in der Waldorfschule keine Weltanschauungsschule

Nu zal u wel, als u zo naar de dingen kijkt die het kind worden aangeboden, natuurlijk het gevoel hebben: hoe vindt het religieuze daar een plaats in? Met name als geschiedenis en aardrijkskunde in beeld komen, als je de natuurkunde, de mineralogie ziet – dat krijgt het kind allemaal tegen het 12e jaar – ontstaat de vraag, hoe het religieuze daarin een plaats vindt, dat scheppend een beeld van de wereld moet bevatten en het gevoel moet geven van wat niet van deze aarde is. Ziet u, wat dit betreft bevindt men zich in een echt lastig parket. Vandaar dat ik u attent wil maken op het feit dat wij door de uiterlijke omstandigheden gedwongen, juist op dit gebied beslist niet alleen maar pedagogisch-didactische gezichtspunten kunnen volgen. Wij kunnen wat nu de geesteswetenschap kan geven voor pedagogiek en didactiek nog niet anders gebruiken dan wat het als consequentie voor de onderwijskunst heeft. Dat is namelijk het wezenlijke van de geesteswetenschap dat ze ook kunstzinnige elementen bevat, dat zij zo door de mens opgenomen kan worden dat hij door haar iets kan, niet alleen maar iets weet, dat hij meer in staat wordt gesteld – als ik mij extreem mag uitdrukken – het leven beter aan te kunnen en daardoor ook op een bijzondere manier de pedagogische kunst kan uitoefenen. Dat is het karakteristieke van geesteswetenschap. Vandaag moet je nog afzien van wat geesteswetenschap nog meer aan de pedagogische kunst zou kunnen geven dan dit vermogen. Het was niet de bedoeling met de vrijeschool een wereldbeschouwelijke school op te richten,

Blz. 182

gründen können, sondern von vornherein wurde zur Bedingung ge­macht von mir selber, daß evangelische Religion die evangelischen Re­ligionslehrer unterrichten. Sie wird ausgesondert; wir kümmern uns nicht darum. Da geht der evangelische Religionslehrer hin, unterrichtet in der evangelischen Religion, da unterrichtet in der katholischen Reli­gion der katholische Pfarrer oder wer dazu designiert wird, der Rab­biner die Juden und so weiter. Also es handelt sich für uns zunächst darum, daß uns die Öffentlichkeit heute nicht mehr gestattet, als Geisteswissenschaft in die pädagogische Kunst hineinzutragen. Die Waldorfschule ist keine Weltanschauungsschule. Es hat sich allerdings das Merkwürdige ergeben, daß aus dem allgemeinen Leben heraus heute eine Anzahl von Leuten sagte: Wir schicken aber unsere Kinder, weil wir eigentlich konfessionslos sind, weder zum evangelischen Reli­gionslehrer noch zum katholischen, noch zum jüdischen. Wenn ihr uns nicht einen solchen Lehrer gebt, der aus heute ganz allgemein mensch­lichen Untergründen heraus auch Religion lehrt, dann schicken wir unsere Kinder in keine Religionsstunde. 

maar vanaf het begin heb ik zelf de voorwaarde gesteld dat het godsdienstonderwijs door godsdienstleraren van de kerk gegeven zou worden. Dat staat los van ons; daar bemoeien we ons niet mee. De evangelische dominee komt, geeft les in evangelische godsdienst; de katholieke pastoor geeft katholiek godsdienstonderwijs of wie ervoor wordt aangewezen, de rabbijn voor de Joden enz. Voor ons gaat het er in de allereerste plaats om dat de overheid niet toestaat dat we meer geesteswetenschap in de pedagogische kunst verwerken. De vrijeschool is geen wereldbeschouwelijke school. Nu heeft zich het merkwaardige voorgedaan dat uit het openbare leven nu een aantal mensen zegt: maar wij sturen onze kinderen, omdat wij eigenlijk geen godsdienst aanhangen, noch naar het evangelische, noch naar het katholieke godsdienstonderwijs, ook niet naar het Joodse. Wanneer jullie ons niet een dergelijke leraar geven die uit hedendaagse geheel algemene menselijke achtergronden godsdienst geeft, dan sturen we onze kinderen naar geen enkele godsdienstles.

Und so waren wir genötigt, ganz in freier Weise denjenigen, die gewissermaßen anthroposophischen Religionsunterricht haben wollten, den wir niemand aufdrängten, denn die Waldorfschule ist keine Weltanschauungsschule, diesen anthropo­sophischen Religionsunterricht auch zu geben. Er wird gegeben, aber nicht weil wir für Anthroposophie als Weltanschauung agitieren. Es ist etwas ganz anderes, für Anthroposophie als Weltanschauung zu agitieren oder dasjenige, was anthroposophische Geisteswissenschaft geben kann, für die pädagogische Kunst fruchtbar zu machen. Wir agitieren nicht für dasjenige, was der Inhalt ist, wir agitieren für das Können, wenn wir das agitieren nennen wollen. Aber es hat sich ja mancherlei dabei gezeigt. So zum Beispiel, daß ziemlich scharen-weise die Kinder den anderen Religionslehrern davongelaufen sind und zu dem unsrigen gekommen sind. Wir konnten nichts dafür. Es war mir höchst unangenehm so, nicht wahr, vom Standpunkte des guten Verhältnisses zur Außenwelt sogar höchst fatal; aber es ist eben so. Und auf der anderen Seite, nicht wahr, sagt man von jener Seite aus: Na, die anderen Religionsunterrichte werden doch einmal aufhören! Es ist gar nicht unsere Ansicht, denn die Waldorfschule soll keine Weltanschauungsschule sein. 

En dus waren wij genoodzaakt op een geheel vrije manier voor degenen die in zekere zin antroposofisch godsdienstonderwijs wilden hebben, die wij geen mens opdrongen, want de vrijeschool is geen wereldbeschouwelijke school, dit antroposofisch godsdienstonderwijs ook te geven. Het wordt gegeven, maar niet omdat wij reclame maken voor antroposofie als wereldbeschouwing. Het is heel iets anders reclame te maken voor antroposofie als wereldbeschouwing of voor wat antroposofische geesteswetenschap geven kan, dan deze vruchtbaar te maken voor de pedagogische kunst. We maken geen reclame voor de inhoud, we maken reclame voor wat er kan, als je dat reclame maken wil noemen. Daarbij kwam veel naar voren. Bijvoorbeeld dat nogal wat groepjes kinderen weggegaan zijn bij de andere godsdienstleraren en naar ons zijn gekomen. Daar konden wij niets aan doen. Ik vond het hoogst onaangenaam, niet waar, vanuit het standpunt van een goede verstandhouding zelfs hoogst fataal; maar het is nu eenmaal zo. En aan de andere kant, niet waar, zegt men van die kant: Nou ja, dat andere godsdienstonderwijs zal wel ophouden, want de vrijeschool wil geen wereldbeschouwelijke school zijn.
GA 301/181-182
Op deze blog vertaald/181-182

.

Rudolf Steiner: godsdienstonderwijs alle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3496-3284

.

.

.

.

 

 

 

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over pedagogie(k) GA 300A – Vergadering 30 juli 1920

.

Zie ‘het woord vooraf

Bij de gegeven antwoorden is in het Duits telkens de naam van Steiner gegeven. Ik heb dat niet gedaan, zolang er geen verwarring kan ontstaan. De voetnoten die in de uitgave op aparte bladzijden staan, v.a. blz. 300, heb ik direct bij het verwijzende woord toegevoegd.  

In deze vergadering gaat het voornamelijk over hoe om te gaan met een collega die niet voldoet. Tijdens de discussie hierover komen nog andere vragen op: wie worden er eigenlijk toegelaten tot de vergadering.

Over ontslag van een leerkracht <1>  <1a>
Wie komt er bij de lerarenvergadering <2>  <2a>
Moet je als leerkracht antroposoof zijn <3>
In de handwerkles: vingerhoed <4>

RUDOLF STEINER

Konferenzen mit den Lehrern der Freien Waldorfschule in Stuttgart 1919 bis 1924

Erster Band Das erste und zweite Schuljahr

Vergaderingen met de leerkrachten van de vrije Waldorfschool in Stuttgart

Band 1 Het eerste en tweede schooljaar

Van de vergaderingen die de leerkrachten van de eerste vrijeschool in Stuttgart hielden, zijn verslagen bewaard gebleven van díe vergaderingen waarbij Rudolf Steiner aanwezig was.

GA 300A   

Vergadering van vrijdag 30 juli 1920, 15u

Blz. 193

X.: Die Anstellung neuer Lehrer müßte besprochen werden.

<1> X.: Het aannemen van nieuwe docenten moet besproken worden.

Dr. Steiner: Es handelt sich also um die Personalfrage. Es handelt sich darum, daß unser bisheriger Lehrer für den Handfertigkeitsunterricht nicht das leisten konnte, was man von ihm erwarten muß, und daß deshalb an einen Ersatz gedacht werden muß. Es ist vielleicht nicht notwendig, über die Einzelheiten zu sprechen. Ich weiß nicht, inwiefern es bekannt ist. Es handelt sich darum, daß er einerseits nicht fertig wurde mit den großen Klassen, daß er gesagt hat, daß die Kinder der oberen Klassen nicht zur Arbeit kämen. Das zeigt sich auch dadurch, daß die Kinder der oberen Klassen nicht fertig geworden sind.
Es ist ihm schwer geworden, sich in ein Gebiet, das er zu betätigen hat, hineinzufinden. Es zeigte sich mir, daß er nicht die genügende praktische Begabung hat, daß die Arbeiten, die er machen läßt, nicht gut sein können, weil er selbst nicht den Blick dafür hat, was exakt ist. Manche dieser Arbeiten blieben Spielereien und wurden nicht zu dem, was sie sein sollten. Die Kinder haben kein exaktes Arbeiten bei ihm gelernt. Im Gartenbauunterricht, da blieb die Arbeit darin stecken, daß jedes Kind ein kleines Gärtchen bekam, wo die Kinder

Het is een personeelskwestie. Het probleem is dat onze vorige docent voor handvaardigheid niet aan de verwachtingen voldeed en daarom moet er een vervanger gezocht worden. Het is misschien niet nodig om in detail te treden. Ik weet niet in hoeverre die details bekend zijn. Het probleem is dat hij enerzijds de grote klassen niet aankon en dat hij zei dat de kinderen in de hogere klassen niets deden. Dit blijkt ook uit het feit dat de kinderen in de hogere klassen hun werk niet afmaakten. Hij had moeite om de stof die hij moest behandelen goed onder de knie te krijgen. Het werd me duidelijk dat hij onvoldoende praktische vaardigheden had en dat het werk dat hij opgaf niet goed kon zijn, omdat hij zelf geen oog had voor precisie. Sommige van deze opdrachten waren niet serieus en werden niet wat ze hadden moeten zijn. De kinderen leerden van hem geen precisiewerk. Tijdens de tuinlessen liep het werk vast doordat elk kind een kleine tuin kreeg waar de kinderen

Blz. 194

wild das draufsetzten, wozu sie Lust hatten, das mehr ein Kindergärtchen als ein Schulgarten geworden war.
Was aber das Schwerwiegendste ist, das ist, daß er kein Herz für die Dinge aufgebracht hat, die ihm oblagen; daß sein Interesse darin liegt, sich mit gutem Studium zu beschäftigen, daß aber darüber das, was eigentlich zu tun gewesen wäre — eine Durcharbeitung seines Gartenunterrichts zu pflegen —, eben nicht geschah. So daß für mein Urteil schließlich nichts übrig bleibt, als sich nach einer besseren Kraft umzusehen. Ich glaube, daß eine wirklich künstlerische Durchdringung des Handfertigkeitsunterrichts von seiner Seite nicht möglich sein wird. So wie sich die Dinge entwickelt haben, ist es unmöglich, daß wir ihn im Kollegium weiter haben. Er ist kein Mann, der sich hineinfindet in den Geist der Schule.

lukraak plantten wat ze maar wilden, en het was meer een kleutertuin geworden dan een schooltuin.
Maar het grootste probleem is dat hij geen enkele betrokkenheid toonde bij de taken die hem werden toevertrouwd; dat zijn interesse lag in grondige studies, maar dat wat had moeten gebeuren – een grondige ontwikkeling van zijn tuinbouwonderwijs – gewoonweg niet gebeurde. Dus, naar mijn mening, rest ons niets anders dan op zoek te gaan naar een betere leraar. Ik geloof dat een echt artistieke benadering van het aanleren van praktische vaardigheden niet mogelijk zal zijn vanuit zijn perspectief. Zoals de zaken zich hebben ontwikkeld, is het voor ons onmogelijk om hem in dienst te houden. Hij is niet iemand die de geest van de school kan aanvoelen.

X.: Es ist natürlich wichtig, weil wir ihn hergebracht haben, daß wir ihn auch
so unterbringen, daß er nicht zu einem Feind wird, wenn wir ihn absetzen.

X.: Het is natuurlijk belangrijk, nu we hem hebben aangenomen, dat we ook een manier vinden om hem tegemoet te komen, zodat hij geen tegenstander wordt wanneer we hem ontslaan.

Molt: Ich werde das meine Sorge sein lassen, zu sehen, wie wir ihn unterbringen.

Molt: Ik zal op me nemen om te kijken hoe we hem tegemoet kunnen komen.

X..Ich wollte nur bemerken, daß ich die Sache nicht ganz verstehe. Y. hat sich große Mühe gegeben, sich in den Geist der Sache hineinzufinden. Er hat meine Kinder gut beurteilt. Im Gartenbau ging es gut mit meiner Klasse. Ins Künstlerische wird er sich hineinfinden.

X.: Ik wilde alleen even aangeven dat ik de zaak niet helemaal begrijp. Y. heeft
veel moeite gedaan om de kern van de situatie te begrijpen. Hij heeft
mijn kinderen goed ingeschat. Hij deed het goed bij tuinbouw in mijn klas. Hij vindt vast wel zijn weg in de kunstwereld.

Dr. Steiner: Das wird schwer gehen. Das Künstlerische bezog sich auf den Handfertigkeitsunterricht. Da ist es so, daß er kaum sich wird
hineinfinden können.

Dat wordt lastig. Het artistieke aspect waar het over gaat, is de instructie in handvaardigheid. Hij zal er nauwelijks in slagen om zich daarin te verdiepen.

X.: Er hat den besten Willen. Er wird es sehr schwer empfinden. Er will in
den Ferien Schreinerei noch besser lernen, auch Schuhmacherei.

X.: Hij heeft de beste bedoelingen. Hij zal het erg moeilijk vinden. Hij wil tijdens de vakantie zijn timmermansvaardigheden verbeteren, en ook zijn schoenmakersvaardigheden.

Frau Dr. Steiner: Ich glaube zu bemerken, daß Y. etwas Zutrauliches hat.

Vrouw van Dr. Steiner: Ik denk dat ik merk dat Y. een zekere mate van vertrouwen geniet.

Dr. Steiner: Das ist zweifellos, daß er sich gern mit den Kindern
beschäftigt, daß er ernsthaft hinein will. Es fehlt an verschiedenen
Stellen. In dem Moment, wo ich mehr das eine oder das andere
hervortreten sah, immer mußte ich zu dem Entschluß kommen, daß
es nicht möglich ist, ihm diese Sache zu überlassen.

Het klopt ongetwijfeld, dat hij graag bij de kinderen is, dat hij het serieus neemt. Hij schiet op verschillende gebieden tekort. Zodra ik merkte dat een van die gebieden sterker naar voren kwam, moest ik altijd concluderen dat het niet mogelijk was om dit aan hem over te laten.

X.: Ist ein Grund da, ihn als Mensch auszuschließen, oder könnte man ihn
anderswo, etwa in der Bibliothek, beschäftigen?

X.: Is er een reden om hem als persoon uit te sluiten, of zou hij ergens anders aan de slag kunnen, bijvoorbeeld in de bibliotheek?

Dr. Steiner: Nicht wahr, es ist schwierig, das klipp und klar auf eine
Formel zu bringen. Ich glaube, daß es ihm schwer wird, sich in den
ganzen Geist der Schule hineinzufinden, weil er dazu noch nicht den
Geist in sich hat.

Het is moeilijk om dat klip en klaar samen te vatten. Ik denk dat hij het moeilijk zal vinden om de hele geest van de school te omarmen, omdat hij die geest nog niet in zich heeft.

Blz. 195

Nun, nicht wahr, es ist ja so, einer der darin ist, der kann mitgezogen werden. Aber glauben Sie denn, daß es auf die Dauer möglich ist, ihn für den ganzen Handfertigkeitsunterricht zu haben? Für den ganzen Handfertigkeitsunterricht ihn zu haben, würde nicht möglich sein.
Es würde möglich sein für die vier unteren Klassen, wenn wir einen Lehrer für die höheren Klassen hätten. Ob er geistige Kapazität dazu hat, in den höheren Klassen Handfertigkeit zu geben, das bezweifle ich. Ich habe angesehen, wie gearbeitet wird. Das ist ganz schön für die kleinen Kinder, wenn sie sich überhaupt anstrengen. Aber später, wo ein gewisser kunstgewerblicher Geist hinein muß, ist es eine Frage, ob er den Geist bekommen kann. Es macht große Schwierigkeiten, und es muß viel umgedacht werden, wenn er bleiben sollte.
Ich habe den Eindruck bekommen, daß dies die allgemeine Meinung des Kollegiums ist.
Der Mann hat dichterischen Ehrgeiz, aber er bildet sich sehr viel ein.
Er hat einen Fond von gutem Willen. Mir tut er leid, weil ich glaube, daß sich in ihm ein starkes Ressentiment entwickeln wird. Schwierigkeiten macht es immer, wenn so jemand, der eine gewisse persönliche Note in den Dingen hat, in so etwas wie die Schule hineingestellt ist.

Het klopt inderdaad dat iemand die er al bij betrokken is, mee kan gaan. Maar denk je echt dat het op de lange termijn mogelijk is om hem voor al het handvaardigheidsonderwijs te gebruiken? Dat zal niet mogelijk zijn. Het zou wel mogelijk zijn voor de vier lagere klassen als we een docent voor de hogere klassen hadden. Of hij de intellectuele capaciteit heeft om handvaardigheid in de hogere klassen te onderwijzen, betwijfel ik. Ik heb gezien hoe het werkt. Het is best leuk voor de kleintjes, als ze tenminste een beetje hun best doen. Maar later, wanneer een bepaalde artistieke geest moet worden bijgebracht, is het de vraag of hij die geest kan verwerven. Dat levert grote problemen op en er moet flink over nagedacht worden als hij zou moeten blijven. Ik heb de indruk dat dit de algemene mening van de leerkrachten is.
De man heeft poëtische ambities, maar hij is erg verwaand. Hij heeft goede bedoelingen. Ik heb medelijden met hem, want ik denk dat er een sterke wrok in hem zal ontstaan. Het is altijd lastig wanneer iemand met zo’n persoonlijke touch in dingen terechtkomt in een omgeving zoals een school.

Er hat in all den Dingen eine persönliche Note. Er ist wenig auf das Sachliche eingestellt. Er möchte ein Mensch sein, der es dazu gebracht hat, Waldorflehrer zu sein. Er möchte Dichter sein. Er möchte, daß die Kinder zu ihm Zutrauen haben. Die besonderen Eigenschaften, die er hat, all das fordert das Mitleid heraus. Es müßte gesorgt werden, daß ihm ein Ersatz geschaffen wird. Aber schwierig wird es immer sein mit ihm. Denn er wird gewisse Dinge aus dem
Geist der Waldorfschule heraus gar nicht verstehen, besonders auch im Handfertigkeitsunterricht selbst. Es ist furchtbar schwer, auf diesem Gebiet, wo Sachlichkeit notwendig ist, das Mitleid spielen zu lassen. Es führt leicht auf Abwege.
Ist denn eine Möglichkeit vorhanden, daß man die Sache so löst, daß man ihn in den vier unteren Klassen hat? Das wäre wünschenswert. Wir kommen dadurch auf ein mächtiges Budget. Die Schule wird größer.

Hij geeft overal een persoonlijke draai aan. Hij is niet erg gefocust op het doel. Hij wil iemand zijn die het tot Waldorfleraar heeft geschopt. Hij wil dichter worden. Hij wil dat de kinderen hem vertrouwen. Zijn bijzondere kwaliteiten wekken medelijden op. Er moet voor gezorgd worden dat er een vervanger voor hem gevonden wordt. Maar dat zal altijd lastig blijven met hem. Omdat hij bepaalde aspecten van de geest van de Waldorfschool simpelweg niet zal begrijpen, vooral niet in de lessen over praktische vaardigheden. Het is ontzettend moeilijk om medelijden toe te laten in dit gebied, waar objectiviteit noodzakelijk is. Het leidt ons gemakkelijk op een dwaalspoor. Is er een manier om de situatie op te lossen zodat hij in de vier lagere klassen kan werken? Dat zou wenselijk zijn. We komen dan wel op een aanzienlijk budget. De school zou groter worden.

Molt: Mir scheint, nur um eine Sinekure zu schaffen, dafür ist kein Geld da,
wo wir neulich gesehen haben, daß wir mit jedem Pfennig rechnen müssen.
Das wird nötig sein, daß man im Zusammenhang der Firma etwas unternimmt, daß ihm nicht geschadet wird und nicht wehgetan wird.

Molt: Het lijkt me dat er geen geld is om zomaar een sinecure te creëren,
vooral omdat we onlangs hebben gezien dat we op elke cent moeten letten. Er zal binnen het bedrijf iets moeten gebeuren om ervoor te zorgen dat hij geen schade ondervindt.

Dr. Steiner: Untergebracht muß er werden. Man muß sehen, wie man ihn unterbringt. Ein sehr schwieriger Fall.
Sachlich ist dies zu sagen, daß er der Aufgabe nicht gewachsen war.

Er moet rekening met hem worden gehouden. We moeten kijken hoe we hem tegemoet kunnen komen. Een zeer lastig geval.
Objectief gezien was hij niet geschikt voor de taak.

Blz. 196

Er hat nicht den künstlerischen Geist. Ich glaube nicht, daß er sich in den hineinfinden würde. Wie gesagt, es würde das gar nicht schaden, wenn er die unteren Klassen haben würde, ein anderer die oberen Klassen. Oftmals wird dadurch am meisten erreicht. Die Kinder werden einfach arbeiten. Nachher, wenn sie sich mittätig erweisen müssen, ist es um so besser. Sachlich ist nichts einzuwenden für die untersten Stufen, aber für die oberen Stufen reicht er nicht mehr aus.

Hij heeft geen artistiek talent. Ik denk niet dat hij dat zou kunnen ontwikkelen. Zoals ik al zei, zou het geen kwaad kunnen als hij de lagere klassen lesgeeft en iemand anders de hogere klassen. Vaak is dat de meest effectieve manier om dingen voor elkaar te krijgen. De kinderen zullen gewoon aan de slag gaan. Daarna, wanneer ze actief moeten deelnemen, is dat alleen maar beter. Er is niets mis met hem voor de lagere klassen, maar hij is niet meer geschikt voor de hogere klassen.

X.: Ist es beabsichtigt, alles in einer Hand zu lassen ?

X: Is het de bedoeling dat alles onder één controle blijft?

Dr. Steiner: Das sind budgetäre Fragen. Beim Handfertigkeitsunterricht ist es so, daß man sich nach der Decke streckt. An sich wäre wünschenswert, daß der Handfertigkeitsunterricht recht stark ausgebaut wird. Wenn wir einen Handfertigkeitslehrer haben, würden wir auskommen, wenn wir von der 6. Klasse an den Unterricht geben lassen. Etwas anderes kommt dadurch herein, daß wir Gartenbauunterricht geben. Das erfordert auch eine sachverständige Kraft. Ich würde am liebsten sehen, wenn wir zwei hätten, daß der eine das eine Jahr den Handfertigkeitsunterricht gibt, der andere den Gartenbauunterricht gibt.

Dat zijn budgettaire kwesties. Met handvaardigheidsonderwijs werken we binnen onze middelen. Idealiter zou het handvaardigheidsonderwijs aanzienlijk uitgebreid moeten worden. Als we één docent handvaardigheid hadden, zouden we het kunnen redden als iemand anders het vanaf de zesde klas zou geven. Een andere factor is dat we ook tuinbouwonderwijs aanbieden. Daar is ook een gekwalificeerde docent voor nodig. Ik zou het liefst zien dat, als we er twee hadden, de ene het ene jaar handvaardigheid geeft en de andere tuinbouw.

Es kommen die Dinge in Betracht, daß wir für die Schule gewisse
Schwierigkeiten haben, wenn wir ihn behalten. Ich habe den Eindruck gehabt, daß es die Meinung des ganzen Kollegiums sei; ich habe anfangs gemeint, es sei eine beschlossene Tatsache. Aber jetzt, wo ich sehe, daß es nicht so ist, ist es gut, daß wir uns unterhalten haben und daß wir erfahren haben, daß es nicht so
ist.

Er komen dingen aan het licht waaruit blijkt dat de school bepaalde problemen zal ondervinden als we hem aanhouden. Ik had de indruk dat dit de mening van het hele personeel was; aanvankelijk dacht ik dat het al besloten was. Maar nu ik zie dat dit niet zo is, is het goed dat we erover hebben gepraat en dat we hebben vernomen dat het niet het geval is.

X.: Ist es nicht möglich, das früher zu bemerken, daß ein Mensch nicht taugt
für diese Arbeit?

X: Is het niet mogelijk om eerder te zien dat iemand niet geschikt is voor deze functie?

Dr. Steiner: Ich habe es schon lange bemerkt. Ich habe es schon
Weihnachten und im Februar gesagt. Ja, nicht wahr, ich bin ja nicht gern darauf eingegangen, weil es mir eine schreckliche Sache war, was leider oft vorgekommen ist, daß Leute ausgeschlossen worden sind. So ging ich darauf nicht gerne ein. Es sind manche Momente dazugekommen in den letzten Tagen, die die Sache plausibler erscheinen lassen. Ja, dann wird nichts übrigbleiben, als daß wir eine andere Lösung suchen. Dann müssen wir eine andere Lösung suchen.

Ik heb het al lang geleden opgemerkt. Ik heb het al met Kerstmis en in februari gezegd. Ja, het klopt, ik wilde het niet aankaarten omdat het voor mij vreselijk was, en helaas gebeurde dat vaak, dat mensen werden buitengesloten. Dus ik wilde er niet op ingaan. De afgelopen dagen zijn er dingen naar voren gekomen die de zaak aannemelijker maken. Ja, dan rest ons niets anders dan een andere oplossing te zoeken. Dan moeten we een andere oplossing vinden.

X.: Jedenfalls muß eine erste Kraft für den Handfertigkeitsunterricht herkommen. Es läßt sich so machen, daß man ihn einer ersten Kraft als zweite Hilfe gibt. Herr X. wollte sich damals um die Handfertigkeit annehmen.

X.: In elk geval is een eerste kracht nodig voor handvaardigheidsonderwijs. Het kan zo geregeld worden dat we hem een eerste kracht als tweede assistent geven. Meneer X. wilde destijds graag zelf de handvaardigheidslessen verzorgen.

Blz. 197

Dr. Steiner: Ich habe gesagt, daß es am besten ist, wenn jemand, der im Lehrerkollegium ist, selbst Schuhe machen lernt. Es war nicht meine Meinung, daß wir einen Handwerker anstellen. Es muß der Handfertigkeitsunterricht aus dem Lehrerkollegium hervorgehen. Y. war plötzlich da. Erwähnt worden ist er mir nur ganz flüchtig. Es war ja nicht der Gesichtspunkt, ihn ganz zum Handfertigkeitslehrer zu nehmen.

Ik zei dat het het beste is als iemand van het docententeam zelf leert schoenen te maken. Het was niet mijn idee om een ​​ambachtsman aan te nemen. De praktische vaardigheden moeten vanuit het docententeam zelf worden aangeleerd. Y. was er ineens. Hij werd slechts heel kort genoemd. Het was niet de bedoeling om hem de enige docent praktische vaardigheden te maken.

X.: Ins Lehrerkollegium ist er hereingewachsen, ohne daß es bestimmt war,
daß er hereinkommt.

X.: Hij is in het docententeam bij gaan horen zonder dat het de bedoeling was dat hij erbij zou komen.

Dr. Steiner: Jetzt sind wir in einer gewissen Weise dadurch gefangen.
Solche Dinge sollte man nicht so nehmen. Neulich, wir haben auch
davon gesprochen, war ich sehr überrascht, als jemand, der überhaupt noch nicht in Betracht kommt für das Lehrerkollegium, bei der Sitzung dabei war. Wer noch nicht im Kollegium tätig ist, kann doch nicht bei der Sitzung dabei sein.

Nu zitten we hier een beetje mee in de knel. Je moet zulke dingen niet zo lichtzinnig opvatten.<1> 2<2> Onlangs bespraken we dit onderwerp nog, en ik was erg verbaasd dat iemand die niet eens in aanmerking komt voor het docententeam, aanwezig was bij de vergadering. Iemand die nog niet actief is in het team, kan onmogelijk bij de vergadering aanwezig zijn. <2>

X.; Ich glaube, daß man ihn ruhig als zweite Kraft nehmen könnte.

<1a> X.: Ik denk dat hij prima als tweede man ingezet zou kunnen worden.

Dr. Steiner: Es wird für eine Kraft zuviel werden, die Gartenarbeit und der Schuhmacherkurs. Dann muß es vom Budgetgesichtspunkt möglich sein, ihn zu besolden.

Het zal te veel zijn voor één persoon om de tuincursus en de schoenmakerscursus te geven. Vanuit budgettair oogpunt moet het dan mogelijk zijn om hem een ​​salaris te betalen.

Molt: Da möchte ich sagen, daß sich das Budget den großen Gesichtspunkten
unterordnet.

Molt: Ik wil graag benadrukken dat het budget ondergeschikt is aan het grotere geheel.

Dr. Steiner: Es hat sich bis jetzt kein Schaden gezeigt, wenn er darin war; es kann der Schaden sich erst zeigen, wenn er draußen ist. Er ist zum Lehrer sozusagen geworden auf eine Weise, wie mir das mehrfach in Stuttgart entgegengetreten ist. Wenn man fragt, wie sind sie hineingekommen, so ist es so, die Leute haben sich hineingeschoben.
Sie treten plötzlich auf. Ich kann nicht dahinterkommen, wie sie stufenweise aufgerückt sind. Nun, nicht wahr, das geht doch nicht auf die Dauer.
Nicht wahr, Herr X., Sie müssen denken, daß man auf die Dinge baut. Es hat sich darum gehandelt, daß abgesprochen war, daß Sie der geistige Umfasser des Handfertigkeitsunterrichts sind. Ich bin gefragt worden von Herrn Molt, ob der Y. in Betracht kommen wird als Handlanger von Ihnen. Aber davon war ich betroffen, daß er hier im Lehrerkollegium gesessen ist. Als Lehrer der Waldorfschule war er nicht in Aussicht genommen. Das bestätigt sich ganz gut, denn er ist Arbeiter der Waldorf-Astoria und ist abkommandiert hierher. So ist
gar nicht die geringste Berechtigung gewesen, ihn hier ins Lehrerkollegium hineinzusetzen.

Tot nu toe is er geen kwaad geschied zolang hij erbij betrokken was; de schade zal pas aan het licht komen als hij weg is. Hij is als het ware leraar geworden op een manier die ik in Stuttgart al vaker ben tegengekomen. Als je vraagt ​​hoe ze daar terecht zijn gekomen, is het antwoord dat mensen zich erin hebben gedrongen. Ze duiken plotseling op. Ik kan me niet voorstellen hoe ze zich geleidelijk omhoog hebben gewerkt. Nou ja, dat kan toch niet eeuwig doorgaan?Nietwaar, meneer X.? U moet toch denken dat je voortbouwt op bestaande structuren? Er was afgesproken dat u de spirituele leider zou zijn van het handvaardigheidsonderwijs. Meneer Molt vroeg me of Y. als uw assistent in aanmerking zou komen. Maar ik was verbaasd dat hij hier tussen de docenten zat. Hij was niet in aanmerking gekomen voor de functie van docent aan de Waldorfschool. Dat is volkomen duidelijk, aangezien hij in dienst is van de Waldorf-Astoria en hierheen is gedetacheerd. Er was dus absoluut geen rechtvaardiging om hem in het docententeam op te nemen.

Blz. 198

X.: Ich glaube, daß wir zu einer intimen Arbeit nicht kommen können, wenn
jemand unter uns ist, der nicht hineingehört.

X.: Ik geloof dat we niet in vertrouwen kunnen werken als
iemand onder ons is die er niet thuishoort.

Dr. Steiner: Wenn er schon einmal da ist, würde das nicht in Betracht kommen, wenn er in dem Fache tüchtig wäre, wenn sich nicht andere Schwierigkeiten hinzugesellten, daß Y. nicht mehr im Kollegium sein kann.

Aangezien hij er al is, zou dat geen probleem zijn als hij competent was in het vakgebied, als er geen andere moeilijkheden waren ontstaan ​​die Y. ervan weerhouden deel uit te maken van de lerarenvergadering.

X.: Es war ein Fehler, ihn hereinzunehmen.

X.: Het was een vergissing om hem aan te nemen.

X.: Diejenigen, die den Fehler begangen haben, das sind wir.

X.: Wij zijn degenen die de fout hebben gemaakt.

Dr. Steiner: Tragen wird ihn die Waldorfschule. Geradeso wie in der
Anthroposophischen Gesellschaft Fehler gemacht worden sind, und
trotzdem immer dieselben Fehler gemacht worden sind, mußte
immer ich darunter leiden. Unter jedem Herausgeschmissenen
mußte ich leiden! Hier wird die Waldorfschule darunter leiden, das
ist selbstverständlich. Ich halte es für besser, sie leidet von außen als
von innen.

De Waldorfschool zal de dupe worden. Net zoals er fouten zijn gemaakt in de Antroposofische Vereniging, en ondanks dat er altijd dezelfde fouten worden gemaakt, heb ik er altijd onder geleden. Ik heb geleden voor iedereen die is weggestuurd! Hier zal de Waldorfschool lijden, dat spreekt voor zich. Ik denk dat het beter is dat ze van buitenaf lijdt dan van binnenuit.

Nach weiteren Erörterungen:

Na nog wat opmerkingen:

Dr. Steiner: Nun, nicht wahr, da müssen wir halt versuchen, ihn zu
behalten, wenn es nicht anders geht.

Wel dan, nu zullen we hem gewoon moeten proberen te houden als er geen andere mogelijkheid is.

Nach einer weiteren Besprechung am andern Tag, von der keine Notizen vorliegen, wurde Y. mitgeteilt, daß er nicht mehr an der Waldorfschule mitarbeiten könne.

Na een volgende vergadering de volgende dag, waarvan geen notulen bestaan, werd Y. meegedeeld dat hij niet langer op de Waldorfschool kan werken. <1a>

Dr. Steiner: Es ist gar nicht von vornherein ausgemacht gewesen, daß jeder Fachlehrer im Lehrerkollegium sitzen soll. Es sollte da sein ein engeres Kollegium, in dem die Klassenlehrer sind mit den älteren Fachlehrern, und daneben das erweiterte Kollegium.

<2a> Het was van meet af aan nooit de bedoeling dat elke vakdocent deel zou uitmaken van de vergadering. Er zou een kernvergadering zijn, bestaande uit de klassenleraren en de meer ervaren vakdocenten, en daarnaast de uitgebreide vergadering.

X.; Mir scheint der Gesichtspunkt der zu sein, daß niemand im Kollegium sein
sollte, der nicht von Herrn Doktor berufen ist. Daß nicht jedes Hiersein in
irgendeiner Position einfach das selbstverständliche Beisitzen beim Kollegium
zu bedeuten hat.

X.: Het lijkt me dat het erom gaat dat niemand deel zou moeten uitmaken van de vergadering die niet door Dr. Steiner is aangesteld. Dat het feit dat je hier in welke functie dan ook bent, automatisch betekent dat je lid bent van de vergadering.

X.: Wer soll denn beim Kollegium sitzen?

X.: Wie zou er dan wel deel moeten uitmaken van de vergadering?

Dr. Steiner: Ja, im Kollegium sollten nur die sitzen, die leitende Lehrer sind, die ausübenden, nicht die beurlaubten. Im Kollegium müßten im Grunde genommen diejenigen sein, die ursprünglich zur Schule gehört haben, und die, die später gekommen sind, bei denen man es bedauern kann, daß sie den Kursus vom vorigen Jahr nicht gehört haben. Wer als wirklicher Lehrer hereinkommt, darüber ist

Dr. Steiner: Wel, alleen de docenten die leidinggeven, de actieve docenten, niet degenen die van plichten vrijgesteld zijn, zouden deel moeten uitmaken van de vergadering. De vergadering zou idealiter zowel docenten moeten omvatten die oorspronkelijk aan de school verbonden waren, als degenen die later zijn gekomen en van wie we het jammer vinden dat ze de cursus van vorig jaar niet hebben gevolgd. Er is wel altijd gesproken over wie er als echte leraar bij komt.

Blz. 199

immer verhandelt worden. Erstens müßte man ausübend sein, wenn man hier sitzt, zweitens müßte man wirklicher Lehrer sein.

Ten eerste moet je actief betrokken zijn als je hier zit; ten tweede moet je een echte leraar zijn.

Frau Molt: Dann gehöre ich auch nicht dazu.

Mevrouw Molt: Dan hoor ik er ook niet bij.

Dr. Steiner: Sie sind Schulmutter. Das war von Anfang an in Aussicht genommen gewesen. Frau Doktor sitzt hier als Leiterin der eurythmischen Abteilung, Herr Molt als Protektor der Schule. Das war von Anfang an in Aussicht genommen, da ist kein Zweifel.
Wenn es besprochen ist, da ist nichts zu sagen; auch als Baravalle einmal darin war. Er hatte die Vertretung, er war ausübend, das ist besprochen worden. Da wußte man auch, daß er in ein Verhältnis zur Schule kommt, weil er einmal eine erste Kraft sein wird.
Jetzt fragt sich nur, wer als Lehrer noch in Betracht kommt.

U bent schoolmoeder. Dat was vanaf het begin al de bedoeling. Mevrouw Steiner zit hier als hoofd van de afdeling euritmie, meneer Molt als beschermheer van de school. Dat was vanaf het begin al de bedoeling, daar bestaat geen twijfel over.
Als het besproken is, valt er niets meer over te zeggen; zelfs niet toen Baravalle er een keer was. Hij viel in, hij was actief betrokken, dat is besproken. Het was toen ook al bekend dat hij een band met de school zou hebben, omdat hij ooit een leidende figuur zou worden.
De enige vraag is nu wie er nog meer in aanmerking komt als leraar. <2a>

X.: Müßte der neue Lehrer Anthroposoph sein, oder kann es ein Außenstehender sein?

<3> X: Moet de nieuwe leraar een antroposoof zijn, of kan het iemand van buiten de school zijn?

Dr. Steiner: Da bin ich nicht darauf versessen. Das ist schon durchgesprochen.
Für den Handfertigkeitsunterricht würde ich vorschlagen, daß mit Wolffhügel verhandelt wird, um zu sehen, ob er will. Ich glaube tatsächlich, daß der Wolffhügel sich eignen könnte. Das wäre glänzend. Er ist Maler und arbeitet in einer Möbelschreinerei. Das wäre ausgezeichnet.

Dr. Steiner: Daar ben ik niet zo op gebrand. Dat is al besproken. Voor de cursus handvaardigheid stel ik voor om met Wolffhügel in gesprek te gaan om te kijken of hij interesse heeft. Ik denk namelijk dat Wolffhügel geschikt zou kunnen zijn. Dat zou fantastisch zijn. Hij is schilder en werkt in een meubelwerkplaats. Dat zou perfect zijn. <3>

Jetzt muß man nur wissen, wer von den neu zu Berufenden in die Konferenz kommt. Wolffhügel käme selbstverständlich für die Konferenz in Betracht.
Im Handarbeitsunterricht war ich nur wenig darinnen, aber das eine Mal mußte ich mir sagen, warum hat das Kind keinen Fingerhut? Ich habe immer gesagt, wir müssen die Kinder daran gewöhnen, mit Fingerhut zu nähen. Es kann das Kind nicht ohne Fingerhut nähen, das geht nicht an.
Man kann nicht vorher wissen, daß ein Lehrer die Kinder nicht ruhig
halten kann. Im allgemeinen, glaube ich, kann man es schon wissen, aber man kann Überraschungen erleben. Man kann es nicht von vornherein sehen.
Dann würden wir für die ersten Klassen zwei Lehrer brauchen. Da würde ich für die Klasse 1 b vorschlagen Fräulein Maria Uhland und für die Klasse a den Killian. Ich würde meinen, daß man beide provisorisch anstellt, auf Widerruf, und sie noch nicht ins Kollegium aufnimmt.

Nu moeten we alleen nog weten welke van de nieuw aangestelde leerkrachten bij de vergadering zullen komen. Wolffhügel komt daar natuurlijk voor in aanmerking.
<4> Ik was maar zelden in de handwerkles, maar die ene keer moest ik me afvragen: waarom heeft dat kind geen vingerhoed? Ik heb altijd gezegd dat we de kinderen moeten laten wennen aan naaien met een vingerhoed. Een kind kan niet naaien zonder vingerhoed, dat is onacceptabel. <4>
Je kunt van tevoren niet weten of een leerkracht de kinderen stil kan houden. Over het algemeen denk ik dat je het wel kunt weten, maar je kunt nog steeds voor verrassingen komen te staan. Je kunt het niet voorspellen.
Dan hebben we twee leerkrachten nodig voor de eerste klas. Ik zou juffrouw Maria Uhland voor klas 1b en Killian voor klas a voorstellen. Ik denk dat ze allebei voorlopig, op tijdelijke basis, aangenomen moeten worden en nog niet officieel tot de vergadering moeten toetreden.

Blz. 200

Dann hat die 2. Klasse Fräulein v. Mirbach
                                                   die 3. Klasse Pastor Geyer
                                                   die 4. Klasse Fräulein Lang
                                                   die 5. Klasse Frau Koegel.
Dr. Schubert hat die Schwachen, die Hilfsklasse,
                                                    die 6. Klasse Fräulein Dr. v. Heydebrand.
Dann brauchen wir noch jemanden. Da wäre Baravalle eine ausgezeichnete Kraft für die zweite 6. Klasse. Ich würde doch meinen, daß wir den Baravalle nehmen. Er kann den Doktor auch hier machen.
                                                     Die gesamte 7. Klasse übernimmt Dr. Kolisko.

Dann würde ich meinen, daß wir es mit der 8. und 9. Klasse machen wie bisher mit der 7. und 8. Wie haben Sie das gemacht?

Dan heeft juffrouw von Mirbach de 2e klas,
                                                       pastor Geyer de 3e klas,
                                                       juffrouw Lang de 4e klas,
                                                       mevrouw Koegel de 5e klas.

Dr. Schubert heeft de leerlingen met leerachterstand, de klas voor leerlingen met speciale behoeften,
                                                      juffrouw dr. von Heydebrand de 6e klas.

Dan hebben we nog iemand nodig. Baravalle zou een uitstekende leraar zijn voor de tweede 6e klas. Ik denk dat we Baravalle moeten aannemen. Hij kan hier ook zijn doctoraat behalen.

                                                     Dr. Kolisko neemt de hele 7e klas over.

Dan denk ik dat we het met de 8e en 9e klas op dezelfde manier moeten doen als met de 7e en 8e. Hoe deed u dat?

X.: Wir haben wochenweise gewechselt. Wir haben den Eindruck, wenn wir
zum Ursprünglichen zurückgekehrt sind, wenn wir tageweise gewechselt
haben, daß wir dann die Klasse nicht gut kennengelernt haben.

X: We rouleerden wekelijks. We hebben de indruk dat we, toen we teruggingen naar het oorspronkelijke systeem, waarbij we dagelijks rouleerden, de klas niet goed leerden kennen.

Dr. Steiner: Der Gesichtspunkt ist, daß es besser ist, acht Tage lang
vorzutragen. Besser wochenweise als tageweise.

Het uitgangspunt is dat het beter is om acht dagen lang les te geven. Weken zijn beter dan dagen.

X,: Warum wir zwei unsere Klasse nicht so gekannt haben, darüber bin ich mir
nicht ganz im klaren. Die Tatsache ist die, daß ich die Kinder am wenigsten
von allen Kollegen kennengelernt habe. Könnte Herr Doktor etwas sagen, was
daran schuld ist?

X: Waarom wij tweeën onze klas niet zo goed kenden, weet ik niet helemaal zeker. Feit is dat ik de kinderen het minst goed heb leren kennen van al mijn collega’s. Zou de doctor kunnen zeggen wat daar de reden voor zou kunnen zijn?

Dr. Steiner: Das wird nicht besser, bis Sie ganz genau das Rationelle  in bezug auf die Behandlung und den Gang des Lehrstoffes haben. Sie haben sich erdrückt gefühlt. Sie sind überhaupt wenig mit den Schülern in Kontakt gekommen. Sie haben zuviel vorgetragen

Dat zal niet verbeteren totdat u een volledig rationeel begrip hebt van de behandeling en de voortgang van het leerplan. U voelde zich overweldigd. U had heel weinig contact met de leerlingen. U gaf te veel les.

GA 300A  inhoudsopgave

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3494-3282

.

.

.

.

 

 

 

 

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over godsdienstonderwijs (GA 298)

.

Als Rudolf Steiner in 1919 de cursussen geeft voor de op- en inrichting van de eerste vrijeschool in Stuttgart, worden uiteraard ook de vakken genoemd die onderwezen gaan worden.

Het was in die tijd gebruikelijk dat in het ‘openbare’ onderwijs – laat ik voor het gemak maar zeggen: dominee of pastoor – onderwijs gaven over de geloofsrichting die zij vertegenwoordigden: die dienst die ze aan hun god wilden bewijzen, dus godsdienstonderwijs.

De kinderen die naar de vrijeschool komen, krijgen geen antroposofische godsdienst. Steiner wil van de vrijeschool geen wereldbeschouwelijke school maken, ‘slechts’ een methodeschool.
Dat heeft hij vele keren benadrukt!

GA 298       Gedeeltelijk vertaald. Wat niet werd vertaald staat op deze blog. Zie inhoudsopgave

Ansprache Rudolf Steiners bei der Eröffnung der
Freien Waldorf schule

Toespraak van Rudolf Steiner bij de opening van vrije waldorfschool

Stuttgart, 7 september 1919

Aber ehrlich werden wir einhalten, was wir gelobt haben: daß die verschiedenen religiösen Bekenntnisgesellschaften, die von sich aus den Religionsunterricht erteilen sollen, ihre Weltan­schauungsprinzipien in unsere Schule hineintragen können. Wir wollen nur abwarten, ob, ebensowenig wie wir stören werden im geringsten dasjenige, was so als Weltanschauung hereingetragen werden soll in unsere Schule, ob ebensowenig dasjenige gestört wird, was wir, in bescheidenster Weise vorläufig nur, als eine Kunst hineintragen wollen.

En wij zullen eerlijk onze belofte houden dat er in onze school plaats zal zijn voor de principes van de verschillende religieuze richtingen, die zelf zorg zullen dragen voor het godsdienstonderwijs. En wij willen afwachten of – net zoals wij op geen enkele wijze de wereldbeschouwingen zullen hinderen die op deze wijze onze school zullen binnenkomen – datgene gehinderd zal worden wat wij, voorlopig slechts op heel bescheiden wijze, als kunst in de school willen brengen. Want we weten: eerst zullen mensen moeten begrijpen dat uit een geestelijk wereldbeeld een opvoedkunst kan ontstaan in pedagogische, methodische, didactische zin, voordat ze werkelijk inzicht kunnen hebben in vraagstukken rond wereldbeschouwingen en hun onderlinge relaties. We zullen dus geen school stichten die een bepaalde wereldbeschouwing uitdraagt. We zullen proberen met de Waldorfschool een ‘opvoedkunstzinnige’ school te creëren.
GA 298/33
Vertaald/54 

Ansprache am Elternabend

Toespraak op de ouderavond

Stuttgart, 9 mei 1920

Blz. 128/129

Immer wieder müssen wir sagen: Es ist uns gar nicht darum zu tun, etwa Anthroposophie in die Schule hineinzutragen. Darüber werden sich die Eltern nicht zu beklagen haben, daß wir Anthroposophie als Weltanschauung in die Schule hineintragen wollen. Aber gerade so, wie wir es vermeiden, Weltanschauung, Anthroposophie in die Schule hineinzutragen, möchten wir es anstreben, diejenige pädagogische Geschicklichkeit, die nur kommen kann aus anthroposophischer Durchbildung, in der Handhabung des Unterrichts, in der Behandlung des Kindes geltend zu machen. – Wir haben die katholischen Kinder dem katholischen Pfarrer zur Verfügung gestellt, die evangelischen Kinder dem evangelischen Pfarrer, und wir haben den freien Religionsunterricht nur für diejenigen, deren Eltern ihn eben suchen. Auch das ist vollständig freigestellt; er ist eingerichtet nur für die Kinder, die wahrscheinlich in der Mehrzahl sonst überhaupt an keinem Religionsunterricht teilnehmen würden. Also darauf legen wir nicht das Hauptgewicht. Dasjenige, was wir in bezug auf die Weltanschauung zu sagen haben, das ist für
Erwachsene.

Steeds opnieuw moeten we zeggen: het gaat ons er helemaal niet om, om zo’n beetje de antroposofie de school in te halen. De ouders zullen zich er niet over te beklagen hebben dat wij antroposofie als wereldbeschouwing op school willen brengen. Maar net zoals we vermeiden wereldbeschouwing, antroposofie in de school te halen, willen we er graag naar streven de pedagogische vaardigheden die alleen uit een gedegen antroposofische studie kunnen ontstaan, bij het lesgeven, bij hoe we met het kind omgaan, toe te passen. Voor de katholieke kinderen kunnen de katholieke pastoors komen, voor de evangelische kinderen de dominees en we hebben het vrije godsdienstonderwijs alleen voor de kinderen van wie de ouders dit zoeken. Ook dat is helemaal vrij; het is alleen voor de kinderen georganiseerd die waarschijnlijk als grootste groep helemaal aan geen enkel godsdienstonderwijs zouden deelnemen. Dus dat weegt voor ons niet het zwaarst. Wat we over de wereldbeschouwing hebben te zeggen, is voor de volwassenen.
GA 289/128
Op deze blog vertaald/128

.

Rudolf Steiner: godsdienstonderwijs alle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3489-3284

.

.

.

.

 

VRIJESCHOOL – – Rudolf Steiner over pedagogie(k) GA 300A – De 6 schooljaren (6)

.

In de uitgave is een hoofdstuk opgenomen met een soort geschiedenis van de 6 schooljaren in het begin van de Waldorfschool in Stuttgart.
De tijd waarin Steiner de school van tijd t0t tijd bezocht en dan de lerarenvergadering voorzat en allerlei onderwerpen besprak, vaak n.a.v. vragen.

.

6. Schuljahr April 1924 bis März 1925
Schooljaar 6 april 1924 tot maart 1925 

Blz. 57

                            1919                                                 1924
                       8 klassen                                         23 klassen
                     12 leerkrachten                               47 leerkrachten
                  256 leerlingen                                 784 leerlingen

Die von Rudolf Steiner geleiteten Konferenzen des ersten (1919/20) und die des letzten Schuljahres (1924) stehen einander seltsam gegenüber.
So riesenhaft sich 1919 alle Anfangsschwierigkeiten auch erheben mochten, sie verbrannten ganz und gar in dem Feuer der Begeisterung darüber, daß diese Waldorfschule nun Wirklichkeit werden sollte. Die anthroposophische Geisteswissenschaft trat weithin sichtbar in das allgemeine Kulturleben ein. Sie sollte der Erziehungskunst neue und befeuernde Impulse geben. Mit schier unerschöpflichem Wagemut wurden die neuen Aufgaben angepackt.

De vergaderingen onder leiding van Rudolf Steiner in het eerste schooljaar (1919/20) en die van het laatste schooljaar (1924) staan ​​in een merkwaardig contrast met elkaar.
Hoe enorm de aanvankelijke moeilijkheden in 1919 ook leken, ze werden volledig overstemd door het enthousiasme dat deze Waldorfschool nu werkelijkheid zou worden. De antroposofische spirituele wetenschap deed op een zeer zichtbare manier haar intrede in het algemene culturele leven. Ze gaf nieuwe en stimulerende impulsen aan de onderwijskunst. De nieuwe taken werden met schijnbaar onuitputtelijke moed aangepakt.

Blz. 58

Im letzten Jahr, 1924, mischen sich in den hellen Glanz, wie in den letzten zwei Jahren, auch wieder unübersehbar getrübte Töne hinein.
Sie gewinnen nicht die Übermacht, gehen sogar zurück, aber sie rufen auf zur Selbstbesinnung und zu erhöhter Anspannung aller Kräfte, um Begeisterung und Geistesgetragenheit ständig neu erstehen zu lassen.
Der äußere Ausbau war in allen Grundzügen an sein Ende gelangt.
Die zwölf Jahrgänge, die die Schulpädagogik umfassen, standen, samt der Hilfsklasse, jetzt da. Parallelklassen wurden auch in diesem Jahr wieder neu eingerichtet (3/145), trotzdem die Schülerzahl für die vier untersten Klassen von der Schulbehörde noch eingeschränkt war (3/145, Einleitung S. 29, 30); auch neue Lehrer wurden noch eingestellt (3/143, 145), aber es wurde nicht, wie bisher, eine neue Klasse auf die eigentliche Schule daraufgesetzt.
Dafür kam der weittragende Entschluß zustande, in diesem Schuljahr nicht mehr die Reifeprüfung am Ende der 12. Klasse abzuhalten.
Dieser Versuch hatte im vorigen Jahr die oberste, 12. Klasse und ihren Lehrplan von Grund aus verdorben.

Het laatste jaar, 1924, vermengden zich, net als in de twee voorgaande jaren, onmiskenbaar duistere tinten met de heldere schittering. Ze kregen niet de overhand, integendeel, ze vervaagden, maar ze riepen op tot zelfreflectie en een verhoogde inzet van alle energie om het enthousiasme en de spirituele scherpte steeds opnieuw te laten ontstaan.
De uiterlijke groei had basaal in alles het einde bereikt.
De twaalf leerjaren die het onderwijsprogramma van de school omvatten, samen met de hulpklas, waren er nu. Ook dit jaar werden er weer parallelklassen gevormd (3/145), hoewel het aantal leerlingen voor de vier laagste leerjaren nog steeds door de schoolleiding afgebakend was (3/145, Inleiding, pp. 29, 30); er werden ook nieuwe leraren aangenomen (3/143, 145), maar in tegenstelling tot voorheen werd er geen nieuw klas aan de bestaande school toegevoegd.
Daarbij kwam het ingrijpende besluit tot stand om dit schooljaar geen eindexamens af te nemen aan het einde van de 12e klas.
Dit had het vorige jaar de hoogste, 12e klas en het bijbehorende leerplan fundamenteel ontwricht.

Rudolf Steiner erwog lange (3/144, 146, 150, 194), wie diese Frage zu lösen sei. Er sprach sie auch mit den Schülern durch, die jetzt in die 12. Klasse eintraten (3/135, 150). Das endgültige Ergebnis war, daß vom übernächsten Jahr, also von 1925 ab, eine eigene Klasse eingerichtet werden sollte für solche Schüler, die ein staatliches Reifezeugnis benötigten für ihren Lebensweg. Damit aber diese
Klasse nicht einfach als die höchste, die 13., angesehen werden könne, sollte sie schon durch die Namensgebung „Vorbereitungsklasse für das Abiturium” (3/194) als eine Sondereinrichtung charakterisiert werden. Die zwölf eigentlichen Klassen sollten „rein gehalten” werden (3/146).
Für die zwölf Schulklassen aber konnte nun, ohne Rücksichtnahme auf Abschlußzeugnisse, der Lehrplan vervollständigt werden, wie immer ausschließlich begründet auf Wesen und Bedürfnisse der jungen Menschen selbst (3/146-149, 150—158). Er wurde ergänzt durch einen jetzt neu gegebenen Gesamtlehrplan für den Unterricht in den neueren Fremdsprachen (3/161 — 165, 170—175).
Das Hinausschieben der Abitursvorbereitung aus der eigentlichen
Schule war aber nur ein Teil eines Kampfes, den Rudolf Steiner
damals führte, um die Waldorfschule „rein zu halten” von den Einflüssen, die aus der üblichen, „bourgeoisen” (1/261) höheren Schule
hineinwehten. Denn diese veranlaßten zum guten Teil die erwähnten
Trübungen des Gesprächstones in den Konferenzen.

Rudolf Steiner dacht uitvoerig na (3/144, 146, 150, 194) over hoe deze kwestie opgelost kon worden. Hij besprak het ook met de leerlingen die nu in het twaalfde leerjaar zaten (3/135, 150). Het uiteindelijke resultaat was dat er vanaf het jaar daarop, in 1925, een aparte klas zou worden gevormd voor leerlingen die een door de staat erkend eindexamendiploma nodig hadden voor hun toekomst. Om te voorkomen dat deze klas simpelweg als het hoogste leerjaar, het dertiende leerjaar, zou worden gezien, moest deze als een speciale vorm worden aangeduid met de naam “Voorbereidende klas voor het eindexamen” (3/194). De twaalf reguliere klassen moesten “puur” blijven (3/146).
Voor de twaalf schoolklassen kon het leerplan nu echter worden afgerond zonder rekening te houden met diploma’s, zoals altijd uitsluitend gebaseerd op de aard en behoeften van de jongeren zelf (3/146-149, 150-158). Het werd aangevuld met een nieuw uitgegeven algemeen leerplan voor het onderwijs in moderne vreemde talen (3/161-165, 170-175).
Het uitstellen van de voorbereiding op het toelatingsexamen voor de universiteit vanuit de school zelf was echter slechts een onderdeel van een strijd die Rudolf Steiner destijds voerde om de Waldorfschool “zuiver” te houden van de invloeden die vanuit het gebruikelijke, “burgerlijke” (1/261) hoger onderwijs binnenstroomden. Deze invloeden waren immers grotendeels verantwoordelijk voor de eerdergenoemde veranderingen in de toon van de discussie tijdens de vergaderingen.

Blz. 59

Die Rücksicht auf die Prüfung drohte, schon bis in die 9. Klasse hinunter, die Oberstufe einseitig intellektuell oder lernmäßig zu machen. Sie verhinderte, die Lebenskunde oder Technologie zu erweitern; sie drohte sogar, die bestehende einzuengen, die doch gerade ins Tätig-Menschliche, ins wirkliche Leben hineinführen sollte. Das ist in den Konferenzen nicht mit direkten Worten gesagt, aber wer diesen Ton in anderen Vorträgen Rudolf Steiners, zum
Beispiel 1/276, 277, oder „Die pädagogische Praxis vom Gesichtspunkte geisteswissenschaftlicher Menschenerkenntnis”, 7. Vortrag, S. 142—145 (Liste Nr. 26), vernommen hat, hört ihn auch hier immer wieder durch. Manche Enttäuschung und Bitterkeit, mancher Tadel (3/167-169, 182-185 , 187-190), die schon im 5. Schuljahr ausgesprochen waren, kommen jetzt verstärkt wieder. Die strengen Worte beziehen sich, wenn von den Zeugnissen (3/141, 167, 168, 180, 181) die Rede ist, auf sämtliche Klassen, sonst aber vor allem auf die oberen. Und da trifft es besonders die Lehrer des Hauptunterrichts, die selbst einst durch staatliche Oberschule und Universität mit ihren intellektuellen Forderungen hindurchgehen mußten.
Davon war ihnen zurückgeblieben, womit sie jetzt zu ringen hatten: das Dozieren (3/187), die Müdigkeit. „Ein Mensch kann doch nicht müde sein, wenn er im Geiste leben soll” (3/190).

De nadruk op het examen dreigde, zelfs al in de negende klas, de hogere klassen eenzijdig intellectueel of academisch te maken. Het belemmerde de ontwikkeling van levensvaardigheden of technologie; het dreigde zelfs het bestaande leerplan te vernauwen, dat immers juist zou moeten leiden tot actieve menselijke ervaring, tot het echte leven. Dit wordt niet direct in de vergaderingen gezegd, maar iedereen die deze toon in andere lezingen van Rudolf Steiner heeft gehoord, bijvoorbeeld 1/276, 277, of “De pedagogische praktijk vanuit het perspectief van de spiritueel-wetenschappelijke kennis van de mens”, voordracht 7, pp. 142-145 , GA 306/142, vertaald,  zal hem hier ook steeds weer horen. Een deel van de teleurstelling en bitterheid, een deel van de afwijzing (3/167-169, 182-185, 187-190), die al in de vijfde klas was geuit, komt nu met hernieuwde intensiteit naar voren. De harde woorden hebben betrekking op alle klassen wanneer de getuigschriften (3/141, 167, 168, 180, 181) worden genoemd, maar vooral op de hogere klassen. En daar treft het met name de leerkrachten van de hoofdvakken, die zelf ooit de staatsschool voor voortgezet onderwijs en de universiteit met hun intellectuele eisen hebben doorlopen.
Wat hiervan overbleef, was waar ze nu mee worstelden: het lesgeven (3/187), de vermoeidheid. “Een mens mag niet moe zijn als hij in de geest wil leven” (3/190).

Mit harten Worten bezeichnet Rudolf Steiner diese Fehler, die noch nicht durch
Anthroposophie überwunden sind, und wiederholt das immer wieder. „Es fehlt der moralische Einfluß der Lehrerschaft auf die Schülerschaft von der 8. Klasse ab eigentlich doch sehr stark” (3/183). Die Schwierigkeiten seien „vorzugsweise eine Sache des Interesses an den Kindern . . . und eine Sache des Enthusiasmus”
(3/189).
Aber so streng die Worte klingen mögen, so sind sie doch niemals in Resignation gesagt. Sie sind positiv gemeint, wollen weiterhelfen.
„Ich muß einen neuen Einschlag geben” (3/189). Für die herandrängenden Aufgaben soll sich der Blick stärker und klarer nach innen wenden, damit die Arbeit der Lehrer immer tiefer angeschlossen werde an das Geistige, an die wahre Menschenkunde. „Ich will Vorträge halten im September oder in der ersten Oktoberwoche über die moralische Seite der Erziehung und des Unterrichts” (3/194). Aber dieser Kurs wurde nicht gehalten. Die eingetretene Krankheit Rudolf Steiners verhinderte es. Ebenso wird erwähnt ein zugesagtes
Seminar über den Sprachunterricht, das nicht mehr zustande kam.
Diese Lücken schmerzen seither wie brennende Wunden. Denn die
Aufgaben wurden größer und größer.

Rudolf Steiner beschrijft deze fouten, die nog niet door de antroposofie zijn overwonnen, in harde bewoordingen en herhaalt dit steeds weer. “De morele invloed van het onderwijzend personeel op de leerlingen is vanaf de achtste klas eigenlijk zeer gering” (3/183). De moeilijkheden liggen “vooral in de belangstelling in de kinderen… en in het enthousiasme” (3/189).
Maar hoe hard de woorden ook mogen klinken, ze worden nooit met berusting uitgesproken. Ze zijn positief bedoeld, om te helpen. “Ik moet een nieuwe koers uitzetten” (3/189). Voor de dringende taken die voor ons liggen, moet de focus sterker en duidelijker naar binnen gericht zijn, zodat het werk van leerkrachten steeds dieper verbonden raakt met het spirituele, met de ware kennis van de mens. Ik ben van plan om in september of in de eerste week van oktober voordrachten te geven over het morele aspect van opvoeding en onderwijs” (3/194). Maar deze lezingen werden niet gehouden. Rudolf Steiners ziekte verhinderde dit. Er wordt ook melding gemaakt van een beloofd seminar over taalonderwijs, dat nooit heeft plaatsgevonden.
Deze lacunes zijn sindsdien pijnlijk gebleven, als brandende wonden. Want de taken werden steeds groter.

Die erste Gruppe der Absolventen, der ,,ehemaligen” Schüler stand schon da. Mit ihnen wurden zwei Besprechungen abgehalten (Zeittafel), und Rudolf Steiner stellte weitere Fürsorge in Aussicht.
Auch der Kreis der Jugendgruppen, die auf die Waldorfschule hinschauten, war gewachsen. Erwähnt werden die in Breslau (3/177) und die in Dornach (3/137, 143 und Einleitung S. 35).
Die Schulbewegung erweiterte sich. Es wurden neue Schulen jetzt auch in Holland und England errichtet, für die Rudolf Steiner pädagogische Kurse hielt mit Hinweisen auf das Stuttgarter Urbild. Und ebenfalls wuchs das Bedürfnis, aus dem Munde der Lehrer Näheres über Waldorf-Pädagogik zu hören. Solche Vorträge waren gehalten oder in Aussicht genommen in Nürnberg und München (3/192).
Die Eltern der Waldorfschüler hatten gebeten um Belehrung und Hilfe. Ihnen hielt Rudolf Steiner einen Vortrag am 1. Juni 1924 (Zeittafel. Liste Nr. 8).
Überall tönte aus den Worten Rudolf Steiners die vertiefte Kraft heraus, die er in die Schule einfließen ließ. Aber das geschah wohl niemals intensiver, freudiger, strahlender als in seiner Ansprache an Kinder, Eltern, Lehrer beim Schulbeginn am 30. April 1924 (3/145).

De eerste groep schoolverlaters, de “oud-leerlingen”, was er al. Er werden twee bijeenkomsten met hen gehouden (tijdlijn), en Rudolf Steiner beloofde verdere steun. De kring van jeugdgroepen die naar de Waldorfschool keken, was ook gegroeid. Die in Breslau (3/177) en Dornach (3/137, 143 en Inleiding p. 35) worden genoemd.
De schoolbeweging breidde zich uit. Er werden nu ook nieuwe scholen opgericht in Nederland en Engeland, waarvoor Rudolf Steiner pedagogische cursussen gaf met verwijzingen naar het Stuttgarter model. En de behoefte groeide ook om meer te horen over de Waldorfpedagogie van de leraren zelf. Dergelijke lezingen waren gegeven of gepland in Neurenberg en München (3/192).
De ouders van de Waldorfleerlingen hadden om instructie en ondersteuning gevraagd. Rudolf Steiner gaf hen een lezing op 1 juni 1924 (tijdlijn. Lijst nr. 8)

Overal klonk de diepe kracht van Rudolf Steiners woorden, de kracht die hij in de school bracht. Maar dit gebeurde waarschijnlijk nooit intenser, vreugdevoller en stralender dan in zijn toespraak tot kinderen, ouders en leerkrachten aan het begin van het schooljaar op 30 april 1924. (3/145)

Und niemals war die Stimmung gelöster und trotz allem hoffnungsfreudiger als in der Konferenz vom 3. September (3/191) in der Nacht, ehe Rudolf Steiner nach Dornach fuhr zum Kurs über Sprachgestaltung, auf den er sich so sichtlich freute.
Es war die letzte Lehrerkonferenz mit ihm.

Während der ganzen zweiten Hälfte dieses Schuljahres lag Rudolf Steiner krank in Dornach. Die Sorgen und Nöte der Lehrer konnten nur durch Briefe zu ihm gelangen, die dann durch ganz kurze Randbemerkungen oder durch nach Stuttgart zu schreibende Anweisungen beantwortet wurden. Am letzten Schultag, am 30. März 1925, starb Rudolf Steiner.
Zwei Wochen vorher hatte er noch einmal selber einen Brief an die
Waldorflehrer geschrieben (abgedruckt in „Die Konstitution der Allgemeinen Anthroposophischen Gesellschaft . . .”, S. 405; Liste Nr. 50). In diesem Brief faßt Rudolf Steiner noch einmal die Kernkräfte der Waldorf-Pädagogik zusammen. Er spricht da von der Fruchtbarkeit der Anthroposophie und sagt: ,,Wenn die Lehrerschaft treu im Herzen das Bewußtsein trägt von dieser Fruchtbarkeit, dann werden die guten über dieser Schule waltenden Geister wirksam sein können, und in den Taten der Lehrer wird göttlich-geistige Kraft walten.”

En nooit was de sfeer zo ontspannen en, ondanks alles, zo hoopvol als tijdens de vergadering op 3 september (3/191) de avond voordat Rudolf Steiner naar Dornach vertrok voor de cursus spraakvorming, waar hij zo zichtbaar naar uitkeek.

Het was de laatste lerarenvergadering met hem.

Gedurende de hele tweede helft van dat schooljaar lag Rudolf Steiner ziek in Dornach. De zorgen en bezorgdheid van de leraren bereikten hem alleen via brieven, die vervolgens werden beantwoord met zeer korte kanttekeningen of met aanwijzingen die naar Stuttgart gestuurd moesten worden. Op de laatste schooldag, 30 maart 1925, overleed Rudolf Steiner.

Twee weken eerder had hij zelf nog een brief geschreven aan de Waldorfleraren (afgedrukt in GA 260A/405. In deze brief vat Rudolf Steiner nogmaals de kernprincipes van het Waldorfonderwijs samen. Hij spreekt over de vruchtbaarheid van de antroposofie en zegt: “Als de docenten het besef van deze vruchtbaarheid trouw in hun hart dragen, dan zullen de goede geesten die over deze school heersen, effectief kunnen zijn en zal goddelijk-geestelijke kracht de overhand krijgen in het handelen van de leerkrachten.”

Erich Gabert

.

GA 300A  inhoudsopgave

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3484-3280

.

.

.

.

 

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over godsdienstonderwijs – alle artikelen

.

Zelf heb ik nooit ‘godsdienst’ gegeven en ik ben er ook nooit zo mee bezig is geweest.
Maar bij de verdere bestudering van de pedagogische voordrachten, viel mij t.a.v. ‘godsdienst’ iets merkwaardigs op. In de jaren 1970 (en daarvoor) en later, was er op de oudere scholen voor ALLE kinderen godsdienstonderwijs zoals Steiner dit formuleerde voor de kinderen van ouders die erom gevraagd hadden.
Maar dat het voor alle kinderen een vak moest worden, vind je niet als aanwijzingen van Steiner.
Hij gaf de ouders die dat wilden gelegenheid hun kinderen godsdienst te laten geven door de vertegenwoordiger van hun geloof. Die kwamen dus van buiten de lerarengroep. De andere kinderen kregen GEEN godsdienst. Dat is er wel gekomen op vraag van de andere (vaak antroposofische) ouders. Maar alleen voor hun kinderen.
Op verdere vragen is voor die kinderen de zgn. ‘zondagshandeling’ in het leven geroepen, later uitgebreid met andere ‘Handelingen’. Alleen voor die kinderen! 
Hoe ‘men’ er in de tijd na Steiner toe is gekomen om (ongevraagd aan de ouders?) godsdienst te gaan geven, weet ik (nog) niet.Hier de voordrachten waarin Steiner op de een of andere manier over godsdienst in het vrijeschoolonderwijs spreekt.
De links gaan naar de betreffende vertaalde voordracht
.
GA 295
Over: religie(s), materialisme, plaats in het onderwijs.
.
GA 297
Over:  vrijeschool geen wereldbeschouwelijke school; godsdienstles door dominee en/of pastoor; een algemeen godsdienstonderwijs voor kinderen van ouders die dit wensen.
.
Over: vrijeschool geen wereldbeschouwelijke school; godsdienstles door dominee en/of pastoor

GA 301
Over: vrijeschool geen wereldbeschouwelijke school; godsdienstles door dominee en/of pastoor; over de inhoud van de niet-confessionele godsdienstlessen voor kinderen van ouders die dit wensen.

GA 303
Over: vrijeschool geen wereldbeschouwelijke school; godsdienstles door dominee en/of pastoor; de niet-confessionele godsdienstlessen voor kinderen van ouders die dit wensen. Dit  wordt hier antroposofisch godsdienstonderwijs genoemd. 
Wat is een religieuze, ethisch-morele opvoeding. Dankbaarheid en liefde.

[304A] Over: vrijeschool geen wereldbeschouwelijke school; godsdienst door dominee en/of pastoor; antroposofisch godsdienstonderwijs; het wekken van religieuze stemming, moraliteit door dankbaarheid en liefde; sociale gevolgen.

[GA 305] Over: Dankbaarheid, liefde, plicht; geen wereldbeschouwelijke school; ontstaan antroposofisch godsdienstonderwijs; het christelijke karakter van de vrijeschool; wat wil de vrijeschool.

[306] Over: Kind: lichamelijk-religieuze instelling onder 7 jr; hoe moet je godsdienstonderwijs vormgeven; religieuze is aangeboren; verschil in religieuze beleving onder de 7: lichamelijk en boven de 14: denken; daartussen: gevoel; 2e fase: beelden werken op het gevoel: sympathie en antipathie; beelden als voorbereiding voor een eigen religieus oordeel na de puberteit; in elk vak iets religieus; in elk vak zit christendom;
vrijeschool geen wereldbeschouwelijke school; antroposofie levert de menskunde, geen antroposofie; ontstaan godsdienstonderwijs op de vrijeschool.

[307] Over: vrijeschool geen wereldbeschouwelijke school; godsdienstles door dominee en/of pastoor; de niet-confessionele godsdienstlessen voor kinderen van ouders die dit wensen. Dit wordt hier antroposofisch godsdienstonderwijs genoemd; inhoud van antroposofisch godsdienstonderwijs, Christus, Vader, Golgotha; dankbaarheid, liefde, plicht. 

[309] Over: vrijeschool geen wereldbeschouwelijke school; dankbaarheid en liefde wekken; moraliteit.

[311] Over: vrijeschool geen wereldbeschouwelijke school; in het vrije (= antroposofische) godsdienstonderwijs onder het 9e jr: verhalen met religieuze stemming – voorb. ‘het zinnige verhaal’; karakteristieken voor verschillende leeftijden.

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3483-3279

.

.

.

.