Maandelijks archief: november 2018

VRIJESCHOOL – Advent – op weg naar Kerst (17)

.

Ongeborenheid

Bij de inrichting van het geboortehuis in de Ita Wegman-kliniek op 26 juni 1940, klonken deze woorden van Ita Wegman: “Dit is toch wat Rudolf Steiner als ideaal zag, namelijk, dat de kinderen die ter wereld komen, op de juiste wijze ontvangen worden. Daarmee zal ook de verbetering van de mensheid samenhangen.”

Jaren daarvoor, in 1914, sprak Steiner deze woorden:
“Onsterfelijkheid – ongeborenheid, wie beide verstaat, verstaat de eeuwigheid.”

Spreken over onsterfelijkheid is in Nederland anno 2012* niet meer vreemd; spreken over ongeborenheid roept vragen op. Onsterfelijkheid heeft in de Nederlandse cultuur, onder andere door de kerken, een plek gekregen in het bestaan van de mens: als je sterft ga je naar de Hemel, word je opgenomen in het Al, de kosmos, de hemel, het Oer of in het niets…

De zorg voor het kind tijdens de zwangerschap heeft de laatste decennia een grote sprong gemaakt, kinderen die met 24 weken zwangerschap worden geboren, kunnen, mits aan bepaalde voorwaarden voldaan kan worden, in leven blijven. Er kunnen operaties tijdens de zwangerschap bij het ongeboren kind worden verricht. Wat is een ongeboren kind?
“We vermoeden niet eens wat ons ontbreekt in deze richting” aldus Steiner. [1] Verder schrijft Steiner: “De ongeborenheid is de andere zijde van de eeuwigheid. […] Het leven wordt pas begrijpelijk als men het in zijn geheel bekijkt en er niet alleen een korte tijdspanne, die tussen geboorte en dood verloopt, uitknipt. Want deze tijd is erg afhankelijk van de voorgaande tijd van het vóórgeboortelijke, van de reine geestelijke wereld. Met ons gehele wezen zijn we afhankelijk van wat er in de geestelijke wereld is voorafgegaan aan onze geboorte.”[2]

“We moeten een woord hebben dat zeer duidelijk wijst op onze pre-existentie. We mogen de betekenis die in een woord ligt, niet onderschatten. Je mag nog zoveel denken, nog zo scherpzinnig denken, steeds is er iets in je dat intellectualistisch is. In het ogenblik waarop de gedachte zich omvormt tot een woord, zelfs als dit woord alleen maar gedacht wordt, zoals in de woordmeditatie, op datzelfde ogenblik grift zich dat woord in in de wereld-ether. De gedachte grift zich niet zo in in de wereldether, anders zouden we nooit vrije wezens kunnen worden in ons reine denken. We zijn namelijk gebonden op het moment dat iets zich ingrift. We zijn niet door het woord vrij, maar wel door het reine denken – dat kun je in mijn Filosofie der vrijheid lezen – maar het woord grift zich in in de wereldether. Doordat er geen woord is in de
initiatiewetenschap door ons ‘ongeboren-zijn’, daardoor is de ‘ongeborenheid’ niet ingegrift in de wereldether. Alles wat aan belangrijke woorden van de mensheid in zijn kindheid, in zijn jeugd, in de wereldether is ingegrift, al dat betekent een vreselijk schrikken voor de Ahrimanische machten. ‘Onsterfelijkheid’ ingeschreven in de wereldether verdragen Ahrimanische machten zeer goed, want ‘onsterfelijkheid’ betekent, dat ze met de mensen een nieuwe schepping beginnen en met de mensen uit wandelen willen gaan. Dat irriteert de Ahrimanische wezens niet, als ze steeds de ether doorsuizen, om met mensen hun spel te spelen, als er zoveel over onsterfelijkheid van de preekstoel wordt verkondigd en in de wereldether wordt ingeschreven. Maar het is een vreselijk schrikken voor hen, als ze het woord ‘ongeborenheid’ in de wereldether zien ingeschreven staan. Daar gaat voor hen het licht uit, waarin zij zich bewegen. Daar komen zij niet verder, daar verliezen ze hun richting, daar voelen ze zich als in een afgrond, als in het bodemloze. Zo zie je hoe het een Ahrimanische daad is om de mensen van dit begrip af te houden en niet van ‘ongeborenheid’ te spreken. Ook al mag het de moderne mens nog zo paradoxaal voorkomen om van zulke dingen te spreken, de moderne civilisatie heeft het nodig dat we over zulke dingen spreken. Het is niets minder dan de strijd tegen de Ahrimanische machten, die we zelf moeten opnemen.”[3]

Sixtijnse Madonna

Kijkend naar de Sixtijnse Madonna van Rafael, zien we vele kinderhoofdjes vanachter het groene doek naar Maria kijken. “Wie de kinderen op de Madonna-afbeeldingen van Rafael bekijkt, ziet dat uit hun kinderogen het goddelijke, het verborgene, het bovenmenselijke straalt, waarmee het kind nog in de eerste tijd na zijn geboorte verbonden is.'[4] Misschien kan dit schilderij ons helpen om een verbinding te voelen met de ‘ongeborenheid’ en de vele kinderen die vol verlangen naar de aarde afdalen. Daniël Udo de Haes heeft ooit een verhaal geschreven om het Sinterklaasfeest en het kerstfeest met elkaar te verbinden. Ook hierin het beeld van Maria die kinderen onder haar warme mantel meeneemt naar de aarde en die de mensenkinderen die terug willen keren naar de geestelijke wereld, onder haar kleed mee terugneemt:

“…Eens reed Sint-Nicolaas over de wolken van Spanje naar Holland. Daarboven in de hemel ontmoette hij Maria, die het Kerstkind in haar armen droeg. Zij vertelde aan Sint-Nicolaas dat zij het Kind juist weer voor een poosje naar de aarde wilde brengen. Daar mocht het dan weer met de kinderen spelen. Toen kwamen dadelijk van alle kanten de sterren naderbij en vroegen of ze mee mochten gaan.

Dat mag, zei Maria, als de Maan jullie de weg wil wijzen want jullie passen niet allemaal onder mijn warme mantel.

Dat hoorde Sint-Nicolaas en hij reed op zijn paard snel naar de maan: Goedenavond Maan! Goedenavond Sint-Nicolaas, zei de Maan. Maan, wil je de sterrenkinderen die met Maria mee naar de aarde willen de weg wijzen? Natuurlijk, zei de Maan, als de Zon dan overdag wil helpen…

Sint-Nicolaas reed naar de Zon. Zon, wilt u Maria helpen om de sterrenkinderen de weg naar de aarde te wijzen, de Maan helpt in de nacht, kunt u overdag helpen?.

Wat willen de sterrenkinderen op de aarde doen Sint-Nicolaas? De sterrenkinderen willen spelen met het Kerstkind en de aardekinderen. Ik help graag mee, zei de Zon.

Toen kwam de Zon naast Maria staan en de Maan aan de andere kant. Maria nam vele sterrenkinderen onder haar mantel en de sterrenkinderen zagen de glans van het Kerstkind dat Maria op haar arm droeg. De Zon liet zijn stralen lichten op het pad dat Maria ging…

Sint-Nicolaas reed ondertussen op zijn paard met rasse schreden vooruit over de wolken en kwam als eerste op de aarde aan. Daar aangekomen vertelde hij aan een ieder die het maar wilde horen dat het Kerstkind weldra op aarde zou komen. Sint-Nicolaas gaf de kinderen speelgoed zodat zij straks met het Kerstkind konden spelen. Toen Maria met het Kind op aarde aankwam, sprongen vele sterrenkinderen van haar schoot en waren mensenkinderen geworden. Ze speelden samen.

Na een poosje keerde Maria terug naar de Hemel en vele mensenkinderen mochten met haar mee om daar dicht bij de Zon, Maan en Sterren te zijn…”

“Dit is toch wat Rudolf Steiner als ideaal zag, namelijk dat de kinderen die ter wereld komen, op de juiste wijze ontvangen worden. Daarmee zal ook de verbetering van de mensheid samenhangen.” Met deze woorden van Ita Wegman begon dit artikel. Als het waar is dat de verbetering van de mensheid samenhangt met hoe wij de kinderen ontvangen, hoe kunnen wij de kinderen dan ontvangen?

Gea van Weeren, schoolpsychologe bij de Begeleidingsdienst voor Vrijescholen, sprak afgelopen zomer tijdens een lezing op de Zutphense Zomercursus over: ‘Vraag het de kinderen!’ Als we goed waarnemen laten de kinderen aan ons zien wat zij nodig hebben om op de juiste wijze ontvangen te worden: lichtheid, tederheid, rust, warmte, liefde, geduld, respect, terughouding, openheid en wellicht een diepe verwondering voor de wereld van de ongeborenheid die zij verlaten om over te gaan in de geborenheid.

1 GA 335: Die Krisis der Gegenwart in der Weg zu gesunden Denken.
2 GA 140: Okkulte Untersuchungen Ober das Leben zwischen Tod und neuer Geburt.
3 GA 203: Die Verantwortung des Menschen für die Weltentwicklung.
4 GA 143: Erfohrungen des Übersinnliche – Die drei Wege der Seele zu Christus.
• Bundel 24, Saluto Genese vzw België.

.
Met toestemming van de auteur Loïs Eijgenraam

Website Loïs Eijgenraam

*Dit artikel verscheen eerder in  VRIJE OPVOEDKUNST nr.7/8-2012
Hier gepubliceerd met toestemming van de auteur

.

Boeken van Loïs Eijgenraam

.
Advent: alle artikelen

Sint-Nicolaas: alle artikelen

Kerstmis: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: jaarfeesten     jaartafels

.

1667

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

VRIJESCHOOL – Rekenen

.

MIJNHEER VAN DALE WACHT OP ANTWOORD

Wie kent het ezelsbruggetje niet?

In een samengestelde som waarin vermenigvuldigd, gedeeld, afgetrokken en opgeteld moet worden,

gaan vermenigvuldigen en delen VOOR op optellen en aftrekken.

optellen en aftrekken wordt gedaan in de volgorde waarin de +  en de –  staan.
DAT IS HETZELFDE GEBLEVEN

VERMENIGVULDIGEN ging vóór DELEN

DAT IS VERANDERD!

 

Ze gaan nog steeds voor op optellen en aftrekken, maar vermenigvuldigen gaat niet meer voor op delen: die worden nu ook gedaan in de volgorde waarin ze staan.

DAT WEET NIET IEDEREEN, getuige laatst nog een radioquiz waarin een ‘mijnheer-van-dale-som moest worden opgelost.

Zeg het ook even tegen de ouders: die hebben allemaal nog de oude vorm geleerd. En als ze bij het huiswerk helpen…..

.

Rekenen: alle artikelen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

VRIJESCHOOL – Kinderboekbespreking (9)

.

Er zijn heel veel kinderboeken.
Ze zijn en worden door allerlei recensenten besproken. Die hebben allemaal een opvatting of een boek mooi, goed, enz. is.

Er staan vaak illustraties in. Ook die worden mooi, dan wel minder mooi of zelfs lelijk gevonden. Maar hoe geldig zijn deze criteria. Smaken verschillen en als ze opvoedkundig beoordeeld worden, spelen allerlei mensbeelden, bewust of onbewust, ook hun rol.

De kinderen zelf vormen de grootste maatstaf. Als een boek telkens voorgelezen en of bekeken moet worden; als het ‘met rode oortjes’ wordt gelezen, verslonden, zelfs, dan weet je dat de schrijver of illustrator een snaar heeft weten te raken die nog lang naklinkt. Ook de kinderen hebben een smaak en het ene zal dit, het andere dat boek fijner vinden.

In de artikelenreeks ‘Kinderboekbespreking’ op deze blog zal er een aantal de revue passeren.

Tatatoeks reis naar de kristalberg

Een bijzonder voorleesboek voor de oudste, schoolrijpe kleuters is Tatatoeks reis naar de kristalberg van Jacob Streit.
Tatatoek is een verlegen dwerg die op een dag de opdracht krijgt een kristal voor de koning te halen. De reis gaat over zeven bergen en door zeven dalen. In ieder dal zit een gemene kobold die Tatatoek wil verhinderen naar de hoge kristalberg te gaan. In dit spannende verhaal herkennen kinderen de oerbeelden van moed en doorzettingsvermogen. Het zijn kwaliteiten die ze zelf ook een beetje moeten ontwikkelen als ze de vertrouwde kleuterwereld definitief achter zich laten.

.

boek

.

Amalia Baracs, Weleda Puur Kind, lente 1999, nr.3

.

Kinderboekbesprekingalle titels

Kinderboekbesprekingalle auteurs

1666

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Kinderboekbespreking (8)

.

Er zijn heel veel kinderboeken.
Ze zijn en worden door allerlei recensenten besproken. Die hebben allemaal een opvatting of een boek mooi, goed, enz. is.

Er staan vaak illustraties in. Ook die worden mooi, dan wel minder mooi of zelfs lelijk gevonden. Maar hoe geldig zijn deze criteria. Smaken verschillen en als ze opvoedkundig beoordeeld worden, spelen allerlei mensbeelden, bewust of onbewust, ook hun rol.

De kinderen zelf vormen de grootste maatstaf. Als een boek telkens voorgelezen en of bekeken moet worden; als het ‘met rode oortjes’ wordt gelezen, verslonden, zelfs, dan weet je dat de schrijver of illustrator een snaar heeft weten te raken die nog lang naklinkt. Ook de kinderen hebben een smaak en het ene zal dit, het andere dat boek fijner vinden.

In de artikelenreeks ‘Kinderboekbespreking’ op deze blog zal er een aantal de revue passeren.

Annika

Een boek voor peuters en jonge kleuters dat op een vanzelfsprekende manier heen en weer beweegt tussen de fantasiewereld en de dagelijkse realiteit is Annika, het klassieke prentenboek van Elsa Beskow. Als Annika door haar moeder op pad wordt gestuurd om te kijken of de koe Bertha niet in de wei van de buurman is gelopen, gebeuren er allerlei gewone, maar voor een peuter ook spannende dingen. Ze komt een grote hond en een opschepperige buurjongen tegen, ze krijgt het hek van de wei niet open en Bertha glipt inderdaad door een gat in het hek naar de klaverwei van de buurman. Annika besluit kordaat dat ze dat hek moet dichtmaken en pakt een stok uit een berg takken. Maar dan hoort ze een boos stemmetje. Tot haar grote schrikt blijkt de takkenbos een kabouterhuis te zijn en de kaboutervader is behoorlijk boos dat Annika het huis bijna kapot maakte. Als bij toverslag komt Annika in de kabouterwereld terecht en gaat ze op in haar spel met de kabouterkinderen. Ze eet zelfs pannenkoeken in het kabouterhuisje en krijgt een emmertje aardbeitjes mee.

Dan hoort Annika haar moeder roepen. In een oogwenk zijn de kabouters verdwenen en holt Annika naar huis. ’s Avonds eten ze de aardbeien op met suiker en room. Hoewel weinig kinderen dagelijks te maken hebben met een koe in de wei, zijn de belevenissen van Annika volstrekt herkenbaar voor iedere parmantige drie- of vierjarige die alles zelf wil doen. Annika is een boek dat je een heel zomerseizoen lang samen kan lezen en bekijken zonder dat het gaat vervelen.

.

boek
.

Amalia Baracs, Weleda Puur Kind, lente 1999, nr.3

.

Kinderboekbesprekingalle titels

Kinderboekbesprekingalle auteurs

.

1664

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Speelgoed (5-3/2)

.
De keuze voor verantwoord speelgoed, cadeautjes, is soms moeilijk te maken. Wat geef je op welke leeftijd en met welk doel.
Een uitstekende artikelenreeks hierover is Spel en speelgoed

Uiteraard zijn er verschillende opvattingen en soms loopt de keus voor een stukje speelgoed ook per leeftijd uiteen. 

Om 0uders behulpzaam te zijn verschijnen en verschenen allerlei lijstjes met geschikt speelgoed voor een bepaalde leeftijd.

Hier is zo’n lijstje, het verscheen jaren geleden, maar bevat nog altijd suggesties die ook voor nu bruikbaar zijn.

Goede speelvormen en speelmaterialen

van 0-1 .jaar

koord met balletjes;
baby-ballen rammelaar;
bijtring;
drijvende dieren;
belletjeskubus ; ratelkubus;
bal;
pluchebal;
poppen en dierfiguren van zachte stof.

peuter 1-3 jaar

piepfiguren;
pluchen en stoffen figuren en poppen;
dieren die je achter je aan trekt;
duikelaars;
holle kubussen;
bouwbekertjes;
prentenboeken van linnen of zwaar karton;
speelgoed voor zandbak,
tuin en strand;

van 3-6 jaar

kleine houten auto’s van 10-25 cm;
vrij grote vrachtauto’s;
houten trein;
staande schommel;
hobbelpaard;
kleine ladderwagen of geheel gesloten vrachtwagen;
teddybeer en andere stoffen dieren ;
bezem;
wasgerei en dergelijke;
zandspeelgoed;
grote bouwelementen,
speelmeubels;
driewieler;
paardenvoertuig;
verschillende houten voertuigen;
tuinschommel;
kruiwagen;
poppen;
poppenkleding met toebehoren;
poppendraagtas,
poppenbed,
poppenwagen;
tekenbord,
borddoek,
krijt;
vingerverf;
waskrijtblokken en -stiften;
bouwblokken van hout;
speelgoed om te schroeven; insteekbouwmaterialen, met grote delen;
materiaal om te leggen, in te steken, te spijkeren;
rijgkralen;
opstelspeelgoed (steden, dierentuin en andere);
autoped; babypop en- toebehoren;
poppenkamer met poppen; toebehoren voor het’rollenspel’;
winkel;
handspeeldieren;
bouwmateriaal met schroefverbinding;
kaartenhuis;
kneedmateriaal;
gekleurd papier en kinderschaar;
magneet, zaklamp en dergelijke;
eenvoudige gezelschapsspelen;
prentenboeken,
kleurboeken,
voorleesboeken,
eenvoudige puzzels ;

van 6-10 jaar

springtouw; kleine modelvoertuigen;
grote poppenwagen;
handspeelpoppen (‘Jan Klaassen’);
vlechtblaadjes van papier;
waterverf (dekkleuren);
winkel met toebehoren;
kindermuziekinstrumenten (trommel, blokfluit, xylofoon);
huishoudelijk speelgoed (veger, stoffer, blik);
kookstelletje;
kleurstiften met dunne,
kern;
constructie-bouwmateriaal hout);
insteekbouwmateriaal  (plastic);
vellen papier om te knippen;
handenarbeidmateriaal (figuurzagen, verven, werken met klei en dergelijke);
vrij grote modelvoertuigen (metaal);
rolschaatsen en schaatsen;
weefgetouw;
knutselmaterialen;
vrij moeilijke gezelschapsspelen;
badminton;
bouwplaten; constructiebouwdoos (metaal);
goocheldoos;
leesboeken;
puzzels.

van 10 jaar en ouder

een deel van het speelmateriaal van 6-10 jaar;
vlieger;
aquarelverf;
naaimachine;
fornuis en andere elektrische apparaten;
gereedschap;
hobby-materialen;
elektrische modeltrein;
stoommachine,
elektromotor;
technische bouwdozen;
experimenteerdozen;
boeken;
puzzels;
muziekinstrument;
modelbouw (schepen, vliegtuigen);
fototoestel met handleiding.

omgaan, uitproberen, experimenteren en vormen met materiaal

van 0-1 ,jaar

luchtballon;
mobile;
geluidsspelen;
ratel;
grijpspeelgoed;
badkuipspeelgoed;
bal;
werppop;
werpdier;

tussen 1 en 3 jaar

badkuipspeelgoed;
hansworst;
duikelaartje;
kogelbaan;
muziek-speeldoos;
vormen-insteekspel;
insteek-speelgoed (bouwbekers, blikken);
eenvoudige legpuzzel;
hamerspelen;
bouwblokken;
vingerverf;
viltstiften;
vezelstiften;
zandbak;
zandspeelgoed;

tussen 3 en 6 .jaar

zandbak;
zandspeelgoed;
kegelbaan die je uit elkaar kunt nemen;
bouw- en constructiemateriaal;
grote bouwelementen;
verkeerscomplexen zonder aandrijving;
miniatuurvoertuigen;
opstelspeelgoed;
materiaal om te leggen;
plaatjes-legspelen;
legpuzzel;
kaartenhuis;
gekleurd papier;
schaar;
vellen papier om te knippen;
papiervlechten;
rijgkralen;
kneedmateriaal;
bord;
krijt- en viltstiften;
waskrijt;
waterverf;
kleurpotloden;
kleurboeken;
gereedschap;
materiaal om met de handen te werken;
drukken;
handwerken;
weefgetouw;
caleidoscoop;
vlieger;
zweefvliegtuig;

tussen 6 en 10 jaar

materiaal en gereedschap om te bouwen;
schilderen;
drukken; vormen;
met de handen te werken zoals voor 3-6 jaar;
constructiemateriaal;
voertuigen. en verkeerscomplexen met aandrijving (opdraai-mechanisme/ batterij);
schepen;
mini-bobslee;
montagebouw (vaartuig, telefoon);
kabelbaan;
racebaan met aansluiting op lichtnet;
legpuzzel;
plaatjeslegspel;
stempeldoos;
bouwplaten;
boetseermateriaal;
werkbank;
experimenteermateriaal;
caleidoscoop;
speelveer;
vlieger;
denkspelen;
goochelspelen;
geduidspelen;

met 10 jaar en later

materiaal en gereedschap als voor 6 tot 10 jaar;
modelbouwgereedschap en -materiaal;
modeltrein met aansluiting op lichtnet;
naaimachine;
breimachine;
aquarelverf; tekensjablonen;
passer
experimenteermateriaal;

rollenspel – toneelspel

tussen 1 en 3 jaar

stoffen dieren;
werppop of andere eenvoudige pop;
telefoon;
eenvoudige huishoudgereedschappen (bezem, zwabber);
onbreekbaar servies;
speelmeubels;
speelelementen van karton;

tussen 3 en 6 jaar

stoffen dieren;
pop – ook babypop;
poppentoebehoren (kleertjes, bedje, koffer);
telefoon;
pannen;
bakgerei;
huishoudgereedschappen;
breekbaar servies;
poppenkamer met buigpoppetjes;
toebehoren voor andere rollenspelen (arts, astronaut, post, supermarkt);
dingen om te je verkleden;
handspeelpoppen (eenvoudig en licht);
opstelspeelgoed;
miniatuurvoertuigen;
verkeerscomplexen zonder aandrijving;
voertuigen met verschillende functies (kraan, brandweer);
grote bouwelementen;
speelmeubels;
speelelementen;
tent;

tussen 6 en 10 jaar

stoffen dieren;
poppen;
poppetoebehoren;
poppenkamer (meer toebehoren);
huishoudgereedschappen;
rollenspel toebehoren
dingen om je te verkleden;
miniatuurvoertuigen;
voertuigen met aandrijving;
treincomplex zonder en met aandrijving (veerwerk of batterij);
racebaan met aansluiting op lichtnet;
handspeelpoppen;
handspeeldieren;
vereenvoudigde marionetten;
poppenkast (podium);
speelmeubels;
grote speelelementen;
tent;
grote bouwelementen;

met 10 jaar en ouder

poppen; poppentoebehoren;
elektrische apparaten (fornuis, strijkijzer);
dingen om je te verkleden en toneel te spelen;
poppenkast;
handspeelpoppen en -dieren;
marionetten;
speelmeubels;
grote speelelementen;
tent;
grote bouwelementen ;

gezelschapspelen

tussen 3 en 6 jaar

lottospelen;
kleuren- en plaatjesdomino;
snipsnap;
pak me;
kat en muis;
hengelspel;
behendigheidsspelen;
knikkeren;
geheugenspelletjes (memory,
koffer inpakken;
zwartepieten;
kleur-dobbelspelen;
eenvoudige wedstrijd
dobbelspelen (geluksspelen);
spellendoos;

tussen 6 en 10 jaar

geheugenspelletjes (memory, koffer inpakken);
wedstrijddobbelspelen (taktische);
bordspelen (halma, dammen, rollenspel);
letterspelen;
legspelen;
domino;
denkspelen;
kaartspelen;
kwartet;
spellendoos;
behendigheidsspelen, (mikado, labyrint, vlooiènspel);
autoracebaan (lichtnet);
sportspelen (tafeltennis, badminton);
ballen;
werpspelen;
springtouw;
elastiekentwist;
knikkeren;

met 10 jaar en later

gezelschapsspelen als voor 6-10 jaar;
autoracebaan met aansluiting op lichtnet;
moeilijke gezelschapsspelen;
denkspelen;
geduldspelen;
behendigheidsspelen;
goochelspelen;
sportspelen;
sportballen;
blaaspijp;
werpspelen (ringen, schijven, darts….)

Andere mogelijkheden

Andere activiteiten die kinderen leuk vinden is het, op hun eigen manier, meehelpen van de ouders, bijvoorbeeld met het verzorgen van een jonger broertje of zusje; het verzorgen van de planten; met het eten klaar maken; in de tuin helpen. In en rond het huis zijn vaak veel mogelijkheden voor kinderen die ze graag samen met hun ouders doen.
.

bron-vermelding:
– vooral gebaseerd op ‘Aktions-Leitfaden gegen Kriegsspielzeug’; DFG-VK-Bundesgeschaftsstelle, Essen
– Omgaan met agressie. Agressie als communicatiemiddel. Hans Tromp, Everbard Mulder – 1978; 2e herziene druk 1980.
– vooral gebaseerd op; ’Aktion Kriegsspielzeug; Modelle- und
Aktionsvorschläge für Kinder, Jugendlich und Erwachsene1, Deutsches Pax-Christi-Sekretariat) Frankfurt/Main – nr.21, 2-78,
– artikel in Veluwepost dd. 15 nov. 1978.

.

Spel, speelgoedalle artikelen

Rudolf Steiner over spel

.

1663

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

VRIJESCHOOL – Spel en speelgoed (5-4/4)

.

In een viertal korte artikelen zal er aandacht besteed worden aan enige aspecten van spel en speelgoed. Ter sprake zullen komen onderwerpen als: het geven van speelruimte; opheffen van spelbelemmeringen; uitgangspunten voor de keuze van speelgoed; reclame; media; opvoeding tot zinvolle vrijetijdsbesteding waarbinnen het spel centraal staat. Juist in onze* tijd, waarin we overspoeld worden door de media, lijkt me een bezinning over spel en speelgoed van het grootste belang.

{4}

Spel en speelgoed

In het eerste artikel over dit onderwerp hebben we aandacht besteed aan het wezen van het spel; de keuze van speelgoed waarbij de behoeften van het kind uitgangspunt zou moeten zijn; de in-houd van de reclame op de keuze van speelgoed.

In het tweede artikel besteedden we aandacht aan het geven van spelruimte; het uit de weg ruimen van spelbelemmeringen en enkele uitgangspunten voor de keuze van speelgoed.

In het derde artikel besteedden we aandacht aan; verveling en vervreemding; media en consumptie in relatie met spel en speelgoed en vulden we de lijst van uitgangspunten voor de keuze van speelgoed nog aan.

In dit vierde artikel over dit onderwerp en tevens laatste, besteden we aandacht aan het centraal zetten van het spel in de opvoeding tot zinvolle vrijetijdsbesteding. We besluiten met een korte opsomming van een aantal uitgangspunten voor de keuze van speelgoed.

Opvoeding tot zinvolle vrijetijdsbesteding: spel centraal stellen

Opvoeden tot vrijetijdsbesteding is een noodzaak, omdat de vrije tijd de tijd is welke de mens mogelijkheid geeft tot een stukje zelfverwerkelijking.

Bij een opvoeden tot een zinvol gebruik maken van de vrije tijd, gaat het eigenlijk om twee pedagogische criteria. Opvoeden tot vrijetijdsbesteding betekent het kind helpen te komen tot een persoonlijke keuze van vrijetijdsactiviteiten. Opvoeden tot vrijetijdsbesteding betekent ook het kind helpen te komen tot een verantwoorde keuze van vrijetijdsactiviteiten. Dit betekent dat er in de omgeving van het kind, de gemeente, de wijk, de school, een infrastructuur aanwezig moet zijn. Er moeten voor het kind allerlei voorzieningen in de naaste omgeving zijn: een speeltuin, mogelijkheden voor kunstbeoefening, gelegenheden voor sportbeoefening e.d. Dit betekent ook, dat het kind over voldoende en goed speelgoed moet beschikken. Uit dit aanbod aan mogelijkheden, hopelijk tot stand gekomen uit de behoeften van kinderen zelf, moet door het kind op een persoonlijke en verantwoorde manier gekozen kunnen worden. De infrastructuur moet echter ook flexibel zijn, waardoor er allerlei nieuwe mogelijkheden ingebouwd kunnen worden en verouderde vormen weer kunnen verdwijnen. De infrastructuur moet op een democratische wijze tot stand komen en waar mogelijk moeten kinderen dan van zo jongs af aan zelf bij betrokken worden. Het kind moet geholpen worden tot een persoonlijke keuze van zijn vrijetijdsactiviteiten. Het kind zal ook tot een persoonlijke keuze van spelactiviteiten moeten kunnen komen.

Door vrije keuze kan een kind komen tot een stukje eigen verantwoordelijkheid en tot engagement. Een opgedrongen vrijetijdsbesteding betekent onder meer bij het kind bevorderen van zin krijgen in het echt zinvolle en het afhouden van het zinloze. Tegenwoordig is er een groot gevaar aanwezig dat het kind meegezogen wordt met het gemechaniseerd amusement, waarbij het gevaar aanwezig is dat het kind nog nauwelijks creatief is. We moeten het kind helpen zich ook bezig te houden op een creatieve manier in de vrije tijd. Vrije tijd heeft iets met een waardepatroon te maken en speelt derhalve in een opvoeding een rol. Kan het onderwijs nu bijdragen tot een beter gebruik maken van onze vrije tijd? Ons onderwijs is nog steeds fundamenteel en uitsluitend een voorbereiding op de arbeid. Vele nieuwe onderwijsplannen zijn gericht op andere waarden, maar deze programma’s komen moeilijk van de grond en zijn ook uiterst moeilijk meetbaar. We constateren van de ene kant: hoe hoger het onderwijsniveau, hoe meer cognitieve en professionele doelstellingen gaan overheersen en hoe minder er aandacht is voor terreinen anders dan de arbeid.

Van de andere kant: goed en hoger onderwijs verhoogt in het algemeen wel de keuzemogelijkheden t.a.v. de vrije tijd. Onderwijs kan en moet er echter toe bijdragen om van de vrijgemaakte tijd ook vrije tijd te maken. Mensen als Fauré, Janne, Schwartz spreken dan ook van een nieuw type onderwijs in onze samenleving. Het wordt dan meer een onderwijs voor alle leden van een maatschappij, om hun diverse talenten ten volle te ontwikkelen. Het gaat erom mensen meer zelfvertrouwen te geven en ze meer flexibel te maken. Ze in staat stellen om gemakkelijker toegang te laten geven tot cultuur en beslissingsmacht. Natuurlijk, door meer en beter onderwijs aan meer mensen ontstaat er wel een „over-kwalificatie”, wat een zeer moeilijke zaak is voor landen met een economische recessie. Daarom moeten we meer oog hebben voor een
vrijetijdsmaatschappij: ons onderwijs zal daarop moeten voorbereiden met accenten op creativiteit en initiatief.

Een relativeren van cognitieve waarden is noodzakelijk. Het zal nodig zijn dat de school opener wordt door er heel de gemeenschap bij te betrekken.

Juist het spelende kind zou een schakel kunnen zijn tussen onderwijs en gemeenschap.

Het probleem van de zelfverwerkelijking door de vrije tijd is een kwestie van de gehele opvoeding. Opvoeding tot creativiteit is noodzakelijk. Het gaat om een mentaliteitsverandering. Beleefde werkelijkheid en onderwezen werkelijkheid moeten veel meer samenvallen. Het gaat niet alleen om een leren te arbeiden, maar ook om een leren te zijn. Zo kunnen we misschien iets doen tegen de verveling op school, op het werk en ten overstaan van de cultuur. We vluchten te gemakkelijk in ontspanning. We zijn niet echt voorbereid op een zinvolle vrijetijdsbesteding. We kunnen bijna niet meer echt spelen. We moeten in de opvoeding meer werken in de richting van: belangstelling, actieve deelname, creativiteit, verantwoordelijkheid dragen. Een dergelijke opvoeding kan er dan wellicht toe bijdragen dat vervreemdingsverschijnselen voorkomen worden. Dit is hard nodig in onze samenleving, want op talrijke gebieden hebben we te maken met dergelijke verschijnselen. Te denken valt aan het gevoel van onmacht dat vele mensen hebben: we constateren immers een samentrekken van de beslissende macht in handen van een steeds kleinere minderheid. We zien dat op het economische vlak in de vorm van multinationals. Politiek gezien beheersen de grootmachten de meest vitale problemen van oorlog en vrede. Vele mensen worden overweldigd door massale machtconcentraties. Voor de opvoeding betekent dit m.i. dat we kinderen van jongs af aan moeten leren mee te beslissen en niet alles zo maar laten ondergaan.

Onze samenleving verzakelijkt steeds meer. Het meer hebben wordt vaak hoger aangeslagen dan het meer zijn. We leven in een wereld vol tegenstellingen waarin het voor bijna ieder mens moeilijk wordt de zin van het zijn te ontdekken. Bij de opvoeding moeten we m.i. het zijn meer benadrukken dan alleen maar het hebben. We moeten kinderen helpen de zin van hun leven te bepalen. Onze wereld verandert zeer snel op praktisch alle terreinen. Onze waarden staan te wankelen. We zien om ons heen een cynisme, pessimisme, wantrouwen, een op zoek zijn naar identiteit, een op zoek zijn naar innerlijke vrede.

Dit alles wijst op een zoeken naar bindende normen. We zien dat in de vorm van de onrust van de jongeren, de bewustwording van de vrouwen van hun gelijkwaardigheid en bij de problematiek van de bejaarden. In de opvoeding komt het er op neer kinderen te helpen waarden en normen te ontwikkelen. We hebben thans ook te maken met een versplinterende kennis die gemonopoliseerd is door enkelen. Er ontstaat een kloof tussen hen die over informatie beschikken, zij die de kennis hebben en zij die beslissingen moeten nemen.

Voor veel mensen wordt het steeds moeilijker een weg te vinden in de stroom informatie die op hen afkomt. In de opvoeding komt het er op neer kinderen van jongs af aan leren informatie te verwerven en te ordenen en vooral te leren kiezen uit de stroom van informatie. Vele behoeften in onze samenleving worden ons opgedrongen. Zo ontstaat er een hele industrie voor de vrije tijd, die tot consumptietijd wordt. In de opvoeding komt het er onder meer op neer kinderen een kritische houding bij te brengen, zodat ze onderscheid leren maken tussen eigenlijke en opgedrongen behoeften.We leven in een wereld waarin mensen tegen elkaar opgejaagd worden. In onze samenleving gaat het teveel om: elk voor zich en de meest geschikte overleeft. Sociale bindingen spelen een dominerende rol in de eigen positieverbetering. We beseffen nauwelijks dat we ons zelf hier door vereenzamen.
In de opvoeding zal meer accent gelegd moeten worden op sociale bindingen in verband met vrijetijdsbestedingen. De opvoeding tot een zinvolle vrijetijdsbesteding in gezin en in school heeft veel te maken met een mentaliteitsverandering. Kinderen zal van jongs af aan bijgebracht moeten worden dat arbeid en vrije tijd beide belangrijke elementen van ons leven zijn.

Misschien vragen ouders en leerkrachten te weinig wat kinderen in hun vrije tijd doen en komt het bij kinderen over dat ze alleen maar interesse hebben in de schoolsituatie. We zullen kinderen moeten leren dat vrije tijd niet alleen consumptie behoeft te betekenen. Kinderen moeten al van jongs af aan kritisch tegenover de media staan, waar consumptie in de vrije tijd zo aangepraat wordt. We moeten kinderen in staat stellen zelf eigen interesse te ontwikkelen, dit geeft ook een stuk zelfvertrouwen en kan de verveling tegenwerken. Kortom, stel kinderen in staat mee te beslissen zodat ze straks ook kunnen beslissen, ook t.o.v. hun vrije tijd. Veel van het hier genoemde geldt voor de hele opvoeding. Er kan geen sprake zijn van een aparte opvoeding tot het zinvol gebruik maken van de vrije tijd. Het gaat om een totale opvoeding, om een mentaliteitsverandering, die ook zijn neerslag zal hebben t.a.v. de vrije tijd.

Mentaliteitsverandering

We kunnen natuurlijk mooi spreken over een opvoeding tot een zinvolle vrijetijdsbesteding, maar wie zijn die opvoeders? Zelf zijn ze grootgebracht in een tijd waarin er van een opvoeding tot een zinvolle vrijetijdsbesteding nog geen sprake was. Het komt erop aan ook de mentaliteit van die opvoeders te veranderen. Het heeft weinig zin te spreken over opvoeding tot een zinvolle vrijetijdsbesteding of over een beleid als tegelijkertijd niet gewerkt wordt aan een mentaliteitsverandering t.a.v. arbeid en vrije tijd, bij het actieve en niet-actieve deel van onze bevolking. Natuurlijk staan we direct voor het probleem politieke keuze te moeten maken met mogelijk vérgaande consequenties. We zullen voor fundamentele keuzen geplaatst worden; vanzelfsprekendheden zullen we los moeten durven laten, waardegebieden zullen van elkaar onderscheiden moeten worden. Een ieder die met het spelende kind en de vrijetijdsbesteding van volwassenen te maken heeft, staat voor een belangrijke taak. Het is te hopen dat de genoemde uitgangspunten voor de keuze van speelgoed bijdraagt aan een tegemoetkoming van echt kinderlijke behoeften, waardoor kinderen tot zelfverwerkelijking, creativiteit en een harmonieuze ontwikkeling geraken. Het is te hopen, dat ook bij de ontwikkeling van materiaal voor de vrijetijdssector voor de volwassenen, genoemde uitgangspunten gehanteerd zullen worden.

Besluit

Ter afsluiting van deze vier korte artikelen over spel en speelgoed, noemen we nog eens de reeds naar voren gebrachte uitgangspunten voor de keuze van speelgoed.

Speelgoed moet kinderlijke behoeften helpen bevredigen

Het speelgoed van het kind moet aangepast zijn aan de leeftijd, d.w.z. dat het moet beantwoorden aan de door de , leeftijd bepaalde belangstelling en aan het ontwikkelingsniveau van capaciteiten van degene die speelt.

Speelgoed, dat het al ontgroeid is, gaat het kind vervelen. Met speelgoed dat pas voor een latere ontwikkelingsfase geschikt is, kan het kind nog niet op de juiste wijze omgaan. Wanneer de volwassene het kind hiertoe aanzet, beperkt hij het in zijn spelvrijheid en veroorzaakt een ongezonde vroegrijpheid van het spelende kind.

De objectief gerechtvaardigde behoefte van het kind en niet de wensen van de volwassene, zijn bij de keuze van speelgoed doorslaggevend. De subjectieve wensen van het kind op het gebied van speelgoed moeten door de opvoeder in de juiste banen worden geleid.

Speelgoed wordt voornamelijk door volwassenen voor kinderen gekocht. Het is daarom vooral de taak van de speelgoed kopende volwassenen ervoor te zorgen, dat het speelgoed, dat kinderen in handen krijgen, volgens pedagogische inzichten wordt gekozen en dat niet uitsluitend economische inzichten beslissen, waarmee kinderen zullen spelen. De spanning die bestaat tussen de belangen van de speelgoedindustrie aan de ene kant en de belangen van de kinderen en hun opvoeders aan de andere kant, is alleen dan op een voor alle partijen bevredigende wijze op te heffen, wanneer rekening wordt gehouden met de spelbehoeften van de kinderen en hun relatie tot speelgoed.

Speelgoed moet de gelegenheid geven om er langdurig en intensief mee te kunnen spelen.

Speelgoed moet aanzetten tot nieuwsgierigheid en verwondering.

De speelgoedreclame zou zich t.a.v. de keuze van speelgoed moeten beperken tot het aanprijzen van dat speelgoed, dat tegemoet komt aan echt kinderlijke behoeften en ontwikkelingsmogelijkheden.

– Speelgoed zal moeten  aanzetten om de keuzemogelijkheden van het kind te doen vergroten.

Speelgoed zal een confrontatie met de wereld moeten inhouden. Hoe
veelzijdiger confrontatie hoe beter.

Speelgoed zal steeds tot verdere exploratie moeten kunnen aanzetten.

Speelgoed zal afgestemd moeten zijn ook op kinderen die gebrek aan speelruimte hebben en aan een lange en ongestoorde speeltijd.

Speelgoed zal een positieve invloed moeten uitoefenen op spelinstelling en spelgedrag van kinderen.

Speelgoed zal moeten aanzetten tot actief spelen.

Speelgoed zal afgestemd moeten zijn op kinderlijke behoeften.

Speelgoed zal echter een isolering van het kind met de wereld der volwassenen moeten voorkomen.

Via geschikt speelgoed zal het kind de voor zijn ontwikkeling noodzakelijke ervaring moeten opdoen. We kunnen daarbij denken aan speelgoed dat de volwassenenwereld vertegenwoordigt.

Een groot arsenaal speelgoed zou eenvormigheid moeten voorkomen;

nagegaan zou moeten worden welke rol de media zouden kunnen spelen bij het juist kiezen van speelgoed;

de mogelijkheden van onze media zouden positief aangewend moeten worden om kinderen tot spelen aan te zetten. Wellicht moet er eens nagedacht worden over media-speelgoed-programma’s;

– speelgoed mag een massacultuur niet helpen bevorderen, maar zou integendeel deze juist onmogelijk moeten maken;

speelgoed moet uniformiteit tegengaan

– speelgoed moet een reeks gebruiksmogelijkheden bezitten. Het moet een veelzijdige belangstelling bij het kind wekken en het een grote speelruimte laten bij het gebruik;

speelgoed moet zodanig van aard zijn dat het kind er zorg voor kan hebben. Duurzaam speelgoed wordt door het kind lang en intensief gebruikt en het raakt er als aan een voorwerp waarmee het dagelijks omgaat, sterk aan gebonden. Het moet van dusdanige aard zijn, dat de zorgvuldige behandeling bij het spel niet afleidt van het eigenlijke spel. De duurzaamheid moet corresponderen met het aanwezig vermogen van het kind, om zorgvuldig met de dingen om te gaan. Zorg voor het speelgoed hoort bij de opvoeding van het spelende kind.
.

Drs.H.G.Maeter, De Vacature nr.1, 07-01-1987

.

Spel, speelgoedalle artikelen

Rudolf Steiner over spel

.

1662

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Spel en speelgoed (5-4/3)

.

In een viertal korte artikelen zal er aandacht besteed worden aan enige aspecten van spel en speelgoed. Ter sprake zullen komen onderwerpen als: het geven van speelruimte; opheffen van spelbelemmeringen; uitgangspunten voor de keuze van speelgoed; reclame; media; opvoeding tot zinvolle vrijetijdsbesteding waarbinnen het spel centraal staat. Juist in onze* tijd, waarin we overspoeld worden door de media, lijkt me een bezinning over spel en speelgoed van het grootste belang.

{3}

In het eerste artikel over dit onderwerp hebben we aandacht besteed aan het wezen van het spel; de keuze van speelgoed waarbij de behoeften van het kind uitgangspunt zou moeten zijn; de inhoud van de reclame op de keuze van speelgoed.

In het tweede artikel besteedden we aandacht aan het geven van spelruimte; het uit de weg ruimen van spelbelemmeringen en enkele uitgangspunten voor de keuze van speelgoed.

In dit derde korte artikel besteden we aandacht aan de onderwerpen: verveling en vervreemding; media en consumptie in relatie met spel en speelgoed en vullen we de lijst van uitgangspunten voor de keuze van speelgoed (in het tweede artikel gegeven) naar aanleiding hiervan nog wat aan.

De verveling en de vervreemding

Een van de belangrijkste kenmerken van onze vrijetijdscultuur lijkt wel de verveling te zijn. Wij worden er dagelijks mee geconfronteerd, zowel op het werk als buiten de werktijd. In de grond verlangen mensen die zich vervelen niet naar het einde van de arbeidstijd, daar hun problemen hier pas echt beginnen. Volgens Fourastié is de verveling ook een gevolg van de vooruitgang die oorzaak is van eenvormigheid, en dit op allerlei gebieden, zoals bijvoorbeeld de mode, de architectuur, de vrijetijdsbesteding enzovoort. De monotonie leidt tot verveling. Met de hoeveelheid van gelijksoortige goederen die aangeboden wordt, neemt ook de vervreemdende kracht van die producten toe. De vervreemding tendeert dus in feite nog toe te nemen: ondertussen vermindert de vrijheid, onder invloed van de kunstmatig opgeroepen behoeften. Het komt ons voor dat o.a. de media een belangrijke rol spelen bij de verveling en de vervreemding. Daarom in dit verband een enkel woord over onze media.

De media

Het probleem dat zich in elke maatschappij stelt is dit van de waarheid. De gevestigde samenleving heeft er soms alle belang bij dat bepaalde zaken verdoezeld en andere op het voorplan geschoven worden. Uiteraard spelen de media hier een zeer voorname rol. In vele opzichten hebben de media de functie van de familie en van de opvoeders op zich genomen. Langs de media worden de kinderen de te volgen voorbeelden en de te laken daden voorgehouden.

De waarden en de eigenschappen die in de samenleving hoog worden geschat, worden op een al dan niet vervulde manier aan de man gebracht. Door middel van de media kan men hele bevolkingsgroepen bewerken. Meestal hebben de boodschappen die de media brengen een (politiek) sussende én een (economisch) activerende betekenis. Zij zijn de behoeders en de verdedigers van de samenleving.

Beïnvloeding

Mc Luhan heeft er ook de nadruk op gelegd dat sinds het ontstaan van de TV het vooral het onderbewuste is geweest dat aangesproken werd door de reclamemensen. Het bleek namelijk gemakkelijker dit onderbewuste te gebruiken voor verkoopsdoeleinden. De beïnvloeding is hier ook veel groter en verzet wordt al heel moeilijk. Door gebruik te maken van de media en van gespecialiseerde publiciteitsmensen, kan men vandaag de dag praktisch alles aan de man brengen. Hier wordt niet alleen aan goederen gedacht, maar ook aan ideeën. In feite gaan de media bepalen wat een groot deel van de maatschappij gaat denken, voelen, aanbidden en verafschuwen. De echte individuele persoonlijkheid wordt verdrongen en in haar plaats treedt een soort algemene mening op de voorgrond. De gelijkschakeling vergemakkelijkt immers in hoge mate de efficiëntie van de controle.

Media en vrijetijdsbesteding

In verband met het belang van de media in de vrijetijdsbesteding, kan een onderzoek van Thoveron aangehaald worden, dat betrekking heeft op België.

Hieruit bleek dat ongeveer 30 % van de beschikbare vrije tijd aan de media gespendeerd werd. Het TV-kijken speelt hier de belangrijkste rol. Verder bleek ook dat voornamelijk „passieve” activiteiten hieronder te lijden hadden (bioscoopbezoek, lezen enzovoort). De media-consumptie geschiedt ten nadele van de andere vrijetijdsactiviteiten.

Uitschakeling creativiteit

Wat de inhoud van de TV-programma’s betreft, stelt men vast dat deze in hoofdzaak behoudsgezind is, dat hij de in de maatschappij gevestigde normen bevestigt en versterkt. Dit sluit perfect aan bij wat de grote meerderheid denkt en voelt, dit ook onder invloed van de mediaconsumptie. Dit komt tot uiting in de berichtgeving. Er worden debatten en discussies georganiseerd, maar er is weinig plaats voor een echte uitwisseling van ideeën.

Alles wordt met een zelfde ernst aangeboden, doch er is gewoonlijk geen conclusie. Men geeft enkel verscshillende standpunten.

Consumptie

Verder is ook vastgesteld dat de media de mensen aanzet tot voortdurende consumptie. Door allerlei zaken te tonen, worden bepaalde behoeften geschapen, die het individu tracht te bevredigen. Het effect is hier niet zo zeer op korte, dan wel op lange termijn merkbaar. Brightbill noemt het TV-kijken het „sit and watch” fenomeen: het enige wat de mensen doen is naar hun toestel zitten te staren. Berdiner stelde reeds in 1957 vast dat tot 80 % van de Amerikanen hun vrije tijd in en rond de woning doorbrachten, waarvan het grootste deel dan nog TV keek. Op 46 miljoen woningen, waren er 39 miljoen toestellen en de kijktijd bedroeg per gezin reeds vijf en een half uur.

Dit is waarschijnlijk niet altijd bevorderlijk voor opinievorming of ontwikkeling.

Harmonieuze ontwikkeling

Een gevolg van al datgene wat verspreid wordt door de media is wel de massacultuur. Deze wordt door velen (o.a. M. Mead) beschouwd als een soort veiligheidsklep voor het afvoeren van agresssieve neigingen. Anderzijds is het ook zo, dat de massacultuur de gemakkelijkste vorm van ontspanning is, aangezien hier geen inspanning of initiatief vereist is. Het is gewoon de voortzetting van het patroon van de arbeid. Opnieuw wordt de gelijkschakeling in de hand gewerkt. De massacultuur is een cultuur die uiteraard maatschappijbevestigend werkt. Het is geen verschijnsel van vraag en aanbod.

Het is te gemakkelijk alles af te schilderen alsof het allemaal door de verbruiker gewenst wordt. Ingrijpend is de rol van de media. De gewone burger heeft bij de voornaamste media praktisch of helemaal geen inspraak, alles wordt bepaald door economische oogmerken, zonder dat met het individu rekening gehouden wordt. De massacultuur gaat zorgen voor het droomelement in de werkelijkheid, en in feite wordt gestreefd naar het vervangen ervan. Zij brengt uiteindelijk de boodschap van het „eeuwige geluk”. Het geluk wordt hier dan gelijk gesteld met genot en consumptie. Geluk kan je kopen. Terzelfder tijd echter wijst zij ook op de beperktheid van de kleine mens, die het grote politieke en economische gebeuren slechts kan ondergaan: Je kan er toch niets aan veranderen, beter je dan maar met privébezigheden te bekommeren. De massacultuur oefent uiteraard ook een sterke invloed uit op de „vrijetijdscultuur” en op het spelen. Beiden dreigen een uniform karakter te krijgen.

Uitgangspunten voor keuze van speelgoed

Een groot arsenaal speelgoed zou eenvormigheid moeten voorkomen
nagegaan zou moeten worden welke rol de media zouden kunnen spelen bij het juist kiezen van speelgoed
de mogelijkheden van onze media zouden positief aangewend moeten worden om kinderen tot spelen aan te zetten. Wellicht moet er eens nagedacht worden over media-speelgoed-programma’s.
Speelgoed mag een massacultuur niet helpen bevorderen, maar zou integendeel deze juist onmogelijk moeten maken.
speelgoed moet uniformiteit tegen gaan
speelgoed moet een reeks gebruiksmogelijkheden bezitten. Het moet een veelzijdige belangstelling bij het kind wekken en het een grote speelruimte laten bij het gebruik
speelgoed moet zodanig van aard zijn dat het kind er zorg voor kan hebben. Duurzaam speelgoed wordt door het kind lang en intensief gebruikt en het raakt er als aan een voorwerp waarmee het dagelijks omgaat, sterk aan gebonden. Het moet van dusdanige aard zijn, dat de zorgvuldige behandeling bij het spel niet afleidt van het eigenlijke spel. De duurzaamheid moet corresponderen met het aanwezig vermogen van het kind, om zorgvuldig met de dingen om te gaan. Zorg voor het speelgoed hoort bij de opvoeding van het spelende kind.

Wordt vervolgd.

.

Drs.H.G.Maeter, De Vacature nr. 24, 17-12-1986

.

Spel, speelgoedalle artikelen

Rudolf Steiner over spel

.

1661

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.