Tagarchief: Karl Julius Schröer

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner – toespraak bij de kerstspelen (6)

.

In de voordrachtenreeks (GA=Gesamt Ausgabe) zijn de toespraken die Steiner hield naar aanleiding van opvoeringen van de kerstspelen, gebundeld in nr. 274 [1]:

TOESPRAKEN BIJ DE OUDE VOLKSE KERSTSPELEN

 

ANSPRACHEN ZU DEN WEIHNACHTSPIELEN AUS ALTEM VOLKSTUM

ANSPRACHE DORNACH 19-12-1920

blz. 51

Wir werden uns erlauben, Ihnen heute Weihnachtspiele aus altem
Volkstum vorzuführen. Die beiden Spiele, die wir hier zur Darstellung bringen, sind aufgefunden von Karl Julius Schröer in den fünfziger Jahren des vorigen Jahrhunderts innerhalb der deutschen Sprachinseln in Ungarn, in der Gegend, die nordwärts von der Donau liegt, von Preßburg westwärts liegt. In diesen Gegenden sind zu Ende des Mittelalters und noch etwas später Deutsche eingewandert. Sie haben sich unter anderen Kulturgütern, welche sie in ihrer Einfachheit besessen

TOESPRAAK DORNACH 19-12-1920

We zijn zo vrij om voor u vandaag oude volkse kerstspelen op te voeren. De beide spelen die we hier ten tonele zullen brengen, zijn ontdekt door Karl Julius Schröer in de jaren vijftig van de 19e eeuw in Duitse taalkolonies in Hongarije, in de streek die ten noorden van de Donau ligt, ten westen van Pressburg. In deze streken zijn tegen het einde van de Middeleeuwen en nog later ook Duitsers geïmmigreerd. Ze hebben naast andere dingen uit hun cultuur die ze in hun eenvoud bezaten, 

blz.52

haben, nach ihrem neuen Aufenthaltsorte auch diese Weihnachtspiele mitgebracht.
Karl Julius Schröer, mit dem ich viel in meiner Jugend über diese Dinge gesprochen habe, der mir aus seinen persönlichen Erfahrungen erzählen konnte, wie wiederum in seiner Jugend – in den vierziger und fünfziger Jahren des vorigen Jahrhunderts – unter diesen, ich möchte sagen slawischen und magyarischen Bevölkerungen von den dort lebenden verschlagenen Deutschen diese Weihnachtspiele immer aufgeführt worden sind, und wirklich in außerordentlichem Ernst und mit einem regen Eifer um die Weihnachtszeit auf die Gemüter dieser Menschen gewirkt haben.
Wir haben in diesen Weihnachtspielen deshalb Keime, die sich nach und nach aus einer längeren Kulturstraße herausentwickelt haben, die wir bis ins 13. Jahrhundert zurückverfolgen können. So daß bis in die letzten Jahrzehnte des 12. Jahrhunderts damals das Bedürfnis entstand, über die weitesten Gegenden Mitteleuropas hin – durch Thüringen bis an den Rhein hin und über den Rhein hinüber bis ins Elsaß, dann durch ganz Süddeutschland, durch die Nordschweiz -, was sich bezieht auf die biblische Geschichte, was sich bezieht auf die christlichen Traditionen, namentlich auch auf die christliche Legende, vor dem Volke dramatisch darzustellen.

ook deze kerstspelen naar hun nieuwe leefgebied meegenomen.
Karl Julius Schröer met wie ik in mijn jeugd veel over deze dingen heb gesproken, die mij zijn persoonlijke ervaringen kon vertellen hoe ook in zijn jeugd – in de jaren veertig en vijftig van de 19e eeuw – onder deze, ik zou willen zeggen, Slavische en Hongaarse bevolking van de daar wonende verslagen Duitsers, deze kerstspelen steeds zijn opgevoerd en dat werkelijk met een grote ernst en met een levendige ijver rond de kerststijd deze kerstspelen op het gemoed van deze mensen inwerkte. Vandaar dat in deze kerstspelen kiemen zitten die langzamerhand vanuit een lange weg die de cultuur gegaan is, tot ontwikkeling zijn gekomen die wij tot in de 13e eeuw terug kunnen volgen. We zien dat tot in de laatste tientallen jaren van de 12e eeuw er toen behoefte bestond verspreid over de meest verre gebieden van Midden-Europa, van Thüringen tot aan de Rijn en over de Rijn tot in de Elzas, dan in heel Zuid-Duitsland, Noord-Zwitserland – m.b.t. tot de Bijbelse gschiedenis, m.b.t. tot de christlelijke tradities, vooral ook tot de christelijke legende, dat voor het volk op te voeren.

Man kann geradezu sagen, daß vieles in der neueren Dramatik auf diesen Mysterienspielen – so nennt man sie ja wohl auch – beruht. Zunächst schlossen sich diese Spiele an die kirchlichen Handlungen an. Wenn die Weihnachtszeit, die Osterzeit, die Pfingstzeit, das Fronleichnamfest, manche anderen heiligen Feste herannahten, dann versammelten sich die Leute in der Kirche. Die Kirche selbst wurde dekoriert in der mannigfaltigsten Weise. Und zunächst im 12., 13. Jahrhundert wurde von den Geistlichen selbst, sogar zuerst in lateinischer Sprache dasjenige aufgeführt, was innerhalb der christlichen Tradition, innerhalb der Evangeliengeschichte enthalten ist.
So können wir gut zurückverfolgen, wie zum Beispiel dramatisch dargestellt wurde die Szene an dem Grabe Christi. Es kleideten sich ein drei Priester in Frauenkleider: die drei Frauen, die zu dem Grabe kamen; ein Engel, der auf dem eben verlassenen Grabe saß. Dasjenige,

Je kan wel zeggen dat veel van de nieuwe dramakunst op deze mysteriespelen – zo worden ze ook wel genoemd – gebaseerd is. Aanvankelijk sloten deze spelen aan bij de kerkelijke rituelen. Wanneer Kerstmis, Pasen, Pinksteren, Sacramentsdag dichterbij kwamen, dan kwamen de kerkmensen bij elkaar. De kerk zelf werd uitbundig versierd. En al in de 12e, 13e eeuw werd door de geestelijkheid zelf, maar eerst nog wel in het Latijn, ten tonele gevoerd wat binnen de christelijke traditie, binnen de geschiedenis van de Evangeliën bewaard is. We kunnen dus goed teruggaan naar hoe bv. dramatisch uitgebeeld werd de scène aan het graf van Christus. Drie priesters droegen vrouwenkleren: de drie vrouwen die naar het graf kwamen; een engel, die op het zojuist verlaten graf zat. 

was die Evangelien erzählen, was die Tradition erhalten hat, wurde dramatisch dargestellt.
Man ging aber auch allmählich dazu über, die Dinge, welche man lateinisch zunächst dargestellt hat> dann in der Volkssprache darzustellen. Und im 14. Jahrhundert treffen wir bereits sehr weit ausgebildete dramatische Darstellungen, zum Beispiel der Geschichte von den weisen und törichten Jungfrauen.
Wir wissen, daß im Jahre 1322 in Thüringen, am Fuße der Wartburg, in Eisenach, in dem Hause «die Rolle», ein Spiel von den weisen und von den törichten Jungfrauen aufgeführt wurde, das so bedeutsam in ein Menschenschicksal eingreifen konnte, daß der Landgraf Friedrich, welcher dabei war, der den merkwürdigen Beinamen hat, «mit der gebissenen Wange», daß der Landgraf Friedrich mit der gebissenen Wange davon einen Schlaganfall bekam und im Jahre 1323 an den Folgen dieses Eindruckes sogar gestorben ist.
Aber es ging ja nicht jedem so, sondern es war schon durchaus gerade das, was durch solche Darstellungen dargeboten war, etwas in diesen Zeiten außerordentlich feierliches. Es war lange Zeit gerade die dramatische Darstellung verloren, welche dazumal in Eisenach gegeben worden ist und einen so großen Eindruck gemacht hat.

Als een toneelstuk werd opgevoerd wat in de Evangeliën overgeleverd was, of wat de traditie had bewaard.
Maar er werd ook geleidelijk toe overgegaan om de dingen die men eerst in het Latijn opgevoerd had, nu ook in de volkstaal te brengen. En in de 14e eeuw treffen we al zeer uitgebreide dramatische stukken aan, bv. het verhaal van de wijze en de dwaze maagden.
We weten dat in het jaar 1322 in Thüringen, aan de voet van de Wartburg in Eisenach, in het huis [Duits heeft nu]’die Rolle’, een spel van de wijze en dwaze maagden opgevoerd werd, – wat zo sterk in een mensenlot kon ingrijpen, dat landgraaf Friedrich [2] die erbij was, hij had de merkwaardige bijnaam ‘die in zijn wang gebeten is’, er een beroerte van kreeg en in 1323 aan de gevolgden van deze indruk zelfs gestorven is.
Dat overkwam natuurlijk niet iedereen, juist dergelijke opvoeringen waren in die tijd iets buitengewoon feestelijks. Het toneelstuk dat destijds in Eisenach werd opgevoerd en zo’n diepe indruk had gemaakt, was lange tijd kwijt.

Das Spiel wurde dann später wieder aufgefunden, merkwürdigerweise in Mülhausen im Elsaß, am Tegernsee und in einem Kloster Benediktbeuern, so daß man sehen kann, gerade aus diesem Auftreten am Tegernsee, daß diese Dinge eigentlich aus dem Süden in den Norden gezogen sind.
Wir finden dann sehr bald, wie nicht mehr etwa bloß Geistliche diese Dinge darstellten, sondern wie diese Dinge durchaus vom Volke übernommen wurden, dem Volke sehr ans Herz gewachsen waren.
Das Volk hatte sie außerordentlich lieb. Wir sehen, was ausgeführt wurde. Wir können das noch von einem Stück ablesen, dessen Handschrift erhalten ist. Wir entnehmen dieser Schrift, daß im 15. Jahrhundert die ganze Geschichte des Christus Jesus auf Erden aufgeführt worden ist: von der Hochzeit zu Kana in Galiläa bis zur Auferstehung. Und überall sehen wir, daß man außerordentlich dramatisch, geistig, gerade die wirksamsten Momente, die äußerlich für die Anschauung

Het spel werd later wel gevonden, merkwaardigerwijs in Mülhausen in de Elzas, aan de Tegernsee en in een klooster in Bediktbeuern, zodat je kan zien dat juist door het optrreden aan de Tegernsee deze dingen eigenlijk vanuit het zuiden naar het noorden gegaan zijn.
We vinden dan al zeer snel dat deze dingen niet maar alleen door geestelijken werden opgevoerd, maar dat ze met name door het volk overgenomen werden, ze betekenden voor het volk zeer veel. Het volk had ze in het hart gesloten. We kunnen zien wat er opgevoerd werd. We kunnen dat nog uit een stuk opmaken waarvan het handschrift bewaard gebleven is. We halen uit dit geschrift waarin in de 15e eeuw het hele verhaal van Jezus Christus op aarde opgetekend is:  van de bruiloft in Kana in Galilea tot de Opstanding.
En overal zien we dat men de meest werkzame ogenblikken er buitengewoon dramatisch, 

blz. 54

wirksamsten Momente herausgehoben hat, immer die Dinge, welche das Volk selber in diesen Darstellungen erlebte. Und wir dürfen annehmen, daß im 15. Jahrhundert, Ende des 16. Jahrhunderts und weiter über einen großen Teil der deutsch sprechenden Gegenden diese Volksspiele zur Weihnachtszeit, zur Osterzeit, zur Pfingstzeit, zum Fronleichnamstag, zu anderen Festen aufgeführt wurden.
Das eine der Weihnachtspiele ist ein Paradeis-Spiel, welches sich mehr an die Adventszeit hielt, das andere ist ein direktes christliches Hirten-Spiel, welches wir vor Ihnen hier aufführen. Sie werden aus dem zweiten Spiel, aus der Einleitung sehen, daß vom Rhein gesprochen worden ist, daß diese Stücke gewandert sind. Trotzdem kamen sie, wie Schröer sie aufgefunden hat, wie gesagt in den Oberuferer, in den Preßburger Gegenden – wie man sie ja auch nennt Oberuferer Weihnachtspiele – ostwärts von Preßburg zur Aufführung. Dort sind sie also in der Weihnachtszeit gespielt worden, trotzdem sie ganz anderswo entstanden sind. Ursprünglich sind sie gespielt worden da, wo der Rhein durchfließt. Sie sind also von einer Volksgemeinschaft mitgenommen worden, welche ostwärts gezogen ist, und die sich östlich von der Donau im Banat und so weiter angesiedelt hat. 

geestelijk uit liet springen, steeds die dingen die het volk in deze opvoeringen zelf beleefde. En we mogen wel aannemen dat in de 15e, eind 16e eeuw en later over een groot deel van de Duits sprekende streken deze volksspelen met de kerst, met Pasen, met Pinksteren, met Sacramentsdag, met andere feesten opgevoerd werden.
Een van de kerstspelen is een paradijsspel, dat meer bij de adventstijd hoorde, het andere is een uitgesproken christelijk herdersspel dat wij voor u opvoeren. U zal in dit tweede spel, bij de inleiding zien, dat er over de Rijn wordt gesproken, dat deze stukken zich verplaatst hebben. Afgezien daarvan werden ze, zoals Schröer ontdekte, zoals gezegd in de streken van Oberufer, van Pressburg – en zoals ze worden genoemd Oberuferer kerstspelen – ten oosten van Pressburg, opgevoerd.

Da wurden dann diese Spiele weitergespielt bis eben ins 19. Jahrhundert hinein. In der letzten Zeit gingen viele solche Schätze des Volkes unter den Zeitereignissen, die ganz andere geworden sind, verloren Aber diejenigen, die sich die Spiele noch angesehen haben, waren tief ergriffen, nicht nur von dem Spiel selbst, sondern namentlich von der Art und Weise, wie diese Spiele eingeleitet wurden.
Wenn die Weinlese vorüber war, im Herbste, dann versammelte der Geistliche und einige andere, der Lehrer des Ortes, diejenigen Burschen, die sie für fähig hielten, ein solches Weihnachtspiel aufzuführen. Durch viele Wochen hindurch wurden die Übungen, die Vorübungen gepflogen. Und aus der Art und Weise, wie die Leute sich vorbereiten mußten für das Feierliche dieser Stücke, ersieht man, aus welchem Geiste heraus solche Dinge unternommen worden sind. Es lebte, ich möchte sagen, ein innerlich gemütvolles Christentum, eine innerlichste gemütvolle Christlichkeit noch. Man sieht es in der ganzen Art und Weise der Einleitung solcher Spiele. Es gab bestimmte Vorschrif-

Daar zijn ze in de kersttijd gespeeld hoewel ze heel ergens anders zijn ontstaan. Oorspronkelijk werden ze gespeeld waar de Rijn stroomt. Ze zijn dus door een bevolkingsgroep meegenomen die naar het oosten trok en die zich ten oosten van de Donau in het Banaat en verder vestigden. Daar werden deze spelen dan verder gespeeld, tot wel in de 19e eeuw.
De laatste tijd zijn veel van dergelijke volksschatten door de gebeurtenissen in de tijd, verloren gegaan. Maar wie het spel nog hebben gezien, waren er diep van onder de indruk, niet alleen van het spel zelf, maar vooral door de manier waarop met deze spelen werd begonnen.
Wanneer de druivenpluk voorbij was, in de herfst, zochten de geestelijke en nog wat anderen, de dorpsleraar jongens bij elkaar die ze geschikt achtten zo’n kerstspel op te voeren. Vele weken lang werden de oefeningen, de vooroefeningen gehouden. En op de manier hoe de mensen zich moesten voorbereiden voor het feestelijke van deze stukken, kun je zien vanuit welke geestesstemming dergelijke dingen gedaan werden. Er was, zou ik willen zeggen, nog een innerlijk gemoedvol christendom, iets heel innerlijk zeer christelijks in het gevoelsleven. Dat zie je aan de hele manier van voorbereiding bij deze spelen. Er bestonden bepaalde voorschriften, 

blz. 55

ten, nach denen wochenlang, viele Wochen lang diese Spiele vorbereitet wurden. Der Geistliche, der Lehrer hat die Burschen gesammelt. Es wurden auch die weiblichen Rollen in der Regel von Burschen gegeben; das können wir hier nicht nachahmen. Da würden gar zu sehr unsere weiblichen Mitglieder dagegen protestieren, aber in der Oberuferer Gegend, da wo Karl Julius Schröer diese Dinge entdeckte, waren es durchaus Burschen, welche auch die weiblichen Rollen gaben. Diesen Burschen wurden strenge Vorschriften gegeben. Vorschriften wurden gemacht, die in derselben Weise jetzt, wo wir hier schon seit Jahren den Versuch machen, diese Spiele innerhalb unserer Kreise wiederum zu beleben, für diejenigen der verehrten Zuhörer, die dabei erscheinen wollen, -Vorschriften also wurden denSpielenden gemacht, die für unsere Spielenden nicht mehr jene Bedeutung haben, aber die uns zeigen, mit welchem Ernst die Dinge da aufgefaßt worden sind. So zum Beispiel war einer der Paragraphen, daß diejenigen, die da mitspielen sollten, an den vielen Wochen, vor allem Abend für Abend all die Wochen durch, wo sie diese Proben durchmachten, ein ehrsames Leben zu führen haben. Nun, das ist selbstverständlich ganz natürlich, daß unsere Leute immer ein ehrsames Leben führen! Also dieser Paragraph hat für uns weiter keine Bedeutung. Ferner durften keine Schelmereien verübt werden. 

volgens welke men weken lang, vele weken lang deze spelen voorbereidde. De jongens waren bij elkaar gezocht door de geestelijke, de leraar. Ook de vrouwenrollen werden in de regel door jongens gespeeld; dat kunnen we hier niet navolgen. Dan zouden onze vrouwelijke leden daar al te zeer tegen protesteren, maar in de streken van Oberufer waar Karl Julious Schröer deze dingen ontdekte, waren er alleen maar jongesn die ook de vrouwelijke rollen speelden.
Deze jongens kregen strenge voorschriften. Er werden voorschriften gegeven die op dezelfde manier nu, nu wij hier al sinds jaren proberen deze spelen bij ons weer nieuw leven in te blazen, voor diegenen van de geachte toeschouwers die willen komen kijken – voor onze spelers niet meer die betekenis hebben, maar voor die spelers waren er voorschriften en die laten ons zien met wat voor ernst de dingen beschouwd werden.
Een van de regels was dat degene die wilde meespelen gedurende de vele weken, alle avonden, al die weken, waarin gerepeteerd werd, een eerzaam leven zou leiden. Welnu, voor onze mensen is het vanzelfsprekend heel natuurlijk dat zij steeds een eerzaam leven leiden. Die regel heeft voor ons verder geen betekenis. Verder mochten er geen onzinnige dingen uitgehaald worden.

Das dürfte ja unter Anthroposophen nicht die Regel sein. – Allerdings gab es ‘auch noch eine Vorschrift, eine Art Strafe, die wir hier einfach aus dem Grunde nicht einführen, weil auch dagegen zu stark protestiert würde, und wenn es doch nötig wäre, sie zu verlangen, würde das nicht eingehalten werden. Es war nämlich eine strenge Vorschrift, daß für jeden Gedächtnisfehler, der begangen wurde noch bei der Generalprobe und insbesondere bei den Aufführungen selbst, strenge Strafen bezahlt werden mußten durch den Mitspielenden! Wie gesagt, das können wir nicht einführen. Denn es würden nie diese Strafen bei uns bezahlt.
Nun war aber eine ganz strenge Vorschrift, meine sehr verehrten Anwesenden, die wir gar nicht einführen können, vorhanden. Diese strenge Vorschrift war diese, daß in der Zeit, während welcher die Proben stattfanden, die Probenden also dem Geistlichen oder Lehrer, also allen, die Lehrmeister sein müssen, streng gehorsam sein mußten.

Dat zou onder antroposofen niet de regel mogen zijn –
Bovendien was er nog een voorschrift, een soort straf, die we hier niet invoeren simpelweg omdat ook daartegen te sterke protesten zouden komen en als het toch nodig zou zijn het te eisen, zou het niet ingewilligd wordenj. Het was namelijk het strenge voorschrift dat er bij elke vergeetfout die nog gemaakt werd bij de eindrepetitie en vooral tijdens de opvoeringen, door de spelers een flinke boete betaald moest worden. Zoals gezegd: dat kunnen we hier niet invoeren. Deze boetes zouden bij ons nooit betaald worden
En nu was er, zeer geachte aanwezigen, nog een streng voorschrift, dat we al helemaal niet kunnen invoeren. Dit strenge voorschrift was dat in de tijd waarin de repetities plaatsvonden de uitvoerenden alsook de geestelijke of leraar, dus allen die leermeester moesten zijn, streng gehoorzaam moesten zijn.

blz. 56

Nun, Sie werden begreifen, das können wir unter uns natürlich niemals einführen. Sie sehen aber aus diesen strengen Paragraphen, mit welch außerordentlichem Ernst man an diese Sache ging. Und dieser Ernst ist es, der einem auffällt, wenn man sich in die ganze Art und Weise wiederum vertieft, wie diese Spiele gespielt wurden. Nicht sentimental, oftmals mit einem köstlichen Humor durchsetzt, durchaus aus dem Volksgefühl heraus waren ursprünglich von der Geistlichkeit diese Dinge gegeben, aber das Volk hat sich ihrer bemächtigt, ganz in seinem Geiste aufgenommen. So daß, wie sie hier vorliegen, sie durch und durch volkstümlich sind und uns zurückweisen in das Fühlen, in das Empfinden, in das Denken eines Teiles des christlichen Volkes im 16. Jahrhundert, vielleicht im 15. Jahrhundert noch. Das alles steht vor unserer Seele, wenn wir diese Spiele ansehen.
Wir dürfen uns vorstellen, daß über einem großen Teil von Mitteleuropa, über die Gegenden, die ich früher schon erwähnt habe, vom 14. Jahrhundert bis in die folgenden Jahrhunderte hinein – in einzelnen Gegenden, wie Sie sehen, ist das erst nach und nach verschwunden im 19. Jahrhundert -, zu allen sogenannten heiligen Zeiten diese Spiele, also das Weihnachtspiel, das Osterspiel, das Pfingstspiel vorgeführt wurden.

Nu, u zal begrijpen dat we dat onder elkaar natuurlijk nooit uitvoeren. Maar aan die strenge regels ziet u met wat voor buitengewone ernst men hiermee bezig was. En het is die ernst die opvalt wanneer je je in alles verdiept hoe deze spelen gespeeld werden. Niet sentimenteel, dikwijls met kostelijke humor doorspekt, zeer zeker was dat oorspronkelijk vanuit het volksgevoel door de geestelijkheid aangegeven, maar het volk maakte het zich eigen, nam het helemaal in de geestesgesteldheid op. En wel zo dat zoals we ze nu hier hebben, ze door en door volks zijn en ons verwijzen naar dat gevoel, dat beleven, dat denken van een deel van het christelijke volk in de 16e eeuw, misschine nog in de 15e. Dat staat voor ons, wanneer we naar deze spelen kijken.
We mogen ons wel voorstellen dat verspreid over een groot deel van Midden-Europa, over de streken die ik al eerder noemde, vanaf de 14e eeuw tot in de volgende eeuwen – in een paar gebieden is dat, zoals u ziet, pas in de 19e eeuw, ze langzaam verdwenen, op alle zogenaamde heilige dagen deze spelen, dus het kerstspel, het paasspel, het pinksterspel opgevoerd werden.

Und an der Art und Weise, wie diese Leute das Christentum in sich belebt haben, wie sie in einer außerordentlich volkstümlichen Art und Weise, ich möchte sagen, anschaulich die Evangelien vor uns hinstellen, sieht man, daß sie tief eingegriffen haben in das Volk. Und wir betrachten es als unsere Aufgabe auch, darauf aufmerksam zu machen, wie das geistige Leben durch die Jahrhunderte durch, wie ein Stück des geistigen Lebens Mitteleuropas dadurch erhalten blieb. Derjenige, der noch gesehen hat, wie auch sonst dieses geistige Leben Mitteleuropas, insoferne es Volksleben war, in der zweiten Hälfte des 19. Jahrhunderts allmählich unter den neueren Zeiten dahingestorben ist, wird viel empfinden können durch diese Auferweckung alter volkstümlicher Zeiten. Aus diesem Geiste heraus, meine sehr verehrten Anwesenden, möchten wir Ihnen zunächst das Paradeis-Spiel und dann auch das Christ-Geburt-Spiel heute vorführen.

En aan de manier waarop deze mensen het christendom beleefden, hoe ze op een buitengewone volkse manier, ik zou willen zeggen, de Evangeliën voor ons aanschouwelijk neerzetten, zie je dat zij op het volk een diepe indruk maakten. En wij vatten het ook als onze taak op erop te wijzen, hoe het geestelijk leven door de eeuwen heen, daardoor als een stuk geestesleven van Midden-Europa bewaard bleef. Degene die nog heeft gezien hoe toch ook dit geestelijke leven van Midden-Europa in zoverre het volksleven was, in de tweede helft van de 19e eeuw langzamerhand in de nieuwere tijd ten onder gegaan is, zal veel kunnen ervaren door het nieuw ingeblazen leven van oude volkse tijden. Vanuit deze stemming, geachte aanwezigen, zouden wij u nu het paradijsspel en dan ook het herdersspel willen laten zien. 

.

[1] GA 274
[2] anekdote: hij had een litteken op zijn wang, veroorzaakt door het bijten van zijn moeder.

.

Rudolf Steiner: toespraken bij de kerstspelen

Kerstspelenalle artikelen

Kerstmisalle artikelen

.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Kerstspelen (5)

.

ONZE KERSTSPELEN

In zijn boek “The bridge of San Luis Rey” vertelt Thornton Wilder van het instorten van een brug in Peru, 250 jaar geleden, waarbij vijf mensen, die zich juist op dat moment op die brug bevonden, omkwamen. Hij stelde zich de vraag, of men door een zich verdiepen in de levensloop van die verschillende mensen misschien zou kunnen gaan vermoeden of het slechts een toeval is, dat juist deze vijf mensen tezamen dit lot moesten treffen, of dat er een “bedoeling” te vinden zou zijn.

Zo kan het ook voorkomen dat bepaalde mensen op het laatste moment ervoor behoed worden, dat zij door de poort van de dood zouden gaan. Mensen, die oog in oog met de dood door een ongeval gestaan hebben, b.v. door verdrinking, of op een bergtocht en toch nog net door een “toeval” het leven behielden.

Of ook mensen die door een “toeval” zich net niet aan boord van een vliegtuig of in een bepaalde trein bevonden, hoewel zij dat wel van plan geweest waren en die daardoor aan een ramp ontkomen zijn.

Richtte Wilder zijn aandacht op het verleden van de betrokken mensen, zo is men in die andere gevallen geneigd zich juist in hun verdere toekomst te verdiepen. Wat speelt zich in het leven van die mensen verder af, waardoor men zou kunnen gaan vermoeden, wat de “bedoeling” van hun “toevallige” redding geweest zou kunnen zijn. Zij hebben, zou men kunnen zeggen, een nieuw leven gekregen en wat hebben zij ermee kunnen doen?

Zulke vragen kan men niet alleen stellen ten aanzien van het leven van mensen. Iets dergelijks heeft zich afgespeeld met de middeleeuwse kerstspelen uit Oberufer. Een taalgeleerde, Karl Julius Schröer, besteedde vrijwel zijn gehele leven aan de studie van het leven en de werken van Goethe. Maar gedurende een vrij korte tijd in zijn jonge jaren, toen hij leraar was aan een gymnasium in Presburg (Bratislava) had hij “toevallig” een grote belangstelling voor dialecten en in samenhang daarmee voor oude overgeleverde volkskunst. Hierdoor kwam hij in aanraking met oude kerstspelen, die al sinds eeuwen leefden op een eiland in de Donau in Hongarije, in het dorp Oberufer, waar de afstammelingen van eenvoudige Duitse boeren- landverhuizers sinds  ± 1600 leefden. Hij woonde in 1853 een opvoering bij en sprak na afloop lang met David Malatitsch. de ”leermeester goed” die het beheer had over alles, wat met de spelen te maken had.

Schröer had intuïtief een vermoeden, dat er ergens in het paradijsspel een lacune moest zijn ontstaan en bracht dit ter sprake. Aanvankelijk ontkende Malatitsch dit verontwaardigd, aangetast als hij zich voelde in zijn autoriteit en zijn deskundigheid door die geleerde stadsmensen.

Maar Schröer houdt vol en mopperend en tegenstribbelend begint Malatitsch toch in zijn geheugen te graven, en met horten en stoten, maar dan steeds vlotter, komen er tot zijn eigen stomme verbazing, regels omhoog, die hij sinds zijn jeugd, toen hij, nog bijna een kind, onder leiding van zijn vader de rol van Engel Gabriël gespeeld had, totaal vergeten was. Ze worden, dank zij Schröer, ongeveer dertig regels uit het tweegesprek tussen Godvader en Adam, vóór de schepping van Eva, aan de vergetelheid ontrukt, wellicht zou er op den duur nog meer verloren gegaan zijn. Maar nu worden de spelen als een drenkeling op het laatste ogenblik nog bij de haren van de verdrinkingsdood gered. En met welke bedoeling”?

In deze adventstijd van 1974 worden zij vele honderden malen opgevoerd in de meest uiteenlopende plaatsen over de hele aardbol verspreid. Zo is het al vele tientallen jaren en voor talloze duizenden mensen vormen zij een allerkostbaarst en onvervangbaar levensbezit.

Zo ging het echter niet ineens. Het ging als met de Steen van Rosetta, die eeuwenlang in totale vergetelheid ergens in Egypte gelegen had. Die toen door een toeval, tijdens een expeditie van Napoleon bij het slopen van een vesting tussen het puin gevonden werd. Daardoor kon, overigens nog na jaren van gissen en studie, het Egyptische hiëroglyfenschrift ontcijferd worden, en konden de mensen een nieuwe toegang vinden tot een rijkdom aan Egyptische cultuur, waarvan de kennis en het beleven zich over de gehele aardbol verspreidden.

Zo lag het boekje, dat Schröer over de kerstspelen gepubliceerd had, jarenlang vrijwel onopgemerkt op de stoffige planken van vele wetenschappelijke bibliotheken in Europa. Hij had dit met toestemming van David Malatitsch mogen uitgeven, ‘op voorwaarde dat de tekst van de spelen in Gotische letters gedrukt zou worden, en dat het recht van opvoering uitdrukkelijk aan de toestemming van hem, Malatitsch en zijn erfgenamen, gebonden zou zijn.’ Behalve de tekst bevat het een schat van bijzonderheden en aanwijzingen over spel, regie en spelers en o.a. ook interessante en uitgebreide vergelijkingen met andere min of meer bekende spelen. In Oberufer werden de spelen intussen af en toe, met tussenpozen van vier tot twaalf jaar, opgevoerd, maar niemand toonde er verder belangstelling voor en het was volmaakt stil om de spelen.

Eenmaal na 20 jaar, vond er in deze stilte een gebeurtenis plaats, die van belang was.
In de kersttijd van 1882 had Schröer, sinds lang professor, een gesprek met de student Rudolf Steiner. Tussen hen was een intieme band ontstaan van waardering en vererende bewondering. Met opvlammend enthousiasme vertelt Schröer van wat hij in Oberufer gehoord, gezien en beleefd had, en met het kostbare boekje geeft hij ook zijn liefdevolle bewondering voor de spelen aan Rudolf Steiner door. De stilte blijft echter onverbroken, tot dat, weer 28 jaar later, in 1910 onder regie van Rudolf Steiner in München een eerste opvoering plaats vond, op een zeer markant moment van zijn leven en werken.

En dan plaatst hij het geschenk van Schröer met zoveel zorg, liefde en kracht in de wereld, dat de oude spelen in een nieuwe stroom komen, die zich al spoedig steeds weer ging vertakken naar talloos vele plaatsen op de aardbol. En bij het tot standkomen van deze verbreiding hebben de “Vrije Scholen” een belangrijke rol gespeeld, omdat vooral voor kinderen het aanschouwen en het meebeleven van deze spelen van onschatbare betekenis kan zijn.

Wij leven in een tijdperk waarin de mensheid in overgrote meerderheid vergeten is, of nu meer kan beleven, dat de wereld, zoals wij die om ons heen waarnemen, de uitdrukking en tegelijk de openbaring is van een bovenzinnelijke wereld, en dat elk mens die onze aarde betreedt, afkomstig is uit een goddelijk-geestelijke wereld, die zijn ware vaderland is. Vooral kleine kinderen weten dit nog heel goed. Een zekere tijd lang hebben zij nog een herinnering aan de wereld, waaruit zij stammen, en kunnen zij veel daarvan als realiteiten beleven en ervaren, wat voor anderen niet meer zonder meer mogelijk is.

Het ‘orgaan’ dat zij daarvoor hebben, moet echter gevoed worden, wil het niet verschrompelen en verdorren en voorgoed verloren gaan. Dat voedsel kan niet daaruit bestaan, dat men er met de kinderen over zou spreken.

Maar beelden, die een uitdrukking en een openbaring zijn van de werkelijkheden, waar het hier om gaat, die zijn het waarachtige voedsel, dat de kinderen nodig hebben en met vreugdevolle herkenning in zich opnemen.

Die beelden zijn op talloze plaatsen te vinden o.m. in de sprookjes, de oude mythologieën, in het Oude en het Nieuwe Testament. En de eenvoudige, maar veelomvattende als gedegen goud zo zuivere, eerbiedwaardige beelden, waarin de kerstspelen tot ons spreken van de meest centrale gebeurtenissen uit de mensheidsgeschiedenis, nemen daarbij een eminente plaats in. Zij behoren tot het kostbaarste voedsel, dat men kinderen geven kan.

Een opvoering van de kerstspelen is meer dan alleen maar een vertoning, die men eens gezien moet hebben; meer ook dan een middel tot voorbereiding en verrijking van de kersttijd. En de ritmische herhaling van het aanschouwen en meebeleven van jaar tot jaar speelt hierbij een belangrijke rol. Een opmerking als: “waarom spelen jullie toch elk jaar dezelfde spelen, wij kennen ze toch immers al én zou het dan niet goed zijn eens iets anders te kiezen?” wordt af en toe gemaakt, maar is bepaald niet terecht.

Wij weten om te beginnen allen, dat we bepaalde boeken graag herlezen, bepaalde werken van beeldende kunst telkens weer willen zien, geliefde muziek graag opnieuw willen horen. Maar hier gaat het toch nog om meer.

De herhaling, en vooral de ritmische herhaling, heeft een onvervangbare waarde in zichzelf, los van het al of niet beter leren kennen. Kinderen weten dat wanneer zij het allang door en door bekende sprookje toch telkens opnieuw willen horen, liefst in dezelfde bewoordingen. Vele kinderliedjes en spelletjes ontlenen juist aan die ritmische herhaling hun waarde en daarom zijn zij altijd weer opnieuw zo geliefd.

Ook op het terrein van het religieus beleven kan men de waarde hiervan ervaren. Althans wanneer de religieuze praktijk niet op sleur of traditie, maar op een
innerlijk beleefde behoefte, een uit eerbied geboren overgave en een op den duur ontstane geloofservaring berust. Veel mensen kennen dit b.v. uit het meeleven met de eredienst door het jaar heen. En leest u eens een gedeelte uit de redevoeringen van Boeddha in onverkorte weergave, hardop en in alle rust.
Daar kan men de werking van de ritmische herhaling heel sterk beleven. Zo ook bij het lezen van het 6e hoofdstuk van het evangelie volgens Johannes met de ritmisch herhaalde aankondiging van het mysterie van de opstanding.

Voedsel moet op de juiste wijze toebereid zijn om in het organisme met vrucht opgenomen te kunnen worden. De ritmische herhaling is een vorm van “toebereiden”, was door het eerder genoemde ‘’orgaan” zijn voedsel op een harmonische en wehkzame wijze kan opnemen, zodat het behouden kan blijven. Dan zal het op een zekere leeftijd toch wel gaan zwijgen, maar het leeft, het is rijk aan inhoud en het betekent voor de mens een verborgen schat, die op de allerbelangrijkste levensmomenten aan het licht kan komen of gebracht worden om hem kracht, uitkomst of redding te brengen.

Want wij leven ook in een tijdperk waarin de mensheid geteisterd werd, wordt en zal worden door de zwaarste beproevingen, die ooit in de geschiedenis voorgekomen zijn. Hiermee kan men slechts vergelijken een tijd als die van omstreeks de zevende tot de derde eeuw voor Christus, toen stormen over de wereld raasden en de mensheid door groei en ondergang van het ene wereldrijk na het andere van catastrofe tot catastrofe geslingerd werd. Ook toen reeds betekende het lot van de mensheid tevens onmetelijk lijden voor talloze individuele mensen, al waren het niet zo vele millioenen als in onze tijd die bij wereldrampen betrokken zijn. En waar zal de mens dan de kracht vinden om stand te houden?

Wellicht dat dan dat “orgaan” weer gaat spreken, dat dan die verborgen schat aan het licht komt, dat mede dank zij de beelden, die al in Oberufer met zoveel liefdevolle zorg en eerbied voorbereid en tenslotte voor de mensen geplaatst werden, die mens de hulp kan vinden die hem werkelijk redden kan. Het beleven van zijn oorsprong uit en zijn verbonden zijn met een goddelijk-geestelijk vaderland en met de hoge machten die de mens willen helpen, maar die het alleen kunnen wanneer de mens de toegang tot hen zelf wil zoeken.

Zo kunnen deze spelen in de eerste plaats voor kinderen, maar toch ook niet minder voor volwassenen, tot een heel kostbaar geschenk worden. Een geschenk, dat als een gouden sleutel in een geheime bergplaats van de ziel verborgen blijft tot het ogenblik dat men zich voor een gesloten deur geplaatst ziet, waardoor men onverbiddelijk verhinderd wordt zijn weg te vervolgen. Tenzij men hem met die sleutel weet te openen.
.

C.R.Klinkenberg, vrijeschool Den Haag, dec. 1974.
Dit artikel is een gedeeltelijk vernieuwde bewerking van een artikel, dat in december 1966 verscheen in no» 26 van het blad ,De Vrije School”, voorganger van “Vrijblijvend.

.

Kerstspelen: alle artikelen

Kerstmis: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: kerstspelen

VRIJESCHOOL in beeld: kerstmis

.

1680

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner – toespraak bij de kerstspelen (8)

.

In de voordrachtenreeks (GA=Gesamt Ausgabe) zijn de toespraken die Steiner hield naar aanleiding van opvoeringen van de kerstspelen, gebundeld in nr. 274 [1]:

TOESPRAKEN BIJ DE OUDE VOLKSE KERSTSPELEN

 

ANSPRACHEN ZU DEN WEIHNACHTSPIELEN AUS ALTEM VOLKSTUM

blz. 63

Wir werden uns erlauben, Ihnen in diesen Tagen einige deutsche Weihnachtspiele, die aus älterem Volkstume erhalten sind, vorzuführen. Wir werden heute damit beginnen, ein sogenanntes Paradeis-Spiel vorzuführen. Diese Weihnachtspiele wurzeln tief im mitteleuropäisch-deutschen Volkstum und sind, wenn man sie heute betrachtet, eigentlich eine lebendige Geschichtsdarstellung. Viel lebendiger bekommt man das Bild der Volksentwickelung aus der Wiederbelebung dieser Spiele, als durch eine sonstige historische Schilderung. Es ist ja in Europa das Drama aus kirchlichen Veranstaltungen hervorgegangen. Solche kirchlichen Veranstaltungen können wir geschichtlich ziemlich weit, bis in das 12. Jahrhundert zurückverfolgen; sie gehen aber eigentlich viel weiter zurück. Aus dem 12. Jahrhundert wird namentlich über ein oftmals gespieltes kirchliches Drama «Der Antichrist» berichtet; in den verschiedensten Formen war dieser «Antichrist» vorhanden. Und es ist außerordentlich bemerkenswert zu sehen, wie in diesem «Antichrist» großartige Kämpfe dargestellt wurden, die zwischen den europäischen und asiatischen Völkern stattfanden.

We nemen de vrijheid u deze dagen een paar Duitse kerstspelen te laten zien die uit oudere volksculturen bewaard zijn gebleven. We beginnen vandaag met een zgn. paradijsspel op te voeren.
Deze kerstspelen zijn diep geworteld in de Duitse volkscultuur in Midden-Europa en zijn wanneer je ze nu bekijkt, eigenlijk een levendig historisch beeld. Het beeld hoe het volk zich ontwikkelde, krijg je veel levendiger te zien wanneer je deze spelen weer tot leven brengt, dan door een of andere historische schets. In Europa is het drama ontstaan uit opvoeringen in de kerken. Deze kerkelijke opvoeringen kunnen we tamelijk ver in de geschiedenis terug volgen, tot in de 12e eeuw; maar eigenlijk gaan ze nog veel verder terug. Er wordt namelijk over een stuk uit de 12e eeuw gesproken, een vaak gespeeld kerkelijk drama, ‘de Antichrist’; deze ‘Antichrist’ bestond in de meest verschillende vormen. En het is buitengewoon interessant om te zien hoe in deze ‘Antichrist’ een grote strijd werd getoond tussen de Europese en Aziatische volkeren. 

Nun, später wurden dann das Leiden und die Geburt Christi und sonstige kirchliche Erinnerungen zuerst von Geistlichen in den Kirchen selbst dargestellt. Es wurden dann weltliche Veranstaltungen daraus, indem zuerst die Geistlichen außerhalb der Kirche diese geistlichen Spiele aufführten, und dann die Aufführungen auch auf weltliche Personen übergingen.
Ein besonders bemerkenswertes Spiel war zum Beispiel das von den «Zehn Jungfrauen». Bei einer Aufführung der «Zehn Jungfrauen», die 1322 in Eisenach stattfand, am Fuße der Wartburg, ging es so ergreifend zu, daß der anwesende Landgraf Friedrich «mit der gebissenen Wange» trostlos darüber war, daß es, wie dieses Spiel besagte, selbst der Heiligen Jungfrau nicht möglich war, durch ihre Fürbitte die Verbannten zu erlösen. Durch den mächtigen Eindruck, den dieses Spiel auf ihn mit dieser Tendenz machte, traf ihn der Schlag. Er siechte 

Welnu, later werden dan het Lijden en de Geboorte van Christus en andere kerkelijke gedenkwaardigheden in de kerken door de geestelijken zelf, op het toneel gebracht. Daaruit ontstonden de opvoeringen buiten de kerk, eerst nog opgevoerd door de geestelijken en daarna ging het over op wereldse personen. Een bijzonder opvallend spel was bijv. dat van de ‘Tien Maagden’. Bij een opvoering daarvan in 1332 in Eisenach, aan de voet van de Wartburg, ging het er zo aangrijpend aan toe dat landgraaf Friedrich ‘met de gebeten wang’ [1] niet te troosten was toen het, zoals het spel verhaalt, zelfs voor de Heilige Maagd niet mogelijk bleek door haar voorspraak de bannelingen te verlossen. Door de overweldigende indruk die het spel met dit verloop op hem maakte, kreeg hij een beroerte. Hij zakte

blz. 64

dahin und starb infolge des Eindruckes dieses Spiels der «Zehn Jungfrauen». Diese Geschichte wird durch das folgende Mittelalter hindurch viel erzählt. Kurz, wir finden überall Spuren durch ganz Mitteleuropa solcher geistlichen Spiele.
Diese geistlichen Spiele, welche dann ins Volksmäßige übergingen, treten uns noch in der mannigfaltigsten Gestalt als Festspiele, Weihnacht-, Oster- oder Fastnacht-Spiele durch die folgenden Jahrhunderte hindurch entgegen. Es ist insbesondere interessant, wie man verfolgen kann, daß wandernde deutsche Stämme diese Spiele auf ihren
Wanderungen mitnahmen.
Wir müssen uns darüber klar sein, daß mehr im Westen Mitteleuropas lebende deutsche Stämme, die dann nach Osten herüberzogen, nach Österreich zogen, die böhmischen Gegenden, aber namentlich Ungarn bevölkerten, ihre Spiele als ein teures, heiliges Gut mitnahmen und die Aufführung dieser Spiele in einer ganz außerordentlich bemerkenswerten Weise trieben. Diese Spiele lebten im Volke, ohne daß sich die gebildeten Stände viel darum kümmerten. Erst als die deutsche Altertumskunde im 19. Jahrhundert eine gewisse Vertiefung erfuhr, waren es einzelne solcher Altertumsforscher, welche aus dem Volkstum heraus diese Spiele aufführten. 

in elkaar en stierf als gevolg van deze indrukken van het spel van de ‘Tien Maagden’. Dit verhaal werd gedurende de middeleeuwse tijd die volgde, veel verteld. Kortom, we vinden overal sporen van dergelijke geestelijke spelen door heel de middeleeuwen heen.
Deze geestelijke spelen die dan door het volk werden overgenomen, zien we door de volgende eeuwen heen terug als kerst-, paas- of vastenavondspelen. Het is bijzonder interessant hoe men volgen kan dat wegtrekkende Duitse stammen deze spelen toen ze wegtrokken, meenemen.
We moeten weten dat de meer in het westen van Midden-Europa wonende Duitse stammen, die toen naar het oosten wegtrokken, naar Oostenrijk trokken, de Boheemse streken, met name Hongarije bevolkten en dat ze hun spelen als een kostbaar, heilig goed meenamen en de opvoering van deze spelen op een heel buitengewoon opvallende manier organiseerden. Deze spelen leefden onder het volk, zonder dat de ontwikkelde stand daar veel aandacht aan schonk. Pas toen in de 19e eeuw de studie naar de Duitse historie meer aandacht kreeg, waren er bepaalde geschiedenisonderzoekers die van deze spelen melding maakten.

Einer derjenigen, die sich viel Mühe gaben, insbesondere solche Volkstümer in den verschiedensten deutschen Gegenden Ungarns aufzutreiben, war mein alter Freund und ehemaliger Lehrer Karl Julius Schröer. Seinem Verdienste ist es zuzuschreiben, daß namentlich aus der Preßburger Gegend die deutschen Weihnachtspiele erhalten blieben, wenigstens zunächst in der Literatur. Karl Julius Schröer fand solche Weihnachtspiele im Nordwesten Ungarns, in der Preßburger Gegend, in der sogenannten Oberuferer Gegend vor. Weihnachtspiele, die durchaus durch ihren Inhalt, durch ihre Sprache zeigten, wie sie aus westlicheren Gegenden mit den nach Osten wandernden deutschen Stämmen gebracht worden waren. Schröer konnte feststellen, daß solche Weihnachtspiele wie ein heiliges Gut von Generation zu Generation vererbt wurden, wie sie jedesmal, wenn die Weihnachtszeit herannahte, einstudiert und dann zur Weihnachtszeit aufgeführt wurden. Eine besonders bevorzugte Familie hatte diese Weihnachtspiele im Besitz. War nun die Zeit der Weinlese im 

Een van de mensen die zich veel moeite getroostte, met name om dergelijke volkscultuur in al die verschillende Duitse streken in Hongarije op te sporen, was mijn goede vriend en vroegere leraar Karl Julius Schröer. Het is zijn verdienste dat m.n. uit de omgeving van Pressburg de Duitse kerstspelen bewaard zijn gebleven, tenminste wel in de literatuur. Karl Julius Schröer vond zulke kerstspelen in het noord-westen van Hongarije, in de omgeving van Pressburg, de zgn. omgeving van Oberufer. Kerstpelen die vooral door de inhoud, door hun taal toonden hoe ze door de emigrerende Duitse stammen vanuit westelijker gelegen streken meegebracht zijn naar het oosten. Schröer kon vaststellen dat dergelijke spelen als een heilig goed van generatie op generatie overgeërfd werden, hoe ze iedere keer, wanneer Kerstmis naderde, ingestudeerd en met Kerstmis opgevoerd werden. Een bijzonder bevoorrechte familie had deze spelen in haar bezit. Wanneer nu de tijd van de wijnoogst in de

blz. 65

Herbste vorüber, und hatten die Landleute einige freie Zeit gewonnen, dann versammelte derjenige, der im Besitze des Manuskriptes solcher Weihnachtspiele war, die Burschen des Ortes, die er für geeignet hielt, und bereitete sie durch Einstudieren vor für die Aufführung zur Weihnachtszeit.
Es war mit solchen Aufführungen etwas ganz besonderes; sie wurden wie etwas behandelt, das eine tief religiöse Seite hat. Das geht daraus hervor, daß strenge Vorschriften für diejenigen bestanden, welche viele Wochen hindurch diese Spiele unter der Direktion des Meisters einstudiert hatten. Solche Vorschriften waren zum Beispiel diese, daß jene Burschen, die ausersehen waren, dieses Weihnachtspiel zu studieren und aufzuführen, während der Zeit des Einstudierens ihrem Meister in einer außerordentlichen Weise unbedingten Gehorsam leisten mußten; daß sie in dieser Zeit einen moralischen Lebenswandel führen mußten. Die besondere Vorschrift war diese, daß sie in dieser Zeit, wie der Volksmund sich ausdrückte, nicht zu dem Dirndl gehen durften. Wenn dann die Weihnachtspiele einstudiert waren, wurden
sie in der Regel in einem Gasthof aufgeführt, und zwar in echt volkstümlicher Weise. So gut es heute geht, wollen wir in unserer Aufführung diese Volkstümlichkeit eben festhalten, damit gewissermaßen historisch vor unsere Seele treten kann die Art und Weise, wie Weihnachten innerhalb dieses Volkstums gefeiert worden ist.

herfst voorbij was en de boeren wat meer vrije tijd kregen, riep degene die in het bezit was van de manuscripten van deze spelen, de jongens van het dorp, die hij geschikt achtte om mee te doen, bij elkaar en bereidde ze door het instuderen voor op de opvoering rond de kersttijd. Er was iets heel speciaals met deze opvoeringen; men ging ermee om als iets dat een diep religieuze kant heeft. Dat blijkt omdat er strenge voorschriften waren voor degenen die vier weken lang deze spelen onder leiding van de meester instudeerden. O.a. deze: de jongens die gekozen waren moesten gedurende de tijd van instuderen buitengewoon en onvoorwaardelijk naar hun leermeester luisteren; ze moesten een moreel leven leiden. Er was een speciaal voorschrift dat ze gedurende deze tijd niet, zoals de volksmond dat uitdrukte, naar de meisjes mochten gaan. Wanneer de spelen dan opgevoerd werden, gebeurde dat meestal in een herberg en echt op een volkse manier. Voor zover dat lukt, willen wij in onze spelen dat volkse vasthouden, zodat we in zekere zin historisch de manier voor ons kunnen zien hoe Kerstmis binnen deze volkscultuur gevierd is.

Eine besondere Eigentümlichkeit dieser Spiele war ihre Durchsetzung mit einem volkstümlichen Humor. Und es ist ganz falsch, wenn man diese Volksspiele etwa sentimental aufführt. Jede Sentimentalität muß ferneliegen. Führt man sie sentimental auf, so zeigt man einfach, daß man kein Verständnis hat für ein Element, welches im religiösen Leben des Mittelalters und der beginnenden Neuzeit ganz besonders vorhanden war. Die Leute konnten tief religiös sein, waren es aber in humorvoller Weise, waren es ohne falsche Mystik, ohne Sentimentalität. Und sie konnten zwischen den Schilderungen der erhabensten Szenen zu gleicher Zeit echt volkstümliche Witze machen, echt volkstümlichen Humor entfalten. Man wollte das Lachen nicht verlernen, indem man betend zu den erhabensten Dingen aufblickte. Das ist ein Charakteristisches für die besondere Religiosiät 

Een bijzondere eigenschap van deze spelen was dat ze doorspekt waren met volkse humor. En het is totaal verkeerd wanneer je dezse spelen sentimenteel opvoert. We moeten verre blijven van elk sentiment. Als je ze sentimenteel opvoert, laat je simpelweg zien, dat je geen besef hebt van een element dat in het religieuze leven van de middeleeuwen en de beginnende nieuwe tijd op een bijzondere manier aanwezig was. De mensen konden diep religieus zijn, maar dat waren ze met humor, waren dat zonder onware mystiek, zonder sentimentaliteit. En ze konden tussen de vertolking van de meest verheven scenes, tegelijkertijd echte volkse grappen maken, echte volkse humor laten zien. Men wilde het lachen niet verleren door biddend op te zien naar de verhevendste dingen. Dat is een eigenschap van het bijzondere religieuze gevoel

blz. 66

früherer Zeiten, die in dieser Richtung gesund war. Ungesund wurde die Religiosität erst in späteren Zeiten.
Heute werden wir uns erlauben, dasjenige Spiel aufzuführen, das in der Regel den anderen voranging: das Paradeis-Spiel, darstellend wie Gott Adam und Eva ins Paradies führt, und wie sie von dem Teufel verführt werden. «Adam und Eva» ist ja der Festtag, welcher dem 25. Dezember im Kalender vorangeht, der eigentlichen Weihenacht. Und für die Weihnachtszeit, die spätere Weihnachtszeit war dann so etwas gewöhnlich in Aussicht genommen, wie das Christ-Geburt- Spiel, das wir uns dann erlauben werden, morgen diesem ParadeisSpiel nachfolgen zu lassen.

in deze vroegere tijden, dat wat dat betreft gezond was. Het religieuze gevoel werd pas later ongezond.
Vandaag nemen we de vrijheid het spel op te voeren dat als regel door de andere vooraf ging: het paradijsspel, dat vertoont hoe God Adam en Eva in het paradijs brengt en hoe ze door de duivel verleid worden. ‘Adam-en-Evadag’ is op de kalender de feestdag vóór Kerstmis op 25 december, het eigenlijke kerstfeest. En wat de kersttijd betreft, daarin stond dan gewoonlijk het geboortespel op het programma, dat wij dan morgen op dit pararadijsspel willen laten volgen.

In dieser Aufführung wurde zum ersten Male der von Rudolf Steiner rekonstruierte Text zur Einleitung des «Paradeis-Spieles» gesprochen. – Von den Auf- führungen am 25. und 26. Dezember liegen keine Nachschriften vor.
Bij deze opvoering werd als inleiding van het paradijsspel voor (bij?) de eerste keer de door Rudolf Steiner gereconstrueerde tekst gesproken. – Van de opvoeringen van 25 en 26 decfember zijn geen notities. 

.

[1] GA 274
[2] anekdote: hij had een litteken op zijn wang, veroorzaakt door het bijten van zijn moeder.

.

Rudolf Steinertoespraken bij de kerstspelen

Kerstspelen: alle artikelen

Kerstmisalle artikelen

.

1678

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner – toespraak bij de kerstspelen (4)

.

In de voordrachtenreeks (GA=Gesamt Ausgabe) zijn de toespraken die Steiner hield naar aanleiding van opvoeringen van de kerstspelen, gebundeld in nr. 274 [1]:

TOESPRAKEN BIJ DE OUDE VOLKSE KERSTSPELEN

 

ANSPRACHEN ZU DEN WEIHNACHTSPIELEN AUS ALTEM VOLKSTUM

blz. 33

Dornach, 30. Dezember 1917 anläßlich der Aufführung von alten deutschen Weihnachtspielen vor in der Schweiz internierten deutschen Kriegsgefangenen

Im Namen aller Freunde unserer anthroposophischen Bewegung und namentlich derjenigen, die hier an diesem Bau vereinigt sind, habe ich Sie mit tiefster Befriedigung heute auf das allerherzlichste zu begrüßen. Sie werden an die aufrichtige Herzlichkeit dieses unseres Grußes glauben. Sind ja doch die Empfindungen, die wir Ihnen entgegenbringen,

Dornach, 30 december 1917 naar aanleiding van de opvoering van oude Duitse kerstspelen voor in Zwitserland geïnterneerde Duitse krijgsgevangenen

Uit naam van alle vrienden van onze antroposofische beweging en met name van degenen die hier samen aan de bouw[het Goetheanum] werken, wil ik u vandaag met een diep tevreden gevoel allerhartelijkst begroeten. U moet de oprechte hartelijkheid van deze groet ter harte nemen. De gevoelens die wij u tegemoet dragen,

blz.34

durchtränkt von all dem, was wir miterleben als Folgen jener schmerzlichen Ereignisse der Gegenwart, die so tief eingreifen nicht nur in das allgemeine Weltenschicksal, sondern auch in das Schicksal jedes einzelnen Menschen, insbesondere derjenigen, deren Besuch uns heute hier zugedacht ist.
Das, was wir Ihnen bieten möchten, sind Weihnachtspiele. Anspruchslos sollen diese Darbietungen genommen werden; das bitten wir Sie zu bedenken. Denn sie sollen der Versuch sein, alte Erinnerungen der europäischen Kultur aufzufrischen. Und vielleicht kann ich am leichtesten sagen, wie es sich mit diesen Spielen verhält, wenn ich mir erlaube, darauf aufmerksam zu machen, wie ich selbst zunächst mit diesen Spielen bekanntgeworden bin.
Das, was diese Spiele darbieten sollen, steht zunächst in einem loseren Zusammenhang mit unserer anthroposophischen Bewegung, aber dies ist nur scheinbar. 

zijn vol van alles wat wij beleven als gevolg van die zo smartelijke gebeurtenissen in deze tijd die zo ingrijpend zijn, niet alleen in het algemene wereldlot, maar ook in het lot van ieder mens, in het bijzonder van degenen die ons vandaag hier met een bezoek vereren. Wat wij u hier zouden willen schenken, zijn kerstspelen. U moet onze opvoeringen als bescheiden zien; wij vragen u dat te bedenken. Want ze willen een poging zijn oude herinneringen van de Europese cultuur op te frissen. En misschien kan ik het gemakkelijkst zeggen wat er met deze spelen is, wanneer ik de vrijheid neem om te vertellen hoe ik zelf deze spelen heb leren kennen.
Wat deze spelen willen tonen, staat in eerste instantie wat losser van onze antroposofische beweging, maar dat lijkt maar zo.

Nur derjenige, welcher diese anthroposophisch orientierte Geisteswissenschaft verkennt, kann des Glaubens sein, daß solche Aufgaben, wie die mit diesen Weihnachtspielen verbundenen, nicht in ihrer Richtung liegen. Muß doch in ihrer Richtung das Interesse für alles dasjenige liegen, was das geistige Leben und die Entwickelung der Menschheit betrifft.
Ich selbst wurde bekannt vor Jahrzehnten mit diesen Spielen, und zwar gerade mit den Spielen, von denen heute hier eine Probe entwickelt werden soll, durch meinen alten Freund und Lehrer, Karl Julius Schröer. Karl Julius Schröer entdeckte gerade diese Spiele, die alt sind, die irgendwo, da oder dort, in früheren Zeiten aufgeführt worden sind und die jetzt wiederum erneuert werden. Man kann viele solche Spiele allenthalben sehen. Allein gerade die beiden Spiele, um die es sich heute hier handeln wird, und einige andere unterscheiden sich doch von anderen Weihnachtspielen in ganz beträchtlicher Art. Karl Julius Schröer fand sie in den vierziger und fünfziger Jahren des 19. Jahrhunderts auf der Insel Oberufer. Das ist eine Vorinsel der Insel Schütt, welche durch die Donau unterhalb Preßburg, da wo Ungarn an Österreich angrenzt, gebildet wird. Da haben sich seit dem 16. oder mindestens seit dem Beginne des 17. Jahrhunderts unter den deutschen Bauern, den sogenannten Haidbauern, diese Weihnachtspiele erhalten, 

Alleen degene die deze antroposofisch georiënteerde geesteswetenschap ontkent, kan van mening zijn dat opgaven zoals die met deze kerstspelen verbonden zijn, voor hem of haar niets zijn. Want je moet wel geïnteresseerd zijn in alles wat het geestelijke leven en de ontwikkeling van de mensheid betreft.
Ik zelf leerde deze spelen tientallen jaren geleden kennen en wel deze spelen die we hier willen proberen te ontwikkelen, door mijn oude vriend en leraar, Karl Julius Schröer.
Hij ontdekte juist deze spelen die oud zijn, die ergens daar en daar, vroeger, opgevoerd zijn en die nu weer vernieuwd worden. Je kan dergelijke spelen overal zien. Maar met name de twee spelen waarom het hier gaat en nog een paar, zijn toch in een heel belangrijke mate anders dan andere kerstspelen. Karl Julius Schröer vond ze in de  jaren veertig, vijftig van de 19e eeuw op het eilandje Oberufer. Dat is een vooreilandje van het eiland Schütt dat door de Donau onder Pressburg, daar waar Hongarije aan Oostenrijk grenst, werd gevormd. Daar zijn sinds de 16e eeuw of tenminste sinds het begin van de 17e deze kerstspelen onder de Duitse boeren, de zgn. haidboeren, bewaard gebleven,

blz. 35

alle in persönlicher Überlieferung. Von Generation zu Generation sind sie gegangen. Der Haidbauer, von dem sie Karl Julius Schröer übernommen hat, hatte eigentlich nur noch die einzelnen Rollen abgeschrieben. Ein ganzes Manuskript von diesen Dingen fand sich kaum. Sie sind jedes Jahr, wenn man das konnte, wenn unter den Bauern Oberungarns die Leute dazu da waren, bei diesen Oberuferer Bauern aufgeführt worden.
Werfen wir zunächst einen flüchtigen Blick auf die Art, wie das zuging. Ich möchte das in der folgenden Weise schildern. Wenn die herbstlichen Arbeiten, die Erntearbeiten verrichtet waren, dann sammelte einer der angesehensten Bauern des Ortes, der von seinen Vorfahren diese Spiele ererbt hatte und das Recht ererbt hatte, sie aufzuführen, sich eine Reihe von Burschen zusammen und übte mit denen durch die Monate Oktober, November bis Dezember, bis in den Advent hinein die Aufführungen ein. Die Gesinnung, welche mit der Aufführung dieser Spiele verbunden war, ist eigentlich dasjenige, was das Ergreifendste an der Sache ist. Es war wirklich, indem man an die Aufführung dieser die biblischen Geheimnisse enthüllenden Schauspiele ging, das ganze mit einem tiefen moralischen Bewußtsein verbunden.

doordat ze persoonlijk werden overgedragen. Ze zijn meegegaan van generatie op generatie. De haidboer van wie Karl Julius Schröer ze meekreeg, had alleen nog wat losse rollen overgeschreven. Er was nauwelijks meer een volledig manuscript te vinden. Ze zijn elk jaar wanneer het kon, wanneer onder de boeren van ‘Opper-Hongarije’ (Oberungarns) mensen dat wilden, bij deze boeren uit Oberufer opgevoerd. Laten we eens in grote lijnen kijken naar de manier waarop dat toeging. Dat zou ik zo willen schetsen. Wanneer het werk in de herfst, het oogstwerk, achter de rug was, dan riep een van de boeren van het dorp die heel veel aanzien had en die van zijn voorouders deze spelen geërfd had en ook het recht ze op te voeren, een groep jongens bij elkaar en oefende gedurende de maanden oktober, november tot december, tot in de advent de toneelstukken in. De stemming die met het opvoeren van deze spelen was verbonden, is eigenlijk heel aangrijpend. Als men aan de opvoering van deze toneelstukken, die bijbelse geheimen onthullen, begon, was alles met een diep moreel bewustzijn verbonden.

Das geht schon aus den Bedingungen hervor, die man denen auferlegt, welche mitspielen wollten. Der Bauer, der damals, in den fünfziger Jahren des 19. Jahrhunderts, diese Spiele in Verwaltung hatte, teilte diese Bedingungen in folgender Art Karl Julius Schröer mit. Er sagte: Diejenigen Burschen, die aufführen durften, die also irgend etwas in diesen Spielen darstellen sollten, mußten für die ganze Zeit der Übungen bis zum Fest folgende Bedingungen erfüllen: erstens durften sie in dieser Zeit zu keinem Dirndl gehen; zweitens durften sie keine Schelmenlieder singen und drittens mußten sie ein ehrsames Leben führen die ganzen Wochen hindurch, was für manchen eine sehr schwierige Tatsache offenbar war; viertens mußten sie in allen Dingen, die sich auf die Vorbereitungen der Spiele bezogen, rückhaltlos dem Meister folgen, der sie mit ihnen einstudierte. Das war eben irgendeiner der angesehensten Bauern.
Diese Spiele wurden aufgeführt vor Katholiken und vor Protestanten durcheinander, und auch die Aufführenden selber waren das. Die 

Dat zie je al aan de voorwaarden die golden voor degenen die wilden meespelen. De boer die toen, in de jaren vijftig van de 19e eeuw, deze spelen onder zijn beheer had, deelde deze voorwaarden op de volgende manier aan Karl Julius Schröer mee. Hij zei: de jongens die aan de opvoering mochten meedoen, die dus een rol in deze spelen hadden, moesten de hele oefentijd tot aan het feest aan de volgende voorwaarden voldoen: ten eerste mochten ze in deze tijd naar geen enkel meisje gaan; ten tweede mochten ze geen schunnige liedjes [2] zingen en ten derde moesten ze al die weken een eerzaam leven leiden wat voor velen best een moeilijke opdracht was; ten vierde moesten ze bij alles wat met de voorbereidingen van de spelen te maken had, zonder meer doen wat de meester zei die het met hen instudeerde. Dat was dus een van de meest vooraanstaande boeren.
Deze spelen werden opgevoerd voor katholieken en protestanten door elkaar en ook de spelers waren dat. De spelen

blz. 36

Spiele hatten zwar einen religiösen, doch nicht den geringsten Konfessionscharakter. Und feindliche Gesinnung von irgendeiner Seite gegenüber dem, was in diesen Spielen dargeboten werden sollte, war eigentlich nur von seiten der «Intelligenz» in Oberufer. Dazumal schon war die Intelligenz abgeneigt solchen volkstümlichen Weihnachtspielen, solchen von jener Gesinnung getragenen Aufführungen. Nur, zum guten Glück, bestand die Intelligenz dazumal aus einem einzigen Schulmeister, der zugleich Bürgermeister und Notar war. Eine einzige Persönlichkeit, aber sie war spinnefeind den Spielen. Und die Bauern mußten sie gegen diese Obrigkeit des Ortes durchführen. Teilnehmen durften an den Aufführungen als Mitspielende nur Burschen. Von dieser Gepflogenheit müssen wir aus leicht begreiflichen Gründen absehen; wie überhaupt manche Finessen, die mit jenen Aufführungen verbunden waren, wir natürlich nicht nachmachen können, obwohl wir uns bemühen, durch unsere eigenen Aufführungen eine Vorstellung von dem hervorzurufen, was dazumal durch die Bauern geboten werden konnte.
Die Burschen hatten auch die Frauenrollen darzustellen. Eva, Maria und so weiter wurden durchaus von Burschen dargestellt. 

hadden weliswaar een religieus karakter, maar in het geheel geen godsdienstige inslag. En een vijandige stemming uit een of andere hoek naar wat in deze spelen getoond werd, kwam eigenlijk alleen van de kant van de ‘intellentsia’in Oberufer. Toen al moest de intelligentsia niet veel van deze volkse kerstspelen hebben, van deze opvoeringen die door deze stemming werden gedragen. Maar, gelukkig bestond de intelligentsia toen maar uit een enkel persoon, de schoolmeester, die tegelijkertijd burgemeester en notaris was. Slechts één persoon, maar die had dan ook een bloedhekel aan de spelen. En de boeren moesten tegen deze plaatselijke overheid in, volhouden. Aan de opvoeringen mochten alleen jongens meedoen.[3] Van deze gewoonte moeten wij om begrijpelijke redenen afzien; zoals van meer bijzonderheden die met de opvoeringen samenhingen; die kunnen we natuurlijk niet overnemen, hoewel we ons best doen door onze eigen opvoeringen, een voorstelling op te roepen van wat toentertijd door de boeren gegeven kon worden.
De jongens moesten ook de vrouwenrollen spelen. Eva, Maria enz. werden uiteraard door jongens gespeeld.

Nachdem sie wochenlang geübt hatten, setzte sich der ganze Zug der Spieler in Bewegung. Vorne ging einer, der einen sogenannten Kranawittbaum als Paradiesesbaum oder Weihnachtsbaum trug. Das ist ein Wacholderbaum. Dahinter kam dann der Sternträger, der auf einer Stange oder auch auf einer sogenannten «Scher» den Stern trug. Sie werden es nachher sehen: die Schere ist so eingerichtet, daß der Stern durch Aufrollen der Sternschere nah oder fern gemacht werden kann. So bewegte sich der Zug dem Wirtshaus zu, in dem die Aufführung stattfinden sollte. Die Bekleidung derjenigen Personen, die mitspielten, außer dem Teufel und außer dem Engel, wurde erst im Wirtshaus selbst bewerkstelligt. Während sich die Personen ankleideten, lief im ganzen Ort der Teufel, den Sie auch kennenlernen werden, herum, machte überall Unfug mit einem Kuhhorn, machte aufmerksam, sprach auf die Leute ein, kurz, er bewirkte, daß möglichst viele Leute im Wirtshaus erschienen, wo dann die Aufführung stattfinden sollte. Die Aufführung selbst war dann so, daß die Zuschauer in einer Art von Hufeisenform saßen, und 

Nadat ze wekenlang geoefend hadden, kwam de hele troep spelers in beweging. Voorop liep iemand die een zgn. jeneverbesboompje als paradijsboom of kerstboom droeg. Daarachter liep dan de sterrendrager die op een stang of ook wel op een zgn. ‘schaar’ de ster droeg. U zal het straks zien: de schaar is zo gemaakt dat de ster door openknijpen van de schaar de ster dichtbij of verderaf gehouden kan worden. Zo zette de troep zich in beweging naar de herberg waarin de opvoering zou plaatsvinden. Het verkleden van de spelers, behalve de duivel en de engel, gebeurde in de herberg. Terwijl de personen zich verkleedden, liep de duivel, die u ook zal leren kennen, door het dorp, maakte overal herrie met een koehoorn, maakte de mensen er attent op, sprak op ze in, kortom, hij probeerde voor elkaar te krijgen dat zoveel mogelijk mensen naar de herberg zouden gaan, waar de opvoering dan zou plaatsvinden. Die ging dan zo, dat de toeschouwers in een soort hoefijzervorm zaten en

blz. 37

daß die Bühne in der Mitte dieses Hufeisens war, was wir natürlich wiederum auch nicht nachmachen können.
Sie werden sehen, daß es im wesentlichen biblische Erinnerungen sind, die aufgeführt wurden. Als erstes – die Aufführungen wurden bewerkstelligt zwischen drei und fünf Uhr – wurde in der Regel aufgeführt das Hirten-Weihnachtspiel, das wir hier als zweites darstellen. Es stellte dar die Verkündung des Christus Jesus durch den Engel, die Geburt des Christus Jesus, also alles dasjenige, was unser zweites Spiel, das Hirtenspiel, darbieten wird. Dann folgte das Paradeis-Spiel, welches darstellt den Sündenfall im Paradies – unser heute aufzuführendes erstes Stück -, dann folgte in der Regel noch ein Fastnacht-Spiel. So wie in der alten griechischen Tragödie dem Schauspiel immer ein Satyrspiel folgte, so hier ein Fastnacht-Spiel, ein komisches Nachspiel. Bemerkenswert ist, daß die Personen, welche heilige Individualitäten darstellten – Maria, Joseph und so weiter, die in den ersten Spielen auftraten – nicht im Fastnacht-Spiel mitspielen durften; so sehr verband man einen gewissen religiösen Gefühlsinhalt mit diesen Spielen.

dat het toneel in het midden van het hoefijzer lag, wat wij natuurlijk ook niet zo kunnen doen.
U zal zien dat het hoofdzakelijk bijbelse herinneringen zijn die worden opgevoerd. Als eerste – de opvoeringen werden uitgevoerd tussen drie en vijf uur – werd als regel het herderspel opgevoerd, dat wij als tweede zullen laten zien. Het stelde de verkondiging voor van Christus Jezus door de engel, Zijn geboorte, dus alles wat ons tweede spel, het herderspel, zal laten zien. Dan volgde het paradijsspel dat de zondenval in het paradijs laat zien – dat wij nu als eerste vertonen -, dan volgde in de regel nog een vastenavondspel. Net zoals in de oude Griekse tragedie op het toneelstuk altijd een saterspel volgde, dus hier een vastenavondspel, een komisch naspel. Opvallend is dat de mensen die heilige persoonlijkheden speelden – Maria, Jozef enz. die in het eerste spel zaten – niet met het vastenavondspel mochten meespelen; zo zeer verbond men met de spelen een zekere religieuze gevoelsinhoud.

Einzelne Dinge sind darinnen sehr interessant zu verfolgen. Wenn Sie heute das Hirtenspiel – das zweite aufzuführende – sehen werden, werden Sie drei Wirte erblicken, bei denen der wandernde Joseph, der als alter Mann in allen diesen Spielen dargestellt wird, als alter, gebrechlicher, schwacher Mann Herberge sucht für sich und Maria. Sie werden von den zwei ersten Wirten abgewiesen, von dem dritten in den Stall geführt. Das war ursprünglich anders, aber in Oberufer durchaus noch so dargestellt: ursprünglich war da ein Wirt, eine Wirtin und deren Magd. Und damit wurde noch die Idee verknüpft: der Wirz weist Joseph und Maria ab, wie auch die Wirtin, nur die Magd bietet eine Unterkunft im Stall. Weil es wahrscheinlich schwierig geworden ist, bei den Aufführungen die nötigen jungen Leute zu finden, um eine Wirtin und deren Magd darzustellen, wurden dann die Rollen übertragen auf zwei andere Wirte, so daß wir jetzt drei Wirte haben. Aber wie gesagt, das ist beim alten Oberuferer Spiel durchaus schon nicht so zu nehmen wie bei den anderen Weihnachtspielen. Die Weihnachtspiele, Osterspiele, Passionspiele und so weiter führen zurück auf uralte Aufführungen, die alle eigentlich hervorgegangen sind aus den 

Het is interessant om een paar dingen na te lopen. Wanneer u vandaag het herderspel zal zien – het tweede dat wij opvoeren, zal u drie waarden zien, bij wie de rondreizende Jozef die in al deze spelen als oude man verschijnt, een oude, gebrekkige, zwakke man, onderdak zoekt voor zichzelf en Maria. Ze worden door de eerste twee weggestuurd, door de derde in de stal gebracht. Dat was oorspronkelijk anders, maar in Oberufer nog zo gedaan: oorpronkelijk was er een waard, een waardin en een dienstmaagd. En daarmee was het idee verbonden: de waard wijst Jozef en Maria af, ook de waardin, alleen de dienstmaagd biedt onderdak in de stal. Omdat het waarschijnlijk moeilijk geworden is om jonge mensen te vinden om een waardin en een dienstmaagd te spelen, werden toen de rollen aan twee andere waarden gegeven, zodat we nu drie waarden hebben. Maar zoals gezegd, dat moet je bij het spel uit Oberufer niet zo nemen als bij de andere kerstspelen. De kerstspelen, de paasspelen, passiespelen enz. gaan terug op oeroude uitvoeringen die eigenlijk allemaal ontstaan zijn uit

blz. 38

Kirchenfeiern. In den Kirchen hat man ursprünglich anschließend an die Weihnachtsfeier, Osterfeier und so weiter, durch die Geistlichen dargestellt, allerlei Dinge aufgeführt, die sich bezogen auf die Heilige Geschichte. Dann – namentlich dadurch, daß die Zuhörerschar immer vermehrt wurde und daß die Dinge aus der lateinischen Sprache in die Landessprache übertragen worden sind – ist es gekommen, daß die Spiele allmählich von dem Kirchlichen mehr ins Weltliche übersetzt wurden und daß sie außerhalb der Kirche durch Bauern eben dargestellt worden sind. Und so haben wir Ihnen diese Spiele hier vorzuführen. So haben sie sich erhalten in der ursprünglichen Gestalt, die sie wahrscheinlich schon im 16. Jahrhundert, hatten. Und zwar haben sie sich aus dem Grunde erhalten, weil sie höchstwahrscheinlich aus alten Zeiten der deutschen Entwickelung in Süddeutschland stammen, namentlich aus der Bodenseegegend. Als die verschiedenen Stämme, die ursprünglich in der Bodenseegegend von Süddeutschland waren, in früheren Jahrhunderten nach Usterreich und nach Ungarn eingewandert sind, haben sie diese Spiele mitgenommen. Diese Spiele waren auch in der Heimat da, aber in der Heimat veränderten sie sich fortwährend. 

kerkelijke feesten. In de kerken hebben oorspronkelijk aansluitend aan de kerstviering, paasviering e.d. de geestelijken allerlei opgevoerd dat betrekking had op de heilige geschiedenis. Daarna – namelijk door het feit dat het aantal kerkgangers steeds groter werd en dat de teksten van het Latijn in de volkstaal vertaald werden – is het zo gegaan dat de spelen geleidelijk door de kerk meer naar het wereldse vertaald werden en dat ze buiten de kerk door boeren opgevoerd werden. En zo moeten we de spelen hier voor u opvoeren. En zo zijn ze in de oorspronkelijke vorm bewaard gebleven, die ze waarschijnlijk in de 16e eeuw al hadden. En wel daarom, omdat ze hoogstwaarschijnlijk uit een ver verleden van de Duitse ontwikkeling in Zuid-Duitsland stammen, met name uit het gebied rond het Bodenmeer. Toen de verschillende volken die oorspronkelijk rond het Bodenmeer in Zuid-Duitsland woonden, in vroegere eeuwen naar Oostenrijk en naar Hongarije zijn ge-emigreerd, hebben ze deze spelen meegenomen. Deze spelen waren er ook in het thuisland, maar daar veranderden ze voortdurend.

Da hatten zahlreiche Leute, Geistliche, Gelehrte, Einfluß auf diese Dinge, und die Dinge wurden verdorben. Unverdorben wurden sie erhalten unter der Pflege derjenigen, die inmitten der slawischen, magyarischen Bevölkerung auf sich angewiesen waren, und die durch die Jahrhunderte die Dinge in der ursprünglichen Gestalt erhalten haben. Deshalb war es für Schröer ein wirklicher Fund, als er in den vierziger, fünfziger Jahren des 19. Jahrhunderts unter den Deutschen Oberungarns diese Spiele entdeckte. Sie sind für eine feinere Empfindung durchaus nicht das, was die heute so vielfach aufgeführten Weihnachtspiele sind, die sich in den späteren Jahrhunderten verändert haben, sondern es ist wirklich etwas, was uns in einen Teil der europäischen Vergangenheit früherer Jahrhunderte zurückversetzt. Karl Julius Schröer war besonders geeignet, so etwas zu erhalten. Er war wirklich ein mustergültiger Mann, ein merkwürdiger Mann, und sein Andenken muß mit solchen Dingen mit erhalten bleiben; er war tief durchdrungen von dem Gedanken, wie durch solche und ähnliche Dinge eigentlich der Kitt geschaffen

Daar hadden talloze mensen, geestelijken, geleerden, invloed op de dingen en ze werden negatief beïnvloed. Maar ze bleven onaangetast onder de zorg van degenen die midden in de Slavische, Hongaarse bevolking op zichzelf aangewezen waren en die ze door de eeuwen heen in de oorspronkelijke vorm gelaten hebben. Daarom was het voor Karl Julius Schröer een echte vondst, toen hij in de jaren veertig, vijftig van de 19e eeuw onder de Duitse bevolking van Opper-Hongarije [4] deze spelen ontdekte. Voor wie er een specifieker gevoel voor heeft, zijn ze beslist niet zo als de tegenwoordig dikwijls opgevoerde kerstspelen die in de latere eeuwen veranderden, maar ze zijn werkelijk iets dat ons terugbrengt naar een deel van het Europese verleden in vorige eeuwen. Karl Julius Schröer was er bijzonder de man naar zoiets te bewaren. Hij was echt een voorbeeldig mens, een merkwaardig iemand en de herinnering aan hem moet hiermee bewaard* blijven; hij was diep doordrongen van de gedachte hoe deze en soortgelijke dingen eigenlijk het bindmiddel

*zij herinnering moet bewaard blijven: In de ‘Bijdragen aan Rudolf Steiners GesdamtAusgabe’ nr.47/48, Michaël 1947, werd een artikel over toneelkunst van Karl Julius Schröer opnieuw gepubliceerd om op het veelzijdige werk van de belangrijke goetheanist te wijzen.

blz. 39

worden ist, der dieses Staatengebilde Österreich kulturell zusammengehalten hat auf dem Grund und Boden, der geschaffen worden ist von jenen Kolonisten, die vom Rhein, von Süddeutschland, von Mitteldeutschland her hinüber gewandert sind nach Oberungarn, gewandert sind vom Westen nach Osten; auch nach der Steiermark, nach den südlicheren Gegenden Ungarns gewandert sind als Zipser Sachsen nach Siebenbürgen, gewandert sind als Schwaben nach dem Banat, was, ich möchte sagen, wie in einer tragischen Weise den Grund und Boden abgab, auf dem sich gerade diese Kultur entwickelt hat. Nun, von diesem Kulturgedanken war Schröer ganz durchdrungen, als er die alten Erinnerungen, die in den Weihnachtspielen enthalten sind, aufgefrischt hat. Er hat manches andere auch getan. Und wenn man sich mit ihm in sein Kulturstudium versenkte, das so ohne alle Färbung des Chauvinismus war, das aber tief von der Kulturmission durchdrungen war, die damit verbunden ist,  so erkannte man erst den vollen Wert der Lebensarbeit dieses Mannes, der alles das gesammelt hat, was gerade von der Mitte des 19. Jahrhunderts ab in diesen Gegenden bereits mehr oder weniger durch die sich ausbreitenden Kulturströmungen, die heute diesen Boden beherrschen, zum Verschwinden gebracht worden ist.

is geworden dat de staatsvorm Oostenrijk bij elkaar heeft gehouden op het land dat gecultiveerd werd door kolonisten die over de Rijn, vanuit Zuid-Duitsland, van Midden-Duitsland weggetrokken zijn naar Opper-Hongarije, weggetrokken van het westen naar het oosten; ook naar Stiermarken, naar de zuidelijker gelegen gebieden van Hongarije als Zipser Saksen naar Siebenburgen. weggetrokken als Schwaben naar Banaat [5], wat ik zou willen noemen, een tragische manier van het verlaten van huis en haard, waar nu juist die cultuur zich ontwikkeld had. Schröer was geheel doordrongen van deze cultuurgedachte, toen hij de oude herinneringen die in de kerstpelen bewaard gebleven zijn, opgefrist had. Hij heeft ook veel andere dingen gedaan en wanneer je je met hem verdiepte in zijn studie van deze cultuur die helemaal niet gekleurd werd door chauvinisme, maar die diep overtuigd was van de culturele missie die ermee verbonden is, dan erken je pas de volle waarde van het levenswerk van deze man die alles verzameld heeft wat m.n. vanaf het midden van de 19e eeuw in deze streken al meer of minder door de zich uitbreidende cultuurstromen die tegenwoordig dit land beheersen, begonnen is te verdwijnen.

Die Grammatik, die Wörterbücher der deutschen Dialekte in Ungarn, in den Zipser Gegenden, hat er uns in sorgfältigster Bearbeitung hinterlassen, die Heanzen-, die Gottscheer Mundart, nach der Grammatik behandelt. Es hat eigentlich so sein Lebenswerk, das er der Literaturgeschichte und Goethe gewidmet hat, eine wunderbare Schilderung hinterlassen über alles dasjenige, was zusammenführt mit dem gesamten deutschen Elemente, das in allen Kulturgebieten dieses mitteleuropäischen Staates Österreich als der eigentliche Kulturkitt zugrunde liegt. Und das ist es, was als eine besondere Idee die Forschungen Karl Julius Schröers durchlebt. So daß wir nicht bloß das Produkt philologischer oder linguistischer Gelehrsamkeit vor uns haben, sondern etwas, was gesammelt worden ist mit Herz und Sinn für dasjenige, was als Geist in diesen Sachen lebt. Und deshalb ist es so befriedigend, diese Dinge ein wenig auffrischen zu können.
Unser Freund, Leopold van der Pals, hat versucht, das musikalische

In hoogst zorgvuldige bewerkingen heeft hij ons de grammatica, de woordenboeken van de Duitse dialecten in Hongarije nagelaten, van de streken rond Zips [6], het dialect van Gottscheer, grammaticaal behandeld. Zijn levenswerk dat hij aan de literatuurgeschiedenis en aan Goethe wijdde, is een prachtig beschreven nalatenschap van alles wat samenkomt in het gezamenlijke Duitse element dat aan alle cultuurgebieden van deze Midden-Europese staat Oostenrijk als het eigenlijke culturle bindmiddel ten grondslag ligt. En dat leeft als een bijzonder idee in het onderzoekswerk van Schröer voort. Zodat we niet alleen het product van filologische of linguïstische geleerdheid voor ons hebben, maar iets wat met hart en ziel verzameld is voor de geest die erin leeft. En daarom is het zo bevredigend deze dingen wat te kunnen opfrissen.
Onze vriend Leopold van der Pals [7] heeft geprobeerd het muzikale

blz. 40

Element dieser Dinge etwas aufzufrischen, und mit seiner Musik werden Sie die Darbietungen hier sehen. So daß man sagen kann, dasjenige, was wir Ihnen hier bieten, ist das Produkt von den wirklichen Mysterienspielen, den verschiedenen Weihnachtspielen, wie sie überhaupt über Europa hin verbreitet waren in früheren Jahrhunderten. Aber man sollte sie nicht in der Gestalt haben, wie zum Beispiel in jener Karikierung, in der dann die Welt die sogenannten Oberammergauer Passionsspiele bewundert hat. Da hat man nichts mehr von dem, was eigentlich in jenen alten Zeiten gewollt war.
Allerdings, manches ist nicht wieder aufzufrischen. So zum Beispiel ist nicht aufzufrischen eine besondere Art des Vortrages, die noch ganz nach alter Sitte, auch in den fünfziger Jahren noch, unter den Bauern gepflogen war. Mit Ausnahme der besonders feierlichen Momente, wo Gottvater spricht und dergleichen, wurde alles, was vorgebracht wurde, von den Mitspielenden so vorgebracht, daß der Spielende im Geiste seines Verses sprach. Der Vers hatte vier Hebungen, er trat auf, der Ton bewegte sich bei der vierten Hebung um eine Tonstufe, Tonfolge. 

element ervan te vernieuwen en met zijn muziek zal u de opvoeringen zien. Zodat je kan zeggen: wat we u hier aanbieden is het resultaat van echte mysteriespelen, van verschillende kerstspelen zoals die dan in vroegere eeuwen over Europa verspreid waren. Maar we moeten ze niet in de vorm hebben, zoals bijv. in de karikatuur die de wereld bewonderd heeft in het zgn. Oberammergauer passiespel. Daar zit niets meer in van wat men ermee in oude tijden wilde. Natuurlijk, veel kan niet meer vernieuwd worden. Zo laat zich bijv. niet vernieuwen een bijzondere manier van voordragen die nog helemaal volgens de oude gewoonte, ook in de jaren vijftig nog, onder de boeren bewaard werd. Met uitzondering van het bijzonder plechtige ogenblik waarop godvader spreekt enzo, werd alles wat voorgedragen werd, door de spelers zo gedaan dat hij in de geest van de verzen sprak. Het vers had vier heffingen, hij speelde, de toon ging bij de vierde heffing één toon omhoog.

Eine bestimmte Person, sagen wir: Joseph, den Sie nachher finden werden, der Mann der Maria, hat zum Beispiel die erste Hebung in der Tonhöhe c vorgebracht, dann e, dann f, dann wurde also wiederum zurückgegangen bei der vierten Hebung. Die anderen Personen sprachen so, daß sie mit einem c begannen, und dann dreimal die Tonhöhe e e e hatten, dann wiederum zum c zurückgingen. Mit großer Kunst, aber mit einer einfachen, zurückhaltenden Kunst wurden diese Dinge vorgebracht und man merkte daran wirklich die Weihnachts-, die österliche Stimmung mit Übergängen ins Weltliche, ohne Sentimentalität, ohne alles Gefühlselement. So ist in diesen Dingen dasjenige enthalten, was die Leute als ihr geistiges Leben, wenn sie aus der Kirche in die Welt heraustraten, fühlten und empfanden.
Es sollen noch einige Stellen erläutert werden, welche vielleicht schwerer verständlich sein könnten. Das Ganze ist selbstverständlich in der Mundart vorgebracht worden, und da kommt manches darinnen vor, was nicht gleich verständlich sein könnte. Da ist zum Beispiel im Paradeis-Spiel der Gottvater.
Wenn gesagt wird: Eva ist gemacht aus einer Rieben, Sie müssen

Een bepaald persoon, laten we zeggen: Jozef die u straks zal zien, de man van Maria, heeft bijv. de eerste heffing op de toonhoogte c gezegd, dan op e, dan op f, dan bij de vierde heffing weer terug. De andere personen spraken zo dat zij met een c begonnen en dan drie keer de toonhoogte e, e, e hadden, dan weer terug naar c. Met grote kunst, maar met een eenvoudige, teruggehouden kunst werden deze dingen naar voren gebracht en men merkte daaraan daadwerkekijk die kerst- die paasstemming, met overgangen naar het wereldse, zonder sentimentaliteit, zonder dat alles gevoel was. Zo is er in deze dingen bewaard gebleven wat de mensen als hun geestelijk leven, wanneer ze uit de kerk in de wereld kwamen, voelden en beleefden.
Er moeten nog een paar stukjes uitgelegd worden die wellicht wat moeilijker te begrijpen zijn. Alles is vanzelfsprekend in het dialect gesproken en daar zit natuurlijk veel in wat je niet meteen begrijpt. Neem bijv. in het paradijsspel godvader. Wanneer er gezegd wordt: Eva is uit een rip [in het stuk staat ‘Riebe’] gemaakt, moet u

nicht denken, daß es eine falsche Aussprache hier ist, wenn es heißt, daß Eva erschaffen wird von Gottvater aus einer Rieben des Adam. Der Bauer sagt wirklich nicht Rippe, sondern Riebe. Der Teufel meldet dann im Laufe des Herodes-Spieles einmal, er habe a paar ratzen. Ratzen ist eine Entstellung von Ratten. Dann ist vielleicht auch nicht allgemein bekannt das Wort «Kletzen».
Hätten Adam und Eva Kletzen gfress`n, ’s wär ihna tausendmal nützer gwes`n. Nun, Kletzen ist etwas, was in jener Gegend, wo die Spiele aufgeführt wurden, zu Weihnachten immer gegessen worden ist: das sind nämlich gedörrte Pflaumen und Birnen. Das wird gesagt, damit die Leute an etwas anzuknüpfen haben, was sie schon kennen. Dann das Wort frozzeln, welches der Teufel gebraucht. Frozzelei, necken, sich lustig machen. Es gibt in beiden Spielen so einige Ausdrücke, die vielleicht nicht sogleich verständlich sein werden.
So werden Sie sehen, daß von den Wirten namentlich eine Redensart gebraucht wird:
I als a wirt von meiner gsta0lt
Hab in mein haus und logament gwalt.

niet denken dat dit een verkeerde uitspraak is hier, wanneer klinkt dat Eva geschapen wordt door godvader uit een [Rieben] van Adam. De boer zegt inderdaad niet rip [Rippe], maar Riebe. De duivel meldt in de loop van het Herodesspel een keer, dat hij een paar ‘ratzen’ heeft. Ratzen is een verbastering van ratten. Dan is misschien ook het woord ‘Kletzen’ niet algemeen bekend. ‘Hadden Adem en Eva ‘Kletzen’ genomen, het was hen duizendmaal beter bekomen. Wel, Kletzen is iets wat in de streek waar de spelen werden opgevoerd, altijd met kerst wordt gegeten: het zijn namelijhk gedroogde pruimen en peren. [in de Nederlandse vertaling staat er ‘pruimedanten’. En het woord ‘frozzeln’ dat de duivel gebruikt. ‘Frozzelei, pesten, zich vrolijk maken’. Zo zitten er in beide spelen een paar uitdrukkiingen die misschien niet meteen duidelijk zullen zijn.
U zal nog zien dat door de waarden vooral een bepaalde manier van uitdrukken gebruikt wordt: vertaald met: ‘een waard van mijn postuur, komt immer plaats tekort.’

Da könnte man meinen, daß der Wirt denkt, er sei ein Wirt von einer besonderen Statur, Gestalt und hätte in seinem Haus Gewalt. Es bedeutet dies aber Rang. Ich als ein Wirt von meinem Rang, von meinem Gestelltsein. Der so gut gestellt ist, solches Ansehen hat, der hat in seinem Haus Gewalt, nämlich Anziehungskraft für sein Wirtshaus. Also: ein Wirt, der weiß, seinem Haus solchen Ruf zu geben wie ich, der hat die Macht, sein Haus in solches Ansehen zu bringen, daß es viele Leute zu Gästen hat. Das ist mit diesem Ausdruck gemeint. Geschrei bedeutet: Gerücht; das Wort braucht der Bauer für ein Gerücht, das sich verbreitet. Der Engel sagt: Elisabeth stehe in dem Geschrei, daß sie unfruchtbar sei. – Also ist damit gemeint: es gehe das Gerücht, daß sie unfruchtbar sei. Aber der Bauer sagt: Geschrei, er sagt nicht: das Gerücht. Dann werden Sie von einem der Hirten das Wort hören: um und um. Das kommt öfter vor, es ist so üblich.
I hob`s ihm glichen um-und-um.

Je zou kunnen denken dat de waard denkt, dat hij als waard  een bijzondere gestalte heeft, en dat hij in zijn huis de baas is. Maar het betekent status. Ik als waard met mijn status, welgesteld. Die zo welgesteld is, zo’n aanzien heeft, die heeft in huis autoriteit, zodang dat men naar zijn herberg toekomt. Dus een waard die zijn herberg zo’n naam weet te geven als ik, die heeft het vermogen zijn huis zo’n aanzien te geven dat er veel mensen als gast verblijven. Dat is met deze uitdrukking bedoeld. ‘Geschrei’ betekent: gerucht; dat woord gebruikt de boer voor een gerucht dat zich verspreidt. De engel zegt: Elizabeth staat in het ‘Geschrei’, dat ze onvruchtbaar is. Maar de boer zegt: ‘Geschrei’, niet gerucht. Van een herder zal u nog het woord horen: ‘um und um’. Dat komt vaker voor, het is heel gewoon.

blz. 42

Also: ich habe ihm meine Handschuhe geliehen, wie schon öfter. Dann finden Sie unter den Hirtenreden öfters das Wort bekern. Das ist in der Gegend, wo die Spiele gespielt wurden, gebräuchlich für etwas, was sich zugetragen hat; also eine Geschichte, die sich erzeugt, die sich zugetragen hat. Als sie sich sehen, sagen sie: es hat sie gefrört, gefroren; oder der Ausdruck: spiegelkartenhal is. Der Boden ist so glatt wie ein Spiegel. Ein besonders hübsches Wort ist die Art, wie der eine Hirte aufmerksam gemacht wird, daß es schon spät ist, daß die Vögel schon zwitschern – das ist in der Bauernsprache piewen.
Stichl, steh auf, die waldvegala piewa scho! In der zweiten Zeile sagt der Gallus:
Stichl, steh auf, dö fuhrleut kleschn scho auf der stroßn.

Dus: ik heb hem mijn wanten geleend, zoals al eerder. Dan tref je onder de woorden van de herders vaker het woord ‘bekern’ aan. Dat is in de streek waar de spelen gespeeld werden gebruikelijk voor iets wat zich voorgedaan heeft; dus een gebeurtenis, wat heeft plaatsgevonden. Wanneer ze elkaar ontmoeten zeggen ze:
‘gegrört’, gevroren; of de uitdrukking ‘spiegelkartenhal’. De grond is zo glad als een spiegel. Een bijzonder aardig woord is de manier waarop de ene herder gezegd wordt, dat het al laat is, dat de vogeltjes al kwetteren – dat is in de boerentaal ‘pieuwen’.
‘Stiechel, sta op, de veugelkens tuteren al.’ In de tweede strofe zegt Gallus:
‘Stiechel, sta op, de voerlui zwiepen al langs de wegen.’

Kleschen, das ist mit der Peitsche knallen. Die Fuhrleute knallen schon mit der Peitsche auf der Straße.
Das sind so einige Ausführungen, die ich unserer Aufführung noch voranstellen wollte. Im ganzen können die Spiele durchaus für sich selber sprechen. Sie sind der schönste Abglanz von allem, was in früheren Jahrhunderten durch ganz Mitteleuropa ging, in solchen festlichen Spielen ablief. Es gibt zum Beispiel noch die St. Galler IIandschrift, die aus 340 Versen besteht. Es gibt Spiele, die bis ins 11. Jahrhundert zurückgehen. Aber alles dasjenige, was sonst in dieser

‘Kleschen’, dat is met de zweep knallen. De voerlui knallen al met de zweep op straat.
Dat is nog een beetje uitleg dat ik aan de opvoering nog vooraf wilde laten gaan. Over het algemeen kunnen de spelen zeker voor zichzelf spreken. Zij zijn het mooiste beeld van alles wat in vorige eeuwen door heel Midden-Europa ging, wat in zulke feestelijke spelen verliep. Je hebt bijv. nog het St.Galler Handschrift dat uit 340 verzen bestaat. Er zijn spelen die tot op de 11e eeuw teruggaan. Maar alles wat in deze richting bestaat,

Beziehung existiert, glaube ich, kann nicht ganz heranreichen an die Innigkeit, die gerade in den Oberuferer Spielen liegt, die bis in die fünfziger Jahre des 19. Jahrhunderts sich in der Preßburger Gegend erhalten haben.
Man darf schon sagen: Diese Spiele gehören zu jenen Dingen, die sich leider verloren haben, die verschwunden sind und die man so gern, so gern wiederum auffrischen möchte. Denn sie sind wirklich so, als ob man durch sie sich erinnerte an das, was mit dem Werden unseres geistigen Lebens so innig zusammenhängt.
Das ist es, was vor der Aufführung Ihnen zu sagen ich mir gestatten wollte.

komt geloof ik, niet in de buurt van de innigheid die vooral in de spelen uit Oberufer zit, die tot in de jaren vijftig van de 19e eeuw in de omgeving van Pressburg bewaard zijn gebleven. Je mag wel zeggen: deze spelen behoren tot de dingen die helaas verloren zijn gegaan, de verdwenen zijn en die men zo graag, zo graag zou willen vernieuwen. Want ze zijn echt zo alsof men door hen zich weer herinnert van wat met de ontwikkeling van ons geestelijk leven zo innig samenhangt.
Ik wilde graag de vrijheid nemen om dit vóór de opvoeringtegen tegen u te zeggen.

.
[1] GA 274
[2] Hier wordt het woord ‘Schelmenlieder’ gebruikt; ondeugende liedjes, je hebt ook schelmenstreken, schelmenroman; er is ook een schilderij ‘Schelmenlieder
[3] hier (blz. 15 onder) heeft Steiner het over jongens en meisjes
[4] de vertaling van Oberungarn is nu; Opper-Hongarije
[5] Banaat
[6] Zips
[7] Leopold van der Pals

.

Rudolf Steinertoespraken bij de kerstspelen

Kerstspelen: alle artikelen

Kerstmisalle artikelen

.

1675

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner – toespraak bij de kerstspelen (3)

.

In de voordrachtenreeks (GA=Gesamt Ausgabe) zijn de toespraken die Steiner hield naar aanleiding van opvoeringen van de kerstspelen, gebundeld in nr. 274 [1]:

TOESPRAKEN BIJ DE OUDE VOLKSE KERSTSPELEN

 

ANSPRACHEN ZU DEN WEIHNACHTSPIELEN AUS ALTEM VOLKSTUM

blz. 27

Dornach, 7. Januar 1917
anläßlich der Aufführung der Weihnachtspiele: Paradeis-Spiel
und Hirten-Spiel, wozu Gäste eingeladen waren

Darf ich zuerst mir erlauben, mit ein paar Worten unsere verehrten Gäste heute willkommen zu heißen und unsere Befriedigung hier auszudrücken, daß wir Sie in unserer Mitte haben, und dann mit einigen Sätzen zu kennzeichnen, was wir eigentlich mit den Vorführungen, die wir in bescheidener Weise jetzt versuchen werden, beabsichtigen. Ich bitte Sie, die Vorführungen durchaus so zu betrachten, daß sie als ein bescheidener Versuch aufgefaßt werden. Wir können nach keiner Richtung hin selbstverständlich irgend etwas Abgerundetes oder Vollkommenes bieten. Es handelt sich um sogenannte Weihnachtspiele, aber Weihnachtspiele, die doch in einer gewissen Beziehung sich unterscheiden von sonstigen, die jetzt mit jedem Jahre mehr aufgeführt werden. Ich darf 

Dornach, 7 januari 1917
n.a.v. de opvoering van de kerstspelen: paradijsspel en herderspel waarvoor gasten waren uitgenodigd

Mag ik zo vrij zijn om eerst met een paar woorden onze vereerde gasten welkom te heten en onze vreugde uit te drukken dat we ze hier in ons midden hebben en dan met een paar zinnen te schetsen waarom wij hier eigenlijk deze opvoeringen op een bescheiden manier, proberen uit te voeren. Ik verzoek u de opvoeringen vooral zo te zien dat ze als een bescheiden proberen opgevat worden. We kunnen in geen enkel opzicht natuurlijk iets bieden wat afgerond en volmaakt is. Het gaat om zgn. kerstspelen, maar kerstspelen die in een bepaald opzicht toch verschillen van andere die nu, elk jaar meer, opgevoerd worden.
Ik mag

blz. 28

kurz erwähnen, wie ich selbst dazugekommen bin, gerade die Aufmerksamkeit unserer Freunde auf diese hier vorzuführenden Weihnachtspiele zu lenken. Als ich im Jahre 1879 an die Hochschule in Wien kam, lernte ich den Professor Schröer kennen, bei dem ich zuerst hörte, und der mir dann sehr befreundet wurde. Er ist in weiteren Kreisen wenig bekannt geworden; aber er hat namentlich um die deutsche Mundartenforschung in Österreich und später um die Goethe-Forschung, wie ich glaube, noch nicht anerkannte, später anzuerkennende Verdienste. In den fünfziger Jahren widmete er sich nicht nur der Erforschung der deutschen Mundarten, wie sie bei den einzelnen deutschen Völkerstämmen in der österreichischen Monarchie vorhanden sind, sondern auch der Erforschung der Volksgebräuche und der verschiedenen, ich möchte sagen, Volkskulturschätze. Er war längere Zeit Professor am deutschen Lyzeum in Preßburg, das auf der Linie zwischen Wien und Budapest liegt, und dann Professor in Budapest; später an der Evangelischen Schule in Wien und Professor an der Technischen Hochschule in Wien. Da lernte ich ihn eben kennen.

wel kort noemen hoe ik er zelf toe ben gekomen, om juist de aandacht van onze vrienden te vestigen op deze kerstspelen die wij opvoeren. Toen ik in het jaar 1879 op de Hogeschool in Wenen kwam, leerde ik professor Schröer* kennen, bij wie ik eerst college liep en met wie ik zeer bevriend raakte. In grotere kring is hij minder bekend geworden; hij heeft zich namelijk bij het onderzoek naar dialecten in Oostenrijk en later bij het Goethe-onderzoek, volgens mij verdienstelijk gemaakt wat nog niet erkend wordt, maar later wel erkend zou moeten. In de jaren vijftig (19e eeuw) richtte hij zijn aandacht niet alleen op het onderzoeken van de Duitse dialecten zoals die bij de verschillende Duits sprekende groepen die in het Oostenrijkse koninkrijk voorkomen, maar ook op de volkse gebruiken en op de verschillende, zo zou ik willen zeggen, volkse cultuurschatten. Hij was langere tijd professor aan het lyceum in Pressburg dat op de weg ligt tussen Wenen en Boedapest, daarna professor in Boedapest; later aan de Evangelische School in Wenen en professor aan de Technische Hogeschool in Wenen. Daar leerde ik hem dus kennen.

*Karl Julius Schröer, 1825-1890, germanist. Professor aan de Technische Hogeschool in Wenen en uitgever van de ‘Chronik des Wiener Goethe-Vereins’. Van zijn werk over Goethe moet de uitgave van ‘Faust 1 en 2’ ijn Kürshners Deutscher National-Literatur met inleidingen en verklaringen worden genoemd.

Nun, in den fünfziger Jahren, nachdem Weinhold begonnen hatte, verschiedene Weihnachtspiele, namentlich aus Schlesien, zu sammeln, hat Schröer die Entdeckung gemacht, daß in der Nähe von Preßburg, in der sogenannten Oberuferer Gegend, in einem Zipfel, der eine deutsche Enklave ist, alte Weihnachtspiele leben. Diese Weihnachtspiele wurden von den Bauern direkt zur sogenannten Heiligen Zeit in jedem Winter aufgeführt. Wir wissen, daß solche Weihnachtspiele historisch zurückverfolgt werden können; sie gehen wahrscheinlich aber viel weiter zurück bis ins 10., 11. Jahrhundert. Sie nahmen, wie wir wissen, ihren Ausgangspunkt von der Kirche; sie lehnten sich zuerst an die Krippenspiele, an die Passionsspiele an, die in den Kirchen aufgeführt wurden. Dann wurden sie aber von den Kirchen abgesondert und kamen hinein ins Volk. Nun sind seither, später von Hartmann und anderen Germanisten, viele solche Weihnachtspiele gesammelt worden, die jetzt auch, seit die Anregung gegeben worden ist, an den verschiedensten Orten aufgeführt werden, Pfälzische, Oberbayrische Weihnachtspiele und so weiter. Alle diese Weihnachtspiele aber, die Sie sonst sehen können, unterscheiden sich doch in einer gewissen 

Welnu, in de jaren vijftig, nadat Weinhold* was begonnen om verschillende kerstspelen, m.n. die uit Silezië te verzamelen, had Schröer ontdekt dat er in de buurt van Pressburg, in de zogenaamde streek van Oberufer, in het puntige deel dat een Duitse enclave is, oude kerstspelen bestaan. Deze kerstspelen werden door de boeren, vlak voor de zgn. heilige tijd, iedere winter opgevoerd. We weten dat dergelijke spelen in de geschiedenis terug te volgen zijn; ze gaan waarschijnlijk wel veel verder terug, tot in de 10e, 11e eeuw. Ze zijn, zoals we weten, in de kerk begonnen; ze leunden eerst op de kribbespelen, op de passiespelen die in de kerken werden opgevoerd. Maar ze werden door de kerken daarvan toch weggehouden en ze kwamen onder het volk. Nu zijn er sindsdien, later door Hartmann** en andere germanisten, veel van dergelijke kerstspelen verzameld die ook nu, sinds dat gestimuleerd werd, op de meest verschillende plaatsen opgevoerd worden, kerstpelen uit de Palz, Oberbayern, enz. Al die kerstspelen die u elders kan zien, zijn toch op een bepaalde manier anders,

*Karl Weinhold, 1823-1901, Germanist. ‘Kerstpelen en – liederen uit Zuid-Duitsland en Silezië’, met inleidngen en verklaringen.
**Een herderspel uit de Pfalz: dit spel komt uit de verzameling ‘Volkstoneelstukken’, verzameld in Beiern en Oostenrijk-Hongarije door August Hartmann. De samensteller, Dr.phil. was archivares aan de Koninklijke Hof- en Staatsbibliotheek in München; hij leefde van 1846 tot 1917. De verzameling verscheen in 1880 in Leipzig bij uitgeverij Breitkopf en Härtel. Er mag worden aangenomen dat de opgevoerde dialectuitvoering van Rudolf Steiner is, omdat het stuk bij Hartmann geschreven Duits is. Het werd opgevoerd als ‘kerstspel ujit de Oberpfalz’. 

blz. 29

Weise von denjenigen, die Karl Julius Schröer dazumal in der Preßburger Gegend bei den sogenannten Haidbauern – so hießen diese Bauern dort in der Oberuferer Gegend – sammeln konnte. Er hat ein feines Gefühl entwickelt gerade für diese Dinge dadurch, daß er sich der Erforschung der Gebräuche der Einrichtungen bei diesen versprengten deutschen Volksstämmen in der Oberuferer Gegend gewidmet hatte, auch bei den sogenannten Heanzen, einer deutschen Enklave, dann bei den Zipser Deutschen, bei den Siebenbürgern, bei solchen im Gottscheer Ländchen, überall bei den einzelnen Volksstämmen, die aus dem Zusammenhang deutscher Sprachgebiete herausgebracht sind und kolonisiert haben in diesen Gegenden, wo man merkwürdige Dinge erhalten findet. So daß man sagen kann: Die Weihnachtspiele, die in den anderen Gegenden, im geschlossenen deutschen Sprachgebiete, leben, haben sich fortentwickelt, während wir hier in diesen Spielen etwas erhalten haben, das aus dem 16. Jahrhundert, spätestens aus den ersten Anfängen des 17. Jahrhunderts stammt und so erhalten worden ist. 

dan die Karl Julius Schröer destijds in de omgeving van Pressburg bij de zogenaamde Haidboeren – zo heetten deze boeren daar in de omgeving van Oberufer – kon verzamelen. Hij had voor deze dingen een fijnzinnig gevoel ontwikkeled doordat hij zich toelegde op het onderzoek naar de gebruiken van hoe het georganiseerd was bij de verspreide Duitse volksgroepn in de streek van Oberufer, ook bij de zgn. Heanzen, een Duitse enclave, ook bij de Zipser Duitsers, bij de Siebenbürgern, bij die in Gottscheer Ländchen, overal bij de verschillende volksgroepen die van het samenhangende Duitse spraakgebied losraakten en deze streken zijn gaan kolonialiseren, waarbij je dan opmerkelijke zaken vindt die daar bewaard zijn gebleven. Zodat je kan zeggen: de kerstspelen die in andere streken, in geïsoleerd Duits spraakgebied, leven, hebben zich verder ontwikkeld, terwijl er voor ons in deze spelen iets bewaard gebleven is dat uit de 16e, hooguit 17e eeuw stamt en zo bewaard gebleven.

Die Leute sind herübergewandert nach dem Osten, haben die Dinge mitgenommen und haben sie so erhalten, wie sie sie ursprünglich in ihrer früheren deutschen Heimat gehabt haben. Die Dinge, die immer so aufbewahrt worden sind, daß sie von Jahr zu Jahr in bestimmten Familien fortlebten, gingen mit den Generationen durch die Jahrhunderte. Jedes Jahr mußten diejenigen, die von einem älteren, in der Sache erfahrenen Mann dazu ausgesucht wurden, die er unter den Bauernburschen und Bauernmädchen geeignet fand, sie abschreiben. In der Zeit, wenn die Weinlese vorüber war, wurden die Leute ausgesucht, die er für würdig hielt, daß sie die Dinge aufführten; sie wurden dann abgeschrieben, und dadurch sind, weil sie jeder für sich abschreiben mußte, gerade die älteren Handschriften verlorengegangen. Die Handschrift, die dem einen Hirtenspiel, das wir heute sehen werden, zugrunde liegt, ist vielleicht doch aus dem Anfange des 18. Jahrhunderts stammend; das kann man dadurch konstatieren, daß sie die Tinte verwischt enthielt, weil sie eine Überschwemmung im Jahre 1809, welche die dortige Gegend bedroht hat, mitgemacht hat, so daß wir der Abschrift nach eine ziemlich alte Gestalt vor uns haben.

De mensen zijn naar het oosten vertrokken en hebben de dingen meegenomen en hebben ze bewaard zoals ze oorspronkelijk in hun vroegere Duitse vaderland waren. Die zaken die steeds zo bewaard zijn gebleven dat ze van jaar tot jaar in bepaalde families voortleefden, gingen met de generaties door de eeuwen heen. Ieder jaar moesten degenen die door een oudere man, die met die dingen ervaring had, gezocht worden onder de jongens en meisjes uit de boerenfamilies die hij voor geschikt hield om de dingen over te schrijven. In de tijd na de wijnoogst werden de mensen gezocht die hij waardig genoeg vond, om de dingen op te voeren; die werden dan overgeschreven en daardoor zijn, omdat ieder ze voor zich over moest schrijven, juist die oudere handschriften verlorengegaan. Het handschrift dat als basis dient voor het herderspel dat we vandaag gaan zien, stamt wellicht toch wel uit het begin van de 18e eeuw; dat kan je concluderen uit het feit dat de inkt verbleekt is omdat het in het jaar 1809 een overstroming meemaakte die toen daar de streek bedreigde, zodat we wat het afschrift betreft een tamelijk oude vorm voor ons hebben.

blz. 30

Aber diese Dinge leben selbst im Bewußtsein des Volkes in einer ganz wunderbaren Weise fort. Es waren, da die Manuskripte zum Teil korrumpiert waren, zuweilen Dinge ausgelassen; man sah das den Dingen an, die nicht zusammenstimmten in den Enden und Anfängen. Und Schröer hat dann einen alten Bauern, der eine Zeitlang Leiter der Dinge war, vorgenommen und gesagt: Sie, erinnern Sie sich, da muß etwas fehlen! – Und dann hat der Mann wirklich aus seinem Gedächtnis heraus selber ganze Strophen noch frei hergesagt, die eingefügt werden konnten. Also die Dinge lebten im Volke gut weiter: aus dem 16., Beginn des 17. Jahrhunderts unter diesen heutigen Bauern der Oberuferer Gegend. Heute ist zum großen Teil alles materialisiert; die Dinge sind eigentlich ausgestorben. Es ist möglich, daß es sich in einzelnen Gegenden noch in schwachen Nachzüglern findet.
Nun ist es besonders interessant, daß die Bauern, die das aufführten – ja nur Bauern waren und keine Künstler. Wir versuchen durchaus die Darstellung so einzurichten, daß sie ein Bild davon gibt, wie das unter den Bauern war. Ich habe selbst oftmals mit Schröer darüber gesprochen.

Maar deze dingen leven zelf in het bewustzijn van het volk verder op een heel wonderbaarlijke manier. Er ontbraken, omdat de manuscripten beschadigd waren, hier en daar stukken; dat kon je zien omdat tekst aan het begin en op het einde niet in overeenstemming was. En Schröer is toen met een oude boer gaan praten die er een tijdlang over ging en hij zei: ‘Weet u dat nou nog, er moet iets ontbreken!’  En toen heeft die man daadwerkelijk vanuit zijn geheugen hele strofen zonder manuscript opgezegd en die konden toen ingelast worden. Dus die zaken uit de 16e, begin 17e eeuw leefden in het volk onder de huidige boeren uit de streek van Oberufer goed verder. Nu is het grootste deel wel star vast komen te liggen; die dingen zijn eigenlijk uitgestorven. Het is mogelijk dat er in een paar streken bij verre nazaten nog wat gevonden wordt.
Nu is het bijzonder interessant dat de boeren die het opvoerden slechts boeren waren en geen kunstenaars. Wij proberen het met de voorstelling beslist zo te doen dat ze een beeld geven van hoe dat onder de boeren ging. Ik heb daar vaak met Schöer zelf over gesproken.

Wir haben uns beide außerordentlich dafür interessiert, und ich konnte mir ein Bild davon machen, wie die Dinge unter den Bauern im 15. Jahrhundert gelebt haben. Interessant ist es aber, daß man eine gewisse Stimmung mit den Dingen verband, die dadurch charakterisiert ist, daß sich die Leute, die mitspielen durften, nicht nur durch Auswendiglernen, Proben und so weiter vorbereiteten, sondern sich gewissermaßen moralisch darauf vorbereitet hatten. Es bekam jeder einen Zettel, auf dem die Vorschriften standen, die er zu erfüllen hatte. War er für würdig gehalten, mitzuspielen, so mußte er vier Bedingungen erfüllen. Die Aufführung begann dann mit dem ersten Adventsonntag, ging über Weihnachten hin bis in die Dreikönigszeit, und einzelne fanden sogar noch bis in die Faschingszeit hinein statt. Aber wie gesagt, es bekamen die Mitspielenden einen Zettel, auf dem sie ihre moralischen Bedingungen aufgeschrieben hatten. Erstens durften diejenigen, die mitzuspielen hatten, während der ganzen Zeit, was sehr wichtig ist – wenn man unter Bauern gelebt hat, so weiß man, daß diese vier Bedingungen außerordentlich wichtig sind -, sie durften nicht, wie es dastand wörtlich, zu einem Dirndl gehen in der ganzen 

We waren er beiden buitengewoon in geïnteresseerd en ik kon mij er een voorstelling van maken hoe de dingen in de 15e eeuw onder de boeren leefden. Interessant is dat men met deze dingen een bepaalde stemming verbond waarvan je kan zeggen dat de mensen die mochten meespelen, niet alleen door het uit het hoofd leren, repeteren enz. zich voorbereidden, maar ook in zekere zin zich daarop moreel voorbereidden. Ieder kreeg een papier waarop de voorschriften stonden waaraan hij zich moest houden. Wanneer hij waardig genoeg was bevonden om mee te spelen, moest hij aan vier voorwaarden voldoen. De opvoering begon met de 1e adventzondag, liep via Kerstmis tot aan Driekoningen en sommige vonden nog plaats tot in de vastentijd.
Maar zoals gezegd, de spelers kregen een brief waarop ze de morele voorwaarden opschreven. Als eerste mochten ze gedurende de hele tijd, wat zeer belangrijk is – wanneer je onder de boeren geleefd hebt, weet je dat deze voorwaarden heel belangrijk zijn -, mochten ze niet, dat stond daar letterlijk, naar de meisjes gaan, de hele tijd niet;

blz. 31

Zeit; zweitens durften sie nicht Schelmenlieder singen oder ähnliches; drittens durften sie während der ganzen Zeit nicht einen irgendwie anfechtbaren Lebenswandel führen, also sie mußten ganz ‘sittsam eingezogen leben, das heißt, sie mußten sich moralisch vorbereiten, und viertens mußten sie unbedingten Gehorsam leisten demjenigen, der als Ältester ihr Lehrmeister war, der mit ihnen diese Dinge einstudierte.
Daraufhin wurden diese Dinge einstudiert, und sie mußten sie dann aufführen in einem Wirtshaus. Die Einrichtung war so, daß einfach in Hufeisenform die Bänke für die Zuschauer gestellt wurden, und in der Mitte des Saales wurde gespielt, so daß also in demselben Raume diejenigen waren, die zuhörten, und diejenigen, die spielten. Die Leute betrachteten das durchaus als eine festliche Angelegenheit und durchaus nicht als etwas Komödienhaftes. So zum Beispiel wurde beim H&umziehen der Leute im Dorf einmal eine solche Kumpanei, wie man sie nannte – Kumpanei = das ganze Ensemble der Mitspielenden, das nannte man die Kumpanei -, mit einer profanen Musik empfangen. Da erklärten sie, das wollten sie nicht, sie seien keine Komödianten, man möge ihnen so etwas nicht antun.

ten tweede mochten ze geen schunnige liedjes zingen o.i.d.; ten derde mochten ze de hele tijd niet zo leven dat je daar aanmerkingen op zou kunnen hebben, ze moesten ethisch ingetogen leven, dat betekent dat ze zich moreel moesten voorbereiden en ten vierde moesten ze onvoorwaardelijk luisteren naar degene die als oudste hun leermeester was, die met hen deze dingen instudeerde. Vervolgens werden ze ingestudeerd en ze moesten ze in een herberg opvoeren. Het was zo geregeld dat eenvoudig de banken in hoefijzervorm voor de toeschouwers werden neergezet en in het midden van de zaal werd er gespeeld, zodat dus de spelers en de toeschouwers in dezelfde ruimte zowel waren. De spelers beschouwden dit echt als een feestelijke gebeurtenis en zeer zeker niet zoiets als een komedie. Zo werd bijv. eens een ‘kompanij’, zoals men hen noemde – kompanij= de hele spelersgroep – door een groep mensen die door het dorp liepen, ontvangen met wereldse muzaiek. Maar toen legden ze uit dat ze dat niet wilden, ze waren toch zeker geen komedianten, zoiets mocht men hun niet aandoen.

Nun, ich möchte bemerken, daß Derbheiten in den Dingen vorkommen, über die man vielleicht sogar, trotzdem es sich um die höchsten Angelegenheiten der Menschheit in dem Spiel handelt, zuweilen lachen und lächeln kann; das muß man durchaus zuschreiben der ganzen Stimmung, aus der so etwas herausgewachsen ist im Bauerntum.Man muß sich klar sein darüber, daß im Bauerntum die höchsten Angelegenheiten nicht eigentlich sentimental behandelt werden, sondern daß durchaus in die heiligsten Dinge Lustiges, Derbes sich hineinmischen kann. Das entheiligt für den Bauernverstand und für das Bauerngemüt durchaus nicht – in den dortigen Gegenden meine ich – die höchsten Angelegenheiten. Die Leute, die das sich anhörten, wollten nicht etwa bloß mit langen Gesichtern und in sentimentaler Stimmung sich die Dinge anhören, sondern sie wollten zu gleicher Zeit etwas haben, was sie über die Sentimentalität hinausschob. Wenn Sie das Hirtenspiel sehen werden, so werden Sie bemerken, nicht wahr: das Kind ist ins Krippelein gelegt; aber die Hirten wurden angehalten von ihrem Lehrmeister, nicht bloß das Kind anzubeten, sondern das Krippchenso

Nu zou ik nog willen opmerken dat er lompe taal in voorkomt, waardoor je, ondanks dat het in het spel toch om de hoogste gebeurtenissen in de mensheid  gaat, soms lachen of glimlachen moet; dat moet je toch helemaal toeschrijven aan de hele stemming in het boerse leven waaruit zoiets gegroeid is. Je moet wel weten dat men in het boerenleven met de belangrijkste gebeurtenissen in het leven eigenlijk niet sentimenteel omging, maar dat zeker wel in de meest heilige dingen ook iets vrolijks, iets lomps kan komen te zitten. Dat is voor het boerenverstand en het boerengevoel geen heiligschennis van de hoogste gebeurtenissen, zeker niet – in die streken daar, bedoel ik. De mensen die ernaar luisterden, wilden die dingen niet alleen met lange gezichten en in een sentimentele stemming aanhoren, maar ze wilden tegelijkertijd iets hebben wat boven die sentimentaliteit uitging. Wanneer u het herderspel ziet, zal u merken niet waar: het Kind is in het kribje gelegd; maar de herders werd door de leermeester voorgehouden om niet alleen het Kind te aanbidden, maar ook het kribje, als een wiegje gemaakt 

blz. 32

wie eine Wiege eingerichtet – wirklich mit den Füßen etwas zu wiegen. So daß also tatsächlich die heitere Stimmung sich hineinmischte in die ganz ernste und getragene Stimmung.
Ich bemerke, daß wir in diesen Spielen etwas haben, was zu gleicher Zeit ausgleichend, harmonisierend gewirkt hat auf die Bevölkerung. Die Bevölkerung war dazumal in den fünfziger, sechziger, siebziger Jahren, als diese Spiele noch aufgeführt wurden, man kann sagen zur Hälfte protestantisch, zur Hälfte katholisch. Während sie sonst selbstverständlich streng getrennt waren die Leute in ihren Gottesdiensten, in ihrem religiösen Kultus, fanden sie sich in diesen Spielen durchaus zusammen. Es ist sehr merkwürdig, wie man, wenn man auf dasjenige näher eingeht, das sich aus der Kultur der Mundart herausentwickelt, Zusammenhänge findet, die auf Uraltes in der Menschheit Veranlagtes hinweisen. So wie ein Dichter in niederösterreichisch-deutscher Mundart ein Gedicht verfaßt hat, das wie von selbst gleich den Homerischen Gesängen in niederösterreichischer Mundart in Hexametern ist, so sehen wir auftauchen etwas, was man hier nennt: das Singen der Kumpanei, etwas, was trotz der Verschiedenheit an die alten Chöre der griechischen Tragödie erinnert.

daadwerkelijk met de voeten wat te wiegen. Zodat dus inderdaad de vrolijke stemming zich mengde met de heel ernstige en gedragen stemming.
Ik merkte op dat we in deze spelen iets hebben wat op de bevolking evenwichtig en harmonieus werkte. De bevolking was, toen deze in de jaren vijftig, zestig, zeventig, toen de spelen nog opgevoerd werden, laten we zeggen voor de helft protestant en voor de helft katholiek. Terwijl ze anders streng van elkaar gescheiden waren in hun godsdienst, in hun religieuze cultus, voelden ze zich bij zulke spelen toch één. Heel merkwaardig is, hoe men, als je nader ingaat op wat zich vanuit de dialectcultuur ontwikkelde, samenhangen vindt die wijzen op iets oerouds dat in de mensheid als aanleg aanwezig is. Zoals een dichter in het Nederoostenrijks-Duitse dialect een gedicht geschreven heeft, dat als vanzelf net als bij de Homerus-gezangen in het Nederoostenrijks dialect in hexameters staat, zien we iets opduiken, wat men hier noemt: ‘het zingen van de kompanij’, iets wat ondanks het verschil aan de oude koren van de Griekse tragedie doet denken.

Nun, selbstverständlich, Einzelheiten, die sich ergaben im Zusammenhange mit der Bauernkultur, können wir hier nicht vorführen. Sie werden nachher sehen, daß in dem einen Spiele der Teufel eine gewisse Rolle spielt. Der Teufel wurde nicht bloß als Mitspieler verwendet. Die Leute zogen ja von Dorf zu Dorf, das waren das eigentliche Oberuferer Dorf S. Martin, Salendorf, Nikolas und so weiter, da zogen die Leute herum und führten in den Wirtshäusern, die dazu bestimmt waren, diese Dinge auf. Der Teufel aber zog sich schon früher an und lief durch das Dorf mit einem Kuhhorn und tutete zu allen Fenstern hinein
und rief so die Leute zusammen. Das können wir natürlich hier nicht nachmachen, nicht wahr. Wenn er einen Wagen kommen sah, so sprang er hinauf und erklärte den Leuten, sie müßten mit ihm kommen, sie würden etwas Schönes sehen. Es waren Aufführungen, die, ich möchte sagen, zu dieser Zeit die ganze Kultur zusammenhielten.
Nun, wir werden zwei von diesen Spielen aufführen. Bei den Bauernaufführungen war immer noch ein drittes Spiel, dazu haben wir 

Nu, vanzelfsprekend kunnen we hier niet in detail opvoeren wat met de boerencultuur samenhangt. U zal achteraf zien dat in het ene spel de duivel een bepaalde rol speelt. De duivel deed niet alleen mee als medespeler. De spelers trokken van dorp tot dorp, te weten naar Oberufer Dorf S.Martin, Salendorf, Nikolas enz. daar trokken ze naar toe en voerden in de geschikte herbergen hun spel op. De duivel daarentegen kleedde zich al eerder om en liep door het dorp met een koeienhoorn en toeterde door alle ramen naarbinnen en riep zo het volk bij elkaar. Dat kunnen wij hier niet doen, niet waar. Zag hij een boerenwagen komen, dan sprong hij erop en zei dat de mensen met hem mee moesten komen, dan zouden ze iets moois zien. Het waren opvoeringen die, laat ik zeggen, rond deze tijd het hele culturele leven verbond.
We zullen dus twee van deze spelen opvoeren. Bij de opvoeringen van de boeren was er altijd nog een derde spel, een vastenavondspel,

blz. 33

keine Ausgabe, ein Fastnacht-Spiel. Gewöhnlich wurde die Reihenfolge dann gemacht, daß zuerst das Hirten-Spiel, dann das Paradeis-Spiel – wir werden es hier umgekehrt aufführen – gespielt wurcte und zuletzt wie eine Art von satyrischem Spiel, was wiederum erinnert an uralte Einrichtungen, ein Fastnacht-Spiel aufgeführt wurde. Also es war eine wirkliche Trilogie. Wir werden hier nur das Fastnacht-Spiel nicht haben.
Also jetzt bitte ich Sie, die Sachen sich in der Mundart, die der bayrisch-österreichischen Mundart sehr ähnlich, aber doch wieder in einigem verschieden ist, anzuhören. Es soll durchaus nur ein bescheidener Versuch sein, der mit unserer anthroposophischen Sache nur indirekt zusammenhängt, ein Versuch,` geistiges Leben eines bestimmten Zeitalters herauszuholen und es historisch fortzuführen. Ich möchte sagen: es soll ein historischer Versuch sein, ein Stückchen Kultur, das man sonst nicht sehen kann, in bescheidener Weise vorzuführen.
Die Musik ist von unserem Freunde Herrn van der Pals, mit Ausnahme der Choräle, die alt sind, ganz für diese Weihnachtspiele gemacht. 

waar we geen uitgave van hebben. Meestal was de volgorde dan zo, dat eerst het herderspel, dan het paradijsspel – wij zullen het hier net andersom doen – gespeeld werd en als laatste dan een soort saterspel, dat weer doet denken aan oeroude opvoeringen, een vastenavondspel. Het was dus echt een drieluik. We zullen hier het vastenavondspel niet opvoeren.
Dus vraag ik u de dingen aan te horen in het dialect dat zeer lijkt op het Beierse-Oostenrijkse dialect, maar hier en daar toch afwijkend. Het is zeker een bescheiden poging die met onze antroposofische zaak slechts indirect samenhangt, een poging het geestelijk leven van een bepaalde tijd eruit te lichten en het historisch voort te zetten. Ik zou willen zeggen: het is een historische poging een stukje cultuur dat je anders niet kan zien, op een bescheiden manier ten tonele te brengen.
De muziek is van onze vriend de heer van der Pals,* met uitzondering van de choralen, die oud zijn, en geheel voor deze kerstspelen gecomponeerd.

*Leopold van der Pals: 1884-1966, componist aan het Goetheanum in dornach. Talrijke muziek voor de euritmie.
.

[1] GA 274

.

Rudolf Steinertoespraken bij de kerstspelen

Kerstspelen: alle artikelen

Kerstmisalle artikelen

.

1672

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

.

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner – toespraak bij de kerstspelen (1)

.

In de voordrachtenreeks (GA=Gesamt Ausgabe) zijn de toespraken die Steiner hield naar aanleiding van opvoeringen van de kerstspelen, gebundeld in nr. 274 [1]:

TOESPRAKEN BIJ DE OUDE VOLKSE KERSTSPELEN

 

ANSPRACHEN ZU DEN WEIHNACHTSPIELEN AUS ALTEM VOLKSTUM

blz. 14

Dornach, 26. Dezember 1915
nach einer Aufführung zweier Weihnachtspiele, eines pfälzischen
Hirtenspieles und eines Dreikönigspieles aus Oberufer bei Preßburg

Wir haben in dieser Woche zwei Weihnachtspiele an unserer Seele vorüberziehen lassen. Wir dürfen vielleicht den Gedanken aufwerfen: Ist das eine Weihnachtspiel und das andere Weihnachtspiel in demselben Sinne der großen Menschheitsangelegenheit gewidmet, die uns in diesen Tagen so lebendig vor der Seele steht? – Grundverschieden, ganz verschieden sind die beiden Spiele voneinander. Man kann sich kaum etwas Verschiedeneres denken, das dem gleichen Gegenstande gewidmet ist, als die beiden Spiele.
Wenn wir das erste Spiel betrachten: es atmet in allen seinen Teilen wunderbarste Einfachheit, kindliche Einfachheit. Seelentiefe ist darinnen, aber überall durchatmet, durchlebt von kindlichster Einfachheit. 

Dornach, 26 december 1915
na een opvoering van twee kerstspelen, een herderspel uit de Pfalz* en een driekoningenspel uit Oberufer bij Pressburg

We hebben deze week twee kerstspelen aan ons gevoel voorbij laten komen. We mogen misschien de gedachte opwerpen: is het ene kerstspel en het andere op dezelfde manier gewijd aan de grote gebeurtenis in de mensheid die ons deze dagen zo levend voor de geest staat?  Deze beide spelen zijn totaal verschillend. Je kan nauwelijks iets bedenken wat meer van elkaar verschilt en aan hetzelfde gewijd is dan deze twee spelen.

Wanneer we naar het eerste spel kijken: het ademt in alle delen de sfeer van de wonderbaarlijkste eenvoud, kinderlijke eenvoud. Er zit gevoelsdiepte in, maar overal doorademd, doorleefd van kinderlijke eenvoud.

Das zweite Spiel bewegt sich auf den Höhen des äußeren physischen Daseins. Gleich wird daran gedacht, daß der Christus Jesus als ein König in die Welt eintritt. Gegenübergestellt wird er dem anderen König, dem Herodes. Dann wird gezeigt, daß zwei Welten sich vor uns auftun: diejenige, die im guten Sinne die Menschheit weiterentwickelt, die Welt, welcher der Christus Jesus dient, und die andere Welt, welcher Ahriman und Luzifer dienen, und die repräsentiert ist durch das teuflische Element. Ein kosmisches, ein kosmisch-geistiges Bild im höchsten Sinne des Wortes. Der Zusammenhang der Menschheitsentwickelung mit der Sternenschrift tritt uns gleich vor die Augen. Nicht das einfache, primitive Hirtenhellsehen, das einen Himmelsschein findet, das man in den einfachsten Verhältnissen finden kann, sondern jene Entzifferung der Sternenschrift, zu der alle Weisheit der vergangenen Jahrhunderte notwendig ist, und aus der man enträtselt, was da kommen soll. Hereinleuchtet in unsere Welt dasjenige, was aus anderen Welten kommt. In den Traum- und Schlafzuständen wird dasjenige, was geschehen soll, gelenkt und geleitet.

Het tweede spel beweegt zich op het niveau van het uiterlijke fysieke bestaan. Van begin af aan wordt gememoreerd dat Christus Jezus de wereld als koning  zijn intrede in de wereld doet. Hij wordt tegenover de andere koning, Herodes, gesteld. Dan wordt getoond dat er voor ons twee werelden zijn: een die in goede gezindheid de mensheid verder tot ontwikkeling brengt, de wereld aan wie Christus Jezus dienstbaar is en de andere wereld aan wie Ahriman en Lucifer dienstbaar zijn en die vertegenwoordigd is door het duivelse element. Een kosmischc, een kosmisch-geestelijk beeld in de diepste zin van het woord. De samenhang van de mensheidsontwikkeling met het sterrenschrift wordt ons meteen getoond. Niet de eenvoudige, primitieve helderziendheid van de herders die het hemelschijnsel vinden, dat je in de meest eenvoudige toestanden kan vinden, maar het ontsluieren van het sterrenschrift waarvoor alle wijsheid uit de vorige eeuwen nodig is en vanwaaruit men de raadsels oplost van wat komen moet. In onze wereld valt het licht dat uit andere werelden komt. In droom- en slaaptoestanden wordt wat moet gebeuren gestuurd en geleid.

*Een herderspel uit de Pfalz: dit spel komt uit de verzameling ‘Volkstoneelstukken’, verzameld in Beiern en Oostenrijk-Hongarije door August Hartmann. De samensteller, Dr.phil. was archivares aan de Koninklijke Hof- en Staatsbibliotheek in München; hij leefde van 1846 tot 1917. De verzameling verscheen in 1880 in Leipzig bij uitgeverij Breitkopf en Härtel. Er mag worden aangenomen dat de opgevoerde dialectuitvoering van Rudolf Steiner is, omdat het stuk bij Hartmann geschreven Duits is. Het werd opgevoerd als ‘kerstspel ujit de Oberpfalz’. 

blz. 15

Kurz, überall Okkultisrnus und Magie das ganze Spiel durch- dringend.
Grundverschieden sind die beiden Spiele. Das erste tritt uns entgegen, man darf wirklich sagen in kindlicher Einfachheit und Einfalt. Doch wie unendlich mahnend ist es, wie unendlich fühlsam. Aber fassen wir zunächst einmal bloß den Hauptgedanken ins Auge. Diejenige menschliche Wesenheit, die das Gefäß vorbereiten soll für den Christus, tritt in die Welt herein. Ihr Eintritt in die Welt soll vorgeführt werden, vorgeführt werden dasjenige, was der Jesus ist für die Menschen, in deren Daseinskreis er eintritt. Ja, so ohne weiteres hat diese Idee, diese Vorstellung keineswegs diejenigen Kreise erobert, innerhalb welcher dann mit Inbrunst, mit Hingebung solche Spiele angehört worden sind wie dieses. Derjenige, von dem ich öfter gesprochen habe, Karl Julius Schröer> gehörte im 19. Jahrhundert zu den ersten Sammlern von Weihnachtspielen. Er hat die Weihnachtspiele in Westungarn gesammelt, die Oberuferer Spiele, von Preßburg nach ostwärts gelegen, und er hat die Art und Weise studieren können, wie diese Spiele im Volke dort lebten und webten.

Kortom, overal verborgen wijsheid en magie, het hele spel doordringend.

De spelen zijn totaal verschillend. Het eerste vertoont zich, je mag echt zeggen, in kinderlijke eenvoud en reinheid. Maar wat neemt het je mee, hoe oneindig invoelbaar. Maar laten we eens naar het hoofdmotief kijken. Het menselijk wezen dat het omhulsel voorbereiden moet voor het christuswezen, komt ter wereld. Getoond moet worden, opgevoerd moet worden het verschijnen in de wereld, wat Jezus is voor de mensen in wier bestaan hij intreedt. Ja, zo zonder meer zou deze gedachte, deze voorstelling niet opgenomen zijn in die groepen die dan met innig gevoel, met overgave dergelijke spelen aangehoord hebben zoals deze.
Degene over wie ik vaker heb gesproken, Karl Julius Schröer, behoorde in de 19e eeuw tot de verzamelaars van kerstspelen. Hij verzamelde de kerstspelen uit het westen van Hongarije, de spelen uit Oberufer, oostelijk bij Pressburg gelegen en hij kon de gewoonten bestuderen van hoe deze spelen daar in het volk leefden.

Es ist sehr, sehr bezeichnend, wenn man so sieht, wie von Generation zu Generation diese Spiele sich handschriftlich vererbten, und wie sich nicht etwa, wenn Weihnachten nahe war, sondern wenn Weihnachten von fern in der Zeit heranrückte, diejenigen, die im Dorf hierfür geeignet gefunden wurden, vorbereiteten, um diese Spiele darzustellen. Wenn man das sieht, so sieht man, wie innig verbunden mit dem Inhalt dieser Spiele das ganze Jahreskreislaufleben derjenigen Leute war, in deren Dorfkreisen solche Spiele aufgeführt wurden. Die Zeit, in der zum Beispiel Schröer in der Mitte des 19. Jahrhunderts diese Spiele dort gesammelt hat, war schon die Zeit, in der sie anfingen in der Art auszusterben, wie sie bis dahin gepflogen worden sind. Ja, schon viele Wochen, bevor Weihnachten heranrückte, mußten im Dorfe diejenigen Buben und Mädchen zusammengesucht werden, welche geeignet waren, solche Spiele darzustellen. Und sie mußten sich vorbereiten. Die Vorbereitung bestand aber nicht etwa bloß im Auswendiglernen und im Einüben desjenigen, was das Spiel enthält, um es darzustellen, sondern die Vorbereitung bestand zum Beispiel darinnen, 

Het is heel veelbetekenend , wanneer je zo ziet hoe deze handgeschreven spelen van generatie op generatie overgingen en hoe ze niet alleen tegen Kerst, maar al ver vóór Kerstmis door de degenen in het dorp die daarvoor in aanmerking kwamen, werden voorbereid om ze te kunnen opvoeren. Wanneer je dat ziet, zie je hoe diep verbonden de mensen die in hun dorp die spelen mochten opvoeren het hele jaar met de inhoud ervan waren verbonden. De tijd waarin bijv. Schröer in het midden van de 19e eeuw de spelen daar verzamelde, was al de tijd waarin ze begonnen te verdwijnen, zoals ze waren, zoals ze tot dan toe bewaard werden.

Ja, al weken voor het Kerst werd, moest er gezocht worden naar jongens en meisjes die ervoor in aanmerking kwamen dergelijke spelen op te voeren. En zij moesten zich voorbereiden. Dat bestond er niet alleen maar uit dat je ze uit het hoofd moest leren en instuderen wat bij het spel hoort om het te kunnen opvoeren, maar het voorbereiden betekende ook bijv. 

blz. 16

daß diese Buben und Mädel die ganze Lebensweise, die äußere Lebensweise änderten.
Von der Zeit an, wo sie sich vorbereiteten, durften sie nicht mehr Wein trinken, nicht mehr Alkohol zu sich nehmen; sie durften nicht mehr, wie es ja sonst auf dem Dorfe üblich ist, am Sonntag raufen. Sie mußten sich ganz sittsam betragen; sie mußten sanft und mild werden, durften sich nicht mehr blutig schlagen, und durften mancherlei anderes nicht, was sonst in Dörfern besonders in jenen Zeiten ganz gang und gäbe war. Da bereiteten sie sich auch moralisch durch die innere Stimmung der Seele vor. Und dann war es wirklich, wie wenn sie etwas Heiliges herumtrügen im Dorfe, wenn sie ihre Spiele aufführten.
Aber nur langsam und allmählich kam das so. Gewiß, in vielen Dörfern Mitteleuropas im 19. Jahrhundert war solche Stimmung, war die Stimmung, daß man etwas Heiliges zu Weihnachten mit diesen Spielen entgegennahm. Aber man kann nur noch vielleicht ins 18. Jahrhundert zurückgehen und noch ein bißchen weiter, und diese Stimmung wird immer unheiliger und unheiliger. Diese Stimmung war nicht etwa von Anfang an da, als diese Spiele in das Dorf kamen, durchaus nicht von Anfang an, sondern sie stellte sich erst im Laufe der Zeit heraus und ein. 

dat deze jongens en meisjes hun leven van alle dag gingen veranderen.
Vanaf die voorbereidingstijd mochten ze geen wijn meer drinken, geen alcohol gebruiken; ze mochten niet meer, wat anders in het dorp gewoonte was, ’s zondags uitgaan. Ze moesten zich heel netjes gedragen; rustig en aardig zijn; geen knokpartijen en ze mochten nog veel meer niet wat anders in de dorpen in de tijd volkomen normaal was. Ze bereidden zich ook in moreel opzicht voor door een innerlijke zielenstemming. En dan was het echt zo dat ze in het dorp met iets heiligs rondliepen als ze de spelen opvoerden.
Maar dat kwam pas langzamerhand. Zeker, in vele dorpen van Midden-Europa in de 19e eeuw heerste er zo’n stemming, de stemming dat je met iets heiligs kwam tegen de Kerst. Maar je kan maar, misschien tot in de 18e eeuw teruggaan, nog een beetje eerder en deze stemming wordt steeds minder gewijd. Die stemming was er niet meteen aan het begin toen de spelen in het dorp kwamen, zeker niet vanaf het begin, maar die ontstond in de loop van de tijd.

Es gab schon Zeiten, und man braucht nicht einmal gar so weit zurückzugehen, da konnte man noch anderes finden. Da konnte man finden, wie sich da oder dort in Mitteleuropa das ganze Dorf versammelte, und wie eine Wiege hereingebracht wurde, in der das Kind lag, und dazu allerdings das schönste Mädchen des Dorfes – schön mußte Maria sein! -, aber ein häßlicher Joseph, ein urhäßlich aussehen- der Joseph. Dann wurde eine ähnliche Szene aufgeführt, wie Sie sie heute auch haben sehen können. Aber vor allen Dingen: da verkündet wurde, daß der Christus kommt, kam die ganze Gemeinde vor, und ein jeder trat auf die Wiege. Vor allen Dingen wollte ein jeder auf die Wiege etwas getreten und das Christkind auch geschaukelt haben. Darum handelte es sich allen. Und sie machten einen ungeheuren Krakeel, der ausdrücken sollte, daß der Christ in die Welt gekommen ist. In manche ältere von solchen Spielen ist eine fürchterliche Verspottung des Joseph eingestreut, der immer als ein tättelicher Greis in diesen Zeiten dargestellt worden ist, den man auslachte.

Er waren tijden en daarvoor hoef je niet eens zo lang terug te gaan, waarin je nog andere dingen kan vinden. In Midden- Europa verzamelde zich hier en daar een heel dorp en dan werd er een wieg meegebracht waarin het kind lag en dat was natuurlijk het mooiste meisje van het dorp – Maria moest ook mooi zijn – maar een lelijke Jozef, een Jozef die er oerlelijk uitzag. Dan werd er net zoiets opgevoerd zoals u vandaag ook heb kunnen zien. Maar vooral: omdat er aangekondigd werd dat Christus komt, kwam de hele gemeente, iedereen ging naar de wieg. Iedereen wilde naar de wieg en het christuskindje gewiegd hebben. Daar ging het iedereen om. En ze maakten een verschrikkelijke herrie om te laten weten dat Christus ter wereld was gekomen. In sommige oudere spelen vind je ook vreselijk gespot met Jozef die steeds in deze tijd als een [tättelich] seniele? grijsaard neergezet werd die men uitlachte.

blz. 17

Wie sind denn Spiele solcher Art eigentlich in das Volk gekommen? Nun, wir müssen natürlich uns erinnern, daß die erste Form der größten, gewaltigen Erdenidee, des Erscheinens des Christus Jesus auf der Erde, die war des durch den Tod gegangenen Heilands, desjenigen, der durch den Tod das für die Erde gewonnen hat, was wir den Sinn der Erde nennen. Das Leiden des Christus war es zunächst, das im ersten Christentum in die Welt gekommen ist. Und dem leidenden Christus wurden in verschiedenen Handlungen die Opfer dargebracht, die im Kreislauf des Jahres sich vollzogen. Aber nur ganz langsam und all- mählich eroberte sich das Kind die Welt. Der sterbende Heiland eroberte sich zuerst die Welt; langsam und allmählich erst das Kind. Wir dürfen nicht vergessen, daß die Liturgie lateinisch war, daß die Leute nichts verstanden. Vom Messeopfer, das Weihnachten festgesetzt war, fing man allmählich an, den Leuten außer dem Meßopfer, das zu Weihnachten dreimal gehalten wird, noch etwas anderes zu zeigen. Vielleicht doch nicht so ganz mit Unrecht – wenn auch nicht auf ihn selbst, so auf Anhänger von ihm – wird die Idee, in der Weihnachtsnacht das Jesus-Geheimnis den Gläubigen zu zeigen, auf Franz von Assisi zurückgeführt, der aus einer gewissen Opposition heraus gegen die alten Kirchenformen und den alten Kirchengeist überhaupt seine ganze Lehre und sein ganzes Wesen gehalten hat.

Hoe zijn dergelijke spelen nu in het volk gekomen? Nu, we moeten er natuurlijk wel aan denken dat de eerste vorm van de grootste, geweldige gedachte op aarde, die van het verschijnen van Christus Jezus op aarde, van de Heiland die door de dood was gegaan, degene die door de dood voor de aarde bracht, wat wij de zin van de aarde noemen. Het lijden van Christus kwam aanvankelijk in het eerste christendom in de wereld. En aan de lijdende Christus werden in verschillende diensten offers gebracht die plaatsvonden in de kringloop van het jaar. Maar slechts langzaam en geleidelijk veroverde het Kind de wereld. De stervende Heiland veroverde de wereld eerst; geleidelijk pas het Kind. We mogen niet vergeten dat de liturgie in het Latijn gegeven werd, dat de mensen er niets van verstonden. De heilige mis die met Kerstmis vastgelegd was, begon langzamerhand aan de mensen naast de heilige mis die met Kerst driemaal gehouden werd, nog iets anders te vertonen. En helemaal onterecht was niet – al was het dan ook niet op hem, maar toch wel op zijn aanhangers – het idee, in de kerstnacht het geheim van Jezus aan de gelovigen te tonen, dat tot op Franciscus van Assisi* terugging die  vanuit een bepaalde weerstand tegen de oude kerkinstellingen en de oude geest van de kerk zich met zijn hele leer en heel zijn wezen verzette.

*Franciscus van Assisi, 1182-1226. Zie o.a. Rudolf Steiner ‘GA 109/111; GA 130; GA 155

Da sehen wir allmählich, langsam, wie der gläubigen Gemeinde zu Weihnachten etwas geboten werden sollte, was mit dem großen Mysterium der Menschheit, mit dem Herabkommen de`s Christus Jesus auf die Erde zusammen- hing.
Zuerst stellte man eine Krippe auf und machte bloß Figuren. Nicht durch Menschen stellte man es dar, sondern man machte Figuren: das Kindlein und Joseph und Maria, aber plastisch. Allmählich ersetzte man das durch Priester, die sich verkleideten, und die in der einfachsten Weise das darstellten. Und erst vom 13., 14. Jahrhundert ab be
gann innerhalb der Gemeinden äußerlich diejenige Stimmung, die man etwa dadurch bezeichnen könnte, daß die Leute sich sagten: Wir wollen auch etwas verstehen von dem, was wir da sehen, wir wollen eindringen in die Sache. – Und da fingen die Leute an, zunächst einzelne Teile mitspielen zu dürfen in dem, was zuerst nur von der Geistlichkeit

Nu zien wij geleidelijk, langzaam hoe de gelovige gemeente met Kerstmis iets geschonken moest worden, wat met het grote mysterie van de mensheid, met de komst van Christus op aarde, samenhing.
Eerst zette men een kribbe neer en maakte alleen figuren. Niet door mensen beeldde men het uit, maar men maakte figuren: het kindje en Jozef en Maria, maar als beelden. Langzamerhand kwamen er priesters voor in de plaats, die zich verkleedden en die het op de meest eenvoudige manier uitbeeldden. En pas vanaf de 13e, 14e  eeuw ontstond er binnen de gemeente die stemming die je ongeveer zo kan benoemen dat de mensen tegen elkaar zeiden: we willen ook iets begrijpen van wat we daar zien, we willen hier ook meer van weten. En toen mochten de mensen dan beginnen met een paar stukken mee te spelen die eerst door de geestelijkheid gespeeld waren.

blz. 18

gespielt war. Nun muß man natürlich das Leben in der Mitte des Mittelalters kennen, um zu begreifen, wie dasjenige, was mit dem Heiligsten zusammenhing, zugleich in einer solchen Weise genommen wird, wie ich es angedeutet habe. Das war damals durchaus möglich aus einem Entgegenkommen der Stimmung, daß die Gemeinde des Dorfes, die ganze Gemeinde sagen konnte: Ich habe auch mit dem Fuß an der Wiege, wo der Christus geboren worden ist, ein wenig geschaukelt. – Es ließe sich in diesem und in vielem anderen ausdrücken, zum Beispiel in dem Singen dabei, das sich zum Teil bis zum Jodeln steigerte, in alldem, das sich begeben hatte. Aber dasjenige, was in der Seele lebte, das hatte in sich selber die Stärke, man möchte fast sagen, aus einem Profanen, aus einem Profanieren des Weihnachtsged~ankens zum Heiligsten selber sich umzubilden. Und die Idee des in der Welt erscheinenden Kindes eroberte sich das Allerheiligste in den Herzen der einfachsten Menschen.
Das ist das Wunderbare gerade` bei diesen Spielen, von deren Art das erste eines war, daß sie nicht einfach so da waren, wie sie jetzt uns erscheinen, sondern so geworden sind: Frommheit in der Stimmung erst entfaltend aus Unfrommheit heraus, durch die Gewalt desjenigen, was sie darstellen! – 

Je moet natuurlijk wel wat van het leven in de middeleeuwen weten om te begrijpen hoe hetgeen wat met het allerheiligste samenhing, tegelijkertijd zo opgevat werd, zoals ik het aangeduid heb. Dat was toen wel degelijk mogelijk vanuit de stemmige houding waaruit de dorpsgemeenschap, heel de gemeenschap, kon zeggen: ik heb ook een beetje met mijn voet de wieg laten schommelen waarin Christus is geboren. Het kwam hierin – en in nog veel meer  – tot uiting, bijv. in het zingen dat voor een deel zelfs in jodelen overging, in alles wat er gebeurd is. Maar alles wat in het gemoed leefde was van zichzelf sterk, je zou bijna willen zeggen, om vanuit iets werelds, uit een wereldser worden van de kerstgedachte, die zelf in het meest heilige te veranderen. En de idee van het Kind dat op aarde geboren wordt, werd als het allerheiligste in de harten van de eenvoudigste mensen opgenomen.
Het wonderbaarlijke bij juist deze spelen is, dat ze niet waren 
zoals we ze nu zien, maar zo zijn ze geworden: de ernst van de stemming is ontstaan van een niet-ernstige, door de kracht van degenen die ze opvoeren! – Eerst moest het Kind de harten veroveren, het moest in de harten worden toegelaten. En door wat in het Kind zelf heilig was, heiligde Het de harten die hem aanvankelijk ontmoetten in een sfeer van grofheid en wildheid. Dat is het wonderbaarlijke in de ontwikkelingsgeschiedenis van deze spelen, dat in ieder spel het christusgeheim de harten en de zielen nog moest veroveren. En iets van dat ieder spel dat nog moest veroveren, zullen we dan morgen gaan beleven. Vandaag wil ik nog zeggen: niet voor niets merkte ik hoe nadrukkelijk ook het meest simpele in het eerste spel aanwezig is.

Zoals gezegd: langzaamaan kwam wat met het christusgeheim op de wereld verscheen, in de harten en de zielen van de mens. En het is eigenlijk zo dat hoe verder je teruggaat in de overlevering van de verschillende christusgeheimen, je des te meer ziet dat de uitdrukkingsvorm verheven is, geestelijk verheven: je komt in een kosmisch uitspreken,

blz. 19

kommt man hinein, je weiter man zurückkommt. – Wir haben davon schon einiges in unsere Betrachtungen einfließen lassen, und auch im vorigen Weihnachtsvortrage habe ich gezeigt, wie die gnostischen Ideen verwendet worden sind, um das tiefe Christus-Geheimnis zu verstehen. Aber selbst wenn wir noch in den späteren Zeiten des Mittelalters dieses oder jenes verfolgen, finden wir, wie da noch – in der Mitte des Mittelalters -, ich möchte sagen, gerade in den damaligen Weihnachtsdichtungen etwas von dem vorhanden war, was später weg- geblieben ist: eine Betonung des urchristlichen Gedankens, daß der Christus aus Weltenweiten hinuntersteigt, aus Geisteshöhen. Wir finden es im 11., 12. Jahrhunderte, wenn wir zum Beispiel ein solches Weihnachtslied vor unsere Seele führen:

hoe verder je teruggaat. We hebben hiervan al een paar dingen in onze beschouwingen opgenomen en ook in de vorige kerstvoordracht heb ik laten zien hoe de gnostische ideeën gebruikt zijn het diepe Christusgeheim te doorgronden. Zelfs als we een en ander in de latere middeleeuwen volgen, vinden we , hoe daarin – in het midden van de Middeleeuwen – in de kerstgedichten* nog iets aanwezig was van wat later verdwenen is: een accent op de oerchristelijke gedachte dat de Christus uit hemelverten uit geesteshoogten afdaalt.
We vinden het in de 11e, 12e eeuw, wanneer we bijv. dit kerstlied met ons gevoel benaderen:

*in de kerstgedichten: ‘Jezus in het oordeel van de eeuwen. De belangrijkste opvattingen over Jezus in theologie, filosofie, literatuur en kunst tot heden’, door Gustav Pfannmüller, Leipzig en Berlijn, B.G.Teubner-Verlag

Des menschgewordnen Gottessohnes Ehre
Verkünden fröhlich jauchzend Himmelsheere,
Und laut erschallet aus des Hirten Munde
Die frohe Kunde.

«Preis in der Höhe! und den Menschen Friede!»
So tönet es in feierlichem Liede;
Mit Staunen wird von Menschen heut` gesehen,
Was nie geschehen.

Der Himmel hell erglänzt im neuen Sterne;
Von ihm geleitet, kommen aus der Ferne
Die Weisen, und begrüßen mit Entzücken,
Den sie erblicken.

Mit ihm ist neu die Wahrheit nun geboren;
Ersetzt ist, was durch Sünde war verloren;
Es blühen herrlicher im Gnadenlichte
Des Segens Früchte.

Der Vorzeit Ahndung hat sich nun erschlossen,
Seitdem der Erde diese Frucht entsprossen,
Die Leben und Erquickung uns gewähret,
Und ewig iiähret.

blz. 20

Gekommen ist, in unser Fleisch gekleidet,
Der gute Hirt, der alle Völker weidet;
Gewohnt hat er, wie wir, in Pilgerhütten,
Für uns gelitten.

Heil nun der Erde, die sein Licht erblicket!
Durch ihn für Zeit und Ewigkeit beglücket,
Weih` jeder ihm, dem Retter, Dank und Liebe
Mit reinem Triebe.

Hilf, Christus, selbst uns dein Gesetz vollbringen,
Laß gute Taten uns durch dich gelingen,
Daß einst bei dir des ewg’en Lebens Krone
Auch uns belohne!

So war der Ton, der herunterklang von denjenigen, die noch etwas verstanden hatten von der ganzen kosmischen Bedeutung des ChristGeheimnisses.
Oder ein anderes Weihnachtsgedicht auf das Weihnachtsfest gab
es aus der Mitte des Mittelalters, etwas später als die Karolingerzeit:

Zo was de toon die tot ons klonk door hen die nog iets begrepen hadden van de grote kosmische betekenis van het christusgeheim.
Of een ander kerstgedicht op Kerstmis uit het midden van de Middeleeuwen, iets later dan de Karolingische tijd:

Der Gottessohn, von Ewigkeit erzeugt, der unsichtbar und ohne Ende;
Durch den des Himmels und der Erde Bau, und alles, was da wohnt, erschaffen,
Durch den der Tage und der Stunden Lauf vorübergeht und wiederkehrt;
Den stets die Engel in der Himmelsburg in vollharmonischem Gesange preisen,
Hat sich, von aller Erbschuld frei, mit schwachem Leib bekleidet,
Den aus Maria Er, der Jungfrau, nahm, die Schuld des ersten Vaters Adam,
Sowie die Lüsternheit der Mutter Eva zu vernichten.
Der heutige glorreiche Tag erhab`nen Glanzes zeugt, daß nun der Sohn,

blz. 21

Die wahre Sonne, durch des Lichtes Strahl die alte Finsternis der Welt zerstreute.
Nun wird die Nacht erhellt vom Lichte jenes neuen Sternes,
Der einst den himmelskund`gen Blick der Magier in Staunen setzte,
Und sieh` den Hirten leuchtet jener Schein, die da geblendet wurden
Vom hehren Glanz der himmlischen Bewohner.
O Gottesmutter, freue dich, die du bei der Geburt von einer Engelschar,
Die Gottes Lob besingt, bedienet wirst.
O Christus, du des Vaters einz`ger Sohn, der unsertwegen die Natur
Der Menschen angenommen, so erquicke du die Deinen, die hier flehen.
O    Jesus, höre mild die Bitten jener, deren du Dich anzunehmen dich gewürdigt hast, Um sie, o Gottessohn, teilhaft zu machen deiner Gottheit.]

Das ist der Ton, der, ich möchte sagen, von den Höhen der mehr theologisch gefärbten Gelehrsamkeit hinuntertönte ins Volk.
Nun hören wir auch ein wenig den Ton, der zur Weihnacht aus dem Volk selbst erklang, wenn eine Seele sich fand, die des Volkes Empfinden wiedergab:

Dat is de toon die vanaf het niveau van de meer theologisch getinte geleerdheid tot het volk klinkt.
Nu horen we ook de toon die met Kerstmis vanuit het volk zelf kwam, wanneer er een ziel was die de stemming van het volk weer kon geven:

Er ist gewaltic unde starc,
der ze winnaht geborn wart:
Daz ist der heilige Krist. jä lobt in allez daz dir ist
Niewan der tiefel eine:
dur sinen grözen ubermuot
s6 wart ime diu helle ze teile.
In der helle ist michel unrät: s
wer dä heimuote hät, 

blz. 22

DiuA sUnne schAinet nie so
lieht, der mane hilfet in niht,
Noh der liechte sterne,
jaA müet in allez daz er siht,
jaA waer er daA ze himel als6 gerne.

In himelflAch ein hüs sta»t,
ein gUl~Ain wec dar iAn gät,
Die siule die sint mermel?n, d
ie zieret unser trehtiAn
Mit edelem gesteine:
daA enkumt nieman ?n,
er ensAi vor allen sünden als6 reine.

Swer gerne zuo der kilchen gaAt
und aAne nAit daA staAt,
Der mac wol vr6liAchen leben,
den wirt ze jungest gegeben
Der Engel gemeine.
wol im daz er ie wart:
ze himel ist daz Leben alsö reine.

Ich haAn gedienet lange
leider einem manne,
Der in der helle umbe gät,
der brüevet m?ne missetat,
S?n l6n der ist boese.
Hilf mich heiliger geist,
daz ich mich von sAiner vancnisse loese.

Das ist das Gebet, das der einfache Mensch sagte und verstand. Wir haben den Herabklang gelesen, haben jetzt den Hinaufklang.
Ich will versuchen, dieses Weihnachtslied aus dem 12. Jahrhundert etwas wiederzugeben, damit wir sehen, wie auch der einfache Mensch die ganze Größe des Christus faßte und in Zusammenhang brachte mit dem ganzen kosmischen Leben.
Er ist gewaltig und stark, der zu Weihnacht geboren ward. Das ist der Heilige Christ. Es lobt ihn alles, was da ist, nur nicht ganz allei

Dat is het gebed dat de eenvoudige mens zei en begreep. We weten nu hoe het klinkt.
Ik wil proberen dit kerstlied uit de 12e eeuw zo weer te geven dat we kunnen zien hoe ook de eenvoudige mens de grootheid van Christus begreep en in samenhang bracht met het hele kosmische leven.
Hij die met Kerstmis geboren is, is machtig en sterk. Dat is de heilige Christus. Alles wat is, looft hem, maar de

blz. 23

der Teufel, der durch seinen großen Übermut so war, daß ihm die Hölle zuteil ward. In der Höhe ist mikel Unrat (mikel – das ist das alte Wort für groß, mächtig). In der Hölle ist großer Unrat. Wer da seine Heimat hat, wer also in der Hölle zu Hause ist, muß wahrnehmen: die Sonne scheint da niemals nicht, der Mond hilft, hellet niemanden, noch die lichten Sterne. Da muß jeder, der etwas sieht, sich sagen, wie schön es wäre, wenn er in den Himmel gehen könne. Er wäre ganz gern in dem Himmel. Im Himmelreich steht ein Haus. Ein goldner Weg dazu geht. Die Säulen sind Mermel, (also von Marmor), geziert mit Edelgestein. Da aber kommt niemand hinein, als der von Sünden ganz rein ist. Wer zu der Kirche geht und da ohne Neid steht, der mag wohl höheres Leben haben, denn es wird immer junges gegeben, das heißt, wenn er zuletzt sein Leben geendet hat – erinnern Sie sich, ich habe hier einmal das Wort «jüngern» vom Ätherleib eingeführt; hier haben Sie das in der Volkssprache sogar! – also wenn er «jung» ist gegeben der Engelsgemeinde, wohl ihm, daß er darauf warten kann, denn im Himmel ist das Leben rein. – Und nun sagt der, der also dieses Weihnachtslied betet: Ich habe gefangen gedient leider einem Mann, der in der Hölle umgeht, der entwickelt hat meine Missetat. Hilf mir, heiliger Christ, daß ich von seinem Gefangse, (Gefängnisse), gelöst werde, das heißt: aus dem Gefängnis des Bösen gelöst werde.

de duivel niet helemaal, die door zijn grote overmoedigheid zo was dat de hel zijn deel werd. In de hel is ‘mikel’ – dat is het oude woord voor groot, machtig – uitschot.  Er zit veel uitschot in de hel. Wie daar zijn thuis heeft, wie daar thuis is, moet merken: daar schijnt de zon echt nooit, de maan helpt, verlicht niemand, ook niet de heldere sterren. Daar moet iedereen die iets ziet, zeggen hoe mooi het zou zijn als hij naar de hemel zou kunnen gaan. Hij zou graag in de hemel willen zijn. In het hemelrijk staat een huis. Er leidt een gouden weg heen. De zuilen zijn ‘Mermel’, (dus van marmer), gesierd met edelsteen. Maar daar komt niemand binnen, wanneer hij niet gereinigd is van de zonde. Wie naar de kerk gaat en daar zonder afgunst staat, die mag wel een hoger leven hebben, want altijd zal er iets zijn wat jong is, d.w.z. wanneer uiteindelijk zijn leven is geëindigd – weet u het nog, ik heb hier eens het woord ‘jüngern’ – jonger worden – van het etherlijf gebruikt; hier komt het zowaar in de volkstaal voor! dus wanneer hij ‘jong’ aan de gemeenschap van de engelen is overgegeven, gelukkig hij die daarop kan wachten, want in de hemel is het leven rein.
En nu zegt degene die dit lied bidt: ik heb als gevangene helaas een man gediend die in de hel rondwaart, die heeft mijn zonden groot gemaakt. Help mij, heilige Christus, dat ik verlost wordt uit zijn gevangenis (Gefangse), verlost wordt, dat betekent: vrij kom uit de gevangenis van het kwaad.

Also das ist in der Sprache des Volkes:

Dat klinkt dus in de taal van volk zo:

Er ist gewaltig und stark,
Der zur Winacht geboren ward.

[1] GA 274

Aan de voorstellingen in Dornach ging een voordracht in Berlijn vooraf op 19 december 1915 met de titel: ‘Der Weihnachtsgedanke und das Geheimnis des Ich. Der Baum des Kreuzes und die Goldene Legende. Entstehung der Krippen- und Hirtenspiele’. De voordracht werd gepubliceerd in GA 165 ‘Die geistige Vereinigung der Menschheit durch den Christus-Impuls’.
In dezelfde uitgave is  ook de hier bovenstaande inleiding opgenomen, waarbij nog 2 voordrachten aansluiten die op 27 en 28 december 1915 in Dornach werden gehouden. Op 28 december 1915 houdt Rudolf Steiner ook nog een toespraak in Basel en knoopt daarbij aan de drie voordrachten in Dornach aan. Ook deze zijn in de genoemde band opgenomen.

.

Rudolf Steinertoespraken bij de kerstspelen

Kerstspelen: alle artikelen

Kerstmisalle artikelen

.

1670

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

 

 

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner – toespraak bij de kerstspelen (2)

.

In de voordrachtenreeks zijn de toespraken die Steiner hield naar aanleiding van opvoeringen van de kerstspelen, gebundeld in nr. 274 [1]:

TOESPRAKEN BIJ DE OUDE VOLKSE KERSTSPELEN

 

ANSPRACHEN ZU DEN WEIHNACHTSPIELEN AUS ALTEM VOLKSTUM

blz. 24

Ansprachen zu den Weihnachtsspielen aus altem Volkstum Dornach, 3. Januar 1917 anläßlich einer Aufführung des Paradeis-Spiels und des Christ-Geburt-Spielsvor deutschen Internierten aus Basel und Bern

Gestatten Sie, daß ich Sie vor allen Dingen aufs herzlichste begrüße und unsere Befriedigung zum Ausdruck bringe, daß wir Sie heute in unserer Mitte sehen können! Ich bitte Sie, dasjenige, was wir Ihnen werden bieten können, als etwas recht Bescheidenes hinzunehmen. Es soll nicht eine Probe einer vorzüglichen Aufführung oder einer besonderen künstlerischen Leistung sein, sondern, ich möchte sagen, mehr eine historische Darstellung. Und damit die Erwartungen nicht zu hoch gespannt werden, möchte ich nur mit ein paar Worten andeuten, wie es dazu gekommen ist, daß wir gerade diese zwei und einige andere solche Weihnachtspiele, Paradeis-Spiele und dergleichen, in einer etwas indirekten Beziehung mit unserer Sache seit Jahren in einfacher, primitiver Weise zur Aufführung bringen.
Es handelt sich dabei nicht eigentlich um solche Weihnachtspiele und Neujahrspiele, wie man sie sonst auch sehen kann, obwohl selbstverständlich eine Ähnlichkeit vorhanden ist.

TOESPRAAK VAN RUDOLF STEINER N.A.V. EEN OPVOERING VAN HET PARADIJSSPEL EN HET GEBOORTESPEL VOOR DUITSE GEVANGENEN UIT BASEL EN BERN, 3 JANUARI 1917

Sta mij toe dat ik u in de allereerste plaats van harte welkom heet en tot uitdrukking breng hoe fijn we het vinden om u vandaag te midden van ons te kunnen ontmoeten!
Ik vraag u om wat u zullen kunnen aanbieden als iets heel bescheidens op te vatten. Het is geen proeve van een voortreffelijke uitvoering of een bijzonder kunstzinnige prestatie, maar, laat ik zeggen, meer een historische voorstelling. En om de verwachtingen niet al te hoog te spannen, zou ik graag met een paar woorden aangeven hoe het gekomen is dat we nu juist deze twee en een paar andere van deze kerstspelen, paradijsspelen en zo, die op een bepaalde indirecte manier met onze zaak samenhangen, sinds een paar jaar op een eenvoudige, primitieve manier opvoeren.
Het gaat hierbij eigenlijk niet om die kerst- en nieuwjaarsspelen zoals je die ook wel kan zien, hoewel er natuurlijk overeenkomsten zijn.

Ich selbst bin gerade auf diese Weihnachtspiele dadurch verfallen, daß, als ich im Jahre 1879 an die Wiener Technische Hochschule kam, ich dort einen Professor traf, der dann mir sehr intim befreundet wurde: Karl Julius Schröer. Karl Julius Schröer halte ich selbst – er ist längst tot – für einen der bedeutendsten germanistischen Forscher der neueren Zeit, obwohl er, wie es so manchen bedeutenden Menschen geht, gar wenig Anerkennung gefunden hat. Er war zuerst Professor an der Universität in Budapest, dann war er lange an dem deutschen Lyzeum in Preßburg, also einer Stadt auf dem Weg von Wien nach Budapest. Und nachdem zuerst der germanistische Forscher Weinhold begonnen hatte, die vorhandenen Reste alter Weihnacht- und Neujahrspiele aufzuzeichnen, wurde Karl Julius Schröer in den fünfziger Jahren des 19. Jahrhunderts von 

Ik zelf werd juist door deze kerstspelen geraakt, toen ik in 1879 op de Technische Hogeschool in Wenen kwam en daar een professor ontmoette met wie ik heel goed bevriend raakte: Karl Julius Schröer.*
Ik vind Karl Julius Schröer – hij is al lang dood – een van de belangrijkste onderzoekers van de Germaanse talen van de laatste tijd, hoewel hij, zoals het zo vaak met belangrijke personen gaat, weinig erkenning heeft gekregen. Hij was eerst professor aan de universiteit van Boedapest, daarna was hij lang verbonden aan het Duitse Lyceum in Pressburg, dus een stad aan de weg van Wenen naar Boedapest. En nadat eerst de Germaanste talenonderzoeker Weinhold** was begonnen om de nog overgebleven resten van de oude kerst- en nieuwjaarsspelen op te schrijven, ontdekte Karl Julius Schröer in de jaren vijftig van de 19e eeuw

*Karl Julius Schröer, 1825-1890, germanist. Professor aan de Technische Hogeschool in Wenen en uitgever van de ‘Chronik des Wiener Goethe-Vereins’. Van zijn werk over Goethe moet de uitgave van ‘Faust 1 en 2’ ijn Kürshners Deutscher National-Literatur met inleidingen en verklaringen worden genoemd.
**Karl Weinhold, 1823-1901, Germanist. ‘Kerstpelen en – liederen uit Zuid-Duitsland en Silezië’, met inleidngen en verklaringen. 

blz. 25

Preßburg aus aufmerksam auf besondere Darstellungen von Weihnacht- und Neujahrspielen, Paradeis-Spielen, welche in der Nähe von Preßburg unter den dortigen Bauern stattfanden.
Diese Weihnachtspiele hängen natürlich zusammen mit den sonst gesammelten Weihnachtspielen und Neujahrspielen in deutschen Gegenden. Sie sind aber, ich möchte sagen, um einen Grad echter, gerade die von Schröer gesammelten aus der Oberuferer Gegend – von Preßburg zu Fuß in einer halben Stunde zu erreichen, wo eine deutsche Enklave ist -, so daß man ein historisches Dokument an ihnen hat. Sie sind echter als diejenigen in den anderen Gegenden. Erhalten haben sie sich in der Weise, daß einfach die Bauern, die man für geeignet befunden hat, von einem ihrer Ältesten im Herbst, wenn nicht mehr Feldarbeiten zu verrichten waren, zusammenberufen wurden. Und nun wurden diese Weihnachtspiele, die traditionell aufbewahrt worden sind, einstudiert. Sie wurden, ich möchte sagen, in einer wirklich schönen, feierlichen Weise einstudiert, nicht so als irgend etwas bloß Künstlerisches, das man leisten wollte, sondern das hing zusammen mit der ganzen herzlichen Entfaltung der Leute. Man sieht dies schon daraus, daß diejenigen Bauern, die an dem Spiel teilnehmen durften, also die mitspielen sollten, in den Wochen, in denen die Proben statt- fanden und in denen sie auswendig lernen sollten, sich wirklich auch moralisch dazu vorbereiteten. Sie sollten moralisch würdig sein, aufzutreten in diesen Stücken.

vanuit Pressburg bijzondere opvoeringen van kerst- en nieuwjaarsspelen, paradijsspelen in de buurt van Pressburg bij de daar wonende boeren.
Deze kerstspelen hebben natuurlijk te maken met den al eerder verzamelde kerst- en nieuwjaarsspelen in de Duitse streken. Maar ze zijn, laat ik zeggen, net een graadje echter, met name die Schröer verzameld heeft uit de streek van Oberufer – vanuit Pressburg in een half uurtje lopen te bereiken, waar een Duitse enclave ligt – zodat je daarmee een historisch document hebt.
Ze zijn origineler dan die uit andere streken. Ze zijn bewaard gebleven alleen maar doordat boeren die daarvoor geschikt werden geacht, door een van de oudsten onder hen in de herfst, als er geen landwerk meer verricht hoefde te worden, bij elkaar werden geroepen. En dan werden deze kerstspelen, in hun traditionele vorm bewaard, ingestudeerd. Ze werden, zeg ik, op een echte zuivere, waardige manier ingestudeerd, niet dat men er een of ander kunstzinnig iets van wilde maken, maar dat hing samen met hun zo hartelijke gemoedsgesteldheid. Je ziet dat al aan die boeren die aan het spel mochten meedoen, dat ze in de weken waarin de repetities plaatsvonden en waarin ze uit het hoofd moesten leren, zich er ook moreel op voorbereidden. Ze moesten in moreel opzicht het ook waard zijn om in deze spelen op te treden.

Es sind vier Bedingungen gewesen, die der Älteste, welcher jene Manuskripte hatte, die von Generation zu Generation fortgepflanzt wurden, mitteilte. Diejenigen also, die diese Dinge lernen durften, mußten vier Bedingungen erfüllen. Die erste war: sie durften in der Zeit, in der sie lernen und sich auf die Aufführungen vorbereiten sollten, nicht zu einem Dirndl gehen; zweitens durften sie keine Schelmenlieder singen, das ist ausdrücklich als eine Art Katechismus ihnen dargelegt worden; drittens durften sie sich nicht berauschen, überhaupt keine Ausgelassenheiten begehen, wie sie selbstverständlich sonst in diesen Gegenden gang und gäbe waren an den Sonntagen; und viertens mußten sie brav gehorchen dem, der der Älteste war und der sie diese Sachen lehrte, der sie mit ihnen einstudierte und so weiter. Wenn sie 

Er waren vier voorwaarden die de oudste, die de rollen had, die van generatie op generatie doorgegeven werden, afkondigde. Degenen dus die deze dingen mochten leren, moesten aan vier voorwaarden voldoen.
De eerste was: ze mochten in de tijd waarin ze aan het leren waren en zich voorbereidden op de opvoeringen niet naar de meisjes gaan;
ten tweede: ze mochten geen ondeugende liedjes zingen, dat werd hun als een soort catechismus opgelegd;
ten derde: ze mochten zich niet bedrinken, en zeker geen dwaze dingen doen zoals vanzelfsprekend anders in deze streken op zondagen wel schering en inslag was  en
ten vierde: ze moesten echt luisteren naar de oudste die hun deze dingen leerde, enz.
Als ze dan

blz. 26

nun als würdig befunden waren, wurde ihnen eine Abschrift gereicht, und diese durften sie dann behalten. Im nächsten Jahre mußten diejenigen, welche weiter dazu bestimmt waren, diese Sachen abschreiben lassen. So ist es gar nicht so leicht für Schröer gewesen, als er erfahren hatte, daß da draußen auf dem Lande solche Sachen aufgeführt werden, sie richtig zu erhalten. Denn die Dinge waren von Jahr zu Jahr abgeschrieben worden. Ein Weihnachtspiel war im Jahre 1809 bei einer Überschwemmung sogar sehr korrumpiert worden; und es war außerdem sehr schwer, sie zu lesen, es fehlten in verschiedenen Manuskripten verschiedene Stelle. Aber sie lebten so in diesem Volke darinnen, daß zum Beispiel Schröer, als er diese Aufstellungen machte, aus gewissen Zusammenhängen merkte: Da muß etwas fehlen. – Da ließ er solch einen Mann kommen, der den Unterricht gegeben hatte und sagte: Denken Sie einmal nach, ob da etwas fehlt. – Ja, ja, sagte der, und konnte dann manchmal seitenlang ganze Strophen wiederum rezitieren, die ausgefallen waren, seit Jahren vergessen worden waren.

waardig genoeg bevonden werden, kregen ze een geschreven kopie van het spel en die mochten ze dan houden. Het volgende jaar moesten degenen die dan weer mochten meedoen, deze rollen laten overschrijven.
En voor Schröer is het lang niet zo makkelijk geweest, toen hij vernomen had dat daar op het platteland dergelijke opvoeringen waren, ze ook echt in handen te krijgen. Want er werd ieder jaar overgeschreven. Een kerstspel raakte in 1809 bij een overstroming zelfs erg beschadigd; en het was bovendien erg moeilijk om ze te lezen, want in verschillende manuscripten ontbraken verschillende stukken.
Maar onder de bevolking leefde het zo, dat bijv. Schröer, toen hij deze dingen opschreef, vanuit de samenhang merkte: hier ontbreekt iets. Dan vroeg hij een man te laten komen die de regie had gehad en zei: ‘Denk u er eens over na of er nog iets aan ontbreekt.’ ‘Ja, ja,’ zei die dan en kon dan vaak bladzij voor bladzij weer lange stukken  opzeggen die weggevallen waren, ook sinds jaar en dag waren vergeten.

So, nicht wahr, wurden diese Dinge einstudiert. Und wie gesagt, in den vier Wochen vor Weihnachten bis zum Dreikönigstag wurden sie unter den Bauern aufgeführt. Und wir möchten Ihnen eine Art historische Erinnerung`damit geben. Während die Weihnachtspiel-Aufführungen etwa bis ins 11. Jahrhundert zurück nachweisbar sind, sind sie doch eben in der Gestalt vorhanden geblieben, in der sie gelebt hatten im 16., 17. Jahrhundert. Und konservativ ist man geblieben. Von Jahr zu Jahr wurde in der selben Gestalt aufgeführt. Es wurde dann so aufgeführt, daß die Bauern in den verschiedenen Ortschaften herumgingen; keine andere Musik durfte gehört werden. Einmal hat es Schröer selber gesehen, daß die Bauern in einem Dorfe, wo sie hingingen und die Spiele vorführen wollten, mit Musik empfangen wurden. Da waren sie sehr beleidigt, denn sie sagten, sie seien doch keine Komödianten. Sie führten das wirklich auf, ich möchte sagen, wie eine Art Gottesdienst.
In dieser einfachen, primitiven Weise, wie es bei den Bauern gemacht wurde, wollten wir es eigentlich aufführen. Aber Verschiedenes können wir nicht machen. Die Bauern gingen im Dorfe herum; es wurden die Sachen einfach in einem gewöhnlichen Wirtshaus aufgeführt.

Zo werd dat dus ingestudeerd.
En zoals gezegd, in de vier weken voor Kerstmis tot op driekoningendag werden ze onder de boerenbevolking opgevoerd.
En wij zouden u hiermee graag een soort historische herinnering meegeven.
Terwijl je voor de kerstspelopvoeringen al tot in de 11e eeuw terug kan gaan, zijn ze toch in de vorm bewaard gebleven waarin ze in de 16e, 17e eeuw voor handen waren. En men is behoudend gebleven. Ze werden ieder jaar precies zo opgevoerd. De boeren gingen ze in verschillende plaatsen in de buurt opvoeren; er mocht geen andere muziek klinken. Op een keer heeft Schröer zelf gezien dat de boeren in een dorp waar ze naartoe gingen en de spelen wilden opvoeren, met muziek werden ontvangen. Toen waren ze diep beledigd en zeiden dat ze toch zeker geen komedianten waren. Hun opvoeringen waren echt, laat ik zeggen, een soort godsdienstbijeenkomst.
Op deze eenvoudige, primitieve manier zoals dat bij de boeren ging, zo zouden we ze eigenlijk ook willen opvoeren. Maar verschillende dingen kunnen we niet. De boeren liepen door het dorp; de opvoeringen vonden plaats in een gewone kroeg.

blz. 27

Und noch manches was so drum und dran hängt, können wir nicht in der gleichen Weise tun. Der Teufel zum Beispiel zog sich immer viel früher an, zog mit einem Kuhhorn durchs Dorf, pustete in die Fenster hinein und erklärte den Leuten, sie müßten nun kommen. Wenn er irgendeinen Wagen fand, sprang er hinauf, zog die Leute herunter und nahm sie mit zur Aufführung. Und so zogen die Leute von Dorf zu Dorf und führten im Dialekte diese Dinge auf, in einem österreichischen Dialekt, ziemlich ähnlich dem bayrischen, also einem süddeutschen Dialekt, der in jenen Gegenden bei Preßburg heimisch ist.
Von diesem Gesichtspunkte aus bitte ich Sie, diese aus früheren Jahrhunderten bewahrten Dinge aufzunehmen, so anspruchslos, wie sie eben gemeint sind.

En nog veel meer wat er zo omheen speelt, kunnen we niet op dezelfde manier doen. De duivel bijv., kleedde zich altijd veel eerder aan, trok met een koeienhoorn door het dorp, blies door de ramen naar binnen en gag de mensen te kennen dat ze nu moesten komen.
Wanneer hij ergens een kar zag rijden, sprong hij erbovenop, trol de mensen eraf en nam ze mee naar de opvoering.
En op deze manier trokken de mensen van dorp naar dorp en voerden deze dingen in hun dialect op, dat nogal wat op het Beiers lijkt, dus een Zuidduits dialect dat in die streken bij Pressburg gesproken wordt>
Vanuit deze gezichtspunten zou ik u willen vragen naar deze dingen die uit vroegere eeuwen bewaard gebleven zijn, te kijken, net zo in alle eenvoud als ze bedoeld zijn.

.

Rudolf Steiner: toespraken bij de kerstspelen

Kerstspelen: alle artikelen

Kerstmisalle artikelen

.

1656

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

.

 

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner – toespraak bij de kerstspelen

.

In de voordrachtenreeks zijn de toespraken die Steiner hield naar aanleiding van opvoeringen van de kerstspelen, gebundeld in nr. 274 [1]:

TOESPRAKEN BIJ DE OUDE VOLKSE KERSTSPELEN

 

VON DEN VOLKSTÜMLICHEN WEIHNACHTSPIELEN
EINE CHRISTFEST-ERINNERUNG

 

blz. 9

Vor fast vierzig Jahren*, etwa zwei oder drei Tage vor Weihnachten, erzählte mir mein lieber Lehrer und väterlicher Freund Karl Julius Schröer in seinem kleinen Bibliothekszimmer in der Wiener Salesianergasse von den Weihnachtspielen, deren Aufführung in Oberufer in Westungarn er in den fünfziger Jahren des 19. Jahrhunderts beige- wohnt und die er 1862 in Wien herausgegeben hatte.
Die deutschen Kolonisten dieser Gegend haben diese Spiele aus mehr westlich gelegenen Gegenden mitgebracht und ganz ‘in alter Weise jedes Jahr um die Weihnachtszeit weitergespielt. Es sind in ihnen wahre Perlen des deutschen Volkschauspieles aus einer Zeit erhalten, die der allerersten Entstehung der modernen Bühne vorangegangen ist.
In Schröers Erzählung war etwas, das eine unmittelbare Empfindung davon erregte, wie vor seiner Seele im Anblick der Spiele ein Stück ‘Volkstum aus dem 16. Jahrhundert stand. Und er schilderte ja aus dem vollen heraus. 

over de volkse kerstspelen
een herinnering aan een christusfeest

Ongeveer veertig jaar geleden, zo’n twee of drie dagen voor Kerstmis, vertelde mijn goede leraar en vaderlijke vriend Karl Julius Schröer me in zijn kleine bibliotheekkamer in de Weense Salesianersteeg over de kerstspelen waarvan hij in Oberufer in West-Hongarije in de jaren vijftig van de 19e eeuw een opvoering had bijgewoond en die hij in 1862 in Wenen had uitgegeven.
De Duitse kolonisten van deze streek hebben deze spelen uit meer naar het westen gelegen streken meegebracht en elk jaar tegen Kerst in die heel oude stijl weer opgevoerd. Er zitten nog echte pareltjes van Duits volkstoneel in uit een tijd die voorafging aan het allereerste ontstaan van het moderne toneel.
In wat Schröer vertelde zat iets wat onmiddellijk een gevoel opriep van wat hij beleefde als een stukje echt volksleven bij het zien van die spelen uit de 16e eeuw. Hij schetste het met verve.

Ihm war das deutsche Volkstum in den verschiedenen österreichisch-ungarischen Gegenden ans Herz gewachsen. Zwei Gebiete waren der Gegenstand seines besonderen Studiums. Dieses Volkstum und Goethe. Und wenn er über irgend etwas aus diesen beiden Gebieten sprach, dann teilte sich nicht ein Gelehrter mit, sondern ein ganzer Mensch, der sich der Gelehrsamkeit nur bediente, um auszusprechen, was ihn mit ganzem Herzen und intensivem Lebensinhalt persönlich damit verband.
Und so sprach er damals über die bäuerlichen Weihnachtspiele. Lebendig wurden aus seinen Worten die armen Leute von Oberufer, die jedes Jahr um die Weihnachtszeit für ihre Mitbewohner zu Schauspielern sich ausbildeten. Schröer kannte dieser Leute Art. Er hat ja auch alles getan, um sie kennenzulernen. Er bereiste das ungarische Bergland, um die Sprache der Deutschen in dieser Gegend Nordungarns zu studieren. Von ihm gibt es ein «Wörterbuch der deutschen Mundarten des ungarischen Berglandes» (1858); eine «Darstellung der deutschen Mundarten des ungarischen Berglandes» (1864). Man 

Hem lag die Duitse volksgemeenschap in de verschillende Oostenrijks-Hongaarse streken na aan het hart. Wat zijn bijzondere studies betrreft, waren er twee onderwerpen. Deze volksgemeenschap en Goethe. En wanneer hij over iets van deze beide sprak, was er geen geleerde aan het woord, maar helemaal een mens die zijn geleerdheid alleen maar gebruikte om uit te spreken wat hem van ganser harte en met een intense volheid des levens daarmee verbond.
En zo sprak hij toen over die kerstspelen van de boeren. Door zijn woorden kwamen de arme mensen uit Oberufer die ieder jaar tegen Kerst voor hun dorpsgenoten toneelspelers werden, tot leven. Schroër kende de aard van deze mensen. Hij had er alles aan gedaan om ze te leren kennen. Hij reisde door het Hongaarse bergland om de taal van de Duitsers in deze streek van Noord-Hongarije te bestuderen. Er bestaat een woordenboek van hem: ‘Woordenboek van Duitse dialecten in het Hongaarse bergland’ (1858); een ‘Proeve van de Duitse dialecten van het Hongaarse bergland’ (1864). Je

blz. 10

braucht nicht gerade eine Vorliebe für die Lektüre von Wörterbüchern zu haben, um von diesen Büchern gefesselt zu werden. Das äußere Gewand der Darstellung hat zunächst allerdings ‘nichts Anziehendes. Denn Schröer sucht der wissenschaftlichen Art der Germanistik seiner Zeit gerecht zu werden. Und diese Art erscheint zunächst auch bei ihm recht trocken. Überwindet man aber diese Trockenheit und geht man auf den Geist ein, der da waltet, wenn Schröer Worte, Redensarten, Wortspiele und so weiter aus den Volksdialekten mitteilt: dann vernimmt man in wahrhaft anmutigen Miniaturbildchen Offenbarungen reinster Menschlichkeit. Aber man ist nicht einmal darauf angewiesen. Denn Schröer schickt seinen Wörterbüchern und grammatikalischen Aufzählungen Vorreden voraus, die weiteste kulturgeschichtliche Ausblicke geben. In Volkstümliches, das eingestreut in anderes Volkstum und innerhalb desselben im Untergange begriffen ist, verliebt sich eine selten sinnige Persönlichkeit und schildert es, wie man eine Abenddämmerung schildert.

hoeft niet meteen een voorliefde voor woordenboeken te hebben om door die boeken geboeid te raken. De uiterlijke kant van zijn betoog heeft echt niets aantrekkelijks. Want Schröer probeert recht te doen aan de wetenschappelijke manier van Germanistiek bedrijven. En dat is ook bij hem aanvankelijk nogal droog. Overwin je echter dit droge en pak je de geest die eruit spreekt, wanneer
Schröer woorden, manieren van zeggen, het spelen met woorden enz. uit het volksdialect meedeelt: dan merk je in werkelijk prachtige miniatuurbeeldjes uitingen van een pure menselijkheid. Maar daarop ben je niet eens aangewezen. Want Schröer schrijft in zijn woordenboeken en grammaticale opsommingen een voorwoord dat een wijde blik op een verreikende cultuurgeschiedenis werpt. Aan wat het eigene van een volk is, verstrooid tussen andere volksgroepen en gedoemd om ten onder te gaan, verliest een zeldzaam gevoelige persoonlijkheid zijn hart en toont het ons, zoals een avondschemering.

Und aus dieser Liebe heraus hat Schröer auch ein Wörterbuch der Heanzen-Mundart des westlichen Ungarns geschrieben [1859] und eines der ganz kleinen deutschen Sprachinsel Gottschee in Krain [1870].
.Es war immer etwas von einem tragischen Grundton da, wenn Schröer aussprach, was er empfand, wenn er hinblickte auf dieses untergehende Volksleben, das er in Form der Wissenschaft bewahren wollte.
Zur innigen Wärme steigerte sich aber diese Empfindung, als er von den Oberuferer Weihnachtspielen sprach. Eine angesehene Familie bewahrte sie und ließ sie als heiliges Gut von Generation auf Generation übergehen. Das älteste Mitglied der Familie war der Lehrmeister, der die Spielart von seinen Vorfahren vererbt erhielt. Der suchte sich aus den Burschen des Ortes jedes Jahr, wenn die Weinlese vorüber war, diejenigen aus, die er als Spieler für geeignet hielt. Ihnen brachte er das Spiel bei. Sie mußten sich während der Lehrzeit eines Lebenswandels befleißigen, der dem Ernste der Sache angemessen war. Und sie mußten sich treulich allem fügen, was der Lehrmeister verordnete. Denn in diesem lebte eine altehrwürdige Tradition.
In einem Wirtshaus waren die Aufführungen, die Schröer gesehen

En vanuit deze betrokkenheid schreef Schröer ook een woordenboek van het Heanzendialect uit West-Hongarije (1859) en een van de heel kleine Duitse taalenclave Gottschee in Krain (1870).
Er was altijd iets van een tragische ondertoon wanneer Schröer uitsprak wat hij beleefde wanneer hij naar dit verdwijnende volksleven keek, wat hij in een wetenschappelijke vorm wilde vastleggen.
Maar dit gevoel groeide aan tot een innerlijke warmte als hij over de kerstspelen uit Oberufer sprak. Een in aanzien staande familie bewaarde die en als iets heiligs ging het van generatie op generatie over. Het oudste familielid was de leermeester die de manier van spelen van zijn voorouders erfde. Hij zocht onder de jongens uit de streek, ieder jaar wanneer de wijnoogst voorbij was, enkele uit die hij geschikt achtte als speler. Aan hen leerde hij het spel. Ze moesten tijdens de instudeertijd hun best doen zo te leven dat het paste bij de ernst van de zaak. En ze moesten zich trouw schikken in wat de leermeester wilde. Want hij was de vertegenwoordiger van de oude, eerbiedwaardige traditie.
De opvoeringen die Schröer heeft gezien,

blz. 11

hat. Aber sowohl Spieler wie Zuschauer trugen in das Haus die herzlichste Weihnachtsstimmung hinein. – Und diese Stimmung wurzei,t in einer echt frommen Hingebung an die Weihnachtswahrheit. Szenen, die zur edelsten Erbauung hinreißen, wechseln mit derben, spaßhaften. Diese tun dem Ernst des Ganzen keinen Abbruch. Sie sind nur ein Beweis dafür, daß die Spiele aus derjenigen Zeit stammen, in welcher die Frömmigkeit des Volkes so festgewurzelt im Gemüte war, daß sie durchaus neben naiver volkstümlicher Heiterkeit einhergehen konnte. Es tat zum Beispiel der frommen Liebe, in der das Herz an das Jesuskind hingegeben war, keinen Eintrag, wenn neben der wunderbar zart gezeichneten Jungfrau ein etwas tölpischer Joseph hingestellt wurde oder wenn der innig charakterisierten Opferung der Hirten eine derbe Unterhaltung derselben mit drolligen Späßen voranging. Diejenigen, von denen die Spiele herrührten, wußten, daß der Kontrast mit der Derbheit die innige Erbauung bei dem Volke nicht herabstimmt, sondern erhöht. Man kann die Kunst bewundern, welche aus dem Lachen heraus die schönste Stimmung frömmster Rührung holt und gerade da- durch die unehrliche Sentimentalität fernhält.

vonden plaats in een herberg. De spelers, maar ook de toeschouwers brachten daar de warmste kerststemming mee naartoe. – En deze stemming is geworteld in een echt diepgelovige devotie voor de waarheid van Kerstmis. Scènes die het gemoed tot de puurste aandacht voeren, worden afgewisseld met wat minder fijngevoelige grappen. Die doen geen afbreuk aan de ernst van het geheel. Ze zijn er slechts een bewijs van dat de spelen uit een tijd stammen waarin de vroomheid van een volk zo vast in het gemoed wortelt dat die heel goed samen kon gaan met een naïve volkse vrolijkheid.
Het deed bijv. de gelovige liefde waarmee het hart toegewijd was aan het Jezuskind geen afbreuk, wanneer naast de wonderlijk teer aangeduide jonkvrouw, een wat sukkelige Jozef stond of wanneer aan de innige opvoering van de gaven aan het kind door de herders, hun wat lompere conversatie met potsierlijke grappen voorafging. Degenen van wie de spelen kwamen, wisten dat de tegenstelling van wat minder fijngevoelig is, de puurste aandacht niet in der eg staat, maar intenser maakt. Je kan de kunst bewonderen die vanuit de lach de stemming van het puurste aangedaan zijn laat ontstaan en juist daardoor blijft vals sentiment achterwege.

Ich schildere, indem ich dies schreibe, den Eindruck, den ich empfing, nachdem Schröer, um seine Erzählung zu illustrieren, das Büchelchen aus seiner Bibliothek hervorgeholt, in dem er die Weihnachtspiele mitgeteilt hatte und aus denen er mir nun Proben vorlas. Er konnte darauf hinweisen, wie der eine oder der andere Spieler in Gesichtsausdruck und Gebärde sich verhielt, wenn er dieses oder jenes sprach. Schröer gab mir nun das Büchelchen mit (Deutsche Weihnachtspiele aus Ungarn, geschildert und mitgeteilt von Karl Julius Schröer Wien 1 858I62); und ich durfte, nachdem ich es durchgelesen hatte, ihn noch oft über vieles fragen, was mit der Spielart des Volkes und dessen ganzer Auffassung von dieser besonderen Weise, Weihnachten und das Dreikönigsfest zu feiern, zusammenhing.
Schröer erzählt in seiner Einleitung zu den Spielen: «In der Nähe von Preßburg, eine halbe Stunde Weg zu fahren, liegt auf einer VorInsel zur Insel Schütt das Dörfchen Oberufer, dessen Grundherrschaft die Familie Palfy ist. Die katholische sowohl wie die protestantische Gemeinde daselbst gehören als Filialen zu Preßburg und haben ihren 

Ik schets, wanneer ik dit zo beschrijf, de indruk die het op mij maakte, nadat Schröer, om zijn verhaal te illustreren, het boekje uit zijn bibliotheek tevoorschijn haalde, waarin hij de kerstspelen opgeschreven had en waaruit hij mij nu stukjes voorlas. Hij kon aangeven hoe de ene of de andere speler met een gezichtsuitdrukking of een gebaar acteerde wanneer hij dit of dat sprak. Schröer gaf mij dat boekje toen mee (Duitse kerstspelen uit Hongarije, gekarakteriseerd en meegedeeld door Karl Julius Schröer Wenen 1858/62) en ik mocht, nadat ik het gelezen had hem over veel nog vragen stellen m.b.t. de manier van dit volkse spelen en de hele opvatting van deze bijzondere manier om zo Kerstmis en Driekoningen te vieren.
Schröer vertelt in zijn inleiding tot de spelen: ‘In de buurt van Pressburg, een half uurtje rijden, ligt op een vooreilandje bij het eiland Schütt het dorpje Oberufer, waarvan de familie Palfry eigenaar is. De katholieke als ook de protestantse gemeente horen als afdelingen bij Pressburg en houden hun

blz. 12

Gottesdienst in der Stadt. Ein Dorfschulmeister für beide Gemeinden ist zugleich Notär, und so sind denn in einer Person alle Honoratioren des Ortes vereinigt. Er ist den Spielen feind und verachtet sie, so daß dieselben bis auf unsere Tage unbeachtet und völlig isoliert von aller von Bauern ausgingen und für Bauern aufgeführt wurden. Die Religion macht dabei keinen Unterschied, Katholiken und Protestanten nehmen gleichen Anteil bei der Darstellung sowohl als auch auf den Zuschauerplätzen. Es gehören die Spieler jedoch demselben Stamme an, der unter dem Namen der Haidbauern bekannt ist, im 16. oder zu Anfang des 17. Jahrhunderts aus der Gegend am Bodensee (Schröer stellt in einer Anmerkung das nicht als ganz gewiß hin) eingewandert und noch 1659 ganz protestantisch gewesen sein soll … In Oberufer ist nun der Besitzer der Spiele seit 1827 ein Bauer; er hatte schon als Knabe den Engel Gabriel gespielt, dann von seinem Vater, der damals der Spiele war, die Kunst geerbt. Von ihm hatte er die Schriften, die auf Kosten der Spieler angeschafften und instand gehaltenen Kleidungen und anderen Apparat geerbt, und so ging denn auch auf ihn die Lehrmeisterwürde über.»

diensten in de stad. Een dorpsschoolmeester voor de beide gemeenten is tegelijkertijd notaris en op deze manier zijn alle notabelen van de plaats in één persoon verenigd. Hij moet die spelen niet en verafschuwt ze, zodat ze tot nu toe door de gehele ‘intelligentsia’ niet worden opgemerkt en volledig los daarvan, van boeren uitgaan en voor boeren worden opgevoerd. De godsdienst doet er niet toe, katholieken en protestanten hebben een gelijk aandeel bij de uitvoeringen en ook bij het aantal zitplaatsen. Immers, de spelers behoren tot dezelfde volksgroep die onder de naam Haidboeren bekend staat, in de 16e of in het begin van de 17e eeuw uit de omgeving van het Bodenmeer (Schröer zegt in een voetnoot dat dat niet helemaal zeker is) geïmmigreerd en die zou in 1629 nog protestants geweest zijn….In Oberufer is degene die nu sinds 1827 de spelen in zijn bezit heeft een boer; hij had als jongen al de engel Gabriël gespeeld, toen van zijn vader, die toen ‘leermeester’ van de spelen was, de kunst geërfd. Van hem had hij de rollen, op kosten van de spelers aangeschaft en de bewaarde kleding en andere voorwerpen geërfd en zo ging dan op hem de waardigheid van de leermeester over.’

Wenn die Zeit zum Einüben gekommen ist, «wird abgeschrieben, gelernt, gesungen, Tag und Nacht. In dem Dorfe wird keine Musik gelitten. Wenn die Spieler über Land gehen, um in einem benachbarten Ort zu spielen, und es ist Musik da, so ziehen sie weiter. Als man ihnen zu Ehren in einem Orte einmal die Dorfmusikanten aufspielen ließ, fragten sie entrüstet: ob man sie für Komödianten halte? … Die Spiele dauern vom ersten Advent bis heiligen Dreikönig. Alle Sonntag und Feiertag wird gespielt; jeden Mittwoch ist eine Aufführung zur Übung. An den übrigen Werktagen ziehen die Spieler über Land auf benachbarte Dörfer, wo gespielt wird… Ich halte die Erwähnung dieser Umstände deshalb für wichtig, weil aus ihnen ersichtlich wird, wie auch gegenwärtig noch eine gewisse Weihe mit der Sache verbunden ist.»
Und wenn Schröer über die Spiele sprach, so hatten seine Worte noch einen Nachklang von dieser Weihe.
Ich mußte, was ich damals durch Schröer aufnahm, im Herzen behalten. Und nun spielen Mitglieder der Anthroposophischen Gesellschaft seit einer Reihe von Jahren zur Weihnachtszeit diese Spiele. 

Wanneer de tijd van de repetities aanbrak, ‘wordt er overgeschreven, geleerd, gezongen, dag en nacht. In het dorp verdraagt men geen muziek. Wanneer de spelers door het land trekken om in een buurdorp te spelen en er wordt daar muziek gemaakt, trekken ze verder. Toen men te hunner ere eens in een dorp de dorpsmuzikanten liet spelen, vroegen ze gepikeerd: of ze misschien voor komedianten aangezien werden?….De spelen duren van de eerste advent tot aan Driekoningen. Elke zondag en feestdagen wordt er gespeeld; iedere woensdag is er een ‘try-out’. Op de andere werkdagen trekken de spelers door het land naar buurdorpen, waar wordt gespeeld…..Ik vind het noemen van deze feiten belangrijk, omdat daaruit blijkt hoe ook tegenwoordig nog een zekere gewijde ernst met de zaak is verbonden.”
En wanneer Schröer over de spelen sprak, klonk er in zijn woorden nog iets van deze wijding door.
Ik moest, wat ik toen van Schröer hoorde, in mijn hart bewaren. En nu spelen leden van de Antroposofische Vereniging al sinds jaren met de Kerst deze spelen.

blz. 13

Während der Kriegszeit durften sie sie auch den Kranken in den Lazaretten vorspielen. Wir spielen sie auch seit Jahren um jede Weihnachtszeit im Goetheanum in Dornach. Auch dieses Jahr wird es wieder so sein. Es wird, soweit das bei den veränderten Verhältnissen möglich ist, streng darauf gesehen, daß Spielart und Einrichtung dem Zuschauer ein Bild geben, wie es diejenigen vor sich hatten, die im Volksgemüt diese Spiele festgehalten und als eine würdige Art, Weihnachten zu feiern, angesehen haben.
Weihnachten 1922    Rudolf Steiner

Tijdens de oorlog mochten ze deze ook spelen voor de zieken in de veldhospitalen. We spelen ze sinds een paar jaar rond iedere Kerst ook in het Goetheanum in Dornach. Dat zal ook dit jaar weer zo zijn. Er zal, voor zover dat door de veranderde omstandigheden mogelijk is, streng op worden toegezien dat de manier van spelen en de enscenering de toeschouwer een beeld geven, zoals diegenen dat voor zich hadden, die in hun volkse ziel deze spelen hebben bewaard en als een waardige manier om Kerstmis te vieren, hebben opgevat.

Kerstmis 1992  Rudolf Steiner

.

Rudolf Steinertoespraken bij de kerstspelen

Kerstspelenalle artikelen

Kerstmisalle artikelen

.

1388

.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner – toespraak bij de kerstspelen (5)

.

In de voordrachtenreeks zijn de toespraken die Steiner hield naar aanleiding van opvoeringen van de kerstspelen, gebundeld in nr. 274 [1]:

TOESPRAKEN BIJ DE OUDE VOLKSE KERSTSPELEN

 

ANSPRACHEN ZU DEN WEIHNACHTSPIELEN AUS ALTEM VOLKSTUM

 

Toespraak 6 januari 1918 

blz. 43

Im Namen aller derjenigen, die an dem Bau beschäftigt sind und an den Arbeiten am Bau> und im Namen all derjenigen, die in unserer Anthroposophischen Gesellschaft mitarbeiten, habe ich Ihnen als unseren lieben Gästen herzlichen Willkommgruß zu sagen und Ihnen unsere große Freude darüber auszudrücken, daß Sie diese unsere anspruchslosen Spiele – Weihnachtspiele – einmal ansehen wollen. Ich werde mir nur erlauben, ein paar Worte über diese Spiele vorauszuschicken und darf dabei an die Art und Weise anknüpfen, wie wir eigentlich zu diesen Spielen gekommen sind, deren Aufführung in einem gewissen loseren Zusammenhang steht mit unseren Bestrebungen, die aber, wie Sie dann bemerken werden, doch wiederum sich in richtiger Weise in unsere Bestrebungen eingliedern.
Diese Spiele, die wir Ihnen vorführen werden, stammen aus der ehemaligen deutschen Gegend Oberungarns, des westlichen Oberungarns, von Oberufer. 

Namens allen die bij de bouw van het Goetheanum zijn betrokken en namens allen die meewerken in onze Anthroposofische Vereniging heet ik u als onze beste gasten van vanavond hartelijk welkom en spreek ik onze grote vreugde uit dat u naar onze pretentieloze spelen, de Kerstspelen, wil komen kijken.

Ik ben zo vrij om van tevoren een paar woorden over deze spelen te zeggen en zou wel willen aanknopen bij de manier, waarop wij eigenlijk tot het opvoeren van deze spelen zijn gekomen. Een opvoering, die min of meer los staat van onze doelstellingen, maar die toch, zoals u wel zal merken, weer op de juiste manier daarin past.

De spelen die wij voor u gaan opvoeren, zijn afkomstig uit Boven-Hongarije, uit het westelijk gelegen dorpje Oberufer dat vroeger door Duitsers werd bewoond.

Sie sind durch Einwanderer nach Oberufer gekommen, die von mehr westlichen Gegenden nach diesem östlichen Teil von Mitteleuropa, wahrscheinlich schon im 16. Jahrhund,ert, mindestens im Beginne des 17. Jahrhunderts hingewandert sind. Gerade durch diesen Umstand, daß sie in dieser deutschen Kolonie gefunden worden sind, sind sie ganz besonders interessant; interessanter als ähnliche andere Weihnacht- und Osterspiele, die man ja zahlreich, besonders jetzt, da und dort aufgeführt kennenlernen kann. Dasjenige, was wir Ihnen vorführen, hat mein verehrter alter Freund, der jetzt schon längst verstorbene Karl Julius Schröer in den fünfziger und sechziger Jahren des 19. Jahrhunderts in Oberufer in der Nähe von Preßburg unter den Bauern dort gesammelt. Das heißt, er hat von seinem Wohnsitz, von Preßburg aus erfahren, daß die vor Jahrhunderten eingewanderten sogenannten deutschen Haidbauern, wenn die Weihnachtszeit herannahte, gewisse Spiele auf die Art aufführen, wie ich es dann sogleich schildern werde. Er hat dann öfter teilgenommen an solchen Spielen. Sie haben ihm sehr gefallen, und er hat dann das aufschreiben

Deze immigranten hebben ze meegebracht toen zij, waarschijnlijk in de 16e eeuw al, maar zeker wel in het begin van de 17e uit westelijke streken naar dit oostelijke deel van Midden-Europa trokken.
Juist het feit dat ze in deze Duitse kolonie bewaard gebleven zijn, maakt ze bijzonder interessant. Interessanter dan de vele andere oude kerst- en paasspelen waarmee we kennis kunnen maken omdat ze in deze tijd her en der worden opgevoerd. Wat wij hier voor u ten tonele brengen, heeft mijn vereerde oude vriend, Karl Julius Schröer, die al lang geleden gestorven is, in de vijftiger en zestiger jaren van de 19e eeuw verzameld onder de boerenbevolking in de buurt van Presburg. Hij woonde namelijk in Presburg en ontdekte dat de zogenaamde Duitse ‘Haidboeren’, die eeuwen geleden naar deze streek waren getrokken en zich daar hadden gevestigd, in de kersttijd bepaalde oude spelen opvoerden, en wel op een manier, die ik u hierna zal beschrijven. Hij was vaak bij die opvoeringen. Hij was enthousiast en heeft toen de rollen overgeschreven

blz. 44

können, was die einzelnen Bauern, die Mitspieler waren, als Rollen solcher Spiele sich abgeschrieben haben. Und dann hat er die Stücke zusammenstellen können.
Die Absicht war bei Karl Julius Schröer, das, was als Geistesgut in solchen Gegenden aus uralten Zeiten – denn es sind ja für solche Dinge uralte Zeiten – sich erhalten hat, zu bewahren. Denn die Zeiten, in denen Karl Julius Schröer diese Spiele dort gefunden hat, waren auch diejenigen, in denen schon diese alte Kultur am Zugrundegehen war, durch die neuere Form ersetzt worden ist. Und alle diejenigen ähnlichen Spiele, die mehr im Westen von Europa aufgeführt werden und die einen, wenn man nur ein gröberes Nachempfinden hat, ja erinnern können an die älteren Weihnachtspiele, wie wir sie heute hören und sehen werden, sind deshalb weniger interessant, weil sie in den Gegenden, in denen sie aufgeführt worden sind, später von Jahrzehnt zu Jahrzehnt immer mehr verändert, man möchte sagen, immer mehr modernisiert worden sind, so daß man in ihnen nicht mehr die echte, vorbildliche Gestalt hat.

van de boeren die meespeelden. Zo heeft hij de verschillende delen kunnen samenvoegen tot één geheel. Het was Schröers bedoeling dit geestesgoed uit oeroude tijden – want voor dit soort spelen kunnen we inderdaad wel spreken van oeroude tijden – te behoeden. Immers, in die tijd dat Karl Julius Schröer deze spelen ontdekte, was deze oude cultuur al bezig te verdwijnen en kwamen er nieuwe vormen voor in de plaats.

Alle soortgelijke spelen, die nog meer in het westen van Europa worden opgevoerd en die ons, oppervlakkig beschouwd, doen denken aan de oude Kerstspelen die wij vandaag zullen horen en zien, zijn daarom minder interessant, omdat ze ieder jaar ’n klein beetje werden veranderd, ik zou zelfs willen zeggen: gemoderniseerd. Ze zijn niet meer authentiek.

Dagegen haben wir die echte Gestalt, die diese Spiele noch im 16. Jahrhundert hatten, in den Spielen der Bauern in den Zipser und in den sonstigen Gegenden Ungarns erhalten, wo sich deutsche Bauern angesiedelt haben und deutsche Kultur wie eine Art Kulturferment erhalten hat. Es war so, daß diese Menschen von Jahrzehnt zu Jahrzehnt diese Spiele in der wörtlich gleichen Weise fortgespielt haben und daß man sie daher im 19. Jahrhundert noch so finden konnte, wie sie im 16. Jahrhundert dort eingeführt worden sind. Deshalb sind gerade diese Spiele, die wir hier in diesem schwachen Versuch Ihnen vorzuführen trachten, besonders interessant.
Die Einrichtungen, die Karl Julius Schröer dazumal vorgefunden hat, waren diese, daß irgendeine Familie im Dorfe Oberufer – Oberufer ist auf einer Vorinsel der Insel Schütt, die gebildet wird von der Donau gleich unterhalb Preßburgs und ist von Preßburg soweit entfernt, daß man es mit einer Droschke bereits in einer halben Stunde erreichen kann -, in diesem Orte Oberufer, der dazumal ein reiches Bauerndorf war, da hatte in der Regel eine angesehene Bauernfamilie diese Spiele im Besitz. Und wenn die Erntearbeiten im Herbste vorüber waren, da versammelte der Bauer diejenigen Menschen, ältere und jüngere 

Daarentegen is de oorspronkelijke vorm die deze spelen in de 16e eeuw nog hadden, bewaard gebleven bij de Duitse boeren die zich in Hongarije hadden gevestigd en die daar een stukje Duitse cultuur vertegenwoordigden. Deze mensen hebben namelijk gedurende tientallen jaren deze spelen woordelijk op dezelfde manier gespeeld. Daarom trof men ze in de 19e eeuw nog precies zo aan als ze in de 16e eeuw waren geïntroduceerd. En daarom ook zijn deze spelen, die wij nu als een bescheiden poging van ons kunnen, voor u ten tonele zullen brengen, bijzonder interessant.

Het dorpje Oberufer is gelegen op een eilandje vóór het eiland Schütt, dat gevormd wordt door de Donau, direct onder Presburg. Het is niet zo ver van Presburg, met een rijtuig kan je het in een half uur bereiken.

Karl Julius Schröer trof in Oberufer, dat toentertijd een rijk boerendorp was, een van de voorname boerenfamilies aan, die van oudsher in het bezit waren van de spelen. Wanneer in de herfst de oogst binnen was, verzamelde de boer de mensen, jongens en

blz. 45

Burschen des Ortes, die mitspielen sollten. Frauen durften nicht mitspielen, das muß ich ausdrücklich bemerken, was hier natürlich aus leicht begreiflichen Gründen in unserer heutigen Aufführung anders sein muß. Die älteren und jüngeren Burschen, die mitspielen sollten, mußten im Oktober, November bis Advent hin ihre Rollen lernen. Daß diese Spiele mit einem großen Ernste, aber ohne jede Sentimentalität aufgeführt wurden, sieht man insbesondere aus folgendem. Es handelte sich keineswegs darum, eine bloße Komödie zu spielen, sondern diejenigen Burschen, die mitspielen sollten, mußten Bedingungen erfüllen, die vielleicht für manche Burschen gar nicht so leicht waren. Sie mußten sich verpflichten, ein ganz ehrsames Leben zu führen durch all die Wochen hindurch, in denen sie sich auf die Spiele vorzubereiten hatten; in der ganzen Zeit, wie man sagte, keine Schelmenlieder zu singen und so weiter. Außerdem während all dieser Zeit aufs Wort streng den Anordnungen zu folgen, die ihnen der Meister des Spieles gab. Unter diesen Bedingungen wurden dann die Rollen ausgeteilt und eingelernt. Auch die Rollen der Maria und der Eva hatte immer ein jüngerer Bursche.

mannen uit het dorp, die moesten meespelen. De vrouwen mochten niet meedoen, dat moet ik uitdrukkelijk vermelden, maar hier bij onze opvoering ligt dat natuurlijk om begrijpelijke redenen anders.

De jongelui die meespeelden, moesten in oktober, november, tot aan de adventstijd hun rollen leren. Dat deze spelen met grote ernst en waardigheid, maar zonder enige sentimentaliteit werden opgevoerd, blijkt wel heel duidelijk uit het volgende.

Het ging er helemaal niet om ‘zomaar een toneelstuk’ op te voeren. De spelers moesten aan bepaalde voorwaarden voldoen, die wellicht voor veel jongens helemaal niet zo gemakkelijk waren. Zij waren verplicht ‘een eerzaam leven te leiden’ gedurende alle weken, waarin ze zich voorbereidden op de spelen. In die tijd mochten ze geen schelmenliederen zingen, enzovoorts. Bovendien moesten ze woordelijk de voorschriften van de meester opvolgen. Onder deze voorwaarden werden dan de rollen verdeeld en ingestudeerd. Ook de rollen van Maria en Eva, die altijd door jongere knapen werden gespeeld.

Wenn dann die Weihnachtszeit herankam, wenn alle alles gelernt hatten, dann ist das so eingeleitet gewesen, daß sich der Engel, den Sie hier auch sehen werden, welcher die ganze Kumpanei mit einem Stern anführte, ankleidete, daß von dem Lehrmeisterhaus aus sich der Zug der Mitspielenden in Bewegung setzte. Der Engel war schon angezogen, die anderen Mitspielenden waren vom Lehrmeisterhaus aus noch nicht angezogen; die Mitspielenden trugen dann voran einen großen, wie man sagte, Kranawittbaum, das ist ein Wacholderbaum, der als Weihnachtsbaum diente. So zogen sie, allerlei Weihnachtslieder absingend, vom Meisterhaus nach dem Wirtshaus, wo die Sachen gespielt werden sollten.
Während sie mit ihrem großen Baum dahinzogen, war mittlerweile der Teufel, der auch schon angezogen war und den Sie auch in den Spielen kennenlernen werden, damit beschäftigt, allerlei dummes Zeug zu treiben. Er lief durch das ganze Dorf mit einem Kuhhorn, durch das er fürchterlich tutete, und schrie zu allen Fenstern hinein, die Leute müßten zum Spiele kommen. Wenn ein Wagen vorbeikam, sprang der 

Als dan de kersttijd naderde en alles was ingestudeerd, konden de opvoeringen beginnen. Eerst ging de engel — die u hier ook zal zien —, die met de ster de hele ‘kompany’ leidde, zich verkleden en vanaf het huis van de meester zette de stoet van spelers zich in beweging. De engel was dus al verkleed, de andere spelers nog niet. Voorop droeg men een grote zogenaamde ‘Kranawitt-boom’, dat is een jeneverbes, die als kerstboom fungeerde. Zo trokken ze onder ’t zingen van allerlei kerstliederen, van het huis van de meester naar de herberg, waar de spelen zouden worden opgevoerd. Terwijl ze met hun grote boom voorop onderweg waren, was de duivel, die u ook in de spelen zal leren kennen, inmiddels ook al verkleed en druk bezig allerlei geintjes uit te halen. Met een koehoorn, waar hij verschrikkelijk hard op blies, liep hij door het dorp en schreeuwde door alle ramen, dat de mensen naar de
spelen moesten komen kijken. Als er een wagen voorbijkwam, sprong

blz. 46

Teufel auf den Wagen hinauf und rief und tutete von oben herunter und dergleichen mehr. Dann bewegte sich dieser ,Zug nach und nach zum Gasthause hin. Da war es so angeordnet, daß auf einer Anzahl in Hufeisenreihen aufgestellten Stühlen die Gäste untergebracht wurden. In der Mitte war der Spielplatz, die Bühne. Und dann wurden diese Spiele aufgeführt, die wir hier sehen und hören werden. Es ist in der Regel zuerst das Hirten-Spiel aufgeführt worden, das Sie hier als zweites sehen werden. Also in Wirklichkeit wurde es in Oberufer als erstes aufgeführt; wir hier führen es als zweites auf. Dann folgte das Paradeis-Spiel, das wir als erstes aufführen. Und dann folgte das, was wir bis jetzt nicht aufführen konnten, weil wir es bis jetzt nicht gelernt haben, vielleicht auch noch einmal aufführen werden: dann folgte ein Fastnacht-Spiel. So wie schon im alten Griechenland auf die ernsten Aufführungen ein sogenanntes Satyr-Spiel, ein komisches Spiel folgte, folgte da auch ein Fastnacht-Spiel. Es ist interessant, daß diejenigen Personen, welche die heiligen Personen spielten, ein gewisses Ansehen dadurch hatten, daß sie die heilige Maria und den Joseph und die anderen spielten, und daß diese nicht im Fastnacht-Spiel mitspielen durften. 

hij erop en schreeuwde en toeterde van boven af, en meer van zulke streken. Vervolgens trok de stoet langzaam op naar de herberg. Daar stonden de stoelen in een hoefijzervorm opgesteld en zaten de toeschouwers al te wachten. In het midden was het toneel en daar werden de spelen opgevoerd, zoals wij ze ook hier zullen zien en horen. Als regel begon men met het Herdersspel dat u hier als tweede spel zal zien.
Daarna volgde het Paradijsspel, dat wij als eerste opvoeren. En dan kwam er een spel, dat wij tot nu toe niet konden opvoeren, omdat we het nog niet hebben ingestudeerd, maar dat we misschien ook nog wel eens zullen doen: een Vastenavondspel. Zoals in het oude Griekenland al op de eerste twee spelen een zogenaamd saterspel volgde, een komisch stuk, zo volgde hier een vastenavondspel. Het is interessant dat degenen die de heilige personen uitbeeldden, in zeker opzicht in hoog aanzien stonden. Omdat ze de heilige Maria en Jozef of een van de anderen speelden, mochten zij niet aan het vastenavondspel meedoen.

Also die Sache wurde schon heilig gehalten. Die Spiele fanden dazumal unter den Bauern von Oberufer einen großen Beifall. Nur: die ganze Intelligenz – wie das ja bei solchen Dingen schon manchmal so ist – war der Aufführung dieser Spiele feindlich gesinnt. Diese Intelligenz glaubte, daß es nichts Gebildetes ist, was richtig der Aufführung entspricht. Also, die ganze Intelligenz war dagegen. Es war nur gut für das Dorf, daß diese ganze «Intelligenz» bloß aus dem Schulmeister, dem Notar und dem Gemeindevorstandsbeamten bestand. Aber die waren alle in einer einzigen Person versammelt. So daß diese Intelligenz zwar einstimmig versammelt war, aber sie bestand eben nur aus einer Person.
Diese Spiele wurden aufgeführt. Sie sind im Grunde die echte Fortsetzung der Spielweise von solchen Dingen, wie sie seit Jahrhunderten durch ganz Europa gingen, damals in diesen Tagen sich aber verloren hatten. Wir können nachweisen, daß schon im 12. Jahrhundert ein Adam und Eva-Spiel durch ganz Europa gespielt wurde. Beim Konstanzer Konzil 1417 wurde vor dem Kaiser ein solches Weihnacht

Het ging hier werkelijk om een heilige zaak!
De boeren van Oberufer waren destijds altijd enthousiast over de spelen. Alleen de ‘intelligentsia’ – zoals dat bij zulke dingen wel meer ’t geval is — stond er vijandig tegenover. Die geloofde, dat dergelijke vertoningen weinig of niets kunnen bijdragen tot de beschaving. Daarom was men er fel op tegen. Gelukkig voor de dorpsbewoners bestond deze hele ‘intelligentsia’ slechts uit de schoolmeester, de notaris en de gemeenteambtenaar. Bovendien waren die in één persoon verenigd, zodat ze, letterlijk en figuurlijk éénstemmig, zich kantten tegen de spelen.
Deze kerstspelen zijn dus in feite een regelrechte voortzetting van de manier waarop dergelijke spelen al sinds eeuwen in heel Europa werden gespeeld, maar die in onze dagen helaas verloren is gegaan.
We kunnen aantonen dat al in de 12e eeuw in heel Europa een Adam en Evaspel werd gespeeld. Bij het Concilie van Konstanz in 1417 werd voor de Keizer ook

blz. 47

spiel in Konstanz vorgespielt. Sie werden an einer Stelle des Spieles sehen, wo vom Rhein die Rede ist, daß sich das darauf bezieht, daß die Spiele wirklich aus einer westlicheren Gegend stammen und in Ungarn eingeführt worden sind. In Ungarn wurden sie von den Bauern rein erhalten, wie sie waren. Dadurch tragen die Spiele wirklich ihren Ursprung an der Stirne, möchte ich sagen, der Jahrhunderte bis heute.
Manches hat sich auch im Laufe der Zeit seit dem 16. Jahrhundert etwas geändert, zum Beispiel die drei Hirten, die Sie sehen werden, gibt es in dem ältesten Spiel auch schon, aber die drei Wirte sind in dem Spiel, wie es nicht mehr in Oberufer gespielt worden ist, nicht drei Wirte gewesen, sondern ein Wirt, seine Frau, die Wirtin, und eine Magd.
Nun werden Sie zwei von unseren Wirten hier sehen, die recht grausam sind, die Maria und Joseph zurückweisen; der dritte wird dann milde sein. Im allerursprünglichsten Spiel war es der Wirt, der Joseph und Maria nicht annahm, sondern hinauswarf; die Wirtin nahm sie ebenfalls nicht auf; nur die Magd wies Joseph und Maria den Stall an. 

zo’n kerstspel opgevoerd. Op een bepaald ogenblik in het spel zal u horen dat er sprake is van de Rijn. Dat is een bewijs dat de spelen werkelijk uit westelijker streken stammen en in Hongarije zijn geïntroduceerd. Daar werden ze door de boeren in hun oorspronkelijke vorm gehandhaafd. Ze verloochenen hun afkomst niet en hebben die tot op heden door de eeuwen heen bewaard.

Anderzijds is er toch ook wel in de loop van de tijd, sinds de 16e eeuw, een en ander veranderd. De drie herders die u ziet, waren er in het alleroudste spel ook al, maar er waren bij voorbeeld vroeger geen drie verschillende waarden. Toen was er slechts één waard, en de waardin en een dienstmaagd.
Hier ziet u twee waarden, die echt onmenselijk zijn. Ze wijzen Jozef en Maria de deur. De derde is dan de ‘goede waard’. In het oorspronkelijke spel was het de waard, die voor Jozef en Maria geen plaats had en ze zelfs weer op straat zette; ook de waardin nam hen niet op. Alleen de dienstmaagd wees Jozef en Maria de stal.

Zum Beispiel, als die Dinge in Oberufer anfingen, hatte man nicht das nötige Material; man mußte natürlich immer ganz junge Burschen haben, um sie für die Rolle der Maria oder die der Wirtin zu verwenden. Die hatte man oft nicht genug, und die Rollen mußten von älteren Burschen übernommen werden. Davon rührte es offenbar her, daß Wirt, Wirtin und Magd in einen Wirt und noch zwei weitere Wirte verwandelt wurden. Diese Spiele hatten und haben durch die Jahrhunderte viele Umwandlungen erfahren. Die Zuschauer, die zu den Spielen dann kommen sollten – sie waren immer am Mittwoch und an den Sonntagen zwischen drei und fünf Uhr nachmittags gespielt -, mußten zwei Kreuzer bezahlen, also vier RapPen; Kinder die Hälfte. Und die Aufführungen wurden, wie gesagt, ohne Sentimentalität, aber mit einem gewissen wirklichen moralischen Ernst aufgefaßt. Das geht schon daraus hervor – das hat zum Beispiel Schröer selbst einmal er- lebt -, daß sich die Mitspielenden einmal geweigert haben in einem Dorfe zu spielen – sie zogen dann auch in der Nachbarschaft herum, um dort die Spiele aufzuführen -, wo sie von einer Musikbande empfangen wurden. Da haben sie gesagt: Glaubt Ihr vielleicht, daß wir 

Toen ze in Oberufer begonnen met het opvoeren van de Kerstspelen, waren er bij voorbeeld niet altijd genoeg geschikte spelers. Iemand die Maria of de waardin speelde, moest een jonge jongen zijn. Die waren er vaak niet en deze rollen moesten dan door oudere knapen worden bezet. Naar alle waarschijnlijkheid heeft men daarom de waard, de waardin en de dienstmaagd maar veranderd in één waard en nog twee andere.

Het publiek dat elke woensdag en zondag tussen drie en vijf uur kon komen kijken, moest twee ‘kruisers’ per persoon betalen, vier rappen dus, kinderen half geld.

Zoals gezegd getuigden de opvoeringen van een zekere morele ernst, zonder sentimentaliteit. Zo heeft Schröer het bij voorbeeld zelf eens meegemaakt, dat de spelers een keer geweigerd hebben om op te treden in een dorp — ze trokken ook naar de omliggende dorpen, om daar te spelen – waar ze door een troep muzikanten welkom geheten werden. Ze zeiden: ‘Denken jullie soms,

blz. 48

Komödianten sind? Das lassen wir uns nicht gefallen! – Und haben die Sachen nicht aufgeführt. Sie wollten die Sache als eine ganz ernste Sache behandelt wissen.
Und wenn dann die Spiele ihren Eindruck gemacht hatten auf die Leute, dann kann man sagen, daß in diesen Gegenden wirklich die Erinnerung an dasjenige, was diese Spiele zu sagen hatten als ein
fache, schlichte Wiedergabe der biblischen Erzählungen, sehr, sehr lange und schön nachhielt. Es war wirklich eine Feier des Weihnachts- festes für diese Dörfer, welche einen ganz ungeheuer bedeutsamen moralischen und sozialen Einfluß hatte, in die Gemüter der Menschen tief, tief hineinwirkte.
Karl Julius Schröer hat diese Spiele gesammelt; sie sind nun gedruckt. Aber es ist sehr bedeutsam, daß Schröer schon die Manuskripte, die nachgeschrieben wurden, nicht mehr bei den deutschen Leuten gefunden hat, sondern bei einem Bauern, der Malatitsch hieß, also bei einem slawischen Bauern. Es war schon die neuere Zeit über dasjenige hingeflutet, was eigentlich die ganze Konfiguration des österreichischen Staates durch Jahrhunderte hindurch bewirkt hat. 

dat we komedianten zijn? Dat nemen we niet!’ — En ze hebben het spel niet opgevoerd, want ze wilden dat de spelen heel ernstig werden genomen.

De spelen maakten een diepe indruk op de bewoners van deze streken en het was werkelijk zo, dat deze eenvoudige, onopgesmukte weergave van de bijbelse verhalen heel lang een mooie herinnering achterliet. Voor deze dorpen gaven de Kerstspelen, waarvan een bijzonder belangrijke morele en sociale invloed uitging die diep, zeer diep op het gevoel inwerkte, een extra dimensie aan de feestelijke kersttijd.

Karl Julius Schröer heeft deze spelen verzameld en ze zijn nu ook in druk verschenen. Het is echter een teken aan de wand dat Schröer destijds de handschriften, die werden gekopieerd, al niet meer bij de Duitsers heeft gevonden, maar bij een Slavische boer, een zekere Malatitsch. De moderne tijd deed reeds zijn invloed gelden op datgene wat de Oostenrijkse staat in de loop der eeuwen had bewerkstelligd.

Die Staatshäupter Ungarns und Österreichs haben selbst immer Aufrufe erlassen, weil sie den Einfluß der westdeutschen Kultur brauchten. Daraufhin sind dann Bauern hingezogen, und es entstanden diese Kolonien, diese deutschen Kolonien in der Zipser Gegend, in der Banater Gegend. Auch nach anderen Gegenden, nach den böhmischen Gegenden, nach Siebenbürgen> zogen diese Menschen. Sie bildeten überall einen Kultureinschlag, der steckt in dem anderen drinnen, ist aber in der neueren Zeit von dem überflutet, was darübergegangen ist. Schröer ist einer derjenigen Menschen, die das deutsche Volkstum in den österreichischungarischen Gegenden studierten. Ich habe in seiner Gesellschaft vor Jahrzehnten kennengelernt, wie er den Spuren dieser alten Kultur inmitten Österreichs nachgegangen ist, und es ist mir in einer sehr bedeutsamen Erinnerung, was ich an seiner Seite gerade über diese Kultur und ihre Entwickelung dazumal habe kennenlernen können. Schröer hat nicht nur diese Weihnachtspiele gesammelt, sondern er hat Grammatiken, Wörterbücher zusammengestellt aus den Mundarten und Dialekten in den verschiedenen Gegenden Oösterreichs, in Westungarn, im 

De staatshoofden van Hongarije en Oostenrijk zelf hebben altijd de mensen opgeroepen om te immigreren, omdat ze de invloed van de Westduitse cultuur nodig hadden. Daarop zijn de boeren daarheen getrokken en er ontstonden Duitse nederzettingen, Duitse gemeenschappen in de omgeving van Zips en Banat. Ze trokken ook naar andere streken, naar Bohemen en Siebenburgen. Ze brachten hun eigen cultuur mee die van invloed was op de aldaar reeds gevestigde. Maar op den duur kon deze nieuwe impuls zich toch niet handhaven en werd door de laatste overspoeld.

Schröer nu was een van die mensen die een studie maakten van de Duitse folklore in de Oostenrijks-Hongaarse streken. Tientallen jaren geleden ben ik er getuige van geweest, hoe hij de sporen van deze oude cultuur in Midden-Oostenrijk is nagegaan en alles wat ik toen te weten ben gekomen over deze cultuur en zijn ontwikkeling is diep in mijn herinnering gegrift. Schröer heeft niet alleen de Kerstspelen verzameld, hij heeft ook grammatica- en woordenboeken samengesteld van de streektaal en het dialect in de verschillende streken van Oostenrijk, van West-Hongarije,

blz. 49

Gottscheer Land, in Siebenbürgen, in der sogenannten Heanzener Gegend. Das alles hat dieser Mann als einer der Letzten aus der lebendigen Geschichte zusammengestellt. Die Art und Weise, wie er das getan hat, ist mit Liebe geschehen, und Liebe hat auch aufbewahrt diese Stücke, die wir hier versuchen wiederzugeben.
So, sehr verehrte Anwesende, sind wir zu diesen Stücken gekommen, haben sie unseren Arbeiten hier am Goetheanum einverleibt, weil wir bestrebt sind, alles dasjenige, was im geistigen Leben der Menschheit hervortritt, wirklich zu pflegen. Was gewöhnlich draußen von uns erzählt wird, ist ja Unsinn zumeist. Dasjenige, was hier wirklich getrieben wird, ist aus einem Interesse an allem, was geistig in der Menschheit lebt, hervorgehend. Diese Spiele sind wirklich aus allgemein menschlichstem Interesse hervorgegangen. Wenn sie aufgeführt wurden, so saßen Katholiken und Protestanten in dem Zuschauerraum zusammen, denn die waren dazumal in jener Gegend. Und unter den Mitspielenden waren auch sowohl Katholiken als auch Protestanten. Daraus ersehen Sie, daß alles, was in diesen Spielen lebte, einen moralisch-religiösen Grundzug hatte, aber nichts irgendwie Konfessionelles. Daraus ersehen Sie, daß alles, was in diesen Spielen lebte, einen moralisch-religiösen Grundzug hatte, aber nichts irgendwie Konfessionelles. Das ist dasjenige, was besonders hervorgehoben werden soll.

van het Gottscheër land, van Siebenburgen en van de zogenaamde Heanzener streek.
Dat alles heeft deze man als een van de laatsten samengesteld uit de levende geschiedenis. De manier waarop hij dat heeft gedaan getuigt van een grote liefde voor dit werk. Dezelfde liefde heeft deze Kerstspelen, die wij hier proberen te vertolken, aan de vergetelheid ontrukt.
Zo zijn wij, geachte aanwezigen, tot het opvoeren van deze spelen gekomen. Wij hebben ze ingelijfd bij ons werk hier aan het Goetheanum, omdat het ons streven is om dergelijke spirituele inhouden zo goed mogelijk te behoeden. Wat men gewoonlijk, buiten Dornach, over ons vertelt, is meestal onzin. Wat hier werkelijk beoefend wordt, komt voort uit belangstelling voor alles wat als geestelijke impuls in de mensheid leeft. Deze spelen zijn echt voortgekomen uit een zeer grote algemeen menselijke belangstelling. Bij de uitvoeringen zaten katholieken en protestanten naast elkaar in de zaal, want in die streken waren beide geloofsovertuigingen te vinden. En onder de spelers zelf waren ook katholieken en protestanten. Daarop wilde ik graag nog even de nadruk leggen.

Nun werde ich noch einige Ausdrücke erklären zum Paradeis-Spiel, also die Austreibung von Adam und Eva aus dem Paradiese, und zum Hirten-Spiel, damit sie nicht unverständlich sind. Sternscher ist jener Apparat, durch den man den Stern weit weg von sich schieben kann und, dann ihn wiederum nahebringen kann. Und diese Sternschere trägt der Anführer des Ganzen, mit dem Stern. Hier haben wir die Sache so eingerichtet, daß außer dem Träger des Sternes noch der Engel einen Stern trägt, aber Sternscher ist also das, was da verwendet werden kann, um den Stern hin und her zu schieben.
Gschrei in der Bedeutung, wie Sie es hier im Stück hören werden, ist gleich einem Gerücht. Dasjenige, was man von jemandem erzählt. Man erzählt allerlei Dinge. Ein Geschrei, ein Klatsch hat sich erhoben.
Dann hören Sie den Ausdruck gespirret = zugeschlossen, zugesperrt.
Dann im Hirten-Spiel, wenn der Wirt sich rühmen will:
I a0ls a wirt von meiner gsta0lt,
Ha0b in mein haus und logament gwa0ltheißt

Nu zal ik nog een paar uitdrukkingen uit het Paradijsspel uitleggen, m.n. de verdrijving van Adam en Eva uit het Paradijs en uit het Herdersspel, zodat u dat niet onbegrijpelijk vindt. De ‘schaarster’ is het voorwerp waarmee je de ster ver van je vandaan kan laten gaan en die je ook weer terug kan halen. En deze schaarster draagt de leider van het geheel, met de ster. Hier hebben we het zo georganiseerd dat naast de drager van de ster, ook de engel een ster draagt, maar de schaarster is dus het ding dat je kan gebruiken om de ster op en neer te laten gaan.
‘Geschrei’, (modern: geschreeuw) in de betekenis zoals het hier wordt gebruikt Crijspijn zegt het:
‘Was bringt ir denn für zeitung nei,
Is woar, was das volk mächt für a geschrei’

‘Hebt ghyj bygeval oock heuren verluyden
wat of die geruchten int volc beduyden’?

‘staat het gelijk aan gerucht. Wat door iemand verteld wordt. Er worden allerlei dingen verteld. Een ‘Geschrei’, er gaan praatjes.

Dan hoort u nog de uitdrukking ‘gespirret – gesloten, versperd.

In het Herdersspel, wanneer de waard zichzelf wil prijzen:
I als a wirt von meiner gstalt
Hab in mein haus und logemant gwalt –

blz. 50

das nicht so, wie man leicht glauben könnte, daß er meint, der Wirt, er hätte eine besonders schöne Statur und deshalb hätte er besondere Gewalt in seinem Hause. Sondern es heiß`t: Ein Wirt von meinem Ruf, von meinem Gestelltsein, ein Wirt, der so gestellt ist wie ich, der hat in seinem Hause Gewalt, das heißt, Personen zu gestatten, in sein Haus einzuziehen.
Dann sagt einmal einer der Hirten zum anderen, er habe ihm seine Handschuhe glichen um-und-um, das heißt: immer wieder, öfters geliehen. Dann werden Sie das Wort hören: Es hat sich etwas bekert. Das heißt in jenen Gegenden, es ist etwas geschehen, es hat sich etwas zugetragen, etwas begegeben. Dann spiegelkartenhal. Das heißt, es hat Glatteis gegeben, so daß man leicht hinfällt, niederfällt. Die Waldvegala piewa scho. Das heißt, die Vögel zwitschern schon. Dö Fuhrleut kleschn. Das heißt, mit der Peitsche knallen, kleschen.
Dann mache ich Sie noch aufmerksam gleich zu Anfang des Paradeis-Spiels, wo der Herrgott zu Adam spricht, den er machte aus Ton, aus Erde, was sich scheinbar nicht reimt, aber im Dialekt heißt es:

De waarden Rufinus en Titus zeggen het allebei:
‘Een waert van myn postuur,
coomt immer plaets te cort.’

betekent dat niet wat je makkelijk zou kunnen geloven dat de waard bedoelt dat hij er heel goed uitziet en dat hij daarom in zijn huis een bijzondere autoriteit is. Maar het betekent: een waard van mijn naam, van hoe en wie ik ben, die heeft aanzien in zijn huis, d.w.z. dat hij mensen toestaat in zijn huis binnen te komen.

Dan zegt een van de herders op een keer tegen de ander, dat hij hem zijn wanten ‘glichen um-und-um’, wat betekent: steeds weer; vaker gedaan.

Gallus:
I hob dem Stichl meine handschuh glichn,
I hob’s ihm glichn um-und-um

‘Myn wollen wanten heyt Stiechel geborregt!
Hy borregtse alsmaôr, keer op keer.’

Dan zal u horen: ‘Es hat sich etwas bekert.’
Dat betekent in die streken, dat er iets is gebeurd, er is iets voorgevallen.
Witok:
‘I hob gedacht, es sull sich bekern’

Dan ‘spiegelkartenhal’. Dat betekent dat er ijzel ligt, zodat je makkelijk valt.
Witok: ‘Ei dumper! spiegelkartenhal is,

‘Als ’t is! en deuvenkatersgladt;

Die Waldvegala piewa sch. Dat betekent, de vogels kwetteren al. Dö Fuhrleut kleschn. Dat betekent dat ze met de zweep knallen.

Gallus: ‘de veughelkens tuytren al!’, ‘de voerluy zwiepen al langs den weghen.

Dan wil ik u nog attenderen meteen op het begin van het Paradijsspel, waar Godvader tot Adam spreekt, die hij uit klei, uit aarde, formeert, wat schijnbaar niet klopt, maar in het dialect staat er:
“Adam, nim an de lebendigen atem=Ton

Adam, nim an den lebendigen atem = Ton.
Rieben müssen Sie sich nicht vorstellen, als ob es schlecht ausgesprochen wäre, sondern so sagt der Bauer statt Rippen. Rieben. Also die Eva ist nicht aus einer Rübe gemacht, sondern aus einer Rippe = Rieben, und es reimt sich richtig auf lieben.
Sie ist zugleich aus deinem rieben, Drum sullst du sie a büllich liaben.
Ra0tzen ist etwas, worüber man sich unterhält. Der Teufel hat einen rŁtzen, das heißt er hat Freude an irgend etwas. Frozzelei, das ist: zum Narren halten, an der Nase herumführen. Das ist auch solch ein Ausdruck, den der Teufel gebrauchen wird. – Logament. Der Bauer sagt es in der Regel, wenn er von seinem Wirtshaus oder von seinem Hause spricht; er spricht es ganz gebildet aus, meint er wenigstens, daß er es tue: in meinem Logament -,50 daß man nicht merkt, daß er einen fremden Ausdruck gebraucht. Dann:
Hätten Adam und Eva Kletzen gfress`n.

God de heer spreeckt:
‘Adam, nu neemt den adem des levens’

‘Rieben’ moet u zich niet voorstellen, als was het slecht uitgesproken, maar zo zegt de boer dat, i.p.v. van Rippen. Rieben. Dus Eva is niet geschapen uit een knol (Rübe), maar uit een rip (Rippe=Rieben) en dat rijmt precies op ‘lieben:
‘Sie ist zugleich aus deinem rieben
Drum sullst du sie a büllich liaben

Godt de Heer spreeckt:
Sy is temet uyt u gebeent,
dies – hebt haer lief, wees trou vereend.

‘Ratzen’ is iets waarover je plezier hebt. De duivel heeft ‘einen ratzen’, d.w.z. hij verlustigt zich in iets.
Duivel:
‘O recht, o recht, eim solchen ratzen
An solchen apfel gib i nit um an batzen.’

’t Is regt, ’t is regt, sulcke fruyt
en gheef ick niet om een duyt.’

Frozzelei, dat betekent: voor de gek houden, bij de neus nemen. Dat is ook een uitdrukking, die de duivel zal gebruiken.
Duivel:
‘Durch meine list und frotzerei
Hob i sollichs zu wega bracht frei.

‘Adam en Eva heb ick oock bedrooghen
hebse listichlyck iet voorgelooghen

Logament. De boer zegt dat in de regel, wanneer hij over zijn kroeg of over zijn huis spreekt; hij spreekt het heel gevormd uit, tenminste, hij denkt dat hij dat doet; in mijn logament- zodat de mensen niet in de gaten hebben dat hij een vreemde uitdrukking gebruikt.
Zie hierboven bij wat de waarden zeggen.

Dan:
Hätten Adam und Eva Kletzen gfress’n’

blz. 51

Kletzen sind gedörrte Birnen und Pflaumen, die insbesondere zu Weihnachten von den Leuten bereitet werden.
Das sind so einige Dinge, die ich noch vorausschicken wollte, damit die Ausdrücke nicht unverständlich bleiben. Im übrigen möchte ich nur sagen, daß natürlich die Spiele für sich selbst sprechen müssen, indem sie wirklich in einer einfachen, schlichten Weise dasjenige zum Ausdruck bringen, was die Leute aufnehmen konnten von den Erzählungen des Alten und des Neuen Testamentes, was in ihre Gemüter, in ihre Herzen davon übergehen sollte.
Ich bitte sie so aufzunehmen, wie sie gemeint sind. Die Spiele sollen anspruchslos hingenommen werden. Wir können sie natürlich nicht ganz genau in derselben Form, wie sie die Bauern aufgeführt haben, hervorbringen; aber soweit man es kann, soll es versucht werden. Die Musik hat unser Freund, Herr Leopold van der Pals, wiederum zu erneuern versucht. Sie werden sie als Begleitspiel finden. – Zwischen den Spielen wird eine kurze Pause stattfinden. Zwischenhinein werden wir eine Weihnachtsmusik von Corelli bringen und ein Adagio aus der ersten Bach-Sonate. Damit habe ich mir erlaubt, das Wichtigste vorauszuschicken, was zu den Weihnachtspielen zu sagen ist.

‘Kletzen’zijn gedroogde peren en pruimen die met name tegen Kerstmis door de mensen bereid werden.
Dat waren nog een paar dingen die ik van te voren wilde zeggen, zodat de uitdrukkingen niet onbegrijpelijk blijven. Voor het overige zou ik willen zeggen dat de spelen natuurlijk voor zichzelf moeten spreken, wanneer ze  daadwerkelijk op een eenvoudige, onopgesmukte manier tot uitdrukking brengen wat de mensen konden opnemen uit het Oude en Nieuwe Testament, wat in hun ziel, in hun hart moest komen.
Ik vraag u er zo naar te kijken, zoals ze bedoeld zijn. De spelen moeten in hun eenvoud aanvaard worden. We kunnen ze natuurlijk niet precies zo in dezelfde vorm brengen, als de boeren ze opgevoerd hebben; maar in zoverre het gaat, wordt het geprobeerd. De muziek heeft onze vriend, de heer Leopold van der Pals, weer geprobeerd te vernieuwen. Het is de begeleiding. – Tussen de spelen zal er een korte pauze zijn. Daarin zullen we kerstmuziek van Corelli laten horen en een adagio uit de eerste Bach-sonate. Hiermee heb ik de vrijheid genomen het belangrijkste van te voren te zeggen, wat er over de Kerstspelen te zeggen is.

[1] GA 274
Voor een groot deel vertaald door Wyts ten Siethoff en gepubliceerd in ‘Kerstspelen‘, wiens vertaling ik voor een deel als leidraad gebruikte.
.

Rudolf Steinertoespraken bij de kerstspelen

Kerstspelen: alle artikelen

Kerstmis: alle artikelen

.
1380

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

.

 

 

VRIJESCHOOL – Kerstspelen – herders en koningen

 

herders en koningen in het kerstspel uit oberufer

In de 16e tot aan het begin van de 17e eeuw namen de Duitse boeren die van de Bodensee naar Hongarije emigreerden, hun kerstspelen mee naar hun nieuwe woonplaats op het eiland Oberufer, een vooreiland van het eiland Schütt, dat door de Donau beneden Linz en Pressburg werd gevormd.

Deze spelen werden door mondelinge overlevering met precieze speel’regels’, weken voor Kerstmis ingestudeerd; en men was er zich bewust van, dat de diepe Bijbelse geheimen die deze spelen onthulden, een bijzonder moreel bewustzijn van iedere speler afzonderlijk verlangde. Alle rollen werden door de meer of minder wilde knapen uit het dorp gespeeld, wanneer ze bereid waren aan de volgende voorwaarden te voldoen:
in deze tijd niet naar de meisjes gaan; geen schunnige liedjes zingen en een deugdzaam leven leiden.

Er waren drie spelen: het Paradiis- het Geboorte- en het Driekoningenspel, die Karl Julius Schröer tussen 1840 en 1850 in Oberufer ontdekte (op soortgelijke manier waarop Elias Lönnrot, de Finse arts, het grote nationale epos  ‘De Kalewala) van de ondergang redde). Hij kon een tijdlang bij de heideboeren wonen en hen zorgvuldig over de spelen bevragen. Er was geen volledig manuscript. Er waren maar een paar rollen van de spelen aanwezig. Persoonlijk overgedragen gingen ze van generatie op generatie.
Schröer stelde de teksten na gewetensvolle bestudering weer samen, die Rudolf Steiner, zijn leerling, weer toevertrouwde aan de leraren van de vrijeschool Stuttgart.
Sindsdien worden ieder jaar op alle vrijescholen in de wereld tenminste één van deze drie spelen als een geschenk voor de kinderen en de ouders door de leerkrachten van de vrijescholen gespeeld.

Iets belangrijks in de drie spelen is het oerbeeld van iedere rol. De eerste twee spelen: het Pearadijsspel en het Geboortespel hangen innerlijk met elkaar samen, zoals Adam-en Evadag op 24 december samenhangt met de daaropvolgende 25e december. De zondeval, die in het eerste spel getoond wordt, wordt door het Geboortespel ongedaan gemaakt, zoals de engel in het Paradijsspel al verkondigd had, toen Adam en Eva bij de verdrijving uit het Paradijs werd beloofd: ‘Tot ik u langzaam wederkeren heet’.

Wanneer we de drie herders van het Geboortespel met de drie koningen van het Driekoningenspel vergelijken, dan valt in de hele entourage en compositie van elk van de spelen de tegenstelling op van de wereld van de herders en die van de koningen.

Bij de herders heerst een verinnerlijkte zielenstemming die helemaal past bij de omgeving van de geboorteplaats van het kind. De stille vrede van het land Galilea kan zeer zeker ook overgebracht worden naar de plek waar de spelen opnieuw gestalte krijgen. Je proeft in het herdersspel iets van de gemoedelijkheid van het Duitse dat de boeren meenamen naar hun nieuwe vaderland Hongarije, zoals weerspiegeld wordt in de talrijke kerstherdersliederen uit Beieren, Tirol en Oostenrijk. Een ervan is representatief voor vele andere, waarin een vergelijkbare zielenstemming heerst zoals in het Geboortespel:

‘Es blühen die Maien;
in klater Winterszeit
ist alles im Freien
auf unsrer Schäfersweid’,
ja, alles ist in schönster Blüe,
die Erd’ bringt süssen G’ruch herfür’.

De aarde zingt van wereldgeheimen en de herders begrijpen het in een droomachtige helderziendheid. Zo’n stemming heerst in het Geboortespel. En wanneer hier de herders Gallus, Stichl en Witok heten, dan zijn dat namen die vanuit het toenmalige landschap zijn ontstaan. In een ander lied heet een herder Lippai of Jost en in het boek van Felix Timmermans ‘Het kindeke Jezus in Vlaanderen’ hebben ze echt Vlaamse namen.
Ieder is een herder en niet de herder. En toch wordt in hun gedaante zichtbaar iets wat zo’n oerbeeld is, en dat ondanks de verschillende werelden, ook zoiets, bij de drie koningen is te vinden.

Daar hebben we de eerste herder: Gallus, die over een heel wakkere waarnemingsgave beschikt. Hij is de eerste die opkomt; hij neemt waar dat het geijzeld heeft; hij herinnert zich als eerste wat de engel verkondigd heeft; hij neemt de uiterlijke situatie goed waar en zingt: ‘ick docht in enen stal te gaan.’
Wanneer hij de engel waarneemt, denkt hij in eerste instantie met een ‘gespook’ te doen te hebben. Hij staat met zijn wakkere vragen, met zijn zorg voor de uiterlijke dingen het dichtst bij ons: ‘Welke geschenken zullen we aanbieden?’ Hij besluit aan de pasgeborene wol en meel te geven, iets van wat leeft: de wol en wat fijn gemalen is: het meel. Op weg naar Bethlehem ziet hij weer als eerste het ‘strohuis’. En als eerste aanbidt hij het kind en benoemt precies ‘het bedje van stro, het ‘neuzeken fijn’ en de oogjes. Later kan hij dan zijn oude, bijna dove kameraad Crispijn die bij de ‘kudden en schaopen’ de wacht hield toen zij drieën naar Bethlehem togen, precies vertellen waar het kindje, tussen os en eselken, te vinden is.

Qua leeftijd staat Gallus tussen de jonge Stiechel en de oude Witok. Stiechel, de jongste, heeft ook de meeste vragen die enerzijds op een sterk interesse in de wereldse zaken wijzen. Als Witok iets van zijn vrouw meebrengt, vraagt Stiechel: ‘Is er ook spek bij, altemet?’ Maar bij de vraag aan Gallus voel je dat hij over de zichtbare dingen verder denkt: ‘Moet dan meteen ook alles wolf heten?’, betekent toch niets anders dan: er zijn nog andere oorzaken voor het verlies van de lammeren dan een wolf. En wanneer hij vraagt: ‘Wat hebt jij wel gedroomd?’, geeft hij als zijn antwoord, dat hij een engel mocht zien, een bode van de geestelijke wereld. Als hij de verkondiging waarneemt, ziet hij ‘over zijn hoed zo’n fel licht’ en ook hier weer neemt hij van boven het aardeding hoed, het licht van de hemelglans waar. Stiechel heeft de diepe slaap van de jonge mens. Nadat hij de verkondiging meebeleefd heeft, valt hij in een diepe slaap en slechts door het ijverig bemoeien van Gallus en Witok wordt hij wakker en valt door de gladheid languit achterover. Door deze brute val op de harde grond herinnert hij zich de boodschap van de engel. Stiechel bevindt zich ook hier weer duidelijk tussen hemel en aarde.
Ook bij de aanbidding neemt hij enerzijds het kindje waar, hoe het ‘arm, naakt en bloot’ ligt, anderzijds is hij in staat het kind in de ‘hemelzaal’ te schouwen. Als gave brengt hij het kindje melk, die ‘de enige substantie – althans in essentie de enige is – die de slapende geest kan wekken.'[1]
‘Het geesteswezen van de natuur schept iets wat de brug kan slaan naar de spraakgeest van het kind: de melk. Het laat uit de ledematen, uit de ledematenmens een substantie ontstaan die – omdat ze met de ledematenmens verbonden is – iets van die ledematenmens in zich heeft. [1]

Wat betekent het veel voor Stiechel, die de jeugdkracht heeft die naar de toekomst wijst, om een geschenk te geven dat boven de fysieke materie uitgaand een werking heeft die geestelijk wekkend is!
Nog iets wezenlijks is in het hele Geboortespel bij Stiechel te zien: het contact met de andere mens, zijn uitgesproken sociale vaardigheid. Hij begroet – als enige trouwens – Jozef en wel met het vertrouwde ‘oud-vadertje’. Hij ziet als eerste Crispijn en spreekt hem – net als Gallus en Witok – met ‘broeder’ aan.

De derde herder is de oudste, Witok. Hij heeft de rijkste levenservaring die hem een sterk, dikwijls een bezorgd gevoel heeft gegeven: ‘Wee, onze jammer en onze ellende!’ Hij weet van ‘ongeluk op ongeluk’. – Hij vertelt zijn kameraden dat er ‘onlangs nogal breedvoerig’ werd verteld. Zijn vertrouwen in een zonnige toekomst, waarin men ‘verlost zou zijn van kommer en kwel.’ Hij ziet bij de verkondiging noch een ‘gespook’, zoals Gallus, noch een ‘fel licht’ zoals Stiechel, maar hij hoort. Ingekeerd luisterend, neemt hij waar, zonder een bevestiging van buitenaf nodig te hebben. En wat hij daarna in zijn lied over deze beleving weet uit te drukken, is alsof het uit de ziel van een oude mysticus komt:

‘In stille kerstnacht op het land,
door een diepe slaap werd ik overmand,
mijn hart vloeide over
van zoete vreugd en honing goed
en rozen bloeiden.’

Uit deze tere zielenstemming kunnen we ook zijn bijzondere verhouding tot het vrouwelijke begrijpen. Hij is de enige die over zijn vrouw spreekt; hij mocht van haar niet weggaan alvorens de oude schoenen opgeknapt te hebben. Ze gaf hem wel ‘zelfgebakken grutten’ mee.
Bij de aanbidding begroet hij het kindje met  ‘lief kindeke, lief Jezuke; gelaafd door ‘zijns moeders borst.’ En zijn ingetogen wezen met de bijna mystiek aandoende trekken doet hem als offergave een  lammetje schenken, leven dat echter geofferd moet worden door de slacht, zoals het kind later als het lam Gods het offer brengt voor de verlossing van de mensheid.
Hij weet dat het kindje:
‘Op de aarde kwam
om medelijden met ons te hebben
In het hemelrijk is hij zelfs aan de engelen gelijk.’

‘Dat deed hij zodat de mens kan leren
zich van hoogmoed af te keren
dat hij niet leeft in rijkdom en pracht,
maar waarlijk deemoedig probeert te leven.’

Hij neemt niet alleen maar de uiterlijke wereld waar, maar hij vormt door zijn gemoed oordelen waaruit iets moreels spreekt.

Wij zien in deze drieheid van de herders in wezen de drie zieleneigenschappen van de mens: denken, voelen en willen uitgedrukt, steeds met de nadruk op een van de eigenschappen in een van de herders.
Gallus leeft meer uit de zenuw-zintuigorganisatie in zijn wakker waarnemen. Stiechel is de actieve willer; Witok de uit zijn hart voelende.

In het Driekoningenspel komen we opnieuw drie koningen tegen.
Maar wat een andere wereld komt ons nu tegemoet. De koningen staan aan de top van de sociale ladder. Zij zijn – elk van hen – heerser over een grondgebied dat slechts van hen is. Het zijn drie zeer bewuste individualiteiten die met hun namen Melchior, Balthasar en Caspar niet te verwarren zijn en ze staan voor ons met een duidelijke opgave.
Melchior komt uit het met het goud der wijsheid doordrongen Perzië, de wereld van hoge wiskunde en astronomische berekeningen. Hij kan het gematerialiseerde zonnegoud als gave van wijsheid meebrengen.
Hij is weliswaar net als Gallus de eerste die de vraag van een geschenk stelt; maar hij ‘bedenkt het met zorg’. Hij leeft ook in de zintuigen, zoals Gallus, maar hij heeft alles helder doorzien. Wat bij de herders meer dromend beleefd wordt, is bij de koningen als een bewust weten aanwezig, omdat ze een wetenschap ontwikkeld hebben aan de wereldverschijnselen die hun het mogelijk maakt waar te nemen wat op aarde belangrijk is. [2]
Melchiors relatie met de Oude Schrift (Jesaja) is duidelijk; steeds weer wijst hij met nadruk op Jeruzalem; hij waarschuwt in zijn laatste woorden nog voor ‘het huis van Herodes’. Hieraan wordt duidelijk hoe het Driekoningenspel opgebouwd is met werelddramatiek. Heel het decadente van het koningshuis van Herodes; de overtrokken, verintellectualiseerde wereld van de Schriftgeleerden; de zwarte wereld van de duivel, het staat in schril contrast met de koninklijke waardigheid van de drie wijzen.
Kun je bij het herdersspel een zweem opvangen van een muzikaal-lyrische zielenstemming, het driekoningenspel ademt de dramatiek van de grote te,genstelling in de wereld: die van goed en kwaad. Hier is de spanning maatgevend: licht en duisternis. Licht en donker, wit en zwart.

Uit Ethiopië komt Caspar, de jongste koning en op dit punt met de herder Stiechel te vergelijken. Ook zijn onstuimig karakter. In zijn taalgebruik zitten krachtige uitdrukkingen: ‘grootste vrolijkheid’, ‘groot misbaar’, ‘groot wonder’,
‘uitzonderlijke ster’ zijn een paar van zijn kranige uitspraken.
Ook heeft hij met Stiechel gemeen: het directe contact met zijn omgeving. Hij begroet als eerste en enige Herodes met de woorden; hij neemt na het geven van de geschenken als enige duidelijk afscheid van Jozef.
Wanneer we naar de gaven kijken: Melchior – de rode koning – Goud; bij Caspar, de groene koning – is het Mirre, de geneeskrachtige plant. Interessant zou het zijn eens een vergelijking te maken van de drie herdersgaven met die van de drie koningen.
Ik laat het aan de lezer zelf over meer met het gevoel van het verschil te leven, dan met een over en weer vergelijken, waarbij steeds het gevaar dreigt van te veel intellectualisme.

Balthasar, de blauwe koning, zou uit het verre Indië zijn gekomen. Hij beroept zich steeds op de ster, maar op de ster ‘waarin een jonkvrouw met een kind’ staat.
Zoals Witok bij de herders met het vrouwelijke is verbonden, is bij Balthasar de toewijding tot de jonkvrouw bijzonder groot. Hij begroet als enige Maria als ‘jonkvrouw teer’. – Wat bij de herder Witok nog zorgen waren voor de last van alledag, is bij Balthasar omgevormd tot koninklijke zekerheid: ‘Nu behoedt u de almachtige god voor kommer, angst en alle nood.’
Hij brengt het kind wierook, de vluchtigste, maar ook de ‘geestelijke’ substantie die in het welriekende uitstroomt en opstijgt tot in de ‘hogere werelden’. Opmerkelijk krachtig zijn de laatste woorden van Balthasar, die zich vol dramatiek op Herodes richten: ‘Herodes, is dat uw boze strerven, dan hoeden wij ons ervoor naar u terug te keren.’
Hij die zich richt op de jonkvrouwster, kan zich op dit actuele moment in deze situatie in de wereld volledig tegenover zijn tegenstander opstellen.

Een korte blik op Goethes sprookje zij mij vergund. Al in 1899 wees de jonge Rudolf Steiner op de samenhang van de gouden koning met het denken, de zilveren met het voelen, de koperen met het wollen.
‘In de mens die op weg is een vrije persoonlijkheid te worden, zijn 3 zielenkrachten vermengd werkzaam: de wil (het koper), het voelen (het zilver), de kennis (het goud). Wat de ziel door deze 3 krachten zich eigen maakt, wordt in de loop van het bestaan door de levenservaring geopenbaard: de kracht waarin de deugd werkzaam is, komt tot uiting in de wil; de schoonheid ( de schone schijn) tot uiting in het voelen; de wijsheid in het kennen [3]. De schone jongeling ontvangt 3 gaven: de gouden koning zet hem de eikenkrans op het hoofd met de woorden: ‘Leer het hoogste kennen’. –
Hier is het het gevormde goud waarmee hij gekroond wordt. De zilveren koning geeft hem de scepter en hij spreekt de zin: ‘Weidt de schapen’. (We weten nog hoe de ‘zilveren’ herder Witok in het Geboortespel een lam als gave meebracht). De scepter wordt voor het hart gehouden.
Van de ijzeren koning krijgt hij het zwaard met de opdracht: ‘Het zwaard links: rechts vrij.” Hier worden op een speciale manier de ledematen aangesproken.

Vatten we het geheel nog eens samen in een overzicht, dan zie we een wereld van verschil, maar ook een wereld van overeenstemming tussen koningen en herders.

herders en koningen

 

 

Erika Schulz, Erziehungskunst, 23-11-1959

[1] GA 293/165
vertaald/167
[2] GA 203/15
[3] GA 22/76

*er is ook sprake van ‘koper’. Zie daarvoor de voordracht in GA 22

926

 

VRIJESCHOOL – Kerstspelen – achtergronden (4)

 

Nadat de nazi’s de vrijeschool in Stuttgart hadden verboden, zodat deze haar deuren moest sluiten, gingen deze na de overgave van Duitsland op zeker ogenblik weer open: het schoolleven kwam weer op gang. Het tijdschrift ‘Erziehungskunst’, dat in de jaren 1938-1947 niet verscheen, hervatte de uitgaven in 1948. Uit het decembernummer van dit jaar vertaalde ik onderstaand artikel.
Opmerkelijk is de stemming die Ernst Bindel (ook leraar aan de vrijeschool Stuttgart) hier verwoordt.
Die stemming heb ik – vanaf begin jaren’70 van de vorige eeuw – vaak geproefd. Vooral bij de kleinere kinderen, tot een jaar of 10, 11. En bij de volwassenen.
Maar de groep daartussenin? Bij hen is die stemming niet meer vanzelfsprekend. Daarvoor zijn vele oorzaken te noemen – al doe ik dat hier nu niet.
Wel kan ik me voorstellen dat er leraren zijn die voor de bovenbouw (vanaf 12/13 jaar) een nieuwe vorm proberen te vinden – en zo speelt het Novalis College in Eindhoven al enkele jaren een geheel eigen Driekoningenspel.

 

‘Op alle vrijescholen voeren de leerkrachten als een kerstgeschenk voor hun leerlingen de oude kerstspelen uit Oberufer op. In het intiemere schoolleven dat in de adventstijd verlicht wordt door de kerstverwachting, vormen de kerstspelen een echt hoogtepunt in het jaar.
Om de ouders en vrienden van de school aan dit feest van de schoolgemeenschap te kunnen laten deelnemen, worden er ook openbare opvoeringen gehouden. De openingswoorden die wij hier laten volgen zijn een jaar geleden bij zo’n opvoering gesproken. Daarbij werden verklaringen van Rudolf Steiner gebruikt die hij gaf bij een opvoering van de kerstspelen in Dornach voor Duitse krijgsgevangenen en geïnterneerden ten tijde van de 1e Wereldoorlog – inhoudelijke verklaringen en gedeeltelijk letterlijk gebruikt uit het gepubliceerde ‘Weihnachtsspiele aus deutschem Volkstum’.

Voor de opvoering van het Oberuferer kerstspel

Inleidende woorden voor de ouders van de vrijeschool Stuttgart.

Voor het gordijn open gaat, sta mij toe een paar woorden als inleiding tot u te spreken! Ze gaan over iets wat de opvoering zelf niet kan vertellen. Wat op het toneel gebeurt, spreekt duidelijk genoeg voor zich. Maar hoe deze spelen zijn ontstaan, van waaruit en op welke bodem ze ontsproten, dat kom je door de opvoering niet te weten. Wellicht kan het de indrukken wat verdiepen die door de opvoering gegeven worden, als je er iets over weet.

Weliswaar heten de spelen ‘de Oberuferer kerstspelen’ en tot Oberufer is het een heel eind (‘machtig veer’). Maar de plaats waar ze ontstaan zijn, ligt veel dichter bij ons. Hun thuis is de omgeving van de Bodensee waar de Rijn doorheen stroomt. Op een bepaalde plaats in het spel komt dat naar voren: als de sterrenzanger in zijn begroetingswoorden bij het kerstspel de woorden spreekt:

‘Laten we de os en de ezel groeten
die daar bij het kribje staan.
Laten we ze groeten door de zon- en de maneschijn,
waarvan het licht straalt over het meer en over de Rijn!’

(In het Nederlands zoals Mevrouw Bruinier dit samenstelde:

‘Groetenme oock os end’ eselken
die daor staene by het krebbeken.
Groetenmens deur son- ende maôneschyn
dwelc lighten al over seen en over den Ryn,’)

Geachte aanwezigen! Dit meer is niet anders dan ons Schwabische meer met de Rijn. Daar zijn de spelen ontstaan en voor het eerst opgevoerd.
Toen moesten de mensen daar weg uit hun streek, zoals het de Duitsers vaak overkwam en ver, ver weg, naar andere landen trekken om daar te proberen het brood te verdienen. En de spelen zijn op die manier met hen meegegaan en in het verre Oberufer terecht gekomen, waar de Donau vanuit Hongarije Oostenrijk in stroomt en zich in verschillende zijarmen vertakt en zo een paar kleinere en grotere eilanden vormt; op een daarvan ligt het dorpje Oberufer. Als een kostbaar kleinood werden door hen in den vreemde, midden tussen onbekende volksstammen, de meegenomen spelen behoed. Om ze zo zuiver mogelijk te houden, was hun grootste zorg. Wat zal er niet allemaal door hun ziel gegaan zijn, wanneer rond de kersttijd tijdens de opvoeringen de woorden klonken:

Groetenmens deur son- ende maôneschyn
dwelc lighten al over seen en over den Ryn,’

Dan zullen ze in gedachten wel weer in hun geliefde vaderland teruggekeerd zijn, op hun boerderijen, waaruit ze noodgedwongen moesten vertrekken.

Het opvoeren van de spelen gaf hun nieuwe kracht om het in den vreemde uit te houden en te aarden.
De spelen gingen van generatie op generatie over, mondeling en zo getrouw mogelijk. Er mocht niets aan veranderd worden. Zo ging het in de 17e en 18e eeuw, tot de 19e aanbrak die overal in het leven het materialisme bracht en toen liepen de spelen ook gevaar, aangetast te worden of zelfs in vergetelheid te raken.

Maar toen was daar, op het juiste ogenblik eigenlijk, iemand die ze voor onze tijd veilig stelde. De man heet Karl Julius Schröer. Hij was weliswaar een geleerde, maar wel zo een die het hart op de juiste plek had. Hij had een heel mooi onderzoeksveld gekozen: de studie van de dialecten van al die kleine Duitse gemeenschappen die over Oostenrijk en Hongarije verstrooid waren. Wanneer je die wil leren kennen, kun je niet aan je bureau blijven zitten om woordenboeken uit te pluizen, maar je moest die woordenboeken eerst zelf samenstellen en daarom bij de mensen zelf aankloppen die deze dialecten spraken en trouw waren gebleven.

Zo kwam hij tijdens zijn reizen ook op het eilandje Oberufer en daar deed hij de ontdekking van onze kerstspelen. Een daar in aanzien staande boer, had de voor iedere speler uitgeschreven rol in zijn bezit, waarmee Schröer dan een manuscript kon samenstellen, want als geheel was dat niet voorhanden.
De boer moet hebben gemerkt dat hij met Schröer geen nieuwsgierige geleerde voor zich had, en hij vertrouwde hem. Hij kon hem veel meedelen wat met de voorbereiding van de spelen te maken had. Voor iemand anders had hij dit geheim gehouden. Hij vertelde hem hoe deze boer, die van zijn voorouders het recht op de spelen geërfd had – we zouden nu zeggen de opvoeringsrechten –  – wanneer de oogst er opzat en de stillere maanden van het jaar aanbraken, dan een groep jongens bij elkaar riep die hij als speler verkozen had. Het was een grote eer om aan de spelen te mogen meedoen. Maar deze eer had een hoge prijs.
Er waren vier voorwaarden waaraan de knapen moesten voldoen.
In de maanden van de voorbereiding en het instuderen mocht geen van hen met de meisjes omgaan, wat voor sommigen wel moeilijk geweest zal zijn. Er mochten door hen geen ondeugende liedjes worden gezongen. Bovendien moesten ze de hele tijd fatsoenlijk leven en ze mochten bij het repeteren nooit protesteren, maar ze moesten zonder meer luisteren naar de  ‘meester die het claor kan speulen’.
Zo werd er dus in oktober en november ijverig geoefend tot de adventstijd en daarmee de tijd van de opvoering. En dan was het eindelijk zo ver. De spelersgroep kwam op de dag van de opvoering bij elkaar en trok als ‘kompanij’ door het dorp, de sterrenzanger voorop met de engel en de duivel achteraan. Hij en de engel waren al verkleed, de anderen nog niet. De hele groep ging na de processie naar de herberg waar de opvoering zou plaatsvinden, trok de toneelkleren aan, bracht alles voor de opvoering in gereedheid. In die tussentijd bleef de duivel in het dorp  en haalde onder de dorpsbewoners zijn streken uit. Hij blies op een koeienhoorn die hij met zich meedroeg, praatte op de mensen in en maakte zoveel stampei, opdat maar heel veel mensen naar de opvoering zouden komen. Maar nodig was dat niet, want de opvoering was de grootste gebeurtenis van het hele jaar. Of er ook iemand was die niet ging? Ja, er was iemand en tijdens Schröers tijd was dat uitgerekend de schoolmeester, die tegelijkertijd ook het aanzien van een burgemeester of notaris genoot. Hij, als vertegenwoordiger van het intellect, hield niet van de spelen. Misschien stak het hem dat de spelen helemaal niet bij één van de godsdiensten hoorde, want ze werden zowel voor katholieken als door protestanten opgevoerd en de spelers waren zowel katholiek als protestant. Misschien was hij ook geïrriteerd, omdat de vrouwenrollen, bv. die van Eva en Maria, door jongens gespeeld werden.
Maar laten we de schoolmeester vergeten!
Tijdens de opvoering zaten de toeschouwers in een halve kring, in hoefijzervorm om de in het midden daarvan spelende groep en zo konden ze zich helemaal één voelen.
Tot zover over de manier hoe een opvoering tot stand kwam en verliep!

Toen Schröer oud geworden was en als professor aan de universiteit van Wenen werkte, volgde een jonge student zijn colleges, die we allemaal kennen en op wie we van harte zijn gesteld. Hij heet Rudolf Steiner. De oude Schröer had al snel in de gaten met wie hij te maken had en sloot hem in zijn hart. Beide, de oudere en de jongere waren spoedig diep bevriend. Het kon niet uitblijven dat Schröer de ander tot assistent en mederaadgever maakte bij alles wat hem zelf zo dierbaar was en zo gaf hij hem de kerstspelen uit Oberufer als een kostbaar erfstuk.
De jonge Rudolf Steiner heeft ze trouw bewaard.
Toen hij zelf ouder was en zich rondom hem een grote groep mensen aaneensloot die enthousiast was voor het nieuwe en het grootse wat hij te brengen had, was het ook aan de tijd de spelen die hij gekregen had weer een plaats te geven in het leven, eerst in Dornach en dan, toen de vrijeschool in Stuttgart opgericht was, ook daar.
Hij gaf ze de toenmalige lerarengroep als geschenk en zo werd in 1921 door de leraren van de vrijeschool, met persoonlijke aanwijzingen van Rudolf Steiner, het herdersspel opgevoerd. (Het is voor ons een mooie gedachte, dat twee van de leraren van toen, ook vandaag weer meespelen in de rollen waarin ze toen al opgingen: de sterrenzanger en de engel. Drie van hen die de jaren daarna met iedere kerst trouwe medespelers waren, zijn reeds door de poort van de dood gegaan.)

Zo loopt er een levende lijn vanaf de boeren uit Oberufer over Karl Julius Schröer en Rudolf Steiner naar de leerkrachten van de vrijeschool Stuttgart.
Maar de ketting heeft nog een schakel. Want tegelijk met ons en naast ons leerkrachten wedijveren oud-vrijeschoolleerlingen om deze spelen in een grotere openbaarheid door te dragen.
Tien jaar lang was het ons niet gegund de Oberuferer kerstspelen op deze plaats in deze zaal op te voeren. De vrijeschool was verboden en de grote zaal lag in puin. Die is weer opgebouwd en zo konden de drie voorbije avonden de leraren hierin hun kerstgeschenk aan de leerlingen geven. Dat was ook wat Rudolf Steiner graag wilde.
Uit het schoolleven van de vrijeschool zijn de spelen niet meer weg te denken. De leerlingen weten dit het beste. Ze verheugen zich, je zou willen zeggen, al een heel jaar, op het ogenblijk waarop ze naar de zaal komen en het gordijn opengaat.

U allen, beste aanwezigen, willen wij leraren, aan de vreugde van dit geschenk dat voor onze leerlingen is, laten deelnemen.

Ernst Bindel, Erziehungskunst 12e jaargang dec.1948

 

Kerstspelen: alle artikelen

 

 

921

 

VRIJESCHOOL – Kerstspelen – achtergronden (2)

Over de boodschap van de kerstspelen.

Toespraak bij een openbare uitvoering.*

Vele van de aanwezigen zijn de ‘oude volkse spelen’, de kerstspelen uit Oberufer, diepgaand vertrouwd. Ze worden in alle Duitse en ook buitenlandse vrijescholen als een geschenk van de leerkrachten aan de leerlingen ieder jaar opgevoerd. Maar niet alleen op onze scholen, ook in woon- en werkgemeenschappen voor mensen met een verstandelijke beperking, meervoudige handicaps en / of gedragsproblematiek. In afdelingen van de antroposofische vereniging, in de Christengemeenschapskerken nemen de spelen een vertrouwde plaats in. Ze worden opgevoerd in bedrijven en ziekenhuizen en menig ‘kompany’ stelt zich ten doel in gevangenissen te spelen. We kunnen dus tegenwoordig wel spreken van een zich uitbreidende beweging van de kerstspelen uit Oberufer.

Voor wie er door geraakt wordt, wordt Kerstmis weer een Christusfeest

De uitgeefster van het tekstboek, Marie Steiner, vele jaren medewerkster van Rudolf Steiner, wijst in het voorwoord op de vredesboodschap van deze eenvoudige volksspelen.
Onze tijd* die als nieuwe takken van wetenschap ‘vredesvraagstukken’ en ‘toekomstvraagstukken’ heeft, kan veel ‘vredesboodschappen’ opmerken.

Wat de boodschap van vrede in onze spelen betreft, die heeft niet als resultaat dat ergens de oorlogshandelingen ophouden. Ware vrede is gebonden aan voorwaarde; die vraagt de bereidheid tot de ‘goede wil’, zich te doordringen met het licht dat sinds de eerste wereldkerstnacht in de duisternis schijnt. Wanneer die wil de harten vervult, wordt Kerstmis een feest dat vrede in de ziel brengt en eenheid sticht.

Bijna 60 jaar geleden* werden de spelen uit Oberufer op een nieuwe manier opgevoerd. Kerstmis 1910 heeft Rudolf Steiner ze opnieuw vorm gegeven en vanuit een nieuwe geest de traditie geschapen waarin we nu staan.

Het jaar 1910 neemt in het leven van Rudolf Steiner een belangrijke plaats in. In relatie tot Goethes ‘Sprookje van de groene slang en de schone lelie’ ontstond het eerste van de vier ‘mysteriedrama’s’, waarin de profetes Theodora het begin van de nieuwe Christustijd aankondigt.

In het zelfde jaar klonk er soort begeleidingsmotief: de activiteit rond de kerstspelen begon in Berlijn, midden in de drukte van de miljoenenstad. Het jaar daarop volgden opvoeringen in Wenen, in 1921 op de vrijeschool in Stuttgart.

Onder de spelers bevond zich – al sinds het begin in Wenen – de onvergetelijke Karl Schubert, wiens 80e verjaardag op 25 november 1969 zijn vrienden over de hele wereld in gedachten samenbracht. Met de hem eigen uitdrukkingskracht in spraak en gebaar, vertolkte hij de rol van boompjesdrager, sterrenzanger, de herder Witok en de lakei.

Wat in 1910 weer ontstond, was een honderd jaar daarvoor verloren gegaan. In het midden van de 19e eeuw vonden de laatste opvoeringen plaats op het eilandje Oberufer in de Donau, niet ver van Pressburg, het huidige Bratislava. Toentertijd tekende een jonge gymnasiumleraar uit Pressburg de spelen op en behoedde ze daarmee dat ze verloren zouden gaan. Hij kon het vertrouwen van de boer winnen in wiens familie het recht van opvoering erfelijk was en die af en toe nog, met tussenfasen van vijf tot tien jaar jongens uit het dorp samenbracht en ze instudeerde.

Die jonge leraar, de Goethe-enthousiast Karl Julius Schröer, voelde zich in het diepst van zijn wezen verbonden met een stroming die in de vroege middeleeuwen zijn oorsprong had en in Oberufer ophield: met de geestelijke spelen uit de middeleeuwen waarvan aan het begin de eerste Duitse dichteres staat, de non Hrotsvitha uit het klooster Gandersheim in de Harz. Duizend jaar hield de stroming het uit, toen verzandde ze.

Wat Schröer gevonden had, liet hij in boekvorm verschijnen. Maar het werkje zou in de vergetelheid zijn geraakt, wanneer Schröer, inmiddels beroepen aan de Technische Hogeschool in Wenen, niet een paar studenten had gehad aan wie hij zijn vondst kon toevertrouwen. Het was Rudolf Steiner die weer tot leven wekte wat de volkskundige Schröer had opgetekend. Door hem hebben wij de spelen gekregen en al die leerlingengeneraties die ze sinds die tijd hebben leren kennen.
Wanneer de leraren jaar na jaar het Paradijsspel, het Herdersspel en het Driekoningenspel opvoeren en wanneer de leerlingen door de opeenvolging van deze diepzinnige beelden in deze ‘trilogie’ geboeid worden, raken we vervuld met hoop.
De eenvoudige spelen uit Oberufer zouden erbij kunnen helpen dat de kersttijd werkelijk weer een vernieuwing voor de wereld wordt: een vernieuwde Christustijd – een tijd van ingetogenheid waarbij in de ziel het vredebrengende kerstlicht in toenemende mate helderder wordt.

*toespraak door Johannes Tauz, opgetekend in Erziehungskunst, 23e jrg. 1969
671

VRIJESCHOOL – Kerstspelen – achtergronden

.

OVER DE KERSTSPELEN

Velen hebben de Kerstspelen in de afgelopen weken gezien.  In een vorig artikel trachtte ik iets over ontstaan en historie van kerstfeest en kerstspelen in het algemeen te schrijven. Dit keer wil ik het over de kerstspelen van Oberufer in het bijzonder hebben.

Rudolf Steiners leermeester in de Duitse taal- en letterkunde, professor Schröer, ontdekte deze spelen, gaf de tekst uit en schreef er een kostelijk boekje over. Schröer meende, dat hij iets zeer bijzonders ontdekt had. Sindsdien zijn er in Duitsland, Oostenrijk en Frankrijk zeer veel lekenspelen gevonden, veel meer dan Schröer er in zijn tijd kende. De literaire wetenschap heeft hem in het gelijk gesteld: de spelen van Oberufer zijn verreweg de mooiste!

Rudolf Steiners verdienste is zeker, dat hij deze Kerstspelen behoedde voor bij­zetting in de ijskast der filologische wetenschap. Ondanks bepaalde wijzigingen – waarover later – zijn het schilderachtige beeldkarakter en de natuurlijke eenvoud springlevend gebleven door de opvoeringen in vrijescholen.

In Schröers tijd werden de kerstspelen in Oberufer en omgeving opgevoerd vanaf de eerste adventszondag tot en met Driekoningen. Eerst werd het Kerstspel gespeeld, daarna het Paradijsspel en vervolgens een klucht. Het Kerstspel bestond uit drie gedeelten: Jozefs tocht met Maria naar Bethlehem en de blijde Geboorte, het Herderspel en het Drie Koningenspel.                                                    \

Schröer geeft een levendige beschrijving, hoe de spelerstroep onder aanvoering van de ‘meesterzanger’, die kerstboom en ster droeg, op de grote dag uit het huis van de leermeester (regisseur) te voorschijn kwam. Lang niet ieder jaar was het mogelijk de geschikte spelers te vinden, zodat de verwachtingen steeds hoog gespan­nen waren.

Er bestond een vaste volgorde en ook was er een vast aantal dubbelrollen. Zoals gezegd, werd een vrouwenrol door een boerenjongen gespeeld, aangezien vrouwspersonen niet op de planken mochten verschijnen.

Achter de meesterzanger liep de engel Gabriël, die in alle spelen optrad. Daarna kwamen Jozef en Maria, die ook de Eva speelde. Vervolgens verschenen de drie Koningen: voorop de rode Koning Melchior, die steeds ook voor God-Vader in het Paradijsspel speelde, dan de blauwe Balthasar, ten slotte Caspar, de
Morenkoning. Hij had een zwarte lap voor het gezicht, die snel verwijderd kon worden, wanneer hij voor Adam moest spelen. Dan volgde de zwartbaardige Koning Herodes, die ook de overspelige schoenlapper in de Carnavalsklucht moest voorstellen. Vervolgens kwam de duivel, geheel  in het zwart, met, horentjes en een staart.  In de hand hield hij een koehoorn, waarop hij lustig toeterde. Achter hem liepen de hogepriester en de schriftgeleerden. Vervolgens, kwam de hoofdman van Herodes. Deze moest een knappe kerel zijn, want in de klucht moest hij de even fraaie als ontrouwe kleermakersvrouw voorstellen. Maar hij had ook nog andere nevenfuncties. Volgens traditie moest hij de ster dragen en naar voren treden, wanneer de kerstspelers een concurrerende spelerstroep van een ander dorp ontmoetten, (men trok ook naar de naburige dorpen om te spelen).
Dan ontspon zich een wedstrijd tussen de twee hoofdmannen, wie de meeste vragen van de ander kon beantwoorden. De winnaar mocht dan met zijn troep in het dorp spelen, de verliezer trok af met zijn schare. Achter de hoofdman kwamen de lakei, de page en de soldaten, die ook de rollen van waarden en geburen vervulden. Geheel achteraan kwamen de herders: de groene Gallas, de blauwe Witok, de rode Stichl alsmede de ruige, stokoude Crispijn, zo dik in het bont, dat hij wel een kreupele beer geleek.

Wanneer de spelers zich gereed maakten, liep de duivel naar buiten. Luid toeterend nodigde hij ieder uit naar de spelen te komen, zelfs sprong hij op voorbij rijdende wagens, maakte ieder aan het schrikken en bracht het dorp in rep en roer.
Spoedig vulden de banken in de herberg zich met toehoorders. Men zat aan drie
kanten om de open toneelruimte heen, de vierde kant was afgesloten met een gordijn, waarachter de spelers zich konden verkleden. Daarna kon het spel beginnen.
De buitengewoon belangrijke rol van de duivel  in de spelen verdient alle aandacht.
Wat heeft dit vreeswekkend personage niet allemaal te doen! Weliswaar slaat hij Adam en Eva in boeien en zet Herodes aan tot de afschuwelijke kindermoord, maar ook bewaart hij met zijn knuppel de orde in de zaal, zet tronen en stoel en neer, stoft ze keurig af, schuift ze weer weg, nodigt de spelers uit om op te staan, laat hen weer zitten, geeft zwaard en mandaat aan, haalt Adams jutezak weg, maakt grappen, kortom, hij is behalve duivel ook potsenmaker en vooral toneelknecht.
In deze duivelsrol ligt een even belangrijk kunstzinnig moment als een diepzinnige achtergrondfilosofie. Het volmaakt-boze kan op het toneel eigenlijk niet worden uitgebeeld, het is alleen dragelijk door humor, waardoor – en vooral voor kinderen – ook ontspanning mogelijk wordt. Maar al is een geheel, serieuze en onafhankelijke duivel onverdraaglijk, hij is ook onmogelijk en ondenkbaar in het licht van Gods Almacht. Hij moet:dan ook een taak in bet goddelijke wereldplan hebben: de duivel is een dienaar Gods, die weliswaar steeds het boze wil, maar desondanks de goede gang van zaken bevordert; een diepe gedachte over het boze, die o.a. zeer duidelijk in Goethes Faust te vinden is. De duistere duivelsrol geeft bovendien de lichtende figuren extra reliëf. De engel mag steeds de proloog en de epiloog spreken, dus: in eenvoudige woorden aan­kondigen wat men te zien zal krijgen en na afloop als echte lekenspeler veront­schuldigingen aanbieden voor datgene wat men gezien heeft.

Tussen engel en duivel, rechts en links van het toneel, speelt alles zich af. Alleen in het Paradijsspel wordt een tipje van de sluier opgelicht om deze licht-duisterpolarteit  in zijn oorsprong te verklaren.

Het eigenlijke Kerstspel
De engel Gabriel en het Jezuskind beheersen dit warme en kleurrijke spel. Het boze komt alleen om de hoek kijken bij de ongastvrije waarden. Zeer mooi gevonden is de aan het spel voorafgaande Verkondiging of Annunciatie: Maria blijft alleen achter, de de engel komt haar de blijde boodschap brengen. Daarna begint pas het eigenlïjke spel met de proloog van de engel. Liederen van de ‘Kompanij’ sluiten elke scène af. Met uiterst sobere middelen wordt de moeizame tocht van Jozef en zijn jonge vrouw Maria naar Bethlehem uitgebeeld.

De drie waarden waren oorspronkelijk man, vrouw en dienstmaagd. Deze laatste verwijst Jozef en Maria naar de stal. Later werden het drie aparte waarden, van wie de namen Rufinus en Titus luiden. De boze waard heet volgens een Pressburgs manuscript Servilus.
Bijzonder mooi en indrukwekkend is in het Oberuferspel, dat de engel de ster laat neerdalen boven Maria die de armen omhoog strekt en zo het kind naar de geest ontvangt.
Jozef beleeft deze geboorte slapend mee. Er is geen pop of enig echt kind. Het kind moet men zich voorstellen. In de traditionele kerstspelen bleef Jozef wakker en trachtte onhandig licht te maken, dat steeds weer uitging. Daardoor werd de aandacht van Maria afgeleid, die dan ineens het kind had.

De middeleeuwse traditie, die Jozef vaak als een oude, kuchende stoethaspel voor­stelde, is historisch niet juist en vindt ook geen steun in de Bijbel (die in die tijd ook niet gelezen mocht worden).

We zullen meer van dergelijke dingen tegenkomen, die dan ook niet essentieel zijn voor de spirituele kracht en het beeldend vermogen van deze kerstspelen. Na de geboorte komen de herders aan de beurt. Zij behoorden tot de onaanzienlijksten in het land. Zij lopen in de stoet ook geheel achteraan in Oberufer. Maar bij deze sociaal misdeelden komt de engel het eerst. Hoe warm wordt de boodschap ontvangen en wat kost het hun weinig moeite om van hun armoetje nog iets te offeren.
Interessant is het, dat in het spel de blijde boodschap van de engel al wordt voor­bereid, doordat de oude Witok tijdens het eten over de verwachting van de Messias spreekt, hetgeen de herders al spoedig doet springen van vreugde. Meestal hadden de middeleeuwse herdersscènes grote uitvoerigheid: er waren eindeloos veel klachten over koude, wolven en slechte tijden.  In het spel van Oberufer is dit duidelijk be­kort. Wat wij bij de opvoering niet meer doen, is het rondlopen van de engel op de lichamen der slapende herders. In Oberufer mochten de herders niets laten merken. Zo maakten zij de toeschouwers duidelijk, dat een engel geen aards gewicht heeft. De tocht van de herders naar Bethlehem wordt door hun vrolijke dans ingeleid. Liederen en tekst bij de aanbidding en offering in de stal zijn van een grote schoonheid en innigheid.
Het Herdersspel besluit met de merkwaardige scène, waarin de oude herder Crispijn aankomt. Deze vierde herder is doof, half blind en een beetje simpel. Hij heeft het wonder gemist, een beeld voor de mens die in zijn leven de hogere impulsen niet kan vinden.

Het Driekoningenspel
Zoals reeds gezegd is, vormde het Drie Koningenspel het slot van het Kerstspel. Rudolf Steiner maakte het daarvan los, een gerechtvaardigde maatregel, want het Driekoningenspel was oorspronkelijk even zeer een apart spel als het dat nu is.
Dat het een deel van het Kerstspel was, is hier en daar nog te merken.

Het Driekoningenspel mist de inleiding door de Sterrenzanger en het heeft ook geen openingslied. Er is alleen een korte proloog van de engel. De spelers die ‘af’ zijn, zitten toch duidelijk zichtbaar op de achtergrond. Rechts, de goede helft, wordt geaccentueerd door de blinkende koningsgestalten en de engel; links zitten de duivel, soldaten, schriftgeleerden en Herodes. ‘Lichte’ en ‘donkere’ helft van het toneel geven sterke accenten aan de felle dramatiek van dit spel, dat voor de kleine kinderen ook ongeschikt wordt geacht.
In het eerste gedeelte ontdekken de Drie Koningen elk voor zich de ster, besluiten op reis te gaan en ontmoeten elkaar niet ver van Jeruzalem. Opvallend is het, dat Koning Melchior zelf het heilige Kind en de Moedermaagd in de ster waarneemt, ter­wijl de door hem geraadpleegde wijze en sterrenwichelaar Viligratia dat niet kan en slechts over dit fenomeen de boeken kan raadplegen. Hier wordt als beeld het hogere, schouwende bewustzijn gesteld tegenover het traditionele weten, het schriftgeleerdenschap. Later herhaalt deze tegenstelling zich op negatieve wijze in de scène van Herodes met de schriftgeleerden.

De aandacht wordt verplaatst naar de linkerhelft, waar Herodes, de ‘vierde koning’, heerst. Verontrust door de lichtglans der Driekoningen, laat hij de schriftgeleerden komen om hen te raadplegen over de ‘nieuwgeboren conink’. Hij die uit historie of traditie bekend is met de waardige houding, der échte joodse priester, kan grote moeite hebben met de drie trappelende en drukdoende nerveuzen uit het Oberuferspel. Men moet dan ook weten, dat deze schriftgeleerden duidelijk niet historisch zijn, maar een traditioneel middeleeuwse voorstelling uitbeelden. Het is eigenlijk verbluffend om uit de tekst te horen, dat deze schriftgeleerden weten: de geboorteplaats en het Messiaanse karakter van het heilige kind, het niet-wereldlijke van Christus’ Koninkrijk en de kruisdood. Toch worden zij er niet koud of warm van, het is “wetenschap”, geen ervaring van schouwend beleven. Daardoor krijgt ondanks het onhistorische deze scène als beeld een diepe betekenis: vanuit het intellect en de traditie kan men de levende Christus niet vinden. De brullende en dan weer vosachtige Koning Herodes is in het spel wel grotendeels historisch. Men leze er Flavius Jozefus’ biografie van Herodes maar eens na. Herodes was geen Jood, maar een Arabier, die zich als satelliet van de Romeinse Keizer tot Koning van Judea wist op te werpen. Bijzonder mooi is het lied na de duistere scène, waarin Herodes zich definitief met de duivel verbindt. Alles straalt van licht. De heilige familie komt op, niets kwaads vermoedend, en de drie Koningen brengen hun offer en aanbidden het kind, tot welks dood Herodes al besloten heeft. Na dit schone middengedeelte van het spel volgt dan de kindermoord en de duistere dood van Herodes en zijn hoofdman.

In Oberufer moest de duivel met groot geweld tussen de soldaten met getrokken zwaarden (echte) springen om Herodes te halen.

Een aantal soldaten stond met gekruiste zwaarden voor de troon om hun koning te beschermen. De duivel kreeg zo menig bloedige schram en hij mocht zich dan ook tevoren met een flinke slok moed indrinken! De duivel haalde ook de hoofdman tot slot.
Een prachtig lied ‘Wilt singhen en jubileren’, daterende uit 1328, sloot het spel af.

Het Paradijsspel
Dit korte felle drama van Adam en Eva tussen engel en duivel, met God-Vader op de achtergrond, behandelt de schepping en de zondeval van het eerste mensenpaar. In zijn soort is dit spel misschien wel het meest gave van de drie. Vooral de slotbeelden zijn zeer mooi en indrukwekkend.
De duivel slaat Adam en Eva in kettingen na hun uitdrijving uit het paradijs – geen Bijbels, wel een traditioneel gegeven.
Na het neerwerpen van de duivel vallen de kettingen van Adam en Eva af. Door het eten van de ‘Boom der Kennis’ zullen zij het goed en kwaad kunnen beseffen. De ‘Boom des Levens’ echter zal hun verborgen blijven. Daarin kan pas verandering komen, wanneer de Christus op aarde komt, gelijk de engel  in zijn epiloog aankondigt. Over de achtergronden van het Paradijsspel zou nog zeer veel meer te zeggen zijn, dat nu achterwege moet blijven.

Evenals na een trilogie van Griekse tragedies een zeer uitbundig en realistisch
Satyrspel werd opgevoerd, zo had men in Oberufer de Vastenavondklucht van de ontrouwe kleermakersvrouw. Haar minnaar, de schoenmaker, sluipt steeds het huis binnen en vermomt zich als spook, hetgeen allerhande primitieve grapjasserij met zich meebrengt.

Alleen op de eerste adventszondag werd dit kluchtige spel niet opgevoerd. Men zong onder aanvoering van de meesterzanger gewijde liederen. Dit werd zolang volgehouden totdat de laatste gast uit de herberg was verdwenen.

Men zou nog veel meer van de Kerstspelen kunnen zeggen. Voorlopig moge dit volstaan. Wie interesse voor hen opbrengt, kan ervaren, dat zij ieder jaar in waarde stijgen.

(P.C.Veltman, nadere gegevens onbekend)

.

kerstspelenalle artikelen

Kerstmisalle artikelen

jaarfeestenalle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: kerstspel  Kerstmis    jaartafel

.

380-358

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.