Categorie archief: sterrenkunde

VRIJESCHOOL – 7e klas – Sterrenkunde (1-1/13)

.

VOERMAN

Deze voerman is eigenlijk iemand die de teugels in handen heeft, zoals uit zijn andere naam Heniochus blijkt of een wagenmenner, want de Grieken hebben verschillende van hun beroemde wagenmenners in dit sterrenbeeld gezien. Volgens de mythologie was Erichthonios de eerste.
Erichthonios was een zoon van de aarde en de god van de smeden en kunstenaars, Hephaistos die een hevige liefde voor Athena had opgevat. Athena, die eigenlijk zijn moeder had moeten worden, nam het ventje bij zich op en gaf het ter verzorging aan de oudste dochter van koning Kekrops van Athene. 
Later nam Athena zelf de opvoeding van hem ter hand en leerde hem wilde paarden te vangen, te temmen en voor de wagen te spannen. 
Toen Erichthonios dan koning van Athene werd, vond hij het vierspan uit waarvoor Zeus hem na zijn dood in het sterrenbeeld van de Voerman voor eeuwig zijn standbeeld gaf. 

Volgens een andere legende heeft Hermes een andere wagenmenner, zijn zoon Myrtilos, in dit sterrenbeeld vereeuwigd. Hij was de wagenmenner van koning Oinomaos die over Pisa en Elis regeerde. De koning bezat een knappe dochter met de naam Hippodameia en al vele edele jongelingen dongen om haar hand. Haar vader, die het huwelijk zolang mogelijk voor zich uit wilde schuiven, stelde als voorwaarde dat alleen degene haar tot vrouw zou krijgen die hem bij het wagenwedrennen  zou verslaan. Hij had van zijn vader Ares twee door de wind verwekte paarden gekregen die nog sneller waren dan de noordenwind en als de beste paarden van Griekenland beschouwd werden. Bovendien liet hij voor deze wedren een bijzonder snelle wagen bouwen. En voor hem was het dus niet moeilijk om de aanbidders van zijn dochter een half uur voorsprong te geven op de lange renweg, terwijl hij dan op de Olympus een ram offerde op het altaar van Zeus.
De koning stond erop dat Hippodameia steeds met haar aanbidder mee moest rijden om zo zijn aandacht van het span paarden af te leiden. De afspraak was: als de koning hem zou inhalen, was het met zijn leven gedaan. Zou hij echter als eerste bij de eindstreep aankomen, dan werd Hippodameia zijn gemalin.
Tot nog toe was het geen aanbidder gelukt de tweekamp te winnen. Met zijn snelle wagen die Myrtilos bestuurde, kon de koning ze allemaal inhalen en hij doorboorde ze van achteren met zijn speer. 
Twaalf edele prinsen hadden op deze manier het leven gelaten, toen een nieuwe aanbidder aangekondigd werd. Het was Pelops, een jonge koning, die het rijk van zijn vader Tantalos aan de kust van de Zwarte Zee geërfd had. Hij hoopte  Hippodameia als zijn echtgenote mee naar huis te kunnen nemen, want de god van de zee, Poseidon, had hem een wagen met gouden vleugels geschonken en daarbij een span gevleugelde paarden.
Hippodameia werd meteen verliefd op de jonge, knappe Pelops toen zij hem voor de eerste keer zag en ze vreesde dat hij het noodlot dat zijn voorgangers had getroffen, ook zou moeten ondergaan. Zij moest op een of andere manier proberen te verhinderen dat de wagen van haar vader sneller zou zijn. Dat kon alleen met hulp van zijn wagenmenner Myrtilos gebeuren en zij beloofde dan ook hem rijkelijk te belonen, wanneer hij de snelheid zou kunnen vertragen. Toen verwijderde Myrtilos die de koningsdochter heimelijk liefhad, de pin uit de as van het wiel van de wagen van zijn heer en zette er een voor in de plaats van harde was en die zou bij het warm worden, smelten. En dat gebeurde ook, midden in de wedren, juist op het ogenblik dat Oinomaos Pelops ingehaald had en hem met zijn speer wilde doorboren. Het wiel vloog eraf, de koning viel, raakte verward in de teugels en werd door zijn paarden dodelijk meegesleept. Dat was zijn straf voor de dood van de onschuldige jongemannen, zoals de goden op de Olympus hadden besloten om een einde te maken aan de moorden. Myrtilos werd echter door Pelops slecht beloond. Hij zag hem als rivaal en uit angst duwde hij hem van een hoge klip de zee in. Toen plaatste zijn vader Hermes hem in het beeld van de voerman tussen de sterren. 

Een derde wagenmenner die de Grieken in het sterrenbeeld van de voerman zagen, was Phaethon die de zonnewagen van zijn vader Helios bestuurde. Zijn legende staat bij ‘Eridanus

De belangrijkste ster van de Voerman is de schitterende Capella, ‘de kleine geit’ Het is de geit die Zeus als kind op het eiland Kreta met haar melk voedde (→ Kleine Beer). Zij zou door de zonnegod Helios zelf in het leven zijn geroepen en was geen gewone geit, maar een nimf als geit. Ze kon de kleine Zeus haar melk geven omdat ze net een bokkentweeling het leven geschonken had, de mooiste die er op Kreta waren en zo bracht zij ze alle drie groot.
Op een dag brak er bij de geit door een boom een hoorn af.  Die pakte een nimf, zij vulde die tot aan de rand met vruchten, legde er een krans van geurende kruiden omheen en bracht deze aan Zeus. Later dronk hij daaruit. Die had de wonderbaarlijke eigenschap dat ieder die eruit dronk, zo voldaan raakte dat hij honger noch dorst voelde. Als wonderhoorn of als gevulde hoorn wordt deze tot op heden gezien als het symbool van de eeuwig stromende vruchtbaarheid en van de overvloed. 
Als dankbaarheid voor haar hulp zette Zeus, zodra hij daartoe de macht had, de geit en de twee bokjes als sterren aan de hemel.

Waarom de voerman die dan draagt, zoals Arat al in de 3e eeuw v Chr. verhaalt, heeft tot nog toe niemand gevonden. 

Zw                                                                  w                                                   nw
febr.  1   24°°u                                       mrt.  1   22°°u                          apr.  1  21°°u*
15  23°°u                                               15   21°°u                                  15 20°°u*
*zomertijd

In maart vinden we aan de avondhemel het sterrenbeeld Voerman hoog in het zuiden. (hierboven). In april daalt het naar het noordwesten toe en in mei staat het dan in het noordwesten dichtbij de horizon. De vijf heldere sterren van de Voerman vormen een opvallende driehoek. De ster bij de rechtervoet van de Voerman is tegelijkertijd de punt van een hoorn van de Stier die zo makkelijk is te vinden.

De namen van de sterren betekenen:

Capella (Latijn) = kleine geit
Menkalinan (Arabisch) = verhaspeld uit ; schouder van de voerman

 

.

Meer feiten

.

2528

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – 7e klas – Sterrenkunde (1-1/12)

.

eridanus

Deze rivier aan de sterrenhemel die bij de ster Rigel onder de linker voet van Orion ontspringt, werd door alle beschaafde volkeren vereerd. 
De Oude Egyptenaren zagen in hem een beeld van de Nijl die door heel hun land stroomt en voor hun leven zorgt. In Orion vereerden ze hun grote god Osiris, de rechter over de doden. Zijn onmiddellijke verbinding met de rivier Eridanus verklaarden ze zo, dat hij op deze hemelse stroom met zijn dodenschip neerwaarts voer. 
De Oude Grieken namen het beeld van de stroom over, maar ze verbonden het met een zonnemythe en met de mooie legende van Phaeton die ons door Ovidius in zijn  ‘Metamorfosen’ overgeleverd is. 
Phaeton was de zoon van Helios, de zonnegod en de menner van de zonnewagen. Zijn moeder Klymene, een dochter van de wereldstroom Okeanos en Thetis, de godin van de zee, trouwde met koning Merops van Ethiopië. Phaeton groeide als zoon van de koning op. Zijn moeder had hem echter over zijn echte vader verteld en op een dag schiep hij tegenover een vriend op over zijn afstamming. ‘Jij dwaas’, wierp deze tegen, ‘jij gelooft alles van je moeder en je schept trots op over een vader die bedacht is.’ 
Dat raakte Phaeton zeer diep. Hij haastte zich naar zijn moeder, die hem alleen maar kon bevestigen wat ze had gezegd en zij stuurde hem naar zijn vader Helios. Vol vreugde spoedde de jongeman zich door zijn land Ethiopië en India naar de plaats waar zijn vader iedere dag aan de morgenhemel opklom.
Hij vond zijn vader Helios, maar door zijn licht verblind, moest hij op verre afstand blijven staan. Zijn vader bevestigde hem wat zijn moeder verteld had. ‘Ik ontken het niet’, sprak hij, ‘jij bent mijn waardige zoon. Opdat je verder niet meer twijfelen zal, vraag een gift. Wat je ook vraagt, je zal het krijgen.’
Toen vroeg Phaeton of hij een dag lang de zonnewagen zou mogen mennen. Zijn vader trachtte tevergeefs deze wens uit zijn hoofd te praten, maar hij moest zich aan zijn belofte houden. Hij somde alle gevaren voor hem op, maar dat schrok de moedige jongeling niet af. Diep bedroefd leidde Helios zijn zoon naar de zonnewagen die uit louter goud en zilver en edelstenen bestaat. Met een heilige zalf smeerde hij zijn gelaat in, zette de stralenkroon op zijn hoofd en gaf hem de laatste waarschuwingen: ‘Vermijd hier de Zuidpool en aan de noordelijke hemel het sterrenbeeld van de Berin. Je zal duidelijk de sporen van de wielen zien; dat is je weg! En opdat hemel en aarde dezelfde warmte blijven krijgen, daal niet met de wagen, maar rijd ook niet naar het bovenste luchtruim! Als je te hoog vliegt, zal je de hemelse woningen in brand zetten, of te laag, de aarde. De zekerste weg is die van het midden!’

Terwijl hij deze woorden nog sprak, werd Eos, het morgenrood, al licht. Nog een keer probeerde Helios zijn zoon van dit gevaarlijke avontuur af te houden. Maar vrolijk te moede besteeg deze het hemelse gespan en nam de lichte teugels in zijn handen. Vol vreugde vulden de vier paarden van Helios de lucht met hun vlammengehinnik en de tocht begon. 
Voor Phaeton breidde zich nu de grenzeloze ruimte uit. Toen hij de landen onder zich zag die zich daar lager en lager voor hem uitstrekten, werd hij duizelig. Door een plotselinge schrik beefden zijn knieën en door het overmatige licht werd het hem donker voor de ogen. Wat moest hij nu doen? Er lag al een reusachtig stuk hemel achter hem, meer nog vóór hem. Dan eens blikte hij naar voren, naar het westen en dan keek hij weer om naar het oosten.
Radeloos staat hij nu op de wagen alsof hij betoverd is. Hij laat de teugels niet vieren, maar houdt ze slap. Bevend ziet hij zo van dichtbij de verbazingwekkende wonderen waarmee de hemel bezaaid is. Vanaf zijn verheven plaats ziet hij ze allemaal: de beelden van de reusachtige dieren. Hij ziet de schorpioen die de poten in een dubbele boog kromt en hem met de reusachtige stekel bedreigt. 
Dan is hij zo bang dat de teugels doelloos uit zijn handen glijden. Die raken de rug van de paarden. Als ze dat merken, gaan ze ervandoor, want niemand leidt hen nu. Ze razen voort in een richting waarin hun wildheid hen drijft. Nu eens gaat het stijl omhoog, dan weer de diepte in, naar de aarde. De aarde vat vlam. Ze barst en wordt dor. De rivieren drogen op, hele steden gaan in vlammen op en Phaeton ziet vol schrik hoe de aarde om hem heen in brand staat.
In haar nood riep de aarde tot Zeus: ‘Wanneer de zeeën vergaan en de aarde verbrandt, worden wij in de oeroude chaos geworpen. Pak van de vlammen af wat er voor ons nog overblijft en red het wereldal!’
Toen donderde Zeus krachtig. Vol geweld haalde hij met zijn rechterhand uit en slingerde plotseling zijn bliksem naar de wagenmenner. Phaeton sloeg ondersteboven en stortte als een vallende ster uit de hemel. De grote rivier Eridanus nam hem in zich op en waste zijn berookte aangezicht. De Najaden begroeven zijn lichaam en plaatsten een steen erbij met het opschrift: ‘Phaeton rust hier, hij die de wagen van zijn vader mende. Hij bleef er geen meester over, maar groots was wat hij durfde!

Zo                                                                     z                                                                   zw
dec.   1. 24°°u                                              jan.   1. 22°°u                            feb  1   20°°u 
         15. 23°°u                                                      15. 21°°u                                  15  19°°u

Je vindt de rivier Eridanus het makkelijkst wanneer je van de linkervoet van Orion uitgaat die zogezegd op de bron staat. In december moet je in het zuidoosten, in januari n het zuiden en in februari in het zuidwesten zoeken.

De namen van de sterren betekenen

Achernar (Arabisch) = einde van de rivier
Zaurak (Arabisch) = boot

Meer feiten

Sterrenkundealle artikelen

7e klasalle artikelen

.

2513

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – 7e klas – sterrenkunde (1-1/28)

.

WEEGSCHAAL

In de tijd van de Oude Grieken hoorden de sterren die tegenwoordig bij het sterrenbeeld Weegschaal horen, nog bij het sterrenbeeld van de Schorpioen en vormden daarvan de scharen. Daarom bestaan er geen Griekse legenden over deze hemelweegschaal.
We komen een beetje dichter bij het geheim van de hemelweegschaal, wanneer we naar oude sterrenkaarten uit de eerste eeuwen van de christelijke jaartelling ontdekken, dat toentertijd het sterrenbeeld niet alleen een weegschaal was, maar dat deze weegschaal door een gevleugeld engelwezen of door een jongeling, de weegschaalman’ vastgehouden werd. 

Vermoedelijk vinden dergelijke afbeeldingen hun oorsprong nog verder terug tot in de Egyptische tijd waarin de hemelweegschaal in samenhang met de zon en met een godheid werd beschouwd. In de zgn. ‘dodenboeken’ die de Oude Egyptenaren hun gestorvenen meegaven, wordt met beelden en woorden verhelderd welke betekenis de weegschaal had.
Het was de weegschaal van de gerechtigheid, een grote kosmische weegschaal die het evenwicht tussen het leven nu en het hiernamaals, tussen de zichtbare en de onzichtbare wereld vertegenwoordigde.
Wanneer een gestorvene van de zichtbare naar de onzichtbare wereld overging, werd hij voor de god Anubis gebracht, de hemelse rechtspraak. Zijn hart kwam – beeldend – op de linker schaal van de onpartijdige weegschaal van de gerechtigheid te liggen, op de rechter schaal lag een veer, het teken van de Maät, de godin van waarheid en rechtvaardigheid. Dan woog Anubis het hart van de overledene, zoals te zien is op een afbeelding uit de tijd rond 1300 voor Chr,

Alleen als het hart van de gestorvene het onderzoek kon doorstaan, kwam hij in de ruimte van de waarheid en de gerechtigheid en daar begon voor hem een hogere vorm van bestaan.

In de middeleeuwen ontstonden beelden waarop de aartsengel Michaël de weegschaal in de hand houdt en daarmee de zielen van de mensen weegt. Deze tekening ios een versimpeling van een schilderijbeeld van Rogier van der Weyden (1399 – 1464)

In een Hebreeuwse legende ‘De wereldweegschaal’ staat ‘En ik zag hoe de vorst van de engelen Michaël, een geweldige weegschaal vasthield, zo diep, wel van de hemel tot de aarde en zo breed, wel van het noorden naar het zuiden. En ik zei: ‘Heer, wat houdt de aartsengel Michaël daar vast?’ En hij zei tot mij: ‘In deze schaal komen alle deugden en goede werken van de rechtvaardige mensen te liggen, die dan bij de hemelse god gebracht worden.’

Of het engelwezen dat op de oude sterrenkaarten de weegschaal vasthoudt, de aartsengel Michaël is? 
Het beeld kan ons wel helpen vertrouwd te raken met het sterrenbeeld van de Weegschaal.

Zo                                                                    z                                                        zw
mei   1   1°°u*                                          juni   1. 23°°u*                              juli  1  21°°u*
15  24°°u*                                                 15 22°°u*                                  15  20 °°u*
*zomertijd

Namen van de sterren

Kiffa Australis (Arabisch/Latijn) = zuidelijke weegschaal
Kiffa Borealis (Arabisch/Latijn) = noordelijke weegschaal

Meer feiten

Sterrenkundealle artikelen

7e klasalle artikelen

.

2509

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – 7e klas – Sterrenkunde (1-1/11)

.

(POOL)DRAAK

Dit sterrenbeeld dat we de draak noemen, kent de mens al sinds onheugelijke tijden. De sterren die erbij horen slingeren op een karakteristieke manier en niet te missen, tussen de beide sterrenbeelden van de Beren door. Vroege Griekse astronomen noemden het sterrenbeeld daarom ook wel ‘de slang tussen de berinnen’. Later werd dat in het Latijn wat korter: ‘serpens’, slang.
De hemeldraak onderscheidt zich van alle andere sterrenbeelden doordat hij wakend rond de eclipticapool ligt, het punt aan de hemel waar de noordelijke hemelpool in een platonisch wereldjaar omheen draait → Kleine Beer.
Wellicht de reden dat de Oude Grieken in de hemeldraak hun hoogste god Zeus zagen.
Een andere legende van de Oude Grieken brengt de hemeldraak in verband met hun zonnegod Apollo:
In het heilige gebied van Delphi, de oude mysterieplaats, was sinds mensenheugenis een spleet in de aarde waaruit een bedwelmende damp opsteeg. Wie die spleet naderde, werd door de damp bedwelmd en raakte in trance waarin hij de diepste waarheden kon uiten en profetische voorspellingen kon doen. In de oudste tijden was het Gaia, de aarde zelf, die op deze manier haar orakelspreuken gaf. In de tijd van Deukalion was het de godin Themis, een dochter van de hemel en de aarde, die aan de vragende mensen hun toekomstige lot in orakelwoorden voorspelde → Waterman.
Een uit de aarde afkomstig ondier, een reusachtige draak, die de mensen Python noemden, bewaakte het heiligdom van Thetis. Als hij van de bergen naar de vruchtbare vlakte afdaalde, verwoestte Python de velden, verjoeg de nimfen, wurgde mensen en vee, slurpte de beken leeg en trok met angstaanjagende bogen om de bergen.
Toen de titanendochter Leto op het eiland Delos aan Apollo het leven had geschonken, een zoon van Zeus, wilde hij al na vier dagen een boog en pijlen hebben. Hij trok naar de Parnassus en doodde met zijn pijlen de drakenslang Python. Op dezelfde plaats die Python had bewaakt, vestigde Apollo later zijn beroemde orakel van Delphi → Dolfijn. De priesteres die de orakelspreuken verkondigde die haar door de godheid geopenbaard werden, werd naar de gedode draak Pythia genoemd. De draak die op aarde zo herdacht werd dat hij in de Phytische Spelen die door Apollo werden ingesteld, voortleefde, werd bovendien door de goden aan de hemel geplaatst, waar hij sindsdien de eclipticapool bewaakt.

Er werden in dit sterrenbeeld ook andere draken uit de Griekse mythologie gezien. Met name de draak Ladon, de bewaker van de appels van de Hesperiden, hield de gemoederen van de Oude Grieken bezig. Hij werd of Ladon genoemd, wat zoveel betekent als ‘die het hemelse gebied van de aarde afzondert’ of ‘Hesperidenslang’. Daar zeggen de antieke schrijvers dit over:
Aan de uiterste rand van de aarde, daar waar de titaan Atlas staande de hemel draagt met zijn hoofd en handen, staat een appelboom met gouden vruchten. Deze boom was een geschenk van moeder aarde aan Zeus en Hera toen zij in het huwelijk traden. Hera was er heel blij mee: het geschenk was een symbool van de eeuwige jeugd, liefde en vruchtbaarheid en zij plantte de boom in de godentuin, ‘aan de overkant van de oceaan’. Daar woonden de ‘westelijke nimfen’ met de heldere stemmen, de dochters van Atlas en Hesperis, die de godentuin verzorgden. Toen Hera echter op een dag merkte dat de Hesperiden van de boom met de gouden appelen snoepten, plaatste ze de drakenslang Ladon bij de boom om die te bewaken. Ladon, die reusachtig groot was, kronkelde om de boom omhoog en sliep nooit. Hij had 100 koppen waarmee hij alle mogelijke, heel verschillende stemmen kon laten horen en hij was onsterfelijk. Sindsdien durfde niemand meer de gouden appels aan te raken.
Koning Eurystheus wist hoe moeilijk het was om deze appelen in zijn bezit te krijgen. Juist daarom droeg hij Herakles op → Hercules, als 12e werk om hem de appels van de Hesperiden te brengen. De held schrok ook daarvoor niet terug, hoewel hij aanvankelijk helemaal niet wist in welke richting hij de tuin van de Hesperiden moest zoeken. Vol moed ging hij op weg waarbij hij veel beproevingen moest doorstaan. Maar steeds opnieuw werd hij geholpen. In de Kaukasus schoot hij de adelaar neer die al 30 jaar lang aan de lever van Prometheus vrat → Adelaar.
Na vele gevaren die hij overleefde kwam Herakles bij de goddelijke tuin aan. Met hulp van de Hesperiden gelukte het hem de draak in slaap te sussen en drie gouden appels te plukken. Dit ogenblik zien we aan de sterrenhemel in het beeld: Herakles die met zijn linkerhand de appels van de Hesperiden draagt, staat met zijn linker voet op de kop van de draak en laat met dit overwinningsgebaar zien dat hij hem overwonnen heeft.
Herakles bracht de gouden appels naar Eurysteus. Deze gaf ze aan Herakles terug en hij schonk ze aan Athena die ze weer aan de Hesperiden teruggaf. Want het zou een schending hebben betekend van de goddelijke wet om het gestolen eigendom uit de godentuin van Hera zelf te houden.

          W                                                          nw                                                        n
Sept.  1      1°°u*                                     okt.  1  22°°u                                nov. 1  20°°u
         15   24°°u*                                            15  21°°u                                       15  19°°u

*zomertijd

Het sterrenbeeld draak hoort bij de circumpolaire sterren die altijd om de noordelijke hemelpool draaien en bij ons steeds boven de horizon staan. Dit beeld toont de positie midden oktober om 21°°u (w.t.)

De namen van de sterren betekenen

Alwaid (Arabisch) = betekenis vaag
Arrakis (Arabisch = betekenis vaag
Etamin (Arabisch) = afgeleid van ra’s at-tinnin = kop van de draak

Gianfar (Arabisch) = betekenis vaag
Thuban (Arabisch) = betekenis vaag

Meer feiten

Sterrenkundealle artikelen

7e klasalle artikelen

.

2503

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – 7e klas – sterrenkunde (1-1/9)

.

BOÖTES

Boötes is geen eigennaam, maar betekent ‘ossenhoeder, ossendrijver’.
In dit sterrenbeeld zagen de Oude Grieken de wijnboer Ikaros die voor zijn wagen loopt die volgeladen is met wijn, de teugels van de ossen die ervoor lopen, in zijn handen houdend. 
Zijn legende is ons overgeleverd door Nonnos van Panopolis.
In de tijd dat wijnproductie in Griekenland nog onbekend was, woonde boer Ikaros in Athene. Als geen ander was hij in staat bomen te kweken en te veredelen zodat die rijke vruchten droegen. 
Toen de Atheners feest vierden ter ere van Dionysos die de planten zegent, en ook Ikaros zijn zware boerenvoeten tot dansen dwong, kwam er een vreemdeling bij hem op bezoek. De boer ontving hem hartelijk, nodigde hem aan zijn eenvoudige dis en stuurde zijn dochter Erigone eropuit om voor zijn gast geitenmelk te halen. 
Maar de vreemdeling hield haar tegen. Hij had een andere drank meegebracht die hij nu uit een leren zak in de beker schonk en aan Ikaros aanbood met de woorden: ‘Beste man, ik heb hier een geschenk voor je meegebracht dat de Atheners nog niet kennen. Wanneer je dat naar hen toe brengt, zullen ze je bejubelen en ik zal je zaligheid prijzen. Besef wel, dat ik Dionysos ben, die jullie meer kan geven dan Demeter. Ik ben jaloers op haar, want lang geleden heeft zij een andere boer de korenaren geschonken. Triptolemos heeft de aren gekregen, maar jij krijgt van mij de druif. Aren zijn niet bij machte de ernstige zorgen te verzachten, maar  de druiven en de wijn kunnen wél kwellingen wegnemen die de mensheid pijnigen. Wanneer jij dit naar hen toe brengt, word jij, grijsaard, geliefder dan Triptolemos.
Zo sprak de god en reikte de gastvrije boer de beker met de geestopwekkende wijn. Beker na beker dronk hij leeg en verlangde telkens nog meer van deze lekkere balsem voor de ziel. In plaats van de vertrouwde melk schonk Erigone voor haar vader de wijn in, tot hij dronken was. Met onvaste voeten ging de boer staan. Hij voelde zich plotseling zo licht, zo vrij van de aardse zwaarte dat hij begon te dansen en ter ere van de god van de druiven begon hij een lied te zingen.
Voor Dionysos de gastvrije boer verliet, schonk hij hem stekjes van de druivenplant en leerde hem hoe deze met verzorgende hand te planten en hoe de ranken te verzorgen.
Dankbaar voor het geschenk van de god volgde Ikaros de raad op en perste dan ook de wijn. Maar dat deed hij niet alleen voor zichzelf, maar bracht het goddelijk geschenk ook bij de andere boeren en leerde hun hoe je uit de plant wijn bereidt. Hij liet ze van het lekkere sap proeven. Toen verging het hun net zo als het hem eens vergaan was en hij moest beker na beker vullen. De boeren kregen er geen genoeg van en werden steeds vrolijker. Een van hen stond op en sprak:
‘Zeg eens, oude man, hoe vond je deze nectar van de hemel? Lekkerder dan melk smaakt dit vocht en beter dan elk vloeibaar mengsel met honing. Je drank is zeldzaam en verlost de pijn: mijn zorgen vlieden heen in de luchtige wind.
Jij bent gelukkiger dan de gastvrije Keleos; heb jij in je huis onderdak verleend aan een hemelbewoner?
Ja, er kwam vast een andere god naar je toe, dat vermoed ik.
En die schonk dit vocht voor je vriendelijke maaltijd aan ons Attische land, zoals Demeter de korenaren.’

Maar het vrolijke feest kreeg een kwaadaardig slot. De onbekende drank steeg de boeren naar het hoofd, ze kregen gloeiende wangen, hun ogen rolden in hun hoofd en van binnen raakten ze verhit. Op hun voorhoofd zwollen de aderen, hun hoofden werden zwaar. Het leek wel op de eiken dansten, de rotsen huppelend opsprongen en de diepte van de aarde beefde. Onbekend met de wijn zonken ze ter aarde en kronkelden in het stof. 
Toen maakte een waangedachte zich van hen meester: ze dachten dat Ikaros hen had willen vergiftigen. Met schoffels en sikkels gingen ze op hem af en in hun bedwelming sloegen ze hem dood, niet wetend wat ze deden. Bijna dood lispelde hij nog de woorden:
‘O, wijn, jij trooster van de menselijke zorgen,
Zoet voor de anderen, ben je voor mij nu zuur.
Je bracht allen vreugde,
Maar mij, Ikaros, een dodelijk eind.’

Zo stierf Ikaros, de eerste wijnteler in Attika. Zeus echter verhief hem aan de sterrenhemel tot het sterrenbeeld Boötes, waar hij nog altijd voor zijn wagen, beladen met wijn, verderloopt, de teugels in zijn hand.

Niet zo ruim verbreid als deze legende, bestaat er op Kreta een andere die in het sterrenbeeld van Boötes Polymos zag, de uitvinder van de ploeg. Als herinnering voor de mens voor zijn daad die zoveel voor de cultuur betekende, zou Demeter hem als Boötes aan de hemel hebben geplaatst. 
De heldere Arcturus is de helderste ster van het beeld, maar die werd er niet bij betrokken. Deze ster die zonder samenhang met de gestalte van Boötes tussen diens benen oplicht, kent een andere legende.
Zijn Arcturus, de berenhoeder, wijst naar het sterrenbeeld van de Grote Beer. De Grieken zagen in hem Arkas, de zoon van Kallisto van wie de tragische geschiedenis is verteld bij het sterrenbeeld van de Grote Beer.

No                                                                      o                                                        zo
mrt.  1  24°°u                                      apr.  1  21°°u*                                    mei 1  21°°u*
        15  23°°u                                              15 22°°u*                                         15 20°°u*
*zomertijd

In maart vinden we het sterrenbeeld van Boötes aan de avondhemel lager bij de hoirzon en verder naar het noordoosten dan op bovenstaande kaart. In april staat het in het oosten (deze kaart) en in mei hoog in het zuidoosten. Wie het sterrenbeeld van de Grote Beer heeft gevonden en de gebogen lijn van de staartsterren in gedachten verder trekt, komt bij Arcturus de hoofdster van Boötes. Dat is de zekerste weg om Boötes aan de hemel te vinden.

De namen van de sterren betekenen

Arcturus (Latijn) = berenhoeder
Boötes (Latijn) = ossendrijver
Izar (Arabisch) afgeleid van ‘al-mi’zar = voorschoot
Nekkar (Arabisch) afgeleid van ‘Al-Nekkar’= ossendrijver

 

Meer feiten

Sterrenkundealle artikelen

7e klasalle artikelen

.

2493

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – 7e klas – sterrenkunde (1-1/27)

.

MAAGD

Dit sterrenbeeld van de dierenriem is een van de geheimzinnigste. De Babyloniërs noemden het simpelweg ‘korenaren’ en zo heet de belangrijkste ster ervan tot op heden, Spica = korenaren. 
Bij de oude Grieken was het ook altijd een jonkvrouw. In de oudste tijd werd zij ‘Kore’ = het meisje, genoemd. Men zag in haar de hemelse Persephone, de dochter van de grote godin Demeter. Hoe Pluto, de god van de onderwereld, haar roofde en waardoor zij weer werd bevrijd, wordt hier in de oudste overlevering, die van Homerus, ‘Hymne aan Demeter’, verteld.

Eens was de prille jonkvrouw Persephone met Athena, Aphrodite en andere hemelse jonkvrouwen op een weide aan het dansen, toen deze plotseling overtrokken werd met een toverachtige bloemenpracht. Vreugdevol over deze schoonheid liepen de meisjes hierheen, daarheen en plukten de mooiste bloemen. Alleen Persephone bleef staan. Voor haar was een wondermooie narcis uit de grond gegroeid en het leek wel of de toverbloem haar wilde aankijken. Haar tere, witte kroon glansde in het zonnelicht en vanuit het gouden hartje steeg een bedwelmende geur op waaraan Persephone zich overgaf. Ze plukte de wonderschone bloem en merkte helemaal niet hoe op dat ogenblik de aarde naast haar openbarstte. Uit de aardekloof kwam Pluto, heerser in het schaduwrijk, op een wagen, getrokken door zwarte paarden, omhoog gereden. Hij greep Persephone beet en trok de tegenstribbelende jonkvrouw bij hem in de wagen. Die daalde weer in de aarde af, de kloof sloot weer en vanuit de diepte klonk nog de roep van het geroofde meisje: ‘Help mij, moeder, moeder!!!’

Haar moeder Demeter had op de top van de Olympus de hulpkreet van haar dochter gehoord. Maar toen ze zich ter aarde stortte, kon zij geen spoor ontdekken van de haar zo beminde dochter die in de aardbodem verdwenen was. Met verlichte fakkels dwaalde ze tevergeefs over de wereld rond. Niemand kon of wilde haar de gruwelijke waarheid vertellen, tot zij Hekate ontmoette die met een fakkel zwaaide en zij leidde haar naar de zonnegod Helios. Van hem die alles weet, vernam Demeter nu dat Pluto haar dochter met goedvinden van de machtige Zeus geroofd had en dat ze nu als zijn gemalin de heerseres van het dodenrijk was.
Een wilde woede maakte zich meester van de vertwijfelde moeder. Ze ging niet terug naar de Olympos en ze meed de hemelse bewoners en ze ging in de gedaante van een arme, oude vrouw naar het huis van de heerser Keleos van Eleusis.
Daar nam ze de opvoeding op zich van de jonge Triptolemos, de zoon van de koning. Toen zij hem op een dag in het goddelijke vuur louteren wilde, zodat hij onsterfelijk zou worden, kwam de ontstelde moeder eraan en verstoorde het ritueel. 
Nu maakte Demeter zich bekend en sprak: ‘O, jullie verblinde mensen, jullie dwazen! Of jullie een goed lot of een slecht lot beschoren zijn, kunnen jullie niet weten.’
Toen gaf ze het bevel dat er op een overhangende rots boven een bron te harer ere een tempel zou worden gebouwd en dat gebeurde.
Voortaan woonde Demeter in die tempel en zij werd door de mensen zeer vereerd en zij koesterde wrok jegens de andere goden. Ze bekommerde zich niet meer om de groei en bloei van de gewassen die de aarde voortbracht. Mislukte oogsten, armoede en honger bedreigden de mensen en de goden ontvingen geen offers meer. 
Toen zond Zeus Iris met de gouden vleugels naar de om haar dochter treurende Demeter. Maar zij bleef onvermurwbaar en eiste eerst de vrijheid van haar kind..
En dus werd de godenboodschapper Hermes naar de Hades gestuurd om Persephone weer te halen. Pluto liet het toe, want omdat het meisje in zijn rijk van een granaatappel had geproefd, hoorde ze voor altijd bij hem. Zeus kon aan de treurende Demeter daardoor alleen verkondigen dat haar dochter voortaan een derde deel van het jaar in het schemerig duister van de aarde moest verblijven, maar tweederde deel mocht zij bij haar moeder zijn, samen met de andere goden.
Hermes bracht het godenkind vanuit de duisternis in het licht terug. Nu gaf Demeter gehoor aan de oproep van de godenvader en zij liet op aarde weer de bladeren ontluiken en de planten ontspruiten en de vruchten rijpen. 
Triptolemos echter, de zoon van de heerser van Eleusis die door Demeter was opgevoed, werd door de godin ingewijd in de geheimen van het verbouwen van granen. En nu vierden de mensen in Eleusis  ‘de opstanding van Kore’, meer dan duizend jaar lang.
In latere tijden zagen de Oude Grieken in het sterrenbeeld van de Maagd ook de goddelijke sterrenjonkvrouw Astrea, ‘de redelijkheid’ of ook wel Dike, ‘de gepersonifieerde ‘gerechtigheid’.
Volgens een oude legende  verbleef Dike vroeger onder de mensen. Dat was in de tijd toen het Gouden Geslacht op aarde woonde. Toen daarna het Zilveren Geslacht op aarde leefde, trok Dike zich in de bergen terug en verscheen alleen nog bij bijzondere gebeurtenissen om de mensen voor hen slechtheid te berispen. Toen hierna het IJzeren Geslacht op aarde leefde, vloog Dike uit teleurstelling over de heersende ongerechtigheid naar de hemel, waaraan ze sindsdien de mensen als het sterrenbeeld Maagd alleen ’s nachts nog verschijnt. 

ZO                                                               Z                                                   ZW
Mr.   1  2°°u                                        apr.  1    1°°u                             mei  1  23°°u*
15  1°°u                                                15  24°°u                                    15 22°°u*
*zomertijd

Het overzichtsbeeld laat het sterrenbeeld Maagd twee uur na het opgaan zien. Je kan het midden maart om 23°°u en midden april om 22°°u (zomertijd) zien tussen het oosten en het zuidoosten, dan komt het op.
Je kan het ook zo vinden: verbind je de drie staartsterren van de Grote Beer in gedachten door een lijn en volg je die verder, dan kom je eerst bij de ster Arcturus in Boötes en dan bij Spica, de hoofdster in het sterrenbeeld Maagd.

De namen van de sterren betekenen:

Spica (Latijn) = korenaren
Vindemiatrix (Latijn) = afgeleid van ‘vindemiator’= wijnboer

Meer feiten

Sterrenkundealle artikelen

7e klasalle artikelen

.

2488

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – 7e klas – sterrenkunde (1-1/8)

.

AREND, ADELAAR

De legende van de adelaar en de pijl brengt ons bij de Titanenzoon Prometheus, die volgens een Griekse sage het mensengelacht zou hebben geschapen.
Prometheus stamde van het oude godengeslacht af dat door Zeus van de troon werd gestoten.
Toen waren hemel en aarde al geschapen.
Op aarde waren stenen, planten en dieren, maar er ontbrak nog een schepsel waarvan het lichaam zo gevormd was, dat dit een woning voor de geest kon worden om de aarde aan zich te onderwerpen. 
Toen verscheen Prometheus op aarde, de zoon van de Titaan Japetos en de broer van Atlas die de aarde droeg. 
Prometheus wist dat in de aardbodem het zaad van de hemel sluimerde en dus nam hij een grote homp klei, maakte deze vochtig met het water van de rivier, kneedde hem en vormde hem naar het evenbeeld van de goden, heersers over de wereld. .
De mens moest rechtop over de aarde gaan en als enig aards wezen zijn blik naar de hemel richten, want de dieren wenden hun blik naar de aarde. Ook moest aan de mens de spraak worden gegeven die als een weerspiegeling van het wereldscheppende woord het zichtbaar worden van de geest is die aldus de ontwikkeling verder brengt.

Om de homp aarde levend te maken, nam Prometheus van de zielen der dieren al goede en slechte eigenschappen en sloot deze op in de borst van de mens. Als bekroning van zijn werk steeg hij op naar de zonnewagen en daar ontstak hij een fakkel en blies de mens de gloed daarvan in en zo gaf hij deze goddelijk leven en warmte.
Zo schiep volgens deze sage Prometheus de eerste mens gaf daarmee het mensengeslacht zijn plaats op aarde. 
Lange tijd wisten de mensen niet hoe de goddelijke vonk in hen zou kunnen werken.
Toen begon Prometheus voor zijn schepselen te zorgen en leerde hun naar de opkomende en ondergaande sterren te kijken, ook de kunst van het schrijven en tellen. Hij leerde hun de dieren te temmen, dienstbaar aan elkaar te zijn, kruiden tegen zoeken te ziekte en veel meer.
Zo werd Prometheus ook de eerste leraar van de mensheid.

Zeus, die de heerschappij over de wereld van zijn vader Kronos overgenomen had, zag het mensengeslacht aan en verlangde daarvan verering zodat het door de goden beschermd zou worden. Prometheus wierp zich op als verdediger van de mensen en hij probeerde de vader der goden, Zeus, om de tuin te leiden. Voor bij een samenkomst met de goden slachtte Prometheus een stier, pakte het vlees en de beenderen apart in en liet Zeus kiezen. Maar deze doorzag de list, maar koos met opzet het mindere deel om op Prometheus en zijn mensengeslacht wegens het schijnbare bedrog, zijn woede af te kunnen reageren. Zeus ontzegde daarom de mens het vuur dat hij zo dringend nodig had.
Prometheus echter, wist ook hier raad op. Hij nam een lange stengel van de reuzenvenkel, ging daarmee naar de zonnewagen en stak de stengel in brand en bracht het vuur naar de mensen die het behoedden en doorgaven.
Zo hielp Prometheus de mens tegen de wil van de nieuwe goden, wel beseffend dat hij daarvoor zou moeten boeten.
Dat gebeurde dan ook toen Zeus zijn wraak op hem richtte. Hephaistos, de god van het vuur en de smid moest Prometheus met een onverwoestbare ketting aan een rotswand in de Kaukasus vastklinken. Daar hing hij recht overeind boven een angstaanjagende afgrond, zonder te kunnen slapen en met grote pijn, maar zijn geest brak niet. Ook niet toen Zeus zijn adelaar op hem afstuurde die elke dag van de lever van Prometheus pikken mocht en elke dag weer aangroeide. Deze kwelling zou zo lang duren tot een onsterfelijk wezen bereid zou zijn voor Prometheus zijn leven te offeren. 
Iedere dag, dertig jaar lang, kwam de adelaar van Zeus, totdat Herakles onderweg naar de Hesperiden voorbij de Kaukasus trok , waar hij de gekwelde Titanenzoon zag lijden. Hij greep zijn boog en doodde de adelaar. toen bevrijdde hij Prometheus van zijn ketting en daarna van zijn straf, omdat de kentaur Chiron aanbood af te zien van zijn onsterfelijkheid en voor Prometheus te sterven. 
Opdat Zeus zich er vanaf dat ogenblik op zou kunnen beroemen dat zijn vijand toch nog aan de rotsen van de Kaukasus vastzat, droeg Prometheus voortaan een ijzeren ring met een steentje van die rots.
De adelaar van Zeus en de pijl van Herakles werden door de goden aan de sterrenhemel geplaatst om de herinnering aan het lijden van Prometheus en aan zijn bevrijding levend te houden.

NO                                                                     O                                                    ZO
juni   1  °°u*                                            juli   1  23°° u*                           aug. 1  21°°u*
15  24°°u*                                              15  22°°u*                                   15 20°°u*
*zomertijd

De sterrenbeelden adelaar en pijl vinden we in juni precies in het oosten, niet ver boven de horizon, in juli tussen oost en zuidoost (zie beeld hierboven) en in augustus verder naar het zuiden opstijgend, dan aan de avondhemel om 22°°u in de zomertijd.

De namen van de sterren betekenen:

Altair (Arabisch) = de vliegende adelaar.

Meer feiten

Sterrenkundealle artikelen

7e klasalle artikelen

.

2483

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – 7e klas – sterrenkunde (1-1/7)

.

walvis

Dit sterrenbeeld heette in de oudheid Cetos, ‘zeemonster’ en in de mythologie werd het zo voorgesteld. Poseidon, god van de zee, stuurde het op het volk van de Ethiopiërs af, als straf, omdat koningin Cassiopeia de Nereïden beledigd had. De gekwetste Nereïden gingen naar Poseidon, hun beschermer, toe en deze liet uit de Atlantische zee Cetos komen, een verschrikkelijk zeemonster. Landstukken van Ethiopië werden door hem verwoest en kudden en mensen verslonden.
Voor koning Cepheus luidde een uitspraak van het Orakel dat de plaag pas voorbij zou zijn, wanneer hij zijn dochter Andromeda zou offeren. Daar verzette Cepheus zich lang tegen, maar het volk dat zwaar van Cetos te leiden had, dwong hem er ten slotte toe, zijn enig kind aan een rots in zee te laten vastklinken. Daar wachtte het meisje huilend op de komst van het zeemonster en op haar zekere dood.
Perseus die de Gorgone Medusa gedood had en met zijn vleugelschoenen over dat land vloog, zag het en werd verliefd op de knappe jonkvrouw. Hij  wierp zich op om haar van het ondier te redden, wanneer zij de zijne wilde worden. Toen zij daarin toestemde en ook haar ouders, ging Perseus zo snel mogelijk met zijn vleugelschoenen naar zijn toekomstige bruid, want het ondier naderde al.
Als een sterk schip dat door de armen van zwetende jongens voortgestuwd werd, met zijn bek als boeg het water doorklievend, kwam het dier naderbij, met in borst de golven voor zich uit duwend. Het blies luid en spuwde vuur, zoals je bij het sterrenbeeld nog kan zien. Met opgerichte borst, de kop  nu hoog boven het water uittorenend, sperde het dier zijn neusgaten wijd open. Rood opgezwollen zijn uitsteeksels op zijn rug en de gevaarlijk blikkerende ogen zochten de jonkvrouw aan de oever. Nu ziet hij het meisje, zwemt dichterbij en is nog maar een steenworp afstand van haar.
Maar nu zet Perseus zich met zijn voeten snel van het land af en verheft zich in de lucht, gedragen door zijn vleugelschoenen. Als de schaduw van de jonge strijder boven het water verschijnt, werpt het wilde monster zich meteen op. Maar als een adelaar die beneden op het open veld een slang gewaarwordt, met zijn blauwachtige rug in het zonnetje baadt en deze vanachter nadert en zijn  klauwen in de schubbige nek slaat, zodat de giftige bek zich niet kan omkeren, zo grijpt Perseus nu Cretos. In een snelle stortvlucht stoot hij met zijn getande kromzwaard tot aan het gevest diep in het lichaam van het monster. Zwaar gewond richt het ondier zich nu op, dan weer verdwijnt het onder water. Dan draait het zich weer om als een wild zwijn dat de meute honden woedend van zich weren wil.
Maar met zijn vleugelschoenen ontwijkt Perseus behendig zijn felle bijten. Maar waar er maar gelegenheid is, snijdt hij hem nu weer met zijn zwaard in de rug die met schubben en holle spieren bezaaid is, dan weer tussen de ribben of in zijn staart waar het lichaam verandert in een soort vis.
Golven water vermengd met bloed borrelen op uit de keel van het beest. Daarvan worden de vleugelschoenen van de held zwaarder en hij durft niet meer op de volgezogen vleugels te vertrouwen. Op dat ogenblik ziet hij een klip. Wanner het water even tot rust komt, komt deze er met zijn punt bovenuit, maar nu spoelen de golven er weer over heen. Hier gaat hij staan, pakt met zijn linker hand een uitsteeksel vast en boort, zich krachtig tegen de rots afzettend, zijn zwaard drie, vier keer in het dier, in de flanken.
De stervende Cetos zinkt weg in de golven.
Torn het ondier overwonnen was, kwamen de mensen snel dichterbij, ze hadden het gevecht op veilige afstand gadegeslagen en ze begroetten overwinnaar met luid enthousiasme. Ook koning Cepheus en zijn vrouw Cassiopeia haastten zich naderbij en begroetten de held vol vreugde als redder van het volk en als schoonzoon.
Perseus bevrijdde eerst de gelukkige jonkvrouw van haar ketens die hij met zijn zwaard eenvoudig kapot sloeg, voor hij de sporen van het gevecht wegveegde en de goden een dankoffer bracht: een koe voor zijn beschermvrouwe Athena, een kalf voor zijn gevleugelde vriend Hermes en een stier voor zijn vader Zeus.
De bruiloft van Perseus en Andromeda werd voorbereid en gevierd, toen het ongeluk begon.
Hoe de legende van Perseus, Andromeda, Cepheus en Cassiopeia verder gaat, staat in de legende van Cepheus.

O                                                                      ZO                                                              Z
Okt. 1  24°°u                                               nov. 1  22°°u                               dec. 1 20°°u
15 21°°u                                                      15 21°°u                                      15 19°°u

Het sterrenbeeld Walvis stijgt september/oktober in het zo, staat in november tussen het zuidoosten en het zuiden, zie de afbeelding hierboven, en bereikt in december zijn hoogste stand boven de horizon, staat in januari in het zuidoosten en daalt februari tussen het zuidoosten en het westen weer onder de horizon.

De namen van de sterren betekenen:

Baten Kaitos (Arabisch) betekenis onduidelijk
Dereb Kaitos (Arabisch) afgeleid van danab qaytus = staart van Cetos
Menkar (Arabisch) afgeleid van minhar = neus
Mira (Latijn) = wonderster (omdat de helderheid in een periode van 331 dagen zeer sterk verandert.

Meer feiten

Sterrenkundealle artikelen

7e klasalle artikelen

.

2469

VRIJESCHOOL – 7e klas – sterrenkunde (1-1/5)

.

CEPHEUS

.
Legende
.

In Ethiopië heerste ooit koning Cepheus met zijn gemalin Cassiopeia.
Zij hadden een dochter, de schone Andromeda, een jonkvrouw in de huwbare leeftijd. Ze leefden allen gelukkig en tevreden, tot Cassiopeia, ten prooi gevallen aan ijdelheid, de Nereïden beledigde. De gekrenkte Nereïden wendden zich tot hun beschermer, Poseidon en deze zond vanuit de Atlantische zee een zeemonster dat mensen en kudden verslond.
In zijn nood zond koning Cepheus boden naar het orakel van Zeus-Ammon en liet daar om raad vragen. Het verschrikkelijke antwoord luidde: ‘Pas als de schone Andromeda, de dochter van de vermetele koningin Cassiopeia als buit aan het zeemonster uitgeleverd wordt, komt er een eind aan de nood.
De ongelukkige vader weigerde lang de vreselijke uitspraak te aanvaarden. Maar toen er steeds meer mensen door het monster stierven, drongen de opgewonden Ethiopiërs er bij de koning zo zeer op aan zijn dochter te offeren om het volk te redden, dat hij zich daartegen niet kon verzetten. Met een zwaar hart moest hij haar laten gaan. Andromeda werd met haar beide armen vastgeklonken aan een rots aan de oever van de zee. Daar vond Perseus haar, die juist het avontuur met de Gorgo Medusa overleefd had en hij werd verliefd op de schone jonkvrouw.
Toen Perseus verzekerd was van haar liefde voor hem, haastte hij zich naar haar ouders en trof hen zo aan, zoals ze als beelden versteend, met hulpeloos geheven armen de goden om hulp smeken. Hij scheen voor hen de helper in de grootste nood. Toen hij hun beloofde hun dochter die onbeschermd aan haar ondergang was overgeleverd, van het monster te bevrijden en zo van een gewisse dood te redden, stemde koning Cepheus graag met zijn voorwaarde in haar aan hem als bruid te geven. ‘Niet alleen krijg je mijn dochter als vrouw’, zei hij tegen Perseus, ‘maar ook nog mijn koninkrijk daarbij, wanneer jij ons bevrijdt van het ondier!’
Na deze belofte van de koning, haastte Perseus zich terug naar de jonkvrouw en streed met het monster, tot hij het had gedood.
Koning Cepheus was verheugd dat deze pijnlijke geschiedenis zo goed afgelopen was en gaf de dappere held graag zijn dochter als vrouw. Hij liet de bruiloft van Perseus en Andromeda zorgvuldig voorbereiden en gaf opdracht voor een groot feestmaal waarvoor alle edelen van zijn volk in zijn paleis werden uitgenodigd. Allen waren gelukkig en tevreden. Perseus vertelde juist het verhaal hoe hij het hoofd van Medusa had veroverd, toen er in de zaal onrust ontstond.
Het was Phineus, de broer van de koning, die met zijn gewapende mannen de zaal binnengedrongen was. ‘Hier ben ik’, roept Phineus door de zaal, om de roof van mijn gemalin te wreken!’ Nu dringt het tot Perseus door dat Andromeda al veel eerder aan de broer van haar vader als vrouw was beloofd. Phineus wil de rivaal al met zijn lans doorboren, als koning Cepheus hem als weerwoord geeft: ‘Wat wil je doen, woedende broer? Wat drijft je tot deze daad? Wil je op deze manier de jongeling belonen die haar gered heeft? Toen men haar vastklonk, keek je alleen maar toe en je hielp haar niet, noch als oom, noch als toekomstige bruidegom. Ben je beledigd dat iemand het meisje gered heeft? Laat haar bij hem die haar weghaalde. Hij kreeg haar van haar grijze vader; zij was aan een gewisse dood overgeleverd. Hij heeft haar opgeëist, hij heeft haar verdiend!’
Zo probeerde de koning met woorden het hart van zijn broer te vermurwen. Maar deze zei niets. Hij keek naar zijn broer en toen naar Perseus, niet wetend naar wie hij de lans het eerst zou gooien. Toen aarzelde hij niet langer en wierp de lans naar Perseus – maar die doorboorde slechts een kussen. Toen sprong Perseus op en smeet de lans terug en die zou hem door de borst zijn gegaan, ware het niet dat Phineus zich achter een altaar verschanste. De lans trof Rhoetus, een vertrouweling van Phineus, precies in het voorhoofd en hij stierf ter plekke.
Nu ontbrandde er een hevige strijd tussen de mannen van Phineus en die van de koning. Daarbij waren de aanvallers in het voordeel, want zij hadden hun wapens al getrokken toen ze binnenkwamen, terwijl de mannen van de koning aan de bruiloftsmaaltijd zaten en zich eerst nog moesten bewapenen. Aan beide zijden vielen honderden mannen en Perseus deed er velen in het stof bijten, tot hij inzag dat zijn kracht niet opgewassen was tegen die grote macht. Luid riep hij door de zaal: ‘Jullie dwingen mij hulp te zoeken bij mijn vijand. Wie mij als vriend gebleven is: wend je hoofd af!’ Terwijl hij het riep, haalde hij het hoofd van de Gorgo uit zijn tas. Wie dat aanschouwde, verstarde op het zelfde ogenblik tot een beeld van marmer. Alle tweehonderd aanhangers van Phineus die de strijd tot dan toe overleefd hadden, verstarden tot marmer en uiteindelijk hij ook. Tevergeefs smeekte hij uit angst om zijn leven, want het onrecht dat hij had aangedaan, was te groot.

Na deze gebeurtenissen wilde Perseus niet in Ethiopië blijven. Met zijn vrouw, de schone Andromeda, ging hij naar zijn vaderland terug. Zij kregen veel kinderen die het geslacht van de Perseïden, waaronder de koningen van Perzië, beroemd maakten.
.
Sept. 1  1°° u*                                    okt. 1  22° u                       nov. 1  20° u
15  24° u*                                         15 21° u                               15 19° u
*zomertijd

De sterren die bij Cepheus horen zijn circumpolaire sterren die constant om de hemelpool draaien en altijd boven de horizon staan. In september vind je Cepheus in het noordoosten, heel hoog boven de horizon, in oktober bijna in het zenit. (zie afb. hierboven) en in november tussen het noordwesten en het noorden, ook nog heel hoog boven de horizon, steeds om 21° u, in de zomertijd om 22° u. 

De namen van de sterren betekenen:

Alderamin (Arabisch) afgeleid van ad-adira [al-]yamin = rechter arm
Alphirk (Arabisch) vermoedelijk afgeleid van Cawacib AlPhirk = schaapskudde
Alrai (Arabisch) = betekenis niet bekend

Meer feiten

Sterrenkundealle artikelen

7e klasalle artikelen

.

2462

.

m

VRIJESCHOOL – 7e klas – sterrenkunde (1-1/4)

.

andromeda

Legende

Toen Perseus de Gorgo Medusa gedood had en met behulp van zijn vleugelschoenen over zeeën en landen vloog, kwam hij ook boven een ver land waar iets ongewoons moest zijn gebeurd. Want aan de oever van de zee zag hij een wonderschoon meisje dat met haar beide armen vastgeklonken was aan een rots. Toen stopte hij het versteende hoofd van Medusa in een tas die de nimfen hem voor die gelegenheid hadden geschonken en naderde het meisje. Eerst dacht hij nog dat het een liggend beeld was, uit marmer gehakt, ware het niet dat een zacht windje haar haren bewoog en als hij de tranen op haar gelaat niet had gezien die over haar wangen rolden. 
Nietsvermoedend voelde hij de liefde in zich branden, gegrepen door de prachtige schoonheid van de jonkvrouw. Bijna vergat hij de veren van zijn vleugelschoenen te bewegen. Bij haar blijvend spreekt hij haar aan: ‘O, maar jij verdient toch zulke kettingen niet, maar andere banden die verliefden aan je willen binden. Zeg me je naam en de naam van je land en waarom je geketend bent; dat zou ik willen weten.’
Eerst zweeg ze. De jonkvrouw waagde het niet tegen een vreemde man te spreken. Graag had ze haar reine gelaat met haar handen bedekt, maar haar armen waren gebonden. Maar haar ogen vulden zich met tranen, dat kon steeds. Perseus drong steeds verder aan. Om niet de indruk te wekken dat ze over een schuld wilde zwijgen, begon de jonkvrouw toen te spreken. ‘Ik ben Andromeda, de dochter van koning Cepheus van Ethiopië. Het is niet mijn schuld waardoor ik aan de rots vastgeklonken ben, maar die van mijn moeder Cassiopeia die de Nereïden beledigd heeft. Om de goden weer te verzoenen, dien ik als offer voor een reusachtig zeemonster dat voor straf ons land verwoest heeft en al veel mensen gedood. Dat was de wil van het volk, en mijn vader hebben ze gedwongen mij aan de rots te klinken. Nu is de tijd gekomen dat het monster zal verschijnen.’ Dat zei het meisje met overslaande stem en tranen in haar ogen tegen Perseus, die tot diep in zijn ziel door het noodlot van het meisje geraakt was. ‘Nooit zal je zo’n smadelijke dood sterven’, riep hij Andromeda toe, ‘ik zal je redden, als je met mij wil trouwen.’ Verlegen sloeg zij de ogen neer en tegelijkertijd stroomde er een geluksgevoel door haar heen, en alleen door te knikken gaf ze haar ja-woord te kennen, terwijl ze van gêne bloosde. Meer hoefde Perseus niet te weten. Met zijn vleugelschoenen verhief hij zich weer in de lucht en haastte zich langs de kortste weg naar de ouders van het meisje, naar koning Cepheus en koningin Cassiopeia. Hij vond ze zoals ze nu nog aan de sterrenhemel staan, hulpeloos de armen ten hemel gericht, de goden smekend om het vreselijke onheil af te wenden.
Cassiopeia zat op haar troon en Cepheus stond naast haar, toen de vreemde jongeling door de lucht op hen toe kwam en hen aansprak: ‘Voor tranen hebt u later tijd genoeg, maar voor hulp is de tijd kort bemeten. Ik ben Perseus, de zoon van Zeus en de moeder die van de god in de gevangenis zijn gouden zaad ontving. Wanneer u het wil, zal ik het zeemonster niet zo overwinnen en doden zoals ik daarvoor de als een slang behaarde Gorgo Medusa gedood heb. Maar u moet me één ding beloven: wanneer mijn moed het ondier bedwingt en ik uw dochter zo van een gewisse dood kan bevrijden, dan moet u haar mij tot vrouw geven.’
Hoe zouden de treurende ouders kunnen weigeren en twijfelen, te meer niet daar ze in de knappe jongeling die door de lucht tot hen was gekomen, een bode van de goden vermoedden die hen als antwoord op hun smeken gezonden was. Ze beloofden hem alles wat hij wenste en nog meer.
Niet alleen zou hij hun dochter Andromeda tot vrouw krijgen, maar ook de heerschappij over het koninkrijk van Cepheus. Ze beloofden het beiden.
Door deze belofte gesterkt, steeg Perseus met zijn vleugelschoenen weer op en vloog zo snel mogelijk naar het meisje terug dat nu door haar ouders aan hem als bruid was toevertrouwd. Hij kwam net op tijd weer bij haar aan, want het grote monster naderde vanaf de horizon om zijn buit op te halen. Luid snuivend en uit zijn vervaarlijke bek vuur spugend, kliefde het met zijn grote gestalte de golven van de zee. Perseus sprak de
aan de rots gekluisterde jonkvrouw moed in, keek haar nog eens liefdevol aan en bereidde zich voor op de grote strijd met het ondier.

Hoe deze strijd begon en hoe deze afliep staat bij het sterrenbeeld van de Walvis, want zo heet het sterrenbeeld nu.

NO                                                               O                                                               ZO
aug. 1   1°° u                                       sept. 1   23°° u                                     okt. 1  20°° u
15  24°° u                                              15  22°° u                                            15 19°°

Het sterrenbeeld Andromeda klimt in juni tot in augustus, is in september in het oosten te vinden (zie boven) en stijgt in oktober in het noordoosten verder, tot het in november ongeveer in het zenit staat, dan aan de avondhemel om 21°° u, in de zomertijd een uur later. 

De namen van de sterren betekenen:

Alamak (Arabisch) = vermoedelijk afgeleid van al-anaq, de woestijnlynx
Mirach (Arabisch)  = afgeleid van mi’zar ‘schort’
Sirrah (Arabisch) afgeleid van surrat al-faras: navel van het paard (gezamenlijke ster in Pegasus)

Meer feiten

Sterrenkundealle artikelen

7e klasalle artikelen

.

2459

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.


 

VRIJESCHOOL – 7e klas – sterrenkunde (1-1/3)

.

CASSIOPEIA
.

Dit sterrenbeeld is naast de Grote Beer  of de Grote Wagen misschien wel het bekendste sterrenbeeld. De sterren ervan zijn als circumpolaire sterren in iedere heldere nacht te zien en vormen een grote, karakteristieke W.
De legende die door de Oude Grieken met dit sterrenbeeld werd verbonden, stamt uit de 6e eeuw voor Christus en veranderde in de meer dan 2500 jaar nauwelijks. Het beeld van Cassiopeia daarentegen werd heel verschillend weergegeven. Ons beeld gaat terug tot de oudste en minst vervalste overleveringen.

Het sterrenbeeld van Cassiopeia is het beste te zien in de herfstmaanden. Want alleen tussen september en november zit ze goed op haar troon, wanneer je ze aan de avondhemel ziet en ook in deze tijd zijn de overige sterrenbeelden die bij de verwikkelingen rond Cassiopeia behoren, het beste te zien. 
Uitgaand van Cassiopeia zijn er nog vier sterrenbeelden die onlosmakelijk met haar geschiedenis zijn verbonden.:

Koning Cepheus, haar man
de mooie Andromeda, haar dochter
een zeemonster dat Andromeda wil verslinden
Perseus die dit monster doodt en die Andromeda bevrijdt

In de herfstmaanden is het zeer indrukwekkend om naar haar te kijken, vooral omdat dan alle personen in de juiste stelling aan de hemel verzameld staan en het monster (tegenwoordig Walvis genoemd) langzaam in het oosten boven de horizon opduikt. Allereerst zie je de punt van zijn staart en dan duiken de kop en het bovenlichaam van het ondier op, dat de mooie Andromeda wil verslinden. 

Legende

Cassiopeia was de vrouw van koning Cepheus en koningin van het verre land dat de Oude Grieken Ethiopië noemden. Zij was een heel knappe vrouw, wat ook zichtbaar is aan haar naam die vertaald luidt: ‘de door haar aanblik schitterende’. Je kan deze naam ook vertalen met ‘die van pracht en praal houdt’ en daarmee wordt op haar ijdelheid gewezen. 
Want Cassiopeia was niet alleen maar mooi, maar ook ijdel en hoogmoedig en op een dag was zij zelfs zo vermetel te beweren dat zij knapper was dan alle Nereïden bij elkaar.
Om te kunnen beoordelen wat deze bewering betekende, moet je weten wie de Nereïden waren.
In de Griekse mythologie waren het de dochters van Nereus, de god van de rustige en kalme zeespiegel en van de nimf Doris, een van de vijftig dochters van  Oceanus,
Vaak wordt er over vijftig Nereïden gesproken, maar in werkelijkheid zijn het er zoveel als er dochters van Oceanus zijn. Het zijn de altijd aanwezige en zegen brengende begeleidsters van de zeegodin Thetis of de godin Amphitrite en we zijn ze al tegengekomen toen ze Theseus hielpen. 
Het is te begrijpen dat de Nereïden over deze uitspraak van Cassiopeia erg boos waren. Ze wendden zich tot Poseidon, hun beschermer, de god van de zee en deden bij hem hun beklag over de belediging die Cassiopeia hen had aangedaan.
Poseidon voelde wel mee met die bevallige zeejonkvrouwen, te meer daar ze de begeleidsters van zijn gemalin Amphitrite waren en hij beloofde dat Cassiopeia voor haar vermetelheid gestraft zou worden. 

Allereerst stuurde hij een grote overstroming die Ethiopië verwoestend teisterde en daarna een verschrikkelijk monster uit de Atlantische zee dat de mensen en kudden verslond. Het land zou pas van de plaag worden verlost, wanneer de knappe dochter van de hoogmoedige koningin, jonkvrouw Andromeda, als prooi aan het zeemonster zou worden gegeven.
Dat werd ook aan koning Cepheus meegedeeld toen hij bij het orakel liet navragen, waarom die plaag over zijn volk was gekomen en wat hij moest doen om de woede van de zeegod te temperen.
Andromeda was echter enig kind van wie niet alleen de moeder, maar ook de vader innig hielden en ze geloofden het orakel niet en ze wilden de gruwelijke eis van het orakel niet inwilligen. 

Toen het zeemonster echter steeds maar tekeer bleef gaan en voortdurend meer mensen uit het volk verslond, viel het volk dat door de boden van de orakelspraak gehoord had, koning Cepheus zo fel aan, dat hij wel aan de druk moest toegeven. 
Met lood in zijn hart liet hij zijn dochter Andromeda met beide armen aan een rots in zee vastklinken, zodat ze niet voor het ondier weg kon lopen. Daar moest de onschuldige jonkvrouw wachten op het dier dat haar verslinden zou. 
Haar moeder Cassiopeia zat ondertussen op haar troon en smeekte de goden om hulp, zoals we in het sterrenbeeld kunnen zien. Dat haar smeken de redder deed verschijnen  die op het nippertje de verloren gewaande dochter Andromeda redde, zien we bij het sterrenbeeld van Perseus.

okt. 1  24° u                                              nov. 1  22° u                                 dec. 1  20° u
15  23° u                                                     15 21°  u                                        15 19° u

Alle sterren van Cassiopeia horen bij de circumpolaire sterren die continu om de noordelijke hemelpool draaien en steeds boven de horizon staan. De karakteristieke W die door de helderste sterren wordt gevormd, is makkelijk te vinden. In september staat Cassiopeia in het noordoosten, hoog boven de horizon vanwaar ze verder stijgt naar het zenit dat ze in november ongeveer bereikt (→ afb. ) op dat ogenblik aan de avondhemel om 21° u, in de zomer om 22° u.

De namen van de sterren betekenen:

Caph (Arabisch)     = afgeleid van al-kalf al-hadib            de gekleurde hand
Rucha (Arabisch)   = afgeleid van rukbat dat al-kursi     knie van de vrouw op de                                                                                                        troon
Schedir (Arabisch) = afgeleid van ala s-sadr                    die op de borst

Meer feiten

Sterrenkundealle artikelen

7e klasalle artikelen

.

2457

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – 7e klas – sterrenkunde (1-1/2)

de kleine beer


De zeven heldere sterren van de Kleine Beer zijn net het spiegelbeeld van de Grote Beer  De Kleine Beer is nog extra bijzonder, omdat hij het dichtst bij de noordelijke hemelpool staat. Aan het eind van zijn staart staat Polaris, die het dichtst bij de hemelpool; staat: de Poolster van onze tijd. 
Maar dat was niet altijd zo. Want de twee hemelpolen – naast die van het noorden is er ook een van het zuiden die wij niet kunnen zien, bewegen en beschrijven in een platonisch jaar (25.920 jaar) twee cirkels. Ongeveer 4000 jaar geleden bevond zich de noordelijke hemelpool in de staart van de draak. Langzaam is die dan langs de kop van de Kleine Beer getrokken naar zijn staart en zal nog verder gaan naar het sterrenbeeld Kepheus. Daarom is Polaris pas sinds ongeveer 500 jaar de Poolster en in nog eens 500 jaar zal de hemelpool zo ver van Polaris zijn verwijderd, dat je hem geen Poolster meer kan noemen.
De afbeelding laat zien in welke richting de sterren van de Kleine Beer in de loop van de dag en in de loop van het jaar om de hemelpool draaien. Omdat de hemelpool steeds precies in het noorden staat, kan je je met behulp van de sterren van de Kleine Beer in ruimte en tijd oriënteren. Wie de Kleien Beer en zijn plaats aan de hemel kent, kan aan de sterrenhemel zien, waar op aarde het noorden is en welk nachtelijk uur het is. Toen er nog geen kompassen en klokken waren zoals wij die nu kennen, richtten de vroegere zeevaarders zich op de sterren. Met name de Feniciërs, een oud zeevaardersvolk met een belangrijke cultuur, oriënteeren zich op de sterren van de Kleine Beer die men naar zichzelf noemden: ‘Phoinike’.

Legende

In de legenden die er over de Kleine en Grote Beer zijn, wordt er steeds duidelijk op gewezen dat het vrouwelijke dieren, berinnen, zijn. 
Onderstaande legende uit een zeer ver verleden, laat dat duidelijk zien. Het gaat om de drie sterrenbeelden die de hemelpool bewaken: de Kleine en Grote Beer en deDraak.
Deze legende voert ons mee naar het begin van de ontwikkeling van de wereld zoals de Grieken die zagen.
Uit de Chaos werden de hemel, Uranos en de aarde, Gaia, geboren en zij regeerden als eerste generatie goden de wereld. Ze werden door Kronos (Saturnus) en Rhea afgelost. Maar de ontwikkeling moest verdergaan. Daar verzette Kronos zich tegen. Want zijn moeder, de aarde Gaia, had hem voorspeld dat een van zijn zonen hem van zijn heerschappij zou beroven. Uit angst daarvoor verslond hij zijn kinderen zodra ze geboren werden. Rhea echter zuchtte onder die gruwelijke macht met wie ze getrouwd was,  die alles wat tot ontwikkeling wilde komen, verslond. Diep in haar hart wit ze dat ze Zeus, de toekomstige gebieder van goden en mensen, het leven zou schenken. In haar nood smeekte ze haar moeder Gaia en haar vader Uranos, de hemel vol sterren, om het kind te sparen dat ze al bij zich droeg. 
De oeroude goden die door Kronos waren opgevolgd, konden weliswaar nergens meer over beslissen, maar ze waren zeer gaarne bereid vanuit hun rijpere blik raad te verschaffen. Ze gaven hun zwangere dochter de raad een grot in te vluchten van het ontoegankelijke Idagebergte  op het eiland Kreta om daar Zeus ter wereld te brengen. 
Rhea volgde deze raad op. In de grot bracht ze het kind ter wereld, dat ze overdroeg aan twee nimfen die er als moeders voor moesten zorgen en gaf de geit Amalthea de opdracht het kind met haar melk te voeden. Toen keerde Rhea naar haar gemaal terug, wikkelde een steen in doeken en gaf die aan Kronos om die in plaats van het kind te verslinden. 
Kronos merkte aanvankelijk niets. Maar om het huilen van het kleine kind te overstemmen, voerden Cureten voor de grot van Zeus hun cultische dansen uit en sloegen daarbij met hun speren zo hard op hun schilden dat het gehuil van het kind niet tot buiten doordrong.
Kronos had echter een soort voorgevoel gekregen dat zich steeds sterker tot angst ontwikkelde en hij ging op zoek naar het kind. Voor hij echter op Kreta kwam, veranderde Zeus, die als kind al alwetend was, zich in een draak en zij twee verzorgende moeders in berinnen. Kronos kon daarom niets vinden en moest onverrichter zake terugkeren.
Toen Zeus na veel strijd aan de macht kwam, plaatste hij zijn eigen gestalte waarin hij zich veranderd had en die van zijn moeders als sterrenbeelden aan de hemel. Daar vinden wij ze nu nog. De draak bewaakt de pool van de ecliptica, de enige vaste pool aan de sterrenhemel. De Kleine Berin die door haar lange staart de naam ‘Kynosura’ dat ‘hondenstaart’ betekent, kreeg, bewaakt de hemelpool en de Grote Beer wijst die ons aan. Ook de geit werd door Zeus als dank aan de hemel geplaatst.

Dec. 1    22º u                                       jan. 1  20º u                                 febr. 1  18º u 
        15   21º u                                             15  19º  u                                febr. 15 17º u

De kleine beer draait steeds om de hemelpool die hij bewaakt. Zijn ster, Polaris, is de grootste ster bij de hemelpool, daarom heet hij Poloster.

De namen van de sterren betekenen:

Kochab (Arabisch) = ster
Polaris (Latijn) = Poolster
      

.

Meer feiten

Sterrenkundealle artikelen

7e klasalle artikelen

.

2454

 

 

 

 

 

 

 

.

 

VRIJESCHOOL – 7e klas – sterrenkunde (2-6)

.
M.v.d.Made, nadere gegevens onbekend
.

Sterrenkunde in de 7e klas

Een vak waar we met verwachting naar hebben uitgezien, begon in een week met zeer bewolkte nachten!

Dat componeren van de 7e-klasleerstof in de gang van het jaar, luistert in principe naar dezelfde regels als in voorgaande jaren. In de koude periode zijn er vakken aan de orde die ons niet zo mee naar luiten nemen als in de zomer.

Vakken als rekenen, wiskunde etc. vinden i.h.a. plaats in december of januari, terwijl het voorjaar zich natuurlijk goed leent voor b.v. aardrijkskunde.

Maar voor sterrenkunde in de 7e is er iets meer nodig dan de innerlijke behoefte om zich met de grootse bewegingen van de sterrenhemel bezig te houden.

Willen we de weg leren kennen tussen de duizenden flonkerende hemellichamen dan is een aandachtig beschouwen van de hemel nodig. In december gaat de zon onder rond 17.00 uur; daarnaast is de kans op een schone (vries)hemel groot.

Het vak sterrenkunde plaatst de 7e-klasser – veelal tot zijn of haar eigen verbazing – midden in de ruimte. Oriëntatie in de ruimte is de eerste stap binnen dit onderwerp.
Hoe beleef ik de ruimte? Is de woonkamer, de klas of de gymzaal b.v. het uitgangspunt? Wat is dan de wereldruimte en hoe heb ik daar als mens deel aan?

Dit zijn intrigerende vragen, die in die eerste dagen aan de orde komen en ons zeer bezighouden.

We ontdekken dat we – voor het eerst – niet weer tegenóver het onderwerp van onze studie staan, zoals bij dierkunde en plantkunde wel het geval was. Maar nu staan we middenin het onderwerp; wij zelf zijn deel van het kosmische geheel en nemen vanaf onze planeet allerlei bewegingen waar van andere planeten en sterren.
We oefenen ons in het bepalen van de richting; ergens aan de hemel ligt de grens tussen de noordelijke en de zuidelijke sterrenhemel. Ergens is dat mysterieuze vaste punt, waarin de Poolster staat.

Een volgende beschouwing brengt brengt ons tot de vergelijking van de jaargetijden en jaarfeesten in bijvoorbeeld Nederland en Australië

Wat een eigenaardige ontdekking: de kinderen op de vrijeschool in Sydney zien straks ook het Kerstspel, maar wel hij een hartje-zomer-temperatuur van 33′ C!
Arme Gallus en Stiechel, die dan het gevecht om de “wollen wanten” moeten aangaan!

Dit vak vraagt een oriëntatie in ruimte, maar ook in de tijd van ons; iets dat zeker niet eenvoudig is.

Van een andere orde is het beseffen van de onzichtbare sterrenhemel; de eerste die straalt achter het blauwe van de daghemel, de tweede die zich ónder de horizon bevindt als het nacht is. (Dat het hier om hetzelfde gedeelte van de sterrenhemel gaat wordt later in de periode duidelijk.)

Zijn de dag en de nacht omkeerbaar? Is die tijd eigenlijk precies hetzelfde en is het enige verschil de aanwezigheid van het directe zonlicht? Of is er nog iets anders?

“De nacht brengt raad”, “Ik moet er nog eens een nachtje over slapen”, en andere uitdrukkingen brengen ons op het spoor van de mens zelf, die ’s nachts kennelijk anders is dan midden op de dag. Dat er sprake is van een ander bewustzijn wordt – hoewel anders verwoord – toch opgemerkt.

Een boeiend en veelomvattend vak, sterrenkunde.

Maar dan de stap naar de zichtbare sterrenhemel.

We hebben geleerd ons te oriënteren, weten dat de sterrenhemel draait, dat de sterren opgaan en ondergaan, volgens hun vaste banen. Wat zien we nu aan de hemel, gericht naar de Poolster? Als hulp zijn er de oude beeldrijke verhalen, zoals onze voorvaderen ze beleefd en uitgedrukt hebben:

De Grote Beer, waarvan wij hier in het lichte westen alleen maar het staartje zien (het steelpannetje) jaagt een Koningin achterna, die in haar doodsangst het water inloopt en daar met opgeheven armen staat, tot haar verlossing komt (Cassiopeia).
Haar man, de Koning (Boötes) jaagt weer achter de Beer aan, vergezeld van zijn twee jachthonden. In zijn hand heeft hij reeds de zweep. Naast zich houdt hij de Kroon met 7 fonkelende edelstenen.
Daar is het verhaal van de Draak, die uit nijd en afgunst sterren wilde roven, maar door een machtige engel bedwongen werd.
Deze sterren zijn alle gegroepeerd rond de Poolster. Zo leren we de Wagen, de Voerman, enz.

Vervolgens draaien we ons 180* om en staan met ons gezicht naar het zuiden.
Een totaal ander beleven!
Voor ons staat (begin december) Orion, die in het oosten opkomt en hoe verder hij in de avond en nacht gaat, des te stralender beheerst hij de hemel in het zuiden.
Een mooie sage vertelt hoe Orion koning aan de winterhemel geworden is en hoe hij deze plaats verdiend heeft:

Als herder was hij ongeschikt, ondanks zijn twee honden, als jager zocht een haas, door een vos achtervolgd, juist toevlucht hij hem, ten slotte wijst een duifje hem de weg naar een burcht waarin hij zwaard en helm vindt. Dan bevrijdt hij het land van een reus, die met zijn ijsadem de bron en de stroom verstoppen wil, zodat de wonderbare roos niet bloeien kon. In een gevecht van 100 nachten wint Orion met behulp van zijn honden die bijten; zijn haas, die de grond onder de voeten van de reus weggraaft; en zijn duif, die Orion met druppels water uit de bron bespat en verkwikt.
Orion krijgt als dank een gouden gordel, met edelstenen bezet, met drie grote diamanten.
Als eeuwig aandenken staat Orion nu aan de hemel.
Om middernacht in de Heilige nacht staat hij het hoogst, precies in het zuiden, tegenover de Draak.
Men ziet de drie diamanten, zijn zwaard. Aan zijn rechtervoet begint de bron en de stroom Eridanus. Aan zijn voeten hurkt de Haas; dicht bij de horizon zit de schuwe duif. De Grote en de Kleine Hond aan de linkerkant. De grote hond is zeer duidelijk, want de helderste en flonkerende ster van deze groep heet Sirius.

Tot slot van de periode spreken we over de planeten, die ieder hun eigen baan beschrijven, met eigen omlooptijd om de zon, die kan verschillen van enkele maanden tot tientallen jaren! (Mercurius: 3 mnd.; Venus: 7½ mnd.; Aarde: 1 jaar; Saturnus: 29½ jaar.)

Ik hoop een indruk te hebben gegeven van een intrigerende periode, waarna de kinderen, zelf onder de nachtelijke hemel staand, met verwondering omhoog zien en hun weg in de sterren kunnen vinden.

.

Sterrenkunde: alle artikelen

7e klas: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: 7e klas

.

2452

.

.

VRIJESCHOOL – 7e klas – sterrenkunde (1-1/1)

.

DE GROTE BEER
.

De grote beer en een deel van hem dat we de Grote Wagen noemen of de Steelpan, is een van de oudste sterrenbeelden en ook een van de bekendste.
Bij Homerus kunnen we al lezen dat Odysseus van de nimf Calypso de raad krijgt om zich op de thuisreis over zee op het sterrenbeeld van de beer te oriënteren. ‘Hij kreeg er geen genoeg van om ’s nachts op zijn vlot naar de Plejaden te kijken en naar de ondergaande Boötes en naar de Beer die de wagen wordt genoemd die op dezelfde plaats zich draaiend steeds naar Orion kijkt, maar die zich niet baadt in de Oceaan.’
Eigenlijk is het een berin, dat zeggen tenminste de verschillende legenden die over dit sterrenbeeld verhalen.
De mooiste wordt misschien wel door Ovidius gemeld die verschillende motieven in dichtvorm samengevat heeft in zijn ‘Metamorfosen’.

Callisto, wat de mooiste betekent, was de dochter van koning Lykaon van Arcadië, een eenzaam land in het hooggebergte van Midden-Peloponnesos. Ze had haar ouders verlaten en leefde nu samen met de boom- en woudnimfen in het gevolg van de godin van de jacht Artemis, die door de Romeinen Diana wordt genoemd. Aan de godin had ze op haar boog gezworen net als zijzelf niet te trouwen. Artemis prees haar en sprak: ‘Houd je aan je belofte, dan zal je steeds de eerste zijn in mijn gevolg.’

Callisto nam zich voor op te passen voor stervelingen, maar toch werd haar schoonheid haar noodlot. Want Zeus, de machtigste god, was verliefd geworden op haar.
Toen zij eens alleen in het woud aan het rusten was, bediende hij zich van een list en naderde haar in de gestalte van haar meesteres. Voor haar had het meisje geen angst en ze liet zich ook door haar kussen. Toen ze bemerkte dat er van een verwisseling sprake was, verweerde ze zich, maar tevergeefs. Zichzelf verwijten makend dwaalde Callisto door de wouden die ze nu haatte. Nu vond ze het moeilijk zich weer bij het gevolg van Artemis te voegen. Voortdurend leefde ze in angst dat deze haar geheim zou ontdekken.

Toen daarna de maansikkel voor de negende keer voller werd, kwamen ze verhit bij een bij een bron in het koele woud. ‘Er is niemand die ons kan zien, laten we elkaar over het naakte lichaam met het frisse water begieten.’ Terwijl de nimfen zich vlug uitkleedden, aarzelde Callisto uit schaamte. Toen ze zo talmde, deden de anderen haar kleren uit en nu kwam aan het licht wat ze tevergeefs probeerde te verbergen. ‘Verdwijn van hier, dochter die meineed pleegt en verontreinig de zuivere bron niet,’ riep Artemis. En zo werd Callisto die zich niet kon verdedigen, verstoten uit de groep nimfen en ze vluchtte angstig en onteerd in de duistere eenzaamheid van de wouden.
Toen de maan voor de tiende keer vol werd, schonk zij het leven aan een wondermooie, sterke jongen. Ze noemde de godenzoon Arcas en van hem stamt het geslacht van de ruwe Arcadiërs af.

De jaloerse Hera, de echtgenote van Zeus, had echter alles gezien. Toen Arcas geboren was, kende haar woede geen grenzen. Ze veranderde Callisto in een wilde berin. Maar haar geest kon zij haar niet afnemen en nu dwaalde Callisto eenzaam door de wouden  van Arcadië.  Zij wilde zich niet bij de wilde dieren aansluiten, omdat ze bang voor hen was en de mensen vervolgden haar en hitsten de honden tegen haar op. 
Vijftien jaar ging voorbij en Arcas was tot een krachtige jongeman opgegroeid. Omdat hij bij pleegouders was opgevoed, wist hij niets van zijn afkomst en van het lot van zijn moeder. In het bos vond de eerste ontmoeting plaats. Callisto bleef staan en merkte door haar gevoelig moederhart, dat haar zoon voor haar stond. Hij echter sidderde voor de blik van de berin die tot in zijn hart doordrong. Toen zij daarna dichter naar hem toeliep, om te laten merken wie ze was, hief de jongeman die van niets wist, uit angst zijn speer om haar te doorboren.
Maar de alwetende Zeus verijdelde het onvergeeflijk vergrijp. Hij plaatste beiden als sterren aan de hemel en zo werd Callisto de grote berin en Arcas tot de ster Arcturus die haar volgt. Sommigen zeggen zelfs dat hij Boötes is. 
Hera die dit niet kon voorkomen, voelde zich gekrenkt. Bevend van woede begaf ze zich in de diepte van de wereldzee naar Oceanos en Thetis die in oertijden haar voedster was geweest. Zij kreeg het bij hen in ieder geval gedaan dat de berin niet, zoals de andere sterren, iedere dag onder zou gaan in de wereldstroom die alles omgeeft, om zich te voeden en te verfrissen.

Het beeld van de Grote Wagen, de Steelpan, is voor de meesten wellicht nog vertrouwder, omdat je daarmee de Poolster kan vinden. De zeven heldere sterren van de Grote Beer kan je makkelijk als een wagen zien met een gebogen disselboom. De drie disselboomsterren hield men vroeger voor de drie trekpaarden die de wagen voorttrokken en op de middelste, op Mizar, zat de ruiter, de ster Alcor. 
Sinds onheuglijke tijden is dit een ster om je ogen op de proef te stellen, want alleen als je goede ogen hebt, zie je hem naast Mizar.

  

dec. 1. 22°° u                              jan. 1. 20°° u                          feb. 1. 18°° u
15. 21°°  u                                   15. 19°° u                                 15. 17°°u

De Grote Beer vind je altijd aan de noordelijke hemel waar hij om de Poolster draait. Vanaf november-december komt hij in het noordoosten op..
De twee sterren Merak en Dubhe dienen sinds oude tijden om de Poolster Polaris te vinden. Als je de lijn die hen verbindt, de achterkant van de wagen, vijf keer langer denkt, kom je ongeveer precies bij de hemelpool en de Poolster uit.

 De namen van de sterren betekenen:
Alcor                           ruiter(tje)
Alioth (Arabisch)        dikke, vette staart
Dubhe (Arabisch)       rug
Phekda (Arabisch)     bovenbeen
Megrez (Arabisch)     stuit
Merak (Arabisch)      lende
Mizar (Arabisch)       midden

Meer feiten

Sterrenkunde: alle artikelen

7e klas: alle artikelen

.

2450

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

VRIJESCHOOL – Voorbereidende stemming voor de lessen over de natuur

.
Nog tijdens het leven van Rudolf Steiner schreven enthousiaste vrijeschoolleerkrachten van de 1e vrijeschool in Stuttgart over hun onderwijs. Zich uiteraard sterk beroepend op de mededelingen van Steiner die ze van hem hadden gehoord, dan wel gelezen.

In het tijdschrift dat de voorloper is van het Duitse blad ‘Erziehungskunst’ werden de artikelen voor voornamelijk de ouders gepubliceerd. In ‘Mededelingen vrijeschool’ uit 1924 staat onderstaand artikel over de stemming van waaruit je met de kinderen over de natuur kan spreken.
Hoewel dus ook bijna 100 jaar oud, is de inhoud nog even fris en belangrijk voor de vrijeschoolleerkracht van nu. Ik heb het iets ingekort.

Friedel Naegelin, Mitteilungenblatt Freie Waldorfscjhule, nr. 6 1924
.

voorbereidende stemming voor de lessen over de natuur

In de lessen over de natuur en bij aardrijkskunde proberen wij vanaf het begin een levend gevoel te wekken voor de aarde, gezien als een samenhangend organisme.
Het leven dat de aarde ons toont, neemt de mens over het algemeen als een vanzelfsprekend gegeven, zonder erbij stil te staan dat wanneer hij over de aarde loopt of van de voortbrengselen geniet, hij gedragen en gevoed wordt door iets bezields, iets wezenlijks.

De aarde neemt en daarmee alles wat leeft overdag die werking van de zon op, ’s nachts die van de sterren. Alles wat leeft hangt nauw samen met het leven van de mens en met de kleine en grote ritmen en met de tijdsduur. Overdag, ’s nachts, in de winter en de zomer, tijdens perioden van aardbevingen en vulkaanuitbarstingen, in de luchtbewegingen en in de kringloop van het water zijn krachten aan het werk die zoals in het menselijk lichaam leven en vorm geven.
Het gevoel van de mens bij de aarde te horen kan nog dieper worden, wanneer hij ervaart hoe in de warmte, de zuiverheid en helderheid van het zonnelicht iets naar de aarde toekomt, wat in al het aardse op de meest intieme manier de kiem voor een morele ontwikkeling legt.
De volksmond heeft het vaak over de zon als symbool van het licht, dat geen duisternis verdraagt en leugen en onrecht aan het licht brengt.

Je ziet de mens door de ontwikkelingsfasen gaan met de markante keerpunten (tandenwisseling, puberteit) en ook de aarde maakt haar ontwikkelingsfasen door. Er zijn mijlpalen aan te wijzen, net zoals in het leven van de mens.

Nu is de mens wat zijn fysieke materie betreft gescheiden van de aardse materie tot aan de dood, zoals een regendruppel van de zee. 

En telkens ontwikkelde en ontwikkelt de mens nieuwe impulsen naar de toekomst en schept vanuit het licht een nieuwe moraal, bevrijdende liefde en liefdevolle vrijheid.

Vanuit deze stemming proberen we de lesstof in het onderwijs zo te geven dat er bij de kinderen iets wakker wordt dat verder gaat dan alleen het materialistische denken en dat hem daar ook tegen beschermt.

Want wie alleen maar materialist is, kan slechts van de aarde houden vanuit egoïstische motieven. Dan gaat het alleen om het ‘nu’. Dan kijkt de wetenschapper alleen naar het vergankelijke. Dan is de aarde alleen iets wat iets oplevert voor de lichamelijke behoeften en houdt alles met de dood op.

De aarde beschouwen als een levend wezen met een zonnenatuur, zoals wij dat ook zijn, betekent aan haar ontwikkeling meewerken en vormen voor een verre toekomst. 

.

Algemene menskunde: alle artikelen

Dierkunde: alle artikelen

Plantkunde: alle artikelen

Vrijeschool in beeld: alle beelden

 

2238

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.