Categorie archief: vertelstof

WAT VIND JE OP DEZE BLOG?

.
Ondanks regelmatige controle komt het voor dat bepaalde links niet werken. Waarschuw me s.v.p.     pieterhawitvliet voeg toe apenstaartje gmail punt com

.
VRIJESCHOOL in beeld: bordtekeningen; schilderingen, tekeningen, transparanten enz.
voor klas 1 t/m 7; jaarfeesten; jaartafels

U vindt via onderstaande rubrieken de weg naar meer dan 1200 artikelen

RUDOLF STEINER
alle artikelen
wat zegt hij over——
waar vind je Steiner over pedagogie(k) en vrijeschool–


AARDRIJKSKUNDE
alle artikelen

DIERKUNDE
alle artikelen

GESCHIEDENIS
alle artikelen

GETUIGSCHRIFT
alle artikelen

GYMNASTIEK
vijfkamp(1)
vijfkamp (2)

HANDENARBEID
alle artikelen

HEEMKUNDE
alle artikelen

JAARFEESTEN
alle artikelen

KLASSEN alle artikelen:
peuters/kleutersklas 1;  klas 2; klas 3; klas 4; klas 5; klas 6; klas 7;  klas 8         (rest volgt – via zoekbalk vind je ook de andere klassen: 9 t/m 11)

KERSTSPELEN
Alle artikelen

LEERPROBLEMEN
alle artikelen

LEZEN-SCHRIJVEN
alle artikelen

LINKS
Naar andere websites en blogs met vrijeschoolachtergronden; vakken; lesvoorbeelden enz

MEETKUNDE
alle artikelen

MENSKUNDE EN PEDAGOGIE
Alle artikelen

MINERALOGIE
alle artikelen

MUZIEK
mens en muziek
blokfluit spelen
over het aanleren van het notenschrift

NEDERLANDSE TAAL
alle artikelen

NIET-NEDERLANDSE TALEN
alle artikelen

OPSPATTEND GRIND
alle artikelen

PLANTKUNDE
alle artikelen

REKENEN
alle artikelen

REMEDIAL TEACHING
[1]

SCHEIKUNDE
klas 7

SCHRIJVEN – LEZEN
alle artikelen

SPRAAK
spraakoefeningen
spraak/spreektherapie [1]    [2

STERRENKUNDE
klas 7

TEKENEN
zwart/wit [2-1]
over arceren
[2-2]
over arceren met kleur; verschil met zwart/wit
voorbeelden
In klas 6
In klas 7

VERTELSTOF
alle artikelen

VOEDINGSLEER
7e klas: alle artikelen

VORMTEKENEN
via de blog van Madelief Weideveld

VRIJESCHOOL
uitgangspunten

OPVOEDINGSVRAGEN
alle artikelen

EN VERDER:

antroposofische indoctrinatie in het vrijeschoolonderwijs?
antroposofische indoctrinatie in het vrijeschoolonderwijs? (2)

burnt out
Aart van der Stel over: waarom raakt iemand ‘burnt out’; je eigen rol en hoe gaan de anderen met je om; binnen-buiten; gezond-ziek

met vreugde in het nu aanwezig zijn
‘anti’- burn-out

geschiedenis van het Nederlandse onderwijs, een kleine schets


karakteriseren i.p.v. definiëren

lichaamsoriëntatie

(school)gebouw
organische bouw [1]     [2-1]    [2-2]

spel

In de trein
onderwijzer Wilkeshuis over een paar ‘vrijeschoolkinderen’ in de trein

.

VRIJESCHOOL – Vertelstof – sprookjes (2-2)

.

DE KONINGIN VAN DE ROSENTUIN* 

Er was eens… een meisje dat een poos eenzaam in de hut van de boer op de bergweide moest wonen. Het was hooi­tijd en weer een zware dag geweest. Toen het avond werd ging ze op een steen zitten die tussen het onkruid lag, dat overal om de hut heen woekerde. Ze legde haar handen in haar schoot om uit te rusten van het vermoeiende werk. Hoog om haar heen gloeiden en glansden de bergtoppen in het laatste zonlicht. Het leek wel of de hele berg­keten van de ‘Rosentuin’* tot één gouden wand was omgetoverd en of door die uitstraling het geheim, dat hij bevatte, juist nog meer verborgen werd dan anders.
Maar gloed en glans brachten het meis­je niet in verrukking, want die
betove­rende rijkdom riep alleen maar treuri­ge gedachten aan haar eigen armoede op. Nooit zouden eigen huis en haard bereikbaar zijn, voor haar en de jon­gen die haar ’t liefste was. ‘Ach lieve God’, zuchtte ze, ‘sinds die
oorlogs­benden alles verwoest en verbrand hebben, is voor ons alle kans op een dragelijk leven verkeken!’
Zo zat dat meisje daar in de eenzaam­heid, ingesponnen in zorgelijke gedach­ten.

Plotseling schrok ze op uit haar neer­slachtigheid door een helderglanzend licht; Toen ze opkeek om te zien waar dat licht vandaan kwam, zag ze dat een rijzige vrouw voor haar stond, schitterend en schoon, en boven alles koninklijk.
‘Kom’, zei de vrouw vol goedheid en wenkte haar. Het meisje legde haar hand op haar hart, als om het overwel­digende kloppen te bedaren. Ze veegde met haar schort de tranen uit haar ogen en ze ging mee. En zo bestegen zij hoger en hoger samen de ‘Rosentuin’ die gloeide in de avond­zon en ondanks het klimmen was het alsof alle zware vermoeidheid van haar afviel.

Dat éne woord – ‘Kom!’ – was haar als een belofte, die verhalen over goede en kwade verschijningen, in het ge­bergte, in haar wakker riep. Verhalen van de koning die daar boven zou wo­nen en van zijn gemalin, van haar die de ‘Rosentuin’ regeerde. De stilte van de berg omving hen steeds meer, de duisternis nam toe. Nog ho­ger stegen zij, stap voor stap, zwijgend. De vrouw ging een donkere, geheim­zinnige spelonk binnen en het was of de berg hen in zich opnam… Toen, plotseling, stonden zij in een prachtige zaal: niets dan stralende rijk­dom, lichtglans, alles even prachtig, en daarachter meer zalen en kamers met zilverachtig glanzende vloeren en kris­talheldere vensters. Daarbuiten zag het meisje een heerlijke tuin vol rode ro­zen. Ze zag het zilverachtige speelse water van een bron, ze zag jonge vrou­wen baden in een waterbekken, ze hoorde betoverend snarenspel en ge­zang. De sluier die over het geheim van de ‘Rosentuin’ had gelegen, was weggenomen!

Intussen zagen ze gedienstige dwergen, die wonderlijk mooie dingen aandroe­gen. Op bevel van de koningin brach­ten zij een kluwen wol. De koningin gaf het aan het arme meisje met de woorden: ‘Neem dit kluwen gerust van me aan. De beste wol die ik heb. En als je nooit aan iemand vertelt waar het vandaan komt, zal het ook nooit opraken. Nu, doe braaf je best, blijf vlijtig en weef aan je geluk!’

Met dit kostbare geschenk is het meis­je naar een oude tante gegaan, om met de wonderwol te weven. Ze weefde en weefde de mooiste dekens en doeken, want de wol raakte nooit op en glans­de alsof hij geschoren was van het Gul­den Vlies zelf.

Eens – nadat haar dagtaak al volbracht was – zat het meisje nog vlijtig te we­ven in de maneschijn. Plotseling stond weer, nu glanzend in het zilveren maanlicht, die koninklijke gestalte voor haar: de koningin van de ‘Rosen­tuin’, die haar een prachtig weefsel van gouddraad gaf. De koningin nam de handen van het meisje in haar beide handen en liet haar zó het kunstige pa­troon van het weefsel aftasten. Zij wees haar hoe zij de stof met bloem­ranken en vogelfiguren kon versieren.

De jongen die het meisje ’t liefste was, is met de kostbare stoffen naar alle windstreken eropuit getrokken, om ze in steden en aan edellieden op burchten, te verkopen. Na verloop van tijd waren ze samen zo ver, dat er ge­noeg was voor ‘eigen huis en haard’; zelfs voor iets op het brood en voor een paardje in de stal, was nog wat over. Dat werd me een bruiloft! En als het ’t meisje gelukt is, om nooit te verklappen waar de wol vandaan kwam, dan is haar wonderkluwen nóg niet opgeraakt en leven ze tot op de huidige dag, gelukkig en tevreden met elkaar.

* De ‘Rosentuin’ of ‘Rosengarten’ is een bergketen in de Dolomiten die vooral bekend is geworden door zijn rozerode glans bij zonsondergang. Veel sagen en sprookjes die betrekking hebben op dit ge­bied zijn nog bekend.

Vrouw Holle – Beatrijs Gradenwitz  (138)

Lili Chavannes ‘Jonas’ nr.11., 25-01-1980

*Vrij vertaald door Caroline Bos-Everts uit Karl Paetow, Volkssagen und Marchen um Frau Holle, Uitg. Adolf Sponholtz Verlag.
Er bestaat nog een vertaling met als titel ‘De rozentuin’. Waarom mevrouw Bos voor ‘Rosentuin’ heeft gekozen, is niet geheel duidelijk.

Sprookjes: alle artikelen

Vertelstof: alle artikelen

 

VRIJESCHOOL in beeld: sprookjes

.

1221

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Opspattend grind (39)

.
Suzanne Groeneveld schreef jarenlang een column in het Eindhovens Dagblad over haar drie opgroeiende dochters: Oudste, Middelste en Jongste. Met zeer herkenbare situaties en dezelfde oudervragen die al heel lang door ouders worden gesteld. Met m.i. een zuiver gevoel voor opvoeden. Zie Opspattend grind 11

Over voorlezen (en wat de inspectie daarvan vindt (vond?)

wiplala

Als er iets is wat ik mis, nu mijn meiden groter zijn, dan is het voorlezen. Voor het naar bed gaan op de rand van het bed, frisgewassen lijfjes tegen mij aangedrukt, en dan een boek op mijn schoot. Prentenboeken met mooie plaatjes, maar ook vervolgverhalen, avond aan avond een hoofdstuk. En toen ze nog heel klein waren avond aan avond hetzelfde stukje tekst, omdat ze er geen genoeg van konden krijgen. Jip en ]anneke bakken pannenkoekjes. Oudste kende het helemaal uit haar hoofd.

In boekenwinkels moet ik me altijd inhouden. Een enkele keer zwicht ik nog steeds voor een mooi jeugdboek om het later cadeau te doen aan een jonge moeder die nog wel elke avond kan doen wat ik zo graag deed.

Wat dat betreft zou ik wel docent willen zijn op een basisschool en elke dag willen afsluiten met een VERHAAL…

Ha, ha roepen nu vast alle meesters en juffen die dit lezen. Ha, ha, onder welke steen heeft die de laatste tijd doorgebracht? Voorlezen? Ha, ha, dat kon vroeger nog, maar de laatste jaren al lang niet meer!

Een tijdje geleden mocht ik in de Veldhovense bieb Sjors Molkenboer interviewen. Meester van groep 8 van de plaatselijke Dick Brunaschool. Hoe vaak hij voorlas wilde ik weten, vooral ook omdat een van de andere gasten aan mijn tafel Tiny la Roi was, die zich bezighoudt met leesbevordering op basisscholen. ‘Zeven, acht keer per jaar,’ gaf Sjors als antwoord, waar hij meteen aan toevoegde dat hij het graag meer zou willen doen, maar er niet aan toekwam.

Vorige week zag ik in Trouw een ingezonden brief van docent Hans Aaldersberg uit Zuidland. Vijf jaar geleden was hij door de onderwijsinspecteur op de vingers getikt toen die constateerde dat Hans elke dag een kwartier voorlas.

‘Vijf kwartier tijdverspilling’, was het snoeiharde oordeel. ‘Die tijd moet u besteden aan rekenen, spelling en begrijpend lezen, anders wordt uw school een ‘zwakke’ school.’

Dit jaar heeft Hans weer voorzichtig het voorlezen in ere hersteld. Geen vijf kwartier, maar toch wel drie. In de hoop dat de betreffende inspecteur intussen een andere regio onveilig maakt. Hans is dan ook blij met het speciale lespakket dat de Stichting Lezen in de Kinderboekenweek heeft ingesteld om voorlezen op school te bevorderen.

Ik kan het alleen maar met hem eens zijn. Omdat voorlezen ontspannend én leerzaam tegelijk is. Omdat het lezen bevordert – misschien niet meteen, maar wel op de lange duur. Ik zie dat bij mijn eigen dochters. Ze moesten lange tijd niets van boeken hebben, beperkten zich – met tegenzin – tot de studieboeken. Maar het laatste pakketje van bol.com dat bij ons binnenkwam was niet voor mij bestemd, maar voor Oudste.

Herinneringen aan school worden mooier dankzij voorlezen. Nóg weet ik hoe iedereen stil op z’n stoel ging zitten als de juf van de derde klas op het einde van de dag Wiplala van Annie M.G. Schmidt uit haar la tevoorschijn haalde en vertelde over de avonturen van dat kleine manneke.

Wiplala en het vervolg Wiplala weer heb ik later aan mijn dochters voorgelezen. Op de rand van het bed, frisgewassen lijfjes tegen me aangedrukt.

Ja, als er iets is wat ik mis…

Eindhovens Dagblad -‘Thuis”, Susanne Groeneveld, nadere gegevens onbekend (rond 2012)

.

Wat wordt op de vrijeschool verteld – niet voorgelezen, maar echt verteld?
Dagelijks in de verschillende klassen o.a. sprookjes, fabels, legenden, Oude Testament, mythologieën.

En daarnaast ook nog voorgelezen uit de rijke schat van de Nederlandse of vertaalde kinderliteratuur.
.

Over vertelstof en vertellen: alle artikelen

Opspattend grind: alle artikelen

.

1216

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – 3e klas – het leven in het Oude Testament (46)

.

de hogepriester

Zie, daar komt hij, in zijn prachtige klederen.
Onderaan zijn priesterrok klingelen de gouden belletjes. Op zijn voorhoofd, juist onder de priesterlijke hoed, draagt hij een gouden plaat; daarop staat: Heiligheid den Heere.

De hogepriester Aäron was een beeld, een type van de hemelse Hogepriester.

De hogepriester met zijn ,, kleding tot sieraad’

Twee schouderstenen
Op elke schouder van de hogepriester was een edelsteen bevestigd, een sardonix.
Exodus 28 : 9 – 14.
In elk van deze stenen waren zes namen gegraveerd, namelijk de twaalf namen van de stamvaders van het volk Israël.
Symbolisch droeg zo de hogepriester het hele volk van God op zijn schouders.

In vers 10 bij staat: naar hun geboorten. Ze moesten op de steen gezet worden naar de volgorde van hun geboorte. D.w.z. de volgorde van de namen was naar de volgorde van de geboorte van de aartsvaders: Ruben, Simeon, Levi, Juda enz. Het is logisch dat men tot het volk Israël alleen kon behoren door geboorte.

Het borstschild met de twaalf stenen
Exodus 28:12-29
Het volk wordt in het beeld van de twee sardonixstenen gedragen op de schouders van de hogepriester.
Daar komt nu iets bij dat zo mogelijk nog rijker is: Ieder lid van het volk droeg hij ook apart, en wel op zijn borst.

Een onderdeel van het hogepriesterlijk kleed was de borstlap of het borstschild, een span breed en lang. Een span is bij een uitgestrekte hand de afstand van de top van de duim tot de top van de pink, ongeveer twintig centimeter.

Dit borstschild was geborduurd in vier prachtige kleuren en daarop waren, in goud gevat, twaalf kostbare stenen. Drie rijen van vier edelstenen.

Op de schouders waren het 2 x 6 namen, de twaalf stammen als geheel, op het borstschild 12 x 1, de namen van de twaalf stamvaders ieder op een aparte steen.

Over het borstschild wordt extra vermeld dat hij de namen op zijn hart droeg. Het hart spreekt van de liefde.

1e rij v.l.n.r.:
1] sardis
2] topaas
3] karbonkel

2e rij v.l.n.r.:
4] smaragd
5] saffier
6] diamant

3e rij v.l.n.r.:
7] opaal
8] agaat
9] amethist

4e rij v.l.n.r.:
10] turkoois
11] sardonix
12] jaspis

Edelstenen in de Bijbel
Bij de vertaling van de namen der edelstenen weten we in enkele gevallen niet of niet zeker wat de betekenis van een bepaalde edelsteennaam is.
Daarbij komt dat sedert bijbelse tijden verschillende edelstenen andere namen hebben gekregen.

Uit de verschillende bijbelvertalingen  is een keus gemaakt, veelal uit de Statenvertaling. Deze is weer grotendeels in overeenstemming met de in Duitsland veel gebruikte ‘Elberfelder Bibel’, die aansluit bij de vertalingen in Engels en Frans van J.N Darby en W. Kelly.

 

Overzicht: het leven in het Oude Testament       [43] borstlap

3e klas: vertelstof

Mineralogie

VRIJESCHOOL  in beeld: 3e klas Oude Testament

.

1204

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Vertelstof – sprookjes (1-2/3)

.

DE BEELDENTAAL VAN DE SPROOKJES 

OP ZOEK NAAR VROUW HOLLES RIJK

Vrouw Holle is een zeer bijzondere vrouw.

Stralend mooi kan zij als “ de hoge witte vrouw” aan de mensen verschijnen, maar ook afschrikkend lelijk; grauw, oud en krom. Haar gestalte kan de ganse hemel vullen, maar ook verschijnt zij in het kleinste hutje op de hei. Zij voedt en laaft de ongeboren kinderen, beschermt de dieren, zegent het gewas en waar haar voet de aarde raakt, bloeien in de zomer de liefelijkste bloemen.
In haar liefde voor de mensen kan zij vol genade schenkend of wijs straffend zijn; het lot  in een mensen leven loopt als een draad door haar hand.
Haar rijk strekt zich eigenlijk over de gehele aarde uit. In Midden-Europa is zij echter het meest door de mensen ervaren; hier zijn de sagen en sprookjes over Vrouw Holle het talrijkst.

Tussen het Harzgebergte in het noorden en het Thuringer woud in het zuiden, in de streek Hessen, verheft zich de Meiszner, de berg  waar Vrouw Holle het liefst verblijft. Hier rust zij uit van haar tochten over de aarde, baadt zij zich in haar vijver, die toegang geeft tot haar onderaardse rijk, waar zij de moeder is van de ongeboren kinderen.

Deze zomer zijn wij op zoek gegaan naar de Meiszner. Het was heet en ver voor een oude Lelijke Eend, volgeladen met kinderen, tent en kampeergerei. Vanuit het groene, vlakke Holland reden wij de heuvels en bergen van Duitsland in, het Westerwoud, kwamen in Marburg, de oude universiteitsstad, waar wij alleen verkoeling vonden in de Elizabethskathedraal. Verder moesten we; met spanning keek ik uit naar de Meiszner en eindelijk op een zondagmiddag zagen wij haar opdoemen, maar hoe anders was ze dan ik mij had voorgesteld! Langgerekt en afgeplat, het hoogste punt wel 750 m hoog; een geweldig heuvelmassief, niet zoals je je in Holland een berg voorstelt. De bergen, voor Zwitsers zullen het heuvels zijn lijkt mij, daar tussen de rivieren de Fulda en de Werra en zuid- oostelijk van Kassel zijn langgerekt en donker.

Ze doemen tegen de horizon op zoals in Holland, tegen de avond langgerekte wolken zich formeren, donker en samen met de aarde, terwijl de lucht daarboven nog licht is. En de grootste van alle is de Meiszner, Vrouw Holles uitverkoren berg.

We reden er langzaam naar boven; het was er druk met zondagsmensen, die kwistig hun ijspapiertjes en lege limonadebekertjes rond strooiden en we merkten dat zondag geen geschikte dag was om de Meiszner te bezoeken.

‘S nachts kwam er een geweldig onweer, dat tussen al die bergen heen en weer gegooid werd en daardoor uren duurde; Vrouw Holles verontwaardiging over al die zondagsdrukte?

Maar gelukkig vonden wij de volgende dag de Blaue Kuppe, een  hoog oprijzende heuvel, middenin een groot breed golvend akkerland. Daar was het stil, daar bloeiden de prachtigste bloemen, daar flitste een salamandertje tussen de stenen en daar vonden we plotseling een alleenstaande kruisbessenstruik, waarvan de takken diep door bogen onder het gewicht van de ontelbare vruchten; had Vrouw Holle die daar neergezet om onze dorst te lessen ?

De Blaue Kuppe is een bijzondere heuvel. Zij is begroeid met naald- en loofbomen; je klimt omhoog en dan opeens sta je aan de rand van een diepte, een geweldige wijde ronde kom en daarin ligt een blok rots, puntig omhoog wijzend, hoger dan een huis. De kinderen renden er om heen en probeerden er tegenop te klauteren.

Lang geleden, zo gaat het verhaal, was Vrouw Holle thuis gekomen van een lange tocht over de aarde. Zij was vermoeid en stoffig van de reis bij de Meiszner aan gekomen en een stekende pijn in haar voet zei haar dat zij een steentje in haar schoen had gekregen.
Zij schreed over de rivier de Werra en zag bij het stadje Eschwege een heuvel, die haar goed als voetenbank kon dienen.
Zij bukte zich, gespte haar gouden schoen los en keerde hem om. Met donderend geweld sloeg daar een rotsblok in de grond. Het ligt er heden ten dage nog en is wijd en zijd bekend als de Blaue Kuppe; het steentje uit vrouw Holle haar schoen.

Ons zoeken naar Vrouw Holles rijk werd in dat zelfde stadje Eschwege bekroond: ik vond daar in een boekwinkeltje het boek wat ik al tijden zocht. “Volkssagen en Sprookjes over Vrouw Holle” van Karl Paetov.  Deze Duitse uitgave is jaren later in het Nederlands vertaald en uitgegeven, naar ik meen, bij Christofoor. Vast nog wel 2e hands te krijgen.

Ybel Pronk – Sluyter, door de auteur op 21-03-2017 aan deze blog ter beschikking gesteld.

 

Vrouw Holle – Beatrijs Gradenwitz  (138)

Sprookjes: alle artikelen

Vertelstof: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: sprookjes

.

1202

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Vertelstof – sprookjes (1-2/2)

.

DE BEELDENTAAL VAN DE SPROOKJES 

Vrouw Holle 

Hier in Nederland kennen wij onder de sprookjes van de ge­broeders Grimm bijna allemaal het verhaal van Vrouw Holle. De oude vrouw, die goedheid en deugd beloont met goud, en onwil en luiheid met zwarte pek bestraft.

In het sprookje wordt zij zeer summier aangeduid – zij had zulke grote tanden dat het meisje er bang van werd. Zij is oud en lelijk, maar als het meisje haar vriendelijke stem hoort, is haar angst verdwenen en inderdaad blijkt Vrouw Holle een zeer goed en rechtvaardig wezen te zijn.
Dit sprookje komt uit Hessen, de streek in midden-Duitsland, ongeveer tussen Frankfurt en Kassel en nu blijkt, dat juist in die streek er veel meer dan dit ene sprookje over Vrouw Holle verteld werd en misschien nog verteld wordt.

In al die sprookjes en sagen,  die door Karl Paetow verza­meld zijn en uitgegeven bij de Bärenreiter Verlag in Kassel, komt Vrouw Holles wezen en gestalte duidelijk naar voren. Langzamerhand gaan wij haar voor ons zien,  een hoge lichte vrouw, die telkens weer op een nieuwe wijze (soms inderdaad ook oud en lelijk) aan de mensen verschijnt, hun deugd belo­nend, hun ondeugd bestraffend. Ook is zij Moeder Aarde,  de heerseres over dieren, dwergen en nimfen. Waar haar voet de aarde raakt, wordt de akker gezegend met vruchtbaarheid, waar zij uitrust zullen de mooiste bloemen bloeien. Zij hoedt in haar onderaardse rijk de ongeboren zielen en tot haar komen de gestorvenen.
Ook haar naam is wisselend:  Frau Holle of Holda,  Frau Berchta, Frau Frigg.

De tijd waarin zij vooral het mensenland bezoekt is de tijd van de twaalf heilige nachten; dit zijn de nachten te be­ginnen met de kerstnacht tot aan Driekoningen op 6 januari. Driekoningenavond heette zelfs toendertijd in Hessen Berchtesabend.

In deze stille tijd wanneer het oude jaar door deze heilige nachten heen zich vernieuwt tot het volgende jaar, heeft de natuur zich helemaal teruggetrokken, zich verinnerlijkt en ontvangt nieuwe kiemkracht voor de komende lente.
De grote moeder komt en zegent land, boom en dier en de mensen, die van goede wille zijn.

Hier volgt een kleine sage uit het boek van Paetow: ‘Vrouw Holle en de Vlierboom’. In het Duits heet de vlier Holunder Strauch of Hollerbusch, in het Nederlandse woord gaat de overeenkomst van Frau Holle met Holler of Holunder helaas verloren.

 Vrouw Holle en de Vlier

Lang, lang geleden toen Vrouw Holle zich, zoals ieder jaar, op weg begaf om het land van de mensen te bezoeken, gebeur­de het dat zij over een uitgestrekte met sneeuw bedekte heide kwam.

Het was Kerstmis overal,  de tijd van de twaalf heilige nach­ten en  zij luisterde naar het gezoem van de bijen in de holle boom, naar de rustige ademhaling van de dieren,  die hun winterslaap deden. Zij beluisterde de zachte fluisteringen der stenen en het stromen van de sappen in boom en struik. Al het verlangen van de bloemen, die nog in de donkere aar­de sliepen, naar het komende voorjaar, klonk in haar oor. Op die heide stond ook een kale eenzame struik; zijn twijgen kraakten meelijwekkend in de ijzige wind.
Vrouw Holle gaf gehoor aan zijn treurige bede en zij vroeg de struik: “Waarom weeklaag jij zo?”
“O,  grote moeder”, klonk het, “al uw kinderen hebt ge een zin voor hun bestaan meegegeven. De mensen voeden zich met de noten van de hazelaar, zij gebruiken de taaie wilgentenen en zelfs de ruige brem binden zij  ’s winters tot hun bezem. Het vlas hebt ge zijn sterke vezel gegeven en het kleedje van iedere bloem is een lust voor het oog van elke mens. Alleen mij hebt ge glans noch zin meegegeven en zelfs de armste mensen kunnen mijn dorre hout in hun kachel niet sto­ken.”

Deze klacht beroerde het hart van vrouw Holle en zij ant­woordde glimlachend: “Nu dan, omdat jij de mensen zo goed ge­zind bent, wil ik jou zelf je naam geven,  vlierboom (Hollerbusch)  zul je van nu af aan in de mensenmond heten. Daartoe verleen ik je edele eigenschappen, die jou waardevol maken boven alle andere struiken.”

En zij schonk zijn bast genezende kracht, zij sierde hem met sneeuwwitte bloesem en vulde zijn ontelbare bessen met gezondmakend donkerrood sap.

In moeilijke tijden als de mensen bezocht werden door ziekte en nood ontdekten zij spoedig de genezende kracht van de vlierstruik. De struik,  die eens tot niets diende werd ge­plant in tuin en op erf en zijn witte bloesemtrossen sierden in het voorjaar de dorpen en boerderijen.  In de herfst ver­zamelde men zijn bessen en de gebrekkigen werden verlicht door het gezonde sap.

Dit was Vrouw Holles eerste kerstgeschenk aan alle mensen en spoedig ging het gezegde van mond tot mond:

 “Holunder tut Wunder”

Y. Pronk-Sluyter, vrijeschool Den Haag, nadere gegevens ontbreken
.

Vrouw Holle – Beatrijs Gradenwitz  (138)

Sprookjes: alle artikelen

Vertelstof: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: sprookjes

.

1200

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

VRIJESCHOOL – Schimmenspel

.

SCHIMMENSPEL

Wat voor een stemming roept het in ons op als we met een nevelige herfstdag naar buiten lopen en toeschouwer zijn van de vormen en kleuren om ons heen.

De nevel verstilt de bomen, de huizen, een koe op het.weiland; het is of een onzichtbare sluier iets gevangen houdt van de ware vorm, de ware kleur. Meestal krijgen wij, mensen, ook iets verstilds, gedrukts, tastends, omdat we ons niet uiteen kunnen zetten met de omgeving.

De lijsterbes, de appelboom in de tuin krijgen iets onwezenlijks, het huis aan de overkant vervaagt, was de schoorsteen lang of kort? Alles doet een appèl aan je herinnering – hoe was het ook weer –

Dan komt het moment dat de zon het wint van de grijsheid, er gaat zich iets oplossen, de kracht van het licht breekt door en soms verrassend snel is alles er weer: de rode bessen aan de lijsterbes, de gele appels in de appelboom, de schoorsteen van het huis aan de overkant.

Hoe kunnen we voor onszelf in de duisternis het licht gaan beleven: door de innigheid op te roepen, kleur aan te brengen aan onze belevingswereld, wat alleen kan als het licht eraan meewerkt. Dat is het boeiende, inspirerende van bijv. transparanten maken met zijdevloei, juist in dit jaargetij.

Een vorm die voor het hele gezin en ook voor allen die pedagogisch of kunstzinnig werken in welke zin dan ook, een avontuur kan zijn, is het aloude schimmenspel. Daarin zijn geweldig veel mogelijkheden. Het doek is altijd het uitgangspunt. De zijde waar het spel zich afspeëlt is goed belicht; de toeschouwer zit aan de andere kant in het donker. Als men zoiets gaat ondernemen moet men weten dat de spelers altijd schimmen zullen blijven; het kost het uiterste aan uitbeeldingsvermogen.

Een andere mogelijkheid is op het doek een decor aan te brengen van dun karton, daar bewegen zich uitgeknipte figuurtjes heen en weer langs het doek.

Jaren geleden in de Michaelstijd hebben we met een groep ouders en een kleuterleidster een prachtige Michaelslegende gevonden en getracht dit in een schimmenspel te verwerken.

Het werd een reis langs alle soorten materiaal, en van het schuchtere op weg gaan werd het jaar na jaar anders terwijl het motief hetzelfde bleef. Onze indruk was dat zwart-wit voor de kinderen niet aanvaardbaar is. Tussen het licht en het duister ligt een gebied van de kleur en dat neemt het kind in zich op, daarin beleeft het alle zielestemmingen van het verhaal. We vonden dat het decor levendigheid kreeg door het gebruik van zijdevloei en schapenwol.

Werkwijze:
Het contour wordt geknipt uit niet te dik karton; er blijven grote ruimten over waar we het materiaal gaan inwerken, maar eerst moeten we houvast hebben.

schimmenspel-1

witte lijnen: de uitgeknipte contouren met gekleurde schapenwol

schimmenspel-2

kartonnen groepje kan berg op en af

Structuur:
U werkt aan één motief waar het hele verhaal zich af kan spelen, vooral niet teveel hooi op de vork nemen, want alles wat open is vereist een werkstuk. U kunt dan beter later nog voorzichtig wat wegknippen.

Dan nemen we een oud stuk laken (wel gaaf), leggen het goed plat; de contour wordt er opgelegd; kijkt u goed naar de verhoudingen – onder kunt u een flinke baan karton overhouden, dat valt straks weg als we met gordijnen gaan opbouwen.

We lijmen wet transparante ljjmstift prit of pelistift de contour op het laken, zijkanten en onderkant kunnen zelfs even vastgeniet. Maar het moet niet zichtbaar zijn.

U weet dat wat u rechts uitwerkt – links gezien wordt en andersom!

Nu zoekt u in een of andere kamer of op zolder een werkterrein; het geheel wordt opgehangen, zó hoog, dat u er zelf makkelijk bij kunt en misschien zelfs zó, dat de kinderen eraan mee kunnen gaan helpen. Achter is een bureaulamp opgesteld die uw werkterrein verlicht, voor het doek moet genoeg ruimte overblijven om toeschouwer te kunnen zijn.

Nu gaan we aan het werk en steeds wordt het een kiekeboespel: ‘Achter maak ik iets wat ik voor kan bekijken’, denkt u eraan dat u niet in de lamp kijkt, dat is storend voor het beeld. Het moet alleen licht zijn.

We nemen alle kleuren zijdevloei die er in de handel zijn en gekleurde schapenwol en gaan nu als het ware schilderen, boetseren met dit materiaal.

Met zijdevloei kunt u grillige vormen scheuren, knippen als iets een speciale vorm moet hebben en voorzichtig frommelen, dan krijgt u onverwacht schaduwen en verdiepingen, die u goed kunt gebruiken bij rotspartijen, gebergten, stammen en takken en bladerdak van geboomte, struikgewas. Nooit te precies, iets aan het toeval overlaten en aan de fantasie.

De vaste contourlijnen van het karton gebruikt u om het zjjdevloei vast te plakken, ook weer met stift. Er ontstaat een ondergrond waar we met al de voorgenoemde technieken kunnen verdergaan. Lijmt u nooit grote delen op elkaar, maar hier en daar iets, zodat het net vast zit, dan blijven nog genoeg openingen om een ander kleurtje tussen te schuiven en zelfs bepaalde lijnen die er niet moeten zijn met gekleurde schapenwol weg te werken; gaat u mee met het landschap, gebergte of glooiing, u zult zien, al doende krijgt u het te pakken.

De figuurtjes worden niet te star in de vorm uitgeknipt, zodat het vrolijke, het statige, het sombere, als houding naar voren komt, bedreven mensen kunnen zich wagen aan bijv. beweegbare armpjes. De figuurtjes krijgen een stevig kartonnen voetstuk. In een doe-het-zelfzaak zijn dunnen houten roetjes te krijgen die we van boven iets splijten en met wat bisonkit of iets dergeljjks wordt het kartonnen voetstukje in het spleetje vastgelijmd. Er is nu een goed speelstokje aan het figuur. De haren kunnen weer van schapenwol zijn.

De belichting:
Zijn nieuwsgierige, inventieve vaders en grote zoons al eens komen kijken, dan moeten ze een kriebelgevoel krijgen: hier wil ik wel een belichting bij maken! – Zo niet, gaan we zelf experimenteren, hebben wij ook gedaan.

We zijn begonnen met de bureaulamp en geëindigd met een
dia-projectieapparaat! Goed neergezet krijgen we daarvan een mooi basislicht. Wij kochten verschillende kleuren cellofaan. Het best hanteerbaar zijn stukken van boven en onder vasthechten aan karton en-dan heen on weer bewegen dichtbij de lichtbron. In een later stadium kwamen we op het idee een raamwerk te maken; door lagen op elkaar te leggen van het cellofaan kunnen we kleuren verdiepen en veranderen in de stemmingen die opgeroepen worden. Dit alles in de volgorde van het verhaal.

Dit moet voor ieder een eigen ontdekkingstocht zijn.

Als alles geschapen is, gaan we spelen. Eén leest of vertelt het verhaal maar met een beweeglijkheid, omdat de spelers begeleid moeten worden – ook kun je ineens het idee krijgen: hier hoort wat muziek bij en dan wordt de lier of de fluit bijv. erbij gehaald.

De generale repetitie volgt: op de plaats waar echt het schimmenspel zal uitgevoerd worden, moet het doek voorzichtig overgebracht. Het beste kan boven en onder een lat getimmerd, misschien iets om al bij de eerste bewerkingen stil te staan; anders trilt al uw mooie zijdevloei en schapenwol van de plaats. Een gordijn hangt u aan de onderste lat op, zodat het tot de grond rijkt. De spelers moeten niet zichtbaar zijn. U zult zien: de uitvoering is kostelijk en ik hoop dat het u zo vergaat als bij ons. Het wordt elk jaar weer: ‘uit de mottenballen gehaald’, iets bijgewerkt en weer beleefd: in de duisternis het licht te plaatsen en de innigheid op te roepen, kleur te brengen aan onze belevingswereld.

Heel in het kort volgt hier ‘onze’ Michaelslegende.

Het begint al met een prachtig beeld: Er was eens lang geleden een eiland dat klein en verlaten in de grote wereldzee lag. Machtige golven kwamen aanrollen en spatten in glinsterende druppels waarin de zon duizend keren weerspiegeld werd op de rotsen uiteen. Hier en daar was er tussen de rotswanden een kleine inham. Daar rolden de golven statig naar binnen, hielden hun wildheid in toom en bereikten tenslotte het strand als vriendelijke bezoekers, waar ze met een laatste buiging van het glinsterende water een schat van geschenken achter lieten op het strand.
Dichtbij het strand stonden armelijke vissershutjes. De.kinderen speelden veel op het strand. Eén van hen was Angelina die met een ziek voetje geboren was en hinkend door het leven moest gaan. De kinderen waren altijd blij als ze in de buurt was omdat zo altijd vrolijk was en grapjes maakte. Aan de andere kant van het eiland was het gevaarlijk. Angelina’s vader, de visser, had het zelf gezien en verteld dat diep onder de aarde een draak huisde. Soms zagen ze zelfs de dikke dampen en hoorden ze het gerommel.

Toen dat eens weer zo was in de avond, klommen de vissers met hun vrouwen en kinderen langs het bergpad omhoog naar een kapel waar ze kaarsen ontstaken en een vurig gebed zonden naar de aartsengel Michael. Een van de jongetjes die al gauw genoeg had van het bidden, liep naar buiten om steentjes te rapen en deze met een wijde boog naar beneden te gooien. Eensklaps bleef zijn arm in de lucht hangen, hij merkte het zelf niet eens, rende terug naar de kapel en riep de mensen toch vlug naar buiten te komen, zelf hielp hij Angelina. Toen zagen ze allen dat een lichtende boot zich voortbewoog naar het eiland, met een gouden gestalte, in de hand een opgeheven zwaard. Ze keken toe hoe de gestalte uitsteeg en zich vastberaden naar de plek des onheils richtte. Met angst in het hart zagen ze de gestalte verdwijnen in de dikke vuile dampen en het gerommel zwol aan. Plotseling, na een heldere lichtstraal was er stilte en een weldadige rust kwam in de mensenharten en over het eiland.

De lichtgestalte keerde terug, lang nagekeken door het vissersvolk. De vissers die de volgende dag vroeg op zee waren hadden nog nooit zo’n vangst gehad. Dankbaar waren allen en zo gingen ze op weg naar de plaats waar het wonder was geschied. Op de plaats waar vroeger de dampen en het gerommel opstegen hoorden ze nu het geklater van een bron dië ontsprong uit de rotsen. Angelina zat met haar blote voetjes in het bronwater, maar nauwelijks had ze het aangeraakt of ze voelde dat ze weer krachtig op haar benen kon staan, ze kon weer huppelen en springen net als de andere kinderen. Vele mensen trokken naar de bron, zieken vonden er genezing en in de kapel werden vele kaarsen ontstoken; een dankgebed vervulde de ruimte.

Schookrant vrijeschool Den Haag, nadere gegevens onbekend

 

Je kunt ook eens een keer, bijv. met een 5e klas, een schimmenspel maken van o.a. een sprookje van Grimm.
Als je veel aan de kinderen zelf overlaat, komen je de mooiste vondsten tegemoet. Op allerlei gebied: hoe pas je de tekst aan; wat laat je zien; wat kún je (technisch) laten zien; welke spullen heb je allemaal nodig. Ze zullen veel vragen aan je stellen waarop je ook samen weer antwoorden kan vinden: uiteindelijk moet jij als leerkracht soms besluiten.
Omdat er door de kinderen veel samen moet worden gewerkt bij het ontwerpen en uitvoeren, is het ook zeer werkzaam voor het gevoel van ‘samen’: het sociale.

 

Ook op internet is veel te vinden.

Suggesties: altijd welkom:  pieterhawitvliet voeg toe apenstaartje gmail punt com

 

handschaduwbeelden

 

1163

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.