.
In dit artikel beschrijft Prof.dr. Hueck een onderzoek naar de gezondheid van vrijeschoolleerlingen t.o.v. niet-vrijeschoolleerlingen.
Joes Gerritsen, nadere gegevens ontbreken,
schreef over een ander onderzoek:
Heeft de s o o r t onderwijs invloed op lichamelijke rijping?
Wees een te Stuttgart gehouden enquête onder meisjes van openbare en vrijescholen al een belangrijk verschil aan in het tijdstip van optreden van de eerste menstruatie, de zgn. menarche, een onderzoek hier te lande bevestigde deze resultaten.
Wat is nl. het geval?
In 1977 werd een vragenlijst gestuurd aan 4 vrijescholen en 4 verschillende christelijke mavo’s. Behalve de vraag naar de menarchedatum van de meisjes, werd o.a., ook geïnformeerd naar het dragen van een bril.
Bedoeling van het onderzoek was na te gaan of ander onderwijs, een meer kunstzinnige benadering die dóórwerkt in alle vakken, zoals in de vrijescholen wordt nagestreefd, het tempo van de lichamelijke ontwikkeling beïnvloedt. De versnelling nl. van de groei – de lange slungelige gestalte die al vroeg optreedt (geconstateerd is dat soldaten in de laatste halve eeuw gemiddeld 10 cm. langer zijn geworden) – deed de vraag opkomen of er een oorzaak is aan te wijzen verantwoordelijk voor deze opvallende verschijnselen in deze tijd.
Als maatstaf voor het tempo van de lichamelijke ontwikkeling koos men dus het tijdstip van de eerste menstruatie.
Een der oorzaken zou kunnen zijn het feit dat op steeds jeugdiger leeftijd een sterk beroep wordt gedaan op het zenuw-zintuigstelsel via het zgn. aanschouwelijke onderwijs: gezichts- en gehoorzintuigen worden extra belast door teksten te lezen, platen te beluisteren, dia’s en tv-beelden te gebruiken in de lessen. Vooral door het waarnemen van de voltooide vormen in boeken etc. is het kleine kind (dit begint al in de peuterleeftijd!) niet meer in staat daar van binnenuit iets aan toe te voegen; de vorm is af!
Gevolg is dat het gevoels- en wilsleven wordt lamgelegd en dat er een disharmonie optreedt tussen de psychische en de lichamelijke ontwikkeling en gevolg daarvan is dat de lichamelijke ontwikkeling niet voldoende wordt afgeremd, zich sneller afwikkelt dan gezond is. Bepaalde belangrijke ontwikkelingen worden geheel overgeslagen.
Typisch geestelijke vermogens, zoals de religieuze en morele gevoelens worden hierdoor “in de kiem gesmoord” en de gevolgen daarvan zien we overal om ons heen: agressiviteit, grofheid etc.
In wezen kan het 2/3 deel van de mens (het ziels/geestelijke deel) het ene derde deel (de lichamelijke groei) niet meer bijhouden.
Bij een harmonische ontwikkeling wordt gedacht aan uitgroeien tot aan de volwassenheid (20e jaar); een afsluiting van de groei in het 15e,16e jaar wordt dan als vroegtijdig en niet-harmonisch beschouwd.
Uit het onderzoek bleek dat de mavomeisjes gemiddeld 3 maanden eerder dan de vrijeschoolmeisjes menstrueerden. Misschien niet zo’n groot verschil, maar in Stuttgart kwam men op 8 maanden verschil uit! Bovendien bleek 22% van de mavomeisjee vóór het 12e jaar te menstrueren, 9% van de vrijeschoolmeisjes. Deze verschillen kunnen we niet zo maar aan het toeval wijten.
Dan het dragen van een bril: van de mavomeisjes kreeg 35% een bril toegewezen, van de vsmeisjes maar 17% (minder te lezen in de lessen) Wanneer eenzijdig intellectueel ingericht onderwijs (minder doen en minder emotionele betrokkenheid) van invloed zou zijn op de lichamelijke rijping en op toename van bijziendheid, dan verdient dit aandacht van alle pedagogen en psychologen. Bovendien mag dan verwacht worden dat de interessen voor wat de vrijescholen in de lessen doen, en dat al meer dan 50 jaar lang! – zal toenemen.
Dit onderzoek kan een aanzet zijn die leidt tot verdere onderzoekingen naar de invloed van vrijeschoolonderwijs op de ontwikkeling van het kleine kind.
Dit zijn lastige onderzoeken: er zijn veel factoren waarmee je rekening moet houden. En kun je daar rekening mee houden?
In 1977 was de wereld ‘rustiger’ dan nu. Voor kinderen die bewust met antroposofische inzichten werden opgevoed, c.q. onderwijs kregen, kan de kunstzinnige opvoeding t.o. een (veel) intellectualistischer benadering van invloed zijn geweest op de groeikrachten.
Steiner heeft er – in zijn tijd was dat nog weer anders – gezichtspunten voor gegeven, zie bv. [3] en [4]
Het lijkt mij dat er veel minder ‘beschermd opgevoede’ vrijeschoolleerlingen zijn dan ‘vroeger’. Ook zij hebben te maken met de wereld van de communicatiemiddelen van nu die een grote invloed hebben op het zenuw-zintuigstelsel. En het mobiele telefoongebruik zal ook van grote invloed zijn op hun gezichtsvermogen.
Zo zijn er nog wel meer factoren te noemen.
Al met al blijft het wel een interessante vraag en wellicht wordt er weer eens een onderzoek ingesteld.
.
Rudolf Steiner over gezondmakend onderwijs
Meer over gezondmakend onderwijs – onder nr. 4
Algemene menskunde: alle artikelen
Rudolf Steiner: alle artikelen op deze blog
Menskunde en pedagogie: alle artikelen
Vrijeschool in beeld: alle beelden
.
3542-3328
.
.
.
.