Categorie archief: euritmie

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over euritmie (GA 306)

.

 

RUDOLF STEINER OVER  EURITMIE

Rudolf Steiner hield een aantal voordrachten over euritmie.
Ze zijn in de GA genummerd: 277*; 277A; 278 en 279

Ook in de pedagogische voordrachten spreekt hij bij tijd en wijle over euritmie. Uit deze voordrachten: GA 293-311 staan hier zijn opmerkingen.

GA 306

Beknopte inhoud:
blz. 187-190: over kunstzinnig spreken, reciteren, declameren;
blz. 190: verschil met dans; het individuele van de  euritmist

blz. 199: euritmie wil zichtbare taal, zichtbaar zingen zijn;
blz. 200202: euritmiebewegingen: de vormen van de luchtstromen die de mens bij het spreken verlaten;
blz. 202-203: reciteren is niet de proza-inhoud benadrukken; het wezenlijke van het dichterlijke; dat wil euritmie zichtbaar maken
blz.  203-205: euritmie geen mime, dans, enz.
blz. 205: over belichting

blz. 187

Über Rezitation und Eurythmie.

Es ist ja schade, daß gerade Frau Dr. Steiner, die die Rezitations-kunst hier ausgebildet hat, in diesen Tagen krank ist und nicht die Rezitation selber hat besorgen können. Es handelt sich darum, daß die Eurythmie selber dazu zwingt, wieder zurückzugehen zu derjeni­gen Rezitations- und Deklamationskunst, die gepflogen worden sind in mehr künstlerisch-fühlenden Zeitaltern, als das unsn.ge ist. Das heutige Zeitalter istjakein sehrkünstlerisch empfindendes undwürde nicht leicht verstehen, warum Goethe selbst seine Jamben-Dramen wie ein Kapellmeister mit dem Taktstock mit seinen Schauspielern einstudiert hat. In unserem Zeitalter wird bei der Rezitation und De­klamation – die beide voneinander unterschieden werden müssen in sehr strenger Weise – viel mehr Rechnung getragen dem Pointieren eben des Prosa-Inhaltes. Wenigstens eine starke Strömung war seit den neunziger Jahren vorhanden, die eigentlich die künstlerische Ge­staltung der Sprache selber mehr in den Hintergrund treten ließ und den Prosagehalt des Gedichtes mehr in den Vordergrund treten ließ, während es tatsächlich darauf ankommt, in der imaginativen Gestal­tung der Laute, aber auch, sagen wir, des Strophenbaues oder in der

Over recitatie en euritmie

Het is wel jammer dat mevrouw Steiner die hier het reciteren vorm gegeven heeft, deze dagen ziek is en niet zelf de recitatie kan doen. Het gaat erom dat de euritmie zelf afdwingt weer terug te gaan tot die recitatie- en declamatiekunst die gewoonlijk uitgevoerd werd in meer kunstzinnig voelende tijden dan de onze. De tijd van nu is niet zo kunstzinnig voelend en zal niet snel begrijpen waarom Goethe zelf zijn drama’s in jamben als een kapeldirigent met de dirigeerstok met zijn toneelspelers instudeerde. In onze tijd wordt bij de recitatie en declamatie – die heel strict van elkaar onderscheiden moeten worden – veel meer rekening gehouden met het benadrukken van de proza-inhoud. In ieder geval was er sinds de negentiger jaren (van 1800) een sterke stroming aanwezig die eigenlijk de kunstzinnige vormgeving van het spreken zelf meer op de achtergronden hield en de proza-inhoud van het gedicht meer op de voorgrond plaatste, terwijl het er in feite op aankomt bij de imaginatieve vormgeving van de klanken, maar ook, laten we zeggen, bij de opbouw van de strofen of bij de

blz. 188

musikalisch-thematischen Behandlung, in Rhythmus, Takt, im melo­diösen Thema, das überall doch zugrunde liegen wird, das Wesent­liche zu sehen, und durch die Sprachbehandlung auf einer höheren Stufe das zu erreichen, was man in der Prosa durch den bloßen Wort-inhalt erreicht. Es ist ja das Gefühl für das Künstlerische der Sprache überhaupt in der neueren Zeit zurückgegangen, selbst äußere Kultur-erscheinungen machen einem das klar. Ich glaube nicht, daß sehr viele Menschen wissen oder beachtet haben, was der berühmte Cur­tius an der Berliner Universität für ein Fach hatte. Er trug Kunstge­schichte und dergleichen vor, aber das war nicht das Fach, für das er an der Berliner Universität angestellt war, sondern er hieß «Profes­sor der Eloquenz», er war eigentlich angestellt für die Redekunst, über Redekunst zu sprechen. Aber man hatte dafür kein Verständnis mehr, es war unnötig, daß er über sein eigenes Fach las, so rutschte er in ein anderes Fach hinein. Solche Erscheinungen sind heute viel­fach da. 

muzikale thematische behandeling in ritme, maat, in het melodieuze thema, dat er overal wel aan ten grondslag zal liggen, het wezenlijke te zien en door de spreekuitvoering op een hoger niveau dat te bereiken wat men in het proza enkel door de woordinhoud bereikt. Het gevoel voor het kunstzinnige van het spreken is de laatste tijd zeer zeker achteruit gegaan, zelfs uiterlijke cultuurverschijnselen maken dat wel duidelijk. Ik geloof niet dat er zeer veel mensen weten of waargenomen hebben, wat de beroemde Curtius aan de Berlijnse universiteit voor vak had. Hij doceerde kunstgeschiedenis e.d., dat was echter niet het vak waarvoor hij aan de Berlijnse universiteit aangesteld was, maar hij was ‘professor welsprekendheid’, eigenlijk was hij aangesteld voor de kunst van het spreken, om erover te spreken. Maar daarvoor had men geen begrip meer, het was niet meer nodig dat hij zijn eigen vak doceerde, zo kwam hij in een ander vak terecht. Zulke dingen zie je tegenwoordig veel meer.

Es ist notwendig, wenn wiederum zu einer Rezitationskunst gekommen werden soll, die vorzugsweise ausgebildet werden muß für das mehr Erzählende oder für diejenige Poesie, die etwa die Grie­chen hatten, für die Rezitationskunst und die Deklamationskunst, das ist diejenige Kunst, die der älteren deutschen Poesie zugrunde liegt, daß da wiederum für die Sprachbehandlung das Nötige getan wird. Das ist es, worauf es ankommt. Ich weiß nicht, was dem Fragesteller gerade aufgefallen ist, aber das ist es, worauf es uns ankommt: durch die Sprachbehandlung das zu erreichen, was für die Prosa durch den Sprachgehalt selber erreicht wird.
Es ist nicht durch die Betonung des Inhalts, nicht durch die Prosa-bedeutung des Inhalts, sondern durch die Art und Weise der Aufein­anderfolge der Laute oder des Gebrauches des Reimes und derglei­chen, es ist also gerade durch die Form das zu erreichen, was man heute gerne erreicht durch die prosaische Pointierung. Die Rezita­tion sucht vorzugsweise an das Plastisch-Maßvolle sich zu halten, sie sucht also vorzugsweise das, wo es darauf ankommt, im Aushalten der Silben und im Kurzmachen der Silben, was ja bei Balladen ganz besonders wichtig werden kann. Die Deklamation sucht durch den Hoch- und Tiefton und was sich daran anschließt das Wesentliche zu

Het is noodzakelijk, willen we weer tot de kunst van het reciteren komen, dat die allereerst ontwikkeld moet worden voor het meer vertellende of voor de poëzie die bijv. de Grieken hadden; voor de kunst van het reciteren en declameren, dat is de kunst die aan de oudere Duitse dichtkunst ten grondslag ligt, dat er weer het nodige gedaan wordt voor het uitvoeren van het spreken. Daar komt het op aan. Ik weet niet wat de vraagsteller al opgevallen is, maar hier komt het op neer: door de manier van spreken te bereiken wat voor het proza door het inhoudelijke van de taal zelf bereikt wordt.

Niet door de inhoud te benadrukken, niet door de prozabetekenis van de inhoud, maar door de manier waarop de klanken elkaar volgen of door het gebuik van het rijm e.d.; juist door de vorm te bereiken wat men tegenwoordig graag bereikt door het prozaïsche eruit te lichten. Het reciteren zoekt allereerst zich te houden aan de plastische volheid van de maat, zoekt ook allereerst naar waarop het aankomt, het aanhouden van lettergrepen en deze korter te maken wat dus bij ballades heel belangrijk kan worden. De declamatie zoekt door de hoge en lage tonen en wat zich daarbij aansluit, het wezenlijke te

blz. 189

erreichen. (Es war dem Fragenden aufgefallen, daß bei dem Worte «grüßen» die Silbe «grüs» in demselben Tone gesprochen wurde wie die Silbe «sen».> Das ist keine künstlerische Frage, sondern eine bloße Auffassungsfrage. Das hängt ganz davon ab, ob der Sprechende den Hauptwert darauf legt: Sag, ich lass’ sie grüßen, oder: Sag, ich lass’ sie grüßen.

bereiken. (Het was de vraagsteller opgevallen dat bij het woord ‘groeten ‘de lettergreep ‘groe’ op dezelfde toonhoogte werd gesproken als de lettergreep ‘ten’) Dat is geen vraag naar het kunstzinnige, maar naar de opvatting. Dat hangt er helemaal vanaf of de spreker de nadruk wil leggen op, zeg maar, ik laat u groeten, of ik laat u groeten.

Frage: Wird dadurch nicht das Gewicht des Reimes verschoben ?

Das könnte nur dann verschoben werden, wenn man die anderen Silben der Sache nicht anpassen würde. Das kommt ja aus der Stim­mung, nicht aus der Sprachbehandlung.

Vraag: wordt daardoor het accent van het rijm niet verschoven?

Dat zou alleen dan verschoven kunnen worden, wanneer je de andere lettergrepen niet zou aanpassen. Dat komt vanuit de stemming, niet vanuit de manier van spreken.

Frage: Drückt sich in der Auffassung keine Gesetzmäßigkeit aus ?

Nein, die Auffassung muß frei bleiben. Es ist durchaus möglich, daß Sie ein und dasselbe Gedicht künstlerisch deklamieren oder rezi­tieren, und Sie können die verschiedensten Auffassungen hereinbrin­gen, gerade wie einer im Spielen eines musikalischen Stückes die ver­schiedensten Auffassungen hereinbringt. Es gibt keine eindeutige Behandlung des Gedichtes, sondern es kommt auf das Wesentliche an, daß man es also dazu bringt, nicht mehr das Gefühl zu haben:
Man spricht rezitierend oder deklamierend mit dem Kehlkopf, son­dern man spricht mit der Luft. Darauf kommt es an, daß man wirk­lich die Gabe entwickelt, die Luft zu gestalten. Darauf kommt es beim Rezitieren an. Beim Gesang gestaltet man die Luft. Beim Re-zitieren muß auch dieselbe Tendenz walten, nur natürlich bei der Sprache liegt die Melodie schon im Laut. Also es muß tatsächlich in das Behandeln der Sprache das Wesentliche hereingebracht werden und nicht in den Inhalt. Es muß einer solchen Sache Rechnung ge­tragen werden, daß es bei Schiller zum Beispiel so war: bei seinen be­deutendsten Gedichten hatte er eine allgemeine Melodie in der Seele ; dazu konnte er einen Text schreiben, den er wollte. Man muß er­reichen, das Wesentliche auszudrücken auf der einen Seite durch das Musikalische, auf der anderen Seite durch das Plastisch-Malerische in der Sprache.

Vraag: drukken zich in de opvatting geen wetmatigheden uit?

Nee, de opvatting moet vrij blijven. Het is natuurlijk mogelijk dat u
een en hetzelfde gedicht kunstzinnig declameert of reciteert en u kan de meest verschillende opvattingen erin leggen, zoals iemand bij het spelen van een muziekstuk daar de meest verschillende opvattingen in kan leggen. Er bestaat geen eenduidige uitvoering van een gedicht, maar het komt op het wezenlijke aan dat je bereikt niet meer het gevoel te hebben: men spreekt reciterend of declamerend met het strottenhoofd, maar dat men spreekt met de lucht. Het komt erop aan werkelijk de gave te ontwikkelen de lucht vorm te geven. Bij het reciteren moet dezelfde tendens heersen, maar bij het spreken ligt natuurlijk de melodie al in de klank. Dus in het uitvoeren van de spraak moet daadwerkelijk het wezenlijke erin worden gebracht en niet de inhoud. Je moet er bijv. rekening mee houden dat het bij Schiller zo was: bij zijn belangrijkste gedichten droeg hij een algemene melodie in zijn ziel; daar kon hij een tekst bij schrijven die hij wou. Je moet bereiken dat je aan de ene kant het wezenlijke uitdrukt door het muzikale en aan de andere kant door het plastisch-schilderende in de taal.

blz. 190

Frage: In der Tanzkunst tanzen die Tänzer verschieden. Das ist bei der Eurythmie nicht der Fall; da ist die Bewegung selbst ja wohl immer die gleiche ?

Das würden Sie nicht sagen, wenn Sie die Eurythmie viel sehen würden. Sagen wir, wenn Sie ein Gedicht rezitieren und ein anderer Mensch dasselbe Gedicht rezitiert, so sind das doch zwei verschie-dene Stimmlagen usw. Sie können nun künstlerisch das Gedicht in der gleichen Weise behandeln. Die künstlerische Behandlung wird gleich sein. Schon dieser Unterschied tritt bei der Eurythmie stark hervor. Sie werden trotzdem die persönlichen Eigentümlichkeiten bei den einzelnen Eurythmikern sehen. Die sind schon individuell. Die Eurythmie ist nur noch nicht weit genug, daß die besondere indivi­duelle Art schon hervortreten würde. Es wird aber das sein, wenn die Eurythmie so weit ist, daß der Eurythmist ganz zusammen sich lebt mit seiner Kunst ; dann wird auch die individuelle Auffassung schon bemerkbar sein. Gewiß, es liegt zugrunde immer eine gesetzmäßige Bewegung. Es ist das so wie beim Sprechen: wenn ich Mund sagen will, darf ich nicht Mond sagen, also nicht ein o statt des u.

Vraag: In de danskunst dansen de dansers verschillend. Dat is bij de euritmie niet het geval; daar is de beweging zelf, lijkt het, steeds hetzelfde?

Dat zou u niet zeggen, wanneer u veel euritmie zou zien. Wanneer u een gedicht reciteert en een ander doet dat zelfde gedicht, dan zijn dat toch twee verschillende stemhoogten enz. U kan het gedicht nu kunstzinnig op dezelfde manier behandelen. De kunstzinnige aanpak zal dezelfde zijn. Dit verschil komt bij euritmie sterk naar voren. Ondanks dat zal u de persoonlijke trekken bij de individuele euritmist zien. Die zijn dus individueel. De euritmie is alleen nog niet ver genoeg dat de bijzondere individuele manier al naar voren zou kunnen komen. Dat komt wel als de euritmie zo ver is, als de euritmist helemaal één is met zijn kunst; dan zal ook de individuele opvatting wel merkbaar zijn. Zeker is het dat er altijd een wetmatige beweging aan ten grondslag ligt. Dat is net zoals bij het spreken: wanneer ik ‘kun’ wil zeggen, mag ik geen ‘kon’zeggen  [Duits Mund-Mond], dus geen o i.p.v. een u.

Der Be­treffende muß deshalb eurythmisierend ein u an der betreffenden Stelle haben, aber da kommt dann innerhalb dieser Gesetzmäßigkeit die individuelle Ausgestaltung der Auffassung, die größte Entfal­tungsmöglichkeit zu ihrem Recht. Es ist nicht irgend etwas Pedanti­sches, Stereotypes. Sie werden auch sehen, wenn ein Anfänger etwas eurythmisch darstellt, oder jemand, der es jahrelang getrieben hat, ist es ein großer Unterschied, nicht bloß in der Fertigkeit, sondern auch im Künstlertum. Und ebenso kommt wiederum die ursprüngli­che künstlerische Begabung zum Vorschein, ob jemand künstlerische Veranlagung hat oder nicht. Mehr wie bei einer anderen KLlnst kommt das bei der Eurythmie zum Vorschein. Die Eurythmie ist ganz im menschlichen Organismus beschlossen. Der menschliche Or­ganismus umfaßt die Eurythmie so, daß die Eurythmie, ebenso wie die anderen Künste, zum Beispiel die Malerei, nicht verstandesmäßig, aber innerhalb des Bewußtseins, beschlossen werden, während das Tanzen ins Emotionelle hinübergeht. Da können andere Schwierigkeiten

Wie het uitvoert moet daarom euritmiserend een ‘u’ op die plaats maken, maar dan komt binnen die wetmatigheid de individuele opvatting ten uitvoer, de grootste uitvoeringsmogelijkheid, tot zijn recht. Het is niet een of ander pedant iets, iets wat stereotiep is. U zal ook zien, wanneer een beginner iets euritmisch doet, of iemand die het al jarenlang beoefend, dat er een groot verschil is, niet alleen in vaardigheden, maar ook in het kunstzinnige. En net zo komt weer de oorspronkelijke kunstzinnige aanleg te voorschijn; of iemand een kunstzinnige aanleg heeft of niet. Meer dan bij een andere kunst komt dat er bij de euritmie uit. De euritmie ligt geheel in het menselijk organisme besloten. Het menselijk organisme omvat de euritmie zo, dat de euritmie, net zoals andere kunsten, bijv. de schilderkunst, niet intellectueel, maar in het bewustzijn besloten ligt, terwijl het dansen meer in het emotionele overgaat. Dan kunnen er andere moeilijkheden

blz. 191

hervortreten. Das Tanzen ist doch nicht etwas rein Künstleri­sches. Die Eurythmie ist schon Kunst.

ontstaan.Het dansen is toch niet helemaal puur kunstzinnig. De euritmie is wel kunst.
GA 306/189-191
eigen vertaling

blz. 199

EINLEITENDE WORTE ZUR EURYTHMIE-AUFFÜHRUNG
Dornach, 15. April 1923

Meine sehr verehrten Anwesenden!

Die Eurythmie, von der wir Ihnen auch heute wiederum einen Ver­such vorführen wollen, wird eine künstlerische Bewegung einleiten, welche aus bisher ungewohnten künstlerischen Quellen schöpft und sich einer auch noch ungewohnten künstlerischen Formensprache be­dient. Daher darf es gestattet sein, daß einige Worte vorausgeschickt werden. Nicht um die Vorstellung selber zu erklären, das wäre ja et­was Unkünstlerisches – Kunst muß durch sich selber sprechen -, und besonders eine Kunst, die eigentlich für die Sichtbarkeit geschaffen ist, sollte man nicht in ihren Einzelheiten erklären wollen, sondern nur eben anschauen.
Die Eurythmie tritt ja so vor Sie hin, meine sehr verehrten Anwe­senden, daß Sie auf der Bühne sehen werden den bewegten einzelnen Menschen, der gebärdenartige Bewegungen ausführt, namentlich durch Arme und Hände, die ausdrucksvollsten Glieder des menschli­chen Organismus, aber auch durch andere Glieder dieses Organismus. Sie werden Menschengruppen sehen in bestimmten Stellungen zu­einander, Menschengruppen in Bewegungsformen und so weiter. Das alles woUen nicht Zufallsgebärden sein, sondern das alles will sein eine wirkliche sichtbare Sprache, oder auch ein wirklich sichtbarer Gesang.
Daher wird diese Eurythmie begleitet auf der einen Seite durch das Rezitatorische und Deklamatorische für die Dichtungen, auf der anderen Seite durch Musikalisches. Gerade so, wie der Mensch von seiner kindlichen Stufe der Entwickelung an im weiteren Verlauf sei­nes Lebens mit Bezug auf die Lautsprache von einem gewissen Lal­len, das nur Gefühle, Empfindungen ausdrückt in primitiver Weise, aufruckt zu der artikulierten Lautsprache, so kann man nämlich auch von dem, ich möchte sagen Lallenden in Gebärden, die der Mensch

Inleidende woorden bij de euritmie-opvoering
Dornach, 15 april 1923

Zeer geachte aanwezigen!

De euritmie. die we u vandaag ook weer willen laten zien, zal een kunstzinnige beweging inleiden die uit tot nog toe onbekende kunstzinnige bronnen put en zich ook nog van een ongewone kunstzinnige vormentaal bedient. Vandaar dat het wel geoorloofd is, een paar woorden vooraf te zeggen. Niet om de voorstelling zelf uit te leggen, dat zou iets onkunstzinnigs zijn, – kunst moet door zichzelf spreken – en in het bijzonder een kunst die eigenlijk in het leven geroepen is om naar te kijken, moet je niet in detail willen verduidelijken, maar er gewoon naar kijken.
De euritmie vertoont zich zo voor u, beste aanwezigen, dat u op het toneel de zich bewegende individuele mens zal zien, die gebaarachtige bewegingen uitvoert, met name met de armen en de handen, die ledematen met de meeste uitdrukkingskracht van het menselijk organisme, maar ook door andere delen van dit organisme. U zal een groep mensen zien in bepaalde posities t.o.v. elkaar, en groepen in een bewegingsvorm enz. Dat zijn geen toevallige gebaren, maar dat alles wil een werkelijk zichtbare taal zijn of ook een werkelijk zichtbaar
zingen .
Vandaar dat deze euritmie begeleid zal worden door recitatie en declamatie bij de gedichten, aan de andere kant door muziek. Net zoals de mens vanaf de kinderfase in zijn ontwikkeling in het verdere verloop van zijn leven m.b.t. het spreken van klanken van een zeker lallen dat alleen maar gevoelens, gewaarwordingen op een onbeholpen manier tot uitdrukking brengt, zich verder ontwikkelt tot de gearticuleerde spraak, zo kun je ook van wat ik zou kunnen noemen het lallen met de gebaren die de mens

blz. 200

im gewöhnlichen Leben anwendet, um seine Sprache zu begleiten, um das oder jenes in seiner Sprache durch die Gebärde deutlicher oder eindringlicher zu machen – man kann von diesen Gebärden vor­rücken zu einer wirklichen sichtbaren Sprache, die als Bewegung des menschlichen Organismus ausgeführt wird.
Dasjenige also, das Sie sehen werden, beruht keineswegs auf will­kürlicher Erfindung, sondern es beruht darauf, daß in sorgfältiger Weise studiert worden ist durch sinnlich-übersinnliches Schauen, um mich dieses Goetheschen Ausdruckes zu bedienen, wie die Lautspra­che oder der menschliche Gesang zustandekommen. Da hat man es eigentlich auch mit einer Art Gebärde zu tun, aber mit einer Ge­bärde, die sich nicht in dem gewöhnlich sichtbaren Teil des mensch­lichen Organismus abspielt, sondern die sich abspielt mit dem aus-strömenden Atmungsstrome, der zum Teil natürlich immer mit Hilfe der körperlichen Organe dirigiert wird vom menschlichen Willen und zum Teil vom menschlichen Denken.

in het dagelijks leven gebruikt om zijn spreken te begeleiden, om dit of dat van zijn spreken door de gebaren duidelijker en indringender te maken – van deze gebaren opklimmen tot een werkelijk zichtbaar spreken dat als beweging van het menselijk organisme uitgevoerd wordt.
Wat u dus zal zien, berust geenszins op iets wat willekeurig ontworpen is, maar berust erop dat op een zorgvuldige manier bestudeerd is door een zintuiglijk-bovenzintuiglijk schouwen, om deze uitdrukking van Goethe te gebruiken, hoe de taalklanken of het menselijk zingen ontstaan. Daarbij heb je eigenlijk ook met een soort van gebaar te maken, maar met een gebaar dat zich niet afspeelt in het gewoon zichtbare deel van het menselijk organisme, maar dat zich afspeelt met de uitstromende ademlucht die voor een deel natuurlijk steeds met hulp van de lichamelijke organen gestuurd wordt door de menselijke wil en voor een deel door het menselijke denken.

Wir sehen, daß der Mensch, indem er spricht, die Luft in Bewe­gung setzt. Würden wir diese Bewegungsformen, durch die der Mensch seine Lautsprache an den andern Menschen heranbringt, im einzelnen studieren, so würden wir sehen: Jedem Laute, jedem Wort-gebilde, jedem Satzgebilde entspricht eine ganz bestimmte Formung der ausströmenden Luft.
Dasjenige, was mehr radial vom Menschen weggeht in diesenFor­men, das rührt vom menschlichen Willen her, wie gesagt, immer ver-mittelt durch die körperlichen Organe. Dasjenige, was mehr als Querschnitte, wenn ich das so nennen darf, diese Luftgebärde wellig macht, das rührt vom menschlichen Gedanken her. Und wenn wir, wie das eben durch sinnlich-übersinnliches Schauen geschehen kann, wenn wir so, wie wir den bewegten Menschen anschauen können, diese Luftgebärde sehen könnten, so würden wir auch gewissermaßen ein luftartiges Abbild des Menschen vor uns haben, wenigstens eines Teiles des Menschen, und würden darinnen Bewegungen, Bewegun­gen von Luftströmungen sehen.
Diese Bewegungen von Luftströmungen werden sorgfältig stu­diert. Und statt daß man den Kehlkopf und die anderen Sprach- und

We zien dat de mens, wanneer hij spreekt, de lucht in beweging brengt. Zouden wij deze bewegingsvormen waardoor de mens zijn spraakklanken tot de andere mens richt, een voor een bestuderen, dan zou je zien: bij iedere klank, ieder gevormd woord, iedere gevormde zin, hoort een heel bijondere vorm van de uitstromende lucht.
Wat meer straalvormig de mens verlaat, komt meer uit de menselijke wil, zoals gezegd, steeds d.m.v. de lichamelijke organen.
Wat meer [Steiner gebruikt hier ‘Querschnitte’, – je zou kunnen denken aan ‘Querrichtung’ = (en dat als tegenstelling voor het straalvormige) wat ‘uitwaaiert’ alsof je een doorsnee van iets maakt] doorsnee-achtig, als ik dat zo noemen mag, deze gebaren in de lucht doet golven, komt vanuit de menselijke gedachten. En wanneer we, zoals dit dan door het zintuiglijk-bovenzintuiglijk schouwen gezien kan worden, wanneer we, zoals we naar de zich bewegende mens kunnen kijken, deze gebaren van de lucht zouden kunnen zien, dan zouden we in zekere zin een luchtachtige afbeelding van de mens voor ons hebben, op z’n minst een deel van de mens en daarin zouden we bewegingen, bewegingen van luchtstromen zien.
Deze luchtstroombewegingen worden zorgvuldig bestudeerd. En in plaats dat je het strottenhoofd en de andere spraak- en

blz. 201

Gesangsorgane dann gewissermaßen die Luftgebärde als Sprache und Gesang ausführen läßt, überträgt man dasjenige, was sonst Luftge­bärde ist, auf die Gebärde des Armes, der Hand, oder auch des gan­zen Menschen, oder der Formen, in denen sich Menschengruppen be­wegen. Dadurch hat man auf sichtbare Weise genau dasselbe, was man im Sprechen und im Singen hat, nur daß wegbleibt von dieser Bewegung das Gedankenhafte. Das Gedankenhafte ist ja immer ein Unkünstlerisches, ein Prosaisches.
Der Dichter muß, um sich durch die Sprache künstlerisch auszu­drücken, geyade das Gedankenhafte bekämpfen. Er ringt dasjenige, was er in der Sprache hat, dem Gedanken ab. Er sucht gewisserma­ßen den Gedanken herauszulösen und nur das Willensartige in der Sprachbildung zu behalten, die er zum Ausdruck für sein seelisches Erlebnis macht.
Daher drücken wir auch nicht in der Eurythmie das Wellige, das vom Gedanken herrührt in der Luftgebärde, aus, sondern vorzugs­weise dasjenige, was bei einem Laute, bei einem Worte, einer Satz-bildung radial nach außen strömt.

zangorganen dan in zekere zin de luchtgebaren als spraak en zang uit laat voeren, breng je, wat anders luchtgebaar is, over op de gebaren van arm en hand of ook op de hele mens, of op vormen waarop de groep mensen zich beweegt. Daardoor krijg je op een zichtbare manier precies hetzelfde als wat je bij spreken en zingen hebt, met dat verschil dat uit deze beweging weggelaten wordt wat met het denken heeft te maken. Dat laatste is steeds onkunstzinnig, het is proza.
De dichter moet, om zich door de taal kunstzinnig uit te drukken, juist het uitdenken bestrijden. Hij probeert juist, wat hij in de taal heeft, uit de gedachtesfeer te halen. Hij probeert in zekere zin het bedachte eruit te halen en alleen het wilskarakter van de spraakvorming te behouden dat hij tot uitdrukking maakt van wat hij in zijn ziel beleeft.
Daarom drukken we in de euritmie niet het ‘golvende’ [aanhalingstekens van mij – zie terug] dat uit de gedachtesfeer komt, uit in de luchtgebaren, maar voornamelijk dat wat bij een klank, een woord, een zin straalsgewijs naar buiten stroomt.

Dadurch aber hat man ganz be­sonders Gelegenheit, dasjenige, was der Dichter im ganzen seiner Seele erlebt, gerade durch die das Wort begleitende Eurythmie deut­lich und sichtbarlich zum Ausdrucke zu bringen.
Es ist ja so, daß es ein Vorurteil bedeutet, wenn man glaubt, das Menschlich – Seelisch – Geistige stünde mit irgendeinem Teil des menschlichen Körpers in Berührung. Es ist so, daß die Seele den gan­zen menschlichen Organismus erfüllt, bis in die äußersten peripheri­schen Teile, daß sie in allem, was körperliche Ä ußerung und Offen­barung ist, lebt.
Der Dichter erlebt den Inhalt eines Gedichtes mit seiner totalen Menschlichkeit, und er muß eigentlich zurückhalten dasjenige, was bei ihm in die Glieder fließt. Gewiß, solche wahren Dichter, die das wirklich durchmachen, gibt es ja nur wenige; denn man kann schon sagen, daß eigentlich in bezug auf die dichterische Kunst 99% von dem, was produziert wird, auch wegbleiben könnte, und es wäre am Künstlerischen nicht sonderlich viel verloren. Aber dasjenige, was wirklich dichterisch erlebt wird, das wird eben vom ganzen Menschen

Daardoor echter heb je de unieke gelegenheid om wat de dichter in heel zijn ziel beleeft, juist door de euritmie die het woord begeleidt, duidelijk en zichtbaar tot uitdrukking te brengen.
Het is een vooroordeel wanneer men gelooft dat het [zie het Duits] menselijk-ziel-geestelijke met een bepaald deel van het menselijke lichaam in verbinding zou staan. Het is zo, dat de ziel het hele menselijk organisme doortrékt, tot in de buitenste periferie, dat zij in alles wat lichamelijke uiting en uitdrukking is, leeft.
De dichter beleeft de inhoud van een gedicht met zijn volledige menselijkheid en eigenlijk moet hij terughouden wat bij hem naar de ledematen stroomt. Zeker, zulke dichters die dat daadwerkelijk doormaken, zijn er maar weinig; want je mag wel zeggen, dat eigenlijk m.b.t. de dichtkunst 99% van wat er gemaakt wordt, ook achterwege gelaten zou kunnen worden en dan zou er niet uitzonderlijk veel kunstzinnigs verloren gaan. Maar wat werkelijk dichterlijk beleefd wordt, wordt door de hele mens

blz. 202

erlebt, und das Seelisch-Geistige ergießt sich dann in den gan­zen Menschen, – dasjenige, was der Dichter erreichen will durch das Imaginative, Malerisch-Plastische der Lautgestaltung, oder auch durch das Rhythmisch-Taktmäßige, Musikalisch-Thematische der Lautgestaltung, das erreicht er dadurch, daß er im Grunde genom­men den Prosainhalt des Wortes zurücktreten läßt, und das eigent­lich Dichten.sch-Künstlen.sche ausspricht. Wirkliche Rezitations­kunst muß daher, wenn sie dem Dichter gerecht werden will, nicht auf das heute in einem unkünstlerischen Zeitalter so beliebte Pointie­ren des Prosagehaltes den Hauptwert legen, sondern sie muß auf die Gestaltung der Sprache sehen.
Das war ja das Bestreben der hier gepflegten Rezitationskunst, der sich Frau Dr. Steiner jetzt schon seit sehr langer Zeit gewidmet hat. Wenn der Inhalt des Wortes in der Rezitation pointiert wird, dann ist das eben durchaus Prosa. Wenn das auch noch so interessant ist, weil man glaubt, daß die Persönlichkeit des Rezitators dann beson­ders zum Vorschein kommt, so ist es doch unkünstlerisch. 

beleefd en gevoel en geest stromen in de hele mens -, wat de dichter wil bereiken door het imaginatieve, het schilderend-plastische van de klankvorming, of ook door het ritme en de maat, het muzikaal-thematische van de klankvorming, dat bereikt hij in de grond beschouwd wanneer hij de proza-inhoud van het woord terughoudt en het eigenlijk dichterlijk-kunstzinnige uitspreekt. Echte recitatiekunst moet daarom, wanneer ze recht wil doen aan de dichter, niet op het vandaag in een onkunstzinnige tijd zo populaire benadrukken van de proza-inhoud letten, maar op de vorming van de spraak.
Dat is het streven van de hier toegepaste recitatiekunst, waaraan mevrouw Dr. Steiner zich al een hele tijd wijdt. Wanneer bij het reciteren de inhoud van het woord benadrukt wordt, dan is dat gewoon proza. Ook al is dat nog zo interessant, omdat men gelooft dat de persoonlijkheid van degene die reciteert dan vooral naar voren komt, toch 
is dat dan onkunstzinnig. 

Künstle­risch ist es, wenn man in der Lage ist, durch die malerisch-plastische Ausgestaltung der Lautfolge und der gegenseitigen Nuancierungen der Laute – nicht durch den Inhalt des Wortes – das herauszubringen, was an Leidenschaftsempfindung, an Gefühl und, wenn es sich um Gedanken handelt, auch an Gedanke geoffenbart werden soll. Denn auch wenn dichterisch der Gedanke zur Offenbarung kommen soll, muß die Form des Gedankens unterdrückt werden, und es muß allein in der Gestaltung der Sprache dasjenige gesucht werden, was eigent­lich dichterisch ist.
Ebenso, wie es auf das malerisch-plastische Gestalten der Sprache ankommt, so kommt es auf das musikalische, taktmäßige, rhythmi­sche und so weiter an. Man möchte sagen: in der Prosa wird man selbstverständlich den Vers nicht haben; in der Poesie braucht man den Vers, denn in dem Verse wird gestaltet ein Zusammenhang, und auch auf diese Gestaltung des Zusammenhanges, auf dieses gewisser­maßen Rhythmisch-Musikalische in der Sprache kommt es an.
So liegt durchaus bei dem wahren Dichter schon eine geheime Eu­rythmie in der Art und Weise, wie er die Sprache behandelt. Und es

Kunstzinnig is het, wanneer men in de omstandigheid verkeert, door de schilderend-plastische vormgeving van de klankopvolging en de onderlinge klanknuanceringen – niet door de inhoud van het woord – uit te drukken wat er aan sterke gevoelens, aan gevoel en wanneer het om gedachten gaat, ook aan gedachten, uitgedrukt moet worden. Want ook wanneer dichterlijk de gedachte uitgedrukt moet worden, moet de vorm van de gedachte onderdrukt worden en moet alleen in de vorming van de spraak gezocht worden, wat eigenlijk dichterlijk is.
Net zoals het op het schilderend-plastische vormen van de spraak aankomt, zo komt het aan op het muzikale, wat maat, wat ritme is, enz. Je zou willen zeggen: in het proza is er vanzelfsprekend geen couplet; in de poëzie heb je dat nodig, want daarin wordt een samenhang vorm gegeven en ook op dit vormen van een samenhang, op dit in zekere zin ritmisch-muzikale in de spraak, komt het aan.
Dus bij de ware dichter is er al een verborgen euritmie aanwezig in de manier waarop hij met de taal omgaat. En daarom is het

blz. 203

ist daher nichts Künstliches, sondern etwas ganz Selbstverständliches, daß man dasjenige, was der wahre Dichter eigentlich unterdrücken muß, durch die Eurythmie wiederum zur Offenbarung, zum Vor­schein bringt. Der Dichter möchte eigentlich mit seinem ganzen Menschen in die Welt hineinstellen dasjenige, was er dichterisch ver­körpert. Aber er muß es, ich möchte sagen, künstlich zurückhalten und muß dasjenige, was er in seinem ganzen Menschen ausdrücken wollte, allein in die Behandlung der Sprache hineingehen. In der Eu­rythmie wird das alles wieder sichtbar. So daß, wenn man auf der ei­nen Seite hat das Rezitatorisch-Deklamatorische, und auf der anderen Seite auf der Bühne dasjenige, das nun von dem Seelisch-Geistigen ganz so, wie sonst in den Sprachstrom, nun in die körperlichen Be­wegungen hineinfließt, so hat man unmittelbar ein Bild des dichteri­schen Erlebnisses. Und das ist eigentlich dasjenige, was Eurythmie möchte: das dichterische Erlebnis sichtbar durch menschliche Bewe­gungen hinmalen lassen auf die Bühne.

helemaal niet gekunsteld, maar iets heel vanzelfsprekends dat je, wat de echte dichter eigenlijk moet onderdrukken, door de euritmie weer tot uiting brengt,
tevoorschijn haalt. De dichter zou eigenlijk als volledig mens in de wereld willen zetten wat hij poëtisch belichaamt. Maar hij moet het, zogezegd, kunstmatig terughouden en moet wat hij als totaal mensenwezen zou willen uitdrukken, alleen in de taal leggen. In de euritmie wordt dat allemaal weer zichtbaar. Zodat, wanneer je aan de ene kant het recitatorisch-declamatorische hebt en aan de andere kant op het toneel hebt wat nu vanuit de ziel, de geest helemaal zoals anders in de stroom van het spreken, nu in de lichamelijke bewegingen instroomt, dat je op deze manier direct een beeld van de dichterlijke beleving hebt. En dat wil euritmie eigenlijk: de dichterlijke beleving zichtbaar maken door menselijke bewegingen op het toneel te laten schilderen.

Wenn Sie die Eurythmie in richtiger Weise auf die Seele wirken lassen wollen, dann müssen Sie sie nicht verwechseln mit den Nach­barkünsten, mit den mimischen und mit den Tanzkünsten. Die Eu­rythmie ist weder das eine noch das andere. Gewiß, diesen Künsten soll alles Gute nachgesagt werden, sie sollen hier durchaus nicht in ihrer Bedeutung angefochten werden; aber Eurythmie will eben et­was ganz anderes sein. Wenn man dasjenige, was Eurythmie zum Ausdrucke bringt, zu stark nach dem Mimischen hin bildet, wenn also Mimisches zum Ausdrucke kommt, kann das nur der Fall sein, wenn zugrunde liegt, sagen wir, irgend etwas in der Dichtung, was Hohn, was ein Sich-Wegsetzen über irgend etwas bedeutet, also et­was bedeutet, wo der Mensch etwa die Mundwinkel verzieht, wenn er spricht, oder wo der Mensch mit den Augen zwinkert, wenn er spricht usw. Alles Mimische ist vom eurythmischen Standpunkte aus so zu betrachten. Will man Mimisches darstellen, so ist das ja ganz berechtigt. Dasjenige, was ich also hier zu sagen habe, bezieht sich nicht auf die mimische Kunst als solche, sondern nur, wenn die Eu­rythmie unberechtigterweise in das Mimische ausartet. Da wird dann die Eurythmie unkeusch. Ebensowenig bezieht sich das, was ich jetzt

Wanneer je de euritmie op een goede manier op je gevoel wil laten werken, moet je haar niet verwisselen met de zusterkunsten, met de mimische en met de danskunsten. De euritmie is noch het een, noch het ander. Zeker, over deze kunsten kan van alles gezegd worden, wat goed is, ze zullen hier zeker niet in wat ze betekenen aangevallen worden; maar euritmie wil nu eenmaal wat anders zijn. Wanneer je wat de euritmie tot uitdrukking brengt, te sterk in het mimische trekt, wanneer dus het mimische tot uitdrukking komt, kan dat alleen het geval zijn, wanneer eraan ten grondslag ligt, dat er iets in het gedicht zit, wat hoon, wat een zich afkeren over iets betreft, dus iets betekent waarbij de mens een beetje met de mondhoeken trekt wanneer hij spreekt, of waarbij de mens met de ogen knippert, wanneer hij spreekt enz. Vanuit de euritmie is al het mimische zo te beschouwen. Wil je dat laten zien, dan is het terecht. Wat ik hier dus moet zeggen, heeft geen betrekking op de mimische kunst als zodanig, maar alleen wanneer de euritmie op een niet terechte manier uitmondt in mime. Dan wordt de euritmie onzuiver. Net zo min heeft, wat ik nu

blz. 204

sagen will, auf die Tanzkunst selbst; sondern nur auf das unberech­tigte Ausarten der Eurythmie in das Tanzen. Gewiß, die eurythmi­schen Bewegungen können in Tanzbewegungen übergehen, wenn zum Beispiel in einem Gedichte etwas vorkommt, wo einer den ande­ren schlägt, dem anderen irgend etwas antut, wo eine mächtige Lei­denschaft zum Ausdrucke kommt, dann kann die sonst ganz im Ge­biet des Körperlichen gehaltene eurythmische Bewegung übergehen in die Tanzbewegung. Aber wenn die Eurythmie unberechtigt aus­artet in Tanzen, wenn das Tanzen um seiner selbst willen im Euryth-mischen erscheint, dann wirkt es brutal. Ich sage nicht, die Tanzkunst ist brutal, sondern: das Ausschlagen der Eurythmie in dieTanzkunst. So daß man dieseswirklich derEurythmie ablauschen kann und sagen kann: Eurythmie ist nicht pantomimisch, ist nichts Mimisches; durch diese künstlerische Form werden andeutende Gebärden gemacht. Eurythmie ist nicht Tanz; durch die Tanzbewegungen werden überschäumende Gebärden gemacht vom Menschen, wo die Leidenschaft ausfließt, so daß der Mensch gewissermaßen seine Bewegungen nicht innerhalb dessen zurückhält, was er mit seinem Bewußtsein umfassen kann.

wil zeggen, betrekking op de danskunst zelf; maar alleen op het onterecht uitmonden van de euritmie in dans. Zeker, de euritmische bewegingen kunnen in dansbewegingen overgaan, wanneer er bijv. in een gedicht iets voorkomt, waarbij de een de ander slaat, de ander iets aandoet, waarbij een heftig gevoel tot uitdrukking komt, dan kan de anders helemaal in het gebied van het lichaam gehouden euritmische beweging overgaan in de dansbeweging. Maar wanneer de euritmie onterecht uitmondt in dans, wanneer de dans om harentwil in het euritmische verschijnt, dan maakt dat een lompe indruk. Ik zeg niet dat de danskunst dat is, maar het uitmonden van de euritmie in danskunst. Zodat je echt aan de euritmie kan aflezen en kan zeggen: euritmie is geen pantomime, is geen mime; door deze kunstzinnige vorm worden aanduidende gebaren gemaakt. Euritmie is geen dans; door  de dansbewegingen worden overvloedige bewegingen gemaakt van een mens bij wie de heftige gevoelens naar buiten stromen, zodat de mens in zekere zin zijn bewegingen niet terughoudt binnen de grenzen van zijn bewustzijn,

Die Eurythmie steht mitten drinnen: sie hat weder ausschweifende tan­zende Gebärden, noch hat sie pantomimische Gebärden, die immer auf Verstand hindeuten. Eurythmie hat ausdrucksvolle Gebärden, die in ihrer Art ästhetisch-künstlerisch wirken sollen, Gebärden, die weder ausgeklügelt sind noch ausschweifend, die weder gedeutet werden sollen noch durch die man gewissermaßen überwältigt wird, sondern die man in der unmittelbaren Form der Linie, in der ganzen Art der Bewegung, dem Auge gegenüber als wohlgefällig, schön empfindet.
Man kann sich eine Empfindung von der Eurythmie verschaffen, wenn man sie sieht als bewegten Gesang. Sie werden auch Musik-stücke hören; dazu wird eurythmisiert. Dieses Eurythmisieren ist nicht ein Tanz. Es unterscheidet sich ganz wesentlich, wenn es rich­tig gemacht wird, vom Tanz: es ist ein bewegtes Singen, nicht ein Tanzen. Und gerade daran, daß sie bewegtes Singen ist, daran kann man die Eurythmie unterscheiden von ihren Nachbarkünsten. Und man kann sich daran eine Empfindung von dem erwerben, was ich eben ausgesprochen habe.

De euritmie staat in het midden: zij heeft noch opzwepende dansende gebaren, noch pantomimische die steeds naar het verstand wijzen. Euritmie heeft uitdrukkingsgebaren die in haar soort esthetisch-kunstzinnig moeten werken, gebaren die noch uitgedacht zijn, noch overdreven, die niet verklaard moeten worden en ook niet waardoor je in zekere zin overvallen wordt, maar die je in de directe vorm van het lijnenspel, op de totale manier van bewegen, voor het oog welgevallig, mooi vindt.
Je kan een gevoel voor euritmie ontwikkelen wanneer je die ziet als bewegend zingen. U zal ook muziekstukken horen; daarop wordt ge-euritmiseerd. Dat is geen dansen. Er is een heel wezenlijk verschil met de dans, als het goed gedaan wordt: het is een bewegend zingen, geen dansen. En juist aan dit bewegend zingen kun je zien dat euritmie verschilt van de zusterkunsten. En je kan een gevoel ontwikkelen voor wat ik net heb uitgesproken.

blz. 205

Die Eurythmie steht erst im Anfange ihrer Entwickelung, und sie wird einer langen Zeit bedürfen, um ihre Vollkommenheit einiger­maßen zu erreichen. Daher muß ich bei einer Eurythmie-Vorführung immer um Nachsicht bitten. Wir haben ja in der letzten Zeit nament­lich eine Seite des Eurythmischen ausgebildet. Zum Beispiel haben wir hinzugefügt zu dem, was im bewegten Menschen liegt, das Licht-Bild der Bühne. Da soll dasjenige, was in den aufeinanderfolgenden Beleuchtungseffekten auftritt, gewissermaßen wie eine Licht-Euryth­mie wirken, und wiederum wie eine Eurythmie den Begleitungen der Eurythmisierenden dienen, so daß das ganze Bühnenbild eigentlich ein Eurythmisches wird. Aber es wird dieses Bühnenbild als Euryth­misches ganz gewiß gegen die Zukunft hin noch viel vervollkomm­net werden. Man darf auch an diese Vervollkommnung glauben, denn die Eurythmie bedient sich des vollkommensten Instrumentes, das man haben kann zum künstlerischen Ausdruck: des Menschen selbst, der ein Mikrokosmos, eine kleine Welt ist und alle Geheimnisse und Gesetzmäßigkeiten der großen Welt in sich enthält. 

De euritmie staat nog maar aan het begin van haar ontwikkeling en ze zal een lange tijd nodig hebben om het volmaakte enigszins te bereiken. Daarom moet ik bij een euritmie-opvoering steeds om begrip vragen. De laatste tijd hebben we één kant van de euritmie ontwikkeld. We hebben bijv. toegevoegd aan wat in de bewegende mens aanwezig is, het lichtbeeld van het toneel. Dat moet wat in de elkaar opvolgende belichtingseffecten in zekere zin als een licht-euritmie werken en dat weer als een euritmie het begeleiden van de euritmisten dienen, zodat het gehele toneelbeeld eigenlijk één euritmie wordt. Maar dit toneelbeeld als iets euritmisch zal zeker in de toekomst volmaakter worden. Je kan ook in deze vervolmaking geloven, want de euritmie gebruikt het meest volmaakte instrument, dat je kan gebruiken voor een kunstzinnige uitdrukking: de mens zelf, die een microkosmos, een kleine wereld is en alle geheimen en wetmatigheden van de grote wereld in zich draagt.

Daher hat man im Grunde genommen in der Eurythmie im bewegten Menschen, wenn man alle Möglichkeiten seines Organismus aus ihm herausholt, ein wirkliches künstlerisches Abbild der Weltengeheimnisse und Weltgesetzmäßigkeiten. Die mimische Kunst bedient sich ja nur ei­nes Teiles der menschlichen Wesenheit; ebenso die anderen Künste, die den Menschen selber irgendwie als Instrument betrachten. So daß man sagen kann: Die Eurythmie ist nicht auf ein äußerliches Instru­ment angewiesen, auch nicht auf einen Teil des Menschen, sondern sie bringt den ganzen Menschen, insbesondere das, was am ausdruck-vollsten an ihm ist, gerade die Arme und die Hände, in eine sichtbare Sprache und in einen sichtbaren Gesang.
Man kann hoffen, daß, wenn wirklich die Entwickelungsmöglich­keiten herausgeholt werden aus der Eurythmie, dann einmal eine Zeit kommen werde, in der tatsächlich diese jüngste Kunst den älteren Künsten als eine vollberechtigte wird an die Seite gestellt werden können.

Vandaar heb je in de grond van de zaak in de euritmie, in de mens die beweegt, wanneer je alle mogelijkheden van zijn organisme uit hem haalt, een echt kunstzinnige afbeelding van de wereldgeheimen en wereldwetmatigheden. De mimische kunst gebruikt maar een deel van het mensenwezen; net als de andere kunsten die de mens zelf op de een of andere manier als instrument zien. Zodat je kan zeggen: de euritmie is niet aangewezen op een uiterlijk instrument, ook niet op een deel van de mens, maar zij brengt de hele mens, in het bijzonder wat aan hem het meest uitdrukkingsvol is, de armen en de handen, in een zichtbaar spreken en in een zichtbaar zingen.
Je mag hopen wanneer daadwerkelijk de ontwikkelingsmogelijkheden uit de euritmie gehaald worden, er eens een tijd zal komen waarin deze jongste kunst inderdaad volledig terecht naast de oudere kunsten kan staan.
GA 306/199-205
eigen vertaling

.

Rudolf Steinerover euritmie

Rudolf Steineralle artikelen

.

1481

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

Advertenties

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over euritmie – GA 305

.

RUDOLF STEINER OVER EURITMIE

GA 305

beknopte inhoud:
blz. 158: euritmiegebaar: zichtbaar gemaakte teruggehouden beweging van het strottenhoofd bij het maken van klanken;
klankfiguren;
blz. 159/162: klankfiguren, wat betekenen de kleuren, over de sluier, waar zit het wilselement
blz. 162: volgorde waarin de kinderen de klanken worden aangeleerd; de R;

blz. 245: inleidende woorden bij een euritmieopvoering op 18 aug. 1922 Oxford
euritmie zichtbaar geworden studie van spraakklanken; (bij het vertalen heb je te maken met Sprache = taal en spraak, dus kun je voor spraak ook taal lezen)
euritmie wil geen danskunst, geen mimische kunst, geen pantomime en dergelijke zijn, maar wil door het kunstmiddel van een werkelijk zichtbare taal werken.
Euritmie als impulsbeweging
blz. 246: bovenzintuiglijk waarnemen van bewegingsimpuls voor euritmiegebaar:
gebaren als bewegingsstroom;
blz.247: hoe moet er bij euritmie gereciteerd worden;
blz. 248: de therapeutisch-hygiënische kant
blz. 250: er wordt vertoont uit een mysteriedrama

blz. 251: nleidende woorden bij een euritmieopvoering op 19 aug. 1922 Oxford
euritmie zichtbaar geworden studie van spraakklanken; (bij het vertalen heb je te maken met Sprache = taal en spraak, dus kun je voor spraak ook taal lezen)
Euritmie geen gymnastiek, geen dans, ze moet een kunstvorm zijn.
Ondersteunt het taalonderwijs;
blz. 252: verschil met gym.:  euritmie: gymnastiek vanziel, van geest werkt op de wil:
blz. 253: met euritmie kun je moeilijk liegen

blz. 158

Gestatten Sie, daß ich noch ein paar Worte spreche über die Bedeu­tung des eurythmischen Unterrichts und der Erziehung, welche für das Kind gerade aus dem Eurythmieunterricht hervorgehen kann. Ich möchte das erläutern an den Figuren, die im Atelier in Dornach gemacht worden sind, und die in einer gewissen künstlerischen Weise darstellen sollen dasjenige, was eigentlich der Inhalt des Eurythmischen ist. Zu­nächst sind diese Figuren allerdings mehr bestimmt, eine Grundlage zu geben für die künstlerische Anschauung der Eurythmie. Ich werde aber auch in der Lage sein, in bezug auf das Pädagogisch-Didaktische gerade aus diesen Figuren heraus einzelnes vor Ihnen klarzumachen. Es handelt sich darum, daß ja die Eurythmie wirklich eine sichtbare Sprache ist, keine mimische Äußerung, keine pantomimische Äußerung und auch keine gewöhnliche Tanzkunst. Geradeso wie der Mensch partielle Organe in Regsamkeit, in Tätigkeit bringt, wenn er singt oder wenn er spricht, so kann man auch den ganzen Menschen in diejenigen Bewegungen bringen, die eigentlich der Kehlkopf und seine Nachbar-organe ausüben wollen. Aber sie kommen nicht dazu, sie unterdrücken sie gleich, und da werden die anderen Bewegungen, die dann so ver­laufen, daß sich dasjenige, was eigentlich im Kehlkopf, sagen wir, diese Bewegung werden will, so daß sich die Kehlkopfflügel nach außen öffnen: A, das wird im Moment des Entstehens, im Status nascendi untergraben, wird in eine solche Bewegung verwandelt, in die der Gedankeninhalt der Sprache hineinversetzt werden kann, und in eine Bewegung, die dann in die Luft übergehen kann und gehört werden kann. Die zugrundeliegende Bewegung, die eigentlich innermenschliche Bewegung, sagen wir das A, Sie haben sie hier (die Figur wird gezeigt). Das will der ganze Mensch machen, wenn er in A ausbricht. Und so kann man jede Äußerung des Gesanges und der Sprache in der Bewegung, die eigentlich der ganze Mensch ausführen will, aber im Status nascendi aufhält, sichtbar machen. So kann man zu jeder solchen Bewegungsform kommen.
Geradeso wie es Formungen gibt des Kehlkopfes und der anderen Sprachorgane für A, I, L, M, so gibt es die entsprechenden Bewegungen, Bewegungsformen. Diese Bewegungsformen, sie sind daher diejenige Offenbarung des Willens, für die sonst die Offenbarungen des Gedankens

Staat u mij toe, dat ik nog enkele woorden spreek over de betekenis van het euritmie-onderwijs en de opvoeding, die voor het kind juist uit dit euritmie-onderwijs voortvloeit. Ik zou dat willen verduidelijken aan de hand van deze figuren, die in het atelier in Dornach vervaardigd zijn, en die op een bepaalde, kunstzinnige wijze moeten tonen, wat eigenlijk het euritmische inhoudt. Deze figuren zijn weliswaar in de eerste plaats bestemd om een grondslag te bieden voor het kunstzinnig beschouwen van de euritmie, maar ik zal ook in staat zijn aan de hand van deze figuren enkele details voor u te verduidelijken met betrekking tot het pedagogisch-didactische.
Het gaat erom, dat de euritmie in feite een zichtbare taal is, geen mimische expressie, geen pantomimische expressie, en ook geen gewone danskunst. Zoals de mens een deel van zijn organen beweegt, activeert, wanneer hij zingt of spreekt, zo kan ook de gehele mens gebracht worden in de bewegingen, die eigenlijk het strottenhoofd en de nabijgelegen organen moeten uitvoeren. Die komen echter niet zover, en onderdrukken ze meteen, en ze worden dan tot andere bewegingen, die dan zo verlopen, dat hetgeen eigenlijk in het strottenhoofd, laten we zeggen, een beweging wil worden waarbij de stembanden zich naar buiten toe openen: A, op het moment van ontstaan, in status nascendi teruggehouden wordt en omgezet in een beweging waarin de gedachte-inhoud van de taal gevangen kan worden, in een beweging ook, die dan op de lucht kan overgaan en kan worden gehoord. De basisbeweging, eigenlijk een beweging van de innerlijke mens, van, laten we zeggen, de A, die hebben we hier (de figuur wordt getoond). Dat is wat de hele mens wil doen als hij zich in de A-klank uit. En zo kan men elke uiting van gezang en taal zichtbaar maken in de beweging, zoals eigenlijk de gehele mens die wil uitvoeren, maar die hij in de kiem smoort. Zo kan men tot elk van die bewegingsvormen komen.
Zoals het strottenhoofd en de andere spraakorganen zich op een bepaalde manier vormen bij A, I, L, M, zo zijn er ook overeenkomstige bewegingen, bewegingsvormen. Deze bewegingsvormen zijn dus uitingsvormen van de wil, waarvoor anders de uitingen van de

blz. 159

und des Willens, im Sprechen und Singen bestehen. Das Gedank­liche, das rein abstrakte Gedankliche, das in der Sprache ist, wird hier herausgenommen, und alles, was sich aussprechen will, in die Bewe­gung selbst hineinversetzt; so daß die Eurythmie im weitesten Sinne eine Bewegungskunst ist. Genau ebenso wie Sie das A hören können, können Sie das A anschauen, wie Sie das I hören können, können Sie das I anschauen.
Nun ist in diesen Figuren das angestrebt, daß in der plastischen Gestaltung des Holzes die Bewegung vor allen Dingen festgehalten ist. Die Figuren sind nach einem Dreifarbenprinzip gebildet. Es ist die Grundfarbe da, die eigentlich überall die Bewegungsform zum Aus­druck bringen soll. Aber wie in unsere Lautsprache das Gefühl hinein-strömt, so kann das Gefühl auch hinunterströmen in die Bewegung. Denn wir sprechen ja nicht nur einen Laut, sondern wir geben dem Laute eine Gefühlsfärbung. Das können wir auch in der Eurythmie. Und da wirkt ein stark unterbewußtes Moment in die Eurythmie hinein. Wenn der Akteur, der Darsteller imstande ist, dieses Gefühl künstlerisch in seine Bewegungen hineinzulegen, dann wird man dieses Gefühl auch mitfühlen, wenn man die eurythmischen Bewegungen sieht. Hier ist noch das in Betracht gezogen, daß der Schleier, der getragen wird, diesen Gefühlen folgen soll. So daß also dasjenige, was hier (bei den Figuren) als zweite Farbe vorzugsweise auf den Schleier verwendet ist, darstellt die Gefühlsnuance für die Bewegung. Sie haben also eine erste Grundfarbe, die drückt die Bewegung selber aus, eine zweite daraufgesetzte Farbe, die vorzugsweise im Schleier zum Aus­drucke kommt, die drückt die Gefühlsnuance aus. Aber der euryth­mische Akteur muß die innere Kraft haben, dieses Gefühl in die Bewe­gung hineinzulegen, so wie es einen Unterschied macht, ob ich zu jeman­dem sage: Komm zu mir! – befehlend – oder: Komm zu mir! – freund­lich auffordernd. Das ist die Gefühlsnuance. So stellt dasjenige, was hier in der zweiten Farbe zum Ausdrucke kommt, und was dann in den Schleier hinein fortgesetzt wird, die Gefühlsnuance der eurythmischen Sprache dar.
Und das dritte bringt Charakter, das starke Willenselement hinein. Das kommt nur dadurch in die Eurythmie hinein, daß der eurythmische

gedachte en de wil door het spreken en zingen bestaan. Hetgeen in de taal tot de gedachten behoort, tot de zuiver abstracte gedachten, wordt hierbij daaruit gelicht, en al hetgeen zich wil uitspreken wordt gelegd in de beweging zelf, zodat de euritmie een bewegingskunst is in de meest ruime zin. Net zoals u de A kunt horen, kunt u de A zien, zoals u de I kunt horen, kunt u de I zien.
Nu is er bij deze figuren naar gestreefd, dat in de plastische vormgeving van het hout vóór alles de beweging behouden bleef. Bij de vervaardiging van deze figuren is van de kleuren uitgegaan. Er is een basiskleur, die eigenlijk steeds de bewegingsvorm tot uitdrukking moet brengen. Maar zoals het gevoel binnenstroomt in onze klankentaal, zo kan het gevoel ook naar omlaag stromen tot in de beweging. Want wij spreken immers niet alleen een klank uit, wij kleuren die klank ook met een gevoel. In de euritmie kunnen wij dat ook doen. En daarmee heeft een sterk onderbewuste factor zijn werkzaamheid binnen de euritmie.
Als de acteur, de opvoerende, in staat is om dit gevoel op kunstzinnige wijze te leggen in zijn bewegingen, dan zal men dit gevoel ook mee-voelen, wanneer men de euritmische bewegingen ziet. Daarbij zij nog in aanmerking genomen, dat de sluier die gedragen wordt, dat gevoel dient te volgen. Zodat dus hetgeen hier (bij de figuur) als tweede kleur bij voorkeur op de sluier is toegepast de gevoelsnuance voor de beweging vertegenwoordigt. We hebben hier dus een eerste basiskleur, die de beweging zelf uitdrukt, en een tweede kleur daarboven, die bij voorkeur in de sluier tot uitdrukking komt, en die gevoelsnuance uitdrukt. Maar de euritmische acteur moet de innerlijke kracht bezitten, dit gevoel in de beweging te leggen, zoals het verschil uitmaakt of ik tegen iemand zeg: Kom bij me! – als een bevel – of: Kom bij me. – als een vriendelijk verzoek. Dat is de gevoelsnuance. Ze vertegenwoordigt hetgeen hier in de tweede kleur tot uitdrukking komt, en dan in de sluier zijn voortzetting vindt, de gevoelsnuance van de euritmische taal.
En het derde brengt karakter, het krachtige wilselement met zich mee. Dit wordt slechts in de euritmie gebracht, doordat de euritmische

blz. 160

Akteur in der Lage ist, mitzuempfinden seine Bewegungen und daß er sie in sich selbst ausdrückt. Der Kopf eines eurythmisierenden Akteurs sieht ganz anders aus, ob er die Muskeln im linken Haupte etwas spannt und im rechten etwas schlaff läßt, wie es zum Beispiel hier angedeutet ist durch die dritte Farbe. Sie können das beobachten, immer die dritte Farbe zeigt das Willensmäßige an. Hier zum Beispiel wird an der linken Seite etwas gespannt, und hier über den Mund hinüber; hier (bei einer anderen Figur) wird die Stirne etwas gespannt, die Muskeln der Stirne etwas gespannt. Das gibt dann – ausstrahlend von dieser leisen Spannung, denn das strahlt in den ganzen Organismus aus, was da leise gespannt wird -, das gibt dem Ganzen einen innerlichen Charakter. Und aus dieser Bewegung, die durch die Grundfarbe ausgedrückt ist, aus der Gefühlsnuance, die durch die zweite Farbe ausgedrückt wird, und aus diesem Willenselemente – das ganze Element ist Willensele­ment, aber da wird der Wille noch besonders daraufgesetzt -, aus dem setzt sich die eigentliche eurythmische Kunst zusammen.
Will man daher irgend etwas eurythmisch festhalten, so muß man aus dem Menschen heraussondern dasjenige, was bloß eurythmisch ist. Würden hier Figuren stehen mit schön gemalten Nasen und Augen und schönem Mund, das könnten ja schöne Malereien sein; aber bei der Eurythmie handelt es sich nicht darum, hier ist nur das gemalt und gebildet, was das Eurythmische am eurythmisierenden Menschen ist.
Der eurythmisierende Mensch ist so, daß es bei ihm auf das spezielle Gesicht nicht ankommt. Es kommt nicht darauf an. Es ist natürlich so, daß von selbst bei einem gesunden Eurythmisierenden nicht zu einer freudigen Bewegung ein griesgrämiges Gesicht gemacht wird, aber das ist ja sonst auch, wenn man spricht, der Fall. Aber eine Physiognomie des Gesichtes, die nicht eurythmisch ist, die wird nicht angestrebt. Zum Beispiel: es kann einer eine A-Bewegung dadurch machen, daß er die Augenachse nach außen hält. Das ist eurythmisch, das geht. Aber es geht nicht, daß irgendeiner, so wie es in der mimischen Kunst ist, beson­dere Kinkerlitzchen – so sagt man im Deutschen – mit den Augen macht, und das sieht aus wie eine Grimasse, was man oftmals verlangt als einen besonderen mimischen Ausdruck des Gesichtes. Es muß am Eurythmisierenden alles eurythmisch sein.

acteur in staat is zijn bewegingen mee te voelen, en ze in zichzelf uit te drukken. Het hoofd van een acteur die euritmiseert ziet er heel anders uit wanneer hij de spieren aan de linkerkant van zijn hoofd wat spant en ze rechts wat ontspant, zoals dat hier bijvoorbeeld door de derde kleur is aangeduid. U kunt zien, dat de derde kleur steeds op het wilsmatige wijst. Hier wordt bijvoorbeeld de rechterkant een beetje gespannen, en hier boven de mond. Hier (bij een andere figuur) wordt het voorhoofd wat strakker getrokken, worden de spieren van het voorhoofd wat gespannen. Die lichte spanning heeft dan een uitstraling, dat lichte spannen straalt uit tot in het gehele organisme, en dat geeft dan aan het geheel een innerlijk karakter. En uit de beweging, die door de basiskleur wordt uitgedrukt, uit de gevoelsnuance, die door de tweede kleur wordt uitgedrukt, en uit dit wilselement – het behoort allemaal tot het wilselement, maar dat nog eens extra benadrukt wordt door het laatste -, daaruit bestaat de eigenlijke euritmische kunst.
Daarom, wil men het een of ander euritmisch vastleggen, dan moet men bij de mens datgene eruit lichten, wat zuiver euritmisch is. Als er hier figuren zouden staan met een prachtig geschilderde neus en ogen, en met een fraaie mond, dan zouden dat best hele mooie schilderijen kunnen zijn, maar bij de euritmie gaat het daar niet om; hier is slechts afgebeeld en geschilderd hetgeen euritmisch is aan de mens die euritmiseert.
Bij wie euritmiseert is het zo, dat zijn specifieke gelaat niet van belang is. Daar gaat het niet om. Het is natuurlijk wel zo dat een gezonde euritmist bij een vreugdevolle beweging geen chagrijnig gezicht zal trekken, maar dat is immers anders, wanneer men gewoon spreekt, ook het geval. Maar een niet-euritmische fysionomie wordt niet nagestreefd. Bijvoorbeeld: iemand kan een A-beweging maken door de oogas naar buiten te doen afwijken. Dat kan, dat is euritmisch. Maar wat niet kan is, dat iemand zoals dat in de mimische kunst gaat, op een vreemde manier met de ogen rolt, zodat het er uitziet als een grimas, wat men als een speciale mimische gelaatsuitdrukking vaak wenst te zien. Aan wie euritmiseert, moet

blz. 161

Daher wurde hier einmal in einer Art Expressionskunst dasjenige aus dem Menschen herausgeholt, was nur Eurythmie ist, alles andere weggelassen, und man bekommt eigentlich auf diese Weise nur einen künstlerischen Ausdruck. Denn es ist ja in aller Kunst so, daß man nur mit gewissen Kunstmitteln dasjenige zum Ausdrucke bringt, was eben eine Kunst darstellen kann. Sie können eine Statue nicht sprechen lassen; Sie müssen also in der Formung des Mundes, des ganzen Gesichtes dasjenige ausdrücken, was Sie als seelischen Ausdruck haben wollen. So nützt es auch nichts, hier naturalistische Menschen zu malen, sondern das zu malen, was unmittelbar als Eurythmisches herauskommt.
Nun ist es natürlich, daß wenn ich hier vom Schleier spreche, man nicht nach jedem Laut den Schleier wechseln kann; aber man findet all­mählich heraus, daß wenn man einmal in diese Gefühlsnuance, in diese Stimmung sich hineinversetzt für ein Gedicht, dann hat ein ganzes Gedicht eine A-Stimmung oder eine B-Stimmung. Dann kann man für das ganze Gedicht in irgendeiner Schleierfarbe die Sache zurecht­machen.
Ebenso ist es mit der Farbgestaltung. Hier habe ich für jeden ein­zelnen Laut Schleier, Form, Farbenzusammenstellung und so weiter dargestellt. Man muß bei einem Gedicht gewissermaßen die Grundnote haben. Diese Grundnote gibt dann die Schleierfarbe, überhaupt die ganze Zusammenstellung, die man durch das Gedicht festhalten muß, sonst müßten sich die Damen die Schleier fortwährend wechseln, fort­während Schleier abwerfen, andere Schleier anziehen, und die Sache würde noch komplizierter werden als sie schon ist, und die Leute wür­den sagen, sie verstehen sie noch weniger. Aber es ist durchaus so: hat man einmal die Lautstimmung, kann man sie auch durch ein ganzes Gedicht festhaltend und nur durch die Bewegungen variierend den Über­gang von einem Laut zum anderen, einer Silbe zur anderen, von einer Stimmung zu der anderen und so weiter machen.
Nun, ich habe, da ich heute pädagogisch-didaktische Zwecke habe, hier die Eurythmiefiguren so aufgestellt, daß Sie sie in der Reihenfolge sehen, wir das Kind die Laute lernt. Das Kind lernt von klein auf die Laute so, daß der erste Laut im wesentlichen derjenige ist, der als A tönt. In dieser Reihenfolge fortgeschritten, ungefähr natürlich, es gibt

alles euritmisch zijn.
Daarom is hier dus in een soort expressieve kunst alles wat alleen euritmie is uit de mens naar voren gehaald en al het andere weggelaten, en eigenlijk is slechts op deze manier kunstzinnige expressie mogelijk. Want het is immers bij alle kunst zo, dat men slechts met bepaalde middelen tot uitdrukking brengt wat nu eenmaal die kunst kan uitbeelden: U zou een beeldhouwwerk niet kunnen laten spreken; u moet dus in de vormgeving van de mond, van het hele gezicht, uitdrukken, wat u als uitdrukking van de ziel wilt tonen. Zo heeft het ook geen nut, hier op naturalistische wijze mensen te schilderen, maar moet er geschilderd worden hetgeen direct als euritmie verschijnt.
Als ik het hier over de sluier heb, dan spreekt daarbij natuurlijk vanzelf, dat er niet na elke klank van sluier verwisseld kan worden, maar langzamerhand ontdekt men, dat als men zich eenmaal voor een gedicht in deze gevoelsnuance, in deze stemming verplaatst heeft, dat dan het hele gedicht een A- of een B-stemming bezit. Men kan dan voor het hele gedicht de sluier in een of andere kleur nemen.
Zo ligt het ook voor wat betreft het verder gebruik van kleur. Ik heb hier voor elke afzonderlijke klank sluier, vorm, kleurcompositie, enzovoorts beschreven. Bij een gedicht moet men tot op zekere hoogte de grondtoon kennen. Die grondtoon levert dan de kleur van de sluier op, en trouwens het hele samenstel, dat men dan door het hele gedicht heen dient te behouden, want anders zouden de dames steeds van sluier moeten verwisselen, voortdurend sluiers moeten afdoen en andere sluiers moeten aantrekken, en alles zou nog veel ingewikkelder worden dan het al is, en de mensen zouden zeggen dat ze er nog minder van begrepen. Maar het is absoluut zo, dat als men eenmaal de stemming van de klank te pakken heeft, dan kan men die ook een heel gedicht lang vasthouden, en slechts door de bewegingen de overgang variëren van de ene klank op de andere, van de ene lettergreep op de andere, van de ene stemming op de andere enzovoorts.
Welnu, ik heb, daar ik vandaag pedagogisch-didactische doeleinden op het oog heb, de euritmie-figuren hier zodanig neergezet, dat u ze ziet staan in de volgorde waarin het kind, de klanken leert. Het kind leert van kleins af aan de klanken zó, dat de eerste klank in de grond van de zaak die is, welke als A klinkt. Voortgaande in de volgorde A, E, O, U, I, ongeveer, natuurlijk, die volgorde,

blz. 162

alle möglichen Abweichungen bei Kindern, aber in dieser Reihenfolge ungefähr: A, E, O, U, I, werden die Vokale durchschnittlich normal an­geeignet von dem Kinde. Wenn man in dieser Weise wiederum diese sichtbare Sprache der Eurythmie von dem Kinde ausüben läßt, dann ist es wie eine Auferstehung desjenigen, was das Kind erlebt hat beim Lautelernen als ganz kleines Kind, wie eine Resurektion, wie eine Auf­erstehung auf einer anderen Stufe. Das Kind erlebt noch einmal das, was es früher erlebt hat, in dieser eurythmischen Sprache. Und es ist das eine Befestigung desjenigen, was in dem Worte lieg, durch die Mittel des ganzen Menschen.
Dann, bei den Konsonanten ist es so, daß die Kinder lernen M, B, P, D, T, L, N; da würde noch ein NG sein müssen, wie zum Beispiel in gingen, das ist noch nicht gebildet; dann F, H, G, 5, R. R, dieser ge­heimnisvolle Buchstabe, der eigentlich drei Formen in der mensch­lichen Sprache hat, wird in Vollkommenheit erst zuletzt von den Kin­dern ausgeführt. Es gibt ein Lippen-R, ein Zungen-R, und ein R, das ganz rückwärts gesprochen wird.
So also kann man dasjenige, was das Kind in der Sprache in einem Parti alorganismus, im Sprachorganismus und im Gesangsorganismus lernt, das kann man auf den ganzen Menschen übertragen, zur sicht­baren Sprache ausbilden.
Wir werden dann, wenn einiges Interesse vorhanden sein sollte für solch eine expressionistische Kunst, auch weiteres ausbilden können, wie zum Beispiel Freude, Traurigkeit, wie Antipathie, Sympathie und anderes, was ja alles in Eurythmie darzustellen ist. Nicht nur die Gram­matik, sondern auch die Rhetorik kommt in der Eurythmie zurecht. Wir werden das alles ausbilden können. Dann wird man sehen, wie tatsächlich auch dieses geistig-seelische Turnen, das nicht nur in den physischen Menschen physiologisch hineinwirkt, sondern geistig­seelisch und leiblich-körperlich den Menschen bildet, in der Tat auf der einen Seite seinen pädagogisch-didaktischen Wert, auf der anderen Seite seinen künstlerischen Wert haben kann.
Nun, gestatten Sie, daß ich nur in Parenthese eben hinzufüge, daß diese Figuren von dem Eurythmielernenden nach dem Eurythmie­unterricht zum memorieren dienen können. Denn man soll nur ja nicht

want er zijn allerlei afwijkingen mogelijk bij kinderen, maakt het kind zich normaal gesproken de klinkers eigen. Als men de kinderen deze zichtbare taal van de euritmie weer laat beoefenen, dan is dat als een wederopstanding van hetgeen het kind heeft beleefd bij het leren van de klanken als zeer klein kind, als een verrijzenis, als een opstanding op ander niveau. Het kind beleeft hetgeen het vroeger beleefd heeft nog eens in deze euritmische taal. En dat is een bevestiging van hetgeen in het woord ligt, nu door middel van de gehele menselijke gestalte.
Bij de medeklinkers is het dan verder zo, dat de kinderen achtereenvolgens M, B, P, D, T, L, N leren; er zou daar nog een NG bij moeten zijn, zoals bijvoorbeeld in ‘gingen’, maar die is nog niet gevormd; dan verder F, H, G, S, R. De R, die geheimzinnige letter, die eigenlijk drie vormen kent in de menselijke taal, wordt in alle volledigheid pas als laatste door de kinderen uitgevoerd. Er bestaat een lippen-R, een tong-R en een R die helemaal achterin wordt gesproken.
Zo kan men dus hetgeen het kind in de taal leert voor wat betreft een deel-organisme in het spraakorganisme en het zangorganisme, overdragen op de gehele mens, en tot zichtbare taal vormen.
Wij zullen dan, wanneer er enige interesse zou blijken te bestaan voor een dergelijke expressionistische kunst, ook andere dingen kunnen uitbeelden, zoals bijvoorbeeld vreugde, verdriet, antipathie, sympathie en andere dingen die immers allemaal in euritmie zijn weer te geven. Niet alleen de grammatica, maar ook de retorica vindt in de euritmie een plaats. Dit zullen we allemaal kunnen uitbeelden. Dan zal men zien, dat ook deze spirituele gymnastiek in feite niet alleen een fysiologische invloed heeft op de mens, maar dat ze de mens lichamelijk en spiritueel vormt, en inderdaad enerzijds pedagogisch-didactische, en anderzijds kunstzinnige waarde kan bezitten.
Welnu, staat u mij toe dat ik als tussenopmerking toevoeg, dat deze figuren de euritmie-student na het euritmie-onderricht van dienst kunnen zijn als geheugensteun. Want men moet niet

blz. 163

glauben, daß Eurythmie etwas so Leichtes ist, daß man es in ein paar Stunden sich beibringen kann. Eurythmie muß wirklich gründlich er­lernt werden; aber zum Wiederholen können solche Eurythmiefiguren auch für diejenigen dienen, die eurythmische Kunst suchen, zu dem Wei­ter-sich-Hineinvertiefen. Man wird schon sehen, daß in den Formen selber, die hier verhältnismäßig einfach geschnitzt und bemalt sind, sehr viel liegt.
Das ist dasjenige, was ich heute sagen wollte über die eurythmische Kunst, namentlich insofern sie sich einfügen kann in das pädagogisch-didaktische Prinzip, wie wir es in der Waldorfschule zu pflegen suchen.

denken, dat euritmie zo iets gemakkelijks is, dat men het in een paar uur kan leren. Euritmie moet werkelijk grondig geleerd worden; maar bij het herhalen kunnen dergelijke euritmiefiguren ook van dienst zijn, voor degenen die zich met de euritmische kunst bezighouden, om zich daar verder in te verdiepen. Men ziet wel, dat in de vormen als zodanig, die hier betrekkelijk eenvoudig uit hout gesneden en beschilderd zijn, al heel veel ligt besloten.
Dat is hetgeen ik vandaag wilde zeggen over de euritmische kunst, met name voor zover deze zich kan inpassen in de pedagogisch-didactische beginselen, zoals wij die op de vrijeschool trachten na te streven.
GA 305/158-163
vertaald : Nu: opvoeding en kunst.
Eerder: Geestelijke grondslagen voor de opvoedkunst. Daaruit blz. 170-175

.

de andere klankfiguren vind je op VRIJESCHOOL in beeld
.

blz. 245

ANSPRACHE
zu einer Eurythmie-Aufführung Oxford, 18. August1922
Über die künstlerische Formensprache der Eurythmie

Meine sehr verehrten Anwesenden, gestatten Sie, daß ich mit ein paar Worten unsere Eurythmieaufführung einleite. Es soll das nicht ge­schehen, um die Vorstellung etwa zu erklären, denn jede Interpretation eines Kunstwerkes ist ja etwas Unkünstlerisches. Kunst muß durch sich selbst wirken und wird durch unmittelbare Anschauung ihren Eindruck machen. Da es sich aber bei unserer Eurythmie um eine Kunst­form handelt, welche sich gewisser Kunstmittel bedient, die heute noch ungewohnt sind, und welche aus künstlerischen Quellen schöpft, die ebenfalls heute noch ungewohnt sind, so gestatten Sie mir, daß ich über diese künstlerischen Quellen und diese künstlerische Formen-sprache ein paar Worte sage.
Man kann leicht Eurythmie verwechseln mit gewissen Nachbar-künsten, gegen die durchaus hier nichts gesagt werden soll, die voll anerkannt werden sollen, nur will eben Eurythmie etwas anderes sein, nicht Tanzkunst, nicht mimische Kunst, nichts Pantomimisches und dergleichen, sondern Eurythmie will durch das Kunstmittel einer wirk­lichen sichtbaren Sprache wirken. Es sind nicht Gebärden, es ist nicht mimischer, pantomimischer Ausdruck, was Sie hier auf der Bühne sehen werden, sondern es sind Bewegungen des einzelnen Menschen in seinen Gliedern, oder Bewegungen und Stellungen von Menschengruppen, die eine wirkliche sichtbare Sprache darstellen. Man kann nämlich das­jenige studieren, was innerlich im Menschen übersinnlich geschieht, wenn der Mensch singt, also wenn sich der Ton herausgestaltet aus sei­nem Organismus, und man kann studieren, was im Menschen geschieht, wenn sich der Laut der Sprache herausgestaltet aus seinem Organismus. Durch eine Art sinnlich-übersinnlichen Schauens entdeckt man da, daß Bewegungsabsichten, ich sage nicht Bewegungen, sondern Bewegungs­absichten, den ganzen Menschen durchwellen und durchweben.

TOESPRAAK
bij een euritmie-uitvoering Oxford, 18 augustus 1922

Zeer geachte aanwezigen,
Staat u mij toe dat ik met een paar woorden onze euritmie-uitvoering inleid. Dat gebeurt niet om de voorstelling uit te leggen of zoiets, want iedere interpretatie van een kunstwerk is iets onkunstzinnigs. Kunst moet door zichzelf een werking hebben en zal door het directe bekijken een indruk maken. Omdat het echter bij onze euritmie om een kunstvorm gaat die zich van bepaalde kunstzinnige middelen bedient die tegenwoordig nog ongebruikelijk zijn en die uit kunstzinnige bronnen put die eveneens tegenwoordig nog ongewoon zijn, sta mij daarom toe dat ik over deze kunstzinnige bronnen en deze kunstzinnige vormentaal een paar woorden zeg.
Men kan euritmie gemakkelijk verwisselen met bepaalde soortgelijke kunsten, waartegen hier zeker niets gezegd wordt, die volledig erkend moeten worden; alleen, euritmie wil nu eenmaal iets anders zijn, geen danskunst, geen mimische kunst, geen pantomime en dergelijke, maar euritmie wil door het kunstmiddel van een werkelijk zichtbare taal werken. Het zijn geen gebaren, het is geen mimische, pantomimische expressie wat u hier op het toneel zal zien, maar het zijn bewegingen van individuele mensen met de ledematen of bewegingen en houdingen van groepen mensen die een echte zichtbare taal vertonen. Je kan namelijk bestuderen wat er inwendig in de mens bovenzintuiglijk gebeurt, wanneer de mens zingt, dus wanneer de toon vanuit zijn organisme naar buiten gevormd wordt en je kan bestuderen wat er in een mens gebeurt wanneer de klank van het spreken uit zijn organisme naar buiten gevormd wordt. Door een soort zintuiglijk-bovenzintuiglijk waarnemen ontdek je dat er impulsen om te bewegen, ik zeg niet bewegingen, maar impulsen om te bewegen door de hele mens heen golven.

blz. 246

Diese Bewegungsabsichten werden im Momente ihres Entstehens aufgehalten und verwandeln sich in einzelne Organbewegungen des Kehlkopfes und seiner Nachbarorgane, die dann mitgeteilt werden der Luft und so den Gesangston, das Musikalische oder auch den Sprach-ton, das Lautliche vermitteln.
Dasjenige, was durch ein übersinnliches Schauen als Bewegungs-absichten im Menschen entdeckt werden kann, kann als Anfangs-entfaltung, als sichtbarer Anfang sich entfalten als eine sichtbare Sprache, wenn man die entdeckten Bewegungsabsichten auf den gan­zen Menschen oder auf Menschengruppen überträgt. So daß Sie sehen werden, namentlich ausdrucksvollste Glieder des menschlichen Orga­nismus, die Arme, die Hände sich bewegen.
Das soll nicht in der einzelnen Gebärde gedeutet werden. Es sollen nicht einzelne Gebärden bezogen werden auf irgend etwas Seelisches, geradesowenig wie der einzelne Laut auf irgend etwas Seelisches be­zogen werden soll unmittelbar, sondern in seiner Konfiguration, in seinem Zusammenhang mit den anderen Lauten und so weiter. Und so ist es auch mit der Eurythmie. Sie soll durch dasjenige, was als Bewe­gung vorgeführt wird, ihren unmittelbaren Eindruck machen.
Und auf diese Art kann man, wenn Eurythmie begleitet wird von dem Musikalischen, sichtbar singen. Man kann, wenn es sich handelt um Dichterisches, wenn Gedichte deklamiert und rezitiert werden, mit der sichtbaren Sprache der Eurythmie die Dichtungen zum Ausdruck, zur Offenbarung bringen. Nichts Nebuloses ist dabei, sondern durch­aus etwas, was mit derselben Selbstverständlichkeit als Bewegung aus dem ganzen Menschen kommt, wie der Laut und der Ton aus dem Kehlkopf kommen.
Daher sollte man auch ein Gefühl, eine Empfindung entwickeln mehr für die Aufeinanderfolge der Bewegungen als für die einzelnen Bewegungen. So wie es sich im Musikalischen um den melodischen oder um den harmonischen Zusammenklang der aufeinanderfolgenden Töne handelt, nicht um den einzelnen Ton, so handelt es sich hier nicht um die einzelne Bewegung, sondern um dasjenige, was aus der Bewe­gung heraus gestaltet wird.
Dann aber, wenn man also diesen sichtbaren Gesang oder diese

Deze bewegingsimpulsen worden op het ogenblik dat ze ontstaan, geremd en worden omgevormd in aparte orgaanbewegingen van het strottenhoofd en de organen die erbij horen, wat dan aan de lucht overgebracht wordt en zo de zangtoon, het muzikale of ook de spreektoon, de klank mogelijk maken.
Hetgeen door een bovenzintuiglijk waarnemen als bewegingsimpuls ontdekt kan worden, kan als een eerste ontwikkeling, als een zichtbaar begin zich ontplooien als een zichtbare taal, wanneer je de bewegingsimpulsen die je hebt ontdekt overbrengt op de hele mens of op de groep. Zodat u kan zien hoe met name de ledematen van het menselijk organisme, de armen, de handen zich met zeer veel uitdrukking bewegen.
Je moet niet het aparte gebaar willen verklaren. Een paar gebaren moeten niet verbonden worden met iets van het gevoel, net zomin als je een losse klank meteen op iets van het gevoel kan betrekken, maar in een geheel, in zijn samenhang met de andere klanken enz. En zo is dat ook met euritmie. Ze moet door wat ze als bewegingen laat zien een directe indruk maken.
Op deze manier kun je, wanneer euritmie begeleid wordt door muziek, zichtbaar zingen. Je kan, wanneer het om poëzie gaat, wanneer er gedichten voorgedragen worden en gereciteerd, met het zichtbaar spreken van de euritmie deze gedichten tot uitdrukkingbrengen, inzichtelijk maken. Daar is niets vaags aan, maar juist iets wat met dezelfde vanzelfsprekendheid als beweging uit de totale mens komt, zoals de klank en de toon uit het strottenhoofd komen.
Daarom zou je ook meer een gevoel, een invoelen moeten ontwikkelen voor de volgorde van de bewegingen dan voor de aparte bewegingen. Net zoals het bij muziek gaat om het melodieuze of om de harmonische samenklank van de elkaar opvolgende tonen, niet om de losse toon, zo gaat het hier niet om de aparte beweging, maar om wat vanuit de bewegingen vorm gegeven wordt.
Dan echter, wanneer je dus dit zichtbare zingen of dit

blz. 247

sichtbare Sprache hat, muß man sie erst künstlerisch gestalten. Euryth­mie ist zunächst bloß Sprache, bloß Ton. Das künstlerisch Geschaute, das soll dann zustande kommen, indem nachgefühlt wird einem Musi­kalischen, oder nachgefühlt wird einem Dichterischen dasjenige, was darinnen ist schon an verborgener Eurythmie. Denn das muß immer betont werden: Der wahre Dichter hat diese verborgene Eurythmie, die hier sichtbarlich zum Ausdrucke kommt, schon in seiner Seele, wenn auch unbewußt. Er gestaltet aus dem ganzen Menschen heraus, nicht bloß aus einem einzelnen Organ, seine Dichtung, wenn sie ein wirkliches Kunstwerk sein soll. – Daher, wenn Gedichte parallelgehend der Eurythmieaufführung deklamiert oder rezitiert werden, handelt es sich darum, daß auch da Deklamations- und Rezitationskunst in einer anderen Form auftreten muß als etwa in einer bloßen Betonung des Prosainhaltes.
Bei der Dichtung handelt es sich um die Gestaltung des Sprachlichen, so daß dasjenige, was im Sprachlichen musikalisch ist, oder im Sprach­lichen bildhaft, lautbildhaft gestaltet ist, bei der Deklamation und Rezi­tation herauskommen muß, sonst würden diese Künste, diese Sprech­künste nicht begleiten können das Eurythmische. Mit einem Pointieren des Prosainhaltes kommt man daher nicht zurecht. Daher mußten wir auch auf ältere, mehr künstlerische Zeitalter zurückgehen, als das heu­tige ist, die Rezitations- und Deklamationskunst besonders ausbilden, so daß bei ihr auf das Musikalische, auf die Gestaltung der Sprache mehr Gewicht gelegt wird als auf das Pointieren des Prosainhaltes.
Gerade aber weil die Rezitation und Deklamation besonders auf­fallen muß, ist es notwendig, daß ich hier eine Entschuldigung vor Ihnen anbringe. Frau Dr. Steiner, welche deklamieren wird in einer ihr sonst nicht völlig gewohnten Sprache, wenigstens als Rezitation nicht völlig gewohnten Sprache, muß im Englischen rezitieren und deklamieren aus dem Grunde, weil es sich hier zugleich handelt um die Vorführung einer besonderen Kunstgestaltung der Deklamation und Rezitation, und diese eben erst selbst ausgearbeitet worden ist. Wir müssen abwarten, bis sie in den verschiedenen Sprachen, diese Rezi­tations- und Deklamationskunst, erst voll ausgebildet sein wird. Daher läßt sich Frau Dr. Steiner entschuldigen, daß sie als Nicht-Engländer

zichtbare spreken hebt, moet je deze ook kunstzinnig vormgeven. Euritmie is allereerst alleen maar taal, alleen maar toon. Het kunstzinnig waarnemen moet dan tot stand komen wanneer je het muzikale na kan voelen of het poëtische na kan voelen, wat er al in zit aan verborgen euritmie. Daar moet steeds de nadruk op worden gelegd: de echte dichter heeft deze verborgen euritmie, die hier zichtbaar tot uitdrukking komt, al in zijn ziel, ook al is dit onbewust. Hij schept zijn dichtwerk vanuit de hele mens, niet alleen uit een los orgaan, wil het een echt kunstwerk zijn. – Vandaar dat wanneer er tegelijkertijd met de euritmie-uitvoering gedeclameerd of gereciteerd wordt, het erom gaat dat de kunst van het declameren of reciteren in een andere vorm moet gebeuren dan wanneer de nadruk zou liggen op de inhoud van proza.
Bij gedichten gaat het om hoe je het spreken vormgeeft, zodat wat in het spreken het muzikale is of wat plastisch, klankplastisch vorm gegeven wordt er bij het declameren en reciteren uit moet komen, anders zouden deze kunsten, deze spreekkunsten de euritmie niet kunnen begeleiden. Aan een op de voorgrond plaatsen van de proza-inhoud heb je hier niets. Vandaar dat we terug moesten gaan naar oudere, meer kunstzinnige tijden dan de tegenwoordige en de recitatie- en declamatiekunst in het bijzonder ontwikkelen zodat er meer nadruk ligt op het muzikale en op de vorming van het spreken, dan op het benadrukken van de proza-inhoud.
Juist omdat de recitaite en declamatie bijzonder op de voorgrond moet treden, is het nodig dat ik u hier een excuus maak. Mevrouw Steiner die zal declameren in een taal die zij niet helemaal gewend is, tenminste niet als taal om te declameren, moet in het Engels reciteren en declameren omdat het hier tegelijk gaat om de opvoering van een bijzondere kunstvorm van declamatie en recitatie en dat deze zelf pas uitgewerkt zijn. We moeten afwachten tot ze in de meest verschillende talen pas volledig ontwikkeld zal zijn. Vandaar dat mevrouw Steiner zich verontschuldigt, dat zij als niet-Engelse

blz. 248

in englisch rezitieren und deklamieren wird. Dies möchte ich nur vor­ausschicken.
Was Sie hier sehen werden auf der Bühne, zu dem möchte ich nur hinzufügen, daß die Eurythmie noch zwei andere Seiten hat. Eine Seite, die ich nur ganz kurz erwähnen will, ist die therapeutisch-hygienische Seite. Da alle Bewegungen, welche Sie ausgeführt sehen, obwohl sie hier nur künstlerisch gestaltet sind, mit einer elementaren Selbstver­ständlichkeit und Notwendigkeit herausgeholt sind aus der mensch­lichen Organisation, wie die Sprache selber, so kann man sagen: Diese Bewegungen sind die Offenbarung der gesunden Menschennatur. -Nicht die Bewegungen, die Sie hier sehen, aber andere Bewegungen, metamorphosierte, umgestaltete Bewegungen kommen als Heileuryth­mie in Betracht. Daher haben wir in unseren medizinisch-therapeu-tischen Instituten in Arlesheim in der Schweiz und in Stuttgart bereits die Heileurythmie als eine besondere therapeutische Form ausgebildet, und es hat sich gezeigt, wie sehr sie zum Hygienischen und zum Heilen verwendet werden kann, wenn sie in anderen Formen, als sie hier, wo sie rein künstlerisch auftreten soll, sich offenbaren wird.
Die dritte Seite ist die pädagogisch-didaktische Seite. Da wir aber morgen das große Vergnügen haben werden, Ihnen mit Kindern hier Eurythmisches vorzuführen, so kann ich heute verzichten, für die pädagogisch-didaktische Seite, die dritte Seite, zu sprechen und werde morgen einige Worte der Kinderaufführung vorausschicken über den pädagogischen und didaktischen Wert der Eurythmie, der sich schon gezeigt hat, wie er ist, seit die Waldorfschule in Stuttgart besteht, in der die Eurythmie als ein pädagogisch-didaktischer Lehrgegenstand, neben dem Turnen, als obligatorischer Lehrgegenstand eingeführt ist. Und ebenso selbstverständlich wachsen die Kinder in diese sichtbare Sprache hinein, in diesen sichtbaren Gesang, wie in jungeren Jahren die ganz kleinen Kinder in Lautsprache und Gesang hineinwachsen.
LJnd so möchte ich nur noch anfügen, was ich niemals unterlasse zu sagen, daß die verehrten Zuschauer um Entschuldigung gebeten werden und Nachsicht haben möchten, denn Eurythmie ist heute noch durch­aus im Anfange ihrer Entwickelung, und jede Kunstform, die erst an­fängt, muß notwendigerweise unvollkommen sein. Wir sind selbst

in het Engels zal reciteren en declameren. Dit wilde ik graag vooraf zeggen.
Aan wat u hier op het toneel zal zien, wil ik graag nog toevoegen dat de euritmie nog twee andere aspecten heeft. Een kant die ik hier kort wil aanstippen, is de therapeutisch-hygiënische. Omdat alle bewegingen die u uitgevoerd zal zien worden, hoewel ze hier alleen maar kunstzinnig gevormd zijn, met een elementaire vanzelfsprekendheid en noodzakelijk uit de menselijke organisatie zijn gehaald, zoals het spreken zelf, kun je zeggen: deze bewegingen zijn een uiting van de gezonde mensennatuur. – Niet de bewegingen die u hier ziet, maar andere bewegingen, gemetamorfoseerde, omgevormde bewegingen kunnen als heileuritmie worden gebruikt. Daarom hebben we in onze medisch-therapeutische instituten in Arlesheim in Zwitserland en Stuttgart de heileuritmie al als een bijzondere vorm van therapie ontwikkeld en het blijkt hoe zeer het voor het hygiënische en bij het gezonder worden, toegepast kan worden, wanneer ze op andere manieren zoals hier, waar ze puur kunstzinnig uitgevoerd wordt, zich kan manifesteren.
Het derde aspect is de pedagogisch-didactische kant. Omdat we morgen echter het grote genoegen hebben u met kinderen euritmie te laten zien, kan ik er nu vanaf zien over de pedagogisch-didactische, het derde aspect, te spreken en zal morgen een paar woorden aan de kinderuitvoering vooraf laten gaan over de pedagogische en didactische waarde van de euritmie die al gebleken is sinds de vrijeschool in Stuttgart bestaat, waar de euritmie als een pedagogisch-didactisch vak naast de gymnastiek als verplicht vak ingevoerd is. En de kinderen raken vanzelfsprekend in dit zichtbare zingen net zo thuis als in de eerste jaren de heel kleine kinderen met spraakklanken en zingen vertrouwd raken.
En dan wil ik er nog aan toevoegen wat ik nooit achterwege laat, dat u, beste toeschouwers, verontschuldigingen worden aangeboden en om begrip gevraagd, want de euritmie staat nu zeker nog aan het begin van haar ontwikkeling en iedere kunstvorm die begint, moet noodzakelijkerwijs nog onbeholpen zijn. Wij zijn voor ons zelf

blz. 249

unsere strengsten Kritiker, kennen dasjenige, was noch mangelhaft an der Eurythmie ist, aber wir versuchen auch, ich möchte sagen, von Monat zu Monat immer weiterzukommen.
Sie werden zum Beispiel heute hier schon sehen, was man vor einem Jahr noch nicht sehen konnte, wie das ganze Bühnenbild eurythmisch gestaltet sein soll, so daß Sie nicht nur den bewegten Menschen in der Eurythmie sehen, sondern zugleich die Beleuchtungskräfte, die sich offenbaren noch innerhalb der einzelnen Szenen der Darstellung. Da wird nun auch der Hauptwert gelegt werden müssen nicht auf die ein­zelne Farbenbeleuchtung, sondern auf die Aufeinanderfolge, ich möchte sagen, dynamische Aufeinanderfolge der Beleuchtungseffekte, die sich eurythmisch auch hineinfügen sollen in das ganze übrige eurythmische Bild.
Und so darf man, wenn man auf der einen Seite gerade das Mangel­hafte noch dieser Eurythmie erwähnt aus dem Bewußtsein heraus, mit welchen künstlerischen Mitteln gearbeitet und aus welchen künst­lerischen Quellen noch geschöpft werden kann, sagen, daß sie einer unermeßlichen Vervollkommnung in die Zukunft hinein fähig sein wird. Denn sie bedient sich eines Werkzeuges, das im Grunde genom­men das höchste künstlerische Werkzeug sein muß, sie bedient sich als eines Werkzeuges des Menschen selber, des gesamten Organismus des Menschen. Und alle Weltengeheimnisse, alle Gesetzmäßigkeiten des Kosmos sind im Menschen enthalten. Wenn man daher eine sichtbare Sprache aus dem ganzen Menschen herausholt, holt man zu gleicher Zeit etwas aus ihm heraus, was von der ganzen Summe der Weltengeheim­nisse und der Weltengesetzmäßigkeit spricht. Der Mensch ist einmal ein Mikrokosmos, und so kann, wenn dieser Mikrokosmos als künst­lerisches Werkzeug verwendet wird, zum Ausdrucke kommen dasjenige, was ausgebreitet ist an Geheimnissen, an Mysterien durch das ganze Weltenall hindurch. Deshalb darf man trotz der Unvollkommenheit hoffen, in der sich Eurythmie heute noch befindet, daß sie sich in die Zukunft hinein so vervollkommnen wird lassen und als vollberechtigte Kunstform einstmals neben die älteren vollberechtigten Kunstformen wird hintreten können.
Nur noch ein paar Worte über die Aufführung selbst. Wir teilen das

de strengste critici, we weten wat aan de euritmie nog voor tekortkomingen kleven, maar we proberen ook maandelijks verder te komen.
U kunt bijv. hier al zien hoe het hele toneelbeeld euritmisch vormgegeven wordt, zodat u niet alleen maar de zich bewegende mensen in de euritmie ziet, maar tegelijkertijd de invloed van de belichting die tot uiting komt in de aparte scènes van de voorstelling. Hier moet ook de meeste nadruk komen te liggen, niet op de aparte kleuren, maar op de achter elkaar verschijnende kleuren, ik zou willen zeggen, de dynamische volgorde van de belichtingseffecten die zich euritmisch moeten voegen in het totale euritmische plaatje.
En zo mag je wel zeggen, ook al wordt aan de ene kant het nog gebrekkige van deze euritmie genoemd vanuit het bewustzijn van met welke kunstzinnige middelen gewerkt kan worden en vanuit welke kunstzinnige bronnen nog geput kan worden, dat zij in staat zal zijn zich in de toekomst nog onnoemelijk te verbeteren. Want ze gebruikt een instrument dat in de grond van de zaak genomen het grootste kunstzinnige instrument moet zijn, ze gebruikt het instrument van de mens zelf, het gehele organisme van de mens. En alle wereldmysteries, alle wetmatigheden van de kosmos bevinden zich in de mens. Wanneer je dan een zichtbaar spreken uit de totale mens naar buiten brengt, breng je tegelijkertijd iets uit hem naar buiten wat over alle wereldgeheimen en wereldwetmatigheden spreekt. De mens is nu eenmaal een kosmos in het klein en zo kan, wanneer deze kosmos in het klein gebruikt wordt, wat door het hele wereldal aan geheimen, aan mysteries uitgebreid is, tot uitdrukking komen. Daarom mag je hopen, ondanks de tekortkomingen die de euritmie nu nog aankleven, dat ze in de toekomst zo vervolmaakt wordt, dat ze als een volkomen terechte kunstvorm naast de oudere volkomen terechte kunstvormen, zal kunnen toetreden.
Nog een paar woorden over de opvoering zelf. We verdelen

blz. 250

Programm in zwei Teile. Am Schlusse des ersten Teiles wird eine Szene aus einem meiner Mysterienspiele dargestellt werden. Das Mysterien-drama hat es zu tun mit der Entwickelung eines Menschen, der sich allmählich einlebt in die übersinnliche Welt selbst. Zur Darstellung desjenigen, was den Menschen verbindet mit dem Übersinnlichen, ist ja Eurythmie ganz besonders geeignet. – Nun zeigt die Szene, welche hier am Schluß des ersten Teiles zur Darstellung kommt [«Der Seelen Erwachen», viertes Bild], wie dem Johannes Tliomasius, weil in seinem Gedächtnis alles dasjenige aufsteigt, was er erlebt hat mit lieben Freun­den, Capesius, Strader und so weiter, dieses in seiner Seele sich so ver­tieft, daß es ihm in der Gestalt des Doppelgängers erscheint, daß seine eigene Jugend vor ihm auftritt, daß dasjenige, was man den Hüter der Schwelle nennt, jenen Hüter, vor dem der Mensch steht, wenn er in die geistige Welt eintritt, erscheint, daß die andere Gestalt, die Gestalt des Ahriman, die Verkörperung des Schlauen, des Bösen auftritt. Es sind innere Vorgänge, die in der Seele des Johannes Thomasius selber erlebt werden. Alles dasjenige, was ins Übersinnliche hinaufweist, wird in Eurythmie dargestellt und von Frau Dr. Steiner deklamiert. Der Jo­hannes Thomasius selbst aber als naturalistische Figur wird bühnen-mäßig gespielt werden, denn alles dasjenige, was naturalistisch gefaßt ist, muß auch bühnenmäßig zum Ausdrucke kommen. Dagegen alles dasjenige, was ins Übersinnliche spielt, kann gerade durch die Euryth­mie in einer höheren Weise zur Vorführung kommen.
Dies ist also am Schlusse des ersten Teiles. Im Beginn des zweiten Teiles wird ebenfalls eine Szene aus einem meiner Mysteriendramen [«Der Hüter der Schwelle», sechstes Bild] vorgeführt, wo dargestellt wird, daß die Mächte der Mystik, der Schwärmerei, die luziferischen Mächte auf der einen Seite, auf der anderen Seite die ahrimanischen Mächte des Bösen, der Schlauheit, der Klugheit, der List vor Johannes Thomasius auftreten, der aber diesmal nicht auf der Szene erscheint, die ihm im Traume erscheinen, was angedeutet wird durch eine beson­dere Gestalt, die vor dem Erwachen dieser Traumanschauung des Jo­hannes Thomasius spricht. Wir haben es also mit Szenen aus Mysterien-dramen zu tun, und ich bitte Sie, das zu berücksichtigen.

het programma in twee delen. Aan het einde van het eerste deel wordt een scène uit een van mijn mysteriedrama’s opgevoerd. Het mysteriedrama heeft te maken met de ontwikkeling van de mens die langzaam inzicht krijgt in de hogere wereld zelf. Om te laten zien wat de mens verbindt met het bovenzintuiglijke, is de euritmie heel geschikt. – Nu laat de scène die hier aan het eind van het eerste deel opgevoerd wordt [‘het ontwaken der zielen’, vierde beeld] zien, hoe bij Johannes Thomasius, omdat hij zich weer herinnert wat hij beleefd heeft met zijn beste vrienden, Capesius, Strader, enz. hoe hij dit in zijn ziel zo diep beleeft, dat dit aan hem in de gestalte van de dubbelganger verschijnt; dat hij zijn eigen jeugd ziet, dat wat de wachter aan de drempel wordt genoemd, zijn wachter, voor de mens staat, wanneer hij de geestelijke wereld binnengaat, dat de andere gestalte, de gestalte van Ahriman, de belichaming van sluwheid, van het kwaad verschijnt. Het zijn innerlijke processen die in de ziel van Johannes Thomasius zelf worden doorgemaakt. Alles wat naar het bovenzintuiglijke wijst, wordt in de euritmie verbeeld en door mevoruw Steiner gedeclameerd. Johannes Thomasius zelf echter wordt als een mens van vlees en bloed ten tonele gevoerd, want alles wat natuurgetrouw opgevat moet worden, moet ook zo ten tonele verschijnen. Alles wat zich daarentegen in het bovenzintuiglijke afspeelt, kan met name door de euritmie op een verhevener manier getoond worden.
Dit dus aan het einde van het eerste deel. In het begin van het tweede deel wordt eveneens een scene uit een van mijn mysteriedrama’s opgevoerd [‘De wachter aan de drempel’, zesde beeld], waarin wordt uitgebeeld dat de krachten van mystiek, van dweperij, de luciferische machten enerzijds, anderzijds de ahrimanische machten van het kwaad, de sluwheid, het gewiekste, de list zich aan Johannes Thomasius vertonen, die echter zelf niet in de scène zit, die in zijn droom verschijnen, wat getoond wordt door een bijzondere gestalte die vóór Johannes Thomasius wakker wordt, deze droombeelden uitspreekt. We hebben dus scènes uit mysteriedrama’s en ik verzoek u daarmee rekening te houden.
GA 305/245-250
Niet vertaald

Mysteriedrama’s:
GA 14
V
ertaald:   1 en 2;  3 en 4

blz. 251

ANSPRACHE
zu einer Eurythmie-Aufführung Oxford, 19. August 1922
Das pädagogische Element der Eurythmie

Ich habe mir gestern erlaubt, einige Worte der eurythmischen Vor­stellung vorauszuschicken, um die besondere Kunstform der Eurythmie zu erklären. Heute möchte ich über diese Kunstform nichts weiter sprechen. Dasselbe, was ich gestern gesagt habe, würde ich voraus-schicken müssen dem zweiten Teile unserer heutigen Vorstellung. Der erste Teil umschließt eine Vorstellung mit Kindern, die hier kurze Zeit Eurythmie gelernt haben, und da darf ich einiges über die pädagogisch-didaktische Seite dieser Eurythmie sagen.
In erster Linie – das muß immer festgehalten werden – soll Euryth­mie nicht Gymnastik, nicht Tanz sein, aber sie soll eine Kunstform sein. Da sie aber in einer wirklichen sichtbaren Sprache besteht, die heraus-geholt ist aus der gesunden Organisation des Menschen, so kann sie auch ausgebildet werden so, daß sie gewissermaßen als ein geistiges Turnen im Unterricht und in der Erziehung verwendet wird. Wir haben gleich mit der Gründung der Waldorfschule in Stuttgart die Eurythmie als einen obligatorischen Lehrgegenstand neben dem Turnen eingeführt. Man kann sehen, daß jetzt, nach einigen Jahren der Führung der Wal­dorfschule, sich durchaus herausgestellt hat, welchen großen pädago­gischen und didaktischen Wert diese Eurythmie hat.
Erstens hat sie dadurch ihre besondere Bedeutung, daß sie allem Sprachunterricht zu Hilfe kommt. Es ist immer so, daß sich die Kinder wie selbstverständlich hineinfinden in diese sichtbare Sprache, mit Wohlgefallen, mit innerer Befriedigung hineinfinden wie in etwas, was aus der menschlichen Organisation folgt, geradeso wie die ganz kleinen Kinder sich in die Lautsprache und in den Gesang hinein-finden. Indem die Kinder sich hineinfinden in diese sichtbare Sprache, fühlen sie das Wesen der Sprache in der menschlichen Organisation, und von da aus strahlt dann auch einVerständnis in dasjenige, was

TOESPRAAK
bij een euritmie-uitvoering Oxford, 19 augustus 1922

Gisteren heb ik de vrijheid genomen vóór de euritmie-uitvoering een paar woorden te spreken om de bijzondere kunstvorm van de euritmie nader aan te geven. Vandaag wil ik over deze kunstvorm verder niets zeggen. Ik zou hetzelfde wat ik gisteren heb gezegd, vooraf moeten laten gaan aan het tweede deel van onze opvoering van vandaag. Het eerste deel is een voorstelling met de kinderen die hier in een korte tijd euritmie hebben geleerd en nu mag ik wel wat over de pedagogisch-didactische kant van deze euritmie zeggen.
In eerste instantie – dat moet altijd vastgehouden worden – i
Omdat ze uit een echte zichtbare taal bestaat die uit het gezonde organisme van de mens is gehaald, kan ze ook zo ontwikkeld worden dat ze als zodanig in zekere zin toegepast kan worden in onderwijs en opvoeding als een geestelijke gymnastiek. We hebben meteen met de oprichting van de vrijeschool in Stuttgart de euritmie als een verplicht vak naast de gymnastiek ingevoerd. Je kan zien dat na een paar jaar vrijeschool, duidelijk gebleken is welke grote pedagogisch-didactische waarde de euritmie heeft.
In de eerste plaats is ze belangrijk omdat ze het hele taalonderwijs ondersteunt. Steeds is het zo dat de kinderen als vanzelfsprekend thuisraken in deze zichtbare taal, met plezier, met innerlijke tevredenheid thuisraken in wat het menselijk organisme vertoont, net zoals de heel kleine kinderen thuisraken in de spraakklanken en het zingen. Wanneer de kinderen thuisraken in deze zichtbare taal, voelen ze het wezen van de taal in het menselijk organisme en vandaaruit werkt dit door in

blz. 252

man schulmäßig in der eigentlichen Lautsprache den Kindern beizu­bringen hat.
Dann ist aber Eurythmie eine besondere Hilfe für die Willens-erziehung. In dieser Beziehung wird man einmal wohl unbefangener urteilen als heute noch, wo man das gewöhnliche Turnen, ich möchte sagen, das körperliche Turnen etwas überschätzt. Ich möchte nichts über dieses körperliche Turnen, das aus den Gesetzen der Physiologie zu schöpfen ist, hier sagen; ich erkenne es vollständig an. Ich möchte nur erwähnen, nur als Beispiel anführen, daß, als ich einmal über die Eurythmie und ihre pädagogische und didaktische Seite in unserer freien Waldorfschul-Methodik im Goetheanum einleitende Worte sprach, ich das Merkwürdige erlebte, daß ein sehr berühmter Physio-loge der Gegenwart, der sich diese Worte anhörte, in denen ich auch sagte, daß ich das Turnen durchaus anerkenne, daß aber Eurythmie als beseeltes Turnen eine wichtige Vollendung ist desjenigen, was durch das körperliche Turnen nur in einseitiger Weise erreicht wird, zu mir sagte:
Sie sehen also das Turnen als ein Erziehungsmittel an? Ich als Physio­loge sehe es an als eine Barbarei.
Nun, wie gesagt, das sage nicht ich, das sagt ein berühmter Physio­loge der Gegenwart. Und immerhin, wenn wir auch das gewöhnliche Turnen in der Waldorfschule durchaus gelten lassen als ein körper­liches Erziehungsmittel, so stellen wir daneben die Eurythmie als ein seelisches, als ein geistiges Turnen. Und als solches zeigt sie sich ganz besonders für den Willen, für die Initiative des Willens. Man bekommt die Möglichkeit, in das Seelische des Kindes deshalb einzuwirken, weil das Kind bei einer jeglichen Bewegung, die es ausführt, zu gleicher Zeit fühlt, wie es in seinem ganzen Menschen, mit Leib, Seele und Geist, sich betätigt, wie jede einzelne leibliche Bewegung, die es ausführt, zu gleicher Zeit eine innere seelische und geistige Bewegung hervor­ruft. Das Kind fühlt gewissermaßen, wie Leib, Seele und Geist zusam­menrücken, wie sie verbunden sind in diesem eurythmisch-geistigen Turnen.
Und dann – es wird Ihnen vielleicht geradezu paradox erscheinen, aber wahr ist es doch, insbesondere in einer höheren Kultur, wie die­jenige des Abendlandes heute ist, kann man mit der gewöhnlichen

wat je het kind onderwijskundig begripsmatig van de eigenlijke spraakklank moet bijbrengen.
Dan is de euritmie ook een bijzondere hulp bij de wilsopvoeding. In dit opzicht zal men wellicht eens meer onbevangen oordelen dan tegenwoordig, waarin de gewone gymnastiek, ik zou willen zeggen, de lichamelijke gymnastiek wat overschat wordt. Ik zou hier niets over deze lichamelijke gymnastiek die volgens fysiologische wetten ontwikkeld is, willen zeggen; die erken ik volledig. Ik wil alleen aanstippen, alleen als voorbeeld gebruiken, dat toen ik eens over euritmie en de pedagogische en didactische kant ervan in onze vrijeschoolpedagogie in het Goetheanum een paar inleidende woorden sprak, ik merkwaardigerwijs meemaakte, dat een zeer beroemde hedendaagse fysioloog die mijn woorden aanhoorde waarmee ik zei dat ik de gymnastiek zeer zeker erken, dat echter euritmie als bezielde gymnastiek een belangrijke afronding is van wat door de lichamelijke gymnastiek slechts op een eenzijdige manier wordt bereikt, tegen me zei: ‘U ziet de gymnastiek dus als een opvoedingsmiddel? Ik als fysioloog noem het louter barbaars.
Nu, zoals gezegd, ik zeg dat niet, dat doet een beroemde hedendaagse fysioloog. En in elk geval, ook al nemen we de gewone gymnastiek op de vrijeschool zeker serieus als een lichamelijke gymnastiek, hebben we de euritmie als een gymnastiek van de ziel, van de geest. En als zodanig blijkt ze heel bijzonder voor de wil, voor de initiatieven van de wil te zijn. Je krijgt de mogelijkheid om op het gevoel van het kind te werken omdat het kind bij iedere beweging die het maakt, tegelijkertijd voelt, hoe het zijn hele mens actief maakt, zijn lichaam, ziel en geest, hoe iedere aparte lichamelijke beweging die het uitvoert, tegelijkertijd een innerlijke gevoels- en geestelijke beweging oproept. Het kind voelt in zekere zin hoe lichaam, ziel en geest bij elkaar komen, hoe ze verbonden zijn in deze euritmisch-geestelijke gymnastiek.
En dan – dat zal u misschien paradoxaal voorkomen, maar waar is het toch, vooral in een meer beschaafde cultuur zoals die van het Avondland van heden, kun je met de alledaagse

blz. 253

Lautsprache selbstverständlich mit der Wahrheit auch die Unwahrheit sagen. Unwahrhaftig, lügenhaft kann der Mensch leicht werden gerade in der Lautsprache. In der sichtbaren Sprache der Eurythmie kann man nicht lügen. Das hat sich als eine Erfahrung herausgestellt. Daher ist zugleich diese Eurythmie ein Erziehungsmittel in die Wahrhaftigkeit hinein. Der Mensch, das Kind findet nicht leicht die Möglichkeit, in die sichtbare Sprache der Eurythmie hinein zu lügen.
Damit habe ich einiges angedeutet von der Eurythmie aus in der Kindererziehung. Ich möchte noch das eine bemerken: Oftmals hat man bei einem Kinde diesen oder jenen Mangel im Seelischen, im Geisti­gen oder im Körperlichen beobachtet. Da kommen gewöhnlich die Lehrer der Stuttgarter Waldorfschule zu mir und sagen: Dieses Kind hat diesen oder jenen seelischen oder körperlichen Fehler. – In einem solchen Falle ist es nur notwendig, mit einer gewissen übersinnlichen Kraft des Sehens, mit einer gewissen Kraft des Schauens intuitiv zu erkennen, was man nun für eurythmische Übungen gerade diesem Kinde angibt, eurythmische oder Eurythmie-ähnliche Übungen. Und in der Tat, wir haben manchmal überraschende Resultate erreicht in der Ver­besserung körperlicher oder seelischer Fehler, wenn wir gerade für das Kind besondere eurythmische Übungen anraten konnten und wenn sie durch unsere Lehrer in der Waldorfschule durchgeführt worden sind. Da muß dann, wie gesagt, Eurythmie nach ihrer pädagogisch-didaktischen Seite ausgebildet werden. Sie ist in erster Linie eine Kunst, sie kann aber auch in den Dienst der Pädagogik und Didaktik gestellt werden.
Zum Schluß möchte ich nur noch erwähnen, daß die Kinder, die Sie heute im ersten Teile der Aufführung sehen werden, nur kurze Zeit Eurythmie erlernt haben, daß daher für sie um ganz besondere Nach-sicht gebeten werden muß. Die Lehrerinnen hier haben nur in wenigen Lektionen eigentlich diese Kinder unterrichten können, und als wir dann angekommen sind, haben wir einige Nummern des heutigen Pro­gramms wie eine Improvisation hinzugefügt. So daß Sie auch in dieser Kindervorstellung nichts Vollkommenes erwarten dürfen, sondern, wie wir auch für die andere Vorstellung um Nachsicht gebeten haben, nur etwas, was im Anfange der Entwickelung ist, aber doch so, daß

taal vanzelfsprekend naast de waarheid ook de onwaarheid zeggen. Met de gewone taal kan de mens makkelijk onwaarachtig, leugenachtig worden. Met de zichtbare taal van de euritmie kun je niet liegen.* Dat is als ervaring wel gebleken. Daarom is deze euritmie tegelijkertijd een opvoedingsmiddel in waarachtigheid. De mens, het kind vindt niet gauw de mogelijkheid in de zichtbare taal van de euritmie te liegen.
Daarmee heb ik iets aangegeven van de euritmie in de opvoeding van het kind. Ik zou dit nog willen opmerken: dikwijls heeft men bij een kind een of ander tekort in zijn gevoelsleven, mentaal of lichamelijk geconstateerd. Gewoonlijk komen de leerkrachten van de vrijeschool in Stuttgart dan naar me toe en zeggen: dit kind heeft deze of die gevoels- of lichamelijke tekortkoming. – In zo’n geval is het slechts noodzakelijk met een bepaalde schouwende kracht intuïtief te weten, wat je nu aan euritmische oefeningen voor zo’n kind aanraadt, euritmische of op euritmie lijkende oefeningen. En inderdaad, we hebben soms verrassende resultaten bereikt in het verbeteren van de lichamelijke of gevoelstekortkomingen door juist voor dat kind bijzondere euritmische oefeningen aan te raden en wanneer die door onze leerkrachten op de vrijeschool werden gegeven. Dan moet dus, zoals gezegd, de pedagogisch-didactische kant van de euritmie ontwikkeld worden. In de eerste plaats is ze een kunst, maar ze kan ook in dienst van de pedagogie en de didactiek gesteld worden.
Tot slot zou ik nog willen noemen dat de kinderen die u vandaag in het eerste deel van de opvoering zal zien, maar een korte tijd euritmie hebben geleerd, dat voor hen bijzonder veel begrip wordt gevraagd. De onderwijzeressen hebben hier in eigenlijk maar weinig lessen de kinderen les kunnen geven en toen wij gearriveerd waren, hebben wij een paar nummers als improvisatie aan het programma toegevoegd. Dus u mag ook van deze kindervoorstelling niet iets volmaakts verwachten, maar, zoals wij ook voor de andere voorstelling om begrip gevraagd hebben, alleen iets wat aan het begin van een ontwikkeling staat, maar wel zo, dat

.
*Cilia Hogerzeil, tot 29 okt. 2017 artistiek directeur van Muziektheater Hollands Diep te Dordrecht zegt in Trouw- Letter en Geest van 30-10-2017: De taal bepaalt een groot deel van de communicatie. Het lichaam liegt niet. Daarom hou ik zo van theatermaken. Om die communicatie uit te vergroten en zo, wat verstopt is in woorden, zichbaar te maken.

blz. 254

man das Prinzip, daß man das Wesen erkennt. Ich denke, das wird sich auch in dieser Kindervorstellung in dem ersten Teil unseres heutigen Programms zeigen. Nach einer Pause wird dann vorgeführt, wie Eu­rythmie als Kunstform sein wird.

je het principe, het wezenlijke erkent. Ik denk dat dat zich ook in deze kinderuitvoering in het eerste deel van ons programma zichtbaar zal zijn. Na de pauze zal dan getoond worden hoe euritmie er als kunstvorm dan uit zal zien.
.

Rudolf Steiner: over euritmie

Rudolf Steinervorm en beweging Over euritmie: toespraken bij de euritmievoorstellingen in de jaren 1918 tot 1924. GA 277, gedeeltelijk vertaald in Euritmie. Zes inleidingen.

euritmieblog

Opspattend grind

Rudolf Steineralle artikelen

hand en intelligentie

.

1462

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over euritmie – GA 304A

.

RUDOLF STEINER OVER EURITMIE

GA 304A

beknopte inhoud:
blz. 27
: euritmie genereeert gezonde krachten;
blz.55: euritmie is bezielde en geestrijke gymnastiek;
blz. 56: zoeken van de verhouding van het menselijk circulatie- en bewegingssysteem t.o.v. de ruimte en de innerlijke vorming, de innerlijke dynamiek;
In de euritmie heb je meer te maken met die kwalitatieve innerlijke dynamiek die zich afspeelt tussen het ademhalings- en het circulatiesysteem;
Verschil met gymnastiek;
blz. 57: door euritmie beweeglijker voorstellingsleven;
werkt op de wil;
blz. 58: euritmisch kun je niet liegen
blz. 59: nodig: wilsontwikkeling (door euritmie)
blz. 119: kunst werkt op de wil;
spraak en gebaar;

blz. 27

Dann, wenn man diese Künste, die plastische, die dichterische, die musikalische Kunst unmittelbar an den Menschen herangezogen, in den eurythmischen Bewegungen an dem Kinde heranbildet, wenn man unmittelbar dasjenige, was sonst im Worte abstrakt erscheint, in dem Menschenleib lebendig erweckt durch die Eurythmie, dann bildet man in dem Menschen die innere Harmonie aus zwischen dem geistgetragenen Musikalisch-Dichterischen und dem vom Geiste durchdrungenen Mate­riellen des Plastisch-Malerischen. Das Bewußtsein des Menschen, das geistdurchleuchtet ist, webt sich seelenvoll künstlerisch in das Leiblich-Physische hinein. Man lernt unterrichten, indem man Geist und Seele in dem Kinde erweckt, man lernt unterrichten so, daß der Unterricht zu gleicher Zeit gesundheitfördernd, wachstumfördernd, gesunde Kraft befördernd für das ganze Leben ist.

Want, wanneer je deze kunsten, de plastische, de dichterlijke en de muzikale direct vanuit de mens in de euritmische bewegingen bij het kind ontwikkelt, wanneer je direct, wat anders in de woorden abstract verschijnt, in de mens levendig wekt door de euritmie, bewerkstellig je de innerlijke harmonie tussen het muzikaal-dichterlijke dat door de geest gedragen wordt en wat plastiek en schilderen is waarvan het stoffelijke met geest doordrongen is. Je leert les geven als je geest en ziel in het kind kan wekken, je leert zo lesgeven dat het onderwijs tegelijkertijd de gezondheid bevordert, het groeien bevordert, gezonde kracht genereert voor het hele leven.
GA 304A/27
Niet vertaald

blz. 55

Einleitende Worte zur Eurythmieaufführung der schüler

Zu dem Künstlerischen, das wir Ihnen durch die schon gegebenen Vorstellungen in bezug auf Eurythrnie darbieten wollten, wird heute die pädagogisch-didaktische Seite der Eurythmie kommen.
Wir haben in den Lehrplan der Waldorfschule diese Eurythmie orga­nisch eingefügt. Und ich mußte öfters sagen, wenn ich die Aufgabe hatte, diese Eurythmie als einen obligatorischen Lehrgegenstand in dem Lehr­plan der Waldorfschule zu rechtfertigen, daß in ihr zu sehen ist nach dieser Seite hin eine Art beseelten und durchgeistigten Turnens. Ich betone ausdrücklich, daß damit nicht irgend etwas Abträgliches gegen das Turnen vorgebracht werden soll, daß es lediglich der Mangel eines Turnsaales war, der uns verhindert hat, in der rechten Weise das Turnen neben der Eurythmie in den Lehrplan von Anfang an einzufügen. Jetzt, wo wir einen Turnsaal haben, fügen wir durchaus in sachgemäßer Weise das Turnen in den Lehrplan der Schule obligatorisch ein.
Ich stehe durchaus nicht auf dem Standpunkt, auf den einmal ein sehr berühmter Physiologe der Gegenwart sich gestellt hat, als er eine solche Einleitung, wie ich sie sonst vor eurythmischen Vorstellungen halte, gehört hatte. Ich hatte in meiner Einleitung gesagt, Eurythmie sollte als durchseeltes und durchgeistigtes Turnen neben das mehr körperliche Turnen hingestellt werden, und dem Turnen sollte durchaus sein Recht widerfahren. Dieser berühmte Physiologe kam dann an mich heran und sagte: Sie erklären, daß das Turnen, so wie es heute betrieben wird, eine gewisse Berechtigung hätte; ich aber sage Ihnen, daß das Turnen eine Barbarei ist. Vielleicht haben Sie einen gewissen Rest von Berechtigung, der sich darin äußern könnte, daß man auch in die Gestaltung des Turnens eingreifen müsse, da das Turnen der materialistischen Weltan­schauung zum Opfer gefallen ist. Aber das ist eine ganz andere Frage. Es handelt sich darum, daß das Turnen, auch wenn es sachgemäß ist, ja mehr zu tun hat mit den Bewegungen, mit den Anstrengungen des menschlichen Organismus, durch die sich der menschliche Körper in die

Inleidende woorden bij een euritmieopvoering van de leerlingen

Naast het kunstzinnige dat we u door de al gegeven voorstellingen met euritmie wilden aanbieden, is nu de pedagogisch-didactische kant van de euritmie aan de beurt.
We hebben aan het leerplan van de vrijeschool de euritmie toegevoegd passend bij het geheel. En ik moest al vaker zeggen, wanneer ik de taak had deze euritmie als een verplicht vak in het leerplan van de vrijeschool te verantwoorden, dat je deze in dit opzicht moet zien als een vorm van bezielde en geestrijke gymnastiek. Ik benadruk met klem dat er niets ten nadele van de gymnastiek naar voren hoeft te worden gebracht, dat het alleen maar het gemis van een gymnastiekzaal is geweest, dat het ons onmogelijk maakte op de juiste manier de gymnastiek naast de euritmie in het leerplan vanaf het begin een plaats te geven. Nu we een gymzaal hebben, voegen we natuurlijk ook de gymnastiek als verplicht vak bij het leerplan van de school.
Ik sta beslist niet op het standpunt waarop eens een heel beroemde fysioloog zich stelde, toen hij zo’n inleiding als ik meestal voor euritmische voorstellingen houd, hoorde. Ik had in mijn inleiding gezegd dat euritmie als doorzielde en doorgeestelijkte gymnastiek naast de meer lichamelijke gymnastiek een plaats zou moeten krijgen en dat deze gymnastiek zeker recht gedaan zou moeten worden. Deze beroemde fysioloog kwam dan naar me toe en zei: ‘U beweert dat de gymnastiek zoals die tegenwoordig beoefend wordt, in zekere zin gerechtvaardigd is; maar ik zeg u dat deze gymnastie iets barbaars is.
Misschien hebt u nog een beetje het gevoel dat het te rechtvaardigen is, wat zou kunnen blijken uit het feit dat men in de vorm waarin de gymnastiek gegeven wordt, zou moeten ingrijpen, omdat de gymnastiek ten prooi is gevallen aan de materialistische wereldbeschouwing. Maar dat is een heel andere vraag.
Het gaat erom dat de gymnastiek, ook wanneer die adequaat uitgevoerd wordt, meer te maken heeft met de bewegingen, met de inspanningen van het menselijk organisme waardoor het menselijk lichaam zich

blz. 56

Gleichgewichtslage der Welt gegenüber hineinstellt. Man hat es zu tun mit dem Suchen der Beziehung des menschlichen Zirkulations- und Bewegungssystems zum Raum und seiner inneren Forniung, seiner inneren Dynamik. Die Anpassung der inneren Dynamik, des Bewe­gungs- und Zirkulationssystems an die des Weltraumsystems ist dasje­nige, was im Turnen in Betracht kommt. Findet man sowohl in den Freiübungen wie in den Geräteübungen die richtige Hineinorientierung des Menschen in die Weltdynamik, die zu gleicher Zeit seine Dynamik ist – der Mensch steht ja im Makrokosmos als Mikrokosmos drinnen -, dann wird das Turnen seine berechtigte Gestalt gerade auch im Unter­richt annehmen können.
Die Eurythmie als Kindererziehungsmittel ist aber noch etwas ande­res, etwas, was sich als in geradliniger Fortsetzung dessen, was im Turnen geschieht, mehr nach dem Inneren des menschlichen Organis­mus von selbst ergibt. In der Eurythmie hat man es mehr zu tun mit jener qualitativen inneren Dynamik, die sich abspielt zwischen Atmungs- und Zirkulationssystem. Der Mensch ist, indem er sich leiblich in der Eurythmie betätigt, mehr daraufhin orientiert, dasjenige, was sich abspielt zwischen Atmung und Zirkulation, in die Bewegung des menschlichen Organismus überzuführen. Dadurch bekommt der Mensch gerade durch die Eurythmie ein inniges, leiblich-seelisches Verhältnis zu sich selber, und er bekommt ein Erlebnis von der inneren Harmonie des ganzen menschlichen Wesens. Ein solches Erlebnis von der inneren Harmonie des ganzen menschlichen Wesens wirkt wiederum festigend auf den ganzen Menschen zurück, indem das Wesentliche dieses beseelten, durchgeistigten Turnens auf den ganzen Menschen wirkt. Während beim gewöhnlichen Turnen mehr das Leibliche betätigt ist, das allerdings dann in das Seelisch-Geistige sehr stark hineinwirkt, ist in der Eurythmie der ganze Mensch nach Leib, Seele und Geist betätigt. Uberall fließt das Geistig-Seelische in das Physisch-Leibliche beim eurythmischen Bewegen über. Und dadurch wiederum, weil ja diese Eurythmie eigentlich eine ebenso gesetzmäßige Äußerung des gan­zen Menschen ist wie Sprache und Gesang diejenige eines Teiles der menschlichen Organisation, dadurch wirkt tatsächlich auf das Kind das Eurythmisieren, das Hineinkommen in das Eurythmisieren, mit einer

voegt naar de evenwichtstoestand van de wereld. Je hebt te maken met het zoeken van de verhouding van het menselijk circulatie- en bewegingssysteem t.o.v. de ruimte en de innerlijke vorming, de innerlijke dynamiek. De aanpassing aan de innerlijke dynamiek, van het bewegings- en circulatiesysteem aan de ruimte van de wereld, dat komt in de gymnastiek aan bod. Vind je, zowel in de vrije oefeningen als ook in de oefeningen op de gymtoestellen de juiste oriëntering van de mens in de werelddynamiek, die tegelijkertijd zijn eigen dynamiek is – de mens maakt deel uit van de macro- en de microkosmos – dan zal de gymnastiek zijn terechte plaats, ook in het onderwijs, kunnen krijgen.
De euritmie als opvoedingsmiddel voor kinderen is echter nog iets anders, iets wat als vanzelf meer voor het innerlijk van het menselijk organisme, een direct gevolg is van wat er bij gymnastiek gebeurt. In de euritmie heb je meer te maken met die kwalitatieve innerlijke dynamiek die zich afspeelt tussen het ademhalings- en het circulatiesysteem. De mens is, wanneer hij lichamelijk in de euritmie bezig is, meer gericht op wat zich afspeelt tussen adem en circulatie, om dat over te brengen op de bewegingen van het menselijk organisme. Daardoor ontstaat in de mens juist door de euritmie een diepgevoelde, lichamelijk-psychische verhouding tot zichzelf en hij gaat de innerlijke harmonie van heel het menselijk wezen ervaren. Zo’n beleving van innerlijke harmonie van heel de mens werkt op haar beurt versterkend op de totale mens doordat het wezenlijke van deze bezielde en geestrijke gymnastiek op de totale mens werkt. Terwijl bij de gebruikelijke gymnastiek meer het lichamelijke actief is, dat duidelijk sterk werkt op ziel en geest, is in de euritmie de hele mens naar lichaam, ziel en geest actief. Overal stroomt geest en ziel bij het euritmisch bewegen naar het fysiek-levende. En daardoor weer, omdat deze euritmie eigenlijk net zo’n wetmatige uiting van de hele mens is als het spreken en het zingen als deel van het menselijk organisme, daardoor werkt euritmie doen, euritmie gaan meedoen,

blz. 57

Selbstverständlichkeit, wie auf das kleinere Kind mit einer Selbstver­ständlichkeit das Hineinströmenlassen der organischen Kräfte in die Sprache wirkt.
Und man kann eben die Erfahrung machen, daß Kinder, indem sie im richtigen Lebensalter zur Eurythmie herangeführt werden, sich selber in der eurythmischen Betätigung geradeso selbstverständlich drinnen füh­len, wie das ganz kleine Kind in der Erregung des Lautlichen und des lautlich zu Gestaltenden in der Sprache. Dadurch erweitert man im wesentlichen das ganze Menschliche, ich möchte sagen das Menschlich­ste im Menschen, und das berechtigt dazu, weil aller Unterricht und alle Erziehung ein Ergreifen des Menschen durch den Menschen selber sein muß, die Eurythmie, die zunächst innerhalb der anthroposophischen Bewegung ausgebildet worden ist als eine Kunst, auch in der Form des durchseelten, durchgeistigten Turnens im Unterricht zu verwenden. Sie wirkt ja auch auf den ganzen Menschen zur ü ck.
Das ist ja allerdings heute noch für eine äußerliche Betrachtung schwer einzusehen; aber derjenige, der hineinschauen kann in die menschliche Natur, der namentlich durch solches Hineinschauen beobachten kann, wie sich organisch eingliedert dasjenige, was das Kind in sich ausbildet durch den Unterricht, durch die Erziehung im Eurythmischen, dem sich angliedert diejenige im Musikalischen und Plastischen, wer da sieht, wie sich das im Kinde heranbildet, der merkt auch, wie es wiederum zurückwirkt auf den ganzen Menschen im Kinde. Die Erkenntnisfähig­keit sieht man unter der Einwirkung der eurythmischen Ubungen in der Schule beweglicher, empfänglicher werden, und man wird sehen – in der Erziehung muß ja so und so viel, ich möchte sagen, aus dem Unterbe­wußten herausgeholt werden -, wie die ganze Vorstellungswelt des Kindes plastischer und von Interesse mehr erfüllt wird als sonst. Das Kind entwickelt ein beweglicheres, mehr zu den Dingen in Liebe sich hinwendendes Vorstellungsleben, so daß man im Eurythmischen die Möglichkeit hat, auf das Vorstellungsleben so zu wirken, daß das Kind einzugehen vermag auf dasjenige, was man ihm im Unterrichte gerade beizubringen hat.
Auf der anderen Seite wirkt das eurythmische Üben sehr stark auf den Willen zurück, und zwar auf die intimsten Eigenschaften des menschlichen

werkelijk, heel vanzelfsprekend net zoals op het kleinere kind vanzelfsprekend het z’n gang laten gaan van de organische krachten in het spreken werkt.
En je kan ervaren dat kinderen, wanneer ze op de juiste leeftijd euritmie krijgen, zich net zo vanzelfsprekend thuis voelen in het euritmisch bewegen als het heel kleine kind bij de sensatie van het beleven van klanken en het klanken vormen met de spraak. Daardoor vergroot je wezenlijk al het menselijke, ik zou willen zeggen, het meest menselijke in de mens en dat rechtvaardigt, omdat alle onderwijs en alle opvoeding een bewust begrijpen van de mens door de mens zelf moet zijn, de euritmie die aanvankelijk binnen de antroposofische beweging ontwikkeld werd als kunst, ook in de vorm van een bezielde en geestrijke gymnastiek in het onderwijs te gebruiken. Ze werkt ook op de hele mens weer terug.
Dat is zeker nu voor een wat uiterlijke beschouwing moeilijk in te zien; maar wie inzicht heeft in de menselijke natuur, wie met name door dit inzicht waar kan nemen hoe in het kind organisch wordt wat door onderwijs, door opvoeding in euritmie in hem wordt aangelegd naast het muzikale en het plastische, wie ziet dat zich dat in het kind vormt, merkt ook dat het weer een terugwerking heeft op de totale mens in het kind. Het vermogen om te leren zie je onder invloed van de euritmieoefeningen op school beweeglijker, meer openstaand worden en je zal zien – in de opvoeding moet toch heel wat, zou ik zeggen – uit het onderbewuste worden gehaald -, hoe heel de voorstellingswereld van het kind plastischer en van meer interesse vervuld raakt dan daarvoor. Het kind ontwikkelt een beweeglijker voorstellingsleven dat zich meer met toewijding op de dingen richt, zodat je met euritmie de mogelijkheid hebt zo op het voorstellingsleven te werken dat het kind de mogelijkheden krijgt te begrijpen wat je hem in de lessen moet bijbrengen. Anderzijds werkt het euritmisch oefenen heel sterk op de wil terug en wel op de meest innerlijke eigenschappen van de menselijke wil.

blz. 58

Willens. Man kann zwar mit Worten lügen, und das bloße Sprechen bietet viele Anhaltspunkte, um die Kinder über das Lügen hinwegzu­bringen, man kann aber das Eurythmische in der richtigen Weise gerade bei einem solchen kindlichen Schaden wie dem Lügen, benützen. Dann macht sich das stark geltend, daß, wenn man die Worte ausströmen läßt in die körperlichen Bewegungen, man eurythmisch, sichtbar sprechend, nicht lügen kann. Es hört auf die Möglichkeit zu lügen, wenn man das Gefühl bekommt, was alles dabei ist, wenn man die Seelenäußerung offenbar werden lassen muß durch das, was in den ganzen Leib hinein-geht. Daher wird man sehen, daß die Eigenschaft des menschlichen Willens, die ethisch von so großer Bedeutung ist, die Wahrhaftigkeit, sich besonders heranbilden kann aus dem richtigen eurythmischen Üben.
Und so kann man sagen: Die Eurythmie ist ein aus der Seele herausge­holtes Turnen für das Kind; aber sie gibt der Seele wiederum unendlich viel zurück. Das ist das Wirkliche und Wesentliche; das wird schon einmal machen, daß man die Eurythmie als etwas ganz Selbstverständli­ches im Unterricht und in der Erziehung ansehen wird. Derjenige, der in die Dinge hineinguckt, ist ganz beruhigt, daß das so ist. Die Dinge gehen ja nicht schnell. Man kommt nur langsam über Vorurteile hinweg. Man sagt: Da sind ein paar Narren! – Nun ja, so ging es immer. Es war ja auch einmal eine kleine Gesellschaft, da war auch so ein Narr, der sagte, daß die Sonne im Mittelpunkt stehe, und die Planeten mit der Erde sich um sie drehen; auf so ein närrisches Ding kann man ja nicht eingehen. Aber man hat dann etwa im ersten Drittel des 19. Jahrhunderts gefunden, daß sich doch eine ziemlich große Gesellschaft in dieses närrische Ding hineingefunden hat, hineingefunden hat in dasjenige, was Kopernikus gewollt hat. Warum sollte man nicht auch warten können, bis sich das hineinstellt in die Welt, was sich nicht so leicht beweisen läßt wie das kopernikanische Weltensystem!
So wird Eurythmie auf die Erkenntnisfähigkeit und Willensfähigkeit -in der Richtung nach Beweglichkeit, Interessefähigkeit und Wahrhaftig­keit – zurückwirken und auf das Gemüt, das zwischen der Erkenntnisfä­higkeit und Willensfähigkeit liegt. Es kommt so unendlich viel darauf an, daß der Mensch sich eurythmisierend als Ganzes ergreift, daß er nicht

Je kan weliswaar met woorden liegen en alleen het spreken al biedt vele aanknopingspunten om de kinderen af te houden van te liegen, maar je kan euritmie op de juiste manier met name bij zulke kinderlijke beschadigingen als liegen, benutten.* Dan komt sterk naar voren, dat wanneer je de woorden in de lichamelijke bewegingen uit laat stromen, je euritmisch, zichtbaar sprekend, niet kan liegen. De mogelijkheid om te kunnen liegen verdwijnt wanneer je het gevoel krijgt met alles erbij, wanneer je als openbaring van de ziel naar buiten moet laten stromen wat door het hele lichaam stroomt. Vandaar dat je ziet, dat de eigenschap van de menselijke wil die ethisch van zo’n grote betekenis is, de waarachtigheid, heel in het bijzonder gevormd kan worden door het juiste euritmische oefenen. En dus kun je zeggen; de euritmie is een uit de ziel genomen gymnastiek voor het kind; maar ze geeft aan de ziel ook weer oneindig veel terug. Dat is de realiteit en het wezenlijke; dat er eens toe zal leiden dat men de euritmie als iets heel vanzelfsprekends voor het onderwijs en de opvoeding zal beschouwen. Degene die deze dingen inziet, is er gerust op dat dit zo is. De dingen gaan alleen niet snel. Men overwint maar heel langzaam voordelen. Men zegt: ‘Daar heb je een paar dwazen!” Maar ja, zo gaat dat altijd. Er was ook eens een klein gezelschap waar ook een dwaas bij was en die zei dat de zon het middelpunt is en dat de planeten met de aarde om haar heen draaien; op zoiets dwaas kun je natuurlijk niet ingaan. Maar toen zag men in het eerste derde deel van de 19e eeuw dat er toch een tamelijk groot gezelschap zich in deze dwaasheid kon vinden, in wat Kopernicus op het oog had. Waarom zou men niet kunnen wachten tot wat niet zo makkelijk te bewijzen valt als het systeem van Kopernicus, ook een plaats krijgt in de wereld!
De euritmie zal dus terugwerken op het vermogen te leren en op de wilskracht – wat beweeglijkheid, interesse en waarachtigheid betreft – terugwerken op het gevoel dat tussen het ken- en wilvermogen in staat. Het komt er dus onnoemelijk veel op aan dat de mens wanneer hij euritmie doet, begrijpt dat hij een totaal wezen is,

blz. 59

den Leib auf der einen Seite und die Seele, den Geist, auf der anderen Seite hat.
Da kann man lange fragen: Welche Beziehung ist zwischen Leib und Seele? – Es ist so unendlich komisch, wie da oft gefragt wird. Man will oft theoretisch konstruieren, wie das eine im anderen wirkt; wenn man es erlebt – und erlebt wird es in Eurythmie -, dann nimmt die Frage einen ganz anderen Charakter an. Dann fragt man: Wie wirkt dasjenige, was Leib- und Seeleneinheit ist, einseitig als Seelisches und einseitig als Leibliches? Die Fragestellung wird sich ganz anders gestalten, wenn die Dinge durchgreifend eingesehen werden. Hier ist nichts Theoretisches, nichts Theoretisierendes, alles ist praktisch und wirklichkeitsgemäß. Und das ist es, was dem, was hier geschieht, entgegensteht, daß man sagt: Die Anthroposophie will etwas sein im Wolkenkuckucksheim. Im
Gegenteil: Anthroposophie will hineingreifen ins unmittelbar praktische Leben. Gerade die Materie versteht man nicht im heutigen Leben, weil man den Geist in der Materie nicht mehr wahrnehmen kann. Da ist aber etwas, was nur im Tun wirklich erfaßt werden kann. Daher kann man schon sehen, was eigentlich dieses Eurythmische aus dem Kinde macht. Und so kann man sagen, daß durch dieses Ergreifen der inneren Harmo­nie zwischen dem oberen, dem mehr geistigen, und dem unteren, mehr leiblichen Menschen, wie es das Kind praktisch wollend erfaßt im Eurythmisieren, namentlich Willensinitiative geschaffen wird. Und das ist etwas, was wir heute vor allen Dingen heranerziehen müssen. Wer die Seelengeschichte der Gegenwart beobachten kann, weiß, daß es an Willensinitiative fehlt. Die brauchen wir als etwas, was dem sozialen Leben eingefügt werden muß. Und die Kunst, zur Willensinitiative zu führen, die ist es, die wir vor allen Dingen in der Erziehungspraxis nötig haben.
Das, was ich mit ein paar Worten andeuten wollte, werden Sie in der eurythmischen Betätigung von Waldorfschul-Kindern selber anschauen können. Und ich hoffe, daß womöglich in alle Gemüter, das, was sich nun hier vor Ihnen in kindlicher Lust, in kindlicher Freude, in kindlicher Munterkeit abspielt, eine Bestätigung sein kann dessen, was ich eben vor Sie mit Worten hingestellt habe.

dat hij niet aan de ene kant een lichaam heeft en aan de andere kant een ziel en een geest.
Dan kun je lang vragen: welke relatie bestaat er tussen lichaam en ziel? – Het is zo uitgesproken komisch hoe vaak dat gevraagd wordt. Men wil dikwijls theoretische constructies maken hoe het ene op het andere inwerkt; wanneer je het ervaart – en je ervaart het in de euritmie – krijgt de vraag een heel ander karakter. Dan vraag je: hoe werkt wat als lichaam en ziel een eenheid vormen, eenzijdig als ziel en eenzijdig als lichaam. De vraagstelling zal heel anders worden wanneer je de dingen scherp inziet. Hier is niets theorie, niets theoretiserends, alles is praktisch en in overeenstemming met de werkelijkheid.
Daar staat tegenover dat men zegt over wat hier gebeurt: de antroposofie wil in droomland verkeren. In tegendeel: antroposofie wil het direct praktische leven in. Met name begrijpt men in het huidige leven de materie niet, omdat men de geest in de materie niet meer kan waarnemen. Er is echter iets wat alleen in het doen echt begrepen kan worden. Daardoor kun je zien wat de euritmie eigenlijk van het kind maakt. Je kan dus zeggen dat er door dit begrijpen van de innerlijke harmonie tussen de bovenmens, de meer geestelijke mens en de ondermens, de meer lichamelijke mens; hoe het kind het praktisch willend begrijpt bij het euritmie doen, vooral wilsinitiatieven ontstaan. En die moeten we vooral nu in de opvoeding ontwikkelen. Wie de ontwikkeling van de ziel in de tegenwoordige tijd kan waarnemen, weet, dat er een gebrek is aan wilsinitiatief. Dat hebben we nodig als iets wat we toe moeten voegen aan het sociale leven. En de kunst, om tot wilsinitiatieven te komen, hebben we vooral nodig in de praktijk van de opvoeding.
Wat ik met een paar woorden wilde aanduiden kan u in het euritmiseren van de vrijeschoolkinderen zelf waarnemen. En ik hoop dat het zo mogelijk voor ieders gevoel, wat zich hier nu aan kinderlijk plezier, kinderlijke vreugd, kinderlijke opgetogenheid afspeelt, een bevestiging kan zijn van wat ik zo even voor u met woorden heb neergezet.
GA 304A/56-59
Niet vertaald

*Cilia Hogerzeil, tot 29 okt. 2017 artistiek directeur van Muziektheater Hollands Diep te Dordrecht zegt in Trouw- Letter en Geest van 30-10-2017: De taal bepaalt een groot deel van de communicatie. Het lichaam liegt niet. Daarom hou ik zo van theatermaken. Om die communicatie uit te vergroten en zo, wat verstopt is in woorden, zichbaar te maken,

blz. 119/120

Das aber muß Grundlage einer wirklichen Erziehungskunst sein, daß wir das, was von der Kunst selber kommen kann, fruchtbar machen für die Erziehung. Künstlerisches wird ja schon entwickelt, wenn wir das Schreiben aus dem Malen herausholen. Aber wir sollten uns darüber klar sein, welches ungeheuer bedeutungsvolle Moment gerade für die Wil­lensbildung zum Beispiel in dem Musikalischen liegt. Dieses Musikali­sche lernt man ja erst schätzen, wenn man die Erziehung auf eine wirkliche, wahre Menschenerkenntnis stellt. Dann aber kommt man auf etwas anderes noch. Man kommt zu der Eurythmie. Die Eurythmie ist eine Kunstform, die sozusagen aus geisteswissenschaftlicher Forschung hervorgeholt worden ist als ein Erfordernis für unser Zeitalter. Aus einer für die Menschenerkenntnis fundamentalen Tatsachenreihe kennt ja die heutige Wissenschaft nur ein kleines Detail. Es ist dies, daß man weiß:
bei Rechtshändern, also bei den meisten Menschen, liegt das Sprachzen­trum in der linken dritten Stirnwindung des Gehirns, dagegen haben es die Linkshänder auf der rechten Seite. Das ist ein kleines Detail. Die Geisteswissenschaft zeigt uns für die Pädagogik, daß alles Sprechen ausgeht von demjenigen, was im weitesten Umfange Bewegung der Gliedmaßen im kindlichen Alter ist. Natürlich handelt es sich dabei 304a/120 mehr um die Art, wie der Mensch veranlagt ist, als es die mehr oder weniger zufällige Wirklichkeit gibt. Wenn jemand sich in jugendlichem Alter den Fuß verletzt, so übt das keinen großen Einfluß aus in bezug auf das, was ich jetzt im Auge habe. Aber wenn wir darauf eingehen, um was es sich bei der Sprache eigentlich handelt, so kommen wir darauf, daß, wenn wir uns Impulse aneignen, die namentlich in dem Gliedma­ßenrhythmus unseres Sprechens liegen, wir dabei ausgehen von dem Schritt des Menschen, von jeder Gebärde, die mit Beinen und Füßen ausgeführt wird. Was in der Gliederbewegung liegt, was zum Beispiel in den Füßen selber liegt, das geht auf eine geheimnisvolle Weise durch eine innere organische Metamorphose als Impuls in die vordersten Sprach-werkzeuge über. Namentlich in der Konsonantenbildung lebt das. Ebenso lebt das auch in den Sprachformen, was das Kind in der Bewegung seiner Hände ausführt. Die Sprache ist nur umgesetzte Gebärde. Und wer die Sprache kennt, wie sie aus Konsonanten und Vokalen hervorgeht, der sieht darin die umgesetzten Bewegungen von irgendwelchen Gliedmaßen des Menschen. Es ist ja das, was wir ausspre­chen, eine Art Luftgebärde… [Lücke]
So kann tatsächlich auf dem Wege einer künstlerisch-pädagogischen Methode dasjenige in die Erziehung hineinkommen, was aus einer wirklichen Menschenerkenntnis fließen kann. Und damit wird der, welcher im Sinne dieser pädagogischen Kunst eben erziehen und unter­richten wird, zum Erziehungskünstler gemacht werden.

Een basis voor een echte opvoedkunst moet zijn, dat wij, wat vanuit de kunst zelf kan komen, vruchtbaar maken voor de opvoeding. Het kunstzinnige wordt al ontwikkeld, wanneer we het schrijven uit het schilderen laten komen. Maar we zouden ons wel bewust moeten zijn van wat voor een ongehoord belangrijk gezichtspunt we met name voor bijv. de wilsvorming hebben in het muzikale. Dit muzikale leer je pas naar waarde schatten, wanneer je de opvoeding op een echte, ware menskunde baseert. Dan kom je ook nog op iets anders. De euritmie is een vorm van kunst die bij wijze van spreken vanuit geesteswetenschappelijk onderzoek tot stand is gekomen als een noodzaak voor onze tijd. Van een voor de menskunde fundamentele feitenreeks kent de huidige wetenschap maar een fractie. Dit weet men:
bij rechtshandigen, dus bij de meeste mensen, ligt het spraakcentrum in de linker derde hersenwinding van de hersenen; de linkshandigen hebben dat daarentegen aan de rechterkant. Dat is een klein detail. De geesteswetenschap laat ons voor de pedagogie zien, dat het gehele spreken uitgaat van wat in de ruimste mate beweging van de ledematen is in de kinderleeftijd. Natuurlijk gaat het daarbij meer om wat voor aanleg de mens heeft, dan de meer of minder toevallige werkelijkheid. Wanneer iemand in zijn jeugd zijn voet pijn doet, is dat niet zo van invloed op wat ik nu op het oog heb. Maar als we nader ingaan op het spreken, waarom het eigenlijk gaat, komen we erop dat, wanneer we impulsen ontwikkelen die met name in het ledematenritme van ons spreken liggen, dat we daarbij uitgaan van hoe de mens loopt, van ieder gebaar dat met de benen en de voeten gemaakt wordt. Wat in de ledematenbeweging zit, bijv. in de voeten, gaat op een geheimzinnige manier door een innerlijke metamorfose als impuls naar de voorste spraakorganen. Met name zit dat in de vorming van de medeklinkers. Net zo leeft dat ook in de spraakvormen, in wat het kind met het bewegen van zijn handen doet. Spraak is slechts omgevormd gebaar. En wie de spraak kent, hoe ze uit medeklinkers en klinkers ontstaat, ziet daarin de omgevormde bewegingen van wat voor ledematengebaar van de mens dan ook. Wat we uitspreken, is ook een soort luchtgebaar…..(weggevallen tekst in het stenogram)

Zo kan er inderdaad langs de weg van een kunstzinnig-pedagogische methode in de opvoeding komen, wat uit een echte menskunde voortvloeien kan. En daarmee zal degene die in de geest van deze pedagogische kunst wil lesgeven, een onderwijskunstenaar worden.
GA 304A/119-120
Niet vertaald

.

Rudolf Steiner: over euritmie

Rudolf Steineralle artikelen

hand en intelligentie

.

1450

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over euritmie – GA 304

.

RUDOLF STEINER OVER EURITMIE

GA 304

beknopte inhoud:
blz. 117: 
euritmie belangrijk voor hoe je in de wereld staat; voor lichaam, ziel en geest;
blz. 118: geen miniek o.i.d., bewegingen afgelezen aan het lichaam;
blz. 166: euritmie en intelligentie;
blz. 167: euritmie: zichtbaar gemaakte bewegingstendenzen (strottenhoofd)
blz. 168: bewegingen niet willekeurig, maar wetmatig;
blz. 169: werken vanuit heel de mens= wekken intelligentie;

blz.117

Darauf ist nun auch gerade die pädagogische Grundlage der Waldorf­schule angelegt, daß das Kind in der richtigen Weise arbeiten lernt, daß das Kind mit seinem ganzen vollen Menschen herangeführt wird an die Welt, die in sozialer Beziehung die Arbeit fordert, die auf der anderen Seite aber auch fordert, daß der Mensch dem Menschen selbst in der richtigen Weise, und vor allem sich selbst in der richtigen Weise gegen­übersteht. Aus diesem Grunde haben wir zum Beispiel in der Waldorfschule neben dem gewöhnlichen Turnen, das aus der Physiologie des Leibes heraus erwachsen ist und in dieser Beziehung außerordentlich günstig wirkt, eingeführt die Eurythmie, welche Leib, Seele und Geist ausbildet, welche eine sichtbare Sprache ist. ( ) was man unter Eurythmie versteht, wie es tatsächlich, geradeso wie es hörbare Sprachen und den Gesang gibt, so ein Sprechen gibt durch Gesten und Gebärden, nicht

In de pedagogische uitgangspunten van de vrijeschool gaan we er nu juist vanuit dat het kind op een goede manier leert werken, dat het kind als volledig mens de wereld leert kennen, die wat het sociale betreft, werk vraagt, die aan de andere kant ook eist dat de mens op een goede manier staat t.o.v de andere mens en vooral t.o.v. zichzelf. Daarom hebben we bijvoorbeeld op de vrijeschool naast de gewone gymnastiek die uit de fysiologie van het lichaam ontstaan is en wat dat betreft buitengewoon goed werkt, euritmie ingevoerd die lichaam, ziel en geest ontwikkelt, het is een zichtbare spraak. ( ) Euritmie is er in feite net zo als spraak en zingen die je kan horen, een spreken door gebaren, niet

blz. 118

durch Mimik, sondern durch regelmäßige, aus der Organisation des Körpers herausgeholte Bewegungen der menschlichen Glieder oder Bewegungen von Menschengruppen, wodurch dasselbe ausgedrückt werden kann, was durch die hörbare Sprache oder den Gesang ausge­drückt wird.
Und wir haben in der Waldorfschule in den letzten zwei Jahren durchaus schon sehen können, wie von der untersten bis in die obersten Schulklassen die Kinder, wenn diese Eurythmie richtig gepflegt wird, sich mit derselben Selbstverständlichkeit in sie hineinfinden, wie sich das kleinere Kind in die Sprache hineinfindet.
Ich habe dieses einmal auseinandergesetzt in einer Einleitung zu einer Eurythmieaufführung in Dornach. Da war einer der berühmtesten Phy­siologen der Gegenwart dabei – wenn ich Ihnen den Namen nennen würde, würden Sie erstaunt sein -, der sagte mir, nachdem ich gesagt hatte: Wir wollen das Turnen nicht verkennen, aber eine zukünftige Zeit wird unbefangener urteilen, wird das geistig-seelische Turnen der Eurythmie in seinem Werte einsehen neben dem gewöhnlichen Turnen -der kam zu mir und sagte: Sie haben gesagt, daß sich das Turnen in günstiger Weise in die moderne Erziehung hineinstellt, daß es auf Physiologie begründet ist. Ich als Physiologe sage, das Turnen ist eine Barbarei. – Das sage nicht ich, das sagt einer der berühmtesten Physiolo­gen der Gegenwart.

door mimiek, maar door op elkaar volgende bewegingen die uit de organisatie van het lichaam gehaalde bewegingen van de menselijke ledematen zijn of bewegingen van groepen mensen waardoor hetzelfde tot uitdrukking kan komen wat door de hoorbare spraak en het zingen uitgedrukt wordt.
Ik heb dit eens uiteengezet in een inleiding bij een euritmieopvoering* in Dornach. Daarbij was een van de beroemdste fysiologen van tegenwoordig aanwezig – wanneer ik u zijn naam zou noemen, zou u verbaasd zijn – die tegen me zei, nadat ik had gezegd: wij verketteren de gymnastiek niet, maar een toekomstige tijd zal meer onbevangen oordelen, die zal de de waarde van de geest-zielengymnastiek van de euritmie inzien, naast de gewone gymnastiek – die kwam naar me toe en zei: u hebt gezegd dat de gymnastiek op een gunstige manier zijn plaats heeft in de moderne opvoeding, dat het op fysiologie berust. Ik als fysioloog zeg, dat de gymnastiek iets barbaars is. –
Dat zijn niet mijn woorden, dat zegt een van de beroemdste fysiologen van heden.
GA 304/117-118
Niet vertaald

*in einer Einleitung zu einer Eurythmieaufführung: Siehe Rudolf Steiner, «Euryth­mie – Die Offenbarung der sprechenden Seele« (Ansprachen zu Eurythmie-Auffüh­rungen 1918-1924), Bibl.-Nr. 277, GA 1972.
In een inleiding bij een euritmie-opvoering: zie Rudolf Steiner: ‘Euritmie, hoe de sprekende ziel zich uit’. (Toespraken bij euritmie-opvoeringen 1918-1924) GA.277.
.

blz. 166/167

Wir schreiben gewissermaßen in erster Linie dem Nervensystem viel zuviel zu; während das von ganz besonderer Wichtigkeit ist, daß aus dem ganzen Menschen heraus, durch eine Strömung von unten nach oben, die Gliederbetätigung, alles dasje­nige, was der Mensch im Verhältnis zu seiner Umgebung ausführt, sich erst abdrückt im Nervensystem, namentlich im Gehirn. So daß wir es nicht als paradox ansehen würden, wenn anthroposophische Menschen­erkenntnis behaupten muß: Auch für später wird die Intelligenz, wird das Unterscheidungsvermögen, wird der Verstand, die Vernunft ausge­bildet dadurch, daß man das Kind im frühen Alter die richtigen Bewe­gungen machen läßt. Wenn man gefragt wird : Warum hat dieses Kind im dreizehnten, vierzehnten Jahre kein gesundes Unterscheidungsvermö­gen? Warum urteilt es verworren? – so muß man oftmals sagen: Weil man es im früheren Kindheitsalter nicht die richtigen Bewegungen mit Händen und Füßen hat machen lassen.
Daß dies eine gewisse Berechtigung hat, das zeigt uns im Waldorf-schulunterricht, in der Waldorfschulerziehung die Verwendung der Eurythmie als eines obligatorischen Lehrgegenstandes. Diese Eurythmie ist eine Bewegungskunst, aber sie hat durchaus auch eine pädagogisch-didaktische Seite.

In eerste instantie leggen we te veel nadruk op het zenuwsysteem; terwijl het heel belangrijk is dat vanuit de totale mens, door een stroom van onder naar boven, de activiteit van de ledematen, alles wat de mens, wat zijn verhouding tot de buitenwereld betreft doet, dan zijn sporen nalaat in het zenuwsysteem, met name in de hersenen. Zodat het geen paradox is als de antroposofische menskunde moet zeggen: Ook voor later wordt de intelligentie, wordt het onderscheidingsvermogen, wordt het verstand gevormd door wat je het kind op jonge leeftijd aan goede bewegingen laat maken. Wanneer er wordt gevraagd: waarom heeft dit kind op z’n dertiende, veertiende jaar geen gezond onderscheidingsvermogen? Waarom oordeelt het zo warrig? dan moet je vaak zeggen: omdat men het op jonge leeftijd niet de juiste bewegingen met handen en voeten heeft laten maken.
Dat dit op een bepaalde manier gerechtvaardigd is, laat ons de toepassing van de euritmie zien als verplicht vak in het vrijeschoolonderwijs, in de vrijeschoolpedagogie. Deze euritmie is een bewegingskunst, maar ze heeft ook een pedagogisch-didactische component.

Diese Eurythmie ist nämlich eine wirkliche sichtbare Sprache.
Nicht ein bloß Pantomimisches oder irgend etwas Tanzartiges ist diese Eurythmie, sondern diese Eurythmie ist dadurch entstanden, daß, wenn ich mich dieses Goetheschen Ausdruckes bedienen darf, durch sinnlich-übersinnliches Schauen herausgebracht worden ist, wel­che Bewegungstendenzen im ganzen Menschen sind – ich sage Bewe­gungstendenzen, nicht wirkliche Bewegungen -, welche Bewegungsten­denzen im ganzen Menschen sind, wenn der Mensch in der Lautsprache oder im Gesange sich offenbart. Wirkliche Bewegungen führt der Kehl­kopf, führen die anderen Sprachorgane aus.
Diese Bewegungen setzen sich um in Luftbewegungen, die dann vermitteln den Laut, den Ton für das Gehör. Aber es gibt innerliche Bewegungstendenzen, Bewegungsintentionen. Die hören, man möchte sagen, schon auf im Status nascendi. Man kann das studieren durch sinnlich-übersinnliches Schauen. Man kann gewissermaßen dasjenige studieren, was sich im ganzen Menschen bildet, was aber nicht zur wirklichen Bewegung wird, sondern sich metamorphosiert in diejenigen Bewegungen, die Kehlkopfbewegungen oder Bewegungen anderer Sprachorgane sind.
Dann läßt man den ganzen Menschen oder Menschengruppen diese Bewegungen ausführen, und man bekommt eine geradeso geregelte

Deze euritmie is namelijk een echte zichtbare spraak. Niet alleen maar iets als pantomime of iets wat op dans lijkt is deze euritmie, maar ze is ontstaan, wanneer ik de uitdrukking van Goethe mag gebruiken, door een zintuiglijk-bovenzintuiglijk waarnemen van bewegingstendenzen in de hele mens – ik zeg bewegingstendenzen, geen daadwerkelijke bewegingen -, bewegingstendenzen in de hele mens, wanneer hij zich uit in het spreken of zingen. Echte bewegingen worden uitgevoerd door het strottenhoofd en andere spraakorganen.
Deze bewegingen worden omgezet in bewegingen van de lucht, die het dan mogelijk maken de klank, de toon te horen. Maar er zijn innerlijke bewegingstendenzen, bewegingsintenties. Die verdwijnen weer, zou je zeggen, op het ogenblik dat ze ontstaan. Wanneer je zintuiglijk-bovenzintuiglijk waarneemt, kun je het bestuderen. Je kan in zekere zin bestuderen wat in de hele mens zich vormt, maar niet tot een daadwerkelijke beweging wordt, zich metamorfoseert in de bewegingen van het strottenhoofd of van de andere spraakorganen.
Dan laat je de hele mens of groepen mensen deze bewegingen uitvoeren en je krijgt een net zo geordende

blz. 168

organische sichtbare Sprache in der Eurythmie, wie man die hörbare Sprache oder den hörbaren Gesang durch die Sprachorgane des Men­schen hat. Jede einzelne Bewegung, ja jeder einzelne Teil einer Bewe­gung in der Eurythmie ist eine Gesetzmäßigkeit des menschlichen Organismus, so wie die Sprache oder der Gesang selbst.
Daher sehen wir in der Waldorfschule, wie die Kinder, die nun im schulpflichtigen Alter stehen, sich so selbstverständlich mit innerer Befriedigung, wenn die Sache richtig gemacht wird, in diese Eurythmie hineinfinden, wie das jüngere Kind sich selbstverständlich in die Sprache hineinfindet, in die Sprache hineinentwickelt. Wie der Organismus einfach sich bewegen will unter der Nachahmung, so will sich das Kind zur Offenbarung bringen in der Sprache. Sein Wohlgefallen, sein innerli­ches Wohlgefühl, alles beruht darauf, daß es sich in dieser Weise äußern kann. In einer späteren Lebensstufe entwickeln die älteren Kinder gegenüber dieser sichtbaren Sprache der Eurvthmie ganz dieselben inneren Empfindungen, nur etwas metamorphosiert. Da diese Euryth­mie hervorgeholt ist aus der vollen inneren Gesetzmäßigkeit des menschlichen Organismus, wirkt sie wiederum zurück auf die Organi­sierung des gesamten Menschen in gesunder Weise.

organisch zichtbare spraak in de euritmie, zoals je de hoorbare spraak of de hoorbare zang door de spraakorganen van de mens hebt.
Iedere aparte beweging, ja ieder apart deel van een beweging in de euritmie is een wetmatigheid van het menselijk organisme, net zoals de spraak of het zingen zelf.
Vandaar dat we op de vrijeschool zien, hoe de kinderen die de leerplichtige leeftijd hebben, het zo vanzelfsprekend fijn vinden, als het goed gegeven wordt, om euritmie te doen; hoe het jongere kind vanzelfsprekend vertrouwd raakt met de spraak, zich in het spreken ontwikkelt. Zoals het organisme eenvoudigweg wil bewegen door nabootsing, zo wil het kind zich in het spreken uitdrukken. Het fijn vinden, het innerlijk als goed voelen, alles berust op het zich op deze manier kunnen uiten. Op latere leeftijd ontwikkelen de oudere kinderen voor deze zichtbare spraak van de euritmie precies diezelfde innerlijke gevoelens, alleen iets gemetamorfoseerd. Omdat deze euritmie uit de totale innerlijke wetmatigheid van het menselijk organisme is gehaald, werkt ze omgekeerd ook op de vorming van de totale mens op een gezonde manier.

Besinnen wir uns doch nur einmal auf die menschliche Form, ich exemplifiziere auf die äußere menschliche Form, es könnte das aber durchaus auch für die inneren Organe getan werden, aber nehmen wir eine menschliche Hand mit dem menschlichen Arm : Können wir denn die menschliche Hand mit dem menschlichen Arm in der ruhenden Form verstehen? Es wäre eine Illusion, zu glauben, daß wir die ruhende Hand, den ruhenden Arm verstehen. Wir verstehen die ganze Form der Finger, der Handfläche, des Armes nur, wenn wir auch den Arm in Bewegung sehen. Die ruhende Form hat nur einen Sinn, indem sie in Bewegung übergeführt wird. Man könnte sagen: Die ruhende Form der Hand ist die Form der Bewegung der Hand, eben zur Ruhe gekommen; und die Bewegungen der Hand oder des Armes müssen so sein, weil die Hand in der Ruhe eben ihre bestimmte ruhige Form hat.
So kann man aber aus dem ganzen Menschen eben diejenigen Bewe­gungen hervorholen, die einem von der Form des Menschen, von der naturgemäßen Organisation selber vorgeschrieben werden, wie die

Laten we eens even stilstaan bij de menselijke vorm, ik neem als voorbeeld de uiterlijke menselijke vorm, het zou ook met de inwendige organen kunnen, maar we nemen de menselijke hand met de arm: kunnen we deze begrijpen als rustende vorm. Als je gelooft dat je de rustende hand, de rustende arm kan begrijpen, is dat een illusie. We begrijpen de hele vorm van de vingers, de handvlakken, de arm alleen maar, wanneer we ook de arm zien bewegen. De rustende vorm heeft alleen zin, als ze in beweging gebracht wordt. Je zou kunnen zeggen: de rustende vorm van de hand is de vorm van de beweging van de hand, maar nu tot rust gekomen; en de bewegingen van de hand of de arm moeten zo zijn, omdat de hand in rust nu eenmaal die bepaalde rustvorm heeft. Op die manier nu kun je uit de hele mens die bewegingen halen die door de vorm van de mens, door de organisatie van nature zelf, aan iemand voorgeschreven worden, zoals de

blz.169

Vokale, die Konsonanten, die aus der inneren Organisation heraus stammen. Und so ist Eurythmie durchaus gesetzmäßig aus dem herausgeholt, was in der Form des Menschen veranlagt ist.
Dieses Überführen aber des ruhenden Menschen in den bewegten Menschen, dieses sinn­volle Überführen in der sichtbaren Sprache der Eurythmie empfindet das Kind in der Tat mit tiefer innerer Befriedigung; denn es fühlt das innere Leben seines ganzen Menschen in dieser Überführung.

Das aber wirkt wiederum zurück, indem der ganze Organismus nun dasjenige gesetzmäßig ausgestaltet, was dann Intelligenz ist und was nicht direkt eigentlich ausgebildet werden soll. Bildet man die Intelligenz direkt aus, so legt man eigentlich in die kindliche Entwickelung immer etwas mehr oder weniger Ertötendes, Lähmendes. Holt man die Intelli­genz heraus aus dem ganzen Menschen, dann wirkt man im Grunde genommen außerordentlich heilsam für die Gesamtentwickelung des Menschen, dann gibt man dem Kinde eine Form der Intelligenz, die einfach herauswächst aus dem gesamten Menschen, währenddem die einseitige Ausbildung des Intellektes etwas wie auf den Gesamtorganis­mus Aufgepfropftes ist.

klinkers, de medeklinkers uit de innerlijke organisatie komen. En zo is euritmie nogal wetmatig uit wat in de vorm van de mens aangelegd is, naar buiten gebracht.
Dit overbrengen van de rustende mens in de bewegende mens, dit zinvolle overbrengen in de zichtbare spraak van de euritmie ervaart het kind inderdaad met een diepe innerlijke tevredenheid; want het voelt in dit overbrengen heel zijn menselijk innerlijk leven.
Dat echter, werkt weer omgekeerd, wanneer het hele organisme wetmatig uitvoert wat intelligentie is en wat eigenlijk niet direct gevormd moet worden. Vorm je de intelligentie direct, dan leg je eigenlijk in de ontwikkeling van het kind steeds min of meer iets afstompends, verlammends. Haal je de intelligentie vanuit de totale mens, dan werk je in feite buitengewoon gezondmakend voor de hele ontwikkeling van de mens; dan geef je het kind een vorm van intelligentie die eenvoudig uit de totale mens komt, terwijl de eenzijdige vorming van het intellect iets is wat aan het totale organisme opgedrongen wordt.

So nimmt sich die Eurythmie wirklich als ein obligatorischer Lehrge­genstand neben dem Turnen wie ein geistiges, wie ein beseeltes Turnen in pädagogisch-didaktischer Beziehung aus. Und man wird – ich bin ganz überzeugt davon – über diese Dinge einmal unbefangener denken als heute.
Es ist mir ja allerdings mit dieser Sache vor kurzem etwas sehr Merkwürdiges passiert. Ich setzte diese Dinge in bezug auf die Euryth­mie auseinander, und unter den Zuhörern war, man darf schon sagen, einer der allerbedeutendsten Physiologen Mitteleuropas. Sie würden sehr erstaunt sein, wenn ich Ihnen seinen Namen nennen würde, denn er hat Weltruf. – Ich sagte aus einer gewissen Bescheidenheit, selbstver­ständlich, heraus, denn Anthroposophie will auf keinem Gebiete irgend­wie etwas Umstürzlerisches :
Man wird über das Turnen eben einmal so denken, daß es ja herausgeholt ist aus der Physiologie des Menschen, also aus der Gesetzmäßigkeit des physischen Leibes, daß es deshalb wohltätig wirken kann auf die gesunde Ausbildung der menschlichen Leiblichkeit; man wird aber diese geistige, diese beseelte Eurythmie

Zo betekent de euritmie daadwerkelijk als verplicht vak naast de gymnastiek, iets geestelijks, een bezielde gymnastiek in pedagogisch-didactisch opzicht. En men zal – daarvan ben ik geheel overtuigd – over deze dingen eenmaal onbevangener denken dan tegenwoordig.
Met deze zaak maakte ik pas geleden iets nogal merkwaardigs mee. Ik legde m.b.t. de euritmie deze dingen uit en onder de aanwezigen was, je mag wel zeggen, een van de allerbelangrijkste fysiologen van Midden-Europa. U zou zeer verbaasd zijn, wanneer ik zijn naam zou noemen, want hij heeft een wereldreputatie. Ik zei met een zekere bescheidenheid, vanzelfsprekend, want antroposofie wil op geen enkel terrein iets rebels:
Men zal over de gymnastiek wel een keer zo denken, dat het ontwikkeld is uit de fysiologie van de mens, dus uit de wetmatigheid van het fysieke lichaam, dat het daarom weldadig kan werken op de gezonde vorming van het mensenlichaam; men zal echter deze geestelijke, deze bezielde euritmie

blz. 170

neben dem Turnen deshalb gelten lassen, weil bei ihr der Leib voll berücksichtigt wird, aber in jeder Bewegung, die ausgeführt wird, zugleich lebt Seele und Geist, so daß das Kind überall Sinnvolles fühlt in der Bewegung, sinnvolles Seelisch-Geistiges, nirgends die leere leibliche Bewegung, sondern überall das Einfließen des innersten Menschen in die Bewegung. Das Sonderbare, das ich erlebt habe, war, daß jener Physio­loge nachher zu mir kam und sagte: Sie nennen das Turnen auch ein Erziehungsmittel; ich bin durchaus dagegen, daß Sie dem Turnen eine physiologische Berechtigung zuschreiben. Von meinem physiologischen Standpunkte aus ist das Turnen für die Kinder eine Barbarei.
Nun, es fällt mir nicht ein, das von mir aus zu sagen, aber es ist mir doch immerhin interessant, mitteilen zu können, daß einer der bedeu­tendsten Physiologen der Gegenwart das äußerliche körperliche Turnen sogar für eine Barbarei hält. Wie gesagt, ich selber will durchaus nicht so weit gehen wie dieser Physiologe, sondern ich will nur eben sagen, daß Eurythmie ihre gute pädagogisch-didaktische Bedeutung hat neben dem Turnen, wie es eben heute geübt wird. So wird namentlich in diesem Lebensalter bis zum neunten, zehnten Jahre hin die Eurythmie ein wichtiges Hilfsmittel, indem sie wieder zurückwirkt auf das Geistige, auf das Seelische des Kindes; sie wird ein wichtiges Hilfsmittel für die späteren Jahre, wenn das Kind zwischen dem neunten und zehnten Jahre sich lernt unterscheiden von der Umge­bung. Aber da hat man nun recht sehr achtzugeben, wie diese Unter­scheidung eintritt.

naast de gymnastiek zijn plaats toekennen, omdat daarbij volledig rekening wordt gehouden met het lichaam, maar in iedere beweging die uitgevoerd wordt, tegelijk ziel en geest aanwezig zijn, zodat het kind bij alles in het bewegen iets zinvols voelt, zinvol bezield, geestrijk, nergens lege lichamelijke bewegingen, maar bij alles de innerlijke mens die in de beweging overgaat. Het wonderbaarlijke dat ik beleefde, was dat deze fysioloog na afloop naar me toe kwam en zei: U noemt de gymnastiek ook een opvoedingsmiddel; ik ben er echt op tegen dat u de gymnastiek fysiologisch rechtvaardigt. Vanuit mijn fysiologisch standpunt is gymnastiek voor kinderen iets barbaars.
Wel, het komt niet bij me op zoiets te zeggen, maar ik vind het wel interessant om te kunnen vertellen dat een van de belangrijkste fysiologen van nu de uiterlijke fysieke gymnastiek iets barbaars vindt. Zoals gezegd, zover wil ik niet gaan, maar ik wil wel zeggen dat euritmie haar goede pedagogisch-didactische verdienste heeft naast de gymnastiek, zoals die tegenwoordig gedaan wordt. Zo wordt met name op de leeftijd tot het negende, tiende jaar euritmie een belangrijk hulpmiddel, omdat ze weer terugwerkt op de geest, op de ziel van het kind; ze wordt een belangrijk hulpmiddel voor de latere jaren, wanneer het kind tussen het negende en tiende jaar zich leert onderscheiden van zijn omgeving. Maar dan moet je heel goed kijken, hoe dit onderscheiden begint.
GA 304/166-170
Niet vertaald
.

Rudolf Steiner: over euritmie

Rudolf Steineralle artikelen

hand en intelligentie

.

1437

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Is de vrijeschool een antroposofische school? (3-10)

.

over euritmie en bothmergymnastiek

.

IS DE VRIJESCHOOL EEN ANTROPOSOFISCHE SCHOOL?

Op zijn site LUXIELEN stelt de ex-vrijeschoolleraar, met zeer lange ervaring, Luc Cielen, deze vraag.

Op mijn blog [rechts in de kolom BLOGROLL] staat een linkverwijzing naar een van zijn sites waarop hij vele gezichtspunten over o.a. de praktijk van het lesgeven heeft gepubliceerd.

Hier verwees ik naar hem toen het ging over ‘blokschrift aanleren of niet’, en stelde:
Het is zeer de moeite waard om zijn gedegen uiteenzettingen over de vrijeschoolmethodiek grondig te bestuderen!

Nu heeft Luc zich op zijn site in een reeks artikelen uitgesproken over de vraag of de vrijeschool, in Vlaanderen steinerschool genoemd, een antroposofische school is.

Ik vraag me met hem af: wat is ‘het antroposofische’ in de school, waar vind je het.

Bij het lezen van de pedagogische voordrachten viel het mij op dat Steiner er steeds maar weer op terugkwam dat de vrijeschool geen wereldbeschouwelijke school moet zijn:

Rudolf Steiner over antroposofisch onderwijs

Luc is van mening dat er wél sprake is van ‘antroposofische dogma’s’ en hij geeft er – stand half jan.’18– elf voorbeelden van.

Zijn 10e artikel gaat over:

EURITMIE en BOTHMERGYMNASTIEK

Beste Luc,

Je noemt deze vakken al meteen ‘antroposofisch’, zonder al te gedetailleerd aan te tonen wat dit ‘antroposofische’ dan wel is en waarom ze daarom – wel of niet – als pedagogisch en/of didactisch middel gebruikt kunnen, dan wel moeten worden.

Degene die wat zinnigs over deze vakken wil zeggen, zou toch op z’n minst zelf euritmist of Bothmergymnastiekleraar moeten zijn, willen de opmerkingen en de uitleg niet (te) oppervlakkig zijn.

Begrijp me goed: ook ik vind het moeilijk – als leek – er iets over te zeggen dat niet aan de buitenkant blijft; dat op ervaringen bogen kan en vanuit de praktijk kan schetsen wat er met kinderen gebeurt (of niet).
Daarom waag ik me er niet aan en ik zie dat jij dat ook niet doet waar het om de gymnastiek gaat.
Een verwijzing naar Wikipedia vind ik wel erg zwak als het moet gaan om aan te tonen dat de vrijeschool – met deze gymnastiek – een antroposofische school is.

Wat de euritmie betreft, met de verwijzingen naar opmerkingen van Steiner kom je natuurlijk wel directer bij ‘wat het is’, maar het blijft op die manier toch erg abstract.

Concreter wordt het als je beschrijft dat (jouw) kinderen het niet graag deden/doen. Dat verschijnsel ken ik – uit eigen ervaring, maar ook vanuit waarnemingen waar het andere klassen betreft.
Je merkt het terloops op en laat het als indruk achter, zonder erop in te gaan, terwijl daar nu net, m.i. een kans ligt om genuanceerder naar dit vrijeschoolvak te kijken.
Ik zou dat wel willen doen, maar ik ben dus ook die leek en/of buitenstaander zoals jij en loop, wanneer ik een poging waag, meer risico dan wanneer ik me -zoals jij nu – op de vlakte houd.

Dat euritmie niet geliefd is bij leerlingen is een interessant verschijnsel. Dat kan aan de euritmie op zich liggen, aan de leerkracht en aan de kinderen; in de meeste gevallen zal het om een combinatie gaan.
De leerkracht – dat weten we dan allebei wel zeer goed – is de centrale figuur bij het geven van een vak. En we weten ook dat niet iedereen even vakbekwaam is. Wat je volgens mij niet moet doen, is dit vak ‘te heilig’ maken, te humorloos; je moet niet met je lesstof (ver) boven de kinderen staan, enz.
Wat de leerlingen betreft – maar dit geldt veel algemener en ook voor volwassenen – ik spreek niet alleen uit eigen ervaring – is het feit dat wij (Nederlanders?) niet zo vanzelfsprekend bewegen in een ruimte met anderen.
Er wordt niet voor niets beweerd dat we onszelf wat ‘stijfjes’ vinden.

Je bewegend in een ruimte laten zien, betekent dat je iets van jezelf laat zien en daar houden wij niet zo van. Ik heb een ervaren euritmist heel wat voorbeelden horen geven van wat deze aan bewegingen gezien heeft wat in directe relatie stond met bepaalde gevoelens van het kind, al dan niet dieper zittend. En door deze waarnemingen heeft die euritmist heel wat problemen kunnen onderkennen en vaak oplossen: de leerling voelde zich in de positieve betekenis van het woord ‘gezien’.
Dus vanuit deze optiek is het vak een geweldig pedagogisch middel om kinderen te leren zien – ook al hebben zij schroom, zelfs weerstand tegen bewegen.

Kinderen bewegen graag – het liefst helemaal zoals zij dat willen, maar dat kan in de euritmie niet. De bewegingen volgen vaak patronen, zijn niet makkelijk, gaan niet vanzelf, kortom: je moet er moeite voor doen en dat is al jaren voor veel kinderen (en volwassenen!) een probleem. Dus is er weerstand.

Ik besef al te goed dat ik hiermee geen overweldigende bewijzen aandraag, maar dat lijkt me nu even geen probleem, gezien het niveau van jouw artikel.

Dan zeg je dit:
De euritmische gebaren voor de letters kun je perfect gebruiken bij het leren lezen in de eerste klas, al zien euritmisten dit niet graag gebeuren zoals ik dus mocht ondervinden. Zelfs zonder antroposofische achtergrond en zonder de diepere betekenis van de gebaren te kennen, kun je de letters, de klanken en de gebaren zeer goed samen laten gaan. Vooral bij de syntheseoefeningen, waarbij de kinderen de letters leren verbinden met de klanken om zo tot woorden te komen, is dit een pluspunt. De gebaren zorgen voor een uitstekende ondersteuning.

Toevallig – of niet natuurlijk – het ondersteunen van het aanleren van de letters door euritmiegebaren voor die letters wilde ik in mijn eerste ‘rondje’ ook en daarvan zei toen de euritmiste (die jij hier noemt – Annemarie Ehrlich) – dat ik dat niet moest doen ‘als euritmie’. Ik ben dat steeds beter gaan begrijpen. Ik ben geen euritmist, kan dus ook niet in, laten we zeggen, het maken van een A, hetzelfde leggen als de euritmist kan; bij mij blijft het gewoon het uitsteken van twee armen. Vergelijkbaar met het trekken van een lijn. De kunstenaar zal die fijngevoelig, uit zijn gevoel op papier of het doek a.h.w. overdragen, niet te vergelijken met het neerleggen van een liniaal om daarlangs, onvrij, bijna mechanisch, een lijn te trekken. ‘Zomaar’ een A uitbeelden is te mechanisch, kan natuurlijk best bij het leren schrijven, maar is geen euritmie.
Alsof je, een beetje blokfluit kunnende spelen, aan kinderen de schoonheid van de klank wil overbrengen: daarvoor moet je toch een echte fluitist(e) zijn!
Ik ben het met je eens dat de gebaren een uitstekende ondersteuning vormen. Laat de euritmie dat vooral doen; als leerkracht doe je het – niet euritmisch gewild – op jouw manier.

Je zegt:
De euritmische gebaren bij de letters zijn in feite niets anders dan het schriftbeeld van de Latijnse letter.  

Steiner beschrijft dit precies omgekeerd!

Dit komt waarschijnlijk door het feit dat de euritmische gebaren niet uitgaan van de klank, maar van de letter.

Dat ‘waarschijnlijk’ wekt de indruk dat je het zelf niet precies weet: het euritmische gebaar gaat volledig uit van de klank als gevoels/stemmingnuance. Dat is uit de door jouw aangehaalde achtergrondinformatie toch duidelijk op te maken!
En in de door jou ongetwijfeld gelezen GA 294/26 staat zeker niet:
Het gebaar voor de E is gewoon de kruising die in de handgeschreven e te zien is.
WelHebben we het gevoel dat we een indruk van buitenaf moeten afweren, dat we ons in zekere zin moeten afwenden om onself te beschermen, hebben we het gevoel weerstand te bieden, dan wordt dat uitgedrukt in de ‘E’.

Met je uitspraak:
De grootste waarde heeft ze mijns inziens bij de syntheseoefeningen om het leren lezen te ondersteunen.

geef je m.i. blijk je zeer weinig verdiept te hebben in wat euritmie (nog meer) is. Dat blijkt eveneens uit:
Muzikaal wordt euritmie (tooneuritmie) een grote waarde toegedicht, maar – zeker waar het de muziekintervallen betreft – schiet ze tekort en is ze amper bruikbaar in een pedagogische context.

Wat de intervallen betreft – waarop baseer je die vastliggende conclusie. En dat tooneuritmie niet bruikbaar zou zijn in een pedagogische context, gaat aan een paar zeer essentiële onderwerpen voorbij.
‘Kunnen luisteren’ lijkt mij voor het hele (sociale) leven uitermate belangrijk. Aan dat te leren, draagt vooral de tooneuritmie bij: je moet een bovenstem van de onderstem (witte toetsen – zwarte toetsen op de piano) leren onderscheiden. Daarnaast ook nog eens de toonhoogten en het ritme.
Dan zijn er allerlei oefeningen om het majeur- en mineurkarakter van een muziekstuk te kunnen onderkennen.
Dan moet je ook nog eens in staat zijn om deze onderstem op een vorm te lopen, in het ritme, terwijl je tegelijkertijd met je armen de toonhoogten moet aangeven en tegelijkertijd loopt de bovenstem door jouw onderstemvorm heen, waarbij je dus ook nog moet letten op wáár je loopt. Je wordt a.h.w. zelf een instrument.
Binnen een sociale context moet je je plaats kennen (in die innemen), de ander zijn ruimte latend. En dat zou niet in een pedagogische context passen?

Nog afgezien van het oefenen van ruimtelijk inzicht, coördinatie van handen en voeten, motorische behendigheid door o.a. staafoefeningen enz.
Met het oog op de laatste vondsten op hersenontwikkelgebied zou de euritmie nog weleens belangrijker kunnen zijn dan jij en ik nu vermoeden.

.

Andere commentaren op de artikelen van Luc Cielen:

[1-1geschiedenis [1]
[1-2geschiedenis [2]
[1-3] dierkunde
[1-4plantkunde
[2de ochtendspreuk voor de lagere klassen
[3de ochtendspreuk voor de hogere klassen
[4] meer spreuken
[5] nog meer spreuken
[7] het schoollied
[8kan een leerkracht agnost of atheïst zijn
[9] schoolfeesten
[11] muziekonderwijs

.

Rudolf Steiner over euritmie

Over: bothmergymnastiek

vrijeschool en antroposofiealle artikelen

.

1434

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over euritmie – GA 303

.

RUDOLF STEINER OVER EURITMIE

GA 303

beknopte inhoud: (blz.: vertaling)
blz. 327: euritmie is fysiek-lichamelijk, tegelijkertijd zinvol doortrokken van het geestelijk-psychische
blz. 351: euritmie gaat naar het wilselement, naar de totale mens, de volledige mens.
woord en gebaar in huidige tijd gespleten; euritmie zoekt eenheid

blz.  293  vert. 327

Ich habe gestern über die physische Erziehung ge­sprochen, spreche heute über ein Gebiet der Erziehung, das im eminen­testen Sinne auch aus dem Geist unserer Zivilisation heraus das gei­stige Gebiet genannt werden muß. Ich möchte aber einleitungsweise betonen, daß diese beiden Gebiete, die aus unserem gegenwärtigen Zi­vilisationsleben heraus noch ziemlich getrennt behandelt werden, inner­halb der hier gemeinten Pädagogik und Didaktik innig ineinanderflie­ßen werden. Allerdings wird es zu diesem Innig-Ineinanderfließen noch manche Zeit brauchen; aber ein Kleines dieses Ineinanderfließens streben wir ja jetzt schon dadurch an, daß wir, wie eine Art geistig-seelischen Turnens, die Eurythmie als obligatorisches Unterrichtsfach in die Wal­dorfschule eingeführt haben. Diese Eurythmie führt alles, was sie aus­führt, im Körperlich-Leiblichen aus; aber sie ist bis ins kleinste hinein in alledem, was sie ausführt, zu gleicher Zeit vom Geistig-Seelischen sinn­voll durchdrungen, so daß bei ihr wirklich dasjenige stattfindet, was in der menschlichen Lautsprache vorhanden ist, bei der wir uns eines phy­sischen Organes bedienen und wo von diesem physischen Organ alles abhängt, was in der physischen Welt von dieser Lautsprache sich äu­ßern kann, bei der aber zu gleicher Zeit alles vom Geiste und von der Seele durchdrungen ist. Und wie man das Geistige in der Sprache so betrachten kann,

Ik heb gisteren over de lichamelijke opvoeding gesproken, en vandaag spreek ik over een gebied van de opvoeding dat in de meest eminente zin ook vanuit de geest van onze huidige beschaving het geestelijke gebied genoemd moet worden. Bij wijze van inleiding wil ik echter benadrukken dat deze beide gebieden, die vanuit ons tegenwoordige beschavingsleven nog tamelijk gescheiden behandeld worden, binnen de hier bedoelde pedagogie en didactiek innig met elkaar verweven worden. Weliswaar zal voor dit innig met elkaar verweven worden nog heel wat tijd nodig zijn, maar een klein stukje hiervan streven wij nu al na doordat we, als een soort geestelijk-psychische gymnastiek, de euritmie op de vrijeschool als ver­plicht vak hebben ingevoerd. Alles wat deze euritmie doet is fysiek-lichamelijk, maar tegelijkertijd is ze ook tot in de klein­ste details, in alles wat ze doet, zinvol doortrokken van het geestelijk-psychische. Zodoende vindt bij haar werkelijk plaats wat in het menselijk spreken aanwezig is, waarbij we ons van een fysiek orgaan bedienen en waar van dit fysieke orgaan alles afhangt wat er zich in de fysieke wereld van deze taal kan uiten. Maar gelijktijdig is daarbij alles van de geest en van de ziel doordrongen. En zoals je het geestelijke in de taal zo kunt beschouwen

blz. 294  vert. 338

daß man unmittelbar auch, wenn man feiner nuanciert, auf das Moralische und sogar auf das Religiöse kommt – denn nicht ohne Begründung ist es, daß das Johannes-Evangelium beginnt «Im Urbeginne war das Wort» -, so darf man sagen: Wenn auch noch auf einem weniger auf­fälligen Gebiete, wenn auch in einem viel instinktiveren Maße, wird das Ineinanderfließen von Geist, Seele und Leib in das Erziehungs­wesen hineingestellt durch das Pflegen der Eurythmie durch alle Schul­klassen hindurch. So daß die Eurythmie eines von den Elementen, aller­dings nach dem Leiblichen hingerichteten Elementen ist, welches viel­leicht am meisten heute schon zeigt, wie auch im praktischen Sinne auf diese hier gemeinte Vereinheitlichung des Unterrichts- und Erziehungs­wesens hingearbeitet wird. Es wird manches andere der Eurythmie zur Seite stehen müssen in der Zukunft. Es werden Dinge ihr zur Seite stehen müssen, die nach gewissen Richtungen näher ins Geistig-See­lische noch hinarbeiten in der Eurythmie, von denen heute überhaupt die Menschheit sich noch nichts träumen läßt, die aber auf der weiteren Verfolgung des eben angedeuteten Weges liegen. Dieser Weg ist da. Mag er durch das, was wir an Eurythmie bieten können, noch so un­vollkommen als möglich beschritten sein, alle jene Einseitigkeiten, denen die materialistischen Strömungen auf dem Gebiete der Gymna­stik heute ausgesetzt sind, werden doch einmal durch das eurythmische Prinzip, wenn auch nicht durch die noch in ihrem Anfange, in ihrer Entwicklung befindliche Eurythmie von heute, überwunden werden.

dat je ook direct, wanneer je fijner nuanceert, op het morele, en zelfs op het religieuze komt — want het is niet zonder reden dat het evangelie naar Johannes begint met ‘In het oerbegin was het scheppende woord’ —, mag je zeggen: al is het nog op een niet zo opvallend gebied, al is het nog in een veel instinctievere mate, toch wordt het in elkaar weven van geest, ziel en lichaam bij de opvoeding betrokken door in alle klassen de euritmie te verzorgen. Daardoor is de euritmie een van de
ele­menten, weliswaar op het fysieke gericht, die misschien nu al het meest laten zien hoe ook in praktische zin in de richting van de hier bedoelde eenwording van onderwijs en opvoeding gewerkt kan worden. Er zullen in de toekomst vele andere dingen de euritmie terzijde moeten staan. Er zullen de eurit­mie dingen terzijde moeten staan die in bepaalde richtingen sterker naar het geestelijk-psychische werken in de euritmie, dingen waarover de huidige mensheid nooit had durven dro­men, die echter op het verdere vervolg van de aangeduide weg liggen. Deze weg bestaat. Ook al wordt deze door wat wij aan euritmie bieden kunnen, nog zo onvolmaakt mogelijk betre­den, alle eenzijdigheden waaraan de materialistische stromin­gen op het gebied van gymnastiek nu onderhevig zijn, zullen toch ooit door het principe van de euritmie worden overwon­nen, ook al staat de huidige euritmie nog in haar kinder­schoenen.
GA 303/293-294
Vertaald/327-328

blz. 316  vert. 351

Im Verlaufe unserer Menschheitsentwick­lung gelangen wir mit der Lautsprache und in einer ähnlichen Weise, wenn das auch weniger bemerkbar ist, auch im Gesange dahin, daß Laut, Sprache und Gesang immer mehr und mehr sich konzentrieren, ein Ausdrucksmittel zu sein für dasjenige, was durch den Kopf des Menschen wirkt. Der ganze Mensch wird heute nicht mehr erfaßt durch das, was durch die Sprache ausgedrückt werden kann. Die Spra­che orientiert sich nach dem Gedanken hin, hat in der neuesten Zeit für alle Völker etwas Gedankliches angenommen. Dadurch kommt durch die gewöhnliche Lautsprache dasjenige zum Ausdruck, was der Mensch aus seinem Egoismus heraus offenbart. Die Eurythmie geht wiederum zurück, namentlich zu dem willensartigen Element und da­durch zu dem Gesamtmenschen, zu dem Vollmenschen. Durch die Eurythmie kommt dasjenige heraus was der Mensch offenbart, indem er sich hineinstellt in den ganzen Makrokosmos. Und während zum Beispiel in gewissen Urzeiten immer das Gebärdenhafte, das Mimische sich verband, namentlich wenn der Mensch sich künstlerisch angeregt fühlte, mit dem Worte, so daß in gewissen Ursprachen für «Wort» und «Gebärde» überhaupt nur ein einziges Wort vorhanden ist, daß man Wort und Gebärde gar nicht trennen konnte, fällt heute Wort und Gebärde weit auseinander. Und daher ist heute eben ein berechtigtes Bedürfnis vorhanden, den menschlichen Ausdruck wiederum zurück­zuführen dazu, daß er eben ein Ausdruck für den Vollmenschen ist, etwas, wo hinein sich wiederum das Willensmäßige und dadurch das Makrokosmische mischt.

Bijvoorbeeld, in de zin van de metamorfoseleer van Goethe is het kleurige bloemblad als abstracte eenheid hetzelfde als het groene plantenblad. Het ene is de metamorfose van het andere.
Maar toch, het ene is vanuit een ander gezichtspunt weer iets anders dan het andere. En of nu euritmie een nieuwe expressievorm is of een omzetten van de ene manier van expres­sie in een andere, daar gaat het in wezen helemaal niet om. Waar het wel om gaat is het volgende: in de loop van onze mensheidsontwikkeling komen we in een situatie, bij het gewone spreken, maar ook bij het zingen, dat geluid, spraak en zang zich er steeds meer op concentreren een uitdrukkings­middel te zijn voor dat wat via het hoofd van de mensen werkt.
Zeker is dit, laat ik zeggen, ook weer radicaal uitgedrukt, maar vanuit een bepaald gezichtspunt is het toch juist. De hele mens wordt tegenwoordig niet meer geboeid door wat door de taal kan worden uitgedrukt. De taal oriënteert zich in de richting van de gedachte, heeft in de moderne tijd voor alle volkeren iets gedachtenmatigs aangenomen. Daardoor komt via de gewone gesproken taal datgene tot uitdrukking wat de mens vanuit zijn egoïsme openbaart. De euritmie gaat weer terug met name naar het wilselement en daardoor naar de totale mens, de volledige mens. Door de euritmie komt dat­gene tot uitdrukking wat de mens openbaart doordat hij in de hele macrokosmos is geplaatst. En terwijl bijvoorbeeld in bepaalde oeroude tijden altijd de gebaren, de mimiek zich verbond, met name wanneer de mens zich kunstzinnig geïn­spireerd voelde, met het woord, zodat in bepaalde oertalen voor ‘woord’ en ‘gebaar’ überhaupt maar één woord bestond, dat men woord en gebaar helemaal niet kon scheiden, lopen woord en gebaar tegenwoordig ver uiteen. En daarom is nu de gerechtvaardigde behoefte aanwezig, de menselijke uitdruk­king weer zo terug te leiden dat het een uitdrukking van de volledige mens is, iets waarin zich weer het wilsmatige en daardoor het macrokosmische mengt.
GA 303/316-317
Vertaald/351-352

.

Rudolf Steiner: over euritmie

Rudolf Steineralle artikelen

.

1426

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over euritmie – GA 302A

.

RUDOLF STEINER OVER EURITMIE

GA 302A

beknopte inhoud: (blz.: vertaling)
blz. 50: astraallijf openbaart zich in strottenhoofd; astraallijf en etherlijf werken samen; euritmie: opgetekende vibraties;
blz. 51: geen willekeur; bewegingen geestelijke wereld via euritmie op aarde;
blz. 111: euritmie bezield, gymnastiek – mits goed uitgevoerd – opent de weg naar iets geestelijks

blz. 48  vert. 51

Und wenn Sie nun die eigentliche Sprache, diesen wunderbaren, sich vom Menschen absondernden Organismus richtig verstehen, dann fühlen Sie, indem die Sprache aus dem Menschen erklingt, zu gleicher Zeit die ganzen Vibrationen des astralischen Leibes, die da drinnen sind in den farbigen Schwingungen, die unmittelbar in die Sprache übergehen. Sonst wirken sie ja auch im Menschen, aber sie kommen in eine sonderbare Aufregung, konzentrieren sich zum Kehlkopf hin, be­kommen ihre Einschläge von Sonne und Mond, und das gibt etwas wie ein Spiel im astralischen Leib, das sich äußerlich offenbart in den Bewegungen des Kehlkopfes. Und jetzt haben Sie die Möglichkeit, wenigstens als ein Bild vor Ihnen stehend: Sie hören irgendeinem Sprache zu, schauen den astralischen Leib an, der dann seine Vibrationen so­gleich auf den Ätherleib überträgt, wodurch das Ganze noch intimer 

En als u nu de eigenlijke spraak, dat wonderbaarlijke, zich van de mens afscheidende organisme goed begrijpt, dan voelt u terwijl de spraak uit de mens klinkt, tegelijkertijd heel de vi­braties van het astrale lichaam, die daar binnen in de kleurige trillingen zijn, die direct in de spraak overgaan. Anders werken ze ook wel in de mens, maar ze geraken in een vreemd soort beroering, concentreren zich op het strottenhoofd, krijgen dan hun inslag van zon en maan, en dat bewerkt iets als een spel in het astrale lichaam, dat zich uiterlijk openbaart in de bewe­gingen van het strottenhoofd. En nu heeft u de mogelijkheid tenminste als beeld voor u: u luistert naar het een of andere gesproken woord, u bekijkt het astrale lichaam, dat vervolgens zijn vibraties meteen op het etherlichaam overbrengt, waar­door het geheel nog

blz. 49   vert. 51

wirkt; Sie zeichnen nun das Ganze, dadurch bekommen Sie nur Bewe­gungen, die im menschlichen Organismus begründet sind, und Sie er­halten jene Eurythmie, die immer ausgeführt wird gemeinsam vom astralischen Leib und Ätherleib, wenn der Mensch spricht. Es ist keine Willkür möglich, sondern es wird dadurch lediglich in die Sichtbarkeit heruntergeholt, was sonst fortwährend unsichtbar geschieht.
Warum tun wir das gegenwärtig? Ja, wir tun es, weil es in uns liegt, gegenwärtig bewußt diejenigen Sachen machen zu müssen, die wir früher unbewußt gemacht haben; denn alle Entwickelung des Men­schen besteht darin, daß nach und nach das erst bloß geistig existie­rende Übersinnliche sich ins Sinnliche herunterbewegt. Die Griechen zum Beispiel haben noch eigentlich mit der Seele gedacht; es war ihr Denken noch ganz seelisch. Die modernen Menschen, besonders seit der Mitte des 15. Jahrhunderts, denken mit dem Gehirn. Der Materia­lismus ist eigentlich eine ganz richtige Theorie für den modernen Men­schen. Denn was die Griechen noch in der Seele erlebten, das hat sich allmählich abgedrückt im Gehirn, das vererbt sich im Gehirn von Ge­neration zu Generation, und die neueren Menschen denken schon mit den Abdrücken des Gehirns; sie denken schon durch materielle Vor­gänge.

intenser werkt; u tekent het geheel nu, daardoor krijgt u slechts bewegingen die in het menselijk or­ganisme hun grondslag hebben, en u krijgt de euritmie, die altijd door het astrale én het etherlichaam gemeenschappelijk wordt uitgevoerd wanneer de mens spreekt. Daarbij is geen willekeur mogelijk, maar er wordt daardoor enkel naar bene­den in de zichtbaarheid gehaald wat anders voortdurend on­zichtbaar plaatsvindt.
Waarom doen we dat tegenwoordig? Welnu, we doen dat omdat het in ons zit om tegenwoordig bewust de dingen te moeten doen die we vroeger onbewust hebben gedaan; want alle ontwikkeling van de mens bestaat erin dat het bovenzin­nelijke dat aanvankelijk zuiver geestelijk bestaat, zich geleide­lijk aan naar beneden toe in het zintuiglijke begeeft. De Grie­ken bijvoorbeeld dachten eigenlijk nog met hun ziel; hun den­ken had nog helemaal zielenkarakter. De moderne mens, speci­aal sinds het midden van de 15e eeuw, denkt met zijn
herse­nen. Het materialisme is eigenlijk voor de moderne mens een heel juiste theorie. Want wat de Grieken nog in hun ziel be­leefden, dat heeft zich langzamerhand afgedrukt in de herse­nen, dat gaat door overerving in de hersenen van de ene op de andere generatie over, en de moderne mensen denken al met de afdruk in de hersenen; ze denken al via materiële pro­cessen.

Das mußte so kommen. Man muß nur wieder hinauf; man muß nur zu diesen Vorgängen hinzufügen das Sich-Erheben des Menschen zu denjenigen Ergebnissen, die aus der übersinnlichen Welt kommen. Daher müssen wir dem Hineinprägen des früheren Seelischen in den Leib jetzt den Gegenpol entgegenstellen, das freie Ergreifen des Geistig-Übersinnlichen durch die Geisteswissenschaft. Aber damit die Mensch­heitsentwickelung fortgehe, müssen wir dieses Hinuntertragen des Übersinnlichen in das Sinnliche bewußt in die Hand nehmen. Wir müs­sen den Körper des Menschen, diesen sinnlichen Körper, so in die sicht­bare Beweglichkeit bewußt versetzen, wie es bisher nur im Unsicht­baren, unbewußt für uns, geschehen ist. Damit setzen wir dann den Weg der Götter bewußt fort, indem wir die Arbeit der Götter noch übernommen haben: die Einprägung des Denkens in das Gehirn, in­dem wir aus dem Übersinnlichen der Eurythmie, aus der übersinnlichen Eurythmie die sinnliche machen. Würden wir das nicht machen, so würde die Menschheit allmählich in ein seelisches Träumen verfallen; 

Dat heeft zo moeten gebeuren. Alleen moeten we nu weer naar boven; alleen moeten we aan die processen toevoegen het zich verheffen van de mens tot de resultaten die uit de geestelijke wereld tot ons komen. Daarom moeten we nu tegenover het inprenten van het zielenelement van vroeger in het lichaam de tegenpool zetten: het in vrijheid tot het geestelijk-bovenzinnelijke komen door middel van de geesteswetenschap. Maar om de ontwikkeling van de mensheid haar voortgang te laten hebben, moeten we dat proces van het naar beneden brengen van het bovenzin­nelijke in het zintuiglijke bewust ter hand nemen. We moeten het lichaam van de mens, het zintuiglijke lichaam, bewust zó in de zichtbare beweeglijkheid verplaatsen als dat tot nu toe alleen in het onzichtbare, voor ons onbewust, is gebeurd. We zetten dan bewust de weg van de goden voort doordat we het werk van de goden hebben overgenomen – het afdrukken van het denken in de hersenen – doordat we van het boven­zinnelijke van de euritmie, van de bovenzinnelijke euritmie, de zintuiglijke maken.4 Deden we dat niet, dan zou de mensheid langzamerhand in een zieledromen vervallen;

blz. 50   vert. 52

sie würde schlafend werden. Es würde so werden, daß zwar aus den geistigen Welten heraus allerlei in das menschliche Ich und in den astra­lischen Leib hineinfluten würde, aber das würde immer im Schlafzu­stande geschehen, und beim Erwachen würde es sich niemals auf den physischen Organismus übertragen.
Wenn die Menschen Eurythmie treiben, so ist es so, daß Euryth­misten und Zuschauern im Leben gedient wird; beide haben etwas Wesentliches davon. Bei denen, die selbst Eumythmisten sind, wird der physische Organismus durch die Bewegungen der Eumythmie zu einem geeigneten Aufnahmeorgan für die geistige Welt gemacht, weil die Be­wegungen herunter wollen aus der geistigen Welt. Es werden gewisser­maßen die Eurythmisten Aufnahmeorgane für Vorgänge der geistigen Welt, indem sie ihren Körper dafür vorbereiten. Bei denen, die Zu­schauer in der Eurythmie sind, wird gewissermaßen, was an Bewegun­gen in bezug auf ihren astralischen Leib und ihm Ich lebt, durch die Be­wegungen der Eurythmie intensiviert.

ze zou in slaap gaan vallen. Het zou zó worden dat uit de geestelijke wereld wel allerlei in het Ik en het astrale lichaam van de mens binnen zou stromen, maar dat zou altijd in slaaptoestand gebeuren, en bij het wakker worden zou het nooit op het fysieke organisme worden overgebracht.
Wanneer mensen euritmie doen, dan is het zo dat het leven van euritmisten én toeschouwers ermee gediend wordt; bei­den hebben er iets wezenlijks aan. Bij de euritmisten zelf wordt het fysieke organisme door de bewegingen van de euritmie gemaakt tot een geschikt opnameorgaan voor de geestelijke wereld, omdat vanuit de geestelijke wereld de bewegingen naar beneden toe willen. In zekere zin wordt de euritmist op­nameorgaan voor processen in de geestelijke wereld doordat hij zijn lichaam daartoe voorbereidt. Bij de toeschouwers van de euritmie wordt dat wat er met betrekking tot hun astrale lichaam en hun Ik aan bewegingen leeft, door de bewegingen van de euritmie geïntensiveerd.

Könnten Sie nach einer Euryth­mieaufführung plötzlich in der Nacht aufwachen, dann würden Sie sehen, daß Sie noch viel mehr in sich haben als nach einer Sonate, wenn Sie ein Abendkonzert gehört haben und in der Nacht wieder aufwachen; das tritt bei der Eurythmie in noch stärkerem Maße auf. Das stärkt die Seele, indem es die Seele lebendig sich einleben läßt in das Übersinnliche. Es muß nur auch da eine gewisse Hygiene herrschen. Denn wenn es zuviel wird, so zappelt die Seele in der geistigen Welt des Nachts, wenn der Mensch schlafen soll, und dieses Zappeln würde im Seelischen drinnen das Gegenbild für die physische Nervosität sein.

Als u na een euritmieopvoering ’s nachts plotseling wakker kon worden, dan zou u zien dat u nog veel meer in u heeft dan na een avondconcert, als u een sonate heeft gehoord en dan ’s nachts weer wakker wordt; dat treedt bij de euritmie in nog sterkere mate op. Dat maakt de ziel sterker doordat het de ziel zich levendig laat inleven in het bovenzinnelijke. Alleen moet daar ook een zekere gezonde verhouding heersen. Want als het te veel wordt, dan spartelt de ziel ’s nachts in de geestelij­ke wereld wanneer de mens moet slapen, en dat spartelen zou op zielengebied de tegenhanger vormen van de fysieke nervo­siteit.
GA 302A/48-50
vertaald/51-52

blz. 111   vert. 10

Und so sollte eigentlich mit dem, was im edelsten Sinne als Gym­nast wirkt, was wir im Turnen und in der Eurythmie haben, die ganze Lehrerschaft fortwährend im Zusammenhang wirken, alle diese Dinge zu etwas Eigenem zu machen. Und Sie werden sehen, wenn es Ihnen gelingt, Eurythmie wirklich innerlich zu durchdringen, daß Sie es selber erleben, daß in jeder eurythmischen Bewegung ein seelisches und geistig wirkendes Element liegt. Jede eurythmische Bewegung ruft aus den tiefsten Grundlagen der menschlichen Wesenheit heraus Seelisches, und jede turnerische Bewegung, wenn sie nur in der richtigen Weise an­gewendet wird, ist so, daß sie im Menschen hervorruft gewissermaßen  eine geistige Atmosphäre, in die dann das Geistige nicht abstrakt tot, sondern lebendig eindringen kann.

Het werken van het hele lerarenkollege zou voortdurend verband moeten houden met wat werkt als gymnast in de edelste zin van het woord, wat we in de gymnastiek en in de euritmie hebben. Het streven moet zijn om zich al deze dingen eigen te maken. U zult zien: als het u lukt om innerlijk echt door te dringen in de euritmie, dan gaat u zelf beleven dat er in elke euritmische beweging een op de ziel werkend element èn een geestelijk werkend element zit. Elke euritmische bewe­ging roept uit de diepste grondslagen van het menselijk wezen een zielekracht op en elke gymnastiek-beweging – als die maar op de goede manier wordt toegepast – roept in de mens een geestelijke sfeer op, waarin vervolgens het geestelijke binnen kan komen, niet abstrakt, dood, maar op een levende manier.
GA 302A/111-112
vertaald/10-11
.

Rudolf Steiner: over euritmie

Rudolf Steineralle artikelen

.

1409

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.