Categorie archief: Uncategorized

VRIJESCHOOL – 7e klas – voedingsleer (6-3/2)

.
Zie de inleiding bij een artikel over de kwaliteit van de aarde. Die is in zekere zin in deze tijd problematisch; dit geldt ook voor de lucht. Het kan haast niet anders of die problematiek zal in een 7e (of hogere) klas aan de orde (moeten) komen. Niet om de leerlingen met een negatief wereldbeeld op te zadelen, maar juist om vanuit een ‘puur beschouwde kwaliteit’ een gevoel op te roepen voor wat juist, althans beter is, voor hun toekomst.
.

Peer de Smit, WeledaBerichten nr. 154, september 1991

.

LUCHT: ELEMENT TUSSEN “NIET MEER” EN “NOG NIET”
.

In het vorige nummer van de Weleda Berichten is Peer de Smit begonnen met een serie artikelen over de vier elementen. Zijn eerste bijdrage ging over het water als levensdrager. Zijn tweede artikel gaat over het element lucht dat door zijn onzichtbaarheid nog vanzelfsprekender als een gegeven aanvaard wordt, maar in zijn ritmisch pulseren een zeer gevoelig organisme vormt en als een steeds kostbaarder wordende bron van alle leven moet worden gezien.

Waar we ook zijn, waar we ook heen gaan, wij worden door lucht omgeven en doordrongen. Wij leven in lucht en ademen haar in; ze houdt ons in leven. Ons bewustzijn vindt zijn basis in de ritmische afwisseling van inademing en uitademing; al ademend ervaren we onszelf als bezielde wezens.
Jahweh blies de mens eens zijn levensadem in en wekte het ik-bewustzijn, zo vertelt ons de Hebreeuwse mythe.
Pneuma in het Grieks, Atma in het Indiaas en Odin in het Germaans duidden zowel lucht als adem, en ook de goddelijke Geest die daarin werkzaam is, aan. In beweging gebrachte lucht is een van de belangrijkste elementen bij het ontstaan van het weer. Het is een complex van rondom de aarde pulserende en circulerende stromingen die op elkaar inwerken en waardoor we op de meest directe manier met de aarde als geheel zijn verbonden. Onze gezondheid hangt af van lucht en weersgesteldheid. Ze beïnvloeden onze gemoedstoestand en zijn zelf uitdrukking van een zielenstemming. Processen in de atmosfeer enerzijds en de ademhaling waarin onze zielenroerselen zich uiten anderzijds, vertonen een verwante dynamiek**. 

De lucht is een rijk van het vluchtige en het onbestendige; een gebied tussen “niet meer” en “nog niet”; een medium van de tegenwoordigheid van de geest. Wat “in de lucht hangt” kan elk moment zichtbaar worden. De toekomst is bij ons als gevoel van verwachting al in de luchtsfeer aanwezig. Maar ook het verleden dat ons niet meer aangaat, klinkt erin na. De lucht is wat betreft het principe van haar innerlijke structuur geheel gebaseerd op polaire drijfkrachten. Lucht ontwikkelt haar dynamiek tussen warm worden, afkoelen, uitzetten en samentrekken. Ze wordt gekenmerkt door zeer grote flexibiliteit en vormbaarheid, impulsiviteit en zelfs explosiviteit. Een zichtbare uiting van dit rijk dat zich eeuwig vormt en omvormt, is de dramatiek van de wolkenlucht waartoe niet alleen donder en bliksem, maar ook het etherische wonder van de regenboog behoren. Nooit zijn we meer met het luchtelement verbonden, dan wanneer in de zomer de geur van bloemen de atmosfeer vervult en de verwarmde lucht ons met lichaam en ziel naar buiten lokt. Lucht is het element van de lichtheid, dat ruimte geeft aan dansbewegingen. In beweging gebracht, laat de lucht ons tonen en klanken horen. De taal, die door lucht gedragen wordt, gaat van ziel tot ziel. Of het nu gaat om onaangename of welluidende klanken, om stank of welriekende geuren: wat ons via de lucht bereikt, dringt diep bij ons naar binnen. En toch willen we ons niet geheel op het element lucht verlaten. Wat “uit de lucht gegrepen is”, zo zeggen we, “zit niet goed in elkaar” en zal snel weer “vervliegen”. Een zaak die “alleen maar lucht is”, zo krijgen we dan te horen, kan net zo min een betrouwbare basis zijn als de spreekwoordelijke “luchtkastelen”, waar luchthart en windbuil komen en gaan. Zonder lucht zou er geen lied, geen bevrijdend gezang zijn. Zonder luchtige invallen geen nieuwe impulsen, geen verandering. We hebben een luchtige sfeer nodig om beweeglijk te blijven en te veranderen. We hebben het bevleugelende element nodig om de zwaarte van het aardse leven aan te kunnen.

*Peer de Smit: geboren in 1953 in Mannheim. Ooit schipper op de Rijn tussen Basel en de Noordzee. Later toneelopleiding in Zürich. Hoofdzakelijk geëngageerd bij het “Schauspielhaus” in Zürich. Thans in de omgeving van Stuttgart actief als schrijver en toneelspeler.

.

**Zie bijv. Algemene menskunde  voordracht 1

7e klas: voedingsleer: alle artikelen

7e klasalle artikelen

Vrijeschool in beeld7e klas

.

2674

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Rekenraadsel (nieuw)

.

Zo tegen de leeftijd van ruwweg 12 jaar begint in de meeste kinderen het nieuwe vermogen te rijpen om te kunnen denken in een ‘oorzaak – gevolg’- verband.

Er is een bepaald abstraherend vermogen voor nodig dat een mens ‘van nature’ ontwikkelt en als dat er dan is, kun je het gebruiken en dan kun je het ook inzetten om problemen op te lossen. Door met die problemen bezig te zijn, is daar soms plotseling het ‘aha-beleven’.

 

Oplossing later:

Alle breinbrekers

Alle rekenraadsels

Alle taalraadsels

Alle ‘gewone’ raadsels

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Kinderboekbespreking (72)

.

Er zijn heel veel kinderboeken.
Ze zijn en worden door allerlei recensenten besproken. Die hebben allemaal een opvatting of een boek mooi, goed, enz. is.

Er staan vaak illustraties in. Ook die worden mooi, dan wel minder mooi of zelfs lelijk gevonden. Maar hoe geldig zijn deze criteria. Smaken verschillen en als ze opvoedkundig beoordeeld worden, spelen allerlei mensbeelden, bewust of onbewust, ook hun rol.

De kinderen zelf vormen de grootste maatstaf. Als een boek telkens voorgelezen en of bekeken moet worden; als het ‘met rode oortjes’ wordt gelezen, verslonden, zelfs, dan weet je dat de schrijver of illustrator een snaar heeft weten te raken die nog lang naklinkt. Ook de kinderen hebben een smaak en het ene zal dit, het andere dat boek fijner vinden.

In de artikelenreeks ‘Kinderboekbespreking’ op deze blog zal er een aantal de revue passeren.

.

zomer

Dit boek heeft geen tekst, maar wél mooie illustraties waarop van alles is te zien. Weer een goed voorbeeld van een boek dat zich uitstekend leent om met het jongere kind, de peuter, al vertellend, je fantasie de vrije loop te laten. Je kan van alles aanwijzen en laten (her)benoemen: een weldaad voor de woordenschat en dus taalontwikkeling.
Een jongen en meisje laten een bootje varen; ze spelen op het strand.

Gerda Muller

Uitgeverij Christofoor

Boek

Leeftijd: v.a. 3jr

Over de leeftijd

Over illustraties

Kinderboekbesprekingalle titels

Kinderboekbesprekingalle auteurs.

2673

VRIJESCHOOL – actueel – getuigschriften

.

Getuigschriften: alle artikelen

..

VRIJESCHOOL – actueel – schoolrijpheid

.

over schoolrijpheid

zie ook een interessant gezichtspunt van Ewald Vervaet i.v.m. het leesvaardigheidsvermogen van kleuters.

.

VRIJESCHOOL – 7e klas – sterrenkunde (37)

.

KREEFT

Van afbeeldingen uit Egyptische tempels weten we dat de Egyptenaren op de plaats van ons dierenriemteken Kreeft hun heilige kever Scarabaeus zagen die ze op ontelbare amuletten, zegels e.d. afbeeldden. Voor hen was het een bijzondere vorm waarin de zon verscheen en als een symbool van vernieuwing.
De oude Grieken zagen in dit sterrenbeeld de kreeft die de godin Hera aan Herakles (→ Herakles) schonk terwijl deze met de Lernaïsche slang vocht (→Hydra).
Koning Eurystheus had de held Herakles als tweede opdracht gegeven de slang van Lerna te doden. In het begin vocht Herakles tevergeefs met het negenkoppige slangenmonster. Voor elke kop die hij eraf sloeg, groeiden er uit de bloedende wond twee of drie nieuwe en de held had al zijn aandacht nodig om de giftige beten af te weren.
De godin Hera was Herakles vanaf zijn geboorte slecht gezind. Ze vervolgde hem, omdat hij een zoon van haar echtgenoot Zeus was uit een verbinding met een sterfelijk wezen. Maar alle hindernissen die zij Herakles in de weg legde, bleken voor hem beproevingen van zijn kracht en versterkten zijn zelfvertrouwen. Zo ging het ook met de strijd tegen de Hydra van Lerna. Hera wilde hem bij de Hydra afleiden, zodat hij een ogenblik niet goed zou opletten, zodat deze hem dan een dodelijke beet zou kunnen geven. Ze liet uit het moeras een grote kreeft tevoorschijn komen die van achter op de held toeliep en hem met zijn scharen in zijn hiel kneep. Herakles draaide zich echter niet naar de kreeft om, wat de bedoeling van Hera was, maar vertrapte hem door met een geweldige stamp van zijn voet naar achter uit te halen. Het zou Hera geweest zijn die de kreeft als sterrenbeeld vereeuwigd heeft.

Voor de Romeinen was de open sterrenhoop Praesepe een kribbe vol hooi waar twee ezels bij stonden, de zuidelijke en de noordelijke ezel en die sterren heten nu ook nog zo. Krib en ezel zouden door Zeus tot sterren zijn gemaakt. Waarom, dat weten we niet.

Het is opmerkelijk dat er niet meer legendarische verhalen over het sterrenbeeld Kreeft bestaan. Misschien wel omdat zijn sterren niet zo opvallen. 
Wanneer we mogen aannemen dat het fixeren van de sterren niet toevallig is, maar vanuit een hogere wijsheid plaatsvond, dan komen we het geheim zeker op het spoor, wanneer we ons nog meer bezighouden met de kreeft als dier. 
We willen daarom hierna een paar gedachten over het karakteristieke van de kreeft toevoegen, zodat ons het sterrenbeeld vertrouwder wordt.

De kreeft leeft in het water en ademt door kieuwen als een vis. Af en toe zwemt hij ook, maar overdag houdt hij zich liever schuil in zijn hol onder een steen of een soortgelijke schuilplaats en pas als het duister begint te worden gaat hij op zoek naar voedsel. Tientallen jaren geleden waren onze beken, rivieren en zeeën rijk aan kreeften. Wie tegenwoordig een kreeft wil waarnemen, moet nu naar een dierentuin. 
Als je een kreeft voor je hebt, valt allereerst zijn pantser op. Dit omsluit het dier als een harnas. Kop en borstdeel zijn star, terwijl het achterdeel samengesteld is uit beweeglijke ringen. De lange voelsprieten tasten al het onbekende af. Slechts langzaam beweegt de kreeft zich met zijn buigzame poten voorwaarts, de grote scharen als een wapen voor zich uit. 
Als er een vijand nadert of ander gevaar dreigt, trekt de kreeft zich onmiddellijk in een schuilplaats terug. Dat is een wezenlijk kenmerkend verschil met het gedrag van vissen. Die richten zich voortdurend op het stukje wereld dat ze voor zich hebben en laten de wereld achter zich voor wat die is. Kreeften daarentegen, bewegen zich voorzichtig voorwaarts, houden hun scharen in de aanslag en vluchten zo snel als mogelijk in blind vertrouwen terug naar de wereld achter hen. 
Ook het sterrenbeeld Kreeft beweegt zich aan de hemel schijnbaar teruggaand.
Het ademhalingsproces van  de kreeft en de vis is verschillend. Het ademwater van de kreeft stroomt door een spleet aan de achterkant van het borstpantser naar binnen en voor bij een opening dichtbij de kop weer naar buiten. De ademstroom bij de vis laat zich vergelijken met onze inademing, die van de kreeft met ons uitademen, want hij stoot zijn adem naar voren weg. 
Om te groeien verwisselt de kreeft van tijd tot tijd van huid, hij moet zijn stijve pantser afleggen. Dit wijze proces gaat zo: de kreeft gaat vasten waardoor zijn pantser losser komt te zitten. Tegelijkertijd zet hij vanuit zijn huid kalk af in een daarvoor bestemde ruimte in zijn maag en slaat dat daar op. Dat duurt zo lang, tot er in het borstpantser een scheur ontstaat. Nu bevrijdt het dier zich uit zijn behuizing en houdt zich een tijd verborgen, want zonder pantser is het volledig weerloos. In deze tijd groeit de kreeft en vernieuwt de afgebroken delen. Dan zet hij in zijn huid weer kalk af, bouwt een nieuw pantser om zich heen en leidt zijn leven weer als vanouds. 
Wat een merkwaardig wezen is de kreeft toch! Op aarde en als sterrenbeeld!
.

Zo                                                                   z                                                         zw
febr.   1    24°°u                                   mrt.    1   22°°u                             apr.  1  21°°u*
          15   23°°u                                              15  21°°u                                     15  20°°u*

*zomertijd

De zwak schitterende sterren van het sterrenbeeld Kreeft zijn alleen bij een heldere sterrenhemel buiten de grote stad te zien. We vinden het tussen het sterrenbeeld van de Leeuw en dat van de Tweelingen in maart hoog aan de hemel in het zuiden, in april in het zuidoosten en in mei naar het westen toe dalend, alles aan de avondhemel.

Namen van de sterren:

Acubens (Arabisch) = schaar (van de kreeft)
Asellus Australis (Latijn) = zuidelijke ezel
Asellus borealis (Latijn) = noordelijke ezel
Presepe (Latijn) = kribbe

Meer feiten

Sterrenkundealle artikelen

7e klasalle artikelen.

.

2670

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Sint-Jan (36)

Dieuwkje Hesselsholkamp, via Facebookgroep vrijeschool, juni 2022

.

het sint-jansfeest en de zomerzonnewende

.

Ik ben de moeder zon en draag
de aarde bij nacht, de aarde bij dag.
Ik houd haar vast en schenk haar licht,
dat alles op haar groeien kan.
Steen en plant, mens en dier,
alles ontvangt zijn licht van hier.
Doe open je hart als een beker klein,
laat mijn licht ook daarbinnen zijn.
Doe open je hartje, mijn kindekein,
dat wij tezamen één licht mogen zijn.
Ik ben de moeder zon.

Christian Morgenstern

Het Sint-Jansfeest en de zomerzonnewende

De zomerzonnewende wordt steeds vaker weer gevierd en daarom wil ik je
hier iets meer over vertellen. Op 24 juni wordt onder andere op de vrijeschool het Sint-Jansfeest gevierd. De geboortedag van Johannes de Doper wordt herdacht. Van andere heiligen wordt de sterfdag gevierd, maar niet van Johannes. Zijn geboortedag valt net na de zomerzonnewende (21 juni), maar
dat is niet altijd zo geweest.
Voor de invoering van de Gregoriaanse kalender vielen die dagen samen. Johannes was een man die dicht bij de natuur leefde en een zeer groot/hoog geestelijk wezen was. Hij was de wegbereider van Christus. Hij doopte Christus in de Jordaan, terwijl een duif neerdaalde op Zijn hoofd. Het was het begin van de drie jaren dat Christus preekte en genas.
Johannes sprak de legendarische woorden: ‘Ik moet afnemen, Hij moet
groeien.’ Daarin geeft hij zowel het geestelijke aspect weer (zijn geest en
invloed werden kleiner), als het proces dat zich in de natuur laat zien.
Eigenlijk is het Sint-Jansfeest een samensmelting van het oude Germaanse
midzomerfeest met de christelijke heiligendag. Het Sint-Jansfeest staat
tegenover het kerstfeest, waarbij we de geboorte van Christus en de
winterzonnewende vieren. Bij het oude Germaanse feest op 21 juni – de
langste dag- werden vuren ontstoken ter zuivering en braken er magische krachten los. Men verzamelde geneeskrachtige kruiden voor het komend jaar. In spiritueel opzicht werd het zware aardse verheven zodat de ziel met
zijn vleugels naar de zon (zonnegeest) kon vliegen (en in extase kon raken). Rond de zomerzonnewende is de atmosfeer van de aarde groter. De mensen en vooral de druïden ervoeren dat het geestelijke dichterbij was. Letterlijk door in contact te komen met die geesten en het hogere, maar ook via de (extra) krachtige werking op dat moment van dromen en de geneeskrachtige kruiden. De feesten waren een uitdrukking van het extatische buiten zichzelf raken van de menselijke ziel in de zomer. Maar het gebeurde allemaal in een ‘dromerige’ sfeer. De mens was toen namelijk nog niet wakker.
In deze tijd zijn de mensen en kinderen erg wakker en verbonden met de aarde, maar wij kunnen nog wel iets merken van die extatische zomersfeer. Het vuur kan ons doen inspireren en ontvlammen. Als dat met bewustzijn gebeurt,
kunnen we als mens groeien, maar als dat zonder bewustzijn gebeurt, kunnen er letterlijke en figuurlijke branden ontstaan. Dat laatste zagen we bij het uitbreken van WO I en ook bij zomerse schietpartijen. Positief kunnen wij nieuwe
krachten opdoen, geïnspireerd en zelfs buiten onszelf raken. Wij reizen en verlaten daarmee letterlijk ons huis en zijn in de zomer veel buiten. We zijn wat soezerig van de warmte, dromerig en zijn daardoor figuurlijk uit ons huis
(lichaam). Dat is niet helemaal de bedoeling. Geniet van de zomer, maar blijf wakker en bij jezelf. Zeg ook tegen de uitgelaten of dromerige kinderen: ‘Pas op!’ (Bijvoorbeeld buiten op straat), want ze letten zelf niet op.
De zon is steeds hoger geklommen aan de hemel en alles in de natuur heeft zijn hoogtepunt bereikt. Letterlijk doordat de planten vaak niet hoger worden en ook de bloemenpracht is nu op zijn mooist.
Na 21 juni worden de dagen weer korter en de nachten langer. Het zomerhoogtepunt is ook een ommekeer en dat is in de natuur waar te nemen; de
bloei en groei neemt af en de vruchten beginnen te rijpen. Grassen en granen worden geel.
Er is een oud gezegde dat luidt: ‘Met Sint-Jan draait het blad zich om.’ Dit geeft die langzame verandering in de natuur weer. Rond de zonnewende bloeit ook het gele en genezende sint-janskruid. Dat wonden geneest en als supplement helpt bij (milde) depressieve klachten en slapeloosheid, maar het kan niet altijd ingezet worden (even check voor gebruik dus)!
Het Sint-Jansfeest is op de vrijeschool een laatste uitspatting voor de zomervakantie begint. Het is een buitenfeest met zang, muziek, volksdansen, spelletjes, bloemenkransen, vuurspringen en een picknick (met drie in de pan en
vlierbloesemsiroop). Op de vrijescholen wordt er vanaf de eerste klas over het vuur gesprongen, niet alleen omdat het kind hier jaren naar uitkeek en het spannend, nu pas verantwoord en leuk is, maar ook om in de warmte van het
vuur opgetild en geïnspireerd te worden. Voor de volwassen zijn de jaarfeesten ook een mogelijkheid om te groeien.
Dit feest is er een van innerlijke groei: Verbinden met het geestelijke zonder jezelf te verliezen. De vrucht, die zich vormt, vasthouden zodat je in de herfst – als je weer tot en in jezelf gekomen bent- kunt
oogsten. – http://www.antroposofiekind.nl

Sint-Jan, die komt er an!

23 juni 2015 Jaarfeesten [Naomi Rowaan : Antroposofisch leven.]

Het jaarfeest van Sint-Jan
Sint-Jan wordt gevierd op 24 juni; het valt samen met de zomerzonnewende en het is het laatste jaarfeest dat op vrijescholen gevierd wordt voor de zomervakantie begint.
Maar wie was Sint-Jan, en waarom vieren we dit feest? Dit stuk gaat in op de eeuwenoude geschiedenis en de gebruiken van Sint-Jan.

Oogst en blijdschap

Sint-Jan is op de vrijescholen een van de uitbundigste jaarfeesten.
Kinderen dragen veelal wit of wit met rode kleding*, en dossen zich uit met
grote gevlochten kransen gemaakt van veldbloemen. Alle planten en bloemen om ons heen zijn in bloei, de bomen zijn groen en vol, de dieren hebben jongen. Overal om ons heen in de natuur zien we geluk en overvloed. Dit herinnert ons eraan dat eind juni een begin gemaakt wordt met de oogst. Wij hebben nu kassen en kunnen ons voedsel importeren, maar vroeger waren de mensen afhankelijk van hun oogst en waren ze blij als de oogsttijd weer aanbrak.

Zomerzonnewende en heidense gebruiken

Midzomernacht, omstreeks 21 juni, is het keerpunt van het licht, de
zomerzonnewende. De dagen worden vanaf deze dag weer korter en de
nachten langer. De oude, voorchristelijke natuurreligies, die veel aandacht
hadden voor de werelden naast de onze, beschouwden dit moment in het
jaar als bijzonder. Contact met de wereld van de natuurwezens en die van de
overledenen werd even wat gemakkelijker; de sluier tussen onze wereld en
de andere werd veel dunner. Door middel van rituelen legde men contact en
vroeg om hulp. De keerzijde was dat er ook meer bescherming gevraagd
moest worden omdat ook kwade wezens dichterbij konden komen. De
paganisten en heksen van nu vieren midzomer of Litha vandaag de dag nog steeds, gebaseerd op deze oude gebruiken.

Van heidens naar christelijk feest

Toen het christendom begon te overheersen, werden de al bestaande jaarfeesten omgevormd naar christelijke feesten, zoals we ze vandaag de dag nog grotendeels kennen. De oude kern is soms voor een deel bewaard gebleven.
Voor 24 juni geldt dat deze datum binnen het christendom wordt beschouwd als de geboortedag van Johannes de Doper. Johannes de Doper werd een half jaar eerder geboren dan Jezus, en hij bereidde de mensen voor op de komst van Christus. Hij doopte de mensen tot christen in de rivier de Jordaan. Johannes de Doper gaf de mensen als boodschap mee dat zij niet altijd zorgeloos konden genieten, maar dat er nu een tijd zou komen van het naar binnen kijken.

Sint Jan en de antroposofie

Het Sint-Jan van nu is vanuit antroposofisch oogpunt een vrolijk en uitbundig feest, een feest van samenzijn met elkaar. De diepere vertaling van het Sint-Jansfeest van nu gaat ook over de intuïtieve mens, harmonie in de wereld om ons heen en tussen de mensen. Het ervaren van eenheid tussen onszelf en de elementen, de aarde… wij stammen allemaal uit dezelfde goddelijke oorsprong.

Sint-Jansfeest [komt van: http://www.beleven.org]
Datum: vrijdag 24 juni 2022
Land/ gebied: Wereld (Christenen)
Soort: Folkloristisch (Heiligendag)
Religie: Christendom (Rooms-Katholicisme)
Midzomerfeest/ Sint-Jan. Jaarlijks op 24 juni. Op deze dag herdenkt men de geboortedag van Johannes de Doper, de profeet die Jezus in de rivier de Jordaan doopte. Deze dag valt samen met het Midzomerfeest dat van oudsher op veel plaatsen in Europa wordt gevierd.
Op de avond van Sint-Jan kwamen vroeger buurtgenoten bij elkaar en maakten met zijn allen een groot vuur. Men zong en
danste en de moedigsten sprongen over het vuur heen. Als een jongen en een meisje hand in hand over het vuur sprongen, was hun band voor eeuwig verzegeld.

Geboorte van de heilige Johannes

Feest dat met name in Orthodoxe (Katholieke) landen een zeer oude traditie kent, die teruggaat naar nog veel oudere zonnewendefeesten en -rituelen.

Sint-Jansfeest/ Midzomerfeest

Met Sint-Jan was het voor vrouwen mogelijk een vrijer te vinden.
In de zeventiende eeuw was het gebruikelijk bloemen aan de huizen te hangen of boven de straat en ’s avonds feest te vieren met elkaar. Jongens en meisjes trokken gearmd door het dorp of de buurt.
Volgens een ooggetuige uit 1606 werd er gedanst en zong men ‘ijdelicke liedekens’. Wist de vrouw een man te strikken dan werd deze ‘mijn Sint-Jan’ genoemd.
Bredero dichtte over dit feest en liet Bouwen Langhlijf vertellen over
zijn ontmoeting met Sinnelijcke Nel van Gooswegen:

So haest als zij mijn sach,
So stong ick huer wel an
Want sij riep, int volle seltscip:
Dit is mijn eyghen Sint-Jan

In Nederland wordt het Jansvuur nog ontstoken in verschillende dorpen. Met name op vrijescholen neemt het Jansfeest een belangrijke plaats in bij het stilstaan bij de jaarcyclus. De kinderen dragen dan een krans van gras met
daarin bloemen gestoken. Bij sommige scholen wordt ook een vuur ontstoken waar de kinderen uit de hoogste klassen overheen springen.
Van Sint-Jan wordt, net als bij Maria, de geboortedag herdacht en niet het sterven.
Sint-Jan wordt dan ook gezien als het begin van een nieuwe periode in het jaar. Ook de natuur verandert. ‘Met Sint-Jan draait het blad zich om’ is het gezegde. Sint-Jan markeert een overgangsperiode.
Het sterven van Johannes de Doper wordt jaarlijks door de kerk herdacht op 29 augustus.
Johannes de Doper is patroon van: wevers, kleermakers, schilders, leerlooiers, timmerlieden, smidse, kuipers, schoorsteenvegers, herbergiers, bontwerkers, wijnbouwers, architecten, drankbestrijders, bioscoopbezitters, herders,
dansers, muzikanten, zangers, huisdieren, schapen, lammeren, vasten, Karmelieten, Maltezer ridderorde.
Johannes de Doper is patroon tegen: hoofdpijn, schorheid, duizeligheid, epilepsie, kinderziekten, angst, hagel.

De datum van Midzomer

Volgens de Juliaanse kalender viel het zomersolstitium, de langste dag van het jaar, op 24 juni, net als later het christelijke Sint-Jansfeest. Hoewel het solstitium in de loop der eeuwen steeds verder van deze datum ging afwijken, bleef 24 juni aan dit feest gekoppeld. Pas bij de invoering van de Gregoriaanse kalender, in grote delen van Nederland niet eerder dan 1700, werd het zomersolstitium op 21 juni vastgesteld. Tegen die tijd was het Midzomerfeest al zo ingekapseld in het Sint-Jansfeest dat het begrip Midzomer nog steeds wordt verbonden met 24 juni. Het Woordenboek der Nederlandsche taal geeft als omschrijving van Midzomer: ‘Het midden van den zomer, de langste
dag, ook wel 24 Juni, St-Jan Baptist.’
In het Engels wordt onderscheid gemaakt tussen midsummer, waarmee meestal het zomersolstitium, 21 of 22 juni, wordt aangeduid, en Midsummer Day, waarmee nog steeds uitsluitend 24 juni wordt bedoeld. Als tweede betekenis
van midsummer geeft de Oxford English Dictionary: ‘midsummer = Midsummer Day, June 24th’.
Midsummer Day was vanouds in Engeland en Ierland een van de quarter-days, waarmee het jaar in vieren werd gedeeld, naast Lady Day (25 maart), Michaelmas (29 september) en Christmas (25 december).
De Gregoriaanse kalender werd, zoals gezegd, pas in 1752 ingevoerd in Engeland en de Engelse koloniën en pas vanaf dat moment was 21 juni ook daar de langste
dag, maar de Midzomerviering bleef gekoppeld aan de oude datum.
Strikt genomen kan Midzomer het beste op 21 of 22 juni gevierd worden, maar voor het zoeken naar volksgebruiken rond deze viering moeten we ons richten op 23 juni (Sint-Jansavond), de nacht van 23 op 24 juni (Sint-Jansnacht) en
24 juni (Sint-Jansdag). Soms wordt Midzomer gevierd op een vaste weekdag in de buurt van 24 juni.
In Finland en Zweden is dit bijvoorbeeld de zaterdag tussen 20 en 26 juni (Midsommardagen).

Een feestdag in Andorra, Canada, Litouwen
Sint-Jan: een nacht vol toverkracht 17 juni 2020
Over het vuur springen, hoe cool is dat? Voor veel kinderen (en ook volwassenen) is het het hoogtepunt van het Sint-Jansfeest. Je koopt er een jaar gezondheid en geluk mee, wordt gezegd. En jonge paartjes die er met z’n tweeën
overheen springen hopen samen een gelukkig leven te leiden.
Op 24 juni is het weer zover, dan vieren vrijescholen hun eigen midzomerfeest. Een traditie in veel Europese landen, waaronder Zuid-Engeland, Scandinavië en ook veel Slavische landen, maar minder bekend in Nederland.
Tekst: Tineke Croese


Midzomerfeesten, we vieren ze in de lichtste tijd van het jaar, als de dagen lang zijn en de korte nachten niet echt donker lijken te worden. Bij het vuur vlechten kinderen bloemenkransen, er wordt muziek gemaakt, gedanst en gepicknickt. Soms verbranden mensen een als heks uitgedoste stropop: zij neemt alle narigheid van het voorbije jaar mee in het vuur.
En wie durft, springt over het vuur en koopt op die manier een jaar gezondheid en geluk voor zichzelf.
De korte, lichte nachten van Sint-Jan hebben iets geheimzinnigs. Volgens het volksgeloof kunnen mensen in deze nachten de taal van de dieren verstaan en bezitten sommige planten grote magische kracht. Die kun je bijvoorbeeld
gebruiken om je van de trouw van je geliefde te verzekeren. Niet alleen de mensen blijven in deze nacht wakker tot de zon opgaat, ook het ‘kleine volkje’ is op pad. Misschien is het ook door hun toedoen dat de nacht van Sint-Jan vol
toverkracht is. Als de elfen je gunstig gezind zijn, wijzen ze je de weg naar verborgen schatten. Maar vaker zijn deze plagerige natuurgeesten geneigd om mensen voor de gek te houden, zoals Shakespeare in zijn
Midzomernachtsdroom laat zien.

Licht

De midzomerfeesten die op 21 juni gevierd worden, stammen al uit de voorchristelijke tijd.
Het Sint-Jansfeest van 24 juni was eigenlijk
bedoeld als de christelijke


voortzetting ervan,
maar er veranderde in de praktijk zo weinig dat de vroegere midzomerfeesten er zonder problemen naast bleven bestaan.
Sint-Jansfeest, midzomerfeest – het lijkt niet echt uit te maken.
De gebruiken zijn hetzelfde.
Het is geen toeval dat de Kerk ervoor koos om Kerstmis en Sint-Jan kort na het midwinterfeest van 21 december en het midzomerfeest van 21 juni te vieren. De nieuwe christelijke feesten werden gebracht als een voortzetting en vernieuwing van de oude voorchristelijke feesten.
Tijdens de midwinterzonnewende bereikt de zon het laagste punt aan de hemel. Het is de donkerste tijd van het jaar. Vroeger wachtten de mensen elk jaar weer in spanning af of het licht wel terug zou keren. Via rituelen probeerden ze die terugkeer te bewerkstelligen. Met Kerstmis, het geboortefeest van Jezus, vieren we de geboorte van het licht op aarde. Het wordt daarom kort ná de kortste dag gevierd, als de zon het diepste punt al voorbij is.
Bij de midzomerzonnewende bereikt de zon het hoogste punt aan de hemel. Het is de lichtste tijd van het jaar. Maar kort daarna volgt een dramatische ommekeer: de zon begint weer te dalen en verliest zijn lichtkracht. Dat merken we niet direct, maar toch neemt het licht langzaam weer af en worden de dagen korter.
Op 24 juni is het volgens de kerkelijke heiligenkalender de geboortedag van Johannes de Doper. Hij doopte Christus in de Jordaan en verkondigde zijn volgelingen dat hijzelf – Johannes – minder krachtig moest worden, terwijl Christus moest groeien. Om die reden kreeg het feest van Sint-Jan de Doper een plaats op 24 juni, als de zon al ‘minder wordt’, in kracht begint af te nemen. De zon laat rond midzomer zien waar Johannes op wees: alles wat voorchristelijk
is, tot en met Johannes zelf – de laatste voorchristelijke profeet – is als die uiterlijke zon wiens luister en grootheid na 21 juni minder worden. Johannes de Doper sluit de voorchristelijke tijd af, maar als ‘engel van de Heer’ was hij ook de
wegbereider van Christus die aan het begin van een nieuwe tijd verschijnt.

Van oud naar nieuw

Johannes de Doper riep op tot inkeer. Hij riep op om het oude los te laten en een andere innerlijke houding aan te nemen. Dat maakte hem tot een eenling, een roepende in de woestijn. Mensen hadden ontzag voor hem, maar ze
vonden het te moeilijk om hem te volgen. Dat zien we ook bij het Sint-Jansfeest. Terwijl Kerstmis wel de vernieuwing van het midwinterfeest werd, bracht het Sint-Jansfeest die vernieuwing niet voor het midzomerfeest. Eigenlijk is dat
wel te begrijpen: iedereen verheugt zich op de komst van het licht, iedereen wil het donker graag achter zich laten.
Wat het Sint-Jansfeest vraagt is veel moeilijker: afstand doen van het licht, van het bekende, van wat vanzelfsprekend en vertrouwd is. En jezelf in plaats daarvan openstellen voor het nieuwe en onbekende.
Net als de kersttijd is de Sint-Janstijd een tijd van ‘oud en nieuw’, van terugkijken op het verleden en vooruitkijken naar de toekomst. In de kersttijd houd je dat klein: je reflecteert op jezelf, je maakt goede voornemens om iets in je persoonlijk leven aan te pakken. In de Sint-Janstijd kijk je terug op een groter
geheel, op de samenleving of op je eigen sociale omgeving. Moet daar iets worden aangepakt? In het verleden was het nog mogelijk om veel meer
vanuit vaste sociale patronen en rollen te handelen, tegenwoordig moeten we
een situatie vaker zelf beoordelen en een eigen aanpak bedenken. Oude
tradities en door de groep bepaalde normen verdwijnen in hoog tempo. We
zijn aangewezen op ons eigen inzicht en oordeel en het vertrouwen daarin
moet nog groeien.

Vrolijk

Het Sint-Jansfeest is een blij feest, met bloemenkransen, zang en dans, met een Sint-Jansvuur en vrolijkheid. Om ons heen zien we de natuur zo uitbundig en rijk als in geen ander jaargetijde. Maar het is ook een periode van reflectie. Lang niet alle vruchten zijn rijp in juni. De meeste hebben de hele zomer nodig om te rijpen, om zoet en sappig en eetbaar te worden. Zo heeft ook alles wat je in het voorbije jaar aan kennis en inzicht hebt opgenomen tijd nodig om te rijpen.
Het moet even met rust gelaten worden, net als schoolkinderen in de zomervakantie. Na dit feest volgt die heerlijk lange, zorgeloze zomertijd. Pas aan het eind van de zomer, als de vakantie voorbij is en iedereen klaar staat om
opnieuw de oude patronen binnen te glippen, is de tijd rijp om met onze nieuwe voornemens aan de slag te gaan.
Dit artikel is gepubliceerd in de jaarfeestenrubriek van AM-nummer 2, juni 2016.

Kringdans:

De jongens en meisjes vormen hand-in-hand een paar en dansen samen in de kring en bij de laatste regel van het liedje maken de meisjes een reverence naar de jongens en de jongens maken een mooie buiging naar de meisjes en vervolgens wordt het liedje weer opnieuw gezongen en gedanst.

Rudolf Steiner:
weekspreuk 12: Johannesstemming

de gespiegelde spreuk 41

Sint-Jan is echt een buitenfeest. Meestal is het ook erg mooi weer. Het gevoel van saamhorigheid hoort bij de Sint-Jansviering. Sint-Jan vier je niet alleen, maar met het gezin of met een groep. Hoe meer zielen hoe meer vreugd!
▪ Picknicken, als iedereen die komt iets te eten en/of drinken meeneemt, liefst zelfgemaakt, ongeveer genoeg voor twee volwassenen. Als iedereen ongeveer dezelfde hoeveelheid meeneemt is er genoeg voor iedereen, en is
de picknick een heus feestmaal!
▪ Over het vuur springen Dit is een traditie die ons ver terugvoert in de tijd, naar onze Keltische voorouders. Zij maakten vuur en sprongen eroverheen. De symboliek voor onze voorouders was een nieuwe periode in springen, en ziekten en narigheid de baas zijn. Over het vuur springen kan ook gezien worden als de poort naar de elfenwereld door gaan. Vandaag de dag kan het gezien worden als het overwinnen van angsten en het achterlaten van een deel van jezelf dat je niet meer nodig hebt.
▪ Zingen en dansen en spelen!
▪ Het vlechten van een bloemenkrans:
Veldbloemen en wilde bloemen horen bij de overvloed van Sint-Jan. Bloemenkransen blijven langer mooi als je ze voor het gebruik op een bord in de koelkast legt met een natte doek eroverheen
▪ Het is heel leuk om de avond voor Sint-Jan samen in het bos of het veld wilde bloemen te verzamelen en er een krans van te vlechten om met Sint-Jan te dragen.
▪ Natuurlijk is het ook heel leuk om de seizoenstafel in Sint-Janssfeer te brengen!
▪ Speurtocht met opdrachten gerelateerd aan de elementen lucht, aarde, water vuur.
• Blijf tot middernacht op, zing en dans om het vuur.
• Spring over een echt vuur(tje) of een vuurtje gemaakt van gele en rode doeken.
• Organiseer zomerse spelletjes zoals eieren lopen maar dan met waterballonnen.
• Bak koekjes met eetbare bloemen.
• Maak ijsklontjes met eetbare bloemen.
• Doe een kersenpitten ‘wie kan het verste spugen?’ wedstrijd.

Maak samen een eenvoudige Bucketlist voor de zomervakantie (je kan als voorwaarde voor kinderen maken dat het (bijna) geen geld mag kosten: In de zee zwemmen. Een schaap knuffelen. Een ijsje eten. Een boek lezen. Een ochtendwandeling maken met het hele gezin. Fietsen langs een rivier. Picknicken in de tuin. Stokbrood maken boven een kampvuurtje. Slapen in de tent bij iemand in de tuin. Een hut maken in het bos. Samen naar de sterren kijken.
Schelpen verzamelen op het strand met een gaatje erin en een zomerketting maken.

Laat mij het levenswater zoeken van Ineke Verschuren,
Het hele jaar rond van Marijke van Raephorst,
Het hele jaar rond van Sandra Klaassen,
Leven met het jaar, Christiane Kutik

Sprookjes bij de Sint-Janstijd:
Kleuters: Grimm: “het klosje , de schietspoel en de naald’. “de gouden gans”, “de bijenkonngin”, ‘de kristallen bol”, “roodkapje “, “de zes zwanen”´
Bakersprookjes: “het bootje “, “robin roodborst”,

Sint -Jansfeest/tijd en kleuters:

Een wiebelige tijd, de zomervakantie komt eraan, de natuur staat in lichterlaaie,
De spanningsboog van kleuters verandert in kleine spanningsboogjes met grote of minder grote valpartijtjes en ongelukjes: ze komen gauw uit evenwicht en worden naar buiten [bijna buiten zichzelf] getrokken…
Er wordt in deze tijd van het jaar vaak gezongen:

“hele hele zegen,
Drie dagen regen,
Drie dagen zonneschijn,
Dan zal het vast weer beter zijn”

Het helpt om met de kleuters evenwichtsoefeningen te doen [“zit of staat de kring”, “wie kan er op 1 been staan,
een sprongetje maken, in de vingers knippen, je oren laten wiebelen. zoveel mogelijk variëren in’t groot en in’t klein],
of liedjes met gebaren [zoals : “Hoofd schouders knie en teen”, of “dit zijn mijn wangen”…,
of in een lange rij naar buiten en samen over de zandbakrand lopen of evenwichtsbalk,
of twee aan twee een bootje maken [“varen varen over de baren” “Berend Botje ging uit varen”, “ik voer laatst over zee, ga je mee…”].
veel touwtjespringen, in t grote touw of individueel
dansspelen buiten doen:
“Jan en piet gaan dansen” en “schipper mag ik overvaren” en “you put your left foot in, you put your right foot in…”
Zingen, veel zingen: harmoniserend bij elkaar zijn en blijf met de klas in het klassenritme: dat geeft houvast en daardoor brengt het evenwicht.

Knutselen met Sint-Jan:

Andere activiteiten:

spelen met zand en water: zandkastelen maken,
stenen zoeken en wassen en poetsen [en schilderen]
bellenblaasstokken zelf maken,
veren verzamelen,
bloemen plukken: sommigen in een boeket, anderen gaan drogen, een mobiel ermee maken.
hinkelbaan buiten maken met stoepkrijt [verf]
waaier vouwen [van papier] of een zonnetje

Vogeltje: [kinderen] zelf een vogeltje laten tekenen en laten kleuren en
prikken, vleugeltjes vouwen [als bij een pinksterduifje]. touwtje eraan,
aan het touwtje een stokje…. En zie ze vrolijk zingend lopen met hun
vogeltje: “als ik eens een vogeltje was, oh wat zou ik vliegen ….”
Knikkerbaan laten maken met gevormd en ongevormd materiaal
Spelen met schaduw; in elkaar schaduw lopen, bijvoorbeeld of één lijf met 4 armen ….

Met toestemming van de auteur, waarvoor dank!

Sint-Jan: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

.

VRIJESCHOOL – 7e klas – voedingsleer (5-2/1)

Als de leerlingen in klas 6 tuinbouw hebben gehad, hebben ze al wat ervaren van de manier waarop je voedingsplanten kweken kan.
In de 7e klas kan daarop worden teruggekomen en nu het in deze tijd zo actueel is hoe wij onze voedingsproducten verkrijgen, is het zeker niet verkeerd om over de ‘biologische’, maar ook over de ‘biologisch-dynamische’ kweekmethode te spreken. 
Dat moet niet verward worden met ‘antroposofie in het onderwijs’. De B.D-methode bestaat en waarom zouden leerlingen daarmee geen kennis maken.
Opmerkelijk is dat het artikel uit 1990 hier reeds duidt op wat we nu als ‘stikstofprobleem’ kennen.

Wolfgang Schmid, WeledaBerichten nr. 151 september 1990
.

WAT IS BIOLOGISCH-DYNAMISCHE LANDBOUW?

.

Doordat in de loop van de geschiedenis de mens, die leefde van de jacht en het plukken en bereiden van kruiden, ten slotte werd tot wat we tegenwoordig agrariër noemen, onderging ook het landschap een grote verandering. Het natuurlijke landschap werd door de mens veranderd in cultuurlandschap. Om die ontwikkeling te begrijpen is het nodig om te zien wat kenmerkend is voor een natuur- en een cultuurlandschap.

Het natuurlandschap

Dit wordt gekenmerkt door natuurlijke plantengroeperingen, die ontstaan door bepaalde omstandigheden van bodem en klimaat. Zij kunnen door plaatselijke klimatologische omstandigheden heel verschillend zijn en ook in de loop van de tijd veranderen. Binnen die groeperingen is er geen “onkruid” en zijn er geen “schadelijke insecten” naar ons begrip, want de veelvuldige onderlinge relaties tussen planten en dieren (vanaf de micro-organismen tot aan de grote dieren) scheppen een evenwicht. De kringloopprocessen van substanties en energieën zijn principieel gesloten. Daardoor zijn er ook geen problemen door het verlies van stoffen (bijvoorbeeld het uitspoelen van nitraten).

Het cultuurlandschap

Hier is de mens niet meer slechts een deel van de natuur maar hij geeft daaraan in belangrijke mate vorm. Bossen worden gerooid, de grond wordt bewerkt. Cultuurplanten worden verbouwd op allerlei manieren. De gevarieerdheid van de plantenfamilies vermindert, de productie van de land- en tuinbouw wordt vergroot. Daardoor wordt het mogelijk de veestapel te vermeerderen. Het bestand aan dieren in een cultuurlandschap kan 100 keer zo groot zijn als het bestand aan in het wild levende dieren van een natuurlandschap. Door de bewerking van de grond gaat er lucht in doordringen, humus wordt zeer snel omgezet. De kringloopprocessen van de substanties worden bespoedigd – maar ook kwantitatief op een belangrijk hoger niveau gebracht – omdat het kweken van groenvoer (klaver, luzerne enz.) een grotere veestapel mogelijk maakt. Daardoor komt er meer mest, er ontstaan grotere opbrengsten maar ook grotere hoeveelheden overblijfselen na de oogst. Echter: ook het gevaar dat substanties uit de kringloop worden losgelaten wordt groter (uitspoelen van nitraten, kali en ook van subtiele bodemdeeltjes).

Moderne landbouw

Tegenwoordig wordt de landbouw in hoge mate beïnvloed door het materialistisch georiënteerde denken. Nadat de scheikunde werd toegepast in de landbouw, ging men natuurprocessen steeds meer tot chemische reacties reduceren. Met behulp van de bedrijfswetenschappen konden de verschillende gebieden van de landbouw afzonderlijk op hun rentabiliteit worden getoetst. Dientengevolge kon een differentiatie van de algemene landbouw in koeien- en varkensmesterijen, bedrijven zonder vee enz. tot stand komen. Intensivering was dus ook door specialisering mogelijk. Veel landbouwers zijn tegenwoordig genoodzaakt industrieel vervaardigde of toebereide stikstof-, fosfor- en kalikunstmest te kopen. Door de daarmee gepaard gaande vermindering van de natuurlijke vruchtbaarheid van de bodem en de aantasting van de gezondheid van het gewas is de toepassing van synthetisch-chemische bestrijdingsmiddelen onontkoombaar. Ten gevolge van die ontwikkeling zijn thans vele agrariërs genoodzaakt ten dele alleen nog maar op beschadigingen (schimmelziekten, insecten) en op tekorten van de voedselverzorging van de planten te reageren. De specialisering in de landbouw werd echter ook in hele landschappen zichtbaar: zo zijn er tegenwoordig streken, waarin bijvoorbeeld de runderen werden afgeschaft. Daardoor verdween ook de verbouw van groenvoer in de gedaante van klaver- en luzernegras uit het landschap. Aan de andere kant wordt regionaal de veestapel (dikwijls varkens) zo enorm geconcentreerd, dat men met de ontstane hoeveelheden mest geen raad meer weet. Het gevolg is, dat dierlijke mest, eens een waardevol product, tot een afvalprobleem, uiteindelijk een milieuvraagstuk wordt waar men zich het hoofd over breekt.

Vragen over de kwaliteit

Men moet zich afvragen, welke kwaliteiten via op die manier gekweekte producten aan de voeding van de mens worden toegevoegd. Want wij zien kunstmatige voeding van de planten door middel van minerale synthetische kunstmest, profylactische en therapeutische toepassing van chemische pesticiden bij de bestrijding van ziekten en ongedierte, dikwijls ook massale fokkerijen waar de regelmatige toepassing van antibiotica onontbeerlijk is geworden. Hoe staat het met de vitaliteit van deze voedingsmiddelen (chemische resten), met de inpassing in het milieu van zulke producten. Is zulk voedsel geschikt om niet alleen de maag van de consument te vullen, maar ook om voor zijn geestelijke en psychische ontwikkeling een basis te bieden?

De biologisch-dynamische landbouwmethode

Reeds in het begin van de jaren twintig beseften enkele antroposofisch georiënteerde landbouwers de problemen die een uitsluitend materialistisch bedreven landbouw zou veroorzaken. Op hun verzoek hield Rudolf Steiner in 1924 in Koberwitz bij Breslau acht voordrachten met de titelGeesteswetenschappelijke grondslagen voor een vruchtbare ontwikkeling van de landbouw”. [GA 327] Deze zogenaamde “landbouwcursus” is de basis voor de biologisch-dynamische landbouwmethode.

Een belangrijk principe hiervan is, dat de landbouwer zijn bedrijf als een organisme ziet en het dienovereenkomstig opbouwt. In een organisme werken verschillende organen harmonisch samen; zij hebben gedifferentieerde functies en houden het organisme in leven en vruchtbaar. De geestelijke ordening van een organisme moet door de landbouwer tot het vormgevend principe van zijn bedrijf worden verheven. Om dit te bereiken moeten eerst de natuurlijke voorwaarden en de mogelijkheid van het bedrijf worden onderkend: het klimaat, de jaarlijkse hoeveelheid neerslag, het landschap enz. Op grond daarvan kan dan de opbouw van het bedrijf beginnen: welke diersoorten heeft de boerderij nodig, hoe groot kan de veestapel zijn, welk teeltplan maakt de grond vruchtbaar en verschaft aan het bedrijf het nodige economische succes?

Deze soort van landbouw heeft niet de chemie als basis, maar allereerst het waarnemen van wetmatigheden van het levende, ook van hetgeen in het psychisch-geestelijke gebied van landbouw werkzaam is. Het voornaamste streven in een biologisch bedrijf is het levend-maken van de bodem.

Verzorging van de bodem en de mest

Voedings- en werkzame substanties worden hier niet geleverd door de chemische industrie, maar zijn afkomstig van overblijfselen van de oogst, van het verbouwen van stikstof aantrekkende planten, peulvruchten, dierlijke mest, de mineralen in de bodem en van humus. De overdracht daarvan naar de planten vindt plaats door een geweldig aantal micro-organismen (schimmels, bacteriën, algen enz.) en ook grotere dieren (wormen, mijten enz.) in de grond. Dit reusachtige leger van levende wezens, het zogenaamde bodemleven, moet worden gecultiveerd. Daardoor is voor de biologisch-dynamische landbouwer de humus bereidende en leven stimulerende rotting van dierlijke meststoffen een hoogst belangrijke zaak. De mest wordt, voordat hij wordt uitgestrooid, met behulp van de biologisch-dynamische compostpreparaten, die in kleine hoeveelheden worden toegevoegd, gedurende korte of langere tijd gecomposteerd. Deze preparaten bestaan uit op een bepaalde manier bereide geneeskrachtige planten (duizendblad, kamille, brandnetel, eikenschors, paardenbloem en valeriaan) en beïnvloeden de rotting van de mest in hoge mate. De op zo’n manier bereide mest activeert het leven en de processen in de bodem, het afbreken van de organische substanties, het produceren van voedingsstoffen, de opbouw van humus en daardoor ook de bescherming tegen plantenziekten.

Over de preparaten koehoornmest en koehoornkiezel geeft het artikel van Bruno Busse  uitsluitsel.

Kwaliteit

Ten gevolge van de bijzondere mestverzorging, de zorgvuldige bedrijfsvoering en de toepassing van de biologisch-dynamische preparaten is de plant in staat, zich harmonisch tussen kosmos en aarde te ontwikkelen. Langs die weg kan zij bijzonder vitale substanties vormen als grondslag voor een gezonde voeding. Deze levensmiddelen komen onder de benaming “Biodijn” [naam niet meer in gebruik] (voor producten uit landbouwbedrijven die bezig zijn, om te schakelen naar de biologisch-dynamische landbouwmethode) en “Demeter” (voor producten van totaal omgeschakelde bedrijven) op de markt.

Milieubeheer door biologisch-dynamische landbouw

Naast alle beschreven maatregelen kent het biologisch-dynamische bedrijf aan de vormgeving van het landschap ter wille van het behoud van de vruchtbaarheid en het gezond houden van het bedrijfsorganisme een grote betekenis toe. Het planten van bessenstruiken, het aanleggen van heggen of het in stand houden van oeverweiden vergroot niet alleen de schoonheid van een landschap, maar vergroot ook de veelzijdigheid van de flora en fauna en bevordert zo het in stand houden van een evenwicht tussen schadelijk en nuttig gedierte.

Zo bezien is de biologisch-dynamische landbouwmethode niet alleen een richting die ons optimale en gezonde levensmiddelen verschaft, maar door haar wordt ook een cultuurlandschap ontwikkeld, waarin de mens weer op zijn verhaal kan komen en waarin de levens- en zielenkrachten van de natuur kunnen regenereren.

.

7e klas: voedingsleer: alle artikelen

7e klas: alle artikelen

Vrijeschool in beeld7e klas

.

2666

.

VRIJESCHOOL – Breinbreker (nieuw)

.

Zo tegen de leeftijd van ruwweg 12 jaar begint in de meeste kinderen het nieuwe vermogen te rijpen om te kunnen denken in een ‘oorzaak – gevolg’- verband.

Er is een bepaald abstraherend vermogen voor nodig dat een mens ‘van nature’ ontwikkelt en als dat er dan is, kun je het gebruiken en dan kun je het ook inzetten om problemen op te lossen. Door met die problemen bezig te zijn, is daar soms plotseling het ‘aha-beleven’

.

Oplossing later

 

Alle breinbrekers

Alle rekenraadsels

Alle taalraadsels

Alle ‘gewone’ raadsels

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner – Algemene menskunde – voordracht 13 – alle artikelen

.

ALGEMENE MENSKUNDE ALS BASIS VOOR DE PEDAGOGIE – GA 293

voordracht 13

De bladzijden verwijzen naar de vertaling van 1993

Een kleine uitleg over de indeling in paragrafen:
Het eerste cijfer verwijst altijd naar de voordrachtenvolgorde in de uitgave. [2-
Het tweede cijfer is het onderwerp van de beschouwing, aangegeven met het bladzijnummer en een korte inhoudsomschrijving. [13-1]
Het derde cijfer [13-1-1] geeft een uitbreiding aan van de inhoud van [13-1]
Wanneer je de gang door de voordracht wil volgen, hoef je de uitbreidingen niet per se te lezen, al horen ze er inhoudelijk wel bij. De volgorde door de voordracht is dus de reeks [13-1] [13-2] [13-3] enz.
Als kleur: rood

[13-1] Blz. 185-186
Tegenstelling hoofd-ledematen; omstulping naar bolvorm; stuwing bij voorhoofd; ik en neuswortelpunt; de geest stroomt; verwijzing naar GA 294.

[13-1-1] Blz. 185-186
Het geestelijke, gaat verbonden met ziel, als een stroom door de mens heen; ‘stroom’ vanuit verschillende karakteriseringen; wat betekent dit voor leerstof eigen maken; op welk gebied werkt leerstof; voorbeelden van verschillende vakken; uitvoerig over leren lezen; uit GA 302 zeer wezenlijke gezichtspunten geciteerd.

[13-2] Blz. 187-188
Noodzakelijk: contact ouders-school; het ‘drukkende en het zuigende’; over ‘materie’; oorzaak van ‘vervetten’ in samenhang met bewegen.

[13-3] Blz. 186-189
Over materie; geest drukt zich fysiek uit; wat is ‘stof, materie’ – uit GA 66 en GA 134. Materie en de hiërarchische wereld; materie als uiteengevallen geest; over de zenuw.

.

Algemene menskundealle artikelen

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

2662

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

VRIJESCHOOL – Rekenraadsel

.

Zo tegen de leeftijd van ruwweg 12 jaar begint in de meeste kinderen het nieuwe vermogen te rijpen om te kunnen denken in een ‘oorzaak – gevolg’- verband.

Er is een bepaald abstraherend vermogen voor nodig dat een mens ‘van nature’ ontwikkelt en als dat er dan is, kun je het gebruiken en dan kun je het ook inzetten om problemen op te lossen. Door met die problemen bezig te zijn, is daar soms plotseling het ‘aha-beleven’.

Oplossing:

Vermenigvuldigen geeft vaste getallen, dus in A x E = 12 zijn A en/of E 2,3,4 of 6. We zien A en E nog een keer, dan zijn ze samen 8; dat kan alleen met 2 en 6, dus 3 en 4 vallen af. Uit A + D + E = 10 volgt nu, dat D = 2; in C + D = 5, dat C = 3; in C + E + F = 6, kan E dan geen 6 zijn, dus E = 2 en A =, 6.
F = 1; in B + C + D = 10, is B dan 5

A = 6; B =5; C = 3; D = 2; E = 2; F = 1

Alle breinbrekers

Alle rekenraadsels

Alle taalraadsels

Alle ‘gewone’ raadsels

.

VRIJESCHOOL – 4e klas – vertelstof

In de Germaanse mythologie – de vertelstof van klas 4 – komen uiteraard vele namen voor.
Een verklaring van die namen vind je hier.

Bij deze namen ontbreekt (o.a.) de naam ‘WELEDA’.
Vanuit de antroposofie is destijds het farmaceutisch bedrijf ‘Weleda’ ontstaan. 
In het tijdschrift ‘Weleda’ wordt over dit ontstaan e.e.a. verteld waarbij tevens ingegaan wordt op de historische naam.

 

WAT BETEKENT DE NAAM WELEDA?
.

In het voorjaar van 1920 hield Rudolf Steiner (1861 -1925) op verzoek van artsen in Dornach twintig lezingen over “Geesteswetenschap en geneeskunde” (De ”1e artsencursus”). Daarin werd de antroposofisch georiënteerde medische wetenschap als een weg ter verruiming van de geneeskunst op geesteswetenschappelijke grondslag beschreven. De cursisten wilden over de door Rudolf Steiner ontwikkelde nieuwe, aan de mens aangepaste geneesmiddelen kunnen beschikken. Dientengevolge ontstond het laboratorium, waar geneesmiddelen op de grondslag van antroposofisch inzicht konden worden vervaardigd, de “Internationale Laboratorien AG”, verkort ILAG genaamd. Reeds in de zomer van 1921 werden de eerste preparaten afgeleverd. Het abstractum ILAG werd echter als ontoereikend gezien – gemeten aan de idee, de taken en doelstellingen van de nieuwe onderneming – en daarom stelde Rudolf Steiner in september 1924 de naam WELEDA voor. Als reden van deze keus zei hij slechts dat “Weleda een Oud-Germaanse individualiteit was, die behalve met de geneeskunst ook nog met vele andere dingen te maken had.”

De geschiedenis kent een Weleda, die in de oorlog tussen Romeinen en Germanen (rondom 69 n. Chr.) politiek bemiddelde en daardoor ook de stad Keulen – een Romeinse nederzetting – wist te redden van de dreigende ondergang. Zij behoorde tot de Germaanse stam van de Bructeri, die in het gebied van de bronnen van de Lippe thuis waren. 1) In documenten van antieke schrijvers wordt deze Weleda herhaaldelijk genoemd. Zij werd door haar volk als een zieneres en profetes vereerd. Maagdelijkheid werd van het hoogste belang geacht en daarom leefde Weleda geïsoleerd in een hoge toren.

Dat zij over genezende vermogens beschikte, wordt nergens vermeld. Maar Rudolf Steiner kon als geestesvorser de occulte achtergronden van vroegere culturen onderzoeken en beschrijven. Daarmede doorgrondde hij ook de cultuur van de Keltisch sprekende Germanen, Galliërs, Britten en leren.

Voor deze oervolken, die nog waren ingebed in de eenheid van God en de natuur, was het verband van de mens met de natuur ook in gezondheid en ziekte vanzelfsprekend. Bij de verschillende volken en stammen ontstonden kleine groeperingen van leidinggevende priesters, ingewijden, die over grote helderziendheid beschikten en daardoor ook geneesmiddelen in de natuur konden vinden. Er waren ook vrouwen die dat konden. Zij werden “Weleda’s” genoemd. Zij werden door het volk diep vereerd. Het woord Weleda (in de klassieke Oudheid Veleda, in Gallië Velleda) is van Keltische oorsprong en betekent zieneres, profetes. Weleda was dus een bijnaam.

De naamgeving Weleda voor de onderneming die geneesmiddelen op basis van antroposofische inzichten vervaardigt, wil evenwel niet zeggen, dat hier wordt aangeknoopt aan het boven beschreven Keltisch-Germaanse verleden. Dat zou ook niet kunnen, omdat de oude vermogens van de mensheid reeds lang totaal verloren zijn gegaan. In de plaats daarvoor kreeg de mens in de afgelopen eeuwen de kans zich tot een in vrijheid beslissende individualiteit te ontwikkelen. In de Oudheid bestond er een groepsziel, die in zeker opzicht haar wetten van de priesters ontving en bezat men een occult weten omtrent de processen in de mens en de natuur. Thans is er een eenzijdige natuurwetenschap, waarvan de mens vaak slechts het object is, die ook voor de moderne geneeskunde intellectuele theorieën opstelt. Het geheim van het noodzakelijke evenwicht in het samenspel van lichaam, ziel en geest moeten artsen en farmaceuten door een strenge spirituele scholing weer trachten te ontraadselen. Van principiële betekenis is daarbij de morele houding en een verantwoordelijkheidsbewustzijn zoals dat in het verleden de priesterlijke artsen kenmerkte.

1) Een omvangrijke literair-historische beschrijving door Willem F. Daems en Bert Hecksteden 

 

.

Bedrijf

Weleda Wikipedia

Zie ook Veleda

Vertelstof 4e klas: alle artikelen

Vertelstof: alle artikelen

Vrijeschool in beeld: 4e klas

.

2658

.

VRIJESCHOOL – Taalraadsel

.

Het is altijd handig om een map te hebben liggen met een voorraad opgaven die kinderen kunnen maken in ‘verloren ogenblikken’: wanneer ze met alles (snel) klaar zijn of wanneer ze graag extra werk doen, enz.
Woorden waarvan ze de betekenis niet kennen, moeten uiteraard geleerd worden.

Zo tegen de leeftijd van ruwweg 12 jaar begint in de meeste kinderen het nieuwe vermogen te rijpen om te kunnen denken in een ‘oorzaak – gevolg’- verband.

Er is een bepaald abstraherend vermogen voor nodig dat een mens ‘van nature’ ontwikkelt en als dat er dan is, kun je het gebruiken en dan kun je het ook inzetten om problemen op te lossen. Door met die problemen bezig te zijn, is daar soms plotseling het ‘aha-beleven’

Welk woord staat hier?

De beginletter is aangegeven met een punt. Verder mag je elke richting op, maar je mag niet tweemaal over dezelfde letter:

Oplossing:

MEESTERSCHAP

Alle taalraadsels

Alle rekenraadsels

Alle breinbrekers

Alle ‘gewone’ raadsels

VRIJESCHOOL – Breinbreker

.

Zo tegen de leeftijd van ruwweg 12 jaar begint in de meeste kinderen het nieuwe vermogen te rijpen om te kunnen denken in een ‘oorzaak – gevolg’- verband.

Er is een bepaald abstraherend vermogen voor nodig dat een mens ‘van nature’ ontwikkelt en als dat er dan is, kun je het gebruiken en dan kun je het ook inzetten om problemen op te lossen. Door met die problemen bezig te zijn, is daar soms plotseling het ‘aha-beleven’.

.

Oplossing:
Als het kwartje valt, heb je gezien dat alle bloemen in totaal steeds 7 blaadjes hebben. Dan komt alleen nr 2 in aanmerking.

Alle breinbrekers

Alle rekenraadsels

Alle taalraadsels

Alle ‘gewone’ raadsels

.

.

VRIJESCHOOL – Ritme en angst

.
Dr.med. Olav Titze, Weledaberichten 142, september 1987
.

DE ANGST EN HET RITMISCHE SYSTEEM VAN DE MENS

.

De angst als psychisch verschijnsel heeft ook een lichamelijke grondslag waarmee de arts zich bezig moet houden. Het menselijke organisme vertoont drie verschillende functiegebieden: een zenuwzintuigsysteem dat voor het bewustzijn dient, een stofwisselingsledenmatenstelsel, dat diep in het onderbewustzijn het instrument voor de levensprocessen en de beweging is en een derde, tussen die beide systemen bemiddelend systeem, nl. het ritmische systeem met het ritme van de pols en de ademhaling. De angst wordt in het middelste systeem beleefd.

Dit ritmische systeem is uiterst gevoelig zowel voor lichamelijke als voor psychische onevenwichtigheid. Schrik doet de adem stokken, angst snoert de keel dicht, zodat de mens zich niet meer kan uiten. Vreugde, maar ook angst laten het hart sneller kloppen. Bij astma wordt de uitademing, door een volle maag het inademen bemoeilijkt. Acuut gebrek aan zuurstof versnelt de ritmen en veroorzaakt in het psychische gebied angst. Iets dergelijks gebeurt bij de inwerking van grote hitte. Het heldere waakbewustzijn van het centrale zenuwstelsel wordt tot een dromend voelen in het ritmische systeem
gereduceerd. Elke versterking van het bewustzijn in dit gebied zoals door pijn of kramp is een signaal voor ziekte.

De waarnemer daarvan is de mens zelf, of beter gezegd zijn zielenkern, het ik. Alleen neemt hij in dit geval niet de buitenwereld waar door de daarvoor bestemde waarnemingsorganen maar zijn eigen binnenste. De hiervoor dienende innerlijke waarnemingsorganen, die in de fysiologie receptoren heten, oefenen hun functie, als de mens gezond is, altijd onder de drempel van het waakbewustzijn uit en leveren alleen maar een dromend voelen op. Zoals hierboven beschreven kan dit voelen als psychisch verschijnsel zich bijvoorbeeld tot angst verdichten. De lichamelijke verschijnselen kunnen hierbij verschillend zijn. Het bloed kan hevig naar het hart stromen zodat dit sterker moet kloppen of – als dit niet meer voldoende is – wordt het ritme van hart en pols versneld.

In het andere geval beïnvloeden gedachten en zintuigindrukken via de zenuwfuncties en de ademhaling het hart. Er ontstaat benauwdheid. De uitademing gaat stokken en wordt krampachtig. Het is als een stroom van koude, die vanuit het hoofd ten slotte ook het hart en de bloedvaten met een soort van krampen doordringt en doet verstarren. In de ziel wordt angst beleefd. Vanuit het gezichtspunt van het beleven van angst in het ritmische systeem van de mens zijn er dus twee voorwaarden waardoor angst kan ontstaan: het stofwisselingssysteem, dat de wil en de emoties overbrengt, kan via het bloed te sterk het ritmische systeem beïnvloeden of de door het zenuw-zintuigstelsel overgebrachte bewustzijnsprocessen storen het ritmische systeem, eerst de ademhaling en ten slotte ook het ritme van het hart. De arts kan proberen de oorzaken van de angst met geneesmiddelen te bestrijden maar een wezenlijk hulpmiddel is natuurlijk ook het gesprek, dat tot doel heeft de oorzaken van de angst te verwerken. Dit is de taak van psychologen, artsen of zielzorgers, kan echter bij gelegenheid ook gebeuren door een vertrouwenspersoon, die de tijd ervoor neemt om te luisteren en te helpen. Ten slotte willen wij nog de mogelijkheid van een kunstzinnige therapie noemen. Daarbij gaat het eigenlijk niet om een therapie door de kunst, maar er wordt geprobeerd om met de middelen van de kunsten via het ritmische systeem de andere systeemfuncties te beïnvloeden. In de ritmische bewegingstherapie, de heileurythmie, kan de uit het stofwisselings-ledematensysteem opdoemende angst tot in haar lichamelijk functionele basis worden opgelost. In de muzikale therapie kan door het bespelen van verschillende instrumenten tussen het ritme van ademhaling en bloedsomloop en het zenuw-zintuigstelsel (het gehoor) evenwicht scheppend worden ingegrepen. Bij de schildertherapie zijn het de subtiele “ademhalingsprocessen” tussen de waarneming en het actieve nabootsen en uitwerken van wat is waargenomen, die met elkaar in harmonie kunnen worden gebracht. Zowel de overweldiging van de zintuigen door onverwerkte en ten slotte angst veroorzakende indrukken als ook de uit het stofwisselingssysteem opkomende ademhalings- en polsritme verhevigende invloeden zijn dus steeds open voor een kunstzinnige therapie.

leder weet, dat de angst elke activiteit verlamt. Door de kunstzinnige therapieën wordt een weg geopend die de mens via een als het ware speelse bezigheid weer tot een bezielde aanpak van zijn eigen lichamelijk bestaan en van zijn omgeving leidt. Hij leert om meer psychisch-geestelijk adem te halen. De behandeling met medicamenten wordt op die manier zinrijk gesteund.