Categorie archief: Uncategorized

VRIJESCHOOL – Nu de kinderen thuis zijn…..heemkunde

.

HEEMKUNDE

Een wat ouderwets woord voor ‘omgevingskennis’, maar dat woord dekt voor de vrijeschoolpedagogie ook de lading niet.

In klas 1 en 2 gaat het juist NIET om kennis, maar om beleven; dat heeft wel kennis tot gevolg, maar een andere, een niet direct intellectuele, maar een die verbonden is met gevoel, verwondering en eerbied.

Voor de 3r klas wordt meer gesproken over ‘zaakvakken‘, ook een onmogelijk woord eigenlijk.

Maar nu het gaat het om klas 1 en 2.

Wat is er in de omgeving van de kinderen te beleven aan planten en dieren. 
Er zijn leerkrachten die hebben het over ‘bomen’ en noemen hun heemkundeperiode dan ‘bomenperiode’; een ander ‘bijenperiode’. Dat mag, maar is niet per se DE heemkunde voor die klassen.

De kunst is om de wereld rondom het kind levend en fantasievol te brengen, niet als een flauw aftreksel van wetenschappelijke weetjes.

In de vertelling over de planten en dieren moeten zij voor deze leeftijd a.h.w. zelf nog spreken en met of over elkaar. Dat is de wereld waarin een kind van vóór het 9e jaar zich voelt aangesproken. En met die taal kan de liefde en de eerbied voor die wereld ontstaan.

De vraag is: hoe kom je aan mooie verhaaltjes en gedichtjes, rijmpjes.

Jakob Streit was een vrijeschoolleerkracht met een groot verteltalent.

Hij schreef talloze boeken voor kinderen, o.a. het door hem zo beeldend navertelde Oude Testament. Zijn ‘bijenboekje‘ leert de kinderen de wereld van de bijen kennen.

Voor de heemkunde is vooral zijn ‘Dierenverhalen‘ geschikt.
Verhaaltjes om vrij uit het hoofd te vertellen, maar ook om voor te lezen of door de kinderen te laten lezen. (Zie de aanwijzingen voor ‘lezen’)

Er zijn nog een aantal exemplaren voorradig.

Maar je kan ook in mijn exemplaar kijken.

Stuur een mail naar vspedagogie@gmail.com o.v.v. dierenverhalen.

Bij een hoop stenen kroop een slak langzaam voort, zoals slakken dat nu eenmaal doen. In alle rust tastte hij met zijn voelhorentjes voor zich uit. Daar glipte naast hem, uit een gat tussen de stenen, een hagedis tevoorschijn. Hij flitste voorbij en raakte daarbij één van de voelhorentjes. Verschrikt trok de slak ze alle vier in en dacht: ‘Wat zou dat voor een bliksemschicht geweest zijn?’ — Ssjtt — daar zat de hagedis bovenop een steen en keek met glinsterende oogjes naar beneden. Na een poosje stak de slak zijn voelhorentjes weer omhoog. Hij ontdekte zijn buurman en .vroeg: ‘Hé, was jij die snelle flits uit de stenen, die één van mijn voelhorentjes heeft verbogen? Kun je niet wat beter opletten, als slakken aan het wandelen zijn?’ De hagedis lag al dagenlang op deze stenen te zonnen, en hij zag de slak vandaag voor ’t eerst bij zijn woning. Hij zei: ‘Waarom zwerf je hier rond? je maakt mijn stenen nat met dat vieze slijm!‘Waar ik ben, is ook mijn huis!’antwoordde de slak, ‘kijk maar op mijn rug, ik draag het altijd bij mij. Van jouw huis zie ik niets; die stenen hier zijn niet op jouw staart gegroeid!’ De hagedis ergerde zich over de woorden van de slak en dacht: ‘Die langzame kruiper zal ik eens tonen wat snelheid is!’ Opgewekt zei hij: ‘Kijk slak, daar is mijn holletje waar ik in- en uitglip. Dat kan ik veel sneller dan jij. Ik kan er wel honderd keer in- en uitglippen, voordat jij één keer in je huis gekropen bent. Kijk maar!’ Het hagedisje schoot zijn hol in en uit tot het de slak schitterde voor zijn ogen. ‘Stop! ’ riep hij, ‘ik word er duizelig van! ’ De ogen van het hagedisje fonkelden. De slak moest enige tijd nadenken; toen zei hij: ‘Luister hagedis, ik kan er honderd keer langzamer inkruipen dan jij. Dat is een veel grotere kunst. Kijk maar! ’ Meteen begon hij zijn horentjes in te trekken. Verwonderd zag de hagedis, hoe langzaam maar zeker de hele slak in zijn huisje verdween. Maar hij kwam er helemaal niet meer uit en bleef onbeweeglijk op de steen gekleefd zitten. Toen ging de hagedis daarboven weer op het warmste plekje liggen en knipoogde tegen een zonnestraal. Gloeiend heet scheen de zon op het huis van de slak. Boem — daar viel hij naar beneden in de schaduw van de struiken en bleef liggen. Tegen de avond vielen er wat regendruppels; de hagedis glipte in zijn holletje. Toen kwam de slak eindelijk weer tevoorschijn gekropen. De frisse regendruppels maakten hem nat en hij gniffelde: ‘Het is goed dat de wolkenmoeder het zo laat gieten; dan verdwijnen die woelwaters in hun holletjes, en vreedzame lieden kunnen ongestoord een kalm wandelingetje maken.’

Mooie illustraties die het kind kunnen stimuleren zelf ook zoiets te tekenen.

 

 

.

Vertellen: alle artikelen

1e klas: heemkunde

2e klas: heemkunde

.Vrijeschool in beeld: alle artikelen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – actueel – schoolrijpheid

.

over schoolrijpheid

zie ook een interessant gezichtspunt van Ewald Vervaet i.v.m. het leesvaardigheidsvermogen van kleuters.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Nu de kinderen thuis zijn…..spelletjes – alle spelletjes

.

SPELLETJES

In de meeste gezinnen zijn er veel spelletjes.

Mocht je toch om iets nieuws verlegen zitten, misschien zit hier nog wat bij:
(Link onder het cijfer)

[1Bordspellen: molenspel; wolf en schapen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Nu de kinderen thuis zijn – spelletjes – bordspellen (1-1)

.

BORDSPELLEN 

Hieronder:
[1] De wolf en de vijf schapen

[1] DE WOLF EN DE VIJF SCHAPEN

Voor dit spelletje heb je een dambord nodig en vijf witte en één zwarte damsteen.

De witte stenen krijgen een plaatsje op de vijf zwarte hokken aan een van de randen. Aan de andere kant van het bord komt de zwarte steen (de wolf) te staan. Deze krijgt een plaats op een wit hok.

Het is nu de bedoeling dat de wolf tussen de schapen door komt te lopen. Dat gaat door om de beurt de zwarte steen één vakje naar voren te schuiven, dat wil zeggen naar linksboven of naar rechtsboven. De wolf is als eerste aan de beurt, gevolgd door een van de schapen. Door goed op te letten, kunnen de schapen verhinderen dat de wolf achter hen komt te staan. De schapen mogen alleen maar vooruit, de wolf daarentegen mag zowel voor- als achteruit lopen.

De speler die met de zwarte steen speelt en door de schapen heen weet te komen, heeft gewonnen. Als hem dat niet lukt, heeft de speler met de schapen gewonnen.

[2] MOLENSPEL

Voor je dit bekende spel kunt spelen, moet je eerst een speelbord maken. Dat gaat heel gemakkelijk. Gebruik hiervoor een stevig stuk karton en teken het speelbord na.
Nu heb je nog negen witte en negen zwarte damstenen nodig. De speler met de witte damstenen mag beginnen. Hij zet een van zijn stenen op een kruispunt van een of meer lijnen. Dan is de speler met de zwarte stenen aan de beurt en zet eveneens een damsteen op een kruispunt van lijnen.
Zodra een speler drie stenen op een verticale of horizontale lijn heeft staan, heeft hij een zogenaamde molen en mag hij één van de stenen van de andere speler van het bord halen. Hij mag echter geen steen weghalen uit een molen die door de ander al is gemaakt.
Als een speler alle negen stenen op het bord heeft staan, mag hij gaan schuiven
om te proberen zoveel mogelijk molentjes te maken.
Hij mag alleen horizontaal of verticaal schuiven en niet verder dan van het ene punt naar het volgende. Tijdens het schuiven mag een molentje worden geopend en bij een volgende beurt gesloten worden. Iedere keer mag de speler die op deze manier voor de tweede keer een molentje maakt, weer een steen van de tegenstander van het bord halen. Degene die als eerste nog maar drie stenen over heeft, heeft het spel verloren.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Nu de kinderen thuis zijn…..bewegen (2-1)

.

Bewegen is belangrijk; voor jongere kinderen een noodzaak; bewegen kan helpen bij leren.

Juf Gemma heeft een filmpje gemaakt over ‘tafels bewegen’, Bewegend de tafels van vermenigvuldiging – de ‘keer’ tafels oefenen.

Ik word helemaal vrolijk van de blij springende kinderen.
Maar ik wil vanuit rekenkundig oogpunt wel een paar opmerkingen maken.

Als ik het aanleren van tafels in 3 delen verdeel, dan is het allereerste wat geleerd moet worden, de rij van de tafelgetallen.

Dus bij die van 2:  2, 4, 6 enz.
Die rij moeten de kinderen buitengewoon goed beheersen. Ook terugtellend.

Dit aanleren kan, moet eigenlijk aangleerd worden met behulp van de ledematen, dus handen: klappen, voeten: beheerst stampen.

Bij de tafel van 3 zou je met lopen bv, zo te werk kunnen gaan:
stap stap sprong, waarbij gesproken w0rdt 1,2, DRIE; 4,5 ZES enz tot 30.
Ook terug 29, 28 ZEVENENTWINTIG; 5,4, DRIE, 2,1, THUIS (wanneer 0 nog te abstract is).

Of klap, klap, 3    klap, klap 6 enz.
.Langzaam moet het bewegen minder worden: even aantikken: tik,tik,3 enz.

Zo’n leergang gaat door dagen heen, maar uiteindelijk moet het resultaat worden dat de kinderen volledig de rij 3, 6, 9 enz van achter naar voren kunnen dromen.

Het tweede: Dan moet het principe van ‘keer’ uitgelegd worden. Je doet iets,,je doet het nogmaals, nog een keer. Uit een hoopje knopen, kiezelsteentjes enz. pakt het kind er in één beweging 3, schuift die opzij en zegt: ‘1 keer 3 is 3. En omgkeerd: jij legt 3 steentjes neer en vraagt hoeveel keer er gelegd is: 1 keer.
Zo kun je de tafels doen vanuit het geheel naar de delen: 12 =  ….x 3 en van de delen naar het geheel: 3 x 4 = ….
Ten derde: Als dat laatste begint te beklijven en het kind wordt er zeker(er) in, kunnen de oefeningen zoals hier op de trampoline helpen het ‘ 4 x 5 = 20’enz.  te versterken,

Datzelfde geldt voor het op de stoelen stappen. Pas wel op dat de stoelen niet kunnen kantelen (lelijke valpartijen!)

Wat het gooien met de bal betreft: daarvan leren kinderen ook geen tafels. Pas als ze vrij redelijk de reeks kunnen opzeggen, kunnen ze het ballen vangen aan. Is het ook leuk om te doen. Als een kind het nog niet kan, is het helemaal niet leuk. Kinderen raken er zelfs gespannen, verkrampt van. En ook bij het handje-klappen geldt dit. Maar een prima oefening voor de coördinatie en concentratie om 2 moeilijke dingen tegelijk te doen.

.

2e klas rekenen: alle artikelen

2e klas: alle artikelen

vrijeschool in beeld: alle artikelen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Nu de kinderen thuis zijn……verwijzingen op alfabet

.

Zie als inleidng: Nu de kinderen thuis zijn….alle artikelen

Wat verscheen er op de Facebookgroep vrijeschool?

Bakersprookjes                                                    Judith Komen
Bewegen    coördinatie
Bewegen    2e klas tafels                                    Gemma Awater
Herhaalverhalen
Herhaalverhaal Paasmaan                               Evelene Clignet
Peuter/kleuter tastzinspel                                 Nienke Kompagne
Sprookjes – welke voor 3- en 4-jarigen
Verhalen    vogel vuur / Koen en Vrees          Paul van Meurs
Vingerspelletjes                                                  Margo van Schie

Awater Gemma                                  Beweging tafels van vermenigvuldiging
Clignett Eveline                                  Paasmaan  herhaalverhaal
Komen Judith                                     Bakersprookjes
Kompagne Nienke                             Peuter/kleuter tastzinspelletje
Meurs Paul van                                  Verhalen
Schie Margo van                                Vingerspelletjes

VRIJESCHOOL – Breinbreker (nieuw)

.

Zo tegen de leeftijd van ruwweg 12 jaar begint in de meeste kinderen het nieuwe vermogen te rijpen om te kunnen denken in een ‘oorzaak – gevolg’- verband.

Er is een bepaald abstraherend vermogen voor nodig dat een mens ‘van nature’ ontwikkelt en als dat er dan is, kun je het gebruiken en dan kun je het ook inzetten om problemen op te lossen. Door met die problemen bezig te zijn, is daar soms plotseling het ‘aha-beleven’.

 

Oplossing later

Alle taalraadsels

Alle rekenraadsels

Alle breinbrekers

Alle ‘gewone’ raadsels

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.