.
Het is altijd handig om een map te hebben liggen met een voorraad opgaven die kinderen kunnen maken in ‘verloren ogenblikken’: wanneer ze met alles (snel) klaar zijn of wanneer ze graag extra werk doen, enz.
Oplossing volgt later
.
.
.
.
.
Het is altijd handig om een map te hebben liggen met een voorraad opgaven die kinderen kunnen maken in ‘verloren ogenblikken’: wanneer ze met alles (snel) klaar zijn of wanneer ze graag extra werk doen, enz.
Oplossing volgt later
.
.
.
.
Geplaatst in Uncategorized
.
Het is altijd handig om een map te hebben liggen met een voorraad opgaven die kinderen kunnen maken in ‘verloren ogenblikken’: wanneer ze met alles (snel) klaar zijn of wanneer ze graag extra werk doen, enz.
De paardensprong.
Net als bij schaken maakt de beginletter –rechtsonder L – sprongen en de letters waar hij neerkomt vormen in volgorde een woord. Welk?

Oplossing volgt later
.
.
.
.
Geplaatst in Uncategorized
.
Hier volgt een eigen vertaling. Bij het vertalen heb ik ernaar gestreefd Steiners woorden zo veel mogelijk in gangbaar Nederlands weer te geven. Met wat moeilijkere passages heb ik geprobeerd de bedoeling over te brengen, soms met behulp van wat er in andere voordrachten werd gezegd. Ik ben geen tolk en heb geen akten Duits. Er kunnen dus fouten zijn gemaakt, waarvoor excuses. De Duitse tekst gaat steeds vooraf aan de vertaling. Verbeteringen of andere vertaalsuggesties e.d. zijn meer dan welkom: vspedagogie voeg toe apenstaartje gmail punt com
In deze voordracht:
RUDOLF STEINER:
Das christliche Mysterium
Het christelijke mysterie
Blz. 300 niet vertaald
Geisteswissenschaftliche Gesichtspunkte zur Erziehungsfrage
Geesteswetenschappelijke gezichtspunten over het opvoedingsvraagstuk
Als vor drei Jahrzehnten die theosophische Bewegung begründet wurde, handelte es sich von Seiten der führenden Persönlichkeiten nicht darum, eine neue Lehre einzuführen, wodurch die Wißbegierde befriedigt würde, sondern vor allem darum, weiteren Kreisen eine geistige Einsicht zugänglich zu machen, durch die man die wichtigen Fragen des praktischen Lebens mit Hilfe geistiger Erkenntnisse lösen kann. Eine von diesen Fragen, an denen sich zeigt, wie die Geisteswissenschaft in das praktische Leben eingreift, bildet auch das Thema dieses Vortrages, die Erziehungsfrage.
Die Erziehungsfrage kann nur richtig im Zusammenhang mit der intimeren Kenntnis der menschlichen Wesenheit behandelt werden. Durch die Menschenerkenntnis, die in des Menschen übersinnliches Wesen eindringt, ergeben sich jedem, der es mit dieser Frage ernst nimmt, grundlegende Erziehungsprinzipien. Zu diesem Zwecke müssen wir von einer Betrachtung des Wesens des Menschen ausgehen. Die Frage nach dem Wesen des Menschen liefert die Grundgedanken zur Beantwortung der Erziehungsfragen.
Toen de theosofische beweging dertig jaar geleden werd opgericht, waren de leidende figuren er niet op uit een nieuwe doctrine te introduceren om intellectuele nieuwsgierigheid te bevredigen, maar veeleer spiritueel inzicht toegankelijk te maken voor een breder publiek, zodat zij met behulp van spirituele kennis de belangrijke vragen van het praktische leven konden oplossen. Een van deze vragen, die laat zien hoe spirituele wetenschap in het praktische leven doordringt, is ook het onderwerp van deze voordracht: het vraagstuk van de opvoeding.
De vraag van de opvoeding kan alleen goed worden beantwoord in samenhang met een dieper begrip van de menselijke natuur. Door kennis van de mens die doordringt tot zijn bovenzintuiglijke essentie, komen fundamentele opvoedingsprincipes naar voren voor iedereen die deze vraag serieus neemt. Daartoe moeten we beginnen met een beschouwing van de menselijke natuur. De vraag naar het wezen van de mens, biedt de basisideeën voor het beantwoorden van opvoedingsvragen.
Was die äußeren Sinne am Menschen erfassen können, ist für die Geistesforschung nur ein Glied der menschlichen Wesenheit. Diesen physischen Leib, das physische Wesen hat der Mensch gemein mit der ganzen übrigen Natur. Als zweites Glied der menschlichen Wesenheit findet die okkulte Forschung durch das geistige Auge den Ätherleib oder Lebensleib. Er ist ein Organismus, feiner als der physische Leib, aber in allen Organen und Teilen gleich diesem gebildet. Es ist jedoch vielleicht besser, wenn man ihn als eine Summe von Kraftströmungen auffaßt, als den Architekten des physischen Leibes. Der letztere ist gleichsam aus dem Ätherleib herauskristallisiert. Wie sich durch Abkühlung aus dem Wasser das Eis entwickelt, so hat sich der physische Leib aus dem Ätherleib herausgebildet. Diesen Ätherleib oder Lebens-leib hat der Mensch gemeinsam mit allen lebenden Wesen.
Das dritte Glied der menschlichen Wesenheit ist der Astralleib, der
Wat de uiterlijke zintuigen aan een mens kunnen waarnemen, is voor spiritueel onderzoek slechts één deel van de menselijke natuur. Dit fysieke lichaam, dit fysieke wezen, is iets wat mensen delen met de rest van de natuur.
Hier meer verwijzingen van Steiner over het fysieke lichaam.
Als tweede aspect van de menselijke natuur ontdekt onderzoek naar het verborgene, door de spirituele blik, het etherlijf of levenslichaam.[Algemene menskunde [1-7-1]] Het is een organisme, verfijnder dan het fysieke lichaam, maar qua vorm in alle organen en delen ervan net zo gevormd. Het is echter wellicht beter om het te begrijpen als een optelsom van energiestromen, als de architect van het fysieke lichaam. Dat laatste is als het ware gekristalliseerd uit het etherlijf. Net zoals ijs ontstaat uit water door afkoeling, zo is het fysieke lichaam ontstaan uit het etherlijf. Dit etherlijf of levenslichaam is iets wat mensen delen met alle levende wezens.
Hier meer verwijzingen van Steiner over het etherlijf.
Het derde deel van de menselijke natuur is het astraallijf, [Algemene menskunde [1-7-1]] dat
Blz. 301
Träger von allen niederen und höheren seelischen Eigenschaften des Menschen, der Träger von Lust und Leid, Freude und Schmerz und allen Willensimpulsen. Dieses dritte Glied, das durch die Herausbildung der höheren Wahrnehmungsorgane geschaut werden kann, hat der Mensch gemeinsam mit der ganzen Tierwelt. Es umgibt den Menschen wie eine Art Wolke, die den physischen Leib und Ätherleib zugleich durchsetzt. Dieses Wesensglied ist in fortwährender Bewegung und spiegelt alles ab, was im Menschen vorgeht. Die Bezeichnung Astralleib ist verschiedentlich angefochten worden. Aber wie der physische Leib durch seine physischen Stoffe mit der ganzen Erde verbunden und von ihr abhängig ist, so steht der Astralleib mit der ganzen die Erde umgebenden Sternenwelt in Beziehung, und alle die Kräfte, welche das Schicksal und den Charakter des Menschen wesentlich bedingen, haben Zusammenhang mit jener Welt.
de drager is van alle lagere en hogere psychische kwaliteiten van een mens, de drager van plezier en lijden, vreugde en pijn, en alle wilsimpulsen. Dit derde deel, dat waargenomen kan worden door de ontwikkeling van de hogere zintuigen, is iets wat mensen delen met het hele dierenrijk. Het omringt de mens als een soort wolk en doordringt zowel het fysieke als het etherische lichaam. Dit deel van ons wezen is constant in beweging en weerspiegelt alles wat er in de mens gebeurt. De term ‘astraallijf’ is op verschillende manieren ter discussie gesteld. Maar net zoals het fysieke lichaam via zijn fysieke substanties verbonden is met en afhankelijk is van de hele aarde, zo is ook het astrale lijf verbonden met de hele sterrenwereld die de aarde omringt, en zijn alle krachten die in wezen het lot en karakter van een mens bepalen, verbonden met die wereld.
Einer der neueren Geister, Goethe, der tief hineingeschaut hat in die Zusammenhänge zwischen der Natur und dem geistigen Menschen und seinen Zusammenhang mit dem Kosmos, sagt:
Wie an dem Tag, der dich der Welt verliehen,
Die Sonne stand zum Gruße der Planeten,
Bist alsobald und fort und fortgediehen
Nach dem Gesetz, wonach du angetreten.
So mußt du sein, dir kannst du nicht entfliehen,
So sagten schon Sibyllen, so Propheten;
Und keine Zeit und keine Macht zerstückelt
Geprägte Form, die lebend sich entwickelt. [2]
Wegen seiner Beziehung zur Sternenwelt wird also das dritte Glied der menschlichen Wesenheit der Astralleib genannt.
Das vierte Glied hat der Mensch nicht gemeinsam mit andern Wesen, es ist das, was den Menschen die Kraft gibt, Ich zu sich selbst zu sagen. Ich ist das geheimnisvolle Wort, das jeder nur zu sich selbst sagen kann, in dem Worte Ich spricht die Seele ihren göttlichen Ur-funken aus. Mit dem Ich beginnt der Gott im Inneren des Menschen zu sprechen. In den jüdischen Geheimschulen nannte man das Ich den unaussprechlichen Namen Gottes, und ein Schauer der Ehrfurcht
Een van de meer recente denkers, Goethe, die zich diepgaand verdiepte in de verbanden tussen de natuur en de spirituele mens en zijn relatie tot de kosmos, zegt:
Zoals op de dag dat jullie op aarde verschenen,
de zon de planeten begroette,
zo zijn jullie geweest en blijven bloeien,
volgens de wet waaraan jullie hun bestaan te danken hebben.
Zo moeten jullie zijn, jullie kunnen niet aan jezelf ontsnappen,
zo zeiden de Sibillen, zo zeiden de profeten;
En geen tijd en geen macht kan verbrijzelen
de inprenting die zich in het leven ontwikkelt.
(Vertaling gegeven door AI)
“Wie an dem Tag …»; Goethe, «Urworte. Orphisch».
Vanwege de relatie met de sterrenwereld wordt het derde lichaamsdeel van de mens het astrale lichaam genoemd.
Hier meer verwijzingen van Steiner over het astraallijf.
Het vierde deel heeft de mens niet gemeenschappelijk met andere wezens; het is datgene wat de mens de kracht geeft om “ik” tegen zichzelf te zeggen. “Ik” is het mysterieuze woord dat iedereen alleen tegen zichzelf kan zeggen; in het woord “ik” drukt de ziel haar goddelijke oervonk uit. Met het “ik” begint God in de mens te spreken. In Joodse geheime scholen werd het zelf aangeduid met de onuitsprekelijke naam van God, wat een huivering van ontzag trok door de menigte
Blz. 302
ging durch die Menge, wenn der Eingeweihte den für die Außenstehenden unaussprechlichen Namen aussprach: Jahve – Ich bin der ich bin.
Diese vier Glieder bilden die Vierheit in der menschlichen Natur. Diese Vierheit ist in allen Menschen vorhanden. Sie entwickelt sich von der Kindheit zum Mannesalter heran, aber dies geschieht durch-aus differenziert, und wir mussen daher jeden Teil im Menschen gesondert betrachten.
Veranlagt ist schon alles im Embryo, aber die Entwickelung geht ganz verschieden vor sich. Der Mensch kann sich nicht ohne eine Umgebung entwickeln, er kann nur gedeihen, wenn er von andern Wesen und Gliedern des Kosmos umgeben ist. So muß der mütterliche Organismus den Menschen bis zu einer gewissen Reife um-schließen. Was bei der physischen Geburt vor sich geht, wiederholt sich, denn bei der physischen Geburt wird noch nicht der ganze Mensch geboren, sondern so wie der sich entwickelnde Menschen-keim vom physischen mütterlichen Organismus umschlossen wird, so ist der Mensch nach der physischen Geburt von einem geistigen Organismus umgeben, welcher der ganzen Geistwelt angehört. Das Kind ist umgeben von einer Ätherhülle und von einer Astralhülle und ruht darin, wie das Embryo im Mutterschoß.
als de ingewijde de voor buitenstaanders onuitspreekbare naam uitsprak: Jahweh – Ik ben die Ik ben.
Hier meer verwijzingen van Steiner over het ‘Ik’.
Deze vier elementen vormen de viervoudige natuur van de mens. Deze viervoudige natuur is aanwezig in alle mensen. Ze ontwikkelt zich van de kindertijd tot de volwassenheid, maar dit gebeurt op een zeer gedifferentieerde manier, en daarom moeten we elk deel van de mens afzonderlijk beschouwen.
Alles is al aangelegd in het embryo, maar de ontwikkeling verloopt op geheel verschillende manieren. Mensen kunnen zich niet ontwikkelen zonder een omgeving; ze kunnen alleen gedijen wanneer ze omringd zijn door andere wezens en delen van de kosmos. Het moederorganisme moet de mens dus omhullen totdat een bepaalde mate van rijpheid is bereikt. Wat er tijdens de fysieke geboorte gebeurt, herhaalt zich, want bij de fysieke geboorte is de hele mens nog niet geboren. Net zoals het zich ontwikkelende menselijke embryo wordt omhuld door het fysieke moederorganisme, zo wordt de mens na de fysieke geboorte ook omhuld door een spiritueel organisme dat tot de gehele geestelijke.wereld behoort. Het kind wordt omhuld door een etherische en een astrale mantel en rust daarin, net zoals het embryo in de baarmoeder.
Zie Steiner: De fase van 0 – 7 jaar
Im siebenten Lebensjahr, um die Zeit des Zahnwechsels, löst sich vom Ätherleib eine Ätherhülle los, wie sich bei der physischen Geburt der mütterliche Organismus vom physischen Körper des Kindes löst. Der Ätherleib wird frei, während sich vorher eine Wesenheit aus demselben Äther dem Ätherleibe anschließt und Strömungen von ihr auf das Kind übergehen, wie dies vor der physischen Geburt im Mutterleib geschieht. Nach und nach wird das Kind also zum zweiten Mal, und jetzt ätherisch, geboren. Nun ist noch immer das dritte Glied, der Astralleib, von einer schützenden Astralhülle umgeben. Diese Astral-hülle umgibt den Menschen bis zur Geschiechtsreife, bis zum vierzehnten, fünfzehnten Jahre, und zieht sich dann zurück. So wird der Mensch zum dritten Mal geboren, die astrale Geburt findet statt.
Diese dreifache Geburt zeigt, daß wir jedes Wesensglied getrennt betrachten müssen, denn bei jedem neugeborenen Kinde ist nur das
In het zevende levensjaar, rond de tijd dat de tanden wisselen, scheidt een etherische mantel zich af van het etherlijf, net zoals het moederorganisme zich scheidt van het fysieke lichaam van het kind tijdens de geboorte. Het etherische lichaam komt vrij, terwijl daarvoor een entiteit uit dezelfde ether zich aan het etherlijf hecht, en energiestromen daarvan worden overgedragen op het kind, zoals gebeurt in de baarmoeder vóór de geboorte. Zo wordt het kind geleidelijk een tweede keer geboren, ditmaal etherisch.
Zie Steiner over tandenwisseling.
Het derde lid, het astraallijf, is nog steeds omgeven door een beschermende astrale mantel. Deze astrale mantel omhult de persoon tot de geslachtsrijpheid, rond de leeftijd van veertien of vijftien jaar, en trekt zich dan terug. Op deze manier wordt de persoon een derde keer geboren; de astrale geboorte vindt plaats.
Deze drievoudige geboorte laat zien dat we elk lid van het wezen afzonderlijk moeten beschouwen, want bij elk pasgeboren kind is alleen het
Blz. 303
erste Glied, der physische Körper, freigelegt. Und wie es unmöglich ist, das Licht von außen durch den mütterlichen Organismus an das Kind heranzubringen, ebenso sollte es vermieden werden, Einflüsse von außen an den Ätherleib heranzubringen, ehe derselbe frei geworden ist von der Ätherhülle. Vor dem Zahnwechsel sollten keine Einflüsse an den Ätherleib herankommen, und vor der Geschlechtsreife keine an den Astralleib. Bis zum siebenten Lebensjahre können wir erzieherisch auf den Menschen nur dann richtig wirken, wenn wir ihn vom Physischen her beeinflussen. Wie die Pflege der Mutter innig zusammenhängt mit dem Gedeihen des Embryo, so muß auch die Unantastbarkeit und Heiligkeit der Ätherhülle geschützt werden, wenn sich das Kind gedeihlich entwickeln soll. Bis zum Zahnwechsel ist nur der physische Körper für Wirkungen von außen empfänglich, daher kann bis dahin nur der physische Körper erzogen werden, und wenn in dieser Zeit etwas von außen an den Ätherkörper herangebracht wird, dann versündigt man sich am Ätherleibe des Kindes. Der Ätherleib ist beim Menschen der Träger alles dessen, was bleibend an ihm ist, der Träger von Gewohnheiten, Charakter, Gewissen, Gedächtnis, Temperamentsanlagen. Am Astralleib haftet die Urteilsfähigkeit, das vernunftgemäße Urteil über die Umgebung.
het eerste deel, het fysieke lichaam, vrij geworden. En net zoals het onmogelijk is om licht van buitenaf via het moederlichaam naar het kind te brengen, zo moet ook worden vermeden om het etherlijf van buitenaf te beïnvloeden, voordat het is bevrijd van de etherische omhulling. Vóór de wisseling van de tanden mogen er geen invloeden het etherlijf bereiken, en vóór de puberteit geen enkele het astrale lichaam niet. Tot de leeftijd van zeven jaar kunnen we alleen een juiste opvoedkundige invloed op een mens uitoefenen als we hem of haar op fysiek niveau beïnvloeden. Net zoals de zorg van de moeder nauw verbonden is met de ontwikkeling van het embryo, zo moet ook de onschendbaarheid en heiligheid van de etherische omhulling worden beschermd wil het kind zich goed ontwikkelen. Tot de wisseling van de tanden is alleen het fysieke lichaam ontvankelijk voor invloeden van buitenaf; daarom kan alleen het fysieke lichaam tot die tijd worden opgevoed, en als er in deze periode iets van buitenaf met het etherlijf wordt gedaan, begaat men een zonde tegen het etherische van het kind. Bij mensen is het etherlijf de drager van alles wat blijvend is, de drager van gewoonten, karakter, geweten, geheugen en temperament.
Het astraallijf is verantwoordelijk voor het vermogen tot oordeel, tot rationeel oordeel over de omgeving.
Zie Steiner over het oordeel en begrip
So wie sich bis zum siebenten Jahre die äußeren Sinne des Kindes entwickeln sollen, so werden bis zum vierzehnten Jahre die Gewohnheiten, das Gedächtnis, das Temperament und so weitet freigegeben und dann bis zum zwanzigsten, einundzwanzigsten Jahre der kritische Verstand, das selbständige Verhältnis zur Umwelt.
Daher gibt uns die Geisteswissenschaft ganz bestimmte Regeln für die Erziehung des Kindes in diesen einzelnen Lebensepochen. So gehört zur Pflege des Kindes bis zum siebenten Jahre alles, was mit dem physischen Leib zusammenhängt. Darunter fällt die harmonische Ausbildung der Organe durch die Einwirkung auf die Sinne des Kindes. Die Physis ist daher das Maßgebende, das zu Erziehende. Dem tragen wir dadurch Rechnung, daß wir dem Kinde alles bringen, was durch die Sinne heranbildend wirkt. Aristotetes sagt: Der Mensch ist das nachahmendste der Tiere. – Das Kind ist also ein Nachaumer, alles steht bei ihm unter dem Zeichen der Nachahmung dessen, was es hört
Net zoals de uiterlijke zintuigen van een kind zich tot de leeftijd van zeven jaar ontwikkelen, zo ontwikkelen gewoonten, geheugen, temperament, enzovoort zich tot de leeftijd van veertien jaar, en vervolgens, tot de leeftijd van twintig of eenentwintig jaar, het kritisch denkvermogen en een onafhankelijke relatie met de omgeving.
Daarom geeft de spirituele wetenschap ons zeer specifieke regels voor de opvoeding van het kind in deze individuele levensfasen. De zorg voor het kind tot de leeftijd van zeven jaar omvat dus alles wat met het fysieke lichaam te maken heeft. Dit omvat de harmonieuze ontwikkeling van de organen door stimulatie van de zintuigen van het kind. Het fysieke lichaam is daarom de bepalende factor, hetgeen dat gecultiveerd moet worden. We houden hier rekening mee door het kind alles te bieden wat een vormende werking heeft via de zintuigen. Aristoteles zegt: “De mens is het meest imiterende dier.” Het kind is dus een nabootser; alles wat het doet, wordt gekenmerkt door het nadoen van wat het hoort en ziet.
In diesem Alter haben Gebote und Verbote wenig Bedeutung. Die größte Bedeutung aber hat das Vorbild, dadurch muß die Umgebung die Sinne des Kindes erwecken. Wie wir sind, das ist die Hauptsache, und bis in die Feinheiten hinein muß der Erwachsene sein eigenes Tun und Lassen beobachten. Er darf nichts tun, was das Kind nicht nachahmen darf, denn alles, was es sieht, das betrachtet es als etwas, was es selber tun und nachahmen darf. So überraschte ein gutgeartetes Kind seine Eltern damit, daß es Geld aus einer Kassette genommen hatte. Die Eltern waren entsetzt und glaubten, das Kind hätte einen Hang zum Stehlen. Auf Befragen stellte sich aber heraus, daß das Kind einfach nur nachgeahmt hatte, was es Vater und Mutter täglich hatte tun sehen. Auf Vorbild und Nachahmung beruht die Erziehung bis zum Zahnwechsel. Daher muß der Erzieher bis zum siebenten Jahre des Kindes in jeder Hinsicht Vorbild sein. Unrichtig wäre es auch, dem Kinde bis dahin die Bedeutung der Buchstaben einprägen zu wollen. Es kann nur ihre Form nachahmen, denn die Kraft zum Begreifen ihrer Bedeutung haftet am Ätherleib.
Op deze leeftijd hebben bevelen en verboden weinig betekenis. Het belangrijkste is het voorbeeld dat gegeven wordt; daarmee moet de omgeving van het kind de zintuigen stimuleren. Hoe we ons gedragen is cruciaal, en volwassenen moeten hun eigen handelingen en nalatigheden tot in de kleinste details observeren. Ze mogen niets doen wat het kind niet mag nadoen, want alles wat het kind ziet, beschouwt het als iets wat het zelf zou kunnen doen en nadoen. Een voorbeeld: een braaf kind stelde zijn ouders voor een verrassing door geld uit een kistje te pakken. De ouders waren geschokt en dachten dat het kind een diefstalneiging had. Na navraag bleek echter dat het kind simpelweg had nagedaan wat het zijn ouders elke dag zag doen. De opvoeding tot het kind zijn blijvende tanden krijgt, berust op voorbeeld en nabootsing. Daarom moet de opvoeder tot het zevende levensjaar in alle opzichten een rolmodel zijn. Het zou ook verkeerd zijn om het kind vóór die tijd de betekenis van letters te leren. Het kan alleen de vorm nadoen, omdat het vermogen om de betekenis te begrijpen verbonden is met het etherlijf.
Zie Steiner over de nabootsing
In diesen Jahren, in denen die Organe des Kindes entwickelt und gesunde Anlagen begründet werden sollen, ist auch alles höchst wichtig, was an moralischen Dingen in der Umgebung des Kindes vorgeht. Es ist auch durchaus nicht gleichgültig, ob das Kind Schmerz und Leid oder Lust und Freude um sich her sieht, denn Freude und Lust begründen gesunde Anlagen im physischen Körper. Alles um das Kind herum sollte Freude und Lust atmen, und beides hervorzurufen sollte der Erzieher bedacht sein, bis auf die Farbe der Kleider, der Tapeten und Gegenstände. Dabei ist sorgfältig die individuelle Anlage des Kindes zu berücksichtigen. Ein Kind, das zu Ernst und Stille neigt, sollte dunklere, bläuliche, grünliche Farben in seiner Umgebung sehen, ein lebhaftes, lebendiges Kind gelbliche, rötliche Farben, weil dadurch die Fähigkeit der Sinne zur Erweckung der Gegenfarbe hervorgerufen wird. Die Organe, die jetzt heranentwickelt werden, müssen dadurch veranlaßt werden, ihre inneren Kräfte herauszubilden. Darum sollte man dem Kinde auch keine fertigen Spielsachen geben, wie Baukasten, Puppen und so weiter. Jedes Kind zieht eine selbstgemachte Puppe aus einem Stiefelknecht oder einer alten Serviette den ausgeputzten Wachsdamen vor.
In deze jaren, waarin de organen van het kind zich ontwikkelen en gezonde aanleg wordt gevormd, is ook alles wat er in de omgeving van het kind gebeurt op moreel gebied van het grootste belang. Het is absoluut niet om het even of het kind pijn en lijden of juist plezier en vreugde om zich heen ziet, want vreugde en plezier bevorderen een gezonde aanleg in het lichaam. Alles om het kind heen moet vreugde en plezier uitstralen, en de opvoeder moet erop letten beide op te roepen, tot in de kleinste details zoals de kleur van kleding, behang en voorwerpen. Daarbij moet zorgvuldig gekeken worden naar individuele aanleg van het kind. Een kind dat neigt naar ernst en stilte, heeft donkere, blauwachtige en groenachtige kleuren in zijn omgeving nodig; een levendig, energiek kind gele en rode kleuren, omdat dit het vermogen van de zintuigen om complementaire kleuren waar te nemen stimuleert. De organen die zich nu ontwikkelen, moeten worden gestimuleerd om hun innerlijke kracht te ontwikkelen. Daarom moet je kinderen geen kant-en-klaar speelgoed geven, zoals bouwblokken, poppen, enzovoort. Elk kind heeft liever een zelfgemaakte pop van een schoenlepel of een oude servet dan een gepolijste wassen pop.
Blz. 305
Warum tut es das? Weil dadurch die Imagination geweckt wird, weil die Phantasie in Tätigkeit gesetzt wird und die inneren Organe anfangen zu arbeiten zur Freude und Lust des Kindes. Wie lebendig und interessiert ist solch ein Kind bei seinem Spiel, wie geht es mit Leib und Seele in dem auf, was seine Imaginationen ihm vorspiegeln! Und wie lästig und unvergnügt sitzt das andere da, bei dem die inneren Sinne in Untatigkeit verharren. Das Kind hat eine sehr gesunde Einsicht für das, was ihm gut oder schädlich ist. Es steht in einem solchen Verhältnis zur Außenwelt, daß es abweist, was dem physischen Körper, zum Beispiel dem Magen, nicht bekommt, und Begierde zeigt nach dem, was demselben frommt. Und töricht wäre es, den gesunden Begierden, welche die Entwickelung fördern, entgegenzuarbeiten und das Kind zum Beispiel zum Essen von Nahrungsmitteln zu zwingen, welche die natürlichen Instinkte austreiben. Jeder Anflug von Asketismus ist eine Ausrottung der natürlichen Gesundheit.
Waarom? Omdat het de verbeelding prikkelt, de fantasie in beweging zet en de innerlijke organen aan het werk zet, tot grote vreugde en plezier van het kind. Hoe levendig en geïnteresseerd is zo’n kind in zijn spel, hoe het met lichaam en ziel opgaat in wat zijn verbeelding teweegbrengt! En hoe vermoeiend en ongelukkig zit de ander daar, wiens innerlijke zintuigen inactief blijven. Het kind heeft een zeer gezond inzicht in wat goed of slecht is. Het staat in een zodanige relatie tot de buitenwereld dat het afwijst wat niet goed is voor het fysieke lichaam, bijvoorbeeld de maag, en verlangt naar wat heilzaam is. En het zou dwaas zijn om tegen de gezonde verlangens in te gaan die de ontwikkeling bevorderen en bijvoorbeeld het kind te dwingen voedsel te eten dat natuurlijke instincten onderdrukt. Elke vorm van ascese is een vernietiging van de natuurlijke gezondheid.
Zie Steiner over spel
Gegen das siebente Jahr, im Verfolg des allmählichen Zahnwechsels, lösen sich die Umhüllungen des Ätherleibes, und jetzt muß der Erzieher alles heranbringen, was den Ätherleib ausbildet, was auf denselben entwickelnd wirkt. Aber er muß sich noch hüten, zu großen Wert darauf zu legen, daß die Vernunft und der Verstand ausgebildet werden. In dieser Zeit, zwischen dem siebenten und zwölften Jahre des Kindes, handelt es sich vorzugsweise um Autorität, Glauben, Vertrauen, Ehrfurcht. Wichtig für die ganze spätere Lebensentwickelung ist es, daß das Kind möglichst viele Momente erlebt habe wie den folgenden: Das Kind sieht mit einer gewissen heiligen Scheu zu einer verehrten Person auf, es hat Ehrfurcht im tiefsten Inneren, die ihm verbietet, irgendeinen Gedanken von Kritik oder Opposition ihr gegenüber aufkommen zu lassen. Da steht es eines Tages vor der Türe dieser verehrten Person und empfindet eine heilige Scheu, auf die Klinke zu drücken und das Zimmer zu betreten, das ihm ein Heiligtum ist. Diese Momente der Ehrfurcht sind Kräfte für das spätere Leben, und von ungeheurer Bedeutung ist, daß der Erzieher selbst dem Kinde Autorität sei. Die Menschen, die das Kind umgeben, die es sieht und hört, müssen seine Ideale sein. Aus der Geschichte und
Rond de leeftijd van zeven jaar, wanneer de tanden geleidelijk wisselen, beginnen de omhulsels van het etherlijf losser te worden. De opvoeder moet nu alles bieden wat de ontwikkeling van het etherlijf bevordert, alles wat er een positieve invloed op heeft. Hij moet er echter wel voor oppassen dat hij niet te veel nadruk legt op de ontwikkeling van verstand en intellect. Gedurende deze periode, tussen het zevende en twaalfde levensjaar, ligt de focus vooral op gezag, geloof, vertrouwen en eerbied. Het is belangrijk voor de verdere ontwikkeling van het kind dat het zoveel mogelijk van de volgende momenten meemaakt: Het kind kijkt met een zekere heilige eerbied op naar een gerespecteerd persoon; het voelt een diepe innerlijke eerbied die het verbiedt om ook maar enige kritische of tegengestelde gedachte jegens die persoon te koesteren. Dan staat het kind op een dag voor de deur van deze gerespecteerde persoon en voelt een heilige eerbied om de klink aan te raken en de kamer binnen te gaan die voor hem een heiligdom is. Deze momenten van eerbied zijn bronnen van kracht voor het latere leven, en het is van enorm belang dat de opvoeder zelf een gezagsfiguur voor het kind is. De mensen die het kind omringen, die hij ziet en hoort, moeten zijn idealen zijn. Uit de geschiedenis en
Blz. 306
Literatur sollte sich jedes Kind einen Helden wählen, zu dem es mit Bewunderung und Ehrfurcht hinaufsieht. Es ist ganz falsch, wenn die materialistische Weltanschauung sich gegen die Autorität ausspricht und das Gefühl der Hingebung und Verehrung mißachtet. Wichtig ist, daß in dieser Zeit das Gedächtnis herausgebildet wird. Und zwar geschieht das zunächst am besten auf ganz mechanische Weise. Nicht die Rechenmaschine sollte benützt werden, sondern Zahlen und Gedichte und so weiter sollten gelernt und dadurch das Gedächtnis heranentwickelt werden.
In alten Zeiten erzog man in dieser Hinsicht das Kind sehr vernünftig. Die guten alten Kinderlieder und Ammenlieder, bei denen es nicht auf die intellektuelle Bedeutung, sondern auf das Erwecken einer unmittelbaren Empfindung ankam, erscheinen heutzutage, wo das Verständnis dafür verlorengegangen ist, sinnlos. Aber es liegt gleichwohl ein tiefer Sinn darin verborgen. Es kam beim Vorsingen auf den Zusammenklang und die Harmonie für das kindliche Ohr an, daher die oft sinnlosen Reime. Wer zwischen sieben bis vierzehn Jahren im Ätherleib keinen festen Grundstock an Charakter, Gedächtnis und so weiter bekommen hat, ist falsch erzogen.
en de literatuur zou elk kind een held moeten kiezen naar wie het met bewondering en eerbied opkijkt. Het is volkomen verkeerd wanneer een materialistische wereldvisie zich uitspreekt tegen autoriteit en gevoelens van toewijding en verering negeert. Het is belangrijk dat het geheugen in deze periode wordt ontwikkeld. En dit kan het beste in eerste instantie op een puur mechanische manier worden bereikt. Rekenmachines horen niet gebruikt te worden; in plaats daarvan moeten getallen, gedichten, enzovoort worden geleerd, en moet het geheugen via dit proces worden ontwikkeld.
Vroeger werden kinderen in dit opzicht heel verstandig opgevoed. De goede oude kinderrijmpjes en -liedjes, die niet gericht waren op intellectuele betekenis maar op het opwekken van een direct gevoel, lijken vandaag de dag betekenisloos, nu het begrip ervan verloren is gegaan. Maar er schuilt niettemin een diepere betekenis in. Bij het zingen ging het om de klank en de harmonie voor het oor van het kind, vandaar de vaak onzinnige rijmpjes. Iedereen die tussen de leeftijd van zeven en veertien jaar geen solide basis van karakter, geheugen, enzovoort in zijn of haar etherlijf heeft meegekregen, is verkeerd opgevoed.
Zie Steiner over autoriteit
Der Weg zur richtigen Erziehung ist in dieser zweiten Lebensperiode die Autorität. Was das Kind ahnt als innerste Natur des Menschen, der ihm Autorität ist, das bildet sein Gewissen, seinen Charakter, und sogar sein Temperament aus und wird zur dauernden Anlage bei ihm. Bildend auf den Ätherleib wirkt in diesen Jahren auch das Gleichnis und Sinnbild, überhaupt alles, was durch den Geist die Welt kenntlich macht. Daher in dieser Zeit der Segen der Märchenbücher und das Vorführen großer Persönlichkeiten und Helden in Sage und Geschichte. Wichtig ist auch der Turnunterricht, der ein Gefühl von Kraft, Gesundheit und Lebensfreudigkeit im Kinde hervorruft und daher ebenso organbildend wirkt wie Lust und Freude. Aber der Turnunterricht hat gerade jetzt große Mängel. Der Turnlehrer sollte seine Zöglinge nicht mit dem Blick des Anatomen betrachten, sondern darauf sinnen, durch welche Bewegungen des Leibes der Seele das Gefühl von erhöhter Kraft und dem Kinde der Genuß seiner Leiblichkeit bereitet werde. Der Lehrer muß sich intuitiv hineindenken in die
De weg naar een goede opvoeding in deze tweede levensfase is autoriteit. Wat het kind ervaart als de diepste aard van de persoon die zijn of haar gezag uitoefent, vormt het geweten, het karakter en zelfs het temperament, en wordt een blijvende aanleg. Gedurende deze jaren hebben gelijkenissen en symbolen, eigenlijk alles wat de wereld herkenbaar maakt door de geest, ook een vormende invloed op het etherlijf. Vandaar in deze tijd de zegen van sprookjes en het leiden naar grote persoonlijkheden en helden uit legendes en geschiedenis. Lichamelijke opvoeding is ook belangrijk, omdat het een gevoel van kracht, gezondheid en levensvreugde bij het kind opwekt en daarom net zo orgaanvormend is als plezier en vreugde. Maar lichamelijke opvoeding kent in deze fase aanzienlijke tekortkomingen. De gymleraar moet zijn of haar leerlingen niet bekijken met de ogen van een anatoom, maar zich eerder afvragen door welke lichaamsbewegingen de ziel een gevoel van toegenomen kracht kan ervaren en het kind kan genieten van zijn of haar lichamelijkheid. De leraar moet intuïtief aanvoelen wat het kind voelt
Blz. 307
fühlende Seele des Kindes und jede Turnübung so berechnen, daß sie das Gefühl der wachsenden Kraft erzeugt.
Einen großen Einfluß bis in unseren Ätherleib und Astralleib übt jedes künstlerische Gebilde aus. Daher muß echtes, wahres Künstlerisches den Ätherleib durchdringen. Gute Vokal- und Instrumentalmusik ist zum Beispiel von hoher Bedeutung, und das Kindesauge sollte viel Schönes um sich her erblicken.
Aber durch nichts ist der Religionsunterricht zu ersetzen. Die Bilder des Übersinnlichen prägen sich tief in den Ätherleib ein. Das Kind sollte nicht Kritik und Urteil über ein Glaubensbekenntnis lernen, sondern es muß Bilder von dem Unendlichen bekommen. Alle religiösen Vorstellungen müssen Bildervorstellungen werden; das Gleichnis wirkt kräftig ein auf den Ätherleib. Die größte Sorgfalt muß gelegt werden auf die Erziehung aus dem Lebendigen heraus.
Der kindliche Geist hat heutzutage zuviel mit dem Toten zu tun. Dem können im ersten Lebensjahrsiebent beispielsweise bewegliche Bilderbücher entgegenwirken. Alles sollte Handiung, Tat, Leben sein, das belebt den Geist und bewegt das Innere.
en elke gymnastiekoefening zo samenstellen dat het kind een gevoel van toenemende kracht ervaart.
[Gymnastiek]
Elke kunstzinnige creatie oefent een diepgaande invloed uit, die zelfs doordringt tot in ons etherische en astrale lichaam. Echte, authentieke kunstzinnigheid moet daarom het etherlijf doordringen. Goede vocale en instrumentale muziek is bijvoorbeeld van groot belang, en de ogen van een kind moeten omringd worden door veel schoonheid.
[Kunstzinnig onderwijs] [inrichting klas]
Maar niets kan religieus onderwijs vervangen. Beelden van het bovenzintuiglijke worden diep in het etherlijf gegrift. Een kind moet niet leren een geloofsovertuiging te bekritiseren en te beoordelen, maar moet juist beelden van het oneindige krijgen. Alle religieuze concepten moeten visueel worden weergegeven; gelijkenissen hebben een krachtige werking op het etherlijf.
De grootste zorg moet bewerkstelligen dat het onderwijs geworteld is in het leven.
Zie Steiner over godsdienstonderwijs
De geest van het kind is tegenwoordig te veel bezig met de dood. Prentenboeken met beweeglijke platen kunnen dit bijvoorbeeld tegengaan gedurende de eerste zeven levensjaren. Alles moet te maken hebben met actie, daden en het leven zelf; dit verlevendigt de geest en beroert het innerlijke zelf.
Darum muß man das Kind nicht mit dem Baukasten bauen und mit fertigen Sachen spielen lassen, es muß lernen, das Lebendige aus dem Unlebendigen hervorzubringen.
An dem sich entwickeinden Gehirn des Kindes erstirbt vieles, wenn es mit toten Verrichtungen wie Flechtarbeiten und dergleichen beschäftigt wird. Ganze Anlagen bleiben dadurch unentwickelt. Das Spielzeug des Unlebendigen bildet auch nicht den Glauben an das Lebendige heran. Daher besteht ein tiefer Zusammerhäng zwischen der Kindererziehung und der Glaubenslosigkeit unseres Zeitalters.
Bei der Geschlechtsreife fallen die astralen Hüllen. Mit dem Gefühl für das andere Geschlecht tritt die persönliche Urteilskraft hervor. Von da an kann man an das Ja und Nein, an den kritischen Verstand appellieren. Erst vom zwölften Jahre an bildet sich die Urteilskraft heraus, doch bedarf dieser Prozeß geraumer Zeit. Kritiker von neunzehn oder zwanzig Jahren können unmöglich ein wirklich zutreffendes Urteil haben. Äußerst wichtig ist es, wer dem jungen Menschen in diesem Lebensalter als Lehrer entgegentritt, um seine Lernbegierde und seinen Freiheitsdrang in die rechten Bahnen zu lenken.
Daarom moet je een kind niet laten bouwen met bouwsets en spelen met kant-en-klare dingen; het moet leren om leven te scheppen uit het levenloze.
Een groot deel van de zich ontwikkelende hersenen van een kind sterft af wanneer het bezig is met levenloze activiteiten zoals mandjesvlechten en dergelijke. Heel veel aanleg blijft daardoor onontwikkeld. Speelgoed dat levenloos is, kweekt ook geen geloof in het leven. Er is dus een diepgaand verband tussen opvoeding en het gebrek aan geloof in onze tijd.
Bij het begin van de seksuele rijpheid vallen de astrale omhulsels weg. Met de ontwikkeling van gevoelens voor het andere geslacht ontstaat een eigen oordeelsvermogen. Vanaf dat moment kan men een beroep doen op de begrippen ja en nee, op kritisch redeneren. Het oordeelsvermogen ontwikkelt zich pas volledig vanaf de leeftijd van twaalf jaar, maar dit proces neemt aanzienlijke tijd in beslag. Critici van negentien of twintig jaar kunnen onmogelijk een werkelijk accuraat oordeel vellen. Het is van groot belang wie de jongere is als leraar op deze leeftijd, om hun dorst naar kennis en hun verlangen naar vrijheid in de juiste richting te sturen.
Blz. 308
Diese Grundsätze ergeben sich aus der Geistesforschung und sind für die gesunde Weiterbildung des Menschengeschlechtes von größter Bedeutung. Die Theosophie kann durch dieselben in die wichtigsten Vorgänge des Menschenlebens praktisch eingreifen. So erfüllt diese geistige Weltanschauung den Erzieher mit einer Fülle von Einsichten, wie sie das Rätsel des heranwachsenden Menschen erfordert. Die Geisteswissenschaft soll nicht nur überzeugen, lehren, sie so]l tun, handeln, eingreifen ins praktische Leben. Sie soll sich bewähren, sie soll in alle Handgriffe einfließen und ein gesundes Leben in leiblicher und geistiger Beziehung bewirken. Theosophle ist nicht nur eine richtige, sondern auch eine gesunde Wahrheit. Am besten können wir der Menschheit dienen und ihr soziale und andere Kräfte zuführen, wenn wir dieselben herausholen aus dem werdenden Menschen. Der werdende Mensch, der sich entwickelnde Mensch ist eines der größten Rätsel des Lebens, und der rechte Erzieher muß ein Rätsellöser sein in der praktischen Heranbildung des werdenden Menschen.
Deze principes komen voort uit spiritueel onderzoek en zijn van het grootste belang voor de gezonde ontwikkeling van de mensheid. De theosofie kan via deze principes van praktisch invloed zijn in de belangrijkste processen van het menselijk leven. Zo vult deze spirituele wereldvisie de opvoeder met een schat aan inzichten, zoals vereist door het raadsel van de zich ontwikkelende mens. Spirituele wetenschap moet niet alleen overtuigen, onderwijzen en handelen, ingrijpen en het praktische leven beïnvloeden. Ze moet zichzelf bewijzen, alle handelingen doordringen en een gezond leven bewerkstelligen, zowel fysiek als spiritueel. De theosofie is niet alleen een juiste waarheid, maar ook een gezonde. We kunnen de mensheid het beste dienen en haar sociale en andere kracht geven wanneer we deze putten uit de zich ontwikkelende mens. De wordende mens, de zich ontwikkelende mens is een van de grootste mysteries van het leven, en de echte opvoeder moet de raadsels kunnen oplossen bij de praktische ontwikkeling van de zich ontwikkelende mens.
GA 97/300-308
Niet vertaald
.
Rudolf Steiner over pedagogiek: alle artikelen op deze blog
Algemene menskunde: alle artikelen
Menskunde en pedagogie: alle artikelen
Vrijeschool in beeld: alle beelden
.
Geplaatst in Uncategorized
|

Geplaatst in Uncategorized
.
Sint-Jansfeest: alle artikelen
Tussen Sint (met hoofdletter) en Jan hoort een koppelteken. Ook bij de afkorting St.- Jan.
In samenstellingen vervallen de hoofdletters: sint-jansvlinder; sint-janskruid. Samenstellingen die direct met het feest verband houden zie je weer wel met de hoofdletters: St.-Jansnacht; hoewel Van Dale sint-jansvuur heeft.
.
Geplaatst in Uncategorized
.
Schoolrijpheid: alle artikelen
zie ook een interessant gezichtspunt van Ewald Vervaet i.v.m. het leesvaardigheidsvermogen van kleuters.
.
Geplaatst in Uncategorized
Geplaatst in Uncategorized
.
Nummers van tijdschrift Driegonaal
| Nieuwsbrief sociale driegeleding Nr. 8 / 10 april 2026 |
| Een zekere rust én betrokkenheid: dat zijn ingrediënten om de ontwikkelingen in de wereld te kunnen volgen. Inzicht en verbondenheid zijn ingrediënten om te weten wat ons te doen staat. En dan nog de moed om samen in beweging te komen. Op www.socialedriegeleding.nl proberen we je hiertoe te inspireren! |
![]() |
Een gedachte bij stijgende brandstofprijzen Toen Rudolf Steiner zich in de turbulente jaren na de oorlog van ’14-’18 inzette voor de sociale driegeleding en daar in verschillende kringen (ook) op bijval stuitte, werd er toch gezegd: “Laten we eerst het probleem van de hyperinflatie oplossen… Lees verder » |
Voorbij de chaosIn bepaalde kringen wordt gedacht dat uit chaos een nieuwe samenleving kan ontstaan. In hun verlangen naar die nieuwe samenleving, zijn er ook mensen die zich actief inzetten om die chaos te laten ontstaan. Afgaande op de huidige situatie, lukt dat al aardig. Lees verder » |
![]() |
| Voor de aarde zorgen Gerald Häfner De grond kan alleen worden verzorgd door de boer die hem bewerkt. Handelen op Wall Street heeft niets te maken met zorgen en niets met verantwoordelijkheid nemen. Een fragment uit een interview met Vandana Shiva Lees verder » |
| ‘Giftige uitwassen’: welvaartsverdeling & de sociale hoofdwet Christopher Schaefer De Verenigde Staten kent de grootste ongelijkheid in welvaart van alle Westerse landen. Eén procent van de bevolking heeft de financiële controle over 40 procent van de welvaart van het land, terwijl de onderste tachtig procent genoegen moet nemen met zeven procent daarvan Lees verder » |
Korte, inleidende teksten die snel duidelijk maken waar het in de sociale driegeleding om gaat, bijvoorbeeld:Vrij geestesleven & democratieEen zone in de samenleving waar mensen zich ontwikkelen. Waar ze (van) elkaar van alles leren. Waar ze elkaar stimuleren om een volgende stap te zetten. Zo zouden we het ‘geestesleven’ kunnen noemen. Lees verder » Staat en economie Economische activiteit is geen opgave voor de staat maar voor ondernemers en hun medewerkers. Het stellen van grenzen aan de economie is wél een opgave van de staat. Lees verder >> |
![]() |
| Is de sociale driegeleding een haalbare zaak? Lees verder » |
![]() |
| Zomerse driegeleding in Zoetermeer Een driedaagse bijeenkomst rond het thema: het bestaande metamorfoseren, met Joost Poel en John Hogervorst kijk de volledige agenda: KLIK HIER |
Verschenen:Luuk Humblet Samen bouwen aan een nieuwe economie Nog niet eerder is Rudolf Steiners gedachtengoed over de economie zó helder, omvattend en begrijpelijk beschreven als in dit levenswerk van Luuk Humblet. Veertig jaar lang onderzocht hij de sociale driegeleding en de associatieve economie, niet alleen ‘studerend’ maar ook in de praktijk met de natuurvoedingswinkel De Blauwe Bloem, waar een kring van klanten mee-oefende. In dit boek, dat zo geschreven is dat het lezen geen worsteling maar een genoegen is, komen inzicht en daad samen. Nearchus CV ISBN 9789083633411 (paperback, 252p) € 24,50 Aanbieding voor de lezers van deze Nieuwsbrief: Gratis: het nieuwste nummer van tijdschrift Driegonaal (februari 2026) wanneer u deze titel bestelt + thuisbezorgd zonder verzendkosten (binnen NL) Mail naar: info@nearchus o.v.v. uw naam + adresgegevens Aanbieding geldt tot en met zondag 19 april a.s. |
Sociale driegeleding: alle artikelen op deze blog
Vrijheid van onderwijs: alle artikelen
.
.
.
Geplaatst in Uncategorized
.
Het is altijd handig om een map te hebben liggen met een voorraad opgaven die kinderen kunnen maken in ‘verloren ogenblikken’: wanneer ze met alles (snel) klaar zijn of wanneer ze graag extra werk doen, enz.
Neem 4 opeenvolgende getallen, zodanig dat als je ze optelt, het antwoord 66 is.
OPLOSSING:
Het kind zou moeten kunnen beredeneren dat de getallen kleiner zijn dan 20, immers 4x 20 is al 80.
En groter dan vanaf 10, want dan kom je slechts in de 40.
Dan maar proberen: 14, 15, 16, 17 = 62. 15, 16, 17, 18 = 66
.
.
.
Geplaatst in Uncategorized
.
Het is altijd handig om een map te hebben liggen met een voorraad opgaven die kinderen kunnen maken in ‘verloren ogenblikken’: wanneer ze met alles (snel) klaar zijn of wanneer ze graag extra werk doen, enz.
Welke 2 van deze 7 zijn precies gelijk?

HET TOVERWOORD
Op de muur in de klas van de tovenaarsleerlingen hing een groot bord met een heleboel letters. Op dat bord stond een toverwoord dat de leerlingen van buiten moesten leren. Maar niemand wist welk woord het was. Toch is het vrij eenvoudig te vinden.
Je moet op iedere regel zoveel letters wegstrepen als staat aangegeven. Dus op de eerste regel twee letters, op de tweede regel één letter, op de derde regel weer twee letters, enzovoort. Dit moetje ook doen met de regels die van boven naar beneden lopen. Je moet natuurlijk wel zorgen dat het precies klopt.
Als je de juiste letters hebt weggestreept, vormen de letters die overblijven het toverwoord.
Kun jij het vinden?
Oplossing volgt later
.
.
.
Geplaatst in Uncategorized
.
Het is altijd handig om een map te hebben liggen met een voorraad opgaven die kinderen kunnen maken in ‘verloren ogenblikken’: wanneer ze met alles (snel) klaar zijn of wanneer ze graag extra werk doen, enz.
De paardensprong. Net als bij schaken maakt de beginletter –linker kolom midden K – sprongen en de letters waar hij neerkomt vormen in volgorde een woord. Welk?

Oplossing:
KALENDER
.
.
.
.
Geplaatst in Uncategorized
.
De voordrachten die Steiner hield hadden tot doel uiteen te zetten wat vrijeschoolpedagogie omvat.
Van 21 augustus tot en met 6 september 1919 volgden de leerkrachten voor de te beginnen school deze cursus die, naast de in de morgen gehouden voordrachten GA 293, ook nog bestond uit de over de rest van de dag verdeelde cursussen (GA 294) [2] en (GA 295) [3]
In [10-5] bracht ik iets naar voren om de ‘metamorfosegedachte’ beter te leren kennen.
Wanneer je je daarmee een tijd hebt beziggehouden, ondersteund door de andere artikelen daarover, begint er wellicht iets te dagen van deze idee.
Opmerkelijk is het wellicht in de tijd van ‘harde’ wetenschap, dat het hier geen (begrips)definities betreft die je bv. ‘uit het hoofd’ kan leren, maar dat het gaat om een idee als beweging te doordenken.
Idee als beweging
Het begrip ‘driehoek’ kan helpen iets te gaan voelen van ‘begrip als beweging’.
Daarvoor is het nodig eerst dit artikel te bestuderen.
Met de daar gevonden gezichtspunten kunnen we het gevoel hebben dat we wat Steiner hier omschrijft als:
Blz. 149 vert. 144
Nun, sehen Sie, ich habe immer gefunden, daß für die meisten Menschen eine große Schwierigkeit darin liegt, wenn sie begreifen sollen, welche Beziehung zwischen den Röhrenknochen der Arme und Beine und zwischen den Schalknochen des Kopfes, des Hauptes besteht.
Ik heb altijd geconstateerd dat het voor de meeste mensen heel moeilijk te begrijpen is welk verband er bestaat tussen de pijpbeenderen van armen en benen enerzijds en de platte beenderen van het hoofd anderzijds.
een relatie tussen hoofd- en ledematenbeenderen met minder moeite zouden moeten kunnen doorgronden, dus niet met vaste definities, maar met beweeglijkheid van denken,
De vertaling van ‘Schalknochen’ met ‘platte’ beenderen, helpt hier in eerste instantie niet mee.
De hele tegenstelling van hoofd-ledematen ademt het karakter van de tegenstelling ‘rond-recht’. Het Duits gebruikte ‘Schalknochen’ komt in de officiële woordenboeken niet voor en ben je geneigd om aan ‘schaal’ te denken.
En even verder staat:
Blz. 150 vert. 145
Sie kriegen nicht so leicht aus dem Röhrenknochen der Arme oder der Beine heraus die Kopfknochen, die schaligen Kopfknochen.
Maar het lukt niet zo gemakkelijk de stap te maken van de pijpbeenderen van armen of benen naar de botten van het hoofd, die schaalvormig zijn.
Echter: de beenderen van de schedel worden wel ‘vlakke’ beenderen genoemd:
De vlakke botten van het schedeldak (het calvarium) zijn de platte botten die de boven- en zijkant van de schedel vormen en de hersenen beschermen. Het gaat vooral om:
Voor ons begrip gaat het dus om de schaalvorming t.o. de rechte vorm van het pijpbeen. (Nog een mooi voorbeeld van ‘de rechte en de kromme/ronde).
Omstulping
Een sleutelbegrip dat Steiner hier geeft is ‘omstulping’ en hij neemt dan het voorbeeld van een handschoen. Concluderend mag je daarvan zeggen: het binnenste komt buiten:
Sie kriegen nicht so leicht aus dem Röhrenknochen der Arme oder der Beine heraus die Kopfknochen, die schaligen Kopfknochen. Da müssen Sie nämlich zuerst eine gewisse Prozedur vornehmen, wenn Sie die herausbekommen wollen. Sie müssen mit dem Röhrenknochen der Arme oder der Beine dieselbe Prozedur vornehmen, die Sie vornehmen würden, wenn Sie beim Anziehen eines Strumpfes oder eines Handschuhes das Innere zuerst nach außen wenden würden, also wenn Sie es umwenden würden.
Als u dit wilt bereiken, dan moet u namelijk eerst een bepaalde procedure volgen. U moet met de pijpbeenderen van armen en benen hetzelfde doen, wat u
zou doen als u bij het aantrekken van een kous of handschoen deze eerst binnenstebuiten zou keren: u moet het binnenste eerst naar buiten keren, u moet het omstulpen.
Door verschillende auteurs is geprobeerd dit aan de hand van tekeningen uit te leggen.
Maar de uitleg – met illustraties – is noodgedwongen een statisch beeld, terwijl begrip alleen kan komen als je met je voorstelling beweeglijk wordt, zoals in het artikel over ‘de driehoek’ waarnaar ik hierboven verwees.
Wijlen vrijeschoolleerkracht en bioloog Wolfgang Schad doet ook een poging.
Hij geeft deze tekening:

Ook dit is weer een statisch plaatje.
Maar wie als vrijeschoolleerkracht vormtekenen heeft gegeven in klas 3, zal dit op een bepaalde manier bekend voorkomen.
Het doet denken aan de asymmetrische symmetrie.
Wanneer je hier die asymmetrische symmetrie bestudeert en innerlijk probeert denkend mee te bewegen, krijg je gevoel voor ‘de omstulping’ die Steiner hier bedoelt.
Als je op de hoogte bent van zijn uitspraken over die asymmetrische symmetrie, zal je in zijn volgende tekst, herkenbaars vinden:
Blz. 150/151 vert. 145
Nun ist es verhältnismäßig leicht, sich vorzustellen, wie ein Handschuh oder ein
Strumpf aussieht, wenn das Innere nach außen gewendet wird. Aber der Röhrenknochen ist nicht gleichmäßig. Er ist nicht so dünn, daß er gleichmäßig im Inneren und außen gebaut wäre. Er ist verschieden im Inneren und außen gebaut. Würden Sie Ihren Strumpf so konstruieren und dann elastisch machen, daß Sie ihm äußerlich eine künstlerische Form geben würden mit allerlei Vorsprüngen und Einbuchtungen und ihn dann wenden, dann würden Sie nach außen nicht mehr dieselbe Form erhalten wie die, die dann im Inneren ist, wenn Sie ihn umgewendet haben. Und so ist es bei dem Röhrenknochen. Man muß das Innere nach außen und das Äußere nach innen kehren, dann kommt die Form des Kopfknochens heraus, so daß die menschlichen Gliedmaßen nicht nur umgewandelte Kopfknochen sind, sondern außerdem noch umgewendete Kopfknochen.
Nu is het vrij eenvoudig zich een handschoen of kous binnenstebuiten gekeerd voor te stellen.
Maar het pijpbeen is niet gelijkmatig gebouwd. Het is niet zo dun, dat het binnen en buiten op dezelfde wijze gevormd is. Het is binnen en buiten verschillend gevormd. Zou u uw kous zo construeren, dat u hem aan de buitenkant een kunstzinnige vorm geeft met allerlei uitstulpingen en holtes, en zou u hem dan elastisch maken en omkeren, dan zou u aan de buitenkant niet meer dezelfde vorm krijgen die zich na omkering aan de binnenkant bevindt. En zo
is het ook bij het pijpbeen. Men moet het binnenstebuiten keren, dan ontstaat de vorm van het bot van het hoofd, zodat de menselijke ledematen niet alleen gemetamorfoseerde botten van het hoofd zijn, maar bovendien ook nog binnenstebuiten gekeerde.
GA 293/149-150
Vertaald/144-145
Als je bovenstaande met ‘vormtekenogen’ leest, zie je a.h.w. allerlei oefeningen die in de 3e klas worden gedaan!
Ook de vormtekening voor het flegmatische temperament kan nog helpen:
Hier heb ik een reeks getekend die met een cirkel begint en door een ‘krachtwerking’ van buitenaf wordt tot kruis, en zelfs tot 4 losse streepjes.
Dat doet m.i. erg denken aan: van ‘schedelrondte’ naar ‘pijpbeen’.
Het is geen bewijs, het is het meegaan in een proces, denkend en voelend en in zekere zin ook willend als je zo’n proces doordénkt van begin tot eind.
Wat de tekening van Schad betreft:
Wie zien hier het uiteinde van een ‘gewoon’ pijpbeen. De ‘streepjes’ in het gewrichtsuiteinde – epifyse – zijn de botbalkjes (spongiosa)

‘Ergens zijn deze streepjes hier terecht gekomen:

En de pijltjes – laten we ze ‘krachten’ noemen, volgen ook een soort omgekeerde weg: De gewrichtskoppen zijn convex, de holtes worden concave, daarmee een gewrichtskom voor de onderkaak.
Er vindt hier ook een omstulping plaats. De schacht van het pijpbeen (diafyse) die heel compact is en rond, verandert in de grote vlakke botten van het schedeldak. Die hebben binnenin de spongiosa.
*GA= Gesamt Ausgabe, de boeken en voordrachten van Steiner
[1] GA 293
Algemene menskunde als basis voor de pedagogie
[2] GA 294
Opvoedkunst. Methodisch-didactische aanwijzingen
[3] GA 295
Praktijk van het lesgeven
(Slechts een klein deel is daar nu oproepbaar. Voor het verkrijgen van een gratis scan: mail vspedagogie (voeg toe eraan vast) apenstaartje gmail.com)
.
Algemene menskunde: voordracht 10 alle artikelen
Algemene menskunde: alle artikelen
Rudolf Steiner: alle artikelen op deze blog
Menskunde en pedagogie: alle artikelen
.
.
.
.
Geplaatst in Uncategorized
.
De stichting ‘Groene pedagogie’ heeft alle nummers van ‘Natuur van de maand‘ in PDF-vorm beschikbaar.
Ik maakte met het tijdschrift kennis toen ik in de jaren 1960 proeflessen biologie moest geven in het reguliere onderwijs.
De auteurs waren enthousiaste mensen die met veel liefde hun onderwerpen aan de orde stellen.
Naast de grotere motieven van dier- en plantkunde in klas 4, 5 en 6 is er ook de natuur van ‘alledag’.
Om daarover boeiend te kunnen vertellen en actief te zijn, biedt het tijdschrift mooie lesstof.
Dierkunde: alle artikelen
Plantkunde: alle artikelen
.
.
.
.
Geplaatst in Uncategorized
Geplaatst in Uncategorized
.
Zie de inleiding
In de 16e voordracht van GA 97 schetst Steiner een bepaalde ontwikkeling die de mensheid heeft doorgemaakt.
De nadruk ligt op ‘het denken’.
Hij vergelijkt de mens in Atlantis en de latere mens en legt het waarom de mens steeds helderder is gaan denken, bij de werking van de macht van Lucifer.
Deze is de drager en brenger van het licht in het denken.
Hij brengt het ook in verband met hoe het etherlijf van de mens daardoor verandert en zegt van die veranderingen:
Die früheren Entwickelungszustände der Menschheit werden nun im einzelnen Menschenleben noch einmal in Siebenjahresrhythmen wiederholt.
De vorige stadia van de menselijke ontwikkeling herhalen zich nu in individuele mensenlevens in cycli van zeven jaar.
Wanneer je deze zin isoleert van de context – wat ook vandaag de dag nog gebeurt – ontstaat de indruk dat ‘het kind de fasen van de ontwikkeling van de mensheid’ herhaalt.
En dus een tijd ‘een Atlantiër’ of een ‘Griek’ is enz.
Maar dat is te kort door de bocht: het gaat om een zekere parallel wat de ontwikkeling van het bewustzijn betreft.
Een uitgebreide artikelenreeks over dit onderwerp vind je hier.
GA 97
Das christliche Mysterium
Het christelijke mysterie
Voordracht 16, Düsseldorf, 4 april 1906
Die Kinder des Luzifer
Die Ablösung der Blutsliebe durch die geistige Liebe
De kinderen van Lucifer
De verandering van liefde bij bloedverwantschap door geestelijke liefde
Blz. 168
Die früheren Entwickelungszustände der Menschheit werden nun im einzelnen Menschenleben noch einmal in Siebenjahresrhythmen wiederholt.
Das Kind soll dann Autorität um sich haben, aber nicht selbst Autorität sein. Man soll durch Erzählungen auf das Kind wirken, nicht Moral predigen, sondern hinweisen auf große Beispiele, auf Vorbilder.
Für die Moral würde es nötig sein, daß man dann in der alten pythagoreischen Form das Gefühl dafür ausbildet.
Pythagoras sagte zu seinen Schülern:
Du sollst nicht mit dem Schwerte ins Feuer schlagen -, ein Bild dafür, daß man nutzlose Dinge nicht tun soll.
Ein anderes derartiges pythagoreisches Wortwar:
Du sollst auf deinem Wege nicht umkehren, ehe du ans Ende
gekommen bist. –
De vroegere stadia van de menselijke ontwikkeling herhalen zich nu in individuele mensenlevens in cycli van zeven jaar.
Het kind moet dan mensen om zich heen hebben die gezag uitstralen, zelf hoeft het geen autoriteit te zijn.
Je moet door verhalen op het kind werken, niet door moraliserende preken te houden, maar door te wijzen op grote voorbeelden, op rolmodellen.
Om moraliteit te ontwikkelen, is het nodig om er op de oude Pythagoreïsche manier een gevoel voor te ontwikkelen.
Pythagoras* zei tegen zijn leerlingen: “Je moet niet met je zwaard in het vuur slaan” – een beeldspraak voor het niet doen van nutteloze dingen.
Een andere Pythagoreïsche uitspraak luidde: “Je moet niet terugkeren op je pad voordat je het einde hebt bereikt.”
GA 97/168
Niet vertaald
Dit ‘autoriteit-zijn’ wordt weleens negatief uitgelegd: als zou de leerkracht macht moeten uitoefenen over de kinderen.
In zijn verschillende uitspraken over autoriteit (zie onder) blijkt iets heel anders.
Dat zou bv. kunnen worden samengevat met deze uitspraak:
Dazu muß dieser Erzieher so wirken, daß er gewissermaßen das Wahre, Gute und Schöne dem Kinde nicht bloß darstellt, sondern es ist. Was er ist, geht auf das Kind über, nicht, was er ihm lehrt. Alle Lehre muß wesenhaft im Vorbilde vor das Kind hingestellt werden. Das Lehren selbst muß ein Kunstwerk, kein theoretischer Inhalt sein.
De opvoeder moet zo te werk gaan, dat hij het ware, goede en mooie niet alleen voor het kind beschrijft, maar dat hij het ìs. Wat hij is, gaat over op het kind, niet wat hij het leert. Alles wat het moet leren, moet voorgeleefd worden. Het aanleren zelf moet een kunstwerk zijn, geen theoretische inhoud.
GA 304/221
Op deze blog vertaald/217
*Zie o.a. ook GA 96: <5>
.
Rudolf Steiner over autoriteit: alle artikelen
Kind rond het 9e jaar: alle artikelen
Rudolf Steiner: alle artikelen
Algemene menskunde voordracht 9
VRIJESCHOOL in beeld: alle beelden
.
.
.
.
.
Geplaatst in Uncategorized
Getagged autoriteit, herhaling van cultuurfasen, Pythagoras