.
Bij vormtekenen gaat het om verschillende aspecten.
Die vind je hier.
Onder nr. 3 is sprake van ‘geometrische figuren’.
A.h.w. ‘oerfiguren’ die we duizenden jaren geleden al aantroffen. Die voor de mensen van toen een bepaalde betekenis hadden.
Welke betekenis: dat is moeilijk met zekerheid te zeggen.
Velen hebben er wel over nagedacht, gesproken en/of geschreven.
O.a. Mellie Uyldert. Haar gezichtspunten over de spiraal vind je hier.
Ook met de kinderen op de basisschool wordt de spiraal getekend als vormtekening.
Er wordt niet uitgegaan van een (infantiele) voorstelling om bv. een slakkenhuis te gaan tekenen: nee, het gaat om de vorm pur sang.
Aanwijzingen daarvoor vind je in GA 294 – in dit artikel.
Het tekenen van spiralen wordt ook therapeutisch toegepast.
Zie daarvoor: Audrey MacAllens ‘The extra lesson‘
Artikel artikel artikel artikel
M.n. in dit artikel vind je fundamentele gezichtspunten over (o.a.) de spiraal.
Onderstaand vind je:
Tekst uit verschillende bronnen:
Afbeeldingen
Boeken
Rudolf Steiner over de spiraal
spiraal
Een zeer oud en wijdverbreid grafisch symbool, verwant met de cirkel en met concentrische cirkels, die op het eerste gezicht moeilijk van spiralen te onderscheiden zijn. Hoewel beide symbolen in theorie geheel verschillend moeten worden geïnterpreteerd, kan hun betekenis samenvallen wanneer vluchtig getekende, van het middelpunt naar buiten uitgaande golven (concentrische cirkels) in spiralen overgaan. In beginsel vormt de spiraal een dynamisch systeem, dat zich – al naar gelang de zienswijze – ofwel samenbalt, ofwel ‘ontwikkelt’, waarbij de beweging ofwel middelpuntzoekend, ofwel middelpuntvliedend is. De spiralen die in spiraalnevels (spiraalvormige sterrenstelsels) aan de hemel zichtbaar zijn (zij het niet met het blote oog), doen denken aan turbulenties (maalstroom, werveling) in stromend water, maar eveneens aan identieke draaikolken, die ontstaan als water of een andere vloeistof door een opening naar onderen wegstroomt. Een dergelijk symbool kan daarom heel goed het wegzinken in de ‘wateren van de dood’ aanduiden, net als dat het geval is met ‘golfkringen’ (concentrische cirkels). Dat zou dan verklaren, waarom zulke symbolische figuren vaak in rotsblokken van prehistorische megalithische grafmonumenten gegrift zijn. Het is echter ook denkbaar dat er een verband bestaat met de bewegingen van de sterren aan de nachtelijke hemel. Men heeft opgemerkt dat zulke petrogliefen (rotstekeningen) niet zelden via spleten door zonnestralen worden geraakt en doorsneden, en wel tijdens de zonnewende. Omdat ook de zon elke avond ‘in de westelijke zee ondergaat’ en de volgende ochtend weer in het oosten opduikt, kan het aanbrengen van zulke tekens ook samenhangen met het ideeëncomplex ‘sterven en herrijzen’.
Spiraal: spiraal opgerolde slang als speelbord. Kalksteenplaat, voordynastiek Egypte, ca 3500 jaar voor C.
In culturen die vertrouwd zijn met het gebruik van de pottenbakkersschijf, kunnen spiralen ook hun oorsprong hebben in de eenvoudige observatie, dat zulke figuren ontstaan als een voorwerp (of een vinger door de vochtige ronddraaiende klei van binnen naar buiten weegt. Natuurlijk kunnen degelijke eenvoudige figuren ontstaan zonder praktische doelstelling gemaakt zijn, als tijdspassering zonder enige diepere symbolische betekenis.
Interessant is de figuur van te dubbele spiraal, die beide elementen, het zich ontvouwen en het zich samenrollen (‘evolutie en involutie’) tot een eenheid verbindt. Men kan er evengoed het ‘ontstaan en vergaan’ uit aflezen als de omkeerbaarheid van dit proces. In die zin heeft men wel een dubbele spiraal in de schaamdriehoek van een neolithisch ‘moedergodin’ beeld uit Thracië geïnterpreteerd. In de Romaanse beeldhouwkunst werden er in plooien van het gewaad van Christusfiguren wel dubbele spiralen verwerkt.
Kunstig gevormde driepas-spiraal. Symbolisch ornament op megalitisch grafmonument ‘New Grange’, Ierland, bronstijd.
In prehistorische megalithische grafmonumenten komen ook driepas-spiralen voor, waarvan de betekenis naast het decoratieve element niet meer te achterhalen is. Hypothetisch blijft ook de symbolische samenhang tussen spiraal en labyrint, al doet de gedachte van een ‘moeilijke weg erin en weer eruit’ een verband vermoeden met de symboliek van sterven en herboren worden.
Bron: Prismapocket van de symbolen
.
De Egyptische spiraal doet ons denken aan de spiraalhinkelbaan:

Afbeeldingen
Rode kool






Op Pinterest staan veel afbeeldingen
Boeken

Willem Beekman: Openbaar geheim.
In hoofdstuk 16 bespreekt hij de nautilus en de spiraal.
Rudolf Steiner over de spiraal
In GA 294
In GA 300A op deze blog vertaald blz. 90/over planetenbewegingen [19]
Blz. 109/verwijzing naar een onderwerp in een andere vergadering over plantkunde: stempel, stamper en de bewegingen van zon en maan [7]
Uitvoerig staat Steiner stil bij de spiraal in GA 312:
Geisteswissenschaft und Medizin
Geesteswetenschap en geneeskunde
Voordracht 6, Dornach 26 maart 1920
Blz. 117 vertaald blz. 113
Da möchte ich heute zunächst davon ausgehen, Ihnen den Pflanzenbildungsprozeß als solchen in seinem kosmischen Zusammenhange hinzustellen. Wir haben ja darauf aufmerksam gemacht, wie im Menschen gewissermaßen funktionell der umgekehrte Prozeß tätig ist, der sich im
Pflanzenwerdeprozeß offenbart. Es ist daher notwendig, um die direkte Beziehung der Pflanzenwelt zum Menschen zu finden, diesen
Pflanzenwerdeprozeß wenigstens andeutungsweise hier vorzuführen.
Wenn Sie die Pflanze sich ansehen, so werden Sie finden, daß sie ganz entschieden zwei entgegengesetzte Tendenzen in ihrem ganzen
Bildeprozeß hat. Die eine geht nach der Erde hin. Und ich habe ja schon gestern angedeutet, daß gewissermaßen bei den baumartigen Pflanzen in dem Stamm die Erde gewissermaßen aufgestülpt ist, so daß die Blüten beim Baum mit den dazugehörigen Blättern im Stamm so wurzeln, wie sonst die bloß krautartigen Pflanzen oder gar die niederen Pflanzen in der Erde wurzeln.
Nun werden wir da hingewiesen auf der einen Seite zu der Tendenz der Pflanzen nach der Erde. Aber auf der anderen Seite strebt die Pflanze von der Erde weg. Sie strebt nicht nur von der Erde weg wie durch eine mechanische Kraft, die sich der Anziehungs-
Vandaag wil ik om te beginnen voor u het ontwikkelingsproces van de plant in zijn kosmische context behandelen. We hebben er al op gewezen dat in de mens in functioneel opzicht als het ware het omgekeerde proces plaatsvindt van wat zich in het wordingsproces van de plant openbaart. Om nu het directe verband tussen de plantenwereld en de mens te kunnen vinden, is het nodig dit
wordingsproces van de plant hier in ieder geval kort te schetsen.
Als u de plant bekijkt, zult u merken dat ze in haar hele groeiproces ontegenzeglijk twee aan elkaar tegengestelde tendensen vertoont. Enerzijds tendeert ze naar de aarde. En ik heb er gisteren al op gewezen dat het bij boomachtige planten zo is dat de aarde als het ware in de stam omhooggestulpt
is, zodat de bloeiwijzen met de bijbehorende bladeren net zo in de stam wortelen als de gewone kruidachtige planten en vooral de lagere planten in de aarde wortelen.
Zo zien we aan de ene kant de naar de aarde gerichte tendens van de planten. Anderzijds echter streeft de plant van de aarde weg. En dat doet ze niet louter door een soort mechanische kracht die tegen de aantrekkingskracht
Blz. 119 vert. 113/114
kraft der Erde entgegensetzt, sondern sie strebt von der Erde in ihrem ganzen, auch inneren Bildungsprozeß weg. Die Vorgänge in der Blüte werden andere als die Vorgänge in der Wurzel. Die Vorgänge in der Blüte werden viel abhängiger von dem Außerirdischen, von dem Außertellurischen als die Vorgänge in der Wurzel.
Und auf diese Abhängigkeit der Blütenbildung von den nicht eigentlich irdischen Kräften müssen wir zunächst hinsehen. Denn wir werden finden, daß dieselben Kräfte, die von der Pflanze gebraucht werden, um den Blüten- und Samenbildungsprozeß außen in der Blüte einzuleiten, daß dieselben Prozesse notwendig werden wegen der Ihnen in den vorhergehenden Vorträgen angedeuteten funktionellen Umkehrung des Pflanzenprozesses im Menschen, im menschlichen Unterleibe und in all dem, was die Entleerungen, die Absonderungen und auch was die Grundlage der Sexualität betrifft, zu finden
sind.
So werden wir gerade, wenn wir diese Beziehung des Menschen zur Pflanze aufsuchen, auch im einzelnen auf den außertellurischen Prozeß der Pflanze ebensogut verwiesen wie auf den tellurischen.
van de aarde in gaat, nee, ze streeft van de aarde weg in haar hele, ook innerlijke vormproces. De processen in de bloem worden anders dan de processen in de wortel. De processen in de bloem worden veel afhankelijker van het buitenaardse, van het extratellurische, dan de processen in de wortel. En daar
moeten we eerst naar kijken, naar die afhankelijkheid van de bloemvorming van in feite niet-aardse krachten.
We zullen dan namelijk zien dat dezelfde krachten die de plant gebruikt om in de bloem het bloei- en het zaadvormingsproces op gang te brengen, dat diezelfde processen noodzakelijkerwijs – op grond van de al in de vorige voordrachten genoemde functionele omkering van het plantproces in de mens – te vinden zijn in het menselijk onderlichaam en in alles wat te maken heeft met de
uitscheidingen, de secretie en ook met de grondslag van de seksualiteit.
Juist als we deze relatie van de mens met de plant opzoeken, worden we dus tot in de details zowel naar het extratellurische proces van de plant verwezen als naar het tellurische.
Ich möchte nicht versäumen, Sie darauf aufmerksam zu machen, daß dasjenige, was ich hier vortrage, nicht entlehnt ist älteren medizinischen Schriften, sondern auf durchaus gegenwärtiger geisteswissenschaftlicher Forschung beruht. Nur muß versucht werden, zuweilen in der Terminologie auf die ältere Literatur zurückzugreifen, weil ja die neuere Literatur eine Terminologie nach dieser Richtung hin noch nicht ausgebildet hat. Aber derjenige, der glauben würde, daß irgend etwas hier vorgetragen wird, was nur älteren Schriften entnommen ist, der würde sich eben sehr irren.
Wenn Sie das Pflanzenwachstum verfolgen, wie es von dem Irdischen aufwärts geht, so werden Sie zunächst verwiesen werden müssen auf den spiraligen Gang in der Entstehung, in dem Bildeprozeß der Blätter und auch der Blüte. Gewissermaßen befolgen die Bildekräfte der Pflanze eine Art spiraligen Gang um den Stengel herum. Dieser spiralige Gang kann nicht aus inneren Spannkräften etwa der Pflanze abgeleitet werden, sondern er ist zurückzuführen auf die Einwirkung des Außertellurischen, namentlich in seiner
Ik wil niet verzuimen u erop attent te maken dat wat ik hier behandel niet ontleend is aan oudere medische literatuur, maar volledig op modern geesteswetenschappelijk onderzoek berust. Wel moeten we soms teruggrijpen op de terminologie van de oudere literatuur, omdat de modernere literatuur op dit gebied immers nog geen terminologie ontwikkeld heeft. Wie echter denkt dat hier dingen ter sprake komen die uitsluitend op oudere literatuur zijn gestoeld, die vergist zich ernstig.
Als u naar de groei van de plant kijkt, hoe die vanuit de aarde omhooggaat, dan zult u om te beginnen de spiralende beweging tegenkomen in het ontstaansproces van de bladeren en ook van de bloemen. De vormkrachten van de plant volgen als het ware een spiralende weg om de stengel heen.

Die spiraalbeweging kan niet worden afgeleid uit zoiets als innerlijke
spankrachten van de plant, maar moet worden herleid tot de inwerking van het extratellurische,
Voetnoot in de Nederlandse vertaling:
wat de sterren doen, wordt in de plant getrouw weerspiegeld: Zie hierover o.m. F.H.Julius/E.M. Kranich, Bäume und Paneten, Stuttgart 1989.
Er is ook een Nederlandse uitgave, zonder de auteursnaam Kranich
.
Blz. 119 vert. 114
Hauptsache auf die Einwirkungen des, sagen wir, scheinbaren — denn es ist ja doch die Bewegung der Erde zur Sonne nur relativ zu nehmen —, also des scheinbaren Sonnenweges. Man kann in einer gewissen Beziehung durchaus studieren nach besseren Anhaltspunkten, als die galileisch-mathematischen sind, den Gang der Sterne aus dem Gang der Bildeprozesse bei der Pflanze. Denn was die Sterne tun, das bildet die Pflanze getreulich nach.
Nun aber würde man ganz fehlgehen, wenn man glauben würde, daß nur dieser von der Erde nach aufwärts gehende, von der Sonne abhängige Bildungsgang in der Pflanze tätig sei, sondern es wirken die Sterne zunächst zu einer Resultierenden zusammen mit den durch die Sonne bewirkten Bewegungen unseres Planetensystems, und zwar so, daß gewissermaßen die Sonnenkraft die Pflanze ganz sich aneignen und sie fortwährend fortsetzen würde ins Unendliche, wenn dieser Sonnenkraft nicht entgegentreten würden die sogenannten äußeren Planetenkräfte wiederum mit ihren Spiralen (siehe
Zeichnung Seite 119). Denn in Wirklichkeit bewegen sich die Planeten nicht in Ellipsen, sondern in Spiralen. Die ganze kopernikanische
en wel in hoofdzaak van de, laten we zeggen, schijnbare – want de beweging van de aarde ten opzichte van de zon moet immers toch relatief worden opgevat – zonneweg. In een bepaald opzicht vinden we voor het bestuderen van de loop van de sterren betere aanknopingspunten in het verloop van de groeiprocessen bij de plant dan in de mathematisch-galileïsche benadering. Want wat de sterren doen, wordt in de plant getrouw weerspiegeld.
Nu zouden we ons echter danig vergissen als we zouden denken dat alleen die vanuit de aarde opwaarts gerichte, van de zon afhankelijke ontwikkeling in de plant werkzaam is. Want de sterren werken met de door de zon veroorzaakte bewegingen van ons planetenstelsel samen tot één resultante.
De kracht van de zon zou zich de plant als het ware helemaal toe-eigenen en haar groei tot in het oneindige voortzetten, als de krachten van de zogenaamde buitenplaneten daar vervolgens niet met hun spiralen tegen in zouden gaan. Want in werkelijkheid bewegen de planeten zich niet in ellipsen maar in spiralen. Het hele copernicaanse
Blz. 120 vert. 114
Weltanschauung müßte ja eigentlich heute schon geprüft und durch eine andere ersetzt werden. Die sogenannten äußeren Planeten, zu denen wir zu rechnen haben Mars, Jupiter und Saturn — Uranus und Neptun sind nur astronomisch zu unserem System zu zählen, sie gehören nicht in Wirklichkeit zu unserem System, sie sind dadurch in unser System hineingekommen, daß sich Fremdkörper, die außerhalb dieses Systems lagen, gewissermaßen diesem System angeschlossen haben, so daß man schon richtig spricht, wenn man von
diesen erst von unserem Planetensystem eingeladenen Körpern, die da mitkommen, die eigentlich Gäste sind, absieht —, diese äußeren
planetarischen Kräfte, die bewirken einen Rückgang der nach oben
gerichteten Kraft, indem sie dasjenige, was sonst bloß in der Blattspirale zum Ausdruck kommen würde, zurückstauen und die Blütenund Samenbildung bewirken. Wenn Sie also von der Blattbildung an das Werden der Pflanze nach oben betrachten, so müssen Sie seinen Ursprung zuschreiben denjenigen Kräften, die aus dem Zusammenwirken entstehen des Sonnigen mit dem Marshaften, Jupiterhaften und Saturnhaften.
wereldbeeld zou vandaag de dag eigenlijk moeten worden herzien en door een ander moeten worden vervangen. Tot de zogenaamde buitenplaneten moeten we
Mars, Jupiter en Saturnus rekenen. Uranus en Neptunus vallen alleen in astronomische zin onder ons planetenstelsel, in werkelijkheid horen zij er niet bij; zij zijn in ons stelsel terechtgekomen doordat vreemde hemellichamen, die zich buiten dat stelsel bevonden, zich er als het ware bij hebben aangesloten, zodat het terecht is die hemellichamen, die door ons planetaire stelsel uitgenodigd zijn om erbij te komen, die eigenlijk gasten zijn, er niet bij te rekenen.
Voetnoot:
Uranus en Neptunus vallen alleen in astronomische zin onder ons planetenstelsel: Zie ook Kosmische hiërarchieën, de voordracht van 18 april, en Die geistigen Wesenheiten in den Himmelskörpern und Naturreichen, GA 136, de voordracht van 14 april. Vertaald.
De krachten van die buitenplaneten buigen de opwaarts gerichte kracht om, door wat anders alleen in de bladspiraal tot uitdrukking zou komen, terug te dringen en de bloem- en zaadvorming op gang te brengen [zie de tekening op blz. 115,
bovenste pijlen en ‘zaadbol’].

Als u dus vanaf de bladvorming het groeiproces van de plant volgt, dan moet u de oorsprong daarvan toeschrijven aan krachten die voortvloeien uit de samenwerking van de zonnesfeer met de Marssfeer, de Jupitersfeer en de Saturnussfeer.
Voetnoot:
‘onderzonnige’ planeten: Met de uitdrukkingen ‘onderzonnige’ en ‘bovenzonnige planeten’ zijn de ‘binnen-’ resp. ‘buitenplaneten’ bedoeld
Nun wirken aber nicht nur diese zwei Elemente zusammen, sondern ihnen wiederum wirkt entgegen dasjenige, was namentlich vom Monde ausgeht und von den sogenannten unteren Planeten, von Merkur und Venus. Merkur, Venus und Mond sind dasjenige, was in der Pflanze die Tendenz zur Erde, nach unten, erzeugt und was seinen bezeichnendsten Ausdruck findet in der Wurzelbildung.
So daß alles dasjenige, was irdisch erscheint, eigentlich zugleich beeinflußt ist von den untersonnigen Planeten mit dem Monde im Zusammenhange. Sie haben also in der Pflanze, ich möchte sagen, das ganze zu uns gehörige Planetensystem ausgedrückt.
Ehe man nicht kennt, wie sich in der Pflanze das ganze zu uns gehörige
Planetensystem ausdrückt und wie es sich andererseits im Menschen
wiederum ausdrückt, kann man eigentlich den Zusammenhang zwischen dem Pflanzensystem und dem Menschensystem gar nicht durchschauen.
Sie brauchen nun ja nur hinzusehen auf die Tatsache, daß, wenn Sie Pflanzen verbrennen, welche nach dem Wurzelhaften hin-
Nu werken echter niet alleen die twee elementen samen, maar daar tegenover staat vervolgens weer de werking die met name van de maan en van de zogenaamde binnenplaneten, Mercurius en Venus, uitgaat. Mercurius, Venus en de maan geven de plant haar neerwaartse, naar de aarde gerichte tendens, die het sterkst tot uitdrukking komt in de wortelvorming. Alles wat in de aardse sfeer verschijnt, wordt dus tegelijkertijd ook beïnvloed door de ‘onderzonnige’ planeten in samenhang met de maan. In de plant vindt u dus ons hele planetenstelsel uitgedrukt.
Zolang we niet weten hoe zich in de plant ons hele planetenstelsel uitdrukt en hoe dat op zijn beurt weer tot uitdrukking komt in de mens, zolang zullen we het verband tussen de wetmatigheden van de plant en de wetmatigheden
van de mens niet kunnen doorzien.
Let u maar eens op het volgende feit: als u planten verbrandt die naar het wortelachtige
Blz. 121 vert. 114/115
neigen, welche also den Prozeß der Blüten- und Samenbildung weniger durchmachen als diejenigen Pflanzen, die nach der Blütenbildung hinneigen, oder überhaupt Pflanzenwurzeln verbrennen, daß da wesentlich mehr Aschenbestandteile sind, als wenn Sie Blüten verbrennen, oder auch wenn Sie Misteln oder baumartige Pflanzen verbrennen. Der Unterschied rührt einfach davon her, daß das Untersonnige, das Mondhafte, das Merkurhafte, das Venushafte mehr wirkt auf solche Pflanzen, die nach der Wurzelbildung hin
die starke Tendenz zeigen. Da finden Sie in der Asche Eisen, Mangan, Kiesel, also Bestandteile, welche ja direkte Heilmittel darstellen, und die dann als Heilmittel auch auftreten, wenn man irgend etwas aus der Pflanze verwendet. Dagegen finden Sie wenig Aschenbestandteile, wenn Sie die entgegengesetzte Art von Pflanzen verbrennen. Das, was sich da im Verbrennungsprozeß ausdrückt,
das ist ja zunächst dasjenige, was, ich möchte sagen, ein richtiges äußeres Dokument ist für diese Zugehörigkeit der Pflanze zum ganzen Kosmos, nicht bloß zu dem, was auf der Erde zu finden ist.
tenderen, die dus het proces van bloem- en zaadvorming minder doormaken dan planten die op de bloemvorming gericht zijn, of als u gewoon plantenwortels verbrandt, dan blijft er veel meer as over dan wanneer u bloemen verbrandt of ook mistels of boomachtige planten. Het verschil is simpelweg een gevolg van het feit dat de binnenplaneten, – maan, Mercurius en Venus – meer werken op planten die sterk naar wortelvorming tenderen. In de as vindt u dan ijzer, mangaan en kiezel, bestanddelen dus die direct als geneesmiddelen bruikbaar zijn en ook als zodanig werkzaam zijn wanneer we iets van zo’n plant gebruiken. Daarentegen blijft er maar weinig as over, wanneer u de tegenovergestelde soort
van planten verbrandt. Wat daar in dat verbrandingsproces tot uitdrukking komt, vormt, ik zou willen zeggen, het tastbare bewijs dat een plant deel heeft aan de hele kosmos en niet alleen aan wat op aarde te vinden is.
GA 312/
Vertaald/
Vormtekenen: alle artikelen
Menskunde en pedagogie: alle artikelen
Vrijeschool in beeld: alle beelden
.
3530-3316
.
.
.
.
Vind-ik-leuk Aan het laden...