WAT VIND JE OP DEZE BLOG?

.

.

Via onderstaande rubrieken vind je de weg naar meer dan 3200 artikelen

Kleinere en grotere, makkelijk toegankelijke en die meer studie vragen; direct met de vrijeschool te maken hebbend of zijdelings: de meest uitgebreide vrijeschoolsite die er te vinden is.

Ondanks regelmatige controle komt het voor dat bepaalde links niet werken. Waarschuw me s.v.p.     vspedagogie voeg toe apenstaartje gmail punt com
.

RUDOLF STEINER
alle artikelen
wat zegt hij over——
waar vind je Steiner over pedagogie(k) en vrijeschool–
een verkenning van zijn ‘Algemene menskunde’


AARDRIJKSKUNDE
alle artikelen

BESPREKING VAN KINDERBOEKEN
alle auteurs
alle boeken
leeftijden
over illustraties

BORDTEKENEN zie TEKENEN

DIERKUNDE
alle artikelen

EURITMIE
Alle artikelen

GESCHIEDENIS
alle artikelen

GETUIGSCHRIFT
alle artikelen

GEZONDHEID – die van de leerkracht
Alle artikelen

GODSDIENST zie RELIGIE

GYMNASTIEK
alle artikelen

HANDVAARDIGHEIDSONDERWIJS
a
lle artikelen

HEEMKUNDE
alle artikelen

JAARFEESTEN
alle artikelen

KERSTSPELEN
Alle artikelen

KINDERBESPREKING
alle artikelen

KLASSEN alle artikelen:
peuters/kleutersklas 1; klas 2; klas 3; klas 4; klas 5; klas 6; klas 7; klas 8; klas 9: klas 10; klas 11; klas 12

LEERPLAN
alle artikelen

LEERPROBLEMEN
alle artikelen

LEZEN-SCHRIJVEN
alle artikelen

LINKS
Naar andere websites en blogs met vrijeschoolachtergronden; vakken; lesvoorbeelden enz

MEETKUNDE
alle artikelen

MENSKUNDE EN PEDAGOGIE
Alle artikelen

MINERALOGIE
alle artikelen

MUZIEK
Alle artikelen

NATUURKUNDE
alle artikelen

NEDERLANDSE TAAL
alle artikelen

NIET-NEDERLANDSE TALEN
alle artikelen

ONTWIKKELINGSFASEN
alle artikelen

OPSPATTEND GRIND
alle artikelen

OPVOEDINGSVRAGEN
alle artikelen

PLANTKUNDE
alle artikelen

REKENEN
alle artikelen

RELIGIE
Religieus onderwijs
vensteruur

REMEDIAL TEACHING
[1]  [2]

SCHEIKUNDE
Alle artikelen

SCHILDEREN
Alle artikelen

SCHRIJVEN – LEZEN
alle artikelen

SOCIALE DRIEGELEDING
alle artikelen
hierbij ook: vrijeschool en vrijheid van onderwijs

SPEL
alle artikelen

SPRAAK
spraakoefeningen
spraak/spreektherapie [1]    [2

STERRENKUNDE
Alle artikelen

TEKENEN
zwart/wit [2-1]
over arceren
[2-2]
over arceren met kleur; verschil met zwart/wit
voorbeelden
In klas 6
In klas 7
Bordtekenen [1]
Bordtekenen [2]

VERTELSTOF
alle artikelen

VOEDINGSLEER
7e klas: alle artikelen

VORMTEKENEN
alle artikelen

VRIJESCHOOL
Niet elders gerubriceerd: alle artikelen

Auschwitz en Gaza 2025
Ahriman en/in het onderwijs;
Grafische vormgeving bij Steiner
Interviews met oud-leerlingen
Is het alles goud wat er blinkt….?
Kritiek op de vrijeschool
Kunstzinnige vormgeving van een klaslokaal
Naamgeving en schrijfwijze vrijeschool;
Ochtendspreuk;
Organische architectuur;
Steiner lezen?
Uitgangspunten vrijeschool;
Vrijeschool en antroposofie;
Vrijheid van onderwijs;  
Worden wie je bent

bewegen in de klas
In de vrijeschool Den Haag wordt op een bijzondere manier bewogen.

bewegen in de klas
L.L.. Oosterom over: beweging tussen persoon en wereld; kind leert bewegend de wereld kennen; sport

.
EN VERDER:

geschiedenis van het Nederlandse onderwijs, een kleine schets

karakteriseren i.p.v. definiëren

lichaamsoriëntatie

(school)gebouw
organische bouw [1]     [2-1]    [2-2]

In de trein
onderwijzer Wilkeshuis over een paar ‘vrijeschoolkinderen’ in de trein
.

VRIJESCHOOL in beeld: bordtekeningen; schilderingen, tekeningen, transparanten enz.
voor klas 1 t/m 7; jaarfeesten; jaartafels

Deze blog wordt/werd bekeken in:

Afghanistan; Albanië; Algerije; Amerikaans-Samoa; Andorra; Angola; Argentinië; Armenië; Aruba; Australië; Azerbeidzjan; Bahama’s; Bahrein; Bangladesh; Belarus; België; Benin; Bolivia; Bosnië en Herzegovina; Brazilië; Brunei; Bulgarije; Burkina Faso; Burundi; Cambodja; Canada; Caribisch Nederland; Chili; China, Congo Kinshasa; Costa Rica; Cuba; Curaçao; Cyprus; Denemarken; Dominicaanse Republiek; Duitsland; Ecuador; Egypte; Estland; Ethiopië; Europese Unie; Finland; Filipijnen; Frankrijk; Frans-Guyana; Gambia; Georgië; Gibraltar; Griekenland; Ghana; Guadeloupe; Guatemala; Guyana; Haïti; Honduras; Hongarije; Hongkong; Ierland; IJsland; India: Indonesië; Isle of Man; Israël; Italië; Ivoorkust; Jamaica; Japan; Jemen; Jordanië; Kaapverdië; Kameroen; Kazachstan; Kenia; Kirgizië; Koeweit; Kroatië; Laos; Letland; Libanon; Liberia;  Libië; Liechtenstein; Litouwen; Luxemburg; Macedonië; Madagaskar; Maldiven; Maleisië; Mali; Malta; Marokko; Martinique; Mauritius; Mexico; Moldavië; Monaco; Mongolië; Montenegro; Myanmar; Namibië; Nederland; Nepal; Nicaragua; Nieuw-Zeeland; Nigeria; Noorwegen; Oeganda; Oekraïne; Oman; Oostenrijk; Pakistan; Panama; Paraguay; Peru; Polen; Portugal; Puerto Rico; Qatar; Réunion; Roemenië; Rusland; Saoedi-Arabië; Senegal; Servië; Sierra Leone; Singapore; Sint-Maarten; Slovenië; Slowakije; Soedan; Somalië; Spanje; Sri Lanka; Suriname; Syrië; Taiwan; Tanzania; Thailand; Togo; Tsjechië; Trinidad en Tobago; Tunesië; Turkije; Uruguay; Vanuatu; Venezuela; Verenigde Arabische Emiraten; Verenigde Staten; Verenigd Koninkrijk; Vietnam; Zambia; Zuid-Afrika; Zuid-Korea; Zweden; Zwitserland’ (156)

..

VRIJESCHOOL – Ritme en leren

.
StepUp to learn publiceert allerlei onderzoek op het gebied van ‘hoe leert het kind’ en ‘wat kunnen we bijdragen aan een betere methode.’ 

Na zo’n onderzoek volgt vaak een kernachtige samenvatting, zoals deze:

Door onze lichamen ritmisch te bewegen, ontwikkelen we een beter besef van onze persoonlijke lichaamsruimte: welke delen van ons lichaam bewegen, en wanneer en hoe ze bewegen. Verschillende oefeningen worden uitgevoerd met verschillende bewegingssnelheden. Dit helpt ons bij het creëren en beheersen van de doelgerichte bewegingen die we gebruiken voor al het leren. Wanneer we zien dat een kind het ritme van een oefening ‘vindt’, zien we dat de ritmische beweging een ruimte creëert voor het leren dat bij de oefening hoort. Ritme zorgt ervoor dat de leerstof beklijft!

Nancy W Rowe, MS, CCC/A

.

In ons vrijeschoolonderwijs speelt ritme een grote rol.
De hierboven genoemde ‘verschillende bewegingssnelheden’ vinden we bv. duidelijk terug in de euritmielessen of in de Bothergymnastiek. Maar evenzogoed in de vele bewegingsmogelijkheden in de klas.

Ritme: alle artikelen

Euritmie: alle artikelen

Gymnastiek: alle artikelen

Eigenbewegingszin

Vrijeschool in beeld: alle beelden

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Rekenraadsel (nieuw)

.
Het is altijd handig om een map te hebben liggen met een voorraad opgaven die kinderen kunnen maken in ‘verloren ogenblikken’: wanneer ze met alles (snel) klaar zijn of wanneer ze graag extra werk doen, enz.

.

REKENDOMINO

Dit spelletje kun je het beste spelen als je zelf een dominospel hebt. Je kunt ook de stenen overtekenen en dan uitknippen. Het is namelijk de bedoeling dat je de dominostenen uit de tekening zodanig 4 neerlegt, dat je op, de rijen, die door de cijfers 1 tot en met 4 staan aangegeven, een som krijgt van 20. Dat wil zeggen, datje als je de zwarte doppen van iedere rij bij elkaar optelt, steeds 20 als uitkomst krijgt.

In dit voorbeeld is alleen rij 2 juist: opgeteld = 20. 
In de andere rijen moet nog e.e.a. veranderd worden, waarbij de regels van het dominospel gelden, dus bv. een drie aan een drie enz.

.

Alle rekenraadsels

Alle breinbrekers

Alle ‘gewone’ raadsels

Alle taalraadsels

 

.

.

.

.

 

 

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over het etherlijf (GA 66)

 

.

In  de serie ‘Rudolf Steiner over het etherlijf’ vind je zijn uitspraken daarover vanuit verschillende voordrachten.
Het is opvallend dat Steiner ditzelfde onderwerp telkens als het ter sprake komt, van de meest verschillende kanten belicht en hij voegt daar telkens weer nieuwe gezichtspunten bij.

Dat geldt bv. ook voor GA 66.
Wat hij daar over het etherlijf zegt, is voor leerkrachten belangrijk.
Immers, zij worden geacht in de jaren tussen tandenwisseling en puberteit ‘het etherlijf te verzorgen.’
Omdat het een direct verband heeft met het geheugen [v.a. blz. 244], het kunnen onthouden, is het ook van belang dat je als leerkracht een gevoel krijgt voor ‘hoe sterk is het etherlijf van dit kind in aanleg’.
Dat is niet eenvoudig.
Maar de aanwijzingen uit de diverse voordrachten kunnen een voedingsbodem zijn  voor een dieper begrip.

Hier wordt bijna concreet beschreven wat er gebeurt als we ons iets kunnen herinneren.
Tevens behandelt Steiner hier het hoofd als iets ‘voorgeboortelijks’ en de ledematen als iets ‘na-dodelijks’, wat weer als een uitbreiding gezien kan worden over het hoofd als verleden en de ledematen als toekomst, zoals o.a. beschreven in voordracht 2 van de Algemene menskunde’, vanaf [2-2] t/m [2-4] 

GA 66   niet vertaald

Geist und Stoff, Leben und Tod

Geest, stof, leven en dood

Voordracht 1, Berlijn, 15. februari 1917 

Geest, stof, leven en dood

Blz. 34

Man sieht, was man den Tod nennt, das ist nicht bloß der einmalige Vorgang, den der Mensch am Ende seines Lebens durchmacht, sondern der Tod ist dasjenige, was fortwährend wirksam ist im Menschen, so wirksam, daß fortwährend das Lebendige bekämpft wird, daß der Tod immer sich vollzieht, in kleinen Teilwirkungen sich vollzieht. Und gerade indem der Tod von der Geburt oder sagen wir der Empfängnis des Menschen an arbeitet, so aber, daß seine Wirkung immer wieder ausgeglichen werden kann, arbeitet Leben und Tod in dem Menschen fortwährend ineinander. Und indem das Physische in seinem Wachstum in dieser Weise bekämpft wird von dem Seelischen, entwickelt sich das Geistige.
Das Physische entwickelt sich, indem es sprießt und sproßt; aber alles Sprießende und Sprossende ist auch unterworfen einer rückläufigen Entwicklung, einem Verfall. Dieser Verfall zeigt sich immer – nur im beschleunigten Prozeß im Tode -, wenn Bewußtsein, Selbstbewußtsein, kurz, wenn Geistigkeit sich entwickeln soll, was sich immer durchsetzend zeigen muß das Stoffliche.

We zien dat wat we dood noemen niet slechts de eenmalige gebeurtenis is die een persoon aan het einde van zijn leven ondergaat, maar veeleer iets dat voortdurend in een persoon actief is, zo actief dat het leven constant wordt tegengewerkt, dat de dood altijd plaatsvindt, in kleine, geleidelijke effecten. En juist omdat de dood vanaf de geboorte, of laten we zeggen de conceptie, werkzaam is, maar op zo’n manier dat de effecten ervan altijd in evenwicht kunnen worden gehouden, spelen in een persoon ​​leven en dood voortdurend op elkaar in. En omdat het fysieke, in zijn groei, op deze manier wordt tegengewerkt door de ziel, ontwikkelt het geestelijke zich.
Het fysieke ontwikkelt zich door te ontkiemen en te groeien; maar alles wat ontkiemt en groeit, is ook onderhevig aan een regressieve ontwikkeling, een verval. Dit verval manifesteert zich altijd – alleen in een versneld proces bij de dood – wanneer bewustzijn, zelfbewustzijn, kortom, wanneer spiritualiteit zich moet ontwikkelen, wat zich altijd moet doen gelden boven het materiële.
GA 66/34
Niet vertaald 

Voordracht 2, Berlijn 17 februari 1917

Lot en ziel

Blz. 48/49

Dieser Bildekräfteleib ist im Menschen ebenso wie der physische Menschenleib. Wie dieser physische Menschenleib mit seinem Leben verläuft in physischen und chemischen Prozessen, so trägt der Mensch in sich, diesen physischen Menschenleib durchdringend, in dem Leben zwischen Geburt und Tod diesen Bildekräfteleib. Ich nenne ihn so aus dem Grunde, weil wir, wenn wir ihn schauen, wenn wir wirklich hinausdringen über die bloß stofflichen Vorgänge, dann gewahr werden, daß ebenso, wie in dem physischen Leib die physischen und chemischen Kräfte die Vorgänge dieses physischen Leibes bewirken, der Mensch getrieben wird zwischen Geburt und Tod durch die Kräfte dieses Bildekräfteleibes, welche da sein müssen, damit das Wachstum verläuft, damit eine Entwickelung verläuft, damit der Mensch hinübergetragen wird von Tag zu Tag, von Jahr zu Jahr, wie sie verfließen zwischen Geburt und Tod.

Dit vormkrachtenlijf is in de mens net zo aanwezig als het fysieke menselijke lichaam. Net zoals dit fysieke menselijke lichaam met zijn leven verloopt in fysische en chemische processen, zo draagt de mens in zich, doordringend in dit fysieke menselijke lichaam, in het leven tussen geboorte en dood dit vormkrachtenlijf. Ik noem het zo omdat we, als we ernaar kijken, als we echt verder kijken dan de louter materiële processen, ons realiseren dat, net zoals in het fysieke lichaam de fysieke en chemische krachten de processen van dit fysieke lichaam bewerkstelligen, de mens tussen geboorte en dood wordt gedreven door de krachten van dit vormkrachtenlijf, die er moeten zijn om de groei te laten verlopen, om een ontwikkeling te laten verlopen, om de mens van dag tot dag, van jaar tot jaar te laten gaan, zoals die verstrijken tussen geboorte en dood.
GA 66/48-49
Niet vertaald

Voordracht 5, Berlijn 17 maart 1917

Raadsels van ziel en wereld: onderzoek en gezichtspunten in het Duitse geestesleven

Blz. 159

Das Charakteristische ist, daß die Naturforschung nicht heraufkommt mit ihren Methoden zu dem, was eigentlich Äther ist. Denn die Naturforschung braucht zu ihrer wirklichen Betätigung doch immer materielle Grundlagen. Der Äther selber aber entzieht sich gewissermaßen doch immer den materiellen Grundlagen. Er erscheint in Verbindung mit materiellen Vorgängen, er ruft materielle Vorgänge hervor; aber er ist sozusagen mit den Mitteln, die an die materiellen Grundlagen gebunden sind, nicht zu fassen.

Het kenmerkende is dat de natuurwetenschap met haar methoden niet tot de kern komt van wat ether eigenlijk is. Want de natuurwetenschap heeft voor haar werkelijke betrokkenheid altijd materiële grondslagen nodig. De ether zelf onttrekt zich echter in zekere zin altijd aan de materiële grondslagen. Die verschijnt wel in verband met materiële processen, roept materiële processen op, maar is als het ware niet te vatten met de middelen die aan de materiële grondslagen gebonden zijn.
GA 66/159
Niet vertaald

Voordracht 7, Berlijn 31 maart 1917

Das Jenseits der Sinne und das Jenseits der Seele

Voorbij de zintuigen en voorbij de ziel

Blz. 244

Es soll nur das eine herausgehoben werden, daß in der allerersten Kindheit das leiblich Entwickeltste am Menschen das Haupt ist. Das Haupt wächst im ganzen Leben so, daß es sich viermal vergrößert, während der ganze übrige Organismus so wächst, daß er sich zwanzigmal vergrößert gegenüber dem, was er in der Kindheit ist. Denken Sie also, wie verschieden das Tempo ist im Wachsen des Hauptes und im Wachsen des übrigen Organismus. Das rührt davon her, daß Haupt und übriger Organismus zwei verschiedene Metamorphosen ein und desselben sind, aber auf eine ganz eigentümliche Art. Das Haupt tritt beim Menschen, indem er seinen physischen Lebenslauf beginnt, sogleich in einer gewissen Vollkommenheit auf; der übrige Organismus dagegen tritt mit der denkbar größten Unvollkommenheit auf, muß sich erst langsam entwickeln zu dem Grad von Vollkommenheit, den er im physischen Leben erreichen soll. Also ganz verschiedene Entwickelungszeitläufe machen Haupt und übriger Organismus durch.

In de vroege kindertijd is het hoofd het meest fysiek ontwikkelde deel van een mens. Gedurende het leven groeit het hoofd vier keer zo groot als in de kindertijd, terwijl de rest van het lichaam twintig keer zo groot wordt. Bedenk dan eens hoe verschillend het groeitempo is tussen het hoofd en de rest van het lichaam. Dit komt voort uit het feit dat het hoofd en de rest van het lichaam twee verschillende metamorfoses van een en hetzelfde zijn, maar op een zeer bijzondere manier. Wanneer een persoon aan zijn fysieke leven begint, verschijnt het hoofd onmiddellijk in een zekere mate van perfectie; de ​​rest van het lichaam daarentegen verschijnt in de grootst mogelijke imperfectie en moet zich eerst langzaam ontwikkelen tot het niveau van perfectie dat het in het fysieke leven zal bereiken. Het hoofd en de rest van het lichaam ondergaan dus volledig verschillende ontwikkelingsprocessen.

Das Haupt des Menschen weist zurück auf eine lange vorhergehende geistige Entwicklung. Wir gehen, indem wir in unser physisches Dasein durch Empfängnis und Geburt eintreten, als seelisch-geistiges Wesen aus einer geistigen Welt heraus. Was wir während einer geistigen Entwicklung in der geistigen Welt durchmachen, das enthält eine Summe von Kräften, die zunächst sich vorzugsweise im Haupt ausprägen; daher weist das, was als so vollkommen und sich nur mehr wenig vervollkommnend sich im Haupte darstellt, auf eine Entwicklung hin, die der Mensch hinter sich hat. Der übrige Organismus ist gleichsam dasselbe auf einer anfänglichen Stufe. Er ist im Anfange daran, die Kräfte

Het menselijk hoofd wijst terug op een lang voorafgaande spirituele ontwikkeling. Bij de conceptie en geboorte betreden we ons fysieke bestaan ​​en komen we als een geest-zielenwezen uit een geestelijke wereld. Wat we tijdens de spirituele ontwikkeling in die spirituele wereld ervaren, omvat een optelsom van krachten die zich aanvankelijk vooral in het hoofd manifesteren; daarom wijst wat in het hoofd zo perfect en slechts een klein beetje perfecter lijkt, op een ontwikkeling die de mens al heeft doorgemaakt. De rest van het organisme is als het ware hetzelfde in een beginstadium. Het bevindt zich in het beginstadium van de ontwikkeling van deze krachten.

Blz. 245

 zu entwickeln, welche, wenn sie zur vollkommenen Entwicklung kommen könnten, bestrebt wären, aus dem ganzen übrigen Organismus dasselbe zu machen, was physisch im Haupte ist. So paradox das klingt, es ist doch so. Das Haupt zeigt, daß es ein umgewandelter übriger Organismus ist; der übrige Organismus, daß er ein noch nicht gewordenes Haupt ist. Gewissermaßen so wie das grüne Blatt ein noch nicht gewordenes Blumenblatt ist, und das gefärbte Blumenblatt ein umgewandeltes Laubblatt. Und dasjenige, was der Mensch durch seinen übrigen Organismus ausbildet, das verleibt sich der Seele ein. Und wenn der Mensch durch die Pforte des Todes geht, tritt das in eine geistige Welt ein, macht eine Entwicklung zwischen dem Tod und einer neuen Geburt durch, und wird in einem späteren Leben zu den Kräften, die dann im Haupte sich ausbilden, so wie das Haupt der Gegenwart sich aus dem Organismus eines früheren Erdenlebens herausgebildet hat.

om zich te ontwikkelen, wat, als het een perfecte ontwikkeling zou bereiken, ernaar zou streven om de rest van het organisme gelijk te maken aan wat fysiek in het hoofd aanwezig is. Hoe paradoxaal dat ook klinkt, het is zo. Het hoofd laat zien dat het een getransformeerde rest van het organisme is; de rest van het organisme, dat het een hoofd is dat nog niet volledig gevormd is. In zekere zin, net zoals het groene blad een nog niet gevormd bloemblaadje is, en het gekleurde bloemblaadje een getransformeerd blad. En datgene wat een persoon ontwikkelt door de rest van zijn organisme wordt opgenomen in de ziel. En wanneer een mens door de poort van de dood gaat, betreedt deze een geestelijke wereld, ondergaat een ontwikkeling tussen dood en wedergeboorte, en wordt in een later leven tot de krachten die zich dan in het hoofd ontwikkelen, net zoals het huidige hoofd zich ontwikkelde uit het organisme van een vorig aards leven.

Und das Haupt ist gewissermaßen ein Werkzeug der ätherischen Welt, wie ich sie eben beschrieben habe, und der übrige Organismus ist auch ein Werkzeug dieser ätherischen Welt. Der Mensch hat seinen physischen Organismus nicht bloß gewissermaßen wie einen Ausschnitt aus der ganzen physischen Welt an sich, sondern er hat, durch den physischen Organismus zusammengehalten, einen Ätherorganismus in sich, der nur wahrgenommen werden kann, wenn man, wie ich es beschrieben habe, zur imaginativen Erkenntnis aufsteigt. Dann aber, wenn einem wirklich das, was ätherisch

En het hoofd is, in zekere zin, een instrument van de etherische wereld, zoals ik zojuist heb beschreven, en de rest van het organisme is eveneens een instrument van deze etherische wereld. Mensen bezitten hun fysieke organisme niet slechts als een soort segment van de gehele fysieke wereld, maar, bijeengehouden door het fysieke organisme, dragen ze in zich een etherisch organisme dat alleen waargenomen kan worden wanneer men opstijgt naar imaginatieve kennis, zoals ik heb beschreven. Dan, wanneer wat etherisch is werkelijk 

Blz. 246

ist, anschaulich wird, dann tritt einem der große Unterschied entgegen zwischen dem, was als Ätherleib des Menschen zugrunde liegt dem Haupte, und als Ätherleib zugrunde liegt dem übrigen Organismus. Und gerade so, wie das Haupt und der übrige Organismus ganz verschiedenes Tempo haben mit Bezug auf ihr Wachstum, so hat dasjenige, was kraftet und lebt im Ätherleib des Hauptes, und was lebt im Ätherleib des übrigen Organismus, ganz verschiedene innere Kraftentwicklungen, die verschiedene innere Imaginationen hervorrufen. Und kommt man überhaupt zur imaginativen Welt, dann tritt einem die Imagination des Ätherleibes des Kopfes in Wechselwirkung mit der Imagination des Ätherleibes des übrigen Organismus entgegen. Und dieses lebendige Zusammenwirken im menschlichen Ätherorganismus ist dasjenige, was der Inhalt einer höheren Selbsterkenntnis ist.

voor iemand waarneembaar wordt, komt het grote verschil aan het licht tussen wat ten grondslag ligt aan het hoofd als het etherische lichaam van de mens en wat ten grondslag ligt aan de rest van het organisme. Net zoals het hoofd en de rest van het organisme een totaal verschillende groeisnelheid hebben, zo hebben ook de krachten die kracht en leven geven in het etherische lichaam van het hoofd en de krachten die leven in het etherische lichaam van de rest van het organisme een totaal verschillende innerlijke ontwikkeling, die aanleiding geeft tot verschillende innerlijke imaginaties. En wanneer men de imaginatieve wereld in het algemeen bereikt, stuit men op de interactie tussen de imaginatie van het etherische lichaam van het hoofd en de imaginatie van het etherische lichaam van de rest van het organisme. En deze levende wisselwerking binnen het menselijke etherische organisme vormt de inhoud van hogere zelfkennis.

Dadurch, daß der Mensch auf diese Weise dazu kommt, sich nun wirklich zu erkennen, gelangt er auch dazu, gewisse Seelenerlebnisse in der richtigen Weise bewerten zu können. Wäre das, was ich angeführt habe, nicht so, wie ich es geschildert habe, so würde der Mensch niemals das haben können, was man eine Erinnerung nennt. Der Mensch würde sich nach den Sinneseindrücken Vorstellungen bilden können, die würden aber immer vorübergehen. Daß der Mensch sich an das einmal Erlebte erinnern kann, das beruht darauf, daß, indem der Ätherleib des Hauptes in Wechselwirkung tritt mit dem Ätherleib des übrigen Organismus, dasjenige, was im Ätherleib des Hauptes wirkt, in dem Ätherleib des übrigen Organismus Veränderungen hervorruft, die bleibend sind, und die heraufwirken bis in den physischen Organismus. Jedesmal, wenn etwas im Menschen Platz greift in seinem seelisch-leiblichen Leben, was dem Gedächtnis angehört, tritt zunächst in dem durch die imaginative Erkenntnis vorstellbaren

Door zichzelf op deze manier werkelijk te leren kennen, krijgt een mens ook het vermogen om bepaalde zielservaringen correct te beoordelen. Als wat ik heb beschreven niet zo zou zijn als ik het heb uitgelegd, zou een mens nooit kunnen bezitten wat we een geheugen noemen. Een mens zou weliswaar ideeën kunnen vormen op basis van zintuiglijke indrukken, maar deze zouden altijd vluchtig zijn. Dat de mens zich kan herinneren wat hij ooit heeft meegemaakt, komt doordat het etherlichaam van het hoofd in wisselwerking treedt met het etherlichaam van de rest van het organisme, waardoor datgene wat in het etherlichaam van het hoofd werkt, in het etherlichaam van de rest van het organisme blijvende veranderingen teweegbrengt die doorwerken tot in het fysieke organisme. Telkens wanneer iets dat tot het geheugen behoort, zich nestelt in iemands mentale en fysieke leven, vindt er eerst een verandering plaats in het etherische organisme 

Blz. 247

Ätherorganismus eine Veränderung auf; die aber setzt sich fort in den physischen Organismus. Und dadurch allein haben wir die Möglichkeit, wiederum heraufzuholen gewisse Gedanken, daß sich das, was vom Ätherorganismus des Hauptes in den übrigen Ätherorganismus hineingesendet wird, ausprägt in der physischen Leiblichkeit. Nur dadurch, daß irgend etwas bis in unsere physische Leiblichkeit Eindrücke gemacht hat, sind wir imstande, es gedächtnismäßig zu behalten.

dat door middel van verbeeldingskracht waarneembaar is; maar dit zet zich voort in het fysieke organisme. En alleen door dit proces hebben we de mogelijkheid om bepaalde gedachten te herinneren, namelijk dat wat vanuit het etherische organisme van het hoofd naar de rest van het etherische organisme wordt gestuurd, zich manifesteert in het fysieke lichaam. Alleen omdat iets een indruk heeft achtergelaten op ons fysieke lichaam, kunnen we het in ons geheugen bewaren.
GA 66/244-247
Niet vertaald

Steiner gebruikt hier de woorden ‘physisch’ -dat ‘lichamelijk’ betekent, maar ook ‘Leiblichkeit’ dat meer in de richting van het ‘levende’ wijst, dus ergens op de grens van fysiek lichaam en etherlijf. 

.

Algemene menskunde: voordracht 1 –over het etherlijf

Algemene menskunde: voordracht 1 – alle artikelen

Algemene menskundealle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Vrijeschool in beeld: alle beelden

.

3508-3295

.

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over godsdienstonderwijs (GA 305)

.

Als Rudolf Steiner in 1919 de cursussen geeft voor de op- en inrichting van de eerste vrijeschool in Stuttgart, worden uiteraard ook de vakken genoemd die onderwezen gaan worden.

Het was in die tijd gebruikelijk dat in het ‘openbare’ onderwijs – laat ik voor het gemak maar zeggen: dominee of pastoor – onderwijs gaven over de geloofsrichting die zij vertegenwoordigden: die dienst die ze aan hun god wilden bewijzen, dus godsdienstonderwijs.

De kinderen die naar de vrijeschool komen, krijgen geen antroposofische godsdienst. Steiner wil van de vrijeschool geen wereldbeschouwelijke school maken, ‘slechts’ een methodeschool.
Dat heeft hij vele keren benadrukt!

Maar wanneer niet-confessionele ouders – aanvankelijk de antroposofisch zich oriënterende ouders – ook voor hun kinderen godsdienstonderwijs ‘vanuit de antroposofie’ willen, geeft Steiner daar richtlijnen voor. Dat noemt hij bewust ‘wereldbeschouwing’, antroposofisch georiënteerde wereldbeschouwing’.

In deze voordracht gaat het over:

Dankbaarheid, liefde, plicht <1>
Geen wereldbeschouwelijke school <2>
Ontstaan antroposofisch godsdienstonderwijs <3> <4>
Het christelijke karakter van de vrijeschool <5>
Wat wil de vrijeschool <6>

GA 305    vertaald

Die geistig-seelischen Grundkräfte der Erziehungskunst

Opvoeding en onderwijs

Voordracht 8, Oxford 24 augustus 1922 (In de vert. abusievelijk: 25 aug.)

 

Über physische und moralische Erziehung

Over lichamelijke en morele opvoeding

Blz. 155/157   vert. 145/147

Sie sehen, es beruht alles bei uns auf der Ausbildung der Methodik,
weil wir realistisch und nicht nebulose Mystiker sind. Wenn wir auch mit
dem anderen Leben eben Kompromisse schließen müssen, so bringen wir
es doch durch die Methodik dazu, dasjenige, was in den Kindern individuell veranlagt ist, wirklich aus ihnen herauszuholen; wenigstens für die paar Jahre, die wir wirken konnten, hat sich ja manches Gute gezeigt.
Uns ist allerdings, weil wir die Kompromisse schließen müssen, zum
Beispiel für viele Kinder der Religionsunterricht nicht ermöglicht. Wir
können das Kind durch das Moralische führen. Das Moralische bringen
wir dem Kinde dadurch nahe, daß wir es vor allen Dingen aus der
Dankbarkeit heraus erwachsen lassen. Die Dankbarkeit ist das konkrete Erleben dem Menschen gegenüber im Moralischen. Was im Menschengemüte nicht von der Dankbarkeit ausgehen kann, bringt es in der Moralität auch höchstens zu abstrakten Grundsätzen. Aber aus der Dankbarkeit entwickelt sich alles heraus. Und wir entwickeln dann die Liebefähigkeit der Menschen und die Pflichtfähigkeit aus der Dankbarkeit heraus. Dadurch führt man das Moralische zum religiösen Leben.

U ziet, bij ons berust alles op de ontwikkeling van de methodiek, omdat wij realisten zijn en geen vage mystici. Ook al moeten wij compromissen sluiten met het leven buiten de school, via de methodiek brengen wij het zover de individuele aanleg van de kinderen werkelijk te voorschijn te halen. Althans, in de paar jaar
dat wij zo hebben kunnen werken, is er al veel goeds te zien geweest.
Wel is het zo dat wij vanwege de compromissen die we hebben moeten sluiten een groot aantal kinderen geen godsdienstonderwijs kunnen geven.<1> Wij kunnen het kind de weg wijzen op het gebied van het morele. Het morele brengen wij het kind in de eerste plaats bij door dat uit de dankbaarheid te laten ontstaan.
Dankbaarheid is voor de mens een concrete morele belevenis.
Wat in het menselijke gemoed niet op dankbaarheid is gebaseerd, brengt het in het morele ook niet verder dan abstracte principes.
Maar uit de dankbaarheid ontwikkelt zich alles. Wij ontwikkelen onze menselijke vermogens op het gebied van liefde en plicht uit de dankbaarheid. En langs die weg voert men het morele tot het gebied van het religieuze leven. <1>

Aber es machten die äußeren Verhältnisse notwendig, daß wir nicht als Himmelstürmer auftraten, daß wir also den katholischen Unterricht in die Hände der katholischen Religionsgemeinde gaben. Die schickt uns in die Schule ihren Vertrauensmann. Und wir lassen die katholischen Kinder von dem katholischen Pfarrer, die evangelischen Kinder von dem evangelischen Pfarrer unterrichten. Es ist die Waldorfschule keine Weltanschauungsschule, sondern eine Methodenschule.
Es hat sich nur herausgestellt, daß eine Anzahl von Kindern Dissidentenkinder waren, die gar keinen Religionsunterricht auf diese Weise bekommen würden. Aber durch den ganzen Geist, der in die Waldorfschule hereinzog, entstand gerade bei denjenigen Eltern, die sonst ihre Kinder in keinen Religionsunterricht geschickt hätten, das Bedürfnis, daß das Moralische ins Religiöse übergeführt wurde. So waren wir genötigt, einen besonderen Religionsunterricht zu geben vom anthro-

<2> De uiterlijke omstandigheden noodzaakten ons echter niet als hemelbestormers op te treden, maar het katholieke godsdienstonderwijs over te laten aan de katholieke geloofsgemeenschap. Die stuurt een vertegenwoordiger naar onze school. En wij laten de katholieke kinderen dus les geven door een pastoor en de protestantse kinderen door een dominee. De Waldorfschool is niet een school met een bepaalde wereldbeschouwing, maar een school met een bepaalde methodiek. <2>
<3> Een aantal kinderen bleek echter uit buitenkerkelijke gezinnen afkomstig te zijn en zou op die manier dus helemaal geen godsdienstonderwijs krijgen. Maar door de hele geest die de Waldorfschool is gaan doortrekken, ontstond nu juist bij de ouders die anders hun kinderen niet naar een godsdienstles hadden gestuurd, de behoefte om het morele door te trekken naar het religieuze. Zo zagen wij ons genoodzaakt een speciaal godsdienstonderwijs te gaan geven vanuit antroposofische

°De Waldorfschool … school met een bepaalde methodiek: Ook deze uitspraak
keert telkens terug in Steiners pedagogische voordrachten, en vooral ook
op de avonden waarop Steiner de ouders van de Waldorfschool in Stuttgart toespreekt. De herhaling maakt wel duidelijk dat er misverstanden
leefden. Men had vaak het idee – of men leefde met het vooroordeel – dat
op een vrijeschool kleine antroposofen werden gekweekt. Maar Steiner
benadrukte het met kracht: er wordt geen antroposofie onderwezen! Dat
is duidelijke taal, voor de aanwezige toehoorders, en dus ook gericht tot de
vrijeschoolleraren in het gezelschap. In hun enthousiasme zouden zij
misschien in de verleiding kunnen komen om antroposofische inzichten
als lesstof naar voren te brengen.

.

posophischen Gesichtspunkte aus. Das ist nicht, um Anthroposophie in
die Schule hineinzutragen. Selbst im anthroposophischen Religionsunterricht lehren wir den kleinen Kindern nicht Anthroposophie, sondern wir versuchen in der Natur diejenigen Symbole und Gleichnisse zu finden, die nach dem Religiösen hinleiten. Wir versuchen das Evangelium in der Weise, wie man es verstehen muß aus einer spirituellen Erfassung der Religion, dem Kinde beizubringen und so weiter. Wer meint, daß es uns mit der Waldorfschule um eine Anthroposophenschule zu tun ist, der versteht weder die Waldorfschul-Pädagogik, noch versteht er die Anthroposophie.

gezichtspunten.
Dat is niet om antroposofie in de school te brengen. Zelfs in het
antroposofische godsdienstonderwijs geven wij de kinderen geen les in antroposofie, maar wij proberen in de natuur beelden en symbolen te vinden, die naar het religieuze leiden. Wij proberen het kind het evangelie bij te brengen zoals daar naar gekeken kan worden vanuit een spirituele opvatting van religie, enzovoort. <3>
<4> Wie denkt dat het ons met de Waldorfschool om een school voor
antroposofen te doen is, die begrijpt niets van de Waldorfpedagogie, noch van de antroposofie.

Blz. 156/157   vert. 147/148

So ist es, indem wir hineintragen in die Schule anthroposophischen Religionsunterricht, daß wir uns ebenso hinstellen neben die anderen Religionsunterrichte als etwas, was sich hineinfügt, wie das bei den anderen Religionsunterrichten der Fall ist.
Nun, wirklich, ich meine es nicht böse, aber andere haben es uns
zum Bösen ausgelegt. Der anthroposophische Religionsunterricht, der
vergrößert sich; immer mehr Kinder kommen dazu. Und es sind sogar
schon Kinder von den anderen fortgelaufen, sind zu dem anthroposophischen Religionsunterricht herübergekommen. Es ist doch dann ganz verständlich, daß die Leute sagen: Was sind die Anthroposophen für schlechte Menschen! Sogar die Kinder verführen sie, daß sie aus dem evangelischen oder katholischen Religionsunterricht fortlaufen und dort Religionsunterricht haben wollen. – Wir tun alles, um die Kinder womöglich davon abzuhalten, denn es ist außerordentlich schwierig, gerade auf unserem Gebiete Religionslehrer zu finden. Aber trotzdem wir niemals versucht haben, diese Sache auf etwas anderes hin als auf die Anforderungen der Eltern und der unbewußten Anforderungen der Kinder selbst einzurichten, breitet sich, ich möchte sagen,
zu meinem Jammer das Bedürfnis nach diesem anthroposophischen Religionsunterricht immer mehr und mehr aus. Und da handelt es sich
wirklich darum, daß durch diesen anthroposophischen Religionsunterricht die Waldorfschule einen durch und durch christlichen Charakter bekommen hat.

Daarom heeft het antroposofische godsdienstonderwijs dat wij in onze
school hebben georganiseerd ook gewoon een plaats naast de andere vormen van godsdienstonderwijs als iets dat erbij hoort, precies zoals die andere vormen van godsdienstonderwijs. <4>
Ja, en nu bedoel ik daar echt niets lelijks mee, al hebben anderen het ons wel ten kwade geduid: ‘Het antroposofische godsdienstonderwijs groeit, steeds meer kinderen gaan ernaartoe.’ Er zijn zelfs kinderen bij de anderen weggelopen en overgestapt naar het antroposofische godsdienstonderwijs. Dan is het toch heel
begrijpelijk dat de mensen zeggen: ‘Wat zijn die antroposofen toch een slechte mensen! Die verleiden zelfs de kinderen ertoe om uit het protestantse of katholieke godsdienstonderwijs weg te lopen en bij hen godsdienstonderwijs te gaan volgen.’ Wij doen er al het mogelijke aan om de kinderen daarvan te weerhouden, want het is ontzettend moeilijk om juist op ons gebied godsdienstleraren te vinden. Hoewel wij nooit anders dan op verzoek van de ouders, en op het onbewuste verzoek van de kinderen zelf, aan het opzetten van dit antroposofische godsdienstonderwijs zijn begonnen, wordt de behoefte eraan, tot mijn verdriet, zou ik willen zeggen, steeds groter. En het gaat er daarbij in feite om, dat de Waldorfschool door dit antroposofische godsdienstonderwijs een door en door christelijk karakter heeft gekregen.

Sie werden das fühlen aus dem ganzen Auswirken des Milieus in der Waldorfschule, daß über allem Unterricht ein christlicher Charakter liegt, daß also tatsächlich religiöses Leben in der Waldorfschule waltet, trotzdem wir vom Anfange an es nicht darauf angelegt haben, aus der Waldorfschule irgend etwas zu machen, was mit Konfessionellem etwas zu tun hat. Ich muß es wiederholt und wiederholt sagen:
das Waldorfschul-Prinzip ist nicht ein Prinzip, das eine Weltanschauungsschule machen will, sondern eine Methodenschule. Was erreicht werden soll durch eine Methode, die auf Menschenerkenntnis beruht, ist dasjenige, daß man aus Kindern physisch gesunde und kräftige, seelisch freie und geistig klare Menschen macht.

<5> U zult aan het klimaat dat op de Waldorfschool heerst kunnen voelen hoe heel het onderwijs er een christelijk karakter draagt, hoe er een werkelijk religieus leven heerst in de school, hoewel wij van het begin af aan voor de Waldorfschool iedere relatie met het confessionele hebben willen vermijden. Ik kan het niet genoeg herhalen: het principe van de Waldorfschool is niet dat een school wordt opgezet met een bepaalde wereldbeschouwing, maar met een bepaalde onderwijsmethodiek. <5>
<6> Wat wij willen bereiken met onze methode, die op de menskunde is gebaseerd, is dat kinderen opgroeien tot mensen die fysiek gezond en krachtig zijn, met een vrije ziel en een heldere geest. <6>
GA 305/155-157
Vertaald/145-147

.

Rudolf Steiner: godsdienstonderwijs alle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3507-3294

.

.

.

 

VRIJESCHOOL – Actueel – carnaval

.

carnaval: alle artikelen

carnaval krijgt geen hoofdletter; ook in samenstellingen niet.

.

.

VRIJESCHOOL – Mededeling – Sociale driegeleding – agenda/activiteiten

.

‘SOCIALE DRIEGELEDING’

website

Nummers van tijdschrift Driegonaal

Nieuwsbrief sociale driegeleding

Nr. 7 / 16 januari 2026

Zéker te weten: stuur deze Nieuwsbrief gerust door naar een ieder die beseft dat we het met maatschappelijk knip- en plakwerk niet gaan redden en dat er fundamentele veranderingen gevraagd worden. Zij zijn noodzakelijk om in deze woelige tijden het mens-zijn te behouden.

Actueel

Macht (en moraliteit)

De  combinatie van macht en moraliteit doet een beetje denken aan die van water en  olie. En het uitoefenen van macht, zelfs wanneer dat vanuit wezenlijke  moraliteit gebeurt, betekent een aantasting van diezelfde moraliteit Lees verder »

Janboel

Cultuur, politiek en economie zijn drie heel verschillende aangelegenheden. Voor alle drie geldt: zij gedijen het best wanneer zij op eigen benen staan en hun eigen ding doen. Als zij op één hoop worden gegooid, wordt het een janboel.

Dan krijg je … Lees verder »

Artikelen
Wat is sociale driegeleding?

Is sociale driegeleding zo ingewikkeld? Maar,… het is toch niet zo moeilijk in te zien dat,… Lees verder »

Driegeleding in vraag & antwoord

Waarom zou de samenleving uit drie delen bestaan? Lees verder »

Agenda
Bekijk de volledige agenda: KLIK HIER

Een krant over Sleipnir

In een zojuist verschenen krant wordt een uitvoerig beeld gegeven van de  ervaringen die worden opgedaan met het ondernemen zonder dat er sprake is van privé-eigendom.

Moet ieder in de economie zijn eigen belang najagen en levert dat voor het geheel de beste situatie op? Is het nodig dat een ondernemer zijn bedrijf bezit?

Uit de concrete praktijk van ruim 35 ondernemingen die zijn aangesloten bij Stichting Sleipnir, blijkt iets heel anders!

In de eenmalige krant vind je een schat aan praktijkervaringen, interviews, beschrijvingen van wat er binnen de samenwerking ontwikkeld is en wordt – en natuurlijk de inzichten die uit de sociale driegeleding en associatieve economie geput kunnen worden.

Je kunt de krant HIER downloaden

Exemplaren van de krant ontvangen?
Je krijgt de krant, vanaf minimaal 10 exemplaren, gratis thuisgestuurd.
Mail naar info@nearchus.nl en vermeld het aantal dat je ontvangen wil.



Sociale driegeleding: alle artikelen op deze blog

Vrijheid van onderwijs: alle artikelen

.

.

.

VRIJESCHOOL – Taalraadsel (nieuw)

.

Het is altijd handig om een map te hebben liggen met een voorraad opgaven die kinderen kunnen maken in ‘verloren ogenblikken’: wanneer ze met alles (snel) klaar zijn of wanneer ze graag extra werk doen, enz.

De paardensprong. Net als bij schaken maakt de beginletter –linker kolom midden J  – sprongen en de letters waar hij neerkomt vormen in volgorde een woord. Welk?

Oplossing later

 

Alle taalraadsels

Alle rekenraadsels

Alle breinbrekers

Alle ‘gewone’ raadsels

 

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over godsdienstonderwijs (GA 304A)

.

Als Rudolf Steiner in 1919 de cursussen geeft voor de op- en inrichting van de eerste vrijeschool in Stuttgart, worden uiteraard ook de vakken genoemd die onderwezen gaan worden.

Het was in die tijd gebruikelijk dat in het ‘openbare’ onderwijs – laat ik voor het gemak maar zeggen: dominee of pastoor – onderwijs gaven over de geloofsrichting die zij vertegenwoordigden: die dienst die ze aan hun god wilden bewijzen, dus godsdienstonderwijs.

De kinderen die naar de vrijeschool komen, krijgen geen antroposofische godsdienst. Steiner wil van de vrijeschool geen wereldbeschouwelijke school maken, ‘slechts’ een methodeschool.
Dat heeft hij vele keren benadrukt!

Maar wanneer niet-confessionele ouders – aanvankelijk de antroposofisch zich oriënterende ouders – ook voor hun kinderen godsdienstonderwijs ‘vanuit de antroposofie’ willen, geeft Steiner daar richtlijnen voor. Dat noemt hij bewust ‘wereldbeschouwing’, antroposofisch georiënteerde wereldbeschouwing’.

In deze voordracht gaat het over:

Het oproepen van een religieuze stemming <1>
Vrijeschool geen wereldbeschouwelijke school, maar een methodeschool; de plaats van dominee en/of pastoor <2> <3>
Ontstaan van antroposofisch godsdienstonderwijs  – dat christelijk is. <3>
Al het onderwijs moet eigenlijk religieus zijn, d.w.z. van het materiële naar het geestelijke leiden – dat kan in elk vak <4>
Wekken van moraliteit door dankbaarheid; ontplooiing van liefde; gevolgen voor het sociale leven <5>

GA 304A      op deze blog vertaald, behalve vdr. 1 en 2

Anthroposophische Menschenkunde und Pädagogik

Antroposofische menskunde en pedagogiek

Voordracht 7, Den Haag 19 november 1923

Die Kunst der moralischen und physischen Erziehung

De kunst van de morele en fysieke opvoeding

Blz. 141

Von ganz besonderer Bedeutung ist aber, daß wir in diesem Sinne auch wissen, die religiöse Entwicklung des Kindes zu leiten. Diese religiöse Entwicklung des Kindes, sie kann nicht eigentlich, wenn sie innerlich wahr sein soll – und eine religiöse Erziehung führt eigentlich nur wirklich zu etwas Religiösem, wenn diese religiöse Empfindung ganz tief innerlich aus der menschlichen Seele selbst hervorgeht -, sie kann überhaupt nicht dadurch erzielt werden, daß man den Inhalt irgendeiner religiösen Geschichte oder den Inhalt eines Bekenntnisses dem Kinde vermittelt. Sondern alle religiöse Erziehung muß eigentlich dadurch an die menschliche Seele herangebracht werden, daß der Leh­rende und Erziehende imstande ist, die religiöse Stimmung im Kinde zu erregen. Ist sie nicht in ihm selbst, so kann er sie auch nicht im Kinde entwickeln. Ist die religiöse Stimmung aber in ihm, dann hat er nur nötig, das zu tun, was wir in der Waldorfschule für den sogenannten «Freien Religionsunterricht» ausüben. Es ist eine Verleumdung, wenn gesagt wird: in der Waldorfschule solle Anthroposophie gelehrt werden. Gerade um dieses Urteil nicht aufkom­men zu lassen, weil es durchaus unrichtig ist, habe ich von Anfang an bestimmt für die Waldorfschule, daß der Religionsunterricht gegeben wird von den entsprechenden Religionsgemeinschaften. So daß die katholischen Kinder katholischen Religionsunterricht von katholischen

<1> Heel belangrijk is echter, dat we wat dit betreft, ook weten hoe we de religieuze ontwikkeling van het kind moeten leiden. Die kan eigenlijk niet, wanneer ze innerlijk waar moet zijn – een religieuze opvoeding leidt eigenlijk alleen werkelijk tot iets religieus, wanneer dit religieuze gevoel heel diep vanuit het innerlijk van de menselijke ziel komt – zeer zeker niet bereikt worden doordat men de inhoud van een of ander religieus verhaal of de inhoud van een geloofsrichting aan het kind doorgeeft. Eigenlijk zou elke religieuze opvoeding aan de menselijke ziel gegeven moeten worden doordat de leerkracht en opvoeder in staat is de religieuze stemming in het kind op te roepen. Als hij die niet heeft, kan hij die ook niet in het kind ontwikkelen. Heeft hij echter dat religieuze gevoel, dan hoeft hij alleen maar te doen wat wij op de vrijeschool voor het zogenaamde ‘vrije godsdienstonderwijs’ doen. <1>
<2> De vrijeschool is, dat zou ik hier ook nadrukkelijk willen onderstrepen, geen wereldbeschouwelijke school. Wij willen in de vrijeschool geen jonge antroposofen opvoeden, maar wij willen de antroposofie gebruiken opdat de vrijeschool in de juiste betekenis van het woord een methodeschool kan zijn. Dat is ze. Alleen de juiste opvoedmethode op elk gebied willen wij door antroposofie bereiken. Het is laster wanneer er gezegd wordt: in de vrijeschool moet antroposofie aangeleerd worden. Juist om dit oordeel niet te laten ontstaan, omdat het volstrekt onjuist is, heb ik vanaf het begin voor de vrijeschool bepaald dat het godsdienstonderwijs wordt gegeven door de desbetreffende geloofsgemeenschappen. Zodat de katholieke kinderen katholiek godsdienstonderwijs kunnen krijgen van katholieke

Blz. 142

Geistlichen erhalten können, daß die evangelischen Kinder evangelischen Religionsunterricht vom evangelischen Religionslehrer erhalten können.
Nun waren durch die besonderen Verhältnisse, in denen die Waldorfschule gegründet worden ist, viele Dissidentenkinder in der Schule. Für diese wurde zunächst probeweise ein freier christlicher Religionsunter­richt eingerichtet von
uns. Und wir haben dabei die Befriedigung erlebt, daß Kinder von ganz atheistischen Eltern in diesen freien Religionsun­terricht mit Zustimmung ihrer Eltern kamen. Man kann schon sagen, dieser freie Religionsunterricht ist außerordentlich gut besucht. Aber wir sind streng darauf bedacht, daß wir es nicht mit einer Weltanschauungs­schule, sondern mit einer Methodenschule zu tun haben. Einer Metho­denschule in weitestem Sinne, so daß das Richtige an das Kind in der richtigen Weise und im richtigen Zeitpunkte herangebracht wird. Also nur für die Kinder, die freiwillig dazukommen, ist der freie Religionsun­terricht da. Allerdings sind das weitaus viel mehr Kinder als die, die vom katholischen oder evangelischen Religionslehrer Unterricht erhalten. Das ist etwas, wofür wir nichts können. Sie fühlen sich im freien Religionsunterricht außerordentlich angemutet, und er ist ein durch und durch christlicher; während sie sonst davonlaufen. Aber das erzähle ich nur als eine Tatsache, nicht um ein Urteil auszusprechen.

geestelijken; dat de evangelische kinderen evangelisch godsdienstonderwijs kunnen krijgen van evangelische godsdienstonderwijzers. <2>
<3> Door de bijzondere omstandigheden waardoor de vrijeschool werd opgericht, waren er veel ‘dissidenten’kinderen op school. Voor hen wordt bij wijze van proef door ons een vrij, christelijk godsdienstonderwijs ingericht. En daarbij ervoeren wij de vreugde dat kinderen van volkomen atheïstische ouders met hun toestemming naar dit vrije godsdienstonderwijs toekwamen. Je mag wel zeggen dat dit vrije godsdienstonderwijs buitengewoon goed bezocht wordt. Maar we letten er streng op dat we niet met een wereldbeschouwelijke school van doen hebben, maar met een methodeschool. Een methodeschool in de ruimste zin van het woord, zodat het kind het juiste op de juiste manier en op het juiste tijdstip bijgebracht kan worden. Dus het godsdienstonderwijs is er alleen voor de kinderen die er vrijwillig heen gaan. 
En inderdaad zijn dat verreweg veel meer kinderen dan die, die van katholieke of evangelische godsdienstleerkrachten les krijgen.
Daar hebben wij niets mee van doen. Zij voelen zich bij het godsdienstonderwijs buitengewoon aangesproken en het is door en door christelijk; terwijl ze er anders voor weglopen. Maar dat zeg ik alleen als feit, niet om een oordeel uit te spreken. <3>

Ja, nun ist es aber so, daß dieser freie Religionsunterricht von folgen­dem Gesichtspunkte aus eingerichtet ist: Eigentlich kann religiös gewirkt werden in jeder Stunde, bei jedem Gegenstand. Und das geschieht auch bei uns. Wenn der Lehrer selbst dasjenige, was im sinnlich-physischen Leben da ist, durch die eigene Stimmung seiner Seele überall anknüpft an das Übersinnlich-Göttliche, so geht eigentlich alles, aber nicht in einer sentimentalen, mystisch-verschwommenen Weise, sondern in selbstverständlicher Weise aus dem Physischen ins Geistige über. Man muß dabei nur das nötige Taktgefühl haben. Dann aber kann das, was da durch die verschiedenen Unterrichtsgegenstände an das Kind herangebracht wird, in religiöser Stimmung zusammenge­faßt werden. Dazu haben wir dann diese paar besonderen Religionsstun­den, die wir extra in der Woche den Kindern geben lassen im freien Religionsunterricht. Da wird also einfach das was sonst lebt im Unterricht

<4> Maar nu is het echter zo dat dit vrije godsdienstonderwijs vanuit de volgende gezichtspunten ingericht is: eigenlijk kan er ieder uur religieus gewerkt worden, in ieder vak. En bij ons gebeurt dat ook. Wanneer de leerkracht zelf, wat er in het zintuiglijk-materiële leven is, door zijn eigen zielenstemming overal aansluit bij het bovenzintuiglijk-goddelijke, dan gaat eigenlijk alles, maar niet op een sentimentele, mystiek-vage manier, maar op een vanzelfsprekende manier vanuit het materiële naar het geestelijke over. Daarbij moet je wel het nodige gevoel voor tact hebben. Daardoor echter kan wat door de verschillende vakken het kind wordt bijgebracht, in religieuze stemming samengevat worden. En daarbij hebben we dan nog deze paar bijzondere godsdiensturen die we extra in de week aan de kinderen laten geven in het vrije godsdienstonderwijs. Daar wordt dus simpelweg dat wat anders in het onderwijs leeft

Blz. 143

und hinführt zum Göttlich-Geistigen, zusammengefaßt durch das, was sich erhebt als eine Hinlenkung zum Göttlich-Geistigen aus der Naturbetrachtung, aus der Beobachtung des geschichtlichen Erlebens des Menschen. So daß nach und nach bei richtiger Entwicklung der religiösen Stimmung ja in der Tat im Kinde die sittlichen Impulse als dasjenige gefühlt werden, wo der Gott in der Menschennatur, in der menschlichen Wesenheit selber spricht. Dazu muß allerdings eines entwickelt werden, das für die moralische Erziehung und auch für die richtige Entwickelung der religiösen Stim­mung von Bedeutung ist, und was heute oftmals viel zuwenig berück­sichtigt wird: Man muß früh anfangen, im Kinde zu entwickeln ein ehrliches, aber auch ganz offenes Gefühl von Dankbarkeit. Gewiß, in dem naturgemäßen Verhältnis, in dem selbstverständlichen Verhältnis, das sein muß zwischen Unterrichtendem und Erziehendem und dem Kinde zwischen dem Zahnwechsel und der Geschlechtsreife, muß die Liebe heranwachsen, und auf diese Entfaltung der Liebe muß viel Sorgfalt verwandt werden.

en naar het goddelijk-geestelijke leidt, samengenomen door wat zich verheft vanuit de natuurbeschouwing, vanuit het bezien van de historische beleving van de mens, als een zich richten op het goddelijk-geestelijke. Zodat stap voor stap bij de juiste ontwikkeling van de religieuze stemming daadwerkelijk in het kind de morele impulsen beleefd worden als iets waarbij de god in de natuur van de mens, in het mensenwezen zelf, spreekt. <4>  <5>  Daarvoor moet echter één ding ontwikkeld worden dat voor de morele opvoeding en ook voor een goede ontwikkeling van de religieuze stemming belangrijk is en wat tegenwoordig veel te weinig gezien wordt: we moeten er vroeg mee beginnen in het kind een eerlijk, maar ook heel open gevoel te ontwikkelen voor dankbaarheid. En zeer zeker moet in de natuurlijke relatie, in de vanzelfsprekende relatie die er tussen de leerkracht, de opvoeder en het kind tussen de tandenwisseling en de puberteit moet bestaan, liefde groeien en aan de ontplooiing van de liefde moet veel toewijding worden besteed.

Aber die Dankbarkeit muß so entwickelt werden, daß das Kind das Empfangene spürt. Was es auch sei, das von dem anderen Empfangene fordert das Fühlen der Empfindung der Dankbarkeit heraus. In dem Aufleben der Dankbarkeit wird eine unge­heure Bereicherung der Seele entwickelt. Man sollte schon beim ganz kleinen Kinde darauf sehen, daß es in das Gefühl der Dankbarkeit hineinwächst. Sieht man beim kleinen Kinde schon darauf, dann modifi­ziert sich, metamorphosiert sich dieses Dankbarkeitsgefühl dann, wenn das Kind in die zweite Lebensepoche kommt, in Liebe. Die Liebe bekommt diese besondere Färbung in allen Lebensverhältnissen, daß sie durchsetzt ist von Dankbarkeit. Und wer ein wenig das soziale Leben der Menschen beobachten kann, der weiß, was für ein wichtiger Impuls gerade bei der Behandlung der großen sozialen Fragen das wäre, wenn wir die Menschen wiederum so erziehen könnten, daß Dankbarkeit in ihnen lebt. Denn diese Dankbarkeit ist eine Brücke, die sonst nicht geschlagen werden kann zwischen Menschengemüt und Menschenge­müt, zwischen Menschenherz und Menschenherz.
Wenn die Menschen verstehen würden, einander in Dankbarkeit 1gegenüberzustehen, dann würde vieles von dem nicht da sein, was heute

Maar de dankbaarheid moet zo ontwikkeld worden, dat het kind merkt wat het ontvangt. Wat het ook is, wat het van de ander ontvangt, het roept het gevoel op dat dankbaarheid ervaren wordt. Met het ontstaan van dankbaarheid wordt de ziel buitengewoon rijker. Bij het heel kleine kind moet je er al op letten dat het naar het voelen van dankbaarheid toegroeit. Als je daar bij een klein kind al op let, dan verandert, metamorfoseert zich dit gevoel van dankbaarheid, wanneer het kind de tweede levensfase binnengaat, in liefde. In elke levensrelatie krijgt de liefde deze bijzondere kleur omdat ze doortrokken is van dankbaarheid. En wie een beetje het sociale leven van de mens kan waarnemen, weet wat voor een belangrijke impuls m.n. voor de aanpak van de grote sociale problemen het zou geven, wanneer wij de mensen weer zo zouden kunnen opvoeden dat er in hem dankbaarheid leeft.
Want deze dankbaarheid is een brug die anders niet gebouwd kan worden tussen de gevoelens van de mensen, tussen de harten van de mensen.
Als de mensen zouden begrijpen, met dankbaarheid tegenover elkaar zouden staan, dan zou er veel van wat er tegenwoordig

Blz. 144

in einer grotesken Weise oftmals als sogenannte soziale Forderungen, sozialer Radikalismus und dergleichen auftritt, wobei ich mich nicht engagiere für diese oder jene Lösung des sozialen Problems. Was ich darüber zu sagen habe, können Sie in meinem Buche «Die Kernpunkte der sozialen Frage» nachlesen. Aber dann, wenn diese Dankbarkeit früh im Kinde als Keim gelegt wird, wenn sie sich hineinlebt in jene Liebe beim Kinde zwischen dem Zahnwechsel und der Geschlechtsreife, wenn sie dem Kinde anerzogen wird auch seelisch, so daß mit der Geschlechtsreife auch die Seele sich entfaltet in rechter Liebe zu den Menschen, zu der ganzen Natur, zu den göttlich-geistigen Wesenhaftigkeiten, wenn da überall die Dankbarkeit mitgeht, dann entfaltet sich hieraus in dem Menschen die religiöse Stimmung so, daß er etwas in sich haben kann, das ein ungeheurer Schutz der Seele sein kann: die Dankbarkeit gegen­über den göttlich-geistigen Mächten für das Leben überhaupt. Es ist wichtig für die innere Erwärmung des Lebens, für die innere Gestützt­heit des Lebens, daß wir dieses Gefühl haben können: Wir sind dankbar für dieses Erdenleben den göttlich-geistigen Mächten. Das ist eine starke Lebenskraft, dieses Gefühl der Dankbarkeit für das Leben. Ich möchte sagen: was intensiviert im Blute die organischen Kräfte für den Leib, das liegt in ähnlicher Weise in dem, was geistig vitalisiert die Seele, wenn diese Seele dem ganzen Weltenall gegenüber in bezug auf das eigene Leben dankbare Liebe entwickeln kann.

op een groteske manier dikwijls als zogenaamde sociale eisen, sociaal radicalisme e.d. zich voordoet, waarbij ik mij niet geroepen voel tot deze of gene oplossing van het sociale probleem. Wat ik daarover heb te zeggen, kan u nalezen in mijn boek ‘De kernpunten van het sociale vraagstuk‘.
Maar dan, als deze dankbaarheid vroeg in het kind als kiem aangelegd wordt, wanneer die een deel wordt van die liefde bij het kind tussen de tandenwisseling en de puberteit, wanneer het kind daarmee opgevoed wordt, ook met zijn gevoel, zodat met de puberteit ook de ziel opengaat voor de echte liefde voor de mens, voor de hele natuur, voor de goddelijk-geestelijke wezens, wanneer er overal dankbaarheid bij is, dan ontwikkelt zich hieruit in de mens de religieuze stemming zo, dat hij iets met zich mee kan dragen dat een buitengewoon beschermend gevoel geven kan: dankbaarheid voor de goddelijk-geestelijke machten, voor het leven in het algemeen. Om het leven innerlijk warmte te geven, om in het leven innerlijke steun te ervaren, is het belangrijk dat we dit gevoel hebben: wij zijn de goddelijk-geestelijke machten dankbaar voor dit aardeleven. Dit gevoel van dankbaarheid is een sterke kracht voor het leven. ik zou willen zeggen: wat in het bloed de organische krachten voor het lichaam intensiveert, ligt op een gelijksoortige manier in wat geestelijk de ziel vitaliseert, wanneer deze voor het hele universum in relatie tot zijn eigen leven dankbare liefde kan ontwikkelen. <5>
GA 304A/141-144
Op deze blog vertaald/141-144

.

Rudolf Steiner: godsdienstonderwijs alle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3506-3293

.

.

.

.

 

VRIJESCHOOL – Meetkunde (4-9)

.

Alexander Strakosch:

‘Geometrie durch übende Anschauung’

Blz. 33 t/m 35

De verhoudingen van de onderscheiden lijn en de twaalfpuntscirkel in het geval van een onregelmatige driehoek

Dit hoofdstuk staat niet los van 4-7 en begint met de 3 bijzondere punten in een driehoek: hoogtepunt, middelpunt van de omgeschreven cirkel.

Als deze drie onderscheidende punten bepaald zijn, blijkt dat ze altijd op één rechte lijn liggen waarvan de positie en lengte variëren afhankelijk van de vorm van de driehoek. De afstand tussen het snijpunt van de hoogtelijnen en het snijpunt van de loodlijnen vanuit het snijpunt van de medianen is echter altijd evenredig met 2/3 tot 1/3.
Deze lijn wordt de lijn van Euler genoemd, naar de ontdekker ervan, de Zwitserse wiskundige Leonhard Euler (1707-1783). Het halveringspunt is het middelpunt van de cirkel van de twaalf punten. De relatie tussen deze punten blijft namelijk in elke willekeurige driehoek bestaan, waarbij de drie hoogten elkaar in één punt snijden, evenals de zijdehalveringen onderling en ook de middellijnen. — Het feit dat ze alle negen op een cirkel liggen, werd voor het eerst ontdekt door Karl Wilhelm Feuerbach, Erlangen (1800-1834), met betrekking tot de voetpunten van de hoogtes, de middenpunten van de zijden en de halveringspunten van de bovenste hoogte-segmenten, en daarom wordt de cirkel meestal de cirkel van Feuerbach of de negenpuntscirkel genoemd. De laatst genoemde drie punten (blad VI, tekening 11) werden ontdekt door de Zwitserse wiskundige Jakob Steiner (1796-1863), voordat hij de cirkel van Feuerbach kende; hij heeft ook voor alle twaalf punten het algemene bewijs geleverd.

Bij het bekijken van de gelijkzijdige driehoek en het hexagram binnen de ‘bloem’ komt de wetmatigheid van de twaalfheid, gegroepeerd rond een middelpunt, naar voren, en wel in verband met de verhouding 2/3 : 1/3. Aan het feit van de twaalfpuntige cirkel kan men zien dat deze – weliswaar in bewegelijke vorm – toch altijd behouden blijft. Het blijkt een werkelijk algemene wetmatigheid van het vlak. Men begrijpt dat van oudsher het getal ‘twaalf’ het getal van de ruimte werd genoemd en dat er in het oude Babylon en Egypte naast de aanduidingen voor de opeenvolgende gehele getallen ook een speciaal teken voor de waarde 2/3 bestond.

De vraag blijft wat er gebeurt met de twee driehoeken die bij de gelijkzijdige driehoek het hexagram vormen dat in de binnenste cirkel is ingeschreven.

De zijden van deze driehoeken zijn hier paarsgewijs evenwijdig aan de zijden van de hoofddriehoek. Als de boven elkaar liggende eindpunten van twee van deze evenwijdigen met elkaar worden verbonden, ontstaat er een rechthoek, in totaal dus drie identieke rechthoeken.

In beide driehoeken valt het snijpunt van de zijdehelften samen met dat van de zijdehelften van de hoofddriehoek, dat in dit geval ook het middelpunt van de binnencirkel is.

Bij een ongelijkzijdige driehoek is er ook een binnencirkel. Het middelpunt ervan ligt echter in het snijpunt van de hoekhelften en heeft niets te maken met de punten die op de rechte lijnen van Euler liggen. Men kan zeggen: bij een gelijkzijdige driehoek valt de binnencirkel samen met de cirkel van de twaalf punten (VI, 8).

 

Maar bij een gelijkbenige driehoek is dit al niet het geval (VIII, 7):

Bij een ongelijkzijdige driehoek ontstaan opnieuw de ingeschreven driehoeken: de ene door de halveringspunten van de zijden van de hoofddriehoek met elkaar te verbinden, de andere door de middelpunten van de bovenste hoogte-segmenten met elkaar te verbinden. Deze zes punten liggen allemaal op de cirkel van de twaalf punten

zie blad VIII, tekening 8

en IX, tekening 1:

 

De eerste heeft met de hoofddriehoek de zijdehelften en daarmee ook hun snijpunt gemeen; de zijdehelften van de tweede snijden elkaar alle drie in een punt op de rechte van Euler, dat het traject tussen het hoogte-snijpunt en het snijpunt van de zijdehelften van de hoofddriehoek halveert, dus de hele rechte van Euler in drieën deelt, resp. in tegengestelde richting in de verhouding 2/3 deelt.

Er ontstaan ook weer drie rechthoeken, maar bij elk daarvan is de grootteverhouding van de zijdenparen verschillend, terwijl die bij de gelijkzijdige driehoek hetzelfde was. Ze zijn niet getekend in blad VIII en IX. Bij het oefenen met tekenen kunnen ze worden toegevoegd, bij voorkeur in kleur.

Het kan echter ook voorkomen dat bij een ongelijkzijdige driehoek de hoogten en de middellijnen elkaar snijden in punten die buiten het door de zijden omsloten driehoekige vlak liggen. De (IX, 1) verbindingslijnen van de drie hoekpunten met het hoogte-snijpunt liggen bij twee zijden buiten het driehoekige vlak; zij worden hier door de cirkel van twaalf punten gehalveerd. Bij de ene hoogte, die gedeeltelijk door het driehoekige oppervlak loopt, wordt het stuk tussen het hoogte-snijpunt en de ene hoek in aanmerking genomen, dat buiten de driehoek ligt.

De binnenste driehoeken snijden elkaar in een dergelijk geval niet, ze zijn uit elkaar geduwd, maar verder blijft alles zoals zojuist getoond.

Er zij nog op gewezen dat ook hier in de rechthoeken uit willekeurige aannames altijd rechte hoeken ontstaan, zoals ook het geval was in het cirkelveld bij de richtingsverhouding tussen het grote en het kleine blad. De rechte hoek blijkt dus ook hier een uitdrukking te zijn van een algemene ruimtelijke wetmatigheid.

Voordat we ons op de volgende beschouwingen richten, willen we nog even de volgende opgave behandelen:

Een gelijkzijdige driehoek tekenen wanneer de hoogte ervan bekend is.

De oplossing van deze opgave volgt uit de ‘bloem’ (tekening VIII, 5),

 

die zo wordt getekend dat de gegeven hoogte de straal van alle cirkels vormt. Vervolgens kan men snel de richting van de twee zijden van de gezochte driehoek vinden, die vanuit de top uitgaan. Nu moeten alleen nog de lengtes worden bepaald. De hoogte is de middellijn van een klein “blad”, de middellijn van de twee aangrenzende “bladeren” staat loodrecht daarop en bevat de gezochte basislijn van de driehoek; daarop snijden de middellijnen van de twee grote bladen de juiste lengte af.

Men kan echter ook te werk gaan volgens blad VIII, tekening 6,

door rond elk van de twee eindpunten van de hoogte een cirkel te tekenen die door het andere eindpunt gaat. Vervolgens verlengt men de hoogte naar beneden tot het snijpunt met een van de cirkels. Rond dit punt tekent men een cirkel met dezelfde straal. Op deze manier ontstaan de zes hoekpunten van een hexagram en daaruit, zoals te zien is op de tekening, de lengte van de zijde van de driehoek.

.

Meetkundealle artikelen

Algemene menskundealle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld6e klas meetkunde

.

3504-3292

.

.

.

.

 

 

 

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over pedagogie(k) GA 300A – Vergadering 21 september 1920

.

Zie ‘het woord vooraf

Bij de gegeven antwoorden is in het Duits telkens de naam van Steiner gegeven. Ik heb dat niet gedaan, zolang er geen verwarring kan ontstaan. De voetnoten die in de uitgave op aparte bladzijden staan, v.a. blz. 300, heb ik direct bij het verwijzende woord toegevoegd.

In deze vergadering gaat het voornamelijk over hoe om te gaan met een collega die niet voldoet. Tijdens de discussie hierover komen nog andere vragen op: wie worden er eigenlijk toegelaten tot de vergadering.

Deze vergadering is een soort vervolg op die van een dag eerder, 30 juli 1920, over de ‘Wereldschoolvereniging. Die is er niet gekomen. 
Volledigheidshalve heb ik het toch vertaald.

Deze vergadering geeft ons geen mededelingen waar we voor ons werk iets aan hebben.
Het gaat opnieuw over de financiële situatie van de school in relatie tot de grote groei. 
In deze vergadering wordt Emil Molt door Steiner opnieuw geprezen.
.

RUDOLF STEINER

Konferenzen mit den Lehrern der Freien Waldorfschule in Stuttgart 1919 bis 1924

Erster Band Das erste und zweite Schuljahr

Vergaderingen met de leerkrachten van de vrije Waldorfschool in Stuttgart

Band 1 Het eerste en tweede schooljaar

Van de vergaderingen die de leerkrachten van de eerste vrijeschool in Stuttgart hielden, zijn verslagen bewaard gebleven van díe vergaderingen waarbij Rudolf Steiner aanwezig was.

GA 300A

Blz. 205

Vergadering van dinsdag 21 september 1920, 11 – 12u

Nach dem dritten Vortrag des Kurses über „Meditativ erarbeitete
Menschenkunde

Na de derde voordracht van ‘Menskunde innerlijk vernieuwd‘.

Dr. Steiner: Der Professor Abderhalden war in Dornach. Er konnte nicht verstehen, was er mit dem Vorder- und Hinterknoten im Rückenmark machen soll. Das bewegt die meisten solcher Menschen; nicht etwa auf die Sache sich einzulassen, sondern sie denken sich, wenn ich da hineinsteige, dann wird es ungemütlich. Lieber ein bißchen fernbleiben!
Sonst hat er ziemlich radikale Ansichten. Er hat gesagt: Was Sie ausgeführt haben über das Turnen — vom physiologischen Standpunkt ist das Turnen eine Barbarei! Ich sagte ihm: Bitte, sagen Sie das nur, Sie haben eine Professorenstellung. Wenn jemand anders dasvertritt, verärgert es die Leute. Der Physiologe kann es den Leuten schon sagen.
Eine Sache ist höchst interessant. Er sagte, in der Zeit, in der dazumal die Revolution gespielt hat, da bekamen einzelne einen Stich. Da hat er den Antrag gestellt, daß jeder Professor sich sein Lehrfach einrichten kann, wie er will. Da haben die anderen sich gar nichts dabei vorstellen können. So sagt er selbst.

Professor Abderhalden was in Dornach. Hij begreep niet goed wat hij met de voorste en achterste knoop in het ruggenmerg aan moest. Dat is wat de meeste mensen dwarszit; ze willen zich er niet mee bemoeien, maar denken: “Als ik me ermee ga bemoeien, wordt het onaangenaam. Ik kan beter afstand houden!” Verder heeft hij nogal radicale opvattingen. Hij zei: “Wat u over gymnastiek hebt gezegd – vanuit fysiologisch oogpunt is gymnastiek barbarij!” Ik zei tegen hem: “Ga gerust uw gang, u bent hoogleraar. Als iemand anders die mening uitspreekt, maakt dat mensen boos. De fysioloog mag mensen vertellen wat hij denkt.” Eén ding is buitengewoon interessant. Hij zei dat tijdens de revolutie sommige mensen hun verdiende loon kregen. Dus stelde hij voor dat elke professor zijn onderwijs naar eigen inzicht zou mogen organiseren. De anderen konden zich niet voorstellen hoe dat zou zijn. Dat zegt hij zelf.

Beginnen wir unsere andere, mehr pädagogische Arbeit. Es handelt sich darum, daß wir ins klare kommen müssen über manche Dinge, die wir — mitverursacht durch andere Überarbeitungen — zum Teil genötigt waren, in Regionen des Dunklen sich abspielen zu lassen, und die heute zur Klarheit gebracht werden können.
Es hatte Meinungsverschiedenheiten gegeben über die Stellung der Schule und
des Lehrerkollegiums zur Waldorf-Astoria-Fabrik. Dann war ein Statut ausgearbeitet worden, in dem unter anderem enthalten war, daß die Lehrer nicht mehr, wie bisher, von der Waldorf-Astoria-Fabrik aus angestellt werden sollten, und in dem auch die Stellung Dr. Steiners als des Leiters der Schule festgelegt werden sollte.

Laten we beginnen met ons andere, meer pedagogische werk. Het betreft het feit dat we bepaalde zaken moeten verduidelijken die we – mede door andere herzieningen – in het duister hebben laten voortduren en die nu aan het licht kunnen worden gebracht.
Er waren meningsverschillen over de relatie tussen de school en het onderwijzend personeel enerzijds en de Waldorf-Astoria-fabriek anderzijds. Er was toen een statuut opgesteld waarin onder meer werd bepaald dat de leraren niet langer in dienst mochten zijn van de Waldorf-Astoria-fabriek, zoals voorheen gebruikelijk was, en waarin ook de positie van Dr. Steiner als schoolleider werd vastgelegd.

Dr. Steiner: Wollen Sie, Herr Molt, das Wort ergreifen?

Meneer Molt, wilt u het woord nemen?

Molt spricht ausführlich über die vorliegenden Schwierigkeiten, besonders
über seine eigene Stellung zum Lehrerkollegium, über das Statut und über
einen Vorschlag, Dr. Steiner zum Vorsitzenden zu wählen.

Molt spreekt uitvoerig over de huidige problemen, met name over zijn eigen relatie met het onderwijzend personeel, over het statuut en over een voorstel om Dr. Steiner tot voorzitter te benoemen.

Dr. Steiner: Ich meine, es könnte von vorneherein — das ging aus der
Rede des lieben Herrn Molt hervor — ausgeschaltet werden diese Wahl von mir zum Vorsitzenden. Ich glaube nicht, daß durch den

Ik bedoel, het had van meet af aan voorkomen kunnen worden – dit bleek al uit de toespraak van de geachte heer Molt – deze verkiezing van mij tot voorzitter. Ik geloof niet dat de

Blz.  206

Statutenparagraphen in bezug auf mich das geringste geändert worden wäre.
Dann bitte ich, sich daran zu erinnern, daß die Ernennungen neuer Lehrer eigentlich immer im Lehrerkollegium besprochen worden sind. Das würde ich weiter gerne so halten. Ich glaube, daß wenigstens Ideale mitzuarbeiten haben, und daß eigentlich die Sache so liegen müßte, daß das Lehrerkollegium voraussieht, daß man beider Ernennung einiges durchschaut und daß man auf das Urteil etwas gibt. Mitteilen würde ich schon immer, was da geschieht. Ich würde niemals ausschließen, daß, wenn die eine Seite die entsprechenden
Vorschläge macht, von mir auf diese Vorschläge eingegangen wird.
Diese Dinge sind so, daß sie sich statutarisch nicht festlegen lassen.
Wenn man es festlegt, so wird das die Sache nicht treffen. Dies soll vielleicht nichts anderes sein als ein bißchen Richtigstellung, damit nicht noch mehr Mißverständnisse gehäuft werden.
Mir kommt es vor, daß schon Dinge im Hintergrund stehen, die vieles
erklären. Als ich in Berlin davon hörte, da schien mir das doch mehr
oberflächlich zu sein, aber darunter schienen gewisse Sorgen zu leben; etwas, was sicher nichts zu tun hat mit einer Disharmonie zwischen Herrn Molt als Protektor und der Lehrerschaft, was aber etwas zu tun hat mit gewissen Sorgen

statutaire paragraaf ook maar iets wat mij  betreft zou hebben veranderd.
Ik vraag u eraan te herinneren dat de benoeming van nieuwe docenten altijd binnen het docententeam is besproken. Ik wil dat graag voortzetten. Ik ben van mening dat er op zijn minst idealen bij betrokken moeten zijn en dat de situatie idealiter zodanig moet zijn dat het docententeam erop kan vertrouwen dat bepaalde aspecten van de benoeming duidelijk zijn en dat er waarde wordt gehecht aan het oordeel. Ik zal altijd communiceren wat er speelt. Ik sluit nooit uit dat ik voorstellen van een van beide partijen in overweging zal nemen. Deze zaken zijn van dien aard dat ze niet in de statuten kunnen worden vastgelegd. Als men ze zou vastleggen, zou men de kern van de zaak missen. Dit is wellicht niet meer dan een kleine verduidelijking, om verdere misverstanden te voorkomen. Het lijkt mij dat er al onderliggende factoren meespelen die veel hiervan verklaren. Toen ik er in Berlijn over hoorde, leek het me nogal oppervlakkig, maar er leken bepaalde zorgen onder de oppervlakte te sluimeren; iets dat zeker niets te maken heeft met een meningsverschil tussen de heer Molt als beschermheer en het docententeam, maar wel met bepaalde zorgen.

Und da wäre es natürlich schon wünschenswert, daß dann auf diese wahren Grundlagen, auf diese gemeinsamen Sorgen etwas eingegangen würde. Äußere Einflüsse dürfen nicht in die Sache hineinspielen. Aber Sorgen, die wir gemeinsam haben, die, wie das schon ist, in dieser Weise zur Explosion kommen, die bespricht man lieber als Sorgen, als daß sie sich durch eine Explosion entladen sollten. Wer wünscht zu sprechen?

Het zou natuurlijk wenselijk zijn dat er aandacht wordt besteed aan deze ware fundamenten, aan deze gedeelde zorgen. Externe invloeden mogen geen inmenging veroorzaken. Maar de zorgen die we delen, die, zoals zo vaak het geval is, de neiging hebben om op deze manier te escaleren, kunnen beter als zodanig besproken worden dan dat ze via een explosie tot uitbarsting komen. Wie wil er iets zeggen?

X.: Ich habe das Statut gemacht, um die Form des Zusammenarbeitens zu
regeln. Wichtig war die Selbständigkeit des Kollegiums in geistigen Dingen, als
Korporation geistiger Arbeiter, und dazu gehört ja auch die Anstellung und
Entlassung der Lehrer. Es lag mir daran, die Form zu finden, die richtig ausdrückt, wie Dr. Steiners Stellung zum Kollegium sich darstellt.

X: Ik heb de statuten opgesteld om de vorm van samenwerking te reguleren. De onafhankelijkheid van de faculteit in spirituele zaken, als een corporatie van spirituele werkers, was belangrijk, en dit omvat ook het aannemen en ontslaan van docenten. Het was voor mij belangrijk om een ​​vorm te vinden die de positie van Dr. Steiner binnen het college correct weergeeft.

Dr. Steiner: Mir ist es schwer, zu einem Statut Stellung zu nehmen, weil mir jedes Statut gleichgültig ist. Man kann die Sache nur so machen, wie sie von Tag zu Tag gefordert wird. Statuten sind notwendig der Außenwelt gegenüber, daß es nach etwas aussieht. Deshalb ist es mir immer schwer, zu einem Statut Stellung zu nehmen, weil es mir viel zu gleichgültig ist. Ich glaube nicht, daß durch ein Statut in einer Sache irgend etwas Wesentliches geändert werden kann.
Nicht wahr, klären kann es sich nur dadurch, daß wirklich aus dem

Het is moeilijk voor mij om commentaar te geven op een statuut, omdat ik onverschillig sta tegenover alle statuten. Je kunt alleen handelen zoals het dagelijks nodig is. Statuten zijn nodig om de buitenwereld de schijn van een officiële status te geven. Daarom vind ik het altijd moeilijk om commentaar te geven op een statuut, omdat het voor mij veel te irrelevant is. Ik geloof niet dat een statuut iets wezenlijks kan veranderen aan een zaak.
Is het niet zo dat het alleen kan worden opgehelderd als de kwestie echt wordt besproken binnen de

Blz. 207

Kreise der Freunde heraus gesprochen wird; daß vom Kollegium
selbst gesagt wird, wie die Sache aufgefaßt wird, wie man sich denkt,
daß das werden soll.

vriendenkring; als het college zelf zegt hoe de kwestie wordt begrepen, hoe men denkt dat het zou moeten aflopen.

Mehrere Lehrer sprechen über ihre Auffassung.

Verschillende docenten bespreken hun standpunten.

Dr. Steiner: Das ist schon dasjenige, was ich gemeint habe. Es haben sich Dinge nach oben hin explodierend entladen in der Statut- und Exposegeschichte, welche im Leben ineinanderspielen. In den Statuten konnte man sie auseinanderhalten. Die Sorgen, die ich gemeint habe, sie sind so einzusehen. Nicht wahr, man kann lange diskutieren, ob es eine geistige Angelegenheit des Kollegiums ist oder nicht, sich um die Finanzen der Schule zu kümmern; man kann beweisen, es ist eine Angelegenheit des Kollegiums, sich um die Finanzen zu kümmern, dennoch gehört dazu das Gefühl einer gewissen Sicherheit, daß die Schule fortbestehen wird. Es läßt sich nicht ausschalten, das Gefühl der Sicherheit oder Unsicherheit über das Bestehen der Schule. Und den letzten Stoß hat das ganze, was sich entladen hat in den letzten Tagen, es hat ja vorher schon geglimmt, den letzten Stoß hat es erfahren — das glaube ich, scheint mir aus diesem Expose hervorzugehen — durch das, was sich abgespielt hat am Ende des letzten Schuljahres in der Besprechung der nächsten Finanzierung der Waldorfschule. Diese Maßnahmen, die damals besprochen worden sind, die waren so, daß ich mir schon selbst sagte, ja, da kann man eigentlich nicht wissen, wie es schon nächste Ostern mit unserer Waldorfschule stehen wird.

Dat is precies wat ik bedoelde. De zaken zijn volledig uit de hand gelopen, zowel wat betreft de statuten als de schoolstructuur, die in de praktijk met elkaar verweven zijn. De statuten maakten het mogelijk om deze zaken van elkaar te scheiden. De zorgen waar ik naar verwees, zijn volkomen begrijpelijk. Je kunt immers eindeloos discussiëren over de vraag of het de spirituele verantwoordelijkheid van de docenten is om de financiën van de school te beheren; je kunt aantonen dat het wel degelijk de taak van de docenten is om de financiën te beheren, maar dit vereist ook een zekere mate van zekerheid dat de school zal blijven bestaan. Het gevoel van zekerheid of onzekerheid over het voortbestaan ​​van de school is niet weg te nemen. En de genadeslag voor alles wat de afgelopen dagen is losgebarsten – het smeulde al eerder – werd, naar mijn mening, toegebracht door wat er aan het einde van het vorige schooljaar gebeurde tijdens de bespreking van de volgende financiering voor de Waldorfschool. De maatregelen die destijds werden besproken, deden me denken: je kunt echt niet weten hoe de situatie er volgend Pasen met onze Waldorfschool uit zal zien.

Nicht so sehr dadurch, weil das Geld nicht da ist; es ist selbstverständlich, daß wir mit nicht vorhandenem Geld denken müssen. Aber mir schien notwendig, daß auch eine Einigkeit mit den Lehrern der Waldorfschule über die Wege vorhanden sein muß, die einzuschlagen sind, um eine finanzielle Sicherheit
für die Zukunft der Waldorfschule zu haben. Wenn man arbeiten soll als Lehrer mit der absoluten Unsicherheit in die Zukunft hinein, dann geht es nicht weiter. Mehr symptomatisch als etwas anderes ging das daraus hervor, daß wir am Ende des letzten Jahres es nicht dahin bringen konnten, uns eine Vorstellung darüber zu machen, wie wir eigentlich in diesem Herbst stehen in bezug auf die zukünftige Aussicht der Waldorfschule. Ich selbst habe auch keine Vorstellung,
wie wir stehen, wie wir die mehr als hundert aufzunehmenden Kinder fortbringen. Aber ich sagte mir auch, wenn wir auf diesem Wege fortfahren, stehen wir nächste Ostern ganz genau wiederum vor derselben Situation, und das, schien mir, hätte das Gefühl hervorgerufen, es sei nicht möglich, aus den bisherigen Beziehungen zwischen

Niet zozeer omdat het geld er niet is; het spreekt voor zich dat we moeten denken alsof er geen geld is. Maar het leek me noodzakelijk dat er ook overeenstemming moest komen met de leerkrachten van de Waldorfschool over de te volgen stappen om de financiële toekomst van de school te waarborgen. Als je als leerkracht moet werken met absolute onzekerheid over de toekomst, dan is het onmogelijk om door te gaan. Dit bleek vooral uit het feit dat we eind vorig jaar zelfs geen idee hadden waar we dit najaar precies stonden met betrekking tot de toekomstperspectieven van de Waldorfschool. Ikzelf heb geen idee waar we staan, hoe we de meer dan honderd kinderen zullen opvangen. Maar ik zei ook tegen mezelf dat als we op deze weg doorgaan, we volgend jaar met Pasen precies in dezelfde situatie terechtkomen, en dat zou volgens mij het gevoel opgeroepen dat het onmogelijk is om op grond van de bestaande relaties

Blz. 208

Waldorfschule, Waldorfschulverein und Lehrerkollegium irgend etwas darüber sich vorzustellen, was zu bestimmten, ordentlichen Vorstellungen über die Sicherheit der Schule führt. Das, scheint mir, ist mehr oder weniger geschickt eben dazugetreten. Man wollte einfach mit all diesen Dingen die Frage aufwerfen, wie kommen wir weiter.
Ich muß sagen, ich hatte eine große Sorge. Denn sehen Sie, wenn wir eines Tages die Waldorfschule aufgeben müssen, so bedeutet das etwas, was unserer ganzen anthroposophischen Bewegung den Boden unter den Füßen entzieht. Die Waldorfschule muß etwas sein, was durch den eigentlichen Inhalt gelingen muß, weil es eine Probe aufs Exempel ist. Sie darf nur zugrunde gehen auf zwei Weisen:
Erstens etwa dadurch, daß wir durch ein Schulgesetz nicht geduldet werden; das ist ein Zugrundegehen, das wir aushalten können.
Zweitens darf sie zugrunde gehen, wenn die Welt uns nicht so viel Verständnis entgegenbringt, daß wir das, was wir machen können, auch finanzieren können. In dem Augenblick, wo wir sagen können, die Schule ist an dem Unverstand in bezug auf die Finanzierung zugrunde gegangen, in dem Augenblick ist sie so zugrunde gegangen, daß wir bestehen können.
Eine dritte Möglichkeit kann ich gar nicht denken.

tussen de Waldorfschool, de Waldorfschoolvereniging en het onderwijzend personeel ergens een idee te krijgen van wat leidt tot bepaalde, geordende ideeën over de bestaanszekerheid van de school. Dit is, naar mijn mening, min of meer op een logische manier erbij gekomen. Men wilde al deze zaken simpelweg gebruiken om de vraag op te werpen hoe we verder kunnen.
Ik moet zeggen, ik was erg bezorgd. Want, weet je, als we de Waldorfschool ooit moeten opgeven, betekent dat iets dat de basis onder onze hele antroposofische beweging wegtrekt. De Waldorfschool moet iets zijn dat slaagt door de inhoud ervan, omdat het een testcase is. Ze kan maar op twee manieren ten onder gaan: Ten eerste, bijvoorbeeld als we niet worden getolereerd door een schoolwet; dat is een teloorgang die we kunnen verdragen.
Ten tweede, ze kan ten onder gaan als de wereld ons niet genoeg begrip toont om te kunnen financieren wat we kunnen doen. Op het moment dat we kunnen zeggen dat de school ten onder is gegaan door een gebrek aan begrip over de financiering, op dat moment is ze ten onder gegaan op een manier die we kunnen overleven. Ik kan me geen derde mogelijkheid voorstellen.

Aber gerade diese dritte Möglichkeit ging aus den Vorgängen der letzten Tage hervor. Das war dies, daß innerhalb des Lehrerkollegiums, zu dem auch Herr Molt gehört, Differenzen entstehen könnten. Das wäre der Welt recht. Das war es, was mir vor Augen schwebte. Jetzt könnte etwas geschehen, etwas, was nicht geschehen dürfte. Während wir mit Ehre finanziell zugrunde gehen dürfen,
dürfen wir absolut nicht auf eine solche Weise irgendwie unsere Stellung gefährden. Dadurch würde in einer sehr schlimmen Weise kaschiert werden gerade unsere finanzielle Misere. Deshalb scheint es mir auch, daß es viel besser ist, die Sache beim Namen zu nennen.
Einfach aus der Sorge, was soll werden aus der Waldorfschule, scheint mir die ganze Geschichte hervorgesprudelt zu sein. Ich kann in all diesen Konflikten nichts anderes sehen als diese finanziellen Konflikte. Weswegen sollen wir darüber verbrämt reden?
Es kann gar nicht die Rede sein, daß irgend etwas kritisiert wird. Es ist, nicht wahr, ja furchtbar schwer, diese Dinge zu behandeln, weil für das, was nötig wird, kein Interesse erwacht in unseren Kreisen.
Wir haben bisher keine Möglichkeit gefunden, daß die Ideen, die tatsächlich umgesetzt werden könnten, ausgeführt werden, weil sich die Menschen aus einer gewissen inneren Opposition einfach nicht

Maar het was juist deze derde mogelijkheid die uit de gebeurtenissen van de afgelopen dagen naar voren kwam. Dat was de mogelijkheid dat er meningsverschillen zouden ontstaan ​​binnen het docententeam, waartoe ook meneer Molt behoort. Dat zou de wereld prima uitkomen. Dat was wat ik voor ogen had. Nu zou er iets kunnen gebeuren, iets wat niet zou mogen gebeuren. Hoewel we eervol failliet kunnen gaan, mogen we onze positie absoluut niet op deze manier in gevaar brengen. Dat zou onze financiële problemen zeer slecht verhullen. Daarom lijkt het me veel beter om de dingen bij hun naam te noemen. Het hele verhaal lijkt simpelweg te zijn ontstaan ​​uit bezorgdheid over de toekomst van de Waldorfschool. Ik zie in dit alles niets anders dan deze financiële conflicten. Waarom zouden we er op een verhullende manier over praten? Er kan geen sprake zijn van kritiek. Het is, nietwaar, ontzettend moeilijk om met deze zaken om te gaan, omdat er in onze kringen geen belangstelling is voor wat nodig is.
We hebben nog geen manier gevonden om de ideeën die daadwerkelijk in de praktijk gebracht zouden kunnen worden, te implementeren, omdat mensen er door een bepaalde innerlijke weerstand er simpelweg niet op ingaan

darauf einlassen, die finanzielle Verwirklichung unserer Ideen zu besorgen. Die Leute lassen sich darauf ein, allerlei konfuse Geschäfte zu machen, aber es besteht eine gewisse innerliche Opposition gegen das Arbeiten in unserem Sinne. Am meisten macht es sich geltend bei den Menschen, die amtlich berufen wären, sich sachlich damit zu befassen. Das gehört zu unseren wesentlichen Sorgen. Daraus folgt um so mehr, daß wir es selbst machen müssen. Dann muß die Fortführung durch uns gemacht werden.

financieel onze ideeën te realiseren van. Mensen raken betrokken bij allerlei verwarrende zakelijke transacties, maar er is een zekere innerlijke weerstand tegen het werken in onze geest. Die weerstand is het sterkst aanwezig bij degenen die officieel zouden worden opgeroepen om er objectief mee om te gaan. Dit is een van onze grootste zorgen. Des te meer volgt hieruit dat we het zelf moeten doen. Dan moeten wij de voortzetting verzorgen.

X.: Der Versuch, die Schule von der Waldorf-Astoria zu lösen, hat sich auf
Herrn Molt übertragen, was ein Mißverständnis ist. Das Kollegium, zu dem
Herr Molt auch gehört, repräsentiert die Waldorfschule. Das Verhältnis der
Konferenz zum Waldorfschulverein und zur Waldorf-Astoria ist bis heute
noch nicht klar. Der Konflikt ist nur ein Ausdruck dafür, daß das Kollegium
die Leitung selbst in die Hand nehmen will.

X.: De poging om de school van de Waldorf-Astoria te scheiden is aan de heer Molt toegeschreven, wat een misverstand is. Het lerarencollege, waartoe de heer Molt ook behoort, vertegenwoordigt de Waldorfschool. De relatie van de lerarenvergadering tot de Waldorf School Vereniging en tot de Waldorf-Astoria is tot op de dag van vandaag onduidelijk. Het conflict is slechts een uiting van het feit dat het college de leiding in eigen handen wil nemen.

Dr. Steiner: In gewisser Beziehung haben wir des Pudels Kern gefangen. Es handelt sich darum, daß das Kollegium jederzeit bereit sein wird, in allem, was sich aus dem historischen Verhältnis ergibt, ganz mit Herrn Molt zu gehen, daß es aber mit der Waldorf-Astoria nichts zu tun haben will. Das ist die tatsächliche Praxis, die, was mich betrifft, befolgt worden ist. Ich wollte alles mit Herrn Molt zu tun haben, aber ich konnte schon aus dem Grunde mit der Waldorf nichts zu tun haben, weil die mit mir nichts zu tun haben will.

In zekere zin hebben we de kern van de zaak begrepen. Het punt is dat het college altijd bereid zal zijn om met de heer Molt samen te werken in alles wat voortvloeit uit de historische relatie, maar dat ze niets met Waldorf-Astoria te maken wil hebben. Dat is de daadwerkelijke praktijk die, voor zover ik weet, is gevolgd. Ik wilde alles met meneer Molt te maken hebben, maar ik kon om diezelfde reden niets met Waldorf te maken hebben, omdat zij niets met mij te maken wilden hebben.

Das ist die Schwierigkeit. Und über diese Schwierigkeit müßte schon in einer
geschickteren Form hinweggekommen werden und in positiver Weise. Daß wir also nicht nur sagen, wir nehmen die Sache in die Hand, sondern daß wir der Sache eine Form geben, wie wir das in die Hand nehmen.
Da handelt es sich darum, daß Sie doch nicht außer acht lassen, was wir am Ende des ersten Schuljahres hatten: eine von mir oft erwähnte geistige Überbilanz, die auf das Konto des Lehrerkollegiums kam, und eine absolute pekuniäre Unterbilanz, die scharf in Gegensatz dazu gestellt werden muß. So daß man sagen muß: Verständnis ist der Waldorfschulsache entgegengebracht worden von seiten des Kollegiums; Nichtverständnis ist von seiten derjenigen entgegengebracht worden, die hätten eintreten müssen, um die selbstverständlich beschränkten Mittel derjenigen zu ergänzen, die innerhalb
des Kreises, der bei uns wirksam ist, etwas tun können. Ich habe selbst am Ende des letzten Schuljahres betont, daß zum Beispiel das Haus ja nicht eine Schenkung der Waldorf-Astoria, sondern des Herrn Molt war.
Was meine persönliche Meinung betrifft, so ist es die, daß der Wal

Dat is de moeilijkheid. En deze moeilijkheid moet op een meer bekwame en positieve manier worden overwonnen. Dat wil zeggen, we moeten niet alleen zeggen dat we de zaak in handen nemen, maar ook vormgeven aan hoe we dat doen.
Het punt is dat je niet mag vergeten wat we aan het einde van het eerste schooljaar hadden: een spiritueel overschot, waar ik het al vaak over heb gehad, toe te schrijven aan het onderwijzend personeel, en een absoluut financieel tekort, dat er scherp tegenover gesteld moet worden. Je moet dus zeggen: begrip voor het Waldorf-schoolconcept is er getoond door het personeel; een gebrek aan begrip kwam van degenen die hadden moeten bijspringen om de natuurlijk beperkte middelen aan te vullen van degenen die daadwerkelijk iets kunnen doen binnen onze invloedssfeer. Ik heb aan het einde van het vorige schooljaar nog benadrukt dat het gebouw bijvoorbeeld geen schenking was van de Waldorf-Astoria, maar van meneer Molt.
Wat mijn persoonlijke mening betreft, die is dat de Waldorf-Astoria

Blz. 210

die ganze Schule ein Greuel ist, und daß Herr Molt viele Mühe hatte, diesen Greuel zu überwinden, um seine persönliche Herzenssache in Einklang zu bringen. Das sind schon die Schwierigkeiten. Das lagert sich schon in einer Stimmung ab, in dem Bestreben nach Loslösung von der Waldorf-Astoria. Das ist schon etwas, was voraussetzt, daß Herr Molt ins Kollegium gehört als Protektor der ganzen Schule, und ganz und gar nicht nur als Finanzier.
Wenn das vorausgesetzt wird, können wir auch auf einem gesunden Boden objektiv über die Sache reden. Es sollte nur der Wille vorhanden sein, Herrn Molt mit sich zu identifizieren und nicht mit der Waldorf-Astoria. Wenn wir uns auf diesem gesunden Boden bewegen, werden wir uns besser verstehen. Das scheint mir des Pudels Kern zu sein. Die Schwierigkeiten werden immer größer werden, wenn wir nicht versuchen, auch finanziell auf einen gesunden Boden zu kommen, also aus uns selbst heraus. Ich sehe keine andere Möglichkeit, als daß wir durch uns selbst auf einen gesunden Boden kommen.

een gruwel is voor de hele school, en meneer Molt had grote moeite om deze gruwel te overwinnen en te verzoenen met zijn persoonlijke passie. Dat zijn de problemen. Dit begint al wortel te schieten in een bepaalde stemming, in het streven naar afstand nemen van de Waldorf-Astoria. Dit veronderstelt dat meneer Molt in het docententeam thuishoort als beschermer van de hele school, en niet slechts als financier. Als dit als uitgangspunt wordt genomen, kunnen we de zaak ook objectief en op een solide basis bespreken. Er moet simpelweg de wil zijn om meneer Molt met zichzelf te identificeren en niet met de Waldorf-Astoria. Als we op deze solide basis opereren, zullen we elkaar beter begrijpen. Dat lijkt mij de kern van de zaak. De problemen zullen alleen maar toenemen als we niet ook proberen een solide financiële basis te creëren, dat wil zeggen, vanuit onszelf. Ik zie geen andere mogelijkheid dan dat we via onszelf een solide basis creëren.

Molt: Wenn die Schule nicht über den ursprünglichen Rahmen hinausgewachsen wäre, so wären diese Schwierigkeiten nicht entstanden. Die Schule ist vom Kultusministerium erlaubt worden auf das Renommee der Waldorf-Astoria hin; deren Renommee besteht auch weiter.

Molt: Als de school niet buiten haar oorspronkelijke omvang was gegroeid, zouden deze problemen zich niet hebben voorgedaan. De school kreeg toestemming van het Ministerie van Onderwijs op basis van de reputatie van de Waldorf-Astoria; die reputatie is tot op de dag van vandaag gebleven.

Dr. Steiner (zu Molt): Es ist gegenüber dem, was über die Waldorf gesagt wird, schon notwendig, daß Sie selbst in Schutz genommen werden gegenüber der Meinung der Waldorf-Astoria. Es ist nicht ganz richtig, daß die Schule abhängig gewesen wäre von den WaldorfAstoria-Kindern. Wir hätten eine solche einfach aufrichten können mit anthroposophischen Kindern. Sie wäre ganz sicher auch gelungen. Worauf der besondere Wert zu legen ist, ist, daß Sie als der erste
in der ganzen Gesellschaft diese Sache der Schulgründung in die Hand genommen haben. Das hat gar nichts zu tun mit der Waldor-Astoria, sondern nur mit Ihrer Persönlichkeit. Ich sehe nicht ein, warum Sie sich mit der Waldorf identifizieren. Die hätte nichts davon verstanden. Dies war Ihre persönliche Gründung. Deshalb habe ich gesprochen von der Gründung des Herrn Emil Molt. Bei mir sind die Dinge absolute Absicht. Daß das gerade Arbeiterkinder
waren, das lag rein an den Umständen, wie die soziale Bewegung 1919 inauguriert worden ist. Dasjenige, was als Vertrauensfrage vorliegt, ist Ihr Vertrauen zur anthroposophischen Sache. Aus der heraus ist die Sache gekommen. Ich glaube nicht einmal, daß, so wie die Sache damals bestand, auf das Vertrauen zu Ihnen hin das Württembergische Ministerium weniger sich für die Schule herbeigelassen

(tegen Molt): Gezien wat er over Waldorf wordt gezegd, is het noodzakelijk dat u in bescherming wordt genomen tegen de mening van Waldorf-Astoria. Het is niet helemaal waar dat de school afhankelijk was van de kinderen van Waldorf-Astoria. We hadden net zo goed een dergelijke school kunnen oprichten met antroposofische kinderen. Die zou zeker succesvol zijn geweest. Wat vooral belangrijk is om te benadrukken, is dat u de eerste in de hele samenleving was die het initiatief nam om deze school op te richten. Dit heeft absoluut niets te maken met Waldorf-Astoria, maar alleen met uw persoonlijkheid. Ik zie niet in waarom u zich met Waldorf identificeert. Zij zouden er niets van begrepen hebben. Dit was uw persoonlijke stichting. Daarom sprak ik over de stichting door de heer Emil Molt. Dat is mijn absolute overtuiging. Dat het kinderen uit de arbeidersklasse waren, was puur te danken aan de omstandigheden waaronder de sociale beweging in 1919 van start ging. Wat er op het spel staat, is uw vertrouwen in de antroposofische zaak.
Zo is het allemaal begonnen. Ik geloof zelfs niet dat het ministerie van Württemberg, gezien de omstandigheden destijds, zich minder zorgen zou hebben gemaakt over de school vanwege het vertrouwen dat in u gesteld was, 

Blz. 211

hätte, als auf das Renommee der Waldorf-Astoria hin. Dies ist notwendig, daß das stramm festgehalten worden wäre.
Es ist das etwas, was in gewisser Weise berechtigt war: sich loszulösen von der Waldorf-Astoria, weil man unter allen Umständen in die Sache hineinkommen mußte. Wenn wir die Schule vor die Welt hingestellt haben, so war meine Absicht nicht, sie auf die Waldorf-Astoria zu beschränken, sondern der Welt klarzumachen, daß sie etwas tun soll, daß es nicht eine Waldorf-Astoria-Schule bleibt. Die Waldorf-Astoria würde nach ihrer eigenen Meinung, so wie heute die
Stimmung ist, zufrieden sein, wenn Sie eines Tages sagen würden, wir schmeißen die Schule hinaus. Vielleicht würde damit das Renommee der Waldorf-Astoria gehoben werden können. Vielleicht sinkt dieses Renommee bei gewissen Leuten unter dem Einfluß der Gründung.
Einen gewissen Grund, die Waldorf als solche mit der Schule in
Verbindung zu bringen, haben Sie eigentlich nicht. Denn tatsächlich, für uns sind Sie die Persönlichkeit, die verstanden hat, eine Initiative zu entfalten. Es kommt mir so vor, daß wir mit Ihnen alles zu tun haben wollen, und mit der Waldorf nichts zu tun haben wollen.
Stellen Sie sich vor, es stünde jemand anderes auf Ihrem Posten, so
würde der Kulturfonds nicht um 80 000 Mark erweitert worden sein.

dan in de reputatie van de Waldorf-Astoria. Het was noodzakelijk dat daar strak aan vast gehouden zou zijn. Het was in zekere zin gerechtvaardigd: zich losmaken van Waldorf-Astoria, omdat men onder alle omstandigheden in het project moest stappen.
Toen we de school aan de wereld presenteerden, was het niet mijn bedoeling om het te beperken tot Waldorf-Astoria, maar om de wereld duidelijk te maken dat er iets moest gebeuren, dat het geen Waldorf-Astoria school moest blijven. De Waldorf-Astoria zou, gezien de huidige stemming, naar eigen zeggen tevreden zijn als we op een dag zouden zeggen: we gooien de school eruit. Misschien zou dat de reputatie van de Waldorf-Astoria verbeteren. Misschien zal die reputatie bij bepaalde mensen die onder invloed staan ​​van de oprichter juist achteruitgaan. U hebt eigenlijk geen enkele reden om Waldorf als zodanig met de school te associëren. Want inderdaad, voor ons bent u de persoonlijkheid die heeft begrepen hoe je een initiatief moet ontwikkelen. Het lijkt me dat we alles met u te maken willen hebben, en niets met Waldorf.
Stel je voor dat iemand anders in uw positie had gestaan, dan was het cultuurfonds niet met 80.000 mark verhoogd.

Das hat ja nichts zu tun mit der Waldorf-Astoria, sondern nur mit Ihnen. Daher wurde diese Summe, um diesen unpoetischen Ausdruck zu gebrauchen, abgeknüpft, und nicht die Waldorf-Astoria hat das Wohlwollen gehabt, das zur freien Verfügung zu stellen.
Wieviele haben wir Waldorfkinder? Wieviele andere Kinder?

Dit heeft niets met de Waldorf-Astoria te maken, maar alleen met
u. Daarom is dit bedrag, om het maar even onpoëtisch te zeggen, opzijgezet, en het was niet de Waldorf-Astoria die het zo vrijwillig beschikbaar stelde.
Hoeveel Waldorf-kinderen hebben we? En hoeveel andere kinderen?

X.: 164 Waldorfkinder, 100 Kinder von Anthroposophen, 100 fremde.

X: 164 Waldorf-kinderen, 100 kinderen van antroposofen, 100 van andere scholen.

Dr. Steiner: Jetzt ist die Verhältniszahl der Realität nach die denkbar ungünstigste. Wäre natürlich in Stuttgart freier Zuzug, dann würden die Anmeldungen gerade zahllos sein. Das ist kein Zweifel.
Es kommen außerordentlich viele Anfragen, die nicht zur Erledigung
führen, weil die Kinder keine Wohnung finden. Die Leute können die
Kinder nicht herschicken, sonst würden sehr viele Auswärtige kommen. Vorläufig steht die Sache so, daß es für die Wirksamkeit der Schule nach außen ungünstig ist. Dagegen wäre gerade jetzt der Zeitpunkt gewesen zu sagen, wir nehmen die 100 Kinder nicht auf aus dem Grunde, weil wir kein Geld haben. Am Ende des letzten Schuljahres, da hätten wir es tun können. Dann würden wir dieses Schuljahr zu eröffnen gehabt haben statt mit 465 mit 365 Kindern in den
alten Räumen. Dann würde die Sache reinlich zum Ausdruck gekommen sein. Dann hätten wir sagen können, die Waldorf-Astoria bezahle die Klassen

Op dit moment is de verhouding zo slecht mogelijk. Als er vrije immigratie naar Stuttgart zou zijn, dan zouden de aanvragen ontelbaar zijn. Dat staat buiten kijf. We ontvangen een buitengewoon groot aantal aanvragen die niet tot een oplossing leiden omdat de kinderen geen onderdak kunnen vinden. Mensen kunnen hun kinderen hier niet naartoe sturen, anders zouden er veel kinderen van buiten de regio komen. Op dit moment is de situatie zodanig dat het de effectiviteit van de school buiten de stad niet ten goede komt. Aan de andere kant was dit hét perfecte moment geweest om te zeggen: “We nemen die 100 kinderen niet aan, want we hebben er geen geld voor.” Dat hadden we aan het einde van het vorige schooljaar kunnen doen. Dan hadden we dit schooljaar met 365 kinderen in plaats van 465 in de oude lokalen kunnen beginnen. Dan was de kwestie duidelijk afgehandeld. Dan was de zaak duidelijk geformuleerd. Dan hadden we kunnen zeggen dat Waldorf-Astoria de kosten van de lessen betaalde.

Blz. 212

Es kommt zunächst darauf an, wie sich im Waldorfschulverein herausstellen wird, was die reale Bilanz ist.

Nu gaat het er eerst om hoe de zaken binnen de Waldorf Schoolvereniging zich ontwikkelen, wat de uiteindelijke balans zal zijn.

X.: Es ist eine vorbereitet.

X.: Er is er een in voorbereiding.

Dr. Steiner: Es sind immer die Sachen in Vorbereitung! Das sagt man mir bis zur letzten Stunde meiner Abreise. Wir müßten in bezug auf diese Dinge dahin kommen, daß die Sachen im Stadium der Vorbereitung sind während der Zeit, bis ich ankomme. Alle finanziellen Dinge sind immer in Vorbereitung, wenn ich abreise. Gewöhnlich auch, wenn ich zurückkomme.
Es ist ohne weiteres klar, daß es auf finanzielle Fragen hinausläuft.
Wir werden doch jetzt, nachdem die Sache angefangen hat, nicht so leicht stoppen, wie wir es hätten tun können am Ende des letzten Schuljahres. Wir stehen nächste Ostern vor derselben Situation. Wir müssen Geld schaffen. Daß die Waldorfschule weiter finanziert werden muß, das ist schon klar. Da fragt es sich aber, ob wohl der Waldorfschulverein die entsprechende Behörde sein kann. Nach seiner bisherigen Fähigkeit ist er es nicht.

Er wordt altijd voorbereid! Dat is wat mij tot op het laatste moment van mijn vertrek is verteld. Wat deze zaken betreft, moeten we ervoor zorgen dat de voorbereidingen in de fase vóór mijn aankomst in gang zijn gezet. Alle financiële zaken worden altijd voorbereid wanneer ik vertrek. Meestal ook wanneer ik terugkom.
Het is overduidelijk dat het allemaal om financiële kwesties draait.
We kunnen nu, nu dit eenmaal begonnen is, niet zomaar stoppen zoals we aan het einde van het vorige schooljaar wel hadden gekund. We zullen volgend jaar met Pasen weer in dezelfde situatie zitten. We moeten geld inzamelen. Dat de Waldorfschool gefinancierd moet blijven, is al duidelijk. Maar de vraag is of de Waldorf Schoolvereniging daartoe de juiste instantie is. Gezien haar huidige mogelijkheden is dat niet het geval.

X.; Wäre es nicht ein Weg, den Eltern, die jetzt ihre Kinder anmelden, zu
sagen, wir haben nichts mehr?

X.; Zou het niet een manier zijn om de ouders die hun kinderen nu inschrijven te vertellen: “We hebben geen plek meer”?

Dr. Steiner: Das ist eine Art Skandal. Nächste Ostern können wir es schon machen. Besser ist es, wenn wir schauen, daß wir Geld bekommen.
Wenn man die Sache auf eine allgemeinere Basis stellen könnte!
Wenn die Wege gefunden werden könnten, so wäre es gut. Man möchte auch gern etwas tun bei dem jetzigen Hochschulkurs in Dornach. Es muß die Schulangelegenheit auf einer anderen Basis betrieben werden.

Dat is een soort schandaal. We kunnen het volgend Pasen doen. Het is beter als we proberen wat financiering te krijgen.
Als we de zaak eens op een meer algemene basis konden plaatsen!
Als er oplossingen gevonden konden worden, zou dat goed zijn. We willen ook iets doen aan de huidige hogeschoolopleiding in Dornach. De schoolkwestie moet op een andere manier worden aangepakt.

Sehen Sie, ich habe Ihnen gesagt, am wenigsten bekommt man Geld für Dornach. Am leichtesten für ein Sanatorium. Dazwischen könnte man Geld bekommen für ein Schulwesen. Wir haben einen praktischen Fall gehabt in Dornach, wo wir sehen konnten, es bestand bei einer Gruppe von Menschen nicht das geringste Interesse, für Dornach viel zu tun. Als ein anderer Mensch gekommen war, um etwas Sanatoriummäßiges zu gründen, da war das etwas, was mit dem größten Interesse aufgenommen worden ist. Da waren alle wie
Quecksilber. In dem Augenblick, wo es sich um so etwas handelt, bekommt man Geld. Mitten darinnen würde das Schulwesen liegen.
Da würde man wissen, die Wege zu finden, wenn aus dem, was wir bisher gegründet haben, uns eben nicht fortwährend die Hindernisse

Kijk, ik zei het al, je krijgt het minste geld voor Dornach. Het meeste voor een sanatorium. Daartussenin zou je geld kunnen krijgen voor een schoolsysteem. We hadden een praktisch voorbeeld in Dornach, waar we zagen dat een groep mensen absoluut geen interesse had om veel voor Dornach te doen. Toen iemand anders zich meldde om zoiets als een sanatorium op te zetten, werd dat met de grootste belangstelling ontvangen. Iedereen reageerde als een sprankje hoop. Zodra zoiets gebeurt, krijg je geld. Het schoolsysteem zou daar precies tussenin vallen. Daar zou je de weg wel kunnen vinden, als de obstakels die we tot nu toe hebben gecreëerd ons niet constant in de weg staan.

Blz. 213

in den Weg gelegt werden. Es handelt sich darum, daß alle Leute, die bei uns arbeiten, zusammenwirken, und keine solche innere Opposition entgegengestellt werde, wie es jetzt geschieht.
Vorläufig haben wir alle den guten Willen, Bücher zu führen über dasjenige, was bei uns ausgegeben wird, aber keine Meinung, daß auch etwas eingenommen wird. Leute erklären sich bereit, ganze Nächte zu arbeiten, wenn es darauf ankommt, die Gelder auszugeben. Aber dasjenige, was vor allen Dingen notwendig wäre, daß etwas eingenommen wird, da findet man eine innere Opposition.
Wenn wir nicht unsere finanziellen Angelegenheiten auf eine gesundere Basis stellen, ist man nicht mehr imstande, den Leuten Geld abzunehmen. Wir müssen Leute finden, die uns das Geld verwalten, das wir den Leuten abknüpfen. Vorläufig finden wir keine anderen Menschen als diejenigen, die zum Schreiben von fünf Ziffern ein neues Amt schaffen wollen.
Das ist innerhalb des Lehrerkollegiums gesagt. Es darf nicht eine Fama werden. Aber die anthroposophisch treulichen Mitarbeiter müssen wissen, wo die Sorge besteht. Die Sorge für die Schule hängt mit dem anderen innig zusammen. Wir haben einen außerordentlichen Mangel an Leuten, die geschäftsmäßig etwas führen können. Daran kranken wir.

Het punt is dat alle mensen die bij ons werken moeten samenwerken, en dat er geen sprake mag zijn van interne tegenstand zoals nu het geval is.
Voorlopig hebben we allemaal de goede intentie om bij te houden wat er wordt uitgegeven, maar we hebben geen idee of er daadwerkelijk iets binnenkomt. Mensen zijn bereid om hele nachten door te werken als het gaat om het uitgeven van geld. Maar als het erop aankomt wat het meest nodig is – dat er daadwerkelijk iets binnenkomt – dan stuiten we op interne tegenstand. Als we onze financiën niet op orde brengen, kunnen we geen geld meer van mensen aannemen. We moeten mensen vinden die het geld dat we van mensen aannemen, kunnen beheren. Voorlopig vinden we geen andere mensen dan degenen die een nieuwe functie willen creëren om vijfcijferige bedragen te kunnen uitschrijven.
Dit is binnen het docententeam besproken. Het mag geen gerucht worden. Maar de antroposofisch betrokken medewerkers moeten weten waar de zorgen precies liggen. De zorgen over de school hangen nauw samen met het andere probleem. We hebben een enorm tekort aan mensen die zaken professioneel kunnen beheren. Dat is wat ons problemen bezorgt.

Wir brauchen nicht in der Misere zu stecken. Das weiß Herr Molt ebensogut wie ich. Er leidet furchtbar. Er wird erdrückt von der absoluten Unmöglichkeit,
zur Erweiterung der Arbeit auf wirtschaftlichem Gebiet Persönlichkeiten zu finden, die es können.
Die Schule ist Ihr Verdienst. Die anderen haben sich doch passiv dazu verhalten. Wenn man in der Öffentlichkeit von der Waldorf als solcher redet, dann kann man es nicht ändern. Wenn man aber redet von der Waldorfschule, dann muß man es trennen. Die haben nicht die Mittel gegeben. Sie haben es ihnen doch abgeknüpft. Die haben sich einverstanden erklärt, wie man sich als Vater einem Sohn gegenüber einverstanden erklärt, der zuviel ausgibt. Schließlich liegt die Sache doch so!
Wir werden sehen, daß wir eine kurze Sitzung des Kollegiums haben können, aber erst müssen wir die Sitzung des Vorstandes des Waldorfschulvereins haben. Dann wollen wir eine Sitzung des Kollegiums ansetzen, damit die Sache in Ordnung kommt auf irgendeine

We hoeven niet in de misère te zitten. Meneer Molt weet dat net zo goed als ik. Hij lijdt er vreselijk onder. Hij is gebroken door de absolute onmogelijkheid om mensen te vinden die in staat zijn de school economisch uit te breiden.
De school is uw verdienste. De anderen zijn passief gebleven. Als je publiekelijk spreekt over Waldorf als zodanig, kun je er niets aan veranderen. Maar als je spreekt over de Waldorfschool, dan moet je die twee zaken scheiden. Ze hebben de fondsen niet verstrekt. Ze hebben het van u afgepakt. Ze waren het met elkaar eens, zoals een vader het er mee eens is dat zijn zoon te veel uitgeeft. Uiteindelijk is dat nu eenmaal zo!
We zullen kijken of we een korte vergadering van de docenten kunnen houden, maar eerst moeten we de vergadering van het bestuur van de Waldorf School Vereniging hebben. Daarna willen we een vergadering van de docenten plannen, zodat de zaak op de een of andere manier wordt opgelost.
GA 300A/205

GA 300A  inhoudsopgave

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3503-3291

.

.

.

 

 

 

 

 

VRIJESCHOOL – Breinbreker (nieuw)

.

Het is altijd handig om een map te hebben liggen met een voorraad opgaven die kinderen kunnen maken in ‘verloren ogenblikken’: wanneer ze met alles (snel) klaar zijn of wanneer ze graag extra werk doen, enz.

Welke ring moet je doorknippen zodanig dat ze dan allemaal los zijn:

rechts, links of onder?

.

Oplossing later

Alle breinbrekers

Alle ‘gewone’ raadsels

Alle taalraadsels

Alle rekenraadsels

.

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over de levensgeest (GA 58 en 59)

.

In de ‘Algemene menskunde’ staat Steiner niet lang stil bij de begrippen ‘geest(es)zelf – levensgeest – geest(es)mens. Ze worden summier benoemd in de 1e voordracht – in de vertaling op blz. 23 – wanneer hij over de wezensdelen spreekt. Zie het artikel daarover en in voordracht 4.
Hier worden de drie begrippen in verband gebracht met de drie vormen van (hoogste) wil.
De ‘wens’ met het geestzelf; ‘het voornemen’ met de levensgeest en ‘het besluit’ met de geestmens.

Wanneer hij in zijn boeken GA 9 en GA 13 over de wezensdelen spreekt, komen ze uiteraard aan bod.
Opmerkingen daaruit heb ik weergegeven in dit artikel.

Wanneer je mijn inleidingen op deze stof op je laat inwerken, zal, wat Steiner in de voordrachten zegt, makkelijker te vatten zijn.

Zoals ik voor het geestzelf heb gezocht naar omschrijvingen in andere voordrachten, wetend dat Steiner het telkens weer anders zegt of met nieuwe gezichtspunten komt, doe ik dit nu ook voor de levensgeest.

GA 58

Blz. 55

Dann kann das Ich stärker und stärker werden, und es wandelt dann auch
den Äther- oder Lebensleib um. Dasjenige, was das Ich umgewandelt hat am Äther- oder Lebensleib, das bezeichnen wir als Lebensgeist.

Dan [wanneer het Ik aan het astraallijf heeft gewerkt] kan het Ik steeds sterker worden en dan wordt ook het ether- of levenslijf veranderd. Wat het Ik daaraan veranderd noemen we levensgeest.
GA 58/55
Niet vertaald

Blz. 225

Wie der Mensch heute lebt, hat er einen Teil seines astralischen Leibes umgewandelt in Manas.
Weiter wird es dem Menschen in der Zukunft möglich sein, seinen Ätherleib umzugestalten; und den so umgestalteten Teil des Ätherleibes nennt man den «Lebensgeist», oder die «Buddhi» mit einem Ausdruck der orientalischen Philosophie.

Zoals de mens tegenwoordig is, heeft hij een deel van zijn astrale lichaam omgewerkt tot manas. Verder zal de mens in de toekomst in staat zijn zijn etherlichaam om te werken. En dat omgewerkte deel van het etherlichaam wordt ‘levensgeest’ genoemd of ‘boeddhi’, met een uitdrukking uit de oosterse filosofie.
GA 58/225
Vertaald/125

GA 59

Blz. 15

Wenn das Ich in einer anderen, intensiveren Weise nicht nur in den astralischen Leib, sondern auch in den Ätherleib hineinarbeitet, nennen wir den vom Ich aus umgearbeiteten Teil des Ätherleibes den Lebensgeist oder mit einem Ausdruck der orientalischen Philosophie die Buddhi.

Wanneer het Ik op een andere, intensievere manier niet alleen aan het astraallijf werkt, maar ook aan het etherlijf, noemen we dat door het Ik omgewerkte deel van het etherlijf de levensgeest of met een term uit de oosterse filosofie boeddhi.
GA 59/15
Niet vertaald

.

Algemene menskunde: voordracht 1 – alle artikelen

Algemene menskundealle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3502-3290

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Sociale driegeleding (1-4-3)

.

In de tijd dat het coronavirus actief was, schreef John Hogervorst het volgende:

.

John Hogervorst, Nieuwabrief Driegonaal, mei 2020
.

Dubbel werkend vaccin tegen een economisch virus
.

Al lang staat de economie bloot aan een virus dat zich in de 20e eeuw over de hele wereld heeft verspreid. Resistentie tegen het virus is nog niet voldoende ontwikkeld zodat er nog dagelijks nieuwe slachtoffers vallen. De kwalijke verschijnselen die het virus met zich meebrengt zijn van ongekende proportie en bedreigen mens en aarde. Het virus nestelt zich in de ene na de andere onderneming.
In de volksmond staat het bekend onder de naam ‘egoïsme’, anderen noemen het ‘winstmaximalisatie’. In ondernemingen dringt het met groot gemak binnen: het vindt zijn toegang via de eigendomsconstructie. Is de rechtsvorm van de onderneming zodanig dat deze privé-eigendom is, dan staan de deuren wagenwijd open voor het virus.
Eenmaal binnen, dringt het virus door in alle hoeken en gaten van de onderneming; het wil elk aspect van de bedrijfsvoering naar zijn hand zetten. Leveranciers en medewerkers ontvangen zo min mogelijk. Schadelijke effecten van de bedrijfsvoering – op de gezondheid van mensen of op het milieu – zijn toegestaan, zolang wetten en regels, en de controle daarop, dat niet onverstandig doen zijn. Aan de klant wordt geleverd tegen de hoogst mogelijke prijs.
Dat ondernemingen privé-eigendom zijn, stelt eigenaren (investeerders, aandeelhouders) in de gelegenheid hun rendementseisen alsmaar op te schroeven. Ondernemingen richten zich daarom op korte termijn doelen en maximalisering van de winst. Een reeks problemen, die ons allemaal bekend zijn, hangt hier direct mee samen:
– werknemers die tegen een hongerloon werken en in mensonwaardige omstandigheden leven;
– steeds grotere verschillen in de verdeling van welvaart, wereldwijd
– aantasting van de aarde;
– verstoring van regionale economieën door eenzijdige landbouwproductie ten behoeve van de westerse consument; ontvolking van het platteland;
– verspilling van grondstoffen en het opraken van hulpbronnen;
– toepassing van nieuwe technologie zonder dat mogelijke schadelijkheid voor de gezondheid (van mens en aarde) voldoende onderzocht is;
– het onderwerpen en naar zijn hand zetten van onderwijs, cultuur en wetenschap;
– het binnendringen van ‘vrijemarktprincipes’ in de zorg;
– grenzeloze manipulatie van de consument en het binnendringen in diens privésfeer.
En deze opsomming kan nog aangevuld worden…
Het is niet de bedoeling dat het bovenstaande moralistisch wordt opgevat. Het lijkt mij een beschrijving van de werkelijkheid. Bovendien zijn wij zelf deel van het probleem, bijvoorbeeld via spaargeld, pensioenvoorziening of levensverzekering, want ook ‘eigenaar’. Samen houden wij het virus in stand.
Kan dat niet anders? – Een aantal ondernemingen in Nederland heeft hun rechtsvorm zó gekozen dat zij, verenigd in Stichting Sleipnir, werken op basis van een gebruiksrecht in plaats van een eigendomsrecht. De onderliggende gedachte is eenvoudig: ondernemingen zijn geen privé-eigendom maar zijn steeds, tijdelijk, in het beheer van degene(n) die daartoe capabel zijn: de ondernemer(s). Het werken op basis van het gebruiksrecht zorgt ervoor dat een onderneming niet meer kan worden ingezet ten behoeve van eigenbelang. Ondernemingen kunnen niet meer verhandeld kunnen worden. Zij blijven voortbestaan zolang zij in een behoefte (van klanten) voorzien en worden tijdens hun levenscyclus eventueel door elkaar opvolgende ondernemers geleid. Die ondernemers kunnen zich volledig richten op het zo goed mogelijk vervullen van de wensen van de klant en worden niet (meer) op- en aangejaagd door rendementseisen die eigenaren dwingend inbrengen. Daarmee verdienen de ondernemer en zijn medewerkers hun brood. Daarbij zullen zij ontdekken, als zij het al niet wisten, dat het voor het floreren van een onderneming op de lange termijn vanzelfsprekend is om duurzame relaties op te bouwen, met leveranciers, medewerkers en klanten. In veel familiebedrijven, die van generatie op generatie overgaan, is dit besef springlevend. Die duurzame relaties ontstaan op basis van het besef van wederzijdse afhankelijkheid. Mogelijk is het nog nodig dit besef van afhankelijkheid, en de daarop te grondvesten duurzame relatie, uit te breiden met het inzicht dat wij ook ten opzichte van de aarde, en alles dat de aarde ons biedt, in wederzijdse afhankelijkheid verkeren.
Nu de overheid/belastingbetaler op het punt staat miljarden in de economie te pompen om de gevolgen van de coronacrisis af te dempen, doet zich een unieke gelegenheid voor. Want waarom zouden wij van al die miljarden, laten we zeggen, niet één miljard in een potje (een fonds) stoppen, bestemd voor ondernemers die een onderneming willen starten (of een bestaande onderneming willen omvormen) in een vorm zonder eigendomsrecht maar op basis van gebruiksrecht?
Aan het fonds worden twee voorwaarden meegegeven: elke besteding van middelen uit het fonds gebeurt in volledige openheid, en middelen worden alleen besteed aan ondernemingen waarvan gewaarborgd is dat zij niet in privébezit kunnen komen. Met een miljard en deze twee voorwaarden op pad gestuurd, zullen kring van ervaren ondernemers de weg wel vinden om dit fonds praktisch in te richten. Vast en zeker zijn er honderden, zo niet duizenden jonge ondernemende mensen die de geboden kans graag aanpakken.
Deze besteding van belastinggeld is verre te verkiezen boven het in stand houden van werkgelegenheid van mensen voor wie geen werk (meer) is (voor hen moet ‘andere werkgelegenheid geschapen’ worden – door nieuwe ondernemers bijvoorbeeld!); en verre te verkiezen boven het ondersteunen van bedrijven die in de afgelopen jaren (en langer) miljoenen of meer naar hun aandeelhouders gedragen hebben, en nu vooraan in de rij staan om hun handje op te houden voor staatssteun zonder iets aan hun (eigendoms)structuur te doen.
Met dat ene miljard wordt niet één, maar worden twee crises bestreden.

John Hogervorst

(Dit is een bewerkte versie van een fragment uit: Gedachten, kansen & perspectieven in tijden van corona, ISBN 9789492326461, verkrijgbaar in de boekhandel of via onze webwinkel)

.

Meer van John Hogervorst

Sociale driegeledingalle artikelen  op deze blog

100 jaar vrijeschoolalle artikelen

Vrijeschool in beeld: alle beelden

.

3501-3289

.

.

.

.

 

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over godsdienstonderwijs (GA 303)

.

Als Rudolf Steiner in 1919 de cursussen geeft voor de op- en inrichting van de eerste vrijeschool in Stuttgart, worden uiteraard ook de vakken genoemd die onderwezen gaan worden.

Het was in die tijd gebruikelijk dat in het ‘openbare’ onderwijs – laat ik voor het gemak maar zeggen: dominee of pastoor – onderwijs gaven over de geloofsrichting die zij vertegenwoordigden: die dienst die ze aan hun god wilden bewijzen, dus godsdienstonderwijs.

De kinderen die naar de vrijeschool komen, krijgen geen antroposofische godsdienst. Steiner wil van de vrijeschool geen wereldbeschouwelijke school maken, ‘slechts’ een methodeschool.
Dat heeft hij vele keren benadrukt!

Maar wanneer niet-confessionele ouders – aanvankelijk de antroposofisch zich oriënterende ouders – ook voor hun kinderen godsdienstonderwijs ‘vanuit de antroposofie’ willen, geeft Steiner daar richtlijnen voor. Dat noemt hij bewust ‘wereldbeschouwing’, antroposofisch georiënteerde wereldbeschouwing’.
Nu wordt ook ‘de handeling’ genoemd.

Voordracht 16 gaat diep in op wat ‘religieuze gevoelens’ zijn en hoe belangrijk die zijn voor het opgroeiende kind. M.n. dankbaarheid en liefde.
.

GA 303         vertaald

 Die gesunde Entwickelung des Menschenwesens

Gezondmakend onderwijs

Voordracht 8, Dornach 30 december 1921

Die Einrichtung der Waldorfschule

Blz. 146     vertaald/159-160

Also eine Weltanschauungsschule wollten wir ganz gewiß nicht
schaffen, wie man leicht denken könnte, wenn man äußerlich hört: da
haben die Anthroposophen eine Schule begründet; sondern es handelt
sich darum, Anthroposophie in die pädagogische Praxis hineinzutragen.
Daher war es mir auch verhältnismäßig gleichgültig, den Gipfelpunkt des Weltanschauungslebens, die religiöse Weltanschauung, einfach den entsprechenden Vertretern der traditionellen Religionsbekenntnisse zu überlassen. Und so wurde denn der katholische Religionsunterricht ruhig dem katholischen Pfarrer, der evangelische dem evangelischen Pfarrer zur Verfügung gestellt. Wir hatten keine Angst, daß
nicht dasjenige, was sie verderben, wieder gutgemacht werden kann
durch ein anderes. Aber es stellte sich dabei die Sache so heraus, daß,
als unser Freund Emil Molt die Waldorfschule in Stuttgart begründete,
zunächst das Hauptkontingent der Kinder die Proletarierkinder seiner
Fabrik waren.

We wilden zeer zeker geen school op basis van een wereldbeschouwing oprichten. Dat zou men gemakkelijk kunnen denken als men hoort zeggen: de antroposofen hebben een school opgericht. — Nee, het gaat erom antroposofie pedagogisch in praktijk te brengen.
Daarom was het mij ook betrekkelijk om het even om het toppunt van het wereldbeschouwingsleven, de religieuze wereldbeschouwing gewoon aan de overeenkomstige vertegenwoordigers van de traditionele geloofsbekentenissen over te laten. En zo konden we dan het katholieke godsdienstonderwijs rustig aan de katholieke priester, het protestantse aan de protestantse dominee overlaten. We waren bang dat we niet dat wat zij aan uiterlijke invloeden fout zouden kunnen doen, niet weer zouden kunnen goedmaken. Maar de zaak verliep zo dat toen onze vriend Emil Molt de vrijeschool, de ‘Waldorfschule’ in Stuttgart oprichtte, het grootste deel van de kinderen uit de arbeidersgezinnen van zijn fabriek kwam.

Es waren zum großen Teil Dissidentenkinder, Kinder die, wenn sie in eine andere Schule gegangen wären, eben an gar keinem Religionsunterricht teilgenommen hätten, die religionslos aufgewachsen wären. Für die stellte sich sowohl bei den Kindern selbst in der Art, wie das eben bei Kindern in Erscheinung treten kann, wie bei den Eltern der Kinder das Bedürfnis ein, nun doch so etwas zu haben, und da mußten wir doch unseren freien Religionsunterricht für die Kinder einrichten. Er wird dann, geradeso wie der evangelische Unterricht vom evangelischen Pfarrer, der katholische Unterricht von einem katholischen Priester erteilt wird, von unseren Lehrern erteilt, die sich dann auch als gegenüber dem übrigen Lehrplan zugelassene Religionslehrer betrachten. So wird dann anthroposophischer Religionsunterricht erteilt. Und wir haben es dazu gebracht, daß dieser freie, anthroposophische Religionsunterricht, heute schon für viele andere Kinder auch, aber gerade sehr Vielversprechendes für Proletarierkinder bedeutet.
Da tritt nun eine besondere Schwierigkeit auf; denn wir haben eine

Dat waren voor het grootste deel ‘dissidente’ kinderen, kinderen die als zij naar een andere school waren gegaan, helemaal niet aan het godsdienstonderwijs hadden deelgenomen. Ze zouden zonder religie zijn opgegroeid. Zowel bij de kinderen zelf, op de wijze zoals dat bij kinderen kan gebeuren, als bij hun ouders ontstond de behoefte nu toch ook iets dergelijks te hebben. Toen moesten wij aan de kinderen vrij godsdienstonderwijs gaan geven. Die lessen worden dan, net als de evangelische lessen door een evangelische dominee, de katholieke lessen door een katholieke priester gegeven worden, door onze leraren gegeven, die zichzelf dan ook beschouwen als volgens het leerplan toegelaten godsdienstleraren. Zo wordt dan antroposofisch godsdienstonderwijs gegeven. En nu is het dan zover dat dit vrije, antroposofische godsdienstonderwijs tegenwoordig ook al voor vele andere kinderen, maar vooral voor arbeiderskinderen, heel veel betekent.
Nu doet zich een bijzondere moeilijkheid voor, want de

Blz. 147    vertaald/160

Anthroposophie für Erwachsene, und der Lehrer hat heute, wenn er
seinen anthroposophischen Religionsunterricht erteilt, nun damit zu
ringen, für dasjenige, was er da mit den Kindern durchzunehmen hat,
Inhalte zu schaffen. Es ist dasjenige, was anthroposophische Weltanschauung ist, erst in die Form zu gießen, in der es an das Kind herangebracht werden kann. Und an dieser Bearbeitung, nun einer modernen, dem Menschengeiste entsprechenden Weltanschauung für das Kind, arbeiten wir vielfach. Da ist es in der Tat notwendig, tief einzugehen, wie weit zum Beispiel Symbole, die man gebrauchen muß, auf das Kind wirken, und wie da Imponderabilien in Betracht kommen.

antroposofie is voor volwassenen bedoeld, en voor de leraar is het nu, wanneer hij zijn antroposofische godsdienstonderwijs geeft, een hele worsteling om inhouden te creëren voor wat hij met de kinderen wil behandelen. De antroposofische wereldbeschouwing moet eerst in een vorm gegoten worden die aan het kind kan worden aangeboden. En aan een derge
lijke bewerking van een moderne, bij de menselijke geest passende wereldbeschouwing voor het kind werken wij veelvuldig. Daarbij is het inderdaad nodig diep in te gaan op hoe sterk bijvoorbeeld symbolen die je moet gebruiken, op het kind inwerken en hoe daar imponderabilia bij in aanmerking komen.
GA 303/146-147
Vertaald/259-160

Blz. 154    vertaald/168

Ich habe gesagt, wie wir selber genötigt waren, auch eine Art an­throposophischen Religionsunterrichtes für die Kinder zu geben. Aber sehr bald stellte sich gerade zu diesem anthroposophischen Religions­unterricht hinzu ein anderes Bedürfnis ein, und wir mußten dazu über­gehen, eine Sonntagshandlung einzuführen, die etwas Kultartiges hat und an der die Kinder mit einer großen religiösen Inbrunst teilnehmen. Das Kultmäßige, das im Bilde an den Menschen herantritt, ist ja wirk­lich etwas, was von der Seite der Anschauung her in das Gemüt, in die religiöse Empfindung sich hineinzieht. Und so übt diese kleine Kultus­handlung, die an jedem Sonntagvormittag mit den Kindern vorgenom­men wird, auch einen außerordentlich vertiefenden Einfluß auf das Kindergemüt aus.

Ik heb verteld hoe wij zelf genoodzaakt waren ook een soort antroposofische godsdienstles voor de kinderen te geven. Maar al spoedig ontstond naast dit antroposofische godsdienstonderwijs een andere behoefte. We moesten ertoe overgaan een zondagshandeling in te voeren, die iets van een cultus heeft en waaraan de kinderen met grote religieuze innigheid deelnemen. Het cultusachtige, dat in beelden tot de mensen komt, is echt iets wat via het waarnemen in het gemoed, in het religieuze gevoel naar binnen trekt. En zo oefent deze kleine cultische handeling, die we iedere zondagochtend met de kinderen houden, ook een buitengewoon verdiepende invloed uit op het gemoed van het kind.
GA 303/154
Vertaald/168

Voordracht 16, Dornach 7 januari 1922

Die ethische und religiöse Erziehung im besonderen

Blz. 294     vertaald/328

Man fühlt sich gedrängt, wenn es heute auch nur aphoristisch ge­schehen kann, von der ethischen, von der moralisch-religiösen Erzie­hungskunst zu reden, man fühlt sich ja gerade dann auf der einen Seite gedrängt, an das Allgemein-Menschliche, das als solches Allge­mein-Menschliches über die ganze Erde hin ausgebreitet ist und den Unterschied von Völkern und Rassen nicht kennt, an dieses Allgemein-Menschliche zu appellieren. Man weiß aber auch auf der anderen Seite, daß es schier unmöglich ist, gerade auf diesen Gebieten, die so sehr mit dem Inneren des Menschen zu tun haben, heute schon von einem allge­mein menschlichen Gesichtspunkte aus so zu sprechen, daß man von den Angehörigen aller Nationen restlos verstanden werden könnte. Denn man braucht sich es nur an einem Beispiel einmal zu veranschaulichen

Je voelt dringend de behoefte, ook al kun je dat nu slechts kernachtig doen, over de ethische, over de moreel-religieuze opvoedkunst te spreken. Enerzijds voel je je juist dan gedrongen te appelleren aan het algemeen menselijke, het algemeen menselijke dat als zodanig over de hele aarde is verspreid en het onderscheid tussen volkeren en rassen niet kent. Anderzijds weet je echter ook dat het welhaast onmogelijk is juist op deze gebieden, die zo sterk met het innerlijk van de mens te maken hebben, tegenwoordig al vanuit een algemeen menselijk gezichtspunt zo te spreken dat je door de inwoners van alle naties volkomen begrepen kunt worden. Want je hoeft maar door een voorbeeld aan te tonen hoe

Blz. 295

wie differenziert die Menschen über die Erde hin in bezug auf ihre mora­lischen Empfindungen und in bezug auf ihre religiösen Lebensauffas­sungen sind, und man wird schon sehen, wie beengt man sich fühlt, wenn man an irgendeinem Punkte der Erde über das ethisch-religiöse Gebiet sprechen will, weil einfach gerade dieses mit dem Innersten des Menschen so eng zusammenhängende Gebiet nur richtig verstanden werden kann, wenn es aus Volkstum und aus Religionsbekenntnis her­aus verstanden wird.
In bezug auf alles, was ich bisher schon vorgebracht habe, konnte
ich etwas viel mehr Allgemein-Menschliches sagen, als ich Ihnen heute
werde sagen können. Anthroposophische Weltanschauung ist einmal
dazu da, um die verschiedensten Brücken zu schlagen über dasjenige
hin, was die Menschen in Nationen, in Rassen und so weiter trennt.
Sie fühlt sich ihrer tiefsten Anlage nach gedrungen, durchaus international zu sprechen. Und sie fühlt es daher auch ganz besonders, wie schwierig es ist, über die intimsten Gebiete des menschlichen Lebens gerade im Sinne der heutigen Zivilisation der Erde – und das ist ja nun schließlich die Wirklichkeit, mit der wir es in der Gegenwart zu tun haben -, gerade im Sinne der heutigen Zivilisation über die Erde hin zu sprechen. Daher werde ich Sie bitten müssen, dasjenige, was ich heute vorbringe, durchaus von dem eben angedeuteten Gesichtspunkte aus zu fassen. Denn, wie gesagt, man braucht sich nur an einem Beispiel klarzumachen, wie differenziert die Menschen in bezug auf das
Charakterisierte sind.

verschillend de mensen over heel de aarde met betrekking tot hun religieuze levensopvattingen zijn. En je ziet al hoe beperkt je je voelt als je waar dan ook op een of ander punt op aarde over het ethisch-religieuze gebied wilt spreken, omdat juist dit met het meest innerlijke van de mens gewoonweg zo nauw samenhangende gebied alleen goed begrepen kan worden als het vanuit de volksaard en de religieuze opvatting begrepen wordt. Met betrekking tot alles wat ik tot nu toe al ter sprake heb gebracht, kan ik iets veel meer algemeen-menselijks vertellen dan ik u vandaag zal kunnen zeggen. De antroposofische wereldbeschouwing is er nu eenmaal om de meest uiteenlopende bruggen te slaan tussen alles wat de mensen in naties, in rassen enzovoort scheidt. Zij voelt zich in haar diepste aanleg gedrongen absoluut internationaal te spreken. En ze voelt dan ook heel sterk hoe moeilijk het is om te spreken over de intiemste gebieden van het menselijk leven juist in de zin van de huidige beschaving van de aarde — en dat is toch uiteindelijk de werkelijkheid waarmee we tegenwoordig te maken hebben -, juist in de zin van de huidige beschaving overal op aarde. Vandaar dat ik u zal moeten verzoeken dat wat ik vandaag ter sprake breng, beslist vanuit het zojuist aangegeven gezichtspunt op te vatten. Want, zoals gezegd, je hoeft maar aan de hand van een voorbeeld duidelijk te maken hoe verschillend de mensen zijn met betrekking tot wat hier genoemd wordt.
GA 303/294-295    
Vertaald/328

Blz. 297   vertaald 331

Und man muß, wenn man für die Menschheit auf der Erde überhaupt Verständnis gewinnen will in bezug auf ihre ethisch-reli­giösen Ziele, sich auf der einen Seite die Vorurteilslosigkeit aneignen, nicht irgendein Ideal an sich für wertvoller zu halten als das andere, sondern ein jedes nur verstehen zu wollen. Man muß auf der anderen Seite aber auch versuchen, ein jedes zu verstehen.

Aber gerade das will anthroposophische Weltan­schauung, daß die Menschen die Möglichkeit gewinnen, sich über die Erde hin zu verständigen. Sie will daher eine, zwar nicht im physischen Sinne gemeinte, aber doch eine Sprache sprechen, welche auch gegen­über der heutigen, unmittelbar gegenwärtigen Zivilisation überall ver­standen werden kann. Das wird heute natürlich nur in eingeschränk­tem Maße der Fall sein können. Aber gerade dann, wenn wir dieses eingeschränkte Maß beobachten wollen, werden wir zu dem hingeführt werden können, was uns dann die Sache von einem etwas weiteren Gesichtspunkte empfinden läßt.

En je moet, als je voor de mensheid op de aarde überhaupt begrip wilt krijgen met betrekking tot hun ethisch-religieuze doelstellingen, je enerzijds de onbevangenheid eigen maken om niet het ene ideaal op zich als waardevoller te beschouwen dan het andere, maar beide te willen begrijpen. Je moet anderzijds ook proberen beide idealen te begrijpen.
Maar dit is precies wat de antroposofische wereldbeschouwing wil, dat de mensen de mogelijkheid ontwikkelen elkaar overal op aarde te verstaan. Ze wil daarom een, weliswaar niet in de fysieke betekenis bedoelde, maar toch een taal spreken die ook tegenover de huidige, direct aanwezige beschaving overal verstaan kan worden. Dat zal tegenwoordig natuurlijk slechts in beperkte mate het geval kunnen zijn. Maar juist als wij deze beperkte mate willen beschouwen, kunnen we daar heen geleid worden, wat ons dan de zaak vanuit een wijder perspectief laat ervaren. Want zodra je eenmaal wat hier gezegd is helder inziet, wordt het je direct duidelijk hoe weinig wij eigenlijk op ethisch-religieuze manier kunnen bereiken als wij bepaalde religieuze inhouden of zelfs al ethische inhouden aan de kinderen leren. We zouden de kinderen dan hoogstens tot christenen of tot joden, tot katholieken of tot protestanten kunnen opvoeden, in de zin zoals wij dat zelf zijn. Maar uit iedere opvoedkunst moet buitengesloten worden dat we ernaar streven de mensen zo op te voeden dat zij zoals wijzelf worden.
GA 303/297
Vertaald/331

Blz. 299  vertaald  334

An das Inhaltliche von Weltauffassungen, Religionsbekenntnissen, ethischen Impulsen, werden wir uns also, wenn wir ein ethisch-reli­giöses Leben wirklich heranerziehen wollen, nicht halten können. Wir werden vielmehr das Innere des Menschen so ergreifen müssen, daß er sich in der Weise, wie es ihm nach seiner Lebenssituation, man möchte sagen, vom Schicksal aufgegeben ist, in einer freien Weise in dasjenige hineinfindet, was er auf diesem Gebiete mit seinen Mitmenschen Ge­meinsames haben muß, damit er mit ihnen sozial zusammenwirken kann. Also werden wir, wenn wir eine ethisch-religiöse Erziehung geben wollen, zunächst nicht an die Erkenntnis appellieren müssen; denn die

Aan het inhoudelijke van wereldbeschouwingen, geloofsbelijdenissen, ethische impulsen zullen we ons dus, als we de kinderen werkelijk een ethisch-religieus leven door opvoeding willen bijbrengen, niet kunnen houden. Veeleer zullen we het innerlijk van de mens zo moeten aangrijpen dat hij op de manier zoals die hem al naargelang zijn levenssituatie, laat ik zeggen, door het noodlot gegeven is, op een vrije manier vertrouwd raakt met wat hij op dit gebied met zijn medemensen gemeenschappelijk moet hebben om met hen sociaal te kunnen samenwerken. Dus zullen we, als we een ethisch-religieuze opvoeding willen verzorgen, in eerste instantie niet aan de kennis moeten appelleren. Want kennis

Blz. 300      vertaald 334-335

Erkenntnis ist ja gerade dasjenige, was uns zwar die Inhalte abgibt, was uns aber keine Möglichkeit gibt, uns in ein intim Seelisches hineinzuleben. Dennoch aber, indem wir die Erkenntnis, indem wir das Den­ken von den drei Seelenkräften Denken, Fühlen und Wollen in der Schule werden pflegen müssen, werden wir auch dem Denken gegenüber uns klar sein müssen, daß dieses Denken wird einmünden müs­sen in ein religiöses, in ein ethisch-sittliches Ziel. Dasjenige, an das wir uns werden halten müssen bei der sittlichen, bei der moralisch-religiösen Erziehung, das wird das menschliche Fühlen sein. Auch das Wollen kann es nicht unmittelbar sein; denn in bezug auf sein Wollen wird der Mensch in die Sozietät hineingestellt, und dasjenige, was er im Wollen vollbringen muß, wird vielfach durch diese Sozietät und ihre Forderungen bestimmt.
Weder an das Denken, das die eindeutige Richtung geben will, noch an das Wollen, welches seine Impulse aus der Sozietät aufnehmen muß, können wir uns wenden, wohl aber besonders an das Fühlen, das in einer gewissen Beziehung jeder Mensch für sich hat.

is nou juist dat wat ons weliswaar van inhoud voorziet, maar wat ons geen mogelijkheid biedt ons op een intiem psychisch element in te leven. Maar toch, doordat we de kennis, doordat we het denken van de drie zielenkrachten denken, voelen en willen in de school zullen moeten verzorgen, zal het voor ons ook wat betreft het denken helder moeten zijn dat dit denken zal moeten uitmonden in een religieus, in en ethisch-moreel doel. Waar we ons aan zullen moeten houden bij de morele, bij de moreel-religieuze opvoeding, dat zal het menselijk voelen zijn. Ook het willen kan het niet rechtstreeks zijn; want met betrekking tot zijn willen wordt de mens in de maatschappij gezet, en dat wat hij in het willen tot stand moet brengen, wordt veelal door deze maatschappij en haar eisen bepaald.

Noch tot het denken, dat de eenduidige richting wil aangeven, noch tot het willen, dat zijn impulsen uit de maatschappij moet oppakken, kunnen we ons wenden; wel echter tot het voelen, dat ieder mens in zekere zin voor zichzelf heeft.

Und wenn wir an das im Unterricht und in der Erziehung appellieren, dann werden wir diejenigen Kräfte in der Menschenseele treffen, die moralisch und religiös zu fassen sind. Aber wir müssen doch den Unterricht über Denken, Fühlen und Wollen ausdehnen. Wir müssen gleichmäßig alle Seelenkräfte ausbilden. Wir können selbstverständlich nicht das Den­ken nur so ausbilden, daß es eine Sache für sich ist, und auch das Wol­len können wir nicht so ausbilden, daß es eine Sache für sich ist, son­dern wir werden das Gefühlsleben in das Denken und in das Wollen gerade zum Ziele der Erziehung und des Unterrichts hineintragen müssen.
Und da kann uns in bezug auf das Denken nur eine auf anthropo­sophische Grundlage gestellte Welt- und Menschenerkenntnis entge­genkommen; denn diese, auf solche Grundlage gestellte Welt- und Menschenerkenntnis, darf durchaus auf einer physischen Grundlage auf­bauen. Sie darf in unbefangener Weise Physik, Chemie und so weiter pflegen, ohne daß der Mensch diese Dinge so pflegt, daß er von ihnen nicht aufsteigen könnte, indem er sich in den Gedankeninhalt vertieft, der ihm von der Welt gegeben wird, zu einer geistigen, zu einer übersinnlichen

En als we daaraan in onderwijs en opvoeding appelleren, dan zullen we die krachten in de ziel van de mens oproepen die moreel en religieus te vatten zijn. Maar we moeten het onderwijs toch uitbreiden over denken, voelen en willen. We moeten gelijkmatig alle zielenkrachten ontwikkelen. Vanzelfsprekend kunnen we niet het denken slechts zo ontwikkelen dat het op zichzelf staat, en ook het willen kunnen we niet zo ontwikkelen dat het op zichzelf staat; nee, we zullen het gevoelsleven in het denken en in het willen moeten brengen, juist als doel van onze opvoeding en ons onderwijs.
En daarbij kan ons wat betreft het denken alleen een op antroposofische grondslag geplaatst inzicht in mens en wereld tegemoetkomen. Want deze op zo’n basis geplaatst inzicht in mens en wereld mag beslist op een fysieke basis zijn gebaseerd. Ze mag op onbevangen wijze natuurkunde, scheikunde enzovoort beoefenen zonder dat de mens deze dingen zo beoefent dat hij daarvan, doordat hij zich verdiept in de gedachte-inhoud die hem door de wereld gegeven wordt, niet zou kunnen opstijgen naar een geestelijke, naar een bovenzinnelijke

Blz. 301   vertaald  335-336

Welt. Und indem er von der Erkenntnis aus zu der geistig-übersinnlichen Welt kommt, wird eben nicht bloß sein Denken in An­spruch genommen, sondern auch sein Gefühl; denn in demselben Mo­mente, wo wir die Erkenntnis in dieser Art bis zum Übersinnlichen weit genug treiben, beginnen wir ein moralisches Verhältnis zu den Weltengründen, zu den übersinnlichen Wesenheiten zu bekommen.
Und dieses Gefühl, das ist das erste Element unter den drei Seelenelementen, an das wir für die moralisch-religiöse Erziehung appellie­ren müssen. Es ist dieses Gefühl das Gefühl der Dankbarkeit. Dieses Gefühl der Dankbarkeit, das in einer gewissen Beziehung in unserem heutigen Erziehungswesen eine ziemlich unbewußte Rolle spielt, ist dasjenige, was wir ganz systematisch in allen seinen Formen vom Be­ginne der Schulerziehung heranentwickeln müssen in den einzelnen Stücken des konkreten Lebens, wo wir versuchen sollen, schon in dem Kinde allem gegenüber, das ihm gegeben wird, das Dankbarkeitsge­fühl zu entwickeln.

wereld. En doordat hij vanuit het inzicht tot de geestelijk-bovenzinnelijke wereld komt, wordt niet alleen op zijn denken een beroep gedaan, maar ook op zijn gevoel. Want op hetzelfde moment waarop we het inzicht op deze wijze ver genoeg voeren tot in het bovenzinnelijke, beginnen we een morele verhouding te krijgen tot de wereldgronden, tot de bovenzinnelijke wezens.
En dit gevoel is het eerste element onder de drie zielselementen waaraan we voor de moreel-religieuze opvoeding moeten appelleren. Dit gevoel is het gevoel van dankbaarheid. Dit gevoel van dankbaarheid, dat in zeker opzicht in onze huidige opvoeding een tamelijk onbewuste rol speelt, is dat wat we heel systematisch in al zijn vormen vanaf het begin van de schoolopvoeding moeten aanleren in de verschillende delen van het concrete leven, waar we moeten proberen al in het kind het dankbaarheidsgevoel te ontwikkelen jegens alles wat hem gegeven wordt.

Und wenn dieses Dankbarkeitsgefühl in der richtigen Weise ent­wickelt wird, dann steht es so da im Seelenleben, daß es bis in die höchsten Gebiete der Weltgesetzmäßigkeit’ die wir durch die Erkennt­nis gewinnen, hinaufgehen kann. Dann fühlt der Mensch die Natur um sich herum, lernt deren Gesetze kennen, sieht sich dann als Mensch in diese Natur hineingestellt, lernt wissen, daß dasjenige, was er mit sei­nen Sinnen von dieser Natur erkennen lernt, ihn niemals zum Men­schen machen würde, sondern er lernt eine solche Menschenwissenschaft erkennen, die ihn auf dasjenige hinweist, was über die Natur hinaus­geht und doch durch Erkenntnis sich erreichen läßt. Er fühlt als Mensch in sich nicht nur eine alles überschreitende, universelle Gesetzmäßig­keit der Welt, er fühlt ein Wesenhaftes der Welt im Geiste, und seine Erkenntnis beginnt da von selbst in das Dankbarkeitsgefühl überzu­gehen gegenüber denjenigen Wesen, die ihn in die Welt hereingestellt haben, gegenüber den übersinnlichen Wesen; zu dem Dank gegenüber dem göttlichen Wesen erweitert sich die Erkenntnis. Und keine Er­kenntnis ist dem jungen Menschen richtig beigebracht, die nicht zu­letzt in Dankbarkeitsgefühle gegenüber der übersinnlichen Welt aus­quillt.

En als dit dankbaarheidsgevoel op de juiste manier wordt ontwikkeld, dan is het zo in het zielenleven aanwezig dat het tot in de hoogste gebieden van de wereldwetmatigheid, die we door kennis verkrijgen, kan opgaan. Dan voelt de mens de natuur om zich heen, leert de wetten ervan kennen, ziet zich dan als mens in de natuur geplaatst, leert weten dat wat hij met zijn zintuigen over deze natuur leert kennen hem nooit tot mens zal maken. Maar hij leert een menswetenschap kennen die hem erop wijst wat boven de natuur uitgaat en toch door inzicht te bereiken is. Hij voelt als mens in zich niet alleen een alles overschrijdende, universele wetmatigheid van de wereld, hij voelt iets wezenlijks van de wereld in de geest, en zijn inzicht begint daar vanzelf over te gaan in het dankbaarheidsgevoel jegens de wezens die hem in de wereld hebben gezet, jegens de bovenzinnelijke wezens. Het inzicht breidt zich uit tot de dank jegens de goddelijke wezens. En geen enkele kennis wordt de jonge mensen goed bijgebracht die niet uiteindelijk in dankbaarheidsgevoelens jegens de bovenzinnelijke wereld uitstroomt.

Blz. 302      vertaald 336-337

Das erste also, was uns innerhalb der drei Elemente des menschlichen Seelenlebens in das ethisch-religiöse Gebiet hinleitet, das wir
heranerziehen müssen, ist das Dankbarkeitsgefühl; das schließt auch
sonst im Leben schon die Erkenntnis ein; denn wir müssen eine erkenntnismäßige Anschauung von dem haben, wofür wir dankbar sein
sollen. In Dankesgefühlen umschlingt das Gefühlsleben schon im äußerlich praktischen Leben das Erkenntnisleben. Und so appellieren wir
nicht an irgendwelches Übermitteln eines traditionellen Religionsbekenntnisses – das überlassen wir eben dem besonderen Religionsunterricht, der dann aber auch in der richtigen Weise sich in das Leben hineinstellen kann, wenn ihm in dieser Weise vorgearbeitet wird -, wir appellieren zunächst mit Bezug auf das Denken an das Dankbarkeitsgefühl.
Und wenn wir dann an das eigentliche Gefühlsleben herantreten,
dann entdecken wir im Gefühlsleben erst in der rechten Weise dasjenige, was nun das menschliche Innenleben aus sich selbst herausführt,
das menschliche Innenleben in die äußere Welt hineinführt. Im Dankbarkeitsgefühl stehen wir den anderen Wesen gegenüber. Wenn wir
aber mit unserem eigenen Leben uns in das andere Wesen so hineinfinden, daß wir es in einem gewissen Sinne miterleben, dann entwickelt
sich für das Gefühlsleben dasjenige, was wir die Liebe nennen in Wirklichkeit.

Dus het eerste wat ons binnen de drie elementen van het menselijke zieleleven het ethisch-religieuze gebied binnenvoert, wat we door opvoeding moeten bij brengen, is het dankbaarheidsgevoel. Dat sluit dat inzicht ook in de andere facetten van het leven in. Want we moeten een op inzicht gebaseerde opvatting hebben van dat waarvoor we dankbaar moeten zijn. In dankgevoelens omhelst het gevoelsleven in het uiterlijke praktische leven al het kennisleven, het inzicht. En zo appelleren we niet aan het overbrengen van een traditionele religieuze belijdenis — dat laten we gewoon aan het speciale religieuze onderwijs over, dat zich echter ook op de juiste manier in het leven kan plaatsen wanneer op deze manier het voorwerk ervoor wordt gedaan —; we appelleren in eerste instantie met betrekking tot het denken aan het gevoel van dankbaarheid.
En als we dan het eigenlijke gevoelsleven betreden, dan ontdekken we in het gevoelsleven pas op de juiste wijze wat nu het menselijk innerlijk leven uit zichzelf wegvoert, het menselijk innerlijk leven in de uiterlijke wereld binnenvoert. In het dankbaarheidsgevoel staan we tegenover de andere wezens. Maar als we met ons eigen leven zo met het andere wezen vertrouwd raken dat we het in zekere zin meebeleven, dan ontwikkelt zich voor het gevoelsleven datgene wat we liefde in de ware zin van het woord noemen.

Die Liebe ist das zweite Element, das gepflegt sein will im
Hinblicke auf das moralisch-religiöse Leben. Die Liebe, die wir in der
Schule pflegen können, praktisch dadurch, daß wir alles tun, damit die
einzelnen Schulkinder untereinander sich lieben; die Liebe, der wir
eine feste Grundlage geben, wenn wir dasjenige, was aus dem Nachahmungsprinzip zum Autoritätsprinzip geworden ist zwischen dem
neunten und zehnten Lebensjahre, so übergehen lassen können durch
unser ganzes Gebaren in der Schule, daß die Autoritätsempfindung sich
ganz allmählich in die Liebe-Empfindung, in die wahre Liebe-Empfindung, die mit Hochachtung verknüpft ist, gegenüber dem Lehrer und
Erzieher verwandeln.
Dann begründen wir ein Zweifaches für das Leben. Wir begründen
dasjenige, was in einem uralten Wahrspruch enthalten ist: «Liebe deinen Nächsten als dich selbst.» Da wir aber zu gleicher Zeit die Dank-

De liefde is het tweede element dat verzorgd wil worden met het oog op het moreel-religieuze leven. De liefde die we op school kunnen verzorgen, praktisch kunnen verzorgen door alles te doen om ervoor te zorgen dat de schoolkinderen elkaar liefhebben; die liefde die we een vaste basis geven als we datgene wat uit het nabootsingsprincipe tot autoriteitsprincipe geworden is, tussen het negende en tiende jaar zo kunnen laten overgaan door onze hele manier van doen op school, dat we het autoriteitsgevoel heel geleidelijk omvormen tot het liefdegevoel, tot het ware liefdegevoel, dat met eerbied verbonden is, jegens de leraar en de opvoeder.

Dan leggen we voor het leven de basis voor twee dingen. We leggen de basis voor wat in een oeroude kernspreuk is overgeleverd: ‘Heb je naasten lief als jezelf. Maar omdat we gelijktijdig de dankbaarheid ontwikkelen en deze dankbaarheid

Blz. 303  vertaald  blz.  337

barkeit entwickeln, und diese Dankbarkeit uns hinüberweist zur Erkenntnis der Welt, so fügt sich zu diesem: «Liebe deinen Nächsten als dich selbst» hinzu das: «Liebe das göttliche Wesen über alles.»
Solche Wahrsprüche sind heute natürlich jedem geläufig, denn sie
klingen aus uralten Jahrhunderten zu uns herüber; aber darauf kommt
es nicht an, daß wir sie in theoretischem Denken wiederholen, sondern
daß wir aus unserer unmittelbaren Gegenwart heraus – und in jedem
Zeitalter wird ja das Leben der Menschheit ein neues – die Mittel finden, sie wiederum praktisch in das Leben hineinzustellen. Das heutige Leben betont immer: «Liebe deinen Nächsten als dich selbst und Gott über alles.» Man kann nicht viel davon sehen! – Gerade das Schulleben wird dazu beitragen müssen, daß diese Dinge nicht bloß besprochen werden, daß sie wiederum belebt werden.

ons doorverwijst naar het inzicht in de wereld, dan voegt zich bij dit ‘Heb je naasten lief als jezelf het ‘Heb het goddelijk wezen lief boven alles’.

Dergelijke kernspreuken zijn tegenwoordig natuurlijk voor iedereen heel bekend, want ze klinken ons uit oude tijden tegemoet. Het gaat er echter niet om dat we ze in een theoretisch denken herhalen, maar dat we vanuit onze directe aanwezigheid – en in ieder tijdperk wordt het leven van de mensheid nieuw – de middelen vinden hen weer praktisch in het leven te plaatsen. Het leven van tegenwoordig benadrukt steeds: ‘Heb je naasten lief als jezelf en God boven alles”. Daar is nu niet veel van te zien! Juist het schoolleven zal er een bijdrage aan moeten leveren dat deze dingen niet alleen besproken worden, maar dat ze weer tot leven gewekt worden.
GA 303/299
Vertaald/337

Fragenbeantwortung

Beantwoorden van vragen

Dornacht, 1 januari 1922

Het gaat om ‘slecht gedrag van de leerlingen’. Steiner gaat dan in op ‘de schuld geven’, een vorm van ‘zonde’. 
‘Zonde’ is ook iets wat een onderwerp in het godsdienstonderwijs zou kunnen zijn. Daarover zegt Steiner:

Blz. 318   vertaald/353

( )  dieses Beibringen eines solchen Verständnisses für die Sünde würde etwas in die Seele des Kindes gießen, was das ganze Leben hindurch bliebe als eine ge­wisse Unsicherheit im Leben. Ich möchte sagen, wenn ich mich psycho­analytisch ausdrücken will, eine verborgene Seelenprovinz würde man schaffen, die im wirklichen Leben dann eine Art Vakuum schaffen würde, eine Art Seelenprovinz, die gewissermaßen immer eine Leere in sich hat und eine Schwäche bedeutete gegenüber einem mehr tat­kräftigen Zugreifen im Leben.

Maar juist dit we willen dit nu echt zonder religieus vooroordeel bezien —, juist dit aanleren van een dergelijk begrip van zonde zou iets in de ziel van het kind gieten wat het hele leven lang als een bepaalde onzekerheid aanwezig zou blijven. Ik zou willen zeggen, als ik mij psychoanalytisch wil uitdrukken, je zou een verborgen zielsgebied creëren dat in het werkelijke leven dan een soort vacuüm zou scheppen, een soort zielsgebied dat in zekere zin altijd leegte in zich zou hebben en een zwakte zou betekenen in plaats van een meer daadkrachtige aanpak van het leven.
GA 303/318
Vertaald/353 

.

Rudolf Steiner: godsdienstonderwijs alle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3500-3288

.

.

.

.