WAT VIND JE OP DEZE BLOG?

.

.

Via onderstaande rubrieken vind je de weg naar meer dan 3200 artikelen

Kleinere en grotere, makkelijk toegankelijke en die meer studie vragen; direct met de vrijeschool te maken hebbend of zijdelings: de meest uitgebreide vrijeschoolsite die er te vinden is.

Ondanks regelmatige controle komt het voor dat bepaalde links niet werken. Waarschuw me s.v.p.     vspedagogie voeg toe apenstaartje gmail punt com
.

RUDOLF STEINER
alle artikelen
wat zegt hij over——
waar vind je Steiner over pedagogie(k) en vrijeschool–
een verkenning van zijn ‘Algemene menskunde’


AARDRIJKSKUNDE
alle artikelen

BESPREKING VAN KINDERBOEKEN
alle auteurs
alle boeken
leeftijden
over illustraties

BORDTEKENEN zie TEKENEN

DIERKUNDE
alle artikelen

EURITMIE
Alle artikelen

GESCHIEDENIS
alle artikelen

GETUIGSCHRIFT
alle artikelen

GEZONDHEID – die van de leerkracht
Alle artikelen

GODSDIENST zie RELIGIE

GYMNASTIEK
alle artikelen

HANDVAARDIGHEIDSONDERWIJS
a
lle artikelen

HEEMKUNDE
alle artikelen

JAARFEESTEN
alle artikelen

KERSTSPELEN
Alle artikelen

KINDERBESPREKING
alle artikelen

KLASSEN alle artikelen:
peuters/kleutersklas 1; klas 2; klas 3; klas 4; klas 5; klas 6; klas 7; klas 8; klas 9: klas 10; klas 11; klas 12

LEERPLAN
alle artikelen

LEERPROBLEMEN
alle artikelen

LEZEN-SCHRIJVEN
alle artikelen

LINKS
Naar andere websites en blogs met vrijeschoolachtergronden; vakken; lesvoorbeelden enz

MEETKUNDE
alle artikelen

MENSKUNDE EN PEDAGOGIE
Alle artikelen

MINERALOGIE
alle artikelen

MUZIEK
Alle artikelen

NATUURKUNDE
alle artikelen

NEDERLANDSE TAAL
alle artikelen

NIET-NEDERLANDSE TALEN
alle artikelen

ONTWIKKELINGSFASEN
alle artikelen

OPSPATTEND GRIND
alle artikelen

OPVOEDINGSVRAGEN
alle artikelen

PLANTKUNDE
alle artikelen

REKENEN
alle artikelen

RELIGIE
Religieus onderwijs
vensteruur

REMEDIAL TEACHING
[1]  [2]

SCHEIKUNDE
Alle artikelen

SCHILDEREN
Alle artikelen

SCHRIJVEN – LEZEN
alle artikelen

SOCIALE DRIEGELEDING
alle artikelen
hierbij ook: vrijeschool en vrijheid van onderwijs

SPEL
alle artikelen

SPRAAK
spraakoefeningen
spraak/spreektherapie [1]    [2

STERRENKUNDE
Alle artikelen

TEKENEN
zwart/wit [2-1]
over arceren
[2-2]
over arceren met kleur; verschil met zwart/wit
voorbeelden
In klas 6
In klas 7
Bordtekenen [1]
Bordtekenen [2]

VERTELSTOF
alle artikelen

VOEDINGSLEER
7e klas: alle artikelen

VORMTEKENEN
alle artikelen

VRIJESCHOOL
Niet elders gerubriceerd: alle artikelen

Auschwitz en Gaza 2025
Ahriman en/in het onderwijs;
Grafische vormgeving bij Steiner
Interviews met oud-leerlingen
Is het alles goud wat er blinkt….?
Kritiek op de vrijeschool
Kunstzinnige vormgeving van een klaslokaal
Naamgeving en schrijfwijze vrijeschool;
Ochtendspreuk;
Organische architectuur;
Steiner lezen?
Uitgangspunten vrijeschool;
Vrijeschool en antroposofie;
Vrijheid van onderwijs;  
Worden wie je bent

bewegen in de klas
In de vrijeschool Den Haag wordt op een bijzondere manier bewogen.

bewegen in de klas
L.L.. Oosterom over: beweging tussen persoon en wereld; kind leert bewegend de wereld kennen; sport

.
EN VERDER:

geschiedenis van het Nederlandse onderwijs, een kleine schets

karakteriseren i.p.v. definiëren

lichaamsoriëntatie

(school)gebouw
organische bouw [1]     [2-1]    [2-2]

In de trein
onderwijzer Wilkeshuis over een paar ‘vrijeschoolkinderen’ in de trein
.

VRIJESCHOOL in beeld: bordtekeningen; schilderingen, tekeningen, transparanten enz.
voor klas 1 t/m 7; jaarfeesten; jaartafels

Deze blog wordt/werd bekeken in:

Afghanistan; Albanië; Algerije; Amerikaans-Samoa; Andorra; Angola; Argentinië; Armenië; Aruba; Australië; Azerbeidzjan; Bahama’s; Bahrein; Bangladesh; Belarus; België; Benin; Bolivia; Bosnië en Herzegovina; Brazilië; Brunei; Bulgarije; Burkina Faso; Burundi; Cambodja; Canada; Caribisch Nederland; Chili; China, Congo Kinshasa; Costa Rica; Cuba; Curaçao; Cyprus; Denemarken; Dominicaanse Republiek; Duitsland; Ecuador; Egypte; Estland; Ethiopië; Europese Unie; Finland; Filipijnen; Frankrijk; Frans-Guyana; Gambia; Georgië; Gibraltar; Griekenland; Ghana; Guadeloupe; Guatemala; Guyana; Haïti; Honduras; Hongarije; Hongkong; Ierland; IJsland; India: Indonesië; Isle of Man; Israël; Italië; Ivoorkust; Jamaica; Japan; Jemen; Jordanië; Kaapverdië; Kameroen; Kazachstan; Kenia; Kirgizië; Koeweit; Kroatië; Laos; Letland; Libanon; Liberia;  Libië; Liechtenstein; Litouwen; Luxemburg; Macedonië; Madagaskar; Maldiven; Maleisië; Mali; Malta; Marokko; Martinique; Mauritius; Mexico; Moldavië; Monaco; Mongolië; Montenegro; Myanmar; Namibië; Nederland; Nepal; Nicaragua; Nieuw-Zeeland; Nigeria; Noorwegen; Oeganda; Oekraïne; Oman; Oostenrijk; Pakistan; Panama; Paraguay; Peru; Polen; Portugal; Puerto Rico; Qatar; Réunion; Roemenië; Rusland; Saoedi-Arabië; Senegal; Servië; Sierra Leone; Singapore; Sint-Maarten; Slovenië; Slowakije; Soedan; Somalië; Spanje; Sri Lanka; Suriname; Syrië; Taiwan; Tanzania; Thailand; Togo; Tsjechië; Trinidad en Tobago; Tunesië; Turkije; Uruguay; Vanuatu; Venezuela; Verenigde Arabische Emiraten; Verenigde Staten; Verenigd Koninkrijk; Vietnam; Zambia; Zuid-Afrika; Zuid-Korea; Zweden; Zwitserland’ (156)

..

VRIJESCHOOL – Pesten (17-6)

.
Het Duitse vrijeschooltijdschrift ‘Erziehungskunst’ besteedde in het maartnummer 2026 met een reeks artikelen aandacht aan ‘pesten’.
Vertalingen van deze artikelen zijn te vinden onder nr.17 van ‘Opvoedingsvragen’ op deze blog.
Onderstaand een interview dat de hoofdredacteur hield met  Kirstin Heberer.

Anne Brockmann, Erziehungskunst 03-2026
.

Kirsten Heberer is het aanspreekpunt voor geweld en pesten bij de hulplijn van de Federatie van Onafhankelijke Waldorfscholen. Ze ontvangt dagelijks telefoontjes van ouders en personeel die om hulp vragen. Onze redacteur sprak met haar.
.

 

De betrokkenen zijn nooit schuldig
.

“We hebben dringend hulp nodig! Dit kan zo niet langer! Neem alsjeblieft contact op als je dit leest!”

Sommige e-mails die Kirsten Heberer ontvangt, klinken zo dramatisch. Sommige zijn verzonden vanaf speciaal aangemaakte adressen om de afzenders anoniem te houden. Soms zijn ze ondertekend met “een bezorgde moeder” of “ouders die niet weten wat ze moeten doen”.

Deze e-mails bevatten ook geen locatiegegevens. Waar speelt dit zich af? Op welke school? Er wordt geen informatie verstrekt.

Kirsten Heberer is een gecertificeerd maatschappelijk werker, supervisor en consultant voor inclusie en geweldspreventie. Als contactpersoon bij het ondersteuningscentrum van de Federatie van Onafhankelijke Waldorfscholen behandelt ze incidenten van pesten, psychisch en fysiek geweld en seksueel misbruik. “Het is niet ongebruikelijk dat mensen die hulp zoeken in eerste instantie hun identiteit verbergen.

Vaak komen angst en onzekerheid voort uit intimidatie en een dagelijks gevoel van machteloosheid dat simpelweg te groot is.

“Over het algemeen geldt: hoe meer ik weet, hoe beter ik kan reageren,” aldus Heberer. Het is niet ongebruikelijk dat mensen pas contact opnemen met een specialist nadat ze een Waldorf-school al hebben verlaten. Dit gebeurt vaak nadat getroffen kinderen of tieners bijvoorbeeld weken of maandenlang herhaaldelijk met buikpijn wakker zijn geworden op schooldagen, excuses hebben verzonnen om niet mee te gaan op schoolreisjes en excursies, of zelfs in de brugklas weer in bed zijn gaan plassen. De lijst met mogelijke symptomen is lang, maar de oorzaak kan meestal in één woord worden samengevat: pesten. Hierachter schuilt echter een complexe sociale dynamiek die wordt gekenmerkt door pesterijen, kwellingen en isolatie.De onderliggende kwestie is vaak het verwerven, uitoefenen en behouden van macht. De betrokken rollen zijn meestal onduidelijk en zouden net zo goed omgekeerd kunnen zijn. “Het is cruciaal om dit te benadrukken: slachtoffers van pesten zijn nooit schuldig aan hun situatie, aan wat hen overkomt.

Het kan echt iedereen overkomen,” verzekert Heberer, in de hoop de betrokkenen enige verlichting te bieden.

Projectie, conflict, ruzie – of pesten?

Wanneer een hulpvraag haar bereikt via de contact- en klachtenafdeling, is Heberers belangrijkste taak “onderzoek doen”. “Ik probeer zo nauwkeurig mogelijk te achterhalen wat er is gebeurd of gebeurt, wie de actieve en passieve deelnemers zijn, wat de omstandigheden zijn, welke stappen er mogelijk al zijn genomen en welk effect die hebben gehad,” legt ze uit.

Soms blijkt dat de ouder die hulp zoekt zelf gepest is en dit niet heeft kunnen verwerken. “In zulke gevallen kan het voorkomen dat een kind dat tijdelijk niet naar school wil of veranderingen in zijn of haar vriendenkring ervaart, dit als pesten interpreteert op basis van eigen ervaringen, terwijl het in feite gewoon ontwikkelingsfluctuaties zijn. Dan is het belangrijk om ouders aan te moedigen hun eigen verleden onder ogen te zien en vertrouwen te hebben in de ontwikkeling van hun kind,” aldus Heberer.

Soms is een incident net niet direct als pesten te bestempelen; het is eerder een conflict dat dreigt te escaleren. Heberer legt het verschil uit: “Bij een conflict is er onenigheid over de feiten. Verschillende belangen lijken niet te verzoenen. Bij pesten is dit feitelijke niveau allang verdwenen. Dan gaat het gewoon om het kleineren van een persoon of groep. Conflicten escaleren vaak tot pesten wanneer de betrokkenen geen oplossing voor hun probleem kunnen vinden. Daartussenin ligt de actieve betrokkenheid bij een conflict. “Argumenten zijn niet altijd objectief; soms lopen ze hoog op, oftewel emotioneel. Er worden niet alleen meningen, argumenten en zorgen uitgewisseld, maar ook beledigingen, scheldwoorden, beschuldigingen en insinuaties. En als deze niet worden ingetrokken, gecorrigeerd of waarvoor geen excuses worden aangeboden, kunnen ze de basis vormen voor later pestgedrag,” legt Heberer uit.

Maar het omgekeerde scenario is ook denkbaar. Ongelukkig opgeloste pestsituaties leiden vaak tot nieuwe conflicten. Bijvoorbeeld wanneer een kind en zijn of haar familie de school verlaten omdat ze daartoe zijn geadviseerd of omdat ze niet wisten wat ze anders moesten doen.
Heberer zegt: “Achteraf gezien spreken soms stemmen die eerst zwegen.”

De vis en zijn kop…

Stilzwijgen, de onwil om te spreken of te luisteren, het toekijken en wegkijken – dit zijn allemaal fundamentele componenten van pesten. Ze verspreiden een gevoel van collectieve machteloosheid over een groep, een klas of een docententeam. Na jarenlange ervaring in het onderwijs gebruikt Heberer een gezegde wanneer ze de oorzaken en ingangspunten van terugkerend pesten op Waldorfscholen bespreekt: “Over het algemeen rot de vis van de kop af.” Heberer verwijst naar de leiderschapsstructuur van de school. Of deze nu bijzonder smal of bijzonder breed is, brengt altijd risico’s met zich mee. “Een zeer smalle structuur betekent dat alles autoritair en van bovenaf wordt opgelegd – zelfs in de klas.” “Dan heb je docenten die zeggen: ‘Wat er achter deze deur gebeurt, is volledig aan mij.’ Ze hebben het gevoel: ‘Mijn ruimte, mijn klas, mijn ouders, mijn les’,” legt Heberer uit.

Een zeer ruime opvatting van structuur, daarentegen, komt neer op een laissez-faire houding. Heberer merkte op: “Er is vaak een gebrek aan verantwoording, en dat schept op zijn beurt een vruchtbare bodem voor misbruik.” De vermeende vrijheid betekent niet een gebrek aan verantwoordelijkheid; dit wordt vaak verkeerd geïnterpreteerd. Deze twee uitersten gaan vaak gepaard met uitspraken als: “Zo hebben we het altijd al gedaan.” Of: “Ja, ze schreeuwt veel, maar eigenlijk is ze een fantastische lerares. We zijn blij dat we haar hebben.” En ook: “In tijden van lerarentekort hebben we geen keus.”

Het personeel als rolmodel

De expert houdt zich echter niet primair bezig met gevallen van pesten onder leerlingen. De meeste scholen proberen dergelijke gevallen intern op te lossen. Heberer heeft vaker te maken met pesten onder het personeel. En meer dan ooit helpt het hen om perspectieven en informatie te verzamelen en een compleet beeld te vormen. Dit is immers al eerder gebeurd: leraren die via een rechtszaak probeerden terug te keren naar een school waar ze eerder waren ontslagen vanwege ernstig pedagogisch wangedrag, en die pestgedrag beweerden. Hoe dan ook, Heberer is er zeker van: “Wat de sfeer onder collega’s ook is, volwassenen mogen er nooit van uitgaan dat de leerlingen zich daar niet van bewust zijn.” Integendeel: jongeren hebben een zeer scherp oog voor wie geen inspraak heeft, niet serieus wordt genomen of zelfs de dienst uitmaakt. Naast het bevorderen van een algemeen vertrouwensvol schoolklimaat en het opleiden van mediators en conflictbemiddelaars, is Heberer ervan overtuigd dat de beste manier om pesten te voorkomen, collegiale samenwerking op basis van gelijkwaardigheid is – met duidelijke verantwoordelijkheden, ruimte voor ontwikkeling en transparantie – waarbij de focus altijd op het betreffende probleem ligt.

.

Erziehungskunst

Opvoedingsvragen: alle artikelen   pesten onder nr. 17

Ontwikkelingsfasenalle artikelen

Leerproblemenalle artikelen

Algemene menskundealle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3531-3317

.

.

.

.

 

 

 

VRIJESCHOOL – Vormtekenen – spiraal (3-2)

.

Bij vormtekenen gaat het om verschillende aspecten.

Die vind je hier.

Onder nr. 3 is sprake van ‘geometrische figuren’.
A.h.w. ‘oerfiguren’ die we duizenden jaren geleden al aantroffen. Die voor de mensen van toen een bepaalde betekenis hadden.

Welke betekenis: dat is moeilijk met zekerheid te zeggen.
Velen hebben er wel over nagedacht, gesproken en/of geschreven.
O.a. Mellie Uyldert. Haar gezichtspunten over de spiraal vind je hier.

Ook met de kinderen op de basisschool wordt de spiraal getekend als vormtekening.
Er wordt niet uitgegaan van een (infantiele) voorstelling om een slakkenhuis te gaan tekenen: nee, het gaat om de vorm pur sang.
Aanwijzingen daarvoor vind je onder het genoemde nummer 3, hierboven.

Het tekenen van spiralen wordt ook therapeutisch toegepast.

Zie daarvoor: Audrey MacAllens The extra lesson
Artikel     artikel     artikel   artikel

M.n. in dit artikel vind je fundamentele gezichtspunten over (o.a.) de spiraal.

 

spiraal 

Een zeer oud en wijdverbreid grafisch symbool, verwant met de cirkel en met concentrische cirkels, die op het eerste gezicht moeilijk van spiralen te onderscheiden zijn. Hoewel beide symbolen in theorie geheel verschillend moeten worden geïnterpreteerd, kan hun betekenis samenvallen wanneer vluchtig getekende, van het middelpunt naar buiten uitgaande golven (concentrische cirkels) in spiralen overgaan. In beginsel vormt de spiraal een dynamisch systeem, dat zich – al naar gelang de zienswijze – ofwel samenbalt, ofwel ‘ontwikkelt’, waarbij de beweging ofwel middelpuntzoekend, ofwel middelpuntvliedend is. De spiralen die in spiraalnevels (spiraalvormige sterrenstelsels) aan de hemel zichtbaar zijn (zij het niet met het blote oog), doen denken aan turbulenties (maalstroom, werveling) in stromend water, maar eveneens aan identieke draaikolken, die ontstaan als water of een andere vloeistof door een opening naar onderen wegstroomt. Een dergelijk symbool kan daarom heel goed het wegzinken in de ‘wateren van de dood’ aanduiden, net als dat het geval is met ‘golfkringen’ (concentrische cirkels). Dat zou dan verklaren, waarom zulke symbolische figuren vaak in rotsblokken van prehistorische megalithische grafmonumenten gegrift zijn. Het is echter ook denkbaar dat er een verband bestaat met de bewegingen van de sterren aan de nachtelijke hemel. Men heeft opgemerkt dat zulke petrogliefen (rotstekeningen) niet zelden via spleten door zonnestralen worden geraakt en doorsneden, en wel tijdens de zonnewende. Omdat ook de zon elke avond ‘in de westelijke zee ondergaat’ en de volgende ochtend weer in het oosten opduikt, kan het aanbrengen van zulke tekens ook samenhangen met het ideeëncomplex ‘sterven en herrijzen’.

Spiraal: spiraal opgerolde slang als speelbord. Kalksteenplaat, voordynastiek Egypte, ca 3500 jaar voor C.

In culturen die vertrouwd zijn met het gebruik van de pottenbakkersschijf, kunnen spiralen ook hun oorsprong hebben in de eenvoudige observatie, dat zulke figuren ontstaan als een voorwerp (of een vinger door de vochtige ronddraaiende klei van binnen naar buiten weegt. Natuurlijk kunnen degelijke eenvoudige figuren ontstaan zonder praktische doelstelling gemaakt zijn, als tijdspassering zonder enige diepere symbolische betekenis.

Interessant is de figuur van te dubbele spiraal, die beide elementen, het zich ontvouwen en het zich samenrollen (‘evolutie en involutie’) tot een eenheid verbindt. Men kan er evengoed het ‘ontstaan en vergaan’ uit aflezen als de omkeerbaarheid van dit proces. In die zin heeft men wel een dubbele spiraal in de schaamdriehoek van een neolithisch ‘moedergodin’ beeld uit Thracië geïnterpreteerd. In de Romaanse beeldhouwkunst werden er in plooien van het gewaad van Christusfiguren wel dubbele spiralen verwerkt.

Kunstig gevormde driepas-spiraal. Symbolisch ornament op megalitisch grafmonument ‘New Grange’, Ierland, bronstijd.

In prehistorische megalithische grafmonumenten komen ook driepas-spiralen voor, waarvan de betekenis naast het decoratieve element niet meer te achterhalen is. Hypothetisch blijft ook de symbolische samenhang tussen spiraal en labyrint, al doet de gedachte van een ‘moeilijke weg erin en weer eruit’ een verband vermoeden met de symboliek van sterven en herboren worden.

Bron: Prismapocket van de symbolen

.
De Egyptische spiraal doet ons denken aan de spiraalhinkelbaan:

Er bestaan veel afbeeldingen van spiralen:

Rode kool

 

 

 

Willem Beekman: Openbaar geheim.
In hoofdstuk 16 bespreekt hij de nautilus en  de spiraal.

Bron

 

wordt vervolgd

 

Vormtekenenalle artikelen

Menskunde en pedagogie: alle artikelen

Vrijeschool in beeld: alle beelden

.

3530-3316

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – actueel – schoolrijpheid

.

over schoolrijpheid

zie ook een interessant gezichtspunt van Ewald Vervaet i.v.m. het leesvaardigheidsvermogen van kleuters.

.

VRIJESCHOOL – Pesten (17-5)

.
Astrid Frank*, Erziehungskunst 03-2026
.

scholen moeten in actie komen

.

Statistisch gezien is er in Duitsland geen enkele schoolklas zonder pesten – en toch blijft het vaak onopgemerkt. Waarom is het zo moeilijk om pesten tijdig te herkennen, en welke rol speelt het inzicht van psychisch geweld bij leerkrachten hierin? Onze auteur legt uit waarom scholen dringend actie moeten ondernemen en hoe preventie succesvol kan zijn.

FFL – Friends for life, Vrienden voor het Leven. De titel van het filmproject dat de meisjes van klas 5 plannen, staat vast. En zoals de titel al doet vermoeden, gaat het over de leukste meidengroep ooit. Ella (naam veranderd) wil ook graag meedoen aan dit filmproject. En bij deze meidengroep horen. Ze is enthousiast als haar klasgenoten haar uitnodigen om hen tijdens de pauze in het meisjestoilet te ontmoeten. Daar zullen ze alles bespreken. Maar als Ella het toilet binnenkomt, is er niemand. Ella wacht. Ze wacht tot de bel gaat voor het einde van de pauze. Dan gaat ze terug naar het klaslokaal. Als ze binnenkomt, ziet ze lachende gezichten. Beschaamd gaat Ella op haar plek zitten. Een paar dagen later deelt een van de meisjes uitnodigingen uit voor haar verjaardagsfeestje. Ella krijgt ook een briefje. Dat had ze niet verwacht. Haar vreugde is des te groter.

Ze vouwt het briefje open en leest: “Dit is geen uitnodiging!”
Ze voelt de tranen opwellen als ze de anderen om haar heen hoort giechelen.

Om erachter te komen of het om ruzie gaat of om pesten is in het dagelijks schoolleven niet altijd even makkelijk.
Toch zijn er duidelijke signalen van beide. Conflicten kun je proberen op te lossen, maar bij pesten gaat het niet om doordrukken van eigenbelang, maar om het vernederen van een persoon.
Het gaat er niet om dat Ella niet meedoet aan het filmproject of niet is uitgenodigd voor het verjaardagsfeestje – het gaat erom haar te vernederen en macht te demonstreren. Het feit dat Ella zich al in een kwetsbare positie bevindt – ze staat immers alleen tegenover een groep – is een ander kenmerk van pesten.

Pesten vindt in het geheim plaats

Het herkennen van pesten in het dagelijks schoolleven is een uitdaging voor leerkrachten. Ten eerste omdat pesten – in ieder geval in eerste instantie – in het geheim plaatsvindt, bijvoorbeeld in de schooltoiletten.
Anderzijds omdat individuele incidenten, zelfs wanneer ze openbaar worden, niet in een tijdelijke bredere context worden geplaatst. Bovendien zijn leraren zich vaak niet bewust van de informatie en normatieve invloeden die hen en hun handelen beïnvloeden: wie moeten ze geloven wanneer het verhaal van een individu in tegenspraak is met dat van een groep? Stel je Ella’s emotionele toestand voor in het licht van herhaalde aanvallen en vernederingen. Hoe zou deze emotionele toestand haar lichaamstaal en gezichtsuitdrukkingen beïnvloeden? Opstandig? Verdrietig? Boos? Bang? Onzeker? Uitspraken als “Ze raakt altijd zo van streek” of “Ze huilt om elk klein dingetje” vinden veel weerklank – ze weerspiegelen precies wat de leraar op dat moment waarneemt.

Zelfs vrouwelijke leraren zijn niet immuun voor de effecten van groepsdruk. Zich in je eentje tegen een groep opstellen en eventueel hun afwijzing uitlokken, vereist moed en de overtuiging om op te komen voor wat juist is. Hoeveel gemakkelijker is het dan, gezien de buitensporige dagelijkse werkdruk, om je aan te sluiten bij de mening van de meerderheid en het individu te bestempelen als de vermeende storende factor. “Schoolleiders en leraren staan over het algemeen afwijzend tegen de situatie, dus wordt er vaak een oplossing gezocht ten koste van het slachtoffer, dat als symptoomdrager wordt gezien, in de vorm van een schooloverplaatsing als de weg van de minste weerstand”, legt advocate Beate zur Nieden uit, onder meer expert in schoolrecht.

Scholing is essentieel

Alleen wanneer leerkrachten voldoende en verplichte scholing krijgen in het voorkomen en aanpakken van pesten en een grondige kennis hebben van groepsdynamiek, kunnen ze pestgedrag vroegtijdig herkennen en de gevolgen beperken, zowel voor de slachtoffers als voor de hele groep. Want niet alleen worden de slachtoffers van pesten in het ergste geval levenslang negatief beïnvloed, maar leren alle groepsleden dat het legitiem en normaal is om voor jezelf op te komen en erkenning te krijgen door middel van psychisch geweld, en dat ze niet zullen stoppen. Zo verlaten jaarlijks honderdduizenden jongeren in Duitsland een school waar ze op de een of andere manier met pesten te maken hebben gehad – als slachtoffer, dader, medeplichtige, omstander of toeschouwer.

Pesten is alomtegenwoordig

Statistisch gezien is er in Duitsland geen schoolklas zonder pesten. Volgens het onderzoek “Gezondheidsgedrag bij schoolgaande kinderen” van de Wereldgezondheidsorganisatie uit 2022 wordt minstens één op de zeven leerlingen direct getroffen door pesten. Een representatief onderzoek van de Alliantie tegen Cyberpesten uit 2025 laat een sterke toename zien van pesten onder jongvolwassenen, juist in die leeftijdsgroep die net van school is gekomen. Decennialang is nagelaten om jongeren al tijdens hun schooltijd de vaardigheden bij te brengen om pesten aan te pakken. Tegelijkertijd is er volgens het Duitse schoolportaal een stijging van 37,1 procent in geweld op scholen en tegen leerkrachten tussen 2022 en 2024. De school staat hier voor een grote taak, waaraan zij op dit moment niet kan voldoen.

En dat kan ze ook niet, zolang ze van de politiek niet de middelen krijgt die daarvoor nodig zijn.

Uit de praktijk

Voor mij staat een jonge man. Er glinsteren tranen in zijn ogen. Het evenement dat ik voor tweehonderd 12- tot 15-jarige leerlingen heb gehouden, is net afgelopen. Maar de jongeman verlaat de ruimte niet samen met zijn klasgenoten. Hij vindt het belangrijk om me te vertellen dat hij zelf heeft meegemaakt waar ik 90 minuten lang over heb gesproken. Dat hij het uiteindelijk niet meer kon verdragen en van school is veranderd. Hoewel hij wist dat dat hij daarmee zijn enige vriend in de steek laat, die na hem de rol van slachtoffer zal vervullen. „Ik kon niet meer”, zegt hij. En ik begrijp wat hij daarmee bedoelt. Zijn kwetsbaarheid staat in schril contrast met zijn lengte, zijn krachtige verschijning en zijn opvallend diepe stem. Hij is niet, zoals zijn klasgenoten, 15 jaar oud. Hij is al 17. Hij heeft twee jaar verloren omdat zijn kracht niet meer toereikend was voor schoolprestaties. Hij had al zijn beschikbare kracht nodig om te overleven.

Door mij voelt hij zich begrepen, gezien, gehoord – en gerehabiliteerd. Maar nog belangrijker: hij heeft een school en een docententeam gevonden die bereid zijn om het thema actief aan te pakken, die zichzelf, hun rol en hun begrip van geweld in vraag stellen.

Het inzicht van de leerkrachten bij psychisch geweld is doorslaggevend

Vooral het begrip van psychisch geweld bij leerkrachten is bepalend voor de vraag of leerlingen zich binnen hun groep tegen pesten uitspreken. Als de verantwoordelijke volwassenen in de schoolomgeving pesterijen zoals beledigingen, uitlachen of uitsluiting tolereren, kan van leerlingen nauwelijks iets anders worden verwacht.
Het belang van het begrip van geweld bij leerkrachten in het omgaan met pesten werd onderzocht, bijvoorbeeld in het tijdschrift voor pedagogiek door Ludwig Bilz en anderen: Terwijl 95 procent van de ondervraagde leerkrachten handelingen zoals slaan of schoppen als geweld definieerde, was er slechts 53 procent voor wie schelden of uitlachen geweld vormde. In de lessen van leerkrachten met een breder begrip van geweld bleken echter significant meer leerlingen bereid om in te grijpen bij pesterijen die ze waarnamen.

Sociaalpsychologen noemen het fenomeen waarbij personen een situatie weliswaar als bedreigend ervaren, maar niet ingrijpen omdat ze denken dat alle anderen de situatie anders beoordelen dan zijzelf, ‘pluralistische onwetendheid’. Ze gedragen zich liever conform de groep en zien niet in dat velen hun mening delen.

Opvallend gedrag als gevolg van pesten?

Tijdens een bijscholing voor leerkrachten vraagt een deelneemster mij of er ook sprake is van pesten als het betrokken kind zich daadwerkelijk „irritant“ gedraagt. Ze geeft aan begrip te hebben voor het feit dat de andere leerlingen dit kind afwijzen. Het zou „te luidruchtig“, „te opdringerig“ en qua gedrag „opvallend“ zijn. Mijn antwoord, dat het ongeacht het gedrag van het kind om pesten gaat als het herhaaldelijk wordt beledigd, buitengesloten of uitgelachen, wil de lerares niet accepteren. Ook niet als ik haar probeer duidelijk te maken dat het ten eerste moeilijk is om vast te stellen of het gedrag van het kind daadwerkelijk de aanleiding is voor de afwijzing of misschien juist het gevolg ervan. En ten tweede dat zelfs gedrag van een kind dat als moeilijk wordt ervaren, nooit een rechtvaardiging voor geweld mag zijn.

Het misverstand dat hier naar mijn mening bestaat, ligt in de perceptie van pesten als normaal gekibbel, waardoor het ‘irritante’ kind in het ideale geval leert zich aan te passen aan de vermeende groepsnorm. In het beschreven geval heeft echter vooral de leerkracht zich aangepast aan de door de daders bepaalde groepsnorm, zonder zich daarvan bewust te zijn. Want, zoals gezegd, ook leerkrachten staan onder groepsdruk. Hoe stabieler het pestsysteem is, hoe meer alle groepsleden ervan overtuigd zijn dat het slachtoffer op de een of andere manier zelf schuldig is. We spreken dus van een omkering van dader en slachtoffer.

Pesten is geweld

Pesten wordt als een vorm van massaal emotioneel geweld gebagatelliseerd; de onderliggende psychologische factoren, zowel bij de dader, de groep als het slachtoffer, worden niet gezien of begrepen. Toch blijkt uit onderzoek – bijvoorbeeld van professor Dieter Wolke van de Universiteit van Warwick – dat de langetermijngevolgen van pesten vergelijkbaar zijn met die van mishandeling door volwassenen. En niemand zou ontkennen dat dit een vorm van geweld is! We weten dat depressies onder kinderen en jongeren voortdurend toenemen. Wat we ons echter vaak niet realiseren: 29 procent van alle depressies is toe te schrijven aan pesten. We weten dat het aantal voortijdige schoolverlaters gestaag stijgt. Maar we zijn ons er niet van bewust dat er in veel gevallen een verband bestaat tussen pesten en voortijdig schoolverlaten, zoals studies uit Groot-Brittannië en de VS aantonen.

Scholen moeten de problematiek aanpakken

De hier beschreven ervaringen uit mijn werk met leerlingen en leerkrachten zijn geen uitzonderingen. Toch behoren die scholen die bijscholingen voor leerkrachten en bijeenkomsten voor leerlingen organiseren, behoren tot de weinigen die deze problematiek onder ogen zien. Naar mijn mening negeren veel te veel schoolmedewerkers dit fenomeen. Pesten kan echter alleen ter plaatse worden aangepakt: op school en in het dagelijkse werk met de hele groep. Pesten is geen zaak die zich uitsluitend afspeelt tussen de daders (die in andere contexten soms zelf slachtoffer zijn geweest) en de slachtoffers. Pesten is een zichzelf in stand houdend systeem dat alleen functioneert door een complex samenspel van verschillende rollen. In het preventie- en interventiewerk op school ligt daarom de grootste kans voor een samenleving die alle individuen beschermt en tegelijkertijd het wij-gevoel versterkt.

Astrid Frank, geboren in 1966, moeder van twee volwassen zonen, studeerde biologie, Duitse taal- en letterkunde en pedagogiek in Keulen. Sinds 1999 is ze freelance schrijfster. Tot op heden heeft ze ongeveer 40 romans voor kinderen en jongeren gepubliceerd. Sinds 2016 is ze spreekster en auteur op het gebied van pesten onder kinderen en jongeren.
www.astridfrank.com www.unsichtbare-wunden.de

.

Erziehungskunst

Opvoedingsvragen: alle artikelen   pesten onder nr. 17

Ontwikkelingsfasenalle artikelen

Leerproblemenalle artikelen

Algemene menskundealle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3529-3315

.

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Mededeling Nationale vertelschool

.

Groot Nieuws: De Intensieve Verteltraining keert terug!

Samen onderweg: Van innerlijke groei tot de magie van verhalen

In een wereld die voortraast, nodigen wij je uit voor momenten van bezinning en inspiratie. Alles begint bij de vraag: hoe worden wij wie we zijn?
Op woensdag 15 april onderzoeken we in de Waldorfschool Auryn te Zutphen de wording van de mens tijdens de voordracht ‘Langzaam geboren worden’ . Wim Wolbrink deelt hierin inzichten over hoe het ‘Ik’ tevoorschijn komt in de eerste drie zevenjaarsfasen.
Langzaam geboren worden
Deze verdieping in de menselijke wording krijgt een prachtig vervolg. Met trots maken we bekend dat in het najaar van 2027 de Intensieve Verteltraining weer van start gaat!
Wil je alvast kennismaken met het docententeam dat deze reis gaat vormgeven? Kom dan op vrijdagmiddag 26 juni naar ‘Laat je betoveren’ in de Kasbah. Een middag vol verhalen en een eerste ontmoeting met de docenten die de training in Oost-Nederland gaan leiden.
Benieuwd naar wat er nog meer op onze agenda staat? We ontmoeten je graag!
Met hartelijke groet,
Het team van de Nationale Vertelschool

Vooruitblik: Triskal Festival

De mooiste en aangrijpendste sprookjes, mythen en inzichten

Als je nog niet wakker bent op deze vroege ochtend, dan word je het wel door de pakkende manier van vertellen van meesterverteller Wim Wolbrink.
Tijdens het Triskal Festival nodigt Wim Wolbrink je uit om vergeten dimensies te herontdekken. Hij legt een verrassende verbinding tussen de monumentale heroïek van Homerus’ Ilias en de louterende sprookjes van de gebroeders Grimm.
Logo Triskal Festival
Wat hebben de toorn van Achilles en het geduld van Assepoester gemeen? Beiden spreken ze een taal die onze rationele geest is vergeten, maar die onze ziel direct herkent.

Maak alvast kennis met de docenten van de Intensieve Verteltraining najaar 2027

Achter de Intensieve Verteltraining staat een gepassioneerd team. Wim, Margot en Jorn brengen elk hun eigen expertise en bezieling in om jou te begeleiden naar de kern van het vertellen.
Wim Wolbrink

Wim
Wolbrink

Ruim twintig jaren geleden richtte hij samen met Frans de Vette de Nationale Vertelschool op.
Als voordrachtkunstenaar en menskundig adviseur opent Wim de innerlijke wereld van de luisteraar. Met diepe wortels in de antroposofie leert hij je hoe je via innerlijke voorstellingen contact maakt met de Geestelijke Wereld.
Margot Vermeulen

Margot Vermeulen

Wat twintig jaar geleden begon met een cursus bij de Nationale Vertelschool, is voor Margot uitgegroeid tot een levenslange passie. Onder de naam ‘Verhalenderwijs’ brengt zij haar jarenlange ervaring over met een focus op bezieling en verbinding.
Jorn Scholten

Jorn Scholten

Jorn zocht jarenlang naar kleur, tot de Nationale Vertelschool zijn leven veranderde. Nu gebruikt hij verhalen als spiegel en betovering. Hij vond zijn eigen kleur, leerde buiten de lijntjes kleuren en gunt anderen met passie diezelfde transformerende reis.

VRIJESCHOOL- actueel: Hemelvaart en Pinksteren – alle artikelen

,

Hemelvaart en Pinksteren: alle artikelen Hemelvaart en Hemelvaartsdag worden met een hoofdletter geschreven. Pinksteren ook. Samenstellingen met een kleine letter: pinksterdagen; pinksterzondag enz.

.

De pinksterbruid- en bruidegom vertegenwoordigen geen aards huwelijk. Het gaat om de kosmos en de aarde; traditioneel uitgedrukt in wit-zwart, zoals bv. in yin-yang.
(Dat een huwelijk ook kan bestaan uit een andere partnercombinatie is hier dus niet aan de orde)

Meer afbeeldingen op vrijeschool in beeld

.

VRIJESCHOOL – actueel – getuigschriften

.

Getuigschriften: alle artikelen

Is het alles goud wat er blinkt….?

..

VRIJESCHOOL – Mededeling – Sociale driegeleding – agenda/activiteiten

.

‘SOCIALE DRIEGELEDING’

website

Nummers van tijdschrift Driegonaal

Nieuwsbrief sociale driegeleding

Nr. 8  /  10 april 2026
Een zekere rust én betrokkenheid: dat zijn ingrediënten om de ontwikkelingen in de wereld te kunnen volgen. Inzicht en verbondenheid zijn ingrediënten om te weten wat ons te doen staat. En dan nog de moed om samen in beweging te komen.
Op www.socialedriegeleding.nl proberen we je hiertoe te inspireren!
 
Actueel

Een  gedachte bij stijgende brandstofprijzen
Toen Rudolf Steiner zich in de turbulente jaren na de oorlog van ’14-’18 inzette voor de sociale driegeleding en daar in verschillende kringen (ook) op bijval stuitte, werd er toch gezegd: “Laten we eerst het probleem van de hyperinflatie oplossen… Lees verder »
 

Voorbij de chaosIn  bepaalde kringen wordt gedacht dat uit chaos een nieuwe samenleving kan  ontstaan. In hun verlangen naar die nieuwe samenleving, zijn er ook mensen die  zich actief inzetten om die chaos te laten ontstaan. Afgaande op de huidige  situatie, lukt dat al aardig. Lees verder »
 
Artikelen
 
Voor de aarde zorgen
Gerald Häfner
De grond kan alleen worden verzorgd door de boer die hem bewerkt. Handelen op Wall Street heeft niets te maken met zorgen en niets  met verantwoordelijkheid nemen.
Een fragment uit een interview met Vandana Shiva Lees verder »
‘Giftige uitwassen’: welvaartsverdeling & de sociale hoofdwet
Christopher Schaefer
De Verenigde Staten kent de grootste ongelijkheid in welvaart van alle Westerse landen. Eén procent van de bevolking heeft de financiële controle over 40 procent van de welvaart van het land, terwijl de onderste tachtig procent genoegen moet nemen met zeven procent daarvan Lees verder »
 
Korte, inleidende teksten die snel duidelijk maken waar het in de sociale driegeleding om gaat, bijvoorbeeld:
Vrij geestesleven & democratieEen zone in de samenleving waar mensen zich ontwikkelen. Waar ze (van) elkaar van alles leren. Waar ze elkaar stimuleren  om een volgende stap te zetten. Zo zouden we het ‘geestesleven’ kunnen noemen. Lees verder »
Staat en economie
Economische activiteit is geen opgave voor de staat maar voor ondernemers en hun medewerkers. Het stellen van grenzen aan de economie is wél een opgave van de staat. Lees verder >>
 
Driegeleding in vraag & antwoord
 
Is de sociale driegeleding een haalbare zaak? Lees verder »
 
Agenda
Zomerse driegeleding in Zoetermeer
Een  driedaagse bijeenkomst rond het thema: het bestaande metamorfoseren, met Joost Poel en John Hogervorst
kijk de volledige agenda: KLIK HIER
 
Verschenen:
Luuk Humblet
Samen bouwen aan een nieuwe economie

Nog niet eerder is Rudolf Steiners gedachtengoed over de economie zó helder, omvattend en begrijpelijk beschreven als in dit levenswerk van Luuk Humblet. Veertig jaar lang onderzocht hij de sociale driegeleding en de associatieve economie, niet alleen ‘studerend’ maar ook in de praktijk met de natuurvoedingswinkel De Blauwe Bloem, waar een kring van klanten mee-oefende. In dit boek, dat zo geschreven is dat het lezen geen worsteling maar een genoegen is, komen inzicht en daad samen.
Nearchus CV
ISBN 9789083633411
(paperback, 252p)
€ 24,50

Aanbieding voor de lezers van deze Nieuwsbrief:

Gratis: het nieuwste nummer van tijdschrift Driegonaal (februari 2026)
wanneer u deze titel bestelt
+ thuisbezorgd zonder verzendkosten (binnen NL)
Mail naar: info@nearchus o.v.v. uw naam + adresgegevens
Aanbieding geldt tot en met zondag 19 april a.s.

Sociale driegeleding: alle artikelen op deze blog

Vrijheid van onderwijs: alle artikelen

.

.

.

VRIJESCHOOL – Pesten (17-4)

.
Anne Brockmann, Erziehungskunst 03-2026

.

Brandpreventie i.p.v. de brandweer
.

Een persoon, zijn of haar situatie en problemen niet geïsoleerd bekijken, maar ze begrijpen als onderdeel van een groter geheel  – dat is de systemische benadering.

Maatschappelijk werker Fridtjof Meyer-Radkau heeft dit concept van systemisch denken en handelen verweven met het Waldorfonderwijs en traditioneel schoolmaatschappelijk werk, en er een boek over geschreven. In gesprek met onze redacteur legt hij uit hoe de systemische benadering ook kan helpen bij het aanpakken van pesten.

Razna (naam veranderd door de redactie) en school? Lange tijd was dat geen probleem. De eerste paar jaren waren zorgeloos. Razna leerde gemakkelijk en met plezier. Ze had ook vrienden. Maar toen kon ze voor langere tijd niet naar school. Toen Razna terugkeerde, was er plotseling veel veranderd.

Een klasgenoot maakt gemene opmerkingen tegen haar – eerst één keer, daarna steeds weer, elke keer dat hij haar ziet. Tijdens de pauzes, in de gangen en op het schoolplein. En hij verzamelt een groep om zich heen. Ergens onderweg naar huis vangt hij haar op. Nog meer gemene opmerkingen. Beledigingen en vernederingen. Dat Duits niet Razna’s moedertaal ia, was tot dan toe nooit een probleem geweest. Nu wordt ze ermee geconfronteerd en belachelijk gemaakt.

Steeds vaker zit Razna bij Fridtjof Meyer-Radkau. In de blauwe bouwkeet, die hij deelt met zijn collega Janina Richter en die in een hoek van het schoolplein staat. Meyer-Radkau is schoolmaatschappelijk werker op de Vrije Interculturele Waldorfschool in Berlijn. Voor Razna is het een vertrouwenspersoon, de bouwkeet een toevluchtsoord. Ze vertelt hem wat ze meemaakt en hoe het haar dwarszit.

Het duurt niet lang voordat Meyer-Radkau een denkbeeldige bril opzet – de ‘pestbril’, zoals hij die noemt. Daarmee beoordeelt hij of wat hij via Razna meemaakt, mogelijk pestgedrag is. “In wezen,” legt hij uit, “zijn er twee criteria om dit te beoordelen. Gaat het om terugkerend gedrag? Is het op een vernederende manier gericht tegen iemand zelf, tegen zijn of haar diepste wezen?”
Misschien zijn er al stappen ondernomen om het tegen te gaan. Als die niet effectief zijn geweest, is dat een andere aanwijzing.

Meyer-Radkau wil waarschuwen voor overhaaste conclusies trekken.

Vaststellen van pestgedrag vereist vaak vertrouwelijke gesprekken met meerdere mensen – en dus tijd.

In Razna’s geval nam de maatschappelijk werker van de Waldorfschool eerst contact op met haar leerkrachten. Hij vroeg niet alleen naar Razna, maar ook naar de klas als geheel. “Hoe ervaart u de kinderen op dit moment? Hoe gaat het met ze – individueel en als groep?” Hij stelde dezelfde vragen aan de klassenvertegenwoordiger. De leerkracht overlegde eerst met Razna en sprak daarna met haar ouders. De leerkrachten werkten nauw samen met Razna, en Meyer-Radkau vat het als volgt samen: “We hebben de situatie niet gebagatelliseerd of gedramatiseerd. We namen het leed van het meisje en de signalen van pestgedrag die we zagen serieus en onderzochten de zaak systematisch.”

Geen sprake van schuld

Met Razna’s toestemming benaderde Meyer-Radkau eindelijk de klasgenoot die Razna lastigviel, haar op weg naar huis onderschepte en haar voor de ogen van andere vrouwelijke klasgenoten belachelijk maakte. Meyer-Radkau wil het woord ‘dader’ niet gebruiken als hij het over de jongen heeft. Hij wil Razna ook geen ‘slachtoffer’ noemen. Hij vindt ‘dader’ en ‘betrokkene’ passender. Want Meyer-Radkau maakt één ding volkomen duidelijk: “Pesten oplossen gaat nooit over het toewijzen van schuld.” Wat essentieel is, zegt hij, is om te achterhalen wat er momenteel speelt in de systemen waar de betrokkenen deel van uitmaken. Hoe ziet Razna’s wereld er nu uit – zowel op school als daarbuiten? En wat is haar situatie?

Klasgenoten? Wat zou hen kunnen verontrusten, overweldigen of beangstigen? Meyer-Radkau adviseert: “Het is het beste om de ouders of andere verzorgers erbij te betrekken, omdat zij de situatie het beste kennen.”

De toestemming van de betrokkenen is een voorwaarde voor elke stap. Transparantie schept namelijk een basis van vertrouwen en biedt zekerheid. Maar nog belangrijker:

“Omdat pesten inherent grensoverschrijdingen zijn, en handelen zonder voorafgaand overleg in zo’n situatie een verdere inbreuk zou betekenen,” zoals Meyer-Radkau weet. Soms is het moeilijk te accepteren dat de angst voor negatieve gevolgen bij een confrontatie groter is dan het geloof dat er een uitweg is. Maar dit is wel zo.

Maar dat moet je dan maar doorstaan. En Meyer-Radkau kan er zelfs iets positiefs in vinden: “Hoe paradoxaal het ook mag lijken, de persoon die erdoor getroffen wordt, ervaart in ieder geval dat er naar hem of haar geluisterd wordt en dat zijn of haar woorden gerespecteerd worden. Dat op zich kan al een vorm van empowerment zijn.”

Het versterken en stabiliseren van de betrokkenen is in elk geval een belangrijk onderdeel van de aanpak van pesten. Waar liggen mijn grenzen en hoe kan ik daarvoor opkomen? Welke andere mogelijkheden zijn er om te reageren op kwetsend gedrag?

Soms is het weleens ongemakkelijk

Razna was het ermee eens dat de schoolmaatschappelijk werker aan wie ze haar verhaal had verteld, alle betrokkenen bij het pesten zou benaderen en erbij betrekken van wie hij dan zinvol acht.
 “In lijn met de ‘no-blame’-aanpak hebben we uiteindelijk een kleine steungroep van vier meisjes uit dezelfde klas om haar heen gevormd. Zij kregen de taak om te reageren als er nog meer beledigingen of vernederingen zouden plaatsvinden.” Ze moesten Razna ook naar het treinstation begeleiden. Hierdoor kon ze weer veilig naar school lopen, legt Meyer-Radkau uit. Hij zegt dat afgesproken maatregelen altijd concreet en controleerbaar moeten zijn om effectief te zijn. Hij werkt net zo intensief voor en met de jongen die het pesten begon. Want, niet geheel onverwacht voor de schoolmaatschappelijk werker, is het duidelijk geworden: ook hij heeft het moeilijk. Zijn gedrag jegens Razna is slechts een symptoom van zijn eigen problemen. Meyer-Radkau meldt dat niet alleen hij, maar ook de leraren, nog steeds regelmatig in contact staan ​​met beide families. “In dit geval is iedereen gelukkig reflectief en coöperatief. Dat is natuurlijk niet altijd het geval, en dan moet je als schoolmaatschappelijk werker soms hard optreden. Het kan alle kanten opgaan, en we moeten een dikke huid hebben.”

Jezelf als onderdeel van de groep zien

Kijkend naar Razna, haar klasgenoten en de andere leerlingen, heeft Meyer-Radkau er vertrouwen in dat ze binnenkort weer constructief als gemeenschap zullen samenleven. Toch wil hij niet altijd alleen maar de “brandweerman” zijn: “Ik ben absoluut geen voorstander van de gedachte: ‘We hebben een brandweer; die lost het wel op als er brand uitbreekt.’ Ik wil brand in de eerste plaats voorkomen. Er zijn brandveiligheidsmaatregelen, en die gaan ons allemaal aan.” Het vereist het besef dat iedereen die in een klas werkt, ook deel uitmaakt van de unieke dynamiek ervan. Voor Meyer-Radkau omvat dit in het bijzonder de leerkrachten – of ze zich er nu van bewust zijn of niet. Want, zoals de maatschappelijk werker van een Waldorfschool zegt: “Uiteindelijk zijn het de volwassenen die verantwoordelijk zijn voor het vormgeven van de relaties op school.”
Bovendien moet er consensus zijn om de daders van pesten niet moreel aan te spreken, de zogenaamde ‘no-blame’-aanpak. Daarom pleit Meyer-Radkau voor training over het thema pesten voor het hele personeel. Hij is ervan overtuigd dat dit het broodnodige bewustzijn zal vergroten. Vervolgens zouden, indien mogelijk, interdisciplinaire teams moeten worden gevormd – bestaande uit specialisten uit het onderwijs en de administratie, de buitenschoolse opvang en het maatschappelijk werk. Want pesten kan alleen wortel schieten “waar veel te veel mensen het niet hebben opgemerkt of het veel te lang hebben genegeerd.” Dat moet veranderen.

Fridtjof Meyer-Radkau: Waldorfschulsozialarbeit. Praxishandbuch für standortbezogene Konzeptarbeit. 152 Seiten, 21 Euro
Pädagogische Forschungsstelle Stuttgart.

.

Erziehungskunst

Opvoedingsvragen: alle artikelen   pesten onder nr. 17

Ontwikkelingsfasenalle artikelen

Leerproblemenalle artikelen

Algemene menskundealle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3528-3314

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Pesten (17-3)

.
Angelika Lonnemann, Erziehungskunst,
.

Pesten, moed en de kracht van verandering

Dit is een verhaal over pijn en genezing, over de kracht van structuren en de kracht van verandering. Het zien laat dat pesten niet zomaar verdwijnt, maar mensen een leven lang kan beïnvloeden. Het laat ook zien dat scholen kunnen veranderen – als ze dat willen, als ze opletten en als ze controlemechanismen ontwikkelen.

Het is een zonnige middag, ergens in Duitsland.
Martin, een vader, begeleidt zijn zoon naar een verjaardagsfeestje. Terwijl de kinderen spelen, blijft hij in de keuken zitten met een kop koffie en een andere vader – een oud-klasgenoot met wie hij tijdens zijn schooltijd nauwelijks contact had. Ze raken aan de praat over vroeger, over hun basisschooltijd. En plotseling gaat er een venster open voor beiden. De andere man vertelt over diepe emotionele wonden die hij nog steeds met zich meedraagt. Over vernederingen die nog steeds pijn doen. Zijn kind zit op een Waldorf-kleuterschool – zelfs dat was een enorme hindernis voor hem – maar school? Nooit! De wonden zitten te diep. Voor Martin is deze ontmoeting een eyeopener. Hij heeft zelf drie kinderen, van wie er twee naar dezelfde Waldorfschool gaan waar hij ooit leerling was.

Hoewel ook hij gepest werd en geweld meemaakte, koos hij voor deze school. “Dat was alleen mogelijk omdat ik hulp zocht om te verwerken wat ik had meegemaakt,” zegt Martin, die al jaren betrokken is bij de ouderraad van de school.

De angst in de klas

Begin jaren negentig ging Martin naar een Waldorfschool in Duitsland. Zijn ouders stonden dicht bij de antroposofische beweging en zijn broers en zussen zaten er al. Alles leek goed te gaan. Maar vanaf het begin ging er iets mis. Er zaten 36 kinderen in de eerste klas; later waren dat er soms zelfs 42. De leerkracht was net afgestudeerd, had geen ervaring en was zelf een jonge vader van meerdere jonge kinderen. Een overschot aan jongens zorgde voor een bijzondere situatie dynamiek. De klas was levendig en luidruchtig. “Er heerste veel angst in de klas,” herinnert Martin zich. De leraar gooide zijn sleutels naar de kinderen. Kinderen moesten buiten de deur staan ​​en de hele tijd dat ze wachtten de deurknop ingedrukt houden, zodat het van binnenuit duidelijk was dat ze er nog steeds waren. “Er was een constante angst voor straf,” zegt Martin. De drastische maatregelen werkten niet, maar ze creëerden een klimaat van angst en een slechte sociale sfeer in de klas.

Eén situatie uit de derde klas staat Martin nog helder voor de geest. Het ging over hardop lezen. “De leraar vernederde kinderen die niet vloeiend en goed konden lezen,” vertelt Martin. “Er ontstond een klimaat waarin het volkomen acceptabel was om iemand voor een groep te vernederen.” Martin ontwikkelt een overlevingsstrategie. Hij berekent wanneer hij aan de beurt is om hardop te lezen – de leraar leest altijd van achter naar voren, waarbij elke leerling ongeveer 30 seconden tot een minuut leest. Dan gaat hij vroeg naar de wc en loopt hij heen en weer in de gang tot de rij hem gepasseerd is. Een kind dat zichzelf beschermt door weg te vluchten.

Nu we dit gesprek voeren, herinnert Martin zich andere straffen die zijn leraar gebruikte: “Vaak moesten we als straf achter onze stoel of in de hoek staan. We moesten ook onze mond met zeep spoelen als we vloekten. Hij ‘maakte’ kinderen die leken te dagdromen en niet meededen aan de les wakker door water uit een gieter over hun hoofd te spetteren, terwijl de rest van de klas riep: ‘Word wakker!'”

Een dankbaar slachtoffer

Martin is een spraakzaam, extravert kind. Naïef, zoals hij zelf zegt. “Toen vertrouwde ik mijn innerlijke leven naïef en vol vertrouwen toe aan mijn medemens.”

Hij heeft moeite om te onderscheiden wat hij anderen wel en niet moet vertellen, bijvoorbeeld over zijn eerste verliefdheden op meisjes. Dit maakt hem het perfecte doelwit. “Ik was een dankbaar slachtoffer voor klasgenoten die het leuk vonden om me te plagen,” zegt hij. De leraar, die zich vooral bezighoudt met discipline en rust, merkt het pesten niet eens op. En de school heeft geen structuren om externe hulp in te schakelen.

Hoe normaal geweld en vernedering zijn geworden, wordt duidelijk tijdens het eerste schoolreisje, rond de zesde klas. Een jongen met lang haar, die door de anderen als onverzorgd wordt beschouwd, wordt voor ieders ogen – leraren en klasgenoten – vastgehouden en zijn tanden worden met geweld gepoetst. Er wordt water in zijn gezicht gespat.

Later worden er grappen over gemaakt. Gevolgen? Geen.

Voor Martin zelf wordt het uiteindelijk ondraaglijk. Het is heel hip om de binnenkant van inktverwijderaar uit tubes te vissen en de omhulsels als spuugbakjes te gebruiken. Omdat Martin als spraakzaam wordt beschouwd en de leraar hem in de gaten wil houden, zit hij meestal vooraan – een perfect doelwit. Kwijlende propjes papier belanden in zijn nek. Als hij klaagt, haalt de leraar zijn schouders op. “Toen ging ik tijdens de pauze alleen naar huis,” vertelt Martin. “Ik kon het niet meer aan, de druk, het feit dat niemand me hielp.” Gedurende de tijd dat hij bij zijn leerkracht zat, beheerste dit gevoel van hulpeloosheid Martins leven. Het leek onmogelijk om ergens hulp te krijgen. “Mijn ouders geloofden me en luisterden naar me, maar er gebeurde nog steeds niets.”

De mislukte ontsnappingspoging

Uiteindelijk proberen zijn ouders een andere aanpak. Ze regelen proefdagen voor Martin op een openbare school in de buurt, een school met een hoog percentage leerlingen met een migratieachtergrond. Martin zou daar een week blijven. Na twee dagen stopt hij ermee. “Het was zo onbekend en overweldigend voor me dat ik zei: ‘Wat ik ken, geeft me meer zekerheid’, legt hij uit. Het vertrouwde, hoe pijnlijk het ook was, voelde veiliger dan het onbekende. Een paradoxale beslissing die onthult hoe diep Martin al onzeker was.

Na de mislukte schoolwissel ontstonden er hevige discussies tussen zijn ouders en zijn leerkracht. Daarna werd Martin door de meeste klasgenoten genegeerd. ‘Maar dat was ongelooflijk opluchtend,’ zegt hij. Genegeerd worden was beter dan dagelijks getreiterd worden. Wat hem hielp: een kleine, hechte groep vrienden die hem altijd steunden. ‘Ik was nooit helemaal zonder vrienden.’ Twee van deze vriendschappen bestaan ​​nog steeds.

Op de middelbare school ging het aanzienlijk beter. Een ervaren leraar wist de klassendynamiek in een positieve richting te sturen. Buitenschoolse activiteiten en gemeenschappen boden Martin steun – de protestantse kerk, zijn catechisatie.

De last die blijft hangen

En dan was er die ontmoeting op een kinderfeestje. De voormalige klasgenoot, die ‘tot op de dag van vandaag nog steeds diepe emotionele wonden met zich meedraagt’,  iemand die nooit therapie heeft gehad, het nooit heeft verwerkt. “Hij heeft het trauma van zijn jeugd nog steeds niet overwonnen,” zegt Martin peinzend. Zelf heeft hij wel hulp kunnen zoeken. Hij is twee keer in therapie geweest: als jongvolwassene kort na zijn schooltijd en later toen hij vader werd. “Ik had een familie en later een partner die dit altijd als een belangrijk probleem zagen. Ik kon altijd openlijk praten over het zoeken naar hulp.”

De verandering

Waarom stuurt Martin zijn eigen kinderen dan naar precies die school waar hij zelf zoveel pijn heeft ervaren? Als onderwijzer in het reguliere onderwijs, met inzicht in veel verschillende schooltypen, zegt hij: “Naar mijn mening is Waldorfonderwijs, wanneer het niet wordt toegepast door incompetente en verwaarloosde individuen, nog steeds een benadering die het beste aansluit bij de behoeften van kinderen.” Bovendien heeft hij ontdekt dat zijn oude school nu anders is. Zo is er bijvoorbeeld nu schoolmaatschappelijk werk voor leerlingen in de onderbouw en bovenbouw. ​​Twee voltijdse maatschappelijk werkers per school – hoewel Martin vindt dat dat nog steeds niet genoeg is. In de eerste twee schooljaren wordt er gewerkt met een team-teachingmodel. Geen enkele leerkracht staat alleen in de vaak nog steeds grote klassen; er is altijd een tweede volwassene aanwezig. “Dat is heel belangrijk,” benadrukt Martin. Want wat hij zelf meemaakte, was ook het gevolg van isolatie. Een jonge, overbelaste leraar, alleen met 40 kinderen, zonder toezicht, zonder enige ondersteuning.

Tegenwoordig maken alle leerlingen kennis met conflictoplossing via een speciale module aan het einde van de onderbouw. ​​Schoolmaatschappelijk werkers zijn beschikbaar tijdens alle pauzes. Er is een actieve leerlingenraad in de onderbouw en bovenbouw. ​​Participatieve projecten waarbij leerlingen een gevoel van eigenwaarde ervaren. Martin vond zijn recente betrokkenheid bij het ontwikkelen van het beleid voor de bescherming van kwetsbare personen bijzonder waardevol. De ouderraad werd uitgenodigd om mee te doen en een externe dienstverlener leverde ook een bijdrage. Tijdens workshops werd erkend dat de machtspositie van de klassenleerkracht in Waldorfscholen een tweesnijdend zwaard is. “Wat we enerzijds zo prachtig vinden, kan anderzijds net zo goed veroordeeld worden. En er moeten absoluut checks and balances zijn. Ik denk dat die op onze school nog niet perfect zijn, maar ze zijn goed geïntegreerd, zodat je erop kunt vertrouwen dat gebeurtenissen zoals die in mijn jeugd niet meer kunnen gebeuren,” zegt Martin.

Wat blijft er over?

Een confrontatie met het verleden, met name rond die overbelaste leerkracht, heeft op de school nog niet plaatsgevonden. “Er wordt gewoon niet over gesproken.” Martin vindt het belangrijk om dit aan te kaarten. En hij heeft een duidelijke eis: “Het is dringend noodzakelijk dat alle Waldorfscholen proactief hun geschiedenis onder ogen zien – inclusief de lokale geschiedenis van de individuele scholen.” Hij hoopt dat de Federatie van Onafhankelijke Waldorfscholen dit met dezelfde toewijding zal eisen als het beleid ter voorkoming van geweld, dat alle Waldorfscholen in 2022 verplicht moesten invoeren.

Martin heeft pijn en genezing ervaren; hij heeft gezien hoe structuren, zoals die op zijn oude school, kunnen veranderen.
Pesten kan iemand een leven lang tekenen. Zijn verhaal laat ook zien hoe verschillend mensen met trauma omgaan. In tegenstelling tot zijn klasgenoot kon hij steun zoeken. Martin heeft vrede gesloten met zijn verleden. Hij is actief in de ouderraad en zet zich in voor verdere verbetering van de structuren op zijn voormalige school. En binnenkort zal hij zijn jongste kind naar de school sturen die hem zoveel pijn heeft bezorgd – omdat hij ziet dat de school is verbeterd.

“Wat ik ken is veiliger” – deze uitspraak van toen heeft vandaag een andere betekenis. Het is niet langer de angst voor het onbekende die hem op de Waldorfschool houdt, maar de hoop op wat mogelijk is wanneer mensen bereid zijn te veranderen.

Erziehungskunst

Opvoedingsvragen: alle artikelen   pesten onder nr. 17

Ontwikkelingsfasenalle artikelen

Leerproblemenalle artikelen

Algemene menskunde: alle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3527-3313

.

.

.

.

 

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over godsdienstonderwijs (GA 311)

.

Als Rudolf Steiner in 1919 de cursussen geeft voor de op- en inrichting van de eerste vrijeschool in Stuttgart, worden uiteraard ook de vakken genoemd die onderwezen gaan worden.

Het was in die tijd gebruikelijk dat in het ‘openbare’ onderwijs – laat ik voor het gemak maar zeggen: dominee of pastoor – onderwijs gaven over de geloofsrichting die zij vertegenwoordigden: die dienst die ze aan hun god wilden bewijzen, dus godsdienstonderwijs.

De kinderen die naar de vrijeschool komen, krijgen geen antroposofische godsdienst. Steiner wil van de vrijeschool geen wereldbeschouwelijke school maken, ‘slechts’ een methodeschool.
Dat heeft hij vele keren benadrukt!

Maar wanneer niet-confessionele ouders – aanvankelijk de antroposofisch zich oriënterende ouders – ook voor hun kinderen godsdienstonderwijs ‘vanuit de antroposofie’ willen, geeft Steiner daar richtlijnen voor. Dat noemt hij bewust ‘wereldbeschouwing’, antroposofisch georiënteerde wereldbeschouwing’.

In deze voordracht gaat het over:

GA 311   op deze blog vertaald

Die Kunst des Erziehens aus dem Erfassen der Menschenwesenheit

De kunst van het opvoeden vanuit het besef: wat is de mens

Voordracht 4, Torquay 15 aug. 1924

Blz. 71

In deze voordracht geeft Steiner voorbeelden van de zgn. ‘zinnige verhalen’.
De inhoud daarvan neemt hij ook als voorbeeld voor hoe de stemming van het godsdienstonderwijs moet zijn voor het kind onder de 9 jr.
De hele voordracht is op deze blog vertaald.
Zie in die voordracht: Religieuze stemming/godsdienstonderwijs tussen <8A) en <8A>

Vragenbeantwoording, Torquay 20 augustus 1924

Blz. 140

Wat Steiner zegt vind je tussen de cijfers <7> en <7>
Godsdienstonderwijs <7>

Rudolf Steiner: godsdienstonderwijs alle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3526-3312

.

.

.

 

 

VRIJESCHOOL – Goedheid in de opvoeding

.

Zeven jaar zijn verstreken sinds duizend kleuterleidsters voor het laatst bijeenkwamen in het Goetheanum om zich te wijden aan het thema kindertijd. Nu zijn er drie kernwoorden voor de vroege kinderopvoeding gekozen als centraal thema: goedheid, liefde en kracht*. Wat tegenstrijdig lijkt, is in werkelijkheid een gradatie: door liefde wordt de kracht goed, en door kracht wordt liefde onwrikbaar. Onwrikbaar in haar goedheid – dat is wat goedheid’ betekent.

.

In een serie van 3 worden deze aspecten besproken:

Over ‘de liefde’.

Over ‘de kracht 

Laury Clark, das Goetheanum 26-03-2026

.

“Goedheid is het enige eerlijke antwoord op alles.” – George Sanders

Goedheid betekent oprechte zorg en mededogen tonen door behulpzame daden, zonder er iets voor terug te verwachten. De etymologie van het woord ‘goedheid’ komt uit het Oudengels en is afgeleid van het woord ‘kynd’, dat verwijst naar iemands familie. In deze periode, van het midden van de 5e tot de 12e eeuw, betekende goedheid het behandelen van je familie met mededogen en vriendelijkheid.
Sindsdien is de maatschappij geëvolueerd en is het woord ‘goedheid/vriendelijkheid’ gaan verwijzen naar de deugd van het universeel behandelen van alle mensen met een goed hart.

De oorsprong van het woord ‘vriendelijk- Engels heeft ‘kind’ – in het Duitse Kind, heeft een vergelijkbare wortel. Het kleine kind is vol onschuldige goedheid, pas uit de spirituele wereld, maar verlangt ernaar om van degenen die voor het zorgen te leren hoe het goedheid kan tonen.

Onze taak als opvoeders is het creëren van rolmodellen die het kind begeleiden. Jonge kinderen zitten vol enthousiasme en willen van hun leerkrachten leren hoe ze in het leven moeten staan. Een rolmodel zijn is een verantwoordelijkheid en vereist toewijding en vrijgevigheid van de leerkracht. We kunnen onszelf afvragen: hoe zijn mijn relaties met mijn collega’s, mijn vrienden en mijn familie? Creëer ik rolmodellen die het kind kan volgen? Ons werk met het Waldorf-onderwijs richt zich op het natuurlijke vermogen van jonge kinderen om meer te doen dan alleen maar na te doen wat de leerkracht hen leert. Het is het voorrecht van de leerkracht om te laten zien wat het betekent om mens te zijn.

Het jonge kind neemt de gedachten, gevoelens en handelingen van zijn verzorgers transparant waar en imiteert ze met onbewust vertrouwen. Het heeft geen filters; alles wat de volwassenen om hem heen doen en zeggen, vloeit in zijn ervaring. De imitatie van het jonge kind begint met het met volle aandacht waarnemen van iets, het innerlijk reconstrueren ervan en vervolgens het volgen en imiteren van het patroon

Ieder mens heeft een beschermengel die hem begeleidt. Wanneer we opkomen voor anderen en hen onbaatzuchtig en vriendelijk behandelen, weerspiegelen we het werk van de engel in ons. Het jonge kind herkent dit gebaar en begint te voelen en te imiteren hoe het goedheid kan tonen. We zijn niet perfect en soms gaan dingen niet zoals we willen. Het is belangrijk om genereus te zijn voor onszelf, zodat we een vergevende, compassievolle relatie met onszelf kunnen ontwikkelen. Onze krachtbron is onuitputtelijk wanneer we ons spiritueel inspannen. Het is een deugd om na een val, te midden van moeilijkheden en uitdagingen, weer op te staan ​​en opnieuw te beginnen. De kinderen voelen dit aan bij hun leerkracht en het geeft hen moed voor hun eigen worstelingen.

Veel kinderen komen bij ons met moeilijkheden. Elk kind draagt ​​een geheim met zich mee, en het is ons voorrecht als opvoeders om hen te begeleiden en te ondersteunen. Wanneer we deze houding aannemen, zegt Henning Köhler, “legt de engel van het kind de juiste vraag in mijn mond, en de essentiële vraag, die geen woorden nodig heeft, wordt door de engel in mijn blik, mijn vingertoppen, mijn lichaamstaal en de klank van mijn stem gelegd.”1

Bij deze kinderen is het essentieel dat de verzorger zich extra inspant om gevoelig, empathisch en begripvol te zijn ten aanzien van de situatie van het kind. Een kind zal zich verzetten tegen een leerkracht die geen empathie toont. Warmte en geborgenheid zijn belangrijk, zodat het kind zich veilig en geliefd voelt. Juist deze kinderen, die het meest van ons vragen, helpen ons om nieuwe mogelijkheden in onszelf te ontwikkelen. Het cultiveren van tolerantie, acceptatie en geduld heeft op zichzelf al een helende werking. Zelfs overdreven vriendelijkheid is een waardevol geschenk voor deze kinderen.

Tekeningen van een jongen (5 jaar oud) uit de VS, 1986. Bron: ChildArt eV Archief

 

 

 

 

 

 

 

 

.

In zijn lezing ‹Het lot van de mens en het lot van de naties› 2  beschrijft Rudolf Steiner hoe belangrijk het is voor iemands eigen hart om empathie te voelen voor de harten van anderen, vooral voor hen die lijden. “Hoe vaak is er wel niet gezegd dat wanneer menselijke zielen doordringen in spirituele sferen, ze ook steeds beter in staat worden om hun eigen gevoelens te verbinden met het lijden van anderen. En inderdaad, een van ons zal zich vaak in een situatie bevinden waarin de gebeurtenissen van onze tijd pijn veroorzaken. Dan zullen we kunnen zien of we sterk genoeg zijn om ons met het juiste gevoel te verbinden met het lijden van de ander, of het lijden dat in de ziel van de ander leeft, een pijn kan worden die wij zelf voelen. De potentie bestaat voor de mensheid om geleidelijk een punt te bereiken waarop het lijden dat in een ander leeft ons niet spaart, maar in ons blijft voortleven.”

Kunnen onze harten heilige tederheid bewaren en de deugd van onbaatzuchtige vriendelijkheid jegens onze broeders en zusters cultiveren? Spirituele goedheid richt zich op het goede van de daad, niet op iemands eigen waarde daarin. Wanneer we ons ego opzij kunnen zetten en volledig aanwezig kunnen zijn voor een ander, verrichten we een daad van goedheid die ons bevrijdt voor de genade om deel uit te maken van wat we doen.

In haar memoires getiteld ‹Ik ben een meisje uit Afrika3  beschrijft Elizabeth Nyamayaro haar buitengewone verhaal over hoe ze ondanks onvoorstelbare tegenslagen volhardde en uiteindelijk haar weg naar haar missie vond. Later in haar leven werd ze adviseur bij de Verenigde Naties en een voorvechter van sociale rechtvaardigheid. Ze draagt ​​haar memoires op met de volgende woorden: “Aan mijn allerliefste Gogo, wiens onwankelbare geest, liefde en wijsheid de kern van mijn wezen hebben gevormd.”
Elizabeth beschrijft een van haar mooiste jeugdherinneringen aan haar grootmoeder Gogo. Zij leerde haar dat niemand zich echt goed kan voelen als een ander zich niet goed voelt. De Ubuntu-groet in haar gemeenschap was: “Ndiripo kana waka diyiwo,” wat zich vertaalt naar: “Ik voel me goed zolang jij je goed voelt.” Wat een prachtige manier om iemand te begroeten.

Er worden nu kinderen geboren die de kwaliteit van ‘spirituele goedheid’ bezitten. Enkele jaren geleden zei een antroposofische arts op een conferentie voor onderwijzers in New York: ‘Het zijn de kinderen die ons het laatste nieuws uit de spirituele wereld brengen.’ Ik heb de afgelopen 50 jaar ervaren dat deze diepgaande uitspraak waar is, en ik ben zo blij en dankbaar dat ik mijn leven met jonge kinderen mag doorbrengen.

Onlangs maakte een zeer gevoelig vijfjarig kind een traumatische ervaring mee. Tijdens een bezoek aan vrienden zag het kind een filmfragment met verontrustende beelden. Ze kreeg nachtmerries en zei ook: “Ik heb nare gedachten.” Er werd veel gehuild en geworsteld, omdat het meisje niet begreep waarom ze de beelden die ze had gezien niet los kon laten. Samen met haar ouders maakte ze uiteindelijk een ‘gereedschapskist’ met artistieke materialen waarmee ze haar verdriet en angst kon uiten – in tekeningen en kleine bijenwasgels, waarvan ze geloofde dat ze haar zouden beschermen. Ze vroeg God om haar te helpen. Een paar weken later zei het kind tegen haar moeder: “Nu weet ik dat ik anderen kan helpen die hetzelfde meemaken als ik, omdat ik hetzelfde heb meegemaakt. Ik zal ze mijn verhaal vertellen en ze helpen.” Dit is een verbazingwekkende uitspraak voor zo’n jong kind, een vermogen tot spirituele goedheid om de pijn van anderen als haar eigen pijn te voelen en anderen met compassie en begrip te dienen, zoals Rudolf Steiner beschreef.


Tekening van een meisje (5 jaar oud) uit Duitsland, 1921. Bron: ChildArt eV Archief

 

 

 

 

 

    

Peuters en kleuters: alle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

Menskunde en pedagogie:  alle artikelen

Vrijeschool in beeldpeuters en kleuters

.

3525-3311
.
.
.

VRIJESCHOOL – De kracht in de opvoeding

.

Zeven jaar zijn verstreken sinds duizend kleuterleidsters voor het laatst bijeenkwamen in het Goetheanum om zich te wijden aan het thema kindertijd. Nu zijn er drie kernwoorden voor de vroege kinderopvoeding gekozen als centraal thema: goedheid, liefde en kracht*. Wat tegenstrijdig lijkt, is in werkelijkheid een gradatie: door liefde wordt de kracht goed, en door kracht wordt liefde onwrikbaar. Onwrikbaar in haar goedheid – dat is wat goedheid’ betekent.

.

In een serie van 3 worden deze aspecten besproken:

Over ‘de liefde’. .

Over de ‘goedheid’ (binnenkort oproepbaar) .

Waar voorheen externe krachten gezag en dominantie verleenden, is het tegenwoordig de innerlijke kracht van de opvoeders – een geschenk aan de kinderen, zodat zij hun vrijheid kunnen verwerven. .

Clara Aerts, das Goetheanum 26-03-2026

.

KRACHT IN DE OPVOEDING

De olijfboom

Andalusië, februari 2026. Nils, de zesde storm van het jaar, trekt over de Sierra Nevada en raast met volle kracht over de zuidelijke hellingen. Alle levende wezens zoeken beschutting. Eenzame bomen buigen en kreunen onder de geselende orkaanwinden. Ik kijk vol ontzag naar de eenzame oude olijfboom aan de rand van het terras. Hij lijkt onaangetast terwijl zijn uitgestrekte takken in de wind wiegen. De woedende storm wordt weerspiegeld in de rusteloze dynamiek van duizenden bladeren, die zich simpelweg overgeven aan deze kracht. Hun reactie, hun manier van overleven, is dansen op het ritme en tempo van deze externe kracht. Terwijl ik dit observeer, besef ik dat kracht niet alleen schuilt in de rechtheid van de stam, diep verankerd in de aarde door zijn wortels. Kracht ligt ook in de flexibiliteit van de takken, die in harmonie bewegen met de externe krachten. Kracht is zelfs te vinden in het toegewijde gebaar van de kleine blaadjes, die weerloos lijken in contact met de dynamiek die hen omringt, en toch niet loslaten.

Waar de kracht vandaan komt

Als we aan het begin van ons leven de kracht zoeken, vinden we die in het vermogen om met overgangen en veranderingen om te gaan. Elke dag wakker worden, de terugkeer naar onze vroege kindertijd, of het vermogen om het onverwachte te verwelkomen: het zijn allemaal uitingen van kracht. Elk kind betreedt deze wereld met een individueel gebaar; sommige kondigen hun komst aan met denkbeeldige trommels en trompetten, terwijl anderen op de drempel blijven staan ​​en hun omgeving aftasten met gevoelige antennes. We hebben de neiging om kracht toe te schrijven aan degenen die luid hun aanwezigheid verkondigen, maar kunnen we die kracht ook herkennen in degenen die zich inhouden en observeren? In beide contrasterende gebaren is er een manifestatie van de Ik-aanwezigheid, en wanneer die binnen gezonde grenzen blijft, bevordert ze innerlijke kracht. Rudolf Steiners inzichten in constitutie, temperament en ziel- en planetentypologie helpen ons de individuele kwaliteiten te begrijpen die een persoon in deze wereld meebrengt. Vanuit dit perspectief is kracht ons vermogen tot innerlijke groei. Potentieel voor innerlijke groei. Onderzoek naar de ontwikkeling van een ‘goed karakter’ wijst op typische eigenschappen, aangeboren sterke punten, waarop het onderwijs zou moeten voortbouwen om andere, minder ontwikkelde kwaliteiten te bevorderen.1.  Hier spelen volwassen verzorgers een cruciale rol bij het creëren van een vruchtbare bodem hiervoor. Wanneer het zich ontwikkelende zelf van het jonge kind wordt uitgenodigd en ondersteund om wortel te schieten in zijn of haar aangeboren fysieke gesteldheid, worden individuele eigenschappen een potentieel voor groei, ongeacht hoe ze zich manifesteren. Zonder de schoonheid van hun oorspronkelijke natuur te breken of te veroordelen, moeten extraverte kinderen worden ondersteund bij het beheersen van hun ongetemde energie. Introverte kinderen moeten met creatief geduld worden aangemoedigd om anderen te vertrouwen en zichzelf te laten zien zonder hun gevoelige ziel te beschamen. Waar deze ondersteuning ontbreekt, kan een natuurlijke neiging een gedragsprobleem of een zwakte worden, in plaats van zich te ontplooien als een kracht.

Ontwikkel innerlijke kracht

Geen opgave voor iemand m et zwakke zenuwen! Vooral voor hen die zich in crisistijden bevinden en op plekken die hopeloos lijken, vergt het innerlijke kracht en diepgewortelde veerkracht om elke dag weer op te staan ​​en een veilige haven van menselijke warmte te creëren voor de volgende generatie. Rudolf Steiner gaf onder andere de volgende spreuk om onze levenskracht te versterken.2

Ik draag rust in mijzelf;
ik draag in mijzelf
de krachten, die mij sterken.
Ik wil mij vervullen
met de warmte van deze krachten;
ik wil mij doordringen
met de macht van mijn wil.
En voelen wil ik
hoe rust uitstroomt
door mijn gehele zijn,
wanneer ik mij versterk
door de macht van mijn streven
om de rust als kracht
in mijzelf te vinden.

Ik geloof dat deze “innerlijke rust” me helpt om overeind te blijven in tijden van twijfel of crisis. Net als de olijfboom, die onwrikbaar in de storm staat, maar toch dicht bij alles wat er gebeurt. Net zoals verzorgers de verantwoordelijkheid hebben om een ​​ondersteunende en koesterende omgeving te creëren voor jonge kinderen om hun innerlijke ontwikkeling te bevorderen, zijn wij als volwassenen verantwoordelijk voor het creëren van een spirituele omgeving in onszelf die ons hogere zelf en onze innerlijke groei ondersteunt. Deze innerlijke drijfveer van verzorgers is een levend voorbeeld van hoe zij een baken voor kinderen kunnen zijn, die hen de weg wijzen in moeilijke tijden.

Lichamelijke en geestelijke gezondheid

Het is dan ook niet verwonderlijk dat het bevorderen van fysieke en mentale gezondheid de eerste stap is op het pad van innerlijke scholing.3  We zijn gezegend en tegelijkertijd uitgedaagd door wisselende gezondheidstoestanden. We moeten leren ermee om te gaan. Tegelijkertijd kunnen we ervoor zorgen dat onze situatie verbetert, al is het maar in kleine stapjes. Het beeld van het lichaam als tempel van de ziel onderstreept deze spiritueel-fysieke eenheid. Zonder fysieke vitaliteit zijn onze handelingen verlamd, onze gevoelens afgestompt en ons denken vertroebeld. Zonder mentaal en emotioneel welzijn ontbreekt het ons aan innerlijke balans om de uitdagingen van het leven rustig aan te gaan. Naast de crises van onze tijd, belasten digitale technologieën ook onze fysieke en mentale gezondheid. Als we de innerlijke kracht willen ontwikkelen die we nodig hebben voor onze rol als opvoeders, moeten we bewust en verstandig omgaan met deze moderne technologieën en de schadelijke effecten ervan tegengaan met gezondheidsbevorderende activiteiten. De tijd die we met jonge kinderen in de natuur doorbrengen en die we besteden aan zinvolle huiselijke en artistieke activiteiten biedt talloze mogelijkheden om onze aanwezigheid in de reële ruimte en tijd te versterken en ons welzijn te cultiveren.

Netwerken

Als mens koesteren we idealen in ons hart: het perfecte kind, de altijd steunende ouders, de toegewijde collega, de begripvolle leidinggevende, de geduldige, liefdevolle partner. Het leven confronteert ons echter met de realiteit, en wanneer we wrijving, conflict of teleurstelling ervaren, is onze eerste reactie vaak om de vinger naar een ander te wijzen. Wanneer we leren begrijpen hoe diep we verbonden zijn met “de ander”, verschuift ons perspectief en richten we onze blik naar binnen. We proberen de ander niet langer te corrigeren, maar vragen ons in plaats daarvan af: Wat kan ik veranderen aan mijn denken, voelen of handelen, zodat de uitdaging die ik met het kind ervaar zichzelf oplost? Of: Hoe kan ik mijn houding veranderen, zodat de irritatie die ik voel jegens de ouders of collega’s verdwijnt? Zulke reflecties verbreden ons innerlijke blikveld en helpen ons te bevrijden van oordelende en zelfkritische denkpatronen. Wanneer we erin slagen onze innerlijke realiteit te transformeren, groeit er een gevoel van sereniteit en vrede in ons. Deze innerlijke kracht helpt ons om de dialoog te onderhouden en onze communicatieve vaardigheden te verbeteren. Het versterkt ook de sociale structuur van gezonde gemeenschappen, iets waar ouders en kinderen tegenwoordig naar op zoek zijn.

Wat niemand ziet, maar wat er wel toe doet

We onderschatten de kracht van gedachten en gevoelens! Het kost tijd en ervaring om te begrijpen dat een haatdragende gedachte net zo reëel en effectief is als een fysieke klap. We hebben allemaal wel eens ogenschijnlijk vriendelijke ontmoetingen meegemaakt waarbij we een onderstroom van vijandigheid voelden of ons beoordeeld voelden. Zulke ervaringen leren ons dat de gedachten en gevoelens van anderen levende realiteiten zijn die een directe impact hebben op onze ziel, en dat we aandacht moeten besteden aan hoe we zelf over anderen denken en voelen. Of we onze aandacht nu richten op onze kleine gemeenschappen of op wereldwijde gebeurtenissen, wat we denken en voelen is belangrijk en zal hun vooruitgang beïnvloeden. Wat autoriteiten eisen, wat de maatschappij als succes verwacht, staat vaak haaks op wat in ons hart leeft als onze plicht jegens kinderen. De pioniers op wiens schouders wij staan, zagen zichzelf vaak als ridders op een heilige missie om de kindertijd te beschermen en op te komen voor wat zij als ‘innerlijke waarheid’ beschouwden. Tegelijkertijd adviseert Steiner ons om niets aan onze omgeving op te leggen waarvoor zij geen begrip heeft. Het lijkt erop dat we dit in de stilte van ons hart moeten afwegen om zo waarachtig mogelijk te handelen en tot compromissen in staat te zijn. Het inzicht dat de ware essentie van een persoon in zijn of haar innerlijke leven te vinden is, verandert het onderwijsparadigma volledig en is nog steeds vreemd aan de gangbare pedagogiek van vandaag. Maar ook Steiner- en Waldorfpedagogen worden beïnvloed door deze ‘druk om te slagen’, het verlangen om de beste leraar te zijn, de populairste leraar. Zelfs als we de druk van het streven naar academisch succes bespaard blijven, is er vaak een stille competitie om de klas met de mooiste tekeningen, de mooiste lantaarns. Het vergt kracht en moed om deze verleidingen te weerstaan ​​en prioriteit te geven aan activiteiten die, hoewel noodzakelijk, geen externe resultaten opleveren die door anderen kunnen worden gemeten, zoals meer tijd om te spelen of wandelingen in de natuur.

Standvastigheid

Tegen de stroom in zwemmen en volharden in tegenspoed vereist kracht en standvastigheid. Net zoals gedachten en gevoelens realiteit zijn, zo is een beslissing een levende kracht. In plaats van te wachten op een succesvolle uitkomst, wordt kracht opgebouwd door de ‘liefde voor actie’ zelf. Het is net als spieren opbouwen door herhaling en oefening. Nadat we een beslissing hebben genomen, vergeten we die vaak naarmate de dag vordert. Momenten van reflectie en een terugblik op de dag dienen dan als een nuttige herinnering. Standvastigheid als kracht van de ziel is een wilskracht die zich onbaatzuchtig aan de wereld geeft. Zo’n opoffering is te vinden bij al diegenen die zich dag in dag uit liefde inzetten om een ​​gezonde omgeving te creëren voor de kinderen die aan hun zorg zijn toevertrouwd. Het vereist en bouwt kracht op om het goede en betekenisvolle te vinden in het eindeloze, repetitieve huishoudelijke werk dat noodzakelijk is en vaak onopgemerkt blijft door de mensen om ons heen.

Dankbaarheid en harmonie

Steiner noemt dankbaarheid voor het leven ‘alomvattende liefde’ en zegt dat ‘we alleen kunnen begrijpen wat we liefhebben’. Maar wat voor soort liefde wordt hier bedoeld? Een ‘alomvattende liefde’ die voortkomt uit dankbaarheid is een beeld van grootsheid en verhevenheid, zoals de vleugels van een engel die alles bijeenhouden tot het weer heel is – als een hemels geluid, samengesteld uit de harmonie van menselijk gelach en zuchten. Wanneer we zo’n gevoel van dankbaarheid voor ons leven cultiveren – voor de zegeningen en de uitdagingen – ontwikkelen we in onszelf een helende kracht die vergelijkbaar is met de ‘morele goedheid’ waaruit het kleine kind geboren wordt en die het hier op aarde probeert te vinden. Kracht als innerlijke vrede ontstaat wanneer we het leven zo benaderen dat alle eerder beschreven zielsvermogens in harmonie en overeenstemming komen. De stormen zijn voorbijgetrokken en de olijfboom staat er nog steeds, uitkijkend over de vallei. Slechts één oude tak is gebroken. De bladeren zijn gevallen en de laatste olijven zijn over het land verspreid als zaad voor de toekomst. Het land is weer in vrede, wachtend tot het leven zijn schoonheid opnieuw ontvouwt.

  1. Christopher Peterson, Character Strengths: Research and Practice, in: Journal of College and Character 10, 2009.
  2. Rudolf Steiner, Mantrische Sprüche und Seelenübungen II. GA 268. (vertaald/blz.14)
  3. Rudolf Steiner, Wie erlangt man Erkenntnisse höherer Welten? GA 10, Dornach 1994. Vertaald.

Peuters en kleutersalle artikelen 

Opvoedingsvragenalle artikelen 

Menskunde en pedagogie:  alle artikelen 

Vrijeschool in beeldpeuters en kleuters .  

.

3524-3310

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Liefde, kracht en goedheid in de opvoeding

.
‘Goetheaunum’ meldt:

Zeven jaar zijn verstreken sinds duizend kleuterleidsters voor het laatst bijeenkwamen in het Goetheanum om zich te wijden aan het thema kindertijd. Nu zijn er drie kernwoorden voor de vroege kinderopvoeding gekozen als centraal thema: goedheid, liefde en kracht*. Wat tegenstrijdig lijkt, is in werkelijkheid een gradatie: door liefde wordt de kracht goed, en door kracht wordt liefde onwrikbaar. Onwrikbaar in haar goedheid – dat is wat goedheid’ betekent. 

In een serie van 3 worden deze aspecten besproken:

Over ‘de kracht’

Over de ‘goedheid’ (binnenkort oproepbaar)

Philipp Reubke, das Goetheanum 26-03-2026

.

liefde in de opvoeding

Stokbonen hebben zon nodig, net als kleine kinderen


Wie in maart in Zwitserland stokbonen zaait, kan niet genieten van de snelgroeiende klimplanten. Het is simpelweg nog te koud voor de kieming. Wie een zeug wil helpen bij het werpen in de Noorse winter, moet de stal goed afdichten en een infraroodlamp installeren. En wie investeerders zoekt voor een modern zeilschip dat biologische specerijen en koffie vanuit het zuidelijk halfrond naar Europa brengt, moet enthousiasme opwekken.

Dit geldt ook voor het onderwijs. Degenen die voor jonge kinderen zorgen, zowel in gezinnen als in instellingen, komen niet ver met stress, zorgen en winstgerichte berekeningen. Maar met vreugde, vrijgevigheid en een warme relatie met ouders, collega’s en kinderen worden gunstige ontwikkelingsomstandigheden gecreëerd.

“Vreugde en plezier zijn de krachten die de fysieke vormen van de organen op de juiste manier naar voren brengen.”1 , zei Steiner in 1907.

“Opgewekte uitingen van de kant van de opvoeders en, bovenal, oprechte, niet geforceerde liefde. Zulke liefde, die de omgeving warm doordringt, in de ware zin van het woord, vormt de basis voor de ontwikkeling van de lichamelijke organen.”2  

Simpel gezegd, een uitspraak die vaak wordt aangehaald, maar in werkelijkheid een grote uitdaging vormt voor het leven thuis, in de crèche en in de kleuterschool. Een collega uit Wenen zei: “In Waldorf-crèches hebben we een ‘professionele vriendschap’, een ‘professionele liefde’ voor ouders en collega’s nodig.”

Soms stromen liefde, vriendschap en emotionele warmte vanzelf. Maar bij sommige ouders, collega’s en kinderen blijft de bron droog. Een jong kind heeft deze eigenschappen nodig om te gedijen, net als een bonenpit. Ze maken aandacht en zorg effectief. Voor docenten betekent professionaliteit dat ze een zon zijn die helder schijnt op alles en niet zomaar de pronkbonen op sommige dagen in de schaduw laat staan.

Ik ben de bron van mijn warmte

Alles hangt ervan af of de volwassenen in de crèche en kleuterschool erin slagen om liefde, die verder gaat dan louter sympathie en antipathie, als een effectief gevoel te ontwikkelen door middel van innerlijke activiteit. Dit is aanzienlijk moeilijker dan het ophangen van een infraroodlamp.
Carl Rogers gaf vele suggesties voor het bevorderen van deze houding, die hij empathie noemde.
3.
Veel is ook te vinden in de geschriften van Rudolf Steiner, bijvoorbeeld in de essaybundel ‘Hoe verkrijg ik kennis van de hogere werelden?’, die, gezien veel passages, ook wel ‘Hoe word ik een Waldorf-leraar?’ genoemd zou kunnen worden. Zodra het gevoel opkomt dat iemand anders de reden is dat mijn warmte en licht opdrogen, zodra ik die persoon daarom begin te zien als een tegenstander tegen wie ik hardheid en kilheid toon, is het goed om mezelf af te vragen: Wat kan ik zelf doen om de weg vrij te maken voor warmte en licht? Als een kind, een collega of een medewerker me steeds lastigvalt, is het een goed idee om niet die persoon te haten, maar mezelf af te vragen: Hoe kan ik me gedragen zodat die persoon zich in de toekomst ontwikkelt en me misschien niet meer lastigvalt?
4

Een van de redenen voor het afnemen van vriendschap en liefde is simpelweg dat ik er geen vriendschap of liefde voor terugkrijg. De fabrikant van de infraroodlamp geeft hem me alleen als ik ervoor betaal. Zou mijn vermogen tot liefde dan ook afhankelijk moeten zijn van beloning? Omdat ik mijn vermogen tot liefde voor mijn beroep wil vergroten, moet ik iets doen om mezelf te bevrijden van mijn verslaving aan beloning en succes. Iedereen die een pad van innerlijke ontwikkeling bewandelt, zal deze taak onderweg tegenkomen.5  Maar wie met kleine kinderen leeft of werkt, heeft ook te maken met wezens die onze liefde nodig hebben zoals sperziebonen de zon nodig hebben. Het mag niet afhangen van een beloning!

Het bestuderen van het kind en de kindertijd

Liefde zou als de zon moeten zijn, niet als een infraroodlamp. Het kan, en gebeurt vaak, dat ik het kind met oprechte genegenheid en warme betrokkenheid begeleid, maar wat ik in hun bijzijn doe, is simpelweg wat ik leuk vind en waar ik bijzonder goed in ben. Ik brei en haak urenlang, ik zing en dans, ik schilder en beeldhouw, maar wat heeft het kind op die leeftijd, in die context, nu echt nodig? Ze hebben niet alleen nodig wat ik leuk vind om te doen, of wie ik ben geworden. De kans die ik heb om te voorkomen dat ik het kind te veel beïnvloed met mijn beperkte persoonlijkheid, is om me te verdiepen in de ontwikkeling van kinderen in het algemeen en van het kind in het bijzonder, en om een ​​oprechte interesse te ontwikkelen. Door antroposofie te bestuderen, praktijkonderzoek te doen en kinderen te observeren, kan ik mijn vooroordelen verzachten en de positieve kant van de zon cultiveren. Op die manier geef ik het kind niet alleen wat ik wil geven, maar ook steeds meer wat het kind nodig heeft.

Of, zoals Steiner in een van zijn laatste essays zegt: Het zou geweldig zijn als we ons wat minder bezighielden met onszelf te behagen en onszelf in een gunstig licht te plaatsen met wat we doen. Als we ons niet uitsluitend bezighielden met het ‘trotse gevoel onszelf te openbaren door middel van daden’.6 , maar het gaat er veeleer om te doen wat de wereld nodig heeft, “wat de wereld bevestigt”, zoals hij zegt, want dan versterken we de liefde die steeds meer liefde voor de buitenwereld wordt. Dit betekent echter niet dat het leven op de kleuterschool en de betrokkenheid bij de maatschappij een 24-uurs daad van zelfopoffering moet worden. “Mensen vinden zichzelf niet door naar zichzelf te zoeken, maar door zich gewillig en in liefde met de wereld te verbinden.”7

Maar stel dat we dit advies ter harte hadden genomen en ons regelmatig hadden ingespannen om de kinderen en het kind te begrijpen, zodat onze liefde werkelijk van nut zou kunnen zijn: Ons leerproces wordt voortdurend belemmerd, ons begrip voortdurend vertroebeld door een ander soort trots: Hoe vaak denk ik dat ik alles weet, en luister ik niet meer goed, observeer ik niet meer aandachtig en zonder vooroordelen, vasthoudend aan favoriete meningen, aan ideeën die ik jaren geleden heb gevormd en koester omdat ze van mij zijn? Alleen onbevooroordeelde observatie en eerbiedig luisteren leiden tot echt leren en liefde.

De dagelijkse sociale workshop

Al honderd jaar vormen Waldorf-kleuterscholen een unieke voorbereiding op een leven lang leren en liefhebben. Er is volop tijd en ruimte voor spel dat door de kinderen zelf wordt geïnitieerd. Hier ervaren kinderen (in plaats van te analyseren en te begrijpen) dagelijks hoe hun eigen gedrag en karaktereigenschappen hun relaties met anderen vormgeven. Ze leren hoe hun verlegenheid en soms pestgedrag hen vaak isoleren. Vrij spel is de dagelijkse sociale werkplaats, een intensieve voorbereiding op sociale verantwoordelijkheid en samenwerking, niet alleen voor de specerijenhandel tussen Noord en Zuid. Tijdens het vrije spel moedigen volwassenen de initiatieven van de kinderen aan; iedereen doet waar hij of zij op dat moment zin in heeft. Niemand krijgt beloningen en er is geen competitie. Een liefde voor actie overheerst gedurende het grootste deel van de dag. Ook een nieuwsgierige instelling en een streven naar begrip worden in Waldorf-kleuterscholen gecultiveerd. Vrij spel draait heel vaak om leren: Hoe blijft een plank op twee stoelen staan? Wat gebeurt er als ik een bord op de grond gooi? Wat gebeurt er met het water in een plas als ik er een steen of mezelf in gooi? Hoe voelt de aarde aan als ik er met mijn vinger een gaatje in maak voordat ik het bonenzaadje plant? Luisteren naar de wind in de bomen, zonder uitleg of interpretatie, en naar de biggetjes die de compostbak leegmaken. Dit is een cruciale voorbereiding voor onderzoekers, wier neiging om snel te oordelen en te verklaren hun verdere leerproces vaak belemmert.

Leren om je verbonden te voelen – zelfs met tegenstanders – leren om je in te zetten zonder afhankelijk te zijn van een beloning, leren luisteren naar en kijken naar de omgeving en je gedrag laten leiden door wat je hoort. Leren liefhebben. De kiemen van sociale verantwoordelijkheid uit de Waldorf-kleuterschool.


 

Voetnoten

  1. Rudolf Steiner, De opvoeding van het kind vanuit het perspectief van de geesteswetenschap, in: Lucifer-Gnosis. Verzamelde essays. GA 34, p. 327.  
  2. Ibid., blz. 328.
  3. Zie bijvoorbeeld Carl Rogers, The New Man: Collected Essays. Klett-Cotta, Stuttgart 2017. 
  4. Rudolf Steiner, De weg tot inzicht in hogere werelden? GA 10, p. 104: “Als ik een opvoeder ben en mijn leerling niet aan mijn verwachtingen voldoet, moet ik mijn gevoelens in de eerste plaats niet op de leerling richten, maar op mezelf. Ik moet me zo één voelen met mijn leerling dat ik mezelf afvraag: ‘Is wat er bij de leerling tekortschiet niet een gevolg van mijn eigen handelen?’ In plaats van mijn gevoelens op hem te richten, zal ik dan eerder nadenken over hoe ik zelf moet handelen, zodat de leerling in de toekomst beter aan mijn eisen kan voldoen.”
  5. Ibid., p. 107: “Succes is alleen doorslaggevend wanneer een handeling uit verlangen wordt verricht. Maar alle handelingen die uit verlangen worden verricht, zijn waardeloos in vergelijking met de hogere wereld. Hier bepaalt alleen de liefde de uitkomst van een handeling. In deze liefde moet alles wat de esoterische leerling tot handelen aanzet, tot uitdrukking komen.”
  6. Rudolf Steiner, Kerngedachten van de antroposofie. GA 26, p. 276.
  7. Ibid., blz. 277.
    [in de gelinkte GA 26 bevinden zich geen p.276 en 277]