.
Zie ‘het woord vooraf‘
Bij de gegeven antwoorden is in het Duits telkens de naam van Steiner gegeven. Ik heb dat niet gedaan, zolang er geen verwarring kan ontstaan. De voetnoten die in de uitgave op aparte bladzijden staan, v.a. blz. 300, heb ik direct bij het verwijzende woord toegevoegd.
In deze vergadering gaat het over:
M.n. de 9e klas
Geschiedenis, Hermann Grimm <1>
Wiskunde, natuurkunde <2>
Buitenlandse taal <3>
Vrij godsdienstonderwijs <4>
Muziek, euritmie <5>
(Geen specifiek 9e klas) Handwerken, handvaardigheid, kunstzinnig! <6>
Idem. Schilderen, kleurbeleving <7>
Het maken van euritmieschoen met negatieve gevolgen <8>
Kind wil niet meedoen met euritmie <9>
Iets over een specifieke leerling <10>
RUDOLF STEINER
Konferenzen mit den Lehrern der Freien Waldorfschule in Stuttgart 1919 bis 1924
Erster Band Das erste und zweite Schuljahr
Vergaderingen met de leerkrachten van de vrije Waldorfschool in Stuttgart
Band 1 Het eerste en tweede schooljaar
Van de vergaderingen die de leerkrachten van de eerste vrijeschool in Stuttgart hielden, zijn verslagen bewaard gebleven van díe vergaderingen waarbij Rudolf Steiner aanwezig was.
GA 300A
Blz. 235
Vergadering van woensdag 15 november 1920, 20u
Dr. Steiner: Wir werden heute zuerst wohl die Wünsche und Mitteilungen der verehrten Mitglieder des Lehrerkollegiums entgegennehmen, nicht wahr?
Ich möchte bitten, da wir den ersten Teil der Konferenz haben, ob Wünsche von den einzelnen Mitgliedern vorliegen oder Fragen, die aus dem Kollegium hervorgehen, und die innerhalb der Lehrerschaft ohne das erweiterte Kollegium, also ohne die später erscheinenden jüngeren Lehrer zu besprechen wären?
Ich würde zunächst fragen wollen, wie sich der Unterricht in der 9. Klasse nach den Erfahrungen der daran beteiligten Lehrer gestaltet hat.
We beginnen vandaag eerst met het in ontvangst nemen van de wensen en opmerkingen van de gewaardeerde leden van het docententeam, nietwaar?Aangezien dit het eerste deel van de vergadering is, wil ik graag vragen of er wensen zijn van individuele leden of vragen die vanuit het team zijn ontstaan en die besproken moeten worden met de docenten, zonder de uitgebreide staf, dus zonder de jongere docenten die later zullen aansluiten?
Ik wil allereerst vragen hoe de lessen in de negende klas zijn gestructureerd, gebaseerd op de ervaringen van de betrokken docenten.
Im Deutschen wird Herman Grimm gelesen, in der 8. und 9. Klasse.
Hermann Grimm wordt in het Duits gelezen in de achtste en negende klas.
Dr. Steiner: Hat sich Ihnen die Möglichkeit ergeben, verschiedenes
hineinzubeziehen in die Lektüre von Grimm? Wie weit sind Sie gekommen mit den Schülern in der Geschichte? Was haben Sie gemacht bei der Stelle, wo er im ersten Vortrag des zweiten Teiles die Charakteristik der letzten Jahrhunderte gibt, wo er über Rom spricht?
<1> Heeft u de mogelijkheid gehad om verschillende aspecten in het lezen van Grimm te verwerken? Hoe ver bent u gevorderd met de leerlingen in geschiedenis? Wat heeft u gedaan op het punt waar hij, in de eerste lezing van het tweede deel, de karakterisering van de laatste eeuwen geeft, waar hij het over Rome heeft?
X.: Da haben die Kinder die Geschichte nicht gekannt.
X.: De kinderen kenden de geschiedenis niet.
Dr. Steiner: Es würde sich darum handeln, daß Sie die Geschichte des 16., 17., 18., 19. Jahrhunderts behandelten, mindestens in der 9.
Vielleicht daß Sie es doch so machten. In der 9. fehlt es. Nicht wahr, bei diesen Jahrhunderten würde es sich darum handeln, daß man auf das Ziel losgeht, daß die Schüler ein Verständnis für die Gegenwart bekommen. Sie sind schon fünfzehn Jahre alt. Die Themen könnten Sie so nehmen, wie sie in dem Kapitel bei Herman Grimm für jedes Jahrhundert angegeben sind, das 19. Jahrhundert als Zusammenfluß der Völkergeschichte. Ich meine, die Themen für die letzten vier Jahrhunderte, als Leitmotive. Eigentlich würde es sich darum handeln, das in beiden Klassen zu machen. Nur wird es sich darum handeln, daß Sie die Dinge in verschiedener Weise vornehmen können: in der 8. mehr erzählend, in der 9. mehr auf die leitenden Ideen der letzten Jahrhunderte eingehend.
Sie müßten schon dahin arbeiten, daß Sie die leitenden Ideen den Kindern vortragen könnten. Es ist viel Material in den Zyklen da, was einfach erweitert werden kann dadurch, daß man die Literatur da und dort überall hernimmt.
Het gaat erom dat je de geschiedenis van de 16e, 17e, 18e en 19e eeuw behandelt, in ieder geval in de negende klas.
Misschien zou je het zo kunnen aanpakken. Het ontbreekt in de negende klas. Is het niet zo dat het doel met deze eeuwen is om de leerlingen te helpen een begrip van het heden te ontwikkelen? Ze zijn al vijftien jaar oud. Je zou de onderwerpen kunnen gebruiken zoals ze in het hoofdstuk van Herman Grimm voor elke eeuw worden genoemd, de 19e eeuw als het keerpunt van de nationale geschiedenis. Ik bedoel, de thema’s van de afgelopen vier eeuwen, als leidraad. Eigenlijk zou dat betekenen dat je dit in beide klassen doet. Je zou het echter op verschillende manieren moeten aanpakken: meer verhalend in de achtste klas en meer diepgaand ingaand op de leidende ideeën van de afgelopen eeuwen in de negende klas. Je zou zo moeten werken je de leidende ideeën aan de kinderen kan meegeven. De cycli [het tot dan verschenen werk van Steiner] bevatten veel materiaal dat gemakkelijk kan worden uitgebreid door literatuur van diverse bronnen te gebruiken. <1>
Blz. 236
(Zu einem anderen Lehrer): Dann hatten Sie die mathematischen Fächer. Haben Sie mit den Kindern schon geometrisches Zeichnen durchgenommen ?
Finden Sie notwendig — ich habe durch die viele Inanspruchnahme von anderer Seite zu wenig gesehen —, finden Sie, daß es notwendig ist, soviel Verstandesmäßig-Theoretisches in der Physik durchzunehmen? Hält das nicht auf, so viel rein Begriffliches?
<2> (Tegen een andere docent): Dus u had de wiskundevakken. Heeft u al geometrisch tekenen met de kinderen behandeld?
Vindt u het nodig – ik heb er door mijn vele andere verplichtingen niet genoeg van gezien – vindt u het nodig om zoveel intellectueel en theoretisch materiaal in de natuurkunde te behandelen? Vertraagt al die puur conceptuele stof hen niet?
X.: Ich möchte nur so viel bringen, als unbedingt notwendig ist.
X: Ik wil alleen datgene behandelen wat absoluut noodzakelijk is.
Dr. Steiner: Wieviel beherrschen denn die Schüler vom reinen Tatsachenmaterial? Es wäre natürlich bei der Elektrizität darauf zu
sehen, daß man möglichst in rationeller Weise die Erscheinungen
selbst in den Vordergrund stellt. Möglichst wenig theoretische Spekulationen. Das ist etwas, was vielleicht eben doch nicht sehr intensiv haftet; vom rein didaktischen Gesichtspunkt aus dürfte es nicht sehr haften. Ich würde meinen, daß man bei diesem Gegenstand als Ideal betrachten soll, möglichst nur am Experiment als solchem die nötigen Begriffe zu entwickeln, und zunächst möglichst wenig an der Tafel zu zeichnen, sondern die ganze Sache an dem Experiment entwickeln. Dann kann man auch die Sokratische Methode, die Sie
anwenden, versuchen.
Hoeveel van de puur feitelijke stof begrijpen de leerlingen eigenlijk? Bij elektriciteit is het natuurlijk belangrijk om de verschijnselen zelf op een rationele manier te benadrukken. Zo min mogelijk theoretische speculatie. Dat is iets wat misschien niet zo goed blijft hangen; vanuit een puur didactisch oogpunt zal het waarschijnlijk niet goed blijven hangen. Ik zou willen voorstellen dat men bij dit vak idealiter de noodzakelijke concepten uitsluitend via het experiment zelf ontwikkelt, en in eerste instantie zo min mogelijk op het bord tekent, maar het geheel via het experiment uitwerkt. Dan kan men ook de socratische methode proberen die u gebruikt.
Wenn man so theoretisch die Sache entwickelt, dann hilft einem die Sokratische Methode nichts. Woher sollen die Kinder etwas wissen? Man kann sie kaum so fragen. Da Sie schon die Möglichkeit zum Experimentieren haben, das habe ich
gesehen, da würde ich die Experimentier-Möglichkeit ausnützen.
Dann erspart man sehr viel Zeit. Wenn Sie so die Elektrizität durchnehmen wollen, dann werden Sie durchkommen. Die Kinder lernen dabei viel mehr, als wenn man ihnen die Begriffe der Spannung auseinandersetzt. Das wäre didaktisch nicht schlau. Sie müssen dann zwei Wochen geometrisches Zeichnen betreiben. Nur zwei Wochen die Deskriptive.
Als je het zo theoretisch aanpakt, heeft de socratische methode geen zin. Hoe moeten de kinderen er dan iets van afweten? Je kunt ze dat toch moeilijk vragen? Aangezien je al de mogelijkheid hebt om te experimenteren, zoals ik heb gezien, zou ik daar gebruik van maken. Dat scheelt een hoop tijd. Als je elektriciteit op deze manier wilt behandelen, kom je er wel mee weg. De kinderen leren veel meer dan wanneer je ze alleen de concepten van spanning uitlegt. Dat zou pedagogisch gezien niet goed zijn.
Dan zou je twee weken moeten besteden aan geometrisch tekenen. Slechts twee weken aan beschrijvend tekenen. <2>
X.: Im Fremdsprachenunterricht ist die Forumszene aus dem „Julius Cäsar”
gelesen worden.
<3> X.: In de les vreemde talen werd de forumscène uit “Julius Caesar” gelezen.
Dr. Steiner: Können Sie es nicht auch schriftlich machen lassen, als
eine Art Aufsatz? Es wäre notwendig, daß so etwas eingefügt würde.
Auch im Deutschen, daß man doch zu einer Darstellung käme. Daß
sie wirklich das auch formulieren.
Zou je ze het niet kunnen laten opschrijven, als een soort essay? Zoiets zou nodig ingevoerd moeten worden. Zelfs in het Duits, zodat ze het kunnen presenteren. Zodat ze het daadwerkelijk kunnen formuleren.
(Zum Deutschlehrer): Irgendwelche Themen stellen Sie gar nicht?
Es würde nicht schaden, wenn vorher der Stoff im Vortrag wiederholt ist. Wenn sie nur eigene Formulierungen bringen.
(Tegen de docent Duits): Zijn er nog onderwerpen die u helemaal niet aan de orde stelt?
Het zou geen kwaad kunnen als het materiaal voorafgaand aan de presentatie nog eens doorgenomen werd. Als je maar je eigen formulering gebruikt.
Blz. 237
Es wird über das Französische berichtet.
Er wordt verslag gedaan over het Frans.
Dr. Steiner: Jedenfalls können wir das, was wir für die 9. Klasse
projektiert haben, durchführen.
In elk geval kunnen we uitvoeren wat we voor de negende klas gepland hadden.
Der Deutschlehrer: Ich muß jetzt Jean Paul nehmen.
De docent Duits: Ik moet nu Jean Paul behandelen.
Dr. Steiner: Ich habe das nicht so gemeint, daß es der Reihe nach
gehen muß. Wir haben ja doch Mitte November; etwas Geschichte
müssen wir bewältigen. Zunächst eigentlich die vier Jahrhunderte im
Zusammenhang. Sie können damit wirklich brauchen bis Mitte
Januar in beiden Klassen. — Für alle anderen Klassen ist der Lehrplan
gegeben.
Ik bedoelde niet dat het in chronologische volgorde moest gebeuren. Het is immers half november; we moeten nog wat geschiedenis behandelen. Om te beginnen de vier eeuwen in context. Je kunt dit echt tot half januari in beide klassen gebruiken — Het leerplan is voor alle andere klassen vastgesteld.
X.: Wird dieser Lehrplan nicht allgemein als Norm gültig sein?
X: Wordt dit curriculum niet in zijn algemeenheid de norm?
Dr. Steiner: Zunächst ist es notwendig, daß wir in diesem Jahre
wissen, was wir zu tun haben.
Ten eerste is het nodig dat we weten wat we dit jaar moeten doen.
X..- Ist im Sprachunterricht schon so etwas wie Literaturgeschichte zu treiben?
X: Is het mogelijk om zoiets als literatuurgeschiedenis in de taallessen te behandelen?
Dr. Steiner: Mehr Literaturgeschichte als an dem Objekt einiges nebenher zu sagen über Shakespeare, und wenn Sie gerade das eine oder andere behandeln, die Kinder damit bekanntmachen, mehr Literaturgeschichte ist doch bei solchen Kindern nicht nötig.
Die Methoden in der Staatsschule für Latein und Griechisch, die sind die gräßlichsten, die äußerste Dekadenz. Wir müssen unsere Kinder so weit bringen, daß sie den Anschluß finden. Wenn wir einigermaßen unsere Methoden ausgebildet haben, müssen wir die Kinder ganz genau so weit bringen. Unsere Methode wird noch nicht so gehandhabt. Ich glaube, wenn einmal dieses Problem gelöst ist, daß Sie durch die Disziplin nicht mehr gestört werden, dann erreichen Sie das schon. Das ist die Crux, weil die Kinder Ihnen doch alle vier bis fünf Minuten einmal über den Kopf wachsen.
Die österreichischen Gymnasien waren Musteranstalten. Dieser Lehrplan war schon das allerbeste, was man denkt, wenn man die Sache als solche zugibt. Leo Thun, 1854; Gautsch hat es verdorben.
Es war die Geschichte gut verteilt. In Weimar fand ich gleich die Auffassung der Weltgeschichte: Von der Erschaffung der Welt bis zu den Hohenzollern fünfzig Seiten, und drei Bände Hohenzollern-Geschichte.
Meer literatuurgeschiedenis dan alleen een paar dingen over Shakespeare terloops zeggen, en als je momenteel één of twee onderwerpen behandelt en de kinderen daarmee laat kennismaken, is meer literatuurgeschiedenis voor die kinderen niet nodig.
De methoden op de staatsschool voor Latijn en Grieks zijn verschrikkelijk, het toppunt van decadentie. We moeten onze kinderen zover krijgen dat ze kunnen aansluiten. Zodra we onze methoden enigszins hebben ontwikkeld, moeten we de kinderen precies op hetzelfde niveau krijgen. Onze methode wordt nog niet op die manier toegepast. Ik geloof dat zodra dit probleem is opgelost, zodra je je niet meer druk hoeft te maken om discipline, lukt het wel. Dat is de kern van de zaak, want met de kinderen loopt het om de vier à vijf minuten uit de hand.
De Oostenrijkse gymnasia waren modelinstellingen. Dit leerplan was al het allerbeste wat je je kon voorstellen, als je de zaak maar accepteert zoals die is. Leo Thun, 1854; Gautsch heeft het verpest.
De geschiedenis was goed verdeeld. In Weimar vond ik meteen het
concept wereldgeschiedenis: van de schepping van de wereld tot de Hohenzollerns, vijftig pagina’s, en drie delen Hohenzollern-geschiedenis. <3>
Nicht wahr, dann haben wir ja für diese Klasse auch diesen freien
Religionsunterricht. Wie ist der eingeteilt?
<4> Oké, dan hebben we voor deze klas ook nog dit vrije godsdienstonderwijs . Hoe is dat ingedeeld?
X.: Wir haben neun Klassen in drei Gruppen.
X: We hebben negen klassen in drie groepen.
Blz. 238
Dr. Steiner: Wodurch sind die Klassen so riesig geworden? Wenn die Verteilung ordentlich ist, so schaden große Klassen nichts, aber bei Ihnen sitzt schon wirklich der eine auf dem Kopf des anderen. Die Klasse des Herrn U. ist zu groß. Die Klasse müßte geteilt werden. 73 Kinder! Sie gehen in die Bänke nicht hinein, und dann puffen sie sich wieder hinaus. Das ist eine Kalamität. Heute waren die schlimmsten Schüler nicht da. Also nicht wahr, bei dieser Klasse ist wohl eine Trennung notwendig. Ich würde doch meinen, es müßte die Klassegeteilt werden. Und da gerade bei diesem Unterricht doch wirklich sehr viel davon abhängt, daß man Kontakt hält mit den einzelnen — man müßte die Möglichkeit haben, den einen und den anderen möglichst oft zu fragen —, müßte die Möglichkeit bestehen, noch zwei Stunden einzurichten und die Hälfte der Schüler abzugliedern.
Es kann höchstens eine Raumfrage sein. Gelöst wird es werden müssen, sonst werden wir gerade mit diesem Unterricht scheitern. Wer könnte diesen Unterricht noch erteilen?
Wat heeft ertoe geleid dat de klassen zo enorm groot zijn geworden? Als de zitopstelling ordelijk is, richten grote klassen geen schade aan; maar in uw geval zitten de leerlingen werkelijk bovenop elkaar. De klas van de heer U. is te groot. De klas moet worden gesplitst. 73 kinderen! Ze passen niet eens in de banken, en dus dringen ze elkaar er uiteindelijk weer uit. Het is een ramp. Vandaag waren de meest onrustige leerlingen niet eens aanwezig. Dus — bent u het niet met mij eens? — is een splitsing voor juist deze klas toch zeker noodzakelijk? Ik zou er beslist op willen staan dat de klas gesplitst wordt. En aangezien er bij dit specifieke vak zoveel afhangt van het onderhouden van contact met de individuele leerlingen — men moet immers de gelegenheid hebben om deze of gene leerling zo vaak mogelijk vragen te stellen — moet er een mogelijkheid worden gevonden om twee extra lessen in te roosteren en de helft van de leerlingen af te splitsen.
Hoogstens zou het een kwestie van beschikbare ruimte kunnen zijn. Maar dat zal moeten worden opgelost; anders zijn we gedoemd te mislukken — specifiek bij dit vak.
Wie zou deze klas anders kunnen geven?
X.: Ich würde es gerne tun.
X.: Ik zou het heel graag willen doen.
Dr. Steiner: Es müßte jemand sein, der früher nicht in der Religion darinnen gestanden hat. Es kann ja sein, daß Sie nach vielen Jahren heraus sind. In den Gedankenformen sicher nicht. Es ist im Lehrerkollegium niemand da. Es ist natürlich eine schwer zu lösende Sache. Man muß auch, nicht wahr, die Klippe überwinden, Wärme hineinzukriegen in den Unterricht, Wärme, Wärme! Ich würde zum Beispiel ja schon A. vorschlagen, weiß aber nicht, ob er sich den nötigen pädagogischen Duktus aneignen würde. Wenn man es mit A. probiert? Denn wer ist sonst in der hiesigen Krisenzeit aus der anthroposophischen Bewegung heraus vorzuschlagen? Es gibt niemand.
Hier friert man furchtbar viel!
Het zou iemand moeten zijn die zich niet eerder in de religieuze sfeer heeft ondergedompeld. Het is natuurlijk mogelijk dat u daar na vele jaren inmiddels bovenuit bent gegroeid. Maar zeker niet wat uw denkwijze betreft. Binnen het lerarencorps is er niemand anders beschikbaar. Het is, vanzelfsprekend, een lastige kwestie om op te lossen.
Men moet toch ook – nietwaar? – de hindernis nemen om het onderwijs met warmte te doordringen – warmte, louter warmte! Ik zou bijvoorbeeld inderdaad A. willen voorstellen, al weet ik niet of hij de noodzakelijke pedagogische houding zou kunnen verwerven. Wat als we het eens met A. zouden proberen? Want wie anders zou er, in deze tijden van crisis hier, vanuit de antroposofische beweging kunnen worden voorgedragen? Er is niemand.
Het is hier verschrikkelijk koud! (= om koude rillingen van te krijgen?) <4>
Ich wüßte niemand anders zu finden. Den Lehrern von hier kann man nicht noch etwas aufhalsen. — Die 9. Klasse ist so klein, daß man sehr viel an die einzelnen Schüler herankommen kann.
(Zu einer Lehrerin): Ich habe die Meinung, daß Sie eigentlich eine Hilfe in Ihrer Klasse brauchen, Fräulein H. Auf die Weise würde es zu machen sein, daß Fräulein S. Ihnen hilft. Darüber müßte man reden.
Das namentlich dann, wenn es sich darum handelt, die Kinder zu beschäftigen. Die Klasse ist für Chorunterricht so, daß sie sich weitet.
Sie hat eine Peripherie, Sie dringen nicht ganz durch bis zu den letzten. Am liebsten wäre es mir auch, wenn es zwei Klassen werden könnten. Daß es schon möglich wäre, daß Fräulein S. am Unterrichtteilnimmt und Ihnen mithilft, wenn Sie die Kinder beschäftigen, wenn sie malen oder zeichnen.
Ik zou niemand anders kunnen vinden. De leraren hier kun je niet nog meer werk opdringen. — De 9e klas is zo klein dat je heel goed contact kunt maken met de individuele leerlingen.
(Tegen een lerares): Ik ben van mening dat u eigenlijk een hulp in uw klas nodig hebt, juffrouw H. Het zou zo kunnen dat juffrouw S. u helpt. Daar zou men over moeten praten. Dat geldt met name als het erom gaat de kinderen bezig te houden. De lesruimte voor koorlessen is zo ingericht dat deze zich kan uitbreiden.
De klas heeft een periferie, u dringt niet helemaal door tot de laatste. Het zou mij ook het liefst zijn als het twee klassen zouden kunnen worden. Dat het voor juffrouw S. mogelijk zou zijn om deel te nemen aan de lessen en u te helpen bij het bezighouden van de kinderen, wanneer ze schilderen of tekenen.
Blz. 239
Die Klasse fällt auseinander. Die einzelnen Kinder sind zu wenig aktiv dabei beim Unterricht. Die bleiben untätig eine Zeit. Ich habe mir auch schon gedacht, ob es nicht möglich wäre, daß Sie eine Stunde geben und darin bleiben, und die andere Stunde Fräulein S. den Unterricht gibt. Dadurch wäre auch für die Disziplin gesorgt. Man könnte noch nachdenken über den Modus. An sich kann man auch 150 Schüler haben. Wir werden solche großen Klassen nicht haben. Sie haben 50 Schüler, und Ihre Klasse, Fräulein H., ist im konkreten Fall zu groß.
De klas valt uit elkaar. De individuele kinderen doen niet actief genoeg mee aan de les. Ze blijven een tijdje passief. Ik vroeg me ook af of het niet mogelijk zou zijn dat u één uur lesgeeft en bij de klas blijft, en dat juffrouw S. het andere uur lesgeeft. Dat zou ook de discipline bevorderen. We zouden ook de opzet kunnen overwegen. In principe kan een klas 150 leerlingen hebben. Zulke grote klassen zullen we niet hebben. U heeft 50 leerlingen en uw klas, juffrouw H., is in dit specifieke geval te groot.
X.: Darf ich fragen, soll die C-Dur-Tonleiter festgehalten werden, und soll in der Toneurythmie Wert gelegt werden auf den absoluten Ton? Ich hätte mir gedacht, ob man nicht die Toneurythmie als relative Toneurythmie hinnähme.
<5>X: Mag ik vragen of de C-majeurtoonladder behouden moet blijven en of de nadruk moet liggen op de absolute toonhoogte bij toon-euritmie? Ik vroeg me af of toon-euritmie ook als relatieve toon-euritmie kan worden beschouwd.
Dr. Steiner: Das kann man gut machen.
Dat is een goede benadering.
Eine Eurythmielehrerin: Ich ging immer auf den absoluten Ton.
Een euritmiedocent: Ik heb me altijd gericht op de absolute toonhoogte.
Dr. Steiner: Man kann das Befestigen der eurythmischen Bewegung
schon machen dadurch, daß man im Absoluten bleibt. Man braucht
das nicht pedantisch festzuhalten.
Je kan de euritmische beweging ontwikkelen door in de absolute toonhoogte te blijven. Je hoeft er niet pedant aan vast te houden. <5>
Was machen die Kinder bei Ihnen im Werkstattunterricht?
<6> Wat doen de kinderen bij u in de handvaardigheidslessen?
Ein Werklehrer: Wir haben an den Arbeiten weitergemacht vom vorigen Jahr.
Een docent handvaardigheid: We zijn verdergegaan met het werk van vorig jaar.
Dr. Steiner: Geht es dieses Jahr mit der Disziplin im Handarbeitsunterricht? Im vorigen Jahr die letzte Stunde war in der Sache und Disziplin ganz schön.
Haben Sie viel zu tun? Ich frage deshalb, weil ich meine, daß zu einer
gewissen Anregung gut wäre, wenn gerade dieser Stoff der Pädagogik und Didaktik im vorjährigen Kurse verarbeitet würde. Ob es nicht möglich wäre, alle vierzehn Tage eine sachliche Konferenz zu machen? Abgesehen von der Schule als solcher. Bringen Sie es dazu, daß Sie Fragen formulieren, die ein positives Erträgnis haben. Es wäre doch gut, wenn man bei diesen Dingen in einem gewissen Kontakt bleiben könnte, indem Sie Zweifelsfragen ausarbeiten, und ich Themen stellen könnte, die dann zur Besprechung kämen, wenn ich hierherkomme. Aber ich hoffe, daß es in der Zukunft Zeit gibt, wo ich mich der Waldorfschule widmen kann. Notwendig wäre es doch, daß Sie Zweifelsfragen ausarbeiteten und diese Fragen mir schickten, und daß diese Fragen beantwortet würden, wenn ich komme.
Gaat het goed met de discipline in de handvaardigheidsles dit jaar? Vorig jaar was de laatste les, zowel inhoudelijk als qua discipline, erg goed. Heeft u het erg druk? Ik vraag dit omdat ik denk dat het goed zou zijn voor wat inspiratie als dit onderwerp van pedagogie en didactiek, in de cursus van vorig jaar verwerkt zou worden. Zou het niet mogelijk zijn om elke twee weken een inhoudelijk overleg te houden? Los van de school zelf. Probeer vragen te formuleren die een positief resultaat opleveren. Het zou goed zijn als we hierover enig contact zouden kunnen houden als u vragen formuleert waarover u twijfelt, en ik dan onderwerpen zou kunnen aandragen die we kunnen bespreken als ik hier ben. Maar ik hoop dat er in de toekomst tijd zal zijn om me aan de Waldorfschool te wijden. Het is nodig dat u vragen van twijfel uitwerkt en die naar mij stuurt, en dat deze vragen worden beantwoord wanneer ik kom. <6>
Über den Malunterricht.
Dr. Steiner (zu einer Klassenlehrerin): Sie haben den Unterricht veranlagt ?
<7> Over de schilderlessen.
Dr. Steiner (tegen een klassenleerkracht): Heeft u de lessen ontworpen?
Blz. 240
X.: Herr Doktor haben heute einige Versuche gesehen.
X.: Dokter, u heeft vandaag een paar experimenten gezien.
Dr. Steiner: Die sind als solche ganz gut. Es müßte noch mehr dazu kommen, daß das Herausarbeiten des Konventionellen, daß die Schrift aus dem Malen und Zeichnen herausgearbeitet wird; dazu müßte es überhaupt mehr kommen. Für die 1. Klasse sind Richtlinien gegeben. Allmählich weiter ausbilden, daß die Farbe weiter entwickelt wird.
Ze zijn best goed zoals ze zijn. Er moet meer gebeuren, met name de conventionele aanpak verder ontwikkelen, het schrijven vanuit schilderen en tekenen ontwikkelen; er moet in het algemeen meer gebeuren. Er zijn richtlijnen voor de eerste klas. Geleidelijk aan het kleurgebruik verder ontwikkelen.
X.: Ich finde es im Augenblick nicht, ich tappe herum.
X.: Ik heb het nu even niet; ik ben aan het zoeken.
Dr. Steiner: Einige von diesen Kindern haben ganz Gutes gemacht.
Es müßte etwas herauskommen aus der Farbe. Bei der T. F. ist etwas
darinnen.
Sommige van deze kinderen hebben het heel goed gedaan.
Er moet iets uit de kleur komen. Bij T.F. is er wel iets in.
X.: Ich habe gefunden, daß die Kinder bei den Wasserfarben sehr schwer zu
Formen kommen.
X.: Ik heb gemerkt dat de kinderen erg moeilijk vormen kunnen maken met waterverf.
Dr. Steiner: Die Kreidestifte sollte man nicht kultivieren. Worauf es
ankäme, das wäre — nur sind wir nicht so weit —, daß wir abgrenzen
könnten. Es würde erst ein ordentlicher, reinlicher Lehrplan sein in
den unteren Klassen. Die anderen müssen natürlich fast dasselbe
durchführen. Nur daß man auf das Alter des Schülers Rücksicht
nimmt. Die Hauptsache liegt jetzt schon darin, daß ein innerliches
Gefühl vom Farbaufbau in den Kindern erweckt wird, ein Erleben
der Farbenwelt, daß die Kinder ein Gefühl bekommen vom Leben
der Farbenwelt im Erleben der Märchen.
Krijtstiften moeten niet gestimuleerd worden. Wat belangrijk zou zijn – maar zover zijn we nog niet – is dat we grenzen kunnen stellen. Het zou beginnen met een degelijk, goed gestructureerd leerplan in de lagere klassen. De andere klassen moeten natuurlijk vrijwel hetzelfde leerplan volgen. Wel belangrijk om rekening te houden met de leeftijd van de leerling. Het gaat erom dat er bij de kinderen een innerlijk begrip van de kleurenopbouw wordt gewekt, dat ze de wereld van kleur ervaren en dat ze door middel van sprookjes een gevoel krijgen voor de levendigheid van die kleurenwereld.
X.: Man muß doch den Kindern Formen geben, bestimmte Motive.
X.: Je moet de kinderen toch vormen geven, specifieke motieven.
Dr. Steiner: Die Kinder kriegen schon Formen, wenn Sie die Phantasie wirken lassen. Sie müssen die Formen aus der Farbe herauswachsen lassen. Sie können in der Farbenwelt mit den Kindern reden. Denken Sie nur, wie anregend es ist, wenn Sie mit den Kindern bis zum Verständnis dessen es brächten: Da ist dieses kokette Lila, und im Nacken sitzt ihm ein freches Rötchen. Das ganze steht auf einem demütigen Blau.
Sie müssen es gegenständlich kriegen — das wirkt seelenbildend —, so daß die Farben auch etwas tun. Das, was aus der Farbe heraus gedacht ist, das kann man auf fünfzigerlei Weise machen. Man muß das Kind zum Darinnenleben in der Farbe bringen, indem man sagt: „Wenn das Rot durch das Blau hindurchguckt”, und das wirklich schaffen läßt vom Kinde. Ich würde versuchen, viel Leben gerade in dies hineinzubringen. Sie müssen sie etwas aus dem Klotzigen (Klätzigen?), aus dem Lässigen herausbringen.
Kinderen ontwikkelen vormen als je hun verbeelding de vrije loop laat. Je moet de vormen laten ontstaan vanuit de kleur. Je kunt met kinderen praten over de wereld van kleuren. Stel je eens voor hoe stimulerend het is als je kinderen begeleidt naar het punt van begrip: Daar is een koket lila, en op zijn nek zit een brutaal rood. Het geheel rust op een bescheiden blauw.
Je moet het concreet maken – dat heeft een zielvormend effect – zodat de kleuren daadwerkelijk iets doen. Wat vanuit de kleur wordt bedacht, kan op vijftig verschillende manieren worden gedaan. Je moet het kind tot innerlijk leven brengen binnen de kleur door te zeggen: “Wanneer het rood door het blauw heen kijkt,” en het kind dat echt laten creëren. Ik zou juist hier veel leven in proberen te krijgen. Je moet ze weghalen uit het onbeholpene en het nonchalante.
Blz. 241
Es muß Feuer hinein! Es ist im allgemeinen notwendig, daß in der jetzigen Zeit dieses Farbengefühl, das nicht so korrumpiert ist wie das Musikalische, entwickelt wird. Es wird auf das Musikalische günstig zurückwirken, wenn das Farbenleben entwickelt wird.
Er moet enthousiasme bij! Het is over het algemeen noodzakelijk dat in deze tijd dit kleurgevoel, dat niet zo aangetast is als het muzikale gevoel, wordt ontwikkeld. Het zal een gunstig effect hebben op het muzikale gevoel wanneer de levendigheid van kleur wordt ontwikkeld.
X.: Wären Sie dafür, daß man außer dem Malen das Zeichnen übt?
X.: Zou u voorstander zijn van het oefenen met tekenen naast schilderen?
Dr. Steiner: Das lineare Zeichnen nicht. Das lineare Zeichnen nur, wenn es sich darum handelt, Geometrisches zu verstehen. Jedenfalls wichtig ist das andere: aus dem Hell-Dunkel heraus arbeiten! In dieser Beziehung hat sich die 9. Klasse noch nicht lebendig erwiesen. Man muß alles zu Hilfe nehmen.
Geen lijntekenen. Lijntekenen alleen als het gaat om het begrijpen van geometrie. In elk geval is het andere belangrijk: werken met licht en donker! Wat dat betreft heeft de negende klas zich nog niet erg levendig getoond. Je moet alles gebruiken wat beschikbaar is.
X.; Könnte die 9. und 8. Klasse Malstunden nehmen?
X.: Zouden de negende en achtste klas schilderlessen kunnen volgen?
Dr. Steiner: Man müßte das in den Stunden, die jetzt schon da sind,
hereinbringen. Daß mehr Künstlerisches getrieben werden sollte, das
ist ganz evident. Deshalb war mir zu tun, daß Fräulein Hauck hereinkommt in den Handfertigkeitsunterricht, daß die Handarbeit künstlerisch gestaltet wird. Zumeist ist das Handarbeitliche philiströs. Ich möchte, daß es wirklich künstlerisch gestaltet wird. Da in der Handarbeit kann man das Lineare anwenden. Auf dem Papier ist das Lineare etwas unwesenhaft.
Dat zou je moeten integreren in de lessen die er al zijn. Dat er meer artistieke activiteiten moeten worden ondernomen, is overduidelijk. Daarom wilde ik graag dat juffrouw Hauck naar de handvaardigheidsles kwam, zodat het handwerk kunstzinnig vormgegeven zou worden. Meestal is handwerk onbeholpen. Ik wil dat het echt kunstzinnig is. Want bij handwerk kun je lineaire principes toepassen. Op papier zijn lineaire principes minder belangrijk.
Es kann die Brücke geschlagen werden vom Handarbeitsunterricht zum Handfertigkeitsunterricht. Es gibt doch eine ganze Menge Gegenstände, die man bemalen kann. Es gibt im Haushalt Dinge, die von den Menschen selbst bemalt werden sollten. Wenn die Kinder Puppensachen machen, da könnte viel
Kunst entwickelt werden. Da könnte Stil, Farbensinn entwickelt werden; alles könnte entwickelt werden. Wenn man da durchdringt damit, daß der Naturalismus der Puppenbereitung überwunden wird, daß etwas Lebendiges da wäre, lachende Puppen, künstlerisch gestaltet, da könnte man segensreich wirken.
Geradeso wie man die Kinder daran gewöhnt, daß sie Wechsel schreiben lernen, weiß ich nicht, warum man die Kinder nicht daran gewöhnen soll, wie man ein Plakat macht, wie man ein Plakat schön findet und bei einem schönen Plakat auch dessen Schönheit wirklich erkennt. Das häßliche, unmögliche Plakat sollte ebenfalls erkannt werden. Aber die Menschen schauen sich die Sachen an, ohne rasend zu werden. Der Geschmack müßte gebildet werden; Stilgefühl müßte entwickelt werden. Was Stilgefühl betrifft, ist der Unterricht, selbst in künstlerischen Anstalten, etwas Scheußliches.
Die scheußlichsten Proben haben wir hier vor kurzem erlebt. Sie kennen das graphische Zeichen der Dreigliederung von den Kernpunkten.
Er kan een brug geslagen worden tussen handwerken en lessen in handvaardigheid. Er zijn talloze voorwerpen die beschilderd kunnen worden. Er zijn dingen in huis die mensen zelf zouden moeten beschilderen. Wanneer kinderen poppenkleertjes maken, kan er veel artistiek talent ontwikkeld worden. Stijl, gevoel voor kleur, alles kan ontwikkeld worden. Als je erin slaagt het naturalisme van het poppenmaken te doorbreken, en er levende, lachende poppen ontstaan, artistiek vormgegeven, dan kan dat een positief effect hebben. Net zoals je kinderen leert cheques uit te schrijven, zie ik geen reden waarom je ze niet zou leren hoe ze een poster moeten maken, hoe ze een poster mooi kunnen vinden en hoe ze de schoonheid van een mooie poster echt kunnen herkennen. Ook de lelijke, onmogelijke poster moet herkend worden. Maar mensen kijken naar dingen zonder er gek van te worden. Smaak moet gecultiveerd worden; een gevoel voor stijl moet ontwikkeld worden. Wat stijl betreft, is instructie, zelfs in kunstinstituten, verschrikkelijk.
We hebben hier onlangs de meest verschrikkelijke probeersels gezien. Je kent het grafische symbool van het drieledig sociale organisme.
Blz. 242
Es ist abgeändert worden. Es hat sich darum gehandelt, etwas Aktuelles zu machen. Was tut der Künstler? Er setzt das Motiv, das er macht, so zusammen, daß er das, was links ist, wieder rechts macht. Er macht ein gotisches Fenster daraus. Diese Dinge kommen vor.
Es wäre wirklich möglich, daß etwas Schönes erreicht wird in der 10., 11. Klasse. Jetzt will einer unserer Fabrikanten eine Vignette haben für Kindermehl. Daß von innen heraus etwas geschaffen werden kann. Es gibt innere Notwendigkeiten. Heute kennt ja der Mensch bloß ein Kunstobjekt. Das muß so sein, wenn es etwas nachahmt. In Basel gibt es einen Lehrer des Kunstgewerbes, der sagt, er sehe gar nicht ein, wozu es notwendig ist, wenn ich das eine Auge
hier male, warum ich das andere nicht hier malen kann. Das hat etwas für sich, solange man nicht mit den Sachen mitgeht. Was ich meine, ist das innerliche Erlebenkönnen. Das meine ich mit dem Stilgefühl. Man muß ein Dreieck erleben können, ein Viereck erleben können. Nicht sich halten an die Imitation, an die Nachahmung. Es macht doch heute jeder nur eine Puppe, indem er nachahmt und nicht innerlich erlebt. Man muß es von innen heraus erleben können, wie eine Puppe weint oder lacht. Dies müßte alles sinnvoll bis auf die Kleidung hin gemacht werden. — Die Mädchen können eine Puppe, die Knaben einen Kasperl machen. Das innerliche Erlebenkönnen, das müßte berücksichtigt werden beim Farbenmalen.
Dat is veranderd. Het ging erom, iets actueels te maken. Wat doet de kunstenaar? Hij heeft een motief en dat zet hij zo neer dat wat links staat, rechts ook weer komt. Hij maakt er een Gotisch raam van. Dit soort dingen gebeurt. Het is echt wel mogelijk dat er in de 10e of 11e klas iets moois wordt bereikt. Nu wil een van onze fabrikanten een vignet voor kindermeel. Nu moet er iets van binnenuit gecreëerd worden. Vanuit het innerlijk moet dat op een bepaalde noodzakelijke manier. Tegenwoordig kennen mensen alleen een kunstobject. Dat moet wel het geval zijn als het iets imiteert. Er is een kunst- en ambachtsleraar in Bazel die zegt dat hij niet begrijpt waarom het nodig is dat als ik het ene oog hier schilder, waarom ik het andere dan niet hier kan schilderen. Op zich heeft het iets, zolang je maar niet in die dingen meegaat. Wat ik bedoel is het innerlijke vermogen om te ervaren. Dit bedoel ik met gevoel voor stijl. Je moet een driehoek kunnen ervaren, een vierkant kunnen ervaren. Je niet aan het uiterlijke nadoen houden. Tegenwoordig maakt iedereen gewoon een pop door deze te imiteren en niet door innerlijk te ervaren. Je moet het van binnenuit kunnen ervaren, zoals een pop huilt of lacht. Dit zou allemaal zinvol gemaakt moeten worden, tot aan de kleding toe. — De meisjes kunnen een pop maken, de jongens een Jan Klaassen. Bij het schilderen met kleuren gaat het om het om het innerlijke beleven. <7>
X.: Läßt sich auch bei den Tönen etwas anwenden?
X.: Kan er ook zoiets met de tonen gebeuren?
Dr. Steiner: Ich glaube doch, daß es sich auch innerlich erleben läßt.
Ik geloof dat het ook innerlijk ervaren kan worden.
Musiklehrer: Soll man mit Worten den Kindern etwas näherzubringen
suchen? Die Melodie als solche oder die einzelnen Töne?
Muziekdocent: Moet je de kinderen iets met woorden proberen over te brengen? De melodie als zodanig of de afzonderlijke noten?
Dr. Steiner: Es wird sich nur im Thema oder in der Melodie ergeben. Wenn man so die Töne behandelt, kommt ein Künstlerisches heraus.
Ich glaube, daß Goethe so etwas meint, wie er Klavier gelernt hat.
Het komt alleen tot uiting in het thema of in de melodie. Als je de tonen op deze manier behandelt, ontstaat er iets artistieks.
Ik denk dat Goethe zoiets bedoelde als hoe hij piano leerde spelen.
Es wird gefragt, ob die Kinder Eurythmieschuhe herstellen sollen.
<8> De vraag wordt gesteld of de kinderen euritmieschoenen moeten maken.
Dr. Steiner: Dadurch würden die Kinder schwächlich und kränklich.
Ich glaube, daß es zu Unzukömmlichkeiten kommen könnte. Auf der anderen Seite, ist so furchtbar viel an Eurythmieschuhen zu erzeugen?
Dat zou de kinderen zwak en ziek maken.
Ik geloof dat het zou kunnen leiden tot ongemak. Aan de andere kant, is er nou zo vreselijk veel te ontwikkelen aan euritmieschoenen?
X.: Jetzt ist es so, daß viele Kinder es für die anderen machen.
X.: Op dit moment maken veel kinderen ze voor elkaar.
Dr. Steiner: Wie lange braucht ein Kind, um ein Paar Eurythmieschuhe zu machen?
Hoe lang doet een kind erover om een paar eurythmieschoenen te maken?
Blz. 243
Ich denke, daß unter den Mitgliedern sehr viele wären; ich kann mir denken, daß unter den Mitgliedern manche Frau ist, die kann mindestens im Tag ein Dutzend solche Schuhe machen, oder neun oder zehn.
Ik denk dat er veel van zulke mensen onder de leden zijn; ik kan me voorstellen dat er onder de leden vrouwen zijn die minstens een dozijn van zulke schoenen per dag kunnen maken, of negen of tien. <8>
X.: In der 5. Klasse ist ein Schüler, der nicht Eurythmie machen will. Er hat
für Künstlerisches kein Interesse, sondern nur für Physik, Elektrizität.
<9> X.: In de vijfde klas zit een leerling die geen zin heeft in euritmie. Hij heeft geen interesse in kunst, alleen in natuurkunde en elektriciteit.
Dr. Steiner: Wie es unmusikalische Menschen gibt, kann es auch uneurythmische Menschen geben. Ich würde ihn nicht dispensieren.
Man sollte nur dispensieren, wenn partielle Idiotie vorhanden ist.
Net zoals er mensen zijn die niet muzikaal zijn, zijn er ook mensen die niet euritmisch zijn. Ik zou hem geen vrijstelling geven. Dat kan alleen als er sprake is van een zekere mate van geestelijk onvermogen. <9>
Wegen eines Schülers S.
<10> Over leerling S.
Dr. Steiner: Der unter den Bänken hervorgekrochen ist?
Man muß immer denken, zum Beispiel: werde ich die Zeichnung in
die Ecke machen, werde ich es klein oder groß machen. Der muß
veranlaßt werden, innere Aktivität zu entwickeln. Der muß angehalten werden, nicht so hinzuschlafen. Innerlich tätig sein. Es ist besser, wenn der Junge etwas machen muß, wozu er sich erst entschließen muß. Das meiste erreicht man mit dem Jungen, wenn man ihn berücksichtigt und freundlich ist. Er kann auch artig sein. Ich habe es merkwürdig gefunden, ich habe immer nur bemerkt, wenn er bestraft worden ist. Was er getan hat, habe ich nicht bemerkt.
Die onder de bank vandaan kroop?
Je moet altijd nadenken, bijvoorbeeld: ga ik de tekening in de hoek maken, maak ik hem klein of groot? Hij moet worden aangemoedigd om zijn innerlijke activiteit te ontwikkelen. Hij moet worden tegengehouden om alleen maar in slaap te vallen. Hij moet innerlijk actief zijn. Het is beter als de jongen iets moet doen waar hij eerst zelf voor moet kiezen. Je bereikt het meeste met de jongen als je attent en aardig voor hem bent. Hij kan zich ook goed gedragen. Ik vond het vreemd; ik merkte alleen dat hij straf kreeg, niet wat hij gedaan had. <10>
.
GA 300A inhoudsopgave
Rudolf Steiner: alle artikelen op deze blog
Menskunde en pedagogie: alle artikelen
Opvoedingsvragen: alle artikelen
Vrijeschool in beeld: alle beelden
.
3547-3332
.
.
.
.
Vind-ik-leuk Aan het laden...