WAT VIND JE OP DEZE BLOG?

.

.

Via onderstaande rubrieken vind je de weg naar meer dan 3200 artikelen

Kleinere en grotere, makkelijk toegankelijke en die meer studie vragen; direct met de vrijeschool te maken hebbend of zijdelings: de meest uitgebreide vrijeschoolsite die er te vinden is.

Ondanks regelmatige controle komt het voor dat bepaalde links niet werken. Waarschuw me s.v.p.     vspedagogie voeg toe apenstaartje gmail punt com
.

RUDOLF STEINER
alle artikelen
wat zegt hij over——
waar vind je Steiner over pedagogie(k) en vrijeschool–
een verkenning van zijn ‘Algemene menskunde’


AARDRIJKSKUNDE
alle artikelen

BESPREKING VAN KINDERBOEKEN
alle auteurs
alle boeken
leeftijden
over illustraties

BORDTEKENEN zie TEKENEN

DIERKUNDE
alle artikelen

EURITMIE
Alle artikelen

GESCHIEDENIS
alle artikelen

GETUIGSCHRIFT
alle artikelen

GEZONDHEID – die van de leerkracht
Alle artikelen

GODSDIENST zie RELIGIE

GYMNASTIEK
alle artikelen

HANDVAARDIGHEIDSONDERWIJS
a
lle artikelen

HEEMKUNDE
alle artikelen

JAARFEESTEN
alle artikelen

KERSTSPELEN
Alle artikelen

KINDERBESPREKING
alle artikelen

KLASSEN alle artikelen:
peuters/kleutersklas 1; klas 2; klas 3; klas 4; klas 5; klas 6; klas 7; klas 8; klas 9: klas 10; klas 11; klas 12

LEERPLAN
alle artikelen

LEERPROBLEMEN
alle artikelen

LEZEN-SCHRIJVEN
alle artikelen

LINKS
Naar andere websites en blogs met vrijeschoolachtergronden; vakken; lesvoorbeelden enz

MEETKUNDE
alle artikelen

MENSKUNDE EN PEDAGOGIE
Alle artikelen

MINERALOGIE
alle artikelen

MUZIEK
Alle artikelen

NATUURKUNDE
alle artikelen

NEDERLANDSE TAAL
alle artikelen

NIET-NEDERLANDSE TALEN
alle artikelen

ONTWIKKELINGSFASEN
alle artikelen

OPSPATTEND GRIND
alle artikelen

OPVOEDINGSVRAGEN
alle artikelen

PLANTKUNDE
alle artikelen

REKENEN
alle artikelen

RELIGIE
alle artikelen

REMEDIAL TEACHING
[1]  [2]

SCHEIKUNDE
Alle artikelen

SCHILDEREN
Alle artikelen

SCHRIJVEN – LEZEN
alle artikelen

SOCIALE DRIEGELEDING
alle artikelen
hierbij ook: vrijeschool en vrijheid van onderwijs

SPEL
alle artikelen

SPRAAK
spraakoefeningen
spraak/spreektherapie [1]    [2

STERRENKUNDE
Alle artikelen

TEKENEN
zwart/wit [2-1]
over arceren
[2-2]
over arceren met kleur; verschil met zwart/wit
voorbeelden
In klas 6
In klas 7
Bordtekenen [1]
Bordtekenen [2]

VERTELSTOF
alle artikelen

VOEDINGSLEER
7e klas: alle artikelen

VORMTEKENEN
alle artikelen

VRIJESCHOOL
Niet elders gerubriceerd: alle artikelen

Auschwitz en Gaza 2025
Ahriman en/in het onderwijs;
Grafische vormgeving bij Steiner
Interviews met oud-leerlingen
Is het alles goud wat er blinkt….?
Kritiek op de vrijeschool
Kunstzinnige vormgeving van een klaslokaal
Naamgeving en schrijfwijze vrijeschool;
Ochtendspreuk;
Organische architectuur;
Steiner lezen?
Uitgangspunten vrijeschool;
Vrijeschool en antroposofie;
Vrijheid van onderwijs;  
Worden wie je bent

bewegen in de klas
In de vrijeschool Den Haag wordt op een bijzondere manier bewogen.

bewegen in de klas
L.L.. Oosterom over: beweging tussen persoon en wereld; kind leert bewegend de wereld kennen; sport

.
EN VERDER:

geschiedenis van het Nederlandse onderwijs, een kleine schets

karakteriseren i.p.v. definiëren

lichaamsoriëntatie

(school)gebouw
organische bouw [1]     [2-1]    [2-2]

In de trein
onderwijzer Wilkeshuis over een paar ‘vrijeschoolkinderen’ in de trein
.

VRIJESCHOOL in beeld: bordtekeningen; schilderingen, tekeningen, transparanten enz.
voor klas 1 t/m 7; jaarfeesten; jaartafels

Deze blog wordt/werd bekeken in:

Afghanistan; Albanië; Algerije; Amerikaans-Samoa; Andorra; Angola; Argentinië; Armenië; Aruba; Australië; Azerbeidzjan; Bahama’s; Bahrein; Bangladesh; Belarus; België; Benin; Bolivia; Bosnië en Herzegovina; Brazilië; Brunei; Bulgarije; Burkina Faso; Burundi; Cambodja; Canada; Caribisch Nederland; Chili; China, Congo Kinshasa; Costa Rica; Cuba; Curaçao; Cyprus; Denemarken; Dominicaanse Republiek; Duitsland; Ecuador; Egypte; Estland; Ethiopië; Europese Unie; Finland; Filipijnen; Frankrijk; Frans-Guyana; Gambia; Georgië; Gibraltar; Griekenland; Ghana; Guadeloupe; Guatemala; Guyana; Haïti; Honduras; Hongarije; Hongkong; Ierland; IJsland; India: Indonesië; Isle of Man; Israël; Italië; Ivoorkust; Jamaica; Japan; Jemen; Jordanië; Kaapverdië; Kameroen; Kazachstan; Kenia; Kirgizië; Koeweit; Kroatië; Laos; Letland; Libanon; Liberia;  Libië; Liechtenstein; Litouwen; Luxemburg; Macedonië; Madagaskar; Maldiven; Maleisië; Mali; Malta; Marokko; Martinique; Mauritius; Mexico; Moldavië; Monaco; Mongolië; Montenegro; Myanmar; Namibië; Nederland; Nepal; Nicaragua; Nieuw-Zeeland; Nigeria; Noorwegen; Oeganda; Oekraïne; Oman; Oostenrijk; Pakistan; Panama; Paraguay; Peru; Polen; Portugal; Puerto Rico; Qatar; Réunion; Roemenië; Rusland; Saoedi-Arabië; Senegal; Servië; Sierra Leone; Singapore; Sint-Maarten; Slovenië; Slowakije; Soedan; Somalië; Spanje; Sri Lanka; Suriname; Syrië; Taiwan; Tanzania; Thailand; Togo; Tsjechië; Trinidad en Tobago; Tunesië; Turkije; Uruguay; Vanuatu; Venezuela; Verenigde Arabische Emiraten; Verenigde Staten; Verenigd Koninkrijk; Vietnam; Zambia; Zuid-Afrika; Zuid-Korea; Zweden; Zwitserland’ (156)

..

VRIJESCHOOL Rudolf Steiner – Algemene menskunde – voordracht 1 (1-7-3)

.

In v.a [1-7] is sprake van ‘mensbeelden’.
Zie ook bv. [3-7-1]

Steiner wilde zijn onderwerpen breed uitleggen, zo min mogelijk definiëren en zo ruim mogelijk karakteriseren.
Dat betekent ook: verschillende standpunten, vertrekpunten van beschouwing innemen.
Zo kan er sprake zijn van o.a. een 2-ledig, 3-ledig, 4-ledig mensbeeld.

De ene keer gaat hij er diep op in, de andere keer in grote lijnen.

In GA 97, de voordracht van 4 december 1906 in Keulen, behandelt kort en bijna schetsmatig het drieledig mensbeeld, zonder dat Steiner dit hier zo benoemt.

Tussen de regels door – wanneer er bv. over ‘ontwikkeling’ gesproken wordt, doelt Steiner waarschijnlijk op de oefeningen die hij voor een geestelijke scholing heeft gegeven. Zoals in GA 10, vertaald.
De ‘drie aspecten’ worden uitgebreid behandeld in  GA 9, vertaald. 
(De ‘kopjes’ zijn door mij aangebracht)

GA 97

Das christliche Mysterium
Het christelijke mysterie

Blz. 275

Die drei Aspekte der Welt
De wereld vanuit drie gezichtspunten

Voordracht 26, Keulen 4 december 1906

Wir können in der Welt, die an uns herantritt, in der wir leben, drei Aspekte unterscheiden: erstens, wie sie sich uns von außen zeigt, zweitens, wie wir sie in uns empfinden, und drittens, wie sie selbst im Inneren ist.
Unsere Sinnesorgane vermitteln uns den Aspekt der Welt, wie sie sich uns von außen zeigt, die Welt der Formen und Gestalten in der unorganischen Natur, der Mineralwelt; in der belebten Natur, der Pflanzenwelt; in der empfindenden Natur, der Tierwelt, und in der denkenden Natur, der Menschenwelt.

Von außen tritt sie uns entgegen als die Welt der Wahrnehmungen, und wir nehmen diese Welt der Erscheinung, der Wahrnehmung durch unsere Sinnesorgane auf. Unsere Sinnesorgane sind die Pforten, durch welche die
äußere Welt der Gestalten zu uns Zutritt hat. Hätten wir unsere Sinnesorgane nicht, so bliebe die Gestaltenwelt für uns ewig ein Unbekanntes, ein Geheimes, ein Okkultes; sie wäre für uns nicht da.
Man könnte uns nur davon erzählen und uns lediglich eine annähernd für uns verständliche Beschreibung derselben geben. Aber solange uns die Sinnesorgane fehlten, könnten wir uns niemals eine ganz zutreffende Vorstellung von der äußeren Welt der Formen und Gestalten machen.

We kunnen drie aspecten onderscheiden van de wereld waarmee we geconfronteerd worden, de wereld waarin we leven: ten eerste, hoe die zich van buitenaf aan ons voordoet; ten tweede, hoe we die in onszelf waarnemen; en ten derde, hoe die op zichzelf ís.

Eerste aspect

Onze zintuigen brengen ons het aspect van de wereld over zoals die zich van buitenaf aan ons voordoet, de wereld van vormen en verschijnselen in de anorganische natuur, de minerale wereld; in de levende natuur, de plantenwereld; in de voelende natuur, de dierenwereld; en in de denkende natuur, de mensenwereld.

Van buitenaf gezien doet de wereld zich aan ons voor als de wereld van waarnemingen, en we nemen deze wereld van verschijning, van waarneming, in ons op via onze zintuigen. Onze zintuigen zijn de poorten waardoor de uiterlijke wereld van vormen toegang tot ons krijgt. Zonder onze zintuigen zou de wereld van vormen voor altijd onbekend voor ons blijven, geheimzinnig, verborgen; ze zou voor ons niet bestaan. Men zou ons er alleen over kunnen vertellen en ons een beschrijving kunnen geven die voor ons bij benadering begrijpelijk is. Maar zolang we geen zintuigen hadden, konden we nooit een volledig accuraat beeld vormen van de externe wereld, van vormen en figuren.

Was wir jetzt sehend, hörend, fühlend und tastend, durch Geruch und Geschmack aufnehmen, wäre dann für uns nicht da. Die äußere Welt bliebe dann für uns im Dunkel verborgen, und nur ahnen könnten wir sie und nach den Beschreibungen derer, die sie kennen, uns ein annäherndes, aber niemals ein genaues Bild derselben machen. Immer wäre diese Gestaltenwelt eine okkulte Welt für den Menschen geblieben, hätten sich seine Sinne nicht geöffnet, um sie aufzunehmen. Seine Sinne mußten sich erschließen, damit ihm der Zugang zu dieser äußeren Welt möglich wurde.

Das Wahrnehmen der Sinneswelt ist eine Stufe in der Menschheitsentwickelung, die sie früher nicht erreicht hatte. Es gab eine
Zeit, wo die Sinnesorgane des Menschen sich noch nicht nach au-
ßen aufgetan hatten. 

Wat we nu waarnemen door te zien, te horen, te voelen, te ruiken en te proeven, zou dan voor ons niet bestaan. De buitenwereld zou in duisternis gehuld blijven en we zouden haar bestaan ​​slechts kunnen aanvoelen en, op basis van de beschrijvingen van degenen die haar kennen, een benaderend, maar nooit een exact, beeld ervan kunnen vormen. Deze wereld van vormen zou voor de mensheid altijd een verborgen wereld zijn gebleven als onze zintuigen zich niet hadden geopend om haar waar te nemen. Onze zintuigen moesten zich ontwikkelen zodat toegang tot deze buitenwereld mogelijk werd.

Het kunnen waarnemen van de zintuiglijke wereld is een stadium in de menselijke ontwikkeling die er voorheen nog niet was. Er was een tijd dat de menselijke zintuigen zich nog niet openden voor de buitenwereld.

Blz. 276

Da konnte der Mensch die Gestaltenwelt nicht wahrnehmen; da konnte er nichts draußen wahrnehmen; da lebte er noch ganz in seinem nach der Welt zu abgeschlossenen Inneren. Er lebte ganz ein Innenleben, wie es uns jetzt noch in unseren Empfindungen bekannt ist.
In diesem Innenleben finden wir jetzt noch den zweiten Aspekt der Welt. Durch das Wahrnehmen der äußeren Gestaltenwelt mit unseren Sinnesorganen entstehen in unserem Inneren Empfindungen. Wie wir mit unseren Sinnesorganen die Außenwelt wahrnehmen, so empfinden wir mit unserer Seele die Eindrücke, die uns diese Außenwelt macht. Dadurch wird diese Außenwelt in unserer Seele zu unserer eigenen Innenwelt. In dem Maße, wie unsere Seele und ihre Organe entwickelt sind, wird uns diese eigene Innenwelt zum Bewußtsein kommen. Je höher der Mensch in der Entwickelung steht, desto stärker empfindet er diese Außenwelt auch als Innenwelt in der Seele; je mehr er seine Seelenorgane ausgebildet hat, desto mannigfaltiger gestaltet sich seine Innenwelt, desto reicher sind die Bilder derselben, die in seinem Inneren aufsteigen, desto geordneter und harmonischer durchziehen sie sein Inneres.

In die tijd kon de mens de wereld van vormen niet waarnemen; hij kon niets buiten zichzelf waarnemen; hij leefde volledig in zijn innerlijke zelf, afgesloten van de wereld. Hij leefde een volledig innerlijk leven, zoals wij dat vandaag de dag nog steeds kennen in onze gewaarwordingen.

Tweede aspect

In dit innerlijke leven vinden we nu het tweede aspect van de wereld. Door de waarneming van de externe wereld van vormen met onze zintuigen ontstaan ​​er gewaarwordingen in ons. Net zoals we de externe wereld met onze zintuigen waarnemen, zo ervaren we met onze ziel de indrukken die deze externe wereld op ons maakt. Op deze manier wordt deze externe wereld onze eigen innerlijke wereld in onze ziel. Naarmate onze ziel en haar organen zich ontwikkelen, zal deze eigen innerlijke wereld tot ons bewustzijn doordringen. Hoe hoger iemands ontwikkelingsniveau, hoe sterker hij deze externe wereld als een innerlijke wereld in zijn ziel ervaart. Hoe meer hij zijn zielsorganen heeft ontwikkeld,
hoe diverser zijn innerlijke wereld wordt, hoe rijker de beelden ervan zijn die in hem opkomen, hoe ordelijker en harmonieuzer ze zijn innerlijke wezen doordringen.

Um die Außenwelt ganz zu seiner eigenen zu machen, muß der Mensch eine starke, harmonisch ausgestaltete und gegliederte Seele haben, einen ausgebildeten Seelenorganismus. Je vielseitiger der Mensch sein Seelenleben ausgebildet hat, desto mannigfaltiger wird dort die Außenwelt in abwechslungsvollen Bildern auftauchen. Je harmonischer seine Seele ist, desto schöner wird sich die Außenwelt in seiner Seele abspiegeln. In unserer Seele taucht dann die Außenwelt unter und ersteht dort zu einem schönen, harmonischen, lebensvollen, abwechslungsreichen Ganzen.
Während der Mensch im Wachbewußtsein sein Hauptaugenmerk auf die Außenwelt richtet und sie zunächst nur chaotisch als Empfindungen in sich auftauchen spürt, muß er lernen, diese chaotischen Empfindungsvorgänge zu ordnen und zu regeln, sie in bewußte Beziehung zur Außenwelt zu bringen und daraus ein harmonisches Ganzes zu gestalten. Er muß die Innenwelt seiner Seele unter seine Herrschaft bringen lernen.

Om de buitenwereld volledig eigen te maken, moet een persoon een sterke, harmonieus ontwikkelde en gestructureerde ziel hebben, een volledig gevormd zielorganisme. Hoe veelzijdiger iemands zielsleven is, hoe diverser de
buitenwereld zich daarin zal manifesteren in uiteenlopende beelden. Hoe harmonieuzer hun ziel, hoe mooier de buitenwereld erin weerspiegeld zal worden. Binnen onze ziel dompelt de buitenwereld zich dan onder en rijst daar op als een prachtig, harmonieus, levendig en gevarieerd geheel.

Terwijl een persoon in wakende toestand zijn aandacht richt op de buitenwereld en deze aanvankelijk slechts chaotisch ervaart als gewaarwordingen, moet hij leren deze chaotische zintuiglijke processen te ordenen en te reguleren, ze in een bewuste relatie met de buitenwereld te brengen en er een harmonieus geheel van te maken. Hij moet leren de innerlijke wereld van zijn ziel onder controle te krijgen.

Blz. 277

Erst dann wird sie wirklich seine eigene und eigenste Welt, in der er bewußt und nach eigenem Willen leben kann.
Im Traumleben taucht der Mensch in seine Innenwelt unter. Da ist er der Sinnenwelt entrückt und ist preisgegeben dem chaotischen Wirbel seiner Empfindungswelt, die in Bildern in ihm auftaucht.
In dem Maße, wie sich seine Empfindungen ordnen, werden auch seine Traumbilder geregelt und bedeutungsvoll.
Was nun in ihm zur Innenwelt geworden ist in seiner Seele, das ist der Aspekt der Umwelt, wie er sie empfindet. Dieser steht gegenüber dem Aspekt der Wahrnehmungen, unter dem sich die Umwelt seinen Sinnen zeigt.
Nun besteht die Welt aber noch unter einem andern Aspekt, unter dem Aspekt, wie sie wirklich ist. Es ist der eigentliche Aspekt des wahren Seins der Welt, wie sie in ihrem Inneren ist. Zu diesem Aspekt gelangt der Mensch, wenn er den eingeschlagenen Weg weiter verfolgt.

Pas dan wordt het werkelijk zijn eigen en meest persoonlijke wereld, waarin hij bewust en naar eigen wil kan leven.

In zijn dromen dompelt een mens zich onder in zijn innerlijke wereld. Daar wordt hij losgekoppeld van de wereld van de zintuigen en blootgesteld aan de chaotische werveling van zijn wereld van gewaarwordingen, die zich in hem manifesteert in beelden. Naarmate zijn gewaarwordingen geordend raken, worden ook zijn droombeelden gereguleerd en betekenisvol.

Wat nu zijn innerlijke wereld in zijn ziel is geworden, is het aspect van de omgeving zoals hij die waarneemt. Dit staat in contrast met het aspect van waarnemingen, waaronder de omgeving zich aan zijn zintuigen openbaart.

Maar de wereld bestaat ook onder een ander aspect, het aspect van hoe zij werkelijk is. Het is het werkelijke aspect van het ware wezen van de wereld, zoals het in de kern is. Een mens bereikt dit aspect wanneer hij die ingeslagen weg verder blijft volgen.

Derde aspect

Wenn aus klaren Sinneswahrnehmungen in ihm Empfindungen entstanden sind in seinem Inneren, wenn er diese Empfindungen in harmonische Ordnung und in schönen Rhythmus gebracht hat, dann tragen ihn diese Empfindungen wieder hinaus in die Welt. Sie schlagen eine Brücke von seiner Seele zur Welt, und während die Welt sich in ihn hineinergießt durch seine Sinne, so ergießt sich nun seine Seele in die Welt hinein durch das Denken über die Welt. Seine Empfindungen gießt er hinein in den Gedanken, und sein Gedanke dringt ein in die Umwelt. So ist die Kette geschlossen zwischen Welt und Mensch und zwischen Mensch und Welt.
Die Welt ist draußen, die Empfindung im Inneren des Menschen; der Gedanke ist in beiden. Im Denken vereinigt sich der Mensch ganz mit der Welt. Denn das Weltendenken und sein Denken sind ein Ganzes. So wurzelt die Menschheit mit ihren Wahrnehmungen im sinnlichen Dasein. So wächst sie, indem sie aus der
Sinnenwelt Eindrücke empfängt und diese sich in der Seele zu Empfindungen, zu Bildern ordnen, sich rhythmisieren und im seelischen Leben sich umwandeln. So erblüht sie, indem sie aus diesen Bildern und den Wahrnehmungen herausliest, herausempfindet, heraushört den Weltgedanken, der in jedem denkenden Menschen neue Blüten treibt.

Wanneer heldere zintuiglijke waarnemingen innerlijke gewaarwordingen hebben voortgebracht, wanneer deze gewaarwordingen in harmonieuze orde en een prachtig ritme zijn gebracht, dan voeren deze gewaarwordingen hem terug de wereld in. Ze vormen een brug van zijn ziel naar de wereld, en terwijl de wereld via zijn zintuigen in hem doordringt, zo stroomt zijn ziel nu de wereld in door over de wereld na te denken. Hij giet zijn gewaarwordingen in zijn gedachten, en zijn gedachten doordringen de omgeving. Zo wordt de keten gesloten tussen wereld en mens en tussen mens en wereld.

De wereld is buiten, de gewaarwording binnenin de mens; het denken is in beide. In het denken verenigt de mens zich volledig met de wereld. Want werelddenken en denken zijn één.
Zo is de mensheid, met haar waarnemingen, geworteld in het zintuiglijke bestaan.
Zo groeit de mensheid door indrukken uit de zintuiglijke wereld te ontvangen, die in de ziel worden geordend tot gewaarwordingen, tot beelden, die ritmisch worden en transformeren in het leven van de ziel. Zo bloeit ze op als ze uit die beelden en waarnemingen de wereldgedachte leest, voelt en hoort die nieuwe bloesems voortbrengt in ieder denkend mens.

Blz. 278

Die Menschen wurzeln alle in dem einen Boden der physischen Sinnen- und Gestaltenwelt. Es ist dieselbe Welt für alle, derselbe Boden, aus dem alle herauswachsen. Und jede einzelne Menschenindividualität saugt heraus aus dem gemeinsamen Boden Kräfte zu ihrer besonderen Entfaltung. Viele und verschieden geartete Stamme sind die einzelnen Menschenindividualitäten, die aus dem einen Boden hervorwachsen und, jede in ihrem Seelenleben, die aus
dem einen Boden aufgenommenen Kräfte in ihrer besonderen Eigenart verarbeiten. Aber droben zur Blüte gelangend, in der Welt des Gedankens, bilden alle ein großes Ganzes, ein wunderbares wogendes Blütenmeer, jede Blüte eine Widerspiegelung des großen einen Weltendenkens, und eine die andere ergänzend, sich einfügend als Glied in die ganze Kette, als Juwel in eine Krone von Juwelen, als Welle in ein Gedankenweltenmeer.

Alle mensen zijn geworteld in dezelfde bodem van de fysieke wereld van zintuigen en vormen. Het is dezelfde wereld voor iedereen, dezelfde bodem waaruit alles groeit. En ieder mens put kracht uit deze gemeenschappelijke bodem voor zijn of haar specifieke ontwikkeling. Vele en diverse (boom)stammen zijn de individuele mensen die uit deze ene bodem groeien en, ieder in zijn of haar innerlijke leven, de krachten die uit deze ene bodem zijn opgenomen op hun eigen unieke manier verwerken. Maar wanneer ze hun volle bloei bereiken in de wereld van het denken, vormen ze samen een groot geheel, een wonderbaarlijke, golvende zee van bloesems, waarbij elke bloesem een ​​weerspiegeling is van het grote, ene werelddenken, en elke bloesem de andere aanvult, als een schakel in de hele keten, als een juweel in een kroon der juwelen, als een golf in een zee van gedachtewerelden.

Unten ein Ganzes: die physische Welt. Oben ein Ganzes: die Geisteswelt. Dazwischen Umwandlung des Unteren in das Obere in vielen Individualitäten: die Seelenwelt.
Ein Spiegelbild der Geisteswelt ist die physische Welt draußen in ihrer Einheitlichkeit.
Ein Spiegelbild der Geisteswelt ist die Seelenwelt des Menschen in ihrer Mannigfaltigkeit. Die ganze große Welt draußen wird in jeder Menschenseele eine besondere kleine Welt, und wird, aus allen Menschenseelen im Gedanken heraustretend, wieder ein großes Ganzes. So geht der Weg vom Kosmos durch den Mikrokosmos hindurch, um als neuer, vervollkommneter Kosmos aus den gesamten Mikrokosmen hervorzugehen.

Beneden, een geheel: de fysieke wereld.
Boven, een geheel: de spirituele wereld.
Daartussenin, de transformatie van het lagere naar het hogere in vele individualiteiten: de zielenwereld.

Een weerspiegeling van de spirituele wereld is de fysieke wereld daarbuiten in
haar eenheid.
Een weerspiegeling van de spirituele wereld is de zielenwereld van de mensheid in haar diversiteit.
De hele grote wereld daarbuiten wordt in elke menselijke ziel een bijzondere kleine wereld, en, voortkomend uit alle menselijke zielen in gedachten, wordt deze weer een groot geheel.

Zo leidt het pad van de kosmos door de microkosmos, om als een nieuwe, meer volkomen kosmos uit de gezamenlijke microkosmos tevoorschijn te komen .
GA 97/275-278
Niet vertaald

.
Meer over 3- en 4-ledig mensbeeld

Algemene menskundealle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.
3541-3327

.

.

 

 

.

 

 

VRIJESCHOOL – 5e klas – plantkunde

.
Gem. dienst school- en kindertuinen, febr. 1976
.

KATJESDRAGERS

De els, berk, populier en wilg behoren alle tot de zgn. katjesdragers. Deze naam danken zij aan de wijze waarop zij bloeien, die enigszins doet denken aan het vel van een kat. Katjes zijn uit een groot aantal merkwaardige bloempjes samengesteld. In tegenstelling tot de meeste bloemen vinden we hier:

1. aparte stamperbloemen en aparte meeldraadbloemen;

2. geen kelk- en kroonbladeren;

3. een groot aantal bloemen zijn verenigd tot zogenaamde katjes: mannelijke of vrouwelijke meeldraadkatjes, vrouwelijke of stamperkatjes.

De berk

De mannelijke en vrouwelijke katjes zitten aan dezelfde boom (eenhuizig). De mannelijke katjes zitten meestal in V-vorm aan het eind van de tak; van de vrouwelijke katjes is nu nog niets te zien, want ze zitten in de bladknoppen.

In tegenstelling tot de andere katjesdragers bloeien bij de berk de katjes niet vóór, maar tegelijk met het verschijnen van het blad. De wind zorgt voor de bestuiving. De berk is een van de mooiste bomen van onze bossen. Door de sterk vertakte kroon heeft de berk een fraaie vorm, die wordt geaccentueerd door de witte bast op de stam. De berk groeit snel en heeft daardoor betrekkelijk zacht hout dat veel vocht bevat. De boom is dan ook weinig brandbaar en wordt daarom vaak aan de randen van bossen aangeplant als een soort brandbeveiliging (brandsingels). De fijne, witte bovenbast geeft berkenolie en juchtolie (te gebruiken bij de bereiding van juchtleer). De daaronder liggende laag geeft eveneens looistoffen. Berkenbast is heel duurzaam en kan daarom gebruikt worden voor de vervaardiging van touw en matten. Berkenhout is geschikt voor het maken van disselbomen, van houten lepels en bakken. Het sap van de boom wordt verwerkt in berkenhaarwater en berkenwijn.

De els

Evenals bij de berk vinden we beide soorten katjes aan één boom. Deze boom is dan ook eenhuizig. Het onderscheid tussen beide soorten katjes is eenvoudig: de mannelijke katjes zijn veel langer en zitten vol meeldraden, de vrouwelijke katjes zijn aanzienlijk kleiner, hebben een roodachtige kleur en kleverige stampers.

Een enkel mannelijk katje levert ruim 6 miljoen stuifmeelkorrels, terwijl een vrouwelijk katje ± 100 stampers bevat. Deze getallen wijzen erop dat we, net als bij de berk, met een windbloeier te maken hebben. De bloemen zijn klein, onopvallend en bezitten geen honing om insecten aan te trekken. Hier fungeert de wind als postbode van het stuifmeel. De grote produktie van stuifmeel vergroot alleen maar de kans dat enige stuifmeelkorrels op het juiste adres worden bezorgd, nl. op de stampers. In tegenstelling tot de berk heeft de els het voordeel dat de katjes bloeien voordat de bladeren uit de gesteelde knoppen verschijnen, zodat ze het bestuivingsproces niet kunnen hinderen.

Elzenproppen

Wellicht vindt u aan de tak deze merkwaardige houtige “kegeltjes”. Het zijn de vrouwelijke katjes van vorig jaar, die helemaal houtig zijn geworden. Tussen de schubben ervan bevinden zich misschien nog de enigszins gevleugelde zaden. De els staat vaak op plaatsen, waar andere bomen het niet kunnen uithouden. Hij staat vaak zo dicht bij sloot en plas, dat de voet van de stam in het water staat als het in het voorjaar hoog water is. Het geheim schuilt in de wortels. Overal ontdekt men hieraan kleine knolletjes; het lijkt wel of de boom ziek is. In die knolletjes zitten heel kleine organismen, een soort zwam, die stikstof uit de lucht kunnen opnemen. Op deze manier kan de plant beschikken over stikstof, die ze anders uit de bodem zou moeten opnemen. Hiervan profiteren vaak ook kruiden in de buurt van de boom. Men noemt een dergelijke vorm van samenwerking tussen planten (en van dieren) onderling symbiose. De els kan uit delen van het wortelstelsel nieuwe uitlopers vormen; vandaar dat men vaak bomen ziet met meer dan één stam. Het hout van de els is roodachtig van kleur en is goed geschikt voor houtsnijwerk. De els groeit vaak samen met wilgen en populieren in het zogenaamde elzenbroekbos, dat in ons land het meest op vochtige veengronden voorkomt.

De populier

De derde katjesdrager is de populier, die bekend staat als een snelle groeier en tevens als een boom, die gemakkelïjk gestekt kan worden.
Bij els en berk zagen we dat zowel de mannelijke als de vrouwelijke katjes op een boom voorkomen (eenhuizig); bij de populier vinden we op de ene boom alleen de mannelijke en op de andere boom alleen de vrouwelijke katjes (tweehuizig). Ook hier zorgt de wind voor het transport van het stuifmeel naar de stamperkatjes. Na de bloei vallen de mannelijke katjes af en vormen een dik tapijt aan de voet van de boom. Omdat ze enigszins op rupsen lijken, worden ze dan vaak door kinderen meegenomen.

De wilg

Evenals de populier is de wilg tweehuizig: er komen op één boom maar één soort katjes voor. Sommige wilgentakken vormen dus betrekkelijk kleine, weinig opvallende katjes, andere hebben grote gele katjes, waaruit honderden helmknoppen tevoorschijn komen. Als een mannelijke wilgenboom in bloei staat en bedekt is met de gele katjes, dan zal men er steeds een zwerm insecten, vooral bijen, rond omheen vinden. De katjes zitten weinig beweeglijk aan de boom bevestigd; de wind heeft er weinig vat op. De stuifmeelkorrels zijn dan ook groot en kleverig en bijzonder geschikt voor transport door insecten.

Wie in de buurt van een wilgeboom komt zal bovendien al op een afstand de nectargeur kunnen waarnemen. De bijen en hommels hebben in het vroege voorjaar grote behoefte aan aanvulling van hun voedselvoorraad. Het eiwitrijke stuifmeel en de nectar (honing) zijn dus bijzonder welkom. Vliegt een bij van een stuifmeelboom weg en komt hij op een boom met vrouwelijke katjes dan kan de bestuiving gemakkelijk plaatsvinden. De vrouwelijke katjes hebben een rijke voorraad nectar beschikbaar en oefenen dus ook een grote aantrekkingskracht op de insecten uit.
Na de bevruchting is de wilgenboom afhankelijk van de wind. Het vruchtje is voorzien van een pluisachtige parachuut en wordt door de wind verspreid.

 

 

 

 

 

 

De els, de duivel en de geit

Als u wel eens in een pas geveld elzenbos geweest bent ziet u, dat overal waar de bijl een stam velde, de stobbe rood kleurt. Vooral in de nevelige winterlucht biedt zo’n bos een bloederige aanblik. Het is te begrijpen, dat dit wonderlijke verschijnsel al vroeg de aandacht trok en dat er alle mogelijke volksverhalen over de herkomst van dat “bloed” bestaan. Natuurlijk hangen ze allemaal op de een of andere wijze samen met de “boze”.

Een van die verhalen wil ik kort vertellen. Nadat de duivel een hele lange dag over de aarde gedoold had zonder ook maar één zieltje te kunnen verschalken, richtte zijn woede zich op een onschuldige geit, die vredig langs een wegberm graasde. Toen de geit de duivel zag, trachtte ze nog te vluchten, maar de boze was haar te vlug af en greep haar bij haar Iange staart. Door veld en wei trok de duivel de tegenstribbelende geit onbarmhartig aan haar achtereinde voort tot ze in het elzenbroek kwamen. Daar, tussen de stammen en het gewirwar van de ondergroei, kon de geit zich beter schrap zetten zodat de duivel haast niet vorderde. Woedend rukte hij aan de staart tot …. deze plotseling afbrak. De geit was in een ommezien verdwenen en de duivel stond beteuterd met de bloedende geitenstaart in het elzenbroek. De elzenwortels zogen gretig het geitenbloed op, maar sindsdien bloeden de elzen zodra hun stam verwond wordt.
’t Is een wonderlijk en haast ongeloofwaardig verhaal, maar ’t korte staartstompje van de geiten is er om te bewijzen, dat er toch echt wel zoiets gebeurd moet zijn.

.

5e klas plantkunde: alle artikelen

5e klas: alle artikelen

Algemene menskundealle artikelen

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Vrijeschool in beeld: 5e klas

.

3540-3326

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner – Algemene menskunde voordracht 10 (10-6)

.

*GA 293         Vertaling

De voordrachten die Steiner hield hadden tot doel uiteen te zetten wat vrijeschoolpedagogie omvat.
Van 21 augustus tot en met 6 september 1919 volgden de leerkrachten voor de te beginnen school deze cursus die, naast de in de morgen gehouden voordrachten GA 293, ook nog bestond uit de over de rest van de dag verdeelde cursussen  (GA 294) [2] en (GA 295) [3]

In [10-5] bracht ik iets naar voren om de ‘metamorfosegedachte’ beter te leren kennen.
Wanneer je je daarmee een tijd hebt beziggehouden, ondersteund door de andere artikelen daarover, begint er wellicht iets te dagen van deze idee.
Opmerkelijk is het wellicht in de tijd van ‘harde’ wetenschap, dat het hier geen (begrips)definities betreft die je bv. ‘uit het hoofd’ kan leren, maar dat het gaat om een idee als beweging te doordenken.

Idee als beweging

Het begrip ‘driehoek’ kan helpen iets te gaan voelen van ‘begrip als beweging’.
Daarvoor is het nodig eerst dit artikel te bestuderen.

Met de daar gevonden gezichtspunten kunnen we het gevoel hebben dat we wat Steiner hier omschrijft als:

Blz. 149  vert. 144

Nun, sehen Sie, ich habe immer gefunden, daß für die meisten Menschen eine große Schwierigkeit darin liegt, wenn sie begreifen sollen, welche Beziehung zwischen den Röhrenknochen der Arme und Beine und zwischen den Schalknochen des Kopfes, des Hauptes besteht.

Ik heb altijd geconstateerd dat het voor de meeste mensen heel moeilijk te begrijpen is welk verband er bestaat tussen de pijpbeenderen van armen en benen enerzijds en de platte beenderen van het hoofd anderzijds.

een relatie tussen hoofd- en ledematenbeenderen met minder moeite zouden moeten kunnen doorgronden, dus niet met vaste definities, maar met beweeglijkheid van denken, 

De vertaling van ‘Schalknochen’ met ‘platte’ beenderen, helpt hier in eerste instantie niet mee.
De hele tegenstelling van hoofd-ledematen ademt het karakter van de tegenstelling ‘rond-recht’. Het Duits gebruikte ‘Schalknochen’ komt in de officiële woordenboeken niet voor en ben je geneigd om aan ‘schaal’ te denken.
En even verder staat:

Sie kriegen nicht so leicht aus dem Röhrenknochen der Arme oder der Beine heraus die Kopfknochen, die schaligen Kopfknochen. 

Maar het lukt niet zo gemakkelijk de stap te maken van de pijpbeenderen van armen of benen naar de botten van het hoofd, die schaalvormig zijn.

Echter: de beenderen van de schedel worden wel ‘vlakke’ beenderen genoemd:

De vlakke botten van het schedeldak (het calvarium) zijn de platte botten die de boven- en zijkant van de schedel vormen en de hersenen beschermen. Het gaat vooral om:

  • het voorhoofdsbeen
    Os frontale
  • de twee wandbeenderen
    Ossa parietalia
  • het achterhoofdsbeen
    Os occipitale

Voor ons begrip gaat het dus om de schaalvorming t.o. de rechte vorm van het pijpbeen. (Nog een mooi voorbeeld van ‘de rechte en de kromme/ronde).

Omstulping

Een sleutelbegrip dat Steiner hier geeft is ‘omstulping’ en hij neemt dan het voorbeeld van een handschoen. Concluderend mag je daarvan zeggen: het binnenste komt buiten:

Sie kriegen nicht so leicht aus dem Röhrenknochen der Arme oder der Beine heraus die Kopfknochen, die schaligen Kopfknochen. Da müssen Sie nämlich zuerst eine gewisse Prozedur vornehmen, wenn Sie die herausbekommen wollen. Sie müssen mit dem Röhrenknochen der Arme oder der Beine dieselbe Prozedur vornehmen, die Sie vornehmen würden, wenn Sie beim Anziehen eines Strumpfes oder eines Handschuhes das Innere zuerst nach außen wenden würden, also wenn Sie es umwenden würden.

Als u dit wilt bereiken, dan moet u namelijk eerst een bepaalde procedure volgen. U moet met de pijpbeenderen van armen en benen hetzelfde doen, wat u
zou doen als u bij het aantrekken van een kous of handschoen deze eerst binnenstebuiten zou keren: u moet het binnenste eerst naar buiten keren, u moet het omstulpen.

Door verschillende auteurs is geprobeerd dit aan de hand van tekeningen uit te leggen.
Maar de uitleg – met illustraties – is noodgedwongen een statisch beeld, terwijl begrip alleen kan komen als je met je voorstelling beweeglijk wordt, zoals in het artikel over ‘de driehoek’ waarnaar ik hierboven verwees.

Wijlen vrijeschoolleerkracht en bioloog Wolfgang Schad doet ook een poging.
Hij geeft deze tekening: 

 

 

 

 

 

 

Ook dit is weer een statisch plaatje. 
Maar wie als vrijeschoolleerkracht vormtekenen heeft gegeven in klas 3, zal dit op een bepaalde manier bekend voorkomen.
Het doet denken aan de asymmetrische symmetrie.
Wanneer je hier die asymmetrische symmetrie bestudeert en innerlijk probeert denkend mee te bewegen, krijg je gevoel voor ‘de omstulping’ die Steiner hier bedoelt.

Als je op de hoogte bent van zijn uitspraken over die asymmetrische symmetrie, zal je in zijn volgende tekst, herkenbaars vinden:

Nun ist es verhältnismäßig leicht, sich vorzustellen, wie ein Handschuh oder ein
Strumpf aussieht, wenn das Innere nach außen gewendet wird. Aber der Röhrenknochen ist nicht gleichmäßig. Er ist nicht so dünn, daß er gleichmäßig im Inneren und außen gebaut wäre. Er ist verschieden im Inneren und außen gebaut. Würden Sie Ihren Strumpf so konstruieren und dann elastisch machen, daß Sie ihm äußerlich eine künstlerische Form geben würden mit allerlei Vorsprüngen und Einbuchtungen und ihn dann wenden, dann würden Sie nach außen nicht mehr dieselbe Form erhalten wie die, die dann im Inneren ist, wenn Sie ihn umgewendet haben. Und so ist es bei dem Röhrenknochen. Man muß das Innere nach außen und das Äußere nach innen kehren, dann kommt die Form des Kopfknochens heraus, so daß die menschlichen Gliedmaßen nicht nur umgewandelte Kopfknochen sind, sondern außerdem noch umgewendete Kopfknochen. 

Nu is het vrij eenvoudig zich een handschoen of kous binnenstebuiten gekeerd voor te stellen.
Maar het pijpbeen is niet gelijkmatig gebouwd. Het is niet zo dun, dat het binnen en buiten op dezelfde wijze gevormd is. Het is binnen en buiten verschillend gevormd. Zou u uw kous zo construeren, dat u hem aan de buitenkant een kunstzinnige vorm geeft met allerlei uitstulpingen en holtes, en zou u hem dan elastisch maken en omkeren, dan zou u aan de buitenkant niet meer dezelfde vorm krijgen die zich na omkering aan de binnenkant bevindt. En zo
is het ook bij het pijpbeen. Men moet het binnenstebuiten keren, dan ontstaat de vorm van het bot van het hoofd, zodat de menselijke ledematen niet alleen gemetamorfoseerde botten van het hoofd zijn, maar bovendien ook nog binnenstebuiten gekeerde.

Als je bovenstaande met ‘vormtekenogen’ leest, zie je a.h.w. allerlei oefeningen die in de 3e klas worden gedaan!

Ook de vormtekening voor het flegmatische temperament kan nog helpen:

Hier heb ik een reeks getekend die met een cirkel begint en door een ‘krachtwerking’ van buitenaf wordt tot kruis, en zelfs tot 4 losse streepjes.
Dat doet m.i. erg denken aan: van  ‘schedelrondte’ naar ‘pijpbeen’.

Het is geen bewijs, het is het meegaan in een proces, denkend en voelend en in zekere zin ook willend als je zo’n proces doordénkt van begin tot eind.

Wat de tekening van Schad betreft: 

Wie zien hier het uiteinde van een ‘gewoon’ pijpbeen. De ‘streepjes’ in het gewrichtsuiteinde – epifyse – zijn de botbalkjes (spongiosa)

 

 

 

 

 

 

‘Ergens zijn deze streepjes hier terecht gekomen:

 

 

 

 

 

En de pijltjes – laten we ze ‘krachten’ noemen, volgen ook een soort omgekeerde weg: De gewrichtskoppen zijn convex, de holtes worden concave, daarmee een gewrichtskom voor de onderkaak.
Er vindt hier ook een omstulping plaats. De schacht van het pijpbeen (diafyse) die heel compact is en rond, verandert in de grote vlakke botten van het schedeldak. Die hebben binnenin de spongiosa.

*GA= Gesamt Ausgabe, de boeken en voordrachten van Steiner

[1] GA 293
Algemene menskunde als basis voor de pedagogie
[2] GA 294
Opvoedkunst. Methodisch-didactische aanwijzingen
[3] GA 295
Praktijk van het lesgeven
(Slechts een klein deel is daar nu oproepbaar. Voor het verkrijgen van een gratis scan: mail vspedagogie (voeg toe eraan vast) apenstaartje gmail.com)

Algemene menskunde: voordracht 10 alle artikelen

Algemene menskundealle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

.

.

.

.

.

 

 

VRIJESCHOOL – Doorverwijzing

.

De stichting ‘Groene pedagogie’ heeft alle nummers vanNatuur van de maand‘ in PDF-vorm beschikbaar.

Ik maakte met het tijdschrift kennis toen ik in de jaren 1960 proeflessen biologie moest geven in het reguliere onderwijs. 

De auteurs waren enthousiaste mensen die met veel liefde hun onderwerpen aan de orde stellen.

Naast de grotere motieven van dier- en plantkunde in klas 4, 5 en 6 is er ook de natuur van ‘alledag’. 
Om daarover boeiend te kunnen vertellen en actief te zijn, biedt het tijdschrift mooie lesstof.

Dierkunde: alle artikelen

Plantkunde: alle artikelen

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Godsdienstonderwijs (4)

.
Klaus Walther*, Erziehungskunst nr.12 2025

.

in godsdienstonderwijs het gesprek mogelijk maken
.

Het fysieke met het spirituele verbinden, of preciezer gezegd, ze opnieuw met elkaar verbinden.
Volgens Rudolf Steiner is dit zowel de mogelijkheid als de taak van religie.

Klaus Walther geeft al 30 jaar alternatief godsdienstonderwijs aan de Vrije Waldorfschool Hannover-Bothfeld. Hij zegt dat de uitspraak: “Onderwijs is relatie” [Erziehung ist Beziehung] in het bijzonder van toepassing is op godsdienstonderwijs.

In zijn boek *Demokratie braucht Religion* beschrijft filosoof en resonantieonderzoeker Hartmut Rosa een verband dat op het eerste gezicht ongebruikelijk lijkt. Hij schrijft de toenemende agressie in de politiek en de samenleving toe aan een steeds groter wordend gevoel van overweldiging door mensen en politici. Dit gevoel van overweldiging leidt tot de wens om het eigen standpunt als het enige juiste op te leggen. Critici, dissidenten of individuen of groepen die als tegenstanders worden beschouwd, worden gezien als vijanden en storende elementen voor de eigen intenties. De gevolgen van deze manier van denken zijn momenteel zichtbaar in de wereldpolitiek en het publieke debat. Democratie functioneert echter niet in een agressieve modus. Om een ​​duurzame toekomst vorm te geven, is niet alleen tolerantie nodig jegens mensen die anders denken of als tegenstanders worden gezien, maar ook het vermogen en de bereidheid om naar elkaar te luisteren.
Zonder onbevooroordeeld, wederzijds luisteren is geen transformatie, geen duurzame ontwikkeling, geen resonantie en geen levensvatbare relatie mogelijk. Volgens Hartmut Rosa biedt religie zo’n ruimte voor resonantie. Religieus onderwijs, al dan niet confessioneel georiënteerd, kan zo’n relatie met de wereld voorbereiden en bevorderen.

Net zoals een jong kind van nature de behoefte heeft om te lopen, te spreken en te denken, en deze vaardigheden ontwikkelt tijdens de imitatiefase, worstelen kinderen en jongeren, min of meer bewust, tijdens hun schooljaren met de vraag naar de zin van het leven, hun individuele doel, geboorte en dood. Zo biedt religie, naast de studie van wetenschap en kunst, de mogelijkheid om het ontwikkelingspad van het opgroeiende individu te begeleiden, met of zonder confessionele oriëntatie. De traditionele inhoud kan, naast het algemene educatieve karakter ervan, antwoorden bevatten op vragen en behoeften van kinderen en jongeren.

1919: Vernieuwing van religie door Steiner

In Goethes gelijknamige drama ontwijkt de kritische, kenniszoekende Faust de cruciale vraag hoe hij over religie denkt. De dialoog tussen de twee vertegenwoordigt het dilemma tussen Gretchens toegewijde geloof en Fausts kritisch twijfelende geweten. Wordt religie gevormd door traditie en de culturele omgeving van een bepaalde samenleving, of drukt ze een spirituele en emotionele behoefte uit van het zich ontwikkelende individu? Wat betekent religie eigenlijk in de wereld van vandaag?

Na het einde van de Eerste Wereldoorlog bevond Duitsland zich in een staat van grote beroering.
De oprichting van de Waldorfschool door Rudolf Steiner in Stuttgart in september 1919 was bedoeld als een culturele impuls, een bijdrage aan een nieuwe democratische samenleving in lijn met de drievoudige maatschappelijke orde die Steiner in diezelfde periode ontwikkelde. Het was voor de oprichter van de school van groot belang om religie als vak te vestigen en de verschillende stromingen die destijds aanwezig waren de mogelijkheid te bieden hun onderwijs op de school te verzorgen via externe docenten. Hij zag de “vernieuwing van wetenschap, kunst en religie” dan ook als een essentieel fundament van het Waldorfonderwijs, zoals hij destijds nadrukkelijk benadrukte in een lezing voor de leerkrachten.

Wat betekent “vernieuwing van religie” in deze context?
Hoe kwam het religieuze element tot uiting in de nieuw opgerichte school?
De jaarfeesten, de kerstspelen en de vieringen van Sint-Jan en Michaël spelen nog steeds een belangrijke rol in de schoolgemeenschap van een Waldorfschool. De lessen godsdienst, die geleidelijk werden ingevoerd, waren bedoeld om het leerplan te verdiepen.
Aanvankelijk waren de katholieke en protestantse kerken verantwoordelijk voor de respectievelijke lessen met hun eigen docenten. Later werd de Christengemeenschap, opgericht door Rudolf Steiner, hieraan toegevoegd, evenals het niet-confessionele, gratis godsdienstonderwijs van de Antroposofische Vereniging. Dit bood kinderen van niet-religieuze ouders een religieuze oriëntatie.
Waarom was deze diversiteit aan godsdienstonderwijs zo belangrijk voor Steiner? Alle religies, met al hun stromingen, omvatten verhalen, rituelen, vormen van aanbidding, feesten, feestdagen en waarden voor het leven. Dit alles werd traditioneel van buitenaf aan kinderen en jongeren doorgegeven en – afhankelijk van hun achtergrond – in meer of mindere mate overgenomen.

Gretchens vraag en Fausts kritische houding drukken dit ook uit.

Dit dekt niet de volledige betekenis van religie voor de ontwikkeling van kinderen en jongeren. Religie is niet alleen een gemeenschapsvormende, systeemstabiliserende kracht, maar speelt ook een belangrijke rol in de individuele ontwikkeling.

Dialoog mogelijk maken

Religie is in de geschiedenis van de mensheid vaak misbruikt door oorlogen, dogmatisme en de legitimering van machtsverhoudingen en aanspraken op dominantie. Religieus gemotiveerde oorlogen, destructieve, onmenselijke daden en moorden waren en zijn het gevolg.
Volgens Steiner betekent religie in eerste instantie niets anders dan een verbinding tussen de fysieke en de spirituele wereld. Religie moet daarom opnieuw worden doordacht. Dit betekent dat religie, hoewel historisch gegroeid en gebaseerd op tradities, zich voortdurend opnieuw moet ontwikkelen door middel van dialoog. Deze dialoog kan plaatsvinden in de klas, maar ook tussen verschillende denominaties, wereldreligies en generaties.

Het is de taak van de godsdienstdocenten om tot deze dialoog uit te nodigen en deze mogelijk te maken. Dat kan niet volgens een vast stramien, maar moet voortkomen uit een alert proces waarbij alle betrokkenen betrokken zijn. Opvoeding is relatie, en dat geldt in het bijzonder voor het godsdienstonderwijs.
Het godsdienstonderwijs dat in de afzonderlijke Waldorfscholen wordt aangeboden, verschilt van deelstaat tot deelstaat en hangt af van de capaciteit van het betreffende docententeam.
Over het geheel genomen valt vast te stellen dat de afzonderlijke geloofsgemeenschappen niet meer zonder uitzondering in staat zijn
om docenten te leveren, zodat er in veel gevallen interconfessioneel onderwijs plaatsvindt.
Een essentieel doel van de lessen is om, uitgaande van de op de menskunde gebaseerde verhalen, beelden en motieven, met de kinderen en jongeren
in gesprek te komen en levensvragen te bespreken, zonder daarbij te hoeven
toewerken naar een toetsbaar resultaat. De methoden variëren daarbij per leeftijdsgroep.

Verwant aan filosofie en ethiek

Bovendien vormt het godsdienstonderwijs soms een begeleiding bij de voorbereiding op het vormsel binnen de katholieke geloofsgemeenschap, de confirmatie in het kader van de protestantse kerk en de Christengemeenschap.
Het vervangt echter niet de lessen voor vormelingen. Voor de kinderen die het vrije godsdienstonderwijs volgen, bestaat aan het einde van het achtste leerjaar de mogelijkheid om deel te nemen aan de jeugdviering.
Deze vindt ongeveer tegelijkertijd plaats als het vormsel en de confirmatie,
maar is geen sacrament, maar symboliseert de overgang van kindertijd naar jeugd, zonder gebonden te zijn aan een gemeente of een geloofsbelijdenis.

Op sommige middelbare scholen worden als alternatief of uitsluitend ook
filosofie en ethiek als onderdeel van godsdienstonderwijs gegeven.
Het gaat daarbij om een intellectuele verdieping in vragen over moraal en het tolerant samenleven. De lesinhoud overlapt elkaar op veel punten.
Dat is met name het geval in de tiende klas, waar onderwerpen als euthanasie, prenatale diagnostiek en orgaandonatie vanuit verschillende perspectieven worden behandeld.

Op de Vrije Waldorfschool Hannover-Bothfeld, waar ik* al 30 jaar vrij godsdienstonderwijs geef in alle leerjaren, staan de godsdienstdocenten van alle geloofsrichtingen voortdurend in contact over de lopende lessen in de verschillende leerjaren.
Het is ons streven om de kinderen en jongeren verschillende mogelijkheden te bieden om zich individueel te ontwikkelen en zich te verdiepen in levensbelangrijke vragen die in de andere vakken slechts terloops kunnen worden aangestipt. 

.

*Klaus Walther, 1954, seit 1988 Oberstufenlehrer an der Freien
Waldorfschule Hannover-Bothfeld, verheiratet, vier Enkelkinder. Seit 30 Jahren
gibt er freien Religionsunterricht für die Klassen 1 bis 12.
Er ist Mitglied des Internationalen und Deutschen Gremiums für religiöse
Erziehung.
k.walther@waldorfschule-bothfeld.de

.

Godsdienstonderwijs: alle artikelen

Opvoedingsvragen: alle artikelen

Ontwikkelingsfasen: alle artikelen

Algemene menskundealle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3539-3325

.

.

.

.

 

 

 

VRIJESCHOOL – Godsdienstonderwijs – alle artikelen

.

[1] Rudolf Steiner over godsdienstonderwijs
Zijn opmerkingen hierover uit de pedagogische voordrachten.

[2] Godsdienst en onderwijs
Frank de Kiefte over: het wezenlijke van het vrijegodsdienstonderwijs; vertelstof; wat is religieus; een hulp bij de persoonlijke ontwikkeling.

[3] Vensteruur
Claartje Wijnbergh over: de beleving ‘burger van twee werelden; vertelstof; Nieuwe Testament; het bespreken van tijdsverschijnselen in de bovenbouw.

[4] In godsdienstonderwijs het gesprek mogelijk maken
Klaus Walther over: godsdienstonderwijs in deze tijd; respect andersdenkenden; het kind begeleiden bij de diepere vragen van het leven.

Algemene menskundealle artikelen

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

 

VRIJESCHOOL – Mededeling Nationale Vertelschool

 

De wereld tevoorschijn spreken:
Onze morele verantwoordelijkheid als realiteitsscheppers

In een tijd van mondiale verwarring staan we voor een wezenlijke vraag: wat maakt ons tot mens?

Wat in jou leeft, wordt tot waarheid; jouw denken bepaalt wat je waarneemt. Deze enorme morele verantwoordelijkheid vraagt erom dat we onszelf eerlijk, diep en kwetsbaar durven uitspreken. Het is hét hedendaagse gebaar dat ons de weg wijst door de chaos.
Voordracht Aristoteles

Voordracht “Met welk recht verklaart gij de wereld zonder het denken voor voltooid?”
do. 28 mei – Den Bosch  »
Deze maand verkennen we in een voordracht de prikkelende vraag: “Met welk recht verklaart gij de wereld zonder het denken voor voltooid?” We zullen ontdekken hoe ons kennen samenhangt met de categorieën van Aristoteles en de Filosofie van de Vrijheid. Een diepe duik in het scheppende proces van ons waarnemen.
Op woensdagavond 20 mei verkennen wij de Filosofie van de Vrijheid op de Waldorfschool Auryn te Zutphen  »

Filosofie van de Vrijheid Zutphen

Kennismaking Filosofie van de Vrijheid – 20 mei, Zutphen  »
Daarnaast nodigen we alle mannen uit voor Expeditie Wildeman:
  • • Ga jij mee op avontuur? 14-17 mei 2026
  • • Landgoed De Zonnebloem (Winterswijk)  »
Tot slot: de Intensieve Verteltraining gaat weer van start (zie details in de vorige nieuwsbrief).

Vooruitblik: Triskal Festival

De mooiste en aangrijpendste sprookjes, mythen en inzichten

Als je nog niet wakker bent op deze vroege ochtend, dan word je het wel door de pakkende manier van vertellen van meesterverteller Wim Wolbrink.
Tijdens het Triskal Festival nodigt Wim Wolbrink je uit om vergeten dimensies te herontdekken. Hij legt een verrassende verbinding tussen de monumentale heroïek van Homerus’ Ilias en de louterende sprookjes van de gebroeders Grimm.
Logo Triskal Festival
Wat hebben de toorn van Achilles en het geduld van Assepoester gemeen? Beiden spreken ze een taal die onze rationele geest is vergeten, maar die onze ziel direct herkent.

Maak alvast kennis met de docenten van

de Intensieve Verteltraining najaar 2027

Achter de Intensieve Verteltraining staat een gepassioneerd team. Wim, Margot en Jorn brengen elk hun eigen expertise en bezieling in om jou te begeleiden naar de kern van het vertellen.
Wim Wolbrink

Wim
Wolbrink

Ruim twintig jaren geleden richtte hij samen met Frans de Vette de Nationale Vertelschool op.
Als voordrachtkunstenaar en menskundig adviseur opent Wim de innerlijke wereld van de luisteraar. Met diepe wortels in de antroposofie leert hij je hoe je via innerlijke voorstellingen contact maakt met de Geestelijke Wereld.
Margot Vermeulen

Margot Vermeulen

Wat twintig jaar geleden begon met een cursus bij de Nationale Vertelschool, is voor Margot uitgegroeid tot een levenslange passie. Onder de naam ‘Verhalenderwijs’ brengt zij haar jarenlange ervaring over met een focus op bezieling en verbinding.
Jorn Scholten

Jorn Scholten

Jorn zocht jarenlang naar kleur, tot de Nationale Vertelschool zijn leven veranderde. Nu gebruikt hij verhalen als spiegel en betovering. Hij vond zijn eigen kleur, leerde buiten de lijntjes kleuren en gunt anderen met passie diezelfde transformerende reis.
Flyer voordracht

Wat is het fundament van de Vrijeschool? Maak op een laagdrempelige manier kennis met de filosofie die aan de basis staat van Waldorfschool Auryn.

Meer informatie & aanmelden »

Uitgelicht
Voordracht Den Bosch

Voordracht:
Met welk recht…

Woensdag 28 mei 2026 | 20.00 uur
Den Bosch
Een prikkelende voordracht over de rol van het denken. Is onze wereld wel voltooid zonder onze actieve deelname?

Het levende denken
Wim Wolbrink onderzoekt de menselijke geest.

Kerngegevens:

  • 28 mei | Den Bosch
  • Spreker: Wim Wolbrink
Triskal Festival

Voordracht:
De Westerse Leegte

Vrijdag 19 juni 2026 | Festival
Neede (Gld)
Spelen met vuur
Onderzoek de ‘Westerse Leegte’ als weg naar nieuw inzicht tijdens het Triskal Festival.

Midzomer magie
Verhalen rond het vuur.

Kerngegevens:

  • 19 juni | Neede
  • Spreker: Wim Wolbrink

Urgent

Expeditie Wildeman
14 t/m 17 mei 2026 – Expeditie Wildeman
Landgoed Zonnebloem, De Slingeweg 12, Winterswijk (Achterhoek)
Hé wildeman, ga je mee op expeditie? Tijdens Expeditie Wildeman komen mannen samen om écht te verbinden. Hier kun je jezelf laten zien zoals je werkelijk bent: authentiek, kwetsbaar en krachtig.
Vier dagen lang stap je uit de dagelijkse drukte en neem je de tijd om naar jezelf en anderen te luisteren. Samen.
Openingsprogramma:
Het volledige sprookje van de gebroeders Grimm ‘De Wildeman’ als levende voordracht door Sander Verwer en Wim Wolbrink.
Nationale Vertelschool
Kantoor: Kasbah, Eendengang 75 7552 KN Hengelo
T: 06 – 133 47 333  E: info@nationalevertelschool.nl
KVK: 83.68.51.70

VRIJESCHOOL- actueel – St.-Jan – alle artikelen

.

Sint-Jansfeest: alle artikelen

Tussen Sint (met hoofdletter) en Jan hoort een koppelteken. Ook bij de afkorting St.- Jan.
In samenstellingen vervallen de hoofdletters: sint-jansvlinder; sint-janskruid. Samenstellingen die direct met het feest verband houden zie je weer wel met de hoofdletters: St.-Jansnacht; hoewel Van Dale sint-jansvuur heeft.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL- actueel: Hemelvaart en Pinksteren – alle artikelen

,

Hemelvaart en Pinksteren: alle artikelen Hemelvaart en Hemelvaartsdag worden met een hoofdletter geschreven. Pinksteren ook. Samenstellingen met een kleine letter: pinksterdagen; pinksterzondag enz.

.

De pinksterbruid- en bruidegom vertegenwoordigen geen aards huwelijk. Het gaat om de kosmos en de aarde; traditioneel uitgedrukt in wit-zwart, zoals bv. in yin-yang.
(Dat een huwelijk ook kan bestaan uit een andere partnercombinatie is hier dus niet aan de orde)

Meer afbeeldingen op vrijeschool in beeld

.

VRIJESCHOOL – actueel – schoolrijpheid

.

over schoolrijpheid

zie ook een interessant gezichtspunt van Ewald Vervaet i.v.m. het leesvaardigheidsvermogen van kleuters.

.

VRIJESCHOOL – actueel – getuigschriften

.

Getuigschriften: alle artikelen

Is het alles goud wat er blinkt….?

..

VRIJESCHOOL – Mededeling – Sociale driegeleding – agenda/activiteiten

.

‘SOCIALE DRIEGELEDING’

website

Nummers van tijdschrift Driegonaal

Nieuwsbrief sociale driegeleding

Nr. 8  /  10 april 2026
Een zekere rust én betrokkenheid: dat zijn ingrediënten om de ontwikkelingen in de wereld te kunnen volgen. Inzicht en verbondenheid zijn ingrediënten om te weten wat ons te doen staat. En dan nog de moed om samen in beweging te komen.
Op www.socialedriegeleding.nl proberen we je hiertoe te inspireren!
 
Actueel

Een  gedachte bij stijgende brandstofprijzen
Toen Rudolf Steiner zich in de turbulente jaren na de oorlog van ’14-’18 inzette voor de sociale driegeleding en daar in verschillende kringen (ook) op bijval stuitte, werd er toch gezegd: “Laten we eerst het probleem van de hyperinflatie oplossen… Lees verder »
 

Voorbij de chaosIn  bepaalde kringen wordt gedacht dat uit chaos een nieuwe samenleving kan  ontstaan. In hun verlangen naar die nieuwe samenleving, zijn er ook mensen die  zich actief inzetten om die chaos te laten ontstaan. Afgaande op de huidige  situatie, lukt dat al aardig. Lees verder »
 
Artikelen
 
Voor de aarde zorgen
Gerald Häfner
De grond kan alleen worden verzorgd door de boer die hem bewerkt. Handelen op Wall Street heeft niets te maken met zorgen en niets  met verantwoordelijkheid nemen.
Een fragment uit een interview met Vandana Shiva Lees verder »
‘Giftige uitwassen’: welvaartsverdeling & de sociale hoofdwet
Christopher Schaefer
De Verenigde Staten kent de grootste ongelijkheid in welvaart van alle Westerse landen. Eén procent van de bevolking heeft de financiële controle over 40 procent van de welvaart van het land, terwijl de onderste tachtig procent genoegen moet nemen met zeven procent daarvan Lees verder »
 
Korte, inleidende teksten die snel duidelijk maken waar het in de sociale driegeleding om gaat, bijvoorbeeld:
Vrij geestesleven & democratieEen zone in de samenleving waar mensen zich ontwikkelen. Waar ze (van) elkaar van alles leren. Waar ze elkaar stimuleren  om een volgende stap te zetten. Zo zouden we het ‘geestesleven’ kunnen noemen. Lees verder »
Staat en economie
Economische activiteit is geen opgave voor de staat maar voor ondernemers en hun medewerkers. Het stellen van grenzen aan de economie is wél een opgave van de staat. Lees verder >>
 
Driegeleding in vraag & antwoord
 
Is de sociale driegeleding een haalbare zaak? Lees verder »
 
Agenda
Zomerse driegeleding in Zoetermeer
Een  driedaagse bijeenkomst rond het thema: het bestaande metamorfoseren, met Joost Poel en John Hogervorst
kijk de volledige agenda: KLIK HIER
 
Verschenen:
Luuk Humblet
Samen bouwen aan een nieuwe economie

Nog niet eerder is Rudolf Steiners gedachtengoed over de economie zó helder, omvattend en begrijpelijk beschreven als in dit levenswerk van Luuk Humblet. Veertig jaar lang onderzocht hij de sociale driegeleding en de associatieve economie, niet alleen ‘studerend’ maar ook in de praktijk met de natuurvoedingswinkel De Blauwe Bloem, waar een kring van klanten mee-oefende. In dit boek, dat zo geschreven is dat het lezen geen worsteling maar een genoegen is, komen inzicht en daad samen.
Nearchus CV
ISBN 9789083633411
(paperback, 252p)
€ 24,50

Aanbieding voor de lezers van deze Nieuwsbrief:

Gratis: het nieuwste nummer van tijdschrift Driegonaal (februari 2026)
wanneer u deze titel bestelt
+ thuisbezorgd zonder verzendkosten (binnen NL)
Mail naar: info@nearchus o.v.v. uw naam + adresgegevens
Aanbieding geldt tot en met zondag 19 april a.s.

Sociale driegeleding: alle artikelen op deze blog

Vrijheid van onderwijs: alle artikelen

.

.

.

VRIJESCHOOL – Aangevuld

.

 

.

Aan het artikel over  despiraal’ toegevoegd wat Steiner over de spiraal zegt in

GA 97

VRIJESCHOOL – Opvoeding door menskunde

.

In ‘Die Drei’ van september 2019 schrijft auteur Christoph Hueck* een artikel met bijna dezelfde titel als de pedagogische voordrachtenreeks GA 302A
Een deel van de voordrachten hierin gaan over de ‘meditatieve doorwerking’ van hetgeen Steiner over de wordende mens opmerkt.

De ondertitel van Huecks artikel luidt:

Stappen in de richting van een zintuigelijke – bovenzintuigelijke waarneming van jongere en oudere kinderen.

Rudolf Steiner wilde een onderwijs stimuleren dat “gebaseerd is op echte kennis van de menselijke natuur”. Zijn fundamentele idee voor het Waldorfonderwijs is: alleen wanneer men weet hoe kinderen en jongeren zich ontwikkelen, kan men op een gezonde manier onderwijs geven. Elke levensfase vereist volgens Steiner een “volledig andere” opvoeding, die gebaseerd moet zijn op een diepgaand begrip van de ontwikkeling van het kind:

“Wij moeten het wezen van het kind voor ieder afzonderlijk jaar, ja, zelfs voor iedere afzonderlijke week in onze eigen ziel tot leven laten komen. Daar moet de spirituele grondslag liggen voor de pedagogie..”
GA 305/21
Vertaald/ 24

Kleuterschool en basisschool moeten niet gericht zijn op extern meetbare verwerving van vaardigheden of op leerresultaten op korte termijn, zoals tegenwoordig overal in het staatsonderwijs wordt geëist en toegepast, maar moeten ontwikkelingsgericht zijn, zodat ze een heilzaam effect kunnen hebben gedurende het hele leven.

Wanneer men in de verbeeldingswereld en gevoelens van een kind datgene introduceert wat aansluit bij de ontwikkelingsrichting in een bepaalde levensfase, versterkt men de hele persoon in ontwikkeling, zodat deze versterking een bron van energie blijft gedurende zijn of haar hele leven. Als men daarentegen tegen de ontwikkelingsrichting in een bepaalde levensfase ingaat, verzwakt men de persoon.
GA 24/88
Op deze blog vertaald/5e alinea

Uit deze intuïtief begrijpelijke onderwijsregel vloeit wellicht de belangrijkste vraag van het Waldorfonderwijs voort: hoe kunnen we de ‘ontwikkelingskrachten’ herkennen die in verschillende levensfasen werkzaam zijn?
De gangbare opvatting van de mens als een genetisch geprogrammeerd biologisch lichaam waarin een min of meer intelligent bewustzijn zich ontwikkelt door externe socialisatie, gaat niet diep genoeg om de werkelijke ontwikkelingsprocessen te begrijpen.
In het bijzonder moet, volgens Steiner, het verband tussen fysiologische en psychologische ontwikkeling worden gezien. De psychologie onderzoekt de oorsprong van ideeën, de fysiologie de menselijke groei, “maar dat deze twee dingen, groei en ideeën, iets met elkaar te maken hebben, nauw met elkaar verbonden zijn, daar weten we helemaal niets van.”
GA 304A/75
Op deze blog vertaald: Blz. 75

De wetenschap heeft niet de macht om door te dringen tot dat domein van de mens dat het fysieke met het spirituele verbindt. “Het leidt er simpelweg toe dat we ons bekwamen tot een nauwkeurigere, een intensievere waarnemingskunst van het wezen mens. Neem gewoonweg intensiever waar. “
GA  301/18
Op deze blog vertaald/18

Dit vereist de gebruikelijke studie van de antroposofische antropologie, zoals die traditioneel wordt beoefend in Waldorflerarenopleidingen. Het is echter lang niet voldoende om alleen maar theoretische kennis van verschillende ‘onderdelen’ van de mens en hun ontwikkelingswetten op te doen. Wie Waldorf-onderwijs studeert, moet ook begeleid worden naar een ervaring van de verschillende krachten in de mens, waartoe Rudolf Steiner aanmoedigde, door middel van kunstzinnig werk: door boetseren voor de levenskrachten (‘etherlijf’), door muziek voor de ziel (‘astraallijf’) en door taal voor het spirituele (‘Ik’).
GA 310/voordracht 8
Vertaald

Vgl. Armin Husemann: ›Menschenwissenschaft durch Kunst: Die plastisch­musikalisch-­sprachliche Menschenkunde. Einführung – Quellentexte – Dokumentation,Stuttgart 2007

Er moet naar gestreefd worden, geleerd en geoefend om tot een waar begrip te komen van de diepere ontwikkelingskrachten, niet door speculatie, maar door ervaring, zodat opvoeders en leerkrachten [in de] kinderen en jongeren “echt leren lezen”.
GA 307/voordracht 6
Vertaald

Zoals Steiner op een gegeven moment ook zegt:

Wanneer we zeggen: De mens bestaat uit het fysieke lichaam, bestaat hij ook uit het etherlijf – dan betekent dit: Je moet leren observeren […] hoe de fysieke ontwikkeling […] zich ontvouwt tot het zevende jaar, […] hoe het een spiritueel-psychologische aangelegenheid is, en hoe dit spiritueel-psychische aspect, of men het nu het etherisch lichaam noemt of hoe men het ook wil noemen, werkt binnen het fysieke lichaam.
GA 301/24
Op deze blog vertaald/24

Waldorfpedagogie vereist daarom, wil ze serieus genomen worden, de ontwikkeling van nieuwe cognitieve vermogens. Het is niet voldoende om bij conventionele cognitie te blijven, dat wil zeggen, om externe waarnemingen te verklaren door middel van min of meer abstracte gedachten. Men moet tot een ‘zintuiglijk-bovenzintuiglijk’ inzicht* komen in de krachten die werkzaam zijn in het kind en de adolescent: ‘Als we deze kennis niet in het dagelijks leven hebben opgedaan via ons wetenschappelijk onderwijs, dan moeten we die ontwikkelen.’
GA 305/16
Vertaald/ 19

*Deze uitdrukking, die Goethe gebruikte voor het kennen van het
planttype, beschrijft een bijzondere vorm van interpretatieve intuïtie waarin externe waarnemingen en interne bewegingen zich verstrengelen tot een levende eenheid die subject en object verbindt.

Als opvoeders en leerkrachten niet daadwerkelijk leren ‘zien’ welke krachten werkzaam zijn in het kind en de adolescent, dreigt de Waldorfpedagogie haar levensader en innerlijke vuur te verliezen en – voor zover ze nog enigszins georiënteerd is op Steiners antroposofie – star te worden in dogma en traditie.

Richting gevende begrippen

Je ziet niets in een persoon als je niet hebt geleerd je mentale en emotionele blik op de juiste manier af te stemmen op wat overeenkomt met denken, voelen en willen. Deze oriëntatie van de blik is wat Waldorf-leerkrachten zouden moeten cultiveren. Want allereerst moeten leerkrachten begrijpen hoe kinderen in elkaar zitten, dan kunnen ze de juiste houding ontwikkelen, en alleen vanuit de juiste houding kan echt onderwijs ontstaan.
GA 305/55
Vertaald/ 59-60

Opvoeders en leerkrachten dienen daarom getraind te worden in en voortdurend te oefenen met het op passende wijze toepassen van antroposofisch-menskundige begrippen bij het observeren van de ontwikkeling van kinderen en adolescenten.*

*Dergelijke observaties zijn mogelijk via stages of als privéopdrachten. Het is belangrijk dat de praktische observaties gekoppeld worden aan specifieke onderzoeksvragen binnen de humane wetenschappen en dat daarop gereflecteerd wordt.

Helder, maar flexibel denken

Om de ontwikkeling van een kind te begrijpen, is flexibel denken nodig. In werkelijkheid zijn dingen immers niet scherp van elkaar afgebakend en kunnen ze daarom niet met definities worden gevat. Definities zijn voor het intellect, niet voor intuïtie, en nog minder voor de praktijk. Aan de hand van het voorbeeld van de drievoudige aard van het lichaam legde Steiner uit wat hij bedoelde met flexibel denken.
Het menselijk organisme kan worden verdeeld in het zenuwstelsel (“hoofd”), het ritmische systeem (“borst”) en het metabole systeem (“ledematen”). Het hoofd is weliswaar “primair” het hoofd, maar de sensorische en nerveuze activiteit ervan strekt zich uit tot de rest van het lichaam. In dit opzicht is het ook een “hoofd”, maar niet primair. Hetzelfde geldt voor de ritmische processen (ademhaling en polsslag) en de metabole processen die de bewegingen van de ledematen mogelijk maken. Ook de hersenen hebben ritmische en metabole processen. Deze drie systemen zijn van elkaar te onderscheiden, maar in werkelijkheid vloeien ze in elkaar over.
De leraren van de toekomst moeten vooral dit innerlijk dynamische, dit niet-schematische denken in zich opnemen. Want alleen op deze manier […] kunnen ze de werkelijkheid met hun ziel benaderen. […] Men moet de voorkeur overwinnen, die men in het heden steeds meer heeft ontwikkeld, om zich bij de beschouwing van wetenschappelijke zaken vast te klampen aan de details van het leven, […] en men moet tot een verbinding komen tussen de details van het leven en de grote levensvragen.
GA 296/73
Opvoeden en onderwijzen als sociale opgave //

Dit betekent echter niet dat dit ‘onschematische’ denken onduidelijk hoeft te zijn. Duidelijk onderscheid is absoluut essentieel: “Dingen zijn zeker niet strikt van elkaar gescheiden, maar als men iets ordelijks wil herkennen, vooral voor het dagelijks leven, dan moet men de dingen correct scheiden.”
GA 301/207
Op deze blog vertaald/207

Flexibel denken betekent beide: in staat zijn duidelijk te scheiden en vervolgens weer te verbinden.

Dit soort denken maakt een menskunde mogelijk die zulke vloeiende, levendige ideeën bevat dat de opvoeder ze kan vertalen naar een praktisch begrip van de individualiteit van elk kind. En pas voor degenen die hiertoe in staat zijn, krijgt de eis om op te voeden en te onderwijzen in overeenstemming met de individualiteit van het kind, praktische betekenis.
GA 24/269
Niet vertaald

Zulk ‘levend’ denken wordt het best beoefend door de studie van Rudolf Steiners geschriften, omdat zijn teksten en lezingen zo geschreven zijn dat ze juist dit soort denken vereisen en bevorderen. Opleidingen voor Waldorfleraren zouden daarom absoluut met Steiners originele teksten moeten werken.

Creatieve cognitie

Antroposofische concepten wijzen op een realiteit die pas werkelijkheid wordt voor degene die haar door middel van deze concepten begrijpt. Het is dus niet helemaal juist om van een vrolijk kind met roze wangen te zeggen: “er is een sterk en gezond etherlijf in werkzaam”, als men dit versterkende en helende effect niet tegelijkertijd ook in zichzelf ervaart. Men moet in staat zijn om met de eigen vrije etherische krachten datgene te herbeleven wat fysiek in het kind is gebonden. Door het te ervaren, weet men waar men het over heeft. Men hoeft zich alleen maar te realiseren dat de “bovenzintuiglijke” realiteit waarover de antroposofie spreekt, niet buiten het eigen wezen bestaat, maar dat men zelf doordrongen is van die realiteit. In deze realiteit heersen andere relaties tussen subject en object dan in de externe realiteit. Ten opzichte van de fysieke realiteit kan men zich min of meer passief gedragen; voor het begrijpen van de “bovenzintuiglijke” realiteit moet men actief deelnemen.

‘Wat men weet over de mens moet, althans tot op zekere hoogte, ervaren worden als het creatieve aspect van het eigen wezen; men moet het aanvoelen als een kennende activiteit binnen de eigen wil. […] Kennis van de mens als fundament van de pedagogie moet tot leven komen wanneer je het in je opneemt.
GA 36/288
Vertaald in: Pedagogie, kunst en moraliteit

Rudolf Steiner zei op soortgelijke wijze tegen de leraren van de eerste Waldorfschool:

Wanneer u een goed ontwikkeld, door uw wil en gemoed gedragen inzicht hebt in het wezen van de wordende mens, dan zult u ook een goed leraar en opvoeder zijn. U zult een zeker pedagogisch instinct krijgen waaruit u deze door de wil gedragen kennis van het wordende kind kunt toepassen op de verschillende gebieden.
Maar deze kennis moet dan ook reëel zijn, dat wil zeggen gestoeld
op werkelijke feitenkennis.
GA 293/133
Vertaald/129
Zie Algemene menskunde [9-1]

Met voldoende aandacht en innerlijke gevoeligheid kan men de inhoud van het antroposofische begrip van de menselijke natuur direct en betrouwbaar ervaren. Als men weet waar men op moet letten, is men zijn eigen beste expert op het gebied van de menselijke natuur. Het diverse artistieke werk dat deel uitmaakt van de traditionele opleiding van Waldorfleerkrachten en -pedagogen bevordert de noodzakelijke innerlijke flexibiliteit en gevoeligheid, maar de innerlijke ervaringen die men door kunstzinnige activiteit kan opdoen, moeten ook bewust worden waargenomen en systematisch en praktisch worden verbonden met de concepten van de menselijke natuur. Dit soort creatief en ervaringsgericht begrip van de menselijke natuur moet aan het werk zijn bij de observatie van kinderen en jongeren. De observatie is dan niet afstandelijk en registreert niet alleen wat intellectueel wordt waargenomen, maar omvat ook de gevoelens en de wil van de opvoeders. Aan de hand van het voorbeeld van de “etherische krachten” die het lichaam (hier: de tanden) en de ideeën vormen, legde Steiner uit:

Nu is het niet zo, dat je aan die abstracte basisregel wel zo ongeveer genoeg hebt: dezelfde krachten die bij het voorstellen een rol spelen, werken aan het ontstaan van de tanden. Echter, wanneer je dat weet, dan kijk je toch heel anders naar het kind en vooral, je neemt het niet alleen anders waar met je intellect, maar met je gevoel, gevoelsmatig, met al je wilsimpulsen sta je op een andere manier t.o.v. het kind.
GA 301/21
Op deze blog vertaald/21

Steiner noemde deze manier van kijken naar dingen vaak ‘kunstzinnig’:

Wie de essentie van de ziel wil begrijpen, moet de wetmatige orde doordringen met kunstzinnige, creatieve kracht in de kennis. De kenner moet een artistiek waarnemend persoon worden als hij het psychische wil vatten. […] Zonder de deelname van innerlijk, persoonlijk, creatief begrip kan het psychische niet gekend worden. Men deinst terug voor deze deelname omdat men gelooft dat men daardoor […] vervalt in de persoonlijke willekeur van het oordeel. En inderdaad, men vervalt in deze willekeur als men geen innerlijke objectiviteit verwerft door zorgvuldige zelfstudie.
GA 24/269
Niet vertaald

Zorgvuldige observatie en vergelijking

Om een ​​dergelijke innerlijke objectiviteit te verwerven, moet men door oefening een nauwkeurig en vergelijkend observatievermogen ontwikkelen – een realiteitsgerichte waarneming die reële indrukken met elkaar vergelijkt

U zult het geestelijke in de wereld pas begrijpen wanneer u realiteiten met elkaar vergelijkt. [ ] Dit zal voor de toekomst van de mensheid onvoorstelbaar
noodzakelijk zijn, dat de mensen zich ertoe zetten de realiteit, de
werkelijkheid op te zoeken. Men denkt tegenwoordig bijna alleen
nog maar in woorden, niet in werkelijkheid.
GA 293/118
Vertaald/116
Zie Algemene menskunde [7-1]

Als we bijvoorbeeld een vijfjarig kind beschouwen, zijn de ontwikkelingskrachten waar Steiner naar verwijst – de wisselwerking tussen lichaam, ziel en geest – slechts in zeer vage termen waarneembaar.

Maar als we de fysieke vorm, bewegingen, gelaatsuitdrukkingen en gebaren, taal- en emotionele expressies, sociaal gedrag en cognitieve vaardigheden van dit kind vergelijken met die van een tweejarige, een negenjarige en een vijftienjarige, en antroposofische concepten van menselijke ontwikkeling gebruiken om deze observaties te verhelderen, dan worden de innerlijke ontwikkeling en de regelmaat ervan plotseling tastbaar.

Voor het jonge kind vóór de tandwisseling, zei Steiner, moet men het “wonderbaarlijke fenomeen” observeren van “hoe de fysionomie zich maand na maand, jaar na jaar openbaart”, en hoe het vooral in de ontwikkeling van de gebaren van het kind duidelijk wordt dat een innerlijk, spiritueel-psychologisch aspect zich fysiek steeds duidelijker uitdrukt. Door dergelijke observatie, die herhaaldelijk moet worden geoefend, verwerft men een ‘fijner psychisch zintuiglijk organisme’, waardoor men vervolgens bij een kind tussen de zeven en veertien jaar oud ‘via een innerlijke structuur die werkt als een psychisch oog’ kan zien ‘hoe het zijn lichaam nu op een meer geheime manier verder ontwikkelt’.
GA  237/207
Vertaald

Als men dit fijne inzicht in de werking van een spiritueel-psychologisch aspect in de fysieke ontwikkeling van het kind ontwikkelt, kan men ook herkennen hoe na de puberteit een spiritueel-psychologisch aspect zich weer van het lichaam bevrijdt:

‘Als we een nauwkeuriger inzicht krijgen in de eerste twee levensfasen, zal wat iemand na de puberteit werkelijk blijkt te zijn als een tweede persoon verschijnen. Het zal dan zelfs zichtbaar zijn door de fysieke persoon zoals die voor ons staat; en wat naar buitenkomt als vlegelgedrag, maar ook in veel schoonheid, verschijnt als een tweede, wolkachtige persoon in de mens. […] Hij is degene die in het vorige aardse leven leefde en die zich nu, in de schaduw, in het huidige aardse leven een plaats inneemt.
GA 237/210
Vertaald 

Door middel van zo’n verfijnde observatie wordt het mogelijk om de mens dieper te begrijpen in zijn spirituele en mentale aard en in zijn ontwikkeling. Steiner daarentegen hekelde de abstractheid en passiviteit van extern gestuurd denken, waardoor “mensen elkaar voorbijgaan”:

Onze beschaving is volledig abstract geworden!
In ons gewone bewustzijn kunnen we alleen maar denken aan, en eigenlijk alleen maar denken aan, wat ons is opgedrongen. We komen niet eens meer tot zulke subtiele waarnemingen als ik zojuist heb beschreven. Daarom lopen mensen elkaar tegenwoordig voorbij. Mensen leren veel over dieren, planten en mineralen, maar ze leren absoluut niets over de subtiliteiten van de menselijke ontwikkeling. Dit hele innerlijke leven moet intiemer worden, innerlijk verfijnder, delicater, dan zullen we weer iets van dit leven zien. En dan, dan zullen we vanuit de menselijke ontwikkeling zelf naar het vooraardse leven kijken.
GA  237/207
Vertaald

Het is een duurzaam effectieve training voor Waldorfpedagogen om jongeren van dichtbij en op een diepgaand antroposofische manier vanuit een breed scala aan perspectieven te observeren. De betrokkenheid bij de antroposofische antropologie door middel van studie en de fantasierijke, ‘artistieke’ observatie van kinderen en jongeren kan – en moet – worden verdiept door meditatie. Men kan individuele antroposofische concepten visualiseren of overeenkomstige beelden kiezen die Steiner in zijn lezingen gebruikte, deze symbolen een tijdlang innerlijk in het centrum van de aandacht houden en ernaar streven ze zo intens mogelijk te ervaren. Bovenal hangt het af van de bewuste activiteit van meditatie, waardoor innerlijke krachten worden geactiveerd die sluimerend blijven bij puur intellectueel begrip, evenals van de concentratie.

Dit opent de deur naar de mogelijkheid om je Ik op een compleet andere manier te activeren dan je normaal gesproken in het leven doet. Wat voor een zwakke activiteit verrichten we eigenlijk bij gewoon intellectueel denken!
Dat is de grootste zwakte van de mensheid: intellectueel actief zijn. Daarbij sleept men slechts het ene concept na het andere met zich mee.

Maar als je het kind observeert zoals ik zojuist heb beschreven, mediteer je op een manier waarbij je Ik-organisatie volledig betrokken is. Dit is iets waar we in onze toekomstige pedagogiek ook rekening mee moeten houden.
GA 316/152 
Niet vertaald

Meditatie leidt tot een diepgaande, ervaringsgerichte verdieping van de kennis over de menselijke natuur. Het wordt met name effectief door herhaling. Men zal dan steeds duidelijker ervaren dat het kind of de adolescent zichtbaar wordt, alsof door de geest, dat men in hen – op ieders individuele manier – de ideeën over de menselijke natuur kan zien, zoals Goethe zei, “als met ogen”. En dit soort zien is pedagogisch zeer vruchtbaar. Hieruit kunnen steeds helderdere pedagogische inzichten voortvloeien.

De overwegingen die een humanistische pedagogie maakt […] zijn er allemaal op gericht om de mens intiemer te leren kennen. Maar wanneer je vervolgens door middel van meditatie over deze dingen reflecteert, kun je niet anders dan ze in je laten doorwerken. […] Wanneer je antroposofie bestudeert […], ervaar je dit aanvankelijk bewust; wanneer je er daarna over mediteert, vindt er een innerlijk spiritueel-psychologisch verwerkingsproces in je plaats, en dit maakt je tot een opvoeder en leraar. […] Zulke overwegingen, […] wanneer we ze steeds weer in onszelf wakker maken, wanneer we er zelfs maar vijf minuten per dag naar terugkeren, zetten al het innerlijke zielsleven in beweging. We worden innerlijk zo vruchtbaar in gedachten en gevoelens dat alles er gewoon uit borrelt. ’s Avonds mediteer je over de menselijke natuur, en ’s ochtends stroomt het er allemaal uit: “Ja, met Hans Müller moet je nu dit of dat doen – of: Dit meisje mist dit en dat, enzovoort. Kortom, je weet wat je in het specifieke geval moet toepassen.”
GA 302A/51
Vertaald

Studenten in Waldorflerarenopleidingen zouden daarom ook kennis moeten maken met meditatiemethoden om hun begrip van de menselijke natuur te verdiepen. Meditatie wordt nog steeds vaak beschouwd als een persoonlijke aangelegenheid voor de ‘stille kamer’. Dat hoeft echter niet zo te blijven, zoals vele artikelen in dit tijdschrift de afgelopen jaren hebben aangetoond.

Zie www.anthroposophische­ meditation.org

Waldorfonderwijs is dus niet gebaseerd op een programma, maar op directe, dagelijkse praktijk, op directe interactie met het kind en zijn natuur.
GA 304A/95
Op deze blog vertaald/95

Volgens Steiner moet wat leraren en opvoeders doen, “in elk moment van hun werk opnieuw geboren worden vanuit een levend begrip van de zich ontwikkelende mens.”
GA 24/86
Op deze blog vertaald/3e alinea

Waldorfonderwijs gaat niet over het implementeren van een pedagogisch systeem, maar over het ontwaken tot een diepere, menselijkere, waarderende werkelijkheid en het vormgeven ervan vanuit een voortdurend vernieuwende creatieve kracht.

Vrijeschoolpedagogie is helemaal geen pedagogisch systeem, maar een kunst om dat wat in de mens leeft te wekken. In feite wil de vrijeschoolpedagogie helemaal niet opvoeden, maar wekken. Want in deze tijd gaat het om wekken. Eerst moeten de leraren worden gewekt, daarna moeten de leraren de kinderen en
de jonge mensen wekken
GA 217/36
Vertaald/38

*Dr. Christoph Hueck, geboren in 1961, bioloog, voormalig Waldorfleraar, docent antroposofie, Waldorfpedagogie en antroposofische meditatie. Medeoprichter van de Akanthos Academie voor antroposofisch onderzoek en ontwikkeling in Stuttgart. 

.

Algemene menskunde: alle artikelen

Menskunde en pedagogie: alle artikelen

Opvoedingsvragen: alle artikelen

Vrijeschool in beeld: alle beelden

.

3538-3324

.

.

.

.