Categorie archief: handenarbeid

WAT VIND JE OP DEZE BLOG?

.
Ondanks regelmatige controle komt het voor dat bepaalde links niet werken. Waarschuw me s.v.p.     pieterhawitvliet voeg toe apenstaartje gmail punt com

.
VRIJESCHOOL in beeld: bordtekeningen; schilderingen, tekeningen enz.
voor klas 1 t/m 7

U vindt via onderstaande rubrieken de weg naar meer dan 1175 artikelen

RUDOLF STEINER
alle artikelen
wat zegt hij over——
waar vind je Steiner over pedagogie(k) en vrijeschool–


AARDRIJKSKUNDE
alle artikelen

DIERKUNDE
alle artikelen

GESCHIEDENIS
alle artikelen

GETUIGSCHRIFT
alle artikelen

GYMNASTIEK
vijfkamp(1)
vijfkamp (2)

HANDENARBEID
alle artikelen

HEEMKUNDE
alle artikelen

JAARFEESTEN
alle artikelen

KLASSEN alle artikelen:
peuters/kleutersklas 1;  klas 2; klas 3; klas 4; klas 5; klas 6; klas 7;  klas 8         (rest volgt – via zoekbalk vind je ook de andere klassen: 9 t/m 11)

KERSTSPELEN
Alle artikelen

LEZEN-SCHRIJVEN
alle artikelen

LINKS
Naar andere websites en blogs met vrijeschoolachtergronden; vakken; lesvoorbeelden enz

MEETKUNDE
alle artikelen

MENSKUNDE EN PEDAGOGIE
Alle artikelen

MINERALOGIE
alle artikelen

MUZIEK
mens en muziek
blokfluit spelen
over het aanleren van het notenschrift

NEDERLANDSE TAAL
alle artikelen

NIET-NEDERLANDSE TALEN
alle artikelen

OPSPATTEND GRIND
alle artikelen

PLANTKUNDE
alle artikelen

REKENEN
alle artikelen

REMEDIAL TEACHING
[1]

SCHEIKUNDE
klas 7

SCHRIJVEN – LEZEN
alle artikelen

SPRAAK
spraakoefeningen
spraak/spreektherapie [1]    [2

STERRENKUNDE
klas 7

TEKENEN
zwart/wit [2-1]
over arceren
[2-2]
over arceren met kleur; verschil met zwart/wit
voorbeelden
In klas 6
In klas 7

VERTELSTOF
alle artikelen

VOEDINGSLEER
7e klas: alle artikelen

VORMTEKENEN
via de blog van Madelief Weideveld

VRIJESCHOOL
uitgangspunten

OPVOEDINGSVRAGEN
alle artikelen

EN VERDER:

burnt out
Aart van der Stel over: waarom raakt iemand ‘burnt out’; je eigen rol en hoe gaan de anderen met je om; binnen-buiten; gezond-ziek

met vreugde in het nu aanwezig zijn
‘anti’- burn-out

antroposofische indoctrinatie in het vrijeschoolonderwijs?
antroposofische indoctrinatie in het vrijeschoolonderwijs? (2)

karakteriseren i.p.v. definiëren

lichaamsoriëntatie

(school)gebouw
organische bouw [1]     [2-1]    [2-2]

spel

In de trein
onderwijzer Wilkeshuis over een paar ‘vrijeschoolkinderen’ in de trein

.

VRIJESCHOOL – 5e klas – handenarbeid (3-2)

.

HOUTBEWERKING 

De eerste les komen de kinderen met rode wangen en schitterende oogjes het lokaal binnen. Vol vuur, trappelend van ongeduld om maar zo snel mogelijk te mogen beginnen. Het hele jaar door zien wij dit enthousiasme bij de vijfde klas in dit vak.

Dit jaar wordt het elementaire werk aangeleerd, zoals het zo goed mogelijk afwerken, het ontzag hebben voor het dure, veelal gevaarlijke gereedschap, het zuinige omgaan met de grondstoffen, zin voor orde, enz. enz.
Als dit lukt hebben de kinderen een goede basis om de volgende jaren op door te gaan.

We beginnen het jaar door met elkaar te kijken en te beleven wat een boom is, hoe hij in de aarde staat, omhoog groeit en zijn takken uitspreidt boven de aarde. Aan de takken zitten heel veel blaadjes, die samen het bladerdak vormen, enz. Hierdoor ontwikkelen de kinderen een levend beeld van het materiaal dat als “dood” hout in het lokaal ligt.

De eerste tijd zitten we in een kring te werken. Nadat ieder een stuk zacht hout heeft gekregen,  dat eerst werd gekliefd en eventueel op lengte werd gezaagd, snijden we met een houtsnijmesje een eenvoudig muisje. Onderwijl vertel ik de kinderen nog eens hoe het hout ontstaat en groeit en hoe het zich wel en niet laat bewerken. Dit laatste ontdekken ze zelf ook al door ermee te werken.
Het tweede werkstuk wordt een dier naar eigen keuze. Het wordt staande aan de werkbank met een rasp gemaakt. Het werkstuk ontstaat door er op los te raspen; aldoende vormt zich het bedoelde dier. Soms. wordt het ook iets heel anders. Is het nog weinig gedetailleerde dier ontstaan, dan moet het afgewerkt worden met vijl en schuurpapier. Hiermee wordt een jarenlange wilstraining ingezet. Soms vraagt een bepaalde diervorm om een andere aanpak de rasp. Dan vertel ik klassikaal hoe er met een beitel of guts. moet worden gewerkt, waarna een enkeling hiermee aan de slag gaat.

Loopt het tegen kerst, dan raspen de “snellen” uit een grillige tak een kandelaar. Als laatste werkstuk voor de zomervakantie kunnen de kinderen een “roerspaan” maken met beitel en rasp, waarvan de vorm zelf vrij bepaald wordt.

Aan het einde van de les ruimen de kinderen zelf op en vegen het lokaal. Hierdoor ontwikkelt zich een eerbied voor het gereedschap en het sociaal omgaan wordt erdoor versterkt.

Met de vakanties geef ik de klaargekomen werkstukken mee naar huis.

.
Philip da Ponte, deel 2 (deel 1 ontbreekt), nadere gegevens onbekend.

Handenarbeid – alle artikelen

5e klas – alle artikelen
VRIJESCHOOL in beeld: 5e klas – alle beelden

 

 

1075

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

VRIJESCHOOL – 5e, 6e klas -handenarbeid

 

Ik vond nog een verslag van een handenarbeidbijeenkomst uit 1984.
De gezichtspunten zijn niet verouderd.

Het gaat eerst om klas 5:
Er wordt door Felo Hettich gesproken over de zintuigen: tastzin, levenszin, evenwichtszin en de gezichtszin.
Op deze blog is over deze zintuigen al het een en ander verschenen:

[1] De 12 vensters naar de wereld: over de 12 verschillende zintuigen
[2] De tastzin
[3] De levenszin
[4] De evenwichtszin
[5] De bewegingszin
[6] Luisteren door het oog
[7] Poorten naar de wereld: korte karakteristiek van alle zintuigen
[8] De 12 zintuigen

De leeftijd 7 -14jr is de leeftijd waarin het gevoelsleven het overheersende zielenelement is, de gevoelsperiode en we zouden onze stof zó moeten brengen dat de leerlingen er met hun hartewarmte op in kunnen gaan.

Houtbewerken, zoals Felo het doet – begint in de 5e klas en de ‘werkplaats’ is een heerlijk domein voor de kinderen die daar voor het eerst binnengaan.

Hij gaat met de kersverse 5e-klassers hout zoeken in de omgeving. Dit wordt gekloofd en bekeken op groeirichting-sapstroom-lichtinvloed, kortom: de hele geschiedenis van de stam of tak proberen te ontdekken.
De jaarringen tellend legt hij een link met de leeftijd van hen zelf – ouders, grootouders.

Het zagen wordt dwars op de stam voltrokken: kops
Het splijten/hakken in de nerfrichting: langs.

De bijlslag vraagt wel gerichtheid, concentratie – maar kost geen kracht: het hout láát zich splijten.
Hij gaat ervanuit dat je het beste gereedschap altijd bij je hebt – je handen.

Al ‘duwend’ en ‘trekkend’ wordt het hout bewerkt.

Als de kinderen als een van de eerste werkstukjes een muis maken, werken ze ‘dicht bij het hart’ (de kinderen doen dat zittend op een stoel en houden het werkstukje min of meer tegen de borst).
De muis, met zijn bolle achterlijf en zijn spitse, nieuwsgierige snuit. Zijn schichtigheid zit geheel in zijn vorm.
Die vormenwereld maken we tastbaar bij de kinderen en we laten hen tevens ervaren waarom het hout zó gehanteerd moet worden.

handenarbeid 7

Een kandelaar, een vis zijn volgende mogelijkheden.
Daarbij plaatst de leerling het werkstuk al meer van zich af: in de werkbank.
Er wordt geraspt en gevijld: de duwgereedschappen.
De leerling staat wat gebogen over zijn werk: een ‘omhullende’ werkhouding.

Rolf Otger merkt op dat het ritmisch, geconcentreerd van binnenuit bezig zijn heilzaam werkt waar het ritmisch leven ge-ver-stoord is.

Intussen komen de leerlingen steeds vrijer van hun werk te staan.

Een 6e-klasser moet bruikbare werkstukken gaan maken. Deze leeftijd vraagt om ‘realiteit”.

Over het afwerken met schuurpapier klonken verschillende meningen. De gladheid van het hout langs je wang uitproberen.
Voor de pollepel steeds fijner schuurpapier geven: daar moeten geen etensresten aan blijven hangen.

Voor het overige werk – zeker voor dierfiguren – schept een golvend gesneden oppervlak meer leven.
Dit bereik je door ritmisch snijdend met de duim op het mes het hout te bewerken.
Gebruik ook knoestig hout, bijv. snoeihout van wilg of populier en laat het karakter van de boom meespelen in de vorm van het werkstuk. Bij ‘vrije’ diervormen komt daar de begrenzing vandaan.
Rasprichting-houtrichting stellen verder hun eisen bij de bewerking van een stuk hout, bijv. het blok van een molen uit rondhout.

handenarbeid 8

Het is heel belangrijk alle gewoonten in het lokaal m.b.t. materiaal en gereedschap vanaf het begin goed aan te leren – nu zijn de leerlingen er gevoelig voor. Daarna lukt het niet meer.

.

Handenarbeid – alle artikelen

.

963

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

VRIJESCHOOL – Handenarbeid (3)

DE BETEKENIS VAN DE KUNSTZINNIGE BEZIGHEID EN DE HANDARBEID VOOR HET SCHOOLKIND

In een laantje in een kleine West-Europese stad hebben schoolkinderen een vlooienmarkt geïmproviseerd. Het is zondagmiddag, de mensen gaan uit
wande­len met hun kinderen en bekijken de daar uitgestalde curiositeiten. Een man achter een tafel met daarop enige klompen boetseerklei nodigt de voorbijkomende kinderen uit te komen boetseren. leder van hen kan voor niets een klomp klei krijgen, als hij er iets uit maakt. Het beste kunstwerk, zo laat hij weten, krijgt een prijs.

Binnen enkele minuten zitten jongens en meisjes van verschillende leeftijd om de tafel, en elk van hen probeert op zijn manier iets te maken uit die voor hem liggende vochtige grauwe massa. Zo rolt bijvoorbeeld een klein meisje haar stuk klei zo lang heen en weer tot het lang en dun is. Ze maakt een slang. Haar buurmeisje worstelt met de haar onbekende massa, het blijft aan haar vingers hangen. Een magere jongen van een jaar of twaalf bouwt uit stukken een toren op, die hij vervolgens versiert. Die toren lijkt ten slotte op de kerktoren van de stad. Het rondere en gezettere kind naast hem maakt zijn kleiklomp kogelrond, drukt hem dan plat, zet er vijf stukken aan en roept: een schildpad!

Met dat kleien worden de kindergezichten zienderogen levendiger. Als het lukt vorm aan de klei te geven stralen hun ogen van vreugde en verrassing. Ook zij die nog niet zo goed met het materiaal overweg kunnen, hebben plezier in dit ongewone werk. Als zij allen klaar zijn, bekijken ze elkanders kunstwerken. Een tienjarig meisje krijgt ten slotte de prijs voor haar vogeldier.

Wat nu bij de verschillende werkstukken opvalt, is dat verscheidene kinderen gepoogd hebben de oude torens en poorten van de stad na te maken. De
op­groeiende kinderen dragen de architectuur daarvan klaarblijkelijk als onbewuste indruk in zich. Ook laat zich vaststellen, bij allen, een tekort aan gevoel om in een vorm iets uit te drukken, niet zozeer in het ‘wat’, doch in het ‘hoe’. Wanneer we bedenken dat talloze kinderen tegenwoordig in een omgeving moeten op­groeien, die op utiliteit is gericht en gemechaniseerd en geautomatiseerd is, verder, dat hun op school weinig gelegenheid wordt geboden om hun scheppen­de vermogens aan het werk te zetten (want voornamelijk wordt alleen hun intellect in beslag genomen) dan begrijpt men dat dit nervositeit ten gevolge heeft, een chaotisch wilsleven en een vroegtijdige verharding van het voorstellingsvermogen.

Om deze tendensen, die vooral in deze tijd de mensheid zo bedreigen, tegen te gaan, voerde Rudolf Steiner het kunstzinnige element in de pedagogie in. Dit was in 1919. Van het eerste schooljaar af worden de leerlingen van de vrijescholen door oefeningen in schilderen, tekenen en boetseren als het ware voorbereid om geleid te worden naar de cultuurtechnieken die zij moeten leren: het lezen, schrijven en rekenen. Door de gehele schooltijd heen wordt geoefend in schilderen en tekenen, in het omgaan met klei en hout en met zachtere materialen zoals  wol en stof, dit alles afgestemd op de leeftijdsgroepen, zoals door Dr.Steiner aangegeven. Onder leiding van de leraar leert elk kind de hindernissen te overwinnen, die elk materiaal met zich brengt, en ontwikkelt daaraan zijn scheppende vermogens. Zoals het kind voor de schoolleeftijd in het spel en geheel vrij omgaan met de dingen om hem heen zijn wereldje opbouwde, zo kan het nu zijn intenties in de stof zelf tot uitdrukking brengen, en ervaart daarbij iets van de rijkdom en de eigen aard van kleuren en vormen. Het kind ontplooit zich, verrijkt zijn gevoelens en zijn voorstellingsver­mogen, verbindt zich met de wereld. Het gaat er bij deze handarbeid en kunst­vakken, die in de basisschooljaren voor een deel in de uitgesproken vaklessen, voor een deel ook bij het hoofdonderwijs door de klassenleraar worden gegeven — zoals b.v. schilderen en tekenen — niet om een onderwijs-surrogaat, maar om oefeningen die zulke krachten in de mens tot ontplooiing brengen, die hij in zijn latere leven voor zijn beroep nodig heeft en die hem in staat stellen zijn taken in het leven, uit eigen initiatief, te vervullen. Door de kunstzinnige bezigheden in de school wordt de kloof tussen spel en werken overbrugd. Want in de kunst leert de mens om de beide werelden, de wereld van de geest, van de voorstelling, van de fantasie, en de wereld van de stof en haar wetmatigheden met elkaar te verbinden. Door de technische moeilijkheden van het materiaal te leren overwinnen, versterkt de leerling zijn wil en ervaart tevens dat alleen wanneer zijn voorstelling zijn gevoelens èn de materie zich verbinden, iets nieuws, iets gevormds kan ontstaan.

(Margrit Jünemann, Weledaberichten nr. 107  dec.1975)

Handenarbeid: alle artikelen

778

VRIJESCHOOL – Handenarbeid – 5e, 6e, 7e klas

.

Handenarbeid in de hogere klassen van de Benedenbouw

Het is een groot verschil of je het hebt over handenarbeid of over het werken met hout. Iedereen kan een guts, een beitel of een zaag hanteren. Maar gebruik je het wel echt op de goede manier? Weet je wanneer je deze gereedschappen moet gebruiken? Weet je hoe hout eruit ziet met al zijn nerven en noesten? Hoe reageert het hout, wanneer je erin hakt of zaagt?
Een voorbeeld: een zaag gebruik je in principe haaks op de nerven van het hout, terwijl je met de nerven mee beter kunt gutselen of beitelen. Een houthakker zaagt een boom (haaks op de nerven) en gaat het daarna klieven (met de nerven mee). Wanneer we in de klassen met houtbewerking beginnen, is het voor de kinderen goed om eerst deze kwaliteiten van het hout en het gereedschap te beleven en te leren kennen: door zelf een boom door te zagen en daarna te klieven.

Bij handenarbeid kun je denken aan de werklieden met hun oude ambachten, die met een ritmische wilskracht hun producten maken. Niet de brute kracht, maar een goede beheersing van het materiaal en hun gereedschappen bepalen hoe het eindresultaat eruit komt te zien. Een houthakker of een beeldhouwer, die als een wilde tekeer gaat, houdt het niet lang vol. Hij moet zijn krachten goed verdelen en het overzicht bewaren. Eén verkeerde handeling kun je niet meer ongedaan maken.

5e klas

De materialen, waar de kinderen mee werken zijn klei en de inheemse houtsoorten. Het hout dat bij ons op school wordt gebruikt, is meestal van een beuk of linde. Wanneer de kinderen weten waar dit hout vandaan komt en het in hun eigen omgeving zien groeien, kunnen ze een betere verbinding met het materiaal krijgen. Eerbied voor het materiaal, maar ook voor het gereedschap, is van groot belang. Vaak zie je op tentoonstellingen prachtige werkjes staan. Dit is natuurlijk een goede zaak, maar niet het belangrijkste. Het proces om zon werkstuk te maken moet een belangrijker plaats innemen. Hoe is hun wilskracht en doorzettingsvermogen om deze harde materialen om te vormen? Hoe hebben ze het materiaal en het gereedschap gebruikt? Zijn ze in staat om het werkstuk vorm te geven en het daarna  geduldig en netjes af te werken?

handenarbeid 1

handenarbeid 2

6e klas

 

Het materiaal waar de kinderen mee werken, wordt steeds harder en moeilijker om te vormen. Op de bovenbouw gaat men zelfs nog metaalbewerken en steenhouwen. De afstand tot het werkstuk wordt, naarmate de kinderen ouder worden, groter. De kinderen in de 5e klas hebben nog de klei in hun handen en zitten helemaal om hun werkstuk heengebogen en snijden met rozemesjes in het hout. De kinderen van de 7e klas werken meer op afstand. Ze hebben nog maar weinig direct contact met hun werkstuk. Ze werken met hamers en beitels en hun werkstukken zitten in de werkbanken geklemd. De werkstukken die de kinderen maken, moeten niet alleen een pronkstuk worden, die je op de kast kunt zetten, maar moeten een praktisch nut hebben.

Bijvoorbeeld het maken van een pollepel. De kinderen zijn meestal trots wanneer ze hun pollepel af hebben. Veel kinderen geven het kado aan hun vader en/of moeder en zien het jaren later nog terug als een praktisch hulpmiddel in de keuken. Ze hebben ervaren hoeveel moeite het kost om z’n lepel te maken. Zo hoop je, dat de kinderen ook hebben geleerd wat de waarde van een eigen gemaakt werkstuk is: niet alleen van zichzelf maar ook van anderen.

handenarbeid 3

 

 

handenarbeid 4

 

 

handenarbeid 5

 

E.Weltevrede, nadere gegevens onbekend

.

Handenarbeid – alle artikelen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

WAT STAAT OP DEZE BLOG

.
Ondanks regelmatige controle komt het voor dat bepaalde links niet werken. Waarschuw me s.v.p.     pieterhawitvliet voeg toe apenstaartje gmail punt com

.
VRIJESCHOOL in beeld: bordtekeningen; schilderingen, tekeningen enz.
voor klas 1 t/m/ 7

U vindt via onderstaande rubrieken de weg naar meer dan 1150 artikelen

.

RUDOLF STEINER
alle artikelen:
–wat zegt hij over——
–waar vind je Steiner over pedagogie(k) en vrijeschool–

 

AARDRIJKSKUNDE
alle artikelen

DIERKUNDE
alle artikelen

GESCHIEDENIS
alle artikelen

GETUIGSCHRIFT
alle artikelen

GYMNASTIEK
vijfkamp(1)
vijfkamp (2)

HANDENARBEID
alle artikelen

HEEMKUNDE
alle artikelen

JAARFEESTEN
alle artikelen

KLASSEN
alle artikelen: peuters/kleutersklas 1;  klas 2; klas 3; klas 4; klas 5; klas 6; klas 7klas 8  (rest volgt – via zoekbalk vind je ook de andere klassen: 9 t/m 11)

KERSTSPELEN
Alle artikelen

LEZEN-SCHRIJVEN
alle artikelen

LINKS
Naar andere websites en blogs met vrijeschoolachtergronden; vakken; lesvoorbeelden enz

MEETKUNDE
alle artikelen

MENSKUNDE EN PEDAGOGIE
Alle artikelen

MINERALOGIE
alle artikelen

MUZIEK
mens en muziek
blokfluit spelen
over het aanleren van het notenschrift

NEDERLANDSE TAAL
alle artikelen

NIET-NEDERLANDSE TALEN
alle artikelen

OPSPATTEND GRIND
alle artikelen

PLANTKUNDE
alle artikelen

REKENEN
alle artikelen

REMEDIAL TEACHING
[1]

SCHEIKUNDE
klas 7

SCHRIJVEN – LEZEN
alle artikelen

SPRAAK
spraakoefeningen
spraak/spreektherapie [1]    [2]

STERRENKUNDE
klas 7

TEKENEN
zwart/wit [2-1]
over arceren
[2-2]
over arceren met kleur; verschil met zwart/wit
voorbeelden
In klas 6
In klas 7

VERTELSTOF
alle artikelen

VOEDINGSLEER
7e klas: alle artikelen

VORMTEKENEN
via de blog van Madelief Weideveld

VRIJESCHOOL
uitgangspunten

OPVOEDINGSVRAGEN
alle artikelen

EN VERDER:
burnt out

met vreugde in het nu aanwezig zijn
‘anti’- burn-out

antroposofische indoctrinatie in het vrijeschoolonderwijs?
antroposofische indoctrinatie in het vrijeschoolonderwijs? (2)

karakteriseren i.p.v. definiëren

lichaamsoriëntatie

(school)gebouw
organische bouw [1]     [2-1]    [2-2]

spel

In de trein
onderwijzer Wilkeshuis over een paar ‘vrijeschoolkinderen’ in de trein

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Handenarbeid – Alle artikelen

.

1.Handenarbeid – boetseren lagere klassen
Gang van zaken: voorbereiding, werkwijze, oefeningen voor klas 1 – 4 uit:
Clausen/Riedel: ‘Plastisches Gestalten’ deel 2, met vertaling en afbeeldingen

2.Handenarbeid in 5, 6 en 7
Werken met hout

3-1.Handenarbeid in klas 5
Hoe kun je de les beginnen; houtbewerking; ook nog iets over klas 6

3-2.Handenarbeid in klas 5
De eerste werkstukken; orde; eerbied

.

226-213

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.