.
Zie de inleiding
In de 16e voordracht van GA 97 schetst Steiner een bepaalde ontwikkeling die de mensheid heeft doorgemaakt.
De nadruk ligt op ‘het denken’.
Hij vergelijkt de mens in Atlantis en de latere mens en legt het waarom de mens steeds helderder is gaan denken, bij de werking van de macht van Lucifer.
Deze is de drager en brenger van het licht in het denken.
Hij brengt het ook in verband met hoe het etherlijf van de mens daardoor verandert en zegt van die veranderingen:
Die früheren Entwickelungszustände der Menschheit werden nun im einzelnen Menschenleben noch einmal in Siebenjahresrhythmen wiederholt.
De vorige stadia van de menselijke ontwikkeling herhalen zich nu in individuele mensenlevens in cycli van zeven jaar.
Wanneer je deze zin isoleert van de context – wat ook vandaag de dag nog gebeurt – ontstaat de indruk dat ‘het kind de fasen van de ontwikkeling van de mensheid’ herhaalt.
En dus een tijd ‘een Atlantiër’ of een ‘Griek’ is enz.
Maar dat is te kort door de bocht: het gaat om een zekere parallel wat de ontwikkeling van het bewustzijn betreft.
Een uitgebreide artikelenreeks over dit onderwerp vind je hier.
GA 97
Das christliche Mysterium
Het christelijke mysterie
Voordracht 16, Düsseldorf, 4 april 1906
Die Kinder des Luzifer
Die Ablösung der Blutsliebe durch die geistige Liebe
De kinderen van Lucifer
De verandering van liefde bij bloedverwantschap door geestelijke liefde
Blz. 168
Die früheren Entwickelungszustände der Menschheit werden nun im einzelnen Menschenleben noch einmal in Siebenjahresrhythmen wiederholt.
Das Kind soll dann Autorität um sich haben, aber nicht selbst Autorität sein. Man soll durch Erzählungen auf das Kind wirken, nicht Moral predigen, sondern hinweisen auf große Beispiele, auf Vorbilder.
Für die Moral würde es nötig sein, daß man dann in der alten pythagoreischen Form das Gefühl dafür ausbildet.
Pythagoras sagte zu seinen Schülern:
Du sollst nicht mit dem Schwerte ins Feuer schlagen -, ein Bild dafür, daß man nutzlose Dinge nicht tun soll.
Ein anderes derartiges pythagoreisches Wortwar:
Du sollst auf deinem Wege nicht umkehren, ehe du ans Ende
gekommen bist. –
De vroegere stadia van de menselijke ontwikkeling herhalen zich nu in individuele mensenlevens in cycli van zeven jaar.
Het kind moet dan mensen om zich heen hebben die gezag uitstralen, zelf hoeft het geen autoriteit te zijn.
Je moet door verhalen op het kind werken, niet door moraliserende preken te houden, maar door te wijzen op grote voorbeelden, op rolmodellen.
Om moraliteit te ontwikkelen, is het nodig om er op de oude Pythagoreïsche manier een gevoel voor te ontwikkelen.
Pythagoras* zei tegen zijn leerlingen: “Je moet niet met je zwaard in het vuur slaan” – een beeldspraak voor het niet doen van nutteloze dingen.
Een andere Pythagoreïsche uitspraak luidde: “Je moet niet terugkeren op je pad voordat je het einde hebt bereikt.”
GA 97/168
Niet vertaald
Dit ‘autoriteit-zijn’ wordt weleens negatief uitgelegd: als zou de leerkracht macht moeten uitoefenen over de kinderen.
In zijn verschillende uitspraken over autoriteit (zie onder) blijkt iets heel anders.
Dat zou bv. kunnen worden samengevat met deze uitspraak:
Dazu muß dieser Erzieher so wirken, daß er gewissermaßen das Wahre, Gute und Schöne dem Kinde nicht bloß darstellt, sondern es ist. Was er ist, geht auf das Kind über, nicht, was er ihm lehrt. Alle Lehre muß wesenhaft im Vorbilde vor das Kind hingestellt werden. Das Lehren selbst muß ein Kunstwerk, kein theoretischer Inhalt sein.
De opvoeder moet zo te werk gaan, dat hij het ware, goede en mooie niet alleen voor het kind beschrijft, maar dat hij het ìs. Wat hij is, gaat over op het kind, niet wat hij het leert. Alles wat het moet leren, moet voorgeleefd worden. Het aanleren zelf moet een kunstwerk zijn, geen theoretische inhoud.
GA 304/221
Op deze blog vertaald/217
*Zie o.a. ook GA 96: <5>
.
Rudolf Steiner over autoriteit: alle artikelen
Kind rond het 9e jaar: alle artikelen
Rudolf Steiner: alle artikelen
Algemene menskunde voordracht 9
VRIJESCHOOL in beeld: alle beelden
.
3534-3320
.
.
.
.