Categorie archief: niet-nederlandse talen

WAT VIND JE OP DEZE BLOG?

.
Ondanks regelmatige controle komt het voor dat bepaalde links niet werken. Waarschuw me s.v.p.     pieterhawitvliet voeg toe apenstaartje gmail punt com

.
VRIJESCHOOL in beeld: bordtekeningen; schilderingen, tekeningen, transparanten enz.
voor klas 1 t/m 7; jaarfeesten; jaartafels

U vindt via onderstaande rubrieken de weg naar meer dan 1275 artikelen

RUDOLF STEINER
alle artikelen
wat zegt hij over——
waar vind je Steiner over pedagogie(k) en vrijeschool–


AARDRIJKSKUNDE
alle artikelen

DIERKUNDE
alle artikelen

GESCHIEDENIS
alle artikelen

GETUIGSCHRIFT
alle artikelen

GYMNASTIEK
vijfkamp(1)
vijfkamp (2)

HANDENARBEID
alle artikelen

HEEMKUNDE
alle artikelen

JAARFEESTEN
alle artikelen

KLASSEN alle artikelen:
peuters/kleutersklas 1;  klas 2; klas 3; klas 4; klas 5; klas 6; klas 7;  klas 8         (rest volgt – via zoekbalk vind je ook de andere klassen: 9 t/m 11)   klas 11

KERSTSPELEN
Alle artikelen

LEERPROBLEMEN
alle artikelen

LEZEN-SCHRIJVEN
alle artikelen

LINKS
Naar andere websites en blogs met vrijeschoolachtergronden; vakken; lesvoorbeelden enz

MEETKUNDE
alle artikelen

MENSKUNDE EN PEDAGOGIE
Alle artikelen

MINERALOGIE
alle artikelen

MUZIEK
mens en muziek
blokfluit spelen
over het aanleren van het notenschrift

NEDERLANDSE TAAL
alle artikelen

NIET-NEDERLANDSE TALEN
alle artikelen

OPSPATTEND GRIND
alle artikelen

OPVOEDINGSVRAGEN
alle artikelen

PLANTKUNDE
alle artikelen

REKENEN
alle artikelen

REMEDIAL TEACHING
[1]

SCHEIKUNDE
klas 7

SCHRIJVEN – LEZEN
alle artikelen

SPRAAK
spraakoefeningen
spraak/spreektherapie [1]    [2

STERRENKUNDE
klas 7

TEKENEN
zwart/wit [2-1]
over arceren
[2-2]
over arceren met kleur; verschil met zwart/wit
voorbeelden
In klas 6
In klas 7

VERTELSTOF
alle artikelen

VOEDINGSLEER
7e klas: alle artikelen

VORMTEKENEN
via de blog van Madelief Weideveld

VRIJESCHOOL
uitgangspunten

bewegen in de klas
In de vrijeschool Den Haag wordt op een bijzondere manier bewogen.

antroposofische indoctrinatie in het vrijeschoolonderwijs?
Ex-antroposoof en ex-vrijeschoolleraar, de Fransman Perry, beweert dat de vrijeschool indoctrineert. Met sprookjesbeelden, nog wel. Volgens Pieter Witvliet kan hij zijn beschuldigingen niet onderbouwen.

antroposofische indoctrinatie in het vrijeschoolonderwijs? (2)
Ex-antroposoof en ex-vrijeschoolleraar, de Fransman Perry, beweert dat de vrijeschool indoctrineert. Door de dierkundeperiode in klas 4, o.a. Volgens Pieter Witvliet kan hij zijn beschuldigingen niet onderbouwen.

Luc Cielen:
In tot nog toe 11 artikelen probeert Luc aan te tonen dat er teveel antroposofie zit in het leerplan van de vrijeschool.
In zijn artikel 1 gaat het over geschiedenis, dier- en plantkunde.
In geschiedenis toont Pieter Witvliet aan dat je daar nog heel anders naar kunt (en wat hem betreft móet) kijken; ook ‘Atlantis’ is niet per definitie ‘antroposofie’

In dierkunde toont Pieter Witvliet aan dat de indeling in hoofd, romp en ledematen niet iets ‘typisch van Steiner is’. Door te werken als Steiner aangeeft, kan er een met eerbied gevoelde relatie ontstaan tussen kind en wereld, wat geen antroposofie is.

In plantkunde toont Pieter Witvliet aan dat ook het plantkunde-onderwijs geen antroposofisch onderwijs genoemd kan worden, behalve het onderdeel plantenkarakter en zieleneigenschap. Dit wordt echter in vrijwel geen enkele school aan de orde gesteld.

EN VERDER:
burnt out
Aart van der Stel over: waarom raakt iemand ‘burnt out’; je eigen rol en hoe gaan de anderen met je om; binnen-buiten; gezond-ziek

met vreugde in het nu aanwezig zijn
‘anti’- burn-out

geschiedenis van het Nederlandse onderwijs, een kleine schets


karakteriseren i.p.v. definiëren

lichaamsoriëntatie

(school)gebouw
organische bouw [1]     [2-1]    [2-2]

spel

In de trein
onderwijzer Wilkeshuis over een paar ‘vrijeschoolkinderen’ in de trein

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

..

Advertenties

VRIJESCHOOL – Engels – hogere klassen

.

Er kunnen allerlei redenen zijn om met een (hogere) klas eens iets op te voeren voor een lagere. Voor de laatste is het goed om te zien wat ze later allemaal geleerd hebben en kunnen; voor de hogere klas is het soms goed – wanneer het bijv. sociaal in zo’n klas wat moeilijker gaat, om gezamenlijk aan iets te werken, waarbij veel moet worden samengewerkt: kleding, achtergrondattributen, in tweetallen repeteren enz.

Hier volgt een origineel ( dus niet vertaald) spelletje voor de lagere klassen, waarmee je het natuurlijk ook kunt proberen op te voeren. Halfverwege klas 2, bijv. – het hangt er natuurlijk vanaf hoe ‘ver’ je klas is.

SLEEPING BEAUTY    A Play for the First Grade

This little fairy tale play was written by Mrs. Birdsall who is a pioneer in Waldorf School education and one of the first teachers of our school. At present* she is the librarian at the Kimberton Farms School. Sleeping Beauty has been used several times by first-grade teachers successfully. It is being given by Miss Paulsen’s first grade in the 25th Anniversary Assembly.

Scene I — In A Garden

Enter Queen:
Oh, would I had a daughter fair
With eyes of blue and golden hair.

Enter Frog:
Your wish, dear Queen,
shall be fulfilled,
For so, in truth,
the gods have willed.
A daughter shall be born to you
With golden hair and eyes of blue.

Frog hops off stage, and happy Queen exits skipping.

Scene II — In Palace Hall

King and Queen enter, followed by nurse with baby and all the fairies.

King:
Dear friends, we come together here
To give our thanks and make good cheer.
A daughter, beautiful to see
Has come to bless my Queen and me.

Queen:
Come fairies all, and wish your best
In order that my child be blest.

Fairies come forward to give their gifts.

First fairy:
Dear babe, I give you beauty rare
As roses in the summer air.

Second:
And I bring wisdom,

Third:
goodness too,
Let us bestow, dear babe, on you.

Fourth:
And I bring grace: where ’er she treads
The flowers scarce will bend their heads.

Fifth:
I give you health. Grow straight and strong
And walk your pathway with a song.

Sixth:
May riches also be your part.

Seventh:
And may you have a loving heart.

Eighth:
May truth attend you on your way,

Ninth:
And happiness be yours each day.

Tenth
May you have many, many friends,

Eleventh:
And peace be yours till your life ends.

Bad Fairy enters:
My gift is very quickly told,
For when the child’s fifteen years old,
A spindle shall her finger prick.
The princess shall fall dead so quick
Not all your gifts can help her then.
She ne’er shall live or breathe again. (Exit)

Good Fairy
Alas! I cannot quite undo
This cruel wish that’s come to you.
She shall not die, so spare your tears,
She shall but sleep one hundred years.                           (All exit)

Scene III — The Tower

Old woman:
Spin, spin the princess doom,
The princess comes, so soon, so soon.

Princess enters:
I wonder what is in this room.
I think I’ll see.

Old woman:
Come in, my dear.

Princess:
Good day, little mother.

Old woman:
Good day, fair child.

Princess: What do you do with this soft, white stuff?

Old woman:
Spinning, fair child, to get thread enough.

Princess:
And what is this thing spinning round so gay?

Old woman:
A spindle; my dear.

Princess:
Then teil me, pray,
If I may not hold it, mother dear?

Old woman:
Surely you may and have no fear.

Princess pricks finger, falls on couch. Old woman leaves with an evil laugh.

Scene IV — Before Hedge of Thorns

Hedge:
The hedge of thorns are we,
As you can plainly see.
One hundred years have passed.
The prince comes, at last!

Prince gallops in:
The hedge of thorns I do not fear.
I vow I’ll wake the princess dear.

(strikes hedge which falls apart).

Ah, what vision rare is this!
*Tis she! I’ll wake her with a kiss.
Sleeping Beauty, rise.
Open now thine eyes!

Princess:
Ah, my prince,
I dreamed of you!

Both:
And now our dream has all come true!

King and Queen enter and kiss the princess. Grand procession of all characters follows.

Virginia F. Birdsall, datum onbekend
THE RUDOLF STEINER SCHOOL ASSOCIATION 15 East 79tb Street, New York 21, N. Y.
President: Frances Walling Treasurer: Anne Barnes
Vice President: Margaret C. Wesson Editor: Christy Barnes
Secretary: Ellen Kitchen and Virginia E. Paulsen
Membership in the Association, including the quarterly Bulletin, is $2.00 per year. Singles copies of the Bulletin, 25c each.
.

 

1227

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

VRIJESCHOOL – Engels – verschillende klassen

.

Bij de (kunstzinnige) opbouw van een les kun je deze een vast begin en een vast einde geven met een lied, een gedicht, een spreuk, een vers, zodat de les een terugkerende kop en staart heeft. Dat hoeft niet het hele jaar hetzelfde te zijn. Je kunt bijv. met de siezoenen wisselen.

Hier volgen een paar voorbeelden:

Alfabetische volgorde van de eerste regel

7]Bless the faling of the rain
4]Brave and true I will be
10] Day is over, night has come
3]For the seed of love within us
2]Good morning dear earth
5]May the sun shine upon you
6]The light of the world
8]The morning has ended
1]We are truthful and helpful
9]When I woke up this morning

Soms is de Engelse les de les vóór de middagpauze. Dan moet je ook met de kinderen eten.

Hier een paar tafelspreuken

14]Blessings on the blossoms
12]Earth we thank you for this food
13]Earth who gives to us this food
15]For sun and rain
11] For the golden corn

 

1

engels-spreuk-2

2

engels-spreuk-1

3]

engels-spreuk-3
4

engels-spreuk-4
5
engels-spreuk-7

6

engels-spreuk-8

7
engels-spreuk-98

engels-spreuk-12

9

engels-spreuk-13

10
engels-spreuk-16

11

engels-spreuk-17

12

engels-spreuk-15

13

engels-spreuk-11

14

engels-spreuk-10

15

engels-spreuk-5

Niet-Nederlandse talen, w.o. Engels: alle artikelen

1188

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – 3e klas – Engels

.

HET VERHAAL VAN DE PANNENKOEK

Een impressie uit het vak Engels

Er was eens een derde klas die veel van de Engelse taal hield. Met veel plezier spraken de jongens en meisjes van deze klas de Engelse gedichtjes, zongen de Engelse liedjes en speelden met overgave de kleine Engelse spelletjes.

In de loop van de 3e klas leerden ze de namen van de verschillende vruchten kennen, ze maakten samen een ‘fruit-salad’ klaar en ze maakten voor het eerst kennis met een ‘pancake’. Deze ‘pancake’ stapte hun leven binnen, toen ze in een derde vakles al wat honger begonnen te krijgen. De Engelse juf voelde dat haar maag net zo leeg was als die van de leerlingen en zij droomde net zoals de haar toevertrouwde jongens en meisjes van lekker middageten, ja van een mooie, grote ‘pancake’.
Ook al lag zo’n pannenkoek niet lekker vers gebakken op een bord, dan moest deze toch op z’n minst maar gefantaseerd worden.

»Mix a pancake,
stir a pancake,
pop it in the pan;
fry a pancake,
toss a pancake,
catch it if you can.«

Het rijmpje toverde de mooiste, grootste, lekkerste pannenkoeken in het lokaal van de 3e klas. Zoveel koks en kokkinnen waren daar nog nooit binnengeweest. Er werd met de koekenpannen gezwaaid en de pannenkoeken draaiden in de lucht. [*]

Het plezier bij het pannenkoekenbakken werd zo groot, dat de lerares voor het overweldigende enthousiasme van haar leerlingen een verhaal moest bedenken om de overijverige koks en kokkinnen weer een beetje tot rust te laten komen. Wat lag er meer voor de hand dan het verhaal van de pannenkoek te vertellen.

THE PANCAKE

»A big fat cook made a big fat pancake. Near the cook were seven hungry little boys. >We like big round pancakes, Mr. Cook,< said all the little boys. >This pancake will be good to eat<, said the cook.

niet Nederlandse talen   Engels pancake

But the pancake in the pan said: >1 will not, not, not be eaten.<

So the big round pancake gave a hop. The pancake gave a jump. And off he rolled out of the pan. Mr. Pancake rolled round and round and round. And oh! so very, very fast. >Stop! Stop! Mr. Pancake!< said the cook.

But the pancake rolled faster and faster. Then the big fat cook began to run after the pancake.

>Stop! Stop!< said all the little boys. But the pancake rolled faster and faster.

Then all the little boys began to ran.

The pancake met a little man. >Stop, pancake, stop! I am hungry! I want to eat you!< said the little man. >The cook can’t stop me. The boys can’t stop me. You can’t stop me<, said the pancake and rolled faster and faster.

Then the little man began to run.

The pancake met a cock **]. >Stop, pancake, stop! I am very hungry! I want to eat you!< said the cock. >The cook can’t stop me. The boys can’t stop me. The man can’t stop me. You can’t stop me<. And the pancake rolled faster than ever.

Then the cock began to run.

The pancake met a duck. >Stop, pancake, stop! I am very, very hungry! I want to eat you<, said the duck. >The cook can’t stop me. The boys can’t stop me. The man can’t stop me. The cock can’t stop me. You can’t stop me.< And the pancake rolled faster and faster.

The pancake met a pig. >Why do you run so fast?< said the pig. >Can’t you see?< The cook, the boys, the man, the cock and the duck, all want to eat me.<

>That ist too bad. I will run with you,< said the pig. So the pig and the pancake went on and on and on. They came to a wide pond. >1 can’t swim<, said the pancake. >1 can<, said the pig. >Jump upon my nose and I will take you across.<
So the pancake jumped upon the pig’s nose. The pig gave a big grunt. And snip! snap! he ate up the big round pancake.

Yes, the pig ate up every bit.«

Dit verhaal werd in de daarop volgende weken nog vaak verteld; steeds meer leerlingen gingen meespreken, tot ze allemaal de tekst volledig, foutloos, uit hun hoofd kenden. Het werd helemaal gespeeld, voor de ouders opgevoerd en ten tonele gebracht op het maandelijkse schoolfeest. Maar daarmee was hun enthousiasme voor het pannenkoekenverhaal nog niet weggeëbd: aan het eind van het schooljaar zorgden de kinderen voor een bijzondere verrassing voor hun ouders, aan wie het enthousiasme voor de pannenkoek niet ontgaan was. Ze schreven en tekenden een prentenboek over de pannenkoek – zo mooi als ze konden.
Toen de kinderen in het begin van de 4e klas van hun Engelse lerares een boek [1] kregen, met daarin de tekst van ‘the pancake’, begroetten ze hun oude bekende met veel plezier en ze konden doordat ze al vertrouwd waren met de tekst, deze zonder fouten lezen – een bemoedigende ervaring!

Chrisl Schultz, Erziehungskunst jrg.58 7/8-1994 (blz.712)

[1]The pancake, James H. Fasset. Ill. by Ernest Shepard. |
Pädagogische Forschungsstelle beim Bund der Freien Waldorfschulen, Stuttgart 1992.

**in de uitgave staat ‘hen’
[*] Ik deed dit vaak in de 2e klas. Met een echte koekenpan, met een passend stukje gele vloerbedekking als pannenkoek. Voor de kinderen nog een hele toer om de pannenkoek op te gooien en op te vangen, met de onderkant boven.
Het was altijd, lange tijd een succesnummer. En heel goed voor de motoriek, natuurlijk.

wil je ook de overige illustraties zien:
mail: pieterhawitvliet voeg toe apenstaartje gmail punt com
Niet-Nederlandse talen: alle artikelen

 

1058

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Niet-Nederlandse talen – Engels in verschillende klassen

.

Vanaf de start van de vrijeschool in Duitsland werden er al vanaf klas 1 ‘vreemde’ talen gegeven.
Ikzelf spreek liever van ‘niet-Nederlandse talen’, daarmee vermijdend dat een niet-Nederlandse taal ‘vreemd’ gevonden zou worden. Anders, dat wel – maar niet vreemd.

Eén van de eerste leerkrachten aan de eerste vrijeschool in Nederland, in Den Haag, H.Janssen van Raay, schreef een artikel over het vak Engels door de jaren heen, met de nadruk op klas 1, 4, 7, 8, 9 en 12
De schoolkrant van de Haagse school heette toen ‘Ostara’. Ook al is het artikel meer dan 80 jaar! oud, het zou ook vandaag* geschreven kunnen zijn, ware het niet dat stijl en spelling een ver verleden verraden.

UIT DE ENGELSCHE UREN!

Een belangrijk en interessant deel van hun leven brengen de kinderen door in de school.
In arbeid en inspanning, in vreugde en leed, in geven en nemen, ontwikkelen, ontplooien zij zich. Zij moeten zich veroveren een kunnen en een kennen, een weten en een begrijpen, een vreugdigen eerbied voor het schoone der aarde, een medevoelend verstaan van het verkeerde en een oprechten wil om zich te scharen onder de strijders in dienst der menschheidsontwikkeling.

Groote wendingen maakt het wezen van het kind door in zijn ontwikkeling gedurende de schooljaren, telkens vertoont het zich op andere wijze, telkens stelt het andere eischen.
Het onderwijs moet dus evenzoo bewegelijk zijn en zich telkens kunnen voegen en keeren al naar de ontwikkelingsphase van het kind.

Een eenvoudig voorbeeld moge hier gegeven worden uit het onderwijs in het Engelsch.

Hoe behandelen we de werkwoorden door de rij van leerjaren?

We hebben een Engelsch uurtje in een 1ste of 2de klas.

Een gedichtje gaan we voorbereiden en tegelijkertijd den kinderen het verstaan en hanteeren van een paar werkwoorden aanbrengen.

In the heart of a seed,
Buried deep, so deep,
A little plant lay fast asleep.
Wake! said the sunshine,
And creep to the light!
Wake! said the voice of the raindrop bright. etc.

De woorden uit het eerste coupletje kennen ze al: ze teekenden zelf op het bord de dichte, donkere aarde, waar het kleine zaadje, met het slapende plantje, diep in begraven lag.

Allemaal kruipen ze nu in elkaar en onder de banken, plantjes zijn ze geworden „fast asleep” in een zaadje. De meisjes trekken hun rokjes over het hoofd.

Fluisterend vraag ik: — Lida, do you sleep? en het antwoord komt: — Yes, I sleep. De heele klas fluistert samen: —. She sleeps.

— Dit kunnen we bij verschillende kinderen herhalen, want kinderen léven in de herhaling en als een spelletje eens prettig gevonden is door de kleintjes, dan kan men het nooit genoeg herhalen.

Dan zetten we er één op de tafel, om flink hoog te zijn; een stralen-hoedje van goudpapier toont duidelijk, dat hij de zon is, en met luide stem roept hij dan ook:

— Wake, and creep to the light!

Een regendrupje, staande op de achterste bank, roept tegelijkertijd: — Wake, wake!

Nu begint het onder de banken te krioelen van ontwakende plantjes, die den weg naar het licht zoeken. En ik vraag: — Every plant awake?

— Yes, we are awake!

Dan wordt dezelfde vraag nog aan verschillende leerlingen apart gesteld, waarop telkens het antwoord, I am awake, door de klas ensemble herhaald wordt in de vormen: You are awake, of She is awake.

Nu kruipen ze allen uit hun duistere schuilhoekjes de zon tegemoet, die nog steeds roept: Creep to the light!

Waarop het werkwoord to creep aan de beurt is en op dezelfde wijze behandeld wordt.

Kennen ze alle werkwoorden uit het gedichtje, weten ze de werkwoorden zoo in kleine zinnetjes, waarmee natuurlijk eerst geholpen is, te gebruiken, dan reciteeren we het rhythmisch en leeren het al spelende.

Dit is de grondslag; hierop wordt later voortgebouwd. Wat is er n.l. gebeurd?

Het hooren en spreken is verbonden met het doen: in het geheele lichaam is het werkwoord opgenomen door het bewegen, het spelen. Het hoofd, het denken heeft er zich nog maar heel even mee beziggehouden, slechts door middel van de fantasie; het rhythmisch systeem was er al wat meer mee verbonden, n.l. door de vreugde, waarmee het kind in het spelen leefde; doch de ledematen waren er geheel door in beslag genomen en zijn er nu mee vervuld: zij hebben het werkwoord en zijn vormveranderingen leeren kennen en begrijpen.

In de 4de klasse wordt begonnen met de grammatica.

Dat klinkt heel straf, maar zoo erg is het niet. Want nog zijn de kinderen niet op dien leeftijd, dat men aan het bewuste denken kan appelleeren.

‘De leerlingen kunnen nu al kleine vertellingen in het Engelsch verstaan en moeten zelf een weg gaan vinden in het proza.
Ze zijn nu in- of reeds dóór den overgang van het 9de jaar en staan voor het eerst met een bewuste belangstelling tegenover het leven op aarde.

Een heerlijk wijd arbeidsveld bieden ons de verschillende ambachten.

De klas is een smidse, onder het bord brandt een vuur, de banken zijn aambeelden en allen zijn aan het smeden. Of we zijn in een tuin en helpen den tuinman. Ieder verzint een werkje, dat hij in een tuin kan doen. Zelfs de luiaard, die in het gras wil liggen slapen, krijgt zijn zin. Maar we leeren alle werkwoorden en ieder moet zijn eigen werkje in het Engelsch leeren zeggen. Nu stellen we er samen een eenvoudig prozastukje van op, bijv.:

What are we to do in the garden? One is raking the path; Mary gathers the roses, etc.

Tot zoover zijn we dus weer uitgegaan van het doen: doch nu nemen we een werkwoord er uit, d.w.z. één der kinderen komt voor de klas en mag zijn eigen werkje voordoen waarbij hij het noemt: I mow (the grass). De klas herhaalt: You mow; een ander loopt voorbij, ziet wat de eerste doet en zegt: he mows. Zoo komen we tot alle vormen van den tegenwoordigen tijd. Nu wordt de heele tijd klassikaal en in een streng rhythme gereciteerd. Bij het volgende werkwoord behoeven we de brug over het voordoen niet meer; maar, voor we het kleine prozastukje opschrijven, — want in deze klas beginnen we ook met het schrijven van de vreemde talen —, reciteeren we alle werkwoorden, die er in voorkomen.

De volgende les brengt dan van zelf den verleden tijd met de vraag: What did we do last time?

Uit het stofwisseling-ledematen-systeem, dat we voornamelijk gebruikten in de eerste leerjaren, zijn we nu gekomen tot het rhythmisch systeem, waaraan we appelleeren, niet meer alleen door vreugde en leed, die het kind in de klas bij het spelen ondervindt, maar ook door het bewust reciteeren van de werkwoordsvormen op velerlei wijzen. Het kennen, begrijpen en gebruiken der werkwoorden gaat dus nu ook over het rhythmisch systeem.

In de 7de en 8ste klassen kunnen we langzamerhand appelleeren aan het denken. De vragen: „welke werkwoorden zijn regelmatig, welke onregelmatig?” of „hoe wordt de verleden tijd gevormd?” komen aan de orde, nu de kinderen ze in het gebruik al kennen.

Beginnend bijvoorbeeld bij de onregelmatige werkwoorden, die de oudste zijn, gaan we schilderen den vorm van het werkwoord, zooals zij is in den tegenwoordigen tijd in een actieve kleur en vorm, – bijvoorbeeld een sterfiguur in licht rood —. Dan als ’t droog is, schilderen we er een violetten of blauwen sluier overheen, den sluier van het verleden, en we zien dat de kleur van rood tot paars verandert, zoo verandert ook de heldere kleur van de i (ai), in to rise in de meer gesloten o van rose, en de o van to draw in de doffe oe van drew.

We schilderen daarna, hoe bij de regelmatige werkwoorden die nieuwer zijn, d.w.z. later ontstaan en nog steeds ontstaan, de sluier van’het verleden niet meer zoo’n macht heeft, niet meer zoo ingrijpend werkt, maar eerder licht over den stam heen glijdt, nu echter hierdoor gegrepen wordt en een slipje achterlaat: to work – workcd.
— Immers toen de spraak nog aan ’t ontstaan was en de verschillende woorden nog moesten worden gevormd, worstelde de menseh om met de taal uit te drukken, wat hij meende, en schiep, met alle kracht van zijn nog ontluikend bewustzijn, in de klankformaties zich te doen verstaan. Vanzelf werden de vormveranderingen ingrijpender.

Tegenwoordig spreken we haast mechanisch en gebruiken onwillekeurig de eenvoudigste wijzen om de nieuw ontstaande woorden aan de taal aan te passen.
Ook bij het gebruik van de verschillende tijden kunnen we beelden geven, die geteekend of geschilderd worden. Men kan bijv. de progressive form, die een durende werking aangeeft, voorstellen door geleidelijke lijnen, in een passieve kleur: deze worden dan plotseling doorbroken door een of andere actieve figuur: den verleden tijd, die het onmiddellijk gebeuren aangeeft.

„I was writing a letter, when he entered.”

Natuurlijk blijft men nog steeds gebruik maken van het reciteeren.

Doch door het vinden van beelden komt men het ontwakend denken tegemoet en men dwingt het niet onmiddellijk in abstracte begrippen, zoodat het zich vrij kan ontwikkelen.

In de 9de klas staat de grammatica als hoofdzaak in het leerplan.
De kinderen zijn nu ongeveer 15 jaar, de puberteit gepasseerd en vol geïnteresseerd in het leven op aarde: ze voelen zich of ze de aarde gevonden hebben en haar zoo snel mogelijk moeten veroveren : en wenschen zich nu ook gauw thuis te gevoelen in de maatschappij en haar techniek.

Veel belangstelling voor poëzie is er niet meer en nog niet. In de talen willen ze nu ook met hun denken houvast krijgen en vinden daarvoor in de grammatica gelegenheid.
Uit de taal worden de regels gedestilleerd, opgeschreven en geleerd. Zelf moeten ze telkens weer voorbeelden en uitzonderingen vinden.
Van alle verschillende vormen en gebruikswijzen geven ze zich nu rekenschap, logisch en exact denken voert hen tot het skelet van de taal: de grammatica.

In de hoogste klassen houden we ons bezig met de taal der groote dichters en schrijvers van alle eeuwen, we bestudeeren Shakespeare, poetiek, metriek, etc.

Dan valt er tot slot nog te leeren hoe de verschillende werkwoorden gebruikt worden. Hoe de beteekenis verandert door het figuurlijk gebruik, door een overmatige accentueering, enz. Hoe sommige werkwoorden veel gebruikt zullen worden in het epos, hoe hun synoniemen zich meer leenen voor de lyriek. En wonderlijk is het dan te vinden, hoe deze verschillen in beteekenis, in gebruik ten nauwste samenhangen met de klanken, waaruit de woorden zijn opgebouwd, hoe bijv. woorden met veel vocalen in de lyriek graag gewild zijn, terwijl de sterk consonantische woorden beter te gebruiken zijn in het epos.

Zoo zijn we dus eigenlijk weer terug gekomen tot het luisteren naar de klanken, hetzelfde wat gedaan wordt in de eerste klassen. Waar we toen luisterden zonder het bewustzijn, maar met het lichaam in het doen, trachten we nu met ons bewustzijn te luisteren naar wat de klanken en hun samenstellingen ons willen openbaren uit het Oerwezen der menschheid.

Behandelt men op een dergelijke wijze ook de verschillende andere elementen van de taal, dan heeft in den loop van zijn ontwikkeling zoo het geheele wezen van het kind zich ermee kunnen verbinden en hiermee de gelegenheid gekregen zich voor haar te interesseeren en zich haar eigen te maken zoover als persoonlijke aanleg dit toestond.

H. JANSSEN VAN RAAY, Ostara 3e jrg. 5/6-okt.1930
.

*Dat het in de bovenbouw (9 t/m 12) om wat voor redenen dan ook anders toegaat, blijft hier buiten beschouwing.

Niet-Nederlandse talen: alle artikelen

 

1051

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

 

 

 

VRIJESCHOOL – Niet-Nederlandse talen – Duits

 

Enkele gedichtjes die in de kersttijd kunnen worden gebruikt in de Duitse les:

Klas 1, 2, 3:

Es leuchten die Kerzlein,
es freut sich mein Herzlein.
Die Kerzen sind Augen vom Christkindlein
und leuchten in mein Herz hinein.

0-0-0

Ich schaue in das Licht.
Das fromme Glanzen spricht:
Du stammst vom Gottessein,
von ihm kommt aller Schein.

Ich strebe in die Höh,
wenn ich das Kerzlein seh,
erinnert mich die Flamme,
dass ich vom Himmel stamme.

0-0-0

Liebes Kerzlein, halte still,
weil ich dich bewundern will.
Kerze ist der feste FuB
drauf das Lichtlein ruhen muB.

Sorg nur, daB es grade steh.
’s Lichtlein deutet in die Höh.
Liebes Kerzlein, flackre nicht,
sei mein gutes, stilles Licht.

Vanaf klas 3, 4:

Das Licht strahlt durch die ganze Welt
und alles erwarmt und durchstrahlt und erhellt.
Es strömt und warmt, immer schenken mag,z
als Sterne bei Nacht, als Sonne bei Tag.
Das Licht laBt mich sinnen und denken:
wie kann auch ich andern schenken?

0-0-0

(of ouder)

Feuer gibt dem Licht die Kraft,
das gezähmte Leidenschaft.
Wilde Flamme viel vernieht’,
Ruhe strömt das edle Licht.

Dieser Zwiespalt wie bekannt
ist’s dem Menschen, urverwandt.
Denn im Menschen ungeheuer
Tief verborgen lebt das Feuer.
Ob es heilt, ob es verletzt,
ist in unsre Kraft gesetzt.

0-0-0

Eine Kerze sah den Sonnenschein
und sprach: „Ich leuchte mir allein.
Ich brauche andre Sonnen nicht.
Seht her, ich habe eignes Licht.”

Daneben eine Kerze stand,
die eine andre Antwort fand:
„Eignes Feuer hab ich nicht,
ich stamme von dem einen Licht.
Und leuchtet mir der Sonnenschein,
dann will die Kerze ausgelöscht sein.
Mein Leuchten nachts im Dunkien spricht
als Zeichen von dem groBen Licht.”

So lebten sie und dachten
und leuchteten und wachten.

Und in dem Menschenherzen
gibt’s auch die beiden Kerzen.
.

Elisabeth Klein, der Elternbrief 11-1966

 

Niet-Nederlandse talen: alle artikelen

907

 

 

 

VRIJESCHOOL – Niet-Nederlandse talen – Duits – lagere klassen (2)

De jaarfeesten bieden een prachtige gelegenheid om de leerlingen kennis te laten maken met wat zo karakteristiek is voor een  andere taal. Zo zullen er rond Kerstmis in vrijwel alle klassen  ‘Christmas carrols’ gezongen worden – zo typisch Engels.

Maar ook de andere talen hebben hun specifieke jaarfeestenliederen en gedichten. Soms traditioneel, soms ook recent gemaakt.

Voor het Duits is het werk van Hedwig Diestel en Norbert Thomsen erg waardevol.

PASEN

Oster-Gedicht

Der Hase kommt! Seid alle stilL,
Ihr Kinder, haltet Ruh’!
Weil er euch überraschen will,
macht eure Augen zu!

Er hüpft zum Neste in der Nacht,
Springt fort in schnellem Lauf.
Was hat er schönes mitgebracht?
Macht eure Augen auf!

Hedwig Diestel

Voor de 1e klas een heerlijk spelletje. Wanneer je een klein ‘hazenmaskertje’ hebt, met de oren, voelt ieder kind dat ‘m mag zijn, zich een echte haas.
Hij komt ergens uit een hoekje van de klas vandaan; alle kinderen hebben hun ogen dicht en of hun hoofd op tafel, verstopt in hun armen.
‘Hoor je wel, waar hij hupt?’
De haas heeft enkele voorwerpjes bij zich die hij ergens op een tafeltje neerlegt en gaat er dan vlug vandoor – heerlijk voor de kinderen die graag bewegen of veel beweging nodig hebben. De voorwerpjes moeten door de kinderen in het Duits benoemd worden: ‘Was hast du bekommen?” –“Ich habe einen Ball bekommen.” Enz.
Maar ook: ‘Was hat der Hase dir gebracht?’, zodat ook het spreken weer geoefend wordt.

Een pentatonisch paasliedje van Norbert Thomsen:

Duits paasliedje

bij ‘Ewigkeit’ – de 2 g’s – staat als muzikale aanwijzing: iets vertragen, gevolgd door ‘a tempo’ – evenzo bij  ‘der’ (Christ) en ‘Herrscher’

Osterlied

Willkommen sei die fröhlich Zeit,
uns zu begehn in Ewigkeit,
die Hölle überwand der Christ,
und nun im Himmel Herrscher ist.

Wie ist die Welt uns schön erneut!
Die Erde sich im Innern freut,
dass der Herr aller Gnaden Gab
vom Himmel hat gebracht herab.

Denn da er in die Erde kam
seins Wesens Kraft er mit sich nahm
und hat erneut durch seine Gewalt
so Stein und Meer, so Feld und Wald

(woorden: volks)

Niet-Nederlandse talen: alle artikelen

742