.
De voordrachten die Steiner hield hadden tot doel uiteen te zetten wat vrijeschoolpedagogie omvat.
Van 21 augustus tot en met 6 september 1919 volgden de leerkrachten voor de te beginnen school deze cursus die, naast de in de morgen gehouden voordrachten GA 293, ook nog bestond uit de over de rest van de dag verdeelde cursussen (GA 294) [2] en (GA 295) [3]
In [10-5] bracht ik iets naar voren om de ‘metamorfosegedachte’ beter te leren kennen.
Wanneer je je daarmee een tijd hebt beziggehouden, ondersteund door de andere artikelen daarover, begint er wellicht iets te dagen van deze idee.
Opmerkelijk is het wellicht in de tijd van ‘harde’ wetenschap, dat het hier geen (begrips)definities betreft die je bv. ‘uit het hoofd’ kan leren, maar dat het gaat om een idee als beweging te doordenken.
Idee als beweging
Het begrip ‘driehoek’ kan helpen iets te gaan voelen van ‘begrip als beweging’.
Daarvoor is het nodig eerst dit artikel te bestuderen.
Met de daar gevonden gezichtspunten kunnen we het gevoel hebben dat we wat Steiner hier omschrijft als:
Blz. 149 vert. 144
Nun, sehen Sie, ich habe immer gefunden, daß für die meisten Menschen eine große Schwierigkeit darin liegt, wenn sie begreifen sollen, welche Beziehung zwischen den Röhrenknochen der Arme und Beine und zwischen den Schalknochen des Kopfes, des Hauptes besteht.
Ik heb altijd geconstateerd dat het voor de meeste mensen heel moeilijk te begrijpen is welk verband er bestaat tussen de pijpbeenderen van armen en benen enerzijds en de platte beenderen van het hoofd anderzijds.
een relatie tussen hoofd- en ledematenbeenderen met minder moeite zouden moeten kunnen doorgronden, dus niet met vaste definities, maar met beweeglijkheid van denken,
De vertaling van ‘Schalknochen’ met ‘platte’ beenderen, helpt hier in eerste instantie niet mee.
De hele tegenstelling van hoofd-ledematen ademt het karakter van de tegenstelling ‘rond-recht’. Het Duits gebruikte ‘Schalknochen’ komt in de officiële woordenboeken niet voor en ben je geneigd om aan ‘schaal’ te denken.
En even verder staat:
Sie kriegen nicht so leicht aus dem Röhrenknochen der Arme oder der Beine heraus die Kopfknochen, die schaligen Kopfknochen.
Maar het lukt niet zo gemakkelijk de stap te maken van de pijpbeenderen van armen of benen naar de botten van het hoofd, die schaalvormig zijn.
Echter: de beenderen van de schedel worden wel ‘vlakke’ beenderen genoemd:
De vlakke botten van het schedeldak (het calvarium) zijn de platte botten die de boven- en zijkant van de schedel vormen en de hersenen beschermen. Het gaat vooral om:
- het voorhoofdsbeen
Os frontale - de twee wandbeenderen
Ossa parietalia - het achterhoofdsbeen
Os occipitale
Voor ons begrip gaat het dus om de schaalvorming t.o. de rechte vorm van het pijpbeen. (Nog een mooi voorbeeld van ‘de rechte en de kromme/ronde).
Omstulping
Een sleutelbegrip dat Steiner hier geeft is ‘omstulping’ en hij neemt dan het voorbeeld van een handschoen. Concluderend mag je daarvan zeggen: het binnenste komt buiten:
Sie kriegen nicht so leicht aus dem Röhrenknochen der Arme oder der Beine heraus die Kopfknochen, die schaligen Kopfknochen. Da müssen Sie nämlich zuerst eine gewisse Prozedur vornehmen, wenn Sie die herausbekommen wollen. Sie müssen mit dem Röhrenknochen der Arme oder der Beine dieselbe Prozedur vornehmen, die Sie vornehmen würden, wenn Sie beim Anziehen eines Strumpfes oder eines Handschuhes das Innere zuerst nach außen wenden würden, also wenn Sie es umwenden würden.
Als u dit wilt bereiken, dan moet u namelijk eerst een bepaalde procedure volgen. U moet met de pijpbeenderen van armen en benen hetzelfde doen, wat u
zou doen als u bij het aantrekken van een kous of handschoen deze eerst binnenstebuiten zou keren: u moet het binnenste eerst naar buiten keren, u moet het omstulpen.
Door verschillende auteurs is geprobeerd dit aan de hand van tekeningen uit te leggen.
Maar de uitleg – met illustraties – is noodgedwongen een statisch beeld, terwijl begrip alleen kan komen als je met je voorstelling beweeglijk wordt, zoals in het artikel over ‘de driehoek’ waarnaar ik hierboven verwees.
Wijlen vrijeschoolleerkracht en bioloog Wolfgang Schad doet ook een poging.
Hij geeft deze tekening:

Ook dit is weer een statisch plaatje.
Maar wie als vrijeschoolleerkracht vormtekenen heeft gegeven in klas 3, zal dit op een bepaalde manier bekend voorkomen.
Het doet denken aan de asymmetrische symmetrie.
Wanneer je hier die asymmetrische symmetrie bestudeert en innerlijk probeert denkend mee te bewegen, krijg je gevoel voor ‘de omstulping’ die Steiner hier bedoelt.
Als je op de hoogte bent van zijn uitspraken over die asymmetrische symmetrie, zal je in zijn volgende tekst, herkenbaars vinden:
Nun ist es verhältnismäßig leicht, sich vorzustellen, wie ein Handschuh oder ein
Strumpf aussieht, wenn das Innere nach außen gewendet wird. Aber der Röhrenknochen ist nicht gleichmäßig. Er ist nicht so dünn, daß er gleichmäßig im Inneren und außen gebaut wäre. Er ist verschieden im Inneren und außen gebaut. Würden Sie Ihren Strumpf so konstruieren und dann elastisch machen, daß Sie ihm äußerlich eine künstlerische Form geben würden mit allerlei Vorsprüngen und Einbuchtungen und ihn dann wenden, dann würden Sie nach außen nicht mehr dieselbe Form erhalten wie die, die dann im Inneren ist, wenn Sie ihn umgewendet haben. Und so ist es bei dem Röhrenknochen. Man muß das Innere nach außen und das Äußere nach innen kehren, dann kommt die Form des Kopfknochens heraus, so daß die menschlichen Gliedmaßen nicht nur umgewandelte Kopfknochen sind, sondern außerdem noch umgewendete Kopfknochen.
Nu is het vrij eenvoudig zich een handschoen of kous binnenstebuiten gekeerd voor te stellen.
Maar het pijpbeen is niet gelijkmatig gebouwd. Het is niet zo dun, dat het binnen en buiten op dezelfde wijze gevormd is. Het is binnen en buiten verschillend gevormd. Zou u uw kous zo construeren, dat u hem aan de buitenkant een kunstzinnige vorm geeft met allerlei uitstulpingen en holtes, en zou u hem dan elastisch maken en omkeren, dan zou u aan de buitenkant niet meer dezelfde vorm krijgen die zich na omkering aan de binnenkant bevindt. En zo
is het ook bij het pijpbeen. Men moet het binnenstebuiten keren, dan ontstaat de vorm van het bot van het hoofd, zodat de menselijke ledematen niet alleen gemetamorfoseerde botten van het hoofd zijn, maar bovendien ook nog binnenstebuiten gekeerde.
Als je bovenstaande met ‘vormtekenogen’ leest, zie je a.h.w. allerlei oefeningen die in de 3e klas worden gedaan!
Ook de vormtekening voor het flegmatische temperament kan nog helpen:
Hier heb ik een reeks getekend die met een cirkel begint en door een ‘krachtwerking’ van buitenaf wordt tot kruis, en zelfs tot 4 losse streepjes.
Dat doet m.i. erg denken aan: van ‘schedelrondte’ naar ‘pijpbeen’.
Het is geen bewijs, het is het meegaan in een proces, denkend en voelend en in zekere zin ook willend als je zo’n proces doordénkt van begin tot eind.
Wat de tekening van Schad betreft:
Wie zien hier het uiteinde van een ‘gewoon’ pijpbeen. De ‘streepjes’ in het gewrichtsuiteinde – epifyse – zijn de botbalkjes (spongiosa)

‘Ergens zijn deze streepjes hier terecht gekomen:

En de pijltjes – laten we ze ‘krachten’ noemen, volgen ook een soort omgekeerde weg: De gewrichtskoppen zijn convex, de holtes worden concave, daarmee een gewrichtskom voor de onderkaak.
Er vindt hier ook een omstulping plaats. De schacht van het pijpbeen (diafyse) die heel compact is en rond, verandert in de grote vlakke botten van het schedeldak. Die hebben binnenin de spongiosa.
*GA= Gesamt Ausgabe, de boeken en voordrachten van Steiner
[1] GA 293
Algemene menskunde als basis voor de pedagogie
[2] GA 294
Opvoedkunst. Methodisch-didactische aanwijzingen
[3] GA 295
Praktijk van het lesgeven
(Slechts een klein deel is daar nu oproepbaar. Voor het verkrijgen van een gratis scan: mail vspedagogie (voeg toe eraan vast) apenstaartje gmail.com)
Algemene menskunde: voordracht 10 alle artikelen
Algemene menskunde: alle artikelen
Rudolf Steiner: alle artikelen op deze blog
Menskunde en pedagogie: alle artikelen
.
.
.
.
.