Categorie archief: nederlandse taal

WAT VIND JE OP DEZE BLOG?

.

Via onderstaande rubrieken vind je de weg naar meer dan 2200 artikelen.

In het zoekblokje (op deze pagina rechtsboven) een trefwoord ingeven, leidt ook vaak tot artikelen waar het betreffende woord in voorkomt.
Wanneer er meerdere koppen van artikelen worden getoond, is het raadzaam ieder artikel open te maken en onder aan het artikel bij de tag-woorden te kijken of het gezochte woord daar staat.
Wanneer het artikel is geopend, kan je Ctr + F klikken. Er verschijnt dan een zoekvenstertje waarin je het gezochte woord kan intikken. Als dit woord in het artikel aanwezig is, kleurt het op.
.

Ondanks regelmatige controle komt het voor dat bepaalde links niet werken. Waarschuw me s.v.p.     vspedagogie voeg toe apenstaartje gmail punt com
.

RUDOLF STEINER
alle artikelen
wat zegt hij over——
waar vind je Steiner over pedagogie(k) en vrijeschool–
een verkenning van zijn ‘Algemene menskunde’


AARDRIJKSKUNDE
alle artikelen

BESPREKING VAN KINDERBOEKEN
alle auteurs
alle boeken

BORDTEKENEN zie TEKENEN

DIERKUNDE
alle artikelen

GESCHIEDENIS
alle artikelen

GETUIGSCHRIFT
alle artikelen

GODSDIENST zie RELIGIE

GYMNASTIEK
vijfkamp(1)
vijfkamp (2)

bewegen in de klas
L.L.. Oosterom over: beweging tussen persoon en wereld; kind leert bewegend de wereld kennen;

HANDENARBEID
alle artikelen

HEEMKUNDE
alle artikelen

JAARFEESTEN
alle artikelen

KERSTSPELEN
Alle artikelen

KINDERBESPREKING
alle artikelen

KLASSEN alle artikelen:
peuters/kleutersklas 1;  klas 2; klas 3; klas 4; klas 5; klas 6; klas 7;  klas 8;  klas 9: klas 10; klas 11  klas 12

LEERPROBLEMEN
alle artikelen

LEZEN-SCHRIJVEN
alle artikelen

LINKS
Naar andere websites en blogs met vrijeschoolachtergronden; vakken; lesvoorbeelden enz

MEETKUNDE
alle artikelen

MENSKUNDE EN PEDAGOGIE
Alle artikelen

MINERALOGIE
alle artikelen

MUZIEK
Alle artikelen

NATUURKUNDE
alle artikelen

NEDERLANDSE TAAL
alle artikelen

NIET-NEDERLANDSE TALEN
alle artikelen

ONTWIKKELINGSFASEN
alle artikelen

OPSPATTEND GRIND
alle artikelen

OPVOEDINGSVRAGEN
alle artikelen

PLANTKUNDE
alle artikelen

REKENEN
alle artikelen

RELIGIE
Religieus onderwijs
vensteruur

REMEDIAL TEACHING
[1]  [2]

SCHEIKUNDE
klas 7

SCHRIJVEN – LEZEN
alle artikelen

SOCIALE DRIEGELEDING
alle artikelen
hierbij ook: vrijeschool en vrijheid van onderwijs

SPEL
alle artikelen

SPRAAK
spraakoefeningen
spraak/spreektherapie [1]    [2

STERRENKUNDE
klas 7

TEKENEN
zwart/wit [2-1]
over arceren
[2-2]
over arceren met kleur; verschil met zwart/wit
voorbeelden
In klas 6
In klas 7
Bordtekenen [1]
Bordtekenen [2]

VERTELSTOF
alle artikelen

VOEDINGSLEER
7e klas: alle artikelen

VORMTEKENEN
alle artikelen

VRIJESCHOOL
uitgangspunten

de ochtendspreuk [1]      [2]     [3]

bewegen in de klas
In de vrijeschool Den Haag wordt op een bijzondere manier bewogen.

bewegen in de klas
L.L.. Oosterom over: beweging tussen persoon en wereld; kind leert bewegend de wereld kennen; sport

Vrijeschool en vrijheid van onderwijsalle artikelen
zie ook: sociale driegeleding

vrijeschool en antroposofie – is de vrijeschool een antroposofische school?
alle artikelen

Vanwaar de naam van onze schoolsoort
Maarten Zwakman
over: de naam vrijeschool; hoe geschreven; de naam Waldorf, ontstaan; enkele spellingskwesties toegevoegd

.
EN VERDER:

[1] Burnt out
Aart van der Stel over: waarom raakt iemand ‘burnt out’; je eigen rol en hoe gaan de anderen met je om; binnen-buiten; gezond-ziek

[2] Met vreugde in het nu aanwezig zijn
Joop van Dam
over: ‘anti’- burn-out: aanwijzingen om naar jezelf te kijken en daar kracht uit te putten; de kracht van de ‘terugblik’; het belang van de gemeenschap; hoe wordt de gemeenschap sterker; hoe sta je als tijdgenoot in het heden

[3] Samen sterker
Lisette Thooft over: boek van Annejet Rümke ‘Als een feniks uit de as‘; analyse van burn-out op de vrijeschool; hoe komt dat, wat is er aan te doen; het individu in de sociale context; de grote verwachtingen door het ideaal;

geschiedenis van het Nederlandse onderwijs, een kleine schets

karakteriseren i.p.v. definiëren

lichaamsoriëntatie

(school)gebouw
organische bouw [1]     [2-1]    [2-2]

In de trein
onderwijzer Wilkeshuis over een paar ‘vrijeschoolkinderen’ in de trein
.

VRIJESCHOOL in beeld: bordtekeningen; schilderingen, tekeningen, transparanten enz.
voor klas 1 t/m 7; jaarfeesten; jaartafels

Deze blog wordt/werd bekeken in:

Afghanistan; Albanië; Algerije; Amerikaans-Samoa; Andorra; Angola; Argentinië; Armenië; Aruba; Australië; Azerbeidzjan; Bahama’s; Bahrein; Bangladesh; Belarus; België; Benin; Bolivia; Bosnië en Herzegovina; Brazilië; Brunei; Bulgarije; Burkina Faso; Burundi; Cambodja; Canada; Caribisch Nederland; Chili; China, Congo Kinshasa; Costa Rica; Cuba; Curaçao; Cypres; Denemarken; Dominicaanse Republiek; Duitsland; Ecuador; Egypte; Estland; Ethiopië; Europese Unie; Finland; Filipijnen; Frankrijk; Frans-Guyana; Gambia; Georgië; Gibraltar; Griekenland; Ghana; Guadeloupe; Guatemala; Guyana; Haïti; Honduras; Hongarije; Hongkong; Ierland; IJsland; India: Indonesië; Isle of Man; Israel; Italië; Ivoorkust; Jamaica; Japan; Jemen; Jordanië; Kaapverdië; Kameroen; Kazachstan; Kenia; Kirgizië; Koeweit; Kroatië; Laos; Letland; Libanon; Liberia;  Libië; Liechtenstein; Litouen; Luxemburg; Macedonië; Madagaskar; Maldiven; Maleisië; Mali; Malta; Marokko; Martinique; Mauritius; Mexico; Moldavië; Monaco; Mongolië; Montenegro; Myanmar; Namibië; Nederland; Nepal; Nicaragua; Nieuw-Zeeland; Nigeria; Noorwegen; Oeganda; Oekraïne; Oman; Oostenrijk; Pakistan; Panama; Paraguay; Peru; Polen; Portugal; Puerto Rico; Quatar; Réunion; Roemenië; Rusland; Saoedi-Arabië; Senegal; Servië; Sierra Leone; Singapore; Sint-Maarten; Slovenië; Slowakije; Soedan; Somalië; Spanje; Sri Lanka; Suriname; Syrië; Taiwan; Tanzania; Thailand; Togo; Tsjechië; Trinidad en Tobago; Tunesië; Turkije; Uruguay; Vanuatu; Venezuela; Verenigde Arabische Emiraten; Verenigde Staten; Verenigd Koninkrijk; Vietnam; Zambia; Zuid-Afrika; Zuid-Korea; Zweden; Zwitserland’ (156)

..

VRIJESCHOOL – Kinderboekbespreking (61)

.

Er zijn heel veel kinderboeken.
Ze zijn en worden door allerlei recensenten besproken. Die hebben allemaal een opvatting of een boek mooi, goed, enz. is.

Er staan vaak illustraties in. Ook die worden mooi, dan wel minder mooi of zelfs lelijk gevonden. Maar hoe geldig zijn deze criteria. Smaken verschillen en als ze opvoedkundig beoordeeld worden, spelen allerlei mensbeelden, bewust of onbewust, ook hun rol.

De kinderen zelf vormen de grootste maatstaf. Als een boek telkens voorgelezen en of bekeken moet worden; als het ‘met rode oortjes’ wordt gelezen, verslonden, zelfs, dan weet je dat de schrijver of illustrator een snaar heeft weten te raken die nog lang naklinkt. Ook de kinderen hebben een smaak en het ene zal dit, het andere dat boek fijner vinden.

In de artikelenreeks ‘Kinderboekbespreking’ op deze blog zal er een aantal de revue passeren.

Een bekroond kinderboek uit 1968, maar in wezen tijdloos, zodat het ook nu gelezen kan worden.
Mattijs, die Mooimuziek heet, mag en bezoek brengen aan een koning, Lodewijk met het Fijne Oor. Deze verdraagt geen wanklanken. Klinken die tóch, dan gaat er van alles verloren. Mattijs hoort in dit land waar nog nooit een valse toon heeft geklonken, de mooiste muziek, vooral die van een zilveren fluit. Maar een boze heka, Klor, maakt de fluit vals en nu zijn de mooie dagen in het rijk voorbij. Mattijs zou nog redding kunnen brengen, maar dan moet hij op weg. Hij doet het en beleeft allerlei avonturen. Zou het hem lukken de muziek weer in het rijk terug te brengen.
Bijzonder aan het boek is o.a. dat de schrijver allerlei humoristische woordspelingen en woordgrappen maakt. Soms wat ; bedacht’ en al lezer moet je wel oud genoeg zijn om dit alles te begrijpen. Dat zal vóór het 10e jaar niet het geval zijn, denk ik.

MATTIJS MOOIMUZIEK

Hans Werner
Ill. N.J.Hiemstra

Uitgeverij West-Friesland

Boek

Leeftijd va 11 jr

Over de leeftijd

Over illustraties

Kinderboekbesprekingalle titels

Kinderboekbesprekingalle auteurs

2401

..

.

VRIJESCHOOL – Kinderboekbespreking (60)

.

.

Er zijn heel veel kinderboeken.
Ze zijn en worden door allerlei recensenten besproken. Die hebben allemaal een opvatting of een boek mooi, goed, enz. is.

Er staan vaak illustraties in. Ook die worden mooi, dan wel minder mooi of zelfs lelijk gevonden. Maar hoe geldig zijn deze criteria. Smaken verschillen en als ze opvoedkundig beoordeeld worden, spelen allerlei mensbeelden, bewust of onbewust, ook hun rol.

De kinderen zelf vormen de grootste maatstaf. Als een boek telkens voorgelezen en of bekeken moet worden; als het ‘met rode oortjes’ wordt gelezen, verslonden, zelfs, dan weet je dat de schrijver of illustrator een snaar heeft weten te raken die nog lang naklinkt. Ook de kinderen hebben een smaak en het ene zal dit, het andere dat boek fijner vinden.

In de artikelenreeks ‘Kinderboekbespreking’ op deze blog zal er een aantal de revue passeren.

Een van de topfavorieten van onze kleinkinderen. Eindeloos heb ik het voorgelezen. Door de opmerkingen of vragen van de kleintjes werd het verhaaltje langer en uitgebreider. Maar dat heeft dit verhaal echt niet nodig: het is spannend genoeg van zichzelf; en ontroerend. Ieder kind voelt op zeker ogenblik de drang verder de wereld in te gaan dan het tuinhekje, de straat waarin je woont. Ook het vogeltje….maar dan verdwaalt het en ontmoet de wereld die niet altijd even vriendelijk is.

Het vogeltje keek naar binnen.

In het gat woonde een bruine uil met een kromme snavel.

‘Mag ik bij je komen zitten om uit te rusten?’ vroeg het vogeltje.

‘Kun je oehoe, oehoe, oehoe roepen?’ vroeg hij.

‘Nee, ik kan alleen maar tjilpen. Tjiep! tjiep! tjiep!’

‘Dan mag je er niet in – bij mij hoor je niet!’

En als het dan avond wordt, je bent heel moe, moe en je weet niet meer waarheen, wie komt daar dan? Een van je ouders! Die zoeken naar je als je weg bent, die laten je nooit alleen. Wat een troost. Wat een zekerheid om zo op je ouder(s) te kunnen vertrouwen.

HET VOGELTJE DAT TE VER VLOOG

Ruth Ainsworth
Ill. Sei’ichi Horiuchi

Boek: ik vond geen pagina om naar te verwijzen
Uitgegeven bij Lemniscaat.

Er is nog een ander boekje met dezelfde titel, schrijver: Drent.

(Als het nergens meer te koop i, kan ik een scan voor je maken: stuur e-mail naar vspedagogie@gmail.com o.v.v. Het vogeltje dat te ver vloog.)

Leeftijd 2, 4 jr.

Over de leeftijd

Over illustraties

Kinderboekbesprekingalle titels

Kinderboekbesprekingalle auteurs

VRIJESCHOOL – Kinderboekbespreking (59)

Er zijn heel veel kinderboeken.
Ze zijn en worden door allerlei recensenten besproken. Die hebben allemaal een opvatting of een boek mooi, goed, enz. is.

Er staan vaak illustraties in. Ook die worden mooi, dan wel minder mooi of zelfs lelijk gevonden. Maar hoe geldig zijn deze criteria. Smaken verschillen en als ze opvoedkundig beoordeeld worden, spelen allerlei mensbeelden, bewust of onbewust, ook hun rol.

De kinderen zelf vormen de grootste maatstaf. Als een boek telkens voorgelezen en of bekeken moet worden; als het ‘met rode oortjes’ wordt gelezen, verslonden, zelfs, dan weet je dat de schrijver of illustrator een snaar heeft weten te raken die nog lang naklinkt. Ook de kinderen hebben een smaak en het ene zal dit, het andere dat boek fijner vinden.

In de artikelenreeks ‘Kinderboekbespreking’ op deze blog zal er een aantal de revue passeren.

Een lief boekje, met lieve plaatjes en lieve gedichtjes. Voor de 2- 3-jarige prachtig om naar te kijken en te luisteren. Een eerste? kennismaking met woorden die rijmen.
De illustraties bieden een grote kans om van alles te benoemen.

4 JAARGETIJDEN

Rie Cramer

BOEK

Uitgegeven bij Mulder

Leeftijd 2, 3 jr.

Over de leeftijd

Over illustraties

Kinderboekbesprekingalle titels

Kinderboekbesprekingalle auteurs

.
2391

VRIJESCHOOL – Kinderboekbespreking (58)

.

Er zijn heel veel kinderboeken.
Ze zijn en worden door allerlei recensenten besproken. Die hebben allemaal een opvatting of een boek mooi, goed, enz. is.

Er staan vaak illustraties in. Ook die worden mooi, dan wel minder mooi of zelfs lelijk gevonden. Maar hoe geldig zijn deze criteria. Smaken verschillen en als ze opvoedkundig beoordeeld worden, spelen allerlei mensbeelden, bewust of onbewust, ook hun rol.

De kinderen zelf vormen de grootste maatstaf. Als een boek telkens voorgelezen en of bekeken moet worden; als het ‘met rode oortjes’ wordt gelezen, verslonden, zelfs, dan weet je dat de schrijver of illustrator een snaar heeft weten te raken die nog lang naklinkt. Ook de kinderen hebben een smaak en het ene zal dit, het andere dat boek fijner vinden.

In de artikelenreeks ‘Kinderboekbespreking’ op deze blog zal er een aantal de revue passeren.

Het aangrijpende verhaal van Niku, een zigeunerjongen. We horen over het leven in het kamp; de spannende nacht waarin de familie moet vluchten voor de dreigende rivier. Niku verdient wat geld met vioolspelen, maar zigeuners worden niet al te vriendelijk bejegend en vaak moet hij teleurstellingen slikken. Dan dreigen de Duitsers Polen binnen te vallen en Niku kan zijn nieuwsgierigheid niet bedwingen om naar de soldaten te gaan kijken. Mensen slaan op de vlucht. Het is een spannende tijd. En dan….als Niku op een keer thuis komt, zijn vader, moeder en zijn broertje en zusje door de soldaten weggevoerd. Niku moet zich nu alleen zien te redden en hij vindt steun bij een Joodse jongen die zijn vriend wordt. Uiteindelijk willen ze naar Nederland, maar dit is heel ver. Ze ontmoeten ook goede mensen die hen helpen en uiteindelijk vinden ze een voorlopig onderdak.
Het is, zoals gezegd, een aangrijpend boek. 

Niku de zigeunerjongen / W.F.H. Visser

NIKU DE ZIGEUNERJONGEN

W.F.H.Visser

Ill. Jenny Dalenoord

BOEK

Uitgegeven bij Van Goor

Er zijn nog 2 delen. In het laatste horen we weer iets over zijn familie

In 1964 kregen de boeken over Niku de prijs voor het beste kinderboek van dat jaar.

12 jr

Over de leeftijd

Over illustraties

Kinderboekbesprekingalle titels

Kinderboekbesprekingalle auteurs

.

2371

 

 

/

 

 

/

 

Wat op deze blog staat

VRIJESCHOOL – Kinderboekbespreking (57)

.

Er zijn heel veel kinderboeken.
Ze zijn en worden door allerlei recensenten besproken. Die hebben allemaal een opvatting of een boek mooi, goed, enz. is.

Er staan vaak illustraties in. Ook die worden mooi, dan wel minder mooi of zelfs lelijk gevonden. Maar hoe geldig zijn deze criteria. Smaken verschillen en als ze opvoedkundig beoordeeld worden, spelen allerlei mensbeelden, bewust of onbewust, ook hun rol.

De kinderen zelf vormen de grootste maatstaf. Als een boek telkens voorgelezen en of bekeken moet worden; als het ‘met rode oortjes’ wordt gelezen, verslonden, zelfs, dan weet je dat de schrijver of illustrator een snaar heeft weten te raken die nog lang naklinkt. Ook de kinderen hebben een smaak en het ene zal dit, het andere dat boek fijner vinden.

In de artikelenreeks ‘Kinderboekbespreking’ op deze blog zal er een aantal de revue passeren.

CORSO, HET EZELTJE

Corso is het lievelingsezeltje van Tonia. Zij woont op Corsica met haar  vader en haar broertjes en Maria, de hulp. Haar Nederlandse moeder is gestorven en nu komt haar oom, de broer van haar moeder, bij haar vader ezeltjes kopen die meegaan naar Nederland.
Tonia gaat ook mee en haar reis in een vrachtwagen met een pas geboren ezeltje op haar schoot, is best spannend.
En ook Nederland, vooral bij tante en de goede Mienemeu is het spannend en onwennig. Veel ezeltjes worden verkocht. Corso, die ook mee is, natuurlijk niet, die blijft van Tonia. En alleen wie goed is voor de ezel, mag hem kopen! Zij maakt kennis met Trieneke, de blinde molenaarsdochter die al snel dol is op Corso. Aan het lange verblijf waarin Tonia van alles beleeft en leert komt ook weer een eind. Ze moet weer terug naar huis. Maar gaat Corso ook mee?

CORSO, HET EZELTJE

C. Pothast-Gimberg
Ill. Elly van Beek

Het boek kreeg in 1959 de kinderboekenprijs.

Er volgden nog meer delen.

BOEK

Uitgegeven bij Van Goor

(Tonia is 12 jr.)

Over de leeftijd

Over illustraties

Kinderboekbesprekingalle titels

Kinderboekbesprekingalle auteurs

.

2362

./

.

Wat op deze blog staat

VRIJESCHOOL – Vertelstof – sprookjes (2-4/12)

.

In de kleuterklas en de 1e klas van de vrijeschool worden sprookjes verteld. Die werden en worden op allerlei manieren verklaard, uitgelegd.
Ook door de achtergronden van de vrijeschoolpedagogie, het antroposofische mensbeeld, is er een bepaalde taal te lezen tussen de regels van het sprookje.
De beeldentaal.
Om het sprookje te vertellen, is het niet nodig dat je die beeldinhoud kent, maar het kan wel helpen je een stemming mee te geven in wát je nu eigenlijk vertelt. Het gaat om een gevoelsmatige verbinding, niet om een intellectueel uit elkaar rafelen.
Overbodig te zeggen dat ‘de uitleg’ nooit voor de kinderen bedoeld is!

Friedel Lenz heeft met die achtergronden verschillende sprookjes van Grimm gelezen en haar opvattingen zijn weergegeven in haar boek ‘Die Bildsprache der Märchen‘.

De woorden van Friedel Lenz worden hier niet letterlijk vertaald weergegeven, meer de strekking daarvan, die ik met eigen gezichtspunten heb aangevuld.
.

Friedel Lenz, Die Bildsprache der Märchen
.

DE BEELDENTAAL VAN DE SPROOKJES

.

HET EZELTJE
.

Als we de ezel waarnemen, ook zijn gedrag, weten we wel dat als we bijv. ergens willen komen, we beter met een paard kunnen gaan. Het is meer een lastdier, dan een rijdier. Wie ooit met kinderen – of kleinkinderen – een ezeltocht gemaakt heeft, weet dat je dat beter niet zonder appels mee te nemen kan doen. Want vaak is voor de ezel het verse gras langs de kant interessanter dan een ritje met iemand op je rug. De appel wil dan nog weleens helpen hem weer in beweging te krijgen. En loopt de ene, dan volgt vaak de andere gedwee: het is ook een echt kuddedier. Maar zet hij eenmaal de poten schrap, dan is er geen beweging in te krijgen. Vandaar dat we hem ; koppig’ noemen – of dom – wanneer hij onze zin niet doet. Maar met die domheid valt het wel mee: zegt het spreekwoord niet dat hij zich meestal geen twee keer aan dezelfde steen stoot? 
In de bergen weet hij feilloos de weg die hij rustig en bijna ‘weloverwogen’, in alle rust, bewandelt. 

Franciscus van Assisi noemde zijn lichaam ‘broeder ezel’ en wees daarmee op onze lichaamsnatuur, het fysieke lichaam, als drager van ziel en geest. ‘Wat ben ik toch een ezel’, is een uitdrukking die we soms op onszelf van toepassing achten.
We kunnen in de ezel dus wel twee naturen opmerken.

In het oude Egypte vinden we het ezeltje al. Plutarchus schrijft over hem in ‘Isis en Osiris’, waarin hij deze mythe vertelt:
=In de oudste tijden leefde de god Osiris met zijn zuster en echtgenote Isis tussen de gelukkige mensen. Het was de gouden tijd. Op een dag bracht de broer van Osiris, Typhon, (Seth) hem een kist in de vorm van een menselijk lichaam en kreeg hem zover erin te gaan liggen. Typhon sloot de kist en Osiris stikte, Seth-Typhon wordt uitgebeeld met een ezelskop of rijdend op een ezel.
Isis huilt en jammert. 
Osiris, die ook het ‘schouwende oog’ genoemd wordt, is niet meer onder de mensen. Maar de Egyptische mythe verhaalt: In het leven na de dood vindt de mens hem weer; daar, aan gindse zijde, wordt de mens, wanneer hij de loutering heeft doorstaan, bij de hemelpoort door de goden ontvangen met de woorden: ‘Jij, Osiris, jij hebt het zonneoog weer hersteld dat op aarde door duistere macht weggenomen was.’

Daaruit kunnen we opmaken dat Osiris als goddelijk wezen niet alleen onder de mensen werkte, maar ook als hoger zelf in ieder mens. Maar dit tijdperk komt tot een eind. Opgesloten in de kist die de vorm van een menselijk lichaam heeft, wil zeggen: het lichaam van de mens verdicht zich en verhardt, zodat het Osiris-Zelf zich daarin niet meer kan uitdrukken en zichtbaar worden. Daarmee dooft het licht in het schouwende oog: de helderziendheid verdwijnt.

Maar de ingewijde die een loutering heeft ondergaan en een ontwikkeling heeft doorgemaakt en de spirituele wereld uit eigen ervaring kent, kan dit leven al tot een ineerlijk schouwen komen en de hogere mens, Osiris, doen verschijnen.
In Mozarts Zauberflöte wordt deze weg geschetst.

Een imaginatief schouwen zag het lichaam dat door Seth was veranderd, in het beeld van de ezel. Want als het goddelijk oog, de bovenzintuiglijke waarneming verdwijnt, wordt de fysieke zintuigwaarneming des te krachtiger. Waar de wijsheid van het bovenaardse verdwijnt, wordt het aardse weten belangrijker.
Voor de kosmos werd de mens ‘dom’, voor de aarde ‘slim’. 
En zo zien we de wil tweeslachtig worden en daarmee ook het handelen.
Maar ondanks deze paradox in onze lichamelijke natuur, vinden we er ook een vermogen iets te (ver)dragen, geduld en een sterk uithoudingsvermogen – net zoals bij de ezel.

Bij de uittocht uit Egypte namen de Joden het symbool van de ezel mee en voegden dat in hun kabbala in. Daarin is het beeld iets veranderd, in een man met een ezelskop en een boek, Tharak, dat betekent: blind geloof. 
Later vinden we het symbool weer terug in het oude Rome, maar nu als karikatuur, zoals we weten van de kerkvader Tertullianus, met het opschrift ‘God van de christenen’, d.w.z. de leer van bepaalde christenen: leer te geloven, zonder te zien.

In de Bijbel is er sprake van een sprekende ezel. Bileam krijgt raad van zijn sprekende ezelin. Hier werkt de natuur van het lichaam inspirerend, die heeft nog weet van een  diepere samenhang. De mens kon die imaginatief waarnemen.

Die kennis lag ook ten grondslag aan de ‘Gouden ezel’ van Apulejus’. Deze roman die uit de tweede eeuw na Christus stamt, wordt in het algemeen als een schelmenroman beschouwd. Maar in waarheid zit daar een diep mysterieweten in, dat toen niet mocht worden uitgesproken.
Een jongeman wordt in een ezel veranderd en alleen wanneer hij rozen vreet uit de hand van een Isis-priester, wordt de verandering ongedaan gemaakt. Dat gebeurt na vele avonturen; dan wordt hij in de mysteries van Isis ingewijd.
Met de titel ‘De gouden ezel’ wilde Apulejus zeggen dat de lichamelijke natuur nog vol wijsheid zit.

Later droogt deze wijsheid op. de ezel is niet meer van goud, ook al spuugt hij soms nog goudstukken, zoals in het sprookje van ‘Tafeltje dek je’. Maar ja, je moet wel lang bij je meester hebben geleerd en het juiste woord weten: dan geeft de ezel van voren – bewust – en van achteren – onbewust – nog wijsheid door.
Maar uiteindelijk heb je toch niet neer dan een gewoon grauw ezeltje.

Shakespeare wist wel wat hij deed, toen hij in de ‘Midzomernachtsdroom’ de wever een ezelskop liet opzetten: de mens die overdag de meeste gedachtespinsels weeft. 

De vraag is nu: hoe verander je deze grauwe ezel, hoe maak je dat het lichaam weer open komt te staan voor de geest, de geest wil volgen.

Op een vaas uit Sumerië staat een ezel met een harp; op de zuidkant van de kathedraal van Chartres staat een ezel gebeeldhouwd, met een snaarinstrument – een symbool dat je vaker op de Franse kathedralen vindt. 
In Lübeck in de Mariakerk op het koorgestoelte speelt een ezel op het orgel. 

Maak muziek, lijken deze beelden te zeggen, dan verander je je verkommerde lichamelijke natuur, je verbreekt de betovering van de ezel.

Dat vinden we ook in het sprookje:

Er leefden eens een koning en een koningin die heel rijk waren en alles hadden wat zij wensten, alleen geen kinderen. De koningin klaagde daar dag en nacht over en sprak: ‘Ik ben als een akker waar niets op groeit.’ Eindelijk vervulde God haar wens; maar toen het kind ter wereld kwam zag het er niet uit als een mensenkind, maar het was een jong ezeltje.

In het gouden tijdperk van de mensheid was de geest van de mens rijk aan openbaringen die hem vol genade waren geschonken; hij was omhuld met de mantel van een omvattende waarde en droeg de kroon van de wijsheid; hij was een koning gelijk en zijn ziel een koningin. Maar ze hadden geen kind. D.w.z. het gouden tijdperk duurde lang. Ovidius en Hesiodes spreken over twintigduizend jaar. Toen vond er een bewustzijnsverandering plaat en et werd een nieuw soort mens geboren. Zijn lichaam stond niet meer zo open voor de geest, wilde de geest niet meer volgen, het trok meer naar het dierlijke en leek niet meer op zijn goddelijk oerbeeld.

Toen de moeder dat zag begon zij pas goed te jammeren en te weeklagen, zij had liever helemaal geen kind gehad dan een ezel en zij zei dat men hem in het water moest gooien, dan konden de vissen hem opeten. Maar de koning sprak: ‘Nee, nu God hem heeft geschonken, zal hij ook mijn zoon en erfgenaam zijn, na mijn dood op de koninklijke troon zitten en de koningskroon dragen.’

De ziel is in twijfel en wil de feiten niet onder ogen zien. Maar de innerlijke heer en meester zegt: ‘God heeft ingestemd met de bewustzijnsverandering, ook met het dierlijke in de mens, en dit zal eens het koningschap veroveren, ook al zal dat heel anders zijn. Het eerste is nog genade, maar het tweede moet door hard werken worden bereikt, met pijn en moeite. Maar de men bereikt daardoor een verheven doel: hij wordt een persoon, hij vindt zijn Ik.
Niet het egoïstisch lagere zal hij vinden – dat is maar een fase – maar het onzelfzuchtige, hogere en liefhebbende, dat is het ware Ik.

En zo werd het ezeltje opgevoed, groeide en ook zijn oren werden mooi lang en stonden recht overeind. Verder was hij vrolijk van aard, sprong in het rond, speelde en had vooral veel plezier in muziek, zodat hij naar een beroemde speelman ging en zei: ‘Leer mij de kunst zodat ik net zo goed op de luit kan tokkelen als jij.’ – ‘Ach, lieve kleine heer,’ antwoordde de speelman, ‘dat zal u moeilijk vallen, uw vingers zijn daar heus niet geschikt voor en veel te groot, ik ben bang dat de snaren dat niet uithouden.’ Er viel niet tegen te praten, het ezeltje moest en zou luit spelen, was volhardend en vlijtig en leerde het tenslotte net zo goed als zijn leermeester.

Het Duits heeft voor ‘je er niet onder laten krijgen’ – ‘de oren mooi stijf houden – die Ohren fein steifhalten.’Dat is het eerste wat het jonge Ik dat toegroeit naar een persoonlijkheid als impuls met zich mee moet dragen.
Hier is het hoofdmotief van het sprookje. de weg naar verandering wordt ingezet: met muziek. Muziek in de ruimte zin: ritmisch en harmonisch leven met een spirituele wereld.
De ezel wordt toehoorder, een kunstenaar. 
Daar zou je aan Socrates kunnen denken. Toen bij de Grieken het helderziende vermoigen verloren ging en de mens afgelsoten raakte voor de kosmos, aards, maar wakker, was ghij het die het intellectuele denken beoefende en het onderwees, zoals een koningszoon in een ezelsvel. Zijn innerlijke stem zei hem: ‘Socrates maak muziek’, maar hij luisterde niet.

Wie de toverfluit leert bespelen, verdrijft de lage driften; gaat ongedeerd door het vuur van de lagere hartstochten; gaat niet reddeloos in de golven van de onbeheerste gevoelens ten onder en komt uiteindelijk in de zonnetempel om te worden ingewijd. De mens moet echter wel zijn leermeester vinden die hem in deze kunst onderwijst. En hij moet met geduld en vlijtig volhardend zijn.

Eens was het heerke in gepeins verzonken aan het wandelen en kwam bij een bron – hij keek erin en zag in het water, dat zo helder was als een spiegel, zijn ezeltjesge-daante. Hij was daarover zo bedroefd, dat hij de wijde wereld introk en slechts één trouwe metgezel meenam.

Ook zelfkennis kan daarbij niet ontbreken. De mens wordt zich bewust dat hij niet meer op het ware oerbeeld lijkt. Wie oppervlakkig leeft, wordt hierdoor niet zo geraakt, maar wie dij een meester in de leer is, wordt er diep door geraakt. hij weet dat in het erfrijk van zijn vader niet kan blijven en op eigen kracht moet hij verder.

Zij trokken heuvel op  heuvel af en tenslotte kwamen zij in een rijk waar een oude koning heerste die één enkele dochter had die wonderschoon was. Het ezeltje zei: ‘Hier zullen wij een tijdje blijven,’ klopte aan de deur en riep: ‘Er staat een gast buiten, doe open zodat hij kan binnengaan.’ Toen er echter niet werd opengedaan ging hij zitten, nam zijn luit en tokkelde daar met zijn voorpoten liefelijk op. De poortwachter sperde zijn ogen wijd open, liep naar de koning en zei: ‘Daarbuiten zit een jong ezeltje voor de poort dat net zo goed luit speelt als een volleerd muziekmeester.’ – ‘Laat dan die muzikant bij mij binnenkomen,’ sprak de koning. Maar toen er een ezeltje binnentrad begon iedereen om de luitspeler te lachen. Men wilde dat het ezeltje aan het ondereind van de tafel bij de knechts zou gaan zitten eten maar dat was niet naar zijn zin en hij zei: ‘Ik ben geen gewoon stalezeltje, ik ben een heel voornaam ezeltje.’ Toen zeiden zij: ‘Als je dat bent, ga dan bij het krijgsvolk zitten.’ – ‘Nee,’ zei hij, ‘ik wil bij de koning zitten.’ De koning lachte en zei goedmoedig: ‘Ja, zoals je wenst, ezeltje, kom maar bij mij zitten.’

Wie is de koning met deze enige, wondermooie dochter? De wondermooie dochter is de individuele ziel en haar vader is de heer en meester in de sfeer van de ziel. 
De koningszoon komt vanuit het rijk van het vaderlijke zelf in het rijk van de ziel. De muziek verleent hem de toegang. 
Nu wordt hij op de proef gesteld. Is de mens zich bewust van zijn waardigheid. ‘Ik ben geen gewoon stalezeltje’, zegt de koningszoon, dat betekent: het Ik is van een voorname signatuur en als zodanig niet verwant aan het dier. Dat kan niet samengaan. ‘Ga dan bij het krijgsvolk zitten’! Maar het Ik heeft geen strijdbare natuur, het verlangt slechts naar het koningschap van de ziel. 

Daarna vroeg hij: ‘Ezeltje, hoe bevalt mijn dochter je?’ Het ezeltje draaide zijn kop naar haar toe, keek haar aan, knikte en zei: ‘Buitengewoon goed, zij is de schoonste die ik ooit heb gezien.’ – ‘Nu, dan moet je ook naast haar zitten,’ zei de koning. ‘Dat wil ik wel,’ zei het ezeltje en ging naast haar zitten, at en dronk en wist zich keurig netjes te gedragen.

Wie het koningschap nastreeft, komt in de buurt van ik-verwante ziel en begint die te herkennen. 
Het is een subtiel element in het sprookje, dat het op goede manier wijst. Goede discipline betekent beheersing van de vorm. Dat moet de mens ook zien te verkrijgen, juist omdat de lichaamsverwantschap met het dier steeds om beheersing vraagt.

Toen het edele diertje geruime tijd aan het hof van de koning had doorgebracht, dacht hij: Wat geeft het allemaal, ik moet toch weer naar huis, en hij liet zijn kop treurig hangen, trad voor de koning en wilde afscheid nemen. Maar de koning had hem lief gekregen en sprak: ‘Ezeltje, wat scheelt je? Je kijkt zo zuur als azijn! Blijf bij mij, ik zal je geven wat je maar wilt. Wil je goud hebben?’ – ‘Nee,’ zei het ezeltje en schudde zijn kop. ‘Wil je kostbaarheden en sieraden?’ – ‘Nee.’ -‘Wil je mijn halve rijk?’ – ‘Ach nee.’ Toen zei de koning: ‘Als ik maar wist waarmee ik je plezier kon doen – wil je mijn mooie dochter tot vrouw?’ – ‘O ja,’ zei het ezeltje, ‘dat zou ik wel willen’ en opeens was hij heel vrolijk en opgewekt, want dat was nu juist wat hij gewenst had.

Als het Ik voor de belangrijkste beslissing staat, volgt nog een beproeving en deze is tweeledig. Liefde streeft naar eenwording; maar mag een Ik dat nog steeds een vel draagt hiernaar verlangen. Zou de heer en meester van de ziel het Ik niet op de proef moeten stellen wat voor hem het belangrijkste is: Wijsheid – goud, schoonheid – kostbaarheden, regentschap – het halve rijk of het eeuwig-vrouwelijke van de ziel zelf?

En zo werd er een grote en prachtige bruiloft gevierd, ’s Avonds toen bruid en bruidegom naar hun slaapkamertje gebracht werden, wilde de koning weten of het ezeltje zich wel vriendelijk en netjes zou gedragen en hij beval een bediende zich daar te verstoppen. Toen zij nu beiden daar binnen waren schoof de bruidegom de grendel voor de deur, keek om zich heen en toen hij dacht dat zij helemaal alleen waren wierp hij opeens zijn ezelshuid af en stond daar als een schone koninklijke jongeling. ‘Nu zie je wie ik ben,’ zei hij, ‘en je ziet ook dat ik je niet onwaardig was.’ Daar was de bruid blij om, kuste hem en beminde hem vurig. Maar toen de ochtend aanbrak sprong hij op, trok zijn dierenhuid weer aan en geen mens had kunnen vermoeden wie daar in stak.

Wat er nu volgt, zijn beelden van de koninklijke bruiloft, zo heet dit proces. De men die zich actief steeds probeert te veranderen, wordt door de ziel geaccepteerd, ze wordt één met hem. Deze bruiloft voltrekt zich in twee of drie fasen in de nacht. ’s Nachts huist het Ik niet in het lichaam – je bent er niet – het maakt zich los van de wereld en gaat op in de wereld die zijn eigenlijke thuis is. De slaap is heilig – zei mijn vroeger. In deze wereld kan het \ik zich in zijn ware gedaante vertonen. ‘Nu zie je wie ik ben en ik ben je niet onwaardig’. 
Maar ’s morgens moet het dierenvel weer worden aangetrokken.

Het duurde niet lang of ook de oude koning kwam aanlopen. ‘Kijk eens,’ riep hij uit, ‘is het ezeltje al wakker? Jij bent zeker wel heel bedroefd,’ zei hij tegen zijn dochter, ‘dat je geen echt mens als man hebt gekregen.’ – ‘O nee, lieve vader, ik heb hem zo lief, als was hij de allermooiste en ik wil hem mijn hele leven lang behouden.’ De koning was verbaasd, maar de dienaar die zich had verstopt, kwam hem alles vertellen. De koning sprak: ‘Dat kan niet waar zijn.’ – ‘Waak dan zelf de volgende nacht, u zult het met eigen ogen aanschouwen. En weet u wat, heer koning: neem de huid weg en werp die in het vuur, dan moet hij zich wel in zijn ware gedaante vertonen.’ – ‘Dat is een goede raad,’ zei de koning en ’s avonds, toen zij sliepen, sloop hij naar binnen en bij het bed gekomen, zag hij daar in de maneschijn een knappe jongeling liggen en de huid lag afgestroopt op de grond. Toen nam hij hem weg en liet buiten een geweldig vuur aanmaken en de huid erin werpen en hij bleef er zelf bij tot hij helemaal tot as was verbrand. Maar omdat hij wilde zien hoe de berooide zich zou gedragen, bleef hij de hele nacht wakker en luisterde. Toen de jongeling bij het eerste ochtendgloren was uitgeslapen, stond hij op en wilde zijn ezelshuid aantrekken maar die was niet te vinden. Hij schrok en zei, bedroefd en angstig: ‘Nu moet ik zien te vluchten.’ Maar toen hij buiten kwam, stond daar de koning die sprak: ‘Mijn zoon, waarheen zo haastig, wat ben je van plan? Blijf hier, je bent zo’n schone jongeman geworden, je mag niet van mij weggaan. Ik geef je nu mijn halve rijk en na mijn dood krijg je het helemaal.’ – ‘Dan wens ik dat het goede begin ook een goed einde heeft,’ zei de jongeling, ‘ik blijf bij u.’ Toen gaf de oude koning hem het halve rijk en toen hij een jaar later stierf had hij het gehele rijk en na de dood van zijn vader nog een erbij en hij leefde in grote heerlijkheid.

De mens kan dienen en heersen en dikwijls weet de dienaar in hem meer dan de heerser, die zou zich vaker door de dienaar moeten laten adviseren. 
Het is de dienaar die als eerste de verandering ontdekt. Maar alleen de heerser kan de huid in het outerende vuur van zijn geest verbranden en het i\k vrijspreken en erkennen: ‘Blijf hier, je bent zo’n schone jongeman’.
Weer een fijn trekje in het sprookje om hier het woord ‘schoon’ – Duits ‘schön’ te gebruiken, want dat is verwant aan schijnen, glanzen. 
‘Door jou schijnt weer je echte mensenwezen door, je lijkt weer op je ware oerbeeld.’

Nu valt de koningszoon een nieuw rijk ten deel dat hij kan besturen als een geest die volledig ontwaakt is en in hoge mate bezield en daardoor komt hem ook het rijk van zijn vader toe vanwaar hij gekomen is.

Geen ander sprookje heeft de humor zoals in dit ‘Ezeltje’. De verteller was waarschijnlijk ook een meester in het snarenspel dat het ezeltje aangeleerd werd en dat hem uiteindelijk de weg voorbereidde om zich te vervolmaken. 

Het spreekwoord zegt in het Duits: ‘Welcher Esel nicht kann Laute schlagen, der muss Säscke zur Mühle tragen.’

.

Sprookjes – alle artikelen

Vertelstof – alle artikelen

1e klas – alle artikelen

Vrijeschool in beeld1e klas – sprookjes

.

2354

.

Wat op deze blog staat

.

VRIJESCHOOL – Kinderboekbespreking (56)

.

Er zijn heel veel kinderboeken.
Ze zijn en worden door allerlei recensenten besproken. Die hebben allemaal een opvatting of een boek mooi, goed, enz. is.

Er staan vaak illustraties in. Ook die worden mooi, dan wel minder mooi of zelfs lelijk gevonden. Maar hoe geldig zijn deze criteria. Smaken verschillen en als ze opvoedkundig beoordeeld worden, spelen allerlei mensbeelden, bewust of onbewust, ook hun rol.

De kinderen zelf vormen de grootste maatstaf. Als een boek telkens voorgelezen en of bekeken moet worden; als het ‘met rode oortjes’ wordt gelezen, verslonden, zelfs, dan weet je dat de schrijver of illustrator een snaar heeft weten te raken die nog lang naklinkt. Ook de kinderen hebben een smaak en het ene zal dit, het andere dat boek fijner vinden.

In de artikelenreeks ‘Kinderboekbespreking’ op deze blog zal er een aantal de revue passeren.

Er blijken steeds minder kinderen (in 2020) van lezen te houden. Er wordt onderzocht hoe dat komt. 
Ik durf me wel aan een paar veronderstellingen te wagen.
Voor lezen moet er rust zijn. Om je heen, maar vooral ook in jezelf. 
De oudere jeugd heeft dit – ik generaliseer – niet meer. Er is steeds de onrust van de smart-phone; er is altijd geluid: zijn het geen piepjes van spelletjes dan is het de gekozen muziek die via de oordopjes binnenkomt. We leven in de wereld van het beeld. Van de beelden – waarnaar een grote honger lijkt te bestaan. Maar wel beelden die niet te lang blijven: weg – iets nieuws – weg enz.

Dat is niet meer uit het leven van de jongeren weg te denken. En niet alleen de jongeren: ook 2-, 3-jarigen worden – goedbedoeld – al voor de laptop, tv gezet en daarmee wordt de gewoonte aan beeld, een behoefte aan beeld. 
Dat staat allemaal in schril contrast met lezen. In stilte creëer je daar je eigen beeld dat met het lezen langzaam omgevormd wordt, in een harmonische overgang. 

Een boek als Lasse Länta zal nauwelijks meer gelezen worden. Het speelt zich langer geleden af, in een wereld die ook veranderd is. Kun je van een 11-jarige vragen belangstelling te hebben voor de wereld van de Samen – die we ooit naïef ‘Lappen” noemden. Belangstelling voor een jongen wiens wereld voornamelijk bestaat uit sneeuw, ijs en rendieren? 
Wie dat nog welinteressant kan vinden, heeft aan het boek van Cor Bruin een mooi verhaal.
Over Lasse, die net zo belangrijk wil worden als zijn vader die de meeste rendieren van het ‘dorp’ bezit. 
Lasse beleeft een paar spannende avonturen wanneer de kudde in een sneeuwstorm terechtkomt en met de geheimzinnig doende, norse oom Mikkel. De schrijver heeft zich goed op de hoogte gebracht van de leefwijze van deze Samengroep en vertelt en passant hoe ze denken en leven.

LASSE LÄNTA                                     Bekroond jeugdboek 1955

Cor Bruin
Ill. Anjo Mutsaars

Uitgegeven door Ploegsma

Vanaf 10 jaar

Over de leeftijd

Over illustraties

Kinderboekbesprekingalle titels

Kinderboekbesprekingalle auteurs

.

2343

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wat op deze blog staat

VRIJESCHOOL – Kinderboekbespreking (55)

 

Er zijn heel veel kinderboeken.
Ze zijn en worden door allerlei recensenten besproken. Die hebben allemaal een opvatting of een boek mooi, goed, enz. is.

Er staan vaak illustraties in. Ook die worden mooi, dan wel minder mooi of zelfs lelijk gevonden. Maar hoe geldig zijn deze criteria. Smaken verschillen en als ze opvoedkundig beoordeeld worden, spelen allerlei mensbeelden, bewust of onbewust, ook hun rol.

De kinderen zelf vormen de grootste maatstaf. Als een boek telkens voorgelezen en of bekeken moet worden; als het ‘met rode oortjes’ wordt gelezen, verslonden, zelfs, dan weet je dat de schrijver of illustrator een snaar heeft weten te raken die nog lang naklinkt. Ook de kinderen hebben een smaak en het ene zal dit, het andere dat boek fijner vinden.

In de artikelenreeks ‘Kinderboekbespreking’ op deze blog zal er een aantal de revue passeren.

In Weleda Puur Kind verschenen recensies van verschillende kinderboeken, vaak met een thema zoals deze:

Patricia F.Wessels, Weleda Puur Kind herfst 2006 nr. 18

.

Spelenderwijs leren is de meest natuurlijke, eenvoudige en leuke manier van leren. Kinderboeken bieden daar op vele niveaus mogelijkheden voor. Zo wordt de taalontwikkeling uiteraard gestimuleerd. Maar ook bijvoorbeeld de emotionele ontwikkeling, door het meeleven met de hoofdfiguur in een verhaal. Of het  denken. Sommige boeken nodigen kinderen op een bijna vanzelfsprekende manier uit om zelf verder te denken en nieuwe vragen te stellen.

In De liefste vraag van Harm de Jonge wordt er veel gepraat door de vogels in het bos. De wijze uil is ooit bezweken onder de belangrijkste vraag van de wereld. Zo is die vraag verloren gegaan, maar hij moet nog ergens in het bos zijn. Daarnaar op zoek, komen de vogels voor vele soorten vragen te staan. Bijvoorbeeld de vreselijke vraag: ‘Waarom eet een vogel andere vogels?’ Of de domste vraag, gesteld door reiger: ‘Kan ik ook een vergeten vraag stellen? Die heb ik genoeg.’ Uiteindelijk wordt de belangrijkste vraag gevonden. Maar het antwoord… dat moet ieder voor zich vinden. Als je met een schoolrijp kind af en toe een hoofdstukje leest, kun je er daarna samen met veel plezier op door filosoferen.

 

DE LIEFSTE VRAAG

Harm de Jonge
Noëlle Smit

BOEK

Uitgegeven bij Van Goor

Vanaf. 6 jaar

Over de leeftijd

Over illustraties

Kinderboekbesprekingalle titels

Kinderboekbesprekingalle auteurs

.

2338

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wat op deze blog staat

 

 

VRIJESCHOOL – Kinderboekbespreking (54)

.

Er zijn heel veel kinderboeken.
Ze zijn en worden door allerlei recensenten besproken. Die hebben allemaal een opvatting of een boek mooi, goed, enz. is.

Er staan vaak illustraties in. Ook die worden mooi, dan wel minder mooi of zelfs lelijk gevonden. Maar hoe geldig zijn deze criteria. Smaken verschillen en als ze opvoedkundig beoordeeld worden, spelen allerlei mensbeelden, bewust of onbewust, ook hun rol.

De kinderen zelf vormen de grootste maatstaf. Als een boek telkens voorgelezen en of bekeken moet worden; als het ‘met rode oortjes’ wordt gelezen, verslonden, zelfs, dan weet je dat de schrijver of illustrator een snaar heeft weten te raken die nog lang naklinkt. Ook de kinderen hebben een smaak en het ene zal dit, het andere dat boek fijner vinden.

In de artikelenreeks ‘Kinderboekbespreking’ op deze blog zal er een aantal de revue passeren.

In Weleda Puur Kind verschenen recensies van verschillende kinderboeken, vaak met een thema zoals deze:

Patricia F.Wessels, Weleda Puur Kind lente 2006 nr. 17
.

Ontdekkingsreizen dichtbij en ver van huis

 

Een ander prachtig meegroeiboek over natuur en reizen is Magisch hoefgetrappel, waarin sprookjesachtige paardenverhalen van over de hele wereld bijeengebracht zijn. In alle culturen krijgen paarden speciale gaven toegedicht. Daarmee helpen de edele dieren hun bereider tijdens zijn reis of in de strijd om het goede te laten overwinnen. Er zitten echt ontroerende verhalen tussen en het is prachtig geïllustreerd. Voor het grotere kind biedt dit boek per werelddeel een interessante inleiding over de paardensoorten in dat gebied en hun specialiteiten en gaven. Een must voor iedere paardenliefhebber en sprookjesliefhebber.

 

MAGISCH HOEFGETRAPPEL

Josepha Sherman
Ill. Linda Wingerter

BOEK

Uitgegeven door Christofoor

Vanaf 6 jr. 

Over de leeftijd

Over illustraties

Kinderboekbesprekingalle titels

Kinderboekbesprekingalle auteurs

.

2334

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wat op deze blog staat

VRIJESCHOOL – Kinderboekbespreking (52)

Er zijn heel veel kinderboeken.
Ze zijn en worden door allerlei recensenten besproken. Die hebben allemaal een opvatting of een boek mooi, goed, enz. is.

Er staan vaak illustraties in. Ook die worden mooi, dan wel minder mooi of zelfs lelijk gevonden. Maar hoe geldig zijn deze criteria. Smaken verschillen en als ze opvoedkundig beoordeeld worden, spelen allerlei mensbeelden, bewust of onbewust, ook hun rol.

De kinderen zelf vormen de grootste maatstaf. Als een boek telkens voorgelezen en of bekeken moet worden; als het ‘met rode oortjes’ wordt gelezen, verslonden, zelfs, dan weet je dat de schrijver of illustrator een snaar heeft weten te raken die nog lang naklinkt. Ook de kinderen hebben een smaak en het ene zal dit, het andere dat boek fijner vinden.

In de artikelenreeks ‘Kinderboekbespreking’ op deze blog zal er een aantal de revue passeren.

In Weleda Puur Kind verschenen recensies van verschillende kinderboeken, vaak met een thema zoals deze:

Patricia F.Wessels, Weleda Puur Kind lente 2006 nr. 17
.

Ontdekkingsreizen dichtbij en ver van huis

Wanneer het weer warmer wordt, trekken veel mensen erop uit, de natuur in en tijdens de vakanties zelfs de wijde wereld in. Voor het jonge kind zijn verre reizen niet echt nodig. De verkenningen in en om het huis zijn al ware ontdekkingsreizen. Achter het kleine zit vaak al een hele wereld verscholen. Een kind vindt spelend een fantasierijke invulling voor wat hij tegenkomt. Een holletje in een boom kun je bijvoorbeeld onderzoeken door er iets in te stoppen. Je kunt er dingen in laten verdwijnen, of met een stokje voelen hoe diep het is. Een iets ouder kind zal zo’n holletje ook betekenis geven; het kan een vogelschuilplaats zijn, een elfenhuisje of de bewaarplaats voor een zelf bedacht geheim. Als in het voorjaar de tuindeuren weer open gaan, breidt de wereld waarin van alles ervaren kan worden, zich voor jonge kinderen al enorm uit.

Dat is ook de invalshoek in Kriebelpoten.

Daarin neemt Hans Post de jonge lezer mee op reis door het huis en de tuin van poes Lika. Terwijl de mensen nog liggen te slapen, gaat Lika in de vroege ochtend op avontuur en komt zij allerlei diertjes tegen, van mier tot roodborstje. Dieren die ieder kind in zijn eigen omgeving ook zou kunnen aantreffen en herkennen. Naast het lopende en rijk geïllustreerde verhaaltje over de poes, zijn er op iedere pagina kleine toegankelijke stukjes tekst over de leefwijze van de talloze insecten en beestjes rondom het huis. In die zin is het een meegroei-boek. Als de peuter straks wat groter is en insecten gaat vangen om eens goed te bekijken onder een vergrootglas, dan wordt dit boek opnieuw interessant.

KRIEBELPOTEN

Hans Post
Ill. Irene Goede

BOEK
Uitgegeven door Lemniscaat

Als leeftijd wordt 3 jaar genoemd.
Dat lijkt mij voor het verhaaltje geschikt: langzamerhand van alles leren herkennen en benoemen.
De rechterpagina echter, zoals hierboven al werd aangegeven, is voor een 3-jarige te intellectueel; het is fijne informatie voor ‘later’:

Over de leeftijd

Over illustraties

Kinderboekbesprekingalle titels

Kinderboekbesprekingalle auteurs

.

2304

.

VRIJESCHOOL – ‘Vrije School of Vrijeschool of vrijeschool?

.

Maarten Zwakman, Lerarenbrieven 26-1-2014 
.

Vanwaar de naam van onze schoolsoort?
.

Afgelopen jaren is een groot deel van de vrijescholen van naam veranderd. Soms hebben ze in de soortnaam nog het element ‘vrije’ zoals in ‘vrije basisschool’, vaak niet. Maar als bijv. de regionale tv Gelderland een item komt maken, horen ze in Arnhem ‘De vrijeschool voor basisonderwijs de Parcivalschool’ en in Ede ‘Basisschool De Vuurvogel is geen reguliere basisschool, maar een vrijeschool.’ Met deze ontwikkelingen dreigt de betekenis van de soortnaam ‘vrijeschool’, die gehandhaafd zal blijven, uit beeld te raken.

Soortnaam

Een belangrijk element dat het voor vrijescholen erg lastig maakt om de naam te wijzigen is het feit dat onze naam tevens een aanduiding is van onze pedagogische principes (Hof-richter, 2002). Dit is voor andere traditionele vernieuwingsscholen en confessionele scholen ook een probleem: een montessorischool haalt ‘Montessori’ ook niet makkelijk van de gevel af als de school deze identiteit wil bewaren.

Het is interessant om de historische achtergrond van het vormen van onze naam te onderzoeken.

De oorsprong van de naam ‘vrijeschool’ heeft alles te maken met de Duitse achtergrond van de schoolbeweging. Alle scholen in Duitsland die niet tot het openbaar onderwijs behoren, de niet-staatsscholen, dragen de soortnaam ‘Alternativschule’ of ook wel ‘Freie Schule’.

Zo heet in Duitsland de vrijeschoolbeweging Freie Waldorfschule (Bund der Freien Waldorf-schulen, 2014). In feite dus: niet-openbare waldorfscholen.

De originele betekenis van de soortnaam ‘vrijeschool’ is dus ‘school vrij van staatsbemoeienis’. Hetzelfde geldt voor België, waar een ‘vrije school’ op eigen initiatief is gesticht,

Waldorf

Deel twee van de Duitse naam: Waldorf, is het resultaat van een fraai verhaal. Een sprookje van de vroeg-moderne tijd. Een jongeman, Johann Jakob Astor, uit het dorpje Waldorf vertrekt op 20-jarige leeftijd naar Amerika om daar zijn geluk te beproeven. Hij komt er straatarm aan in 1783. Maar het lukt hem door de bonthandel om schatrijk te worden. In New York neemt hij zijn geboortedorp op in zijn achternaam: J.J. Waldorf-Astor.

De vermogensrijke nazaten van hem komen eind 19e eeuw terecht in een hotelletje in Philadelphia. Het is een koude nacht en het hotel is vol. De manager, C. Boldt, stelt zijn eigen kamer beschikbaar. Twee jaar later wordt deze heer Boldt opgehaald en naar het Waldorf-Astoria Hotel in New York gebracht. Hij herkent de rijke man die hij een paar jaar eerder in de kou zo genereus gastvrijheid verleende: William Waldorf Astor. Die vertelt hem dat hij het hotel in New York heeft laten bouwen opdat Boldt daar manager kon worden.

De rijke familie Waldorf-Astor investeerde niet alleen in hotels, maar ook in tabak. Een van de tabaksfabrieken die een licentie kreeg om onder de naam Waldorf-Astoria tabak te verhandelen stond onder leiding van Emil Molt (Hofrichter, 2002). Deze ruimdenkende vermogende man ontmoette Rudolf Steiner en omarmde direct zijn ideeën over de sociale driegeleding. Hij vroeg Steiner lezingen te geven voor de fabrieksarbeiders. Die werden enthousiast en wilden graag dergelijke lessen ook voor hun kinderen. Daarom stelde Molt een deel van zijn kapitaal beschikbaar om een nieuwe school op te zetten, die geheel naar ideeën van Rudolf Steiner was gevormd (Molt, 1919). Financieel vrij van staatsbemoeienis, maar wel met compromissen ter wille van de inspectie en de examens. [1] Op die manier komt de naam Waldorf van Duitsland via de Amerikaanse big business terecht op de gevelstenen van Duitse vrijescholen. In de Engelstalige landen wordt ook nog steeds gesproken van waldorfscholen.

 

Bibliografie

Satzung der Bundes der Freien Waldorf-schulen e. V.
(2014, Maart). Name und Zweck, 1. Stuttgart. Wikipedia. (2014, November). Opgehaald van Alternativschule:
Waldorf: Die Geschichte eines Namens. Stuttgart: Padagogische Forschungsstelle beim Bund der Freien Waldorfschulen.
Lutters, F. (2005). De stichting van de eerste vrijeschool in Nederland. In Daniël Johan van Bemmelen 1899-1982: Opnieuw geboren aan het begin van het Lichtende Tijdperk (pp. 84-97). Zeist: Christofoor.
Molt, E. (2007). Het ontstaansmoment van de eerste Vrije School. Over ontstaan en streven van de eerste Vrije School, 15-16.
Schenk, D. (z.j. [2000]). Voor de kinderen die in dit huis zullen wonen. Rijswijk: Elmar.

[1] PHAW; Steiner wilde deze compromissen accepteren, zolang dat nodig mocht zijn. Wanneer de school daadwerkelijk ‘vrij’ zou zijn, zou ook wat (o.a) het examen betreft, de school haar eigen beleid ten uitvoer brengen.
.
Aber wir haben es nötig, Kompromisse zu schliessen. Kompromisse sind notwendig, denn wir sind noch nicht so weit, um eine wirklich freie Tat zu vollbringen. 
GA300A/61-63
Niet vertaald

 

Spelling van de soortnaam ‘vrijeschool’

Reeds in 1998 is centraal gekozen voor de eenduidige schrijfwijze vrijeschool altijd aan elkaar en bij samenstellingen ook alles aan elkaar.

In de Lerarenbrief van St.-Jan 2008 heeft Roelof Jan Veltkamp verantwoording afgelegd van zijn contacten met de Taalunie sindsdien over de spelling van onze schoolsoort. Zolang we niet zelf zó consequent zijn in al onze taaluitingen, dat iedereen dat ook zo gaat doen, zal het Groene boekje en daarmee de woordenboeken hun door ons ongewenste spelwijze ‘vrije school’ handhaven. Het is aan onszelf om ‘vrijeschool’, ‘vrijeschoolbeweging’, etc. te schrijven waar het maar kan, en anderen die het niet doen daarop te wijzen. Bij deze een herhaalde oproep: doet iedereen mee? Redactie

 

Onze spelling is niet eenvoudig, soms zelfs nauwelijks te begrijpen. 
Dat het ‘a capella’ is, nemen we aan, maar waarom dan ineens
‘a-capellakoor’, met een verbindingsstreepje. Je kan al die uitleg daarover wel proberen te leren, maar hoe onthoud je dat? Dus gaan veel schrijfwijzen een eigen leven leiden.
En als dat op grote schaal en langdurig gebeurt, wordt die schrijfwijze ‘vanzelf’ geaccepteerd en in de woordenboeken opgenomen.

Tot de regels hoort ook dat soortnamen die zijn afgeleid van eigennamen met een kleine letter worden geschreven.
Zo is een ‘freudiaanse vergissing’ een vergissing dat jij en ik kunnen maken; een Freudiaanse vergissing is een vergissing die Freud zelf heeft gemaakt, vandaar de hoofdletter.

Ook een steinerschool krijgt daarom een kleine letter; was de school echt van Rudolf Steiner, dan was het een Steinerschool. 

Al lang bestaat de regel dat ‘één ding = één woord. Vandaar dat rudolfsteinerschool of rudolfsteineronderwijs aan elkaar moet worden geschreven. Dat geldt ook voor vrijeschoolleerkracht, bijv.

Ook ‘waldorfonderwijs’ moet daarom met een kleine letter en aan elkaar.

Nu is er een school die ‘waldorf aan de werf’ heet. Als die school daadwerkelijk in de straat of op het plein ‘Werf’ staat, moet Werf met een hoofdletter. Als ‘werf’ op iets anders slaat met een kleine. Dus het laatste stuk heeft dan ‘werfonderwijs’. Het eerste stuk met ‘aan de’ is weer een nieuw probleem. Als je ‘waldorf aan de werfonderwijs’ wil schrijven, ontstaat de vraag of daar dan geen streepjes tussen moeten: waldorf-aan-de-werfonderwijs’. Maar je kan denk ik ook wel verdedigen dat het een eigennaam is, zoals bijv. Wim van der Werf en dan is het ‘Waldorf aan de Werf’. 
Lastig en te lastig, dus allerlei schrijfwijzen zullen zich blijven voordoen.

.

Nederlandse taal: spelling/grammatica

Nederlandse taal: woordenallerlei

Nederlandse taal: alle artikelen

.

2296

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Kinderboekbespreking – leeftijden

.

.

Bij vrijwel alle kinderboekrecensies staat een leeftijdsaanduiding: voor die leeftijd is het een geschikt boek.
Maar wie bepaalt hier wat ‘geschikt’ is.
Natuurlijk, een prentenboek voor een 4-jarige valt niet onder de categorie ’12 jaar, maar waarom zou je er niet naar kunnen kijken met een 3-jarige.

Dan is er het ene kind dat veel meer van een boek oppakt dan het andere; het ene kind is verder in zijn ontwikkeling; de ene recensent heeft bij ‘een 3-jarige’ een andere voorstelling dan de andere. Dat zie je ook aan het feit dat bij dezelfde boeken, andere leeftijden worden genoemd.
Kortom: een leeftijdsaanduiding is niet meer dan een bepaalde indicatie.

En toch is zo’n aanwijzing bij het zoeken wel handig. Alles wat ver van de leeftijd afligt waarvoor je iets zoekt, kun je overslaan. Maar zoals gezegd: zoek je iets voor een 3-jarige, kijk dan ook gerust bij 4 jaar; enz. Lees ook a.h.w.: vanaf…..

De boeken die op deze blog zijn besproken worden hier nog eens per leeftijd gegeven. Klik op het cijfer vóór de titel.

2 jaar

{41] De verhalen van Kleine Beer                            Waddell
[24] Een bos vol dierenkinderen                             Cleemput van
[25] Op de boerderij                                                  Cleemput van
[28] Het bos aan de overkant                                  Weigelt
[4]  Het verhaal van het kleine, kleine vrouwtje       Beskow
[60] Het vogeltje dat te ver vloog                           Ainsworth
[1]  Ik geef je niet voor een kaperschip                   Baal/Stigter
[22] Is er iemand thuis                                              Maris
[14] Lammetje waar ben je?                                     Elzässer
[3]  Pelle’s nieuwe kleren                                          Beskow
[17] Spelen met de vingers                                      IJzerman
[10]  Tomte Tummetot                                             Lindgren
[27] Wat nu Olivier?                                                  Root
[59] 4 jaargetijden                                                    Cramer

 

3 jaar

[11] Bakersprookjes                                                    Keller
[43] Bij uil thuis                                                       Lobel
[31] Chelm is overal                                                    van Eck
[15] Een dikke vette pannenkoek                            Koopmans
[37] Het appeltulbandje                                            Hichtum van Nienke
[60] Het vogeltje dat te ver vloog                           Ainsworth
[6]  Kan ik er ook nog bij?                                         Koopmans
[32] Kinderrijmpjes                                                   Potter
[52] Kriebelpoten                                                        Post
[20] Liselotje gaat logeren                                         Busser
[12] Nikkie en Sanne en de jaarklok                        Ichikawa
[13] Nikkie en Sanne gaan naar de markt              Ichikawa
[3]  Pelle’s nieuwe kleren                                           Beskow
[42] Rooie                                                                Voake
17] Spelen met de vingers                                      IJzerman
[9]  Tatatoek                                                                 Streit
[35] Toen ik zo klein was als jij                                   Walsh
[10]  Tomte Tummetot                                               Lindgren
[59] 4 jaargetijden                                                      Cramer
[21] Welterusten, Beer Baboen                                Westera[

4 jaar

[8] Annika                                                                    Beskow
[40] Berenweer                                                           Topsch
[43] Bij uil thuis                                                       Lobel
[2]  De muis en de aardappel                                    Berger
[30] De olifant van de keizer                                    Reynolds Roome
[60] Het vogeltje dat te ver vloog                            Ainsworth
[36] Jip en Janneke                                                    Schmidt Annie M.G.
[7]  Kindergeheimen                                                   Stöcklin-Meier
[12] Nikkie en Sanne en de jaarklok                       Ichikawa
[13] Nikkie en Sanne gaan naar de markt             Ichikawa
[5]  Okke, Nootje en Doppejan                                 Beskow
[44] Olle’s skitocht                                                      Beskow
[3]  Pelle’s nieuwe kleren                                           Beskow
[42] Rooie                                                                Voake
17] Spelen met de vingers                                      IJzerman
[9]  Tatatoek                                                                  Streit
[35] Toen ik zo klein was als jij                                   Walsh
[59] 4 jaargetijden                                                      Cramer
[38] Vrouwtje Appelwang                                          Ainsworth

5 jaar

[53] De gouden bal                                                       Cock de
[55] De liefste vraag                                                     Jonge de
[33] Maria’s kleine ezel                                               Sehlin
[12] Nikkie en Sanne en de jaarklok                         Ichikawa
[13] Nikkie en Sanne gaan naar de markt               Ichikawa
17] Spelen met de vingers                                      IJzerman
[9]  Tatatoek                                                                   Streit
[35] Toen ik zo klein was als jij                                   Walsh
[38] Vrouwtje Appelwang                                           Ainswor

6 jaar

[50] Adam en Eva en de Hof van Eden                    Ray
[55] De liefste vraag                                                     Jonge de
[46] ’t Is zomer                                                              Dijkmeier
[29] Lotta kan al fietsen                                              Lindgren
[16] Mijn broertje en ik                                              van Dort
[12] Nikkie en Sanne en de jaarklok                        Ichikawa
[13] Nikkie en Sanne gaan naar de markt              Ichikawa
[9]  Tatatoek                                                                  Streit
[47] Wij uit Bolderburen                                            Lindgren

7 jaar

[26] De dagen daarna                                                 Lieshout van
[16] Mijn broertje en ik                                              van Dort
[47] Wij uit Bolderburen                                            Lindgren

8 jaar

[18] Abeltje                                                                  Schmidt Annie M.G
[19] De A van Abeltje                                                Schmidt Annie M.G
[47] Wij uit Bolderburen                                          Lindgren

9 jaar

10 jaar

[56]  Lasse Länta                                                           Bruijn

11 jaar

[57] Corso, het ezeltje                                                  Pothast-Gimberg
[34] De Zevensprong                                                   Dragt
[61] Mattijs Mooimuziek                                             Werner

12 jaar

[45] De brief voor de koning                                    Dragt
[51] De gouden pucarina                                           Vos-Dahmen
[23] Help, ze ontvoeren de koningin                      Ross
[48] Het teken van Wichart                                      Schouten
[33] Maria’s kleine ezel                                             Sehlin
[39] Minoes                                                               Schmidt A
[58] Niku de zigeunerjongen                                    Visser

[49] Zwerftocht met Korilu                                     Beckman

.

Kinderboekbesprekingalle auteurs

Kinderboekbesprekingalle titels

.

2276

 

 

.

 

 

 

 

 

 

.

 

 



                                 

.

.

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Kinderboekbespreking (51)

Pieter HA Witvliet

.

Er zijn heel veel kinderboeken.
Ze zijn en worden door allerlei recensenten besproken. Die hebben allemaal een opvatting of een boek mooi, goed, enz. is.

Er staan vaak illustraties in. Ook die worden mooi, dan wel minder mooi of zelfs lelijk gevonden. Maar hoe geldig zijn deze criteria. Smaken verschillen en als ze opvoedkundig beoordeeld worden, spelen allerlei mensbeelden, bewust of onbewust, ook hun rol.

De kinderen zelf vormen de grootste maatstaf. Als een boek telkens voorgelezen en of bekeken moet worden; als het ‘met rode oortjes’ wordt gelezen, verslonden, zelfs, dan weet je dat de schrijver of illustrator een snaar heeft weten te raken die nog lang naklinkt. Ook de kinderen hebben een smaak en het ene zal dit, het andere dat boek fijner vinden.

In de artikelenreeks ‘Kinderboekbespreking’ op deze blog zal er een aantal de revue passeren.

Tony Vos heeft een aantal historische jeugdromans geschreven. Deze geven een historisch verantwoord beeld van de tijd of de cultuur waarin het verspeelt. Vos bestuurde de Inka-geschiedenis en trok rond in het gebied dat ze beschrijft.
Door de (hoofd)figuren krijgt de lezer een gevoel voor hoe men daar destijds leefde.
Het verhaal op zich is een fantasieverhaal, maar met aspecten van wat ook in het leven van nu kan plaatsvinden.
In dit boek gaat het bijv. om het leven van jongen die later met het, zijn, noodlot krijgt e maken. Hoe geeft hij vanuit een grote teleurstelling zijn leven weer een nieuwe vorm.
Zo spelen er door het verhaal heen motieven als: wilskrachtig je doel bereiken; voor je eigen mening durven uitkomen, ook als je daardoor je meerdere moet tegenspreken.
Tegelijkertijd is het verhaal spannend: kan Kontor, de hoofdpersoon, een aanslag op zijn Inka (heer) verijdelen, En passend leert de schrijfster je ook allerlei uit deze Inkacultuur stammende woorden. De pucarina is een levensgroot beeld van een overleden Inka; de lama en alpaca, coca en quinoa worden verklaard.

DE GOUDEN PUCARINA

Tony Vos Dahmen von Buchholz
Geen illustraties

BOEK
Oorspronkelijk verschenen bij Fontein

12 jr

Kinderboekbesprekingalle titels

Kinderboekbesprekingalle auteurs

.

2275

.

VRIJESCHOOL – Kinderboekbespreking (50)

Er zijn heel veel kinderboeken.
Ze zijn en worden door allerlei recensenten besproken. Die hebben allemaal een opvatting of een boek mooi, goed, enz. is.

Er staan vaak illustraties in. Ook die worden mooi, dan wel minder mooi of zelfs lelijk gevonden. Maar hoe geldig zijn deze criteria. Smaken verschillen en als ze opvoedkundig beoordeeld worden, spelen allerlei mensbeelden, bewust of onbewust, ook hun rol.

De kinderen zelf vormen de grootste maatstaf. Als een boek telkens voorgelezen en of bekeken moet worden; als het ‘met rode oortjes’ wordt gelezen, verslonden, zelfs, dan weet je dat de schrijver of illustrator een snaar heeft weten te raken die nog lang naklinkt. Ook de kinderen hebben een smaak en het ene zal dit, het andere dat boek fijner vinden.

In de artikelenreeks ‘Kinderboekbespreking’ op deze blog zal er een aantal de revue passeren.

Patricia F. Wessels, Weleda Puur Kind, lente 2005 nr. 15
.

Antwoorden geven én het mysterie bewaren

Waarmee voed je je kind? Dat is een goede vraag bij de keuze van kinderboeken. In 2005 was het thema van de kinderboekenweek ‘magie’. Vaak wordt dat thema ingevuld met toverkunst en hekserij, maar je kunt daarbij natuurlijk ook denken aan het mysterie achter veel dingen. Kinderen zitten vol kleine en grote vragen, waarop niet altijd een eenduidig antwoord is te geven. Soms merk je dat een technisch antwoord veel te plat is en je kind niet geeft waar hij eigenlijk om vraagt, maar je wilt ook weer niet zelf nodeloos mysterieus gaan doen. Het mysterie bewaren is een kunst. Goede kinderboeken laten ruimte voor verschillende dimensies van de werkelijkheid en reiken materiaal aan waarin een kind zelf antwoorden kan vinden.

Een vraag die ieder mens vroeg of laat stelt is: ‘Waar komen wij vandaan?’ In antwoord daarop ontstonden in talloze culturen evenzovele beeldende scheppingsverhalen. Jane Ray bracht elementen uit die scheppingsverhalen bijeen en schreef en schilderde zo het verhaal van Adam en Eva en de Hof van Eden. Een zeer rijk en levendig geïllustreerd prentenboek waarin veel te beleven en te ontdekken valt.

ADAM EN EVA EN DE HOF VAN EDEN

Jane Ray
Ill. van de schrijfster

BOEK
Oorspronkelijk verschenen bij Christofoor

6 jr

Over de leeftijd

Over illustraties

Kinderboekbesprekingalle titels

Kinderboekbesprekingalle auteurs

 

2269