Categorie archief: nederlandse taal

WAT VIND JE OP DEZE BLOG?

.
Ondanks regelmatige controle komt het voor dat bepaalde links niet werken. Waarschuw me s.v.p.     pieterhawitvliet voeg toe apenstaartje gmail punt com

.
VRIJESCHOOL in beeld: bordtekeningen; schilderingen, tekeningen, transparanten enz.
voor klas 1 t/m 7; jaarfeesten; jaartafels

U vindt via onderstaande rubrieken de weg naar meer dan 1725 artikelen

RUDOLF STEINER
alle artikelen
wat zegt hij over——
waar vind je Steiner over pedagogie(k) en vrijeschool–
een verkenning van zijn ‘Algemene menskunde’


AARDRIJKSKUNDE
alle artikelen

DIERKUNDE
alle artikelen

GESCHIEDENIS
alle artikelen

GETUIGSCHRIFT
alle artikelen

GODSDIENST zie RELIGIE

GYMNASTIEK
vijfkamp(1)
vijfkamp (2)

bewegen in de klas

L.L.. Oosterom over: beweging tussen persoon en wereld; kind leert bewegend de wereld kennen;

HANDENARBEID
alle artikelen

HEEMKUNDE
alle artikelen

JAARFEESTEN
alle artikelen

KINDERBESPREKING
alle artikelen

KLASSEN alle artikelen:
peuters/kleutersklas 1;  klas 2; klas 3; klas 4; klas 5; klas 6; klas 7;  klas 8         (rest volgt – via zoekbalk vind je ook de andere klassen: 9 t/m 11)   klas 11

KERSTSPELEN
Alle artikelen

LEERPROBLEMEN
alle artikelen

LEZEN-SCHRIJVEN
alle artikelen

LINKS
Naar andere websites en blogs met vrijeschoolachtergronden; vakken; lesvoorbeelden enz

MEETKUNDE
alle artikelen

MENSKUNDE EN PEDAGOGIE
Alle artikelen

MINERALOGIE
alle artikelen

MUZIEK
mens en muziek
blokfluit spelen
over het aanleren van het notenschrift

NATUURKUNDE
alle artikelen

NEDERLANDSE TAAL
alle artikelen

NIET-NEDERLANDSE TALEN
alle artikelen

ONTWIKKELINGSFASEN
alle artikelen

OPSPATTEND GRIND
alle artikelen

OPVOEDINGSVRAGEN
alle artikelen

PLANTKUNDE
alle artikelen

REKENEN
alle artikelen

RELIGIE
Religieus onderwijs
vensteruur

REMEDIAL TEACHING
[1]  [2]

SCHEIKUNDE
klas 7

SCHRIJVEN – LEZEN
alle artikelen

SOCIALE DRIEGELEDING
alle artikelen
hierbij ook: vrijeschool en vrijheid van onderwijs

SPEL
alle artikelen

SPRAAK
spraakoefeningen
spraak/spreektherapie [1]    [2

STERRENKUNDE
klas 7

TEKENEN
zwart/wit [2-1]
over arceren
[2-2]
over arceren met kleur; verschil met zwart/wit
voorbeelden
In klas 6
In klas 7

VERTELSTOF
alle artikelen

VOEDINGSLEER
7e klas: alle artikelen

VORMTEKENEN
via de blog van Madelief Weideveld

VRIJESCHOOL
uitgangspunten

de ochtendspreuk [1]      [2]     [3]

bewegen in de klas
In de vrijeschool Den Haag wordt op een bijzondere manier bewogen.

bewegen in de klas
L.L.. Oosterom over: beweging tussen persoon en wereld; kind leert bewegend de wereld kennen; sport

Vrijeschool en vrijheid van onderwijsalle artikelen
zie ook: sociale driegeleding

vrijeschool en antroposofie – is de vrijeschool een antroposofische school?
alle artikelen

 

EN VERDER:
burnt out
Aart van der Stel over: waarom raakt iemand ‘burnt out’; je eigen rol en hoe gaan de anderen met je om; binnen-buiten; gezond-ziek

met vreugde in het nu aanwezig zijn
‘anti’- burn-out

geschiedenis van het Nederlandse onderwijs, een kleine schets


karakteriseren i.p.v. definiëren

lichaamsoriëntatie

(school)gebouw
organische bouw [1]     [2-1]    [2-2]

 

In de trein
onderwijzer Wilkeshuis over een paar ‘vrijeschoolkinderen’ in de trein

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

..

Advertenties

VRIJESCHOOL – Kinderboekbespreking (16)

.

Er zijn heel veel kinderboeken.
Ze zijn en worden door allerlei recensenten besproken. Die hebben allemaal een opvatting of een boek mooi, goed, enz. is.

Er staan vaak illustraties in. Ook die worden mooi, dan wel minder mooi of zelfs lelijk gevonden. Maar hoe geldig zijn deze criteria. Smaken verschillen en als ze opvoedkundig beoordeeld worden, spelen allerlei mensbeelden, bewust of onbewust, ook hun rol.

De kinderen zelf vormen de grootste maatstaf. Als een boek telkens voorgelezen en of bekeken moet worden; als het ‘met rode oortjes’ wordt gelezen, verslonden, zelfs, dan weet je dat de schrijver of illustrator een snaar heeft weten te raken die nog lang naklinkt. Ook de kinderen hebben een smaak en het ene zal dit, het andere dat boek fijner vinden.

In de artikelenreeks ‘Kinderboekbespreking’ op deze blog zal er een aantal de revue passeren.

Mijn broertje en ik

Ideaal voor de zomervakantie zijn drie (voor)leesboeken van Evelien van Dort voor kinderen vanaf 6 à 7 jaar. Het eerste deel, Mijn broertje en ik, speelt in de lente en de zomer. Het zevenjarige meisje Fleur woont met haar ouders en jongere broertje Thomas buiten aan de rand van sloot en plas. Zij vertelt over de dagelijkse avonturen met de geiten, de kikkers, de vogels en de holle boom waarin ze een hut maken. De volgende delen spelen in de herfst, de (schaats)winter en weer in de nieuwe lente als er een lammetje wordt geboren dat ze met een zuigfles moeten voeden omdat moeder schaap het heeft  verstoten. Maar dan zijn Fleur en Thomas inmiddels al weer een heel jaar ouder ‘ geworden en dat merk je aan alles. Ze mogen bijvoorbeeld zelf met de roeiboot naar het meer. De schrijfster laat de kinderen in deze boeken onbekommerd kind zijn en hun wereld stapje voor stapje groter en wijder worden. 

Vanaf 6 jaar

Amalia Baracs, Weleda Puur Kind, lente 2001, nr. 7

.

Kinderboekbesprekingalle titels

Kinderboekbesprekingalle auteurs

.

1771

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

 

 

 

 

 

VRIJESCHOOL – Kinderboekbespreking (15)

.

Er zijn heel veel kinderboeken.
Ze zijn en worden door allerlei recensenten besproken. Die hebben allemaal een opvatting of een boek mooi, goed, enz. is.

Er staan vaak illustraties in. Ook die worden mooi, dan wel minder mooi of zelfs lelijk gevonden. Maar hoe geldig zijn deze criteria. Smaken verschillen en als ze opvoedkundig beoordeeld worden, spelen allerlei mensbeelden, bewust of onbewust, ook hun rol.

De kinderen zelf vormen de grootste maatstaf. Als een boek telkens voorgelezen en of bekeken moet worden; als het ‘met rode oortjes’ wordt gelezen, verslonden, zelfs, dan weet je dat de schrijver of illustrator een snaar heeft weten te raken die nog lang naklinkt. Ook de kinderen hebben een smaak en het ene zal dit, het andere dat boek fijner vinden.

In de artikelenreeks ‘Kinderboekbespreking’ op deze blog zal er een aantal de revue passeren.

Een dikke vette pannekoek

Vol pure beweeglijkheid en zomerse vrolijkheid is ‘Een dikke vette pannekoek’. Het is een oude geschiedenis, opnieuw verteld en geïllustreerd door Loek Koopmans. Drie oude vrouwtjes hebben zin in pannenkoeken. Het eerste heeft alleen maar meel, het tweede alleen melk en het derde alleen een ei. Samen hebben ze alles om een dikke vette pannenkoek te bakken. Maar dan gebeurt er iets merkwaardigs: de pannenkoek springt uit de pan en rolt rolderdebolder de deur uit, het bos is. En natuurlijk rennen er al gauw allerlei dieren achteraan. Dan vèrdwijnt de pannenkoek in een gat tussen de bomen en in de handjes van drie kinderen die daar zitten te spelen! Een verhaal vol vaart en ritme waar kinderen telkens weer om zullen lachen.

 

vanaf 3 jaar

boek

Amalia Baracs, Weleda Puur Kind, lente 2001, nr. 7

.

Kinderboekbesprekingalle titels

Kinderboekbesprekingalle auteurs

.

1769

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Kinderboekbespreking (14)

.

Er zijn heel veel kinderboeken.
Ze zijn en worden door allerlei recensenten besproken. Die hebben allemaal een opvatting of een boek mooi, goed, enz. is.

Er staan vaak illustraties in. Ook die worden mooi, dan wel minder mooi of zelfs lelijk gevonden. Maar hoe geldig zijn deze criteria. Smaken verschillen en als ze opvoedkundig beoordeeld worden, spelen allerlei mensbeelden, bewust of onbewust, ook hun rol.

De kinderen zelf vormen de grootste maatstaf. Als een boek telkens voorgelezen en of bekeken moet worden; als het ‘met rode oortjes’ wordt gelezen, verslonden, zelfs, dan weet je dat de schrijver of illustrator een snaar heeft weten te raken die nog lang naklinkt. Ook de kinderen hebben een smaak en het ene zal dit, het andere dat boek fijner vinden.

In de artikelenreeks ‘Kinderboekbespreking’ op deze blog zal er een aantal de revue passeren.

 

Lammetje waar ben?

van Ruth Elsasser is voor een ‘stille genieter’ uitermate geschikt. Vanaf een jaar of twee kun je de platen bekijken en wat later ook de tekst voorlezen. Die gaat over een herdersjongetje dat een lammetje had. Omdat het zo wit was als sneeuw, noemde hij het Sneeuwwit. Op een dag is het jongetje in slaap gevallen. Als hij wakker wordt is Sneeuwwit nergens meer te bekennen. Hij vraagt aan allerlei dieren of ze zijn lammetje hebben gezien. Uiteindelijk vindt hij samen met een dwerg zijn lam terug. Hoewel het herdersjongetje erop uittrekt, spreekt uit dit boek beslist geen grote dynamiek. De prenten zijn eerder erg verstild maar ook bijzonder sfeervol. Je zou kunnen zeggen dat er meer sprake is van een voorzichtige innerlijke zoektocht, van innerlijk bewegen. Als volwassene kun je een beetje navoelen wat kleine kinderen aan deze platen beleven als je er door je oogharen naar kijkt: het jongetje is omhuld door een warme gloed maar straalt toch een zekere vrijheid uit.

v.a. 2 jaar.
.

Amalia Baracs, Weleda Puur Kind, lente 2001, nr. 7

.

Kinderboekbesprekingalle titels

Kinderboekbesprekingalle auteurs

.

1767

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – 3e klas taal

.

Dit artikel is uit 1926, uit een van de eerste brochures van de Vrije School Den Haag.

Over deze brochure                    Hier te downloaden

Ondanks het bijna 100-jarig bestaan van het artikel, heeft het aan bepaalde gezichtspunten niets aan actualiteit ingeboet.

Ik heb het in de oorspronkelijke spelling laten staan.

 

HET TAALONDERWIJS IN DE LAAGSTE KLASSE
.

door D. J. VAN BEMMELEN.

Wij leven in een tijd, waarin de taal verstard is. Door de eeuwen heen heeft de taalgenius geleefd in de menschen toen de taal nog levend, bewegelijk was. Nu is ze vastgelegd in regels en wetten, die weinig ontwikkeling meer toelaten. Met deze geworden taal van onze moderne samenleving moet de jonge levende kinderziel opgroeien. Dat dit een noodzakelijkheid is moet het kind voelen.

Leven kan het kind nog in het enkele woord met zijn klanken; klanken en geluiden spreken tot het gevoel. Dit gevoel is in de kinderen vaag en ongevormd. De vorm vindt het eerst in het gedicht of in de zang.
Het minst kan het kind zich verbinden met de bouw van de taal, de bouw van de zinnen. Het drukt zich eigenlijk het liefst uit in geluiden van blijdschap of toorn, verrukking of verdriet, niet in schoon gevormde zinnen. Toch is dit een element wat zij even-zoo leeren moeten als bijvoorbeeld rekenen.

Gewoonlijk is deze grammatica van de eigen taal een zeer dor en vervelend vak. Daar worden de kinderen, die zich eerst zoo vrij bewogen in het rythmische klankelement van de taal, gedwongen zich in het strenge keurslijf van de grammaticale regels te voegen. De kinderen verzetten zich innerlijk, wanneer zij zonder overgang in deze verstarring wordten gebracht. Het onderwijs moet die overgang vinden kunnen.

Het onderwijs dat aan de Vrije School gegeven wordt kan deze overgang vinden omdat het immer tracht aan te knoopen aan de eischen van de kinderlijke ontwikkeling.

Het kind in de eerste schooljaren leeft in een sterk beeldend en muzikaal gevoelselement. Daarin beweegt zich zijn fantasie. Daarin wil het ook leven met de opgenomen leerstof. Deze kan dan in hem doorwerken tot in het lichamelijke toe. Innerlijk past het beeldende en muzikale aan bij de groeiprocessen van dit ontwikkelingsstadium.

Daarom moet het onderwijs in de taal even beeldend of muzikaal zijn als het kunstonderwijs zelf. Is het onderwijs zoo ingericht dan is het heelemaal niet moeilijk voor de kinderen om het grammaticale in zich op te nemen. Het doodt dan niet hun taalgevoel, maar kan dit juist verrijken. De vormen zijn dan niet verstard maar kunstvol bewegelijk.

Men kan de banen waarlangs zulk onderwijs in de verschillende jaren gegeven wordt niet vinden in de gemakkelijke opvolging van de grammaticale regels zelf, maar in de opvolgende ontwikklings-momenten van het kinderwezen. Zoo is de opvolging die men in het leerplan vindt, dat door Dr. Steiner aan de Waldorf School gegeven is.

Daarin vindt men dat het onderwijs in de grammatica in het tweede leerjaar begint. Uit het vertellen en navertellen van sprookjes, natuursagen en fabels moeten langzaam aan de eerste elementen van het taalonderwijs gevonden worden: in het tweede leerjaar het werkwoord, zelfstandig naamwoord en bijvoegelijk naamwoord, in het derde leerjaar de andere woordsoorten en de beginselen van de zinsbouw.

Ik wil een voorbeeld geven uit het taalonderwijs in de derde klas van de Vrije School.

Zoowel het luisteren als het navertellen is een actieve bezigheid voor de kinderen in die jaren. De heele omgeving is voor het kind beweging en leven. Het maakt niet veel onderscheid tusschen het voorwerp en de beweging. De drager van het actieve bewegende element in de taal is het werkwoord. Het werkwoord is het eerste wat het kind kan leeren onderscheiden.

Het bewegende richt zich van het onpersoonlijke goddelijke scheppende naar het persoonlijk geschapene, dat op aarde leeft. In deze lijn moeten de kinderen in beeldvorm vinden het afdalen op de aarde, het concentreeren van de omgeving in zichzelf.

Men kan daarvoor bijvoorbeeld de volgende vorm vinden. Men schrijft alle onpersoonlijke werkwoorden in een grooten kring. Daarna alle persoonlijke werkwoorden binnen in den kring; alle werkwoorden, die betrekking hebben op de dieren, als loopen, brullen, enz. in het horizontale vlak; alle werkwoorden, die betrekking hebben op de planten, als groeien, bloeien, enz. in het verticale vlak naar boven gericht; alle werkwoorden, die betrekking hebben op de steenen, als schitteren, enz. naar beneden gericht en in het midden van het zoo ontstane kruis de werkwoorden, die zich op de menschen betrekken, b.v. spreken. Van dit beeld, dat heelemaal vanzelf ontstaat voor de kinderen, kan men nu uitgaan om de verdere woordsoorten te vinden. Het zelfstandig naamwoord, het persoonlijk voornaamwoord, het kan steeds in variaties van dit beeld worden gevonden. Wil men er nu toe overgaan ze eenige elementen van de zinsbouw te leeren, dan kan men weer van dit beeld uitgaan.

Bijvoorbeeld de kinderen zoeken de zelfstandige naamwoorden van brullen — de leeuw, van groeien — de korenaar, van schitteren -— de diamant. Zoo vinden ze het onderwerp van de zin. Dan keeren ze het beeld om, zoodat de mensch de leeuw temt, de korenaar maait, de diamant slijpt. Zoo vinden ze het voorwerp van de zin.

Op deze wijze ontrolt zich in taalbeelden de heele wordingsgeschiedenis van het komen der menschen op aarde, zonder dat dit hun abstract is gezegd. Het eind van deze ontwikkeling vinden ze in het bouwen van een huis of het maken van gebruiksvoorwerpen. Nu zijn ze aan datgene gekomen, wat geen leven meer in zich draagt.

Om nu den weg tot het menschelijke gevoel terug te vinden, moeten we nu aan dat huis b.v. weer iets van gevoelens vast kunnen knoopen. Dan komen de bijvoegelijke naamwoorden aan de beurt. De kinderen teekenen een huis en schrijven als een stralende zon de bijvoegelijke naamwoorden er om heen, n.l. hoe zij het huis beoordeelen. Het zelfstandig naamwoord stond het meest buiten hun gevoelsleven, het bijvoegelijk naamwoord knoopt het er weer aan vast.

Zoo kan men verder gaan, steeds van beeld tot beeld voortschrijdend. Dan gaat zich een taalgevoel bij de kinderen ontwikkelen, waardoor zij op levendige wijze iets kunnen opschrijven.

Natuurlijk blijft hier het dichterlijke muzikale element de beeldspraak van het grammaticale onderwerp begeleiden. Zoo kan de kunst dienstbaar gemaakt worden om de overgang naar het intellectueele onderwijs te vormen. Niet een dorre vervelende les wordt zoo’n taalles voor de kinderen, maar vroolijke levendige uren, waarin ze met heel hun ziel bij het onderwijs waren. Het woord blijft iets van zijn scheppende krachten behouden en de kinderen kunnen later de mogelijkheid vinden, iets van hun ziele- en geestelijk leven in de taal uit te drukken.

 

taal klas 3 4

.

Antroposophische paedagogie

Het kunstonderwijs op de ‘Vrije School’

Over het chemie-onderwijs in de achtste klasse

Beeld en ritme in het rekenonderwijs

Schoolfeesten

.

 

 

 

 

 

 

 

.

3e klas: alle artikelen

Nederlands: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeldalle klassen

.

1759

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

 

 

 

 

 

VRIJESCHOOL – Kinderboekbespreking (13)

.

Er zijn heel veel kinderboeken.
Ze zijn en worden door allerlei recensenten besproken. Die hebben allemaal een opvatting of een boek mooi, goed, enz. is.

Er staan vaak illustraties in. Ook die worden mooi, dan wel minder mooi of zelfs lelijk gevonden. Maar hoe geldig zijn deze criteria. Smaken verschillen en als ze opvoedkundig beoordeeld worden, spelen allerlei mensbeelden, bewust of onbewust, ook hun rol.

De kinderen zelf vormen de grootste maatstaf. Als een boek telkens voorgelezen en of bekeken moet worden; als het ‘met rode oortjes’ wordt gelezen, verslonden, zelfs, dan weet je dat de schrijver of illustrator een snaar heeft weten te raken die nog lang naklinkt. Ook de kinderen hebben een smaak en het ene zal dit, het andere dat boek fijner vinden.

In de artikelenreeks ‘Kinderboekbespreking’ op deze blog zal er een aantal de revue passeren.

NIKKIE EN SANNE GAAN NAAR DE MARKT

Satomi Ichikawa laat broer en zus Nikkie en Sanne kennis maken met de wereld om hen heen. In hun kielzog hun kleine broertje Ta-taj. Nikkie en Sanne mogen voor het eerst, alleen, naar de markt om inkopen te doen. Uiteraard valt er veel te leren: hoe alles heet: bij de groentenkraam, bij de visboer, bij de fruitkoopman, bij de mandenmaker die ook speelgoed verkoopt.
De mooi verzorgde, kleurrijke tekeningen van Harriet Laurey laten niet alleen zien wat er te koop is, maar op de bladzijde ernaast, waar alles vandaan komt.

‘Sanne mag de bloemen voor mama uitkiezen. Ze moeten een goudgeel hartje hebben, vindt Sanne. En een kransje van blaadjes eromheen. Net als de bloemen die ze zelf altijd tekent. Ze kijkt en kijkt, en kiest een grote bos margrieten. En dan vraagt ze aan de bloemenvrouw: ‘Vertel nog eens van toen u klein was?’

Opnieuw van de schrijfster een boek dat je vele fijne uren! zal geven met het kind aan wie je voorleest of vertelt.

3-8 jr

Boek: Bij de uitgever uitverkocht, maar de moeite waard om er de 2e-hands markt voor af te struinen. Soms, zoals nu: 26-12-18, staat het te koop.

 

.
Pieter HA Witvliet

.

Kinderboekbesprekingalle titels

Kinderboekbesprekingalle auteurs

.

1688

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

VRIJESCHOOL – Kinderboekbespreking (12)

.

Er zijn heel veel kinderboeken.
Ze zijn en worden door allerlei recensenten besproken. Die hebben allemaal een opvatting of een boek mooi, goed, enz. is.

Er staan vaak illustraties in. Ook die worden mooi, dan wel minder mooi of zelfs lelijk gevonden. Maar hoe geldig zijn deze criteria. Smaken verschillen en als ze opvoedkundig beoordeeld worden, spelen allerlei mensbeelden, bewust of onbewust, ook hun rol.

De kinderen zelf vormen de grootste maatstaf. Als een boek telkens voorgelezen en of bekeken moet worden; als het ‘met rode oortjes’ wordt gelezen, verslonden, zelfs, dan weet je dat de schrijver of illustrator een snaar heeft weten te raken die nog lang naklinkt. Ook de kinderen hebben een smaak en het ene zal dit, het andere dat boek fijner vinden.

In de artikelenreeks ‘Kinderboekbespreking’ op deze blog zal er een aantal de revue passeren.

NIKKIE EN SANNE                                                              EN DE JAARKLOK

Satomi Ichikawa laat broer en zus Nikkie en Sanne kennis maken met de wereld om hen heen. In hun kielzog hun kleine broertje Ta-taj. ‘De jaarklok’ leidt hen door de seizoenen. In elk jaargetijde valt van alles te beleven. En de kinderen die het wordt voorgelezen of de kinderen die het zelf lezen, zullen veel leren van wat er allemaal gebeurt en benoemd wordt. Hoe herkenbaar is de voor de kinderen van die leeftijd de tekst.
In de lente zie je de jonge egeltjes, met Pasen schilder je eieren; de bloemen zijn er om bloemenkransen te maken; de zomer is warm en het bad brengt verkoeling
Af en toe met een leuk gedichtje:

Haastig likken, haastig slikken, want owee,
zonnestralen likken altijd van je ijsje mee …
Haastig klimmen, haastig plukken, want jawel,
alle kersen springen bijna uit hun kersevel!

In de herfst met je laarzen door de bladeeren die je in de tuin kan opvegen; de winter met sneeuw- en ijspret en Kerstmis tot besluit:

De kerstboom staat te pralen
met alle lichtjes aan.

Nog even, en de jaarklok
begint van voorafaan

De verzorgde, lieve, kleurrijke tekeningen van Harriet Laurey maken het iedere keer weer tot een feest om er in te lezen of te bladeren.

3-8jr

Boek  Helaas niet meer leverbaar; maar de moeite waard om er de 2e-hands markt voor af te struinen.

.
Pieter HA Witvliet

.

Kinderboekbesprekingalle titels

Kinderboekbesprekingalle auteurs

.

1679