Categorie archief: vrijeschool pedagogie

VRIJESCHOOL – Opvoeding door menskunde

.

In ‘Die Drei’ van september 2019 schrijft auteur Christoph Hueck* een artikel met bijna dezelfde titel als de pedagogische voordrachtenreeks GA 302A
Een deel van de voordrachten hierin gaan over de ‘meditatieve doorwerking’ van hetgeen Steiner over de wordende mens opmerkt.

De ondertitel van Huecks artikel luidt:

Stappen in de richting van een zintuigelijke – bovenzintuigelijke waarneming van jongere en oudere kinderen.

Rudolf Steiner wilde een onderwijs stimuleren dat “gebaseerd is op echte kennis van de menselijke natuur”. Zijn fundamentele idee voor het Waldorfonderwijs is: alleen wanneer men weet hoe kinderen en jongeren zich ontwikkelen, kan men op een gezonde manier onderwijs geven. Elke levensfase vereist volgens Steiner een “volledig andere” opvoeding, die gebaseerd moet zijn op een diepgaand begrip van de ontwikkeling van het kind:

“Wij moeten het wezen van het kind voor ieder afzonderlijk jaar, ja, zelfs voor iedere afzonderlijke week in onze eigen ziel tot leven laten komen. Daar moet de spirituele grondslag liggen voor de pedagogie..”
GA 305/21
Vertaald/ 24

Kleuterschool en basisschool moeten niet gericht zijn op extern meetbare verwerving van vaardigheden of op leerresultaten op korte termijn, zoals tegenwoordig overal in het staatsonderwijs wordt geëist en toegepast, maar moeten ontwikkelingsgericht zijn, zodat ze een heilzaam effect kunnen hebben gedurende het hele leven.

Wanneer men in de verbeeldingswereld en gevoelens van een kind datgene introduceert wat aansluit bij de ontwikkelingsrichting in een bepaalde levensfase, versterkt men de hele persoon in ontwikkeling, zodat deze versterking een bron van energie blijft gedurende zijn of haar hele leven. Als men daarentegen tegen de ontwikkelingsrichting in een bepaalde levensfase ingaat, verzwakt men de persoon.
GA 24/88
Op deze blog vertaald/5e alinea

Uit deze intuïtief begrijpelijke onderwijsregel vloeit wellicht de belangrijkste vraag van het Waldorfonderwijs voort: hoe kunnen we de ‘ontwikkelingskrachten’ herkennen die in verschillende levensfasen werkzaam zijn?
De gangbare opvatting van de mens als een genetisch geprogrammeerd biologisch lichaam waarin een min of meer intelligent bewustzijn zich ontwikkelt door externe socialisatie, gaat niet diep genoeg om de werkelijke ontwikkelingsprocessen te begrijpen.
In het bijzonder moet, volgens Steiner, het verband tussen fysiologische en psychologische ontwikkeling worden gezien. De psychologie onderzoekt de oorsprong van ideeën, de fysiologie de menselijke groei, “maar dat deze twee dingen, groei en ideeën, iets met elkaar te maken hebben, nauw met elkaar verbonden zijn, daar weten we helemaal niets van.”
GA 304A/75
Op deze blog vertaald: Blz. 75

De wetenschap heeft niet de macht om door te dringen tot dat domein van de mens dat het fysieke met het spirituele verbindt. “Het leidt er simpelweg toe dat we ons bekwamen tot een nauwkeurigere, een intensievere waarnemingskunst van het wezen mens. Neem gewoonweg intensiever waar. “
GA  301/18
Op deze blog vertaald/18

Dit vereist de gebruikelijke studie van de antroposofische antropologie, zoals die traditioneel wordt beoefend in Waldorflerarenopleidingen. Het is echter lang niet voldoende om alleen maar theoretische kennis van verschillende ‘onderdelen’ van de mens en hun ontwikkelingswetten op te doen. Wie Waldorf-onderwijs studeert, moet ook begeleid worden naar een ervaring van de verschillende krachten in de mens, waartoe Rudolf Steiner aanmoedigde, door middel van kunstzinnig werk: door boetseren voor de levenskrachten (‘etherlijf’), door muziek voor de ziel (‘astraallijf’) en door taal voor het spirituele (‘Ik’).
GA 310/voordracht 8
Vertaald

Vgl. Armin Husemann: ›Menschenwissenschaft durch Kunst: Die plastisch­musikalisch-­sprachliche Menschenkunde. Einführung – Quellentexte – Dokumentation,Stuttgart 2007

Er moet naar gestreefd worden, geleerd en geoefend om tot een waar begrip te komen van de diepere ontwikkelingskrachten, niet door speculatie, maar door ervaring, zodat opvoeders en leerkrachten [in de] kinderen en jongeren “echt leren lezen”.
GA 307/voordracht 6
Vertaald

Zoals Steiner op een gegeven moment ook zegt:

Wanneer we zeggen: De mens bestaat uit het fysieke lichaam, bestaat hij ook uit het etherlijf – dan betekent dit: Je moet leren observeren […] hoe de fysieke ontwikkeling […] zich ontvouwt tot het zevende jaar, […] hoe het een spiritueel-psychologische aangelegenheid is, en hoe dit spiritueel-psychische aspect, of men het nu het etherisch lichaam noemt of hoe men het ook wil noemen, werkt binnen het fysieke lichaam.
GA 301/24
Op deze blog vertaald/24

Waldorfpedagogie vereist daarom, wil ze serieus genomen worden, de ontwikkeling van nieuwe cognitieve vermogens. Het is niet voldoende om bij conventionele cognitie te blijven, dat wil zeggen, om externe waarnemingen te verklaren door middel van min of meer abstracte gedachten. Men moet tot een ‘zintuiglijk-bovenzintuiglijk’ inzicht* komen in de krachten die werkzaam zijn in het kind en de adolescent: ‘Als we deze kennis niet in het dagelijks leven hebben opgedaan via ons wetenschappelijk onderwijs, dan moeten we die ontwikkelen.’
GA 305/16
Vertaald/ 19

*Deze uitdrukking, die Goethe gebruikte voor het kennen van het
planttype, beschrijft een bijzondere vorm van interpretatieve intuïtie waarin externe waarnemingen en interne bewegingen zich verstrengelen tot een levende eenheid die subject en object verbindt.

Als opvoeders en leerkrachten niet daadwerkelijk leren ‘zien’ welke krachten werkzaam zijn in het kind en de adolescent, dreigt de Waldorfpedagogie haar levensader en innerlijke vuur te verliezen en – voor zover ze nog enigszins georiënteerd is op Steiners antroposofie – star te worden in dogma en traditie.

Richting gevende begrippen

Je ziet niets in een persoon als je niet hebt geleerd je mentale en emotionele blik op de juiste manier af te stemmen op wat overeenkomt met denken, voelen en willen. Deze oriëntatie van de blik is wat Waldorf-leerkrachten zouden moeten cultiveren. Want allereerst moeten leerkrachten begrijpen hoe kinderen in elkaar zitten, dan kunnen ze de juiste houding ontwikkelen, en alleen vanuit de juiste houding kan echt onderwijs ontstaan.
GA 305/55
Vertaald/ 59-60

Opvoeders en leerkrachten dienen daarom getraind te worden in en voortdurend te oefenen met het op passende wijze toepassen van antroposofisch-menskundige begrippen bij het observeren van de ontwikkeling van kinderen en adolescenten.*

*Dergelijke observaties zijn mogelijk via stages of als privéopdrachten. Het is belangrijk dat de praktische observaties gekoppeld worden aan specifieke onderzoeksvragen binnen de humane wetenschappen en dat daarop gereflecteerd wordt.

Helder, maar flexibel denken

Om de ontwikkeling van een kind te begrijpen, is flexibel denken nodig. In werkelijkheid zijn dingen immers niet scherp van elkaar afgebakend en kunnen ze daarom niet met definities worden gevat. Definities zijn voor het intellect, niet voor intuïtie, en nog minder voor de praktijk. Aan de hand van het voorbeeld van de drievoudige aard van het lichaam legde Steiner uit wat hij bedoelde met flexibel denken.
Het menselijk organisme kan worden verdeeld in het zenuwstelsel (“hoofd”), het ritmische systeem (“borst”) en het metabole systeem (“ledematen”). Het hoofd is weliswaar “primair” het hoofd, maar de sensorische en nerveuze activiteit ervan strekt zich uit tot de rest van het lichaam. In dit opzicht is het ook een “hoofd”, maar niet primair. Hetzelfde geldt voor de ritmische processen (ademhaling en polsslag) en de metabole processen die de bewegingen van de ledematen mogelijk maken. Ook de hersenen hebben ritmische en metabole processen. Deze drie systemen zijn van elkaar te onderscheiden, maar in werkelijkheid vloeien ze in elkaar over.
De leraren van de toekomst moeten vooral dit innerlijk dynamische, dit niet-schematische denken in zich opnemen. Want alleen op deze manier […] kunnen ze de werkelijkheid met hun ziel benaderen. […] Men moet de voorkeur overwinnen, die men in het heden steeds meer heeft ontwikkeld, om zich bij de beschouwing van wetenschappelijke zaken vast te klampen aan de details van het leven, […] en men moet tot een verbinding komen tussen de details van het leven en de grote levensvragen.
GA 296/73
Opvoeden en onderwijzen als sociale opgave //

Dit betekent echter niet dat dit ‘onschematische’ denken onduidelijk hoeft te zijn. Duidelijk onderscheid is absoluut essentieel: “Dingen zijn zeker niet strikt van elkaar gescheiden, maar als men iets ordelijks wil herkennen, vooral voor het dagelijks leven, dan moet men de dingen correct scheiden.”
GA 301/207
Op deze blog vertaald/207

Flexibel denken betekent beide: in staat zijn duidelijk te scheiden en vervolgens weer te verbinden.

Dit soort denken maakt een menskunde mogelijk die zulke vloeiende, levendige ideeën bevat dat de opvoeder ze kan vertalen naar een praktisch begrip van de individualiteit van elk kind. En pas voor degenen die hiertoe in staat zijn, krijgt de eis om op te voeden en te onderwijzen in overeenstemming met de individualiteit van het kind, praktische betekenis.
GA 24/269
Niet vertaald

Zulk ‘levend’ denken wordt het best beoefend door de studie van Rudolf Steiners geschriften, omdat zijn teksten en lezingen zo geschreven zijn dat ze juist dit soort denken vereisen en bevorderen. Opleidingen voor Waldorfleraren zouden daarom absoluut met Steiners originele teksten moeten werken.

Creatieve cognitie

Antroposofische concepten wijzen op een realiteit die pas werkelijkheid wordt voor degene die haar door middel van deze concepten begrijpt. Het is dus niet helemaal juist om van een vrolijk kind met roze wangen te zeggen: “er is een sterk en gezond etherlijf in werkzaam”, als men dit versterkende en helende effect niet tegelijkertijd ook in zichzelf ervaart. Men moet in staat zijn om met de eigen vrije etherische krachten datgene te herbeleven wat fysiek in het kind is gebonden. Door het te ervaren, weet men waar men het over heeft. Men hoeft zich alleen maar te realiseren dat de “bovenzintuiglijke” realiteit waarover de antroposofie spreekt, niet buiten het eigen wezen bestaat, maar dat men zelf doordrongen is van die realiteit. In deze realiteit heersen andere relaties tussen subject en object dan in de externe realiteit. Ten opzichte van de fysieke realiteit kan men zich min of meer passief gedragen; voor het begrijpen van de “bovenzintuiglijke” realiteit moet men actief deelnemen.

‘Wat men weet over de mens moet, althans tot op zekere hoogte, ervaren worden als het creatieve aspect van het eigen wezen; men moet het aanvoelen als een kennende activiteit binnen de eigen wil. […] Kennis van de mens als fundament van de pedagogie moet tot leven komen wanneer je het in je opneemt.
GA 36/288
Vertaald in: Pedagogie, kunst en moraliteit

Rudolf Steiner zei op soortgelijke wijze tegen de leraren van de eerste Waldorfschool:

Wanneer u een goed ontwikkeld, door uw wil en gemoed gedragen inzicht hebt in het wezen van de wordende mens, dan zult u ook een goed leraar en opvoeder zijn. U zult een zeker pedagogisch instinct krijgen waaruit u deze door de wil gedragen kennis van het wordende kind kunt toepassen op de verschillende gebieden.
Maar deze kennis moet dan ook reëel zijn, dat wil zeggen gestoeld
op werkelijke feitenkennis.
GA 293/133
Vertaald/129
Zie Algemene menskunde [9-1]

Met voldoende aandacht en innerlijke gevoeligheid kan men de inhoud van het antroposofische begrip van de menselijke natuur direct en betrouwbaar ervaren. Als men weet waar men op moet letten, is men zijn eigen beste expert op het gebied van de menselijke natuur. Het diverse artistieke werk dat deel uitmaakt van de traditionele opleiding van Waldorfleerkrachten en -pedagogen bevordert de noodzakelijke innerlijke flexibiliteit en gevoeligheid, maar de innerlijke ervaringen die men door kunstzinnige activiteit kan opdoen, moeten ook bewust worden waargenomen en systematisch en praktisch worden verbonden met de concepten van de menselijke natuur. Dit soort creatief en ervaringsgericht begrip van de menselijke natuur moet aan het werk zijn bij de observatie van kinderen en jongeren. De observatie is dan niet afstandelijk en registreert niet alleen wat intellectueel wordt waargenomen, maar omvat ook de gevoelens en de wil van de opvoeders. Aan de hand van het voorbeeld van de “etherische krachten” die het lichaam (hier: de tanden) en de ideeën vormen, legde Steiner uit:

Nu is het niet zo, dat je aan die abstracte basisregel wel zo ongeveer genoeg hebt: dezelfde krachten die bij het voorstellen een rol spelen, werken aan het ontstaan van de tanden. Echter, wanneer je dat weet, dan kijk je toch heel anders naar het kind en vooral, je neemt het niet alleen anders waar met je intellect, maar met je gevoel, gevoelsmatig, met al je wilsimpulsen sta je op een andere manier t.o.v. het kind.
GA 301/21
Op deze blog vertaald/21

Steiner noemde deze manier van kijken naar dingen vaak ‘kunstzinnig’:

Wie de essentie van de ziel wil begrijpen, moet de wetmatige orde doordringen met kunstzinnige, creatieve kracht in de kennis. De kenner moet een artistiek waarnemend persoon worden als hij het psychische wil vatten. […] Zonder de deelname van innerlijk, persoonlijk, creatief begrip kan het psychische niet gekend worden. Men deinst terug voor deze deelname omdat men gelooft dat men daardoor […] vervalt in de persoonlijke willekeur van het oordeel. En inderdaad, men vervalt in deze willekeur als men geen innerlijke objectiviteit verwerft door zorgvuldige zelfstudie.
GA 24/269
Niet vertaald

Zorgvuldige observatie en vergelijking

Om een ​​dergelijke innerlijke objectiviteit te verwerven, moet men door oefening een nauwkeurig en vergelijkend observatievermogen ontwikkelen – een realiteitsgerichte waarneming die reële indrukken met elkaar vergelijkt

U zult het geestelijke in de wereld pas begrijpen wanneer u realiteiten met elkaar vergelijkt. [ ] Dit zal voor de toekomst van de mensheid onvoorstelbaar
noodzakelijk zijn, dat de mensen zich ertoe zetten de realiteit, de
werkelijkheid op te zoeken. Men denkt tegenwoordig bijna alleen
nog maar in woorden, niet in werkelijkheid.
GA 293/118
Vertaald/116
Zie Algemene menskunde [7-1]

Als we bijvoorbeeld een vijfjarig kind beschouwen, zijn de ontwikkelingskrachten waar Steiner naar verwijst – de wisselwerking tussen lichaam, ziel en geest – slechts in zeer vage termen waarneembaar.

Maar als we de fysieke vorm, bewegingen, gelaatsuitdrukkingen en gebaren, taal- en emotionele expressies, sociaal gedrag en cognitieve vaardigheden van dit kind vergelijken met die van een tweejarige, een negenjarige en een vijftienjarige, en antroposofische concepten van menselijke ontwikkeling gebruiken om deze observaties te verhelderen, dan worden de innerlijke ontwikkeling en de regelmaat ervan plotseling tastbaar.

Voor het jonge kind vóór de tandwisseling, zei Steiner, moet men het “wonderbaarlijke fenomeen” observeren van “hoe de fysionomie zich maand na maand, jaar na jaar openbaart”, en hoe het vooral in de ontwikkeling van de gebaren van het kind duidelijk wordt dat een innerlijk, spiritueel-psychologisch aspect zich fysiek steeds duidelijker uitdrukt. Door dergelijke observatie, die herhaaldelijk moet worden geoefend, verwerft men een ‘fijner psychisch zintuiglijk organisme’, waardoor men vervolgens bij een kind tussen de zeven en veertien jaar oud ‘via een innerlijke structuur die werkt als een psychisch oog’ kan zien ‘hoe het zijn lichaam nu op een meer geheime manier verder ontwikkelt’.
GA  237/207
Vertaald

Als men dit fijne inzicht in de werking van een spiritueel-psychologisch aspect in de fysieke ontwikkeling van het kind ontwikkelt, kan men ook herkennen hoe na de puberteit een spiritueel-psychologisch aspect zich weer van het lichaam bevrijdt:

‘Als we een nauwkeuriger inzicht krijgen in de eerste twee levensfasen, zal wat iemand na de puberteit werkelijk blijkt te zijn als een tweede persoon verschijnen. Het zal dan zelfs zichtbaar zijn door de fysieke persoon zoals die voor ons staat; en wat naar buitenkomt als vlegelgedrag, maar ook in veel schoonheid, verschijnt als een tweede, wolkachtige persoon in de mens. […] Hij is degene die in het vorige aardse leven leefde en die zich nu, in de schaduw, in het huidige aardse leven een plaats inneemt.
GA 237/210
Vertaald 

Door middel van zo’n verfijnde observatie wordt het mogelijk om de mens dieper te begrijpen in zijn spirituele en mentale aard en in zijn ontwikkeling. Steiner daarentegen hekelde de abstractheid en passiviteit van extern gestuurd denken, waardoor “mensen elkaar voorbijgaan”:

Onze beschaving is volledig abstract geworden!
In ons gewone bewustzijn kunnen we alleen maar denken aan, en eigenlijk alleen maar denken aan, wat ons is opgedrongen. We komen niet eens meer tot zulke subtiele waarnemingen als ik zojuist heb beschreven. Daarom lopen mensen elkaar tegenwoordig voorbij. Mensen leren veel over dieren, planten en mineralen, maar ze leren absoluut niets over de subtiliteiten van de menselijke ontwikkeling. Dit hele innerlijke leven moet intiemer worden, innerlijk verfijnder, delicater, dan zullen we weer iets van dit leven zien. En dan, dan zullen we vanuit de menselijke ontwikkeling zelf naar het vooraardse leven kijken.
GA  237/207
Vertaald

Het is een duurzaam effectieve training voor Waldorfpedagogen om jongeren van dichtbij en op een diepgaand antroposofische manier vanuit een breed scala aan perspectieven te observeren. De betrokkenheid bij de antroposofische antropologie door middel van studie en de fantasierijke, ‘artistieke’ observatie van kinderen en jongeren kan – en moet – worden verdiept door meditatie. Men kan individuele antroposofische concepten visualiseren of overeenkomstige beelden kiezen die Steiner in zijn lezingen gebruikte, deze symbolen een tijdlang innerlijk in het centrum van de aandacht houden en ernaar streven ze zo intens mogelijk te ervaren. Bovenal hangt het af van de bewuste activiteit van meditatie, waardoor innerlijke krachten worden geactiveerd die sluimerend blijven bij puur intellectueel begrip, evenals van de concentratie.

Dit opent de deur naar de mogelijkheid om je Ik op een compleet andere manier te activeren dan je normaal gesproken in het leven doet. Wat voor een zwakke activiteit verrichten we eigenlijk bij gewoon intellectueel denken!
Dat is de grootste zwakte van de mensheid: intellectueel actief zijn. Daarbij sleept men slechts het ene concept na het andere met zich mee.

Maar als je het kind observeert zoals ik zojuist heb beschreven, mediteer je op een manier waarbij je Ik-organisatie volledig betrokken is. Dit is iets waar we in onze toekomstige pedagogiek ook rekening mee moeten houden.
GA 316/152 
Niet vertaald

Meditatie leidt tot een diepgaande, ervaringsgerichte verdieping van de kennis over de menselijke natuur. Het wordt met name effectief door herhaling. Men zal dan steeds duidelijker ervaren dat het kind of de adolescent zichtbaar wordt, alsof door de geest, dat men in hen – op ieders individuele manier – de ideeën over de menselijke natuur kan zien, zoals Goethe zei, “als met ogen”. En dit soort zien is pedagogisch zeer vruchtbaar. Hieruit kunnen steeds helderdere pedagogische inzichten voortvloeien.

De overwegingen die een humanistische pedagogie maakt […] zijn er allemaal op gericht om de mens intiemer te leren kennen. Maar wanneer je vervolgens door middel van meditatie over deze dingen reflecteert, kun je niet anders dan ze in je laten doorwerken. […] Wanneer je antroposofie bestudeert […], ervaar je dit aanvankelijk bewust; wanneer je er daarna over mediteert, vindt er een innerlijk spiritueel-psychologisch verwerkingsproces in je plaats, en dit maakt je tot een opvoeder en leraar. […] Zulke overwegingen, […] wanneer we ze steeds weer in onszelf wakker maken, wanneer we er zelfs maar vijf minuten per dag naar terugkeren, zetten al het innerlijke zielsleven in beweging. We worden innerlijk zo vruchtbaar in gedachten en gevoelens dat alles er gewoon uit borrelt. ’s Avonds mediteer je over de menselijke natuur, en ’s ochtends stroomt het er allemaal uit: “Ja, met Hans Müller moet je nu dit of dat doen – of: Dit meisje mist dit en dat, enzovoort. Kortom, je weet wat je in het specifieke geval moet toepassen.”
GA 302A/51
Vertaald

Studenten in Waldorflerarenopleidingen zouden daarom ook kennis moeten maken met meditatiemethoden om hun begrip van de menselijke natuur te verdiepen. Meditatie wordt nog steeds vaak beschouwd als een persoonlijke aangelegenheid voor de ‘stille kamer’. Dat hoeft echter niet zo te blijven, zoals vele artikelen in dit tijdschrift de afgelopen jaren hebben aangetoond.

Zie www.anthroposophische­ meditation.org

Waldorfonderwijs is dus niet gebaseerd op een programma, maar op directe, dagelijkse praktijk, op directe interactie met het kind en zijn natuur.
GA 304A/95
Op deze blog vertaald/95

Volgens Steiner moet wat leraren en opvoeders doen, “in elk moment van hun werk opnieuw geboren worden vanuit een levend begrip van de zich ontwikkelende mens.”
GA 24/86
Op deze blog vertaald/3e alinea

Waldorfonderwijs gaat niet over het implementeren van een pedagogisch systeem, maar over het ontwaken tot een diepere, menselijkere, waarderende werkelijkheid en het vormgeven ervan vanuit een voortdurend vernieuwende creatieve kracht.

Vrijeschoolpedagogie is helemaal geen pedagogisch systeem, maar een kunst om dat wat in de mens leeft te wekken. In feite wil de vrijeschoolpedagogie helemaal niet opvoeden, maar wekken. Want in deze tijd gaat het om wekken. Eerst moeten de leraren worden gewekt, daarna moeten de leraren de kinderen en
de jonge mensen wekken
GA 217/36
Vertaald/38

*Dr. Christoph Hueck, geboren in 1961, bioloog, voormalig Waldorfleraar, docent antroposofie, Waldorfpedagogie en antroposofische meditatie. Medeoprichter van de Akanthos Academie voor antroposofisch onderzoek en ontwikkeling in Stuttgart. 

.

Algemene menskunde: alle artikelen

Menskunde en pedagogie: alle artikelen

Opvoedingsvragen: alle artikelen

Vrijeschool in beeld: alle beelden

.

3538-3324

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over pedagogie(k) GA 300A – Vergadering 22 september 1920

.

Zie ‘het woord vooraf

Bij de gegeven antwoorden is in het Duits telkens de naam van Steiner gegeven. Ik heb dat niet gedaan, zolang er geen verwarring kan ontstaan. De voetnoten die in de uitgave op aparte bladzijden staan, v.a. blz. 300, heb ik direct bij het verwijzende woord toegevoegd.

In deze vergadering gaat het over:

Positie van Steiner als esotericus binnen het lerarencollege  <1> <1A>
Hoe om te gaan met de overheid <2>
Over het leerplan van klas 9 <3>
Over reciteren; beweegbaar speelgoed <4>
Aanstellen nieuwe collega’s; criteria <5>
Vrij godsdienstonderwijs klas 7 – 9  <6>
Over verschillende kinderen met problemen  <7>
Wereldschoolvereniging; hoe en door wie op te richten; allerlei problemen <8>

.

RUDOLF STEINER

Konferenzen mit den Lehrern der Freien Waldorfschule in Stuttgart 1919 bis 1924

Erster Band Das erste und zweite Schuljahr

Vergaderingen met de leerkrachten van de vrije Waldorfschool in Stuttgart

Band 1 Het eerste en tweede schooljaar

Van de vergaderingen die de leerkrachten van de eerste vrijeschool in Stuttgart hielden, zijn verslagen bewaard gebleven van díe vergaderingen waarbij Rudolf Steiner aanwezig was.

GA 300A

Blz. 214

Vergadering van woensdag 22 september 1920, 20-0.15u

Dr. Steiner: Meine lieben Freunde! Ich muß einige Worte voranschicken, bevor wir in die Einzelheiten der Verhandlung eintreten, da wir am Beginne eines Schuljahres stehen und einige Dinge kurz geklärt sein müssen.
Es ist gesprochen worden auch von meiner
eigenen Stellung im Lehrerkollegium. Ich will heute zunächst nicht vom Äußeren dieser Stellung sprechen, nur vom Inneren. Das scheint mir doch angemessen zu sein am heutigen Abend, weil auch diese innerliche Stellung wenigstens zwischen den Zeilen berührt worden ist.
Ich möchte in den Dingen, die sich auf unsere geistige Bewegung

beziehen — und die Ordnung der Waldorfschule, insofern sie geistige
Angelegenheiten sind, insofern sie pädagogisch-didaktisch von der
Lehrerkonferenz zu behandelnde Fragen sind, gehören in unsere
anthroposophische Bewegung hinein —, in allen solchen Fragen
fühle ich mich, meine lieben Freunde, und werde mich nie anders
fühlen können denn als Esoteriker den Freunden gegenüber. Und da
ist es heute nötig, einiges zu sagen, das Sie nur zu spezialisieren
brauchen auf die besondere Lage der Waldorfschule, über die Auffassung der Stellung des Esoterikers, die dieser selbst von sich hat.

<1> Beste vrienden! Ik moet eerst een paar woorden vooraf zeggen, voordat we naar de details van de bespreking gaan, omdat we aan het begin van een nieuw schooljaar staan ​​en bepaalde zaken kort verduidelijkt moeten worden.
Mijn eigen positie binnen het docententeam is ook ter sprake gekomen. Vandaag wil ik het niet hebben over de externe aspecten van deze positie, maar alleen over de interne. Dit lijkt me vanavond op zijn plaats, omdat ook deze interne positie, ondersteund tussen de regels door, is aangestipt. In zaken die betrekking hebben op onze spirituele beweging – en de organisatie van de Waldorfschool, voor zover het een spirituele kwestie is, voor zover het pedagogische en didactische kwesties betreft die door de lerarenconferentie moeten worden besproken, behoren tot onze antroposofische beweging – in al deze zaken, beste vrienden, voel ik me, en zal ik me nooit anders kunnen voelen dan als een esotericus ten opzichte van mijn vrienden. En daarom is het vandaag nodig om een ​​paar dingen te zeggen, die alleen relevant zijn voor de specifieke situatie van de Waldorfschool, over de eigen perceptie van de esotericus van zijn positie.

Natürlich rechnet man als jemand, der aus den geistigen Welten heraus Dinge an seine Mitmenschen bringen will, darauf, daß diese Dinge in einer gewissen Weise, vielleicht zwar nicht auf Autorität hin, aber auf das Gefühl hin angenommen werden: daß Forschungsresultate vorliegen, die nach bestimmten Richtungen hin vielleicht nur von demjenigen, der sie in einer solchen Weise vertritt, zunächst bekanntgegeben werden können; die selbstverständlich verstanden werden können, wenn sie einmal ausgesprochen sind, die aber eben von einem oder einigen erst als ihre Forschungsresultate ausgesprochen werden müssen. Das ganze Verhältnis, in dem man solche Wahrheiten aufnimmt, ist nicht dasjenige auf Autorität hin, aber es ist ein
solches, das in einer gewissen Weise anerkennt, daß aus einer solchen
Quelle solche Dinge geschöpft werden können.
Meine lieben Freunde, es sieht manches einfach aus, was man in einer
solchen Weise zu seinen Mitmenschen spricht, wie es zu Ihnen in
diesen Tagen geschehen ist, aber es erforscht sich nicht in einfacher
Weise. Es erforscht sich gerade dasjenige, was sich auf so spezielle
Zweige der Pädagogik bezieht, eigentlich doch nur dadurch, daß man
vieles erst durchmacht, vieles durchlebt, daß man erst langjährige
Forschungswege einschlägt. Das Verstehen ist einfach und kann in

Natuurlijk verwacht iemand die spirituele inzichten wil overbrengen aan zijn medemens dat deze inzichten op een bepaalde manier worden ontvangen, misschien niet gebaseerd op autoriteit, maar op gevoel: dat er onderzoeksresultaten bestaan ​​die, in bepaalde richtingen, wellicht alleen in eerste instantie openbaar gemaakt kunnen worden door degene die ze op die manier presenteert; die natuurlijk begrepen kunnen worden zodra ze geformuleerd zijn, maar die eerst door een of meer mensen als hun onderzoeksresultaten moeten worden verwoord. De hele relatie waarin men dergelijke waarheden ontvangt, is niet gebaseerd op autoriteit, maar erkent op een bepaalde manier dat dergelijke inzichten uit een dergelijke bron kunnen voortkomen. Beste vrienden, sommige dingen lijken eenvoudig wanneer je met je medemens spreekt zoals jullie de afgelopen dagen hebben ervaren, maar ze zijn niet gemakkelijk te onderzoeken. Datgene wat betrekking heeft op dergelijke specifieke takken van de pedagogiek kan alleen echt worden onderzocht door veel dingen te doorlopen, veel dingen te ervaren en langdurige onderzoekstrajecten te volgen. Begrip is eenvoudig en kan worden bereikt in

Blz. 215

kurzer Zeit geschehen, das Erforschen ist keineswegs so einfach und
erfordert durchaus Initiationswege. Aber wenn derjenige, der solche
Forschungen mitteilt, sich an seine Mitmenschen wendet, so tut er
das auch von sich aus niemals in der Form, daß er als Autorität
sprechen möchte in dem gewöhnlichen Sinn des Wortes, wie man in
der äußeren exoterischen Welt die Autorität auffaßt.
Ich bitte, dasjenige, was ich in diesem Zusammenhang sage, durchaus
sehr ernst und exakt zu nehmen: es spricht also derjenige, der so
spricht, nicht in dem Sinne, daß das, was er sagt, auf Autorität in
dem gewöhnlichen Sinne angenommen wird. Denn, meine lieben
Freunde, dann würde es nicht wirken, nicht durch jene imponderablen Kräfte an die Mitmenschen übergehen, durch die es übergehen soll. Es muß das ganze Verhältnis ein anderes sein. Das Verhältnis muß ein solches sein, daß alles dasjenige, was gesagt wird, angenommen wird von den Hörenden auf völlig freien Willen hin, daß beim Aufnehmen gar nichts ankommen darf auf den Willen desjenigen, der spricht, sondern alles einzig und allein ankommen muß auf den Willen derjenigen, die zuhören. Das ist, so genau man es kann in der
menschlichen Sprache, ausgedrückt das Verhältnis, das bestehen muß. Man spricht sich nicht aus dem Grunde aus, weil man irgend etwas ins rechte Licht stellen will, sondern aus dem Grunde, weil darauf die ganze Wirksamkeit der Arbeit, die auf Esoterik aufgebautist, in unserer Zeit beruhen kann.

korte tijd, maar het onderzoek is geenszins zo eenvoudig en vereist zeker een inwijdingstraject. Maar wanneer iemand die dergelijk onderzoek deelt zich tot zijn medemens richt, doet hij dat nooit op een manier die suggereert dat hij spreekt als een autoriteit in de gebruikelijke zin van het woord, zoals autoriteit wordt begrepen in de externe, exoterische wereld.
Ik vraag u om wat ik in deze context zeg zeer serieus en nauwkeurig te nemen: de persoon die op deze manier spreekt, spreekt niet in de zin dat wat hij zegt wordt aanvaard als autoriteit in de gebruikelijke zin. Want, beste vrienden, dan zou het niet effectief zijn, het zou niet worden overgedragen aan medemensen via die onmeetbare krachten waardoor het bedoeld is om te worden overgedragen. De hele relatie moet anders zijn. De relatie moet zodanig zijn dat alles wat gezegd wordt, door de luisteraars volledig vrijwillig wordt ontvangen, dat bij het ontvangen ervan niets afhangt van de wil van de spreker, maar alles uitsluitend van de wil van de luisteraars. Dit, zo nauwkeurig als men het in menselijke taal kan uitdrukken, is de relatie die moet bestaan. Men spreekt zich niet uit omdat men iets in een positief daglicht wil stellen, maar omdat de volledige effectiviteit van werk dat op esoterie is gebaseerd, in onze tijd hierop kan berusten.

Wollte man in unserer Zeit etwas auf autoritativen Wegen, sei es auf
autoritativen Wegen des suggestiven Wirkens oder zahlreicher anderer seelischer Machtwege, in die Welt bringen, so würde das das größte
Unheil nach und nach bedeuten. Wir sind eben in jenem Entwickelungsstadium der Menschheit, in dem es notwendig ist, daß immer mehr und mehr Freiheitsimpulse aus den dazu reifen Menschen in die Welt gesetzt werden. Wir dürfen gerade dasjenige, was die Welt aus dem Geiste heraus vorwärtsbringen will, wenn wir so arbeiten, wie Lehrer arbeiten müssen, wir dürfen das unter keinen Umständen auf ein seelisch aufgezwungenes Autoritatives aufnehmen. Alles muß aufgenommen werden ideal auf den guten Willen, auf die Einsicht des Zuhörers, daß derjenige, der spricht über die Dinge, nach dem Gefühl des Zuhörers etwas zu sagen hat. Ein anderes Verhältnis darf nicht bestehen. Jedes andere Verhältnis beeinträchtigt die Wirkung, wenn es sich darum handelt, daß auf Grundlage solcher Mitteilungen und solcher Zuhörer äußere Arbeit geleistet wird, äußere Arbeit, die dann im Zusammenwirken der Menschen geleistet werden kann. Wenn da der Geistesforscher mitwirkt, dann muß das

Als men in onze tijd zou proberen iets in de wereld te brengen door middel van autoritaire middelen, of het nu gaat om suggestie of talloze andere vormen van psychologische macht, zou dat geleidelijk aan tot de grootste ramp leiden. We bevinden ons precies in een stadium van menselijke ontwikkeling waarin het noodzakelijk is dat steeds meer impulsen van vrijheid in de wereld worden gebracht door mensen die daar rijp genoeg voor zijn. We mogen in geen geval accepteren datgene wat de wereld vanuit de geest verder wil brengen, als we zo werken als leraren moeten werken, we mogen dat niet als een psychologisch opgelegde autoritaire kracht in ons opnemen. Alles moet idealiter worden ontvangen met de goede wil, met het inzicht van de luisteraar, dat degene die over dingen spreekt iets te zeggen heeft dat aansluit bij de gevoelens van de luisteraar. Geen andere relatie is toegestaan. Elke andere relatie ondermijnt het effect wanneer het gaat om extern werk dat wordt uitgevoerd op basis van dergelijke communicatie en dergelijke luisteraars – extern werk dat vervolgens kan worden uitgevoerd door de samenwerking van mensen. Als de spirituele onderzoeker erbij betrokken is, dan moet de

Blz. 216

ganze Verhältnis auf dieses autoritativ-freie Aussprechen und freiheitliche Zuhören aufgebaut sein.
Anders dürfen auch die äußeren Verhältnisse nicht aufgebaut sein.
Daher muß es bis zum letzten i-Tüpfel so sein, daß meine Stellung zum Lehrerkollegium diejenige ist, die nicht von mir oder von irgend jemand gewollt wird gegen den Willen irgendeines Mitglieds des Lehrerkollegiums, sondern die akzeptiert wird im innersten Herzen und gewollt wird vom Lehrerkollegium in seiner Gänze. Ob so etwas durch eine äußere Wahl dokumentiert wird oder nicht, darauf kommt es nicht an. Das innere Verhältnis muß ein solches sein. Im Augenblick, wenn es nicht ein solches wäre, in diesem Augenblick würde die rechte Stellung nicht vorhanden sein. Wir müssen geradezu ein wenig wachen über dieses Verhältnis.
Es geschehen ja Gruppierungen auf diesem Felde so, daß man nicht Vereine bildet, sondern daß die Gruppierungen eben um diejenige Persönlichkeit geschehen, welche in dem angedeuteten Sinne etwas zu sagen hat, und daß gewissermaßen diejenigen, die das aufnehmen wollen, sich dann aus ihrem freien Willen heraus gruppieren. Mag nun die Außenwelt dieses oder jenes verlangen für eine solche Gruppierung, innerlich ist allein das berechtigt, was ich gesagt habe.

hele relatie gebaseerd zijn op dit vrij van autoriteit gesprokene en het luisteren in vrijheid.
De externe omstandigheden moeten op dezelfde manier gestructureerd zijn. Daarom moet het tot in de kleinste details zo zijn dat mijn standpunt ten opzichte van het docentenkorps er een is die niet door mij of door wie dan ook tegen de wil van een lid van het docentenkorps wordt gewenst, maar een die in het hart wordt aanvaard en door het docentenkorps als geheel wordt gewenst. Of dit al dan niet door een externe verkiezing wordt bevestigd, is irrelevant. De interne relatie moet zo zijn. Op het moment dat dit niet zo is, op dat moment bestaat de juiste positie niet. We moeten waakzaam zijn over deze relatie.
Op dit gebied komen er groeperingen voor, zodanig dat die geen hechte samenhang vertonen ​​rond het individu dat iets te zeggen heeft in de aangegeven zin, en dat degenen die dit willen oppakken zich vervolgens uit vrije wil groeperen. Hoewel de buitenwereld dit of dat van zo’n groep kan eisen, is intern alleen wat ik heb gezegd gerechtvaardigd.

Sie werden fühlen und empfinden, meine lieben Freunde, daß ich dadurch meine innerliche Stellung zum Lehrerkollegium charakterisieren will, daß ich Sie bitte, sie als solche aufzufassen. Darauf wird die heilwirkende Kraft in aller Zukunft beruhen müssen. In dieser Richtung müssen auch die einzelnen Dinge liegen. Sie müssen spüren, wie ich durchaus immer bestrebt bin und bestrebt sein werde, im Einklänge mit jedem einzelnen dasjenige zur Entscheidung zu bringen, was durch mich zur Entscheidung zu bringen ist, aus dem Grunde, weil der Betreffende mich um die Sache fragt, weil er aus seiner Einsicht heraus mich um die Sache fragt. Wenn Sie dies ganz durchdenken, dann werden Sie zu einer reinlichen Scheidung desjenigen kommen, was das esoterische Verhältnis zwischen uns sein muß, und was allein aus diesem esoterischen Verhältnis heraus segensreich sein kann.
Das, meine lieben Freunde, wollen wir heute zum Ausgangspunkt machen, und Sie werden vielleicht aus mancher Lebensbeobachtung heraus schon gefunden haben, daß die Dinge, die aus dem Geiste heraus geschaffen werden, doch nur dann richtig gehen, wenn ihnen eine solche Auffassung des geistigen Verhältnisses zugrunde liegt.
Trennen Sie also manches, was nun schon einmal bei einer exoterischen Einrichtung, die gegenüber der Außenwelt notwendig ist, da

Jullie zullen voelen en aanvoelen, mijn beste vrienden, dat ik mijn innerlijke houding ten opzichte van de leraren wil karakteriseren door jullie te vragen deze als zodanig te begrijpen. De helende kracht moet hier in de toekomst op gebaseerd zijn. Individuele zaken moeten ook in lijn zijn met deze richting. Jullie moeten aanvoelen hoe ik ernaar streef en altijd zal streven om, in harmonie met ieder individu, tot een besluit te komen dat via mij besloten kan worden, omdat de betreffende persoon mij ernaar vraagt, omdat hij of zij mij ernaar vraagt ​​op basis van eigen inzicht. Als jullie dit volledig overwegen, zullen jullie een duidelijk onderscheid zien tussen wat de esoterische relatie tussen ons moet zijn en wat er puur uit deze esoterische relatie nuttig kan zijn.
Dit, mijn beste vrienden, is wat we vandaag als uitgangspunt willen nemen, en jullie hebben wellicht al uit diverse levenservaringen ontdekt dat dingen die vanuit de geest ontstaan, alleen goed werken als ze gebaseerd zijn op een dergelijke opvatting van de spirituele relatie.
Scheid daarom bepaalde zaken die noodzakelijk zijn in een exoterische ordening, die inherent is aan de relatie met de buitenwereld, 

Blz. 217

sein muß, trennen Sie mancherlei, was einfach die Welt notwendig
macht, von dem, was innerlich zwischen uns sein muß: dann werden
wir am günstigsten nicht nur rationalistisch vorwärtsarbeiten, sondern spirituell arbeiten; wir werden vorwärtskommen.
Und dieses, was ich zu Ihnen sagen wollte, ist auch eine Art Inaugurierung unserer diesjährigen Arbeit; eine Inaugurierung, durch die ich ganz besonders möchte, daß auch dieses Jahr wiederum spirituelle Kräfte durch unsere Arbeit gegossen werden. Sie können davon überzeugt sein, daß ich über die ganze Arbeit und die Einzelheiten der Arbeit, die auch dieses Jahr geleistet wird, den Segen derjenigen geistigen Mächte stets herflehen werde, die unsere ganze
Bewegung tragen. Und wenn Sie auch sich bewußt sind, daß das der Fall ist, wenn Sie gewissermaßen nicht nur zusammen handeln, wenn Sie zusammen denken und empfinden und dadurch die guten geistigen Kräfte in dieses Zusammen-Denken, Zusammen-Empfinden, Zusammen-Klingen des ganzen Seelenlebens aufnehmen, dann wird unsere Arbeit auch in diesem Jahre gelingen.

en scheid bepaalde zaken die de wereld simpelweg noodzakelijk maakt van wat innerlijk tussen ons moet bestaan: dan zullen we in het gunstigste geval niet alleen rationeel, maar ook spiritueel het meest effectief vooruitgang boeken; we zullen verder komen.
En wat ik u wilde zeggen is tevens een soort inauguratie van ons werk dit jaar; een inauguratie waarbij ik in het bijzonder hoop dat dit jaar opnieuw spirituele krachten in ons werk zullen stromen. U kan er zeker van zijn dat ik altijd de zegen zal afsmeken van die spirituele krachten die onze hele beweging ondersteunen, over al het werk en de details van het werk dat dit jaar wordt gedaan. En als u zich daar ook van bewust bent, als u niet alleen samen handelt, maar ook samen denkt en voelt, en zo de goede spirituele krachten opneemt in dit krachtige denken, voelen en resoneren van ons hele zielenleven, dan zal ons werk ook dit jaar slagen. <1>

Nun können wir zu den einzelnen konkreten Punkten übergehen.

Nu kunnen we overgaan tot de concrete punten.

Wünscht jemand zur Tagesordnung etwas zu sprechen?

Wil iemand iets zeggen over de agenda?

Es wird gefragt wegen der Angelegenheit der Anerkennung der Waldorfschule
als Grundschule seitens der Behörden.

<2> Er wordt een vraag gesteld over de erkenning van de Waldorfschool als basisschool door de overheid.

Dr. Steiner: Diese Frage ist eine solche, die je nach dem Wohlwollen
dieser oder jener Schulbehörde nach der einen oder anderen Richtung gedreht werden kann. Zurecht kommen wird man nur — so daß man darin eine gewisse Sicherheit hat für den wirklichen Bestand der Schule —, wenn man irgendwie durch persönlich-gewichtige Rücksprachen verhandelt, wobei ich ausdrücklich bemerken möchte — wir müssen ganz dezidiert reden —, daß das nicht durchs
Telephon geschehen sollte; wenn man durch persönliches Auseinandersetzen mit allen jenen Betonungsmöglichkeiten der Sätze und Wörter und der Unterredung überhaupt, die vorhanden sind in einer persönlichen Aussprache, eine solche Stimmung schafft, daß dann eine gewisse Sicherheit vorhanden ist. Wir können gar nicht vermeiden, wenn wir die Sache bloß so anstreben, daß sie bürokratisch behandelt wird, daß wir nicht in der Zukunft mit derselben Sache
angerempelt werden.
Deshalb meine ich, daß es das beste wäre, wenn Herr Molt in der Sache persönlich etwas tun könnte, wenn Sie persönlich vorsprechen würden. Die Frage ist eine solche, daß man nur ruhig sein kann über

Dit is een van die vragen die op verschillende manieren geïnterpreteerd kunnen worden, afhankelijk van de welwillendheid van de betreffende overheid. Een oplossing – zodat er een zekere mate van zekerheid is voor het voortbestaan ​​van de school – kan alleen gevonden worden als er onderhandeld wordt door middel van persoonlijke en zinvolle gesprekken. Ik wil benadrukken – laten we hier heel duidelijk over zijn – dat dit niet telefonisch moet gebeuren. Een persoonlijk gesprek, met alle nuances van nadruk in zinnen en woorden, en in het gesprek zelf, schept een sfeer die een zekere mate van zekerheid bevordert. Als we de zaak simpelweg op een bureaucratische manier benaderen, kunnen we niet voorkomen dat we in de toekomst opnieuw met hetzelfde probleem worden geconfronteerd. Daarom denk ik dat het het beste zou zijn als de heer Molt persoonlijk actie zou ondernemen in deze zaak, als u persoonlijk iets zou kunnen doen, als u persoonlijk langs zou kunnen gaan.

Blz. 218

die Waldorfschule, wenn Sie selbst vorstellig würden bei irgendeiner der Persönlichkeiten, die Einfluß haben auf die Sache.
Ich bin überzeugt davon, wenn in dieser Weise irgendwelche Worte gewechselt
worden sind und man nun eine solche Spitze der Behörde dazu getrieben hat, irgend etwas, wozu sie sich bekennen muß, zu sagen, dann ist man am besten geschützt; nicht durch Akte hin und herschreiben, sondern durch so etwas. Insbesondere hier in Württemberg, wo es wirklich vielleicht möglich ist, daß man in einer solchen Sache mehr erreicht als in Preußen. In Preußen würde, nachdem der Erlaß geschickt worden ist, diese Schule in kurzer Zeit abgebaut
werden müssen.
Die Sache müßte zunächst so getrieben werden. Denn das darf nicht verkannt werden — ich hatte leider in Berlin viel zuwenig Zeit, um, wenn solche Fragen aufgerührt worden sind, die nötige Antwort zu geben —, es kommt immer wiederum vor, daß irgendwelche Schulvorsteher oder Lehrer der gewöhnlichen Schulen kommen und die Pädagogik der Waldorfschule haben wollen und fragen, wie können sie etwas tun, um ihrer Schule aufzuhelfen. Das ist der reinste Unsinn. Das erste würde darin bestehen, daß sie sich vom Staate lossagen würden, und es bezeugt solch eine Zumutung nur, wie wenig
konsequent die Leute zu denken in der Lage sind.

De kwestie is zodanig dat men alleen rustig kan blijven over de Waldorfschool, als u zelf een van de personen benadert die invloed hebben op de zaak.
Ik ben ervan overtuigd dat als er op deze manier woorden zijn gewisseld en als zo’n hooggeplaatste ambtenaar gedwongen is iets te zeggen waar hij zich aan moet binden, men zich het beste kan beschermen; niet door heen en weer te schrijven, maar door zoiets. Vooral hier in Württemberg, waar men in zo’n zaak werkelijk meer kan bereiken dan in Pruisen. In Pruisen zou deze school, na het uitvaardigen van het decreet, binnen korte tijd gesloten moeten worden. De zaak moet in eerste instantie op deze manier worden verminderd. Want dit mag niet over het hoofd worden gezien – ik had helaas veel te weinig tijd in Berlijn om het noodzakelijke antwoord te geven toen soortgelijke vragen werden gesteld – het komt steeds weer voor dat schooldirecteuren of leraren van gewone scholen komen en de pedagogiek van de Waldorfschool willen en vragen hoe ze hun school kunnen helpen. Dat is volkomen onzin. De eerste stap zou zijn dat ze de staat afzweren, en zo’n dwang toont alleen maar aan hoe weinig

rationeel de mensen in staat zijn te denken.

Es handelt sich darum, daß dasjenige, was man unsere Schulbewegung nennen könnte: die Bewegung nach einer freien Schule hin in immer mehr Köpfe hineinkommt, so daß eine wirkliche große Bewegung nach der Freiheit der Schule entsteht, als ein Teil der Dreigliederungsbewegung. Die Ausrede mit der Einheitsschule, die mögen wir als Opportunität gebrauchen; allein ich muß meinerseits gestehen, mir war immer die ausdrücklich dezidierte Definition der Einheitsschule etwas Unangenehmes — obwohl man sie aus Opportunität wählen mußte —, weil sie nicht genau betont, daß man nicht das will, was vom Staate als Einheitsschule definiert wird, daß es uns nicht so sehr ankommt auf die Einheitsschule als auf die freie Schule.
Dann wird sich das von selbst ergeben. Dasjenige, was als Einheitsschule von der jetzigen deutschen Regierung erstrebt wird, das ist das Gegenteil. Wir machen erst einen Kratzfuß vor dem, was uns ein Greuel ist, wenn wir solchen Dingen nachgeben. Man muß sich durchschlängeln; man muß sich bewußt sein, daß dies doch im Leben — nicht von innen veranlaßt, dann wäre es jesuitisch —, aber daß es von außen mit einer gewissen Reservatio mentalis gemacht wird. Man muß sich bewußt sein, nicht von innen her, von außen her, daß man nötig hat, um wenigstens das zu machen, was wir

Het punt is dat wat je onze schoolbeweging zou kunnen noemen – de beweging naar een vrije school – steeds meer terrein wint, waardoor er een werkelijk grote beweging voor schoolvrijheid ontstaat, als onderdeel van de driegeledingsbeweging. We kunnen het argument van de uniforme school als een handige maatregel gebruiken; ik moet echter bekennen dat de expliciet geformuleerde definitie van de uniforme school mij altijd enigszins tegenstond – ook al moest die om praktische redenen gekozen worden – omdat er niet duidelijk in staat dat we niet willen wat de staat definieert als een uniforme school, dat we ons niet zozeer bezighouden met de uniforme school als wel met de vrije school.
Dan valt alles op zijn plaats. Wat de huidige Duitse regering nastreeft met een uniforme school is het tegenovergestelde. We beginnen ons pas net af te keren van wat ons verwerpelijk is als we aan dergelijke zaken toegeven. Je moet je een weg erdoorheen banen; je moet je ervan bewust zijn dat dit in het leven – niet van binnenuit, want dan zou het jezuïtisch zijn – maar van buitenaf met een zekere mentale terughoudendheid gebeurt. Je moet je ervan bewust zijn, niet van binnenuit, maar van buitenaf, dat om tenminste te bereiken wat we

Blz. 219

durchbringen wollen, mit den Leuten zu reden, und ihnen innerlich eine Nase zu drehen.

willen bereiken, we met mensen moeten praten en innerlijk onze neus voor hen moeten ophalen.

Molt: Ich werde versuchen, die Sache in Ordnung zu bringen.

Molt: Ik zal proberen dit op te lossen. <2>

X. fragt nach dem Lehrplan für die 9. Klasse.

<3> X. vraagt ​​naar het leerplan voor de negende klas.

Dr. Steiner: Wir werden am besten zunächst mit diesem Lehrplan
zustande kommen — ich will ihn dann noch für morgen niederschreiben —, wenn wir ihn so feststellen, daß wir ihn aus der Kontinuität heraus definieren. Ich würde Sie also bitten, daß Sie mir angeben, was Sie mit Bezug auf all das, was man deutsche Sprache und Literatur nennen könnte, getrieben und vollendet haben.

We kunnen het beste eerst met dit leerplan aan de slag gaan – ik zal het dan voor morgen opschrijven – als we het vaststellen door het vanuit de continuïteit te definiëren. Dus ik zou u willen vragen wat u hebt bereikt en afgerond met betrekking tot alles wat onder Duitse taal en literatuur valt.

X.: Ich habe Goethe, Schiller, Herder durchgenommen, sonst weiter nichts.
Nur daß ich in die Geschichte einzelne Besprechungen wie Dantes „Göttliche
Komödie” hineingefügt habe; das Wesentliche waren Goethe, Schiller, Herder.
Im Sprachlichen Aufsätze und Versuch, orthographische Fehler von der Ausspracheseite zu behandeln. Auf das Grammatische bin ich gar nicht eingegangen.

X.: Ik heb Goethe, Schiller en Herder behandeld, verder niets. Alleen heb ik individuele besprekingen zoals Dante’s “Goddelijke Komedie” in de geschiedenis opgenomen; in essentie waren het Goethe, Schiller en Herder. Wat betreft taal, essays en een poging om spelfouten vanuit de uitspraakhoek aan te pakken. Ik ben helemaal niet op grammatica ingegaan.

Dr. Steiner: Nun würde es sich darum handeln, daß Sie in bezug auf die Literatur versuchen würden, Jean Paul zu behandeln, und zwar so, daß Sie mit den Schülern der 9. Klasse einzelne Partien der „Ästhetik oder Vorschule des Schönen” von Jean Paul durchnehmen, namentlich auch solche Partien, die dort über Humor handeln, und ohne dabei viel auf die Historie zu sehen.

De opdracht is nu om Jean Paul te behandelen in relatie tot de literatuur, met name door afzonderlijke delen van Jean Pauls “Esthetiek of voorbereidende school voor schoonheid” door te nemen met de leerlingen van de negende klas, vooral de delen die over humor gaan, en zonder daarbij veel aandacht te besteden aan de historische context.

Dann — das kann schon ein halbjähriges Pensum sein —, ohne viel auf die anderen Zusammenhänge zu sehen, dazu übergehen, mit den Schülern, es sind
immerhin schon Vierzehn-, Fünfzehnjährige, einzelne Kapitel zu lesen und zu besprechen, die in Herman Grimms Goethe-Vorlesungen stehen. Das würde in bezug auf Literatur sein.
In bezug auf das Sprachliche würde ich Ihnen empfehlen, für das erste Halbjahr weniger auf die pedantische Sprachlehre zu sehen, sondern das Gesetz der Lautverschiebung in der verschiedensten Weise mit den Schülern zu besprechen, das Grimmsche Gesetz der Lautverschiebung. Und im Aufsatz — wobei Sie alles Grammatikalische, alles Syntaktische an die Korrektur anschließend gelegentlich besprechen —, im Aufsatz würde ich empfehlen, namentlich solche Aufsätze zu versuchen, welche Themen behandeln, die geschichtlich sind, wobei die Schüler im wesentlichen das Material verarbeiten, welches Sie selbst im vorigen Jahre in der Geschichte vorgetragen haben. Da müssen Sie, bevor Sie den Aufsatz machen lassen, für die Neuen durch die Alten ein Thema mündlich behandeln lassen.

Vervolgens – dit kan een periode van zes maanden in beslag nemen – kunt u, zonder al te veel aandacht te besteden aan de andere verbanden, met de leerlingen, die immers veertien of vijftien jaar oud zijn, afzonderlijke hoofdstukken uit Hermann Grimms Goethe-colleges te lezen en te bespreken. Dat betreft dan de literatuur.
Wat betreft taal, zou ik aanraden om in de eerste helft van het jaar minder de nadruk te leggen op pedante grammatica en in plaats daarvan de wet van Grimm voor de klankverschuiving op verschillende manieren met de leerlingen te bespreken. En bij het schrijven van essays – waarbij u na de correcties alle grammaticale en syntactische aspecten bespreekt – zou ik met name aanraden om essays te schrijven over historische onderwerpen, waarbij de leerlingen in feite de stof verwerken die u vorig jaar bij geschiedenis hebt behandeld. Voordat u het essay schrijft, moet u de oudere leerlingen een onderwerp mondeling laten bespreken met de nieuwe leerlingen.

Blz. 220

Nun, die Geschichte. Was hatten Sie da durchgenommen?

Welnu, geschiedenis. Wat hebt u daar behandeld?

X.: Bis zur Reformation, die Luther-Biographie sehr genau. Dann habe ich
angeschlossen Buckles „Geschichte der Zivilisation in England” und habe versucht, Lichtblicke auf die Gegenwart zu werfen.

X.: Tot aan de Reformatie, de biografie van Luther in detail. Daarna heb ik het gecombineerd aan Buckles “Geschiedenis van de beschaving in Engeland” en schijnbaar licht te werpen op het heden.

Dr. Steiner: Jetzt würde ich empfehlen, zunächst nicht weiterzugehen, sondern die ganze Sache noch einmal durchzuarbeiten in geisteswissenschaftlicher Umarbeit, anschließend an Lecky „Geschichte der neueren Zivilisation”.

Dr. Steiner: Ik zou nu aanraden om voorlopig niet verder te gaan, maar het geheel opnieuw te nemen in een geesteswetenschappelijke benadering, aan de hand van Lecky’s “Geschiedenis van de moderne beschaving”.

X.: Ich habe jetzt im Deutschen 8. und 9. Klasse vereinigt.

X.: Ik heb nu de 8e en 9e klas Duits gecombineerd.

Dr. Steiner: Es wird dann vielleicht gut sein, wenn Sie den Herman
Grimm mit Goethe vorausschicken. Da können Sie manches von dem nachholen, was Sie mit Bezug auf Goethe, Schiller und Herder gesagt haben, so daß Sie den beiden Klassen gerecht werden, und Jean Paul für später lassen. Geschichtliches können Sie mit beiden Klassen zusammen machen. Dann würde es sich um die Geographie handeln.

Het zou dan goed zijn als je begint met Hermann Grimm en Goethe. waarin je een deel van wat u zei over Goethe, Schiller en Herder ophalen, zodat je beide klassen recht doet, en Jean Paul voor later bewaren. Je kunt de historische stof met beide klassen samen behandelen.
Dan is het tijd voor aardrijkskunde.

X.: Vorzugsweise durchgenommen ist die Eiszeit; Umlagerung von Land und
Wasser. Überhaupt viel Geologisches von dieser Zeit.

X.: De ijstijd werd voornamelijk behandeld; De herverdeling van land en water. Er is meer dan algemeen veel geologische informatie over deze periode.

Ich würde empfehlen, mit Anschluß an alles dasjenige, was man in eine solche Sache hineinbringen kann, eine vollständige Gliederung der Alpen durchzunehmen. Nördliche Kalkalpen, südliche Kalkalpen, mit allen Flußtälern, die die Grenzen bilden, die Gebirgszüge, die Gliederung, dann Landschaftliches, einiges über die geologische Beschaffenheit, angefangen von den Seealpen bis hinüber zu den österreichischen Alpen durch die ganze Schweiz hindurch. Dabei können Sie in dieser Besprechung der Alpen immer einfließen lassen, daß ja eigentlich in der Erdstruktur eine Art Kreuz vorhanden ist, auf das die äußeren Gebirgsformationen deuten. Setzen Sie die Alpen fort durch die Pyrenäen, dann durch die Karpaten, gehen Sie über durch die waldigen Gebirge, gehen Sie bis
zum Altai, so haben Sie einen ausgedehnten Ost-West-Gebirgszug, der, sich unterirdisch fortsetzend, wie ein Ring sich um die Erde schließt, der senkrecht durchkreuzt wird von der Anden-Cordilleren Richtung, die einen anderen Kreuzring bildet. Sie können zwei kreuzförmig aufeinander stehende Ringe als Struktur der Erde sehr schön den Kindern klarmachen. Sie bekommen dadurch eine Vorstellung, daß die Erde ein innerlich organisierter Körper ist. Das können Sie alles so tun, daß Sie nicht allzu kurze Zeit verwenden. Sie brauchen nicht alles, das ganze geographische Thema auf einmal zu machen.

Ik zou, in combinatie met alles wat in zo’n onderwerp aan bod kan komen, een complete classificatie van de Alpen aanbevelen. Noordelijke Kalkalpen, Zuidelijke Kalkalpen, met alle rivierdalen die de grenzen vormen, de bergketens, hun structuur, vervolgens landschapskenmerken, wat informatie over de geologische samenstelling, beginnend bij de Maritieme Alpen en doorlopend via de Oostenrijkse Alpen naar heel Zwitserland. In deze bespreking van de Alpen kun je altijd vermelden dat er eigenlijk een soort kruis in de structuur van de aarde zit, waarnaar de buitenste bergformaties wijzen. Ga verder langs de Alpen via de Pyreneeën, dan door de Karpaten, steek over door de beboste bergen en ga verder naar het Altaigebergte. Dit vormt een uitgestrekte oost-westelijke bergketen die, ondergronds doorlopend, een ring rond de aarde vormt, verticaal doorsneden door het Andesgebergte, dat een andere ring vormt. Je kunt de structuur van de aarde heel effectief aan kinderen illustreren door ze twee ringen in een kruisvorm te laten zien. Dit geeft ze het idee dat de aarde een intern georganiseerd lichaam is. Je kunt dit allemaal doen zonder al te veel tijd kwijt te zijn. Je hoeft het hele geografische onderwerp niet in één keer te behandelen.

Blz. 221

Dann Mathematik. Nicht wahr, Sie haben Gleichungen durchgenommen. Wie weit sind Sie im Potenzieren gekommen, Quadrieren, Kubieren, allgemeines Potenzieren? Haben Sie Binome und Trinome kubiert?

Dan wiskunde. U hebt vergelijkingen behandeld, toch? Hoe ver bent u al met machtsverheffing, kwadrateren, derdemachten en algemene machtsverheffing? Hebt u binomen en trinomen tot de derde macht verheven?

X.: Es wäre keine Schwierigkeit. Es lag kein Grund vor, den Binomischen
Lehrsatz durchzunehmen,  (a + b)2  , (a + b)3 ,  (a + b)4

X: Dat zou niet moeilijk zijn. Er was geen reden om de binomiaalstelling te behandelen, (a+b)² , (a+b)³, (a+b)⁴.

Dr. Steiner: In welcher Form können das die Schüler?

In welke vorm kunnen de leerlingen dit doen?

X..- Ich habe das nacheinander ausmultiplizieren lassen.

X: Ik heb ze het één voor één laten uitrekenen.

Dr. Steiner: Ich meine, wissen Ihre Schüler, daß (a+b)³
gleich ist a3 und so weiter als Formel? Können sie das? Wenn Sie es nicht als
Formel verlangt haben, dann sind Sie noch nicht übergegangen zum
Potenzieren von Zahlen, dann haben Sie nicht ausführen lassen nach
der Formel 355³ of 355². So würde ich diesen Zweig fortsetzen, indem ich das Potenzieren und Kubieren treibe für Zahlen, von der
Formel ausgehend; das Radizieren, auch das Ziehen der dritten Wurzel.

Ik bedoel, weten uw leerlingen dat (a+b)³ gelijk is aan a³ enzovoort als een formule? Kunnen ze dat? Als u ze niet hebt gevraagd het als een formule uit te schrijven, dan bent u nog niet verdergegaan met machtsverheffing, en dan hebt u ze nog niet 355³ of 355² volgens de formule laten uitrekenen. Dus ik zou deze tak voortzetten, door machtsverheffing en derdemachtsverheffing te oefenen met getallen, beginnend bij de formule; wortels trekken, inclusief derdemachtswortels.

X..: Ich habe es nicht für wichtig gehalten.

X..: Ik vond het niet belangrijk.

Dr. Steiner: Bei diesen Dingen kommt es nicht darauf an, daß man die Dinge so macht, wie man es später braucht, sondern daß man gewisse Formen des Denkens übt. Die Formen des Denkens, die man beim Kubieren, Quadrieren, beim Ziehen der Wurzeln übt, dieses eigentümliche, daß man gewissermaßen abstrahiert von der Konkretheit der Zahlen und die Zahlen zusammenfügt, in anderer Weise gruppiert, das führt so tief hinein in das ganze Gefüge der Zahlen, ist denkerisch so bildend, daß man es tun müßte.
Dann würden praktische Rechnungen notwendig sein. Ich würde es doch sehr richtig finden, wenn man mit den Schülern solche Dinge rechnen würde wie zum Beispiel praktische Inhaltsberechnungen, was ja durchaus auf Ihre Voraussetzungen ginge. Ich will sagen: wenn eine Wasserkanne zylindrisch-kegelförmig* ist, enthält sie ein gewisses Quantum Wasser. Wie groß ist das Quantum Wasser, wenn der Boden einen Durchmesser hat, der die Hälfte ist des Durchmessers der anderen? **
* *
zylindrisch oder kegelförmig.
Ergänzungsvorschlag der Herausgeber: . . . wenn in einer anderen Kanne
von gleicher Höhe oder gleicher Gestalt der Boden einen Durchmesser hat,
der die Hälfte ist des Durchmessers der ersten Kanne?

Bij dit soort dingen is het niet zo belangrijk dat je dingen doet zoals je ze later nodig hebt, maar veeleer dat je bepaalde denkpatronen oefent. De denkpatronen die je oefent bij het kuberen, kwadrateren en trekken van wortels – deze bijzondere manier om, als het ware, te abstraheren van de concreetheid van getallen en ze te combineren, ze op een andere manier te groeperen – leiden zo diep in de hele structuur van getallen, zijn zo intellectueel vormend dat je het gewoon móét doen.
Dan zouden praktische berekeningen nodig zijn. Ik zou het heel geschikt vinden om met studenten te werken aan zaken als praktische volumeberekeningen, wat zeker zou aansluiten bij uw uitgangspunten. Ik bedoel, als een waterkan cilindrisch-conisch* is, bevat deze een bepaalde hoeveelheid water. Hoe groot is de hoeveelheid water als de bodem een ​​diameter heeft die de helft is van de diameter van de rest?**

* * Cilindrisch of conisch.
Suggestie van de redactie: …als een andere kan van dezelfde hoogte of vorm een ​​basisdiameter heeft die de helft is van de diameter van de eerste kan?

Blz. 222

Dann würde ich daranschließen Näherungsrechnungen, daß die Kinder diese Begriffe bekommen. Ich würde ausgehen — das kann durchaus hier geschehen — von der Behandlung des Nivellierdiopters und dem Herausfinden des mittleren Wertes bei irgendwelchen solchen praktischen Behandlungen, zum Beispiel beim Wiegen mit einer Apothekerwaage. — Dann auch dasjenige, was sich noch an weiteren Rechnungen in der Wechselkunde anschließt. Dann, nicht wahr, kommt die Geometrie in Betracht. Körper-Inhaltsberechnungen müssen Sie vorangehen lassen, und dann würde ich raten, die ersten Elemente der Deskriptive zu nehmen.

Vervolgens zou ik bij benadering berekeningen uitvoeren, zodat de kinderen deze concepten begrijpen. Ik zou beginnen – dit kan hier zeker – met het gebruik van de nivelleerdiopter en het bepalen van de gemiddelde waarde bij dergelijke
praktische procedures, bijvoorbeeld bij het wegen met een
apothekersweegschaal. — En wat volgt er verder nog aan berekeningen bij de studie van wissels? Dan, zult u het ermee eens zijn, komt meetkunde in beeld. Je moet beginnen met volumeberekeningen, en dan zou ik adviseren om de eerste
elementen van de beschrijvende wiskunde te behandelen.

X. sagt, was er in der Physik gemacht hat.

X. vertelt wat hij in de natuurkunde heeft gedaan.

Dr. Steiner: In der Physik müßten Sie versuchen, zweierlei zu treiben: Erstens Akustik und Elektrizitätslehre, dazu gehörig Magnetismus, daß die Schüler ganz genau das Telephon verstehen können.
Zweitens Thermik und Mechanisches, alles, was dazu notwendig ist, daß die Schüler ganz genau die Lokomotive verstehen können. Das wäre das Pensum der 9. Klasse.

In de natuurkunde moet je proberen twee dingen te doen: Ten eerste, akoestiek en elektriciteit, inclusief magnetisme, zodat de leerlingen de telefoon perfect begrijpen.
Ten tweede, thermiek en mechanica, alles wat nodig is zodat de leerlingen de locomotief perfect begrijpen. Dat zou het curriculum voor de negende klas zijn.

X.: Im letzten Jahr war eine Teilung der Geographie, indem ich den astronomischen Teil durchgenommen hatte.

X: Vorig jaar was aardrijkskunde opgesplitst in twee vakken, en ik gaf les in astronomie.

Dr. Steiner: Da käme natürlich im Anschluß daran das Dopplersche
Prinzip, die Bewegung der Sterne in der Sehrichtung. Sie haben die
Bewegung der Sterne an der Sehrichtung vorbei behandelt. Nehmen
Sie alles dasjenige, was dazu führt, die Bewegung der Sterne in der
Sehrichtung zu erfahren. Sie müssen dahin arbeiten.

Daarop volgt natuurlijk het Doppler-principe, de beweging van de sterren in de kijkrichting. U hebt de beweging van de sterren los van de kijkrichting behandeld. Neem alles wat ertoe leidt dat men de beweging van de sterren in de
kijkrichting waarneemt. Daar moet u naartoe werken.

X. : In der Physik also keine Optik, nur Thermik, Mechanik, Elektrizität?

X.: Dus in de natuurkunde geen optica, alleen thermica, mechanica, elektriciteit?

Dr. Steiner: Da können Sie das Optische einfügen, was Sie brauchen, um das Dopplersche Prinzip zu erklären. Exkurse aus der Akustik auch mitbesprechen.

Daar kunt u de optica invoegen die u nodig hebt om het Doppler-principe uit te leggen. Ook de akoestiek daarin meenemen.

X.: Ist es berechtigt, aus der Verschiebung der Spektrallinien die Bewegung
nach vorne zu schließen?

X.: Is het gerechtvaardigd om uit de verschuiving van de spectraallijnen de beweging naar voren af te leiden?

Dr. Steiner: Warum nicht? Nicht wahr, wenn Sie zwei Spektren
haben, und Sie haben einmal die Linie an einer Stelle, das andere Mal
an anderer Stelle, so ist mit vollkommener Richtigkeit der Schluß der, daß man es mit verschiedenen Entfernungen zu tun hat. Das ist ein richtiger Schluß.

Waarom niet? Als u twee spectra hebt en de lijn de ene keer op de ene plaats zit en de andere keer op een andere plaats, dan is de conclusie volkomen juist
dat er sprake is van verschillende afstanden. Dat is een juiste conclusie.

X.: Man würde ihn an der Sonne ziehen können.

X.: Men zou die conclusie kunnen trekken bij de zon.

Dr. Steiner: Ich würde das Dopplersche Prinzip nur bei

Blz. 223

Doppelsternen anwenden. Ich würde es nicht weiter verallgemeinern. Nicht
wahr, es ist ja eigentlich nur anzuwenden, zu unterscheiden, daß sich Sterne um sich herumdrehen, denn man konstatiert, daß die Sterne in der Sehrichtung sich zyklisch bewegen. Nur auf das hinarbeiten.
Chemie: Das, was wir für die 8. Klasse bestimmt haben, die ersten Elemente der organischen Chemie, was ein Alkohol ist, was ein Äther ist, das wäre jetzt in der 9. Klasse fortzusetzen.
Anthropologie: Menschenkunde fortsetzen, daß eine richtige Anthropologie den Kindern übermittelt wird. Das müßte in konzentrischen Kreisen von Klasse zu Klasse aufsteigen und das übrige Naturwissenschaftliche angereiht werden.
Herr Baumann, was denken Sie im Musikalisch-Gesanglichen mit den
Schülern der 9. Klasse zu machen?

Ik zou het Dopplerprincipe alleen toepassen op dubbelsterren. Ik zou het niet verder generaliseren. Niet waar, het is eigenlijk alleen maar van toepassing om te onderscheiden dat sterren om hun eigen as draaien, want men constateert dat de sterren in de kijkrichting cyclisch bewegen. Alleen daarop toewerken.
Scheikunde: Wat we voor de 8e klas hebben vastgesteld, de eerste elementen van de organische scheikunde, wat een alcohol is, wat een ether is, dat zou nu in de 9e klas moeten worden voortgezet.
Antropologie: doorgaan met menskunde, zodat een echte antropologie aan de kinderen wordt overgebracht. Dat zou in concentrische cirkels van klas tot klas moeten stijgen en de overige natuurwetenschappen moeten worden toegevoegd.
Meneer Baumann, wat denkt u op muzikaal-vocaal gebied met de leerlingen van de 9e klas te doen?

X.: Ich habe das nicht machen können, was ich wollte, weil die Schüler ganz
unvorgebildet waren für Musik.

X.: Ik heb niet kunnen doen wat ik wilde, omdat de leerlingen helemaal
onvoorbereid waren op muziek.

Dr. Steiner: Ist es nicht durchführbar, daß der Musikunterricht
erteilt würde im Eurythmiesaal, wenn es nicht kollidiert mit der
Eurythmie ?

 Is het niet haalbaar dat de muzieklessen in de euritmiezaal worden gegeven, als dat niet botst met de euritmie?

X.: Er reicht kaum für die Eurythmie aus.

X.: Die is nauwelijks groot genoeg voor de euritmie. 

Dr. Steiner: Dann werden wir, bis der große Saal gebaut wird, mit dem Musikunterricht gar nicht in Ordnung kommen können. Es geht der Musikunterricht nicht, wie er gehen sollte, bis wir den großen Raum haben.
Zwei Dinge gelten. Man muß den Musikunterricht so vollkommen als es geht gestalten. Man kann gerade, wenn man Kinder Vorschulen will, nicht genug tun mit der Güte des Instrumentes. Es wird ihr ganzes Tongehör verdorben, wenn sie schlechte Instrumente hören.
Das sind große Gesichtspunkte.
Mit dem alten Kirchengesang könnte man sehr gut weitergehen.

Dan zullen we, totdat de grote zaal gebouwd is, de muzieklessen helemaal niet goed kunnen organiseren. De muzieklessen lopen niet zoals ze zouden moeten lopen, totdat we de grote ruimte hebben.
Er zijn twee dingen van belang. Men moet de muzieklessen zo perfect mogelijk
inrichten. Juist als men kinderen wil voorbereiden op de school, kan men niet genoeg aandacht besteden aan de kwaliteit van het instrument. Hun hele gehoor wordt aangetast als ze slechte instrumenten horen.
Dat zijn belangrijke aspecten.
Met de oude kerkmuziek zou men heel goed verder kunnen gaan.

X.: Ich wollte hinweisen auf Dur und Moll, auf die Klangfarbe im rein Tonlichen.

X.: Ik wilde wijzen op majeur en mineur, op de klankkleur in de zuivere toon.

Dr. Steiner: Das sollte gerade der Lehrstoff der 9. Klasse sein. Das müßte man doch unter allen Umständen anstreben. Gerade dieses etwas theoretisch pflegen und auch etwas in der Empfindung pflegen, Dur und Moll als Empfindungsinhalt.

Dat zou juist de lesstof van de 9e klas moeten zijn. Dat zou men toch onder alle omstandigheden moeten nastreven. Juist dit iets theoretisch beoefenen en ook iets in het gevoel beoefenen, majeur en mineur als inhoud van het gevoel.

X.: Ich habe im Anstandsunterricht diesen Gegensatz in bezug auf Männliches
und Weibliches behandelt. Da schienen die Kinder darauf einzugehen.

X.: Ik heb in de lessen over omgangsvormen dit contrast met betrekking tot mannelijk en vrouwelijk behandeld. Daar leken de kinderen op in te gaan.

Dr. Steiner: Da würde ich finden, daß es nett wäre, das gerade mit

Daar zou ik het fijn vinden om juist dat met

Blz. 224

dem Gesanglichen zu verbinden, auf männliche und weibliche Stimmen diese Sache zu behandeln. Es ist wenig nach dieser Richtung ausprobiert worden, und es ist ganz sicher feststehend, daß ein solcher Unterricht, der in diesem Alter gerade einsetzen würde mit Bezug auf die Beobachtung der männlichen und weiblichen Gesangsstimmlage, außerordentlich entgegenwirken würde dem heute stark auftretenden, falschen Sexualempfinden. Das würde wohltätig wirken.
Das ist mir ein Schmerz, daß man nicht vorschreiten kann zur Behandlung des Instrumentes. Die Instrumente behandeln, ist etwas, was unersetzlich ist. Nicht wahr, was Privatstunden sind, Privatstunden sind Privatstunden. Hier würde daraufgesehen werden, daß, so wie wir es auffassen, es in die ganze Erziehung eingreift. Dazu trägt eine Privatstunde nichts bei. Schade ist es schon, daß wir es nicht können. Ich fürchte, wir werden sehr lange überhaupt zu diesem nicht kommen.

dit te combineren met zang, en dit onderwerp te behandelen voor zowel mannen- als vrouwenstemmen. Er is nog maar weinig in deze richting
uitgeprobeerd, en het staat vast dat dergelijke lessen, die juist op deze leeftijd zouden beginnen met aandacht voor de mannelijke en vrouwelijke zangstem, een buitengewoon gunstige invloed zou hebben op het tegenwoordig sterk
voorkomende, verkeerde seksuele bewustzijn. Dat zou een heilzaam effect hebben.
Het doet me pijn dat we niet verder kunnen gaan met de behandeling van het instrument. Het behandelen van de instrumenten is iets wat onvervangbaar is. Nietwaar, wat privélessen betreft, privélessen zijn privélessen. Hier zou erop worden gelet dat, zoals wij het toepassen, het in de gehele opvoeding van invloed is. Daar draagt een privéles niets toe bij. Het is wel jammer dat we het
niet kunnen. Ik vrees dat we hier nog heel lang niet aan toe zullen komen.

X.: Wir haben einige Instrumente, aber wir brauchen Räume, und man müßte
einen Lehrer haben.

X.: We hebben enkele instrumenten, maar we hebben ruimtes nodig, en er zou
een leraar moeten zijn.

Dr. Steiner: Das war in Aussicht genommen. Handelt es sich nur um
Räume?

Dr. Steiner: Dat was in het vooruitzicht gesteld. Gaat het alleen om
ruimtes?

X.: Es sind gegen fünfzehn Instrumente da. Wenn wir den Gesangsraum hätten, dann könnte man solche Sachen schon machen wie die Kindersinfonie
von Haydn.

X.: Er zijn zo’n vijftien instrumenten. Als we de zangzaal zouden hebben, dan zouden we al dingen kunnen doen zoals de Kindersymfonie van Haydn.

Dr. Steiner: Das wäre richtig.

Dat klopt. <3>

Es wird eine Frage gestellt wegen des Sprachunterrichts.

<4> Er wordt een vraag gesteld over taalonderwijs.

Dr. Steiner: Ich würde versuchen, viel Wert zu legen in diesem Alter
auf das rezitatorische Element. Im Rezitieren noch einiges lernen in der Beherrschung der Sprache. Sinn von Wendungen, die sie im Rezitieren aufnehmen, und das anwenden auf anderes.
In der Eurythmie setzt man fort. Grammatikalisches.
Im Handfertigkeitsunterricht hätte ich gemeint, daß man ganz so unter der Hand, im Nebenbei, überall Künstlerisches, Kunstempfinden und so etwas kultivieren sollte. Bei ihm kommt es darauf hinaus, daß man die Kinder abwechselnd das und jenes machen läßt, immer Dinge, die bis zum Fertigwerden kommen. Ich würde nicht bloß nützliche Gegenstände machen lassen, sondern auch Spielsachen, vernünftige Spielsachen. Ganz nett würde ich finden, wenn man im Handfertigkeitsunterricht die Kinder solche Schmiede, die sich gegeneinander bewegen, machen ließe. Die Kinder werden geschickt.

Ik zou op deze leeftijd veel nadruk leggen op het reciteren. Meer leren over taalbeheersing door te reciteren. De betekenis van zinsdelen begrijpen die ze tijdens het reciteren oppikken en dat toepassen op andere dingen. Dit wordt voortgezet in de euritmie. Grammaticale aspecten.
Bij het ontwikkelen van de fijne motoriek zou ik aanbevelen om artistieke expressie, waardering voor kunst en soortgelijke te stimuleren, heel subtiel, bijna terloops. Hierbij komt het erop neer dat de kinderen om de beurt iets maken, altijd dingen die afgemaakt worden. Ik zou ze niet alleen nuttige voorwerpen laten maken, maar ook speelgoed, zinvol speelgoed. Ik denk dat het heel leuk zou zijn als de kinderen bij het ontwikkelen van de fijne motoriek smeden zouden maken die tegen elkaar bewegen. De kinderen worden er vaardiger van.

Blz. 225

Man kann auch die Kinder Geschenke machen lassen. Ich würde auf das auch hinausarbeiten.
Und wenn man es dahin bringt — das ist etwas, was Feierliches ins Leben des Kindes bringt —, wenn man es dahin bringt, daß man Moos sammeln läßt und sie zu Weihnachten sich Krippchen machen läßt, so daß sie sie selbst formen, daß sie die Schäfchen und so weiter bemalen, da kommt sehr viel dabei heraus. Nützlichkeitsgegenstände natürlich nicht versäumen. Besonders Freude haben sie, wenn so etwas gemacht wird wie Ratschen, die sind auch so wie ein Schabernack:
Wir ratschen, wir ratschen die zwölfe z’samm,
Die Glocken kommen von Rom.

Je kunt de kinderen ook cadeautjes laten maken. Daar zou ik ook naartoe werken.
En als je ze zover krijgt dat ze iets doen wat een gevoel van feestelijkheid in hun leven brengt, als je ze zover krijgt dat ze mos verzamelen en kerststallen maken, die ze zelf vormgeven, de schapen schilderen, enzovoort, dan levert dat veel op. Vergeet natuurlijk ook de praktische dingen niet. Ze vinden het vooral leuk om dingen te maken zoals rammelaars; ze vinden het ook leuk om te doen:

“We ratelen, we ratelen de twaalf samen, de klokken komen uit Rome.”

Zie hier    hier <4>

X.: Dann ist da noch die Frage nach dem Handarbeitsunterricht. Ich habe mit
Fräulein S. gesprochen. Sie ist Zeichenlehrerin, hat aber auch die Lehrbefähigung für Handarbeit.

<5> X.: Dan is er nog de kwestie van de handwerklessen. Ik heb met juffrouw S. gesproken. Ze is kunstlerares, maar ze is ook gekwalificeerd om handwerkles te geven.

Dr. Steiner: Das wäre das Richtige, wenn also eine zugleich künstlerisch gebildete Kraft den Handarbeitsunterricht besorgen würde.
Man müßte sich klar werden, daß die Befähigung dadurch erwiesen
ist. Sie wird sich gut einfügen.
Aber nun kommt unter Umständen noch etwas anderes in Betracht.
Eine Eigenschaft hat sie nicht, die eine andere Dame hätte, das ist
Fräulein Hauck. Die hat die Eigenschaft, daß sie von hier ist und die
Tochter vom ehemaligen Professor Guido Hauck, der einen Aufsatz
über ,,Arnold Böcklins Gefilde der Seeligen und Goethes Faust”
geschrieben hat. Und über ,,Technikers Faust-Erklärung”.

Dat zou ideaal zijn, als iemand met een artistieke opleiding handwerkles zou geven.
Je moet je er wel van bewust zijn dat haar vaardigheid daarmee bewezen is. Ze zal er goed bij passen.
Maar nu komt er misschien nog iets anders in beeld.
Er is één eigenschap die zij mist en die een andere dame wel heeft, namelijk
mejuffrouw Hauck. Zij heeft de eigenschap dat ze hier vandaan komt en de
dochter is van de voormalige professor Guido Hauck, die een essay schreef
over “Arnold Böcklins Velden der Gezegenden en Goethes Faust.” En over “De technische uitleg van Faust.”

Hauck war einer der letzten. Wenn die sich entschließen könnte, Handarbeitslehrerin zu werden, so hätte man den Vorzug, daß sie eine
Schwäbin wäre, was ganz gut wäre. Sie hat bis jetzt gelehrt an einer
Arbeiterschule; das würde ich aber als einen Grund betrachten, sie
nicht hierher zu rufen, weil es sehr gut wäre, wenn solche Leute da
unterrichten würden. Die Arbeiterschulen sagen, es sei nicht notwendig, daß die Leute solchen Firlefanz lernen wie darstellende Geometrie. Es muß der ganze Unterricht ausgefüllt werden mit Klassenkampf und Vorbereitung in der Revolution. Das ist das eine, und das andere ist aus der Zeitgeschichte erklärlich. Das andere ist, daß man in der Technischen Hochschule ihr den Stuhl vor die Tür gesetzt hat. Ich bitte Herrn Strakosch, darüber ein Urteil zu fällen: Die Leute sollen beim Maschinenbau in der Fabrik die darstellende Geometrie lernen, solches Zeug sei nicht mehr nötig. Ich glaube — ich bitte Sie, dann auch Ihre Meinung zu sagen —, daß Architektur und

Hauck was een van de laatsten. Als ze zou besluiten om handwerklerares te worden, zou het een voordeel zijn dat ze een Zwabische is, wat heel goed is. Ze heeft tot nu toe lesgegeven op een arbeidersschool; ik zou dat echter als reden beschouwen om haar hier niet uit te nodigen, omdat het heel goed zou zijn als zulke mensen daar lesgaven. De arbeidersscholen zeggen dat het niet nodig is dat mensen zulke onzin als beschrijvende meetkunde leren. Het hele leerplan moet gevuld zijn met klassenstrijd en voorbereiding op de revolutie. Dat is één ding, en het andere is te verklaren door de hedendaagse geschiedenis. Het andere is dat ze de deur werd gewezen bij de Technische Universiteit. Ik vraag meneer Strakosch om zijn mening hierover te geven: Mensen horen beschrijvende meetkunde te leren in de fabriek tijdens de machinebouw; dat soort dingen is niet meer nodig. Ik geloof – ik vraag u ook om uw mening te geven – dat architectuur en

Blz. 226

Maschinenbau aufhören muß, wenn man nicht darstellende Geometrie auf der Hochschule lernt; das wäre das Versinken zur Barbarei.
Man kann im Maschinenbau nicht einen Zapfen durch ein Loch dirigieren, die Leute können keine Durchdringung konstruieren. Es ist der reine Wahnsinn.
Die Dame wäre mir auch geeignet. Aber ich fürchte, daß da unter Umständen die Ansprüche unsere gegenwärtigen Verhältnisse übersteigen könnten. Sie war langjähriger Assistent an der Technischen Hochschule. Diese zwei Damen würden in Betracht kommen. Fräulein S. ist es aus persönlichen Gründen lieber, wenn sie nicht gerufen wird. Vielleicht kann man morgen an Fräulein Hauck telegraphieren, ob sie kann.
Im Freien Religionsunterricht könnten wir für diese Gruppe der 7., 8., 9. Klasse dazu übergehen, nun in einer freien Form mit ihnen solche Dinge wie Präexistenz und Post-Mortem-Leben, die ganze Konsequenz des Präexistenzlebens, theoretisch zu erklären. Beispiele dafür geben. Die großen Kulturzusammenhänge den Kindern beibringen, wie man das sieht. Die Mission des Menschen auf der Erde. Man braucht nur Goethe auf das anzuschauen oder Jean Paul; man sieht schon, man kann nachweisen überall, daß ihre Fähigkeiten vom vorgeburtlichen Leben kommen.

werktuigbouwkunde moet stoppen als je op de universiteit geen beschrijvende meetkunde leert; dat zou een terugval in barbarij zijn.
In de machinebouw kun je niet zomaar een pen door een gat steken; je kunt geen doorgaand gat ontwerpen. Het is pure waanzin.

De dame zou ook geschikt voor me zijn. Maar ik vrees dat de eisen onder bepaalde omstandigheden onze huidige middelen te boven gaan. Ze was lange tijd assistente aan de Technische Universiteit. Deze twee dames zouden in aanmerking komen. Juffrouw S. geeft er om persoonlijke redenen de voorkeur aan om niet gebeld te worden. Misschien kan ik juffrouw Hauck morgen een telegram sturen om te vragen of ze beschikbaar is. <5>

<6> In het kader van vrij godsdienstonderwijs zouden we met deze groep leerlingen uit de 7e, 8e en 9e klas op een vrije manier dingen kunnen uitleggen als voortbestaan ​​en leven na de dood, de volledige theoretische consequentie van voorbestaan. We zouden voorbeelden kunnen geven. Kinderen leren over de bredere culturele context, hoe ze dingen moeten zien. De missie van de mensheid op aarde. Je hoeft alleen maar naar Goethe of Jean Paul te kijken; Je kunt zien, het is overal aantoonbaar, dat hun vaardigheden voortkomen uit de voorgeboortelijke periode.

Dann, nicht wahr, ist es ein sehr gutes Bild, das wirklich bis ins Religiöse hinaufgetrieben werden kann, wenn man den Leib des Laokoon erklärt. In Wirklichkeit ist es so beim Laokoon, daß der Ätherleib sich trennt und dadurch der physische Leib diese Verrenkungen macht. Dieses Zerbrechen des physischen Leibes beim Laokoon, das ist etwas, wo man viel daran demonstrieren kann. Man müßte eine Gruppe haben. Aber es ins Religiöse heraufheben, diese Scheu vor dem sich auflösenden Menschenkörper.
Die Sonntagsfeier ist festgelegt. Anstelle von Frau Koegel wäre jemand zu designieren, der die Kinder einführt. Da würde ich um Vorschläge bitten. Es ist das etwas, wozu man sich besonders bestimmt fühlen muß. Schlägt sich jemand selbst vor? Möchten Sie es mit Fräulein Rohrle zusammen machen?

Is dat dan niet een heel goed beeld, een beeld dat echt tot een religieus niveau kan worden verheven bij de uitleg van het lichaam van Laocoön? In werkelijkheid scheidt het etherische lichaam zich bij Laocoön af, waardoor het fysieke lichaam deze kronkelingen aanneemt. Deze afbraak van het fysieke lichaam bij Laocoön is iets waarmee veel getoond kan worden. Daar zou je een groep voor nodig hebben. Maar om het naar een religieus niveau te tillen, is er die ontzagwekkende ervaring voor het uiteenvallende menselijke lichaam.

De zondagsdienst staat gepland. In plaats van mevrouw Koegel moet er iemand aangewezen worden om de kinderen voor te stellen. Ik zou graag suggesties ontvangen. Het is iets waar je je bijzonder toe geroepen moet voelen. Is er iemand die zich hiervoor aanmeldt? Zou u het samen met juffrouw Rohrle willen
doen? <6>

X.: Es ist ein Mädchen angemeldet, das taubstumm ist.

<7> X.: Er heeft zich een doofstom meisje aangemeld.

Dr. Steiner: Sie kann doch nicht zu uns in die Waldorfschule kommen.

Zij kan niet naar onze Waldorfschool komen.

Ein Klassenlehrer fragt wegen eines anderen Kindes, das angemeldet wurde.

Een leerkracht vraagt ​​naar een ander kind dat zich heeft aangemeld.

Dr. Steiner: Wie ist es mit dem? Der Junge erbarmt einen.

Hoe zit het met hem? Het is hartverscheurend met die jongen.

Blz. 227

X.: Er ist im Klassenunterricht unmöglich.

X.: Hij is onhandelbaar in de klas.

Dr. Steiner: Das wird vielleicht nur vorübergehend sein. Wie er bei mir war, hat er durchaus so ausgesehen, als ob er gebessert werden könnte. Ich bin auch überzeugt, wenn man das mit ihm macht, was ich vorgeschrieben habe, daß es in einem halben Jahre besser ist. Auf der anderen Seite kann man nicht hoffen, daß es, wenn er ganz isoliert ist, besser wird. Das kann man nicht machen.

Dat is misschien maar tijdelijk. Toen hij bij mij was, leek het er zeker op dat hij vooruitgang kon boeken. Ik ben er ook van overtuigd dat als we met hem doen wat ik heb voorgeschreven, het over zes maanden beter zal zijn. Aan de andere kant kunnen we er niet op hopen dat het beter wordt als hij volledig geïsoleerd is. Dat kunnen we niet doen.

X.; Dann kommen meine Kinder zu kurz.

X.: Dan zullen mijn kinderen eronder lijden.

Dr. Steiner: Ich glaube, daß es vorübergehend sein wird. Es wird
wahrscheinlich doch mit dem zusammenhängen, daß er gerade in die
Schule gekommen ist, was durchaus vorauswirken kann.

Ik denk dat het tijdelijk zal zijn. Het zal waarschijnlijk te maken hebben met het feit dat hij net naar school is gegaan, wat zeker een voorbode kan zijn.

X.: Er war furchtbar aufgeregt.

X.: Hij was vreselijk onrustig.

Dr. Steiner: In diesem Kinde ist eine ziemliche Unregelmäßigkeit in der ganzen Konstitution. Das ist ein Junge, der hat so etwas wie — man kann sich mit dem physischen Leib einen Arm brechen oder ein Bein brechen, man kann sich nicht den Kopf brechen —, dieser hat einen gebrochenen Ätherkopf, und so ist er natürlich alle Augenblicke aufgeregt. Bei ihm äußert es sich mehr als bei einem anderen Kinde. Aber ich glaube, es wird vorübergehend sein. Jedenfalls muß
man den Eltern sagen, sie müssen sich gedulden, bis wir diese Hilfsklasse haben. Kennen Sie ihn schon lange? War er immer so? Durch jede Erschütterung wird die ganze Geschichte in Unordnung gebracht. Wird ihm die Arznei beigebracht? Hat er Krankheiten gehabt? Wir haben etwas konstatiert. Sie sagten Gehirnrachitis. Das stimmt auch. Man bekämpft Gehirnrachitis durch Beibringen von Hypophysis Cerebri. Hat er Geschwister? Es ist eine Wachstumsstörung da, die durch irgend etwas bewirkt worden ist, was der Mutter passierte vor der Geburt.

Dit kind heeft een aanzienlijke afwijking in zijn hele constitutie. Dit is een jongen die zoiets heeft als – je kunt met je fysieke lichaam een ​​arm of een been breken, maar je kunt je hoofd niet breken – deze heeft een gebroken etherisch hoofd, en daarom is hij van nature de hele tijd onrustig. Het komt bij hem meer tot uiting dan bij andere kinderen. Maar ik denk dat het tijdelijk zal zijn. We moeten de ouders in ieder geval vertellen dat ze geduld moeten hebben totdat we deze speciale klas voor kinderen met speciale behoeften hebben. Kent u hem al lang?
Is hij altijd al zo geweest? Elke schok brengt wanorde mee. Was er een dokter?Heeft hij ooit ziektes gehad? We hebben iets vastgesteld. U zei cerebrale rachitis. Dat klopt. Cerebrale rachitis wordt behandeld met hypofyse-cerebri. Heeft hij broers of zussen? Er is sprake van een groeistoornis, veroorzaakt door iets wat de moeder vóór de geboorte is overkomen.

X.: Sie hat mir nachher erzählt, daß sie die ganze Zeit halb irrsinnig gewesen
ist.

X.: Ze vertelde me achteraf dat ze zich de hele tijd in de war voelde.

Dr. Steiner: Der Junge ist in diesen Zustand versetzt worden durch
die Schwangerschaft. Dann werden wir das machen mit ihm und ihn
in die Schule hineinnehmen, wenn die Hilfsklasse von Dr. Schubert
eröffnet wird.

De jongen is door de zwangerschap in deze toestand geraakt. Dan gaan we dat met hem doen en hem naar school brengen zodra de speciale klas van Dr. Schubert opent. <7>

Dann haben Sie wohl andere Fragen.

Dan heeft u waarschijnlijk nog andere vragen.

Es wird noch einmal gefragt nach der Feststellung der Stellung Dr. Steiners im
Äußeren der Schule.

<1A> Er wordt nog gevraagd over de positie van Dr. Steiner binnen de school.

Blz. 228

Dr. Steiner: Diese Feststellung meiner Stellung hat nur einen Opportunitätswert. Das wäre gut gewesen, wenn dazumal, als das Lehrerkollegium eingereicht war, ich mit eingereicht worden wäre. Nur da, wenn es einmal geschehen könnte, daß man nötig hätte der Behörde gegenüber die Sache exakt zu haben, das ist natürlich das, worauf es ankommt.

Deze opmerking over mijn positie is puur opportunistisch. Het zou beter zijn geweest als ik was opgenomen in de lijst met docenten die werd ingediend. Het is natuurlijk alleen belangrijk als de autoriteiten de exacte gegevens ooit nodig zouden hebben.

X.: Wenn ich vorschlagen darf, wenn man jetzt eine Gesamtliste einreicht und
an der Spitze Sie selbst nennt.

X.: Mag ik voorstellen om nu een complete lijst in te dienen, met u bovenaan?

Dr. Steiner: Es sieht immer jetzt komisch aus, weil sie es mit den
alten Listen vergleichen.

Het ziet er dan wel weer vreemd uit nu, omdat ze het vergelijken met de oude lijsten.

X.: Repariert werden muß es doch.

X.: Het moet toch worden rechtgezet.

Dr. Steiner: Man kann kaum etwas anderes machen, als daß man
schreibt, es sei vergessen worden, und man trägt es nach. „Wir haben
leider das vorige Mal vergessen und tragen es nach.” Ich wüßte sonst
keine Möglichkeit, darüber wegzukommen. Sonst sieht es immer
komisch aus, wenn man es stillschweigend macht. Auch wenn man
eine neue Liste macht.

Er is weinig anders aan te doen dan te schrijven dat het vergeten was en het alsnog toevoegt. “We zijn het helaas de vorige keer vergeten en voegen het nu toe.” Ik weet geen andere manier om dit op te lossen. Anders ziet het er wel vreemd uit als het stiekem gebeurt. Zelfs als er een nieuwe lijst wordt gemaakt. <1A>

Es wird eine Frage gestellt wegen der Gegnerschaft gegen die Anthroposophie.

Er wordt een vraag gesteld over de tegenstand tegen de antroposofie.

Dr. Steiner: Diese Gerüchte tauchen immer auf. Das steht überall in der Schweiz. Jetzt ist man auf der Spur nach anderen Verzweigungen dieser verleumderischen Dinge, die daraufhinzielen, durch Machinationen die Spur zu verwischen, daß ich etwas mit der Anthroposophie getan hätte, aber die Lehre zu nehmen und von anderer Seite zu verbreiten. Man geht darauf aus, die Lehre von sich aus zu verbreiten, aber die Spur zu verwischen, daß es von mir kommt.

Deze geruchten blijven opduiken. Het is overal in Zwitserland zo. Nu wordt er onderzoek gedaan naar andere takken van deze lasterlijke activiteiten, die erop gericht zijn om door middel van machinaties te verhullen dat ik iets met antroposofie te maken heb, maar om de leerstellingen van een andere bron over te nemen en te verspreiden. De bedoeling is om de leerstellingen onafhankelijk te verspreiden, maar te verhullen dat ze van mij afkomstig zijn.

Wäre außerdem noch etwas?

Is er nog iets anders?

X. fragt wegen des Weltschulvereins, der seinen Sitz in Dornach haben, aber in
Deutschland arbeiten solle. Wenn man jetzt die deutsche Sektion gründen
würde, dann könnte man bei den Hochschulkursen in Dornach das ganze ordnen.

<8> X. vraagt ​​naar de World School Association, die gevestigd zou moeten zijn in Dornach maar actief is in Duitsland. Als de Duitse afdeling nu zou worden opgericht, zou alles georganiseerd kunnen worden tijdens de hogeschoolcursussen in Dornach.

Dr. Steiner: Müssen wir nicht zuerst den Weltschulverein haben,
bevor wir eine deutsche Sektion begründen könnten? Der Weg zum
Weltschulverein könnte jetzt nur der sein, daß man nun wirklich
sichtbarlich von einem bestimmten internationalen Zentrum aus die
Sache macht.
Es könnte das Zentrum des Weltschulvereins Dornach sein, aber es
muß nicht das Zentrum sein, von dem aus es gemacht wird.

Moeten we niet eerst de World School Association hebben voordat we een Duitse afdeling kunnen oprichten? De enige manier om nu een World School Association op te richten, is door het project zichtbaar te leiden vanuit een specifiek internationaal centrum. Het centrum van de Wereldschoolvereniging  zou in Dornach kunnen zijn, maar het hoeft niet het centrum te zijn van waaruit de organisatie wordt aangestuurd.

Blz. 229

Damals hätten wir eine ganz bestimmte Form der Agitation gehabt, daß wir
mit aller Schärfe betont hätten, wir haben noch eine kleine Schule und können nicht weiter, müssen so viele Kinder abweisen. Dieser Agitationsstoff ist uns jetzt entzogen. Nun müssen wir den Weltschulverein anders anfangen. Da kann man natürlich, wenn wir in Dornach einen guten Besuch haben, zunächst anfangen, Stimmung zu machen. Ich glaube nicht, daß es von hier aus gemacht werden soll, weil wir nicht die negative Anlehnung haben, daß wir sagen können, da warten hundert Kinder vor den Toren der Schule.
Nun müssen wir es anders anfangen. Da können wir in Dornach dafür agitieren, und dann habe ich gedacht, daß es jetzt von einem internationalen Orte aus geschehen müßte, etwa vom Haag aus. Wir haben eine begründete Hoffnung, daß man für unsere Bewegung noch etwas tun könnte. Aber natürlich würden wir uns das Ganze verpfuschen, wenn wir hier den Weltschulverein begründen würden. Wir können alles mögliche für die Waldorfschule tun, dafür ist soviel Stimmung da; gründen dürfen wir ihn von hier aus nicht. Damals habe ich mir
gedacht, wir leiten hier eine energische Agitation ein. Von London aus würde ich die Begründung viel eher begrüßen. Das ist noch nicht zu erreichen. Und außerdem ist die Hoffnung, daß die andere Sache viel schneller geht

Destijds zouden we een heel specifieke vorm van actie hebben gevoerd, waarbij we met alle macht benadrukten dat we maar één kleine school hebben en niet verder kunnen uitbreiden, dat we zoveel kinderen moeten afwijzen. Dit middel is ons nu niet meer ter beschikking. Nu moeten we de Wereldschoolvereniging op een andere manier opzetten. Natuurlijk, als we een goede opkomst in Dornach hebben, kunnen we beginnen met het creëren van een positieve sfeer. Ik denk niet dat we dat hier moeten doen, omdat we hier niet de negatieve context hebben om te zeggen dat er honderd kinderen voor de schoolpoort staan ​​te wachten. Nu moeten we anders beginnen. We kunnen er campagne voor voeren in Dornach, en ik dacht dat het nu vanuit een internationale locatie zou moeten gebeuren, misschien vanuit Den Haag. We hebben goede hoop dat er nog iets voor onze beweging gedaan kan worden. Maar natuurlijk zouden we de hele zaak verpesten als we de Wereldschoolvereniging hier zouden oprichten. We kunnen alles doen wat mogelijk is voor de Waldorfschool; er is zoveel steun voor. We mogen hem hier niet oprichten. Destijds dacht ik dat we hier een krachtige campagne zouden starten. Vanuit Londen zou ik de oprichting veel eerder verwelkomen. Dat is nu nog niet haalbaar. En bovendien is er de hoop dat de andere kwestie veel sneller zal verlopen.

Die Textüberlieferung wird an dieser Stelle sprunghaft und unsicher, sowohl
was die Interpunktion anbelangt als auch, wer was gesagt hat. Mögliche
Lücken sind hier durch Punkte angedeutet. Im Manuskript steht:

De tekstoverdracht wordt op dit punt sprongsgewijs en onzeker, zowel
wat betreft interpunctie als wie wat zei. Mogelijke hiaten worden aangegeven met punten. Het manuscript luidt:

. . . das ist hoffnungslos, vom Haag aus .. . da sitzt niemand . . ., im Haag; vielleicht um so besser . . .

… dat is hopeloos, vanuit Den Haag … er is niemand daar …, in Den Haag; misschien maar beter …

Dr. Steiner: Das hatte ich auch früher beim Weltschulverein gemeint,
daß ich es machen müßte. Wir haben im Haag eine Anzahl von Anthroposophen.

Ik had dat eerder ook al gedacht bij de Wereldschoolvereniging, dat ik het zou moeten doen. We hebben een aantal antroposofen in Den Haag.

X.; Ich glaube, sie sind alle durcheinander.

X.: Ik denk dat ze allemaal in de war zijn.

(X.): Sie können mit H. nicht rechnen. Er bekennt niemals, daß er zur Anthroposophie gehört.

(X.): Je kunt niet op H. rekenen. Hij geeft nooit toe dat hij tot de antroposofie behoort.

Wenn ich nach dem Haag ginge, würde ich in H. einen Helfer haben.

Als ik naar Den Haag zou gaan, zou ik een helper hebben in H.

X.: Solange Sie da sind!

X.: Zolang u er  bent!

Dr. Steiner: Mehr braucht es nicht .. . Es genügt, wenn er das eine
auf die Beine bringt, wenn er die Wege ebnet.

Dat is alles wat nodig is … Het is al genoeg als hij dat ene ding voor elkaar krijgt, als hij de weg vrijmaakt.

X.: Er versperrt die Wege .. .Er hat verheimlicht, daß es ein Goetheanum

X: Hij blokkeert de weg…Hij hield het bestaan ​​van een Goetheanum geheim.

Blz. 230

gibt. Die Studenten waren überrascht, als sie hörten, daß es das gibt, obgleich
sie unter H.s Leitung in die Schweiz geführt wurden.

De studenten waren verrast toen ze van het bestaan ​​ervan hoorden, ondanks dat ze onder leiding van H. naar Zwitserland waren gebracht.

Dr. Steiner: So sind die Menschen! Aber auf eine andere Weise, als
daß man die Menschen nimmt, wie sie sind, kommt man nicht weiter . . .
In der weiteren Debatte werden außer Haag auch noch Zürich und Genf genannt.

Zo zijn mensen nu eenmaal! Maar je komt nergens zonder mensen te accepteren zoals ze zijn…
In de daaropvolgende discussie worden, naast Den Haag, ook Zürich en Genève genoemd.

X.: Müssen wir von hier aus nicht noch einige Voraussetzungen machen? Wir
sollten über den Namen der einzelnen Schule nachdenken. Wir finden nicht
das, worauf Sie abzielten.

X: Moeten we vanuit hier niet een aantal voorwaarden stellen? We moeten de naam van elke afzonderlijke school bekijken. We kunnen niet vinden waar u naar verwees.

Dr. Steiner: Ich glaube nicht, daß es besonders aktuell ist, den
Namen der einzelnen Schule zu finden. Was wollen Sie von hier aus
für Bedingungen schaffen?

Ik denk niet dat het relevant is om de naam van elke afzonderlijke school te vinden. Welke voorwaarden wilt u hieruit scheppen?

X.: Ich bin mir nicht sicher, ob von uns aus alles bedacht ist.

X: Ik weet niet zeker of we alles hebben overwogen.

Dr. Steiner: Schließlich handelt es sich darum, daß man sich auf dieHöhe der Situation stellt im gegebenen Augenblick, das ist heute. Ich habe es mitgeteilt. Wenn man mit solchen elementaren Sätzen unserer Bewegung dienen würde, dann wäre gedient. Man muß die Weltsituation begreifen.
Wir müssen die Dinge ausnutzen. Sehen Sie, wir haben zum Beispiel hier den Verlag gegründet, dieser Verlag hat bis jetzt wenig getan.
Aber zwei Bücher sind erschienen, Dr. Steins Buch und Polzers Buch. Also fast wenigstens Erstlingswerke in großer Auflage. In wenig Wochen sind die beiden Bücher abgesetzt. Uns ist heute gesagt worden, daß auch das Buch gegen Traub ausverkauft ist. Die Leute da verschlafen. Die Bewegung trägt heute schon, wenn man die Strömung aufnehmen wird. Die Strömung als solche ist da.

Uiteindelijk gaat het erom ons aan te passen aan de huidige situatie, die van vandaag. Dat heb ik al duidelijk gemaakt. Als we onze beweging met zulke fundamentele principes zouden kunnen dienen, dan zouden we er baat bij hebben. We moeten de wereldwijde situatie begrijpen.
We moeten het beste maken van wat we hebben. Kijk, we hebben hier bijvoorbeeld de uitgeverij opgericht, en deze uitgeverij heeft tot nu toe nog niet veel gedaan. Maar er zijn twee boeken verschenen: het boek van Dr. Stein en het boek van Polzer. Dus in ieder geval bijna debuutwerken in grote oplage. Over een paar weken zullen beide boeken uitverkocht zijn. We hoorden vandaag dat het boek tegen Traub ook uitverkocht is. Mensen zitten te slapen.

Die Bewegung trägt heute schon, wenn man die Strömung aufnehmen wird. Die Strömung als solche ist da. Es schwimmt niemand darinnen. Man muß wirklich sagen, die Strömung ist da, es schwimmt niemand darin. Man sieht es an den öffentlichen Vorträgen, die immer stark besucht werden. Es ist wirklich wahr, Bewegung ist schon da, man denkt gar nicht daran, daß eine solche Bewegung da ist.
In Wirklichkeit — nicht wahr, die Dinge, die hier gesagt werden, werden auch vertraulich gesagt — ist es notwendig, eine Bemerkung zu machen. Es kommt vor, daß die Leitung des Kommenden Tages keinen richtigen Begriff hat, daß es eine Dreigliederungsbewegung gibt. Das ist nicht etwas, was man zur Agitation unter uns brauchen darf, man soll sich bewußt werden, daß Schlafzustand vorhanden ist.
Es wird viel begonnen und hört dann auf. Wenn ich sollte alle einzel-

De beweging heeft vandaag de dag al gewicht in de schaal, als je de stroom maar wilt volgen. De stroom ís er. Niemand zwemt erin mee. Je moet echt zeggen: de stroom ís er, niemand zwemt erin mee. Je kunt het zien aan de openbare lezingen, die altijd goed bezocht worden. Het is echt waar, de beweging is er al, je denkt er niet eens aan dat zo’n beweging bestaat.
In werkelijkheid – is het niet zo dat de dingen die hier gezegd worden ook vertrouwelijk gezegd worden – is het nodig om een ​​opmerking te maken. Het blijkt dat de leiders van de Komende Dag geen echt begrip hebben voor het bestaan ​​van een drieledige maatschappijbeweging. Dit is niet iets om onder ons opgewonden over te raken; we moeten ons ervan bewust worden dat er sprake is van inactiviteit.
Veel dingen worden begonnen en vervolgens weer gestopt. Als ik alle individuele

Blz. 232

nen Aufträge geben, dann kann ich nur sagen, das kann alles geschehen; dann dürfen nicht die Sitzungen bis drei Uhr nachts dauern.
In Berlin werden Sie die wenigste Unterstützung finden. In Berlin ist
keine Neigung vorhanden. Aber in Berlin könnte man nur eben etwas
machen, wenn wir einmal acht Tage dort sein könnten. In drei Tagen
könnten wir es nicht machen. Berlin sieht nicht über die Mauern von
Berlin hinaus.

Als ik alle individuele opdrachten zou moeten geven, dan kan ik alleen maar zeggen dat alles mogelijk is; dan mogen de vergaderingen niet tot drie uur ’s ochtends duren.
In Berlijn zul je de minste steun vinden. Daar is geen enkele bereidheid. Maar in Berlijn zou er alleen iets mogelijk zijn als we er acht dagen konden zijn. In drie dagen lukte het niet. Berlijn kijkt niet verder dan zijn eigen muren.

X.: Wann würde es möglich sein, das im Haag zu machen?

X: Wanneer zou zoiets in Den Haag mogelijk zijn?

Dr. Steiner: Wenn man sehen würde, daß man Stimmung machen
kann, dann wird man in Dornach daran denken, ziemlich nahezu im
Anschluß daran.

Als men zou zien dat er een goede sfeer gecreëerd kon worden, dan zouden ze het in Dornach overwegen, vrijwel direct daarna.

X.: Dann müßte man schlüssig werden, wie man die Stimmung am besten
erzeugt.

X: Dan zou men moeten uitzoeken hoe die sfeer het beste gecreëerd kon worden.

Dr. Steiner: Ja, sehen Sie, da müßte man manchmal in edlerem Sinne agitieren lernen. Nicht wahr, wenn Sie zum Beispiel die Gruppe Haaß-Berkow bei ihrer Jause anhören würden, so würden Sie sehen, sie haben eine Hand dafür, Stimmung zu machen. Es müßte zum Beispiel einmal, wo die Leute aus der Fremde kommen, gelingen, andere Gesprächstitel anzuführen. Es kommt auf Stimmungmachen an. Das muß nicht in unedlem Sinne gemeint sein. Es kommt darauf an, daß man Stimmung macht, statt daß man sich darüber unterhält, wie man — ich will nicht sagen, von was man sich unterhält! Wenn so viel Menschen auf einem Platz beisammen sind, da geht so viel von Mensch zu Mensch zu machen.

Ja, kijk, soms moet je leren om op een meer geraffineerde manier campagne. te voeren. Wanneer je bijvoorbeeld naar de Haass-Berkow-groep zou luisteren tijdens het eten, zou je zien dat ze een talent hebben voor het creëren van een goede sfeer. Als er bijvoorbeeld mensen van ver komen, is het belangrijk om andere gespreksonderwerpen aan te snijden. Het gaat erom een ​​goede sfeer te creëren. Dit moet niet op een onoprechte manier bedoeld te zijn. Het gaat erom een ​​goede sfeer te creëren, in plaats van te praten over hoe – ik wil niet zeggen waar – je het over hebt! Wanneer zoveel mensen op één plek samenkomen, kan er zoveel tussen hen gebeuren.

Es handelt sich darum, für Zwecke der Gründung des Weltschulvereins die rechte Stimmung zu machen. Nehmen Sie an, Sie bringen es zustande, daß also fünfzig Menschen die Meinung kriegen, es muß ein Weltschulverein gegründet werden. Wenn die Leute von Dornach abreisen, und es in der richtigen Weise erregt wird, das bedeutet, daß drei Wochen darauf fünfhundert, sechs Wochen darauf fünftausend die Meinung haben, es muß ein Weltschulverein gegründet werden.
Man muß das Zeug haben, in einer Anzahl von Menschen eine solche
Meinung zu erregen.

Het gaat erom de juiste sfeer te creëren voor de oprichting van de Wereldschoolvereniging. Stel dat je vijftig mensen ervan kunt overtuigen dat er een Wereldschoolvereniging moet worden opgericht. Als die mensen Dornach verlaten en de zaak op de juiste manier wordt aangezwengeld, betekent dat dat drie weken later vijfhonderd, zes weken later vijfduizend mensen van mening zullen zijn dat er een Wereldschoolvereniging moet worden opgericht. Je moet in staat zijn om zo’n mening bij een aantal mensen op te wekken.

X.: Wäre es nicht möglich, daß die Waldorflehrer Propaganda machen im
Anschluß an Vorträge?

X: Zou het voor Waldorf-leraren niet mogelijk zijn om na lezingen reclame te maken?

Dr. Steiner: Das können Sie selbstverständlich. Dem müßte die Stimmungsmache parallel gehen. Wie kommt es denn eigentlich, daß so
etwas in der Anthroposophischen Gesellschaft nie aufkommen kann, wie im besten Sinne des Wortes ein Korpsgeist?

Natuurlijk kan dat. De campagne zou hand in hand moeten gaan met het creëren van de sfeer. Hoe kan het dan dat zoiets als een ware esprit de corps, nooit kan ontstaan ​​in de Antroposofische Vereniging?

Blz. 232

Mehrere Lehrer versuchen, diese Frage zu beantworten.

Verschillende docenten proberen deze vraag te beantwoorden.

Dr. Steiner: So lange wir eine Anthroposophische Gesellschaft bloß waren, kam es auf all das nicht an, da brauchten wir kein Geld. Es ist das Unglück da, daß wir es jetzt brauchen. Und jetzt handelt es sich nicht darum, daß man geldgierig ist, es handelt sich darum, daß die Bewegung getragen werden muß. Das kriegt man nicht anders, als wenn Stimmung gemacht wird. Nun möchte man durchaus — das ist dasjenige, was ich schmerzlich empfinde: es besteht eine gewisse innere Opposition bei sehr vielen, die etwas tun sollten. Sie möchten das nicht tun, was ich für das Rechte halte, sondern irgendwie etwas anderes. Sie sträuben sich furchtbar. Das ist die Sitte unserer Zeit, als wenn wir bloß aus dem Geiste zu wirken brauchten, als wenn wir kein Geld brauchten. Wenn man Geld braucht, da muß man eben etwas tun dazu. Es braucht nicht unidealistisch zu sein, aber es muß etwas getan werden. Ich glaube nämlich, daß viel mehr Opposition ist, als Sie annehmen, innere Opposition. So ein Sich-Stemmen, Sträuben ist da; Schlaf, absolute Cliquenbildung. Es wäre gut, wenn man Korpsgeist entwickelt.
Wir können noch nicht eine Sektion begründen von etwas, was noch nicht besteht.

Zolang we slechts een Antroposofische Vereniging waren, deed dit er allemaal niet toe; we hadden geen geld nodig. Het ongelukkige is dat we het nu wél nodig hebben. En nu gaat het niet om hebzucht; het gaat erom dat de beweging gedragen wordt. Dat kan alleen worden bereikt door een positieve sfeer te creëren. Nu zou je natuurlijk graag willen – en dit is wat ik pijnlijk voel: er is een zekere innerlijke tegenstand onder velen die iets zouden moeten doen. Ze willen niet doen wat ik als juist beschouw, maar iets heel anders. Ze verzetten zich hevig. Dat is de teneur van onze tijd, dan dat wij alleen maar vanuit de geest hoeven te handelen, wij ook geen geld nodig hebben. Als je geld nodig hebt, moet je er iets voor doen. Het hoeft niet onidealistisch te zijn, maar er moet wel iets gebeuren. Ik geloof dat er veel meer tegenstand is dan je denkt, innerlijke tegenstand. Er is een soort weerstand, een terughoudendheid; lethargie, absolute kliekvorming. Het zou goed zijn als er een gevoel van saamhorigheid zou ontstaan.
We kunnen geen afdeling oprichten voor iets dat nog niet bestaat.

X.: Von irgendwo dürfte doch der Anstoß ausgehen.

X: De impuls moet toch ergens vandaan komen?

Dr. Steiner: Das müßte von einem weiteren Kreis ausgehen.

Die moet uit een bredere kring komen.

X.: Vielleicht könnte man herantreten an Vertreter der lokalen Schulbestrebungen und sie erwärmen für den Weltschulverein, zum Beispiel Rektor B. in Br.

X.: Misschien kunnen we vertegenwoordigers van de lokale schoolbewegingen benaderen en hen enthousiast maken voor de Wereldschoolvereniging, bijvoorbeeld rector B. in Br.

Dr. Steiner: Es handelt sich nicht darum, daß man den Namen Weltschulverein in die Welt bringt, sondern daß man eine Organisation in die Welt setzt. B. ist warm genug. In dem Augenblick, wo man den Weltschulverein hat, ist er auch dabei und wird wirken. Nicht wahr, bei B. in Br. bedeutet es nichts anderes, als daß man ein Loch mehr aufmacht für das Geldschnorren. Ob Sie als Waldorflehrerschaft oder als Weltschulverein herumgehen und Geld sammeln, auf das kommt es nicht an. Das ist nur ein neuer Name für dieselbe Sache. Man muß eine wirkliche Organisation schaffen, die eine Organisation für sich
ist.

Het gaat er niet om de naam Wereldschoolvereniging wereldwijd bekend te maken, maar om een ​​organisatie op te richten. B. is enthousiast genoeg. Zodra de Wereldschoolvereniging er is, zal die betrokken en effectief zijn. Is het niet zo dat B. in Br. gewoon weer een manier vindt om geld in te zamelen? Of je nu geld inzamelt als Waldorfleraren of als de Wereldschoolvereniging, dat maakt niet uit. Het is gewoon een nieuwe naam voor hetzelfde. Je moet een echte organisatie oprichten, een organisatie met een eigen identiteit.

X.: Wir müssen den Zeitpunkt des Dornacher Hochschulkurses ausnützen.

X.: We moeten gebruikmaken van de cursus aan de universiteit van Dornach.

Dr. Steiner: Es ist nötig, daß wir diese Leute zu Trägern des Agitationsgedankens machen. Von den Menschen werden wir direkt nicht 

Het is noodzakelijk dat we deze mensen de dragers maken van het idee van actievoering.

Blz. 233

viel haben können, das werden arme Schlucker sein, die lieber etwas beziehen möchten. Solche haben wir auch. Es kommt darauf an, daß diese Leute die Träger des Gedankens sind und diesen Gedanken hinaustragen. Dann kommt es darauf an, daß diese Agitation warm erhalten bleibt. Wenn wir im Haag etwas inaugurieren — es braucht kein Verein zu sein, eine Agitation braucht nur entfaltet zu werden —, wenn wir das vom Haag aus machen können, so darf man
nicht vergessen, es besteht eine starke Stimmung dafür, man muß Mitteleuropa aufhelfen. Sie möchten das schon. Wenn man da den rechten Ton trifft, so geschieht etwas. Man muß versuchen, die Gefühle, die da sind, so zu formulieren, daß es in die rechte Richtung kommt. Der Gesichtspunkt ist schon da. Das wäre schon zu erreichen. Das könnte bald geschehen, wenn die Seelen aufwachen würden. — Sie sind wach genug. Wenn Sie etwas recht Gescheites mit derselben Kraft in Dornach hinausschmettern, so ist das schon ganz gut.
Es ist doch besser, wenn nicht die Bettler und Landstreicher den
Verein gegen Verarmung gründen, sondern die, die etwas in der
Tasche haben.

We zullen niet veel rechtstreeks van de mensen krijgen. Het zullen arme stakkers zijn die liever iets ontvangen. We hebben er ook zulke. Waar het om gaat, is dat deze mensen de dragers van het idee zijn en het uitvoeren. Dan is het belangrijk dat dit stemming maken warm blijft. Als we iets in Den Haag initiëren – het hoeft geen vereniging te zijn, een warme stemming hoeft alleen maar op gang te komen – als we dat vanuit Den Haag kunnen doen, dan mogen we niet vergeten dat er een sterk sentiment voor is; we moeten Centraal-Europa helpen. Ze willen het. Als je de juiste toon aanslaat, gebeurt er iets. Je moet proberen de gevoelens die er zijn zo te formuleren dat het de goede kant op gaat. Het perspectief is er al. Dat zou kunnen gebeuren. Dat zou snel kunnen gebeuren als de zielen zouden ontwaken. – Ze zijn voldoende wakker. Als je erin slaagt om met dezelfde kracht iets echt slims tot uiting te brengen in Dornach, is dat heel goed.
Het is ongetwijfeld beter als de vereniging tegen armoede niet wordt opgericht door bedelaars en zwervers, maar door mensen die wel iets te besteden hebben.

Es wird über Stuttgarter Hochschulkurse im kommenden Winter gesprochen
und berichtet, über welche Gebiete einzelne Lehrer vorzutragen gedenken.

Er wordt gesproken over hogeschoolcursussen in Stuttgart volgend winterseizoen en er zijn berichten over welke onderwerpen individuele leraren willen behandelen.

Dr. Steiner: Es ist viel geredet worden, es müßte etwas geschehen.
Ich würde nur nicht wünschen, daß es von hier aus in die Hand
genommen wird, eine Art hochschulmäßige Vorträge, und daß das
ins Wasser fällt. Das wäre das allerschlimmste. Ich würde über
Anthroposophie, Philosophie und so etwas reden.

Er is veel over gesproken; er moet iets gebeuren.
Ik zou het gewoon niet willen dat het hier wordt opgepakt, een soort hogeschoolachtige voordrachten, en dat het dan niet doorgaat. Dat zou het ergste zijn wat ik me kan voorstellen. Ik zou het hebben over antroposofie, filosofie en dat soort dingen.

X.; Wir hatten in Aussicht genommen, eine Art Semestralvorlesungen.

X.: We hadden een soort collegereeks van een semester voor ogen.

Dr. Steiner: Man kann die Lehrfächer anders gruppieren. Ich würde nicht so nach diesen alten Schablonen gruppieren. Ich würde mehr nach den sachlichen Gesichtspunkten gruppieren. – Sie können doch, Herr von Baravalle, Einsteins Theorie und Quantentheorie behandeln.

De onderwerpen kunnen anders worden ingedeeld. Ik zou ze niet indelen volgens die oude sjablonen. Ik zou ze meer indelen op basis van het onderwerp. – U kunt, meneer von Baravalle, toch Einsteins theorie en de kwantumtheorie behandelen.

X.: Ich glaube, daß wir es den Studenten leichter darstellen. Die Leute werden es hier verstehen.

X.: Ik denk dat we het op die manier makkelijker aan de studenten kunnen presenteren. De mensen hier zullen het begrijpen.

Dr. Steiner: Synthetische Geometrie, davon verspreche ich mir ungeheuer viel für eine Gesundung. Ich bin einverstanden mit dem, was Sie sich als Programm vorsetzen. Diese vielleicht wirklich ganz andersartigen Vorstellungen, die die Leute bekommen, wenn außer dem, eine Ellipse aus der Gleichung bestimmen zu können, wenn sie

Synthetische meetkunde, ik verwacht er enorm veel van voor een hernieuwde kennismaking. Ik ben het eens met wat u voor ogen hebt als programma. Dit zijn wellicht heel verschillende ideeën die mensen krijgen wanneer ze,  naast het kunnen bepalen van een ellips aan de hand van een vergelijking, ook begrijpen hoe een ellips ontstaat uit een bundel stralen. Dat is een hele opgave.   

Blz. 234

aus einem Strahlenbüschel die Genesis einer Ellipse begreifen, das ist viel. Ich weiß nicht, ob das nicht zum Beispiel ganz interessant wäre, die Grundbegriffe der analytischen Geometrie, dann die der synthetischen Geometrie, dann parallele Kegelschnittlinien, analytisch und synthetisch. Jetzt wird es meistens so gelehrt, daß man einen Kurs hat für analytische Geometrie und einen für synthetische. Dieses reizvolle, was da wäre, wenn man die ganze Kegelschnittlehre analytisch und synthetisch lernt!
Ich glaube, wir müssen es heute beschließen. Die Hochschulkursc würde ich Ihnen sehr ans Herz legen. Bringen Sie den Plan nach Dornach mit. In Dornach haben wir mehr auf Personen uns gerichtet. Die Studenten wollen es mehr nach Fächern. Man könnte doch spezialisieren. — Dr. Schubert, über die Seele der Sprache ist nicht viel erforscht worden!
Im Sinne meiner heutigen Anfangsworte möge sich unser Zusammenwirken entfalten. 

Ik weet niet of het niet heel interessant zou zijn om bijvoorbeeld de basisbegrippen van de analytische meetkunde te behandelen, vervolgens die van de synthetische meetkunde, en daarna parallelle kegelsneden, zowel analytisch als synthetisch. Momenteel wordt het meestal gegeven met één cursus analytische meetkunde en één cursus synthetische meetkunde. Stel je voor hoe aantrekkelijk het zou zijn om de volledige theorie van kegelsneden zowel analytisch als synthetisch te leren!
Ik denk dat we hier vandaag een besluit over moeten nemen. De hogeschoolcursussen zou ik u zeer aanraden. Neem het plan mee naar Dornach. In Dornach hebben we ons meer gericht op individuen. De studenten geven de voorkeur aan een meer vakgerichte aanpak. Je zou je kunnen specialiseren. — Dr. Schubert, er is nog niet veel onderzoek gedaan naar de ziel van de taal!
In de geest van mijn openingswoorden van vandaag, moge onze samenwerking bloeien. <8>
GA 300A/214-234

GA 300A  inhoudsopgave

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3537-3323

.

.

.

.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

VRIJESCHOOL – Steiner over oordelen (GA 97)

.

Zie de inleiding

In de 16e voordracht van GA 97 schetst Steiner een bepaalde ontwikkeling die de mensheid heeft doorgemaakt.
De nadruk ligt op ‘het denken’.
Hij vergelijkt de mens in Atlantis en de latere mens en legt het waarom de mens steeds helderder is gaan denken, bij de werking van de macht van Lucifer.
Deze is de drager en brenger van het licht in het denken.
Hij brengt het ook in verband met hoe het etherlijf van de mens daardoor verandert en zegt van die veranderingen:

Die früheren Entwickelungszustände der Menschheit werden nun im einzelnen Menschenleben noch einmal in Siebenjahresrhythmen wiederholt.

De vorige stadia van de menselijke ontwikkeling herhalen zich nu in individuele mensenlevens in cycli van zeven jaar.

Wanneer je deze zin isoleert van de context – wat ook vandaag de dag nog gebeurt – ontstaat de indruk dat ‘het kind de fasen van de ontwikkeling van de mensheid’ herhaalt.
En dus een tijd ‘een Atlantiër’ of een ‘Griek’ is enz.

Maar dat is te kort door de bocht: het gaat om een zekere parallel wat de ontwikkeling van het bewustzijn betreft.

Een uitgebreide artikelenreeks over dit onderwerp vind je hier.

GA 97

Das christliche Mysterium

Het christelijke mysterie

Voordracht 16, Düsseldorf, 4 april 1906

Die Kinder des Luzifer
Die Ablösung der Blutsliebe durch die geistige Liebe

De kinderen van Lucifer
De verandering van liefde bij bloedverwantschap door geestelijke liefde

Blz. 168

Die früheren Entwickelungszustände der Menschheit werden nun im einzelnen Menschenleben noch einmal in Siebenjahresrhythmen wiederholt.( )
Erst nach der Geschlechtsreife soll der Mensch selbst urteilen lernen. Der Ätherkörper wird zu diesem Zeitpunktgelockert, und der Astralkörper ist erst jetzt bereit, nach außen tätigzu sein.
Diese Entwickelung, die also heute der einzelne Mensch in Siebenjahresrhythmen durchmacht, hat die Menschheit als solche im
Lauf ihrer großen Entwickelungsepochen absolviert. Ein Teil der
untergeordneten Kräfte im Menschen wurde heraufgehoben zur
Ausbildung der Urteilskraft. 

De vroegere stadia van de menselijke ontwikkeling herhalen zich nu in individuele mensenlevens in cycli van zeven jaar. 
Pas na de puberteit moet een mens zelfstandig leren oordelen. Tegen deze tijd maakt het etherlijf zich losser en is het astrale lichaam klaar om zich naar buiten toe te manifesteren.
Deze ontwikkeling, die de individuele mens tegenwoordig in de zevenjaarsfasen doormaakt, werd door de mensheid als geheel voltooid in de loop van haar grote ontwikkelingsfasen. Een deel van de ondergeschikte krachten in de mens kwam binnen het bereik voor de ontwikkeling van het oordeelsvermogen.
GA 97/168
Niet vertaald

Rudolf Steiner over oordelenalle artikelen

Over etherlijf en astraallijf

Rudolf Steiner: alle artikelen

Algemene menskunde voordracht 9

VRIJESCHOOL in beeldalle beelden

.

3536-3322

.

.

.

.

 

 

VRIJESCHOOL – Pesten (17-4)

.
Anne Brockmann, Erziehungskunst 03-2026

.

Brandpreventie i.p.v. de brandweer
.

Een persoon, zijn of haar situatie en problemen niet geïsoleerd bekijken, maar ze begrijpen als onderdeel van een groter geheel  – dat is de systemische benadering.

Maatschappelijk werker Fridtjof Meyer-Radkau heeft dit concept van systemisch denken en handelen verweven met het Waldorfonderwijs en traditioneel schoolmaatschappelijk werk, en er een boek over geschreven. In gesprek met onze redacteur legt hij uit hoe de systemische benadering ook kan helpen bij het aanpakken van pesten.

Razna (naam veranderd door de redactie) en school? Lange tijd was dat geen probleem. De eerste paar jaren waren zorgeloos. Razna leerde gemakkelijk en met plezier. Ze had ook vrienden. Maar toen kon ze voor langere tijd niet naar school. Toen Razna terugkeerde, was er plotseling veel veranderd.

Een klasgenoot maakt gemene opmerkingen tegen haar – eerst één keer, daarna steeds weer, elke keer dat hij haar ziet. Tijdens de pauzes, in de gangen en op het schoolplein. En hij verzamelt een groep om zich heen. Ergens onderweg naar huis vangt hij haar op. Nog meer gemene opmerkingen. Beledigingen en vernederingen. Dat Duits niet Razna’s moedertaal ia, was tot dan toe nooit een probleem geweest. Nu wordt ze ermee geconfronteerd en belachelijk gemaakt.

Steeds vaker zit Razna bij Fridtjof Meyer-Radkau. In de blauwe bouwkeet, die hij deelt met zijn collega Janina Richter en die in een hoek van het schoolplein staat. Meyer-Radkau is schoolmaatschappelijk werker op de Vrije Interculturele Waldorfschool in Berlijn. Voor Razna is het een vertrouwenspersoon, de bouwkeet een toevluchtsoord. Ze vertelt hem wat ze meemaakt en hoe het haar dwarszit.

Het duurt niet lang voordat Meyer-Radkau een denkbeeldige bril opzet – de ‘pestbril’, zoals hij die noemt. Daarmee beoordeelt hij of wat hij via Razna meemaakt, mogelijk pestgedrag is. “In wezen,” legt hij uit, “zijn er twee criteria om dit te beoordelen. Gaat het om terugkerend gedrag? Is het op een vernederende manier gericht tegen iemand zelf, tegen zijn of haar diepste wezen?”
Misschien zijn er al stappen ondernomen om het tegen te gaan. Als die niet effectief zijn geweest, is dat een andere aanwijzing.

Meyer-Radkau wil waarschuwen voor overhaaste conclusies trekken.

Vaststellen van pestgedrag vereist vaak vertrouwelijke gesprekken met meerdere mensen – en dus tijd.

In Razna’s geval nam de maatschappelijk werker van de Waldorfschool eerst contact op met haar leerkrachten. Hij vroeg niet alleen naar Razna, maar ook naar de klas als geheel. “Hoe ervaart u de kinderen op dit moment? Hoe gaat het met ze – individueel en als groep?” Hij stelde dezelfde vragen aan de klassenvertegenwoordiger. De leerkracht overlegde eerst met Razna en sprak daarna met haar ouders. De leerkrachten werkten nauw samen met Razna, en Meyer-Radkau vat het als volgt samen: “We hebben de situatie niet gebagatelliseerd of gedramatiseerd. We namen het leed van het meisje en de signalen van pestgedrag die we zagen serieus en onderzochten de zaak systematisch.”

Geen sprake van schuld

Met Razna’s toestemming benaderde Meyer-Radkau eindelijk de klasgenoot die Razna lastigviel, haar op weg naar huis onderschepte en haar voor de ogen van andere vrouwelijke klasgenoten belachelijk maakte. Meyer-Radkau wil het woord ‘dader’ niet gebruiken als hij het over de jongen heeft. Hij wil Razna ook geen ‘slachtoffer’ noemen. Hij vindt ‘dader’ en ‘betrokkene’ passender. Want Meyer-Radkau maakt één ding volkomen duidelijk: “Pesten oplossen gaat nooit over het toewijzen van schuld.” Wat essentieel is, zegt hij, is om te achterhalen wat er momenteel speelt in de systemen waar de betrokkenen deel van uitmaken. Hoe ziet Razna’s wereld er nu uit – zowel op school als daarbuiten? En wat is haar situatie?

Klasgenoten? Wat zou hen kunnen verontrusten, overweldigen of beangstigen? Meyer-Radkau adviseert: “Het is het beste om de ouders of andere verzorgers erbij te betrekken, omdat zij de situatie het beste kennen.”

De toestemming van de betrokkenen is een voorwaarde voor elke stap. Transparantie schept namelijk een basis van vertrouwen en biedt zekerheid. Maar nog belangrijker:

“Omdat pesten inherent grensoverschrijdingen zijn, en handelen zonder voorafgaand overleg in zo’n situatie een verdere inbreuk zou betekenen,” zoals Meyer-Radkau weet. Soms is het moeilijk te accepteren dat de angst voor negatieve gevolgen bij een confrontatie groter is dan het geloof dat er een uitweg is. Maar dit is wel zo.

Maar dat moet je dan maar doorstaan. En Meyer-Radkau kan er zelfs iets positiefs in vinden: “Hoe paradoxaal het ook mag lijken, de persoon die erdoor getroffen wordt, ervaart in ieder geval dat er naar hem of haar geluisterd wordt en dat zijn of haar woorden gerespecteerd worden. Dat op zich kan al een vorm van empowerment zijn.”

Het versterken en stabiliseren van de betrokkenen is in elk geval een belangrijk onderdeel van de aanpak van pesten. Waar liggen mijn grenzen en hoe kan ik daarvoor opkomen? Welke andere mogelijkheden zijn er om te reageren op kwetsend gedrag?

Soms is het weleens ongemakkelijk

Razna was het ermee eens dat de schoolmaatschappelijk werker aan wie ze haar verhaal had verteld, alle betrokkenen bij het pesten zou benaderen en erbij betrekken van wie hij dan zinvol acht.
 “In lijn met de ‘no-blame’-aanpak hebben we uiteindelijk een kleine steungroep van vier meisjes uit dezelfde klas om haar heen gevormd. Zij kregen de taak om te reageren als er nog meer beledigingen of vernederingen zouden plaatsvinden.” Ze moesten Razna ook naar het treinstation begeleiden. Hierdoor kon ze weer veilig naar school lopen, legt Meyer-Radkau uit. Hij zegt dat afgesproken maatregelen altijd concreet en controleerbaar moeten zijn om effectief te zijn. Hij werkt net zo intensief voor en met de jongen die het pesten begon. Want, niet geheel onverwacht voor de schoolmaatschappelijk werker, is het duidelijk geworden: ook hij heeft het moeilijk. Zijn gedrag jegens Razna is slechts een symptoom van zijn eigen problemen. Meyer-Radkau meldt dat niet alleen hij, maar ook de leraren, nog steeds regelmatig in contact staan ​​met beide families. “In dit geval is iedereen gelukkig reflectief en coöperatief. Dat is natuurlijk niet altijd het geval, en dan moet je als schoolmaatschappelijk werker soms hard optreden. Het kan alle kanten opgaan, en we moeten een dikke huid hebben.”

Jezelf als onderdeel van de groep zien

Kijkend naar Razna, haar klasgenoten en de andere leerlingen, heeft Meyer-Radkau er vertrouwen in dat ze binnenkort weer constructief als gemeenschap zullen samenleven. Toch wil hij niet altijd alleen maar de “brandweerman” zijn: “Ik ben absoluut geen voorstander van de gedachte: ‘We hebben een brandweer; die lost het wel op als er brand uitbreekt.’ Ik wil brand in de eerste plaats voorkomen. Er zijn brandveiligheidsmaatregelen, en die gaan ons allemaal aan.” Het vereist het besef dat iedereen die in een klas werkt, ook deel uitmaakt van de unieke dynamiek ervan. Voor Meyer-Radkau omvat dit in het bijzonder de leerkrachten – of ze zich er nu van bewust zijn of niet. Want, zoals de maatschappelijk werker van een Waldorfschool zegt: “Uiteindelijk zijn het de volwassenen die verantwoordelijk zijn voor het vormgeven van de relaties op school.”
Bovendien moet er consensus zijn om de daders van pesten niet moreel aan te spreken, de zogenaamde ‘no-blame’-aanpak. Daarom pleit Meyer-Radkau voor training over het thema pesten voor het hele personeel. Hij is ervan overtuigd dat dit het broodnodige bewustzijn zal vergroten. Vervolgens zouden, indien mogelijk, interdisciplinaire teams moeten worden gevormd – bestaande uit specialisten uit het onderwijs en de administratie, de buitenschoolse opvang en het maatschappelijk werk. Want pesten kan alleen wortel schieten “waar veel te veel mensen het niet hebben opgemerkt of het veel te lang hebben genegeerd.” Dat moet veranderen.

Fridtjof Meyer-Radkau: Waldorfschulsozialarbeit. Praxishandbuch für standortbezogene Konzeptarbeit. 152 Seiten, 21 Euro
Pädagogische Forschungsstelle Stuttgart.

.

Erziehungskunst

Opvoedingsvragen: alle artikelen   pesten onder nr. 17

Ontwikkelingsfasenalle artikelen

Leerproblemenalle artikelen

Algemene menskundealle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3528-3314

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Pesten (17-3)

.
Angelika Lonnemann, Erziehungskunst,
.

Pesten, moed en de kracht van verandering

Dit is een verhaal over pijn en genezing, over de kracht van structuren en de kracht van verandering. Het zien laat dat pesten niet zomaar verdwijnt, maar mensen een leven lang kan beïnvloeden. Het laat ook zien dat scholen kunnen veranderen – als ze dat willen, als ze opletten en als ze controlemechanismen ontwikkelen.

Het is een zonnige middag, ergens in Duitsland.
Martin, een vader, begeleidt zijn zoon naar een verjaardagsfeestje. Terwijl de kinderen spelen, blijft hij in de keuken zitten met een kop koffie en een andere vader – een oud-klasgenoot met wie hij tijdens zijn schooltijd nauwelijks contact had. Ze raken aan de praat over vroeger, over hun basisschooltijd. En plotseling gaat er een venster open voor beiden. De andere man vertelt over diepe emotionele wonden die hij nog steeds met zich meedraagt. Over vernederingen die nog steeds pijn doen. Zijn kind zit op een Waldorf-kleuterschool – zelfs dat was een enorme hindernis voor hem – maar school? Nooit! De wonden zitten te diep. Voor Martin is deze ontmoeting een eyeopener. Hij heeft zelf drie kinderen, van wie er twee naar dezelfde Waldorfschool gaan waar hij ooit leerling was.

Hoewel ook hij gepest werd en geweld meemaakte, koos hij voor deze school. “Dat was alleen mogelijk omdat ik hulp zocht om te verwerken wat ik had meegemaakt,” zegt Martin, die al jaren betrokken is bij de ouderraad van de school.

De angst in de klas

Begin jaren negentig ging Martin naar een Waldorfschool in Duitsland. Zijn ouders stonden dicht bij de antroposofische beweging en zijn broers en zussen zaten er al. Alles leek goed te gaan. Maar vanaf het begin ging er iets mis. Er zaten 36 kinderen in de eerste klas; later waren dat er soms zelfs 42. De leerkracht was net afgestudeerd, had geen ervaring en was zelf een jonge vader van meerdere jonge kinderen. Een overschot aan jongens zorgde voor een bijzondere situatie dynamiek. De klas was levendig en luidruchtig. “Er heerste veel angst in de klas,” herinnert Martin zich. De leraar gooide zijn sleutels naar de kinderen. Kinderen moesten buiten de deur staan ​​en de hele tijd dat ze wachtten de deurknop ingedrukt houden, zodat het van binnenuit duidelijk was dat ze er nog steeds waren. “Er was een constante angst voor straf,” zegt Martin. De drastische maatregelen werkten niet, maar ze creëerden een klimaat van angst en een slechte sociale sfeer in de klas.

Eén situatie uit de derde klas staat Martin nog helder voor de geest. Het ging over hardop lezen. “De leraar vernederde kinderen die niet vloeiend en goed konden lezen,” vertelt Martin. “Er ontstond een klimaat waarin het volkomen acceptabel was om iemand voor een groep te vernederen.” Martin ontwikkelt een overlevingsstrategie. Hij berekent wanneer hij aan de beurt is om hardop te lezen – de leraar leest altijd van achter naar voren, waarbij elke leerling ongeveer 30 seconden tot een minuut leest. Dan gaat hij vroeg naar de wc en loopt hij heen en weer in de gang tot de rij hem gepasseerd is. Een kind dat zichzelf beschermt door weg te vluchten.

Nu we dit gesprek voeren, herinnert Martin zich andere straffen die zijn leraar gebruikte: “Vaak moesten we als straf achter onze stoel of in de hoek staan. We moesten ook onze mond met zeep spoelen als we vloekten. Hij ‘maakte’ kinderen die leken te dagdromen en niet meededen aan de les wakker door water uit een gieter over hun hoofd te spetteren, terwijl de rest van de klas riep: ‘Word wakker!'”

Een dankbaar slachtoffer

Martin is een spraakzaam, extravert kind. Naïef, zoals hij zelf zegt. “Toen vertrouwde ik mijn innerlijke leven naïef en vol vertrouwen toe aan mijn medemens.”

Hij heeft moeite om te onderscheiden wat hij anderen wel en niet moet vertellen, bijvoorbeeld over zijn eerste verliefdheden op meisjes. Dit maakt hem het perfecte doelwit. “Ik was een dankbaar slachtoffer voor klasgenoten die het leuk vonden om me te plagen,” zegt hij. De leraar, die zich vooral bezighoudt met discipline en rust, merkt het pesten niet eens op. En de school heeft geen structuren om externe hulp in te schakelen.

Hoe normaal geweld en vernedering zijn geworden, wordt duidelijk tijdens het eerste schoolreisje, rond de zesde klas. Een jongen met lang haar, die door de anderen als onverzorgd wordt beschouwd, wordt voor ieders ogen – leraren en klasgenoten – vastgehouden en zijn tanden worden met geweld gepoetst. Er wordt water in zijn gezicht gespat.

Later worden er grappen over gemaakt. Gevolgen? Geen.

Voor Martin zelf wordt het uiteindelijk ondraaglijk. Het is heel hip om de binnenkant van inktverwijderaar uit tubes te vissen en de omhulsels als spuugbakjes te gebruiken. Omdat Martin als spraakzaam wordt beschouwd en de leraar hem in de gaten wil houden, zit hij meestal vooraan – een perfect doelwit. Kwijlende propjes papier belanden in zijn nek. Als hij klaagt, haalt de leraar zijn schouders op. “Toen ging ik tijdens de pauze alleen naar huis,” vertelt Martin. “Ik kon het niet meer aan, de druk, het feit dat niemand me hielp.” Gedurende de tijd dat hij bij zijn leerkracht zat, beheerste dit gevoel van hulpeloosheid Martins leven. Het leek onmogelijk om ergens hulp te krijgen. “Mijn ouders geloofden me en luisterden naar me, maar er gebeurde nog steeds niets.”

De mislukte ontsnappingspoging

Uiteindelijk proberen zijn ouders een andere aanpak. Ze regelen proefdagen voor Martin op een openbare school in de buurt, een school met een hoog percentage leerlingen met een migratieachtergrond. Martin zou daar een week blijven. Na twee dagen stopt hij ermee. “Het was zo onbekend en overweldigend voor me dat ik zei: ‘Wat ik ken, geeft me meer zekerheid’, legt hij uit. Het vertrouwde, hoe pijnlijk het ook was, voelde veiliger dan het onbekende. Een paradoxale beslissing die onthult hoe diep Martin al onzeker was.

Na de mislukte schoolwissel ontstonden er hevige discussies tussen zijn ouders en zijn leerkracht. Daarna werd Martin door de meeste klasgenoten genegeerd. ‘Maar dat was ongelooflijk opluchtend,’ zegt hij. Genegeerd worden was beter dan dagelijks getreiterd worden. Wat hem hielp: een kleine, hechte groep vrienden die hem altijd steunden. ‘Ik was nooit helemaal zonder vrienden.’ Twee van deze vriendschappen bestaan ​​nog steeds.

Op de middelbare school ging het aanzienlijk beter. Een ervaren leraar wist de klassendynamiek in een positieve richting te sturen. Buitenschoolse activiteiten en gemeenschappen boden Martin steun – de protestantse kerk, zijn catechisatie.

De last die blijft hangen

En dan was er die ontmoeting op een kinderfeestje. De voormalige klasgenoot, die ‘tot op de dag van vandaag nog steeds diepe emotionele wonden met zich meedraagt’,  iemand die nooit therapie heeft gehad, het nooit heeft verwerkt. “Hij heeft het trauma van zijn jeugd nog steeds niet overwonnen,” zegt Martin peinzend. Zelf heeft hij wel hulp kunnen zoeken. Hij is twee keer in therapie geweest: als jongvolwassene kort na zijn schooltijd en later toen hij vader werd. “Ik had een familie en later een partner die dit altijd als een belangrijk probleem zagen. Ik kon altijd openlijk praten over het zoeken naar hulp.”

De verandering

Waarom stuurt Martin zijn eigen kinderen dan naar precies die school waar hij zelf zoveel pijn heeft ervaren? Als onderwijzer in het reguliere onderwijs, met inzicht in veel verschillende schooltypen, zegt hij: “Naar mijn mening is Waldorfonderwijs, wanneer het niet wordt toegepast door incompetente en verwaarloosde individuen, nog steeds een benadering die het beste aansluit bij de behoeften van kinderen.” Bovendien heeft hij ontdekt dat zijn oude school nu anders is. Zo is er bijvoorbeeld nu schoolmaatschappelijk werk voor leerlingen in de onderbouw en bovenbouw. ​​Twee voltijdse maatschappelijk werkers per school – hoewel Martin vindt dat dat nog steeds niet genoeg is. In de eerste twee schooljaren wordt er gewerkt met een team-teachingmodel. Geen enkele leerkracht staat alleen in de vaak nog steeds grote klassen; er is altijd een tweede volwassene aanwezig. “Dat is heel belangrijk,” benadrukt Martin. Want wat hij zelf meemaakte, was ook het gevolg van isolatie. Een jonge, overbelaste leraar, alleen met 40 kinderen, zonder toezicht, zonder enige ondersteuning.

Tegenwoordig maken alle leerlingen kennis met conflictoplossing via een speciale module aan het einde van de onderbouw. ​​Schoolmaatschappelijk werkers zijn beschikbaar tijdens alle pauzes. Er is een actieve leerlingenraad in de onderbouw en bovenbouw. ​​Participatieve projecten waarbij leerlingen een gevoel van eigenwaarde ervaren. Martin vond zijn recente betrokkenheid bij het ontwikkelen van het beleid voor de bescherming van kwetsbare personen bijzonder waardevol. De ouderraad werd uitgenodigd om mee te doen en een externe dienstverlener leverde ook een bijdrage. Tijdens workshops werd erkend dat de machtspositie van de klassenleerkracht in Waldorfscholen een tweesnijdend zwaard is. “Wat we enerzijds zo prachtig vinden, kan anderzijds net zo goed veroordeeld worden. En er moeten absoluut checks and balances zijn. Ik denk dat die op onze school nog niet perfect zijn, maar ze zijn goed geïntegreerd, zodat je erop kunt vertrouwen dat gebeurtenissen zoals die in mijn jeugd niet meer kunnen gebeuren,” zegt Martin.

Wat blijft er over?

Een confrontatie met het verleden, met name rond die overbelaste leerkracht, heeft op de school nog niet plaatsgevonden. “Er wordt gewoon niet over gesproken.” Martin vindt het belangrijk om dit aan te kaarten. En hij heeft een duidelijke eis: “Het is dringend noodzakelijk dat alle Waldorfscholen proactief hun geschiedenis onder ogen zien – inclusief de lokale geschiedenis van de individuele scholen.” Hij hoopt dat de Federatie van Onafhankelijke Waldorfscholen dit met dezelfde toewijding zal eisen als het beleid ter voorkoming van geweld, dat alle Waldorfscholen in 2022 verplicht moesten invoeren.

Martin heeft pijn en genezing ervaren; hij heeft gezien hoe structuren, zoals die op zijn oude school, kunnen veranderen.
Pesten kan iemand een leven lang tekenen. Zijn verhaal laat ook zien hoe verschillend mensen met trauma omgaan. In tegenstelling tot zijn klasgenoot kon hij steun zoeken. Martin heeft vrede gesloten met zijn verleden. Hij is actief in de ouderraad en zet zich in voor verdere verbetering van de structuren op zijn voormalige school. En binnenkort zal hij zijn jongste kind naar de school sturen die hem zoveel pijn heeft bezorgd – omdat hij ziet dat de school is verbeterd.

“Wat ik ken is veiliger” – deze uitspraak van toen heeft vandaag een andere betekenis. Het is niet langer de angst voor het onbekende die hem op de Waldorfschool houdt, maar de hoop op wat mogelijk is wanneer mensen bereid zijn te veranderen.

Erziehungskunst

Opvoedingsvragen: alle artikelen   pesten onder nr. 17

Ontwikkelingsfasenalle artikelen

Leerproblemenalle artikelen

Algemene menskunde: alle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3527-3313

.

.

.

.

 

VRIJESCHOOL – Goedheid in de opvoeding

.

Zeven jaar zijn verstreken sinds duizend kleuterleidsters voor het laatst bijeenkwamen in het Goetheanum om zich te wijden aan het thema kindertijd. Nu zijn er drie kernwoorden voor de vroege kinderopvoeding gekozen als centraal thema: goedheid, liefde en kracht*. Wat tegenstrijdig lijkt, is in werkelijkheid een gradatie: door liefde wordt de kracht goed, en door kracht wordt liefde onwrikbaar. Onwrikbaar in haar goedheid – dat is wat goedheid’ betekent.

.

In een serie van 3 worden deze aspecten besproken:

Over ‘de liefde’.

Over ‘de kracht 

Laury Clark, das Goetheanum 26-03-2026

.

“Goedheid is het enige eerlijke antwoord op alles.” – George Sanders

Goedheid betekent oprechte zorg en mededogen tonen door behulpzame daden, zonder er iets voor terug te verwachten. De etymologie van het woord ‘goedheid’ komt uit het Oudengels en is afgeleid van het woord ‘kynd’, dat verwijst naar iemands familie. In deze periode, van het midden van de 5e tot de 12e eeuw, betekende goedheid het behandelen van je familie met mededogen en vriendelijkheid.
Sindsdien is de maatschappij geëvolueerd en is het woord ‘goedheid/vriendelijkheid’ gaan verwijzen naar de deugd van het universeel behandelen van alle mensen met een goed hart.

De oorsprong van het woord ‘vriendelijk- Engels heeft ‘kind’ – in het Duitse Kind, heeft een vergelijkbare wortel. Het kleine kind is vol onschuldige goedheid, pas uit de spirituele wereld, maar verlangt ernaar om van degenen die voor het zorgen te leren hoe het goedheid kan tonen.

Onze taak als opvoeders is het creëren van rolmodellen die het kind begeleiden. Jonge kinderen zitten vol enthousiasme en willen van hun leerkrachten leren hoe ze in het leven moeten staan. Een rolmodel zijn is een verantwoordelijkheid en vereist toewijding en vrijgevigheid van de leerkracht. We kunnen onszelf afvragen: hoe zijn mijn relaties met mijn collega’s, mijn vrienden en mijn familie? Creëer ik rolmodellen die het kind kan volgen? Ons werk met het Waldorf-onderwijs richt zich op het natuurlijke vermogen van jonge kinderen om meer te doen dan alleen maar na te doen wat de leerkracht hen leert. Het is het voorrecht van de leerkracht om te laten zien wat het betekent om mens te zijn.

Het jonge kind neemt de gedachten, gevoelens en handelingen van zijn verzorgers transparant waar en imiteert ze met onbewust vertrouwen. Het heeft geen filters; alles wat de volwassenen om hem heen doen en zeggen, vloeit in zijn ervaring. De imitatie van het jonge kind begint met het met volle aandacht waarnemen van iets, het innerlijk reconstrueren ervan en vervolgens het volgen en imiteren van het patroon

Ieder mens heeft een beschermengel die hem begeleidt. Wanneer we opkomen voor anderen en hen onbaatzuchtig en vriendelijk behandelen, weerspiegelen we het werk van de engel in ons. Het jonge kind herkent dit gebaar en begint te voelen en te imiteren hoe het goedheid kan tonen. We zijn niet perfect en soms gaan dingen niet zoals we willen. Het is belangrijk om genereus te zijn voor onszelf, zodat we een vergevende, compassievolle relatie met onszelf kunnen ontwikkelen. Onze krachtbron is onuitputtelijk wanneer we ons spiritueel inspannen. Het is een deugd om na een val, te midden van moeilijkheden en uitdagingen, weer op te staan ​​en opnieuw te beginnen. De kinderen voelen dit aan bij hun leerkracht en het geeft hen moed voor hun eigen worstelingen.

Veel kinderen komen bij ons met moeilijkheden. Elk kind draagt ​​een geheim met zich mee, en het is ons voorrecht als opvoeders om hen te begeleiden en te ondersteunen. Wanneer we deze houding aannemen, zegt Henning Köhler, “legt de engel van het kind de juiste vraag in mijn mond, en de essentiële vraag, die geen woorden nodig heeft, wordt door de engel in mijn blik, mijn vingertoppen, mijn lichaamstaal en de klank van mijn stem gelegd.”1

Bij deze kinderen is het essentieel dat de verzorger zich extra inspant om gevoelig, empathisch en begripvol te zijn ten aanzien van de situatie van het kind. Een kind zal zich verzetten tegen een leerkracht die geen empathie toont. Warmte en geborgenheid zijn belangrijk, zodat het kind zich veilig en geliefd voelt. Juist deze kinderen, die het meest van ons vragen, helpen ons om nieuwe mogelijkheden in onszelf te ontwikkelen. Het cultiveren van tolerantie, acceptatie en geduld heeft op zichzelf al een helende werking. Zelfs overdreven vriendelijkheid is een waardevol geschenk voor deze kinderen.

Tekeningen van een jongen (5 jaar oud) uit de VS, 1986. Bron: ChildArt eV Archief

 

 

 

 

 

 

 

 

.

In zijn lezing ‹Het lot van de mens en het lot van de naties› 2  beschrijft Rudolf Steiner hoe belangrijk het is voor iemands eigen hart om empathie te voelen voor de harten van anderen, vooral voor hen die lijden. “Hoe vaak is er wel niet gezegd dat wanneer menselijke zielen doordringen in spirituele sferen, ze ook steeds beter in staat worden om hun eigen gevoelens te verbinden met het lijden van anderen. En inderdaad, een van ons zal zich vaak in een situatie bevinden waarin de gebeurtenissen van onze tijd pijn veroorzaken. Dan zullen we kunnen zien of we sterk genoeg zijn om ons met het juiste gevoel te verbinden met het lijden van de ander, of het lijden dat in de ziel van de ander leeft, een pijn kan worden die wij zelf voelen. De potentie bestaat voor de mensheid om geleidelijk een punt te bereiken waarop het lijden dat in een ander leeft ons niet spaart, maar in ons blijft voortleven.”

Kunnen onze harten heilige tederheid bewaren en de deugd van onbaatzuchtige vriendelijkheid jegens onze broeders en zusters cultiveren? Spirituele goedheid richt zich op het goede van de daad, niet op iemands eigen waarde daarin. Wanneer we ons ego opzij kunnen zetten en volledig aanwezig kunnen zijn voor een ander, verrichten we een daad van goedheid die ons bevrijdt voor de genade om deel uit te maken van wat we doen.

In haar memoires getiteld ‹Ik ben een meisje uit Afrika3  beschrijft Elizabeth Nyamayaro haar buitengewone verhaal over hoe ze ondanks onvoorstelbare tegenslagen volhardde en uiteindelijk haar weg naar haar missie vond. Later in haar leven werd ze adviseur bij de Verenigde Naties en een voorvechter van sociale rechtvaardigheid. Ze draagt ​​haar memoires op met de volgende woorden: “Aan mijn allerliefste Gogo, wiens onwankelbare geest, liefde en wijsheid de kern van mijn wezen hebben gevormd.”
Elizabeth beschrijft een van haar mooiste jeugdherinneringen aan haar grootmoeder Gogo. Zij leerde haar dat niemand zich echt goed kan voelen als een ander zich niet goed voelt. De Ubuntu-groet in haar gemeenschap was: “Ndiripo kana waka diyiwo,” wat zich vertaalt naar: “Ik voel me goed zolang jij je goed voelt.” Wat een prachtige manier om iemand te begroeten.

Er worden nu kinderen geboren die de kwaliteit van ‘spirituele goedheid’ bezitten. Enkele jaren geleden zei een antroposofische arts op een conferentie voor onderwijzers in New York: ‘Het zijn de kinderen die ons het laatste nieuws uit de spirituele wereld brengen.’ Ik heb de afgelopen 50 jaar ervaren dat deze diepgaande uitspraak waar is, en ik ben zo blij en dankbaar dat ik mijn leven met jonge kinderen mag doorbrengen.

Onlangs maakte een zeer gevoelig vijfjarig kind een traumatische ervaring mee. Tijdens een bezoek aan vrienden zag het kind een filmfragment met verontrustende beelden. Ze kreeg nachtmerries en zei ook: “Ik heb nare gedachten.” Er werd veel gehuild en geworsteld, omdat het meisje niet begreep waarom ze de beelden die ze had gezien niet los kon laten. Samen met haar ouders maakte ze uiteindelijk een ‘gereedschapskist’ met artistieke materialen waarmee ze haar verdriet en angst kon uiten – in tekeningen en kleine bijenwasgels, waarvan ze geloofde dat ze haar zouden beschermen. Ze vroeg God om haar te helpen. Een paar weken later zei het kind tegen haar moeder: “Nu weet ik dat ik anderen kan helpen die hetzelfde meemaken als ik, omdat ik hetzelfde heb meegemaakt. Ik zal ze mijn verhaal vertellen en ze helpen.” Dit is een verbazingwekkende uitspraak voor zo’n jong kind, een vermogen tot spirituele goedheid om de pijn van anderen als haar eigen pijn te voelen en anderen met compassie en begrip te dienen, zoals Rudolf Steiner beschreef.


Tekening van een meisje (5 jaar oud) uit Duitsland, 1921. Bron: ChildArt eV Archief

 

 

 

 

 

    

Peuters en kleuters: alle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

Menskunde en pedagogie:  alle artikelen

Vrijeschool in beeldpeuters en kleuters

.

3525-3311
.
.
.

VRIJESCHOOL – De kracht in de opvoeding

.

Zeven jaar zijn verstreken sinds duizend kleuterleidsters voor het laatst bijeenkwamen in het Goetheanum om zich te wijden aan het thema kindertijd. Nu zijn er drie kernwoorden voor de vroege kinderopvoeding gekozen als centraal thema: goedheid, liefde en kracht*. Wat tegenstrijdig lijkt, is in werkelijkheid een gradatie: door liefde wordt de kracht goed, en door kracht wordt liefde onwrikbaar. Onwrikbaar in haar goedheid – dat is wat goedheid’ betekent.

.

In een serie van 3 worden deze aspecten besproken:

Over ‘de liefde’. .

Over de ‘goedheid’ (binnenkort oproepbaar) .

Waar voorheen externe krachten gezag en dominantie verleenden, is het tegenwoordig de innerlijke kracht van de opvoeders – een geschenk aan de kinderen, zodat zij hun vrijheid kunnen verwerven. .

Clara Aerts, das Goetheanum 26-03-2026

.

KRACHT IN DE OPVOEDING

De olijfboom

Andalusië, februari 2026. Nils, de zesde storm van het jaar, trekt over de Sierra Nevada en raast met volle kracht over de zuidelijke hellingen. Alle levende wezens zoeken beschutting. Eenzame bomen buigen en kreunen onder de geselende orkaanwinden. Ik kijk vol ontzag naar de eenzame oude olijfboom aan de rand van het terras. Hij lijkt onaangetast terwijl zijn uitgestrekte takken in de wind wiegen. De woedende storm wordt weerspiegeld in de rusteloze dynamiek van duizenden bladeren, die zich simpelweg overgeven aan deze kracht. Hun reactie, hun manier van overleven, is dansen op het ritme en tempo van deze externe kracht. Terwijl ik dit observeer, besef ik dat kracht niet alleen schuilt in de rechtheid van de stam, diep verankerd in de aarde door zijn wortels. Kracht ligt ook in de flexibiliteit van de takken, die in harmonie bewegen met de externe krachten. Kracht is zelfs te vinden in het toegewijde gebaar van de kleine blaadjes, die weerloos lijken in contact met de dynamiek die hen omringt, en toch niet loslaten.

Waar de kracht vandaan komt

Als we aan het begin van ons leven de kracht zoeken, vinden we die in het vermogen om met overgangen en veranderingen om te gaan. Elke dag wakker worden, de terugkeer naar onze vroege kindertijd, of het vermogen om het onverwachte te verwelkomen: het zijn allemaal uitingen van kracht. Elk kind betreedt deze wereld met een individueel gebaar; sommige kondigen hun komst aan met denkbeeldige trommels en trompetten, terwijl anderen op de drempel blijven staan ​​en hun omgeving aftasten met gevoelige antennes. We hebben de neiging om kracht toe te schrijven aan degenen die luid hun aanwezigheid verkondigen, maar kunnen we die kracht ook herkennen in degenen die zich inhouden en observeren? In beide contrasterende gebaren is er een manifestatie van de Ik-aanwezigheid, en wanneer die binnen gezonde grenzen blijft, bevordert ze innerlijke kracht. Rudolf Steiners inzichten in constitutie, temperament en ziel- en planetentypologie helpen ons de individuele kwaliteiten te begrijpen die een persoon in deze wereld meebrengt. Vanuit dit perspectief is kracht ons vermogen tot innerlijke groei. Potentieel voor innerlijke groei. Onderzoek naar de ontwikkeling van een ‘goed karakter’ wijst op typische eigenschappen, aangeboren sterke punten, waarop het onderwijs zou moeten voortbouwen om andere, minder ontwikkelde kwaliteiten te bevorderen.1.  Hier spelen volwassen verzorgers een cruciale rol bij het creëren van een vruchtbare bodem hiervoor. Wanneer het zich ontwikkelende zelf van het jonge kind wordt uitgenodigd en ondersteund om wortel te schieten in zijn of haar aangeboren fysieke gesteldheid, worden individuele eigenschappen een potentieel voor groei, ongeacht hoe ze zich manifesteren. Zonder de schoonheid van hun oorspronkelijke natuur te breken of te veroordelen, moeten extraverte kinderen worden ondersteund bij het beheersen van hun ongetemde energie. Introverte kinderen moeten met creatief geduld worden aangemoedigd om anderen te vertrouwen en zichzelf te laten zien zonder hun gevoelige ziel te beschamen. Waar deze ondersteuning ontbreekt, kan een natuurlijke neiging een gedragsprobleem of een zwakte worden, in plaats van zich te ontplooien als een kracht.

Ontwikkel innerlijke kracht

Geen opgave voor iemand m et zwakke zenuwen! Vooral voor hen die zich in crisistijden bevinden en op plekken die hopeloos lijken, vergt het innerlijke kracht en diepgewortelde veerkracht om elke dag weer op te staan ​​en een veilige haven van menselijke warmte te creëren voor de volgende generatie. Rudolf Steiner gaf onder andere de volgende spreuk om onze levenskracht te versterken.2

Ik draag rust in mijzelf;
ik draag in mijzelf
de krachten, die mij sterken.
Ik wil mij vervullen
met de warmte van deze krachten;
ik wil mij doordringen
met de macht van mijn wil.
En voelen wil ik
hoe rust uitstroomt
door mijn gehele zijn,
wanneer ik mij versterk
door de macht van mijn streven
om de rust als kracht
in mijzelf te vinden.

Ik geloof dat deze “innerlijke rust” me helpt om overeind te blijven in tijden van twijfel of crisis. Net als de olijfboom, die onwrikbaar in de storm staat, maar toch dicht bij alles wat er gebeurt. Net zoals verzorgers de verantwoordelijkheid hebben om een ​​ondersteunende en koesterende omgeving te creëren voor jonge kinderen om hun innerlijke ontwikkeling te bevorderen, zijn wij als volwassenen verantwoordelijk voor het creëren van een spirituele omgeving in onszelf die ons hogere zelf en onze innerlijke groei ondersteunt. Deze innerlijke drijfveer van verzorgers is een levend voorbeeld van hoe zij een baken voor kinderen kunnen zijn, die hen de weg wijzen in moeilijke tijden.

Lichamelijke en geestelijke gezondheid

Het is dan ook niet verwonderlijk dat het bevorderen van fysieke en mentale gezondheid de eerste stap is op het pad van innerlijke scholing.3  We zijn gezegend en tegelijkertijd uitgedaagd door wisselende gezondheidstoestanden. We moeten leren ermee om te gaan. Tegelijkertijd kunnen we ervoor zorgen dat onze situatie verbetert, al is het maar in kleine stapjes. Het beeld van het lichaam als tempel van de ziel onderstreept deze spiritueel-fysieke eenheid. Zonder fysieke vitaliteit zijn onze handelingen verlamd, onze gevoelens afgestompt en ons denken vertroebeld. Zonder mentaal en emotioneel welzijn ontbreekt het ons aan innerlijke balans om de uitdagingen van het leven rustig aan te gaan. Naast de crises van onze tijd, belasten digitale technologieën ook onze fysieke en mentale gezondheid. Als we de innerlijke kracht willen ontwikkelen die we nodig hebben voor onze rol als opvoeders, moeten we bewust en verstandig omgaan met deze moderne technologieën en de schadelijke effecten ervan tegengaan met gezondheidsbevorderende activiteiten. De tijd die we met jonge kinderen in de natuur doorbrengen en die we besteden aan zinvolle huiselijke en artistieke activiteiten biedt talloze mogelijkheden om onze aanwezigheid in de reële ruimte en tijd te versterken en ons welzijn te cultiveren.

Netwerken

Als mens koesteren we idealen in ons hart: het perfecte kind, de altijd steunende ouders, de toegewijde collega, de begripvolle leidinggevende, de geduldige, liefdevolle partner. Het leven confronteert ons echter met de realiteit, en wanneer we wrijving, conflict of teleurstelling ervaren, is onze eerste reactie vaak om de vinger naar een ander te wijzen. Wanneer we leren begrijpen hoe diep we verbonden zijn met “de ander”, verschuift ons perspectief en richten we onze blik naar binnen. We proberen de ander niet langer te corrigeren, maar vragen ons in plaats daarvan af: Wat kan ik veranderen aan mijn denken, voelen of handelen, zodat de uitdaging die ik met het kind ervaar zichzelf oplost? Of: Hoe kan ik mijn houding veranderen, zodat de irritatie die ik voel jegens de ouders of collega’s verdwijnt? Zulke reflecties verbreden ons innerlijke blikveld en helpen ons te bevrijden van oordelende en zelfkritische denkpatronen. Wanneer we erin slagen onze innerlijke realiteit te transformeren, groeit er een gevoel van sereniteit en vrede in ons. Deze innerlijke kracht helpt ons om de dialoog te onderhouden en onze communicatieve vaardigheden te verbeteren. Het versterkt ook de sociale structuur van gezonde gemeenschappen, iets waar ouders en kinderen tegenwoordig naar op zoek zijn.

Wat niemand ziet, maar wat er wel toe doet

We onderschatten de kracht van gedachten en gevoelens! Het kost tijd en ervaring om te begrijpen dat een haatdragende gedachte net zo reëel en effectief is als een fysieke klap. We hebben allemaal wel eens ogenschijnlijk vriendelijke ontmoetingen meegemaakt waarbij we een onderstroom van vijandigheid voelden of ons beoordeeld voelden. Zulke ervaringen leren ons dat de gedachten en gevoelens van anderen levende realiteiten zijn die een directe impact hebben op onze ziel, en dat we aandacht moeten besteden aan hoe we zelf over anderen denken en voelen. Of we onze aandacht nu richten op onze kleine gemeenschappen of op wereldwijde gebeurtenissen, wat we denken en voelen is belangrijk en zal hun vooruitgang beïnvloeden. Wat autoriteiten eisen, wat de maatschappij als succes verwacht, staat vaak haaks op wat in ons hart leeft als onze plicht jegens kinderen. De pioniers op wiens schouders wij staan, zagen zichzelf vaak als ridders op een heilige missie om de kindertijd te beschermen en op te komen voor wat zij als ‘innerlijke waarheid’ beschouwden. Tegelijkertijd adviseert Steiner ons om niets aan onze omgeving op te leggen waarvoor zij geen begrip heeft. Het lijkt erop dat we dit in de stilte van ons hart moeten afwegen om zo waarachtig mogelijk te handelen en tot compromissen in staat te zijn. Het inzicht dat de ware essentie van een persoon in zijn of haar innerlijke leven te vinden is, verandert het onderwijsparadigma volledig en is nog steeds vreemd aan de gangbare pedagogiek van vandaag. Maar ook Steiner- en Waldorfpedagogen worden beïnvloed door deze ‘druk om te slagen’, het verlangen om de beste leraar te zijn, de populairste leraar. Zelfs als we de druk van het streven naar academisch succes bespaard blijven, is er vaak een stille competitie om de klas met de mooiste tekeningen, de mooiste lantaarns. Het vergt kracht en moed om deze verleidingen te weerstaan ​​en prioriteit te geven aan activiteiten die, hoewel noodzakelijk, geen externe resultaten opleveren die door anderen kunnen worden gemeten, zoals meer tijd om te spelen of wandelingen in de natuur.

Standvastigheid

Tegen de stroom in zwemmen en volharden in tegenspoed vereist kracht en standvastigheid. Net zoals gedachten en gevoelens realiteit zijn, zo is een beslissing een levende kracht. In plaats van te wachten op een succesvolle uitkomst, wordt kracht opgebouwd door de ‘liefde voor actie’ zelf. Het is net als spieren opbouwen door herhaling en oefening. Nadat we een beslissing hebben genomen, vergeten we die vaak naarmate de dag vordert. Momenten van reflectie en een terugblik op de dag dienen dan als een nuttige herinnering. Standvastigheid als kracht van de ziel is een wilskracht die zich onbaatzuchtig aan de wereld geeft. Zo’n opoffering is te vinden bij al diegenen die zich dag in dag uit liefde inzetten om een ​​gezonde omgeving te creëren voor de kinderen die aan hun zorg zijn toevertrouwd. Het vereist en bouwt kracht op om het goede en betekenisvolle te vinden in het eindeloze, repetitieve huishoudelijke werk dat noodzakelijk is en vaak onopgemerkt blijft door de mensen om ons heen.

Dankbaarheid en harmonie

Steiner noemt dankbaarheid voor het leven ‘alomvattende liefde’ en zegt dat ‘we alleen kunnen begrijpen wat we liefhebben’. Maar wat voor soort liefde wordt hier bedoeld? Een ‘alomvattende liefde’ die voortkomt uit dankbaarheid is een beeld van grootsheid en verhevenheid, zoals de vleugels van een engel die alles bijeenhouden tot het weer heel is – als een hemels geluid, samengesteld uit de harmonie van menselijk gelach en zuchten. Wanneer we zo’n gevoel van dankbaarheid voor ons leven cultiveren – voor de zegeningen en de uitdagingen – ontwikkelen we in onszelf een helende kracht die vergelijkbaar is met de ‘morele goedheid’ waaruit het kleine kind geboren wordt en die het hier op aarde probeert te vinden. Kracht als innerlijke vrede ontstaat wanneer we het leven zo benaderen dat alle eerder beschreven zielsvermogens in harmonie en overeenstemming komen. De stormen zijn voorbijgetrokken en de olijfboom staat er nog steeds, uitkijkend over de vallei. Slechts één oude tak is gebroken. De bladeren zijn gevallen en de laatste olijven zijn over het land verspreid als zaad voor de toekomst. Het land is weer in vrede, wachtend tot het leven zijn schoonheid opnieuw ontvouwt.

  1. Christopher Peterson, Character Strengths: Research and Practice, in: Journal of College and Character 10, 2009.
  2. Rudolf Steiner, Mantrische Sprüche und Seelenübungen II. GA 268. (vertaald/blz.14)
  3. Rudolf Steiner, Wie erlangt man Erkenntnisse höherer Welten? GA 10, Dornach 1994. Vertaald.

Peuters en kleutersalle artikelen 

Opvoedingsvragenalle artikelen 

Menskunde en pedagogie:  alle artikelen 

Vrijeschool in beeldpeuters en kleuters .  

.

3524-3310

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Liefde, kracht en goedheid in de opvoeding

.
‘Goetheaunum’ meldt:

Zeven jaar zijn verstreken sinds duizend kleuterleidsters voor het laatst bijeenkwamen in het Goetheanum om zich te wijden aan het thema kindertijd. Nu zijn er drie kernwoorden voor de vroege kinderopvoeding gekozen als centraal thema: goedheid, liefde en kracht*. Wat tegenstrijdig lijkt, is in werkelijkheid een gradatie: door liefde wordt de kracht goed, en door kracht wordt liefde onwrikbaar. Onwrikbaar in haar goedheid – dat is wat goedheid’ betekent. 

In een serie van 3 worden deze aspecten besproken:

Over ‘de kracht’

Over de ‘goedheid’ (binnenkort oproepbaar)

Philipp Reubke, das Goetheanum 26-03-2026

.

liefde in de opvoeding

Stokbonen hebben zon nodig, net als kleine kinderen


Wie in maart in Zwitserland stokbonen zaait, kan niet genieten van de snelgroeiende klimplanten. Het is simpelweg nog te koud voor de kieming. Wie een zeug wil helpen bij het werpen in de Noorse winter, moet de stal goed afdichten en een infraroodlamp installeren. En wie investeerders zoekt voor een modern zeilschip dat biologische specerijen en koffie vanuit het zuidelijk halfrond naar Europa brengt, moet enthousiasme opwekken.

Dit geldt ook voor het onderwijs. Degenen die voor jonge kinderen zorgen, zowel in gezinnen als in instellingen, komen niet ver met stress, zorgen en winstgerichte berekeningen. Maar met vreugde, vrijgevigheid en een warme relatie met ouders, collega’s en kinderen worden gunstige ontwikkelingsomstandigheden gecreëerd.

“Vreugde en plezier zijn de krachten die de fysieke vormen van de organen op de juiste manier naar voren brengen.”1 , zei Steiner in 1907.

“Opgewekte uitingen van de kant van de opvoeders en, bovenal, oprechte, niet geforceerde liefde. Zulke liefde, die de omgeving warm doordringt, in de ware zin van het woord, vormt de basis voor de ontwikkeling van de lichamelijke organen.”2  

Simpel gezegd, een uitspraak die vaak wordt aangehaald, maar in werkelijkheid een grote uitdaging vormt voor het leven thuis, in de crèche en in de kleuterschool. Een collega uit Wenen zei: “In Waldorf-crèches hebben we een ‘professionele vriendschap’, een ‘professionele liefde’ voor ouders en collega’s nodig.”

Soms stromen liefde, vriendschap en emotionele warmte vanzelf. Maar bij sommige ouders, collega’s en kinderen blijft de bron droog. Een jong kind heeft deze eigenschappen nodig om te gedijen, net als een bonenpit. Ze maken aandacht en zorg effectief. Voor docenten betekent professionaliteit dat ze een zon zijn die helder schijnt op alles en niet zomaar de pronkbonen op sommige dagen in de schaduw laat staan.

Ik ben de bron van mijn warmte

Alles hangt ervan af of de volwassenen in de crèche en kleuterschool erin slagen om liefde, die verder gaat dan louter sympathie en antipathie, als een effectief gevoel te ontwikkelen door middel van innerlijke activiteit. Dit is aanzienlijk moeilijker dan het ophangen van een infraroodlamp.
Carl Rogers gaf vele suggesties voor het bevorderen van deze houding, die hij empathie noemde.
3.
Veel is ook te vinden in de geschriften van Rudolf Steiner, bijvoorbeeld in de essaybundel ‘Hoe verkrijg ik kennis van de hogere werelden?’, die, gezien veel passages, ook wel ‘Hoe word ik een Waldorf-leraar?’ genoemd zou kunnen worden. Zodra het gevoel opkomt dat iemand anders de reden is dat mijn warmte en licht opdrogen, zodra ik die persoon daarom begin te zien als een tegenstander tegen wie ik hardheid en kilheid toon, is het goed om mezelf af te vragen: Wat kan ik zelf doen om de weg vrij te maken voor warmte en licht? Als een kind, een collega of een medewerker me steeds lastigvalt, is het een goed idee om niet die persoon te haten, maar mezelf af te vragen: Hoe kan ik me gedragen zodat die persoon zich in de toekomst ontwikkelt en me misschien niet meer lastigvalt?
4

Een van de redenen voor het afnemen van vriendschap en liefde is simpelweg dat ik er geen vriendschap of liefde voor terugkrijg. De fabrikant van de infraroodlamp geeft hem me alleen als ik ervoor betaal. Zou mijn vermogen tot liefde dan ook afhankelijk moeten zijn van beloning? Omdat ik mijn vermogen tot liefde voor mijn beroep wil vergroten, moet ik iets doen om mezelf te bevrijden van mijn verslaving aan beloning en succes. Iedereen die een pad van innerlijke ontwikkeling bewandelt, zal deze taak onderweg tegenkomen.5  Maar wie met kleine kinderen leeft of werkt, heeft ook te maken met wezens die onze liefde nodig hebben zoals sperziebonen de zon nodig hebben. Het mag niet afhangen van een beloning!

Het bestuderen van het kind en de kindertijd

Liefde zou als de zon moeten zijn, niet als een infraroodlamp. Het kan, en gebeurt vaak, dat ik het kind met oprechte genegenheid en warme betrokkenheid begeleid, maar wat ik in hun bijzijn doe, is simpelweg wat ik leuk vind en waar ik bijzonder goed in ben. Ik brei en haak urenlang, ik zing en dans, ik schilder en beeldhouw, maar wat heeft het kind op die leeftijd, in die context, nu echt nodig? Ze hebben niet alleen nodig wat ik leuk vind om te doen, of wie ik ben geworden. De kans die ik heb om te voorkomen dat ik het kind te veel beïnvloed met mijn beperkte persoonlijkheid, is om me te verdiepen in de ontwikkeling van kinderen in het algemeen en van het kind in het bijzonder, en om een ​​oprechte interesse te ontwikkelen. Door antroposofie te bestuderen, praktijkonderzoek te doen en kinderen te observeren, kan ik mijn vooroordelen verzachten en de positieve kant van de zon cultiveren. Op die manier geef ik het kind niet alleen wat ik wil geven, maar ook steeds meer wat het kind nodig heeft.

Of, zoals Steiner in een van zijn laatste essays zegt: Het zou geweldig zijn als we ons wat minder bezighielden met onszelf te behagen en onszelf in een gunstig licht te plaatsen met wat we doen. Als we ons niet uitsluitend bezighielden met het ‘trotse gevoel onszelf te openbaren door middel van daden’.6 , maar het gaat er veeleer om te doen wat de wereld nodig heeft, “wat de wereld bevestigt”, zoals hij zegt, want dan versterken we de liefde die steeds meer liefde voor de buitenwereld wordt. Dit betekent echter niet dat het leven op de kleuterschool en de betrokkenheid bij de maatschappij een 24-uurs daad van zelfopoffering moet worden. “Mensen vinden zichzelf niet door naar zichzelf te zoeken, maar door zich gewillig en in liefde met de wereld te verbinden.”7

Maar stel dat we dit advies ter harte hadden genomen en ons regelmatig hadden ingespannen om de kinderen en het kind te begrijpen, zodat onze liefde werkelijk van nut zou kunnen zijn: Ons leerproces wordt voortdurend belemmerd, ons begrip voortdurend vertroebeld door een ander soort trots: Hoe vaak denk ik dat ik alles weet, en luister ik niet meer goed, observeer ik niet meer aandachtig en zonder vooroordelen, vasthoudend aan favoriete meningen, aan ideeën die ik jaren geleden heb gevormd en koester omdat ze van mij zijn? Alleen onbevooroordeelde observatie en eerbiedig luisteren leiden tot echt leren en liefde.

De dagelijkse sociale workshop

Al honderd jaar vormen Waldorf-kleuterscholen een unieke voorbereiding op een leven lang leren en liefhebben. Er is volop tijd en ruimte voor spel dat door de kinderen zelf wordt geïnitieerd. Hier ervaren kinderen (in plaats van te analyseren en te begrijpen) dagelijks hoe hun eigen gedrag en karaktereigenschappen hun relaties met anderen vormgeven. Ze leren hoe hun verlegenheid en soms pestgedrag hen vaak isoleren. Vrij spel is de dagelijkse sociale werkplaats, een intensieve voorbereiding op sociale verantwoordelijkheid en samenwerking, niet alleen voor de specerijenhandel tussen Noord en Zuid. Tijdens het vrije spel moedigen volwassenen de initiatieven van de kinderen aan; iedereen doet waar hij of zij op dat moment zin in heeft. Niemand krijgt beloningen en er is geen competitie. Een liefde voor actie overheerst gedurende het grootste deel van de dag. Ook een nieuwsgierige instelling en een streven naar begrip worden in Waldorf-kleuterscholen gecultiveerd. Vrij spel draait heel vaak om leren: Hoe blijft een plank op twee stoelen staan? Wat gebeurt er als ik een bord op de grond gooi? Wat gebeurt er met het water in een plas als ik er een steen of mezelf in gooi? Hoe voelt de aarde aan als ik er met mijn vinger een gaatje in maak voordat ik het bonenzaadje plant? Luisteren naar de wind in de bomen, zonder uitleg of interpretatie, en naar de biggetjes die de compostbak leegmaken. Dit is een cruciale voorbereiding voor onderzoekers, wier neiging om snel te oordelen en te verklaren hun verdere leerproces vaak belemmert.

Leren om je verbonden te voelen – zelfs met tegenstanders – leren om je in te zetten zonder afhankelijk te zijn van een beloning, leren luisteren naar en kijken naar de omgeving en je gedrag laten leiden door wat je hoort. Leren liefhebben. De kiemen van sociale verantwoordelijkheid uit de Waldorf-kleuterschool.


 

Voetnoten

  1. Rudolf Steiner, De opvoeding van het kind vanuit het perspectief van de geesteswetenschap, in: Lucifer-Gnosis. Verzamelde essays. GA 34, p. 327.  
  2. Ibid., blz. 328.
  3. Zie bijvoorbeeld Carl Rogers, The New Man: Collected Essays. Klett-Cotta, Stuttgart 2017. 
  4. Rudolf Steiner, De weg tot inzicht in hogere werelden? GA 10, p. 104: “Als ik een opvoeder ben en mijn leerling niet aan mijn verwachtingen voldoet, moet ik mijn gevoelens in de eerste plaats niet op de leerling richten, maar op mezelf. Ik moet me zo één voelen met mijn leerling dat ik mezelf afvraag: ‘Is wat er bij de leerling tekortschiet niet een gevolg van mijn eigen handelen?’ In plaats van mijn gevoelens op hem te richten, zal ik dan eerder nadenken over hoe ik zelf moet handelen, zodat de leerling in de toekomst beter aan mijn eisen kan voldoen.”
  5. Ibid., p. 107: “Succes is alleen doorslaggevend wanneer een handeling uit verlangen wordt verricht. Maar alle handelingen die uit verlangen worden verricht, zijn waardeloos in vergelijking met de hogere wereld. Hier bepaalt alleen de liefde de uitkomst van een handeling. In deze liefde moet alles wat de esoterische leerling tot handelen aanzet, tot uitdrukking komen.”
  6. Rudolf Steiner, Kerngedachten van de antroposofie. GA 26, p. 276.
  7. Ibid., blz. 277.
    [in de gelinkte GA 26 bevinden zich geen p.276 en 277]

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over het etherlijf (GA 66)

 

.

In  de serie ‘Rudolf Steiner over het etherlijf’ vind je zijn uitspraken daarover vanuit verschillende voordrachten.
Het is opvallend dat Steiner ditzelfde onderwerp telkens als het ter sprake komt, van de meest verschillende kanten belicht en hij voegt daar telkens weer nieuwe gezichtspunten bij.

Dat geldt bv. ook voor GA 66.
Wat hij daar over het etherlijf zegt, is voor leerkrachten belangrijk.
Immers, zij worden geacht in de jaren tussen tandenwisseling en puberteit ‘het etherlijf te verzorgen.’
Omdat het een direct verband heeft met het geheugen [v.a. blz. 244], het kunnen onthouden, is het ook van belang dat je als leerkracht een gevoel krijgt voor ‘hoe sterk is het etherlijf van dit kind in aanleg’.
Dat is niet eenvoudig.
Maar de aanwijzingen uit de diverse voordrachten kunnen een voedingsbodem zijn  voor een dieper begrip.

Hier wordt bijna concreet beschreven wat er gebeurt als we ons iets kunnen herinneren.
Tevens behandelt Steiner hier het hoofd als iets ‘voorgeboortelijks’ en de ledematen als iets ‘na-dodelijks’, wat weer als een uitbreiding gezien kan worden over het hoofd als verleden en de ledematen als toekomst, zoals o.a. beschreven in voordracht 2 van de Algemene menskunde’, vanaf [2-2] t/m [2-4] 

GA 66   niet vertaald

Geist und Stoff, Leben und Tod

Geest, stof, leven en dood

Voordracht 1, Berlijn, 15. februari 1917 

Geest, stof, leven en dood

Blz. 34

Man sieht, was man den Tod nennt, das ist nicht bloß der einmalige Vorgang, den der Mensch am Ende seines Lebens durchmacht, sondern der Tod ist dasjenige, was fortwährend wirksam ist im Menschen, so wirksam, daß fortwährend das Lebendige bekämpft wird, daß der Tod immer sich vollzieht, in kleinen Teilwirkungen sich vollzieht. Und gerade indem der Tod von der Geburt oder sagen wir der Empfängnis des Menschen an arbeitet, so aber, daß seine Wirkung immer wieder ausgeglichen werden kann, arbeitet Leben und Tod in dem Menschen fortwährend ineinander. Und indem das Physische in seinem Wachstum in dieser Weise bekämpft wird von dem Seelischen, entwickelt sich das Geistige.
Das Physische entwickelt sich, indem es sprießt und sproßt; aber alles Sprießende und Sprossende ist auch unterworfen einer rückläufigen Entwicklung, einem Verfall. Dieser Verfall zeigt sich immer – nur im beschleunigten Prozeß im Tode -, wenn Bewußtsein, Selbstbewußtsein, kurz, wenn Geistigkeit sich entwickeln soll, was sich immer durchsetzend zeigen muß das Stoffliche.

We zien dat wat we dood noemen niet slechts de eenmalige gebeurtenis is die een persoon aan het einde van zijn leven ondergaat, maar veeleer iets dat voortdurend in een persoon actief is, zo actief dat het leven constant wordt tegengewerkt, dat de dood altijd plaatsvindt, in kleine, geleidelijke effecten. En juist omdat de dood vanaf de geboorte, of laten we zeggen de conceptie, werkzaam is, maar op zo’n manier dat de effecten ervan altijd in evenwicht kunnen worden gehouden, spelen in een persoon ​​leven en dood voortdurend op elkaar in. En omdat het fysieke, in zijn groei, op deze manier wordt tegengewerkt door de ziel, ontwikkelt het geestelijke zich.
Het fysieke ontwikkelt zich door te ontkiemen en te groeien; maar alles wat ontkiemt en groeit, is ook onderhevig aan een regressieve ontwikkeling, een verval. Dit verval manifesteert zich altijd – alleen in een versneld proces bij de dood – wanneer bewustzijn, zelfbewustzijn, kortom, wanneer spiritualiteit zich moet ontwikkelen, wat zich altijd moet doen gelden boven het materiële.
GA 66/34
Niet vertaald 

Voordracht 2, Berlijn 17 februari 1917

Lot en ziel

Blz. 48/49

Dieser Bildekräfteleib ist im Menschen ebenso wie der physische Menschenleib. Wie dieser physische Menschenleib mit seinem Leben verläuft in physischen und chemischen Prozessen, so trägt der Mensch in sich, diesen physischen Menschenleib durchdringend, in dem Leben zwischen Geburt und Tod diesen Bildekräfteleib. Ich nenne ihn so aus dem Grunde, weil wir, wenn wir ihn schauen, wenn wir wirklich hinausdringen über die bloß stofflichen Vorgänge, dann gewahr werden, daß ebenso, wie in dem physischen Leib die physischen und chemischen Kräfte die Vorgänge dieses physischen Leibes bewirken, der Mensch getrieben wird zwischen Geburt und Tod durch die Kräfte dieses Bildekräfteleibes, welche da sein müssen, damit das Wachstum verläuft, damit eine Entwickelung verläuft, damit der Mensch hinübergetragen wird von Tag zu Tag, von Jahr zu Jahr, wie sie verfließen zwischen Geburt und Tod.

Dit vormkrachtenlijf is in de mens net zo aanwezig als het fysieke menselijke lichaam. Net zoals dit fysieke menselijke lichaam met zijn leven verloopt in fysische en chemische processen, zo draagt de mens in zich, doordringend in dit fysieke menselijke lichaam, in het leven tussen geboorte en dood dit vormkrachtenlijf. Ik noem het zo omdat we, als we ernaar kijken, als we echt verder kijken dan de louter materiële processen, ons realiseren dat, net zoals in het fysieke lichaam de fysieke en chemische krachten de processen van dit fysieke lichaam bewerkstelligen, de mens tussen geboorte en dood wordt gedreven door de krachten van dit vormkrachtenlijf, die er moeten zijn om de groei te laten verlopen, om een ontwikkeling te laten verlopen, om de mens van dag tot dag, van jaar tot jaar te laten gaan, zoals die verstrijken tussen geboorte en dood.
GA 66/48-49
Niet vertaald

Voordracht 5, Berlijn 17 maart 1917

Raadsels van ziel en wereld: onderzoek en gezichtspunten in het Duitse geestesleven

Blz. 159

Das Charakteristische ist, daß die Naturforschung nicht heraufkommt mit ihren Methoden zu dem, was eigentlich Äther ist. Denn die Naturforschung braucht zu ihrer wirklichen Betätigung doch immer materielle Grundlagen. Der Äther selber aber entzieht sich gewissermaßen doch immer den materiellen Grundlagen. Er erscheint in Verbindung mit materiellen Vorgängen, er ruft materielle Vorgänge hervor; aber er ist sozusagen mit den Mitteln, die an die materiellen Grundlagen gebunden sind, nicht zu fassen.

Het kenmerkende is dat de natuurwetenschap met haar methoden niet tot de kern komt van wat ether eigenlijk is. Want de natuurwetenschap heeft voor haar werkelijke betrokkenheid altijd materiële grondslagen nodig. De ether zelf onttrekt zich echter in zekere zin altijd aan de materiële grondslagen. Die verschijnt wel in verband met materiële processen, roept materiële processen op, maar is als het ware niet te vatten met de middelen die aan de materiële grondslagen gebonden zijn.
GA 66/159
Niet vertaald

Voordracht 7, Berlijn 31 maart 1917

Das Jenseits der Sinne und das Jenseits der Seele

Voorbij de zintuigen en voorbij de ziel

Blz. 244

Es soll nur das eine herausgehoben werden, daß in der allerersten Kindheit das leiblich Entwickeltste am Menschen das Haupt ist. Das Haupt wächst im ganzen Leben so, daß es sich viermal vergrößert, während der ganze übrige Organismus so wächst, daß er sich zwanzigmal vergrößert gegenüber dem, was er in der Kindheit ist. Denken Sie also, wie verschieden das Tempo ist im Wachsen des Hauptes und im Wachsen des übrigen Organismus. Das rührt davon her, daß Haupt und übriger Organismus zwei verschiedene Metamorphosen ein und desselben sind, aber auf eine ganz eigentümliche Art. Das Haupt tritt beim Menschen, indem er seinen physischen Lebenslauf beginnt, sogleich in einer gewissen Vollkommenheit auf; der übrige Organismus dagegen tritt mit der denkbar größten Unvollkommenheit auf, muß sich erst langsam entwickeln zu dem Grad von Vollkommenheit, den er im physischen Leben erreichen soll. Also ganz verschiedene Entwickelungszeitläufe machen Haupt und übriger Organismus durch.

In de vroege kindertijd is het hoofd het meest fysiek ontwikkelde deel van een mens. Gedurende het leven groeit het hoofd vier keer zo groot als in de kindertijd, terwijl de rest van het lichaam twintig keer zo groot wordt. Bedenk dan eens hoe verschillend het groeitempo is tussen het hoofd en de rest van het lichaam. Dit komt voort uit het feit dat het hoofd en de rest van het lichaam twee verschillende metamorfoses van een en hetzelfde zijn, maar op een zeer bijzondere manier. Wanneer een persoon aan zijn fysieke leven begint, verschijnt het hoofd onmiddellijk in een zekere mate van perfectie; de ​​rest van het lichaam daarentegen verschijnt in de grootst mogelijke imperfectie en moet zich eerst langzaam ontwikkelen tot het niveau van perfectie dat het in het fysieke leven zal bereiken. Het hoofd en de rest van het lichaam ondergaan dus volledig verschillende ontwikkelingsprocessen.

Das Haupt des Menschen weist zurück auf eine lange vorhergehende geistige Entwicklung. Wir gehen, indem wir in unser physisches Dasein durch Empfängnis und Geburt eintreten, als seelisch-geistiges Wesen aus einer geistigen Welt heraus. Was wir während einer geistigen Entwicklung in der geistigen Welt durchmachen, das enthält eine Summe von Kräften, die zunächst sich vorzugsweise im Haupt ausprägen; daher weist das, was als so vollkommen und sich nur mehr wenig vervollkommnend sich im Haupte darstellt, auf eine Entwicklung hin, die der Mensch hinter sich hat. Der übrige Organismus ist gleichsam dasselbe auf einer anfänglichen Stufe. Er ist im Anfange daran, die Kräfte

Het menselijk hoofd wijst terug op een lang voorafgaande spirituele ontwikkeling. Bij de conceptie en geboorte betreden we ons fysieke bestaan ​​en komen we als een geest-zielenwezen uit een geestelijke wereld. Wat we tijdens de spirituele ontwikkeling in die spirituele wereld ervaren, omvat een optelsom van krachten die zich aanvankelijk vooral in het hoofd manifesteren; daarom wijst wat in het hoofd zo perfect en slechts een klein beetje perfecter lijkt, op een ontwikkeling die de mens al heeft doorgemaakt. De rest van het organisme is als het ware hetzelfde in een beginstadium. Het bevindt zich in het beginstadium van de ontwikkeling van deze krachten.

Blz. 245

 zu entwickeln, welche, wenn sie zur vollkommenen Entwicklung kommen könnten, bestrebt wären, aus dem ganzen übrigen Organismus dasselbe zu machen, was physisch im Haupte ist. So paradox das klingt, es ist doch so. Das Haupt zeigt, daß es ein umgewandelter übriger Organismus ist; der übrige Organismus, daß er ein noch nicht gewordenes Haupt ist. Gewissermaßen so wie das grüne Blatt ein noch nicht gewordenes Blumenblatt ist, und das gefärbte Blumenblatt ein umgewandeltes Laubblatt. Und dasjenige, was der Mensch durch seinen übrigen Organismus ausbildet, das verleibt sich der Seele ein. Und wenn der Mensch durch die Pforte des Todes geht, tritt das in eine geistige Welt ein, macht eine Entwicklung zwischen dem Tod und einer neuen Geburt durch, und wird in einem späteren Leben zu den Kräften, die dann im Haupte sich ausbilden, so wie das Haupt der Gegenwart sich aus dem Organismus eines früheren Erdenlebens herausgebildet hat.

om zich te ontwikkelen, wat, als het een perfecte ontwikkeling zou bereiken, ernaar zou streven om de rest van het organisme gelijk te maken aan wat fysiek in het hoofd aanwezig is. Hoe paradoxaal dat ook klinkt, het is zo. Het hoofd laat zien dat het een getransformeerde rest van het organisme is; de rest van het organisme, dat het een hoofd is dat nog niet volledig gevormd is. In zekere zin, net zoals het groene blad een nog niet gevormd bloemblaadje is, en het gekleurde bloemblaadje een getransformeerd blad. En datgene wat een persoon ontwikkelt door de rest van zijn organisme wordt opgenomen in de ziel. En wanneer een mens door de poort van de dood gaat, betreedt deze een geestelijke wereld, ondergaat een ontwikkeling tussen dood en wedergeboorte, en wordt in een later leven tot de krachten die zich dan in het hoofd ontwikkelen, net zoals het huidige hoofd zich ontwikkelde uit het organisme van een vorig aards leven.

Und das Haupt ist gewissermaßen ein Werkzeug der ätherischen Welt, wie ich sie eben beschrieben habe, und der übrige Organismus ist auch ein Werkzeug dieser ätherischen Welt. Der Mensch hat seinen physischen Organismus nicht bloß gewissermaßen wie einen Ausschnitt aus der ganzen physischen Welt an sich, sondern er hat, durch den physischen Organismus zusammengehalten, einen Ätherorganismus in sich, der nur wahrgenommen werden kann, wenn man, wie ich es beschrieben habe, zur imaginativen Erkenntnis aufsteigt. Dann aber, wenn einem wirklich das, was ätherisch

En het hoofd is, in zekere zin, een instrument van de etherische wereld, zoals ik zojuist heb beschreven, en de rest van het organisme is eveneens een instrument van deze etherische wereld. Mensen bezitten hun fysieke organisme niet slechts als een soort segment van de gehele fysieke wereld, maar, bijeengehouden door het fysieke organisme, dragen ze in zich een etherisch organisme dat alleen waargenomen kan worden wanneer men opstijgt naar imaginatieve kennis, zoals ik heb beschreven. Dan, wanneer wat etherisch is werkelijk 

Blz. 246

ist, anschaulich wird, dann tritt einem der große Unterschied entgegen zwischen dem, was als Ätherleib des Menschen zugrunde liegt dem Haupte, und als Ätherleib zugrunde liegt dem übrigen Organismus. Und gerade so, wie das Haupt und der übrige Organismus ganz verschiedenes Tempo haben mit Bezug auf ihr Wachstum, so hat dasjenige, was kraftet und lebt im Ätherleib des Hauptes, und was lebt im Ätherleib des übrigen Organismus, ganz verschiedene innere Kraftentwicklungen, die verschiedene innere Imaginationen hervorrufen. Und kommt man überhaupt zur imaginativen Welt, dann tritt einem die Imagination des Ätherleibes des Kopfes in Wechselwirkung mit der Imagination des Ätherleibes des übrigen Organismus entgegen. Und dieses lebendige Zusammenwirken im menschlichen Ätherorganismus ist dasjenige, was der Inhalt einer höheren Selbsterkenntnis ist.

voor iemand waarneembaar wordt, komt het grote verschil aan het licht tussen wat ten grondslag ligt aan het hoofd als het etherische lichaam van de mens en wat ten grondslag ligt aan de rest van het organisme. Net zoals het hoofd en de rest van het organisme een totaal verschillende groeisnelheid hebben, zo hebben ook de krachten die kracht en leven geven in het etherische lichaam van het hoofd en de krachten die leven in het etherische lichaam van de rest van het organisme een totaal verschillende innerlijke ontwikkeling, die aanleiding geeft tot verschillende innerlijke imaginaties. En wanneer men de imaginatieve wereld in het algemeen bereikt, stuit men op de interactie tussen de imaginatie van het etherische lichaam van het hoofd en de imaginatie van het etherische lichaam van de rest van het organisme. En deze levende wisselwerking binnen het menselijke etherische organisme vormt de inhoud van hogere zelfkennis.

Dadurch, daß der Mensch auf diese Weise dazu kommt, sich nun wirklich zu erkennen, gelangt er auch dazu, gewisse Seelenerlebnisse in der richtigen Weise bewerten zu können. Wäre das, was ich angeführt habe, nicht so, wie ich es geschildert habe, so würde der Mensch niemals das haben können, was man eine Erinnerung nennt. Der Mensch würde sich nach den Sinneseindrücken Vorstellungen bilden können, die würden aber immer vorübergehen. Daß der Mensch sich an das einmal Erlebte erinnern kann, das beruht darauf, daß, indem der Ätherleib des Hauptes in Wechselwirkung tritt mit dem Ätherleib des übrigen Organismus, dasjenige, was im Ätherleib des Hauptes wirkt, in dem Ätherleib des übrigen Organismus Veränderungen hervorruft, die bleibend sind, und die heraufwirken bis in den physischen Organismus. Jedesmal, wenn etwas im Menschen Platz greift in seinem seelisch-leiblichen Leben, was dem Gedächtnis angehört, tritt zunächst in dem durch die imaginative Erkenntnis vorstellbaren

Door zichzelf op deze manier werkelijk te leren kennen, krijgt een mens ook het vermogen om bepaalde zielservaringen correct te beoordelen. Als wat ik heb beschreven niet zo zou zijn als ik het heb uitgelegd, zou een mens nooit kunnen bezitten wat we een geheugen noemen. Een mens zou weliswaar ideeën kunnen vormen op basis van zintuiglijke indrukken, maar deze zouden altijd vluchtig zijn. Dat de mens zich kan herinneren wat hij ooit heeft meegemaakt, komt doordat het etherlichaam van het hoofd in wisselwerking treedt met het etherlichaam van de rest van het organisme, waardoor datgene wat in het etherlichaam van het hoofd werkt, in het etherlichaam van de rest van het organisme blijvende veranderingen teweegbrengt die doorwerken tot in het fysieke organisme. Telkens wanneer iets dat tot het geheugen behoort, zich nestelt in iemands mentale en fysieke leven, vindt er eerst een verandering plaats in het etherische organisme 

Blz. 247

Ätherorganismus eine Veränderung auf; die aber setzt sich fort in den physischen Organismus. Und dadurch allein haben wir die Möglichkeit, wiederum heraufzuholen gewisse Gedanken, daß sich das, was vom Ätherorganismus des Hauptes in den übrigen Ätherorganismus hineingesendet wird, ausprägt in der physischen Leiblichkeit. Nur dadurch, daß irgend etwas bis in unsere physische Leiblichkeit Eindrücke gemacht hat, sind wir imstande, es gedächtnismäßig zu behalten.

dat door middel van verbeeldingskracht waarneembaar is; maar dit zet zich voort in het fysieke organisme. En alleen door dit proces hebben we de mogelijkheid om bepaalde gedachten te herinneren, namelijk dat wat vanuit het etherische organisme van het hoofd naar de rest van het etherische organisme wordt gestuurd, zich manifesteert in het fysieke lichaam. Alleen omdat iets een indruk heeft achtergelaten op ons fysieke lichaam, kunnen we het in ons geheugen bewaren.
GA 66/244-247
Niet vertaald

Steiner gebruikt hier de woorden ‘physisch’ -dat ‘lichamelijk’ betekent, maar ook ‘Leiblichkeit’ dat meer in de richting van het ‘levende’ wijst, dus ergens op de grens van fysiek lichaam en etherlijf. 

.

Algemene menskunde: voordracht 1 –over het etherlijf

Algemene menskunde: voordracht 1 – alle artikelen

Algemene menskundealle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Vrijeschool in beeld: alle beelden

.

3507-3295

.

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over godsdienstonderwijs (GA 304A)

.

Als Rudolf Steiner in 1919 de cursussen geeft voor de op- en inrichting van de eerste vrijeschool in Stuttgart, worden uiteraard ook de vakken genoemd die onderwezen gaan worden.

Het was in die tijd gebruikelijk dat in het ‘openbare’ onderwijs – laat ik voor het gemak maar zeggen: dominee of pastoor – onderwijs gaven over de geloofsrichting die zij vertegenwoordigden: die dienst die ze aan hun god wilden bewijzen, dus godsdienstonderwijs.

De kinderen die naar de vrijeschool komen, krijgen geen antroposofische godsdienst. Steiner wil van de vrijeschool geen wereldbeschouwelijke school maken, ‘slechts’ een methodeschool.
Dat heeft hij vele keren benadrukt!

Maar wanneer niet-confessionele ouders – aanvankelijk de antroposofisch zich oriënterende ouders – ook voor hun kinderen godsdienstonderwijs ‘vanuit de antroposofie’ willen, geeft Steiner daar richtlijnen voor. Dat noemt hij bewust ‘wereldbeschouwing’, antroposofisch georiënteerde wereldbeschouwing’.

In deze voordracht gaat het over:

Het oproepen van een religieuze stemming <1>
Vrijeschool geen wereldbeschouwelijke school, maar een methodeschool; de plaats van dominee en/of pastoor <2> <3>
Ontstaan van antroposofisch godsdienstonderwijs  – dat christelijk is. <3>
Al het onderwijs moet eigenlijk religieus zijn, d.w.z. van het materiële naar het geestelijke leiden – dat kan in elk vak <4>
Wekken van moraliteit door dankbaarheid; ontplooiing van liefde; gevolgen voor het sociale leven <5>

GA 304A      op deze blog vertaald, behalve vdr. 1 en 2

Anthroposophische Menschenkunde und Pädagogik

Antroposofische menskunde en pedagogiek

Voordracht 7, Den Haag 19 november 1923

Die Kunst der moralischen und physischen Erziehung

De kunst van de morele en fysieke opvoeding

Blz. 141

Von ganz besonderer Bedeutung ist aber, daß wir in diesem Sinne auch wissen, die religiöse Entwicklung des Kindes zu leiten. Diese religiöse Entwicklung des Kindes, sie kann nicht eigentlich, wenn sie innerlich wahr sein soll – und eine religiöse Erziehung führt eigentlich nur wirklich zu etwas Religiösem, wenn diese religiöse Empfindung ganz tief innerlich aus der menschlichen Seele selbst hervorgeht -, sie kann überhaupt nicht dadurch erzielt werden, daß man den Inhalt irgendeiner religiösen Geschichte oder den Inhalt eines Bekenntnisses dem Kinde vermittelt. Sondern alle religiöse Erziehung muß eigentlich dadurch an die menschliche Seele herangebracht werden, daß der Leh­rende und Erziehende imstande ist, die religiöse Stimmung im Kinde zu erregen. Ist sie nicht in ihm selbst, so kann er sie auch nicht im Kinde entwickeln. Ist die religiöse Stimmung aber in ihm, dann hat er nur nötig, das zu tun, was wir in der Waldorfschule für den sogenannten «Freien Religionsunterricht» ausüben. Es ist eine Verleumdung, wenn gesagt wird: in der Waldorfschule solle Anthroposophie gelehrt werden. Gerade um dieses Urteil nicht aufkom­men zu lassen, weil es durchaus unrichtig ist, habe ich von Anfang an bestimmt für die Waldorfschule, daß der Religionsunterricht gegeben wird von den entsprechenden Religionsgemeinschaften. So daß die katholischen Kinder katholischen Religionsunterricht von katholischen

<1> Heel belangrijk is echter, dat we wat dit betreft, ook weten hoe we de religieuze ontwikkeling van het kind moeten leiden. Die kan eigenlijk niet, wanneer ze innerlijk waar moet zijn – een religieuze opvoeding leidt eigenlijk alleen werkelijk tot iets religieus, wanneer dit religieuze gevoel heel diep vanuit het innerlijk van de menselijke ziel komt – zeer zeker niet bereikt worden doordat men de inhoud van een of ander religieus verhaal of de inhoud van een geloofsrichting aan het kind doorgeeft. Eigenlijk zou elke religieuze opvoeding aan de menselijke ziel gegeven moeten worden doordat de leerkracht en opvoeder in staat is de religieuze stemming in het kind op te roepen. Als hij die niet heeft, kan hij die ook niet in het kind ontwikkelen. Heeft hij echter dat religieuze gevoel, dan hoeft hij alleen maar te doen wat wij op de vrijeschool voor het zogenaamde ‘vrije godsdienstonderwijs’ doen. <1>
<2> De vrijeschool is, dat zou ik hier ook nadrukkelijk willen onderstrepen, geen wereldbeschouwelijke school. Wij willen in de vrijeschool geen jonge antroposofen opvoeden, maar wij willen de antroposofie gebruiken opdat de vrijeschool in de juiste betekenis van het woord een methodeschool kan zijn. Dat is ze. Alleen de juiste opvoedmethode op elk gebied willen wij door antroposofie bereiken. Het is laster wanneer er gezegd wordt: in de vrijeschool moet antroposofie aangeleerd worden. Juist om dit oordeel niet te laten ontstaan, omdat het volstrekt onjuist is, heb ik vanaf het begin voor de vrijeschool bepaald dat het godsdienstonderwijs wordt gegeven door de desbetreffende geloofsgemeenschappen. Zodat de katholieke kinderen katholiek godsdienstonderwijs kunnen krijgen van katholieke

Blz. 142

Geistlichen erhalten können, daß die evangelischen Kinder evangelischen Religionsunterricht vom evangelischen Religionslehrer erhalten können.
Nun waren durch die besonderen Verhältnisse, in denen die Waldorfschule gegründet worden ist, viele Dissidentenkinder in der Schule. Für diese wurde zunächst probeweise ein freier christlicher Religionsunter­richt eingerichtet von
uns. Und wir haben dabei die Befriedigung erlebt, daß Kinder von ganz atheistischen Eltern in diesen freien Religionsun­terricht mit Zustimmung ihrer Eltern kamen. Man kann schon sagen, dieser freie Religionsunterricht ist außerordentlich gut besucht. Aber wir sind streng darauf bedacht, daß wir es nicht mit einer Weltanschauungs­schule, sondern mit einer Methodenschule zu tun haben. Einer Metho­denschule in weitestem Sinne, so daß das Richtige an das Kind in der richtigen Weise und im richtigen Zeitpunkte herangebracht wird. Also nur für die Kinder, die freiwillig dazukommen, ist der freie Religionsun­terricht da. Allerdings sind das weitaus viel mehr Kinder als die, die vom katholischen oder evangelischen Religionslehrer Unterricht erhalten. Das ist etwas, wofür wir nichts können. Sie fühlen sich im freien Religionsunterricht außerordentlich angemutet, und er ist ein durch und durch christlicher; während sie sonst davonlaufen. Aber das erzähle ich nur als eine Tatsache, nicht um ein Urteil auszusprechen.

geestelijken; dat de evangelische kinderen evangelisch godsdienstonderwijs kunnen krijgen van evangelische godsdienstonderwijzers. <2>
<3> Door de bijzondere omstandigheden waardoor de vrijeschool werd opgericht, waren er veel ‘dissidenten’kinderen op school. Voor hen wordt bij wijze van proef door ons een vrij, christelijk godsdienstonderwijs ingericht. En daarbij ervoeren wij de vreugde dat kinderen van volkomen atheïstische ouders met hun toestemming naar dit vrije godsdienstonderwijs toekwamen. Je mag wel zeggen dat dit vrije godsdienstonderwijs buitengewoon goed bezocht wordt. Maar we letten er streng op dat we niet met een wereldbeschouwelijke school van doen hebben, maar met een methodeschool. Een methodeschool in de ruimste zin van het woord, zodat het kind het juiste op de juiste manier en op het juiste tijdstip bijgebracht kan worden. Dus het godsdienstonderwijs is er alleen voor de kinderen die er vrijwillig heen gaan. 
En inderdaad zijn dat verreweg veel meer kinderen dan die, die van katholieke of evangelische godsdienstleerkrachten les krijgen.
Daar hebben wij niets mee van doen. Zij voelen zich bij het godsdienstonderwijs buitengewoon aangesproken en het is door en door christelijk; terwijl ze er anders voor weglopen. Maar dat zeg ik alleen als feit, niet om een oordeel uit te spreken. <3>

Ja, nun ist es aber so, daß dieser freie Religionsunterricht von folgen­dem Gesichtspunkte aus eingerichtet ist: Eigentlich kann religiös gewirkt werden in jeder Stunde, bei jedem Gegenstand. Und das geschieht auch bei uns. Wenn der Lehrer selbst dasjenige, was im sinnlich-physischen Leben da ist, durch die eigene Stimmung seiner Seele überall anknüpft an das Übersinnlich-Göttliche, so geht eigentlich alles, aber nicht in einer sentimentalen, mystisch-verschwommenen Weise, sondern in selbstverständlicher Weise aus dem Physischen ins Geistige über. Man muß dabei nur das nötige Taktgefühl haben. Dann aber kann das, was da durch die verschiedenen Unterrichtsgegenstände an das Kind herangebracht wird, in religiöser Stimmung zusammenge­faßt werden. Dazu haben wir dann diese paar besonderen Religionsstun­den, die wir extra in der Woche den Kindern geben lassen im freien Religionsunterricht. Da wird also einfach das was sonst lebt im Unterricht

<4> Maar nu is het echter zo dat dit vrije godsdienstonderwijs vanuit de volgende gezichtspunten ingericht is: eigenlijk kan er ieder uur religieus gewerkt worden, in ieder vak. En bij ons gebeurt dat ook. Wanneer de leerkracht zelf, wat er in het zintuiglijk-materiële leven is, door zijn eigen zielenstemming overal aansluit bij het bovenzintuiglijk-goddelijke, dan gaat eigenlijk alles, maar niet op een sentimentele, mystiek-vage manier, maar op een vanzelfsprekende manier vanuit het materiële naar het geestelijke over. Daarbij moet je wel het nodige gevoel voor tact hebben. Daardoor echter kan wat door de verschillende vakken het kind wordt bijgebracht, in religieuze stemming samengevat worden. En daarbij hebben we dan nog deze paar bijzondere godsdiensturen die we extra in de week aan de kinderen laten geven in het vrije godsdienstonderwijs. Daar wordt dus simpelweg dat wat anders in het onderwijs leeft

Blz. 143

und hinführt zum Göttlich-Geistigen, zusammengefaßt durch das, was sich erhebt als eine Hinlenkung zum Göttlich-Geistigen aus der Naturbetrachtung, aus der Beobachtung des geschichtlichen Erlebens des Menschen. So daß nach und nach bei richtiger Entwicklung der religiösen Stimmung ja in der Tat im Kinde die sittlichen Impulse als dasjenige gefühlt werden, wo der Gott in der Menschennatur, in der menschlichen Wesenheit selber spricht. Dazu muß allerdings eines entwickelt werden, das für die moralische Erziehung und auch für die richtige Entwickelung der religiösen Stim­mung von Bedeutung ist, und was heute oftmals viel zuwenig berück­sichtigt wird: Man muß früh anfangen, im Kinde zu entwickeln ein ehrliches, aber auch ganz offenes Gefühl von Dankbarkeit. Gewiß, in dem naturgemäßen Verhältnis, in dem selbstverständlichen Verhältnis, das sein muß zwischen Unterrichtendem und Erziehendem und dem Kinde zwischen dem Zahnwechsel und der Geschlechtsreife, muß die Liebe heranwachsen, und auf diese Entfaltung der Liebe muß viel Sorgfalt verwandt werden.

en naar het goddelijk-geestelijke leidt, samengenomen door wat zich verheft vanuit de natuurbeschouwing, vanuit het bezien van de historische beleving van de mens, als een zich richten op het goddelijk-geestelijke. Zodat stap voor stap bij de juiste ontwikkeling van de religieuze stemming daadwerkelijk in het kind de morele impulsen beleefd worden als iets waarbij de god in de natuur van de mens, in het mensenwezen zelf, spreekt. <4>  <5>  Daarvoor moet echter één ding ontwikkeld worden dat voor de morele opvoeding en ook voor een goede ontwikkeling van de religieuze stemming belangrijk is en wat tegenwoordig veel te weinig gezien wordt: we moeten er vroeg mee beginnen in het kind een eerlijk, maar ook heel open gevoel te ontwikkelen voor dankbaarheid. En zeer zeker moet in de natuurlijke relatie, in de vanzelfsprekende relatie die er tussen de leerkracht, de opvoeder en het kind tussen de tandenwisseling en de puberteit moet bestaan, liefde groeien en aan de ontplooiing van de liefde moet veel toewijding worden besteed.

Aber die Dankbarkeit muß so entwickelt werden, daß das Kind das Empfangene spürt. Was es auch sei, das von dem anderen Empfangene fordert das Fühlen der Empfindung der Dankbarkeit heraus. In dem Aufleben der Dankbarkeit wird eine unge­heure Bereicherung der Seele entwickelt. Man sollte schon beim ganz kleinen Kinde darauf sehen, daß es in das Gefühl der Dankbarkeit hineinwächst. Sieht man beim kleinen Kinde schon darauf, dann modifi­ziert sich, metamorphosiert sich dieses Dankbarkeitsgefühl dann, wenn das Kind in die zweite Lebensepoche kommt, in Liebe. Die Liebe bekommt diese besondere Färbung in allen Lebensverhältnissen, daß sie durchsetzt ist von Dankbarkeit. Und wer ein wenig das soziale Leben der Menschen beobachten kann, der weiß, was für ein wichtiger Impuls gerade bei der Behandlung der großen sozialen Fragen das wäre, wenn wir die Menschen wiederum so erziehen könnten, daß Dankbarkeit in ihnen lebt. Denn diese Dankbarkeit ist eine Brücke, die sonst nicht geschlagen werden kann zwischen Menschengemüt und Menschenge­müt, zwischen Menschenherz und Menschenherz.
Wenn die Menschen verstehen würden, einander in Dankbarkeit 1gegenüberzustehen, dann würde vieles von dem nicht da sein, was heute

Maar de dankbaarheid moet zo ontwikkeld worden, dat het kind merkt wat het ontvangt. Wat het ook is, wat het van de ander ontvangt, het roept het gevoel op dat dankbaarheid ervaren wordt. Met het ontstaan van dankbaarheid wordt de ziel buitengewoon rijker. Bij het heel kleine kind moet je er al op letten dat het naar het voelen van dankbaarheid toegroeit. Als je daar bij een klein kind al op let, dan verandert, metamorfoseert zich dit gevoel van dankbaarheid, wanneer het kind de tweede levensfase binnengaat, in liefde. In elke levensrelatie krijgt de liefde deze bijzondere kleur omdat ze doortrokken is van dankbaarheid. En wie een beetje het sociale leven van de mens kan waarnemen, weet wat voor een belangrijke impuls m.n. voor de aanpak van de grote sociale problemen het zou geven, wanneer wij de mensen weer zo zouden kunnen opvoeden dat er in hem dankbaarheid leeft.
Want deze dankbaarheid is een brug die anders niet gebouwd kan worden tussen de gevoelens van de mensen, tussen de harten van de mensen.
Als de mensen zouden begrijpen, met dankbaarheid tegenover elkaar zouden staan, dan zou er veel van wat er tegenwoordig

Blz. 144

in einer grotesken Weise oftmals als sogenannte soziale Forderungen, sozialer Radikalismus und dergleichen auftritt, wobei ich mich nicht engagiere für diese oder jene Lösung des sozialen Problems. Was ich darüber zu sagen habe, können Sie in meinem Buche «Die Kernpunkte der sozialen Frage» nachlesen. Aber dann, wenn diese Dankbarkeit früh im Kinde als Keim gelegt wird, wenn sie sich hineinlebt in jene Liebe beim Kinde zwischen dem Zahnwechsel und der Geschlechtsreife, wenn sie dem Kinde anerzogen wird auch seelisch, so daß mit der Geschlechtsreife auch die Seele sich entfaltet in rechter Liebe zu den Menschen, zu der ganzen Natur, zu den göttlich-geistigen Wesenhaftigkeiten, wenn da überall die Dankbarkeit mitgeht, dann entfaltet sich hieraus in dem Menschen die religiöse Stimmung so, daß er etwas in sich haben kann, das ein ungeheurer Schutz der Seele sein kann: die Dankbarkeit gegen­über den göttlich-geistigen Mächten für das Leben überhaupt. Es ist wichtig für die innere Erwärmung des Lebens, für die innere Gestützt­heit des Lebens, daß wir dieses Gefühl haben können: Wir sind dankbar für dieses Erdenleben den göttlich-geistigen Mächten. Das ist eine starke Lebenskraft, dieses Gefühl der Dankbarkeit für das Leben. Ich möchte sagen: was intensiviert im Blute die organischen Kräfte für den Leib, das liegt in ähnlicher Weise in dem, was geistig vitalisiert die Seele, wenn diese Seele dem ganzen Weltenall gegenüber in bezug auf das eigene Leben dankbare Liebe entwickeln kann.

op een groteske manier dikwijls als zogenaamde sociale eisen, sociaal radicalisme e.d. zich voordoet, waarbij ik mij niet geroepen voel tot deze of gene oplossing van het sociale probleem. Wat ik daarover heb te zeggen, kan u nalezen in mijn boek ‘De kernpunten van het sociale vraagstuk‘.
Maar dan, als deze dankbaarheid vroeg in het kind als kiem aangelegd wordt, wanneer die een deel wordt van die liefde bij het kind tussen de tandenwisseling en de puberteit, wanneer het kind daarmee opgevoed wordt, ook met zijn gevoel, zodat met de puberteit ook de ziel opengaat voor de echte liefde voor de mens, voor de hele natuur, voor de goddelijk-geestelijke wezens, wanneer er overal dankbaarheid bij is, dan ontwikkelt zich hieruit in de mens de religieuze stemming zo, dat hij iets met zich mee kan dragen dat een buitengewoon beschermend gevoel geven kan: dankbaarheid voor de goddelijk-geestelijke machten, voor het leven in het algemeen. Om het leven innerlijk warmte te geven, om in het leven innerlijke steun te ervaren, is het belangrijk dat we dit gevoel hebben: wij zijn de goddelijk-geestelijke machten dankbaar voor dit aardeleven. Dit gevoel van dankbaarheid is een sterke kracht voor het leven. ik zou willen zeggen: wat in het bloed de organische krachten voor het lichaam intensiveert, ligt op een gelijksoortige manier in wat geestelijk de ziel vitaliseert, wanneer deze voor het hele universum in relatie tot zijn eigen leven dankbare liefde kan ontwikkelen. <5>
GA 304A/141-144
Op deze blog vertaald/141-144

.

Rudolf Steiner: godsdienstonderwijs alle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3506-3293

.

.

.

.

 

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over de levensgeest (GA 58 en 59)

.

In de ‘Algemene menskunde’ staat Steiner niet lang stil bij de begrippen ‘geest(es)zelf – levensgeest – geest(es)mens. Ze worden summier benoemd in de 1e voordracht – in de vertaling op blz. 23 – wanneer hij over de wezensdelen spreekt. Zie het artikel daarover en in voordracht 4.
Hier worden de drie begrippen in verband gebracht met de drie vormen van (hoogste) wil.
De ‘wens’ met het geestzelf; ‘het voornemen’ met de levensgeest en ‘het besluit’ met de geestmens.

Wanneer hij in zijn boeken GA 9 en GA 13 over de wezensdelen spreekt, komen ze uiteraard aan bod.
Opmerkingen daaruit heb ik weergegeven in dit artikel.

Wanneer je mijn inleidingen op deze stof op je laat inwerken, zal, wat Steiner in de voordrachten zegt, makkelijker te vatten zijn.

Zoals ik voor het geestzelf heb gezocht naar omschrijvingen in andere voordrachten, wetend dat Steiner het telkens weer anders zegt of met nieuwe gezichtspunten komt, doe ik dit nu ook voor de levensgeest.

GA 58

Blz. 55

Dann kann das Ich stärker und stärker werden, und es wandelt dann auch
den Äther- oder Lebensleib um. Dasjenige, was das Ich umgewandelt hat am Äther- oder Lebensleib, das bezeichnen wir als Lebensgeist.

Dan [wanneer het Ik aan het astraallijf heeft gewerkt] kan het Ik steeds sterker worden en dan wordt ook het ether- of levenslijf veranderd. Wat het Ik daaraan veranderd noemen we levensgeest.
GA 58/55
Niet vertaald

Blz. 225

Wie der Mensch heute lebt, hat er einen Teil seines astralischen Leibes umgewandelt in Manas.
Weiter wird es dem Menschen in der Zukunft möglich sein, seinen Ätherleib umzugestalten; und den so umgestalteten Teil des Ätherleibes nennt man den «Lebensgeist», oder die «Buddhi» mit einem Ausdruck der orientalischen Philosophie.

Zoals de mens tegenwoordig is, heeft hij een deel van zijn astrale lichaam omgewerkt tot manas. Verder zal de mens in de toekomst in staat zijn zijn etherlichaam om te werken. En dat omgewerkte deel van het etherlichaam wordt ‘levensgeest’ genoemd of ‘boeddhi’, met een uitdrukking uit de oosterse filosofie.
GA 58/225
Vertaald/125

GA 59

Blz. 15

Wenn das Ich in einer anderen, intensiveren Weise nicht nur in den astralischen Leib, sondern auch in den Ätherleib hineinarbeitet, nennen wir den vom Ich aus umgearbeiteten Teil des Ätherleibes den Lebensgeist oder mit einem Ausdruck der orientalischen Philosophie die Buddhi.

Wanneer het Ik op een andere, intensievere manier niet alleen aan het astraallijf werkt, maar ook aan het etherlijf, noemen we dat door het Ik omgewerkte deel van het etherlijf de levensgeest of met een term uit de oosterse filosofie boeddhi.
GA 59/15
Niet vertaald

.

Algemene menskunde: voordracht 1 – alle artikelen

Algemene menskundealle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3502-3290

.

.

.

.

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over pedagogie(k) GA 300A – Vergadering 30 juli 1920

.

Zie ‘het woord vooraf

Bij de gegeven antwoorden is in het Duits telkens de naam van Steiner gegeven. Ik heb dat niet gedaan, zolang er geen verwarring kan ontstaan. De voetnoten die in de uitgave op aparte bladzijden staan, v.a. blz. 300, heb ik direct bij het verwijzende woord toegevoegd.  

In deze vergadering gaat het voornamelijk over hoe om te gaan met een collega die niet voldoet. Tijdens de discussie hierover komen nog andere vragen op: wie worden er eigenlijk toegelaten tot de vergadering.

Over ontslag van een leerkracht <1>  <1a>
Wie komt er bij de lerarenvergadering <2>  <2a>
Moet je als leerkracht antroposoof zijn <3>
In de handwerkles: vingerhoed <4>

RUDOLF STEINER

Konferenzen mit den Lehrern der Freien Waldorfschule in Stuttgart 1919 bis 1924

Erster Band Das erste und zweite Schuljahr

Vergaderingen met de leerkrachten van de vrije Waldorfschool in Stuttgart

Band 1 Het eerste en tweede schooljaar

Van de vergaderingen die de leerkrachten van de eerste vrijeschool in Stuttgart hielden, zijn verslagen bewaard gebleven van díe vergaderingen waarbij Rudolf Steiner aanwezig was.

GA 300A   

Vergadering van vrijdag 30 juli 1920, 15u

Blz. 193

X.: Die Anstellung neuer Lehrer müßte besprochen werden.

<1> X.: Het aannemen van nieuwe docenten moet besproken worden.

Dr. Steiner: Es handelt sich also um die Personalfrage. Es handelt sich darum, daß unser bisheriger Lehrer für den Handfertigkeitsunterricht nicht das leisten konnte, was man von ihm erwarten muß, und daß deshalb an einen Ersatz gedacht werden muß. Es ist vielleicht nicht notwendig, über die Einzelheiten zu sprechen. Ich weiß nicht, inwiefern es bekannt ist. Es handelt sich darum, daß er einerseits nicht fertig wurde mit den großen Klassen, daß er gesagt hat, daß die Kinder der oberen Klassen nicht zur Arbeit kämen. Das zeigt sich auch dadurch, daß die Kinder der oberen Klassen nicht fertig geworden sind.
Es ist ihm schwer geworden, sich in ein Gebiet, das er zu betätigen hat, hineinzufinden. Es zeigte sich mir, daß er nicht die genügende praktische Begabung hat, daß die Arbeiten, die er machen läßt, nicht gut sein können, weil er selbst nicht den Blick dafür hat, was exakt ist. Manche dieser Arbeiten blieben Spielereien und wurden nicht zu dem, was sie sein sollten. Die Kinder haben kein exaktes Arbeiten bei ihm gelernt. Im Gartenbauunterricht, da blieb die Arbeit darin stecken, daß jedes Kind ein kleines Gärtchen bekam, wo die Kinder

Het is een personeelskwestie. Het probleem is dat onze vorige docent voor handvaardigheid niet aan de verwachtingen voldeed en daarom moet er een vervanger gezocht worden. Het is misschien niet nodig om in detail te treden. Ik weet niet in hoeverre die details bekend zijn. Het probleem is dat hij enerzijds de grote klassen niet aankon en dat hij zei dat de kinderen in de hogere klassen niets deden. Dit blijkt ook uit het feit dat de kinderen in de hogere klassen hun werk niet afmaakten. Hij had moeite om de stof die hij moest behandelen goed onder de knie te krijgen. Het werd me duidelijk dat hij onvoldoende praktische vaardigheden had en dat het werk dat hij opgaf niet goed kon zijn, omdat hij zelf geen oog had voor precisie. Sommige van deze opdrachten waren niet serieus en werden niet wat ze hadden moeten zijn. De kinderen leerden van hem geen precisiewerk. Tijdens de tuinlessen liep het werk vast doordat elk kind een kleine tuin kreeg waar de kinderen

Blz. 194

wild das draufsetzten, wozu sie Lust hatten, das mehr ein Kindergärtchen als ein Schulgarten geworden war.
Was aber das Schwerwiegendste ist, das ist, daß er kein Herz für die Dinge aufgebracht hat, die ihm oblagen; daß sein Interesse darin liegt, sich mit gutem Studium zu beschäftigen, daß aber darüber das, was eigentlich zu tun gewesen wäre — eine Durcharbeitung seines Gartenunterrichts zu pflegen —, eben nicht geschah. So daß für mein Urteil schließlich nichts übrig bleibt, als sich nach einer besseren Kraft umzusehen. Ich glaube, daß eine wirklich künstlerische Durchdringung des Handfertigkeitsunterrichts von seiner Seite nicht möglich sein wird. So wie sich die Dinge entwickelt haben, ist es unmöglich, daß wir ihn im Kollegium weiter haben. Er ist kein Mann, der sich hineinfindet in den Geist der Schule.

lukraak plantten wat ze maar wilden, en het was meer een kleutertuin geworden dan een schooltuin.
Maar het grootste probleem is dat hij geen enkele betrokkenheid toonde bij de taken die hem werden toevertrouwd; dat zijn interesse lag in grondige studies, maar dat wat had moeten gebeuren – een grondige ontwikkeling van zijn tuinbouwonderwijs – gewoonweg niet gebeurde. Dus, naar mijn mening, rest ons niets anders dan op zoek te gaan naar een betere leraar. Ik geloof dat een echt artistieke benadering van het aanleren van praktische vaardigheden niet mogelijk zal zijn vanuit zijn perspectief. Zoals de zaken zich hebben ontwikkeld, is het voor ons onmogelijk om hem in dienst te houden. Hij is niet iemand die de geest van de school kan aanvoelen.

X.: Es ist natürlich wichtig, weil wir ihn hergebracht haben, daß wir ihn auch
so unterbringen, daß er nicht zu einem Feind wird, wenn wir ihn absetzen.

X.: Het is natuurlijk belangrijk, nu we hem hebben aangenomen, dat we ook een manier vinden om hem tegemoet te komen, zodat hij geen tegenstander wordt wanneer we hem ontslaan.

Molt: Ich werde das meine Sorge sein lassen, zu sehen, wie wir ihn unterbringen.

Molt: Ik zal op me nemen om te kijken hoe we hem tegemoet kunnen komen.

X..Ich wollte nur bemerken, daß ich die Sache nicht ganz verstehe. Y. hat sich große Mühe gegeben, sich in den Geist der Sache hineinzufinden. Er hat meine Kinder gut beurteilt. Im Gartenbau ging es gut mit meiner Klasse. Ins Künstlerische wird er sich hineinfinden.

X.: Ik wilde alleen even aangeven dat ik de zaak niet helemaal begrijp. Y. heeft
veel moeite gedaan om de kern van de situatie te begrijpen. Hij heeft
mijn kinderen goed ingeschat. Hij deed het goed bij tuinbouw in mijn klas. Hij vindt vast wel zijn weg in de kunstwereld.

Dr. Steiner: Das wird schwer gehen. Das Künstlerische bezog sich auf den Handfertigkeitsunterricht. Da ist es so, daß er kaum sich wird
hineinfinden können.

Dat wordt lastig. Het artistieke aspect waar het over gaat, is de instructie in handvaardigheid. Hij zal er nauwelijks in slagen om zich daarin te verdiepen.

X.: Er hat den besten Willen. Er wird es sehr schwer empfinden. Er will in
den Ferien Schreinerei noch besser lernen, auch Schuhmacherei.

X.: Hij heeft de beste bedoelingen. Hij zal het erg moeilijk vinden. Hij wil tijdens de vakantie zijn timmermansvaardigheden verbeteren, en ook zijn schoenmakersvaardigheden.

Frau Dr. Steiner: Ich glaube zu bemerken, daß Y. etwas Zutrauliches hat.

Vrouw van Dr. Steiner: Ik denk dat ik merk dat Y. een zekere mate van vertrouwen geniet.

Dr. Steiner: Das ist zweifellos, daß er sich gern mit den Kindern
beschäftigt, daß er ernsthaft hinein will. Es fehlt an verschiedenen
Stellen. In dem Moment, wo ich mehr das eine oder das andere
hervortreten sah, immer mußte ich zu dem Entschluß kommen, daß
es nicht möglich ist, ihm diese Sache zu überlassen.

Het klopt ongetwijfeld, dat hij graag bij de kinderen is, dat hij het serieus neemt. Hij schiet op verschillende gebieden tekort. Zodra ik merkte dat een van die gebieden sterker naar voren kwam, moest ik altijd concluderen dat het niet mogelijk was om dit aan hem over te laten.

X.: Ist ein Grund da, ihn als Mensch auszuschließen, oder könnte man ihn
anderswo, etwa in der Bibliothek, beschäftigen?

X.: Is er een reden om hem als persoon uit te sluiten, of zou hij ergens anders aan de slag kunnen, bijvoorbeeld in de bibliotheek?

Dr. Steiner: Nicht wahr, es ist schwierig, das klipp und klar auf eine
Formel zu bringen. Ich glaube, daß es ihm schwer wird, sich in den
ganzen Geist der Schule hineinzufinden, weil er dazu noch nicht den
Geist in sich hat.

Het is moeilijk om dat klip en klaar samen te vatten. Ik denk dat hij het moeilijk zal vinden om de hele geest van de school te omarmen, omdat hij die geest nog niet in zich heeft.

Blz. 195

Nun, nicht wahr, es ist ja so, einer der darin ist, der kann mitgezogen werden. Aber glauben Sie denn, daß es auf die Dauer möglich ist, ihn für den ganzen Handfertigkeitsunterricht zu haben? Für den ganzen Handfertigkeitsunterricht ihn zu haben, würde nicht möglich sein.
Es würde möglich sein für die vier unteren Klassen, wenn wir einen Lehrer für die höheren Klassen hätten. Ob er geistige Kapazität dazu hat, in den höheren Klassen Handfertigkeit zu geben, das bezweifle ich. Ich habe angesehen, wie gearbeitet wird. Das ist ganz schön für die kleinen Kinder, wenn sie sich überhaupt anstrengen. Aber später, wo ein gewisser kunstgewerblicher Geist hinein muß, ist es eine Frage, ob er den Geist bekommen kann. Es macht große Schwierigkeiten, und es muß viel umgedacht werden, wenn er bleiben sollte.
Ich habe den Eindruck bekommen, daß dies die allgemeine Meinung des Kollegiums ist.
Der Mann hat dichterischen Ehrgeiz, aber er bildet sich sehr viel ein.
Er hat einen Fond von gutem Willen. Mir tut er leid, weil ich glaube, daß sich in ihm ein starkes Ressentiment entwickeln wird. Schwierigkeiten macht es immer, wenn so jemand, der eine gewisse persönliche Note in den Dingen hat, in so etwas wie die Schule hineingestellt ist.

Het klopt inderdaad dat iemand die er al bij betrokken is, mee kan gaan. Maar denk je echt dat het op de lange termijn mogelijk is om hem voor al het handvaardigheidsonderwijs te gebruiken? Dat zal niet mogelijk zijn. Het zou wel mogelijk zijn voor de vier lagere klassen als we een docent voor de hogere klassen hadden. Of hij de intellectuele capaciteit heeft om handvaardigheid in de hogere klassen te onderwijzen, betwijfel ik. Ik heb gezien hoe het werkt. Het is best leuk voor de kleintjes, als ze tenminste een beetje hun best doen. Maar later, wanneer een bepaalde artistieke geest moet worden bijgebracht, is het de vraag of hij die geest kan verwerven. Dat levert grote problemen op en er moet flink over nagedacht worden als hij zou moeten blijven. Ik heb de indruk dat dit de algemene mening van de leerkrachten is.
De man heeft poëtische ambities, maar hij is erg verwaand. Hij heeft goede bedoelingen. Ik heb medelijden met hem, want ik denk dat er een sterke wrok in hem zal ontstaan. Het is altijd lastig wanneer iemand met zo’n persoonlijke touch in dingen terechtkomt in een omgeving zoals een school.

Er hat in all den Dingen eine persönliche Note. Er ist wenig auf das Sachliche eingestellt. Er möchte ein Mensch sein, der es dazu gebracht hat, Waldorflehrer zu sein. Er möchte Dichter sein. Er möchte, daß die Kinder zu ihm Zutrauen haben. Die besonderen Eigenschaften, die er hat, all das fordert das Mitleid heraus. Es müßte gesorgt werden, daß ihm ein Ersatz geschaffen wird. Aber schwierig wird es immer sein mit ihm. Denn er wird gewisse Dinge aus dem
Geist der Waldorfschule heraus gar nicht verstehen, besonders auch im Handfertigkeitsunterricht selbst. Es ist furchtbar schwer, auf diesem Gebiet, wo Sachlichkeit notwendig ist, das Mitleid spielen zu lassen. Es führt leicht auf Abwege.
Ist denn eine Möglichkeit vorhanden, daß man die Sache so löst, daß man ihn in den vier unteren Klassen hat? Das wäre wünschenswert. Wir kommen dadurch auf ein mächtiges Budget. Die Schule wird größer.

Hij geeft overal een persoonlijke draai aan. Hij is niet erg gefocust op het doel. Hij wil iemand zijn die het tot Waldorfleraar heeft geschopt. Hij wil dichter worden. Hij wil dat de kinderen hem vertrouwen. Zijn bijzondere kwaliteiten wekken medelijden op. Er moet voor gezorgd worden dat er een vervanger voor hem gevonden wordt. Maar dat zal altijd lastig blijven met hem. Omdat hij bepaalde aspecten van de geest van de Waldorfschool simpelweg niet zal begrijpen, vooral niet in de lessen over praktische vaardigheden. Het is ontzettend moeilijk om medelijden toe te laten in dit gebied, waar objectiviteit noodzakelijk is. Het leidt ons gemakkelijk op een dwaalspoor. Is er een manier om de situatie op te lossen zodat hij in de vier lagere klassen kan werken? Dat zou wenselijk zijn. We komen dan wel op een aanzienlijk budget. De school zou groter worden.

Molt: Mir scheint, nur um eine Sinekure zu schaffen, dafür ist kein Geld da,
wo wir neulich gesehen haben, daß wir mit jedem Pfennig rechnen müssen.
Das wird nötig sein, daß man im Zusammenhang der Firma etwas unternimmt, daß ihm nicht geschadet wird und nicht wehgetan wird.

Molt: Het lijkt me dat er geen geld is om zomaar een sinecure te creëren,
vooral omdat we onlangs hebben gezien dat we op elke cent moeten letten. Er zal binnen het bedrijf iets moeten gebeuren om ervoor te zorgen dat hij geen schade ondervindt.

Dr. Steiner: Untergebracht muß er werden. Man muß sehen, wie man ihn unterbringt. Ein sehr schwieriger Fall.
Sachlich ist dies zu sagen, daß er der Aufgabe nicht gewachsen war.

Er moet rekening met hem worden gehouden. We moeten kijken hoe we hem tegemoet kunnen komen. Een zeer lastig geval.
Objectief gezien was hij niet geschikt voor de taak.

Blz. 196

Er hat nicht den künstlerischen Geist. Ich glaube nicht, daß er sich in den hineinfinden würde. Wie gesagt, es würde das gar nicht schaden, wenn er die unteren Klassen haben würde, ein anderer die oberen Klassen. Oftmals wird dadurch am meisten erreicht. Die Kinder werden einfach arbeiten. Nachher, wenn sie sich mittätig erweisen müssen, ist es um so besser. Sachlich ist nichts einzuwenden für die untersten Stufen, aber für die oberen Stufen reicht er nicht mehr aus.

Hij heeft geen artistiek talent. Ik denk niet dat hij dat zou kunnen ontwikkelen. Zoals ik al zei, zou het geen kwaad kunnen als hij de lagere klassen lesgeeft en iemand anders de hogere klassen. Vaak is dat de meest effectieve manier om dingen voor elkaar te krijgen. De kinderen zullen gewoon aan de slag gaan. Daarna, wanneer ze actief moeten deelnemen, is dat alleen maar beter. Er is niets mis met hem voor de lagere klassen, maar hij is niet meer geschikt voor de hogere klassen.

X.: Ist es beabsichtigt, alles in einer Hand zu lassen ?

X: Is het de bedoeling dat alles onder één controle blijft?

Dr. Steiner: Das sind budgetäre Fragen. Beim Handfertigkeitsunterricht ist es so, daß man sich nach der Decke streckt. An sich wäre wünschenswert, daß der Handfertigkeitsunterricht recht stark ausgebaut wird. Wenn wir einen Handfertigkeitslehrer haben, würden wir auskommen, wenn wir von der 6. Klasse an den Unterricht geben lassen. Etwas anderes kommt dadurch herein, daß wir Gartenbauunterricht geben. Das erfordert auch eine sachverständige Kraft. Ich würde am liebsten sehen, wenn wir zwei hätten, daß der eine das eine Jahr den Handfertigkeitsunterricht gibt, der andere den Gartenbauunterricht gibt.

Dat zijn budgettaire kwesties. Met handvaardigheidsonderwijs werken we binnen onze middelen. Idealiter zou het handvaardigheidsonderwijs aanzienlijk uitgebreid moeten worden. Als we één docent handvaardigheid hadden, zouden we het kunnen redden als iemand anders het vanaf de zesde klas zou geven. Een andere factor is dat we ook tuinbouwonderwijs aanbieden. Daar is ook een gekwalificeerde docent voor nodig. Ik zou het liefst zien dat, als we er twee hadden, de ene het ene jaar handvaardigheid geeft en de andere tuinbouw.

Es kommen die Dinge in Betracht, daß wir für die Schule gewisse
Schwierigkeiten haben, wenn wir ihn behalten. Ich habe den Eindruck gehabt, daß es die Meinung des ganzen Kollegiums sei; ich habe anfangs gemeint, es sei eine beschlossene Tatsache. Aber jetzt, wo ich sehe, daß es nicht so ist, ist es gut, daß wir uns unterhalten haben und daß wir erfahren haben, daß es nicht so
ist.

Er komen dingen aan het licht waaruit blijkt dat de school bepaalde problemen zal ondervinden als we hem aanhouden. Ik had de indruk dat dit de mening van het hele personeel was; aanvankelijk dacht ik dat het al besloten was. Maar nu ik zie dat dit niet zo is, is het goed dat we erover hebben gepraat en dat we hebben vernomen dat het niet het geval is.

X.: Ist es nicht möglich, das früher zu bemerken, daß ein Mensch nicht taugt
für diese Arbeit?

X: Is het niet mogelijk om eerder te zien dat iemand niet geschikt is voor deze functie?

Dr. Steiner: Ich habe es schon lange bemerkt. Ich habe es schon
Weihnachten und im Februar gesagt. Ja, nicht wahr, ich bin ja nicht gern darauf eingegangen, weil es mir eine schreckliche Sache war, was leider oft vorgekommen ist, daß Leute ausgeschlossen worden sind. So ging ich darauf nicht gerne ein. Es sind manche Momente dazugekommen in den letzten Tagen, die die Sache plausibler erscheinen lassen. Ja, dann wird nichts übrigbleiben, als daß wir eine andere Lösung suchen. Dann müssen wir eine andere Lösung suchen.

Ik heb het al lang geleden opgemerkt. Ik heb het al met Kerstmis en in februari gezegd. Ja, het klopt, ik wilde het niet aankaarten omdat het voor mij vreselijk was, en helaas gebeurde dat vaak, dat mensen werden buitengesloten. Dus ik wilde er niet op ingaan. De afgelopen dagen zijn er dingen naar voren gekomen die de zaak aannemelijker maken. Ja, dan rest ons niets anders dan een andere oplossing te zoeken. Dan moeten we een andere oplossing vinden.

X.: Jedenfalls muß eine erste Kraft für den Handfertigkeitsunterricht herkommen. Es läßt sich so machen, daß man ihn einer ersten Kraft als zweite Hilfe gibt. Herr X. wollte sich damals um die Handfertigkeit annehmen.

X.: In elk geval is een eerste kracht nodig voor handvaardigheidsonderwijs. Het kan zo geregeld worden dat we hem een eerste kracht als tweede assistent geven. Meneer X. wilde destijds graag zelf de handvaardigheidslessen verzorgen.

Blz. 197

Dr. Steiner: Ich habe gesagt, daß es am besten ist, wenn jemand, der im Lehrerkollegium ist, selbst Schuhe machen lernt. Es war nicht meine Meinung, daß wir einen Handwerker anstellen. Es muß der Handfertigkeitsunterricht aus dem Lehrerkollegium hervorgehen. Y. war plötzlich da. Erwähnt worden ist er mir nur ganz flüchtig. Es war ja nicht der Gesichtspunkt, ihn ganz zum Handfertigkeitslehrer zu nehmen.

Ik zei dat het het beste is als iemand van het docententeam zelf leert schoenen te maken. Het was niet mijn idee om een ​​ambachtsman aan te nemen. De praktische vaardigheden moeten vanuit het docententeam zelf worden aangeleerd. Y. was er ineens. Hij werd slechts heel kort genoemd. Het was niet de bedoeling om hem de enige docent praktische vaardigheden te maken.

X.: Ins Lehrerkollegium ist er hereingewachsen, ohne daß es bestimmt war,
daß er hereinkommt.

X.: Hij is in het docententeam bij gaan horen zonder dat het de bedoeling was dat hij erbij zou komen.

Dr. Steiner: Jetzt sind wir in einer gewissen Weise dadurch gefangen.
Solche Dinge sollte man nicht so nehmen. Neulich, wir haben auch
davon gesprochen, war ich sehr überrascht, als jemand, der überhaupt noch nicht in Betracht kommt für das Lehrerkollegium, bei der Sitzung dabei war. Wer noch nicht im Kollegium tätig ist, kann doch nicht bei der Sitzung dabei sein.

Nu zitten we hier een beetje mee in de knel. Je moet zulke dingen niet zo lichtzinnig opvatten.<1> 2<2> Onlangs bespraken we dit onderwerp nog, en ik was erg verbaasd dat iemand die niet eens in aanmerking komt voor het docententeam, aanwezig was bij de vergadering. Iemand die nog niet actief is in het team, kan onmogelijk bij de vergadering aanwezig zijn. <2>

X.; Ich glaube, daß man ihn ruhig als zweite Kraft nehmen könnte.

<1a> X.: Ik denk dat hij prima als tweede man ingezet zou kunnen worden.

Dr. Steiner: Es wird für eine Kraft zuviel werden, die Gartenarbeit und der Schuhmacherkurs. Dann muß es vom Budgetgesichtspunkt möglich sein, ihn zu besolden.

Het zal te veel zijn voor één persoon om de tuincursus en de schoenmakerscursus te geven. Vanuit budgettair oogpunt moet het dan mogelijk zijn om hem een ​​salaris te betalen.

Molt: Da möchte ich sagen, daß sich das Budget den großen Gesichtspunkten
unterordnet.

Molt: Ik wil graag benadrukken dat het budget ondergeschikt is aan het grotere geheel.

Dr. Steiner: Es hat sich bis jetzt kein Schaden gezeigt, wenn er darin war; es kann der Schaden sich erst zeigen, wenn er draußen ist. Er ist zum Lehrer sozusagen geworden auf eine Weise, wie mir das mehrfach in Stuttgart entgegengetreten ist. Wenn man fragt, wie sind sie hineingekommen, so ist es so, die Leute haben sich hineingeschoben.
Sie treten plötzlich auf. Ich kann nicht dahinterkommen, wie sie stufenweise aufgerückt sind. Nun, nicht wahr, das geht doch nicht auf die Dauer.
Nicht wahr, Herr X., Sie müssen denken, daß man auf die Dinge baut. Es hat sich darum gehandelt, daß abgesprochen war, daß Sie der geistige Umfasser des Handfertigkeitsunterrichts sind. Ich bin gefragt worden von Herrn Molt, ob der Y. in Betracht kommen wird als Handlanger von Ihnen. Aber davon war ich betroffen, daß er hier im Lehrerkollegium gesessen ist. Als Lehrer der Waldorfschule war er nicht in Aussicht genommen. Das bestätigt sich ganz gut, denn er ist Arbeiter der Waldorf-Astoria und ist abkommandiert hierher. So ist
gar nicht die geringste Berechtigung gewesen, ihn hier ins Lehrerkollegium hineinzusetzen.

Tot nu toe is er geen kwaad geschied zolang hij erbij betrokken was; de schade zal pas aan het licht komen als hij weg is. Hij is als het ware leraar geworden op een manier die ik in Stuttgart al vaker ben tegengekomen. Als je vraagt ​​hoe ze daar terecht zijn gekomen, is het antwoord dat mensen zich erin hebben gedrongen. Ze duiken plotseling op. Ik kan me niet voorstellen hoe ze zich geleidelijk omhoog hebben gewerkt. Nou ja, dat kan toch niet eeuwig doorgaan?Nietwaar, meneer X.? U moet toch denken dat je voortbouwt op bestaande structuren? Er was afgesproken dat u de spirituele leider zou zijn van het handvaardigheidsonderwijs. Meneer Molt vroeg me of Y. als uw assistent in aanmerking zou komen. Maar ik was verbaasd dat hij hier tussen de docenten zat. Hij was niet in aanmerking gekomen voor de functie van docent aan de Waldorfschool. Dat is volkomen duidelijk, aangezien hij in dienst is van de Waldorf-Astoria en hierheen is gedetacheerd. Er was dus absoluut geen rechtvaardiging om hem in het docententeam op te nemen.

Blz. 198

X.: Ich glaube, daß wir zu einer intimen Arbeit nicht kommen können, wenn
jemand unter uns ist, der nicht hineingehört.

X.: Ik geloof dat we niet in vertrouwen kunnen werken als
iemand onder ons is die er niet thuishoort.

Dr. Steiner: Wenn er schon einmal da ist, würde das nicht in Betracht kommen, wenn er in dem Fache tüchtig wäre, wenn sich nicht andere Schwierigkeiten hinzugesellten, daß Y. nicht mehr im Kollegium sein kann.

Aangezien hij er al is, zou dat geen probleem zijn als hij competent was in het vakgebied, als er geen andere moeilijkheden waren ontstaan ​​die Y. ervan weerhouden deel uit te maken van de lerarenvergadering.

X.: Es war ein Fehler, ihn hereinzunehmen.

X.: Het was een vergissing om hem aan te nemen.

X.: Diejenigen, die den Fehler begangen haben, das sind wir.

X.: Wij zijn degenen die de fout hebben gemaakt.

Dr. Steiner: Tragen wird ihn die Waldorfschule. Geradeso wie in der
Anthroposophischen Gesellschaft Fehler gemacht worden sind, und
trotzdem immer dieselben Fehler gemacht worden sind, mußte
immer ich darunter leiden. Unter jedem Herausgeschmissenen
mußte ich leiden! Hier wird die Waldorfschule darunter leiden, das
ist selbstverständlich. Ich halte es für besser, sie leidet von außen als
von innen.

De Waldorfschool zal de dupe worden. Net zoals er fouten zijn gemaakt in de Antroposofische Vereniging, en ondanks dat er altijd dezelfde fouten worden gemaakt, heb ik er altijd onder geleden. Ik heb geleden voor iedereen die is weggestuurd! Hier zal de Waldorfschool lijden, dat spreekt voor zich. Ik denk dat het beter is dat ze van buitenaf lijdt dan van binnenuit.

Nach weiteren Erörterungen:

Na nog wat opmerkingen:

Dr. Steiner: Nun, nicht wahr, da müssen wir halt versuchen, ihn zu
behalten, wenn es nicht anders geht.

Wel dan, nu zullen we hem gewoon moeten proberen te houden als er geen andere mogelijkheid is.

Nach einer weiteren Besprechung am andern Tag, von der keine Notizen vorliegen, wurde Y. mitgeteilt, daß er nicht mehr an der Waldorfschule mitarbeiten könne.

Na een volgende vergadering de volgende dag, waarvan geen notulen bestaan, werd Y. meegedeeld dat hij niet langer op de Waldorfschool kan werken. <1a>

Dr. Steiner: Es ist gar nicht von vornherein ausgemacht gewesen, daß jeder Fachlehrer im Lehrerkollegium sitzen soll. Es sollte da sein ein engeres Kollegium, in dem die Klassenlehrer sind mit den älteren Fachlehrern, und daneben das erweiterte Kollegium.

<2a> Het was van meet af aan nooit de bedoeling dat elke vakdocent deel zou uitmaken van de vergadering. Er zou een kernvergadering zijn, bestaande uit de klassenleraren en de meer ervaren vakdocenten, en daarnaast de uitgebreide vergadering.

X.; Mir scheint der Gesichtspunkt der zu sein, daß niemand im Kollegium sein
sollte, der nicht von Herrn Doktor berufen ist. Daß nicht jedes Hiersein in
irgendeiner Position einfach das selbstverständliche Beisitzen beim Kollegium
zu bedeuten hat.

X.: Het lijkt me dat het erom gaat dat niemand deel zou moeten uitmaken van de vergadering die niet door Dr. Steiner is aangesteld. Dat het feit dat je hier in welke functie dan ook bent, automatisch betekent dat je lid bent van de vergadering.

X.: Wer soll denn beim Kollegium sitzen?

X.: Wie zou er dan wel deel moeten uitmaken van de vergadering?

Dr. Steiner: Ja, im Kollegium sollten nur die sitzen, die leitende Lehrer sind, die ausübenden, nicht die beurlaubten. Im Kollegium müßten im Grunde genommen diejenigen sein, die ursprünglich zur Schule gehört haben, und die, die später gekommen sind, bei denen man es bedauern kann, daß sie den Kursus vom vorigen Jahr nicht gehört haben. Wer als wirklicher Lehrer hereinkommt, darüber ist

Dr. Steiner: Wel, alleen de docenten die leidinggeven, de actieve docenten, niet degenen die van plichten vrijgesteld zijn, zouden deel moeten uitmaken van de vergadering. De vergadering zou idealiter zowel docenten moeten omvatten die oorspronkelijk aan de school verbonden waren, als degenen die later zijn gekomen en van wie we het jammer vinden dat ze de cursus van vorig jaar niet hebben gevolgd. Er is wel altijd gesproken over wie er als echte leraar bij komt.

Blz. 199

immer verhandelt worden. Erstens müßte man ausübend sein, wenn man hier sitzt, zweitens müßte man wirklicher Lehrer sein.

Ten eerste moet je actief betrokken zijn als je hier zit; ten tweede moet je een echte leraar zijn.

Frau Molt: Dann gehöre ich auch nicht dazu.

Mevrouw Molt: Dan hoor ik er ook niet bij.

Dr. Steiner: Sie sind Schulmutter. Das war von Anfang an in Aussicht genommen gewesen. Frau Doktor sitzt hier als Leiterin der eurythmischen Abteilung, Herr Molt als Protektor der Schule. Das war von Anfang an in Aussicht genommen, da ist kein Zweifel.
Wenn es besprochen ist, da ist nichts zu sagen; auch als Baravalle einmal darin war. Er hatte die Vertretung, er war ausübend, das ist besprochen worden. Da wußte man auch, daß er in ein Verhältnis zur Schule kommt, weil er einmal eine erste Kraft sein wird.
Jetzt fragt sich nur, wer als Lehrer noch in Betracht kommt.

U bent schoolmoeder. Dat was vanaf het begin al de bedoeling. Mevrouw Steiner zit hier als hoofd van de afdeling euritmie, meneer Molt als beschermheer van de school. Dat was vanaf het begin al de bedoeling, daar bestaat geen twijfel over.
Als het besproken is, valt er niets meer over te zeggen; zelfs niet toen Baravalle er een keer was. Hij viel in, hij was actief betrokken, dat is besproken. Het was toen ook al bekend dat hij een band met de school zou hebben, omdat hij ooit een leidende figuur zou worden.
De enige vraag is nu wie er nog meer in aanmerking komt als leraar. <2a>

X.: Müßte der neue Lehrer Anthroposoph sein, oder kann es ein Außenstehender sein?

<3> X: Moet de nieuwe leraar een antroposoof zijn, of kan het iemand van buiten de school zijn?

Dr. Steiner: Da bin ich nicht darauf versessen. Das ist schon durchgesprochen.
Für den Handfertigkeitsunterricht würde ich vorschlagen, daß mit Wolffhügel verhandelt wird, um zu sehen, ob er will. Ich glaube tatsächlich, daß der Wolffhügel sich eignen könnte. Das wäre glänzend. Er ist Maler und arbeitet in einer Möbelschreinerei. Das wäre ausgezeichnet.

Dr. Steiner: Daar ben ik niet zo op gebrand. Dat is al besproken. Voor de cursus handvaardigheid stel ik voor om met Wolffhügel in gesprek te gaan om te kijken of hij interesse heeft. Ik denk namelijk dat Wolffhügel geschikt zou kunnen zijn. Dat zou fantastisch zijn. Hij is schilder en werkt in een meubelwerkplaats. Dat zou perfect zijn. <3>

Jetzt muß man nur wissen, wer von den neu zu Berufenden in die Konferenz kommt. Wolffhügel käme selbstverständlich für die Konferenz in Betracht.
Im Handarbeitsunterricht war ich nur wenig darinnen, aber das eine Mal mußte ich mir sagen, warum hat das Kind keinen Fingerhut? Ich habe immer gesagt, wir müssen die Kinder daran gewöhnen, mit Fingerhut zu nähen. Es kann das Kind nicht ohne Fingerhut nähen, das geht nicht an.
Man kann nicht vorher wissen, daß ein Lehrer die Kinder nicht ruhig
halten kann. Im allgemeinen, glaube ich, kann man es schon wissen, aber man kann Überraschungen erleben. Man kann es nicht von vornherein sehen.
Dann würden wir für die ersten Klassen zwei Lehrer brauchen. Da würde ich für die Klasse 1 b vorschlagen Fräulein Maria Uhland und für die Klasse a den Killian. Ich würde meinen, daß man beide provisorisch anstellt, auf Widerruf, und sie noch nicht ins Kollegium aufnimmt.

Nu moeten we alleen nog weten welke van de nieuw aangestelde leerkrachten bij de vergadering zullen komen. Wolffhügel komt daar natuurlijk voor in aanmerking.
<4> Ik was maar zelden in de handwerkles, maar die ene keer moest ik me afvragen: waarom heeft dat kind geen vingerhoed? Ik heb altijd gezegd dat we de kinderen moeten laten wennen aan naaien met een vingerhoed. Een kind kan niet naaien zonder vingerhoed, dat is onacceptabel. <4>
Je kunt van tevoren niet weten of een leerkracht de kinderen stil kan houden. Over het algemeen denk ik dat je het wel kunt weten, maar je kunt nog steeds voor verrassingen komen te staan. Je kunt het niet voorspellen.
Dan hebben we twee leerkrachten nodig voor de eerste klas. Ik zou juffrouw Maria Uhland voor klas 1b en Killian voor klas a voorstellen. Ik denk dat ze allebei voorlopig, op tijdelijke basis, aangenomen moeten worden en nog niet officieel tot de vergadering moeten toetreden.

Blz. 200

Dann hat die 2. Klasse Fräulein v. Mirbach
                                                   die 3. Klasse Pastor Geyer
                                                   die 4. Klasse Fräulein Lang
                                                   die 5. Klasse Frau Koegel.
Dr. Schubert hat die Schwachen, die Hilfsklasse,
                                                    die 6. Klasse Fräulein Dr. v. Heydebrand.
Dann brauchen wir noch jemanden. Da wäre Baravalle eine ausgezeichnete Kraft für die zweite 6. Klasse. Ich würde doch meinen, daß wir den Baravalle nehmen. Er kann den Doktor auch hier machen.
                                                     Die gesamte 7. Klasse übernimmt Dr. Kolisko.

Dann würde ich meinen, daß wir es mit der 8. und 9. Klasse machen wie bisher mit der 7. und 8. Wie haben Sie das gemacht?

Dan heeft juffrouw von Mirbach de 2e klas,
                                                       pastor Geyer de 3e klas,
                                                       juffrouw Lang de 4e klas,
                                                       mevrouw Koegel de 5e klas.

Dr. Schubert heeft de leerlingen met leerachterstand, de klas voor leerlingen met speciale behoeften,
                                                      juffrouw dr. von Heydebrand de 6e klas.

Dan hebben we nog iemand nodig. Baravalle zou een uitstekende leraar zijn voor de tweede 6e klas. Ik denk dat we Baravalle moeten aannemen. Hij kan hier ook zijn doctoraat behalen.

                                                     Dr. Kolisko neemt de hele 7e klas over.

Dan denk ik dat we het met de 8e en 9e klas op dezelfde manier moeten doen als met de 7e en 8e. Hoe deed u dat?

X.: Wir haben wochenweise gewechselt. Wir haben den Eindruck, wenn wir
zum Ursprünglichen zurückgekehrt sind, wenn wir tageweise gewechselt
haben, daß wir dann die Klasse nicht gut kennengelernt haben.

X: We rouleerden wekelijks. We hebben de indruk dat we, toen we teruggingen naar het oorspronkelijke systeem, waarbij we dagelijks rouleerden, de klas niet goed leerden kennen.

Dr. Steiner: Der Gesichtspunkt ist, daß es besser ist, acht Tage lang
vorzutragen. Besser wochenweise als tageweise.

Het uitgangspunt is dat het beter is om acht dagen lang les te geven. Weken zijn beter dan dagen.

X,: Warum wir zwei unsere Klasse nicht so gekannt haben, darüber bin ich mir
nicht ganz im klaren. Die Tatsache ist die, daß ich die Kinder am wenigsten
von allen Kollegen kennengelernt habe. Könnte Herr Doktor etwas sagen, was
daran schuld ist?

X: Waarom wij tweeën onze klas niet zo goed kenden, weet ik niet helemaal zeker. Feit is dat ik de kinderen het minst goed heb leren kennen van al mijn collega’s. Zou de doctor kunnen zeggen wat daar de reden voor zou kunnen zijn?

Dr. Steiner: Das wird nicht besser, bis Sie ganz genau das Rationelle  in bezug auf die Behandlung und den Gang des Lehrstoffes haben. Sie haben sich erdrückt gefühlt. Sie sind überhaupt wenig mit den Schülern in Kontakt gekommen. Sie haben zuviel vorgetragen

Dat zal niet verbeteren totdat u een volledig rationeel begrip hebt van de behandeling en de voortgang van het leerplan. U voelde zich overweldigd. U had heel weinig contact met de leerlingen. U gaf te veel les.

GA 300A  inhoudsopgave

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3494-3282

.

.

.

.

 

 

 

 

VRIJESCHOOL – – Rudolf Steiner over pedagogie(k) GA 300A – De 6 schooljaren (6)

.

In de uitgave is een hoofdstuk opgenomen met een soort geschiedenis van de 6 schooljaren in het begin van de Waldorfschool in Stuttgart.
De tijd waarin Steiner de school van tijd t0t tijd bezocht en dan de lerarenvergadering voorzat en allerlei onderwerpen besprak, vaak n.a.v. vragen.

.

6. Schuljahr April 1924 bis März 1925
Schooljaar 6 april 1924 tot maart 1925 

Blz. 57

                            1919                                                 1924
                       8 klassen                                         23 klassen
                     12 leerkrachten                               47 leerkrachten
                  256 leerlingen                                 784 leerlingen

Die von Rudolf Steiner geleiteten Konferenzen des ersten (1919/20) und die des letzten Schuljahres (1924) stehen einander seltsam gegenüber.
So riesenhaft sich 1919 alle Anfangsschwierigkeiten auch erheben mochten, sie verbrannten ganz und gar in dem Feuer der Begeisterung darüber, daß diese Waldorfschule nun Wirklichkeit werden sollte. Die anthroposophische Geisteswissenschaft trat weithin sichtbar in das allgemeine Kulturleben ein. Sie sollte der Erziehungskunst neue und befeuernde Impulse geben. Mit schier unerschöpflichem Wagemut wurden die neuen Aufgaben angepackt.

De vergaderingen onder leiding van Rudolf Steiner in het eerste schooljaar (1919/20) en die van het laatste schooljaar (1924) staan ​​in een merkwaardig contrast met elkaar.
Hoe enorm de aanvankelijke moeilijkheden in 1919 ook leken, ze werden volledig overstemd door het enthousiasme dat deze Waldorfschool nu werkelijkheid zou worden. De antroposofische spirituele wetenschap deed op een zeer zichtbare manier haar intrede in het algemene culturele leven. Ze gaf nieuwe en stimulerende impulsen aan de onderwijskunst. De nieuwe taken werden met schijnbaar onuitputtelijke moed aangepakt.

Blz. 58

Im letzten Jahr, 1924, mischen sich in den hellen Glanz, wie in den letzten zwei Jahren, auch wieder unübersehbar getrübte Töne hinein.
Sie gewinnen nicht die Übermacht, gehen sogar zurück, aber sie rufen auf zur Selbstbesinnung und zu erhöhter Anspannung aller Kräfte, um Begeisterung und Geistesgetragenheit ständig neu erstehen zu lassen.
Der äußere Ausbau war in allen Grundzügen an sein Ende gelangt.
Die zwölf Jahrgänge, die die Schulpädagogik umfassen, standen, samt der Hilfsklasse, jetzt da. Parallelklassen wurden auch in diesem Jahr wieder neu eingerichtet (3/145), trotzdem die Schülerzahl für die vier untersten Klassen von der Schulbehörde noch eingeschränkt war (3/145, Einleitung S. 29, 30); auch neue Lehrer wurden noch eingestellt (3/143, 145), aber es wurde nicht, wie bisher, eine neue Klasse auf die eigentliche Schule daraufgesetzt.
Dafür kam der weittragende Entschluß zustande, in diesem Schuljahr nicht mehr die Reifeprüfung am Ende der 12. Klasse abzuhalten.
Dieser Versuch hatte im vorigen Jahr die oberste, 12. Klasse und ihren Lehrplan von Grund aus verdorben.

Het laatste jaar, 1924, vermengden zich, net als in de twee voorgaande jaren, onmiskenbaar duistere tinten met de heldere schittering. Ze kregen niet de overhand, integendeel, ze vervaagden, maar ze riepen op tot zelfreflectie en een verhoogde inzet van alle energie om het enthousiasme en de spirituele scherpte steeds opnieuw te laten ontstaan.
De uiterlijke groei had basaal in alles het einde bereikt.
De twaalf leerjaren die het onderwijsprogramma van de school omvatten, samen met de hulpklas, waren er nu. Ook dit jaar werden er weer parallelklassen gevormd (3/145), hoewel het aantal leerlingen voor de vier laagste leerjaren nog steeds door de schoolleiding afgebakend was (3/145, Inleiding, pp. 29, 30); er werden ook nieuwe leraren aangenomen (3/143, 145), maar in tegenstelling tot voorheen werd er geen nieuw klas aan de bestaande school toegevoegd.
Daarbij kwam het ingrijpende besluit tot stand om dit schooljaar geen eindexamens af te nemen aan het einde van de 12e klas.
Dit had het vorige jaar de hoogste, 12e klas en het bijbehorende leerplan fundamenteel ontwricht.

Rudolf Steiner erwog lange (3/144, 146, 150, 194), wie diese Frage zu lösen sei. Er sprach sie auch mit den Schülern durch, die jetzt in die 12. Klasse eintraten (3/135, 150). Das endgültige Ergebnis war, daß vom übernächsten Jahr, also von 1925 ab, eine eigene Klasse eingerichtet werden sollte für solche Schüler, die ein staatliches Reifezeugnis benötigten für ihren Lebensweg. Damit aber diese
Klasse nicht einfach als die höchste, die 13., angesehen werden könne, sollte sie schon durch die Namensgebung „Vorbereitungsklasse für das Abiturium” (3/194) als eine Sondereinrichtung charakterisiert werden. Die zwölf eigentlichen Klassen sollten „rein gehalten” werden (3/146).
Für die zwölf Schulklassen aber konnte nun, ohne Rücksichtnahme auf Abschlußzeugnisse, der Lehrplan vervollständigt werden, wie immer ausschließlich begründet auf Wesen und Bedürfnisse der jungen Menschen selbst (3/146-149, 150—158). Er wurde ergänzt durch einen jetzt neu gegebenen Gesamtlehrplan für den Unterricht in den neueren Fremdsprachen (3/161 — 165, 170—175).
Das Hinausschieben der Abitursvorbereitung aus der eigentlichen
Schule war aber nur ein Teil eines Kampfes, den Rudolf Steiner
damals führte, um die Waldorfschule „rein zu halten” von den Einflüssen, die aus der üblichen, „bourgeoisen” (1/261) höheren Schule
hineinwehten. Denn diese veranlaßten zum guten Teil die erwähnten
Trübungen des Gesprächstones in den Konferenzen.

Rudolf Steiner dacht uitvoerig na (3/144, 146, 150, 194) over hoe deze kwestie opgelost kon worden. Hij besprak het ook met de leerlingen die nu in het twaalfde leerjaar zaten (3/135, 150). Het uiteindelijke resultaat was dat er vanaf het jaar daarop, in 1925, een aparte klas zou worden gevormd voor leerlingen die een door de staat erkend eindexamendiploma nodig hadden voor hun toekomst. Om te voorkomen dat deze klas simpelweg als het hoogste leerjaar, het dertiende leerjaar, zou worden gezien, moest deze als een speciale vorm worden aangeduid met de naam “Voorbereidende klas voor het eindexamen” (3/194). De twaalf reguliere klassen moesten “puur” blijven (3/146).
Voor de twaalf schoolklassen kon het leerplan nu echter worden afgerond zonder rekening te houden met diploma’s, zoals altijd uitsluitend gebaseerd op de aard en behoeften van de jongeren zelf (3/146-149, 150-158). Het werd aangevuld met een nieuw uitgegeven algemeen leerplan voor het onderwijs in moderne vreemde talen (3/161-165, 170-175).
Het uitstellen van de voorbereiding op het toelatingsexamen voor de universiteit vanuit de school zelf was echter slechts een onderdeel van een strijd die Rudolf Steiner destijds voerde om de Waldorfschool “zuiver” te houden van de invloeden die vanuit het gebruikelijke, “burgerlijke” (1/261) hoger onderwijs binnenstroomden. Deze invloeden waren immers grotendeels verantwoordelijk voor de eerdergenoemde veranderingen in de toon van de discussie tijdens de vergaderingen.

Blz. 59

Die Rücksicht auf die Prüfung drohte, schon bis in die 9. Klasse hinunter, die Oberstufe einseitig intellektuell oder lernmäßig zu machen. Sie verhinderte, die Lebenskunde oder Technologie zu erweitern; sie drohte sogar, die bestehende einzuengen, die doch gerade ins Tätig-Menschliche, ins wirkliche Leben hineinführen sollte. Das ist in den Konferenzen nicht mit direkten Worten gesagt, aber wer diesen Ton in anderen Vorträgen Rudolf Steiners, zum
Beispiel 1/276, 277, oder „Die pädagogische Praxis vom Gesichtspunkte geisteswissenschaftlicher Menschenerkenntnis”, 7. Vortrag, S. 142—145 (Liste Nr. 26), vernommen hat, hört ihn auch hier immer wieder durch. Manche Enttäuschung und Bitterkeit, mancher Tadel (3/167-169, 182-185 , 187-190), die schon im 5. Schuljahr ausgesprochen waren, kommen jetzt verstärkt wieder. Die strengen Worte beziehen sich, wenn von den Zeugnissen (3/141, 167, 168, 180, 181) die Rede ist, auf sämtliche Klassen, sonst aber vor allem auf die oberen. Und da trifft es besonders die Lehrer des Hauptunterrichts, die selbst einst durch staatliche Oberschule und Universität mit ihren intellektuellen Forderungen hindurchgehen mußten.
Davon war ihnen zurückgeblieben, womit sie jetzt zu ringen hatten: das Dozieren (3/187), die Müdigkeit. „Ein Mensch kann doch nicht müde sein, wenn er im Geiste leben soll” (3/190).

De nadruk op het examen dreigde, zelfs al in de negende klas, de hogere klassen eenzijdig intellectueel of academisch te maken. Het belemmerde de ontwikkeling van levensvaardigheden of technologie; het dreigde zelfs het bestaande leerplan te vernauwen, dat immers juist zou moeten leiden tot actieve menselijke ervaring, tot het echte leven. Dit wordt niet direct in de vergaderingen gezegd, maar iedereen die deze toon in andere lezingen van Rudolf Steiner heeft gehoord, bijvoorbeeld 1/276, 277, of “De pedagogische praktijk vanuit het perspectief van de spiritueel-wetenschappelijke kennis van de mens”, voordracht 7, pp. 142-145 , GA 306/142, vertaald,  zal hem hier ook steeds weer horen. Een deel van de teleurstelling en bitterheid, een deel van de afwijzing (3/167-169, 182-185, 187-190), die al in de vijfde klas was geuit, komt nu met hernieuwde intensiteit naar voren. De harde woorden hebben betrekking op alle klassen wanneer de getuigschriften (3/141, 167, 168, 180, 181) worden genoemd, maar vooral op de hogere klassen. En daar treft het met name de leerkrachten van de hoofdvakken, die zelf ooit de staatsschool voor voortgezet onderwijs en de universiteit met hun intellectuele eisen hebben doorlopen.
Wat hiervan overbleef, was waar ze nu mee worstelden: het lesgeven (3/187), de vermoeidheid. “Een mens mag niet moe zijn als hij in de geest wil leven” (3/190).

Mit harten Worten bezeichnet Rudolf Steiner diese Fehler, die noch nicht durch
Anthroposophie überwunden sind, und wiederholt das immer wieder. „Es fehlt der moralische Einfluß der Lehrerschaft auf die Schülerschaft von der 8. Klasse ab eigentlich doch sehr stark” (3/183). Die Schwierigkeiten seien „vorzugsweise eine Sache des Interesses an den Kindern . . . und eine Sache des Enthusiasmus”
(3/189).
Aber so streng die Worte klingen mögen, so sind sie doch niemals in Resignation gesagt. Sie sind positiv gemeint, wollen weiterhelfen.
„Ich muß einen neuen Einschlag geben” (3/189). Für die herandrängenden Aufgaben soll sich der Blick stärker und klarer nach innen wenden, damit die Arbeit der Lehrer immer tiefer angeschlossen werde an das Geistige, an die wahre Menschenkunde. „Ich will Vorträge halten im September oder in der ersten Oktoberwoche über die moralische Seite der Erziehung und des Unterrichts” (3/194). Aber dieser Kurs wurde nicht gehalten. Die eingetretene Krankheit Rudolf Steiners verhinderte es. Ebenso wird erwähnt ein zugesagtes
Seminar über den Sprachunterricht, das nicht mehr zustande kam.
Diese Lücken schmerzen seither wie brennende Wunden. Denn die
Aufgaben wurden größer und größer.

Rudolf Steiner beschrijft deze fouten, die nog niet door de antroposofie zijn overwonnen, in harde bewoordingen en herhaalt dit steeds weer. “De morele invloed van het onderwijzend personeel op de leerlingen is vanaf de achtste klas eigenlijk zeer gering” (3/183). De moeilijkheden liggen “vooral in de belangstelling in de kinderen… en in het enthousiasme” (3/189).
Maar hoe hard de woorden ook mogen klinken, ze worden nooit met berusting uitgesproken. Ze zijn positief bedoeld, om te helpen. “Ik moet een nieuwe koers uitzetten” (3/189). Voor de dringende taken die voor ons liggen, moet de focus sterker en duidelijker naar binnen gericht zijn, zodat het werk van leerkrachten steeds dieper verbonden raakt met het spirituele, met de ware kennis van de mens. Ik ben van plan om in september of in de eerste week van oktober voordrachten te geven over het morele aspect van opvoeding en onderwijs” (3/194). Maar deze lezingen werden niet gehouden. Rudolf Steiners ziekte verhinderde dit. Er wordt ook melding gemaakt van een beloofd seminar over taalonderwijs, dat nooit heeft plaatsgevonden.
Deze lacunes zijn sindsdien pijnlijk gebleven, als brandende wonden. Want de taken werden steeds groter.

Die erste Gruppe der Absolventen, der ,,ehemaligen” Schüler stand schon da. Mit ihnen wurden zwei Besprechungen abgehalten (Zeittafel), und Rudolf Steiner stellte weitere Fürsorge in Aussicht.
Auch der Kreis der Jugendgruppen, die auf die Waldorfschule hinschauten, war gewachsen. Erwähnt werden die in Breslau (3/177) und die in Dornach (3/137, 143 und Einleitung S. 35).
Die Schulbewegung erweiterte sich. Es wurden neue Schulen jetzt auch in Holland und England errichtet, für die Rudolf Steiner pädagogische Kurse hielt mit Hinweisen auf das Stuttgarter Urbild. Und ebenfalls wuchs das Bedürfnis, aus dem Munde der Lehrer Näheres über Waldorf-Pädagogik zu hören. Solche Vorträge waren gehalten oder in Aussicht genommen in Nürnberg und München (3/192).
Die Eltern der Waldorfschüler hatten gebeten um Belehrung und Hilfe. Ihnen hielt Rudolf Steiner einen Vortrag am 1. Juni 1924 (Zeittafel. Liste Nr. 8).
Überall tönte aus den Worten Rudolf Steiners die vertiefte Kraft heraus, die er in die Schule einfließen ließ. Aber das geschah wohl niemals intensiver, freudiger, strahlender als in seiner Ansprache an Kinder, Eltern, Lehrer beim Schulbeginn am 30. April 1924 (3/145).

De eerste groep schoolverlaters, de “oud-leerlingen”, was er al. Er werden twee bijeenkomsten met hen gehouden (tijdlijn), en Rudolf Steiner beloofde verdere steun. De kring van jeugdgroepen die naar de Waldorfschool keken, was ook gegroeid. Die in Breslau (3/177) en Dornach (3/137, 143 en Inleiding p. 35) worden genoemd.
De schoolbeweging breidde zich uit. Er werden nu ook nieuwe scholen opgericht in Nederland en Engeland, waarvoor Rudolf Steiner pedagogische cursussen gaf met verwijzingen naar het Stuttgarter model. En de behoefte groeide ook om meer te horen over de Waldorfpedagogie van de leraren zelf. Dergelijke lezingen waren gegeven of gepland in Neurenberg en München (3/192).
De ouders van de Waldorfleerlingen hadden om instructie en ondersteuning gevraagd. Rudolf Steiner gaf hen een lezing op 1 juni 1924 (tijdlijn. Lijst nr. 8)

Overal klonk de diepe kracht van Rudolf Steiners woorden, de kracht die hij in de school bracht. Maar dit gebeurde waarschijnlijk nooit intenser, vreugdevoller en stralender dan in zijn toespraak tot kinderen, ouders en leerkrachten aan het begin van het schooljaar op 30 april 1924. (3/145)

Und niemals war die Stimmung gelöster und trotz allem hoffnungsfreudiger als in der Konferenz vom 3. September (3/191) in der Nacht, ehe Rudolf Steiner nach Dornach fuhr zum Kurs über Sprachgestaltung, auf den er sich so sichtlich freute.
Es war die letzte Lehrerkonferenz mit ihm.

Während der ganzen zweiten Hälfte dieses Schuljahres lag Rudolf Steiner krank in Dornach. Die Sorgen und Nöte der Lehrer konnten nur durch Briefe zu ihm gelangen, die dann durch ganz kurze Randbemerkungen oder durch nach Stuttgart zu schreibende Anweisungen beantwortet wurden. Am letzten Schultag, am 30. März 1925, starb Rudolf Steiner.
Zwei Wochen vorher hatte er noch einmal selber einen Brief an die
Waldorflehrer geschrieben (abgedruckt in „Die Konstitution der Allgemeinen Anthroposophischen Gesellschaft . . .”, S. 405; Liste Nr. 50). In diesem Brief faßt Rudolf Steiner noch einmal die Kernkräfte der Waldorf-Pädagogik zusammen. Er spricht da von der Fruchtbarkeit der Anthroposophie und sagt: ,,Wenn die Lehrerschaft treu im Herzen das Bewußtsein trägt von dieser Fruchtbarkeit, dann werden die guten über dieser Schule waltenden Geister wirksam sein können, und in den Taten der Lehrer wird göttlich-geistige Kraft walten.”

En nooit was de sfeer zo ontspannen en, ondanks alles, zo hoopvol als tijdens de vergadering op 3 september (3/191) de avond voordat Rudolf Steiner naar Dornach vertrok voor de cursus spraakvorming, waar hij zo zichtbaar naar uitkeek.

Het was de laatste lerarenvergadering met hem.

Gedurende de hele tweede helft van dat schooljaar lag Rudolf Steiner ziek in Dornach. De zorgen en bezorgdheid van de leraren bereikten hem alleen via brieven, die vervolgens werden beantwoord met zeer korte kanttekeningen of met aanwijzingen die naar Stuttgart gestuurd moesten worden. Op de laatste schooldag, 30 maart 1925, overleed Rudolf Steiner.

Twee weken eerder had hij zelf nog een brief geschreven aan de Waldorfleraren (afgedrukt in GA 260A/405. In deze brief vat Rudolf Steiner nogmaals de kernprincipes van het Waldorfonderwijs samen. Hij spreekt over de vruchtbaarheid van de antroposofie en zegt: “Als de docenten het besef van deze vruchtbaarheid trouw in hun hart dragen, dan zullen de goede geesten die over deze school heersen, effectief kunnen zijn en zal goddelijk-geestelijke kracht de overhand krijgen in het handelen van de leerkrachten.”

Erich Gabert

.

GA 300A  inhoudsopgave

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3484-3280

.

.

.

.

 

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over pedagogie(k) GA 300A – Vergadering 24 juli 1920

.

Zie ‘het woord vooraf

Bij de gegeven antwoorden is in het Duits telkens de naam van Steiner gegeven. Ik heb dat niet gedaan, zolang er geen verwarring kan ontstaan. De voetnoten die in de uitgave op aparte bladzijden staan, v.a. blz. 300, heb ik direct bij het verwijzende woord toegevoegd.  

In deze vergadering gaat het over:

Steiner houdt hier a.h.w. een korte pedagogische voordracht. <1>
Daarin: bij vernieuwende pedagogen goede ideeën, maar daar blijft het bij. <2>
Materialisme en geest; het gevaar voor de mens wat ziel en geest betreft. <3>
De cultuur gaat achteruit. Wat kan de vrijeschool doen. Het gaat om de geest van de school, niet om het kopiëren van het model. <4>
Geen compromissen. <5>
Leraar moet in hart antroposoof zijn; wij zijn eerder uit de geestelijke wereld gekomen; kind brengt boodschap mee <6>
Praktisch-pedagogische psychologie moet verder worden uitgewerkt <7>
Vanaf <8> gaat het om zaken die direct te maken hebben met de omstandigheden toen: zitten er geen kinderen in te hoge/lage klassen; te veel leerlingen in een klas; splitsen; ruimtetekort.
Verschil in koor spreken en individueel. <9>
Bij taal [ik neem aan vreemde talen] onderwijs kinderen van verschillende leeftijd bij elkaar, zodat ze van elkaar kunnen leren. <10>
Vanaf <11> allerlei op te lossen problemen: hoeveel uur beschikbaar; verhouding euritmie-gymnastiek; kunnen jongens en meisjes samen in gymn.; huisvesting; geldgebrek

RUDOLF STEINER

Konferenzen mit den Lehrern der Freien Waldorfschule in Stuttgart 1919 bis 1924

Erster Band Das erste und zweite Schuljahr

Vergaderingen met de leerkrachten van de vrije Waldorfschool in Stuttgart

Band 1 Het eerste en tweede schooljaar

.

Van de vergaderingen die de leerkrachten van de eerste vrijeschool in Stuttgart hielden, zijn verslagen bewaard gebleven van díe vergaderingen waarbij Rudolf Steiner aanwezig was.

GA 300A    blz. 162

Vergadering van woensdag 24 juli 1920, 18  uur

Dr. Steiner: Ich darf Herrn Molt das Wort erteilen.

Ik geef het woord aan de heer Molt.

Molt dankt den Lehrern für ihre Arbeit im verflossenen ersten Schuljahr und
spricht insbesondere den Dank aus an Herrn Dr. Steiner. Er erinnert an dessen
Worte über Kraft, Mut, Licht beim Kursbeginn 1919.

Molt bedankt de leraren voor hun werk in het afgelopen eerste schooljaar en
spreekt in het bijzonder zijn dank uit aan Dr. Steiner. Hij herinnert aan diens
woorden over kracht, moed en licht bij de start van de cursus in 1919.

Dr. Steiner: Meine lieben Freunde, auch ich muß gedenken der
Stunde, in der wir unsere Kursbemühungen begonnen haben im
Herbst des vorigen Jahres, und es wird wohl so sein, daß in unseren
Seelen die dazumal angeregten Impulse, die versucht worden sind
aus dem geistigen Leben herab in unsere eigenen Geister zu leiten,
nachgewirkt haben. Ich möchte gerade an diesen Augenblick erinnern und von allen über unserer Sache waltenden guten Geistern erflehen: Möge in unsere Herzen hinein der Segen und die Kraft für unsere Arbeit herabfließen.
Ich möchte an dasjenige noch einmal anknüpfen, das ich schon am
Morgen mit einigen Worten berührt habe. Ich sagte zu Ihnen, meine
lieben Freunde, daß es besonders zu schätzen ist, daß Sie in einem
bedeutungsvollen Augenblicke der europäischen Menschheitsentwickelung den Glauben gehabt haben, Sie müßten Ihre Tätigkeit und Ihre ganze Persönlichkeit einsetzen für dasjenige, was mit der Waldorfschule gewollt werden soll. Bedenken wir doch das Folgende:
ich habe auf das, worauf jetzt hingedeutet worden ist, in einem Kurs,
den ich in Basel über Pädagogik hielt, gleich in der Einleitung hingewiesen.

<1> Beste vrienden, ook ik moet terugdenken aan het het moment waarop we onze cursusinspanningen zijn begonnen in de herfst van vorig jaar, en het zal wel zo zijn dat in onze zielen de toen opgewekte impulsen, die zijn geprobeerd om vanuit het spirituele leven naar onze eigen geest te leiden, een nawerking hebben gehad. Ik wil juist aan dit moment herinneren en alle goede geesten die over onze zaak heersen smeken: moge de zegen en de kracht voor ons werk in onze harten neerdalen.
Ik wil nog eens terugkomen op wat ik vanochtend al in enkele woorden heb aangestipt.
Ik zei tegen u, mijn beste vrienden, dat het bijzonder te waarderen is dat u op een belangrijk moment in de ontwikkeling van de Europese mensheid het geloof had uw activiteiten en uw hele persoonlijkheid in te zetten voor datgene wat met de Waldorfschool beoogd wordt. Laten we het volgende eens overwegen:
ik heb in een cursus die ik in Bazel over pedagogiek gaf, in de inleiding al gewezen op datgene waar nu op is gewezen.

Ich habe gesagt: Pädagogen, die Erziehungs- und Unterrichtsgrundsätze hervorragender Art aufgestellt haben, gibt es sehr viele, und es kann nicht die Aufgabe derjenigen pädagogischen Kunst sein, an die wir uns wenden als Anthroposophen, etwa gegenüber demjenigen, was durch das Erarbeiten von Pestalozzi, Fröbel und durch alles dasjenige, was durch Diesterweg und Dittes heraufgekommen ist, zu ersetzen. Im Prinzip ausgesprochen: die abstrakten Grundsätze, die von großen Pädagogen des 19. Jahrhunderts herüberkamen, werden sich vor einer didaktisch-pädagogischen Beurteilung im Grunde recht gut ausnehmen, und man setzt sich einer gerechten Kritik aus, wenn man von einer Erneuerung der pädagogischen Wissenschaft sprechen will.
Aber in Wirklichkeit handelt es sich um etwas ganz anderes. Wer heute Pestalozzi liest, wer Fröbels Schriften liest, wer Herbart liest und außerdem bis zu Dittes herauf, der wird finden, daß viel Schönes

<2>Ik heb gezegd: er zijn heel veel pedagogen die uitstekende opvoedings- en onderwijsprincipes hebben opgesteld, en het kan niet de taak zijn van de pedagogische kunst om ons als antroposofen te richten op bijvoorbeeld wat Pestalozzi, Fröbel en Diesterweg en Dittes hebben ontwikkeld. In principe gezegd: de abstracte principes die door grote pedagogen uit de 19e eeuw zijn overgeleverd, zullen in principe vrij goed uit de bus komen bij een didactisch-pedagogische beoordeling, en men stelt zich bloot aan terechte kritiek als men wil spreken van een vernieuwing van de pedagogische wetenschap.
Maar in werkelijkheid gaat het om iets heel anders. Wie vandaag Pestalozzi leest, wie de geschriften van Fröbel leest, wie Herbart leest en bovendien tot aan Dittes, zal ontdekken dat er veel moois

Blz. 163

in pädagogischer Beziehung ausgesprochen worden ist. Aber wer da ins innere Getriebe des Unterrichts-unddesErziehungswesenshineinschaut, selbst wenn man in das innere Getriebe der Pestalozzischen Schule selbst hineinschaut, dann zeigt sich, daß ein Geist darin nicht waltet, der diesen ausgesprochenen Grundsätzen, zu denen man sich durchaus in abstrakter Beziehung bekennen kann, entspricht. Man braucht nur zu verfolgen, was Fröbel an herber Kritik gegenüber Pestalozzischen Anstalten geschrieben hat. Und gerade wenn man
die Entwickelung des Erziehungs- und Unterrichtswesens im 19. Jahrhundert verfolgt, wird man sehen, daß, trotzdem die Leute vielfach richtig denken, das Richtige nicht bewirkt, nicht getan wird.
Woher kommt das? Darauf gibt es nur eine Antwort. Es ist die, daß das 19. Jahrhundert — gleichgültig aufweichen Kulturzweig man die Aufmerksamkeit richtet, es ist überall dasselbe —, daß das ganze Jahrhundert stand unter dem Einfluß der materialistischen Zeitströmung. Und wenn wir heute aus unserer anthroposophischen Grundüberzeugung heraus irgendeinen Erziehungsgrundsatz formulieren, so kann er wörtlich gleichklingen dem, was Pädagogen des 19. Jahrhunderts gesagt haben — wir müssen es anders meinen. Wir sprechen aus dem Geiste heraus, diese haben aus dem sie überwältigenden Impuls der materialistischen Weltanschauung gesprochen.

in pedagogisch opzicht is uitgesproken. Maar wie in de interne werking van het onderwijs- en opvoedingswezen kijkt, zelfs als men in de interne werking van de Pestalozziaanse school zelf kijkt, dan blijkt dat daar geen geest heerst die overeenkomt met deze uitgesproken principes, waartoe men zich in abstracte zin weliswaar kan bekennen. Men hoeft alleen maar te kijken naar wat Fröbel aan scherpe kritiek op de Pestalozziaanse instellingen heeft geschreven. En juist als men de ontwikkeling van het onderwijs en de opvoeding in de 19e eeuw volgt, zal men zien dat, hoewel de mensen vaak juist denken, het juiste niet wordt bewerkstelligd, niet wordt gedaan. <2>
<3> Waar komt dat vandaan? Daar is maar één antwoord op. Dat is dat de 19e eeuw – ongeacht op welke tak van cultuur men zijn aandacht richt, het is overal hetzelfde – dat de hele eeuw onder invloed stond van de materialistische tijdsstroom. En als we vandaag vanuit onze antroposofische basisovertuiging een opvoedingsprincipe formuleren, kan dat letterlijk hetzelfde klinken als wat pedagogen uit de 19e eeuw hebben gezegd – wij moeten het anders bedoelen. Wij spreken vanuit de geest, zij spraken vanuit de overweldigende impuls van het materialistische wereldbeeld.

Wenn die Dinge noch so idealistisch klingen, so sind sie dennoch aus dem Geiste des Materialismus gedacht. Es handelt sich nicht darum, in abstrakter Beziehung etwas Neues zu finden, sondern darum, einen neuen Geist zu finden.
Sehen Sie, auch Ihnen möchte ich heute etwas vorbringen, was ich in der letzten Zeit an einzelnen Orten schon wiederholt gesagt habe, was gerade in unserer Zeit berücksichtigt werden muß. Man hat heute die Meinung, wenn man von Materialismus spricht, daß der Materialismus eine falsche Weltanschauung ist, daß er abzulehnen ist, weil er nicht richtig ist. So einfach verhält sich die Sache nicht.
Der Mensch ist ein seelisch-geistiges Wesen, er ist ein leiblich-physisches Wesen. Aber das Leiblich-Physische ist ein getreues Abbild des Seelisch-Geistigen, insofern wir leben zwischen Geburt und Tod.
Und wenn die Menschen so verphilistert sind in den materialistischen Gedanken, wie das geworden ist im Laufe des 19. Jahrhundertsund bis in die Gegenwart hinein, dann wird immer mehr das LeiblichPhysische ein Abdruck dieses Seelisch-Geistigen, das selbst in den materialistischen Impulsen lebt. Dann ist es nicht etwas Falsches, wenn man sagt, das Gehirn denkt, dann wird es richtig. Es werden durch das Fest-darin-Stecken im Materialismus nicht bloß Menschen

Hoe idealistisch dit ook klinkt, het is toch vanuit de geest van het materialisme bedacht. Het gaat er niet om iets nieuws te vinden in een abstracte relatie, maar om een nieuwe geest te vinden.
Ziet u, ook aan u wil ik vandaag iets voorleggen wat ik de laatste tijd op verschillende plaatsen al herhaaldelijk heb gezegd, en wat juist in onze tijd in aanmerking moet worden genomen. Tegenwoordig is men van mening dat, als men het over materialisme heeft, het materialisme een verkeerde wereldbeschouwing is, die moet worden afgewezen omdat ze niet juist is. Zo eenvoudig ligt de zaak echter niet.
De mens is een ziels-geestelijk wezen, hij is een lijfelijk-fysiek wezen. Maar het lijfelijk-fysieke is een getrouwe afspiegeling van het het ziels-geestelijke, voor zover we leven tussen geboorte en dood.
En als de mensen zo bekrompen zijn in het materialistische denken, zoals dat in de loop van de 19e eeuw en tot op de dag van vandaag is gebeurd, dan wordt het lijfelijk-fysieke steeds meer een afdruk van dit ziels-geestelijke, dat zelf leeft in de materialistische impulsen. Dan is het niet verkeerd om te zeggen dat de hersenen denken, dan wordt het juist. Door het vastzitten in het materialisme worden niet alleen mensen

Blz. 164

erzeugt, die schlecht denken über das Leibliche, Seelische und Geistige, sondern es werden materiell denkende und materiell fühlende Menschen erzeugt. Das heißt, der Materialismus bewirkt, daß der Mensch ein Denkautomat wird, daß der Mensch ein Wesen wird, das als physisches Wesen denkt, fühlt und will. Und es ist nicht bloß die Aufgabe der Anthroposophie, an die Stelle einer falschen Weltanschauung eine richtige zu setzen — das ist eine theoretische Forderung —, das Wesen der Anthroposophie heute besteht darin, daß angestrebt wird nicht nur eine andere Idee, sondern eine Tat: das Geistig-Seelische wieder herauszureißen aus dem Leiblich-Physischen, den Menschen heraufzuheben in die Sphäre des Geistig-Seelischen, damit er nicht ein Denk-, Fühl- und Empfindungsautomat sei.
Die Menschheit steht heute in der Gefahr — einiges soll auch morgen im Zweigvortrag angedeutet werden —, das Seelisch-Geistige zu verlieren. Denn das, was leiblich-physisch ein Abdruck des Geistig-Seelischen ist, das steht heute, weil viele Menschen so denken, weil das Geistig-Seelische schläft, vor der Gefahr, in die ahrimanische Welt überzugehen, und das Geistig-Seelische wird sich verflüchtigen im Weltall. Wir leben in einer Zeit, in der die Menschen die Gefahr vor sich haben, durch den materialistischen Impuls die Seele zu verlieren. Dies ist eine ernste Sache. Dieser Tatsache steht man gegenüber.
Diese Tatsache soll eigentlich heute das Geheimnis, das immer mehr und mehr offenbar werdende Geheimnis werden, aus dem heraus wir überhaupt fruchtbar wirken wollen.

die slecht denken over het lichamelijke, het zielsmatige en het geestelijke, maar er worden materieel denkende en materieel voelende mensen voortgebracht. Dat wil zeggen dat het materialisme ervoor zorgt dat de mens een denkende automaat wordt, dat de mens een wezen wordt dat als fysiek wezen denkt, voelt en wil. En het is niet alleen de taak van de antroposofie om een verkeerde wereldbeschouwing te vervangen door een juiste – dat is een theoretische eis –, de essentie van de antroposofie bestaat er vandaag de dag in dat niet alleen naar een ander idee wordt gestreefd, maar naar een daad: het het geestelijk-zielsmatige weer uit het lijfelijk-fysieke te rukken, de mens op te heffen naar de sfeer van het geestelijk-zielsmatige, zodat hij geen denk-, voel- en waarnemingsautomaat is.
De mensheid loopt vandaag het gevaar – een en ander zal morgen ook in de voordracht worden aangegeven – het zielsmatige-geestelijke te verliezen. Want wat lijfelijk-fysiek een afdruk is van het geestelijk-zielsmatige, staat vandaag, omdat veel mensen zo denken, omdat het geestelijk-zielsmatige slaapt, voor het gevaar om over te gaan in de ahrimanische wereld, en het geestelijk-zielsmatige zal verdampen in het heelal. We leven in een tijd waarin mensen het gevaar lopen door de materialistische impuls hun ziel te verliezen. Dit is een ernstige zaak. Men wordt met dit feit geconfronteerd.
Dit feit zou vandaag eigenlijk het geheim moeten zijn, het steeds meer en meer openbaar wordende geheim worden, van waaruit we überhaupt vruchtbaar willen werken.

Sehen Sie, aus einer Erkenntnis dieser Notwendigkeit eines Hinwendens der Menschheit zu einer spirituellen Betätigung — nicht bloß zu einer Umänderung einer Theorie —, aus dieser Erkenntnis heraus sind solche Dinge entstanden wie die Didaktik und Pädagogik der Waldorfschule. Und aus einem solchen Geiste heraus sollte hier gewirkt werden.
Da ist vor allem zu schätzen, daß sich in Ihnen hier ein Kreis gefunden hat, der aus einem mehr oder weniger deutlichen Gefühl heraus sich sagt: es muß so gewirkt werden. Sie brauchen nur die Keime, die hier gelegt werden in der Waldorfschule, mit all dem wüsten Zeug, das als feindlicher Sturm heraufzieht, zu vergleichen.
Wir haben die Schule begründet unter den letzten Nachwirkungen dessen, was wir von Stuttgart vom April 1919 an versuchten. Seit der Zeit hat sich ja so herrlich viel vollzogen. Vollständig versagt, meine lieben Freunde, das dürfen wir nicht vergessen, vollständig ins Wasser gefallen ist dasjenige, was da unternommen werden sollte mit dem gutgemeinten Aufruf zum Kulturrat im vorigen Jahre. Warum er versagen mußte, das zeigt der wüste Skandal am Goetheanum, das

Ziet u, vanuit het besef dat de mensheid zich moet richten op spirituele activiteiten – en niet alleen op een verandering van theorie – zijn zaken als de didactiek en pedagogiek van de Waldorfschool ontstaan. En vanuit een dergelijke geest moet hier worden gewerkt. <3>
Het is vooral te waarderen dat er hier een kring is gevonden die vanuit een min of meer duidelijk gevoel zegt: zo moet er gewerkt worden. U hoeft alleen maar de kiemen die hier in de Waldorfschool worden gelegd te vergelijken met al het woeste gedoe dat als een vijandige storm opkomt.
<4> We hebben de school opgericht onder de laatste nawerkingen van wat we vanaf april 1919 in Stuttgart hebben geprobeerd. Sinds die tijd is er zoveel moois gebeurd. Volledig mislukt, mijn beste vrienden, dat mogen we niet vergeten, volledig in het water gevallen is wat er vorig jaar met de goedbedoelde oproep tot een cultuurraad moest worden ondernomen. Waarom het moest mislukken, blijkt uit het woeste schandaal rond het Goetheanum, dat

Blz. 165

zeigt dieser krasse Niedergang des deutschen Geisteslebens, das sich doch nur als in einem Symptom in den Dingen am Goetheanum ausdrückt. Wir werden natürlich jetzt nötig haben in einer noch ganz anderen Weise, als wir es getan haben, unsere Kräfte darauf zu verwenden, um diesem Niedergang entgegenzuarbeiten. Das kann ja natürlich nicht von der Waldorfschule allein ausgehen, aber durch jene Erkenntnis, die unsere Waldorflehrer gezeigt haben, indem sie sich dieser Aufgabe gewidmet haben, sind sie die Berufenen, um nach dieser Richtung hin allgemein anthroposophisch-kulturell zu wirken.
Das ist dasjenige, was ich heute am Schlüsse des ersten Schuljahres so lebhaft empfinden mußte, was ich mit den ernsten Worten gemeint habe, die ich in Gegenwart der Kinder heute morgen ausgesprochen habe. Die Kinder werden die Worte nicht verstanden haben, aber das macht nichts. Wir wissen, daß es sich nicht darum handelt, daß nur das herangebracht wird, was die Kinder verstehen, sondern manches, was später in den Seelen der Kinder lichtvoll aufgeht. Der Dank, den Herr Molt ausgesprochen hat, der wird auch von mir selbst warm empfunden im Namen desjenigen Geistes, der die Waldorfschule
durchdringen soll, der immer mehr und mehr der Geist der mitteleuropäischen Kultur werden soll. Diejenigen, die sich selbst materialistisch machen, die ihre Seele verlieren, so daß die Zivilisation eine materialistische Zivilisation würde, diejenigen Menschen wären heute noch zu retten, wenn das, was wir hier an Waldorfschulgeist haben, weiter in der Welt verbreitet werden könnte.

deze flagrante achteruitgang van het Duitse geestesleven toont, dat zich toch alleen maar als een symptoom in de zaken rond het Goetheanum uitdrukt. We zullen nu natuurlijk op een heel andere manier dan we tot nu toe hebben gedaan onze krachten moeten aanwenden om deze achteruitgang tegen te gaan.
Dat kan natuurlijk niet alleen vanuit de Waldorfschool gebeuren, maar door het inzicht dat onze Waldorfleraren hebben getoond door zich aan deze taak te wijden, zijn zij de aangewezenen om in deze richting algemeen antroposofisch-cultureel te werken.
Dat is wat ik vandaag, aan het einde van het eerste schooljaar, zo levendig heb gevoeld, wat ik bedoelde met de ernstige woorden die ik vanmorgen in aanwezigheid van de kinderen heb uitgesproken.
[Rudolf Steiner in der Waldorfschule GA 298/57 Vertaald/49]
De kinderen zullen de woorden niet hebben begrepen, maar dat maakt niet uit. We weten dat het er niet om gaat alleen datgene aan te bieden wat de kinderen begrijpen, maar ook veel wat later in de zielen van de kinderen lichtrijk tot bloei komt. De dank die de heer Molt heeft uitgesproken, wordt ook door mijzelf warm gevoeld in naam van de geest die de Waldorfschool moet doordringen, die steeds meer en meer de geest van de Midden-Europese cultuur moet worden. Degenen die zichzelf materialistisch maken, die hun ziel verliezen, zodat de beschaving een materialistische beschaving zou worden, die mensen zouden vandaag nog te redden zijn, als datgene wat we hier aan Waldorfschoolgeest hebben, verder in de wereld verspreid zou kunnen worden.

Wir müssen selbstverständlich die Waldorfschule behüten vor jedem Scheinwesen. Wir müssen uns klar sein darüber, daß wir gewissermaßen immer zurückhaltender und zurückhaltender sein müssen gegenüber all denjenigen Leuten, die, nachdem sie gehört haben, die Waldorfschule ist begründet worden, es nun als nächste Aufgabe betrachten, ihr Welt-Herumlungern darauf auszudehnen, daß sie auch in die Waldorfschule hineinriechen, um hier zu hospitieren, um hier einiges mitzunehmen, um etwas Ähnliches da oder dort einfließen zu lassen. Wir müssen uns klar sein darüber, daß es sich nicht darum handelt, das zu fördern, daß möglichst viel Welt-Herumlungerer hier hospitieren, sondern daß es darauf ankommt, daß der anthroposophische Geist klar da sein muß, aus dem heraus die Nachfolgeschaft der Waldorfschule entstehen soll.
Zu mir kam vor einigen Monaten eine Persönlichkeit, die auch in Frankreich etwas Ähnliches begründen will wie eine Waldorfschule, und fragte, ob ich nicht Ratschläge dazu geben könne, ob sie nicht

We moeten natuurlijk de Waldorfschool beschermen tegen elke schijnwereld. We moeten ons ervan bewust zijn dat we in zekere zin steeds terughoudender moeten zijn ten opzichte van al die mensen die, nadat ze hebben gehoord dat de Waldorfschool is opgericht, het nu als hun volgende taak beschouwen om verder in de wereld rond te kijken, zodat ze ook in de Waldorfschool kunnen rondneuzen, om hier te komen kijken, om hier het een en ander mee te nemen, om hier en daar iets soortgelijks te laten instromen. We moeten ons ervan bewust zijn dat het er niet om gaat om zoveel mogelijk mensen die in de wereld rondneuzen hier te laten meelopen, maar dat het erom gaat dat de antroposofische geest duidelijk aanwezig moet zijn, waaruit moet voortkomen hoe het met de Waldorfschool verder gaat.
Enkele maanden geleden kwam er iemand bij mij die ook in Frankrijk iets soortgelijks als een Waldorfschool wil oprichten en vroeg of ik advies kon geven over de vraag of zij niet

Blz. 166

hier in der Waldorfschule hospitieren könne. Ich habe ihr gesagt, anerkannt, als im Geiste der Waldorfschule gehalten, würde dasjenige, was sie in Frankreich, in Paris, begründen will, von mir nur dann, wenn es ganz genau ebenso eingerichtet würde, wie die Waldorfschule eingerichtet ist. Es müßten sich sodann die französischen Freunde zunächst bereit erklären, mich dorthin zu rufen, um einen Kurs abzuhalten, nicht wahr, und ausdrücklich erklären, daß die Schule aus demselben Geist hervorgegangen ist. Sonst würde ich es strikt ablehnen, daß so etwas wie eine Nachfolgerschaft vorliegt.
Glauben Sie nicht, daß solche Antworten nur eigensinnige Dinge sind. Sie müssen sich klar sein darüber, wir kommen nicht weiter, wenn wir uns nicht auf den Standpunkt des bestimmt Anthroposophischen stellen, wenn wir uns nicht freihalten von jeder irgendwie gearteten Kompromißlerei. Stellen wir uns auf einen scharfbegrenzten Standpunkt, dann ist es nicht ausgeschlossen, daß wir selbst in Paris eine Waldorfschule begründen können. Es kommt nur darauf an, daß wir uns nicht bewegen lassen, irgendwie Kompromisse zu schließen. Heute ist es so, daß man am weitesten kommt, wenn man sich fest auf einen bestimmten Standpunkt stellt. Nach außen mag man konziliant sein, aber innerlich, wenn es sich um Prinzipielles handelt, da kommt es darauf an, daß man ganz fest auf seinen Standpunkt sich stellt. Dazu ist es notwendig, die Kraft zu haben, die Dinge wirklich radikal zu durchschauen und keine Neigung zu irgendwelchem Kompromiß zu haben. Sie wissen ja, wenigstens im Sinne und Geist der Führung nach haben wir uns bemüht, während des ersten Jahres solche feste Standpunkte anzustreben.

hier in de Waldorfschool stage konden lopen. Ik heb haar gezegd, dat wat zij in Frankrijk, in Parijs, wil oprichten, door mij alleen dan erkend wordt als de geest van de Waldorfschool, als het precies zo zou worden ingericht als de Waldorfschool is opgezet. De Franse vrienden zouden dan eerst bereid moeten zijn mij daarheen te roepen om een cursus te geven, nietwaar, en uitdrukkelijk verklaren dat de school uit dezelfde geest is voortgekomen. Anders zou ik het strikt afwijzen dat er sprake is van een soort opvolging.
Denk niet dat zulke antwoorden alleen maar eigenzinnige dingen zijn. <4>
<5> U moet zich realiseren dat we niet verder komen als we niet het standpunt van het uitgesproken antroposofische innemen, als we ons niet vrijhouden van elke vorm van compromis. Als we een scherp afgebakend standpunt innemen, is het niet uitgesloten dat we zelfs in Parijs een Waldorfschool kunnen oprichten. Het komt er alleen op aan dat we ons niet laten verleiden tot het sluiten van compromissen
Vandaag de dag is het zo dat je het verst komt als je vastberaden een bepaald standpunt inneemt. Naar buiten toe mag je verzoenend zijn, maar innerlijk, als het om principes gaat, is het belangrijk dat je heel vastberaden je standpunt inneemt. Daarvoor is het nodig om de kracht te hebben om  de dingen echt radicaal te doorzien en geen neiging te hebben tot enig compromis. U weet immers dat we, althans in de zin en geest van het besturen, ons tijdens het eerste jaar hebben ingespannen om zulke vaste standpunten na te streven. 

Ich hoffe, daß sie immer mehr zum Ausdruck kommen werden. Sie selbst als
Lehrer der Waldorfschule werden sich immer mehr in die Durchschlagskraft des Geistes hineinfinden und die Möglichkeit finden, alle Kompromisse beiseite zu lassen. Wir können nicht darum herum kommen, daß allerlei Leute von außen in die Angelegenheiten der Schule hineinreden. Wenn wir nur selbst in unserem Gemüte nichts von der notwendigen Anschauung, die wir haben müssen, aufgeben, daß im Grunde genommen jede Zustimmung, die von irgendwelcher pädagogischen Seite von heute kommt, zu dem, was in der Waldorfschule geschieht, uns eher traurig stimmen könnte als heiter. Wenn solche Leute, die im heutigen pädagogischen Leben drinnenstehen, uns loben, da müssen wir denken, da muß etwas bei uns nicht stimmen. Wir brauchen nicht jeden gleich hinauszuwerfen, der uns lobt, aber wir müssen uns klar sein, daß wir sorgfältig untersuchen, was wir nicht richtig machen, wenn wir gelobt werden

Ik hoop dat ze steeds meer tot uiting zullen komen. Uzelf als leraar aan de Waldorfschool zult steeds meer de slagkracht van de geest ontdekken en de mogelijkheid vinden om alle compromissen terzijde te schuiven. We kunnen er niet omheen dat allerlei mensen van buitenaf zich mengen in de zaken van de
school. Als we zelf maar niets opgeven van de noodzakelijke visie die we moeten hebben, dat in feite elke instemming die van welke pedagogische kant dan ook komt met wat er in de Waldorfschool gebeurt, ons eerder verdrietig dan vrolijk zou kunnen stemmen. Als zulke mensen, die deel uitmaken van het huidige pedagogische leven, ons prijzen, moeten we denken dat er iets niet klopt bij ons.
We hoeven niet iedereen die ons prijst meteen weg te sturen, maar we moeten ons wel realiseren dat we zorgvuldig moeten onderzoeken wat we niet goed doen als we geprezen worden

Blz. 167

von denjenigen, die im heutigen Erziehungswesen drinnenstehen.
Das muß unsere gründliche Überzeugung werden.
Indem ich ganz lebhaft empfinde, was es eigentlich von Ihnen bedeutet, daß Sie sich mit Ihrer ganzen Persönlichkeit der Angelegenheit der Waldorfschule gewidmet haben, möchte ich an das Gesagte dieses eine noch hinzufügen: Wir müssen auch innerlich, dem Gemüte nach, tatsächlich Anthroposophen sein im tiefsten Sinne des Wortes als Waldorflehrer und müssen Ernst machen können mit einer Idee, die auf anthroposophischem Boden wiederholt ausgesprochen worden ist, die für uns wichtig ist: Wir sind zu einer bestimmten Zeit heruntergestiegen aus den geistigen Welten in die physische Welt.
Diejenigen, die uns als Kinder entgegentreten, sind später heruntergekommen, sie haben die geistige Welt noch eine Zeitlang durchlebt, in der wir schon hier in der physischen Welt waren. Es ist etwas ungeheuer innerlich Erwärmendes, etwas ganz in der Seele Wirkendes, wenn man in einem Kinde sieht ein Wesen, das einem etwas herunterträgt aus der geistigen Welt, das man nicht selbst mitgemacht hat, in der geistigen Welt, weil man älter ist. Dieses Ältersein bedeutet für uns noch etwas ganz anderes. Wir empfangen mit jedem Kinde eine Botschaft aus der geistigen Welt über Dinge, die wir nicht mehr miterlebt haben.

door degenen die vandaag de dag in het onderwijs werkzaam zijn.
Dat moet onze diepe overtuiging worden. <5>
<6> Omdat ik heel levendig voel wat het eigenlijk voor u betekent dat u zich met uw hele persoonlijkheid aan de zaak van de Waldorfschool hebt gewijd, wil ik aan het gezegde nog dit toevoegen: We moeten ook innerlijk, in ons hart, werkelijk antroposofen zijn in de diepste zin van het woord als Waldorfleerkrachten en we moeten serieus kunnen omgaan met een idee dat herhaaldelijk op antroposofische grond is uitgedrukt en dat voor ons belangrijk is: we zijn op een bepaald moment uit de geestelijke werelden naar de fysieke wereld afgedaald.
Degenen die we als kinderen ontmoeten, zijn later neergedaald, zij hebben de geestelijke wereld nog een tijdje doorleefd, terwijl wij al hier in de fysieke wereld waren. Het is iets ongelooflijk hartverwarmends, iets dat diep in de ziel werkt, wanneer je in een kind een wezen ziet dat voor jou iets meebrengt uit de geestelijke wereld, iets wat je zelf niet hebt meegemaakt in de geestelijke wereld, omdat je ouder bent. Dit ouder zijn betekent voor ons nog iets heel anders. Met elk kind ontvangen we een boodschap uit de geestelijke wereld over dingen die we niet meer hebben meegemaakt.

Dieses Bewußtsein gegenüber der Botschaft, die das Kind herunterträgt, das ist ein positives Gefühl, das in vollem Ernst Platz greifen kann in der Waldorflehrerschaft, das der abwärtsgehende Kulturverlauf bekämpft, sogar getreten hat. Das tun auch die traditionellen Religionsbekenntnisse, die von allen Kanzeln die Ewigkeit predigen, die Post-mortem-Ewigkeit, jene Ewigkeit, auf die die Leute hinschauen aus dem raffinierten Egoismus ihrer Seele heraus, weil sie nicht zugrunde gehen wollen. Der Mensch geht nicht zugrunde, aber
es handelt sich darum, wie man zur Überzeugung kommt von der Ewigkeit der Seele, ob aus Egoismus heraus, oder ob man lebendig, aus der Anschauung, drinnensteht in der Erfassung der ewigen Menschenseele. Hier in dieses lebendige Darinnenstehen führt das Hinschauen auf die Präexistenz der Seele, das Hinschauen auf das, was der Mensch vor der Geburt erlebt, das Hinschauen auf den Menschen hier in der physischen Welt, wie sein Leben eine Fortsetzung desjenigen ist, was er vorher erlebt hat. Die traditionellen Bekenntnisse, die versumpft sind, diese Bekenntnisse bekämpfen am schärfsten die Präexistenz, dasjenige, was den Menschen selbstlos machen kann, dasjenige, was niemals zielt auf dieses dumpfe, versumpfte erkenntnislose Glauben, das zielen muß auf Wissen, auf das klare Licht der Erkenntnis.

Dit bewustzijn van de boodschap die het kind uitdraagt, is een positief gevoel dat in alle ernst zijn intrede kan doen bij Waldorfleerkrachten, die de neergaande culturele ontwikkeling bestrijden, zelfs hebben bestreden.
Dat doen ook de traditionele religieuze geloofsbelijdenissen, die vanaf alle preekstoelen de eeuwigheid prediken, de postmortale eeuwigheid, die eeuwigheid waarnaar de mensen kijken vanuit het geraffineerde egoïsme van hun ziel, omdat ze niet ten onder willen gaan. De mens gaat niet ten onder, maar het gaat erom hoe men tot de overtuiging komt van de eeuwigheid van de ziel, of dat nu uit egoïsme is, of dat men levendig, vanuit de aanschouwing, staat in het begrip van de eeuwige mensenziel. Hier, in dit levendige binnenstaan, leidt het kijken naar het voorbestaan van de ziel, het kijken naar wat de mens vóór de geboorte ervaart, het kijken naar de mens hier in de fysieke wereld, hoe zijn leven een voortzetting is van wat hij eerder heeft meegemaakt. De traditionele geloofsbelijdenissen, die zijn verzand, bestrijden het scherpst het voorbestaan, datgene wat de mens onbaatzuchtig kan maken, datgene wat nooit gericht is op dit doffe, verzande, onwetende geloof, dat gericht moet zijn op kennis, op het heldere licht van het inzicht.

Blz. 168

Solche Dinge werden praktisch, wenn wir sagen: Dieses Kind ist später heruntergekommen aus der geistigen Welt als ich selbst. Ich kann erraten aus dem, was es mir entgegenlebt, was geschehen ist in der geistigen Welt, nachdem ich selbst die geistige Welt verlassen habe. Daß wir das als lebendiges Gefühl in uns tragen, das ist eine rechte Lehrermeditation, von einer ungeheuer großen und starken Bedeutung. Und durch ein solches bestimmtes Ausleben des anthroposophischen Wesens werden wir in Wahrheit dasjenige, was Lehrer
sind, die aus anthroposophischem Geist heraus wirken. Das Beste, was hier in Anthroposophie entwickelt wird, ist nicht dasjenige, was die Welt-Herumlungerer bei uns heraushospitieren wollen, das Beste ist dasjenige, was sich in Ihren Gemütern,in Ihren Seelen, als der Geist der Waldorfschule entwickelt. Es ist wirklich im ersten Jahre dieser Geist in Ihren Seelen schon lebendig. Und es soll unser Bemühen sein — das wollte ich mit diesen Worten zu Ihnen sprechen —, gerade diesen Geist in der Folgezeit weiter zu pflegen.
Aus diesem Geiste heraus wollen wir auch versuchen, alle Einzelmaßnahmen vorzunehmen. Es hat mir leid getan, daß ich erst am 24. kommen konnte, denn bei der Ausgestaltung der Zeugnisse wäre ich gerne dabei gewesen. Das was ich sage, praktisch-pädagogische Psychologie zu treiben, das muß ausgebaut werden. Ich sehe, wie sehr Sie sich haben angelegen sein lassen, diese Psychologie sich zur Kraft werden zu lassen. Wir wollen weiter streben, denn wenn wir uns entschlossen haben, Waldorflehrer zu sein aus einem welthistorischen Impuls heraus: wir wollen es im ernstesten Sinne bleiben,
wiederum aus einem großen welthistorischen Impuls heraus.

Zulke dingen worden praktisch als we zeggen: dit kind is later uit de geestelijke wereld neergedaald dan ikzelf. Ik kan uit wat het mij tegemoet leeft raden wat er in de geestelijke wereld is gebeurd nadat ik zelf de geestelijke wereld heb verlaten.
Dat we dat als een levend gevoel in ons dragen, dat is een echte lerarenmeditatie, van een enorm grote en sterke betekenis. En door een dergelijke bepaalde beleving van het antroposofische wezen worden we in werkelijkheid datgene wat leraren zijn, die vanuit de antroposofische geest werken. Het beste wat hier in de antroposofie wordt ontwikkeld, is niet datgene wat de wereld-rondhangers bij ons willen ontfutselen, het beste is datgene wat zich in uw gemoed, in uw ziel ontwikkelt als de geest van de Waldorfschool. Deze geest leeft werkelijk al in het eerste jaar in uw ziel. En het moet ons streven zijn – dat wilde ik u met deze woorden zeggen – om juist deze geest in de komende tijd verder te koesteren.
Vanuit deze geest willen we ook proberen alle afzonderlijke maatregelen te nemen. <6> Ik vond het jammer dat ik pas op de 24e kon komen, want ik had graag bij de opstelling van de getuigschriften aanwezig willen zijn.
<7> Wat ik bedoel met praktisch-pedagogische psychologie, moet verder worden uitgewerkt. Ik zie hoe zeer u zich heeft ingezet om deze psychologie tot kracht te laten komen. We willen verder streven, want als we hebben besloten om Waldorfleerkracht te worden vanuit een wereldhistorische impuls, dan willen we dat ook in de meest serieuze zin blijven, opnieuw vanuit een grote wereldhistorische impuls. <7>

(Dr. Steiner, der bis dahin stehend gesprochen hatte, setzt sich nieder.)

(Dr. Steiner, die tot dan toe staand had gesproken, gaat zitten.)

Dr. Steiner: Wir wollen jetzt weitergehen in unseren Verhandlungen. Namentlich werden wir einiges zu besprechen haben, was sich uns in der letzten Zeit ergeben hat, und dann werden wir zu sorgen haben
für die Art und Weise, wie unser Unterricht und die Führung weitergehen sollen.

<8> Laten we nu verdergaan met onze besprekingen.
We zullen met name een aantal zaken bespreken die zich de laatste tijd hebben voorgedaan, en daarna zullen we ons moeten buigen over de manier waarop ons onderwijs en ons leiderschap verder moeten worden vormgegeven.

X. berichtet über die Zeugniskonferenzen. Es sei bei einzelnen Kindern die Frage entstanden, ob sie nach Alter und Kenntnissen auch wohl in der richtigen Klasse wären.

X. brengt verslag uit over de getuigschriftvergaderingen. Bij sommige kinderen is de
vraag gerezen of zij, gezien hun leeftijd en kennis, wel in de juiste klas zitten.

Dr. Steiner: Eine sehr wichtige Frage, und es wird ja natürlich berücksichtigt werden müssen, daß die Lösung der Frage praktisch nicht ganz leicht sein wird. Aber wenn Sie jetzt, namentlich beim
Durchsprechen der Dinge, die zum Verfassen der Zeugnisse geführt

Een zeer belangrijke vraag, en er zal natuurlijk rekening mee moeten worden gehouden dat het antwoord op deze vraag in de praktijk niet zo eenvoudig zal zijn. Maar als u nu, met name bij het bespreken van de zaken die hebben geleid tot het opstellen van de getuigschriften

Blz. 169

haben, nach dieser Richtung bestimmte Eindrücke bekommen haben, so wird es notwendig sein, diese vielleicht im einzelnen zu besprechen. Die ganze Frage nimmt sich anders aus, wenn es sich nur um einzelne Fälle handelt, oder wenn in einem erheblichen Maße Schüler nicht in der richtigen Klasse gesessen haben. Wir müssen eine Vorstellung bekommen darüber, wie groß die Anzahl der Schüler sein könnte, die wir das nächste Mal nicht in eine nächsthöhere Klasse setzen, sondern in eine niederere Klasse zu setzen haben; wir müssen das im einzelnen durchgehen, namentlich die Zahl. Natürlich, eine neue Verteilung der Schüler im größeren Maße wirkt zurück auf unsere unzulänglichen Maßnahmen bei diesem Schulanfang, bei dem wir uns haben leiten lassen, einfach die Kinder hereinzunehmen nach Maßgabe der Klassen, in denen sie draußen waren. Wir werden vielleicht nicht davor zurückschrecken dürfen, uns in dieser Beziehung zu desavouieren. Das müssen wir im einzelnen durchprüfen. Ich würde die Lehrer, die solche Kinder in den Klassen haben, von denen sie glauben, daß sie nicht richtig in der.Klasse waren, bitten, sich auszusprechen. Kann man etwas über solche sagen?

indrukken in die richting hebt gekregen, dan zal het nodig zijn om deze misschien in detail te bespreken.
De hele kwestie ziet er anders uit als het alleen om individuele gevallen gaat, of als een aanzienlijk aantal leerlingen niet in de juiste klas heeft gezeten. We moeten een idee krijgen van het aantal leerlingen dat we de volgende keer niet in een hogere klas, maar in een lagere klas moeten plaatsen; we moeten dat in detail doornemen, met name het aantal. Natuurlijk heeft een nieuwe verdeling van de leerlingen in grotere mate een terugwerkende kracht op onze ontoereikende maatregelen bij deze schoolstart, waarbij we ons hebben laten leiden door de kinderen gewoon op te nemen op basis van de klassen waarin ze op een andere school zaten. We zullen misschien niet mogen terugdeinzen om er in deze relatie afstand van te nemen. We moeten dat in detail onderzoeken. Ik zou de leraren die zulke kinderen in de klassen hebben waarvan zij denken dat ze niet in de juiste klas zaten, willen vragen zich uit te spreken. Kan men iets over zulke kinderen zeggen?

X. erwähnt den G. T. in der 4. Klasse, der zu alt ist.

X. noemt G. T. in de 4e klas, die te oud is.

Dr. Steiner: Bei G. T. würde es sich darum handeln, ob wir ihn in eine andere Klasse setzen. Es fragt sich, ob wir das nächstes Jahr noch nachholen können. Er ist beinahe zwölf Jahre alt. Ich glaube doch, daß wir es versuchen sollten. Die Sache mit dem Französischen und Englischen, die kann nebenbei geregelt werden. Er lernt sehr gut. Das Zeugnis ist so, daß er mit Unrecht in der 4. sitzt. Man ist verpflichtet, diesen Unterschied wieder gut zu machen.
(Zu Fräulein Dr. v. Heydebrand:) Haben Sie mit dem F. R. schon
irgendwelche Erfahrungen gemacht?

Bij G. T. zou het erom gaan of we hem in een andere klas plaatsen. De vraag is of we dat volgend jaar nog kunnen inhalen. Hij is bijna twaalf jaar oud. Ik denk
toch dat we het moeten proberen. De kwestie met het Frans en Engels kan terloops worden geregeld. Hij leert heel goed. Het rapport laat zien dat hij ten onrechte in de 4e zit. Men is verplicht om dit verschil weer goed te maken.
(Tegen juffrouw Dr. v. Heydebrand:) Heeft u al ervaring met F. R.?

X.: Sein Betragen ist ausgezeichnet. Er hat nicht die Kenntnisse der Kinder meiner Klasse.

X.: Zijn gedrag is uitstekend. Hij heeft niet de kennis van de kinderen in mijn klas.

Dr. Steiner: Aber die Reife hat er. Mitkommen wird er sicher. Dann ist dies kein Fehlschluß gewesen.
Im Zusammenhang damit können wir auf die Frage eingehen, von  der ich gehört habe, daß sie Ihnen sehr viel Kopfzerbrechen machte.
Nicht wahr, ich kann mir denken, wie ungeheuer schwierig es werden soll, aber es muß sachlich erwogen werden, ob wir nicht eben eine Klasse zusammenstellen als 6., die psychologisch alle die Eigentümlichkeiten hätte, die die jetzige 5. hat; ob wir nicht doch eine Nebenklasse einrichten. Es ist nicht notwendig, daß wir sie in der

Maar hij heeft de rijpheid. Hij zal zeker meekomen. Dan is dit geen verkeerde beslissing geweest.
In verband hiermee kunnen we ingaan op de vraag waarvan ik heb gehoord dat u zich daar veel zorgen over maakte.
Ik kan me voorstellen hoe ontzettend moeilijk het zal worden, maar we moeten objectief overwegen of we niet gewoon een klas samenstellen als 6e klas, die psychologisch gezien alle eigenaardigheden heeft die de huidige 5e klas heeft; of we toch niet een nevenklas moeten instellen. Het is niet nodig dat we ze 

Blz. 170

Mitte auseinander schneiden, es kann so sein, daß Sie als bisherige Klassenlehrerin absolut das freie Vorschlagsrecht hätten. Es sind einundfünfzig Kinder; also ich meine, es würde so sein müssen, daß Sie das Vorschlagsrecht hätten, daß Sie eventuell Ihre 6. Klasse aus dreißig zusammenstellen und zwanzig abspalten würden. Und da würde ich absolut das Vorschlagsrecht für jeden einzelnen nehmen. Wählen Sie fünfzehn Buben und fünfzehn Mädchen aus.

zonder meer halveren, het kan zijn dat u als huidige klaslerares absoluut het vrije recht van keuze zou hebben. Het zijn eenenvijftig kinderen; dus ik bedoel, het zou zo moeten zijn dat u het recht van keuze zou hebben, dat u eventueel uw 6e klas uit dertig zou samenstellen en twintig zou afsplitsen. En dan zou ik absoluut het recht nemen bij de keuze voor elk individu een voorstel te doen.
Kies vijftien jongens en vijftien meisjes uit.

X.; Ich hatte eine Liste, sechsundzwanzig für mich.

X.; Ik voor mij had een lijst, zesentwintig.

Dr. Steiner: Wie Sie es wollen. Dieser Vorschlag steht ganz bei Ihnen.
Aber es scheint doch, daß dies gemacht werden müßte, denn die Klasse war etwas zu groß.
Was haben Sie gegen die Teilung der Klasse? Sie haben sie alle so gern, daß Sie keinen weggeben wollen. Es ist doch besser. Sie werden mit dem Pensum der 6. Klasse leichter zurechtkommen, wenn Sie nicht mehr als dreißig haben. Wenn Sie also selbst die zurückbehalten, die Sie für richtig halten, und eine Klasse von zwanzig abspalten, werden Sie auch einverstanden sein können. Das ist richtig. Dann wird ja auch das leichter sich machen lassen mit solchen Leuten wie G. T. Ist noch jemand, der in Betracht käme?

Zoals u wilt. Dit voorstel is geheel aan u.
Maar het lijkt erop dat dit moet gebeuren, want de klas was iets te groot.
Wat heeft u tegen het splitsen van de klas? U vindt ze allemaal zo aardig dat u niemand wil laten gaan. Toch is het beter. U zult gemakkelijker met de lesstof van de 6e klas kunnen omgaan als u niet meer dan dertig leerlingen heeft. Als u dus zelf degenen behoudt die u geschikt acht, en een klas van twintig afsplitst, zult u het daar ook mee eens kunnen zijn. Dat klopt. Dan wordt het ook makkelijker met mensen als G. T. Is er nog iemand anders die in aanmerking komt?

X.: Ich hätte den A. S. K. in der 6. Klasse. Er ist Epileptiker und mußte monatelang wegbleiben.

X.: Ik zou A. S. K. in de zesde klas hebben. Hij is epileptisch en moest maandenlang wegblijven.

Dr. Steiner: Der müßte wieder in der 6. bleiben. Den würde man in die neue 6. setzen. Wir wollen im allgemeinen mit dem Sitzenbleiben vorsichtig sein. Bei ihm müßte mit den Eltern gesprochen werden.

Hij zou weer in de zesde klas moeten blijven. Hij moet in de nieuwe zesde klas worden geplaatst. Over het algemeen willen we voorzichtig zijn met doubleren.
In zijn geval zou er met de ouders moeten worden gesproken.

X.: Heikel ist es. Die Eltern werden es nicht verstehen. Sie sind nicht sehr
günstig eingestellt; es gibt mit dem Buben immer Schwierigkeiten.

X.: Dat is een delicate kwestie. De ouders zullen het niet begrijpen. Ze staan er niet erg positief tegenover; er zijn altijd problemen met die jongen.

Dr. Steiner: Das darf kein Grund sein. Nun gewiß nicht! Der Vater ist ja ein vernünftiger Mensch; er ist kein wahrer Mensch, vernünftig ist er doch. Man wird am besten mit ihm reden, nicht mit seiner Frau.
Der Bub, der erweist sich als verwahrlost. Nicht wahr, es würde ja an sich nichts machen, wenn er in der 6. Klasse bleibt; es ist nur die Frage, ob er nicht hinausgenommen wird, und ob wir es dazu kommen lassen sollen. Es liegt auch der Grund vor: bei dem Buben ist es so, wenn er wirklich herauskommt, dann ist es Schluß. Wenn er hier bleibt, wird er nicht weiter herunterkommen. Nach dem Zeugnis ist es nicht gut anders möglich, als daß man ihn in der 6. zurückläßt. Zunächst würde ich vorschlagen, man redet einmal mit dem Vater. Es braucht erst zu geschehen, wenn das neue Schuljahr beginnt. Es hat Vorteile, wenn der Junge die 6. noch einmal

Dat mag geen reden zijn. Zeker niet! De vader is een redelijk mens; hij is geen reëel mens, maar hij is wel redelijk. Je kunt het beste met hem praten, niet met zijn vrouw.
De jongen blijkt verwaarloosd te zijn. Het zou op zich niets uitmaken als hij in de zesde klas blijft; het is alleen de vraag of hij niet van school wordt gestuurd en of we dat moeten laten gebeuren. Er is ook een reden: bij deze jongen is het zo dat als hij echt van school wordt gestuurd, het voorbij is. Als hij hier blijft, zal hij niet verder achteruitgaan.
Na het rapport is er geen andere mogelijkheid dan hem in de zesde klas te laten zitten. Ik zou voorstellen om eerst eens met de vader te praten.
Dat hoeft pas te gebeuren als het nieuwe schooljaar begint. Het heeft voordelen als de jongen de zesde klas nog een keer doet.

Blz. 171

macht. Ich würde dem Vater das einfach objektiv auseinanderlegen; so wie Sie ihn beurteilen müßten, muß man sagen, wenn er manches von dem, was er lückenhaft gehört hat, noch einmal hören würde, wäre es gut. Wenn Sie dann bemerken, daß der Vater ihn herausnehmen würde, so nehmen wir ihn herauf in die 7. Klasse. Aber es ist eine schwierige Sache. Es sind nur diese paar Fälle?

Ja. Ik zou het gewoon objectief aan de vader uitleggen; aangezien je hem moet beoordelen, moet je zeggen dat het goed zou zijn als hij sommige dingen die hij nu maar gedeeltelijk heeft gehoord, nog eens zou horen. Als je dan merkt dat de vader hem van school wil halen, zullen we hem tot en met de zevende klas laten meedoen. Maar het is een lastige kwestie. Gaat het hier alleen om deze paar gevallen?

X. fragt wegen des F. M. in der 4. Klasse.

X. vraagt ​​naar F.M. in de vierde klas.

Dr. Steiner: Da liegt kein richtiger Grund vor, den müßten wir schon
mitnehmen. Das ist ein schwer zu behandelnder, schwacher Schüler.
Den müssen wir vorläufig mitnehmen. Man kann etwas tun, daß er das eine oder das andere lernt, daß er nachkommt. Da würde man sich zu stark desavouieren.

Er is geen echte reden waarom we hem mee zouden moeten nemen. Hij is een lastige, zwakke leerling. We moeten hem voorlopig wel meenemen. Er kan iets gedaan worden zodat hij dit of dat leert, zodat hij zijn achterstand inhaalt. Je zou te veel afstand kunnen nemen.

X. fragt wegen K. A. in der 5. Klasse und schlägt vor, daß er ein Vierteljahr in
die Hilfsklasse kommt.

X. vraagt ​​naar K.A. in de vijfde klas en stelt voor dat hij een kwart jaar naar de ondersteuningsklas gaat.

Dr. Steiner (zu Dr. Schubert): Vielleicht können Sie sich für ein Vierteljahr die Aufgabe setzen, ihn nachzubringen. Offenbar liegt eine gewisse Gehirnweiche in der Familie. Da würde ich doch raten,
ihn mitzunehmen.
Die H. bleibt weiter bei Ihnen in der Hilfsklasse, und man kann es dann entscheiden, wenn Sie finden, daß sie soweit nachgeholt hat, daß sie in eine Klasse kommen kann. Die Hilfsklasse bleibt wie bisher
zusammen.

Dr. Steiner (tegen Dr. Schubert): Misschien kunt u zich voornemen hem een ​​kwart jaar mee te nemen. Blijkbaar is er een bepaalde hersenzwakte in de familie. Ik zou u aanraden hem mee te nemen.
H. blijft in jullie hulpklas en er kan dan een besluit worden genomen wanneer jullie vinden dat ze voldoende heeft ingehaald om deel te kunnen nemen aan een reguliere klas. De ondersteuningsklas blijft zoals voorheen bij elkaar.

Ich dachte, die M. G. wird in der nächsten 2. Klasse nicht mitkommen können. Sie wird ziemlich lange in der Hilfsklasse bleiben müssen, das ist so ein Kind, bei dem doch eines schönen Tages der Knopf aufspringen könnte. Es könnte sein, daß der Knopf kommt.
Wir behalten sie doch in der Hilfsklasse und entscheiden später. Wenn Sie sie in der untersten Klasse mitmachen lassen wollen, das schadet nichts, wenn sie da mitmacht. Da kann sie auch sein. Lassen Sie sie da in der untersten Klasse mitmachen. Im allgemeinen ist es ja nicht so, daß wir eine Revision vornehmen müssen. Die Fälle, die wir vorgehabt haben, lassen sich ohne weiteres lösen. Eine richtige Revision brauchen wir nicht vorzunehmen.
Beim Fremdsprachenunterricht ist es so, daß man leichter zurechtkommt, weil es immerhin da nicht so streng klassenweise eingeteilt ist. Wir sollten nicht so streng klassenweise gehen im Sprachunterricht. Es hat sich so herausgebildet, aber im ganzen braucht der Sprachunterricht nicht klassenmäßig eingerichtet zu werden.

Ik dacht dat M.G. het in de volgende tweede klas niet zou redden. Ze zal nog een tijdje in de ondersteuningsklas moeten blijven; ze is het type kind dat misschien ooit een doorbraak zal hebben. Het is mogelijk dat die doorbraak er komt. We laten haar in de hulpklas en beslissen later. Als je wilt dat ze meedoet in de laagste klas, kan dat geen kwaad. Ze kan daar ook bij zijn. Laat haar meedoen in de laagste klas. Over het algemeen hoeven we niets te herzien. De gevallen die we in gedachten hadden, kunnen gemakkelijk worden opgelost. We hoeven geen echte herziening door te voeren.
Met vreemdetalenonderwijs is het makkelijker te organiseren omdat het niet zo strikt in klassen is ingedeeld. We zouden niet zo strikt moeten zijn met de klassenindeling in taalonderwijs. Het is nu eenmaal zo ontwikkeld, maar over het algemeen hoeft taalonderwijs niet per klas te worden georganiseerd. <8>

Blz. 172

Beim Sprachunterricht, da ist dieser tatsächlich grandiose Unterschied zwischen Chorsprechen und Einzelsprechen. Die Kinder reden im Chor alle glattweg mit und können es einzeln nicht. Es würde sich darum handeln, daß man es ausnützt. Das werden wir bei den pädagogisch-methodischen Fragen im nächsten Jahre behandeln, daß man versucht, bei den Kindern, nachdem sie es im Chor gesprochen haben, rasch es einzeln zu machen. Man soll es machen als Grundlage des Lernens. Das ist zweifellos so.

<9> In het taalonderwijs is er een opmerkelijk verschil tussen spreken in koor en individueel spreken. De kinderen spreken allemaal vloeiend in koor, maar kunnen dat niet individueel. Het is belangrijk om hier optimaal gebruik van te maken. We zullen dit volgend jaar bespreken in de pedagogisch-methodologische vragen, namelijk hoe we de kinderen snel individueel kunnen laten spreken nadat ze in koor hebben gesproken. Dit zou de basis van het leerproces moeten vormen. Dat is ongetwijfeld het geval. <9>

X.: Der Stundenplan ist schwer durchführbar, wenn Kinder aus einer Klasse
mit anderen Klassen Sprachunterricht haben sollen.

X.: Het rooster is moeilijk te implementeren als kinderen uit de ene klas taalonderwijs moeten volgen met kinderen uit andere klassen.

Dr. Steiner: Beim Sprachunterricht wäre es wirklich ganz gut — aber das ist nicht durchführbar —, wenn man systematisch zwei Altersklassen beieinander haben könnte, daß das eine Kind vom anderen lernte. In der Sprache ist es gut, wenn die Jüngeren von Älteren lernen. Das ist ein Surrogat, wenn Schwächere und Bessere da sind.
Es ist in der Zeit nicht durchführbar, aber wenn wir können, sollten wir in der Sprache Schwächere und Bessere durcheinander haben.

<10> In het taalonderwijs zou het heel goed zijn – maar het is niet haalbaar – als je systematisch twee leeftijdsgroepen bij elkaar zou kunnen zetten, zodat het ene kind van het andere kan leren. In het taalonderwijs is het goed als de jongere kinderen van de oudere kinderen leren. Dat is een alternatief voor het hebben van zwakkere en sterkere leerlingen.
Het is niet haalbaar binnen de huidige tijd, maar als het mogelijk is, zouden we de zwakkere en sterkere leerlingen in het taalonderwijs moeten mengen.

X.: Was ist im Sprachunterricht zu machen mit den neu dazu kommenden
Kindern? Soll man denen Nachhilfestunden geben?

X: Wat moet er gebeuren in de taallessen met de nieuw erbij gekomen kinderen? Moeten ze bijles krijgen?

Dr. Steiner: Da müßte man den Eltern sogleich sagen, daß es an einer Nachmittagsstunde gemacht werden müßte. Das läßt sich nicht anders machen, als daß wir einfach die etwas nachpumpen. Kommen tatsächlich so viele Neue nach?

We zouden de ouders meteen moeten laten weten dat het ’s middags moet gebeuren. Er is geen andere manier dan de leerlingen wat meer bij te spijkeren. Komen er echt zoveel nieuwe leerlingen?

X : Ich habe seit Weihnachten vierzehn neue Schüler gehabt.

X: Ik heb sinds Kerstmis veertien nieuwe leerlingen gekregen.

Dr. Steiner: Ein Prinzip wollen wir in dieser Frage doch nicht aufstellen, sondern immerhin jeden einzelnen Fall prüfen. Im großen und ganzen, wenn nicht besondere Gründe vorliegen, rät man den Leuten, sie sollen bis zum Ende des Jahres in ihrer Schule bleiben.
Aber wir wollen nicht uns ganz abweisend verhalten.
Der Separatkurs in den Sprachen muß für solche Kinder eingerichtet werden. Das ist unbedingt nötig. Sonst könnten wir nicht Schüler in die höheren Klassen aufnehmen. Wenn es geht! Man muß das machen, was notwendig ist. Im großen und ganzen kann man sagen, in den Sprachen lassen sich vielleicht durcheinander haben Alte und Junge, weil die Jüngeren von den Älteren lernen, und die Älteren dadurch vorwärtskommen, daß sie die Jüngeren mitnehmen müssen. Da kann man Altersklassen durcheinander haben.

We willen hier geen algemeen principe voor vaststellen, maar elk geval afzonderlijk bekijken. Over het algemeen adviseren we leerlingen, tenzij er bijzondere redenen zijn, om tot het einde van het schooljaar op hun huidige school te blijven. Maar we willen ze niet zomaar afwijzen. Er moet een aparte taalcursus voor deze kinderen worden opgezet. Dat is absoluut noodzakelijk. Anders zouden we geen leerlingen in de hogere klassen kunnen toelaten. Als het mogelijk is! Je moet doen wat nodig is. Over het algemeen kun je misschien oudere en jongere leerlingen in taallessen mengen, omdat de jongeren van de ouderen leren en de ouderen vooruitgang boeken doordat ze de jongeren moeten begeleiden. Daar kun je gemengde leeftijdsgroepen hebben.

X. fragt wegen Vermehrung der Sprachstunden.

X vraagt ​​of het aantal taallessen verhoogd kan worden.

Blz.173

Dr. Steiner: Sie haben die Sehnsucht, mehr Stunden zu haben. Aber auf der anderen Seite ist es wirklich so, daß wir eigentlich die Kinder genügend viel in der Schule haben. Wir können nicht gut die Stundenzahl vermehren. Ich glaube nicht, daß wir da etwas machen dürfen. Wir könnten ja in den höheren Klassen später einmal daran denken. In der 9., 10. Klasse, da können wir vielleicht etwas mehr Sprachunterricht einführen. Viel mehr dürfen wir nicht vom Klassenunterricht wegnehmen; keine halbe Stunde kann entbehrt werden.
Wir können nicht gut die Kinder noch einmal mehr in der Schule drin haben, sie sind eigentlich doch nachmittags meist da.

U zou meer uren willen hebben. Maar aan de andere kant is het echt waar dat we de kinderen al lang genoeg op school hebben. We kunnen het aantal uren niet zomaar verhogen. Ik denk niet dat we daar iets aan mogen doen. We zouden het later in de hogere klassen kunnen overwegen. In de negende en tiende klas zouden we misschien wat meer taalonderwijs kunnen aanbieden. We kunnen niet veel meer van de reguliere lessen afhalen; zelfs geen half uur is mogelijk.
We kunnen de kinderen ook niet nog meer op school laten zitten; ze zijn er meestal toch al ’s middags. <10>

X.; Wie hoch ist das Maximum der Stunden, die wir in den Volksschuljahren
den Kindern in der Woche geben können? Wir geben in der 1. Klasse sechsundzwanzig, weiter herauf sehr viel mehr durch fakultative Stunden in Latein.

<11> X.: Wat is het maximale aantal uren dat we de kinderen per week op de basisschool kunnen geven? We geven 26 uur in de eerste klas, en later nog veel meer via keuzevakken Latijn.

Dr. Steiner: Wir können die Stundenzahl nicht vermehren.
Wie kommt es, daß in den Zeugnissen Eurythmie nicht als besonderer Gegenstand auftritt, sondern mit Musik zusammen? Das ist etwas, was ich als Mangel empfinde.

We kunnen het aantal uren niet verhogen.

Hoe komt het dat euritmie niet als apart vak in het getuigschrift staat, maar samen met muziek? Dat zie ik als een tekortkoming.

X..’ Weil ich alle Kinder zu unterrichten hatte, kannte ich die einzelnen zuwenig. — Auch in der Musik möchte ich vorschlagen, daß wir eine Stunde
mehr anfügen.

X.: ‘Omdat ik alle kinderen les moest geven, kende ik ze niet allemaal even goed. — Ik wil ook voorstellen om een ​​extra uur aan de muzieklessen toe te voegen.’

Dr. Steiner: Beim Musikunterricht ist es möglich, daß wir etwas tun. Es sind wenige Stunden, das ist richtig. Wollen Sie nicht ganz bestimmte Vorschläge machen, wieviel Stunden Sie in den einzelnen Klassen haben möchten?

Met muzieklessen kunnen we wel iets doen. Het zijn maar een paar uur, dat klopt. Zou u misschien wat concrete suggesties willen doen over het aantal uren per les?

X.: Wir können es verschieden machen. Wir können es so einrichten, daß wir
getrennt Chorgesang und Gehörsübungen haben, oder daß wir Chorunterricht
zu bestimmten Zeiten, zu den Festzeiten geben; das würde ich vorziehen. —
Ich nehme an, daß ich die Klassen so bekomme, wie sie jetzt sind. Bei zu
großen Klassen kann ich die Kinder nicht genügend kennenlernen.

X.: We kunnen het op verschillende manieren aanpakken. We kunnen bijvoorbeeld aparte lessen koorzang en gehoortraining geven, of koorlessen op specifieke momenten, bijvoorbeeld tijdens feesten; dat zou mijn voorkeur hebben. —
Ik ga ervan uit dat de lessen zo blijven zoals ze nu zijn. Met te grote klassen kan ik de kinderen niet goed genoeg leren kennen.

Dr. Steiner: Wieviel würden Sie brauchen in der Musik für die
1. Klasse? Wir haben da 26 ½ Stunden.

Hoeveel muziekles zou u nodig hebben voor klas 1? We hebben daar 26,5 uur.

X.: Eine Stunde.

X.: Een uur.

Dr. Steiner: Dann würde sich das erreichen lassen, daß Sie die einzelnen Kinder auch kennenlernen. Über den Stundenplan als solchen
würde manches noch zu gestalten sein. Diese eine Stunde kann ja
wohl sein. Auch in der 2. Klasse eine Stunde, und in der 3. Klasse. —
Es fragt sich nur für die oberen Klassen, ob wir nicht ständig den
Chorunterricht beibehalten. Das kann gemacht werden von Fall zu

Dan kunt u elk kind individueel leren kennen. Er is nog ruimte voor aanpassingen aan het lesrooster. Dat ene uur is zeker haalbaar. Ook een uur in klas 2 en een uur in klas 3. —
De enige vraag voor de hogere klassen is of we de koorlessen niet permanent moeten behouden. Dit kan per geval bekeken worden.

Blz.174

Fall. Ich glaube, die Zeit, die Sie haben für den Musikunterricht, die können Sie einteilen für Einzelunterricht oder Chorunterricht.
Es kommt auch der Anstandsunterricht dazu. Der belastet ja nicht.
Den können wir ruhig ansetzen. Ich meine, der kann zu den anderen Stunden dazukommen. Der darf nichts wegnehmen vom Musikalischen. Das was Sie wünschen, wenn Sie die neue Lehrkraft bekommen, daß Sie die einzelnen Schüler klassenweise haben und nicht zusammengelegt, das muß gemacht werden. Außerdem liegt das vor, daß wir, sobald wir eine Möglichkeit haben,
auch etwas Turnen anfügen. Turnen können wir ohne weiteres dazubringen, so daß wir sagen können: ,,Turnen und Eurythmie.”
Das wäre schon ganz gut. Es braucht nur so mit zu unterlaufen, daß wir das physiologische Turnen neben der psychologischen Eurythmie auch pflegen. Sobald gefragt wird, wird man sagen, wir haben es nicht ausgeschaltet, es wird einbezogen. Die Eurythmie, die könnte nicht vermindert werden, da müßte eine besondere Stunde dazukommen. Es genügt wahrscheinlich, wenn wir eine halbe Stunde Turnen in der Woche anfügen an die Eurythmie, oder wenn wir die
Übungen daruntermischen. Gerade das müßte darin sein, Geräteübungen.

Ik denk dat je de tijd die je voor muzieklessen hebt, kunt besteden aan individuele lessen of koorrepetities.
We hebben ook de etiquettecursus nog. Dat is geen extra belasting. Die kunnen we zeker inplannen. Ik bedoel, die kan gewoon aan de andere lessen worden toegevoegd. Het mag niets ten koste gaan van het muziekonderwijs. Wat je wilt, is dat de leerlingen individuele lessen krijgen en niet in groepen, en dat moet geregeld worden.
Verder is afgesproken dat we, zodra de gelegenheid zich voordoet, ook lichamelijke opvoeding zullen toevoegen. We kunnen gemakkelijk gymnastiek integreren, zodat we kunnen zeggen: “Gymnastiek en euritmie.”
Dat zou prima zijn. Het moet alleen subtiel gebeuren, zodat we naast psychologische euritmie ook lichamelijke gymnastiek beoefenen. Zodra iemand ernaar vraagt, zullen ze zeggen dat we het niet hebben afgeschaft; het is onderdeel van het programma. Euritmie kan niet worden ingekort; daarvoor moet een apart uur worden toegevoegd. Het is waarschijnlijk voldoende als we elke week een half uur gymnastiek aan de euritmie toevoegen, of als we de oefeningen afwisselen. Dat is precies wat het zou moeten omvatten: oefeningen met de apparaten.

Eine Schwierigkeit ist da bei dem Turnen. Da können wir die Mädchen und Buben nicht zusammennehmen. Die Teilung ist eine Raumschwierigkeit. Man kann nicht Mädchen und Buben miteinander nehmen; beim Geräteturnen ist es nicht möglich. Ja, bei Freiübungen könnte man sie ohne weiteres zusammennehmen. Wenn die Kinder Turnanzüge haben, dann ginge es; es ist doch nur ein Vorurteil.

Er is een probleem met gymnastiek. We kunnen de meisjes en jongens niet bij elkaar zetten. De scheiding is een kwestie van ruimte. Je kunt meisjes en jongens niet samen laten oefenen; dat is niet mogelijk bij toestelgymnastiek. Ja, je zou ze makkelijk samen kunnen zetten voor vrije oefeningen. Als de kinderen turnpakjes droegen, dan zou het wel werken; het is gewoon een vooroordeel.

Es wird ein Einwand gemacht.

Er wordt bezwaar gemaakt.

Dr. Steiner: Warum meinen Sie? Es ist so, daß die Mädchen vieles nicht machen, was die Buben machen können. Da würde man Riegen zusammenstellen und würde sie abwechselnd behandeln. Der eine ist mit den Mädchen am Reck, der andere macht mit den Knaben Stabübungen. Die Mädchen müßten Turnhosen haben; dezente Hosen müßten fabriziert werden drunten in der Fabrik.
Ja, es ist nur dann die Frage, wer den Turnunterricht gibt, daß Sie nicht überlastet werden. Nun liegt die ganze Schule, was Gesang und Eurythmie und Musik betrifft, an Ihnen; im Ganzen liegt viel an Ihnen.

Waarom vraagt ​​u dat? Het klopt dat de meisjes veel dingen niet kunnen die de jongens wel kunnen. Je zou de groepen kunnen samenstellen en ze om de beurt laten werken. De ene docent is met de meisjes aan de rekstok, de andere doet de staafoefeningen met de jongens. De meisjes zouden turnbroeken moeten dragen; onopvallende broeken zouden in de fabriek gemaakt moeten worden.
Ja, de enige vraag is wie de gymnastieklessen geeft, zodat u niet overbelast raakt. Wat betreft de zang, euritmie en muziek op de hele school, dat is uw verantwoordelijkheid; uiteindelijk hangt er veel van u af.

X., der bisher auch etwas Turnen gegeben hatte: Wenn wir elf Klassen haben,
dann ist sehr stark die Frage, ob das möglich ist. Könnten nicht auch die Klassenlehrer Turnunterricht geben? Nicht immer, aber hier und da?

X., die ook gymnastiekles had gegeven: Als we elf klassen hebben, dan is de vraag of dat wel mogelijk is. Zouden de klassenleerkrachten niet ook gymnastiekles kunnen geven? Niet de hele tijd, maar af en toe?

Blz. 175

Dr. Steiner: Die Klassenlehrer sind angestrengt. — Turnstunden brauchen in den drei untersten Klassen nicht gegeben zu werden. Die 1. und 2. Klasse könnten wir mit der Eurythmie schon befriedigen.
Aber nachher müßten wir, um es nicht nicht zu haben, schon das Turnen haben. Es ist auch ganz gut, wenn es gemacht würde. Es wäre ganz schön, wenn es möglichst sich anschließen würde an die Eurythmie, daß die Kinder zuerst Eurythmie treiben und dann etwas turnen würden.
Das Turnen würde für Sie etwas viel werden. Daran hatte ich nicht gedacht. Es müßte die Möglichkeit gegeben werden, daß jemand anderer den Turnunterricht gibt, insbesondere da zwei da sein müssen. Die Eurythmielehrerin müßte dabei sein, das ist nicht schwer.
Nun ja, das muß ins Auge gefaßt werden. Wir können entweder das Turnen weiter weglassen, oder wir müßten die Möglichkeit haben, eventuell noch eine Turnkraft zu haben. Das würde genügen, die eine Stunde für Eurythmie, und dann im Anschluß daran eine halbe Stunde das Turnen. Aber dann kriegen wir zuviel Stunden.
(Zu Frau Baumann): Jetzt hatten wir zwei Stunden Eurythmie. So wie Sie es jetzt gehabt haben in der letzten Zeit, hatten Sie nicht zuviel?

De leerkrachten hebben het erg druk. — Gymlessen hoeven niet gegeven te worden in de drie laagste klassen. We zouden  de eerste en tweede klas tevreden kunnen stellen met euritmie.
Maar om het daarna helemaal te vermijden, zouden we gymlessen moeten aanbieden. Het zou ook heel goed zijn als dat gedaan werd. Het zou mooi zijn als het na de euritmie kwam, zodat de kinderen eerst euritmie en daarna gymlessen zouden krijgen. De gymlessen zouden misschien wat te veel voor ze zijn. Daar had ik nog niet aan gedacht. Er zou een mogelijkheid moeten komen om iemand anders de gymlessen te laten geven, vooral omdat er twee docenten nodig zijn. De euritmiedocent zou er wel bij moeten zijn; dat is niet moeilijk. Nou, dat moet overwogen worden. We kunnen ofwel doorgaan met het weglaten van gymlessen, of we moeten de mogelijkheid hebben om eventueel een andere gymdocent aan te stellen. Dat zou voldoende zijn: een uur euritmie en daarna een half uur gymnastiek. Maar dan zouden we te veel uren hebben.

(Tegen mevrouw Baumann): We hebben net twee uur euritmie gehad. Zoals u het de laatste tijd doet, heeft u er niet te veel van?

X.: Ich hatte oft einundfünfzig auf einmal. In der 3. Klasse hatte ich achtundvierzig. Ich habe es so gemacht, daß ich die eine Hälfte zusehen ließ,
während die anderen Eurythmie machten.

X.: Ik had er vaak eenenvijftig tegelijk. In de derde klas had ik er achtenveertig. Ik regelde het zo dat de helft toekeek terwijl de andere helft euritmie deed.

Dr. Steiner ist damit einverstanden.

Dr. Steiner is het daarmee eens.

X. möchte die Klassen teilen.

X. wil de klassen opsplitsen.

Dr. Steiner: Das werden wir machen müssen, wenn wir das für die
anderen Klassen erst sehen. Das muß man am Beginn des nächsten
Schuljahres festlegen. Die Größe der Klasse ist nicht festliegend, es
kommt ein Zuwachs hinzu. Wie viele Schüler meinten Sie, werden
wir in der nächsten 1. Klasse haben?

Dat moeten we doen als we zien hoe het met de andere klassen gaat. Dat moet aan het begin van het volgende schooljaar besloten worden. De klassengrootte is niet vast; er komen nieuwe leerlingen bij. Hoeveel leerlingen denkt u dat we in de volgende eerste klas zullen hebben?

X.: Fünfundsechzig.

X.: Vijfenzestig.

Dr. Steiner: Das müßten natürlich zwei werden. Für die 2. Klasse kommt das nicht in Betracht. Die künftige 4. Klasse ist auch so groß, daß es über fünfzig Kinder werden. Da sind soviel Neue. Ich dachte auch, die Kleinsten im Singen an Fräulein Lämmert zu geben. Sonst wird es für Herrn Baumann zuviel mit dem Singen. Auch mit dem Turnen wird es viel zuviel. Da muß man sehen, wie man mit der Lehrerschaft zurechtkommt.
Die Frage der Lehrerschaft muß also besprochen werden. Wir ver-

Dat zouden er dan twee moeten zijn, natuurlijk. Dat is uitgesloten voor de tweede klas. De toekomstige vierde klas is ook zo groot dat er meer dan vijftig kinderen zullen zijn. Er komen zoveel nieuwe bij. Ik dacht er ook aan om de jongste kinderen zangles van juffrouw Lämmert te geven. Anders krijgt meneer Baumann te veel zangles. De gymnastiek zal ook veel te veel zijn. We moeten kijken hoe we het met de leraren kunnen vinden.
De kwestie van het onderwijzend personeel moet daarom besproken worden. We ver-

Blz. 176

mehren die Klassen, wir brauchen neue Lehrer. Es sind jetzt die zwei Baracken im Bau, die zu Anfang des nächsten Schuljahres fertig werden, hoffentlich. Und wenn die fertig sind, dann können wir gerade auskommen. Es geht vielleicht sogar auch, daß wir auskommen, wenn wir die künftige 4. und 2. teilen, weil die beiden weit über fünfzig hinauskommen. Dann geht es knapp mit den Räumen. Es geht nur so, daß wiederum die Nebenräume notleiden. Es bleibt unerledigt. Es würde so eben gehen mit den Bauten, die wir jetzt haben. Aber es fehlt dann ein Raum für Gesang vorläufig, es fehlt ein Raum für den Kindergarten, und es fehlen weiterhin Klassenräume für weitere Klassen, die in den folgenden Jahren kommen. Es fehlt eine Bibliothek, es fehlt die Turnhalle, es fehlen Räume für die Fortbildungsschule — vielleicht kann man die Fortbildungsschule schließlich beiseite lassen —, es fehlt das Arztzimmer, von dem wir gesprochen hatten, eine ganze Anzahl Dinge. Das sind Dinge, die wir neulich besprochen haben. Es sollte versucht werden, diese Dinge zu lösen dadurch, daß man einen Stock aufsetzt.

De klassen worden groter, we hebben nieuwe leraren nodig. De twee barakken zijn momenteel in aanbouw en zullen hopelijk aan het begin van het volgende schooljaar klaar zijn. En als die klaar zijn, redden we het net. Het zou zelfs mogelijk kunnen zijn om de toekomstige vierde en tweede klas te splitsen, want beide groepen zullen ruim 50 leerlingen tellen. Dan wordt het wel krap met de lokalen. Het werkt alleen als de bijgebouwen er weer onder lijden. Dat is nog niet opgelost. Met de gebouwen die we nu hebben, zou het net lukken. Maar dan is er voorlopig geen ruimte voor zang, geen ruimte voor de kleuterschool en een aanhoudend tekort aan klaslokalen voor de extra klassen die in de komende jaren zullen komen. Er is een tekort aan een bibliotheek, een tekort aan een gymzaal, een tekort aan lokalen voor de voortgezette school – misschien kunnen we die voortgezette school uiteindelijk wel opheffen – een tekort aan de dokterspraktijk waar we het over hadden, en nog veel meer. Dit zijn zaken die we onlangs hebben besproken. Men zou deze problemen moeten proberen op te lossen door etages te gaan gebruiken.

X.: Das stellt sich als unmöglich heraus.

X: Dat blijkt onmogelijk te zijn.

Dr. Steiner: Warum ist das unmöglich? Woran liegt es, daß man einen Stock aufbauen wollte und jetzt nicht kann?

Waarom is dat onmogelijk? Wat is de reden dat ze een verdieping wilden bouwen en dat nu niet kunnen?

X.: Die Standfestigkeit des Unterbaues ist dann zu stark in Anspruch genommen.

X.: De stabiliteit van de ondergebouw zou dan te veel onder druk komen te staan.

Dr. Steiner: Ich verstehe nichts. Was sagt der Architekt? Hatte er das nicht vorher gewußt? Es ist schrecklich, daß immer Ideen entstehen, die nachher nicht durchführbar sind. Natürlich kann man —, heißt es, nachher muß alles umgeändert werden. Der baupolizeiliche Gesichtspunkt hätte vorher durchdacht werden müssen. Ich würde mich in Dornach zum Beispiel nie einlassen darauf, daß mir ein Plan vorgelegt würde von etwas, was nicht absolut ausgeführt werden kann. Man verliert die Zeit damit. Man soll sich herumtragen mit
einer Idee und nachher ist wieder nichts. Man hat doch gerechnet damit, daß der Eurythmiesaal hinaufgelegt wird. Ich meine, wir haben damit gerechnet. In Dornach erzählten Sie es mir noch.

Ik snap er niets van. Wat zegt de architect? Wist hij dat niet van tevoren? Het is vreselijk dat er steeds ideeën ontstaan ​​die achteraf niet haalbaar blijken. “Natuurlijk kan het,” zeggen ze, “maar dan moet alles veranderd worden.
De bouwvoorschriften hadden van tevoren bekeken moeten worden. In Dornach bijvoorbeeld zou ik nooit instemmen met een plan voor iets dat niet absoluut uitvoerbaar is. Zo verspil je tijd. Je moet met een idee spelen, en uiteindelijk komt er niets van terecht. Ze hebben er toch rekening mee gehouden dat de euritmiezaal erbovenop gebouwd zou worden. Ik bedoel, wij verwachtten het. Je hebt het me er zelfs over verteld in Dornach.”

X.: Nicht als feste Tatsache, sondern als eine Möglichkeit.

X.: Niet als een vaststaand feit, maar als een mogelijkheid.

Dr. Steiner: Möglichkeiten kenne ich nicht. Wenn mir das jemand
erzählt, so halte ich es für eine Wirklichkeit, oder es ist nichts. Die
Baupolizei muß doch erst definitiv gefragt werden, und der Architekt muß wissen, ob er daraufbauen kann.

Ik ken geen mogelijkheden. Als iemand me iets vertelt, neem ik het ofwel voor waar aan, ofwel niet. Eerst moet de bouwinspectie definitief geraadpleegd worden, en de architect moet weten of hij erop mag bouwen.

Blz. 177

Nun ist der einzig mögliche Plan, eine Turnhalle und neben der Turnhalle anzugliedern die Nebenräume, die ich hier nannte, der gewissermaßen den ersten Teil eines rationell gebauten Schulgebäudes darstellen müßte. Es würde sich darum handeln, wohin das gebaut werden soll.
Das müßte in aller Sorgfalt überlegt werden. Ist dazu Geld da? Es handelt sich darum vor allen Dingen, ob das Geld dazu da ist. Man muß das Geld ausgeben, auch wenn es nicht gerechtfertigt ist. Es ist da. Es sind zehn Millionen eingezahlt worden. Nur wollen die Herren nur unriskante Geschäfte machen. Die ganze Frage ist eine Mutfrage.
Wir müssen darauf aufbauen. Die geistigen Werte werden ohnehin aus der Schule hervorgehen und nicht aus dem übrigen. Infolgedessen müssen wir den Mut haben, unsolide Geschäfte zu machen. Wir dürfen aber nicht mehr unsolide machen als solche, die wir durch die soliden ausgleichen können.
Man muß in den sechs Wochen herumreisen und das Geld aufbringen. Es ist nur die Frage, wie es gemacht wird. Dann muß man sehen, daß man durch Erfindungen etwas herausholt. Es müßte Geld geschafft werden. Und da ist es notwendig, daß wir den Plan mit dem Schulverein doch vergrößern.

Het enige mogelijke plan is nu om een ​​gymzaal te bouwen en daarnaast de eerdergenoemde bijgebouwen, wat in feite het eerste deel van een rationeel ontworpen schoolgebouw zou vormen. De vraag is dan: waar moet het gebouwd worden?
Dit moet zeer zorgvuldig overwogen worden. Is er geld voor? De belangrijkste vraag is of het geld beschikbaar is. Je moet het geld uitgeven, zelfs als het niet gerechtvaardigd is. Het is er. Tien miljoen is al betaald. Maar deze heren willen alleen maar risicovrije deals sluiten. Het draait allemaal om moed.
Daar moeten we op voortbouwen. De spirituele waarden zullen sowieso uit de school voortkomen, en niet uit iets anders. Daarom moeten we de moed hebben om onverstandige deals te sluiten. Maar we mogen niet meer onverstandige deals sluiten dan we kunnen compenseren met verstandige. We moeten in die zes weken rondreizen en het geld bijeenbrengen. De enige vraag is hoe dat gaat gebeuren. Dan moeten we kijken of we iets kunnen bedenken. Er moet geld gegenereerd worden. En daarvoor is het nodig dat we het plan uitbreiden met de schoolvereniging.

Es ist sehr leicht möglich, daß wir vielleicht, wenn wir einen Weltschulverein gründen, überhaupt für solche Schulen, international, daß wir Geld kriegen, während es jetzt einem überall begegnet, daß die Leute sagen, wir haben in Berlin kein Interesse daran, just für die Waldorfschule zu bezahlen. Wenn wir
einen Weltschulverein gründen, dann ist es vielleicht möglich, daß man für Stuttgart etwas verwenden kann. Es ist wahrscheinlich gar nicht möglich, wenn die Leute von vornherein bezahlen sollen für die Stuttgarter Waldorfschule, daß wir viel hereinkriegen. Dann müßte man sehen, daß wir durch Erfindungen etwas bekommen. Es ist allerhand in Arbeit, aber das geht nicht so geschwind. Wir haben etwas sehr Aussichtsreiches in Dornach, eine Rasierseife und das
Haarmittel ,,Verlockung”, aber es geht nicht so schnell mit dem Inaugurieren. So geschwind kann man die Sachen nicht erfinden, daß wir schon für den Herbst einen Turnsaal und einen Eurythmie und Gesangssaal haben. Dann müßten zuerst allen Kahlköpfen Locken wachsen.

Het is heel goed mogelijk dat we, als we een internationale schoolvereniging zouden oprichten, we geld zouden kunnen krijgen voor dergelijke scholen internationaal, terwijl je nu overal hoort dat mensen in Berlijn geen interesse hebben om specifiek voor de Waldorfschool te betalen. Als we een internationale schoolvereniging zouden stichten, zou er misschien iets voor Stuttgart gebruikt kunnen worden. Het is waarschijnlijk helemaal niet mogelijk dat we veel voor elkaar krijgen als mensen vanaf het begin voor de Waldorfschool in Stuttgart moeten betalen. Dan zouden we moeten zien of we iets voor elkaar krijgen door middel van innovaties. Er is veel in de maak, maar het gaat niet zo snel. We hebben iets heel veelbelovends in Dornach, een scheerzeep en het haarproduct “Verlokking”, maar het bekend maken gaat niet zo snel. Je kunt niet zo snel dingen uitvinden dat we tegen de herfst al een gymnasium, een euritmiezaal en een zangzaal hebben. Dan zouden alle kale hoofden eerst krullen moeten laten groeien.

X.: Ich wollte es ausprobieren, auf die Gefahr, daß meine Frau mich nicht
mehr kennt.

X.: Ik wilde het uitproberen, met het risico dat mijn vrouw me niet meer zou herkennen.

Dr. Steiner: Unsere Eurythmiedamen haben es schon auf sich genommen, das Haarmittel hier zu verwenden, damit ihnen Schnurrbart-

Onze dames die euritmie beoefenen, hebben het haarproduct hier al zelf gebruikt om snorren te laten groeien.

Blz. 178

haare wachsen. Dann werden sie es mit der Rasierseife wieder wegnehmen. Dann wachsen einem die Tausendmarkscheine auf dem Kopf. Es ist noch Geld da. Die Mitglieder der Anthroposophischen Gesellschaft wissen nicht, wie wichtig die Waldorfschule ist. Ich habe neulich mit einigen Damen gesprochen, die haben keine Ahnung gehabt, daß es so drängt. Es wird überall, an vielen Stellen gesagt, daß Schulen gegründet werden sollten. Das einzige ist das, daß man die Leute bittet. Diese Idee dürfen wir nicht aufkommen lassen, daß wir
hier alles absorbieren wollen. Deshalb habe ich es besprochen, daß man nicht hier in Stuttgart alles zentralisiert, sondern herumreist in den einzelnen Städten, daß sich die Sache verbreitet, daß man nicht Sachen herumschickt und den Leuten diktiert. So entstand in Berlin der Gedanke, eine Schule zu begründen. Das dürfen wir nicht probieren, daß die Leute ihre Schulpläne zurückstellen sollen. Da handelt es sich darum, daß wir die Leute nicht vor den Kopfstoßen. Da müssen wir eben reisen. Für die Turnhalle wird man den ,,Kommenden Tag” um Kapital angehen und sich verpflichten, das Kapital zu verzinsen. 400 000 Mark, dafür kann man die Zinsen aufbringen, so daß das, was jetzt sein muß im Interesse des Fortganges, sofort geschehen kann. Ein anderes ist der weitere Ausbau der Schule selbst. Denn wenn wir die Schule weiterführen wollen, auch über das nächste Jahr hinaus und die von selbst sich ergebende Vergrößerung machen wollen, dann brauchen wir noch viel mehr Raum.

Dan halen ze het er weer af met scheerzeep. Dan groeien er briefjes van duizend mark op je hoofd. Er is nog steeds geld over. De leden van de Antroposofische Vereniging weten niet hoe belangrijk de Waldorfschool is. Ik sprak onlangs met een paar dames die geen idee hadden hoe urgent het is. Overal, op veel plaatsen, wordt gezegd dat er scholen moeten worden opgericht. Het enige wat je moet doen, is mensen ernaar vragen. We mogen niet toestaan ​​dat dit idee wortel schiet, dat we alles hier willen absorberen. Daarom heb ik het idee geopperd dat we niet alles hier in Stuttgart moeten centraliseren, maar naar de verschillende steden moeten reizen zodat het idee zich verspreidt, zodat we niet alles rondsturen en mensen de wet voorschrijven. Zo is het idee ontstaan ​​om een ​​school in Berlijn op te richten. We moeten mensen niet proberen te overtuigen hun schoolplannen uit te stellen. Het gaat erom mensen niet te vervreemden. Daarom moeten we reizen. Voor de gymzaal zullen ze ‘der kommenden Tag’ aankloppen en de verplichting aangaan het kapitaal met rente terug te betalen.
Voor 400.000 mark – kan men de rente opbrengen, zodat wat nu nodig is voor de vooruitgang van de school direct uitgevoerd kan worden Een ander punt is de verdere uitbreiding van de school zelf. Want als we de school na volgend jaar willen blijven runnen en de onvermijdelijke groei willen opvangen, hebben we aanzienlijk meer ruimte nodig.

X.: Man wird sich vielleicht helfen können, daß man eine von den großen
Klassen nachmittags als Gesangssaal verwendet.

X.: Misschien kunnen we een van de grote klaslokalen ’s middags als zangzaal gebruiken.

Dr. Steiner: So kann man sich vielleicht helfen, bevor der Turnhallenbau hergestellt ist.
Jetzt kommen wir zu der Frage, die doch in irgendeiner Weise gelöst werden muß. Es geht die Schule nicht weiter. Die Raumfrage und die künftige Lehrerfrage müßten gelöst werden.
Es wird über die Notwendigkeit gesprochen, auch Lehrerwohnungen zu bauen.

Misschien kunnen we dat wel doen totdat de gymzaal gebouwd is. Nu komen we bij de vraag die hoe dan ook opgelost moet worden. De school boekt geen vooruitgang. Het ruimteprobleem en de toekomstige lerarenvraag moeten worden opgelost.
Er wordt ook gesproken over de noodzaak om lerarenwoningen te bouwen.

Dr. Steiner: Eigentlich ist im Grunde genommen die ganze Raumfrage ungelöst. Die Raumfrage ist nur soweit gelöst, daß die Klassen untergebracht werden können. Die notwendigen Nebenräume sind zum großen Teil unvollkommen oder nicht da.
Wieviel neue Klassen werden wir haben? Eine 1., eine 6., eine 9. Es fehlt die Turnhalle, der Zeichensaal. Turnhalle würde der Eurythmiesaal sein. Da müssen wir uns nach der Decke strecken. Nur, für die Eurythmie muß er groß sein. Da müßte man sehen, wie man fertig

Eigenlijk is het hele ruimteprobleem nog steeds niet opgelost. Het ruimteprobleem is alleen opgelost in die zin dat er klassen in ondergebracht kunnen worden. De noodzakelijke bijruimtes zijn grotendeels ontoereikend of ontbreken zelfs helemaal.
Hoeveel nieuwe klassen krijgen we? Een eerste, een zesde en een negende klas. We missen een gymzaal en een tekenlokaal. De euritmiezaal zou als gymzaal kunnen dienen. We zullen daar tot het uiterste moeten gaan. Maar voor euritmie moet de zaal groot genoeg zijn. We zullen moeten zien hoe we voor elkaar krijgen

Blz. 179

bringt, daß man die Turnhalle mit den entsprechenden Nebenräumen noch bauen kann.
Es scheint mir, daß wir heute nur zur Aufzählung kommen dessen, was unbedingt gemacht werden muß. Es zeigt sich an dem Falle, daß man nicht weiterkommt, wenn man es nur auf kleine Dimensionen anlegt. Wenn jetzt mit der Turnhalle angefangen würde, dann werden sich gegen Weihnachten hin die Verhältnisse so verbessern können, daß wir wirklich annehmbare Verhältnisse haben. Es schwebt alles in der Luft, es weiß niemand, ob es nicht in vierzehn Tagen anders ist. Man müßte eine bestimmte Angabe darüber haben, was die Dinge kosten. So kann man nicht die Verhandlungen treiben.
Für den folgenden Tag war eine Besprechung mit denArchitekten vorgesehen.

Het lijkt me dat we vandaag pas beginnen met het opsommen van wat absoluut moet gebeuren. Het is duidelijk dat je in dit geval nergens komt door je alleen op kleinschalige projecten te richten. Als de bouw van de sporthal nu zou beginnen, zou de situatie tegen Kerstmis zo verbeterd kunnen zijn dat we werkelijk acceptabele voorwaarden zouden hebben. Alles is nog onzeker; niemand weet of de situatie over twee weken anders zal zijn. We hebben een concrete kostenraming nodig. Onderhandelingen kunnen zo niet verdergaan. Er stond een afspraak met de architecten gepland voor de volgende dag.

X.: Wir sind selbst daran schuld, weil wir nur für Augenblicke gesorgt haben. Die Anmeldungen haben sich überstürzt. So kam es, daß innerhalb drei Wochen die Verhältnisse veraltet waren.

X: We moeten het onszelf verwijten, omdat we alleen rekening hebben gehouden met de nabije toekomst. De aanmeldingen stapelden zich op. Daardoor waren de voorwaarden binnen drie weken alweer achterhaald.

X.; Wir müssen die Dinge so anschauen, daß das, was für die Bedürfnisse dasein muß, das muß gemacht werden. Dazu muß das Geld aufgebracht werden. Die Geldfrage hat sich unterzuordnen. Wir haben noch keine persönliche Propaganda getrieben unter den Eltern, die ein wirkliches Interesse am Bestehen der Waldorfschule haben. Da gibt der eine und andere ein Darlehen. Die persönliche Bearbeitung muß vorgenommen werden. Was nicht auf diese Weise zusammenzubringen ist, das muß durch ein Darlehen vom Kommenden Tag aus bewirkt werden. Wir werden in diesen Tagen zu einem umfassenden Plane der Geldbeschaffung kommen müssen. Ich bin der Ansicht, daß an den pekuniären Sachen der Fortschritt der Waldorfschule nicht scheitern sollte.

X: We moeten de zaken zo bekijken dat wat nodig is om aan de behoeften te voldoen, ook gedaan moet worden. Daarvoor moet het geld bijeengebracht worden. De geldkwestie moet even op de achtergrond treden. We hebben nog geen persoonlijke fondsenwerving georganiseerd onder de ouders die oprecht geïnteresseerd zijn in het voortbestaan ​​van de Waldorfschool. Sommigen bieden al leningen aan. Persoonlijk contact is noodzakelijk. Wat niet op deze manier kan worden ingezameld, moet vanaf morgen via een lening worden geregeld. We moeten de komende dagen een uitgebreid fondsenwervingsplan opstellen. Ik ben ervan overtuigd dat de vooruitgang van de Waldorfschool niet mag worden belemmerd door financiële problemen.

Dr. Steiner: Ja, es muß irgend etwas Bestimmtes vorliegen. Man kann auf all das hin nicht verhandeln, wenn man die Erfahrung macht, daß der Architekt erklärt, er kann den Saal machen, und dann, er kann es nicht machen. Auf solche Dinge hin verhandeln, das ist eine furchtbare Wirtschaft. Daß wir einen Eurythmiesaal brauchen, wissen wir schon lange, das haben wir in der letzten Konferenz
besprochen. Es ist unter dem Eindruck des dazumal Beschlossenen der Plan aufgetaucht, und Sie hatten mir gesagt, daß der Architekt gesagt hat, man kann das draufbauen. Jedenfalls haben wir drei Wochen verloren dadurch, daß der Architekt behauptet hat, er kann einen Stock aufbauen, was heute nicht wahr ist.
Wir wollen jetzt nicht mehr interimistisch bauen; man muß doch jetzt, was wir neu hinstellen, ein bißchen mehr auf längere Zeit bauen. Die Konferenz morgen muß man unter allen Umständen haben.
Informatorisch können Sie sich bei der Baupolizei immerhin schon

Ja, er moet iets specifieks klaar liggen. Je kunt niet over al die zaken onderhandelen als je de ervaring hebt dat de architect beweert dat hij de zaal kan bouwen, terwijl dat vervolgens niet het geval blijkt te zijn. Onderhandelen op zulke gronden is een vreselijke verspilling van tijd. We weten al lang dat we een euritmiezaal nodig hebben; we hebben het erover gehad tijdens de laatste vergadering. Het plan kwam naar voren in de veronderstelling dat er toen een besluit was genomen, en u vertelde me dat de architect zei dat er bovenop gebouwd kon worden. Hoe dan ook, we hebben drie weken verloren omdat de architect beweerde dat hij een verdieping kon toevoegen, wat nu niet meer het geval is. We willen niet langer op een tijdelijke basis bouwen; wat we nu bouwen, moet met een meer langetermijnvisie worden gebouwd. De vergadering van morgen is absoluut essentieel. U kunt in ieder geval wat informatie krijgen van de bouwinspectie,

Blz. 180

erkundigen, bevor Sie offiziell eine Sache vorlegen, ob die Sache Aussicht hat auf Genehmigung. Jedenfalls können wir nichts weiter darüber reden, da kein Plan vorliegt. Das wollte ich nur prinzipiell vorbringen.

voordat u officieel iets indient, moet u nagaan of er kans op goedkeuring is. Hoe dan ook, we kunnen er niet verder over praten, aangezien er geen plan is. Ik wilde dit punt alleen even in principe aankaarten.

Es wird gebeten um eine Äußerung Dr. Steiners zur Frage der Lehrerwohnungen.

Er wordt een reactie van Dr. Steiner gevraagd over de huisvesting van de docenten.

Dr. Steiner: Nicht wahr, es ist schwer für mich, mich zu äußern, da ich nicht in der Lage bin, das Geld auf den Tisch zu legen. Das ist das erste, wovon man ausgehen muß. Solange man das Geld nicht hat zu den Lehrerwohnungen, ist es eine rein akademische Frage. Wenn man von den Lehrerwohnungen absieht, so ist es so: es sind gewisse Sachen, die beschafft werden müssen. Entweder werden die Sachen nicht durchgeführt, oder die Dinge müssen gemacht werden. Es wäre wichtig, diese Fehler, daß die Dinge auf kleinem Maßstab angelegt werden, zu vermeiden; daß man die Sachen unbeschadet der finanziellen Verhältnisse so anlegt, wie es sein muß.
Ich bin sicher, daß, nachdem die Sache so angehoben hat mit der
Selbstaufopferung der Lehrer, daß die Sache geistig gehen wird, geistig nicht Fiasko macht. Das zeigt der Stoß des ersten Jahres, daß wir durchhalten können. Ob die Welt uns Geld gibt? — Ich glaube schon kaum mehr, daß die Welt zu solchen Sachen Geld gibt. Die Leute zeigen nicht Verständnis dafür.

Voor mij is het lastig om hier commentaar op te geven, aangezien ik niet in de positie ben om het geld beschikbaar te stellen. Dat is het eerste wat we moeten aannemen. Zolang we geen geld hebben voor de huisvesting van de leraren, is het een puur academische kwestie. Los van de huisvesting van de leraren, is het zo: er zijn bepaalde zaken die moeten worden gerealiseerd. Ofwel zullen deze zaken niet worden gedaan, ofwel moeten ze worden gedaan. Het is belangrijk om de fout te vermijden om dingen op kleine schaal aan te pakken; om ze goed uit te voeren, ongeacht de financiële situatie.
Ik ben ervan overtuigd dat het project, na de initiële zelfopoffering van de leerkrachten, in de geest zal slagen en geestelijk niet zal mislukken. Dat bewijst de impuls van het eerste jaar, dat we kunnen volhouden. Of de wereld ons geld zal geven? — Ik geloof er nauwelijks meer in dat de wereld geld geeft voor zulke dingen. Mensen tonen er geen enkel begrip voor.

Das ist dasjenige, was mir wirklich eine furchtbare Sorge ist. Das was wir heute auch am Anfang dieser Stunde gesagt haben, das ist durchaus richtig auf geistigem Gebiet. Die ganzen materiellen Fragen müßten auf einen vernünftigen Boden gestellt werden.
Was können wir dazu tun? Da ist die wichtige Frage, inwieweit wir die Ausdehnung der Schule vornehmen können. Irgendwie müssen wir dann eine gewisse Begrenzung haben, oder wir müssen so Leute hinter uns haben, die Millionen stiften. Die Unzuträglichkeit hängt zusammen mit der Tatsache, daß wir jede Anmeldung angenommen haben. Deshalb möchte ich vorschlagen, im Sinne der Einführungsrede, daß wir jetzt erklären, daß wir die Schule in dem Ausmaße fortführen, als es war; daß wir ablehnen, neue Kinder aufzunehmen, wenn wir nicht in der Lage sind, einen Turnsaal zu bauen. Wir teilen es der Welt mit, daß wir von keiner Seite unterstützt werden. Dies müßte in möglichst wirksamer Weise der Welt mitgeteilt werden. Wir führen die Schule im Rahmen des vorigen Jahres fort, wir müssen aber die schon aufgenommenen Schüler leider zurückweisen. Die Welt sollte wissen, wie es sich verhält. Dies müßte der Welt bekannt-

Dat baart me echt zorgen!. Wat we aan het begin van dit uur zeiden, is volkomen juist in spirituele sfeer. Alle materiële kwesties moeten op een solide basis staan. Wat kunnen we daaraan doen? De belangrijke vraag is in hoeverre we de school kunnen uitbreiden. Op de een of andere manier moeten we een bepaalde grens stellen, of we moeten mensen achter ons hebben die miljoenen doneren. De onhaalbaarheid zit hem in het feit dat we elke aanvraag hebben geaccepteerd. Daarom wil ik, in de geest van de openingsrede, voorstellen dat we nu verklaren dat we de school in de huidige vorm zullen voortzetten; dat we geen nieuwe kinderen meer zullen toelaten als we geen gymzaal kunnen bouwen. We laten de wereld weten dat we geen enkele steun ontvangen. Dit moet op de meest effectieve manier mogelijk aan de wereld worden gecommuniceerd. We zetten de school voort zoals vorig jaar, maar helaas moeten we de reeds ingeschreven leerlingen afwijzen. De wereld moet van deze situatie op de hoogte zijn. Dit moet openbaar gemaakt worden.

Blz. 181

gegeben werden. Wir werden hypothetisch sagen, wenn wir nicht in der Lage sind, die Mittel zu bekommen, daß wir bis Herbst einen Eurythmie- und Turnsaal aufführen können, müssen wir die Schule beschränkt lassen auf die Größe, die sie schon hat. Wenn wir nicht solche radikale Maßregeln treffen, kommen wir nicht vorwärts. Wir können auch die Lehrer nicht bezahlen.

Laten we hypothetisch stellen dat als we er niet in slagen om tegen de herfst de fondsen te verkrijgen voor de bouw van een euritmiezaal en een gymzaal, we de school moeten beperken tot de huidige omvang. Als we zulke radicale maatregelen niet nemen, zullen we geen vooruitgang boeken. We kunnen de leraren ook niet betalen.

X.: Können wir durch Vorträge Geld zusammenbringen, wenn wir herumreisen?

X: Kunnen we geld inzamelen door lezingen te geven tijdens onze reizen?

Dr. Steiner: Gewiß, das kann gemacht werden. Ich glaube nicht, daß Ihre Arbeit eine fruchtbare sein wird, wenn wir die Welt nicht darauf aufmerksam machen, daß wir nicht arbeiten können, wenn es so bleibt, wie es jetzt ist. Ich glaube schon, daß es einen Eindruck machen würde, wenn wir die früheren Schüler behalten, aber keine Neuen aufnehmen, und daß wir denen wieder absagen müssen. Wenn wir dies der Welt bekanntgeben, so glaube ich, würde es nützen.
Wenn wir in dieser schrecklichen Weise wirtschaften, so daß man nie weiß, wohin es kommen soll, da kommen wir nicht weiter. Es müßte eine geharnischte Erklärung sein, dahingehend, daß hier etwas aufgehen kann durch die Tätigkeit einer dazu geeigneten Lehrerschaft, und daß die Welt dazu versagt mit ihren finanziellen Mitteln, die dahinterstehen sollten.

Zeker, dat kan. Ik geloof niet dat uw werk vruchtbaar zal zijn als we de wereld er niet van bewust maken dat we niet kunnen werken als de situatie blijft zoals die is. Ik denk dat het indruk zou maken als we de huidige leerlingen behouden, maar geen nieuwe aannemen en ze opnieuw moeten afwijzen. Als we dit aan de wereld bekendmaken, denk ik dat het nuttig zou zijn. Als we onze economie op deze verschrikkelijke manier blijven beheren, waardoor we nooit weten waar het naartoe leidt, komen we nergens. Het zou een krachtige verklaring moeten zijn, waarin wordt aangegeven dat er hier wel degelijk iets bereikt kan worden door de inzet van een geschikt docententeam, en dat de wereld er niet in slaagt de benodigde financiële middelen te verschaffen.

X.: Die Leute sagen, warum soll man alles nach Stuttgart geben. Es haben doch
die Leute in Hamburg und Berlin kein Interesse an Stuttgart.

X.: Mensen zeggen: waarom moet alles naar Stuttgart? Mensen in Hamburg en Berlijn hebben geen interesse in Stuttgart.

Dr. Steiner: Das Wichtige ist, daß überhaupt die geistige Bewegung gefördert wird. Das können wir nicht sagen, daß es wichtig ist, daß es hier entsteht, wenn wir etwas gründen wollen, was für alle ist. Das geht ganz entschieden nicht, daß wir sagen, sie sollen für Stuttgart geben und von anderem absehen. Es muß mindestens der Gesichtspunkt angeschlagen werden, man kann ein Zentralinstitut in Stuttgart bauen und verlangen, daß die Welt dazu Beiträge gibt.

Het belangrijkste is dat de spirituele beweging in het algemeen wordt bevorderd. We kunnen niet zeggen dat het belangrijk is dat het hier ontstaat als we iets willen opzetten dat voor iedereen toegankelijk is. Het is absoluut onacceptabel om te zeggen dat ze naar Stuttgart moeten gaan en andere dingen moeten negeren. Op zijn minst moet duidelijk worden gemaakt dat je een centraal instituut in Stuttgart kunt oprichten en van de wereld een bijdrage kunt eisen.

X. . Soll man eine Erklärung bringen in den Zeitungen, die zum Ausdruck bringt,
daß die Schülerzahl in einer bisher nicht gedachten Weise angewachsen ist, daß
wir dadurch in eine Lage versetzt sind, Lehrer anzustellen, um die Schule im
gleichen Geist fortzuführen? Und daß wir angewiesen sind auf die Unterstützung?

X. Moet er een verklaring in de kranten verschijnen waarin staat dat het aantal studenten ongekend is gegroeid, dat we daardoor in staat zijn docenten aan te nemen om de school in dezelfde geest voort te zetten? En dat we afhankelijk zijn van steun?

Dr. Steiner: Wir müssen positiv sagen, daß wir bereit sind, die Schule in der bisherigen Weise fortzuführen, daß wir aber nicht in der Lage sind, die Anmeldungen zu berücksichtigen, wenn uns die Welt nicht unterstützt. Wir müßten irgendein radikal ernstes Wort sagen, — Wir werden die Errichtung der neuen Klasse nicht mehr unter dem Gesichtspunkt betrachten, wieviel Anmeldungen wir haben.

We moeten positief stellen dat we bereid zijn de school op de huidige manier voort te zetten, maar dat we de aanmeldingen niet kunnen accepteren als de wereld ons niet steunt. We zouden iets radicaal serieus moeten zeggen: we zullen de oprichting van de nieuwe klasse niet langer beoordelen op basis van het aantal aanvragen dat we ontvangen.

GA 300A  inhoudsopgave

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3481-3278

.

.

.

.

 

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner lezen?

.

Steiner lezen?
.

In de ‘Seizoener’ winter 2025 wordt aan een vrijeschooljuf gevraagd: ‘Ben je antroposoof? 
Juf zegt: ‘Ik lees nauwelijks Steiner en ik denk vaak dat ik niet zo antroposofisch ben. Maar een collega zei eens dat ik veel antroposofischer werkte dan ik dacht. Misschien zit het wel meer in je handelen dan in wat je leest.’

Deze summiere opmerking houdt een reeks vragen in waar je lang over zou kunnen discussiëren.

Bv. moet je antroposoof zijn om vrijeschoolleerkracht te kunnen zijn.
Wat houdt dat in dan: antroposoof zijn.

Haar collega weet er kennelijk wel meer van: ‘dat ze veel antroposofischer werkte dan ze dacht.’

Maar wat is dat dan: antroposofisch werken.

Voor dit laatste lezen we ook vaak: ‘vanuit de antroposofie’, d.w.z. met gezichtspunten als uitgangspunt die je ontleent aan Steiners visie op: vul maar een leef/werkgebied in, in ons geval de pedagogie.

En dan heb je Steiner nog buiten het werkveld van de pedagogie.

Al die jaren dat ik vrijeschoolleerkracht was, heb ik geprobeerd Steiner te lezen. Wat ik tegenkwam was voor mij verrassend, nieuw, herkenbaar of volkomen vreemd, verbijsterend zelfs. Toch richtte ik me als gevolg daarvan, met bepaalde gezichtspunten anders op mens en wereld, wat ik als ‘rijker worden’ heb ervaren. 

Maar eigenlijk was er veel te weinig tijd: vanuit school geredeneerd: het voorbereiden van de lessen; het bezig zijn met de ontwikkeling van je klassenkinderen; de vergaderingen en alle nevenactiviteiten.
Dan was er het gezin, de relatie, het te verbouwen huis. 

Een ongezonde situatie.

Ik geef juf wel gelijk: het gaat om het handelen, niet om het lezen. Maar ik voeg er onmiddellijk aan toe: juist door te lezen, wat ik nu beperk tot de pedagogische voordrachten, krijg je allerlei inzichten die je handelen sturen, richting vrijeschoolpedagogie. 
En dat is anders dan ‘een soort op goed geluk’, wat de ander ‘antroposofisch’ vindt.
Dat ‘op goed geluk’, of ‘intuïtief’ is zeker niet verkeerd. Sterker: in je eerste ‘rondje’ zal je daar het meest mee doen. 

In de loop van de jaren is het voor veel vrijeschoolleerkrachten steeds moeilijker geworden Duits te lezen.
Maar geen nood: inmiddels zijn vrijwel ALLE pedagogische voordrachten vertaald. Ook een aantal op deze blog:

Rudolf Steiner over pedagogie(k)
De in de Gesamtausgabe (GA) voorkomende pedagogische geschriften; de betreffende vertalingen in boeken of op deze blog.

De vakken

Als je voor het eerst of weer een periode gaat geven in een bepaald vak, is het niet te doen om in alle pedagogische voordrachten over dit vak te gaan zoeken.
Ik vond dat zelf jammer, hoewel ik nog kon putten uit de Duitse opmerkingen van Karl E.A.Stockmeyer die een verzameling opmerkingen per vak had gebundeld.*

Ik ben, in navolging van hem, dat ook voor ieder vak op deze blog aan het weergeven:

Zie hier: Rudolf Steiner over…..

Verder staan op deze blog talloze artikelen over allerlei vakken van collega’s uit het veld. Die lezen, is a.h.w. een goed gesprek voeren over het ontwerp.

Dat alles geeft je veel meer zekerheid, slagvaardigheid enz.

Ik kan zeggen: Steiner lezen geeft je pedagogisch handelen vruchtbare impulsen!

.
*Karl E.A. Stockmeyer: Rudolfs Steiners Lehrplan für die Waldorfschulen (1 en 2). In 2017 opnieuw uitgegeven met een iets andere titel.

.

Algemene menskunde: alle artikelen

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Opvoedingsvragenalle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3477-3274

.

.

.

.

.