VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner als pedagoog (1)

.

EEN CHOLERISCH KIND
Ooit had ik een jongen in de eerste klas die zeer snel boos werd.
Hij had iedere dag wel ruzie met andere kinderen en gebruikte snel zijn vuisten om de onmin te beslechten.

Ook gebeurde het dat hij met voorwerpen door de klas smeet. Hij deed alles zeer intens en heftig.

‘STÄRKE’ EN ‘ERREGBARKEIT’
Vanuit de optiek: hoe volhardend is hij in wat hij doet (het begrip Stärke) en hoe reageert hij op prikkels van buitenaf (het begrip Erregbarkeit) was hij een voorbeeldige cholericus.

Ik vond het erg moeilijk om met de ontstane situaties om te gaan.

Hoewel ik op mijn opleidingsinstituut voor onderwijzer les kreeg van opgeleide, gekwalificeerde pedagogiedocenten, was ‘het cholerische kind’ niet aan bod gekomen, laat staan hoe je met hem om moet gaan.

Ik stond er letterlijk, alleen voor. Het moeilijke van die situaties vond ik dat je MOEST handelen. Je kon niet niets doen. en ik weet nog goed, hoewel het 40 jaar geleden is, dat ik me nooit tevreden voelde met hoe ik het had ‘opgelost’. Dat was toch niet veel meer dan de cholericus stevig toespreken, hem desnoods op de gang zetten of in een andere klas brengen.

Vóór ik werkzaam werd op de vrijeschool, had ik slechts een korte cursus vrijeschoolpedagogie gevolgd waarbij lang niet alles aan bod was gekomen.

Ik besloot een grondige studie te maken van de temperamenten. Nu ik deze iedere dag om mij heen had, gingen praktijk en theorie hand in hand.

EEN AANWIJZING VAN STEINER
Op zeker ogenblik kwam ik een aanwijzing van Steiner tegen:

Beim cholerisch tobenden Kinde sollen wir nicht versuchen, es nicht zum Toben kommen zu lassen, sondern versuchen, seine to­benden Eigenschaften in einer solchen Weise zu behandeln, daß wir von außen dem Kinde in der richtigen Weise entgegenkommen. Nun ist es schwer, ein Kind sich immer austoben zu lassen. (  )

Beim cholerischen Kinde dagegen versuchen Sie innerlich teilnahms­los zu werden, mit kaltem Blut zuzuschauen, wenn es tobt. Versuchen Sie, wenn es zum Beispiel das Tintenfaß zur Erde schmeißt, diesem Toben gegenüber äußerlich so phlegmatisch, so gelassen wie möglich zu sein, durch gar nichts ergriffen zu sein! Und versuchen Sie, im Ge­genteil dazu, äußerlich möglichst viel von diesen Dingen mit dem Kinde in Teilnahme zu besprechen, aber nicht unmittelbar nachher! Zeigen Sie sich möglichst ruhig äußerlich und sagen Sie mit der mög­lichsten Ruhe: Du hast nun das Tintenfaß zerschmissen. Am anderen Tag, wenn das Kind selbst ruhig ist, besprechen Sie teilnahmsvoll die Sache mit ihm. Sprechen Sie darüber, was es getan hat, zeigen Sie die größte Teilnahme. Zwingen Sie so das Kind, hinterher die ganze Szene in seinem Gedächtnis zu wiederholen, durchzunehmen. Verurteilen Sie auch ruhig die Vorgänge, wie es das Tintenfaß auf den Boden gewor­fen, zerschlagen hat. Man kann auf diese Weise mit tobenden Kindern außerordentlich viel erreichen. Auf andere Weise bringt man sie nicht dazu, das Toben zu bekämpfen.
.

“Bij een kind dat cholerisch te keer gaat, moeten we niet proberen te verhinderen dat het zich uitleeft, maar juist proberen die zich heftig manifesterende eigenschappen aan te pakken door  het kind van buitenaf op de juiste wijze tegemoet te komen. Maar het is wel moeilijk om een kind zich altijd helemaal te laten uitleven.( )

Bij een cholerisch kind daarentegen probeert u innerlijk onaangedaan te blijven, koelbloedig toe te zien wanneer het zich aan het uitleven is. Probeer, als het bijvoorbeeld het inktpotje op de grond smijt, zo flegmatisch, zo rustig mogelijk te zijn en door niets, maar dan ook niets geraakt te worden. En probeer, in tegenstelling daartoe, uiterlijk zo veel mogelijk van die dingen geïnteresseerd met het kind te bespreken – maar niet onmiddellijk daarna. Wees uiterlijk zo rustig mogelijk en zeg met de grootst mogelijke rust: ‘Je hebt het inktpotje kapotgegooid.’ De volgende dag, als het kind zelf rustig is, bespreekt u de zaak vol belangstelling met hem. Bespreek wat het kind gedaan heeft op die manier om de hele scène achteraf in zijn herinnering te herhalen, nog eens langs te lopen. U kunt ook rustig het kapotgooien van het inktpotje op de grond, veroordelen. Men kan op deze manier bij wilde kinderen buitengewoon veel bereiken. Op een andere manier brengt men ze er niet toe hun wilde uitgelatenheid te bestrijden.”
GA 295/14-15
vertaald/15
(1)

Dit laatste kon ik al meteen uit de praktijk beamen.

IN DE PRAKTIJK
Die andere aanpak vond ik wel moeilijk. Ik merkte dat ik zelf ook wel wat choleriek had en dat ik geïrriteerd raakte door het gedrag van het kind.

De oproep van Steiner: ‘Je voor de klas nooit ergeren” [2] die ik later tegenkwam, heeft me duidelijk verder geholpen een houding aan te leren waarbij ik, van binnenuit, de rust kon vinden in een situatie waarin het cholerische kind weer een van zijn buien had.

Ik weet nog als de dag van gisteren dat ik, zij het aarzelend, toen de potloden door de klas waren gevlogen, zei:  “Nu liggen al je potloden op de grond en van sommige zijn de punten gebroken.”

De uitwerking was frappant:  er daalde een zekere rust in de klas. Ik vroeg een ander kind de potloden op te rapen en ging, uiterlijk onbewogen, verder met waarmee we bezig waren.

De andere dag heb ik het voorval met hem besproken, zonder de andere kinderen.

Er volgden in de loop van de jaren nog talrijke uitbarstingen, maar de tussenpozen werden steeds ruimer.

Ik probeerde hem met andere aanwijzingen voor het cholerische kind te helpen de negatieve kanten van de choleriek om te zetten in positieve.

Hoewel ik aanvankelijk veel fout had gedaan, leerde ik ook steeds meer.

Toen ik na 7 jaar afscheid nam van de klas, stond er in het afscheidsboek een briefje van ‘mijn cholericus’ met daarin de woorden: “Bedankt dat U me van mijn boze buien hebt afgeholpen”.

Ik vond het toen en vind dat nu nog, veel te veel eer, maar was er wel heel blij mee.

Het gaat hierom:
Wanneer een kind woedend is en jij benadert het ook woedend om het te dwingen, te leren, zich te beheersen, roep je eigenlijk, onbeheerst  met veel misbaar: “En ik zal je léren, je te beheersen!!!”

Op deze manier ben je slechts even ver als het kind en dat leert dus niets van je.

Op 04-11-14 in Trouw – ‘het gesprek’:
‘Mam, de juf heeft tegen mij geschreeuwd.
‘Wat schreeuwde ze dan?’
‘Dat ik niet zo moest schreeuwen.’
Theo Olthuis, Bergen NH

(1) uitg. 1989
(2) Ik heb nog niet kunnen achterhalen waar precies. In ieder geval staat er over ‘beheersing wel het e.e.a.in GA 10, vertaald.

 

Rudolf Steiner als pedagoog (2)    (3)    (4)

Temperamenten (menskunde en pedagogiek nr.15)

Rudolf Steiner over…: alle artikelen

9-7

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

11 Reacties op “VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner als pedagoog (1)

  1. Pingback: WAT STAAT OP DEZE BLOG | VRIJESCHOOL

  2. Pingback: WAT STAAT OP DEZE BLOG | VRIJESCHOOL

  3. Pingback: RUDOLF STEINER ALS PEDAGOOG (4) | VRIJESCHOOL

  4. Pingback: RUDOLF STEINER ALS PEDAGOOG (2) | VRIJESCHOOL

  5. Pingback: RUDOLF STEINER ALS PEDAGOOG (3) | VRIJESCHOOL

  6. Pingback: VRIJESCHOOL – RUDOLF STEINER ALS PEDAGOOG (inhoudsopgave) | VRIJESCHOOL

  7. Pingback: Ramon de Jonghe/Verachtert over ‘straf’ | steinerscholen.com gefocust

  8. Pingback: Ramon de Jonghe/Verachtert kwakzalvert | steinerscholen.com gefocust

  9. Pingback: VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over pedagogie(k) – GA 311 – voordracht 4 | VRIJESCHOOL

  10. Pingback: VRIJESCHOOL – Menskunde en pedagogie – temperamenten (15-2) | VRIJESCHOOL

  11. Pingback: Gezever als kritiek | kritiek op de vrijeschool

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s