Maandelijks archief: maart 2020

VRIJESCHOOL – Nu de kinderen thuis zijn…..bewegen

Op de vrijescholen wordt veel bewogen. Hoe jonger de kinderen, hoe meer behoefte ze eraan hebben.
Bewegen is ook een middel om mee en door te leren.
Er zijn allerlei bewegingspelletjes; er is gymnastiek en euritmie.

Digitale overdracht heeft zo zijn  beperkingen, maar ja, je moet wat, dus:….

Een geweldige oefening voor de coördinatie. Niet zo moeilijk zelf te maken:

Touwtjespringen                 hinkelen     

Dit is een momentopname uit een filmpje dat ik hier niet a;s filmpje kan plaatsen. (de link werkt niet)
Het meisje draait met haar rechterbeen een kleurig lint horizontaal rond en iedere keer springt ze daar met haar linkerbeen overheen.
Een heel goede oefening om linker- en rechtervoet/been te leren coördineren.

Met jongere kinderen oefenen in bewegings-coördinatie, de zgn. ‘lichaamsgeografie’:

Bij de lichaamsoriëntatie moet het kind direct uit het begrip handelen:
“pak met je rechterhand je linker schouder;
wijs met je linker wijsvinger je linkerknie aan.” Enz, enz.
“Beschrijf een cirkel met je rechterhand om je linkerhand; beschrijf 2 cirkels, met de ene hand naar de ene kant en met de andere hand naar de andere kant.” Enz.

Waarbij het tempo steeds verder wordt opgevoerd.

En passant leert het kind veel lichaamsdelen kennen: wreef, scheen, dij enz.

4e klas
Ook in de 4e klas gebruikte ik deze oefening om het kind te leren zich te oriënteren o.a. in de windrichtingen:

In de aardrijkskundeperiode hadden we een levensgroot “kompas” gemaakt van touw, boven ons hoofd, van muur tot muur. Aan de 8 touwen hingen kaarten met de namen: noordoost, zuidwest, noord enz.
Door eerst vast te stellen waar ’s morgens de zon te zien was, bepaalden we het oosten.
De kinderen wisten op den duur waar het noorden enz. was.

“Ga met je linkerschouder naar het zuidwesten staan; met je rug naar het noord-noordoosten”. Enz.

Meer  voorbeelden

De onovertroffen ‘pittenzakjes’

.

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner – wegwijzer (298)

 

In het geschreven werk van Rudolf Steiner, maar ook in zijn opgetekende voordrachten vind ik vaak uitspraken, die – enigszins los van hun verband – op zich een inhoud hebben waarover je lang kan nadenken. Een tijdlang zo’n zin regelmatig op je laten inwerken, kan tot gevolg hebben dat deze zin je in een bepaalde situatie plotseling invalt en dan een antwoord of een richting blijkt te geven voor waarmee je op dat ogenblik bezig bent.
Ze wijzen je een weg; misschien ‘de’ weg; en ze wijzen je weg van het alledaagse of geven je juist daarop een andere kijk.

‘wegwijzers’ dus

298
De natuur om ons heen is kunstzinnig scheppend. Pas als de mensen dit met kunstzinnige begrippen begrijpen, kan de wereldbeschouwing gezond worden. 

Denn dasjenige was uns als Natur umgibt, schafft künst­lerisch. Und ehe man nicht verstehen wird, daß dasjenige, was uns in der Natur rings umgibt, künstlerisches Schaffen ist und nur mit künstlerischen Begriffen erfaßt werden kann, kann kein Heil in unsere Weltanschauung hineinkommen.
GA 204/248
Niet vertaald

.

Rudolf Steineralle wegwijzers

Rudolf Steineralle artikelen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Palmpasen (10)

.

Loïs Eijgenraam, Vrije Opvoedkunst, nr. 1/2/ 2013
.

Palmpasen en Pasen vieren

Ouders die de jaarfeesten in hun gezin willen vieren, geven vaak aan het paasfeest een ‘lastig’ feest te vinden. Dood, opstanding… Hoe geef ik dit vorm met mijn kinderen als ik het feest zelf al niet kan begrijpen? leder jaar op de Academie voor Ouders is dit feest een onderwerp van gesprek. In dit artikel gaan we in op het palmpaasfeest en paasfeest.

Dit jaar (2013) vierden we op 24 maart palmzondag. De zondag voor Pasen is het palmzondag. Palmzondag herinnert ons aan Christus, die, gereden op een ezeltje, in Jeruzalem kwam.

In Jeruzalem vierden de mensen op die dag het joodse paschafeest. De mensen dachten dat nu eindelijk hun redder, hun koning daar was… Ze hadden immers over de wonderen gehoord, over genezingen, over redding en hoop. Ze spreidden mantels uit op de grond, trokken takken van de palmbomen en legden deze op de grond, en verwelkomden zo vreugdevol en hoopvol hun koning. Echter, Christus wilde niet een aardse koning zijn maar een koning die heerst zonder recht op land, status, eer.

Hij wilde een Koning zijn die de mensen de weg naar binnen toe wijst, de weg naar het warme hart. Een hart dat klopt vanuit een evenwichtige binnenwereld staande tussen de uitersten van het leven.

Al eeuwenlang, ongeveer vanaf de zevende eeuw, vieren mensen de palmzondag met palmprocessies. Waarschijnlijk is dit feest zo populair geworden omdat het aansloot bij een oeroude, heidense traditie om in de lente takken in het veld en de akker te steken als beeld van vruchtbaarheid voor het nieuwe oogstseizoen dat komen ging. De takken die bij de processie werden meegedragen, waren eerst in de kerk gewijd om zo dit heidens ritueel te kerstenen. Later ging men deze takken versieren met linten, vruchten, eieren en brooddeegfiguren. Net als bij het Sint-Maartenfeest is ook dit feest in de loop der tijden een kinderfeest geworden en lopen nu op vele plekken in het land op palmzondag, of op de vrijdag ervoor, kinderen zingend met hun palmpaasstok door het land. Zondag, de eerste dag van de week, de dag waarop men kan rusten van de werkweek die achter ons ligt en men zich kan voorbereiden op het nieuwe dat komen wil. De dag van de zon, de gouden Zon die iedere dag trouw de mensen warmte, kracht en licht schenkt.

In kindertekeningen is het beeld van de zon als alom aanwezig beeld te zien: bijna alle kleuters tekenen een zon boven aan hun tekenblad. Een eerste mensfiguur in de kindertekening lijkt vaak op een zonnetje.

Palmpaasstok

Kijken we naar de palmpaasstok waar de kinderen mee lopen dan zien we vele oude tradities zichtbaar worden: er zijn streken in Nederland waar met een enkele stok wordt gelopen, een kruisstok, een stok met vele dwarstakken. Vaak wordt er gekozen om jonge kinderen een stok te geven zonder een kruismotief. Dit vanuit de gedachte dat een jong kind nog niet zo verbonden is met het beeld van het kruis dat lijden uitdrukt. Echter, dit is geen wet van Meden en Perzen. Aan ouders op de Academie voor Ouders vraag ik altijd om zelf goed te kijken: wat neem je waar aan je kind? Waar kan je zelf een verbinding mee maken? Wat je als opvoeder innerlijk kunt voelen, dat voelen de kinderen en dan is het goed.

De stok wordt meestal versierd met kleuren-crêpepapier: rood en wit of kleuren groen en lichte lentetinten. Een cirkel van karton of pitriet, versierd met geel papier of een gouden zon, straalt als een zon vanaf de palmpaasstok de wereld in. Een ketting met gedroogd fruit hangt aan de stok. Aan de ketting zitten vruchten, gedroogd en bewaard uit het vorige oogstjaar, kiemdragend in het heden en beloftevol wachtend op de tijd dat het zaad in de akker weer tot vrucht kan worden. Hoewel… de vruchten aan de palmpaastakken verdwijnen meestal in de monden van de kinderen om daar vruchtbaar ander werk te verrichten en niet in de aardegrond. Aan het ei hangt soms een gehaakt netje met een uitgeblazen ei erin. Haken van een paasnetje voor eitjes aan de palmpaasstok:

1 —Haak 6 lossen.
2 —Haak een halve vaste in de eerste losse. Je hebt nu een ring.
3 —Haak 15 stokjes in de ring.
4 —Haak tussen elk stokje een stokje en een losse.
5 —Haak tussen elk stokje een stokje en twee lossen.
6 —Haak tussen elk stokje een stokje en drie lossen.
7 —Haak weer een stokje en drie lossen in elk gaatje, maar doe dit twee keer in het derde, zesde, negende, twaalfde en vijftiende gaatje, je hebt nu 20 stokjes met steeds 3 lossen.
8 —Haak continu door tot je zakje lang genoeg is. Ik heb ongeveer 17 rondes gehaakt, minder kan ook voor een kleiner zakje. Maak dan een schulprandje door in elk gaatje te haken: 1 vaste, 1 stokje, 1 dubbel stokje, 1 stokje en een vaste.

Ook worden er uitgeblazen eieren met een touwtje aan de stok gehangen. Het ei als beeld van de kiemkracht, van het nieuwe leven dat aan de palmpaasstok de wereld in gedragen mag worden.
Boven in de top prijkt een haantje en soms een zwaantje. Een zwaantje als beeld van de zuivere schone ziel van de mens. Het haantje als beeld van de oproep: mens wordt wakker, het is dag. Mens sta op! Niet alleen een opstaan aan het begin van de nieuwe dag maar ook een opstaan in onszelf. Ga je weg rechtop met de ik-kracht die de haan oproept. Een haantje moet wel gevoed worden, anders gaat hij dood. Het ik van de mens vraagt ook om voeding, anders verpieteren we innerlijk.

Zo wordt de palmpaasstok meer dan een tak die je als kind de wereld in draagt. Het wordt tot beeld van een tak van de levensboom waar ook jij mee verbonden bent.

Na zeven dagen is het Pasen. Voor jonge kinderen een feest waarin zij mogen beleven dat er overal in de wereld iets voor jou verstopt kan zijn, een geschenk met kiemkracht, nieuw leven. Als je goed zoekt kan je dit vinden in de ‘tuin van het leven’.

Jonge kinderen, in de leeftijd tot ongeveer 7-8 jaar, hebben veelal een andere verhouding tot leven en dood dan oudere kinderen en volwassenen. Daar waar volwassenen diep verdriet hebben en stil zijn, kunnen kinderen naast de kist van een gestorvene spelen, spelletjes doen, er bij weglopen en buiten gaan spelen om daarna het spel weer te hervatten. Jonge kinderen kunnen de aanwezigheid van een gestorvene nog voelen en erover vertellen. Vanaf ongeveer 9 jaar komt een kind anders tegenover de wereld en zichzelf te staan. Het realiseert zich dan dat iemand echt niet meer terugkomt als deze gestorven is. Ook je lieve konijn dat dood is gegaan, is niet te vervangen door een ander lief konijntje… uiteraard spelen hier temperamentverschillen in mee en gaat ieder kind daar anders mee om.

Op vrijescholen wordt vanaf klas 4, als de kinderen 9 jaar zijn geweest, het paasverhaal vertelt. Het sterven en de opstanding van Christus, Hemelvaart en Pinksteren worden verteld zonder ‘een kleur van emotie of sentiment of gekleurd vanuit een kerkelijke beleving of vormgeving’. Dit, opdat de kinderen later in vrijheid zelf op zoek mogen gaan naar wat Pasen hen te zeggen heeft.

Verhaal: ‘Het haasje in de maan’

“In een van zijn vele voorgaande levens, werd de toekomstige Boeddha geboren in het dierenrijk als haas. Wonend op zijn rustige plekje in het bos had de haas vriendschap gesloten met een otter, een aap en een jakhals. Zowel de haas als zijn drie vrienden hadden een hoge staat van bewustzijn bereikt. Het was op één van de vastendagen dat het haasje zei: ‘Wij moeten geen voedsel tot ons nemen. Maar als iemand ons vraagt om voedsel, dan moeten we geven wat we hebben.’

Diezelfde dag ving de otter een grote vis, de jakhals had een stuk vlees gevonden en de aap had in een mangoboom prachtige vruchten geplukt. Alleen de haas zat in zijn hol te piekeren. Hij had enkel hard gras dat niemand verder lustte. Dus besloot hij zijn eigen lichaam te geven als iemand daarom vroeg.

Op dat moment zat Indra (de god van mededogen) op zijn goddelijke troon, en weende om zoveel mededogen van de haas. Hij besloot de haas op de proef te stellen. Indra veranderde zichzelf in een Brahmaan en ging naar de otter om voedsel te vragen. Zonder aarzeling gaf de otter zijn mooie vis weg. Toen de Brahmaan bij de jakhals en de aap om voedsel vroeg, gaven ook zij hun vlees en fruit weg. Tot slot ging de Brahmaan naar de haas en zei: ‘Beste haas, heb jij wellicht enig voedsel over voor mij?’ De haas was buitengewoon blij een ander blij te kunnen maken. ‘Verzamel wat hout om een vuur te maken en vertel me wanneer het goed brandt.’
Indra deed wat de haas gezegd had, en toen het vuur goed brandde sprong de haas, de toekomstige Boeddha, in het vuur. Een groot gevoel van gelukzaligheid vulde zijn hart. Groot was echter zijn verbazing toen hij bemerkte dat het vuur helemaal niet heet was. ‘Wat heeft dit te betekenen, waarom verbrand ik niet?’ vroeg de haas aan de Brahmaan. Toen vertelde Indra wie hij werkelijk was en dat hij de edelmoedigheid en mededogen van de haas op de proef wilde stellen. ‘Dat had niet gehoeven,’ reageerde het haasje, ‘wie mij ook op de proef zou stellen, niemand zou mij erop kunnen betrappen dat ik iets met tegenzin zou geven, zelfs niet als het om mijn eigen lichaam ging.’
Indra was verbaasd van zoveel wijsheid. Hij pakte een berg en kneep die uit, en met het sap tekende Indra een haasje op de maan. Hetzelfde haasje is nu nog steeds te zien.

Toen keerde Indra terug naar de hemel en het haasje keerde ongedeerd terug naar zijn plek in het bos…

.
*Met toestemming van de auteur Loïs Eijgenraam

Boeken van de auteur

Website Loïs Eijgenraam

School voor antroposofische kinderopvang

Palmpasen en Pasenalle artikelen
.
VRIJESCHOOL in beeldPalmpasen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

..

VRIJESCHOOL – Rekenraadsel (nieuw)

.

Zo tegen de leeftijd van ruwweg 12 jaar begint in de meeste kinderen het nieuwe vermogen te rijpen om te kunnen denken in een ‘oorzaak – gevolg’- verband.

Er is een bepaald abstraherend vermogen voor nodig dat een mens ‘van nature’ ontwikkelt en als dat er dan is, kun je het gebruiken en dan kun je het ook inzetten om problemen op te lossen. Door met die problemen bezig te zijn, is daar soms plotseling het ‘aha-beleven’.

Oplossing later

 

Alle taalraadsels

Alle rekenraadsels

Alle breinbrekers

Alle ‘gewone’ raadsels

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Nu de kinderen thuis zijn….verhalen (1-1)

.
In alle klassen van de vrijescholen worden dagelijks verhalen verteld – niet voorgelezen – maar vrij voor de kinderen staand, verteld.
Er is meestal wel een voorleesboek ook, maar dat valt niet onder ‘vertellen’; daar is de vertelstof voor. Die is voor iedere klas anders.

Maar nu de kinderen thuis zijn, wordt dat iets moeilijker. 
Leerkrachten doen hun best ‘de verhalen’ aan de kinderen te vertellen, maar de media die ter beschikking staan, halen het niet bij het ‘echte vertellen’.

Toch verschijnen er mooie verhalen, zoals deze hier:

Let op, hoe rustig en goed articulerend deze ervaren vrijeschoolleerkracht vertelt. Belangrijk, deze rust en vooral de articulatie: als de kinderen de woorden goed uitgesproken krijgen te horen, gaat (later) het schrijven ervan makkelijker.
Zie daarvoor bv. ‘Dyslexie en touwtjespringen‘.

En deze:

Met werkelijk prachtige illustraties van de verteller!

Bron: BVS schooladvies

Nu de kinderen thuis zijn…..alles wat verzameld is

.

Achtergronden bij de vertelstof op de vrijeschool

 

VRIJESCHOOL – Nu de kinderen thuis zijn…(0-4)

,

PEUTERS/KLEUTERS

SPROOKJES

Vraag: moet je 3-jarigen sprookjes vertellen?
Nog maar niet: te ingewikkeld, te lang, (en vrijeschoolkinderen krijgen er de volgende jaren nog genoeg te horen)

Wélbakersprookjes en herhaalverhaaltjes zijn geschikter,

En voor de 4-jarigen?
Een ervaren kleuterjuf: “zoete pap, de sterrendaalders, Roodkapje, vrouw Holle, Doornroosje, het ezeltje en repelsteeltje (alle van Grimm)
Ik lees ze niet voor, ik vertel ze, dan kun je in toon en woordkeus wat beter aansluiten bij de ‘toehoorders’. En ik kies maar 1 sprookje per week, ik herhaal dus veel.
Daarnaast vertel ik herhaalverhaaltjes en lees ik prentenboeken voor.”

Achtergronden en uitleg bij sprookjes

Mooie sprookjesafbeeldingen

Nu de kinderen thuis zijn…..alles wat verzameld is

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Nu de kinderen thuis zijn…..alle artikelen

.

Nu de kinderen thuis zijn en het geen ‘echte’ vakantie is, is het logisch dat ze thuis op de een of andere manier ‘schoolwerk’ doen.

Leerkrachten doen hun uiterste best om materiaal bij de kinderen te krijgen. Het begrip ‘huiswerk’ krijgt ineens een bijzondere lading.

Bij de ouders ontstaan allerlei vragen, o.a. hoe moet ik dit alles begeleiden. Wat kan ik doen.
Ze worden ondersteund door de leerkrachten van hun kind(eren). Hun juf of meester stuurt elke dag opdrachten e.d.
Dat kan nooit het ‘echte’ vrijeschoolonderwijs vervangen, maar ja, je moet wat.

De artikelen waarnaar hier wordt verwezen, komen voornamelijk van de Facebookgroep ‘vrijeschool’. Daar dreigen ze in de hoeveelheid ten onder te gaan en moeilijk terug te vinden.
Hier zal ik de in mijn ogen belangrijkste archiveren; daarnaast zal ik zelf regelmatig aanvullingen geven.
Dit alles is slechts bedoeld als aanvulling op wat de leerkrachten geven en hier en daar zullen er overlappingen zijn. 

Er 0ntstaan ‘overal’ leuke ideeën. Je moet als ouder wel net weten, waar je die dan kan vinden. 

Ik zal op deze blog proberen e.e.a. te bundelen, ernaar te verwijzen.

Er komt ook een lijst met namen en onderwerpen op alfabetische volgorde

Daar zal niet al te veel ‘systeem’ inzitten, al zal ik wel proberen zo ‘logisch’ mogelijk te rubriceren.
Ik weet ook niet wat er ‘morgen’ weer bijkomt.

Als je op de hoogte wil blijven, kun je je het beste op de berichtgeving van de blog gratis abonneren: dan komt ieder nieuw bericht in je mailbox. 
Rechtsonder in de kolom hiernaast vind je een aanmeldingsblokje.

Welke onderwerpen komen er langs:

(Link naar artikel via het ervoor staande cijfer}
0 heeft betrekking op peuters en kleuters
1-X= 1e klas; 2-X=2e klas enz.

peuters/kleuters

[0-1] Voorbeelden van ‘herhaalverhalen

[0-2Margo van Schie vingerspelletjes/handgebaren/leuke versjes

[0-3] Judith Komen leest ‘Bakersprookjes‘ voor.

[0-4] Geen sprookjes voor 3-jarigen; welke voor 4-jarigen?

In de peuter/kleuterklas: Nienke Kompagne: een spelletje (rustige kleuter/aanraken/woordenschat enz

VERHALEN

Geschikt voor de oudere kleuter, 1e- en 2e-klasser

[1-1] Paul van Meurs: Vogel Vuur en Koen en Vrees – 2 prachtig vertelde én geïllustreerde verhalen.

 

Inhoudsopgave wordt uitgebreid

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.