VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over het leerplan van klas 11

.

Voor een goed begrip van het leerplan, de leerstof e.d. is het zeer aan te bevelen de artikelen: Rudolf Steiner over het leerplan en Rudolf Steiner over het kind, de leerkracht, ontwikkeling, lesstof en leerplan eerst te lezen.

In de pedagogische voordrachten GA 293 – 311 is relatief maar weinig meegedeeld over de leerstof op zich. Veelal wordt deze besproken in samenhang met de ontwikkeling van het kind.
Uit deze voordrachten volgt hier wat er over de leerstof van de 6e klas kan worden gevonden.

Het is raadzaam ook even terug te kijken bij wat er aan een voorafgaande klas over het vak werd gezegd; vaak is er sprake van ‘voortzetting van wat in vorige jaren is aangelegd’.

Met name voor de 1e bovenbouwklassen – de onderbouw bestond uit de klassen 1 t/m 8, merk je hoe er gezocht werd naar zinvolle lesstof. In Duitsland, maar ook in Nederland is e.e.a. toch op een andere manier tot ontwikkeling gekomen.
.

LEERSTOF VAN KLAS 11
.

Aardrijkskunde

Nun möchte ich, daß Sie die Verbindung herstellen zwischen Meßkunde und Geographie. damit die Kinder eine genaue Vorstellung bekommen davon, was die Mercator-Weltkarte ist. Dazu brauchen Sie auseinanderzusetzen, wie durch eine besondere Kunst der Pariser Meterstab zustande gekom­men ist.

Nu zou ik willen dat u de verbinding legt tussen aardrijkskunde en meetkunde, zodat de kinderen een precieze voorstelling krijgen van de Mercatorwereldkaart. Daarbij moet je ook uitleggen hoe door een bijzondere kunst de Parijse meter tot stand is gekomen.
GA 300B/105
Niet vertaald

Algebra

Es wird gefragt nach dem Lehrplan der 11. Klasse in Algebra.
Dr. Steiner: Ich habe die Sache so angegeben, daß ich gesagt habe, es sollte der Stoff soweit behandelt werden, daß man kommt bis zum Verständnis des Carnotschen Lehrsatzes und seiner Anwendungen. Damit ist der ganze Lehrplan gekennzeichnet. Da ist viel Algebra darin. Da hat man notwendig viel Algebra, Reihenlehre, Funktionen und so weiter. Es kann schon bei diesem Lehrplan bleiben. Daß man ihnen Aufgaben geben kann, bei deren Lösung sie den Carnotschen Lehrsatz nach allen Seiten beherrschen müssen.

Er wordt gevraagd naar het leerplan van de 11e klas voor algebra.

Dr.Steiner: Ik heb dit zo aangegeven dat ik heb gezegd, dat de stof zover behandeld moet worden, dat je komt tot het begrijpen van de wet van Carnot en de toepassingen daarvan. Daarmee is het hele leerplan gekarakteriseerd! Er zit veel algebra in. Dan heb je veel algebra nodig, reeksen, functies enz. Het kan wel bij dit leerplan blijven. Dat je ze opdrachten kan geven waarbij ze voor de oplossing de wet van Carnot in elk opzicht moeten beheersen.
GA 300C/87
Niet vertaald

Man strebt, sagen wir zum Beispiel in der Mathematik, nach dem, was wir in der Konferenz charakterisiert haben, nach der Erkenntnis des Carnotschen Lehrsatzes. Nun ist es von außerordentlich großem Nutzen, die Gelegenheit nicht vorübergehen zu lassen, jede Beziehung, die sich ergeben kann zwischen dem Carnot­schen Lehrsatz und dem gewöhnlichen Pythagoreischen Lehrsatz, mit den Kindern in allen Einzelheiten durchzugehen, so daß das Urteil geradezu angeregt wird, wie eine Metamorphose des Pythagoreischen Lehrsatzes in dem Carnotschen Lehrsatz vorliegt; also dieses Zurück­greifen zu pflegen auf dieses früher in der Anschauung Gepflegte, das man in der Mathematik ebensogut berücksichtigen kann wie im Re­ligionsunterricht, im Grunde genommen auf allen Gebieten.

Je streeft, bv. in de wiskunde, volgens wat we in de vergadering gekarakteriseerd hebben, naar het kennen van de wet van Carnot. Nu is het buitengewoon nuttig om de gelegenheid niet voorbij te laten gaan, iedere relatie die kan ontstaan tussen deze wet en de gewone stelling van Pythagoras met de kinderen tot in alle details na te lopen, zodat het oordeel gestimuleerd wordt hoe in de wet van Carnot een metamorfose zit van de stelling van Pythagoras; dus het teruggrijpen behandelen van wat eerder al in het waarnemen werd behandeld, wat je in de wiskunde net zo goed kan doen als in het godsdienstonderwijs, eigenlijk op elk gebied.
GA 302A/79
Niet vertaald

Biologie

In der Naturgeschichte, da würde es darauf ankommen, in diesem Lebensalter die Zellenlehre zu behandeln. Und dann, nicht wahr, nicht gerade so ausführlich, aber indem man charakteristische Pflan­zen nimmt von den niedersten bis zu den Monokotyledonen, von unten auf. Aber doch immerhin schon auf die Dikotyledonen ver­weisen, daß man Parallelen zieht zwischen Blüten und Pilzen. Immer das Mycel berücksichtigen, die Sporenbildung. Wenn man Stockbildungen schildert, muß man auch das Mycel berücksichtigen. Teleologie, den Zusammenhang der einzelnen Glieder der Organi­sation auf ein vernünftiges Verhältnis bringen; Wechselursachen­Verhältnis, nicht rein kausale Verhältnisse. Die Zellenlehre so behan­deln, daß man sie kosmologisch behandelt.

Bij biologie komt het erop aan, op deze leeftijd de leer van de cellen te behandelen. Maar dat niet zó uitvoerig, maar wanneer je karakteristieke planten neemt van de laagste tot eenzaadlobbigen, van onderop. Maar wel al verwijzend naar de tweezaadlobbigen, dat je parallellen trekt tussen bloeiplanten en paddenstoelen. Steeds het mycelium noemen, de vorming van de sporen. Wanneer je het stekken schetst, moet je ook rekening houden met het mycelium. Teleologie, de samenhang van de losse delen van het organisme in een logisch verband zetten; oorzaken van verandering, niet alleen maar causale samenhangen. De leer van de cellen zo behandelen dat het ook kosmologisch is.
GA 300B/103-104
Niet vertaald

Man sollte niemals für den Schüler des Lebensalters, von dem wir jetzt sprechen, die Zellenlehre vorbringen, ohne sie an die Kosmologie anzureihen, wirklich auch das­jenige, was in der Zelle vorgeht, als eine Art kleinen Kosmos zu be­trachten. Natürlich darf nichts anderes vorgebracht werden als das­jenige, was man sich selber als Anschauung gegenüber dem Zellkern, den verschiedenen Körperchen, die da in der Zelle sind, als Überzeu­gung angeeignet hat.

Je moet nooit voor de leeftijd waarover we nu spreken de cellenleer behandelen zonder die in samenhang te brengen met de kosmologie; juist ook wat er in de cel gebeurt als een kleine kosmos te zien. Natuurlijk mag je niets anders geven dat wat je zelf wat betreft de celkern, de verschillende lichaampjes in de cel, als een eigen inzicht hebt verworven.
GA 302A/78-79
Niet vertaald

Euritmie

Jetzt wäre natürlich dann zu berücksichtigen, daß man im eurythmi­schen und im musikalischen Unterricht gerade für dieses Lebensalter zu einer gewissen Geschmacksbildung hinüberkommt; dazu, daß die Dinge hineinverwoben werden ins Geschmacksurteil. Man braucht nicht viel Neues aufzunehmen an Inhalten, aber die Dinge zum Geschmacksurteil zu bringen. In der Eurythmie, da wäre es gut, wenn ein gewisser Einklang wäre. In der Ästhetik wird man den Stil zu betrachten haben an bestimm­ten Dichtungen. Wenn die zugleich in der Eurythmie durchgenom­men würden, das wurde viel helfen, wenn man in der Eurythmie anknüpfen würde an den Stil von Gedichten. Sie können finden, daß

Nu moeten we ook in ogenschouw nemen dat we bij het euritmie- en het muziekonderwijs met name voor deze leeftijd tot een bepaalde ontwikkeling van de smaak komen; dat de dingen samengaan met een oordeelsvorming over smaak. Je hoeft niet veel nieuwe dingen te brengen, maar de dingen tot een smaakoordeel.
Bij euritmie zou het goed zijn wanneer er een bepaald samengaan zou zijn. Bij esthetica moet je naar de stijl kijken van bepaalde gedichten. Wanneer die tegelijkertijd in de euritmie behandeld worden, zou het aanknopen van de euritmie aan de stijl van gedichten erg helpen. Je kan in het ene of het andere gedicht ontdekken dat er stijlfinesses inzitten. De kunstgeschiedenisleraar zal het gedicht willen gebruiken om een sonnet te verduidelijken. Sonetten van Shakespeare en van Hebbel vind je bij de euritmievormen waarop ik gewezen heb. U zal de stijl als heel verschillend ervaren, omdat het direct aangepast is aan de stijl. Daar moet ook de leraar die de esthetica behandelt, rekening mee houden.

das eine oder andere Gedicht sich besonders geeignet gemacht hat, und da wird man finden, daß da Stilfinessen darin sind. Der Lehrer für den Kunstunterricht wird das Gedicht verwenden wollen, um ein Sonett zu zeigen. Sonette von Shakespeare und von Hebbel werden Sie bei den von mir berücksichtigten Eurythmieformen finden. Sie werden die Form ganz verschieden finden, weil das unmittelbar an den Stil angepaßt ist. Das wäre auch vom Ästhetiklehrer zu berück­sichtigen.

Frau Dr. Steiner: Ich würde empfehlen, die ,,Zwölf Stimmungen” von Dr. Steiner zu berücksichtigen.

Dr. Steiner: Es ist einmal gemacht worden, daß diese ,,Zwölf Stim­mungen” auf die Astrologie geprüft worden sind. Es ist direkt kos­misch. Das ist etwas, was sowohl in der Stillehre behandelt werdenkann wie auch in der Eurythmie. Es ist fast jede Silbe selbst in ihren Tönen daraufhin stilisiert. Sie können das innere Stilisieren dabei überall finden. Objektive Stilbildungen. Das könnte auch einmal komponiert werden. Streng objektiv zu lesen, da wurde manches herauskommen. Es könnte von erwachsenen Kindern zu einem Fest gemacht werden.

Mevrouw Steiner: Ik zou de ‘twaalf stemmingen’ van Dr.Steiner willen noemen.

Dr. Steiner: Deze twaalf stemmingen zijn een keer onderzocht i.v.m. de astrologie. Die zijn kosmisch. Dat is iets wat zowel bij de stijlleer behandeld kan worden, als bij de euritmie. Bijna iedere lettergreep zelf heeft bij de tonen de passende stijl meegekeregen. Overal kan je die innerlijke stijl vinden. Objectieve stijlvorming. Dat kan een keer gecomponeerd worden. Streng objectief lezen, dan kan er veel uitkomen. Dat kan door opgegroeide kinderen tot een feest worden gemaakt.
GA 300B/106
Niet vertaald

Geschiedenis

Dann ist es gut, wenn man gleichzeitig das Geschichtliche derselben Zeit behandelt, aber für dieses Lebensalter durchaus Folgerungen zieht für die Gegenwart; an die Gegenwart anknüpft, und den Kin­dern beibringt, welche Gestalten der jetzigen Geschichte ähnlich sind älteren Gestalten und namentlich, welche unähnlich sind und ähnlich sein sollten. In dieser Weise eine Art Urteilsfällung hinein­bringen in die ganze Sache. Das muß berücksichtigt werden, damit das ganze 19. Jahrhundert für die Kinder im Aufbau aus früheren Jahrhunderten erwächst.

Dan is het goed als je tegelijkertijd (zie literatuur) de geschiedenis van dezelfde tijd behandelt, maar voor deze leeftijd gevolgtrekkingen maakt voor deze tijd; bij deze tijd aansluiten en de kinderen bijbrengen welke figuren van de huidige geschiedenis op de oudere figuren lijken en welke dat juist niet doen en welke wél zo zouden moeten zijn. Op deze manier in alles een soort oordeelsvorming brengen. Je moet er rekening mee houden dat de hele 19e eeuw voor de kinderen tevoorschijn komt uit de eeuwen daarvoor.
GA 300B/102
Niet vertaald

In der 11. Klasse muß man Geschichte des Mittelalters treiben. Sie werden nicht erreichen, daß sich die Jungen ein Verständnis vom Parzival aneignen, wenn Sie keinen geschichtlichen Überblick geben. Man muß doch an die Zeit historisch anknüpfen.

In de 11e klas moet je geschiedenis van de middeleeuwen geven. Je geeft de jonge mensen geen begrip van Parzival wanneer je geen geschiedkundig overzicht geeft. Je moet historisch bij de tijd aanknopen.
GA 300C/66
Niet vertaald

Handenarbeid

Es wird gefragt nach dem Lehrplan der 11. Klasse in der Handarbeit.
Dr. Steiner: Da ist es so, daß in der Handarbeit Buchbinderei in Betracht kommt. Die Hauptsache ist, daß die Kinder ein Buch bin­den lernen, die Handgriffe. Buchbinderei und Kartonage fabrikation. Es sollte im Handarbeitsunterricht auch Plätten und Rollen von Wäsche gemacht werden. Können die Kinder Holz hacken?

Er wordt naar het leerplan voor de 11e klas van handenarbeid gevraagd.

Dr. Steiner: Voor handenarbeid komt boekbinden in aanmerking. Hoofdzaak is dat de kinderen een boek leren inbinden, wat ervoor nodig is. Boekbinderij en het fabriceren van karton. Er moeten ook platen en rollen van was gemaakt worden. Kunnen de kinderen hout hakken?
GA 300B/89
Niet vertaald

daß in diese Klasse hineinkommen muß Buchbinderei und Kartonage,

Dat er in deze klas boekbinden en cartonnage komt.
GA 300B/98
Niet vertaald

Kunstgeschiedenis

X.:    Was soll im Kunstunterricht in der 11. Klasse durchgenommen werden?

Dr. Steiner: Es wäre schon durchaus eine Möglichkeit, daß man mit ihnen so etwas wie die Kunst im Zusammenhang mit der ganzen Kulturentwicklung durchnimmt, daß man da herankommt an ein gutes Verständnis. Wenn man sie aufmerksam macht, warum ent­steht die Musik, wie wir sie heute auffassen, verhältnismäßig spät? Was nannte man bei den Griechen Musik und so weiter, diese Sachen. Nun ist ja natürlich, daß man dann, nicht wahr, diese Dinge noch genau bespricht, die heute im Deutschen vom literarischen Stand­punkt angedeutet worden sind. Warum beginnt die Landschafts­malerei in einer gewissen Zeit? Namentlich diese Fragen. Dann Kunst und Religion, vom künstlerischen Standpunkt aus.

X: Wat moet er in de 11e klas aan kunstgeschiedenis worden behandeld?

Dr. Steiner: Het zou zeker een mogelijkheid zijn dat je met hen zoiets als kunst in samenhang met de hele cultuurontwikkeling doorneemt, dat daar een goed begrip voor wordt verkregen. Wanneer je hen er opmerkzaam op maakt waarom de muziek zoals wij daar nu over denken, in verhoudig zo laat is ontstaan. Wat noemde men bij de Grieken muziek, enz. deze dingen. En je moet natuurlijk de dingen die tegenwoordig in het Duits vanuit een literair standpunt geduid worden, bespreken. Waarom begint men in een bepaalde tijd landschappen te schilderen? Die vragen dus. Dan kunst en religie, vanuit het standpunt van de kunst.
GA 300B/90
Niet vertaald

Dann wird für diese Klasse im ästhetischen und Kunstunterricht Poetik, Metrik, Betrachtung des Stiles zu pflegen sein, wobei man nicht bloß stehenzubleiben braucht beim schriftstellerischen Stile, sondern auch weiter ausgreifen kann auf den Stil in anderen Kün­sten, im Musikalischen und Plastischen. Ich würde durchaus für das letzte Drittel von der Stildefinition von Gottfried Semper ausgehen, die sehr abstrakt ist, und würde an ihr zeigen, wie man andere Stil­charakteristiken heranbringen kann an die Kinder.

In deze klas moeten bij het esthetische en bij het kunstonderwijs de dichtkunst, metrum, stijl behandeld worden, waarbij je niet alleen moet blijven staan bij de stijl van schrijven, maar ook de stijl van de andere kunsten erbij, in de muziek en de beeldhouwkunst. Ik zou zeker uitgaan van het laatste derde deel van de stijlopvatting van Gottfried Semper, die zeer abstract is en zou daaraan laten zien hoe je aan de kinderen andere stijlkarakteristiek kan geven.
GA 300B/102-103
Niet vertaald

Literatuur

Dr. Steiner: Nicht wahr, für die jetzige 11. Klasse kommt zunächst in Betracht ein literarisch-geschichtlicher Unterricht. Nun wollen wir so aufbauen, daß wir in der Besprechung dasjenige, was neu auftreten soll, anschließen an das, was in der 10. Klasse bewältigt worden ist. Was haben wir bewältigt? – Nibelungenlied, Gudrun, Metrik, Poetik. – Nun ist dasjenige, was über Metrik und Poetik abgehandelt werden soll für diese Klasse, das was ich gestern als das Ästhetische beim Kunstunterricht genannt habe, zu erweisen. Zuerst ist jetzt für die Literatur das Literarische in den Vorder­grund zu stellen, und zwar so, daß Sie versuchen, vom Nibelungen­lied und Gudrun den Übergang zu schaffen zu den großen Dich­tungen des Mittelalters, ,,Parcival”’ ,,Armer Heinrich”, und zu die­sen Dingen. Vor allem versuchen Sie, über diese Dinge bei den Kin­dern durch kursorische Behandlung zunächst eine geschlossene Vorstellungswelt hervorzurufen, so daß die Kinder die Parzival-Sage kennenlernen, und dasjenige, was sie im Original pflegen, als Probe aus der Gesamtheit empfinden.

Dr. Steiner: Voor de huidige 11e klas komt eerst een literair-historisch onderwijs in aanmerking. Nu willen we dat zo opbouwen dat wij wat nieuw moet zijn in het bespreken aan laten sluiten bij wat in de 10e klas geleerd moet worden. Wat hebben we geleerd? Nibelungenlied, Gudrun, metriek, poëtica. Eerst moet gewezen worden op wat voor deze klas tot een afsluiting moet komen bij metriek en poëtica, wat ik gisteren het esthetische bij het kunstonderwijs heb genoemd (zie kunstonderwijs). U probeert vanuit het Nibelungenlied en Gudrun de overgang te maken naar de grote dichtwerken van de middeleeuwen, ‘Parzival’, ‘Arme Hendrik’, enz. U probeert vooral bij de kinderen voor deze dingen door een cursorische behandeling eerst een gesloten voorstellingswereld op te roepen, zodat de kinderen de Parzivalsage leren kennen en wat ze in het origineel behandelen, als een proeve vanuit het geheel ervaren.
GA 300B/102
Niet vertaald

GA 300B/211             over Parceval

Nicht wahr, im Religionsunterricht und im historischen Unterricht würde ja die Behandlungsweise das Wesentliche sein. Es wird darauf ankommen, wie man ihn in dem einen Falle und in dem anderen Falle behandelt. Man wird im Religionsunterricht den Hauptwert darauf zu legen haben, daß die drei Stufen zum Beispiel bei Parzival besonders stark herauskommen: Erstens der gewisser­maßen Unschuldszustand des Menschen, wenn er in der Dumpfheit lebt; dann der zweite, der Zweifelzustand des Herzens, ,,Ist zwifel herzen nachgebür, das muoz der sìle werden sür”; dies als zweites Stadium. Als drittes Stadium die innere Gewißheit und Sicherheit, das, was er erreicht, die saelde.
Das wird man im Religionsunterricht besonders herausarbeiten, und wird die ganze Sage daraufhin zuspitzen und auch zeigen, daß das doch im Grunde genommen in der Zeit, in der noch Wolfram seinen ,,Parzival” schreibt, eine durch gewisse Schichten der Bevölkerung hindurchgehende fromme Anschauung war, daß der Mensch diese drei Stufen in seinem Seelenleben hat. Daß das eine Gestaltung war, die als eine richtige Form angesehen worden ist, so zu denken über die Entwicklung der Menschenseele. Man kann von dem Parallelis­mus sprechen, der fast gleichzeitigen Erscheinung Wolframs und Dantes; aber bei Dante ist das ganz anders. Wenn man darauf eingeht, hat man den Stufen eine religiöse Färbung zu geben.

Bij godsdientsonderwijs en bij geschiedenis is de manier van behandelen het wezenlijke. Het komt erop aan hoe je hem in het ene geval en in het andere geval aan de orde stelt. Bij godsdienst moet de nadruk komen te liggen op de drie fasen die bij Parzival bijzonder sterk naar voren komen: ten eerste de in zekere zin onschuldige fase van de mens, wanneer hij zonder betrokken te zijn, leeft; dan de tweede, de twijfeltoestand van het hart,’Ist zwifel herzen nachgebür, das muoz der sìle werden sür” dit als tweede stadium. Als derde de innerlijke zekerheid, wat hij bereikt, de saelde.
Dat moet je in het godsdienstonderwijs vooral uitwerken, en met de hele sage  daarnaar toewerken en ook laten zien dat dit toch eigenlijk in de tijd waarin Wolfram nog zijn Parzival schreef, in bepaalde lagen van de bevolking een vrome opvatting leefde, dat deze drie fasen in het zielenleven van de mens zitten.
Dat dit gezien werd als een denken over de ontwikkeling van de ziel dat juist is. Je kan over de gelijktijdigheid spreken van wat bij Wolfram en bij Dante verschijnt; bij Dante is dat wel iets heel anders. Wanneer je daarop ingaat, moet je de fasen een religieuze nuance geven.

Blz. 212

Im Literatur- und Geschichtsunterricht wird man darauf aufmerk­sam machen, wie das aus einem früheren Stadium hervorgeht und in ein späteres überläuft. Wie die Laienschaft bis zum 9., 10. Jahrhun­dert eigentlich in einer vollständigen Dumpfheit der erleuchteten Priesterschaft folgte, auch mit Recht. Wie dann das Parzival-Problem dadurch eintritt, daß nun die Laienschaft selbst auch teilnehmen wollte an dem, was durch die Priesterschaft gegeben wird. Wie also tatsächlich selbst in einem solchen Stande, wie der ist, aus dem der Parzival herauswächst, wie der Mensch der Laie, dem Priester gegen­über tatsächlich so dasteht, wie Wolfram von Eschenbach selbst. Schreiben kann er noch nicht. Aber im inneren Seelenleben nimmt er intensiv teil.
Wolfram ist eine historisch interessante Erscheinung. Dieser ganze Übergang, daß er nicht schreiben kann, daß das äußere Bildungs­wesen noch nicht angeeignet ist vom Laientum, daß aber das seeli­sche Erleben durchaus da ist. Und daß es also eine historische Bedeu­tung hat, der Kleriker ist der Schreiber, das heißt der, der schreiben kann. Im ,,Faust”, noch bis ins 16. Jahrhundert ragt

In het literatuur- en geschiedenisonderwijs moet je erop wijzen hoe dat uit een eerder stadium voortkomt en overgaat naar een latere fase. Hoe de groep leken tot de 9e, 10e eeuw eigenlijk in een volslagen geestelijke dofheid de priesters volgde, ook wel terecht. Hoe dan het Parzivalprobleem z’n intrede doet, omdat de leken ook wilden gaan meedoen aan wat door de priesters gegeven werd. Hoe het dus feitelijk zo is dat zelfs uit zo’n stand waaruit Parzival komt, hoe de mens als leek in feite zo tegenover de priesters stond, als Wolfram von Eschenbach zelf. Hij kan nog niet schrijven. Maar innerlijk in zijn ziel neemt hij er intensief aan deel.
Wolfram is een historisch interessante verschijning. Deze hele overgang, dat hij niet kan schrijven, dat de leken nog niet aan de uiterlijke beschaving meedoem, dat het innerlijke beleven er zeer zeker is.
En dat het dus van historische betekenis is dat de geestelijke de schrijver is, d.w.z. hij die kan schrijven. In de ‘Faust’, nog tot in de 16e eeuw

es hinein, ,,Ich bin gescheiter als alle die Laffen, Doktoren, Magister, Schreiber und Pfaffen”. Schreiber sind die Kleriker, das sind diejenigen, welche das äußere Bildungszeug beherrschen. Das wird erst anders durch die Buchdruckerkunst. Man hat in der Parzival-Kultur die Vorläufer der später aufkommenden Buchdruckkultur.
Man wird versuchen, auf das Sprachliche einzugehen. Man bedenke, daß es aus dem Parzival ohne weiteres ersichtlich ist, daß solche Ausdrücke wie Dumpfheit, ,,in der Dämmerung, in der Dummheit leben”, noch ein anschaulicher Ausdruck sind in der Zeit, wo man es empfindet. Bei Goethe empfindet man die Dumpfheit wie Kokette­rie. Nicht wahr, Goethe hat vielfach das, er redet das Schwanzwedeln des Hundes an als das Zweifeln, was zum Beispiel im ,,Faust” nichts anderes heißt, als, er wedelt mit dem Schwanz. Nun, nicht wahr, dieses Zweifeln, daß das zusammenhing mit dem Entzweigehen, und daß der Schwanz des Hundes nach der linken und nach der rechten Seite geht und den Hund teilt, das wird später gar nicht mehr emp­funden. Das Seelische ist bereits vollständig abstrakt geworden, während Goethe es als das letzte Konkrete empfindet. Das hängt damit zusammen, daß Goethe eigentlich das Parzival-Problem noch einmal aufgreift in seinen nicht vollendeten ,,Geheimnissen”. Das ist genau dasselbe Problem, und, nicht wahr, dann kann man tatsächlich übergehen dazu, wie diese Dinge sich verändern. Da kommen sie dann schon auf innere Weise herauf .

is er het: ‘ik ben knapper dan alle dwazen, doktoren, magisters, schrijvers en paapsen’. De geestelijken zijn de schrijvers, dat zijn degenen die het instrument van de uiterlijke beschaving beheerden. Dat verandert pas met de boekdrukkunst. 
In de Parzivalcultuur zit de voorloper van de later opkomende boekdrukcultuur.
Je moet proberen op de taal in te gaan. Bedenk dat het uit Parzival zonder meer duidelijk is dat uitdrukkingen als ‘dofheid’, “in de schemer, in de dofheid leven”, nog aanschouwelijke uitdrukkingen zijn in de tijd waarin men die ervaart. Bij Goethe wordt de dofheid als koketterie ervaren. Niet waar, Goethe heeft vaak dat hij praat over het kwispelen van de hondenstaart als over twijfelen, wat bv. in de ‘Faust’ niets anders wil zeggen dan hij kwispelt met zijn staart. Maar, niet waar, dit twijfelen, dat samenhangt met in tweeën gaan en dat de staart van de hond naar links en naar rechts gaat en de hond in tweeën deelt, dat wordt later helemaal niet meer ervaren. Het gevoel is al helemaal abstract geworden, terwijl Goethe het nog als het laatste concreet beleeft.
Het hangt ermee samen dat Goethe het Parzivalprobleem nog een keer oppakt in zijn ‘Geheimnissen’ die niet zijn af gekomen. Het is precies hetzelfde probleen en dan kan je er in feite toe overgaan hoe deze dingen veranderen. Die komen dan op een innerlijke manier op.

Blz. 213

Nehmen Sie – warum soll man nicht auch sprechen von Goethes ,,Märchen von der grünen Schlange und der schönen Lilie”. Wahr­scheinlich haben Sie es getan, das sieht Ihnen ganz gleich. Warum soll man nicht Rücksicht nehmen, daß die Geschichte mit den Königen, aber bildhaft gleich, in der ,,Chymischen Hochzeit” bei Johann Valentin Andreä auftritt, wo Sie die Bilder der Könige auch haben. Wenn Sie da zurückgehen, werden Sie sehen, daß Sie auf ganz natur­gemäßeWeise auf Beziehungen der Artus-Sage und Gralssage kom­men. Sie kriegen das Esoterische der Gralssage und Artus-Sage und haben die ganze Eigenheit der Kulturarbeit, als eine innerliche auf­gefaßt, indem die Artus-Tafelrunde sich die Aufgabe gestellt hat, die Dumpfheit, den dumpfen Aberglauben bei den Leuten zu zerstören, und die Gralsburg sich die Aufgabe gestellt hat, das äußerliche Leben zu verinnerlichen in einer geistigen Weise. Man hat die Möglichkeit, den ,,Parzival” innerlich zu vertiefen, und auf der anderen Seite ihn in die Zeit hineinzustellen. Sie finden Andeutungen in den Zyklen, ebenso Andeutungen über den ,,Armen Heinrich”, der auch histo­risch beleuchtet werden kann, das Motiv der Opferwilligkeit. Die moralische Weltauffassung hatte man mit der physischen Weltauf­fassung in eins, was sofort verlorengeht im nächsten Zeitalter. Im 15. Jahrhundert könnte so etwas, wie der ,,Arme Heinrich”, nicht mehr geschrieben werden.

Waarom zou je niet ook spreken over Goethes ‘Sprookje van de groene slang en de mooie lelie’. Waarschijnlijk hebt u dat gedaan, het ziet er voor u hetzelfde uit. Waarom zou je niet ook erbij nemen dat de geschiedenis van de koningen, maar dan eveneens beeldend, voorkomt in de ‘Chymische bruiloft’ van Valentin Andreae, waar je ook de beelden van de koningen hebt. Wanneer je dan teruggaat, zal je zien dat je op een heel natuurlijke manier bij verbindingen komt tussen de Arthur- en de graalsage. Dan heb je het esoterische van de graalsage en de Arthursage en het heel eigene van het cultuurwerk heb je dan als iets innerlijks opgevat; wanneer Arthurs ronde tafel zich tot opdracht heeft gesteld de dofheid, het suffe bijgeloof van de mensen te doorbreken en de graalsburg zich tot opdracht heeft gesteld het uiterlijke leven te verinnerlijken op een geestelijke manier. Je hebt de mogelijkheid ‘Parzival’ innerlijk te verdiepen en anderzijds hem een plaats te geven in de tijd. In de voordrachten vind je aanwijzingen, ook over de ‘arme Hendrik’, die ook historisch belicht kan worden, het motief van de offerbereidheid. De morele wereldbeschouwing en de materiële heb je dan als een geheel, wat in de volgende tijdfase meteen verloren gaat. In de 15 eeuw zou zoiets als de ‘arme Hendrik’ niet meer geschreven worden.

Dann habe ich einen Vergleich gemacht zwischen dem Parzival und dem Simplicius von Grimmelshausen. In der Zeit dieses Christoffel von Grimmelshausen war man tatsächlich bereits so weit, daß man das Parzival-Problem nur noch humoristisch behandeln konnte. Man findet die Form noch im Simplizissimus in Nachklängen. Das ist literarhistorisch darin. Wenn man bis in die Gegenwart heraufgeht, dann sind die Dinge furchtbar verdeckt. Und trotzdem soll man die Sachen aufdecken. Und es ist gut, wenn man manches aufdeckt. Nehmen Sie die Unter­weisung des Parzival durch Gurnemanz, so kann die Frage auf­tauchen, tritt der Gurnemanz noch im 19. Jahrhundert auf? Ja, und zwar – man muß die Situation nehmen -, das ist der Trast in Suder­manns ,,Ehre”. Da haben Sie den Trast und den unerfahrenen Dummen, den Robert. Das ist eine richtige Gurnemanz-Figur. Sie werden alle diese Züge ins Alberne übersetzt finden. Dann wie­derum hat man Gelegenheit, darauf hinzuweisen, daß Robert eine Art Faust ist, wieder ins Alberne übersetzt, und Trast eine Art Mephisto. Sudermann ist ein alberner Kerl, es ist alles ins Alberne übersetzt. Da hat man Gelegenheit, diese ungeheure Veroberflächlichung zu zeigen, die da liegt beim Übergang aus der Mitte des Mittelalters in die neueste Zeit hinein.

Dan heb ik een vergelijking gemaakt tussen Parzival en de Simplicius van Grimmelshausen. In de tijd van deze Christoffel von Grimmelshausen was men inderdaad zover, dat men het Parzivalprobleem nog humoristisch kon behandelen. Je vindt de vorm nog in het simplisme dat naklinkt. Dat zit in het literair-historische. Wanneer je tot aan deze tijd gaat, zijn die dingen vreselijk toegedekt. En ondanks dat moet je de zaak blootleggen. En het is goed om bepaalde dingen bloot te leggen. Neem eens wat Gurnemanz aan Parzival leert, dan kan de vraag opkomen of Gurnemanz er ook nog in de 19e eeuw is? Ja en dat – je moet de situatie nemen – dat is Trast in ‘Ehre’ van Sudermanns. Daar heb je Trast en de onervaren domkop, Robert. Dat is een echte Gurnemanzfiguur. Je zal al deze trekken van onnozelheid daarin vinden. Dan heb je weer gelegenheid erop te wijzen dat Robert een soort van Faust is, weer in een vorm van onnozelheid gezet en Trast een soort Mefisto. Sudermann is een dwaze vent, alles is daar onnozelheid. Dan heb je de gelegenheid om deze buitengewone vervlakking aan te tonen. die in de overgang van het midden van de middeleeuwen naar de nieuwste tijd plaats vindt.

X.:    Wie soll man das Klingsor-Problem behandeln, das in der Dichtung schwierige Motive für die Kinder enthält?

Dr. Steiner: Das vermeidet man. Sie können eine wichtige Sache ausführen. Es gibt die Möglichkeit, den Wagnerschen ,,Parsifal” mit den Kindern zu besprechen und dabei die bedenklichen Dinge zu vermeiden; auf die Weise erreichen Sie dies, daß später diese Stel­len auch mit einer viel größeren inneren Reinheit aufgenommen werden, als sie heute aufgenommen werden.

X.: Hoe moet je het Klinsorprobleem aanpakken, dat in het gedicht voor de kinderen moeilijke motieven bevat?

Dr. Steiner: Dat moet je omzeilen. U kan een belangrijk ding doen. De gelegenheid is er om met de kinderen de ‘Przival’ van Wagner te bespreken en daarbij de bedenkelijke zaken te vermijden; op deze manier bereik je dat later die dingen met een veel grotere innerlijke zuiverheid begrepen worden dan nu.
GA 300B/211-213
Niet vertaald

Bei diesen Dingen, wie dem ,,Parzival”, da ist es schon so, daß man ablenken muß vom Symbolisieren statt hinzuführen. Da haben die Bayreuther viel mehr symbolisierenden Unfug getrieben, als selbst bei uns vorgekommen ist. Solche wüste Symbolisiererei wurde bei uns nicht getrieben. Man muß den Unterricht beim ,,Parzival” welt­männisch einrichten, nicht mönchisch. Ich habe wirklich heute gemeint, dies hinzufügen zu müssen. Es ist natürlich für Kinder manches schwierig. Sie tun sehr gut, möglichst keine Symbolistik zu treiben, möglichst auf Tatsachen zu gehen, ohne trivial zu werden, indem man den historischen Hintergrund zu Hilfe nimmt. An Tatsachen sich halten, nicht an Symbole.

Bij deze dingen, zoals bij ‘Parzival’ is het zo dat je niet moet gaan symboliseren i.p.v. verdiepen. De mensen uit Bayreuth hebben veel meer symbolische onzin gebruikt, dan zelfs bij ons. Je moet het onderwijs bij de ‘Parzival’ groots universeel vormgeven, niet monniks. Ik ben werkelijk van mening dat ik dit vandaag in moest lassen. Voor kinderen zijn sommige dingen natuurlijk moeilijk.
U doet er goed aan, zo min mogelijk symboliek te gebruiken, zoveel mogelijk op feiten ingaan, zonder oppervlakkig te worden, wanneer je de historische achtergrond erbij neemt. Je aan de feiten houden, niet aan symbolen.
GA 300B/223
Niet vertaald

In der 11. Klasse muß man Geschichte des Mittelalters treiben. Sie werden nicht erreichen, daß sich die Jungen ein Verständnis vom Parzival aneignen, wenn Sie keinen geschichtlichen Überblick geben. Man muß doch an die Zeit historisch anknüpfen.

In de 11e klas moet je de geschiedenis van de middeleeuwen behandelen. U krijgt het niet voor elkaar dat de jongelui Parzival begrijpen, wanneer je geen historisch overzicht geeft. Je moet toch historisch bij de tijd aanhaken.
GA 300C/66
Niet vertaald

Muziek

 Jetzt wäre natürlich dann zu berücksichtigen, daß man im eurythmi­schen und im musikalischen Unterricht gerade für dieses Lebensalter zu einer gewissen Geschmacksbildung hinüberkommt; dazu, daß die Dinge hineinverwoben werden ins Geschmacksurteil. Man braucht nicht viel Neues aufzunehmen an Inhalten, aber die Dinge zum Geschmacksurteil zu bringen.

Nu moeten we ook in ogenschouw nemen dat we bij het euritmie- en het muziekonderwijs met name voor deze leeftijd tot een bepaalde ontwikkeling van de smaak komen; dat de dingen samengaan met een oordeelsvorming over smaak. Je hoeft niet veel nieuwe dingen te brengen, maar de dingen tot een smaakoordeel.
GA 300B/106
Niet vertaald

Natuurkunde

In der Physik – das ist etwas, was ich sehr gründlich ausprobiert habe bei dem Unterricht, den ich selbst geben mußte -,in der Physik ist es Für dieses Lebensalter außerordentlich gut, wenn man ihnen mit den neueren. Errungenschaften der Physik kommt, mit drahtloser Tele­graphie’ mit den Röntgentatsachen, und durchaus schon mit so etwas wie a-, b-, g-Strahlen. Das ist etwas, was tatsächlich so benützt werden kann, daß es weites Interesse bei den Kindern erweckt.

Bij natuurkunde – dat is iets wat ik zeer grondig uitgeprobeerd heb in de les die ik zelf moest geven – is het voor deze leeftijdsfase buitengwoon goed, wanneer je hun de nieuwere resultaten van de natuurkunde meegeeft, de draadloze telegrafie, de röntgenstralen en zeker zoiets als a-, b-, g-stralen. Dat is iets wat werkelijk zo gebruikt kan worden dat het een grote belangstelling bij de kinderen wekt.
GA 300B/103
Niet vertaald

Religie

Religionsunterricht 11. Klasse. Übergehen zu einer solchen Auffas­sung der Sache, die auf die Urteilskraft geht. Daß man da zur Bespre­chung kommt. Vorher kommt es an auf eine bildhafte Darstellung, jetzt müßte es schon darauf ankommen, im Religionsunterricht hin­aufzuarbeiten zu den Begriffen. Man behandelt die Schicksalsfrage in religiöser Form, Schuldfrage, Sühnefrage: Vater, Sohn und Geist Man arbeitet von Bildern zu Begriffen vorwärts. Das wird eine Art Kausalbetrachtung.

Godsdienst 11e klas. Overgaan naar de opvatting van iets waarbij het om de oordeelskracht gaat. Dat erover gesproken wordt. Daarvóór kwam het aan op iets beeldend neerzetten, nu komt het erop aan dat het in het godsdienstonderwijs toegewerkt wordt naar begrippen. Je besteedt aandacht aan de vraag van het lot in een religieuze vorm, de schuld- en verzoeningsvraag; vader, zoon en heilige geest. Vanuit het beeldende verder naar begrippen. Het wordt een soort causaal bekijken.
GA 300B/109
Niet vertaald

Taal

Lateinisch und Griechisch in der 11. Klasse. Wir müssen die Kinder dazu bringen, daß sie jetzt in der Besprechung der Lektüre wirklich eine Art von durcheinandergemischter Stillehre und Grammatik bekommen. Und dann namentlich den griechischen Satzbau und lateinischen Satzbau vergleichen. Das müßte man der literatur-geschichtlichen Darstellung vorangehen lassen. Etymologisches Ver­ständnis des Wortes muß herausgearbeitet werden. Bei den alten Sprachen müßten Sie mehr darauf ausgehen, daß sie das Etymolo­gische haben. Livius, das 1. Buch genügt. Im Griechischen beliebige Lektüre.

Latijn en Grieks

Latijn en Grieks in de 11e klas. We moeten de kinderen zover brengen dat ze nu bij het bespreking van leesstukken werkelijk een soort door elkaar lopende stijl en grammatica krijgen. En dan met name de Griekse zinsbouw met die van het Latijn vergelijken. Dat moet vooraf gaan aan een literatuur-historische behandeling. Er moet aan een etymologisch begrip van woorden worden gewerkt. Bij de oude talen moet je meer op het etymologische ingaan. Livius, het eerste boek, voldoet. In het Grieks leesstukken naar believen.
GA 300B/109
Niet vertaald

Scheikunde

In der Chemie würde es notwendig sein, die chemischen Leitbegriffe Säure, Salz, Base möglichst vollständig zu entwickeln. so daß man weiß, was ist Alkohol, was ist ein Aldehyd. Die traditionellen Sachen, die Trennung zwischen organischer und anorganischer Chemie, wollen wir weniger berücksichtigen. Das scheint mir das­jenige zu sein, wo hineingeflochten werden kann die Übersicht über die Stoffe. Ich würde es nicht für richtig finden, wonach zuerst eine Art Chemie entwickelt wird an Stoffen. Es ist besser, so den Prozeß zu entwickeln, und da müßte man die Stoffe und die Metalle hineinkriegen, so daß im Unterricht das Gefühl hervorgerufen wird, daß man es bei den Stoffen nur zu tun hat mit festgehaltenen Prozessen: daß die Vorstellung hervorgerufen wird, wie die Stoffe stehen­gebliebene Prozesse sind. Wenn man ein Stück Schwefel vor sich hat, hat man den stehengebliebenen Prozeß vor sich. Wenn ich hier stehe und es regnet furchtbar, so habe ich einen Vorgang, in den ich ein­gespannt bin. Wenn ich aber die Wolke von weitem anschaue, kommt sie mir wie ein Gegenstand vor. Wenn ich gewisse Vorgänge betrachte, ist es, wie wenn ich im Regen stehe. Wenn ich den Schwe­fel betrachte, ist es so, wie wenn ich die Wolke von weitem betrachte. Stoffe sind erstarrt ausschauende Prozesse.

Bij scheikunde is het noodzakelijk de scheikundige hoofdbegrippen: zuren, zouten, basen zo volledig mogelijk te ontwikkelen, zodat je weet wat alcohol is, een aldehyde. Met de traditionele, de scheiding van organische en anorganische scheikunde, hoeven we minder rekening te houden. Het lijkt mij dat we daar een overzicht kunnen geven van de stoffen. Ik houd het niet voor juist als er eerst een vorm van scheikunde ontwikkeld wordt aan de hand van stoffen. Het is beter het proces zo te ontwikkelen dat daar stoffen en metalen bij komen, zodat je in het onderwijs het gevoel kan oproepen dat je bij de stoffen alleen te maken hebt met verstarde processen: dat de voorstelling opgeroepen wordt hoe de stoffen processen zijn die zijn blijven stilstaan. Wanneer je een stukje zwavel hebt, heb je het verstarde proces voor je. Wanneer ik hier sta en het regent hard, is er iets gaande waar ik deel vanuit maak. Wanneer ik echter een wolk in de verte bekijk, is dat voor mij een ding. Wanneer ik naar bepaalde processen kijk, is het alsof ik in de regen sta. Wanneer ik naar de zwavel kijk, is het zo alsof ik naar de wolk in de verte kijk. Stoffen zijn verstard uitziende processen.
GA 300B/104
Niet vertaald

Technologie

Es ist gar nicht nötig, wenn man die oben angegebenen Kapitel behandelt, vom Atomismus zu reden; gerade bei diesem Kapitel ist es nicht nötig. Dagegen kann man von der Alchimie viel reden, und da haben Sie Gelegenheit, weit ausgreifende Betrachtungen zu liefern, die Sie nicht mystisch vernebeln dürfen. Da haben Sie Gelegenheit, bei der Marconi-Telegraphie die Einschaltung des Gehirns in den Weltzusammenhang zu behandeln, indem Sie einfach von einer ganz exakten, aber etwas weitherzigen Auffassung des Kohärers ausgehen und das Gehirn im Weltzusammenhang als eine Art Kohärer schil­dern. Da haben Sie die Möglichkeit, das zu zeigen, was materiell auftritt, was eigentlich in der Lokalität ausgelöst wird, so daß Sie hinweisen können, wie die Gehirnvorgänge nur durch die Lokalität des physischen Menschen ausgelöst sind. Sie haben die Möglichkeit, die weiteste Perspektive zu erwecken.

Het is niet nodig om over atomisme te spreken – zie scheikunde – hierbij kun je veel over alchemie spreken en dan heb je de gelegenheid verdergaande beschouwingen te houden die niet in een mystieke nevel gehuld mogen worden. U hebt de gelegenheid bij de telegraaf van Marconi de hersenen in samenhang met de wereld te behandelen, wanneer je simpelweg uitgaat van een heel exacte, maar iets ruimhartige opvatting over de coherer, en de hersenen in de wereldsamenhang als een soort coherer schetst. U hebt een gelegenheid te laten zien wat er stoffelijk gebeurt, wat eigenlijk ter plaatse in werking gezet wordt, zodat je erop kan wijzen hoe de hersenprocessen alleen maar door localiteit van de fysieke mens in gang gezet kunnen worden. U hebt de mogelijkheid de grootste perspectieven te openen.

Wasserräder, Turbinen und Papierfabrikation. Ich muß sagen, ich kann mir nicht denken, daß man da nicht auch die Jungen herankriegt, alles mitzumachen. Es darf nicht ausarten, daß Oppo­sition eintritt.
Es ist doch gut, wenn wir Wasserturbinen, Papierfabrikation einführen. Auf das Weben kann man später zurückkommen. Ich sagte dazumal, das muß man nach und nach kennenlernen. Die Kinder werden viel davon haben, wenn wir ihnen die Papierfabrikation beibringen, und die Wasserräder und Turbinen, wobei man Ausblicke machen und manches gewinnen kann. Man kann geographische Ausblicke gewin­nen, Bedeutung der Flußläufe. Man kann bis zu einer elementaren Nationalökonomie hinüberkommen.

Schoepenraderen, turbines en papierfabricage. Ik moet zeggen dat ik me niet kan voorstellen dat je daarbij ook de jongens niet meekrijgt. Het mag niet uit de hand lopen dat er weerstand ontstaat.
Het is toch goed wanneer we waterturbines, papierfabricage opnemen. Op het weven kunnen we later terugkomen. Ik zei destijds  dat je dat stap voor stap moet leren kennen. De kinderen zullen er veel aan hebben, wanneer wij hun de fabricage van papier bijbrengen en het schoepenrad en de turbine, waarbij je vooruit kan kijken en er veel uithalen. Ook wat aardrijkskunde betreft. Betekenis van de rivierstomingen. Je kan tot een elementaire nationale economie komen.
GA 300B/104-105
Niet vertaald

Zie handenarbeid

Etwas Unterricht über Wasserräder und Turbinen, und dann Papierfabri­kation. Das müßte da durchgeführt werden in der Technologie. Es handelt sich darum, daß man mit dem Thema Wasserräder, Turbinen und Papierfabrikation reichlich zu tun hat.

Iets over schoepenraderen en turbines en dan de papierfabricage. Dat moet bij technologie gebeuren. Het gaat erom dat er rijkelijk veel gedaan wordt met schoepenraderen en turbines en papierfabricage.
GA 300B/108

Niet vertaald

Wiskunde

In der Mathematik würde es sich handeln um eine möglichst weit­gehende Behandlung der Trigonometrie und analytischen Geo­metrie. In der Deskriptive soll man so weit arbeiten, daß die Kinder verstehen und zeichnen können den Schnitt eines Kegels mit einem Zylinder.

Bij wiskunde gaat het om een mogeliljk diepgaande behandelilng van de trigonometrie/goniometrie en de analytische meetkunde. Bij het beschrijven moet je zover komen dat de kinderen de doorsnijding van een kegel met een cilinder begrijpen en kunnen tekenen.
GA 300B/103
Niet vertaald.

Für die 11. Klasse kommt in Betracht Schnitte und Durchdringun­gen, Schattenkonstruktionen, diophantische Gleichungen, analy­tische Geometrie bis zu den Kegelschnitten. In der Trigonometrie in der 11. muß man die Funktionen mehr innerlich nehmen, daß man das Prinzip des Verhältnisses im Sinus und Gosinus drinnen hat. Da muß man natürlich vom Geometrischen ausgehen.

Voor de 11e klas komen in aanmerking doorsneden en doorsnijdingen, schaduwconstructies, diofantische vergelijkingen, analytische meetkunde tot aan de kegelsnede. Bij goniometrie moet in de 11e klas de functie meer verdiepend genomen worden, dat het principe van de verhouding tussen sinus en cosinus daarbij zit. Het moet natuurlijk van de meetkunde uitgaan.
GA 300C/155
Niet vertaald

.

11e klasmeer artikelen

Rudolf Steineralle artikelen

Het leerplanalle artikelen

.

Vrijeschool in beeld

.

2068

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.