Tagarchief: palmzondag

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Palmpasen (10)

.

Loïs Eijgenraam, Vrije Opvoedkunst, nr. 1/2/ 2013
.

Palmpasen en Pasen vieren

Ouders die de jaarfeesten in hun gezin willen vieren, geven vaak aan het paasfeest een ‘lastig’ feest te vinden. Dood, opstanding… Hoe geef ik dit vorm met mijn kinderen als ik het feest zelf al niet kan begrijpen? leder jaar op de Academie voor Ouders is dit feest een onderwerp van gesprek. In dit artikel gaan we in op het palmpaasfeest en paasfeest.

Dit jaar (2013) vierden we op 24 maart palmzondag. De zondag voor Pasen is het palmzondag. Palmzondag herinnert ons aan Christus, die, gereden op een ezeltje, in Jeruzalem kwam.

In Jeruzalem vierden de mensen op die dag het joodse paschafeest. De mensen dachten dat nu eindelijk hun redder, hun koning daar was… Ze hadden immers over de wonderen gehoord, over genezingen, over redding en hoop. Ze spreidden mantels uit op de grond, trokken takken van de palmbomen en legden deze op de grond, en verwelkomden zo vreugdevol en hoopvol hun koning. Echter, Christus wilde niet een aardse koning zijn maar een koning die heerst zonder recht op land, status, eer.

Hij wilde een Koning zijn die de mensen de weg naar binnen toe wijst, de weg naar het warme hart. Een hart dat klopt vanuit een evenwichtige binnenwereld staande tussen de uitersten van het leven.

Al eeuwenlang, ongeveer vanaf de zevende eeuw, vieren mensen de palmzondag met palmprocessies. Waarschijnlijk is dit feest zo populair geworden omdat het aansloot bij een oeroude, heidense traditie om in de lente takken in het veld en de akker te steken als beeld van vruchtbaarheid voor het nieuwe oogstseizoen dat komen ging. De takken die bij de processie werden meegedragen, waren eerst in de kerk gewijd om zo dit heidens ritueel te kerstenen. Later ging men deze takken versieren met linten, vruchten, eieren en brooddeegfiguren. Net als bij het Sint-Maartenfeest is ook dit feest in de loop der tijden een kinderfeest geworden en lopen nu op vele plekken in het land op palmzondag, of op de vrijdag ervoor, kinderen zingend met hun palmpaasstok door het land. Zondag, de eerste dag van de week, de dag waarop men kan rusten van de werkweek die achter ons ligt en men zich kan voorbereiden op het nieuwe dat komen wil. De dag van de zon, de gouden Zon die iedere dag trouw de mensen warmte, kracht en licht schenkt.

In kindertekeningen is het beeld van de zon als alom aanwezig beeld te zien: bijna alle kleuters tekenen een zon boven aan hun tekenblad. Een eerste mensfiguur in de kindertekening lijkt vaak op een zonnetje.

Palmpaasstok

Kijken we naar de palmpaasstok waar de kinderen mee lopen dan zien we vele oude tradities zichtbaar worden: er zijn streken in Nederland waar met een enkele stok wordt gelopen, een kruisstok, een stok met vele dwarstakken. Vaak wordt er gekozen om jonge kinderen een stok te geven zonder een kruismotief. Dit vanuit de gedachte dat een jong kind nog niet zo verbonden is met het beeld van het kruis dat lijden uitdrukt. Echter, dit is geen wet van Meden en Perzen. Aan ouders op de Academie voor Ouders vraag ik altijd om zelf goed te kijken: wat neem je waar aan je kind? Waar kan je zelf een verbinding mee maken? Wat je als opvoeder innerlijk kunt voelen, dat voelen de kinderen en dan is het goed.

De stok wordt meestal versierd met kleuren-crêpepapier: rood en wit of kleuren groen en lichte lentetinten. Een cirkel van karton of pitriet, versierd met geel papier of een gouden zon, straalt als een zon vanaf de palmpaasstok de wereld in. Een ketting met gedroogd fruit hangt aan de stok. Aan de ketting zitten vruchten, gedroogd en bewaard uit het vorige oogstjaar, kiemdragend in het heden en beloftevol wachtend op de tijd dat het zaad in de akker weer tot vrucht kan worden. Hoewel… de vruchten aan de palmpaastakken verdwijnen meestal in de monden van de kinderen om daar vruchtbaar ander werk te verrichten en niet in de aardegrond. Aan het ei hangt soms een gehaakt netje met een uitgeblazen ei erin. Haken van een paasnetje voor eitjes aan de palmpaasstok:

1 —Haak 6 lossen.
2 —Haak een halve vaste in de eerste losse. Je hebt nu een ring.
3 —Haak 15 stokjes in de ring.
4 —Haak tussen elk stokje een stokje en een losse.
5 —Haak tussen elk stokje een stokje en twee lossen.
6 —Haak tussen elk stokje een stokje en drie lossen.
7 —Haak weer een stokje en drie lossen in elk gaatje, maar doe dit twee keer in het derde, zesde, negende, twaalfde en vijftiende gaatje, je hebt nu 20 stokjes met steeds 3 lossen.
8 —Haak continu door tot je zakje lang genoeg is. Ik heb ongeveer 17 rondes gehaakt, minder kan ook voor een kleiner zakje. Maak dan een schulprandje door in elk gaatje te haken: 1 vaste, 1 stokje, 1 dubbel stokje, 1 stokje en een vaste.

Ook worden er uitgeblazen eieren met een touwtje aan de stok gehangen. Het ei als beeld van de kiemkracht, van het nieuwe leven dat aan de palmpaasstok de wereld in gedragen mag worden.
Boven in de top prijkt een haantje en soms een zwaantje. Een zwaantje als beeld van de zuivere schone ziel van de mens. Het haantje als beeld van de oproep: mens wordt wakker, het is dag. Mens sta op! Niet alleen een opstaan aan het begin van de nieuwe dag maar ook een opstaan in onszelf. Ga je weg rechtop met de ik-kracht die de haan oproept. Een haantje moet wel gevoed worden, anders gaat hij dood. Het ik van de mens vraagt ook om voeding, anders verpieteren we innerlijk.

Zo wordt de palmpaasstok meer dan een tak die je als kind de wereld in draagt. Het wordt tot beeld van een tak van de levensboom waar ook jij mee verbonden bent.

Na zeven dagen is het Pasen. Voor jonge kinderen een feest waarin zij mogen beleven dat er overal in de wereld iets voor jou verstopt kan zijn, een geschenk met kiemkracht, nieuw leven. Als je goed zoekt kan je dit vinden in de ‘tuin van het leven’.

Jonge kinderen, in de leeftijd tot ongeveer 7-8 jaar, hebben veelal een andere verhouding tot leven en dood dan oudere kinderen en volwassenen. Daar waar volwassenen diep verdriet hebben en stil zijn, kunnen kinderen naast de kist van een gestorvene spelen, spelletjes doen, er bij weglopen en buiten gaan spelen om daarna het spel weer te hervatten. Jonge kinderen kunnen de aanwezigheid van een gestorvene nog voelen en erover vertellen. Vanaf ongeveer 9 jaar komt een kind anders tegenover de wereld en zichzelf te staan. Het realiseert zich dan dat iemand echt niet meer terugkomt als deze gestorven is. Ook je lieve konijn dat dood is gegaan, is niet te vervangen door een ander lief konijntje… uiteraard spelen hier temperamentverschillen in mee en gaat ieder kind daar anders mee om.

Op vrijescholen wordt vanaf klas 4, als de kinderen 9 jaar zijn geweest, het paasverhaal vertelt. Het sterven en de opstanding van Christus, Hemelvaart en Pinksteren worden verteld zonder ‘een kleur van emotie of sentiment of gekleurd vanuit een kerkelijke beleving of vormgeving’. Dit, opdat de kinderen later in vrijheid zelf op zoek mogen gaan naar wat Pasen hen te zeggen heeft.

Verhaal: ‘Het haasje in de maan’

“In een van zijn vele voorgaande levens, werd de toekomstige Boeddha geboren in het dierenrijk als haas. Wonend op zijn rustige plekje in het bos had de haas vriendschap gesloten met een otter, een aap en een jakhals. Zowel de haas als zijn drie vrienden hadden een hoge staat van bewustzijn bereikt. Het was op één van de vastendagen dat het haasje zei: ‘Wij moeten geen voedsel tot ons nemen. Maar als iemand ons vraagt om voedsel, dan moeten we geven wat we hebben.’

Diezelfde dag ving de otter een grote vis, de jakhals had een stuk vlees gevonden en de aap had in een mangoboom prachtige vruchten geplukt. Alleen de haas zat in zijn hol te piekeren. Hij had enkel hard gras dat niemand verder lustte. Dus besloot hij zijn eigen lichaam te geven als iemand daarom vroeg.

Op dat moment zat Indra (de god van mededogen) op zijn goddelijke troon, en weende om zoveel mededogen van de haas. Hij besloot de haas op de proef te stellen. Indra veranderde zichzelf in een Brahmaan en ging naar de otter om voedsel te vragen. Zonder aarzeling gaf de otter zijn mooie vis weg. Toen de Brahmaan bij de jakhals en de aap om voedsel vroeg, gaven ook zij hun vlees en fruit weg. Tot slot ging de Brahmaan naar de haas en zei: ‘Beste haas, heb jij wellicht enig voedsel over voor mij?’ De haas was buitengewoon blij een ander blij te kunnen maken. ‘Verzamel wat hout om een vuur te maken en vertel me wanneer het goed brandt.’
Indra deed wat de haas gezegd had, en toen het vuur goed brandde sprong de haas, de toekomstige Boeddha, in het vuur. Een groot gevoel van gelukzaligheid vulde zijn hart. Groot was echter zijn verbazing toen hij bemerkte dat het vuur helemaal niet heet was. ‘Wat heeft dit te betekenen, waarom verbrand ik niet?’ vroeg de haas aan de Brahmaan. Toen vertelde Indra wie hij werkelijk was en dat hij de edelmoedigheid en mededogen van de haas op de proef wilde stellen. ‘Dat had niet gehoeven,’ reageerde het haasje, ‘wie mij ook op de proef zou stellen, niemand zou mij erop kunnen betrappen dat ik iets met tegenzin zou geven, zelfs niet als het om mijn eigen lichaam ging.’
Indra was verbaasd van zoveel wijsheid. Hij pakte een berg en kneep die uit, en met het sap tekende Indra een haasje op de maan. Hetzelfde haasje is nu nog steeds te zien.

Toen keerde Indra terug naar de hemel en het haasje keerde ongedeerd terug naar zijn plek in het bos…

.
*Met toestemming van de auteur Loïs Eijgenraam

Boeken van de auteur

Website Loïs Eijgenraam

School voor antroposofische kinderopvang

Palmpasen en Pasenalle artikelen
.
VRIJESCHOOL in beeldPalmpasen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

..

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pasen (45)

.

Loïs Eijgenraam*, Vrije Opvoedkunst,, april 2014
.

De Stille of Goede week

In het ‘Lied voor de Goede Week‘ wordt de Stille of Goede Week bezongen, een bijzondere week in het christelijk jaar. leder jaar mogen wij opnieuw meebeleven dat Christus het grootste liefdesoffer voor de mensheid heeft gebracht: door de dood heen het leven winnen.

In de natuur wordt de ‘doodse wintertijd’ overwonnen.

Na een periode van koude, sneeuw, donkerte, veel binnen in huis zijn, vangt al het nieuwe leven in de natuur weer aan: lammetjes dartelen door de wei, bijen zoemen, knoppen botten uit, de kinderen willen bij de eerste lentezonnestraal ‘met zonder jas naar buiten’.

De zonnewarmte neemt toe. Pasen wordt gevierd in samenhang met de planeten waar wij als mensen mee verbonden zijn. De paasdatum kunnen wij uitrekenen door eerst naar 21 maart te gaan, het begin van de lente. Dan naar de eerste volle maan na 21 maart. De zondag die dan volgt is de paaszondag. In de Stille Week is het altijd volle maan, de aarde staat tussen zon en maan in. Op oude afbeeldingen zien wij de zon en maan naast het kruis afgebeeld staan.

De dagen van de week hebben alle hun eigen karakter en stemming die samenhangt met de planeetsferen. De oude Chaldeeën en Romeinen gaven de dagen van de week de namen van de zeven bewegende hemellichamen.- zondag: de Zon, maandag: de Maan, dinsdag: Mars (Frans: mardi), woensdag: Mercurius (= Wodan), donderdag: Jupiter (= Donar), vrijdag: Venus (= Freya), zaterdag: Saturnus. Pasen kan door ons mensen rijker worden beleefd als wij de dagen die eraan voorafgaan meenemen bij het verinnerlijken en bij de viering. Christus die ons voorgeleefd heeft hoe Hij, naast zijn voorbeeld in het ‘dulden van de smarten van het leven’ ook strijder en overwinnaar is.

Palmzondag

Op palmzondag vieren wij het feest van Palmpasen: de intocht van Christus in Jeruzalem. Hij gaat met zijn leerlingen naar Jeruzalem om aldaar het Pesachfeest te vieren, het feest dat herinnert aan het einde van de slavernij in Egypte.

Bij Mattheüs lezen we: “Bij Béthphage zond Hij twee discipelen om een ezelsveulen, waarop nog nooit iemand gezeten had… Zij brachten het veulen tot Jezus, legden hun mantels over het dier en Hij ging erop zitten.

En velen spreidden hun mantels op de weg, anderen komende rijk van onze Vader David! Hosanna in de hoogste sferen!’ Zo trok Hij Jeruzalem binnen en ging naar de tempel. En na alles gezien te hebben, ging Hij, toen het reeds laat geworden was, met de twaalf naar Bethanië terug.”

In het Oude Testament lezen wij (Zacharia 9:9): “Jubel gij dochters van Sion, zie uw Koning komt, rijdende op een ezel”. Rijdend op een nog onbereden ezel komt Hij Jeruzalem binnen. In (onder andere) sprookjestaal is de ezel het beeld van het fysieke lichaam van de mens, Franciscus van Assisi noemde zijn lichaam, zijn broeder ezel. De ziel en geest van de mens mogen in het fysiek lichaam een woonstede vinden.

De mensen die in Jeruzalem zijn om het feest van de bevrijding uit de slavernij te vieren, raken in vuur en vlam als zij Christus binnen zien rijden. Hier rijdt hun Koning binnen, hun redder. Als wij werkelijk in vuur en vlam raken, dan zijn wij warm, vol, vervuld. Enthousiast voor iets dat ons iets wezenlijk laat beleven. Enthousiasme betekent ‘in God zijn’. Even voelen wij ons opgenomen in de Goddelijke oergrond. De mensen die in Jeruzalem waren, beleefden iets van deze stemming. Ze werpen mantels en takken op de grond, takken die eeuwig groen blijven als beeld van het eeuwige leven dat Christus aan de mens geschonken heeft. Zo gaan de kinderen op Palmpasen of vlak voor of na palmzondag met hun eigen palmpaasstok de wereld in. Buxus siert de tak, een haantje of zwaan boven in top, zaaddragende vruchten draagt het kind de wereld in en worden na het feest door menig kind lekker opgesnoept. Het feest ademt een vreugdevolle stemming uit en menigeen verheugt zich op de lente die komen gaat.

Maandag

De dag van de zilveren maan, de Maan die haar licht van de Zon ‘leent’. Bij Marcus lezen wij op maandag over de vervloeking van de vijgenboom en de verdrijving uit de tempel: “De volgende dag toen zij uit Bethanië weggingen, werd Hij hongerig en daar Hij van verre een vijgenboom zag vol bladeren, ging Hij erheen om te zien of Hij er nog iets aan vinden zou. Doch toen Hij bij de boom kwam, vond Hij niets dan bladeren. Het was niet de tijd voor vijgen. En Hij sprak tot de boom: ‘Nooit meer in deze tijdenronde zal iemand vrucht van u eten.'”

Zij kwamen in Jeruzalem aan. In de tempel treft Christus een handel aan van de duivenverkopers en wisselaars.

Uit boosheid en verdriet gooit Hij alle tafels omver. En Hij onderwees en zeide: “Staat er niet geschreven ‘Mijn huis zal een huis des gebeds genoemd worden onder alle volkeren?’ Gij echter hebt het gemaakt tot een rovershol.”

De hogepriesters en schriftgeleerden overwegen hoe zij Hem om kunnen brengen. Christus verlaat de stad met zijn leerlingen. Hij trekt over de Olijfberg, langs Bethphage, dat ‘huis der vijgen’ betekent. Hier woonden mensen die een eenvoudig religieus leven leidden. Door middel van trance onderhielden zij contact met de geestelijke wereld. Het in trance raken wordt ook wel ‘het oude schouwen’ genoemd.

’s Morgens vroeg zagen zij in het voorbijgaan de vijgenboom verdord tot de wortels. Petrus herinnerde zich wat er gebeurd was en zeide tot Hem: “Rabbi, zie, de vijgenboom waarover Gij de vloek hebt uitgesproken is verdord.” Jezus gaf hem ten antwoord: “Leef uit de Godskracht van het geloof! Ja zo is het, ik zeg u: wie tot deze berg zegt ‘Hef u op en stort u in zee’ en daarbij niet twijfelt in zijn hart maar vertrouwt dat het geschiedt wat hij zegt, voor hem zal het werkelijkheid worden.”

De vijgenboom is verdord. De vijgenboom is een beeld voor het oude schouwen. Christus wilde aan de leerlingen laten zien dat de oude verbinding met de geestelijke wereld door het in trance raken voorbij zou gaan. Het oude dat verbonden is met het beeld van de Maan. De Maan die in de nacht haar geleende licht aan de mens geeft. Christus is gekomen om de mensen een andere weg naar verbinding met de goddelijke wereld voor te leven, een verbinding die van de Zon uitgaat. Hijzelf is als de Zon en als de Zon in de ochtend opkomt, dan verbleekt de Maan.

Dinsdag

Dinsdag is de dag van Mars, de god van de oorlog.

Op deze dag spreekt Christus over gelijkenissen tot de mensen en geeft beelden uit de Apocalyps weer.
De tempelgeleerden zijn bang geworden voor de kracht van Christus. Zij vrezen zijn populariteit onder het volk en geven Hem vier vragen als ware het dolkstoten. Zij vragen of Hij zich kan legitimeren: vanuit welke bevoegdheid handelt Hij? Of zij belasting moeten betalen, en zo ja: aan wie? De Sadduceeërs stellen Hem een vraag over de opstanding uit de dood en de laatste vraag gaat over het hoogste gebod: welk gebod is dat? De Liefde! De strijd door middel van het woord lijkt klaar te zijn.

Dan vertelt Christus aan de leerlingen beelden over een tijd die komen gaat. De mensheid zal verscheurd worden door een scheiding der volkeren: mensen die willen leven vanuit de Geest en zij die dit niet willen. De mens zal het eigen innerlijk moeten sterken om tegen deze strijd bestand te zijn: ‘Zichzelf bevechten is de zwaarste strijd, zelfoverwinning het mooiste wapenfeit.’ De Liefde is de bron die de mens voedt bij het gaan van deze weg.

Woensdag

Woensdag, de dag van Wodan, de Germaanse oppergod. ‘Mittwoch’, de dag van het midden van de week, ‘Mercredi’, de dag van Mercurius. Mercurius vertegenwoordigt het element van het levende, de bemiddeling, de beweging, de metamorfose. Hij is de god van de genezing, de handel en dieven.

Woensdag is de middelste dag van de week. De eerste dagen van de Stille of Goede Week waren dagen van rumoer en opstand. De tweede helft van de week voelen we Christus meer en meer naderen. Christus wordt voor dertig zilverlingen verraden.

Donderdag

De dag die gewijd is aan Jupiter, de god van de wijsheid. Daarom wordt de donderdag ook wel de kleine zondag genoemd. Christus trekt zich met de leerlingen in een huis terug om een avondmaal te nuttigen. “En toen zij aten, nam Jezus het brood, zegende en brak het en gaf het hen. Hij zeide: ‘Neemt, dit is Mijn lichaam.’ En Hij nam de kelk, dankte en gaf hen die en zij dronken allen daaruit. Hij zeide tot hen: ‘Drinkt allen daaruit, dit is Mijn bloed…'” En terwijl zij aan tafel zaten zei Jezus: “Een van u zal Mij verraden.” Johannes vroeg: “Wie is het Heer?” Jezus antwoordde: “Deze is het, voor wie Ik zelf het brood indopen zal en aan wie Ik het geven zal.” En zo nam Hij het stuk brood, doopte het in en gaf het aan Judas Iskariot en zei hem: “Wat gij doet, doe het snel!”

Niemand begreep waarom Hij dit zei, sommigen dachten dat Hij nog wat voor het feest zou gaan kopen.

Toen Hij het brood genomen had, ging Hij terstond naar buiten. Het was nacht. Na het eten gaan allen, behalve Judas die al vertrokken was, naar buiten, naar de tuin van Gethsemane. Hij vraagt de leerlingen wakker te blijven als Hij in gebed is met Zijn Vader. De leerlingen worden allen overmand door slaap.

Vrijdag

In het Duits, Nederlands en de Scandinavische talen is deze dag vernoemd naar de ‘god’ Frey (vrij) of zijn zuster Freyja (Vryja). Zij zijn verbonden met alles dat met vruchtbaarheid te maken heeft, zowel uiterlijk als innerlijk. Goede vrijdag is de dag dat Christus aan het kruis sterft. Waar komt het woord ‘goede’ voor deze vrijdag vandaan? Het goede duidt niet op een daad van de mens maar op de grote daad van Liefde die Christus aan de mensheid heeft geschonken door Zijn leven te geven, de strijd met het duister aan te gaan en de dood te overwinnen door de opstanding. Vroeger was Liefde verbonden met de bloedband die de mensen verbond. Nu mogen wij vanuit werkelijke vrije liefde een ander mens lief hebben, én onszelf!

Zaterdag

Zaterdag is de dag van de planeet Saturnus. Saturnus afgebeeld als een ‘knekelman met de zeis op zijn schouder’. Het lijkt de dood, maar diep in hem, net als in het bot, is ook het leven. In het beenmerg, het middelste van het bot, worden de nieuwe rode bloedlichaampjes gevormd. Voor de mens van groot levensbelang.

Christus daalt af ‘ter helle’ om de strijd met het duister en het kwaad aan te gaan. Het Licht en de Liefde overwinnen in deze strijd.

Zondag

Op de eerste dag van de nieuwe week vieren wij paaszondag. Christus is opgestaan uit de dood. Het Leven heeft overwonnen.

.

*Met toestemming van de auteur Loïs Eijgenraam

Boeken van de auteur

Website Loïs Eijgenraam

School voor antroposofische kinderopvang

Palmpasen en Pasenalle artikelen
.
VRIJESCHOOL in beeldPalmpasen

1785

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.