Tagarchief: Palmpasen

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Palmpasen (10)

.

Loïs Eijgenraam, Vrije Opvoedkunst, nr. 1/2/ 2013
.

Palmpasen en Pasen vieren

Ouders die de jaarfeesten in hun gezin willen vieren, geven vaak aan het paasfeest een ‘lastig’ feest te vinden. Dood, opstanding… Hoe geef ik dit vorm met mijn kinderen als ik het feest zelf al niet kan begrijpen? leder jaar op de Academie voor Ouders is dit feest een onderwerp van gesprek. In dit artikel gaan we in op het palmpaasfeest en paasfeest.

Dit jaar (2013) vierden we op 24 maart palmzondag. De zondag voor Pasen is het palmzondag. Palmzondag herinnert ons aan Christus, die, gereden op een ezeltje, in Jeruzalem kwam.

In Jeruzalem vierden de mensen op die dag het joodse paschafeest. De mensen dachten dat nu eindelijk hun redder, hun koning daar was… Ze hadden immers over de wonderen gehoord, over genezingen, over redding en hoop. Ze spreidden mantels uit op de grond, trokken takken van de palmbomen en legden deze op de grond, en verwelkomden zo vreugdevol en hoopvol hun koning. Echter, Christus wilde niet een aardse koning zijn maar een koning die heerst zonder recht op land, status, eer.

Hij wilde een Koning zijn die de mensen de weg naar binnen toe wijst, de weg naar het warme hart. Een hart dat klopt vanuit een evenwichtige binnenwereld staande tussen de uitersten van het leven.

Al eeuwenlang, ongeveer vanaf de zevende eeuw, vieren mensen de palmzondag met palmprocessies. Waarschijnlijk is dit feest zo populair geworden omdat het aansloot bij een oeroude, heidense traditie om in de lente takken in het veld en de akker te steken als beeld van vruchtbaarheid voor het nieuwe oogstseizoen dat komen ging. De takken die bij de processie werden meegedragen, waren eerst in de kerk gewijd om zo dit heidens ritueel te kerstenen. Later ging men deze takken versieren met linten, vruchten, eieren en brooddeegfiguren. Net als bij het Sint-Maartenfeest is ook dit feest in de loop der tijden een kinderfeest geworden en lopen nu op vele plekken in het land op palmzondag, of op de vrijdag ervoor, kinderen zingend met hun palmpaasstok door het land. Zondag, de eerste dag van de week, de dag waarop men kan rusten van de werkweek die achter ons ligt en men zich kan voorbereiden op het nieuwe dat komen wil. De dag van de zon, de gouden Zon die iedere dag trouw de mensen warmte, kracht en licht schenkt.

In kindertekeningen is het beeld van de zon als alom aanwezig beeld te zien: bijna alle kleuters tekenen een zon boven aan hun tekenblad. Een eerste mensfiguur in de kindertekening lijkt vaak op een zonnetje.

Palmpaasstok

Kijken we naar de palmpaasstok waar de kinderen mee lopen dan zien we vele oude tradities zichtbaar worden: er zijn streken in Nederland waar met een enkele stok wordt gelopen, een kruisstok, een stok met vele dwarstakken. Vaak wordt er gekozen om jonge kinderen een stok te geven zonder een kruismotief. Dit vanuit de gedachte dat een jong kind nog niet zo verbonden is met het beeld van het kruis dat lijden uitdrukt. Echter, dit is geen wet van Meden en Perzen. Aan ouders op de Academie voor Ouders vraag ik altijd om zelf goed te kijken: wat neem je waar aan je kind? Waar kan je zelf een verbinding mee maken? Wat je als opvoeder innerlijk kunt voelen, dat voelen de kinderen en dan is het goed.

De stok wordt meestal versierd met kleuren-crêpepapier: rood en wit of kleuren groen en lichte lentetinten. Een cirkel van karton of pitriet, versierd met geel papier of een gouden zon, straalt als een zon vanaf de palmpaasstok de wereld in. Een ketting met gedroogd fruit hangt aan de stok. Aan de ketting zitten vruchten, gedroogd en bewaard uit het vorige oogstjaar, kiemdragend in het heden en beloftevol wachtend op de tijd dat het zaad in de akker weer tot vrucht kan worden. Hoewel… de vruchten aan de palmpaastakken verdwijnen meestal in de monden van de kinderen om daar vruchtbaar ander werk te verrichten en niet in de aardegrond. Aan het ei hangt soms een gehaakt netje met een uitgeblazen ei erin. Haken van een paasnetje voor eitjes aan de palmpaasstok:

1 —Haak 6 lossen.
2 —Haak een halve vaste in de eerste losse. Je hebt nu een ring.
3 —Haak 15 stokjes in de ring.
4 —Haak tussen elk stokje een stokje en een losse.
5 —Haak tussen elk stokje een stokje en twee lossen.
6 —Haak tussen elk stokje een stokje en drie lossen.
7 —Haak weer een stokje en drie lossen in elk gaatje, maar doe dit twee keer in het derde, zesde, negende, twaalfde en vijftiende gaatje, je hebt nu 20 stokjes met steeds 3 lossen.
8 —Haak continu door tot je zakje lang genoeg is. Ik heb ongeveer 17 rondes gehaakt, minder kan ook voor een kleiner zakje. Maak dan een schulprandje door in elk gaatje te haken: 1 vaste, 1 stokje, 1 dubbel stokje, 1 stokje en een vaste.

Ook worden er uitgeblazen eieren met een touwtje aan de stok gehangen. Het ei als beeld van de kiemkracht, van het nieuwe leven dat aan de palmpaasstok de wereld in gedragen mag worden.
Boven in de top prijkt een haantje en soms een zwaantje. Een zwaantje als beeld van de zuivere schone ziel van de mens. Het haantje als beeld van de oproep: mens wordt wakker, het is dag. Mens sta op! Niet alleen een opstaan aan het begin van de nieuwe dag maar ook een opstaan in onszelf. Ga je weg rechtop met de ik-kracht die de haan oproept. Een haantje moet wel gevoed worden, anders gaat hij dood. Het ik van de mens vraagt ook om voeding, anders verpieteren we innerlijk.

Zo wordt de palmpaasstok meer dan een tak die je als kind de wereld in draagt. Het wordt tot beeld van een tak van de levensboom waar ook jij mee verbonden bent.

Na zeven dagen is het Pasen. Voor jonge kinderen een feest waarin zij mogen beleven dat er overal in de wereld iets voor jou verstopt kan zijn, een geschenk met kiemkracht, nieuw leven. Als je goed zoekt kan je dit vinden in de ‘tuin van het leven’.

Jonge kinderen, in de leeftijd tot ongeveer 7-8 jaar, hebben veelal een andere verhouding tot leven en dood dan oudere kinderen en volwassenen. Daar waar volwassenen diep verdriet hebben en stil zijn, kunnen kinderen naast de kist van een gestorvene spelen, spelletjes doen, er bij weglopen en buiten gaan spelen om daarna het spel weer te hervatten. Jonge kinderen kunnen de aanwezigheid van een gestorvene nog voelen en erover vertellen. Vanaf ongeveer 9 jaar komt een kind anders tegenover de wereld en zichzelf te staan. Het realiseert zich dan dat iemand echt niet meer terugkomt als deze gestorven is. Ook je lieve konijn dat dood is gegaan, is niet te vervangen door een ander lief konijntje… uiteraard spelen hier temperamentverschillen in mee en gaat ieder kind daar anders mee om.

Op vrijescholen wordt vanaf klas 4, als de kinderen 9 jaar zijn geweest, het paasverhaal vertelt. Het sterven en de opstanding van Christus, Hemelvaart en Pinksteren worden verteld zonder ‘een kleur van emotie of sentiment of gekleurd vanuit een kerkelijke beleving of vormgeving’. Dit, opdat de kinderen later in vrijheid zelf op zoek mogen gaan naar wat Pasen hen te zeggen heeft.

Verhaal: ‘Het haasje in de maan’

“In een van zijn vele voorgaande levens, werd de toekomstige Boeddha geboren in het dierenrijk als haas. Wonend op zijn rustige plekje in het bos had de haas vriendschap gesloten met een otter, een aap en een jakhals. Zowel de haas als zijn drie vrienden hadden een hoge staat van bewustzijn bereikt. Het was op één van de vastendagen dat het haasje zei: ‘Wij moeten geen voedsel tot ons nemen. Maar als iemand ons vraagt om voedsel, dan moeten we geven wat we hebben.’

Diezelfde dag ving de otter een grote vis, de jakhals had een stuk vlees gevonden en de aap had in een mangoboom prachtige vruchten geplukt. Alleen de haas zat in zijn hol te piekeren. Hij had enkel hard gras dat niemand verder lustte. Dus besloot hij zijn eigen lichaam te geven als iemand daarom vroeg.

Op dat moment zat Indra (de god van mededogen) op zijn goddelijke troon, en weende om zoveel mededogen van de haas. Hij besloot de haas op de proef te stellen. Indra veranderde zichzelf in een Brahmaan en ging naar de otter om voedsel te vragen. Zonder aarzeling gaf de otter zijn mooie vis weg. Toen de Brahmaan bij de jakhals en de aap om voedsel vroeg, gaven ook zij hun vlees en fruit weg. Tot slot ging de Brahmaan naar de haas en zei: ‘Beste haas, heb jij wellicht enig voedsel over voor mij?’ De haas was buitengewoon blij een ander blij te kunnen maken. ‘Verzamel wat hout om een vuur te maken en vertel me wanneer het goed brandt.’
Indra deed wat de haas gezegd had, en toen het vuur goed brandde sprong de haas, de toekomstige Boeddha, in het vuur. Een groot gevoel van gelukzaligheid vulde zijn hart. Groot was echter zijn verbazing toen hij bemerkte dat het vuur helemaal niet heet was. ‘Wat heeft dit te betekenen, waarom verbrand ik niet?’ vroeg de haas aan de Brahmaan. Toen vertelde Indra wie hij werkelijk was en dat hij de edelmoedigheid en mededogen van de haas op de proef wilde stellen. ‘Dat had niet gehoeven,’ reageerde het haasje, ‘wie mij ook op de proef zou stellen, niemand zou mij erop kunnen betrappen dat ik iets met tegenzin zou geven, zelfs niet als het om mijn eigen lichaam ging.’
Indra was verbaasd van zoveel wijsheid. Hij pakte een berg en kneep die uit, en met het sap tekende Indra een haasje op de maan. Hetzelfde haasje is nu nog steeds te zien.

Toen keerde Indra terug naar de hemel en het haasje keerde ongedeerd terug naar zijn plek in het bos…

.
*Met toestemming van de auteur Loïs Eijgenraam

Boeken van de auteur

Website Loïs Eijgenraam

School voor antroposofische kinderopvang

Palmpasen en Pasenalle artikelen
.
VRIJESCHOOL in beeldPalmpasen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

..

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Palmpasen (10)

.
Christina van Stroe

PALMPASEN EN DE STILLE WEEK 

Morgen- Zondag 14 april 2019 -is het Palmpasen.
De palmpasenstok is het attribuut van Palmpasen, een stok die door schoolkinderen wordt gemaakt en gedragen en bestaat uit christelijke en heidense symbolen naast elkaar. Meestal is de basis een kruis van latjes of twee dunne takken met een hoepel of rad dat de zon symboliseert. De versiering kan bestaan uit wat groen, gekleurde eieren en slingers met gedroogd fruit. Bovenop prijkt een broodhaantje. 
De palmboom werd bij de natuurvolkeren tijdens de lentefeesten als symbool gebruikt ter ere van de terugkerende ZON: juichende en stralende mensen met wapperende palmbladen. Gelijk als het juichen in de natuur door de lente: de aarde ademt uit. 

De binnenkomst van Jezus in Jeruzalem werd ook met takken van de palmboom gevierd. Hij reed op een ezeltje; de pelgrims die naar de stad getrokken waren om het joodse feest van Pesach te vieren, haalden hem in als de langverwachte Verlosser en wuifden hem toe met palmtakken.
 
Het Zonnewezen van de Christuskracht had zo’n grote invloed op de omgeving, dat iedereen in feestelijke beroering werd gebracht.

DE SYMBOLIEK VAN DE STILLE WEEK

Na Palmpasen volgt de Stille Week.
In de verhalen rond Goede Vrijdag en Pasen wordt de ontwikkelingsweg van de menselijke evolutie symbolisch weergegeven. De bestemming van ieder mens is de intocht van het liefdevolle en onsterfelijke Christuswezen in het hart en de ziel van de mens. Het Wezen van de scheppende liefdeskracht wordt in het Christendom Christus genoemd. De Christuskracht is echter de scheppende kracht in alle religies, geloofssystemen en esoterische stromingen. Het is de energetische spil in de evolutionaire processen in Bewustzijn die zich in alle godsdiensten, spirituele en esoterische stromingen manifesteert. De centrale kracht in de menselijke evolutie die alle religies verenigt. 

In de symboliek van de Stille Week ligt het geheim besloten van de transformatie door de mens Jezus in een onsterfelijk goddelijk wezen met behulp van de Christuskracht 
Het ‘Esoterisch christendom’ vindt haar aansluiting bij de mysteriegodsdiensten uit de oudheid en de gnostische filosofieën over de bewustzijnsontwikkeling van de mens. De evangeliën over het handelen van Jezus kun je lezen als beschrijvingen van innerlijke ervaringen die werden opgedaan in de ziel tijdens zijn inwijdingsweg. Wat in de oude mysteriën als innerlijke beelden van de godenwereld werd beleefd, vindt nu als een menselijke fysieke gebeurtenis plaats. In de drie jaren na de doop in de Jordaan heeft het zonnewezen van de Christuskracht zich stapsgewijs steeds inniger verbonden met het lichaam van Jezus en de onmetelijke kracht van het zonnewezen begint ook in de omgeving merkbaar te worden. De kracht werkt in op de astraallichamen van zieken, manifesteert zich ook in het etherische gebied en bij de ‘verheerlijking op de berg’ hebben drie van de apostelen kunnen schouwen hoe de Christuskracht het lichaam van Jezus transformeert.

HANGEN AAN HET KRUIS

Op Goede Vrijdag wordt het lijden, de kruisiging en de dood herdacht. 
Hangen aan een kruis is een symbool voor de noodzaak van het volledig ervaren van alles wat in je bewustzijn komt: je weerstanden, je verlangens, je fysieke sensaties, je gedachten en emoties. Alles wat volledig ervaren wordt lost immers op. Juist als je gelooft dat je de pijn van het leven of je fysieke lichaam niet meer kunt verdragen, maar je blijft doelbewust ervaren – je blijft voelen hoe het voelt zonder respons te geven – dan kom je aan de grens en vindt er een transformatie plaats. Dat is het uitzicht en inzicht dat ons geschonken wordt in de verhalen over wat er tweeduizend jaar geleden met Pasen gebeurde.

Het begrip “Opstanding” kan gezien worden als een metamorfose, een herrijzenis uit een verstarde toestand waaruit iets nieuws geboren wordt . 
Maar ook als het ultieme proces, waarin je kunt bestaan in zowel de tijdelijke, begrensde aardse dimensies van ruimte en tijd, als de onbegrensde werkelijkheid van het Eeuwigdurend Nu. 
Als een onsterfelijk goddelijk wezen.

.

.

Palmpasen en Pasenalle artikelen
.
VRIJESCHOOL in beeldPalmpasen

.

1786

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pasen (32)

.

Hoewel het vieren van jaarfeesten een onderdeel is van wat op de vrijeschool gebeurt, geeft Steiner er in zijn pedagogische voordrachten geen aanwijzingen voor. Dat er over de jaarfeesten op deze blog van alles is te vinden, betekent niet dat alle achtergronden die hier worden gegeven voor iedere school in gelijke mate gelden. Bovendien is ‘school’ in dit opzicht te abstract. Het gaat om de mensen die er vorm aan geven. Omdat het bij de achtergronden om  religieuze, spirituele of godsdienstige inhoud gaat, ligt het voor de hand dat iedere individuele leerkracht daarmee een bepaalde verbinding heeft – van een oppervlakkige tot een diepe.
De achtergronden die hier worden gegeven, zijn dus meer bedoeld als het schetsen van een sfeer waaruit de concrete vorm van een jaarfeest is voortgekomen.


OP ZOEK NAAR DE WARE KONING

 

Een koning
Rood, wit, blauw,

De koning en zijn vrouw,

De koningen zijn dochtertje,

Koffiedik

Af ben ik

Een vader zegt dit rijmpje op voor zijn dochtertje, dat de vorige dag net drie jaar is geworden. Het kind heeft het versje va­ker gehoord en aandachtig in zich opgeno­men. Nu herhaalt ze ineens met iets van blijde verrassing in haar stem het laatste voord: Ik, ikke! Het is voor het eerst dat ze dit woord zo uitspreekt, bewust betrok­ken op zichzelf. Twee maanden later zegt ze over zichzelf: ‘Als Hieke groot is, is Hieke ook een koning!’

Er wordt een kind gedoopt. Ik zit met mijn dochtertje van twee jaar op schoot, nogal vooraan om alles goed te zien. Daar komt de priester binnen, een eerbiedwaardig man met zilverwit haar dat glanst boven het donkerpaarse priestergewaad. Het is ineens heel stil in de kerk, en in die stilte hoor ik mijn dochtertje dromerig fluisteren: ‘De koning!’

Wie van ons ziet nog een koning in deze tijd? Wel spreekt de taal van ‘een koninklij­ke gestalte’. Dat heeft dan niets te maken met de uiterlijke omhulling, maar met de uiterlijke houding die naar buiten toe zichtbaar wordt. Blijkbaar dragen we in ons mee het beeld van een ‘koning’, hoe een koning moet zijn, maar het ligt diep wegge­doken in een niet-bewuste laag van ons be­staan. Het is er wel en het ‘werkt’ ook, want we kunnen er de ‘koning’ in een an­der mens mee herkennen. Hoe moeten we ons dat voorstellen? Wat is eigenlijk een koning?
Nu roepen we de sprookjes te hulp. Dat kunnen we doen, omdat in de echte sprookjes een schat van wijsheid verborgen ligt die de meest funda­mentele waarheden van het mens-zijn in beeldentaal uitspreekt. In gave en goed
af­geronde sprookjes als IJzeren Hans, De trommelslager of De trouwe Johannes wordt het koningschap bereikt via een lange, moeilijke weg vol beproevingen. In het verhaal van IJzeren Hans is het zelfs heel duidelijk dat het gaat om een innerlijk verworven koningschap. De held van het verhaal is immers van geboorte een koningszoon, en heeft als zodanig het recht geërfd om koning te worden. Hij draagt het als een belofte met zich mee, maar of die belofte in vervulling gaat, hangt van hem zelf af. Jarenlang duikt hij onder in een naamloos bestaan als om een rijpingsproces door te maken. Wijsheid, waardigheid, dee­moed, inzicht in zichzelf en in anderen, be­reidheid tot offervaardigheid en dienstbaar­heid, moed, vlijt en tegenwoordigheid van geest: het zijn evenzovele voorwaarden om een waarachtig koningschap te bereiken.

Het begin

Het inzetten van de Lijdenstijd zoals dit gebeurt in de Christengemeenschap, als voorbereiding op Pasen, doet ons denken aan de vier adventszondagen voor Kerstmis. De heilige nacht van de geboorte van het kind Jezus ligt nu heel ver achter ons. Het licht dat ons toen omstraalde, en de warm­te die toen om ons heen was, zijn we bijna vergeten. Het engelenlied van ‘Vrede op aarde’ klinkt als een zwakke echo in ons hart na. Er was een openheid naar boven toe, een stemming van vanzelfsprekende innigheid die we ons dankbaar herinneren als een geschenk uit de hemel. Iets van die warme innigheid, van die lang vervlogen kerststemming kunnen we nog ervaren iedere keer als we staan bij de wieg van een heel jong mensenkind. Iets van de heiligheid van de plaats waar Maria’s kind geboren werd, hangt in iedere babykamer, als het goed is. Diep-ernstig kunnen de ogen van zo’n jong kind je aankijken. Het is of daarachter een geheim verborgen ligt dat nog ontraadseld moet worden: het ge­heim van zijn toekomstig leven op aarde. Wie ben je? Met welk doel ben je hier geko­men? Ze slapen voornamelijk, deze hele jonge wiegekinderen. Ze zijn nog helemaal verbonden met de wereld waar ze vandaan gekomen zijn. Pas na 6 weken, na ongeveer 40 dagen worden ze langzaam wakker voor onze wereld, en ze doen dat met het eerste teken van menselijk contact: een stralende glimlach.

Deze paradijselijke sfeer kan nog heel lang om een kind heen zijn, als wij volwassenen er maar zuinig op zijn en het behoeden. Want als we dat doen dan is het of er in ons huis een bronnetje opborrelt met helder, fris water. En aan dit levende water kunnen we ons steeds weer laven, als we er rustig de tijd voor nemen, en ons niet laten voort­jagen ‘door de dingen die gedaan moeten worden’. We gaan iets vermoeden van het geheim dat een jong kind in zich draagt, als we in de evangeliën lezen hoe Jezus eens kinderen plaatste in het midden van de twaalf discipelen en tot hen zei: ‘Wie niet het rijk Gods in zich opneemt zoals een kind het in zich draagt, kan er niet binnen­komen’ (Markus 10).

De weg

Na Kerstmis is het of we met reuzenschre­den het groeiproces tot volwassenwording meemaken. In de Driekoningentijd schuift zich een donkere schaduw voor het licht. Koning Herodes staat daar en we kunnen er niet omheen. De drie Wijzen uit het Oosten vinden het Kind in Bethlehem. maar de vierde koning zoekt zijn weg door de we­reld. Hij is een koningszoon met het ge-erfd recht om later koning te worden. Hij doet echter afstand van dit vanzelfspreken­de recht en duikt onder in de anonimiteit, als mens onder de mensen. Aan het eind van zijn leven ontdekt hij dat zijn kiezen voor het
mens-zijn tegelijk het ware koningschap betekent. De Koning die hij zocht, blijkt ook te zijn de ware Mens, als vervulde belofte. Het was het mede-lijden met de mensen die hij ontmoette op zijn lange lijdensweg, dat tenslotte deze ontdek­king, deze ont-hulling mogelijk maakte.
Je kan je op allerlei manieren voorbereiden op Pasen, maar voor ons volwassenen, op­voeders, verzorgers is er geen betere voor­bereiding denkbaar dan het ‘mee-lijden’, het zich verdiepen in de lijdensgeschiedenis zoals deze beschreven wordt door de vier evangelisten. Directconcreet lezen wat er staat, ieder jaar weer, of ernaar luisteren met open oren of erover spreken met ande­ren, zoals de Emmaüsgangers deden, ja zelfs erover zingen is een zinvolle en bevredigen­de voorbereiding.

Hoewel er in historische documenten vrij­wel niets te vinden is over de gebeurtenis­sen in Palestina, zo centraal voor het christendom, is toch één ding duidelijk merkbaar. De personen die betrokken waren bij de veroordeling van Jezus van Nazareth kunnen geen van allen ‘kleine jongens’ geweest zijn. Het is of er een soort samentrekking is, van mensen die elk voor zich ‘groots’ waren op de plaats waar zij stonden, in de functie die zij vervulden.
Door alle evangeliën heen wordt steeds aan­geduid dat alles op een bepaald ‘uur’ moest geschieden, zoals bijvoorbeeld in Johannes 7: ‘Toen zochten ze hem te grij­pen, maar niemand sloeg de hand aan hem; want zijn uur was nog niet gekomen.’
Het is of het hele uitspansel met sterren en andere hemellichamen volgt wat hier gebeurt. Daarom is het ook niet anders denkbaar dan dat de machtige gestalte van de Christus in de mens Jezus ‘weerstanden op hoog niveau’ ontmoette. Het is of een Koning zich met ‘koningen’ moet meten.

Gestalten in de Stille week

Daar is als eerste Judas Iskariot. Als het ge­juich en het rumoer van Palmpasen is ver­stomd, dan komt wat zelfs door de discipelen als een ‘anticlimax’ wordt beleefd: de gebeurtenissen van de Stille week. De te­leurstelling die hen allen beving, culmineerde in het verraad van Judas. Eén moest het verraad plegen, één moest de ‘zondebok’ zijn. Het is of de profetische woorden van de hogepriester ook op Judas van toe­passing zijn: ‘Het is beter voor u dat één mens sterft voor het Godsvolk dan dat ge­heel ons volk ten onder gaat’ (Joh. 11). Wat een ontzagwekkende gestalte moet dit geweest zijn, hij die de Mensenzoon verra­den kon.

Dan is daar de hogepriester. De leiders van het Joodse volk hebben met hun gewapen­de dienaren Jezus gevangen genomen en voor de Hoge Raad gebracht, het hoogste rechtscollege. Er moeten getuigenissen tegen de aangeklaagde gevonden worden, opdat hij veroordeeld kan worden. De veroordeling zelf stond van tevoren vast. Maar zij vinden niets en de getuigenissen blijken niet te klop­pen met elkaar. Tijdens al dat heen en weer praten heeft één persoon zich wat op de ach­tergrond gehouden, lijkt het. Nu treedt hij naar voren: ‘Toen stond de hogepriester op en trad in het midden’ (Mark. 14). Hij ver­baast zich erover dat Jezus geen weerwoord heeft op alle getuigenissen. Maar misschien juist daardoor is hij de enige die er een ver­moeden van heeft wat hier gebeurt en wie hier voor hem staat. De hogepriester stelt de enige vraag ‘op niveau’: ‘Zijt Gij de Christus, de Zoon van de Geprezene?’ Jezus zeide: ‘Ik Ben. En gij zult de Mensenzoon zien zitten ter rechterhand der Kracht en komen met de wolken des hemels.’ (Mark. 14). Het pleit voor de hogepriester dat er nu wel een antwoord komt. Jezus herkent in hem blijkbaar een waardig vertegenwoordiger van wat de joodse religie inhoudelijk nog bete­kende. Het woord ‘Ik Ben’ komen we ook tegen in het Oude Testament. Het was de heilige naam van de Godheid, die alleen in het allerheiligste van de tempel mocht wor­den uitgesproken. Die naam werd nu in volle openbaarheid uitgesproken en ten overstaan van iedereen. Juist omdat de diepste geloofs­geheimen voor deze hogepriester zo heilig waren, was hij zo diep geschokt dat hij zijn gewaad scheurde en Jezus betichtte van ‘godslastering’. Volgens de joodse wet was de beklaagde nu des doods schuldig.

Wat hier gebeurt, klinkt als een voorspel van wat beschreven wordt als gevolg van de kruisdood op Golgotha: ‘Toen scheurde het voorhangsel van de tempel in tweeën, van boven tot onder.’ (Mark. 15). Het geheim dat eeuwenlang in het verborgene was be­hoed en doorgegeven door ingewijde men­sen, was openbaar geworden en voor de hele wereld zichtbaar. ‘De hoofdman, die tegen­over hem stond en zag dat hij zó stierf, zeide: ‘Waarachtig, deze mens was een Gods-zoon’ (Mark. 15). Dat zegt een Romeinse hoofdman in functie, op wacht bij het kruis. Ook hij was blijkbaar niet ‘zo maar’ iemand, maar een man die meer zag dan anderen. Er is nog een vierde, die tijdens het proces markant gestalte krijgt door de wijze waarop hij Jezus tegemoet treedt. Dat is de land­voogd Pilatus, ook een Romein. De eerste vraag die hij Jezus stelt, is: ‘Zijt gij de Koning der Joden?’ Een merkwaardige vraag, want de Joden kenden geen koning in de ge­wone, bestuurlijke zin van het woord. Uit het antwoord van Jezus blijkt echter, dat Pilatus wat anders bedoelt: ‘Mijn Rijk is niet van deze wereld.’ (Joh. 18). De landvoogd blijft hem verder met deze titel benoemen, en hij schrijft later dezelfde woorden als op­schrift boven het kruis: Koning der Joden. Na het eerste gesprek met Pilatus wordt Jezus overgeleverd aan de soldaten om te worden gegeseld. ‘En de soldaten vlochten een kroon van doornen en zetten die op zijn hoofd. Zij wierpen hem een purperen mantel om en traden op hem toe met de woorden: ‘Gegroet, Koning der Joden! En zij sloegen hem in het gezicht.’ (Joh. 19). Naar aardse maatstaven de karikatuur van een koning. Geen kroon van goud, maar een van doorni­ge takken waaraan in plaats van rozen bloed­druppels bloeiden.

‘En wederom trad Pilatus naar buiten en zei­de tot hen: ‘Ziet, ik breng hem openlijk voor u, opdat gij begrijpt dat ik geen schuld in hem vind.’ Jezus trad naar buiten met de doornenkroon en de purperen mantel. Pilatus sprak tot hen: ‘Ziedaar, de mens!’ (Joh. 19).

Het was dit beeld dat de dichter Chr. Morgenstern inspireerde tot de uitspraak:

Wenn die Rosen um deine Stirn, Mensch
kein Blutstropfen sind,
wirst du nicht wissen warum du lebst,
bleibst du ewig Kind, Mensch!

Op de derde dag

Als een koning werd Jezus van Nazareth in­gehaald op de dag die wij nu Palmzondag noemen. ‘Hozanna de Zoon Davids! Geze­gend die komt in de naam des Heren!’ Gejubel en gejuich begroetten een uiterlijk koningschap, waar het volk eeuwenlang naar had uitgekeken. In de week die daarop volgt, blijkt echter dat het gaat om een ander soort koningschap. Zo rumoerig als de intocht in Jeruzalem verliep, zo stil begint de Paasmorgen, acht dagen later. Zo stil als het ’s mor­gens vroeg kan zijn als de zon opgaat. De Opstanding is een begin, is in kiemtoe­stand. Het is een kiem die veel zorg en aan­dacht nodig heeft.
Pasen is geen “hemels ge­schenk’, maar een belofte: de belofte dat een innerlijk koningschap en een waarachtig mens-zijn mogelijk zijn geworden.
Of deze belofte wordt vervuld, hangt mede van ons af.
.

(Marieke Anschütz, Jonas 16, 6 april 1979)
.

Palmpasen/Pasenalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

VRIJESCHOOL in beeldpalmpasen

.

513-474

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pasen (31)

.

Pasen

Het is echt lenteweer, zonnig, we kunnen niet anders dan naar buiten gaan. De natuur staat op springen,de knoppen aan de bomen worden al dikker en wie onder de bomen onder de humuslaag in de grond krabt, ziet dat aan ei­kels, kastanjes en zaden al de eerste wortelvorming is begonnen, het begin van een nieuwe boom!

Op weg naar huis knip ik in de tuin wat kale, schijnbaar dode takken af. Er is nog niets aan te zien en ik vraag me af of de takken soms ver ingevro­ren zijn? Ik vergeet ze een beetje, ook al staan ze mooi te zijn in de blauwe glazen vaas.
En dan zie ik plotseling op weer zo’n mooie zonnige dag de zon schijnt warm in huis, dat het zwarte hout bezaaid is met prachti­ge piepkleine perzikbloesems. De bloemblaadjes hebben de kleur van een gezonde rozige babyhuid, een boeiend contrast met de doodgewaande takken. Onder een heldere Hollandse wolkenlucht komt de natuur steeds meer tot leven, de vroege bloeiers geven acte de presence.
Al genietend van de lente wordt de mens er zelfs al een beetje luchtig van; het geeft zin in nieuwe dingen, nieuwe plannen.

De spanning die we buiten opdoen is op school in het hele gebouw
tast­baar aanwezig. De jaartafels in de klassen bloeien op. In peuter- en kleuter­klassen zijn we even in de ban van moeder Aarde en de wortelkindertjes: “Onder de grond, zo diep, zo diep. Wie weet er wat daar sliep?”
Dit zijn de eerste zinnen uit het boek van Alfred Listal “Van de Wortelkindertjes”.
In de lente, de paastijd, begint het boek zijn beeldverhaal over de
ont­luikende en weer afstervende natuur.Veel ouders hebben de kunst van de juffies afgekeken en tot grote vreugde van de kinderen de bloemenkindertjes met lapjes en stukjes vilt ook thuis op een jaartafel laten verschij­nen.

In alle klassen staan de houten kruisen klaar om versierd te worden met kleurig crêpepapier, beschilderde eieren, rozijnenslingers, een zelf gebak­ken broodhaantje en buxustakjes.
Met de palmpaasoptocht luiden we de stille week in en bezingen we het komende paasfeest.

De optocht is een herinnering aan de intocht van Jezus in Jeruzalem. De palmpasenstok brengt met zijn symbolische versiering het christelijke paasfeest en de vele voor-christelijke vormen van volksfeesten ter ere van het nieuwe leven in de natuur en de terugkomst van de zon samen. Het beschilder­de ei, de haas, het lam en het paasvuur zijn symbolen die bij oude culturen van Germanen, Grieken, Egyptenaren, Chinezen en vele anderen zijn terug te vinden.
Zelfs nu nog wordt bv. in China een roodgeverfd ei in de wieg gelegd als symbool van geluk bij een nieuw geboren baby.

Het christelijk paasfeest is het feest van Dood en Opstanding.
Vroeger was dat het belangrijkste feest van het jaar.
In het Westen kreeg de mensheid steeds meer moeite met de opstandingsgedachte, het lege graf kon alleen een “wonder” zijn en die bestaan niet in het westerse denken.
Toch toont de natuur ons jaar in jaar uit het wonder van Pasen en kan ons motiveren tot het zoeken naar de moderne waarheid van het wonder. Het lezen over de lijdensweg van Christus, die voerde naar de dood op Golgotha, roept het machteloze gevoel op dat Christus zich niet verweerd heeft, de
krui­siging gewoon heeft laten gebeuren. Tegelijkertijd beleef je dat het aardse leven geen kans meer had en dat er alleen door het sterven heen een mogelijk­heid tot “opstaan” was. Daarmee gaf hij de mensheid de gelegenheid nieuwe we­gen te bewandelen, geïnspireerd door andere dan materiële waarden.
Als volwassene kunnen we ons betrokken voelen bij het lijden op Goede Vrijdag. Het luisteren naar de Matthaus-passion van J.S.Bach, die in deze tijd op vele plaatsen wordt uitgevoerd, brengt ons in de gemoedstoestand die bij de kruisi­ging past.
Jonge kinderen beleven dit nog niet, voor hen is alleen het levende een realiteit.

Bach heeft op geniale wijze gebruik gemaakt in zijn muziek van een jongenskoor. De lichtheid van de kinderzangstemmen tegen de dramatische klank van de twee grote koren, laten je tastbaar voelen dat Pasen, opstanding, onlosmakelijk verbonden is met de dood.

Zo geeft de geschiedenis van het leven van Christus moed om steeds aan iets nieuws te beginnen in het leven en het geeft vertrouwen, dat het goed is als daaraan vooraf in een mensenleven iets moet worden opgegeven.

Het vieren van Pasen in de vrijeschool gebeurt met de jongste kinderen met de beelden vanuit de natuur. De paashaas die zijn gekleurde eieren brengt, is het beeld voor de onzelfzuchtige mens, die zich opoffert voor het voortleven van anderen, overeenkomstig het gedrag van de haas in zijn leger in de vrije natuur.
Door alle klassen spelen de symbolen uit de zich vernieuwende natuur, uit het nieuwe leven in het ei, enz. de belangrijkste rol bij de viering. Vanaf de vierde klas kan ook over het leven van Jezus en het mysterie van Golgotha worden verteld. Duidelijk zal zijn dat daarbij de vernieuwende impulsen die Jezus aan de mensen gaf de boventoon voeren en dat zichtbaar wordt gemaakt dat zijn leven niet eindigde aan het kruis, maar juist voor ons nog begon.

Pasen, een tijd van vernieuwing en opbouw, een tijd om mensen enthousiast te maken voor het vrijeschoolonderwijs. Een onderwijs dat niet nieuw is, maar kinderen wellicht leert later een mens te zijn, die los van materiële verlangens vernieuwende impulsen aan de wereld schenkt!

(Annemieke Zwart, nadere gegevens ontbreken)

.

Palmpasen/Pasenalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: palmpasen

.

512-473

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Palmpasen/Pasen – alle artikelen

.
Hoewel het vieren van jaarfeesten een onderdeel is van wat op de vrijeschool gebeurt, geeft Steiner er in zijn pedagogische voordrachten geen aanwijzingen voor. Dat er over de jaarfeesten op deze blog van alles is te vinden, betekent niet dat alle achtergronden die hier worden gegeven voor iedere school in gelijke mate gelden. Bovendien is ‘school’ in dit opzicht te abstract. Het gaat om de mensen die er vorm aan geven. Omdat het bij de achtergronden om  religieuze, spirituele of godsdienstige inhoud gaat, ligt het voor de hand dat iedere individuele leerkracht daarmee een bepaalde verbinding heeft – van een oppervlakkige tot een diepe.
De achtergronden die hier worden gegeven, zijn dus meer bedoeld om de sfeer te schetsen waaruit de concrete vorm van een jaarfeest is voortgekomen.

=

In veel artikelen die over Palmpasen gaan, staat ook iets over Pasen en omgekeerd. Een duidelijke scheiding is niet aan te geven.

PALMPASEN

[1] Palmpasen 
Walther van Riet
over: invloed van vroegere tijden; palmpasenstok

Palmpasen (2)
Juf Aagjen over: het ei als symbool; ‘drie ei is een paasei’

Palmpasen (3)
Henk Sweers over: het licht in de lente; de gang door de seizoenen; Paasei; paashaas; levensboom, palmpasenstok; palmprocessie; ‘één ei is geen ei’

Palmpasen (4)
verschillende palmpasenstokken

Palmpasen (5)
Juultje van der Stok over: de symboliek van de stok; stokken maken, haantjes bakken in het gezin

Palmpasen (6)
broodrecepten: paasbrood met saffraan; vooral om met kinderen te maken: hot cross buns; broodhaantjes; paaskoekjes; paaskrans; paasbrood; brooddeeg

Palmpasen (7)
Walther van Riet over: symboliek van de paasstok

Palmpasen (8)
Ferdinand van Hemmes over: Palmpasen in de Betuwe, zo’n halve eeuw geleden;
palmpaasstok en meiboom; voor-christelijke en christelijke tradities

Palmpasen (9)       Pasen de levensboom
Loïs Eijgenraam over: palmpasenstok en levensboom; boom van leven – boom van kennis; legende(n) om de 3 zaden van de levensboom; zonnekruis; Schotse (boom)spreuk; gedicht van Albert Steffen

Palmpasen (10)   Palmpasen en Pasen
Loïs Eijgenraam over: palmzondag; Christus als Koning; palmprocessie/palmstok; palmpaasstok; haaktechniek voor netje; eieren verstoppen; verfhaal ‘het haasje in de’maan’;

PASEN

Pasen (1)
J.E.Zeylmans van Emmichoven over: de beweegbare paasdatum; lentefeest; palmpasenstok

Pasen (2)
Henk Sweers over: de haas als paashaas; symbool; in oude(re) culturen; in de kunst

Pasen (3)
Maarten Udo de Haes
over: de beweeglijkheid van de paasdatum; zon, maan en aarde in evenwicht; de zondag als middelpunt; tweetallen van dagen in tegenstelling

Pasen (4)
Rinke Visser
over: wanneer valt Pasen; het kosmische beeld van Pasen; evenwicht vanuit optiek waken-slapen van de aarde

Pasen (5)
Henk Sweers
over: omgang met de ander; leven en liefde; geweten; Christus en Pasen; paashaas:

Pasen (6)
Onbekend over Pasen; vernieuwing en opstandig; Christus opgestaan; geest en stof; plant, dier en mens; dood en lente; voorjaarsmoeheid

Pasen (7)
Thea Verbeek en Ilona Botterweg over Palmpasen en Pasen in de peuter- en kleuterklas: lente; palmpoosstol; haas; ei; eieren verven: Roodkapje

Pasen (8)
Knutselen: vingerhaaspopje, paashaasje; paashaasje, kuiken, lam van pompoen; paastuintje; paasfiguren van papiermaché; bloempot beschilderen; eierhoepel; nestjes; haas als eierdop;  paaseierdop; paasmobile; ei op stokje; paasboom; lentefee; eierschaal met bloempjes; haasje van aardappel; paasweitje; paashaantje (papier); voor het raam; beweegbare paaskaart; ‘kiek-kiek’ beweegbaar kuikentje; wortel- en lentekinderen haken; bloemenkinderen van vilt; ei met deksel;

Pasen (9)
Robin Jansen over: hoe beleven we nu Pasen; opstanding; Golgotha; Christus; Ik; oordeel; gedicht Nijhoff ‘De soldaat die Jezus kruisigde’;

Pasen (10)
Amy de Rhoter over: de beweeglijke paasdatum; mysterie van Golgotha

Pasen (11)
Marijke Roetemeijer over: paashaas; Hindoelegende ‘De legende van de drie hazen’

Pasen (12)
Legende van het haasje in de maan

Pasen (13)
Erica Mathijsen over: hoe zou je in het gezin Pasen kunnen vieren en waarom; voorbereiding; activiteiten;
aangevuld met andere artikelen over hetzelfde onderwerp; Heilige week met gedicht;
samen knutselen; damen bakken;  paasmenu maken

Pasen (14)
J.Oele over: Paasdatum, in de bijbel; joods Pasha; kalenderhervorming, kerkelijke kalender; Nicea

Pasen (15)
Eieren verven, verschillende technieken, natuurlijke kleurstoffen; eiertakken; paaseieren versieren; eieren verven en versieren; paasei met blaadjes; paasei verven; chocolade-ei; wat doen we uiteindelijk met de eieren?

Maarten van Rakt over: feest van de chocola; chocolade-ei; waarom eieren;

Nikole Karrèr over: eieren in het verleden; een Perzische legende over de eieren van Ormoezd en Angromanyu; bijzondere eieren uit Perzië; doosje met ei als cadeau; een ganzenei bewerken.

Pasen (16)
Dichter bij Pasen: hoe denk je erover, wat voel je erbij, wat wil je ermee. Een gesprek tussen ouders.

Pasen (17)
Henk Sweers over: eindigheid en oneidigheid; de grenzen van het denken; de eeuwigheid; het voorgeboortelijke; Golgotha; Christus

Pasen (18)
Paul van Laare over: de kalender in vroegere tijden: Julius Caesar, Gregorius 13; het vaststellen van de paasdatum

Pasen (19)
Marieke Anschütz over: werk als oefenweg; beroep als ‘meditatie’;  Jan Luyken, etsen

Pasen (20)
Annet Schukking over: lijden, dood en leven;

Pasen (21)
Over Palmpasen en Pasen, in kort bestek passeert veel de revue

Pasen (22)
Maarten Udo de Haes over: evenwicht en beweeglijkheid; paasdatum; sterven, dood, opstanding, leven; Mercurius als bemiddelaar; Rafael; genezing

Pasen (23)
Rimbert Moeskops viert met zijn derde klas het Pesach

Pasen (24)
F. de Fremery over: lijden van Christus in het persoonlijk leven; de betekenis van doornenkroon, geseling en opstanding; passietijd en Pasen; 

Pasen (25)
Uit: Noord-Europese mysteriën: Heidense gebruiken en het christendom; lentemaand; lentenamen; Ootmarsum

Pasen (26)
Marieke Anschütz
over: Vasten: hoe oefen je mens-zijn; innerlijke ontwikkeling; Elckerlyc; Pieter Breughel de Oude: De strijd tussen carnaval en Vasten; wat was, wat is ascese

Pasen (27)
Jakobus Knijpenga over: (af)sterven, dood, vergankelijkheid; vernieuwing, leven, levenskracht; overwinnen; Christus’dood; opstanding

Pasen (28)
Hanneke van Vliet over: Palmpasen/Pasen, lente  in de kleuterklas; symboliek stok, ei, haas

Pasen (29)
Lente: het verhaal van Tobias en de vis;

Pasen (30)
Paul Veltman over: Jeruzalem, Johannes, symboliek haas; opstanding niet makkelijk te begrijpen

Pasen (31)
Annemieke Zwart over: Palmpasen; lente; opstanding; symboliek; Christus

[32] Op zoek naar de ware koning
Marieke Anschütz over: het wezen ‘koning’; Palmpasen; lijdenstijd t.o. advent; veroordeling Christus; Judas; 

[33] Hoe wordt de paasdatum berekend
J.E.Zeylmans van Emmichoven over: vier manieren om de datum te berekenen: stoffelijk; wanneer is het Pasen; eenmaal per jaar: jaarritme;  biologisch, het maan(d)ritme, ritme van het etherlijf; week als ritme van de psyche; het Ik heeft een dagritme 

[34Kiezen voor ritme of dood
J.Knijpenga over: pogingen in het verleden om de paasdatum vast te leggen (1954, 1963, 1977); maanfeest, Jahweh; Pasen in het teken van de zon; ritme

[35] Astronomen twisten over de datum van de kruisiging
Govert Schilling over: wanneer is het Pasen; wanneer de 1e Goede Vrijdag?; berekening van Bradley Schaefer; 3 april 33?

[36] Pasen en de geur van mirre
Bob Smalhout over: Judas, Martha en Maria, de nardusolie, veroordeling van Jezus; hoe er gekruisigd werd;

[37Interview
Charles Vergeer over: Jezus; wat gebeurde er rond Goede Vfijdag; wat schreven Marcus en Lucas; 

[38] De twee bomen in het Paradijs

[39]
Oude paasgebruiken; paasvuur; verbranding; paaswiel; zon als oorsprong; Christus als zonneheld;

[40] Hoe kunnen we met kinderen Pasen vieren
Pasen in het verre verleden in oude culturen; paashaas; eieren; het joodse paasfeest en het christelijke; hoe en wanneer vier je Pasen met kinderen;
Pasen (41)
Een verhaal van Elisabeth Klein over het ontstaan van de paaseieren voor kinderen rond het 6e jaar

Pasen (42)
Oude paasgebruiken, paasvuur, paaswiel, vele manieren om eieren te versieren

Pasen (43)
Pasen in het verre verleden in oude culturen; hoe en wanneer vier je Pasen met kinderen; welke sprookjes; eieren versieren

[44] Het zonnekoren – een paasverhaal
Jörg Undeutsch over: het gras dat dichter bij de zon wilde komen, een zonnedruppel ontvangt en koren wordt

De kikker en de held Johannes

Else Tideman over: Russisch sprookje met paasmotief; Wassilissa, de Alwijze

voor meer ideeën en achtergronden: Tinekes Doehoek

Jaarfeesten: alle artikelen

Vrijeschool in beeldPalmpasen (met o.a. voorbeelden van broodhaantjes en palmpasenstok;  bij Pasen: jaartafels
.

141-135

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pasen (28)

.

ENKELE ACHTERGRODEN M.B.T. HET PAASFEEST

In de kleuterklas vieren we Pasen als een lentefeest.
Het feest van de uitlopende natuur.
In ons ochtendspel zingen en spelen we het verhaal van de wortelkindertjes. Zij ontwaken uit hun winterslaap. Moeder aarde zorgt dat ze ijverig hun nieuwe bloemenjurkjes gaan naaien. O, wat zijn ze mooi als ze klaar zijn om in optocht naar boven te vertrekken. Als de lentefee op haar gouden slee met rinkelende belletjes de lente inluidt, komen alle bloemenkindertjes uit de grond naar boven. In de gebaren van het ontwaken wordt de nieuwe geboorte zo ervaren.
Ook het van donker naar licht gaan, wordt ervaren in dit spel. Het ontwaken van de natuur geeft ook de beelden van opstanding en overwinning uit de dood.
De symbolen van de paastijd geven het weergekeerde leven weer.
De palmpaasstok is eigenlijk een persoonlijke levensboom. De haan, bovenop, is de figuur die de dag aankondigt en met Palmpasen de nieuwe dageraad in een mensenleven.
Het groene takje, van de buxus is het symbool van het eeuwige leven. Ook horen er eieren aan de paasstok.
Al het leven komt uit een ei.

Het paasei is een schijnbaar dood ding, dat leven in zich heeft. Ook een beeld voor het wonder van de opstanding.
De krachten van de zon (gele dooier) en de maan (eiwit) zijn in het ei terug te vinden.
Door de Grieken, Germanen en Russen werden de eieren  op graven gelegd als symbool voor onsterfelijkheid.
Dit gebeurt nog steeds in delen van Kroatië. Dit rouw-ei is zwart.
Het nieuwe leven kunnen we in het verborgene vinden.
Vandaar dat de eieren worden verstopt.

Een ander eeuwenoud symbool is dat van de paashaas.

In oude tijden vóór Christus was de haas toegewijd aan de godinnen van de vruchtbaarheid (Artemis in Griekenland, Oeroet in Egypte, Ostara in het Noorden),  het Duitse Ostern verwijst nog naar Ostara.
In de tijd na Christus is de haas het symbool geworden van het ‘Ik’ in het fysieke lichaam.
Het ‘Ik’ is onzelfzuchtig, schaadt niemand en komt de ander te hulp.
De haas heeft geen eigen huis, het terrein is zijn woning.
Hij doet geen dier kwaad, is zachtmoedig, maar heeft vele vijanden. Daarom is een snelle vruchtbare voortplanting nodig. Een haas die door een vijand wordt nagejaagd in de achtervolging, wordt vervangen door een soortgenoot. Zo is hij zijn ‘broeders hoeder’.
Zo kan een klein ikje uitgroeien tot Ik. De wereld als ons huis en alle mensen als onze broeders.
Aan kleuters leggen we al deze zaken niet uit. Maar op een diep niveau beleven zij het wonder van de opstanding van de natuur en mens in de kringloop van het jaar door onze feesten, als vanzelfsprekend mee.

Hanneke, maart 1998, vrijeschool Zevenster, Uden

 

Palmpasen/Pasen: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

 

Peuters en kleuters: alle artikelen

 

VRIJESCHOOL in beeld: peuters en kleuters

 

139-134

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – JAARFEESTEN – Palmpasen (8)

.

PALMPASEN IN DE BETUWE

Met haantje op stok zingend langs de deur

De palmpaas eeuwenoud kindervermaak

TIEL – Palmzondag. In volle luister lacht het lentezonnetje de aarde toe. Er waait een zwoele wind, die het ontluikende groen aan de bomen zachtjes doet trillen. Onderwijl heerst er in de kerk een zekere vreugde. Het is namelijk de dag waarop de glo­rieuze intocht van Christus in Jeruzalem wordt herdacht. Gezeten op een ezel werd Christus destijds door een met palmen wuivende menigte feeste­lijk ingehaald. En dat kort voor zijn gevangenneming en kruisi­ging.

Het wordt die zondag opval­lend druk op straat. Her en der verschijnen kinderen met vrolijk versierde stokken in hun handen. Aan de stokken hangen appels, krentenbroodjes, vijgen en ge­kleurde eieren. Tussen dit spul prijken vlaggetjes en palmtakjes. En boven op de stok pronkt een fiere zwaan of haan van brood­deeg. Soms zitten er zowaar nog enige piepkleine zwaantjes op de rug van de vogel. De glinsterende krentenoogjes van het gevogelte blikken de kleine dragers onverpoosd aan. De feestelijk getooide stokken zijn alom bekend als palmpasens. Daags tevoren zijn vaders en moeders in de weer geweest met het optuigen van de stokken voor hun kroost. De bakker heeft zich uit de naad gewerkt om de grote vraag naar broodversieringen te kunnen bijbenen. Groot was de verrassing voor de kinderen toen ze op palmzondag ’s ochtends een fraai uitgedoste palmpaas voor hun bed aantroffen. Eenmaal op straat stapt het kroost zo trots als een pauw naar een oom of tante. Om daar ver­volgens een fooitje of wat lekkers te ontvangen. Na al die visites verenigen de kinderen zich. Twee aan twee lopen ze door het dorp. Krampachtig houden ze de palm­paas voor zich uit. Onderwijl klinkt voortdurend uit de kindermonden:

Palm, palmpasen,
Eikoerei!
Over een zondag dan krijgen wij een ei,
een ei is geen ei,
twee ei is een half ei,
drie ei is een paasei!

Al zingende trekt de jeugd naar het huis van de burgemeester of dat van de do­minee, waar zij wordt getracteerd op koekjes. Het hoogtepunt van de dag vindt echter bij thuis­komst plaats, als eindelijk de lek­kernijen uit de palmpaas soldaat kunnen worden gemaakt.

Dit alles was in de vorige eeuw grofweg het beeld van de palm-paasrondgangen in veel dorpen en stadjes. Populair was het kin­dervermaak ook in de Betuwe, ja zowel bij katholieken als bij pro­testanten. Al legden de laatsten bij het palmpaasgebruik wel te­rughoudendheid aan de dag. De palmpaas mag dan een ver­trouwde verschijning zijn, om­trent zijn oorsprong is nog veel onzeker. Als we de volkskundige Van de Graft mogen geloven, is de palmpaas uit christelijke en niet-christelijke elementen sa­mengesteld. Het begon allemaal met de palmprocessies. Al in de Middeleeuwen was het op veel plaatsen gebruikelijk om de in­tocht van Christus in Jeruzalem na te bootsen. Dikwijls werd dan in een processie een houten ezel, waarop een meestal uit hout ge­sneden Christusfiguur zat, mee­gevoerd. Tijdens die processie werden ook gewijde palmtakken gedragen. Geen echte palmtak­ken die waren er immers niet hier te lande maar takken van de buksboom. Gaandeweg nu werden die ‘palmtakken’ met een keur van lekkernijen behangen. Het ver­sierde palmgroen had daardoor veel weg van de meibomen die rond 1 mei overal werden ge­plant. Deze bomen of takken wer­den in bosrijke gebieden gekapt en met veel bombarie stad of dorp in gebracht. Dikwijls wer­den in de bomen eetwaren en groene kransen gehangen, waaraan vergulde eieren bungelden. Bovenop de bomen waren vaak ook nog vogels bevestigd. De op­geschikte meibomen werden van huis tot huis gedragen. Voor een fooitje konden de bewoners reke­nen op de beschuttende kracht van het meigroen. Eigenlijk ging achter de mei­bomen een diepe betekenis schuil. Het frisse groen, de eieren, de vo­gels en de vruchten vormden na­melijk symbolen van vruchtbaar­heid, ontkiemend leven en de len­te. Mettertijd moeten die mei­boomspullen zijn verhuisd naar de palmtak op palmzondag die bijgevolg werd omgetoverd tot een verkapt meiboompje. Als onderdeel van de palmpaas kregen de mei-attributen echter een zuiver christelijke betekenis. Ze gingen niet zozeer ontwakend leven als wel de opstanding van Christus symboliseren. Zo ook versmolt de onheilwerende kracht van het meigroen in het volksgeloof met de goddelijke be­scherming die de gewijde palm­takken bood. De oude palmprocessies raak­ten na de Reformatie in onbruik. Maar wat bleef waren de  paasoptochten die gaandeweg verwerden tot een kindervermaak. Pas in de vorige eeuw begon deze kinderpret uit te doven. En rond de eeuwwisseling was het palmpaasgebruik op tal van plaatsen al als een nachtkaars uitgegaan. Zo bakte de bakker van Doornenburg destijds tegen palmzondag nog wel broodvogels. Maar de broodhaantjes werden niet meer op een stok gestoken,  maar gewoon als feestbrood gepeuzeld. Ongetwijfeld was modernisme van de vorige eeuw debet aan deze teloorgang. Gelukkig werd er rond 1906 hier en daar nog met de versierde stokken rondgegaan. De volkskundige Van de Graft ontdekte dat daarbij grote verschillen in de uitdossing voorkwamen. Aan de palmpaasjes in Bemmel bijvoorbeeld trok de broodhaan de meeste aandacht. Terwijl in Huissen, Tiel en Culemborg een krans van brood het markantste onderdeel van de stok vormde. Het zal met die palmpasens net zo zijn geweest als met andere tradities: door hun geïso­leerde ligging ontwikkelden veel streken eigen kenmerken. Van de Graft beweerde dat de broodkrans in Huissen horizon­taal aan de stok werd geregen. Deze bevindingen stroken met uitlatingen van oude Huissenaren over de palmpaasuitdossingen van begin deze eeuw. Meermalen onthulden ze dat de broodkrans plat op een viertal uitlopers van een gespleten stok op de tanden werd gestoken. Zo’n stok was dik­wijls een sterke, blank geschilde tak van wilgenhout, geleverd door een plaatselijke mandenmaker. Met zorg werd op elk van de vier tanden die door de brood­krans heen staken een haantje ge­zet. En op het staartje van iedere vogel werd een palmtakje ge­plant. Verder werd de palmpaas nog getooid met een sinaasappel en met slingers met suikereitjes. Iemand wist overigens nog te vertellen dat het kroost met de palmpaasjes zingend de deuren afliep. In de meegenomen busjes werden de fooien gestopt, nu eens een stuiver, dan weer een cent of een halfje. Lang niet overal waren de palmpasens indertijd rijk ver­sierd. In Andelst bleken, naar ver­luidt, sommige kinderen slechts met een broodhaantje op de stok rond te gaan. De ongeschilde, povertjes ogende stok was van een wilg afgezaagd. Op de staart en de kop van het haantje prijkte een gewijd palmtakje. Het sobere uiterlijk van de palmpaas was in de Betuwe veelal een gevolg van gebrek aan geld. Vooral kinder­rijke arbeidersgezinnen konden het snoepgoed en de vruchten niet bekostigen. Vaak was de armoe zo groot dat zelfs een sobere palmpaas uit den boze was. Hoewel het palmpaasgebruik begin deze eeuw een kwijnend be­staan leidde, kon het voor totale ondergang worden behoed. Oude­ren namen later op palmzondag het voortouw. Her en der werden door hen voor de jeugd palmpaasoptochten opgezet. Let wel zon­der gebedel en gezang. Maar wel met fanfares en prijzen voor de mooist versierde stokken. Aldus ging het palmpaasvermaak na de Tweede Wereldoorlog weer fu­rore maken. Zo liepen op palmzondag 1956 in Elst, Huissen, Haalderen en Tiel honderden kinderen in een lange stoet door hun woonplaats. Met het jaar werd het voor de ju­ryleden moeilijker de fraaiste stokken aan te wijzen. De feeste­lijke rondgangen werden toen trouwens op touw gezet door ka­tholieken. Maar met folklore gaat het dikwijls op en af. Stilaan begon de belangstelling voor de palmpaas weer af te nemen. Sinds de jaren tachtig is de animo voor het oude vermaak echter weer flink aan het toenemen. In verschillende plaatsen worden (weer) optoch­ten gehouden. Initiatiefnemers zijn ditmaal peuterleidsters, buurt-, wijk- en dorpsverenigin­gen en zelfs een Oranjecomité. Zo kunnen vandaag kinderen in Tiel haantjes pik maken en deelne­men aan een optocht door de bin­nenstad. Ook in Opheusden houdt de buurtvereniging Opheusden-Zuid een optocht.

pasen 19 in april 1951 trekken honderden kinderen met palmpasenstokken door Tiel. Hier een beeld van de stoet in de Tweede Achterstraat

Ferdinand van Hemmes. ‘De Gelderlander’, 23 maart 1991

 

Palmpasen/Pasen: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

 

127-122

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pasen (7)

.

PALMPASEN EN PASEN VOOR DE KLEUTERS

In vroegere tijden beleefden de mensen de verandering in de natuur mee. Nu is het meer zo, dat wanneer de paaseieren (veel te vroeg) in de winkel verschijnen, men aan Pasen herinnerd wordt.
Zoals je ziet dat in de herfst alles afsterft, merk je omstreeks deze tijd het ontwaken van de natuur op. De sneeuwklokjes en krokussen zijn er al, iedere plant die je bekijkt begint uit te botten. De natuur ontwaakt, de lentezon laat zijn stralen schijnen. De zon komt steeds hoger te staan. De eieren die in deze tijd zofn belangrijke rol spelen, verbergen een prachtig symbool in zich. Het ei breekt na 21 dagen bebroed te zijn open en we zien een prachtig geel kuikentje voor ons, het wonder van het nieuwe leven.

Tegenover de lichtfeesten in de winter staan de feesten van het nieuwe leven of vruchtbaarheid in de lente.
Vogels maken ook hun nestjes en hiervan zien en horen we over enige tijd ook de jongen.
Aan onze palmpaasstokken beleven we ook het nieuwe leven. De meestal door de kinderen zelf gezochte stokken worden versierd met bovenop de broodhaan – de haan die in het vroege ochtendgloren aankondigt dat er weer een nieuwe dag geboren is. Vervolgens wordt de stok versierd met een gouden cirkel, het zonnerad – de zon immers zorgt voor het ontwaken van de natuur en is eeuwig. Aan de stok bevestigen we ook wat buxusgroen of ander groen van een plant die nooit verdort. We ver­sieren de palmpaasstok ook met vruchten (abrikozen, appel, rozijnen). Het zaad van vruchten immers zorgt ook weer voor nieuw leven. Mooie uitgeblazen beschilderde eieren versieren ook de palmpaasstok van de kinderen.

Op de zaterdag voor Palmpasen gaan onze kinderen met hun eigen stok buiten een wandeling maken en bewonderen alle mooie versierde stokken en zingen daarbij de liedjes die ze geleerd hebben. In deze tijd zaaien we met de kinderen meegenomen zaad in potjes. Ze kunnen nu ook van dichtbij waarnemen hoe vanuit een zaadje een groen sprietje en vervolgens plantjes ontstaan.
Onze kleuters laten we de opstanding vanuit de natuur beleven, dit is ook waar de kleuter het dichtste bij staat, het is een religieus beleven voor onze kleuters.

Het paasfeest in de peuterklas vieren we met het verstoppen van hard gekookte beschilderde eieren en er is één gouden ei bij, wat een hele belevenis is voor diegene die het gouden ei vindt.
We zingen liedjes, doen spelletjes en gaan aan onze paastafel gezellig met elkaar wat lekkers eten en drinken.

We besluiten met een mooi paasverhaal en wensen elkaar heel prettige paasdagen toe.

Thea Verbeek. Nadere gegevens ontbreken.

.

In de kleuterklas

“Ach wat was het donker in de buik  van de wolf”

Aldus Roodkapje. In de paastijd worden bepaalde sprookjes in de kleuterklassen verteld waarin het opstandingsmotief voorkomt. Het christelijk paasfeest is een feest van dood en opstanding, duisternis en licht. Ook in de natuur komen de zaadjes uit hun winterhuisje. Eén week voor Pasen vieren we Palmpasen. Ter her­innering aan de intocht in Jeruzalem maken we met de kinderen palmpasenstokken. In de duinen zoeken we afgewaaide takken. In de klas worden ze tot een kruis opgebonden en met kleurige slingers versierd. De hoepel rond het kruis symboliseert de zon. Vaak worden er ook nog rozijnenslingers aan de stok gehangen. Wanneer er tot slot na lang kneden, rijzen en vormen van het deeg, de zelfgemaakte hanen op de stok worden geprikt, kan de optocht beginnen.
De haan boven­op het kruis roept de natuur wakker en de kinderen zingen:

Pallem-pallem-pasen,
Heikoerei
Over enen zondag krijgen wij een ei
Eén ei is geen ei
Twee ei is een half ei
Drie ei is een paasei.

Drie symbolen die steeds weer in de verschillende paasvieringen een rol spelen zijn: het ei, de haas en het lam.

Het ei kan men zien als de kiem van nieuw leven. Daarom werden eieren onder de aarde verborgen om zo nieuwe levenskrachten te schenken. Nu mogen de kinderen nog altijd op paasmorgen versierde eieren gaan zoeken.

Een oerbeeld over het ei:
“Er was er eens een groot ei, de ene schaalhelft werd aarde, de andere de hemel, het wit de maan en het geel de zon”.

De Grieken offerden eieren op de Dionysosfeesten. De Chinezen vieren 105 dagen na het begin van de winter hun koudvleesfeesten ter ere van de her­leving van de natuur. Men voedde zich met koude rijst, koud vlees  en eieren. (Dit gebeurde ook al 1550 jaar vóór Christus!).

Het kleuren van de eieren had een diepe betekenis De eieren kregen magische kracht door het beschil­deren. De Germanen gebruikten bruin (kleur van  de aarde), geel (kleur van de lentegodin) en rood (kleur van de oppergod Wodan).

Zowel de kinderen als de ouders kunnen dit jaar eieren kleuren. De kinderen met bijenwas op hardgekookte eieren, of met verf op leeggeblazen eieren. De ouders zullen volop kunnen experi­menteren met bloem- en groenteblaadjes, die pastelachtige kleuren op de eieren achterlaten.  Uienschillen laten geel achter, spinazie groen, bieten- of rode koolschillen rood enz.
De haas, als symbool voor het leven komt in vrij­wel alle culturen voor.
In sprookjes en legenden speelt de haas de rol van het zachtmoedige dier dat de redding brengt. Omstreeks deze tijd kunnen we in de volle maan de haas zien. Het lam herinnert ons aan de offerlammeren, die voor het joodse paasfeest in de voorhof van de tempel werden geslacht.

Na het zoeken van de eieren buiten staat binnen de paastafel klaar vol met eieren, boterlammetjes, haasjes en een paasbrood of beschuit met zelf gezaaide sterrenkers.

Met een paasverhaal en het onderstaande liedje wordt de paasochtend afgesloten.

“Wij willen zoeken in alle hoeken”

Van Sinterklaas tot Sint-Maarten‘ vormde de bron voor dit artikel.

 I.Botterweg, vrijeschool Den Haag, datum onbekend

.

Palmpasen/Pasen: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

110-107

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Palmpasen (7)

.

PALMPASEN

Het palmpasenfeest is in deze eeuw volledig in verval geraakt. Slechts sporadisch kent men nog het liedje:

Pallem-pallem-pasen,
ei ei koerei
op enen zondag
krijgen wij een ei
één ei is geen ei
twee ei is een half ei ,
drie ei is een paasei

Toch is het een gebruik dat eertijds uitgebreid gevierd werd. Dit feest symboliseerde de intrede van Christus in Jeruzalem. Er moet bij de intrede van de nieuwe koning een uitbundige,  kinderlijke vreugde bij de mensen geleefd hebben .
Men wuifde hem met palmtakken toe en bedekte de grond met kledingstukken en tapijten. Niemand vermoedde het drama van Golgotha dat volgen zou.

Het enige wat nu nog herinnert aan deze intrede is de wijding van de palm in de katholieke kerken. Eertijds heeft de christelijke gemeenschap vele (ook voorchristelijke elementen in dit feest verweven.
Dat het een oerchristelijk feest is, komt tot uiting in de kruisvorm waarmee de stokjes van de palmpaas aan elkaar bevestigd waren. Men droeg het kruis! Waar de horizontale en de vertikale stokken aan elkaar verbonden waren, bevestigde men een rond gevlochten broodje. Aan het dwarshout werden slierten aaneengevlochten droge vruchten opgehangen en bovenop het kruis stond een broodhaantje. Met deze soms prachtige palmpaasstokken kwamen de christenen ongetwijfeld in processie samen.

De symbolen verklaren is verre van eenvoudig
Behalve het duidelijke symbool van het kruishout geeft niets ons zekerheid.
Vanwaar de gedroogde vruchten ?  Waren zij een teken van het vergane of was het een teken van het sluimerend zaad,  dat weldra de aarde zou bevruchten ?
Werd de Christus dan ook niet beschouwd als ‘het nieuwe leven’, dat geestelijk wezen, dat door het vergieten van zijn bloed de mensheid en de gehele aarde nieuwe levenskansen gaf ?

Was het haantje bovenop het kruishout een herinnering aan de voorspelling dat Petrus Christus driemaal zou verloochenen vóór de haan driemaal gekraaid had, of was het een herinnering aan een voorchristelijk vruchtbaarheidssymbool ?
Wat was de betekenis van de broodkrans ? Was het een lauwerkrans (vergane glorie) of was het een zonnerad ?

Al deze vragen tonen hoe zeer wij van dit feest zijn weggegroeid. De tijd dat de volwassene met de palmpaas rondliep ligt ver in het verleden…

Het feest is gelukkig door onze kinderen nog enigszins bewaard gebleven.

U ziet dat de palmpaas,  zoals wij die nu kennen slechts vage tekenen van de oorspronkelijke overhoudt.  De gedroogde vruchten zijn vrolijk wapperende linten ge­worden.

Het is voor onze kinderen,  die in het geheel geen besef van de oorspronkelijke,  diep-mystieke betekenis van het feest kunnen hebben,  een machtig vreugdefeest. Het vrolijke wapperen van de linten,  het ononderbroken zingen wekt in hen een grote vreugde op. Die vreugde, die zij voelen als zij, na een lange donkere winter, opnieuw gaan touwspringen.  Die vreugde, die zij in hun botten voelen als zij opnieuw gaan hinkelen of, zich koesterend in de eerste warme zonnestralen,  gaan knikkeren of bikkelen.

Het is voor hen de bode van het nieuwe, alles doorstromende licht.

Walther van Riet, nadere bron onbekend

.

Palmpasen/Pasen: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

109-106

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Palmpasen (6)

.

Broodrecepten
pasen 5b

door Milange, bron onbekend.

Paasbrood met saffraan

‘Van den Saffraen’

‘Wij bakken, bakken koeken,
De bakker heeft geroepen.
Wie wil mooie koeken bakken,
Die moet zeven spulletjes pakken:
Eieren en mout,
Boter en zout,
Melk en meel,
Saffraan dat maakt de koek mooi geel.
Als vanouds bakt men een paasfeestelijk koffiebrood, geel als de lentezon:

saffraansbrood.

Hiervoor is nodig:
=1/2 l melk
=100-200 gr. boter
=150 gr suiker
=1 ei
=saffraan
=50 – 60 gr gist
=ca 1 kg bloem
afwerking: ei, parelsuiker en amandelen

De gist wordt opgelost in de melk.
Gist met een beetje suiker ook oplossen.
Ei even kloppen
Boter smelten en afkoelen.
In een grote kom wordt het meel gedaan, met een kuil in het midden, waarin melk, gist, ei en boter worden gemengd.
Het meel langzaam onder roeren.
Deeg goed doorkneden en toegedekt op een warme plaats laten rijzen.
Deeg in drieën delen en een mooie vlecht maken.
Op het bakblik nog eens laten rijzen.
Met ei bestrijken en parelsuiker en amandelen versieren.
In warme oven (225-250’) bakken.

Je kunt dit deeg ook uitrollen en er met een puntig mesje paashaantjes 0f -haasjes uitsnijden. Op het blik nog eens laten rijzen.
Met ei bestrijken en versieren met rozijnen, amandelen en inkervingen.
Of je kunt van het deeg een lange rol maken: een stuk ervan tot ring sluiten en van de rest ‘zonnekrullen’ maken en deze aan de ring vastdrukken. In de ringopening kan een rauw ei worden meegebakken, dat na het bakken kan worden beschilderd of gekleurd.

Thea Goedhart, verdere bron onbekend

Brood voor Pasen

In Engeland eet men Goede Vrijdagbroodjes, vers en warm, aan het ontbijt. Deze Hot-cross buns maak je als volgt:

500 gram bloem iets zout
kaneel, kruidnagel, notemuscaat
100 gram gele basterdsuiker
30 gram gist
1 theelepel suiker
3 deciliter melk
1 ei.
60 gram (planten)boter
suiker, melk, krenten,  fijngehakte sinasappelschil

Probeer het deeg de avond te voren te maken. Zeef het bloem met het zout in een kom. Doe er flinke mespunten gemalen kaneel en kruidnagel bij en rasp royaal notemuskaat boven de kom. Voeg de basterdsuiker toe,  roer alles, en maak in het midden een kuil.

Roer de gist uit met een theelepel suiker of honing en een deel van de lauwe melk. Stort de gist in de kuil. Voeg ook de gesmolten maar niet erg warme boter toe en het even los geklopte ei.

Kneed vanuit het midden alles dooreen tot een mooi soepel en vrij stijf deeg. Giet naar behoefte de resterende melk bij. Blijf een kwartiertje kneden tot het deeg van je handen loslaat. Kneed daarna de krenten en de fijngehakte sinaasappel­schil door het deeg. Leg een vochtige doek over de kom en laat hem op een warme plaats rijzen.  Tenminste een paar uur laten staan, maar het kan ook de hele nacht. Tegen die tijd is het deeg wel verdubbeld.

De volgende dag het deeg weer even kneden en verdelen in ongeveer 20 gelijke delen;  deze vormen tot ronde broodjes. Die op een ingevet bakblik zetten met flinke tussenruimten. Dat blik laten we weer een half uur warm en tochtvrij staan. Maak met de achterkant van een mes in ieder broodje een kruis en schuif het blik midden in een hete oven (200-225 ‘C.,  .  cijfer 5 of 6 ).

Na ongeveer een kwartier  zijn de broodjes gaar.

Roer gedurende de baktijd wat (poeder)suiker met iets melk en bestrijk de  broodjes als ze uit de oven komen. Wie dat te veel werk vindt bestrijkt ze alleen met water. Dan glanzen ze ook wel.

Een   Engels liedje om één en ander te illustreren en misschien tussen de happen door aan het ontbijt te zingen:

Hot cross buns! Hot cross buns!
One a penny,  two a penny
Hot cross buns!
If you have no daughters
Give them to your sons
One a penny,  two a penny

Hot cross buns!

brongegevens onbekend

Broodhaantjes

Basisrecept voor 8 à 10 haantjes, ter grootte van een hand

350 gr. meel (volkorentarwe of bloem)
2 1/2 dl. lauw warm water
15 gr. gist
7 gr. zout
1 à 2 leels honing
1 losgeklopt ei

Gist en honing in beetje water oplossen.
Meel in een grote schaal doen en langs de buitenrand ’t zout strooien
In het midden kuiltje maken
Hierin de opgeloste gist doen en afdekken met meel.
20 min. laten staan.
Dan rest van vocht erbij en kneden
Deeg op een warme plaats 15 minuten laten rijzen.
Nu weer goed doorkneden
en dan deeg in vorm maken: een lange worst dubbelvouwen per haantje.
Er komt in het midden een verdikking.
De haantjes 30 à 35 min. laten rijzen en met schaartje dan wat vleugels inknippen.
Nu met ei bestrijken en in een voorverwarmde oven 200 – 225ºC. in 15 à 20 min. gaan bakken.

brongegevens onbekend

Broodhaantje

recept voor 5 broodhaantjes

500 gr bloem
30 gr gist
250 cl melk

10 gr zout
30 gr boter
10 gr suiker

Doe de bloem in een kom. Maak een kuiltje voor de lauwe melk en kruimel daar de gist in. Roer het voorzichtig door elkaar. voeg zout, suiker en boter toe. Kneed alles tot het zacht en soepel is. Laat het op een warme plaats ongeveer 15 minuten rijzen. Vorm een haantje, laat het weer 15 minuten rijzen. Leg het in de oven, ongeveer 10 minuten op stand 7.

Rubriek ‘kind op weg” in ‘Jonas”van 9 april 1976

Paaskoekjes

Een eenvoudig recept voor het bakken van paaskoekjes.
Van het deeg kunnen allerhand paas~ en voorjaarsfiguren gevormd worden, zoals paashaasjes, kuikens, vogelnestjes, mandjes.
De kinderen zullen graag helpen om hun eigen vormen te laten ontstaan.
De koekjesschaal kan met Pasen extra opgemaakt worden door een versiering aan te brengen van sterrekers, die 8 of 10 dagen tevoren is gezaaid* Een dun laagje aarde op een schaaltje, gemaakt van alluminiumfolie, of een schotel kan royal bestrooid worden met de zaadjes. Na vier dagen begint de miniatuurweide op te komen.

Benodigdheden:
225 gram tarwemeel
1 theelepel kaneel
1/2  theelepel nootmuskaat
100 gram boter
50 gram rozijnen
eventueel 25 gram kandij
1o0 gram riet- of basterdsuiker (donkere) sap van 1/2 citroen
1 ei

Doe de bloem en specerijen in een kom en kruimel er tussen duim en wijsvinger de boter doorheen.
Rozijnen en suiker toevoegen en een kuil in het midden maken.
Klop het ei en de citroensap door elkaar en giet het in de kuil.
Kneed het even door en rol het dan uit tot een plak van 1/2 cm. dikte op een met bloem bestrooide aanrecht.
De vormpjes kunnen nu gemaakt worden.
De bakplaat bestuiven met bloem om de gemaakte vormen erop te leggen.
Bak ze lichtbruin in 30 minuten bij een temperatuur van ca. 175°C.

 Diet Pistorius, nadere gegevens onbeken    (kruidenbrood}

Paaskrans

Kruidenbrood

Ingrediënten:
500 gr. bloem,
25 gr. gist,
¼l. lauwwarme melk,
50 gr. boter,
1 ei,
1 theel. zout, ½ theel.  witte peper,
¼ theel. nootmuskaat en gemalen koriander,
1 bosje verse kruiden ( peterselie, kervel en bieslook ),
1 eierdooier,
1 eetl. gecondenseerde melk.

Bloem in een schaal zeven.
Met de hand in het midden een kuiltje maken.
Gist in het midden brokkelen en met de melk en wat bloem door elkaar roeren.
Met een keukendoek bedekt laten rijzen.
Zachte boter, ei en kruiden bij het deeg doen en goed door elkaar kneden.    Verse kruiden fijnmaken en tenslotte erdoor kneden.
Deeg toegedekt nogmaals laten rijzen.
2/3 deel van het deeg tot drie 40 cm lange, restant 1/3 deel van het deeg tot drie 30 cm lange rollen vormen.
Elke drie deegstrengen in elkaar vlechten.
Lange vlecht cirkelvormig op het ingevette blik leggen.
Korte vlecht erop leggen.
Einden van de vlecht met water bevochtigen en samendrukken.
Paaskrans laten rijzen.
Met eierdooier, door elkaar geroerd met gecondenseerde melk, bestrijken.
In de op 180 graden ( gasstand 3 ) voorverwarmde oven 35 min.bakken.

bron onbekend

Paashaas van brooddeeg

1000 gram bloem – 510 gram melk-30 gram basterd suiker-10 gram gist—20 gram zout. Verwarm de melk even zodat de kou er af is.

Doe de bloem in een wijde kom. Meng de melk, gist, suiker en zout in een apart kommetje en werk het dan door de bloem. Werk tot slot de margarine door het deeg. Kneed het deeg 10 minuten. Het deeg is goed als je een dun vliesje kunt trekken zonder dat het scheurt. Scheurt het toch dan nog even doorkneden.
Strooi wat bloem op een bord, leg de deegbal daarop en dek hem met een vochtige doek af. Laat het deeg 10 minuten rusten. Wordt het deeg bij het verwerken stug en taai, laat het dan even rusten, totdat het weer soepel is en zich weer laat verwerken.
Strooi wat bloem op tafel en vorm van het deeg de haas (zie tekening).

pasen 12

Leg het haasje op de ingevette of met aluminiumfolie bedekte bakplaat en bestrijk het met geklutst ei. Geef het ogen van krenten of rozijnen. Leg het ei op de haas en vouw zijn pootjes erover heen (Dit ei eerst 7 tellen in kokend water leggen om barsten tijdens het bakken te voorkomen). Bestrijk het nog een keer met geklutst ei en laat het 30 minuten op de plaat op een warme plaats rijzen.

Verwarm de oven voor. Bak bij een temperatuur van 250°C of zet de oven op stand 6. De baktijd is 10 a 15 minuten.

(Recept uit: Figuren uit deeg van Elyse Sommer, uitg. Strengholt)

Rubriek ‘kind op weg’ in ‘Jonas’ 5 april 1974

Paasbrood

1 kg. bloem;
250 gram boter;
3 eieren;
125 gram suiker;
35 gram gist;
1/4 dl. melk.
Los de gist op in een beetje lauw-warme melk. Laat de boter smelten en roer dan alle ingrediënten goed door elkaar. Kneed het deeg 10 minuten grondig en zet het dan een uur te rijzen onder een vochtige doek. Meng er na het rijzen door:
250 gram even geweekte abrikozen;
3 thee­lepels vanillepoeder;
de geraspte schil van een b.d.sinaasappel;
2 ons gehakte noten; 2 ons rozijnen;
3 theelepels zout.
Kneed het deeg nog eens goed door en laat het nog een half uurtje rijzen in een ingevet­te broodvorm (of vul twee kleine vormen als u geen grote vorm heeft). Zet de vorm een klein uur in een warme oven (stand 4 of 200° C).
Strooi er, als het brood gaar is, poe­dersuiker over.

Bron: ‘Eetidee” in ‘Jonas”17 april 1981

Brooddeeg

De meeste kinderen zullen het heerlijk vin­den om zelf brood te kneden en er figuren van te vormen. Van een handzaam brooddeegje kunnen ze bijvoorbeeld een paashaas maken. Het is natuurlijk het leukste als de haas zo gemaakt wordt dat hij rechtop kan staan. Vouw de voorpootjes losjes over el­kaar en stop er, als de haas gebakken is, een ei tussen.

Brooddeeg voor figuren:
500 gram bloem;
2 theelepels zout;
75 gram heel zachte boter;
1/2 dl. melk;
30gram gist;
2 dl. melk.

Los de gist op in een 1/2 dl. lauw-warme melk en laat dit 10 minuten staan. Maak een kuiltje in de bloem en doe de gistoplossing erdoor. Roer de boter door de 2 dl. lauwe melk en voeg dit mengsel bij de bloem. Doe er zout bij en kneed het deeg een minuut of tien tot het veerkrachtig aandoet. Laat het deeg dan onder een vochtige doek een uur rijzen. Verdeel het deeg in stukken en maak van elk deegje een broodfiguur. Maak met een schaar of mes inkepingen om de figuur vorm te geven en versier de broodfiguur met nootjes, rozijnen, stukjes sinaasappelschil of zo iets dergelijks. Laat ze op een ingevet bak­blik nog wat narijzen en bestrijk ze vlak voor het bakken met eigeel dat goed geroerd is met een klein beetje melk. Bak de broodfi­guren in 20 minuten gaar in een warme oven (stand 5 of 220° C).

Bron: ‘Eetidee” in ‘Jonas”17 april 1981

 

Palmpasen/Pasen: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

 

106-103

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Palmpasen (5)

.

palmpasenstok

Na carnaval komt Pasen, dat weet je natuur­lijk best. Maar toch ben ik ieder jaar weer verrast als de kinderen me op het schoolplein tegemoet hollen en roepen: ‘Morgen mogen we een palmpaasstok meenemen’.
Voor de schoolkinderen is dat al bekend; er gaat een houten kruis, voorzien van naam en punt bo­venaan, de volgende dag mee naar school. De thuisblijvers wachten af. Maar zodra op school de versierde stokken voor de ramen te zien zijn, ga ik ook thuis met de jongsten aan het werk: We zoeken buiten mooie rechte stokken en maken daar een kruis(je) van (omwikkel het kruispunt enkele keren strak met soepel ijzerdraad).  Ook kunnen we aan de punt van de vertikale stok door middel van vier draden een hoepel van pitriet of kar­ton hangen; de hoepel als symbool voor de zon, die zich nu steeds sterker met de aarde gaat verbinden, (zie voorbeelden).  Met een reep crêpepapier omwikkelen we eerst de vertikale stok en daarna plakken we gekleurde korte slierten aan het dwarshout. Zachtjes oefenen we de liedjes:

‘palm pasen, palm pasen versier je groene tak
met linten en met ruikertjes
met chocola en suikertjes
kom mee, kom mee op pad
we trekken door de stad.

‘Zeg, jij zingt daar van chocola, heeft dat er ook mee te maken?’ ‘Ja zeker,’ is mijn ant­woord, ‘je mag een lange ketting rijgen van (gedroogde) abrikozen, rozijnen en pinda’s, die hangen we dan aan je stok’.
Blijde ogen kijken me aan.

Ten slotte binden we boven het kruispunt een paar takjes buxus of liguster; takjes met altijd groene blaadjes.
De dag vóór de optocht komen de oudsten met opgewonden verhalen naar huis, ze heb­ben op school broodhanen gebakken en met het zelfgeschreven recept in de hand wordt groot en klein in de keuken verzameld. Op die stok moet natuurlijk een broodhaan, en als je die zelf bakt wordt hij heus anders; je eigen haan!

pasen 3

Opgewonden installeert iedereen zich, al of niet op een kruk voor het aanrecht. Er gaat meel in de kommen. In het meel maken we een kuiltje voor de lauwe melk en daarin brokkelen we de gist. Het is nu doodstil, er wordt niet meer gezongen. Het kneden is heerlijk. Na enige tijd kneden we elkaars deeg, we voelen dat het ene veel warmer, kouder, soepeler, harder is, tenslotte vormen we een haan.
Ook de kleintjes kunnen dat, zeker als ze vrij snel een rozijn, als oog, er­gens bovenaan in het deeg mogen drukken, het beestje kijkt je dan direkt aan.
Dan rennen de groten de keuken uit en ko­men terug met papier, potlood en knopspelden. Op kleine briefjes worden nu met zorg alle namen geschreven, papaase groote haan, mijn haan, Bas zen haan, enzovoort. De briefjes worden met spelden tussen de staartveren geprikt. ‘Kan dat mee de oven in?’ vraag ik voorzichtig. ‘Ja, op school ging het ook goed’. Zingend zitten ze voor de oven met de wekker in de hand.
Dan komt iedereen zijn eigen paashaan tevoorschijn, geurend, knappend bruin gaat hij op de stok. Trots kijken grote ogen om­hoog… naar hun haan. En daar gaat de op­tocht:

Palm, palm pasen
de grote zijn de bazen
van je ei koerei van je ei koerei
mijn palmpaasstok is groter dan jij

Dan is er ineens een achterblijver; de jongste heeft de stok bij de dwarshouten vastge­klampt en schrokt wat er te schrokken valt de kop van de haan naar binnen .
‘Je bent een lelijke aanknager’, reageert nummer twee, de oudste probeert uit te leggen dat het toch echt niet kan in de optocht, dat het nu juist de bedoeling is om die haan op de stok te la­ten zitten…
En tijdens die lange tirade werpt de flegmatische dikzak zich met open mond voor z’n jongste zusje op de knieën, en ja hoor, ze propt het hele hanenlijf erin. En dan, op het moment, dat de teleurstelling voor de oudsten te groot lijkt te worden, kukelt er boven op de kast een papieren haan, hij past precies op de stok en wil graag in de optocht mee. Er wordt even diep gezucht, maar dan zingen ze weer… vandaag, morgen en nog ve­le dagen daarna.

pasen 4

’s Avonds als alle hanen in de diverse bedden slapen, of misschien wel waken, loop ik met de bezem het kruimelspoor na. Als ik dan tenslotte alle resten de keuken inveeg, kijkt daar ineens ‘mamaase kleine haanstje’ mij aan. Groots is het gevoel dat me dan vervult!

Juultje van der Stok  ‘Jonas’  9 april 1976

 

Palmpasen/Pasen: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

 

105-102

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Palmpasen (4)

.

palmpasenstokken

pasen 5

bron  onbekend

 

Palmpasen/Pasen: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

 

104-101

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Palmpasen (3)

.

‘DRIE EI IS EEN PAASEI’
De dood schenk het leven

Er is een tijd geweest, waarin de mensen de veranderingen in de natuur meebeleefden: het verwelken van het leven in de herfst, het ontwaken van de natuur in de lente. Men nam echter niet alleen de uiterlijke feiten als buitenstaander waar, maar men liep de kring­loop van het jaar zelf met zijn hele wezen mee. — Wat gaat er om in de mens als hij zijn lichaamskracht voelt afnemen? Wat gaat er om in de kinderziel, als zij de levenskrachten in zich voelt ontwaken?

Toen de eerste christenen de kruisdood en de herrijzenis van Christus gingen herdenken, toen konden zij nog meemaken, hoe in de lente hun eigen leven opging in dat van de uiterlijke wereld. Hun religieuze belevenis, hun gevoel van verbonden te zijn met een hogere, bovenzinnelijke wereld inspireerde hen echter tot de gedachte: ‘De goddelijke wereld is in ons in het graf gelegd, maar hij is opgestaan. – Hem kan men begraven, zonder dat hij te gronde gaat.’

Doch hoe beleven wij in deze tijd nog de kringloop der seizoenen? Ons leven wordt steeds meer air-conditioned. De heb- en ge­makzucht verblinden ons, en als wij door de zichtbare wereld proberen heen te kijken naar een toekomst, dan zien we slechts ziek­te, dood en… niets. Dan wordt iedere religie een fopspeen, iedere bewering over een bo­venzinnelijke wereld, over een wereld achter de dingen een zoethouwertje.
En toch: alles wat wij verwachten van een sociale vernieu­wing, van een verbetering van onze maatschap­pij, het zal alleen dan mogelijk zijn, als de mensheid opnieuw en nu zeer bewust geïn­spireerd wordt door de gedachte, dat al het natuurlijke, het zintuigelijk waarneembare in directe samenhang staat met het morele, met het geestelijke. Het kan voor iemand die even dieper kijkt toch geen stom toeval zijn, dat hij hier in deze wereld is, dat zijn om­standigheden zijn zoals ze zijn. Hij zal zich afvragen: ‘Welke rol speel ik zelf in dit alles?’ – En dan heeft hij zichzelf en daarmee de wereld achter de dingen reeds ontdekt. Want als iets beweegt, als er iets gebeurt, dan moet er iets zijn, dat het in beweging brengt, dat het tot een feit maakt. In het zegenbrengende licht van de lentezon kan de bewust den­kende mens, als hij het wil, opnieuw de reali­teit ervaren van een wereld, die goddelijk, geestelijk, occult, bovenzinnelijk, achter de dingen is. Hoe men die wereld ook wil noe­men: voor de christen is dat de wereld die Christus voor de mens heropend heeft.

Christus heeft de mens de mogelijkheid ge­geven om zélf de hel van het niets, de ziekte en de dood te overwinnen. Door Zijn daad zette Hij in de plaats van de leugengestalte van de dood-als vernietiger de ware, werke­lijke gestalte van de dood-als-schenker-van-le­ven.

Toen de mens deze wereld achter de dood nog, zij het meer onbewust, kon beleven, ontstonden de oeroude, voorchristelijke ge­bruiken. Wat is de zin ervan? Het zijn alle­maal symbolen, beelden voor datgene wat eigenlijk niet in woorden kan worden weer­gegeven. Deze beeldentaal gebruikt ook de mythologie, gebruiken ook de sprookjes.

Paasei
Probeert u eens even te vergeten wat een ei is. Het is op het eerste gezicht – een witte gepolijste steen. En dan, nadat de hen het 21 dagen heeft bebroed, komt er een levend wezen, een kuiken uit te voorschijn. Een be­ter beeld voor het wonder der opstanding uit de dood is nauwelijks denkbaar. Dit schijn­baar dode ding heeft dus leven in zich! Heb­ben zo alle dingen niet een onzichtbare kracht in zich? De graankorrel, de boon, de plant, de boom, het water, de lucht, de aarde en het zonlicht? En de mens, die wij zien groeien en bewegen, zal die niet op zekere dag voor ons een nieuwe, niet vermoede kracht kunnen openbaren?
Veel mensen beginnen zich bewust te wor­den, dat de gebeurtenissen waarmee zij wor­den geconfronteerd, evenzeer als hun eigen beslissingen geen toevalligheden zijn. De mens draagt nog altijd in zich een bovenzin­nelijke levenskracht. Wie goed om zich heen kijkt, kan in vele van zijn medemensen de opstanding zien. Zou het kind, dat nog heel anders kijkt dan de volwassene, niet onbe­wust iets van die ontwaking mee beleven? Wat een vreugde als het een in de tuin of in het huis verstopt paasei vindt! Laten wij toch zoeken naar de eieren die overal in de wereld verstopt zijn!

Na de lichtfeesten in de wintertijd, begonnen in de lente de feesten der vruchtbaarheid. Maar de mens is niet alleen lichamelijk vruchtbaar. Zijn geest kan vruchtbaar zijn voor de hele wereld. De levensboom, waar­om wij ons schaarden met Kerstmis, is het symbool van de groei- en levenskrachten in de mens, maar ook van de ik-drager, de dra­ger van de geest. Wij zien in de lente dan ook deze levensboom als meiboom terugkeren. Met de palmpaasoptocht draagt ieder kind zijn eigen mei, zijn eigen levensboom. Bo­venop prijkt meestal de haan, het mytholo­gische dier, dat in de prilste morgenschemer de heraut is van de nieuwe dag die komt. Soms was het een zwaan, het symbool van de kracht in de ziel, die omhoog kan vliegen tot grote, geestelijke hoogten.
Vaak is een broodkrans, horizontaal of vertikaal, aan de paasstok gebonden. Deze duidt aan: het rad van de zon, de geestelijke zon, die eeuwig is. Aan de stok is altijd groen bevestigd van een boom die nooit verdort. In onze streken meestal van de buksboom (Buxus sempervirens), die dan ook dikwijls Bukspalm heet. Weer een symbool voor het eeuwige leven. Er hangen gedroogde of andere vruchten aan, of de stok is gestoken door één of meer­dere sinaasappels. Vruchten dragen immers het nieuwe levenszaad! De ‘palmpaas’ heeft de vorm van een mei­boom in het klein, doordat een ring ( men noemt het ‘rad’ of ‘wiel’) horizontaal rond­om de stok is opgehangen. Stam, krans en haan vormen de hoofdbestanddelen van de meiboom (Saksisch type). Ofwel het is een lange stok, waaraan appels, sinaasappels, krentenbroodjes enzovoort, zijn geregen, met bovenop de zwaan of de haan (Fries type). Ofwel het is een kruishout (een Chris­tussymbool), met gekleurd papier omwoeld, dat de bovengenoemde ingrediënten draagt (Zuid-Nederlands type) Maar overal hangen er de eieren aan, de paaseieren.

Palmprocessies
Met deze ‘palmpasen’ houden de kinderen een ommegang. Dit is een overblijfsel van de heidense lente-optochten en van de palm­processie. Deze processie werd het eerst in Jeruzalem gehouden. Een non uit de Provence, die in de 4de eeuw een pelgrimstocht maakte naar het Heilige Land, vertelt er over in haar dagboek. De gelovigen kwamen op de Olijfberg tesamen en geleidden vandaar de bisschop, die Christus verbeeldde, naar de stad. Allen droegen palm- of olijftakken. Van Jeruzalem uit verbreidde het gebruik zich over het westen.
In de middeleeuwen hield iedere stad één gezamenlijke processie. Er werd altijd een ‘palm-ezel’ meegevoerd. De ezel is het beeld van ’s mensen stoffelijke lichaam. Eerst was het een levende ezel, maar later werd het, omdat zo’n ezel erg koppig en weerbarstig kan zijn, een ezel van hout. Ook de berij­der, Christus, aanvankelijk door een hoge geestelijke voorgesteld, werd later in hout uitgebeeld. Eerst gedragen op de schouders, later op wielen voortgetrokken. U kunt de ‘palmezel nog in enkele musea zien. Het werd steeds meer een uiterlijk kijkspel. De hervorming maakte er een eind aan.
De oude gebruiken gaan van de volwassenen over naar de kinderen. Eerst bootsten zij ’s middags na wat zij ’s morgens hadden ge­zien. Al bezitten wij nog een keur van het dorp Uitgeest uit 1635, waarbij het lopen met Sint-Maartenslichten of met Palm- ofte diergelijcke groenten’ of met ‘Pingsterblommen’ wordt verboden, toch vinden wij dit ge­bruik nog zowel in protestantse als in ka­tholieke streken terug. Een van de meest interessante bijzonderhe­den is het lied, dat in vele varianten bij deze optocht gezongen wordt:

.
Pallem-pallem-pasen,
Ei – koer – ei,
Over enen zondag dan krijgen wij een ei.
Een ei is geen ei,
Twee ei is een hallef ei,
Drie ei is een Paas-ei.

Het oorspronkelijk lied, waar deze kinderdreun een kapot gezongen overblijfsel van is, kennen wij niet. Maar dit overblijfsel is al in­teressant genoeg. ‘Ei — koer –   ei1 komt waarschijnlijk van een Griekse smeekbede (op z’n Latijn uitgesproken), die ook nog te vinden is in de roomse mis: ‘Eleison, Kurië, eleison.’ Ontferm u. Heer, ontferm u.’ —
En dan die merkwaardige drie eieren! De oude Chinese wijzen leerden, dat alles ontstaat uit drie dingen: Twee krachten en het span­ningsveld tussen beide. Twee levende, steeds veranderende krachten en hun onderlinge relatie. Iets is lang en iets anders kort door het verschil tussen beide. Vader, moeder en kind. De Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Een aardse mens, zijn bovenzinnelijk hogere wezen, en dat waar de mens ik tegen zegt. De aarde, de hemel en… het ‘feest’.
Ons redenerend verstand heeft om dit te begrij­pen een norm nodig. Het moet een moment in de tijd, een vorm in de ruimte fixeren. Het levende, altijd groeiende krachtenveld tussen ruimte en oneindigheid, tussen tijd en eeuwigheid, kan slechts betreden worden door ons geestelijk wezen, door ons creatief vermogen, door onze inspiratie, door ons Ik. —
Eén ei, één kiem van een mensen-ik is niets, want iedere mens heeft de andere mens nodig. Twee-ei, twee mensen kunnen gemeenschap hebben en zich voortplanten, maar dat is nog maar de helft van het men­senwezen: het zintuigelijk-lichamelijke. Wat is een half ei? Het is ten dode gedoemd.!
Drie ei (niet drie eieren) de drie-eenheid van het lichaam, en de ziel, en de geest, die hen tot werkelijkheid brengt, dat is het werkelijke paasei: de opstanding uit de dood! – Chris­tus is de waarheid en het leven én de weg.

Paashaas
Uit het oosten kwam de haas naar onze lan­den gesprongen, om hier de paashaas te wor­den, die ons de eieren der opstanding brengt. Een zachtmoedig dier, dat zich snel voort­plant en dus een symbool voor de vrucht­baarheid. Hij heeft geen eigen huis, het hele land is zijn woning. Daarom is de haas ook het beeld voor ons hogere Ik-wezen. Wordt een haas achtervolgd, dan gaat een andere haas voor hem aan het lopen, om zijn ver­moeide soortgenoot te redden. Zo is hij tenslotte een symbool voor het Christus-wezen, dat onzelfzuchtig is en toch altijd achter­volgd wordt door de zelfzuchtigcn en dat zijn leven geeft voor zijn broeders.
Het kind kent nog niet het werkelijke kwaad, het kent de dood nog niet en is daar­om nog niet aan de eigen opstanding, aan het werkelijke, het christelijke paasfeest toe. Voor hem duurt het paasfeest meer dan één volle week. Want het paasfeest begint reeds met palmzondag, de zondag vóór Pasen. Dit feest heet dan ook ‘Palmpasen’. Het is het begin van de paasweek, het overwinnings­feest van de zichtbare, uiterlijke zon. Die schenkt ons ieder jaar een nieuwe lente en iedere morgen een nieuwe aarde dag. Aan haar dankt de aarde het natuurlijke leven. Maar deze natuurlijke zon gaat iedere avond onder. Zo bloeit het leven op, om weer te sterven in de dood.
Het was het stoffelijk li­chaam van Jezus, dat men eenmaal feestelijk binnenhaalde in Jeruzalem. Vijf dagen later liet men het kruisigen. Want het wezen, dat in dat lichaam woonde, het eeuwige licht van de geestelijke zon, dat had men niet gezien. Daarom vertelt het Lucasevangelie ook, dat Jezus, tijdens zijn intocht dichterbij de stad gekomen, Jeruzalem vóór zich zag en zei: ‘Och mocht gij op deze dag toch verstaan, wat tot uw vrede dient, maar thans is het verborgen voor uw ogen.’
Pasen, een week later, is het hoogfeest van het leven, dat geen ondergang kent en dat Christus aan de mens schonk door zélf mens te worden. Hij over­won de dood van de materie en opende de poort naar de geest. Hij onthulde voor onze ogen de toegang tot het wezenlijke vrede­feest.

Henk Sweers , ‘Jonas’ 09-04- 1976

 

Palmpasen/Pasen: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

 

100-97

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Palmpasen (2)

.

PALMPASEN

Laatst, toen ik in een weekend thuis kwam, vertelde mijn moeder,  dat de kippen na al die koude maanden weer “aan de leg” waren.

Naar aanleiding van dit voorval gingen mijn gedachten uit naar de komende paastijd.

In de tijden dat het nog niet zo vanzelfsprekend was dat je het hele jaar door kon eten wat je wilde, moet het de mensen vrolijk gestemd hebben  om in het voorjaar weer eens een vers ei te kunnen eten.
Ook de eerste lentegroentes gaven de eettafel na lange tijd weer een fleurig aanzien.

Al deze dingen horen bij de paastijd, maar wat zegt het feest van Pasen ons nog meer?

Heel vroeger was het het feest van de terugkeer van het leven in de natuur. Later is dit feest verchristelijkt.
Nu vieren wij met Pasen eigenlijk de opstanding van Christus.

Het ei is een prachtig symbool voor deze opstanding: uit die ogenschijnlijk
levenloze eierschaal komt opeens een kuikentje tevoorschijn.

In de week voor Pasen wordt er in de kleuterklas het overbekende liedje gezongen van:

Pallem-pallem-pasen, Ei-koer-ei,
Over enen zondag dan krijgen wij een ei,
Een ei is geen ei,
Twee ei is een hallef ei,
Drie ei is een Paasei.

Het oorspronkelijke lied, waar deze kinderdreun een kapot gezongen
over­blijfsel van is, kennen wij niet. Maar dit overblijfsel is al interessant genoeg. Ei-koer-ei’ komt waarschijnlijk van een Griekse smeekbede (op zn Latijn uitgesproken) die ook nog te vinden is in de roomse mis:
“Eleison, Kurië, eleison” Ontferm u, Heer, ontferm u”.

En dan die merkwaardige drie eieren!
De oude Chinese wijzen leerden, dat alles ontstaat uit drie dingen: twee krachten en het spanningsveld tussen beide.

Twee levende, steeds veranderende krachten en hun onderlinge relaties: vader, moeder, kind.

Één ei, één kiem van een mensen-ik is niets, want ieder mens heeft de andere mens nodig.
Twee-ei, twee mensen kunnen gemeenschap hebben en zich voortplanten, maar dat is nog maar de helft van het mensen-wezen: het zintuigelijk—lichamelijke.
Drie ei,  (niet drie eieren) de drie-eenheid van lichaam,  ziel en geest, die
hem tot werkelijkheid brengt, dat is het werkelijke paasei!

Als ouders en kleuterleidsters kun je dan ook echt genieten, wanneer de kinderen als dolle honden aan het eieren zoeken gaan,  die de paashaas
voor hen zo goed verstopt heeft.

Juffie Aagjen, verdere gegevens ontbreken.

 

Palmpasen/Pasen: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

 

 

 

98-95

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Palmpasen (1)

.
 Walther Van Riet, verdere gegevens ontbreken
.

PALMPASEN
.

In het palmpasenfeest zoals wij dat kennen, vloeien heel wat invloeden samen.
Sterk aanwezig is een voorchristelijk restant van het oude lentefeest. Voorts ook een christelijke invloed, die zich ongetwijfeld steeds sterker heeft doen gelden, namelijk de herinnering aan de intocht van Christus in Jeruzalem.

In Nederland werd dit feestvieren door de reformatie al snel ingedijkt, doch in het katholieke zuiden beleefde het een lange bloei. Velen zullen zich nog herinneren hoe men op palmzondag door het kruis voorafgegaan met “palmen” rond de kerk trok.

Dan werden de palmen gewijd en boven de deur van huis en stallingen opgehangen, heel dikwijls ook achter het wijwatervatje of het kruiske.

De kleine kinderen, die natuurlijk nog geen bewuste verhouding tot het christelijke paasgebeuren vinden, maken er HUN vrolijk lentefeest van.

In dat feest zijn al deze gebruiken verweven:

De vreugdevolle liederen die de lente bezingen, de bloemen, de dansen rond ( jawel) de meiboom, dit alles naar voorchristelijk gebruik.

Zingend in een grote keten rond de kerk trekken (zoals men dat in het Nederlandse Ootmarsun doet) wordt bij hen zingend door de school trekken’ waarbij dan ook nog de palmtakjes en de palmpasenstokken (kruisen) horen.

Zo’n palmpasenstok is dus een symbolisch kruis, waarop bevestigd: palmtak, broodhaantje, de kraaiende verkondiger van de nieuwe dag, of als U wil de haan die driemaal kraaide toen Petrus Christus verloochende. Verder nog vruchtenslingers, vooral rozijnen, bij ons meestal door papieren slingers vervangen en bloemen als lentesymbool. In sommige streken ook nog de broodring als zonnesymbool.

Zo gaat dan de vreugdevolle jeugdige optocht, tot zij tenslotte als beloning van “de groten” een mooi beschilderd eitje, ook al zon levenssymbool mogen ontvangen.

Zingend trekt de jonge schare de zon tegemoet, zich niet bewust van het drama van Golgotha dat nog volgen moet.

Hier volgt hun lied :

Palm, palm, pasen
Heikoerei
x Over enen zondag
x Dan hebben wij een ei
Eén ei is geen ei
Twee ei is een half ei
Drie ei is een paasei

x deze woorden zijn intussen bij ons verloren gegaan.
.

Palmpasen/Pasen: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

Vrijeschool in beeld: Palmpasen (met o.a. voorbeelden van broodhaantjes en palmpasenstok;  bij Pasen: jaartafels
.

97-94

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

..