Tagarchief: Palmpasen

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Palmpasen (10)

.

Loïs Eijgenraam, Vrije Opvoedkunst, nr. 1/2/ 2013
.

Palmpasen en Pasen vieren

Ouders die de jaarfeesten in hun gezin willen vieren, geven vaak aan het paasfeest een ‘lastig’ feest te vinden. Dood, opstanding… Hoe geef ik dit vorm met mijn kinderen als ik het feest zelf al niet kan begrijpen? leder jaar op de Academie voor Ouders is dit feest een onderwerp van gesprek. In dit artikel gaan we in op het palmpaasfeest en paasfeest.

Dit jaar (2013) vierden we op 24 maart palmzondag. De zondag voor Pasen is het palmzondag. Palmzondag herinnert ons aan Christus, die, gereden op een ezeltje, in Jeruzalem kwam.

In Jeruzalem vierden de mensen op die dag het joodse paschafeest. De mensen dachten dat nu eindelijk hun redder, hun koning daar was… Ze hadden immers over de wonderen gehoord, over genezingen, over redding en hoop. Ze spreidden mantels uit op de grond, trokken takken van de palmbomen en legden deze op de grond, en verwelkomden zo vreugdevol en hoopvol hun koning. Echter, Christus wilde niet een aardse koning zijn maar een koning die heerst zonder recht op land, status, eer.

Hij wilde een Koning zijn die de mensen de weg naar binnen toe wijst, de weg naar het warme hart. Een hart dat klopt vanuit een evenwichtige binnenwereld staande tussen de uitersten van het leven.

Al eeuwenlang, ongeveer vanaf de zevende eeuw, vieren mensen de palmzondag met palmprocessies. Waarschijnlijk is dit feest zo populair geworden omdat het aansloot bij een oeroude, heidense traditie om in de lente takken in het veld en de akker te steken als beeld van vruchtbaarheid voor het nieuwe oogstseizoen dat komen ging. De takken die bij de processie werden meegedragen, waren eerst in de kerk gewijd om zo dit heidens ritueel te kerstenen. Later ging men deze takken versieren met linten, vruchten, eieren en brooddeegfiguren. Net als bij het Sint-Maartenfeest is ook dit feest in de loop der tijden een kinderfeest geworden en lopen nu op vele plekken in het land op palmzondag, of op de vrijdag ervoor, kinderen zingend met hun palmpaasstok door het land. Zondag, de eerste dag van de week, de dag waarop men kan rusten van de werkweek die achter ons ligt en men zich kan voorbereiden op het nieuwe dat komen wil. De dag van de zon, de gouden Zon die iedere dag trouw de mensen warmte, kracht en licht schenkt.

In kindertekeningen is het beeld van de zon als alom aanwezig beeld te zien: bijna alle kleuters tekenen een zon boven aan hun tekenblad. Een eerste mensfiguur in de kindertekening lijkt vaak op een zonnetje.

Palmpaasstok

Kijken we naar de palmpaasstok waar de kinderen mee lopen dan zien we vele oude tradities zichtbaar worden: er zijn streken in Nederland waar met een enkele stok wordt gelopen, een kruisstok, een stok met vele dwarstakken. Vaak wordt er gekozen om jonge kinderen een stok te geven zonder een kruismotief. Dit vanuit de gedachte dat een jong kind nog niet zo verbonden is met het beeld van het kruis dat lijden uitdrukt. Echter, dit is geen wet van Meden en Perzen. Aan ouders op de Academie voor Ouders vraag ik altijd om zelf goed te kijken: wat neem je waar aan je kind? Waar kan je zelf een verbinding mee maken? Wat je als opvoeder innerlijk kunt voelen, dat voelen de kinderen en dan is het goed.

De stok wordt meestal versierd met kleuren-crêpepapier: rood en wit of kleuren groen en lichte lentetinten. Een cirkel van karton of pitriet, versierd met geel papier of een gouden zon, straalt als een zon vanaf de palmpaasstok de wereld in. Een ketting met gedroogd fruit hangt aan de stok. Aan de ketting zitten vruchten, gedroogd en bewaard uit het vorige oogstjaar, kiemdragend in het heden en beloftevol wachtend op de tijd dat het zaad in de akker weer tot vrucht kan worden. Hoewel… de vruchten aan de palmpaastakken verdwijnen meestal in de monden van de kinderen om daar vruchtbaar ander werk te verrichten en niet in de aardegrond. Aan het ei hangt soms een gehaakt netje met een uitgeblazen ei erin. Haken van een paasnetje voor eitjes aan de palmpaasstok:

1 —Haak 6 lossen.
2 —Haak een halve vaste in de eerste losse. Je hebt nu een ring.
3 —Haak 15 stokjes in de ring.
4 —Haak tussen elk stokje een stokje en een losse.
5 —Haak tussen elk stokje een stokje en twee lossen.
6 —Haak tussen elk stokje een stokje en drie lossen.
7 —Haak weer een stokje en drie lossen in elk gaatje, maar doe dit twee keer in het derde, zesde, negende, twaalfde en vijftiende gaatje, je hebt nu 20 stokjes met steeds 3 lossen.
8 —Haak continu door tot je zakje lang genoeg is. Ik heb ongeveer 17 rondes gehaakt, minder kan ook voor een kleiner zakje. Maak dan een schulprandje door in elk gaatje te haken: 1 vaste, 1 stokje, 1 dubbel stokje, 1 stokje en een vaste.

Ook worden er uitgeblazen eieren met een touwtje aan de stok gehangen. Het ei als beeld van de kiemkracht, van het nieuwe leven dat aan de palmpaasstok de wereld in gedragen mag worden.
Boven in de top prijkt een haantje en soms een zwaantje. Een zwaantje als beeld van de zuivere schone ziel van de mens. Het haantje als beeld van de oproep: mens wordt wakker, het is dag. Mens sta op! Niet alleen een opstaan aan het begin van de nieuwe dag maar ook een opstaan in onszelf. Ga je weg rechtop met de ik-kracht die de haan oproept. Een haantje moet wel gevoed worden, anders gaat hij dood. Het ik van de mens vraagt ook om voeding, anders verpieteren we innerlijk.

Zo wordt de palmpaasstok meer dan een tak die je als kind de wereld in draagt. Het wordt tot beeld van een tak van de levensboom waar ook jij mee verbonden bent.

Na zeven dagen is het Pasen. Voor jonge kinderen een feest waarin zij mogen beleven dat er overal in de wereld iets voor jou verstopt kan zijn, een geschenk met kiemkracht, nieuw leven. Als je goed zoekt kan je dit vinden in de ‘tuin van het leven’.

Jonge kinderen, in de leeftijd tot ongeveer 7-8 jaar, hebben veelal een andere verhouding tot leven en dood dan oudere kinderen en volwassenen. Daar waar volwassenen diep verdriet hebben en stil zijn, kunnen kinderen naast de kist van een gestorvene spelen, spelletjes doen, er bij weglopen en buiten gaan spelen om daarna het spel weer te hervatten. Jonge kinderen kunnen de aanwezigheid van een gestorvene nog voelen en erover vertellen. Vanaf ongeveer 9 jaar komt een kind anders tegenover de wereld en zichzelf te staan. Het realiseert zich dan dat iemand echt niet meer terugkomt als deze gestorven is. Ook je lieve konijn dat dood is gegaan, is niet te vervangen door een ander lief konijntje… uiteraard spelen hier temperamentverschillen in mee en gaat ieder kind daar anders mee om.

Op vrijescholen wordt vanaf klas 4, als de kinderen 9 jaar zijn geweest, het paasverhaal vertelt. Het sterven en de opstanding van Christus, Hemelvaart en Pinksteren worden verteld zonder ‘een kleur van emotie of sentiment of gekleurd vanuit een kerkelijke beleving of vormgeving’. Dit, opdat de kinderen later in vrijheid zelf op zoek mogen gaan naar wat Pasen hen te zeggen heeft.

Verhaal: ‘Het haasje in de maan’

“In een van zijn vele voorgaande levens, werd de toekomstige Boeddha geboren in het dierenrijk als haas. Wonend op zijn rustige plekje in het bos had de haas vriendschap gesloten met een otter, een aap en een jakhals. Zowel de haas als zijn drie vrienden hadden een hoge staat van bewustzijn bereikt. Het was op één van de vastendagen dat het haasje zei: ‘Wij moeten geen voedsel tot ons nemen. Maar als iemand ons vraagt om voedsel, dan moeten we geven wat we hebben.’

Diezelfde dag ving de otter een grote vis, de jakhals had een stuk vlees gevonden en de aap had in een mangoboom prachtige vruchten geplukt. Alleen de haas zat in zijn hol te piekeren. Hij had enkel hard gras dat niemand verder lustte. Dus besloot hij zijn eigen lichaam te geven als iemand daarom vroeg.

Op dat moment zat Indra (de god van mededogen) op zijn goddelijke troon, en weende om zoveel mededogen van de haas. Hij besloot de haas op de proef te stellen. Indra veranderde zichzelf in een Brahmaan en ging naar de otter om voedsel te vragen. Zonder aarzeling gaf de otter zijn mooie vis weg. Toen de Brahmaan bij de jakhals en de aap om voedsel vroeg, gaven ook zij hun vlees en fruit weg. Tot slot ging de Brahmaan naar de haas en zei: ‘Beste haas, heb jij wellicht enig voedsel over voor mij?’ De haas was buitengewoon blij een ander blij te kunnen maken. ‘Verzamel wat hout om een vuur te maken en vertel me wanneer het goed brandt.’
Indra deed wat de haas gezegd had, en toen het vuur goed brandde sprong de haas, de toekomstige Boeddha, in het vuur. Een groot gevoel van gelukzaligheid vulde zijn hart. Groot was echter zijn verbazing toen hij bemerkte dat het vuur helemaal niet heet was. ‘Wat heeft dit te betekenen, waarom verbrand ik niet?’ vroeg de haas aan de Brahmaan. Toen vertelde Indra wie hij werkelijk was en dat hij de edelmoedigheid en mededogen van de haas op de proef wilde stellen. ‘Dat had niet gehoeven,’ reageerde het haasje, ‘wie mij ook op de proef zou stellen, niemand zou mij erop kunnen betrappen dat ik iets met tegenzin zou geven, zelfs niet als het om mijn eigen lichaam ging.’
Indra was verbaasd van zoveel wijsheid. Hij pakte een berg en kneep die uit, en met het sap tekende Indra een haasje op de maan. Hetzelfde haasje is nu nog steeds te zien.

Toen keerde Indra terug naar de hemel en het haasje keerde ongedeerd terug naar zijn plek in het bos…

.
*Met toestemming van de auteur Loïs Eijgenraam

Boeken van de auteur

Website Loïs Eijgenraam

School voor antroposofische kinderopvang

Palmpasen en Pasenalle artikelen
.
VRIJESCHOOL in beeldPalmpasen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

..

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Palmpasen (10)

.
Christina van Stroe

PALMPASEN EN DE STILLE WEEK 

Morgen- Zondag 14 april 2019 -is het Palmpasen.
De palmpasenstok is het attribuut van Palmpasen, een stok die door schoolkinderen wordt gemaakt en gedragen en bestaat uit christelijke en heidense symbolen naast elkaar. Meestal is de basis een kruis van latjes of twee dunne takken met een hoepel of rad dat de zon symboliseert. De versiering kan bestaan uit wat groen, gekleurde eieren en slingers met gedroogd fruit. Bovenop prijkt een broodhaantje. 
De palmboom werd bij de natuurvolkeren tijdens de lentefeesten als symbool gebruikt ter ere van de terugkerende ZON: juichende en stralende mensen met wapperende palmbladen. Gelijk als het juichen in de natuur door de lente: de aarde ademt uit. 

De binnenkomst van Jezus in Jeruzalem werd ook met takken van de palmboom gevierd. Hij reed op een ezeltje; de pelgrims die naar de stad getrokken waren om het joodse feest van Pesach te vieren, haalden hem in als de langverwachte Verlosser en wuifden hem toe met palmtakken.
 
Het Zonnewezen van de Christuskracht had zo’n grote invloed op de omgeving, dat iedereen in feestelijke beroering werd gebracht.

DE SYMBOLIEK VAN DE STILLE WEEK

Na Palmpasen volgt de Stille Week.
In de verhalen rond Goede Vrijdag en Pasen wordt de ontwikkelingsweg van de menselijke evolutie symbolisch weergegeven. De bestemming van ieder mens is de intocht van het liefdevolle en onsterfelijke Christuswezen in het hart en de ziel van de mens. Het Wezen van de scheppende liefdeskracht wordt in het Christendom Christus genoemd. De Christuskracht is echter de scheppende kracht in alle religies, geloofssystemen en esoterische stromingen. Het is de energetische spil in de evolutionaire processen in Bewustzijn die zich in alle godsdiensten, spirituele en esoterische stromingen manifesteert. De centrale kracht in de menselijke evolutie die alle religies verenigt. 

In de symboliek van de Stille Week ligt het geheim besloten van de transformatie door de mens Jezus in een onsterfelijk goddelijk wezen met behulp van de Christuskracht 
Het ‘Esoterisch christendom’ vindt haar aansluiting bij de mysteriegodsdiensten uit de oudheid en de gnostische filosofieën over de bewustzijnsontwikkeling van de mens. De evangeliën over het handelen van Jezus kun je lezen als beschrijvingen van innerlijke ervaringen die werden opgedaan in de ziel tijdens zijn inwijdingsweg. Wat in de oude mysteriën als innerlijke beelden van de godenwereld werd beleefd, vindt nu als een menselijke fysieke gebeurtenis plaats. In de drie jaren na de doop in de Jordaan heeft het zonnewezen van de Christuskracht zich stapsgewijs steeds inniger verbonden met het lichaam van Jezus en de onmetelijke kracht van het zonnewezen begint ook in de omgeving merkbaar te worden. De kracht werkt in op de astraallichamen van zieken, manifesteert zich ook in het etherische gebied en bij de ‘verheerlijking op de berg’ hebben drie van de apostelen kunnen schouwen hoe de Christuskracht het lichaam van Jezus transformeert.

HANGEN AAN HET KRUIS

Op Goede Vrijdag wordt het lijden, de kruisiging en de dood herdacht. 
Hangen aan een kruis is een symbool voor de noodzaak van het volledig ervaren van alles wat in je bewustzijn komt: je weerstanden, je verlangens, je fysieke sensaties, je gedachten en emoties. Alles wat volledig ervaren wordt lost immers op. Juist als je gelooft dat je de pijn van het leven of je fysieke lichaam niet meer kunt verdragen, maar je blijft doelbewust ervaren – je blijft voelen hoe het voelt zonder respons te geven – dan kom je aan de grens en vindt er een transformatie plaats. Dat is het uitzicht en inzicht dat ons geschonken wordt in de verhalen over wat er tweeduizend jaar geleden met Pasen gebeurde.

Het begrip “Opstanding” kan gezien worden als een metamorfose, een herrijzenis uit een verstarde toestand waaruit iets nieuws geboren wordt . 
Maar ook als het ultieme proces, waarin je kunt bestaan in zowel de tijdelijke, begrensde aardse dimensies van ruimte en tijd, als de onbegrensde werkelijkheid van het Eeuwigdurend Nu. 
Als een onsterfelijk goddelijk wezen.

.

.

Palmpasen en Pasenalle artikelen
.
VRIJESCHOOL in beeldPalmpasen

.

1786

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pasen (32)

.

Hoewel het vieren van jaarfeesten een onderdeel is van wat op de vrijeschool gebeurt, geeft Steiner er in zijn pedagogische voordrachten geen aanwijzingen voor. Dat er over de jaarfeesten op deze blog van alles is te vinden, betekent niet dat alle achtergronden die hier worden gegeven voor iedere school in gelijke mate gelden. Bovendien is ‘school’ in dit opzicht te abstract. Het gaat om de mensen die er vorm aan geven. Omdat het bij de achtergronden om  religieuze, spirituele of godsdienstige inhoud gaat, ligt het voor de hand dat iedere individuele leerkracht daarmee een bepaalde verbinding heeft – van een oppervlakkige tot een diepe.
De achtergronden die hier worden gegeven, zijn dus meer bedoeld als het schetsen van een sfeer waaruit de concrete vorm van een jaarfeest is voortgekomen.


OP ZOEK NAAR DE WARE KONING

 

Een koning
Rood, wit, blauw,

De koning en zijn vrouw,

De koningen zijn dochtertje,

Koffiedik

Af ben ik

Een vader zegt dit rijmpje op voor zijn dochtertje, dat de vorige dag net drie jaar is geworden. Het kind heeft het versje va­ker gehoord en aandachtig in zich opgeno­men. Nu herhaalt ze ineens met iets van blijde verrassing in haar stem het laatste voord: Ik, ikke! Het is voor het eerst dat ze dit woord zo uitspreekt, bewust betrok­ken op zichzelf. Twee maanden later zegt ze over zichzelf: ‘Als Hieke groot is, is Hieke ook een koning!’

Er wordt een kind gedoopt. Ik zit met mijn dochtertje van twee jaar op schoot, nogal vooraan om alles goed te zien. Daar komt de priester binnen, een eerbiedwaardig man met zilverwit haar dat glanst boven het donkerpaarse priestergewaad. Het is ineens heel stil in de kerk, en in die stilte hoor ik mijn dochtertje dromerig fluisteren: ‘De koning!’

Wie van ons ziet nog een koning in deze tijd? Wel spreekt de taal van ‘een koninklij­ke gestalte’. Dat heeft dan niets te maken met de uiterlijke omhulling, maar met de uiterlijke houding die naar buiten toe zichtbaar wordt. Blijkbaar dragen we in ons mee het beeld van een ‘koning’, hoe een koning moet zijn, maar het ligt diep wegge­doken in een niet-bewuste laag van ons be­staan. Het is er wel en het ‘werkt’ ook, want we kunnen er de ‘koning’ in een an­der mens mee herkennen. Hoe moeten we ons dat voorstellen? Wat is eigenlijk een koning?
Nu roepen we de sprookjes te hulp. Dat kunnen we doen, omdat in de echte sprookjes een schat van wijsheid verborgen ligt die de meest funda­mentele waarheden van het mens-zijn in beeldentaal uitspreekt. In gave en goed
af­geronde sprookjes als IJzeren Hans, De trommelslager of De trouwe Johannes wordt het koningschap bereikt via een lange, moeilijke weg vol beproevingen. In het verhaal van IJzeren Hans is het zelfs heel duidelijk dat het gaat om een innerlijk verworven koningschap. De held van het verhaal is immers van geboorte een koningszoon, en heeft als zodanig het recht geërfd om koning te worden. Hij draagt het als een belofte met zich mee, maar of die belofte in vervulling gaat, hangt van hem zelf af. Jarenlang duikt hij onder in een naamloos bestaan als om een rijpingsproces door te maken. Wijsheid, waardigheid, dee­moed, inzicht in zichzelf en in anderen, be­reidheid tot offervaardigheid en dienstbaar­heid, moed, vlijt en tegenwoordigheid van geest: het zijn evenzovele voorwaarden om een waarachtig koningschap te bereiken.

Het begin

Het inzetten van de Lijdenstijd zoals dit gebeurt in de Christengemeenschap, als voorbereiding op Pasen, doet ons denken aan de vier adventszondagen voor Kerstmis. De heilige nacht van de geboorte van het kind Jezus ligt nu heel ver achter ons. Het licht dat ons toen omstraalde, en de warm­te die toen om ons heen was, zijn we bijna vergeten. Het engelenlied van ‘Vrede op aarde’ klinkt als een zwakke echo in ons hart na. Er was een openheid naar boven toe, een stemming van vanzelfsprekende innigheid die we ons dankbaar herinneren als een geschenk uit de hemel. Iets van die warme innigheid, van die lang vervlogen kerststemming kunnen we nog ervaren iedere keer als we staan bij de wieg van een heel jong mensenkind. Iets van de heiligheid van de plaats waar Maria’s kind geboren werd, hangt in iedere babykamer, als het goed is. Diep-ernstig kunnen de ogen van zo’n jong kind je aankijken. Het is of daarachter een geheim verborgen ligt dat nog ontraadseld moet worden: het ge­heim van zijn toekomstig leven op aarde. Wie ben je? Met welk doel ben je hier geko­men? Ze slapen voornamelijk, deze hele jonge wiegekinderen. Ze zijn nog helemaal verbonden met de wereld waar ze vandaan gekomen zijn. Pas na 6 weken, na ongeveer 40 dagen worden ze langzaam wakker voor onze wereld, en ze doen dat met het eerste teken van menselijk contact: een stralende glimlach.

Deze paradijselijke sfeer kan nog heel lang om een kind heen zijn, als wij volwassenen er maar zuinig op zijn en het behoeden. Want als we dat doen dan is het of er in ons huis een bronnetje opborrelt met helder, fris water. En aan dit levende water kunnen we ons steeds weer laven, als we er rustig de tijd voor nemen, en ons niet laten voort­jagen ‘door de dingen die gedaan moeten worden’. We gaan iets vermoeden van het geheim dat een jong kind in zich draagt, als we in de evangeliën lezen hoe Jezus eens kinderen plaatste in het midden van de twaalf discipelen en tot hen zei: ‘Wie niet het rijk Gods in zich opneemt zoals een kind het in zich draagt, kan er niet binnen­komen’ (Markus 10).

De weg

Na Kerstmis is het of we met reuzenschre­den het groeiproces tot volwassenwording meemaken. In de Driekoningentijd schuift zich een donkere schaduw voor het licht. Koning Herodes staat daar en we kunnen er niet omheen. De drie Wijzen uit het Oosten vinden het Kind in Bethlehem. maar de vierde koning zoekt zijn weg door de we­reld. Hij is een koningszoon met het ge-erfd recht om later koning te worden. Hij doet echter afstand van dit vanzelfspreken­de recht en duikt onder in de anonimiteit, als mens onder de mensen. Aan het eind van zijn leven ontdekt hij dat zijn kiezen voor het
mens-zijn tegelijk het ware koningschap betekent. De Koning die hij zocht, blijkt ook te zijn de ware Mens, als vervulde belofte. Het was het mede-lijden met de mensen die hij ontmoette op zijn lange lijdensweg, dat tenslotte deze ontdek­king, deze ont-hulling mogelijk maakte.
Je kan je op allerlei manieren voorbereiden op Pasen, maar voor ons volwassenen, op­voeders, verzorgers is er geen betere voor­bereiding denkbaar dan het ‘mee-lijden’, het zich verdiepen in de lijdensgeschiedenis zoals deze beschreven wordt door de vier evangelisten. Directconcreet lezen wat er staat, ieder jaar weer, of ernaar luisteren met open oren of erover spreken met ande­ren, zoals de Emmaüsgangers deden, ja zelfs erover zingen is een zinvolle en bevredigen­de voorbereiding.

Hoewel er in historische documenten vrij­wel niets te vinden is over de gebeurtenis­sen in Palestina, zo centraal voor het christendom, is toch één ding duidelijk merkbaar. De personen die betrokken waren bij de veroordeling van Jezus van Nazareth kunnen geen van allen ‘kleine jongens’ geweest zijn. Het is of er een soort samentrekking is, van mensen die elk voor zich ‘groots’ waren op de plaats waar zij stonden, in de functie die zij vervulden.
Door alle evangeliën heen wordt steeds aan­geduid dat alles op een bepaald ‘uur’ moest geschieden, zoals bijvoorbeeld in Johannes 7: ‘Toen zochten ze hem te grij­pen, maar niemand sloeg de hand aan hem; want zijn uur was nog niet gekomen.’
Het is of het hele uitspansel met sterren en andere hemellichamen volgt wat hier gebeurt. Daarom is het ook niet anders denkbaar dan dat de machtige gestalte van de Christus in de mens Jezus ‘weerstanden op hoog niveau’ ontmoette. Het is of een Koning zich met ‘koningen’ moet meten.

Gestalten in de Stille week

Daar is als eerste Judas Iskariot. Als het ge­juich en het rumoer van Palmpasen is ver­stomd, dan komt wat zelfs door de discipelen als een ‘anticlimax’ wordt beleefd: de gebeurtenissen van de Stille week. De te­leurstelling die hen allen beving, culmineerde in het verraad van Judas. Eén moest het verraad plegen, één moest de ‘zondebok’ zijn. Het is of de profetische woorden van de hogepriester ook op Judas van toe­passing zijn: ‘Het is beter voor u dat één mens sterft voor het Godsvolk dan dat ge­heel ons volk ten onder gaat’ (Joh. 11). Wat een ontzagwekkende gestalte moet dit geweest zijn, hij die de Mensenzoon verra­den kon.

Dan is daar de hogepriester. De leiders van het Joodse volk hebben met hun gewapen­de dienaren Jezus gevangen genomen en voor de Hoge Raad gebracht, het hoogste rechtscollege. Er moeten getuigenissen tegen de aangeklaagde gevonden worden, opdat hij veroordeeld kan worden. De veroordeling zelf stond van tevoren vast. Maar zij vinden niets en de getuigenissen blijken niet te klop­pen met elkaar. Tijdens al dat heen en weer praten heeft één persoon zich wat op de ach­tergrond gehouden, lijkt het. Nu treedt hij naar voren: ‘Toen stond de hogepriester op en trad in het midden’ (Mark. 14). Hij ver­baast zich erover dat Jezus geen weerwoord heeft op alle getuigenissen. Maar misschien juist daardoor is hij de enige die er een ver­moeden van heeft wat hier gebeurt en wie hier voor hem staat. De hogepriester stelt de enige vraag ‘op niveau’: ‘Zijt Gij de Christus, de Zoon van de Geprezene?’ Jezus zeide: ‘Ik Ben. En gij zult de Mensenzoon zien zitten ter rechterhand der Kracht en komen met de wolken des hemels.’ (Mark. 14). Het pleit voor de hogepriester dat er nu wel een antwoord komt. Jezus herkent in hem blijkbaar een waardig vertegenwoordiger van wat de joodse religie inhoudelijk nog bete­kende. Het woord ‘Ik Ben’ komen we ook tegen in het Oude Testament. Het was de heilige naam van de Godheid, die alleen in het allerheiligste van de tempel mocht wor­den uitgesproken. Die naam werd nu in volle openbaarheid uitgesproken en ten overstaan van iedereen. Juist omdat de diepste geloofs­geheimen voor deze hogepriester zo heilig waren, was hij zo diep geschokt dat hij zijn gewaad scheurde en Jezus betichtte van ‘godslastering’. Volgens de joodse wet was de beklaagde nu des doods schuldig.

Wat hier gebeurt, klinkt als een voorspel van wat beschreven wordt als gevolg van de kruisdood op Golgotha: ‘Toen scheurde het voorhangsel van de tempel in tweeën, van boven tot onder.’ (Mark. 15). Het geheim dat eeuwenlang in het verborgene was be­hoed en doorgegeven door ingewijde men­sen, was openbaar geworden en voor de hele wereld zichtbaar. ‘De hoofdman, die tegen­over hem stond en zag dat hij zó stierf, zeide: ‘Waarachtig, deze mens was een Gods-zoon’ (Mark. 15). Dat zegt een Romeinse hoofdman in functie, op wacht bij het kruis. Ook hij was blijkbaar niet ‘zo maar’ iemand, maar een man die meer zag dan anderen. Er is nog een vierde, die tijdens het proces markant gestalte krijgt door de wijze waarop hij Jezus tegemoet treedt. Dat is de land­voogd Pilatus, ook een Romein. De eerste vraag die hij Jezus stelt, is: ‘Zijt gij de Koning der Joden?’ Een merkwaardige vraag, want de Joden kenden geen koning in de ge­wone, bestuurlijke zin van het woord. Uit het antwoord van Jezus blijkt echter, dat Pilatus wat anders bedoelt: ‘Mijn Rijk is niet van deze wereld.’ (Joh. 18). De landvoogd blijft hem verder met deze titel benoemen, en hij schrijft later dezelfde woorden als op­schrift boven het kruis: Koning der Joden. Na het eerste gesprek met Pilatus wordt Jezus overgeleverd aan de soldaten om te worden gegeseld. ‘En de soldaten vlochten een kroon van doornen en zetten die op zijn hoofd. Zij wierpen hem een purperen mantel om en traden op hem toe met de woorden: ‘Gegroet, Koning der Joden! En zij sloegen hem in het gezicht.’ (Joh. 19). Naar aardse maatstaven de karikatuur van een koning. Geen kroon van goud, maar een van doorni­ge takken waaraan in plaats van rozen bloed­druppels bloeiden.

‘En wederom trad Pilatus naar buiten en zei­de tot hen: ‘Ziet, ik breng hem openlijk voor u, opdat gij begrijpt dat ik geen schuld in hem vind.’ Jezus trad naar buiten met de doornenkroon en de purperen mantel. Pilatus sprak tot hen: ‘Ziedaar, de mens!’ (Joh. 19).

Het was dit beeld dat de dichter Chr. Morgenstern inspireerde tot de uitspraak:

Wenn die Rosen um deine Stirn, Mensch
kein Blutstropfen sind,
wirst du nicht wissen warum du lebst,
bleibst du ewig Kind, Mensch!

Op de derde dag

Als een koning werd Jezus van Nazareth in­gehaald op de dag die wij nu Palmzondag noemen. ‘Hozanna de Zoon Davids! Geze­gend die komt in de naam des Heren!’ Gejubel en gejuich begroetten een uiterlijk koningschap, waar het volk eeuwenlang naar had uitgekeken. In de week die daarop volgt, blijkt echter dat het gaat om een ander soort koningschap. Zo rumoerig als de intocht in Jeruzalem verliep, zo stil begint de Paasmorgen, acht dagen later. Zo stil als het ’s mor­gens vroeg kan zijn als de zon opgaat. De Opstanding is een begin, is in kiemtoe­stand. Het is een kiem die veel zorg en aan­dacht nodig heeft.
Pasen is geen “hemels ge­schenk’, maar een belofte: de belofte dat een innerlijk koningschap en een waarachtig mens-zijn mogelijk zijn geworden.
Of deze belofte wordt vervuld, hangt mede van ons af.
.

(Marieke Anschütz, Jonas 16, 6 april 1979)
.

Palmpasen/Pasenalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

VRIJESCHOOL in beeldpalmpasen

.

513-474

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pasen (31)

.

Pasen

Het is echt lenteweer, zonnig, we kunnen niet anders dan naar buiten gaan. De natuur staat op springen,de knoppen aan de bomen worden al dikker en wie onder de bomen onder de humuslaag in de grond krabt, ziet dat aan ei­kels, kastanjes en zaden al de eerste wortelvorming is begonnen, het begin van een nieuwe boom!

Op weg naar huis knip ik in de tuin wat kale, schijnbaar dode takken af. Er is nog niets aan te zien en ik vraag me af of de takken soms ver ingevro­ren zijn? Ik vergeet ze een beetje, ook al staan ze mooi te zijn in de blauwe glazen vaas.
En dan zie ik plotseling op weer zo’n mooie zonnige dag de zon schijnt warm in huis, dat het zwarte hout bezaaid is met prachti­ge piepkleine perzikbloesems. De bloemblaadjes hebben de kleur van een gezonde rozige babyhuid, een boeiend contrast met de doodgewaande takken. Onder een heldere Hollandse wolkenlucht komt de natuur steeds meer tot leven, de vroege bloeiers geven acte de presence.
Al genietend van de lente wordt de mens er zelfs al een beetje luchtig van; het geeft zin in nieuwe dingen, nieuwe plannen.

De spanning die we buiten opdoen is op school in het hele gebouw
tast­baar aanwezig. De jaartafels in de klassen bloeien op. In peuter- en kleuter­klassen zijn we even in de ban van moeder Aarde en de wortelkindertjes: “Onder de grond, zo diep, zo diep. Wie weet er wat daar sliep?”
Dit zijn de eerste zinnen uit het boek van Alfred Listal “Van de Wortelkindertjes”.
In de lente, de paastijd, begint het boek zijn beeldverhaal over de
ont­luikende en weer afstervende natuur.Veel ouders hebben de kunst van de juffies afgekeken en tot grote vreugde van de kinderen de bloemenkindertjes met lapjes en stukjes vilt ook thuis op een jaartafel laten verschij­nen.

In alle klassen staan de houten kruisen klaar om versierd te worden met kleurig crêpepapier, beschilderde eieren, rozijnenslingers, een zelf gebak­ken broodhaantje en buxustakjes.
Met de palmpaasoptocht luiden we de stille week in en bezingen we het komende paasfeest.

De optocht is een herinnering aan de intocht van Jezus in Jeruzalem. De palmpasenstok brengt met zijn symbolische versiering het christelijke paasfeest en de vele voor-christelijke vormen van volksfeesten ter ere van het nieuwe leven in de natuur en de terugkomst van de zon samen. Het beschilder­de ei, de haas, het lam en het paasvuur zijn symbolen die bij oude culturen van Germanen, Grieken, Egyptenaren, Chinezen en vele anderen zijn terug te vinden.
Zelfs nu nog wordt bv. in China een roodgeverfd ei in de wieg gelegd als symbool van geluk bij een nieuw geboren baby.

Het christelijk paasfeest is het feest van Dood en Opstanding.
Vroeger was dat het belangrijkste feest van het jaar.
In het Westen kreeg de mensheid steeds meer moeite met de opstandingsgedachte, het lege graf kon alleen een “wonder” zijn en die bestaan niet in het westerse denken.
Toch toont de natuur ons jaar in jaar uit het wonder van Pasen en kan ons motiveren tot het zoeken naar de moderne waarheid van het wonder. Het lezen over de lijdensweg van Christus, die voerde naar de dood op Golgotha, roept het machteloze gevoel op dat Christus zich niet verweerd heeft, de
krui­siging gewoon heeft laten gebeuren. Tegelijkertijd beleef je dat het aardse leven geen kans meer had en dat er alleen door het sterven heen een mogelijk­heid tot “opstaan” was. Daarmee gaf hij de mensheid de gelegenheid nieuwe we­gen te bewandelen, geïnspireerd door andere dan materiële waarden.
Als volwassene kunnen we ons betrokken voelen bij het lijden op Goede Vrijdag. Het luisteren naar de Matthaus-passion van J.S.Bach, die in deze tijd op vele plaatsen wordt uitgevoerd, brengt ons in de gemoedstoestand die bij de kruisi­ging past.
Jonge kinderen beleven dit nog niet, voor hen is alleen het levende een realiteit.

Bach heeft op geniale wijze gebruik gemaakt in zijn muziek van een jongenskoor. De lichtheid van de kinderzangstemmen tegen de dramatische klank van de twee grote koren, laten je tastbaar voelen dat Pasen, opstanding, onlosmakelijk verbonden is met de dood.

Zo geeft de geschiedenis van het leven van Christus moed om steeds aan iets nieuws te beginnen in het leven en het geeft vertrouwen, dat het goed is als daaraan vooraf in een mensenleven iets moet worden opgegeven.

Het vieren van Pasen in de vrijeschool gebeurt met de jongste kinderen met de beelden vanuit de natuur. De paashaas die zijn gekleurde eieren brengt, is het beeld voor de onzelfzuchtige mens, die zich opoffert voor het voortleven van anderen, overeenkomstig het gedrag van de haas in zijn leger in de vrije natuur.
Door alle klassen spelen de symbolen uit de zich vernieuwende natuur, uit het nieuwe leven in het ei, enz. de belangrijkste rol bij de viering. Vanaf de vierde klas kan ook over het leven van Jezus en het mysterie van Golgotha worden verteld. Duidelijk zal zijn dat daarbij de vernieuwende impulsen die Jezus aan de mensen gaf de boventoon voeren en dat zichtbaar wordt gemaakt dat zijn leven niet eindigde aan het kruis, maar juist voor ons nog begon.

Pasen, een tijd van vernieuwing en opbouw, een tijd om mensen enthousiast te maken voor het vrijeschoolonderwijs. Een onderwijs dat niet nieuw is, maar kinderen wellicht leert later een mens te zijn, die los van materiële verlangens vernieuwende impulsen aan de wereld schenkt!

(Annemieke Zwart, nadere gegevens ontbreken)

.

Palmpasen/Pasenalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: palmpasen

.

512-473

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Palmpasen/Pasen – alle artikelen

.
Hoewel het vieren van jaarfeesten een onderdeel is van wat op de vrijeschool gebeurt, geeft Steiner er in zijn pedagogische voordrachten geen aanwijzingen voor. Dat er over de jaarfeesten op deze blog van alles is te vinden, betekent niet dat alle achtergronden die hier worden gegeven voor iedere school in gelijke mate gelden. Bovendien is ‘school’ in dit opzicht te abstract. Het gaat om de mensen die er vorm aan geven. Omdat het bij de achtergronden om  religieuze, spirituele of godsdienstige inhoud gaat, ligt het voor de hand dat iedere individuele leerkracht daarmee een bepaalde verbinding heeft – van een oppervlakkige tot een diepe.
De achtergronden die hier worden gegeven, zijn dus meer bedoeld om de sfeer te schetsen waaruit de concrete vorm van een jaarfeest is voortgekomen.

=

In veel artikelen die over Palmpasen gaan, staat ook iets over Pasen en omgekeerd. Een duidelijke scheiding is niet aan te geven.

PALMPASEN

[1] Palmpasen 
Walther van Riet
over: invloed van vroegere tijden; palmpasenstok

Palmpasen (2)
Juf Aagjen over: het ei als symbool; ‘drie ei is een paasei’

Palmpasen (3)
Henk Sweers over: het licht in de lente; de gang door de seizoenen; Paasei; paashaas; levensboom, palmpasenstok; palmprocessie; ‘één ei is geen ei’

Palmpasen (4)
verschillende palmpasenstokken

Palmpasen (5)
Juultje van der Stok over: de symboliek van de stok; stokken maken, haantjes bakken in het gezin

Palmpasen (6)
broodrecepten: paasbrood met saffraan; vooral om met kinderen te maken: hot cross buns; broodhaantjes; paaskoekjes; paaskrans; paasbrood; brooddeeg

Palmpasen (7)
Walther van Riet over: symboliek van de paasstok

Palmpasen (8)
Ferdinand van Hemmes over: Palmpasen in de Betuwe, zo’n halve eeuw geleden;
palmpaasstok en meiboom; voor-christelijke en christelijke tradities

Palmpasen (9)       Pasen de levensboom
Loïs Eijgenraam over: palmpasenstok en levensboom; boom van leven – boom van kennis; legende(n) om de 3 zaden van de levensboom; zonnekruis; Schotse (boom)spreuk; gedicht van Albert Steffen

PASEN

Pasen (1)
J.E.Zeylmans van Emmichoven over: de beweegbare paasdatum; lentefeest; palmpasenstok

Pasen (2)
Henk Sweers over: de haas als paashaas; symbool; in oude(re) culturen; in de kunst

Pasen (3)
Maarten Udo de Haes
over: de beweeglijkheid van de paasdatum; zon, maan en aarde in evenwicht; de zondag als middelpunt; tweetallen van dagen in tegenstelling

Pasen (4)
Rinke Visser
over: wanneer valt Pasen; het kosmische beeld van Pasen; evenwicht vanuit optiek waken-slapen van de aarde

Pasen (5)
Henk Sweers
over: omgang met de ander; leven en liefde; geweten; Christus en Pasen; paashaas:

Pasen (6)
Onbekend over Pasen; vernieuwing en opstandig; Christus opgestaan; geest en stof; plant, dier en mens; dood en lente; voorjaarsmoeheid

Pasen (7)
Thea Verbeek en Ilona Botterweg over Palmpasen en Pasen in de peuter- en kleuterklas: lente; palmpoosstol; haas; ei; eieren verven: Roodkapje

Pasen (8)
Knutselen: vingerhaaspopje, paashaasje; paashaasje, kuiken, lam van pompoen; paastuintje; paasfiguren van papiermaché; bloempot beschilderen; eierhoepel; nestjes; haas als eierdop;  paaseierdop; paasmobile; ei op stokje; paasboom; lentefee; eierschaal met bloempjes; haasje van aardappel; paasweitje; paashaantje (papier); voor het raam; beweegbare paaskaart; ‘kiek-kiek’ beweegbaar kuikentje; wortel- en lentekinderen haken; bloemenkinderen van vilt; ei met deksel;

Pasen (9)
Robin Jansen over: hoe beleven we nu Pasen; opstanding; Golgotha; Christus; Ik; oordeel; gedicht Nijhoff ‘De soldaat die Jezus kruisigde’;

Pasen (10)
Amy de Rhoter over: de beweeglijke paasdatum; mysterie van Golgotha

Pasen (11)
Marijke Roetemeijer over: paashaas; Hindoelegende ‘De legende van de drie hazen’

Pasen (12)
Legende van het haasje in de maan

Pasen (13)
Erica Mathijsen over: hoe zou je in het gezin Pasen kunnen vieren en waarom; voorbereiding; activiteiten;
aangevuld met andere artikelen over hetzelfde onderwerp; Heilige week met gedicht;
samen knutselen; damen bakken;  paasmenu maken

Pasen (14)
J.Oele over: Paasdatum, in de bijbel; joods Pasha; kalenderhervorming, kerkelijke kalender; Nicea

Pasen (15)
Eieren verven, verschillende technieken, natuurlijke kleurstoffen; eiertakken; paaseieren versieren; eieren verven en versieren; paasei met blaadjes; paasei verven; chocolade-ei; wat doen we uiteindelijk met de eieren?

Maarten van Rakt over: feest van de chocola; chocolade-ei; waarom eieren;

Nikole Karrèr over: eieren in het verleden; een Perzische legende over de eieren van Ormoezd en Angromanyu; bijzondere eieren uit Perzië; doosje met ei als cadeau; een ganzenei bewerken.

Pasen (16)
Dichter bij Pasen: hoe denk je erover, wat voel je erbij, wat wil je ermee. Een gesprek tussen ouders.

Pasen (17)
Henk Sweers over: eindigheid en oneidigheid; de grenzen van het denken; de eeuwigheid; het voorgeboortelijke; Golgotha; Christus

Pasen (18)
Paul van Laare over: de kalender in vroegere tijden: Julius Caesar, Gregorius 13; het vaststellen van de paasdatum

Pasen (19)
Marieke Anschütz over: werk als oefenweg; beroep als ‘meditatie’;  Jan Luyken, etsen

Pasen (20)
Annet Schukking over: lijden, dood en leven;

Pasen (21)
Over Palmpasen en Pasen, in kort bestek passeert veel de revue

Pasen (22)
Maarten Udo de Haes over: evenwicht en beweeglijkheid; paasdatum; sterven, dood, opstanding, leven; Mercurius als bemiddelaar; Rafael; genezing

Pasen (23)
Rimbert Moeskops viert met zijn derde klas het Pesach

Pasen (24)
F. de Fremery over: lijden van Christus in het persoonlijk leven; de betekenis van doornenkroon, geseling en opstanding; passietijd en Pasen; 

Pasen (25)
Uit: Noord-Europese mysteriën: Heidense gebruiken en het christendom; lentemaand; lentenamen; Ootmarsum

Pasen (26)
Marieke Anschütz
over: Vasten: hoe oefen je mens-zijn; innerlijke ontwikkeling; Elckerlyc; Pieter Breughel de Oude: De strijd tussen carnaval en Vasten; wat was, wat is ascese

Pasen (27)
Jakobus Knijpenga over: (af)sterven, dood, vergankelijkheid; vernieuwing, leven, levenskracht; overwinnen; Christus’dood; opstanding

Pasen (28)
Hanneke van Vliet over: Palmpasen/Pasen, lente  in de kleuterklas; symboliek stok, ei, haas

Pasen (29)
Lente: het verhaal van Tobias en de vis;

Pasen (30)
Paul Veltman over: Jeruzalem, Johannes, symboliek haas; opstanding niet makkelijk te begrijpen

Pasen (31)
Annemieke Zwart over: Palmpasen; lente; opstanding; symboliek; Christus

[32] Op zoek naar de ware koning
Marieke Anschütz over: het wezen ‘koning’; Palmpasen; lijdenstijd t.o. advent; veroordeling Christus; Judas; 

[33] Hoe wordt de paasdatum berekend
J.E.Zeylmans van Emmichoven over: vier manieren om de datum te berekenen: stoffelijk; wanneer is het Pasen; eenmaal per jaar: jaarritme;  biologisch, het maan(d)ritme, ritme van het etherlijf; week als ritme van de psyche; het Ik heeft een dagritme 

[34Kiezen voor ritme of dood
J.Knijpenga over: pogingen in het verleden om de paasdatum vast te leggen (1954, 1963, 1977); maanfeest, Jahweh; Pasen in het teken van de zon; ritme

[35] Astronomen twisten over de datum van de kruisiging
Govert Schilling over: wanneer is het Pasen; wanneer de 1e Goede Vrijdag?; berekening van Bradley Schaefer; 3 april 33?

[36] Pasen en de geur van mirre
Bob Smalhout over: Judas, Martha en Maria, de nardusolie, veroordeling van Jezus; hoe er gekruisigd werd;

[37Interview
Charles Vergeer over: Jezus; wat gebeurde er rond Goede Vfijdag; wat schreven Marcus en Lucas; 

[38] De twee bomen in het Paradijs

[39]
Oude paasgebruiken; paasvuur; verbranding; paaswiel; zon als oorsprong; Christus als zonneheld;

[40] Hoe kunnen we met kinderen Pasen vieren
Pasen in het verre verleden in oude culturen; paashaas; eieren; het joodse paasfeest en het christelijke; hoe en wanneer vier je Pasen met kinderen;
Pasen (41)
Een verhaal van Elisabeth Klein over het ontstaan van de paaseieren voor kinderen rond het 6e jaar

Pasen (42)
Oude paasgebruiken, paasvuur, paaswiel, vele manieren om eieren te versieren

Pasen (43)
Pasen in het verre verleden in oude culturen; hoe en wanneer vier je Pasen met kinderen; welke sprookjes; eieren versieren

[44] Het zonnekoren – een paasverhaal
Jörg Undeutsch over: het gras dat dichter bij de zon wilde komen, een zonnedruppel ontvangt en koren wordt

De kikker en de held Johannes

Else Tideman over: Russisch sprookje met paasmotief; Wassilissa, de Alwijze

voor meer ideeën en achtergronden: Tinekes Doehoek

Jaarfeesten: alle artikelen

Vrijeschool in beeldPalmpasen (met o.a. voorbeelden van broodhaantjes en palmpasenstok;  bij Pasen: jaartafels
.

141-135

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pasen (28)

.

ENKELE ACHTERGRODEN M.B.T. HET PAASFEEST

In de kleuterklas vieren we Pasen als een lentefeest.
Het feest van de uitlopende natuur.
In ons ochtendspel zingen en spelen we het verhaal van de wortelkindertjes. Zij ontwaken uit hun winterslaap. Moeder aarde zorgt dat ze ijverig hun nieuwe bloemenjurkjes gaan naaien. O, wat zijn ze mooi als ze klaar zijn om in optocht naar boven te vertrekken. Als de lentefee op haar gouden slee met rinkelende belletjes de lente inluidt, komen alle bloemenkindertjes uit de grond naar boven. In de gebaren van het ontwaken wordt de nieuwe geboorte zo ervaren.
Ook het van donker naar licht gaan, wordt ervaren in dit spel. Het ontwaken van de natuur geeft ook de beelden van opstanding en overwinning uit de dood.
De symbolen van de paastijd geven het weergekeerde leven weer.
De palmpaasstok is eigenlijk een persoonlijke levensboom. De haan, bovenop, is de figuur die de dag aankondigt en met Palmpasen de nieuwe dageraad in een mensenleven.
Het groene takje, van de buxus is het symbool van het eeuwige leven. Ook horen er eieren aan de paasstok.
Al het leven komt uit een ei.

Het paasei is een schijnbaar dood ding, dat leven in zich heeft. Ook een beeld voor het wonder van de opstanding.
De krachten van de zon (gele dooier) en de maan (eiwit) zijn in het ei terug te vinden.
Door de Grieken, Germanen en Russen werden de eieren  op graven gelegd als symbool voor onsterfelijkheid.
Dit gebeurt nog steeds in delen van Kroatië. Dit rouw-ei is zwart.
Het nieuwe leven kunnen we in het verborgene vinden.
Vandaar dat de eieren worden verstopt.

Een ander eeuwenoud symbool is dat van de paashaas.

In oude tijden vóór Christus was de haas toegewijd aan de godinnen van de vruchtbaarheid (Artemis in Griekenland, Oeroet in Egypte, Ostara in het Noorden),  het Duitse Ostern verwijst nog naar Ostara.
In de tijd na Christus is de haas het symbool geworden van het ‘Ik’ in het fysieke lichaam.
Het ‘Ik’ is onzelfzuchtig, schaadt niemand en komt de ander te hulp.
De haas heeft geen eigen huis, het terrein is zijn woning.
Hij doet geen dier kwaad, is zachtmoedig, maar heeft vele vijanden. Daarom is een snelle vruchtbare voortplanting nodig. Een haas die door een vijand wordt nagejaagd in de achtervolging, wordt vervangen door een soortgenoot. Zo is hij zijn ‘broeders hoeder’.
Zo kan een klein ikje uitgroeien tot Ik. De wereld als ons huis en alle mensen als onze broeders.
Aan kleuters leggen we al deze zaken niet uit. Maar op een diep niveau beleven zij het wonder van de opstanding van de natuur en mens in de kringloop van het jaar door onze feesten, als vanzelfsprekend mee.

Hanneke, maart 1998, vrijeschool Zevenster, Uden

 

Palmpasen/Pasen: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

 

Peuters en kleuters: alle artikelen

 

VRIJESCHOOL in beeld: peuters en kleuters

 

139-134

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – JAARFEESTEN – Palmpasen (8)

.

PALMPASEN IN DE BETUWE

Met haantje op stok zingend langs de deur

De palmpaas eeuwenoud kindervermaak

TIEL – Palmzondag. In volle luister lacht het lentezonnetje de aarde toe. Er waait een zwoele wind, die het ontluikende groen aan de bomen zachtjes doet trillen. Onderwijl heerst er in de kerk een zekere vreugde. Het is namelijk de dag waarop de glo­rieuze intocht van Christus in Jeruzalem wordt herdacht. Gezeten op een ezel werd Christus destijds door een met palmen wuivende menigte feeste­lijk ingehaald. En dat kort voor zijn gevangenneming en kruisi­ging.

Het wordt die zondag opval­lend druk op straat. Her en der verschijnen kinderen met vrolijk versierde stokken in hun handen. Aan de stokken hangen appels, krentenbroodjes, vijgen en ge­kleurde eieren. Tussen dit spul prijken vlaggetjes en palmtakjes. En boven op de stok pronkt een fiere zwaan of haan van brood­deeg. Soms zitten er zowaar nog enige piepkleine zwaantjes op de rug van de vogel. De glinsterende krentenoogjes van het gevogelte blikken de kleine dragers onverpoosd aan. De feestelijk getooide stokken zijn alom bekend als palmpasens. Daags tevoren zijn vaders en moeders in de weer geweest met het optuigen van de stokken voor hun kroost. De bakker heeft zich uit de naad gewerkt om de grote vraag naar broodversieringen te kunnen bijbenen. Groot was de verrassing voor de kinderen toen ze op palmzondag ’s ochtends een fraai uitgedoste palmpaas voor hun bed aantroffen. Eenmaal op straat stapt het kroost zo trots als een pauw naar een oom of tante. Om daar ver­volgens een fooitje of wat lekkers te ontvangen. Na al die visites verenigen de kinderen zich. Twee aan twee lopen ze door het dorp. Krampachtig houden ze de palm­paas voor zich uit. Onderwijl klinkt voortdurend uit de kindermonden:

Palm, palmpasen,
Eikoerei!
Over een zondag dan krijgen wij een ei,
een ei is geen ei,
twee ei is een half ei,
drie ei is een paasei!

Al zingende trekt de jeugd naar het huis van de burgemeester of dat van de do­minee, waar zij wordt getracteerd op koekjes. Het hoogtepunt van de dag vindt echter bij thuis­komst plaats, als eindelijk de lek­kernijen uit de palmpaas soldaat kunnen worden gemaakt.

Dit alles was in de vorige eeuw grofweg het beeld van de palm-paasrondgangen in veel dorpen en stadjes. Populair was het kin­dervermaak ook in de Betuwe, ja zowel bij katholieken als bij pro­testanten. Al legden de laatsten bij het palmpaasgebruik wel te­rughoudendheid aan de dag. De palmpaas mag dan een ver­trouwde verschijning zijn, om­trent zijn oorsprong is nog veel onzeker. Als we de volkskundige Van de Graft mogen geloven, is de palmpaas uit christelijke en niet-christelijke elementen sa­mengesteld. Het begon allemaal met de palmprocessies. Al in de Middeleeuwen was het op veel plaatsen gebruikelijk om de in­tocht van Christus in Jeruzalem na te bootsen. Dikwijls werd dan in een processie een houten ezel, waarop een meestal uit hout ge­sneden Christusfiguur zat, mee­gevoerd. Tijdens die processie werden ook gewijde palmtakken gedragen. Geen echte palmtak­ken die waren er immers niet hier te lande maar takken van de buksboom. Gaandeweg nu werden die ‘palmtakken’ met een keur van lekkernijen behangen. Het ver­sierde palmgroen had daardoor veel weg van de meibomen die rond 1 mei overal werden ge­plant. Deze bomen of takken wer­den in bosrijke gebieden gekapt en met veel bombarie stad of dorp in gebracht. Dikwijls wer­den in de bomen eetwaren en groene kransen gehangen, waaraan vergulde eieren bungelden. Bovenop de bomen waren vaak ook nog vogels bevestigd. De op­geschikte meibomen werden van huis tot huis gedragen. Voor een fooitje konden de bewoners reke­nen op de beschuttende kracht van het meigroen. Eigenlijk ging achter de mei­bomen een diepe betekenis schuil. Het frisse groen, de eieren, de vo­gels en de vruchten vormden na­melijk symbolen van vruchtbaar­heid, ontkiemend leven en de len­te. Mettertijd moeten die mei­boomspullen zijn verhuisd naar de palmtak op palmzondag die bijgevolg werd omgetoverd tot een verkapt meiboompje. Als onderdeel van de palmpaas kregen de mei-attributen echter een zuiver christelijke betekenis. Ze gingen niet zozeer ontwakend leven als wel de opstanding van Christus symboliseren. Zo ook versmolt de onheilwerende kracht van het meigroen in het volksgeloof met de goddelijke be­scherming die de gewijde palm­takken bood. De oude palmprocessies raak­ten na de Reformatie in onbruik. Maar wat bleef waren de  paasoptochten die gaandeweg verwerden tot een kindervermaak. Pas in de vorige eeuw begon deze kinderpret uit te doven. En rond de eeuwwisseling was het palmpaasgebruik op tal van plaatsen al als een nachtkaars uitgegaan. Zo bakte de bakker van Doornenburg destijds tegen palmzondag nog wel broodvogels. Maar de broodhaantjes werden niet meer op een stok gestoken,  maar gewoon als feestbrood gepeuzeld. Ongetwijfeld was modernisme van de vorige eeuw debet aan deze teloorgang. Gelukkig werd er rond 1906 hier en daar nog met de versierde stokken rondgegaan. De volkskundige Van de Graft ontdekte dat daarbij grote verschillen in de uitdossing voorkwamen. Aan de palmpaasjes in Bemmel bijvoorbeeld trok de broodhaan de meeste aandacht. Terwijl in Huissen, Tiel en Culemborg een krans van brood het markantste onderdeel van de stok vormde. Het zal met die palmpasens net zo zijn geweest als met andere tradities: door hun geïso­leerde ligging ontwikkelden veel streken eigen kenmerken. Van de Graft beweerde dat de broodkrans in Huissen horizon­taal aan de stok werd geregen. Deze bevindingen stroken met uitlatingen van oude Huissenaren over de palmpaasuitdossingen van begin deze eeuw. Meermalen onthulden ze dat de broodkrans plat op een viertal uitlopers van een gespleten stok op de tanden werd gestoken. Zo’n stok was dik­wijls een sterke, blank geschilde tak van wilgenhout, geleverd door een plaatselijke mandenmaker. Met zorg werd op elk van de vier tanden die door de brood­krans heen staken een haantje ge­zet. En op het staartje van iedere vogel werd een palmtakje ge­plant. Verder werd de palmpaas nog getooid met een sinaasappel en met slingers met suikereitjes. Iemand wist overigens nog te vertellen dat het kroost met de palmpaasjes zingend de deuren afliep. In de meegenomen busjes werden de fooien gestopt, nu eens een stuiver, dan weer een cent of een halfje. Lang niet overal waren de palmpasens indertijd rijk ver­sierd. In Andelst bleken, naar ver­luidt, sommige kinderen slechts met een broodhaantje op de stok rond te gaan. De ongeschilde, povertjes ogende stok was van een wilg afgezaagd. Op de staart en de kop van het haantje prijkte een gewijd palmtakje. Het sobere uiterlijk van de palmpaas was in de Betuwe veelal een gevolg van gebrek aan geld. Vooral kinder­rijke arbeidersgezinnen konden het snoepgoed en de vruchten niet bekostigen. Vaak was de armoe zo groot dat zelfs een sobere palmpaas uit den boze was. Hoewel het palmpaasgebruik begin deze eeuw een kwijnend be­staan leidde, kon het voor totale ondergang worden behoed. Oude­ren namen later op palmzondag het voortouw. Her en der werden door hen voor de jeugd palmpaasoptochten opgezet. Let wel zon­der gebedel en gezang. Maar wel met fanfares en prijzen voor de mooist versierde stokken. Aldus ging het palmpaasvermaak na de Tweede Wereldoorlog weer fu­rore maken. Zo liepen op palmzondag 1956 in Elst, Huissen, Haalderen en Tiel honderden kinderen in een lange stoet door hun woonplaats. Met het jaar werd het voor de ju­ryleden moeilijker de fraaiste stokken aan te wijzen. De feeste­lijke rondgangen werden toen trouwens op touw gezet door ka­tholieken. Maar met folklore gaat het dikwijls op en af. Stilaan begon de belangstelling voor de palmpaas weer af te nemen. Sinds de jaren tachtig is de animo voor het oude vermaak echter weer flink aan het toenemen. In verschillende plaatsen worden (weer) optoch­ten gehouden. Initiatiefnemers zijn ditmaal peuterleidsters, buurt-, wijk- en dorpsverenigin­gen en zelfs een Oranjecomité. Zo kunnen vandaag kinderen in Tiel haantjes pik maken en deelne­men aan een optocht door de bin­nenstad. Ook in Opheusden houdt de buurtvereniging Opheusden-Zuid een optocht.

pasen 19 in april 1951 trekken honderden kinderen met palmpasenstokken door Tiel. Hier een beeld van de stoet in de Tweede Achterstraat

Ferdinand van Hemmes. ‘De Gelderlander’, 23 maart 1991

 

Palmpasen/Pasen: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

 

127-122