VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pasen (35)

.
Hoewel het vieren van jaarfeesten een onderdeel is van wat op de vrijeschool gebeurt, geeft Steiner er in zijn pedagogische voordrachten geen aanwijzingen voor. Dat er over de jaarfeesten op deze blog van alles is te vinden, betekent niet dat alle achtergronden die hier worden gegeven voor iedere school in gelijke mate gelden. Bovendien is ‘school’ in dit opzicht te abstract. Het gaat om de mensen die er vorm aan geven. Omdat het bij de achtergronden om  religieuze, spirituele of godsdienstige inhoud gaat, ligt het voor de hand dat iedere individuele leerkracht daarmee een bepaalde verbinding heeft – van een oppervlakkige tot een diepe.
De achtergronden die hier worden gegeven, zijn dus meer bedoeld als het schetsen van een sfeer waaruit de concrete vorm van een jaarfeest is voortgekomen.

.

ASTRONOMEN TWISTEN OVER DATUM VAN KRUISIGING

Dat de datum van Pasen iets met sterrenkunde te maken heeft, is vrij algemeen bekend. Volgens eeuwenoude kerkelijke regels wordt Pasen gevierd op de eerste zon­dag na de eerste volle maan na het begin van de lente. De astronomische lente begint op het moment dat de zon van zuid naar noord over de evenaar be­weegt. Dat gebeurde dit jaar* op 21 maart om twee minuten over vier ’s morgens. Vandaag*, op 30 maart, is het volle maan (om precies te zijn: vanmorgen om 8.17 uur), en eerste paasdag valt dus op zondag 31 maart*.

Feestdagen als Hemelvaart en Pink­steren zijn gekoppeld aan de paasdatum, en worden indirect dus ook door de maanstand bepaald. En zelfs de winter­sport wordt op die manier door de ster­ren geregeld: een vroege Pasen bete­kent een vroege voorjaarsvakantie.

Astronomen proberen er nu achter te komen wanneer het ‘eerste’ paasfeest is gevierd, dus wanneer Jezus uit het graf verrees. Omdat wetenschappers niet zo goed raad weten met wonderen, geven ze er de voorkeur aan om niet over de opstandingsdatum te praten, maar over de kruisigingsdatum. Met andere woor­den: wanneer was het voor het eerst Goede Vrijdag?

In wezen is dat natuurlijk voer voor historici, hoewel de grote Engelse
na­tuurkundige Isaac Newton zich er al mee bemoeide: hij was van mening dat de kruisiging zich op 23 april in het jaar 34 voltrok. Het moet in elk geval tussen de jaren 26 en 36 zijn geweest, de perio­de waarin Pontius Pilatus landvoogd van Judea was. En omdat de kruisiging volgens de Bijbel plaatsvond in de mid­dag die voorafging aan de sabbat, moet het een vrijdag zijn geweest.

Bovendien was het de dag van het oude joodse Paschafeest, of misschien de dag daarvoor. Dat feest werd altijd op de 14e en de 15e van de joodse maand Nisan gevierd. Met al die gegevens lijkt het niet zo’n klus om de juiste kruisi­gingsdatum te achterhalen.

Het probleem is echter dat de joodse kalender, net als de huidige islamitische kalender, gebaseerd was op de maan. Een nieuwe maand begon op de dag waarop de jonge maansikkel voor het eerst in de avondschemering gezien kon worden, dus een of hooguit twee dagen na nieuwe maan. Achteraf is voor een bepaald jaar moeilijk precies vast te stel­len op welke dag de maand Nisan begon: op welk moment was de maan voor het eerst zichtbaar?

Historici hadden de hulp van astrono­men nodig. De Amerikaanse sterren­kundige Bradley Schaefer ontwikkelde een computerprogramma waarmee voor elke plaats op aarde en voor elke datum in verleden of toekomst de zicht­baarheid van de maan berekend kan worden. Schaefer hield daarbij reke­ning met de meest uiteenlopende na­tuurkundige, meteorologische en fysio­logische effecten, zoals absorbtie van licht in de dampkring, verstrooiing aan stofdeeltjes, en de contrastgevoeligheid van het menselijk oog.

Op die manier kon hij achteraf bepa­len op welke dagen de joodse maanden moeten zijn begonnen. En daarmee konden ook de twee meest waarschijnlijke kruisigingsdata worden achterhaald: 7 april in het jaar 30 en 3 april in het jaar 33.

De Britse astronomen C. Humphreys en W. Waddington gaan nog een stap verder. Zij zijn ervan overtuigd dat 3 april 33 de gezochte datum is. Op die dag deed zich namelijk een maansverduiste­ring voor die vanuit Jeruzalem zicht­baar was. In de evangeliën van Mattheus, Marcus en Lucas wordt melding gemaakt van „duisternis over het gehele land, van het zesde tot het negende uur”

Lucas spreekt zelfs expliciet van een zonsverduistering, maar dat is onmogelijk**. Een zonsverduistering treedt op wanneer we de maan voor de zon langs zien schuiven. Dat kan alleen bij nieuwe maan gebeuren. De joodse maanden begonnen zoals gezegd altijd rond nieuwe maan, dus op de 14e of de 15e van de maand was het juist volle maan. Volgens Humphreys en Waddington slaan de Bijbelpassages op een maansverduistering. Maansverduisteringen treden op hij volle maan en kunnen inderdaad enkele uren duren.

Schaefer is echter niet onder de indruk van de theorie van de twee Britten. De maansverduistering van 3 april 33 was een gedeeltelijke verduistering, die bovendien bijna afgelopen was toen de maan opkwam, aldus Schaefer. Wie er niet speciaal op lette, zal er niets van gemerkt hebben, zo betoogde hij vorig jaar* in de Ouarterly Journal of the Royal Astronomical Society.

Maar Humphreys en Waddington lie­ten zich niet zo maar uit het veld slaan. Een paar maanden geleden publiceerden zij in het wetenschappelijke tijdschrift Nature een reactie op het artikel van Schaefer. Die zou er bij zijn bereke­ningen van zijn uitgegaan dat Jeruzalem 450 meter boven de zeespiegel ligt. Maar, zo schreven de twee Britten, de oude stad ligt op een gemiddelde hoogte van 775 meter, en dat maakt een flink verschil voor de zichtbaarheid van hemelverschijnselen laag boven de hori­zon.

Bovendien baseerde Schaefer zijn conclusies op eigen waarnemingen van een maansverduistering vanuit de stad Washington. „Wij geloven niet dat de zichtbaarheidscondities in het oude Je­ruzalem en in het moderne Washington met elkaar vergeleken kunnen wor­den”, aldus Humphreys en Wadding­ton.

Dat de verduistering al bijna was afge­lopen toen de maan opkwam, wil er bij hen ook niet in. Om het opkomsttijdstip van de maan in het verre verleden te berekenen, moet je precies weten in welke mate de aardrotatie in de afgelo­pen eeuwen is vertraagd. Op basis van de meest nauwkeurige bepalingen van die vertraging concluderen Humphreys en Waddington dat de maan ongeveer voor de helft was verduisterd toen zij op 3 april in het jaar 33 boven de horizon van Jeruzalem verscheen.

Voorlopig lijkt het laatste woord nog niet gezegd over de kruisigingsdatum. Op zichzelf heeft het vraagstuk natuur­lijk ook weinig wetenschappelijke waarde, evenals de vraag naar de moge­lijke sterrenkundige verklaring voor de Ster van Bethlehem die volgens het Mattheüsevangelie de geboorte van Je­zus aankondigde. Maar het idee dat zo­wel de geboorte als de dood van Jezus door opmerkelijke hemelverschijnselen werd gemarkeerd, spreekt sommige sterrenkundigen kennelijk toch aan, hoe weinig ze ook ophebben met astrologie.
.

(Govert Schilling, nadere gegevens onbekend)

*de datum van dit artikel is onbekend
** zie Pasen (34) waarin Knijpenga ook spreekt over een maansverduistering.

.

Palmpasen/Pasenalle artikelen

Jaarfeestenalle artikelen

VRIJESCHOOL in beeldpalmpasen

.

517-478

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

Een Reactie op “VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pasen (35)

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – JAARFEESTEN – Palmpasen/Pasen – alle artikelen | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.