VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pasen (38)

 

DE TWEE BOMEN IN HET PARADIJS

Een paasbeschouwing

Wij vormen onze voorstelling en ons begrip van de wereld aan de hand van een viervoudige ervaringswereld: het minerale-, het planten-, het dieren- en het mensenrijk.
Naarmate we ouder worden, proberen we hiervan een steeds beter begrip te krijgen. Toch kun­nen we, met ons zoeken naar kennis, vaak niet verder komen dan de buiten­kant van de verschijnselen. Het eigenlij­ke gebied van het leven, van de ziel en van het geestelijk-wezenlijke blijft voor ons gesloten. Vroeger werd het als de eigenlijke bestemming van de mens ge­zien om aan deze buitenkant te ontstij­gen, om zodoende de goddelijk-geestelijke wereld te vinden. Het Oude Testament beschrijft in beeldrijke taal hoe de mens, aan het begin van zijn ontwikke­ling, in directe verbinding leefde met deze goddelijke oergrond van zijn be­staan. Door de zondeval ging deze in­nerlijke verbondenheid met God en we­reld verloren; ze werd verruild voor de vier genoemde ervaringsgebieden, die nu van buitenaf worden beschouwd. Uit de ‘eenheid’ daalde de mens dus af in de ‘vierledigheid’. Dit komt tot uitdrukking in het beeld van de twee paradijs­bomen: de ‘boom des levens’ en de ‘boom der kennis van goed en kwaad’.

In het Hebreeuws heeft elke letter een getalswaarde. Daardoor kan elk woord worden weergegeven door een cij­fer dat de som is van de letterwaarden. Tellen we de letterwaarden van de uitdrukkingen voor de para­dijsbomen op, dan krijgen we 233 (‘boom des levens’) en 932 (‘boom der kennis van goed en kwaad’). Het getal 932 is precies het vier­voud van 233. De ‘boom des le­vens’ kan zo als het beeld van de goddelijke eenheid worden gezien. De ‘boom der kennis van goed en kwaad’ als de representant van de vier ervaringsgebieden waarin wij met onze kennis proberen door te dringen.
Nu was tegen de mens ge­zegd: ‘Van alle bomen in de hof moogt gij eten, maar van de boom der kennis van goed en kwaad moogt gij niet eten, want op de dag dat gij daarvan eet, zult gij sterven’.
De tegenhanger van de ‘boom des levens’ is dus eigenlijk een ‘boom des doods’.

De mens richt zich in zijn ontwik­keling steeds meer op deze
doods-kant, op de kant van de kennis. Daarmee begint het verlies van de eenheid, en met de verdrijving uit het paradijs wordt de ‘boom des levens’ de mens tenslotte geheel ontnomen. Door deze afdaling van ‘één’ naar ‘vier’ te ka­rakteriseren als een afdaling in het ge­bied van de dood, wordt al direct aan het begin van het Oude Testament een perspectief getekend dat kan worden beschreven als de gang naar het kruis (als symbool van de dood).

Bertram van Minden boom kennis

Bertram von Minden, altaarvleugel uit Grabow, 1379 (Hamburg, Kunsthalle)

Zoals in het beeld van de verdrijving uit het paradijs de hemel zich als het ware sluit, zo wijzen de woorden van Johannes de Doper op het dichterbij komen van de verloren gegane sfeer (‘het rijk der hemelen is nabij gekomen’). Door het wezen van Jezus Christus kan de ‘boom des levens’ opnieuw ervaren worden: ‘Ik ben de Opstanding en het Leven’. En juist deze drager van eeuwig leven wordt op Goede Vrijdag aan het   kruis genageld. Vanaf de buitenkant gezien staat in het beeld van de krui­siging op Golgotha de doodszijde op de voorgrond. De levenszijde kan al­leen uit een innerlijke, vrije keuze worden gevonden in de Verrezene zelf, door de ontmoeting met het we­zen van Christus. Zo wordt het kruis, de ‘vier’, tot de poort die ons de een­heid weer openbaart.

Bertram van Minden boom kennis 2Bertram von Minden, altaarvleugel uit Grabow, 1379 (Hamburg, Kunsthalle)

En zo kunnen we vermoeden dat on­ze viervoudige ervaringswereld aan­vankelijk ook alleen haar doodskant toont, maar dat ze eigenlijk tot een poort wil worden, waardoor wij tenslotte de krachten van het eeuwige leven zullen vinden. Dat alles zullen we bereiken als we het in vrijheid zoeken, als we in onze viervoudige wereld degene kunnen zien, die zich in het teken van het kruis met de we­reld verbonden heeft, en van wie Novalis zegt:

‘Aus Kraut und Stein und Meer und Licht,
schimmert sein kindlich Angesicht’.

 

(Vrij vertaald en bewerkt naar Jan Förder in Weledaberichten 165, Pasen 1995)
744

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.