VRIJESCHOOL – klas 5 geschiedenis (2-4-2)

.
In de 5e klas wordt de leerlingen o.a. iets verteld over de cultuur van het Tweestromenland. Wat is het kenmerkende van bv. de Babylonische cultuur.
In het Gilgamesjepos dat meestal in proza wordt verteld, staan raadselachtige dingen. 
Al in 1928 probeert Max Stibbe, dan leerkracht aan de vrijeschool Den Haag, een bepaald licht te werpen. Hij doet dit met wat er van Steiner vanuit de antroposofie bekend is.
Het is geen stof voor de leerlingen, maar voor leerkrachten – voor velen is het ook vaak nieuw als ze voor het eerst geschiedenis geven – kan het een hulp zijn ‘gevoel’ te krijgen voor zo’n cultuurfase.
Ik heb aan de spelling van die tijd niets veranderd.

.
Mr. M.Stibbe, Ostara 2e jrg. nr 2 1928

 

MYTHOLOGIE EN GESCHIEDENIS
.

‘Niet alsof wij de door geest en geleerdheid verworven resultaten van ons zouden willen wijzen; of tot de vroegere beschouwingswijze van Romeinsche verhoudingen terugkeeren, wel willen wij de scherpzinnigheid en de twijfelzucht slechts binnen die grenzen laten gelden, die door de geschiedenis zelf gesteld zijn. Een geestrijk scepticisme kan de geesten wekken en, wat slechts op goede trouw en geloof werd aangenomen, omvormen tot diepere kennis; aan het verleden de maatstaf van den tegenwoordigen tijd aan te leggen, kan leiden tot een nieuwe beschouwingswijze, en een aangename bezigheid verschaffen; verder het samenstellen en vergelijken van gelijksoortige verschijnselen in het leven van verschillende volken, kan tot verrassende resultaten voeren; maar om de geschiedenis van een volk te schrijven, voldoet deze soort van behandeling niet. Niet gedachten, vermoedens, oordeelen van de negentiende eeuw over oud-Romeinsche toestanden willen wij vernemen, maar de daden en lotgevallen der Romeinen willen we ervaren, zooals ze door hen zelf zijn begrepen en overgeleverd’.

Zoo schrijven in 1851 twee vooraanstaande Duitsche geleerden:
Gerlach en J.J. Bachofen in de inleiding van hun „Geschichte der Romer’

Waarlijk een woord, dat de niet-materialistisch bevooroordeelde historicus en ook niet-historicus, vreugdevol kan aandoen! De twee schrijvers willen in hun werk de feitelijke geschiedenis der Romeinen afleiden uit mythologie en cultuur.

Moeten wij niet onze kinderen in de jonge jaren opvoeden door sprookjes en later pas komen met de intellectueele leerstof?

Hadden niet evenzoo de oude volken een beeldend bewustzijn, tegenover het moderne denkende bewustzijn?

Trachten we ons te verdiepen in den zin van enkele oude mythen en sagen, trachten wij te zien hoe daarin de ontwikkelingsgang, dat is de geschiedenis der menschheid op een bepaald stadium in beelden werd geschouwd.

Een bekende oude Joodsche legende vertelt van Abraham: Als zoon van Iara, de veldheer van Nimrod, die dezelfde persoonlijkheid is als Gilgamesch, wordt hij geboren. Voorspeld wordt zijn latere groote macht. Daarom wil Nimrod hem dooden. Zijn moeder verbergt hem in een grot in het gebergte, waar de engel Gabriël, door Jehovah gezonden, hem komt voeden. Dan vlucht hij later door het land Charam (=het holenland) naar Palestina. Het land Palestina wordt doorsneden door de Jordaan en wel zóó, dat die rivier uitloopt in de Doode Zee, die 419 M. onder de oppervlakte van de Middellandsche Zee ligt, d.w.z. het Jordaandal is niet anders, dan een zeer groote en diepe kloof. De stamvader dus der Joden leeft bij voortduring in onderaardsche regionen, geleid door maanmachten, want dat zijn Gabriel en Jehova (zij worden in de legende steeds met de maan in samenhang gebracht).

De maan regeert de bloedsbanden der menschen en we zien in het Joodsche volk het meest aardgebonden volk der oudheid, dat sterker dan alle andere de bloedsbanden cultiveert en wel met een speciale opgave: namelijk het schoonste en edelste lichaam voort te brengen, dat van den Christus. Daarvoor moet het zich losmaken van den samenhang met het stamland, n.l. Babylon, waar een veelgodendom heerschte. De legende duidt dit aan in de vlucht van Abraham uit Babylon. In holen, kloven, grotten leeft Abraham, omdat hij en zijn volk zich verbinden moeten met het specifiek aardsche, het physische en omdat hun taak zal worden een bepaald physisch lichaam voort te brengen, door maanmachten geleid. Zinvol is inderdaad de legende voor het heele Joodsche volk, waarvan Abraham niet alleen de stamvader, maar tevens de representant is.

Het Gilgamesch-epos van de oude Babyloniërs spreekt van den held Gilgamesch, een veroveraar, die de stad Uruh beheerscht — twee derde van hem is God, één derde is mensch. Met zijn vriend Eabani (of Engidu) beleeft hij vele avonturen, totdat de laatste in een gevecht met den hemelstier gedood wordt. Daar beleeft Gilgamesch het raadsel van leven en dood:

„Engidu, mijn vriend, die met mij leeuwen doodde,

Die met mij doorschreed alle wegen,

Hem bereikte het lot der menschheid!

Zes dagen en nachten heb ik over hem geweend

Tot de zevende dag liet ik hem begraven.

Ik vreesde, toen ik zijn noodlot zag,

Doodsvrees greep mij aan, daarom ijl ik over het veld;

Het lot van mijn vriend drukt zwaar op mij:

Een verre weg ijl ik, daarom over het veld:

Het lot van Engidu, mijn vriend, drukt zwaar op mij:

Een verre baan ijl ik daarom over het veld.

Mijn vriend, die ik liefheb, is tot aarde geworden,

Engidu, mijn vriend, die ik liefheb, is tot aarde geworden,

Zal ook ik niet als hij, mij neer moeten leggen

Zonder weer op té staan in alle eeuwigheid?”

 

Zoo vraagt Gilgamesch klagend. En hij trekt ver weg tot over de grenzen van het doodenwater naar zijn voorvader. Utnapischtim, die leefde ten tijde van den zondvloed en die onder de goden is opgenomen. Van hem wil hij antwoord hooren op de vraag naar ’t geheim van leven en dood. Utnapischtim wil hem het antwoord geven, eischt echter een innerlijke voorbereiding van Gilgamesch. Deze voldoet daaraan niet — en vergeefs is zijn tocht geweest. Leven en dood blijven een zwart, onopgelost geheim.

Zinvoller beeld van de Babylonische cultuur is onmogelijk te geven. Zien we toch (ik verwijs naar mijn artikel in Nr. I van dezen jaargang) hoe aan dit cultuurtijdvak voorafging een oer-Perzische en oer-Indische cultuur, waarin de mensch nog geheel één was met de wereld der Goden. Lezen we de geschriften, die van die tijden getuigenis afleggen, dan kunnen we daaruit concludeeren: toen was de mensch nog geheel God, de aarde een deel van den hemel, van de goddelijk-geestelijke wereld. De mensch, de laagste onder de geestwezens. En nu gaat de mensch in de Babylonische cultuur veel sterker zich verbinden met de aarde. Gilgamesch is het prototype van de heele Babylonische cultuur, een derde van hem is al mensch, d.w.z. aardewezen geworden. De menschen uit voorafgaande tijden wisten wat gebeurde met hen na den dood, de dood was geen raadsel en dus het leven niet. Godenwijsheid leerde hun den inhoud van beiden. Gilgamesch echter bezit die Godenwijsheid niet meer in dit mate. Het menschelijk „Ik” verkeerde a. h. w. in de oertijden nog in de geestwereld, ‘bij Gilgamesch verbindt het zich al ten deele met het lichaam, het sterft, zou de Egyptenaar zeggen, in het lichaam. En de vraag rijst bij Gilgamesch: zal het ook ondergaan met het lichaam?

De vraag naar ’t geheim van leven en dood kan in die tijden niet meer beantwoord worden. De Goden beginnen te zwijgen. Gilgamesch zoekt vergeefs. Een duistere tijd voor het menschdom breekt aan met de Babylonische cultuur. Zoolang de geestelijke wereld niet vol zich kan openbaren, zoolang is de menschheid in twijfel overleven en dood. De oude Indiërs spraken van het Kali-yuga, het duistere tijdvak, dat 5000 jaar zou duren. Het begon 3101 voor Christus, het is afgeloopen 1899 na Christus. De nieuwe openbaringen uit de geestelijke wereld, die licht geven over het raadsel van leven en dood, zijn inderdaad gekomen. Wat Gilgamesch zocht wordt 5000 jaar later in de Anthroposophie gegeven. Het begint weer licht te worden in de wereld.

Een diepe zin ligt in de oude sagen verborgen. Zij zijn de tijdlooze documenten van een menschheid, die nog zoozeer met het eeuwig-goddelijke verbonden was. Er volgde een tijd, dat uiterlijke, in den tijd opeenvolgende documenten werden neergelegd. Toen de mensch op aarde zich thuis ging voelen.

In onzen tijd van nieuw geestelijk inzicht zullen wij beide soorten van documenten een bepaalde waarde moeten toekennen. De waarde der legenden en sages blijkt geen geringe te zijn.

.
Over Babylon in klas 5: [2-4]   en  hier//      op Google

5e klas geschiedenis: alle artikelen

Vrijeschool in beeld; 5e klasalle geschiedenisbeelden

5e klasalle artikelen

 

.

3545-3330

.

.

.

.

 

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.