VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over het geheugen (4)

.

In deel 3 belichtte ik een bepaalde kant van ‘het sterker maken’ van het etherlijf van het kind.
Sterker maken omdat het de drager is van het geheugen en het geheugen is een zeer belangrijk vermogen om mens te kunnen zijn.

Zonder geheugen zou het leven niet meer menswaardig zijn: we zouden geen verleden kennen; we zouden iedere dag alles weer van voren af aan moeten leren.

In deel 1 en 2 van deze serie zijn daar van Steiner diverse uitspraken over te vinden, die allemaal neerkomen op:

( ) die Eindrücke von gestern werden durch das Gedächtnis dauernd für meine Seele.

Door middel van de herinnering bewaart de ziel het gisteren;
GA 9/39
Vertaald/54

Wanneer je Steiners uitspraken over het etherlijf bestudeert, zal je zeer veel tegenkomen dat het ‘de drager van gewoonten’ is. Soms doet hij net iets meer mededelingen, waardoor je telkens ook nieuwe gezichtspunten krijgt.

(  )  der Träger der Gewohnheiten, der bleibenden Neigungen, des Temperamentes und des Gedächtnisses.

(het etherlijf ) de drager van gewoonten, van diepgewortelde neigingen, van het temperament en het geheugen.
GA 34/317
Vertaald

Was im Gedächtnis lebt, was wir uns merken von Tag zu Tag, lebt in unserem Äther- oder Lebensleib. Daß wir einmal ein Klavierstück spielen, liegt in unserem astralischen Leibe; daß wir die Fähigkeit, die Gewohnheit des Spielens erwerben, liegt im Ätherleibe. Alle Gewohnheiten sind im Ätherleibe oder Lebensleibe. Wenn wir ein sittliches Urteil fällen, so ist das wieder eine Tat des astralischen Leibes. Wenn sich uns eine gewisse Richtung des Urteilens durch wiederholtes Urteilen einprägt, so wird das sittliche Urteil zu einem dauernden, zum Gewissen.

Wat in ons geheugen voortleeft – wat we van dag tot dag behouden – zetelt in ons ether- of levenslichaam. Het daadwerkelijke spelen van een pianostuk op een bepaald moment behoort tot het astraallijf; het verwerven van de vaardigheid of gewoonte om te spelen behoort tot het etherlijf. Alle gewoonten zetelen in het ether- of levenslichaam. Wanneer we een moreel oordeel vellen, is dat op zijn beurt een daad van het astraallijf. Als een bepaalde manier van oordelen in ons verankerd raakt door herhaalde oordeelsvorming, dan wordt het morele oordeel iets blijvends: het wordt geweten.
GA 57/272-273
Niet vertaald

Alles, was der Mensch an seinem Ätherleib ausbildet, entwickelt sich, wenn auch sehr langsam, und die Erziehung kann dafür sorgen, ganz bestimmte Gewohnheiten heranzuziehen. Das, was im Ätherleib im einen Leben vorgeht, kommt im nächsten Leben im physischen Leibe zum Dasein. Alle Neigungen und Gewohnheiten des jetzigen Ätherleibes geben im nächsten Leben die Disposition zu Gesundheit oder Krankheit.

Alles wat iemand in zijn etherlijf ontwikkelt, groeit – zij het heel langzaam – en door opvoeding kunnen bepaalde gewoonten worden bevorderd. Wat zich in het ene leven in het etherlijf afspeelt, manifesteert zich in het volgende in het fysieke lichaam. Alle neigingen en gewoonten van het huidige etherlichaam bepalen de aanleg voor gezondheid of ziekte in het volgende leven.
GA 95/65
Vertaald: Antroposofie voor het leven/v.a. blz. 63

Dieser Ätherleib ist der Träger der Gewohnheiten des Menschen. Er ist vor allem der Träger des Gedächtnisses und des Temperamentes, überhaupt von alledem, was bleibende seelische Eigenschaften im Menschen sind. Wenn wir vom Seelischen des Menschen sprechen, so meinen wir nicht zuletzt das Temperament und die ursprüngliche Charakteranlage. Das drückt sich der Form nach im Ätherleibe aus.

Dit etherlijf is de drager van de gewoonten van een mens. Het is bovenal de drager van het geheugen en het temperament – ​​ja, van alles wat de blijvende zielskwaliteiten van een mens uitmaakt. Wanneer we over de menselijke ziel spreken, doelen we niet in de laatste plaats op temperament en aangeboren karaktereigenschappen; deze vinden hun uitdrukking in de vorm van het etherlijf.
GA 96/106
Niet vertaald

Was also im Leben vorübergehend in uns aufleuchtet und wieder verschwindet, haftet im Astralleib. Was jedoch zum blei­benden Lebensstock des Menschen gehört, insofern es sich seelisch ausdrückt, alles was in die Gewohnheit eingeht, so daß der Mensch es sich durch lange Zeit des Lebens hindurch, vielleicht auf immer merkt, alles, was mit dem Temperament zu tun hat, das ist im Ätherleib, der dichter ist als der Astralleib. Wenn es dem Menschen ge­lingt, eine Gewohnheit, eine Temperamentseigenschaft zu ändern, wenn er zum Beispiel eine gewohnheitsmäßige Nachlässigkeit ablegt und ein achtsamer Mensch wird, so zeigt sich das im Ätherleib und nicht bloß im Astralleib. Wenn ein Mensch viel lernt und es so auf-nimmt, daß es nach und nach ganz sein seelisches Eigentum und Bestandteil seines Inneren wird, so daß er es nicht nur weiß, sondern im tieferen Sinne besitzt, so ändert er damit die Konfiguration seines Ätherleibes. Wenn jemand einen moralischen Grundsatz aufnimmt und sich immer wieder sagen muß: Der Grundsatz besteht, daher befolge ich ihn – dann haftet er doch nur im Astralleib. Wenn er aber so in ihn einzieht, daß er nicht mehr anders kann, dann haftet er im Ätherleib. Das Übergehen vom Astralleib in den Ätherleib vollzieht sich im Leben langsam und allmählich.

Alles wat tijdens het leven tijdelijk in ons opflakkert en vervolgens weer verdwijnt, hecht zich dus aan het astraallijf. Wat echter tot de blijvende substantie van iemands leven behoort – voor zover dit tot uitdrukking komt in de ziel –, alles wat een gewoonte wordt (zodat men het langdurig, misschien wel voor altijd, behoudt) en alles wat met het temperament samenhangt, zet zich vast in het etherlijf; dit is dichter van aard dan het astraallijf. Wanneer iemand erin slaagt een gewoonte of een temperamenttrek te veranderen – bijvoorbeeld door een gewoonte van slordigheid af te leggen en een oplettend mens te worden –, dan manifesteert deze verandering zich in het etherlijf, en niet slechts in het astraallijf. Wanneer iemand veel leert en dit zodanig in zich opneemt dat het geleidelijk een wezenlijk deel van het innerlijk wordt – zodat men het niet alleen weet, maar in diepere zin ook bezit –, verandert men daarmee de configuratie van het etherlijf. Als iemand een moreel principe aanvaardt, maar zichzelf steeds moet voorhouden: “Dit principe bestaat, dus zal ik ernaar handelen”, dan blijft dit slechts in het astraallijf verankerd. Maar als dat principe zo diep in de aard van de persoon overgaat dat deze niet anders meer kan handelen, dan hecht het zich aan het etherlijf. Deze overgang van het astraallijf naar het etherlijf voltrekt zich langzaam en geleidelijk in de loop van een mensenleven.
GA 96/108
Niet vertaald

Der Ätherleib hat die beiden Hauptaufgaben einmal alle Lebensfunktionen des physischen Körpers anzuregen, das heiβt, die Substanz des physischen Körpers dauernd vor dem Zerfall zu schützen und den Aufbau dieser Substanz zu regeln; dann aber bildet der Ätherleib den Sitz des Gedächtnisses.

Het etherlijf heeft twee hoofdtaken: ten eerste het stimuleren van alle vitale functies van het fysieke lichaam – dat wil zeggen: de substantie van het fysieke lichaam voortdurend beschermen tegen verval en de opbouw van die substantie reguleren; en ten tweede dient het  als zetel van het geheugen.
GA 100/38
Niet vertaald

Dit zijn maar enkele citaten uit een groter aantal.

M.n. in GA 96 geeft Steiner aanwijzingen voor wat er in de tijd van 7 – 14 jaar voor het etherlijf moet gebeuren:

1] Goede gewoontes aan te leren.

2] In deze periode moet ook aan het geheugen worden gewerkt. Het is daarom noodzakelijk dat het kind degelijke gewoontes aanleert en een schat aan kennis uit het hoofd leert.

3] Naast het goede voorbeeld, ook directe instructie op basis van autoriteit.
Door het kind voortijdig vrij te laten wat de autoriteit betreft, ontneem je het etherlijf de kans op een grondige vorming.

4] Voorbeelden en gelijkenissen geven i.p.v. bewijzen en oordelen.

5] Het kind moet zoveel mogelijk over grote persoonlijkheden worden verteld.
Het is net zo belangrijk om het kind geen morele principes bij te brengen, maar morele parabels.
Hoe meer je beeldspraak gebruikt, hoe meer effect je op het kind hebt.

6] Het etherlijf verkommert, wordt zwak en ongeschikter als het geen inspiratie kan putten uit grote voorbeelden.

Op deze aspecten zal in aparte artikelen worden ingegaan (nog niet oproepbaar)

.

Rudolf Steiner over: geheugen

Geheugen, herinnerenalle artikelen

Algemene menskundealle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

Vrijeschool in beeldalle beelden

.

3599-3392

.

.

.

.

 

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.