VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Ommegang

.
Pieter HA Witvliet, bron: Mellie Uyldert ‘Verborgen wijsheid van oude rijmen‘*

.

DE OMMEGANG
.

Onwillekeurig zullen vele lezers bij het woord ‘ommegang’ aan de Kerstspelen denken die jaarlijks o.a. in de vrijescholen worden gespeeld.

Maar je kan ook denken aan processies, carnavalsoptochten, corso’s.
Opvallend is ook dat ze op min of meer vaste tijden worden en vooral werden gehouden, want veel van wat folklore heet, zie je toch langzaamaan verdwijnen.

Interessant is dat bepaalde ommegangen – als vier hoekpunten – het jaar markeren: rond 21 maart: dag en nacht even lang; op 21 juni: de langste dag; op 21 september: dag en nacht even lang en op 21 december: de kortste dag.

In de rituele en godsdienstige ommegang is te zien hoe het volk zich verzamelde en iets meedroeg, zoals brood of ontluikende takken of een licht. Je zou daarin iets kunnen zien van een bepaalde levenskracht. In het voorjaar, op weg naar de zomer, is deze levenskracht vooral in de natuur waar te nemen. In de winter is de levenskracht daar zichtbaar afgenomen, bijna verdwenen, samengebald in het zaad onder de grond. Het licht – uiterlijk veel minder aanwezig – wordt dan bijv. meegedragen in de sintmaartenslantarens of door de zangers op Driekoningen. Wij maken het nu binnen (en buiten) weer licht met Kerstmis. Sint-Lucia wordt herdacht waarbij een kroon met brandende kaarsjes wordt gedragen.
De joelfeesten werden vooral gevierd om de terugkeer van de zon te vieren en de zon is toch bij uitstek de brenger van nieuwe levenskracht. Er wordt wel gezegd dat de scheppende en levensgevende godheid zich in de zon manifesteert – de transcendente god – en dus in het hart van de mens, dat als het zonneorgaan in ons wordt gezien: de immanente god in ons. De macrokosmos en de microkosmos als één: zo boven, zo beneden!

We kunnen er ook een adembeweging in zien: het in- en uit: ’s zomers de god in zijn uiterlijke verschijnen in de natuur; ’s winters in ons innerlijk. Dat heeft zeker verband met het in-uit door het jaar heen.

Wanneer je de oude tradities bestudeert, springen een paar dingen in het oog:
= dat we ze bestuderen: wij weten zelf niet meer hoe het is om zo te voelen als de mens voelt – voelde – voor wie het vanzelfsprekend is de feesten te vieren.
Voor de ‘bestudeerders’ hoeft dat niet meer: het gevoel daarvoor is verdwenen.
= dat betekent eigenlijk dat de mens wat zijn bewustzijnsontwikkeling betreft, anders is geworden; we moeten zeggen: telkens verandert en door de eeuwen veranderd is.

En niet alle mensen zijn daarin hetzelfde.
Ik ontmoet van tijd tot tijd mensen die zich helemaal geborgen weten bij God, die de zekerheid kennen/beleven, van de verlossende kracht van Jezus. Die geborgenheid voel ik helemaal niet.

We leven gelijktijdig, maar toch is er een grote ‘ongelijktijdigheid’ wat het gevoels- en bewustzijns(be)leven betreft. 
Er zijn nog stammen waarin d.m.v. rituele dans gepoogd wordt een zieke te genezen; wij maken van apparatuur gebruik waarvan je je bijna niet kan voorstellen dat zoiets is bedacht en gemaakt. 
En dat het gelijktijdig aanwezig is!

‘Ergens’ is in de geschiedenis van de mens wel iets zichtbaars van een bewustzijnsverandering:

Mellie Uyldert:

*’Naderhand, toen de Europese mens onder invloed der Romeinse civilisatie het directe beléven verleerde en de verstandelijke beredenering in de plaats daarvan stelde, verloor hij de blik op de analogieën waarnaar de schepping gebouwd is, en zag van de oude zinnebeelden alleen nog maar de vorm, niet meer het wezen. Men zag niet meer, hoe de goddelijke kracht in het graan en ook nog in het brood, werkt, waardoor het brood heilig is op zichzelf, maar zag zich genoodzaakt, teneinde de oude gebruiken tóch bevredigend te kunnen verklaren, er iets bij te maken, daarom werd het brood voortaan door de priester gewijd en met die heilige ouwel van tarwebloem, omgeven door nagemaakte zonnestralen van goud, waarvan men ook niet meer beseft, dat die werkelijk de zonnekracht aantrekken, omdat het goud het metaal van de zon is, maakt men nu de ommegang, ofwel met gewijde iconen of beelden of met een botje van een heilige; in India bijv. met een stronk van een heilige boom.

Zo waren ook de vuren, die in het voorjaar en op midzomer werden gestookt, heilige vuren, aangemaakt door de wijzen, die het volk leidden, door twee stukjes eikenhout over elkaar te schuren tot zij vlam vatten. De eik was Donars (Jupiters) boom, en het hout daarvan bevatte zijn kracht, dat in het daarmee gemaakte vuur aan het volk werd meegedeeld. Want op midzomer en op midwinter moesten alle huiselijke haardvuren worden gedoofd en stak elk gezin aan het heilige vuur zijn spaander aan om daarmee thuis een nieuw vuur in de eigen haard te ontsteken! – In een enkele esoterische kerk wordt nog het altaarlicht met behulp van een brandglas aan de zon zelf ontstoken!

Op het platteland leidde de ommegang vaak naar een oude heilige eik, midden tussen de akkers, zoals bijv. nog in de Ageler es. Aan het eind van de plechtigheid heeft dan de brood-uitdeling plaats aan de armen: de mens helpt het heil uitdragen!

In Europa zijn de meeste ommegangen, die men sinds onheuglijke tijden hield, door de kerk verchristelijkt, maar hun ware wezen is nog te herkennen door de aankleding heen.’

Meer over ommegang
Foto’s van recente ommegangen

Jaarfeesten: alle artikelen

Vrijeschool in beeld: alle beelden

.

2637

 

 

 

.

 

 

 

.

 

 

 

 

.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.