Tagarchief: palmpasenstok

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Palmpasen (10)

.
Christina van Stroe

PALMPASEN EN DE STILLE WEEK 

Morgen- Zondag 14 april 2019 -is het Palmpasen.
De palmpasenstok is het attribuut van Palmpasen, een stok die door schoolkinderen wordt gemaakt en gedragen en bestaat uit christelijke en heidense symbolen naast elkaar. Meestal is de basis een kruis van latjes of twee dunne takken met een hoepel of rad dat de zon symboliseert. De versiering kan bestaan uit wat groen, gekleurde eieren en slingers met gedroogd fruit. Bovenop prijkt een broodhaantje. 
De palmboom werd bij de natuurvolkeren tijdens de lentefeesten als symbool gebruikt ter ere van de terugkerende ZON: juichende en stralende mensen met wapperende palmbladen. Gelijk als het juichen in de natuur door de lente: de aarde ademt uit. 

De binnenkomst van Jezus in Jeruzalem werd ook met takken van de palmboom gevierd. Hij reed op een ezeltje; de pelgrims die naar de stad getrokken waren om het joodse feest van Pesach te vieren, haalden hem in als de langverwachte Verlosser en wuifden hem toe met palmtakken.
 
Het Zonnewezen van de Christuskracht had zo’n grote invloed op de omgeving, dat iedereen in feestelijke beroering werd gebracht.

DE SYMBOLIEK VAN DE STILLE WEEK

Na Palmpasen volgt de Stille Week.
In de verhalen rond Goede Vrijdag en Pasen wordt de ontwikkelingsweg van de menselijke evolutie symbolisch weergegeven. De bestemming van ieder mens is de intocht van het liefdevolle en onsterfelijke Christuswezen in het hart en de ziel van de mens. Het Wezen van de scheppende liefdeskracht wordt in het Christendom Christus genoemd. De Christuskracht is echter de scheppende kracht in alle religies, geloofssystemen en esoterische stromingen. Het is de energetische spil in de evolutionaire processen in Bewustzijn die zich in alle godsdiensten, spirituele en esoterische stromingen manifesteert. De centrale kracht in de menselijke evolutie die alle religies verenigt. 

In de symboliek van de Stille Week ligt het geheim besloten van de transformatie door de mens Jezus in een onsterfelijk goddelijk wezen met behulp van de Christuskracht 
Het ‘Esoterisch christendom’ vindt haar aansluiting bij de mysteriegodsdiensten uit de oudheid en de gnostische filosofieën over de bewustzijnsontwikkeling van de mens. De evangeliën over het handelen van Jezus kun je lezen als beschrijvingen van innerlijke ervaringen die werden opgedaan in de ziel tijdens zijn inwijdingsweg. Wat in de oude mysteriën als innerlijke beelden van de godenwereld werd beleefd, vindt nu als een menselijke fysieke gebeurtenis plaats. In de drie jaren na de doop in de Jordaan heeft het zonnewezen van de Christuskracht zich stapsgewijs steeds inniger verbonden met het lichaam van Jezus en de onmetelijke kracht van het zonnewezen begint ook in de omgeving merkbaar te worden. De kracht werkt in op de astraallichamen van zieken, manifesteert zich ook in het etherische gebied en bij de ‘verheerlijking op de berg’ hebben drie van de apostelen kunnen schouwen hoe de Christuskracht het lichaam van Jezus transformeert.

HANGEN AAN HET KRUIS

Op Goede Vrijdag wordt het lijden, de kruisiging en de dood herdacht. 
Hangen aan een kruis is een symbool voor de noodzaak van het volledig ervaren van alles wat in je bewustzijn komt: je weerstanden, je verlangens, je fysieke sensaties, je gedachten en emoties. Alles wat volledig ervaren wordt lost immers op. Juist als je gelooft dat je de pijn van het leven of je fysieke lichaam niet meer kunt verdragen, maar je blijft doelbewust ervaren – je blijft voelen hoe het voelt zonder respons te geven – dan kom je aan de grens en vindt er een transformatie plaats. Dat is het uitzicht en inzicht dat ons geschonken wordt in de verhalen over wat er tweeduizend jaar geleden met Pasen gebeurde.

Het begrip “Opstanding” kan gezien worden als een metamorfose, een herrijzenis uit een verstarde toestand waaruit iets nieuws geboren wordt . 
Maar ook als het ultieme proces, waarin je kunt bestaan in zowel de tijdelijke, begrensde aardse dimensies van ruimte en tijd, als de onbegrensde werkelijkheid van het Eeuwigdurend Nu. 
Als een onsterfelijk goddelijk wezen.

.

.

Palmpasen en Pasenalle artikelen
.
VRIJESCHOOL in beeldPalmpasen

.

1786

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Palmpasen (9)

.

Loïs Eijgenraam*, Vrije Opvoedkunst, maart 2016

.

Pasen   De levensboom

Palmpasen. De kinderen lopen met een tak van hun levensboom, de palmpaasstok, zingend van de haan op het stokje, de eieren bim bam beieren en de Paashaas die spoedig zat komen. Over een paar weken dansen zij om een andere tak van hun levensboom, de meiboom bij het Pinksterfeest.

Deze keer staan wij in de jaarfeestenrubriek stil bij de levensboom. De boom des levens.

Paradijs

In Genesis lezen wij over Adam en Eva die leven in het Paradijs. In het Paradijs staat de boom des levens en de boom van kennis van goed en kwaad. De boom des levens is niet alleen om naar te kijken, maar ook om van te eten. Adam en Eva leefden, net als het jonge kind, nog in een paradijselijk stemming waarin alles goed is, waar de onschuld is en waar de mens ononderbroken gevoed wordt door de levensboom. De vruchten van deze levensboom zijn geen gewone vruchten met levenskrachten, maar krachten van het eeuwige leven.

Adam en Eva mogen niet eten van de boom van kennis van goed en kwaad. Als zij de verleiding niet kunnen weerstaan en toch van de boom eten, worden zij uit de paradijselijke stemming verdreven. In het evangelie wordt dit beschreven als ‘de zondeval’. Na de zondeval is de levensboom niet meer bereikbaar voor hen; hij wordt afgegrensd door een muur van vuur, waar Cherubijnen met een vlammend zwaard de wacht houden en de boom bewaken. Vanaf dat moment doet de dood haar intrede.

De boom in de mens

Rudolf Steiner beschrijft in voordrachten dat ieder mens beide bomen in zich draagt. Hij noemt het centraal zenuwstelsel van de mens een verschrompeld product van de oorspronkelijke boom van kennis van goed en kwaad. De wortels verbeelden de hersenen, de stam de ruggengraat en de vertakkingen ervan zijn verspreid over ons gehele lichaam.

De andere boom, de boom des levens dragen wij volgens Steiner ook als beeld mee in ons fysieke lichaam, het vegetatieve of autonome zenuwstelsel. Dit zenuwstelsel regelt alles in ons lichaam dat samenhangt met de spijsvertering, het hart, onze bloedsomloop.

De mens is in alle culturen, wereldwijd op zoek naar de levensboom.

In oude culturen zien wij rituelen rondom bomen. In bomen zouden (bescherm)geesten huizen. Bij bomen werden vroeger rechtszittingen gehouden en werden cultussen voltrokken.

Ook van de aartsvader Abraham wordt verteld, dat hij van boom tot boom trok en op al deze plekken ontmoetingen met de geestelijke wereld beleefde.

Adam en Golgotha

Wij gaan weer terug naar Adam. Adam wordt ouder en is stervende. Seth, zijn zoon gaat terug naar het Paradijs om geneeskrachtige olie voor Adam te zoeken. Een cherubijn opent de hemelpoort voor Seth en brengt hem bij de plaats waar de boom van de kennis van goed en kwaad en de boom van het leven ineengestrengeld samen verder zijn gegroeid. Dan verschijnt de aartsengel Michael voor Seth en spreekt: “Nog niet is de tijd gekomen dat Adam is genezen van de zondeval.

Op de nieuwe Adam, de Verlosser, zal de aarde nog vele duizenden jaren moeten wachten. Maar ik geef je toestemming om drie zaden van deze twee samengegroeide paradijsbomen voor de toekomst van de aarde mee te nemen”.

Seth ging terug naar de aarde waar Adam reeds gestorven was. Adam werd, nadat Seth de drie zaden in de mond van Adam had gelegd, begraven op Golgotha. Uit het graf groeide een vlammende struik die, nadat deze gesnoeid werd, steeds weer nieuwe twijgen en bladeren ontwikkelde. In de vlammende struik stond geschreven: ’ik ben die ik was, die is en die komen zal’.
Dit is een beeld van de mens die komt, sterft en weer op aarde komt. De mens komt uit het licht, gaat door de duisternis en keert weer terug naar het licht. De drie zaden van de twee ineen gegroeide bomen uit het Paradijs verbeelden deze drie geestelijke groeikiemen van de mens: komend uit het licht, gaand door de duisternis en weer terugkerend tot het licht.

Er wordt verteld dat van het hout van de struik die op het graf van Adam groeide, de kribbe van het Jezuskind is gesneden en 33 jaar later ook het kruis voor Christus op de berg Golgotha is gemaakt. Het kruis op Golgotha kan als een beeld voor de mens zijn, namelijk dat het kruis waar Christus aan stierf ook een opstandingslevenskruis is, ontsproten uit de boom des levens.

In de kunstgeschiedenis kunnen wij dit beeld ondermeer herkennen in de zogenaamde stenen (zonne)kruizen.

Stenen kruizen

Op vele stenen kruizen zien wij beelden en afbeeldingen van druivenranken, vogels die zingen in de takken, bloeiende rozen. Vlechtmotieven verbinden de vier windstreken en de vier seizoenen en daarmee de vier grote jaarfeesten. In het midden straalt de zon, beeld van het eeuwige leven die alles tot een samenhangede eenheid brengt in de beelden op deze kruizen.

In Ierland, maar ook in Turkije en Armenië, zijn stenen kruizen die dateren uit de 9de eeuw na Christus. Deze stenen kruizen staan op strategische punten geplaatst: bij wegen die elkaar kruisen, deuren van kerken, bij poorten en bij graven. De stenen hadden als opdracht de mens te herinneren aan zijn oorsprong en doel. Daarom werden het levenschenkende kruizen genoemd.

Het lijnenspel van de vlechtmotieven op deze kruizen zijn een beeld voor het levende denken van de mens. Ook in ons denken kunnen wij de draden en lijnen uit het verleden en heden tot een harmonisch patroon naar de toekomst gericht, vlechten. In het vlechten van deze levensdraden wordt de tijd in de ruimte verbeeld en daarmee zichtbaar gemaakt.

Rond 1900 is een spreuk opgeschreven die vrouwen in Schotland, op de Hybriden eilanden, uitspraken bij de haard, waar zij drie turfblokken in de vorm van een wiel in de haard hadden gelegd. Het eerste blok voor de God van het Leven, het tweede blok voor de God van de Vrede en het derde blok voor de God van de Genade. Daarna strooiden ze er een beetje as over uit, nooit zoveel dat het vuur zou doven.

De heilige Boom,
Die behoedt,
Die beschermt,
En omhult,
De haard,
Het huis,
De huishouding,
Deze avond,
Deze nacht,
Oh, deze avond,

Deze nacht,
En iedere nacht,
Iedere afzonderlijk nacht.

Palmpasen. De kinderen lopen met hun stokken door het land, een twijgje van de levensboom. Dit artikel eindigt met een gedicht van Albert Steffen.

Laat ons de bomen beminnen,
de bomen doen ons goed.
In al hun groene twijgen,
stroomt God zijn levensbloed.
Eens wilde ‘t hout verharden,
toen hing Christus er aan.
Dat wij ons zouden laven,
een eeuwig leven brak aan.

.

*Met toestemming van de auteur Loïs Eijgenraam

Boeken van de auteur

Website Loïs Eijgenraam

School voor antroposofische kinderopvang

.

Het verhaal over de drie zaden is te vinden in: ‘En het werd licht‘ van Jakob Streit
.

Palmpasen en Pasen: alle artikelen
.
VRIJESCHOOL in beeld: Palmpasen

.

1782

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pasen (28)

.

ENKELE ACHTERGRODEN M.B.T. HET PAASFEEST

In de kleuterklas vieren we Pasen als een lentefeest.
Het feest van de uitlopende natuur.
In ons ochtendspel zingen en spelen we het verhaal van de wortelkindertjes. Zij ontwaken uit hun winterslaap. Moeder aarde zorgt dat ze ijverig hun nieuwe bloemenjurkjes gaan naaien. O, wat zijn ze mooi als ze klaar zijn om in optocht naar boven te vertrekken. Als de lentefee op haar gouden slee met rinkelende belletjes de lente inluidt, komen alle bloemenkindertjes uit de grond naar boven. In de gebaren van het ontwaken wordt de nieuwe geboorte zo ervaren.
Ook het van donker naar licht gaan, wordt ervaren in dit spel. Het ontwaken van de natuur geeft ook de beelden van opstanding en overwinning uit de dood.
De symbolen van de paastijd geven het weergekeerde leven weer.
De palmpaasstok is eigenlijk een persoonlijke levensboom. De haan, bovenop, is de figuur die de dag aankondigt en met Palmpasen de nieuwe dageraad in een mensenleven.
Het groene takje, van de buxus is het symbool van het eeuwige leven. Ook horen er eieren aan de paasstok.
Al het leven komt uit een ei.

Het paasei is een schijnbaar dood ding, dat leven in zich heeft. Ook een beeld voor het wonder van de opstanding.
De krachten van de zon (gele dooier) en de maan (eiwit) zijn in het ei terug te vinden.
Door de Grieken, Germanen en Russen werden de eieren  op graven gelegd als symbool voor onsterfelijkheid.
Dit gebeurt nog steeds in delen van Kroatië. Dit rouw-ei is zwart.
Het nieuwe leven kunnen we in het verborgene vinden.
Vandaar dat de eieren worden verstopt.

Een ander eeuwenoud symbool is dat van de paashaas.

In oude tijden vóór Christus was de haas toegewijd aan de godinnen van de vruchtbaarheid (Artemis in Griekenland, Oeroet in Egypte, Ostara in het Noorden),  het Duitse Ostern verwijst nog naar Ostara.
In de tijd na Christus is de haas het symbool geworden van het ‘Ik’ in het fysieke lichaam.
Het ‘Ik’ is onzelfzuchtig, schaadt niemand en komt de ander te hulp.
De haas heeft geen eigen huis, het terrein is zijn woning.
Hij doet geen dier kwaad, is zachtmoedig, maar heeft vele vijanden. Daarom is een snelle vruchtbare voortplanting nodig. Een haas die door een vijand wordt nagejaagd in de achtervolging, wordt vervangen door een soortgenoot. Zo is hij zijn ‘broeders hoeder’.
Zo kan een klein ikje uitgroeien tot Ik. De wereld als ons huis en alle mensen als onze broeders.
Aan kleuters leggen we al deze zaken niet uit. Maar op een diep niveau beleven zij het wonder van de opstanding van de natuur en mens in de kringloop van het jaar door onze feesten, als vanzelfsprekend mee.

Hanneke, maart 1998, vrijeschool Zevenster, Uden

 

Palmpasen/Pasen: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

 

Peuters en kleuters: alle artikelen

 

VRIJESCHOOL in beeld: peuters en kleuters

 

139-134

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pasen (21)

.

PASEN: FEEST VAN DE OPSTANDING VAN CHRISTUS EN VAN DE NATUUR

Zoals de wintertijd de periode voor de lichtfeesten was, is de lente de periode van de vruchtbaarheidsfeesten. Zoals we bij het kerstfeest de kerstboom als symbool voor de levensboom zien, hoort bij het paasfeest de palmpaasstok. Aan de palmpaasstok kunnen we veel symbolen herkennen:
In de top prijkt de haan. Deze kondigt de nieuwe dag aan in de prilste morgenschemering. De haan staat symbool voor het hoogste deel van de mens. Hij is een verbeelding van ons wakkere IK.

De palmpaasstok draagt vaak een krans, symbool voor het zonnerad. Ook de geestelijke zon, die eeuwig is, wordt hiermee gesymboliseerd. De altijd groene buxustakjes symboliseren het eeuwige leven en de vruchten aan de palmpaastak zijn de dragers van het nieuwe levenszaad.
Ook de andere paasgebruiken zijn symbolen, zoals de haas die eieren brengt. De haas was in verschillende delen van de wereld toegewijd aan godinnen van schoonheid, liefde en vruchtbaarheid. In het noorden was dat de godin Ostara, wier naam we nog herkennen in de Duitse benaming van het paasfeest: ‘Ostern’. Dit is een aanwijzing voor de voorchristelijke geschiedenis van het feest. De Germaanse mythologie vertelt ons dat de godin Ostara nieuw leven aan de natuur gaf door de haas eieren te laten brengen.
De haas heeft geen hol om veiligheid in te zoeken en moet zijn kwetsbaarheid opheffen door zich veel voort te planten. Het is een zeer vruchtbaar dier. In het Christendom staat de haas symbool voor het hogere IK in het fysieke lichaam. De haas is een vreedzaam wezen dat oog heeft voor de nood van een ander, zonder zelfzucht. Hij doet alles om een ander te redden. Een haas die in het veld achternagezeten wordt door een hond, wordt vaak door een andere haas afgelost zonder dat de hond dit in de gaten heeft. Ook heeft de haas het vermogen, door op zijn schreden terug te keren, zijn achtervolger het idee te geven dat hij als bij toverslag verdwenen is.

Wat is het bijbelse verhaal achter het paasfeest?
De voorbereidingstijd voor het paasfeest duurt 4 weken en begint met het carnavalsfeest. De tweede zondag van deze periode wordt passiezondag genoemd. Deze dag, midden in de vastenperiode, wordt beschouwd als het moment waarop de beslissing viel om Jezus te doden. De 2 weken erna, van passiezondag tot de paasnacht, vormen de passietijd of lijdenstijd. De laatste zondag voor Pasen heet palmzondag.
Palmzondag, 1 week vóór Pasen, was de dag van de intocht van Jezus in Jeruzalem. Daar werd het joodse Paschafeest gevierd ter herinnering aan de uittocht uit Egypte, de losmaking uit de slavernij. Jezus reed Jeruzalem binnen op een ezelin, symbool voor het fysieke lichaam als drager van de geest. De mensen, die gehoord hadden over de wonderen van Jezus, kwamen Hem tegemoet om Hem als langverwachte koning binnen te halen. Ze sneden palmtakken van de bomen en legden die op de weg.

De week van palmzondag tot Pasen wordt ook wel ‘stille week’ genoemd, omdat er dan geen klokgelui te horen is. In deze week hebben onder andere de donderdag en de vrijdag een bijzondere naam. De donderdag voor Pasen heet ‘Witte Donderdag, de dag van het laatste avondmaal waar Jezus blijk gaf van Zijn onbeperkte liefde. Wit staat voor heilig of goed. De vrijdag erna heet ‘Goede Vrijdag’. Dit is de dag waarop Jezus, na verraden te zijn door Judas, één van de twaalf discipelen, gevangen genomen, ter dood veroordeeld en gekruisigd werd. In de nacht van vrijdag op zaterdag werd Jezus in zijn graf in een grot gelegd, waaruit hij op paaszondag weer opstond.

Nog meer symbolen rond het paasfeest
Het ei, een onmisbaar attribuut bij het paasfeest, lijkt van buiten een dode steen. Als een kip er echter 21 dagen op heeft gebroed, komt er een levend wezen uit. Het ei vormt dus een mooi symbool voor het wonder van de opstanding uit de dood, ontkiemend leven. Deze onzichtbare kracht zit in alle dingen.
Eieren waren heilig en werden als offergaven aan de goden geschonken, vaak geverfd in voor de Germanen symbolische kleuren zoals bruin (aarde), geel (lentegodin) en rood (oppergod Wodan). Ook werden eieren begraven op plaatsen waarvoor men zegen, vruchtbaarheid of genezing wilde vragen.

Het woord ‘Pasen’ is afgeleid van het Syrisch-Arabisch ‘Passak’. Dat betekent dansen, huppelen en heeft betrekking op de blijdschap om het licht, de overwinning van de zon op de duisternis van de winter.

Door het dubbele van het paasfeest is het een moeilijk feest. Eerst beleven we de lijdensweg en de dood, daarna de opstanding uit de dood. Deze kunnen we, behalve in het verhaal over Christus, ook om ons heen in de natuur beleven. Pasen is het feest van het overwinnen van de fysieke dood. Blijf niet treuren om het fysiek waarneembaar gestorvene, maar ervaar de opstanding, het voortgaan van het leven in een nieuwe vorm.

Het paasfeest op school
In de peuter- en kleuterklassen ligt de nadruk op het vieren van een lentefeest. Er wordt een palmpaasstok gemaakt door juffies en ouders, met een broodhaantje, slingers van gedroogde vruchtjes en groene buxustakjes. De laatste schooldag voor de paasvakantie wordt er een klein palmpaasoptochtje gelopen. De kinderen zingen over de paashaas en er worden paaseieren gezocht en gegeten.

De kinderen van de hogere klassen maken zelf hun palmpaasstok en lopen op palmzondag een lange tocht. Verder wordt er verteld over het paasfeest.

Paasliedje van de peuters:

De paashaas, de paashaas, die is weer in het land.
En aan zijn ene pootje daar hangt een grote mand
En in die mand zitten eieren, bim bam beieren
En volgend jaar komt hij weerom, bim bam bom!

.

 Yolanthe Cornelisse, nadere gegevens ontbreken

.

Palmpasen/Pasen: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

 

Peuters en kleuters: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: peuters-kleuters

 

 

132-127

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – JAARFEESTEN – Palmpasen (8)

.

PALMPASEN IN DE BETUWE

Met haantje op stok zingend langs de deur

De palmpaas eeuwenoud kindervermaak

TIEL – Palmzondag. In volle luister lacht het lentezonnetje de aarde toe. Er waait een zwoele wind, die het ontluikende groen aan de bomen zachtjes doet trillen. Onderwijl heerst er in de kerk een zekere vreugde. Het is namelijk de dag waarop de glo­rieuze intocht van Christus in Jeruzalem wordt herdacht. Gezeten op een ezel werd Christus destijds door een met palmen wuivende menigte feeste­lijk ingehaald. En dat kort voor zijn gevangenneming en kruisi­ging.

Het wordt die zondag opval­lend druk op straat. Her en der verschijnen kinderen met vrolijk versierde stokken in hun handen. Aan de stokken hangen appels, krentenbroodjes, vijgen en ge­kleurde eieren. Tussen dit spul prijken vlaggetjes en palmtakjes. En boven op de stok pronkt een fiere zwaan of haan van brood­deeg. Soms zitten er zowaar nog enige piepkleine zwaantjes op de rug van de vogel. De glinsterende krentenoogjes van het gevogelte blikken de kleine dragers onverpoosd aan. De feestelijk getooide stokken zijn alom bekend als palmpasens. Daags tevoren zijn vaders en moeders in de weer geweest met het optuigen van de stokken voor hun kroost. De bakker heeft zich uit de naad gewerkt om de grote vraag naar broodversieringen te kunnen bijbenen. Groot was de verrassing voor de kinderen toen ze op palmzondag ’s ochtends een fraai uitgedoste palmpaas voor hun bed aantroffen. Eenmaal op straat stapt het kroost zo trots als een pauw naar een oom of tante. Om daar ver­volgens een fooitje of wat lekkers te ontvangen. Na al die visites verenigen de kinderen zich. Twee aan twee lopen ze door het dorp. Krampachtig houden ze de palm­paas voor zich uit. Onderwijl klinkt voortdurend uit de kindermonden:

Palm, palmpasen,
Eikoerei!
Over een zondag dan krijgen wij een ei,
een ei is geen ei,
twee ei is een half ei,
drie ei is een paasei!

Al zingende trekt de jeugd naar het huis van de burgemeester of dat van de do­minee, waar zij wordt getracteerd op koekjes. Het hoogtepunt van de dag vindt echter bij thuis­komst plaats, als eindelijk de lek­kernijen uit de palmpaas soldaat kunnen worden gemaakt.

Dit alles was in de vorige eeuw grofweg het beeld van de palm-paasrondgangen in veel dorpen en stadjes. Populair was het kin­dervermaak ook in de Betuwe, ja zowel bij katholieken als bij pro­testanten. Al legden de laatsten bij het palmpaasgebruik wel te­rughoudendheid aan de dag. De palmpaas mag dan een ver­trouwde verschijning zijn, om­trent zijn oorsprong is nog veel onzeker. Als we de volkskundige Van de Graft mogen geloven, is de palmpaas uit christelijke en niet-christelijke elementen sa­mengesteld. Het begon allemaal met de palmprocessies. Al in de Middeleeuwen was het op veel plaatsen gebruikelijk om de in­tocht van Christus in Jeruzalem na te bootsen. Dikwijls werd dan in een processie een houten ezel, waarop een meestal uit hout ge­sneden Christusfiguur zat, mee­gevoerd. Tijdens die processie werden ook gewijde palmtakken gedragen. Geen echte palmtak­ken die waren er immers niet hier te lande maar takken van de buksboom. Gaandeweg nu werden die ‘palmtakken’ met een keur van lekkernijen behangen. Het ver­sierde palmgroen had daardoor veel weg van de meibomen die rond 1 mei overal werden ge­plant. Deze bomen of takken wer­den in bosrijke gebieden gekapt en met veel bombarie stad of dorp in gebracht. Dikwijls wer­den in de bomen eetwaren en groene kransen gehangen, waaraan vergulde eieren bungelden. Bovenop de bomen waren vaak ook nog vogels bevestigd. De op­geschikte meibomen werden van huis tot huis gedragen. Voor een fooitje konden de bewoners reke­nen op de beschuttende kracht van het meigroen. Eigenlijk ging achter de mei­bomen een diepe betekenis schuil. Het frisse groen, de eieren, de vo­gels en de vruchten vormden na­melijk symbolen van vruchtbaar­heid, ontkiemend leven en de len­te. Mettertijd moeten die mei­boomspullen zijn verhuisd naar de palmtak op palmzondag die bijgevolg werd omgetoverd tot een verkapt meiboompje. Als onderdeel van de palmpaas kregen de mei-attributen echter een zuiver christelijke betekenis. Ze gingen niet zozeer ontwakend leven als wel de opstanding van Christus symboliseren. Zo ook versmolt de onheilwerende kracht van het meigroen in het volksgeloof met de goddelijke be­scherming die de gewijde palm­takken bood. De oude palmprocessies raak­ten na de Reformatie in onbruik. Maar wat bleef waren de  paasoptochten die gaandeweg verwerden tot een kindervermaak. Pas in de vorige eeuw begon deze kinderpret uit te doven. En rond de eeuwwisseling was het palmpaasgebruik op tal van plaatsen al als een nachtkaars uitgegaan. Zo bakte de bakker van Doornenburg destijds tegen palmzondag nog wel broodvogels. Maar de broodhaantjes werden niet meer op een stok gestoken,  maar gewoon als feestbrood gepeuzeld. Ongetwijfeld was modernisme van de vorige eeuw debet aan deze teloorgang. Gelukkig werd er rond 1906 hier en daar nog met de versierde stokken rondgegaan. De volkskundige Van de Graft ontdekte dat daarbij grote verschillen in de uitdossing voorkwamen. Aan de palmpaasjes in Bemmel bijvoorbeeld trok de broodhaan de meeste aandacht. Terwijl in Huissen, Tiel en Culemborg een krans van brood het markantste onderdeel van de stok vormde. Het zal met die palmpasens net zo zijn geweest als met andere tradities: door hun geïso­leerde ligging ontwikkelden veel streken eigen kenmerken. Van de Graft beweerde dat de broodkrans in Huissen horizon­taal aan de stok werd geregen. Deze bevindingen stroken met uitlatingen van oude Huissenaren over de palmpaasuitdossingen van begin deze eeuw. Meermalen onthulden ze dat de broodkrans plat op een viertal uitlopers van een gespleten stok op de tanden werd gestoken. Zo’n stok was dik­wijls een sterke, blank geschilde tak van wilgenhout, geleverd door een plaatselijke mandenmaker. Met zorg werd op elk van de vier tanden die door de brood­krans heen staken een haantje ge­zet. En op het staartje van iedere vogel werd een palmtakje ge­plant. Verder werd de palmpaas nog getooid met een sinaasappel en met slingers met suikereitjes. Iemand wist overigens nog te vertellen dat het kroost met de palmpaasjes zingend de deuren afliep. In de meegenomen busjes werden de fooien gestopt, nu eens een stuiver, dan weer een cent of een halfje. Lang niet overal waren de palmpasens indertijd rijk ver­sierd. In Andelst bleken, naar ver­luidt, sommige kinderen slechts met een broodhaantje op de stok rond te gaan. De ongeschilde, povertjes ogende stok was van een wilg afgezaagd. Op de staart en de kop van het haantje prijkte een gewijd palmtakje. Het sobere uiterlijk van de palmpaas was in de Betuwe veelal een gevolg van gebrek aan geld. Vooral kinder­rijke arbeidersgezinnen konden het snoepgoed en de vruchten niet bekostigen. Vaak was de armoe zo groot dat zelfs een sobere palmpaas uit den boze was. Hoewel het palmpaasgebruik begin deze eeuw een kwijnend be­staan leidde, kon het voor totale ondergang worden behoed. Oude­ren namen later op palmzondag het voortouw. Her en der werden door hen voor de jeugd palmpaasoptochten opgezet. Let wel zon­der gebedel en gezang. Maar wel met fanfares en prijzen voor de mooist versierde stokken. Aldus ging het palmpaasvermaak na de Tweede Wereldoorlog weer fu­rore maken. Zo liepen op palmzondag 1956 in Elst, Huissen, Haalderen en Tiel honderden kinderen in een lange stoet door hun woonplaats. Met het jaar werd het voor de ju­ryleden moeilijker de fraaiste stokken aan te wijzen. De feeste­lijke rondgangen werden toen trouwens op touw gezet door ka­tholieken. Maar met folklore gaat het dikwijls op en af. Stilaan begon de belangstelling voor de palmpaas weer af te nemen. Sinds de jaren tachtig is de animo voor het oude vermaak echter weer flink aan het toenemen. In verschillende plaatsen worden (weer) optoch­ten gehouden. Initiatiefnemers zijn ditmaal peuterleidsters, buurt-, wijk- en dorpsverenigin­gen en zelfs een Oranjecomité. Zo kunnen vandaag kinderen in Tiel haantjes pik maken en deelne­men aan een optocht door de bin­nenstad. Ook in Opheusden houdt de buurtvereniging Opheusden-Zuid een optocht.

pasen 19 in april 1951 trekken honderden kinderen met palmpasenstokken door Tiel. Hier een beeld van de stoet in de Tweede Achterstraat

Ferdinand van Hemmes. ‘De Gelderlander’, 23 maart 1991

 

Palmpasen/Pasen: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

 

127-122

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pasen (7)

.

PALMPASEN EN PASEN VOOR DE KLEUTERS

In vroegere tijden beleefden de mensen de verandering in de natuur mee. Nu is het meer zo, dat wanneer de paaseieren (veel te vroeg) in de winkel verschijnen, men aan Pasen herinnerd wordt.
Zoals je ziet dat in de herfst alles afsterft, merk je omstreeks deze tijd het ontwaken van de natuur op. De sneeuwklokjes en krokussen zijn er al, iedere plant die je bekijkt begint uit te botten. De natuur ontwaakt, de lentezon laat zijn stralen schijnen. De zon komt steeds hoger te staan. De eieren die in deze tijd zofn belangrijke rol spelen, verbergen een prachtig symbool in zich. Het ei breekt na 21 dagen bebroed te zijn open en we zien een prachtig geel kuikentje voor ons, het wonder van het nieuwe leven.

Tegenover de lichtfeesten in de winter staan de feesten van het nieuwe leven of vruchtbaarheid in de lente.
Vogels maken ook hun nestjes en hiervan zien en horen we over enige tijd ook de jongen.
Aan onze palmpaasstokken beleven we ook het nieuwe leven. De meestal door de kinderen zelf gezochte stokken worden versierd met bovenop de broodhaan – de haan die in het vroege ochtendgloren aankondigt dat er weer een nieuwe dag geboren is. Vervolgens wordt de stok versierd met een gouden cirkel, het zonnerad – de zon immers zorgt voor het ontwaken van de natuur en is eeuwig. Aan de stok bevestigen we ook wat buxusgroen of ander groen van een plant die nooit verdort. We ver­sieren de palmpaasstok ook met vruchten (abrikozen, appel, rozijnen). Het zaad van vruchten immers zorgt ook weer voor nieuw leven. Mooie uitgeblazen beschilderde eieren versieren ook de palmpaasstok van de kinderen.

Op de zaterdag voor Palmpasen gaan onze kinderen met hun eigen stok buiten een wandeling maken en bewonderen alle mooie versierde stokken en zingen daarbij de liedjes die ze geleerd hebben. In deze tijd zaaien we met de kinderen meegenomen zaad in potjes. Ze kunnen nu ook van dichtbij waarnemen hoe vanuit een zaadje een groen sprietje en vervolgens plantjes ontstaan.
Onze kleuters laten we de opstanding vanuit de natuur beleven, dit is ook waar de kleuter het dichtste bij staat, het is een religieus beleven voor onze kleuters.

Het paasfeest in de peuterklas vieren we met het verstoppen van hard gekookte beschilderde eieren en er is één gouden ei bij, wat een hele belevenis is voor diegene die het gouden ei vindt.
We zingen liedjes, doen spelletjes en gaan aan onze paastafel gezellig met elkaar wat lekkers eten en drinken.

We besluiten met een mooi paasverhaal en wensen elkaar heel prettige paasdagen toe.

Thea Verbeek. Nadere gegevens ontbreken.

.

In de kleuterklas

“Ach wat was het donker in de buik  van de wolf”

Aldus Roodkapje. In de paastijd worden bepaalde sprookjes in de kleuterklassen verteld waarin het opstandingsmotief voorkomt. Het christelijk paasfeest is een feest van dood en opstanding, duisternis en licht. Ook in de natuur komen de zaadjes uit hun winterhuisje. Eén week voor Pasen vieren we Palmpasen. Ter her­innering aan de intocht in Jeruzalem maken we met de kinderen palmpasenstokken. In de duinen zoeken we afgewaaide takken. In de klas worden ze tot een kruis opgebonden en met kleurige slingers versierd. De hoepel rond het kruis symboliseert de zon. Vaak worden er ook nog rozijnenslingers aan de stok gehangen. Wanneer er tot slot na lang kneden, rijzen en vormen van het deeg, de zelfgemaakte hanen op de stok worden geprikt, kan de optocht beginnen.
De haan boven­op het kruis roept de natuur wakker en de kinderen zingen:

Pallem-pallem-pasen,
Heikoerei
Over enen zondag krijgen wij een ei
Eén ei is geen ei
Twee ei is een half ei
Drie ei is een paasei.

Drie symbolen die steeds weer in de verschillende paasvieringen een rol spelen zijn: het ei, de haas en het lam.

Het ei kan men zien als de kiem van nieuw leven. Daarom werden eieren onder de aarde verborgen om zo nieuwe levenskrachten te schenken. Nu mogen de kinderen nog altijd op paasmorgen versierde eieren gaan zoeken.

Een oerbeeld over het ei:
“Er was er eens een groot ei, de ene schaalhelft werd aarde, de andere de hemel, het wit de maan en het geel de zon”.

De Grieken offerden eieren op de Dionysosfeesten. De Chinezen vieren 105 dagen na het begin van de winter hun koudvleesfeesten ter ere van de her­leving van de natuur. Men voedde zich met koude rijst, koud vlees  en eieren. (Dit gebeurde ook al 1550 jaar vóór Christus!).

Het kleuren van de eieren had een diepe betekenis De eieren kregen magische kracht door het beschil­deren. De Germanen gebruikten bruin (kleur van  de aarde), geel (kleur van de lentegodin) en rood (kleur van de oppergod Wodan).

Zowel de kinderen als de ouders kunnen dit jaar eieren kleuren. De kinderen met bijenwas op hardgekookte eieren, of met verf op leeggeblazen eieren. De ouders zullen volop kunnen experi­menteren met bloem- en groenteblaadjes, die pastelachtige kleuren op de eieren achterlaten.  Uienschillen laten geel achter, spinazie groen, bieten- of rode koolschillen rood enz.
De haas, als symbool voor het leven komt in vrij­wel alle culturen voor.
In sprookjes en legenden speelt de haas de rol van het zachtmoedige dier dat de redding brengt. Omstreeks deze tijd kunnen we in de volle maan de haas zien. Het lam herinnert ons aan de offerlammeren, die voor het joodse paasfeest in de voorhof van de tempel werden geslacht.

Na het zoeken van de eieren buiten staat binnen de paastafel klaar vol met eieren, boterlammetjes, haasjes en een paasbrood of beschuit met zelf gezaaide sterrenkers.

Met een paasverhaal en het onderstaande liedje wordt de paasochtend afgesloten.

“Wij willen zoeken in alle hoeken”

Van Sinterklaas tot Sint-Maarten‘ vormde de bron voor dit artikel.

 I.Botterweg, vrijeschool Den Haag, datum onbekend

.

Palmpasen/Pasen: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

110-107

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Palmpasen (7)

.

PALMPASEN

Het palmpasenfeest is in deze eeuw volledig in verval geraakt. Slechts sporadisch kent men nog het liedje:

Pallem-pallem-pasen,
ei ei koerei
op enen zondag
krijgen wij een ei
één ei is geen ei
twee ei is een half ei ,
drie ei is een paasei

Toch is het een gebruik dat eertijds uitgebreid gevierd werd. Dit feest symboliseerde de intrede van Christus in Jeruzalem. Er moet bij de intrede van de nieuwe koning een uitbundige,  kinderlijke vreugde bij de mensen geleefd hebben .
Men wuifde hem met palmtakken toe en bedekte de grond met kledingstukken en tapijten. Niemand vermoedde het drama van Golgotha dat volgen zou.

Het enige wat nu nog herinnert aan deze intrede is de wijding van de palm in de katholieke kerken. Eertijds heeft de christelijke gemeenschap vele (ook voorchristelijke elementen in dit feest verweven.
Dat het een oerchristelijk feest is, komt tot uiting in de kruisvorm waarmee de stokjes van de palmpaas aan elkaar bevestigd waren. Men droeg het kruis! Waar de horizontale en de vertikale stokken aan elkaar verbonden waren, bevestigde men een rond gevlochten broodje. Aan het dwarshout werden slierten aaneengevlochten droge vruchten opgehangen en bovenop het kruis stond een broodhaantje. Met deze soms prachtige palmpaasstokken kwamen de christenen ongetwijfeld in processie samen.

De symbolen verklaren is verre van eenvoudig
Behalve het duidelijke symbool van het kruishout geeft niets ons zekerheid.
Vanwaar de gedroogde vruchten ?  Waren zij een teken van het vergane of was het een teken van het sluimerend zaad,  dat weldra de aarde zou bevruchten ?
Werd de Christus dan ook niet beschouwd als ‘het nieuwe leven’, dat geestelijk wezen, dat door het vergieten van zijn bloed de mensheid en de gehele aarde nieuwe levenskansen gaf ?

Was het haantje bovenop het kruishout een herinnering aan de voorspelling dat Petrus Christus driemaal zou verloochenen vóór de haan driemaal gekraaid had, of was het een herinnering aan een voorchristelijk vruchtbaarheidssymbool ?
Wat was de betekenis van de broodkrans ? Was het een lauwerkrans (vergane glorie) of was het een zonnerad ?

Al deze vragen tonen hoe zeer wij van dit feest zijn weggegroeid. De tijd dat de volwassene met de palmpaas rondliep ligt ver in het verleden…

Het feest is gelukkig door onze kinderen nog enigszins bewaard gebleven.

U ziet dat de palmpaas,  zoals wij die nu kennen slechts vage tekenen van de oorspronkelijke overhoudt.  De gedroogde vruchten zijn vrolijk wapperende linten ge­worden.

Het is voor onze kinderen,  die in het geheel geen besef van de oorspronkelijke,  diep-mystieke betekenis van het feest kunnen hebben,  een machtig vreugdefeest. Het vrolijke wapperen van de linten,  het ononderbroken zingen wekt in hen een grote vreugde op. Die vreugde, die zij voelen als zij, na een lange donkere winter, opnieuw gaan touwspringen.  Die vreugde, die zij in hun botten voelen als zij opnieuw gaan hinkelen of, zich koesterend in de eerste warme zonnestralen,  gaan knikkeren of bikkelen.

Het is voor hen de bode van het nieuwe, alles doorstromende licht.

Walther van Riet, nadere bron onbekend

.

Palmpasen/Pasen: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

109-106

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.