VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pasen (16)

.

DICHTER BIJ PASEN

‘Ik ben het afgelopen jaar voor het eerst een beetje bewust met de jaarfeesten bezig. Ik heb ze altijd gevierd, maar nu probeer ik er anders mee om te gaan. Waar ik mee in de knoop kom is dit. Ik heb gehoord dat oude natuurfeesten, feesten uit de voorchristelijke tijd, samenvallen met de christelijke feesten. Hoe voeg je dat nou bij elkaar?

Bij het paasfeest is dat heel duidelijk: er is de dood en de opstanding van Christus en er is het lentefeest. Ik vind het ontzettend moei­lijk die twee gegevens samen te voegen. Hoe kun je je er een beeld van vormen? Zo, dat ik meer beleef aan de paashaas en de eieren, dan vroeger, toen ik er ook plezier aan gehad heb. Alleen het weten dat een haas zich op­offert en het ei een beeld is voor een nieuwe levenskiem, is toch niet het specifieke van het paasfeest?

De lente, de haas en de eieren die waren er ook al voor het gebeuren op Golgotha. Daarna is het voor de mensen anders gewor­den.’

‘Wat jij zegt is voor mij in het paasfeest toch al erg belangrijk.

Met jonge kinderen begin je met beschilder­de eieren, de paashaas en de uitlopende na­tuur, meer het lentefeest dus, terwijl ik nu met grotere kinderen en ook voor mezelf, het christelijk element erbij zoek.’

‘Als de kinderen groter worden is het lente­feest ze ook niet meer genoeg, dat voel ik best. Ze doen nog wel mee, maar meer voor elkaar en ook omdat het zo gezellig is om te doen. We hebben vorig jaar voor het eerst, de jongste was toen acht, niet meer in het ge­heim de eieren beschilderd en verstopt. Met z’n allen hebben we eieren beschilderd en de volgende morgen mocht iedereen, de jongste het eerst, een ei kiezen. Niet iedereen kreeg z’n eigen ei, maar je koos het ei dat je mooi vond. Dat had iets heel nieuws. Maar hoe je nu voor jezelf beelden vindt die er inhoud aan kunnen geven?’

‘Ik word zelf erg geholpen door de mensenwijdingsdienst van de Christengemeenschap. Een deel van de teksten past in de tijd van het jaar. Ik merk dat ik aan wat daar gespro­ken wordt veel heb.’

‘Hoe lang voor Pasen begint dat?’

‘Vier weken, ’t Is eigenlijk net zo’n voorbe­reiding als met de advent, dan bereid je je ook vier weken op kerstfeest voor.’

‘Maar dat is toch feitelijk wat vasten voor pasen is? Vanaf carnaval, vanaf Aswoensdag, veertig dagen.’

‘Als ik van jullie hoor dat jullie het christe­lijke element zoeken in het lentefeest, dan ligt het bij mij omgekeerd. Ik heb meer het christelijke feest in mijn jeugd mee gekregen: met Aswoensdag een kruisje halen en het vastentrommeltje daarna. Wat jullie vertellen over het lentefeest, eieren verstoppen en be­schilderen, dat ken ik van vroeger niet.’

Goede Vrijdag

‘Heb je nu houvast aan de dingen die je van­uit de katholieke traditie meegekregen hebt?’

‘Nou carnaval werd bij ons in Amsterdam niet gevierd, als kind ging je in zoiets als de vas­ten gewoon mee. Je deed de snoepjes en de koekjes gewoon in het trommeltje. Dat werd gedaan, er werd niet over gesproken.’

‘Wat wel een enorme indruk op me maakte, was de paaswake, de mis in de nacht van za­terdag op zondag. Terwijl de kerk helemaal donker was, stak iedereen bij de priester te beginnen, één voor één zijn kaars aan, tot er een zee van licht was. Ook het bidden op Goede Vrijdag, ’s midddags op de tijd van de kruisiging, heeft toen indruk op me gemaakt. Ik merkte later toen we naar de Matthäuspassion gingen, dat die stemming weer op­nieuw naar boven kwam. Hoewel vooral het vasten en de kruisiging, als kind indruk op me hebben gemaakt, meer dan de opstanding.’

‘Dat is toch wel gek eigenlijk, dat je de dood en de kruisiging meer mee beleeft dan de opstanding.’

‘Ik geloof dat je daar – bij de kruisiging — ook niet zou moeten blijven staan. Hoe kom je zover dat je ook tot de opstanding komt?’

‘Als je iets van het opstandingsproces zou willen beleven, moet je niet bij de dood blij­ven staan. Het is niet het lijden op zich dat belangrijk is, maar door het offer van het lij­den is de opstanding mogelijk gemaakt. Dan kun je het christuswezen ontmoeten, door de opstanding juist.’

‘Ik vind het moeilijk te bevatten wat dat is.’

‘Misschien ben ik lui en stel ik niet zulke hoge eisen aan mezelf, maar ik heb het ge­voel dat je dat ook niet kunt eisen, als je net over zulke dingen begint na te denken. En na één avond praten kun je ook niet weten hoe het moet, maar misschien kun je kijken, wat je moet doen om een weg te vinden. Wat zijn ervaringen waar je het opstandingsproces wel aan beleeft?’

Stille Zaterdag
‘Vorig jaar hoorde ik dat iemand vertelde over stille zaterdag, die merkwaardige dag tussen Goede Vrijdag en paaszondag. Als je erop gaat letten, is dat een hele spannende en afwachtende dag.’

‘Ja, heb je dan zo’n dag in de gaten of vul je hem gewoon met boodschappen doen?’ ‘Maar soms moet je op zo’n dag wel allerlei klussen doen!’

‘Dan zou je toch een moment er bij stil kunnen staan, dat zo’n dag anders is, ergens door opvalt.’

‘Jawel, maar al die drukte, al dat gehol om alles klaar te krijgen, leidt soms zo af!’

‘Maar dan wordt toch juist erg aan je bewustzijn geappelleerd, zo’n moment van rust en bezinning juist in de gaten te hebben. Wat je vertelde over het naar de kerk gaan op Goede Vrijdag om te bidden, dat werd vroeger gedaan, en nu doe je dat misschien niet meer, maar is het juist nu niet aan de orde dat je zélf momenten in de paastijd kiest waar op je bewust probeert ermee bezig te zijn?’

‘Ik moest laatst aan een mogelijkheid om paasfeest te beleven, denken, toen ik iemand hoorde vertellen, dat het heel opvallend is dat planten in het voorjaar tegen de zwaartekracht in gaan. In de herfst gaat de plant met de zwaartekracht mee. ’t Lijkt zo doodgewoon dat alle bloemen weer te voorschijn komen, tot je je realiseert wat er eigenlijk gebeurt, dan is het de moeite waard daar extra op te letten.’

“t Gekke is, dat je het al jaren gezien hebt en het ook best weet, maar pas als je het zo hoort, kun je er een opstandingsproces in herkennen.’

‘Je bedoelt dat je door het waarnemen van planten, dat mee zou kunnen beleven?’

‘Er zijn in de natuur natuurlijk meer dingen om op te letten. Je zat net zo omhoog te wijzen en daardoor dacht ik aan de zon en de maan. Je kunt in het voorjaar zien dat de zon steeds hoger aan de hemel komt en steeds warmer wordt. Als je naar de maan kijkt, tot hij helemaal vol is en de zondag daarna is het Pasen.’

‘De lucht is ook zo nieuw in de lente. Dat proef je gewoon, je ademt het in. Dat vind ik zo indrukwekkend, zelfs in de stad merk je dat.’

‘De planten, de lucht, de zon en de maan, als je op de processen daarvan let, zou dat je dan dichter bij het paasfeest brengen?’

‘Dan ben je wel alleen gevoelsmatig bezig!’

‘Nee, het gaat om het waarnemen, als je dat intensief doet, kun je het geluk hebben iets te zien wat er allang is, maar wat je daarvoor nog niet zo kende. Het spreekt dan anders tot je. Opeens ga je echt zien, dat planten die net uit de grond komen, inderdaad tegen de zwaartekracht in groeien. Als je dat regelma­tig oefent, zie je dingen die je nooit opvielen, en vandaaruit ga je er iets aan beleven. Dan zit je natuurlijk in het gevoel. Misschien kun je dat niet onder woorden brengen, maar blijft het een innerlijk beleven, waardoor je iets dichter bij het paasfeest komt. Wij heb­ben eens een zomer een tijdlang elke avond opgeschreven, wat er voor licht was ge­weest. Dan geef je je indrukken in woorden weer; daardoor heb ik geleerd anders naar de lucht en het licht te kijken. Maar als jullie nu zeggen: vertel eens iets over licht en lucht, dan zou ik dat niet kunnen. Tegen de tijd dat ik daar woorden voor heb, zijn m’n kin­deren al het huis uit!
Ik vraag me dus af of die dingen geen proces zijn. Ik kom nu niet direct zover, maar ik ben er mee bezig en daaraan heb ik ook deze Pasen wat. Begrijp je?’

‘En dat is voor jou voldoende, om wat verder te komen in dat proces, wat je een stukje dichter bij het paasfeest brengt?’

‘Daar ben ik best tevreden mee, als ik er van­uit mijn gevoel een verhouding toe krijg, iets proef aan de lucht, aan alles wat uitloopt. Ik krijg daardoor iets geschonken, waarmee ik het paasfeest beleef.
Als je me vraagt, wat is er dan precies ge­beurt, dan kan ik je er niets over zeggen. Al zou ik het wel willen, het lukt niet. Ook niet als ik deze lente heel intensief bijv. het uitlo­pen van planten waar zou nemen. Ik geloof niet dat ik aan jullie dan iets interessants zou kunnen vertellen. Alleen zo van: eerst is het heel klein, dan wat groter en wat kleur erbij en dan zeggen jullie: ach, ach, worden de knoppen groter? Ja leuk, dat wisten we al­lang!’

‘Nee, ’t gaat om jouw beleven, wat jij eraan hebt.’

‘Maar wat ik me dan afvraag is dit: temidden van het lentegebeuren, afhankelijk van de stand van de zon en de maan is het Pasen. Pasen is nog iets meer dan alleen de natuur in de lente, al neem je daar ook het opstan­dingsproces in waar. Ik heb behoefte eraan tot het christelijke een verhouding te zoe­ken.’

‘Gaat het er niet om iets te horen of te zien, waardoor je weet dat je paasfeest kunt vie­ren? Je moet er wel naar zoeken…’

‘Dat ligt voor ieder anders, je leest een voor­dracht over Pasen van Rudolf Steiner, je luis­tert naar de Matthäuspassion, je beleeft iets aan de natuur…’

‘Of je gaat naar de mensenwijdingsdienst…’

‘Ja, dat is het. Ik heb naast het waarnemen van de natuur, de zon en de maan, ook behoefte er innerlijk mee bezig te zijn.’

‘Misschien is de traditie een goede leermees­ter. Vroeger werden die feesten vanzelfspre­kend gevierd, nu moet je er als volwassenen zelf iets mee doen. Als je aan zo iets als stille zaterdag ruimte wil geven, kun je er met je planning rekening mee houden. Je kunt op zo’n dag iets lezen of aan de kinderen een verhaal vertellen; in Russische sprookjes komt vaak een opstandingsproces voor, dat zijn prachtige verhalen.’

‘Heb jij je kinderen het verhaal van de kruisi­ging en de opstanding weleens verteld?’

‘Ik heb vorig jaar voor het eerst over de op­standing voorgelezen uit de Bijbel. Ik had het een paar dagen voorbereid door het zelf te lezen. Ik moet zeggen dat ik het indrukwek­kend vond, ze waren heel stil, terwijl we ’s morgens aan de paastafel zaten. Voor jon­gere kinderen geef je in paasverhalen eigen­lijk beelden voor de opstanding, de overwin­ning op de dood, en daar kun je bij aankno­pen als ze oud genoeg zijn om het verhaal uit het evangelie te horen. Als je het niet aan je kinderen voorleest kun je het voor je zelf doen.’

‘Wat die traditie betreft, als je daaruit ge­groeid bent of als je het niet gekend hebt, dan moet je nu je eigen vorm vinden.’ Ik weet wat ik ga doen! Wat ik ontzettend moeilijk vind, ik ga vasten! De koekjes bij de koffie en de thee, je raakt met de kinderen thuis in zo’n vaste traditie: één koekje bij de thee, één koekje bij de koffie. Dat éne koek­je daar zit ik zo ongelooflijk aan vast! Dat éne stomme koekje ga ik nog eens weglaten, kijken of het tot Pasen lukt! De kinderen mogen mee doen, maar ik doe het vooral voor me zelf. ’t Is ook tegen de zwaarte in gaan.’

“t Kan misschien een hulp zijn, de verbin­ding te zoeken tussen de diverse jaarfeesten, hoe je van het Michaelfeest in de herfst, via het kerstfeest naar het paasfeest gaat. En te merken dat niet alleen de planten tegen de zwaartekracht in groeien, maar dat je zelf ook tegen de voorjaarsmoeheid en de neiging om helemaal naar buiten te trekken in, moet proberen een beetje wakker te blijven.’

‘Ja, je hebt zo’n zin om alles los te laten, naar buiten te gaan, vakantieplannen te mak­en, in de tuin te werken, dan is het niet zo simpel om echt aandacht te hebben voor het paasfeest.’

“t Is net een weegschaaltje: je moet het evenwicht tussen beide vinden, innerlijk wak­ker blijven en ook naar buiten trekken!’

‘Als ik probeer te begrijpen- hoe summier ook- wat het gebeuren op Golgotha voor de mensheid, dus ook voor mij, betekent, dan vind ik iets heel essentieels van het paasfeest. Dan beschilder ik dezelfde eieren en zet dezelfde narcissen neer, maar toch is het paas­feest anders.’

‘Met Kerstmis zetten we de boom neer, halen het stalletje tevoorschijn en vieren we de geboorte van het Christuskind. De drie koningen kwamen nog na nieuwjaar, de laatste kaarsen brandden, het stalletje en de boom werden opgeruimd.
En nu is het lente, het volgende jaarfeest, in aantocht: Pasen!

Hoe vier je dat? Is het een lentefeest en hou je het bij de paashaas en de eieren? Of vier je een christelijk feest. We stelden die vraag aan onszelf en aan el­kaar en kwamen al pratend wat dichter bij het paasfeest. Het gesprek dat we voerden staat — wat ingekort — op deze bladzijde.

Fiona van Mansvelt, Maria Ploeger, Willemijn Otte, Jenny Crum

in ‘het kind op weg’ in ‘Jonas’ van 8 april 1977

 

Palmpasen/Pasen: alle artikelen

Jaarfeesten: alle artikelen

 

124-119

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

Een Reactie op “VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pasen (16)

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – JAARFEESTEN – Palmpasen/Pasen – alle artikelen | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s