VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pasen (42)

 

In de artikelen Pasen (38) en Pasen (41) wordt gesproken over vertellingen voor kleinere kinderen waarmee ze kunnen meebeleven wat er buiten in de natuur rondom Pasen gebeurt.

In onderstaand verhaal heeft de schrijver geprobeerd iets van de zon met de aarde te verbinden. Daarin kun je zeker een paasmotief herkennen.

Het heeft m.i. ook een functie in bijv. de heemkunde, want met een kleine uitbreiding kun je met dit ‘zinrijke’ verhaal de kinderen ook vertellen hoe het graan op aarde is gekomen, dat ons dagelijks het brood geeft.

 

het zonnekoren – een paasverhaal

Er was eens een groot statig gras. Op een dag had een oude broer het ontdekt en meegenomen. Hij plantte het in heel vruchtbare aarde en verzorgde het vanaf dat ogenblik heel liefdevol.
Wanneer het eens een tijd niet regende , gaf hij het water en als het veel te veel regende, groef hij er een diepe geul rondom, zodat het water weg kan lopen. Alle onkruid in de nabije omgeving haalde hij weg, Zo was het gras steeds een beetje groter en mooier geworden. Het dacht er nooit aan groter of mooier te worden. Het wilde alleen maar naar het licht groeien; het wilde dichter bij de zon komen.

Daar, in het licht van de zon, woonde een machtige zonnestraal. Ook hij had het grote, statige gras ontdekt, zag hoe het groeide en had het daarbij geholpen. Als er eens wolken voor de zonnestralen, zijn broeders, schoven en zo het licht de weg naar de aarde versperden, vond hij altijd nog wel een opening waar hij doorheen kon sluipen om zo toch nog het gras te kunnen beschijnen.

Toen het gras zo groot geworden was dat het bijna niet meer verder groeien kon, vormde het op de punt een klein schaaltje en hield dat naar de zonnestralen omhoog.
Toen de machtige zonnestraal dat zag, wist hij dat zijn tijd gekomen was. Hij trok zich terug in zijn hart. Steeds dichter bij zijn hart kwam het eind van zijn straal. Voortdurend kleiner en kleiner werd hij, tot hij al het licht in zijn hart verzameld had en hij niets meer was dan een kleine, stralende druppel zonlicht.

Zo liet hij zich vallen. Vanuit de hemel viel hij naar de aarde, naar het gras dat hij zo lang had beschenen. Steeds dichterbij kwam de helder glanzende zonnedruppel  op het grote, statige gras af en hij zag dat dit een klein schaaltje op zijn punt naar hem toe hield, net of het riep: ‘Hier moet je in vallen, ik vang je op!’
Zacht viel de zonnedruppel in het kommetje op het puntje van het gras. Dit was zijn huis, zoals een nestje voor de vogels.

Toen de boer dat zag, was hij heel verheugd. ‘Kijk nou toch eens,’ riep hij naar de knechten en meiden, ‘het grote, statige gras dat ik gevonden heb en meegenomen, heeft een zonnedruppel opgevangen.

Op zijn weg van de hemel naar de aarde was de zonnedruppel steeds meeer gaan stralen. En ook nu nog was het alsof hij alles wat er om hem heen was, alle licht, alle warmte, alle geuren en klanken in zich op nam. Het leek erop of hij ook het water van de aarde in zich opzoog met alles wat er aan stevige aardestoffen hem door het gras werd aangereikt. Daardoor werd hij steeds steviger en harder. Maar zijn glans verloor hij niet. De zonnedruppel was gerijpt tot een zonnekorenkorrel.

Toen kwam de herfst en daarmee hevige stormen die zelfs zo’n groot en statig, zo’n sterk gras als het onze, toch behoorlijk lastig kunnen vallen. Het gras werd heen en weer geblazen. Er werd aan geschud en gerukt, zo dat het gras dacht dat het nu wel zou breken.

Op een dag was er een heel heftige storm. Toen verloor het gras de zonnekorrel. Het had geen kracht meer om het vast te houden.

Even dacht het gras dat de korrel uit zichzelf was weggesprongen.

De korrel viel op de grond. Het rolde een beetje heen en weer – en toen verdween het in een spleet in de donkere aarde. Het gras stond er, toen het de korrel kwijt was, treurig bij en verdorde. De knechten en meiden van de boer jammerden: ‘Het gras heeft de korrel niet kunnen vasthouden. Die is op de grond gevallen en in de aarde verdwenen. Die zullen we nooit meer terugzien.’

De oude boer zweeg.

Stilletjes lag de zonnekorrel in de donkere aarde en wachtte. Hij pakte al zijn krachten samen. En toen de tijd daar was, strekte hij kleine worteltjes uit, tastend in de aarde, dieper en dieper en hield zich goed daarin stevig vast. Toen stak hij zijn hoofdje omhoog en groeide. En spoedig groeide hij boven de aarde  uit; hij ademde de kruidige lucht in, was blij met de warmte die naar hem toe kwam en groeide naar het licht, zijn zonnestralenbroeders tegemoet.

‘Dat gras heb ik nog nooit eerder gezien,’ zei de oude boer tot de knechten en meiden, ‘ het moet de zonnekorrel zijn.’

Het koren groeide verder. Het werd groter en statiger dan het grootste en statigste van alle grassen. Hij werd zo groot dat hij met zijn hoofd  het lichtrijk van de zon bereikte, waaruit hij ooit vandaan was gekomen.

Toen werd hij geel, stralend geel, zoals hij als zonnekorrel was geweest. Zo stond hij daar, met zijn hoofd naar de hemel en zijn voeten diep in de aarde: een gras en een zonnestraal.

(Jörg Undeutsch, Der Elternbrief 04-1993)

Grohmann: grassen en granen

Pasen: alle artikelen

769
Advertenties

5 Reacties op “VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pasen (42)

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – Heemkunde – alle artikelen | VRIJESCHOOL

  2. Pingback: VRIJESCHOOL 1e klas – alle artikelen | VRIJESCHOOL

  3. Pingback: VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pasen (38) | VRIJESCHOOL

  4. Pingback: VRIJESCHOOL – Jaarfeesten – Pasen (41) | VRIJESCHOOL

  5. Pingback: VRIJESCHOOL – Grohmann – leesboek voor de plantkunde (29) | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.