VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner – Algemene menskunde (1-9)

.

Enkele gedachten bij blz. 23, 24 en 29 in de vertaling van 1993

ALGEMENE MENSKUNDE ALS BASIS VOOR DE PEDAGOGIE

luidt de titel van de vertaling van GA* 293 [1].

De voordrachten die Steiner hield hadden tot doel uiteen te zetten wat vrijeschoolpedagogie omvat.
Van 21 augustus tot en met 6 september 1919 volgden de leerkrachten voor de te beginnen school deze cursus die, naast de in de morgen gehouden voordrachten GA 293, ook nog bestond uit de over de rest van de dag verdeelde cursussen  (GA 294) [2] en (GA295) [3]

Artikel [1-3] gaat in op Steiners mededelingen over de mens die vóór hij geboren wordt, een ontwikkeling doormaakt die – wil de onsterfelijke kern van de mens: zijn Ik – zich verder kunnen ontwikkelen, dat alleen op aarde kan.
Op aarde kan deze kern alleen verder in een fysiek omhulsel dat we lichaam noemen en dat doortrokken is van leven, dat hier levenslijf is genoemd. 

In dit artikel  komt deze twee-ledigheid aan de orde.

Op blz. 23 (vert) staat dan:

Und wenn Sie betrachten würden das Menschenwesen, das sich anschickt, nachdem es durchgegangen ist durch das Dasein zwischen Tod und neuer Geburt, in die physische Welt hinunterzusteigen, dann würden Sie das eben charakterisierte Geistige zusammengebunden finden mit dem Seelischen. Der Mensch steigt gewissermaßen als Geistseele oder Seelengeist aus einer höheren Sphäre in das irdische Dasein. Mit dem irdischen Dasein umkleidet er sich. Wir können ebenso dieses andere Wesensglied, das sich mit dem eben gekennzeichneten verbindet, charakterisieren, wir können sagen: Da unten auf der Erde wird der Geistseele entgegengebracht dasjenige, was entsteht durch die Vorgänge der physischen Vererbung. Nun wird an den Seelengeist oder die Geistseele der Körperleib oder der Leibeskörper so herangebracht, ( )

En wanneer u zou kijken naar het mensenwezen dat op het punt staat na zijn doorgang door het leven tussen dood en nieuwe geboorte in de fysieke wereld af te dalen, dan zou u zien dat die geestelijke wezensdelen verbonden zijn met de ziel. De mens daalt bij wijze van spreken als geestziel of zielegeest uit een hogere sfeer af in het aardse bestaan. Hij omhult zich met het aardse bestaan. Ook het andere wezensdeel dat zich met de geestziel verbindt kunnen we karakteriseren: beneden op aarde wordt datgene wat ontstaat door de processen van de fysieke erfelijkheid de geestziel tegemoet gedragen. Nu worden de zie­legeest of geestziel en het lichamelijk organisme of organisch lichaam samengevoegd, ( )
GA 293/23
Vertaald/23

In [1-8] wordt ingegaan op het feit dat:

blz. 24 (vert)

Hier in dem Kind ist noch unverbunden Seelengeist oder Geistseele mit Leibeskörper oder Körperleib. Die Aufgabe der Erziehung, im geistigen Sinn erfaßt, bedeutet das In-Einklang-Versetzen des Seelengcistes mit dem Körperleib oder dem Leibeskörper. Die müssen miteinander in Harmonie kommen, müssen aufeinander gestimmt werden, denn die passen gewissermaßen, indem das Kind hereingeboren wird in die physische Welt, noch nicht zusammen. Die Aufgabe des Erziehers und auch des Unterrichters ist das Zusammenstimmen dieser zwei Glieder.

‘in het kind de zielegeest of geestziel en het organisch lichaam of lichamelijk organisme nog niet met elkaar verbonden zijn. De taak van de opvoeding in geestelijke zin is nu om de zielegeest en het licha­melijk organisme of organisch lichaam met elkaar in overeen­stemming te brengen. Die moeten met elkaar in harmonie ko­men, moeten op elkaar afgestemd worden, want die passen in zekere zin nog niet bij elkaar wanneer het kind geboren wordt. De taak van de opvoeder en ook van de leraar is om deze twee delen op elkaar af te stemmen.’
GA 293/24
Vertaald/24

Die ‘afstemming’ gaat in de verdere uiteenzettingen over ‘ademhaling’ en ‘leren slapen’, zoals is beschreven in de artikelen die behoren bij [1-8]

Al deze gezichtspunten moeten bijdragen aan ‘dat we ons bewust moeten worden in welke richting we werken door een kind bepaalde leerstof bij te brengen: dat we met het ene onderwerp meer de geestziel laten doordringen in het fysieke lichaam en met een ander onderwerp meer het lichamelijk organisme in het geestzelf brengen.’

Dat werkt Steiner verder (nog) niet uit, maar onderstreept eerst het belang van hoe ‘waarachtig’, d.w.z. hoe ‘waar’ zijn je gedachten, opvattingen, gevoelens over en voor de kinderen die je onder je hoede hebt. Het ‘onweegbare’ het ‘imponderabele’ waarover het hier [1-10] gaat.

Op het eind van deze 1e voordracht zegt Steiner:

blz. 29 (vert)

Wir müssen erziehen und unterrichten, der Atmung erst die richtige Harmonie geben zur geistigen Welt. Der Mensch konnte nicht in derselben Weise den rhythmischen Wechsel vollziehen zwischen Wachen und Schlafen in der geistigen Welt wie in der physischen Welt. Wir müssen diesen Rhythmus so regeln durch Erziehung und Unterricht, daß in der rechten Weise im Menschen eingegliedert werde Körperleib oder Leibeskötper in Seelengeist oder Geistseele. Das ist etwas, was wir selbstverständlich nicht so wie eine Abstraktion vor uns haben und als solche unmittelbar im Unterricht verwenden sollen, aber als Gedanke von der menschlichen Wesenheit muß es uns beherrschen.

Wij moeten door middel van opvoeding en onderwijs eerst het ademen in de juiste harmonie brengen tot de geestelijke wereld. De mens kon in de geestelijke wereld niet op dezelfde wijze ritmisch afwisselen tussen waken en slapen. Wij moeten dit ritme zo regelen door opvoeding en onderwijs, dat in de mens het lichamelijk organisme of organisch lichaam op de juiste wijze geïntegreerd kan worden in de zielegeest of geestziel. Dat is iets wat we uiteraard niet als abstracte gedachte voor ons moeten hebben en als zodanig direct in de lessen moeten toepassen, maar iets dat als gedachte over het mensen­wezen voortdurend in ons moet leven.
GA 293/29
Vertaald/29
.
Over het ‘ademen’ en ‘slapen’, zie resp. [1-8-2/1] en [1-8-2/2]

Dezelfde morgen (21-08-1919), in het tweede cursusuur (GA 294) komt Steiner terug op wat hij in het eerste uur heeft gezegd:

blz. 19 (vert)

Wir werden vor allen Dingen einmal in der Handhabung der Methode uns bewußt sein müssen, daß wir es mit einer Harmonisierung gewissermaßen des oberen Menschen, des Geist-Seelenmenschen, mit dem körperleiblichen Menschen, mit dem unteren Menschen zu tun haben werden. Sie werden ja die Unterrichtsgegenstände nicht so zu verwenden haben, wie sie bisher verwendet worden sind. Sie werden sie gewissermaßen als Mittel zu verwenden haben, um die Seelen- und Körperkräfte des Menschen in der rechten Weise zur Entwickelung zu bringen. Daher wird es sich für Sie nicht handeln um die Über-lieferung eines Wissensstoffes als solchen, sondern um die Handhabung dieses Wissensstoffes zur Entwickelung der menschlichen Fähigkeiten. Da werden Sie vor allen Dingen unterscheiden müssen zwischen jenem Wissensstoff, der eigentlich auf Konvention beruht, auf menschlichet Übereinkunft – wenn das auch nicht ganz genau und deutlich gespro­chen ist -, und demjenigen Wissensstoff, der auf der Erkenntnis der allgemeinen Menschennatur beruht.

In de allereerste plaats zullen wij ons bij de toepassing van onze methode ervan bewust moeten zijn dat het ons zal moeten gaan om een harmonisering zogezegd van de bovenste mens, de geest-zielenmens, met de lichamelijk-lijfelijke mens, de onderste mens. U zult namelijk de leerstof niet moeten gebruiken op de manier waarop dat tot nu toe gebeurd is. U zult de leerstof in zekere zin moeten gebruiken als een middel om de krachten van de ziel en van het lichaam op de juiste manier tot ontwikkeling te brengen. Dat betekent dat u erop gericht bent niet zozeer kennis als zoda­nig over te dragen, maar die kennis te hanteren als een middel om menselijke capaciteiten te ontwikkelen. U zult daarbij in de eerste plaats onderscheid moeten maken tussen kennis die eigenlijk op conventie berust, op afspraken die men gemaakt heeft – ook al is dit niet heel precies en duidelijk uitgedrukt – en kennis die berust op inzicht in het wezen van de mens.
GA 294/7
vertaald/19

harmoniseren d.m.v. leerstof

Heette het in GA 293 nog ‘de taak van de opvoeding in geestelijke zin is nu om de zielengeest en het licha­melijk organisme of organisch lichaam met elkaar in overeen­stemming te brengen’, nu worden zielengeest, en geest-zielenmens ook gekarakteriseerd als ‘bovenste mens‘; de ‘onderste mens‘ wordt genoemd bij ‘lichamelijk organisme dan wel organisch lichaam en lichamelijk-lijfelijke mens.

Die naamgeving hangt uiteraard samen met het karakteriseren [1-7]

Nieuw is ook dat ‘leerstof’ nu een middel wordt genoemd, dus geen doel op zichzelf, maar als een middel om de krachten van de ziel en van het lichaam op de juiste manier tot ontwikkeling te brengen. een middel om capaciteiten te ontwikkelen. Zie ook GA 297 blz. 19/20

Daarbij maakt Steiner dan weer een onderscheid in ‘kennis die op conventie berust, op afspraken – en kennis die berust op inzicht in het wezen van de mens.

verschil schrijven/lezen met rekenen

Lezen en schrijven berusten volgens hem op afspraak. Je zou kunnen zeggen: dat is er gekomen, maar heeft met de mens geen relatie, zoals b.v. ‘ritme’: de mens is op verschillende manieren een ‘ritmisch’ wezen. Lezen en schrijven kun je achterwege laten, de ritmen waarin en waarmee en waardoor je leeft, kun je niet van jezelf losmaken.
Wanneer Steiner ook nog toevoegt dat de geestelijke wereld geen interesse heeft aan lezen en schrijven, dus dat ‘de geest’ daar geen aandeel in heeft, kan ook de zichtbare mens – als uitdrukking van ‘de geest’ niets in zich hebben van iets dat zich ‘lezend-schrijvend’ uitdrukt. Lezen en schrijven komt dus geheel ‘van buiten’ naar het kind toe, omdat wij het hem aanleren.

‘Het is ontstaan op het fysieke plan’. Dat wordt even later ‘het meest fysieke en het volledig fysieke genoemd- Duits: das Allerphysischeste; das Ganzphysische.

Dan noemt Steiner het rekenen. Bij het schrijven gaat het om de lettervormen, maar bij het rekenen gaat het niet om de cijfervormen. Zonder lettervormen kun je niet schrijven, dus ook niet lezen. Zonder lettervormen op te schrijven kun je niet schrijven, noch deze lezen, zonder cijfervormen op te schrijven kun je wél rekenen. Rekenen is daarmee geen ‘meest fysieke of volledig fysieke activiteit’.

Omdat er nog een ander gebied is dat zich nóg verder onttrekt aan dit ‘meest fysieke’ ligt het voor de hand dat Steiner het rekenen dan daar tussenin karakteriseert als ‘op een minder fysiek gebied’, even later: het half-bovenfysieke – Duits: das Halbüberphysische.

blz. 20 (vert)

Und wenn wir gar dazu über­gehen, gewisse künstlerisch zu nennende Betätigungen dem Kinde bei­zubringen, dann gehen wir damit in die Sphäre hinein, die durchaus eine ewige Bedeutung hat, die hinaufragt in die Betätigung des Geistig-Seelischen des Menschen. 

( ) und wir unterrichten eigentlich den Seelengeist oder die Geist-seele, indem wir Musikalisches, Zeichnerisches und dergleichen dem Kinde beibringen.

En gaan we er dan toe over een kind ook nog eens bepaalde kunstzinnig te noemen activiteiten aan te leren, dan komen we daarmee in een sfeer die zonder meer een eeuwige betekenis heeft, die reikt tot in de activiteit van de geest-ziel van de mens.
GA 294/8
vertaald/20

Even later: ‘iets bijbrengen op het gebied van bijvoorbeeld muziek of tekenen, dan onderwijzen we eigenlijk de zielengeest of de geest- ziel.
Het kunstzinnige wordt daardoor gekarakteriseerd als ‘bovenfysiek‘- Duits: das Überphysische.

Deze drie met elkaar verbinden, betekent een ‘harmoniseren’. In de woorden van Steiner eerder die ochtend betekent ‘harmoniseren’ het bij elkaar brengen van geest-ziel met fysiek-etherisch – de ‘bovenste’ met de ‘benedenste’ mens door leerstof met het meest fysieke karakter te verbinden met leerstof van half-fysiek karakter en leerstof van boven-fysiek karakter.

Het allereerste voorbeeld van hoe dat in de praktijk gaat, geeft Steiner met het leren lezen en schrijven.
In de vele pedagogische voordrachten die tussen 1919 en 1924 nog volgen, zal hij het leren schrijven en lezen nog vaak aan de orde stellen.
Ik heb de meeste passages hier bij elkaar gebracht.

In die jaren worden nieuwe karakteriseringen gegeven, ook nog andere begrippen gehanteerd, die e.e.a. gecompliceerder lijken te maken, maar door ze vanuit het standpunt te bekijken van waaruit Steiner ze belicht, hoeven ze geen probleem op te leveren.
Ik heb ze daar al uitvoerig aan de orde gesteld en dat gebeurt in dit artikel nu dus niet.

Het onderwerp ‘harmoniseren’ is hiermee nog lang niet klaar, hoewel bovenstaande een afgerond geheel is.

Het zal hier, maar dan steeds in samenhang met de voordrachten van de ‘Algemene menskunde’ verder uitgewerkt worden.

.

*GA= Gesamt Ausgabe, de boeken en voordrachten van Steiner

[1] GA 293
Algemene menskunde als basis voor de pedagogie
[
2] GA 294
Opvoedkunst. Methodisch-didactische aanwijzingen
[
3] GA 295
Praktijk van het lesgeven

.

Rudolf Steiner over: schrijven en lezen

Schrijven en lezen: alle artikelen

Algemene menskunde: voordracht 1 – alle artikelen

Algemene menskunde: alle artikelen

Rudolf Steiner: alle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogie: alle artikelen

.

1453

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.