VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over euritmie

 

RUDOLF STEINER OVER EURITMIE

Rudolf Steiner hield een aantal voordrachten over euritmie.
Ze zijn in de GA genummerd: 277*; 277A; 278 en 279

Ook in de pedagogische voordrachten spreekt hij bij tijd en wijle over euritmie. Uit deze voordrachten: GA 293-311 zullen hier zijn opmerkingen volgen.

Verschenen in aparte artikelen (volg link) de opmerkingen uit: GA 293; GA 294: GA 297; GA 298; GA 300A; GA 300B; GA 300C; GA 301; GA 302; GA 302A; GA 303; GA 304; GA 304A; GA 305; GA 308; GA 309; GA 310; GA 311 (de nummers die geen link hebben, bevinden zich (nog) in onderstaand artikel)

In een later stadium zullen dan nog aanvullingen volgen met opmerkingen uit voordrachten buiten de hier genoemde.

In de loop van de tijd zal dit artikel zo goed als compleet zijn. Waar ik van bestaande vertalingen gebruik kon maken, heb ik dat gedaan. De opmerking ‘Niet vertaald’ betekent dat de vertaling van mij is.

Aangezien euritmie ‘zichtbare spraak en muziek’ is, zal Steiner dus vaak wanneer hij over euritmie spreekt, ook muziek en spraak erbij betrekken.
In het Duits staat vaak ‘Sprache’ dat vertaald kan worden met spraak en taal. Waar met ‘spraak’ is vertaald, kan in veel gevallen ook ‘taal’ worden gelezen. Euritmie is niet alleen een zichtbaar ‘spreken’, het is ook zichtbare taal.

Ook maakt hij vaak het verschil met gymnastiek duidelijk. Wanneer dat het geval is, wordt dat hier aangegeven; de bladzijaanduiding heeft betrekking op de vertaling:

muziek: GA 294/18; 44; 45-49    GA 302/42-45     57   GA 308/53 e.v.  GA 309/103 e.v.

spraak: GA 294/45-49  vooral ook over gedichten en reciteren;
GA 297 /217-220;   GA 300C/14;  GA 301/93-97   GA 301/249-252   256-259   GA 302A/51-52  GA 304/166 e.v  GA 304A/119-120  GA 305/158-159   247 e.v.  GA 308/53 e.v.

gymnastiek: GA 294/53-54-55;   GA 297/184-186/178-179 217-220;    GA GA 300A/174; GA 300B/12; GA 300C/14; GA 301/ 93-97   201/201   252    259     GA 302/38-39    42-45 (over: de ene dag euritmie, de andere gymnastiek)  GA 304/118  168 e.v.   GA 304A/ 55-57; GA 305/252 e.v.  GA 310/83 e.v.  GA 311/110 e.v. 

euritmie en:
moreel zwak kind: GA 301/119
(gezondheids)krachten, vitaliteit ontwikkelen: GA 304A/27  GA 305/253
liegen en euritmie GA 304A/58-59  GA 305/253
wilsontwikkeling GA 304A/58-59

euritmiefiguren GA 305/158-e.v.
beweging, kleur, sluier                 VRIJESCHOOL in beeld: klankfiguren

Beknopte inhoud van de opmerkingen in de verschillende voordrachten:

GA 293
vert. 195 euritmie moet onderwijs levendiger maken; het intellectuele doorbloeden.

GA 294
vert. 29 mens van nature muzikaal; kleine kind wil bewegen: euritmie heft zwaarte in ledematen op
vert. 31 werken vanuit het hoofd: invloed op etherlijf en fysiek lichaam; werken vanuit ledematen: invloed op Ik en astraallijf;
vert. 47/48 plastisch-beeldende en een muzikaal-dichterlijke stroom: euritmie kan ze in zich verenigen;
vert. 54-58 harmonie teweegbrengen in dionysisch en apollinisch;
muziekonderwijs; plastisch-beeldend werkt individualiserend-muzikaal-dichterlijk socialiserend; wezenlijk: het muzikale in een gedicht; interpreteren v.e. gedicht: verschrikkelijk!; belang van zingen;
vert. 68=73 betekenis grammatica; zelfstandig naamwoord, bijv. nw., werkwoord en Ik; euritmie en luisteren, luisteren = sociaal; wijsheid van de taal;
heilige naam niet uitgesproken, maar weergegeven door gebaar.

GA 297
blz. 178: euritmie is kunst; menselijk lichaam is het instrument; verschil met gymnastiek; naast kunst ook pedagogische en hygiënische waarde.
blz. 185: Als opmerking uit publiek: euritmie verwaarloost het sterker worden van de spieren,
blz. 186: daarom niet alleen maar euritmie op school, ook gym. Steiner: ook gymnastiek!
blz. 194: een zichtbare taal met door bovenzinnelijk schouwen waargenomen bewegingen van het strottenhoofd.
blz. 217: er is niets tegen gymnastiek.
blz, 218: euritmie in 1e plaats een kunst, maar ook hygiënisch-gezondmakends en pedagogisch-didactisch; bewegingen afgelezen aan bewegingen van strottenhoofd; geen willekeur in de bewegingen; bezielde beweging;
blz. 219: wat is dichtkunst; wat is reciteren;
blz. 220: op de vrijeschool een verplicht vak; nodig voor wilsinitiatieven

GA 298
blz. 13: Kunstzinnig onderwijs voor een sterke gevoel- en wilskracht. Euritmische, de zinvolle beweging, in plaats van wat alleen maar berust op het anatomische en fysiologische van het lichaam.

GA 300A
blz.66: euritmie vanaf klas 1 (er bestond nog geen kleuterklas), gym. vanaf 4
gymleraar en euritmist(e) in elkaars les
blz, 78: begin met de nadruk op muziek
blz. 113: klanken in andere talen, bijv. de Engelse I
blz. 120 en 123: euritmie is een verplicht vak
blz. 135: hoofdkinderen maken mooie opstellen, lich. begaafde doen goed euritmie; hoe ga je om met de hoofdkinderen; ventileer goed!
blz. 174: gymnastiek naast euritmie
blz. 239: absolute en relatieve tonen
blz. 242: zelf euritmieschoenen maken (in die tijd); niet muzikaal? toch euritmie

GA 300B
blz.12: euritmie i.p.v. alleen maar uitgaan van anatomie en fysiologie. Kunstzinnig onderwijs: wils- en gevoelsversterkende kracht.
blz. 218: niet in een te grote zaal
blz. 293-296  over de relatie gym en euritmie, waarin ze verschillen; over de klankfiguren en de betekenis van de kleuren;

GA 300C
blz. 14: 
wat is euritmie; vergelijking met gymnastiek
blz. 96/97: over de klankfiguren en hoe die met de leerlingen te behandelen
blz.  103: door exameneisen moeten er in klas 12 vakken uitvallen: de euritmie niet!

GA 301
blz.93: euritmie: bezielde gymnastiek – gymnastiek meer fysiek;
blz. 94: kinderen die niet graag euritmie doen; euritmie (ook op 95): zichtbare spraakklank, zichtbare beweging strottenhoofd, enz.; spreken als gevoels- en wilsactiviteit; tegengestelde van dromen;
blz. 95: gymnastiek: geen wilsinitiatieven; gevolgen voor maatschappij;
blz. 96: werking van euritmie voor aandacht voor de wereld; zangles, euritmie en gymnastiek door 1 leraar;
blz. 119: morele zwakte en euritmie vóór het 9e jaar
blz. 200: zie blz. 95
blz. 249: inleidende woorden bij een euritmieopvoering op 15 mei 1920 Dornach
euritmie vanuit gezichtspunt van iets puur kunstzinnigs; een pedagogisch-didactisch gezichtspunt en een hygiënisch gezichtspunt.
euritmie zichtbaar geworden studie van spraakklanken;(bij het vertalen heb je te maken met Sprache = taal en spraak, dus kun je voor spraak ook taal lezen);
blz. 250: taal is sociaal; wat een gedicht moet zijn;
blz. 251: euritmiebewegingen zijn niet willekeurig; reciteren;
blz. 252: pedagogische euritmie: bezielde gymnastiek
blz. 253: euritmie leidt tot wilsinitiatief, meer dan gymnastiek

blz. 256: inleidende woorden bij een euritmieopvoering op 16 mei 1920 Dornach
euritmie zichtbaar geworden studie van spraakklanken; (bij het vertalen heb je te maken met Sprache = taal en spraak, dus kun je voor spraak ook taal lezen);
blz. 257: wat is een gedicht; reciteren;
blz. 259: euritmie ontstaan door zintuiglijk-bovenzintuiglijke studie (Goethe)
ped. euritmie werkt op de wil; gymnastiek versterkt alleen het lichaam; voert terug tot ritme: hygiënisch aspect;

GA 302
(blz.: vertaling)
blz. 38: euritmie: bezielde, vergeestelijke beweging; gymnastiek: fysieke beweging
blz. 43-45: wat gebeurt er met de leerstof in de wezensdelen gedurende de nacht; gezondmakende invloed euritmie; de ene dag euritmie – de andere: gymnastiek|
blz. 57: ook bij euritmie wordt fysieke lichaam aangesproken
blz. 61: euritmie bevrijdt het geestelijke uit de ledematen
blz. 126: wanneer kind euritmie doet, schrijft het iets in de wereld

GA 302A
(blz.: vertaling)
blz. 50: astraallijf openbaart zich in strottenhoofd; astraallijf en etherlijf werken samen; euritmie: opgetekende vibraties;
blz. 51: geen willekeur; bewegingen geestelijke wereld via euritmie op aarde;
blz. 111: euritmie bezield, gymnastiek – mits goed uitgevoerd – opent de weg naar iets geestelijks

GA 303
(blz.: vertaling)
blz. 327: euritmie is fysiek-lichamelijk, tegelijkertijdzinvol doortrokken van het geestelijk-psychische
blz. 351: euritmie gaat naar het wilselement, naar de totale mens, de volledige mens.
woord en gebaar in huidige tijd gespleten; euritmie zoekt eenheid

GA 304
blz. 117: euritmie belangrijk voor hoe je in de wereld staat; voor lichaam, ziel en geest;
blz. 118: geen miniek o.i.d., bewegingen afgelezen aan het lichaam;
blz. 166: euritmie en intelligentie;
blz. 167: euritmie: zichtbaar gemaakte bewegingstendenzen (strottenhoofd)
blz. 168: bewegingen niet willekeurig, maar wetmatig;
blz. 169: werken vanuit heel de mens= wekken intelligentie;

GA 310
vert. 83-84 etherlijf als plastisch kunstenaar, astraallijf als musicus gaan samen in euritmie; verschil met gymnastiek;
vert. 119 een kinderopvoering ná een kunstzinnige opvoering.

De tekst in groen is uit de betreffende voordracht in het Duits. De vertaling volgt.
.

GA 304A

Dann, wenn man diese Künste, die plastische, die dichterische, die musikalische Kunst unmittelbar an den Menschen herangezogen, in den eurythmischen Bewegungen an dem Kinde heranbildet, wenn man unmittelbar dasjenige, was sonst im Worte abstrakt erscheint, in dem Menschenleib lebendig erweckt durch die Eurythmie, dann bildet man in dem Menschen die innere Harmonie aus zwischen dem geistgetragenen Musikalisch-Dichterischen und dem vom Geiste durchdrungenen Mate­riellen des Plastisch-Malerischen. Das Bewußtsein des Menschen, das geistdurchleuchtet ist, webt sich seelenvoll künstlerisch in das Leiblich-Physische hinein. Man lernt unterrichten, indem man Geist und Seele in dem Kinde erweckt, man lernt unterrichten so, daß der Unterricht zu gleicher Zeit gesundheitfördernd, wachstumfördernd, gesunde Kraft befördernd für das ganze Leben ist.

Want, wanneer je deze kunsten, de plastische, de dichterlijke en de muzikale direct vanuit de mens in de euritmische bewegingen bij het kind ontwikkelt, wanneer je direct, wat anders in de woorden abstract verschijnt, in de mens levendig wekt door de euritmie, bewerkstellig je de innerlijke harmonie tussen het muzikaal-dichterlijke dat door de geest gedragen wordt en wat plastiek en schilderen is waarvan het stoffelijke met geest doordrongen is. Je leert les geven als je geest en ziel in het kind kan wekken, je leert zo lesgeven dat het onderwijs tegelijkertijd de gezondheid bevordert, het groeien bevordert, gezonde kracht genereert voor het hele leven.
GA 304A/27
Niet vertaald

blz. 55

Einleitende Worte zur Eurythmieaufführung der schüler

Zu dem Künstlerischen, das wir Ihnen durch die schon gegebenen Vorstellungen in bezug auf Eurythrnie darbieten wollten, wird heute die pädagogisch-didaktische Seite der Eurythmie kommen.
Wir haben in den Lehrplan der Waldorfschule diese Eurythmie orga­nisch eingefügt. Und ich mußte öfters sagen, wenn ich die Aufgabe hatte, diese Eurythmie als einen obligatorischen Lehrgegenstand in dem Lehr­plan der Waldorfschule zu rechtfertigen, daß in ihr zu sehen ist nach dieser Seite hin eine Art beseelten und durchgeistigten Turnens. Ich betone ausdrücklich, daß damit nicht irgend etwas Abträgliches gegen das Turnen vorgebracht werden soll, daß es lediglich der Mangel eines Turnsaales war, der uns verhindert hat, in der rechten Weise das Turnen neben der Eurythmie in den Lehrplan von Anfang an einzufügen. Jetzt, wo wir einen Turnsaal haben, fügen wir durchaus in sachgemäßer Weise das Turnen in den Lehrplan der Schule obligatorisch ein.
Ich stehe durchaus nicht auf dem Standpunkt, auf den einmal ein sehr berühmter Physiologe der Gegenwart sich gestellt hat, als er eine solche Einleitung, wie ich sie sonst vor eurythmischen Vorstellungen halte, gehört hatte. Ich hatte in meiner Einleitung gesagt, Eurythmie sollte als durchseeltes und durchgeistigtes Turnen neben das mehr körperliche Turnen hingestellt werden, und dem Turnen sollte durchaus sein Recht widerfahren. Dieser berühmte Physiologe kam dann an mich heran und sagte: Sie erklären, daß das Turnen, so wie es heute betrieben wird, eine gewisse Berechtigung hätte; ich aber sage Ihnen, daß das Turnen eine Barbarei ist. Vielleicht haben Sie einen gewissen Rest von Berechtigung, der sich darin äußern könnte, daß man auch in die Gestaltung des Turnens eingreifen müsse, da das Turnen der materialistischen Weltan­schauung zum Opfer gefallen ist. Aber das ist eine ganz andere Frage. Es handelt sich darum, daß das Turnen, auch wenn es sachgemäß ist, ja mehr zu tun hat mit den Bewegungen, mit den Anstrengungen des menschlichen Organismus, durch die sich der menschliche Körper in die

Inleidende woorden bij een euritmieopvoering van de leerlingen

Naast het kunstzinnige dat we u door de al gegeven voorstellingen met euritmie wilden aanbieden, is nu de pedagogisch-didactische kant van de euritmie aan de beurt.
We hebben aan het leerplan van de vrijeschool de euritmie toegevoegd passend bij het geheel. En ik moest al vaker zeggen als ik de taak had deze euritmie als een verplicht vak in het leerplan van de vrijeschool te verantwoorden, dat je deze in dit opzicht moet zien als een vorm van bezielde en geestrijke gymnastiek. Ik benadruk met klem dat er niets ten nadele van de gymnastiek naar voren hoeft te worden gebracht, dat het alleen maar het gemis van een gymnastiekzaal is geweest, dat het ons onmogelijk maakte op de juiste manier de gymnastiek naast de euritmie in het leerplan vanaf het begin een plaats te geven. Nu we een gymzaal hebben, voegen we natuurlijk ook de gymnastiek als verplicht vak bij het leerplan van de school.
Ik sta beslist niet op het standpunt waarop eens een heel beroemde fysioloog zich stelde, toen hij zo’n inleiding als ik meestal voor euritmische voorstellingen houd, hoorde. Ik had in mijn inleiding gezegd dat euritmie als doorzielde en doorgeestelijkte gymnastiek naast de meer lichamelijke gymnastiek een plaats zou moeten krijgen en dat deze gymnastiek zeker recht gedaan zou moeten worden. Deze beroemde fysioloog kwam dan naar me toe en zei: ‘U beweert dat de gymnastiek zoals die tegenwoordig beoefend wordt, in zekere zin gerechtvaardigd is; maar ik zeg u dat deze gymnastie iets barbaars is.
Misschien hebt u nog een beetje het gevoel dat het te rechtvaardigen is, wat zou kunnen blijken uit het feit dat men in de vorm waarin de gymnastiek gegeven wordt, zou moeten ingrijpen, omdat de gymnastiek ten prooi is gevallen aan de materialistische wereldbeschouwing. Maar dat is een heel andere vraag.
Het gaat erom dat de gymnastiek, ook wanneer die adequaat uitgevoerd wordt, meer te maken heeft met de bewegingen, met de inspanningen van het menselijk organisme waardoor het menselijk lichaam zich

blz. 56

Gleichgewichtslage der Welt gegenüber hineinstellt. Man hat es zu tun mit dem Suchen der Beziehung des menschlichen Zirkulations- und Bewegungssystems zum Raum und seiner inneren Forniung, seiner inneren Dynamik. Die Anpassung der inneren Dynamik, des Bewe­gungs- und Zirkulationssystems an die des Weltraumsystems ist dasje­nige, was im Turnen in Betracht kommt. Findet man sowohl in den Freiübungen wie in den Geräteübungen die richtige Hineinorientierung des Menschen in die Weltdynamik, die zu gleicher Zeit seine Dynamik ist – der Mensch steht ja im Makrokosmos als Mikrokosmos drinnen -, dann wird das Turnen seine berechtigte Gestalt gerade auch im Unter­richt annehmen können.
Die Eurythmie als Kindererziehungsmittel ist aber noch etwas ande­res, etwas, was sich als in geradliniger Fortsetzung dessen, was im Turnen geschieht, mehr nach dem Inneren des menschlichen Organis­mus von selbst ergibt. In der Eurythmie hat man es mehr zu tun mit jener qualitativen inneren Dynamik, die sich abspielt zwischen Atmungs- und Zirkulationssystem. Der Mensch ist, indem er sich leiblich in der Eurythmie betätigt, mehr daraufhin orientiert, dasjenige, was sich abspielt zwischen Atmung und Zirkulation, in die Bewegung des menschlichen Organismus überzuführen. Dadurch bekommt der Mensch gerade durch die Eurythmie ein inniges, leiblich-seelisches Verhältnis zu sich selber, und er bekommt ein Erlebnis von der inneren Harmonie des ganzen menschlichen Wesens. Ein solches Erlebnis von der inneren Harmonie des ganzen menschlichen Wesens wirkt wiederum festigend auf den ganzen Menschen zurück, indem das Wesentliche dieses beseelten, durchgeistigten Turnens auf den ganzen Menschen wirkt. Während beim gewöhnlichen Turnen mehr das Leibliche betätigt ist, das allerdings dann in das Seelisch-Geistige sehr stark hineinwirkt, ist in der Eurythmie der ganze Mensch nach Leib, Seele und Geist betätigt. Uberall fließt das Geistig-Seelische in das Physisch-Leibliche beim eurythmischen Bewegen über. Und dadurch wiederum, weil ja diese Eurythmie eigentlich eine ebenso gesetzmäßige Äußerung des gan­zen Menschen ist wie Sprache und Gesang diejenige eines Teiles der menschlichen Organisation, dadurch wirkt tatsächlich auf das Kind das Eurythmisieren, das Hineinkommen in das Eurythmisieren, mit einer

voegt naar de evenwichtstoestand van de wereld. Je hebt te maken met het zoeken van de verhouding van het menselijk circulatie- en bewegingssysteem t.o.v. de ruimte en de innerlijke vorming, de innerlijke dynamiek. De aanpassing aan de innerlijke dynamiek, van het bewegings- en circulatiesysteem aan de ruimte van de wereld, dat komt in de gymnastiek aan bod. Vind je, zowel in de vrije oefeningen als ook in de oefeningen op de gymtoestellen de juiste oriëntering van de mens in de werelddynamiek, die tegelijkertijd zijn eigen dynamiek is – de mens maakt deel uit van de macro- en de microkosmos – dan zal de gymnastiek zijn terechte plaats, ook in het onderwijs, kunnen krijgen.
De euritmie als opvoedingsmiddel voor kinderen is echter nog iets anders, iets wat als vanzelf meer voor het innerlijk van het menselijk organisme, een direct gevolg is van wat er bij gymnastiek gebeurt. In de euritmie heb je meer te maken met die kwalitatieve innerlijke dynamiek die zich afspeelt tussen het ademhalings- en het circulatiesysteem. De mens is, wanneer hij lichamelijk in de euritmie bezig is, meer gericht op wat zich afspeelt tussen adem en circulatie, om dat over te brengen op de bewegingen van het menselijk organisme. Daardoor ontstaat in de mens juist door de euritmie een diepgevoelde, lichamelijk-psychische verhouding tot zichzelf en hij gaat de innerlijke harmonie van heel het menselijk wezen ervaren. Zo’n beleving van innerlijke harmonie van heel de mens werkt op haar beurt versterkend op de totale mens doordat het wezenlijke van deze bezielde en geestrijke gymnastiek op de totale mens werkt. Terwijl bij de gebruikelijke gymnastiek meer het lichamelijke actief is, dat duidelijk sterk werkt op ziel en geest, is in de euritmie de hele mens naar lichaam, ziel en geest actief. Overal stroomt geest en ziel bij het euritmisch bewegen naar het fysiek-levende. En daardoor weer, omdat deze euritmie eigenlijk net zo’n wetmatige uiting van de hele mens is als het spreken en het zingen als deel van het menselijk organisme, daardoor werkt euritmie doen, euritmie gaan meedoen,

blz. 57

Selbstverständlichkeit, wie auf das kleinere Kind mit einer Selbstver­ständlichkeit das Hineinströmenlassen der organischen Kräfte in die Sprache wirkt.
Und man kann eben die Erfahrung machen, daß Kinder, indem sie im richtigen Lebensalter zur Eurythmie herangeführt werden, sich selber in der eurythmischen Betätigung geradeso selbstverständlich drinnen füh­len, wie das ganz kleine Kind in der Erregung des Lautlichen und des lautlich zu Gestaltenden in der Sprache. Dadurch erweitert man im wesentlichen das ganze Menschliche, ich möchte sagen das Menschlich­ste im Menschen, und das berechtigt dazu, weil aller Unterricht und alle Erziehung ein Ergreifen des Menschen durch den Menschen selber sein muß, die Eurythmie, die zunächst innerhalb der anthroposophischen Bewegung ausgebildet worden ist als eine Kunst, auch in der Form des durchseelten, durchgeistigten Turnens im Unterricht zu verwenden. Sie wirkt ja auch auf den ganzen Menschen zur ü ck.
Das ist ja allerdings heute noch für eine äußerliche Betrachtung schwer einzusehen; aber derjenige, der hineinschauen kann in die menschliche Natur, der namentlich durch solches Hineinschauen beobachten kann, wie sich organisch eingliedert dasjenige, was das Kind in sich ausbildet durch den Unterricht, durch die Erziehung im Eurythmischen, dem sich angliedert diejenige im Musikalischen und Plastischen, wer da sieht, wie sich das im Kinde heranbildet, der merkt auch, wie es wiederum zurückwirkt auf den ganzen Menschen im Kinde. Die Erkenntnisfähig­keit sieht man unter der Einwirkung der eurythmischen Ubungen in der Schule beweglicher, empfänglicher werden, und man wird sehen – in der Erziehung muß ja so und so viel, ich möchte sagen, aus dem Unterbe­wußten herausgeholt werden -, wie die ganze Vorstellungswelt des Kindes plastischer und von Interesse mehr erfüllt wird als sonst. Das Kind entwickelt ein beweglicheres, mehr zu den Dingen in Liebe sich hinwendendes Vorstellungsleben, so daß man im Eurythmischen die Möglichkeit hat, auf das Vorstellungsleben so zu wirken, daß das Kind einzugehen vermag auf dasjenige, was man ihm im Unterrichte gerade beizubringen hat.
Auf der anderen Seite wirkt das eurythmische Üben sehr stark auf den Willen zurück, und zwar auf die intimsten Eigenschaften des menschlichen

werkelijk, heel vanzelfsprekend net zoals op het kleinere kind vanzelfsprekend het z’n gang laten gaan van de organische krachten in het spreken werkt.
En je kan ervaren dat kinderen, wanneer ze op de juiste leeftijd euritmie krijgen, zich net zo vanzelfsprekend thuis voelen in het euritmisch bewegen als het heel kleine kind bij de sensatie van het beleven van klanken en het klanken vormen met de spraak. Daardoor vergroot je wezenlijk al het menselijke, ik zou willen zeggen, het meest menselijke in de mens en dat rechtvaardigt, omdat alle onderwijs en alle opvoeding een bewust begrijpen van de mens door de mens zelf moet zijn, de euritmie die aanvankelijk binnen de antroposofische beweging ontwikkeld werd als kunst, ook in de vorm van een bezielde en geestrijke gymnastiek in het onderwijs te gebruiken. Ze werkt ook op de hele mens weer terug.
Dat is zeker nu voor een wat uiterlijke beschouwing moeilijk in te zien; maar wie inzicht heeft in de menselijke natuur, wie met name door dit inzicht waar kan nemen hoe in het kind organisch wordt wat door onderwijs, door opvoeding in euritmie in hem wordt aangelegd naast het muzikale en het plastische, wie ziet dat zich dat in het kind vormt, merkt ook dat het weer een terugwerking heeft op de totale mens in het kind. Het vermogen om te leren zie je onder invloed van de euritmieoefeningen op school beweeglijker, meer openstaand worden en je zal zien – in de opvoeding moet toch heel wat, zou ik zeggen – uit het onderbewuste worden gehaald -, hoe heel de voorstellingswereld van het kind plastischer en van meer interesse vervuld raakt dan daarvoor. Het kind ontwikkelt een beweeglijker voorstellingsleven dat zich meer met toewijding op de dingen richt, zodat je met euritmie de mogelijkheid hebt zo op het voorstellingsleven te werken dat het kind de mogelijkheden krijgt te begrijpen wat je hem in de lessen moet bijbrengen. Anderzijds werkt het euritmisch oefenen heel sterk op de wil terug en wel op de meest innerlijke eigenschappen van de menselijke wil.

blz. 58

Willens. Man kann zwar mit Worten lügen, und das bloße Sprechen bietet viele Anhaltspunkte, um die Kinder über das Lügen hinwegzu­bringen, man kann aber das Eurythmische in der richtigen Weise gerade bei einem solchen kindlichen Schaden wie dem Lügen, benützen. Dann macht sich das stark geltend, daß, wenn man die Worte ausströmen läßt in die körperlichen Bewegungen, man eurythmisch, sichtbar sprechend, nicht lügen kann. Es hört auf die Möglichkeit zu lügen, wenn man das Gefühl bekommt, was alles dabei ist, wenn man die Seelenäußerung offenbar werden lassen muß durch das, was in den ganzen Leib hinein-geht. Daher wird man sehen, daß die Eigenschaft des menschlichen Willens, die ethisch von so großer Bedeutung ist, die Wahrhaftigkeit, sich besonders heranbilden kann aus dem richtigen eurythmischen Üben.
Und so kann man sagen: Die Eurythmie ist ein aus der Seele herausge­holtes Turnen für das Kind; aber sie gibt der Seele wiederum unendlich viel zurück. Das ist das Wirkliche und Wesentliche; das wird schon einmal machen, daß man die Eurythmie als etwas ganz Selbstverständli­ches im Unterricht und in der Erziehung ansehen wird. Derjenige, der in die Dinge hineinguckt, ist ganz beruhigt, daß das so ist. Die Dinge gehen ja nicht schnell. Man kommt nur langsam über Vorurteile hinweg. Man sagt: Da sind ein paar Narren! – Nun ja, so ging es immer. Es war ja auch einmal eine kleine Gesellschaft, da war auch so ein Narr, der sagte, daß die Sonne im Mittelpunkt stehe, und die Planeten mit der Erde sich um sie drehen; auf so ein närrisches Ding kann man ja nicht eingehen. Aber man hat dann etwa im ersten Drittel des 19. Jahrhunderts gefunden, daß sich doch eine ziemlich große Gesellschaft in dieses närrische Ding hineingefunden hat, hineingefunden hat in dasjenige, was Kopernikus gewollt hat. Warum sollte man nicht auch warten können, bis sich das hineinstellt in die Welt, was sich nicht so leicht beweisen läßt wie das kopernikanische Weltensystem!
So wird Eurythmie auf die Erkenntnisfähigkeit und Willensfähigkeit -in der Richtung nach Beweglichkeit, Interessefähigkeit und Wahrhaftig­keit – zurückwirken und auf das Gemüt, das zwischen der Erkenntnisfä­higkeit und Willensfähigkeit liegt. Es kommt so unendlich viel darauf an, daß der Mensch sich eurythmisierend als Ganzes ergreift, daß er nicht

Je kan weliswaar met woorden liegen en alleen het spreken al biedt vele aanknopingspunten om de kinderen af te houden van te liegen, maar je kan euritmie op de juiste manier met name bij zulke kinderlijke beschadigingen als liegen, benutten.* Dan komt sterk naar voren, dat wanneer je de woorden in de lichamelijke bewegingen uit laat stromen, je euritmisch, zichtbaar sprekend, niet kan liegen. De mogelijkheid om te kunnen liegen verdwijnt wanneer je het gevoel krijgt met alles erbij, wanneer je als openbaring van de ziel naar buiten moet laten stromen wat door het hele lichaam stroomt. Vandaar dat je ziet, dat de eigenschap van de menselijke wil die ethisch van zo’n grote betekenis is, de waarachtigheid, heel in het bijzonder gevormd kan worden door het juiste euritmische oefenen. En dus kun je zeggen; de euritmie is een uit de ziel genomen gymnastiek voor het kind; maar ze geeft aan de ziel ook weer oneindig veel terug. Dat is de realiteit en het wezenlijke; dat er eens toe zal leiden dat men de euritmie als iets heel vanzelfsprekends voor het onderwijs en de opvoeding zal beschouwen. Degene die deze dingen inziet, is er gerust op dat dit zo is. De dingen gaan alleen niet snel. Men overwint maar heel langzaam voordelen. Men zegt: ‘Daar heb je een paar dwazen!” Maar ja, zo gaat dat altijd. Er was ook eens een klein gezeldschap waar ook een dwaas bij was en die zei dat de zon het middelpunt is en dat de planeten met de aarde om haar heen draaien; op zoiets dwaas kun je natuurlijk niet ingaan. Maar toen zag men in het eerste derde deel van de 19e eeuw dat er toch een tamelijk groot gezelschap zich in deze dwaasheid kon vinden, in wat Kopernicus op het oog had. Waarom zou men niet kunnen wachten tot wat niet zo makkelijk te bewijzen valt als het systeem van Kopernicus, ook een plaats krijgt in de wereld!
De euritmie zal dus terugwerken op het vermogen te leren en op de wilskracht – wat beweeglijkheid, interesse en waarachtigheid betreft – terugwerken op het gevoel dat tussen het ken- en wilvermogen in staat. Het komt er dus onnoemelijk veel op aan dat de mens wanneer hij euritmie doet, begrijpt dat hij een totaal wezen is,

blz. 59

den Leib auf der einen Seite und die Seele, den Geist, auf der anderen Seite hat.
Da kann man lange fragen: Welche Beziehung ist zwischen Leib und Seele? – Es ist so unendlich komisch, wie da oft gefragt wird. Man will oft theoretisch konstruieren, wie das eine im anderen wirkt; wenn man es erlebt – und erlebt wird es in Eurythmie -, dann nimmt die Frage einen ganz anderen Charakter an. Dann fragt man: Wie wirkt dasjenige, was Leib- und Seeleneinheit ist, einseitig als Seelisches und einseitig als Leibliches? Die Fragestellung wird sich ganz anders gestalten, wenn die Dinge durchgreifend eingesehen werden. Hier ist nichts Theoretisches, nichts Theoretisierendes, alles ist praktisch und wirklichkeitsgemäß. Und das ist es, was dem, was hier geschieht, entgegensteht, daß man sagt: Die Anthroposophie will etwas sein im Wolkenkuckucksheim. Im
Gegenteil: Anthroposophie will hineingreifen ins unmittelbar praktische Leben. Gerade die Materie versteht man nicht im heutigen Leben, weil man den Geist in der Materie nicht mehr wahrnehmen kann. Da ist aber etwas, was nur im Tun wirklich erfaßt werden kann. Daher kann man schon sehen, was eigentlich dieses Eurythmische aus dem Kinde macht. Und so kann man sagen, daß durch dieses Ergreifen der inneren Harmo­nie zwischen dem oberen, dem mehr geistigen, und dem unteren, mehr leiblichen Menschen, wie es das Kind praktisch wollend erfaßt im Eurythmisieren, namentlich Willensinitiative geschaffen wird. Und das ist etwas, was wir heute vor allen Dingen heranerziehen müssen. Wer die Seelengeschichte der Gegenwart beobachten kann, weiß, daß es an Willensinitiative fehlt. Die brauchen wir als etwas, was dem sozialen Leben eingefügt werden muß. Und die Kunst, zur Willensinitiative zu führen, die ist es, die wir vor allen Dingen in der Erziehungspraxis nötig haben.
Das, was ich mit ein paar Worten andeuten wollte, werden Sie in der eurythmischen Betätigung von Waldorfschul-Kindern selber anschauen können. Und ich hoffe, daß womöglich in alle Gemüter, das, was sich nun hier vor Ihnen in kindlicher Lust, in kindlicher Freude, in kindlicher Munterkeit abspielt, eine Bestätigung sein kann dessen, was ich eben vor Sie mit Worten hingestellt habe.

dat hij niet aan de ene kant een lichaam heeft en aan de andere kant een ziel en een geest.
Dan kun je lang vragen: welke relatie bestaat er tussen lichaam en ziel? – Het is zo uitgesproken komisch hoe vaak dat gevraagd wordt. Men wil dikwijls theoretische constructies maken hoe het ene op het andere inwerkt; wanneer je het ervaart – en je ervaart het in de euritmie – krijgt de vraag een heel ander karakter. Dan vraag je: hoe werkt wat als lichaam en ziel een eenheid vormen, eenzijdig als ziel en eenzijdig als lichaam. De vraagstelling zal heel anders worden wanneer je de dingen scherp inziet. Hier is niets theorie, niets theoretiserends, alles is praktisch en in overeenstemming met de werkelijkheid.
Daar staat tegenover dat men zegt over wat hier gebeurt: de antroposofie wil in droomland verkeren. In tegendeel: antroposofie wil het direct praktische leven in. Met name begrijpt men in het huidige leven de materie niet, omdat men de geest in de materie niet meer kan waarnemen. Er is echter iets wat alleen in het doen echt begrepen kan worden. Daardoor kun je zien wat de euritmie eigenlijk van het kind maakt. Je kan dus zeggen dat er door dit begrijpen van de innerlijke harmonie tussen de bovenmens, de meer geestelijke mens en de ondermens, de meer lichamelijke mens; hoe het kind het praktisch willend begrijpt bij het euritmie doen, vooral wilsinitiatieven ontstaan. En die moeten we vooral nu in de opvoeding ontwikkelen. Wie de ontwikkeling van de ziel in de tegenwoordige tijd kan waarnemen, weet, dat er een gebrek is aan wilsinitiatief. Dat hebben we nodig als iets wat we toe moeten voegen aan het sociale leven. En de kunst, om tot wilsinitiatieven te komen, hebben we vooral nodig in de praktijk van de opvoeding.
Wat ik met een paar woorden wilde aanduiden kan u in het euritmiseren van de vrijeschoolkinderen zelf waarnemen. En ik hoop dat het zo mogelijk voor ieders gevoel, wat zich hier nu aan kinderlijk plezier, kinderlijke vreugd, kinderlijke opgetogenheid afspeelt, een bevestiging kan zijn van wat ik zo even voor u met woorden heb neergezet.
GA 304A/56-59
Niet vertaald

*Cilia Hogerzeil, tot 29 okt. 2017 artistiek directeur van Muziektheater Hollands Diep te Dordrecht zegt in Trouw- Letter en geest van 30-10-2017: De taal bepaalt een groot deel van de communicatie. Het lichaam liegt niet. Daarom hou ik zo van theatermaken. Om die communicatie uit te vergroten en zo, wat verstopt is in woorden, zichbaar te maken,

Das aber muß Grundlage einer wirklichen Erziehungskunst sein, daß wir das, was von der Kunst selber kommen kann, fruchtbar machen für die Erziehung. Künstlerisches wird ja schon entwickelt, wenn wir das Schreiben aus dem Malen herausholen. Aber wir sollten uns darüber klar sein, welches ungeheuer bedeutungsvolle Moment gerade für die Wil­lensbildung zum Beispiel in dem Musikalischen liegt. Dieses Musikali­sche lernt man ja erst schätzen, wenn man die Erziehung auf eine wirkliche, wahre Menschenerkenntnis stellt. Dann aber kommt man auf etwas anderes noch. Man kommt zu der Eurythmie. Die Eurythmie ist eine Kunstform, die sozusagen aus geisteswissenschaftlicher Forschung hervorgeholt worden ist als ein Erfordernis für unser Zeitalter. Aus einer für die Menschenerkenntnis fundamentalen Tatsachenreihe kennt ja die heutige Wissenschaft nur ein kleines Detail. Es ist dies, daß man weiß:
bei Rechtshändern, also bei den meisten Menschen, liegt das Sprachzen­trum in der linken dritten Stirnwindung des Gehirns, dagegen haben es die Linkshänder auf der rechten Seite. Das ist ein kleines Detail. Die Geisteswissenschaft zeigt uns für die Pädagogik, daß alles Sprechen ausgeht von demjenigen, was im weitesten Umfange Bewegung der Gliedmaßen im kindlichen Alter ist. Natürlich handelt es sich dabei 304a/120 mehr um die Art, wie der Mensch veranlagt ist, als es die mehr oder weniger zufällige Wirklichkeit gibt. Wenn jemand sich in jugendlichem Alter den Fuß verletzt, so übt das keinen großen Einfluß aus in bezug auf das, was ich jetzt im Auge habe. Aber wenn wir darauf eingehen, um was es sich bei der Sprache eigentlich handelt, so kommen wir darauf, daß, wenn wir uns Impulse aneignen, die namentlich in dem Gliedma­ßenrhythmus unseres Sprechens liegen, wir dabei ausgehen von dem Schritt des Menschen, von jeder Gebärde, die mit Beinen und Füßen ausgeführt wird. Was in der Gliederbewegung liegt, was zum Beispiel in den Füßen selber liegt, das geht auf eine geheimnisvolle Weise durch eine innere organische Metamorphose als Impuls in die vordersten Sprach-werkzeuge über. Namentlich in der Konsonantenbildung lebt das. Ebenso lebt das auch in den Sprachformen, was das Kind in der Bewegung seiner Hände ausführt. Die Sprache ist nur umgesetzte Gebärde. Und wer die Sprache kennt, wie sie aus Konsonanten und Vokalen hervorgeht, der sieht darin die umgesetzten Bewegungen von irgendwelchen Gliedmaßen des Menschen. Es ist ja das, was wir ausspre­chen, eine Art Luftgebärde… [Lücke]
So kann tatsächlich auf dem Wege einer künstlerisch-pädagogischen Methode dasjenige in die Erziehung hineinkommen, was aus einer wirklichen Menschenerkenntnis fließen kann. Und damit wird der, welcher im Sinne dieser pädagogischen Kunst eben erziehen und unter­richten wird, zum Erziehungskünstler gemacht werden.

Een basis voor een echte opvoedkunst moet zijn, dat wij, wat vanuit de kunst zelf kan komen, vruchtbaar maken voor de opvoeding. Het kunstzinnige wordt al ontwikkeld, wanneer we het schrijven uit het schilderen laten komen. Maar we zouden ons wel bewust moeten zijn van wat voor een ongehoord belangrijk gezichtspunt we met name voor bijv. de wilsvorming hebben in het muzikale. Dit muzikale leer je pas naar waarde schatten, wanneer je de opvoeding op een echte, ware menskunde baseert. Dan kom je ook nog op iets anders. De euritmie is een vorm van kunst die bij wijze van spreken vanuit geesteswetenschappelijk onderzoek tot stand is gekomen als een noodzaak voor onze tijd. Van een voor de menskunde fundamentele feitenreeks kent de huidige wetenschap maar een fractie. Dit weet men:
bij rechtshandigen, dus bij de meeste mensen, ligt het spraakcentrum in de linker derde hersenwinding van de hersenen; de linkshandigen hebben dat daarentegen aan de rechterkant. Dat is een klein detail. De geesteswetenschap laat ons voor de pedagogie zien, dat het gehele spreken uitgaat van wat in de ruimste mate beweging van de ledematen is in de kinderleeftijd. Natuurlijk gaat het daarbij meer om wat voor aanleg de mens heeft, dan de meer of minder toevallige werkelijkheid. Wanneer iemand in zijn jeugd zijn voet pijn doet, is dat niet zo van invloed op wat ik nu op het oog heb. Maar als we nader ingaan op het spreken, waarom het eigenlijk gaat, komen we erop dat, wanneer we impulsen ontwikkelen die met name in het ledematenritme van ons spreken liggen, dat we daarbij uitgaan van hoe de mens loopt, van ieder gebaar dat met de benen en de voeten gemaakt wordt. Wat in de ledematenbeweging zit, bijv. in de voeten, gaat op een geheimzinnige manier door een innerlijke metamorfose als impuls naar de voorste spraakorganen. Met name zit dat in de vorming van de medeklinkers. Net zo leeft dat ook in de spraakvormen, in wat het kind met het bewegen van zijn handen doet. Spraak is slechts omgevormd gebaar. En wie de spraak kent, hoe ze uit medeklinkers en klinkers ontstaat, ziet daarin de omgevormde bewegingen van wat voor ledematengebaar van de mens dan ook. Wat we uitspreken, is ook een soort luchtgebaar…..(weggevallen tekst in het stenogram)

Zo kan er inderdaad langs de weg van een kunstzinnig-pedagogische methode in de opvoeding komen, wat uit een echte menskunde voortvloeien kan. En daarmee zal degene die in de geest van deze pedagogische kunst wil lesgeven, een onderwijskunstenaar worden.
GA 304A/119-120
Niet vertaald

GA 305

blz. 158

Gestatten Sie, daß ich noch ein paar Worte spreche über die Bedeu­tung des eurythmischen Unterrichts und der Erziehung, welche für das Kind gerade aus dem Eurythmieunterricht hervorgehen kann. Ich möchte das erläutern an den Figuren, die im Atelier in Dornach gemacht worden sind, und die in einer gewissen künstlerischen Weise darstellen sollen dasjenige, was eigentlich der Inhalt des Eurythmischen ist. Zu­nächst sind diese Figuren allerdings mehr bestimmt, eine Grundlage zu geben für die künstlerische Anschauung der Eurythmie. Ich werde aber auch in der Lage sein, in bezug auf das Pädagogisch-Didaktische gerade aus diesen Figuren heraus einzelnes vor Ihnen klarzumachen. Es handelt sich darum, daß ja die Eurythmie wirklich eine sichtbare Sprache ist, keine mimische Äußerung, keine pantomimische Äußerung und auch keine gewöhnliche Tanzkunst. Geradeso wie der Mensch partielle Organe in Regsamkeit, in Tätigkeit bringt, wenn er singt oder wenn er spricht, so kann man auch den ganzen Menschen in diejenigen Bewegungen bringen, die eigentlich der Kehlkopf und seine Nachbar-organe ausüben wollen. Aber sie kommen nicht dazu, sie unterdrücken sie gleich, und da werden die anderen Bewegungen, die dann so ver­laufen, daß sich dasjenige, was eigentlich im Kehlkopf, sagen wir, diese Bewegung werden will, so daß sich die Kehlkopfflügel nach außen öffnen: A, das wird im Moment des Entstehens, im Status nascendi untergraben, wird in eine solche Bewegung verwandelt, in die der Gedankeninhalt der Sprache hineinversetzt werden kann, und in eine Bewegung, die dann in die Luft übergehen kann und gehört werden kann. Die zugrundeliegende Bewegung, die eigentlich innermenschliche Bewegung, sagen wir das A, Sie haben sie hier (die Figur wird gezeigt). Das will der ganze Mensch machen, wenn er in A ausbricht. Und so kann man jede Äußerung des Gesanges und der Sprache in der Bewegung, die eigentlich der ganze Mensch ausführen will, aber im Status nascendi aufhält, sichtbar machen. So kann man zu jeder solchen Bewegungsform kommen.
Geradeso wie es Formungen gibt des Kehlkopfes und der anderen Sprachorgane für A, I, L, M, so gibt es die entsprechenden Bewegungen, Bewegungsformen. Diese Bewegungsformen, sie sind daher diejenige Offenbarung des Willens, für die sonst die Offenbarungen des Gedankens

Staat u mij toe, dat ik nog enkele woorden spreek over de betekenis van het euritmie-onderwijs en de opvoeding, die voor het kind juist uit dit euritmie-onderwijs voortvloeit. Ik zou dat willen verduidelijken aan de hand van deze figuren, die in het atelier in Dornach vervaardigd zijn, en die op een bepaalde, kunstzinnige wijze moeten tonen, wat eigenlijk het euritmische inhoudt. Deze figuren zijn weliswaar in de eerste plaats bestemd om een grondslag te bieden voor het kunstzinnig beschouwen van de euritmie, maar ik zal ook in staat zijn aan de hand van deze figuren enkele details voor u te verduidelijken met betrekking tot het pedagogisch-didactische.
Het gaat erom, dat de euritmie in feite een zichtbare taal is, geen mimische expressie, geen pantomimische expressie, en ook geen gewone danskunst. Zoals de mens een deel van zijn organen beweegt, activeert, wanneer hij zingt of spreekt, zo kan ook de gehele mens gebracht worden in de bewegingen, die eigenlijk het strottenhoofd en de nabijgelegen organen moeten uitvoeren. Die komen echter niet zover, en onderdrukken ze meteen, en ze worden dan tot andere bewegingen, die dan zo verlopen, dat hetgeen eigenlijk in het strottenhoofd, laten we zeggen, een beweging wil worden waarbij de stembanden zich naar buiten toe openen: A, op het moment van ontstaan, in status nascendi teruggehouden wordt en omgezet in een beweging waarin de gedachteninhoud van de taal gevangen kan worden, in een beweging ook, die dan op de lucht kan overgaan en kan worden gehoord. De basisbeweging, eigenlijk een beweging van de innerlijke mens, van, laten we zeggen, de A, die hebben we hier (de figuur wordt getoond). Dat is wat de hele mens wil doen als hij zich in de A-klank uit. En zo kan men elke uiting van gezang en taal zichtbaar maken in de beweging, zoals eigenlijk de gehele mens die wil uitvoeren, maar die hij in de kiem smoort. Zo kan men tot elk van die bewegingsvormen komen.
Zoals het strottenhoofd en de andere spraakorganen zich op een bepaalde manier vormen bij A, I, L, M, zo zijn er ook overeenkomstige bewegingen, bewegingsvormen. Deze bewegingsvormen zijn dus uitingsvormen van de wil, waarvoor anders de uitingen van de

blz. 159

und des Willens, im Sprechen und Singen bestehen. Das Gedank­liche, das rein abstrakte Gedankliche, das in der Sprache ist, wird hier herausgenommen, und alles, was sich aussprechen will, in die Bewe­gung selbst hineinversetzt; so daß die Eurythmie im weitesten Sinne eine Bewegungskunst ist. Genau ebenso wie Sie das A hören können, können Sie das A anschauen, wie Sie das I hören können, können Sie das I anschauen.
Nun ist in diesen Figuren das angestrebt, daß in der plastischen Gestaltung des Holzes die Bewegung vor allen Dingen festgehalten ist. Die Figuren sind nach einem Dreifarbenprinzip gebildet. Es ist die Grundfarbe da, die eigentlich überall die Bewegungsform zum Aus­druck bringen soll. Aber wie in unsere Lautsprache das Gefühl hinein-strömt, so kann das Gefühl auch hinunterströmen in die Bewegung. Denn wir sprechen ja nicht nur einen Laut, sondern wir geben dem Laute eine Gefühlsfärbung. Das können wir auch in der Eurythmie. Und da wirkt ein stark unterbewußtes Moment in die Eurythmie hinein. Wenn der Akteur, der Darsteller imstande ist, dieses Gefühl künstlerisch in seine Bewegungen hineinzulegen, dann wird man dieses Gefühl auch mitfühlen, wenn man die eurythmischen Bewegungen sieht. Hier ist noch das in Betracht gezogen, daß der Schleier, der getragen wird, diesen Gefühlen folgen soll. So daß also dasjenige, was hier (bei den Figuren) als zweite Farbe vorzugsweise auf den Schleier verwendet ist, darstellt die Gefühlsnuance für die Bewegung. Sie haben also eine erste Grundfarbe, die drückt die Bewegung selber aus, eine zweite daraufgesetzte Farbe, die vorzugsweise im Schleier zum Aus­drucke kommt, die drückt die Gefühlsnuance aus. Aber der euryth­mische Akteur muß die innere Kraft haben, dieses Gefühl in die Bewe­gung hineinzulegen, so wie es einen Unterschied macht, ob ich zu jeman­dem sage: Komm zu mir! – befehlend – oder: Komm zu mir! – freund­lich auffordernd. Das ist die Gefühlsnuance. So stellt dasjenige, was hier in der zweiten Farbe zum Ausdrucke kommt, und was dann in den Schleier hinein fortgesetzt wird, die Gefühlsnuance der eurythmischen Sprache dar.
Und das dritte bringt Charakter, das starke Willenselement hinein. Das kommt nur dadurch in die Eurythmie hinein, daß der eurythmische

gedachte en de wil door het spreken en zingen bestaan. Hetgeen in de taal tot de gedachten behoort, tot de zuiver abstracte gedachten, wordt hierbij daaruit gelicht, en al hetgeen zich wil uitspreken wordt gelegd in de beweging zelf, zodat de euritmie een bewegingskunst is in de meest ruime zin. Net zoals u de A kunt horen, kunt u de A zien, zoals u de I kunt horen, kunt u de I zien.

Nu is er bij deze figuren naar gestreefd, dat in de plastische vormgeving van het hout vóór alles de beweging behouden bleef. Bij de vervaardiging van deze figuren is van de kleuren uitgegaan. Er is een basiskleur, die eigenlijk steeds de bewegingsvorm tot uitdrukking moet brengen. Maar zoals het gevoel binnenstroomt in onze klankentaal, zo kan het gevoel ook naar omlaag stromen tot in de beweging. Want wij spreken immers niet alleen een klank uit, wij kleuren die klank ook met een gevoel. In de euritmie kunnen wij dat ook doen. En daarmee heeft een sterk onderbewuste factor zijn werkzaamheid binnen de euritmie.
Als de acteur, de opvoerende, in staat is om dit gevoel op kunstzinnige wijze te leggen in zijn bewegingen, dan zal men dit gevoel ook mee-voelen, wanneer men de euritmische bewegingen ziet. Daarbij zij nog in aanmerking genomen, dat de sluier die gedragen wordt, dat gevoel dient te volgen. Zodat dus hetgeen hier (bij de figuur) als tweede kleur bij voorkeur op de sluier is toegepast de gevoelsnuance voor de beweging vertegenwoordigt. We hebben hier dus een eerste basiskleur, die de beweging zelf uitdrukt, en een tweede kleur daarboven, die bij voorkeur in de sluier tot uitdrukking komt, en die gevoelsnuance uitdrukt. Maar de euritmische acteur moet de innerlijke kracht bezitten, dit gevoel in de beweging te leggen, zoals het verschil uitmaakt of ik tegen iemand zeg: Kom bij me! – als een bevel – of: Kom bij me. – als een vriendelijk verzoek. Dat is de gevoelsnuance. Zo vertegenwoordigt hetgeen hier in de tweede kleur tot uitdrukking komt, en dan in de sluier zijn voortzetting vindt, de gevoelsnuance van de euritmische taal.
En het derde brengt karakter, het krachtige wilselement met zich mee. Dit wordt slechts in de euritmie gebracht, doordat de euritmische

blz. 160

Akteur in der Lage ist, mitzuempfinden seine Bewegungen und daß er sie in sich selbst ausdrückt. Der Kopf eines eurythmisierenden Akteurs sieht ganz anders aus, ob er die Muskeln im linken Haupte etwas spannt und im rechten etwas schlaff läßt, wie es zum Beispiel hier angedeutet ist durch die dritte Farbe. Sie können das beobachten, immer die dritte Farbe zeigt das Willensmäßige an. Hier zum Beispiel wird an der linken Seite etwas gespannt, und hier über den Mund hinüber; hier (bei einer anderen Figur) wird die Stirne etwas gespannt, die Muskeln der Stirne etwas gespannt. Das gibt dann – ausstrahlend von dieser leisen Spannung, denn das strahlt in den ganzen Organismus aus, was da leise gespannt wird -, das gibt dem Ganzen einen innerlichen Charakter. Und aus dieser Bewegung, die durch die Grundfarbe ausgedrückt ist, aus der Gefühlsnuance, die durch die zweite Farbe ausgedrückt wird, und aus diesem Willenselemente – das ganze Element ist Willensele­ment, aber da wird der Wille noch besonders daraufgesetzt -, aus dem setzt sich die eigentliche eurythmische Kunst zusammen.
Will man daher irgend etwas eurythmisch festhalten, so muß man aus dem Menschen heraussondern dasjenige, was bloß eurythmisch ist. Würden hier Figuren stehen mit schön gemalten Nasen und Augen und schönem Mund, das könnten ja schöne Malereien sein; aber bei der Eurythmie handelt es sich nicht darum, hier ist nur das gemalt und gebildet, was das Eurythmische am eurythmisierenden Menschen ist.
Der eurythmisierende Mensch ist so, daß es bei ihm auf das spezielle Gesicht nicht ankommt. Es kommt nicht darauf an. Es ist natürlich so, daß von selbst bei einem gesunden Eurythmisierenden nicht zu einer freudigen Bewegung ein griesgrämiges Gesicht gemacht wird, aber das ist ja sonst auch, wenn man spricht, der Fall. Aber eine Physiognomie des Gesichtes, die nicht eurythmisch ist, die wird nicht angestrebt. Zum Beispiel: es kann einer eine A-Bewegung dadurch machen, daß er die Augenachse nach außen hält. Das ist eurythmisch, das geht. Aber es geht nicht, daß irgendeiner, so wie es in der mimischen Kunst ist, beson­dere Kinkerlitzchen – so sagt man im Deutschen – mit den Augen macht, und das sieht aus wie eine Grimasse, was man oftmals verlangt als einen besonderen mimischen Ausdruck des Gesichtes. Es muß am Eurythmisierenden alles eurythmisch sein.

acteur in staat is zijn bewegingen mee te voelen, en ze in zichzelf uit te drukken. Het hoofd van een acteur die euritmiseert ziet er heel anders uit wanneer hij de spieren aan de linkerkant van zijn hoofd wat spant en ze rechts wat ontspant, zoals dat hier bijvoorbeeld door de derde kleur is aangeduid. U kunt zien, dat de derde kleur steeds op het wilsmatige wijst. Hier wordt bijvoorbeeld de rechterkant een beetje gespannen, en hier boven de mond. Hier (bij een andere figuur) wordt het voorhoofd wat strakker getrokken, worden de spieren van het voorhoofd wat gespannen. Die lichte spanning heeft dan een uitstraling, dat lichte spannen straalt uit tot in het gehele organisme, en dat geeft dan aan het geheel een innerlijk karakter. En uit de beweging, die door de basiskleur wordt uitgedrukt, uit de gevoelsnuance, die door de tweede kleur wordt uitgedrukt, en uit dit wilselement – het behoort allemaal tot het wilselement, maar dat nog eens extra benadrukt wordt door het laatste -, daaruit bestaat de eigenlijke euritmische kunst.
Daarom, wil men het een of ander euritmisch vastleggen, dan moet men bij de mens datgene eruit lichten, wat zuiver euritmisch is. Als er hier figuren zouden staan met een prachtig geschilderde neus en ogen, en met een fraaie mond, dan zouden dat best hele mooie schilderijen kunnen zijn, maar bij de euritmie gaat het daar niet om; hier is slechts afgebeeld en geschilderd hetgeen euritmisch is aan de mens die euritmiseert.
Bij wie euritmiseert is het zo, dat zijn specifieke gelaat niet van belang is. Daar gaat het niet om. Het is natuurlijk wel zo dat een gezonde euritmist bij een vreugdevolle beweging geen chagrijnig gezicht zal trekken, maar dat is immers anders, wanneer men gewoon spreekt, ook het geval. Maar een niet-euritmische fysionomie wordt niet nagestreefd. Bijvoorbeeld: iemand kan een A-beweging maken door de oogas naar buiten te doen afwijken. Dat kan, dat is euritmisch. Maar wat niet kan is, dat iemand zoals dat in de mimische kunst gaat, op een vreemde manier met de ogen rolt, zodat het er uitziet als een grimas, wat men als een speciale mimische gelaatsuitdrukking vaak wenst te zien. Aan wie euritmiseert, moet

blz. 161

Daher wurde hier einmal in einer Art Expressionskunst dasjenige aus dem Menschen herausgeholt, was nur Eurythmie ist, alles andere weggelassen, und man bekommt eigentlich auf diese Weise nur einen künstlerischen Ausdruck. Denn es ist ja in aller Kunst so, daß man nur mit gewissen Kunstmitteln dasjenige zum Ausdrucke bringt, was eben eine Kunst darstellen kann. Sie können eine Statue nicht sprechen lassen; Sie müssen also in der Formung des Mundes, des ganzen Gesichtes dasjenige ausdrücken, was Sie als seelischen Ausdruck haben wollen. So nützt es auch nichts, hier naturalistische Menschen zu malen, sondern das zu malen, was unmittelbar als Eurythmisches herauskommt.
Nun ist es natürlich, daß wenn ich hier vom Schleier spreche, man nicht nach jedem Laut den Schleier wechseln kann; aber man findet all­mählich heraus, daß wenn man einmal in diese Gefühlsnuance, in diese Stimmung sich hineinversetzt für ein Gedicht, dann hat ein ganzes Gedicht eine A-Stimmung oder eine B-Stimmung. Dann kann man für das ganze Gedicht in irgendeiner Schleierfarbe die Sache zurecht­machen.
Ebenso ist es mit der Farbgestaltung. Hier habe ich für jeden ein­zelnen Laut Schleier, Form, Farbenzusammenstellung und so weiter dargestellt. Man muß bei einem Gedicht gewissermaßen die Grundnote haben. Diese Grundnote gibt dann die Schleierfarbe, überhaupt die ganze Zusammenstellung, die man durch das Gedicht festhalten muß, sonst müßten sich die Damen die Schleier fortwährend wechseln, fort­während Schleier abwerfen, andere Schleier anziehen, und die Sache würde noch komplizierter werden als sie schon ist, und die Leute wür­den sagen, sie verstehen sie noch weniger. Aber es ist durchaus so: hat man einmal die Lautstimmung, kann man sie auch durch ein ganzes Gedicht festhaltend und nur durch die Bewegungen variierend den Über­gang von einem Laut zum anderen, einer Silbe zur anderen, von einer Stimmung zu der anderen und so weiter machen.
Nun, ich habe, da ich heute pädagogisch-didaktische Zwecke habe, hier die Eurythmiefiguren so aufgestellt, daß Sie sie in der Reihenfolge sehen, wir das Kind die Laute lernt. Das Kind lernt von klein auf die Laute so, daß der erste Laut im wesentlichen derjenige ist, der als A tönt. In dieser Reihenfolge fortgeschritten, ungefähr natürlich, es gibt

alles euritmisch zijn.
Daarom is hier eens in een soort expressieve kunst alles wat alleen euritmie is uit de mens naar voren gehaald en al het andere weggelaten, en eigenlijk is slechts op deze manier kunstzinnige expressie mogelijk. Want het is immers bij alle kunst zo, dat men slechts met bepaalde middelen tot uitdrukking brengt wat nu eenmaal die kunst kan uitbeelden: U zou een beeldhouwwerk niet kunnen laten spreken; u moet dus in de vormgeving van de mond, van het hele gezicht, uitdrukken, wat u als uitdrukking van de ziel wilt tonen. Zo heeft het ook geen nut, hier op naturalistische wijze mensen te schilderen, maar moet er geschilderd worden hetgeen direct als euritmie verschijnt.
Als ik het hier over de sluier heb, dan spreekt daarbij natuurlijk vanzelf, dat er niet na elke klank van sluier verwisseld kan worden, maar langzamerhand ontdekt men, dat als men zich eenmaal voor een gedicht in deze gevoelsnuance, in deze stemming verplaatst heeft, dat dan het hele gedicht een A- of een B-stemming bezit. Men kan dan voor het hele gedicht de sluier in een of andere kleur nemen.
Zo ligt het ook voor wat betreft het verder gebruik van kleur. Ik heb hier voor elke afzonderlijke klank sluier, vorm, kleurcompositie, enzovoorts beschreven. Bij een gedicht moet men tot op zekere hoogte de grondtoon kennen. Die grondtoon levert dan de kleur van de sluier op, en trouwens het hele samenstel, dat men dan door het hele gedicht heen dient te behouden, want anders zouden de dames steeds van sluier moeten verwisselen, voortdurend sluiers moeten afdoen en andere sluiers moeten aantrekken, en alles zou nog veel ingewikkelder worden dan het al is, en de mensen zouden zeggen dat ze er nog minder van begrepen. Maar het is absoluut zo, dat als men eenmaal de stemming van de klank te pakken heeft, dan kan men die ook een heel gedicht lang vasthouden, en slechts door de bewegingen de overgang variëren van de ene klank op de andere, van de ene lettergreep op de andere, van de ene stemming op de andere enzovoorts.
Welnu, ik heb, daar ik vandaag pedagogisch-didactische doeleinden op het oog heb, de euritmie-figuren hier zodanig neergezet, dat u ze ziet staan in de volgorde waarin het kind, de klanken leert. Het kind leert van kleins af aan de klanken zó, dat de eerste klank in de grond van de zaak die is, welke als A klinkt. Voortgaande in de volgorde A, E, O, U, I, ongeveer, natuurlijk, die volgorde,

blz. 162

alle möglichen Abweichungen bei Kindern, aber in dieser Reihenfolge ungefähr: A, E, O, U, I, werden die Vokale durchschnittlich normal an­geeignet von dem Kinde. Wenn man in dieser Weise wiederum diese sichtbare Sprache der Eurythmie von dem Kinde ausüben läßt, dann ist es wie eine Auferstehung desjenigen, was das Kind erlebt hat beim Lautelernen als ganz kleines Kind, wie eine Resurektion, wie eine Auf­erstehung auf einer anderen Stufe. Das Kind erlebt noch einmal das, was es früher erlebt hat, in dieser eurythmischen Sprache. Und es ist das eine Befestigung desjenigen, was in dem Worte lieg, durch die Mittel des ganzen Menschen.
Dann, bei den Konsonanten ist es so, daß die Kinder lernen M, B, P, D, T, L, N; da würde noch ein NG sein müssen, wie zum Beispiel in gingen, das ist noch nicht gebildet; dann F, H, G, 5, R. R, dieser ge­heimnisvolle Buchstabe, der eigentlich drei Formen in der mensch­lichen Sprache hat, wird in Vollkommenheit erst zuletzt von den Kin­dern ausgeführt. Es gibt ein Lippen-R, ein Zungen-R, und ein R, das ganz rückwärts gesprochen wird.
So also kann man dasjenige, was das Kind in der Sprache in einem Parti alorganismus, im Sprachorganismus und im Gesangsorganismus lernt, das kann man auf den ganzen Menschen übertragen, zur sicht­baren Sprache ausbilden.
Wir werden dann, wenn einiges Interesse vorhanden sein sollte für solch eine expressionistische Kunst, auch weiteres ausbilden können, wie zum Beispiel Freude, Traurigkeit, wie Antipathie, Sympathie und anderes, was ja alles in Eurythmie darzustellen ist. Nicht nur die Gram­matik, sondern auch die Rhetorik kommt in der Eurythmie zurecht. Wir werden das alles ausbilden können. Dann wird man sehen, wie tatsächlich auch dieses geistig-seelische Turnen, das nicht nur in den physischen Menschen physiologisch hineinwirkt, sondern geistig­seelisch und leiblich-körperlich den Menschen bildet, in der Tat auf der einen Seite seinen pädagogisch-didaktischen Wert, auf der anderen Seite seinen künstlerischen Wert haben kann.
Nun, gestatten Sie, daß ich nur in Parenthese eben hinzufüge, daß diese Figuren von dem Eurythmielernenden nach dem Eurythmie­unterricht zum memorieren dienen können. Denn man soll nur ja nicht

want er zijn allerlei afwijkingen mogelijk bij kinderen, maakt het kind zich normaal gesproken de klinkers eigen. Als men de kinderen deze zichtbare taal van de euritmie weer laat beoefenen, dan is dat als een wederopstanding van hetgeen het kind heeft beleefd bij het leren van de klanken als zeer klein kind, als een verrijzenis, als een opstanding op ander niveau. Het kind beleeft hetgeen het vroeger beleefd heeft nog eens in deze euritmische taal. En dat is een bevestiging van hetgeen in het woord ligt, nu door middel van de gehele menselijke gestalte.
Bij de medeklinkers is het dan verder zo, dat de kinderen achtereenvolgens M, B, P, D, T, L, N leren; er zou daar nog een NG bij moeten zijn, zoals bijvoorbeeld in ‘gingen’, maar die is nog niet gevormd; dan verder F, H, G, S, R. De R, die geheimzinnige letter, die eigenlijk drie vormen kent in de menselijke taal, wordt in alle volledigheid pas als laatste door de kinderen uitgevoerd. Er bestaat een lippen-R, een tong-R en een R die helemaal achterin wordt gesproken.
Zo kan men dus hetgeen het kind in de taal leert voor wat betreft een deel-organisme in het spraakorganisme en het zangorganisme, overdragen op de gehele mens, en tot zichtbare taal vormen.
Wij zullen dan, wanneer er enige interesse zou blijken te bestaan voor een dergelijke expressionistische kunst, ook andere dingen kunnen uitbeelden, zoals bijvoorbeeld vreugde, verdriet, antipathie, sympathie en andere dingen die immers allemaal in euritmie zijn weer te geven. Niet alleen de grammatica, maar ook de retorica vindt in de euritmie een plaats. Dit zullen we allemaal kunnen uitbeelden. Dan zal men zien, dat ook deze spirituele gymnastiek in feite niet alleen een fysiologische invloed heeft op de mens, maar dat ze de mens lichamelijk en spiritueel vormt, en inderdaad enerzijds pedagogisch-didactische, en anderzijds kunstzinnige waarde kan bezitten.
Welnu, staat u mij toe dat ik als tussenopmerking toevoeg, dat deze figuren de euritmie-student na het euritmie-onderricht van dienst kunnen zijn als geheugensteun. Want men moet niet

blz. 163

glauben, daß Eurythmie etwas so Leichtes ist, daß man es in ein paar Stunden sich beibringen kann. Eurythmie muß wirklich gründlich er­lernt werden; aber zum Wiederholen können solche Eurythmiefiguren auch für diejenigen dienen, die eurythmische Kunst suchen, zu dem Wei­ter-sich-Hineinvertiefen. Man wird schon sehen, daß in den Formen selber, die hier verhältnismäßig einfach geschnitzt und bemalt sind, sehr viel liegt.
Das ist dasjenige, was ich heute sagen wollte über die eurythmische Kunst, namentlich insofern sie sich einfügen kann in das pädagogisch-didaktische Prinzip, wie wir es in der Waldorfschule zu pflegen suchen.

denken, dat euritmie zo iets gemakkelijks is, dat men het in een paar uur kan leren. Euritmie moet werkelijk grondig geleerd worden; maar bij het herhalen kunnen dergelijke euritmiefiguren ook van dienst zijn, voor degenen die zich met de euritmische kunst bezighouden, om zich daar verder in te verdiepen. Men ziet wel, dat in de vormen als zodanig, die hier betrekkelijk eenvoudig uit hout gesneden en beschilderd zijn, al heel veel ligt besloten.
Dat is hetgeen ik vandaag wilde zeggen over de euritmische kunst, met name voor zover deze zich kan inpassen in de pedagogisch-didactische beginselen, zoals wij die op de vrijeschool trachten na te streven.
GA 305/158-163
vertaald : Nu: opvoeding en kunst.
Eerder: Geestelijke grondslagen voor de opvoedkunst. Daaruit blz. 170-175

.

de andere klankfiguren vind je op VRIJESCHOOL in beeld

 

blz. 245

ANSPRACHE
zu einer Eurythmie-Aufführung Oxford, 18. August1922
Über die künstlerische Formensprache der Eurythmie

Meine sehr verehrten Anwesenden, gestatten Sie, daß ich mit ein paar Worten unsere Eurythmieaufführung einleite. Es soll das nicht ge­schehen, um die Vorstellung etwa zu erklären, denn jede Interpretation eines Kunstwerkes ist ja etwas Unkünstlerisches. Kunst muß durch sich selbst wirken und wird durch unmittelbare Anschauung ihren Eindruck machen. Da es sich aber bei unserer Eurythmie um eine Kunst­form handelt, welche sich gewisser Kunstmittel bedient, die heute noch ungewohnt sind, und welche aus künstlerischen Quellen schöpft, die ebenfalls heute noch ungewohnt sind, so gestatten Sie mir, daß ich über diese künstlerischen Quellen und diese künstlerische Formen-sprache ein paar Worte sage.
Man kann leicht Eurythmie verwechseln mit gewissen Nachbar-künsten, gegen die durchaus hier nichts gesagt werden soll, die voll anerkannt werden sollen, nur will eben Eurythmie etwas anderes sein, nicht Tanzkunst, nicht mimische Kunst, nichts Pantomimisches und dergleichen, sondern Eurythmie will durch das Kunstmittel einer wirk­lichen sichtbaren Sprache wirken. Es sind nicht Gebärden, es ist nicht mimischer, pantomimischer Ausdruck, was Sie hier auf der Bühne sehen werden, sondern es sind Bewegungen des einzelnen Menschen in seinen Gliedern, oder Bewegungen und Stellungen von Menschengruppen, die eine wirkliche sichtbare Sprache darstellen. Man kann nämlich das­jenige studieren, was innerlich im Menschen übersinnlich geschieht, wenn der Mensch singt, also wenn sich der Ton herausgestaltet aus sei­nem Organismus, und man kann studieren, was im Menschen geschieht, wenn sich der Laut der Sprache herausgestaltet aus seinem Organismus. Durch eine Art sinnlich-übersinnlichen Schauens entdeckt man da, daß Bewegungsabsichten, ich sage nicht Bewegungen, sondern Bewegungs­absichten, den ganzen Menschen durchwellen und durchweben.

TOESPRAAK
bij een euritmie-uitvoering Oxford, 18 augustus 1922

Zeer geachte aanwezigen,
Staat u mij toe dat ik met een paar woorden onze euritmie-uitvoering inleid. Dat gebeurt niet om de voorstelling uit te leggen of zoiets, want iedere interpretatie van een kunstwerk is iets onkunstzinnigs. Kunst moet door zichzelf een werking hebben en zal door het directe bekijken een indruk maken. Omdat het echter bij onze euritmie om een kunstvorm gaat die zich van bepaalde kunstzinnige middelen bedient die tegenwoordig nog ongebruikelijk zijn en die uit kunstzinnige bronnen put die eveneens tegenwoordig nog ongewoon zijn, sta mij daarom toe dat ik over deze kunstzinnige bronnen en deze kunstzinnige vormentaal een paar woorden zeg.
Men kan euritmie gemakkelijk verwisselen met bepaalde soortgelijke kunsten, waartegen hier zeker niets gezegd wordt, die volledig erkend moeten worden; alleen, euritmie wil nu eenmaal iets anders zijn, geen danskunst, geen mimische kunst, geen pantomime en dergelijke, maar euritmie wil door het kunstmiddel van een werkelijk zichtbare taal werken. Het zijn geen gebaren, het is geen mimische, pantomimische expressie wat u hier op het toneel zal zien, maar het zijn bewegingen van individuele mensen met de ledematen of bewegingen en houdingen van groepen mensen die een echte zichtbare taal vertonen. Je kan namelijk bestuderen wat er inwendig in de mens bovenzintuiglijk gebeurt, wanneer de mens zingt, dus wanneer de toon vanuit zijn organisme naar buiten gevormd wordt en je kan bestuderen wat er in een mens gebeurt wanneer de klank van het spreken uit zijn organisme naar buiten gevormd wordt. Door een soort zintuiglijk-bovenzintuiglijk waarnemen ontdek je dat er impulsen om te bewegen, ik zeg niet bewegingen, maar impulsen om te bewegen door de hele mens heen golven.

blz. 246

Diese Bewegungsabsichten werden im Momente ihres Entstehens aufgehalten und verwandeln sich in einzelne Organbewegungen des Kehlkopfes und seiner Nachbarorgane, die dann mitgeteilt werden der Luft und so den Gesangston, das Musikalische oder auch den Sprach-ton, das Lautliche vermitteln.
Dasjenige, was durch ein übersinnliches Schauen als Bewegungs-absichten im Menschen entdeckt werden kann, kann als Anfangs-entfaltung, als sichtbarer Anfang sich entfalten als eine sichtbare Sprache, wenn man die entdeckten Bewegungsabsichten auf den gan­zen Menschen oder auf Menschengruppen überträgt. So daß Sie sehen werden, namentlich ausdrucksvollste Glieder des menschlichen Orga­nismus, die Arme, die Hände sich bewegen.
Das soll nicht in der einzelnen Gebärde gedeutet werden. Es sollen nicht einzelne Gebärden bezogen werden auf irgend etwas Seelisches, geradesowenig wie der einzelne Laut auf irgend etwas Seelisches be­zogen werden soll unmittelbar, sondern in seiner Konfiguration, in seinem Zusammenhang mit den anderen Lauten und so weiter. Und so ist es auch mit der Eurythmie. Sie soll durch dasjenige, was als Bewe­gung vorgeführt wird, ihren unmittelbaren Eindruck machen.
Und auf diese Art kann man, wenn Eurythmie begleitet wird von dem Musikalischen, sichtbar singen. Man kann, wenn es sich handelt um Dichterisches, wenn Gedichte deklamiert und rezitiert werden, mit der sichtbaren Sprache der Eurythmie die Dichtungen zum Ausdruck, zur Offenbarung bringen. Nichts Nebuloses ist dabei, sondern durch­aus etwas, was mit derselben Selbstverständlichkeit als Bewegung aus dem ganzen Menschen kommt, wie der Laut und der Ton aus dem Kehlkopf kommen.
Daher sollte man auch ein Gefühl, eine Empfindung entwickeln mehr für die Aufeinanderfolge der Bewegungen als für die einzelnen Bewegungen. So wie es sich im Musikalischen um den melodischen oder um den harmonischen Zusammenklang der aufeinanderfolgenden Töne handelt, nicht um den einzelnen Ton, so handelt es sich hier nicht um die einzelne Bewegung, sondern um dasjenige, was aus der Bewe­gung heraus gestaltet wird.
Dann aber, wenn man also diesen sichtbaren Gesang oder diese

Deze bewegingsimpulsen worden op het ogenblik dat ze ontstaan geremd en worden omgevormd in aparte orgaanbewegingen van het strottenhoofd en de organen die erbij horen, wat dan aan de lucht overgebracht wordt en zo de zangtoon, het muzikale of ook de spreektoon, de klank mogelijk maken.
Hetgeen door een bovenzintuiglijk waarnemen als bewegingsimpuls ontdekt kan worden, kan als een eerste ontwikkeling, als een zichtbaar begin zich ontplooien als een zichtbare taal, wanneer je de bewegingsimpulsen die je hebt ontdekt overbrengt op de hele mens of op de groep. Zodat u kan zien hoe met name de ledematen van het menselijk organisme, de armen, de handen zich met zeer veel uitdrukking bewegen.
Je moet niet het aparte gebaar willen verklaren. Een paar gebaren moeten niet verbonden worden met iets van het gevoel, net zomin als je een losse klank meteen op iets van het gevoel kan betrekken, maar in een geheel, in zijn samenhang met de andere klanken enz. En zo is dat ook met euritmie. Ze moet door wat ze als bewegingen laat zien een directe indruk maken.
Op deze manier kun je, wanneer euritmie begeleid wordt door muziek, zichtbaar zingen. Je kan, wanneer het om poëzie gaat, wanneer er gedichten voorgedragen worden en gereciteerd, met het zichtbaar spreken van de euritmie deze gedichten tot uitdrukkingbrengen, inzichtelijk maken. Daar is niets vaags aan, maar juist iets wat met dezelfde vanzelfsprekendheid als beweging uit de totale mens komt, zoals de klank en de toon uit het strottenhoofd komen.
Daarom zou je ook meer een gevoel, een invoelen moeten ontwikkelen voor de volgorde van de bewegingen dan voor de aparte bewegingen. Net zoals het bij muziek gaat om het melodieuze of om de harmonische samenklank van de elkaar opvolgende tonen, niet om de losse toon, zo gaat het hier niet om de aparte beweging, maar om wat vanuit de bewegingen vorm gegeven wordt.
Dan echter, wanneer je dus dit zichtbare zingen of dit

blz. 247

sichtbare Sprache hat, muß man sie erst künstlerisch gestalten. Euryth­mie ist zunächst bloß Sprache, bloß Ton. Das künstlerisch Geschaute, das soll dann zustande kommen, indem nachgefühlt wird einem Musi­kalischen, oder nachgefühlt wird einem Dichterischen dasjenige, was darinnen ist schon an verborgener Eurythmie. Denn das muß immer betont werden: Der wahre Dichter hat diese verborgene Eurythmie, die hier sichtbarlich zum Ausdrucke kommt, schon in seiner Seele, wenn auch unbewußt. Er gestaltet aus dem ganzen Menschen heraus, nicht bloß aus einem einzelnen Organ, seine Dichtung, wenn sie ein wirkliches Kunstwerk sein soll. – Daher, wenn Gedichte parallelgehend der Eurythmieaufführung deklamiert oder rezitiert werden, handelt es sich darum, daß auch da Deklamations- und Rezitationskunst in einer anderen Form auftreten muß als etwa in einer bloßen Betonung des Prosainhaltes.
Bei der Dichtung handelt es sich um die Gestaltung des Sprachlichen, so daß dasjenige, was im Sprachlichen musikalisch ist, oder im Sprach­lichen bildhaft, lautbildhaft gestaltet ist, bei der Deklamation und Rezi­tation herauskommen muß, sonst würden diese Künste, diese Sprech­künste nicht begleiten können das Eurythmische. Mit einem Pointieren des Prosainhaltes kommt man daher nicht zurecht. Daher mußten wir auch auf ältere, mehr künstlerische Zeitalter zurückgehen, als das heu­tige ist, die Rezitations- und Deklamationskunst besonders ausbilden, so daß bei ihr auf das Musikalische, auf die Gestaltung der Sprache mehr Gewicht gelegt wird als auf das Pointieren des Prosainhaltes.
Gerade aber weil die Rezitation und Deklamation besonders auf­fallen muß, ist es notwendig, daß ich hier eine Entschuldigung vor Ihnen anbringe. Frau Dr. Steiner, welche deklamieren wird in einer ihr sonst nicht völlig gewohnten Sprache, wenigstens als Rezitation nicht völlig gewohnten Sprache, muß im Englischen rezitieren und deklamieren aus dem Grunde, weil es sich hier zugleich handelt um die Vorführung einer besonderen Kunstgestaltung der Deklamation und Rezitation, und diese eben erst selbst ausgearbeitet worden ist. Wir müssen abwarten, bis sie in den verschiedenen Sprachen, diese Rezi­tations- und Deklamationskunst, erst voll ausgebildet sein wird. Daher läßt sich Frau Dr. Steiner entschuldigen, daß sie als Nicht-Engländer

zichtbare spreken hebt, moet je deze ook kunstzinnig vormgeven. Euritmie is allereerst alleen maar taal, alleen maar toon. Het kunstzinnig waarnemen moet dan tot stand komen wanneer je het muzikale na kan voelen of het poëtische na kan voelen, wat er al in zit aan verborgen euritmie. Daar moet steeds de nadruk op worden gelegd: de echte dichter heeft deze verborgen euritmie, die hier zichtbaar tot uitdrukking komt, al in zijn ziel, ook al is dit onbewust. Hij schept zijn dichtwerk vanuit de hele mens, niet alleen uit een los orgaan, wil het een echt kunstwerk zijn. – Vandaar dat wanneer er tegelijkertijd met de euritmie-uitvoering gedeclameerd of gereciteerd wordt, het erom gaat dat de kunst van het declameren of reciteren in een andere vorm moet gebeuren dan wanneer de nadruk zou liggen op de inhoud van proza.
Bij gedichten gaat het om hoe je het spreken vormgeeft, zodat wat in het spreken het muzikale is of wat plastisch, klankplastisch vorm gegeven wordt er bij het declameren en reciteren uit moet komen, anders zouden deze kunsten, deze spreekkunsten de euritmie niet kunnen begeleiden. Aan een op de voorgrond plaatsen van de proza-inhoud heb je hier niets. Vandaar dat we terug moesten gaan naar oudere, meer kunstzinnige tijden dan de tegenwoordige en de recitatie- en declamatiekunst in het bijzonder ontwikkelen zodat er meer nadruk ligt op het muzikale en op de vorming van het spreken, dan op het benadrukken van de proza-inhoud.
Juist omdat de recitaite en declamatie bijzonder op de voorgrond moet treden, is het nodig dat ik u hier een excuus maak. Mevrouw Steiner die zal declameren in een taal die zij niet helemaal gewend is, tenminste niet als taal om te declameren, moet in het Engels reciteren en declameren omdat het hier tegelijk gaat om de opvoering van een bijzondere kunstvorm van declamatie en recitatie en dat deze zelf pas uitgewerkt zijn. We moeten afwachten tot ze in de meest verschillende talen pas volledig ontwikkeld zal zijn. Vandaar dat mevrouw Steiner zich verontschuldigt, dat zij als niet-Engelse

blz. 248

in englisch rezitieren und deklamieren wird. Dies möchte ich nur vor­ausschicken.
Was Sie hier sehen werden auf der Bühne, zu dem möchte ich nur hinzufügen, daß die Eurythmie noch zwei andere Seiten hat. Eine Seite, die ich nur ganz kurz erwähnen will, ist die therapeutisch-hygienische Seite. Da alle Bewegungen, welche Sie ausgeführt sehen, obwohl sie hier nur künstlerisch gestaltet sind, mit einer elementaren Selbstver­ständlichkeit und Notwendigkeit herausgeholt sind aus der mensch­lichen Organisation, wie die Sprache selber, so kann man sagen: Diese Bewegungen sind die Offenbarung der gesunden Menschennatur. -Nicht die Bewegungen, die Sie hier sehen, aber andere Bewegungen, metamorphosierte, umgestaltete Bewegungen kommen als Heileuryth­mie in Betracht. Daher haben wir in unseren medizinisch-therapeu-tischen Instituten in Arlesheim in der Schweiz und in Stuttgart bereits die Heileurythmie als eine besondere therapeutische Form ausgebildet, und es hat sich gezeigt, wie sehr sie zum Hygienischen und zum Heilen verwendet werden kann, wenn sie in anderen Formen, als sie hier, wo sie rein künstlerisch auftreten soll, sich offenbaren wird.
Die dritte Seite ist die pädagogisch-didaktische Seite. Da wir aber morgen das große Vergnügen haben werden, Ihnen mit Kindern hier Eurythmisches vorzuführen, so kann ich heute verzichten, für die pädagogisch-didaktische Seite, die dritte Seite, zu sprechen und werde morgen einige Worte der Kinderaufführung vorausschicken über den pädagogischen und didaktischen Wert der Eurythmie, der sich schon gezeigt hat, wie er ist, seit die Waldorfschule in Stuttgart besteht, in der die Eurythmie als ein pädagogisch-didaktischer Lehrgegenstand, neben dem Turnen, als obligatorischer Lehrgegenstand eingeführt ist. Und ebenso selbstverständlich wachsen die Kinder in diese sichtbare Sprache hinein, in diesen sichtbaren Gesang, wie in jungeren Jahren die ganz kleinen Kinder in Lautsprache und Gesang hineinwachsen.
LJnd so möchte ich nur noch anfügen, was ich niemals unterlasse zu sagen, daß die verehrten Zuschauer um Entschuldigung gebeten werden und Nachsicht haben möchten, denn Eurythmie ist heute noch durch­aus im Anfange ihrer Entwickelung, und jede Kunstform, die erst an­fängt, muß notwendigerweise unvollkommen sein. Wir sind selbst

in het Engels zal reciteren en declameren. Dit wilde ik graag vooraf zeggen.
Aan wat u hier op het toneel zal zien, wil ik graag nog toevoegen dat de euritmie nog twee andere aspecten heeft. Een kant die ik hier kort wil aanstippen, is de therapeutisch-hygiënische. Omdat alle bewegingen die u uitgevoerd zal zien worden, hoewel ze hier alleen maar kunstzinnig gevormd zijn, met een elementaire vanzelfsprekendheid en noodzakelijk uit de menselijke organisatie zijn gehaald, zoals het spreken zelf, kun je zeggen: deze bewegingen zijn een uiting van de gezonde mensennatuur. – Niet de bewegingen die u hier ziet, maar andere bewegingen, gemetamorfoseerde, omgevormde bewegingen kunnen als heileuritmie worden gebruikt. Daarom hebben we in onze medisch-therapeutische instituten in Arlesheim in Zwitserland en Stuttgart de heileuritmie al als een bijzondere vorm van therapie ontwikkeld en het blijkt hoe zeer het voor het hygiënische en bij het gezonder worden, toegepast kan worden, wanneer ze op andere manieren zoals hier, waar ze puur kunstzinnig uitgevoerd wordt, zich kan manifesteren.
Het derde aspect is de pedagogisch-didactische kant. Omdat we morgen echter het grote genoegen hebben u met kinderen euritmie te laten zien, kan ik er nu vanaf zien over de pedagogisch-didactische, het derde aspect, te spreken en zal morgen een paar woorden aan de kinderuitvoering vooraf laten gaan over de pedagogische en didactische waarde van de euritmie die al gebleken is sinds de vrijeschool in Stuttgart bestaat, waar de euritmie als een pedagogisch-didactisch vak naast de gymnastiek als verplicht vak ingevoerd is. En de kinderen raken vanzelfsprekend in dit zichtbare zingen net zo thuis als in de eerste jaren de heel kleine kinderen met spraakklanken en zingen vertrouwd raken.
En dan wil ik er nog aan toevoegen wat ik nooit achterwege laat, dat u, beste toeschouwers, verontschuldigingen worden aangeboden en om begrip gevraagd, want de euritmie staat nu zeker nog aan het begin van haar ontwikkeling en iedere kunstvorm die begint, moet noodzakelijkerwijs nog onbeholpen zijn. Wij zijn voor ons zelf

blz. 249

unsere strengsten Kritiker, kennen dasjenige, was noch mangelhaft an der Eurythmie ist, aber wir versuchen auch, ich möchte sagen, von Monat zu Monat immer weiterzukommen.
Sie werden zum Beispiel heute hier schon sehen, was man vor einem Jahr noch nicht sehen konnte, wie das ganze Bühnenbild eurythmisch gestaltet sein soll, so daß Sie nicht nur den bewegten Menschen in der Eurythmie sehen, sondern zugleich die Beleuchtungskräfte, die sich offenbaren noch innerhalb der einzelnen Szenen der Darstellung. Da wird nun auch der Hauptwert gelegt werden müssen nicht auf die ein­zelne Farbenbeleuchtung, sondern auf die Aufeinanderfolge, ich möchte sagen, dynamische Aufeinanderfolge der Beleuchtungseffekte, die sich eurythmisch auch hineinfügen sollen in das ganze übrige eurythmische Bild.
Und so darf man, wenn man auf der einen Seite gerade das Mangel­hafte noch dieser Eurythmie erwähnt aus dem Bewußtsein heraus, mit welchen künstlerischen Mitteln gearbeitet und aus welchen künst­lerischen Quellen noch geschöpft werden kann, sagen, daß sie einer unermeßlichen Vervollkommnung in die Zukunft hinein fähig sein wird. Denn sie bedient sich eines Werkzeuges, das im Grunde genom­men das höchste künstlerische Werkzeug sein muß, sie bedient sich als eines Werkzeuges des Menschen selber, des gesamten Organismus des Menschen. Und alle Weltengeheimnisse, alle Gesetzmäßigkeiten des Kosmos sind im Menschen enthalten. Wenn man daher eine sichtbare Sprache aus dem ganzen Menschen herausholt, holt man zu gleicher Zeit etwas aus ihm heraus, was von der ganzen Summe der Weltengeheim­nisse und der Weltengesetzmäßigkeit spricht. Der Mensch ist einmal ein Mikrokosmos, und so kann, wenn dieser Mikrokosmos als künst­lerisches Werkzeug verwendet wird, zum Ausdrucke kommen dasjenige, was ausgebreitet ist an Geheimnissen, an Mysterien durch das ganze Weltenall hindurch. Deshalb darf man trotz der Unvollkommenheit hoffen, in der sich Eurythmie heute noch befindet, daß sie sich in die Zukunft hinein so vervollkommnen wird lassen und als vollberechtigte Kunstform einstmals neben die älteren vollberechtigten Kunstformen wird hintreten können.
Nur noch ein paar Worte über die Aufführung selbst. Wir teilen das

de strengste critici, we weten wat aan de euritmie nog voor tekortkomingen kleven, maar we proberen ook maandelijks verder te komen.
U kunt bijv. hier al zien hoe het hele toneelbeeld euritmisch vormgegeven wordt, zodat u niet alleen maar de zich bewegende mensen in de euritmie ziet, maar tegelijkertijd de invloed van de belichting die tot uiting komt in de aparte scènes van de voorstelling. Hier moet ook de meeste nadruk komen te liggen, niet op de aparte kleuren, maar op de achter elkaar verschijnende kleuren, ik zou willen zeggen, de dynamische volgorde van de belichtingseffecten die zich euritmisch moeten voegen in het totale euritmische plaatje.
En zo mag je wel zeggen, ook al wordt aan de ene kant het nog gebrekkige van deze euritmie genoemd vanuit het bewustzijn van met welke kunstzinnige middelen gewerkt kan worden en vanuit welke kunstzinnige bronnen nog geput kan worden, dat zij in staat zal zijn zich in de toekomst nog onnoemelijk te verbeteren. Want ze gebruikt een instrument dat in de grond van de zaak genomen het grootste kunstzinnige instrument moet zijn, ze gebruikt het instrument van de mens zelf, het gehele organisme van de mens. En alle wereldmysteries, alle wetmatigheden van de kosmos bevinden zich in de mens. Wanneer je dan een zichtbaar spreken uit de totale mens naar buiten brengt, breng je tegelijkertijd iets uit hem naar buiten wat over alle wereldgeheimen en wereldwetmatigheden spreekt. De mens is nu eenmaal een kosmos in het klein en zo kan, wanneer deze kosmos in het klein gebruikt wordt, wat door het hele wereldal aan geheimen, aan mysteries uitgebreid is, tot uitdrukking komen. Daarom mag je hopen, ondanks de tekortkomingen die de euritmie nu nog aankleven, dat ze in de toekomst zo vervolmaakt wordt, dat ze als een volkomen terechte kunstvorm naast de oudere volkomen terechte kunstvormen, zal kunnen toetreden.
Nog een paar woorden over de opvoering zelf. We verdelen

blz. 250

Programm in zwei Teile. Am Schlusse des ersten Teiles wird eine Szene aus einem meiner Mysterienspiele dargestellt werden. Das Mysterien-drama hat es zu tun mit der Entwickelung eines Menschen, der sich allmählich einlebt in die übersinnliche Welt selbst. Zur Darstellung desjenigen, was den Menschen verbindet mit dem Übersinnlichen, ist ja Eurythmie ganz besonders geeignet. – Nun zeigt die Szene, welche hier am Schluß des ersten Teiles zur Darstellung kommt [«Der Seelen Erwachen», viertes Bild], wie dem Johannes Tliomasius, weil in seinem Gedächtnis alles dasjenige aufsteigt, was er erlebt hat mit lieben Freun­den, Capesius, Strader und so weiter, dieses in seiner Seele sich so ver­tieft, daß es ihm in der Gestalt des Doppelgängers erscheint, daß seine eigene Jugend vor ihm auftritt, daß dasjenige, was man den Hüter der Schwelle nennt, jenen Hüter, vor dem der Mensch steht, wenn er in die geistige Welt eintritt, erscheint, daß die andere Gestalt, die Gestalt des Ahriman, die Verkörperung des Schlauen, des Bösen auftritt. Es sind innere Vorgänge, die in der Seele des Johannes Thomasius selber erlebt werden. Alles dasjenige, was ins Übersinnliche hinaufweist, wird in Eurythmie dargestellt und von Frau Dr. Steiner deklamiert. Der Jo­hannes Thomasius selbst aber als naturalistische Figur wird bühnen-mäßig gespielt werden, denn alles dasjenige, was naturalistisch gefaßt ist, muß auch bühnenmäßig zum Ausdrucke kommen. Dagegen alles dasjenige, was ins Übersinnliche spielt, kann gerade durch die Euryth­mie in einer höheren Weise zur Vorführung kommen.
Dies ist also am Schlusse des ersten Teiles. Im Beginn des zweiten Teiles wird ebenfalls eine Szene aus einem meiner Mysteriendramen [«Der Hüter der Schwelle», sechstes Bild] vorgeführt, wo dargestellt wird, daß die Mächte der Mystik, der Schwärmerei, die luziferischen Mächte auf der einen Seite, auf der anderen Seite die ahrimanischen Mächte des Bösen, der Schlauheit, der Klugheit, der List vor Johannes Thomasius auftreten, der aber diesmal nicht auf der Szene erscheint, die ihm im Traume erscheinen, was angedeutet wird durch eine beson­dere Gestalt, die vor dem Erwachen dieser Traumanschauung des Jo­hannes Thomasius spricht. Wir haben es also mit Szenen aus Mysterien-dramen zu tun, und ich bitte Sie, das zu berücksichtigen.

het programma in twee delen. Aan het einde van het eerste deel wordt een scène uit een van mijn mysteriedrama’s opgevoerd. Het mysteriedrama heeft te maken met de ontwikkeling van de mens die langzaam inzicht krijgt in de hogere wereld zelf. Om te laten zien wat de mens verbindt met het bovenzintuiglijke, is de euritmie heel geschikt. – Nu laat de scène die hier aan het eind van het eerste deel opgevoerd wordt [‘het ontwaken der zielen’, vierde beeld] zien, hoe bij Johannes Thomasius, omdat hij zich weer herinnert wat hij beleefd heeft met zijn beste vrienden, Capesius, Strader, enz. hoe hij dit in zijn ziel zo diep beleefd, dat dit aan hem in de gestalte van de dubbelganger verschijnt; dat hij zijn eigen jeugd ziet, dat wat de wachter aan de drempel wordt genoemd, zijn wachter, voor de mens staat, wanneer hij de geestelijke wereld binnengaat, dat de andere gestalte, de gestalte van Ahriman, de belichaming van sluwheid, van het kwaad verschijnt. Het zijn innerlijke processen die in de ziel van Johannes Thomasius zelf worden doorgemaakt. Alles wat naar het bovenzintuiglijke wijst, wordt in de euritmie verbeeld en door mevoruw Steiner gedeclameerd. Johannes Thomasius zelf echter wordt als een mens van vlees en bloed ten tonele gevoerd, want alles wat natuurgetrouw opgevat moet worden, moet ook zo ten tonele verschijnen. Alles wat zich daarentegen in het bovenzintuiglijke afspeelt, kan met name door de euritmie op een verhevener manier getoond worden.
Dit dus aan het einde van het eerste deel. In het begin van het tweede deel wordt eveneens een scene uit een van mijn mysteriedrama’s opgevoerd [‘De wachter aan de drempel’, zesde beeld], waarin wordt uitgebeeld dat de krachten van mystiek, van dweperij, de luciferische machten enerzijds, anderzijds de ahrimanische machten van het kwaad, de sluwheid, het gewiekste, de list zich aan Johannes Thomasius vertonen, die echter zelf niet in de scène zit, die in zijn droom verschijnen, wat getoond wordt door een bijzondere gestalte die vóór Johannes Thomasius wakker wordt, deze droombeelden uitspreekt. We hebben dus scènes uit mysteriedrama’s en ik verzoek u daarmee rekening te houden.
GA 305/245-250
Niet vertaald

Mysteriedrama’s:
GA 14
V
ertaald:   1 en 2;  3 en 4

blz. 251

ANSPRACHE
zu einer Eurythmie-Aufführung Oxford, 19. August 1922
Das pädagogische Element der Eurythmie

Ich habe mir gestern erlaubt, einige Worte der eurythmischen Vor­stellung vorauszuschicken, um die besondere Kunstform der Eurythmie zu erklären. Heute möchte ich über diese Kunstform nichts weiter sprechen. Dasselbe, was ich gestern gesagt habe, würde ich voraus-schicken müssen dem zweiten Teile unserer heutigen Vorstellung. Der erste Teil umschließt eine Vorstellung mit Kindern, die hier kurze Zeit Eurythmie gelernt haben, und da darf ich einiges über die pädagogisch-didaktische Seite dieser Eurythmie sagen.
In erster Linie – das muß immer festgehalten werden – soll Euryth­mie nicht Gymnastik, nicht Tanz sein, aber sie soll eine Kunstform sein. Da sie aber in einer wirklichen sichtbaren Sprache besteht, die heraus-geholt ist aus der gesunden Organisation des Menschen, so kann sie auch ausgebildet werden so, daß sie gewissermaßen als ein geistiges Turnen im Unterricht und in der Erziehung verwendet wird. Wir haben gleich mit der Gründung der Waldorfschule in Stuttgart die Eurythmie als einen obligatorischen Lehrgegenstand neben dem Turnen eingeführt. Man kann sehen, daß jetzt, nach einigen Jahren der Führung der Wal­dorfschule, sich durchaus herausgestellt hat, welchen großen pädago­gischen und didaktischen Wert diese Eurythmie hat.
Erstens hat sie dadurch ihre besondere Bedeutung, daß sie allem Sprachunterricht zu Hilfe kommt. Es ist immer so, daß sich die Kinder wie selbstverständlich hineinfinden in diese sichtbare Sprache, mit Wohlgefallen, mit innerer Befriedigung hineinfinden wie in etwas, was aus der menschlichen Organisation folgt, geradeso wie die ganz kleinen Kinder sich in die Lautsprache und in den Gesang hinein-finden. Indem die Kinder sich hineinfinden in diese sichtbare Sprache, fühlen sie das Wesen der Sprache in der menschlichen Organisation, und von da aus strahlt dann auch einVerständnis in dasjenige, was

TOESPRAAK
bij een euritmie-uitvoering Oxford, 19 augustus 1922

Gisteren heb ik de vrijheid genomen vóór de euritmie-uitvoering een paar woorden te spreken om de bijzondere kunstvorm van de euritmie nader aan te geven. Vandaag wil ik over deze kunstvorm verder niets zeggen. Ik zou hetzelfde wat ik gisteren heb gezegd, vooraf moeten laten gaan aan het tweede deel van onze opvoering van vandaag. Het eerste deel is een voorstelling met de kinderen die hier in een korte tijd euritmie hebben geleerd en nu mag ik wel wat over de pedagogisch-didactische kant van deze euritmie zeggen.
In eerste instantie – dat moet altijd vastgehouden worden – is de euritmie geen gymnastiek, geen dans, ze moet een kunstvorm zijn.
Omdat ze uit een echte zichtbare taal bestaat die uit het gezonde organisme van de mens is gehaald, kan ze ook zo ontwikkeld worden dat ze als zodanig in zekere zin toegepast kan worden in onderwijs en opvoeding als een geestelijke gymnastiek. We hebben meteen met de oprichting van de vrijeschool in Stuttgart de euritmie als een verplicht vak naast de gymnastiek ingevoerd. Je kan zien dat na een paar jaar vrijeschool, duidelijk gebleken is welke grote pedagogisch-didactische waarde de euritmie heeft.
In de eerste plaats is ze belangrijk omdat ze het hele taalonderwijs ondersteunt. Steeds is het zo dat de kinderen als vanzelfsprekend thuisraken in deze zichtbare taal, met plezier, met innerlijke tevredenheid thuisraken in wat het menselijk organisme vertoont, net zoals de heel kleine kinderen thuisraken in de spraakklanken en het zingen. Wanneer de kinderen thuisraken in deze zichtbare taal, voelen ze het wezen van de taal in het menselijk organisme en vandaaruit werkt dit door in

blz. 252

man schulmäßig in der eigentlichen Lautsprache den Kindern beizu­bringen hat.
Dann ist aber Eurythmie eine besondere Hilfe für die Willens-erziehung. In dieser Beziehung wird man einmal wohl unbefangener urteilen als heute noch, wo man das gewöhnliche Turnen, ich möchte sagen, das körperliche Turnen etwas überschätzt. Ich möchte nichts über dieses körperliche Turnen, das aus den Gesetzen der Physiologie zu schöpfen ist, hier sagen; ich erkenne es vollständig an. Ich möchte nur erwähnen, nur als Beispiel anführen, daß, als ich einmal über die Eurythmie und ihre pädagogische und didaktische Seite in unserer freien Waldorfschul-Methodik im Goetheanum einleitende Worte sprach, ich das Merkwürdige erlebte, daß ein sehr berühmter Physio-loge der Gegenwart, der sich diese Worte anhörte, in denen ich auch sagte, daß ich das Turnen durchaus anerkenne, daß aber Eurythmie als beseeltes Turnen eine wichtige Vollendung ist desjenigen, was durch das körperliche Turnen nur in einseitiger Weise erreicht wird, zu mir sagte:
Sie sehen also das Turnen als ein Erziehungsmittel an? Ich als Physio­loge sehe es an als eine Barbarei.
Nun, wie gesagt, das sage nicht ich, das sagt ein berühmter Physio­loge der Gegenwart. Und immerhin, wenn wir auch das gewöhnliche Turnen in der Waldorfschule durchaus gelten lassen als ein körper­liches Erziehungsmittel, so stellen wir daneben die Eurythmie als ein seelisches, als ein geistiges Turnen. Und als solches zeigt sie sich ganz besonders für den Willen, für die Initiative des Willens. Man bekommt die Möglichkeit, in das Seelische des Kindes deshalb einzuwirken, weil das Kind bei einer jeglichen Bewegung, die es ausführt, zu gleicher Zeit fühlt, wie es in seinem ganzen Menschen, mit Leib, Seele und Geist, sich betätigt, wie jede einzelne leibliche Bewegung, die es ausführt, zu gleicher Zeit eine innere seelische und geistige Bewegung hervor­ruft. Das Kind fühlt gewissermaßen, wie Leib, Seele und Geist zusam­menrücken, wie sie verbunden sind in diesem eurythmisch-geistigen Turnen.
Und dann – es wird Ihnen vielleicht geradezu paradox erscheinen, aber wahr ist es doch, insbesondere in einer höheren Kultur, wie die­jenige des Abendlandes heute ist, kann man mit der gewöhnlichen

wat je het kind onderwijskundig begripsmatig van de eigenlijke spraakklank moet bijbrengen.
Dan is de euritmie ook een bijzondere hulp bij de wilsopvoeding. In dit opzicht zal men wellicht eens meer onbevangen oordelen dan tegenwoordig, waarin de gewone gymnastiek, ik zou willen zeggen, de lichamelijke gymnastiek wat overschat wordt. Ik zou hier niets over deze lichamelijke gymnastiek die volgens fysiologische wetten ontwikkeld is, willen zeggen; die erken ik volledig. Ik wil alleen aanstippen, alleen als voorbeeld gebruiken, dat toen ik eens over euritmie en de pedagogische en didactische kant ervan in onze vrijeschoolpedagogie in het Goetheanum een paar inleidende woorden sprak, ik merkwaardigerwijs meemaakte, dat een zeer beroemde hedendaagse fysioloog die mijn woorden aanhoorde waarmee ik zei dat ik de gymnastiek zeer zeker erken, dat echter euritmie als bezielde gymnastiek een belangrijke afronding is van wat door de lichamelijke gymnastiek slechts op een eenzijdige manier wordt bereikt, tegen me zei: ‘U ziet de gymnastiek dus als een opvoedingsmiddel? Ik als fysioloog noem het louter barbaars.
Nu, zoals gezegd, ik zeg dat niet, dat doet een beroemde hedendaagse fysioloog. En in elk geval, ook al nemen we de gewone gymnastiek op de vrijeschool zeker serieus als een lichamelijke gymnastiek, hebben we de euritmie als een gymnastiek van de ziel, van de geest. En als zodanig blijkt ze heel bijzonder voor de wil, voor de initiatieven van de wil te zijn. Je krijgt de mogelijkheid om op het gevoel van het kind te werken omdat het kind bij iedere beweging die het maakt, tegelijkertijd voelt, hoe het zijn hele mens actief maakt, zijn lichaam, ziel en geest, hoe iedere aparte lichamelijke beweging die het uitvoert, tegelijkertijd een innerlijke gevoels- en geestelijke beweging oproept. Het kind voelt in zkere zin hoe lichaam, ziel en geest bij elkaar komen, hoe ze verbonden zijn in deze euritmisch-geestelijke gymnastiek.
En dan – dat zal u misschien paradoxaal voorkomen, maar waar is het toch, vooral in een meer beschaafde cultuur zoals die van het Avondland van heden, kun je met de alledaagse

blz. 253

Lautsprache selbstverständlich mit der Wahrheit auch die Unwahrheit sagen. Unwahrhaftig, lügenhaft kann der Mensch leicht werden gerade in der Lautsprache. In der sichtbaren Sprache der Eurythmie kann man nicht lügen. Das hat sich als eine Erfahrung herausgestellt. Daher ist zugleich diese Eurythmie ein Erziehungsmittel in die Wahrhaftigkeit hinein. Der Mensch, das Kind findet nicht leicht die Möglichkeit, in die sichtbare Sprache der Eurythmie hinein zu lügen.
Damit habe ich einiges angedeutet von der Eurythmie aus in der Kindererziehung. Ich möchte noch das eine bemerken: Oftmals hat man bei einem Kinde diesen oder jenen Mangel im Seelischen, im Geisti­gen oder im Körperlichen beobachtet. Da kommen gewöhnlich die Lehrer der Stuttgarter Waldorfschule zu mir und sagen: Dieses Kind hat diesen oder jenen seelischen oder körperlichen Fehler. – In einem solchen Falle ist es nur notwendig, mit einer gewissen übersinnlichen Kraft des Sehens, mit einer gewissen Kraft des Schauens intuitiv zu erkennen, was man nun für eurythmische Übungen gerade diesem Kinde angibt, eurythmische oder Eurythmie-ähnliche Übungen. Und in der Tat, wir haben manchmal überraschende Resultate erreicht in der Ver­besserung körperlicher oder seelischer Fehler, wenn wir gerade für das Kind besondere eurythmische Übungen anraten konnten und wenn sie durch unsere Lehrer in der Waldorfschule durchgeführt worden sind. Da muß dann, wie gesagt, Eurythmie nach ihrer pädagogisch-didaktischen Seite ausgebildet werden. Sie ist in erster Linie eine Kunst, sie kann aber auch in den Dienst der Pädagogik und Didaktik gestellt werden.
Zum Schluß möchte ich nur noch erwähnen, daß die Kinder, die Sie heute im ersten Teile der Aufführung sehen werden, nur kurze Zeit Eurythmie erlernt haben, daß daher für sie um ganz besondere Nach-sicht gebeten werden muß. Die Lehrerinnen hier haben nur in wenigen Lektionen eigentlich diese Kinder unterrichten können, und als wir dann angekommen sind, haben wir einige Nummern des heutigen Pro­gramms wie eine Improvisation hinzugefügt. So daß Sie auch in dieser Kindervorstellung nichts Vollkommenes erwarten dürfen, sondern, wie wir auch für die andere Vorstellung um Nachsicht gebeten haben, nur etwas, was im Anfange der Entwickelung ist, aber doch so, daß

taal vanzelfsprekend naast de waarheid ook de onwaarheid zeggen. Met de gewone taal kan de mens makkelijk onwaarachtig, leugenachtig worden. Met de zichtbare taal van de euritmie kun je niet liegen. Dat is als ervaring wel gebleken. Daarom is deze euritmie tegelijkertijd een opvoedingsmiddel in waarachtigheid. De mens, het kind vindt niet gauw de mogelijkheid in de zichtbare taal van de euritmie te liegen.
Daarmee heb ik iets aangegeven van de euritmie in de opvoeding van het kind. Ik zou dit nog willen opmerken: diwijls heeft men bij een kind een of ander tekort in zijn gevoelsleven, mentaal of lichamelijk geconstateerd. Gewoonlijk komen de leerkrachten van de vrijeschool in Stuttgart dan naar me toe en zeggen: dit kind heeft deze of die gevoels- of lichamelijk tekortkoming. – In zo’n geval is het slechts noodzakelijk met een bepaalde schouwende kracht intuïtief te weten, wat je nu aan euritmische oefeningen voor zo’n kind aanraadt, euritmische of op euritmie lijkende oefeningen. En inderdaad, we hebben soms verrassende resultaten bereikt in het verbeteren van de lichamelijke of gevoelstekortkomingen door juist voor dat kind bijzondere euritmische oefeningen aan te raden en wanneer die door onze leerkrachten op de vrijeschool werden gegeven. Dan moet dus, zoals gezegd, de pedagogisch-didactische kant van de euritmie ontwikkeld worden. In de eerste plaats is ze een kunst, maar ze kan ook in dienst van de pedagogie en de didactiek gesteld worden.
Tot slot zou ik nog willen noemen dat de kinderen die u vandaag in het eerste deel van de opvoering zal zien, maar een korte tijd euritmie hebben geleerd, dat voor hen bijzonder veel begrip wordt gevraagd. De onderwijzeressen hebben hier in eigenlijk maar weinig lessen de kinderen les kunnen geven en toen wij gearriveerd waren, hebben wij een paar nummers als improvisatie aan het programma toegevoegd. Dus u mag ook van deze kindervoorstelling niet iets volmaaks verwachten, maar, zoals wij ook voor de andere voorstelling om begrip gevraagd hebben, alleen iets wat aan het begin van een ontwikkeling staat, maar wel zo, dat

blz. 254

man das Prinzip, daß man das Wesen erkennt. Ich denke, das wird sich auch in dieser Kindervorstellung in dem ersten Teil unseres heutigen Programms zeigen. Nach einer Pause wird dann vorgeführt, wie Eu­rythmie als Kunstform sein wird.

je het principe, het wezenlijke erkent. Ik denk dat dat zich ook in deze kinderuitvoering in het eerste deel van ons programma zichtbaar zal zijn. Na de pauze zal dan getoond worden hoe euritmie er als kunstvorm dan uit zal zien

GA 308 in de 3e voordracht, blz. 53 t/m 56, vertaling:
over astraallijf en muziek – lichaam en toonladder; toon- en spraakeuritmie

GA 309 toespraak over euritmie

GA 311 in de 6e voordracht, blz 110 t/m 112, vertaling:
Euritmie, turnen, gymnastiek. Het wezen ervan. Euritmie brengt innerlijkheid naar buiten. Door turnen voegt de mens zich in de ruimte.

*Rudolf Steiner: vorm en beweging Over euritmie: toespraken bij de euritmievoorstellingen in de jaren 1918 tot 1924. GA 277, gedeeltelijk vertaald in Euritmie. Zes inleidingen.

euritmieblog

Opspattend grind

Rudolf Steiner: alle artikelen op deze blog

1159

.

205/29

Und ein anderes, hier darf es gesagt werden, wir sind unter uns, es muß eben von mir manches gesagt werden, weil es leider von anderer Seite zu wenig gesagt wird. Wir bemühen uns jetzt in der Begleitung der Eurythmie seit vielen Jahren einer Rezitations- und Deklamations­kunst, welche wiederum zu den alten guten Kunstprinzipien zurück­geht, wiederum erinnert an dasjenige, was in der Poesie eigentlich Kunst ist, der Rhythmus, der Takt, das Tonhafte, das Bildhafte, wäh­rend in unserer unkünstlerischen Zeit eigentlich die Dichtung nur mehr prosaisch rezitiert wird. Man rezitiert das Prosaische, das Wortwört­liche, man geht nicht zurück zu dem Untergrunde des Rhythmischen, des Taktmäßigen; und weil in Begleitung unserer Eurythmie das wie­derum gesucht wird, was zum Beispiel Goethe meinte, als er mit dem Taktstock wie ein Kapellmeister selbst seine Jambendramen einstu­dierte mit seinen Schauspielern, indem er auf das wirklich Künstlerische in der Poesie hinwies, weil wir von einem Unkünstlerschen wiederum zu einem Künstlerischen zurückgehen, deshalb erheben die Protektoren oder die Leute selbst, die heute, während sie vorgeben, Dichterisches zu rezitieren, allerlei Prosaisches quaken und blöken, die erheben sich quakend und blökend aus ihrer Unfähigkeit heraus und pöbeln an diejenigen, die sich widmen dem Rezitieren, das wiederum die wirk­liche Kunst dieses Rezitierens zur Geltung bringen will.
http://www.freie-radios.net/85176

Advertenties

29 Reacties op “VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over euritmie

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over euritmie (5) | VRIJESCHOOL

  2. Pingback: VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over euritmie (6) | VRIJESCHOOL

  3. Pingback: VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over euritmie (7) | VRIJESCHOOL

  4. Pingback: VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner – alle artikelen | VRIJESCHOOL

  5. Pingback: VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over pedagogie(k) GA 301 – inhoudsopgave | VRIJESCHOOL

  6. Pingback: VRIJESCHOOL in beeld – Euritmie – lettervorm A | VRIJESCHOOL

  7. Pingback: VRIJESCHOOL in beeld – Euritmie – lettervorm B | VRIJESCHOOL

  8. Pingback: VRIJESCHOOL

  9. Pingback: VRIJESCHOOL in beeld: Euritmie – letterfiguur E | VRIJESCHOOL

  10. Pingback: VRIJESCHOOL in beeld – Euritmie – letterfiguur F | VRIJESCHOOL

  11. Pingback: VRIJESCHOOL in beeld – Euritmie – letterfiguur G | VRIJESCHOOL

  12. Pingback: VRIJESCHOOL in beeld – Euritmie – letterfiguur H | VRIJESCHOOL

  13. Pingback: VRIJESCHOOL in beeld – Euritmie – letterfiguur I | VRIJESCHOOL

  14. Pingback: VRIJESCHOOL in beeld – Euritmie – letterfiguur K | VRIJESCHOOL

  15. Pingback: VRIJESCHOOL in beeld – Euritmie – alle letterfiguren | VRIJESCHOOL

  16. Pingback: VRIJESCHOOL in beeld – Euritmie – letterfiguur L | VRIJESCHOOL

  17. Pingback: VRIJESCHOOL in beeld – Euritmie – letterfiguur M | VRIJESCHOOL

  18. Pingback: VRIJESCHOOL in beeld – Euritmie – letterfiguur N | VRIJESCHOOL

  19. Pingback: VRIJESCHOOL in beeld – Euritmie – letterfiguur O | VRIJESCHOOL

  20. Pingback: VRIJESCHOOL in beeld – Euritmie – letterfiguur P | VRIJESCHOOL

  21. Pingback: VRIJESCHOOL in beeld – Euritmie – letterfiguur R | VRIJESCHOOL

  22. Pingback: VRIJESCHOOL in beeld – Euritmie – letterfiguur S | VRIJESCHOOL

  23. Pingback: VRIJESCHOOL in beeld – Euritmie – letterfiguur T | VRIJESCHOOL

  24. Pingback: VRIJESCHOOL in beeld – Euritmie – letterfiguur U | VRIJESCHOOL

  25. Pingback: VRIJESCHOOL in beeld – Euritmie – letterfiguur W | VRIJESCHOOL

  26. Pingback: VRIJESCHOOL in beeld – Euritmie – letterfiguur CH | VRIJESCHOOL

  27. Pingback: VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over euritmie (GA 310) | VRIJESCHOOL

  28. Pingback: VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over euritmie (GA 294) | VRIJESCHOOL

  29. Pingback: VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over euritmie (GA 293) | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s