Categorie archief: euritmie

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over euritmie (GA 300A)

.

RUDOLF STEINER OVER EURITMIE

GA 300A

Beknopte inhoud:
blz.66
: euritmie vanaf klas 1 (er bestond nog geen kleuterklas), gym. vanaf 4
gymleraar en euritmist(e) in elkaars les
blz, 78: begin met de nadruk op muziek
blz. 113: klanken in andere talen, bijv. de Engelse I
blz. 120 en 123: euritmie is een verplicht vak
blz. 135: hoofdkinderen maken mooie opstellen, lich. begaafde doen goed euritmie; hoe ga je om met de hoofdkinderen; ventileer goed!
blz. 174: gymnastiek naast euritmie
blz. 239: absolute en relatieve tonen
blz. 242: zelf euritmieschoenen maken (in die tijd); niet muzikaal? toch euritmie

In der 1., 2., 3. Klasse haben wir nur Eurythmie, in der 4., 5., 6., 7., 8. Klasse auch Turnen. Die Turner sollte man beider Eurythmie, die Eurythmisten beim Turnen zuschauen lassen.

In de 1., 2., 3., klas hebben we alleen euritmie, in de 4e., 5e., 6e., 7e., 8e., ook gymnastiek. De gymnastiekleraren moeten bij de euritmie, de euritmisten bij de gymnastiek kunnen kijken.
GA 300A/66
Niet vertaald

X.: Es hat sich herausgestellt, daß wir in der Eurythmie sehr langsam vor­wärtskommen.

Dr. Steiner: Zunächst im Anfang nehmen Sie doch alles sehr stark im Zusammenhang mit der Musik. Die allerersten Anfangsübungen ganz aus dem Musikalischen heraus entwickeln, das würde besonders gepflegt werden müssen. Ohne das andere zu vernachlässigen, beson­ders in den späteren Jahrgängen.

X: Het blijkt dat we in de euritmie maar langzaam vooruitgaan.

Dr.Steiner: Neem in het begin allereerst alles zeer sterk samen met de muziek. De allereerste beginnersoefeningen helemaal vanuit het muzikale ontwikkelen, dat zou in het bijzonder gedaan moeten worden. Zonder het andere te verwaarlozen, met name in de hogere jaren.
GA 300A/78-79
Niet vertaald

Dabei wäre auch auf Eurythmie fremder Sprachen hinzuweisen. Jeder Laut liegt zwischen zwei anderen. Zwischen A und I liegt:
rechte Hand vorne, linke Hand rückwärts. Nach dem Laut, nicht nach dem Zeichen.

Anmerkung: Es wird, auch von eurythmischer Seite, folgende Ergänzung vor­geschlagen: Jeder Laut liegt zwischen zwei anderen. Zum Beispiel liegt das englische I zwischen A und I. Gebärde: rechte Hand vorne, linke Hand rückwärts. Nach dem, wie der Laut tönt, nicht nach dem geschriebenen Zei­chen eurythmisieren.

Ik zou ook willen wijzen op euritmie in andere talen. Iedere klank ligt tussen twee andere. Tussen A en I ligt: rechter hand voor, linker hand naar achter. De klank genomen, niet het teken.

Opmerking: van euritmische zijde wordt het volgende voorgesteld: Iedere klank ligt tussen twee andere. Bijv. de Engelse I ligt tussen A en I. Gebaar: rechter hand naar voren, linker hand naar achteren. Volgens hoe de klank aanhoort, niet naar het geschreven symbool euritmiseren.
GA 300A/113
Niet vertaald  #SE300a-079

Dr. Steiner: Eurythmie ist obligatorisch, muß mitgemacht werden. Wer nicht Eurythmie macht, wird aus der Schule ausgeschlossen. Für die Eurythmiepropaganda und für Eurythmiekurse für Außenstehende kann man ein eigenes Eurythmiekollegium bilden.

Dr.Steiner: Euritmie is een verplicht vak. Er moet aan worden meegedaan. Wie geen euritmie meedoet, kan niet op school blijven. Voor de voorlichting over euritmie en voor de euritmiecursussen kan een zelfstandig euritmiecollege gevormd worden.
GA 300A/120
Niet vertaald

Dr. Steiner: Alle vier Wochen kann man an die Eltern ein Zirkular herumschicken wegen der Schulordnung und kann darin sagen, daß Eurythmie ein obligatorisches Unterrichtsfach ist.

Dr.Steiner: Elke vier weken kun je aan de ouders een nieuwsbrief van de schoolleiding sturen en daarin meedelen dat euritmie een verplicht vak is.
GA 300A/123
Niet vertaald

Nicht wahr, die Kinder, die kopfbegabt sind, wer­den gute Aufsätze schreiben, die leibbegabten Kinder werden in der Eurythmie gut sein. Man muß versuchen, das durch Unterhaltung auszugleichen. Wenn Sie sich mit den Kindern unterhalten, wird das abgelenkt vom Kopf, wenn Sie etwas, was vom äußeren Leben her­genommen ist, besprechen und es dabei vertiefen.
 ( und Leben bringt auch die Eurythmie in die Kopfbildung hinein.

Wenn man durch die Eurythmie den Kindern gerade die schönsten körperlichen Affinitäten erweckt, dann spüren sie furchtbar alle Einwirkungen des Raumes – das ist das Müdewerden. Wir kennen den schönen Eurythmiesaal, man hat vergessen, die Lüftung groß genug zu machen, den können wir gar nicht benützen. Es würde notwendig sein, daß man zur Eurythmie einen gut gelüfteten Saal hat. Alles Bisherige ist für Eurythmiesäle nicht gut; man kann nur ein Surrogat schaffen. Die Eurythmiesäle müßten so sein, daß sie ganz besonders gute Ventilation haben.

Niet waar, kinderen die met hun hoofd begaafd zijn, zullen goede opstellen schrijven, die kinderen die met hun lichaam begaafd zijn zullen goed euritmie doen. Je moet proberen dat door erover te praten* recht te trekken. Wanneer je er met de kinderen over praat, wordt het afgeleid van het hoofd; wanneer je iets bespreekt van wat uit het uiterlijke leven genomen is en dat dan uitdiepen.
( ) en de euritmie brengt ook leven in de ontwikkeling van het hoofd.

*In een opmerking hiervoor gaat Steiner in op verschillen in leerlingen en de klassenleerkracht moet bepaalde aspecten van die verschillen met de kinderen bespreken – dus niet de euritmieleerkracht. E.e.a. veronderstelt wel een goede samenwerking en uitwisseling. (PW)

Wanneer je door de euritmie bij de kinderen met name de mooiste gevoelens oproept voor het lichamelijke, voelen ze heel erg alle inwerkingen van de ruimte – daaarvan word je moe. We kennen de mooie euritmiezaal, men is vergeten de luchtverversing groot genoeg te maken, die kunnen we helemaal niet gebruiken. Het is noodzakelijk dat je voor euritmie een goed geventileerde zaal hebt. Alles wat er tot nog toe was, is als euritmiezaal niet geschikt. Je kan slechts een surrogaat hebben. De euritmiezalen zouden zo moeten zijn, dat ze een heel goede ventilatie hebben.
GA 300A/135
Niet vertaald

Das wäre schon ganz gut. Es braucht nur so mit zu unterlaufen, daß wir das physiologische Turnen neben der psychologischen Euryth­mie auch pflegen.

Dat zou heel goed zijn. Het hoeft alleen maar zo te gaan dat we het fysieke gymmen naast de psychologische euritmie verzorgen.
GA 300A/174
Niet vertaald

Darf ich fragen, soll die C-Dur-Tonleiter festgehalten werden, und soll in der Toneurythmie Wert gelegt werden auf den absoluten Ton? Ich hätte mir ge­dacht, ob man nicht die Toneurythmie als relative Toneurythmie hinnähme.

Dr. Steiner: Das kann man gut machen.
Eine Eurythmielehrerin: Ich ging immer auf den absoluten Ton.

Dr. Steiner: Man kann das Befestigen der eurythmischen Bewegung schon machen dadurch, daß man im Absoluten bleibt. Man braucht das nicht pedantisch festzuhalten.

Mag ik vragen of aan de toonladder van C-majeur vastgehouden moet worden en moet in de tooneuritmie de nadruk liggen op de absolute toon? Ik dacht dat je de tooneuritmie met de relatieve tonen zou kunnen doen.

Dr.Steiner: dat zou je goed kunnen doen.
Een euritmiste: ik neem steeds de absolute tonen.

Dr.Steiner: Je kan de euritmische beweging wel bestendigen door dat je bij de absolute tonen blijft. Dat hoef je niet schoolmeesterachtig vast te houden.
GA 300A/239
Niet vertaald

Es wird gefragt, ob die Kinder Eurythmieschuhe herstellen sollen.
Dr. Steiner: Dadurch würden die Kinder schwächlich und kränklich. Ich glaube, daß es zu Unzukömmlichkeiten kommen könnte. Auf der anderen Seite, ist so furchtbar viel an Eurythmieschuhen zu erzeugen?
X.:    Jetzt ist es so, daß viele Kinder es für die anderen machen.

Dr. Steiner: Wie lange braucht ein Kind, um ein Paar Eurythmieschuhe zu machen? Ich denke, daß unter den Mitgliedern sehr viele wären; ich kann mir denken, daß unter den Mitgliedern manche Frau ist, die kann mindestens im Tag ein Dutzend solche Schuhe machen, oder neun oder zehn.

Er wordt gevraagd of de kinderen euritmieschoenen moeten maken.

Dr.Steiner: dat is niet al te best voor de kinderen, daar worden ze niet goed van*. Ik geloof dat het ongezond is. Aan de andere kant, is het zo vreselijk moeilijk om euritmieschoenen te maken?

Nu is het zo dat veel kinderen ze voor elkaar maken.

Dr.Steiner: hoe lang heeft een kind nodig om een paar euritmieschoenen te maken? Ik denk dat er onder de leden zeer veel mensen zijn of veel vrouwen die er minstens een stuk of twaalf per dag kunnen maken, of negen of tien

(*Er staat: zwak, ziekelijk – wellicht heeft het met lijm e.d. te maken – helemaal duidelijk is het me niet.(PW))

X.:    In der 5. Klasse ist ein Schüler, der nicht Eurythmie machen will. Er hat für Künstlerisches kein Interesse, sondern nur für Physik, Elektrizität.

Dr. Steiner: Wie es unmusikalische Menschen gibt, kann es auch uneurythmische Menschen geben. Ich würde ihn nicht dispensieren. Man sollte nur dispensieren, wenn partielle Idiotie vorhanden ist.

X. In de 5e klas zit een leerling die geen euritmie wil doen. Hij heeft voor het kunstzinnige geen interesse, maar alleen voor natuurkunde, electriciteit.

Dr.Steiner: zoals er onmuzikale mensen zijn, zijn er ook wel oneuritmische. Ik zou hem geen dispensatie geven. Je kan alleen vrijstelling geven als er een gedeeltelijke zwakzinnigheid bestaat.
GA 300A/242
Niet vertaald
.

Rudolf Steiner over euritmie

Rudolf Steineralle artikelen

VRIJESCHOOL in beeldklankfiguren

.

1372

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over euritmie (GA 297)

.

RUDOLF STEINER OVER EURITMIE

GA 297

Beknopte inhoudsopgave:
blz. 178: euritmie is kunst; menselijk lichaam is het instrument; verschil met gymnastiek; naast kunst ook pedagogische en hygiënische waarde.
blz. 185: Als opmerking uit publiek: euritmie verwaarloost het sterker worden van de spieren,
blz. 186: daarom niet alleen maar euritmie op school, ook gym. Steiner: ook gymnastiek!
blz. 194: een zichtbare taal met door bovenzinnelijk schouwen waargenomen bewegingen van het strottenhoofd.
blz. 217: er is niets tegen gymnastiek.
blz, 218: euritmie in 1e plaats een kunst, maar ook hygiënisch-gezondmakends en pedagogisch-didactisch; bewegingen afgelezen aan bewegingen van strottenhoofd; geen willekeur in de bewegingen; bezielde beweging;
blz. 219: wat is dichtkunst; wat is reciteren;
blz. 220: op de vrijeschool een verplicht vak; nodig voor wilsinitiatieven

blz. 178/179

Wir haben in unserer Waldorfschule in Stuttgart zum ersten Male versucht, dasjenige, was sonst im allgemeinen nur, ich möchte sagen auf Physiologisches gestützt ist – wenigstens durch seine Methode, mit Bezug auf seine organisatorische innere Kraft -, nämlich das Turnen, umzuwandeln in eine gewisse eurythmische Kunst. Sehen Sie, dasjenige, was Sie fast an jedem Sonnabend und Sonntag draußen in Dornach sehen können als eurythmische Vorführung, das ist natürlich zunächst als eine besondere Kunst­form gedacht, eine Kunstform, zu der der menschliche Organismus selber mit seinen inneren Bewegungsmöglichkeiten als Instrument verwendet wird. Aber dasjenige, was so als Kunstform gedacht ist, das gibt zu gleicher Zeit Möglichkeiten, die Bewegungen des Men­schen, die wir sonst nur durch das physiologische Turnen haben, zu durchseelen, zu durchgeistigen, so daß der Mensch nicht nur dasjenige ausführt, wovon man frägt: Wie wirkt es auf diesen oder jenen Muskel? -, sondern das ausführt, was naturgemäß fließt aus dieser oder jener seelischen Regung in die Bewegung der Muskeln, in die Bewegung der Glieder hinein.

We hebben op onze vrijeschool in Stuttgart voor het eerst geprobeerd om wat over het algemeen gezegd gebaseerd is op iets lichamelijks – d.w.z. door de methode in relatie tot hoe inwendig bepaalde krachten georganiseerd zijn – namelijk de gymnastiek – om te vormen tot een bepaalde vorm van euritmische kunst. Wat u bijna iedere zaterdagavond en zondag buiten Dornach kunt zien als euritmische voorstelling is natuurlijk allereerst als een bijzondere vorm van kunst gedacht, een vorm van kunst waarbij  het menselijk organisme zelf met de innerlijke mogeliljkheden tot bewegen als instrument gebruikt wordt. Maar wat zodanig als kunstvorm gedacht is, draagt tegelijkertijd de mogelijkheden in zich de bewegingen van de mens die we anders alleen maar door het lichamelijke gymmen hebben, veel meer mee te geven aan ziel, aan geest, zodat de mens niet alleen maar iets doet waarbij men vraagt: hoe werkt dat op deze of die spier?, maar uitvoert wat van nature uit dit of dat gevoel in de bewegingen van de spieren, van de ledematen overgaat.

Eurythmie wird, wie wir, die wir auf dem Boden einer Durch­geistigung des Lebens vom Standpunkte der Geisteswissenschaft stehen, überzeugt sind, Eurythmie wird tatsächlich auf der einen Seite eine große pädagogische, auf der anderen Seite auch eine hygienische Bedeutung haben. Denn es werden die gesunden Ver­hältnisse, diese naturgemäßen Zusammenhänge gesucht, die zwi­schen dem inneren Erleben, Empfinden und Aussprechen der Seele und dem, was im ganzen Menschen als Bewegung sich entwickeln kann, bestehen müssen. Dasjenige, was sonst bloß durch äußerliche Physiologie oder durch sonstige äußerliche Tatsachen gesucht wird, das wird durch die Erkenntnis von der Durchseelung und Durchgeistigung des Menschen gesucht. Und so kann man nicht nur, indem man die gebräuchlichen Künste das Unterrichtsprinzip in den ersten Volksschuljahren durchsetzen läßt, auf den Willen wirken, sondern man kann noch dadurch ganz besonders auf den Willen wirken, daß man so etwas, was ja sonst auch als eine Willenskultur gedacht ist, das Turnen, durchsetzt sein läßt von Seelisch-Geistigem, das aber erst vorher in seiner konkreten Wirkungsmöglichkeit, in seinem konkreten Auftreten, erkannt werden muß.

Euritmie zal, op de manier waarop wij ons baseren, op het standpunt van de geesteswetenschap om het leven geestrijker te maken, daarvan zijn we overtuigd, daadwerkelijk aan de ene kant een grote pedagogische, aan de andere kant ook een hygiënische betekenis kunnen hebben.
Want er wordt naar een gezonde relatie gezocht die er moet bestaan in wat van nature samenhangt tussen het innerlijke beleven, voelen en spreken vanuit de ziel en wat in de totale mens als beweging zich kan ontwikkelen. Wat anders alleen maar gezocht wordt door uiterlijke fysiologie of soortgelijke uiterlijke zaken, wordt nu door de kennis van de bezieling en van de verrijking van de geest gezocht. En zo kun je niet alleen, wanneer je de gebruikelijke kunstvormen integreert in het onderwijs in de eerste jaren van de basisschool, op de wil werken, maar je kan er ook op een bijzondere manier mee op de wil werken; dat je iets wat anders alleen maar als wilscultuur gedacht is, de gymnastiek, nu ook voorziet van iets van ziel en geest, waarvan echter eerst vooraf de concrete mogelijkheid van hoe het werkt, bij het concrete uitvoeren, gekend moet worden.
GA 297/178-179
Vertaald op deze blog

Bij het beantwoorden van vragen:

blz. 184-186

Ich möchte noch etwas als eine Art Kritik üben. Rudolf Steiner sagt, das Turnen, wie man es heute in der Schule hat, soll ersetzt werden durch Eurythmie. Ich habe die Eurythmie-Vorstellungen teilweise besucht und sah, worauf sie ausgehen. Nun glaube ich nicht, daß diese Eurythmie allein in der Schule gepflegt werden darf. Was entwickelt die Eurythmie? Ich glaube, gerade alle diese tanzenden Bewegungen werden den Oberkörper des Men­schen vernachlässigen, die Muskelbildung vernachlässigen. Auf die kommt es aber bei den arbeitenden Menschen, zu denen die meisten unserer 

Onbekende vraagsteller:
Ik zou toch nog een kritische opmerking willen maken. Rudolf Steiner zegt dat gymnastiek zoals we dat nu in de school hebben, vervangen dient te worden door euritmie. Ik ben naar een paar euritmievoorstellingen geweest en heb gezien waar het om gaat. Ik denk niet dat alleen maar deze euritmie op school gedaan moet worden. Wat ontwikkelt de euritmie? Ik denk dat juist al die dansende bewegingen het bovenlijf van de mens verwaarlozen, de ontwikkeling van de spieren verwaarlozen. Maar voor de werkende mensen, waarvan de meeste van onze basisschoolleeringen

blz. 185

Volksschülerübergehen, an. Wir werden vernachlässigte, schwache Oberarmmus­keIn, schwache Brustmuskeln, schwache Rückenmuskeln bekommen durch Eurythmie. Die Beinmuskeln werden stark ausgebildet, aber nicht die Oberarmmuskeln, die werden, vernachlässigt, zurücktreten. Wir sehen ja diese Schwachheit heute bereits im sogenannten Mädchenturnen, bei dem auch wohl viel zu viel gewendet wird, viel zu viel Wert gelegt wird auf das Tanzen. Wenn dort eine Anforderung an die Oberarmmuskeln gestellt wird, die allerdings beim Mädchen weniger ausgebildet sind als beim Mann, so versagen diese Muskeln; meist kann nicht einmal die einfachste Stützübung von Mädchen ausgeführt werden. Doch ist dies ja bei den Mädchen für den späteren Beruf viel weniger wichtig als beim Mann. Nimmt man Eurythmie und läßt das physiologische Turnen, Barren-, Reck-, Kletterübungen ganz beiseite, so fürchte ich, daß die Stärke, die der Mann bei seinem Beruf braucht, auch Schaden leiden möchte.
Ich will damit sagen, daß die Eurythmie ja eingeführt werden kann, die Kinder werden dadurch ästhetisch geschult, – aber es soll nicht einseitig bloß Eurythmie geben

deel zullen gaan uitmaken,  komt het daarop aan. We zullen van euritmie verwaarloosde, zwakke bovenarmspieren, zwakke borstspieren, zwakke rugspieren krijgen. De beenspieren worden krachtig ontwikkeld, maar niet de bovenarmspieren, die zullen zwakker worden, minder worden. Die zwakte zien we tegenwoordig al bij de zgn. meisjesgymnastiek, waarbij ook wellicht veel te veel bewogen wordt, veel te veel de nadruk wordt gelegd op dansen. Wanneer er dan iets gevraagd wordt van de bovenarmspieren die bij het meisje toch al minder goed ontwikkeld zijn dan bij de man, schieten die spieren tekort; meestal kan er door een meisje niet eens een eenvoudige steunoefening gedaan worden. Goed, dat is voor een meisje bij een later beroep minder belangrijk dan bij een man. Kies je voor euritmie en laat je lichamelijke gymnastiek, brug-, rekstok- en klimoefeningen geheel achterwege, dan ben ik bang dat de kracht die een man in zijn beroep nodig heeft, daar ook onder lijdt. Ik wil hiermee zeggen dat de euritmie wel ingevoerd kan worden en de kinderen worden daardoor dan esthetisch gevormd, – maar er moet niet alleen maar eenzijdig euritmie zijn.

Was mir gefallen hat an den Übungen in Dornach, das war das wirklich schöne Linienspiel, die Harmonie in der Bewegung, das Künst­lerische, das Ästhetische. Aber ob diese eurythmischen Übungen dazu bei­tragen werden, den Körper für den Lebensberuf fähig zu machen, daran möchte ich zweifeln. Ich möchte darüber Aufklärung, ob Rudolf Steiner nur eurythmische Aufführungen haben will, ob er dem auf physiologischen Grundlagen ruhenden Schulturnen jede Berechtigung absprechen möchte. Wenn das der Fall wäre, daß den auf der Erkenntnis des menschlichen Körpers beruhenden Körperübungen die Berechtigung ganz abgesprochen wäre, so könnte ich mich mit der Einführung von Eurythmie nicht vollstän­dig einverstanden erklären.

Rudolf Steiner: Damit nicht Mißverständnisse entstehen, möchte ich zu dem letzten Punkt gleich ein paar Worte sagen. Vielleicht ging es aus dem Vortrage nicht klar genug hervor, ich konnte ja die Sache nur kurz berühren – es ist ja selbstverständlich, daß, wenn wir in Dornach Eurythmie vorführen, wir sie vor allem als künst­lerische Leistung vorführen und dabei auf dasjenige, wovon Sie sagten, daß es Ihnen sympathisch ist, Rücksicht nehmen. Daher führen wir gerade diejenigen Dinge vor, die selbstverständlich mehr für das Anschauen, für die Vorstellung, für die künstlerische Vorstellung sind. Im Vortrag wollte ich vielmehr darauf hinweisen, daß durch die Anschauung dieser Eurythmie das Prinzip erkannt werden kann, wie man dasjenige, was heute bloß physiologisch gedacht wird, durchgeistigen und durchseelen kann – natürlich ist 

Wat ik mooi vond aan de oefeningen in Dornach was het echt mooie lijnenspel, de harmonie van de bewegingen, het kunstzinnige, het esthetische. Maar of deze euritmische oefeningen ertoe zullen bijdragen het lichaam voor een beroep geschikt te maken, betwijfel ik. Ik zou uitgelegd willen krijgen of Rudolf Steiner alleen maar euritmische opvoeringen wil hebben, of hij de op lichamelijke basis berustende schoolgymnastiek iedere rechtvaardiging wil ontzeggen, want dan kan ik het met de invoering van euritmie niet volledig eens zijn.

Rudolf Steiner: Om geen misverstand te laten ontstaan, zou ik over het laatste punt meteen een paar woorden willen zeggen. Misschien was het uit de voordracht niet duidelijk genoeg – ik kon er maar kort bij stilstaan – dat het vanzelfsprekend zo is dat wij in Dornach euritmie opvoeren; dat we dat vooral als kunstzinnige prestatie neer willen zetten en daarbij rekening houden met wat u zo waardeert. Daarom voeren we juist die dingen op die vanzelfsprekend meer voor het bekijken, voor de voorstelling, voor de kunstzinnige voorstelling zijn. In de voordracht wilde ik er veel meer op wijzen dat door het zien van deze euritmie het principe gehuldigd kan worden dat men hetgeen wat tegenwoordig alleen maar lichamelijk gedacht wordt, meer kan verrijken met wat uit de wereld van geest en ziel stamt – natuurlijk is

blz. 186

das auch etwas radikal gesprochen, denn das Turnen ist ja nicht allein physiologisch gedacht. Von der Eurythmie sage ich übrigens in der Einleitung immer, daß sie erst am Anfang stehe, und wenn sie heute einseitig wirkt dadurch, daß einzelne Glieder besonders entwickelt werden, so möchte ich als auf etwas Wesentliches darauf hinweisen, daß auch dieses verschwinden wird, wenn sie weiter entwickelt sein wird. Doch ich wollte nicht den Eindruck her­vorrufen, als ob es meine Meinung wäre, daß das Turnen weg-zufallen habe, wenn man Eurythmie einführt. Wir haben in der Waldorfschule in Stuttgart eine Stunde gewöhnliches Turnen eingeführt und eine Stunde Eurythmie – wobei aber auch da die Eurythmie nicht bloß in dem besteht, was man als künstlerische Darbietung bringt, so daß die Anforderungen, die Sie mit Recht stellen, schon dabei berücksichtigt werden.Worauf es mir ankommt ist, daß zu dem Physikalischen, Phy­siologischen, das dem Turnen zugrundeliegt, das Seelisch-Geistige hinzutritt.

dat ook iets kras gesproken, want de gymnastiek is niet alleen lichamelijk gedacht. Over de euritmie zeg ik overigens in de inleiding dat die pas aan het begin staat en wanneer dat nu eenzijdig overkomt omdat ze bepaalde ledematen in het bijzonder zou ontwikkelen, wil ik toch op iets wezenlijks wijzen, dat dit zal verdwijnen wanneer ze verder ontwikkeld zal zijn. Maar ik wilde niet de indruk wekken alsof ik van mening zou zijn dat de gymnastiek achterwege gelaten moet worden wanneer er euritmie bij komt. We hebben op de vrijeschool in Stuttgart een uur gewone gymnastiek ingevoerd en een uur euritmie – waarbij de euritmie ook niet alleen maar bestaat uit wat ze kunstzinnig brengt, zodat met de eisen die u met recht stelt, al rekening wordt gehouden. Waar het bij mij om gaat is dat er bij het fysieke, lichamelijke dat aan de gymnastiek ten grondslag ligt, ook bij komt wat uit de wereld van geest en ziel stamt.

Beides soll da sein, damit auch in den Bewegungen, die der Mensch turnerisch ausführt, das Seelische, das als solches für sich erfaßt wird, mitwirkt, wie sich im Menschen selbst in seiner Ganzheit eine Zusammenwirkung von Leib, Seele und Geist her­ausstellt. Also es handelt sich durchaus nicht um eine Ausmerzung des Turnens; im Gegenteil, ich möchte gerade, daß das Turnen von dem Eurythmischen befruchtet würde.Nicht eine Barrenübung, nicht eine Reckübung soll ausgemerzt werden, nichts, was das Turnen hat, soll ausgemerzt werden. Aber die Eurythmie möchte außer dem, daß man frägt: Wie wird dieser oder jener Muskel vom physiologischen Standpunkt aus behandelt? -, daß man frägt: Wie wirkt ein seelischer Impuls?-, so daß also zu dem, was vorhanden ist, noch etwas hinzutritt. Ich möchte gar nicht das Vorhandene kritisieren, sondern nur eine von der Geisteswissenschaft geforder­te Durchgeistigung und Durchseelung ein wenig kennzeichnen. Ich bin durchaus einverstanden mit dem, was Sie ablehnen, möchte aber durchaus zeigen, daß von der Geisteswissenschaft eine Durch­seelung des Turnens ausgehen kann.

Het moet er allebei zijn, zodat ook in de bewegingen die een mens gymnastisch uitoefent, het gevoel dat als zodanig op zich begrepen kan worden, meedoet, zoals dat in de mens zelf in zijn totaliteit blijkt uit het samengaan van lichaam, ziel en geest. Dus het gaat er zeer zeker niet om de gymnastiek alleen maar te schrappen; in tegendeel, ik zou graag willen dat de gymnastiek door het euritmische verrijkt wordt. Geen brugoefening, geen rekstokoefening zal geschrapt worden, niets zal van de gymnastiek geschrapt worden. Maar euritmie zou graag naast de vraag: hoe moet je de een of andere spier vanuit een lichamelijk standpunt behandelen, willen vragen: hoe werkt een zielenimpuls? – zodat er bij wat er al is, nog iets bij komt. Ik wil eigenlijk helemaal geen kritiek hebben op wat er is, maar min of meer slechts een door de geesteswetenschap verlangde vergeestelijking en bezieling karakteriseren. Ik ben het helemaal eens met wat u afwijst, maar zou heel graag laten zien dat er door de geesteswetenschap een bezieling van de gymnastiek uit kan gaan.
GA 297/184-186
Vertaald op deze blog

blz. 194

Wir haben eine sichtbare Sprache geschaffen. Die durch übersinnliches Schauen erkannten Bewegungen des Kehlkopfes werden in beseel­tes Turnen übertragen (Eurythmie), bei dem jede Bewegung zum Träger eines seelisch-geistigen Vorganges wird.

We hebben een zichtbare spraak gecreëerd. De bovenzinnelijk verkregen waarnemingen van de bewegingen van het strottenhoofd worden overgebracht naar het bezielde turnen (euritmie); waarbij iedere beweging als inhoud een activiteit van ziel en geest draagt.
GA 297/194
Vertaald op deze blog

blz. 217

Nur derjenige beurteilt das, was wir wollen, richtig, der da weiß, wie wir nichts anderem dienen wollen als dem praktischen Leben durch dasjenige, was diesem Leben gegenüber nicht in weltfremden Fernen steht, son­dern gerade durch diese Erkenntnis, wie ich sie Ihnen eben ge­schildert habe, mit dem praktischen Leben zusammenhängt.
Daher konnten wir auch in den Lehrplan die Eurythmie aufneh­men als obligatorischen Unterrichtsgegenstand. Sie werden mich nicht für so albern halten, daß ich gegen die segensreiche Wirkung des Turnens, die im 19. Jahrhundert mit Recht hervorgehoben worden ist, etwas einwenden werde. Aber es wird einmal eine Zeit kommen, in der man über diese Dinge etwas objektiver denkt.

Alleen diegene kan een goed oordeel geven over wat wij willen, die weet dat wij niets anders willen dan ons in te zetten voor het praktische leven door tegenover dit leven niets wereldvreemds te zetten wat er mijlenver van afstaat, maar juist door hoe deze kennis die ik net naar voren heb gebracht, met het praktische leven te maken heeft. Vandaar dat we ook in het leerplan de euritmie op konden nemen als een verplicht schoolvak. U moet mij niet voor zo gek verslijten dat ik tegen de zinvolle werking van de gymnastiek die in de 19e eeuw terecht ingevoerd is, iets te berde zou willen brengen. Maar er zal eenmaal een tijd komen waarin men over deze dingen iets objectiever zal denken.

Dann wird man finden: Ja, das Turnen, es entspricht der Physiolo­gie des Menschen; es bringt diejenigen körperlichen Bewegungen an das Kind, an den Menschen heran, welche dem Studium der menschlichen Körperlichkeit entsprechen. Dazu fügen wir nun -aber nicht, indem wir das Turnen anfechten – unsere Eurythmie.Was ist diese Eurythmie? Es ist zunächst eine Kunst, wie sie hier in öffentlichen Vorstellungen dargeboten wird. Aber daneben hat sie auch ein hygienisch-therapeutisches und außerdem ein starkes pädagogisch-didaktisches Element in sich. Sie beruht nicht auf irgendwelchen

Dan zal men zeggen: Ja, de gymnastiek is in overeenstemming met de lichamelijkheid van de mens; ze laat het kind, de mens, lichaamsbewegingen uitvoeren die in overeenstemming zijn met de studie van het lichaam. Daar voegen wij nu – niet omdat we de gymnastiek aanvechten – onze euritmie aan toe. Wat is dat, euritmie? Alleereerst een vorm van kunst die hier in openbare voorstellingen uitgevoerd wordt. Maar daarnaast heeft deze ook iets hygiënisch-gezondmakends en bovendien een sterk pedagogisch-didactisch element. Ze berust niet op een of ander

blz. 218

ausgedachten Gebärden – durch zufällige Zusammen­hänge der äußerlichen Gebärden oder der Mimik mit dem, was in der Seele vorgeht -, sondern sie beruht auf dem, was man im sorg­fältigen Studium gewinnen kann durch das, was ich im Sinne Goethes «sinnlich-übersinnliches Schauen» nennen möchte. Wenn man das menschliche Sprachorgan mehr von innen studiert und das, was sich – jetzt nicht an Bewegungen, Modulationsbewegun­gen, sondern an Bewegungsanlagen – vollzieht, durch sinnlich­übersinnliches Schauen erschaut, dann kann man es, ganz nach dem Prinzip der Goetheschen Metamorphosenlehre, auf den ganzen Menschen übertragen. Goethe sieht in der ganzen Pflanze nur ein komplizierter ausgestaltetes Blatt.Was Goethe im Hinblick auf die Formen in seiner Morphologie ausgeführt hat und was erst später einmal geschätzt werden wird, das versuchen wir funktionell in der menschlichen Tätigkeit künstlerisch zur Anwendung zu bringen. Wir versetzen den ganzen Menschenorganismus oder Menschen­gruppen in solche Bewegungen, die abgelesen sind von der Lautsprache. Das heißt,

uitgedacht gebaar – door toevallig samengaan van uiterlijke gebaren of mimiek met een gevoel, maar ze berust op wat je door zorgvuldig bestuderen te weten kan komen door wat ik met Goethe ‘zintuiglijk-bovenzintuiglijk’ waarnemen zou willen noemen. Wanneer je het menselijk spraakorgaan van binnenuit bestudeert en door het zintuiglijk-bovenzintuiglijk waarnemen ziet-  niet alleen aan bewegingen, modulatieveranderingen, maar aan de aanzet van de bewegingen – dan kun je, geheel volgens de metamorfoseleer van Goethe, deze op de hele mens toepassen. Goethe ziet in de totale plant alleen maar een gecompliceerd gevormd blad. Wat Goethe uitgewerkt heeft in zijn morfologie wat betreft de vormen en wat ooit later naar waarde geschat zal worden, proberen wij functioneel in de menselijke activiteit kunstzinnig toe te passen. Het menselijk organisme of een groep mensen laten we bewegingen maken die afgelezen zijn aan de spraakklank. Dat betekent

wir lassen Hände, Beine und den Kopf solche Bewegungen ausführen, die den Bewegungstendenzen des Kehl­kopfes und seiner Nachbarorgane entsprechen.Wir machen sozu­sagen den ganzen Menschen zum Kehlkopf und schaffen so eine tonlose, aber sichtbare Sprache – nicht eine Gebärdensprache, die der Willkür der Phantasie entstammt. Wir schaffen eine Sprache, die wir auf den Menschen und seine Bewegungen übertragen. Sie ist ebenso gesetzmäßig ausgebildet – nur eben durch Studium aus­gebildet – wie von der Natur ausgebildet ist, was vom Kehlkopf und den Nachbarorganen ausgeführt wird. ( ) Eurythmie ist ein beseeltes Turnen. Jede Bewegung wird nicht ausgeführt aus physiologischer Einsicht, sondern aus der Erkenntnis des Zu­sammenhanges zwischen Körper und Seele. Jede Bewegung ist durchseelt, wie der Laut durchseelt ist. Der ganze Mensch wird  

dat we de handen, benen en het hoofd die bewegingen laten uitvoeren die met de bewegingsimpulsen van het strottenhoofd en de aangrenzende organen in overeenstemming zijn. We maken zogezegd de hele mens tot strottenhoofd en creëren op deze manier een geluidloze spraak, maar wel een zichtbare – niet een gebarentaal die uit de willekeur van de fantasie komt. We scheppen een taal die we op de mens en zijn bewegingen overbrengen. Die is dus wetmatig gevormd – juist slechts door studie gevormd – zoals door de natuur gevormd is wat door het strottenhoofd en de aangrenzende organen uitgevoerd wordt. Euritmie is een bezielde gymnastiek. Iedere beweging wordt niet gemaakt door inzicht in het lichamelijke, maar uit de kennis van de samenhang tussen lichaam en ziel. Iedere beweging is bezield, zoals de klank bezield is. De hele mens wordt

blz. 219

zum Sprachorgan. Daher tritt da auch zutage, was in der Dichtung künstlerisch gestaltet werden kann. Heute haben die Menschen keine Ahnung davon, daß der Prosainhalt nicht die Hauptsache ist in bezug auf die Dichtung. Es wird ja heute überhaupt neunund­neunzig Prozent zuviel gedichtet! Dasjenige, was Dichtung ist, beruhte entweder in Goethescher Art auf Gestaltung der Sprache, oder auf dem Rhythmus der Sprache – man braucht nur auf Schiller hinzuweisen; man könnte viele andere Beispiele anführen. Schiller sagte, Gedichte wie zum Beispiel «Der Taucher» oder «Der Spa­ziergang» hätten nicht zuerst prosamäßig in seiner Seele gelebt, sondern etwas wie Musik, etwas wie ein Bild, etwas Visionäres lebte in ihm. Und aus diesem Wortlos-Melodiösen, aus dem Wort­los-Bildlichen haben Schiller und auch Goethe erst die Worte ge­bildet, haben sie gleichsam angefügt an das Wortlose oder Musika­lische oder innerlich Plastische. Und so sind wir auch, wenn zum Beispiel rezitiert werden muß, genötigt, auf das Rhythmische der gewöhnlichen Sprache zurückzugehen. Denn Sie werden hören,

tot spraakorgaan. Daardoor wordt ook duidelijk wat er in het dichten kunstzinnig tot stand kan worden gebracht. Tegenwoordig hebben de mensen er geen idee van dat de proza-inhoud niet het belangrijkste van het gedicht is. Tegenwoordig wordt er zeker negenennegentig procent te veel gedicht. Wat dichten is berustte of op het vormen van taal op de manier van Goethe, of op het ritme van het spreken – je hoeft maar op Schiller te wijzen; je zou vele andere voorbeelden kunnen geven. Schiller zegt dat hij gedichten zoals bijv. ‘Der Taucher’ of ‘Der Spaziergang’ niet eerst als proza beleefde, maar enigszins als muziek, of als een beeld, iets visionairs in hem. En uit dit woordenloos-melodieuze, uit deze woordloze verbeelding vormden Schiller en ook Goethe pas de woorden, voegden ze a.h.w. toe aan dat woordloze of muzikale of innerlijke beeld. En daarom zijn ook wij wanneer er bijv. gereciteerd moet worden, genoodzaakt terug te vallen op het ritme van de gewone spraak. Want u zal horen

daß die eurythmische Vorstellung – wie ich sagte, der Mensch als lebendiger Kehlkopf vor Ihnen auf der Bühne sich bewegend – auf der einen Seite durch Rezitation, auf der anderen Seite durch Musik begleitet sein wird. Man kann es auch begleiten von dem, was man nicht ausdrückt mit der Dichtung. Dann muß aber nicht so rezitiert werden, wie in unserem unkünstlerischen Zeitalter rezitiert wird, wenn man eben den Inhalt der Dichtung aus dem Untergrund der Seele herausholt, sondern dann muß gerade Takt und Rhythmus und die Zusammenhänge, die gestaltet sind im Reim, also das eigentlich Künstlerische, in der Rezitation zum Ausdrucke kom­men. Denn mit dem gewöhnlichen heutigen unkünstlerischen Re-zitieren könnte man die Eurythmie nicht begleiten. Daher wird die Eurythmie auch gesundend zurückwirken auf das, was in unseren übrigen Künsten im Rückgang ist. Vor allen Dingen wird es Sie gewiß interessieren, daß die Eurythmie ein pädagogisch-didaktisches Element in sich hat. Das Turnen ist etwas Ausgezeichnetes für den Menschen, aber es ent­wickelt nur den äußeren, physischen Organismus. Eurythmie als

dat de voorstelling – zoals ik zei, de mens als levend strottenhoofd voor u op het toneel zich bewegend – aan de ene kant door recitatie, aan de andere kant door muziek begeleid wordt. Je kan het ook begeleiden met wat je niet tot uitdrukking brengt in een gedicht. Dan moet er echter niet zo gereciteerd worden zoals dat in onze onkunstzinnige tijd gebeurt, wanneer men de inhoud van een gedicht uit de onbewuste ziel naar bovenhaalt, maar dan moeten juist maat en ritme en de samenhang met het rijmen, dus eigenlijk het echte kunstzinnige, in het reciteren tot uitdrukking komen. Want met het gebruikelijke onkunstzinnige reciteren van tegenwoordig kan je geen euritmie begeleiden. Vandaar dat de euritmie ook gezondmakend terug kan werken op wat in onze andere kunsten achteruit gaat. Bovenal zal het u interesseren dat de euritmie een pedagogisch-didactisch element bevat. Gymnastiek is iets uitstekends voor de mens, maar ontwikkelt alleen het uiterlijk, fysiek organisme. Euritmie als

blz. 220

obligatorischer Gegenstand in der Schule wirkt vor allen Dingen auf dasjenige, was ich nennen möchte die Willensinitiative, die Selbständigkeit der menschlichen Seele. Und das ist dasjenige, was wir eigentlich für das nächste Zeitalter der Menschheit brauchen. Wer hineinschaut in das heutige Chaos unserer sozialen Zustände, der weiß, daß den Menschen vor allen Dingen diese Seeleninitiative fehlt.

verplicht schoolvak werkt met name op wat ik zou willen noemen de wilsinitiatieven, de zelfstandigheid van de menselijke ziel. En dat hebben we eigenlijk voor het komende tijdperk van de mensheid nodig. Wie een blik werpt op de chaos van onze sociale toestand weet dat de mensen boven alles die initiatieven van de ziel missen.
GA 297/217-220
Vertaald op deze blog

.

Euritmie: alle artikelen

Rudolf Steiner: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: klankfiguren

.

1363

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over euritmie (GA 298)

.

RUDOLF STEINER OVER EURITMIE

GA 298

Beknopte inhoud:
blz. 13 Kunstzinnig onderwijs voor een sterke gevoel- en wilskracht. Euritmische, de zinvolle beweging, in plaats van wat alleen maar berust op het anatomische en fysiologische van het lichaam.

blz. 13-14

Durchschaut man, wie stark aus der kindlich-künstlerischen Erzie­hung das Intellektuelle herauszuholen ist, so wird man der Kunst im ersten Volksschulunterricht die angemessene Stellung zu geben geneigt sein. Man wird die musikalische und auch die bildnerische Kunst in das Unterrichtsgebiet richtig hineinstellen und mit dem Künstlerischen die Pflege der Körperübungen entsprechend verbinden. Man wird das Tur­nerische und die Bewegungsspiele zum Ausdrucke von Empfindungen machen, die angeregt werden von dem Musikalischen oder von Rezitier­tem. Die eurythmische, die sinnvolle Bewegung wird an die Stelle derjenigen treten, die bloß auf das Anatomische und Physiologische des Körpers sich aufbaut. Und man wird finden, welch starke willen- und gemütbildende Kraft in der künstlerischen Gestaltung des Unterrichtes liegt.

Kun je doorzien hoe je het intellectuele daadwerkelijk uit de kunstzinnige opvoeding van een kind kan ontwikkelen, dan zal je bereid zijn om de kunst haar juiste plaats te geven in het eerste lesgeven op de basisschool. Dan zal je de musische en ook de beeldende kunst op de goede manier in je onderwijs integreren en met het kunstzinnige adequaat de lichamelijke oefeningen verbinden. Dan zal je de gymnastiek en de bewegingspelletjes gebruiken voor het tot uitdrukking laten komen van gevoelens die gestimuleerd worden door het muzikale of door het reciteren. De euritmische, de zinvolle beweging komt dan in de plaats van wat alleen maar berust op het anatomische en fysiologische van het lichaam. En dan zul je merken wat voor een sterke wils- en gevoelsvormende kracht de kunstzinnige opbouw van het onderwijs heeft.
GA 298/13-14
Niet vertaald

Rudolf Steiner over euritmie

Rudolf Steineralle artikelen

VRIJESCHOOL in beeldklankfiguren

.

1359

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over euritmie (GA 293)

.

RUDOLF STEINER OVER EURITMIE

GA 293

beknopte inhoud:

(vert. 195) euritmie moet onderwijs levendiger maken; het intellectuele doorbloeden.

blz. 202/203    vert. blz. 195

Man muß wissen, daß Eurythmie, von Sinn durchzogene äußere Tätigkeit, Vergeistigen der körperlichen Arbeit, und Interessantmachen des Unterrichts in nicht banaler Weise, Beleben – wörtlich genommen -, Beleben, Durchbluten der intellektuellen Arbeit ist.
Wir müssen die Arbeit nach außen vergeistigen; wir müssen die Arbeit nach innen, die intellektuelle Arbeit, durchbluten!

Men moet weten dat men de intellectuele inspanning verlevendigt – letterlijk tot leven brengt – door het onderwijs interessant te maken, op een niet banale wijze; dat is het doorbloeden van de intellectuele bezigheden. En men moet weten dat lichamelijke inspanningen worden vergeestelijkt door euritmie, door uiterlijke activiteit die van zin vervuld is.
We moeten ons werk in de buitenwereld vergeestelijken en ons werken naar binnen, het intellectuele werk doorbloeden.
GA 293-202/203
vertaald/195

.

Rudolf Steiner over euritmie

Rudolf Steineralle artikelen

.

1348

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over euritmie (GA 294)

.

RUDOLF STEINER OVER EURITMIE

GA 294

beknopte inhoud:

(vert. 29) mens van nature muzikaal; kleine kind wil bewegen: euritmie heft zwaarte in ledematen op
(vert. 31) werken vanuit het hoofd: invloed op etherlijf en fysiek lichaam; werken vanuit ledematenL invloed op Ik en astraallijf;
(vert. 47/48) plastisch-beeldende en een muzikaal-dichterlijke stroom: euritmie kan ze in zich verenigen;
(vert. 54-58) harmonie teweegbrengen in dionysisch en apolinisch;
muziekonderwijs; plastisch-beeldend werkt individualiserend-muzikaal-dichterlijk socialiserend; wezenlijk: het muzikale in een gedicht; interpreteren v.e. gedicht: verschrikkelijk!; belang van zingen;
(vert. 68-73) betekenis grammatica; zelfstandig naamwoord, bijv. nw., werkwoord en Ik; euritmie en luisteren, luisteren = sociaal; wijsheid van de taal;
heilige naam niet uitgesproken, maar weergegeven door gebaar.

blz. 18   vert. blz. 29

Diese Art, künstlerisch sich ins Weltengetriebe zu stellen, die ist es, welche wir als Erzieher dem Kinde angedeihen lassen müssen. Da wer­den wir bemerken, daß die Natur des Menschen so ist, daß er gewisser­maßen als Musiker geboren ist. Würden die Menschen die richtige Leichtigkeit dazu haben, so würden sie mit allen kleinen Kindern tanzen, würden sich mit allen kleinen Kindern irgendwie bewegen. Der Mensch wird in die Welt so hereingeboren, daß er seine eigene Leiblich­keit in musikalischen Rhythmus, in musikalischen Zusammenhang mit der Welt bringen will, und am meisten ist diese innere musikalische Fähigkeit zwischen dem 3. und dem 4. Lebensjahre bei den Kindern vorhanden. Ungeheuer viel könnten Eltern tun, wenn sie dieses be­merkten und dann weniger an das äußere musikalische Gestimmtsein anknüpften, sondern an das Bestimmtsein des eigenen Leibes, an das Tänzerische. Und gerade in diesem Lebensalter könnte man durch das Durchdringen des Kinderleibes mit elementarer Eurythmie unendlich viel erreichen. Wenn die Eltern lernen würden, sich eurythmisch mit dem Kinde zu beschäftigen, so würde etwas ganz anderes in den Kin­dern entstehen, als es sonst der Fall ist. Sie würden eine gewisse Schwere, die in den Gliedern lebt, überwinden. Alle Menschen haben heute eine solche Schwere in ihren Gliedern; die würde überwunden werden. Und was dann übrigbliebe, wenn es zum Zahnwechsel kommt, das ist die Veranlagung für das gesamte Musikalische.

Dit vermogen om zich op een kunstzinnige manier met het gebeuren in de wereld te verbinden, dat is het wat we als opvoeder moeten aankweken. Dan zullen we merken dat de mens van nature zo is dat hij zogezegd als musicus wordt geboren. Zouden de mensen licht genoeg zijn, dan zouden ze met alle kleine kinderen dansen, met alle kleine kinderen op de een of andere manier be­wegen. De mens wordt zo op aarde geboren dat hij zijn eigen lichamelijkheid in een muzikaal ritme, in een muzikale samenhang met de wereld wil brengen. Dit innerlijke muzikale vermogen is het sterkst aanwezig bij kinderen tussen het derde en vierde le­vensjaar. Ouders zouden ongelooflijk veel kunnen doen als ze dit zouden merken en dan aan zouden knopen niet zozeer bij een uiterlijke muzikale stemming, maar bij de gestemdheid van het ei­gen lichaam, het dansen. Juist op deze leeftijd zouden we oneindig veel kunnen bereiken door het lichaam van het kind met elementaire euritmie* te doordringen. Zouden ouders leren om zich euritmisch met het kind bezig te houden, dan zou er iets heel anders in kinderen ontstaan dan gewoonlijk het geval is. Ze zouden een zekere zwaarte die in de ledematen leeft, overwinnen. Alle mensen hebben tegenwoordig zo’n zwaarte in hun ledematen. Die zou overwonnen worden. En wat dan zou overblijven bij de tandenwisseling, dat is de aanleg voor het muzikale in het algemeen.
*Euritmie is een door Rudolf Steiner ontwikkelde bewe­gingskunst, waarbij het hele lichaam als instrument wordt gebruikt om de spirituele kwaliteiten van taal of muziek ruimtelijk zichtbaar te ma­ken. Behalve voor een kunstzinnige en een pedagogische vorm van eu­ritmie gaf Steiner ook aanwijzingen voor het ontwikkelen van een the­rapeutische variant. Zie Vorm en beweging. Architectuur. Beeldhouwkunst. Eu­ritmie.(Geen nadere aanwijzingen)
GA 294/18
vertaald/29

blz. 19/20   vert. blz. 31

Wir müssen uns bewußt werden: In dem werdenden Kinde entwickeln sich nach und nach das Ich und der astralische Leib; durch die Vererbung steht schon da der ätherische Leib und der physische Leib. Jetzt ist es gut, daß wir uns denken: Der physische Leib und der ätherische Leib sind etwas, was immer besonders gepflegt wird von dem Kopfe nach unten. Der Kopf strahlt aus, was den physischen Menschen eigentlich schafft. Machen wir die richtigen Erziehungs­und Unterrichtsprozeduren mit dem Kopfe, dann dienen wir der
Wachstumsorganisation am besten. Unterrichten wir das Kind so, daß wir aus dem ganzen Menschen das Kopfelement herausholen, dann geht das Richtige vom Kopfe in seine Glieder über: Der Mensch wächst besser, er lernt besser gehen und so weiter. Und so können wir sagen:
Es strömt nach unten das Physische und das Ätherische, wenn wir in sachgemäßer Weise alles, was sich auf den oberen Menschen bezieht, ausbilden. Haben wir das Gefühl, indem wir in mehr intellektueller Weise Lesen und Schreiben ausbilden, daß das Kind uns entgegen­kommt, indem es das aufnimmt, was wir ihm beibringen, so werden wir das vom Kopfe aus in den übrigen Leib hineinschicken. Ich und astralischer Leib wird aber von unten herauf ausgebildet, wenn der ganze Mensch in die Erziehung hineingestellt wird. Ein kräftiges Ich-gefühl würde zum Beispiel dann entstehen, wenn man zwischen dem 3. und 4. Lebensjahre elementare Eurythmie an das Kind heranbringen würde. Dann würde der Mensch davon in Anspruch genommen, und es würde ein rechtes Ichgefühl hineinstoßen in sein Wesen.

We moeten ons van het volgende bewust worden: in een opgroeiend kind komen stap voor stap het ik en het astrale lichaam in ontwikkeling; vanuit de erfelijkheid zijn het etherlichaam en bet fysieke lichaam al aanwezig.* Nu is het goed te bedenken dat het fysieke en het etherische lichaam altijd vooral vanuit het hoofd gevoed, verzorgd worden. Het hoofd straalt uit wat de fy­sieke mens eigenlijk creëert. Voeren we met het hoofd de juiste procedures uit in opvoeding en onderwijs, dan ondersteunen we de groeiprocessen het beste. Is het onderwijs zo dat we uit de hele mens het hoofdelement tevoorschijn halen, dan gaat ook het juis­te van het hoofd over in de ledematen: de mens groeit beter, leert beter lopen enzovoort. En zo kunnen we zeggen: als we op adequate wijze alles wat aan de bovenste mens gerelateerd is ontwikke­len. dan stroomt dat naar beneden naar de fysieke en de etherische mens. Zijn we [bijvoorbeeld] met het meer intellectuele lezen en schrijven bezig en hebben we het gevoel dat het kind bereidwillig m zich opneemt wat we het leren, dan wordt dat vanuit het hoofd tot in de rest van het lichaam gestuurd.
Daarentegen worden van onderop het ik en het astrale lichaam ontwikkeld wanneer de hele mens in de opvoeding aangesproken wordt. Een krachtig ik-gevoel zou bijvoorbeeld ontstaan wanneer men tussen het derde en vierde levensjaar het kind zou laten kennismaken met elementaire euritmie. Dan zou de [hele] mens daar­door aangesproken worden en zou een werkelijk ik-gevoel zijn we­zen binnenstromen.
*etherlichaam: Steiner onderscheidt aan de mens behalve een fysiek
lichaam ook een ‘etherlichaam’, een ‘astraal lichaam’ en een ‘ik’. Het etherlichaam of etherisch lichaam is de drager van alle levensprocessen in het organisme; mensen hebben dit dus gemeen met planten en die­ren. Het astrale lichaam is de drager van innerlijke aandoeningen (ge­waarwordingen, emoties, gevoelens), kortweg van de ziel; dit lichaam heeft de mens gemeen met de dieren. Het ‘ik’ tenslotte is uniek voor de mens; het is de organiserende en sturende factor in het samenstel van de lichamen. Zie b.v. Theosofie en De wetenschap van de geheimen der ziel.
GA 294/19-20
vertaald/31

blz. 38 vert. blz. 47/48

Nun zerfällt ja alles, was künstlerisch an die Menschen herantritt, wieder in zwei Strömungen, in die plastisch-bildnerische Strömung und in die musikalisch-dichterische Strömung. Diese beiden Kunstge­biete des Plastisch-Bildnerischen und des Musikalisch-Dichterischen sind wirklich polarisch voneinander verschieden, obwohl sie sich ge­rade durch ihre polarische Verschiedenheit in einer höheren Synthese, in einer höheren Einheit gut finden können. (  )
Natürlich entstehen immer wieder Bestrebungen, be­rechtigte Bestrebungen, die das Musikalische mit dem Plastisch-Bild­nerischen vereinigen wollen. Sie könnten aber nur in der vollständig ausgebildeten Eurythmie wirklich völlig vereinigt werden, wo Musi­kalisches und Sichtbares eine Einheit werden kann.

Nu zijn er in alles wat de mens aan kunstuitingen ontmoet twee stromen te onderscheiden: een plastisch-beeldende en een muzikaal-dichterlijke stroom. Deze twee gebieden in de kunst, het plastisch-beeldende en het muzikaal-dichterlijke, zijn werke­lijk tegenpolen – hoewel ze juist door hun polariteit in een hogere synthese, een hogere eenheid, goed samengaan.  (  )
Natuurlijk ontstaan er steeds weer pogingen, terech­te pogingen, om het muzikale met het plastisch-beeldende te ver­enigen. Maar pas in een volledig ontwikkelde euritmie zouden ze echt ten volle met elkaar verenigd kunnen worden, omdat daarin het muzikale en het zichtbare een eenheid kunnen worden. Dat geldt natuurlijk niet voor de huidige euritmie die nog in de kin­derschoenen staat, maar voor het ideaal dat wij in de euritmie voor ogen moeten hebben.
GA 294/38
vertaald/47-48

blz. 44 vert. blz. 54

Das musikalische Element, das im Menschen ja lebt von seiner Ge­burt an und das, wie ich schon sagte, besonders in der Zeit des 3. und 4. Lebensjahres beim Kinde in einem Hang zum Tanzen zum Ausdruck kommt, ist von sich aus ein Willenselement, trägt Leben in sich. Aber so sonderbar das klingt, es ist wahr, es trägt zunächst so, wie es sich im Kinde auslebt, zu starkes Leben, betäubendes Leben in sich, Leben, welches das Bewußtsein leicht übertäubt. Die kindliche Entwickelung kommt durch das starke Musikalische sehr leicht in einen gewissen Be­täubungszustand hinein. Daher muß man sagen: Das Erzieherische, das dann auftritt, wenn man das Musikalische verwendet, muß in einem fortwährenden Ineinanderharmonisieren des aus der Natur des Men­schen herausquellenden Dionysischen durch das Apollinische bestehen. Während ein Ertötendes belebt werden muß durch das Plastisch­Bildnerische, muß ein im höchsten Maße im Musikalischen Lebendiges herabgelähmt werden, damit es den Menschen im Musikalischen nicht zu stark affiziere. Das ist die Empfindung, mit der wir das Musika­lische an die Kinder heranbringen sollen.

Het muzikale element, dat in de mens leeft vanaf zijn geboorte en dat zoals ik al zei vooral in het derde en vierde levensjaar tot uiting komt in een neiging tot dansen,* is in wezen een wilselement, het draagt leven in zich. Maar hoe vreemd het ook mag klinken, het is waar: zoals het zich in een kind manifesteert, draagt het eerst te veel leven, verdovend leven in zich, leven dat het bewustzijn ge­makkelijk overstemt. De ontwikkeling van het kind komt door dit sterke muzikale element heel gemakkelijk in een zekere toestand van verdoving. Daarom moeten we zeggen: het gebruik van mu­ziek in de opvoeding moet er voortdurend op gericht zijn om het dionysische dat uit de natuur van de mens opwelt in harmonie te brengen met en door het apollinische.** Terwijl het afstervende tot leven gebracht moet worden door het plastisch-beeldende, moet het levende dat in muziek zo sterk aanwezig is geremd worden, zodat het de mens niet te sterk aangrijpt. Dat is het gevoel waar­mee we kinderen het gebied van de muziek moeten binnenleiden.
*zoals ik al zei… in een neiging tot dansen: Zie de eerste voordracht.
**het dionysische … met het apollinische: Deze uitdrukkingen zijn afgeleid van de Griekse godennamen Dionysus en Apollo en betekenen ‘uitbun­dig, extatisch’ tegenover ‘beheerst, evenwichtig’
GA 294/44
vertaald/54

blz. 45  vert. 55

Es wird aber von der größten Wichtigkeit sein, gerade in sozialer Beziehung, daß das Musikalische auch in elementarer Weise gepflegt werde, so daß ohne eine betäubende Theorie aus elementaren Tat­sachen des Musikalischen heraus die Kinder unterrichtet werden. Es sollten die Kinder eine deutliche Vorstellung vom elementaren Musi­kalischen bekommen, von den Harmonien, Melodien und so weiter, durch Verwendung von möglichst elementaren Tatsachen, durch das gehörmäßige Analysieren von Melodien und Harmonien, so daß man im Musikalischen ebenso elementar im Aufbau des ganzen Künstle­rischen vorgeht, wie man auch im Bildnerisch-Plastischen vorgeht, wo man auch aus der Einzelheit heraufarbeitet. (  )

Maar het zal van het grootste belang zijn, met name in sociaal opzicht, dat ook elementair aan de muzikale ontwikkeling wordt gewerkt, zodat de kinderen niet vanuit een bedwelmende theorie, maar aan de hand van elementaire muzikale fenomenen onder­wezen worden. De kinderen zouden een duidelijke voorstelling moeten krijgen van de beginselen van de muziek, van harmonie­ën, melodieën enzovoort, door het presenteren van heel elemen­taire gegevens, door het luisterend analyseren van melodieën en harmonieën. We gaan dus in de muziek net zo elementair te werk bij de opbouw van de kunstzinnige ontwikkeling als bij het plastisch-beeldende, waar we ook met eenvoudige gegevens beginnen en dan daarop voortbouwen. (  )

blz. 46  vert. blz. 55/56

Denn nicht vergessen sollte werden, daß alles Plastisch-Bildnerische auf die Individualisierung der Menschen hin-arbeitet, alles Musikalisch-Dichterische dagegen auf die Förderung des sozialen Lebens. Die Menschen kommen in einer Einheit zusammen durch das Musikalisch-Dichterische; sie individualisieren sich durch das Plastisch-Bildnerische. Die Individualität wird mehr aufrecht­erhalten durch das Plastisch-Bildnerische, die Sozietät mehr durch ge­meinschaftliches Leben und Weben im Musikalischen und Dichterischen. Das Dichterische wird aus der Einsamkeit der Seele heraus erzeugt, nur dort; es wird verstanden durch die menschliche Gemeinschaft. Es ist kein Abstraktes, was man begründen will, sondern etwas durchaus Konkretes, wenn man sagt, daß der Mensch mit seinem dichterisch Geschaffenen sein Inneres aufschließt und daß diesem Inneren durch das Aufnehmen des Geschaffenen das tiefste Innere des andern Men­schen wieder entgegenkommt. Daher sollte Freude vor allen Dingen und Verlangen gegenüber dem Musikalischen und Dichterischen im heranwachsenden Kinde erzogen werden. Beim Dichterischen sollte das Kind früh das wirklich Dichterische kennenlernen.

Want we moeten niet vergeten dat al het plastisch-beeldende toewerkt naar de individualisering van mensen, dat al het muzikaal-dichterlijke daarentegen het sociale leven bevordert. Door het muzikaal-dichterlijke element komen mensen samen, vormen ze een eenheid; door het plastisch-beeldende individualiseren ze zich. De individualiteit wordt meer in stand gehouden door het plastisch-beeldende, de gemeenschap meer door het gezamenlijk beleven van het muzikale en dichterlijke. Poëzie, literatuur wordt geschapen vanuit de eenzaamheid van de ziel, daar alleen; maar ze wordt begrepen door de menselijke gemeenschap. Het is niet iets abstracts wat ik naar voren wil brengen maar iets heel concreets, als ik zeg dat een mens met zijn gedicht zijn innerlijk opent en dat een ander, die dit gedicht opneemt, hem daardoor vanuit zijn eigen diepste innerlijk tegemoet kan komen. Daarom moet in de sfeer van het muzikale en poëtische vooral vreugde en ook verlan­gen in het opgroeiend kind worden ontwikkeld.
Wat het dichterlijke betreft moet een kind het werkelijk poëti­sche vroeg leren kennen.

Heute wächst der Mensch in eine soziale Ordnung hinein, in der er mit der Prosa der Sprache tyrannisiert wird. Es gibt heute unzählige Rezitatoren, welche die Menschen mit der Prosa tyrannisieren, indem sie das, was an einer Dichtung Prosa, rein Inhaltliches ist, in den Vordergrund stellen. Und wenn dann das Gedicht im Vortrag so gestaltet wird, daß die eigentlich inhaltliche Nuance die Hauptrolle spielt, so betrachtet man das heute als vollkommene Rezitation. Eine wirklich vollkommene Rezitation ist aber die, welche das musikalische Element besonders betont. – Ich habe bei den paar Worten, die ich den eurythmischen Vorstellungen manchmal voranstelle, öfter darauf aufmerksam gemacht, wie bei einem solchen Dichter wie Schiller ein Gedicht hervorgeht aus den Untergründen seiner Seele. Bei vielen seiner Gedichte hatte er zuerst eine allgemeine Melodie in der Seele waltend, und in diese allgemeine Melodie senkte er erst später gleichsam den Inhalt, die Worte hinein. Die allgemeine Melodie ist das, worin der Inhalt hängt, und das Dichterische

Tegenwoordig groeien mensen op in een samenleving waarin ze getiranniseerd worden door het proza van de taal. Er zijn tegenwoordig talloze recitatoren, voordragers van poëzie, die de mensen met proza tiranniseren, doordat ze het pro­zaïsche, het puur inhoudelijke van een dichtwerk op de voorgrond plaatsen. En als het gedicht dan zo voorgedragen wordt dat de ei­genlijk inhoudelijke nuance de hoofdrol speelt, dan beschouwt men dat tegenwoordig als een zeer geslaagde recitatie. Maar een werkelijk geslaagde recitatie is er een die het muzikale element bijzonder benadrukt. Ik heb er in de inleidende woorden die ik soms bij euritmievoorstellingen spreek, dikwijls op gewezen dat bij een dichter als Schiller* een gedicht ontstaat uit de diepste la­gen van zijn ziel. Bij veel van zijn gedichten was er eerst een globa­le melodie die zijn ziel doortrok, en pas later liet hij de inhoud, liet hij de woorden als het ware indalen in die melodie. De melodie is het waar de inhoud in rust, en het dichterlijke
*Christoph Friedrich von Schiller (1759-1805), een van de grote klassieke Duitse dichters, tevens filosoof en geschiedschrijver. 

blz. 47  vert. 56/57

erschöpft sich dann an der Formung des Sprachlichen, nicht in dem Inhaltlichen, sondern in dem Takt, in dem Rhythmus, in der Reimerhaltung, also in dem dem Dichterischen zugrunde liegenden Musikalischen. Ich sagte, daß man bei der heutigen Art der Rezitation die Menschen tyrannisiert, weil man immer tyrannisiert, wenn man nur auf die Prosa, auf den Inhalt einer Dichtung, den man ganz ab­strakt nimmt, den Hauptwert legt. (  ) Es ist daher außerorentlich wichtig, daß man bei jeglicher Dich­tung das Kind aufmerksam macht auf das zugrunde liegende Musika­lische. Daher sollte in der Einteilung des Unterrichts die Sache so ge­staltet werden, daß das rezitatorische Element, das in die Schule hin­eingebracht wird, möglichst in die Nähe des musikalischen Elementes gebracht wird. Der musikalisch Unterrichtende sollte dem rezitierend Unterrichtenden möglichst nahestehen, so daß das eine dem andern un­mittelbar folgt und so eine lebendige Verbindung zwischen beiden her­gestellt wird. Es würde besonders gut sein, wenn der musikalisch Unter­richtende noch bei dem Rezitationsunterrichtenden dabei sein könnte und umgekehrt, so daß der eine noch immer auf die Zusammenhänge mit dem andern Unterricht hinweisen könnte. Dadurch würde gründlich

element bestaat al­leen uit de vorming van het taalbouwsel, niet uit het inhoudelijke element, maar uit maat, ritme en rijm – dus uit het muzikale dat aan het dichterlijke ten grondslag ligt.
Ik zei dat men bij de huidige manier van reciteren de mensen tiranniseert, omdat het altijd een tiranniseren is wanneer het accent enkel op de prozaïsche, de inhoudelijke kant van een dicht­werk wordt gelegd, die heel abstract wordt belicht. ( )
Daarom is het uitermate belangrijk dat we kinderen bij ieder dichtwerk attent maken op het muzikale dat eraan ten grondslag ligt. Daarom moet het onderwijs zo worden ingedeeld dat het re­citeren zo nauw mogelijk bij het muzikale onderwijs aansluit. De muziekleerkracht moet intensief samenwerken met de spraakleerkracht, zodat het een direct inspeelt op het ander en er zo een levendige verbinding tussen hun lessen ontstaat. Het zou heel goed zijn als de muziekleerkracht ook bij de recitatielessen aanwe­zig zou kunnen zijn en omgekeerd, zodat de een altijd kan wijzen op verbanden met de andere lessen. Daardoor zou grondig

blz. 48  vert. 57/58

ausgeschaltet werden, was gegenwärtig in unser Schulwesen noch so stark hineinspielt und was wirklich schauderhaft ist: die abstrakte Erklärung von Gedichten. Dieses abstrakte Erklären von Dichtungen, das hart an das Grammatikalische herangeführt wird, ist der Tod von allem, was auf das Kind wirken sollte. Das Interpretieren von Gedich­ten ist etwas ganz Furchtbares.
Nun werden Sie einwenden: Aber das Interpretieren ist doch not­wendig, um das Gedicht zu verstehen! Dazu muß gesagt werden: Es muß der Unterricht als ein ganzer gestaltet werden. Darüber muß in der Wochenkonferenz der Lehrerschaft gesprochen werden. Diese und jene Gedichte kommen zur Rezitation. Dann muß von dem übrigen Unterricht aus das Nötige hineinfließen, was zum Verständnis einer Dichtung gehört. Es muß dafür gesorgt sein, daß das Kind zum Rezi­tationsunterricht das schon mitbringt, was zum Verständnis des Ge­dichtes notwendig ist. Man kann ganz gut – zum Beispiel, wenn man mit dem Kinde Schillers «Spaziergang» durchnehmen würde – das Kulturhistorische und das Psychologische, das mit dem Gedichte zu­sammenhängt, dem Kinde vortragen, aber nicht indem man an der Hand des Gedichtes von Zeile zu Zeile geht, sondern so, daß man das, was über dem Inhaltlichen liegt, dem Kinde vorbringt.

wor­den afgerekend met iets wat tegenwoordig nog zo sterk op scho­len speelt en wat werkelijk afschuwelijk is: de abstracte verklaring van gedichten. Dit abstract verklaren van gedichten, dat zwaar op grammaticale kennis leunt, is de dood van alles wat op een kind zou moeten inwerken. Het interpreteren van gedichten is iets ver­schrikkelijks.
Maar nu zult u hiertegen inbrengen dat interpreteren toch no­dig is om een gedicht te begrijpen. Daarop moet gezegd worden: 
het onderwijs moet als een geheel worden vormgegeven. Dit soort dingen moeten worden besproken in de wekelijkse lerarenbijeen­komst. Die en die gedichten zullen worden gereciteerd. Dan moet vanuit de andere lessen het nodige instromen waardoor er begrip kan ontstaan voor zo’n gedicht. We moeten ervoor zorgen dat de kinderen al met het nodige begrip voor een gedicht aan de recitatielessen beginnen. Wanneer we bijvoorbeeld ‘Spaziergang’ van Schiller* met de kinderen doornemen, kunnen we ze heel goed met de cultuurhistorische en psychologische aspecten van het ge­dicht bekend maken, alleen doen we dat niet door het gedicht re­gel voor regel te behandelen, maar door op de achtergronden in te gaan.
*Spaziergang’ van Schiller: Een gedicht uit het jaar 1795. 

In der Rezita­tionsstunde sollte lediglich Wert gelegt werden auf die künstlerische Mitteilung des Künstlerischen. Wenn man in dieser Weise das Künstlerische in seinen zwei Strö­mungen verwenden würde, um die menschliche Natur durchzuharmo­nisieren, dann würde man außerordentlich viel damit erreichen. Man muß nur bedenken, daß ein unendlich Wichtiges im Zusammengehen des Menschen mit der Welt erreicht wird, indem der Mensch singt. Singen ist ja an sich ein Nachbilden desjenigen, was schon in der Welt vorhanden ist. Indem der Mensch singt, bringt er zum Ausdruck die bedeutungsvolle Weisheit, aus der heraus die Welt gebaut ist. Aber man darf auch nicht vergessen, daß der Mensch im Singen das Kosmische der eigentlichen Tonfolge in Verbindung bringt mit dem menschlichen Wort. Daher kommt in den Gesang etwas Unnatürliches hinein. Das wird man schon empfinden können, wenn man das nicht Zusammen­gehörige des Tonlichen eines Gedichtes und des Inhaltlichen des Gedichtes 

In de recitatielessen moet het uitsluitend gaan om het kunst­zinnig overbrengen van het kunstzinnige. Als we op deze manier de twee stromen van de kunst zouden han­teren om de menselijke natuur in harmonie te brengen, dan zou­den we daarmee ongelooflijk veel bereiken. We hoeven maar te be­denken hoe oneindig belangrijk het is voor de verbinding van de mens met de wereld, dat een mens zingt. Zingen is eigenlijk een na­scheppen, een weergeven van wat er in de wereld al is. Door te zin­gen brengt een mens de betekenisvolle wijsheid tot uiting waar­uit de wereld is gebouwd. Maar we moeten ook niet vergeten dat de mens bij het zingen het kosmische, dat in de opeenvolging van tonen ligt, in verbinding brengt met het menselijk woord. Daar­door komt er in het zingen een onnatuurlijk element. Dat kunnen we al ervaren wanneer we merken dat de klankkwaliteiten van een gedicht niet passen bij de inhoud.

blz. 49  vert. blz. 58/59

Es würde schon ein gewisser Fortschritt sein, wenn man den Versuch weiter ausbilden könnte, den wir ja jetzt an­gefangen haben: die Zeilen im bloßen Rezitativ zu halten und nur das Reimwort mit der Melodie zu beleben, so daß die Zeile im Rezitativ verfließt, das Reimwort ariengemäß gesungen wird. Dadurch würde eine reinliche Scheidung entstehen zwischen dem Tonlichen eines Ge­dichtes und dem Wortlichen, das ja den eigentlichen musikalischen Menschen stört.
Und wiederum, indem des Gehör des Menschen für das Musikalische ausgebildet wird, wird der Mensch dazu veranlaßt, das Musikalische der Welt selbst lebendig zu empfinden. Das ist von dem allergrößten Wert für den sich entwickelnden Menschen. Man darf nicht vergessen:
Im Plastisch-Bildnerischen schauen wir die Schönheit an, leben sie; im Musikalischen werden wir selbst zur Schönheit. Das ist außerordentlich bedeutsam. Geht man in ältere Zeiten zurück, so findet man, in je ältere Zeiten man kommt, immer weniger von dem vorhanden, was wir eigent­lich musikalisch nennen. Man kann die deutliche Empfindung haben, daß das Musikalische ein erst Werdendes ist, trotzdem manche Formen des Musikalischen wiederum schon im Absterben sind.

Het zou al een stap vooruit zijn wanneer het experiment waarmee wij begonnen zijn verder ont­wikkeld zou kunnen worden: de regels te reciteren en alleen het rijmwoord te verlevendigen met een melodie, zodat de regel re­citatief verloopt en het rijmwoord arioso gezongen wordt.* Daar­door zou een zuivere scheiding tot stand komen tussen het klank­element en het woordelement van een gedicht, want het laatste stoort de eigenlijke muzikale mens.
En omgekeerd: doordat het gehoor van een mens voor het mu­zikale geschoold wordt, wordt hij ertoe aangezet het muzikale in de wereld zelf levendig te ervaren. Dat is van onschatbare waarde voor de opgroeiende mens. We mogen niet vergeten: in het plastisch-beeldende kijken we naar schoonheid, ervaren we de schoon­heid; in het muzikale worden we zelf schoonheid. Dat is buitengewoon belangrijk. Gaan we terug naar vroegere tijden, dan vinden we, hoe verder we terugkijken, steeds minder van wat wij muzikaliteit noemen. We kunnen duidelijk ervaren dat het muzikale nog aan het ontstaan is, ofschoon sommige vormen van muziek alweer aan het verdwijnen zijn.
*het experiment waarmee wij begonnen zijn … zodat de regel recitatief verloopt en het rijmwoord arioso gezongen wordt: Deze suggestie is opgepakt door de muziekleraar Paul Baumann, zie zijn LiederderFreien Waldoifschule.

Das beruht auf einer sehr bedeutsamen kosmischen Tatsache. In allem Plastisch-Bild­nerischen war der Mensch ein Nachbildner der alten Himmelsordnung. Die höchste Nachbildung einer Welten-Himmelsordnung ist eine pla­stisch-bildnerische Nachbildung der Welt. Aber im Musikalischen ist der Mensch selbst schaffend. Da schafft er nicht aus dem, was schon vorhanden ist, sondern legt den Grund und Boden für das, was in Zu­kunft erst entstehen wird. Man kann sich natürlich ein gewisses Musi­kalisches dadurch schaffen, daß man zum Beispiel das Rauschen der Wasserwellen oder den Gesang der Nachtigallen nur musikalisch nach­ahmt. . Aber das wirklich Musikalische und das wirklich Dichterische ist ein Neuschaffen, (  ).

Dat berust op een belangrijk kosmisch feit. In al het plastisch-beeldende bootste de mens de oude hemel­se orde na. De hoogste vorm van nabootsing van een kosmisch-hemelse orde is een plastisch-beeldende nabootsing van de wereld. Maar in de muziek is de mens zelf schepper. Hij schept niet met be­hulp van wat al bestaat, maar hij legt de grondslag voor iets wat pas in de toekomst zal ontstaan. Natuurlijk kunnen we een bepaald soort muziek scheppen door bijvoorbeeld het ruisen van de golven of het zingen van de nachtegaal muzikaal na te bootsen. Maar het werkelijk muzikale en het werkelijk dichterlijke zijn nieuwe scheppingen.
GA 294/46-49
vertaald/55-59

blz. 60  vert. blz. 68/69

Was tun wir denn eigentlich, indem wir das unbewußte Sprechen zu dem grammatikalischen, zu dem Wissen von dem Grammatikalischen erheben? Wir gehen bei unserem Zögling dazu über, die Sprache von dem Unbewußten überhaupt ins Bewußte zu erheben; wir wollen ihm gar nicht pedantisch Grammatik beibringen, sondern das, was sonst unbewußt vollzogen wird, zum Bewußten erheben. Unbewußt oder halb bewußt rankt sich in der Tat der Mensch im Leben an der Außen­welt hinauf so, wie es dem entspricht, was man in der Grammatik lernt. In der Grammatik lernen wir zum Beispiel, daß es Hauptwörter gibt. Hauptwörter sind Bezeichnungen für Gegenstände, für Gegenstände, die in gewissem Sinne im Raume abgeschlossen sind. Daß wir an solche Gegenstände im Leben herantreten, ist nicht ohne Bedeutung für unser Leben. Wir werden uns an alledem, was durch Hauptwörter aus­gedrückt wird, unserer Selbständigkeit als Menschen bewußt. Wir son­dern uns von der Außenwelt dadurch ab, daß wir lernen durch Haupt-wörter die Dinge zu bezeichnen. Wenn wir etwas Tisch oder Stuhl nennen, so sondern wir uns von dem Tisch oder dem Stuhl ab: Wir sind hier, der Tisch oder Stuhl ist dort. Ganz anders ist es, wenn wir durch Eigenschaftswörter die Dinge bezeichnen. Wenn ich sage: Der Stuhl ist blau -, so drücke ich etwas aus, was mich mit dem Stuhl vereint. Die

Wat doen we eigenlijk wanneer we het onbewuste spreken ver­heffen tot het grammaticale spreken, tot kennis van de gramma­tica? Niets anders dan dat we bij onze leerlingen de taal van het onbewuste naar het bewuste optillen. We willen de kinderen echt niet op een pietluttige manier grammatica bijbrengen, we willen dat wat zich gewoonlijk onbewust afspeelt in het bewustzijn roe­pen. Het is werkelijk zo dat een mens zich in zijn leven onbewust of half bewust ‘optrekt’ aan de buitenwereld op een manier die overeenkomt met wat we in de grammatica leren.
In de grammatica leren we bijvoorbeeld dat er zelfstandige naamwoorden bestaan. Zelfstandige naamwoorden duiden voorwerpen aan, voorwerpen die in zekere zin begrensd zijn in de ruim­te. Dat wij zulke voorwerpen in de werkelijkheid tegenkomen is niet zonder betekenis voor ons leven. Door alles wat door zelfstan­dige naamwoorden wordt uitgedrukt, worden wij ons bewust van onze zelfstandigheid als mens. Wij onderscheiden ons van de bui­tenwereld doordat we leren de dingen met een zelfstandig naam­woord aan te duiden. Wanneer we iets ‘tafel’ of‘ stoel’ noemen, on­derscheiden wij ons van die tafel of stoel. Wij zijn hier, de tafel of stoel is daar. Heel anders is het wanneer we de dingen aanduiden door middel van bijvoeglijke naamwoorden. Als ik zeg: ‘De stoel is blauw,’ dan druk ik iets uit wat mij met die stoel  verbindt.

blz. 61 vert. blz. 69

Eigenschaft, die ich wahrnehme, vereinigt mich mit dem Stuhl. Indem ich einen Gegenstand durch ein Hauptwort bezeichne, sondere ich mich von ihm ab; indem ich die Eigenschaft ausspreche, röcke ich wieder mit ihm zusammen, so daß die Entwickelung unseres Bewußtseins im Ver­hältnis zu den Dingen in Anreden spielt, die man sich durchaus zum Bewußtsein bringen muß. – Spreche ich das Tätigkeitswort aus: Der Mann schreibt -, dann vereinige ich mich nicht nur mit dem Wesen, von dem ich das Tätigkeitswort ausspreche, sondern ich tue mit, was der andere tut mit seinem physischen Leibe. Das tue ich mit, mein Ich tut es mit. Was mit dem physischen Leibe ausgeführt wird, das tut mein Ich mit, indem ich ein Zeitwort, ein Tätigkeitswort ausdrücke. Ich ver­binde mein Ich mit dem physischen Leib des andern, wenn ich ein Tätigkeitswort ausdrücke. Unser Zuhören, namentlich bei den Tätig­keitsworten, ist in Wirklichkeit immer ein Mittun. Das Geistigste zu­nächst im Menschen tut mit, es unterdrückt nur die Tätigkeit. In der Eurythmie wird nur diese Tätigkeit in die Außenwelt hineingestellt.

De eigenschap die ik waarneem, verenigt mij met de stoel. Door een voorwerp met een zelfstandig naamwoord aan te duiden, grens ik mij van dat voorwerp af, door een eigenschap uit te spreken, be­weeg ik mij weer naar het voorwerp toe. De ontwikkeling van ons bewustzijn in relatie tot de dingen speelt dus mee in de manier waarop we de dingen benoemen, en die moeten we ons zeer zeker bewust maken.
Spreek ik een werkwoord uit, bijvoorbeeld: ‘De man schrijft,’ dan verenig ik me niet alleen met het wezen dat iets doet, maar ik doe mee met wat de ander doet met zijn fysieke lichaam. Daar doe ik aan mee, mijn ik doet eraan mee. Wanneer ik een werkwoord uitspreek, doet mijn ik mee met wat met het fysieke lichaam ge­daan wordt. Ik verbind mijn ik met het fysieke lichaam van de an­der wanneer ik een werkwoord uitspreek. Ons luisteren, met name bij werkwoorden, is in werkelijkheid altijd een meedoen. Wat in eerste instantie het meest geestelijke in de mens is, dat doet mee, het onderdrukt alleen de activiteit van het meedoen. Alleen in de euritmie wordt die activiteit ook uiterlijk zichtbaar gemaakt.

Die Eurythmie gibt neben allem übrigen eben auch das Zuhören. Wenn einer etwas erzählt, so hört der andere zu, indem er das, was in Lauten physisch lebt, in seinem Ich mittut, doch er unterdrückt es. Das Ich macht immer Eurythmie mit, und das, was wieder die Eurythmie an dem physischen Leibe ausführt, ist nur das Sichtbarwerden des Zu­hörens. Sie eurythmisieren also immer, indem Sie zuhören, und indem Sie wirklich eurythmisieren, machen Sie nur dasjenige sichtbar, was Sie unsichtbar sein lassen beim Zuhören. Die Offenbarung der Tätigkeit des zuhörenden Menschen ist nämlich Eurythmie. Sie ist gar nichts Willkürliches, sondern sie ist in Wirklichkeit das Offenbarwerden der Tätigkeit des zuhörenden Menschen. – Die Menschen sind ja heute innerlich furchtbar verschlampt, so daß sie zunächst beim Zuhören innerlich eine furchtbar schlechte Eurythmie machen. Indem Sie es normativ machen, erheben Sie es zu einer wirklichen Eurythmie. Die Menschen werden durch Eurythmie lernen, richtig zuzuhören, denn heute können sie nämlich nicht richtig zuhören. – ( )

De euritmie laat ons naast al het andere ook het luisteren zien. Wan­neer iemand iets vertelt, luistert de ander door in zijn ik mee te doen met wat zich fysiek in klanken afspeelt, maar hij onderdrukt het. Het ik doet altijd euritmisch mee, en wat de euritmie via het fysieke lichaam laat zien, is niets anders dan het zichtbaar wor­den van het proces van het luisteren. U euritmiseert dus voortdu­rend wanneer u luistert, en wanneer u werkelijk euritmie uitvoert, maakt u eigenlijk alleen zichtbaar wat u onzichtbaar laat zijn bij het luisteren. Euritmie is namelijk de openbaring van wat een luis­terend mens doet. Euritmie is niet een willekeurig iets, maar wer­kelijk de manifestatie van de luisterende activiteit van de mens. Nietwaar, de mensen zijn tegenwoordig innerlijk verschrikkelijk verslonst, waardoor ze bij het luisteren in eerste instantie inner­lijk een verschrikkelijk slechte euritmie uitvoeren. Door ons op dit gebied naar bepaalde normen te richten, verheffen we het tot een werkelijke euritmie.* De mensen zullen door de euritmie werke­lijk leren luisteren, want tegenwoordig kunnen ze niet echt meer luisteren. ( )
*Door ons op dit gebied naar bepaalde normen te richten, verheffen we het tot een werkelijke euritmie: Letterlijk: ‘Indem Sie es normativ machen, erheben Sie es zu einer wirklichen Eurythmie.’

blz. 62 vert. blz. 70/71

Die Menschen können nicht zuhören und werden immer weniger zuhören können in unserem Zeitalter, wenn nicht dieses Zu­hören durch Eurythmie wieder erweckt wird.
Es muß wieder eine Art Gesundung des Seelenwesens eintreten. Daher wird es besonders wichtig sein, daß zu dem Materialistisch-Hygienischen des Turnunterrichts und zu allem, wo bloß auf die Phy­siologie der Körperverrichtungen Rücksicht genommen wird, hinzu­gefügt werde die Hygiene der Seele, indem immer abwechselnd eine Turnstunde und eine Eurythmiestunde gegeben wird. Da wird, wenn auch Eurythmie in erster Linie etwas Künstlerisches ist, das hygienische Element der Eurythmie zum besonderen Vorteil des zu Erziehenden werden, denn die Menschen werden nicht nur etwas Künstlerisches in der Eurythmie lernen, sondern sie werden durch die Eurythmie für die Seele dasselbe lernen, was sie vom Turnen für den Leib lernen, und diese beiden Dinge werden gerade sehr schön ineinanderwirken. Es kommt darauf an, daß wir wirklich unsere Kinder so erziehen, daß sie wieder auf die Umwelt, auf ihre Mitmenschen achten lernen. Das ist ja die Grundlage alles sozialen Lebens. Heute redet jeder von sozialen Impulsen, aber lauter antisoziale Triebe sind unter den Menschen vor­handen. Sozialismus müßte damit beginnen, daß die Menschen sich wieder achten lernen. Das können sie nur, wenn sie einander wirklich zuhören. Es ist außerordentlich wichtig, daß man auf diese Dinge wieder die Empfindung lenkt, wenn man Erzieher und Unterrichter werden soll.

De mensen kunnen niet luisteren en ze zullen in onze tijd steeds minder kunnen luisteren als het luisteren niet opnieuw tot leven wordt gewekt door de euritmie.
Er moet weer een soort gezondmaking van het zielenleven plaatsvinden. Daarom is het heel belangrijk dat naast de materia­listische, op lichamelijke gezondheid gerichte gymnastiek en naast alle andere activiteiten waarin alleen de fysiologie van het li­chamelijk bezig zijn wordt aangesproken, ook de gezondheid van de ziel aan bod komt, doordat afwisselend een les gymnastiek en een les euritmie wordt gegeven. Ook al is euritmie in eerste instan­tie iets kunstzinnigs, het gezondmakende element van de eurit­mie zal de leerlingen zeer ten goede komen, want de mensen zul­len niet alleen iets kunstzinnigs leren in de euritmie, maar ze zul­len door de euritmie voor de ziel hetzelfde leren als wat ze door de gymnastiek voor het lichaam leren. En deze twee dingen zul­len juist heel mooi op elkaar inwerken. Het komt erop aan dat we onze kinderen werkelijk zo opvoeden dat ze weer aandacht leren hebben voor hun omgeving, voor hun medemensen. Dat is toch de basis van elk sociaal leven. Tegenwoordig heeft iedereen het over sociale impulsen, maar onder de mensen zijn louter antisociale krachten aan het werk. Socialisme zou in de eerste plaats moeten inhouden dat de mensen elkaar weer leren respecteren. Dat kun­nen ze alleen wanneer ze werkelijk naar elkaar luisteren. Het is ui­termate belangrijk dat we weer een gevoel voor deze dingen ont­wikkelen, als we opvoeder en leraar willen worden.

blz. 63 vert. 71

Indem Sie nun von so etwas wissen: durch das Aussprechen des Hauptwortes trenne ich mich ab von der Umwelt, durch das Ausspre­chen des Eigenschaftswortes verbinde ich mich mit ihr, und durch das Aussprechen des Tätigkeitswortes gehe ich tätig auf in der Umwelt, tue mit, indem Sie das wissen, werden Sie dadurch schon mit einer ganz andern inneren Betonung von Hauptwort, Eigenschaftswort und Zeit­wort reden, als wenn Sie dieses Bewußtsein nicht haben. Das alles ist jedoch nur präliminarisch, soll noch weiter fortgesetzt werden. Ich will nur jetzt gewisse Vorstellungen hervorrufen, deren Nichtvorhanden­sein Sie beirren könnte.
Es ist also außerordentlich wichtig, daß wir wissen, was das Sich-zum-Bewußtsein-Bringen des Aufbaues unserer Sprache für den Men­schen für eine Bedeutung hat. Aber außerdem müssen wir uns ein Ge­fühl aneignen, das im heutigen Menschen auch schon größtenteils er­storben ist, ein Gefühl dafür, wie weise eigentlich die Sprache ist. Sie ist ja viel gescheiter als wir alle. Die Sprache ist – das werden Sie von vornherein doch glauben – in ihrem Bau nicht von Menschen aufgebaut.

Wanneer u nu zoiets weet als: door een zelfstandig naamwoord uit te spreken zonder ik me af van de wereld om mij heen, door een bijvoeglijk naamwoord uit te spreken verbind ik mij ermee en door een werkwoord uit te spreken ga ik al doende, mee-doende, op in de wereld om mij heen – wanneer u dat weet, zult u al met een heel andere innerlijke ‘toon’ over zelfstandige naamwoorden, bij­voeglijke naamwoorden en werkwoorden spreken dan wanneer u dat bewustzijn niet hebt. Maar dit is allemaal nog maar inleiding, het dient verder uitgewerkt te worden. Ik wil nu alleen maar be­paalde voorstellingen naar voren brengen waardoor u misschien beter uw weg kunt vinden op dit gebied.
Het is dus heel belangrijk dat we weten wat het voor de mens betekent om zich de bouw van onze taal tot bewustzijn te bren­gen. Maar bovendien moeten we ons een gevoel eigen maken dat in mensen van deze tijd ook al grotendeels gestorven is, een ge­voel voor het feit dat de taal eigenlijk heel wijs is. De taal is veel intelligenter dan wij bij elkaar. De bouw van de taal is – dat zult u toch zonder meer geloven – niet door mensen geschapen.

(  ) Der Sprachbau enthält größte Weistümer. Und wie bei einem Volke oder einem Volksstamme gesprochen wird, davon kann man außerordentlich viel lernen. Indem man sich bewußt hineinlebt in das Gefüge der Sprache, lernt man von dem Sprachgenius selbst sehr viel. Und etwas Konkretes empfinden lernen von dem Wir­ken und Weben des Sprachgeistes, das ist von außerordentlicher Wich­tigkeit. Glauben, daß der Sprachgenius in dem Aufbau der Sprache wirkt, das ist von einer großen Bedeutung. 

De taal draagt gro­te wijsheden in zich. En van de manier waarop een volk of een ge­meenschap spreekt, kun je buitengewoon veel leren. Als je je be­wust in de bouw van de taal inleeft, dan kun je heel veel leren van de taalgeest zelf. En concreet iets te leren aanvoelen van het wer­ken en weven van de taalgeest is buitengewoon belangrijk. Gelo­ven dat de taalgeest in de bouw van de taal werkzaam is, dat is heel belangrijk.

blz. 65  vert. blz. 73

Aber ich möchte Sie an etwas erinnern, aus dem Sie wieder Respekt für die Sprache bekommen können. Wenn in sehr alten Zeiten, zum Beispiel in der jüdischen Kultur – aber noch deut­licher ausgesprochen gilt das für die noch älteren Kulturen – die Kultus­vertreter, die Kultusverwalter, die Priester bei den Kultushandlungen auf gewisse Begriffe gekommen sind, so haben sie die Rede unter­brochen und gewisse Bezeichnungen für hohe Wesen nicht durch Worte gegeben, sondern sie sind dann stumm geworden und haben nur die entsprechende eurythmische Gebärde gemacht, dann haben sie weiter geredet. So wurde zum Beispiel jener Name, der uns heute schon ganz abstrakt klingt und der im Hebräischen wiedergegeben hat das «Ich bin der Ich-bin», niemals ausgesprochen, sondern es wurde immer die Rede bis zu ihm geführt, dann das Zeichen gemacht, dann wurde die Rede fortgesetzt. Das bedeutete, durch die Gebärde ausgedrückt, den «unaussprechlichen Namen des Gottes im Menschen». 

Maar ik wil u aan iets herinneren waardoor u weer respect kunt krijgen voor de taal. Wanneer in zeer oude tij­den, bijvoorbeeld in de joodse cultuur – maar nog uitgesproke­ner geldt dat voor nog oudere culturen -, de vertegenwoordigers en behoeders van de cultus, de priesters, bepaalde begrippen wil­den uitdrukken, dan onderbraken ze hun woorden. Bepaalde aan­duidingen voor hoge wezens uitten ze niet met woorden, maar ze zwegen dan en maakten enkel het passende euritmische gebaar; daarna gingen ze weer verder met spreken. Zo werd bijvoorbeeld die naam die ons al heel abstract in de oren klinkt en die in het He­breeuws betekent: ‘Ik ben de Ik-ben,’ nooit uitgesproken.* Wat er gezegd werd, ging altijd tot aan die naam, dan werd het teken ge­maakt en daarna weer verder gesproken.
*die naam die… in het Hebreeuws betekent: ‘Ik ben de Ik-ben,’ nooit uitgespro­ken: De gangbare vertaling van deze naam, waaronder God zich aan Mozes te kennen geeft, luidt raadselachtig ‘Ik ben die Ik ben’ (Exodus 3:14). Steiners weergave legt het accent op het ik-wezen van de godheid, het­geen aansluit bij het vervolg van deze bijbelpassage: ‘En Hij zeide: Al­dus zult gij tot de Israëlieten zeggen: Ik ben heeft mij tot u gezonden.’ Zie voor Steiners uitleg o.m. Het evangelie naar Johannes. Esoterische achtergron­den, de voordracht van 25 mei 1908
GA 294/61-62-63-65
vertaald/68-69-70-71-73
.

Rudolf Steiner over euritmie

Rudolf Steineralle artikelen
.

1347

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over euritmie (GA 310)

.

RUDOLF STEINER OVER EURITMIE

(83-84) etherlijf als plastisch kunstenaar, astraallijf als musicus gaan samen in euritmie; verschil met gymnastiek; (119) een kinderopvoering ná een kunstzinnige opvoering

GA 310

blz. 79:   vert. 83

Was ist denn eigentlich dieser Ätherleib? Ja, wenn jemand den Äther-leib aus dem physischen Leib des Menschen herausnehmen könnte und ihn imprägnieren könnte, so daß er sichtbarlich eine Form zeigte – es gäbe kein größeres Kunstwerk als dieses! Denn der menschliche Äther-leib ist durch seine eigene Wesenheit, durch das, was der Mensch in ihm gestaltet, Kunstwerk und Künstler zugleich. Und indem wir das Bil­dende in dem Künstlerischen an das Kind heranbringen, bringen wir das Tiefverwandte zum Ätherleib an es heran, indem wir in freier Weise, wie ich es gestern angedeutet habe, modellierend mit dem Kinde uns beschäftigen. Das macht das Kind fähig, indem es innerlich seine eigene Wesenheit ergreift, sich als Mensch richtig in die Welt hinein-zustellen
Und indem wir das Musikalische an das Kind heranbringen, bildet es den astralischen Leib aus. Fügt man beides zusammen, macht man das Plastische so, daß es in Bewegung übergeht, und macht man die Bewegung plastisch, dann hat man die Eurythmie, die ganz aus der Beziehung des Ätherleibes zum astralischen Leibe beim Kinde folgt. Daher lernt jetzt das Kind Eurythmisieren, diese in artikulierten Gebärden sich offenbarende Sprache, wie es in früheren Jahren das Sprechen von selbst gelernt hat. Man wird beim Eurythmielernen nie Hemmnisse finden, wenn das Kind gesund ist; denn es setzt in der Eurythmie einfach seine eigene Wesenheit heraus, es will seine eigene Wesenheit verwirklichen. Daher haben wir in der Waldorfschule die Eurythmie vom 1 .Volksschuljahre an bis zu den Oberklassen als einen obligatorischen Unterrichtsgegenstand eingeführt neben dem Turnen.

Wat is eigenlijk het etherlichaam? Als iemand het etherlichaam van de mens uit het fysieke lichaam nemen en impregneren kon, zodat het zichtbaar een vorm liet zien – je zou geen groter kunstwerk hebben dan dat! Want het menselijk etherlichaam is door zijn eigen wezen, door wat de mens erin vorm geeft, kunstwerk én kunstenaar tegelijk. Wanneer we in het kunstzinnige het beeldende verweven, geven we dat aan het kind wat diep verwant is aan het etherlichaam. Want we zijn boetserend met het kind bezig, maar op een vrije manier, zoals ik gisteren heb aangeduid. Dat geeft het kind het vermogen om zich als mens op de juiste wijze in de wereld te plaatsen, wanneer hij vanuit het eigen wezen innerlijk op eigen benen gaat staan.
Doordat wij het kind vertrouwd maken met het muzikale, ontwikkelt hij het astrale lichaam. Voegen we beide samen, ma­ken we het plastische zo dat het overgaat in beweging en maken we de beweging plastisch, dan heb je de euritmie. Euritmie volgt helemaal uit de relatie van het etherlichaam tot het astrale li­chaam bij het kind. Daarom leert het kind nu euritmiseren, deze taal die zich in gearticuleerde gebaren openbaart, zoals het in de jaren daarvoor het spreken vanzelf heeft geleerd.
Bij het leren van euritmie zul je bij het gezonde kind geen belemmeringen aantreffen; want in de euritmie zet hij gewoon­weg zijn eigen wezen in, hij wil zijn eigen wezen realiseren. Daarom hebben we in de vrijeschool euritmie vanaf de eerste klas onderbouw tot in de hoogste klassen bovenbouw als verplicht vak ingevoerd*, naast gymnastiek.

*Door exameneisen en wellicht andere oorzaken is de euritmie in de bovenbouw (13-18jarigen) als verplicht vak rond 2010, verdwenen. 

blz. 81     vert. 83

So sehen Sie, die Eurythmie ist aus dem ganzen Menschen, aus phy­sischem Leib, Ätherleib und Astralleib heraus entstanden; sie kann man nur mit änthroposophischer Menschenerkenntnis studieren. Das heutige Turnen richtet sich einseitig physiologisch auf den physischen Leib; und weil die Physiologie nicht anders kann, werden einzelne Vitälitäts­gesetze hineingebracht. Aber man erzieht durch das Turnen nicht Total-menschen, nur Partialmenschen. Es soll damit nichts gegen das Turnen gesagt werden, aber heute überschätzt man es. Deshalb muß heute für die Erziehung die Eurythmie an die Seite des Turnens treten. – Ich möchte nicht zu weit gehen, wie es einmal, nicht von mir, sondern von einem sehr berühmten Physiologen der Gegenwart geschah, der einmal, als ich über Eurythmie sprach, im Auditorium war. Ich sprach es da aus, daß das Turnen heute überschätzt werde, namentlich als Erzie­hungsmittel, und daß das geistig-seelische Turnen, das in der Eurythmie gepflegt wird neben dem Künstlerischen der Eurythmie, an die Seite des physiologischen Turnens treten müsse.

U ziet dat de euritmie is ontstaan uit de hele mens: uit fysiek lichaam, etherlichaam en astraallichaam; euritmie kun je alleen met antroposofisch-menskundig inzicht bestuderen. De huidige gymnastiek richt zich eenzijdig fysiologisch op het fysieke li­chaam. En omdat de fysiologie niets anders kan, worden er vitaliteitswetten ingebracht.* Met gymnastiek echter voed je niet de totale mens op, maar slechts een deel ervan. Hiermee wil ik niets ten nadele van gymnastiek zeggen; alleen wordt deze te­genwoordig overschat. Daarom moet vandaag de dag in de opvoeding naast de gymnastiek euritmie komen te staan.
Ik zou niet te ver willen gaan, zoals een zeer beroemde, heden­daagse fysioloog ooit deed die, toen ik over euritmie sprak, in de zaal aanwezig was.** Ik zei dat gymnastiek tegenwoordig wordt overschat, met name als pedagogisch middel, en dat de geest-ziele-gymnastiek, die in de euritmie naast de kunstzinnige eurit­mie wordt gedaan, aan de fysiologische gymnastiek zou moeten toegevoegd.

*De gymnastiek uit het begin van deze eeuw werd voornamelijk beheerst door twee stromingen: de gymnastiek uit Duitsland en de houdingsgymnastiek uit Zweden, die als reactie op de Duitse gymnastiek is ontstaan. Beide vormen waren streng in hun bewegingsvoorschriften met als tweeledig doel: het bevorderen van gezond makende fysiologische processen en het bijbrengen van een zekere discipline bij leerlingen. Het is vooral de invloed van uit Engeland overgewaaide sportspelen geweest die veel verandering heeft gebracht. Naast de aandacht voor fysieke ontwikkeling werden zo nieuwe doelen geïntroduceerd: karaktervorming en socia­le vorming.
Tegenwoordig stelt de gymnastiek zich ten doel het bevorderen van de gezond­heid, een tegenwicht bieden aan de heersende bewegingsarmoede en het leren met elkaar om te gaan (samenwerken, leiding geven, regels afspreken enzovoort). Dit uit zich concreet in conditie- en fitnesstrainingen gebaseerd op fysiologische principes, met daarnaast het beoefenen van sportspelen waarin de sociale compo­nent overheerst. In de tak van de exacte wetenschap, de fysiologie, bestaat een subspecialiteit: de sportfysiologie. Daarin probeert men onder meer te komen tot een wetenschappelijke basis voor trainingsmethoden. De vitaliteitswetten waarop Steiner doelt, zijn wellicht vergelijkbaar met de fysio­logische wetmatigheden die vandaag de dag leidraad zijn voor bijvoorbeeld conditie-oefeningen.
Tim Winkler
*…een zeer beroemde, hedendaagse fysioloog: Emil Abderhalden (1877-1950), Zwit­sers fysioloog en fysiologisch chemicus; van 1911 tot 1945 hoogleraar in Halle a. S. Onder meer fundamentele werken over sociale hygiëne en sociale fysiologie. Het gesprek vond in Dornach plaats na afloop van een toespraak van Rudolf Steiner bij een euritmieopvoering in het Goetheanum. Zie ‘Konferenzen 21 september 1920, GA 300/1, en de toespraak bij de euritmieopvoering van 19 augustus 1922 in Oxford, GA 277 en GA 305.
.

Nachdem ich zu Ende ge­sprochen hätte, kam der berühmte Physiologe zu mir und sagte: Sie sägen, das Turnen hätte eine Berechtigung als Erziehungsmittel, weil die Physiologen das sagen? Ich, als Physiologe, muß sagen, das Turnen ist überhaupt als Erziehungsmittel eine Bärbarei! – Nun, Sie würden sehr erstaunt sein, wenn ich Ihnen den Namen dieses Physiologen nen­nen würde. Solche Dinge sind auch schon anschaulich in der Gegen­wart für Leute, die etwas mitzureden haben, und man muß daher vor­sichtig sein, wenn man, ohne die Zusammenhänge zu durchschauen, gewisse Dinge fanatisch vertritt. Am wenigsten kann man in bezug auf die pädagogische Kunst Dinge fanatisch vertreten, weil man es da mit dem vielgestaltigen Leben des Menschen zu tun hat.

Toen m’n voordracht was afgelopen, kwam deze beroemde fysioloog naar me toe en zei: u zegt dat gymnastiek een gerechtvaardigd pedagogisch middel is omdat de fysiologen dat zeggen? Ik als fysioloog moet zeggen dat gymnastiek als pedagogisch middel überhaupt barbaars is! –
U zou heel verbaasd zijn als ik u de naam van deze fysioloog noemde. Zulke dingen worden in deze tijd ook al duidelijk ingezien door degenen die iets in te brengen hebben, en daarom moet men voorzichtig zijn als men bepaalde dingen fanatiek verdedigt zonder dat men de samenhangen doorziet. Juist in de pedagogische kunst is het het minst op z’n plaats om fanatiek te zijn, we hebben immers te maken met een veelvormigheid van menselijk leven.
GA 310/79-80
vertaald/83-84

blz. 114   vert. 119

Es ist mir zum Beispiel auf dem Gebiete der an­throposophischen Pädagogik im vorigen Jahre passiert, daß gezeigt werden sollte vor der Öffentlichkeit, was in unsere Pädagogik so tief hineingestellt ist: Eurythmie. Sie wurde gezeigt, aber folgendes wurde gemacht: An einem Orte wurden zuerst Kinder vorgeführt mit dem, was sie in der Schule an Eurythmie gelernt haben; und nachher erst wurde eine künstlerische Eurythmievorstellung veranstaltet. Es wurde also nicht gezeigt: Das ist Eurythmie – so daß sich die Leute erst das Verständnis erworben hatten: Also das ist Eurythmie, und so wird sie in die Schule hineingebracht. – Sondern dadurch, daß man zuerst die Kindereurythmie vorausschickte, stand diese so da, daß man überhaupt nicht wußte: Warum denn? – Stellen Sie sich vor, es hätte keine Malerei gegeben, und man würde auf einmal damit beginnen, zu zeigen, was die Kinder mit Farben anfangen zu schmieren. Ebensowenig konnten die, welche nicht in der anthroposophischen Bewegung stehen, in der Kindervorstellung sehen, was man mit der Anthroposophie und der Eurythmie will. So etwas hat nur eine Bedeutung, wenn Eurythmie zuerst als Kunst vorgeführt wird, weil man daran sieht, so steht sie im Leben und diese Bedeutung hat sie im Künstlerischen. Dann wird man auch die Bedeutung der Eurythmie für die Schule erkennen. Andern­falls wird man sagen: Man hat heute viele Marotten im Leben – und man wird die Eurythmie auch als eine solche Marotte ansehen.

Hopelijk neemt niemand mij kwalijk wat ik nu zal zeggen. Op het gebied van de antroposofische pedagogie is het mij vorig jaar bijvoorbeeld overkomen dat we in het openbaar moesten laten zien wat centraal in onze pedagogie staat:
euritmie. Dat lieten ze zien, maar ze deden het als volgt: eerst liet men kinderen opvoeren wat zij op school aan euritmie hadden ge­leerd; en pas daarna was er een kunstzinnige euritmievoorstelling. Dus men liet niet eerst zien wat euritmie is, zodat de mensen zich eerst een begrip konden vormen van wat euritmie is, en hoe die in de school wordt gebracht. Doordat men eerst de kindereurit-mie liet zien, gingen de mensen zich afvragen: waarom doen de kinderen dat eigenlijk? – Stelt u zich eens voor dat er geen schilderkunst was en dat je ineens begon met te laten zien hoe kinderen met kleuren beginnen te knoeien. Evenmin kan iemand die niet in de antroposofische beweging staat, aan de kindervoor­stelling zien wat we met de antroposofie en de euritmie willen. Zoiets heeft alleen maar zin wanneer euritmie eerst als kunst wordt gedemonstreerd, om daaraan te zien hoe de euritmie in het leven staat en welke betekenis ze in het kunstzinnige heeft. Vervolgens zal men ook de betekenis van de euritmie voor de school beseffen. In het andere geval zal men zeggen: wat zijn er tegenwoordig veel grillen in het leven – en men zal de euritmie ook als zo’n gril beschouwen.
GA 307/114
vertaald/119

.

Rudolf Steiner over euritmie

Rudolf Steiner: alle artikelen

.
1343

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over euritmie (GA 307)

.

RUDOLF STEINER OVER EURITMIE

Rudolf Steiner hield een aantal voordrachten over euritmie.
Ze zijn in de GA genummerd: 277*; 277A; 278 en 279

Ook in de pedagogische voordrachten spreekt hij bij tijd en wijle over euritmie. Uit deze voordrachten: GA 293-311 staan hier zijn opmerkingen.

GA 307

Beknopte inhoud:      blz. verwijzen naar vertaling
blz. 119: euritmie om het woord in de wil te krijgen
blz. 303: pedagogische euritmie niet af te zonderen van kunstzinnige euritmie
blz. 304: e.v.: over de euritmiefiguren; grondkleur; sluier; gezicht en uitdrukking
blz. 307: over gymnastiek en de ruimterichtingen

blz. 353: euritmie geen dans, mime; afgelezen aan bewegingen van spraakorganen;
blz. 355: speciale spraakkunst, declamatie vereist; euritmie is niet voor het intellect, maar voor de waarneming; het instrument is het lichaam;

blz. 95       vert blz. 119

Will man heute wiederum sich so recht vergegenwärtigen, wie das Wort, das die Aufforderung zur Geste noch im alten Griechenland war, durch den ganzen Menschen leben kann, dann muß man sich Eurythmie ansehen. In der Eurythmie ist alles nur ein Anfang, ich möchte sagen, ein schüchterner Anfang, das Wort wiederum in den Willen hineinzubringen, den Menschen, wenn man es auch noch nicht im Leben kann, wenigstens auf der Bühne so hinzustellen, daß in seinen Beinbewegungen, in seinen Armbewegungen das Wort unmittelbar lebt. Das ist ein schüchterner Anfang, muß heute noch als schüchterner Anfang genommen werden – auch wenn wir die Eurythmie in die Schule hineintragen -, das Wort wiederum zu einem bewegenden Motor wenigstens des ganzen Lebens zu machen.

Wil je tegenwoordig je weer echt goed voor de geest ha­len hoe het woord, dat nog in het oude Griekenland een op­roep tot het gebaar was, door de hele mens heen kan leven, dan moet je naar euritmie kijken. In de euritmie is slechts een begin, ik zou willen zeggen, een schuchter begin om het woord weer in de wil binnen te brengen, om de mens, ook al kan hij dat nog niet in het leven, tenminste op het toneel zo neer te zetten dat in zijn beenbewegingen, in zijn armbe­wegingen het woord rechtstreeks leeft. Het is een schuchter begin, moet nu nog als schuchter begin opgevat worden -ook wanneer we de euritmie in de school binnenbrengen -het woord opnieuw tot een bewegende motor ten minste van het hele leven te maken.
GA 307/95
Vertaald/119

blz. 235       vert blz. 303

Und so haben wir die Eurythmie nicht hineingetragen in die Schule von dem Gedanken aus: man braucht nun gymnastische Übungen für die Schule, man muß etwas Besonderes für die Kinder zubereiten – nein, die Eurythmie ist zunächst überhaupt nicht als Erziehungssache entstanden, die Eurythmie ist aus gewissen Schicksalsfügungen um das Jahr 1912 entstanden, aber zunächst gar nicht als Erziehungsakt, sondern sie ist entstanden aus künstlerischen Intentionen, als Kunst. Und man wird immer für die Eurythmie als Erziehungssache etwas Unvollkommenes denken, wenn man eine besondere Erziehungseurythmie absondert von der künstlerischen Eurythmie.

En zo hebben we de euritmie niet de school in gebracht vanuit de gedachte: we hebben nu gymnastische oefeningen voor de school nodig, we moeten iets bizonders voor de kinderen toebereiden. Nee, de euritmie is in eerste instantie helemaal niet als opvoe­dingsaangelegenheid ontstaan, de euritmie is uit een zekere beschikking van het lot rond het jaar 1912 ontstaan, maar eerst helemaal niet als opvoedingsdaad, want ze is ontstaan uit kunstzinnige intenties, als kunst. En men zal over de eur­itmie als opvoedingsaangelegenheid steeds iets onvolkomens denken als men een speciale opvoedingseuritmie afzondert van de kunstzinnige euritmie.

(  ) Dadurch, daß sie Kunst ist, steht sie im Leben darinnen, und dann überträgt man dasjenige, was im Leben drinnen steht, auf die erzieherischen Formen; so daß man eigentlich erst die Eurythmie bei Kindern beurteilen kann, wenn man sich ein Verständnis dafür erworben hat, was die Eurythmie als Kunst selber einmal sein wird, aber doch vielleicht schon heute etwas mehr ist, als manche glauben.
Eurythmie als Kunst ist eben um 1912 herum entstanden, zunächst auch nur als Kunst getrieben worden, und die Waldorfschule haben wir 1919 eingerichtet. Und weil wir gefunden haben, daß die eurythmische Kunst nun auch in der Kindererziehung Verwendung finden kann, deshalb haben wir die Eurythmie in der Schule eingeführt.

( ) Doordat ze kunst is, staat ze in het leven, en vervolgens draag je dat wat in het leven staat, over op de pedagogische vormen; zodat je de euritmie bij kinderen eigenlijk pas kunt beoordelen als je je begrip hebt verworven van wat de euritmie als kunst zelf ooit zal zijn, maar toch misschien nu al iets meer is dan menigeen meent.
Euritmie als kunst is dus rond 1912 ontstaan, eerst ook al­leen als kunst bedreven, en de vrijescholen hebben we in 1919 ingericht. En omdat we vonden dat de euritmische kunst nu ook in de opvoeding van kinderen toepassing kan vinden, daarom hebben we de euritmie in de school inge­voerd.

blz. 236     vert. blz. 304

Und gerade an der Eurythmie ist es möglich, das rein Künstlerische der Menschheitszivilisation wiederum einzufügen.
Wie Eurythmie eine bewegte sichtbare Sprache ist, das ist ja auch hier schon wiederholt auseinandergesetzt worden und hat ja den Gegenstand der Einleitungen bei den Aufführungen gebildet. Ich möchte jetzt nur noch einiges hinzufügen, das mehr noch hineinführt in die Beziehung der Eurythmie zum Künstlerischen im allgemeinen anhand der Figuren.

Diese Figuren sind auf Anregung Miss Maryons entstanden, aber sind dann durchaus ausgeführt worden nach den Intentionen, die ich selber nach den Gesetzen der Eurythmie für absolut richtig halte.

En juist bij de euritmie is het mogelijk het zuiver kunstzinnige weer in te voegen in de mensheidscivilisatie.
Dat euritmie een zichtbare bewegingstaal is, dat is ook hier al herhaaldelijk toegelicht en heeft het thema gevormd van de inleidingen bij de opvoeringen.3 Nu zou ik alleen nog iets willen toevoegen wat nog dieper binnenvoert in de be­trekking van de euritmie tot het kunstzinnige in het alge­meen, aan de hand van de figuren.
Deze figuren zijn op initiatief van miss Maryon4 ontstaan, maar zijn dan helemaal uitgevoerd naar de intenties die ik zelf volgens de wetmatigheden van de euritmie als absoluut juist beschouw.

3. de inleidingen bij de opvoeringen: Tijdens de zomerkursus vonden drie eurit-mieopvoeringen plaats (de eerste op 8 augustus 1923). Hierbij sprak Rudolf Steiner inleidende woorden, zie verderop.

4. miss Maryon: miss Louise Edith Maryon (1872-1924), beeldhouwster en medewerkster van Rudolf Steiner aan het grote, 9,2 meter hoge, houten beeldhouwwerk ‘De mensheidsrepresentant tussen Lucifer en Ahriman’, dat in de kleine koepel van het Eerste Goetheanum zou hebben moeten staan, dat bewaard gebleven is doordat het, nog onaf, tijdens de brand van het Goetheanum in het atelier stond.

Ich möchte gerade bei solchen Figuren Ihnen zeigen – Sie haben hier die Versinnlichung des S-Lautes (die in Holz ausgeführte und bemalte Figur für den S-Laut wird gezeigt) -, wie das Eurythmische als Künstlerisches eigentlich gedacht ist. Wenn Sie sich eine solche Figur ansehen, so stellt sie ja einen Menschen dar. Aber derjenige, der im Sinne der heutigen Zivilisation und Konvention darauf ausgeht, das zu sehen, was man einen hübschen Menschen nennt, der sieht da nicht gerade einen hübschen Menschen. Er sieht überhaupt nicht dasjenige, was ihm dann am Menschen gefällt, wenn er auf der Straße einem Menschen begegnet.
Nun, wenn man solche Figuren formt, so hat man vielleicht schon auch einen Geschmack für einen hübschen Menschen, aber es ist just nicht die Aufgabe, an der Formung dieser Figuren den hübschen Menschen zur Ausführung zu bringen, sondern dasjenige, was in der Eurythmie unmittelbar zum Ausdruck kommt: menschliche Bewegung. Und so ist hier von allem abgesehen, was nicht ausmacht die Bewegungsform selber, das Gefühl, das man an dieser Bewegung haben kann, und den Grundcharakter, den diese Bewegung zum Ausdruck bringt, der diese Bewegung durchsetzt.

Ik zou u juist bij zulke figuren willen laten zien – u heeft hier de aanschouwelijk gemaakte S-klank [de in hout uitge­voerde en beschilderde figuur voor de S-klank wordt ge­toond] – hoe het euritmische als iets kunstzinnigs eigenlijk gedacht is. Als u zo’n figuur bekijkt, dan ziet u: die stelt een mens voor, nietwaar. Maar iemand die in de zin van de hui­dige civilisatie en konventie erop uit is te zien wat men een mooie mens noemt, die ziet hier niet bepaald een mooie mens. Hij ziet überhaupt niet wat hem aan de mens bevalt wanneer hij op straat een mens ontmoet.
Welnu, wanneer je zulke figuren vormt, heb je wellicht wel ook smaak voor wat een mooie mens is; echter het is juist niet de taak om bij de vorming van deze figuren de mooie mens ten uitvoer te brengen, maar datgene wat in de eurit­mie rechtstreeks tot uitdrukking komt: menselijke beweging.
En zo is hier afgezien van alles wat niet de bewegingsvorm zelf uitmaakt, het gevoel dat je bij deze beweging kunt heb­ben en het grondkarakter dat deze beweging tot uitdrukking brengt, waar deze beweging van doortrokken is.

blz. 237    vert. blz. 305

Wenn Sie singen, dann nehmen Sie dasjenige, was die Seele bewegt, körperlich ganz in den eigenen Organismus hinein. Dann verfließt dasjenige, was am Menschen bewegt ist, ganz innerhalb seiner Haut, und es bleibt die Bewegung ganz unsichtbar, es geht die Bewegung ganz über in den hörbaren Ton.
Das hier ist bewegte Musik. Was die Seele fühlt, löst sich ganz vom Menschen los, wird Bewegung des Menschen im Raume, und an der Gestalt, die diese Bewegung bekommt, drückt sich das Künstlerische aus. Man sieht, was man sonst hört. Man hat daher nur auf dasjenige zu sehen, was Bewegung wird. Daher ist hier abstrahiert von allem übrigen, was der Mensch von Natur hat, einzig und allein auf dasjenige gesehen, was der Mensch im Eurythmisieren wird. Und ich habe es insbesondere dadurch ausgedrückt, daß ich jede Bewegung durch das Ausschneiden im Holze angedeutet habe; das hat dann eine bestimmte Grundfarbe.
Sie finden hier bei den Figuren überall rückwärts angeschrieben, welche Grundfarbe der Bewegung entspricht, Sie finden dann angeschrieben, welche Grundfarbe dem sogenannten Gefühl entspricht.

Wanneer u zingt, dan neemt u dat wat de ziel beweegt, lichamelijk helemaal in het eigen organisme op. Dan ver­vloeit dat wat bij de mens beweegt, helemaal binnen zijn huid, en de beweging blijft helemaal onzichtbaar, de bewe­ging gaat helemaal over in de hoorbare toon.
Dat hier is levendige muziek. Wat de ziel voelt maakt zich helemaal van de mens los, wordt beweging van de mens in de ruimte, en in de gestalte die deze beweging krijgt drukt zich het kunstzinnige uit. Je ziet wat je anders hoort. Je hoeft daarom alleen maar te kijken naar dat wat beweging wordt. Daarom is hier geabstraheerd van al het overige wat de mens van nature heeft, enkel en alleen naar datgene gekeken wat de mens in het euritmiseren wordt. En ik heb het in het bi­zonder uitgedrukt doordat ik elke beweging door het uit­snijden in hout heb aangeduid; dat heeft dan een bepaalde grondkleur.
U vindt hier bij deze figuren overal aan de achterkant ge­schreven welke grondkleur overeenkomt met de beweging, vervolgens ziet u erop geschreven welke grondkleur over­eenkomt met het zogeheten gevoel.

Wenn Sie die Eurythmisierenden auf der Bühne ihre Schleier beherrschen sehen, so ist das ja im wesentlichen eine Fortsetzung der Bewegung. Und das wird sich weiter so ausbilden, daß im entsprechenden Augenblicke immer ein Wehenlassen des Schleiers entsteht, ein Zurücknehmen des Schleiers, ein Abfangen des Schleiers, ein ganzes Gestalten des Schleiers. So sitzt die durch die Gliedmaßen ausgeführte Bewegung in dem, was nun in der Schleierbehandlung das Gefühl ausdrückt. Und wir sehen in dem Umwallen des Schleiers das Gefühl zum Ausdrucke kommen.
Fühlt der Eurythmisierende an der Bewegung, in die er seine Arme, seine Beine hineinbringt, das Richtige, dann wird ganz instinktiv diese gefühlte Bewegung übergehen in die Schleierbehandlung, und er wird das Gefühl, das begleiten soll die Bewegung, in der Schleierbehandlung haben.
Das dritte ist, daß der Eurythmisierende mit seinem Gefühl so weit gehen kann, daß er nun wirklich, wenn er zum Beispiel diese Bewegung macht, I, nach dieser Richtung mit dem Arme leicht ausgreift,

Als u de euritmiserenden op het toneel hun sluier ziet beheersen, dan is dat in de grond van de zaak een voortzetting van de beweging. En dat zal zich verder zo ontwikkelen dat op het passende ogenblik steeds een laten-waaien van de sluier ontstaat, een terugne­men van de sluier, een onder kontrole brengen van de slui­er, een geheel vorm geven van de sluier. Zo zit de door de ledematen uitgevoerde beweging in dat wat nu in de sluier­behandeling het gevoel uitdrukt. En we zien in het omgol­ven van de sluier het gevoel tot uitdrukking komen. Voelt de euritmiserende het juiste bij de beweging waarin hij zijn armen, zijn benen brengt, dan zal deze gevoelde beweging heel instinktief overgaan in de sluierbehandeling, en hij zal het gevoel dat de beweging moet begeleiden, in de sluierbe­handeling hebben.
Het derde is dat de euritmiserende met zijn gevoel zo ver kan gaan dat hij nu werkelijk, wanneer hij bijvoorbeeld deze beweging maakt, I, in deze richting zijn arm licht uitstrekt,

blz. 238     vert. blz. 306

so daß er den Arm fühlt als ganz leicht in der Luft schwebend, nicht von innerlicher Kraft durchsetzt. Den anderen Arm fühlt er so, wie wenn er alle Kraft der Muskeln anfeuern würde und dick in den Arm hineinstecken würde. Das ist ein Arm, der mit Leichtigkeit gehoben wird (rechter Arm), das ist ein Arm (linker Arm), in dem man in seinen Muskeln fortwährend etwas wie ein leises Stechen fühlt, der gespannt ist. Dadurch kommt Charakter in die Bewegung hinein. Dieses Hineinbringen von Charakter in die Bewegung, die überträgt sich dann auf den Zuschauer. Der Zuschauer fühlt dann schon mit.
Da fragen die Leute nun bei diesen Figuren: wo ist hier das Gesicht und wo der Hinterkopf? Das geht einen in der Eurythmie gar nichts an. Es kann ja bei der Eurythmie unter Umständen auch so sein, daß man ein bißchen entflammt ist für ein hübsches Gesicht, welches da in der Eurythmie begriffen ist. Aber das gehört nicht zur Gesinnung der Eurythmie.

zodat hij zijn arm als het ware heel licht in de lucht voelt zweven, niet doortrokken van innerlijke kracht. Zijn andere arm voelt hij zo alsof hij alle kracht van zijn spieren zou aan­vuren en vol in zijn arm zou steken. Dit is een arm die met lichtheid wordt opgetild [rechter arm], dat is een arm [lin­ker arm] waarin je in je spieren voortdurend iets als een zacht steken voelt, een arm die gespannen is. Daardoor komt ka­rakter in de beweging binnen. Dit binnenbrengen van ka­rakter in de beweging gaat vervolgens over op de toeschou­wer. De toeschouwer voelt dan wel mee.
Nu vragen de mensen bij deze figuren: waar is hier het gezicht en waar het achterhoofd? Dat doet er in de euritmie helemaal niets toe. Het kan wel bij de euritmie eventueel ook zo zijn dat je een beetje in vuur en vlam staat voor een mooi gezicht dat daar aan het euritmiseren is. Maar dat hoort niet bij de mentaliteit van de euritmie.

Dieses Gesicht, das da aussieht, als ob es von Ihnen nach links wäre, ist eigentlich gerade nach vorn gerichtet, und diese Farbe ist gerade als Charakterisierung angebracht, weil der Eurythmisierende sein rechtes Haupt fühlen soll wie leicht durchwellt von eurythmischer Kraft, sein linkes Haupt gespannt durchzogen von innerer Kraft, so daß sich asymmetrisch hier gewissermaßen sein Haupt aufplustert und er hier gespannt sich fühlt. Dadurch wird der richtige Charakter hineingebracht. Hier an diesen Figuren ist gerade das ausgedrückt, was man im Eurythmisieren sehen soll. Unddas sollte eigentlich in allem Künstlerischen sein. Man sollte von dem Stofflichen, von dem Inhaltlichen, von dem Prosaischen absehen können und auf das Künstlerische, Poetische übergehen können. Ein schönes Mädchengesicht ist beim Eurythmisieren wie Prosa. Dasjenige, was sie zustandebringt, daß sie die rechte Seite des Hauptes leicht von Kraft durchzogen hat, die linke Seite gespannt hat, das ist dasjenige, was eigentlich die eurythmische Schönheit gibt. Und so könnte man sich denken, daß auch ein ganz häßliches Gesicht eurythmisch außerordentlich schön würde, und ein ganz schönes Gesicht, verzeihen Sie, eurythmisch ganz häßlich wirken könnte.
Also gerade bei diesem Eurythmischen hat man das im eminentesten Sinne zu sehen, was ja – jeder Künstler wird mir darin recht geben –

Dit gezicht dat eruit­ziet alsof het van u uit gezien naar links zou zijn, is eigenlijk juist naar voren gericht, en deze kleur is juist als karakterise­ring aangebracht omdat de euritmiserende de rechterkant van zijn hoofd voelen moet als licht ‘doorgolfd’ van euritmische kracht, de linkerkant van zijn hoofd gespannen door­trokken van innerlijke kracht, zodat zich asymmetrisch zijn hoofd hier in zekere zin luchtig opbolt en hij zich hier ge­spannen voelt. Daardoor wordt het juiste karakter erin ge­bracht. Hier bij deze figuren is juist datgene uitgedrukt wat je bij het euritmiseren moet zien. En dat zou eigenlijk in al het kunstzinnige zo moeten zijn. Je zou van het stoffelijke, van het inhoudelijke, van het prozaïsche kunnen afzien en op het kunstzinnige, poëtische kunnen overgaan. Een mooi meisjesgezicht is bij het euritmiseren als proza. Wat zij tot stand brengt, dat ze de rechterkant van haar hoofd licht van kracht doortrokken heeft, de linkerkant gespannen heeft, dat is wat eigenlijk de euritmische schoonheid geeft. En zo zou je je kunnen indenken dat ook een heel lelijk gezicht euritmisch buitengewoon mooi zou worden, en een heel mooi gezicht – neemt u me niet kwalijk – euritmisch heel lelijk zou kunnen werken. Dus juist bij dit euritmische moet je dat in eminentste zin zien, wat immers – elke kunstenaar zal mij daarin gelijk geven –

blz. 239   vert. blz. 307

für alle Kunst gilt. Der ist nicht bloß ein großer Künstler, der ein schönes Mädchengesicht ansprechend malen kann, sondern der wirkliche Maler muß unter Umständen auch ein altes, verdorrtes, runzeliges Gesicht so malen, daß es in der Kunst schön wirken kann. Das muß aller Kunst zugrunde liegen.
Das wollte ich noch zu der Eurythmie hinzufügen, die in den Vorstellungen hier gegeben worden ist. Ich möchte nur noch sagen, daß die Eurythmie deshalb hineingenommen worden ist in Unterricht und Erziehung, weil sie zu der äußeren Gymnastik ein ganz wunderbares Gegenstück abgibt.Nehmen Sie das, was man in Deutschland Turnen nennt. Die körperlichen Übungen werden durchaus, wie erwähnt, in unserer Waldorfschule genügend gepflegt, aber wenn Sie diese äußere Gymnastik nehmen, so werden Sie die Formen dieser Gymnastik so ausgebildet sehen, daß der Mensch gewissermaßen bei jeder Übung, die er vollführt, den Raum zuerst empfindet, die Raumrichtung. Und die Raumrichtung ist eigentlich zuerst da. Der Mensch fühlt also die Raumrichtung und legt nun seinen Arm in diese Raumrichtung hinein. Es gibt sich also der Mensch turnend gymnastisch an den Raum hin.

niet hij is een groot kunste­naar die een mooi meisjesgezicht bevallig kan schilderen, nee, de echte schilder moet bij gelegenheid ook een oud, verdord, rimpelig gezicht zo schilderen dat het in de kunst mooi kan uitwerken. Dat moet aan alle kunst ten grondslag liggen.
Dit wilde ik nog toevoegen aan de euritmie die in de voor­stellingen hier is gegeven. Ik wil alleen nog zeggen dat de euritmie daarom in onderwijs en opvoeding is opgenomen omdat ze een prachtige tegenhanger van de uiterlijke gym­nastiek vormt. Neem dat wat men in Duitsland de gymles [‘turnen’] noemt. De lichamelijke oefeningen worden, zoals gezegd, beslist gedaan in onze vrijeschool. Maar als u deze uiterlijke gymnastiek neemt, dan zult u zien dat de vormen van deze gymnastiek zo ontwikkeld zijn dat de mens in ze­kere zin bij elke oefening die hij verricht, eerst de ruimte be­leeft, de ruimterichting. En de ruimterichting is er eigenlijk het eerst. De mens voelt dus de ruimterichting en plaatst nu zijn arm in deze ruimterichting. Dus bij het gymmen geeft de mens zich gymnastisch aan de ruimte over.

Das ist die Art und Weise, wie man allein in gesunder Weise gymnastische Übungen finden kann. Der Raum ist nach allen Seiten bestimmt. Unsere abstrakte Raumanschauung, die sieht drei aufeinander- stehende senkrechte Raumrichtungen, die man gar nicht unterscheiden kann. Die gibt es nur in der Geometrie. In Wirklichkeit haben wir oben den Kopf, unten die Beine: das ist oben und unten. Dann haben wir links und rechts. Wir leben in dieser Richtung drinnen, wenn wir die Arme ausstrecken. Da handelt es sich gar nicht darum, wo die absolute Richtung ist: daß wir uns drehen können, darin liegt alles. Und dann haben wir vorne und hinten. Und darauf sind alle übrigen Raumrichtungen orientiert. Sie strecken sich und brechen sich und schieben sich zurück. Und findet man auf diese Weise den Raum, dann findet man die gesunde Bewegung für Turnen und Gymnastik. Da gibt sich der Mensch an den Raum hin.
Wenn er eurythmisiert, dann ist der Charakter der Bewegung aus dem menschlichen Organismus herausgeholt. Dann ist die Frage diese: Was erlebt die Seele, wenn sie diese Bewegung macht, wenn sie jene 

Dat is de wijze waarin je alleen op gezonde wijze gymnas­tiekoefeningen kunt vinden. De ruimte is naar alle kanten bepaald. Onze abstrakte opvatting van de ruimte, die ziet drie loodrecht op elkaar staande ruimterichtingen, die men hoegenaamd niet onderscheiden kan. Die bestaan alleen in de meetkunde. In werkelijkheid hebben we boven het hoofd, onder de benen: dat is boven en onder. Verder hebben we links en rechts. We leven midden in deze richting wanneer we onze armen uitstrekken. Dan gaat het er helemaal niet om waar de absolute richting is: dat we ons kunnen draaien, daarin zit alles. En dan hebben we voor en achter. En daar­op zijn alle overige ruimterichtingen georiënteerd. Ze strek­ken zich en breken af en schuiven terug. En vind je op deze wijze de ruimte, dan vind je de gezonde beweging voor tur­nen en gymnastiek. Dan geeft de mens zich aan de ruimte over.
Wanneer hij euritmiseert, dan is het karakter van de be­weging uit het menselijk organisme gehaald. Dan is de vraag: wat beleeft de ziel wanneer ze die beweging maakt? —

blz. 240   vert. blz. 308

Bewegung macht? – Dadurch kommen ja die einzelnen Laute in der Eurythmie gerade zustande. Was kommt zustande, wenn Sie Ihre Kraft in die Glieder hineingießen? Während wir durch die äußerlich gymnastischen Übungen den Menschen in den Raum sich hineinlegen lassen, lassen wir den Menschen in der Eurythmie seiner Wesenheit gemäß nach außen die Bewegung so ausführen, wie sie der Organismus
selber fordei`t. Das Innere nach außen sich bewegen lassen, das ist das Wesen des Eurythmischen. Das Äußere vom Menschen ausfüllen, so daß der Mensch sich verbindet mit der Außenwelt, das ist das Wesen der Gymnastik.
Will man ganze Menschen erziehen, so kann man gerade dieses Gymnastische vom anderen Pole ausgehen lassen, von dem, wo die Bewegung des Menschen ganz aus dem Inneren geholt wird in der Eurythmie. Aber jedenfalls muß das Eurythmische immer, wenn es im Unterricht verwendet wird, herausgeholt sein aus dem künstlerisch Erfaßten der Eurythmie.

Daar­door komen de afzonderlijke klanken in de euritmie juist tot stand. Wat komt er tot stand wanneer u uw kracht in de ledematen laat stromen? Terwijl we door de uiterlijke gym­nastiekoefeningen de mens zich in de ruimte laten plaatsen, laten we de mens in de euritmie overeenkomstig zijn wezen naar buiten toe de beweging zo uitvoeren als het organisme die zelf verlangt. Het innerlijke zich naar buiten laten bewe­gen, dat is het wezen van het euritmische. Het uiterlijke van de mens vullen zodat de mens zich verbindt met de buiten­wereld, dat is het wezen van de gymnastiek.
Wil je de hele mens opvoeden, dan kun je juist dit gym­nastische van de andere pool laten uitgaan, van de pool waar de beweging van de mens helemaal uit het innerlijke wordt gehaald in de euritmie. Maar in elk geval moet het euritmi­sche steeds wanneer het in het onderwijs wordt gebruikt, gehaald zijn uit het kunstzinnig opgevatte element van de euritmie.

Meine Überzeugung ist, daß die besten Gymnastiklehrer diejenigen sind, die ihre Gymnastik an der Kunst gelernt haben. Die Griechen haben die Anregungen und Impulse zu ihrer Schulgymnastik, zu ihren Olympischen Spielen von der Kunst geholt. Und wenn man die Konsequenzen des Auseinandergesetzten voll einhält, alles im Schulmäßigen aus dem Künstlerischen herauszuholen, dann wird man dasjenige, was ich an dem Beispiel der Eurythmie gezeigt habe, schon auch für die anderen Zweige des Lebens finden. Man wird nicht etwas Besonderes für den Unterricht erfinden, sondern das Leben in die Schule hinein- tragen wollen. Dann wird das Leben in der sozialen Ordnung auch wieder aus der Schule herauswachsen können.

Het is mijn overtuiging dat de beste gymnastiekleraren diegenen zijn die hun gymnastiek van de kunst hebben ge­leerd. De Grieken hebben de inspiratie en impulsen voor hun schoolgymnastiek, voor hun olympische spelen uit de kunst gehaald. En als men zich houdt aan de konsekwentie van het hier naar voren gebrachte, namelijk om alles in de school uit het kunstzinnige te halen, dan zal men dat wat ik met een voorbeeld uit de euritmie heb laten zien, ook wel voor de andere takken van het leven vinden. Men zal niet iets bizonders voor het onderwijs bedenken, maar het leven de school in willen brengen. Vanuit de school zal dan het le­ven ook weer kunnen uitgroeien in de sociale orde.
GA 307/235-240
Vertaald/303-309

blz. 275

Einleitende Worte zu einer Eurythmievorstellung
14. August 1923

Eurythmie soll eine Kunst sein, deren Ausdrucksmittel gestaltete Bewegungsformen des menschlichen Organismus an sich und im Raume sowie bewegte Menschengruppen sind. Es handelt sich aber dabei nicht um mimische Gebärden und auch nicht um Tanzbewegungen, sondern um eine wirkliche, sichtbare Sprache oder einen sichtbaren Gesang. Beim Sprechen und Singen wird durch die menschlichen Organe der Luftstrom in einer gewissen Weise geformt. Studiert man in geistig- lebendiger Anschauung die Bildung des Tones, des Vokals, des Konsonanten, des Satzbaues, der Versbildung und so weiter, so kann man sich ganz bestimmte Vorstellungen bilden, welche plastischen Formen bei den entsprechenden Sprach- oder Gesangsoffenbarungen entstehen. Diese lassen sich nun durch den menschlichen Organismus, besonders durch die ausdrucksvollsten Organe, durch Arme und Hände, nach- bilden. Man schafft dadurch die Möglichkeit, daß, was beim Singen, Sprechen gehört wird, gesehen werden kann.

vert. blz, 353 vert.

INLEIDENDE WOORDEN BIJ EEN EURITMIEVOORSTELLING         14 augustus 1923 (Referaat van Steiner zelf)

Euritmie moet een kunst zijn waarvan de uitdrukkingsmid­delen vorm gegeven bewegingsvormen van het menselijke organisme op zich en in de ruimte evenals bewogen groepen mensen zijn. Het gaat daarbij echter niet om mimische ge­baren en ook niet om dansbewegingen, maar om een werke­lijke, zichtbare taal of een zichtbaar zingen. Bij het spreken en zingen wordt door de menselijke organen de luchtstroom op een bepaalde manier gevormd. Bestuderen we met gees­telijk-levende waarneming de vorming van de toon, van de klinker, van de medeklinker, van de zinsbouw, van versvor­ming enzovoort, dan kunnen we ons heel bepaalde voorstel­lingen ervan maken welke plastische vormen bij de overeen­komstige spraak- of zangopenbaringen ontstaan. Deze laten zich nu door het menselijke organisme, in het bijzonder door de meest uitdrukkingsvolle organen, door armen en han­den, nabootsen. Je creëert daardoor de mogelijkheid dat wat bij het zingen, spreken gehoord wordt, gezien kan worden.

Weil die Arme und Hände die ausdrucksvollsten Organe sind, besteht die Eurythmie in erster Linie in den gestalteten Bewegungen dieser Organe; es kommen dann die Bewegungsformen der anderen Organe unterstützend hinzu wie bei der gewöhnlichen Sprache das Mienenspiel und die gewöhnliche Gebärde. Man wird sich den Unterschied der Eurythmie von dem Tanz besonders dadurch klarmachen können, daß man auf die eurythmische Begleitung eines Musikstückes sieht. Dabei ist, was wie Tanz erscheint, nur die Nebensache; die Hauptsache ist der sichtbare Gesang, der durch Arme und Hände zustande kommt.
Man soll nicht glauben, daß eine einzige Bewegungsform der Eurythinie willkürlich ist. In einem bestimmten Augenblicke muß als Ausdruck eines Musikalischen oder eines Dichterischen eine bestimmte Bewegungsform erzeugt werden, wie im Singen ein bestimmter Ton, oder in der Sprache ein bestimmter Laut. Der Mensch ist dann ebenso gebunden in der Bewegungssprache der Eurythmie, wie er im Singen 

Omdat de armen en handen de meest uitdrukkingsvolle organen zijn bestaat de euritmie in eerste instantie in de vor­mende bewegingen van deze organen; daar komen dan de bewegingsvormen van de andere organen ondersteunend bij, zoals bij het gewone spreken de mimiek en de gewone gebaren. We kunnen het verschil tussen euritmie en dans in het bizonder duidelijk krijgen door naar de euritmische be­geleiding van een muziekstuk te kijken. Daarbij is wat als dans verschijnt alleen maar het bijzaak; de hoofdzaak is het zichtbare zingen, dat door armen en handen tot stand komt. Je moet niet geloven dat een afzonderlijke bewegingsvorm van de euritmie willekeurig is. Op een bepaald ogenblik moet als uitdrukking van iets muzikaals of iets dichterlijks een bepaalde bewegingsvorm voortgebracht worden, zoals bij het zingen een bepaalde toon of bij het spreken een be­paalde klank. De mens is dan net zo gebonden aan de bewe­gingstaal van de euritmie, als hij bij het zingen

blz. 276  blz. 354 vert.

oder Sprechen an Ton und Laut gebunden ist. Er ist aber ebenso frei in der schönen, kunstvollen Gestaltung der eurythmischen Bewegungsformen, wie er dies bei der Sprache oder dem Gesange ist.
Man ist dadurch in der Lage, ein Musikstück, das gespielt wird, eurythmisch, in einem sichtbaren Gesange, oder eine rezitierte oder deklamierte Dichtung in einer sichtbaren Sprache zugleich darzustellen. Und da Sprache und Musik aus dem ganzen Menschen stammen, so erscheint ihr innerer Gehalt erst recht anschaulich, wenn zu dem hörbaren die sichtbare Offenbarung hinzukommt. Denn eigentlich bewegt alles Gesungene und Gesprochene den ganzen Menschen; im gewöhnlichen Leben wird die Tendenz zur Bewegung nur zurückgehalten und in den Sprach- und Gesangsorganen lokalisiert. Die Eurythmie bringt nur zur Offenbarung, was in diesen menschlichen Lebensäußerungen als Tendenz zur Bewegung stets veranlagt ist, aber in der Anlage verborgen bleibt. – Man erhält dadurch, daß zur instrumentalen Musikdarbietung und zur Rezitation oder Deklamation eurythmisiert wird, eine Art orchestralen Zusammenwirkens des Hörbaren und Sichtbaren.

of spreken aan toon en klank gebonden is. Maar hij is net zo vrij in de mooie, kunstzinnige vorming van de euritmische bewe­gingsvormen als hij dit bij het spreken of het zingen is.

We zijn daardoor in staat om een muziekstuk dat gespeeld wordt euritmisch, in een zichtbaar zingen, of een gereciteerd of gedeklameerd gedicht gelijktijdig in een zichtbare taal neer te zetten. En omdat spraak en muziek uit de gehele mens stammen, verschijnt dus hun innerlijke gehalte pas goed duidelijk wanneer bij de hoorbare de zichtbare open­baring komt. Want eigenlijk beweegt al het gezongene en gesprokene de gehele mens; in het gewone leven wordt de tendens om te bewegen alleen teruggehouden en in de spraak-en zangorganen gelokaliseerd. De euritmie brengt slechts tot openbaring wat in deze menselijke levensuitingen als ten­dens tot beweging steeds aangelegd is, maar in de aanleg ver­borgen blijft. – We krijgen doordat er bij de instrumentale muziekopvoering en bij de recitatie of deklamatie ge-euritmiseerd wordt, een soort orkestraal samenwerken van het hoorbare en zichtbare.

Für die Rezitation und Deklamation, die im Zusammenhange mit der Eurythmie zur Darstellung kommen, ist zu beachten, daß diese in einer wirklich künstlerischen Gestaltung des Sprachlichen auftreten müssen, Rezitatoren oder Deklamatoren, die nur den Prosainhalt der Dichtung pointieren, können in der Eurythmie nicht mitwirken. Wahre künstlerische Dichtung entsteht nur durch die imaginative oder musikalische Gestaltung der Sprache. Der Prosainhalt ist nicht das Künstlerische; sondern nur der Stoff, an dem sich das Bildhafte der Sprache oder auch Takt, Rhythmus, Versbau und so weiter offenbaren sollen. Jede dichterische Sprache ist schon eine verborgene Eurythmie. Der Rezitator und Deklamator muß durch das Malerische, Plastische oder Musikalische der Sprache das aus der Dichtung herausholen, was der Dichter in sie hineingelegt hat. Diese Art der Rezitations- und Deklamationskunst hat Frau Dr. Steiner seit Jahren besonders ausgebildet. Nur eine solche Sprachkunst kann zusammen mit der Eurythmie auftreten, weil nur dann der Rezitator in Tongestaltung und Tonplastik das für das Ohr bietet, was der Eurythmist für das Auge darstellt. 

Voor de recitatie en deklamatie die in samenhang met de euritmie tot uitbeelding komen, moet in acht worden geno­men dat deze in een werkelijke kunstzinnige vorming van de spraak moeten optreden. Recitatoren of deklamatoren die alleen de proza-inhoud van het gedicht beklemtonen, kunnen in de euritmie niet hun medewerking verlenen. Waar kunstzinnig dichtwerk ontstaat alleen door de imaginatieve of muzikale vorming van de spraak. De proza-inhoud is niet het kunstzinnige; maar alleen de stof aan de hand waarvan zich het beeldende van de spraak of ook maat, ritme, vers­bouw enzovoort verder moeten openbaren. Elk dichterlijk spreken is al een verborgen euritmie. De recitator en deklamator moeten door het schilderkunstige, plastische of muzi­kale van de spraak datgene uit het dichtwerk te voorschijn halen wat de dichter erin gelegd heeft. Deze vorm van reci­tatie- en deklamatiekunst heeft mevrouw Marie Steiner sinds jaren bizonder ontwikkeld. Alleen een dergelijke spreekkunst kan samen met de euritmie optreden, omdat alleen dan de recitator in de vorming van de toon en het plastische van de toon het oor aanbiedt wat de euritmist voor het oog opvoert.

blz. 277  blz. 355 vert.

Durch ein solches Zusammenwirken wird aber erst vor die Seele des Zuhörers und Zuschauers gebracht, was wirklich in der Dichtung lebt.
Die Eurythmie ist nicht für ein mittelbares Verständnis des Intellektes, sondern für die unmittelbare Wahrnehmung veranlagt. Der Eurythmist muß die sichtbare Sprache Form für Form lernen, wie der Mensch sprechen lernen muß. Aber die Wirkung der von Musik oder Sprache begleiteten Eurythmie ist eine solche, die unmittelbar durch die bloße Anschauung empfunden wird. Sie wirkt wie das Musikalische auch auf den Menschen, der die Formen nicht selbst gelernt hat.
Denn sie ist eine natürliche, eine elementare Offenbarung des menschlichen Wesens, während die Sprache immer etwas Konventionelles hat.
Die Eurythmie ist in der Gegenwart so entstanden, wie, zu ihren entsprechenden Zeitepochen, alle Künste entstanden sind. Diese gingen daraus hervor, daß man einen Seeleninhalt durch entsprechende Kunstmittel zur Offenbarung brachte. Wenn man dazu gekommen war, gewisse Kunstmittel so zu beherrschen, daß man in ihnen zur sinnlichen Offenbarung bringen konnte, was die Seele erlebt, dann entstand eine Kunst.

Door zo’n samenwerken wordt echter pas voor de ziel van de toehoorders en toeschouwers gebracht wat wer­kelijk in het dichtwerk leeft.
De euritmie is niet voor een indirekt begrijpen door het intellekt, maar voor de direkte waarneming aangelegd. De euritmist moet de zichtbare spraak vorm voor vorm leren, zoals de mens moet leren spreken. Maar de werking van de door muziek of spraak begeleide euritmie is zodanig dat die enkel en alleen door het aanschouwen ervaren wordt. Ze werkt, net als het muzikale, ook op de mens die de vormen niet zelf geleerd heeft. Want ze is een natuurlijke, een ele­mentaire openbaring van het menselijke wezen, terwijl de spraak altijd iets konventioneels heeft.
De euritmie is in de tegenwoordige tijd zo ontstaan zoals alle kunsten zijn ontstaan in de erbij passende tijdperken. Deze kwamen te voorschijn uit het feit dat men een ziele-inhoud door daarmee overeenkomende middelen van de kunst tot openbaring bracht. Wanneer men zover gekomen was bepaalde middelen van de kunst zo te beheersen dat men daarin tot zintuiglijke openbaring kon brengen wat de ziel beleeft, dan ontstond een kunst.

Die Eurythmie entsteht nun dadurch, daß man das edelste an Kunstmitteln, den menschlichen Organismus, diesen Mikrokosmos, selbst als Werkzeug gebrauchen lernt. Dies geschieht in der mimischen sowohl wie in der Tanzkunst nur in bezug auf Teile des menschlichen Organismus. Die Eurythmie bedient sich aber des ganzen Menschen als ihres Ausdrucksmittels. Doch muß immer vor einer solchen Darbietung gegenwärtig noch an die Nachsicht der Zuschauer appelliert werden. Jede Kunst mußte einmal ein Anfangsstadium durchmachen. Das muß auch die Eurythmie. Sie ist im Beginne ihrer Entwickelung. Aber weil sie sich des vollkommensten Instrumentes bedient, das denkbar ist, muß sie unbegrenzte Entwickelungsmöglichkeiten in sich haben. Der menschliche Organismus ist dieses vollkommenste Instrument; er ist in Wirklichkeit der Mikrokosmos, der alle Weltgeheimnisse und Weltgesetze konzentriert in sich enthält. Bringt man durch eurythmische Bewegungsgestaltungen das zur Offenbarung, was sein Wesen umfassend veranlagt enthält als eine Sprache, die körperlich das ganze Erleben der Seele erscheinen läßt, so muß man dadurch umfassend die Weltgeheimnisse künstlerisch zur Darstellung kommen lassen können.

De euritmie ontstaat alleen daardoor dat we het edelste van alle middelen van de kunst, het menselijke organisme, deze mikrokosmos, zelf als in­strument leert gebruiken. Dit gebeurt zowel in de mimische kunst als in de danskunst alleen met betrekking tot delen van het menselijke organisme. Maar de euritmie bedient zich van de gehele mens als haar uitdrukkingsmiddel. Toch moet voor zo’n voorstelling tegenwoordig nog steeds aan de welwillendheid van de toeschouwer geappelleerd worden. Elke kunst moest ooit een beginstadium doormaken. Dat moet de euritmie ook. Zij staat aan het begin van haar ont­wikkeling. Maar omdat zij zich van het meest volmaakte in­strument bedient dat denkbaar is moet zij onbegrensde ont­wikkelingsmogelijkheden in zich hebben. Het menselijke organisme is dit meest volmaakte instrument; het is in wer­kelijkheid de mikrokosmos, die alle wereldgeheimen en we-reldwetten gekoncentreerd in zich draagt. Brengen we door euritmische bewegingsvormen tot openbaring wat zijn we­zen omvattend in aanleg in zich draagt als een taal die licha­melijk het totale beleven van de ziel laat verschijnen, dan moeten we daardoor de wereldgeheimen op artistieke wijze veelomvattend tot uitbeelding kunnen laten komen.

blz. 278  blz. 356

Was gegenwärtig Eurythmie schon bieten kann, ist erst ein Anfang dessen, was nach der angedeuteten Richtung in ihren Möglichkeiten liegt. Aber weil sie sich der Ausdrucksmittel bedient, die eine solche Beziehung zu Welt- und Menschenwesen haben können, darf man hoffen, daß sie in ihrer weiteren Entwickelung als vollberechtigte Kunst neben den anderen sich erweisen werde.

Wat tegenwoordig euritmie al kan bieden is pas een be­gin van datgene wat naar de aangeduide richting in haar mo­gelijkheden ligt. Maar omdat zij zich van de uitdrukkings­middelen bedient die zo’n relatie met het wezen van wereld en mens zouden kunnen hebben, mogen we hopen dat zij in haar verdere ontwikkeling met het volste recht als kunst naast de andere kunsten zal komen te staan.
GA 307/275-278
Vertaald/353-357

.

Rudolf Steinerover euritmie

Rudolf Steineralle artikelen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over euritmie

 

RUDOLF STEINER OVER EURITMIE

Rudolf Steiner hield een aantal voordrachten over euritmie.
Ze zijn in de GA genummerd: 277*; 277A; 278 en 279

Ook in de pedagogische voordrachten spreekt hij bij tijd en wijle over euritmie. Uit deze voordrachten: GA 293-311 zullen hier zijn opmerkingen volgen.

Verschenen in aparte artikelen (volg link) de opmerkingen uit: GA 293; GA 294: GA 297; GA 298; GA 300A; GA 300B; GA 300C; GA 301; GA 302; GA 302A; GA 303; GA 304; GA 304A; GA 305; GA 306GA 307; GA 308; GA 309; GA 310; GA 311

 

Aangezien euritmie ‘zichtbare spraak en muziek’ is, zal Steiner dus vaak wanneer hij over euritmie spreekt, ook muziek en spraak erbij betrekken.
In het Duits staat vaak ‘Sprache’ dat vertaald kan worden met spraak en taal. Waar met ‘spraak’ is vertaald, kan in veel gevallen ook ‘taal’ worden gelezen. Euritmie is niet alleen een zichtbaar ‘spreken’, het is ook zichtbare taal.

Ook maakt hij vaak het verschil met gymnastiek duidelijk. Wanneer dat het geval is, wordt dat hier aangegeven; de bladzijaanduiding heeft betrekking op de vertaling:

muziek: GA 294/18; 44; 45-49    GA 302/42-45     57   GA 308/53 e.v.  GA 309/103 e.v.

spraak: GA 294/45-49  vooral ook over gedichten en reciteren;
GA 205/29 zie onder
GA 297 /217-220;   GA 300C/14;  GA 301/93-97   GA 301/249-252   256-259   GA 302A/51-52  GA 304/166 e.v  GA 304A/119-120  GA 305/158-159   247 e.v. GA 306/202;  GA 307/355; GA 308/53 e.v.

gymnastiek: GA 294/53-54-55;   GA 297/184-186/178-179 217-220;    GA 300A/174; GA 300B/12; GA 300C/14; GA 301/ 93-97   201/201   252    259     GA 302/38-39    42-45 (over: de ene dag euritmie, de andere gymnastiek)  GA 304/118  168 e.v.   GA 304A/ 55-57; GA 305/252 e.v.; GA 307/307; GA 309/107  GA 310/83 e.v.  GA 311/110 e.v. 

euritmie en:
moreel zwak kind: GA 301/119307
(gezondheids)krachten, vitaliteit ontwikkelen: GA 304A/27
liegen en euritmie GA 304A/58-59  GA 305/253   GA 309/108
wilsontwikkeling GA 304A/58-59

euritmiefiguren GA 305/158-e.v.      GA 307/304-e.v.
beweging, kleur, sluier                 VRIJESCHOOL in beeld: klankfiguren

Beknopte inhoud van de opmerkingen in de verschillende voordrachten:

GA 293
vert. 195 euritmie moet onderwijs levendiger maken; het intellectuele doorbloeden.

GA 294
vert. 29 mens van nature muzikaal; kleine kind wil bewegen: euritmie heft zwaarte in ledematen op
vert. 31 werken vanuit het hoofd: invloed op etherlijf en fysiek lichaam; werken vanuit ledematen: invloed op Ik en astraallijf;
vert. 47/48 plastisch-beeldende en een muzikaal-dichterlijke stroom: euritmie kan ze in zich verenigen;
vert. 54-58 harmonie teweegbrengen in dionysisch en apollinisch;
muziekonderwijs; plastisch-beeldend werkt individualiserend-muzikaal-dichterlijk socialiserend; wezenlijk: het muzikale in een gedicht; interpreteren v.e. gedicht: verschrikkelijk!; belang van zingen;
vert. 68=73 betekenis grammatica; zelfstandig naamwoord, bijv. nw., werkwoord en Ik; euritmie en luisteren, luisteren = sociaal; wijsheid van de taal;
heilige naam niet uitgesproken, maar weergegeven door gebaar.

GA 297
blz. 178: euritmie is kunst; menselijk lichaam is het instrument; verschil met gymnastiek; naast kunst ook pedagogische en hygiënische waarde.
blz. 185: Als opmerking uit publiek: euritmie verwaarloost het sterker worden van de spieren,
blz. 186: daarom niet alleen maar euritmie op school, ook gym. Steiner: ook gymnastiek!
blz. 194: een zichtbare taal met door bovenzinnelijk schouwen waargenomen bewegingen van het strottenhoofd.
blz. 217: er is niets tegen gymnastiek.
blz, 218: euritmie in 1e plaats een kunst, maar ook hygiënisch-gezondmakends en pedagogisch-didactisch; bewegingen afgelezen aan bewegingen van strottenhoofd; geen willekeur in de bewegingen; bezielde beweging;
blz. 219: wat is dichtkunst; wat is reciteren;
blz. 220: op de vrijeschool een verplicht vak; nodig voor wilsinitiatieven

GA 298
blz. 13: Kunstzinnig onderwijs voor een sterke gevoel- en wilskracht. Euritmische, de zinvolle beweging, in plaats van wat alleen maar berust op het anatomische en fysiologische van het lichaam.

GA 300A
blz.66: euritmie vanaf klas 1 (er bestond nog geen kleuterklas), gym. vanaf 4
gymleraar en euritmist(e) in elkaars les
blz, 78: begin met de nadruk op muziek
blz. 113: klanken in andere talen, bijv. de Engelse I
blz. 120 en 123: euritmie is een verplicht vak
blz. 135: hoofdkinderen maken mooie opstellen, lich. begaafde doen goed euritmie; hoe ga je om met de hoofdkinderen; ventileer goed!
blz. 174: gymnastiek naast euritmie
blz. 239: absolute en relatieve tonen
blz. 242: zelf euritmieschoenen maken (in die tijd); niet muzikaal? toch euritmie

GA 300B
blz.12: euritmie i.p.v. alleen maar uitgaan van anatomie en fysiologie. Kunstzinnig onderwijs: wils- en gevoelsversterkende kracht.
blz. 218: niet in een te grote zaal
blz. 293-296  over de relatie gym en euritmie, waarin ze verschillen; over de klankfiguren en de betekenis van de kleuren;

GA 300C
blz. 14: 
wat is euritmie; vergelijking met gymnastiek
blz. 96/97: over de klankfiguren en hoe die met de leerlingen te behandelen zie ook: GA 305
blz.  103: door exameneisen moeten er in klas 12 vakken uitvallen: de euritmie niet!

GA 301
blz.93: euritmie: bezielde gymnastiek – gymnastiek meer fysiek;
blz. 94: kinderen die niet graag euritmie doen; euritmie (ook op 95): zichtbare spraakklank, zichtbare beweging strottenhoofd, enz.; spreken als gevoels- en wilsactiviteit; tegengestelde van dromen;
blz. 95: gymnastiek: geen wilsinitiatieven; gevolgen voor maatschappij;
blz. 96: werking van euritmie voor aandacht voor de wereld; zangles, euritmie en gymnastiek door 1 leraar;
blz. 119: morele zwakte en euritmie vóór het 9e jaar
blz. 200: zie blz. 95
blz. 249: inleidende woorden bij een euritmieopvoering op 15 mei 1920 Dornach
euritmie vanuit gezichtspunt van iets puur kunstzinnigs; een pedagogisch-didactisch gezichtspunt en een hygiënisch gezichtspunt.
euritmie zichtbaar geworden studie van spraakklanken;(bij het vertalen heb je te maken met Sprache = taal en spraak, dus kun je voor spraak ook taal lezen);
blz. 250: taal is sociaal; wat een gedicht moet zijn;
blz. 251: euritmiebewegingen zijn niet willekeurig; reciteren;
blz. 252: pedagogische euritmie: bezielde gymnastiek
blz. 253: euritmie leidt tot wilsinitiatief, meer dan gymnastiek

blz. 256: inleidende woorden bij een euritmieopvoering op 16 mei 1920 Dornach
euritmie zichtbaar geworden studie van spraakklanken; (bij het vertalen heb je te maken met Sprache = taal en spraak, dus kun je voor spraak ook taal lezen);
blz. 257: wat is een gedicht; reciteren;
blz. 259: euritmie ontstaan door zintuiglijk-bovenzintuiglijke studie (Goethe)
ped. euritmie werkt op de wil; gymnastiek versterkt alleen het lichaam; voert terug tot ritme: hygiënisch aspect;

GA 302
(blz.: vertaling)
blz. 38: euritmie: bezielde, vergeestelijke beweging; gymnastiek: fysieke beweging
blz. 43-45: wat gebeurt er met de leerstof in de wezensdelen gedurende de nacht; gezondmakende invloed euritmie; de ene dag euritmie – de andere: gymnastiek|
blz. 57: ook bij euritmie wordt fysieke lichaam aangesproken
blz. 61: euritmie bevrijdt het geestelijke uit de ledematen
blz. 126: wanneer kind euritmie doet, schrijft het iets in de wereld

GA 302A
(blz.: vertaling)
blz. 50: astraallijf openbaart zich in strottenhoofd; astraallijf en etherlijf werken samen; euritmie: opgetekende vibraties;
blz. 51: geen willekeur; bewegingen geestelijke wereld via euritmie op aarde;
blz. 111: euritmie bezield, gymnastiek – mits goed uitgevoerd – opent de weg naar iets geestelijks

GA 303
(blz.: vertaling)
blz. 327: euritmie is fysiek-lichamelijk, tegelijkertijdzinvol doortrokken van het geestelijk-psychische
blz. 351: euritmie gaat naar het wilselement, naar de totale mens, de volledige mens.
woord en gebaar in huidige tijd gespleten; euritmie zoekt eenheid

GA 304
blz. 117: euritmie belangrijk voor hoe je in de wereld staat; voor lichaam, ziel en geest;
blz. 118: geen miniek o.i.d., bewegingen afgelezen aan het lichaam;
blz. 166: euritmie en intelligentie;
blz. 167: euritmie: zichtbaar gemaakte bewegingstendenzen (strottenhoofd)
blz. 168: bewegingen niet willekeurig, maar wetmatig;
blz. 169: werken vanuit heel de mens= wekken intelligentie;

GA 304A
blz. 27: euritmie genereert gezonde krachten;
blz.55: euritmie is bezielde en geestrijke gymnastiek;
blz. 56: zoeken van de verhouding van het menselijk circulatie- en bewegingssysteem t.o.v. de ruimte en de innerlijke vorming, de innerlijke dynamiek;
In de euritmie heb je meer te maken met die kwalitatieve innerlijke dynamiek die zich afspeelt tussen het ademhalings- en het circulatiesysteem;
Verschil met gymnastiek;
blz. 57: door euritmie beweeglijker voorstellingsleven;
werkt op de wil;
blz. 58: euritmisch kun je niet liegen
blz. 59: nodig: wilsontwikkeling (door euritmie)
blz. 119: kunst werkt op de wil;
spraak en gebaar;

GA 305
blz. 158: euritmiegebaar: zichtbaar gemaakte teruggehouden beweging van het strottenhoofd bij het maken van klanken;
klankfiguren; zie ook GA 300C
blz. 159/162: klankfiguren, wat betekenen de kleuren, over de sluier, waar zit het wilselement
blz. 162: volgorde waarin de kinderen de klanken worden aangeleerd; de R;

blz. 245: inleidende woorden bij een euritmieopvoering op 18 aug. 1922 Oxford
euritmie zichtbaar geworden studie van spraakklanken; (bij het vertalen heb je te maken met Sprache = taal en spraak, dus kun je voor spraak ook taal lezen)
euritmie wil geen danskunst, geen mimische kunst, geen pantomime en dergelijke zijn, maar wil door het kunstmiddel van een werkelijk zichtbare taal werken.
Euritmie als impulsbeweging
blz. 246: bovenzintuiglijk waarnemen van bewegingsimpuls voor euritmiegebaar:
gebaren als bewegingsstroom;
blz.247: hoe moet er bij euritmie gereciteerd worden;
blz. 248: de therapeutisch-hygiënische kant
blz. 250: er wordt vertoont uit een mysteriedrama

blz. 251: Inleidende woorden bij een euritmieopvoering op 19 aug. 1922 Oxford
euritmie zichtbaar geworden studie van spraakklanken; (bij het vertalen heb je te maken met Sprache = taal en spraak, dus kun je voor spraak ook taal lezen)
Euritmie geen gymnastiek, geen dans, ze moet een kunstvorm zijn.
Ondersteunt het taalonderwijs;
blz. 252: verschil met gym.:  euritmie: gymnastiek van ziel, van geest werkt op de wil:
blz. 253: met euritmie kun je moeilijk liegen

GA 306

blz. 187-190: over kunstzinnig spreken, reciteren, declameren;
blz. 190: verschil met dans; het individuele van de  euritmist

blz. 199: euritmie wil zichtbare taal, zichtbaar zingen zijn;
blz. 200202: euritmiebewegingen: de vormen van de luchtstromen die de mens bij het spreken verlaten;
blz. 202-203: reciteren is niet de proza-inhoud benadrukken; het wezenlijke van het dichterlijke; dat wil euritmie zichtbaar maken
blz.  203-205: euritmie geen mime, dans, enz.
blz. 205: over belichting

GA 307
blz. 119: euritmie om het woord in de wil te krijgen
blz. 303: pedagogische euritmie niet af te zonderen van kunstzinnige euritmie
blz. 304: e.v.: over de euritmiefiguren; grondkleur; sluier; gezicht en uitdrukking
blz. 307: over gymnastiek en de ruimterichtingen

blz. 353: euritmie geen dans, mime; afgelezen aan bewegingen van spraakorganen;
blz. 355: speciale spraakkunst, declamatie vereist; euritmie is niet voor het intellect, maar voor de waarneming; het instrument is het lichaam;

GA 308
blz. verwijzen naar vertaling

Blz. 82: astraallijf is muziek; astraallijf en toonladder: schouders, armen Blz. 83: e.d.; spraak en Ik;
Blz. 84: taalgenius en Ik; euritmie: tooneuritmie voor astraallijf,  woordeuritmie voor Ik
Blz. 85: plastiek voor het etherlijf; muziek voor het astraallijf; spreken voor het Ik


GA 309
vert. 103/104
gebarentaal van nature; spraakcentrum in hersenen; spraak en arm en hand;
vert. 104 spreken en de manier van lopen;
vert. 105 euritmie maakt spreken zichtbaar
vert. 106 wat er in de mens gebeurt als hij zingt; euritmie: zichtbaar zingen
vert. 107 euritmie op de vrijeschool: gymnastiek voor ziel en geest; er is ook therapeutische euritmie
vert. 108 euritmie gaat oneerlijkheid tegen

GA 310
vert. 83-84 etherlijf als plastisch kunstenaar, astraallijf als musicus gaan samen in euritmie; verschil met gymnastiek;
vert. 119 een kinderopvoering ná een kunstzinnige opvoering.

GA 311
vert. 110 t/m 112
Euritmie, turnen, gymnastiek. Het wezen ervan. Euritmie brengt innerlijkheid naar buiten. Door turnen voegt de mens zich in de ruimte.

*Rudolf Steiner: vorm en beweging Over euritmie: toespraken bij de euritmievoorstellingen in de jaren 1918 tot 1924. GA 277, gedeeltelijk vertaald in Euritmie. Zes inleidingen.

Uit andere voordrachten:

GA 205/29

Und ein anderes, hier darf es gesagt werden, wir sind unter uns, es muß eben von mir manches gesagt werden, weil es leider von anderer Seite zu wenig gesagt wird. Wir bemühen uns jetzt in der Begleitung der Eurythmie seit vielen Jahren einer Rezitations- und Deklamations­kunst, welche wiederum zu den alten guten Kunstprinzipien zurück­geht, wiederum erinnert an dasjenige, was in der Poesie eigentlich Kunst ist, der Rhythmus, der Takt, das Tonhafte, das Bildhafte, wäh­rend in unserer unkünstlerischen Zeit eigentlich die Dichtung nur mehr prosaisch rezitiert wird. Man rezitiert das Prosaische, das Wortwört­liche, man geht nicht zurück zu dem Untergrunde des Rhythmischen, des Taktmäßigen; und weil in Begleitung unserer Eurythmie das wie­derum gesucht wird, was zum Beispiel Goethe meinte, als er mit dem Taktstock wie ein Kapellmeister selbst seine Jambendramen einstu­dierte mit seinen Schauspielern, indem er auf das wirklich Künstlerische in der Poesie hinwies, weil wir von einem Unkünstlerschen wiederum zu einem Künstlerischen zurückgehen, deshalb erheben die Protektoren oder die Leute selbst, die heute, während sie vorgeben, Dichterisches zu rezitieren, allerlei Prosaisches quaken und blöken, die erheben sich quakend und blökend aus ihrer Unfähigkeit heraus und pöbeln an diejenigen, die sich widmen dem Rezitieren, das wiederum die wirk­liche Kunst dieses Rezitierens zur Geltung bringen will.

En nog wat anders, hier mag dat worden gezegd, we zijn onder elkaar, ik moet van mij uit nog veel zeggen, omdat het helaas van de andere kant te weinig wordt gezegd. We doen al vele jaren bij de begeleiding van de euritmie een beroep op een recitatie- en declamatiekunst die weer terugkeert naar de oude, goede kunstopvattingen, weer herinnert aan wat in de poëzie eigenlijk kunst is, het rimte, de maat, de toon, het beeldende, terwijl in onze onkunstzinnige tijd eigenlijk de dichtkunst min of meer prozaïsch gereciteerd wordt. Men reciteert het prozaïsche, het letterlijke, men gaat niet terug naar de basis van het ritmische of de maat; en terwijl in de begeleiding van onze euritmie dat nu weer wordt gezocht, wat Goethe bijv. bedoelde toen hij met de maatstok zoals een kapelmeester zelf zijn jambemdrama’s instudeerde met zijn toneelspelers, toen hij op het werkelijk kunstzinnige in de poëzie wees; en daarom, omdat wij weer van iets onkunstzinnigs naar iets kunstzinnigs terugkeren, hemelen de beschermers of de mensen zelf die tegenwoordig als ze aangeven iets dichterlijks te reciteren zich op en kwaken en kwekken allerlei wat proza is, die hemelen zich kwakend en kwekkend op vanuit hun onvermogen en gaan ordinair tekeer tegen degenen die zich wijden aan het reciteren dat weer de echte kunst van dit reciteren tot zijn recht wil laten komen.
GA 205/29
Niet vertaald

 

euritmieblog

Opspattend grind

Rudolf Steiner: alle artikelen op deze blog

1159

.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner – GA 309 – toespraak

.

Hier volgt een eigen vertaling. Bij het vertalen heb ik ernaar gestreefd Steiners woorden zo veel mogelijk in gangbaar Nederlands weer te geven. Met wat moeilijkere passages heb ik geprobeerd de bedoeling over te brengen, soms met behulp van wat er in andere voordrachten werd gezegd. Ik ben geen tolk en heb geen akten Duits. Er kunnen dus fouten zijn gemaakt, waarvoor excuses. De Duitse tekst gaat steeds vooraf aan de vertaling. Verbeteringen of andere vertaalsuggesties e.d. zijn meer dan welkom: pieterhawitvliet voeg toe apenstaartje gmail punt com

 

GA 309: vertaling
inhoudsopgave;  voordracht  [1]  [2]   [3]  [4]   [5]
vragenbeantwoording [1]
vragenbeantwoording [2]

RUDOLF STEINER

UITGANGSPUNTEN VAN HET VRIJESCHOOLONDERWIJS

5 voordrachten gehouden in Bern van 13 t/m 17 april 1924, met beantwoording van vragen en een toespraak bij een pedagogische euritmie-opvoering.(1)

bLZ. 103

ANSPRACHE
vor einer Vorführung pädagogischer Eurythmie
Bern, 14. April 1924

TOESPRAAK
bij een pedagogische euritmie-opvoering

Meine sehr verehrten Anwesenden, vor kurzer Zeit durften wir hier in Bern im Theater aufführen Proben der eurythmischen Kunst, welche vom Goetheanum aus gepflegt wird. Damals handelte es sich vorzugs­weise darum, Eurythmie als Kunst vorzuführen. Die Eurythmie ist eine Kunst, die mit heute noch ungewohnten Kunstmitteln arbeitet, in heute noch ungewohnten künstlerischen Formen spricht, und über die vielleicht daher ein paar Worte der Verständigung im voraus not­wendig sind.
Der Mensch offenbart dasjenige, was in seiner Seele lebt, durch das Gesanglich-Musikalische und durch die Sprache. Beides, sowohl das Gesanglich-Musikalische wie die Sprache, sie gehen hervor aus dem­jenigen, was der Mensch in sich erlebt; aber sie sind gewissermaßen konzentriert auf ein gewisses Organ, ein organisches System: auf die Sprach- und Gesangsorgane. Nun sehen wir schon im gewöhnlichen Leben, wenn wir sprechen, wie wir so häufig das Bedürfnis haben, das­jenige, was wir durch die Sprache zum Ausdruck bringen, möglichst zu unterstützen durch allerlei Gebärden, und wir
.

Zeer geachte aanwezigen,
een korte tijd* geleden mochten we hier in het theater van Bern onderdelen van de euritmische kunst uitvoeren die vanuit het Goetheanum verzorgd wordt. Toen ging het er voornamelijk om euritmie als kunst te laten zien. De euritmie is een kunst die tegenwoordig nog met ongebruikelijke kunstmiddelen werkt, tegenwoordig nog zich uitdrukt in ongebruikelijke kunstzinnige vormen en waarover daarom misschien een paar woorden vooraf nodig zijn voor een beter begrip.
Wat in de ziel van de mens leeft, uit hij zingend, muzikaal en door het spreken. Beide, én het zingend-muzikale én de apraak komen uit wat de mens van binnen beleeft; maar in zekere zin concentreert zich dat op een bepaald orgaan, een orgaansysteem: op het spraak- en zangorgaan. Nu zien we als we in het dagelijks leven spreken, hoe we zo vaak de behoefte hebben om wat we door het spreken uitdrukken, wanneer het maar mogelijk, is te ondersteunen door allerlei gebaren en we

vermeinen, wenn wir das auch nicht immer uns klarmachen, daß die Gebärde geeignet ist, den Anteil des Seelischen an dem, was wir da aussprechen, größer zu gestalten, als wenn wir die Sache bloß aussprechen. Das ist das eine, was als eine Beobachtung aus dem gewöhnlichen Leben hergenommen wer­den kann, und woraus wir dann sehen werden, wie es sich zum Euryth­mischen verhält.
Ein anderes ist ein kleines Stück von einer Erkenntnis, die die heu­tige Wissenschaft schon hat, während eine ganze Erkenntnis daraus werden kann. Die heutige Wissenschaft weiß, daß das Sprachzentrum, das gewöhnliche Sprachzentrum des Menschen, in der linken Hirn-hälfte liegt, daß da ein ganz bestimmtes Organ ist, aus Hirnwindungen bestehend, ohne das der Mensch unfähig ist zu sprechen – nicht des­halb, weil seine Sprachorgane in irgendeiner Weise unfähig wären, die können ganz intakt sein; der Mensch kann doch nicht, wenn dieses

denken, ook al weten we dat niet altijd, dat het gebaar in staat is de betrokkenheid van de ziel bij wat we dan uitspreken groter te maken dan wanneer we het alleen maar uitspreken. Dat is één ding dat je als waarneming uit het dagelijks leven kan nemen en waaraan we dan zullen zien hoe dit zich verhoudt tot het euritmische.
Het andere is het kleine beetje kennis dat de huidige wetenschap al heeft, terwijl daaruit heel veel kennis komen kan. De huidige wetenschap weet dat het spraakcentrum, het gewone spraakcentrum van de mens, in de linkerhersenhelft ligt, dat zich daar een heel bepaald orgaan bevindt, uit hersenwindingen bestaand en zonder dat kan de mens niet spreken – niet omdat zijn spraakorganen op de een of andere manier niet te gebruiken zouden zijn, die kunnen helemaal intact zijn; de mens kan toch niet, wanneer dit

*Vor kurzer Zeit: am 26. Januar 1924 hatte im Stadttheater Bern eine öffent­liche Eurythmie-Aufführung stattgefunden, in der u. a. die Ariel-Szene aus «Faust» II eurythmisch dargebracht worden war.

blz. 104

Gehirnorgan nicht in Ordnung ist, sprechen und singen, weil er Sinn nicht in diese Sprachlaute hineinlegen könnte. Nun ist das Merkwür­dige dieses, daß die meisten Menschen dieses Sprachzentrum in der linken Hirnhälfte haben. Die rechte Hirnhälfte in ihren Windungen zeigt dieses Sprachzentrum gewöhnlich bei den Menschen nicht. Da ist das Gehirn nicht in den Formen, in denen es geformt ist in der lin­ken Seite des Gehirnes. Nur die wenigen linkshändigen Menschen haben die Sache umgekehrt; sie haben auf der linken Seite einen ungeformten Teil und auf der rechten Seite das geformte Sprachzentrum des Ge­hirns. Daraus kann man sehen, daß die Bewegung des Armes und der Hand etwas zu tun hat mit dem Sprechen. Das Kind führt zunächst das, was aus seiner Seele heraus leben will, in den Handbewegungen aus, und wir haben die Handbewegungen dazu veranlagt, ausdrucks-volle Gesten zu bilden, ausdrucksvolle Gebärden zu formen. Bei dem­jenigen Menschen, dessen rechte Hand und rechter Arm dazu veran­lagt sind, ausdrucksvoll zu werden, Sprache zu werden, bei ihm geht durch eine geheimnisvolle innere Organisation dieser Impuls aus Arm und Hand über auf die linke Seite des Kopfes, und man kann durchaus davon sprechen, daß es bei den Linkshändern auf die rechte Seite des Kopfes übergeht. Als muß die Sprache mit der Veranlagung von Arm und Hand etwas zu tun haben.

hersenorgaan niet in orde is, spreken en zingen, omdat hij  deze spraakklanken geen betekenis kan geven. Nu is het merkwaardige dit, dat de meeste mensen dit spraakcentrum in de linkerhersenhelft hebben. In de rechterhersenhelftwindingen wordt dit spraakcentrum bij de mens gewoonlijk niet gevonden. Daar zijn de hersenen niet zo gevormd als in de linkerkant van het brein. Alleen een handjevol linkshandige mensen hebben het omgekeerd; zij hebben aan de linkerkant een ongevormd deel en aan de rechterkant het gevormde spraakcentrum van de hersenen. Daaraan kan je zien, dat de beweging van de arm en de hand iets te maken heeft met het spreken. Het kind drukt meteen dat wat vanuit zijn ziel naar buiten wil, uit met handbewegingen en in aanleg maken onze handbewegingen het mogelijk, betekenisvolle gebaren te maken, gebaren, uitdrukkingsvolle gebaren te vormen. Bij de mensen bij wie de rechterhand en de rechterarm in aanleg uitdrukkingsvol worden, spraak worden, gaat door een geheimzinnige inwendige organisatie deze impuls uit arm en hand over op de linkerkant van het hoofd en je kan gerust zeggen dat het bij de linkshandigen op de rechterkant van het hoofd overgaat. Dus moet de spraak iets te maken hebben met de aanleg van arm en hand.

Anthroposophische Geisteswissenschaft, wie wir sie in Dornach trei­ben, ist nun imstande, diese Sache, die nur ein kleines Stück Weg be­kannt ist, weiter auszubilden; und da sieht man zuletzt, daß alles, was im Menschen organisch veranlagt ist, etwas zu tun hat mit der Fähig­keit zu sprechen. Wer das durchschauen kann, der braucht nur zu sehen, wie ein Mensch auftritt, wie er ein Bein vor das andere setzt im Gehen. Er kann aus diesem heraus sehen, ob dieser Mensch eine Sprache hat – auch wenn er ihn nie sprechen gehört hat – in scharfer Abgren­zung, ob er einzelne Laute betont oder alles gleich sagt. Wenn man einen Menschen anschaut, wie er Arme und Beine bewegt, bekommt man eine Anschauung vom Rhythmus seiner Sprache; das Mienenspiel des Gesichtes deutet das Melos der Sprache, ihre Melodie an. Der Mensch bildet das im Verlaufe seines Lebens nicht aus, sonst würden wir alle merkwürdige Betrachtungen fortwährend machen, wenn wir

Antroposofische geesteswetenschap zoals we die in Dornach uitoefenen, is nu in staat dit, waarvan maar een klein deel bekend is, verder uit te werken; en dan zie je uiteindelijk dat alles wat in de mens organisch aangelegd is, iets te maken heeft met de mogelijkheid te kunnen spreken. Wie dat kan inzien, hoeft alleen maar te kijken hoe de mens zich gedraagt, hoe hij het ene been voor het andere zet bij het lopen. Hieraan kan hij zien of deze mens – het is niet nnodig dat hij hem heeft horen spreken – afgemeten praat, of hij de nadruk legt op bepaalde klanken of alles hetzelfde zegt. Wanneer je kijkt hoe een mens zijn armen en benen beweegt, krijg je een beeld van het ritme van zijn spreken; de mimiek op zijn gezicht duidt op de melodie van de spraak. De mens ontwikkelt dit tijdens zijn leven niet verder, anders zouden we voortdurend die merkwaardige bespiegelingen hebben, wanneer wij

blz. 105

die Seele im Ausdruck der Sprache zur Offenbarung kommen lassen. Wir unterdrücken die Begleiterscheinungen, die unser Organismus da ausführen will für die Sprache. Sie können sogar sehen, wie es die An­gehörigen der einen Nation mehr tun als die Angehörigen der anderen Nation. Die Engländer stecken die Hände in die Hosentaschen, wenn sie reden; die Italiener bekräftigen das, was sie sagen wollen, was sie auf der Seele haben, mit allerlei Gebärden. Man kann wirklich, wenn man ein exaktes Anschauen von diesen Dingen hat, jeden Sprachlaut zurückführen auf eine Bewegung des menschlichen Organismus. So wie sich die Bewegung, die sich aber im Leben unterdrückt, in die Sprache verwandelt, so kann man die Sprache zurückverwandeln in Bewegung. Dieses gibt dann Eurythmie. Diese Eurythmie gibt das, was wir in meistens nicht sehr ausdrucksvollen Bewegungen, mit denen wir unsere Sprache begleiten, zeigen. Wie sich das unartikulierte Lallen des Kindes verhält zur ausgebildeten Sprache der Menschen, so verhält sich die Gebärde der gewöhnlichen Sprache zur Eurythmie. 

onze ziel door het spreken tot uitdrukking brengen. We dempen de verschijnselen die dat begeleiden; die ons organisme wat het spreken betreft naar buiten wil brengen. Je kan zelfs zien hoe mensen uit het ene land het meer doen dan die uit een ander land. De Engelsen steken de handen in de broekzak, wanneer ze praten; de Italianen zetten alles wat ze willen zeggen wat ze op hun hart hebben, met allerlei gebaren kracht bij. Je kan werkelijk, wanneer je exact naar deze dingen kijkt, iedere spraakklank terugleiden naar een beweging van het menselijk organisme. Zoals de beweging die in het leven afgeremd wordt, verandert in spraak, zo kun je de spraak weer veranderen in beweging. Dat doet de euritmie. Euritmie laat zien, wat wij meestal niet met té uitdrukkingsvolle bewegingen waarmee we ons spreken begeleiden, doen. Zoals het ongearticuleerde brabbelen van een kind zich verhoudt tot de gevormde spraak van de mens, zo verhouden de gebaren van het gewone spreken zich tot de euritmie.

Das, was der Mensch hat als Unterstützung seiner Sprache, ist ein Lallen seiner Gebärden; hier in der Eurythmie sehen Sie die ausgebildete Bewe­gungssprache, eine sichtbare Sprache, die aber ausdrucksvoller ist, die kunstvoll ist, weil sie nicht der Konvention unterliegt wie die gewöhn­liche Sprache.
Was den Gesang betrifft, so kommt ja in ihm zum Ausdruck das­jenige, was im Menschen – man kann schon sagen – als Musikalisches lebt. Da ist die Sache noch viel interessanter. Wenn der Mensch nämlich dasjenige in sich erlebt, was ihn über das Tier hinaushebt, dann wird das im Menschen unterbewußt als das Musikalische erlebt. Daher ha­ben wir für die anderen Künste überall Vorbilder in der Natur, weil in den Reichen der Natur das da ist, was in den anderen Künsten ge­pflegt wird. Für die Musik haben wir kein Vorbild der Natur. Wenn jemand musikalisch komponieren will, kann er nicht die Natur nach­ahmen. Derjenige, der den Menschen, ich möchte sagen, mit musika­lischer Anschauung betrachten kann, der findet in dem, was der Mensch innerlich durch Atmung, durch Blutzirkulation betätigt und wiederum durch dasjenige, was mit Atmung und Blutzirkulation in seiner Ge­staltung zusammenhängt, er findet im Menschen ein lebendes, ein fortwährend

Wat de mens heeft om zijn spreken te ondersteunen, is een brabbelen van zijn gebaren; hier in de euritmie zien we de uitgewerkte spraakbewegingen, een zichtbaar spreken dat echter meer uitdrukkingskracht heeft, dat kunstvol is, omdat ze niet onderhevig is aan conventie zoals het gewone spreken.
Wat het zingen betreft, daarin komt tot uitdrukking wat in de mens – je kan wel zeggen – als muzikaliteit leeft. Daar is het nog veel interessanter. Wanneer de mens namelijk beleeft wat hem boven het dier verheft, beleeft hij dat onderbewust als iets muzikaals. Voor de andere kunsten vinden we overal in de natuur voorbeelden, omdat in de natuurrijken aanwezig is wat in de andere kunstvormen gedaan wordt. Voor muziek is er in de natuur geen voorbeeld. Wanneer iemand iets componeren wil, kan hij de natuur niet nabootsen. Degene die de mens – ik zou willen zeggen – met een muzikale blik bekijken kan, vindt in wat in de mens inwendig met de adem, de bloedsomloop in zijn gestalte samenhangt, een levendig, een

blz.106

bewegliches musikalisches Instrument. Ach, es ist so trost­los pedantisch und philiströs, wenn wir nur mit der gewöhnlichen Ana­tomie und Physiologie den Menschen beschreiben; dieses wunderbare Gefüge von Nerven, das im Menschen verläuft und aufgefädelt ist, möchte ich sagen, auf dem Rückenmark, das da ausläuft in das Ge­hirn. Dieses ganze Nervensystem, angeschaut, ist eigentlich eine wun­derbare Abstufung von musikalischen Wirkungen, die von der Atmung übergehen durch die Blutzirkulation in das Nervensystem, die im Ner­vensystem sich absetzt als die wunderbarste, im Menschen lebendige Musik. Was musikalisch erlebt wird, überträgt sich wieder in die Ge­stalt des menschlichen Organismus. Geradeso wie die Handbewegung, die Beinbewegung, die Fußaufstellung, wie das lebt in der Sprache, so lebt das, wie der Mensch innerlich rhythmisch veranlagt ist, in dem Musikalischen, in dem, was er gesanglich hervorbringt. So wie das Ge­hirn nach den Bewegungen sich zum Mittelpunkt der Sprache macht, des sinnvollen Sprechens, so macht sich ein anderer Teil des Gehirnes zum Mittelpunkt dessen, was nicht äußerlich erscheint in Bewegung, sondern was innerlich in Blutzirkulation erscheint. Wir lernen das In­nere des Menschen kennen, wenn wir diejenige Bewegung, die eigent­lich im Inneren des Menschen verläuft als musikalische Bewegung des Gesanges, in die äußere Gebärde übersetzt, kennenlernen.

voortdurend zich bewegend muzikaal instrument. Ach, het is troosteloos pedant en filistreus, wanneer je met de gebruikelijke anatomie en fysiologie de mens beschrijft; deze wonderschone compositie van zenuwenbanen die door de mens lopen en met elkaar verbonden zijn, naar het ruggenmerg toe en vandaar naar de hersenen. Gekeken naar dit hele zenuwsysteem is het eigenlijk een wonderbaarlijke nuancering van muzikale invloeden die via de adem door de bloedsomloop in het zenuwsysteem komen en daar blijven als de wonderbaarlijkste, levendige muziek in de mens. Wat muzikaal beleefd wordt, gaat ook weer over in de gestalte van het menselijk organisme. Net zoals de beweging van de hand, van het been, van de plaatsing van de voet, hoe dat in de spraak leeft, zo leeft wat de mens ritmisch als aanleg heeft, in het muzikale, in wat hij zingend laat horen. Zoals de hersenen door de bewegingen zich tot het centrum van de spraak vormen, van het zinvolle spreken, zo maakt een ander deel van de hersenen zich tot middelpunt van wat niet uiterlijk zichtbaar wordt in beweging, maar wat in de bloedsomloop verschijnt. We leren het innerlijk van de mens kennen, wanneer we die beweging die eigenlijk in het innerlijk van de mens verloopt, als muzikale beweging van het zingen, in het uiterlijke gebaar omgezet.

Dadurch ent­steht die Toneurythmie. Sie ist eine Darstellung dessen, was aus dem rhythmischen Menschen heraus ist. So entsteht sichtbare Sprache und sichtbarer Gesang, die ebenso ausdrucksvoll sind wie die Lautsprache und der Tongesang selber. Nun, das alles kann künstlerisch ausgestal­tet werden, ist künstlerisch ausgestaltet und tritt als Kunst zu den an­deren Künsten hinzu.
Nun stellt sich noch ein anderes heraus. Wir haben in der Waldorf­schule in Stuttgart durch die ganze Volksschule hindurch und weiter die Eurythmie eingeführt als obligatorischen Lehrgegenstand neben dem Turnen. Sie ist ein geistig-seelisches Turnen. Wenn man das Tur­nen, das eigentlich heute etwas überschätzt wird, ansieht, dann ent­steht es so in der Zeit des Materialismus als ein Bewegen des Menschen auf Grundlage der Anschauung seiner Körperlichkeit. Ein sehr be­rühmter Physiologe der Gegenwart, der einmal einer Eurythmievorstellung

Daardoor ontstaat de tooneuritmie. Zij laat zien wat uit de ritmische mens komt. Zo ontstaat een zichtbaar spreken en een zichtbaar zingen die net zo uitdrukkingsvol zijn als de spraakklanken en het zingen van tonen. Welnu, dit allemaal kun je een kunstzinnige vorm geven; het is in een kunstzinnige vorm gebracht en bestaat als kunst naast de andere kunsten.
Nu is er nog iets anders. We hebben op de vrijeschool in Stuttgart in de hele basisschool en hoger euritmie ingevoerd als verplicht vak naast de gymnastiek. Het is de gymnastiek voor ziel en geest. Wanneer je de gymnastiek, die eigenlijk tegenwoordig wat overgewaardeerd wordt, bekijkt, dan ontstaat deze op die manier in de tijd van het materialsime als een bewegen van de mens op basis van het kijken naar het lichaam. Een zeer beroemde fysioloog* van nu, die op een keer een euritmie-

Ein sehr berühmter Physiologe der Gegenwart: bezieht sich auf Prof. Emil Abderhalden, 1877-1950.

blz. 107

beigewohnt hat und diese Worte von mir gehört hat, als ich sagte: Das Turnen ist etwas Einseitiges und sollte durch solche geistig­seelische Eurythmie ergänzt werden -, dieser gar wohlbekannte Herr sagte von seinem Physiologen-Standpunkt aus, also nicht ich, sondern er sagte das, und wenn ich seinen Namen nennen würde, würden Sie einen Schreck bekommen, er sagte: Ich nenne das Turnen eine Barbarei; es ist gar kein Erziehungsmittel. – Jedenfalls möchte ich nicht so weit gehen, aber in der Waldorfschule führen wir das, was nun ebenso na­turgemäß aus dem menschlichen Organismus heraus entfalten läßt eine Sprache und einen Gesang, wir führen es im Unterricht als ein geistiges Bewegungsspiel ein, und als solches werden Sie es hier sehen, so aus­geführt durch die Schülerinnen von unserer Fortbildungsschule am Goetheanum in Dornach. Man kann dabei sagen, daß sich vom 6., 7. Lebensjahr ab durch alle Schulklassen durch Eurythmie zieht. Man kann sie in allen Lebensaltern treiben. Ich werde oftmals gefragt, wann man abfhören soll damit. Ich sage dann gewöhnlich: Jedenfalls nicht vor dem 80. Lebensjahr. Aber eigentlich sollte man sie bis zum Tode treiben. Es ist immer etwas, was in so harmonischer Weise aus dem Organismus herauskommt. 

voorstelling had bijgewoond en deze woorden van mij had gehoord, toen ik zei: ‘De gymnastiek is eenzijdig en zou moeten worden aangevuld door de euritmie voor ziel en geest’; deze welbekende heer zei vanuit zijn fysiologiestandpunt, dus niet ik, maar hij zei dat en wanneer ik zijn naam zou noemen, zou u schrikken, hij zei: ‘Ik noem gymnastiek barbaars; het is helemaal geen opvoedingsmiddel.’ Ik zou in ieder geval niet zo ver willen gaan, maar op de vrijeschool brengen wij dat wat nu eenmaal van nature uit het menselijk organisme spraak en zang laat ontplooien, wij brengen het in het onderwijs als een bewegingsspel van de geest en als zodanig zal u het hier zien, uitgevoerd door de studenten van onze vervolgschool aan het Goetheanum in Dornach. Je kunt daarbij zeggen dat er vanaf het 6e, 7e levensjaar in alle schoolklassen euritmie is. Je kunt het op elke leeftijd uitoefenen. Mij wordt dikwijls gevraagd, wanneer je ermee moet ophouden. Ik zeg dan meestal: ‘In ieder geval niet voor je 80e. Maar eigenlijk zou je het tot aan je dood moeten doen. Het is steeds iets wat op zo’n harmonische manier uit het organisme tevoorschijn komt.

Die Kinder finden sich mit demselben inne­ren Wohlgefallen, mit derselben inneren Behaglichkeit in die Eurythmie hinein, wie sie sich hineinfanden als viel kleinere Kinder in Sprache und Gesang. Daraus sieht man schon, daß sie mit Notwendigkeit her­auskommt aus der ganzen menschlichen Organisation.
Und als drittes haben wir die Eurythmie entwickelt als Heileuryth­mie, wo sie, weil sie hervorgeht aus der gesunden Bewegung des mensch­lichen Organismus, in der therapeutischen Entwickelung wesentlichen Krankheitsprozessen entgegenarbeiten kann und anderen therapeuti­schen Methoden als Hilfsmittel dienen kann. Wohlgemerkt, im Anthro­posophischen wird man nicht einseitig. Die Dinge werden genommen so, wie sie sich allseitig im Leben darbieten. Es fiele dem niemals ein, der Anthroposophie kennt, ein Allheilmittel in eurythmischer Therapie zu sehen. Aber sie wird manchen Heilprozeß wesentlich unterstützen, und die Heileurythmie ist deshalb eingeführt als ein wesentlicher Teil der Therapie. Nur so, wie ich es gesagt habe, ist am Klinisch-Therapeuti­schen Institut, das Frau Dr. Wegman in Arlesheim in Verbindung mit

De kinderen vinden in de euritmie innerlijk hetzelfde plezier, hebben innerlijke hetzelfde fijne gevoel, als ze als veel kleinere kinderen hadden bij het spreken en zingen, dat ze fijn vonden. Daaraan zie je al dat ze onvermijdelijk uit het hele menselijke organisme naar buiten wil.

Ten derde hebben wij ook euritmie ontwikkeld als therapeutische euritmie, die omdat ze tevoorschijn komt uit de gezonde beweging van het menselijk organisme, in de therapeutische ontwikkeling wezenlijke ziekteprocessen tegen kan werken en als ondersteuning kan dienen bij andere therapeutische methoden. Let wel: met antroposofie word je niet eenzijdig. De dingen worden genomen zoals ze zich in het leven van alle kanten voordoen. Wie de antroposofie kent, komt nooit op het idee in de euritmische therapie een wondermiddel te zien. Maar ze kan veel genezingsprocessen wezenlijk ondersteunen en de therapeutische euritmie is daarom ingevoerd als een wezenlijk deel van de therapie. Alleen zo, zoals ik zei, is in het Klinisch-Therapeutische Instituut dat mevrouw Dr.Wegman* in Arlesheim in samenwerking met het

*Frau Dr. med. Ita Wagman, 1876-1943.

blz. 108

dem Goetheanum leitet, Heileurythmie eingeführt. Da zeigt sich auch die ganze Bedeutung der Heileurythmie.
Schon daraus sieht man, wie Eurythmie hervorgeht aus dem, was der gesunde Organismus will. Für das Therapeutische mußte sie etwas abgeändert werden. Nicht das, was Sie hier sehen, und was Sie im Theater als eurythmische Kunst gesehen haben, ist Heileurythmie. Eu­rythmie muß für das Therapeutische abgeändert werden, so daß ihre Wirkung so gestaltet wird, daß sie auf den kranken Organismus wirkt.
Heute werden wir uns bemühen, das vorzuführen, was ich an zwei­ter Stelle genannt habe: den pädagogischen Teil der Eurythmie, der sich dadurch bewährt, daß er den Menschen so ausbildet, daß dabei Geist, Seele und Leib gleichermaßen zur Geltung kommen. Aber es zeigt sich dabei allerlei. Nur eines möchte ich erwähnen. Die Dinge, die man beim Erziehen und Unterrichten als Waldorflehrer findet, sind manch­mal sehr im Verborgenen der menschlichen Entwickelung gelegen. Es zeigt sich, daß pädagogische Eurythmie entgegenwirkt der Lügen­haftigkeit der Kinder.

Goetheanum leidt, therapeutische euritmie ingevoerd. Daar zie je ook de totale betekenis van de therapeutische euritmie.
Daaruit alleen al zie je hoe euritmie tevoorschijn komt uit wat het gezonde organisme wil. Voor de therapie moest ze wel iets veranderd worden. Niet wat u hier ziet en wat u in de schouwburg als euritmische kunst gezien hebt, is therapeutische euritmie. De euritmie moet voor de therapie veranderd worden, zodat de werking zo wordt, dat die op een ziek organisme werkt.
Tegenwoordig moeten we moeite doen te laten zien wat ik in de tweede plaats genoemd heb: het pedagogische deel van de euritmie, die zich bewijst door in de vorming van de mens geest, ziel en lichaam in gelijke mate tot hun recht te laten komen. Maar daarbij kun je van alles zien. Eén ding wil ik noemen. Zaken die je bij opvoeding en onderwijs als vrijeschoolleraar tegenkomt, zitten zeer vaak in de menselijke ontwikkeling verborgen. Het blijkt dat pedagogische euritmie oneerlijkheid van kinderen tegengaat.

Es ist auch eine Erfahrung, daß nicht ganz wahr­haftige Kinder die einzigen sind, die Eurythmie nicht lieben. Die an­deren Kinder treiben sie als etwas Selbstverständliches. Die Menschen haben nur gelernt, etwas unwahrhaftig zu nennen, was durch die Spra­che ausgedrückt wird. Wenn man aber Lügenhaftigkeit auch durch die Bewegung offenbaren kann, kann man die Lüge wieder aus der Seele zurückdrängen, so daß für die Erziehung zur Wahrhaftigkeit die Eu­rythmie ein ganz ausgezeichnetes Heilmittel ist.
Wir wissen es alle, denn wir sind die strengsten Kritiker unserer selbst, daß die Eurythmie erst im Anfange der Entwickelung steht. Sie wird sich weiter auf den drei genannten Gebieten nach und nach ein­führen. In jeder Aufführung kommt dieses Einführen zum Ausdruck. Immerhin darf ich sagen, daß wir uns bewußt sind, einen Anfang zu haben, und ich glaube, daß es reizvoll ist, etwas, was eine bedeutsame Zukunft hat, im Anfang zu sehen. Nach und nach wird sich Eurythmie schon hineinstellen in die ganze menschliche Zivilisation, in alles, was künstlerisch, pädagogisch und auch therapeutisch angestrebt wird für die ganze menschliche Entwickelung, sowohl in der Erziehung wie auch in der Kultur.

Het is ook een ervaring dat niet helemaal waarheidslievende kinderen de enigen zijn die niet van euritmie houden. Andere kinderen doen het als iets vanzelfsprekends. De mensen hebben nu geleerd iets onwaarachtigs te zeggen, wat door de spraak uitgedrukt wordt. Wanneer je oneerlijkheid ook door beweging tot uitdrukking kan brengen, kun je de leugen weer uit de ziel bannen, zodat voor de opvoeding tot waarachtigheid de euritmie een heel uitstekende therapie is.
We weten het allemaal, want wij zijn onze eigen strengste critici, dat de euritmie pas aan het begin van een ontwikkeling staat. Ze zal langzaam maar zeker voor de drie genoemde gebieden verder ingevoerd worden. Bij iedere opvoering komt dit tot uitdrukking.
In elk geval mag ik zeggen dat wij ons bewust zijn aan het begin te staan en ik geloof dat het aantrekkelijk is iets wat een belangrijke toekomst heeft, aan het begin daarvan te zien. Langzamerhand zal de euritmie wel een plaats krijgen in de hele menselijke cultuur, in alles wat kunstzinnig, pedagogisch en ook als therapie nagestreefd wordt voor heel de menselijke ontwikkeling, zowel in de opvoeding als ook in de cultuur.

1) GA 309: Anthroposophische Pädagogik und ihre Voraussetzungen
De uitgave op de site is van 1972 – die is ook hier gebruikt.

 

Steiner: alle pedagogische voordrachten

Steiner: alle artikelen op deze blog

 

1059

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

,