VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over pedagogie(k) GA 297 – vragenbeantwoording

.

Hier volgt een eigen vertaling. Bij het vertalen heb ik ernaar gestreefd Steiners woorden zo veel mogelijk in gangbaar Nederlands weer te geven. Met wat moeilijkere passages heb ik geprobeerd de bedoeling over te brengen, soms met behulp van wat er in andere voordrachten werd gezegd. Ik ben geen tolk en heb geen akten Duits. Er kunnen dus fouten zijn gemaakt, waarvoor excuses. De Duitse tekst gaat steeds vooraf aan de vertaling. Verbeteringen of andere vertaalsuggesties e.d. zijn meer dan welkom: pieterhawitvliet voeg toe apenstaartje gmail punt com
.

RUDOLF STEINER

BASISGEDACHTEN EN PRAKTIJK VAN DE VRIJESCHOOL

9 voordrachten, een bespreking en vragenbeantwoording tussen 24 augustus 1919 en 29 december 1920 in verschillende plaatsen [1]

GA 297: vertaling
Inhoudsopgave   voordracht   [1]  [2]  [3]  [4]  [5]  [6]  [7]  [8]
vragenbeantwoording bij de 5e vdr.;

Vragen n.a.v. de 6e voordracht, Basel 27 nov. 1919 

blz. 183

                                               Fragenbeantwortung

Es folgte eine Diskussion. Die einzelnen Voten sind vom Stenographen teils referiert, teils in direkter Rede festgehalten worden.

Herr Hulliger führt aus, daß er sich die Ausführungen des Referenten über die Pädagogik mit größter Freude angehört habe. Das genau Gleiche erstrebe auch die neue Kunst, die Umkehr in der neuen Kunst. Er weist auf ein Wort Ferdinand Hodlers hin: Dasjenige, was uns Menschen eint, ist stärker als dasjenige, was uns Menschen trennt. – Dann fährt er fort: Und dasjenige, was uns alle eint, ist eben das Geistige, von dem Herr Dr. Steiner gesprochen hat. Dieses Geistige sucht auch die neue Kunst wieder, und sie wird es finden, trotz aller Anfeindungen. Ich möchte gerade in Anschluß an diesen Gedanken hinweisen auf die morgige Veranstaltung, bei der über die Neuorganisation der Basler Schulen gesprochen wird. Diese Neuorganisation vollzieht sich nicht nach den Gesichtspunkten, die Rudolf Steiner dargelegt hat, sondern nach äußeren Rücksichten. Wenn mehr Zeit zur Verfügung stünde, würde ich morgen für die Einheitsarbeitsschule sprechen, die sich auf die Ausführungen von Rudolf Steiner stützt, und würde vor allem die Forderung stellen, daß nicht schon im zehnten, sondern erst im zwölften Lebensjahr differenziert werden darf – und auch dann nicht nach der Stärke der Begabung, ob gescheit oder weniger gescheit, gescheit oder dumm, sondern nach der Art der Begabung. Rudolf Steiner hat in seinen Ausführungen die Grundlagen zu dieser Differenzierung gegeben.

vragenbeantwoording

Er volgde een discussie. De verschillende uitspraken zijn door de stenograaf voor een deel opgetekend, voor een ander deel in de directe rede opgeschreven.

De heer Hulliger zegt dat hij de uiteenzettingen van de spreker over de pedagogie met grote vreugde aangehoord heeft. Naar precies hetzelfde streeft ook de nieuwe kunst, de ommekeer in de nieuwe kunst. Hij verwijst naar een woord van Ferdinand Hodler*: Wat ons mensen verbindt, is sterker dan wat ons mensen verdeelt. Dan gaat hij verder: En wat ons allen bindt, is nu juist het geestelijke waarover de heer Dr. Steiner heeft gesproken. Dit geestelijke zoekt ook de nieuwe kunst weer en die zal het vinden, ondanks alle vijandigheden. Ik zou graag in aansluiting op deze gedachten wille wijzen op de bijeenkomst van morgen waarbij over de nieuwe organisatie van de scholen in Basel gesproken zal worden. Deze nieuwe organisatie zal zich niet volgens de gezichtspunten voltrekken die Rudolf Steiner gegeven heeft, maar naar uiterlijke overwegingen. Wanneer er meer tijd zou zijn, zou ik morgen spreken over de ‘Einheitsarbeitsschule’ die stoelt op de uiteenzettingen van Rudolf Steiner en zou dan vooral de eis stellen dat er niet al op het tiende, maar pas op het twaalfde levensjaar gedifferentieerd zou mogen worden – en dan ook nog niet op basis van een sterke aanleg of meer of minder slim zijn, slim of dom, maar de vorm van de aanleg. Rudolf Steiner heeft in zijn uiteenzettingen de basis gelegd voor deze differentiatie.

*Ferdinand Hodler, 1853-1918, Zwitsers schilder. Zijn werk beweegt zich tuseen realisme, symbolisme en Jugenstil. Zijn uitdrukkingsvolle figuren wezen vooruit naar het expressionisme en stimuleerden hem

Nun möchte ich Sie noch auf etwas anderes aufmerksam machen. Wir können die Entwicklung des Kindes in seinen Bildern verfolgen. Wir sehen oft von Kindern gemalte Bilder an den Wänden. Alle diese Bilder sagen uns etwas, wenn wir sie verstehen können. Ich möchte da auf Erfahrungen hinweisen, die ich im Unterricht als Zeichenlehrer selbst gemacht habe. – Da habe ich zum Beispiel ein Bild bekommen, das eine sogenannte Freiarbeit darstellt, eine Wiese, dann ein Gebirge, und in diesem Gebirge eine Einsattelung. Und in dieser Einsattelung steht eine Kirche. Was sagt das? Ich habe eines Tages die Erkenntnis bekommen, daß das Kind in seinem Bilde, in seiner Zeichnung das ausspricht, was es seelisch erlebt. Zu dieser Kirche herauf führte ein Weg. Dieser Weg ist der Lebensweg des Kindes; die Berge, das sind die Hindernisse, die sich dann entgegenstellen. Die Kirche ist für ihn

Nu zou ik u nog op iets anders attent willen maken. We kunnen de ontwikkeling van het kind volgen in zijn tekeningen. Aan de muur hangen vaak tekeningen van de kinderen. Al die beelden zeggen ons iets als we ze kunnen begrijpen. Ik zou op ervaringen willen wijzen die ik in het onderwijs als tekenleraar heb opgedaan. Ik heb bv. een beeld genomen dat een zogenaamd vrij werk voorstelt, een weiland, dan een berg en op deze berg een plateau. En daarop staat een kerk. Wat betekent dat? Op een dag kwam ik te weten dat het kind in zijn beeld, in zijn tekening uitspreekt, wat het in zijn ziel beleeft. Naar deze kerk liep een weg omhoog. Deze weg is de levensweg van het kind; de bergen zijn de hinderpalen op zijn weg. De kerk is voor hem

blz. 183

das Geistige, mit dem es die Hindernisse überwindet. Und ich kann aus diesem Bild zurückschauen auf den Charakter des Kindes. Ein anderes Bild:
Es geht durch eine schöne Landschaft ein Weg. Rechts unten ist ein Mäd­chen, links oben ein Knabe, in schönen zarten Farben gemalt, ein schönes Landschaftsbildchen. Das Mädchen, das das Bildchen gemacht hat, ist etwa dreizehnjährig, das heißt, es steht unmittelbar vor der Pubertät. In diesem Bildchen ist ausgesprochen, was es innerlich erlebt und was innerlich vor ihm steht.
Ich habe in einer Klasse Hexen darstellen lassen. Was habe ich nun hier entdeckt? Jedes hat genau in der Hexe diejenige böse Eigenschaft verkörpert, die es selber hatte. Ich hatte ein Schülerin, eine feine, zarte, kränkliche Schülerin. Diese hat die Hexe als den Tod dargestellt. Das stimmte vollstän­dig mit ihr. – Ich habe mich hernach mit dem Klassenlehrer verständigt, und er hat mir gesagt: Was Sie aus den Bildern herauslesen, das trifft vollständig
zu. Die Beurteilung nach diesen Bildern ist vollständig richtig. Nun noch kurz über die Art, wie die moderne Kunst angeschaut werden kann, angeschaut werden muß. Ich kann Ihnen das an einigen Beispielen zeigen. Wir haben hier vorne eine schwarze Wandtafel. Ich kann diese Wandtafel mit dem Verstand ansehen und sage mir: Diese schwarze Wandta­fel hat vier Ecken, vier rechte Ecken, je zwei gleichlaufende Seiten und eine Fläche, die dunkel, düster ist. Soweit der Verstand. Das Gefühl sagt mir sofort etwas anderes. Das Gefühl sagt mir: Diese schwarze, harte, eckige Form – ich habe den Eindruck von etwas Schwerem, Düsterem, Herbem, Erschütterndem. An was ich nun zunächst beim Anblick dieser Wandtafel denke, das ist vielleicht ein Sarg, der mir in Erinnerung kommt.

het geestelijke waarmee hij de hinderpalen overwint. En ik kan vanuit dit beeld terugkijken naar het karakter van het kind. Een ander beeld:
Door een mooi landschap loopt een weg. Rechtsonder bevindt zich een meisje., linksboven een jongen, in mooie, tere kleuren getekend, een mooi landschapsplaatje. Het meisje dat de tekening heeft gemaakt, is ongeveer dertien jaar, d.w.z. ze staat vlak voor de puberteit. In dit beeld wordt uitgesproken, wat ze innerlijk beleeft en wat ze innerlijk voor zich ziet. Ik heb in een klas heksen laten maken. Wat heb ik hier ontdekt? Iedereen heeft juist in de heks die slechte eigenschap belichaamd die hij zelf heeft. Ik had een leerlinge, een fijne, tere, ziekelijke leerlinge. Zij beeldde de heks af als de dood. Dat kwam helemaal overeen met haar. Ik heb me daarover met de klassenleraar verstaan en hij zei mij: Wat u uit de beelden leest, klopt volledig. De beoordeling aan de hand van de beelden is volkomen juist.
Nu nog kort hoe er gekeken kan worden naar de moderne kunst. Ik kan u dat aan de hand van een paar voorbeelden laten zien. We hebben hier vooraan een zwart schoolbord staan. Ik kan er met mijn verstand naar kijken en zeggen: dit zwarte bord heeft vier hoeken, vier rechte hoeken, twee maal twee gelijke zijden en een vlak dat donker is. Tot zover het verstand. Het gevoel zegt mij meteen iets anders. Het gevoel zegt mij: deze zwarte, harde, hoekige vorm – geeft mij de indruk van iets zwaars, duisters, hards, schokkends. Waar ik nu allereerst aan moet denken bij het kijken naar dit bord, is wellicht een doodskist die ik mij herinner.

Auf diese Art müssen neuere Bilder verstanden werden, nicht mehr mit dem Verstand, sondern mit dem Gefühl: Was empfinde ich bei diesem Bilde und welche Erinnerungen kommen mir? Wenn Sie einmal den Versuch machen: Bilder, die ich ansehe, erinnern mich an das und das, so werden Sie sehen, daß das durchaus richtig ist. Ich habe das erfahren und seit zwei, drei Jahren beständig erprobt, daß es stimmt. Dann haben Sie die Möglichkeit, bei der modernen Kunst zu unterscheiden, was gut ist und was nicht gut ist. Selbstverständlich gibt es dabei eine ganze Menge Bilder, die schlecht sind, hohl, inhaltsleer, total schlecht, und daneben gibt es die feinsten Bilder. Was macht das Publikum? Weil es nicht die Fähigkeit hat, diese Bilder in sich aufnehmen zu können, lehnt es sie ab. Wir müssen die Kinder nicht so sehr zum äußeren Sehen, sondern vielmehr zum Fühlen erziehen.

Op deze manier moeten nieuwe beelden begrepen worden, niet meer met het verstand, maar met het gevoel. Wat voel ik bij dit beeld en welke herinneringen krijg ik? Wanneer je eenmaal probeert: beelden die ik bekijk, doen me aan dit of dat denken, zal je zien dat het helemaal waar is. Ik heb dat ervaren en sinds twee, drie jaar voortdurend ervaren dat het klopt. Dan heb je de mogelijkheid bij de moderne kunst te onderscheiden wat goed is en wat niet.
Vanzelfsprekend zijn er een heleboel beelden die slecht zijn, hol, inhoudsloos, heel slecht en daarnaast zijn er de mooiste beelden. Wat doet het publiek? Omdat dat niet het vermogen heeft deze beelden in zich te kunnen opnemen, wijzen ze die af. We moeten de kinderen niet zo zeer opvoeden om het uiterlijke te kunnen zien, maar veel meer het gevoel opvoeden.

Herr Wetterwald: Wenn ich das Wort ergreife, so ist es ein innerliches Drängen, das mich dazu veranlaßt, und zwar möchte ich dem Vortragenden meinen herzlichen Dank aussprechen für die schönen Worte, die er vor uns sprach, und für die Bilder, Ideen, Gedanken, die er vor unseren Augen entrollt hat. Seine Worte haben mich außerordentlich sympathisch berührt, weil sie aus Ideen kommen, mit denen ich mich seit Jahren beschäftigt habe, immer und immer wieder.

De heer Wetterwald: Wanneer ik het woord neem, komt dat door een innerlijke drang die me daartoe noopt en graag zou ik tegen de spreker mijn hartelijke dank wil uitspreken voor de mooie woorden die hij tegen ons gesproken heeft en voor de beelden, de ideeën, gedachten die hij voor onze blik ontwikkeld heeft. Zijn woorden hebben mij buitengewoon sympathiek getroffen, omdat ze uit ideeën stammen waarmee ik mij al jaren bezig heb gehouden, steeds maar weer.

blz. 184

Ich wußte nicht, was unter der Geisteswissenschaft zu verstehen war. Jetzt habe ich deutlich gesehen, daß eine enge Beziehung besteht zwischen der Geisteswissenschaft, wie sie der Vortragende eben dargelegt hat, und der Pädagogik. Das ist nun meine vollendete Uberzeugung. Seine Worte haben mich auch noch deshalb sympathisch berührt, weil aus der ganzen Darlegung eine gewisse Entwicklung sich gezeigt hat, die Entwicklung, die wir sehen in der Herbart-Zillerschen Schule, auf die der Vortragende auch aufmerksam gemacht hat. – Auch hat er auf gewisse Stufen in der Entwicklung des Kindes aufmerksam gemacht, und das ist es, was mich veranlaßt, ein ganz kurzes Wort noch zu sagen.
Stufen hat er dargelegt, und in einer Weise, die mich überzeugt hat, daß es wirklich solche Stufen gibt. Wir finden solche Stufen auch schon bei Herbart angegeben. Herbart hat ja schon im Jahre 1804 durch sein sehr interessantes Werk von der ästhetischen Struktur in der Erziehung gezeigt, iuf was es eigentlich in der Erziehung ankommen soll, ankommen muß. Und daraus hat er dann die Stufen-Theorie geschaffen, die von Ziller weiter ausgeführt wurde und von Vogt in Wien bis zu einem gewissen Grade plausibel dargestellt worden ist. Aber alle eben erwähnten Stufen-Theorien haben mich von dieser Tatsache doch nicht so überzeugt wie das, was vom Vortragenden heute vorgebracht worden ist, und dafür noch besonderen Dank.
Nun noch etwas. Sie haben wohl alle empfunden, daß es vor allem auf eines ankommt, was schwer auf unsere Seele fallen muß, auch mir selbst, daß es vor allem ankommt auf die Erzieherpersönlichkeit. Das ist aus dem ganzen Vortrag mit aller Deutlichkeit, mit aller sittlichen Wärme, Tiefe und Verantwortung hervorgegangen. Und das ist es, was mich besonders berühr­te, daß er diesen Gedanken mit aller Schärfe und Bestimmtheit betont hat und uns damit zeigt, welch große Aufgabe und Verantwortung wir haben, wenn wir unseren Beruf als Erzieher ausführen. Ich bin in der Hauptsache mit allen Bildern aus dem Leben durchaus einverstanden. Sie sprachen aus, was ich selber seit Jahrzehnten erlebt, gedacht und empfunden habe. Ich schließe mit dem herzlichen Dank an den Vortragenden für seine Ausführungen.

Ik wist niet wat ik onder geesteswetenschap moest verstaan. Nu heb ik duidelijk gezien dat er een nieuwe betrekking bestaat tussen de geesteswetenschap zoals de spreker die uitgelegd heeft en de pedagogie. Dat is mijn volle overtuiging. Zijn woorden zijn ook daarom bij mij zo sympathiek overgekomen, omdat de hele uitleg een bepaalde ontwikkeling vertoont, de ontwikkeling die we zien in de school van Herbart/Ziller die de spreker ook genoemd heeft.
Ook heeft hij ons attent gemaakt op verschillende fasen in de ontwikkeling van het kind en dat geeft mij de aanleiding nog in het kort iets te zeggen.
Hij heeft het over fasen gehad op een manier die mij de overtuiging hebben gegeven dat er daadwerkelijk zulke fasen bestaan. Herbart heeft al in 1804 door zijn interessante werk van de esthetische structuur in de opvoeding laten zien, waarop het eigenlijk in de opvoeding aan moet komen. En daaruit heeft hij dan de fasen gemaakt die door Ziller verder zijn uitgewerkt en door Vogt** in Wenen in een bepaalde mate plausibel weergegeven zijn. Maar van alle genoemde fasentheorieën hebben mij van deze feiten toch niet zo overtuigd dan die door de spreker vandaag naar voren zijn gebracht en daarvoor zeer bedankt.
Nu nog iets. U hebt misschien allen wel ervaren dat het bovenal om één ding gaat, wat ons wel zwaar op de ziel zal vallen, ook bij mij, dat het vooral gaat om de persoonlijkheid van de leraar. Dat is uit de hele voordracht met alle duidelijkheid, met alle morele warmte, diepte en verantwoordelijkheid wel gebleken.
En dat heeft mij bijzonder geraakt, dat hij deze gedachten scherp en zeker benadrukt heeft en ons ermee laten zien wat een grote opdracht en verantwoording wij hebben wanneer wij ons beroep als opvoeder uitoefenen. Ik ben het in hoofdzaak eens met al die levensbeelden. U sprak uit wat ik zelf al tientallen jaren beleefd, gedacht en ervaren heb. Ik sluit af met mijn hartelijke dank aan de spreker voor zijn uiteenzettingen.

*Herbart-Zillersche school: Tuiskon Ziller, 1817 1882, professor en leider van de pedagogische opleiding in Leipzig, oprichter van de school van Herbart en Ziller. Hij eiste een ‘concentratie van onderwijs’ rond de gevoelsvormende vakken en gaf vorm aan de ‘formele fasen’ voor lessen (analyse, synthese, associaitie, systeem, methode.)  Werken: «Einleitung in die allge­meine Pädagogik«, Langensalza 1901; «Grundlegung zur Lehre vom erziehen­den Unterricht», Leipzig 1884; «Allgemeine philosophische Ethik», Langensalza 1886.

**Theodor Vogt 1835-1908, filoos en pedagoog professor in Wien, vanf 1882 leider van de ver. voor wetenschappelijke pedagogie en uitgever van het jaarboek daarvan. Aanhanger van Herbart en vertegenwoordiger van een formalistische esthetiek  «Das pädagogische Universitätsseminar», 1884.

Vanaf hier gaat het over euritmie – de kritiek die spreker X daarop heeft en het antwoord van Steiner. Deze tekst staat bijRudolf Steiner over euritmie.

X (unbekannt): Was ich sagen wollte, hat mir zum größten Teil der erste Vorredner weggenommen, nämlich, wie wir uns durch die Kunst in das Kind hineinleben.
Ich möchte noch etwas als eine Art Kritik üben. Rudolf Steiner sagt, das Turnen, wie man es heute in der Schule hat, soll ersetzt werden durch Eurythmie.  De rest van de tekst: Deze tekst staat bij ‘Rudolf Steiner over euritmie.

Wat ik wilde zeggen heeft de eerste spreker al voor het grootste deel voor mij gedaan, n.l. hoe wij ons door de kunst in het kind kunnen inleven.
Ik zou nog een bepaalde kritiek willen hebben. Rudolf Steiner zegt dat gymnastiek zoals dat tegenwoordig op school wordt gedaan, vervangen moet worden door euritmie. De rest van de tekst: Deze tekst staat bijRudolf Steiner over euritmie.

Tekst loopt t/m blz. 186

blz. 187

Herr Blumer führt aus, daß das Prinzip, das Rudolf Steiner entwickelt habe, ungemein lehrreich und fruchtbar für die Schule sei. Wenn man bedenke, wie die Sache in der Schule jetzt gehandhabt werde, so müsse man doch sagen, daß das nicht mit den Stufen, die Rudolf Steiner anführte, übereinstimme. Er fährt fort:
Goethe hat einst gesagt, daß das Kind für die Empfindung die Kulturepo­chen der Menschheit kurz wieder durchlaufen müsse. Und wenn wir an dieses wertvolle Wort von Goethe wieder recht anknüpfen wollten, es fruchtbar machten, würden wir zu Methoden kommen, die mit den Ideen, die wir schon seit Jahren pflegen, absolut im Widerspruch stehen.
Ich möchte nun noch zweitens bemerken: Für den Zeichenunterricht geht man immer von einzelnen Linien, Geraden, Figuren aus. Wenn wir jedoch die Produkte der Höhlenbewohner mit ihren Zeichnungen in den Höhlen betrachten, müssen wir bedenken, daß diese gar keinen Zeichenunterricht bekommen haben. Und ich meine, schon nach diesen ersten Zeichnungen und Darstellungen jener Naturvölker können wir ungemein viel für unseren Kinder-Zeichenunterricht lernen. Oder wiederum im Singen: Jetzt geht man immer von der Tonleiter aus, als wenn das die naturgemäße Grundlage für unser Schulsingen wäre; während, wenn man die Geschichte der Musik studiert, man sofort einsieht, daß die Tonleiter eine Abstraktion ist, zu der die Menschheit erst im Laufe von vielen Jahrhunderten gekommen ist, während das Primäre in der Musik der Dreiklang ist, überhaupt der Akkord. Und so sollte sich unser Gesangsunterricht viel mehr vom Akkord aus aufbauen und erst später zur Tonleiter kommen.

De heer Blumer zet uiteen dat het principe dat Rudolf Steiner heeft ontwikkeld buitengewoon leerrijk en vruchtbaar is voor de school. Wanneer je bedenkt hoe de zaak nu in de school behandeld wordt, dan moet je toch zeggen dat dit niet overeenstemt met de fasen die Rudolf Steiner aangaf. Hij gaat verder:
Goethe heeft een keer gezegd* dat het kind voor het gevoel de cultuurperioden van de mensheid weer kort moet doorlopen. En wanneer we bij deze waardevolle woorden van Goethe weer goed willen aanknopen, het vruchtbaar willen maken, zouden we tot methoden komen die met de ideeën die wij al jaren koesteren, absoluut niet overeenkomen.
Als tweede wil ik nog opmerken: bij het tekenen gaat men steeds van losse lijnen, rechten, figuren uit. Wanneer we echter naar de producten van de grotbewoners met hun tekeningen kijken, moeten we bedenken dat deze helemaal geen tekenonderwijs hebben genoten. En ik bedoel, van al deze eerste tekeningen en voorstellingen van die natuurvolkeren, kunnen we buitengewoon veel voor onze tekenlessen aan kinderen leren. Of weer wat het zingen betreft: tegenwoordig gaat men steeds uit van de toonladder, als zou dat de natuurlijke basis zijn voor het zingen op school; terwijl, wanneer je de geschiedenis van de muziek bestudeert, je meteen inziet dat de toonladder een abstractie is, waartoe de mensheid pas in de loop van vele eeuwen gekomen is, terwijl het primaire in de muziek de drieklank is, vooral het akkoord. En onze zanglessen zouden veel meer vanuit het akkoord opgebouwd moeten zijn en pas later tot de toonladder moeten komen.

*Goethe heeft eens gezegd: Wellicht een zinvolle weergave van een uitspraak van Goethe, die J.P.Eckermann uit het gesprek van 17 januari 1827 meedeelde
‘Ook al gaat de wereld als geheel verder, de jeugd moet toch steeds weer vanaf het begin beginnen en als individu de fasen van de wereldcultuur doorlopen.’ (‘Gesprekken met Goethe in de laatste jaren van zijn leven’ ,Weimar 1835)

Ich glaube, auch für andere Fächer, wie Geographie, Geschichte, sollten wir sehr viel mehr darauf sehen, wie diese ersten Völker diese, ich darf nicht sagen Wissenschaften, sondern einfach diese Kenntnisse sich erworben haben. Und wenn das dann in gleicher Weise von uns übernommen würde, daß zum Beispiel für die Geographie anhand von interessanten Zeichnungen Reisen von Entdeckern der Neuen Welt und so weiter dargeboten würden, so würde das Kind viel, viel mehr Interesse bezeugen. Es könnte das innerlich auch mit durchleben, statt daß ihm die fertigen Ergebnisse der jetzigen Zeit in trockenen Lehr­büchern und trockenen Leitfäden – Leidfäden mit d geschrieben – darge­boten werden.

Herr Weber: Ich muß den Schluß der Diskussion erklären; die Zeit ist leider zu weit vorgeschritten.

Herr Hulliger: Nur noch eine kurze Anfrage: Wäre es nicht möglich, daß wir hier in Basel eine pädagogische Arbeitsgemeinschaft bilden könnten? Wür­den sich nicht Kollegen bereit finden, zusammenzutreten, um diese Proble­me zu besprechen und auch praktische Versuche anzustellen? Ich glaube, wir könnten einander sehr viel nützen. Es ist ja dem einzelnen gar nicht mehr möglich, in die verschiedenen Gebiete einzudringen, und wir könnten einan­der sehr viel bieten durch eine Arbeitsgemeinschaft. Nicht, daß wir einander

Ik geloof dat we, ook voor andere vakken zoala aardrijkskunde, geschiedenis,  er veel meer op moeten letten, hoe deze eerste volkeren deze, ik mag niet zeggen wetenschappen, maar eenvoudig deze kennis zich aanvankelijk hebben eigen gemaakt. En wanneer dat dan op dezelfde manier door ons wordt overgenomen, bv. dat de aardrijkskunde aan de hand van interessante verslagen over reizen van ontdekkingsreizigers van de nieuwe wereld enz. gegeven wordt, dan zou het kind veel, veel meer interesse krijgen. Het zou het innerlijk mee kunnen beleven in plaats van hem de kant-en-klare resultaten van de huidige tijd in droge leerboeken en leidraden – lijddraden, zo geschreven – aan te bieden.

De heer Weber: Ik moet het slot van de discussie aangeven; de tijd is helaas al te ver gevorderd.

De heer Hulliger: alleen nog een korte vraag: zou het niet mogelijk zijn, dat wij hier in Basel een pedagogische werkgemeenschap* zouden kunnen vormen? Zouden er geen collega’s bereid gevonden kunnen worden, samen te komen om deze problemen te bespreken en ook iets in de praktijk te proberen? Ik geloof dat we veel voor elkaar zouden kunnen betekenen. Het is in je eentje helemaal niet meer mogelijk tot de verschillende gebieden door te dringen en we zouden elkaar heel veel kunnen bieden door een werkgemeenschap. Niet, dat we voor elkaar

*dat we hier in Basel een werkgemeenschap zouden kunnen vormen. Inderdaad werd er na deze voordracht een groep van zo’n 60 leerkrachten gevormd, die Rudolf Steiner voor een voordrachtenreeks uitnodigden. Door het departement van opvoeding van Basel werd de aula van ‘De Wette school’ ter beschikking gesteld. Zo kon nadat er aan alle leerkrchten uit Basel en omgeving een uitnodiging was gestuurd de voordrachtenreeks die veertien dagen, resp. avonden zou duren, op 20 april 1920 beginnen om op 11 mei 1920 afgesloten te worden, met de titel: De vernieuwing van de pedagogisch-didactische kunst’, GA 301, op deze blog vertaald.

blz. 188

Vorträge halten würden, sondern wir würden ein bestimmtes Gebiet bearbei­ten, uns aussprechen, praktische Versuche machen, soweit möglich, und die Ergebnisse der Versuche besprechen. In Basel besteht noch keine solche Arbeitsgemeinschaft, aber zum Beispiel in Winterthur und in Deutschland.

Herr Weber: Der Sprechende soll die Initiative ergreifen und eine solche zuwege rufen.

Rudolf Stezner: Die Zeit ist zu stark fortgeschritten, als daß ich versuchen könnte, auch nur ein eigentliches Schlußwort zu spre­chen. Es gereicht mir zur tiefsten Befriedigung, daß von den ver­schiedenen Diskussionsrednern eigentlich nur Ergänzungen zum Vorschein gekommen sind, die außerordentlich interessant waren und die sich in einer ganz ungezwungenen Zum Beispiel ist da in Dornach versucht worden, einmal rein aus der Farbe heraus zu malen, so daß also noch der innere Gehalt der Farbe, der farbi­gen Fläche empfunden werde und was als Linie auftritt, aus der Farbfläche heraus entstehen soll. In dieser Beziehung wird auch das Substantielle der Geisteswissenschaft anregend wirken können für manches, was heute berührt worden ist.
Der Hinweis auf die Herbartsche Pädagogik hat mich außeror­dentlich interessiert, denn von Herbart ist im positiven und im negativen Sinne sehr viel zu lernen. Vor allen Dingen, wenn man sieht, wie in der Herbartschen Psychologie trotz allen Strebens nach der Methode der Intellektualismus des Zeitalters eine über­wiegende Rolle gespielt hat. Und gerade, wenn man sich an der

voordrachten moeten gaan houden, maar we zouden aan een bepaald gebied kunnen werken, ons erover uitspreken, in de praktijk iets te proberen, voor zover mogelijk en de resultaten van die pogingen bespreken. In Basel bestaat zo’n werkgemeenschap niet, maar bv. wel in Winterthur en in Duitsland.

De heer Weber: de spreker moet het inititatief nemen en een en ander in gang zetten.

Rudolf Steiner: de tijd is al te ver om om te kunnen proberen, nog zoiets als een slotwoord te spreken. Ik ben er heel blij mee dat door de verschillende sprekers bij de discussie eigenlijk alleen maar aanvullingen te berde zijn gebracht die buitengewoon interessant waren en die geheel ongedwongen kunnen aanknopen bij de bedoeling van de voordracht.
Niet waar, het is begrijpelijk dat wat in Dornach te zien is, ook in wat de aparte kunstzinnige prestaties in Dornach behelst, een soort uitdrukking van de overtuigingen gegeven is die aan de geestesewetenschap ten grondslag liggen.
Nu zou de heer die er hier op zo’n mooie manier over gespoken heeft willen zien hoe niet het uiterlijk bekijken, maar een kunstzinnig voelen ontwikkeld kan worden, zoals juist door de geesteswetenschap geprobeerd is, ook in het kunstzinnig streven zelf aan deze zaken te voldoen.
In Dornach is bv. geprobeerd puur vanuit de kleur te schilderen, zodat dus nog de innerlijke eigenschap van de kleur, van het kleurvlak ervaren kan worden en wat als lijn ontstaat vanuit de kleurvlakken gaat ontstaan. Wat dat betreft zal ook het substantiële van de geesteswetenschap werkzaam kunnen zijn voor veel wat vandaag aangestipt is.
De verwijzing naar de pedagogie van Herbart interesseert me buitengewoon, want van Herbart is in positieve en in negatieve zin zeer veel te leren. Vooral wanneer je ziet hoe in de psychologie van Herbart ondanks alle methodische pogingen, het intellectualisme van deze tijd een overwegende rol heeft gespeeld. En vooral wanneer je

blz. 189

Herbartschen Pädagogik heranbändigt, muß man aus ihr heraus, manches bekämpfend, gerade zu dem kommen, zu den Prinzipien kommen, die meine heutigen Ausführungen ergeben.
Namentlich mit dem letzten Redner bin ich in fast allen Einzel­heiten einverstanden. Er könnte sich überzeugen, daß solche Din­ge, wie er sie forderte, bis in alle Einzelheiten ausgebildet, ausge­staltet, gerade zu den prinzipiellsten Einrichtungen unserer Wal­dorfschule gehören. Namentlich, was in bezug auf die Methode des Zeichnens, des Musikalischen und des Geographischen gesagt wor­den ist, wurde versucht, zu einer praktischen Ausgestaltung zu bringen, denn gerade auf diese drei Gebiete ist sehr viel Mühe verwendet worden. So haben wir in der Probelektion eine Bearbei­tung des Mississipi-Gebietes ausgearbeitet – ich denke, die Art, wie man die Vorbereitung dieser Probelektion machte, um lebendig und anschaulich das Geographische hinzustellen, so wie es nicht aus irgendeiner Theorie oder Intellektualität, sondern aus dem ganzen Menschlichen herauskommt, würde den verehrten Redner befriedigt haben.
Anstatt eines Schlußwortes möchte ich also nur sagen, daß ich außerordentlich darüber befriedigt bin, daß von so vielen Seiten so schöne und wichtige Ergänzungen zu dem Vortrag gegeben worden sind.

pedagogie van Herbart gaat begrijpen, moet je wanneer je veel ervan moet bestrijden, wel uitkomen bij de principes die je in mijn uiteenzettingen kan vinden.
Vooral met de laatste spreker ben ik het bijna in alle details eens. Hij zou zich ervan kunnen overtuigen dat de dingen zoals hij ze wil bevorderen tot in alle details uitgewerkt, ontwikkeld, juist tot de meest principiële instellingen van onze vrijwchool horen. Vooral wat m.b.t. de tekenmethode, de muziek en de aardrijkskunde werd gezegd, werd geprobeerd tot een praktische uitwerking te komen, want juist op deze drie terreinen is zeer inspanning aangewend. Zo hebben we in een proefles een behandeling van het Mississippigebied uitgewerkt – ik denk dat de manier waarop men deze proefles voorbereid heeft om levendig en aanschouwelijk aardrijkskunde te geven, dus niet uit een of andere theorie of intellectualiteit, maar vanuit alles wat menselijk is, zou de geachte spreker veel voldoening schenken.
In plaats van een slotwoord zou ik dus alleen willen zeggen dat ik buitengewoon blij ben dat er van zoveel kanten zulke mooie en belangrijke aanvullingen op de voordracht zijn gegeven.

.

[1] GA 297 Duits
[2] GA 297 Vragenbeantwoording bij de 6e voordracht Duits

.

Algemene menskundealle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen

.

1792

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.