VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over pedagogie(k) – GA 297 vragenbeantwoording bij 5e voordracht

.

Hier volgt een eigen vertaling. Bij het vertalen heb ik ernaar gestreefd Steiners woorden zo veel mogelijk in gangbaar Nederlands weer te geven. Met wat moeilijkere passages heb ik geprobeerd de bedoeling over te brengen, soms met behulp van wat er in andere voordrachten werd gezegd. Ik ben geen tolk en heb geen akten Duits. Er kunnen dus fouten zijn gemaakt, waarvoor excuses. De Duitse tekst gaat steeds vooraf aan de vertaling. Verbeteringen of andere vertaalsuggesties e.d. zijn meer dan welkom: pieterhawitvliet voeg toe apenstaartje gmail punt com

RUDOLF STEINER

BASISGEDACHTEN EN PRAKTIJK VAN DE VRIJESCHOOL

9 voordrachten, een bespreking en vragenbeantwoording tussen 24 augustus 1919 en 29 december 1920 in verschillende plaatsen [1]

GA 297: vertaling
Inhoudsopgave   voordracht   [1]  [2]  [3]  [4]  [5]  [6]  [7]  [8]
vragenbeantwoording bij de 6e vdr.

Vragenbeantwoording bij de 5e voordracht. In de Duitse uitgave staat deze beantwoording onder de voordracht zelf. [2]

Inhoudsopgave van de vragenbeantwoording die hoort bij de 5e voordracht, Basel 25 november 1919

Blz. 147, 148: iemand die de voordracht heeft bijgewoond houdt een pleidooi voorf meer leven in de religie, filosofie, wetenschap en de kunsten.
Steiner antwoordt daarop:
Geesteswetenschap moet op elk gebied meer omvattende ideeën ontwikkelen
Blz. 149: de taak van de geesteswetenschap
in de kunst is men tot naturalisme vervallen; de natuur kun je niet imiteren; pogingen om daarbovenuit te komen: expressionisme
Blz. 151: door vastlopen van oude gezichtspunten: verlangen naar geesteswetenschap
Blz. 152: oprichting vrijeschool vanuit de geesteswetenschap; niet vanuit het geheugen iets aangeleerds doen, maar vanuit de levende realiteit (in de klas)
Blz. 153: pedagogie als scheppende kunst
Blz. 155: een hernieuwde geest is nodig om de problemen te kunnen oplossen

blz. 147

Kurze Diskussion mit Fragenbeantwortung

Herr Wachter: [. ] Wie es mir scheint, hatte Herr Dr. Steiner ganz richtig
erwähnt, daß in unserer [Zeit] Naturwissenschaft, Philosophie, Religion und man darf sogar auch sagen die modernen Künste, vollständig versagt haben. […] Warum haben diese versagt? […] – Und da glaube ich, daß der Haupt-grund des Versagens darinnen liegt, weil man eben die Naturwissenschaft, die Religion und die Künste in Abstraktum behandelt. Man hat die Religion wegen der Religion behandelt; man hat die Naturwissenschaft der Naturwis­senschaft zuliebe getrieben; man hat Pädagogik betrieben, nicht um die Kinder zu erziehen, nein, man hat die Kinder gequält der Pädagogik zuliebe. Hat man die Künste getrieben, um den Menschen das Leben zu verschönen? Nein, man hat die Künste getrieben gewissermaßen als kuriose Gedan­kenspiele, einfach der Kunst zuliebe. Und darinnen liegt, glaube ich, der

Korte discussie met vragenbeantwoording

De heer Wachter: [ ] Naar het mij lijkt, heeft Dr. Steiner geheel terecht opgemerkt, dat in onze tijd de natuurwetenschap, filosofie, religie en je mag ook wel zeggen de moderne kunsten, het volledig hebben laten afweten. [  ]  Maar waarom? [ ] En ik geloof dat het op een abstracte manier omgaan met de natuurwetenschap, religie en kunsten de voornaamste reden daarvan is. Men heeft de religie om de religie genomen; men heeft aan natuurwetenschap gedaan om wille van de natuurwetenschap; men heeft aan pedagogie gedaan, niet om kinderen op te voeden, nee, men heeft de kinderen met de pedagogie gekweld om wille van de pedagogie. Heeft men aan kunst gedaan om het leven voor de mens mooier te maken? Nee, men heeft aan kunst gedaan als curieus gedachtespel, alleen voor de kunst. En daarin ligt, geloof ik, de

blz. 148

Denkfehler, der beseitigt werden muß. Man müßte Religion ins Leben tragen, Naturwissenschaft anwenden im Leben und darinnen den Zweck der Naturwissenschaft sehen, daß man sie im Leben eben verwendet; den Schwerpunkt gerade darauf richtet, daß man die Kunst im Leben drinnen sieht, nicht vom Leben loslöst. Aber es ist deshalb absolut nicht notwendig, daß man diese Sachen alle wegschmeißt und sagt: «Sie bedeuten an sich nichts… ».
Denn eine falsche Anwendung der Sache beweist noch lange nicht, daß die Sache nichts wert ist. […] Und ich glaube, daß gerade die Geistes­wissenschaft, wie sie Herr Dr. Steiner in seinem Vortrag gebracht hat, dazu beitragen und in dieser Richtung sehr Gutes wirken kann, indem sie den Menschen zeigt: Ihr müßt Leben in die Sachen hineinbringen, und die Sachen nicht abstrakt bringen.

denkfout die vermeden moet worden. Men zou religie in het leven moeten brengen, natuurwetenschap gebruiken in het leven en het doel van de wetenschap zien in het toepassen daarvan in het leven; het zwaartepunt moeten leggen op de kunst die in het leven zichtbaar is, niet van het leven vervreemdt. Maar daarom is het absoluut niet nodig dat je alles overboord zou gooien en zeggen: ‘Het betekent toch allemaal niks…’ Want een verkeerde toepassing van de dingen is nog bij lange na geen bewijs dat die dingen niets waard zijn. [ ] En ik geloof dat juist de geesteswetenschap, zoals Dr. Steiner die in zijn voordracht heeft laten zien, daaraan heel goed kan bijdragen en in deze richting heel goed kan werken, wanneer ze de mensen laat zien: jullie moeten leven in de dingen brengen en ze niet abstract brengen.

Rudolf Steiner: Was der verehrte Vorredner gesagt hat, erfordert ja von meiner Seite aus nicht ein weiteres Eingehen, denn das war ja nur der Hinweis auf einen besonderen Punkt, und zwar in einem Sinne, mit dem ich durchaus einverstanden sein kann.
Selbstverständlich wird gerade derjenige, der im Sinne der von mir hier gemeinten Geisteswissenschaft spricht, nicht der An­sicht sein, daß man dasjenige, was in der neueren Zeit hervorge­treten ist als Naturwissenschaft, als Philosophie, oder – ich bin vollständig einverstanden mit dem, was Herr Wachter gesagt hat
– auch in bezug auf die Künste, daß man das wegzuschmeißen habe aus dem Grunde, weil es in der Tat zu jenem Abwege geführt hat, von dem Herr Wachter gesprochen hat. Aber das soll gerade das Wesen der hier gemeinten Geisteswissenschaft sein, daß alle diese, durch gewisse naturwissenschaftlich notwen­digen Voraussetzungen des Lebens der letzten Jahrhunderte ein­seitig gewordenen menschlichen Betätigungen ihre Einseitigkeit aufgeben und in eine allgemeine Strömung des umfassenden Lebens einmünden. Sie werden ja, wenn Sie verfolgen, wie ich nicht nur geistes­wissenschaftliche Bücher geschrieben habe, sondern zum Beispiel den Werdegang der Philosophie in meinem Buch «Die Rätsel der Philosophie» beschrieben habe, wie ich versucht habe, das Wesen der Künste zu deuten, und was ich versuche jetzt in Dornach drau­ßen in dem Bau, der als Goetheanum, als Hochschule für Gei­steswissenschaft, auch in bezug auf seine äußere Ausgestaltung ein

Rudolf Steiner: wat de geëerde inleider heeft gezegd, vraagt van mij niet dat ik er verder op zou hoeven ingaan, want dit was toch een verwijzing naar een bijzonder punt, in die zin ben ik het er beslist mee eens. Vanzelfsprekend zal degene die hier spreekt vanuit de geesteswetenschap niet van mening zijn dat  wat de laatste tijd als natuurwetenschap, als filosofie, of – ik ben het helemaal eens met wat de heer Wachter heeft gezegd – ook m.b.t. de kunsten aan het licht is getreden, dat men daar afstand van zou moeten nemen omdat het inderdaad tot het dwaalspoor leidt waarover de heer Wachter heeft gesproken.
Maar het wezen van de hier bedoelde geesteswetenschap moet nu juist zijn dat al deze, door bepaalde natuurwetenschappelijk noodzakelijke premissen over het leven van de laatste eeuwen, eenzijdig geworden menselijke activiteiten, hun eenzijdigheid opgeven en in een algemene stroom van een omvattend leven uitmonden.
U zal, als u nagaat dat ik niet alleen maar geesteswetenschappelijke boeken heb geschreven, maar b.v. ook de ontwikkelingsgeschiedenis van de filosofie in mijn boek ‘De raadsels van de filosofie’, [3] hoe ik geprobeerd heb het wezen van de kunsten te duiden en wat ik nu in Dornach hierbuiten doe met het bouwwerk dat als Goetheanum, als hogeschool voor de geesteswetenschap, ook m.b.t. de uiterlijke vorm

blz. 149

Repräsentant der hier gemeinten Geisteswissenschaft sein soll -wenn Sie das verfolgen, werden Sie nicht von mir voraussetzen, daß ich irgendwie gegen dasjenige bin, was in Naturwissenschaft, in Philosophie, in den Künsten in der neueren Zeit hervorgetreten ist, sofern man es in seinen berechtigten Grenzen auftreten lassen will. Ja, ich möchte sagen, mir erscheint sogar die Einseitigkeit, die auf diesen Gebieten zutage getreten ist, wie etwas Notwendiges. Das Leben entwickelt sich in Gegensätzen. Und so können wir, wenn wir Geschichte innerlich betrachten, sehen, wie immer solche Perioden, in denen gewisse Betätigungen einseitige werden, ab­wechseln mit denjenigen Perioden, in denen diese Betätigungen wiederum einmünden in eine gewisse universelle, dem Leben ent­sprechende, dem Leben gerecht werdende Betätigung. Also gerade das Fruchtbarmachen naturwissenschaftlicher An­schauungen, das Fruchtbarmachen philosophischer Erwägungen und das Fruchtbarmachen dessen, was in den neueren Kunst-richtungen liegt, das ist dasjenige, was in der Geisteswissenschaft besonders zur Geltung kommen soll.

een representant van de hier genoemde geesteswetenschap moet zijn – wanneer u dat nagaat, zal u bij mij kunnen veronderstellen dat ik op de een of andere manier iets heb tegen wat er in natuurwetenschap, in filosofie, in de kunsten zich de laatste tijd heeft gemanifesteerd, voor zo verre men het binnen gerechtvaardigde grenzen wil laten gelden. Mij lijkt zelfs dat de eenzijdigheid die op deze gebieden aan het licht is gekomen, iets noodzakelijks is. Het leven ontwikkelt zich in tegenstellingen. En op deze manier kunnen wij wanneer we naar de innerlijke samenhangen in de geschiedenis kijken, zien hoe steeds zulke perioden waarin bepaalde activiteiten eenzijdig worden, worden afgewisseld met perioden waarin die activiteiten opnieuw uitmonden in een zekere universele, bij het leven horende en het leven rechtdoende activiteit.
Dus juist door de natuurwetenschappelijke gezichtspunten vruchtbaar te maken, de filosofische overwegingen vruchtbaar te maken en dat ook te doen voor wat er in de nieuwere kunstrichtingen leeft, is iets wat in het bijzonder voor de geesteswetenschap moet gaan gelden.

Nehmen wir zum Beispiel – um etwas, was im Vortrage weniger berührt werden konnte, herauszugreifen – manche neuere Kunst-richtungen. Gewiß, man kann über solche neueren Kunstrichtun­gen leicht spotten. Aber so unvollkommen gewisse Dinge, wie zum Beispiel die, die man heute expressionistische Kunstprodukte nennt, vor unsere Seele treten, so muß man doch sagen: sie sind im Grunde genommen nur die Antwort, nur die noch sehr anfängli­chen, manchmal täppischen Versuche, zu etwas zu kommen, das dem Leben wirklich gerecht wird. Wir sind in dem letzten Jahr­hundert in eine Art Intellektualität verfallen. Die Intellektualität ist unfruchtbar. Und im sozialen Leben und auch in der Kunst – was ist die Folge gewesen? Die notwendige Folge ist gewesen, daß, weil man sich doch hat künstlerisch betätigen wollen, man in den Naturalismus, in die bloße Nachahmung der Natur verfallen ist.
Ja, die bloße Nachahmung der Natur im absoluten Sinne kann niemals Kunst sein, weil, wenn jemand noch so stark nachahmt, was er äußerlich in der Natur sieht, er doch die Natur nie erreichen

Laten we eens iets nemen wat in de voordracht minder aan de orde kon komen, zoals sommige kunstrichtingen. Natuurlijk kun je makkelijk de spot drijven met zulke nieuwe richtingen. Maar zo onvolkomen bepaalde dingen, zoals b.v. wat men nu expressionistische kunstproducten noemt, er voor ons uitzien, dan moet je toch zeggen: die zijn in wezen slechts het antwoord, nog maar zeer aan het begin staande, soms stuntelige pogingen, om tot iets te komen wat het leven werkelijk dient. Wij zijn de laatste eeuw in een soort intellectualiteit vervallen. De intellectualiteit is onvruchtbaar. In het sociale leven en ook in de kunst – wat was het gevolg? Het noodzakelijke gevolg was, omdat men toch kunstzinnig bezig wilde zijn, dat men tot het naturalisme, tot het alleen maar nabootsen van de natuur vervallen is. Het alleen maar namaken van de natuur in een absolute zin kan nooit kunst zijn, al kan iemand nog zo goed nabootsen wat hij uiterlijk in de natuur ziet, hij kan toch nooit aan de natuur tippen.

blz. 150

wird. Es wird, wenn man einen Sinn dafür hat, einem die Natur immer noch besser gefallen, als dasjenige, was die Natur nachahmt.
Und es ist nun wirklich der Ausdruck – erlauben Sie, daß ich diese triviale Sache anführe – eines empörend schlechten Ge­schmacks, wenn einem Leute einen Apfel vorführen – ja, es kommt vor, ich habe es schon erlebt – und wenn er ihnen nun besonders in die Augen sticht, schön glänzt und so weiter, daß sie sagen: wie aus Wachs gemacht! Man kann sich nicht etwas empörend Täppi­scheres denken, als wenn jemand dasjenige, was ihm aus der Natur entgegentritt, mit irgendeinem Kunstprodukte, und sei es einem noch so guten Kunstprodukt vergleicht! Also schon aus dem Grunde, weil die wirkliche Natur doch nicht erreicht werden kann in der Kunst, muß der absolute Naturalismus abgewiesen werden. Etwas ganz anderes ist es, wenn in expressionistischer Weise verkörpert werden will, was der Mensch über das bloße Naturge­mäße hinaus erlebt, und sei es auch zunächst nur ungeschickt ver­körpert. Aber um zu erkennen, wie ungeschickte Keime weder überschätzt werden sollen noch auch unterschätzt werden sollen, muß man in der Tat einen offenen Sinn haben für dasjenige, was man heute durch ein Schlagwort vielfach ausdrückt, was aber doch namentlich mit Bezug auf das menschliche Leben nicht richtig verstanden wird.

Wanneer je er een zintujig voor hebt, zal je toch altijd meer aan de natuur beleven dan aan een geïmiteerde natuur.
En het is echt een bewijs – sta mij toe dat ik met dit triviale kom, van een bijzonder slechte smaak, als iemand een ander iemand een appel laat zien – maar het komt voor, ik heb het meegemaakt – dat die aqppel dan bijzonder opvalt, mooi glimt en zo, dat iemand dan zegt: ‘net of die van was gemaakt is!’ Je kan niet iets bedenken wat vreselijk stompzinniger is dan dat iemand iets uit de natuur ziet en dat dan met een kunstproduct vergelijkt, ook al is dat nog zo goed! Dus om reden dat de echte natuur niet tot stand komt in de kunst, moet het absolute naturalisme worden afgewezen. Iets heel anders is het, wanneer op een expressionistische manier vastgelegd gaat worden wat de mens méér beleeft dan alleen maar de natuur, ook al wordt dit eerst nog niet zo goed vastgelegd. Maar om te weten hoe niet geschikte kiemen noch overschat, noch ook onderschat moeten worden, moet je inderdaad open staan voor wat men tegenwoordig vaak met een loze kreet uitdrukt, wat echter toch vooral met het oog op het menselijk leven, niet goed begrepen wordt.

Es mag Ihnen wieder paradox klingen: ich gehöre gewiß zu den­jenigen, die Raffael auf das Allerhöchste bewundern. Aber ich möchte behaupten aus meiner Weltauffassung heraus: Heute hat nur der ein Recht, Raffael wirklich zu bewundern, der davon über­zeugt ist, daß, wenn heute einer so malen würde wie Raffael, ge­nauso malen würde, wie Raffael gemalt hat, das unzeitgemäß und unmöglich sein würde. Es würde keine Kunst sein, zu der wir uns heute als zeitgenössische Kunst bekennen könnten. Es mag para­dox klingen. Aber was im Laufe der Menschheitsentwicklung er­scheint, gehört zu der betreffenden Phase der Menschheitsentwick­lung hinzu. Man muß es mit der Entwicklung wirklich ernst mei­nen. Und so ist dasjenige, was sich namentlich seit der Mitte des 15. Jahrhunderts an Naturwissenschaft, Philosophie, an Künsten entwickelt

Het mag weer paradoxaal klinken: ik behoor zeker tot degenen die Raffaël heel erg bewonderen. Maar vanuit mijn wereldbeschouwing moet ik zeggen: vandaag de dag heeft alleen degene het recht een echte bewondering voor Raffaël te hebben die ervan overtuigd is dat wanneer er nu iemand zou zijn die zo zou kunnen schilderen als Raffaël, dit niet met de tijd strookt en onmogelijk zou zijn. Het zou geen kunst zijn waar we als kunst van deze tijd voor open zouden kunnen staan. Het mag paradoxaal klinken. Maar wat in de loop van de mensheidsontwikkeling verschijnt, behoort bij die betreffende fase van de mensheidsontwikkeling. Ontwikkeling moet je serieus nemen. En op deze manier is wat zich m.n. sinds het midden van de 15e eeuw aan natuurwetenschap, filosofie, aan kunsten tot ontwikkeling is gekomen,

blz. 151

hat, es ist als, ich möchte sagen Erziehungsimpuls der sich entwickelnden Menschheit vollberechtigt gewesen, aber es ist heute in einem Stadium angelangt, in dem der andere Pol angestrebt werden muß. Wir mußten als Menschheit eine Weile durch die einseitige Naturwissenschaft gehen, damit wir, indem wir die Ge­danken dieser Naturwissenschaft aufnehmen, in uns zu der Seelen­stimmung kommen, die gerade dadurch hervorgerufen wird, daß man die Ohnmacht dieser bloßen naturwissenschaftlichen Gedan­ken bemerkt.
Diese Ohnmacht, die ruft im lebendigen Seelenleben die Gegen­kraft hervor: die Gegenkraft nach Geisteserkenntnis, nach Geistesanschauung.
Wenn man es mit dem Lessingschen Gedanken ernst nimmt, daß die Geschichte eine Erziehung des Menschengeschlechtes ist, dann kommt man gerade mit solchen Dingen am besten zurecht. Und so möchte ich in einem Schlußworte darauf hinweisen, daß man ja in der Tat heute noch bestimmte Gebiete hat, in denen es einem die Vorurteile des Menschen gestatten, wirklich dasjenige, was Geistes­wissenschaft bietet, überzuführen in unmittelbares Sozial-Päd­agogisches, das heißt überhaupt in äußere Wirklichkeits anschauung.

als opvoedingsimpuls voor de zich ontwikkelende mensheid volkomen op zijn plaats, maar het is nu in een stadium gekomen dat we naar de andere kant moeten streven. Als mensheid moesten we een tijd door de eenzijdige natuurwetenschap heen zodat wij, wanneer we de ideeën van de natuurwetenschap in ons opnemen, in een zielenstemming komen die opgeroepen wordt doordat we de machteloosheid ondervinden van alleen maar natuurwetenschappelijke ideeën. Deze machteloosheid roept in een levende ziel een tegenkracht op: de geest willen leren kennen, willen leren waarnemen.
Wanneer je de ideeën van Lessing serieus neemt dat de geschiedenis een opvoeding van het geslacht mens is, heb je daar het meest aan. En in mijn slotwoorden zou ik er dan op willen wijzen dat je inderdaad vandaag de dag nog verschillende terreinen hebt waarop de vooroordelen van de mensen het iemand toch mogelijk maken werkelijk uit wat geesteswetenschap biedt, over te brengen op het direct praktisch-pedagogische, d.w.z. in de uiterlijke waarneming van de werkelijkheid.       

Uns ist es möglich geworden, in dem Dornacher Bau äußerlich künstlerisch zur Anschauung zu bringen, in Formen auszudrücken, was uns innerlich belebt. Und es konnte – ich darf das ja wohl hier erwähnen – in der allerletzten Zeit wirklich der Versuch auf päd­agogischem Gebiete gemacht werden, eine Schule zu begründen. In Stuttgart hat sich unser Freund Emil Molt gefunden, der – auch darüber haben sich die Leute ja in Hohn ergossen – an ein moder­nes Industrieunternehmen, an die Waldorf-Astoria-Zigaretten­fabrik in Stuttgart, die Begründung der Waldorfschule angegliedert, angeknüpft hat, eine Einheitsvolksschule, die nun ganz auf dasjeni­ge aufgebaut sein soll, was für die pädagogische Entwicklung aus der Erfassung der Geistesanschauung, wie sie hier gemeint ist, er­folgen kann. Und ich muß sagen, es gehört zu dem Schönsten, was ich mir als Aufgabe setzen durfte, daß ich den pädagogischen Kurs für die Lehrerschaft dieser Waldorfschule halten konnte. In diesem

Voor ons is de mogelijkheid ontstaan in het gebouw in Dornach op een kunstzinnige manier zichtbaar te maken, in vormen tot uitdrukking te brengen wat we innerlijk beleven. En er kan – ik durf dat hier wel te vertellen – nog maar zeer kort geleden op pedagogisch gebied een poging worden gedaan een school op te richten. In Stuttgart vond onze vriend Emil Molt – ook daarmee heeft men de spot gedreven – dat hij bij een moderne industrie-onderneming, bij de Waldorf-Astoria cigarettenfabrik in Stuttgart, de oprichting van de Waldorfschool moest betrekken, er een scholengemeenschap aan moest verbinden die in zijn geheel gebaseerd moest zijn op wat voor de pedagogische ontwikkeling uit de opvattingen van de geestesbeschouwing zoals die hier bedoeld is, het gevolg kan zijn. En ik moet zeggen dat het tot het mooiste hoort wat ik mij maar als opdracht mocht stellen om voor de leraren van deze Waldorfschool de pedagogische cursus te houden.  In deze

blz. 152

Kurs konnte eine Pädagogik begründet werden, die nun auch wirk­lich seit dem 7. September, seitdem diese Schule begründet ist, von diesen Menschen unmittelbar im Schulleben angewendet wird, eine Pädagogik, die nicht dazu da sein will, Normen zu verwirklichen, von denen man sich vorstellt, daß sie den Menschen dressieren sollen, sondern eine Pädagogik, die aus einer wirklichen Erkenntnis des ganzen Menschen, das heißt des leiblichen, seelischen und geistigen Menschen, hervorgegangen ist, so daß es der Lehrer auf der anderen Seite tatsächlich schwerer hat als mit einer bloßen Normpädagogik.Wer einer Normpädagogik anhängt, Programme prägt, die ge­wisse Erziehungsgrundsätze geben, nun, der weiß, wie man unter­richtet. Derjenige aber, der aus dem unmittelbaren Leben heraus unterrichten soll, der kann, ich möchte sagen nur die Impulse be­kommen, um zu beobachten, was sich von Jahr zu Jahr, von Woche zu Woche, von Monat zu Monat in dem werdenden Menschen wirklich ergibt. Da muß man fortwährend, wenn es auch eine noch so große Klasse wäre, in lebendigem Verkehre sein, da muß man Verständnis dafür haben, was es heißt, nicht aus dem Gedächtnis heraus eine eingelernte Pädagogik zu üben, sondern in jedem Momente dem lebendigen Menschen gegenüber die individuelle Methode neu zu erfinden, die man gerade diesem lebendigen Menschen gegenüber anzuwenden hat.

cursus kon de basis worden gelegd voor een pedagogie die nu ook daadwerkelijk sinds 7 september, sinds de school werd opgericht, door deze mensen direct in het schoolleven toegepast wordt, een pedagogie die er niet wil zijn om normen te verwezenlijken waarvan men zcih voorstelt dat die de mens moeten dresseren, maar een pedagogie die uit een echte kennis van de hele mens, d.w.z. van de mens naar lichaam, ziel en geest, voortgekomen is, zodat deze pedagogie voor de leerkracht inderdaad moeilijker is dan de pedagogie als normpedagogie. Wie voorstander is van een normpedagogie, programma’s drukt die bepaalde basisregels voor de opvoeding bevatten, welnu, die weet hoe hij les moet geven. Degene echter die direct vanuit het leven les wil geven, die kan alleen maar de impulsen krijgen om waar te nemen wat er echt van jaar tot jaar, van week tot week, van maand tot maand met de wordende mens gebeurt. Dan moet je voortdurend, ook al is het nog zo’n grote klas, daarmee levendig kunnen omgaan, dan moet je weten wat het betekent, niet vanuit je geheugen een aangeleerde pedagogie uit te oefenen, maar op ieder ogenblik wat de levende mens betreft, opnieuw de individuele methode te vinden die je m.n. voor deze levende mens moet hanteren.

Dasjenige, was im Leben wirken soll, darf nicht auf dem Ge­dächtnis, nicht auf der Gewohnheit beruhen. Was uns ins Gedächt­nis eingeht und was wir gedächtnismäßig üben in unserer mensch­lichen Betätigung, was wir aus der Gewohnheit heraus üben, das wird unter allen Umständen zu etwas wie einer strohernen Schablone. Dasjenige, was aus dem Geistesleben hervorgeht, das kann niemals zu einer strohernen Schablone werden! Es hat Zeiten gegeben, gibt es bestimmt noch, in denen ich das­selbe Thema Woche für Woche hindurch vorgetragen habe. Ich glaube nicht, daß man mir nachsagen kann, daß ich einen einzigen Vortrag zweimal gehalten habe, daß ich jemals über dasselbe The­ma zweimal hintereinander genau gleich gesprochen habe, weil es

Wat in het leven werkzaam moet zijn, mag niet niet op geheugen, niet op gewoonte berusten. Wat in het geheugen terechtkomt en wat we vanuit het geheugen doen in onze menselijke activiteiten, wat wij uit gewoonte doen, wordt onder alle omstandheden tot een droog sjabloon. Wat uit het geestesleven komt kan nooit een droog sjabloon worden!
Er was een tijd, die is er zeker nog, waarin ik dit thema week voor week in voordrachten aan de orde heb gesteld. Ik geloof niet dat men mij na kan dragen dat ik een bepaalde voordracht twee keer heb gehouden, dat ik ooit over hetzelfde thema twee keer achter elkaar precies hetzelfde heb gezegd, omdat het

blz. 153

sich, wenn es sich um das Sprechen aus dem Geiste heraus handelt, um das unmittelbar augenblickliche Produzieren handelt, weil es gar nicht möglich iSt, dasjenige, was aus dem Geiste heraus produ­ziert wird, im gewöhnlichen Sinne dem Gedächtnismäßigen anzu­vertrauen, weil das in unmittelbarem Leben sich fortwährend ent­wickeln muß. Wer aus dem Geist heraus wirkt, dem ist das bloße gedächtnismäßige Aufbewahren irgendeines geistigen Wissens un­gefähr so, wie wenn einer sagen würde: Ich esse heute nicht, denn ich habe ja vorgestern gegessen. Warum soll ich heute wieder es­sen? Mein Leib wird sich schon auf Grund dessen aufbauen, was ich vorgestern gegessen habe. – Ja, unser physischer Organismus ist in der fortwährenden Lage, daß er sich immer erneuert. Dem muß auch der Geist Rechnung tragen. In diesem lebendigen Leben muß auch der Geist drinnenstehen. Der wirkliche Geist muß jeder­zeit ein Schaffendes sein. So muß auch eine vom Geiste getragene Pädagogik eine fortwährend schaffende Kunst sein. Nicht eher wird Segen namentlich in das Volksschulwesen hin­einkommen, aber auch in das andere Schulwesen Heil hineinkom­men, bis die Pädagogik eine fortwährend lebendig schaffende Kunst wird, die von wirklicher Liebe und von jenen Imponderabi­lien getragen wird, von denen ich heute morgen gesprochen habe.

gaat om het spreken vanuit de geest, omdat het direct op dat ogenblik gaat om het weer te geven, omdat het helemaal niet mogelijk is om wat uit de geest weergegeven word,t op de gebruikelijke manier aan het geheugen toe te vertrouwen, omdat het in het directe leven zich voortdurend moet ontwikkelen. Voor wie vanuit de geest werkt, is het alleen maar met het geheugen onthouden van iets wat je geestelijk weet, ongeveer zo, als wanneer iemand zou zeggen:
Vandaag eet ik niet, want dat heb ik eergisteren gegeten. Waarom zou ik vandaag weer eten? Mijn lichaam wordt wel opgebouwd uit wat ik eergisteren heb gegeten. Ons fysieke organisme is voortdurend in een toestand waarin het zich steeds weer vernieuwt. Maar dat moet je ook van de geest zeggen. In dit zo levende leven moet ook de geest zijn. De echte geest moet ieder ogenblik scheppend zijn. Zo moet ook een pedagogie die door de geest gedragen wordt voortdurend scheppende kunst zijn. Er komt geen zegen in het onderwijs op school, eer de pedagogie een voortdurend levendige, scheppende kunst wordt die door echte liefde en door de onweegbare krachten waarover ik vanmorgen heb gesproken, wordt gedragen.

Und so könnten wir auf allen Gebieten sehen, wenn wir die Zeit dazu hätten, wie notwendig es ist angesichts der unbewußten und unterbewußten Forderungen der Menschheit in der heutigen Ge­genwart -, und in der nächsten Zukunft wird es noch notwendiger sein aus demjenigen, was man zu einem bequemen Programm­Wirken im Geiste machen möchte, überzugehen zu einem wirk­lichen, produktiven Erleben des Geistigen. Das wird weniger bequem zu erlangen sein als manches, was man heute Geistesleben nennt. Aber das wird eine sozial-pädago­gische Kraft sein, wie wir sie brauchen.
Und wenn es auf der einen Seite auch wahr ist, daß heute die Menschheit, nachdem sie sich so lange Jahre naturwissenschaftli­cher Denkweise hingegeben hat, direkt aus ihren innersten Seelen-bedürfnissen heraus verlangt nach einer unmittelbaren Geisterkenntnis,

En zo zouden we op elk terrein kunnen zien, wanneer we er de tijd voor zouden hebben, hoe noodzakelijk het is met het oog op de onbewuste en onderbewuste verlangens van de mensheid in de tijd van nu – en in de toekomst zal dat nog noodzakelijker zijn, van wat men met het verstand tot een makkelijk werkend programma zou willen maken, over te gaan op een werkelijk productief beleven van wat geest is. Dat is minder makkelijk te bereiken dan veel van wat men tegenwoordig geestesleven noemt. Maar het zal een sociaal-pedagogische kracht zijn zoals wij die nodig hebben.
En wanneer het enerzijds waar is dat de mensheid tegenwoordig, nadat deze zich jarenlang overgegeven heeft aan de natuurwetenschappelijke denkrichting, uit haar innerlijke behoeften naar een practische kennis van de geest verlangt,

blz. 154

so ist es auf der anderen Seite wahr, daß die sozialen Forderungen nach einer geistigen Vertiefung schreien und daß, was den Gegenstand meines heutigen Themas bildete – «Geisteswissen­schaft als sozial-pädagogische Kraft» -, nicht etwas ist, was in einer willkürlichen Weise als Vortragsthema gedacht ist, sondern was abgelauscht ist dem, was die menschliche Entwicklung eigentlich aus der Gegenwart heraus sagt. Aber man muß sich dazu auch erst heranerziehen und heranbän­digen. Ich möchte da zum Schlusse doch noch auf etwas hinweisen, was der Gegenwart ganz besonders notwendig ist, weil heute jeder meint, aus den subjektivistischen Willensmeinungen heraus könne irgendein fruchtbares philosophisches Leben entstehen; ich möchte an einem Beispiele hinweisen auf die Art und Weise. wie heute Fragen erfaßt werden müssen. In einer süddeutschen Stadt – heute ist sie keine deutsche Stadt mehr – habe ich vor vielen Jahren einen Vortrag gehalten, in dem ich gesprochen habe über die «Weisheitslehren des Christentums». Da waren auch zwei Geistliche drinnen im Vortrag. Weil gerade in jenem Vortrage nichts vorgekommen ist, wogegen sie sich inhalt­lich wenden konnten, so traten sie nach dem Vortrag an mich heran und sagten: 

dat het dan aan de andere kant waar is, dat de sociale eisen om een geestelijke verdieping roepen en dat wat het onderwerp van mijn huidige thema vormt – ‘geesteswetenschap als sociaal-pedagogische kracht’ – niet iets is wat op een willekeurige manier als voordrachtsthema uitgedacht is, maar wat afgelezen is aan wat de menselijke ontwikkeling van de nu uitspreekt.
Maar daartoe moet je je eerst ontwikkelen en het beheersen. Dan zou ik tot slot toch nog op iets willen wijzen wat in de tegenwoordige tijd heel erg nodig is, omdat vandaag iedereen denkt dat je uit een subjectivistische mening iets kan willen om een of ander vruchtbaar filosofisch leven te laten ontstaan; ik zou een voorbeeld willen geven hoe tegenwoordig vragen gesteld moeten worden.
In een Zuidduitse stad – nu is het geen Duitse stad meer – heb ik vele jaren geleden eens een voordracht gehouden over ‘wijsheidsleringen van het christendom’. Er zaten ook twee geestelijken bij de voordracht. Omdat er in de voordracht niets zat waartegen ze zich inhoudelijk te weer konden stellen, kwamen ze na de voordracht naar me toe en zeiden:

Gegen den Inhalt desjenigen, was Sie heute gesagt haben, haben wir gar nichts einzuwenden; aber daß Sie für Leute sprechen, die sich in diese Vorstellungsart hineinfinden, aus der heraus Sie sprachen, während wir für alle Menschen sprechen, das hätten wir doch zu der Sache zu sagen. – So sagten sie. – Ich sprach sie natürlich mit dem ihnen gebührenden Titel an. Artig muß man immer sein. Ich sagte: Sehen Sie, daß Sie glauben, Hochwür­den, Sie sprechen für alle Menschen, das finde ich natürlich und selbstverständlich, denn das liegt subjektiv nahe. Aber ob Sie glau­ben, ich spreche [nicht] für alle Menschen, das entscheidet gar nichts, insbesondere in der Gegenwart nicht, wo so sehr das einzel­ne Menschenleben drinnensteht in der sozialen Gesamtheit. Heute mussen wir lernen, uns unsere Aufgaben nicht durch unsere sub­jektive Willkür stellen zu lassen, sondern sie individuell aus der Objektivität und den objektiven Tatsachen zu entwickeln. Und da

Op de inhoud van wat u hier naar voren heb gebracht, hebben wij niets aan te merken; maar dat u voor mensen spreekt die zich thuisvoelen bij deze manier van zich de dingen voorstellen, zoals u dat doet, terwijl wij voor alle mensen spreken, dat willen we er toch nog wel over zeggen. Dat zeiden ze. Ik spreek hen natuurlijk aan met de naam die ze officieel hebben. Je moet altijd aardig zijn. Ik zei: Kijk, eerwaarden, u spreekt voor alle mensen en dat vind ik natuurlijk en vanzelfsprekend, want dat ligt subjectief dichtbij. Maar of u gelooft dat ik niet voor alle mensen spreek, betekent helemaal niets, vooral in deze tijd niet waarin het individuele mensenleven een plaats inneemt in het sociale geheel. Vandaag de dag moeten wij leren onze opdrachten niet door onze subjectieve willekeur te laten bepalen, maar deze individueel uit de objectiviteit en de objectieve feiten te ontwikkelen. En

blz. 155

frage ich Sie, Hochwürden, wenn Sie nun auch meinen, für alle Menschen zu sprechen, beobachten Sie die Tatsache: Gehen alle Menschen noch zu Ihnen in die Predigt? – Da konnten sie nicht «Ja» sagen! – Ja, sehen Sie, so sprechen die Tatsachen! Ich sagte ihnen, daß das nicht richtig ist, denn: für diejenigen, die nicht zu Ihnen in die Predigt gehen, für die spreche ich, für die, die heute nicht mehr zu Ihnen in die Predigt gehen. – Das ist dasjenige, was heute die Tatsachen lehren. Nicht nur auf einen Einwand hin lehren einen die Dinge, son­dern man muß die Tatsachen sehen, wie sie den Einwand machen. Das ist ganz natürlich, daß man sich einbildet, man spreche für alle Menschen. Es handelt sich aber heute darum, daß – während noch aus dem Bewußtsein heraus die große Mehrzahl der Men­schen dem widerstrebt, was gemeint ist mit eigentlichen gei­steswissenschaftlichen Impulsen – man doch weiß, daß im Unter­bewußten sich ankündigt, was wie ein Schrei wirkt auf den, der die Ankündigung verstehen kann: 0 machet dasjenige, was sich ver­einzelt hat nach Philosophie, Naturwissenschaft, nach den Kün­sten, nach der Religion, nach anderen Kulturzweigen, namentlich nach dem Sozialen, machet das wiederum zu einem Ganzen!

nu vraag ik u, eerwaarden, wanneer u nu ook van mening bent dat u voor alle mensen spreekt, neem dan eens dit feit: gaan alle mensen nog naar u toe in de preek? Toen konden ze geen ‘ja’ zeggen! Maar dat zijn wél de feiten. Ik zei hen dat het niet juist is, want: voor degenen die niet naar uw preek komen, voor hen spreek ik, voor hen die vandaag niet meer naar uw preek komen. Dat leren ons vandaag de feiten. Je leert de dingen niet door een tegenwerping, maar je moet naar de feiten kijken waarmee zo’n tegenwerping gemaakt wordt. Het is heel natuurlijk dat men zich inbeeldt voor alle mensen te spreken. Maar het gaat er vandaag om – terwijl de grote meerderheid van de mensen zich nog vanuit verzet tegen wat er bedoeld wordt met eigenlijke geestelijke impulsen – dat men toch weet dat in het onderbewuste zich aankondigt wat als een schreeuw werkt op degene die de aankondiging begrijpen kan: o, maak wat eenzijdig geworden is in filosofie, natuurwetenschap, de kunsten, de religie, in andere takken van cultuur, namelijk in het sociale, maak dat weer tot één geheel!

Aber ein Ganzes kann es nur werden, wenn wir es seinem Geiste nach verfolgen. Dann erst spricht uns aus allen Dingen nicht eine abstrakte, sondern eine konkrete Einheit an von dem wirklichen Geist, den wir in allen einzelnen Erscheinungen finden, wirklicher Geist, der eins ist in allem. Aber weil das Einheitliche ein konkretes Lebendiges iSt, kann es nicht erfaßt werden, wenn wir es bloß mit abstrakten Begriffen, mit einer Ideologie umspannen wollen. Wir müssen uns entschließen, den lebendigen Geist zu suchen. Den können wir nur suchen, wenn wir mit einer gewissen intellektuel­len Bescheidenheit die Brücke finden zwischen den im mensch­lichen Inneren schlummernden Kräften, die geistiger Art sind, und dem Geiste, der in der Natur, der im Menschenleben, der im gan­zen übrigen Kosmos außer uns lebt. Deshalb möchte ich auch in unserem Schlußwort noch einmal betonen: Dem muß Rechnung getragen werden, daß heute in den Tiefen der Menschenseele die

Maar het kan alleen één geheel worden, wanneer we daarbij naar de geest ervan zoeken. Dan pas spreekt er voor ons uit alles geen abstracte, maar een concrete eenheid van de ware geest die wij in alle apart staande verschijnselen vinden, werkelijke geest die een is in alles. Maar omdat die eenheid een concreet levend iets is, kan het niet begrepen worden, wanneer wij het alleen met abstracte begrippen, in een ideologie willen vangen. Wij moeten het besluit nemen de levende geest te zoeken. Die kunnen we alleen maar zoeken, wanneer we met een bepaalde intellectuele bescheidenheid die brug vinden tussen de in het menselijk innerlijk sluimerende krachten die van een geestelijke natuur zijn en de geest die in de natuur, die in het mensenleven, die in de hele verdere kosmos buiten ons leeft. Daarom wil ik ook in ons slotwoord nog een keer benadrukken: er moet rekening mee worden gehouden dat tegenwoordig in de diepten van de menselijke ziel het

blz. 156

Sehnsucht lebt, den Geist im Menschen mit dem Geist der Welt zu verbinden. Und in diesem Bündnisse zwischen Menschengeist und Weltengeist wird die Lösung von vielem liegen. was die Mensch-heit heute als brennendes Rätsel empfindet. Ich will nicht etwa den Glauben erwecken, daß man jedes Rätsel lösen kann. Aber die Menschheit ist auf dem Wege, Rätsel, die ihr immer aufgegeben werden, teilweise zu lösen. Und gerade in die­sem Teilweise-Lösen liegt der wahre Menschheitsfortschritt, indem man erkennt, wie Geist in allen Dingen lebt, wie dieser Geist uns leuchten kann, wenn wir den Geist in uns selbst erwecken. In die­ser Erkenntnis leben die größten, leben auch die bedeutsamsten sozialen Aufgaben der Gegenwart, und es wird heilsam sein, wenn die Erkenntnis davon sich in immer weitere und weitere Kreise verbreitet.

menselijk verlangen leeft de geest in de mens met de geest van de wereld te verbinden. En in deze verbinding tussen mensengeest en wereldgeest zal de oplossing liggen van veel van wat de mensheid tegenwoordig als brandende vragen beleeft.
Ik wil niet zoiets als een geloof wekken dat je iedere vraag zou kunnen oplossen. Maar de mensheid is op weg, raadsels die haar steeds worden gesteld, gedeeltelijk op te lossen. En juist in deze deeloplossingen ligt de echte vooruitgang van de mensheid, wanneer men erkent hoe de geest in alles leeft, hoe deze geest ons verlichten kan, wanneer we deze geest in ons zelf wekken. In deze kennis leven de grootste, leven ook de belangrijkste sociale opgaven van de tegenwoordige tijd en het zal heilzaam zijn wanneer de kennis daarvan in steeds grotere kringen steeds groter wordt.

.

[1] GA 297 Duits
[2] GA 297 5e voordracht Duits
[3] GA 18
Niet vertaald

.

Algemene menskundealle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.