VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over pedagogie(k) – GA 297 – voordracht 7

.

Hier volgt een eigen vertaling. Bij het vertalen heb ik ernaar gestreefd Steiners woorden zo veel mogelijk in gangbaar Nederlands weer te geven. Met wat moeilijkere passages heb ik geprobeerd de bedoeling over te brengen, soms met behulp van wat er in andere voordrachten werd gezegd. Ik ben geen tolk en heb geen akten Duits. Er kunnen dus fouten zijn gemaakt, waarvoor excuses. De Duitse tekst gaat steeds vooraf aan de vertaling. Verbeteringen of andere vertaalsuggesties e.d. zijn meer dan welkom: pieterhawitvliet voeg toe apenstaartje gmail punt com
.

RUDOLF STEINER

BASISGEDACHTEN EN PRAKTIJK VAN DE VRIJESCHOOL

9 voordrachten, een bespreking en vragenbeantwoording tussen 24 augustus 1919 en 29 december 1920 in verschillende plaatsen [1]

GA 297: vertaling
Inhoudsopgave   voordracht   [1]   [2]  [3] [4]  [5]  [6]  [8]

vragenbeantwoording bij de 5e vdr.;  vragenbeantwoording bij de 6e vdr.
.

ERZIEHUNG UND SOZIALE GEMEINSCHAFT
VOM GESICHTSPUNKT DER GEISTESWISSENSCHAFT

Opvoeding en sociale gemeenschap vanuit het gezichtspunt van de geesteswetenschap

Inhoudsopgave 7e voordracht

Blz. 190: geesteswetenschap en natuurwetenschap;
Blz. 191: geesteswetenschap maakt verdere ontwikkeling mogelijk;
Blz. 192: scholing; wat geesteswetenschap aan de pedagogie kan bijdragen
Blz. 193: nabootsing; na tandenwisseling vorming v.h. geheugen; spel van vóór de tandenwisseling metamorfoseert zich en komt terug in je twintiger jaren;
Blz. 194: het gaat om de wil, niet om het intellect; kunstzinnigheid vooral bij het concentionele; niet-Nederlandse talen; euritmie; oordeelsvermogen vóór 9e jr.; in beelden die je gebruikt moet je zelf geloven
Blz.195 e.v.: over sociale driegeleding; democratie alleen voor rechtsleven; economisch leven te bestuderen door producent en consument; geestesleven vrij

Die Niederschrift dieses Vortrages fand sich im Bundesarchiv Bern unter den
Akten zum Einbürgerungsgesuch Rudolf Steiners. Es ist zu vermuten, daß er im
Auftrag der Schweizerischen Bundesanwaltschaft von einem Manne namens von Bircher mitgeschrieben wurde.

De neerslag van deze voordracht werd gevonden in het Bondsarchief van Bern bij de acten van een verzoek tot naturalisatie van Rudolf Steiner. Vermoedelijk is in opdracht van het Zwitserse hooggerechtshof dit door een man, von Bircher genaamd, meegeschreven. 

7e voordracht Aarau, 21 mei 1920 (2)

ERZIEHUNG UND SOZIALE GEMEINSCHAFT
VOM GESICHTSPUNKT DER GEISTESWISSENSCHAFT

blz. 190
Große Menschheitsfragen stehen vor der Türe. Eine Antwort auf diese will die geisteswissenschaftliche Richtung geben, deren äuße­rer Repräsentant der bekannte Bau in Dornach ist. Ich will hier sprechen von dem, was als pädagogische und soziale Konsequen­zen aus jener anthroposophisch orientierten Geisteswissenschaft sich ergeben. Vorher möchte ich in großen Zügen das Wesen der ganzen geisteswissenschaftlichen Richtung charakterisieren. Bei dieser handelt es sich nicht um etwas, das außerhalb des Menschen gesucht wird, das durch Experimente der Menschheit vorgeführt werden könnte, sondern um eine innerlichste Menschheitsangele­genheit, die aber hofft, ins Allerpraktischste sich umsetzen zu kön­nen. Die Geisteswissenschaft will die Grundlagen aller bisherigen Weltanschauungen nicht stürzen, sondern ihnen etwas Neues bei­fügen: Die Anschauung eines wirklichen geistigen Lebens über das naturwissenschaftliche Erleben hinaus, die Erkenntnis der geistig-seelischen Art des Menschen.

Opvoeding en sociale gemeenschap vanuit het gezichtspunt van de geesteswetenschap

Grote mensheidsvragen staan voor de deur. De geesteswetenschappelijke richting, waarvan de uiterlijke representant het gebouw in Dornach is, wil hierop een antwoord geven. Ik wil hier spreken over wat pedagogische en sociale consequenties zijn, het gevolg zijn van deze antroposofisch georiënteerde geesteswetenschap. Maar vooraf wil ik eerst in grote lijnen het wezen van de algehele geesteswetenschappelijke richting schetsen. Hierbij gaat het niet om iets wat buiten de mens gezocht wordt, wat door experimenten aan de mensheid beschikbaar gesteld zou kunnen worden, maar om een mensheidsaangelegenheid van de meest innerlijke aard die echter hoopt zich te kunnen omwerken voor het meest praktische. De geesteswetenschap wil de grondbeginselen van alle wereldbeschouwingen tot nog toe niet aanvallen, maar er iets nieuws aan toevoegen: het gezichtspunt van een echt geestelijk leven boven het natuurwetenschappelijke beleven, het weten van de geestelijk-psychische natuur van de mens.

Seit drei bis vier Jahrhunderten haben die Grundvorstellungen naturwissenschaftlicher Denkweise unsere Anschauungen be­herrscht. Zu diesen steht die Geisteswissenschaft nicht im Gegen­satz. Sie anerkennt die großen Triumphe der naturwissenschaft­lichen Weltanschauung, will aber naturwissenschaftlicher sein als diese selber, sie will nicht zurückweichen vor den sogenannten Grenzen menschlicher Erkenntnis, sondern zur wahren Erkenntnis des Menschen gelangen. Wenn man bisher gesagt hat, wo der Supranaturalismus beginne, höre die Wissenschaft auf, so will die Geisteswissenschaft eben auch auf diesem Gebiete wissenschaftlich

Al een eeuw of drie, vier beheersen de basisvoorstellingen van de natuurwetenschappelijke manier van denken onze gezichtspunten. Hier staat de geesteswetenschap niet lijnrecht tegenover. Ze erkent de grote successen van de natuurwetenschappelijke wereldbeschouwing, ze wil echter natuurwetenschappelijker zijn dan deze zelf, ze wil niet terugdeinzen voor de zgn. grenzen van de menselijke kennis, maar tot een ware kennis van de mens komen. Heeft men tot nog toe gezegd: waar het supranaturalisme begint, houdt de geesteswetenschap op, de geesteswetenschap wil nu juist op dit gebied  wetenschappelijk

blz. 191

arbeiten. Um zu diesem Ziele zu gelangen, muß sie sich zunächst auf den Standpunkt der intellektuellen Bescheidenheit stellen. Ein Vergleich: Wenn man einem fünfjährigen Kinde einen Band lyri­scher Gedichte in die Hand gibt, spielt es mit ihm, zerreißt ihn.
Nach zehn bis zwölf Jahren wird es den Band sinngemäß zu ver­wenden imstande sein. An diese im fünfjährigen Kinde schlum­mernden Entwicklungsmöglichkeiten müssen wir glauben. Der Geistesforscher sagt nun, was in uns liegt, ist nicht abge­schlossen mit dem, was durch Geburt, Vererbung und gewöhnliche Erziehung herausgebildet wurde. Die Kräfte der menschlichen Natur sind noch über das hinaus entwicklungsfähig. Durch innere intime Seelenarbeit gelangt der Mensch ganz allmählich dazu, Fä­higkeiten, von denen man im gewöhnlichen Leben und [in der gewöhnlichen] Wissenschaft keine Ahnung hat, aus dem Innern der
Seele herausholen zu können. Das Prinzipielle dabei ist, daß der Mensch wirklich ganz methodisch das innerliche Experiment stän­dig wiederhole, daß er ausdauernd einen leicht zu schauenden Gedanken zum Leitstern seines Bewußtseins mache. 

werken. Om dit doel te bereiken, moet ze eerst een intellectueel bescheiden standpunt innemen. Een vergelijking: wanneer je een kind van vijf jaar een boek met lyrische gedichten ter hand stelt, speelt het ermee en verscheurt de bladzijden.
Na tien tot twaalf jaar is het in staat er zinvol mee om te gaan. We moeten geloven in de sluimerende mogelijkheden tot ontwikkeling in dit vijfjarige kind.  De geesteswetenschapper zegt nu, wat we met ons meedragen, wat door geboorte, erfelijkheid en alledaagse opvoeding ontwikkeld werd, is daarmee niet klaar. De krachten van de menselijke natuur zijn daarbuiten nog in staat tot ontwikkeling. Door innerlijk subtiel werken aan de ziel lukt het de mens heel geleidelijk vermogens waarvan je in het dagelijkse leven en in de gewone wetenschap geen notie hebt, uit het innerlijk van de ziel tot ontwikkeling te brengen. Het meest principiële daarbij is, dat de mens daadwerkelijk heel methodisch het innerlijk experiment standvastig herhaalt, dat hij volhardend een makkelijk te doorziene gedachten tot een leidster van zijn bewustzijn maakt.

Diesen selbst­gemachten Gedankeninhalt stellt man in den Mittelpunkt seines Bewußtseins und nimmt alle seelischen Kräfte zusammen, um nichts als diesen Gedankeninhalt sich zum Ziele zu setzen. Grund­lage hierzu ist die intellektuelle Bescheidenheit und der Glaube an Entwicklungsmöglichkeit. Nach einer solchen Übung in Geduld machen wir die Erfahrung, daß menschliches Erleben sich losreißt von dem physisch-leiblichen Werkzeug. Man erlangt ein Denkerle­ ben, von dem man weiß, daß es nicht gebunden ist an den mensch­lichen Leib, daß es verfließt im Geistig-Seelischen. Ein großer Moment ist es, wenn man sich sagen kann: Du lebst im Geistig-Seelischen. Man erkennt dann, daß es wirklich höhere geistige Er­kenntnisse gibt, die über das Leben zwischen Geburt und Tod hinausgehen. Es wird etwas geschaffen ähnlich dem Erinnerungs­vermögen, ein Vorstellungvermögen, ein Leben, das wir vorgeburt­liches Leben nennen können. Dieses vorgeburtliche Leben tritt als Erlebnis, als innere Erfahrung vor die Seele. Unsterblichkeit ist nicht mehr etwas, worüber man philosophiert. Die Kräfte, die andere

Deze zelfgemaakte gedachte-inhoud plaats je in het middelpunt van je bewustzijn en concentreert alle zielenkrachten om niets anders dan deze gedachte-inhoud tot je doel te maken. Basis hiervoor is de intellectuele bescheidenheid en het geloof in de mogelijkheid tot ontwikkeling. Na zo’n oefening in geduld, ervaren we dat het menselijk beleven losraakt van het fysiek-levend instrument. Je krijgt een denkleven waarvan je weet dat het niet gebonden is aan het menselijk lichaam, dat het verloopt in een geestelijk-zielengebied. Het is een groot ogenblik wanneer je kan zeggen: je leeft in geest en ziel. Je leert dan dat er werkelijk hogere geestelijke kennis is die boven het leven tussen geboorte en dood uitgaat. Er wordt iets gecreëerd, zoiets als het herinneringsverm0gen, een voorstellingsvermogen, een leven dat we voorgeboortelijk leven kunnen noemen. Dit voorgeboortelijke leven treedt als beleving, als innerlijke ervaring in de ziel op. Onsterfelijkheid is niet meer iets waarover je filosofeert. De krachten die anderen

blz. 192

zum Philosophieren verwenden, verwendet der Geistesfor­scher dazu, um neue Fähigkeiten zu entwickeln, um andere Erleb­nisse zu erlangen. Auch das Willensvermögen kann ausgebildet werden. Der Geistesforscher nimmt seinen Entwicklungsgang in die Hand, er sucht an sich selbst Willenszucht auszuüben. Da­durch, daß er sich vornimmt, diese oder jene Gewohnheit sich ein­ zuverleiben, wird der Wille herangezüchtet. Diese Erkenntnis wird vielleicht von vielen aufgenommen, wie zum Beispiel die Erkennt­nisse eines Kopernikus, eines Giordano Bruno aufgenommen wur­den, als die Menschheit noch an die Grenzen des Firmamentes glaubte.Wer selbst zum Geistesforscher wird, erlangt einen neuen Überblick über die Welt und eine tiefe Menschheitskenntnis. Nicht je­der kann ein Geistesforscher werden. Aber in die geistigen Welten kann vermöge der heutigen Weltentwicklung jeder eindringen.
Wie kann nun das pädagogische Leben von der Geisteswissen­schaft befruchtet werden? In der Waldorf-Schule in Stuttgart ist ein praktischer Versuch gemacht worden. Heute wird so viel davon gesprochen, es müsse im Unterricht anders werden. 

gebruiken om te filosoferen, gebruikt de geesteswetenschapper om nieuwe vermogens te ontwikkelen, om andere belevingen te krijgen. Ook het wilsvermogen kan ontwikkeld worden. De geesteswetenschapper neemt zijn ontwikkeling ter hand, hij probeert bij zichzelf wilsdiscipline uit te oefenen. Omdat hij zich voorneemt deze of gene gewoonte zich eigen te maken, wordt de wil gevormd. Deze kennis wordt wellicht door velen opgenomen, zoals bv. de kennis van een Copernicus*, van een Giordano Bruno opgenomen werd toen de mensheid nog aan de grenzen van het universum geloofde. Wie zelf geesteswetenschapper wordt, krijgt een nieuwe blik op de wereld en een diepe mensenkennis. Niet iedereen kan geesteswetenschapper worden. Maar in de geestelijke werelden kan door de huidige wereldontwikkeling ieder doordringen.
Hoe kan nu het pedagogische leven door de geesteswetenschap bevrucht worden? In de vrijeschool in Stuttgart is een praktische poging gedaan. Er wordt tegenwoordig zoveel over gesproken dat het onderwijs anders moet worden.

*Nikolaus Kopernikus, 1473-1543, humanist, wiskundige, astronoom, arts, jurist. Grondlegger van de moderne astronomie.
**Giordano Bruno, 1548-1600, Italiaans filosoof, hartstochtelijk tegenstander van de leer van Aristoteles. Hij bracht de copernicaanse revolutie tot een eind toen hij de vaste sterrenhemel afwees en daarmee de blik op het oneindige opende. 12600 in Rome als ketter verbrand.

Dennoch wäre es denk-historische Undankbarkeit und welt-historische Unwahr­heit, wenn man sagen würde, die Erziehungswissenschaft stehe im wissenschaftlichen Leben am weitesten zurück. Als ich daran ging, meine Ideen in der Waldorfschule in die Tat umzusetzen, war es meine Überzeugung, daß nicht Pädagogik als Wissenschaft in erster Linie reformbedürftig sei, sondern daß wir eine Weltanschauung brauchen, welche alle Kunst und damit auch die Pädagogik un­mittelbar befruchten könne, daß wir dadurch in die Lage versetzt werden, die ausgezeichneten Grundsätze der Pädagogik, die schon vorhanden sind, überall auch anwenden zu können. Geisteswissenschaft spricht nicht bloß zum Intellekt, sie ergreift den ganzen Menschen. Vor allem ist durchdringende Menschen­kenntnis nötig. In das wirkliche Leben des Menschen kann man nur durch Geisteswissenschaft eindringen. Durch sie eignen wir uns die Fähigkeiten an, den Menschen zu beobachten von dem Lebensabschnitt an, in dem er die Zähne wechselt. Nur durch Geisteswissenschaft

Toch zou het denkhistorisch ondankbaar en wereldhistorisch onwaar zijn, wanneer je zou zeggen dat de opvoedingswetenschap het verst achterop is in het wetenschappelijke leven. Toen ik begom om mijn ideeën in de vrijeschool in daden om te zetten, was het mijn overtuiging dat niet de pedagogiek als wetenschap in eerste instantie vernieuwing nodig heeft, maar dat we een wereldbeschouwing nodig hebben die alle kunst en daarmee ook de pedagogiek direct kan bevruchten, dat wij daardoor in staat worden gesteld de beste basisregels die al bestonden ook te kunnen toepassen. Geesteswetenschap spreekt niet alleen het intellect aan, maar de hele mens. Boven al is er diepgaande menskunde nodig. Tot het echte leven van de mens kan je alleen door geesteswetenschap doordringen. Door haar komen we tot het vermogen de mens waar te nemen vanaf de levensfase dat hij zijn tanden gaat wisselen. Alleen door geesteswetenschap

blz. 193

gelangen wir eigentlich erst zu einer feineren Be­obachtungsgabe. Diese lehrt uns erkennen, wie der Mensch in den ersten sieben Lebensjahren ein rein nachahmendes Wesen ist. Ein Beispiel: Ein fünfjähriger Junge hat aus der Schublade Geld ent­wendet. Die Eltern sind tief betrübt. Zu Unrecht. Der Junge hat eben gesehen, wie die Mutter der Schublade immer Geld entnimmt.
Greifen wir etwas anderes heraus. Wenn das Kind mit dem sie­benten Jahre die zweiten Zähne bekommt, so bedeutet das zugleich einen inneren organischen Abschnitt. Wenn man gelernt hat, die geistig-seelischen Kräfte zu beobachten, so lernt man erkennen, wie die Kräfte hier zu einem Ubergangspunkt gekommen sind (Metamorphosengesetz von Goethe). In diesem Jahre beginnen sich beim Kinde die menschlichen Vorstellungen so zu formen, daß sie vom Erinnerungsvermögen aufgenommen werden können. Die Kräfte lösen sich los vom Organismus, werden seelisch-geistig und erscheinen als gesonderte Vorstellungskraft. Diese Beobachtungen sind so sicher fundiert wie chemische Beobachtungen.

komen we pas tot een intiemere waarnemingsgave. Deze leert ons kennen hoe de mens in de eerste zeven levensjaren een louter nabootsend wezen is. Een voorbeeld: een vijfjarige jongetje heeft uit de tafella geld gepakt. De ouders zijn diep bedroefd. Onterecht. De jongen heeft alleen maar gezien hoe moeder steeds geld uit de tafella pakt. Nemen we iets anders. Wanneer het kind met zijn zeven jaar de eerste blijvende tanden krijgt, dan betekent dat tegelijkertijd een inwendige organische afsluiting. Wanneer je geleerd hebt de geest-zielenkrachten waar te nemen, leer je kennen hoe de krachten hier tot een overgangspunt zijn gekomen (metamorfosewet van Goethe)*. In deze jaren beginnen zich bij het kind de menselijke voorstellingen zich zo te vormen, dat ze door het herinneringsvermogen opgenomen kunnen worden. De krachten maken zich los van het organisme, worden geest-zielenkrachten en verschijnen als aparte voorstellingskracht. Deze waarnemingen hebben net zo’n zekere basis als chemische waarnemingen.

*Zie J.W. von Goethe «Zur Morphologie I: Die Metamorphose der Pflanzen» (1817) in Band I van Goethes «Naturwissenschaftlichen Schriften», uitgegeven en van commentaar voorzien door Rudolf Steiner in Kürschners «Deutsche National-Litteratur», 5 Bde. (1883-97), Overdruk Dornach 1975, GA la-e

Sie lassen erkennen, daß diejenigen Fähigkeiten, die das Kind im Spiele bis zum siebenten Jahre entwickelt, später wieder auftreten, aber erst in den zwanziger Jahren. In der Zwischenzeit bleiben sie gewissermaßen unter der Oberfläche. In der Zwischenzeit werden die Kräfte verwendet, um Lebenserfahrungen zu sammeln. Vom siebenten Jahre an wird das Spiel zu einem sozialen Spiel. Indivi­duelles Spiel wird erst wieder lebendig in den zwanziger Jahren als Lebens erfahrungskraft. Es ist sehr schön, wenn die Erziehungsgrundsätze sagen, man müsse aus dem Kinde die schlummernden Kräfte herausholen. Es kommt aber auf diese Grundsätze nicht an, sondern darauf, daß man weiß, was aus dem Kinde sich herausentwickeln kann. Nach dem siebenten Jahre – approximativ – tritt zum Nach­ahmungstrieb der Autoritätstrieb hinzu. Wer die Menschennatur kennt, weiß, daß vom Zahnwechsel bis zur Geschlechtsreife Ver­anlagung vorhanden ist für Hingabe an eine äußere Autorität.
Das neunte Jahr wird wieder zum Rubikon. Das Kind löst sich im inneren Bewußtsein von seiner Umgebung los, unterscheidet

Ze laten je inzien dat die vermogens die het kind tot aan het zevende jaar bij het spelen ontwikkelen, later weer tevoorschijn komen, maar pas als je in de twintig bent. In de tussentijd blijven ze in zekere zin onder de oppervlakte. In die tussentijd worden de krachten gebruikt om levenservaringen op te doen. Vanaf het zevende jaar wordt het spel een sociaal spel. Individueel spel leeft pas weer op in de jaren wanneer je twintig bent als levenservaring.
Het is heel mooi wanneer de basisregels voor de opvoeding beweren dat je uit het kind latent aanwezige krachten moet halen. Maar het komt niet aan op deze basisregels, maar op dat je weet wat zich vanuit het kind laat ontwikkelen.
Na het zevende jaar – bij benadering – komt er bij het nabootsingsprincipe de hang naar autoriteit. Wie de natuur van de mens kent, weet dat vanaf de tandenwisseling tot aan de puberteit er een eigenschap aanwezig is om je te richten op een autoriteit buiten je.
Het negende jaar betekent weer een overgang (‘rubicon’) [3]. Het kind maakt zich in zijn innerlijk bewustzijn los van zijn omgeving, maakt onderscheid

blz. 194

sich von derselben. Es unterscheidet sich von seiner Autorität, gibt sich ihr aber in Liebe hin.
Diese Erfahrungen müssen im praktischen Unterricht berück­sichtigt werden. Die ersten Handlungen in der Volksschule müssen sich auf den Willen, nicht auf die Intellektualität einstellen. Auf dem Umwege über die Kunst dringt man zum Konventionellen vor. So entwickelt man das Schreiben am besten aus dem Zeichnen und Malen heraus. Noch andere Versuche sind in Stuttgart gemacht worden. Wir haben eine sichtbare Sprache geschaffen. Die durch übersinnliches Schauen erkannten Bewegungen des Kehikopfes werden in beseel­tes Turnen übertragen (Eurythmie>, bei dem jede Bewegung zum Träger eines seelisch-geistigen Vorganges wird. Sprachen, die das Kind lernen soll, sollen möglichst früh an dasselbe herantreten. Im Lebendigen Wechselverkehr mit dem Lehrer bringen wir schon den Sieben- und Achtjährigen Englisch und Französisch bei, so daß das Kind mit diesen Sprachen verwächst. Wir unterrichten Sprachen, weil wir wissen, daß dadurch die ganze Wesenheit des Menschen entwickelt wird.

tussen zichzelf en die omgeving. Hij maakt ook onderscheid tussen zichzelf en zijn autoriteit, maar richt zich wel in liefde op hem.
Met deze ervaringen moet in het onderwijs in de praktijk rekening worden gehouden.
De eerste activiteiten op de basisschool moeten betrekking op de wil, niet op de intellectualiteit. Via de kunst moet je naar het conventionele gaan. Dan ontwikkel je het schrijven het beste vanuit het tekenen en schilderen.
In Stuttgart zijn nog andere dingen geprobeerd. We hebben een zichtbare taal ontworpen. De bewegingen van het strottenhoofd die door bovenzintuiglijke waarnemingen werden verkregen, worden omgewerkt tot een bezielde gymnastiek (euritmie), waarbij iedere beweging de drager wordt van een geest-zielenproces. Talen die het kind moet leren, moeten zo mogelijk vroeg gegeven worden.
In een levensvolle wisselwerking met de leerkrcht brengen we het zeven- achtjarige kind al Engels en Frans bij, zodat het kind met dezen talen vertrouwd raakt. We geven talen, omdat we weten dat daardoor het hele wezen van de mens ontwikkeld wordt.

Im Alter zwischen dem Zahnwechsel und der Geschlechtsreife soll man noch nicht mit Urteilskraft des Kindes rechnen, sondern ihm jede Vorstellung bildlich beibringen. Wenn man dem Kinde zum Beispiel die Unsterblichkeit der menschlichen Seele begrifflich darstellen will, so kann man den Werdegang des Schmetterlings vor Augen führen. Es ist dabei aber unerläßlich, daß der Lehrer selber an das dargestellte Bild glaubt. Mit dem neunten Jahre beginnt das Kind, sich von der Umwelt abzusondern. Jetzt können wir an seine selbständige Urteilskraft appellieren.
Die Geisteswissenschaft liest also aus der beobachteten Ent­wicklung des Kindes den Lehrplan ab. Sie nimmt die Welt, wie sie wirklich ist, und ist deshalb etwas eminent Praktisches. Technische Fragen, wie zum Beispiel die Festsetzung der Schülerzahl pro Klas­se, treten dabei in den Hintergrund. Wenn der Lehrer von seiner Aufgabe erfüllt ist, so wird auch bei großer Schülerzahl die notwendige

Op de leeftijd tussen de tandenwisseling en de puberteit moet je nog niet met het oordeelsvermogen van het kind werken, maar hem iedere voorstelling beeldrijk bijbrengen. Wanneer je het kind bv. de onsterfelijkheid van de menselijke ziel begrijpelijk wil maken, kun je het ontstaan van de vlinder voor ogen toveren. Het is daarbij echter strikt noodzakelijk dat de leerkracht zelf in het gegeven beeld gelooft.
Met zijn negende begint het kind zich los te maken van de omgeving. Nu kunnen we aan zijn zelfstandige oordeelsvermogen appelleren.
De geesteswetenschap leest dus uit de waargenomen ontwikkeling van het kind het leerplan af. Zij neemt de wereld, zoals die ook echt is en is daarom iets buitengewoon praktisch. Technische vragen, zoals bv. het bepalen van hoeveel leerlingen er in een klas zitten, komen daarbij op de achtergrond te staan. Wanneer de leerkracht van zijn opdracht vervuld is, zal er ook bij een groot aantal leerlingen de noodzakelijke

blz. 195

individuelle Behandlung des einzelnen nicht darunter leiden. Die Schüler werden [sich] selber individualisieren.
(Der Redner machte die Nebenbemerkung, daß er den Welt­krieg schon im Frühling 1914 vorausgesagt habe, als alle Kabinette glaubten, der Weltfrieden sei auf lange Zeit hinaus gesichert.)
Wir müssen aus innerem Erleben heraus an das praktische Leben herantreten. Die nächste Generation darf nicht in derselben Verfassung sein wie die Generation, die das Unglück der letzten Jahre über Europa gebracht hat. Wer geisteswissenschaftlich das Unterrichtswesen betrachtet hat, weiß, daß das Geistesleben auf sich selber gestellt werden muß. Damit kommen wir auf die soziale Bedeutung der ganzen Frage.
Heute ist die Welt antisozialer als je. Es ist notwendig zu erken­nen, daß das geistige Leben nur dann sich entfalten kann, wenn es unter eigene Verwaltung gestellt wird.
Die Geisteswissenschaft erkennt, daß neue Bewegungen, die vorher latent geschlummert haben, jeweils aus den Tiefen der Menschheit an die Oberfläche drängen. 

behandeling van ieder daaronder niet te leiden hebben. De leerlingen zullen zichzelf individualiseren.
(De spreker maakt een opmerking terzijde dat hij de Wereldoorlog al in het voorjaar van 1914 voorspelde, toen alle kabinetten geloofden dat de wereldvrede voor een lange tijd een feit was.)*
Wij moeten uit een innerlijk beleven het praktische leven aangaan. De volgende generatie mag niet in dezelfde toestand verkeren als de generatie die de laatste jaren over Europa ongeluk heeft gebracht. Wie geesteswetenschappelijk naar het onderwijs heeft gekeken, weet dat het geestesleven zelfstandig moet zijn. Daarmee komen we op de sociale betekenis van de hele vraag.
Tegenwoordig is de wereld antisocialer dan voorheen. Het is noodzakelijk te onderkennen dat het geesesleven zich alleen dan kan ontplooien, wanneer het een eigen zelfstandige plaats krijgt.
De geesteswetenschap onderkent dat nieuw bewegingen die voordien latent sluimerden, nu aan de oppervlakte willen komen.

*dat hij in 1914 de Wereldoorlog voorspelde: dit slaat waarschijnlijk op de voordracht van 14 april 1914 in Wenen (GA 153) Steiner zegt hier hoe de productieverhoudingen van toen een soort cultuurkanker veroorzaken, die het ergste doet vrezen. Soortgelijke uitspraken in GA 329, 14 oktober 1919: ‘Ik moest in het vroege voorjaar van 1914 in Wenen uitspreken dat voor wie vanuit de geesteswetenschappelijke gezichtspunte naar de ontwikkeling van de moderne mensheid kijkt, hem voor ogen komt hoe de moderne sociale ontwikkeling op een ziekte, op een soort gezwelvorming lijkt dat in de komende tijd op een vreselijke manier tot doorbreken zou kunnen komen.

Mit dem Gesetze von Ur­sache und Wirkung sind solche Erscheinungen nicht erklärt. So ist zum Beispiel das, was man Demokratie nennt, zum ersten Male im 15. Jahrhundert hervorgetreten und hat sich seither immer weiter entwickelt. Wenn man es mit dieser Demokratie ehrlich meint, so muß man aus derselben alles aussondern, was mit ihr überhaupt nichts zu tun hat. Demokratisch verwaltet werden kann nur das, was jeden mündig Gewordenen in gleicher Weise berührt: Das öffentliche Rechtsleben. Das geistige Leben aber kann nicht vom Staate regiert werden. Es muß in eigene Verwaltung gestellt werden. Diejenigen, die das geistige Leben leiten, sollen es auch verwalten. Auch beim wirtschaftlichen Leben handelt es sich um etwas, bei dem nur die Leute vom Fach urteilsfähig sind. Auch dieses muß aus der demokratischen Verwaltung herausgenommen werden. Es darf nicht von einer Zentrale aus regiert werden. Aus den Kreisen der Konsumenten und Produzenten heraus müssen sich eigene Verwaltungsorganisationen bilden.

Met de wet van oorzaak en gevolg kunnen zulke verschijnselen niet worden verklaard. Zo is bv. wat men democratie noemt voor het eerst in de 15e eeuw verschenen en die heeft zich sindsdien steeds verder ontwikkeld. Wanneer je met deze democratie eerlijke bedoelingen hebt, moet je vandaaruit alles uitzonderen wat er totaal niets mee te maken heeft.
Democratisch toegepast worden kan alleen maar wat ieder mondig geworden mens op identieke manier aangaat: het rechtsleven. Het geestesleven echter kan niet door de staat geregeerd worden. Dat moet op zichzelf staan. Degenen die leiding geven aan het geestesleven, moeten het ook gestalte geven.
Ook bij het economisch leven gaat het om iets waarbij alleen de vakmensen een goed oordeel kunnen geven. Ook dit moet bij het democratisch besturen weggehaald worden. Het mag niet geregeerd worden vanuit een centrale leiding. Uit kringen van consumenten en producenten moeten eigen bestuursorganisaties gevormd worden.

blz. 196

Diese Dreigliederung des sozialen Staates ist nicht eine Parallele der platonischen Dreiteilung in Wehrstand, Lehrstand und Nährstand. Vielmehr muß jeder einzelne in allen drei Gliedern beteiligt sein. Unser heutiges Chaos rührt eben davon her, daß die Men­schen nebeneinander stehen. Im dreigegliederten Sozialismus [so­zialen Organismus] aber sollen sie ihre Kräfte organisch ent­wickeln.
Im Einheitsstaate sind die Worte Gleichheit, Freiheit, Brüder­lichkeit ein hohes Ideal geblieben. Im dreigegliederten Sozialismus
[sozialen    Organismus], in dem jeder mit allen drei Gliedern orga­nisch verbunden ist, können sie sich verwirklichen. Im Geistes­leben wird Freiheit herrschen, die demokratische Verwaltung des Rechtslebens wird jedem Gleichheit bringen, das auf sich selber gestellte wirtschaftliche Leben wird in Brüderlichkeit gedeihen.

Deze driegeleding van een sociale staat is niet die van de driedeling van Plato in geestelijkheid, ridderschap en burgerij.* Veel meer moet iedereen in alle drie de delen actief zijn. Onze huidige chaos komt nu juist dat de mensen gescheiden staan. In het driegelede sociale organisme echter moeten ze hun krachten organisch ontwikkelen
In de eenheidsstaat zijn de woorden gelijkheid, vrijheid en broederschap een leeg ideaal gebleven, In het driegelede sociale organisme waarbij ze alle drie organisch met elkaar zijn verbonden, kunnen ze realiteit worden. In het geestesleven moet vrijheid heersen, het democratisch bestuur van het rechtsleven zal iedereen gelijkheid brengen, het op zichzelf staande economische leven zal floreren in broederlijkheid.

*Het Duits heeft: ‘Wehrstand, Lehrstand, Nährstand’. De formulering komt van Erasmus Alberus (1500-1533) en wordt ook bij Luther gevonden. Hiermee wordt samengevat wat bij Plato wordt gevonden in zijn ‘Politeia’, over de standen; bv. in ‘foenicische mythe’, waarin God de heersers (wijzen) bij de geboorte goud, hun dienstknechten, de wachters, zilver en de boeren en handwerkslieden ijzer en erst gemengd hebben. Zie Vincent Kanuer ‘Die Hauptprobleme der
Philosophie», Wien en Leipzig 1892 (dit boek bevond zich in de bibliotheek van Rudolf Steiner). 

[1] GA 297 Duits
[2] GA 297
[3]: Alea iacta est!

Toen Julius Caesar op een ochtend in januari met zijn leger het grensriviertje de Rubicon overstak, onder het uitspreken van de historische woorden ‘alea iacta est! oftewel de teerling (dobbelsteen) is geworpen, ontketende hij een van de beroemdste burgeroorlogen uit de geschiedenis. In 2006 schreef de Britse historicus Tom Holland daarover een boek, simpelweg Rubicon getiteld. In dit uitstekend gedocumenteerde werk, dat bij Uitgeverij Athenaeum in Nederlandse vertaling verscheen, beschrijft Holland hoe onder Julius Caesar de Romeinse republiek in een keizerrijk transformeerde. Bovendien weet Holland van de hoofdrolspelers, zoals de generaals Sulla, Pompeius en Julius Caesar, de politicus Cato en de redenaar Cicero, mensen van vlees en bloed te maken. De vele afbeeldingen en kaarten maken Rubicon tot een regelrechte aanrader van liefhebbers van de Romeinse (en dus de Italiaanse) geschiedenis.

.

Algemene menskundealle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen

.

1794

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.