Tagarchief: euritmie kleuterklas

VRIJESCHOOL – Euritmie in de kleuterklas

.

Andreas Deibele, Erziehungskunst. Frühe Kindheit, herfst 2016
.

KLEUTEREURITMIE: PLEZIER BIJ HET NABOOTSEN

.
Iedere dinsdag komt juf Fischer naar onze kleutergroepen toe en doet met wel bijna honderd kinderen euritmie.
Maar eerst doen de kinderen hun euritmiejakje en hun euritmieschoentjes aan.
Zittend in de kring wachten ze op haar.
Maar ze komt niet alleen! Puck, Pitt en Puckeltje komen ook mee. Dat zijn dwergen en goede vrienden van juf Fischer. Ze zijn er niet altijd allemaal bij. Maar er valt altijd wel iets van hun belevenissen en avonturen te vertellen.

Met steeds hetzelfde liedje dat we met elkaar zingen gaan we naar het euritmielokaal en vormen een kring – de zon. In de versjes die volgen worden zon en aarde gegroet en de handen en de voeten, de benen worden wakker gemaakt.
Er wordt een huis ‘gebouwd’. In versjes worden kleine verhaaltjes verteld en vergezeld van grote en kleine bewegingen. Het jonge haasje huppelt sneller dan het oude; het reetje komt aangesprongen; het hert schrijdt waardig verder; de beer stapt zwaar en plomp en de slak heeft veeeeeeel tijd nodig!

De woorden van juf Fischer worden op bepaalde plaatsen door verschillende instrumenten muzikaal begeleid: door de xylofoon, het klokkenspel en de lier.
Er zijn verhaaltjes die elke week verteld worden en verhalen die bij het jaargetijde passen en elke vier weken veranderen. Er is voor alle kinderen veel te doen; en er zijn speciale opdrachten voor de ‘schoolkinderen’.
Op het laatst doen we alle ‘deuren en ramen’ dicht en boven elk kind straalt een ster die in het hart wordt meegenomen.
Voor de kinderen die jarig zijn is er een extra ‘jarigenster’.

Dan leidt juf Fischer de kinderen en de kleuterjuffen weer uit de kring en nadat er afscheid genomen is, ook van de dwergen natuurlijk, gaat juf Fischer weer weg.

Waar gaat het om?

Euritmie met kleine kinderen begon met de woorden van Rudolf Steiner: ‘Wanneer je met kleine kinderen onder de zeven, euritmie doet, dan krijgen ze een Ik-kracht die de school, maar ook hun levenslot hen niet kan geven.’
Deze woorden waren aan Nora von Baditz gericht die daarop met ‘elementaire’ euritmie voor kleine kinderen begon. Dat was in 1919. Ze begon met vijftien kinderen, maar al gauw waren het er tachtig in een les bij elkaar.

Zij had een paar kernpunten:

*Wie euritmie geeft moet vóór het lesuur – euritmie duurt 20 tot 30 minuten – alle zorg aan kant zetten die bij het persoonlijke leven hoort.
*De lessen moeten vrolijk zijn en plezier oproepen.
*Je hoeft van de kinderen geen prestaties te verlangen of ze te verbeteren. De kinderen hoeven alleen maar met plezier in de euritmieles te zijn.
*Kleine kinderen kunnen nog niet echt tellen. Daarom kan je niet ‘kort-kort-lang’ doen, maar alleen ‘kort’ of  ‘lang’. De ‘langen’ worden grote reuzen die machtig en langzaam verder lopen en de ‘korten’ kleine kabouters die levendig rondlopen.
*De kinderen hoeven niets, laat alleen de nabootsing werken – het liefdevol nadoen van de bewegingen door het plezier.
*Bij de arbeidspelletjes wordt de dynamiek van het werk door ritme en klank voorgesteld, zoals bijv. bij de schoenmaker die kleine spijkers in de schoenzool slaat of het snijden van een tak met denkbeeldige kleine en grote messen of het beschilderen van paaseieren met verschillende kleuren.
*Zonder dat de kleintjes de klanken benoemen, doen ze nabootsend de activiteiten mee.
‘Net zo min als je deze jaren met schrijven en lezen bezig bent, net zo min laat je de kinderen met hun hoofd de klanken, de tonen begrijpen, maar je doet ze gewoon, leeft ze voor en laat ze gedragen zijn door het oerelement van het ritme’, geeft Nora von Baditz aan.
*Het ‘zielenvoedsel’ van de sprookjes en de activiteit van de arbeidsbewegingen die met de aarde verbonden zijn, zijn voor de kinderen onder de zeven een bijzonder ontwikkelingsproces. Daarbij komt vaak de kwint voor.
*In de beleving van de kwintstemming worden we gewaar dat de mens binnen een goddelijke wereldorde leeft’, zei Rudolf Steiner.

Als begeleider met muziek kan ik de kinderen goed waarnemen. Euritmie helpt in deze ontwikkelingsfase het kind goed ‘in zijn lijf’ te komen. De etherkrachten (de levenskrachten) bouwen aan het lichaam en de ontwikkeling daarvan. Steeds weer houden kinderen midden in het bezig zijn op om bijv. naar hun vingers te kijken, als ontdekten ze die voor de eerste keer om meteen daarna weer op te gaan in de euritmie. Dat zijn prachtige ogenblikken.

Maar ook voor het sociale samenleven kan de euritmiste behulpzaam zijn.

Toen op een dag juf Fischer met de kinderen het euritmielokaal binnenkwam, waren ze zo druk dat het niet mogelijk was om in een kring te beginnen. Toen zei juf Fischer rustig en vriendelijk: ‘Wat heerst er hier een onweersstemming. We moeten het eerst maar eens flink laten donderen!’ En ze stampte met haar voeten stevig op de grond. Ik hamerde op de xylofoon en de kinderen stampten geestdriftig mee. Een reuzenspectakel!
Maar toen hield het onweren op, het begon te hagelen, te regenen, te druppelen en toen…kwam de zon weer tevoorschijn.
Alle kinderen weer in de kring. Allemaal weer tot zichzelf gekomen, met hun armen de zon uitbeeldend.

.
Nora von Baditz, Anregungen für den Eurythmie-Unterricht,
In »Kind tanzt«, Studienmaterial der Internationalen
Vereinigung der Waldorfkindergärten, Heft 10

Rudolf Steinerover euritmie

Peuters en kleuters: alle artikelen

Vrijechool in beeld: alle beelden

.

2146