Tagarchief: 7e klas sterrenkunde

VRIJESCHOOL – 7e klas – sterrenkunde (1-1/32)

.

WATERMAN                                    en                                             ZUIDERVIS

De Waterman wordt als een van de oudste sterrenbeelden gezien. In de allereerste overleveringen was hij een god die aan de mens water schonk. Bij de Babyloniërs was het de godin Gula die uit twee kruiken water op de aarde goot. Daaruit zijn de Eufraat en de Tigris ontstaan, de twee stromen die het Tweestromenland leven geven. Bij de Egyptenaren was het de nijlgod, de gepersonifieerde god van hun grote rivier de Nijl, uit wiens beide kruiken de Witte en de Blauwe Nijl, de twee grote bronnen van de Nijl stroomden.
De Oude Grieken brachten zelfs hun mythe van de zondvloed in samenhang met dit sterrenbeeld en zagen in de Waterman Deukalion, de Griekse Noach die het nieuwe mensengeslacht stichtte. De legende daarvan vinden we o.a. bij Ovidius in zijn eerste boek van zijn ‘Metamorfosen’.

Godvader Zeus was ter ore gekomen dat het mensengeslacht verdorven was. Dat wilde hij niet geloven en in de gedaante van een mens trok hij door de wereld om zich er zelf van te overtuigen. Hij zag moord en misdaad en hij besloot het hele mensengeslacht te vernietigen. Hij wilde het doen verdrinken door al het water van de hemel in één keer op de aarde uit te gieten. Daarom sloot hij de noordenwind en de andere op, daar die een hekel hadden aan een dicht wolkendek en stuurde hij alleen de zuidenwind die met vochtige vleugels naar de aarde zweefde. Zijn afschrikwekkend gelaat was overtrokken met duisternis, zwart als pek. Zijn baard was zwaar van de wolken, uit zijn grijze haar stroomden de waterdruppels. Mistslierten omkransten zijn voorhoofd en zijn borst was drijfnat. En toen hij met zijn hand de zwaar neerhangende wolken uitkneep, stortten de regenmassa’s uit de hemel naar de aarde. Alle rivieren en zeeën traden buiten hun oevers, bomen en huizen werden door de kolkende watermassa’s meegesleurd en de mensen verdronken.
Alleen Deukalion, de zoon van Prometheus (sterrenbeeld Adelaar) en heerser over het land rond Pythia, was door zijn vader gewaarschuwd. Voor zijn vrouw en voor hemzelf had hij een ark gebouwd. Met alleen het allernoodzakelijkste stapten ze daar bij het begin van de regenvloed op. Negen dagen en nachten dreef hun ark op het water, tot de verschrikkelijke regen ophield en zij op de top van de Parnassus weer vaste grond voelden.
Daar stapten ze van de ark af en offerden, dankbaar voor hun redding, aan de grote Zeus. Zij waren de enige mensen die de zondvloed hadden overleefd. In hun grote eenzaamheid en ellende vroegen ze het orakel van de godin Themis die hun aanraadde het gebeente van hun moeder achter zich te werpen en de aarde weer te bevolken. Daar schrokken ze voor terug, tot Deukalion een ingeving kreeg die hem zei dat ons aller moeder, moeder aarde is en het gesteente zou als haar gebeente gezien kunnen worden.
Toen werpen ze met de blik eerbiedig afgewend, harde kiezelstenen achter zich. Toen ze omkeken waren uit de stenen die Deukalion gegooid had, mannen ontstaan en uit die van Pyrrha vrouwen: een nieuw mensengeslacht was geboren.
Toen de watermassa daalde, richtte Deukalion in de kloof  waarin het laatste water verdween, een tempel op ter ere van Hera en hij bad tot haar. Tweemaal per jaar haalde hij met zijn kruik water uit de zee en goot dat als een heilige handeling in de kloof die nog in historische tijden aan vreemdelingen werd getoond. Want de Grieken bewaarden deze plaats als een heilig oord dat later Hierapolis werd genoemd dat ‘heilige stad’ betekent en het gebruik hielden ze lang in stand.
Deukalion werd voor de Grieken echter de Waterman aan de hemel die gestaag water uit zijn kruik giet dat door de Zuidervis gedronken wordt, zoals het sterrenbeeld laat zien. De Zuidervis die ook ‘Grote Vis’ wordt genoemd zou de godin Derketo zijn die uit Babylon komt zoals we van Ovidius vernemen, maar ook uit een legende die in Syrië, ook wel in Palestina verteld werd. Uit schaamte door een misstap zou zij zich in een heilige vijver hebben geworpen en veranderd zijn in een grote vis die we aan de hemel zien staan. 
Een andere overlevering zegt dat Derketo, die ook Isis wordt genoemd, in de vijver van Bambyko zou zijn gevallen en door een grote vis zou zijn gered. Als dank werd deze met twee van zijn nakomelingen als sterren aan de hemel geplaatst, hij als de Grote Vis en zij als de twee vissen uit de dierenriem (sterrenbeeld Vissen).
Er werd door de Grieken nog een andere legende met het sterrenbeeld van de Waterman verbonden en wel die van de schone jongeling Ganymed. Ganymed, een zoon van koning Tros, aan wie Troje zijn naam dankt, zou in zijn tijd de mooiste van alle aardebewoners zijn geweest. De goden kozen hem tot hun opperschenker en het was Zeus zelf die hem in de gedaante van een adelaar van de aarde naar de Olympus droeg. Daar zou hij, zoals de Grieken aannemen, als lieveling van Zeus eeuwig jeugdig de goden nectar inschenken. 
De ontroostbare vader werd door Zeus op velerlei wijze schadeloos gesteld. Het beroemdste geschenk waren twee onvolprezen onsterfelijke paarden die als de wind over water en over rechtop staand graan konden lopen. Later kwamen ze in bezit van Laomedon en werden de aanleiding voor de eerste Trojaanse oorlog. 

Zo                                                                    z                                                         zw
sept.    1    1°°u*                                    okt.   1  22°°u                              nov.  1   20°°
          15   24°°u*                                           15 21°°u                                        15  19°°

Het sterrenbeeld Waterman gaat in juli/augustus tussen het oosten en het zuidoosten op, is vanaf september helemaal te zien boven de horizon, bereikt in oktober en november de hoogste positie boven de horizon (dit beeld) en daalt dan in november/december in het zuidwesten langzaam onder de horizon, dan aan de avondhemel om 21°°, 22°° zomertijd.
Het sterrenbeeld Zuidervis is alleen in oktober aan de avondhemel te vinden om 21°° (dit beeld) en alleen onder gunstige waarnemingsomstandigheden. De heldere ster Fomalhaut kun je bij gunstige omstandigheden tevens ook in september tussen het zuidoosten en het zuiden en in november tussen het zuiden en het zuidwesten dicht bij de horizon zien.  

De namen van de sterren betekenen:

Fomalhaut (Arabisch) = afgeleid van fam al-hut al-ganubi: bek van de Zuidervis
Sadalachbia (Arabisch) = afgeleid van sad al-ahbiya: geluksgesternte van de tenten
Sadalsud (Arabisch) = afgeleid van sad as-suud: het geluksgesternte van de geluksgesternten
Scheat (Arabisch) = afgeleid van Schienbein (van de Waterman)

Meer feiten Waterman      Zuidervis

Sterrenkundealle artikelen

7e klasalle artikelen

.

2594

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – 7e klas – sterrenkunde (1-1/18)

.

noorderkroon

In heldere lente- en sterrennachten licht naast het sterrenbeeld van Boötes een krans van heldere sterren aan de hemel op, de Noorderkroon, die de godensmid Hephaistos  als kroon voor de zeegodin Amphitrite vervaardigd zou hebben. Het was een krans van gouden bladeren met schitterende edelstenen. Hoe dit smeedkunstwerk aan de hemel kwam, komen we te weten uit de legende van Theseus en Ariadne.

Theseus, een zoon van de zeegod Poseidon, had ook een fysieke vader. Toen hij opgegroeid was tot een krachtige jongeling, bracht zijn moeder hem naar een rotsblok en vertelde hem: ‘Onder dit rotsblok heeft je vader een zwaard en zijn sandalen gelegd. Wanneer je er sterk genoeg voor zou zijn, moest jij de steen opzij rollen, het zwaard pakken en met de sandalen naar hem toegaan, want hij is een grote koning.’
Theseus aarzelde niet, rolde de steen weg en vond alles zoals zijn moeder het gezegd had. Toen nam hij het zwaard, gordde het om en trok de sandalen aan die hij naar zijn vader moest brengen. Hij liet door zijn moeder de weg beschrijven, nam afscheid en ging meteen op weg.

In plaats van de makkelijkere weg over zee te nemen, liep Theseus over land waar hij menig gevaar en beproeving moest trotseren. Daarbij nam hij het steeds op voor het recht en voor de waarheid en bestreed het kwaad. Nadat hij door zijn slimheid en zijn zwaard alle vijanden had overwonnen, kwam hij aan het hof van de koning die reeds zijn heldendaden had vernomen en hem uitnodigde voor een gastmaaltijd. Daarbij gebeurde het dat Theseus zijn zwaard gebruikte om een groot stuk vlees te verdelen. Dat zag de koning en die herkende zijn eigen zwaard dat hij twintig jaar geleden onder het rotsblok had gelegd. De sandalen bevestigden het en blij maakte hij zich aan zijn zoon bekend. Het volk van Athene vierden dat de jonge prins de toekomstige koning zou zijn want er was maar één erfgenaam.

De feestvreugde werd getemperd doordat de Atheners zeven van de knapste jongelingen en zeven van de schoonste jonge vrouwen als tribuut en offer voor de verschrikkelijke Minotaurus naar koning Minos van Kreta moesten sturen. De  Minotaurus was een ondier, half mens, half stier die in een door koning Minos gebouwd labyrint huisde, een onderaards gewelf met talloze gangen waarin je zou verdwalen en dat zich voedde met mensenoffers. Toen Theseus dit verhaal hoorde, bood hij meteen aan samen met de slachtoffers naar Kreta te varen om of de Minotaurus te doden of om ook zelf te sterven.

Koning Minos stond op de kade van de haven van Kreta waar het schip van de Atheners aanlegde. Zijn blik viel op een van de schone jonge vrouwen waartoe hij zich vurig aangetrokken voelde. Toen hij op haar af wilde lopen, versperde Theseus hem de weg en beriep zich als zoon van Poseidon op zijn plicht de jonge vrouwen te beschermen. Minos lachte verachtelijk, nam zijn gouden ring van zijn vinger en wierp deze in zee. ‘Wanneer Poseidon werkelijk je vader is’, zei hij, ‘bewijs dat dan maar door mij die ring terug te brengen!’

Theseus sprong in zee en onmiddellijk kwam er een dolfijn aan, nam hem op zijn rug en bracht hem naar het paleis van de zeegod.  Daar ontvingen de zeejonkvrouwen, de Nereïden, hem en leidden hem naar hun koningin Amphitrite die de kroon van Hephaistos die zij van de godin van de liefde, Aphrodite gekregen had, als bruiloftsgeschenk op haar hoofd droeg. 
De Nereïden die erop uitgestuurd waren om de ring van Minos te zoeken, brachten deze weldra terug. Amphitrite echter nam de kroon en zette deze op de blonde lokken van de zoon van haar gemaal.

Toen Theseus met de ring én de kroon weer uit de zee oprees, stond Ariadne, de dochter van koning Minos aan de oever. In haar hart ontvlamde meteen de liefde voor de knappe jongeling die een zekere dood wachtte in het labyrint waaruit nog niemand teruggekomen was. Toen gaf ze hem een grote kluwen wol en bracht hem heimelijk naar het labyrint waar ze al een zwaard voor hem had klaargelegd. Theseus knoopte het einde vast aan de ingang en nam de kluwen mee, terwijl hij zonder angst het donker binnenging, want de edelstenen van zijn kroon verlichtten de weg voor hem waar aan het eind de Minotaurus op zijn slachtoffer wachtte. Verblind door de glans van de kroon schrok het ondier terug en Theseus kon het overmeesteren en doden. Met behulp van de draad vond hij de weg naar de uitgang terug en vluchtte met Ariadne en de Atheners, vóór de Kretenzers iets merkten. Pas op het eiland Naxos gingen ze weer aan land
Theseus huwde met de vrouw die hem redde, bij wie hij als dank de kroon op haar hoofd zette. 
Terwijl hij sliep, verscheen in zijn droom de godin Athena die hem vertelde dat Ariadne al sinds lang geleden als echtgenote was beloofd aan de god van de wijn, Dionysos, die nu zijn recht kwam opeisen. Theseus moest zijn geliefde verlaten en alleen terugkeren naar Athene. 
Met een zwaar hart gehoorzaamde Theseus de goddelijke beschikking en zeilde weg zonder afscheid te nemen. Ariadne werd wakker, door ieder verlaten en huilde bittere tranen. Maar daar naderde de god Dionysos al om haar te troosten en te vertellen dat zij hem als rechtmatige echtgenoot moest erkennen en hij slingerde haar kroon als teken van zijn goddelijkheid naar de hemel. Daar staat die nog even stralend als ooit tevoren.

No                                                                      o                                                       zo
mrt.   1  24°°u                                          apr. 1  23°°u*                            mei   1  21°°u*
15  23°°u                                                 15  22°°u*                                    15 20°°u*

Het sterrenbeeld de Noorderkroon aan de rechterkant van Boötes vinden het best wanneer we eerst het sterrenbeeld van Boötes aan de hemel zoeken. In maart staan beide sterrenbeelden dicht bij de horizon in het noordoosten, in april hoger en bijna in het oosten (dit beeld) en in mei hoog in het oosten, dan aan de avondhemel.

De namen van de sterren betekenen

Gemma (Latijn) = edelsteen

Meer feiten

Sterrenkundealle artikelen

7e klasalle artikelen

.

2589

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – 7e klas – Sterrenkunde (1-1/17)

.

LIER
.

De boodschapper van de goden, Hermes, zou de lier uitgevonden hebben. Hij was een zoon van Zeus en de lieflijke Maja, een van de Plejaden (sterrenbeeld Stier).
Volgens een oude legende werd de godenzoon op een morgen geboren. Tegen de middag sloop hij uit zijn wieg en hij wilde heimelijk de grot verlaten waarin hij was geboren, toen hij in het gras een schildpad ontdekte. ‘Ik begroet je, gelukkig teken’, zei hij tegen haar, ‘jij bent een fijn stukje speelgoed voor mij. Ik wil je met me meenemen, want op aarde zou je maar te gronde gaan. Maar wanneer je gestorven zal zijn, zal je door mij gaan zingen.’
Hij benam haar het leven, maakte het pantser los, spande er zeven uit pezen gevlochten, samenklinkende snaren over en sloeg er met een staafje tegen. Machtig klonk, in de diepte van de welving weergalmend, door de hand van de god het nieuw gebouwde instrument, de lier.
Hij maakte er prachtige liederen bij en hij bezong wat zijn ogen zagen en ook de liefdesverhouding tussen Zeus en Maja aan wie hij zijn geboorte te danken hat.
Op de avond van dezelfde dag verstopte hij de lier in zijn wieg en vertrok naar het Pierische gebergte alwaar de kudden van de onsterfelijke goden graasden. Daar nam hij vijftig runderen van Apollo mee, ging naar huis en ging weer in zijn wieg liggen. Toen Apollo hem ter verantwoording riep, hield hij zich van de domme. Later pas schonk hij hem zijn lier als genoegdoening voor de gestolen runderen. Apollo, de god van de harmonie, was heel verheugd met dit nieuwe instrument waarvan de klank liefde, vreugde en slaap teweeg kon brengen.

Apollo gaf de lier aan zijn zoon Orpheus wiens moeder de muze van het gezang was, Calliope. Orpheus verbouwde de lier en verhoogde het aantal snaren tot negen, evenveel als het aantal muzen.

Met dit instrument en met zijn niet te evenaren stem was hij in staat de wildste dieren in het woud te temmen. Zelfs de planten en bomen luisterden naar hem en bewogen mee op zijn melodieën. 
Deze geweldige zanger en lierspeler ging ook mee met de Argonauten (→ schip Argo), waarbij hij zijn kameraden op de terugreis voor een groot gevaar behoedde. Toen hun schip langs de klippen van de Sirenen voer die de Argonauten met hun verleidelijk gezang in hun ban wilden krijgen, speelde Orpheus op zijn lier zulke hemels mooie muziek, dat ze de Sirenen konden weerstaan en opgewassen waren tegen het gevaar.
De kracht van zijn lierspel was zo groot, dat Orpheus daarmee zelfs de kracht van de dood kon overwinnen. Zijn gemalin, Eurydice, was door een slangenbeet om het leven gekomen. Toen nam Orpheus in zijn mateloze verdriet het besluit in de onderwereld af te dalen om Pluto te bewegen zijn echtgenote terug te geven. Het gelukte de moedige zanger in het rijk van Pluto binnen te dringen door Charon, de veerman naar dit rijk, met de klanken van zijn lier te betoveren. Door zijn muziek maakte hij ook de hellehond Cerberos, een ondier met drie koppen, dat de ingang van de onderwereld bewaakte, rustig. Persephone. koningin in dit rijk (→ sterrenbeeld maagd) raakte eveneens in de ban van het lierspel en gezang van Orpheus. Zij overreedde haar gemaal Pluto Eurydice weer naar de aarde te laten terugkeren. Pluto stemde ermee in, maar stelde de voorwaarde dat Orpheus zich niet mocht omkeren of Eurydice hem wel volgde, voor ze de bovenwereld zouden bereiken. Alles ging goed tot de eerste schemering van de bovenwereld in de grot viel. Toen keerde Orpheus zich naar Eurydice om, door een heftig verlangen gegrepen, maar nu moest zij voor eeuwig in het rijk van de schimmen terugkeren.
Orpheus trok daarna als goddelijke zanger door de landen; kwam in Azië en Afrika, en leerde veel kennen. Teruggekeerd bracht hij voor de mensen van zijn volk wetten, religie, dichtkunst en muziek mee. Met de edelsten sloot hij een verbond en stichtte zo de orphische mysteriën.
Na de dood van Orpheus werd zijn lier aan de hemel geplaatst.

          no                                                           o                                                       zo
juni   1  1°°u*                                           juli    1  23°°u*                       aug.    1   21°°u*
15 24°°u*                                                   15 22°°u*                                15   20°°u*
*zomertijd

Het sterrenbeeld Lier vinden we het simpelst wanneer we de zgn. ‘zomerdriehoek’ zoeken die in de zomermaanden door de sterren Altair (in de Adelaar), Deneb (in de Zwaan) en Vega (in de lier) gevormd wordt. In juni staat de Lier dieper naar het no, in juli zoals op deze kaart en in augustus vinden we haar bijna precies boven ons zenit, dan aan de avondhemel om 22u zomertijd.

De namen van de sterren betekenen:

Vega (Arabisch) = afgeleid van ‘de vallende adelaar’, zoals dit sterrenbeeld bij de Arabieren genoemd wordt.

Meer feiten

Sterrenkundealle artikelen

7e klasalle artikelen

.

2583

 

.

VRIJESCHOOL – 7e klas – Sterrenkunde (1-1/31)

.

STEENBOK

Ook dit sterrenbeeld is heel oud. Het komt uit de Soemerische cultuur, de eerste zeer ontwikkelde cultuur van de mensheid, ongeveer 5000 jaar geleden. Toen had het de naam ‘Suhurmashu’, dat betekent bok/geitvis’  [Duits heeft Ziege=geit, maar ook bok] en het hoorde bij het ‘wiel van Ea’, van de zeegod. Deze was ook de god van de wijsheid en de vader van Marduk (→ Boogschutter). Het beeld van de bok/vis bleef, toen de Grieken dit sterrenbeeld van de Babyloniërs, de nakomelingen van de Soemeriërs, overnamen. De Grieken noemden het echter ‘zeegeit/bok’. Pas later ontstond de naam ‘steenbok’ die met het beeld niet meer overeenkomt.
In dit sterrenbeeld zagen de Oude Grieken hun god van de herders, de grote Pan, of zijn zoon. De hymne van Homerus ‘Aan Pan’ beschrijft zijn afkomst als volgt: de boodschapper van de goden, Hermes, was zelf ook een god. Toen hij op een keer naar Arcadië kwam waar het heiligdom van zijn stam zich bevond, hoedde hij daar de schapen van een man, die Dryops heette en hij werd verliefd op zijn dochter. Hun bruiloft werd ‘één grote smulpartij’, zoals het in de hymne staat. Toen het meisje in het paleis van Hermes die als herdersknaap verkleed was, een kind kreeg, schrok ze van hoe wonderbaarlijk dit eruit zag. Want het kind had de benen en voeten van een geit en ook een sik en twee horens. De moeder werd door angst gegrepen toen ze naar het gedrocht met zijn baard keek en ze sloeg op de vlucht en liet het kind achter bij de vroedvrouw. Zijn vader Hermes, die ook ‘de snelle’ werd genoemd, nam het meteen op zijn arm en was in zijn hart  mateloos blij met het kind.
Toen hulde hij zijn zoon in dichte hazenvachten en haastte zich met hem naar de woonplaats van de onsterfelijken op de Olympus. Daar ging hij bij Zeus zitten en toonde hem en de anderen zijn zoontje. Ze werden allemaal blij en vergenoegd en omdat hij allen blij maakte, noemden ze hem ‘Pan’. Pan met zijn bokkenpoten werd voor de Grieken een god van hun kudden, vooral van de geiten. Omdat er in Arcadië veel geiten zijn, werd dat zijn woonoord. Nu wordt er van hem verteld dat hij zeer hield van de nimfen. Toen hij eens, in liefde ontbrand, er een volgde, vluchtte zij naar een stroom, waar zij zich veranderde in een rietstengel. Pan omarmde de rietstengel en toen de wind die over de rietstengel woei, klagende tonen tevoorschijn riep, probeerde Pan deze tonen na te doen. Hij nam zeven rietstengels en voegde ze zo samen dat de een net weer iets korter was dan de andere. Zo ontwierp hij de herdersfluit die de naam kreeg van de veranderde nimf en die door de Grieken syrinx genoemd wordt.
Als een god van de vrije natuur woonde Pan in de bergen en de bossen en gold als de beschermgod van herders en jagers. Overdag hield hij zich bij hen op, ’s avonds bij de dansende en zingende nimfen, die hij op zijn panfluit tot dansen stimuleerde. Op het heetst van de dag echter, als de zon verzengt en dieren en mensen moe zijn, rust ook Pan uit van de jacht. Dat is het ‘uur van de grote Pan’. Op die tijd waagt geen herder het, hem door zijn fluitspel te storen in zijn rust, want hij is zeer gevoelig en reageert boos, wanneer hij gestoord wordt. Vandaar ook de uitdrukking ‘panische angst’.
Daar kan een mens makkelijk door gegrepen worden, wanneer hij in de eenzame bergen plotseling dat geluid hoort of als hij geroepen wordt en zijn ziel vervuld wordt van vrees, angst en moedeloosheid voor de grote natuurgeest. 
Pan werd echter ook als een god van het licht gezien dat ’s morgens eerst de bergtoppen rood kleurt en ’s avonds daar het langst blijft. Op een geschilderde vaas waarop het aanbreken van de dag getoond wordt, staat Pan op een berg en begroet als eerste de opstijgende Helios.
Door zijn verbondenheid met de natuur nam Pan onder de Griekse goden een uitzonderlijke positie in. Toen in Egypte de angstaanjagende vijand van de goden, Tyfoon, de goden bedreigde, raadde Pan hun aan zich in dieren te veranderen. Zelf nam hij de gedaante van een bok aan. Toen het gevaar voorbij was, zouden de goden als dank voor zijn raad, zijn beeld als sterrenbeeld aan de hemel hebben gezet. Dat heeft Hyginus ons als overlevering gegeven. Sindsdien wordt de herdersgod ook Aigipan genoemd, dat ‘geiten/bokkenpan’ betekent.

Pan had een zoon en hij is het die volgens de overlevering van andere schrijvers uit de oudheid in het sterrenbeeld van de steenbok weergegeven wordt. Hij heette Aigokeros en was een zoogbroeder van Zeus toen deze als kind op het eiland Kreta door de geit Amalthea gevoed werd (→ De Kleine Beer). Toen Zeus aan de macht was gekomen, zette hij niet alleen de geit, maar ook zijn zoogbroeder tussen de sterren. Want Aigokeros had hem bij de strijd met de Titanen door een geweldige uitvinding geholpen. Hij had namelijk ontdekt dat de tritonschelp met zijn spiraalvorm, als je erop blaast, een toon laat horen die op donker gehuil lijkt. Dat deed hij en de Titanen gingen er vol schrik vandoor.
En door deze vondst die Aigokeros in de nabijheid van de watergeesten bracht, zou Zeus hem een vissenstaart hebben gegeven, toen hij hem als zeegeit in het huidige sterrenbeeld Steenbok zijn plaats gaf aan de sterrenhemel. 

          zo                                                          z                                                         zw
aug.   1   1°°u*                                        sept.   1  23°°u*                          okt   1  21°°u*
         15  24°°u*                                                15 22°°u*                                  15 20°°u*
*zomertijd

Het sterrenbeeld Steenbok komt in augustus in het zuidoosten op, bereikt in september in het zuiden de hoogste stand boven de horizon (afb.), daalt in oktober in het westen weer en gaat in november in het zuidwesten onder, dan om resp. 21°°u of 22°°u in de zomertijd.

Namen van de sterren:

Dabih (Arabisch)=betekenis onduidelijk
Gredi (Arabisch)=afgeleid van  al-gadi=steenbok
Nashira (Arabisch)=betekenis onduidelijk
Scheddih (Arabisch)=afgeleid van  dsanab el-dscheddi=staart van de steenbok

Meer feiten

Sterrenkundealle artikelen

7e klasalle artikelen

.

2573

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

VRIJESCHOOL – 7e klas – Sterrenkunde (1-1/16)

.

kleine en GROTE HOND

De heldere sterren Prokyon en Sirius horen bij de zes heldere sterren die de stralende winterdriehoek vormen waarmee je je in een heldere winternacht goed kan oriënteren. Met de wijzers van de klok mee zie je:
Prokyon (Kleine Hond), Pollux (Tweeling), Capella (Voerman), Aldebaran (Stier), Rigel (Orion), Sirius (Grote Hond).
Sirius is de grootste vaste ster. Door de Oude Egyptenaren werd hij en met hem het sterrenbeeld van de Hond als goddelijk vereerd. Het begin van het jaarverloop werd niet door de zon, maar door hem bepaald. Zij noemden hem ‘Sothis’ en ze namen zijn eerste verschijnen eind juli aan de oostelijke morgenhemel zeer precies waar, omdat hij de zo gewenste overstroming van de Nijl en daarmee het begin van het nieuwe jaar aankondigde. Maar de priester konden aan zijn stijgende verschijning nog meer aflezen. Als de zon in de zomer haar hoogste stand had bereikt en waar begon te dalen, verzamelden feestelijke geklede priesters zich in de zalen van de tempel. Nadat ze de heilige handelingen verricht hadden en het ogenblijk aanbrak waarop ze gewacht hadden, werd er een gazelle binnengeleid. De opperpriester nam haar tussen zijn knieën, bekeek door haar horens de net boven de horizon verschijnende Sirius en kon uit de waarnemingen die hij daarbij deed, de gebeurtenissen van het komende jaar voorspellen.

Sirius werd door de Egyptenaren ook met twee van hun grootste goden in verband gebracht. Over Hermes-Anubis die de zielen begeleidde door alle tijdcycli en die de leer van de onsterfelijkheid van de ziel gebracht heef, zei men, dat hij de bewoner van Sirius was, zijn lichtende geest en genius. Maar ook Isis, de gemalin van de grote Osiris, zag men in Sirius. Op een zuil met hiëroglyfen bij Nysa zegt Isis over zichzelf: ‘Ik ben de koningin van dit land, door Hermes onderwezen….Ik ben het die in het gesternte van Sirius opstijgt’.

Naast deze grote verering van Sirius kan je begrijpen dat ook de zonnemythe van de vogel Feniks die altijd de nieuwe sothisperiode inleidde, met Sirius in verband werd gebracht. Er wordt zelfs gezegd dat hij de Siriusvogel is. Omdat deze mythe zo nauw is verbonden met Sirius en diepzinnige aspecten vertoont, zullen we deze in ieder geval in het kort zo weergeven, zoals deze door de antieke schrijver Herodotus en anderen overgeleverd is.

In het Morgenland, waar de zon opgaat, leeft een grote vogel. Het is een zonnevogel en daarom is een deel van zijn veren goudkleurig, het andere rood. Wat zijn grootte en gestalte betreft lijkt hij buitengewoon veel op een adelaar.
Deze vogel Feniks leeft 500 jaar. Wanneer zijn tijd ten einde is, zingt hij zelf zijn afscheids- en reisliederen en laat zich in zijn nest verbranden in de gloed van de zon. Maar uit zijn as ontstaat een nieuwe Feniks die met heilige liefde het dode lichaam van zijn vader met mirre omhult. Hij vormt uit de mirre een ei en wel zo groot dat hij het nog net kan dragen. Als hij dat uitgeprobeerd heeft, holt hij het ei uit en legt zijn vader daarin. De opening smeert hij weer met andere mirre dicht. Wanneer dat gebeurd is, is het ei met zijn vader erin weer net zo zwaar als eerst.
Met dit ei in zijn klauwen vliegt de Feniks naar Heliopolis in Egypte. Als beeld droeg hij ‘de ster van het grote jaar’, het beeld van Sirius (Sothis) met zich mee. Hij brengt zijn vader naar de tempel van Helios (de zon) om hem in dit heiligdom te begraven. Daarmee begint een nieuwe Sothisperiode.

Op vele Egyptische beeldwerken vinden we de Feniks zo afgebeeld als Herodotus deze heeft beschreven. Tacitus wist vier verschijningen van de Feniks te vermelden in een historische tijd en wel onder Sesostris, Amasis, Ptolemaeus 111 en Tiberius.
Misschien konden de Grieken deze grote mythe over dood en opstanding die vanaf de Perzische tijd met Sirius verbonden was, niet meer begrijpen. Ook de goddelijkheid van dit gesternte was hun vreemd. Er wordt gezegd dat de Grieken deze als beangstigend ervoeren. Misschien wel omdat zij in hem de veroorzaker van de hete ‘hondsdagen’ zagen. Door bezweringen en andere gebruiken ter verzoening, probeerden ze de veronderstelde schadelijke invloed van dit gesternte af te wenden of te verzachten.
De Griekse legenden voeren de Grote en de Kleine Hond ten tonele als jachthonden, nauw verbonden met de grote jager Orion, in wiens nabijheid ze ook aan de hemel te zien zijn.
De Kleine Hond werd gezien als de hond die vóór de Grote Hond loopt, omdat deze voor hem vanachter de horizon opkomt. Vandaar dat zijn helderste ster de naam Prokyon draagt, wat betekent ‘voorhond’. Over de Kleine Hond bestaat nog een bijzondere legende die bij het sterrenbeeld Boötes wordt verteld.

.

Zo                                                                   o                                                                    zw
Jan.   1  24°°u                                        febr.   1  22°°u                             mrt.    1  20°°u
15  23°°u                                                  15  21°°u                                        15 19°°u

In december staan deze twee sterrenbeelden in het oosten, in januari in het zuidoosten en in februari in het zuiden, steeds aan de avondhemel.

Namen van de sterren:

Prokyon (Grieks)  =de hond die vooroploopt
Sirius (Grieks/Latijn)= die spiegelend fonkelt

Meer feiten
Meer

Sterrenkundealle artikelen

7e klasalle artikelen

.

2565

 

VRIJESCHOOL – 7e klas – Sterrenkunde (1-1/30)

.

BOOGSCHUTTER

De boogschutter aan de hemel is een raadselachtig sterrenbeeld dat uit een van de vroegste tijden komt. Bij opgravingen in het Tweestromenland van de Eufraat en de Tigris waar duizenden jaren geleden de Soemeriërs en na hen de Babyloniërs woonden, werd er tussen veel andere voorwerpen een grenssteen gevonden uit de 2e eeuw voor Chr., waarop plastisch uitgewerkt uit de steen gehouwen een dubbelwezen staat. Het is een gevleugeld wezen, half dier en half mens, hier op de tekening:

Uit een paardachtig onderlichaam richt zich een mensachtig wezen op met twee hoofden, die een gespannen boog in zijn handen houdt. Maar dit wezen heeft niet alleen twee koppen, maar ook twee staarten. Die naar beneden hangt ziet eruit als een staart van een paard, terwijl de opgerichte staart er meer uitziet als die van een schorpioen. Maar het merkwaardigste aan deze figuur zijn toch wel de grote vleugels. Het kan dus niet alleen springen zoals op de afbeelding, maar ook vliegen. De Babyloniërs geloofden dat buiten de vogels, alleen goddelijke wezens dit vermogen hadden om zich vanuit de aardse wereld te verheffen tot de geestelijke wereld. 
De boogschutter aan de hemel met pijl en boog was dus een goddelijk wezen waarvan er bij de Babyloniërs vele bestaan. 
Wellicht was het een bijzondere verschijning van Mardoek, de god van de stad Babylon die soms met pijl en boog wordt afgebeeld. 
Over hem wordt in een Babylonisch scheppingsverhaal verteld hoe hij met zijn pijl de moeder van de chaos, de afschrikwekkende oerdonkerte Tiamat had gedood, zodat de schepping van de aarde en de sterren een aanvang kon nemen. In deze mythe staat:

‘En Mardoek, de heer, maakte een boog
Het wapen voor de strijd, als Tiamats vijand.
Ook een net om haar daarmee te vangen.
Toen schiep hij de winden:
De boze wind, de stormwind.
De orkaan, de viervoudige wind.
  (Zie hier: tablet 4 vers 35)

Of  Tiamats dood door Mardoeks daad waarmee volgens de Babyloniërs de schepping begon, tot uitdrukking komt in het sterrenbeeld van de Boogschutter, weten we niet.

De Oude Grieken namen het sterrenbeeld van de Babyloniërs of van de Egyptenaren die het precies zo afbeeldden, over, maar ze konden er zich niet echt mee verbinden. Van de boogschutter bestond er bij hen geen echte legende. Een later bedachte legende brengt het sterrenbeeld in verband met Krotos die de uitvinder van de boog zou zijn geweest en daarom door Zeus aan de hemel geplaatst als schutter. Waarom hij een paardenlichaam heeft, wordt niet duidelijk. 
Maar hij had wel het lichaam van een paard, want dat weten we uit de beschrijving van Ptolemaeus, maar met slechts één staart. Ook de tweede kop en de vleugels bleven weg en ze zagen in de boogschutter een Kentaur, een mythologisch dubbelwezen uit paard en mens.
De kentauren stammen volgens de Griekse mythologie uit een held met de naam Ixion, die in zijn ongebreidelde begeerte met een wolkenfantoom een wezen verwekte dat maar voor de helft mens was en half dier. Deze oerkentaur verwekte bij de wilde merries van het Pelikongebergte het hele kentaurgeslacht.
Door oudere schrijvers als Homeres en Hesiodotus werden ze als ruigharige bergmonsters beschreven die hun wilde wellust ongebreideld uitleefden.
Er was maar één uitzondering en dat was de wijze Chiron. (→Kentaur)

            Zo                                                         z                                                      zw
juli   1      1°°u*                                  aug.   1  23°°u*                       sept.  1   21°°u*
       15   24°°u*                                          15  22°°u*                                15  20°°u* 
*zomertijd

Het sterrenbeeld Boogschutter is in de dierenriem het beeld dat het verst in het zuiden staat en bij ons nooit helemaal te zien is. Aan de avondhemel kun je de Boogschutter alleen in de maanden juli tot september zien. In juli komt het in het zuidoosten op, bereikt dan in augustus in het zuiden het hoogste punt boven de horizon (op deze afbeelding) en daalt in september weer onder de horizon, dan om 22u zomertijd. 

Meer feiten

Sterrenkundealle artikelen

7e klasalle artikelen

.

2553

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

VRIJESCHOOL – 7e klas – Sterrenkunde (1-1/15)

.

WATERSLANG, BEKER, RAAF
HYDRA

Phoibos-Apollo wilde eens voor de godenvader Zeus een feest geven. Toen riep hij de raaf, zijn boodschapper, en zei tegen hem: ‘Vlieg, mijn vogel, naar de aarde en haal voor mij het heldere water uit een levende bron, zodat de offerfeesten kunnen beginnen!’ 
De raaf nam meteen de gouden kelk of beker in zijn klauwen en droeg deze door de lucht. Totdat hij op aarde kwam, moest hij zich door een grote ruimte voorthaasten. Het eerste wat hij op aarde ontdekte, was een vijgenboom met een dicht bladerdak. Omdat hij op zijn lange vlucht niets te eten had gevonden, had hij honger en hij kreeg zin om de vijgen te proeven. Hij streek op de boom neer en hakte op de vruchten in, maar die waren nog hard omdat ze nog verder moesten rijpen eer ze geplukt konden worden. Zijn trek in de vijgen was zo groot, dat de raaf zijn opdracht vergat, onder de boom ging zitten wachten tot de vijgen rijp waren.
Pas toen ze dat waren en de raaf zich ermee vol gegeten had, dacht hij weer aan zijn opdracht die hij van zijn meester had gekregen. Hij kreeg een slecht geweten en zocht naar een verontschuldiging voor zijn lange wegblijven. Met zijn zwarte  klauwen greep hij een lange slang en keerde daarmee naar Phoibos-Apollo terug. Hij vertelde hem wat hij als uitvlucht had bedacht: ‘O, heer, toen ik op de aarde aankwam om voor u het water uit de levende bron te halen, belette deze slang mij dat. Zij maakte het mij heel lastig en heeft me er niet bij laten komen. En nu breng ik haar mee, zodat u de reden kan zien van mijn verzuim en haar kan straffen.’

De alwetende god echter, wist hoe alles in zijn werk was gegaan en keek dwars door de leugen van de raaf heen. Hij gaf hem ten antwoord: ‘Bij de schuld die je door je nalatigheid op je genomen hebt, voeg je daar nu ook nog eens een leugen bij. Want je hebt geprobeerd mij met woorden te misleiden. Ik weet hoe alles in waarheid verlopen is en hoe je onder de vijgenboom hebt zitten wachten, tot de vijgen rijp waren. Als straf zal je voortaan in geen enkele bron je dorst kunnen lessen zolang de vijgen aan de bomen hangen!’

Toen Phoibos-Apollo deze woorden gesproken had, zette hij als waarschuwing de beelden van de raaf, de slang en de gouden beker aan de hemel, waar ze vandaag nog staan.

Deze legende waarin alle drie de sterrenbeelden voorkomen, is ongeveer 2000 jaar oud. Van nog eerder is de legende van de strijd van Heracles met de Hydra van Lerna die in het sterrenbeeld Hydra gezien werd. 
Lerna was in die tijd van de Oude Grieken een heilig en vruchtbaar gebied in de buurt van Argos in Griekenland. Niet ver daarvandaan lag een moeras waarin een monster huisde dat in de hele omgeving onzekerheid bracht. 
Dat was de Hydra, een reusachtige waterslang die van tijd tot tijd uit haar schuilhol kwam en de velden verwoestte en dieren en mensen met haar giftige adem doodde. Want ze had negen koppen en daaruit kon ze zo’n giftige ademstroom spuien dat alle leven in haar omgeving daardoor stierf. 
Enkele mensen wisten te vertellen dat de Hydra onsterfelijk was. Dat was maar voor een deel waar: acht koppen waren wél sterfelijk, maar de negende, in het midden, die was onsterfelijk.

Koning Eurystheus had nog niemand gevonden die de uitzichtloze strijd met de Hydra op zich wilde nemen. Toen de grote held Heracles door het orakel van Delphi verplicht werd voor hem tien werken te verrichten, gaf hij hem als tweede opdracht de Hydra van Lerna te doden. Heracles was daar niet bang voor, hij had  eerder zomaar de leeuw van Nemea overwonnen (sterrenbeeld Leeuw). Hij sloeg het beschermende vel van de leeuw over zijn schouders, stapte in zijn strijdwagen en reed met zijn neef Iolaos naar de moerassen van Lerna. 

Athena die de held van kinds af aan welgezind was, toonde hem de schuilplaats van de Hydra die zich in haar grot onder een plataan bij de bron van de rivier Amymone teruggetrokken had. 
Eerst wist Heracles niet hoe hij de Hydra uit haar grot zou kunnen lokken. Athena fluisterde hem in het met brandende pijlen te proberen. Hij deed het en al gauw kwam het ondier sissend van woede tevoorschijn gekropen en spuwde haar giftige adem naar de held om hem te doden. Heracles echter, hield zijn adem in en ging onverschrokken op de slang af. Die wond zich om zijn benen, zodat hij zou vallen, maar de held bleef standvastig en sloeg eerst met zijn knuppel en dan met zijn zwaard op haar in. Maar zo gauw hij een van de koppen afgeslagen had, groeiden er in plaats van één, twee of meer nieuwe uit de bloedende wond aan.
Heracles zag wel in dat hij alleen de Hydra niet kon bedwingen en hij riep zijn neef Iolaos te hulp. Voor deze kwam, stak hij een deel van het woud in brand en bracht brandende takken mee waarmee hij de wonden van de Hydra uitbrandde, voordat er weer nieuwe koppen konden aangroeien. 
Uiteindelijk bleef alleen de onsterfelijke kop over die voor een deel uit puur goud bestond. Toen nam Heracles zijn gouden dolk en sneed daar de kop mee af. Op de grond siste die nog verder, ook nog toen Heracles deze aan de kant van de weg onder een groot rotsblok had begraven.

Zo                                                                    z                                                       zw
mrt.   1  24°°u                                     apr.   1  23°°u*                             mei   1  21°°u*
         15  23°°u                                               15  22°°u*                                  15  20°°u*
*zomertijd

In maart stijgen deze drie sterrenbeelden aan de avondhemel in het zuidoosten. In april vinden we ze in het zuiden hoog boven de horizon (deze afb.) waar ze een onverwachte brede ruimte innemen en in mei dalen ze naar het zuidwesten weer.

De namen van de sterren

Alfard (Arabisch) = die eenzaam staat
Algorab (Arabisch) = afgeleid van ‘vleugel van de raaf
Alkes (Arabisch) = afgeleid van ‘de kelk’
Hydra (Latein) = waterslang

 

Meer feiten

Sterrenkundealle artikelen

7e klasalle artikelen

.

2543

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

VRIJESCHOOL – 7e klas – Sterrenkunde (1-1/14)

.

HERCULES

Het sterrenbeeld van Hercules valt wat de andere sterrenbeelden betreft, op doordat onze zon met de aarde en de andere planeten met een onvoorstelbare snelheid ernaar toe bewegen. Het heeft geen erg heldere sterren en toch was het voor de Oude Grieken een beeld waar ze bijzondere aandacht aan schonken. Ze gaven het slechts de naam Engonasin, dat betekent: hij die door zijn knieën gebogen zit. In het beeld van de knielende man dat door de stand van de sterren ontstaat, zagen ze een hele reeks van hun beroemde helden, maar vooral hun grootste held Herakles, die de Romeinen Hercules noemen.
Herakles betekent ‘beroemde Hera’, want door Hera werd deze held beroemd. Hoe dat gebeurde, verhalen ons talrijke antieke schrijvers.

Zeus wilde een geweldige held verwekken die voor hem op aarde tegen het kwaad zou strijden. Hij had daarvoor Alkmene gekozen, de dochter  van de hoge koning van Mykene uit het geslacht van Perseus, die hij in de gedaante van haar echtgenoot Amphitryon tijdens diens afwezigheid bezocht. Tegen de andere goden beroemde hij zich erop dat hij een zoon zou krijgen, die over heel Mykene zou regeren.
Hera, zijn echtgenote, was jaloers op de sterfelijke rivale. Ze liet Zeus zweren dat heerser over Mykene zou worden die als eerst volgende uit het Perseusgeslacht geboren zou worden. Daarna vertraagde ze de geboorte van het kind van Alkmene en liet Eurystheus, een neef van Perseus, voortijdig als zevenmaands kindje vóór hem ter wereld komen. Daardoor was hij voorbestemd de heerser te worden.
Toen het kind van Alkmene, de latere Herakles, geboren werd, stuurde Hera twee slangen die het in de zijn wieg moesten doden. Maar de kleine Herakles greep ze en wurgde ze. Als knaap werd hij voor zijn opvoeding bij de wijze Chiron gebracht (→ sterrenbeeld Kentaur). In de tijd liet Zeus hem door Hermes weghalen en heimelijk aan de borst van de slapende Hera leggen, zodat hij door haar goddelijke melk de onsterfelijkheid deelachtig zou worden. De kleine Herakles zoog echter zo krachtig dat Hera wakker werd en hem verstootte. Daarbij spoot er zoveel goddelijke melk weg dat daardoor de Melkweg ontstond, zoals sommigen aannemen. Een paar druppels vielen op aarde en daar groeiden toen lelies.
Als knaap was Herakles heel sterk. Om de oorlogskunst meester te worden werd hij door de bekwaamste helden van Griekenland opgeleid die hij al snel in kracht en moed overvleugelde. Alleen aan het uiterlijk al kon je zien dat hij een zoon van Zeus was, want hij was reusachtig groot, zo sterk als een beer en zijn ogen fonkelden alsof er vuurstralen uit zouden kunnen komen. Zijn pijlen of wat hij wegslingerde, misten nooit doel. Hij nam ook deel aan de tocht van de Argonauten naar Colchis (→ sterrenbeeld Schip Argo).

Zijn bovenmenselijke kracht kwam echter pas aan het licht, toen hij door een orakelspreuk gedwongen werd, koning Eurystheus die door Hera in zijn plaats de heerser van Mykene was geworden, te dienen en tien werken te verrichten die door Eurystheus bepaald werden. Daarna zou hij de onsterfelijkheid verkrijgen.
Deze tien daden die hem al tijdens zijn leven beroemd maakten, waren:

1. Hij wurgde de Nemeïsche leeuw (→ sterrenbeeld Leeuw)
2.Hij versloeg de Hydra (→ sterrenbeeld Hydra)
3.Hij versloeg de Erymantische ever, een wild dier dat vanaf het gebergte Erymanthos zijn euveldaden verrichtte
4. Hij bracht het Kerynitische hert, een heilig dier van Artemis met een gouden gewei, levend naar koning Eurystheus
5. Hij schoot met zijn pijlen de Stymfalische vogels neer die in het moeras van Stymphalos nestelden en waarvan de veren werden gebruikt om mee te gooien
6.Hij reinigde de tal van Augias in één dag door er een waterstroom doorheen te leiden die alle mest wegspoelde
7. Hij bracht de dtier van Kreta en
8. de Thrakische paarden, eigendom van de Traciër Diomedes en die mensenvlees aten, naar Mykene
9. Hij roofde van de Amazone-koningin Hippolyte haar kostbare gordel, een geschenk van de oorlogsgod en bracht dit naar koning Eurystheus
10. Hij haalde runderen van van Geryones, een reus met drie koppen.

Deze tien werken verrichtte Herakles in 8 jaar en 1 maand. Koning Eurystheus, echter, liet het tweede en zesde werk niet gelden, want dat was tot stand gekomen met de hulp van iemand anders en daarom werden hem nog 2 werken opgedragen:

11.Hij haalde de hellehond Kerberos, de zoon van Typhon uit de onderwereld en leidde hem tot onder de ogen van de koning
12. Hij haalde de gouden appelen van de Hesperiden (→ sterrenbeeld Draak)

Het sterrenbeeld laat Herakles zien nadat hij het 12e werk heeft verricht. In zijn linkerhand houdt hij de appels van de Hesperiden, in de rechter een knuppel en als overwinnaar zet hij zijn rechter voet op de kop van de draak. Hij knielt met zijn rechter been, wat laat zien dat het helemaal gedaan is of ook zijn respect voor dit onsterfelijke wezen en draagt het onkwetsbare vel van de Nemeïsche leeuw waarvan hij de kop als een beschermende helm op zijn hoofd draagt.

           w                                                           nw                                                        n
Sept.  1    1°°u*                                         okt.     1     22°°u                          nov.  1  20°°u
15   24°°u*                                                 15    21°°u                                  15  19°°u
*zomertijd

Het sterrenbeeld Hercules hoort niet meer bij de circumpolaire sterren, maar draait wel als deze om de noordelijke hemelpool. In september vinden we het hoger in het westen en noordwesten (deze kaart) en in november dicht bij de horizon en wel  aan de avondhemel om 21°°u, in de zomertijd om 22°°u.

De namen van de sterren betekenen:

Ras Algethi (Arabisch) = afgeleid van ra’s al-gati = hoofd van de geknielde
Rutilicus (Latijn) = de roodachtige

Meer feiten

Sterrenkundealle artikelen

7e klasalle artikelen

.

2538

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

VRIJESCHOOL – 7e klas – Sterrenkunde (1-1/29)

.

schorpioen

De schorpioen, die in de natuur maar een paar centimeter groot wordt (al bestaan er exemplaren tot 20 cm) staat reusachtig groot aan de sterrenhemel. Vooral in zuidelijke landen waar hij in zijn totaliteit te zien is, maakt hij op de sterren kijkende mens een grote indruk. 

In de tijd van Ptolemaeus, dus zo’n 2000 jaar geleden, verscheen hij aan de mens in een nog grotere gestalte, omdat de sterren van het huidige sterrenbeeld Weegschaal bij zijn scharen hoorden, zodat hij dit sterrenbeeld mede in zich opnam.
De Oude Grieken brachten de hemelschorpioen in verband met hun grote jager Orion die ook als sterrenbeeld aan de hemel staat. 
Volgens een van de legenden om Orion geweven, zou het deze schorpioen geweest zijn die door de godin van de jacht, Artemis, de held deed vallen, toen hij haar te opdringerig werd.

In een andere legende wordt dat weer anders verhaald. 
Eens was Orion op het eiland Kreta op jacht met Artemis. Het kan echter ook een ander eiland zijn geweest, want op dit punt spreken de oude geschriften elkaar tegen. Bij deze jacht had Orion veel geluk, maar werd daardoor overmoedig en begon op te scheppen door te zeggen dat hij elke wild dier kon neerschieten. 
Zo’n hoogmoed moest worden bestraft en Gaia, de godin van de aarde, liet toen uit de diepte der aarde een schorpioen komen die Orion in zijn hiel stak. Door deze steek stierf hij en de dieren konden weer blij zijn met hun leven.

Wie met aandacht naar het sterrenbeeld kijkt, ontdekt iets zeer interessants: Orion is slechts zo lang aan de hemel te zien, als de schorpioen nog onder de horizon blijft. Komt deze in het zuidoosten op, dan gaat tegelijkertijd Orion in het westen onder en verdwijnt zogezegd. Het ziet er dus zo uit of Orion bang is van de schorpioen en voor hem op de vlucht slaat. Misschien was dit wel het begin van deze legende.

In een andere legende is het de zonnezoon Phaethon die bedreigd wordt door de hemelschorpioen. Op een dag had hij zijn vader, de zonnegod Helios smekend gevraagd of hij niet een dag lang de zonnewagen zou mogen mennen. Maar toen hij de immense ruimte in de hemel voor zich zag, verloor hij de moed. Want nu zag hij al die reusachtige gestalten en de dieren die wij als sterrenbeelden kennen, vlak voor zich en daarvan schrok hij zo vreselijk. Vooral de reusachtige schorpioen met zijn twee grote scharen die vanuit de diepte opdook, boezemde hem angst in. Toen de schorpioen ook nog zijn geweldige staart op hem richtte en hem met zijn stekel dreigde waarvan een zwartachtig gif droop, werd hij doodsbang. In zijn angst liet Phaeton de teugels los en de paarden die dat merkten gingen er met de zonnewagen vandoor. Wat voor droevig einde dit verhaal neemt, staat bij bij het sterrenbeeld van de Stroom Eridanus

Wie het sterrenbeeld Schorpioen niet apart bekijkt, maar samen met dat van de Slangendrager, zal zien dat deze met zijn linkervoet op het koppantser van de schorpioen staat. Met zijn voet onderwerpt hij hem als het ware. Dat is zeker geen toeval, maar door de Grieken bewust zo gedaan. Misschien wilden ze ermee uitdrukken dat de slangendrager, de god van het genezen, de kracht van de dood moet beheersen. 

Het sterrenbeeld van de Schorpioen bevat echter niet alleen het aspect van de dood, maar ook dat van de opstanding. Want de Schorpioen behoort bij de vier belangrijke kenmerken van de dierenriem:

Een oude wijsheid zag op de plaats van de Schorpioen bovenzintuiglijk een vliegende adelaar, zoals wij dat kennen uit Ezechiël (Oude Testament) en uit de Openbaring van Johannes (Nieuwe Testament). Volgens deze overleveringen werden ook de vier Evangelisten hun symbolen gegeven, die wij op veel oude beelden zien en in oude kerken vinden.

Mattheüs – mens
Marcus – leeuw
Lucas – stier
Johannes- adelaar

De verandering van de schorpioen in de adelaar kan voor ons een zinnebeeld zijn van dat wij de op aarde werkende doodskrachten in bewustzijnskrachten om moeten werken om – zoals Johannes – op adelaarsvleugels van de geest op te kunnen stijgen. Een hulp daarbij is bij het zien van de Schorpioen aan de hemel, het beeld van de vliegende adelaar erbij te denken.

 

Zo                                                                     z                                                         zw
juni   1     1°°u*                                        juli    1    23°°u*                      aug.  1  21°°u*
15  24°°u*                                                15    22°°u*                              15 20°°u*

Het sterrenbeeld Schorpioen hoort bij de dierenriemtekens die bij ons en verder naar het noorden maar gedeeltelijk zichtbaar zijn. In juni komt het in het zuidoosten op, bereikt in juli aan de zuidelijke hemel zijn hoogste punt (zie boven) en daalt in augustus naar het zuidwesten weer langzaam onder de horizon, dit bekeken om 22u, zomertijd.

De namen van de sterren betekenen:

Acrab (Arabisch) = schorpioen (ontleend aan aqrab)
Antares (Grieks) = opponent van Ares (Mars)
Sabik (Arabisch) = voorafgaand (van sabiq)
Shaula (Arabisch) = de stekel aan het eind van de staart (afgeleid van aš -šawla) 

.

Meer feiten

Sterrenkundealle artikelen

7e klasalle artikelen

.

2534

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

VRIJESCHOOL – 7e klas – Sterrenkunde (1-1/13)

.

VOERMAN

Deze voerman is eigenlijk iemand die de teugels in handen heeft, zoals uit zijn andere naam Heniochus blijkt of een wagenmenner, want de Grieken hebben verschillende van hun beroemde wagenmenners in dit sterrenbeeld gezien. Volgens de mythologie was Erichthonios de eerste.
Erichthonios was een zoon van de aarde en de god van de smeden en kunstenaars, Hephaistos die een hevige liefde voor Athena had opgevat. Athena, die eigenlijk zijn moeder had moeten worden, nam het ventje bij zich op en gaf het ter verzorging aan de oudste dochter van koning Kekrops van Athene. 
Later nam Athena zelf de opvoeding van hem ter hand en leerde hem wilde paarden te vangen, te temmen en voor de wagen te spannen. 
Toen Erichthonios dan koning van Athene werd, vond hij het vierspan uit waarvoor Zeus hem na zijn dood in het sterrenbeeld van de Voerman voor eeuwig zijn standbeeld gaf. 

Volgens een andere legende heeft Hermes een andere wagenmenner, zijn zoon Myrtilos, in dit sterrenbeeld vereeuwigd. Hij was de wagenmenner van koning Oinomaos die over Pisa en Elis regeerde. De koning bezat een knappe dochter met de naam Hippodameia en al vele edele jongelingen dongen om haar hand. Haar vader, die het huwelijk zolang mogelijk voor zich uit wilde schuiven, stelde als voorwaarde dat alleen degene haar tot vrouw zou krijgen die hem bij het wagenwedrennen  zou verslaan. Hij had van zijn vader Ares twee door de wind verwekte paarden gekregen die nog sneller waren dan de noordenwind en als de beste paarden van Griekenland beschouwd werden. Bovendien liet hij voor deze wedren een bijzonder snelle wagen bouwen. En voor hem was het dus niet moeilijk om de aanbidders van zijn dochter een half uur voorsprong te geven op de lange renweg, terwijl hij dan op de Olympus een ram offerde op het altaar van Zeus.
De koning stond erop dat Hippodameia steeds met haar aanbidder mee moest rijden om zo zijn aandacht van het span paarden af te leiden. De afspraak was: als de koning hem zou inhalen, was het met zijn leven gedaan. Zou hij echter als eerste bij de eindstreep aankomen, dan werd Hippodameia zijn gemalin.
Tot nog toe was het geen aanbidder gelukt de tweekamp te winnen. Met zijn snelle wagen die Myrtilos bestuurde, kon de koning ze allemaal inhalen en hij doorboorde ze van achteren met zijn speer. 
Twaalf edele prinsen hadden op deze manier het leven gelaten, toen een nieuwe aanbidder aangekondigd werd. Het was Pelops, een jonge koning, die het rijk van zijn vader Tantalos aan de kust van de Zwarte Zee geërfd had. Hij hoopte  Hippodameia als zijn echtgenote mee naar huis te kunnen nemen, want de god van de zee, Poseidon, had hem een wagen met gouden vleugels geschonken en daarbij een span gevleugelde paarden.
Hippodameia werd meteen verliefd op de jonge, knappe Pelops toen zij hem voor de eerste keer zag en ze vreesde dat hij het noodlot dat zijn voorgangers had getroffen, ook zou moeten ondergaan. Zij moest op een of andere manier proberen te verhinderen dat de wagen van haar vader sneller zou zijn. Dat kon alleen met hulp van zijn wagenmenner Myrtilos gebeuren en zij beloofde dan ook hem rijkelijk te belonen, wanneer hij de snelheid zou kunnen vertragen. Toen verwijderde Myrtilos die de koningsdochter heimelijk liefhad, de pin uit de as van het wiel van de wagen van zijn heer en zette er een voor in de plaats van harde was en die zou bij het warm worden, smelten. En dat gebeurde ook, midden in de wedren, juist op het ogenblik dat Oinomaos Pelops ingehaald had en hem met zijn speer wilde doorboren. Het wiel vloog eraf, de koning viel, raakte verward in de teugels en werd door zijn paarden dodelijk meegesleept. Dat was zijn straf voor de dood van de onschuldige jongemannen, zoals de goden op de Olympus hadden besloten om een einde te maken aan de moorden. Myrtilos werd echter door Pelops slecht beloond. Hij zag hem als rivaal en uit angst duwde hij hem van een hoge klip de zee in. Toen plaatste zijn vader Hermes hem in het beeld van de voerman tussen de sterren. 

Een derde wagenmenner die de Grieken in het sterrenbeeld van de voerman zagen, was Phaethon die de zonnewagen van zijn vader Helios bestuurde. Zijn legende staat bij ‘Eridanus

De belangrijkste ster van de Voerman is de schitterende Capella, ‘de kleine geit’ Het is de geit die Zeus als kind op het eiland Kreta met haar melk voedde (→ Kleine Beer). Zij zou door de zonnegod Helios zelf in het leven zijn geroepen en was geen gewone geit, maar een nimf als geit. Ze kon de kleine Zeus haar melk geven omdat ze net een bokkentweeling het leven geschonken had, de mooiste die er op Kreta waren en zo bracht zij ze alle drie groot.
Op een dag brak er bij de geit door een boom een hoorn af.  Die pakte een nimf, zij vulde die tot aan de rand met vruchten, legde er een krans van geurende kruiden omheen en bracht deze aan Zeus. Later dronk hij daaruit. Die had de wonderbaarlijke eigenschap dat ieder die eruit dronk, zo voldaan raakte dat hij honger noch dorst voelde. Als wonderhoorn of als gevulde hoorn wordt deze tot op heden gezien als het symbool van de eeuwig stromende vruchtbaarheid en van de overvloed. 
Als dankbaarheid voor haar hulp zette Zeus, zodra hij daartoe de macht had, de geit en de twee bokjes als sterren aan de hemel.

Waarom de voerman die dan draagt, zoals Arat al in de 3e eeuw v Chr. verhaalt, heeft tot nog toe niemand gevonden. 

Zw                                                                  w                                                   nw
febr.  1   24°°u                                       mrt.  1   22°°u                          apr.  1  21°°u*
15  23°°u                                               15   21°°u                                  15 20°°u*
*zomertijd

In maart vinden we aan de avondhemel het sterrenbeeld Voerman hoog in het zuiden. (hierboven). In april daalt het naar het noordwesten toe en in mei staat het dan in het noordwesten dichtbij de horizon. De vijf heldere sterren van de Voerman vormen een opvallende driehoek. De ster bij de rechtervoet van de Voerman is tegelijkertijd de punt van een hoorn van de Stier die zo makkelijk is te vinden.

De namen van de sterren betekenen:

Capella (Latijn) = kleine geit
Menkalinan (Arabisch) = verhaspeld uit ; schouder van de voerman

.

Meer feiten

Sterrenkundealle artikelen

7e klasalle artikelen

.

2528

.

VRIJESCHOOL – 7e klas – sterrenkunde (1-1/28)

.

WEEGSCHAAL

In de tijd van de Oude Grieken hoorden de sterren die tegenwoordig bij het sterrenbeeld Weegschaal horen, nog bij het sterrenbeeld van de Schorpioen en vormden daarvan de scharen. Daarom bestaan er geen Griekse legenden over deze hemelweegschaal.
We komen een beetje dichter bij het geheim van de hemelweegschaal, wanneer we naar oude sterrenkaarten uit de eerste eeuwen van de christelijke jaartelling ontdekken, dat toentertijd het sterrenbeeld niet alleen een weegschaal was, maar dat deze weegschaal door een gevleugeld engelwezen of door een jongeling, de weegschaalman’ vastgehouden werd. 

Vermoedelijk vinden dergelijke afbeeldingen hun oorsprong nog verder terug tot in de Egyptische tijd waarin de hemelweegschaal in samenhang met de zon en met een godheid werd beschouwd. In de zgn. ‘dodenboeken’ die de Oude Egyptenaren hun gestorvenen meegaven, wordt met beelden en woorden verhelderd welke betekenis de weegschaal had.
Het was de weegschaal van de gerechtigheid, een grote kosmische weegschaal die het evenwicht tussen het leven nu en het hiernamaals, tussen de zichtbare en de onzichtbare wereld vertegenwoordigde.
Wanneer een gestorvene van de zichtbare naar de onzichtbare wereld overging, werd hij voor de god Anubis gebracht, de hemelse rechtspraak. Zijn hart kwam – beeldend – op de linker schaal van de onpartijdige weegschaal van de gerechtigheid te liggen, op de rechter schaal lag een veer, het teken van de Maät, de godin van waarheid en rechtvaardigheid. Dan woog Anubis het hart van de overledene, zoals te zien is op een afbeelding uit de tijd rond 1300 voor Chr,

Alleen als het hart van de gestorvene het onderzoek kon doorstaan, kwam hij in de ruimte van de waarheid en de gerechtigheid en daar begon voor hem een hogere vorm van bestaan.

In de middeleeuwen ontstonden beelden waarop de aartsengel Michaël de weegschaal in de hand houdt en daarmee de zielen van de mensen weegt. Deze tekening ios een versimpeling van een schilderijbeeld van Rogier van der Weyden (1399 – 1464)

In een Hebreeuwse legende ‘De wereldweegschaal’ staat ‘En ik zag hoe de vorst van de engelen Michaël, een geweldige weegschaal vasthield, zo diep, wel van de hemel tot de aarde en zo breed, wel van het noorden naar het zuiden. En ik zei: ‘Heer, wat houdt de aartsengel Michaël daar vast?’ En hij zei tot mij: ‘In deze schaal komen alle deugden en goede werken van de rechtvaardige mensen te liggen, die dan bij de hemelse god gebracht worden.’

Of het engelwezen dat op de oude sterrenkaarten de weegschaal vasthoudt, de aartsengel Michaël is? 
Het beeld kan ons wel helpen vertrouwd te raken met het sterrenbeeld van de Weegschaal.

Zo                                                                    z                                                        zw
mei   1   1°°u*                                          juni   1. 23°°u*                              juli  1  21°°u*
15  24°°u*                                                 15 22°°u*                                  15  20 °°u*
*zomertijd

Namen van de sterren

Kiffa Australis (Arabisch/Latijn) = zuidelijke weegschaal
Kiffa Borealis (Arabisch/Latijn) = noordelijke weegschaal

Meer feiten

Sterrenkundealle artikelen

7e klasalle artikelen

.

2509

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – 7e klas – Sterrenkunde (1-1/11)

.

(POOL)DRAAK

Dit sterrenbeeld dat we de draak noemen, kent de mens al sinds onheugelijke tijden. De sterren die erbij horen slingeren op een karakteristieke manier en niet te missen, tussen de beide sterrenbeelden van de Beren door. Vroege Griekse astronomen noemden het sterrenbeeld daarom ook wel ‘de slang tussen de berinnen’. Later werd dat in het Latijn wat korter: ‘serpens’, slang.
De hemeldraak onderscheidt zich van alle andere sterrenbeelden doordat hij wakend rond de eclipticapool ligt, het punt aan de hemel waar de noordelijke hemelpool in een platonisch wereldjaar omheen draait → Kleine Beer.
Wellicht de reden dat de Oude Grieken in de hemeldraak hun hoogste god Zeus zagen.
Een andere legende van de Oude Grieken brengt de hemeldraak in verband met hun zonnegod Apollo:
In het heilige gebied van Delphi, de oude mysterieplaats, was sinds mensenheugenis een spleet in de aarde waaruit een bedwelmende damp opsteeg. Wie die spleet naderde, werd door de damp bedwelmd en raakte in trance waarin hij de diepste waarheden kon uiten en profetische voorspellingen kon doen. In de oudste tijden was het Gaia, de aarde zelf, die op deze manier haar orakelspreuken gaf. In de tijd van Deukalion was het de godin Themis, een dochter van de hemel en de aarde, die aan de vragende mensen hun toekomstige lot in orakelwoorden voorspelde → Waterman.
Een uit de aarde afkomstig ondier, een reusachtige draak, die de mensen Python noemden, bewaakte het heiligdom van Thetis. Als hij van de bergen naar de vruchtbare vlakte afdaalde, verwoestte Python de velden, verjoeg de nimfen, wurgde mensen en vee, slurpte de beken leeg en trok met angstaanjagende bogen om de bergen.
Toen de titanendochter Leto op het eiland Delos aan Apollo het leven had geschonken, een zoon van Zeus, wilde hij al na vier dagen een boog en pijlen hebben. Hij trok naar de Parnassus en doodde met zijn pijlen de drakenslang Python. Op dezelfde plaats die Python had bewaakt, vestigde Apollo later zijn beroemde orakel van Delphi → Dolfijn. De priesteres die de orakelspreuken verkondigde die haar door de godheid geopenbaard werden, werd naar de gedode draak Pythia genoemd. De draak die op aarde zo herdacht werd dat hij in de Phytische Spelen die door Apollo werden ingesteld, voortleefde, werd bovendien door de goden aan de hemel geplaatst, waar hij sindsdien de eclipticapool bewaakt.

Er werden in dit sterrenbeeld ook andere draken uit de Griekse mythologie gezien. Met name de draak Ladon, de bewaker van de appels van de Hesperiden, hield de gemoederen van de Oude Grieken bezig. Hij werd of Ladon genoemd, wat zoveel betekent als ‘die het hemelse gebied van de aarde afzondert’ of ‘Hesperidenslang’. Daar zeggen de antieke schrijvers dit over:
Aan de uiterste rand van de aarde, daar waar de titaan Atlas staande de hemel draagt met zijn hoofd en handen, staat een appelboom met gouden vruchten. Deze boom was een geschenk van moeder aarde aan Zeus en Hera toen zij in het huwelijk traden. Hera was er heel blij mee: het geschenk was een symbool van de eeuwige jeugd, liefde en vruchtbaarheid en zij plantte de boom in de godentuin, ‘aan de overkant van de oceaan’. Daar woonden de ‘westelijke nimfen’ met de heldere stemmen, de dochters van Atlas en Hesperis, die de godentuin verzorgden. Toen Hera echter op een dag merkte dat de Hesperiden van de boom met de gouden appelen snoepten, plaatste ze de drakenslang Ladon bij de boom om die te bewaken. Ladon, die reusachtig groot was, kronkelde om de boom omhoog en sliep nooit. Hij had 100 koppen waarmee hij alle mogelijke, heel verschillende stemmen kon laten horen en hij was onsterfelijk. Sindsdien durfde niemand meer de gouden appels aan te raken.
Koning Eurystheus wist hoe moeilijk het was om deze appelen in zijn bezit te krijgen. Juist daarom droeg hij Herakles op → Hercules, als 12e werk om hem de appels van de Hesperiden te brengen. De held schrok ook daarvoor niet terug, hoewel hij aanvankelijk helemaal niet wist in welke richting hij de tuin van de Hesperiden moest zoeken. Vol moed ging hij op weg waarbij hij veel beproevingen moest doorstaan. Maar steeds opnieuw werd hij geholpen. In de Kaukasus schoot hij de adelaar neer die al 30 jaar lang aan de lever van Prometheus vrat → Adelaar.
Na vele gevaren die hij overleefde kwam Herakles bij de goddelijke tuin aan. Met hulp van de Hesperiden gelukte het hem de draak in slaap te sussen en drie gouden appels te plukken. Dit ogenblik zien we aan de sterrenhemel in het beeld: Herakles die met zijn linkerhand de appels van de Hesperiden draagt, staat met zijn linker voet op de kop van de draak en laat met dit overwinningsgebaar zien dat hij hem overwonnen heeft.
Herakles bracht de gouden appels naar Eurysteus. Deze gaf ze aan Herakles terug en hij schonk ze aan Athena die ze weer aan de Hesperiden teruggaf. Want het zou een schending hebben betekend van de goddelijke wet om het gestolen eigendom uit de godentuin van Hera zelf te houden.

          W                                                          nw                                                        n
Sept.  1      1°°u*                                     okt.  1  22°°u                                nov. 1  20°°u
         15   24°°u*                                            15  21°°u                                       15  19°°u

*zomertijd

Het sterrenbeeld draak hoort bij de circumpolaire sterren die altijd om de noordelijke hemelpool draaien en bij ons steeds boven de horizon staan. Dit beeld toont de positie midden oktober om 21°°u (w.t.)

De namen van de sterren betekenen

Alwaid (Arabisch) = betekenis vaag
Arrakis (Arabisch = betekenis vaag
Etamin (Arabisch) = afgeleid van ra’s at-tinnin = kop van de draak

Gianfar (Arabisch) = betekenis vaag
Thuban (Arabisch) = betekenis vaag

Meer feiten

Sterrenkundealle artikelen

7e klasalle artikelen

.

2503

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – 7e klas – sterrenkunde (1-1/10)

.

DOLFIJN

Een legende van wel 2000 jaar oud verhaalt ons hoe deze dolfijn aan de hemel kwam te staan. Het is de legende van Arion, een zanger die toen in Griekenland beroemd was en overal bekend. Over hem wordt verteld dat hij door zijn lied stromend water kon sturen en dat de wildste dieren rustig werden als ze zijn stem hoorden: de wolf hield op het lam na te jagen; de haas ging rustig naast de hond liggen en het hert naast de leeuwin. Ook de duif was niet meer bang voor de havik als de liederen van Arion weerklonken; overal was het vredig.
En terwijl hij vrede om zich heen verspreidde, trok de zanger door het land, tot hij weer naar huis begon te verlangen. Dan ging hij aan boord van een schip en nam alle schatten die hij door zijn kunst verkregen had, met zich mee. De scheepsbemanning zag dat en toen het schip midden op zee was, gingen ze rondom de zanger staan. Dreigend trok de aanvoerder zijn zwaard om Arion om die schatten dood te slaan, maar deze zei zonder angst: ‘Ik smeek niet om mijn leven, maar sta mij toe dat ik nog een paar tonen op mijn lier speel.’
Lachend stonden de wilde lieden dit verzoek toe. Toen zette Arion de laurierkrans op zijn hoofd, sloeg zijn mantel van Tyrreens purper om zijn schouders en speelde op zijn lier. Het klonk als de zang van een stervende zwaan die door een pijl die hem dodelijk raakte, afscheid nam van de wereld. Deze klanken maakten zelfs de wilde kerels die tot moord bereid waren, rondom Arion rustig. Hij benutte de gelegenheid en sprong met zijn lier in zee. Hoog spatte het schuim op toen de zanger in het water terechtkwam – maar toen gebeurde er iets wonderlijks: hij zonk niet naar beneden, maar hij zat ineens op de rug van een dolfijn die naast het schip zwom en hem nu veilig door het water meedroeg. Arion, gelukkig door de onverwachte redding, zong en speelde op zijn lier de mooiste melodieën als dank. De rustig geworden zee luisterde, tot zij veilig de kust bereikten.
Als dank voor de wonderbaarlijke redding van Arion gaven de goden de dolfijn een plaats aan de hemel, met daarbij negen sterren die alleen onder zeer gunstige omstandigheden allemaal tegelijk zijn te zien.

In de godenhymnen van Homerus staat nog een legende over een dolfijn en hoe door hem het beroemde orakel van Delphi zijn naam kreeg.

Toen ooit eens mannen van Kreta op een schip van van het eiland naar Pylos voeren, kwam de god Phoibos-Apollo hen tegemoet. Hij had de gedaante van een dolfijn aangenomen en sprong vanuit zee zo in het snel varende schip. Geschrokken zagen de zeelieden het dier daar liggen. Toen ze dichterbij wilden komen om het goed te bekijken, begon deze zo te klapperen dat de balken schudden. Toen werden ze heel bang. Ze durfden de zeilen niet te hijsen of de touwen losser te maken en zo voer het schip verder waar de straffe zuidenwind het heen blies. Gelukkig voeren ze aan de gevaarlijk klip Maleia voorbij, langs Lakonië en bereikten Tainaros de plaats van Helios die de mensen verblijdt. Daar wilden de Kretenzers aan land gaan en zien of het angstaanjagende dier op het dek van het schip zou blijven liggen of zich weer in de branding zou storten van de visrijke zee. Maar het roer deed niet wat ze wilden en ze moesten verder varen waarheen de ademtocht van Apollo hun schip dreef. Aan de weelderige Peloponnesos voorbij voeren ze de zon tegemoet en kwamen in de richting van het oosten bij de door groene wijngaarden omrankte haven van Krisa. Daar liep hun schip op de zanderige oever. Apollo echter, de dolfijn, sprong van boord en verhief zich tot aan de hemel. Hij leek op een ster in een heldere middag. Er sprongen vonken van hem af en de hele hemel was vervuld met zijn glans.

Toen de Kretenzers in de dichtbij gelegen tempel van Delphi – die toen nog niet zo heette – aankwamen, maakte de god zich aan hen bekend en zei: ‘Als dolfijn heb ik jullie schip hierheen geleid. Jullie moeten mij Delphinier noemen en het altaar daar, moet als het Delphinische overal bekendheid krijgen.’
Zo kreeg de beroemde orakelplaats Delphi haar naam. 

Over de dolfijnen die vroeger veelvuldig voorkwamen in de Griekse wateren, bestaan nog veel meer legenden waarin de bereidheid om te helpen, de trouw, de aanhankelijkheid en de dankbaarheid van deze dieren worden bezongen.
Plutarchus die ons een hele reeks van deze legenden overgeleverd heeft, schrijft in zijn werk ‘Over het verstand van land- en zeedieren’ over de dolfijnen: ‘Alleen de dolfijn bezit van alle dieren van nature, wat de meest oprechte filosofen verlangen: onegoïstische liefde voor de mens. Want hij heeft de mens nooit nodig, nooit is hij op hem aangewezen en toch bewijst hij hem zijn hulpvaardigheid, waarbij hij vaak zijn leven offert.’

In onze zeeën bevinden zich helaas geen dolfijnen. Daarom is er in verschillende plaatsen, bv. in Harderwijk een dolfinarium waar je ze kan zien. Het is de moeite waard deze intelligente, gevoelige en vrolijke dieren te bekijken.
Wie het een keer meegemaakt heeft hoe ze uit het water opspringen, zal ook met het sterrenbeeld Dolfijn een verbinding kunnen maken, want deze dolfijn lijkt aan de hemel net zo te springen. 

No                                                                   O                                                        zo
Juni  1   1°°u*                                        juli  1  23°°u*                              aug.   1  21°°u*
         15  24°°u*                                            15  22°°u*                                      15 20°°u*

Het sterrenbeeld Dolfijn stijgt in juni tussen het noordoosten en oosten vanaf de horizon, is in juli in het oosten te vinden (hierboven) en in augustus in het zuidoosten, nog hoger boven de horizon, aan de avondhemel om 22°°u*   

*zomertijd

Meer feiten

Sterrenkundealle artikelen

7e klasalle artikelen

.

2499

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – 7e klas – sterrenkunde (1-1/27)

.

MAAGD

Dit sterrenbeeld van de dierenriem is een van de geheimzinnigste. De Babyloniërs noemden het simpelweg ‘korenaren’ en zo heet de belangrijkste ster ervan tot op heden, Spica = korenaren. 
Bij de oude Grieken was het ook altijd een jonkvrouw. In de oudste tijd werd zij ‘Kore’ = het meisje, genoemd. Men zag in haar de hemelse Persephone, de dochter van de grote godin Demeter. Hoe Pluto, de god van de onderwereld, haar roofde en waardoor zij weer werd bevrijd, wordt hier in de oudste overlevering, die van Homerus, ‘Hymne aan Demeter’, verteld.

Eens was de prille jonkvrouw Persephone met Athena, Aphrodite en andere hemelse jonkvrouwen op een weide aan het dansen, toen deze plotseling overtrokken werd met een toverachtige bloemenpracht. Vreugdevol over deze schoonheid liepen de meisjes hierheen, daarheen en plukten de mooiste bloemen. Alleen Persephone bleef staan. Voor haar was een wondermooie narcis uit de grond gegroeid en het leek wel of de toverbloem haar wilde aankijken. Haar tere, witte kroon glansde in het zonnelicht en vanuit het gouden hartje steeg een bedwelmende geur op waaraan Persephone zich overgaf. Ze plukte de wonderschone bloem en merkte helemaal niet hoe op dat ogenblik de aarde naast haar openbarstte. Uit de aardekloof kwam Pluto, heerser in het schaduwrijk, op een wagen, getrokken door zwarte paarden, omhoog gereden. Hij greep Persephone beet en trok de tegenstribbelende jonkvrouw bij hem in de wagen. Die daalde weer in de aarde af, de kloof sloot weer en vanuit de diepte klonk nog de roep van het geroofde meisje: ‘Help mij, moeder, moeder!!!’

Haar moeder Demeter had op de top van de Olympus de hulpkreet van haar dochter gehoord. Maar toen ze zich ter aarde stortte, kon zij geen spoor ontdekken van de haar zo beminde dochter die in de aardbodem verdwenen was. Met verlichte fakkels dwaalde ze tevergeefs over de wereld rond. Niemand kon of wilde haar de gruwelijke waarheid vertellen, tot zij Hekate ontmoette die met een fakkel zwaaide en zij leidde haar naar de zonnegod Helios. Van hem die alles weet, vernam Demeter nu dat Pluto haar dochter met goedvinden van de machtige Zeus geroofd had en dat ze nu als zijn gemalin de heerseres van het dodenrijk was.
Een wilde woede maakte zich meester van de vertwijfelde moeder. Ze ging niet terug naar de Olympos en ze meed de hemelse bewoners en ze ging in de gedaante van een arme, oude vrouw naar het huis van de heerser Keleos van Eleusis.
Daar nam ze de opvoeding op zich van de jonge Triptolemos, de zoon van de koning. Toen zij hem op een dag in het goddelijke vuur louteren wilde, zodat hij onsterfelijk zou worden, kwam de ontstelde moeder eraan en verstoorde het ritueel. 
Nu maakte Demeter zich bekend en sprak: ‘O, jullie verblinde mensen, jullie dwazen! Of jullie een goed lot of een slecht lot beschoren zijn, kunnen jullie niet weten.’
Toen gaf ze het bevel dat er op een overhangende rots boven een bron te harer ere een tempel zou worden gebouwd en dat gebeurde.
Voortaan woonde Demeter in die tempel en zij werd door de mensen zeer vereerd en zij koesterde wrok jegens de andere goden. Ze bekommerde zich niet meer om de groei en bloei van de gewassen die de aarde voortbracht. Mislukte oogsten, armoede en honger bedreigden de mensen en de goden ontvingen geen offers meer. 
Toen zond Zeus Iris met de gouden vleugels naar de om haar dochter treurende Demeter. Maar zij bleef onvermurwbaar en eiste eerst de vrijheid van haar kind..
En dus werd de godenboodschapper Hermes naar de Hades gestuurd om Persephone weer te halen. Pluto liet het toe, want omdat het meisje in zijn rijk van een granaatappel had geproefd, hoorde ze voor altijd bij hem. Zeus kon aan de treurende Demeter daardoor alleen verkondigen dat haar dochter voortaan een derde deel van het jaar in het schemerig duister van de aarde moest verblijven, maar tweederde deel mocht zij bij haar moeder zijn, samen met de andere goden.
Hermes bracht het godenkind vanuit de duisternis in het licht terug. Nu gaf Demeter gehoor aan de oproep van de godenvader en zij liet op aarde weer de bladeren ontluiken en de planten ontspruiten en de vruchten rijpen. 
Triptolemos echter, de zoon van de heerser van Eleusis die door Demeter was opgevoed, werd door de godin ingewijd in de geheimen van het verbouwen van granen. En nu vierden de mensen in Eleusis  ‘de opstanding van Kore’, meer dan duizend jaar lang.
In latere tijden zagen de Oude Grieken in het sterrenbeeld van de Maagd ook de goddelijke sterrenjonkvrouw Astrea, ‘de redelijkheid’ of ook wel Dike, ‘de gepersonifieerde ‘gerechtigheid’.
Volgens een oude legende  verbleef Dike vroeger onder de mensen. Dat was in de tijd toen het Gouden Geslacht op aarde woonde. Toen daarna het Zilveren Geslacht op aarde leefde, trok Dike zich in de bergen terug en verscheen alleen nog bij bijzondere gebeurtenissen om de mensen voor hen slechtheid te berispen. Toen hierna het IJzeren Geslacht op aarde leefde, vloog Dike uit teleurstelling over de heersende ongerechtigheid naar de hemel, waaraan ze sindsdien de mensen als het sterrenbeeld Maagd alleen ’s nachts nog verschijnt. 

ZO                                                               Z                                                   ZW
Mr.   1  2°°u                                        apr.  1    1°°u                             mei  1  23°°u*
15  1°°u                                                15  24°°u                                    15 22°°u*
*zomertijd

Het overzichtsbeeld laat het sterrenbeeld Maagd twee uur na het opgaan zien. Je kan het midden maart om 23°°u en midden april om 22°°u (zomertijd) zien tussen het oosten en het zuidoosten, dan komt het op.
Je kan het ook zo vinden: verbind je de drie staartsterren van de Grote Beer in gedachten door een lijn en volg je die verder, dan kom je eerst bij de ster Arcturus in Boötes en dan bij Spica, de hoofdster in het sterrenbeeld Maagd.

De namen van de sterren betekenen:

Spica (Latijn) = korenaren
Vindemiatrix (Latijn) = afgeleid van ‘vindemiator’= wijnboer

Meer feiten

Sterrenkundealle artikelen

7e klasalle artikelen

.

2488

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

VRIJESCHOOL – 7e klas – sterrenkunde (1-1/8)

.

AREND, ADELAAR

De legende van de adelaar en de pijl brengt ons bij de Titanenzoon Prometheus, die volgens een Griekse sage het mensengelacht zou hebben geschapen.
Prometheus stamde van het oude godengeslacht af dat door Zeus van de troon werd gestoten.
Toen waren hemel en aarde al geschapen.
Op aarde waren stenen, planten en dieren, maar er ontbrak nog een schepsel waarvan het lichaam zo gevormd was, dat dit een woning voor de geest kon worden om de aarde aan zich te onderwerpen. 
Toen verscheen Prometheus op aarde, de zoon van de Titaan Japetos en de broer van Atlas die de aarde droeg. 
Prometheus wist dat in de aardbodem het zaad van de hemel sluimerde en dus nam hij een grote homp klei, maakte deze vochtig met het water van de rivier, kneedde hem en vormde hem naar het evenbeeld van de goden, heersers over de wereld. .
De mens moest rechtop over de aarde gaan en als enig aards wezen zijn blik naar de hemel richten, want de dieren wenden hun blik naar de aarde. Ook moest aan de mens de spraak worden gegeven die als een weerspiegeling van het wereldscheppende woord het zichtbaar worden van de geest is die aldus de ontwikkeling verder brengt.

Om de homp aarde levend te maken, nam Prometheus van de zielen der dieren al goede en slechte eigenschappen en sloot deze op in de borst van de mens. Als bekroning van zijn werk steeg hij op naar de zonnewagen en daar ontstak hij een fakkel en blies de mens de gloed daarvan in en zo gaf hij deze goddelijk leven en warmte.
Zo schiep volgens deze sage Prometheus de eerste mens gaf daarmee het mensengeslacht zijn plaats op aarde. 
Lange tijd wisten de mensen niet hoe de goddelijke vonk in hen zou kunnen werken.
Toen begon Prometheus voor zijn schepselen te zorgen en leerde hun naar de opkomende en ondergaande sterren te kijken, ook de kunst van het schrijven en tellen. Hij leerde hun de dieren te temmen, dienstbaar aan elkaar te zijn, kruiden tegen zoeken te ziekte en veel meer.
Zo werd Prometheus ook de eerste leraar van de mensheid.

Zeus, die de heerschappij over de wereld van zijn vader Kronos overgenomen had, zag het mensengeslacht aan en verlangde daarvan verering zodat het door de goden beschermd zou worden. Prometheus wierp zich op als verdediger van de mensen en hij probeerde de vader der goden, Zeus, om de tuin te leiden. Voor bij een samenkomst met de goden slachtte Prometheus een stier, pakte het vlees en de beenderen apart in en liet Zeus kiezen. Maar deze doorzag de list, maar koos met opzet het mindere deel om op Prometheus en zijn mensengeslacht wegens het schijnbare bedrog, zijn woede af te kunnen reageren. Zeus ontzegde daarom de mens het vuur dat hij zo dringend nodig had.
Prometheus echter, wist ook hier raad op. Hij nam een lange stengel van de reuzenvenkel, ging daarmee naar de zonnewagen en stak de stengel in brand en bracht het vuur naar de mensen die het behoedden en doorgaven.
Zo hielp Prometheus de mens tegen de wil van de nieuwe goden, wel beseffend dat hij daarvoor zou moeten boeten.
Dat gebeurde dan ook toen Zeus zijn wraak op hem richtte. Hephaistos, de god van het vuur en de smid moest Prometheus met een onverwoestbare ketting aan een rotswand in de Kaukasus vastklinken. Daar hing hij recht overeind boven een angstaanjagende afgrond, zonder te kunnen slapen en met grote pijn, maar zijn geest brak niet. Ook niet toen Zeus zijn adelaar op hem afstuurde die elke dag van de lever van Prometheus pikken mocht en elke dag weer aangroeide. Deze kwelling zou zo lang duren tot een onsterfelijk wezen bereid zou zijn voor Prometheus zijn leven te offeren. 
Iedere dag, dertig jaar lang, kwam de adelaar van Zeus, totdat Herakles onderweg naar de Hesperiden voorbij de Kaukasus trok , waar hij de gekwelde Titanenzoon zag lijden. Hij greep zijn boog en doodde de adelaar. toen bevrijdde hij Prometheus van zijn ketting en daarna van zijn straf, omdat de kentaur Chiron aanbood af te zien van zijn onsterfelijkheid en voor Prometheus te sterven. 
Opdat Zeus zich er vanaf dat ogenblik op zou kunnen beroemen dat zijn vijand toch nog aan de rotsen van de Kaukasus vastzat, droeg Prometheus voortaan een ijzeren ring met een steentje van die rots.
De adelaar van Zeus en de pijl van Herakles werden door de goden aan de sterrenhemel geplaatst om de herinnering aan het lijden van Prometheus en aan zijn bevrijding levend te houden.

NO                                                                     O                                                    ZO
juni   1  °°u*                                            juli   1  23°° u*                           aug. 1  21°°u*
15  24°°u*                                              15  22°°u*                                   15 20°°u*
*zomertijd

De sterrenbeelden adelaar en pijl vinden we in juni precies in het oosten, niet ver boven de horizon, in juli tussen oost en zuidoost (zie beeld hierboven) en in augustus verder naar het zuiden opstijgend, dan aan de avondhemel om 22°°u in de zomertijd.

De namen van de sterren betekenen:

Altair (Arabisch) = de vliegende adelaar.

Meer feiten

Sterrenkundealle artikelen

7e klasalle artikelen

.

2483

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.