VRIJESCHOOL – Sterrenkunde (1-5-1/1)

.

Artikelen voor de bovenbouw die hier worden gepubliceerd hebben alle betrekking op de tijd dat de bovenbouw nog veel meer vrijeschoolbovenbouw kon zijn dan nu het geval is. De exameneisen hebben steeds meer inbreuk gemaakt en daardoor afbreuk gedaan aan het leerplan zoals dat jaren werd gehanteerd, steeds vanuit het gezichtspunt: leerstof is opvoedings- en ontwikkelingsstof. In hoeverre dat principe – naast de examentraining – nog leidraad kan zijn bij de inhoud van de geboden lesstof in de verschillende vrijeschoolbovenbouwen weet ik niet. 
De artikelen voor deze klassen zijn wél vanuit dit gezichtspunt geschreven.

.

C. von Gleich, nadere gegevens ontbreken, datum moet van na 1980 en vóór 1986 zijn*.
.

Een teken aan de hemel – een teken aan de wand
.

I. De komeet Halley in het verleden
.

In het Engelse tijdschrift Nature stond enige maanden geleden [zie boven*] de volgende mededeling: Een groep Amerikaanse sterrenkundigen ontdekte in de nacht van 16 oktober 1982 op de Palomar sterrenwacht (Californië) in het sterrenbeeld de Kleine Hond de komeet Halley. Deze ontdekking was gedaan met behulp van de grote telescoop die een middellijn van 5 meter heeft, en met gebruikmaking van een speciaal fotografisch procedé dat vijftig maal zo gevoelig is als het tot nu toe gebruikelijke fotomateriaal. De komeet Halley bevindt zich op dit moment nog op een afstand die overeenkomt met elf maal de afstand aarde-zon en hij zal, volgens de meest recente berekeningen, op 9 februari 1986 de zon het dichtst zijn genaderd. De waarneming van deze komeet zo lang tevoren, op een exact berekende plaats aan de hemel, is in astronomisch-technisch opzicht een succes van de eerste orde. Tot zover het tijdschrift Nature.

Het laat zich aanzien dat in de komende jaren nog veel te doen zal zijn rond het verschijnsel van de komeet Halley. Er worden bijvoorbeeld al plannen gemaakt voor de lancering van ruimteraketten om in 1986 zoveel mogelijk technische gegevens over deze komeet te kunnen verzamelen. Vanwaar al deze bedrijvigheid, en wie was Halley naar wie dit bijzondere hemellichaam is genoemd?

Een eeuw na Johannes Kepler leefde in Engeland Edmond Halley (1656-1742), een van de grootste geleerden van zijn tijd. Geboren in Londen bezocht hij als student Queens College in Oxford. Met een 7 meter lange telescoop bestudeerde hij in 1675 een maansverduistering en op twintigjarige leeftijd publiceerde hij zijn eerste astronomische verhandelingen. Om ook de sterrenhemel van het zuidelijk halfrond te kunnen onderzoeken, reisde hij naar het eiland St. Helena in de Atlantische Oceaan. Onderweg werkte hij aan de verbetering van het navigatie-instrument de kwadrant. De catalogisering van talrijke nieuwe sterren en de publicatie van een verbeterde sterrenkaart van het zuidelijk halfrond leverde hem het eervolle lidmaatschap van de Royal Astronomical Society op. Drie jaar lang bereisde hij het Europese vasteland om internationale contacten aan te knopen. In Parijs maakte de verschijning van een komeet een onuitwisbare indruk op hem.

Halley had een veelzijdige belangstelling voor de natuurwetenschappen. Van grote invloed op zijn ontwikkeling was de hechte vriendschap met zijn oudere landgenoot Isaac Newton in Cambridge. Samen bespraken zij diens Philosophiae naturalis principia mathematica. Dit belangrijke werk waarin Newton o.a. zijn wetten op het gebied van de mechanica formuleerde, liet Halley op eigen kosten drukken. Met Antoni van Leeuwenhoek in Delft correspondeerde hij over de verbetering van het microscooponderzoek. Met Huvgens discussieerde hij over de toepassing van duikerklokken. Zo zijn er nog tal van gebieden te noemen waarop Halley actief is geweest.
Van 1698 tot 1.700 maakte hij opnieuw een grote zeereis die hem tot in het zuidelijkste deel van de Atlantische Oceaan ‘voerde. Het schip kwam door hoge ijsbergen in grote moeilijkheden en ontsnapte ternauwernood aan de ondergang. Als resultaat van deze reis kon Halley de eerste atlas van magnetische velden op zee publiceren. Nadat hem de titel van professor in de meetkunde te Oxford was verleend, ging hij Arabisch leren om een middeleeuws wiskundig geschrift uit het Arabisch in het Latijn te kunnen vertalen en uit te geven.

Na jarenlange berekeningen kon Halley in 1705 zijn levenswerk over de elliptische banen van alle destijds bekende kometen voltooien. Dit werk verscheen gelijktijdig in het Latijn en in het Engels (A synopsis of the astronomy of cornets). Toen hij 64 jaar oud was, werd hij nog benoemd tot directeur van de sterrenwacht Greenwich. Dit gaf hem de gelegenheid om met behulp van een nieuw verworven telescoop aan een 18 jaren durend maanonderzoek te beginnen en dit – ondanks een verlamming aan zijn rechterhand – ook nog af te ronden.

Deze briljante loopbaan ten spijt heeft Halley tijdens zijn leven op astronomisch , gebied niet die internationale erkenning ondervonden die hem later, dank zij een door hem gedane voorspelling, ten deel is gevallen. Tijdens de intensieve bestudering van de in zijn tijd verschenen kometen en alle mededelingen uit vroeger eeuwen die hij daarover kon vinden, was het Halley namelijk opgevallen dat de komeet die hij zelf in 1682 had gezien dezelfde moest zijn als die in de jaren 1607, 1531 en 1456 was waargenomen. Op grond van zijn berekeningen, waarbij ook met de aantrekkingskracht van verschillende planeten rekening gehouden moest worden, voorspelde Halley in zijn genoemde boek A synopsis dat deze komeet ook in december 1758 weer zichtbaar zou worden. Deze voorspelling is, 16 jaar na zijn dood, precies uitgekomen! De astronomen waren uiteraard enthousiast en noemden daarom deze komeet naar Halley. Gedurende een groot deel van 1759 genoot men nog van het schouwspel. Van toen af werden de berekeningen intensief voortgezet om de volgende verschijning van de komeet te kunnen bepalen. De Academie van Wetenschappen in Turijn wijdde hieraan een prijsvraag die in 1820 door de Fransman Damoiseau werd gewonnen. Hij kon aantonen dat de komeet Halley in 1835 weer terug zou komen. Inderdaad werd de komeet in september van dat jaar op de Leidse sterrenwacht gezien. De toen reeds aanwezige staart van de komeet groeide in enkele weken tijds tot een lengte van 30° (dat komt overeen met de ruimte die elk van de 12 dierenriemtekens aan de hemel inneemt). De komeet bleef in Zuid-Europa nog ruim een half jaar zichtbaar.

Het spreekt vanzelf dat door de vorderingen op astronomisch gebied in de 19e eeuw (bijvoorbeeld de tevoren berekende ontdekking van de planeet Neptunus) ook de kennis omtrent de kometen aanzienlijk toenam. Niet alleen bij de sterrenkundigen, maar ook in bredere kring werd de belangstelling voor kometen een modeverschijnsel. Er verschenen talrijke verhandelingen over dit onderwerp. Oude geschriften met vermeldingen van kometen werden opnieuw ontdekt en uitgegeven, zoals waarnemingen in China uit de tijd vóór Christus.

In de oude getuigenissen worden kometen meestal in verband gebracht met rampen of dreigende gebeurtenissen. Slechts één auteur, de Romein Gaius Plinius sr., moge in dit verband worden aangehaald: ‘Een onheilspellende komeet is door de volkeren van Ethiopië en Egypte waargenomen, waaraan de koning van die tijd, Typhon, de naam heeft gegeven: vurig er uitziende en gedraaid als een kronkel, ook schrikwekkend om te zien en eigenlijk niet zozeer een ster als wel een vurige knoop. . . Nu en dan is er een komeet in het westelijk deel van de hemel: voor het grootste deel zijn dit schrikwekkende sterren en niet gemakkelijk door offers gunstig gestemd, zoals in de burgeroorlog tijdens het consultaat van Octavius en nog een keer in de strijd tussen Pompejus en Caesar. . . De enige plaats in de gehele wereld waar een komeet voorwerp van verering is, is een tempel te Rome’. (Geciteerd naar H. Groot).

Gestimuleerd door de voortgeschreden rekenmethodes hebben de astronomen Cowell en Crommelin in het begin van deze eeuw getracht nog enkele vroegere verschijningsjaren van de komeet Halley vast te stellen. Inderdaad slaagden zij erin aan te tonen dat hij zelfs al in de jaren 989 en 1066 moet zijn verschenen. Van de gebeurtenis in 1066 bestaat een interessante getuigenis in het beroemde tapijt van Bayeux waarop deze komeet is afgebeeld.

De komeet Halley afgebeeld op bet tapijt van Bayeux.

De laatste keer dat de komeet Halley te zien is geweest was in 1910. Maanden tevoren was hij al op de fotografische plaat ontdekt. Eind april, begin mei 1910 kreeg hij zijn grootste helderheid. Eén aspect waar H. Groot op wijst, mag hier niet onvermeld blijven: ‘Een bijzonderheid die op verschillende plaatsen van de aarde tot grote bezorgdheid, ja tot allerlei excessen leidde, was dat de aarde op 19 mei door de staart van de komeet moest passeren. De vrees die voor deze gebeurtenis bestond, berustte op het feit dat het zwaar giftige cyaan in de staart aanwezig geacht werd. Van wetenschappelijke zijde werd er echter met nadruk op gewezen, dat de verdunning van dit cyaan in elk geval zo groot moest zijn, dat werkelijk niet te vrezen viel voor schadelijke gevolgen. Dit is dan ook wel gebleken. Men heeft, voor zover met zekerheid kon worden nagegaan, volstrekt niets kunnen bespeuren van de doorgang van de aarde door de staart.’

In verhouding tot het grote aantal kometen in de tweede helft van de 19e eeuw (in het bijzonder in de jaren 1880-90), werd het na 1910 merkwaardig stil in dit opzicht. Er traden sindsdien geen opvallende verschijningen meer op. Dit ontlokte aan H. Groot in zijn boek de wens dat een bijzonder lichtsterke komeet weldra de balans weer in het evenwicht moge brengen.

Wat betreft de uiterlijke gegevens over de kometenverschijningen willen wij hiermee volstaan. Zoals in het begin werd opgemerkt, zal de komeet Halley in februari 1986 de zon het dichtst zijn genaderd en waarschijnlijk met het blote oog helder zichtbaar worden. Het is zeer twijfelachtig of wij het enthousiasme van de astronomen in deze zullen mogen delen. Welke geestelijke perspectieven met de komeet Halley verbonden zijn, in het licht van hetgeen Rudolf Steiner hierover heeft medegedeeld, zullen wij in het volgende artikel onder ogen zien.

Literatuur:

D. W. Hughes, The recovery of Halley’s cornet. In: Nature, Vol. 300 (1982) p. 318.
A. Armitage, Edmond Halley. – London, 1966.
C. A. Ronan, Edmond Halley. In: Dictionary of scientific biography, Vol. 6. – New York, 1972.
H. Groot, Kometen en vallende sterren. – Amsterdam, 1950.
H. Belloc, The book of the Bayeux tapestry, representing the complete work in a series of colour facsimiles. – London, 1914.

.

vervolg in deel 2.

Nog een artikel over Halley

Sterrenkundealle artikelen

.

2578

.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.