VRIJESCHOOL – Kerstspelen – Herdersspel -Crispijn

.

CRISPIJN
Crispijn, de vierde herder in het kerstspel, is blijkbaar een moeilijk te begrijpen figuur. Ik* ontmoette, in voor mij chronologische volgorde, de volgende opvattingen:

K.J.Schroer(1858) [1]

Es folgt die schöne Szene der Opferung und am Schluß das Auftreten eines vierten Hirten, der in seinem ganzen Wesen etwas rätselhaft ist, wenn auch schon in der Legende die Hir­ten einmal drei, einmal vier sind. Vielleicht stellt er nichts andres dar als den törichten Hirten, der, für die hehre Er­scheinung unempfänglich, nichts geträumt noch gesehen hat. Crispus kömmt in einem Schafpelz, den er umgekehrt mit der rauhen Seite nach außen um hat, ebenso ist seine mit Schaf­pelz gefütterte Mütze umgekehrt. Er geht immer gebückt und sucht sich im Pelz ganz zu verkriechen. Also eine vermummte Rauhnachtgestalt. (Merkwürdig ist, daß das Rauhe auch im lateinischen Namen schon angekündigt ist; etwa ein männ­licher Allerleirauh?) In verschiedenen Gegenden Ungarns kommen am Heiligen Abend Hirten singend in die Häuser, vier, fünf und mehr. Einer unter ihnen hat einen Strohgürtel um und unterscheidet sich durch schlechte Kleider. Der legt sich auf den Boden und wird von den andern mit den Hirten-Stäben wie mit Hebeln aufgehoben. Er heißt Kubo. Ist das unser Crispus? Ist es der Wintergott, der auf die Beine kommt?

Na de mooie scene van de aanbidding komt  op het einde nog een vierde herder op, die naar zijn hele wezen wat raadselachtig is, ook al zijn in de legende de herders wel met z’n 3-en of 4-en. Misschien stelt hij niets anders voor  dan een onnozele herder, die voor de indrukwekkende verschijnselen niet open stond, niets gedroomd, noch gezien heeft. Crispijn komt op in een schapenvacht, die hij omgekeerd, met de ruwe kant naar buiten draagt, net als zijn met schapenvacht gevoerde muts die ook binnenstebuiten zit. Hij loopt steeds krom en probeert zich helemaal in zijn vacht te verstoppen. Dus een vermomde figuur tijdens de 12 heilige nachten optredend  (Rauhnachtgestalt)
(Merkwaardig is, dat het ruige ook in de Latijnse naam al aangekondigd wordt; iets als een mannelijke Allerleirauh=Bontepels.
In verschillende streken van Hongarije komen op de heilige avond herders zingend de huizen binnen, vier, vijf en meer. Een van hen heeft een strogordel om en onderscheidt zich door zijn slechte kleding.
Hij gaat op de grond liggen en wordt door de anderen met de herdersstaven als hefbomen opgetild. Hij heet Kubo. Is dat onze Crispijn? Is het de wintergod die overeind komt?

Figur 8 ** ist der Hirtenknecht Crispus, der ganz vermummt und in Pelz gehüllt, gebückt einhergeht, wahrscheinlich ein Repräsentant der rohen, ungläubigen Heiden. Ein Hirt mit dem «Zippelpelz» kommt auch in andern Weihnachtspielen (selbst bei Slawen als «Kubo») vor. Die mit der Krippe um Weihnachten herumziehenden Hirten in der Slowakei zeigen dem «Kubo» die Krippe und fragen, ob er glauben will; er weigert sich und wird dafür geschlagen. In deutschen Weih­nachtspielen kommt zuweilen ein harthöriger oder törichter Hirte vor, der dasselbe zu bedeuten haben wird. Meine Weih­nachtspiele dürften diesen Zug für die ältesten Zeiten be­urkunden. Sonst erinnert der Zippelpelzträger (namentlich durch seinen Strohgürtel, den er oft vorschriftmäßig trägt) an den Wintergott, wie er in volkstümlichen Darstellungen des Kampfes zwischen Sommer und Winter dargestellt wird.

Figuur 8** is de herdersknecht Crispijn die helemaal vermomd in zijn pels gehuld, gebukt rondgaat, waarschijnlijk een represantant van de ruwe, ongelovige heiden. Een herder met de ‘Zippelpelz’=Zipfelpelz =de ‘jas’ van schapenvacht met slippen, komt ook in andere kerstspelen (ook in het Slavisch)  als ‘Kubo’ voor. De met de kribbe tegen kerst rondtrekkende herders in Slowakije laten aan ‘Kubo’ de krib zien en vragen of hij wil geloven; hij weigert en wordt daarom geslagen. In Duitse kerstspelen komt soms een dove en dwaze herder voor, die dezelfde betekenis zou hebben. Mijn kerstspelen kunnen deze trek voor de oudste tijden met oorkonden staven. Anderszins herinnert de drager van de schapenvacht (namelijk door zijn strogordel die hij dikwijls overeenkomstig de voorschriften draagt) ons aan de wintergod, zoals hij in volkse voorstellingen de strijd tussen zomer en winter verbeeldt.

Ir J.van Wettum, in brieven aan mij* dd 24-12-1977 en 14-2-1978:
Ik heb al enige keren tegen de spelers gezegd, dat ik meen, dat Chrispijn sterk verbonden is, ja, min of meer representeert wat men mag noemen “de groepsziel” van die oude herders, in hun natuurverbondenheid en daardoor oude wijsheid.
In de opbouw van dit kerstspel is toch te beleven hoe dit slot op de (toenmalige?) toehoorders en toeschouwers moet werken als die slotzinnen, die drie maal in de “Grondsteenspreuk” aan het eind van elk derde deel klinken: “Das hören die Elementargeister in Ost, West, Nord,Süd: Menschen mögen es horen”.
Chrispijn heeft “beleefd” wat er gebeurd is, maar op die atavistische wijze. Hoe komt de mens tot een persoonlijk beleven? Vandaar de vraag: “Hoe veer ist wel?” en het antwoord: “Tot gher bent!”

Rudolf Steiner heeft eens gezegd, dat die boeren, die deze oude spelen gezien hadden, naar huis gingen met de min of meer bewuste vraag: “Bin ich ein Wirt oder bin ich ein Hirt?” (ben ik een waard of ben ik een herder)  Zou niet een nog diepere vraag bij het beleven van deze spelen opgeroepen worden, ongeveer zo: “Hoe lang is de weg tot ik de ontmoeting met dit goddelijke kind mag hebben?” In woorden gebracht: “Hoe veer ist wel?” En is dan niet het enige ant­woord: dat hangt van je zelf af, hoe veel je er aan doet, de eigen inspanning, de heilige wil, enz.enz., samengevat in het simpele antwoord: “tot gher bent!”
Door dergelijke overwegingen krijgt deze slotfase van het Kerstspel zo’n duidelijke zin en betekenis. En dan is het pijnlijk, dat er min of meer een parodie van gemaakt wordt, die afbreuk doet aan de gaafheid van dit spel.’

Wat Chrispijn betreft, daar schreef je zelf al het antwoord. Ik drukte het wel eens zo uit, dat hij nog zo verbonden is met de “herders-groepziel”, misschien beter
een­voudig gezegd: nog een meer atavistische verbondenheid met de geestelijke werkelijk­heid heeft, dat hij daardoor inderdaad in de wereld van de “omkeringen” leeft. Voor de moderne mens is hij simpel. Zelfs het Nathanische Jezuskind zou voor moderne be­grippen een achterlijk kind geweest zijn, zegt Rudolf Steiner. Hij leeft nog zo sterk in die andere wereld, dat hij “doof” is voor de woorden hier, althans hardhorend. Die pelsvacht is voor hem toch de bescherming tegen alle ongemakken van de aardse omstandigheden. En zo is er meer.

Elise Schulz, Haussmannstrasse 44, Freie Waldorfschule, Uhlandshöhe, 1) 7000 Stuttgart-1, in een brief aan mij* dd 31-8-1978:

‘Mir ist es sehr interessant, was Sie von Herrn van Wettum schreiben, wie er den Crispus auffaszt»
Ich erlebe den Crispus als eine Gestalt, die zu spät kommt, im rechten Augen­blick nicht f,zur Stelle war”, auch für eine Gabe nicht vorbereitet war, der Vierte» Drei kamen zur rechten Zeit» Es sind auch drei Könige, die hellen, erleuchteten; der vierte Konig Herodes, der Finstere» In Goethes Märchen sind es auch Drei und der Vierte zusammengesetzt» Im Mysterienspiel sah ich auch eine Entsprechung im Retardus» In der Tempelszene sinkt er in sich zusammen.
Crispus schüttelt immer den Kopf, noch beim Gesang; er kann das grosze Geschehen nicht fassen» Die Frage: “ís es wait dohin?”, Antwort: “Bis d’hikummst” besagt schon: “es hangt von dir selber ab”» Diese Schluszszene gibt ein Bild: wieviel von Crispus hat jeder in sich?

Ob Sie mit meiner Antwort einverstanden sind?

Voor mij is het erg interessant wat U over de Heer van Wettum schrijft, hoe hij Crispijn opvat.
Ik beleef Crispijn als een figuur die te laat komt, op het juiste ogenblik niet ‘ter plekke was‘ ook niet voorbereid op een geschenk, de vierde. Drie kwamen er op tijd. Er zijn ook drie koningen, de helderen van geest, de verlichten; de vierde koning Herodes, de duistere. In Goethes sprookje [2] zijn er ook 3 en de 4e. In het mysteriedrama [3]  zag ik iets overeenkomstig bij Retardus. In de tempelscene stort hij in.

Crispijn schudt steeds het hoofd, ook nog bij het zingen; hij kan de grote gebeurtenis niet vatten. De vraag: ‘Hoe veer ist ’t wel?‘, antwoord: ‘tot gh’er bent‘ laat het zien: het hangt van jou zelf af. Deze slotscene geeft een beeld: hoeveel van Crispijn heeft ieder van ons in zich.
(Of U het met mijn antwoord eens bent?)’

W.F.Veltman zei in de regisseursbijeenkomst in Den Haag op 8-9-1979:
In het herdersspel moet streng de hand worden gehouden aan de driehoek: de herders staan en dansen altijd in de driehoek. Pas aan het einde komt de oude Crispijn erbij, dan ontstaat het vierkant.
In de Kerstboom worden o.a  de  driehoek  en het   vierkant als tekens gehangen» De driehoek is de oude ontwikkeling, het vierkant de nieuwe ontwikkeling: het Ik-principe komt in de persoon van Crispijn op eigen (zwakke) kracht erbij, hij heeft het in het volk, bij geruchte gehoord, dus niet van de Engel, maar op aarde.
Crispijn wordt dus achtereenvolgens gezien als Wintergod, herdersgroepziel, de slechte die te laat komt, en het jonge Ik»

Aan de heer van Wettum had ik geschreven over het feit dat bij Crispijn alles omgekeerd is: binnen en buiten, groot en klein. Dit deed mij denken aan wat Rudolf Steiner zegt over de geestelijke wereld en over de droom. Ook daarin is veel omgekeerd. Het getal 123 in de geestelijke wereld wordt 321 in de fysieke wereld; jonge kinderen schrijven nog vaak spiegelbeeldletters. Verscheurende dieren die ons in de droom aan­vallen, zijn imaginaties van driften die van ons uitgaan. Enzovoort. Dat Crispijn dus ‘iets’ in de geestelijke wereld representeert, is voor mij zeker. Zijn gebogen houding, ja, eigenlijk zijn opgerolde houding, doet mij denken aan de houding van het jonge embryo die hij nog niet of nauwelijks heeft afgelegd. Hij is, in die ziens­wijze, nog maar zonet geboren, dat hij nog niet goed kan verstaan (dubbele betekenis !) wat er gezegd wordt. Hij is dus niet doof uit ouderdom. Hij herhaalt de woorden ‘kindeken, eselken’ enz. als het ware nog uit een kortdurende nabootsingsdrang.
De drie Herders geven, uit de natuur, geschenken zoals W.J.Stein die beschreef voor de Asklepios-Mysterien» Crispijn geeft echt iets van zich zelf. Onze vice-voorzitter dr. J.van Dam bracht dit in een gesprek met mij als volgt tot uitdrukking: de slip van de pelsjas is een door ontwikkeling zelf verworven, omgewerkt deel van het astraallichaam dat door het Ik geschonken wordt aan de Christus» Hij zag hier een samenhang met de sage van het Gulden Vlies. Het zoeken naar het Gulden Vlies heeft de betekenis van het zoeken naar de oorspronkelijk zuiver gouden “Flusz” van het astraallichaam van vóór de verduistering tengevolge van de afdaling van de mens (Rudolf Steiner: “Ägyptische Mythen und Mysterien”, GA 106)» Tot zover dr. J.van Dam»

Het is wel merkwaardig dat het artikel van Walter Johannes Stein “Die Mysterien der Asklepios” ook uitmondt in de sage van het Gulden Vlies»

‘So kann es uns nicht verwundern wenn von Asklepios die griechische Sage berichtet, er sei beteiligt gewesen an dem Zuge der Argonauten, er sei mit hinübergezogen an das schwarze Meer um nach Besiegung des Drachens das goldene Fliess zu holen.’
Zo hoeft het ons niet te verbazen dat wanneer er van Asklepios sprake is de Griekse sage dan verhaalt dat hij deelgenomen heeft aan de reizen van de Argonauten, dat hij meegetrokken is naar de Zwarte Zee om het gulden vlies te halen na de overwinning op de draak.

Het is niet onmogelijk dat al deze zienswijzen waarheden op verschillend niveau bevatten die tot een groter geheel kunnen worden samengevat. Wie kan het ?

*Dr.Nordlohne 
**[1] foto t.o. titelblad: figuur beneden uiterst rechts

kompanij

[1] Karl Julius Schröer Über die Oberuferer Weihnachtsspiele.
1963 Verlag Freies Geistesleben
[2] J.W. von Goethe Het sprookje van de groene slang en de schone lelie
[3] Rudolf Steiner Mysteriedrama’s
.

Kerstspelen: alle artikelen

Kerstmis: alle artikelen

VRIJESCHOOL in beeld: kerstspel

75-72

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

Advertenties

4 Reacties op “VRIJESCHOOL – Kerstspelen – Herdersspel -Crispijn

  1. Pingback: WAT STAAT OP DEZE BLOG | VRIJESCHOOL

  2. Pingback: KERSTSPELEN OP DE VRIJESCHOOL (aantekeningen) | VRIJESCHOOL

  3. Pingback: VRIJESCHOOL – KERSTSPELEN algemene regie-aanwijzingen | VRIJESCHOOL

  4. Pingback: VRIJESCHOOL – KERSTSPELEN – Alle artikelen | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s