VRIJESCHOOL – Kerstspelen – Paradijsspel

.

HET PARADIJSSPEL, EEN SPIEGEL VAN DFE MENS

Al jarenlang speel ik in het paradijsspel. Een spel dat telkens grote indruk op mij maakt en mij ertoe aanzet om controversiële ideeën over ‘Adam en Eva’ op het toneel vorm te geven voor zowel volwassenen als kinderen. Het paradijsspel is voor mij sterk bepalend geweest in het vormen van gedachten over de positie van man en vrouw, in deze eeuw van emancipaties. Mijn intenties en de manier waarop ik mijn rol in het spel heb gespeeld, heeft – naar ik hoop – zijn uitstraling naar het publiek, dat nooit mijn mening heeft gehoord zo lang ik bij dit spel betrokken ben geweest.
Toch lijkt het me goed eens naar buiten te treden, om te proberen de vermeende rolbevestigende beelden over man- en vrouwverhoudingen in het paradijsspel weg te werken, die het karakter en de schoonheid van het spel te niet doen.

Wel geef ik direct toe dat er aanleiding genoeg is voor een rolbevestiging, en dus om terecht tot een negatief oordeel over de vrouwenrol te komen. Onze materieel ingestelde maatschappij wil graag de feiten kennen, zoals ze zich letterlijk aan ons voordoen. En ook ik voel dat aan als gerechtvaardigd en juist, doch dat zou nooit het enige mogen zijn dat tot een oordeel leidt. Een ieder weet, dat juist tussen en achter de ons gege­ven zintuiglijke verschijnselen het leven pas tot uit­drukking wordt gebracht. In dat wat tussen de regels door te lezen is, in de manieren waarop bij intermense­lijke contacten iets wordt gezegd, is vaak een grotere waarheid verborgen dan in de naakte, op feiten geba­seerde werkelijkheid. Daarom ook wordt er onbevan­genheid en openheid verlangd, die kinderen nog van nature bezitten en volwassenen zich steeds bewust eigen moeten maken, om te kunnen luisteren naar wat het paradijsspel zo tussen de regels door voor waarheid te verteilen heeft over het man- en vrouwzijn. Heel vaak hoort men de aanduiding dat de kerstspelen mysteriespelen zijn. Dit betekent naar mijn inzicht niets anders dan dat de spelers en de toeschouwers moeten zoeken naar het geheim, dat achter het verhaal verborgen is. Vooral zij, die de spelen voor het voet­licht brengen, zullen het geheim zo moeten kennen, dat het publiek het mysterie kan zien, beleven en onder­gaan, zoals het werk van een kunstenaar een herken­ning en een zielebeleving bij de beschouwer teweeg kan brengen. In een dergelijk spel ziet de toeschouwer iets van zijn ‘geschiedenis’ en een aanduiding waartoe de mens op aarde is. Het is als een oproep om naar de zin van dit bestaan te zoeken. Je bent nu eenmaal een mens om (als je wilt) een nog vollediger mens te wor­den.

Als ik met een materiële kijk op het leven de juiste sleutel tot het ontsluiten van een mysterie meen te kunnen vinden, dan maak ik het mij vaak erg moeilijk. Een feit is zo begrensd, afgebakend en gedefinieerd, dat het proces dat daaraan vooraf is gegaan, niet meer zichtbaar is. De liefde voor de naakte feiten maakt dat de personages in het spel door een naïef realistische bril worden bekeken, waardoor elk van hen als een afgezonderde, zelfstandig bestaande persoon wordt beschouwd: Godvader is de god die de wereld en de mens uit zijn almachtige hand laat ontstaan; Adam wordt de mens en uit zijn lijf mag Eva komen, die op haar beurt zich inlaat met de duivel Lucifer, waardoor Adam ook in het verderf wordt gestort. Rollen die zo gemakkelijk kunnen worden opgevat als bevestigend en in deze emanciperende cultuur ook terecht be- en veroordeeld worden.

Maar mist men zo niet het beste? Kan men niet beter net zo als bij de eredienst en bij een kunstwerk boven deze feitelijke werkelijkheid uit stijgen en zoeken naar de meerwaarde, die uit de figuren spreekt? Het gaat naar mijn mening in deze spelen niet om de almacht van God als schepper, om Adam die door zijn vrouw verleid wordt, of om Lucifer die het kwade sticht, maar meer om het verhaal van de wordende mens, die voorgehouden wordt in de toekomst nog volmaakter te worden. Een boer zaait toch geen volledige planten, maar wel het zaad en er zijn andere krachten nodig om tot groei te komen. Zo geeft God in de loop der tijden aan (de eerste) Adam, die als ‘evenbeeld’ manlijk-vrouwlijk werd geschapen[1], een bezield lichaam dat bij de aarde hoort. En deze aards bezielde mens ontwik­kelt zich tot een steeds volmaakter wezen, tot geest, die levend schept[2].

Het paradijsspel tilt het mensheidsverhaal boven het gewoon zichtbare uit. Voelde Vondel in zijn tijd dat de wereld een schouwtoneel was, voor de toeschouwer wordt het paradijsspel tot een spiegel, waar verschil­lende kwaliteiten van de menselijke ziel op het toneel zichtbaar worden gemaakt. En W. Kloos, een dichter, welbekend bij de Tachtigers, kon bijvoorbeeld zeggen:

“Ik ben een god in ’t diepst van mijn gedachten
En zit in ’t binnenst van mijn ziel ten troon
Over mij-zelf en ’t al, naar rijks geboôn
Van eigen strijd en zege, uit eigen krachten …”

Zou de mens begenadigd zijn met goddelijke schep­pingskrachten? Goethe, een beroemde Duitse dichter, ervoer het goddelijke in de mens in de hulpvaardig­heid, in zijn vermogen om te kunnen scheiden, verbin­den, beoordelen, straffen, vergeven, enz. [5]. R. Steiner kwam door zijn waarnemingen zover, dat hij de mens zelf als medeschepper ziet van de aarde en zijn eigen lichaam [3]. En dan F. Schurer, een Fries dichter, ont­dekte in zichzelf een Kaïn en een Abel-natuur en dat drukt hij uit in deze woorden:

“Twa bruorren stean nest elkaar
op bou en skieppeweide
de ien hjit Kaïn, Abel de oar
en ik bin ien fan beide”

Zou dat ook niet zo kunnen ten opzichte van de engel Gabriël, van Lucifer, Adam, Eva, Godvader, de Boompjesdrager:

“En ik, ik ben een van hen?”

Het laten varen van een naïef realistische voorstelling van zaken door over te durven stappen naar een meer innerlijk en kunstzinnig schouwen van de wereld, schenkt meer perspectieven om het paradijsspel te kunnen beleven en bezielen. Voor de spelers, de regis­seur, de muzikanten, de belichter, de decorbouwer en andere deelnemers aan het spel betekent dit een zich steeds weer bezinnen op de eigen inzichten omtrent het aardse en geestelijke menszijn, opdat het publiek kan voelen welke worsteling telkens nodig is bij de poging de bron van de mens ‘Adam’, ‘de uit aardse stof ge­vormde’ [4] te naderen.

En toch wordt dit paradijselijke beeld van de mens aan de ogen van het publiek in zo’n vorm geopenbaard, dat, ondanks de dramatiek van de uitdrijving uit het paradijs, het spel zelfs voor kinderen gespeeld kan worden al is het geen sprookje, geen gewoon schep­pingsverhaal, maar een echt menselijke ontwikkelings­weg. Telkens ervaar ik, als ik in dit spel meespeel, de grootsheid van de ingeving, die Rudolf Steiner destijds kreeg om dit spel als religieus leerproces voor de kinderen in het jaarfeestenprogramma van de school op te nemen. Ik hoop dat een ieder van dit spel kan genie­ten.

Noten:
1) Genesis 1: 27.
2)   Paulus de Apostel: 1, Corinthe: 15.
3)   Rudolf Steiner: ‘Wetenschap van de geheimen der ziel, blz. 201, Natuurwezens blz. 29.
4)   Emil Bock: ‘Urgeschichte’, blz. 29.
5)   J.W. Goethe: ‘Das Göttliche’ (een gedicht).

(Gerben van der Heide, nadere gegevens onbekend)

.

kerstspelenalle artikelen

Kerstmisalle artikelen

jaarfeestenalle artikelen

VRIJESCHOOL in beeldkerstspel  Kerstmis    jaartafel

.

400-377

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertenties

Een Reactie op “VRIJESCHOOL – Kerstspelen – Paradijsspel

  1. Pingback: VRIJESCHOOL – KERSTSPELEN – Alle artikelen | VRIJESCHOOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s