.
HET KERSTGEHEIM VAN DE GOEDE WIL
Midden op de Dam, midden in het hart van Amsterdam, verheft zich een machtige boom, een woudreus uit het hoge noorden, een kerstboom. Zacht bewogen door de wind twinkelen daarin honderden lichtjes. Eromheen razen auto’s, vluchtauto’s, trams, fietsen en haast zich een menigte van mensen voort, hun gedachten en hun begeerten vervuld van talloze, zeer verschillende zaken. Ze gaan allemaal ergens heen. Waarheen? Wat leeft er in hun hart? Wat beleeft ieder van hen aan die kerstboom.
De oude mythologieën kenden reeds de Wonderboom des Levens.
Als aan de bomen in het voorjaar alle knoppen opengaan, dan ziet men het duidelijkst de levenskracht van de natuur. Het beeld voor deze kracht die alles leven doet is de meiboom of de meitak.
Op de eerste meidag, maar ook met Pinksteren of Sint-Jan, wordt een hoge den of spar uit het woud gehaald en, ontdaan van zijn zijtakken en zijn schors en versierd aan de top, in een plechtige optocht door het dorp gedragen. In plaats van een boom ziet men ook overal een met linten en bloemenkransen opgeschikte meitak. Pas in het begin van de vorige eeuw werden deze levensbomen van de lente ook opgericht in het midden van de winter als kerstbomen. Aanvankelijk alleen binnenshuis in de woonkamers. Nu staat hij met Kerstmis ook midden op de Dam.
De levensboom werd Kerst-(Christus)boom, want Christus heeft zich, na zijn opstanding uit de dood, verenigd met de levenskracht van heel de aarde. Eeuwen en eeuwen lang heeft men dit aangevoeld, maar eerst nu is de mensheid eraan toe om dit ook te gaan begrijpen. De levensboom, in de Noorse mythologie Yggdrasil, de ‘ik-drager’, wordt, als in het lengen der dagen de nieuwe zon geboren wordt, voor de mens tevens de Christusboom. Hebben de miljarden mensen op aarde behalve hun stoffelijk leven ook niet een nieuwe, geestelijke levenszon nodig?
Kerstfeest: het geboortefeest van de Liefde en het vredefeest van het Licht. Het geboortefeest moet je voelen, het lichtfeest is te begrijpen. Beide feesten krijgen hun reliëf door de achtergrond. Temidden van vijandschap en haat, van zelfzucht en machtswellust ligt in de kribbe de pasgeboren Liefde. In de donkere tijd van het jaar en in de duisternis van de meest prozaïsche nuchterheid en uitzichtsloosheid komt het nieuwe Licht op aarde. Als je niet gelooft in het bestaan van een wereld achter die van de zintuigen, als je met je verstand in alles wat er gebeurt slechts toeval ziet, een blinde samenloop van omstandigheden, een zinneloos gedoe, een onbegrijpelijk spel, waarin de mens een volstrekt onbelangrijke rol speelt, dan wordt de aarde en alles wat erop gebeurt, dan worden al onze belevenissen zinloos. Dat is een onmogelijkheid, omdat het absurd is. Want absurd is per definitie iets wat ondenkbaar is! Bovendien heeft ieder mens een hart dat zegt – hoe stil en zachtjes ook -: ‘Voor iets beters ben ik geboren. Wat geeft het leven zijn zin?’ Waaraan ieder mens behoefte heeft is de blijde gewaarwording, het warme gevoel, dat er een kracht leeft, waarvan de seksuele liefde een allereerste begin en een zwakke afspiegeling is, een kracht, waardoor God, die Liefde is, kon afdalen in een mensenlichaam om de wereld van de ondergang te redden. Daarnaast heeft de mens echter inzicht nodig. Inzicht in de wijsheid, die het heelal en ook de aarde en het mensenwezen heeft geschapen en in stand houdt. Liefde maakt niet blind, liefde maakt helderziende. Liefde en inzicht horen bij elkaar.
De kersttijd begint met Sint-Maarten, de elfde dag van de elfde maand (elf is het begin van een nieuw tiental), ongeveer 40 dagen vóór de zonnewende. De kersttijd eindigt 40 dagen na Kerstmis met Maria Lichtmis op de tweede dag van de tweede maand. In het midden van die tijd liggen van oudsher de twaalf heilige nachten (Weinachten), de tijd van het zogenaamde solstitium, waarin de zon bijna stilstaat. De eerste van die twaalf nachten is de kerstnacht en aan het eind komt de laatste, als dertiende, de nacht vóór Driekoningen (6 januari).
Ons feest van Kerstmis bestond in het jaar 353 nog niet. Het is ingesteld op het einde van de vierde eeuw, toen de mensen de laatste resten van hun oorspronkelijke helderziendheid verloren. Veel ouder, een der oudste christelijke feesten, is dat van Epifaneia, de Verschijning des Heren, waarop de doop van Christus in de Jordaan – waarmee zowel het Marcus – als het Johannesevangelie beginnen – en het bezoek van de Wijzen uit het oosten, de drie koningen der wijsheid, worden gevierd. Zo duurt het kerstfeest twaalf nachten en twaalf dagen en wordt het afgesloten met de herdenking van de komst, de verschijning op aarde van Christus als een goddelijk wezen. Het Christusfeest duurt van Kerstmis tot en met Driekoningen.
Toen in de vierde eeuw, tegelijk met het ontwaken van het heldere denkbewustzijn, dat voor ons nu zo vanzelfsprekend is, het dromerige, helderziende zielenleven, zoals een kleuter dat nu nog heeft, was verdwenen, toen moest dit beleven worden vastgelegd in een feest. Daardoor ontstond ons kerstfeest. Het oude verschijningsfeest raakte op de achtergrond. Het meeste in die streken waar het denken zich het sterkst ontwikkelde. Het minste in het oosten en in Spanje. Er ontstond langzamerhand een kloof tussen voelen en denken, tussen geloven en weten.
In de vorige eeuw, toen de afgrond tussen dat wat je moest geloven en dat wat je kon weten schier onoverbrugbaar werd, begon overal het beeld van nieuwe geestelijke levenskracht, de kerstboom, te groeien.
Waarom? De boom des levens stond in het aards paradijs. Doordat de mens echter bewust werd en at van de boom van kennis, van het goede en dus ook kennis maakte met het niet-goede, met het kwaad, werd hij uit het paradijs verdreven en kon hij niet meer eten van de levensboom. Hij moet voortaan gaan door de poort van de dood. Maar, zo zegt de legende, uit het hout van de boom des levens werd de kribbe getimmerd voor hel Kerstkind, het kind van de liefde. Leven en lieven zijn van dezelfde woordstam.
De boom van kennis echter, de inzichtboom, die midden in het paradijs stond en waarvan de verjaagde mens nu eten kan en eten moet, mocht dienen voor het kruis waaraan Christus stierf op Golgotha. Christus stierf en stond weer op tot leven waarmee de aarde nu word! vernieuwd. Wij kregen daardoor de mogelijkheid om datgene wat wij in wezen zijn, ons onstoffelijke wezen, te verlossen van de dood waaraan ons stoffelijk lichaam onderworpen werd. Zo leven wij tussen kribbe en kruis. Zo moet ons hele leven als het ware een overgang zijn over de brug tussen onze geboorte tot leven op aarde en onze dood, die een opstanding tot geestelijk leven wordt. Zo werden beide bomen, de boom des levens door Christus’ komst op aarde en de boom van kennis door Christus’ opstanding tot onze kerstboom.
Om aan een gevoelsbelevenis, die iets levends is, een door het doodse denken
verworven inzicht te verbinden, daar is moed voor nodig. Dat moet je willen. Kerstmis is een feest van liefde en inzicht. Het is het feest van het kind van liefde, geboren in een stal en gelegd tussen een os en een ezel in de kribbe van ons hart.
De geboorte van dit kind wordt niet aan wijzen en geleerden verkondigd, maar een koor van hemelse wezens verkondigt het aan straatarme herders, die in de tijd van Jezus’ geboorte de meest verachte en ongeletterde bevolkingsgroep vormden. Daarover vertelt de evangelist Lucas.
De Driekoningen: drie wijzen, drie ingewijden, lezen in de sterren en zij zien in, dat er een Koning der Joden geboren is. Een feit, waarvan koning Herodes hevig schrikt en heel Jeruzalem met hem. Want heeft de profeet Micha (5:1) niet voorspeld, dat uit Bethlehem Efrata de heerser over Israël zal voortkomen, wiens oorsprong is vanuit de dagen der eeuwigheid? Over dat kind verhaalt de evangelist Mattheüs
In deze tijd, waarin het ik-bewustzijn in de mens pas werkelijk ontwaakt, waarin de ‘scheiding der geesten’ een aanvang neemt, kan de mens de kracht van Christus niet alleen op zijn gevoel laten inwerken en zeggen: ‘Heer, Gij zijt geboren en Gij zult mij verlossen en ervoor zorgen dat ik vooruit kom’.
De mens moet nu ook tot zichzelf zeggen: ‘Ik wil gaan inzien wat Christus is, hoe Hij is afgedaald, ik wil met behulp van mijn geest deel hebben aan de daad van Christus’. Er is behalve het vermogen om liefde te schenken en te ontvangen ook de wil nodig tot steeds dieper inzicht.
De drie priesterwijzen echter moeten het zelf ontdekken en het verklaren uit de sterren.
Mattheüs spreekt niet van een teken, maar van ‘ton astera’, wat sterrenbeeld betekent.
Wij zullen, volwassen wordend, ook de beelden, die alles wat vergankelijk is ons geeft, moeten leren verstaan.
Dit steeds dieper voelen en steeds klaarder en levendiger denken worden pas effectief als daarmee een vaste wil om beide steeds meer en meer in onze daden te verwezenlijken gepaard gaat. Daarin ligt het geheim van het Christusfeest. Ons werkelijke wezen kan dank zij Christus’ geboorte op aarde en zijn offerdaad op Golgotha, ons leiden tussen kribbe en kruis.
Miljoenen hartevuren geven warmte en liefde op aarde. Een wereldboom, een Christusboom van eeuwig leven staat in het midden vol twinkelend licht. Aan allen die Christus aanvaarden en op Hem vertrouwen verkondigen de engelen dit geheim:
Openbaring van het goddelijke in de hoogten van alle bestaan en vrede op aarde voor de mensen, die van goeden wille zijn.
(Henk Sweers, Jonas 8/9, 14-12-1984)
.
Kerstmis: alle artikelen
jaarfeesten: alle artikelen
kerstspelen: alle artikelen
VRIJESCHOOL in beeld: advent jaartafel Kerstmis jaartafel
.
401-378
.
