VRIJESCHOOL – 6e klas – Nederlands (3)

.

In de eerste jaren van de eerste vrijeschool in Stuttgart werden door veel leerkrachten pogingen ondernomen om de lesstof gestalte te geven voor de dagelijkse praktijk. Steiner had voor het ene vak wat meer aanwijzingen gegeven dan voor het andere en de leerkrachten moesten daarmee zien hun lessen zo ‘vrijeschools’ mogelijk vorm te geven.

In onderstaand artikel probeert Johannes Geyer een vorm te vinden voor ‘grammatica in klas 6’.
Zoals steeds: hoewel de artikelen een kleine 100 jaar oud zijn, zijn ze nog altijd fris genoeg om ze (als voorbeeld) te gebruiken.

Johannes Geyer, Mitteilungen nr. 6 1924

OVER DE ZINSBOUW IN KLAS 6

Het behoort tot de pedagogische basiseisen van Dr. Rudolf Steiner om door een beeldend-kunstzinnige vormgeving van de lesstof de vermoeidheid van de kinderen tegen te werken die zo makkelijk veroorzaakt wordt door een eenzijdig aanspraak maken op de denkkrachten.
Hij gaf ons de aanwijzing, niet alleen o.a. bij geschiedenis, maar bij elk vak, ook bijv. bij het behandelen van de zinsbouwleer, dat wat geleerd moet worden, zoveel mogelijk ‘in beeld’ te brengen, de dingen om te zetten in beeld, want daardoor kunnen ze daadwerkelijk aan het kind geleerd worden. 
Zo zou je bijvoorbeeld van een zin die uit drie delen bestaat: de hoofdzin, de betrekkelijke bijzin en de voorwaardelijke bijzin deze ruimtelijk aanschouwelijk kunnen voorstellen.
Daarover zei Dr. Steiner: ‘Dat kun je natuurlijk op de meest verschillende manieren voor elkaar krijgen. Je maakt van de hoofdzin een grote cirkel, de betrekkelijke bijzin wordt een kleine cirkel die misschien wat excentrisch geplaatst wordt en de voorwaardelijke bijzin, de ‘als-zin’ aanschouwelijk worden doordat je iets – laten we zeggen ‘stralen’ naar de cirkel leidt als de voorwaardelijke factoren.’

Deze aanwijzingen volgend kon ik op een veel betere manier interesse van de kinderen wekken voor de verschillende soorten bijzinnen, dan dat er anders voor deze droge materie opgebracht werd.
Op het bord tekende ik voor hen een kleurig, beeldende voorstelling van de verschillende zinscombinaties en liet hen deze dan ook zelf op soortgelijke manier maken, waarin ze veel plezier hadden hun eigen fantasie te laten werken om steeds nieuwe beelden te vinden.

Wanneer ik nu een paar voorbeelden geef, wil ik graag beginnen met het beeld van wat Dr. Steiner hierboven aangaf.
Wanneer we een hoofdzin hebben met een paar bijzinnen, dus met een betrekkelijke bijzin en een voorwaardelijke bijzin, dan kan de betrekkelijke bijzin aan de hoofdzin gekoppeld worden, waarbij dan weer de voorwaardelijke zin gekoppeld wordt.

De luchthartige Alcibiades, die een leerling was van de wijze Socrates, nam zich het beste voor, wanneer zijn leraar waarschuwend met hem sprak. Figuur 1:

b

Maar het kan ook zo, dat de betrekkelijke bijzin in de voorwaardelijke bijzin wordt geschoven die dan als laatste de hoofdzin volgt, bijvoorbeeld:

Wanneer je je handen die je hebt gekregen om te werken, goed gebruikt, zal je heel handig worden.

z

Uiteindelijk kan je ook de hoofdzin zo met de betrekkelijke bijzin verbinden dat deze de voorwaardelijke bijzin in zich opneemt, bijvoorbeeld fig. 3

Eervol is het leven, dat voor het vaderland, wanneer dit in gevaar is, wordt gegeven.

In alle drie de gevallen ontstaat er voor de beeldvoorstelling een ander figuur.

Nevenschikkende hoofdzinnen leveren, op deze manier voorgesteld, een eenvoudige symmetrische figuur op:

Mijn vader ging naar het bos en ik bleef thuis. Figuur 4).

De figuur wordt ook symmetrisch, als twee onderschikkende zinnen in een hoofdzin opgenomen zijn:

Alexander de Grote, die in de wereld heel beroemd werd, die zich echter door zijn hartstochten liet meeslepen, vond vroeg de dood. Figuur 5:

De drievoudige positie die een bijzin bij de hoofdzin kan innemen, als voorzin, tussenzin en nazin, maakte ik aanschouwelijk op deze manier: 

Wie niet werkt, moet ook niet eten. Figuur 6:

 

Het lied dat opwelt uit de keel, is loon dat rijkelijk beloont. Figuur 7:

De mens kan leren, tot hij doodgaat. Figuur 8:


Dan kan je ook nog voor de verschillende vormen van voor- tussen- en nazin bijzondere vormen bedenken, al naar gelang ze voorwaardelijke, betrekkelijke of indirecte vraagzinnen zijn:

Eens zal je, wanneer je vroeg met oefenen begint, een meester kunnen worden. Figuur 9:


Jeruzalem, dat de Romeinen trotseerde, werd helemaal verwoest.
Figuur 10:

De mens vraagt, waarvoor hij het meest deugt, het best aan zichzelf. Figuur 11:


Deze voorbeelden kunnen naar believen gevarieerrd worden en uitgebreid naar allerlei zinsvormen. 
Door er fantasievol mee te spelen, zullen er steeds nieuwe mogelijkheden ontstaan. Zo wordt bereikt dat de lesuren die over het algemeen door de leerlingen als de meest saaie worden beleefd, voor hen heel plezierig kunnen verlopen en hen aansporen op een kunstzinnig-beeldende manier zich in te leven in de aard van de taal en hun taalvaardigheid toeneemt.
.

Nederlandse taal: alle artikelen, waaronder enkele met hetzelfde onderwerp.

6e klas: alle artikelen

Vrijeschool in beeld: 6e klas

.

2133

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.