VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner – Algemene menskunde – voordracht 9 (9-1-2-1/volgnr) inhoudsopgave

Inhoudsopgave van alle door Steiner in de pedagogische voordrachten en enkele andere gemaakte opmerkingen over de ontwikkeling van het kind tussen de tandenwisseling.en de puberteit.
Hier die over de tandenwisseling.

 

[9-1-2-1/1]
GA 34
Voor geboorte: fysiek omsloten door omgeving (moeder); 1e 7 jr. omhult het etherlijf het fysieke lichaam; tandenwisseling soort uiting van ‘geboorte’; etherlijf ontplooit eigen krachten; vanuit de opvoeding kan er nu mee gewerkt worden.

GA 293 komt later

[9-1-2-1/2]
GA 297
Voordracht 3: tandenwisseling uiting van wat in het kind plaatsvindt; 
Voordracht 4: plastische gevormd tot 7e jaar; innerlijke groeikrachten tot aan 14e jr; afsluiting in de tandenwisseling.
Voordracht 5: bij tandenwisseling grote verandering; mens daarvóór: nabootser.
Voordracht 7: bij tandenwisseling komt er iets tot afsluiting in de organen; krachten vormen zich om; voorstellingen en herinneringsvermogen.
Voordracht 8: krachten die aan de hele mens hebben gewerkt vóór het 7e, komen tot een eindpunt in de tandenwisseling; komen vrij voor het voorstellen, het geheugen; orgaanbouwende krachten veranderen in intellectueel vermogen; 
Voordracht 9: rond het 7e jaar een lichamelijke verandering, maar ziel en geest veranderen; nabootsing werkt nog door; een sterk wilselement in het kind.

[9-1-2-1/3]
GA 297A
Voordracht 1: natuur maakt sprongen; rond 7e jr zo’n sprong: tandenwisseling; voorstellingen, denken ontstaan; was eerst groeikracht’, maar metamorfoseert; 
Voordracht 5vast gebit: er wordt een fase afgesloten; veranderingen in zieleneigenschappen en geestelijke vermogens; ontstaan van voorstellen en geheugen; 
Autoreferaat: met tandenwisseling volledige metamorfose; wat aan lichaam werkte, wordt deel van de ziel;

[9-1-2-1/4]
GA 298
Voordracht 1 juni 1924: met tandenwisseling verandert kind innerlijk; daar past kunstzinnig onderwijs bij.

[9-1-2-1/5]
GA 301
Voordracht 1:vóór de tandenwisseling is ziel anders dan erna; ervóór: nog geen omlijnde begrippen, geen duidelijke herinneringen; wanneer organisme die krachten niet meer nodig heeft voor opbouw, komen ze ter beschikking van het intellect en geheugen; zelfstandig worden van zielenkrachten; metamorfose tot voorstellingskrachten; melktanden: erfelijkheid; etherlijf werkt eert tot in het fysieke lichaam, met de tandenwisseling wordt het zelfstandig (wordt het geboren); werkt aan vormen van voorstellen en herinnering.
Voordracht 3: in 1e levensfase heel andere krachten dan in de tweede
Voordracht 9: bij geboorte fysiek lichaam: lichaam los van moeder; geboorte etherlijf: bij tandenwisseling etherlijf gedeeltelijk los van fysieke lichaam; tot tandenwisseling is etherlijf actief in de organen; 
Voordracht 11: krachten werkend aan het fysieke komen met tandenwisseling vrij: de krachten van het etherlijf.
Voordracht 14:lichamnelijke krachten worden met tandenwisseling vrije voorstellingskrachten; verstandskiezen: als gevolg van een bepaalde rest aan krachten die doorwerkt; 

[9-1-2-1/6]
GA 302
Voordracht 5: tandenwisseling: fysiek-etherische verbinding.
Voordracht 8: met tandenwisseling ontstaat behoefte aan autoriteit.

[9-1-2-1/7]
GA 302A
Voordracht 2: van 0 – 7 hoofdkrachten werkzaam, uitstralend in het lichaam; activiteit aan het lichaam: na de tandenwisseling vrij voor verstand en geheugen, bewustere herinneringen; tandenwisseling: strijd tussen 2 krachten: die van boven naar beneden gaan en die omgekeerd daaraan gaan; voorgeboortelijke krachten: eerbied wekkend bij de pedagoog: uitwerking op kind.
Voordracht 4:tandenwisseling: het etherlijf wordt geboren, m.a.w. dit is het zich emanciperen van de intelligentie; de werking van het Ik daarin.

[9-1-2-1/8]
GA 303
Voordracht 7: Na tandenwisseling verandering in denken, voelen en willen; er komen krachten vrij die al latent aanwezig waren; die waren organische actief, worden nu psychisch actief, ze komen vrij; etherlijf, vormkrachtenlichaam; geboorte etherlijf; vrije krachten voor o.a. geheugen, herinnering. voorstellingen; tandenwisseling markeert de overgang; 3 fasen waarin vormkrachten vrijkomen: 1e in hoofd (2,5 jr) 2e in borst (tot 5 jr) 3e in ledematen-stofwisseling (tot 7 jr)
Voordracht 9: Bij tandenwisseling: mens ervaart metamorfose; ervóór zijn geestelijk-psychische krachten nog fysiek, werken vanuit het hoofd; later in de borst: ademhaling en circulatie; belang van maat en ritme; beeldend leven ontstaat, de voorstellingen; het plastische en het muzikale; het belang van het voelen en de nadering van het gevoel van het kind; met gevoelsleven zondert kind zich af van de andere mensen; 
Voordracht 13: bij tandenwisseling: fysieke krachten worden psychisch; denken, voelen, willen worden vrijer; na tandenwisseling: geestelijk-psychische krachten stromen in etherlijf; gebeurt dit te vroeg: flegmatisch temperament; er komen krachten vrij voor denken, voelen en willen.

[9-1-2-1/9]
GA 304
Voordracht 2: met tandenwisseling begripsvorming mogelijk; ontwikkeling ander geheugen; geestelijk-psychische zit vóór de tandenwisseling in het fysiek, met de tandenwisseling komt het vrij; 
Voordracht 3: het vrijkomen van het mentaal-psychische bij de tandenwisseling; groeikrachten worden psychische krachten; tandenwisseling: afsluiting van krachten die nu vrijkomen om te leren op school; voorbeeld: leren schrijven; 
Voordracht 4: bij tanden wisselen komen verborgen krachten vrij waarmee je op school kan werken; die krachten werkten eerst aan het lichaam; 
Voordracht 5: na tandenwisseling: geheugen krijgt vorm; lichamelijk werkende krachten komen tot afronding; individuele voorstellingen kunnen ontstaan; verborgen geest/zielenkrachten komen vrij: niet meer nodig voor fysieke opbouw; werken met plastisch-muzikale krachten; kunstzinnigheid vereist; leraar moet kunstenaar zijn.
Voordracht 9: tandenwisseling: afsluiting; krachten zijn veranderd; eerst nodig voor groei en instandhouding, dan worden ze zelfstandig als zielenkrachten.

[9-1-2-1/10]
GA 304A
Voordracht 6: bij tandenwisseling: metamorfose van het gevoelsleven; krachten komen vrij voor het latere leven; plastische krachten worden muzikale krachten; 
Voordracht 8: bij tandenwisseling: metamorfose van het gevoelsleven; krachten komen vrij voor het latere leven; geheugen ondergaat metamorfose; voorstellingsleven verandert; krachten komen vrij die eerst groeikrachten waren; 
Voordracht 10: tandenwisseling: geboorte etherlijf; na tandenwisseling is kind anders geworden; ontwikkeling fantasie, geheugen, groeikrachten en zielenkrachten zijn a.h.w. één; kind verlangt beeld, fantasie, geen begrippen; onderwijs moet leven geven.

[9-1-2-1/11
GA 305
Voordracht 4: tijdens de tandenwisseling: kind wordt van erfelijkheidswezen een wereldwezen; je moet de beeldhouwer aan het fysieke leren kennen.

[9-1-2-1/12]
GA 306
Voordracht1: tandenwisseling: afsluiting; wat lichamelijk werkte. werkt nu als zieleneigenschappen; 
Voordracht 3: met tandenwisseling grote verandering: verandering in religieuze houding; hrty belang van het beeldende; in deze fase kunstzinnig element heel belangrijk: spraak, taal; nog geen logisch denkpatroon; 

[9-1-2-1/13]
GA 307
Voordracht 3: tandenwisseling: tevoorschijn komen van krachten die er al vanaf de geboorte waren.
Voordracht 4: tanden als denkorganen; door dezelfde krachten geïmpulseerd; orgaankracht wordt denkkracht; etherkrachten komen vrij; groeikracht wordt denkkracht; 
Voordracht 5: in de tanden komt het denkmatige tevoorschijn; 

[9-1-2-1/14]
GA 308
Voordracht 1 kind nog eenheid van lichaam, ziel en geest; bij de tandenwisseling komt de ziel van het lichaam.
Voordracht 2: tandenwisseling uiterlijk symptoom voor een totale verandering; kind eerst ‘model’ door de erfelijkheid; tot aan tandenwisseling vorming van ‘eigen’ model; strijd tussen erfelijkheid en individuele.
Voordracht 3: kind voor tandenwisseling anders dan erna; vóór tandenwisseling ontwikkeling uitgaande van het hoofd; daarna ademhaling en bloedsomloop; in opvoeding ritmisch leven belangrijk.

[9-1-2-1/15]
GA 309
Voordracht 1: fysiek lichaam vóór de tandenwisseling model, na de tandenwisseling wordt het individueler; uitwisselen van stoffelijkheid; 
Voordracht 3: bij tandenwisseling maakt ziel zich meer los van het lichaam; er ontstaan doorleefde begrippen en beelden, herinnering; geheugen meer gebonden aan het etherlijf; onderwijs moet beeldend zijn.

[9-1-2-1/16]
GA 310
Voordracht 1: na de tandenwisseling komt ziel losser van het lichaam; 
Voordracht 2: kind na tandenwisseling een ander wezen; bij tandenwisseling zijn de hoofdkrachten min of meer ‘klaar’.
Voordracht 3: na tandenwisseling wordt zielenleven anders; dan behoefte aan beelden, interesse voor taal/
Voordracht 4: vóór tandenwisseling etherische krachten gebonden aan fysieke lichaam; bij tandenwisseling ten dele vrij; komen vrij voor de ziel; behoefte aan beelden; 
Voordracht 8: fysieke lichaam is na 7 jr. omgevormd; etherlichaam als beeldhouwer, komt vrij met de tandenwisseling.

[9-1-1-2/17]
GA 311
Voordracht 2: bij tandenwisseling: volledige omwenteling in het kind; 
Voordracht 6: vóór de tandenwisseling: geërfde kenmerken hebben overhand; tandenwisseling uiterlijk kenmerk van grote veranderingen; in eerste 7 jr. etherlijf een beeldhouwer; na 7e jr wil het graag boetseren en schilderen; geen voorschools leren.


.

Algemene menskunde: voordracht 9 – alle artikelen

Algemene menskundealle artikelenRudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

.

2291

 

.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.