VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over het astraallijf – GA 56

.

Uit de voordrachten GA 34  GA 52  GA 53  GA 54  GA 55  GA 56  GA 57  GA 58  GA 59  nam ik de uitspraken van Rudolf Steiner over het fysieke lichaam.

Omdat Steiner bij zijn uitleg van de dingen vaak ‘het ene op het andere betrekt’, in ‘tegenstellingen’ de verschillen probeert duidelijk te maken waardoor het ‘wezenlijke’ eruit springt, voegde ik de uitspraken uit GA 34GA 52GA 53GA 54GA 55GA 56GA 57GA 58GA 59  over het fysieke lichaam samen met die over etherlijf.

 In het onderstaande artikel gebeurt dit nu voor het astraallijf.

Steiner gebruikt steeds bepaalde gevoelswoorden waarvan het astraallijf ‘drager’ is.
Die woorden vind je hier verder uitgewerkt doordat er verschillende vertalingen van zijn gegeven.

GA 56

Die Erkenntnis der Seele und des Geistes

Kennis van ziel en geest

Voordracht 3, Berlijn, 24. oktober 1907

Die Erkenntnis der Seele und des Geistes

Kennis van ziel en geest

Blz. 73

In jedem Augenblick des Lebens wirkt gegen den Zerfall der physischen Leiber ihr sogenannter Äther- oder Lebensleib. Ein immerwährender Kampf findet statt in ihnen. Und in dem Augenblick des Todes, wo sich der Äther- oder Lebensleib trennt von dem physischen Leib, da folgen die Stoffe und Kräfte des physischen Leibes ihren eigenen Gesetzen. Daher sagen wir in der Geisteswissenschaft: der physische Leib ist physisch und chemisch eine unmögliche Mischung, er kann
sich nicht in sich selbst erhalten. Was in jedem Augenblick gegen den Zerfall des physischen Leibes kämpft, das ist der Ätherleib.

Op ieder moment van het leven werkt het zogenaamde ether- of levenslijf tegen het verval van de fysieke lichamen. Er vindt een voortdurende strijd in hen plaats. In op het ogenblik van de dood waarbij het ether- of levenslijf zich losmaakt van het fysieke lichaam, volgen de stoffen krachten van het fysieke lichaam hun eigen wetmatigheden. Vandaar dat we in de geesteswetenschap zeggen: het fysieke lichaam is fysisch en chemisch een onmogelijke vermenging, het kan zichzelf in zichzelf niet bewaren. Wat op ieder ogenblik tegen het vervallen van het fysieke lichaam strijdt, dat is het etherlijf.

Das dritte Glied in der menschlichen Wesenheit ist das, was wir oft genannt haben den Träger von Lust und Schmerz, von Freude und Leid, von Instinkten
und Leidenschaften. Wenn das Leben anfängt, innerlich zu werden, dann fangen wir in der Geisteswissenschaft an, von einem sogenannten Astralleib zu sprechen. Das ist das dritte Glied der menschlichen und das dritte Glied der tierischen Wesenheit.

Het derde deel van het mensenwezen is wat we al dikwijls genoemd hebben, de drager van lust en pijn, van vreugde en leed, van instincten en hartstochten. Wanneer het leven zich begint te verinnerlijken, gaan we in de geesteswetenschap spreken van astraallijf. Dat is het derde wezensdeel van de mens het derde wezensdeel van de dieren.

Blz. 73

Wann sprechen wir von einer tierischen oder menschlichen Seele oder von einem Astralleib? Dann, wenn zu der äußeren Erscheinung inneres Leben, inneres Erleben hinzukommt. Auf das Innere kommt es an. Wenn Sie eine Pflanze sehen, sie berühren, und diese Pflanze zieht ihre Blätter zusammen, so ist ein Reiz auf die Pflanze ausgeübt, und diese zeigt Ihnen eine gewisse Antwort auf diesen Reiz. Diese Antwort eine Seelenäußerung zu nennen, ist der unglaublidiste Dilettantismus. Nicht dann schon darf man von Seele oder Astralleib sprechen, wenn irgendeine Gegenwirkung stattfindet; sonst müssen Sie auch dem Lackmuspapier, wenn es sich in der Säure rötet, Seele zuschreiben. Nicht auf irgendeine äußere Reaktion kommt es an, sondern ob im Innern eines solchen Wesens etwas geschieht. Wenn Sie ein Wesen anstoßen und es zeigt Ihnen eine Formveränderung oder sonst irgendeine äußere Reaktion, so mögen Sie das Lebenserscheinung nennen; aber da von Empfindung oder Seele zu reden, heißt alle Begriffe auf den Kopf stellen.

Wanneer hebben we het over een dierlijke of menselijke ziel of over een astraallijf? Wanneer er bij de uiterlijke verschijning innerlijk leven, innerlijk beleven bijkomt. Op het innerlijk komt het aan. Als je een plant ziet, aanraakt en deze plant trekt zijn bladeren samen, dan is er een prikkel op de plant uitgeoefend en dit toont je een bepaalde reactie op deze stimulus. Dit antwoord een uitdrukking van de ziel te noemen is het meest ongelooflijke dilettantisme.  Als er een tegenactie plaatsvindt, kan je niet al spreken van ziel of astraallijf; anders moet je ook het lakmoespapier als het in het zuur rood wordt, een ziel toedichten. Het hangt niet af van een externe reactie, maar of van binnen in zo’n wezen iets gebeurt. Wanneer je een wezen aanstoot en het toont je een verandering van vorm of een andere externe reactie, mag je dat een levensverschijnsel noemen; maar om daar te spreken van gevoel of ziel, betekent alle begrippen op zijn kop zetten.

Von Seele oder Astralleib kann man erst sprechen, wenn zu dem, was äußerlich vorgeht, im Innern ein neues Ereignis, eine neue Tatsache hinzukommt, wenn auf einen Stoß oder Druck Schmerz oder ein anderer Reiz hinzukommt, etwas, was als Freude erlebt wird. Das, was ein Wesen zum Seelenwesen macht, sind nicht die Äußerungen, die es nach außen kundgibt, sondern die Vorgänge, die es in seinem Innern erlebt. Erst wo die Empfindung anfängt, wo das Leben sich innerlich umwandelt in Lust und Leid, wo irgendein Gegenstand draußen nicht bloß eine Anziehung ausübt auf irgendein Wesen, sondern wo im Inneren des Wesens ein Erlebnisgegenüber dem äußeren Gegenstand auftritt, erst da können wir von Seele oder Astralleib sprechen. Wenn eine Pflanze sich spiralförmig um einen Stab oder Stock windet, so sind das Wirkungen, die die Antwort auf Reize sind: Lebenserscheinungen. Selbst wenn es bei manchen Pflanzen vorkommt, daß wenn Sie einen Finger in ihre Nähe 

Van ziel of astraallijf kan je pas spreken, wanneer er, bij wat uiterlijk gebeurt,  innerlijk er een nieuw effect is, er een nieuw feit bijkomt; wanneer er na een duw of druk, pijn of een andere prikkel bijkomt, of iets dat als vreugde wordt beleefd. Wat een wezen tot een zielenwezen maakt, zijn niet de uitingen die het naar buiten vertoont, maar de processen die het in zijn innerlijk doormaakt.
Pas waar de gewaarwording begint, waar het leven innerlijk wordt omgezet in plezier en verdriet, waar een of ander object buiten, niet alleen maar een aantrekkingskracht uitoefent op een ander willekeurig wezen, maar waar in het innerlijk van dat wezen een beleving t.o.v. dat uiterlijke voorwerp optreedt, dan pas kunnen we van ziel of astraallijf spreken. Wanneer een plant zich spiraalvormig rond een staak of stok windt, zijn dat effecten die het antwoord zijn op prikkels: manifestaties van het leven. Ook al komt het bij sommige planten voor, dat als je een vinger in de buurt houdt,

Blz. 74

bringen, sie dem Finger und nicht dem Stabe folgt, so haben Sie es nicht mit einem inneren Vorgang zu tun. Von einem solchen kann erst die Rede sein, wenn ein Trieb im Inneren des Wesens sich regt und es dann mittels dieses Einflusses dem Reize folgt. Wer diese Dinge nicht strikt unterscheidet, ist unfähig, sich zu dem Begriffe der Seele, des Astralleibes, zu erheben. Diese hat der Mensch gemeinschaftlich mit den Tieren, nicht mehr aber mit den Pflanzen.

ze de vinger en niet de stok volgt, dan heb je ook niet met een innerlijk proces te maken. Daarvan kan alleen worden gesproken als er een aandrift in het innerlijk van het wezen in beweging komt en dat die middels deze invloed de prikkels volgt. Wie deze dingen niet strikt onderscheidt, is niet in staat, bij het begripsniveau van ziel, van straallijf te komen. Dit heeft de mens gemeenschappelijk met de dieren, echter niet meer met de planten. 

Voordracht 4, München 18 maart 1908 (i.p.v. Berlijn 14 november 1907)

Mann und Weib im Lichte der Geisteswissenschaft

Man en vrouw in het licht van de geesteswetenschap

Blz. 93

Denn das, was man physisch-sinnlich am Menschen sieht, ist der Geisteswissenschaft nur ein Glied der ganzen Wesenheit, der physische Leib.
Darüber hinaus unterscheidet Geisteswissenschaft den ätherischen Leib oder den Bildekräfteleib, den der Mensch mit Pflanzen und Tieren gemein hat.
Als drittes Glied der menschlichen Wesenheit erkennt sie dasjenige,
was Träger ist von Lust und Leid, was da lebt in unseren Empfindungen und Gefühlen, den Astralleib oder Seelenleib, den der Mensch mit den Tieren gemein hat.

Wat men fysiek-zintuiglijk aan de mens ziet, is in de geesteswetenschap maar een onderdeel van het hele wezen van de mens, het fysieke lichaam.
Daar boven onderscheidt de geesteswetenschap het etherisch lichaam of vormkrachtenlichaam dat de mens gemeenschappelijk heeft met planten en dieren.
Als derde deel van het mensenwezen onderkent ze dat wat de drager is van plezier en verdriet, wat er in onze gewaarwordingen en gevoelens leeft: het astraallijf of zielenlijf dat de mens gemeenschappelijk heeft met de dieren.
GA 56/93
Niet vertaald 

Voordracht 7, Berlijn 9 januari 1908

Mann, Weib und Kind im Lichte der Geisteswissenschaft

Man, vrouw en kind in het licht van de geesteswetenschap

Blz. 161

Nach der Geisteswissenschaft ist der physische Leib nur ein Kleid der
ganzen menschlichen Existenz.
Den Ätherleib hat der Mensch gemeinsam mit dem, was lebt als Tier und Pflanze.
Der Astralleib, den auch die Tiere haben, umfaßt alles Seelische, vom niedersten Trieb bis hinauf zu den höchsten moralischen Ideen.

Volgens de geesteswetenschap is het fysieke lichaam slecht een omhulsel van de totale menselijke existentie.
Het etherlijf heeft de mens gemeenschappelijk met dat wat als dier en plant leeft.
Het astraallijf dat ook de dieren hebben, omvat alles wat de ziel betreft, van de laagste drift tot aan de meest hoogstaande morele ideeën.
GA 56/161
Niet vertaald

Voordracht 9, München s december 1907 (i.p.v. Berlijn 13 februari 1908)

Der Krankheitswahn im Lichte der Geisteswissenschaft

De waan van ziek te zijn in het licht van de geesteswetenschap

Blz. 196

Für die Geisteswissenschaft ist das, was uns entgegentritt, nur ein Äußeres. Der menschliche Leib ist ein Glied unter anderen Gliedern der menschlichen Wesenheit, das er gemein hat mit allen andern ihn umgebenden Wesen. Darüber hinaus hat er den Ätherleib, der den physischen Leib wie bei jedem Lebewesen durchdringt, der ein Kämpfer ist gegen den Zerfall des physischen Leibes.
Das dritte Glied ist der astralische Leib, der Träger von Lust und Unlust,
Freude und Schmerz, Leidenschaft und Begierde, der niedrigsten Triebe sowie der höchsten Ideale. Ihn hat der Mensch nur gemeinsam mit der Tierwelt.

Voor de geesteswetenschap is dat wat we onder ogen komen, slechts iets uiterlijks. Het menselijk lichaam is een deel naast andere delen van het mensenwezen, dat het gemeenschappelijk heeft met andere wezens die hem omringen.
Daar bovenuit heeft hij het etherlijf die het fysieke lichaam zoals bij elk wezen dat leeft doordringt, dat een strijder is tegen het verval van het fysieke lichaam.
Het derde deel is het astrale lijf, de drager van lust en onlust, vreugde en verdriet, passie en begeerte, de laagste driften alsook de hoogste idealen. Dat heeft de mens alleen samen met de dieren.
GA 56/196
Niet vertaald

voordracht 10, München 5 december 1907, i.p.v. Berlijn 27 februari 1908

Das Gesundheitsfieber im Lichte der Geisteswissenschaft

Koortsachtig streven naar gezondheid in het licht van de geesteswetenschap

Blz. 213

Der physische Leib ist nur ein Teil der menschlichen Wesenheit. Diesen hat er gemeinschaftlich mit der ganzen leblosen Natur.
Aber er hat als zweites Glied den Äther- oder Lebensleib, den er gemeinsam hat mit allem, was lebt. Dieser ist ein fortwährender Kämpfer gegen alles, was den physischen Leib zerstören will. In dem Augenblicke, wo der Ätherleib den physischen Leib verlassen würde, wäre der physische Leib ein Leichnam. 

Das dritte Glied ist der astralische Leib, den er mit den Tieren
gemeinschaftlich hat, der Träger von Lust und Leid, von jeder Empfindung und Vorstellung, von Freude und Schmerz, der sogenannte Bewußtseinsleib.

Het fysieke lichaam is maar een deel van de het menselijk wezen. Dit heeft hij gemeenschappelijk met de hele levenloze natuur.
Maar als tweede wezensdeel heeft hij het ether- of levenslijf dat hij gemeenschappelijk heeft met alles wat leeft. Dit is een voortdurende strijder tegen alles wat het fysieke lichaam wil verstoren. Op het ogenblik dat het etherlijf het fysieke zou verlaten, zou de mens een lijk zijn.

Het derde deel is het astrale lijf dat hij gemeenschappelijk heeft met de dieren, de drager van plezier en leed, van ieder gevoel en elke voorstelling, van vreugde en smart, het zogenaamde bewustzijnslijf.
GA 56/213
Niet vertaald

Hierboven maken we kennis met een nieuw karakteristiek van het astraallijf: het bewustzijnslijf.

Berlin, 26. März 1908

Voordracht 12, Berlijn 26 maart 1908

 

Sonne, Mond und Sterne

Zon, maan en sterren

Blz. 261

Weil der Astralleib hineingegliedert ist in die viel leichtere Substantialität der astralen Welt, kann die Sternenwelt ihn stärker beeinflussen. Wie im Wachen die physischen Kräfte auf den physischen Leib wirken, so wirkt nun die nähere und weitere Sternenwelt auf den Astralleib, denn der Mensch ist herausgeboren aus dem Weltenall, aus demselben Weltengeiste wie der Sternenraum.

Omdat het astraallijf geïntegreerd is in de veel lichtere substantie van de astrale wereld, kan de sterrenwereld dit sterker beïnvloeden. Zoals bij het ontwaken de fysieke krachten op het fysieke lichaam inwerken, zo werkt de sterreenhemel van dichterbij en verder weg op het astraallijf, omdat de mens werd geboren uit het universum, uit dezelfde kosmische geest als de sterrenhemel.
GA 56/261
Niet vertaald

Hoewel niet met die woorden gezegd, zien we in deze opmerking weer de relatie van het woord ‘astrale, astraal’, met de wereld van de sterren. 
Astra is het meervoud van astrum dat ster betekent, ook onsterfelijkheid.
Ook in het dagelijks leven is astra gekozen als naam om iets met de hemelruimte aan te duiden.

Voordracht 14, Berlijn 16 april 1908

Die Hölle

De hel

Blz. 298

Den Träger von Lust und Leid, von Instinkten und Leidenschaften, von auf und ab wogenden sinnlichen Empfindungen nennen wir den astralischen Leib,

De drager van lust en leed, van instincten en hartstochten, van opkomende en wegebbende gevoelens noemen we het astrale lijf ( )
GA 56/298
Niet vertaald

Blz. 301

Fassen wir jetzt ins Auge, wie der astralische Leib, der Träger von Trieben, Begierden und Leidenschaften, wirken kann. Wir können uns aus logischen Erwägungen heraus eine Vorstellung dieses Wirkens des astralischen Leibes
bilden. Nehmen wir einmal eines der gewöhnlichen Erlebnisse, das Erlebnis eines Feinschmeckers, der Genuß an einer leckeren Speise hat. Wodurch kommt der Genuß zustande? Leicht könnte ihn jemand bloß dem physischen Leib zuschreiben wollen. Das wäre aber ein Unding. Nicht der physische Leib, sondern der astralische Leib ist der Träger von Begierden, von Lust und Leid. Den Genuß hat der astralische Leib, und er ist es auch, der die Begierde nach
der leckeren Speise entwickelt. Der physische Leib ist ein

Laten we eens kijken hoe het astrale lijf, de drager van driften, begeertes en hartstochten kan werken. We kunnen met logische overwegingen een voorstelling maken van hoe het astrale lijf werkt. Laten we eens een gewone ervaring nemen, de ervaring die een fijnproever heeft, die van een heerlijk eten geniet. Hoe komt dat genieten tot stand? Makkelijk zou iemand dat maar zo aan het fysieke lichaam kunnen toeschrijven. Maar zo zit het niet. Niet het fysieke lichaam, maar het astrale lijf is de drager van begeerten, van plezier en verdriet. Het astrale lijf geniet en dit ontwikkelt ook de zin in dat lekkere eten. Het fysieke lichaam is een

Blz. 302 

Apparat von physischen Stoffen, von physischen und chemischen Kräften. Er liefert das Werkzeug dafür, daß der astralische Leib diese Begierden befriedigen kann. Das ist das Verhältnis im Leben zwischen dem astralischen Leib und dem physischen Leib. Der astralische Leib schreit nach Befriedigung seiner Begierden, und der physische Leib liefert ihm die Werkzeuge, den Gaumen, die Zunge und so weiter, durch die er seine Begierden befriedigen kann.

apparaat van fysische stoffen, van fysische en chemische krachten. Het levert het werktuig zodat het astrale lijf deze begeerten kan bevredigen. Dat is de relatie in het leven tussen het astrale lijf en het fysieke lichaam. Het astraallijf schreeuwt om de bevrediging van zijn begeerten en het fysieke lichaam levert hem het gereedschap, het verhemelte, de tong enz., waardoor hij zijn begeerten kan bevredigen.
GA 56/301-302  
Niet vertaald

.

Algemene menskunde: voordracht 1 – over het astraallijf

Algemene menskunde: voordracht 1 – alle artikelen

Algemene menskundealle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

.

2852

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

Advertentie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.