VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over het etherlijf (GA 34)

.

Zie eerst de inleiding tot dit onderwerp.

In deze artikelen ging het over het fysiek lichaam. De opmerkingen van Rudolf Steiner daarover in zijn verschillende voordrachten.

Als een soort definitie isoleerde ik daarin de opmerkingen van de context.
Daardoor werd wel duidelijk hoe Steiner karakteriseert en dat wij deze omschrijvingen goed kunnen gebruiken wanneer we het mensbeeld waarmee we werken, willen uitleggen.

Anderzijds kan, wat ik daar doe, helemaal niet. Want om iets duidelijk te maken, raadt Steiner ons aan, bijv. vooral in ‘tegenstellingen’ te denken.

Zo zegt hij vaak dat we ‘het leven moeten leren kennen’ en daarbij moeten we niet uit het oog verliezen:

Das Leben entwickelt sich in Gegensätzen.

Het leven ontwikkelt zich in tegenstellingen.
GA 297/ 149
Op deze blog vertaald/149

Durch dieses Tatsachen-aufeinander-Beziehen bekommen wir reale Begriffe.

Door feiten met elkaar in verband te brengen, krijgen we reële begrippen.
GA293/119

Man muß immer das eine mit dem anderen verweben, denn darin besteht das Lebendige.

Men moet altijd het een met het ander verweven, want in het leven is alles met elkaar verweven.
GA 293/153
vertaald/150

Aus Widersprüchen besteht die Wirklichkeit. Wir begreifen die Wirklichkeit nicht, wenn wir nicht die Widersprüche in der Welt schauen.

De werkelijkheid bestaat uit tegenstrijdigheden. We begrijpen de werkelijkheid niet, wanneer we niet de tegenstrijdigheden in de wereld zien.
GA 293/129
vertaald/126

Vooral ‘het ene op het andere betrekken’ en naar de tegenstellingen kijken, geeft ons meer inzicht in de samenhang van de wezensdelen.

De opmerkingen over het fysieke lichaam zullen nu in relatie worden gebracht met die over het etherlijf.

GA 34

Lucifer-Gnosis

Lucifer-Gnosis

Die Erziehung des Kindes vom Gesichtspunkte der Geisteswissenschaft

De opvoeding van het kind in het licht van de antroposofie

Blz. 312   vert. 12

Das, was die Sinnesbeobachtung am Menschen kennenlernt, und was die materialistische Lebensauffassung als das Einzige im Wesen des Menschen gelten lassen will, ist für die geistige Erforschung nur ein Teil, ein Glied der Menschenna­tur, nämlich sein physischer Leib. Dieser physische Leib unter­liegt denselben Gesetzen des physischen Lebens, er setzt sich aus denselben Stoffen und Kräften zusammen wie die ganze übrige sogenannte leblose Welt. Die Geisteswissenschaft sagt daher: der Mensch habe diesen physischen Leib mit dem gan­zen Mineralreich gemeinsam. Und sie bezeichnet am Menschen nur als physischen Leib, was dieselben Stoffe nach denselben Gesetzen zur Mischung, Verbindung, Gestaltung und Auflö­sung bringt, die auch in der mineralischen Welt als Stoffe nach eben diesen Gesetzen wirken.

Datgene, wat de zintuigen waarnemen aan een mens en wat de materialistische wereldbeschouwing als de enige werkelijkheid van de mens wil laten gelden, is voor het geesteswetenschappelijk onderzoek slechts een deel van ’s mensen totaliteit, n.l. zijn fysieke lichaam. Dit lichaam is onderworpen aan dezelfde fysieke wetmatigheden, is uit dezelfde stoffen en krachten samengesteld als de gehele overige, zogenaamd levenloze natuur. De geesteswetenschap zegt daarom, dat de mens dit fysieke lichaam met het gehele minerale rijk gemeen heeft. En zij noemt fysiek lichaam van de mens alleen datgene, wat dezelfde stoffen, die in de minerale wereld voorkomen, volgens dezelfde wetten, die ook daar van kracht zijn, mengt, verbindt, vorm geeft en ontbindt.
GA 34/312
*Vertaling: De opvoeding van het kind in het licht van de antroposofie’ 1980

Er is een nieuwere uitgave: ‘De opvoeding van het kind

.

Aansluitend aan bovenstaande:

Über diesen physischen Leib hinaus erkennt nun die Theosophie noch eine zweite Wesenheit im Menschen an: den Lebensleib oder Ätherleib.

De geesteswetenschap komt tot de erkenning van een tweede krachtencomplex in de mens, dat onderscheiden moet worden van het fysieke lichaam; dit wordt aangeduid met de naam van levenslichaam of etherlichaam.

Houd weer in de gaten dat Steiner hier ‘Leib’ gebruikt.
Interessant is de vertaling ‘krachtencomplex’ voor ‘Leib’.

Hier neemt Steiner de gelegenheid te baat om iets meer te zeggen over het door hem gebruikte woord ‘ether’.:

ETHER

GA 34 blz. 312   vert. 13

Der Physiker möge sich an der Bezeichnung «Ätherleib » nicht stoßen. «Äther » bezeichnet hier etwas anderes, als den hypothetischen Äther der Physik. Man nehme die Sache einfach als Bezeichnung für das hin, was in dem Folgenden beschrieben wird. Es ist vor einiger Zeit als ein im höchsten Sinne unwissenschaftliches Beginnen aufgefaßt worden, von einem solchen
«Ätherleib » zu sprechen. Am Ende des achtzehnten und in der ersten Hälfte des neunzehnten Jahrhunderts war es allerdings nicht «unwissenschaftlich». Da sagte man sich, die Stoffe und Kräfte, die in einem Mineral wirken, können aus sich selbst heraus nicht sich zum Lebewesen gestalten. Diesem muß noch
eine besondere «Kraft» innewohnen, die man als «Lebenskraft» bezeichnete. Man stellte sich etwa vor, daß in einer Pflanze, in dem Tier, im Menschenleibe eine solche Kraft

De natuurkundige neme geen aanstoot aan het woord ‘etherlichaam’. ‘Ether’ betekent hier wat anders dan de hypothetische ether in de natuurkunde Men neme dit woord eenvoudig als benaming voor hetgeen hieronder beschreven wordt.
Enige tijd geleden beschouwde men het als hoogst
 onwetenschappelijk van een dergelijk ‘etherlichaam’ te spreken. Tegen het eind van de 18e en in de eerste helft van de 19e eeuw werd dat echter geenszins ‘onwetenschappelijk geacht. Men kwam toen tot de overweging, dat de stoffen en krachten, die in een mineraal werken, uit zichzelf dit mineraal niet tot een levend wezen kunnen vormen. Hierin zou nog een speciale kracht aanwezig moeten zijn, welke men levenskracht’ noemde. Men stelde zich ongeveer voor, dat een soortgelijke kracht als die, welke in de magneet de aantrekking veroorzaakt, in mens, plant en dier de levensverschijnselen

vert. 14

wirke und die Lebens er scheinungen hervorbringe, wie die magnetische Kraft in dem Magneten die Anziehung bewirkt. In der nachfolgenden Zeit des Materialismus ist eine solche Vorstellung beseitigt worden. Man sagte da, ein lebendiges Wesen baue sich in derselben Art auf wie ein sogenanntes lebloses; es herrschen im Organismus keine anderen Kräfte als im Mineral; sie wirken nur komplizierter; sie bauen ein zusammengesetzteres Gebilde auf. Gegenwärtig halten nur noch die starrsten Materialisten an dieser Ableugnung der «Lebenskraft» fest.
Einer Reihe von Naturdenkern haben die Tatsachen gelehrt, daß man doch so etwas annehmen müsse wie Lebenskraft oder Lebensprinzip.
So kommt auf diese Art die neuere Wissenschaft in einem gewissen Sinne dem nahe, was die Geisteswissenschaft in bezug auf den Lebensleib sagt. Doch ist ein erheblicher Unterschied zwischen beiden. Die gegenwärtige Wissenschaft kommt aus den Tatsachen der sinnlichen Wahrnehmung durch Verstandeserwägungen zu der Annahme einer Art Lebenskraft. Dies
ist aber nicht der Weg einer wirklichen Erforschung, von welcher die Geisteswissenschaft ausgeht, und aus deren Ergebnissen die letztere ihre Mitteilungen macht. 

maar dat deze alleen op een gecompliceerder wijze werken, dat ze een ingewikkelder  structuur opbouwen. Tegenwoordig houden alleen nog maar de meest verstokte materialisten vol, dat er geen ‘levenskracht’ bestaat. Een reeks van natuuronderzoekers heeft door ervaring geleerd, dat men toch genoodzaakt is zoiets als een levenskracht of levensbeginsel aan te nemen. Op deze wijze komt de nieuwere wetenschap in zekere zin nader tot hetgeen de geesteswetenschap met betrekking tot het levenslichaam te zeggen heeft. Maar toch bestaat er een belangrijk verschil. De tegenwoordige wetenschap komt door verstandelijke overweging op grond van zintuigelijk waarneembare feiten tot het aannemen van een soort levenskracht. Dit is echter niet de weg van een reëel onderzoek, waar de geesteswetenschap van uitgaat en waarvan zij de resultaten meedeelt.
GA 34/312-313
De opvoeding van het kind‘./13-14

Blz. 315   vert. 16

Diesen Äther- oder Lebensleib hat der Mensch mit Pflanzen und Tieren gemeinsam. Er bewirkt, daß die Stoffe und Kräfte des physischen Leibes sich zu den Erscheinungen des Wachstums, der Fortpflanzung, der inneren Bewegung der Säfte usw. gestalten. Er ist also der Erbauer und Bildner des physischen
Leibes, dessen Bewohner und Architekt. Man kann daher auch den physischen Leib ein Abbild oder einen Ausdruck dieses Lebensleibes nennen. In bezug auf Form und Größe sind beide beim Menschen annähernd, doch keineswegs ganz gleich. Beiden Tieren und noch mehr bei den Pflanzen unterscheidet sich aber der Ätherleib in bezug auf die Gestalt und Ausdehnung erheblich von dem physischen Leibe.

Dit ether- of levenslichaam heeft de mens met planten en dieren gemeen. Het bewerkstelligt, dat de stoffen en krachten van het fysieke lichaam zo tot een organisch geheel gevormd worden, dat de verschijnselen van groei, voortplanting, inwendige vloeistofbeweging enzovoort optreden. Het etherlichaam bouwt dus het fysieke lichaam op en geeft het zijn plastische vorm, het is zijn bewoner en tevens zijn architect. Daarom kan men ook zeggen, dat het levenslichaam zichzelf in het fysieke lichaam uitdrukt als in een beeltenis. Beide zijn bij de mens, wat betreft hun vorm en grootte, ongeveer, geenszins geheel en al, gelijk. Bij dieren en sterker nog bij planten verschillen vorm en afmeting van het etherlichaam aanmerkelijk van die van het fysieke lichaam.

Blz. 316  vert. blz. 18

Der Ätherleib ist eine Kraftgestalt; er besteht aus wirkenden Kräften, nicht aber aus Stoff.

Het etherlichaam is een gesloten complex van krachten, het bestaat niet uit materie, maar uit krachtwerkingen.
GA 34/316-318
De opvoeding van het kind‘./13-14

 

Lucifer-Gnosis

Lucifer-Gnosis

Über Vererbung von Anlagen und Fähigkeiten

Oktober 1904

Over het erven van aanleg en vaardigheden

Blz.  371

Unter Ätherkörper hat man den Träger aller Lebenserscheinungen (der Wachstums- und Fortpflanzungskräfte) zu verstehen. Alles, was damit zusammenhängt, ist unmittelbar zu vererben.

Onder etherlichaam moet je de drager van alle levensverschijnselen verstaan: de groei- en voortplantingskracht). Alles wat daarmee samenhangt, kan je direct erven.
GA 34/371
Niet vertaald

In ‘De opvoeding van het kind’ komt uitvoerig aan de orde: etherlijf en tandenwisseling.
De opmerking daarover staan hier.

.

Algemene menskunde: voordracht 1 – over het etherlijf

Antroposofie: een inspiratie: over het etherlijf [1]   [2]

Algemene menskunde: voordracht 1 – alle artikelen

Algemene menskundealle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

.

2818

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

 

Advertentie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.