VRIJESCHOOL – Vertelstof-sprookje (8-3/6)

.

Russisch sprookje

.

Paard, tafellaken en hoorn

Er leefde eens een oude vrouw die een erg domme zoon had.
Deze vond op zekere dag drie erwten, liep naar het dorp en stopte ze daar in de grond.
Toen de erwten waren opgeschoten, ging hij ze bewaken; en toen hij er weer eens een keer kwam kijken, zag hij dat er een kraanvogel in zat te pikken. De domoor sloop op hem af, pakte hem beet en zei: ‘Ik sla je dood!’
Maar de kraanvogel riep: ‘Nee, sla me niet, dan zal ik je iets ten geschenke geven. ’ ‘Ga je gang, ’ zei de domoor; en de kraanvogel gaf hem een paard, met de woorden: ‘Als je soms geld nodig hebt, zeg dan tegen dit paard: “Sta stil!” Maar als je genoeg gekregen hebt, moet je zeggen: “Vooruit!” ’
Toen nam de domoor het paard en wilde het bestijgen; hij riep: ‘Sta stil!’ en het paard loste zich op in zilverstukken. De domoor moest hierover hard lachen. Hij zei: ‘Vooruit!’en het zilver werd weer een paard. Toen nam de domoor afscheid van de kraanvogel en leidde het paard naar huis.
Op het erf gekomen, bracht hij het rechtstreeks naar zijn moeder, en gaf haar daarbij op strenge toon het bevel: ‘Moedertje, zeg niet: “sta stil!” Maar zeg alleen: “Vooruit!”’
En hij ging terug naar de erwten.
Zijn moeder verkeerde lange tijd in twijfel. Waarom heeft hij die woorden tegen me gezegd? Ik zal maar eens sta still zeggen. En dat deed ze. Het paard loste zich op in zilverstukken. De ogen van de oude vrouw begonnen te schitteren; haastig raapte ze het geld bijeen in haar mand, en toen ze genoeg had, zei ze: ‘Vooruit!’

Intussen vond de domoor de kraanvogel weer in de erwten; hij pakte hem en bedreigde hem met de dood. Maar de kraanvogel riep: ‘Sla me niet! Ik zal je iets ten geschenke geven.’ En hij gaf hem een tafellaken, met de woorden: ‘Als je honger hebt, zeg dan: “Spreid je uit!” en als je klaar bent met eten, moet je zeggen: “Vouw je op!’” De domoor nam er terstond de proef mee en zei: ‘Spreid je uit!’ Het tafellaken spreidde zich uit. Hij at en dronk en zei: ‘Vouw je op!’en het tafellaken deed het.
Toen nam hij het mee naar huis. ‘Kijk eens, moedertje,’ zei hij. ‘En zeg niet tegen dit tafellaken: “Spreid je uit!” maar zeg: “Vouw je op!”’
De domoor ging weer naar zijn erwten en de moeder deed met het tafellaken
hetzelfde als met het paard. Ze zei: ‘Spreid je uit!’ en genoot van de spijzen en dranken die er op verschenen. Daarna zei ze: ‘Vouw je op!’ en het tafellaken vouwde zich vanzelf op.

De domoor betrapte de kraanvogel opnieuw in de erwten, en ditmaal gaf deze hem een hoorn ten geschenke. Toen hij wegvloog, riep hij vanuit de lucht: ‘Domoor, zeg: “Uit de hoorn!”’ Tot zijn ongeluk zei de domoor hem deze woorden na, en plotseling sprongen er uit de hoorn twee sterke mannen met knuppels te voorschijn. Ze ranselden de domoor af en gingen daarmee door tot de arme jongen er bij neerviel. Toen riep de kraanvogel vanuit de lucht: ‘In de hoorn!’ en de mannen hielden op met slaan en kropen er weer in terug.

Weer kwam de domoor bij zijn moeder en zei: ‘Moedertje, zeg niet: “Uit de hoorn!” maar zeg: “In de hoorn!”’
Toen de domoor naar de buren was gegaan, deed de moeder eerst de deur op slot en zei: ‘Uit de hoorn!’ Terstond sprongen de mannen met knuppels te voorschijn en begonnen de oude vrouw af te ranselen. Zij schreeuwde moord en brand. De domoor hoorde haar schreeuwen en kwam toelopen; hij probeerde de deur open te doen, maar ze was op slot. Toen schreeuwde hij hard: ‘In de hoorn! In de hoorn!’ En de oude vrouw, wat bij gekomen van de slagen, maakte de deur voor hem open. Hij kwam binnen en zei: ‘Zie je wel, moedertje, ik had je toch geraden dat niet te zeggen.’

Nu wilde de domoor een feestmaal geven en nodigde daar voorname heren en bojaren voor uit. Zodra ze hadden plaatsgenomen, leidde de domoor het paard het huisje binnen en zei: ‘Sta stil! braaf paard.’ Het paard loste zich op in zilvergeld. De gasten waren verbaasd en begonnen het geld bijeen te grabbelen en in hun zakken te stoppen. Toen zei de domoor: ‘Vooruit!’ en het paard was er weer; het had alleen geen staart meer.
Daar hij zag dat het tijd was zijn gasten iets voor te zetten, haalde de domoor het tafellaken te voorschijn en zei: ‘Spreid je uit!’ Terstond spreidde het tafellaken zich uit, en er stonden vele soorten spijzen en dranken op in een grote hoeveelheid. De gasten aten, dronken en maakten plezier. Toen allen genoeg hadden, zei de domoor: ‘Vouw je op!’ en het tafellaken vouwde zich vanzelf op. De gasten begonnen nu te gapen en zeiden gekscherend: ‘Laat ons nog het een of ander zien, domoor.’ ‘Graag,’ zei de domoor, ‘voor u is me geen moeite te veel.’ En hij bracht de hoorn. De gasten schreeuwden terstond: ‘Uit de hoorn!’ en opeens kwamen er twee mannen met knuppels te voorschijn. Ze ranselden uit alle macht op de gasten in, zodat dezen gedwongen waren het gestolen geld terug te geven en er vandoor gingen.

Maar de domoor leefde verder gelukkig met zijn moeder, zijn paard, zijn tafellaken en zijn hoorn, en won er vele bezittingen bij.

Sprookjes – alle artikelen

Vertelstof – alle artikelen

1e klas – alle artikelen

Vrijeschool in beeld1e klas – sprookjes

.

2817

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Advertentie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.