VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over het fysieke lichaam – GA 55

.

.

HET FYSIEKE LICHAAM

In zijn pedagogische voordrachten roept Steiner veelvuldig op om ‘menskunde’ te studeren. Dat is immers voor zijn pedagogie – zijn onderwijsmethode – de basis. ‘Studeren’ is misleidend, want het gaat niet alleen om ‘kennis opdoen’, het gaat om veel meer: om een diep doorgronden wat de mens en vooral het opgroeiende kind voor wezen is. Hij doet daar veel mededelingen over vanuit zijn geesteswetenschappelijk perspectief en we weten dat de meesten van ons dat niet op deze manier hebben. We zijn dus aangewezen op deze mededelingen en moeten er een persoonlijke verbinding mee krijgen. Door deze mededelingen kan ons inzicht aanzienlijk worden verdiept. In onderstaand artikel vind je deze mededelingen over een van de wezensdelen die Steiner aan de mens waarneemt en wat voor ons het makkelijkste wezensdeel is omdat we er veel zelf van kunnen waarnemen: het fysieke lichaam.   

In dit artikel heb ik al enige opmerkingen van Steiner daarover gegeven. Nu volgen zijn gezichtspunten uit andere voordrachten. n zijn voordrachten heeft Steiner veelvuldig gesproken over de wezensdelen van de mens. Telkens heeft hij ons voorgehouden dat we, wanneer we iets van een onderwerp willen begrijpen, dit van allerlei kanten moeten benaderen. Dat we veel kunnen leren van het in-tegenstellingen-denken; dat we niet moeten definiëren – dat is de dood in de pot – maar moeten karakteriseren.  Wat ik hier nu doe, is in wezen in strijd met die aanwijzingen: ik heb a.h.w. ‘definitie-achtig’ Steiners karakteriseringen opgesomd. Maar Steiner gaf ook veelvuldig aan dat wat hij geesteswetenschap noemt, net zo exact wil beschrijven als de natuurwetenschap haar onderwerpen beschrijft.  Wat ik nu doe met ‘het fysieke lichaam’ is, benadrukken wat Steiner daar precies mee bedoelt.  Door zijn vele karakteriseringen ontvouwt zich toch a.h.w. een uitgebreide, genuanceerde definitie. En die (of dat) hebben we nodig wanneer we zo precies mogelijk over de wezensdelen willen spreken.

.

GA 55

Die Erkenntnis des Übersinnlichen in unserer Zeit und deren Bedeutung für das heutige Leben

Het inzicht in het bovenzintuiglijke in onze tijd en de betekenis voor het leven van nu

Blz. 46

Voordracht 2 Berlijn, 25 oktober 1906

                                  Blut ist ein ganz besonderer Saft
Blz. 46

In der geisteswissenschaftlichen Weltanschauung sehen wir, daß der Mensch, insofern er uns in der Außenwelt für unsere Sinne entgegentritt, insofern er Form und Gestalt ist, nur einen Teil der menschlichen Wesenheit ausmacht, und daß sogar hinter dem physischen Leibe viele andere
Wesenheiten sind. Diesen physischen Leib hat der Mensch mit allen um ihn herumliegenden mineralischen, sogenannten leblosen Dingen gemeinschaftlich.

Bloed is een heel bijzondere vloeistof

In de geesteswetenschappelijke wereldbeschouwing zien we dat de mens, voor zover hij ons in de buitenwereld tegemoet treedt, in zoverre hij vorm en gestalte is, slechts een deel van het menselijk wezen uitmaakt en dat er zelfs achter het fysieke lichaam vele andere wezens staan. Dit fysieke lichaam heeft de mens samen met alle minerale, zogenaamde levenloze dingen die zich om hem heen bevinden. 
GA 55/46
Vertaald 

Blz. 50 

Nehmen Sie zunächst dasjenige, was sich im Menschen zu seinem physischen Leib kristallisiert. Er hat es gemeinschaftlich mit der sogenannten leblosen Natur. Wenn wir geisteswissenschaftlich sprechen von diesem physischen Leib, dann sprechen wir gar nicht einmal von dem, was das Auge sieht, sondern von dem Zusammenhang von Kräften, die den physischen Leib konstruiert haben, von dem, was als Kraftnatur hinter dem physischen Leibe steht.

Neem nu eerst eens wat in de mens kristalliseert tot zijn fysieke lichaam. Dat heeft hij gemeenschappelijk met de zogenaamde levenloze natuur. Wanneer we geesteswetenschappelijk spreken van dit fysieke lichaam, dan spreken we nog helemaal niet over wat het oog ziet, maar over de samenhang van krachten die het fysieke lichaam hebben gebouwd, over wat als krachtnatuur achter dit fysieke lichaam staat.
GA 55/50
Niet vertaald

Voordracht 3 Berlijn, 8 oktober 1906

Der Ursprung des Leides

Blz. 73

Das, was wir mit Augen sehen, mit den Sinnen äußerlich wahrnehmen können, das, was der Materialismus als das einzige Wesen der Natur betrachtet, ist der Geistesforschung nichts anderes als das erste Glied der menschlichen Wesenheit: der physische Leib. Wir wissen, daß dieser in bezug auf seine Stoffe und Gesetze dem Menschen mit der ganzen übrigen leblosen Welt gemeinsam ist.

De oorsprong van het lijden

Wat we met onze ogen zien, met onze zintuigen uiterlijk kunnen waarnemen, wat het materialisme als het enige in de natuur bekijkt, is voor het onderzoek van de geest niets anders dan het eerste deel van het wezen mens: het fysieke lichaam. We weten dat de mens wat betreft zijn stoffen en wetten dit gemeenschappelijk heeft met de hele overige levenloze wereld. 
GA 55/73 
Niet vertaald

Voordracht 5, Berlijn 13 december 1906

Wie begreift man Krankheit und Tod?

Hoe kan je ziekte en dood begrijpen?

Blz. 104-105

Erstens haben wir den äußerlich sichtbaren physischen Körper () wir müssen uns klar sein, daß im physischen Leibe dieselben Kräfte und Stoffe vorhanden sind wie in der physischen Welt draußen.

Ten eerste hebben we het fysieke lichaam dat uiterlijk waarneembaar is ( ) we moeten goed in de gaten hebben dat in het fysieke lichaam dezelfde krachten en stoffen aanwezig zijn als in de fysieke wereld buiten ons.

Blz. 105/106

Der Mensch besteht für die Geisteswissenschaft physisch erst einmal aus Knochen, Muskeln, denjenigen Organen, die den Menschen stützen, ihn zu einem festen, auf der Erde gehenden Gebilde machen; diese allein rechnet man im strengsten Sinn der Geisteswissenschaft zu dem durch das physische Prinzip zustande gekommenen Teil der Organe. Dazu kommen noch die eigentlichen Sinnesorgane; dabei haben wir es mit physikalischen Apparaten zu tun; beim Auge mit einer Art camera obscura, beim Ohr mit einem sehr komplizierten Musikinstrument. Es kommt nun darauf an, woraus diese Organe gebaut sind. Sie sind von dem ersten Prinzip gebaut.

De mens bestaat voor de geesteswetenschap allereerst uit botten, spieren, de organen die de mens steun geven, hem tot een stevig bouwwerk maken dat over de aarde gaan kan; dit alleen rekent de geesteswetenschap in de meest stringente zin tot dat deel van de organen die door het fysieke principe tot stand zijn gekomen. Daarbij komen dan nog de eigenlijke zintuigorganen; daarbij hebben we te maken met fysieke apparaten; bij het oog hebben we te maken met een soort camera obscura, bij het oor met een zeer gecompliceerd muziekinstrument. Het gaat er bij ons nu om waaruit deze organen zijn opgebouwd. Ze zijn door het eerste principe gebouwd.

Uit de context blijkt het ‘eerste principe’ het fysieke lichaam te zijn.

Nur der gesetzmäßige Aufbau wird vom physischen Prinzip besorgt ( )

Alleen de wetmatige opbouw wordt door het fysieke principe geleverd.

)  die Arbeit des physischen Prinzips im menschlichen Organismus wird geleistet in der
Epoche von der Geburt bis zum Zahnwechsel. Da arbeitet das physische Prinzip am physischen Leibe so, wie die Kräfte und Stoffe des mütterlichen Organismus am Kindeskeim arbeiten, bevor das Kind geboren ist.

De activiteit van het fysieke principe in het menselijk organisme wordt uitgevoerd in de periode vanaf de geboorte tot aan de tandenwisseling. Nu werkt het fysieke principe aan het fysieke lichaam zo, als de krachten en stoffen van het organisme van de moeder aan de kiem van het kind werken voor het geboren is.

Haben wir einen Menschen bis zum siebenten Jahr vor uns, so arbeitet das physische Prinzip frei im physischen Leib ( )

Wanneer we een mens voor ons hebben tot het zevende jaar, dan werkt het fysieke principe vrij in het fysieke lichaam ( )
GA55/104-106
Niet vertaald

In GA 55 is als 6e voordracht afgedrukt:

Die Erziehung des Kindes vom Standpunkt der Geisteswissenschaft

De opvoeding van het kind in het licht van de antroposofie

In GA 55 staat dat de voordracht gehouden is in Keulen op 1 december 1906, i.p.v. in Berlijn op 10 januari 1907. 

In GA 34 ‘Verzamelde essays’ schreef Rudolf Steiner in 1907 een artikel met dezelfde titel. Maar met andere woorden. Daarbij wordt in de voetnoten aangetekend:

Die Erziehung des Kindes vom Gesichtspunkte der Geisteswissenschaft: Der Aufsatz ist hier in der Form wiedergegeben, wie er 1918 auf Weisung Rudolf Steiners herausgegeben worden ist (4. Auflage der Einzelausgabe, Berlin 1918). Statt der Worte «Anthroposophie oder Geisteswissenschafter», «anthroposophisch», «Anthroposophie oder Geisteswissenschaft» stand in«Lucifer – Gnosis»: «Theosoph», «theosophisch», «Theosophie».

‘De opvoeding van het kind in het licht van de antroposofie’ – dit is de titel van de eerste vertaling van dit artikel: het artikel is hier (GA 34) in de vorm weergegeven zoals deze in 1918 op aangeven van Rudolf Steiner uitgegeven is (4e druk van de losse uitgave, Berlijn 1918. I.p.v. de woorden ‘antroposofie of geesteswetenschapper, antroposofisch, geesteswetenschap’ stond er in ‘Lucifer-Gnosis (het tijdschrift) theosoof, theosofisch, theosofie’.

Deze voordracht 6 uit GA 55 is op deze blog vertaald

De opmerkingen in GA 34 over het fysieke lichaam.

GA 55

voordracht 7 Berlin, 24. januari 1907

              Schulfragen vom Standpunkt der Geisteswissenschaft 

Blz. 133

Mit der physischen Geburt wird nur der physische Leib frei;

Schoolvragen vanuit het standpunt van de geesteswetenschap

Met de fysieke geboorte komt alleen het fysieke lichaam vrij; 
GA 55/133
Op deze blog vertaald /133

Voordracht 8. Berlijn, 31 januari 1907

                   Der Irrsinn vom Standpunkt der Geisteswissenschaft

 *Irrsinn heeft verschillende vertalingen: absurditeit, krankzinnigheid, idioterie bijv.

Blz. 142/143

Wir unterscheiden folgende physische Teile am Menschen, ( ) erstens rein Physisches, was nach rein physischen Gesetzen gebaut ist, vor allem die Sinnesorgane ( )

Waanzin* vanuit het standpunt van de geesteswetenschap

We onderscheiden de volgende fysieke delen aan de mens, als eerste puur fysiek wat volgens puur fysieke wetten gebouwd is, met name de zintuigorganen ( ) 

Alles Physische ist den Gesetzen der physischen Vererbung unterworfen, aber ebenso die Fortpflanzungsorgane, Nervensystem und Blutzirkulation. Mit diesem physischen Leib muß sich die Individualität vereinigen.

Al het fysieke is onderworpen aan de fysieke erfelijkheid, maar dat geldt ook voor de voortplantingsorganen, het zenuwsysteem en de bloedsomloop. Met dit fysieke lichaam moet de individualiteit een eenheid gaan vormen.
GA 55/142
Niet vertaald  

Blz. 145

Wir wollen uns nun daran erinnern, daß der Mensch mehr als einmal geboren wird. Zuerst physisch.

We willen er nog even aan herinneren dat de mens meer dan één keer* geboren wordt. Allereerst fysiek.
GA 55/145  
Niet vertaald
*bedoeld wordt binnen het aardse leven.

Voordracht 10, Berlijn 28 februari 1907

Der Lebenslauf des Menschen vom geisteswissenschaftlichen Standpunkt

Blz. 163

Beginnen wir bei des Menschen Geburt. Wir haben schon davon gesprochen, daß bei der physischen Geburt eigentlich erst sein physischer Leib völlig geboren wird, der bis dahin von der physischen Mutterhülle umgeben wurde. Da haben sich alle Organe nur dadurch entwickelt, daß der Mensch bis zur physischen Geburt gegen alle Seiten hin geschützt
ist. Und nun ist es, wie wenn der Mensch die physische Mutterhülle zurückstößt und sein physischer Leib jetzt allein erst den Wirkungen der physischen Elemente ausgesetzt ist.

De levensloop van de mens vanuit het standpunt van de geesteswetenschap

We beginnen met de geboorte van de mens. We hebben er al over gesproken dat met de fysieke geboorte zijn fysieke lichaam eigenlijk pas volledig wordt geboren; tot die tijd werd het door de fysieke omhulling van de moeder omgeven. De organen hebben zich alleen kunnen ontwikkelen, doordat de mens tot aan zijn fysieke geboorte van alle kanten beschermd is. En nu ziet het er zo uit alsof de mens het fysieke moederomhulsel van zich afstoot en zijn fysieke lichaam nu voor het eerst alleen onder invloed komt te staan van de werkingen van de fysieke elementen. 

Blz. 164

Wir müssen uns klarmachen, daß in den ersten sieben Jahren des Lebens nur jene Essenz, die wir die Essenz des physischen Leibes nannten, vollständig frei wirkt, daß sie die physische Form gibt; sie leitet die physische Struktur ein. Die Organe wachsen in der Außenwelt heran, so daß sie ihre Form, ihre Anlage haben und nur noch weiterwachsen brauchen. Wir müssen daher alles in seine Umgebung bringen, was die Struktur des physischen Leibes in der allerbesten Weise entfalten kann. Dafür konnten wir zwei Zauberworte anführen: Nachahmung und Beispiel oder Vorbild. Alles, was um das Kind herum ist, wird von ihm nachgeahmt, und diese Nachahmung lockt die inneren Organe zu ihrer Form. Wenn auch das Gehirn mit dem siebenten Jahre noch sehr unvollkommen ist, die Richtung hat es doch erhalten, und was ihm bis dahin vorenthalten ist, kann es später nicht mehr nachholen.

We moeten duidelijk weten dat in de eerste even jaar van het leven alleen die essentie die wij de essentie van het fysieke lichaam noemden, volledig vrij werkzaam is, dat deze de fysieke vorm geeft; die leidt de fysieke structuur in. De organen groeien door de buitenwereld, zodat deze hun vorm, hun aanleg krijgen en alleen nog verder hoeven te groeien. Daarom moeten we alles in zijn omgeving brengen wat de structuur van het fysieke lichaam op de allerbeste manier kan doen ontplooien.
Hiervoor hebben we twee magische woorden gebruikt: nabootsing en voorbeeld. Alles wat in de omgeving van het kind is, wordt door hem nagebootst en deze nabootsing ontlokt de vorm aan de inwendige organen. Ook al zijn de hersenen rond het zevende jaar nog zeer onontwikkeld, de richting waarin het gaat is al wel bepaald en wat hem tot dan toe onthouden is, kan later niet meer worden ingehaald. 
GA 55/163 
Niet vertaald

Door het hersenonderzoek kunnen steeds meer interessante gezichtspunten worden gegeven over wat er eigenlijk in ons brein gebeurt.
Soms is dat schokkend:

De orbitofrontale hersenen, achter het voorhoofd boven de ogen, zijn bij de geboorte  nog niet helemaal ontwikkeld. Die worden ontwikkeld doordat we onze hersens gebruiken, bijvoorbeeld door te reageren op de omgeving en opvoeders. Er is in Roemenië, ten tijde van Ceaucescu, een tragisch ‘real-life-experiment’ gedaan in de weeshuizen aldaar, dat aantoonde hoe belangrijk dit is. De kinderen lagen in ledikantjes met hoge schotten en kregen van de verzorgers alleen de fles maar verder geen enkele aandacht. Het resultaat van zo’n situatie zien we hier:

Wat je hier ziet is dat niet alleen de hersenen niet gegroeid zijn, maar dat ook de hersenkamers (ventrikels) vergroot zijn, evenals de groeven tussen de windingen. Aan de grootte van de schedel wordt tegelijkertijd duidelijk dat de groei van de hersenen de groei van de schedel bepaalt. De kinderen vertoonden allerlei stadia van retardatie.  Niet aangeboren dus, maar veroorzaakt door verwaarlozing. Omgekeerd levert veel stimulerend en liefdevol contact met opvoeders juist extra groei van zenuwcellen op.

Vanuit een ander gezichtspunt kwam dit al eens aan de orde: Aandacht

.

Algemene menskunde: voordracht 1 – over het fysieke lichaam

Algemene menskunde: voordracht 1 – alle artikelen

Algemene menskundealle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

2807

.

.

.

Advertentie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.