VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over het etherlijf (GA 54)

.

Zie eerst de inleiding tot dit onderwerp.

In deze artikelen ging het over het fysiek lichaam. De opmerkingen van Rudolf Steiner daarover in zijn verschillende voordrachten.

Als een soort definitie isoleerde ik daarin de opmerkingen van de context.
Daardoor werd wel duidelijk hoe Steiner karakteriseert en dat wij deze omschrijvingen goed kunnen gebruiken wanneer we het mensbeeld waarmee we werken, willen uitleggen.

Anderzijds kan, wat ik daar doe, helemaal niet. Want om iets duidelijk te maken, raadt Steiner ons aan, bijv. vooral in ‘tegenstellingen’ te denken.

Zo zegt hij vaak dat we ‘het leven moeten leren kennen’ en daarbij moeten we niet uit het oog verliezen:

Das Leben entwickelt sich in Gegensätzen.

Het leven ontwikkelt zich in tegenstellingen.
GA 297/ 149
Op deze blovertaald/149

Durch dieses Tatsachen-aufeinander-Beziehen bekommen wir reale Begriffe.

Door feiten met elkaar in verband te brengen, krijgen we reële begrippen.
GA293/119

Man muß immer das eine mit dem anderen verweben, denn darin besteht das Lebendige.

Men moet altijd het een met het ander verweven, want in het leven is alles met elkaar verweven.
GA 293/153
vertaald/150

Aus Widersprüchen besteht die Wirklichkeit. Wir begreifen die Wirklichkeit nicht, wenn wir nicht die Widersprüche in der Welt schauen.

De werkelijkheid bestaat uit tegenstrijdigheden. We begrijpen de werkelijkheid niet, wanneer we niet de tegenstrijdigheden in de wereld zien.
GA 293/129
vertaald/126

Vooral ‘het ene op het andere betrekken’ en naar de tegenstellingen kijken, geeft ons meer inzicht in de samenhang van de wezensdelen.

De opmerkingen over het fysieke lichaam zullen nu in relatie worden gebracht met die over het etherlijf.

GA 54

Die Welträtsel und die Anthroposophie

De wereldvragen en de antroposofie

Voordracht 5, Hamburg, 17 november 1906

Blz. 121

Die Frauenfrage

Was der Materialismus, was die alltägliche Weltanschauung beim Menschen kennt, das betrachtet die geisteswissenschaftliche Forschung, die Theosophie, bloß als einen Teil der menschlichen Wesenheit. Ich kann Ihnen heute nur einige Skizzen geben, aber nicht Phantastereien, Träumereien, sondern Dinge, die so feststehen wie mathematische Urteile für die Mathematiker. Also dasjenige, was der Mensch in der alltäglichen Anschauung, in der gewöhnlichen Wissenschaft vom Menschen kennt, das ist ein Teil der menschlichen Wesenheit, das ist der physische Leib. Dieser physische Leib des Menschen hat dieselben physikalischen und chemischen Kräfte und Gesetze und Stoffe, die sich
draußen in der sogenannten leblosen Natur finden. Das, was draußen an Kräften den toten Stein bildet und im Stein das «Leben» ist, dieselben Kräfte sind auch im physischen Leib des Menschen.

Het vrouwenvraagstuk

Wat het materialisme, wat de alledaagse wereldbeschouwing van de mens weet, beschouwt het geesteswetenschappelijk onderzoek, de antroposofie*, slechts als deel van het wezen mens. Ik kan u vandaag maar een paar dingen schetsen, echter geen fantasterijen, droombeelden, maar dingen die zo vaststaan als wiskundige oordelen voor de wiskundige. Dus wat de mens in de alledaagse opvatting van de gewone wetenschap van de mens kent, is een deel van het mensenwezen, het is het fysieke lichaam. Dit fysieke lichaam van de mens heeft dezelfde fysische en chemische krachten en wetten en stoffen die we buiten in de zogenaamde levenloze stof vinden. Wat in de buitenwereld de levenloze steen vormt en in de steen ‘het leven’ is, zijn dezelfde krachten die zich ook in het fysieke lichaam van de mens bevinden.

*Het Duits heeft ‘Theosophie’ – Steiner was met de antroposofie nog niet buiten de theosofische beweging verdergegaan – toen dat wel een feit was, noemde hij zijn ‘theosofie’ meestal antroposofie.

Nu gaat Steiner ook hier vanuit het tegenovergestelde verder:

Darüber hinaus sieht aber die geisteswissenschaftliche Weltanschauung noch andere Glieder der Menschennatur, zunächst ein zweites Glied, das der Mensch
gemeinsam mit allen Pflanzen hat.

Daar bovenuit gaand ziet de geesteswetenschappelijke wereldbeschouwing nog andere wezensdelen van de menselijke natuur, allereerst een tweede deel, dat de mens gemeenschappelijk heeft met alle planten. 

Steiner heeft in zijn tijd uiteraard te maken met de wetenschappelijke opvattingen van zijn tijd, zoals wij dat ook hebben in de onze. Hij probeert hier een soort ‘stand van zaken’ weer te geven en begrip te kweken voor zijn visie door een vergelijking te maken.

Die heutige Wissenschaft spricht aus ihren Spekulationen schon etwas von dem, worauf da die Geisteswissenschaft hinzielt, von einem besonderen Lebensprinzip, weil ja die Gesetze des Materialismus, die noch vor fünfzehn Jahren für viele galten, bei den Einsichtigen überwunden sind. Aber die heutige Naturforschung wird nur aus einer Art von Spekulation dieses zweite Glied der menschlichen Wesenheit erschließen. Die theosophische Geistesforschung beruft sich aber auf das Zeugnis derjenigen, die ein höheres Anschauungsvermögen haben, die sich so verhalten zu dem gewöhnlichen Durchschnittsmenschen, wie ein Sehender zu einem Blinden sich verhält.
Sie beruft sich auf das Zeugnis von solchen Personen, die dieses zweite Glied der menschlichen Wesenheit als etwas Reales, Wirkliches vorhanden wissen. Derjenige, der nichts weiß, hat kein Recht zu urteilen, ebensowenig wie der
Blinde ein Recht hat, über Farben zu urteilen.

De huidige wetenschap spreekt door iets aan te nemen al over iets waar de geesteswetenschap naar toe wil, over een bijzonder levensprincipe, omdat de wetten van het materialisme die zo’n vijftien jaar geleden nog voor velen golden, nu door hen die meer inzicht hebben, overwonnen zijn. Alleen, de huidige wetenschap zal alleen maar door een vorm van aannemelijkheid tot dit tweede bestanddeel van het mensenwezen kunnen kiezen. Het antroposofisch onderzoek van de geest beroept zich echter op de verklaring van degene die een hoger waarnemingsvermogen heeft, dat zich zo verhoudt tot dat van de doorsneemens, als iemand die kan zien zich verhoudt tot iemand die blind is. Ze beroept zich op de verklaringen van die personen die dit tweede wezensdeel van de mens als iets reëels, werkelijks aanwezig weten.
Degene die niets weet, heeft geen recht van oordeel, net zomin als iemand die niet kan zien het recht heeft om over kleuren te oordelen. 

Blz. 122

Im Sinne dieser Geisteswissenschaft sprechen wir deshalb von einem zweiten Glied der menschlichen Wesenheit. Es ist dasselbe, was wir in der christlichen Religion bei Paulus als geistigen Leib bezeichnet finden. Wir sprechen vom
Äther- oder Lebensleib. Niemals würde sich eine gewisse Summe von chemischen und physikalischen Kräften zum Leben kristallisieren, wenn sie nicht vorzüglich geformt würde von dem, was jeden lebendigen Leib als Lebens- oder Ätherleib durchzieht. So bezeichnen wir dieses zweite Glied
als Lebensleib oder Ätherleib. Es ist das, was der Mensch mit der gesamten Pflanzen- und Tierwelt gemeinschaftlich hat

overeenkomstig met deze geesteswetenschap spreken wij daarom over een tweede deel van het mensenwezen. het is hetzelfde wat wij in de christelijke religie bij Paulus als het geestelijk lichaam benoemd vinden. (: I. Kor. 15, 44 ff.)
Wij spreken over ether- of levenslijf. Nooit zal zich een bepaalde hoeveelheid chemische en fysische kracht tot leven kristalliseren wanneer deze niet bij uitstek gevormd zouden worden door wat ieder levend lichaam als levens-, of etherlijf doortrekt. Dus wij noemen dit tweede wezensdeel levenslijf of etherlijf. Dat heeft de mens met de totale planten- en dierenwereld gemeenschappelijk.
GA 54/121-122
Niet vertaald

Voordracht 13, Berlijn 22 februari 1906

                                                             Luzifer

                                                            Lucifer
Blz. 320

Zunächst haben wir den physischen Leib des Menschen,
dann das Prinzip des Ätherleibes, das belebende, das formende,

Allereerst hebben we het fysieke lichaam van de mens, dan het principe van het etherlijf, het leven gevende, het vormende.
GA 54/320
Niet vertaald

Voordracht 15, Berlijn 8 maart 1906

 Germanische und indische Geheimlehre

Germaanse en Indische verborgen leer

Blz. 362

Die erste Unterabteilung ist der sogenannte physische Leib, der Leib, den man mit den Augen sehen und mit den andern Sinnen wahrnehmen kann. Das
zweite Glied ist der sogenannte Ätherleib. Das ist der Körper, in dem das Leben wohnt. Er ist ungefähr von derselben Gestalt wie der physische Leib, aber als Träger des Lebensprinzips ist er das, was dem physischen Körper zugrunde
liegt.

Het eerste deelaspect is het zogenaamde fysieke lichaam, het lichaam dat je met je ogen kan zien en met de andere zintuigen kan waarnemen. Het tweede deel is het zogenaamde etherlijf. Dat is het lichaam waarin het leven woont. Het heeft ongeveer net zo’n vorm als het fysieke lichaam, maar als drager van het levensprincipe is het dat wat aan het fysieke lichaam ten grondslag ligt. 

Blz. 363

Jedes Mineral hat einen physischen Leib. Die Pflanzen haben physischen Leib und Ätherleib

Ieder mineraal heeft een fysiek lichaam. De planten hebben fysiek lichaam en etherlijf.
GA 54/362-363
Niet vertaald
.

Algemene menskunde: voordracht 1 – over het etherlijf

Algemene menskunde: voordracht 1 – alle artikelen

Algemene menskundealle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

.

2824

.

 

Advertentie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.