VRIJESCHOOL – Rudolf Steiner over het fysieke lichaam – GA 54

.

HET FYSIEKE LICHAAM

In zijn pedagogische voordrachten roept Steiner veelvuldig op om ‘menskunde’ te studeren. Dat is immers voor zijn pedagogie – zijn onderwijsmethode – de basis. ‘Studeren’ is misleidend, want het gaat niet alleen om ‘kennis opdoen’, het gaat om veel meer: om een diep doorgronden wat de mens en vooral het opgroeiende kind voor wezen is. Hij doet daar veel mededelingen over vanuit zijn geesteswetenschappelijk perspectief en we weten dat de meesten van ons dat niet op deze manier hebben. We zijn dus aangewezen op deze mededelingen en moeten er een persoonlijke verbinding mee krijgen. Door deze mededelingen kan ons inzicht aanzienlijk worden verdiept. In onderstaand artikel vind je deze mededelingen over een van de wezensdelen die Steiner aan de mens waarneemt en wat voor ons het makkelijkste wezensdeel is omdat we er veel zelf van kunnen waarnemen: het fysieke lichaam.   

In dit artikel heb ik al enige opmerkingen van Steiner daarover gegeven. Nu volgen zijn gezichtspunten uit andere voordrachten. n zijn voordrachten heeft Steiner veelvuldig gesproken over de wezensdelen van de mens. Telkens heeft hij ons voorgehouden dat we, wanneer we iets van een onderwerp willen begrijpen, dit van allerlei kanten moeten benaderen. Dat we veel kunnen leren van het in-tegenstellingen-denken; dat we niet moeten definiëren – dat is de dood in de pot – maar moeten karakteriseren.  Wat ik hier nu doe, is in wezen in strijd met die aanwijzingen: ik heb a.h.w. ‘definitie-achtig’ Steiners karakteriseringen opgesomd. Maar Steiner gaf ook veelvuldig aan dat wat hij geesteswetenschap noemt, net zo exact wil beschrijven als de natuurwetenschap haar onderwerpen beschrijft.  Wat ik nu doe met ‘het fysieke lichaam’ is, benadrukken wat Steiner daar precies mee bedoelt.  Door zijn vele karakteriseringen ontvouwt zich toch a.h.w. een uitgebreide, genuanceerde definitie. En die (of dat) hebben we nodig wanneer we zo precies mogelijk over de wezensdelen willen spreken.

.

GA 54

Die Welträtsel und die Anthroposophie

De wereldvragen en de antroposofie

Deel 1

Voordracht 3, Berlijn 19 oktober 1905

                              Grundbegriffe der Theosophie. Seele und Geist des Menschen

Blz. 76

Der Leib vergeht. Was man von dem Menschen sehen kann, wird mit dem Tode der Erde übergeben.

Basisbegrippen van de theosofie. Ziel en geest van de mens

Het lichaam vergaat. Wat je van de mens kan zien, wordt met de dood aan de aarde overgedragen.
GA 54/76
Niet vertaald

Voordracht 5, Hamburg, 17 november 1906

Blz. 121

Die Frauenfrage

Was der Materialismus, was die alltägliche Weltanschauung beim Menschen kennt, das betrachtet die geisteswissenschaftliche Forschung, die Theosophie, bloß als einen Teil der menschlichen Wesenheit. Ich kann Ihnen heute nur einige Skizzen geben, aber nicht Phantastereien, Träumereien, sondern Dinge, die so feststehen wie mathematische Urteile für die Mathematiker. Also dasjenige, was der Mensch in der alltäglichen Anschauung, in der gewöhnlichen Wissenschaft vom Menschen kennt, das ist ein Teil der menschlichen Wesenheit, das ist der physische Leib. Dieser physische Leib des Menschen hat dieselben physikalischen und chemischen Kräfte und Gesetze und Stoffe, die sich
draußen in der sogenannten leblosen Natur finden. Das, was draußen an Kräften den toten Stein bildet und im Stein das «Leben» ist, dieselben Kräfte sind auch im physischen Leib des Menschen.

Het vrouwenvraagstuk

Wat het materialisme, wat de alledaagse wereldbeschouwing van de mens weet, beschouwt het geesteswetenschappelijk onderzoek, de antroposofie*, slechts als deel van het wezen mens. Ik kan u vandaag maar een paar dingen schetsen, echter geen fantasterijen, droombeelden, maar dingen die zo vaststaan als wiskundige oordelen voor de wiskundige. Dus wat de mens in de alledaagse opvatting van de gewone wetenschap van de mens kent, is een deel van het mensenwezen, het is het fysieke lichaam. Dit fysieke lichaam van de mens heeft dezelfde fysische en chemische krachten en wetten en stoffen die we buiten in de zogenaamde levenloze stof vinden. Wat in de buitenwereld de levenloze steen vormt en in de steen ‘het leven’ is, zijn dezelfde krachten die zich ook in het fysieke lichaam van de mens bevinden.

*Het Duits heeft ‘Theosophie’ – Steiner was met de antroposofie nog niet buiten de theosofische beweging verdergegaan – toen dat wel een feit was, noemde hij zijn ‘theosofie’ meestal antroposofie.

GA 54/120-121
Niet vertaald    

Blz. 216

Voordracht 9, Berlijn 7 december 1905

Innere Entwicklung

Der physische Leib ist in hohem Maße dem Rhythmus unterworfen, dem die ganze äußere Natur unterworfen ist.
Wie das Pflanzen- und Tierleben in seiner äußeren Form rhythmisch abläuft, so verläuft auch das Leben des physischen Körpers. Das Herz schlägt rhythmisch, die Lunge atmet rhythmisch und so weiter. Alles dies verläuft so rhythmisch, weil es geordnet ist von höheren Gewalten, von der Weisheit der Welt, von dem, was die Schriften den Heiligen Geist nennen.

Innerlijke ontwikkeling

Het fysieke lichaam is in hoge mate onderworpen aan het ritme waaraan de hele uiterlijke natuur onderworpen is.
Zoals het planten- en dierenleven in zijn uiterlijke vorm ritmisch verlopen, zo verloopt ook het leven van het fysieke lichaam. Het hart klopt ritmisch, de longen ademen ritmisch enz. Alles verloopt ritmisch omdat het geordend is door hogere krachten, door wereldwijsheid, door wat de heilige geschriften de Heilige Geest noemen.
GA 54/216  
Niet vertaald 

Deel 2

Voordracht 21, Berlijn 26 april 1906

Blz. 454

  Paracelsus

Der Mensch erscheint uns als eine doppelte Wesenheit, verbindend seelisch-geistige Wesenheit einerseits mit physischer Wesenheit andererseits. Die physische Wesenheit ist ein Zusammenfluß aller übrigen Naturerscheinungen, die in der Umgebung des Menschen sind: sie alle erscheinen wie ein schöner Extrakt in der Menschennatur, in der sie wie zusammengeflossen sind. Bedeutsam stellt uns Paracelsus den Menschen dar als einen Zusammenfluß dessen, was draußen in der Welt ausgebreitet ist: Wie die Buchstaben erscheine uns die Natur, und der Mensch bildet das Wort, das aus diesen Buchstaben zusammengesetzt ist. – In seinem Aufbau liegt die größte Weisheit; er ist physisch ein Tempel der Seele. Alle Gesetze, die wir an dem toten Stein, an der lebendigen Pflanze, an dem von Lust und Leid erfüllten Tiere beobachten können, sie sind zusammengefügt im Menschen, sie sind dort weisheitsvoll zu einer Einheit verschmolzen. Wenn wir den Wunderbau des menschlichen Gehirnes mit seinen unzähligen Zellen betrachten, die zusammenwirken so, daß all das zum Ausdruck kommen kann, was die Gedanken, die Empfindungen des Menschen sind, was seine Seele irgendwie durchzieht, so erkennen wir die allwaltende Weisheit in der Einrichtung seines physischen Leibes. In der ganzen Umwelt, wenn wir hinausblicken, erkennen wir kristallisierte Weisheit. Und wenn wir alle Gesetze der Umwelt mit unserer Erkenntnis durchdringen und dann auf den Menschen zurückschauen, so sehen wir konzentriert in ihm die ganze Natur, sehen ihn als Mikrokosmos im Makrokosmos.

De mens verschijn aan ons als een dubbelwezen dat aan de ene kant zijn ziel-geestwezen verbindt met aan de andere kant zijn fysieke wezen. Het fysieke wezen is een samenkomen van alle overige natuurverschijnselen die zich in de omgeving van de mens bevinden; die lijken in de mensennatuur alle op een mooi extract waarin ze a.h.w. verweven zijn. 
Veelbetekenend zet Paracelsus de mens voor ons neer als een samenkomen van wat buiten in de wereld uitgebreid voorkomt: de natuur verschijnt voor ons als letters en de mens vormt het woord dat uit deze letters bestaat. 
In hoe hij opgebouwd is, ligt de hoogste wijsheid: fysiek is hij een tempel voor de ziel. Alle wetten die we aan de dode steen, aan de levende plant, aan de dieren die van lust en leed vervuld zijn, kunnen waarnemen, zijn in de mens samengestroomd, zijn daar vol wijsheid tot een eenheid versmolten. 
Wanneer we naar het wonder van de hersenopbouw kijken met die ontelbare cellen die zo samenwerken dat tot uitdrukking kan komen alles wat gedachten en gevoelens van de mens zijn; aan wat zo door de ziel heengaat, herkennen we de wijsheid die overal de boventoon voert in de organisatie van zijn fysieke lichaam.
Overal waar we in onze omgeving maar kijken, herkennen we de gekristalliseerde wijsheid. En wanneer we alle wetten van de omgeving met onze kennis doordringen en dan weer naar de mens kijken, dan zie we in hem de hele natuur geconcentreerd, we zien hem als een microkosmos in de macrokosmos.
GA 54/454-455 
Niet vertaald

.

Algemene menskunde: voordracht 1 – over het fysieke lichaam

Algemene menskunde: voordracht 1 – alle artikelen

Algemene menskundealle artikelen

Rudolf Steineralle artikelen op deze blog

Menskunde en pedagogiealle artikelen

.

2805

.

Advertentie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.